Naar beginpagina

Kwartierstaat BLOM - BAKKER

>index



Generatie I (>II)

1a Gerrit BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 14 jan. 1855, arbeider, overl. Alkmaar 22 sept. 1910,
tr. Alkmaar 18 mei 1884 Marijtje KLOOSTERBOER, geb. ald. 31 maart 1865, werkster (in 1912), overl. Heiloo 2 febr. 1941, dr van Pieter KLOOSTERBOER en Neeltje SCHOONEWIL.
1b Pieter BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 6 juni 1856, palingvisser, overl. Amsterdam 29 juni 1943,
tr. Zijpe 10 mei 1884 Alberdina Hendrika BLOM, geb. Den Helder 4 maart 1858, overl. Amsterdam 18 dec. 1933, dr van Hendrik BLOM, voermansknecht, visserman, en Catarina NEEFF.
1c Jan BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 13 okt. 1857, overl. ald. 4 juni 1858.
1d Elizabet BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 30 maart 1859, overl. Heiloo 23 maart 1940,
tr. Heiloo 2 mei 1883 Jacob van STEEG, geb. ald. 17 febr. 1859, tuinman, tuinder, overl. ald. 17 maart 1928, zn van Gerard van STEEG en Hendrica HENDRIKS.
1e Johannes BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 29 dec. 1860, watermolenaar, boer, overl. Alkmaar 8 juni 1937,
tr. Heiloo 28 mei 1886 Bregje HINRICHS, geb. ald. 6 dec. 1858, overl. Heemskerk 13 maart 1939, dr van Johan Siuts HINRICHS 1, timmerman en metselaar, timmermansbaas te Heiloo, en Hillegonda van der SLUIJS.
1f Cornelis BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 26 juni 1862, smid, overl. Den Helder 23 maart 1940,
tr. Barsingerhorn 27 juli 1890 Marijtje MIDDELBEEK, geb. ald. 18 dec. 1865, overl. Den Helder 31 mei 1944, dr van Hendrik MIDDELBEEK, arbeider, watermolenaar, en Dieuwertje TUINMAN.
1g Hendrik BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 3 nov. 1863, landman, watermolenaar, overl. Schoorl 15 okt. 1939,
tr. Schoorl 2 mei 1886 Antje JONGERLING, geb. Zijpe 15 jan. 1864, overl. Schoorl 20 febr. 1941, dr van Arie JONGERLING en Trijntje KNEIJNSBERG.
1h Helena BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 18 aug. 1871, overl. Hoorn 4 juli 1939,
tr. Heiloo 5 mei 1898 Pieter MOOIJ, geb. Koedijk 8 nov. 1870, bloemist, tuinder, overl. Blokker 18 april 1964, zn van Pieter MOOIJ, timmerman, en Grietje SLOT.


Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Jan BLOM, geb. Groet 11 febr. 1816, arbeider, watermolenaar, overl. Groet, gem. Schoorl 11 nov. 1889,
      Op 10 mei 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Blom Gerritszoon, watermolenaar, overleden te Groet gemeente Schoorl op 11 november 1889. De aangeefster is Helena Bakker, zijn weduwe, in gemeenschap van goederen gehuwd, als uitvoerster van zijn uiterste wil dd. 19 oktober 1888 voor notaris Arnoldus Vonk te Schoorldam gemeente Warmenhuizen. In dat testament heeft hij haar ook benoemd tot vruchtgebruikster van zijn nalatenschap levenslang. Erfgenamen van de blote eigendom zijn: (1) Klaas Blom, koetsier te Heiloo, (2) Jan Blom, molenaar te Sint Pancras, (3) Gerrit Blom, arbeider te Alkmaar, (4) Elisabeth Blom, echtgenote van Jacob van Steeg, tuinman te Heiloo, (5) Pieter Blom, visser te Zijpe, (6) Cornelis Blom, smid te Alkmaar, (7) Hendrik Blom, molenaar te Groet gemeente Schoorl, (8) Helena Blom, minderjarig, ieder voor een achtstedeel, zijnde eerstgenoemde Klaas Blom geboren uit het eerste huwelijk van de erflater met Maartje Bakker, de overige kinderen uit zijn huwelijk met de aangeefster. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bestaat uit: meubelen, huisraad en verdere inboedel, waardig geschat ƒ 507,50, contanten ƒ 850, tractement als molenaar ƒ 120, weiland in de Groeterpolder, kadastraal gemeente Groet A67, groot 1 ha 18 a 10 ca, waardig ƒ 2321, bouwland gemeente Groet A241, groot 31 a 90 ca, ƒ 330, samen ƒ 4128,50. Het passief, waaronder een hypothecaire schuld van ƒ 2000, bedraagt ƒ 2149,98. Het zuivere saldo is ƒ 1978,52, waarin de aangeefster de helft ad ƒ 989,26 competeert, vermits door de erflater bij zijn hertrouwen met Helena Bakker niets ten huwelijk werd aangebracht en door de aangeefster een som van ƒ 300. De nalatenschap bedraagt, na aftrek van ƒ 40 begrafeniskosten, ƒ 949,26. 2
tr. 1° Schoorl 30 april 1848 Maartje BAKKER, geb. Groet 8 nov. 1821, overl. Groet, gem. Schoorl 7 jan. 1854, dr van Klaas Hendriksz BAKKER, dagloner, boer en bouwman in 1816 te Schoorl, landbouwer, in 1821 slachter en vleeshouwer, boer in 1829, marktschipper in 1831, vanaf 1835 landman, pontwachter (1859) in Haarlemmermeer, kastelein (1860), schepenjager, op 9 april 1856 met zijn vrouw Krijntje Blom en kinderen Willem, Antje en Louris, wonende in Hargen, uitgeschreven naar Haarlemmermeer, en Krijntje BLOM, boerin, wed. van Jan GROOT, schipper,
tr. 2° Schoorl 8 okt. 1854
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Klaas BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 25 maart 1849, arbeider, koetsier, overl. Heiloo 11 nov. 1916, tr. ald. 4 maart 1877 Maartje MODDER, geb. Schermerhorn 27 maart 1856, overl. Oostzaan 24 febr. 1924, dr van Pieter MODDER en Marijtje OUDEJANS.
    2. Krijntje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 24 april 1850, overl. ald. 14 juli 1850.
    3. Krijntje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 28 aug. 1851, overl. ald. 12 okt. 1851.
    4. Trijntje BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 24 dec. 1852.
3. (>6, >7) Helena BAKKER, geb. Alkmaar 21 juni 1831, overl. St. Pancras 13 okt. 1903.
         Uit dit huwelijk:
    1. Gerrit BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 14 jan. 1855, zie 1a.
    2. Pieter BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 6 juni 1856, zie 1b.
    3. Jan BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 13 okt. 1857, zie 1c.
    4. Elizabet BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 30 maart 1859, zie 1d.
    5. Johannes BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 29 dec. 1860, zie 1e.
    6. Cornelis BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 26 juni 1862, zie 1f.
    7. Hendrik BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 3 nov. 1863, zie 1g.
    8. Helena BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 18 aug. 1871, zie 1h.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Gerrit BLOM, geb. Groet 23 jan. 1778, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 28 mei 1802 als Gerrit Cornelisz Blom, watermolenaar in de Groeter molen, als Gerrit Blom vermeld als lidmaat in 1810 in Hargen aan de molen, vanaf 1814 in Groet met zijn vrouw Trijntje Schouten in de Groeter molen, overl. Schoorl 13 mei 1860,
      Ten verzoeke van Gerrit Blom, watermolenaar te Groet, voornemens een huwelijk aan te gaan met Baafje Tentij, arbeidster te Warmenhuizen, verklaren in 1825 zeven personen hem zeer wel te kennen als zoon van Cornelis Blom en Trijntje Jansdr Komen, en dat hun allen zeer wel voor staat dat Gerrit Blom op 23 januari 1778 geboren is te Groet en aldaar gedoopt. In een bijlage verklaart de schout van de gemeente Groet dat Gerrit Blom, watermolenaar te Groet woonachtig, in een zodanige behoeftige toestand verkeert dat hij voldoet aan de wettelijke bepalingen tot het wegnemen van pecuniële bezwaren bij het voltrekken van huwelijken. 3
tr. 1° Schoorl 26 okt. 1806 Maartje EVERTS, geb. ca. 1785, ged. (nederd. geref.) Groet 11 jan. 1807, overl. ald. 18 nov. 1809, begr. ald.,
tr. 3° Groet 9 juni 1825 Baafje TENTIJ, ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 7 sept. 1788, overl. Groet 10 okt. 1828, dr van Barend Stevensz TENTIJ, wever, en Dirkje Dirks KUIPER,
tr. 2° Zijpe 17 febr. 1811
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Trijntje BLOM, geb. Groet 9 dec. 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1807 (doopgetuige Trijntje Blom), overl. Zijpe 17 mei 1870, tr. 1° Den Helder 2 aug. 1832 Willem MAREES, geb. Zuid-Zijpe 30 aug. 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 2 sept. 1804 (doopgetuige Jantje Jans Marees), werkman, arbeider, overl. Den Helder 8 sept. 1845, zn van Pieter Jansz MAREES en Trijntje Willems HOPMAN, tr. 2° Barsingerhorn 12 aug. 1848 Arie GOED, geb. Zijpe (aan de Oudesluis) 2 aug. 1817, uurwerkhersteller, uurwerkmaker, overl. Huisduinen, gem. Den Helder 13 dec. 1874, zn van Jan GOED, arbeider, en Neeltje VOS, die hertr. met Trijntje VINK.
    2. Cornelis BLOM, geb. Groet 23 okt. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 12 nov. 1809 (doopgetuige Aafje Jansdr Dalenberg), overl. ald. 14 juli 1817.
         Uit het derde huwelijk:
    1. Cornelis BLOM, geb. Groet 17 sept. 1825, overl. ald. 18 nov. 1825.
5. (<2) (>10, >11) Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Schagerbrug, Zijpe 12 okt. 1783, overl. Groet 6 mei 1824.
         Uit dit huwelijk:
    1. Hendrik BLOM, geb. Groet 29 juni 1811, overl. ald. 11 juli 1811.
    2. Hendrik BLOM, geb. Groet 15 juli 1812, voermansknecht, visserman, overl. Zijpe 5 april 1894, tr. Den Helder 1 febr. 1838 Catarina NEEFF, geb. ald. 23 nov. 1814, overl. Zijpe 11 april 1889, dr van Former NEEFF en Teetje Pieters STROOKER.
    3. Aaltje BLOM, geb. Groet 8 dec. 1813, overl. ald. 24 nov. 1833.
    4. Jan BLOM, geb. Groet 5 dec. 1814, overl. ald. 13 dec. 1815.
    5. Jan BLOM, geb. Groet 11 febr. 1816, zie 2.
    6. Neeltje BLOM, geb. Groet 5 maart 1817, overl. ald. 17 juni 1817.
    7. Neeltje BLOM, geb. Groet 15 maart 1818, tr. Schoorl 9 mei 1847 Jan SNIP, geb. Hargen, gem. Schoorl 7 april 1814, landman (bij huwelijk), arbeider, zn van Willem SNIP, landman, en Trijntje Jansdr DALENBERG, boerin.
        Op 12 april 1855 vertrok Jan Snip met zijn vrouw en kinderen Willem en Gerrit met het schip Farvlinta naar Amerika, aankomst in New York op 11 juni 1855.
    8. Cornelis BLOM, geb. Groet 17 maart 1820, overl. ald. 1 febr. 1821.
    9. Cornelis BLOM, geb. Groet 8 juli 1821, overl. ald. 13 sept. 1822.
    10. Cornelis BLOM, geb. Groet 20 febr. 1823, overl. ald. 7 april 1823.
6. (<3) (>12, >13) Pieter BAKKER, geb. Akersloot 8 sept. 1800, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 14 sept. 1800 (doopgetuige Maartje Hartlant), timmermansknecht, landbouwer, landman, overl. Heiloo 18 maart 1842,
      In 1833 is er een familieraad ten verzoeke van Pieter Bakker, landman te Heiloo, als vader en voogd van zijn nog minderjarige kinderen Pieter, oud 9, Antje 7, Barbera 5, Cornelis 4 en Helena Bakker 2 jaar, door hem in huwelijk verwekt bij wijlen zijn huisvrouw Lysbeth Gerritsdochter Stekelenbos, overleden op 16 juni 1833, van de naastbestaanden Pieter Bakker, timmerman te Akersloot, grootvader, Nicolaas Blokker, landman te Akersloot, aanbehuwd oom, Jacob Pesser, ijzersmid te Alkmaar, aanbehuwd oom, allen van vaderszijde, Maarten van Twuijver, landman te Limmen, aanbehuwd oom, Pieter Stekelenbos, landman te Alkmaar, oudoom, en Cornelis (de) Ruiter, landman in de Schermeer, aanbehuwd oom, de drie laatstgenoemdem van moederszijde, welke familieraad Pieter Bakker benoemt tot toeziende voogd 4
tr. 2° Limmen 3 jan. 1836 Neeltje VENNIK, geb. ald. 28 dec. 1812, boerin, overl. Heiloo 3 maart 1866, dr van Pieter VENNIK, landbouwer, burgemeester, en Aagje ADMIRAAL, boerin,
tr. 1° Akersloot 20 okt. 1822
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Achie BAKKER, geb. Heiloo 19 sept. 1836, tr. ald. 2 febr. 1865 Siemon GROET, geb. St. Maarten 19 mei 1837, landman (bij huwelijk), melkverkoper, arbeider, zn van Jan GROET, arbeider, en Arijaantje GEEL.
    2. Jacob BAKKER, geb. Heiloo 15 dec. 1837, overl. ald. 26 okt. 1847.
    3. Gerrit BAKKER, geb. Heiloo 28 okt. 1838, overl. ald. 29 okt. 1838.
    4. Trijntje BAKKER, geb. Heiloo 7 nov. 1839, overl. ald. 18 sept. 1840.
    5. Gerrit BAKKER, geb. Heiloo 16 dec. 1840, overl. ald. 21 april 1841.
    6. Trijntje BAKKER, geb. Heiloo 5 febr. 1842, overl. Alkmaar 1 febr. 1904, tr. Heiloo 11 juni 1865 Adrianus KOEMAN, geb. Alkmaar 1 jan. 1838, timmerman, zn van Dirk KOEMAN, opzichter van de begraafplaats ald., doodgraver, en Agatha MANNES.
        Op 12 maart 1904 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Bakker, overleden te Alkmaar op 1 februari 1904 zonder bloedverwanten in rechte lijn, met haar echtgenoot Adrianus Koeman als enige erfgenaam volgens testament van 26 maart 1866 voor notaris Hendrik de Lange. Het gemeenschappelijk actief bedraagt ƒ 17806,89, waaronder een woonhuis en pakhuis te Alkmaar, kadastraal E960, groot 2 a 73 ca, waard ƒ 2500. Verminderd met het passief, door 2 gedeeld en verminderd met de begrafenis komt de nalatenschap op ƒ 8732,93. 5
7. (<3) (>14, >15) Lijsbeth STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Limmen 15/20 febr. 1803, overl. Heiloo 16 juli 1833.
         Uit dit huwelijk:
    1. Gerrit BAKKER, geb. Akersloot 29 juni 1823, overl. Alkmaar 10 febr. 1833.
    2. Pieter BAKKER, geb. Heiloo 30 sept. 1824, landman, landbouwer, overl. ald. 18 aug. 1872, tr. ald. 24 april 1848 Catharina PONS, geb. Zijpe 11 aug. 1826, overl. Heiloo 4 jan. 1909, dr van Dirk PONS en Antje SMIT, die hertr. met Jan HELDER.
        Op 6 juli 1909 wordt de nalatenschap aangegeven van Catharina Pons, overleden te Heiloo op 4 januari 1909, eerst weduwe van Pieter Bakker, later van Jan Helder Dirksz. De aangevers zijn: (1) Pieter Bakker Pieterszoon senior, landman te Heiloo, (2) Dirk Bakker Pieterszoon, landman te Heemskerk, (3) Pieter Hartland, zonder beroep, onder huwelijksvoorwaarden gehuwd met Elisabeth Bakker, (4) Cornelis Bakker Pieterszoon, landman te Egmond-Binnen. De erfgenamen zijn de genoemde kinderen, uit haar eerste huwelijk. De erflaatster had op 13 december 1883 bij notaris Backx te Wieringerwaard een testament gemaakt. De baten bedragen ƒ 26,60, de schulden ƒ 68,30, bestaande uit begrafeniskosten voorgeschoten door Pieter Hartland te Heiloo. 6
    3. Antje BAKKER, geb. Heiloo 3 aug. 1826, overl. Zijpe 1 okt. 1864, tr. Heiloo 9 maart 1851 Leendert HOFFMAN (BOUT), geb. De Rijp 26 febr. 1824, arbeider, pontwachter, sluiswachter, koopman, tapper, overl. Buiksloot 27 maart 1880, zn van Neeltje BOUT, die hertr. met Grietje de GRAAF.
    4. Barber BAKKER, geb. Heiloo 27 maart 1828, boerenmeid (bij eerste huwelijk), overl. St. Pancras 25 nov. 1887, tr. 1° Akersloot 13 mei 1849 Cornelis BANKERSEN, geb. Graft 1 juni 1824, schuitenjager, koopman, landman (bij overlijden), overl. Limmen 2 maart 1867, zn van Bankras BANKRASEN, schuitenjager, en Trijntje OUKES, tr. 2° St. Pancras 13 dec. 1871 Cornelis WOGNUM, geb. ald. 3 dec. 1821, overl. ald. 9 jan. 1893, zn van Pieter WOGNUM en Jantje de SMET.
    5. Cornelis BAKKER, geb. Heiloo 21 juni 1829, kastelein, landman, vrachtrijder, overl. ald. 10 febr. 1892, tr. ald. 29 april 1860 Trijntje SLOOTEN, geb. Noord- en Zuid-Schermer 7 aug. 1837, overl. Heiloo 15 juni 1885, dr van Jan SLOOTEN, landman, en Grietje van der WOUDE.
    6. Helena BAKKER, geb. Alkmaar 21 juni 1831, zie 3.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) Cornelis Cornelisz BLOM, geb. ca. 1752, secretaris te Groet, schout ald., overl. Schoorl 10 sept. 1805,
      In Schoorl bekenden in 1778 Klaas IJsbrandsz, als in huwelijk hebbende Marrietje Bilderbeecq, wonende alhier, en Jacob Hovingh Georgeszoon namens zijn principalen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom de Jonge wonende onder de jurisdictie van Groet een stukje weiland te Hargen aan de Zandvaart onder de Groeder watermolen, groot 80 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Adriaan Kuyper, ten noorden Casper Koolmeyer, voor 156 gld, draagt in 1781 evenzo Jan Nierop schout en secretaris, als executeur van de nalatenschap van wijlen Immetje Cornelis Braam, op aan Cornelis Blom de Jonge wonende onder Groet een stuk bosland onder Straat, groot 243 roeden, belend ten noorden Klaas Kapiteyn, ten noorden de verkopers, voor 292 gld, en idem groot 62½ roe, belend ten westen Jan Kraak, ten oosten Pieter Spaander, voor 70 gld, bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van wijlen Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden te Hargen overleden in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet een houtbosje te Hargen, groot 45 roeden, belend ten noorden de erve Jacob Hoogvorst, ten zuiden de Wildernis, voor 44 gld, en verkoopt in 1784 Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet, als mede-erfgenaam van Cornelis Leeuwen van Krabbendam, aan Pieter Staat te Krabbendam een stuk weiland genaamd de Steen-akkers in de Hempolder, groot 564 roeden, belend ten oosten de koper, ten westen Jan Bakker, belast met een jaarlijkse erfpacht van 12 gld 10 st ten behoeve van de Gereformeerde kerk te Schoorl, voor 315 gld 7.
      In Schoorl verkoopt in 1787 Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet aan Cornelis van der Vaart wonende te Dirkshorn een houtbosje gelegen te Hargen, groot 45 roeden, belend ten noorden Jan Bakker, ten zuiden de Wildernis, voor 75 gld, en verkoopt in 1790 Trijntje Gerrits Jonker weduwe van Jan Hoogvorst wonende te Groet aan Cornelis Blom schout te Groet en aldaar woonachtig een stuk wei- of hooiland in de Hemme onder Schoorl, groot 382 roeden, belend ten zuidoosten Jan Bakker, ten zuidwesten de Hoogeweg, voor 400 gld 8.
      In Schoorl verkoopt in 1799 Cornelis Blom wonende te Groet aan Antonie Dremburg te Krabbendam woonachtig een stuk weiland in de Hemme onder de Groeter watermolen, groot 382 roeden, belend ten westen de Hooeweg, ten noorden Gerrit Jongeling, voor 100 gld en een custingbrief van 500 gld 9.
maakt huwelijksvoorw. 2° Bergen (N.-H.) 5 nov. 1790 met Trijntje Gerritsdr JONKER, geb. Groet ca. 1737 (bij overlijden 85 jaar, geboren te Groet), overl. ald. 17 april 1823 (aangevers behuwdzoon Cornelis Cornelisz Dalenberg. 69 jaar, landbouwer te Groet, en zoon Jan Jansz Hoogvorst, 48 jaar, landbouwer), dr van Gerrit JONKER en Trijntje IJSSENS,
      Op 11 mei 1790 worden voor de notaris te Bergen huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Cornelisz Blom, weduwnaar en bruidegom, ter eenre, en Trijntje Gerritsdr Jonker, weduwe en bruid, ter andere zijde, beiden wonende te Groet, waarbij haar bezittingen beschreven en getaxeerd worden 10.
ondertr. (impost) 1° Zijpe 29 dec. 1776 (impost voor haar ƒ 6), attestatie om te trouwen ald. 19 jan. 1777 (betoog gezonden naar Groet en aldaar ongehinderd getrouwd)
9. (<4) (>18, >19) Trijntje Jansdr KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 5 maart 1758, overl. Groet maart 1787.
         Uit dit huwelijk:
    1. Gerrit BLOM, geb. Groet 23 jan. 1778, zie 4.
    2. Guurtje BLOM, geb. Groet aug. 1786, boerenmeid, overl. Koedijk 19 april 1822, tr. ald. 31 maart 1816 Pieter Cornelisz de GROOT, ged. (nederd. geref.) ald. 27 juni 1773, landbouwer, overl. Koedijk 17 sept. 1857, zn van Cornelis Jansz de GROOT, landbouwer, en Dieuwertje Pieters HANSEN, wedn. van Maartje Jacobsdr MEEG, en die hertr. met Maartje BRUIN, dienstmaagd (bij huwelijk).
        Volgens een verklaring op 23 december 1816 is Guurtje Blom, boerenmeid wonende te Koedijk, dochter van wijlen Cornelis Blom en Trijntje Koomen, in augustus 1786 geboren te Schoorl 11.
    3. Trijntje Cornelis BLOM, geb. Groet 9 mei 1787, overl. Koedijk 24 nov. 1852, ondertr. 1°/tr. ald. 25 april/12 mei 1807 Willem Klaasz BOLDEWIJN, geb. ald. 7 okt. 1776  12, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1776, landbouwer, overl. ald. 7 mei 1817, zn van Klaas Pietersz BOLDEWIJN en Trijntje Willems WAAGMEESTER, tr. 2° ald. 2 dec. 1819 Cornelis Jansz BLAAUW, geb. Koedijk 6 jan. 1795, ged. (nederd. geref.) ald. 11 jan. 1795 (doopgetuige Aagtje Ariensdr Heeman), landbouwer, landman, overl. ald. 17 sept. 1860, zn van Jan Cornelisz BLAAUW en Antje Pietersdr VOLKERS.
        In 1819 wordt op 2 oktober ten verzoeke van Trijntje Blom, landbouwster te Koedijk, weduwe van Willem Boldewijn in leven landbouwer te Koedijk en aldaar overleden in april 1817, als moeder en voogdesse over haar nog minderjarig kind Klaas Willemsz Boldewijn, oud 8 jaar, bij haar man in huwelijk verwekt, een familieraad belegd, bestaande uit Pieter Boldewijn landbouwer te Koedijk, Gerrit Boldewijn timmerman in de Schermeer, ooms, Klaas Appetijt landbouwer te Koedijk, oudoom, allen van vaderszijde, Gerrit Blom landbouwer te Groet, oom van moederzijde, Pieter de Groot landbouwer te Koedijk, aanbehuwd oom van moederszijde, en nog IJf Gerritsz IJfs landbouwer te Koedijk; tot toeziend voogd wordt Pieter Boldewijn benoemd, en na hertrouwen met haar inwonende dienstknecht Cornelis Blaauw mag zij de voogdij behouden en zal Cornelis Blaauw mede-voogd zijn. Op 13 oktober verklaren 7 getuigen dat Trijntje Blom, weduwe van Willem Boldewijn, boerin geboren is te Groet op 9 mei 1787 als dochter van wijlen Cornelis Blom en Trijntje Jans Komen, beiden gewoond hebbende te Groet. Op 13 november wordt Jan Groenewoud, schout en secretaris van de gemeente Koedijk, benoemd als taxateur van de roerende goederen in de gemene boedel van wijlen Willem Boldewijn, overleden te Koedijk op 7 mei 1817, en zijn nagelaten weduwe Trijntje Blom, landbouwster. 13
        Op 30 november 1821 testeert Trijntje Blom, huisvrouw van Cornelis Blaauw, landman, wonende te Koedijk. Zij legateert aan haar man Cornelis Blaauw al hetgene waarover zij volgens de wet te zijnen voordele mag beschikken, en herroept eerdere testamenten. 14
        Op 22 januari 1853 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Blom, overleden te Koedijk op 24 november 1852. De aangevers: (1) Cornelis Blaauw Janszoon, landman te Koedijk, (2) Jan Oud, broodbakker aan de Burgerbrug in de Zijpe, als gehuwd zijnde met Trijntje Blaauw, (3) Jacob Groenewoud, landman te Koedijk, als gehuwd zijnde met Antje Blaauw, (4) Pieter Stam, landman te Koedijk als gehuwd zijnde met Cornelia Blaauw, allen in gemeenschap van goederen, zijnde de genoemde Trijntje, Antje en Cornelia Blaauw de enige nagelaten kinderen van de erflaatster in huwelijk verwekt met haar nagelaten man genoemde Cornelis Blaauw Jansz, (5) Dirk Butter Jacobszoon, en zijn huisvrouw Maartje IJfsz, wonende te Koedijk, laatstgenoemde ten dezen met eerstgenoemde bijgestaan, zijnde Maartje IJfs eerder weduwe van Klaas Boldewijn die op 12 oktober 1844 te Koedijk is overleden, handelende als moeder en voogdes en Dirk Butter Jacobszoon als mede-voogd, over de vijf minderjarigen Dieuwertje, Trijntje, Antje, Willem en Klaas Boldewijn, zijnde de enige nagelaten kinderen van Klaas Boldewijn in huwelijk verwekt met zijn huisvrouw Maartje IJfs, welke Klaas Boldewijn is geweest een zoon van de erflaatster in huwelijk verwekt met haar eerste man Willem Boldewijn, die op 7 mei 1817 te Koedijk is overleden. De erflaatster heeft bij haar testament dd. 30 november 1821 voor notaris Michiel Johan de Lange te Alkmaar aan haar man Cornelis Blaauw Janszoon al datgene gelegateerd waarover zij volgens de wet zou mogen beschikken. Tot de gemeenschappelijke boedel van de erflaatster en haar man Cornelis Blaauw Janszoon behoren: (1) een stuk rietland te Koedijk, kadastraal A242, groot -.77.60, (2) een stuk zaadland aldaar, A258, groot -.34.80, (3) een stuk weiland te Oudkarspel, A122, groot 2.10.-, (4) een stuk zaadland aldaar, A137, groot -.98.70, (5) een stuk zaadland aldaar, A229, groot -.14.60, (6) een houtbosje te Bergen, sectie B nrs 246 en 250, groot -.34.70. Tot haar afzonderlijke nalatenschap behoren nog: (1) een huis, erf en werf te Koedijk, A26, groot -.08.70, (2) een stuk weiland aldaar, A185, groot 2.01.70, (3) een stuk weiland aldaar, sectie A nrs 426 en 422, groot 1.86.30, (4) een stuk weiland te Oudkarspel, A173, groot 1.15.10, (5) een stuk weiland te Zuid-Scharwoude, A203, groot 2.71.80. Tot aan haar overlijden heeft zij het vruchtgebruik gehad van de volgende onroerende goederen, in blote eigendom van haar voorzoon Klaas Boldewijn die op 12 oktober 1844 te Koedijk is overleden: (1) de helft van een stukje rietland te Koedijk, A440, groot -.57.80, (2) een akker zaadland te Koedijk, A271, groot -.18.30, (3) een akker zaadland te Zuid-Scharwoude, sectie A nrs 128 en 129, groot -.28.40, (4) 2 akkers bouwland te Broek op Langedijk, sectie A nrs 1128, 1229, 1230 en 1231, groot -.43.10. [Er worden geen bedragen genoemd.] 15
10. (<5) (>20, >21) Hendrik Johansz SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 19 maart 1758, impost op begr. ald. 21 nov. 1801 (pro deo),
      In 1802 in Zijpe worden tot voogden over Neeltje (24 jaar), Trijntje en Jan, kinderen van Hendrik Schouten en Aaltje Cornelis Graven, benoemd A. Vlam wonende te Haringcarspel en Klaas Nottelman in de Zijpe, en bewijst de weduwe Aaltje Cornelis Graven van Hendrik Schouten aan haar drie kinderen ieder 3 gld, uit te keren ten mondige dage of huwelijkse staat 16.
ondertr./tr. Zijpe 3/18 jan. 1778
11. (<5) (>22, >23) Aaltje Cornelis GRAVEN, geb. ca. 1751, overl. Zijpe 18 april 1815,
ondertr. 1° Zijpe 18 febr. 1773, tr. Schagerbrug, Zijpe 23 febr. 1773 Jan GROOT, overl. vóór 1778.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Neeltje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Schagerbrug, Zijpe 18 jan. 1778.
    2. Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Schagerbrug, Zijpe 16 jan. 1780, impost op begr. Zijpe 31 maart 1780 (impost ƒ 3).
    3. Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Schagerbrug, Zijpe 12 okt. 1783, zie 5.
    4. Johannis SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 9 juli 1786, timmermansknecht, overl. Burgerbrug 4 okt. 1842, tr. 1° 8 mei 1814 Neeltje MULDER, tr. 2° 18 aug. 1827 Trijntje KEYZER.
    5. Maartje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 13 jan. 1788, impost op begr. ald. 17 juni 1788 (kind van Hendrik Schouten aan de Groote Sloot, ƒ 3).
12. (<6) (>24, >25) Pieter BAKKER, geb. 2 aug. 1769  17, timmerman, overl. Akersloot 28 maart 1836,
      In 1817 wordt ten verzoeke van Pieter Bakker, timmerman te Akersloot, als voogd over zijn 7 minderjarige kinderen, met namen Trijntje oud 20, Anna 17, Pieter 16, Klaas 12, Grietje 10, Jacob 9 en Hendrik 7 jaar, in huwelijk verwekt bij wijlen zijn huisvrouw Antje Hartland overleden op 16 juni 1816 te Akersloot, een familieraad belegd bestaande uit Aris Bakker, landman in de Schermeer gemeente Alkmaar, oom van vaderszijde, de goede bekenden Jan Sinnege en Jan de Boer beiden landbouwer te Akersloot, en Jan Hartland, Arie Hartland en Klaas Hartland, ooms van moederszijde, alledrie landbouwer te Koedijk; tot toeziend voogd wordt Jan Hartland benoemd 18.
ondertr./tr. Akersloot 31 mei/14 juni 1795
13. (<6) (>26, >27) Antje HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 juni 1770, woonde vóór haar huwelijk o.a. in Brechtdorp (Schoorl), deed op 12 mei 1790 in Schoorl belijdenis en kreeg op 24 augustus 1795 attestatie naar Akersloot, overl. Akersloot 16 juni 1816.
         Uit dit huwelijk:
    1. Trijntje BAKKER, geb. Akersloot 3 mei 1796, ged. (nederd. geref.) ald. 8 mei 1796 (doopgetuige Maertje Hartlant), overl. ald. 19 maart 1854, tr. 1° Akersloot 20 april 1817 Willem HOFDIJK, ged. (nederd. geref.) Kortgene 31 juli 1787, broodbakker, overl. Akersloot 13 jan. 1848, zn van Willem HOFDIJK en Trijntje SMIT, tr. 2° ald. 6 juni 1852 Gerrit Muusz KLIJN, ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 14 aug. 1785, arbeider, overl. Akersloot 13 mei 1854, zn van Muus Klaasz KLIJN en Neeltje Gerrits NIEROP, wedn. van Ariaantje KONING.
    2. Anna BAKKER, ged. (nederd. geref.) Akersloot 2 juni 1799 (doopgetuige Maartje Hartlant), tr. ald. 12 okt. 1828 Jacob Conraad PESSER, ged. (ev. luthers) Alkmaar 20 april 1801, smid ald., overl. ald. 16 maart 1860, zn van Jacob J. PESSER en Grietje MOLENAAR.
    3. Pieter BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Akersloot/Uitgeest 8/14 sept. 1800, zie 6.
    4. Leentje BAKKER, geb. Akersloot 12 okt. 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 18 okt. 1801 (doopgetuige Maertje Hartlant), impost op begr. ald. 26 okt. 1801 (3 gld).
    5. Klaas BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Akersloot 13/17 april 1803, impost op begr. ald. 2 sept. 1803 (3 gld).
    6. Klaas BAKKER, geb. Akersloot 3 okt. 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 7 okt. 1804 (doopgetuige Neeltje Hartlant), timmerman, overl. Alkmaar 23 jan. 1855, tr. 1° Akersloot 26 nov. 1826 Aagje van der OORT, geb. Egmond-Binnen 12 juli 1804, overl. Akersloot 23 jan. 1828, dr van Cornelis van der OORT, smidsknecht, onderwijzer, en Guurtje Wijbrands GROOT, tr. 2° ald. 17 okt. 1830 Aagje MOOIJ, geb./ged. (nederd. geref.) Egmond-Binnen 29 jan./5 febr. 1804, overl. Akersloot 26 sept. 1844, dr van Pieter MOOIJ, arbeider, en Dieuwertje van den OORD, tr. 3° ald. 10 mei 1846 Adriana KARSMAN, geb./ged. (nederd. geref.) Texel 17/19 maart 1801, winkelierster, dr van Cornelis Jacobsz KARSMAN en Soutje Jans BOON, laatst wed. van Jan MARTENS, eerder wed. van Wybrandus Antonius SEREKURS, en die hertr. met Hendrik SMIT.
        In 1836 is er een familieraad bijeen ten verzoeke van Klaas Bakker, timmerman te Akersloot, als vader en voogd van Cornelis Bakker, oud 8 jaar, door hem in huwelijk verwekt bij wijlen zijn huisvrouw Aagje van der Oord, overleden op 23 januari 1828, bestaande uit de naastbestaanden Pieter Bakker Senior, timmerman te Akersloot, grootvader, Pieter Bakker Junior, landman, wonende in de Nieuwpoort onder de gemeente Alkmaar, Nicolaas Blokker, landman te Akersloot, beiden ooms, alle drie van vaderszijde, Wijbrand van der Oord, landman in de Schermeer gemeente Akersloot, Louris van der Oord, schipper te Oudkarspel, beiden ooms, en Pieter Mooij, landman te Egmond-Binnen, aanbehuwd oom, de drie laatstgenoemden van moederszijde, dit omdat het weeskind mede-erfgenaam is van zijn oudoom Heertje van der Oord, overleden op 24 april 1822 te Winkel. Tot toeziende voogd wordt benoemd Wijbransd van der Oord. 19
    7. Grietje BAKKER, geb. Akersloot 6 nov. 1806, ged. (nederd. geref.) ald. 9 nov. 1806 (doopgetuige Aagje Mooij), overl. ald. 20 dec. 1843, tr. Akersloot 29 april 1827 Nicolaas BLOKKER, geb. ald. 1 febr. 1800, schuitenmaker, overl. ald. 26 jan. 1847, zn van Jan BLOKKER, schuitenmaker, en Trijntje STADEGAART.
    8. Jacob BAKKER, geb. Akersloot 6 aug. 1808, ged. (nederd. geref.) ald. 7 aug. 1808 (doopgetuige Maartje Hartlant), onderwijzer, overleden in de citadel van Antwerpen als flankeur bij de Tiende Afdeling Infanterie Nationale Militie, overl. Antwerpen (in de Citadel) 27 febr. 1831.
    9. Hendrik BAKKER, geb. Akersloot 23 sept. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 23 sept. 1809 (doopgetuige Maartje Hartlant), timmerman, veldwachter te Akersloot, overl. Akersloot 5 dec. 1882, tr. Krommenie 1 maart 1835 Trijntje DEKKER, geb. ald. 16 maart 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 19 maart 1809 (doopgetuige Lijsbeth Frederik Kalis), overl. Akersloot 3 okt. 1881, dr van Cornelis Pietersz DEKKER en Hillegonda Frederiks KALIS, wed. van Jan Jansz van den BAS.
        Blijkens zijn zakboekje/schuldboek is Hendrik Bakker op 2 mei 1828 als kanonnier 2e klasse ingedeeld bij het 3e Bataillon Artillerie NM, 4e Kompagnie letter D. Hij was in de periode 1830-1832 op de Citadel van Antwerpen tijdens de Belgische Opstand, kreeg het Metalen Kruis op 28 maart 1832, werd op 30 december 1832 na de overgave van de Citadel naar Frankrijk gevoerd, was op 7 juni 1833 terug uit Frankrijk, en verkreeg de medaille voor de Citadel van Antwerpen.
14. (<7) (>28, >29) Gerrit Cornelisz STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Hensbroek 23 dec. 1759, kerkmeester in 1801 20, diaken in 1803 21, schepen van Limmen vanaf 1807 tot 1810, overl. ald. 1 april 1811,
      In Limmen verkoopt in 1801 Jacob Boot wonende alhier aan Gerrit Stekelbosch mede alhier een akker zaadland genaamd Druijvestrondsacker in de Groen Uijens, groot 232 roeden, belend ten zuiden de Gereformeerde Kerk, ten noorden de armen van Limmen, getaxeerd op 20 gld, verkoopt in 1802 Barent Hes wonende alhier aan Gerrit Stekelbosch een akker zaadland, groot 137½ roede, belend ten noorden de Molelaan, ten zuiden de weduwe Jan Dekker, voor 30 gld, verkoopt in 1802 Jacob van Dijk wonende alhier aan Gerrit Stekelbosch een akker zaadland, groot 180 roeden, belend ten noorden Reijnier Morsch, ten zuiden Tijs Wulbertsz Dekker, voor 52 gld, verkoopt in 1805 Hermanus Kramer wonende alhier aan Gerrit Stekelbosch een stukje bosland genaamd bij Stammescroft, groot 148 roeden, belend ten noorden Reijer van den Dam, ten zuiden Cornelis van Dijk, voor 142 gld, en verkopen in 1807 Trijntje Knaap weduwe van Jan van Bove, Maarten van Bove en Cornelis van Bove, de eerste en laatste alhier, de tweede wonende onder de Binnen Emonden, aan Gerrit Stekelbosch een stuk weiland genaamd de Grijnscamp, groot 1 morgen 8 roeden, belend ten westen de armen van Heiloo, ten oosten Willem de Bie, voor 190 gld 22.
      Op 3 april 1811 wordt een proces-verbaal van verzegeling opgemaakt bij aangifte van Cornelis Besse wonende te Limmen, te kennen gevende dat op 1 april 1811 is overleden ab intestato Gerrit Cornelisz Stekelbosch, comparants behuwdbroer, nalatende als weduwe Barbara Cornelisdr Houtkoper en 2 minderjarige kinderen, met namen Catharina Stekelbosch en Elisabeth Stekelbosch bij haar in huwelijk verwekt, van o.a. op de koestal 19 stuks hoornvee, 3 boerenwagens, op het land 6 schapen en 6 varkens (ontzegeling op 13 april 1811; de overledene heeft tot zijn dood als kerkmeester gefungeerd en als zodanig enige papieren en documenten achtergelaten die aan de predikant zijn gegeven 23.
      Op 12 april 1811 is er een familieraad voor Catharina en Elisabeth Stekelbosch, oud ruim 15 en 8 jaar, de minderjarige kinderen van wijlen Gerrit Cornelisz Stekelbosch, landman, op 1 april 1811 ab intestato te Limmen overleden, bestaande uit Barbara Cornelisdr Houtkoper, moeder en voogdesse van rechtswege, voorts Pieter Cornelisz Stekelbosch, oom, wonende te Alkmaar, Cornelis Bessen als in huwelijk hebbende Neeltje Cornelisdr Stekelbosch, behuwdoom, wonende te Limmen, allen van vaderszijde, Jan Pietersz de Ruyter, behuwdbroer van de eerste comparante alzo mede oom, watermolenaar te Westzaan, en, bij gebreke van verwanten in de omtrek, nog 5 personen onder wie Pieter Pietersz Vennik, meelmolenaar van Limmen wonende te Gouda, met als raadgever de heer Jacob Weldijk te Limmen; tot toeziend voogd wordt Pieter Cornelisz Stekelbosch benoemd 24.
      Op 13 april 1811 wordt ten verzoeke van Barbara Cornelisdr Houtkoper, weduwe van, en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest zijnde met, Gerrit Cornelisz Stekelbosch op 1 april 1811 ab intestato te Limmen overleden, zij moeder en voogdesse van haar minderjarige kinderen Catharina en Elisabeth, mitsgaders van Jacob Weldijk wonende te Gouda en Pieter Cornelisz Stekelbosch, bouwman wonende te Alkmaar, de inventaris opgemaakt van de gemeenschappelijke boedel op het sterfhuis te Limmen aan de Dusseldorperweg, No. 70. De vaste goederen zijn: de helft van een huismanswoning, No. 2, met 11 stukken wei- en bosland, tezamen groot 21 morgen 502 roeden, een stuk bosland genaamd Bijstammerkroft, groot 481 roeden, een akker zaadland groot 137½ roeden, een akker zaadland genaamd de Druijvestrondsacker in de Groen Uijens, groot 232 roeden, een stuk weiland genaamd de Greijnskamp in de Nessen, groot 1 morgen 8 roeden, een akker zaadland groot 180 roeden, in de banne van Graft de helft van een huis en 2 stukken land benoorden de Laij bij Driehuizen waarvan de andere helft behoort aan Bruin de Jong te Schermeer, lastende samen voor 38 agchelen en 3 vierling, nog de helft in een stuk land liggende onder Groot-Schermer waarvan de andere helft mede behoort aan gemelde Bruin de Jong, in 't geheel groot in lasten 17 agchelen en 2 vierling. Verder diverse roerende goederen, in de zomerwoning o.a. 10 stoelen, een ijzeren vuurhaard, 2 tafels, op de koestal o.a. 16 koeien, een vaars, 2 pinken, 2 werkpaarden, 6 varkens, 7 kalveren, 4 schapen en een lam, een bok en een geit, 4 hennen en een haan, 3 boerewagens, 2 ploegen, een eg, enz., aan schulden o.a. ƒ 1300 opgenomen geld, in totaal ƒ 1801:8:0, doodschulden in totaal ƒ 247:4:8. 25.
tr. Limmen 26 sept. 1795
15. (<7) (>30, >31) Barber Cornelis HOUTKOOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 31 maart 1771, overl. Limmen 5 febr. 1830,
tr. 2° Limmen 30 juli 1817 Thijs Wulbertsz DEKKER, geb. ca. 1758, overl. vóór 1830, zn van Willebert Thijsz DEKKER en Agie Pieters KERKBUURT.
      Op 25 juli 1817 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Thijs Dekker, koopman in granen, weduwnaar wonende te Limmen, bruidegom, en Barbara Cornelisdochter Houtkooper, doende boerenbedrijf, weduwe, wonende te Limmen, bruid. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. De akte bevat een uitgebreide inventaris van haar goederen, met een totale waarde van ƒ 7048,50, waaronder de de helft in een huismanswoning in Limmen met 11 stukken wei- en bosland groot 21 morgen 502 roeden getaxeerd op ƒ 1800, en met als last van de boedel een obligatie van ƒ 1300. Als hij de eerststervende is zal zij onder de titel van aanwinst uit de gereedste goederen van de bruidegom aan contant geld 7500 gld geneiten, indien daarentegen de bruid de eerststervende is zal hij uit haar gereedste goederen 500 gld ontvangen. 26
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Trijntje STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Limmen 6/13 maart 1796, tr. ald. 25 mei 1817 Maarten van TWUIJVER, geb. ca. 1787, bouwman, zn van Jan van TWUIJVER en Geertje van TIL.
      2. Lijsbeth STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Limmen 27 nov./3 dec. 1797, overl. ald.
      3. Kornelis STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Limmen 10/12 mei 1799, overl. ald.
      4. Lijsbeth STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Limmen 15/20 febr. 1803, zie 7.


    Generatie V (<IV, >VI)

    16. (<8) (>32, >33) Cornelis Cornelisz BLOM, burgemeester van Schoorl, molenaar van de Harger polder vanaf 1747 tot 1784, molenmeester van de Harger polder (als zodanig genoemd op 3 maart 1783, 7 maart 1785, 26 februari 1787, 2 maart 1789, in 1791 en op 29 april 1893), ook schepen van de heerlijkheid Schoorl en Camp (o.a. in 1788 en 1794), overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 16 mei 1795 (impost ƒ 6, voor het lijk van Cornelis Blom te Hargen),
        In Schoorl wordt op 17 maart 1755 o.a. Gerrit Blom tot voogd aangesteld over de minderjarige kinderen Cornelis, Trijntje en Jan van Cornelis Blom bij Trijntje Jans, op 10 september 1764 bovendien over de minderjarige kinderen Gerrit, Jacobus en Neeltje van Cornelis Blom bij Grietje Remmers.
        In 1747 wordt Cornelis Gerritsz Blom als molenaar van de Hargerpolder opgevolgd door Cornelis Cornelisz Blom die in 1784 opgevolgd wordt door Jan Blom 27.
        In Warmenhuizen verkoopt in 1754 Aaltje Barents een huis en erf met de werf en boet te Krabbendam, belend ten zuiden en oosten de Heerevaart, ten westen de Heereweg, ten noorden Pieter Elderhorst, aan Cornelis Blom, welke Cornelis Blom wonende te Hargen dit weer verkoopt aan Maartje Aarjensz Baijs wonende te Petten 28.
        In Schoorl verkoopt in 1754 Hilletje Cornelis weduwe van Hendrik Jansz Breroe wonende te Groet aan Cornelis Blom wonende te Hargen een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 862 roeden, belend ten oosten Jan Hoogvorst, ten westen Maartje Pieters Santjes, nog een stuk weiland gelegen als voren, groot 766½ roede, belend ten noorden Tade de Jong, ten zuiden Arent Willemsz, voor een custingbrief ten lijve van verkoopster van jaarlijks 18 gld (getaxeerd op ƒ 507:15:0), verkoopt in 1755 Jan Arisz wonende te Camp aan Cornelis Blom wonende te Hargen een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 419 roeden, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Mientsloot, voor een kustingbrief van jaarlijks 15 gld zolang comparant in levende lijve is (getaxeerd op ƒ 41:18:0), bekenden in 1758 burgemeesteren van Schoorl en Camp, na vrijwillige afstand door de eigenaar ter bekoming van achterstallige verpondingen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende onder deze jurisdictie een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 165 roeden, belend ten westen Willem Stroomer, ten oosten de koper, voor 25 gld, en ook nog in 1759 een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 268 roeden, belend ten westen Aafje Stam, ten zuiden Maartje Dirks, voor 1 gld 29.
        In Schoorl verkoopt op 26 februari 1759 Jan Swakman wonende te Bergen, ook voor Ariaan Swakman wonende te Barsingerhorn en Maartje Swakman wonende te Uitgeest, aan Cornelis Blom wonende alhier een stukje weiland, groot 397 roeden, in de de Hargerpolder in de Laage Hoek, belend ten oosten de Nessendijk, ten noorden Jan Hoogvorst, voor 140 gld, verkoopt op 12 december 1763 Pieter Jansz Cuijper wonende alhier aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 398 roeden, belend ten westen de koper, ten oosten Casper Coolmaijer, voor 50 gld, en verkoopt op 3 juni 1769 de rentmeester-generaal van de domeinen in Westfriesland en het Noorderkwartier aan Cornelis Blom wonende alhier 2 percelen land, eerstelijk een stuk land groot 489 roeden genaamd 't Rosijneweijtje, belend ten oosten Aaltje Jacobs, ten westen de erve Gerrit Ariaansz, nog een stukje groot 335 roeden genaamd de Kamer, belend ten oosten de Meentsloot, ten westen het kind van Jan Stam, voor 10 gld 30.
        In Schoorl op 31 januari 1774 bekent Adriaan Bregman schout te Harenkarspel als last en procuratie hebbende van Trijntje Jans Schoorl wonende te Oudkarspel bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom mede regerend schepen alhier en Jan van Elst wonende op de Hazepolder onder Zijpe een stuk weiland, groot 337 ½ roe, in de Hargerpolder, belend ten oosten de diaconie van Camp, ten zuiden Cornelis Bakker, voor 67 gld en een een stukje weiland groot 465 roeden in de Hargerpolder, belend ten zuiden de Armen van Camp, ten noorden de Zuijderweg, voor 200 gld, en dragen evenzo de gezamenlijke erfgenamen van Jan Jacobsz Rentenaar op aan Cornelis Blom wonende alhier een stukje bosland te Bregtdorp bewesten het Middelpadt, groot 70 roeden, belend ten zuiden de erven van Cornelis Roode, ten noorden de weduwe van Adriaan Cuijper c.s., voor 105 gld 31.
        In Schoorl verkoopt in 1776 de lasthebber van IJsbrand de Jongh, de erfgenamen van wijlen Barent de Jong en Aaltje Maartens Poel, en Jacob Houwen un huwelijk gehad hebbende Maartje Grootsand, wonende in Krommenie, Westzaan en Assendelft, aan Cornelis Blom regerend schepen alhier een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 1244 roeden, belend ten noorden Pieter Joffer, ten oosten en westen de koper, voor 650 gld, bekenden in 1778 Klaas IJsbrandsz als in huwelijk gehad hebbende Margrietje Bilderbeecq wonende alhier en Jacob Hovinh Georgeszoon namens zijn principalen bij publieke veiling verkocht te hebben en bij deze op te dragen aan Cornelis Blom de Oude wonende onder de jurisdictie van Schoorl een houtbosje te Bregtdorp, groot 60 roeden, belend ten noorden Hendrik Dalenberg, ten zuiden Jan Tysz, voor 67 gld, en bekende in 1781 de gemachtigde van de erfgenamen van Jan Pietersz Wyk bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende alhier een akker geestland op de Neergeest te Hargen, groot 115 roeden, belend ten oosten Luytje de Jong, ten westen Reyer Landman, voor 68 gld, nog een akker geestland te Hargen, groot 75 roeden, belend ten westen de weduwe van Jacob Hoogvorst, ten oosten Jacob Ariensz, voor 50 gld, en nog 3 akkers geestland op de Warme-Geest te Hargen, belend ten oosten Arian Jorisz, voor 130 gld 32.
        In Schoorl bekende in 1781 Hendrik Swemmer wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een houtbosje te Bregtdorp, groot 48 roeden, belend ten zuiden de erve Jan Kraak, ten noorden Cornelis Dalenbergh, voor 60 gld, bekenden in 1781 de diakenen van Groet en Camp bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom den Ouden alhier een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 178 roeden, belend ten oosten het voor-ende van de erve Jacob Michielsz, ten zuiden de koper, voor 52 gld, bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van wijlen Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden te Hargen overleden, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende alhier een akker geestland te Hargen, groot 76 roeden, belend ten oosten Casper Koolmeyer, ten westen de erve Adam Jacobsz, voor 75 gld, nog een houtbosje te Bregtdorp, groot 31 roeden, belend ten noorden de erve Jan Jacobsz, ten oosten 't Middelpad, voor 37 gld, verkoopt in 1782 Jan Bakker wonende te Hargen aan Cornelis Blom wonende in de Harger watermolen een stuk weiland te Hargen, groot 572 roeden, belend te westen de Zandvaart, ten westen de Hargerweg, voor 650 gld, verkoopt in 1783 Jacobus Blom wonende alhier aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een huis staande te Hargen aan de Slaperdyk, belend ten westen dezelve, ten oosten de Oude Zandvaart, voor 155 gld, verkoopt in 1784 Pieter Tysz wonende alhier aan Cornelis Blom wonende alhier een houtbosje te Bregtdorp, groot 15½ roede, belend ten oosten Hark Jorisz, ten westen 't Middelpad, voor 35 gld, en bekenden in 1784 Cornelis Blom en Jacob Volkertsz als aangestelde executeuren van het testament van wijlen Jan Twisk te Hazepolder overleden, beiden wonende te Hargen, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom voornoemd een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 579 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Gerrit Hoogvorst, ten noorden de erve Willem Wartenhoutt, voor 700 gld, en nog 2 stukjes weiland annex elkaar in de Hargerpolder, tezamen groot 577 roeden, belend ten noorden Jacobus Koedijker, ten oosten de Plaatsloot, voor 400 gld 33.
        In Schoorl verkoopt in 1794 Cornelis Blom wonende te Hargen aan Jan van Elst wonende in de Hazepolder de helft in een stuk weiland in de Hazepolder gemeen met de koper, groot in 't geheel 465 roeden, belend ten oosten de weduwe van Dirk Koedijker, ten noorden de Camperkay, ten zuiden de Armen van Camp, voor 135 gld, en bekende in 1794 Cornelis Blom junior wonende te Groet, als last en procuratie hebbende van Dirk Halder predikant te Valkenburg bij Leiden dd. 25 augustus 1794 (aan Cornelis Blom schout te Groet om 3 stukken land te verkopen annex elkaar gelen in de Hargerpolder), bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende te Hargen, 2 stukken weiland in de Hargerpolder, het ene groot 717½ roe, belend ten oosten Willem Schoen, ten westen de verkoper, voor 395 gld, en het andere groot 550½ roe, belend ten noorden de Munnikeweg, ten oosten de verkoper, voor 395 gld 34.
        In Schoorl verklaren in 1796 Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder, als last en procuratie hebbende van zijn schoonmoeder [=stiefmoeder] Kryntje Jans Twisk weduwe van Cornelis Blom, voor de helft van het nagenoemde land, item dezelve Jacobus Blom, Pieter en Jan Blom mede in voornoemde jurisdictie woonachtig, nog Cornelis Blom en Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom beiden wonende te Groet, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Blom voornoemd, tezamen voor de andere helft, in publieke veiling [op 18 januari 1796] verkocht te hebben en nu opdragen, stukken weiland in de Hargerpolder, namelijk genaamd de Oosterbronne groot 717½ roe, belend ten oosten Willem Schoen, ten westen Jan Bakker, aan Cornelis Mulder wonende te Petten voor 420 gld, genaamd de Westerbronne groot 550½ roe, belend ten oosten Jan Bakker, ten westen de Munnikeweg, aan dezelfde Cornelis Mulder voor 453 gld, genaamd de Koekebakker groot 397 roeden, belend ten zuiden Arian Schotvanger, ten noorden de weduwe van Gerrit Hoogvorst, aan Jan Twisk wonende onder Schoorl voor 330 gld, in de Laage Huik groot 300 roeden, belend ten noorden de Camperkay, ten zuiden de koopster, aan Maartje Klaas Grin weduwe van Sieuwert Oost wonende in de Zijpe voor 217 gld, 277 roeden belend ten noorden de koopster, ten zuiden Jan Kooter Hoogvorst, aan dezelfde koopster voor 135 gld, 337½ roe belend ten oosten de diaconie-armen van Camp, ten westen de gemene armen van Camp, aan Jan Twisk en Jan Gerritsz Hoogvorst wonende onder Schoorl voor 101 gld, verder akkers geestland te Hargen, namelijk genaamd de Bree-akker, groot 115 roeden, belend ten westen de koper, ten oosten Gerrit Knoeff, aan Arian Schotvanger wonende te Hargen voor 95 gld, op de Benedengeest 75 roeden, belend ten westen Hendrik Gutker, ten oosten Cornelis Schotvanger, aan Willem Gutker voor 89 gld, 76 roeden belend ten westen de koper, ten oosten Casper Koolmeyer, aan Hendrik Gutker voor 116 gld, en 3 akkers op de Warme-geest, tezamen groot 198 roeden, belend ten westen Hendrik Gutker, ten oosten de koper, aan Arian Jorisz Schotvanger wonende te Hargen voor 191 gld, nog houtbosjes te Bregtdorp, namelijk 15½ roe belend ten oosten de koper, ten westen't Middelpad, aan Jan Harksz wonende alhier voor 43 gld, 31 roeden belend ten noorden het Dorpsbosje, ten zuiden de weduwe van Jan Knaap, aan Floris Kuyper te Groet voor 23 gld, 70 roeden belend ten noorden de weduwe van Jan Knaap, ten zuiden Cornelis Boertjes, aan Jacobus Blom voornoemd voor 103 gld, 48 roeden belend ten noorden Jacob Doorn, ten zuiden de weduwe van Jan Kroon, aan Jan Nierop voornoemd [de schout] voor 32 gld, en een stukje bosland te Bregtdorp groot 60 roeden, belend ten noorden Cornelis Hillige, ten zuiden de erven Jan Krysman, aan Cornelis Mulder en Arie Spierdyk beiden wonende te Petten voor 95 gld 35.
        Op 27 maart 1806 is er een akte van scheiding door Jannetje Pietersdr Vriesman weduwe en erfgenaam van Jan Blom, Trijntje Jansdr Bouwens weduwe en erfgenaam van Pieter Blom, Jacobus Blom, Antje Blom weduwe van Floris Kuiper, en Jacobus Blom en Jan Schravezand als redders van de boedel van wijlen Cornelis Blom en voogden over deszelfs kinderen en erfgenamen, wonende te Groet, te Hargen en in de Zijpe, te kennen gevende dat de nalatenschap van hun ouders, zijnde geweest Cornelis Blom die in huwelijk gehad heeft Trijntje Jansdr Bergen, Grietje Remmerts en Trijntje Jans Twisk, waarvan tot dusver de vaste goederen onverdeeld waren gebleven, en welke de comparanten alsnu, gelijk vorens de losse en roerende goederen waren verdeeld, met elkaar hadden gescheiden als volgt: (1) voor wijlen Cornelis Blom, en nu zijn nagelaten kinderen, een stuk land aan de Kogelaan groot 800 roeden, benevens 75 gld, en voor en in plaats van de helft van de Voorende hierna aan Jacobus Blom toe te scheiden 200 gld, (2) aan wijlen Jan Blom, en nu aan deszelfs weduwe, de Gorsijne en Krente weid groot 700 roeden, benevens 75 gld, (3) aan wijlen Pieter Blom, en nu deszelfs weduwe, de Triesteweid en de Beil groot 900 roeden, de Kamertjes groot 600 roeden, de Nessendijk groot 600 roeden, 2/3 van de Laijen groot 950 roeden, en 't weidje van Jan Aarsen à 400 roeden, (4) aan Jacobus Blom een stuk land genaamd de Koog groot 1244 roeden mits daarvan uitkerende 100 gld, het land genaamd de Voorende groot 950 roeden mits daarvan uitkerende 50 gld, de Vlapweid groot 950 roeden, het Krtoftje groot 200 roeden, een akker in de Pettemerpolder groot 650 roeden, 't land aan de Vaart à 550 roeden, en 't achterste van de Laijen groot 300 roeden, (5) aan Antje Blom, weduwe van Floris Kuiper, aan wie bevorens wel enige vaste goederen waren toegescheiden die intussen waren verkocht of overgelaten aan de voornoemde Cornelis Blom en Jacobus Blom, zoals die dan ook in de vorenstaande verdeling zijn begrepen; ter zake van de rampen die over het algemeen de ingezetenen van Schoorl en Groet, maar ook in het bijzonder de voornoemde Antje Blom, bij gelegenheid van de invasie van 1799 hebben getroffen, gelijk ook vermits het afbranden van de watermolen van de Groeterpolder het merendeel der landerijen onbruikbaar is geweest, waaromtrent de comparanten met elkaar hebben gerekend en zijn geaccordeerd 36.
    ondertr. (impost) 2° Schoorl 22 maart 1755 (impost ieder ƒ 3) Grietje Remmerts KUNST, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 5 nov. 1730, impost op begr. Schoorl 26 juni 1764 (impost ƒ 3, om te Groet begraven te worden), begr. Groet, dr van Rem Willemsz KUNST en Grietje WILLEMS,
        In Schoorl worden op 27 maart 1755 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Blom, weduwnaar, en Grietje Remmerts, jonge dochter, beiden wonende te Hargen. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen van hen beiden na te laten, dan gaat alles naar haar man, maar eventueel aan Rem Willemsz haar vader wonende te Warmenhuizen de legitieme portie en al haar kleren. Als hij als eerste overlijdt zonder kinderen uit hun aanstaande huwelijk en er van zij drie voorkinderen nog in leven zijn, dan zal zijn bruid een kindsdeel krijgen, anders alles, met eventueel aan zijn vader of moeder de legitieme portie. 37
    ondertr. (impost) 3° Schoorl 31 aug. 1764 (impost ƒ 3 voor hem, weduwnaar van Schoorl), ondertr. (impost) Petten 2 sept. 1764 (impost ƒ 3 voor haar, jongedochter van de Hazepolder), tr. Schoorl 18 sept. 1764 Krijntje Jans TWISK, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 juli 1743, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 30 maart 1797 (impost ƒ 6), dr van Jan Hendriksz TWISK en Lijsbeth Pieters BLOM,
        Op 28 augustus 1764 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Cornelis Blom, wonende te Hargen in de banne van Schoorl, weduwnaar, en Creyntje Jans Twisk, meerderjarige jongedochter wonende op Hazepolder. Als hij de eerststervende is zonder kinderen uit hun aanstaande huwelijk verwekt achter te laten, zal zij de halve gemene boedel trekken mitsgaders haar linnen en wollen kleren en haar verdere lichaamssieraden. Als zij de eerststervende is zonder achterlating van zaad zullen haar vrienden tevreden moeten zijn met hetgeen door haar ten huwelijk is aangebracht, zullende bestaan alleenlijk in haar linnen en wollen lijfstoebehorende kleren en lichaamssieraden, des dat bij vooroverlijden van haar vader dezelve zullen moeten genoten worden alleenlijk door haar zuster Antje Jans Twisk, wordende alleen als zij de eerststervende is de gemeenschap van goederen uitgesloten. 38
        Op 19 januari 1779 legateert Jan Twisk, wonende op Hazepolder, aan zijn tegenwoordige dienstmaagd Lysbet Klaas Swalen, weduwe van Pieter Pietersz de Waart, 50 gld, aan zijn dochters zoon Jan Twisk Blom alle wollen en linnen kleren mitsgaders 't goud en zilver en verdere sieraden die tot zijn lichaam zullen hebben behoord, aan zijn dochters dochter Antje Cornelis Blom al het goud, zilver en verdere sieraden van testateurs laatste huisvrouw Antje Pieters de Waart, aan zijn dochter Cryntje Jans Twisk, huisvrouw van Cornelis Blom, zijn huisklok, de geverfde kast met 2 deuren met 't aarden slot daarop staande, het geverfde rechtbankje en de grootste spiegel, en institueert hij de kinderen en verdere nazaten van zijn 2 overleden zoons Hendrik Jansz Twisk en Cornelis Jansz Twisk in hun blote legitieme portie en zijn dochter Creyntje Jans Twisk, bij vooroverlijden derzelver zaad bij representatie, in al zijn verdere goederen 39.
        In Petten op 1 september 1784 bij de verdeling van de nalatenschap van Jan Hendriks Twisk, gewoond hebbende en in maart 1784 overleden op de Hazepolder in de Zijpe, verkrijgt Cornelis Blom wonende te Hargen onder de banne van Schoorl, als in huwelijk hebbende Krijntje Jans Twisk, 7/9 van de nalatenschap van ƒ 2908:14:4, nl. 1/3 als gewoon erfgenaam en 4/9 als universeel erfgenaam omdat de andere 2 staken elk slechts de legitieme portie van 1/9 krijgen 40.
        In Schoorl benoemt op 26 juli 1795 Kryntje Jans Twisk, weduwe van Cornelis Blom in leven oud-burgemeester van Schoorl en Camp, tot executeur van haar nalatenschap mitsgaders tot voogd over haar minderjarige erfgenamen Jacobus Blom wonende in de Harger polder, met macht te mogen verkopen en haar gehele nalatenschap te brengen tot een behoorlijke liquiditeit, en benoemt op 4 april 1797 Jacobus Blom, als executeur en voogd benoemd door Kryntje Jans Twisk op 26 juli 1795, uit kracht van de macht aan hem verleend, als surrogatie zijn broer Cornelis Blom, schout en secretaris van Groet, op zijn plaats, die verklaart de aanstelling te accepteren 41.
        In Schoorl verklaart op 6 januari 1797 Krijntje Jansdr Twisk, weduwe van Cornelis Blom, codicillair disponerende, dat haar zoon Pieter Blom op 20 april 1796 heeft bekomen 3 koeien en een vaars, gerekend tegen 210 gld, item 2 bruine paarden tegen 225 gld, nog 2 wagens met tuigen mitsgaders een molbord en tuig, tegen 50 gld. Dit alles makende 485 gld, die Pieter Blom tot op heden zijn moeder schuldig is gebleven. Ingeval die schuld bij haar leven niet is betaald moet haar zoon Pieter de helft daarvan aan zijn zuster Antje uitkeren. (Volgen nog legaten aan Pieter en Antje, en ook sieraden aan haar dochters dochter Ariaantje Kuyper.) 42
    ondertr. (impost) 1° Zijpe 24 nov. 1747 (pro deo, zij Trijntje Jans van Bergen jongedochter bij de Pettemerkluft in de Zijpe)
           Uit het tweede huwelijk:
      1. Neeltje BLOM, ged. (nederd. geref.) Petten 16 nov. 1755, impost op begr. Schoorl 14 mei 1766 (impost ƒ 3, aangegeven door haar broer Cornelis Blom de Jonge).
      2. N.N. BLOM, impost op begr. Schoorl 26 juli 1760 (impost ƒ 3).
      3. N.N. BLOM, impost op begr. Schoorl 23 aug. 1760 (impost ƒ 3).
      4. Jacobus BLOM, geb. 7 sept. 1760 (volgens het Registre civique van 1812, 'paijsan'; geboren in (na)jaar 1761 volgens getuigenis van 7 personen in 1812 43), boer, bouwman, schepen van Schoorl en Camp (o.a. in 1797 en 1808), overl. Schoorl 28 nov. 1829, ondertr. (impost) 1° ald. 23 sept. 1782 (impost ieder ƒ 6, samen ƒ 12) Dieuwertje Arians SCHOTVANGER, dr van Arien Jorisz SCHOTVANGER en Antje Dirksdr SCHOUTEN, ondertr. (eerste gebod) 2° ald. 15 april 1798, ondertr. (impost) Schoorl 14 april 1798 (impost ieder ƒ 3, beiden uit de Hargerpolder), tr. ald. 29 april 1798 Aafje Jans DALENBERG, geb. ald. 16 jan. 1773, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 28 mei 1802, overl. ald. 20 dec. 1835, dr van Jan Sijmonsz DALENBERG en Grietje Ariens WITLOK.
          In Schoorl bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden de Hargen overleden, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende alhier een huis staande te Hargen aan de Slaperdyk, belend ten zuiden dezelve dijk, ten oosten de Oude Zandvaart, voor 155 gld, dat hij in 1783 voor dezelfde prijs verkoopt aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig 44.
          In Schoorl bekende in 1797 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder en Cornelis Blom te Groet, 1/10 van een huismanswoning, erf en boet met 53 geersen 50 roeden land daar annex in de Hargerpolder, belend ten noorden het Mostertwegje, ten zuiden Casper Koolmeyer, van 6 geerzen weiland aldaar, belend ten zuiden de Mientesloot, ten noorden de Camperweg, van 6 geersen dito land, belend ten noordoosten Jan Hetzer, te zuidwesten de weduwe van Gerrit Hoogvorst, van 13 geerzen dito land aldaar in de Oude Lay, belend ten westen Jan Twisk, ten oosten Jacob Schotvanger, van 6 geerzen dito land aldaar, belend ten westen de Zandvaart, ten oosten de Hargerweg, van 8 geerzen dito land aan de Kooglaan, belend ten westen dezelve laan, ten oosten Hendrik Gutker, van 161 roeden land in de Pettemerpolder, belend ten zuiden de Mostertweg, ten noorden Jan Struyf, van een huis aan de Slaperdijk en Zandvaard te Hargen belast met 1/10 van 3 gld jaarlijkse erfpacht, voor 656 gld, en verkoopt in 1798 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Cornelis Blom wonende te Groet aan Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder 1/4 van huis en landerijen als hiervoor (maar zonder vermelding van het land in de Pettemerpolder) voor een custingbrief van 1500 gld, te betalen in gelijke termijnen van 300 gld, de eerste termijn wanneer het tegoed zijnde geld van „mol- en ryloon” vanwege de Hondtbossche door de koper ontvangen wordt, de 4 volgende termijnen op 1 november 1799, 1800, 1801 en 1802 (geroyeerd op 18 april 1799) 45.
          Op 2 april 1798 zijn Cornelis Blom wonende te Groet en Arian Veldhuis voogden over de minderjarige kinderen van Jacobus Blom wonende in de Harger polder bij wijlen Dieuwertje Schotvanger, namelijk Antje ca. 12 jaar, Grietje 10 jaar, Cornelis 14 jaar en Krijntje 6½ jaar 46.
          In Schoorl bekenden in 1800 Cornelis Blom, Jacobus Blom, Jan Blom en Trijntje Jans Bouwens weduwe van van Pieter Blom, allen te Hargen woonachtig, erfgenamen van wijlen Cornelis Blom en Kryntje Twisk te Hargen overleden, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende alhier een huis staande aan de Oostzijde van de Slaperdijk te Hargen, voor 176 gld, en verkopen in 1800 Jacob en Cornelis Blom, beiden thans te Hargen woonachtig, als bij testament [spaties] in 1799 van wijlen A. Schotvanger en Antje [spaties] executeurs, aan Jacobus Blom voornoemd en Arien Veldhuis, beiden te Hargen woonachtig, een huisje en erf met een kroftje geestland daar benoordwesten aan, groot 25 roeden, belend ten noorden de Heereweg, ten zuidwesten de erven Gerrit [spaties], voor 57 gld 47.
          In Schoorl verkoopt in 1806 Arian Veldhuis wonende te Hargen, als last en procuratie hebbende van Maarten Hoogvorst mede te Hargen woonachtig, aan Jacobus Blom wonende te Hargen, Hendrik van Vladeracken wonende te Groet en Jan Klinkhamer wonende te Hazepolder, in compagnie, een huis en erf te Hargen, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Hoogvorst, ten zuidoosten Maarten Hoogvorst, voor 300 gld, beknt in 1810 Jacobus Blom wonende te Hargen schuldig te wezen aan Jan Helling wonende te Alkmaar 500 gld, tegen 6 per cento per jaar, af te lossen over 3 jaar, met als speciale hypotheek verbonden een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 1244 roeden, belend ten oosten Jacob de Boer, ten westen Cornelis Mulder, en een stuk weiland gelegen als voren, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Hoogvorst, ten westen Cornelis Mulder, en bekende in 1811 Cornelis Gutker wonende te Hargen, als enige universele erfgenaam van wijlen Hendrik Gutker op 16 april 1810 te Schoorl overleden, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende te Hargen een stukje zaadland op de Hargergeest in Lammersven, groot 342 roeden, belend ten westen de diaconie van Camp, ten oosten Siemon Cornelis Dalenberg, voor 130 gld 48.
          Op 7 augustus 1807 testeren Jacobus Blom en Aafje Jansdr Dalenbergh, wonende onder jurisdictie van Schoorl. Als hij de eerststervende is benoemt hij zijn huisvrouw en de kinderen bij haar in huwelijk verwekt ieder voor een filiale portie ofwel kindsgedeelte, maar als hij dan geen voorkinderen nalaat benoemt hij haar tot zijn enige erfgenaam, die dan verplicht is de kinderen door hem verwekt te voeden tot hun mondige jaren of eerder geapprobeerde staat. Als zij de eerststervende is benoemt zij haar man in alles wat zij na zal laten, met de verplichting om hun kinderen te voeden en te verzorgen tot hun meerderjarigheid of andere goedgekeurde staat. Zij benoemen elkaar tot voogd, en hij benoemt nog tot voogden over zijn minderjarige voorkinderen Arie Velthuijs wonende te Hargen en Adrianus Petrus de Lange te Alkmaar woonachtig. 49
          Op 27 maart 1806 is er een akte van scheiding tussen Joris Schotvanger, Cornelis Schotvanger, Dirk Schotvanger, Willem Gutker als in huwelijk hebbende Lijsebeth Schotvanger, Arien Velthuis als in huwelijk hebbende Teetje Schotvanger, Jacobus Blom als bij testament gestelde voogd over de erfportie van zijn kinderen genaamd Cornelis, Antje, Grietje en Krijntje, in huwelijk verwekt met wijlen Dieuwertje Schotvanger, en nog dezelve Jacobus Blom als gestelde voogd over de erfportie der minderjarige kinderen van Jacob Schotvanger genaamd Arien en Jan, wonende de comparanten te Hargen onder jurisdictie van Schoorl, en te Groet, ingevolge het testament van 19 september 1783 bij notaris Pieter de Lange en de acte codicillair van 14 september 1790 voor notaris Willem Lodewijk Ivangh te Bergen, over de deling van de nalatenschap van de ouders en de grootouders van de minderjarigen. Aan Jacobus Blom komt toe, als voogd over zijn kinderen, een broekweidje in de Oude Laij à 150 roeden, een weid genaamd de Paradijsweid groot 650 roeden, een akker op de Groetergeest à 157 roeden, belend ten westen Jan Knaap, ten oosten de Roomsche Kerk, mits uitkerend 7 gld vanwege zijn aandeel van 685 gld. 50
      5. Gerrit BLOM, geb. ca. 1762.
           Uit het derde huwelijk:
      1. Antje BLOM, geb. na 1764, impost op begr. Schoorl 5 sept. 1766 (impost ƒ 3).
      2. Pieter BLOM, geb. na 1765, impost op begr. Schoorl 3 maart 1769 (impost ƒ 3).
      3. Klaas BLOM, geb. na 1766, impost op begr. Schoorl 13 juni 1771 (impost ƒ 3).
      4. N.N. BLOM, impost op begr. Schoorl 26 sept. 1772 (impost ƒ 3).
      5. Jan Twisk BLOM, geb. na 1769, impost op begr. Schoorl 27 dec. 1779 (impost ƒ 6).
      6. Pieter BLOM, geb. na 1769, overl. Schoorl 19 sept. 1799 (blijkens een bijlage bij het huwelijk van dochter Krijntje), ondertr. (impost) 1° ald. 6 sept. 1794 (impost ƒ 6, hij jongman te Hargen, zij jongedochter van de Slaper onder Groet) Trijntje Alberts DOF, ondertr. (impost) 2° ald. 14 mei 1796 (impost ƒ 6, hij weduwnaar van Schoorl, zij jongedochter van Zuid-Scharwoude), attestatie om te trouwen Zuid-Scharwoude 24 mei 1795 (naar Schoorl), tr. Schoorl 29 mei 1796 Trijntje Jansdr BOUWENS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Scharwoude 22 sept. 1769, overl. Schoorl 21 maart 1800 (blijkens een bijlage bij het huwelijk van dochter Krijntje), dr van Jan Pieters BOUWENS en Neeltje Willems LANGERIJS.
          In Schoorl bekent op 20 februari 1797 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Pieter Blom wonende te Hargen een houtbosje te Bregtdorp, groot 31 roeden, belend ten noorden het dorp Schoorl, ten zuiden de weduwe van Jan Knaap, voor 30 gld 51.
          Pieter Blom en Trijntje Jans Bouwens, echte man en vrouw wonende te Hargen, testeren op 5 september 1796 te Schoorl, op de langstlevende, en na de dood van de langstlevende half om half aan de vrunden 52.
      7. Antje Cornelis BLOM, werkster (bij overlijden), overl. Broek op Langedijk 21 nov. 1830, ondertr. (impost) 1° Schoorl 19 okt. 1793 (impost ƒ 6 voor haar, aangever haar vader Cornelis Blom te Hargen; hij jongman van Groet) Floris Pietersz KUIJPER, landbouwer, overl. Alkmaar 1 okt. 1799, ondertr. (eerste gebod) 2° Schoorl 17 april 1808 Jan Simonsz PREKER, ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 11 maart 1770, overl. vóór 28 maart 1810, zn van Simon Jansz PREKER en Antje PIETERS, laatst wedn. van Antje POULIS, eerder wedn. van Jantje Cornelis MOLLEVANGER, alias Kaas, tr. 3° Heertje Cornelisz GOVERS, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4/8 jan. 1775, dagloner, overl. Broek op Langedijk 10 mei 1822, zn van Cornelis Heertjes GOVERS en Trijntje Hillebrants JONGELING, wedn. van Trijntje Jans DOMPER.
          In Schoorl verkoopt op 8 april 1799 Floris Kuyper wonende te Hargen aan Aris Jansz een akker geestland te Hargen, groot 66 roeden, belend ten oosten en westen de domeinenm met nog een akker dito land aldaar groot 71 roeden, belend als voren, voor 1 gld 10 st, en verkoopt in 1799 Harmanus Molenbrink wonende te Alkmaar aan Floriss Kuyper wonende te Hargen een huis en erf te Schoorl aan Straat, belend ten ziuiden Klaas Jonker, ten noorden Gerrits Driesz, met een daartegenover staande stal, belend ten zuiden en noorden Pieter Blankendaal, voor 500 gld 53.
          Op verzoek van Ariaantje Kuyper, dienstmaagd wonende te Broek op Langedijk, hebben op 26 juli 1822 [ten behoeve van haar voorgenomen huwelijk] voor de vrederechter van Alkmaar, kanton nr 1, de getuigen Jacobus Blom, Arie Krans, Jan Knoef en Jan Twisk verklaard dat zij hebben gekend Floris Kuyper, landbouwer, gewoond hebbende binnen de gemeente Groet, en dat dezelve in de maand september 1799 tijdens de landing van de Engelsen en de Russen in Noord-Holland is geblesseerd geworden en alsdan in het hospitaal is gebracht binnen de stad Alkmaar, alwaar volgens hun informatiën dezelve Floris Kuyper op 1 oktober 1799 aan zijn bekomen blessure was komen te overlijden.
          In Broek op Langedijk op 5 mei 1810 hebben de weesmmeesters aangesteld tot voogden over het minderjarige kind van wijlen Jan Preker geprocreëerd bij Antje Blom de personen van Jacobus Blom te Groet en Willem Zeun te Broek op Langedijk, om met de voornoemde moeder van het minderjarige kind genaamd Krijntje geboren op 26 april 1809, haar goederen te regeren en administreren, brengen de bovengemelde voogden te weesboek als vaderlijke erfportie, blijkens de rekening van de nalatenschap van Jan Preker gedaan voor schepenen op 28 maart 1810, de somme van 9 gld, en neemt de moeder op zich het minderjarige kind te onderhouden tot haar mondige jaren 54.
    17. (<8) (>34, >35) Trijntje Jans BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 4 maart 1725, impost op begr. Schoorl 12 april 1754 (impost ƒ 3).
           Uit dit huwelijk:
      1. Trijntje BLOM, impost op begr. Schoorl 5 nov. 1771 (impost ƒ 3).
      2. N.N. BLOM, impost op begr. Schoorl 31 okt. 1751.
      3. Cornelis Cornelisz BLOM, geb. ca. 1752, zie 8.
      4. Gerrit Cornelisz BLOM, ged. (nederd. geref.) Petten 9 sept. 1753, impost op begr. Schoorl verm. 9 okt. 1753 (kind van Cornelis Blom; impost ƒ 3).
      5. Jan Cornelisz BLOM, geb. ca. 1754, watermolenaar op de Harger molen, boer, impost op begr. Schoorl 6 dec. 1801 (onvermogend), ondertr. (impost) 1° ald. 16 jan. 1783 (impost ƒ 6 voor hem, jongman van Hargen; zij jongedochter uit de Zijpe), ondertr. (impost) Zijpe 11 jan. 1783 (impost ƒ 3 voor haar), tr. Schoorl 2 febr. 1783 Antje BLANKERS, geb. Zijpe 17 april 1757, impost op begr. Schoorl 14 febr. 1784 (impost ƒ 3), dr van Cornelis Hendriks BLANKERS en Grietje HEERTJES, ondertr. (impost) 2° ald. 11 aug. 1784 (hij weduwnaar van Hargen, zij jongedochter van Petten; impost ƒ 3 voor hem), tr. ald. 22 aug. 1784 Jan(ne)tje Pieters VRIESMAN, ged. (nederd. geref.) Petten 15 nov. 1761, overl. Groet 14 okt. 1809, dr van Pieter Willemsz VRIESMAN en Etje Jacobs MOS.
          Vanaf 1784 is Jan Blom molenaar van de Harger polder, en in 1805 en 1806 wordt aan Jantje Vriesman, weduwe van Jan Blom, achterstallig maalloon betaald over 1798 en 1799 tot 20 september 1799 55.
          In Petten geeft op 10 augustus 1784 Etje Jacobs Mos als moeder van haar minderjarige dochter Jannetje Pietersdr Vriesman consent dat dezelve zich in het huwelijk begeeft met Jan Blom, weduwnaar van Hargen onder Schoorl.
    18. (<9) Jan Klaasz KOOMEN, in 1758 op de lijst van zakken zaad (Oud Arch. Zijpe L 134) Jan Coomen met 88 gerst in het 15e blok, zuyder G, en op 1 april 1758 heeft Jan Claasz Koomen 3½ morgen bezaaid land aan de Westzij van de Groote Sloot, overl. Zijpe 14 jan. 1800,
        In Zijpe benoemen de weesmeesters op 11 maart 1771 tot voogden over Trijntje 13, Maertje 12, Gerrit 7, Grietje 2 en Aeltje ½ jaar, kinderen van Jan Komen, benevens de vader de personen van Pieter Blaeuw wonende in de Zijpe en Reijer Bakker te Petten woonachtig 56.
        In Zijpe bewijst op 20 december 1771 Jan [Klaesz] Koomen ieder van zijn kinderen Trijn (13 jaar), Maertje (12 jaar), Gerrit (7 jaar), Grietje (3 jaar) en Aaltje (1 jaar), verwekt bij Guurtje Gerrits, 150 gld, in presentie van Pieter Cornelisz Teun en Reijer Jansz Nieuburg, hun voogden 57.
        In 1801 delen Jan Schravesant in huwelijk hebbende Aaltje Jansdr Koomen, Gerrit Jansz Koomen, nog Jan Schravesant en Cornelis Leeuwen als voogden over Gerrit, Guurtje en Trijntje Cornelisdr Blom minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Trijntje Jansdr Koomen in huwelijk verwekt bij Cornelis Blom, ook nog als voogden over Jan Cornelisz Kuijper minderjarig kind van wijlen Grietje Jansdr Koomen in huwelijk verwekt bij Cornelis Kuijper, welke Aaltje Jansdr Koomen, Gerrit Jansz Koomen, Trijntje Jansdr Koomen en Grietje Jansdr Koomen zijn geweest kinderen en enige erfgenamen ex testamento van wijlen Jan Klaasz Koomen, gewoond hebbende en op 14 januari 1800 in de Zijpe overleden, ter eenre, en Klaas Cornelisz Koning en dezelfde voogden over Lammert Cornelisz Koning en Cornelis Cornelisz Koning, de enige kinderen en erfgenamen van Lijsbeth Lammerts Dekker in huwelijk verwekt bij wijlen Cornelis Koning, alle comparanten wonende te Zijpe, de waarde van de boedel gesteld op ƒ 1110:14:0; de ene helft hiervan is voor de vier erfgenamen van Jan Claasz Koomen, de andere helft voor de drie erfgenamen van Lijsbeth Lammerts 58.
    ondertr. 2°/tr. Zijpe 17 jan./2 febr. 1772 Guurtje Claas LEEUWEN,
    ondertr. 3°/tr. Zijpe 23 jan./7 febr. 1785 Lijsbeth Lammerts DEKKER,
    ondertr. 1°/tr. Zijpe 19 maart/3 april 1757
    19. (<9) (>38, >39) Guurtje Gerrits OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 aug. 1735.
           Uit dit huwelijk:
      1. Trijntje Jansdr KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 5 maart 1758, zie 9.
      2. Maartje Jans KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 11 maart 1759.
      3. Grietje Jans KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 23 aug. 1761.
      4. Gerrit Jansz KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 23 okt. 1763, ondertr. ald. 17 juni 1796 Trijntje Cornelis BAAS.
      5. Klaas Jansz KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 9 febr. 1766.
      6. Grietje Jansdr KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 12 juni 1768, tr. Cornelis KUIJPER.
      7. Aaltje Jansdr KOOMEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 7 okt. 1770, tr. Jan SCHRAVESANT.
    20. (<10) (>40, >41) Johannes Hendriksz SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 17 dec. 1730, overl. St. Maartensbrug, Zijpe 20 jan. 1785,
        In Zijpe verkoopt in 1756 Rens Rensz Slot wonende aan de St. Maartensbrug in de Zijpe aan Johannes Schoute, geboortig te Langedijk in Oudkarspel doch tegenwoordig wonende in de Wieringerwaard, een huis en erf met het recht van een bierstal aan de St. Maartensbrug in polder G, belend ten noorden de weduwe van Jacob Jacobsz Waayboer, ten zuiden Pieter Latensteyn, ten oosten de Heereweg, met een erfpachtbelasting van 2 gld jaarlijks, item een damschuit van omtrent 6 last, een nieuwe lichter met zeilen, treil en verder toebehoren zoals dezelve door comparant wekelijks van daar op de stad Alkmaar en terug is gevaren worden, voor 1535 gld, te betalen 735 gereed, en de resterende 800 gld verklaart Johannes Schouten schuldig te zijn aan Jan van der Voort, Arie Schooff en Claas van Groet, kooplieden te Alkmaar, ingevolge een schuldbrief van Rans Ransz Slot gepasseerd te Zijpe op 12 mei 1754, verkoopt in 1760 Johannis Schouten, marktschipper wonende alhier aan de St. Maartensbrug, aan Pieter Cornelisz Breed, metselaarsbaas mede wonende aldaar, een huis en erf aan de St. Maartensbrug in de polder Noorder G, belend ten zuiden de bakkerij van Pieter Latensteyn, ten noorden de verkoper, ten oosten de Zeereweg, belast met een jaarlijkse erfpacht van 2 gld aan de verkoper, voor 300 gld waarvan 100 gld gereed en 200 gld op 4 volgende Meidagen, en verkopen op dezelfde dag de kinderen en erfgenamen ab intestato van zal. Jacob Jacobsz Waayboer en Maartje Cornelis aan Johannis Schouten een huis en erf aan de St. Maartensbrug in de polder Noorder G, belend ten zuiden Pieter Cornelisz Breed metselaarsbaas, ten noorden Heertje Nopper, ten oosten de Heereweg, voor 600 gld contant 59.
    ondertr. Zijpe 17 maart 1756
    21. (<10) (>42, >43) Neeltje Pieters SLIKKER, ged. (nederd. geref.) Zijpe 27 maart 1735, impost op begr. St. Maartensbrug, Zijpe 21 aug. 1786.
        Op 2 juni 1786 testeert Neeltje Pieters Slikker, weduwe van Johannes Schouten, wonende in de Zijpe, vermakende aan haar twee jongste dochters Trijntje en Aafje Schouten elk 100 gld, maar 200 gld als bij haar overlijden nog geen 18 jaar zijn, stellende overigens haar kinderen en kindskinderen bij plaatsvulling tot haar enige erfgenamen, met haar aangehuwde broer Hendrik Schouten wonende te Langedijk en Dirk Slot te Zijpe als voogden over haar minderjarige kinderen en kindskinderen met uitsluiting van de weeskamer 60.
             Uit dit huwelijk:
        1. Hendrik Johansz SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 19 maart 1758, zie 10.
        2. Maartje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 23 dec. 1759.
        3. Pieter SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 12 dec. 1760.
        4. Pieter SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 29 aug. 1762.
        5. Maartje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 16 okt. 1763.
        6. Maartje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 6 jan. 1765.
        7. Pieter SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 19 jan. 1766.
        8. Antje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 21 juni 1767.
        9. Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 24 juli 1768.
        10. Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 31 dec. 1769.
        11. Pieter SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 28 juni 1772.
        12. Pieter SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 21 mei 1775.
        13. Aafje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 30 juni 1776.
      22. (<11) (>44) Cornelis Gerritsz GRAVEN, geb. ca. 1711, arbeider,
          Bij de personele quotisatie van 1742 in de Zijpe vermeld bij huisnr 418, aan de Schagerwegh: Cornelis Grave, met vrouw en 2 kinderen, arbeidsman.
          Op de lijst van weerbare mannen in de Zijpe van 1747, aan de Belkmerwegh tussen Burgerwegh en Schoorlse Dijk: Cornelis Graven, 36 jaar, arbeider, onvermogend, mennist.
      ondertr. (impost) Zijpe 18 jan. 1738 (pro deo), tr. (schepenbank) Alkmaar (Zijpse camer) 2 febr. 1738
      23. (<11) (>46, >47) Trijntje Gerrits KUIJPER, geb. Poolland, impost op begr. Zijpe 12 dec. 1793 (impost ƒ 3),
          In 1763 testeert Jan Frederiksz Schravesand, wonende aan de Belckmerweg in de Zijpe. Hij legateert aan Tryntje Cuijpers, weduwe van Cornelis Gerretsz de Graeff wonende in de Zijpe, ingeval zij op zijn overlijden nog ongetrouwd en in dienst van hem als boerin, de inkomsten en de bewoning voor de helft van een huismanswoning en van de helft van 44 morgen land aan de Ruijgeweg in polder M waar zij thans woonachtig is, nog de inkomsten voor de helft van 10 morgen land in polder F mits jaarlijks betalende de helft van de lasten, en nog het gebruik van de helft van het boeren- en bouwgereedschap, dit alles tot het sterven of wedertrouwen van Trijntje Cuijper. Zijn zoon Frederick Jansz Schravesand is zijn enige erfgenaam. 61
          In 1794 compareren voor de notaris in Schagen Pieter van Sompelen weduwnaar van Trijntje Gerrits Kuijper wonende in de Zijpe, ter eenre, en Jan Hoogendorp in huwelijk hebbende Neeltje Cornelis Graaven [overal is het oorspronkelijke „de Graaf” vervangen door „Gra(a)ve(n)”] geassisteerd met haar voornoemde man wonende in de jurisdictie van Schagen, Trijntje Cornelis Graaven weduwe van Claas Muntjewerff mede wonende onder de bedrijve van Schagen, Hendrik Schouten in huwelijk hebbende Aaltje Cornelis Graaven met haar voornoemde man geassisteerd wonende in de Zijpe, item Claas Oom in huwelijk hebbende Antje Cornelis Graaven met haar voornoemde man geassisteerd wonende in de Wieringerwaard, en Cornelis Graven enig nagelaten kind van wijlen Gerrit Cornelisz Graaven wonende onder de bedrijve van Schagen, ter andere zijde, dewelke voornoemde Neeltje, Trijntje, Aaltje en Antje Graave zijn de enige nagelaten kinderen en voornoemde Gerrit Cornelisz een vooroverleden kind van Trijntje Gerrits Kuijper, gewoond hebbende en op 12 december 1793 overleden in de Zijpe. Trijntje Gerrits Kuijper en Pieter van Sompelen hadden op 7 en 18 mei 1764 huwelijkse voorwaarden gemaakt ten overstaan van notaris Adriaan Hoflaan te Schagen; de minderjarige kinderen van Trijntje Gerrits Kuijper en Cornelis Gerritsz Graaven vielen toen onder de alimentatie en opvoeding van de gemeente Zijpe en kregen elk een ducaton als hun vaders erfenis. Nu is geaccordeerd dat Pieter van Sompelen aan ieder van de comparanten ter andere zijde 120 gld zal uitkeren. 62
      ondertr. (impost) 2° Zijpe 28 april 1764 (impost samen ƒ 6) Pieter Cornelisz van SOMPELEN, ged. ald. 30 mei 1734, zn van Cornelis Abrahamsz van SOMPELEN en Dieuwertje Pieters BRUIJN.
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Gerrit Cornelisz GRAVEN, ged. (mennon.) Barsingerhorn 12 juni 1762, overl. Zijpe 28 febr. 1784, begr. ald., recht op begr. Wieringerwaard 4 maart 1784 (ƒ 2:0:0), tr. 1° Maartje Sybrants KLOK, ged. (mennon.) Barsingerhorn 30 juni 1759, overl. 25 jan. 1771, recht op begr. Wieringerwaard 26 jan. 1771 (ƒ 2:12:0), dr van Sybrant KLOK en Hiltje PIETERS, tr. 2° Antje Klaas SCHOENMAKER, overl. 3 juni 1776, recht op begr. ald. 4 juni 1776 (ƒ 2:12:0).
            In 1783 bekent Gerrit Graven 60[?] gld ontvangen te hebben van Jr Cornelis van Foreest, secretaris van de Wieringerwaard, zijnde de interst van 1000 gld kapitaal ten laste van het gemenelandskantoor te Alkmaar op naam van de zoon Cornelis Gerritsz Grave van Gerrit Graven 63.
            In 1778 is er een deling in 3 porties van de erfenis van Klaas Adriaansz Jongejan, tussen een dochter, een zoon, beiden kinderen van de erflater en zijn vooroverleden huisvrouw Breghtje Jacobs, en de drie dochters van zijn vooroverleden tweede huisvrouw Hiltje Pieters bij haar eerdere man Sybrant Klok, van welke dochters Maartje Sybrants Klok overleden is en voor wie in de plaats komen de voogden van haar minderjarige zoon Cornelis Gerritsz Graven, van welke voogden Gerrit Graven absent is 64.
        2. Neeltje Cornelis GRAVEN, impost op begr. Schagen 17 febr. 1802 (onvermogend), ondertr. 1°/ondertr. ald. 31 maart 1765, ondertr. (impost) Zijpe 23 maart 1765 (pro deo voor hem), ondertr. (impost) Schagen 23 maart 1765 (pro deo voor haar), tr. ald. 7 april 1765 Cornelis Hendriksz DEKKER, ondertr. (impost) 2° ald. 28 febr. 1783 (impost ƒ 6 samen), tr. Schagen 16 maart 1783 Jan HOOGENDORP, laatst wedn. van Aafje Reijers SLUIJS, eerder wedn. van Diwertje Pieters BAKKER.
        3. Trijntje Cornelis GRAVEN, impost op begr. Schagen 24 nov. 1795 (onvermogend), ondertr. 1°/ondertr. Zijpe/Schagen 30/31 aug. 1766, ondertr. (impost) ald. 29 aug. 1766 (impost ƒ 3 voor hem), ondertr. (impost) Zijpe 30 aug. 1766 (impost ƒ 3 voor haar), tr. Schagen 14 sept. 1766 Pieter Jansz HOEP, wedn. van Aafje DIRKS, ondertr. (impost) 2° ald. 25 aug. 1787 (impost ƒ 6 samen), tr. ald. 9 sept. 1787 Claas MUNTJEWERFF, ged. (nederd. geref.) Schagen 22 juli 1753, impost op begr. ald. 12 jan. 1790 (onvermogend), zn van Willem Jansz MUNTJEWERFF en Maertje Gerrits DRUYL, wedn. van Jannetje Rens DOMPER.
        4. Aaltje Cornelis GRAVEN, geb. ca. 1751, zie 11.
        5. Antje Cornelis GRAVEN, overl. Zijpe 1 mei 1818, tr. ald. 21 april 1781 Klaas Ariens OOM, zn van Adriaan Jansz OOM en Guurtje Claas LEEUWEN.
      24. (<12) (>48, >49) Claas Arisz BAKKER, klokkenluider, dorpsbode van Noord-Scharwoude, impost op begr. ald. 12 dec. 1800 (pro deo),
          In het lidmatenboek van Noord-Scharwoude: Klaas Arijsz Bakker doet belijdenis op 17 mei 1750, op 24 augustus 1777 en 17 april 1793 worden Claas Arijsz Bakker en Anna Hendriks van Weel, echteluiden, vermeld als lidmaten.
          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1760 Jacob Leen aan Claas Arisz Backer het voorste gedeelte van een huisje en een erf gelegen even bezuiden de Paapmersloot op het Eijlant, belend ten oosten de Westburgsloot, ten westen Hendrick Leen annex, voor 40 gld in gereed geld, verkoopt in 1774 Claas Arisz Backer aan Aarjen Bruijn een akker zaadland in de polder op de Drieharnebos, groot 11 snees 2 roeden, belend ten zuiden Zeger Heeman, ten noorden Willem de Graaft, voor 9 gld ['t snees] in gereed geld, en bekent in 1789 Claas Aris Backer schuldig te wezen aan Mej. Trijntje Hoflaan wonende te Schagen 140 gld, tegen een rente van 3 gld 10 st in 't jaar, met als onderpand een voorste gedeelte van een huis en erve op 't Eijlant aan de Paapmersloot, belend ten westen Gerrit Schouten annex, ten oosten de Brugsloot 65.
          Op de schellingenlijsten van Noord-Scharwoude komt Claas Arisz voor in de periode 1760-1764 voor 1 schelling, Claas Backer in de periode 1772-1774 voor 2 schellingen, Claas Arisz in periode 1779-1794 voor 2 schellingen (1 schelling gerekend voor 15 stuivers) 66.
          In Noord-Scharwoude wordt in 1769 Claas Arisz aangesteld tot 't bodeambt voor 15 gld 's jaars ten laste van het dorp, 't klokluiden en het hondeslagersambt ten laste van de kerk met het onderhoud van de luidtouwen inbegrepen voor 16 gld 's jaars, 't gnap houden van de kerkestraat mede ten laste van de kerk 's jaars 13 gld 4 st, en de aanwezigheid op de landverhuring ten laste van de kerk voor elke dag 1 gld, alles ingaande kerstmis 1769; een overeengekomen conditie is dat Claas Arisz elk jaar onder de kerkmeesters zal laten staan 25 gld van zijn salaris, te gebruiken voor reparatie en onderhoud van zijn woonhuis 67.
          In 1786 zijn de kerkmeesters van Noord-Scharwoude ten overstaan van schepenen geaccordeerd met Claas Arisz Backer dat die zal genieten elk jaar ƒ 16 als deurwachter van de kerk en voor het klokkenluiden inbegrepen het onderhoud van de touwen, item voor het gnap houden van de kerkestraat en -laan tot aan de Heerestraat, met het scheren van de heiningen en de singel, en nog het afslaan van de wallen en 't heinen van de sloten langs de laan, alsmede vacatiegeld op de landverhuring, nog ƒ 17. Op 24 april 1788 vindt eedaflegging plaats in handen van Dirk Sijpheer, schout, secretaris en gerechtsbode, van o.a. Claas Backer, dorpsbode. 68
          Volgens instructie van het uitvoerend bewind van de Bataafsche Republicq zijn 6 burgers, waaronder Claas Backer als dorpsbode, van hun posten ontslagen door de municipaliteit van Noord-Scharwoude, en na voorgaand onderzoek weer in hun respectieve posten aangesteld 69.
          Nadat de diakenen van de gereformeerde gemeente te kennen hebben gegeven dat Claas Arisz Backer en zijn vrouw Anna Hendriks wegens ouderdom, zwakheid en onvermogen zich met hun boedel aan de diakonie hadden opgedragen, maar dat de diakenen hen wel als leden maar niet hun boedel voor hun rekening kunnen nemen, heeft de municipaliteit van Noord-Scharwoude in 1799 de diakenen gemachtigd om in naam van de municipaliteit de vaste en alle andere goederen publiek te verkopen en alle rekeningen te vereffenen 70.
      ondertr. (impost) Noord-Scharwoude 1 april 1752 (Claes Arisz jonkman en Antje Hendriks jongedochter, beiden van Noord-Scharwoude, onvermogend)
      25. (<12) (>50, >51) Anna Hendriks van WEEL, doet belijdenis Noord-Scharwoude 12 sept. 1756, impost op begr. ald. 24 mei 1800 (pro deo).
             Uit dit huwelijk:
        1. Maartje BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 10 aug. 1753 (pro deo).
        2. Aris Klaasz BAKKER, landman in de Schermeer gemeente Alkmaar, tr. Aaltje Ariens REUS.
            In Noord-Scharwoude wordt in 1777 een acte van indemniteit verleend aan Aris Claasz Backer, voornemens zich metterwoon te begeven naar Haringcarspel (in de kantlijn: ook voor Aaltje Aarjens Reus huisvrouw van Aris Klaasz Backer) 71.
        3. Hendrik Klaasz BAKKER, overl. Barsingerhorn 14 april 1800, tr. Maartje Ariens KONKEL, alias Knielhout, ged. (nederd. geref.) ald. 9 sept. 1764, overl. ald. 24 jan. 1840 als weduwe van Hendrik Bakker, dr van Arien Maartensz KNIELHOUT, alias Konkel, en Jantje Louris IJVEN.
            Op de schellingenlijsten van Noord-Scharwoude komt Hendrik Claasz Backer voor in de periode 1787-1790 voor 2 schellingen 72. Op 1 februari 1790 wordt door het dorpsbestuur een resolutie aangenomen dat geen acte van cautie maar nog wel van goed gedrag verstrekt zal worden aan vertrekkende ingezetenen. In mei daaropvolgend is Hendrick Claas Backer naar Barsingerhorn vertrokken waarvan de regering aan attestatie van goed gedrag en cautie voor 6 jaar voor hem en zijn vrouw heeft verlangd. Het laatste is hem uit hoofde van eerdergenoemde resolutie geweigerd. Hij is hiertegen in beroep gegaan waarop door het dorpsbestuur aan de gecommitteerde raden van de Staten van Holland en Westfriesland in Westfriesland en het Noorderkwartier te Hoorn een bericht met motivatie gestuurd is. 73
        4. Maartje BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 5 juni 1760 (pro deo).
        5. Maartje BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 12 juni 1762 (pro deo).
        6. Pieter BAKKER, geb. 2 aug. 1769  17, zie 12.
      26. (<13) (>52, >53) Pieter Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 okt. 1731, landbouwer, schepen (1779-1781) 74 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', overl. Koedijk 16 april 1817,
          In Koedijk verkopen in 1802 Pieter Rus, Hendrik Butter, Arie Hartland Pietersz diaken der gereformeerde kerk, gevolmachtigd door Kllas Klaas Bakker volgens akte van 20 januari 1802 voor schepenen, aan Pieter Hartland Ariensz bouwland groot 12 snees, bij de Daalmeersmolen, belend ten westen Pieter Garmonsz, ten oosten Jan Nierp de Oude, voor ƒ 133 75.
          In Koedijk in 1803 verkoopt Jesse van Wijk te Alkmaar aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Molen- of Foppenweid, groot 11 geerzen, aan de Nieuwe Togt, belend ten westen Pieter Hartland, ten oosten voornoemde tocht, voor ƒ 1300, nog een weiland genaamd Het Haagje groot 5 geerzen, aan 't Laantje, belend ten zuiden de weduwe van Jan Visser, ten noorden de koper, voor ƒ 1000, aan Jan, Jacob en Klaas Hartland in compagnie een stuk bouwland van 8 snees aan 't Laantje, belend ten noorden Pieter Hartland en 't Laantje, belast met een erfpacht van ƒ 3, voor ƒ 100, verkoopt Pieter Ariensz Hart[land] aan Pieter Garmontsz een stuk land genaamd de Oudie , gelegen in het Oudie, groot omtrent 6 geerzen, belend ten zuiden Jan Groenewoud, ten noorden de Molensloot, voor ƒ 495, en verkoopt Jan Koeman wonende in de Minnemeer onder Groot Schermer, als procuratie hebbende van zijn zuster Aafje Koeman weduwe van Klaas Pronk te Zuid-Scharwoude, aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Laage Weide groot 11 geerzen, bezuiden 't Laantje, belend ten oosten Jesse van Wijk, ten westen de erven Jacob Houtkoper, voor ƒ 1000 76.
          In 1817 wordt Jan Groenewoud, schout van Koedijk, beëdigd als taxateur van de roerende goederen van wijlen Pieter Ariensz Hartland 77.
      ondertr. (impost) Koedijk 20 dec. 1760 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 4 jan. 1761
      27. (<13) (>54, >55) Trijntje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 okt. 1731, impost op begr. Koedijk 2 mei 1796 (impost ƒ 3).
             Uit dit huwelijk:
        1. Maartje Pieters HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 juli 1761, impost op begr. ald. 14 dec. 1800, ondertr. (impost) Akersloot 27 nov. 1790 Dirk Jansz STADEGAART, ged. (nederd. geref.) ald. 11 mei 1760 (doopgetuige Jannetje Graftdijk), overl. ald. 12 nov. 1831, zn van Jan STADEGAART en Trijntje DUIJTSEBOER.
            In 1792 testeren voor de notaris in Akersloot Dirk Jans Stadegaart en Maartje Pietersdr Hartland, op de langstlevende 78.
            In 1787 wordt voor de notaris in Akersloot rekening gedaan aan Dirk en Antje Stadegaart wonende te Akersloot en Gerrit Stadegaart wonende in de bedijkte Schermer, thans meerderjarige en nagelaten kinderen van Jan Stadegaart en Tryntje Duyreboer te Akersloot ab intestato overleden, benevens hun minderjarige broer Klaas Stadegaart en zuster Tryntje Stadegaart, ieder voor een vijfde 79.
        2. Neeltje Pieters HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 april 1763, overl. Zijpe 1 juni 1832, tr. ald. 16 nov. 1794 Aldert Gerritsz JONGERLING, ged. (nederd. geref.) ald. 24 juli 1768, overl. Zijpe 6 sept. 1831, zn van Gerrit Aldertsz JONGERLING en Grietje BRAVEN.
        3. Grietje HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 juli 1764, impost op begr. ald. 15 juni 1805 (impost dubbeld recht ƒ 6).
        4. Jan Pietersz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 jan. 1766, boer en bouwman, landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 20 januari 1764, 'cultivateur', overl. Koedijk 9 april 1841, tr. Grietje KEK, ged. (nederd. geref.) Kolhorn 13 maart 1791, overl. Koedijk 26 okt. 1835, dr van Barend KEK en Neeltje Cornelis POOL.
        5. Arien Pietersz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 18 sept. 1768, impost op begr. ald. 31 okt. 1768 (impost ƒ 3).
        6. Antje HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 juni 1770, zie 13.
        7. Arien Pietersz HARTLAND, geb. 8 okt. 1771 (volgens het Registre civique van 1812, 'cultivateur'), ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1771, overl. ald. 29 jan. 1846, ondertr. (impost) ald. 21 april 1798 (impost ƒ 3 voor hem, zij onder de banne van Oudkarspel), ondertr. (impost) Zijpe 22 april 1798 (impost ƒ 3 voor haar, hij van Koedijk) Dieuwertje Jans KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1774, overl. ald. 25 nov. 1843, dr van Jan Cornelisz KEIJZER, in 1784 en 1789 vermeld als voorzanger in Koedijk van de mennonistische gemeente in Langedijk en omgeving, en Aaltje Harks HOUDEWIND.
            Op 31 maart 1846 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Hartland, overleden ab intestato te Koedijk op 29 januari 1846, door Aaltje Hartland, huisvrouw van, en in dezen geassisteerd door, Hendrik Schoonhoven, arbeider, wonende te Koedijk. Zijn enige erfgename is zijn dochter Aaltje Hartland. Tot de nalatenschap is geen vast goed behorende. 80
        8. Jacob HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 aug. 1773, impost op begr. ald. 8 dec. 1806.
        9. Klaas Pietersz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 okt. 1774, landbouwer, overl. ald. 14 nov. 1829, ondertr. ald. 17 dec. 1808, tr. Koedijk Marijtje Barendsdr KEK, ged. (nederd. geref.) Kolhorn 2 okt. 1785, landbouwster (bij overlijden), overl. Koedijk 19 nov. 1837, dr van Barend KEK en Neeltje Cornelis POOL, die hertr. met Cornelis VISSER, landbouwer.
            In Koedijk verkopen in 1811 Jan Kloosterboer wonende te Koedijk en Dirk Kooij te Langendijk, gezamenlijke erfgenamen ab intestato van Maartje Pieters Rus, in haar leven wonende te Koedijk, aan Klaas Pietersz Hartland zaadland genaamd de Groet, groot 5 geers, belend ten zuiden Pieter Hartland, ten noorden Cornelis Visser, voor 101 gld 81.
            Op 21 november 1829 wordt Arien Hartland, landbouwer te Akersloot, benoemd tot toeziend voogd van Trijntje 20, Pieter 18, Maartje 17, Neeltje 15, Antje 12, Elisabet 10, Grietje 6 en Cornelis Hartland 3 jaar, nagelaten minderjarige kinderen van wijlen Klaas Hartland, in leven landbouwer te Koedijk en aldaar op 14 november 1829 overleden, in huwelijk verwekt bij zijn nagelaten weduwe Marijtje Kek, ten verzoeke van Marijtje Kek als moeder en voogdesse van haar kinderen, door de familieraad bestaande uit Arien Hartland en Jan Hartland, beiden landbouwer en oom, Pieter Bakker timmerman te Akersloot, oom, van vaderszijde, verder bij ontbreking van verwanten van moederszijde Jacob Diepsmeer, landbouwer, Dirck van Veen, timmerman, en Frans van den Berg, verwer, allen wonende te Koedijk 82.
            In 1832 heeft ten verzoeke van Marijtje Kek, boerin te Koedijk, als moeder en voogdesse van haar mindejarige kinderen Maartje oud 19, Neeltje 17, Antje 14, Elisabeth 12, Grietje 8 en Cornelis Hartland 6 jaar, bij haar in huwelijk verwekt door Klaas Hartland, de familieraad bestaande uit Arie Hartland, boer te Koedijk, oom, ook als toeziende voogd, Jan Hartland, boer te Koedijk, oom, Pieter Bakker, timmerman te Akersloot, aanbehuwd oom, allen van vaderszijde, en bij ontbreking van naastbestaanden in de omtrek van moederszijde de goede bekenden Jacob Diepsmeer, boer, Dirk van Veen, timmerman, Frans van den Berg, verwer, alle drie wonende te Koedijk, vanwege het overlijden van de moei Neeltje Hartland, weduwe van Aldert Jongerling, boerin in Zijpe en aldaar op 1 juni 1832 overleden, van wie de voornoemde minderjarige kinderen mede-erfgenamen zijn, machtiging gegeven aan Marijtje Kek om de erfenis te aanvaarden onder beneficie van inventaris 83.
      28. (<14) (>56, >57) Cornelis Gerritsz STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Oterleek 18 juli 1723 of 22 aug. 1723, overl. vóór 7 sept. 1786,
          Op 1 december 1797 is in Oterleek ƒ 48 betaald aan Cornelis Stekelbos voor varkens 84.
      ondertr. (impost) Schermeer 12 mei 1753 (impost ieder ƒ 3)
      29. (<14) (>58, >59) Trijntje Baarts HEIJNIS.
             Uit dit huwelijk:
        1. Grietien STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Oterleek 22 sept. 1754.
        2. Grietje STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Hensbroek 23 okt. 1757.
        3. Gerrit Cornelisz STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Hensbroek 23 dec. 1759, zie 14.
        4. Neeltje STEKELBOS, geb./ged. (nederd. geref.) Schermer/Akersloot 26/31 jan. 1762, overl. Limmen 11 febr. 1822, tr. Cornelis BESSEN, geb. ca. 1763, werkman, landbouwer.
        5. Pieter Cornelisz STEKELBOS, geb. Schermer, ged. (nederd. geref.) Oterleek 15 jan. 1764, overl. Koedijk 14 nov. 1833, ondertr. (impost) Limmen 19 dec. 1795 (impost ƒ 3 voor hem), ondertr. (impost) Koedijk 24 dec. 1795 (impost ƒ 3 voor haar, abusievelijk genoemd Maartje Cornelis Schoon) Maartje Gerrits SCHOORL, geb. ald., overl. vóór 1833, dr van Gerrit Gerritsz SCHOORL en Maartje Willems BORST.
        6. Geertje STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Akersloot 7 juni 1767.
        7. Ariaantje STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Oterleek 6 mei 1769.
      30. (<15) (>60, >61) Cornelis Klaasz HOUTKOPER, begr. Driehuizen 5 maart 1784 (in graf 57),
      ondertr. (impost)/tr. Oterleek/Akersloot 25 nov./10 dec. 1769
      31. (<15) (>62, >63) Lijsbeth Cornelis BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 2 febr. 1744, overl. Zuid- en Noordschermer 7 mei 1819, begr. Driehuizen 16 mei 1819 (in graf 57),
      tr. 2° Bruijn Pietersz de JONG, begr. Driehuizen okt. 1826 (in graf 57).
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Barber Cornelis HOUTKOOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 31 maart 1771, zie 15.
        2. Aagje Cornelis HOUTKOOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 21 juni 1772, ondertr. Noord- en Zuid-Schermer 20 mei 1801 Jan Jansz HEYNIS, geb. ca. 1774, zn van Jan HEYNIS en Aafje BLOKKER, die hertr. met Maartje Jans GELDER.
        3. Maartje HOUTKOOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 1 nov. 1778, begr. ald. 5 febr. 1784 (in graf 57).
        4. Maartje Cornelis HOUTKOPER, tr. Jan Pietersz RUIJTER, watermolenaar te Westzaan.


      Generatie VI (<V, >VII)

      32. (<16) Cornelis Gerritsz BLOM, geb. ca. 1688, doet belijdenis Callantsoog 28 dec. 1707 (als Cornelis Gerretsz Duijnmaaijer, met zijn huisvrouw Neeltje Cornelis), duinmeier ald. vanaf 1707 tot nov. 1710, molenaar van de Harger watermolen vanaf 9 maart 1739, overl. na 15 april 1759,
          Op 28 juli 1708 worden verklaringen afgelegd door Maayns Willems huisvrouw van Claas Claasz Kat wonende in de Oude Zijpe in 't Vossegat, Neel Klaas oud 20 jaar [doorgehaald: en Willem Klaasz oud tien jaar], dochter [doorgehaald: en zoon van de genoemde Claas Claasz Kat], item Adriaen Cornelis Schenck deszelfs knecht oud 23 jaar, mitsgaders Cornelis Willems Groot wonende in Oud Petten oud 53 jaar, alsmede Aldert Adriaensz en Grietie Claas, man en vrouw wonende in Callantsoog, ter requisitie van de genoemde Claas Claasz Kat. De eerste drie deposanten verklaren dat Adriaen Pronck, duinmeier, met zijn zoon Jan Adriaensz Sonnevelt, benevens Cornelis Gersz mede duinmeier, allen wonende in en onder Callantsoog, op woensdag tegen de avond zijnde de 4e van de lopende maand ten huize van de requirant zijn gekomen toen de genoemde Adriaen Pronck de requirant heeft aangezegd dat zijn knecht en zoontje de nacht tevoren zijn paard gestolen hadden en daarna in het duin waren gereden om konijnen te vangen en dat de requirant zijn netten had gestolen en dat hij dezelve daarover heeft gegijzeld, maar deposanten verklaren, dat de genoemde Claas Claasz Kat op die avond met zijn vrouw naar bed is gegaan en die nacht niet buitenshuis is geweest, en Adriaen Cornelisz Schenck verklaart nog die nacht niet buitenshuis geweest te zijn. Cornelis Willemsz Groot verklaart dat Cornelis Gersz Duijnmaijer, zijn schoonzoon, enige dagen nadat dezelve benevens Adriaen Pronck ter requisitie van Hendrick Daij, dijkgraaf van de Oude Zijpe, een verklaring had afgelegd ten nadele van de requirant, met hem deposant en de requirant ten huize van Aldert Adriaensz in Callantsoog zijn geweest waar Cornelis Gersen bekende zeer kwalijk gedaan te hebben en door duinmeier Adriaen Pronck misleid te zijn, biddende de requirant en hem getuige als zijn vader zijnde om vergiffenis, belovende de verklaring de herroepen. Hij had wel een man te paard gezien maar vermits het zeer donker was en een geruime afstand tussen beiden, hij man noch paard kon herkennen 85. Op 9 oktober 1708 verklaart Adriaen Cornelissen Schenck, oud omtrent 23 jaar, thans wonende in de Zijpe, ter requisitie van Claas Claasz Kat mede aldaar woonachtig, tussen 3 en 4 juli laatstleden te zijn gekomen met de zoon van de requirant van Callantsoog, enigszins van de drank bezoedeld en wel uit het huis van Aldert Adriaensz, vindende op hun weg het paard van Adriaen Pronck los lopend, op welk paard de attestant en des requirants zoon, vermits het duister en regenachtig weer om te schielijker thuis te komen, zijn gaan zitten, en na enige tijd 2 à 3 mensen ontmoet hebben, onder wie vermoedelijk de duinmeier Adriaen Pronck, waarop zij na nog een weinig gereden te hebben zich daarvan begaven en het paard hebben laten lopen 86.
          In Callantsoog is op 16 januari 1711 Cornelis van de Huevel, baljuw en schout van Callantsoog, vanwege de Hoge Overigheid eiser in cas criminel contra Cornelis Gerritsz Duijnmaeijer in Callantsoog en deszelfs knecht bekend onder de naam Claes Duijnmaer, ingedaagden en defaillanten [niet verschenenen]. Alzo de ingedaagden tussen de 3e en 4e november 1710 op 't Schaegerpadt de persoon van Bessel Gijsbertsz, toen mede in 't Oogh woonachtig, diverse zeer zware wonden aan het hoofd, de armen, de linkerhand en de benen aangebracht hebben (met uitvoerige beschrijvingen), waardoor, ook door de tijdsduur en gebrek aan handreiking, dezelve Bessel Gijsbertsz omtrent een kwartier voor de dageraad aan de Zijperdijck is komen te overlijden, en zijlieden zo hebben gedaan openbare doodslag, dat verder dezelven niet alleen zijn gaan vluchten maar niettegenstaande de gedane indagingen tot vier malen niet zijn gecompareerd, zo concludeert de eiser dat de ingedaagden zullen worden gebannen uit Holland en Westvriesland zonder daar weer in te mogen komen, op pene van met de dood gestraft te worden, en dat al hun goederen zullen worden verbeurd verklaard. De leenmannen, alvorens te disponeren, ondervragen eerst Cornelis Jacopsz Vaeder, Adriaen Willemsz Vaeder en Adriaen Jansz Sonnevelt, en ordonneren het advies te nemen van twee neutrale rechtsgeleerden binnen Amsterdam (30 januari 1711). De leenmannen, doende recht op de zitting van 9 maart 1711 in dezelfde zaak, bannen de ingedaagden voor altoos uit het land van Holland en Westvriesland zonder daar ooit weer in te mogen komen, condemneren de ingedaagden in de kosten, en ontzeggen de verdere eis. 87
          Op 1 januari 1711 worden door Adriaen Jansz Zonneveld alias Pronk, out omtrent 51 jaar, duinmeier in Callantsoog woonachtig, Thys Claesz omtrent 40, Jan Jacobsz Struyf omtrent 27 en Willem Arentsz circum 20 jaren oud, allen in de Zijpe aan de Ruijgeweg woonachtig, verklaringen geleverd ten verzoeke van Cornelis Gerritsz Duynmeyer of deszelfs huisvrouw Neeltje Cornelis in Callantsoog woonachtig. De eerste getuige verklaart op woensdag de 5e november laatstleden 's morgen naar het duin van de requirant is gaan zien wat hij aldaar mocht ontdekken wat met Bessel geschied was, waar hij enkele koperen strikken heeft zien staan waarvan 2 met een konijn, en bezijden 't Schagenpad de stok heeft gevonden welke Bessel bij zich droeg, zijnde een zware essen stok lang omtrent 6 voet, aan 't ene einde zo scherp dat daarmee wel door de huid gestoken kon worden, en dat hij weinig tijd daarna de heer Jacob van Stryen, oud-burgemeester van Amsterdam wonende in de Zijpe, had ontmoet benoorden de Oogmerklugt en met hem gesproken had, die aan de Zypdyk door en met zijn honden en knechts 12 strikken van Bessel verstopt op de helm in 't zand ontdekt had. De drie laatste getuigen verklaarden op 6 november laatstleden, toen zij ten dienste van de heer Kien in de Zijpe uit jagen waren, aan de Zypdyk 6 strikken met daarin 4 konijnen ontdekt hebben, welke strikken zij in Callantsoog aan de eerste comparant getoond hebben, die zei dat het strikken van Bessel waren, uit het maaksel, hem wel bekend. 88
          In 1713 verklaren Pieter Bombaar, Pieter Zeeman en Jacob Bombaar, allen oud-schepenen van Callantsoog, ter requisitie van de regenten van de Oude Zijpe, dat ten tijde van zekere manslag begaan aan de persoon van Bessel Gijsbertsz op diezelfde dag het gerucht ontstond dat ene Cornelis Gerritsz Duijnmaijer met zijn knecht hetzelve had gedaan, dat vóór de middag op 't raadhuis in Callantsoog, in presentie van de twee eerste getuigen, als destijds regerende schepenen, leenmannen tegen Cornelis van den Heuvel, baljuw en schout, gezegd hebben de voorschreven Cornelis Gerritsen Duijnmaijer gevangen te nemen dewijl dezelve zich aldaar nog ophield en deszelfs knecht reeds voortvluchtig was, welke officier dit weigerde, zeggende geen dienders en geen gevangenis te hebben, tegen welk argument de tweede getuige zich verzet had. De eerste getuige verklaarde dat enige tijd daarna op zekere sessie op 't raadhuis, toen schepenen met de officier spraken overde voornoemde moord, aan de officier gezegd is dat er gezegd werd dat de genoemde Cornelis Gersen, op dezelfde avond als wanneer 's morgens door leenmannen order gegeven was aan de officier om tot gevangenneming over te gaan, nog te zijnen huize geweest was, die dat beaamde. De eerste en de laatste getuige verklaarden dat op de avond vóór het moorddadige feit bovengemelde Cornelis Duijnmaijer ten huize van de laatste getuige is geweest, en, sprekende over 't vangen van zijn konijnen, of Bessel Gijsbersz hem ook enige schade in zijn duin toebracht, antwoordde „neen, nog Adriaen Pronck ook niet”, maar hij zou ongelukkig zijn als hij er hem ontmoette, of iets dergelijks. 89
          Bij de aanbesteding op 19 mei 1719 van het „opspeten” van de Kamper Wateringe vanaf de Oude Bregh van Kamp tot de Hargermolenuitgang in 10 parken, is het derde park aangenomen door Maerte Jonker voor ƒ 25, met als borgen Cornelis Mulder en Kornelis Duijnm[eijer], en van het slechten van wat opgekomen is uit de Campersloot en liggende langs de Camper Kay, te slechten op de Camper Kaij vóór donderdag 15 juni, is het tweede park aangenomen door Cornelis Gerritsz van Hargen voor ƒ 11:11:0 (109 roeden, de roede 17 duiten), met vermeld in de kantlijn dat Cornelis Gerritsz de helft betaald is. Bij de aanbesteding op 25 oktober 1730 van het verhogen en verzwaren van de Kaij bewesten de Slaperdijk is Gerrit Eversz voor ƒ 29:10:0 aannemer van het eerste park, met als borgen Willem Cloosterboer en Cornelis Duijnmaeijer. 90
          In het verpondingskohier van 1731 van de huizen van Schoorl en Camp wordt onder Hargen bij No. 169 vermeld: Cornelis Duijnmeijer, een huis, door dezelve bewoond, getaxeerde huurwaarde ƒ 10:0:0, verponding ƒ 0:17:0 91.
          Op 8 januari 1731 koopt Cornelis Gerritsz Blom 68 roe geestland in Hargen, geabandonneerd door de erven van Jan Adriaansz Breeroo, voor ƒ 10-4-0, op 5 maart 1733 koopt hij samen met Arent Willemsz van Sloot 814 roe in de Harger polder ƒ 3 („te quaad ƒ 199-10-14”), en in 1745 worden verscheidene akkers in Hargen vermeld als geabandonneerd door Cornelis Gerritsz Blom 92. Hij is molenaar van de Harger polder vanaf 1739 (bij zijn verkiezing op 9 maart 1739 genaamd Cornelis Duijnmaijer), voor een molenaarshonorarium van ƒ 100 's jaars, tot 1747 27.
          In Schoorl legt in 1750 Cornelis Gerritsz Blom wonende in de Hazepolder in de Zijp, oud 61 à 62 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Adriaan Cuijper wonende te Hargen, over de Laagsloot in de Harger polder waar omtrent 25 jaar geleden deposant op de Nieuwebrug woonde 93.
      ondertr. Zuid-Zijpe 7 aug. 1707 (Cornelis Gerretsz J.M. woonende in de Oude Zijp en Neeltie Cornelis J.D. van Petten), ondertr. (impost) Petten 13 aug. 1707 (pro deo, zij jongedochter van Petten, hij jonggezel uit de Zijp), tr. Zuid-Zijpe 21 aug. 1707
          Op 7 september 1745 testeren Cornelis Gerritsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw wonende in de Hazepolder. De eerststervende nomineert de langstlevende tot zijn of haar enige universele erfgenaam; bij herhuwelijk zal de langstlevende de geërfde goederen in vruchtgebruik hebben maar de eigendom ervan niet veranderen. De testateuren prelegateren na dode van de langstlevende aan hun jongste zoon Cornelis Cornelisz Blom een stukje land groot 3 geerzen in de Pettemerpolder, enaamd het Veentje, item alle meubelen, inboedel, boeren- en bouwgereedschap, koeien, paarden, wagen en sjees zoals op het vertrek van de testateuren uit de banne van Schoorl aan hem gelegateerde is overgelaten, nog aan dezelve hun jongste zoon een wiegje en bijbel met koperbeslag en een lessenaar. Na dode van de langstlevende nomineren zij hun kinderen, of hun descendenten bij representatie, tot universele erfgenamen. Zij verklaren niet boven de 8000 gld gegoed te zijn en dat dit testament geen fideïcommis behelst 94.
          Op 21 maart 1746 compareerde Cornelis Gerritsz Blom wonende in de Hazepolder als in huwelijk hebbende Neeltje Cornelis Groot, dewelke door het overlijden van Willem Cornelisz Tuijt, op 27 maart 1744 in de Hazepolder intestatus overleden, de eigendom verkregen had van een kapitaal van 4000 gld aan obligaties ten Gemenelandscomptoir van Alkmaar, waarvan de zuiveren revenuen gelegateerd waren aan Trijntje Cornelis Tuijt ingevolge het testament van wijlen Cornelis Dekker gepasseerd voor notaris Arent Klaver alhier op 15 oktober 1731, en welke Trijntje Cornelis Tuijt op 25 september 1744 mede dezer wereld is overleden, en bekende uit handen van de heer Gerrit Post wonende alhier, als executeur van het voorschreven testament en administrateur van het gemelde usufruct, het voorschreven kapitaal ontvangen te hebben (bestaande uit 8 gespecificeerde obligaties) 95.
          In Petten machtigen op 9 februari 1754 Cornelis Gertsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw, als erfgenamen ab intestato van Willem Commandeur, hun zoon Cornelis Blom om diverse obligaties te verkopen 96.
          In Petten machtigen op 12 juni 1754 Cornelis Gersz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw wonende in de Hargerpolder, hun zoon Cornelis Blom om te compareren voor schout en schepenen van de Zijp en te bekennen verkocht te hebben aan Jan Wartenhorst wonende in de Hazepolder zeker huis en erf op de Hazepolder, belend ten zuiden de weduwe van Aarjen Molenaer, ten westen, noorden en oosten de gemene weg, voor 350 gld die wel betaald zijn 97. Dit transport is geschied in Zijpe op 17 juni 1754 98.
          Op 22 februari 1754 verkoopt Cornelis Blom wonende te Petten, als last en procuratie hebbende van zijn vader Cornelis Gerritsz Blom en zijn moeder Neeltje Cornelis Groot dd. 9 februari 1754 voor Cornelis Schagen wonende te Petten, aan Jan Stroo een obligatie van 600 gld, een van 800 gld en een van 600 gld, alle drie op 8 september 1732 bij notaris Arent Klaver getransporteerd uit de nalatenschap van Juffr. Mararetha Haring 99. Op 22 mei 1759 verkoopt Jan Stroo wonende binnen Alkmaar een obligatie van 600 gld, aan hem bij onderhands transport getekend op 15 april 1759 te Groet getransporteerd door Cornelis Gerritsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echtelieden, door het overlijden van Willem Cornelisz Tuijt die op 27 maart 1744 in de Hazepolder is overleden 100.
      33. (<16) (>66, >67) Neeltje Cornelis GROOT, ged. (nederd. geref.) Petten 8 juli 1685, overl. na 15 april 1759.
          In Zijpe is op 23 juni 1745 ontvangen van Jacob Adriaansz Neeff 492 gld 5 st voor de 20e penning en 10e verhoging wegens de erfenis van Trijntje Cornelis Tuijt in de Hazepolder overleden op 25 september 1744, nagelaten aan haar nicht of vaders zusters dochter genaamd Neeltje Cornelis Groot, volgens de inventaris bestaande uit: onder Petten een stukje land genaamd het Tientje, groot 3 geerzen, belend ten oosten het Oogmerweijdje, ten noorden de Heer van Petten, getaxeerd op ƒ 200, in de Hazepolder een huis en erf, belend ten zuiden Arien Molenaar, ten noorden en westen de Heerewegh, getaxeerd op ƒ 250, en nog 11 obligatis van tezamen ƒ 8500 101.
               Uit dit huwelijk:
          1. Gerrit Cornelisz BLOM, ged. (nederd. geref.) Callantsoog 5 dec. 1708, ondertr. Zijpe 19 maart 1740 Maartje Jacobs VEEN.
              In Schoorl bekende in in 1759 Henricus van Wijk wonende te Alkmaar bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Gerrit Blom wonende te Groet een stuk weiland, groot 1093 roeden, gelegen in de Hemme onder de Groeder molen, belend ten noorden Adriaan Schellinkhout, ten zuiden de Groene Weg, voor 3 st iedere roede, dus 163 gld, en nog 176 roeden als hiervoor, belend ten noorden Jan Cuijper, ten zuiden Cornelis Metselaar, voor 3 gld, en bekenden in 1764 burgemeesteren van Schoorl en Camp, na vrijwillige afstand door de eigenaar ter bekoming van de achterstallige verpondingen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Gerrit Blom wonende in de jurisdictie van Groet een stukje weiland in de Hemme onder de Groeder molen, groot 360 roeden, belend ten westen de Hooge Weg, ten zuiden de koper, voor 70 gld 102.
              Op 14 april 1768 testeren Gerrit Blom en Maartje Jacobs, geëchte man en vrouw wonende bij de Groeter molen in de banne van Groet, hij ziek te bedde liggende, op de langstlevende, en voor wat de langstlevende zal komen na te laten benoemen zij als universele erfgenaam Cornelis Cornelisz Blom, des testateurs broers zoon, thans bij hen inwonende 103.
              In 1763 testeren in Bergen Gerrit Cornelis Blom en Maartje Jacobs Veen, echtelieden wonende onder de jurisdictie van Groet, de eerststervende op de langstlevende; na dode van de langstlevende gaan hun goederen half en half naar de wederzijdse vrinden 104.
          2. Cornelis CORNELISZ, ged. (nederd. geref.) Callantsoog 29 mei 1710.
          3. Jan Cornelisz BLOM, winkelier te Hargen, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 8 febr. 1786 (onvermogend), tr. Petten 2 juli 1740 Magdaleentje Aarjens SCHAGER, ged. (nederd. geref.) ald. 13 juli 1721, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 6 okt. 1786 (onvermogend), dr van Aarjen en Neeltje CORNELIS.
              In Schoorl legateert in 1754 Sijmon Wijbetsz Swart wonende te Hargen aan Jan Blom wonende te Hargen en diens zoon Ariaan Jansz Blom 105.
              In Schoorl eist in 1760 Jan Cornelisz Blom van Maartje Dirks Bos, beiden te Hargen, 35 gld 7 st voor van tijd tot tijd geleverde winkelwaren, en zijn in 1786 Cornelis Blom en Arie Hoogvorst, beiden wonende te Hargen, voogden over 't minderjarige kind van wijlen Jan Blom bij Magdaleentje Schager, oud circa 22 jaar 106.
              In Schoorl wordt op 9 oktober 1786 de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schager, in leven echte man en vrouw wonende te Hargen, laatst door voornoemde Magdaleentje Schager met de dood ontruimd, ten verzoeke van Arian Blom, Jacob Zwaen in huwelijk hebbende Antje Blom, Jannetje Blom, Cornelis Blom als oom van de minderjarige Maartje Blom, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schager. De onroerende goederen bestaan uit een huis en erf met 3½ roede land daar annex te Hargen, belend ten oosten Arian Blom, ten westen de Zandweg. Verder huisraad en inboedel, en in de winkel 6 bos zwavelstokken, een paar houten schalen en balans, 2 paar koperen dito, en bussen, trommels, meel en gort. 107
              In Schoorl bekende in 1787 Cornelis Blom wonende te Hargen als voogd over het minderjarige kind van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schagen, in leven echte man en vrouw te Hargen, nevens de verdere meerderjarige erfgenamen, in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Jacob Nieuwenhuyzen wonende te Hargen een huis en erf met 3½ roe land daar annex, te Hargen, belend ten oosten Arian Blom, ten westen de Zandweg, voor 141 gld 108.
              In Schoorl testeren in 1740 Jan Cornelisz Blom en Magdaleentje Aarjens, echte man en vrouw wonende te Hargen in de banne van Schoorl, op de langstlevende, met als voorwaarde bij overlijden zonder kinderen, dat als zijn vader Cornelis Gerritsz Blom, mede in voorschreven banne woonachtig, bij zijn overlijden nog in levenis die enkel de legitieme portie krijgt, evenals haar moeder Neeltje Cornelis wonende in de Pettemer als die bij haar overlijden nog in leven is 109.
          4. Cornelis Cornelisz BLOM, zie 16.
        34. (<17) (>68, >69) Jan Jacobsz BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 18 april 1700, in 1747 op de lijst van weerbare mannen in de Zijpe als boer, vermogend, gereformeerd, aan de Belckmerwegh tussen de Burgerwegh en de Schoorlse Dijk,
            In 1731 verklaart Jan Jacobsz van Bergen wonende in de Oude Zijp aan de Pettemerkluft te transporteren aan Reijer Wognum, schepen, en Pieter Bregman, schotgaarder, te Warmenhuizen, als voogden van Pieter en Dirk Jacobsz Bergen, halve broers van de comparant, zijnde twee minderjarige nagelaten kinderen van Jacob Bergen en Neeltje Pieters Wognum overleden in de Oude Zijp, 26 kalfkoeien, 2 vaarzen, 2 paarden, 6 wintervarkens, 1 wagen, 1 aardkar, 2 ploegen, 2 'lijden' en al comparants hooi, stro, mest en boeren- en bouwgereedschap, huisraad, inboedel en alles wat in zijn huis en op zijn erf is 110.
            In Zijpe verkopen in 1732 Adriaan van der Hoeven, secretaris van de Zijpe als geordonneerde curateur over de insolvente boedel van Jan van Bergen wonende in de Zijpe, iten Reyer Woggelum en Pieter Bregman wonende te Warmenhuizen, voogden over de minderjarige kinderen van Jacob Jansz Bergen geprocreëerd bij Neeltie Pieters Woggelum voor 2 derdeparten, aan Thamis Veen wonende te Medemblik een huismanswoning en omtrent 33 morgen land aan de Pettemerwegh in polder Q, belend ten westen de Zypsen Hasendyk, ten noorden voornoemde weg, voor 1760 gld 111.
        tr. Zijpe 24 okt. 1723
            Op 17 oktober 1723 worden te Alkmaar huwelijksvoorwaarden opgesteld door Jan Jacobs Bergen j.m. wonende in de Oude Zijpe, met consent van zijn vader Jacob Bergen, en Trijntje Jans, j.d. mede wonende in de voorschreven Zijpe, geassisteerd met haar moeder Trijntje Ariens.
        35. (<17) (>70, >71) Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 6 juni 1700.
               Uit dit huwelijk:
          1. Dieuwertje Jans BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 nov. 1723, ondertr. (impost) ald. 23 dec. 1747 Arie Cornelisz VERVER.
          2. Trijntje Jans BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 4 maart 1725, zie 17.
          3. Immetie Jans BERGEN, ged. Zijpe 20 april 1727.
          4. Jacob Jansz BERGEN, ged. Zijpe 12 maart 1730.
        38. (<19) (>76, >77) Gerrit Jansz OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 jan. 1697, boer (aan de Belkmerweg tussen de St. Maartensweg en de Burgerweg), overl. Zijpe 2 febr. 1757,
            Bij de personele quotisatie van 1724 in de Zijpe vermeld bij huisnr 412, aan de Schagerwegh: Gerrit Oom, met een vrouw, 3 kinderen, een knecht en een meid, bruiker, houdt koeien, paarden en wagen tot de bouwerij, chees.
        tr.
        39. (<19) Maartje KLAAS, overl. Zijpe 1742.
               Uit dit huwelijk:
          1. Aaltje Gerrits OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 30 mei 1728.
          2. Guurtje Gerrits OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 aug. 1735, zie 19.
          3. Grietje Gerrits OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 26 april 1739, impost op begr. ald. 4 maart 1782 (impost ƒ 6), tr. ald. 18 maart 1759 Jan Adriaens ZWAAGH, zn van Adriaen Jansz ZWAAGH en Neeltje ARISDR.
          4. Maartje Gerrits OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 2 dec. 1742.
        40. (<20) Hendrik Willemsz SCHOUTEN, alias Snipman, overl. Zijdewind vóór 9 jan. 1748,
            In 1728 verklaart voor de notaris te Zuid-Scharwoude Hendrik Willemsz Schouten Snipman wonende te Oudkarspel schuldig te wezen aan Otte Jansz scheepstimmerman alhier 200 gld, zijnde kooppenningen van een nieuwe snipschuit, lang over de steven 42 en wijd omtrent 9 voet 4 duim, door gemelde scheepstimmerman gemaakt voor en geleverd aan de comparant, te voldoen in 4 termijnen, daarvoor speciaal verbindende de voorschreven snipschuit, en verklaart Otte Jansz scheepstimmerman de custingbrief verkocht te hebben aan Cornelis Adriaansz Kroon te Oudkarspel 112.
            In Oude Niedorp in 1732 verkoopt Cornelis Adriaens Cruijt, hospes te Spanbroek, aan Hendrik Willemsz Schouten, schipper alhier op de Zijdewind, een huis met zijn erf en het recht van bierstal, staande op de Zijdewind, belend ten zuiden de Heereweg, ten noorden de weduwe van Maerten Crul, mitsgaders een damschuit en lichter, zijnde het huis en erf belast met een jaarlijkse erfpacht van 18 st t.b.v. de kerk alhier, voor 1360 gld contant en een custingbrief van 1360 gld te betalen op meidagen 1733 en 1734 telkens de helft, en een huisje met erf en een ledig erf ernaast, op de Zijdewind, belend ten oosten en noorden de Heereweg, ten zuiden Jan Ripkes, voor 110 gld contant 113.
            In Oude Niedorp verkoopt in 1734 Herman Jansz Artsen, dienaar in de Ouwe Zijpe, aan Hendrik Willemsz Schouten, schipper op de Zijdewind, een huisje met erf in 't Zuijdend van de Zijdewind, belend ten zuiden en westen de Heereweg, ten noorden de weduwe van Cornelis Pater, voor 50 gld contant, welk huisje Hendrik Willemsz Schouten in 1738 voor 40 gld verkoopt aan Jan Jacobsz Olov wonende op de Zijdewind 114.
            In Oudkarspel verklaren in 1738 Claas Schellinger en Jacob Pool, aangestelde curateurs over de goederen door Antje Cornelis Veen volgens haar procuratie van haar man Cornelis Adriaansz Kroon ten behoeve van haar gemene crediteuren aangewezen en afgestaan, op openbare veiling te hebben verkocht en nu transporteren aan Hendrik Schouten, wonende op de Zijdewind, een voorhuisje en erf beoosten de straat, belend ten zuiden Ariaan Zijvertsz Brammer, ten oosten Cornelis Gleijnsz annex, voor 50 gld 115.
            In Oude Niedorp verkoopt in 1738 Hendrik Bregman officier van Harenkarspel aan Hendrik Schouten, marktschipper op de Zijdewind, een stukje groedland, groot in de Molen 4 geerzen 4 snees 10 roeden, in de Weelderpolder bezuiden de Zijdewind, belend ten zuiden Cornelis Beerepoot, ten noorden Hendrik Jansz van der Hoev, voor 300 gld, en verkoopt Cornelis Jacobsz Obdam wonende tegenwoordig te Winkel aan Hendrik Willemsz Schouten schipper op de Zijdewind een huisje met erf aldaar, belend ten zuiden Maeijndert Ariaensz als getrouwd aan de weduwe van Theeus Quant, ten noorden Cornelis Ackerman, met een erfpacht van 5 st 12 penn t.b.v. de kerk alhier, voor 80 gld, in 1741 doorverkocht aan Claes Sijmonsz Kaeyser aldaar voor 45 gld 116.
            In 1744 is Hendrik Willemsz Schoute, schipper op Zijdewind, 430 gld schuldig aan Pieter Mollevanger, schuitemaker te Alkmaar, over de koop van een damschuit, lang 43 voet, wijd ca. 10 voet, met zeil en treil, te betalen 50 gld contant, de resterende 380 gld op 4 jaartermijnen, telkens 100 gld op 21 augustus 1745, 1746 en 1747, en 80 gld op 21 augustus 1748 117.
            In Oude Niedorp wordt op 9 januari 1748 de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van wijlen Hnedrick Willemsz Schouten, schipper op de Zijdewind, en deszelfs overleden huisvrouw Maertje Jans, beiden overleden op de Zijdewind onder Oude Niedorp, als door Maertje Jans, de langstlevende en boedelhoudster, gepossideerd is, door de wettelijk aangestelde voogden over de 3 onmondige nagelaten kinderen. Als onroerende goederen worden vermeld een huis en erf zijnde een bierstal, een klein huisje tegenover, een stukje weiland in de Weelderpolder, verder een damschuit en een lichterschuit, een klein boerenmelkschuitje, een half paard, 2 ooien, een bierkar en 100 gld aan geld, gevolg door 3 folio's met onroerende goederen en 2 folio's schulden waaronder voor elk van de kinderen ƒ 25 voor de erfenis van hun vader, ƒ 200 aan Mollevanger als rest wegens koop van een schuit, en hoge schulden aan de brouwer en aan wijnkopers. 118
        tr.
            Op 18 mei 1732 wordt in Oude Niedorp het Heilig Avondmaal bediend met aanwinning op attestatie van Oudkarspel van Hendrick Schouten, schipper, en deszelfs huisvrouw Maertje Jansdr, wonende op Zijdwind.
        41. (<20) Maartje Jans van der BURG, overl. Zijdewind kort vóór 9 jan. 1748.
            In Oude Niedorp vindt in 1749 de verkoop plaats door de aangestelde curateuren over de gerepudieerde boedel van wijlen Maertjen Jans, weduwe van Hendrik Willemsz Schouten, van het huis en erf met de bierstal voor 354 gld aan Cornelis Adriaensz Bleeker, idem het huisje en erf voor 45 gld, en het stukje groedland voor 180 gld aan Jan Ysel wonende te Alkmaar 119.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Aaltje SCHOUTEN, tr. Oudkarspel 31 aug. 1749 Jacobus NAK, eerder gehuwd met N.N.
            2. Willem Hendriksz SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 6 aug. 1725, tr. ald. 7 jan. 1753 Maartje Jans BERKHOUT.
            3. Antje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 30 maart 1727.
            4. Johannes Hendriksz SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 17 dec. 1730, zie 20.
          42. (<21) Pieter Jansz SLIKKER, geb. ca. 1703, boer, in 1747 als boer, vermogend, gereformeerd in polder H tussen de St. Maartensweg en de Schagerweg voorkomend op de lijst van weerbare mannen, in 1758 op de lijst van zakken zaad (Oud Arch. Zijpe L 134) in 17e blok, letter H, Pr Slikker met 55 tarw, in 4e blok, letter B, Pr Slikker met 50 tarw, 22 rog, 33 koolsaat, 77 gerst, 22 haver, 22 boonen, op 1 april 1758 met 11½ morgen bezaaid land aan de Oostzij van de Groote Sloot, impost op begr. Zijpe 2 juli 1764,
              Bij de personele quotisatie van 1742 in de Zijpe vermeld bij huisnr 70, St. Maartensbrugh, Westzijde: Pieter Jansz Slicker, winkelier, met vrouw en een kind.
              In 1756 bewijst Pieter Jansz Slikker, wonende aan de Groote Sloot tussen de St. Maartens- en de Burgerbrug, als in huwelijk gehad hebbende Maartje Michiels en daarbij een dochter verwekt hebbende genaamd Neeltje Pieters, aan zijn genoemde dochter haar moeders erfenis, overeenkomstig het bepaalde in het testament dd. 3 december 1732 voor notaris Dirk Hoflaan te Schagen voor het geval hij een tweede huwelijk aangaat, namelijk 1500 gld mitsgaders een bed met toebehoren en een geverfde kast met hele deuren. Compareerden mede Aris Michielsz Oost wonende op 't Vlak onder Petten, volle broer van voornoemde Maartje Michiels, item Cornelis Schoutem wonende in Eenigenburg, als in huwelijk hebbende Trijntje Michiels volle zuster van dezelve Maartje Michiels, naaste vrinden van moederszijde, en verklaarden het voorschreven moeders bewijs te accepteren. 120
              In Zijpe verkoopt in 1751 Jacob Neef, rentmeester en bode van de Zijpe, als last en procuratie hebbende van de erfgenamen van Heer Jan van Vliet, aan Pieter Jansz Slikker wonende aan de St. Maartensbrug een huismanswoning met zijn verdere getimmerte en boomgaarden genaamd Twistvliet, met ruim 35 morgen wei- en zaadland, in polder B aan de Oostzijde van de Groote Sloot, belend ten zuiden de erve Heer Cromhout, ten westen de Groote Sloot, ten oosten de Westvriesche Zeedijk, ten noorden Jacob Waijboer, voor 3200 gld contant, en verkopen in 1762 Pieter en Jacob Bakker, beiden wonende te Haringhuizen, tezamen eigenaars, aan Pieter Jansz Slikker wonende alhier in de polder B, eerstelijk de helft in een huismanswoning met erf en plantagie onverdeeld waarvan de wederhelft is getransporteerd aan Alberd Smak, groot de helft onverdeeld 199 roeden, gelegen in polder B, belend ten westen de Groote Sloot, ten noorden de plaats genaamd Bootenstein, ten zuiden dezelve Pieter Jansz Slikker, item 2 stukjes zaadland tezamen 3 morgen 150 roeden, belend ten westen voornoemd erf en plantagie, ten noorden Bootenstijn, ten zuiden Alberd Smak, nog 2 stukjes land tezamen 5 morgen 150 roeden, belend ten zuiden Cornelis Mull, ten noorden Pieter Latenstein, ten oosten Jan Bakker en Dirk Mulder, en overzulks tezamen de gerechte helft in de huismanswoning met deszelfs erf en plantagie met 8 morgen 299 roeden land, met conditie dat Pieter Jansz Slikker en Alber Smak elkaar een overpad of notweg gunnen, voor 636 gld 121.
              In Zijpe verkopen in 1764 Aafje Cornelis weduwe van Pieter Jansz Slikker overleden aan de Groote Sloot in polder B, Johannes Schouten in huwelijk hebende Neeltje Pieters Slikker, item Cornelis Mul, Jan Eerstes en Johannes Schouten voornoemd allen wonende in de Zijpe en Hendrik Hoflaan notaris in Schagen als voogden over Maartje Pieters Slikker, aan Cornelis Jansz Petten wonende aan de St. Maartensbrug de helft van een huismanswoning met zijn boet, erf en tuin gelegen aan de Groote Sloot gemeen met Aalbert Smak, item 4 stukken weiland tezamen groot 8 morgen 495 roeden mede in polder B, belend ten noordoosten Aalbert Smak, ten zuidwesten de erve van de Heer Grave van Moens, voor 920 gld, en aan Willem Sijmonsz Kes wonende aan de St. Maartensbrug een huis en erf aan de Westzijde van de Groote Sloot in de polder H aan de St. Maartensbrug, belend ten noordoosten Rens Jongerling, ten zuidwestem de erve van Michiel Smak, voor 363 gld 122.
          tr. 2° na 1748 Aafje CORNELIS,
          ondertr. 1°/tr. Zijpe 23 mei/6 juni 1728
                 Uit het tweede huwelijk:
            1. Maartje Pieters SLIKKER, ged. Zijpe 12 febr. 1758, tr. ald. 31 jan. 1779 Jacob Boudewijnse SANEGEEST.
          43. (<21) (>86, >87) Maartje MICHIELS, impost op begr. St. Maartensbrug, Zijpe 13 juli 1748.
              Op 15 februari 1723 verkopen in Zijpe de erfgenamen van Jacob Willemsz Bombaer te Callantsoog aan Maertje en Trijntje Mighiels, kinderen van Mighiel Arisz, een huis en erf aan de St. Maartensbrug, belend ten oosten Arien Willemsz, ten westen het oude kerkhof, belast met 3 gld jaarlijks t.b.v. de Zijpe, voor 270 gld contant 123.
              Op 12 maart 1723 bekent Maertie Mighiels, meerderjarige dochter wonende aan de St. Maartensbrug in de Zijpe, schuldig te wezen aan Arien Garbrantsz als voogd over de minderjarige kinderen van Pieter Gerritsz Muijsevanger mede wonende in de Zijpe 150 gld, tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar, met als borgen Wijbrant Jansz Peetoom wonende in de Zijpe en Aris Mighielsz Oost schipper in Callantsoog 124.
                   Uit dit huwelijk:
              1. (doodgeb. kind) SLIKKER, geb. Zijpe 8 jan. 1733, overl. ald. 8 jan. 1733.
              2. Neeltje Pieters SLIKKER, ged. (nederd. geref.) Zijpe 27 maart 1735, zie 21.
              3. Maertje SLIKKER, ged. (nederd. geref.) Zijpe 23 maart 1738.
            44. (<22) Gerrit (GRAVEN/GRAAF), alleen bekend van 2 zoons en een dochter,
            tr. N.N.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Jan Gerritsz GRAVEN, geb. ca. 1697, impost op begr. Zijpe 20 nov. 1750 (impost ƒ 3), tr. Alkmaar (Zijpse camer) 19 april 1722 Neeltie REIJERS, overl. 1738.
                  In Zijpe verkoopt in 1730 Pieter Cornelisz Jonghkees wonende te Zaandam, in huwelijk hebbende Antje Cornelis dochter van Anne Pieters die een dochter was van Maartje Pieters Schermeravond, aan Jan Gerritsz Graaf wonende in de Zijpe een huis en erf aan de Burgerbrug, belend ten zuiden Gabriel Scholte, ten westen de Heer van Heemstee, ten oosten de Groote-Slootskaede, belast met 6 gld 6 st jaarlijkse erfpacht, voor 550 gld contant 125.
                  Bij de personele quotisatie van 1742 in de Zijpe vermeld bij huisnr 88, St. Maartensbrugh, Westzijde: Jan Gerritsz Graaff, arbeidsman.
                  Op de lijst van weerbare mannen in de Zijpe van 1747: Jan Graven, 50 jaren, arbeider, onvermogend, gereformeerd, in polder F, tussen het Jacob Claasse Sluysje en de Burgerwegh.
                  In Zijpe verkopen in 1751 Jacob Struijf en Dirk Luijtjes beiden wonende inde Zijpe, als aangestelde sequesters volgens commissie van 18 december 1750 over de boedel van Jan Gerritsz Graaf en Neeltje Reijers beiden in de Zijpe overleden, aan Rens Jansz Jantes een akker zaadland, groot ruim 1½ morgen, in polder F, belend ten zuiden Cornelis Bregman als rentmeester, ten noorden Johannis Couwenberg als rentmeester, ten oosten de Grote Sloot, ten westen de Middelroetsloot, voor 150 gld, en aan Dirck Luijtjes een akker, groot 1½ morgen, in polder F, belend ten zuiden Cornelis Bregman als voren, ten noorden Jan Kouwenberg als voren, ten westen de Ruijgeweg, ten oosten de Middelroetsloot, voor 125 gld 126.
              2. Cornelis Gerritsz GRAVEN, geb. ca. 1711, zie 22.
              3. Antje Gerrits GRAAF, tr. Adriaan Dirksz BOOT, wedn. van Aaltje SPIKKERS.
                  Voor zijn kinderen Jan en Grietje Adriaans Boot, verwekt bij zijn 2 vrouwen, eerst Aaltje Spikkers, daarna Antje Gerrits Graaf, compareert in de Zijpe in 1751 Adriaan Dirksz Boot wonende aan de Burgerbrug, ter eenre, en Cornelis Gerritsz Graaf wonende aan de Benistebuurt, oom van het kind Grietje Adriaans, ter andere zijde, en verklaart Adriaan Dirksz Boot, alvorens te hertrouwen, zijn 2 knderen Jan en Grietje voor moeders erfenis te bewijzen ieder een zilveren ducaton, en de kinderen te onderhouden 127.
            46. (<23) (>92, >93) Gerrit Jacobsz KUIJPER,
            tr.
            47. (<23) (>94, >95) Trijn JACOBS.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Jacob Gerritsz KUIJPER, tr. 1° N.N., ondertr. (impost) 2° Zijpe 3 mei 1755 Neeltje CORNELIS.
              2. Trijntje Gerrits KUIJPER, geb. Poolland, zie 23.
            48. (<24) (>96, >97) Aris Sijmonsz BAKKER, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 25 febr. 1720 (woont op 't Suijder Eijland), in 1736 genoemd als schepen van Noord-Scharwoude 128, impost op begr. Noord-Scharwoude 5 aug. 1768 (impost ƒ 3),
                In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1713 Aris Zijmonsz Bakker, in huwelijk hebbende Arijaantje Arijaans weduwe van Cornelis Dirksz Boerman, wonende te Noord-Scharwoude, aan Engel Pieters weduwe van Pieter Gerritsz Heer een akker zaadland in de Kerkesloot, belend ten oosten Claas Houwen, ten westen de kinderen van Arijaan Jonker, groot 10 snees 11 roeden 6 voeten, voor 23 gld elk snees 129.
                In Noord-Scharwoude verkoopt in 1733 Dirk Opperdoes wonende te Twisk, ook voor zijn moeder Lijsbet Dirks, aan Aris Sijmonsz Bakker een akkertje zaadland in 't Zuidoosten van de polder, groot 5 snees, belend ten noorden Jan Groot annex, ten zuiden de erven Tijs Velderboer, voor 2 gld 11 st ieder snees, en verkopen in 1736 Jan Cornelisz Moolenaar en Jacob Sijpheer, diakenen van de gereformeerde kerk, aan Aris Sijmonsz Bakker een huis en erf met boomgaard, gelegen oversloot, belend ten oosten de koper, ten noorden de Paapmersloot, voor een custingbrief van 81 gld, inhoudende te betalen 1/3 gereed, 1/3 op Kerstmis 1736 en 1/3 op Kerstmis 1737 130.
                In Noord-Scharwoude verkoopt in 1740 Aris Sijmonsz Backer wonende alhier aan Claas Jansz Paaijes mede alhier woonachtig een huis met zijn erf omtrent het midden van het dorp, oversloot, belend ten westen de verkoper, ten oosten Jan Willemsz Duijsent, ten noorden de Paapmersloot, met de voorwaarde dat de eigenaar van het huis is gehouden de brug dienende tot een overgang over de Voorburgsloot naar de Heerestraat toe voor een vierdepart te onderhouden en bij verniewing te bekostigen, en dat de verkoper en zijn nazaten de vrijheid behouden om altoos regenwater uit de bak te mogen halen en daar ook inbrengen als hun belieft, voor 42 gld gereed en een kustingbrief van 70 gld 131.
                Op de schellingenlijsten van Noord-Scharwoude komt Aris (Symonsz) backer voor in de periode 1729-1733 voor 2 schellingen, Aris backer in de periode 1734-1736 voor 4 schellingen en in de periode 1737-1750 voor 3 schellingen, Aris Backer in de periode 1751-1759 voor 3 schellingen en in de periode 1760-168 voor 2 schellingen (1 schelling telt voor 15 stuivers)\RAA OA Noord-Scharwoude 46 en 1, blz. 199-232.
                In Noord-Scharwoude verkoopt in 1769 Leentje Klaas, weduwe van Aris Backer, aan Gerrit Strijbis de navolgende roerende en onroerende goederen. Eerstelijk een huis en erve benevens een boomgaart daar annex groot 4 snees, op het Eijlant bezuiden de Paapmersloot, belend ten oosten Dirk van Schagen, ten noorden voornoemde sloot. Item al het bouwgereedschap, kleine vaartuigen, benevens de meubelen, goederen en generaal alles wat in en omtrent het huis wordt bevonden, uitgezonderd hetgene door de verkoopster expres daarvan is afgezonderd en voor haar blijft behouden. Item een akker in de Paapmersloot groot 11 snees 10 roeden, belend ten westen Tijs Backer, ten oosten Jacob Pannekeet. Eindelijk een dito end zaadland in 't Zuidoosten van de polder, groot 4 snees 10 roeden, belend ten westen Jan Pietersz Houwen, ten oosten Lijsbet Koning. Het huis heeft recht van pad en overgang over het erf van Dirk van Schagen en over het erf van Hendrik Leen en Claas Arisz tot aan en over de voetbrug tot de Heerestraat toe. Betaald met een custingbrief van 632 gld. 132
            tr. 1° Noord-Scharwoude 26 sept. 1712 Ariaantje AARJENS, overl. ald. 25 aug. 1727, impost op begr. ald. 29 aug. 1727 (impost ƒ 3, volgens het impostboek 19 augustus 1727), wed. van Cornelis Dirksz BOERMAN,
            ondertr. (impost) 2° Noord-Scharwoude 2 april 1729 (pro deo)
                In 1734 testeert voor de notaris te Zuid-Scharwoude Jacob Voormaij wonende te Warmenhuizen doch thans residerende te Noord-Scharwoude; hij institueert tot enige erfgename zijn nicht Aafje Kornelis, of bij vooroverlijden haar moeder Neeltje Jacobs mede wonende te Warmenhuizen, en legateert aan Aris Symonsz Bakker en zijn vrouw Madleentje Klaas te Noord-Scharwoude, of bij vooroverlijden de langstlevende van hen, 50 gld in gereed geld, mitsgaders voor Klaas Aris Backer hun zoon een nieuw kerkboekje met 2 zilveren krappen, en al zijn kleren en sieraden 133.
                     Uit het eerste huwelijk:
                1. Maartje Aris BAKKER, ged. (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 5 maart 1713, impost op begr. ald. 6 nov. 1713 (impost ƒ 3).
                2. Sijmon Arisz BAKKER, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 29 mei 1737 (met Maartje Pieters zijn vrouw), impost op begr. ald. 20 nov. 1739 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 31 dec. 1735 (impost samen ƒ 6) Maartje PIETERS.
                3. Maartje Aris BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 20 nov. 1715 (impost ƒ 3).
                4. Maartje Aris BAKKER, ged. (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 29 nov. 1716, impost op begr. ald. 21 maart 1717 (pro deo).
              49. (<24) Leentje CLAAS, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 8 sept. 1728, impost op begr. ald. 1 juni 1773 (impost ƒ 3).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Claas Arisz BAKKER, zie 24.
                2. Jan Arisz BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 7 juni 1731 (pro deo).
                3. Jan Broer Arisz BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 26 aug. 1738 (impost ƒ 3).
                4. Vrouwtje Aris BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 28 juni 1739, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 4 dec. 1757, overl. ald. tussen 1 aug. 1781 en 28 febr. 1782, ondertr. (impost) ald. 14 juli 1758 (pro deo) Hendrik Jacobsz LEEN, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 5 maart 1758, wedn. van Trijntje TADIS.
                5. Grietje Aris BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 18 april 1799, ondertr. (impost) ald. 11 okt. 1766 (impost 6 gld, samen) Gerrit Jansz STRIJBIS, geb. ald. 1740, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 1 juni 1760, overl. ald. 4 nov. 1814, zn van Jan Gerritsz STRIJBES en Maartjen OOTJERS.
                    Op de lidmatenlijst van Noord-Scharwoude van 24 augustus 1777 staan Gerrit Jansz Strijbis en Grietje Aris Bekker vermeld als echtelieden. In Noord-Scharwoude wordt in 1783 een akte van separeren opgemaakt tussen Gerrit Strijbis en deszelfs huisvrouw Grietje Aris Backer, van tafel, bed, bijwoning en goederen; hij houdt onder zich en onder zijn opzicht hun twee kinderen, Maartje en Aris Strijbis 134. Op de lidmatenlijst van 8 mei 1791 wordt zowel Gerrit Strijbis als Grietje Aris Bakker vermeld als gecensureerd.
                6. Pieter Arisz BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 19 jan. 1745 (impost ƒ 3).
                7. Maartje Aris BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 23 okt. 1749 (pro deo).
              50. (<25) (>100) Hendrik Harmensz van WEEL, soldaat, kleermaker, in Delfzijl in 1705 vermeld als Hendrik Harms, soldaat onder kapitein Veldman, en in 1719 als Hendrik van Weel, kleermaker,
                  In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1724 Arijaan Cornelisz Wit, mede voor zijn huisvrouw Aaltje Hendriks, aan Hendrik Harmensz van Weel een huis en erf in 't Noorteijnde bewesten de straat, belend ten zuiden een open erf, ten noorden Aldert Cornelisz Steert, voor 120 gld gereed 135.
                  In Zuid-Scharwoude zijn in 1738 Hendrik van Weel en zijn zoon Christiaan Hendriksz van Weel, beiden wonende alhier, overeengekomen een gemeenschappelijke huishouding te voeren ten huize van de eerste comparant aan de westzijde van de straat, belend ten zuiden Adam Roobol, ten noorden het voorerf van Willem Cornelisz, met de voorziening dat na het overlijden van de eerste comparant het huis zonder de tilbare goederen aan de tweede comparant zal moeten komen, dat de eerste comparant en zijn dochter Anna van Weel met hun arbeid naar vermogen bij de huishouding zullen assisteren, maar dat de zoon alle lasten zal dragen, en dat bij het overlijden van de eerste comparant de laatste comparant genoemde dochter zal grootbrengen en verzorgen tot zij 20 jaar is 136.
              tr.
              51. (<25) (>102, >103) verm. Dorothea PROSÉ, ged. (nederd. geref.) Delfzijl 25 april 1686.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Christiaan Hendriksz van WEEL, tr. Trijntje CORNELIS.
                2. Wilhelmus Hendriksz van WEEL, ged. (nederd. geref.) Delfzijl 25 dec. 1719.
                3. verm. Anna Hendriks van WEEL, zie 25.
              52. (<26) (>104, >105) Arien Jansz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 juli 1698, weesmeester (1747-1748) ald., overl. vóór 16 mei 1757  137,
                  In Koedijk verkoopt in 1734 Poulus Jacobsz Boldewijn, ook voor Jan Gerritsz en Tryntje Gerrits kinderen van Gerrit Poulusz, aan Arien Jansz Hartland 2 derdeparten in een huis en erve op Cumbuiert, belend ten zuiden Cornelis Arissen, ten noorden Jan Cornelisz Nierop, waarvan de koper het andere derdepart competeert, voor ƒ 100, en Arien Jansz Hartland aan Claes Swaelen, meester kleermaker, een huis en erf op Cumbuiert, belend ten zuiden en noorden Poulus Boldewyn, voor 100 gld 138.
                  In Bergen verkopen in 1734 de kinderen en erfgenamen van Jan Pietersz Volckers overleden op Huijskebeurt onder de banne van Warmenhuizen, voor de ene helft, en Ary Hardland wonende te Koedijk voor de andere helft, aan Gerrit Reijersz Backer te Koedijk een stuk land in de Middelreekerpolder, groot 683 roeden, belend ten zuiden de erven Jan Stam, ten noorden de heer van Asten als rentmeester, ten oosten Jan Stroet, voor 50 gld 139.
                  In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1736 Aris Pietersz Schuijt, in huwelijk hebbende Aafjen Volkerts, wonende te Oudkarpsel, aan Arijaan Hartlandt wonende te Koedijk een stuk weiland aan de Somersloot, groot 6 geerzen 4 snees, belend ten oosten Jan Bouwens en Jan Cardinael, ten westen heer Heijnenberg c.s., voor 1 gld [elk snees] contant 140.
              ondertr. (impost) 1° Koedijk 19 jan. 1726 (impost ƒ 6), tr. ald. 3 febr. 1726 Engeltje Bouwens CLERCQ, ged. (nederd. geref.) ald. 5 jan. 1698, impost op begr. Koedijk 18 juni 1727 (impost ƒ 3), dr van Bouwen Hendriksz CLERCQ en Anne NANNINGHS, bij huwelijk jongedochter van Langedijk,
              ondertr. (impost) 2° Koedijk 16 okt. 1728 (impost 3 gld elk), tr. ald. 31 okt. 1728
                     Uit het eerste huwelijk:
                1. Bouwen Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 april 1727, impost op begr. ald. 30 juli 1728 (impost ƒ 3).
              53. (<26) (>106, >107) Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 febr. 1704, impost op begr. ald. 30 maart 1778 (impost ƒ 6).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Maartje Ariens HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 okt. 1729, impost op begr. ald. 11 juni 1761 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 20 dec. 1760 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 4 jan. 1761 Cornelis BAKKER, die hertr. met Maartje Cornelis SWAAN.
                2. Pieter Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 okt. 1731, zie 26.
                3. Jan Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 3 jan. 1734, ondertr. (impost) ald. 19 dec. 1767 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 3 jan. 1768 Maartje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 april 1748, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 10 maart 1768, overl. ald. 17 maart 1810, dr van Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Jonge, landbouwer, in 1743 lidmaat van de Nederduits Gereformeerde gemeente in Koedijk, en Aafje Jans IJFFS, bij huwelijk jongedochter van 't Noordend van Koedijk onder Oudkarspel.
                    In Koedijk verkoopt in 1777 Cornelis Rus aan Jan Ariensz Hartland een half rietbos, geheel 2 geers, belend ten zuiden de Wildeman, ten noorden Cornelis Stam, voor 50 gld, en verkoopt in 1782 Jan Rus tegen verruiling van 10 geers land onder Oudkarspel en 11 geers onder St. Pancras aan Jan Hartland een akker van 5 snees, belend ten zuiden Pieter Hartland, ten noorden Jan Visser, getaxeerd op ƒ 60 141.
                    In Oudkarspel verkoopt in 1782 Jan Hartland aan Dirk Butter, beiden te Koedijk woonachtig, de helft in een akker zaadland, groot 6½ snees, belend ten noorden de Saskersloot, ten zuiden Cornelis d'Geus, gemeen met de wederhelft met Pieter Diepsmeer, voor ƒ 129, en verkoopt in 1782 Jan Hartland wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een stuk weiland, groot 8 geerzen 3 snees 10 roeden, genaamd Heijmenbergsweijd, voor ƒ 700 142.
                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1782 Jan Rus aan Jan Hardland, beiden wonende te Koedijk, 2 akkers zaadland, groot 15 snees 9 roeden, belend ten zuiden de erven van Pieter Jansz Hardland, ten noorden Pieter Aarjensz Hardland, voor 108 gld 143.
                    In Koedijk compareerden Jan Cloosterboer alhier en Dirk Kooij te Langedijk, gezamenlijke erfgenamen van Maartje Pieters Rus overleden op 17 maart 1810, weduwe van Jan Ariensz Hartland. Op naam van Jan Kloosterboer komt het huis en erf nr 59, belend ten noorden Harmen Claasz Jager, ten zuiden Cornelis Molenaar, op naam van Dirk Kooy te Zuid-Scharwoude een rietbos van 3 geerzen in de Kleimeer. 144
                4. Gerrit Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 sept. 1736, boer, impost op begr. ald. 16 okt. 1781 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 21 jan. 1769 (impost samen ƒ 12), tr. Koedijk 5 febr. 1769 Dieuwertje Dirks BORSENIUS, ged. (nederd. geref.) ald. 3 juli 1746, overl. ald. 5 dec. 1819, dr van Dirk Dirksz BORSENIUS, meester chirurgijn te Koedijk, en Trijntje Bastiaans SCHAGEN, die hertr. met Jan Barendsz BEEKHUIJS, bij huwelijk jongeman te Oudkarspel.
                    In Koedijk worden in 1782 over Cornelia oud 12, Arien 9, Dirk 7, Pieter 5 en Trijntje 3 jaar, nagelaten kinderen van Gerrit Ariensz Hartland in huwelijk verwekt bij Dieuwertje Borsenius, aangesteld tot voogden Jan Hartland en Jan Nierop wonende alhier, die met de moeder overeengekomen zijn over het vaderlijke erfdeel. Zij bewijst 50 gld, met de belofte dat zij bij de ouderdom van 25 jaar of getrouwd 10 gld krijgen. Op 1 februari 1802 verklaart Arie Gerritsz Hartland voldaan te zijn. 145
                    In Bergen verkoopt in 1782 Dieuwertje Dirksdr Borssenius, weduwe van Gerrit Hardland, wonende te Koedijk, welke Gerrit Hardland is geweest een kind en mede-erfgenaam van Aarjen Hardland, algehele eigenaresse van 't nader te noemen land, aan Aarjen Molenaer mede te Koedijk woonachtig een stukje land in de Middel Reekerpolder genaamd Jan Garbrands-Reeker, groot in verponding 386 roeden, belend ten oosten de weduwe van Pieter Klaasz Boldewijn, ten zuiden en westen de Uitwatering, ten noorden de weduwe van Klaas Lammerschaag en de Moolensloot, voor 300 gld 146.
                5. Grietje Ariens HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 mei 1739, impost op begr. ald. 17 juni 1785 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) ald. 24 april 1762 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 9 mei 1762 Arien Cornelisz MOLENAAR, ged. (nederd. geref.) ald. 21 febr. 1734, zn van Cornelis Sijmonsz MOLENAAR en Trijntje Cornelis NIEROP, die hertr. met Aagtje Dirksdr BAKKER.
                    Op 12 september 1782 testeren Arie Molenaar en Grietje Ariens Hartland, echtelieden te Koedijk, op elkaar, en de langstlevende aan hun wederzijdse vrinden 147.
                6. Klaas Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 april 1743, ongehuwd, overl. ald. 24 aug. 1822.
                7. Trijntje Ariens HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 april 1743, overl. ald. 6 mei 1790, impost op begr. ald. 29 mei 1790 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) Koedijk 11 jan. 1782 (impost samen ƒ 12), tr. ald. 3 febr. 1782 Jan Pietersz RUS, ged. (nederd. geref.) ald. 22 sept. 1743, doet belijdenis (nederd. geref.) Koedijk 7 maart 1771, landbouwer, impost op begr. ald. 9 jan. 1793 (impost ƒ 6), zn van Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Jonge, landbouwer, in 1743 lidmaat van de Nederduits Gereformeerde gemeente in Koedijk, en Aafje Jans IJFFS, bij huwelijk jongedochter van 't Noordend van Koedijk onder Oudkarspel, wedn. van Trijntje Joosten VERWER.
                    Op 21 juni 1782 testeren Jan Rus en Tryntje Ariens Hartland, echtelieden wonende te Koedijk, op elkaar als er bij 't overlijden van de eerststervende geen kinderen van hem of van hun beiden in leven zijn, anders benoemt hij zijn voorkinderen, kinderen en zijn tegenwoordige huisvrouw in gelijke porties als universele erfgenamen, en zij haar eventuele kinderen in de legitieme portie, maar wanner de testatrice de langstlevende zal zijn en overlijdt zonder kinderen, dan zijn haar erfgenamen de twee voorkinderen van testateur in huwelijk verwekt bij Tryntje Joosten Verwer, met als eventuele voogden Cornelis Rus en Gerrit IJffs wonende te Koedijk 148.
                    In Oudkarspel verkoopt op 11 mei 1773 Cornelis Rus d'Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een akker zaadland aan de Snijderssloot, groot 11 snees, belend ten zuiden Cornelis Bies, ten noorden de Snijderssloot, met nog een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 7 snees, belend ten zuiden Jacob Volkerts, ten noorden de verkoper, voor een lijfrentebrief van 30 gld ten lijve van comparant, oud 68 jaar, 't eerst op 11 mei 1774 149.
                    In Koedijk verkoopt op 8 mei 1773 Cornelis Rus de Oude, oude 68 jaar, aan Jan Pietersz Rus een huis en erf op het Noordeinde, belend ten zuiden IJff Pietersz, ten noorden Jan Men, en 3 morgen 2 geers 9 snees land achter het huis, belend ten zuiden Willem Pietersz, ten noorden Jan Men, voor een lijfrente van 225 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper zijn leven lang, en verkoopt op 20 augustus 1782 Jan Rus, tegen verruiling van 10 geers land onder Oudkarspel en 11 geers onder St. Pancras, aan Jan Hartland een akker van 5 snees, belend ten zuiden Pieter Hartland, ten noorden Jan Visser, getaxeerd op ƒ 60 150.
                    In Schoorl verkoopt op 10 mei 1773 Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede te Koedijk woonachtig een akkertje bosland te Aagtdorp, groot 27 roeden, belend ten zuiden Joost Klaasz, ten noorden de weduwe van Klaas de Geus, met nog een akkertje bosland als voor, groot 16 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pover, ten noorden de erven van Jacob Spierdijk, voor 30 gld 151.
                    Op 26 januari 1782 stelt Jan Pietersz Rus wonende te Koedijk, te kennen gevende dat hij in gemeenschap van goederen getrouwd zijnde met Trijntje Joosten Verwer, met zijn huisvrouw op 2 oktober 1772 voor notaris Adrianus van der Burg had gemaakt een mutueel testament, en alzo zijn vrouw was komen te overlijden met achterlating van twee minderjarige kinderen, Pieter en Klaartje Jans Rus, en hij voornemens is zich ten tweede huwelijk te begeven, tot mede-voogden over de twee minderjarige kinderen Cornelis Rus en Gerrit IJffsz, beiden wonende te Koedijk, en beschrijft hij de overeengekomen verdeling met zijn kinderen 152.
                    In Broek op Langedijk verkoopt op 19 juni 1782 Jan Rus aan Jan Hardland, beiden wonende te Koedijk, 2 akkers zaadland, groot 15 snees 9 roeden, belend ten zuiden de erven van Pieter Jansz Hardland, ten noorden Pieter Aarjensz Hardland, voor 108 gld 143.
                    In Oudkarspel verkoopt op 25 juni 1782 Jan Hartland wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een stuk weiland, groot 8 geerzen 3 snees 10 roeden, genaamd Heijmenbergsweijd, voor ƒ 700, en verkopen op 10 januari 1784 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis en Gerrit Jansz Rus aan Jan Rus wonende te Koedijk 20/21 in een stuk weiland genaamd Botslik, groot circa 3 geerzen, belend ten zuiden 't dorp van Oudkarspel, ten noorden de Botsoolsloot, voor ƒ 500 153.
                    Op 29 mei 1790 bewijst Jan Rus wonende te Koedijk zijn zoon Arien Jansz Rus, in huwelijk verwekt bij zijn laatste en onlangs overleden huisvrouw Tryntje Ariens Hartland, als zijn moederlijke erfportie ¼ van twee stukken land aan elkaar verheeld achter het huis, belend ten noorden Cornelis Men, ten zuiden Klaas Boldewijn, ½ in een stuk land onder de banne van Oudkarspel genaamd het Sapel Hendrik, groot in 't geheel 8 geersen, belend ten oosten de Meestelsloot, ten noorden het vuile Grebslootje, een akker zaadland onder Oudkarpsel genaamd het Wette Entje groot 8 snees, belend ten noorden de Snydersloot, ten westen de Ringsloot van de Greb, en in contante penningen 600 gld, en benoemt hij tot zijn enige erfgenamen zijn drie kinderen, met namen Klaartje, Pieter en Arie Jansz Rus, elk voor een derde, met als voogden Cornelis Rus en Jacop Nierop, beiden wonende te Koedijk 154.
                8. Jacob Ariens HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 juli 1746.
              54. (<27) (>108, >109) Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, diaken ald. (als zodanig vermeld in 1733 en 1740), impost op begr. Graft 11 febr. 1745 (onvermogen),
                  In de banne van Graft compareerden op 4 november 1749 Neeltje Arians woende te Westgraftdijk, als moeder van haar 4 kinderen geprocreëerd bij Jan Claesz Willigrijp te Westgraftdijk overleden, met namen Trijntje oud 18, Arian 11, Jan 10 en Cornelis 8 jaren, ter eenre, en Jacob Claesz Willigrijp, oom en wettige voogd over de voornoemde kinderen, mede wonende te Westgraftdijk. Zij zijn geaccordeerd dat de kinderen voor vaders erfenis zullen genieten ieder een zilveren ducaton blijvende onder de moeder zo lang de weesmeesters dat willen. De moeder zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Op 2 maart 1762 bekennen Pieter Hartland in huwelijk hebbende Trijntje Jans en Arian Jans thans meerderjarig, van hun voogd Jacob Claasz Willigrijp elk de bewezen ducaton ontvangen te hebben. Op 6 maart 1770 bekennen Jelle Jans en Cornelis Jans, thans meerderjarig, van hun voogd en oom Jacob Claasz Willigrijp een zilveren ducatom voor hun vaders erfenis ontvangen te hebben. 155
              ondertr. (impost) Graft 13 jan. 1731 (impost elk ƒ 3)
              55. (<27) Neeltje Ariens FAES, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1733 als Neeltje Aris, impost op begr. Graft 25 febr. 1754 als Neeltje Ariens te Westgraftdijk (impost ƒ 3).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Trijntje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 okt. 1731, zie 27.
                2. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 mei 1733.
                3. Cornelis Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 30 mei 1734, impost op begr. Graft 12 sept. 1739.
                4. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 24 juli 1735, impost op begr. Graft 22 okt. 1748.
                5. Adriaan Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 3 maart 1737, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1764, impost op begr. Graft 8 aug. 1783 (pro deo, Arian Jansz Willigrijp te Westgraftdijk), ondertr. (impost) ald. 1 mei 1762 (onvermogen, beiden te Oostgraftdijk) Neeltje Pieters TUYN.
                6. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 18 mei 1738, impost op begr. Graft 14 sept. 1739.
                7. Jelle Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 16 aug. 1739, doet belijdenis (nederd. geref.) Oterleek 30 jan. 1774, vertrekt op 1 mei 1791 met attestie van Oterleek naar Alkmaar (volgens het lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 14 okt. 1808, ondertr./tr. Zijpe/Alkmaar 13/28 april 1771 Neeltje Jans STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 20 sept. 1751, komt op 31 januari 1773 met attestatie in Oterleek van Alkmaar, gaat op 1 mei 1791 met attestatie naar Alkmaar (volgens lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 17 dec. 1805 (in de Grote Kerk, Noordergang No 337), dr van Jan Gerritsz STEKELBOS en Jantje Jans TROMPEN.
                    In Koedijk verkoopt in 1779 Meindert Deugd gehuwd met Geertje Krook te St. Pancras aan Jelle Jans Willigrijp in de Schermeer 2 akkertjes zaadland, groot 21 snees, belend 't ene ten zuiden en noorden Diepsmeer, 't andere ten zuiden Jan Miesz Gleynis, ten noorden IJff Pieters, voor ƒ 330 156.
                    In Koedijk is in 1783 Cornelis Simonsz Visser wonende te Alkmaar ƒ 200 schuldig aan Jelle Jansz Willegrijp in de Schermeer vanwege geleend geld, met als onderpand 1/8 in enige geerzen land gemeen met Pieter Eenigeburg c.s. 157.
                    In Koedijk verkoopt Jelle (Jansz) in de Schermeer in 1788 aan Jan Ariensz Hoogwater 7 snees zaadland, belend ten zuiden Jan Hoogwater, ten noorden Gerrit IJffsz, voor ƒ 151, en in 1791 aan Pieter Ariensz Hoogwater 14 snees zaadland, belend ten zuiden en noorden Pieter Diepsmeer, voor ƒ 262 158.  
                    Op 5 juni 1773 testeren Jelle Jansz Willegrijp en Neeltje Jans Stekelbos, echtelieden wonende aan de Zuidzijde van de Noordervaart in de bedijkte Schermeer, op elkaar, met aan eventuele kinderen de legitieme portie, in welk geval de langstlevende als voogd of voogdesse zal optreden met uitsluiting van de weeskamer 159.
                8. Cornelis Jansz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1741, in 1771 pachter van vier percelen land van Bartholomies Jansz Krook 160, overl. Koedijk 1 mei 1780, ondertr. ald. 3 febr. 1770, ondertr. (impost) ald. 3 febr. 1770 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 18 febr. 1770 Neeltje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, impost op begr. Koedijk 24 jan. 1789 (impost ƒ 3), dr van Jacob Cornelisz de VRIES, op 5 augustus 1731 vermeld als diaken van de mennonistische gemeente van Langendijk en omgeving, en Maartje Dirks KOOPMAN, die hertr. met Harmen KLAASZ.
                    In Koedijk verkoopt in 1769 Aaltje Ariaansdr weduwe van Cornelis Kooning aan Cornelis Jansz Wilgrijp een huis en erf in 't midden van Koedijk, belend ten zuiden Jan Ariensz Hartland, ten noorden Joost de Visser, voor ƒ 100 161.
                    In Koedijk verkopen op 5 november 1789 Pieter Hartland, Jan Molenaar en Laurens Butter als voogden over de minderjarige kinderen van Geertje [zal moeten zijn: Neeltje] Jacobs de Vries aan Harmen Claasz een half huis en erf, belend ten zuiden Jan Hartland, ten noorden Cornelis Swaan, voor ƒ 237-10-0 162.
                9. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 8 juli 1742.
                10. Willem Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 okt. 1743.
              56. (<28) (>112) Gerrit Jansz STEKELBOS, overl. vóór 13 april 1732,
              tr. Oterleek 29 sept. 1720
                  Bij geref. huwelijk in Oterleek in 28 september 1720: Gerrit Jansz j.m met Neeltje Symons j.d. beyd aen de Vaert in de Schermeer. In 1729 lidmaten te Oterleek: Gerrit Jansz en Neeltje Symensz syn huisvrouw, aen de N vaart van Schermerhorn na de kerk N syde.
              57. (<28) (>114, >115) Neeltje Sijmons KROM, ged. (nederd. geref.) Oterleek 2 nov. 1698, impost op begr. ald. 13 juli 1765 (impost ƒ 6, in de Schermeer, aangever Jan Gerritsz).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Jan Gerritsz STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 1 febr. 1722, overl. Schermeer, onder Oterleek 22 sept. 1769, tr. 1° Jantje Jans TROMPEN, ondertr. 2° Heerhugowaard 9 maart 1766, ondertr. (impost) Oterleek 8 maart 1766 (impost ƒ 3 voor hem) Jantje Pieters WAGENMAKER, die hertr. met Dirk KOOIJ, en Jan Ariensz DOEFF.
                    Op 27 september 1769 stellen weesmeesters van Oterleek, vermits het overlijden van Jan Gerritsz Stekelbos in de Schermeer onder deze weeskamer, nalatende een minderjarige voordochter genaamd Neeltje Jans Stekelbos in eerder huwelijk verwekt bij zijn vooroverleden huisvrouw Jantje Jans Trompen, aan tot voogden Pieter Trompen thans wonende in de Schermeer aan de Noordervaart onder de bedrijve van Schermerhorn, oom van moederszijde, en Dirk jansz Coster woonachtig aan de Moolenweg onder deze jurisdictie. Op 12 oktober 1769 zijn de voogden met de weduwe geaccordeerd over de filiale portie bij testament van haar vader dd. 22 september 1768. Op 9 november 1769 is haar nog 55 gld opgestorven door 't overlijden van een halve zuster. Op 27 juni 1771 gaven Pieter Jansz Trompen en Dirk Jansz Coster te kennen dat hun pupil Neeltje Jans Stekelbos in de huwelijkse staat is getreden met Jelle Jansz Willigrijp waarom zij rekening en bewijs doen. Het totale tegoed is ƒ 507:10:0, waarvan afgaan voor kosten ƒ 5 en nog ƒ 500 uitgezet op interest. Te ontvangen ƒ 2:10:0 en de obligatie, aan Jelle Jansz Willigrijp ter hand gesteld, die verklaarde voldaan te zijn. 163
                    In 1769 testeren in Oterleek Jan Gerritsz Stekelbos en Jantje Pieters Wagenmaker, hij ziekelijk te bedde, echte man en vrouw. Als hij vóór zijn tegenwoordige huisvrouw komt te overlijden krijgen zijn huisvrouw, zijn voordochter genaamd Neeltje Jans Stekelbos en zijn andere twee kinderen genaamd Pieter Jansz Stekelbos en Geertje Jans Stekelbos in dit tegenwoordige huwelijk verwekt, ieder een gelijke filiale portie. De testatrice nomineert haar man tot universele erfgenaam, en testeert verder aan haar twee kinderen en eventuele meerdere kinderen uit dit huwelijk de legitieme portie. Aldus gedaan in de bedijkte Schermeer ten woonhuize der testateuren. 164
                    Op 14 december 1769 compareert in Oterleek Jantje Pieters Wagenmaker woonachtig in de Schermeer onder de jurisdictie van Oterleek, weduwe van Jan Gerritsz Stekelbos overleden op 22 september 1769 nalatende twee minderjarige pupillen bij haar in huwelijk verwekt waarvan een reeds mede is overleden en tegenwoordig nog in leven Pieter Jansz Stekelbos, en stelt voor als voogden Cornelis Gerritsz Stekelbos oom van vaderszijde woonachtig in de Schermeer en Pieter Jansz Boon van de bloede van moederszijde woonachtig in de Heerhugowaard. Hieraan volgende verzoekt Jantje Pieters Wagenmaker, tegenwoordig bruid van Jan Ariensz Doeff, om een voorgestelde schikking van de erfenis, mede gezien het overlijden op 19 oktober 1769 van een van de nagelaten minderjarige kinderen, welk verzoek met instemming van de voogden wordt ingewilligd. In 1786 wordt vanwege het overlijden van Cornelis Gers Stekelbos in diens plaats Jelle Jansz Willigrijp wonende in de Schermeer aan de Noordervaart aangesteld tot voogd over Pieter Jansz Stekelbos. Op 15 maart 1792 was Pieter Jansz Stekelbos, tot zijn mondige dagen gekomen, voldaan wegens zijn vaderlijke erfenis bestaande uit een gemenelands-obligatie van 500 gld waarvan de ineterst genoten was door zijn moeder Jantje Pieters Waagenmaker. 165
                2. Maartje Gerrits STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 1 febr. 1722.
                3. Cornelis Gerritsz STEKELBOSCH, ged. (nederd. geref.) Oterleek 18 juli 1723 of 22 aug. 1723, zie 28.
                4. Neeltje Gerrits STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 26 nov. 1724, tr. 1° Pieter Jansz MEER, tr. 2° Gleijn Cornelisz WIT.
                    In Oterleek bekent in 1767 Neeltje Gerrits Stekelbos weduwe van Pieter Jansz Meer, wonende in de Oterleker watermolen, ƒ 150 schuldig te zijn aan Pieter Claas Maars in de Schermeer, waaraan zij verbindt een stuk grasland, belend ten zuiden de Molentocht, ten westen het Zomerdijkje, een stuk land genaamd de Groote Breede Horn, groot 5 maden 2 snees 14 roeden, belend ten oosten de Huijgewaardsmoolenkolk, ten westen het voorschreven stuk, een stuk grasland genaamd Floorenkinderen, groot 2 mad 1 snees 9 roeden, belend ten oosten de erve Bronkhorst, ten westen Dieuwertje van der Meer, een stuk grasland genaamd de Oude Akkers, groot 1 mad 14 snees 6 roeden, belend ten zuiden Wijbrant Jansz, ten noorden het Zomerdijkje, alle 4 stukken in Oterleek 166.
                    In Oterleek stelt in 1768 Neeltje Gerrits Stekelbos voor als voogden over haar twee minderjarige kinderen Jan Pietersen Meer en Gerrit Pietersen Meer verwekt door wijlen haar man Pieter Jansz Meer, naast haarzelf, Pieter Maars wonende te Obdam, neef van vaderszijde, en Floris Swart wonende te Oterleek. Voor hun vaderlijke erfenis krijgen de kinderen tezamen een stukje grasland in de polder van Oterleek, groot in onkosten 1 mad 14 snees [ ] roeden, genaamd de Oude Akkers, of anders ƒ 200, ter keuze. 167
                    In Oterleek testeren in 1771 Gleijn Pietersz Wit en Neeltje Gerrits Stekelbos, echte man en vrouw wonende in de Oterleker watermolen. Als de testateur vóór zijn tegenwoordige huisvrouw komt te overlijden nomineert hij haar als zijn universele erfgenaam. Als de testatrice vóór haar man komt te overlijden nomineert zij haar man benevens haar 3 voorkinderen, met namen Jan en Gerrit Pietersz Meer en haar dochter Trijntje, alsmede de kinderen uit dit huwelijk ieder in een gelijke filiale portie. 168
                5. Maartje Gerrits STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 17 okt. 1725.
                6. Hendrik Gerritsz STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 10 april 1729.
                7. Dirk Gerritsz STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 4 febr. 1731, tr. Maertie JANS.
                8. Maartje Gerrits STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 13 april 1732, impost op begr. Heerhugowaard 5 juli 1782 (pro deo; aangever haar zoon Gerrit Jans Wit), begr. Oterleek, tr. Jan WIT.
              58. (<29) (>116, >117) Baart Pietersz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 25 juni 1707 (doopgetuige Maartje Klaas Hein), begr. Beemster 9 aug. 1773,
                  In de Schermeer bekent in 1759 Baart Pieterse Heynis, woonachtig in de Schermeer, 400 gld schuldig te wezen aan Sr Jacob van der Voort wonende te Alkmaar, tegen 3 gld 10 st pro cento in 't jaar, waarvoor hij verbindt een herenhuizinge en huismanswoning onder één dak met 15 morgen land, aan de Oostzijde van de Zuijdervaart in de polder L nr 30, genaamd Sinken Oord, belend ten zuiden Pieter Hamsz, ten noorden Pieter Zuurbier (op 28 april 1766 afgelost) 169.
              ondertr. (impost) 2° Schermeer 28 nov. 1753 (impost ieder ƒ 3) Maartje ARENDS, overl. ald. 25 nov. 1765,
                  Op 28 november 1753 maken Baart Pietersz Heijnis, weduwnaar, en Maartje Arends, weduwe, beiden wonende in de bedijkte Schermeer, huwelijkse voorwaarden. Als hij de eerststervende is krijgt hij een kindsgedeelte, als zij de eerststervende is krijgt hij een kindsgedeelte mits indien dan haar dochtertje nog in leven is die al haar kleren en sieraden krijgt vóór alle deling. Als de nagelaten kinderen of hun voogden het goed vinden mag de langstlevende zijn of haar leven lang blijven zitten, in welk geval de gemene boedel bij de dood van de langstlevende in twee gelijke delen verdeeld zal worden, de ene helft voor zijn kinderen, de wederhelft voor haar kinderen. 170
                  In Akersloot geven in 1755 de voogden over Aafje Jans voor de goederen haar van haar grootouders Adriaan Jansz Smit en Neel Joosten opgekomen volmacht aan Adriaan Bolten, procureur te Alkmaar, om een proces te voeren jegens Baart Pietersz Heynis wonende in de bedijkte Schermeer, in huwelijk hebbende Maartje Arends eerder weduwe van Jan Ariensz Smit en dus moeder en voodesse van haar minderjarige dochter Aafje Jans in huwelijk verwekt bij Jan Ariensz Smit 171.
                  Op 14 april 1776 heeft Baart Pieters Heynis in Akersloot de 15e penning met 10% opslag betaald over goederen van zijn laatst overleden vrouw Maartje Arendse, overl. 25 november 1765 in de Schermeer, onder deze banne 1/8 portie in een burgermanswoning met 15 morgen land aan de Zuydervaart in de bedijkte Schermer, ƒ 29:6:14.
              ondertr. (impost) 3° Oterleek 21 aug. 1766 Aagje Jans SCHEYK,
              tr. 1° Oterleek 23 april 1730
                  Op 31 januari 1753 testeren Baart Pieterz Heinis en Grietje Claas, echtelieden wonende in de Schermeer aan de Noordervaart, zij ziekelijk te bedde. Zij prelegateren aan hun zoon Claas Baartz testateurs kleren en sieraden op het overlijden van testateur en nog 300 gld na het overlijden van beide testanten, aan hun dochter Trijntje Baarts testatrices kleren en sieraden op het overlijden van testatrice, en testeren voor het overige op de langstlevende 172.
              59. (<29) Grietje KLAAS, impost op begr. Schermeer 25 april 1753.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Pieter Baartsz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Akersloot 26 dec. 1732.
                2. Trijntje Baarts HEIJNIS, zie 29.
                3. Klaas Baartsz HEIJNIS, overl. Starnmeer 13 juli 1773, impost op begr. Jisp 14 juli 1773 (impost ƒ 3, voor Claas Baarsz Heynse in de Starremeer), impost op begr. Graft 16 juli 1773 (impost ƒ 3, Klaas Baarsz Heynse in de Starmeer onder Jisp, om te Oostgraftdijk te begraven), begr. Oostgraftdijk, ondertr. (impost) 1° Schermeer 2 april 1757 (impost ieder 3 gld) Neeltje JACOBS, impost op begr. ald. 12 dec. 1758 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 2° ald. 16 aug. 1760 (impost ƒ 3 voor hem, zij van Obree) Neeltje Willems SWAAN, impost op begr. Jisp 23 april 1771 (impost ƒ 3, om te Oostgraftdijk begraven te worden), tr. 3° Kwadijk 3 mei 1772 Antje Jans BAKKER.
                4. Pieter Baartsz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 21 dec. 1738, impost op begr. Schermeer 28 maart 1739 (impost ƒ 3).
                5. Pieter Baartsz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 21 jan. 1742, impost op begr. Schermeer 15 dec. 1742 (pro deo).
                6. Aarntie Baarts HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 2 juli 1744, impost op begr. Schermeer 25 juli 1744 (pro deo).
                7. Pieter Baartsz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 11 sept. 1746, impost op begr. Schermeer 18 april 1748 (impost ƒ 3).
              60. (<30) Claas Cornelisz HOUTKOPER, begr. Driehuizen 10 aug. 1767 (in graf 36),
                  Op 4 januari 1721 verklaarde Klaas Kornelis wonende in de Schermeer bij Driehuizen, in huwelijk hebbende Barber Jans, enige dochter en vermoedelijke erfgename van Jan IJsbrandsz en Maartje Dirks, dat zijn vrouws ouders tot zijn vol genoegen kennis van de staat van de boedel gegeven hebben en hem als uitzetting gaven 27 à 28 achelen land in de banne van Graft, met de uitdrukkelijke bepaling dat hij de jaarlijkse lijfrente ten lijve van Impje IJsbrands, thans wonende in de Zuid-Schermer, zuster van zijn vrouws vader, groot 65 gld, zal betalen, met het voornoemde land daarvoor als onderpand. (Hij tekent: Claas Cornelissen.) 173
                  In Zuid- en Noordschermer compareerde op 14 maart 1741 Claas Kornelis Houdkoper wonende in de Schermer voor de weesmeesters, te kennen gevende dat zijn vrouw Barber Jans overleden was en 5 minderjarige kinderen had nagelaten die hij bij haar geteeld had, genegen zijn gemelde kinderen hun moeders erfportie te bewijzen, en verzoekt aanstelling van Mr Pieter Cornelis van den Burg wonende alhier en Abraham Pietersz Nieuweboer tot voogden, dewijl geen bloedvoogden van moederszijde voor handen waren, waarin de weesmeesters consenteren. In de marge: op 8 oktober 1743 verklaarde Jakob Pietersz Zootjes, in huwelijk hebbende Maartje Claas, dochter van Claas Houtkoper, van zijn gemelde vrouws vader voldaan te zijn wegens haar moeders erfportie, met 26 gld. 174
                  Voor de weesmeesters van Zuid- en Noordschermer verklaarde op 13 mei 1748 Jan Willemsz Toorn, in huwelijk hebbende Aaltje Claas, dochter van Claas Cornelisz Houtkoper geteeld bij zijn eerste vrouw Barber Jans, van zijn vrouws vader 26 gld ontvangen te hebben. Nog verklaarden Claas Cornelisz Houtkoper en Abram Pietersz en Mr Cornelis van den Burg dat Neeltje Claas, een van hun minderjarige pupillen, dit jaar overleden was, en dat zij overeengekomen waren over de 26 gld Neeltje competerende en wegens 24 gld 10 st berustende onder Tewes Tewes Smit van de erfenis Neeltje competerende van haar grootmoeder Maartje Dirks, met toestemming der andere meerderjarige kinderen, dat Cornelis Claas, minderjarige pupil, de voorschreven 24 gld 15 st voor zijn portie zou hebben, welke somme ter weeskamer is gebracht, met aftrek van 15 st onkosten. 175
                  Op 10 januari 1757 bekende Cornelis Klaasz Houtkoper, nu meerderjarige zoon van Claas Houtkoper en zijn overleden moeder Barber Jans, in de Schermer woonachtig, zijn moeders erfenis van 26 gld alsmede wegens de erfenis van zijn zuster wijlen Neeltje Claas 24 gld ontvangen te hebben 176.
              tr. 2° Geertje JACOBS, begr. Driehuizen 12 dec. 1764 (in graf 36),
              tr. 1°
                     Uit het tweede huwelijk:
                1. Jacob Klaasz HOUTKOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 6 aug. 1741, begr. ald. 8 mei 1804 (in graf 64), tr. Trijntje Leenderts van der SLUYS, begr. ald. 27 maart 1801 (in graf 64).
                2. Klaas HOUTKOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 13 jan. 1743.
                3. Barber Claes HOUTKOOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 11 okt. 1744, overl. Egmondermeer 1794 als Barber Vos, tr. Pieter Dirksz SCHOEN, alias Vos, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 4 okt. 1742, overl. Egmondermeer vóór 1 dec. 1799, zn van Dirk Cornelisz SCHOEN, alias Vos, molenaar ald., en Aagje Reijers RUS.
                    Als lidmaat vermeld in de Egmondermeer: in 1777 B... Klaasie Houtkoper, rond 1780 en 1783 Barber Klaasz Houtkooper, tussen 1784 en 1791 Barber Vos (2 maal), overleden in 1794.
                    In een advertentie worden alle degenen die iets te pretenderen hebben of verschuldigd zijn aan de nagelaten boedel van wijlen Pieter Dirkse Schoen en Barber Claasse Houtkooper, overleden in de Egmonder Meer, verzocht daarvan opgave of betaling te doen aan Laurens Mooy of Cornelis van den Berg, mede aldaar woonachtig, uiterlijk vóór 1 december 1599.
                4. Maartje HOUTKOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 12 juni 1746.
              61. (<30) (>122, >123) Barber JANS, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 7 mei 1690, doet belijdenis ald. 6 april 1710 (Wijbet Claasz, Barber Jans; uit de Schermer), begr. ald. 4 april 1740 (in graf 36),
                  In de periode 1713-1729 wordt in Driehuizen nog een zoon van Barber Jans begraven.
              heeft niet-huwelijkse relatie 1° met N.N.,
              tr. 2° Wijbit CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 29 juli 1685, zn van Jansz CLAAS, timmerknecht in de Schermer, en Trijn WIJBETS.
                  Op 6 april 1710 doen Wijbet Claasz en Barber Jans uit de Schermer belijdenis in de Gereformeerde gemeente van Driehuizen en Zuid-Schermeer.
                  In Zuid- en Noordschermer worden in 1725 tot voogden over de 4 onmondige nagelaten kinderen van Wijbit Claasz geprocreëerd bij Barber Jans wonende in de bedijkte Schermeer bij Driehuizen aangesteld Jan Claasz Stien en Jacob Swaen, omen van 's vaders zijde 177.
                       Uit de eerste verbintenis:
                  1. Jantje, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 17 juli 1707, begr. Driehuizen 9 jan. 1713 (in graf 36, [van] Barber een kind).
                       Uit de tweede verbintenis:
                  1. Trijntje WIJBITS, begr. Driehuizen 31 jan. 1731 (in graf 36).
                  2. Claas WIJBITSZ, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 21 febr. 1712, begr. Driehuizen 4 jan. 1732 (in graf 36).
                  3. Jan WIJBITSZ, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 5 nov. 1713.
                  4. Dirck WIJBITSZ, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 5 nov. 1713.
                       Uit de derde verbintenis:
                  1. Geertje Klaas HOUTKOPER, ged. Driehuizen 15 aug. 1717 (doopgetuige Maartje Dircks), tr. Gerrit Florisz BIERSTEKER.
                  2. Maartje Klaas HOUTKOPER, tr. Groot-Schermer 24 maart 1743 Jacob Pietersz ZOOTJES.
                  3. Aaltje Klaas HOUTKOPER, tr. Jan Willemsz TOORN.
                  4. Krijne Klaas HOUTKOPER, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 26 dec. 1728, begr. ald. 1 juni 1729 (in graf 36).
                  5. Neeltje Klaas HOUTKOPER, begr. Driehuizen 10 april 1748 (in graf 36).
                  6. Cornelis Klaasz HOUTKOPER, zie 30.
                62. (<31) Cornelis Klaasz BAKKER, alias Swarte Kees, doet belijdenis (nederd. geref.) Oterleek 30 april 1741 (samen met zijn huisvrouw Aegtje Leenderts), woonde aan de Noordervaart (in 1735 in het huis van Gerrit Fransen),
                tr. Oterleek 23 jan. 1735 (hij Cornelis Claesz, jongeman van Grootschermer, zij Aegtje Leenderts, jongedochter uit de Schermeer)
                63. (<31) (>126) Aegtje Leenderts KLUIJT, impost op begr. Oterleek 22 okt. 1773.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Klaes BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 19 mei 1735.
                  2. Maertje BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 25 nov. 1736.
                  3. Klaes BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 16 aug. 1739.
                  4. Leendert BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 24 dec. 1741, ondertr. (impost) ald. 2 april 1774 Aafje Jans VERWEY.
                  5. Lijsbeth Cornelis BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 2 febr. 1744, zie 31.
                  6. Jan BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 21 aug. 1746, ondertr. (impost) ald. 2 april 1774 Aafje Harks SCHUFFEL.
                  7. Dieuwertje BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 12 april 1750.
                  8. Trijntje BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 12 april 1750.
                  9. Jacob BAKKER, ged. (nederd. geref.) Oterleek 1 juni 1755.


                Generatie VII (<VI, >VIII)

                66. (<33) (>132) Cornelis Willemsz GROOT, ged. (nederd. geref.) Petten 25 febr. 1655, bakker,
                    In Zijpe verkoopt op 16 september 1689 Cornelis Willemsz Groot wonende te Petten aan Geertje Cornelis biersteekster mede aldaar een stukje land groot 3 morgen in de Zijpe in de polder K, belend ten noorden de erfgenamen van Dirck Smit, ten westen Ouwe Simen, ten zuiden de kinderen van Cornelis Pieterse, ten oosten de Egalementsloot, voor 537 gld 10 st gereed 178.
                    Op 11 mei 1713 bekent Cornelis Willemsz Groot alias Kok wonende te Petten schuldig aan Jan Blomhart, zoon en enige erfgenaam van Cornelis Blomhert zal., 300 gld spruitende uit zake van geleverde granen, belovende deze somme te voldoen, 100 gld binnen ongeveer 2 maanden, en op Mei 1714 en Mei 1715 telkens 100 gld. Tot nakoming vandien verkoopt comparant aan de voogden van hun voorschreven pupil al zijn meubelen en goederen. 179
                    Op 25 juni 1728 testeert Cornelis Willemsz Groot, bakker te Petten. Hij prelegateert aan zijn zoon Willem Cornelisz, ter voldoening van de kostpenningen sinds meer dan 5 jaar geleden tot comparants overlijden toe, zijn huizinge en erf zijnde een broodbakkerij, met al het bakkersgereedschap, mits de zoon ook comparants schuld overneemt van circa 700 gld indien alsdan nog onvoldaan. Zijn kinderen kunnen geen aanspraak maken op een erfenis van hun moeder daar bij het overlijden van zijn huisvrouw comparants boedel met meer schulden belast was dan de waarde bedroeg. Hij institueert zijn 2 dochters Neeltje en Maartje Cornelis of hun descendenten ingeval bij zijn overlijden nog iets overschiet in de legitieme portie, en zijn zoon Willem Cornelisz tot universele erfgenaam. 180
                tr.
                67. (<33) (>134, >135) Teetje Willems (TUIJT), ged. (nederd. geref.) Petten 25 nov. 1663.
                    Teetje Willems was in 1679 en 1680 doopgetuige bij de doop van kinderen van haar zuster Anne Willems
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Willem GROOT, ged. Petten 6 juni 1683.
                    2. Neeltje Cornelis GROOT, ged. (nederd. geref.) Petten 8 juli 1685, zie 33.
                    3. Grietje GROOT, ged. Petten 22 dec. 1686.
                    4. Willem GROOT, ged. Petten 21 nov. 1688.
                    5. Maartje Cornelis GROOT, ged. Petten 28 jan. 1691.
                    6. Trijntje GROOT, ged. Petten 1 jan. 1693.
                    7. Willem GROOT, ged. Petten 21 aug. 1695.
                    8. Antje GROOT, ged. Petten 16 sept. 1696.
                    9. Willem GROOT, ged. Petten 16 sept. 1696.
                    10. Willem Cornelisz GROOT, alias Bakker alias Kok, ged. Petten 2 nov. 1698, broodbakker, op 1 januari 1735 te Petten tot diaken gekozen, overl. 1742, tr. 1° ald. 13 febr. 1723 Ariaantje CORNELIS, overl. 1740, tr. 2° ald. 15 mei 1740 Anna JANS, bij huw. van St. Maarten.
                        Op 4 november 1734 eist in Petten Trijntje Harmens Bloemendaal, weduwe tot Oostzaandam van Jan Luytjes Duyn in leven koopman in granen aldaar, van Willem Groodt, broodbakker, 782 gld en 3 stuivers voor geleverde granen sinds 30 november 1726 181.
                  68. (<34) (>136) Jacob Jansz BERGEN, in 1707 ouderling in de Zijpe 182, armenmeester in de Zijpe in 1722 183, in 1690 aangeslagen voor ƒ 29-5-0 als tienden over 4 1/3 morgen tarwe in de Zijpe 184, overl. Zijpe 1726,
                      Op 26 februari 1711 testeert Cornelis Sijmonsz Wagenmaacker, wonende in de Oude Zijp aan de Schagerbrug, aan zijn kinderen hun legitieme portie en aan de kinderen van Jacob Jansz Bergen, thans mede in de Zijp, de verdere boedel, tenzij de weesmeesters tevreden waren de voogdij van zijn goederen, ook die van hun moeder opgekomen, te blijven administreren met uitsluiting van de weesmeesters[?], in welk geval hij zijn kinderen tot zijn erfgenamen benoemt en Jacob Jansz Bergen voornoemd en Dirck Jansz Bergen te Hargen tot voogden over de onmondige kinderen. Analoog testeert Jacob Jansz Bergen, wonende in de Oude Zijp tussen de Sintmaartensbrug en de Burgerbrug, aan zijn kinderen de legitieme portie en de verdere nalatenschap aan de kinderen van Cornelis Sijmonsz Wagemaacker aan de Schagerbrug, tenzij [analoog als hiervoor, met als voogden Cornelisz Sijmonsz Wagemaacker en comparants broer Dirck Jansz Bergen te Hargen. 185
                      In 1711 wordt er een akkoord gesloten tussen Jacob Jacobsz Bergen wonende in de Oude Zijpe, in huwelijk gehad hebbende Dieuwer Jans, ter eenre, en Reijer Willemsz Timmerman mede in de Zijpe aan de Burgerbrug, als naaste bloedvoogd van moederszijde van Jan Jacobsz Bergen achtergelaten zoom en erfgenaam van Dieuwer Jans, o.a. inhoudende dat Jan Jacobsz Bergen voor zijn moeders erfdeel zal hebben 1000 gld, door de eerste comparant uit te reiken op deszelfs meerderjarigheid 186.
                      In Zijpe verkoopt in 1720 Dirck Jansz Bergen wonende te Hargen aan Jacob Jansz Bergen in de Zijpe zijn broer de helft in een huismanswoning met omtrent 33 morgen land daarbij gelegen in de polder L, belend ten noordwesten de Burgerwegh, ten zuidwesten de Zijpse dijk, ten zuidoosten Gerrit Jelisz. De kooppenningen zij 1000 gld om contant te betalen of op interest te houden tegen 3 procent. In de marge: de kooppenningen ter somme van 1000 gld zijn afgelost door Adriaan van der Hoeve als curateur over de boedel van Jan van Bergen, actum 23 februari 1732. 187
                      In Zijpe heeft op 29 mei 1723 Jacob Jansz Bergen, ter presentie van Reijer Pietersz Woggenum en Pieter Bregman als omen en bloedvoogden van Pieter 10, en Dirk 6 jaar oud, kinderen van Jacob Jansz Bergen geprocreëerd bij Neeltie Pieters Woggenum, onder protecie van de weeskamer gebracht voor moeders erfenis ieder kind 600 gld, onder verband van de helft in een huismanswoning met ruim 33 morgen land daarbij gelegen in de polder Q, belend ten westen de Zijpsedijk, ten noorden de Heerewegh 188.
                      In 1728 vindt voor de notaris in Warmenhuizen een deling plaats tussen Pieter Jansz Bregman, schepen en schotgaarder te Warmenhuizen, en zijn 2 kinderen geprocreëerd bij wijlen Marijtje Pieters Wognum, o.a. van 1/5 van een stuk land in Bergen bij de kerk gemeen met Reijer Wognum, Cornelis Dool, Maartje Jansz Bregman en de kinderen van Jacob Jansz Bergen 189.
                      In 1731 wordt een verklaring afgelegd over een gronddeling op 5 juni 1726 tussen Frans Jansz Bos in huwelijk hebbende Maartie Jans Bregmans die in eerste huwelijk getrouwd is geweest met Jacob Jansz Bergen wonende in de Oude Zijp, hem competerende de helft van de boedel die de overleden Jacob Bergen en comparants vrouw hebben bezeten met nog ¾ van haar overleden mans goederen tot voldoening van de filiale portie, Reijer Pietersz Wognum en Pieter Bregman als wettige voogden over Pieter en Dirck Jacobsz Bergen, minderjarige nagelaten kinderen van Jacob Jansz Bergen en Neeltie Pietersz Wognum beiden overleden in de Oude Zijp, en Jan Jacobsz Bergen wonende in de Zijp, zoon van Jacob Bergen geprocreëerd bij Dieuwertie Jans, tezamen kinderen en erfgenamen van Jacob Jansz Bergen. Maartie Bregman krijgt 8 percelen land, en nog het huisraad, inboedel, boerengereedschap, koebeesten, paarden, schapen en lammeren, gewaardeerd op 361 gld door de eerste comparant uit te keren aan Pieter Bregman en de erfgenamen van Pieter Wognum overleden te Warmenhuizen. De voornoemde voogden krijgen voor de 2 kinderen 2/3 in een boerenhuis met ruim 47 morgen land in de Oude Zijp aan de Pettemercluft bij de Hazendijk, welke 2 derde delen bedragen als hun erfportie mitsgaders hun moeders bewezen goederen de somme van 1200 gld waarover zij 168 gld 3 st moeten uitkeren aan Pieter Bregman voornoemd. Jan Jacobsz Bergen is door zijn vader geïnstitueerd geweest alleen in een legitieme portie, en hem is ten deel gevallen 1/3 in voornoemde plaats, met nog een boek met zilver en een zilveren tuig, en een rode ketel. Als zijn erfportie competeert hem 1211 gld 8 st 8 penn, en hij heeft aangenomen te betalen aan zijn neef Willem Hargen schoolmeester te Oostzanen de 1000 gld (voor een obligatie ten laste van de boedel). 190
                  ondertr. 2°/tr. Zijpe 24 mei/7 juni 1711 Neeltje Pieters WOGNUM, overl. 1722,
                  ondertr. 3°/tr. Zijpe 12/26 dec. 1723 Maartie Jans BREGMAN,
                      Op 29 september 1725 testeren Jacob Jansz Bergen en Maartie Jans Bregmans, echteluiden wonend bij de Burgerbrug in de Oude Zijpe. Hij stelt zijn zoon Jan Jacobsz Bergen in de blote legitieme portie, en voor zijn verdere goederen zijn twee andere zoons Pieter en Dirk Jacobsz Bergen als zijn enige erfgenamen. Maar als Jan binnen 6 weken na testateurs overlijden erin toestemt dat vóór de deling Pieter en Dirk net zoveel vooraf krijgen tot hun moeders bewijs als Jan is bewezen, dan zullen alledrie zijn zoons enige erfgenamen zijn. Bij testateurs vooroverlijden krijgt zijn vrouw een kindsgedeelte. Als zijn vrouw sterft zonder kinderen bij hem gaat haar geld terug naar zijn kinderen. 191
                      In 1732 geven Reijer Woggelum en Pieter Bregman wonende te Warmenhuizen, als door weesmeesters van de Oude Zijpe aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van Jacob Jansz Bergen geprocreëerd bij Neeltie [sic] Pieters Bregman, een volmacht, speciaal tegen Claes Jansz Smit wonende in de Zijpe c.s. 192.
                  tr. 1°
                         Uit het tweede huwelijk:
                    1. Trijntje Jacobs BERGEN, ged. (g) Zijpe 20 maart 1712.
                    2. Pieter Jacobsz BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 mei 1713.
                    3. Dirck Jacobsz BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 18 april 1717.
                  69. (<34) Dieuwer JANS, overl. vóór 1703.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Jan Jacobsz BERGEN, ged. (nederd. geref.) Zijpe 18 april 1700, zie 34.
                  70. (<35) Jan GERRITSZ, overl. vóór 1724,
                  tr. Eenigenburg 29 dec. 1697
                  71. (<35) Trijntje ARIENS, overl. 1724,
                  ondertr. 2°/tr. Zijpe 26 dec. 1723/9 jan. 1724 Crelis ARIENSZ, secretaris ald.
                         Uit het eerste huwelijk:
                    1. Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 26 okt. 1698.
                    2. Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 6 juni 1700, zie 35.
                    3. Arjen JANSZ, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 8 april 1703.
                    4. Antje JANS, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 14 okt. 1708.
                    5. Arie JANSZ, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 30 okt. 1712.
                    6. Jantje JANS, ged. (nederd. geref.) Eenigenburg 22 april 1715.
                  76. (<38) Jan Gerritsz OOM, overl. Zijpe 17 nov. 1730,
                      In 1724 stellen Cornelis Jacobsz Teun wonende bij de Schagerbrug in de Oude Zijpe en Maertje Pieters weduwe van Pieter Cornelisz Tjallewal, zich borgen aan Cornelis Bregman te Schagen als voogd van de erfgenamen van Jan Willemsz Schipper, voor 130 gld als Jan Gerritsz Oom wonende in de Zijpe verschuldigd is wegens het gebruik van 12 geerzen land gelegen buiten 't Noord aan de Groenewegh, en in 1727 stellen Cornelis Jacobsz Theun en Gerrit Jansz Oom, beiden wonende in de Oude Zijpe, zich borgen voor Jan Gerritsz die aan Cornelis Bregman schuld heeft 193.
                      In 1728 verklaart Jan Gerretsz Oom wonende in de Oude Zijpe schuldig te wezen aan Mr Maarten Daeij, o.a. burgemeester van Gorinchem, 1000 gld wegens achterstallige huur van een huismanswoning met 11 morgen land in de Zijpe over de jaren 1723-1727, en onmachtig om deze som in geld te voldoen zo betuigde hij tot volle betaling hiervan bij dezen te cederen aan Mr Maarten Daeij 6 melkkoeien, 1 vaars, 2 kalveren, 2 paarden, een wagen, ploeg en eg, en al het verdere boeren- en bouwgereedschap, mitsgaders hooi, stro, graan en wat hem verder toebehoort, wijders al zijn inboedel en huisraad, enz., waarna dit alles door Mr Daeij tot wederzeggen onder de transportant gelaten wordt 194.
                  tr. 2° Maartje CORNELIS, dr van Cornelis Jansen HAVICS en Jannetje PIETERS,
                      In 1719 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel van Cornelis Jansen Havics en Jannetje Pieters, beiden in Schaen overleden in het huis op 't Noord, belend ten zuiden Cornelis Jansen Langedyk, ten verzoeke van Jan Gerritsz Oom en Pieter Cornelisz Havics, resp. schoonzoon en zoon 195.
                  tr. 1°
                         Uit het tweede huwelijk:
                    1. Adriaan Jansz OOM, ged. Zijpe 14 nov. 1717, overl. ald. 6 maart 1771, tr. ald. april 1749 Guurtje Claas LEEUWEN, die hertr. met Jan Klaasz KOOMEN, in 1758 op de lijst van zakken zaad (Oud Arch. Zijpe L 134) Jan Coomen met 88 gerst in het 15e blok, zuyder G, en op 1 april 1758 heeft Jan Claasz Koomen 3½ morgen bezaaid land aan de Westzij van de Groote Sloot.
                  77. (<38) Guurtje GERRITS.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Gerrit Jansz OOM, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 jan. 1697, zie 38.
                  86. (<43) Michiel ARISZ,
                  tr.
                  87. (<43) Neel JACOBS, impost op begr. Zijpe 7 sept. 1721 (pro deo, overleden aan de Ruygewegh).
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Aris MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Petten 7 mei 1690.
                    2. Antje MICHIELS, ged. (nederd. geref.) Petten 16 dec. 1691 (wonende in de Zijpe bij Hoorkamers), overl. vóór 20 juni 1738, ondertr./tr. Zijpe 24 jan./7 febr. 1717 Wijbrand Jansz PEETOOM, doet in 1717 met zijn vrouw Antje Michiels belijdenis in Zijpe.
                        Op 20 juni 1738 bewijst in Zijpe Wijbrand Jansz, weduwnaar van Antje Michiels, aan hun kinderen Jan (20 j.), Mighiel (18 j.), Cornelis (14 j.) en Jacob Wybrantsz (10 j.), in presentie van Jan Hoogvorst wonende te Hargen en Pieter Slicker wonende aan de St. Maartensbrugh, beiden ooms van de bestorven zijde, voor hun moeders erfenis ieder 30 gld. Jan Hoogvorst en Pieter Slicker stellen zich borg voor Wijnant Jansz. Op 17 april 1747 tonen Pieter Slicker en Jan Hoogvorst 2 kwitanties dd. 22 februari jl., dat zij als voogden hadden voldaan het moederlijk bewijs uit de gemene boedel van Wijbrant Jansz Peetoom en Antje Michgiels aan Jan en Michiel Wijbrantsz Peetoom, nu beiden meerderjarig. 196
                    3. Maartje MICHIELS, zie 43.
                    4. Trijntje MICHIELS, tr. Cornelis SCHOUTEN.
                    5. Aris Michielsz OOST, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 18 april 1700, schipper in Callantsoog, ondertr./tr. Zijpe 6/20 dec. 1722 Grietje CORNELIS.
                        In 1726 bekennen Hendrick Cornelisz Molenaer en Aris Mighielsz Oost, beiden in Callantsoog, 200 gld schuldig aan hun zwager Jacob Cornelis Wijdenes, meester horlogemaker in Schagen, om door hen gebruikt te worden tot koop van schapen, met als onderpand 50 van hun beste ooischapen die zij ten bede in bruikleen blijven bezitten 197.
                        Bij de personele quotisatie van 1742 in de Zijpe vermeld bij huisdr 266, Zuijdzijde in de Hasepolder: Aris Michielsz, visjager, met vrouw en 6 kinderen.
                        In 1745 deelt Aris Mighielsz Oost wonende in de Hazepolder bij Petten, in huwelijk hebbende Grietje Cornelis, met de broer, zusters en zusterskinderen van Trijntje Cornelis overleden te Schagen, als haar erfgenamen ab intestato, haar nalatenschap 198.
                    6. (kind) MICHIELS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 29 april 1703.
                    7. Jacob MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 8 nov. 1705, tr. Anne PIETERS, dr van Pieter Dirksz ELLEN.
                        In Zijpe committeren in 1744 de weesmeesters tot voogden van Neeltje oud 9, Peter 7 en Antje oud 3 jaren, kinderen van Anna Pieters verwekt bij haar overleden man Jacob Mighielsz, in de Zijpe overleden, Aris Mighielsz, oom paternel, wonende in de Hasepolder, en Pieter Slicker, mede oom paternel nomine uxoris, wonende in de Zijpe 199.
                        Voor Neeltje (9 j.), Pieter (7 j.) en Antje Jacobs (3 j.), haar kinderen verwekt bij haar overleden man Jacob Mighielsz, compareert in Zijpe in 1744 Anne Pieters, geassisteerd met haar vader Pieter Dirksz Elle, en verklaart haar bovengenoemde 3 kinderen onder protectie van de weeskamer te hebben gebracht, en nadat opening van de boedel was gedaan en Pieter Dirksz Elle gerenuntieerd had van de interest van ƒ 585:1:8, waarvoor gesteld als schuld ƒ 157:10:0 ten behoeve van Pieter Dirksz Elle, ter presentie van Aris Mighielsz, oom paternel wonende in de Haasepolder, en Pieter Slicker, oom paternel nomine uxoris wonende in de Zijpe, met voor ieder kind 100 gld, waarvoor Pieter Dirksz Elle zich borg stelt. Op 23 oktober 1757 verklaart Jan Cornelis Buijck, in huwelijk hebbende Neeltje Jacobs, voldaan de zijn. 200
                    8. Jantie MICHIELS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 27 april 1710.
                  92. (<46) Jacob Pietersz KUIJPER, overl. Poolland vóór 2 mei 1720,
                      In 1720 hebben Jan Jacobsz Kuijper en Gerrit Jacobsz Kuijper beiden wonende in Poolland in de banne van Barsingerhorn, Gerrit Claasz wonende op de Slaaper in de Oude Zijpe in huwelijk hebbende Maartje Jacobs Kuijpers, mitsgaders Anne Jacobs Kuijpers wonende thans te Barsingerhorn als dienstmaagd, gezamenlijke kinderen en erfgenamen van Jacob Pietersz Kuijper, in Poolland overleden, bij zijn huisvrouw Griette Gerrits verwekt, een contract van deling aangegaan om daardoor mede het welzijn en de verzorging van hun voornoemde moeder en schoonmoeder in haar hoge jaren en ouderdom te dragen. Jan Kuijper zal de gehele boedel en nalatenschap van hun overleden vader behouden, hun moeder zal bij hem blijven inwonen met behoorlijke verzorging, en de goederen die zij met de dood zal ontruimen zullen behouden en genoten worden door dezelfde Jan Jacobsz Kuijper. Met de bepaling dat Jan Jacobsz Kuijper aan ieder van de drie andere comparanten 52 gld 10 st zal uitkeren, aan Gert Jacobsz Kuijper gereed, aan de andere twee over een jaar. Op 21 juli 1720 heeft Gert Jacobsz Kuijper dit bedrag ontvangen (hij tekent „Gert Yacopsen Kuiper”), op 2 november 1721 Gerrit Claasz. 201
                  tr. (schepenbank) Barsingerhorn 23 febr. 1677
                  93. (<46) (>187) Grietje GERRITS, bij huwelijk jongedochter uit de Waard onder Schagen.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Jan Jacobsz KUIJPER.
                    2. Gerrit Jacobsz KUIJPER, zie 46.
                    3. Maartje Jacobs KUIJPER, tr. Gerrit CLAASZ.
                    4. Anne Jacobs KUIJPER.
                  94. (<47) (>188, >189) Jacob EVERTS,
                      In 1728 delen de kinderen en erfgenamen van Jacob Everts en Maertje Pieters, in hun leven gewoond hebbende op 't Wat onder de Dijck [vallende onder Schagen], de boedel, elk een zesde, door hun moeder en schoonmoeder als langstlevende met de dood ontruimd. Het zijn Aeltje Pieters weduwe van Jan Jacobs op de Mieldijck, ook als moeder en voogdesse over Maertje, Cornelis, Trijntje en Rens Jans, kinderen en erfgenamen van haar overleden man, Pieter Gerrits Hackel wonende in Poolland als getrouwd met Maertje Jacobs, Anna Jacobs weduwe mede aldaar, ook als moeder en voogdesse van haar kinderen verwekt bij Claes Gerrits, genaamd Trijn, Maertje en Anna Claas, Gerrit Jacobs Cuijper mede aldaar als in huwelijk hebbende Trijn Jacobs, Sijmon Jansz Oomes kind mede aldaar als getrouwd met Grietje Jacobs, en Simon Jacobs wonende in dezen bedrijve op 't Wat. De deling vindt plaats met tussenspreken van Jan Jans Bontis te Barsingerhorn en Cornelis Jans Rous molenaar op 't Wat. Sijmon Jacobs krijgt de helft van het huis waarvan hij al de helft bezit, belend ten noorden de Westvriesse Zeedijck, ten oosten de erven van Jan Ariaens Valcoogh, en zal 18 gld 5 st 10 penn uitkeren aan elk van de vijf deelgenoten, inbegrepen de 100 gld gekomen van wijlen zijn peet Anna Jacobs in haar leven weduwe van Cornelis Everts tot nu toe gebleven in de boedel van hun ouders. 202
                  tr.
                  95. (<47) Maertje PIETERS.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Jan JACOBS, tr. Aeltje RENS.
                    2. Maertje JACOBS, tr. Pieter Gerrits HACKEL.
                    3. Anna JACOBS, tr. Claas GERRITS.
                    4. Trijn JACOBS, zie 47.
                    5. Grietje JACOBS, tr. Sijmon Jans OOM.
                    6. Sijmon JACOBS.
                  96. (<48) Sijmon Pietersz BAKKER,
                      In Noord-Scharwoude verkoopt in 1687 Pieter Cornelisz Rijp aan Sijmon Pietersz Backer een huis en erf, belend ten oosten de Heerestraet, ten noorden de gang van Pieter Aeriens Ootgers, ten zuiden de gang van Cornelis Jans Lansman, ten westen de Burgsloot, voor een custingbrief van ƒ 125:5:0 en ƒ 5:8:9 huurpenningen, boven betaalde gerede penningen ƒ 41:15:0 en huurpenningen ƒ 1:15:0 203.
                      In Noord-Scharwoude verkoopt in 1709 Sijmon Pietersz Bakker aan Arijaan Baartsz Buijs een derde in een akker zaadland, groot het voorschreven gedeelte 3 snees, gelegen in de Zuidhoek van onze polder, belend ten noorden de koper annex, ten oosten Jan Smit, ten westen Claas Modder, voor 55 gld, verkoopt in 1712 Sijmon Pietersz Bakker aan Jan Willemsz Duijsent een akker zaadlands end annex, groot omtrent 2 snees 15 roeden, in 't Zuijtent van de polder, belend ten westen en noorde Jan Huijbertsz Anker, voor 60 gld, en verkopen in 1715 Trijn Jans weduwe van Sijmon Pietersz Bakker alsmede Pieter en Aris Sijmonsz Bakker haar zonen, ook voor hun twee onmondige dochters en zusters, aan Gerrit Arijaansz Swager, onze confrater schepen, een dam in de polder groot 7 snees 6 roeden 9 voeten, belend ten zuiden Claas Evertsz Modder, ten oosten en noorden Pieter Cornelisz Rijp, voor 12 gld 10 st ieder snees 204.
                      In Koedijk worden in 1762 vanwege een erfeniskwestie verklaringen afgelegd door Aris Bakker oud ruim 68, Hark Ariensz Soet oud ruim 61 en Gerrit Haviksz oud ruim 36 jaar, allen wonende te Noord-Scharwoude, over Grietje Jans, zuster van Cornelis Jans Span, welke Grietje Jans vrouw is geweest van Pieter Sijmonsz Bakker, broer van Aris Bakker en oom van Gerrit Haviksz, welke laatste van zijn 12e tot zijn 19e jaar bij zijn oom Pieter Sijmonsz Bakker en Grietje Jans gewoond heeft 205.
                  tr. Noord-Scharwoude 11 febr. 1685
                  97. (<48) (>194, >195) Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) verm. Oudkarspel 3 sept. 1662 als dochter van Jan Broer, overl. Noord-Scharwoude 14 dec. 1732, impost op begr. ald. 17 dec. 1732 (pro deo).
                      In Noord-Scharwoude verkopen in 1719 drie oud-regenten als gecommitteerden van de ganse vroedschap aan Arijaan Jansz Timmerman een huis en erf genaamd de Groene Schuer, belend ten oosten de Heerestraet, ten westen de Burgsloot, toebehoord hebbende Trijn Jans, weduwe van Sijmon Pietersz Bakker, voor een schuldbekentenis van 110 gld 206.
                      Op de lidmatenlijst van Noord-Scharwoude van 25 juli 1719: Pieter Symonsz Bakker, zijn vrouw Griet Jans, en zijn moeder Trijn Jans overleden 14 december 1732.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Pieter Sijmonsz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 20 jan. 1686, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 25 febr. 1720, woonde volgens de lidmatenlijst in 1720 'Over de Brug', impost op begr. Noord-Scharwoude 28 okt. 1757 (pro deo), tr. 1° Grietje ALDERTS, impost op begr. ald. 16 febr. 1713 (pro deo), ondertr. (impost) 2° ald. 29 april 1713 (pro deo, zij weduwe van Zuid-Scharwoude) Griet Jans SPAN, doet belijdenis (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 19 febr. 1721, impost op begr. ald. 11 maart 1748 (pro deo), ondertr. (impost) 3° ald. 15 juni 1748 (pro deo, zij weduwe van Warmenhuizen) Jannetje POULIS, impost op begr. Noord-Scharwoude 1 febr. 1754 (pro deo), wed. van N.N.
                          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1724 Pieter Cornelisz Bakker in huwelijk hebbende Guertje Pieters aan Pieter Sijmonsz Bakker een halve middelmuur, keuken en schuur en erf en een vrije gang bezuiden 't voorste gedeelte van 't huis tot de Heerestraat, en een vrije gang en aanleg over en aan verkopers erf bewesten de straat, belend ten oosten de Agtergraft, ten zuiden Pieter Jansz Boerijen, ten westen 't voorste gedeelte huis van Pietertje Pieters annex, voor 95 gld 207.
                          In Noord-Scharwoude verkopen in 1736 Jan Cornelisz Moolenaar en Willem Jansz Heeman, diakenen van de gereformeerde kerk, aan Pieter Sijmonsz Bakker een achterste gedeelte van een oud huisje naast het zijne, belend ten noorden de koper, ten westen Pieter Jansz Schoenmaker annex, ten oosten de Agtergraft, voor 2 gld 208.
                          Op de schellinglijsten van Noord-Scharwoude komt Pieter (Symonsz) backer voor in de periode 1729-1733 voor 1 schelling, Pieter backer in de periode 1734-1735 voor 3 schellingen, Pieter (Symonsz) backer in de periode 1736-1747 voor 2 schellingen, na 1747 niet meer 209.
                      2. Aris Sijmonsz BAKKER, zie 48.
                      3. Maartje Sijmens BAKKER, impost op begr. Noord-Scharwoude 29 jan. 1737 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 29 juli 1722 (pro deo), tr. ald. 26 aug. 1722 Havik GERRITSZ, schipper, op 20 februari 1731 in Noord-Scharwoude ingekomen met attestatie van Haringkarspel, impost op begr. Noord-Scharwoude 20 maart 1741 (pro deo), zn van Gerrit Albertsz SLOTEMAKER en Hiltje DIRKS, wedn. van Neeltje Claas CNIJN, en die hertr. met Maartjen JACOBS.
                          Havik Gerrits en Maartje Sijmens zijn de stamouders van een uitgebreide familie Slotemaker beschreven in Westfriese Families 34 (1993) door J.W. Joosten.
                          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1734 Willemijntje Jacobs, weduwe van Jacob Gerritsz overleden onder Hoogwoud, aan haar overleden man's broer genaamd Havik Gerritsz een voorend en keuken waar hij tegenwoordig in woont bij de Mosselbrug met erf en aanleg, belend ten oosten Jan Pietersz Schuijt annex, ten westen de Heerestraat, ten noorden Claas Evertsz Modder en de gang, voor 100 gld, en is Havik Gerritsz schuldig aan Claas Huijbertsz Twisk 100 gld geleende penningen ter zake van koop van zijn huis bij de Mosselbrug 210.
                      4. Vrouwtje Sijmons BAKKER, ged. (nederd. geref.) Noord-Scharwoude 28 nov. 1700, ondertr. (impost) ald. 24 febr. 1725 (pro deo), ondertr. (impost) Oudkarspel 24 febr. 1725 (pro deo), tr. ald. 11 maart 1725 Evert Jansz ROOTJES, wedn. van Neeltje GLEIJNIS.
                    100. (<50) Harmen van WEEL.
                           Uit onbekende relatie(s):
                      1. Anna van WEEL, tr. Claas Jansz SCHOUTEN, koster, schoolmeester, wedn. van N.N.
                          In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1719 Dirk Arisz Smit aan Anna van Weel, huisvrouw van Claas Jansz Schouten, schoolmeester en voorzanger, een huisje annex het dorpsraadhuis, belend ten zuiden, oosten en noorden huis en erf van Pieter Gerritsz Wit, ten westen het dorpsraadhuis annex, voor 68 gld 211.
                          In Zuid-Scharwoude testeren in 1718 Claas Schouten, koster en schoolmeester, en zijn huisvrouw Anna van Weel, hij aan zijn vrouw een kindsgedeelte in een huisje in Zuid-Scharwoude achter en annex het raadhuis, item de peper- of kramerijwinkel mitsgaders een 'sakardanen' lessenaar, een gemarmerde tafel, enz., zij aan haar man als enige erfgenaam, behoudens dat haar kleren en kerkboek met zilver zullen moeten gaan aan haar broer Hendrik van Weel te Delfzijl, belastende verder haar man om na zijn overlijden aan dezelfde broer haar gouden halsketting, een zilveren bekertje, dito lepel en zilveren ring na te laten, en herroept in 1720 Anna van Weel haar testamentaire beschikking wat betreft haar broer en institueert nu als enige erfgenaam haar man Claas Jansz Schouten, behoudelijk dat bij zijn overlijden de helft van zijn boedel aan haar erfgenamen zal komen 212.
                          In Zuid-Scharwoude verkopen in 1730 Timotheus Rentmeester voor hemzelf en als voogd over Carsten Claasz Schouten, mitsgaders Adriaen Warmenhuijsen schout van Zuid-Scharwoude als mondeling last hebbende en voogd van Anneke van Weel, nagelaten weduwe van Claas Schouten alhier overleden, aan Maarten Willemsz een huis bij de Krommebrug annex het dorpsraadhuis, belend ten zuiden, oosten en noorden Andries Slagt, met behoud van een gang naar de Heerestraat en een gang naar de Agterburgsloot met op- en afscheping op die sloot, als bij kopp op 16 januari 1709, voor 260 gld 213.
                          In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1722 Jan Aelbertsz Verluijn aan Claas Schouten een zevenjarig zwart merriepaard, een groengeverfde chaise met het rijtuig, verder een bed, drie dekens enz., en andere tilbare goederen, als betaling van een geleverde winkel en [...] 214.
                          In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1727 Claas Jansz Schouten, schoolmeester en voorzanger alhier, aan Maarten Aryaansz Tebbensz een boomgaardje van 4 snees 10 roeden in de Coog bij de kerk, zijnde het oostelijke gedeelte van schout Jans hofstede, belend ten zuiden de Kerkelaan, ten noorden de Kerckeweyt, als in de opdrachtbrief van 15 april 1708 fol. 139, ten westen Aryaan van Veen, voor 65 gld 215.
                      2. Hendrik Harmensz van WEEL, zie 50.
                    102. (<51) Christiaan PROSÉ, soldaat onder overste Gerhard Schay, overl. Delfzijl 8 dec. 1719,
                    ondertr./tr. Delfzijl 10 sept./1 okt. 1682
                    103. (<51) Annetje JANSSEN,
                    tr. 1° Zirck EYSEMA.
                           Uit het tweede huwelijk:
                      1. Dorothea PROSÉ, ged. (nederd. geref.) Delfzijl 25 april 1686, zie 51.
                    104. (<52) (>208, >209) Jan Hendriksz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 maart 1673, schepen (1700-1734) en weesmeester (1738-1739) 74 ald., impost op begr. ald. 24 jan. 1741 (impost 3 gld),
                        In Koedijk wordt op 19 mei 1683 door Jan Jansen Appetijt en Cornelis Cornelis Broers als voogden over Jan Hendrickx, kind van zal. Hendrick Theeus Hertlant en Jannetje Jans, in presentie van Jan Gerrets Lantheer als naaste bloedverwant, de aanbreng van het kind beschreven 216. Deze aanbreng bestaat uit het volgende. Een huis en erf op de Molenbuurt, belend ten zuiden Jan Jansz Appetijt, ten noorden de weduwe en de zoon van Pieter Theeus Hertlant, met 21 snees zaadland en een boomgaardje achter het huis, belend ten oosten de erven van heer Claes Heerman met de Molenweid, ten westen de Achtergraft; 6 geers genaamd de Cleymeersweid bezuiden en aan de Kleimeer, belend ten oosten Sijmen Joosten, ten westen Jan Grotewal, ten noorden de Ringsloot; 5½ geers genaamd (K)innemansweidje in de banne van Broek beoosten de Zomersloot, belend ten noorden de Meyersloot, ten zuiden Jan Prinsen als bruiker, ten westen de Zomersloot; 7 geers land in de Daalmeer, belend ten noorden Jacob Tijsen, ten zuiden Arent Jonckers kind c.s.; 1 geers rietland in de Noorder Kleimeer gemeen met Dirck Jansen Noom en de kinderen van Pieter Cornelis Calis, belend ten oosten Pieter Jansen Brelants erven, ten westen Pieter Gleynis c.s., ten zuiden de Cruyssloot; geld berust onder Maertjen Cornelisdr, de weduwe van Pieter Theeus.
                        In Koedijk is op 2 februari 1698 Jan Hendrickz Hartland 850 gld schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Ds Johannes Kuijff, in zijn leven predikant te Tricht, en zijn vrouw Catharina Sevenhuijsen, wegens koop van 4 morgen land achter Huiswaard, zijnde verkocht Vroonland (doorgehaald op 12 september 1698) 217.
                        In Koedijk verkoopt op 9 augustus 1696 Jan Hendricksz Hartlandt aan Cornelis Broersz een akker zaadland achter comparants huis, groot omtrent 22 snees, belend ten noorden de Achtergracht, ten oosten de vrouw van Zuijtwijck, voor 625 gld, verkopen op 2 februari 1698 de kinderen en erfgenamen van Ds Johannes Kuijff, in zijn leven predikant te Tricht, en zijn vrouw Catharina Sevenhuijsen, aan Jan Hendricksz Hartland 2 stukken land, zijnde verkocht grafelijkheids vroonland gelegen achter Huiswaard, groot omtrent 4 morgen, voor een schuldbekentenis van 1850 gld (doorgehaald op 12 september 1698), verkoopt op 15 januari 1699 Jan Hendricksz Hartlandt aan Dirck Ariensz een schapentuintje groot omtrent 7 snees op 't Noorteijnde, belend ten westen de grafelijkheid, ten oosten de kinderen van Guiert Sijmonts, voor 210 gld, verkoopt op 29 januari 1699 Jan Hendricksz Hartlant aan Hendrick Pietersz Schipper een akker zaadland van 6 snees in 't Harpedel, belend ten zuiden Gerrit Poulusz, ten noorden Cornelis Hoogwater, voor 128 gld, verkoopt op 18 juni 1700 Pieter Gleijnis aan Hendrikc Levendigh en Jan Hartland ruim 2 geerzen in 7 geerzen 7 snees land op de banscheiding van Oudkarspel, genaamd de Hogeweijd ofte Kirre, waarvan de wederhelft of andere partij ligt onder de heerlijkheid van Pudkarspel, belend ten zuiden de ringsloot van de Cleijmeer, ten westen de gemeene Vaert, voor 300 gld, verkoopt op 18 april 1701 Jan Hendriksz Hartlandt aan Jan Jacobsz Verwer en Jacob Jansz Verwer een stuk weiland groot omtrent 6 geerzen, belend ten noorden de ringsloot van de Zuijder Cleijmeer, ten zuiden het armenland van Koedijk, ten oosten Simon Joosten, voor 1500 gld, en verkopen op 27 april 1702 Hendrick Levendigh en Jan Hartland, als actie en transport hebbende van 't volgende land, en Cornelis Broersz als last hebbende van Maritie Bouwents, weduwe en boedelhoudster van Pieter Lourisz alias Pieter Gleijnis, aan Dirck Jansz Noom omtrent ruim 2 geerzen gemeen en onverdeeld in een stuk weiland op de banscheiding van Koedijk en Oudkarspel genaamd de Kirreweijd, groot in 't geheel 7 geerzen 19 roeden 6 voeten, belend ten zuiden de ringsloot, ten noorden de gemene Vaart, voor 507 gld 218
                        In Oudkarspel verkoopt in 1699 Jan Hendriksz Hartlant wonende te Koedijk aan Maartje Pieters weduwe van IJff Pietersz Schotvanger mede te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 16 snees, met 't Oosteinde aan de Diepsmeers ringsloot, belend ten noorden Cornelis Stammes, ten zuiden Cornelis en Jacob Stammis, voor ƒ 368:18:0, idem aan Aris Pietersz Rus aldaar een zesdepart in een stukje grasland in 't geheel omtrent 2 morgen bij de Vuijle Greb, belend ten oosten 't dorpsland van Oudkarspel, ten westen en zuiden de koper, gemeen en onderdeel met de koper en met Lambert Jansz Brommer en Jan IJfsz, idem aan Pieter Jansz Rus mede wonende op Koedijk een akker zaadland groot omtrent 10 snees in de Vuijle Greb, belend ten noorden Cornelis Jansz Nierop, ten zuiden Cornelis Stammes c.s., voor ƒ 254:0:0, verkoopt op 6 augustus 1700 Pieter Louwersz gezegd Pieter Gleijnsz wonende te Koedijk aan Hendrik Levendigh en Jan Hardtlandt mede wonende te Koedijk omtrent 16 geerzen grasland in een groter stuk met comparant gemeen, tussen de Dieps- en Kleijmeer, genaamd Ouwelant, belend ten zuiden de Kleijmeers ringsloot en 't overige van dit stuk, groot omtrent 2 geerzen land te strekken onder Koedijk alzo „'t hoogh van dit lant op en aan de banscheidingh van Koedijk is gelegen”, en nog een stukje groot omtrent 4 geerzen aan de Diepsmeers ringsloot, belend ten oosten Gert Slommer, en verkopen op 4 mei 1702 Hendrik Levendigh en Jan Hardtlant beiden wonende te Koedijk aan Dirk Jans Nooms mede wonende te Koedijk een gedeelte in een stuk grasland genaamd de Kirrweijdt, gelegen op de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, groot dit gedeelte ruim 4½ gars, en 't gedeelte onder Koedijk ruim 2 geerzen, belend ten zuiden de Kleimeers ringsloot, ten noorden Cornelis Cromdel 219.
                        In Koedijk verkoopt in 1700 Pieter Gleijnis aan Hendrick Levendigh en Jan Hartland ruim 2 geerzen in 7 geerzen 7 snees land op de banscheiding van Oudkarspel genaamd de Hogeweijd ofte Kirre, waarvan de wederhelft of andere partij ligt onder de heerlijkheid van Oudkarspel, belend ten zuiden de ringsloot van de Cleijmeer, ten westen de gemene Vaert, voor 300 gld, verkoopt in 1701 Jan Hendricksz Hartlandt aan Jan Jacobsz Verwer en Jacob Jansz Verwer een stuk weiland groot omtrent 6 geerzen, belend ten noorden de ringsloot van de Zuijder Cleijmeer, ten zuiden het armenland van Koedijk, ten oosten Simon Joosten, voor 1500 gld, verkopen in 1702 Hendrick Levendigh en Jan Hartland, als actie en transport hebbende van 't volgende land, en Cornelis Broersz als last hebbende van Maritie Bouwents weduwe en boedelhoudster van Pieter Lourisz alias Pieter Gleijnis, aan Dirck Jansz Noom omtrent ruim 2 geerzen gemeen en onverdeeld in een stuk weiland op de banscheiding van Koedijk en Oudkarspel genaamd de Kirreweijd, groot in 't geheel 7 geerzen 7 snees 19 roeden 6 voeten, belend ten zuiden de ringsloot, ten noorden de gemene Vaart, voor 507 gld, en verkoopt in 1710 Jan Hartland aan Dirck Claesz Kuijper te Alkmaar een stuk land groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de grafelijkheid, ten westen de ringsloot van de Mare, ten zuiden Jan Siewertsz, voor 1630 gld 220.
                        Op 11 april 1701 bekent Cornelis Bouwentsz Cromdel wonende te Koedijk bij notariële akte schuldig te wezen aan Hendrick Levendigh en Jan Hendricksz Hartlandt wonende mede aldaar 960 gld vanwege zekere beschadigde borgtocht van 800 gld met interest, door Levendigh en Hartlandt aangegaan voor comparants zwager Pieter Gleynis zal. ten behoeve van de notaris, volgens een obligatie dd. 13 juni 1699 voor notaris Gerrit Winder te Alkmaar 221.
                        In Broek op Langedijk is in maart 1707 Jan Warmenhuijsen, schotvanger, eiser contra Jan Hendrixz Hartlant wonende te Koedijk, om betaling van 11 gld 15 st 12 penn achterstallige contributie der zeedijkskosten en 'raaxmaat' aangeslagen over 5 geerzen 1 snees 7 roeden land onder Broek wegens de jaren 1703 en 1704; de gedaagde is niet gecompareerd. In juli 1707 is de gedaagde in gebreke gebleven en is ter requisitie van Jr Alexander van Lantschot als dijkgraaf van Geestmerambacht een stuk weiland aan de Somersloot in arrest genomen, groot 5 geerzen 1 snees 7 roeden, belend ten westen de voorschreven sloot, ten oosten de Molweyd, ten noorden de Meyertssloot, toebehorende Jan Hendrixz Hartlant wonende te Koedijk. 222
                        In Koedijk verkoopt in 1734 Jan Hartland, mede voor zijn zoon Arien Hartland, en Poulus Jacobsz Boldewyn, instaande voor Trijntie Gerrits Boldewijn, aan Jan Gerritsz Kleijburgh 2/3 in een huis en erf op het Zuideinde, belend ten zuiden Pieter Dirksz Mulder, ten noorden Pieter Cornelisz Kok, waarvan de koper reeds 1/3 bezit, belast met een erfpacht van 1 gld 15 st t.b.v. Mevr. Vijgh, voor 40 gld 223.
                        In Koedijk verkoopt in 1742 Arie Hartland, mede voor Jannetje en Hendrik Hartland, gezamenlijke erfgenamen van Jan Cornelisz Schuijtemaker overleden te Koedijk, aan Symon Jacobsz een huis en erf geappropieerd tot een schuitenmakerij aan 't Noordeind, belend ten noorden Cornelis Nierop, ten zuiden Cornelis Dirksz, voor 150 gld 224.
                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1769 Hendrik Hartlant aan Pieter Aarjensz Hartlant 1/3 in een stuk weiland aan de Somersloot, groot in 't geheel 5 geerzen 1 snees 7 roeden, onderdeel met de erven Jan Hartlant, belend ten westen de Somersloot, ten noorden de Maijerssloot, voor 180 gld 225.
                    tr. Koedijk 16 okt. 1695
                    105. (<52) (>210, >211) Maartje Ariens STAMMIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 3 nov. 1675, impost op begr. ald. 19 maart 1721 (pro deo).
                        In Koedijk is in 1681 Trijn Jans weduwe van Jacob Gerrets Rijplant, ook als moeder en voogdesse van haar kinderen, geassisteerd met Johannes Rijplant haar oudste zoon, 150 gld schuldig aan Maertjen Aerjens nagelaten weeskind van zal. Aerjen Reijers Stammis, tegen 4 percent, met als borgen Johannis Rijplant en Garbrant Levendigh 226.
                        Voor de weeskamer van Koedijk compareren op 8 april 1678 IJff Reyers Stammes en Jan Willems Limmen als voogden over Maertjen Aerjens, kind van wijlen Aerjen Reyer Stammis en Bregt Jans; Cornelis Powels, gerechtsbode te Winkel, is 's kinds stiefvader. De aanbreng bestaat onder meer uit 16 snees zaadland genaamd Cornelis van Veens acker tussen de Snijders- en Saskersloot, belend ten zuiden de weduwe en kinderen van Jan Cornelisz Stammis met de Taemseweid, ten noorden IJff Pieters c.s. Op 2 februari 1684 worden o.a. obligaties opgegegeven ten laste van Jan Jansz Breelant en de weduwe en kinderen van Jacob Gerretsz Rijplant, en wordt het moederlijke erfdeel ingebracht, bestaande uit 1 gars in een weiland genaamd 't Hardelant onder Oudkarspel belend aan weerszijden door Aris Pietersz Rus en gemeen met Aris Pieters, 6 snees zaadland in 't Harpedel belend ten zuiden Pieter Jan Wouters en ten noorden de erven van Claes Aengaende, 2 snees zaadland in 't Del aan de huizen belend aan weerszijden door de erven van Jan Breelant, 5 snees zijnde 1/8 in het oostelijke deel van de Heylegedaechsweid, belend ten oosten 't Lamgars, ten westen Maerten Pieters, ten noorden de Cortsloot. Op 11 juni 1692 compareren Jan Willems Limmen en Jan Jansz Groot i.p.v. zijn schoonvader, als voogden, in presentie van Dirck Arjens als bloedverwant; het betreft de goederen van 's kinds grootouders. De aanbreng bestaat uit de helft in 8 geerzen 8 snees 10 roeden weiland gemeen met Aerjen Grootsant c.s. te Schoorl, in de Vuyle Greb onder Oudkarspel, belend ten zuiden Aris Pietersz Rus, ten noorden Pieter Jansen Rus als bruiker, 10 snees zaadland op Luymoort, belend ten noorden Jan Cornelisz Nieudorp, ten zuiden Arent Cornelis, en 5 snees grasland in 't Del achter de huizen van het Noordend, belend ten westen en noorden Vroonlanden van de Grafelijkheid. 227
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Jantje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 2 dec. 1696.
                        2. Arien Jansz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 juli 1698, zie 52.
                        3. Trijntje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 14 okt. 1703, impost op begr. ald. 16 maart 1720 (pro deo).
                        4. Hendrik Jansz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 jan. 1708, impost op begr. ald. 20 aug. 1770 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 9 dec. 1746 (impost ƒ 3 voor hem), tr. Koedijk 25 dec. 1746 Marijtje Dirks VOS, bij huwelijk jongedochter te St. Pancras, impost op begr. Koedijk 17 mei 1766 (impost ƒ 3), dr van Dirk Rensz (VOS), op de lidmatenlijst van St. Pancras in 1752 vermeld als „Dirk Rensz anders Vosje genoemd”.
                            Op 4 november 1748 testeren Hendrik Jansz Hartland en Marijtje Dirks, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op elkaar, en als er op 't overlijden van de eerststervende kinderen in leven zijn zullen deze geïnstitueerd worden in de blote legitieme portie. Als zij de eerststervende is zonder kinderen na te laten en haar vader Dirk Rensz nog in leven is institueert zij dezelve in de legitieme portie. Zij benoemen elkaar tot voogd of voogdesse over hun minderjarige erfgenamen, met uitsluiting van de weeskamer. 228.
                            In Noord-Scharwoude verkopen in 1750 Hendrik en Jan [had vermoedelijk moeten zijn „Hendrik Jansz”] Hardtlant wonende op Koedijk aan Aarjen Gerritsz Houtcooper een portie van 3¼ snees in de zogenaamde Boogertacker op de Zuidzijde, belend ten noorden de koper als eigenaar met de Noordzijde daar annex, ten zuiden Volkert Cornelisz, voor 10 gld voor ieder snees, bedragende een somme van ƒ 32-10-0 in zuiver contant geld 229.
                            In Koedijk wordt op 26 januari 1769 het testament geëxhibeerd dd. 4 november 1748, verleden voor notaris Jacob van Bodeghem te Alkmaar, van Hendrik Jansz Hartland en Marijtje Dirks, waarbij de weeskamer is uitgesloten 230.
                        5. Pieter Jansz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 sept. 1709, impost op begr. ald. 25 maart 1782 (impost ƒ 3), tr. ald. 15 aug. 1734 Guurtje ARIENS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 febr. 1701, impost op begr. ald. 15 sept. 1770 (impost ƒ 3), dr van Arian RAYERS en Treijn CORNELIS, wed. van Mourus CLAASZ.
                            In Koedijk verkoopt in 1771 Pieter Hartland weduwnaar van Guurtje Ariens, bij akte van 21 nov. 1771 gemachtigd voor Andries Bootsman te Alkmaar, door Jan Meeg gehuwd met Maartje Pieters Hartland, Cornelis Kunst gehuwd met Trijntje Pieters Hartland, Bregje Pieters Hartland meerderjarige dochter, kinderen en elk voor een vierde erfgenaam van Guurtje Ariens, en Jacob Ariensz Goudsblom gehuwd met Maartje Mouris, voordochter van Guurtje Ariens en voor een vierde erfgenaam, aan Jacob IJsbrandsz Maijer een huis en erf in 't midden van 't dorp bij de pomp, belend ten zuiden Sijmon Molenaar, ten noorden Abraham Schuijtemaker, voor ƒ 250 231.
                            In Broek op Langedijk verkopen in 1783 Jan Aarjens Meeg wonende te Koedijk in huwelijk hebbende Maartje Pieters Hardland, Trijntje Pieters Hardland mede wonende te Koedijk, nog Cornelis Jongejan in huwelijk hebbende Bregje Pieters Hardland wonende in de Heerhugowaard, aan Klaas Hardland wonende te Koedijk een akker zaadland van 8 snees, belend ten zuiden Klaas Dirksz, ten noorden de koper, voor 62 gld, nog een akker zaadland van 7 snees, belend ten noorden Jan Hardland, ten zuiden de Koper, voor 44 gld, en nog een akker zaadland groot 3 snees, belend ten westen Pieter Hardland, ten oosten de Molsweijde, voor 15 gld 232.
                        6. Bregtje Jans HARTLAND, impost op begr. Koedijk 24 maart 1742 (impost ƒ 3), tr. ald. 15 febr. 1733 Jan Cornelisz SCHUIJTEMAKER, ged. (nederd. geref.) ald. 5 sept. 1715, impost op begr. Koedijk 30 jan. 1742 (impost ƒ 3), zn van Willem Cornelisz BRUIJNEMAN, alias Schuijtemaker, en Anna JANS.
                            In Broek op Langedijk testeren in 1740 Jan Cornelisz Schuijtemaker en Bregtje Jans Hartland, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op de langstlevende, met legitieme portie voor haar vader indien dan nog in leven 233.
                        7. Maartje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 sept. 1713, impost op begr. ald. 6 juli 1714 (impost ƒ 3).
                      106. (<53) (>212, >213) Gerrit Poulusz KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 mei 1658, schepen (1694-1695) 74 ald., impost op begr. ald. 14 april 1733 (impost ƒ 6),
                          In Koedijk heeft in 1680 Gerrit Pouwels, buurvrijer, gehuurd van Cornelis Jacobs Vettes een akker zaadland groot omtrent 1 gars, gelegen benoorden, naast of neven tegenover het huis [van de secretaris], voor 3 jaar behoudens tussentijdse verkoop, voor elk jaar 18 gld 234.
                          Op 29 juni 1688 en 26 mei 1689 wordt te Koedijk Gerrit Pouwels vermeld als ouwe molenmeester over de Daelmeer 235.
                          In Koedijk verkopen in 1697 Pieter Jansz Kleijnzwager wonende buiten de Vriessepoort te Alkmaar en Jan Jansz Schipper wonende te Groet aan Gerrit Poulusz Kleijburgh een huis en erf op Cumbuurt, belend ten noorden Dirck Pietersz Haeghman, ten zuiden Jacob Pietersz Bobeldijck, voor 275 gld 236.
                          Gerrit Paulusz Kleijenburch, van Koedijk, is in 1700, 1717 en 1718 pachter van verschillende percelen vroonland.
                          In Koedijk verkoopt in 1717 Gerrit Poulus Kleijenburch aan Jacob Jansz Stammis de helft in een stuk land in de Daelmeer aan de Westzijde, groot in 't geheel 6 geerzen, gemeen en onverdeeld met de koper, belend ten noorden Jan Hartland, ten zuiden Willem Boonacker, ten westen de Ringsloot, voor ƒ 342, en verkoopt in 1722 Gerrit Poulusz Cleijenburgh aan Claes Jacobsz Boldewijn een stuk land van 10 snees, belend ten noorden de koper, ten westen de Agtergraft, ten zuiden Pieter Maertsz Broers, voor ƒ 305 237.
                          In Koedijk verkoopt in 1734 Poulus Jacobsz Boldewijn, ook voor Jan Gerritsz en Tryntje Gerrits kinderen van Gerrit Poulusz, aan Arien Jansz Hartland 2 derdeparten in een huis en erve op Cumbuiert, belend ten zuiden Cornelis Arissen, ten noorden Jan Cornelisz Nierop, waarvan de koper het andere derdepart competeert, voor ƒ 100 238.
                      tr. (schepenbank) Koedijk 31 okt. 1694
                      107. (<53) Grietje GERRITS, bij huwelijk jongedochter uit de Schermeer.
                          Op 5 november 1696 testeert Grietje Gerrits, huisvrouw van Gerrit Paulusz wonende te Koedijk, en nomineert haar voorschreven man tot haar enige en universele erfgenaam indien zij vóór hem overlijdt zonder kinderen of verdere descendenten uit dit huwelijk na te laten 239.
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Pieter Gerritsz KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 sept. 1695.
                          2. Pieter Gerritsz KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 febr. 1697.
                          3. Anne Gerrits KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 sept. 1699.
                          4. Trijntje Gerrits KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 maart 1702, impost op begr. ald. 28 nov. 1702 (impost ƒ 6).
                          5. Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 febr. 1704, zie 53.
                          6. Jan Gerritsz KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 febr. 1708, ondertr. (impost) ald. 8 april 1741 (impost ƒ 6), tr. (nederd. geref.) ald. 23 april 1741 Maartje CLAAS.
                          7. Trijntje Gerrits KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 okt. 1709.
                          8. Trijntje Gerrits KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 29 nov. 1711, tr. ald. 6 jan. 1737 Arent Cornelisz JONKER, ged. (nederd. geref.) ald. 18 jan. 1708, impost op begr. Koedijk 10 dec. 1764 (impost ƒ 6), zn van Cornelis Arentsz JONKER en Anna JANS.
                        108. (<54) (>216, >217) Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, schoenmaker, diaken te Westgraftdijk (als zodanig vermeld in 1797 en 1708), ouderling ald. (in 1720 en 1728), impost op begr. Graft 2 sept. 1749, begr. (onvermogen, Claas Ariaansz te Westgraftdijk),
                            In april 1699 verkoopt Claes Jansz Anderman, meerderjarige jongeman wonende op Sardam, aan Claes Adriaensz Willigrijp, buurman op Graftdijk, een huis en erf met akker op Graftdijk benoorden de sluis, voor 110 gld 240. In 1697 en 1698 heeft Claes Adriaensz Willigrijp onder Driehuizen en de Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1698 bovendien een huis in Graftdijk („extra verponding Claes Adr: Willigrijp vant huijs 1:4:-, 't land 3 huysen te amplieren”), in 1699 wordt behalve het huis ook het land onder Graftdijk vermeld, met „Anne Pieters en haer kinderen” bij „Wigger”, in 1700 wordt onder Graftdijk behalve het huis als land genoemd „in Koekemeed”, „Ariskamp naar Claes Sloten” en „nog koekemeed” 241.
                            In Zuid- en Noordschermer veilt op 12 januari 1700 Claes Adriaensz Willigrijp een stuk land in de Buremade in de banne van Graft genaamd de Lange Acker, groot omtrent 3½ achel, belend ten zuiden Jacob Gerretsz, ten noorden Jan Cornelis de Wit, ten westen Willem Dirxz Smith; koper is gebeleven Claes Sloten Oremus op ƒ 32, borgen zijn Jacob Collis en Claes Voormaij 242.
                            In Graft in 1700 verkoopt Claes Adriaen Willigrijp, buurman op Graftdijk, aan Anna Pieters, buurvrouw op Driehuizen, en haar kinderen geprocreëerd bij Jan Adriaensz, een stuk land genaamd Wigger, groot 5 achelen 34 roeden 8 voeten, nevens het Westerse Leigat, belend ten oosten de koper, ten westen Jacob Jansz Collis, voor ƒ 205-3-12, verkoopt Jan Dircksz Jonker, buurman te Graft, aan Claes Adriaensz Willigrijp buurman op Graftdijk een akker land, groot omtrent 1¼ achel, bij Koekemeed, belend ten oosten de vaarsloot, ten westen en noorden de verkoper, ten zuiden Willem Dirksz Smit, voor ƒ 45, en verkoopt Claes Adriaensz Willigrijp aan Claes Pietersz Slooten, buurman in 't Noorteijnt, een akker land genaamd Ariskamp, groot ruim 3 achelen, in de West, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Cornelisz Wit, voor ƒ 106 243.
                            In Graft verkoopt op 21 februari 1719 Willem Adriaans Voogt wonende te Westgraftdijk, namens de voorzoon Jan Kornelisz wonende te Krommeniedijk van zijn vrouw, aan Klaas Ariaansz Willigrijp wonende te Westgraftdijk een huis en erf aldaar, belend ten noorden Kornelis IJsbrantsz, ten zuiden Kornelis Jacobsz Groen, voor ƒ 33-7-0 gereed en een custingvrief van ƒ 116-13-0 244.
                        tr. 1° N.N.,
                        ondertr. (impost) 2° Graft 22 aug. 1699
                            In 1709 en in 1718 zijn Claas Adriaansz Willigrijp en Weijntje Jacobs in 't Noordend lidmaat te Westgraftdijk.
                        109. (<54) (>218) Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, impost op begr. Graft 26 jan. 1737 (impost ƒ 3, Wijntje Jacobs, huisvrouw van Claes Willigrijp schoenmaker te Westraftdijk).
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 26 sept. 1700.
                          2. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 okt. 1702, impost op begr. ald. 30 dec. 1774, tr. Pietertje CORNELIS, impost op begr. Graft 29 juni 1752.
                              In Graft is in 1759 Jacob Claesz Willigrijp, weduwnaar van Pietertje Cornelis, als vader van zijn 2 minderjarige kinderen verwekt bij gemelde Pietertje Cornelis, met namen Cornelis, oud 22 jaar, en Claes, 21 jaar, met Harmen Claesz oom van de kinderen en Cornelis Graftdijk, als aangestelde voogden, overeengekomen dat hij als moederlijke erfenis zal bewijzen aan Cornelis het hekelhok te Westgraftdijk bewesten comparants huizinge bij de Sluijs en aan Claas een stukje land, groot omtrent 5 achelen, in de banne van Graft bij de Vinckhuijsen aan de dijk, belend ten westen Jacob Voogd, ten oosten de Zeevarende-buulvoogden, en verder de kinderen zal onderhouden, enz. 245.
                              Op 28 maart 1768 is Jacob Willigrijp op de Sluijs lidmaat in Westgraftdijk, op 29 september 1769 is Jacob Willigrijp op de Sluijs met twee zoons en twee dochters lidmaat in Westgraftdijk, in 1770 wordt Jacob Willigrijp 'broeder' genoemd.
                          3. Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, zie 54.
                          4. Dirk Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 13 dec. 1711.
                          5. Maartje Claes WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 20 nov. 1712.
                          6. Arien Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 27 sept. 1716, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 4 maart 1735, schoolmeester te Marken, secretaris ald., overl. kort vóór 20 mei 1764, tr. Trijntje Pieters BRUIJN.
                        112. (<56) (>224, >225) Jan Gerritsz STEKELBOS,
                            Op 16 januari 1675 bekende Jan Gerritsen Steeckelbos, huisman in de bedijkte Schermeer, gehuurd te hebben van de heren Hartman, Cornelis en Anthonij de Heijde de twee kavels C23 en C24 in de Schermeer, uit kracht van de huurceel van 17 januari 1662 met zijn moeder Neeltje Jochems en nadere prolongatie door zijn moeder en zijn broer Cornelis Gerritse Steeckelbos op 27 september 1670, en zoals sedert haar dood door hem huurder bebouwd en bewoond, en dat voor de 5 eerstkomende jaren, ingaande het eerste jaar op Kerstmis 1674. De huurder mag de achterste kamp land van 5 morgen, liggende aan de kavel naast het huis annex, gedurende de voorschreven huurjaren bezaaien, en zal de keuken, kamers en zolders van 't huis, dat de verhuurders aan zich behouden, schoon houden, evenals de boomgaard. Hij zal voor de woning en het land jaarlijks 1000 gld betalen, te Voorburg of Den Haag ten woonhuize van de verhuurders. 246
                            Op 9 februari 1680 verklaart Jan Gerritsz Stekelbos, wonende in de Schermeer aan de Noordervaert, te cederen en transporteren aan de heren Anthony de Heijde en Roosmalen 12 kalfkoeien, 3 vare koeien, 4 kalveren of hokkelingen, 1 schimmel ruinpaard oud 6 jaar, een wagen, een ploeg, een eit, tobbes, emmers, vaten en hetgeen verder tot de boer- of bouwerij hoort, alsmede alle inboedel, huisraad en alle verdere goederem die hij op de woning van de voorschreven heren is hebbende, en dat in mindering van achterstallige landhuur, belovende zo lang dit alles onder hem wordt gelaten dit als nodig te verzorgen (was getekend als Jan Gertsen Stekelbos) 247.
                            Op de zitting van 13 maart 1682 van de baljuw van de Nieuwburg eist Dominicus Rosenmale, burgemeester van Rotterdam, geïnstitueerde erfgenaam van zijn overleden huisvrouw Juffr. Zina van der Heijde die mede-erfgenaam was van Anthoni van der Heijde, van Jan Gerritsz Stekelbos wonende in de Schermeer betaling van ƒ 1700 over 2 jaar landhuur verschenen Kerstmis 1680 en 1681 volgens de notariële huurceduul daarvan zijnde. Op deze zitting verschijnt de gedaagde niet, maar wel op de zitting van 24 april op welke zitting hij deze schuld bekent en veroordeeld wordt. Op de zitting van 8 mei eist dezelfde eiser van Jan Gerritsz Steeckelbos om aanwijzing van goederen te doen, waartoe op 11 mei door het college van leenmannen 2 personen aangesteld worden. Op de zitting van 18 december 1682 dient een zaak om een betaling vanwege de koop van een koe gekocht op het boelhuis van Jan Gerritsz Steeckelbos in de Schermeer. 248
                            Op 4 oktober 1689 wordt een attestatie gegeven door o.a. Jan Gerritsz Steeckelbos wonende in de bedijkte Schermeer 249.
                        tr. N.N.
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Gerrit Jansz STEKELBOS, zie 56.
                        114. (<57) Simon Ariensz CROM,
                            In oktober 1721 wordt in de inventaris van de nalatenschap van Adriaen Keleman vermeld: wegens gekochte kaas achuldig aan Simon Ariensz Crom ƒ 98-1-0 250.
                            In de Schermeer is op 1 september 1727 Simon Ariensz Crom, wonende in de Schermeer, aan Cornelis van Eijck, raad en schepen van Alkmaar, 4500 gld schuldig tegen 3 gld 10 st van 't honderd in 't jaar, verbindende daarvoor speciaal een huismanswoning met 2 kavels land aan de Noordzijde van de Noordervaart in de polder C, nrs 23 en 24 (op 12 juni 1745 vertoond als voldaan) 251.
                        tr. Oterleek 14 april 1698
                        115. (<57) Maertje MAARTENS,
                            In 1725 testeren Maartje Maertens, huisvrouw van Simon Ariensz Crom, en Maerten Jansz Dubbeld en Anna Jacobs, echtelieden, resp. behuwdzoon en dochter van de eerste comparante. De laatste comparanten echtelieden revoceren hun huwelijkse voorwaarden van 23 februari 1709 bij notaris Gerrit Winder binnen Alkmaar. Maartje Maertens testeert aan haar kinderen Anna Jacobs en Jacob Jacobsz, en aan Maertje Jans, dochter van haar overleden dochter Trijn Jacobs, waarbij door de vader van het kind of bij vooroverlijden haar voogden binnen 6 weken na het overlijden van testatrice schriftelijk beslist moet zijn of het kind de legitieme portie of de volle portie met voorwaarden moet krijgen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt testatrice haar zoon Jacob Jacobsz en haar schoonzoon Maerten Jansz Dubbeld. De echtelieden testeren op elkaar, en als hij de langstlevende is gaat de helft naar haar broer Jacob Jacobsz en de andere helft naar haar andere naastbestaanden. 252
                            In de Schermeer bekent in 1728 Simon Ariensz Crom wonende in de Schermeer schuldig te wezen aan Maarten Jansz als getrouwd met Anne Jacobs, Gerrit Jansz Stekelbos getrouwd met Neeltie Sijmons, Jan Jansz Soone getrouwd met Arriaantie Sijmons, en Jacob Jacobsz Dubbelt, item Pieter Cornelisz Klooster en Cornelis Jansz Glijnes als voogden over het nagelaten kind van Trijn Jacobs, tezamen kinderen en kleinkinderen en erfgenamen van Maartie Maartensdr, overleden huisvrouw van bovengemelde Simon Ariensz Crom, 1100 gld spruitende uit afkoop van hun aandeel in 2 kavels land hierna te specificeren, na aftrek van het hypotheek ten behoeve van de heer Cornelis van Eijck daarop staande, tegen een jaarlijkse interest van 3 gld 10 st ten honderd, verbindende daarvoor speciaal een huismanswoning met 2 kavels land aan de Noordzijde van de Noordervaart in de polder C, kavels nrs 23 en 24 253.
                        tr. 1° Jacob Dirksz DUBBELT, overl. vóór 15 okt. 1690 (doopdatum van zijn zoon Jacob).
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Anna JACOBS, tr. Maarten Jansz DUBBELD, zn van Jan Maertensz DUBBELT en Jannitie JANS.
                              In Akersloot wordt in 1751 de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van zal. Maarten Jansen Dubbelt en Antje Jabicks, echte man en vrouw in hun leven in de Schermer onder Akersloot overleden. De vaste goederen zijn: een huismanswoning met 14 morgen 549 roeden land aan de Westdijk, belend ten zuiden Nanning Dei en de Akersloot, nog 1/4 in een huismanswoning met 15 morgen land aan de Westdijk, belend ten zuiden Jan Krijsman, ten noorden Jan de Wit, nog 1/4 in 15 morgen in dezelfde polder, belend ten noorden secretaris Bel, ten zuiden de eerste post, nog 1/4 in 8 morgen land bij Oterleek in de Schermer, belend ten oosten Aarjen Cornelisz Haek, ten westen de kinderen van Jabik Jansen Megen. Geïnventariseerd ten huize van de overledenen ten verzoeke van de vrinden en erfgenamen genaamd Sijmen Grafert, Harmannus van der Beek, Jan Schat, Arien Gatjes en Klaas Gatjes, Pieter de Groot als voogden over de minderjarige kinderen Lijsbit, Sijmon en Maartje Jabiks Dubbelt. 254
                              In oktober 1721 wordt in de inventaris van de nalatenschap van Adriaen Keleman vermeld de helft van een huismanswoning met een kaveling land in de Schermeer, in de polder j.h., aan de Westdijk, waarvan de wederhelft Joan de Roode toebehoort, in het geheel verhuurd aan Maerten Jansz Dubbelt voor jaarlijks ƒ 320; ook is er een schuld vanwege gekochte kaas van ƒ 156-12-0 aan Maerten Jansz Dubbelt 250.
                              Op 25 Oktober 1721 verkoopt in de Schermeer Jan Jacob Kuijper, mede-erfgenaam van Pieter Suerbier, aan Maerten Janz Dubbelt een derde in 2 kavels land mitsgaders een derde in een huismanswoning met getimmerte en plantagie, in de letter F nrs 15 en 16, voor ƒ 2400 255.
                              In de Schermeer verkoopt in 1746 Maarten Jansz Dubbeld wonende in de Schermeer aan Sr Adriaan van Dyk, secretaris te Koedijk, en Juffr. Elisabeth van Dyk, beiden wonende te Alkmaar, de helft van een huismanswoning met 2 kavels land aan de Noordzijde van de Noordervaart in polder F, belend ten westen de Kolkdijk, ten oosten Jacob Franse c.s., voor ƒ 700 256.
                          2. Trijn JACOBS.
                          3. Ariaantje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 4 mei 1687.
                          4. Jacob Jacobsz DUBBELT, ged. (nederd. geref.) Oterleek 15 okt. 1690, impost op begr. Akersloot 16 mei 1748 (pro deo, Jabik Jabiksen Dubbelt uit de Schermer onder Akersloot), tr. Aafje JACOBS, impost op begr. ald. 28 aug. 1759 (impost ƒ 3, Aafje Jacobs uit de Schermer onder Akersloot).
                              Op de lidmatenlijst in Schermeer onder Akersloot, in een periode vanaf 1726: Jacob Jacobsz Dubbelt en Aafje Jacobs zijn huisvrouw.
                                 Uit het tweede huwelijk:
                            1. Neeltje Sijmons KROM, ged. (nederd. geref.) Oterleek 2 nov. 1698, zie 57.
                            2. Ariaantje SIJMONS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 14 aug. 1701, tr. Jan Jansz SOONE.
                                Lidmatenboek Oterleek, 1729: Jan Jansz (sonen bygenaemt) en Ariaentje Symensz syn huisvrouw (den 5 Juny 1735 vertrokken na Schermerhorn).
                          116. (<58) (>232, >233) Pieter Claasz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 6 maart 1678 (doopgetuige Griet Aris de peet),
                              In Wormer verkoopt in 1725 Pieter Claesz Heyn wonende te Oost-Knollendam aan Maerten Blanck wonende te West-Knollendam en Jacob Dirksz Bus wonende te Uitgeest een huis en erf te Oost-Knollendam, belend ten zuiden Isack Germentsz Groot, ten noorden Ariaen Egmondt, voor 305 gld, welke kopers dit huis en erf, met als zuidelijke belender Louris Pietersz, in 1727 verkopen aan Pieter Rock te Oost-Knollendam voor 280 gld 257.
                          ondertr. (impost) Wormer 29 nov. 1698 (impost elk ƒ 3), tr. Knollendam 14 dec. 1698 (Pieter Klaas Hein jongeman en Trijntje Baarts jongedochter van Knollendam in de Starnmeer)
                              Op de lidmatenlijst van Oost-Knollendam en Starnmeer staan in oktober 1700 Pieter Claasz Heijn en zijn huisvrouw Trijn Baarts, beiden op belijdenis. In 1729 zijn Pieter Klaas Heines en Trijn Baarts zijn huisvrouw lidmaten in Oterleek aan de West-Dijk.
                              Op 2 september 1743 testeren Pieter Claasz Heijnis en Trijntje Baarts, echtelieden wonende in de bedijkte Schermeer aan de Zuijdervaart bij de kerk, hij ziekelijk te bedde liggende, op de langstlevende, aan eventuele kinderen de blote legitieme portie, met uitsluiting van de weeskamer bij minderjarige erfgenamen 258.
                          117. (<58) (>234, >235) Trijntje BAARTS.
                              In de banne van Graft geven in 1759 Claas Pietersz Heijnis en Aafje Pieters Heijnis, benevens Baart Pietersz Heijnis zijnde de enige kinderen van wijlen Trijntje Baarts weduwe van Pieter Heijnis, gewoond hebbende en overleden in de bedijkte Schermer, zijnde zij, Aafje Pieters Heijnis, geassisteerd met haar man Aerjen Jansz Boon, volmacht aan de heer Dirck Swaan om voor de dijkgraaf en hoge heemraden te transporteren aan Baart Pietersz Heijnis 2 derdeparten in 2 morgen 146½ roeden land in de bedijkte Schermer, getekend als nr 1 GH, en de kooppenningen ter somme van 360 gld gereed geld te ontvangen 259.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Klaas Pietersz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 1 nov. 1699 (doopgetuige Griete Maartensdochter de grootmoeder).
                              2. Klaas Pietersz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 21 aug. 1701 (doopgetuige Trijn Klaes), schoolmeester, ondertr. (impost) Graft 27 juli 1731 Trijntje MICHIELS.
                                  Op de lidmatenlijst van Knollendam, Westzijde, komt in 1729 voor: Mr Klaas Pietersz Hijnis, vertrokken naar Westgraftdijk.
                                  In de banne van Graft compareerden op 1 mei 1764 Mr Claas Heijnis als vader van Grietje oud 24, Guurtje 20 en Pieter 17 jaren, verwekt bij wijlen Trijntje Michiels te Westgraftdijk overleden, en Weijert Ariaansz Smit, beiden wonende te Westgraftdijk, als aangestelde voogden, met een specificatie van de penningen opgekomen van de erfenis van de 3 minderjarige kinderen van hun oudoom Jan Cornelisz Smit overleden in De Rijp, volgens testamentaire dispositie dd. 6 april 1742 voor notaris Bek in De Rijp. De voornoemde minderjarige kinderen is bij verdeling aanbedeeld ƒ 528-15-6. Op 6 augustus 1765 bekent Grietje Claas Heynis, thans meerderjarig, haar portie van 1/3 van haar vader ontvangen te hebben. Op 31 november 1765 bekent Claas Jacobsz Willigrijp, in huwelijk hebbende Guurtje Claas Heynis, haar deel ontvangen te hebben. Op 3 maart 1772 bekent Mr Pieter Klaas Heijnis, thans meerderjarig, zijn portie van zijn broer Mr Cornelis Heijnis ontvangen te hebben, bedankende derhalve de broer en de voogd Weijert Ariansz Smit. 260
                              3. Baart Pietersz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 25 juni 1707, zie 58.
                              4. Aefje Pieters HEINES, ged. (nederd. geref.) Knollendam 7 april 1715, tr. Oterleek 13 febr. 1735 Arien Jansz BOON.
                                  Bij huwelijk beiden in de Schermeer aan de Westdijk. In lidmatenboek Oterleek: op 4 november 1736 aangenomen op belijdenis Arie Jansz Boon en Aefje Pieters Heines, zijn huisvrouw; abierunt na Knollendam.
                            122. (<61) (>244, >245) Jan IJSBRANTSZ, doet belijdenis (nederd. geref.) Driehuizen 13 juni 1683 als Jan IJsbrandsz, jonggezel, in de Eilandsmolen, met Maritje Dirks zijn huisvrouw, watermolenaar, in Graft in maart 1721 met Maartje Dirks zijn vrouw met attestatie van Driehuizen aangekomen, begr. ald. 28 okt. 1729 (in graf 20),
                                In Graft in 1697 heeft Jan Cornelisz Wit, buurman op Driehuizen getrouwd met Maertjen Pieters weduwe geweest van Pieter Pieters, overgedragen aan Jan IJsbrantsz, molenaar in de banne van Graft, een stukje land genaamd Goelief, groot omtrent 3½ achel, bezuiden de Leij bij het derde Leijgat, belend ten oosten de kinderen van Bartel Dirksz, ten noorden de Leij, voor ƒ 90, en hebben Jan Cornelisz, buurman op Driehuizen getrouwd met Griete Bartels, ook voor de verdere kinderen van Bartel Dirksz, voor de ene helft, Adriaen Cornelisz mede buurman op Driehuizen, ook voor de verdere kinderen van Barbara Adriaens, voor een vierde, item Jan Dirksz Jellis, buurman te Graft getrouwd met de weduwe van Cornelis Claasz, mede voor een vierdepart, verkocht aan dezelfde koper een stukje land genaamd Goelief, groot omtrent 1 achel, bezuiden de Leij bij het derde Leijgat, belend ten oosten Cornelis Jacobsz Oom, ten westen de koper, ten zuiden Willem Cornelisz van der Sluijs, ten noorden de Leij, voor ƒ 24, en hebben in 1698 Cornelis Jacobsz Oomen, buurman op Driehuizen, en Willem Dirksz Smit op Westgraftdijk aan dezelfde koper verkocht een stukje land genaamd Goelief, groot omtrent 2½ achel, in de West tegenover de Leijmolen, belend ten oosten Jacob Jansz Collis, ten westen de koper, ten noorden de Leij, voor ƒ 50 261.
                                Op de lidmatenlijst van Driehuizen van 27 maart 1710 staan Jan IJsbrandsz, in de Eijlandsmolen, en Maartje Dircks.
                            tr.
                                In 1719 testeren Jan IJsbrands, watermolenaar in de banne van Graft, en Maartje Dirks zijn huisvrouw, op de langstlevende, met aan hun enige dochter Barber Jans de legitieme portie. Na het overlijden van de langstlevende is hun dochter de enige erfgenaam als de tegenwoordige man Klaas Kornelis van hun dochter vóór de langstlevende overlijdt, anders krijgt zij vooruit alle kleren en voor het overige 1 derdedeel en krijgen de dan nog levende kinderen uit haar eerste huwelijk 2 derdedelen. 262
                            123. (<61) (>246, >247) Maertje Dircks RAETSVELT, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 14 sept. 1664, doet belijdenis (nederd. geref.) Driehuizen 3 april 1689 als Maertien Dircks Raedtsvelt, huisvrouw van Jan IJsbrands in de Eilandsmolen, in Graft op 10 augustus 1731 als Maretje Dirks, weduwe van Jan IJsbrantsz, met attestatie vertrokken naar Driehuizen.
                                   Uit dit huwelijk (vader Jan IJsbrandsz in de Oudelandsmolen):
                              1. Barber JANS, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 7 mei 1690, zie 61.
                              2. Neel JANS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 13 juni 1694, begr. Driehuizen 20 sept. 1696 (in graf 20).
                            126. (<63) Leendert KLUIJT, alleen bekend van twee dochters,
                            tr. N.N.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Aegtje Leenderts KLUIJT, zie 63.
                              2. Trijntie Leenders KLUIJT, heeft niet-huwelijkse relatie met N.N.


                            Generatie VIII (<VII, >IX)

                            132. (<66) Willem GERRITSZ, kerkmeester van Petten,
                            tr. N.N.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Cornelis WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Petten 26 dec. 1650.
                              2. Cornelis Willemsz GROOT, ged. (nederd. geref.) Petten 25 febr. 1655, zie 66.
                              3. Guurtie WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Petten 23 febr. 1659.
                            134. (<67) (>268) Willem Claesz TUIJT, molenaar in de Pettemer watermolen,
                                In Zijpe bekent in 1672 Willem Claesz Teuijt wonende in de Zijpe schuldig te wezen Immetgen Jacobs, staande in de weeskamer van de Zijpe, 700 gld, tegen 4 pro cento in 't jaar, waaraan hij verbindt een stuk land groot omtrent 9 morgen in de grote R, belend ten zuiden de Burgerwech, te westen de Zijpse Zeedijck, ten oosten de Wester Egalementsloot, ten noorden Evert Cornelisz timmerman 263.
                            tr.
                                In Zijpe verkopen in 1686 Abram Bleuse kastelien van de Hontsbosse en Cornelis Willemse Tuijt als voogden van de kinderen van Henderick Gerritse geteeld bij Martje Willems, en dezelve Henderick Gerritse als vader en voogd van zijn kinderen en mede Cornelis Willemsz Tuijt voor hemzelf, Cornelis Willems Groot en Anna Willems, allen erfgenamen van Willem Claese Tuijt en Griet Jans, aan Cornelis Janse bode van de Zijpe een stuk land, groot 9 morgen 272 roeden, in de polder R, belend ten westen de Zijperdijck, ten oosten de Egalementsloot en Molesloot, ten zuiden de Burgerwechsloot, ten noorden Evert Cornelise, voor een obligatie van 1937 gld 5 st 264.
                            135. (<67) Griet JANS.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Anne Willems (TUIJT), ged. (nederd. geref.) Petten 16 jan. 1656, tr. Pieter AERJENSZ, overl. vóór 17 jan. 1683.
                              2. Maertje Willems (TUIJT), ged. (nederd. geref.) Petten 11 nov. 1657, tr. Henderick GERRITSE.
                                  In Zijpe verkoopt in 1687 Henderick Gerritse wonende in de Hazepolder aan Thijs Jacobse en Dirck Pieterse als armenvoogden van de Mennoniste gezindte in de Zijpe een huis en erf in de Hazepolder, belend ten westen Willem Gerritse, ten noorden de Hasendijck, ten zuiden de Vaert, voor 230 gld 265.
                              3. Cornelis Willemsz TUIJT, ged. (nederd. geref.) Petten 4 mei 1659, tr. Annetje CORNELIS.
                                  Op 9 januari 1690 verklaart Cornelis Willemsz Tuijt wonende in de Oude Zijpe bij Petten schuldig te wezen aan Juffr. Margareta van Vladeracken weduwe van de Heer Mel Kick wonende te Amsterdam 500 gld spruitende uit achterstallige landhuur tot het jaar 1689 incluis, mitsgaders de lasten van het nagespecificeerde land en huis in het jaar 1689, berekend op 360 gld. Verder verklaart de comparant van haar weer in huur aangenomen te hebben een huismanswoning met omtrent 45 morgen land, zowel in de Zijpe bij de Hazepolder als in de Nieuwe Leij in de polder van Petten, voor dit lopende jaar 1690 voor 550 gld met een zak tarwe, met de voorwaarde van o.a. al het land te moeten etten op omtrent 4 morgen na, waarvan 2 morgen te hooien en 2 morgen te bezaaien. Voor alle voorschreven penningen en nakoming van de uitgeloofde condities verklaart comparant van nu af aan aan gemelde Juffr. weduwe Kick te cederen en transporteren 26 stuks koebeesten, 2 paarden, 6 schapen en alle boerengereedschap en alle meubelen, en mede alle andere beesten en goederen die comparant nog in eigendom aangekomen zouden mogen worden, en verklaart alles a precario te blijven bezitten tot opeising toe. De getuigen waren Pieter Sijms president schepen van Alkmaar en Jr IJsbrandt Jacob van Vladeracken. 266
                                  In 1695 verkopen in de Zijpe Aerjen Janse Mailder wonende te Amsterdam, ook voor Breghjen Pieterse weduwe van Sijmon Janse, en Cornelis Willemsz Tuijt als getrouwd hebbende Annetje Cornelis, allen erfgenamen van Teetje Cornelis zal., aan Gerrit Cornelisz Braeck, bakker aan de Burgerbrugh in de Zijpe, een huis en erf in de Zijpe in de polder A, belend ten zuidoosten Claes Reus, ten noorden de koper, ten oosten de heer van Dussen, ten westen de Herewech, belast met 1 gld 10 st erfpacht 's jaars, voor 100 gld te betalen op 2 meidagen 267.
                              4. Teetje Willems (TUIJT), ged. (nederd. geref.) Petten 25 nov. 1663, zie 67.
                              5. Jan WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Petten 25 nov. 1663.
                            136. (<68) Jan BERGEN, bekend van twee zoons, Jacob en Dirck, en een dochter Trijn.
                                In Zijpe verkoopt in 1713 Trijn Jans weduwe van Pieter Huybertsz wonende in de Zijpe, aan Dirck Jans Bergen te Hargen en Jacob Jans Bergen in de Oude Zijpe een huismanswoning met omtrent 33 morgen land in de gemelde Zijpe in de polder L, belend ten noordwesten de Ruygewegh, ten zuidwesten de Zijpse dijk, ten zuidoosten Gerrit Jelisz, voor 3150 gld contant 268.
                                     Uit onbekende relatie(s):
                                1. Jacob Jansz BERGEN, zie 68.
                                2. Trijn Jans BERGEN, tr. 1° Pieter HUYBERTS, wedn. van N.N., tr. 2° Zijpe 19 okt. 1710 Pieter Pietersz DECKER.
                                    In Zijpe verkopen in 1710 Dirck Pietersz Bos wonende te Alkmaar en Claes Pietersz in de Zijpe, kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Huybertsz overleden aldaar, aan Pieter Pieters Decker getrouwd met Trijn Jans Bergen weduwe en mede-erfgenaam van de voorschreven Pieter Huybertsz, een derdepart in een huismanswoning met omtrent 33 morgen land aan de Pettemerwegh aan de Zijpsendijck, waarvan de voorschreven Trijn Jans de twee resterende derdeparten toebehoort, belend ten westen dezelfde dijk, ten noorden de voorschreven Pettemerwegh, ten zuiden Pieter Hoogschagen, voor 1642 gld contant 269.
                                    In 1701 testeren Pieter Huijbertsz en Trijn Jans van Bergen, echtelieden wonende in de Zijpe, op de langstlevende waarbij na het afsterven van de langstlevende de gemene boedel zal worden verdeeld in 2 gelijke delen; als hij het eerste sterft en zijn 2 voorkinderen uit een eerder huwelijk de voornoemde dispostie zouden tegenspreken, dan krijgt zijn voornoemde huisvrouw een kindsgedeelte 270.
                                    Op 8 oktober 1710 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Pieter Pietersz Decker wonende te Valkkoog en Trijn Jans, weduwe, wonende bij de Petterkluft in de Oude Zijpe; de langstlevende zal de lijftocht hebben van de nalatenschap van de eerstoverledene 271.
                                3. Dirck Jansz BERGEN.
                                    In het meetboek van Schoorl van 1682 komt Dirck Jansz Bergen voor met 2 percelen geestland, een van 69 roeden en een van 68 roeden 272.
                              187. (<93) (>374) Maertje CLAES.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Grietje GERRITS, zie 93.
                              188. (<94) Evert REIJERSZ,
                              tr. 1° Barsingerhorn 2 febr. 1660 (hij jonggezel uit Poolland, zij jongedochter van Winkel) Alith DIRCX,
                              tr. 2° Barsingerhorn 19 nov. 1661 (hij weduwnaar uit Poolland, zij van Noord-Scharwoude)
                              189. (<94) Neel JACOBS.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Jacob EVERTS, zie 94.
                                2. Cornelis EVERTSZ, tr. Anna JACOBS.
                                    In Barsingerhorn verkoopt in 1688 Jan Pietersz Eijckis, eertijds wonende in Poolland en nu bezuiden Alkmaar, aan Cornelis Evertsz wonende in Poolland een huisje en erf aldaar, belend ten oosten Poulus Jansz Wieringh, ten westen Pieter Sijmonsz Kuijper 273.
                              194. (<97) (>388, >389) Jan Jansz BROER,
                                  In Noord-Scharwoude verkoopt in 1674 Pieter Jacobsz Struijer(?) wonende in Warmenhuizen aan Jan Jansz Broer een akkertje zaadland groot 5 snees 17 roeden 4 voet, belend ten zuiden de Papesloot, ten westen de erfgenamen van Jan Pietersz Niedorp 274. In het kohier van het molengeld van 1680 275 wordt vermeld: Jan Jansz Broer, 1 man, 1 vrouw, 4 kinderen boven 10 jaar. In 1689 wordt Jan Jansz Broer gekozen tot ouderling. Dit zou ook diens gelijknamige zoon Jan Jansz Broer geweest kunnen zijn. Voor de vermeldingen „Jan Jansz Broer” in de periode 1680-1700 is het niet altijd duidelijk of het gaat over de vader of de zoon.
                                  In Noord-Scharwoude verkopen in 1682 Jan Jacobsz en Jan Cornelisz Brederode als wettige voogden van het kind van wijlen Cornelis Gerritsz Lotie aan Jan Jansz Broer een akker zaadland in de Molensloot groot 4 snees 2 roeden 5 voet, belend ten zuiden voornoemde sloot, ten westen Arien Ootgers, ten oosten Daniels erven, en verkoopt in 1684 Aerien Coningh secretaris als last hebbende van Aerien Aelbertsz wonende in de Beemster aan Jan Jansz Broer een endakker zaadland in de polder, groot 2 snees 17 roeden 6 voet, belend ten noorden Aerien Jansz Olbertsz annex, ten oosten Adriaen van der Miede 276.
                              tr. verm.
                                  In Noord-Scharwoude testeren in 1696 Jan Jansz Broer en Vroutien Aris op de langstlevende die gehouden zal zijn aan hun kinderen bij elkaar verwekt tot hun mondige gekomen zijnde, of aan hun kinderen of descendenten, te laten volgen als hun vaders of moeders erfenis 30 gld eens, of zoveel meer of minder „als bij onse respective hant te kenning mogte komen te blijcken”, in plaats van hun legitieme portie; indien een kind niet tevreden is en opposeert zal het tevreden moeten zijn met de simpele legitieme portie 277.
                              195. (<97) verm. Vroutien ARIS.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. verm. Jacob Jansz BROER.
                                2. verm. Jan Jansz BROER, tr. N.N.
                                    In Noord-Scharwoude verkopen in 1693 de wettige voogden over de nagelaten weeskinderen van Dieuwer Jacobs geprocreëerd bij Cornelis Willemsz Strijbes aan Jan Jansz Jonge Janbroer een huis en erf waar vele jaren herberg in is gehouden, belend ten noorden Jan Jansz Koomen, ten zuiden Gerrit Adriaensz en Jr Willem, ten oosten de Graft, ten westen de Heerstraet, voor een custingbrief van ƒ 230-0-0 (geroyeerd op 20 juni 1697), verkoopt in 1695 Cornelis Sijbrantsz aan Jan Jansz Broer en Huijbert Jansz Backer een erfje of hofstede groot 5 roeden, belend ten zuiden de kopers annex, ten noorden de Paapmersloot, ten oosten de Burghsloot, en verkoopt in 1696 Nan Harckx wonende in Zuid-Scharwoude, ook voor zijn neef Nan Harckx Klopper wonende te Alkmaar, aan Jan Jansz Broer een akker zaadland in de Paepmersloot groot 6 snees 18 roeden 6 duimen, belend ten westen Lourits Jacobsz, ten oosten Gert Aeriensz, ten zuiden voornoemde sloot  278.
                                    Op 7 april 1697 wordt in Noord-Scharwoude Jan Jansz Broer gekozen als ouderling, en zo ook op 16 april 1702.
                                3. verm. Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) verm. Oudkarspel 3 sept. 1662, zie 97.
                                4. verm. Jantje JANS, tr. Noord-Scharwoude 11 febr. 1691 Jacob Jacobsz HOUTCOOPER, impost op begr. ald. 25 jan. 1714 (impost ƒ 3), zn van Jacob Jacobsz HOUTCOOPER en Neel AERIANS, die hertr. met Guert SIJMONS.
                                    Voor de weeskamer van Noord-Scharwoude heeft Jacob Jacobsz Houtkooper in 1702 voor de weesmeesters Cornelis Sijmonsz en Jan Jansz Broer bewijs gedaan wegens de erfenis van de moeder Jantje Jans voor zijn kinderen Neel, Jacob en Maertjen, bij haar geprocreëerd, en heeft ten weesboek gebracht ten overstaan van Jan Jansz broer grootvader van de kinderen de volgende goederen. Een akker zaadland in de Paapmeersloot groot 11 snees, belend ten westen Willem Jans Roijsz(?), ten oosten de erfgenamen van Sijmen van Syrenen, ten noorden de gemene sloot (aan Dirk IJffsz bij deling), nog een akker zaadland in de Molensloot groot 8 snees, belend ten oosten de weduwe van Jan Hendricksz, ten westen Pieter Tromp, ten zuiden de Molensloot (aan Jacob Jacobsz bij deling), nog een akker zaadland groot 5½ snees bezuiden de gemene sloot, belend ten oosten Aerjen Ootjers, ten westen de kinderen van Claas Hendrickz en nog een akker bezuiden de vorige groot 5½ snees (aan Gert Willemsz bij deling). Het kapitaal blijft bij de grootvader tot elks 20-jarige ouderdom of huwelijkse staat. In 1702 verklaart Jacob Jacobsz Houtcooper dat voor de erfenis van zijn drie kinderen van hun bestevaar Jan Jansz Broersz als volgt ten deel is gevallen. Een akkertje zaadland op Paapmersloot groot 6 snees 10 roeden, belend ten westen Louris Jacobsz, ten oosten de erven Gerrit Arijaans (aan Dirk IJffsz bij deling), nog een akkertje zaadland op Paapmersloot groot 5 snees 10 roeden, belend ten oosten Sijmen Cornelis, ten westen de boomtuin (aan Jacob Jacobsz bij deling), nog in gereed geld 70 gld, nog een geschilderd throor, onder hem als vader berustende. 279
                                    In 1715 brengen de wettige voogden Aryaan Baartsz Buys en Jan jacobsz Groot over de nagelaten weeskinderen van Jacob Jacobsz Houtcooper geprocreëerd bij zijn eerste huisvrouw Jantje Jans, met namen Neel Jacobs, Jacob Jacobsz en Maartjen jacobs, buiten het bewijs van 8 februari 1702 en 13 juni 1709 nog een lange lijst van goederen aan. De verkoop van huis, land, vee en inboedel heeft ƒ 2576:5:12 opgebracht, aan zijn laatste vrouw komt een legaat van ƒ 800:0:0 bij testament. Dirk IJffsz Madderom wonende in Broek heeft in huwelijk Neeltje Jacobs Houtcooper, Gerrit Willemsz IJskes wonende in St. Pancras Maartje Jacobs Houtcooper. 280
                                    In Noord-Scharwoude verkopen in 1692 Claes Jansz wonende te Knollendam en Gerbrigh Gerrits wonende te Monnickendam, als erfgenamen van wijlen Jan Harmensz overleden alhier, aan Jacob Jacobsz Houtkooper een akkertje zaadland in de polder op de Bargh, groot 2 snees 17 roeden 10 voeten, belend ten westen Hendrik hendriksz Seun 281.
                                    In Noord-Scharwoude verkopen in 1712 Volkert Arijaansz en Cornelis Pietersz timmerman aan Jacob Houtcooper en Gerrit Cornelisz Schoenmaker, namelijk Jacob Houtcooper ¾ en Gerrit Schoenmaker ¼ van 2 derdeparten van een voorhuis en keuken waarvan voorschreven Gerrit Schoenmaker een derdepart is toebehorende, belend ten westen Sijmon Cornelisz Sijvertsz annex, ten zuiden voorschreven Cornelis Timmerman, ten noorden Jan Jacobsz Schelvis, voor 28 gld, bekent in 1714 Pieter Aryaansz Verwer schuldig te wezen aan Arijaan Baartsz Buijs en Jan Jacobsz Groot als wettige voogden over de nagelaten weeskinderen van Jacob Jacobsz Houtcooper en zijn huisvrouw Jantje Jans, beiden alhier overleden, 400 gld spruitende uit kooppenningen van een huis en erf aan de Mosselbrug, belend ten noorden Anna Louris weduwe, ten oosten en zuiden de gemene vaart, ten westen Cornelis Don, 1/3 gereed, 2/3 op 2 kerstmisdagen 1714 en 1715, met transport van het voornoemde huis op dezelfde dag, en verkopen in 1714 dezelfde voogden aan Gerrit Cornelisz Swart hun portie in zeker oud voorhuisje en keuken waarvan het overige hem koper is toebehorende, belend ten westen Cornelis Sijvertsz Sijmen annex, ten noorden Jan Jacobsz Schelvis, ten zuiden Cornelis Gorter, voor 6 gld 6 st 282.
                              208. (<104) (>416, >417) Hendrick Theeuwis HARTLAND, timmerman, schepen (1663-1681) 74 van Koedijk, overl. tussen 10 april 1681 en 25 febr. 1682,
                                  In Koedijk verkopen in 1677 de erfgenamen van Maertjen Gerrets aan Hendrick Theeus een vierdepart groot omtrent 1 gars in een stukje rietland in de Noorder Cleijmeer, genaamd Ceesoomsbosjen, belend ten noorden IJff Pietersz Schotfanger, ten zuiden de Cruijssloot, voor een schuldbekentenis van 80 gld (geroyeerd op 20 juni 1678) 283.
                                  In Koedijk transporteren in 1680 Cornelis Bouwens Clercq, secretaris en wettige voogd over Gerret Pieters, Pieter Theeus Hertlant en Jan Jansen Appetijt, voogden over Cornelis Willems, beiden zonen van Lysbet Gerrets, laatst weduwe van Willem Theeus, aan Hendrick Theeus een halve akker zaadland, groot in 't geheel omtrent 9 snees, achter zijn huis en erf oversloot gemeen met de koper, en Vredrick Louwers te Broek op Langedijk aan Hendrick Theeus voornoemd een akker zaadland groot omtrent 13 snees beoosten voorschreven akker achter zijn huis 284. In 1678 is ontvangen van Hendrick Theeus de 15e penning over een akker zaadland, groot 13 snees, gekocht voor 27 gld 't snees, achter de meelmolen, en bewesten hiervan nog een halve akker zaadland, groot 4½ snees 2 roeden, van 28 gld 't snees 285.
                                  In Koedijk hebben op 19 mei 1683 Jan Jansen Appetijt en Cornelis Cornelisz Broers (Cornelis Bouwensz Clercq voor dit maal i.p.v. zijn confrater Cornelis Cornelisz Broers als in dezen suspect), wettige voogden over Jan Hendrickx, nagelaten weeskind van zal. Hendrick Theeus Hertlant en Jannetje Jans, ter presentie van Jan Gerretsz Lantheer als een der naaste bloedverwanten, de goederen van 't voorschreven weeskind onder bescherming van de weeskamer gebracht, nl.: (1) een huis en erf op de Molenbuijrt, belend ten zuiden Jan Jansen Appetijt voorschreven, ten noorden de weduwe en zoon van Pieter Theeus Hertlant, met nog een plaatje zo zaadland als een nieuw boomgaardje, groot tezamen omtrent 21 snees, achter 't voorschreven huis en erf, (2) een stuk weiland genaamd de Cleijmeersweijt, groot omtrent 6 geerzen, bezuiden en aan de Cleijmeer, belend ten oosten Sijmen Joosten, ten westen Jan Grotewal, ten noorden de ringsloot van de Cleijmeer, (3) een stuk weiland genaamd Kinnemansweijtje, groot omtrent 5½ gars, beoosten de Soomersloot in de banne van Broek, belend ten noorden de Meijerssloot, ten zuiden Jan Prinsen als bruiker, ten westen de Soomersloot, (4) een stuk weiland groot omtrent 9 geerzen in de Daelmeer, belend ten noorden Jacob Tijsen, ten zuiden het kind van Arent Joncker c.s., (5) een vierde in een stukje rietland, groot omtrent 4 geerzen, in de Noorder Cleijmeer, gemeen met Dirck Jansen Noom en de kinderen van Pieter Cornelis Calis, belend ten oosten de erven Pieter Jansen Brelant, ten westen Pieter Gleijnis c.s, ten zuiden de Cruijssloot, (6) verscheidene roerende goederen onder Jan Jansen Appetijt berustende, (7) een boelcedule van ƒ 407-11-0, (8) aan geld „effen” 80 gld berustende onder Maertjen Cornelis, weduwe van Pieter Theeus, tegen 4 percent 286.
                              tr. Koedijk 5 febr. 1661
                              209. (<104) (>418, >419) Jannetje Jans (LANTHEER).
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Jannetje HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 okt. 1668.
                                2. Jan HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 jan. 1670.
                                3. Jan Hendriksz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 maart 1673, zie 104.
                              210. (<105) (>420, >421) Adriaen Reijersz STAMMIS, overl. vóór 8 april 1678  287,
                                  In 1676 is Adriaen Reijersz Stammis pachter van vroonland, samen met IJff Reijersz Stammis.
                              tr. Koedijk 25 nov. 1674
                              211. (<105) (>422, >423) Bregje JANS, overl. vóór 2 febr. 1684  288,
                              tr. 2° Koedijk 20 maart 1678 Cornelis POUWELSZ, gerechtsbode te Winkel.
                                     Uit het eerste huwelijk:
                                1. Maartje Ariens STAMMIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 3 nov. 1675, zie 105.
                                2. Jan Ariensz STAMMIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 31 jan. 1677.
                              212. (<106) (>424, >425) Paulus MEIJNDERTSZ, schepen (1666-1676) en weesmeester (1670-1672) 74 van Koedijk,
                                  In 1676 heeft Paulus Meijnders het erfpachtperceel nr 141 van de Vroonlanden i.p.v. zijn vader Meijndert Poulisz, en in de periode 1686 - 1716 heeft Gerrit Paulus dit perceel, bij overlijden van zijn vader 289.
                                  In Koedijk verkoopt in 1671 Cornelis Cornelis Jonge Kruijf aan Pouwels Meijnders wat hem als erfgenaam van Jan Cornelis Graef competeert, zijnde de helft van een stuk weiland groot in 't geheel 6½ gars in de Daelmeer, belend ten zuiden Cornelis Jansen Nannis, ten noorden Hendrick Theeus, ten westen de Ringsloot, en verkoopt in 1686 Hendrick Aris Weere aan Anne Jansen weduwe van Pouwels Meijnders een akker zaadland groot omtrent 12 snees onder Cleijenburch bij haar huis en erf, belend ten noorden zijzelf, ten westen en zuiden de Achtergracht, voor een custingbrief van 351 gld, bij welke custingbrief Jan Pouwels als oudste zoon de verkoren voogd van zijn moeder en weduwvrouw Anne Jans is 290.
                              tr.
                              213. (<106) (>426, >427) Anna JANS.
                                  In Koedijk is in 1684 ontvangen van Gerret Pouwels vanwege Anne Jans, enige erfgenaam van haar broer Pieter Jan Woutersz, de belasting op de collaterale successie en taxatiegeld over de vaste goederen door Pieter Jan Woutersz aan zijn zuster nagelaten, getaxeerd op ƒ 647:14:11 291.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Jan Poulusz KLEIJENBURCH, impost op begr. Koedijk 7 jan. 1716 (impost ƒ 6, dubbeld recht, wat niet strookt met het getrouwd geweest zijn) tr. ald. 30 maart 1681 Anna ADRIAENSDR, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 4 maart 1635 (Anne, dr van Arijaen Arijaensz van Crabbedam), dr van Ariaen ARIAENSZ, wed. van Hendrick Bouwensz CLERCQ, schoenmaker.
                                      In Warmenhuizen verkopen op 2 februari 1685 Willem Hendricksz Kuijper wonende te Zuid-Scharwoude, ook als voogd benevens Cornelis Cornelisz Vader over Cornelis Hendricksz wonende te Alkmaar, Pieter Adriaensz Ploeger wonende te Zuid-Scharwoude in huwelijk hebbende Trijn Garbrantsz, benevens nog Willem Kuijper voor Aelt Garbrants, Maertje Garbrants en Pieter Garbrantsz, aan Jan Pouwelsz wonende te Koedijk een vijfde van een stuk land genaamd de Kieftekamp in de Nieuwe Greb, in 't geheel 7½ gars, gemeen met Pieter Pietersz c.s., belend ten zuiden Symen Adriaensz, ten westen de Vuijle Greb, en verkopen op 28 januari 1699 Jan Jacobsz in huwelijk hebbende Annetje Mijghiels wonende te Alkmaar als enige erfgenaam van Cornelis Mijghielsz Maarschalk, en Jan Pouwels wonende te Koedijk, aan Pieter Pietersz Kleyenburch wonende te Alkmaar, nl. Jan Jacobsz een vijfde in een stuk land genaamd het Kruijs mitsgaders een vijfde in de Kieftecamp en het aangewas, en Jan Pouwels een tiende in de Kieftecamp en het aangewas, gemeen met de koper c.s. 292.
                                      Op 20 februari 1687 is te Koedijk Jan Pouwels als oudste zoon lasthebber en voogd van zijn moeder Anne Jans inzake haar zaadlanderijen geërfd van haar broeder 293.
                                      In Koedijk verkoopt op 13 mei 1698 Arien Pietersz Kales wonende te Bergen aan Jan Poulusz een stuk weiland in de Maere genaamd het Noorder Oudie, groot 5 geerzen 8 snees, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Bouwentsz Croonen, ten oosten de grafelijkheid, voor een schuldbekentenis van 821 gld, en verkoopt op 4 november 1706 Jan Jansz Kuijper alias Breetland aan Jan Poulusz Cleijenburgh een stuk weiland op het Suijteynde, groot ruim 12½ gars, genaamd de Zegersweijd, belend ten westen de Heerewegh, ten noorden Jacob Stammis, ten zuiden Pieter Mandebrouwers, voor 2500 gld 294.
                                      In 1700 is Jan Poulusz Kleijenburch pachter in de Vroonlanden van De Zuijder Spruijl, groot 2 morgen en 476 roeden.
                                      Op 3 oktober 1713 testeert Jan Paulusz Kleijberg wonende te Koedijk, met als universele erfgenaam zijn broer Gerrit Paulusz Kleijberg of bij vooroverlijden zijn kinderen en verdere descendenten bij representatie, met uitsluiting van de weeskamer en met als voogd van zijn minderjarige erfgenamen Pieter Dirksz IJfs wonende op het Zuijdend van Koedijk en Dirk Pietersz molenaar van de Viaanse molens, of de langstlevende van hen (hij tekent als Jan Poulsen) 295.
                                      In Koedijk worden op 1 maart 1681 huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Pouwels, bejaarde jonggezel, en Anne Aerjens weduwe van Hendrick Bouwens schoenmaker, geassisteerd met de secretaris [Cornelis Bouwens Clercq] haar zwager, in houdende dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, met op 9 maart 1681 toevoeging van de bepaling dat de langstlevende het vruchtgebruik zal hebben, en herroepen op 9 april 1683 Jan Pouwels en Anne Aerjens, echte man en vrouw, de bepaling van 9 maart 1681 bekrachtigd op 17 maart 1683, om alle discontent, kwestie en verschillen na 't overlijden van de ene of de andere te verhoeden 296.
                                  2. Gerrit Poulusz KLEIJENBURCH, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 mei 1658, zie 106.
                                  3. Maritje PAULUS, tr. 1° N.N., tr. 2° Oterleek 31 jan. 1677 (beiden wonende in de Waert [=Heerhugowaard]) Jacob Pietersz BOLDEWIJN.
                                      In Heerhugowaard worden op 31 juli 1687 tot voogden over de nagelaten kinderen van Jacob Boldewijn benoemd Jan Paulusz van Koedijk, broer van hun zal. moeder, en Pieter Jansz Kinties wonende in de Waert bij provisie om de inboedel, koeien, paarden enz. te helpen redden, waarna over een tweede voogd zal worden gedisponeerd 297, en compareerde op 12 oktober 1709 Jacob Boldewijn die bekende zijn goederen ter weeskamer te hebben gelicht en overgenomen 298.
                                      In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1690 Jacob Cornelijs Abbekerk wonende te Bergen aan de kinderen van Jacob Pietersz Boldewijn en Maartjen Poulus of hun voogden Jan Poulisz van Koedijk en Pieter Adriaansz Kintjes uit de Heerhugowaard, een stuk grasland beoosten aan de Zomersloot achter Koedijk in de ring van Geestmerambacht, groot 8 geerzen 6 snees 12 roeden, belend ten westen voornoemde sloot, ten zuiden Adriaan Dirksz Clooster, voor ƒ 1581:15:0 299.
                                216. (<108) (>432, >433) Aerjen Cornelisz WILLIGRIJP, alias Kil 300, begr. Driehuizen 11 aug. 1718 (in graf 34),
                                    In 1681 testeert Anna Cornelis, wonende te Driehuizen, vrouw van Adriaen Cornelis, op haar man, behalve als zij zonder kinderen achter te laten komt te overlijden 301. In de periode 1690-1696 heeft Adriaen Cornelisz onder Driehuizen en Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1696 de aantekening dat dit toebedeeld is aan Claes Adriaens Willigrijp 302. In 1707 testeert te Graftdijk Maritie Jans, bejaarde dochter, tegenwoordig tot Driehuizen, ten huize van Adriaan Cornelisz Willegreep, aan haar neef Adriaan Cornelisz Wilgreep haar roerende goederen en de helft van haar vaste goederen, en de andere helft daarvan aan haar andere neef Jacob Pieters te Groot-Schermer 303.
                                    In Zuid- en Noordschermer doen op 17 april 1685 Aerjan Kornelis Kil, vader en voogd, benevens Bartel Dircksz en Jacob Pietersz Dokkum, voogden, over Claes Aerjans, onmondig zoontje van Aerjan Kornelis voorschreven geteeld bij Maertjen Gerrets, rekening sedert de vertichting der goederen. In kas onder de vader is gebleven ƒ 26-3-8, nog uit de boedel gekomen ƒ 50-0-9, totaal ƒ 76-3-8, uitgaven ƒ 15-6-8, over ƒ 60-17-0, waarvan nog 5 st onkosten afgetrokken. Op 8 januari 1697 compareerde Claes Ariansz Willigrijp met zijn vader Arian Cornelisz Willighrijp en Bartel Dircxz, zijn wettelijke voogden, door de huwelijksband meerderjarig geworden, en bekende alle goederen en effecten ontvangen te hebben door de voorschreven voogden ter weeskamer gebracht (hij tekent: Claes Aerijansen). 304
                                    In Zuid-Schermer transporteren in 1686 Bartel Dirksz te Driehuizen en Jacob Pietersz Dokkum te Zuid-Schermer, voogden over Klaas Aerjansz Kil, onmondig zoontje van Aerjan Kornelisz Kil te Driehuizen geteeld bij zal. Martje Gerrets, aan Aerjan Kornelisz des kinds vader voorgemeld een huis en erf te Driehuizen, belend ten oosten Bartel Dirksz, ten westen Trijn Dirks, waarvoor koper 125 gld schuldig is (afgelost op 22 maart 1695) 305. Dit huis en erf was op 3 januari 1686 geveild, getrokken door Harmen Aerjansz op 101 gld, koper is gebleven Aerjan Cornelisz Kil voor 125 gld, met borgen Cornelis Heertjes en Commandeur Bartel Dircksz 306.
                                    In Schermerhorn verkoopt in 1710 Aerjan Cornelisz Willigrijp wonende te Driehuizen aan Pieter Jansz Boon woonachtig in de Woude een stuk land gelegen in de „Noordermeen Wer” genaamd de Noorderweijd, groot 9 achelen 3 vierling ½ metje, belend ten noorden de Dijck, ten zuiden, oosten en westen Juffr. Lucretia IJflens, voor iedere achel 12 gld (de 40e penning is ƒ 2:18:12) 307.
                                tr. 2° Anna CORNELIS,
                                    Op 3 april 1678 doen Aarjen Cornelis Kil en zijn huisvrouw Anna Cornelis belijdenis in Driehuizen.
                                tr. 3° Trijntje HEERTJES, doet op 26 december 1683 als huisvrouw van Aarjen Cornelis Kil belijdenis in Driehuizen, begr. Driehuizen 12 dec. 1716 (in graf 34),
                                    Op 17 juni 1707 zijn Ariaan Crelisz en Trijn Heertjes zijn huisvrouw, en op 27 maart 1710 Arien Cornelisz Willigrijp en Trijn Heertjes, lidmaat in Driehuizen.
                                tr. 1°
                                       Uit het tweede huwelijk:
                                  1. Griet Aerjens KIL, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 14 nov. 1678 (de vader is Aarjen Crelisz Kil te Driehuizen).
                                  2. Cornelis Adriaensz KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 8 nov. 1682.
                                       Uit het derde huwelijk:
                                  1. Aachtie Adriaens KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 28 jan. 1685.
                                  2. Jan Adriaansz WILLIGRIJP, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 maart 1725.
                                217. (<108) (>434) Maertje GERRETS.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, zie 108.
                                218. (<109) Jacob CORNELISZ,
                                tr. N.N.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, zie 109.
                                224. (<112) (>448, >449) Gerrit Hendricksz STEKELBOS,
                                    In Haringhuizen verkoopt in 1638 Gerrit Hendricxz opt Stekelbos, als procuratie hebbende van Joffr. Adriana Bolcks weduwe van Mr Jacob van Berckelen, land 308.
                                    In Haringhuizen in januari 1644 verkoopt Gerrit Hendricxz Stekelbosch, alsnu inwoner van de Schermer, aan Aerian Willems onze medepoorter een huis, schuur, erf en boomgaard, staande en liggende in onze banne van Haringhuizen, genaamd Stekelbosch, belend ten zuiden Abraham Janssen Schagen, ten noorden de Heerewech, ten westen de erfgenamen van Joffr. van Heemskerk, en bekent Aeriaen Willemsz, onze medepoorter wonende op Steeckelbosch, van Gerrit Hendricxz, inwoner van de Schermer, gekocht te hebben een huis [enz.] genaamd Steeckelbosch, voor 2280 gld, te betalen op 2 Kerstmisdagen, als Kerstmis verleden anno 1643, de ene helft, en Kerstmis toekomende 1644 de laatst termijn 309.
                                tr.
                                225. (<112) Neeltje JOCHEMS.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Jan Gerritsz STEKELBOS, zie 112.
                                  2. Cornelis Gerritsz STEKELBOS.
                                  3. Lijsbeth Gerrits STEKELBOSCH, bij huwelijk jongedochter op de hofstede de Lombaerdt (Noord Schermeer), tr. Oterleek 5 dec. 1660 Jan WIJBETHSZ, bij huwelijk in de Noord Schermeer, zn van Wijbeth CORNELISZ, oud-diaken (bij huwelijk van zijn zoon Jan in 1660).
                                232. (<116) (>464, >465) Claes HEINDRICKSZ (BOOCK 310),
                                    In Uitgeest verkopen in 1697 de weduwe en de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Claes Hendericxe, te Oost-Knollendam overleden, aan Dirck Jansse een stuk land genaamd de Campacker, groot 490 roeden, in de Westerpolder, belend ten westen Jan Dircxe Gorter, ten oosten Adriaan Zijp, voor 160 gld, aan Cornelis Blancken een stuk land groot 380 roeden genaamd de Griettes, belend ten oosten de Sluijssloot, ten westen Jan Dircxe Gorter, voor 80 gld, en aan Jacob Claesz Gijsen een stuk land genaamd de Venacker, groot 323½ roede, in de Woudpolder met het end aan de Baredijck, op de Tochtsloot, item nog een stuk land gelegen als voren, groot 240 roeden, belend ten oosten Marij Dircx, ten westen Pieter Claes Bosch, voor 111 gld 311.
                                tr. 2° N.N.,
                                tr. 1°
                                233. (<116) Aefje CORNELIS, overl. 8 mei 1686, begr. Oost-Knollendam (op haar grafzerk: Hier leyt begraven Aafjen Cornelisdr De Huysvrouw van Claes Hendricksz van Oost-Knollendam is gerust in den Heer Den 8 May 1686 312.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Cornelis CLAESZ, ged. (nederd. geref.) Knollendam 2 aug. 1671 (doopgetuigen de vader en Merretje Hendricks op Knollendam).
                                  2. Neeltje CLAES, ged. (nederd. geref.) Knollendam 25 jan. 1673 (op de Westzijde, doopgetuigen de vader en Griete Baerts des vaders peet).
                                  3. Jan Klaasz HEIN, ged. (nederd. geref.) Knollendam 30 sept. 1674 (doopgetuigen de vader met zijn zuster Merritie op Knollendam), tr. Aagt JANS.
                                  4. Pieter CLAESZ, ged. (nederd. geref.) Knollendam 20 sept. 1676 (doopgetuigen de vader en Merrie Heindricx).
                                  5. Pieter Claasz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 6 maart 1678, zie 116.
                                  6. Wilhelm CLAESZ, ged. (nederd. geref.) Knollendam 28 april 1680 (doopgetuige Griet Cornelis de grootmoeder).
                                  7. Maartje Klaas HEIN, ged. (nederd. geref.) Knollendam 21 dec. 1681 (doopgetuigen de vader met Griet Aris), tr. ald. 29 juni 1704 Maarten Cornelisz BLANCK, koopman.
                                      In Wormer verkopen in 1730 Maarten Blanck, koopman te Oost-Knollendam, en Jacob Bus te Uitgeest, aan Evert Huijbertsz wonende te Marken een huis en erf te Oost-Knollendam, belend ten zuiden Gerrit Cornelisz, ten noorden Gerrit Coningh, voor 40 gld 313.
                                234. (<117) (>468) Baert Maertensz DUBBELT, doet belijdenis (nederd. geref.) Zuid-Schermer 21 juli 1675 (met zijn huisvrouw Griet Maartens),
                                    Op 4 januari 1676 verklaart Henrick Brant, raad der stad Alkmaar, verhuurd te hebben aan Baert Maertensz Dubbelt wonende op 't nagenoemde land een hofstede met omtrent 227 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de Ringdijck in de hoge GH, voor 5 jaar ingaande Kerstmis jongstleden, jaarlijks voor 510 gld, met de conditiën dat de verhuurder de boet behoudt waar de paarden gestaan hebben alsmede de zolder daarboven, en de huurder geen hoenders mag houden, elk jaar een halve kavel moet laten greppelen, jaarlijks een dwarssloot moet heinen, geen hooi mag verkopen, en niet meer dan 7½ morgen mag hooien zonder nochtans het hooiland te mogen etten 314.
                                    In Alkmaar verkopen op 12 maart 1676 Lijsbeth Ariens, weduwe van Arien Jansz Boeckel die een zoon en mede-erfgenaam was van Jan Jacobsz te Boekel, geassisteerd met Jan Ariensz Gorter te Akersloot haar broer, mitsgaders Jacob Jansz Boeckel, oom em bloedvoogd van de kinderen van Lijsbeth Ariens, aan Baert Maertensz in de Schermeer en Gijsbert Maertensz 3 vierdeparten in een halve kavel land in de Schermeer, belend ten westen Claes Gerritsz, ten oosten de Tochtsloot, ten noorden de Boeckelerwech, ten zuiden Cornelis Jansz Hildernis, voor ƒ 1555-2-8, te betalen in 3 termijnen (voldaan op 12 maart 1678) 315.
                                    In Akersloot worden op 3 juni 1692 tot voogden over de drie nagelaten kinderen van Baert Maertensz, in zijn leven woonachtig in de bedijkte Schermeer onder deze ban, aangesteld Pieter en Teunis Maartensz Koster, beiden ooms van moederszijde, en worden op 31 januari 1698 dezelfde personen tot voogden aangesteld over de minderjarige kinderen van zal. Baert Maertensz en Grietie Maertens, deszelfs nagelaten huisvrouw tegenwoordig wonende in de bedijkte Starmeer, ten verzoeke van schout Koster en Trijntie Baerts minderjarige dochter van Baert Maertensz 316.
                                    Op 5 februari 1694 wordt op aangeven van zijn weduwe Griet Maartens de inventaris opgemaakt van de goederen van zal. Baart Maartensz en Griet Maartens, ten overstaan van Gijsbert en Symon Maartensz Dubbeld als omen van vaderszijde van de kinderen en erfgenamen door Baart Maartensz nagelaten. De inventaris bevat o.m. een kavel land in de Schermer aan de Zuidervaart, groot 15 morgen, nog 2 stukjes land aan de Boekelerweg, verstrekte leningen van in totaal ƒ 1250, aan gerede penningen ƒ 861, 22 koeien. De deling hiervan gebeurt op 17 april 1694 tussen Pieter Otsen in huwelijk hebbende Griet Maartens ter eenre, en Gysbert Maartens en Symon Maartens als bloedvoogden en omen van vaderszijde van de kinderen bij voornoemde Griet Maartens geteeld ter andere zijde, waarbij de moeder de 15 morgen land aan de Zuidervaart krijgt. 317
                                    In Alkmaar verkoopt op 1 mei 1694 Gijsbert Maartensz aan Maerten, Aafje en Trijntje Baers, kinderen en erfgenamen van Baert Maertensz, de helft van 3 vierdeparten in een halve kavel land in de Schermeer waarvan de kopers de wederhelft toebehoort, in letter H nr 1, door Gijsbert Maertens verkregen op 12 maart 1676, voor 700 gld 318.
                                ondertr. Zuid-Schermer 1 jan. 1673 (Baart Maartens jonggezel en Griet Maartens jongedochter, beiden aan de Ringdijck in Zuid-Schermer)
                                235. (<117) (>470, >471) Grietje Maertens KOSTER,
                                    In de Schermeer verkoopt in 1692 Gijsbert Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer aan Griet Maartens Koster, weduwe van Baart Maartens Dubbeld, de helft van een huis, boomgaard en 15 morgen land in letter L nr 33, waarvan de wederhelft de koopster en haar kinderen toebehoort, voor ƒ 1700 contant 319.
                                    In Uitgeest verkopen in 1695 Louris Jansz wonende te Akersloot en Willem Jansse Boet, ook voor zijn zuster Neeltje Jans, aan Pieter Otse en Griet Maertens wonende in de Starnmeer de helft van de volgende gespecificeerde landerijen en de wederhelft van deze landerijen aan de kinderen van Baert Maertens, met namen Maerten Baertsen, Aeffje Baertsen en Trijntje Baertsen, eerstelijk een stuk land in Dorregeest genaamd Abramsven, belend ten oosten Gerrit Willemsz, ten westen Jan Dircxe Groen, nog een stuk land liggende als boven genaamd de Ven van 't Huijs, groot 516½ roede, belend ten oosten het Meertje, ten westen de Saijacker, item nog een stuk land liggende als voren, genaamd de Acherven, groot 812½ roede, belend ten oosten Jan Dircxe Groen, ten westen de Geest, voor 500 gld 320.
                                    In de Schermeer verkopen in 1737 Pieter Claasz Heinis wonende in de Schermeer in huwelijk hebbende Trijntje Baarts, dochter en mede-erfgenaam van Griet Maartens Koster, alzo voor 1/3 eigenaar van de nagenoemde woning en landen, Maarten Maartensz Koster mede in de Schermeer, als door respectieve transporten van 24 september 1735 en 1 december [1735?] het recht verkregen hebbende van Cornelis Louwe, dochterszoon van gezegde Griet Koster, en van Jan Evertsz Plugboer als getrouwd met Jannetje Maartens, zoonsdochter van voornoemde Griet Maartens, en dus voor 1/6, en laatstelijk Neeltje Louwe, dochtersdochter van Griet Maartens en alzo bij deling gepasseerd voor notaris Arent Klaver te Alkmaar op 11 februari 1730 voor 't resterende 1/6, zijnde de laatste geassisteerd met Maarten Koster voornoemd, Cornelis Louwe en Gerret Pietersz Wortel als voogden van haar minderjarige kinderen ten dezen door het gerecht van Akersloot gequalificeerd, verkopen aan Arent Klaver, notaris, een huismanswoning met 15 morgen land aan de Zuijdervaart in polder L kavel nr 32, belend ten zuiden Dirk Evertsz, ten noorden Jacob Jansz Muys, voor ƒ 4500 321.
                                otr. (eerste proclamatie) 2° Zuid-Schermer 24 jan. 1694 Pieter OTSEN, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 10 okt. 1700.
                                    Op 4 februari 1694 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Pieter Otsen, jongman in de bedijkte Schermeer, en Grietie Maertensdr, weduwe van Baart Maartsz, mede wonende in de bedijkte Schermeer; er zal geen gemeenschap van goederen zijn 322.
                                         Uit het eerste huwelijk:
                                    1. Aafje BAARTS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermer 4 febr. 1673, ondertr. 1° ald. 9 okt. 1695 (eerste proclamatie, hij jonggezel te Westgraftdijk, zij jongedochter in de Schermer), tr. Westgraftdijk 23 okt. 1695 Crelis LOURISZ, tr. 2° Jan Cornelisz BOSCH, die hertr. met Trijntje Willems van der SLUIJS.
                                        Op 11 februari 1730 is er een deling tussen Jan Cornelisz Bosch wonende te Westgraftdijk, weduwnaar van Aafje Baarts aldaar overleden, ter eenre, en Cornelis Cornelisz Louwe mede wonende te Wstgraftdijk mitsgaders Adriaan Pietersz Wortel wonende in de Schermeer als getrouwd met Neeltje Cornelis Louwe, tezamen kinderen en erfgenamen van Aafje Baarts voornoemd. De roerende goederen en de contante penningen hebben zij reeds gedeeld. Wat betreft de vaste goederen wordt aan Jan Cornelisz Bos toegekend een stuk land in Graft genaamd de Strook, groot 2 aggelen, belend ten zuiden Cornelis Hooghuijs, ten noorden de kerk van Graft, een stuk land in dezelfde banne genaamd Koekenmeet, groot 9 aggelen, belend ten zuiden Jan Gerritsz, ten noorden Maarten Baartsz, een stuk land gelegen alsvoren bij de derde watermolen, groot 14½ aggelen, belend ten westen de Dijksloot, en een derde in 9 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de Boekelerweg, belend ten noorden dezelve weg, ten oosten de Togt, aan Cornelis Cornelisz Louwe, omdat hij minder dan de laatste uit de contante penningen had genoten, een huis en erf te Westgraftdijk, belend ten oosten Cornelis Jansz Hoeff, ten westen de weduwe van Pieter Miesz, met een stukje land ertegenover, groot 4 aggelen, en aan Cornelis Louwe en Adriaan Pietersz wortel nomine uxotis een derde in een huismanswoning met 15 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de Zuidervaart, belend ten zuiden Dirk Evertsz, ten noorden Jacob Hansz, en een twaalfde in 38 morgen in de Schermeer aan de Westdijk en bij Rustenburg. 323
                                    2. Maarten Baartsz DUBBELT, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermer 15 april 1675, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 27 sept. 1699 (met zijn huisvrouw Trijn Jans), ondertr. 1° ald. 22 febr. 1699 (eerste proclamatie) Trijn JANS, dr van Jan HENDRIKSZ, ondertr. 2°/tr. Zuid-Schermer/Driehuizen 16 febr./2 maart 1710 Meijnsje TAAMS, tr. 3° Zuid-Schermer 27 mei 1724 Maartje PIETERS, die hertr. met Jan Cornelisz BORST.
                                        Op 14 augustus 1734 testeren Maarten Baartsz en Maartje Pieters, echte man en vrouw wonende in de bedijkte Schermeer in de banne van Akersloot. Als hij de eerststervende is benoemt hij zijn na te laten kinderen, bij vooroverlijden deszelfs descendenten bij representatie, zo uit dit als vorig huwelijk verwekt, tot zijn mede-erfgenamen voor 400 gld, betuigende dit zo veel te wezen als deszelfs portie naar rechte komt te bedragen, maar iemand die hiermede buiten verwachting geen genoegen neemt krijgt slechts de blote legitieme portie; voor het overige institueert hij zijn voornoemde huisvrouw. Als zij de eerststervende is bespreekt zij haar man zijn leven gedurende het bezit en vruchtgebruik van haar ganse nalatenschap, instituerende de eigendom ervan aan haar na te laten kinderen, en wie hiermee geen genoegen neemt in de legitieme portie. Tot voogden over hun na te laten kinderen bij elkaar verwekt stellen zij Pieter Claesz Heijnis, Abraham Pietersz en Cornelis Bortsz Velserboer, en hij stelt tot voogden over zijn voorkinderen in geval van minderjarigheid Cornelis Aris, Jacob Sijmonsz Dubbelt en Pieter Ariansz te Westgraftdijk, met uitsluiting van de weesmeesters. 324
                                        Op 12 februari 1710 compareren Maerten Baerts wonende in de bedijkte Schermeer bij Westgraftdijk, weduwnaar van Trijn Jans en vader van zijn kind Maarten Maartensz Koster bij zijn overleden huisvrouw, Aariaan Jansz, Pieter Dirksz, beiden wonende in de Heerhugowaard, en Jan Jansz in Hargen, allen moederlijke omen vervangende de grootvader Jan Hendriksz, Zijmon Baartsz Fekke mede wonende in de voornoemde Schermeer, buurman van de voornoemde weduwnaar, de eerste drie als bloedvoogden van de zoon Maarten Koster. De vader zal zijn zoon Maarten Koster opvoeden, enz., en bij mondigheid, huwelijk of overlijden van de vader zal Maarten Koster genieten 1400 gld, een bed, peluw en toebehoren. 325
                                        Op 10 februari 1710 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Maarten Baartsz, weduwnaar in de bedijkte Schermeer bij Westgraftdijk, en Meynsje Taams, jongedochter aldaar, geassisteerd met Klaas Gorter, heemraad van de Noordeyndermeer, haar voogd, en Eysbrand Jansz, schepen van Westraftdijk, haar behuwde oom 326.
                                        Op 6 mei 1710 verklaart Maarten Baartsz wonende in de bedijkte Schermeer, in huwelijk hebbende Meijnsje Taams, ontvangen te hebben van Klaas Gorter als wettige voogd de goederen door zijn huisvrouw verkregen door de dood van haar oude moei Bregt Jans, weduwe van Reijnier Smit 327.
                                        In 1731 testeren Maarten Baartsz en Maartje Pieters, echte man en vrouw wonende in de bedijkte Schermeer. Tot eventuele voogden over hun minderjarige kinderen worden Pieter Claasz Heijnis, Abraham Pietersz en Cornelis Bortsz Velserboer aangesteld, en eventueel als voogden over zijn minderjarige voorkinderen Cornelis Aris, Jacob Sijmonsz Dubbelt en Pieter Ariensz te West-Graftdijk, met uitsluiting van de weesmeesters. 328
                                    3. Fokeltie BAARTS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermer 27 febr. 1676.
                                    4. Trijntje BAARTS, zie 117.
                                  244. (<122) IJsbrant CLAESZ, molenaar op de Eijlandsmolen, op 1 januari 1676 als IJsbrandt Claesz Molenaar met Barber lidmaat te Driehuizen,
                                  tr.
                                  245. (<122) Barber.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Immetien IJSBRANTS, tr. 1° Jacob Pietersz KIL, alias Boij, zn van Pieter Dircksz KIL en Guerte KORNELIS, tr. 2° dec. 1690 Cornelis Dirksz van der SLUIJS, tuinman.
                                        In 1690 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen Cornelis Dirksz van der Sluijs, tuinman, weduwnaar in de Schermeer, en Impjen IJsbrants, weduwe op Driehuizen; de bruid zal 500 gld hebben uit de na te laten goederen van de bruidegom, maar als de bruid de eerststervende is zal haar dochter Trijntgen Jacobs een som van 500 gld genieten 329.
                                        Op 1 januari 1676 zijn Jacob Pietersz en Immetien IJsbrands zijn huisvrouw lidmaat te Driehuizen. Op 21 april 1679 testeren Jacob Pietersz Kil en Immetien IJsbrants zijn huisvrouw, bij overlijden zonder kinderen op de langstlevende 330.
                                        In Zuid-Schermer bekent in 1670 Jacob Pitersz Kil wonende op Driehuizen schuldig te wezen aan Alyt Herckedr, weduwe van Jacob Tymonsz Buyck, ƒ 500 over de koop van een huis en erf op Driehuizen, belend ten oosten Klaes Kock, ten westen Klaes Pitersz; IJsbrant Klaesz en Kornelis Pietersz Kil, schoonvader en broer van de comparant, hebben zich tot borgen gesteld voor Jacob Pitersz voorschreven 331.
                                        In Graft verkopen in 1679 Dirck Klaasz de Boer, onze buurman, en Jacob Cornelisz Plugger alhier, ook als voogd van Niesjen Claas, nagelaten weeskind van zal. Claas Cornelisz Swaan, mitsgaders voor de verdere erfgenamen van zal. Cornelis Jacobsz en Trijn Jacobs in hun leven wonende te Graft, aan Jacob Pietersz Kil, buurman te Driehuizen, een stukje land genaamd 't Nonneleijke, groot 7 achelen 37 roeden 8 voeten, in de West, belend ten westen Bartel Dirksz, ten oosten Jan Florisz, voor ƒ 277-16-4, en verkoopt in 1681 Jan Florisz, buurman te Graft, aan Jacob Pietersz Kil, buurman te Driehuizen, een stuk land, groot omtrent 11 achelen, over de Lei, belend ten oosten Jacob Janspersz, ten westen de koper, ten noorden Dieuwer Claes 332.
                                        In Zuid-Schermer bekennen in 1689 Harman en Cornelis Adriaansz wonende te Driehuizen verkocht te hebben aan Cornelis van der Sluijs, meester molenmaker in de bedijkte Zuid-Schermer, een leeg erf in de banne van Zuid-Schermer, belend ten noorden, oosten en zuiden Jacob Egberts 333.
                                    2. Jan IJSBRANTSZ, zie 122.
                                  246. (<123) (>492, >493) Dirck Willemsz SMIT, alias Raersvelt, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 26 dec. 1637, schepen (in 1671, eerst vermeld als Dirck Willemsz Smith, later als Dirck Willemsz Raersvelt) van Oudkarspel, baljuw en schout ald. vanaf 29 april 1674 tot 28 mei 1675,
                                      In Oudkarspel verkopen in 1669 Cornelis Heijndricxz Schotvanger en Cornelis Sijvertsz, beiden wonende te Noord-Scharwoude, als voogden van Neel Cornelis, laatst weduwe van Aerien Gerritsz Verwer, aan Dirck Willemsz Smith, buurman alhier, een akker zaadland aan de Crommesool, groot omtrent 12 snees, belend ten oosten en westen Trompijer,  334.
                                      In Oudkarspel bekent op 21 augustus 1674 Dirck Willemsz Raersvelt, baljuw en schout van Oudkarspel, schuldig te wezen aan Sijmen Nanningsz in huwelijk hebbende Aeffjen IJsbrants weduwe en boedelhoudster van Jan Pietersz Lelij, wonende te Wormerveer, 542 gld tegen 5 ten hondert in 't jaar, te voldoen uit de custingpenningen van zijn huis en erf, door hem aan Gerrit Aeriensz Metselaer verkocht, voor zo veel die daartoe zullen strekken en verder niet, speciaal verbindende voor de interest 3 akkers zaadland, de eerste groot 17 snees, in de Crommesool, belend ten noorden en westen Pieter Pouwelsz, ten oosten de Crommesoolsloot, de tweede groot 8 snees, belend ten zuiden Jan Garbrants, ten noorden Jan Jansz, ten westen de Crommesoolssloot, de derde op Mouritsbos, groot 6 snees, belend ten westen Pieter Jansz Ploeger, ten oosten de Winterwegh (op 27 april 1677 heeft Jan Jansz Smit het restant, bedragende ƒ 282:17:0, voldaan) 335.
                                      In Oudkarspel verkoopt op 23 april 1675 Dirck Willemsz Raersvelt, baljuw en schout alhier, aan Jacob Cornelisz Witten, kramer alhier, een voorhuis, keuken en erf bewesten de straat, belend ten westen Gerrit Aeriensz Metselaer annex, ten noorden Jelisje Tomas, weduwe, ten zuiden de dijksloot, met de halve schoorsteen benevens de schuur, met een vrije gang over 't achtererf tot aan de Westwal en een aanleg met een schuit aan de voorschreven wal 336.
                                      In Oudkarspel bekent in 1676 Dirck Willemsz Smit wonende in Schermerhorn schuldig te wezen aan Neel Jans, weduwe van Jan Pietersz Smith, zijn moeder, 800 gld tegen 5 gld ten honderd, verbindende daarvoor 3 akkers zaadland (als vermeld in de akte dd. 21 augustus 1674) 337.
                                      In Schermerhorn verkoopt in 1677 Grietje Jans weduwe van Jan Jacobsz Schagen, geassisteerd met Jan Dircksz haar vader, aan Dirck Willemsz Smit van 't Oude Niedorper Verlaat een huis en erf zijnde een smidswinkel met het gereedschap, belend ten westen Griet Engels, ten oosten Maerten Pietersz, met gebruik van een gang, wal op scheep en aanleg op de landkant mitsgaders op de binnendijk, met de buren gemeen, met een bleekveld achter het huis tot op anderhalve voet van de kapberg benoorden toebehorende de voorschreven weduwe, met conditie dat als de voornoemde weduwe de kapberg wil verkopen hij Dirck Willemsz gezind is om te kopen op zeggen en goedvinden van neutrale mannen 338.
                                      In Noord-Scharwoude is in 1689 Cornelis Willemsz Beiersteecker alhier eiser contra Dirck Willemsz Raersvelt wonende te Schermerhorn, om betaling van ƒ 5-7-8 over een vierendel 4-guldenbier en een half vat 8-guldenbier, volgens eisers boek van 29 mei 1665; op 29 juli 1680 bekent de gedaagde een vierendel vierguldenbier, maar ontkent hij een half vat 8-guldenbier gekocht te hebben. Op 26 augustus 1680 ordonneren schepenen partijen aan 2 neutrale mannen. 339
                                      In Schermerhorn bekent in 1681 Dirck Willemsz Raarsvelt, smidsbaas, onze buurman, dat hij van Maartjen Lamberts, weduwe van Jan Harcksz Butter, 400 gld had genegotieerd tegen 4 gld 10 st ten honderd, en dat Pieter Dircksz, meester molenaar en timmerman in de Schermeer, voor 250 gld, en Cornelis Gorter, onze schout, voor 150 gld, zich borg hebben gesteld, en heeft comparant tot waarborg gesteld zijn huis en erf op de Breestraet, belend ten westen Cornelis Jansz, ten oosten Machtelt Pieters, mitsgaders alle smidsgereedschappen 340.
                                      In Schermerhorn verkoopt in 1683 Aris Arisz Eenigenburgh onze confrater aan Dirck Wullemsz Raarsvelt een kapberg ofwel hooischuur staande op Sweetskant achter des kopers huis en erf 341.
                                      In Noord-Scharwoude is in 1686 Dirck Willemsz Raersvelt wonende te Schermerhorn eiser contra Neel Cornelis, weduwe van Meijl Cornelisz, ook als moeder en voogdes over haar kinderen, om betaling van ƒ 16 wegens gelecerd vlees in de slachttijd 1673; de gedaagde laat zich willig condemneren 342.
                                      In Schermerhorn bekent in 1698 Dirck Willemsz Raersvelt, baas smid alhier, schuldig te wezen aan Christiaen Castileijn, ijzerverkoper te Amsterdam, 180 gld, tegen 4 ten honderd, belend ten oosten Maerten Jacobsz Faber, ten noorden en westen de gemene dorpsstraat en erf (geroyeerd op 5 juni 1705) 343.
                                      In Schermerhorn bekent in 1709 Dirck Willemsz Raersvelt, smidsbaas alhier, schuldig te wezen aan Jacob Liets, chirurgijn alhier, 150 gld, en aan Cornelis Pietersz van der Sluijs, baas molenmaker in de Schermeer, gelijke 150 gld, tegen 4 ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf in de Breestraet, belend ten oosten Maerten Faber, ten westen 't erf van Maertje Claes, mitsgaders zijn smidshuis, erf en alle gereedschappen (op 28 januari 1713 elk voor de helft afgelost, op 5 februari 1715 volkomen afgelost) 344.
                                  tr. Oudkarspel 21 nov. 1660
                                  247. (<123) (>494) Alit Claes TIMMERMAN, alias Aelte Claes, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 1 dec. 1637.
                                      In Schermerhorn in 1713 verkoopt Aeltje Claes, weduwe van Dirck Willemsz Raersvelt, geassisteerd met Jan Dircksz Smit haar zoon als voogd in dezen, aan Claes Jansz burger van Spanbroek een huis en erf wezende eem smederij met alle smidsgereedschap alhier op de Breestraet, belend ten oosten Pieter Wijbartsz, ten westen Cornelis Huijbertsz, voor een custingbrief (van ƒ 432, geroyeerd op 5 febr. 1715), en verklaren, Aeltje Claes weduwe van Dirck Willemsz Raersvelt, en Jan Dircksz Smit haar zoon, dat zij aan hem heeft getransporteerd haar huis en erf waar zij tegenwoordig in woont en zal blijven wonen in het achterkeukentje haar leven lang, in de Breestraet, belend ten oosten de weduwe van Maertje Klaas, waarbij hij Jan Smit voornoemd op zich neemt te betalen wat zij op 't huis en erf schuldig is alsook de ƒ 150 gld hypotheek t.b.v. onze schout Liets 345.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Maertje Dircks RAETSVELT, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 14 sept. 1664, zie 123.
                                      2. Claes Dircksz SMIT, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 18 dec. 1667.
                                      3. Cornelis Dircksz RAERSVELT, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 2 aug. 1671.
                                      4. Jan Dircksz RAERSVELT, alias Smit, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 6 juni 1674, tr. Schermerhorn 5 sept. 1700 Guert VOLCKERTS.
                                          In Schermerhorn verkoopt in 1716 Jan Dircksz Smit, als erfgenaam van Trijn Jans dochter van Groene Janje, ook voor de andere erfgenamen, aan Jacob Dircksz Jongh mede alhier, een huis en erf nagelaten door Trijn Jans voornoemd, belend ten noorden Cornelis Nooles, ten zuiden Scherpershuijs, voor 85 gld 346.

                                    Generatie IX (<VIII, >X)

                                    268. (<134) Claes Jansz TUIJT, geb. ca. 1592, schutter (van vee), bode van de Zijpe,
                                        In Zijpe verkoopt op 26 januari 1630 de lasthebber van Vrouwe Beste van Brienen, weduwe van Jr Otto van Zevender in zijn leven heer van Kemenburch, aan Claes Jansz, schutter en bode van de Zijpe, een partij landsegalementen in de letter R, groot 9 morgen, belend ten zuiden de Burgerwech, ten noorden Johan Bylvelt, ten oosten de Wester Egalementsloot, ten noorden de Sypse dyck, en verkoopt op 11 januari 1635 Nicolaes Rietvelt, schepen van de Zijpe, aan Klaes Jansz Schutter aan de Burgerwech 2 stukken land in de grote letter R, het ene op de Rietveltscaerte gemaakt door Reyer Cornelisz, secretaris van Geestmerambacht, getekend met de letter O, groot 1813 roeden, zijnde het Noorderstuk van de 6 stukken, belend ten westen de Cruijswech, ten noorden Jan Aerjens Broer, ten oosten de Oude Egalement zelf, ten zuiden Sasker Filpsz en Dick Cornelisz met erfpacht, het andere het Zuiderstuk met het wegje daar bezuiden aan tot de Cruijswech toe, op dezelfde kaart getekend met de letters K en L, groot samen stijf 3½ morgen, belend ten westen de Cruijswech, ten zuiden Broer Claesz met erfpacht, ten noorden Jan Arentsz, ten oosten de Oude Egalementsloot 347
                                        In Zijpe verkoopt op 26 januari 1630 Claes Jansz, schutter en bode van de Zijpe, aan vrouwe Beste van Bueren, weduwe van Jr Otto van der Zevender in zijn leven heer van Sevenburch, wonende te Leiden, een jaarlijkse losrente van 48 gld, hoofdsom 800 gld, met als hypotheek 9 morgen land in de Wester R (afgelost op 30 oktober 1655), verkoopt op 29 oktober 1639 Claes Jansz, schutter in de Zijpe, aan Dirck Claesz, nagelaten zoon van Claes Snyder in zijn leven wonende in Oud-Petten, en Neel Cornelis, nagelaten dochter van Cornelis Jan Baertsz in zijn leven wonende aldaar, een jaarlijkse losrente van 6 gld 17 st, af te lossen met 117 gld 10 st, specialijk verbindende 3 morgen egalementenland in de polder R, belend ten zuiden [...] Filipsz, ten westen de weduwe van Jan Maerts (afgelost op 29 juli 1649), en verkoopt op 30 juli 1649 Claes Jansz, bode in de Zijpe, aan Jannetje Claes, weduwe van Jan Willemsz, wonende te Alkmaar, een losrente van 25 gld 's jaars, losbaar met 500 gld, verbindende een stuk land groot omtrent 2½ morgen in de polder Q, belend ten westen de erfgenamen van Heyndric Jans Lakemans, ten zuiden en oosten Barbar Adams, ten noorden Floris Adriesz 348.
                                        Op 19 december 1643 wordt o.a. door Claes Jansz, schutter en bode van de Zijpe, oud omtrent 51 jaar, een verklaring afgelegd ten verzoeke van de dijkgraaf en baljuw van de Zijpe 349.
                                        In Zijpe verkoopt op 1 april 1645 Anna Jacobs weduwe van Teunis Gerritsz Calis wonende te Petten, geassisteerd met Jacob Teunisz haar oudste zoon, aan Claes Jansz, bode van de Zijpe, een stuk land, groot omtrent 2½ morgen, in polder Q, belend ten zuiden Barber Aams, ten westen Heyndrick Jansz Laeckeman, ten noorden Floris Andriesz, ten oosten Berber Aams, voor ƒ 1200, te betalen op 2 eerstkomende Kerstmisdaen, en verkoopt op 18 november 1647 Johan Bylevelt oud-schepen van de Zijpe aan Claes Jansz, bode van de Zijpe, de verbeternis van 7 morgen 90 roeden erfpachtsland met de woning daarop staande in polder R kleine a, belend ten oosten de Wester Egalementsloot, ten zuiden de koper, ten westen de Zijperdijck, ten noorden Olof Wolfertsz, belast met 35 gld jaarlijkse erfpacht, voor ƒ 1500, te betalen op 3 jaren Kerstmis 350.
                                        In Zijpe verkoopt op 10 juni 1652 Claes Jansz Tuijt, bode van de Zijpe, aan Johan Arnault Boen wonende te Alkmaar een losrente van 75 gld 's jaars, losbaar met 1500 gld, verbindende specialijk een stuk land van omtrent 9 morgen in de letter R, belend ten zuiden de Burgerwech, ten oosten de Wester Egalementsloot, ten westen de Seedyck, ten noorden de comparant, nog een stuk land mede in de polder R, groot omtrent 3½ morgen, belend ten zuiden de comparant, ten oosten de Westeregalementssloot, ten westen Hendric Maertsz van Petten, ten noorden Gerrit Jansz van Petten, en nog een stuk land gelegen als voren, groot omtrent 3 morgen, belend ten zuiden Floris Andriesz, ten oosten de Egalementsloot, ten westen Neeltje Aelberts, ten noorden Arien Jansz (afgelost op 18 augustus 1672) 351.
                                        Op 20 augustus 1656 verklaren de heer Franchois van Halewijn, heer van Werve, ter eenre, en Claes Jansz Tuijt, bode van de Zijpe, ter andere zijde, met elkaar verdragen te zijn nopende de aflossing van 35 gld erfpacht staande op 7 morgen en enige roeden land in de Zijpe in de letter R, eertijds uitgegeven in erfpacht door de dijkgraaf Boot zal. aan Cornelis Claesz Broer, door de voornoemde Claes Jansz Tuijt gepossideerd, in manieren hierna verklaard, te weten dat de voornoemde Claes Jansz Tuijt zal betalen vóór Kerstmis, of ten uiterste Nieuwjaar, eerstkomende aan de voornoemde heer van Werve te zijnen huize 1100 gld, boven de verschenen en nog te verschijnen erfpachten, als wanneer de heer van Werve de principale erfpachtbrief zal overgeven met quitantie van betaling in dorso; voor de nakoming van dit akkoord constitueert Claes Jansz Tuijt Cornelis van Hijselendooren en Gerrit van de Velde, procureurs aan het Hof van Holland, om zich bij gebreke door hen voor het Hof van Holland gewilliglijk te laten condemneren 352.
                                        In Zijpe verkoopt op 5 maart 1666 Pieter Andriesz te Egmond op Zee, als oom en bloedvoogd over de kinderen van Floris Andriesz te Petten, aan Claes Jansz Tuijt, bode van de Zijpe, een stuk land groot in ongelden 3 morgen 100 roeden, in de Grote R en wester kleine B, belend ten zuiden Maerten Jansz, ten oosten de Middelegalementsloot, ten noorden Claes Jansz Tuijt, ten westen de burenlaan tegenwoordig aan het land verheeld of Steven Aerts en Neeltge Aelberts, belast met 12 gld 7 st 8 penn jaarlijkse erfpacht, voor ƒ 405-0-0, 1/3 gereed, telkens 1/3 Kerstmis 1666 en 1667 353.
                                        In Zijpe worden op 31 maart 1671 tot voogden over de kindskinderen nagelaten door Claes Jansz, in zijn leven bode van de Zijpe, gewoond aan de Pettemerdyck, gecommitteerd Cornelis Michielsz op de woning van de heer Gerrit Wildeman en Jan Dircksz op de woning van Joffr. Hagenes in de Schaepspolder, besproken voogden door de overledene over de vier kinderen nagelaten door Cornelis Pietersz gewezen bode aan de St. Maartensbrug geprocureerd bij Breght Claes, dochterskinderen van de voorschreven Claes Jansz, en Jacob Isacksz, officier en baljuw te Oud-Petten, mitsgaders Jan Cornelisz op de woning der erfgenamen van wijlen de heer burgemeester Van Teylingen, over 't kind van Jan Claesz, zoonskind van de gemelde Claes Jansz geprocureerd bij Maert Jans, hetwelk na zijn ouders altijd bij de overledene Claes Jansz heeft gewoond 354.
                                        Op 1 juni 1702 worden getuigenissen afgelegd ter requisitie van de regenten van de Oude Zijpe, o.a. door Cornelis Jacobsz oud 86 jaar en Cornelis Fransen oud omtrent 69 jaar dat zij omtrent 50 jaar geleden ten tijde van de oorlog tegen Engeland gezien hebben, toen in een storm veel mensen en schepen waren gebleven, van welke gebleven schepen een grote menigte van hout tegen de Zijpdijck aangekomen was, nevens de Haase Dwars Dijck af tot voorbij de Scagerweg toe, dat het aangekomen hout door Claas Jansen Tuijt, destijds bode van de Zijpe, met zijn helpers op zijn order van het strand buiten de Zijpdijck is gehaald en bij deszelfs woning aan de Burgerweg gebracht, en verklaarden meermalen zowel vóór als na dato gezien te hebben dat de gemelde bode het aankomende hout van 't voorschreven strand gehaald en in de Zijpe gevoerd heeft 355.
                                    tr. N.N.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Brecht CLAES, tr. Cornelis PIETERSZ, schipper, bode van de Zijpe.
                                          In Zijpe verkopen in 1671 Willem Claesz in de banne van Petten en Jan Pietersz schipper te St. Maarten als omen en bloedvoogden van de kinderen van Cornelis Pietersz schipper in de Zijpe en Brecht Claes, beiden overleden, aan Claes Cornelisz biersteker in de Zijpe een huis en erf aan de St. Maartensbrug, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Biersteker, ten zuiden Arien Cornelisz, ten westen de Groote-Slootscade, ten oosten 't land van Gerrit Jansz Booten Gerrit, voor ƒ 1000, te betalen 1/3 gereed en telkens 1/3 Kerstmis 1671 en 1672 (voldaan op 3 juni 1672), en verkopen in 1676 Jacob Schatter kastelein van de Hondsbossche en Jan Dircxz Brederoe, gestelde voogden over de 4 kinderen nagelaten door Cornelis Pietersz en Brecht Claes, aan Evert Cornelisz Timmerman een stuk land, groot 7 morgen 286 roeden, voor ƒ 1328-6-8 356.
                                      2. Jan Claesz TUIJT, tr. Maert JANS.
                                      3. Willem Claesz TUIJT, zie 134.
                                    374. (<187) Claes, alleen bekend van 3 dochters.
                                        In 1693 testeert Claes Gerritsz Alderwegen wonende in de Oude Zijpe aan de Groote Sloot bij de Keijnsemmerwegh, ziek te bedde; hij vermaakt zijn landmetersgereedschap aan de erfgenamen van vaderszijde, en wat moederszijde betreft 1/3 van de resterende boedel aan de kinderen van Neel Claes en 2/3 aan Grietie Gerrits van wie Maritie Claes de moeder was 357.
                                        In Zijpe verkopen in 1705 Jacob Pietersz Kuijper wonende aan de Kreijl in de banne van Barsingerhorn, als in huwelijk hebbende Grietie Gerrits die een dochter is van Maartie Claas, voor 2/3, Jan Jansz Koedijker wonende in de Wieringerwaard, zoon van Neel Claes, voor 1/5 in een derdepart, ook als gemachtigde van Bouwen Jansz Koedijker molenaar in de voorschreven waard en Trijn Jans Koedijker oude vrijster mede aldaar woonachtig, insgelijks kinderen van Neel Claas, voor 2/5 in een derde, volgens procuratie gepasseerd op 9 augustus 1706 voor notaris Pieter van der Beeck te Schagen, dezelfde Jan Jansz Koedijker ook nog als procuratie hebbende van Anne Jans Koedijker weduwe in de Oude Zijpe en van Pieter Jansz Barents te Barsingerhorn als in huwelijk hebbende Maartje Jans Koedijker, insgelijks kinderen van de voorschreven Neeltje Claas, voor de resterende 2/5 in een derde, de procuratie gepasseerd voor voornoemde notaris op 11 augustus 1706, allen testamentaire erfgenamen van zal. Claas Gerritsz Alderwegen overleden in de Zijpe, verkopen aan Hendrick Hoogtwout, president te Schagen en hoogheemraad in de Zijpe, wonende te Alkmaar, een huis met 23 morgen 440 roeden land in de Zijpe in polder K, belend ten zuiden Sr burgemeester Wallendal, ten oosten de Groote Sloot, ten westen de Ruygewegh, ten noorden Sr Valckenier, voor 2275 gld contant 358. Zie ook 359.
                                             Uit onbekende relatie(s):
                                        1. Maertje CLAES, zie 187.
                                        2. N.N. CLAES, tr. Gerrit Gerritsz ALDERWEGEN, geb. ca. 1605  360, provenier in het Mannengasthuijs te Alkmaar, zn van Gerrit van ALDERWEGEN, waard te Huisduinen (als zodanig vermeld op 3 november 1611 361).
                                            Op 25 november 1637 wordt een verklaring afgelegd ten verzoeke van Pieter Jacobsz Oomkindt wonende te Barsingerhorn, over een weddenschap met Gerret Gerretsz Alderwegen, dat de requirant geen bier zou drinken in een herberg 362.
                                            Op 16 mei 1649 bekent Gerrit Gerritsz Alderwegen wonende in de Wieringerwaard getransporteerd te hebben aan burgemeester Willem en Arent Warmont, gebroeders, een losrentebrief van 2000 gld ten laste van de Gemenelandsmiddelen binnen Haarlem d.d. 8 december 1644, van welke 2000 gld Gerrit Gerritsz Alderwegen bekent voldaan te wezen 363.
                                            Op 17 juli 1671 zijn Ds Aegius van de Heuvel, predikant in Callantsoog, en Gerrit Gerritsz Alderweegen, provenier in 't Mannengasthuijs te Alkmaar, geaccordeerd dat Gerrit Gerritsz Alderweegen aan voornoemde Ds van de Heuvel zal betalen over de huur van dit lopende jaar van de landen die hij van Ds van de Heuvel is gebruikende in de Wieringerwaard 300 gld, en nog 24 gld 10 st voor de jaarrente van de 700 gld kapitaal die hij van Ds van de Heuvel op interest is hebbende, te vallen in de aanstaande winter, en dit beide zo ras als het zaadgewas tegenwoordig op 't voorschreven land staande zal geschoren worden 364.
                                        3. Neel CLAES, tr. Jan Jansz KOEDIJCKER.
                                      388. (<194) Jan HENDRICKSZ,
                                          In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1632 Jan Henderickx buurman te Noord-Scharwoude aan Nijclaes Hasselaer majoor te Amsterdam 7½ snees akkerland „op Claes Oom”, belend ten oosten en zuiden de koper, ten westen Joeris Jansz 365.
                                          In Noord-Scharwoude stelt in 1632 Jan Hendricxz tot waarnis van een halve akker van 7½ snees in Zuid-Scharwoude verkocht aan Nyclaes Hasselaer, een akker zaadland van omtrent 8 snees in de polder op de Waert, belend ten westen Compas, ten oosten Griet Jan IJdes, verkoopt in 1632 Cornelis Jansz Reynknecht uit Zuid-Scharwoude aan Jan Hendricxz een akker zaadland van omtrent 8 snees in de polder op de Waert, belend ten westen Jacob Jansz Compas, ten oosten Griet Jans, en verkoopt in 1635 Sijvert Sijvertsz als oudste zoon en voogd van zijn moeder Anna Pietersdr wonende te Zuid-Scharwoude aan Jan Hendricxz een partijtje zaadland van omtrent 2 snees 15 roeden in de polder op de Waert, belend ten noorden Bartelmies Jansz annex, ten westen Cornelis Cornelisz Schipper 366.
                                          In Noord-Scharwoude verkopen in 1667 Hendrick Jansz, Jacob Jansz, Jan Jansz, onze buurluiden, Cornelis Aeriansz man en voogd van Aeriaentge Jans te Koedijk, Dirck Hilbrantsz als man en voogd van M...tien Jans, voor henzelf en samen ook voor Louris Pietersz als man en voogd van Trijn Jans mitsgaders ook Jantie Jans alias Suster, tezamen kinderen en erfgenamen van zal. Jan Hendericx en Jantge Jansdr, aan Harmen Arentsz een akkertje zaadland groot 8 snees 17 roeden in de polder, belend ten zuiden de weduwe van Jan Pouwelsz met Cornelis Aeriansz 367.
                                          In Noord-Scharwoude verkopen in 1680 de erfgenamen van Sijbet Claesz aan Jacob Jansz en Jan Jansz Broer een partij dam en rietland in de polder groot 8 snees 6 roeden 6 voet 4 duimen, belend ten zuiden Hendrick Hendricksz annex, ten oosten Jan Arisz 368, en verkopen in 1683 Jacob en Symon Jacobsz Houtcooper gebroeders en Jacob en Jan Jansz Broer, mede gebroeders, allen onze gebuurluiden, en Pieter Arisz wonende in Oudkarspel, allen erfgenamen van wijlen Anna Louwers, ook voor haar verdere erfgenamen, aan Jan Cornelisz Car een huis en erf, belend ten noorden de diaconie, ten zuiden de Burgsloot, ten oosten de Heerstraat 369.
                                      tr.
                                      389. (<194) (>778) Jannitge JANSDR.
                                          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1640 Jantge Jansdr weduwe van Jan Hendricx oversloot, met Aerian Jan Joosten haar broer als voogd, aan Gerbrant Cornelis Teus een halve akker zaadland groot 4½ snees, in de polder op de Waert, belend ten zuiden Tys Volckertsz, ten westen Aerien Claes, waaraan zij verbindt een halve akker zaadland genaamd 't Breet in de polder, belend ten zuiden IJff Aris annex, ten westen Compaen, aan Cornelis Hendricxz een halve akker van 6 snees in de polder op de Waert, belend ten noorden Aerian Volckertsz, ten zuiden Cornelis Witte, voor 339 gld, waaraan zij verbindt een akkertje zaadland van 6 snees, belend ten westen Poulis Groen, ten oosten zijzelf, en verkoopt in 1641 Jan Jansdr weduwe van Jan Hendricxz oversloot, geassisteerd met Aerian Jans haar broer, aan Aerian Jan Ootgersz een akker zaadland van omtrent 11 snees bezuiden aan de Papemersloot, belend ten noorden verkoopster, ten westen Gert Strijpes, voor 63 gld 5 st 't snees, met als onderpand een akkertje bewesten 't verkochte land en nog een akkertje genaamd de Biene in de polder, belend ten noorden de erven van Alit Jan IJdes, ten zuiden IJff Arisz annex 370.
                                          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1661 Jannitge Jansdr weduwe van Jan Hendricksz van oversloot, geassisteerd met Hendrick Jansz, Jacob Jansz en Jan Jansz haar zonen, aan Aerien Gertsz een akkertje zaadland van 6 snees 8 roden 9 voet voor de huizen, belend ten oosten Aerien Jannetgen, ten westen en noorden de Speckweijt, met een vrije uit- en invaart langs voorschreven Aeriaen Jansz zijn akker, en verbindt een partij zaadland in de polder, belend ten zuiden Cornelis Sijvers, ten oosten Jan Jansz Ides, groot 8 snees, genaamd het Breed, tot waarnis 371.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Hendrick Jansz HEEMAN, tr. Martien CLAES.
                                              In Noord-Scharwoude verkopen in 1659 Cornelis Cornelisz Brammer wonende in Medemblik mitsgaders zijn zoon Gert Cornelisz voor hemzelf en voor zijn broer Cornelis Cornelisz aan Hendrick Jansz een achterhuis en erf, belend ten oosten Aerian Gertsz Backer, ten noorden Jan Cornelisz Soetelieff, ten zuiden Jan Garbrantsz, ten westen de Burchsloot, verkoopt in 1663 Henderick Jansz aan Aerian Gertsz verver een achterhuis en erf, belend ten noorden de koper annex, ten zuiden Jan Garbrants, ten noorden Jan Cornelisz Schuijtmaecker, en verkoopt in 1666 Griet Jansdr weduwe van Aerian Jansz Joosten, geassisteerd met Heijnderijck Volckerts notaris te Winkel, aan Henderick Jansz een achterhuis en erf, belend ten noorden Maertien Jansdr tot de halve schoorsteen annex, ten noorden Harck Aeriansz, ten oosten de Graft, met een gang tot de Heerestraet 372.
                                              In Noord-Scharwoude verkopen in 1673 Anna en Trijn Louris aan Maertien Claes weduwe van Hendrick Jans een hoekje zaadland in de Cogh groot 2 snees 13 roeden 10 voet, belend ten zuiden en noorden Jan Garbrantsz, ten oosten Neel Aris annex 373.
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1675 Jan Jacobsz Bruijneman, wonende te Alkmaar, aan Maertjen Claes, weduwe van Hendrick Jansz Heeman, wonende te Noord-Scharwoude, een hoekje zaadland, groot omtrent 6 snees, gelegen boven de Winterwegh, belend ten zuiden Koete Jantjes, ten noorden Egbert Harmensz, en verkoopt in 1677 Jan Vredricxz de Wilt wonende in Heerhugowaard aan Jan Heyndricxz Heman, als zoon en voogd van Maertjen Claes, weduwe van Heyndrick Jansz Heman, zijn moeder wonende te Noord-Scharwoude, een akker zaadland genaamd het Breetje, groot in 't geheel 12 snees 10 roeden, beoosten de Diepsmeer, belend ten westen de erfgenamen van Pieter Jansz Klooster annex, ten zuiden Jan Cornelisz Graeff bakker c.s. 374.
                                              In Noord-Scharwoude hebben in 1680 Jan Hendericksz als broer van Claes en Willem Hendericksz, en Jonge Jan Oetgersz als getrouwd hebbende Trijn Hendericks, benevens Jan Jansz Broer oom en bloedvoogd van voorschreven kinderen, goederen aangebracht in de weeskamer, o.a. het huis met zijn erf, belend ten zuiden Claes Palingh c.s., ten noorden Jan Janszacker, en een akker in de polder groot 9 snees genaamd het Breet 375.
                                          2. Jacob JAN HENDERICKSZ, tr. Dieuwer TEUNIS.
                                              In Noord-Scharwoude verkoopt in 1654 Jacob Jansz Houtcooper aan Jacob Jansz Hendricksz een 'suijtluijff' van een schuur met erf, belend ten noorden de verkoper annex, ten zuiden Claes Jansz Vogelaer, ten oosten Mr Willem Jansz, en is Jacob Jans Hendericksz aan Gert Allertsz Ele wonende te Broek 181 gld 50 st schuldig te zijnen contentement door voorschreven Gert Allertsz aan Jacob Jansz Houtcooper geteld ter zake van custingpenningen die comparant schuldig was uit zake van een suijtluijf van een schuur met erf, met als onderpand voorschreven suijtluijf (geroyeerd op 27 januari 1685) 376.
                                              In Noord-Scharwoude verkoopt in 1685 Dieuwer Teunis weduwe van Jacob Jansz, met Jan Jansz Broer als haar voogd in dezen, aan Neel Aris weduwe van Arien Jacobsz Houtkooper een 'suijtluijff' van een schuur met erf, belend ten noorden voorschreven koopster annex, ten westen de Burgsloot, ten oosten de weduwe van Cornelis Biersteeker, en verkoopt in 1688 Jan Hendrickx schepen als voogd van Teunis en Hendrick Jacobs, kinderen van wijlen Jacob Jansz en wijlen Dieuwer Teunis, beiden overleden alhier, aan Jan Jansz Broer, oom van voornoemde kinderen, een end dam in de polder, groot 3 snees 5 roeden, belend ten zuiden de koper annex 377.
                                          3. Jan Jansz BROER, zie 194.
                                          4. Aeriaentge JANS, tr. Cornelis AERIANSZ.
                                          5. Maertien JANS, tr. Dirck HILBRANTSZ.
                                          6. Trijn JANS, tr. Louris PIETERSZ.
                                          7. Jantie JANS, alias Suster.
                                        416. (<208) (>832, >833) Theeus WILLEMSZ, schepen (1623-1649) 74 van Koedijk,
                                            In Bergen staat op naam van Teuwis Willems, inwoner van Koedijk, de weide in de Suijer Reecker, groot 575 roeden 378.
                                            bij de verpachting van vroonlanden op 13 oktober op 't stadhuis te Alkmaar wordt No. 29, de Blaer, gemijnd door Cornelis Dircxz Stalknecht van Koedijk met als borgen Willem Adriaensz secretaris en Theus Willemsz te Koedijk, en wordt No. 31, Breethem, groot 2 morgen 483 roeden, met de aanwas in 't noorden in de Wieloffsloot, in 't oosten in de Aelmeer, laatst gebruikt door Jan Teunisz Molenaer, gemijnd voor 211£, en No. 32, Gerrit Foppensweijde, groot 3 morgen 155 roeden, met de aanwas in 't oosten in de Aelmeer, laatst gebruikt door Pieter Hendricxz Soetelieff, gemijnd voor 210£, beide stukken land door Theeuws Willemsz met als borgen Willem Adriaensz secretaris en Cornelis Dircxz van Koedijk 379.
                                            In Koedijk in 1640 daagt Theeus Willems als oom en bloedvriend van de kinderen van zal. Fredrick Jansz de voogden van die kinderen en borgen voor Evert Jansz wonende te Oudorp die had aangenomen om voor 50 gld een van die kinderen een jaar lang binnen zijn huis te onderhouden, maar het kind bij ander volk uitbesteed had. Schepenen condemneren Evert Jansz om 't kind voor de bedongen penningen dit jaar te onderhouden. 380
                                            In Koedijk verkopen in 1642 Jan Pietersz Backer en Pieter Pietersz Bel als voogden over de kinderen van wijlen Fredrick Jansz, aan Theeus Willemsz 7 snees zaadland, belast met 6 gld 's jaars aan de kerk, eerder eigendom geweest van Symons Adriaensz Pap, belend ten zuiden Claes Heremans, ten noorden Pieter Arentsz bruiker 381.
                                            In Koedijk zijn in 1684, bij akte opgesteld op 25 maart 1682, Jannetje Jans weduwe van Hendrick Theeus Hertlant, geassisteerd met Cornelis Cornelis Broers, Maertje Cornelis weduwe van Pieter Theeus Hertlant, geassisteerd met Jan Meijnders, en Jan Jansen Appetijt als wettige voogd over Cornelis Willems nagelaten zoon van zal. Willem Theeus, allen naaste vrunden en erfgenamen van zal. Jonge Willem Theeus, minnelijk verdragen over de deling van de goederen door Jonge Willem Theeus met de dood ontruimd 382.
                                        tr.
                                        417. (<208) (>834, >835) Jannetje Willemsdr (SCHOTSMAN).
                                            In 1658 wordt in Koedijk van eenzelfde perceel als zuidelijke belending een keer Jannetje Willems opgegeven, en een keer de erfgenamen van Teus Willems 383.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Willem Theeusz HARTLAND, tr. Koedijk 17 april 1660 Lijsbeth GERRITSDR, wed. van Pieter Jansen BURCH.
                                                In Koedijk hebben in 1661 de wettige voogden van het weeskind (Gerret Pieters) van zal. Pieter Jansen Burch geprocreëerd bij Lijsbet Gerrets goederen in het weesboek ingebracht ter presentie van Willem Teeus, stiefvader 384.
                                                In Koedijk verkopen op 26 december 1664 Jacob Jansen Spierdyck wonende te Koedijk en Pieter Claesz Spierdyck koekebakker te Alkmaar als voogden over de minderjarige kinderen van Claes Jansen Spierdyck en administrateurs van de boedel van Jan Claesen Spierdyck, aan Willem Theeusz 1/6 van een rietland geheel 9 geerzen 7 snees 17 roeden in de Noorder Cleijmeer gemeen met Aerian Reijers en IJf Pieters c.s., komende uit de boedel van Jan Claesen Spierdyck, en verkopen op 24 mei 1668 Jacob Jansen Spierdijck voor de ene helft en de kinderen van Claes Jansen Spierdijck voor de andere helft, zoon en kindskinderen van zal. Jan Claesen Spierdijck in zijn leven gewoond hebbende te Alkmaar, aan Lijsbet Gerrets, weduwe van Willem Theeusz, een stuk weiland genaamd Slijck of Jan Mathijsweijt, groot 6 geerzen 2 snees 5 roeden 4 voeten, tussen de Daelmeer en de Maere, belend ten westen de Cortsloot, ten oosten de koopster met de Besseweyt, voor een custingbrief van 3187 gld 5 st 11 penn 385.
                                                In Koedijk hebben in 1684 de voogden van 't jonge kind genaamd Cornelis Willemsz van zal. Lijsbeth Gerrets geprocureerd bij Willem Theeus zijn moederlijke erfenis in het weesboek doen registreren (o.a 5 stukken land) 386.
                                                Op 27 maart 1660 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Willem Theuwisz, en Lijsbeth Gerrits, weduwe van Pieter Jansz Burgh, geassisteerd met Pieter Jansz Vurwer als haar voogd in dezen, allen wonende te Koedijk; er zal geen gemeenschap van goederen zijn, maar de langstlevende zal zijn of haar leven lang een somme van 1000 gld genieten 387.
                                                Op 9 maart 1680 vindt een deling plaats tussen Jan Jansz Stammis wonende in de bedijkte Schermeer en Jacob Jansz Stammis wonende te Bergen, gebroeders en enige erfgenamen van hun overleden broer Cornelis Jansz Stammis die getrouwd is geweest met Niesie Gerrits, ter eenre, en Cornelis Bouwensz Clerck secretaris te Koedijk als voogd over Gerrit Pietersz, Jan Jansz Appetijt en Pieter Theuwisz te Koedijk als voogden over Cornelis Willemsz, nagelaten kinderen van Lijsbet Gerrits, weduwe eerst van Pieter Jansz en laatst van Willem Theuwisz, die een zuster was van Niesie Gerrits, haar enige erfgenamen, ter andere zijde 388.
                                            2. Pieter Teeuwisz HARTLAND, schepen (1661-1677) en weesmeester (1678-1679) 74 van Koedijk, pachter van vroonland, perceel 61 in 1676 en perceel 69 in 1679 en 1686, tr. Maartje Cornelisdr APPETIJT, dr van Cornelis Cornelisz APPETIJT en Trijn REIJERS.
                                                In Koedijk verkopen in 1659 de wettige voogden van Maerten Pieters, het nagelaten kind van zal. Pieter Maertensz, aan Pieter Theusz een huis en erf op Kumbuijrt, belend ten noorden Sijmen Jansen Groen, ten zuiden Cornelis Jan Almers met zijn wijfs huis 389.
                                                Op 5 april 1651 wordt Pieter Theeus vermeld als getrouwd met Marytgen Cornelis, weeskind van wijlen Cornelis Cornelisz Appetijt 390.
                                            3. Hendrick Theeuwis HARTLAND, zie 208.
                                            4. Jonge Willem THEEUSZ.
                                          418. (<209) (>836) Jan Gerrijtsz LANTHEER, geb. ca. 1591  391, overl. vóór 13 okt. 1633,
                                              Bij de verpachting van vroonlanden op 13 oktober 1633 op 't stadhuis te Alkmaar wordt No. 33, Jan Dircxz-waijde, groot 3 morgen 332 roeden, laatst gebruikt door Jan Gerritsz Lantheer, gemijnd door Thonisgen Pietersdr zijn weduwe voor 192£, met als borgen Willem Adriaensz secretaris te Koedijk en Theus Willemsz mede aldaar 392.
                                              In Koedijk is op 31 mei 1640 de weduwe van Jan Gerritsz Lantheer belend in de Molenbuijrt 393.
                                              Op 19 juni 1666 bekennen de regenten van het Weeshuis te Alkmaar voldaan te wezen van zekere erfpacht van 17 gld 's jaars met de verlopen interest sprekende op Jan Gerritsz Lantheer, nu zijn zoon Gerrit Jansz Lantheer, gekomen van Anna Claes Dellen, staande op zeker stuk land, door handen van Jan Jansz Appetijt wonende te Koedijk met 637 gld 10 st, waarmee de jaarlijkse erfpacht is afgekocht 394.
                                          tr.
                                          419. (<209) (>838) Thonisgen PIETERSDR.
                                              In Koedijk compareert in 1647 voor de weeskamer van Koedijk Gerrit Jansz Lantheer, oudste zoon van Thonis Pietersdr; hij zegt dat de boedel gedeeld is en dat de moeder de kinderen tot hun mondige jaren zal onderhouden 395.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Gerrit Jansz LANTHEER, geb. ca. 1616, tr. Guyrte Cornelis APPETIJT, dr van Cornelis Cornelisz APPETIJT en Trijn REIJERS.
                                                  In Bergen verkopen op 18 december 1641 de nagelaten weeskinderen van zal. Cornelis Cornelisz Abbetyt, onder wie Gerrit Jansz Lantheer als man en voogd van Guyrte Cornelis van Koedijk, een stuk weiland genaamd het Mangelweytge in de Mangelpolder, groot omtrent 214 roeden, belend ten zuiden met de uitwatering van de Opburger molen, ten westen de Nevendijck, ten noorden de erfgenamen van wijlen Neeltgen Harcxdr, ten oosten de kerk van Koedijk 396.
                                                  In Koedijk verkopen op 26 februari 1643 Adriaen Bartholomeusz, man en voogd van Geurt Dircxdr, Jan Jansz Groot Jan en Gerrit Cornelisz Karrel als voogden van de kinderen van Alijt Dircx, erfgenamen van Cornelis Dircxz Stalknecht, aan Gerrit Jansz Lantheer een vierendeel in een stuk weiland genaamd Oom Claeseweijt, groot in 't geheel 7 geerzen, belend ten zuiden Jacob Cornelisz Luijtgen, ten westen de Achtergracht, ten noorden Jan Cornelisz, verkoopt op 27 februari 1643 Dirck Symensz Pap aan Gerrit Jansz Lantheer een huis en erve op de Kooch, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Jansz Aengaende, en verkopen op 4 februari 1644 Dirck Pietersz en Pieter Cornelisz Schoorl, voogden van Aecht Willems weduwe van Cornelis Dircxz Stalknecht, aan Gerrit Jansz Lantheer c.s. een akker zaadland van omtrent 1 gars 16 roeden, belend ten oosten de Graeff annex met Pieter Jansz Vorwer ten zuiden 397.
                                                  Op 21 januari 1644 daagt in Koedijk Gerrit Jansz, als mede-erfgenaam van Marijtgen Adriaensdr, met de weesmeesters, Jan Jansz Croon en Theeus Willems om de voogdijschap van de nagelaten kinderen van zal. Jan Gerrits Lantheer geprocreëerd bij Thonis Pietersdr, en daagt hij, als voogd van zijn moeder, Bouwen Jansz Clercq en Gerrit Jansz om de voogdijschap van zijn moeder 398.
                                                  Op 3 oktober 1648 wordt door o.a. Gerrit Jansz Lantheer, oud omtrent 32 jaar, een verklaring afgelegd ten verzoeke van Bouwen Jansz Croonen en Pieter Gerritsz, allen buren van Koedijk 399.
                                                  In Koedijk verklaart op 25 maart 1661 Gerret Jansz Lantheer eertijds verkocht te hebben aan IJff Jacobsz, in zijn leven buurman te Oudkarspel, alzulk recht als hem comparant competerende is aan een vierdepart in een stuk weiland gelegen achter de huizen, groot 7 geerzen, belend ten zuiden Jacob Jacobsz Broere, ten noorden Jan Cornelisz Appetijt, en compareert nog Jan IJffs, zoon van voornoemde IJff Jacobs, mede wonende in Oudkarspel, die zijn recht in het voorschreven stuk weiland verkoopt aan zijn oom Pieter Jansz Vurwer 400.
                                              2. Trijn Jans (LANTHEER), tr. Jan Jansz APPETIJT, impost op begr. Koedijk 21 jan. 1704 (impost ƒ 3, betaald door Arien Hendricksz timmerman), zn van Jan Cornelisz APPETIJT, schepen ald. in 1644, en Trijn VOLCKERTS, die hertr. met Maertje CORNELIS.
                                                  In 1686 heeft Jan Jansz Appetijt erfpachtperceel nr 140 van de Vroonlanden, gekocht van Aecht Willems die het in 1648 had, en in 1700 heeft Gerrit Cornelisz Waert dit perceel, bij koop van voorschreven Appetijt 289.
                                                  In Koedijk verkoopt op 12 oktober 1691 Jan Jansen Appetijt, mede-schepen, aan Gerrit Cornelis Waert in de Witte Valck een erfje grasland groot omtrent 5 snees, oversloot naast de Noordwesthoek van het kerkhof, belast met 25 st erfpacht, verkoopt op 15 april 1694 Jan Jansz Appeteijt aan Cornelis Jansz IJffs wonende te Amsterdam een stuk weiland benoorden de Kleijmeer, groot omtrent 5 geerzen, belend ten westen en noorden de grafelijkheid, ten zuiden de ringsloot van de Kleijmeer, voor 900 gld, en verkoopt op 13 mei 1694 Jan Jansz Appeteijt aan Jan Jansz Groot een stuk weiland groot ruim 4 geerzen bewesten de Noorder Cleijmeer, belend ten zuiden Sasker Pietersz, ten noorden Gerrit Pietersz Mulder, ten oosten de ringsloot van de Cleijmeer, voor ƒ 981-10-6 401.
                                                  Op 28 juni 1692 testeert Jan Jansz Appetijt, wonende te Koedijk. Hij legateert aan zijn zwager [schoonzoon] Jan Iacobsz Schagen een huis en erf te Koedijk, belend ten zuiden Cornelis Broersz, ten noorden Jan Hartlant, waar hij tegenwoordig in woonachtig is, alsmede een klok en uurwerk hangende in dit huis, wegens getrouwe dienst, institueert als universele erfgenamen zijn neef Jan Croon thans wonende in de Heerhugowaard, voor de ene helft, de kinderen van zijn nicht Anna Dircx wonende te Saerdam voor een vierdepart, en de kinderen van eerste en van tweede bedde van zijn nicht Maertje Dircx mede wonende te Saerdam in het overige vierdepart, met uitsluiting van de weeskamer, en stelt zijn zwager Jan van Schagen tot executeur. 402
                                                  Cornelis Broersz te Koedijk, als executeur na assumptie wegens het testament en nagelaten goederen van zal. Jan Jansz Appetijt gepasseerd voor notaris Cornelis van der Meer te Alkmaar op 28 juni 1692, en volgens autorisatie van de gemene erfgenamen van 9 augustus 1705, verkoopt in Oudkarspel in 1706 of 1707 aan Jan Pieters Dekker te Koedijk een akker zaadland groot 16 snees 5 roeden beoosten de Diepsmeer, belend ten noorden Bouwen IJfsz, voor ƒ 52:15:0 403, en verkoopt in Bergen op 2 maart 1707 aan Pieter Pietersz Schipper wonende te Koedijk een stukje weiland in de Sluijspolder, groot omtrent 387 roeden, belend ten noorden en oosten de Heer van Cabauw, ten zuiden Jacob Stam, voor ƒ 132 404.
                                                  In Koedijk verkoopt op 24 februari 1707 Cornelis Broersz, als geassumeerd executeur over het testament van zal. Jan Jansz Apetijt gepasseerd voor notaris Cornelis van der Meer op 28 juni 1692 te Alkmaar, en verder geauthoriseerd door de gemene erfgenamen op 9 augustus 1705, aan Jan Pietersz Kroock een akker zaadland aan de Somersloot groot 1 gars 1 snees, belend ten zuiden Dirck Mulder, ten westen Willem Hendricksz, voor 110 gld, aan Gerrit Koster een huis en erf op het Zuijdeijnd, belend ten zuiden Cornelis Broers, ten noorden Jan Hartland, voor 315 gld, aan Jan Miessen Gleijnis een akkertje land achter de Pomp, groot 15 snees, belend ten oosten en westen Gerrit Kuijper, voor 130 gld, en aan Johan Bilderbeecq, heemraad van de Hontsbossche en secretaris te Schoorl e.a., een stuk rietland in de Kleymeer groot 2 geerzen 2 snees 16 roeden, belend ten zuiden Louris Cronen, ten westen Bouwen Pietersz, voor 144 gld, en op 21 april 1707 aan Hendrick Cornelisz Biersteker te St. Pancras een stuk land in de Daalmeer, groot 3 geerzen, 9 snees, 11 roeden 10 voet, 10 duimen, belend ten zuiden Jan Breeland, ten noorden het weeshuis van Alkmaar, voor 182 gld, en aan Maartie Bastiaens weduwe van Jan Gerritsz Kuijper een stuk weiland in de Daelmeer genaamd de Biene, groot 5 geerzen 11 snees 10 roeden 3 voet 6 duimen, voor ƒ 345:10:0 405.
                                              3. Reijnouw Jans (LANTHEER), tr. Jacob Jansz SPIERDIJCK, zn van Jan Claesen SPIERDIJCK.
                                                  In Koedijk verkopen in 1668 Jacob Jansen Spierdijck voor de ene helft, en de kinderen van Claes Jansen Spierdijck voor de andere helft, zoon en kindskinderen van zal. Jan Claesen Spierdijck in zijn leven gewoond hebbende te Alkmaar, aan Willem Jansen Stam bakker te Alkmaar een stuk weiland genaamd de Roockweijt, groot 6 geerzen 4 snees 11 roeden 8 voet, aan 't Suijtent, belend ten westen Cornelis Pieters Bel c.s., ten oosten Teetje Gerrets, voor een custingbrief van ƒ 4339-14-8, en aan Lijsbet Gerrets weduwe van Willem Theeusz een stuk weiland genaamd Slijck of Jan Mathijsweijt, groot 6 geerzen 2 snees 5 roeden 4 voet, tussen de Daelmeer en de Maere, belend ten westen de Cortsloot, ten oosten de koopster met de Bessewyt, voor een custingbrief van ƒ 3187-5-11 406.
                                                  In Bergen verkoopt in 1680 Duijfge Wouters, nagelaten weduwe van Jan de Klerck, met Cornelis Bouwissen Clercq haar broer als voogd, wonende te Koedijk, aan Jacob Jansz Spierdijck mede buurman op Koedijk een akker zaadland op Baecmeer op Sannegeest, groot 113 roeden 8 voeten, belend ten noorden de bandijk, ten westen Pieter Jansz, ten zuiden het Weydtlandt, ten oosten Willem Louweris 407.
                                                  In Koedijk is in 1681 Jacob Jansen Spierdijck al sinds enige jaren en nu nog 202 gld 5 st schuldig aan de kinderen van Claes Jansen de Boer, in zijn leven gewoond hebbend te Huiswaard, als wettige voogd over de voorschreven kinderen, als blijkt uit 't rekenboek fol. 41 van 21 juni 1673, tegen 4 percent, met als borgen Hendrick Theeus Hertlant en Gerret Vredrickx, beiden zwagers van Jacob Jansen, en compareren Jacob Jansen Spierdijck ter eenre, en Gerret Vredrickx getrouwd met Maertjen Jacobs, Jan Jacobs en Pieter Jacobs vervangen door Hendrick Theeus Hertlant hun oom en bestorven bloedvoogd, ter andere zijde, en alzo Jacob Jansen voornoemd door hoge ouderdom en continue indispositie zich bezwaard vindt langer zichzelf, veel minder zijn goederen, te redden en te beschermen, heeft hij goed gevonden die over te geven aan zijn drie kinderen, Maertjen, Jan en Pieter Jacobs, geprocreëerd bij Reijnu Jans zijn overleden huisvrouw, inclusief hun moederlijke erfenis, waartegenover zij hem zullen alimenteren en onderhouden 408.
                                              4. Jannetje Jans (LANTHEER), zie 209.
                                            420. (<210) (>840, >841) Reijer Adriaensz STAMMIS  409,
                                            tr.
                                            421. (<210) (>842) Maritje IJFFSDR.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. IJff Reijersz STAMMIS, schepen (1688-1684) te Koedijk, weesmeester (1685-1691), overl. ald. 15 maart 1692  410, tr. ald. 25 nov. 1663 Maertie MAERTENS.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1686 Abraham Remmis Wijngaert, poorter van Alkmaar, aan IJff Reijers Stammis de helft in drie vierde in 't Oostelijke gedeelte van een stukje weiland genaamd de Heijligedaechsweijt, groot in 't geheel 8 geerzen en schaars 4 snees, aan de Cortsloot, belend ten noorden de voorschreven Cortsloot, ten oosten Gerret Wildeman met Lamsgars, ten westen Maerten Pieters' westelijke gedeelte der voorschreven Heijligedaechsweijt, onderdeel en gemeen met koper c.s., voor 240 gld 411.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1690 Trijn Jans weduwe van Jacob Gerretsz Rijplant, geassisteerd met Gerret Jacobsz Rijplant haar zoon, aan IJff Reijersz Stammis een stuk weiland groot 5 geerzen 3 snees 6 roeden, benoorden en aan de Noorder Veersloot achter de huizen, belend ten zuiden voorschreven sloot, ten noorden een stuk vroonland genaamd de Lange Weijt, ten westen de Achtergracht, voor 1329 gld 3 st 412.
                                              2. Adriaen Reijersz STAMMIS, zie 210.
                                            422. (<211) (>844, >845) Jan Jansz BREELANT, schepen van Koedijk in de periode 1658-1672 74, overl. vóór of in febr. 1684,
                                                In Koedijk verkoopt in 1645 Luijtgen Jansz, onze buurvrijer, aan Jan Jansz Breelant omtrent 4 snees land, belend ten noorden de grafelijkheid, ten oosten de koper, en verkoopt in 1646 Claes Cornelisz Duijn wonende te Nieuwedorp aan Jan Jansz Breelant een akkertje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen Marijtgen IJffs, ten oosten de Noodtsloot 413.
                                                In Oudkarspel verkoopt in 1660 Jan Pouwelsz wonende te Alkmaar aan Jan Jansz Breelant te Koedijk een stuk weiland groot 8 geerzen 8 snees 10 roeden in de Vuyle Greb, belend ten westen Crijn Jans Kroonen, ten zuiden de weduwe van Pieter Jansz Rus, ten oosten de gemeente van Oudkarspel 414.
                                                In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1661 Jan Jansz Brelant buurman te Koedijk aan Lammert Maijertsz 11 snees 15 roeden 2 voet zaadland aan de Trochvaert, belend ten noorden de Trochvaert en Cornelis Maeijksz 415.
                                                In Koedijk was gecompareerd Jan Jansen Brelant, onze nu overleden buurman, die aan Jan Cornelis Visscher verkocht had een huis en erf op Cumbuijrt, belend ten noorden Pieter Visscher c.s., ten zuiden Bouwen Hendrickx 416.
                                            tr.
                                                Op 28 september 1669 wordt een codicil gemaakt door Jan Jansz Breetland en Tryn Maertens wonende op Koedijk, waarin zij legateren aan Jan Jansz Breelant hun middelste zoon een derdepart van een stuk land genaamd het Hartlant, groot in 't geheel 4 geerzen, gelegen in de ban van Oudkarspel, belend ten noorden Aris Pietersz, ten zuiden Pieter Jansz Breelant, ten oosten Jacob Gerritsz Rijplant, nog 200 gld en een bed met toebehoren; hij zal geen portie hebben in de na te laten inboedel en koebeesten 417.
                                            423. (<211) Trijn MAERTENS.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Maarten Jansz BREELANT, tr. Koedijk 27 sept. 1671 Jannetje CLAES, bij huwelijk jongedochter wonende in Noord-Scharwoude.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1693 Maerten Jansz Brelant wonende te Zuid-Scharwoude aan Maerten Pietersz Brelant een hofstee of schapetuin op 't Noortent achter de huizen, belend ten zuiden en westen de koper, ten oosten de Sytwint, ten noorden de banscheiding, bezwaard met een erfpacht van 33 st, voor 254 gld 2 st 418.
                                                  In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1693 Jan Gerritsz aan Maarten Jansz Breelant een huis en erf aan de Westzijde, belend ten noorden Adriaan Dirksz Gorter, ten zuiden voornoemde Maarten Jansz, verkoopt op dezelfde dag Maarten Jansz Breelant aan Claas Dirksz Cucken een huis en erf aan de Oostzijde, belend ten noorden Maartgen Jans Deckers, ten zuiden Nan Harksz, verkopen in 1693 Gerrit Henriksz Mijnheer voor de helft en Dirk Jacobsz voor zijn moeder en zusters allen wonende te Nieuwe Niedorp voor de helft, aan Maarten Jansz Breelant een akker zaadland van 31 snees 12 roeden 3 voeten, belend ten noorden Adriaan Dirksz Gorter, ten zuiden Adriaan Groot, verkoopt in 1694 Pieter Claasz Nouweboer wonende op de Pade in Hoogwoud aan Maarten Jansz Breelant 1/3 in een stuk grasland in 't geheel 9 geerzen gemeen met Jacob Willems op de Schagersloot, belend ten zuiden Jan Bouwens, ten noorden voornoemde sloot, verkopen in 1696 Simon Volckertsz wonende op de Beets voor de helft en Simon Jansz Oudes met zijn zwager Jan Reyersz wonende te Ursem voor de helft, aan Maarten Breelant een akker zaadland van 12 snees voor de huizen en achter kopers huis, belend ten zuiden Adriaan Groot, ten noorden de koper, verkoopt in 1696 Maarten Breelant aan Pieter Cornelisz Backer 3 geerzen grasland op de banscheiding van Zuid- en Noord-Scharwoude, belend ten zuiden Jan Gorter, in onze ban 2 geerzen 7 snees, en verkoopt in 1696 Adriaan Arisz, oud-schepen van Schagen, aan Maarten Breelant een stuk grasland waar een huis en erf is gelegen, belend ten zuiden Cuckenssloot, ten oosten Voorburgsloot, ten noorden Adriaan Groot 419.
                                                  In Noord-Scharwoude verkoopt in 1696 Maerten Jansz Breelant wonende in Zuid-Scharwoude aan Pieter Cornelisz Backer mede aldaar een hoekje weiland in de Bemkersloot groot 4 snees 15 roeden 6 voet 8 duimen, belend ten zuiden Jan Dirckx Gorter 420.
                                                  In Zuid-Scharwoude is in 1716 Pieter Jansz Schilder 100 gld schuldig aan Maarten Jansz Breeland, welke schuld geroyeerd wordt op 23 april 1733 omdat hoofdsom en rente voldaan is aan Pieter Bouwens en Claas Kuijper, naaste erven van Maarten Jansz Breelant 421.
                                                  In Oudkarspel verkopen in 1729 Louwris Willemsz wonende te Koedijk voor de helft, Jan Hartland als vader en voogd van de minderjarige kinderen geprocreëerd bij zijn huisvrouw Maartje Adriaans, mede te Koedijk woonachtig, voor 1/6, Pieter Almersz Boer (wonende te Oudkarspel) als geordonneerde voogd over de kinderen van Anna Maartens Breelant, voor 1/6, en Jan van Twuijver als geordonneerde voogd over het minderjarige kind van Jan Maartensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude, voor 1/6, aan Dirk Jansz Dirkmaat, minderjarige zoon van zal. Jan Dircxz Dirkmaat, wonende te Koedijk, een akkertje zaadland aan en bezuiden de Saskersloot, groot 5 snees, belend ten oosten Ds Gerbrand Rijplandt, voor 31 gld, en verkopen dezelfde personen uitgezonderd Louwris Willemsz, elek voor 1/3, aan Louwris Pietersz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland in de Diepsmeer, aan de Westkant, groot omtrent 14 snees, belend ten zuiden de erven van de Vrouw van Maasdam, ten noorden de erve Cornelis Aldertsz, voor 2 gld 422.
                                                  In Koedijk in 1729 verkopen Pieter Almertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel, als voogden over de kinderen van Jan Pietersz kuijper en Anne Maertens overleden in Harenkarpsel, voor 1/3, de eerste comparant nog van het kind van Jan Maertensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude voor 1/3, en Jan Hartland te Koedijk voor 1/3, aan Louris Pietersz Rus een boomgaardje groot 1 snees op 't Noordeinde, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jacobsz, voor ƒ 15, en verder Louris Willemsz voor de helft, en Pieter Almertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel als voogden over de kinderen van Jan Pietersz Kuijper en Anna Maertens voor 1/3 en de tweede comparant voor het kind van Jan Maertensz Breeland voor 1/3, en Jan Hartland voor 1/3, in de andere helft, aan Louris Pietersz Rus zaadland op het Noordeinde, groot 7 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jansz Diepsmeer, voor ƒ 91 423.
                                                  Op 30 september 1671 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Maerten Jansz Breelant, jongman wonende te Koedijk, en Jannitgen Claes, jongedochter wonende op Langedijk in Zuid-Scharwoude 424.
                                                  In 1724 testeren in Zuid-Scharwoude Maarten Jansz Breelant, oud-schepen en regerend weesmeester, en zijn huisvrouw Jantje Klaas, op de langstlevende; van de nalatenschap van de langstlevende krijgen de kinderen van hun zoon Jan Maartensz Breelant de legitieme portie en hun dochter Anne Maertens de verdere boedel, behalve een prelegaat aan de kinderen van voorschreven Jan Maartensz Breelant bestaande uit het huis en erve waarin die kinderen tegenwoordig met hun moeder wonen alsmede de boomgaard daar bezuiden aan, met de bepaling dat hun moeder Maartjen Aalberts daar mag blijven wonen zolang zij leeft 425.
                                              2. Jan Jansz BREELANT, impost op begr. Koedijk 27 april 1728 (impost ƒ 6, dubbeld recht, aangever Jan Cornelisz Rus).
                                                  In Koedijk is in 1694 Dirck Ariensz Slooff aan Jan Jansz Breelant 350 gld schuldig, tegen 4 ten honderd, met als onderpand een stuk land genaamd het Oortie in 't Garsdell, groot omtrent 5 à 6 geerzen, belend ten oosten voorschreven Garsdell, ten zuiden deszelfs slootje (afgelost op 27 mei 1717) 426.
                                                  In Warmenhuizen verkopen in 1704 Maerten Jansz Breelandt wonende te Zuid-Scharwoude als broer van Jan Jansz Gleynis, bejaarde en innocente jongeman, en Pieter Jansz Ruijs als wettige voogd en zich sterk makende voor Pieter Jansz Beijerlandt mede-voogd over Jan Jansz Gleynis, tezamen wonende te Koedijk, aan Cornelis Cornelisz Groodt, Cornelis Sijmonsz Jongman en Maijndert Thijsz buurluiden alhier, een stuk land met een akkertje beoosten aan, genaamd Elemersslick, groot omtrent 3½ gars, belend ten noorden Wybrant Karelsz, ten westen het armenhuis, ten oosten en zuiden de Heerevaart, en beloven de kopers een lijfrente te betalen zolang Jan Jansz Gleynis in levende lijve zal wezen van ƒ 46-10-8 jaarlijks 427.
                                                  In Koedijk wordt in 1728 door Jan Hartland betaald het recht op de collaterale successie wegens de erfgenamen van Jan Jansz Breelandt, volgens de volgende taxatatie: een half stuk land in 't Garsdel, belend ten oosten het Garsdel, ƒ 100, een halve akker geheel 7 snees, ƒ 25, en in Oudkarspel een halve akker zaadland, geheel 5 snees, ƒ 13, totaal ƒ 138 428.
                                              3. Bregje JANS, zie 211.
                                            424. (<212) (>848, >849) Meijndert POUWELSZ, geb. ca. 1585, schepen (1630-1631) en weesmeester (1638-1640) 74 van Koedijk, overl. vóór 22 okt. 1659  429,
                                                In Koedijk verkopen in 1609 Jan Bartholomeeusz en Pieter Bartholomeeusz als voogden over de weduwe en weeskinderen van Cornelis Jansz Graeff aan Meynert Pouwelsz backer een stuk weiland in de Daelmeer, groot omtrent 3 geerzen 8 snees, belend ten zuiden Cortendyck, ten noorden Aeffve Claes, en stellen daarbij als onderpand een stuk land van 8 geerzen in de voorschreven meer, belend ten zuiden Reyer Pieter Ridderts, ten noorden Pieter Oloffs met Groenendel, verkoopt in 1631 Jan Fransz van Zurrick aan Meynert Pouwel zeker gedeelte in Cleyenburch genaamd Die Beetgisgront(?), groot omtrent 5 snees, belend achter Cleyenburch, en zijn in 1636 Meijnert Pouwelsz en Jan Nannisz borgen voor Willem Hendricxz te Heerhugowaard bij de verkoop van een huis en erf in de Molenbuijert 430.
                                                In 1620 heeft Meijnerd Pouwelsz 60 roe bij de meelmolen van het erfpachtperceel van de Vroonlanden nr 197, groot 100 roe, bij Kleijenburg, gekocht van Maritgen Sijmons, in 1630 heeft hij het hele perceel bij koop van Jan Michielsz Spick, in 1676 overgegaan op Gerrit Ariensz Visscher of Timmerman getrouwd met Neel Meijndert, erfgename van haar vader Meijnert Pouwelsz, en in 1648 is Maijert Poulis bezitter van het erfpachtperceel nr 141 van de Vroonlanden, bij koop van zijn zuster Tryn Poulus, in 1676 is dat Paulus Meijnders i.p.v. zijn vader Meijndert Poulisz 289.
                                                Harck Jansz wonende in de banne van Warmenhuizen in de Grebmolen, oud omtrent 45 jaar, en Meijnert Pouwelsz wonende op Koedijk, oud omtrent 42 jaar, leggen op 4 september 1627 getuigenis af ten verzoeke van Willem Jansz koperslager te Purmerend. Harck Jansz verklaart dat hij heden 3 weken geleden aan requirant verkocht heeft een stapel kaas wegende 536 pond bestaande uit 55 stukken, en Meijnert Pouwelsz dat hij ten voorschreven dage een stapel kaas aan de rquirant verkocht heeft wegende 704 pond bestaande uit 58 stukken, welke kaas hij getuige met zijn schuit of praam aan de Purmerender schuit ligende aan de hoek van de Schager appelmarkt gebracht en in de Purmerender schuit geleverd heeft. 431
                                                In Koedijk daagt Jan Adriaensz Schotvanger in 1634 Meijnert de backer om betaling van 27-10-0 ter cause van verschenen onkosten van dijk- en molengeld en anders, ook vanwege Jasper Nannisz; schepenen condemneren hem in hetgeen hem aangaat wezende een rijksdaalder van 2 jaar onkosten van zijn huis van de jaren 1632 en 1633 432.
                                                Op 5 februari 1640 verkopen Sijmon Adriaensz Pap als vader en Adriaen Pietersz Groot als voogd van de weduwe en kinderen van Jacob Jacobsz, in zijn leven molenaar van de Cleijmeersmolen, aan Meijnert Pouwelsz onze buurman een akker zaadland op Cleijenburch, groot omtremt 7½ snees, belend ten zuiden de koper, ten Noorden Dirck Louris, belast met 11 gld 12 st 8 penn 's jaars, eerder eigendom geweest van Sijmon Pap en zijn zwager [=schoonzoon] 433.
                                                In Koedijk verkoopt in 1643 Dirck Lourentsz wonende te Alkmaar aan Meijndert Pouwels onze buurman een akkertje zaadland op Cleijenburch, groot 11 snees 1 roe, belend ten zuiden de koper, ten noorden de gemene vaart 434.
                                            tr.
                                                Op 18 april 1649 testeren 435 Meyndert Poulusz en Trijn Nanninghs, echte man en vrouw te Koedijk. Op 17 juni 1651 436 wijzigen Meijndert Pouwelsze en Trijn Nanningsdr, wonende te Koedijk, hun testament van 8 april 1649; het huis en erf waar zij wonen gaat naar hun (ongetrouwde) kinderen Jan Meijndertsz en Neeltgen Meijnderts, die ook, voor 70 gld per jaar, voor het kind Maarten Pietersse van hun overleden dochter Grietgen Meindertsse zullen zorgen. Op 20 maart 1652 437 worden de voorafgaande beschikkingen herroepen en testeren Meijndert Pouwelsse en Trijn Nanninghs op de langstlevende, met prelegatering aan Maerten Pietersse, het zoontje van Grietgen Meijnders.
                                                In Koedijk testeren in 1658 Meijndert Pouwels en Trijn Nannis, echte man en wijf, „slap, oudt en olijck van lichaem”, op elkaar de gehele boedel die zij nu samen bezitten zonder door hun kinderen gemolesteerd te worden, die tot aflijvigheid van de langstlevende zich tevreden moeten houden. Bij aflijvigheid van de langstlevende zal Neel Meijnders, hun jongste dochter, tegen 1000 gld het huis en erf hebben waar zij nu tezamen wonen, belend ten noorden Pouwels Meijnders ten zuiden 't Caproen, mitsgaders 't erf voor het huis over de weg, en zal Maerten Pieters, enige zoon van hun overleden dochter Griet Meijnders, mede-erfgenaam wezen in de plaats van zijn overleden moeder. De kinderen die getrouwd zijn hoeven hun genoten boedelgaaf niet in te brengen. In 1659 herroepen Meijndert Pouwels en Trijn Nannis deze testamentaire beschikkingen en verklaren hun testament van 20 maart 1652 bij notaris Jan van Everdingen te Alkmaar weer van kracht. 438
                                            425. (<212) (>850) Trijn NANNINGHS.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Paulus MEIJNDERTSZ, zie 212.
                                              2. Neel MEIJNERTS, overl. vóór 6 nov. 1672, tr. Koedijk 1 aug. 1660 Gerrit Adriaensz VISSCHER, alias Timmerman, mr timmerman, zn van Adriaen IJFFSZ en Duijfje GERRITS, bij tweede huwelijk weduwe van Alkmaar, die hertr. met Griet PIETERS, en Trijn JANS.
                                                  In 1676 heeft Gerrit Ariensz Visscher of Timmerman, getrouwd met Neel Meijndert, erfgename van haar vader Meijnert Pouwels, het erfpachtperceel nr 197 van de Vroonlanden, en in 1686 is de bezitter Maerten Pieters Broerssoon bij koop van Gerrit Ariensz Visscher 289.
                                                  Op 21 juli 1660 worden huwelijks voorwaarden opgesteld tussen Gerridt Adriaens Vischer, jongman, en Neel Meijnderts, jongedochter, beiden wonende te Koedijk. Zij zullen hun goederen met inventaris tot subsidie van dit huwelijk inbrengen met uitsluiting van enige gemeenschap. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen zal de helft van haar goederen naar haar man gaan en de andere helft naar haar vrienden, als hij als eerste overlijdt zonder kinderen krijgt zij haar goederen terug en de helft van de tijdens het huwelijk verkregen goederen. (Hij tekent als Gerret Ariensen Visker, zij als Neel Meinders.) 439
                                                  In Koedijk testeren in 1664 Gerrit Aeriensz timmerman en Neel Meijnders, echte man en wijf, zij niet wel te passen, het vruchtgebruik op de langstlevende als er geen kinderen zijn, met een eventuele voorziening voor zijn moeder Duijfjen Gerrets en als Maerten Meijnders met haar veel vaderloze kindertjes tot armoede kwam te vervallen 440.
                                                  Op 4 februari 1677 worden als erfgenamen van Dirck Adriaensz Coehouder, overleden te Alkmaar, genoemd: Gerrit Adriaensz Vischer wonende in de Zijpe, Dirck Pietersz van der Meer wonende buiten de Geesterport van Alkmaar als man en voogd van Aeltie IJffs, Willem Claesz de Jongh wonende te Alkmaar als man en voogd van Jannitie Adriaens, Gerrit IJfsoon, en Pieter Adriaensz Vischer wonende te Alkmaar [Duijfje Gerrits, de moeder van alle erfgenamen, eerst getrouwd met Adriaen IJffsz en later met IJff Gerritsz, was kennelijk oomzegster van de overledene die zichzelf oudoom van Jannitie Adriaens noemde] 441.
                                                  In Koedijk repudiëren op 6 september 1682 Jan Dirckx Schoorl, bijna bejaarde zoon van Dirck Jansen Schoorl, mitsgaders Michgiel Aerjens en Heijlman IJven, wettige voogden over Jan Dirckx voornoemd, allen buurluiden te St. Pancras, de boedel van Griet Pieters onlangs overleden, de moeder van Jan Dirckx, ten behoeve van de stiefvader Gerret Aerjens 442.
                                              3. Guertje MEIJNERTS, tr. Dirck PIETER IJFFSZ, zn van Pieter IJFFSZ, wedn. van N.N.
                                                  In Koedijk testeren in 1677 Dirck Pieters IJfs en Guijrt Meijnders, echte man en vrouw, zij vrij pijnlijk bij de haard zittend. De langstlevende zal het vruchtgebruik houden. Na het overlijden van hen beiden zal Maertjen Dirckx, hun enige dochter, vooraf erven, als dan nog in levende lijve, het huis en erf, tot haar overlijden of trouwen toe. Voor het overiges zullen hun 3 kinderen, met namen Pieter, Jan en Maertjen Dirckx, gelijkelijk erven. 443
                                                  In 1680 geeft in Koedijk Dirck Pieters IJffs als vader en erfgenaam van zijn overleden voorzoon Hendrick Dirckx machtiging aan zijn tegenwoordige oudste zoon Pieter Dirckz te verschijnen voor de schepenen van Alkmaar om te verlijden een huismanshuis en erf een weinig bezuiden de Geesterpoort over de Geest, aan ene Gerret Aris aldaar 444, en verkoopt Pieter Dircxz IJfs, als last en procuratie hebbende van zijn vader Dirck Pietersz IJffs erfgenaam van zijn zoon Hendrick Dircxz IJffs, aan Gerrit Aerjens Coehouder een huis en erf over de Geest aan de oostzijde van de straat met de helft van 't erf achter 't kleine huisje toekomende Trijn Roeloffs, verkregen door Hendrick op 21 mei [zonder jaar], voor ƒ 432 te betalen op 3 meidagen 445.
                                                  In Koedijk is in 1677 Dirck Pieters IJfsz 925 gld schuldig aan Hendrick Aris Weere ter zake van achterstallige landhuur, tegen 6 percent, met als onderpand een stuk weiland genaamd 't Syenweijtje, groot omtrent 7½ gars, ten westen van de Nieuwe Tocht, belend ten noorden Alit Cornelis en haar kind, ten zuiden IJf Pieters Schotfanger met de Minneweijt, ten oosten voorschreven Nieuwe Tocht (geroyeerd op 27 januari 1686), verkopen in 1686 Pieter Dirckx IJffs en Jan Dirckx IJffs, beiden ook als erfgenamen van zal. Maertjen Dirckx nu onlangs overleden, allen kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Pieter IJffs, aan Pieter Claesen Groot wonende in de Diepsmeer in de banne van Oudkarspel een stuk weiland genaamd tSijenweijtje, groot omtrent 7½ gars, bewesten de Nieuwe Tocht of 't Cleyne Cleijmeertje, belend ten zuiden IJff Pietersz Schotvanger, ten noorden de weduwe en kinderen van Cornelis Jacobs Bruijneman en Jan Swaech, met een vrije aanvaart op de notsloot ten westen uit de Achtergracht tot aan 't voorschreven land, voor 374 gld, en verkopen in 1687 Pieter Dirckx IJfs en Jan Dirckx IJffs, beiden kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Pieters IJffs aan Pieter Claesen Groot een huis en erf omtrent het midden van het dorp, belend ten noorden Maerten Cornelis, ten zuiden Coen Gerrits, voor 298 gld 16 st 446.
                                              4. Griet MEIJNDERTS, overl. vóór 8 april 1649, tr. Pieter MAERTENSZ.
                                                  In Koedijk daagt Meijndert Pouwelsz als bestevader over 't nagelaten weeskind van zijn dochter Griet Meijndertsdr in 1649 Bouwen Jansz Clercq en Jan Adriaensz Stammis om voogdij 447.
                                                  Voor de weesmeesters van Koedijk hebben in 1651 Bouwen Jansz Clercq en Jan Adriaensz Stammis, voogden van het kind van Griet Meijnderts, ten overstaan van Pieter Maertens, vader, en Meijndert Pouwelsz, bestevader, Dirck Pieter IJffsz en Eggelingh Adriaensz, omen, goederen ingebracht, namelijk omtrent 1 gars in een stuk weiland genaamd Moeijke Neeleweijt met de bruikwaar van dezelfde wei, achter het Cleijne Cleijmeerke, gemeen met Jacob Stier c.s., nog omtrent 1 gars in een stuk rietland in de Zuijder Cleijmeer gemeen met Adriaen Boon c.s., en geldbedragen van in totaal 199 gld 15 st. Op 5 februari 1653 berust onder Meijndert Pouwelsz 70 gld 10 st, op 4 februari 1660 door de erfgenamen van Meijndert Pouwelsz betaald aan Jan Aeriaensz. Op 5 februari 1653 hebben Jan Adriaensz Stammis en Hillebrant Hopman, voogden van Maerten Pieters, ten overstaan van Meijndert Pouwels, bestevader, en de andere vrunderen, goederen nagelaten door Pieter Maertensz, 's kinds vader, ingebracht, namelijk een akker zaadland op Baeckmeer in de banne van Bergen groot omtrent 8 snees, belend ten westen Gerrit Willemsz, ten oosten Jan Jansz Burch, de custingpenningen van een huis en erf verkocht aan Pieter Theeusz, en 232 gld 17 st 8 penn. Op 18 februari 1659 heeft Jan Aeriens nog te weesboek gebracht wegens 't weeskind van zal. Pieter Maertens een stuk weiland genaamd Heylijgedaechsweijt groot omtrent ruim 3 geerzen, belend ten noorden de Cortsloot, ten zuiden de erfgenamen van de overleden huisvrouwvan Jacob Wouters, i.p.v. doorgehaalde posten op folio 81. Op 8 december 1660 heeft Jan Aeriensz Stammis als voogd, ten overstaan vam Pouwels Meijnders, oom van 't kind, nog ingebracht hetgeen 't kind van zijn moeders erfenis is aangedeeld, namelijk schaars 1½ gars weiland in een stuk weiland aan de Laenckesloot gemeen met de erven van Aerien IJffs c.s., belend ten oosten Dirck Aeriens 't Hooff, ten oosten Cornelis Mourentsz Backer, ten zuiden de Laenckesloot, nog de helft van een stuk weiland in de Daelmeer groot omtrent 4 geerzen gemeen met Neel Meijnders 's kinds peet, belend ten zuiden de Cortendijck, ten Jan Pouwels Bredael, ten westen de ringsloot, nog een plaatje grasland groot schaars 7 snees genaamd Breetje achter Pouwels Meijnders' huis en erf, belend ten noorden Jan Meijnders, ten zuiden Neel Meijnders met 't ouderlijk huis en erf, en nog ten laste van 't weeskind een obligatie van 275 gld. Op 24 december 1679 is alles doorgehaald wegens de meerderjarigheid van Maerten Pietersz. 448
                                              5. Jan Meijndertsz CLEIJENBURGH, geb. ca. 1625  449, in 1676 en 1679 als Jan Meijnders Cleijenburgh genoemd als pachter van vroonland, impost op begr. Koedijk 8 maart 1712 (pro deo), tr. Aefge CORNELIS, impost op begr. ald. 20 okt. 1711 als Aeff Jans huisvrouw van Jan Meijnderts (pro deo), dr van Cornelis JANSZ.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1658 Gert Gerrets Cock aan Jan Meijnders een huis en erf op de Molenbuijrt, belend ten noorden Jan Aeriens backer, ten zuiden Jannetje Willems 450.
                                                  In Bergen verkopen in 1662 Gerrit Pietersz Koninck en Jacob Jansz Spierdijck, buurluiden op Koedijk, als curateuren over de desolate boedel van zal. Gleijn Cornelisz Backer in zijn leven buurman op Koedijk, aan Jan Meijnderts buurman op Koedijk de helft van een akker geestland op Baeckmeer, groot 5 snees, belend ten zuiden Ary Lammers, ten noorden Thonis Cornelis Droochscheerder, ten oosten de Lytwech, ten westen Jan Jansz, voor ƒ 206-16-0, en verkoopt in 1665 Jan Meijndertsz buurman op Koedijk aan Anna Bartelmeus, nagelaten weeskind van Bartelmies Meijnderts op Koedijk, een akker zaadland op Baeckmeer, groot 50 roeden, belend ten zuiden Ary Lammerts, ten noorden Thonis Droochscheerder op Koedijk, ten oosten de Notwech, ten westen de Schouwbeeck, voor ƒ 228-15-0 ontvangen uit handen van Ary Bartelmiessen en Heindrick Bouwisz als voogden over 't voorschreven weeskind 451.
                                                  In Koedijk is in 1677 Jan Meijnders aan Jannetje Jans weduwe van Jan Burger, poorteresse van Alkmaar, 400 gld schuldig tegen 6 percent, met als onderpand een stuk weiland groot omtrent 4 geerzen genaamd 't Oortje, belend ten zuiden Dirck Aerjens met zijn Oortje, en als borgen Pouwels Meijnders mede onze buurman en Gerret Aerjensz wonende in de Ouwe Sijp, zijn broer en zwager, geroyeerd op 19 februari 1683, en is op die dag Jan Meijnders Cleijenburch aan Jan Cornelis Grotewal 275 gld schuldig ter zake van onbetaalde landhuur, met als onderpand hetzelfde Oortje, gelegen ten zuidoosten in 't Garsdel, met (in de kantlijn) de vermelding dat hij op 11 augustus 1686 hieraan nog zijn huis en erf verbindt weinig bezuiden de kerk, belend ten zuiden Maertjen Cornelis weduwe van Pieter Theeus Hertlant en haar zoon, ten noorden Cornelis Jansen Backer 452.
                                                  In Oudkarspel verkopen in 1679 Jan Meijndertsz buurman te Koedijk, voor zijn privé, en Jan Gerritsz Cuijper oudste zoon en voogd van Aerjen Jans weduwe van Gerrit Jansz Kuijper zijn moeder, allen wonende aldaar, aan Tijs Pietersz Scheepstimmerman, wonende op het Segelis aan de stad Alkmaar, een stuk wieland groot omtrent 10 geerzen min 2 snees in de Diepsmeer, belend ten oosten Reijer [Cornelisz] Appetijt, ten westen de Middelwegh van de meer, ten zuiden Dirk Jansz molenaar, meteen terugverkocht aan de verkopers voor 1062 gld 453.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1679 Jan Meijnders aan Cornelis Jacobs Vettis een akker zaadland groot omtrent 1 gars onder Cleijenburch, belend ten noorden de erven van Pouwels Meijnders, ten zuiden de gemene vaart en de Breetjes, en verkoopt in 1687 Jan Meijndersz Cleijenburch aan de heer Sacheus de Jaeger poorter van Alkmaar een stukje weiland genaamd 't Oortje groot 4½ gars, gelegen aan 't Garsdel, belend ten westen grafelijkheids vroonlanden, ten zuiden Dirck Aerjens, ten zuidoosten 't voorschreven Garsdel, ten noorden de diaconie an de gereformeerde kerk te Alkmaar, voor 900 gld 454.
                                                  In Beren verkopen in 1692 Jan Meijnders, buurman op Koedijk, als erfgenaam van Cornelis Jansz Nannis voor de helft, en de gemachtigde van 2 zusterskinderen van zal. Guert Cornelis, weduwe, overleden te Koedijk bij de meelmolen, als erfgenamen van Guertie Cornelis voor de andere helft, aan Gerrit Jansz wonende in de Valck op Koedijk een stuk weiland, groot 450 roeden, in de Suyder Reckerpolder, belend te zuiden de erfgenamen van Pieter Michielsz Cap, ten noorden Hanneman als rentenier, ten westen de erfgenamen van Spijck Jan, ten oosten de Nieuwe Vaert 455.
                                                  Op 9 december 1653 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Jan Meijndertsz wonende te Koedijk, jongman, geassisteerd met Meijndert Poulussoon zijn vader, en Aefge Cornelis, jongedochter, mede wonende te Koedijk, geassisteerd met Cornelis Jansz haar vader en Gerrit Jansz haar oom. Jan Meynderts is beloofd door zijn vader in te brengen een stuk zaadland genaamd Cleijenburch gelegen bij de meelmolen, belend ten zuiden voorschreven Meijndert Poulussoon, ten noorden Poulus Meijndertsz broer van de bruidegom, en daarenboven 500 gld, 2 koebeesten en een bed. De bruid zal inbrengen een stuk weiland, groot omtrent 4½ gars, genaamd 't Oortje, in 't Garsdel, belend ten zuiden Adriaen Bertelmiessoon, ten noorden Jacob Woutersz geelgieter te Alkmaar, en stijf 500 gld die in de weeskamer van Koedijk staan en die de vader Cornelis Jansz zonder interest onder zich mag houden zolang hij leeft. De andere goederen zullen naar weeszijden teruggaan. Op 14 oktober 1656 worden deze huwelijkse voorwaarden herroepen en zal er voortaan gemeenschap van goederen zijn. 456
                                              6. Maertjen MEIJNDERS.
                                            426. (<213) Jan PIETERSZ,
                                                In Oudkarspel worden in 1624, onder vele anderen, Jan Pietersz, Dirck Aerians en Gert Wouters, wonende te Koedijk, genoemd als erfgenamen van Cornelis Pieters 457.
                                            tr.
                                            427. (<213) (>854, >855) Maertgen WOUTERS.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Pieter JAN WOUTERS, tr. Maritgen GERRITSDR, dr van Gerrit NANNINGHS en Aef OUTGERS, wed. van Jan HUIJBERTSZ.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1641 Pieter Jansz, voor hemzelf en voor Marijtge Wouters zijn moeder en zijn twee zusters, aan Gerrit IJffsz onze buurman een akker zaadland in 't Cromdel, groot omtrent 13 snees, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Reijers 458.
                                                  Op 18 maart 1656 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Pieter Jan Wouters wonende te Koedijk en Maritgen Gerrits, weduwe van Jan Huybertsz, mede wonende aldaar; als hij als eerste overlijdt krijgt zij 1300 gld 459.
                                                  Voor de weesmeesters van Koedijk compareren ten behoeve van de weeskinderen van Jan Huijbertsz in 1654 Pieter Huijberts als oom en Gerrit Bouwens wegens de moeder Matijtgen Gerritsdr; de boedel blijft bij de moeder. In 1657 compareren Pieter Huijbertsz, oom, Pieter Jansz stiefvader, mitsgaders de voogden Jacob Gerrits en Cornelis Gerritsz, met als inbreng een derdepart in een stuk weiland genaamd Brelant in de banne van Oudkarspel, groot in 't geheel 9 geerzen 9 snees, gemeen met Pieter Huijbertsz c.s., belend ten noorden Pieter Jansz Breelant, ten oosten een kerkeslik, een vierendeel in een stuk weiland in Saskeroort gemeen met Gerrit Slomer c.s. in de voorschreven banne, groot in 't geheel omtrent 7 geerzen 3 snees, belend ten noorden de ringsloot van de Diepsmeer, ten westen Gleijn Pietersz van der Oordt, ten zuiden de grafelijkheid, en nog 400 gld aan geld waarin de helft van de erfenis van het kind van Arent Verbeesten. In 1668 stellen de voogden Cornelis Gerretsz Rus en Jacob Gerrets Rijplant, in presentie van Pieter Jan Wouters als stiefvader, te weesboek de goederen door de kinderen geërfd van hun oom Pieter Huijbertsz, namelijk een vierdepart in Saskeroort gemeen met de weduwe en kinderen van Gerret Slommer, in de banne van Oudkarspel, groot in 't geheel 7 geerzen 3 snees, belend ten noorden de ringsloot van de Diepsmeer, ten westen de erven van Gleijn Pietersz van der Oort mede met een Saskeroort, ten zuiden de grafelijkheid, met nog 51 gld aan geld. In 1671 wordt een derde toebedeeld aan Huijbert Jansen. 460
                                              2. Anna JANS, zie 213.
                                            432. (<216) (>864) Crelis Dircksz KIL, op 1 januari 1676 als Crelis Dirksz Kil met Barber Aarjans zijn huisvrouw lidmaat te Driehuizen,
                                            tr.
                                            433. (<216) Barber AARJANS, begr. Driehuizen 3 mei 1694 (in graf 34).
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Dirck Cornelisz KIL, begr. Driehuizen 27 april 1694 (in graf 33), tr. Maartien CLAAS, doet op 26 december 1683 in Driehuizen belijdenis als Maartien Claas, huisvrouw van Dirck Cornelisz Kil.
                                                  In Zuid- en Noordschermer veilen in 1691 de voogden over de kinderen van Harman Adriaansz Bos en Antje Heyndrix, benevens Anna Pieters de weduwe van Jan Adriaansz Vis, gezamenlijke erfgenamen van zal. Cornelis Adriaansz Groeningen, een huis en erf op Driehuizen, belend ten westen Cornelis Huijbertsz, ten oosten de Overtoom; getrokken op 64 gld door Jan Cornelisz Boom, door Dirck Cornelisz Kil op 81 gld, met borgen Jacob Colles en Mieus Teunisz 461.
                                              2. Aerjen Cornelisz WILLIGRIJP, zie 216.
                                            434. (<217) Gerrit CLAESZ,
                                                In Graft verkoopt in 1668 Jacob Jaspersz buurman te Driehuizen aan Gerrid Claesz buurman te Driehuizen de helft van een stuk land, groot omtrent deze helft 5 achelen, in de West, belend ten noorden Sijmon Pietertsz Colles, ten oosten Baert Pietersz Nantjes, ten westen Claes Pietersz Snijder, item omtrent 1 achel wezende een vierdepart van een stuk land, mede in de West, belend ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Claes Baertsz, waarvan de andere parten, van beide landen, de koper toebehoren, voor 400 gld 462.
                                                In het gaderboek van Graft van 1681 wordt Koenensven van Gerrit Claesz overgeboekt naar Adriaen Cornelisz op 't Westend van Driehuizen, over welk stuk land volgens het gaderboek van 1682 de lasten op 19 juni 1683 nog door Gerrit Claesz betaald zijn. Gerrit Claesz hield toen nog land in Wigger en in Ariscamp. In 1678 had hij ook nog land in Goelief en in Smaelweer. In 1687 betaalde Gerrit Claesz nog voor het land in Wigger. Vanaf 1690 betaalde Adriaen Cornelisz voor Koenensven, land in Wigger en land in Ariskamp. In 1696 is alles gedeeld aan Claes Adriaensz Willigrijp. 463
                                            tr. N.N.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Maertje GERRETS, zie 217.
                                            448. (<224) (>896) Heijndrick Pietersz STEECKELBOS, bekend van een vrouw, 5 zoons en 2 hypothetische dochters,
                                                In Haringhuizen verkoopt op 3 april 1625 Cornelis Jacopsz Langedijck, poorter binnen Haringhuizen, een half gars zaadland gelegen in de banne van Haringhuizen bij Hogebieren, belend ten westen Lijsbet Tomis, ten noorden Cornelis Heerincxz, ten oosten Louwers Jansz van Schaghen, aan Lijsbet Thomis, weduwe van Heyndrick Pietersz Steeckelbos, in zijn leven wonende binnen Haringhuizen, voor 200 gld, voor de vrijwaring van het voorschreven land hij tot onderpand stelt een akker zaadland, groot 16 snees, belend ten zuiden Lysbet Tomis voorschreven, ten noorden Louwers Jansz van Schaghen, en verkoopt op 12 mei 1626 Pieter Cornelisz Luydus van Oude Niedorp aan Lysbet Thomes, nagelaten weduwe van Heijndrick Pietersz Steckelbos in zijn leven wonende binnen Haringhuizen, een akker zaadland, groot omtrent 1 gars, voor 414 gld, gelegen in de banne van Haringhuizen, belend ten westen Lysbet Thomes zelf, ten oosten Jan Cornelisz van Schagen, ten zuiden Aerian Aeriansz 464.
                                                Op 21 juni 1689 geven de met namen genoemde erfgenamen ex testamento van Pieter Allersz van de Nes, in zijn leven wonende in de bedijkte Schermeer en aldaar overleden, en de erfgenamen bij testament van Lijsbeth Pieters [Stekelbos], in haar leven huisvrouw van Pieters Allers voornoemd, mede in de Schermeer overleden, namelijk Henrik Thomasz (Stekelbos), Willem Pietersz voor hemzelf en voor zijn broer Theuwis Pietersz en zijn zusters Lijsbeth en Hillegont, jongedochters, allen wonende in de Schermeer, Jacob Gerritsz Swager wonende te Boekel getrouwd met Maritie Cornelis [Stekelbos] voor hemzelf en voor Henrik Cornelisz wonende te Amsterdam en Trijn Cornelis wonende binnen Alkmaar, broer en zuster van zijn huisvrouw, Jan Jansz Kar, Jan Gerritsz Stekelbosch voor henzelf, Jan Wijbesz biersteker als vader en voogd van zijn kinderen geteeld bij Lijsbeth Gerrits Stekelbosch, mede altezamen wonende in de Schermeer, en Dominus Adrianus Emaus getrouwd met Gulicke Henrix wonende te Schagen, machtiging aan Mr Isaacq Haringhuijsen, landmeter te Alkmaar, en Frerick Claasz Hasis, meester timmerman wonende vooraan in de Schermeer, om de boedel van Pieter Allersz en zijn huisvrouw te redden en de vaste goederen te verkopen 465.
                                            tr.
                                            449. (<224) Lijsbet THOMIS.
                                                   Uit dit huwelijk 466:
                                              1. Gulickje? HENDRICKS, tr. Pieter.
                                              2. Pieter Hendricksz STEKELBOS, geb. ca. 1590  467, tr. Maertje NANNIS.
                                                  In Schagen wordt voor de generale pachting in 1633, onder 'Hogesijde', door Pieter Hendricxz 7½ schelling betaald voor 't huis en erf, in 1638, onder 'Hoogesijde', door Pieter Hendricx Stekelbosch eveneens 7½ schelling 468.
                                                  In de Schermeer verkoopt op 19 mei 1646 Jacob van der Beeke, secretaris van Hoorn, aan Pieter Hendricx Steeckelbosch van Schagen een kavel land in de letter C nr 26, groot 15 morgen 100 roeden, belend ten oosten Thijs Adriaensz Fons, ten westen Jr Jacob Nobel, voor een een custingbrief. Hiervan is op dezelfde datum een termijnbrief gepasseerd inhoudende 13119 gld 6 st 11 penn, te betalen een derdepart binnen de meimaand van dit jaar, en zo voort de 2 volgende meidagen, bedragende iedere termijn 4273 gld 2 st 4 penn 469.
                                                  In Schagen verkoopt op 19 mei 1648 Pieter Hendricx Stekelbosch, onze gewezen poorter, nu wonende in de Schermer, aan Joost Nannis Bont een huis en erf op de Hoogesijt, belend ten westen Jan Bont, ten oosten Gerbrant Allerts, dewijl de schuur tot dit huis horend in timmeren zo dicht aan de schuur van Cornelis Cornelisz Coninck is gesteld dat de schuurdrop van Coninck is betimmerd 470.
                                                  Op 27 mei 1656 bekent Pieter Hendrixz Stekelbos, wonende in de Schermeer, aan de kinderen van Ds Gerrit Isbrantsz, in zijn leven predikant te Monnickendam, 1000 gld schuldig te wezen, tegen 4% (afgelost op 5 juni 1659) 471.
                                                  In Schagen verkopen op 29 april 1690 lasthebbers van de erfgenamen ex testamento van Pieter Aldertsz van de Nes en zijn huisvrouw Lijsbeth Pieters, beiden overleden in de Schermer, volgens procuratie van 21 juni en 5 december 1689 gepasseerd voor notaris Cornelis Kessel te Alkmaar, aan Pieter Cornelisz Roos wonende op de Nes een stuk weiland groot omtrent 5 geerzen 10 snees 10 roeden, gelegen in de Nescaeg, genaamd de Ses Geersen, voor 82 gld ieder gars 472.
                                                  In de Schermeer verkopen op 2 september 1690 de lasthebber van Wijbrich Almers weduwe van Cornelis Hendricxz Messemaker wonende te Hoorn, als moeder en voogdes van haar twee onmondige kinderen geteeld bij haar voornoemde man, tezamen met de nagenoemde personen erfgenamen ex testamento van Pieter Allertsz en deszelfs huisvrouw Lijsbet Pieters dochter en enige erfgenaam van Pieter Hendricksz Steeckelbosch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Cornelis Kessel te Alkmaar op 5 november 1689, en de 2 lasthebbers van de verdere geïnstitueerde erfgenamen, namelijk Cornelis Jansz van der Miede meerderjarige zoon van Maritje Jans weduwe van Jan Lenaersz, voor zijn moeder, Dieuwer Jans bejaarde dochter wonende te Schagen, Reijer Pietersz Swaan wonende te Alkmaar ook voor Adriaan Pietersz Swaan wonende te Medemblik tegenwoordig gevangen in Frankrijk, Allert Pietersz en Alwijntje Pieters Swaan beiden wonende te Alkmaar, Hendrick Lucasz getrouwd met Dieuwer Cornelis, Cornelis Jansz Oomes als vader en voogd van Claas Cornelisz, Jannetje en Trijntje Cornelis wonende te Wieringen, Hendrick Thomasz, Willem Pietersz ook voor zijn zusters Lijsbet en Hilgund Pieters, allen wonende in de Schermeer, Jacob Gerritsz Swager wonende in Boekel getrouwd met Maritje Cornelis, ook voor zijn zwager Hendrick Cornelis wonende te Amsterdam en Trijn Cornelis zijn schoonzuster, Jan Jansz Kar, Jan Hendrickxz Steeckelbosch, wonende beiden in de Schermeer, Jan Wijbitsz Biersteecker ook als vader en voogd van zijn kinderen geteeld bij Lijsbet Gerrits Steeckelbosch, allen in de Schermeer, item Ds Adrianus Emaus getrouwd met Gulickje Hendricx wonende te Schagen, zijnde deze procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris Cornelis Kessel op 21 juni 1689, aan de heer Philibert de Clercque een kavel land met het huis daarop staande in de letter C nr 26, groot 15 morgen 100 roeden, belend ten westen de koper, ten oosten volgens de oude kwijtschelding van 19 mei 1646 Thijs Adriaansz Fons, voor 255 gld ieder morgen, bedragende ƒ 3867:10:0, te betalen mei 1690, 1691 en 1692 473.
                                              3. Thomas Hendricksz STEKELBOS, tr. 1° N.N. JANS, dr van Jan DUBBETSZ, tr. 2° Maritgen HEERTGIS, die hertr. met Reijer ARIENSZ.
                                                  In Haringhuizen verkoopt in 1629 Aerian Dircx Wildeboer, schuitvoerder binnen Haringhuizen, aan Thomis Heyndricksz Steeckelbosch c.s. een akker zaadland gelegen in de banne van Haringhuizen, belend ten noorden Jan Louwersz Schagen, ten zuiden Thomis Heijndricksz c.s., groot omtrent 15½ snees, ieder snees voor 37 gld, voor de vrijwaring waarvan hij tot onderpand stelt een huis met een boomgaard, belend ten zuiden Dirck Gysbertsz, ten noorden Aerien IJsbrantsz 474.
                                                  In Schagen verkopen in 1633 Nan Jansz Reijers uit Zeeland en Jacob Willemsz Snijer aan Thomas Hendricx Stekelbosch, onze mede-poorter, een huisje, erf mitsgaders „groeden thuijns” bij 't voorzegde huisje, gelegen aan de weg op Tjallewal, waarvoor zij tot een speciale hypotheek stellen de helft van een stuk land genaamd Lolleven in de polder genaamd Breekom, groot in 't geheel 3 geerzen, belend ten zuiden Jan Huijbertsz 475.
                                                  In Haringhuizen verkopen in 1646 Hendrick Janssen van Purmerend en Abraham Janssen Schages, hen sterk makende voor Dubbet Janssen en Thomas Hendricxz hun zwager, allen kinderen en erfgenamen van Jan Dubbetsz in zijn leven wonende te Haringhuizen, een huis, erf en boomgaard binnen Haringhuizen, belend ten noorden Meijnert Sijmonsz, ten zuiden Reijnier Pietersz, ten oosten de gemene Vaert, waarbij Abraham Janssen als hypotheek stelt een akker zaadland groot omtrent 5 snees in de Slickvenne, belend ten westen de kinderen van Aeriaen Aeriaensz, ten zuiden Cornelis Cornelisz Keesman 476.
                                                  In Alkmaar is op 11 april 1657 in de weeskamer gebracht voor Heyndrick (6 jaar), 't kind van wijlen Tomas Heijndricx Stekelbosch geteeld bij Maritgen Heertges, door zijn moeder, geassisteerd met Reyer Ariensz haar tegenwoordige man, ten overstaan van Pieter Heyndricx, oom van vaderszijde, en van Jacob Maertsz Ploger en Jan Jansz Decker, voogden van 't kind, de navolgende goederen van vaders erfenis: eerst de helft van omtrent 6 morgen land in de Schermeer in de letter G nr 1, nog een half huis en werf op 't voorschreven land, nog de helft van 2 morgen land gelegen als voren in de letter F nr 17 bij Jan Specken molen (op 20 februari 1675 voor 600 gld verkocht), nog aan geld 255 gld (in plaats hiervan het huis en werf in 't geheel aan 't kind bewezen), nog een obligatie op Arien Dircx Boer te Haringhuizen van 50 gld hoofdgeld (op 9 april 1675 afgelost), nog een obligatie ten laste van Reyer Bartelmies dd. 14 november 1632 (afgelost), waartegen het kind heeft te dragen 1200 gld door de vader verschuldigd. Op 20 februari 1675 hebben de voogden rekening gedaan tot 10 april 1674 alzo de moeder tot die tijd de vruchten heeft genoten. Op 22 april 1676 verklaart Hendrick Tomas, nu meerderjarig, voldaan te zijn. 477
                                                  In de Schermeer verkopen in 1660 Reijer Aeriaensz wonende in de Schermeer, voor de helft, en Jacob Maertsz Ploeger en Jan Jansz Rinckels, dekker, voogden over het kind van Thomas Hendrickz Stekelbosch geprocreëerd bij Maritgen Heertgis, voor de andere helft, aan dr Cornelis Schagen Hooglandt een stuk land in de letter F, een gedeelte van nr 17, groot omtrent 2 morgen 35 roeden, belend ten zuiden de koper, ten westen en noorden de weduwe van Jacob Aeriansz Uijen, ten oosten de Molentocht, voor ƒ 1235 478.
                                              4. Jan Hendricksz STEKELBOS, tr. N.N.
                                                  In Schagen verkoopt in 1634 Aris Pietersz, wonende op de Nes, aan Jan Hendricxs Stekelbosch, gewoond hebbende te Haringhuizen, een huis en erf op de Nes, zijnde het huis op 't Suyteynd, belend ten noorden Albert Segers, ten zuiden de vaart van de Snevert, te betalen 300 gld gereed en de rest op 2 naastkomende Kerstmisdagen, als Kerstmis 1634 en 1635, telkens de helft, en verkoopt in 1636 Jan Hendricxs Stekelbosch, onze mede-poorter, aan Albert Segers, ook mede-poorter, effen 2 snees erf van zijn erf, komende van de muur aan de noordzijde, „alreedinge” erf van Albert Segres geannexerd, met conditie dat comparant zijn verder erf aan niemand zal mogen verkopen om het te betimmeren zo lang hij in levende lijve is 479.
                                                  In Schagen wordt voor de generale pachting in 1638, onder 'Nes', door Jan Hendricx Stekelbosch 3 schellingen betaald 468.
                                                  In Schagen verkoopt op 20 juli 1649 Jan Hendricxz Stekelbosch, onze gewezen poorter, aan Cornelis Cornelisz Broesen onze medepoorter een huis met zijn erf op de Nes genaamd de Bijenkorf, belend te zuiden de Snevertsloot,ten noorden de erven Albert Segars 480.
                                              5. Cornelis Hendricksz STEKELBOS, tr. N.N.
                                              6. N.N. HENDRICKS, tr. Jan.
                                              7. Gerrit Hendricksz STEKELBOS, zie 224.
                                            464. (<232) (>928) Heijndrick BAERTSZ, schuitvoerder te Oost-Knollendam, traanroeier, overl. vóór 7 dec. 1688,
                                                In 1654 bekent Heyndrick Baertsz wonende te Knollendam schuldig te zijn aan Jacob Pietersz Nelen en Pieter Huybertsz tezamen 750 gld, spruitende ter zake van geleverde traan, en belooft deze schuld te voldoen op de thuiskomst van comparants voorgenomen reis of anders binnen 6 à 8 weken (hij tekent: Heynderick Baertsen) 481.
                                                In 1655 verklaren Pieter Huijbertsz, regerend schepen van Jisp, en Jacob Pietersz Neelen, regerende vroedschap van Wormer, ter requisitie van Heyndrick Baertsz van Knollendam, dat zij verscheiden malen geweest zijn, en nog zijn, reders aan verscheidene Groenlandvaarders en dienvolgende menigmaal ook geweest zijn op 't doen van de rekeningen van dezelve reders en veeltijds wel gezien hebben dat van de kapitaalste sommem van de uitgaven kwitanties werden getoond, zonder dat nochtans ooit alle posten van de uitgaven, zo groot als klein, met kwitanties werden geverifieerd of goedgemaakt, en dat echter de rekeningen desniettegenstaande voor goed werden opgenomen [enz.], en dat in 't verkiezen van de bewindhebbers altijd wordt gezien naar personen aan wie zulks ten hoogste wordt vertrouwd. Op dezelfde dag verklaart Willem Florisz Wils, buurman te Wormer, ter requisitie van Heyndrick Baertsz van Knollendam, dat hij 9 opeenvolgende seizoenen voor commandeur in Groenland op de walvisvangst is geweest en dat hij in die kwaliteit heeft bedongen 100 gereed geld op de hand en nog 100 gld als hij, getuige, arriveerde uit de zee, en daarenboven 12 st 8 penn van 't vat, en dat op 't doen van de rekeningen van zijn rederij nooit kwitanties van de uitgaven door de reders werd gevorderd en ook weinig of geen kwitanties zijn geëxhibeerd geworden, en dat echter de rekeningen telkens voor goed opgenomen zijn geweest. 482
                                                In 1655 geeft Heijnric Baertsz van Knollendam aan de Oostzijde machtiging aan Adriaen Albertus Schagen, notaris en procureur te Zaandam, om voor het gerecht van Wormer of elders zijn zaak waar te nemen jegens Jan Claesz de Graed van Wormerveer 483.
                                                In Wormer bekent in 1657 Heijndrick Baertsz, onze buurman op de Oostzijde van Knollendam, aan zijn vader Baert Heijndricksz, onze mede-buurman aldaar, 400 gld schuldig te zijn, te betalen over een jaar met interest tegen 4 ten honderd in 't jaar, verbindende daarvoor zijn damschuit met toebehoren, zijn persoon en alle verdere goederen 484.
                                                Op 24 juli 1658 verlenen Jan Cornelisz Maes, voor hemzelf, mitsgaders Pieter Jacobsz en Aldert Jacobsz Matal, als mondeling last hebbende van hun moeder Dieuwer Alberts, procuratie aan Niclaes d'Assonville, mede notaris te Haarlem, om in te vorderen van Hendrick Baertsz, wonende te Knollendam, 600 gld, te weten voor de voornoemde Jan Cornelisz Maes en vanwege de gemelde Dieuwer Albertsz elk 300 gld, hun van Hendrick Baertsz competerende uit kracht van zekere rentebrief ten laste van zeker stuk land hem toebehorende gelegen in de banne van Jisp, voor schout en schepenen aldaar gepasseerd op 18 februari 1656 485.
                                                Op 15 maart 1661 worden ten verzoeke van o.a. Hendrick Baertsz, woonachtig te Knollendam [op de Oostzijde] getuigenissen geleverd over onkuise en ontuchtige bejegeningen door meester Engel, schoolmeester op de Oostzijde van Knollendam 486.
                                                Op 28 juni 1661 wordt ten verzoeke van Jacob Pieters Sack, woonachtig te Zaandijk, crediteur van de „gheabperendeerden” [=gevangengenomen] Hendrick Baertsz woonachtig op de Oostzijde van Knollendam, een insinuatie gedaan bestemd voor Wilm Hendricksz, zijnde de zoon van de voorschreven Hendrick Baertsz, ten huize van welke zoon is staande een kwantiteit hooi Hendrick Baertsz toebehorende, welke insinuatie is overgebracht aan de vrouw Duijf Jans van Wilm Hendricksz, inhoudende dat zij zich niet zou vervorderen het voorschreven hooi op enige manier uit haar huis te laten halen zonder insinuants believen, dat anders de insinuant alle kosten en schade die hij daardoor zou komen te lijden zal verhalen op haar of haar man 487.
                                                Op 23 juli 1681 wordt het verzoek van Hendrick Baertsz, wonende op Oostknollendam in de banne van Wormer, om geadmitteerd te mogen worden het traanroeiersschap in de banne van Wormer en Knollendam te mogen exerceren, toegestaan, voor een jaarlijkse recognitie van 5 ponden, tot wederopzeggen van de Grafelijkheidsrekenkamer, waarop de voornoemde Hendrick Baertsz de behoorlijke eed ter camere heeft gedaan 488.
                                                Op 7 december 1688 wordt het verzoek van Jacob Claesz Gijsen wonende te Knollendam, vanwege 't overlijden van Hendrick Baerts in zijn leven geadmitteerd geweest zijnde tot het exerceren van het traanroeiersschap in de banne van Wormer en Knollendam, om tot het traanroeiersschap te Knollendam geadmiteerd te worden, ingewilligd, voor een jaarlijkse recognitie van 5 ponden 489.
                                            tr.
                                            465. (<232) Grietje CORNELIS.
                                                In 1639 wordt door buurluiden van Knollendam, onder wie Griete Cornelisdr, huisvrouw van Heijndrick Baertsz, attestatie gegeven over het weghalen van huisraad en goed uit het huis van Aeffien Jansdr 490.
                                                Op 23 september 1660 worden ten verzoeke van o.a. Grietje Cornelis, huisvrouw van Hendrick Baertsz, woonachtig te Knollendam, getuigenissen geleverd over onkuise bejegeningen door meester Engel, schoolmeester op de Oostzijde van Knollendam 491.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Willem HEIJNDRICKSZ, tr. Duijf JANS.
                                                2. Pieter Heindricksz HEIN, tr. (schepenbank) Wormer 31 dec. 1662 (Pieter Heijndricks Heijn van de Oostzijde van Knollendam en Griet Aresdr van de Westzijde van Knollendam) Grietje ARIS.
                                                3. Claes HEINDRICKSZ (BOOCK 310), zie 232.
                                                4. Merretje HEINDRICKS, ged. (nederd. geref.) Knollendam 24 jan. 1655.
                                                5. Aris HENDRICKSZ, tr. Trijn CORNELIS.
                                                    Op 18 december 1682 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Aris Hendricksz jonggezel wonende te Knollendam, geassisteerd met Gouwen Baertsz zijn oom als last hebbende van Hendrick Baertsz zijn vader, en Tryn Cornelis jongedochter wonende te Jisp, geassisteerd met Pieter Pieter Wals de Oude haar oom en voogd 492.
                                              468. (<234) Maerten Maertensz DUBBELT,
                                                  In de Schermeer verkoopt op 24 juni 1639 een gemachtigde van Heer Cornelis van Beveren, ridder, o.a. burgemeester van Dordrecht, aan Maerten Maertensz wonende in de Schermeer 7½ morgen land, zijnde de zuidelijk helft van kavel nr 11 in de letter J, strekkende voor van de notsloot tot achter aan de Westertocht, door de koper met een sloot van 9 voeten breed afgescheiden van de wederhelft, belend ten noorden de verkoper met de wederhelft, ten zuiden de stad Alkmaar met kavel nr 12, te betalen met een custingbrief van ƒ 2700, op twee eerstkomende Lichtmisdagen 493.
                                                  In Krommenie bekennen op 18 april 1647 Jan Cornelisz Bloes en Maerten Maertensz anders Dubbelde Maerten, wonende beiden in de Schermeer, gekocht te hebben van Jan Michielsz een huis en erf in de Horn, belend ten oosten Sijmon Rickes, ten westen Claes Sijmonsz, voor 1000 gld, op welk huis en erf de brouwer in de Oolijfant een bestek van 375 gld op heeft dat daarop blijft staan, de verdere somme te betalen mei eerstkomende ƒ 250, Allerheiligen eerstkomende ƒ 37-10-0 en mei 1648 ƒ 137-10-0, en dan mei 1649 en 1650 telkens 100 gld 494.
                                                  I*n Krommenie bekent op 25 januari 1657 Pieter Cornelisz gekocht te hebben van Jan Lapper het huis op de Horn voor 1000 gld, waarop de brouwer 375 gld heeft, met een betalingsregeling voor 625 gld. Daarna zijn bij de secretaris gecompareerd Jan Cornelisz Bloos en Maerten Maertensz anders Dubbelde Maerten, beiden wonende in de Schermeer, die zeiden dat zij kopers waren. Op 12 april 1647 bekenden Jan Bloos en Maerten Maertensz de voorschreven koop, en heeft hij, Jan Michielsz, de opdracht gedaan. De kopers verzochten de brieven te worden opgemaakt vóór mei te Pasen, wis geschreven ƒ 971-15-0 (geschreven op 18 april 1647). Op 5 november 1649 verklaren Maerten Maertensz en Jan Cornelisz Bloijs wonende in de Schermeer verkocht te hebben aan Susanne Maes, brouwster van de Drie Cruijssen te Haarlem, een huis met erf op de Horn waar nu Prins Wilhelmis uithangt, belend ten oosten Aerys Gertsz, ten westen Claes Sijmonsz, met nog enige roerende goederen, voor 900 gld, het huis en erf door schout en schepenen getaxeerd op 700 gld. 495
                                                  In de Schermeer verkoopt op 23 februari 1647 een gemachtigde van Cornelis van Beveren aan Maerten Maertensz wonende in de Schermeer 7½ morgen land, de helft van kavel nr 10 [bedoeld nr 11 ?] in de letter J, en verkopen op 13 augustus 1650 Maritgen Pietersdr weduwe van Jacob van der Gheest, geassisteerd met Gerbrant Hensbroeck haar zwager, voor de ene helft, en Maritgen Pietersdr de Praet weduwe van Floris Florisz Wildeman, geassisteerd met Floris Florisz Wildeman de Jonge haar zoon, voor de andere helft, aan Jacob Jansz wonende te Wognum en Maerten Maertens wonende in de Schermeer, in de letter A nr 18, groot 16 morgen min 2 roeden, belend Jan Pietersz Goutsmit ten oosten en Cornelis Woutersz, voor een custingbrief van ƒ 14173-1-0, te betalen op drie eerstkomende meidagen 496.
                                                  In de Schermeer bekent op 5 april 1653 Maerten Maertensz wonende in de Schermeer ten behoeve van zijn kinderen ontvangen te hebben van Heijndrick Ghijsbertsz Meijster, executeur van het testament van zal. Nellitgen Jans, weduwe van Ghijsbert Pietersz van der Maes, 600 gld als door haar gelegateerd bij testament gepasseerd voor Silvester van Swanenburch notaris te Leiden op 29 december 1643, waarvan comparant zijn leven lang de jaarlijkse vruchten en inkomsten zal genieten, en waarvoor hij speciaal verbindt een kavel land met een huis daarop in de letter J nr 11, groot 15 morgen, belend ten oosten de Tochtsloot, ten zuiden Jan Jansz Merckman brouwer van de Lelij, ten westen de ringdijk, ten noorden de weduwe van Jacob Jansz Bol 497.
                                                  In Akersloot bekent op 21 november 1659 Ariaen Vierisz wonende alhier schuldig te wezen aan Maerten Maertensz wonende in de bedijkte Schermeer binnen de banne van Akersloot 100 gld, tegen de penning 25 (voldaan op 21 maart 1687), bekent op 24 junli 1668 Jasper Cornelisz, buurman alhier, schuldig te wezen aan Maerten Maertensz alias Dubbelde Maerten, wonende in de bedijkte Schermeer in onze banne, 150 gld tegen 4 gld ten honderd (afgelost op 24 augustus 1673), en bekent op 18 mei 1674 Claes Vastertsz Stierp notaris alhier schuldig te wezen aan Maerten Maertensz Dubbelde Maerten, buurman in de bedijkte Schermeer, 450 gld tegen 4 gld ten honderd (afgelost op 5 augustus 1688) 498.
                                                  In de Schermeer verkoopt op 19 februari 1661 Mr Gillis van Oudesteijn, schepen en raad van Alkmaar, nagelaten zoon van Egidius van Oudesteijn, aan Maerten Maertensz alias Dubbelde Maerten, in de letter J nr 2, groot 15 morgen, belend ten noorden Adriaen Paauw heer van Bennebroek, ten zuiden de ontvanger Adriaen van Berckel, ten westen de ringdijk, voor ƒ 5400, waarvan ƒ 1000 gereed en de rest op 3 eerstkomende meidagen 499.
                                                  In Alkmaar verkopen op 30 mei 1664 de voogden van de kinderen van Gerrit Sijmonsz Walraven, schoenmaker, aan Maerten Maert(en)sz Dubbelde Maerten wonende in de Scherme(e)r, een huis, erf en koehuis aan de Westzijde van de St. Annastraet, belend ten noorden Willem Gerritsz Bakker met een gemene muur, ten westen de gemene steeg, ten zuiden de verkopers en Pieter Gerritsz Stoeldreijer, voor ƒ 1700, en een huis en erf aan de Westzijde van de St. Annastraet, belend ten noorden en westen de koper, ten zuiden Pieter Gerritsz Stoeldreijer, voor ƒ 1605. Er zijn uitgebreide bepalingen over voorzieningen met belenders. De betaling is op 6 meidagen, beginnende mei 1664. 500
                                                  In 1671 begeert Maerten Maertensz Dubbelt bij codicil dat de helft van een woning met de helft van een kavel land in de bedijkte Schermeer in de letter J nr 11 die zijn erfgenamen ab intestato van hem zullen komen te erven zullen blijven bij zijn bloed tot de vierde graad incluis, om in dezelve graden niet te mogen worden verkocht of belast 501.
                                                  In 1672 testeren Maarten Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer en Lijsbeth Gerrits, geëchte man en vrouw. Hij vermaakt aan haar 50 gld 's jaars zolang zij leeft en niet hertrouwt, en benoemt tot universele erfgenamen degenen die ab intestato tot zijn goederen gerechtigd zullen wezen. Zij prelegateert aan haar zuster Neeltie Gerrits haar kleren en benoemt haar man tot universele erfgenaam. 502
                                                  In 1687 bekenden Sijmon Maartensz, Ghijsbert Maartensz, Baart Maartensz en Jannitie Maartens, mitsgaders Aeffje Jacobs weduwe van Maarten Maartensz en Jannitie Jans weduwe van Jan Maartensz, allen kinderen en behuwdkinderen van Maarten Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer, van dezelve Maarten Maartensz Dubbelt, hun vader en schoonvader respectievelijk, ten volle voldaan te zijn van de erfenis van hun overleden moeder 503.
                                                  Op 30 mei 1691 testeert Maarten Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer. Hij revoceert zijn codicil van 26 augustus 1671 en prelegateert 20 gld aan Jannitie Jans weduwe van Jan Maartensz zijn overleden zoon. Voorts heeft hij gewild dat de goederen die Sijmon Maartensz, Ghijsbert Maartensz en Jannitie Maartens, zijn twee zoons en dochter, van hem zullem komen te erven op diezelfde zijn zonen en dochter zullen wezen verbonden en blijven subject restitutie aan zijn bloed en niet worden verkocht of belast, gelijk hij begeert voor de goederen die het nagelaten kind van Maarten Maartensz zijn overleden zoon, het nagelaten kind van Jan Maartensz zijn overleden zoon en de drie nagelaten kinderen van Baart Maartensz mede zijn overleden zoon van hem comparant zullen komen te erven. Eindelijk begeerde hij comparant dat na zijn overlijden 300 gld zal blijven liggen voor degenen van zijn bloed die in nood en armoede mochten komen te vervallen. 504
                                              tr. 1° N.N.,
                                              tr. 2° Lijsbeth GERRITS.
                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                1. Maerten Maertensz DUBBELT, alias Jonge Dubbelt, ondertr. Zuid-Schermer 6 dec. 1665 (Maarten Maartens jonggezel in de Schermer en Aafie Jacobs jongedochter te Barsingerhorn) Aeff JACOBS, op 2 januari 1667 in Zuid-Schermer vermeld als Aalt Jacobs, huisvrouw van Maarten Maartensz, komende met attestatie van Barsingerhorn, die hertr. met Pieter Pietersz CLEIJENBURCH.
                                                    Op 16 januari 1688 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Pieter Cornelisz Cleij[e]nburgh wonende buiten de Boompoort te Alkmaar, weduwnaar, en Aef Jacobs, weduwe in de Schermeer, met de notaris als haar gecoren voogd in dezen. Zij brengen in de renten en vruchten van alle goederen die zij bezitten, zonder dat de kapitalen in de gemeenschap getrokken worden. Bij het overlijden van de eerste echtgenoot zullen diens erfgenamen de door de eerststervende aangebrachte goederen en opgestorven goederen staande huwelijk krijgen. 505
                                                    Op 12 september 1696 compareren in Alkmaar voor de notaris, Cornelis Adriaensz wonende op de Hemme onder Barsingerhorn, Jacob Adriaensz wonende op de Nes in de banne van Schagen, Cornelis Jansz Groot wonende in de Wieringerwaard als getrouwd met Griet Adriaens, Jan Lourisz Bot wonende te Kalverdijk in huwelijk hebbende Maritie Adriaens, Cornelis Pietersz Geel wonende te Barsingerhorn in echt hebbende Trijn Adriaens, Jacob Jansz Schipper wonende op de Creijl, Hendrick Willemsz als getrouwd met Anna Cornelis en de rato caverende voor Gerrit Adriaensz, broer van de eerste comparant, en voor Neel Jans, dochter van de voornoemde Anna Cornelis, tezamen geïstitueerde erfgenamen van wijlen Aeff Jacobs, in haar leven laatst huisvrouw van Pieter Pietersz Cleijenburch wonende buiten de Boompoort dezer stad aan de Zuidzijde van 't Zeglis en aldaar overleden, ter eenre, en Aeff Jans weduwe van Jacob Maertensz Dubbelt die een zoon was van de voornoemde Aeff Jacobs, wonende in de bedijkte Schermeer, ter andere zijde. Zij zijn akkoord over een partij land groot omtrent 7 morgen in de bedijkte Schermeer in de polder boven GH, tussen henluiden gemeen, zó dat Aeff Jans zal houden de voorschreven partij land en dat zij 600 gld zal uitkeren aan de eerste comparanten. Dezelfde comparanten, maar nu met Hendrik Thomasz [Stekelbosch] wonende in de Schermer als voogd van Neel Jansdr, geven volmacht aan Pieter Pietersz Cleijenburch om aan Beatricx Kinnema wonende te Alkmaar te verkopen een huis en erf aan de Westzijde van de Annastraet alhier. 506
                                                2. Jan Maertensz DUBBELT, tr. Jannitie JANS.
                                                3. Gijsbert Maertensz DUBBELT, geb. ca. 1642  507, doet belijdenis (nederd. geref.) Zuid-Schermer 9 okt. 1672 (met zijn huisvrouw Neel Jans), tr. 1° N.N., ondertr. 2° ald. 3 jan. 1672 (hij Gijsbert Maartens weduwnaar aan de Zuijdervaart, zij Neel Jans jongedochter van Hensbroek), tr. ald. 17 jan. 1672 Neel Jans MANDAM.
                                                    In de Schermeer verkopen in 1686 Hendrick Brandt in huwelijk hebbende Adriana Brassers en Nanningh Geesteranus getrouwd met Jacoba Brassers, als erfgenamen van zal. Jordaen Stoop, aan Gijsbrecht en Baart Maartensz Dubbelt een huis en 15 morgen land gelegen aan de Oostzijde van de Zuijdervaart in de letter L nr 23, voor ƒ 3400 contant 508.
                                                    In de Schermeer verkopen in 1691 Claas Groot wonende te Hoorn, zoon van wijlen Jan groot, en kleinzoon Jan Jansz Groot c.s., aan Gijsbert Maartensz Dubbeld wonende in de Schermeer een kavel land in Boven Gf nr 26, belend ten zuiden Grietje Hoogtwoud, ten noorden de erfgenamen van Simon Jansz Kolles, voor 1930 gld (op 3 april 1705 voldaan), en verkopen in 1692 Jan Dircxz Naijer wonende in Noordeijnde, weduwnaar van Trijn Sijmons enige dochter en erfgenaam van Sijmon Jan Collis, c.s., aan Gysbert Maartens Dubbeld wonende in de Schermeer een huismanswoning met 12 morgen land aan de Zuijdervaart, letter H nr 25, belend ten noorden Albert Krieckeboom, ten zuiden de koper, en nog een halve kavel groot 7½ morgen, letter H nr 31, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Jansz Rolbergen, ten noorden de erfgenamen van Jan Jansz Groot, voor 5000 gld (voldaan 3 april 1705) 509.
                                                    In de Schermeer verkoopt in 1695 Claes Cornelisz Cleijn wonende te Alkmaar aan Gijsbert Maartens Dubbeld wonende in de Schermeer een kavel land, groot omtrent 15 morgen, in de letter L nr 26, voor ƒ 4200 510.
                                                    In de Schermeer verkopen in 1705 Mr Joan Trip wonende te Amsterdam, Lucas Trip oud-schepen en Jacobus Trip commissaris, beiden te Amsterdam als last hebbende van Vrouwe Margareta Munster weduwe van Jacobus Trip, welke procuratie voor notaris Samuel Lijmer op 21 juli 1705 gepasseerd is, aan Gijsbert Maertensz Dubbelt de helft in een bruikwaar land met zijn huizinge en verder getimmerte en plantagie aan de Middel- of Suijdervaert, groot in 't geheel 44 morgen 500 roeden, strekkende van de weg tot achter aan de Molentocht naast het Blaeckweghie, in de letter K nrs 20, 21 en 22, voor 4636 gld 511.
                                                    In 1707 testeren Gijsbert Maartensz Dubbeld en zijn vrouw Neel Jans wonende in de bedijkte Schermeer. Zij hebben 3 dochters, Trijntie getrouwd met Pieter Jacobsz van Grol, Maritie getrouwd met Cornelis Maartensz, en Geertie getrouwd met Mieus Jansz Stammer. Geertie heeft al 1500 gld genoten, blijft 500 gld voor haar, voor Tryntie en Maritie elk 200 gld. De dochter Aafie Pieters van Trijntie woont bij de grootouders en krijgt vóór de deling 600 gld. 512
                                                    Op 18 mei 1720 wordt na het overlijden van Neel Jans Mandam de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van Gijsbert Maartensz Dubbelt en Neel Jans Mandam, in hun leven echtelieden en overleden in de bedijkte Schermer, waarna de boedel wordt verdeeld in 3 delen, door Pieter Jacobsz van Grol als in huwelijk hebbende Trijntje Gijsberts Dubbelt [ingelast: item als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen bij zijn tegenwoordige huisvrouw verwekt], wonende binnen Alkmaar, Cornelis Maertensz Groenvelt als in huwelijk hebbende Maertje Gijsberts Dubbelt [ingelast: ook met Arien Jansz Smit als wettige voogden over de kinderen van hem en zijn tegenwoordige huisvrouw], en Jan Claesz Steen benevens Claes Pietersz Maars als wettige voogden over Jan en Pieter Miesz Stammes, minderjarige kinderen van wijlen Mies Jansz Stammes en Geertje Gijsberts Dubbelt, beiden overleden in de bedijkte Schermeer. Als onroerende goederen worden vermeld: (1) een huis en erf in de bedijkte Schermeer aan de Suijdervaert, tegenwoordig gebruikt door Cornelis Decker, met 30 morgen land, geschat op ƒ 9300, (2) een kavel land van 15 morgen liggende als hiervoor, geschat op ƒ 4000, (3) de helft van een huis en erf liggende als hiervoor met 45 morgen land waar Jacob Sijmons woont, met nog 6½ morgen land gebruikt door Jacob Keijnssen, geschat op ƒ 5400, (4) een vierdepart in een huis en erf met 16 morgen land bij Rustenburg, genaamd de Blaeuwe Kamer, geschat op ƒ 1200, (5) nog 7½ morgen land liggende als hiervoor aan de Noordervaert, belend ten zuiden Dirck Schuijt, ten noorden Juffr. van den Nijenburgh, geschat op ƒ 1800, en (6) een huis en erf te Hensbroek met 13½ morgen land, met nog 2½ morgen land in Oterleek, tezamen geschat op ƒ 3200. De zuivere waarde van de boedel komt uit op ƒ 36815-6-12. 513
                                                4. Sijmon Maertensz DUBBELT, geb. ca. 1644  507, overl. Schermeer, tr. 1° Trijn JANS, tr. 2° Trijntje GERRITS, tr. 3° Jannetje Claes van der VELDEN, ged. (remonstrants) Alkmaar 8 okt. 1656 (de moeder abusievelijk Trijntien Hendrikx genoemd), dr van Claes Pancrasz van de VELDEN en Trijntje ANDRIES, wed. van Sijbrant Ariensz HANDT.
                                                    In de Schermeer verkoopt op 5 februari 1689 Cornelis Hendricxz Brugman wonende te Alkmaar aan Sijmon Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer een kavel land in de letter J nr 17, groot 15 morgen 69 roeden, belend volgens de oude kwijtschelding van 13 maar 1684 ten noorden de weduwe van burgemeester Beaumont, ten zuiden Daniel en Jan Bernards, voor ƒ 1850, waarvan gereed ƒ 850 en de rest op interest tegen 3 procento (op 23 december 1690 afgelost), en op 6 oktober 1691 een gemachtigde van de executeurs-testamentair van wijlen Vrouwe Sophia Trip, weduwe van Johan Coijmans, aan Simon Maartensz Dubbeld wonende in de Schermeer de helft in 45 morgen land aan de Blockerweg, in de leter K de kavels 20, 21, 22, belend ten zuiden Gerbrand Ornea, ten noorden de weduwe van Dirck Barchman, voor ƒ 4060, waarvan een derde gereed en telkens een derde op Allerheiligendag 1691 en mei 1692 514.
                                                    In de Schermeer is op 5 februari 1689 Sijmen Maartenz Dubbelt, wonende in de Schermeer, aan Cornelis Hendricsz Brugman wonende te Alkmaar 1000 gld schuldig over de rest van de kooppenningen van een kavel land in de letter J nr 17, belend volgens de oude kwijtschelding ten noorden de weduwe van burgemeester Beaumont, ten zuiden Daniël en Jan Bernards, tegen 3 gld ten honderd in 't jaar, verbindende specialijk de vorengenoemde kavel land (als voldaan gecasseerd op 23 december 1690), en zijn op 6 september 1698 Jan Gerritsz wonende te Oterleek, als oom en voogd van Maria Cornelisdr mitsgaders Jan Cornelisz Megen mede als voogd, aan Simon Martenz Dubbelt wonende in de Schermeer 500 gld schuldig, verbindende specialijk 2 morgen 208 roeden land in de polder A nr 16, belend ten westen de Noordernotwegh, ten noorden de Ringdijk, ten oosten Crelissie Cornelisdr (op 27 april 1709 door Jacob Simonsz Dubbelt, zoon van Simon Martenz Dubbelt, vertoond als gecancelleerd) 515.
                                                    In Alkmaar verkopen op 5 oktober 1696 Sijmen Maartensz Dubbelt en Pieter Pietersz Kleijenburg als last hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Aaf Jacobs deszelfs gewezen huisvrouw aan Beatris Kinnema een huis en erf mitsgaders een koehuis aan de Westzijde van de St. Annastraet, belend ten noorden Willem Gerritsz Bakker met een gemene muur, ten westen de gemene steeg, ten zuiden Swaertveger, door Maerten Maertensz Dubbelde Maerten verkregen op 30 mei 1664, voor 600 gld 516.
                                                    In de Schermeer verkoopt op 21 juni 1704 Simon Maertenz Dubbelt aan Arien Jacobz Boy en Pieter Heijlmanz, beiden wonende te St. Pancras, Jan Gerritz in de Waerdt mitsgaders aan Jan Harckz, Michiel Nanninghz en Jan Pieterz wonende in de Schermeer, allen tezamen als voogden van Gerrit Janz Schoorl, minderjarige nagelaten zoon van Jan Gerritz Schoorl, een kavel land in de letter J, nr 17, groot 15 morgen 69 roeden, belend ten noorden Dirck Velserboer, ten zuiden de erfgenamen van Hr Bernardts, met de oude kwijtschelding van 5 februari 1689, voor ƒ 3150 517.
                                                    Op 2 juni 1708 compareren Jannitie Claes, weduwe van Sijmon Maertensz Dubbelt overleden in de bedijkte Schermeer, ter eenre, en Gijsbert Maertensz Dubbelt als oom paternel en bloedvoogd van Jacob, Aafje en Trijntie Sijmons Dubbelt, kinderen van dezelve Sijmon Maertensz Dubbelt, item Baert Claesz als voogd over de minderjarige kinderen van Jan Sijmonsz Dubbelt die mede een zoon was van Sijmon Maertensz Dubbelt, erfgenamen van Sijmon Maertensz Dubbelt, ter andere zijde, wonende de eerste comparante binnen de stad Alkmaar en de 2 laatste comparanten in de bedijkte Schermeer, te kennen gevende dat Sijmon Maertensz Dubbelt en Jannetie Claes voornoemd met elkaar in de echt waren getreden onder voorwaarden gepasseerd voor notaris Sijmon Spont in Alkmaar op 20 januari 1701 (met vermelding van uitvoerige gegevens hieruit), en beide partijen het oneens waren of staande huwelijk winst of verlies was geweest. Ingevolge de huwelijkse voorwaarden waren Ds Jacobus Sout, remonstrants predikant te Alkmaar, Sijmon Kaijser en Dirck Schuijt wonende aldaar, en Jan Cornelisz Backer, schoolmeester te Boekel onder Akersloot, waren verzocht te bemiddelen, welker tussenkomst heeft geleid tot een omschreven minnelijk akkoord. 518
                                                    Op 2 juni 1731 compareren Pieter Albertsz wonende in de bedijkte Schermeer als getrouwd met Guurtje Gerrets weduwe en boedelhoudster van Maarten Jansz Dubbelt die mede-erfgenaam was van zijn grootvader Sijmon Maartensz Dubbelt overleden in dezelve Schermeer, ter eenre, en Jacob Sijmonsz Dubbelt in de Schermeer, zoon en mede-erfgenaam van gezegde Symon Dubbelt, Symon Dirksz Kaesboer in de Beemster, getrouwd met Aafje Sijmons Dubbelt dochter en mede-erfgenaam van dezelve, en laatstelijk dezelve Jacob Dubbelt en Symon Kaesboer mitsgaders Cornelis Schermer schout te Akersloot als voogden over Dirk Ariensz minderjarige zoon van Arien Dirksz Wit en wijlen Trijn Sijmons Dubbelt, als mede-erfgenamen van Symon Dubbelt, ter andere zijde. Zij zijn overeengekomen dat de eerste comparant voor 750 gld uitgekocht wordt uit het nog onverdeelde deel van de boedel van Sijmon Maartensz Dubbelt. 519
                                                    In 1674 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Sijmen Maartensz wonende in de bedijkte Schermeer, geassisteerd met Maarten Maartensz Dubbelt zijn vader, en Trijntie Jansdochter mede wonende in de voorschreven Schermeer. Als hij vóór haar zonder kinderen uit dit aanstaande huwelijk overlijdt zullen zijn goederen gaan aan zijn zijde. Als er wel kinderen zijn zullen zijn goederen op zijn kinderen erven, met de bepaling dat als dan een kind overlijdt zonder descendenten de goederen aan de overblijvende kinderen komen, eventueel aan zijn bloede als er dan geen kinderen meer zijn. In beide gevallen krijgt zij de rente van de helft tot haar overlijden of wederhuwelijk. Als zij vóór hemn overlijdt zonder kinderen zullen haar aangebrachte goederen aan hem toekomen, mitsgaders de winsten staande huwelijk verkregen. Winst en verlies zullen half om half gedeeld worden, maar een erfenis zal niet als winst berekend worden. 520
                                                    Op 16 september 1684 testeert Trijntie Gerrits, huisvrouw van Sijmon Maartensz Dubbelt wonende in de Schermeer. Als zij zonder kinderen overlijdt dan gaan haar goederen die zij ten huwelijk heeft gebracht aan haar erfgenamen ab intestato, maar zij institueert in al haar verdere goederen haar voornoemde man Sijmon Maartensz Dubbelt. 521
                                                    Op 20 januari 1701 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Sijmon Maartensz Dubbelt, weduwnaar wonende in de Schermeer, en Jannitie Claasdochter, weduwe wonende binnen Alkmaar. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, ook niet van de renten en inkomsten van hun goederen. Wel zal er gemeenschap wezen van de ontvangsten en uitgaven aangaande het boerenbedrijf van de toekomende bruidegom en de koopmanschap die de voornoemde bruid is doende. Als hij als eerste overlijdt zal zij als donatie uit de nagelaten goederen hebben de jaarlijkse rente van 2000 gld, haar leven lang of tot wedertrouwen. Als er na het overlijden van de eerststervende differenten mochten voorvallen zullen die afgedaan worden door rede en redelijke mannen daartoe te stellen, zonder rechtspleging of proces. (Zij tekens als Jannetie Claes van der Velden.) 522
                                                    In Alkmaar verkoopt in 1694 Jannetje Claas van der Velden, weduwe en boedelhoudster van Sijbrant Ariensz Handt, aan Pieter Jansz van der Meer een huis en erf met een gort- en grutterij aan de Westzijde van de Wormbackkersstraet, belend ten zuiden de weduwe van Lenert Ris, ten noorden Hr Leonard Ras, door Sijbrant Ariensz verkregen op 24 februari 1674, voor 875 gld 3 st 2 penn (deze custingpenningen voldaan op 30 oktober 1696) 523.
                                                    In Alkmaar verkopen in 1718 Arij Sijbrantsz Hand, zoon en enige erfgenaam van Jannitje Claas van der Velden, item Dirk Brood en Dirk Schuyt als administrateurs van de boedel van gemelde Jannitje van der Velden, volgens akte gepasseerd voor notaris Aris van der Meiden, aan de gezamenlijke erfgenamen van Sijmon Maertensz Dubbelt 2 stukjes land in 't Monnikksbosch naast elkaar, groot omtrent 3 morgen, belend ten noorden en oosten de erven van Cornelis Sijmonsz Winkel, voor 400 gld 524.
                                                5. Baert Maertensz DUBBELT, zie 234.
                                                6. Jannetje Maertens DUBBELT.
                                              470. (<235) (>940) Maerten Claesz KOSTER, schout van Akersloot (voor het eerst op 28 april 1672, als Maerten Claesz Coster 525), komt op 9 september 1663 met zijn huisvrouw Neel Claes met attestie in Zuid-Schermer uit de Starnmeer,
                                                  In Zuid-Schermer is op 28 januari 1654 Claes Dircksz in de Laenhuijsen eiser contra Maerten Claesz Coster in de Zuid-Schermerwoud, om betaling van 30 gld meesterloon en 20 gld voor schade en moeite veroorzaakt door een „pletterige” beenbreuk gedaan door het paard van de gedaagde aan de zoon van de eiser, op de Heerenwegh bij Driehuizen. Op 18 februari antwoordt Maerten Claesz Koster dat hij te goeder trouw is en hem geen schuld treft. Op 2 april zegt de eiser dat zal. Pieter Lambertsz, in zijn leven buurman in de Middelwoude, menigmaal gezegd heeft gezien te hebben dat gedaagdes paard naar het kind van de eiser achteruitsloeg waarop het kind terstond ter aarde viel. [Met beschrijving van de toegebrachte wonden.] Op 18 mei wordt Maerten Claesz Coster gecondemneerd tot betaling van 22 gld binnen veertien dagen, en als hij in gebreke blijft tot betaling van 24 gld. Op 18 november 1654 wordt Maerten Claesz Coster in de Noordermeer gecondemneerd tot betaling van 24 gld, en worden zijn goederen verbonden en executabel verklaard. 526
                                                  In Zuid-Schermer verkopen op 24 oktober 1655 Cornelis Sijmesz en Pieter Jacobs [weg] aan Maerten Claesz Coster wonende in de Noordermeer een stuk oud land in de voornoemde meer, in Gabbesweijd, groot 5 achelen en 4 [weg], belend ten oosten Roeloff Reyniertsz, ten westen Ceesie [weg], het achel tot 90 gld 527.
                                                  In Schermerhorn verkoopt op 17 juni 1664 Claes Jacobsz van [] aan Marten Claesz Koster de helft van 3 achelen 3 metjes land in de Matten in een stuk land genaamd IJeffkamp, gemeen met Lijsebet Taems en Pieter Claesz, verkoopt Claes Pietersz Schippertjes van Zuidschermer aan Marten Claesz Koster 1 achel 1 metje land in IJeffkamp in de Matten, liggende gemeen met Lijsbet Tames en Pieter Claesz, en verkoopt op 20 november 1664 Cornelis IJsbrantsz, zoon van Lijsebet Taems en zich sterk makende voor zijn moeder, aan Marten Claesz Koster een stuk land in de Matten genaamd IJffkamp, groot omtrent 5 achelen, belend ten zuiden Mr Sierick Siersma, ten noorden Jan Garbrantsz c.s. 528.
                                                  Op 19 juni 1666 bekent Maerten Claesz Coster, wonende in de bedijkte Schermeer, als last en procuratie hebbende van Lambert Sijmonsz en Germent Aerjensz, beiden wonende in de Beemster, als oom en oudoom en zulks bestorven bloedvoogden van Dirck Dircksz, nagelaten zoon van Dirck Claesz in zijn leven buurman in de Beemster, geprocreëerd bij Griet Aerjens tegenwoordig huisvrouw van Dirck Jacobsz Kooper mede wonende in de Beemster, in die kwaliteit bij akkoord ontvangen te hebben ten behoeve van de voornoemde Dirck Dircksz uit handen van Maerten Jacobsz en Cornelis Claesz Reus, beiden wonende in de bedijkte Schermeer, als beschadigde borgen voor de voornoemde Dirck Jacobsz Cooper, 200 gld in plaats van 240 gld voor welke zij zich borg hadden gesteld, met welke voorschreven somme comparant in kwaliteit voorschreven bekent ten volle voldaan te wezen. (Maerten Claesz Coster stelt een merk.) 529
                                                  In Schermerhorn verkoopt op 10 juli 1668 Dr Sijmen Heerenkarspel, curateur over de boedel van zal. Lijsbet Claes, weduwe van Pieter Willemz Wring, wonende te Alkmaar, aan Cornelis Jansz en Marten Claesz Koster een stuk land in de Matten genaamd de Rietkamp, groot 305 roeden 3 voeten, belend ten zuiden Pieter Jansz Dos, ten noorden Cornelis Pietersz Noles, ten westen Haerlemmerlant, ten oosten Cornelis Jansz, verkopen op 7 oktober 1668 Jan Reijert, schepen te Zuid-Schermer, en Maerten Reyersz, korenmolenaar aldaar, erfgenamen van Reijer Molenaer, ook voor de andere erfgenamen, en Jacob Jacobsz Kolles voor hemzelf, aan Cornelis Jansz Duijtseboer en Marten Marten [sic] Claesz Koster een stuk land in de Matten genaamd Rietkamp, belend ten zuiden en westen de koper, ten oosten Isack Collemen, ten noorden Cornelis Noole, en verkoopt op 15 januari 1671 Isack Kollerman, secretaris te Zuid-Schermer, aan Maerten Koster een of drie parten in de Rietkamp liggende in de Matten, groot ruim 6 achelen, belend ten westen en zuiden de koper, ten oosten de erfgenamen van Rijck Willems 530.
                                                  Op 2 april 1672 wordt vanwege het overlijden van Willem Janssen Boet, schout van Akersloot, waardoor hetzelve schoutambt is komen te vaceren, Maerten Claessen Coster, wonende in de banne van Akersloot, op diens verzoek benoemd tot schout van Akersloot, voor 3 jaren voor een jaarlijkse huur van 28 ponden 531.
                                                  In Schermerhorn verkoopt op 27 november 1672 Cornelis Jansz Duijtseboer uit de Schermer aan Maerten Coster schout over Akersloot mede wonende in de Schermer zijn parten land in een stuk land genaamd IJeffkamp en in een stuk land genaamd Rietkamp, beide liggende in de Matten, belend ten oosten de koper, ten zuiden Jacob Sijmensz Kolles, ten westen Pieter Jansz Dos, ten noorden Cornelis Pietersz Nooles, en ruilen op 14 april 1697 Marten Coster, schout van Akersloot, en Jan Cornelisz Boon, wonende in de Matten, hun land in de Matten in de jurisdictie van Noord-Schermer, groot 6 achelen ieder sukje, zijnde dat nu toebehoort voornoemde schout Coster het stukje belend voorschreven Jan Boon meest rondom en de eerste comparant ten noordwesten 532.
                                                  Op 7 december 1674 verzoekt aan de Grafelijkheidsrekenkamer Maerten Claesz Coster, schout van Akersloot, verklarende dat in derzelver jurisdictie zijn 2 kleine „veerkens”, het ene van de Schermerdijck op Akersloot, 't andere van Akersloterwoude op de Schermerdijck, hetgeen verscheidene personen zich aanmatigen om 't zelve te bedienen waardoor somtijds onenigheid ontstaat, om aan hem deze in pacht gegund te worden voor enige jaren, met veerloon voor iedere persoon met mooi weer en met zonneschijn een oortje en met met onstuimig weer en na zoneschijn dubbeld geld, en voorts dat alleen de veerman zal mogen de passagiers aan en af te brengen aan de schepen die van Amsterdam en Alkmaar voorbij komen te varen en daarvan genieten van iedere persoon met mooi weer een stuiver en na zon en bij onstuimig wee dubbeld geld. Hiermee is ingestemd voor 3 jaren. En indien tegen vermoeden hiertegen oppositie zou mogen vallen zal de suppliant gehouden wezen op order dezer kamer daarvan afstand te doen. En wordt de suppliant gehouden gedurende de voorschreven 3 jaren pacht jaarlijks te betalen 2 ponden tot 40 groten 't pond. 533
                                                  Op 22 maart 1675 wordt de benoeming van Maerten Claesse Coster als schout en bode van Akersloot gecontinueerd voor 3 jaren voor 28 ponden, op 16 maart 1678 wordt Maerten Claessen Coster gecontinueerd voor 3 jaren in het schoutambt van Akersloot voor 36 ponden en het bodeambt voor 4 ponden, op 31 maart 1681 evenzo Maerten Claasz Coster 534.
                                                  In Akersloot verkopen op 22 juni 1677 Jacob Willemsz en Claesie Jacobs, weduwe van Jacob Jansz Schout geassisteerd met Jan Woutersz haar voogd, allen wonende alhier, aan Maerten Claesz Koster, schout, een huis en erf, groot 60 roeden, bezuiden Lamoor, belend ten oosten de Rijnghsloot van de Schermeer, ten westen de Schoudijck, ten noorden Claes Hemmen, voor 275 gld, en verkoopt op 28 juni 1677 Aecht Isbrants, bejaarde vrijster, met Gerrit Claesz Spanjaert als voogd, aan Maerten Claesz Koster, schout, een akker zaadland genaamd Grootacker, groot 145½ roede, belend ten oosten de Middelwech, ten zuiden Marijtie Steffens, ten noorden Adriaen Pieters c.s., voor 200 gld 535.
                                                  Op 29 maart 1681 verzoekt Maarten Claasz Coster, schout te Akersloot, de pacht van twee kleine veertjes, het ene van de Schermerdijck op Akersloot, het andere van Ackerslooterwoude op de Schermerdijck, waarvan de pachtjaren al enige tijd zijn geëxpireerd. Hij was van gedachte geen continuatie daarvan te verzoeken omdat daar niet de minste profijt van was, maar opdat de voorschreven ingezetenen en andere passagierss geen verhindering in hun reizen zouden mogen hebben, verzoekt hij toch om continuatie, op zodanige pacht en vaarloon als tot deze tijd betaald is geworden. Het verzoek is aanvaard voor 6 jaren, met seclusie van alle anderen, voor een pacht van 2 ponden 's jaars. 536
                                                  In de Schermeer verkopen op 18 november 1684 de kinderen en kindskinderen van Dirck Gerritsz Noort aan Maarten Claasz Koster en Pieter Meijnsz Cleijbroeck de helft van een kavel land, groot 7½ morgen, letter J nr 10, belend ten noorde kavel G, ten zuiden de wederhelft, ten westen de bermsloot van de Ringdijck, ten oosten de tocht van de polder J, voor ƒ 1100, op 16 april 1644 getransporteerd aan Dirck Gerritsz Noort 537.
                                                  Op 19 juni 1685 verkrijgt Maerten Claessen Coster, schout van Akersloot, continuatie van de pacht van twee kleine veertjes, het ene van de Schermerdijck op Akersloot, het andere van Akersloterwoude op Akersloot, beide gelegen in de banne van Akersloot, voor 6 jaren ingaande december 1683, voor 2 ponden 's jaars, en is hij opnieuw geautoriseerd voor 6 jaren om alle openbare opveilingen van publieke verkopingen te doen in de jurisdictie van Akersloot, voor een jaarlijkse pacht van 4 ponden, ook voor de verlopen jaren waarvoor hij geen continuatie heeft gehad (de laatste voorgaande akte was van 16 maart 1678) 538.
                                                  Op 10 augustus 1691 is Maerten Claassen Coster, schout te Akersloot, opnieuw in pacht gegund voor 6 jaren, ingaande 7 december 1689 (tijd van expiratie van de voorgaande akte) het veer van de Schermerdijck op Akersloot mitsgaders het veer van Akersloterwoude op Schermerdijck, mits jaarlijks te betalen 2 ponden 539.
                                                  Op 9 april 1696 wordt ten verzoeke van Maarten Claasz Coster, schout te Akersloot, hem opnieuw vergund voor 3 jaren ingaande 16 maart 1697 om alle openbare veilingen te doen in Akersloot en de jurisdictie vandien in de Schermer, voor een jaarlijkse pacht van 4 ponden, en voor 6 jaren ingaande 7 december 1695 in pacht het veer van de Schermerdijk op Akersloot mitsgaders het veer van Akerslooterwoude op de Schermerdijk, beide gelegen in de banne van Akersloot, mits jaarlijks daarvoor te betalen 2 ponden 540.
                                                  Op 26 maart 1699 wordt Maerten Claesz Coster, schout en bode te Akersloot, opnieuw geautoriseerd om alle openbare veilingen van publieke verkopingen van alle goederen te doen, voor een termijn van 3 opeenvolgende jaren, ingaande 16 maart 1700 als wanneer zijn tegenwoordige lopende akte zal komen te expireren, in het voorschreven dorp van Akersloot en in de jurisdictie vandien, de Schermer voor zo veel die in en onder de voorschreven jurisdictie is begrepen daaronder mede vervat, voor een jaarlijkse pacht van 4 ponden te 40 groten 't pond, analoog op 29 maart 1702 vanaf 16 maart 1703 541.
                                                  Op 22 augustus 1699 bekent Willem Pieters wonende in de bedijkte Schermeer 1200 gld schuldig te wezen aan Maerten Claes Koster, schout te Akersloot, over de koop van 20 koeien in het jaar 1697, tegen een interest van 2 gld 10 st ten honderd, waaraan hij de voenoemde 20 koebeesten verbindt 542.
                                              tr.
                                                  In 1670 testeren Maerten Claesz Coster en Neel Claes, geëchte man en vrouw wonende in de Schermer, op de langstlevende. Na het overlijden van de langstlevende zullen de goederen onverdeeld blijven tot het jongste kind tot de ouderdom van 20 jaar is gekomen. Wat de oudste van hun kinderen bij uitzet of anderszins zullen krijgen zal ook aan de jonste moeten volgen. [Hij tekent met een kruis.] 543
                                                  In 1689 testeren Maerten Claasz Coster officier te Akersloot en Neeltie Claas geëchte man en vrouw wonende in de bedijkte Schermeer, op de langstlevende, en hun kinderen in de blote legitieme portie. Testanten begeren dat de goederen die Jan Maertensz Coster zal komen te erven nooit zullen mogen komen op Trijntie Coenes, noch diens voorkind, maar zo hij Jan Maartensz zonder kinderen sterft zullen die goederen gaan naar de andere kinderen van de testanten. 544
                                              471. (<235) (>942) Neeltje CLAES.
                                                  In Schermerhorn verkopen in 1711 Pieter en Theunis Maertensz Koster, voor zichzelf en als zonen van Neel Claes, weduwe van Maerten Coster in zijn leven schout van Akersloot, mitsgaders omen en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Maertjen Maertens zal. hun zuster, allen wonende in de Schermeer, en als last en procuratie hebbende van Dirck Jansz Amels woonachtig bij Haarlem mede oom der voorschreven kinderenn van wijlen Maertjen Maertens, item Maerten Barentsz [Baertsz] als een zoon van Grietje Maertensdr, mede wonende in de Schermeer, aan Sijmon Cornelisz Eijerboer wonende in de Schermeer aan de Laenvaert, een stuk land in de Matten, belend ten oosten de verkopers, ten westen en noorden de weduwe van Jacob Groot, voor 125 gld 545.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Maartje Maartens KOSTER, tr. Amel JANSZ, zn van Jan AMELSZ.
                                                  2. Pieter Maartensz KOSTER, doet belijdenis (nederd. geref.) Zuid-Schermer 7 april 1680 (met zijn huisvrouw Stijn Pieters), ondertr. 1° ald. 4 dec. 1679 (eerste proclamatie) Stijn PIETERS, tr. 2° Brecht JANS, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 1 april 1691 als Brecht Jans huisvrouw van Pieter Maertensz Coster.
                                                      Op 24 januari 1693 geeft Pieter Maertensz Koster wonende in de Schermeer volmacht aan Kaspaar Seullijn om jegens de erfgenamen van Claes Winckel te ageren 546.
                                                      Op 3 november 1731 is er een deling tussen Grietje Cornelis Bruijnis nagelaten weduwe en boedelhoudster van Claas Pietersz Koster wonende te Obdam, Claas Maars weduwnaar en boedelhouder van zijn vooroverleden huisvrouw Fokeltje Pieters Coster wonende in de bedijkte Schermeer, en Pieter Coster wonende te Oostgraftdijk, de enige nagelaten kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Maartensz Koster en Styntje Pieters, beiden overleden in de voorschreven Schermeer. Hiervoor wordt eerst een inventaris gemaakt van de nalatenschap. Die bestaat uit een vierdepart van een huis met 11 morgen land te Akersloot, van een stukje land genaamd Hemland, van schaars 4 morgen land in de Schermeer bij de Landmeer, van 6 morgen land in de Akersloter Woude, van 6 morgen land op de Matten en van 2 kleine akkertjes te St. Pancras, gezamenlijk getaxeerd op ƒ 324, verder nog een stukje land van 2 morgen genaamd Mariaven in Akersloot geschat op ƒ 232, en in het sterfhuis van Pieter Maartensz Coster en Styntje Pieters bevonden ƒ 4059:9:4. Van het totaal van ƒ 4615:9:4 moet nog ƒ 274:13:12 afgetrokken worden wegens dienstloon door de voornoemde Pieter Coster verdiend volgens een contract daarvan gemaakt. De weduwe van Claas Pietersz Koster en Pieter Coster krijgen hun aandeel ƒ 1446:18:8 in gereed geld. 547
                                                  3. Cornelis Maartensz KOSTER, komt op 26 december 1688 met zijn huisvrouw Elisabeth Jans met attestatie in Zuid-Schermer uit Akersloot, ondertr. 1° Zuid-Schermer 2 jan. 1684 (eerste proclamatie, beiden in de Schermer aan de Ringdijck) Elisabeth JANS, tr. 2° Brecht JANS, ged. (nederd. geref.) ald. 19 mei 1669, dr van Jan Dircksz VLAANDEREN, koster en schoolmeester in de bedijkte Schermeer.
                                                      Op 25 november 1692 verzoekt in Zuid- en Noordschermer Mr Jan Dirxsz Vlaanderen, koster en schoolmeester in de bedijkte Schermeer, de benoeming van voogden over het kind van zijn dochter Brecht Jans geteeld bij zal. Cornelis Maartensz Koster in de bedijkte Schermeer overleden, tegen de voogden van het voorkind van gemelde Cornelis Koster geteeld bij diens eerdere huisvrouw. Hiertoe worden benoemd Jacob Colles, regerend schepen en vroedschap op Driehuizen, en Jan Pietersz Schermer, huisman in de bedijkte Schermer. Op verzoek van Maarten Claasz Koster, schout te Akersloot, wordt nog een derde voogd aangesteld, namelijk diens zoon Jan Koster, huisman in de bedijkte Schermeer. 548
                                                  4. Theunis Maartensz KOSTER, doet belijdenis (nederd. geref.) Zuid-Schermer 29 sept. 1686, ondertr. Westgraftdijk 23 nov. 1687 (zij jongedochter van Rinnegom in de ban van Egmond; na attestatie van hier in Egmond getrouwd) Diewertie PIETERS, doet belijdenis (nederd. geref.) Zuid-Schermer 26 sept. 1688 als Diewertie Pieters huisvrouw van Theunis Martensz.
                                                      In Akersloot verkoopt in 1694 aan Tuenis Maartensz Koster, wonende in de bedijkte Schermeer in onze ban, Dirck Cornelisz Brasser wonende alhier een akker zaailand gelegen voor Lamoor beoosten de Middelwegh, belend ten zuiden Sijtie Schuierskrooft, ten noorden Trijn Hemme, groot 118½ roede, voor ƒ 27:2:0, en Gerrit Klaesz Schoenmaeker wonende alhier een akker zaailand gelegen voor Lamoor bewesten de Middelwegh, groot 94 roeden, belend ten zuiden Trijntjen Hemme, ten noorden Klaes Hemme, voor 46 gld 549.
                                                      In de Schermeer compareren in 1739 Claas Maars en Pieter Koster, beiden wonende in de Schermeer, naaste bloedvrinden van Teunis Maartensz Koster insgelijks in de Schermeer onder Akersloot woonachtig, en verklaren vanwege de indispositie van de voorschreven Teunis Koster tot opneming van gelden ter betaling van de lasten op zijn vaste goederen, wat hij door ongelukkige denkbeelden bezocht zijnde verwaarloost, schuldig te wezen aan Jan Schotvanger wonende bij de Beverwijk 500 gld, waarvoor zij verbinden een huismanswoning en kavel land in de polder J nr 3 550.
                                                      In de Schermeer verkopen in 1741 Claas Maars, Pieter Klaasze Heynis en Abraham Janse de Jager, voor henzelf en als last hebbende van de verdere erfgenamen van Teunis Maartensz Koster, welke procuratie gepasseerd is voor notaris Adriaan Bolten op 14 december 1740 te Alkmaar, aan Sr Adriaan van Dyk secretaris van Koedijk een huismanswoning met 15 morgen land aan de Westdijk, belend ten noorden Johan Baart, ten zuiden Nanningh Daeij, ten westen de Westdijk, voor 215 gld de morgen, totaal ƒ 3440 551.
                                                  5. Jan Maartensz KOSTER, tr. Trijntie COENES.
                                                  6. Grietje Maertens KOSTER, zie 235.
                                                492. (<246) (>984, >985) Willem Dircksz SMIT, overl. vóór 30 april 1643,
                                                tr. 1° Maertgen ARIENS,
                                                    In Oudkarspel brengt in 1638 Willem Dircxz Smith als vader over Neel en Maertgen Willemsdochteren geprocreëerd bij zal. Maertgen Ariens, ten overstaan en consent van Claes Garbrants wonende op Creeliswerff als oom en bestorven voogd over de voorschreven wezen, zo van moeders erfenis als enige andere erfenis gevallen tot deze dag, onder bescherming van het weesboek 2500 gld berustende onder de vader, op te eisen bij overlijden van de vader. Op 30 april 1643 verklaarden Cornelis Hendricxz en Cornelis Joosten, voogden van de kinderen van Willem Dircxz Smith, en Jan Dircxz Smit, oom, door het overlijden van de vader 2500 gld opgebracht te zijn door Neel Jansdr, deszelfs weduwe 552.
                                                    In 1643 hebben Cornelisa Hendricxz van Oudkarspel en Cornelis Joosten als voogden, en Jan Dircxz Smith van Noord-Scharwoude, oom, van Neel en Maertien Willemsdr geteeld bij Martien Aeriansdr, de 2500 gld die ten weesboek gebracht zijn doen verboeken (uitstaande leningen, ook 250 gld voor 5 snees zaadland in St. Pancras gekomen van Teunis Pietersz, nog 925 gld berustende onder de voogden) 553.
                                                    In 1646 brengen de voogden van de weeskinderen Neel en Maertgen Willems van Willem Dirckx Smit de goederen van hun vader onder de bescherming van het weesboek, boven de 925 gld onder hen berustende, nl. uitstaande geldleningen van 1000, 129, 109, 100 en 25 gld, en 10 snees zaadland in St. Pancras waarvan 5 snees gekomen van Tuenis Pietersz van St. Pancras, en hebben in 1647 de voogden hun eindrekening gedaan ten overstaan van Dirck Claessen wonende in Zuid-Scharwoude getrouwd hebbende Neel Willems en Jan Cornelisz wonende in Noord-Scharwoude getrouwd hebbende Maertgen Willems 554.
                                                tr. 2°
                                                    In Oudkarspel zijn in 1658 Jan Pietersz Smith, stiefvader van Dirck Willemsz, Guijrt Willems en Anna Willems, kinderen van zal. Willem Dircxz eprocreëerd bij Neel Jansdr, ter eenre, Harmen Pietersz Hengst en Claes Jansz Aengaende, omen en bloedvoogden van 's vaders zijde, en Dirck Claesz wonende te Noord-Scharwoude, zwager van de voornoemde weeskinderen, van 's vaders zijde, ter andere zijde, geaccordeerd dat de voorschreven Jan Pietersz Smit, als getrouwd hebbende Neel Jans, de moeder van de voorschreven weeskinderen, voor hun vaders erfenis inbrengt een losrentebrief van 1000 gld kapitaal en een obligatie ten laste van Claes Jansz Aengaende wonende in de Schermeer van 678 gld tegen een interest van 4 gld 10 st ten honderd in 't jaar waarvoor de voorschreven Jan Pietersz Smit zich borg stelt. Op 18 december 1664 verklaart Dirck Willemsz Smith, ook voor zijn 2 zusters, van dit bewijs voldaan te zijn. 555
                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                    1. Neel WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 14 april 1623.
                                                    2. Neel WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 28 juni 1625, tr. Dirck CLAESSEN.
                                                    3. Maertgen WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 15 nov. 1627, tr. Jan CORNELIS.
                                                  493. (<246) Neel JANS,
                                                  tr. 2° (nederd. geref.) Oudkarspel 18 dec. 1644 Jan Pietersz SMIT.
                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                    1. Guert WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 27 juli 1636.
                                                    2. Dirck Willemsz SMIT, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 26 dec. 1637, zie 246.
                                                    3. Anna WILLEMS.
                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                    1. Trijntgien JANS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 26 nov. 1645.
                                                    2. Trijn JANS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 10 maart 1647.
                                                    3. Jan Jansz SMIT.
                                                  494. (<247) (>988) Claes Dircksz TIMMERMAN,
                                                      In Oudkarspel in 1651 verkoopt Willem Claessen wonende te Noord-Scharwoude aan Claes Dircksz Timmerman wonende alhier een akker zaadland bewesten de Poolsloot, groot omtrent 17 snees, belend ten zuiden Cornelis Aeriens Snijer uit Noord-Scharwoude, ten noorden Pieter Pouwels uit Noord-Scharwoude, en bekent Louwerus Cornelisz onze buurman schuldig te zijn aan Claes Dircksz en Aris Dircksz, geburen te Oudkarspel, 300 gld tegen 5 gld de honderd in 't jaar, en verbindt daarvoor speciaal een achterhuis met toebehorend erf bewesten de Heerestraedt waar hij tegenwoordig in woont, belend ten oosten de gemene vaart, ten noorden meester Pieter, ten westen Cornelis Oskis in 't middelhuis 556.
                                                      In Oudkarspel verkoopt in 1652 Jan Diercksz Graef wonende te Purmerend aan Claes Dierksz Timmerman, buurman alhier, het Oosterse akkertje zaadland, groot omtrent 7 snees, op Mourisebos, nutertijd belend ten westen Pieter Jansz Ploeger, ten oosten de Winterwegh, en is in 1653 Cornelis Adriaensz, buurman alhier, schuldig aan Klaes Dirckxz Timmerman, mede wonende alhier, 200 gld, interest 4 gld 10 st van de honderd gld in 't jaar (op 10 februari 1672 verklaart Dirck Willemsz Raersvelt, erfgenaam van Claes Dircxz Timmerman, van de erfgenamen van Evert Lambertsz en Anna Maertens voldaan te zijn 557.
                                                  tr. N.N.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Dirck Claesz TIMMERMAN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 14 febr. 1627.
                                                    2. Cornelis Claesz TIMMERMAN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 14 okt. 1629.
                                                    3. Alit Claes TIMMERMAN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 1 dec. 1637, zie 247.


                                                  Generatie X (<IX, >XI)

                                                  778. (<389) Jan JOOSTEN,
                                                      In Noord-Scharwoude is in 1610 en 1611 Smidts Kees eiser contra Jan Joosten, om betaling van 9 gld spruitende uit de koop van een schuitje 558.
                                                      In Noord-Scharwoudezijn op 22 september 1636 Aerian Jansz en Louris Jansz, gebroeders, eisers contra Jan Gerretsz en Sijmon Gerretsz om getuigenis der waarheid te geven. De gedaagden verklaarden dat Jan Groen gezegd had dat men zei dat Aerian Jansz, Louris Jansz en Jacop Houtcooper uiendieven waren. Op 6 oktober 1636 zijn Aerian Jansz en Louris Jan Joosten, gebroeders, eisers contra Jan Cornelisz Groen om getuigenis der waarheid te geven. 559
                                                      In Noord-Scharwoude verkopen in 1667 Hendrick Volckertsz notaris te Winkel voor de ene helft, Louris Jansz voor zichzelf, Jacob Jacobsz, Volkert Jacobsz, Sijmon Jacobsz en Aerian Jacobsz, voor henzelf en voor hun andere broer en zusters, mitsgaders Henderick Jansz en Jacob Jansz, voor henzelf en voor hun andere broer en zusters, voor de andere helft, tezamen erfgenamen van Aerian Jan Joosten en Griet Jansdr, aan Garbrant Garbrantsz wonende te Oudkarspel c.s. een akkertje zaadland in de Coogh groot 5 snees 3 roeden 4 voet, belend ten noorden Jan Harcksz, ten westen Jacob Harcksz, met een oude quitantie van 21 januari 1636 bezegeld door Pieter van Niedorp schout van Zuid- en Noord-Scharwoude, en aan Harmen Arentsz onze mede-schepen een akker zaadland in de polder groot 7 snees 3 roeden 10 voet, belend ten noorden de weduwe van [Pou]wels, ten zuiden Cornelis Aeriansz 560.
                                                  tr. N.N.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Louris JAN JOOSTEN, tr. N.N.
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1633 Cornelis Jansz Timmerman wonende op of bij de molen van Broek aan Louris Jan Joostesz omtrent 2½ snees zaadland in de polder op de Waert, belend ten oosten Bartel Egbertsz, ten westen de erven Claes Coed 561.
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1637 Jan Pietersz van Koedijk aan Louris Jan Joosten een huis en erf, belend ten noorden Gerrit Sijmonsz, ten zuiden de Dijcksloot, zoals comparant het huis van Pieter Jacobsz ontvangen heeft, verkoopt in 1637 Louris Jansz Joosten aan Jan Jansz Jonge Burger een achterhuis met erf, belend ten noorden Jacob Jansz, ten oosten Jacob Huijbertsz annex, ten zuiden Jan Claesz, met als onderpand van de verkoper een akker zaadland van 10 snees op de Waert in de polder, belend ten zuiden Syvert Syvertsz, ten noorden Gerrit en Claes Strypes, en verkoopt in 1639 Hendrick Jansz Stuierman wonende te Koedijk aan Louris Jan Joosten een akkertje zaadland van 5½ snees, belend ten westen Mr Willem, ten zuiden Jan Dircxz 562.
                                                        In Noord-Scharwoude bekennen in 1670 Louris Jansz Joostes en zijn twee dochters Anna Louris en Trijn Louris aan Jacob Jansz en Cornelis Cornelisz Plaets wonende te Schagen als erfgenamen van wijlen Jan Arisz 300 gld schuldig te wezen uit zake van geleende penningen 563.
                                                    2. Aerian JAN JOOSTEN, tr. Griet JANSDR.
                                                        In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1632 Jan Dirckx anders Mette Jan, weduwe van Gerrit Huijberts, aan Aerian Jan Joosten buurman te Noord-Scharwoude 8 snees 11 roeden 10 voet zaadland in de Noord-Scharwouder polder, belend ten noorden Jan Pieters, ten zuiden Claes Jans 564.
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1632 Jan Dircxdr weduwe van Gerrit Huyberts, nu wonende alhier, aan Aerian Jan Joosten een akker zaadland van 8 snees 11 roeden 10 voet in de polder, belend ten noorden Jan Pietersz, ten zuiden Claes Jansz, en verkoopt in 1636 Claes Gertsz uit Zuid-Scharwoude aan Aerian Jan Joostesz een akkertje zaadland van omtrent 5 snees in de Kooch, belend ten noorden Trijn Aerians, ten zuiden Jan Jansz Oomke 565.
                                                        In Noord-Scharwoude is in 1635 Jan Cornelis Groen eiser contra Aerien Jan Joosten, om betaling van 22 gld, van huur van land 566.
                                                        In Noord-Scharwoude verkopen in 1651 Jacob Jansz mede-schepen en Jan Garments als wettige voogden van Anna Reijersdr onze buurvrijster aan Aerian Jan Joostesz en Louris Jan Joostesz een akkertje zaadland van omtrent 5½ snees in de Kooch, belend ten noorden Aerian Jansz heer Arisz, ten zuiden Willem Claesz, voor een custingbrief van 32 gld de snees tot het overlijden van voorschreven Anna Reijers 567.
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1666 Griet Jansdr weduwe van Aerian Jansz Joosten, geassisteerd met Heijndrick Volckerts notaris te Winkel, aan Henderick Jansz een achterhuis en erf, belend ten westen Maertien Jansdr tot de halve schoorsteen annex, ten noorden Harck Aeriansz, ten oosten de Graft, met een gang tot de Heerestraet 568.
                                                    3. Jacob Jansz HOUTCOOPER, op de lidmatenlijst van Noord-Scharwoude van 1618 onmiddellijk gevolgd door Maertien Volckersdr, overl. vóór 14 febr. 1661, tr. 1° Adriaene JANSDR, dr van Jan Jansz COEDIJCK, tr. 2° Maeritien VOLCKERSDR.
                                                        In Warmenhuizen heeft op 5 april 1618 Jacob Jansz van Noord-Scharwoude, nagelaten weduwnaar van Adriaene Jansdr, zijn eerste huisvrouw zal. ged., ten overstaan van Jan Jansz en Jonge Jan Jansz, omen en bestorven bloedvoogden, mitsgaders Adriaen Adriaensz Eijke als geordonneerde voogd, van Aecht Jacobsdr, zijn kind bij zijn voornoemde overleden huisvrouw geprocreëerd, ten weesboek doen registreren de erfenis van de moeder en van de bestevader van het kind, namelijk van de moeder 360 gld, onder de vader berustende, en van de bestevader genaamd Jan Jansz Coedijck 600 gld [dit bedrag doorgehaald en vervangen door 566 gld] waarvan 317 gld 12 st onder de vader berustende en 268 gld 18 st 8 penn berustende onder Ouwe Jan Jansz als rest van een custing verschijnende Kerstmis 1618, welke sommen rente geven van 6 gld ten honderd. Voor de 677 gld 12 st onder de vader geeft deze als onderpand zijn huis en een stuk land in Noord-Scharwoude. Van de rente zal de vader het kind onderhouden tot het 13 jaar wordt op St. Bartholomeus 1625, en ook daarna zal hij haar onderhouden tot zij 20 jaar is of eerder trouwt [vermoedelijk zonder gebruik van haar moeders erfenis]. Op 16 april 1636 heeft Jan Jansz Coedijck zijn rekening gedaan in voldoening van een schepenvonnis van Noord-Scharwoude dd. 31 december 1635. Op 8 mei 1636 compareerden Jan Jansz Koedijck als oom (als weesmeester vervangen door Jan Cornelisz Backer naast Hillebrant Nannisz) met Aerian Aeriansz Aijke als gecoren voogd van Aecht Jacobsdr om hun rekening te doen. Jacob Jansz verklaarde ten volle voldaan en betaald te wezen van de renten die hem waren competerende voor het onderhoud van de voorschreven Aecht Jacobsdr, zulks geen rekening van node is tot de tijd dat het kind tot de ouderdom van 13 jaar is gekomen. Jan Jansz en Aerian Aeriansz verklaarden „overbodig te staan” van rekening tot het huwelijk van de voorschreven Aecht Jacobsdr, waartoe zij comparanten verklaarden niet te kunnen geraken doordat haar nagelaten weduwnaar ondanks herhaalde aandrang niet is gecompareerd. 569
                                                        In Noord-Scharwoude begint op 13 februari 1634 een proces van Cornelis Cornelisz als eiser contra Jacob Jansz Houtcooper wonende te Noord-Scharwoude, vader van Aecht Jacobsdr, overleden huisvrouw van de eiser alhier. Bij de deling van de boedel door eisers huisvrouw met de dood ontruimd zou de gedaagde o.a. 100 daalders aan de eiser schuldig gebleven zijn vanwege haar moeders erfenis. De eiser eist condemnatie van de gedaagde tot betaling van 3 vierendelen van 210 gld, met de interest van dien tegen de penning 16 vanaf de dag van het huwelijk van zijn dochter. Dit proces sleept zich voort, waarbij nog andere processen komen, zoals tussen Jan Jansz Koedijck van Warmenhuizen, ook namens zijn broer Jonge Jan Jansz, en Cornelis Cornelisz en Jacob Jansz Houtcooper. Op 18 mei 1637 is er een laatste vermelding, van een zaak van Cornelis Cornelisz contra Jan Jansz Koedijck en van Jacob Jansz Houtcooper contra Cornelis Cornelisz. 570
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1633 Jacob Jansz Houtcooper aan Willem Jansz anders Mr Willem een voorhuis met zijn erf, belend ten noorden Guiert Joosten, ten zuiden Maertgen Cornelis Teus met haar erf, ten westen de verkoper annex, met net zo veel erf aan de Zuidzijde als de druppels van de schuur druipen, met een aanleg met een schuitje op 't Oosteinde van de 'luijff' langs tot de Burghsloot toe, met als onderpand van verkoper zijn huis en erf belend ten oosten het verkocht voorend annex, ten zuiden Willem Molenaer met zijn 'luijff' mede annex, verkoopt in 1633 Jacob Jansz Houtcooper aan Aerian Claesz een akker zaadland in de Koogh, belend ten zuiden Cornelis Pietersz, ten noorden Cornelis Hendricx, met als onderpand een akker zaadland van omtrent 8 snees op de Waert in de polder, belend ten westen Aris Jansz, ten oosten Olferts erven, en verkoopt in 1635 Jacob Jansz Houtcooper aan Jan Claesz, de zoon van wijlen Eermen Dieuwers Jan, onze buurknecht, een akkertje zaadland van omtrent 7 snees 13 roeden 3½ voet in de polder op de Waert, belend ten oosten de erven Olfert Jans, ten westen Aris Jansz, ten noorden 't Moddergat 571.
                                                        In Noord-Scharwoude zijn in 1635 de erfgenamen van Aerien Cornelis Schippers wonende in de banne van Nierop eisers contra Jacob Jansz Houtcooper, gebuurman alhier, om betaling van 13 gld 4 st als rest van meerdere somme van de koop van 2 koebeesten. Gedaagde bekent de penningen, betaalt de helft, en laat zich willig condemneren om de andere helft Kerstmis naastkomende te betalen 572.
                                                        In Noord-Scharwoude is in 1639 Jacob Jansz Houtcooper 125 gld schuldig aan Cornelis Pietersz Lantsman, met als onderpand zijn huis en erf, belend ten noorden en oosten Willem Jansz, ten zuiden Maertgen Cornelisdr, en verkoopt in 1645 Thymen Dircxz wonende te Sijbekarspel aan Jacob Jansz Houtcooper een akkertje zaadland van omtrent 7 snees 16 roeden in de polder, belend ten westen Cornelis Dircxz, ten oosten Jan Arisz, 't snees 45 gld 573.
                                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1654 Jacob Jansz Houtcooper aan Jacob Jansz Hendericksz een 'suijtluijff' van een schuur met erf, belend ten noorden de verkoper annex, ten zuiden Claes Jansz Vogelaer, ten oosten Mr Willem Jansz, is in 1657 Jacob Jansz Houtcooper 114 gld schuldig aan Sijmen Jan Sijrenen onze schepen en Aerian Cornelisz te Schoorl, met als onderpand zijn huis en erf, belend ten oosten Mr Willem Jansz annex, ten zuiden Jacob Jan Hendericx, ten westen de Burchsloot, nog een akker zaadland in de polder groot 7 snees 16 roeden, belend ten westen de erven Cornelis Dircksz Winckel, ten oosten Jan Arisz, aan Jacob Pietersz Moij wonende te Oudkarspel 57 gld 15 st uit zake van geleverd laken, met dezelfde onderpanden, en is in 1661 ten overstaan van het gerecht uit de desolate boedel van zal. Jacob Jansz Houtcooper ten profijte van de gemene crediteuren gekocht door Aerian Jacobsz een gedeelte van een huis en erf, belend ten oosten Mr Willem Jansz annex, ten zuiden Jacob Jansz, ten westen de Burghsloot, voor 200 gld, door Claes Jansz Vogelaer een akker zaadland in de polder, belend ten westen de erfgenamen van Cornelis Dircksz Winckel, ten oosten de erfgenamen van Aris Jansz Heeraris 574.
                                                    4. Jannitge JANSDR, zie 389.
                                                  832. (<416) (>1664, >1665) Willem THEEUSZ, vermeld als Willem Theeus Arysz soon bij de benoeming op 13 december 1589 van Hendryck Gerrytsz als voogd over hem 575, overl. tussen 15 febr. 1603 en 26 april 1603,
                                                      In Koedijk verkopen in 1594 Willem Theeus voor hem zelf en Aerian Arisz te Winkel als oom van het nagelaten kind van Matheeus Arisz, in zijn leven buurman te Huiswaard, geprocreëerd bij Trijn Huijberts, aan Aerian Pieter [Overs] van Huiswaard de hofstede gelegen op Huiswaard waar zal. Arijs Cornelisz voor de troebelen op gewoond heeft, belend ten noorden het Capelerf, ten zuiden de erfgenamen van Pieter [Overs], en verkopen in 1598 Willem Theeusz en Koen Jansz als enige zwagers [schoonzoons] van Pieter Dirck IJfsz aan Pieter IJfsz hun buurman zaadland, zijnde de noordnoord[w]estelijke(?) akker van de vier akkers zaadland genaamd [ ], groot omtrent 4 snees, belend ten noorden Jan Symonsz, ten zuiden Willem Theeusz voornoemd, met als onderpand de Clijmeersweid, belend ten zuiden 't Heilige-Geestland, ten noorden en noordwesten de Cleijmeer 576.
                                                      Voor een stuk land te Zuid-Scharwoude genaamd Fokels Camer groot 1923 roeden van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar wordt voor 1597 huur betaald door Willem Theusz en voor 1598 door Koen Janssen. Op 11 december 1598 wordt het land ingehuurd door Koen Janssen en Willem Theusz, buurluiden te Koedijk, voor 4 jaar voor 100 gld en een vet lam 's jaars. Op 26 april 1603 betalen IJf Dirksz en Koen Janssen vanwege de weduwe van Willem Theuwisz de huur voor 1602. Op 15 februari 1603 was het land gehuurd door Koen Janssen en Willem Theuwisz voor 80 gld en een vet lam, ingaande 1603, waarna betaling plaatsvindt door Koen Janssen of diens huisvrouw, maar op 25 september 1607 nog 16 gld voor 1606 door Willem Aeriensz vanwege de weduwe van Willem Theusz. 577
                                                      In Bergen hebben in 1615 de erven van Willem Theus, van Koedijk, in huur een weidje van 575 roeden in de Suyder Reker, een akker van 40 roeden in de Baeckmeer, en een akker van 34 roeden aan de Meerweyt 578.
                                                      De weesmeesters Pieter Gleijnis en Gerret Jans Clerck van Koedijk dagen op 11 april 1619 Coen Gerrets en Pieter IJffs schotvanger om voogden te worden van de twee weeskinderen van Willem Tewes 579.
                                                  tr.
                                                  833. (<416) (>1666) Anna PIETERSDR, overl. verm. vóór 11 april 1619.
                                                      In Koedijk verkopen in 1605 Willem Aerjans en Pieter IJffsz als voogden van Anna Pieter Dirck IJffsz een stuk land in Warmenhuizen aan [niets] Cromhout van Amsterdam groot [niets] 580.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Theeus WILLEMSZ, zie 416.
                                                      2. N.N. WILLEMS.
                                                    834. (<417) Willem Jansz SCHOTSMAN, geb. ca. 1564  581
                                                        In Koedijk verkoopt in 1593 Eeyl Willems aan Willem Pietersz [moet zijn: Jansz] Schotsman een stuk weiland ten noorden in de Daelmeer, groot omtrent 3½ gars, belend ten noorden de Noorder Rynsloot, ten westen Pieter Jan Claes van Alkmaar, ten zuiden en oosten De Byl, met als onderpand een stuk land in de Aftergeest, groot omtrent 1½ gars, in de Suyder Baljuwsweyt, belend vroonlanden aan weerszijden, en is in 1597 Willem Schotsman een jaarlijkse losrente van 32 gld, hoofdsom 400 gld, schuldig aan Jan Jansz en Jannitgen Jansdr, kinderen van zal. Jan Jansz Pap geprocreëerd bij Griet Jansdr van Alkmaar, met als onderpand een stuk weiland in de Daelmeer genaamd het Oortge, groot 3½ gars 3 snees, belend ten oosten De Byl, ten westen Pieter Jans in Sinte Pietersscheepgen te Alkmaar, ten noorden de Rynsloot, en een akker zaadland groot omtrent 14 snees achter de kerk, belend ten westen de Kerckeacker, vroonlanden aan weerszijden, mitsgaders zijn huis en erf, belend ten zuiden Pieter Jacobsz, ten noorden de weduwe van Pouwels de bakker; borgen zijn Jan Cornelis den Baes van Koedijk wonende te Alkmaar, Reyer Jansz alias Hanse Reyer en Gerryt Jansz Lantheer 582.
                                                        In Koedijk verkoopt in 1600 Maerten Symonsz aan schout Reyer de helft van een stuk land tenn oosten in de Daelmeer in de banne van St. Pancras, de andere helft toekomende Willem Jansz Schotsman, groot in 't geheel 5 geerzen, belend ten zuiden Meyert IJff, ten noorden Willem Eylis, is in 1602 Willem Jansz Schotsman 150 gld schuldig aan de Armenhuiszittenden van Alkmaar voor verschenen rietbacht[?], met als onderpand een stuk land in de Daelmeer, groot 3½ gars, belend ten noorden de Noorder Rynsloot, ten oosten en zuiden De Byl, met als borgen Willem Everts en Gerryt Jansz Lantheer, elk voor 50 gld, en verkoopt in 1615 Maerten Symonsz Claver aan Willem Jansz Schotsman een huis en erf op 't Zuytent, belend ten zuiden de weduwe van Pieter Reyers, ten noorden de erven Pieter Stip 583.
                                                        In Koedijk is in 1619 Willem Jansz Schotsman eiser contra Coen Gerrytsz om van eiser te bevrijen en garant te doen 13 st 12 penn jaarlijkse onkosten van verponding van 't land door hem en gedaagde eertijds gekocht van Crijn Reyers Havelle en bevonden is dat eisers land alzulke grootte niet te hebben, en is in 1620 Jan Gleynes eiser contra Willem Jans Schotsman om betaling van ƒ 6 vanwege de koop van een oude praam 584.
                                                        In Koedijk verkoopt in 1665 Pieter Doeven als man en voogd van Hillegont Vredrickx wonende te Ursem, dochter en erfgenaam van Fredrick Jansen die de zwager [=schoonzoon] was van de ouwe Schotsman, aan Jan Gleijnis c.s. een stuk weiland genaamd het Avemarielantje, groot 2 geerzen 1 snees 7 roeden, aan de nieuwe tocht, belend ten oosten dezelfde nieuwe tocht, ten noorden 't Laenjesloot, ten zuiden de Grafelijkheid, dat Jan Gleijnis verkoopt aan Heijndrick Bouwens Clercq schoenmaaker, inclusief de ouwe brief van Willem Jansen Schotsman; borg voor de koper is Jan Cornelis Graef, bakker, buurman te Zuid-Scharwoude 585.
                                                    835. (<417) Marijtgen JANSDR.
                                                        In Koedijk op de schepenrol in 1618: „Den Schout seyt dat Schotsmans wyff Marytgen Jansdr geseyt hebbe soude, dat Willem Jansz Schotsman staende bij Ym Pietersdr, daer staet den hoir ende boeff bij malcander”; Schotsman ontkent; den Schout weet ...[?] bewijs. 586
                                                             Uit onbekende relatie(s):
                                                        1. Jannetje Willemsdr (SCHOTSMAN), zie 417.
                                                        2. Niesgen Willemsdr (SCHOTSMAN), tr. 1° Jan OUTGERSZ, zn van Outger FRERICXZ, tr. 2° Claes JANSZ.
                                                            In Koedijk verkopen in 1629 Claes Jansz van Groet als man van Niesgen Willemsdr, en Hilbrant Jansz Egmont en Dirck Jansz, voogden van Niesgis voorkinderen, aan Pieter Symonsz Pap een huis en erve op 't Zuytent van Koedijk, belend ten zuiden Pieter Thewis, ten noorden Pieter Willemsz Spaens, en wordt 1654 Nies Willemsdr vermeld als belend in de Daalmeer 587.
                                                            In Koedijk verkoopt in 1624 Jan Outgersz aan Jan Michielsz Spick de helft van een huis en erve op 't Suytent waarvan de andere helft Henderik Willem Luitgis competeert, belend ten zuiden Michgiel Pietersz, ten noorden Garbrant Jansz, waarvoor hij tot hypotheek een stuk weiland stelt in de Daelmeer van 7 geerzen, belend ten noorden Marytgen Jans, ten zuiden Henderick Willemsz, en verkoopt omgekeerd Jan Michielsz Spick aan Jan Outgersz zijn buurman een huis en erve op 't Suytent, belend ten zuiden Pieter Thewis, ten noorden Pieter Willemsz Spaens 588.
                                                            In 1620 had Outgerd Vrerixz, de man van Neel Jans, erfpachtperceel nr 147 van de Vroonlanden, en in 1630 Jan Miechielsz bij koop van Heijndrick Willemsz bij koop van Jan Outgersz 289.
                                                            In Koedijk heeft op 28 april 1626 Jan Outgersz een afgeloste rentebrief aan de secretaris Willem Aerians getoond, welke rentebrief dateerde van 31 oktober 1597 en een schuld van 400 gld vermeldde van Willem Jansz Schotsman, waarvoor borgen waren Jan Cornelis (den) Baes van Koedijk woonachtig te Alkmaar, Reyer Jansz alias Hanse Reyer en Gerryt Jansz Lantheer 589.
                                                            In Koedijk wordt in 1636 voor de weeskinderen van zal. Jan Outgersz, in aanwezigheid van Fredrick Jansz, oom, en Claes Jansz, stiefvader, in het weesboek ingebracht een weiland in de Zuider Reker, 4½ gars in de Daelmeer onder St. Pancras, belend ten noorden Hillebrant Jansz Egmont, ten zuiden Jacob Pietersz Bas, 127 roeden geestland in de banne van Groet, belend ten zuiden Fredrick Dircx, ten noorden de Buyerewech, ten westen de erven van Anna Sijmens, 85 roeden zaadland te Groet genaamd de Machacker, belend ten westen Grave Kees, ten zuiden Dirck Jans Smit te Groet, ten oosten Marytgen Jacobs. Op 20 maart 1642 compareert de stiefvader Claes Jansz met Theeus Willemsz als oom en Pieter Cornelis Schoorl als voogd; Outger Jansz is overleden en Willem Jansz krijgt de helft van hetgeen is aangebracht. 590
                                                        3. N.N. Willemsdr (SCHOTSMAN), tr. Frederick JANSZ.
                                                            In Koedijk compareren in 1640 Jan Pietersz Backer en Pieter Pietersz Bel als voogden van de weeskinderen van zal. Frederick Jansz, ten overstaan van Thonis Jans, Claes Jans en Evert Jansz als broers van Frederick Jansz, en Claes Jansz als man en voogd van Nies Willemsdr. De inbreng voor de kinderen bestaat uit 4 stukken land in Koedijk, 5 stukken land in Ursem, en obligaties. Als kinderen worden genoemd Hillegont, Griet, Neel, Haesgien en Marytgen. In de marge o.a. vermeld: aan Hillegont en Griet Fredricx toebedeeld 2 stukken land in Koedijk, nl. de helft van een stuk land genaamd de Oort, groot deze helft 5 geerzen 6 snees, belend ten oosten en zuiden de ringsloot van de Daelmeer, ten noorden 't Hoffdel en de Grafelijkheid, gemeen met de erven van Willem Hendricxz Vleeshouwer te Alkmaar, en 12 geerzen 3 snees land genaamd Ave Marialantge, belend ten noorden 't Laentgesloot, aan Neel Fredricx o.a. 12 snees zaadland in Koedijk, belend ten zuiden de weduwe van Madder; op 22 juni 1650 is Crijn Huyberts de man van Marytgen Fredricx. Op 14 augustus 1652 is ingeschreven de toewijzing aan Hillegont Fredricx en Griet Fredricxdr van de eerdergenoemde stukken land en bovendien een obligatie van 200 gld (op 4 maart 1654 voldaan) en 200 gld door hun oom Evert Jansz op rente gehouden, op 29 oktober 1654 nog eens 200 gld. Aan Pieter Doevisz getrouwd hebbende Hillegont Fredricx 100 gld. 591
                                                      836. (<418) (>1672, >1673) Gerryt Jansz LANTHEER,
                                                          In Koedijk verkoopt op 5 oktober 1593 Jan Jansz Gruys aan Gerryt Jansz Lantheer het voorend van een huizinge en erf, uitgezonderd het kleine huisje, met nog 4 roeden erf bezuiden het kleine huisje tot de graft, staande aan de Noordzijde van de Kerckelaen, en stelt tot hypotheek 't kleine huisje dat op 't erf getimmerd zal worden, het voorend is ontvangen van Jan Reyersz Clock, en is op 30 oktober 1597 o.a Gerryt Jansz Lantheer borg voor Willem Jansz Schotsman, met als onderpand o.a. een stuk land genaamd het Liemstuck in de Daelmeer, groot omtrent 5 geerzen, belend ten oosten Jan Cornelis van St. Pancras, ten westen De Byl, ten noorden de Rynsloot [in 1595 als onderpand gesteld door Brecht Jansdr de huisvrouw van Jan Gerryt Jansz Lantheer 592.
                                                          Op 21 september 1599 zijn Gerrit Jansz Lantheer en Willem Jansz Schotsman, buurluiden te Koedijk, voor het Hof van Holland impetranten op en jegens Pontiaen Jans, wonende „opt Bouckel buyten Alckmaer”, om te kennen of ontkennen zijn obligatie van 42 gld, die niet compareerde; de commissarissen houdende de voorschreven obligatie voor bekend en condemneren de gedaagde te namptizeren en in handen van de impetranten de voorschreven penningen te restitueren 593.
                                                          In Koedijk is op 29 augustus 1602 o.a. Gerryt Jansz Lantheer borg voor Willem Jansz Schotsman, met als onderpand zijn huis en erf, belend ten zuiden Coen Gerrytsz, ten noorden Cornelis Jansz Schoorl, en koopt in februari 1604 Lantheer van Meyert IJfs van St. Pancras een rietbos in de Daelmeer voor 310 gld, in de banne van St. Pancras, met als hypotheek voor de eerste custing een stuk land in de Daelmeer groot omtrent 7 geerzen, belend ten zuiden Pieter Bartholomeus, ten noorden Dirck Pouwelsz Schencker 594.
                                                      tr. N.N.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Jan Gerrijtsz LANTHEER, geb. ca. 1591  391, zie 418.
                                                      838. (<419) (>1676) Pieter AERIANSZ,
                                                          In Bergen bezitten in 1615 Jan Pieter Aeriaen Dierck IJffsz en Willem Aeriaensz, inwoners van Koedijk, elk de helft van het Clavelt, elke helft groot 563½ roede 578.
                                                          In Oudkarspel staan voor de verponding in 1615 de erven Pieter Aerian Dierck IJffs vermeld voor 3 geerzen 2 snees, zijnde de helft van een stuk land genaamd de Hofsteet, benoorden de Diepsmeer, belend ten noorden Aerian Harcx, in 1630 van de erven van Pieter Aerian Dierck IJffs overgegaan op Jan Gerrits Lantheer 595.
                                                      tr. N.N.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Thonisgen PIETERSDR, zie 419.
                                                        2. Jan Pietersz VERWER, schepen (1623-1630) 74 te Koedijk, tr. N.N.
                                                            In Bergen hebben in 1619 Willem Aeriaensz Smith te Koedijk en Jan Pietersz van Koedijk samen opgedragen aan Jacob Pietersz Abbekerck een stuk weiland in de Noorder Rekerpolder genaamd Clanelt, groot 1211 roeden, belend ten noorden Gerrit Arisz, ten zuiden de erven van Cornelis Reijersz, ten westen de bandijk 596.
                                                            In Koedijk scheldt Jr Johan van Sijpestaeyn wonende op het Huis tot Hillegom kwijt ten behoeve van Willem Aeriensz secretaris en Jan Pietersz zijn broers zoon een stuk weiland genaamd Jacob Hilbrantsweyde groot omtrent 11 geerzen, in Engelsdel, belend ten zuiden en noorden de Grafelijkheid, is in 1625 Jan Pietersz Verwer belend ten zuiden van een huis en erf genaamd de Witte Valck, verkopen in 1630 Jacob Cossen en Jan Cornelisz Ricken aan Willem Aerians en Jan Pietersz Vorwer de verbeteringe van de Cornelis Jansweijde, voor hun deel, met 5 snees rietland in Hennebosch, voor ƒ 400, en daarna in 1631 de erfgenamen van Geerte Baerts het andere gedeelte, en verkopen in 1634 de regenten van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar aan de erfgenamen van zal. Jan Pietersz Vorwer, Thonis Pieters en Cornelis Dircks een weiland genaamd Garsdel groot 4 geerzen 4 snees 5 roeden, belend ten noorden Marijtgen Claesdr, ten zuiden Jan Jansz, ten westen Cornelis Dircksz voornoemd, ten oosten Cornelis Jansz Appetijt 597.
                                                            In 1643 in Koedijk dagen de voogden van Pieter Jansz Vorwer mitsgaders IJff Jacobsz getrouwd met Trijn Jansz, nagelaten kinderen van Jan Pietersz Vorwer, de vooden van Aecht Willemsdr, nagelaten dochter van Willem Adriaensz en weduwe van Cornelis Dircxz Stalknecht, en Adriaen Bartholomeusz getrouwd met Geurt Dircx mitsgaders de voogden van de kinderen van Alijt Dircx, over een obligatie met Jan Pietersz Vorwer als principaal (welke zaak voor het laatst op 24 september 1643 op de schepenrol vermeld staat, zonder duidelijk resultaat) 598.
                                                        3. Fookel PIETERSDR.
                                                      840. (<420) (>1680) Adriaen Reijersz STAMMIS, in 1619 is Adriaen Reijersz Stam pachter van vroonland, overl. vóór 9 jan. 1620,
                                                          In 1620 is Jacob Claes Cleyenburch tot voogd gesteld van de nagelaten kinderen van zal. Aerien Reyersz geprocreëerd bij Marijtgen Jansdr van Schagen 599.
                                                      tr.
                                                      841. (<420) Marijtgen JANSDR.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Pieter Aerjens STAMMIS, tr. N.N.
                                                            In Koedijk verkopen in 1670 Cornelis Pieters wonende te Saerdam, Jan Aerjens glazemaker van Warmenhuijsen als voogd over de weduwe en kinderen van zal. Aerjen Pieters, Cornelis Jansen Nannis als voogd over Trijn Pieters en haar kinderen, Maertje Maertens huisvrouw van Volckert Pieters door zijn absentie buitenslands geassisteerd met Cornelis Pieters voornoemd haar zwager, allen kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Aerjens Stammis, aan Olbrant Pieters een huis en erf, belend ten zuiden secretaris Clercq, ten noorden Hendrick Cornelis, voor een custingbrief van ƒ 512:10:0 600.
                                                        2. Reijer Adriaensz STAMMIS, zie 420.
                                                        3. Jan Adriaensz STAMMIS, schotvanger vanaf vóór of in 1638  601 tot 2 nov. 1660, schepen (1639-1667) en weesmeester (1657) van Koedijk, tr. Neel IJFFSDR, dr van IJff, bekend van 4 dochters en een zoon, namelijk Neel, Brecht, Trijn, Pieter en Maritje, bij één vrouw, en een dochter Teet bij een andere vrouw.
                                                            Voor de notaris in Noord-Scharwoude testeren in 1642 Jan Aeriansz Stammes schotvanger en Neel IJffsdr, geëchte man en wijf wonende te Koedijk; zij herroepen hun eerder testament van 17 oktober 1632 voor notaris Gerrit Jansz Voijer te Alkmaar, testeren indien zij zonder kinderen overlijden aan de langstlevende, en na het overlijden van de langstlevende institueert hij tot erfgenamen Pieter Aeriansz zijn broer mitsgaders de twee kinderen van zijn zal. broer Reyer Aeriansz, met namen Aerian en IJff Reyersz, en zijn zuster Trijn Aeriansdr, en zij de kinderen van haar volle broer en zusters, te weten de acht kinderen van Trijn IJffsdr, de kinderen van Pieter IJffsz, de twee kinderen van Maertgen IJffsdr, de zoon van wijlen haar zuster Brecht IJffsdr, en de kinderen van haar halve zuster Teet IJffsdr elk half zo veel als de andere 602.
                                                            Op 16 juni 1658 wordt opgemaakt de „Inventaris van alle de goederen in ende uijt schulden geen ter werelt uijt gezondert bij Jan Adriaensz Stammes ende salr. Neel IJffsdr int gemeen bezeten ende bij de voorn. Neel IJffs metter doot ontruijmt ende nagelaeten”. Als onroerende goederen worden genoemd een huis en erf op het Noorteijnde van Koedijk waar voornoemde Jan Adriaensz Stammes nu woont, met een tuintje, aangenomen voor ƒ 500, een gars weiland in Noord-Scharwoude belend de Somersloot ten oosten, de kinderen van Neel Gerrits ten zuiden en Neel Teuwisdr ten noorden, nog een gars weiland in Oudkarspel zijnde een gedeelte van een weiland genaamd het Hardlant, belend de Hoveert ten oosten, Griet Pieters ten zuiden, de erfgenamen van Jan Jacobsz c.s. ten noorden, nog in Oudkarspel een akker zaadland groot 1 gars 8 snees, belend de weduwe van Jan Croone ten zuiden, Jan Aenges ten noorden, item nog 7 snees rietland in een rietbos in de Cleijmeer, belend de erven Cornelis Soetelieff ten zuiden, de erven Jan Claesz ten westen, de erven Pieter Gleijnes ten noorden. Verder o.a. een aantal lijfrentebrieven en obligaties, zoals een lijfrentebrief van 112 gld 10 st ten lijve van Adriaen Pietersz, de helft van een lijfrentebrief van 225 gld staande op naam van Maritje IJffs ten lijve van Adriaen Reijersz haar zoon, idem van IJff Reijersz haar zoon, een obligatie van 200 gld ten laste van Jan IJffsz te Koedijk, een obligatie van 200 gld en 60 gld geleend zonder obligatie ten laste van Pieter Adriaensz Stammes, de helft van een obligatie van 300 gld ten laste van Geestmerambacht gemeen met de kinderen van Maritje IJffs, een obligatie van Trijn Adriaensdr te Alkmaar van 200 gld. Aldus gedaan te Koedijk ten huize van Jan Adriaensz Stammes zijnde het sterfhuis van Neel IJffsdr, in presentie van Claes Cornelisz zoon van Brecht IJffs, Roel Jansz c.s. kinderen van Trijn IJffs, IJff Pietersz ook voor zijn zuster Trijn Pietersdr, beiden kinderen van Pieter IJffsz, Aerjen Reijersz en IJff Reijersz, beiden kinderen van Maritje IJffs, Cornelis IJsbrantsz getrouwd hebbende Meijmerich Pieters mitsgaders als voogd in dezen van Bregje en Neel Pieters, kinderen van Teet IJffs, allen tezamen erfgenamen van Neel IJffs. 603
                                                        4. Trijn Adriaensdr STAMMES, tr. 1° Dirck, tr. 2° Frans Fransz BACKER, wedn. van N.N.
                                                            Op 16 januari 1658 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Frans Fransz Backer weduwnaar te Alkmaar, en Trijn Adriaensdr, weduwe aldaar, geassisteerd met Jan en Pieter Adriaensz Stammes haar broers wonende te Koedijk; zij heeft een voordochter Trijntje Dircx 604. Op 19 januari 1661 testeren Frans Fransz Backer en Trijntje Adriaens wonende te Alkmaar; de langstlevende krijgt het vruchtgebruik en de dochter Trijntje Dircx van testatrice 200 gld in lijftocht 605. Op 10 juli 1664 testeren Frans Fransz Backer en Trijn Adriaens wonende te Alkmaar; hij prelegateert aan zijn huisvrouw Trijn Adriaens 50 gld jaarlijks zo lang zij leeft, bepaalt dat na zijn overlijden zijn erfgenaam nog in bed, lakens en kussens zal voorzien en aan Tryntie Dircx, dochter van zijn huisvrouw, zal voldoen 50 gld eens, met 2 roodscharlaken kussen met de stoelen waar die op liggen mitsgaders 2 van zijn best Oostindische schotels, en institueert als enige erfgenaam zijn zoon Ds Nicolaus Backerus, predikant te Groet 606.
                                                        5. Geurt ADRIAENS, tr. Claes REIJNERSZ, van Winkel.
                                                            Claes Reijnersz (van Winkel) als man en voogd van Geurt Adriaens daagt in Koedijk op 17 maart 1644 Cornelis Reijersz Stammis om te leveren copie uit het testament van Reijer Jansz Stammis, bestevader van de huisvrouw van de eiser 607.
                                                      842. (<421) IJff, bekend van 4 dochters en een zoon, namelijk Neel, Brecht, Trijn, Pieter en Maritje, bij één vrouw, en een dochter Teet bij een andere vrouw,
                                                      tr. 1° N.N.,
                                                      tr. 2° N.N.
                                                             Uit het eerste huwelijk:
                                                        1. Neel IJFFSDR, tr. Jan Adriaensz STAMMIS, schotvanger vanaf vóór of in 1638  601 tot 2 nov. 1660, schepen (1639-1667) en weesmeester (1657) van Koedijk, zn van Adriaen Reijersz STAMMIS, in 1619 is Adriaen Reijersz Stam pachter van vroonland, en Marijtgen JANSDR.
                                                            Op 16 juni 1658 wordt opgemaakt de „Inventaris van alle de goederen in ende uijt schulden geen ter werelt uijt gezondert bij Jan Adriaensz Stammes ende salr. Neel IJffsdr int gemeen bezeten ende bij de voorn. Neel IJffs metter doot ontruijmt ende nagelaeten”. Als onroerende goederen worden genoemd een huis en erf op het Noorteijnde van Koedijk waar voornoemde Jan Adriaensz Stammes nu woont, met een tuintje, aangenomen voor ƒ 500, een gars weiland in Noord-Scharwoude belend de Somersloot ten oosten, de kinderen van Neel Gerrits ten zuiden en Neel Teuwisdr ten noorden, nog een gars weiland in Oudkarspel zijnde een gedeelte van een weiland genaamd het Hardlant, belend de Hoveert ten oosten, Griet Pieters ten zuiden, de erfgenamen van Jan Jacobsz c.s. ten noorden, nog in Oudkarspel een akker zaadland groot 1 gars 8 snees, belend de weduwe van Jan Croone ten zuiden, Jan Aenges ten noorden, item nog 7 snees rietland in een rietbos in de Cleijmeer, belend de erven Cornelis Soetelieff ten zuiden, de erven Jan Claesz ten westen, de erven Pieter Gleijnes ten noorden. Verder o.a. een aantal lijfrentebrieven en obligaties, zoals een lijfrentebrief van 112 gld 10 st ten lijve van Adriaen Pietersz, de helft van een lijfrentebrief van 225 gld staande op naam van Maritje IJffs ten lijve van Adriaen Reijersz haar zoon, idem van IJff Reijersz haar zoon, een obligatie van 200 gld ten laste van Jan IJffsz te Koedijk, een obligatie van 200 gld en 60 gld geleend zonder obligatie ten laste van Pieter Adriaensz Stammes, de helft van een obligatie van 300 gld ten laste van Geestmerambacht gemeen met de kinderen van Maritje IJffs, een obligatie van Trijn Adriaensdr te Alkmaar van 200 gld. Aldus gedaan te Koedijk ten huize van Jan Adriaensz Stammes zijnde het sterfhuis van Neel IJffsdr, in presentie van Claes Cornelisz zoon van Brecht IJffs, Roel Jansz c.s. kinderen van Trijn IJffs, IJff Pietersz ook voor zijn zuster Trijn Pietersdr, beiden kinderen van Pieter IJffsz, Aerjen Reijersz en IJff Reijersz, beiden kinderen van Maritje IJffs, Cornelis IJsbrantsz getrouwd hebbende Meijmerich Pieters mitsgaders als voogd in dezen van Bregje en Neel Pieters, kinderen van Teet IJffs, allen tezamen erfgenamen van Neel IJffs. 603
                                                            Voor de notaris in Noord-Scharwoude testeren in 1642 Jan Aeriansz Stammes schotvanger en Neel IJffsdr, geëchte man en wijf wonende te Koedijk; zij herroepen hun eerder testament van 17 oktober 1632 voor notaris Gerrit Jansz Voijer te Alkmaar, testeren indien zij zonder kinderen overlijden aan de langstlevende, en na het overlijden van de langstlevende institueert hij tot erfgenamen Pieter Aeriansz zijn broer mitsgaders de twee kinderen van zijn zal. broer Reyer Aeriansz, met namen Aerian en IJff Reyersz, en zijn zuster Trijn Aeriansdr, en zij de kinderen van haar volle broer en zusters, te weten de acht kinderen van Trijn IJffsdr, de kinderen van Pieter IJffsz, de twee kinderen van Maertgen IJffsdr, de zoon van wijlen haar zuster Brecht IJffsdr, en de kinderen van haar halve zuster Teet IJffsdr elk half zo veel als de andere 602.
                                                        2. Brecht IJFFS.
                                                        3. Trijn IJFFS.
                                                        4. Pieter IJffsz SCHOTVANGER.
                                                        5. Maritje IJFFSDR, zie 421.
                                                             Uit het tweede huwelijk:
                                                        1. Teet IJFFS.
                                                      844. (<422) Jan Gleijnisz BREELANT, schepen van Koedijk, in de periode 1638-1639, als Jan Gleijnisz Breelant 74,
                                                          In Koedijk verkoopt in 1637 Luijtgen Jansz onze buurvrijer aan Jan Gleynisz zijn zwager, of degenen die later op de hofstede zullen wonen, de navolgende vrijheden, (1) met hun koeien over comparants achter- en voorwerf te schepe uit en in te laden, (2) de mest die zij elk jaar maken over comparants erf te kruien en op de voorwal te leggen, 1 roe breed langs de kant van de voorgracht, (3) andere waren te verschepen, (4) een vrije aanleg met een schuijtje 608.
                                                          In 1637 wordt Jan Gleynisz, buurman te Koedijk, vermeld als ingeland van de Oude Greb, en nog Jan Gleynisz Breelant van Koedijk als een gecommitteerde van de Oude Greb 609.
                                                          In Koedijk verkopen in 1658 Jan Jansen Brelant, Pieter Jansen Brelant, Sijmen Joosten als man en voogd van Lijsbeth Jans, Reijer Sijmonsz als man en voogd van Griet Jans, [naam ontbreekt] als man en voogd van Neel Jansz, Aerien Cornelis als man en voogd van Maertgen Jans, en Jan Aenges als wettige voogd van Aef Jans, als erfgenamen van Luijtgen Jans in zijn leven buurvrijer aldaar, aan Pieter Arents van de Naeuwernae een huis en erf op het Noortent over de Achtergracht, belend ten oosten Rijer Sijmonsz voornoemd, ten westen voornoemde Achtergracht 610.
                                                          In Schagen verkopen in 1668 Jan Jansz Breelant, Pieter Jansz Breelant en Reijer Sijmonsz, voor henzelf en als omen en voogden van de kinderen van Sijmon Joosten en Lijsbet Jans, als erfgenamen van Maer(i)tje Jans weduwe van Aerjaen Cornelisz Priggedijck, altezamen wonende te Koedijk, aan Cornelis Pietersz Valckes wonende op Grootewall de helft van omtrent 7 geerzen groetland in de Ooster Caegh aan de Bonckelderdijck, genaamd de Hornven, gemeen met Lijsbeth Michiels, belend ten westen de armen van Schagen, ten oosten Jacob Aerjaensz Grootewall, en aan Lysbeth Michiels een vierdepart [volgens de omschrijving van dezelfde 7 geerzen, maar nu gemeen met de voorschreven erfgenamen, belend ten westen de heer van Schagen, ten noorden de Heerewech], voor 441 gld ieder gars, te betalen de ene helft op Kerstmis 1668 en de andere helft Kerstmis 1669 611.
                                                          In Koedijk verkopen in 1670 Pieter Jansen Brelant, Reijer Symons als getrouwd zijnde met Griet Jans, en Jan Dirck IJffsz als getrouwd zijnde met Neel Symons, hij ook en Jan Jansz Brelant als voogden over Lijsbet Sijmons en de verdere onmondige dochters van Lijsbet Jans geprocreëerd bij Symon Joosten, namelijk Pieter Brelant 2/7, Reyer Sijmons 3/7 en Jan Dirckx c.s. 2/7, aan Jacob Gerritsz Rijplant de helft van een stuk weiland gelegen schuin tegenover het huis van de koper, groot schaars 4 geerzen, belend ten noorden de erven Bouwen Gerrets, ten zuiden de erven Claes Grootsant 612.
                                                      tr.
                                                      845. (<422) (>1690) Lysbeth JANS.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Jan Jansz BREELANT, zie 422.
                                                        2. Pieter Jansz BREELANT, tr. Maertje MAERTENSDR.
                                                            In Koedijk verkoopt in 1652 Pieter Jansz Grauwers buurman te Kalverdijk, ook als procuratie hebbende van Isaack Broeren, kastelein van Hontsbossche en Duijnen bij Petten, Cornelis Pietersz Kockjes wonende te Medemblik, Cornelis Jansz op de Langereijs en Wigert Pietersz wonende op de Oudendijck bij Hoorn, aan Pieter Jansz Breelant en Reijer Sijmonsz een zevendepart in de helft van een stuk weiland, het zevendepart groot 6 snees 30 roeden, genaamd Hillebrant Arisweijde, gemeen met de kopers c.s., belend ten noorden Gerrit IJffsz Cromdel, ten zuiden de erven Beeckesteijn 613.
                                                            In Koedijk verkopen in 1661 de erfgenamen van wijlen Pieter Cornelisz Schoorl, in zijn leven secretaris aldaar, aan Pieter Jansen Breelant een stuk weiland achter 't Noortent, groot 5 geerzen, belend ten zuiden Hendrick Joosten als bruiker, ten noorden Jan Jansen Breelant, verkoopt in 1663 Maerten Jansen Aengaende, ook wegens zijn kinderen geprocreëerd bij Maertien Gerrets zijn overleden huisvrouw, aan Pieter Jansen Brelant een partij rietland groot 5 geerzen in de Noorder Cleijmeer, belend ten zuiden de Cruijssloot, ten oosten de ringsloot, ten noorden IJf Pieters c.s., ten westen Ceesoom, en verkoopt in 1664 Michgiel Nanne wonende in de Schermer, als man en voogd van Lysbet Jans dochter van Jan Jansen Dapper anders Cleyn Jan, aan Pieter Jansen Brelant een huis en erf op 't Noortent achter over de gracht, belend ten zuiden Maertjen Cornelis, ten noorden de koper, met nog een vrije gang wijd 4 voet van de Achtergracht tot de weg en een vrije overgang over 't erf van de kinderen en erfgenamen van Claes Jansen Voorburch bewesten de weg met een vrije aanleg aan de wal van de erven van Claes Jansen Verburch volgens een opdrachtbrief van 1596 door Claes Jansen Verburch aan zijn zwager Jacob Pieters 614.
                                                            In Oudkarspel transporteren in 1668 de (met namen genoemde) fideïcommissaire erfgenamen van Trijn Sijbrants, die weduwe was van Jacob Lourensz, in haar leven gewoond hebbende te Alkmaar, aan Pieter Jansz Breelant een stuk weiland in Geestmerambacht even buiten de huizen van Koedijk genaamd de Hemme, groot volens de meting van 26 maart 1668 van Pouwels Dircx Schencker, landmeter te Alkmaar, 2 morgen 6 snees 16 roeden 9 voet en 6 duim, belend ten noorden en westen Jacob Gerritsz Rijplant, ten zuiden Jacobus Schatter kastelein te Petten, ten oosten de Vaert, van welke verkoop en opdracht de voornoemde comparanten bekennen ten volle betaald te zijn, de laatste penning met de eerste 615.
                                                            In Koedijk wordt in 1680 de boedelscheiding van 1679 beschreven door de erven van Pieter Jansen Brelant. Aan Jan Pieters Brelant komt o.a. ¾ in een stuk weiland genaamd Brelant, groot deze portie omtrent 5 geerzen, onderdeel en gemeen met Groote Willem in Broek, een achtste in de IJdeweijt groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, alles gelegen in Oudkarspel, de helft van de Oostelijke ¾ rietland in de Noorder Cleijmeer groot in 't geheel omtrent 5 geerzen onderdeel en gemeen met Maerten Pieters zijn broer, de helft in een akker zaadland groot omtrent 13 snees gelegen onder St. Maarten onderdeel en gemeen met 't nagelaten weeskind van zal. Trijn Maertens, de helft in een stuk weiland genaamd 't Haenswerck groot in 't geheel omtrent 5 geerzen mede gelegen onder St. Maarten onderdeel en gemeen met Jan Gerrets Cuijper zijn zwager. Aan Maerten Pieters Brelant o.a. 't ouderlijke huis en erf op 't Noortent met nog 't kleine huis en erf oversloot, 3 akkers onder Oudkarspel. Aan Jan Gerrets Cuijper getrouwd met Lijsbet Pieters o.a. een stuk weiland genaamd 't Hencke groot omtrent 7 geerzen en een akker zaadland genaamd de Plas groot omtrent 1 gars, beide onder Oudkarspel, nog omtrent 6 snees rietland in de Noorder Cleijmeer in Cornelis Thonisbos, 520 gld aan geld uit de gemene boedel. 616
                                                        3. Lijsbeth Jans BREELANT, tr. Sijmon JOOSTEN, overl. vóór 4 maart 1652.
                                                            Op 13 januari 1640 verklaren Dirck Pietersz, oud 40 jaar, IJff Pietersz, oud 27 jaar, Cornelis Gerritsz, oud 37 jaar, en Dirck Sijmonsz man van Trijn Jans, oud 33 jaar, allen wonende te Koedijk, dat zij ten verzoeke van Sijmon Joostem wonende te Koedijk omtrent 14 dagen geleden op last van de requirant hebben opgeruimd en schoongemaakt zekere sloot benoorden 't land van Dirck Sijmonsz, dat zij alleen het aanwas in de sloot hebben afgespit en wel een voet van het vaste land zijn gebleven, welke sloot zo vervuild was dat het niet mogelijk was met een praam het genot van het land dat de requirant van de Grafelijkheid gebruikt te halen 617.
                                                            In Bergen verkoopt op 22 januari 1642 Dirck Sijmonsz Pap wonende op Koedijk aan Symon Joosten mede buurman op Koedijk een akker geestland op Baeckmeergeest „synde dooster acker in weyntge horn”, groot omtrent 60 roeden, belend ten westen Jan Garbrantsz, ten noorden de bandijk, ten oosten en zuiden de erfgenamen van Cornelis Graven 618.
                                                            Op 4 maart 1653 compareren voor de weesmeesters van Koedijk Jan Jansz Breelant wegens Lijssebeth Jansdr zijn zuster, weduwe van Symen Joostensz, en Hendrick Joostensz, oom en bestorven voogd over de kinderen van voornoemde Sijmen Joostensz en voorschreven Lijssebeth Jansdr, die verklaren veraccordeerd te zijn dat de voorschreven Lijssebeth Jansdr met haar kinderen ongeschift en ongescheiden zullen blijven zitten 619.
                                                        4. Griet Jans BREELANT, tr. Reijer Sijmons SLOMMER, overl. Oudkarspel, impost op begr. Koedijk 3 jan. 1702 (impost ƒ 6).
                                                            In Oudkarspel verkoopt in 1670 Willem Gerritsz Strijbes wonende te Noord-Scharwoude, als voogd van de weduwe Maritje Gerrits, zijn zuster, eertijds gewoond hebbende te Koedijk en nu te Noord-Scharwoude, o.m. aan Reijer Sijnonsz Slommer, schepen te Oudkarspel wonende op t'Noordeijnde van Koedijk, [de helft van] een stuk weiland genaamd de Hem, groot in 't geheel 3 geerzen, gelegen bij het Noorteijnde van Koedijk, belend ten zuiden 't Omloopke, ten noorden de Schoutehemmen, en verkoopt in 1699 Cornelis Pietersz Schoenmaker wonende in Poolland aan Reijer Sijmonsz wonende te Koedijk in deze banne de helft van een stukje weiland, groot omtrent in 't geheel 3 geerzen, met hem Reijer Sijmonsz gemeen, aan de Rekerdijk, belend ten zuiden en oosten Jan Rijplant 620.
                                                        5. Neel Jans BREELANT, tr. N.N.
                                                        6. Maertgen Jans BREELANT, tr. Aerien Cornelisz PRIGGEDIJCK.
                                                        7. Aef Jans BREELANT, innocent.
                                                            In Koedijk heeft in 1647 Jan Aengisz als voogd van Aeff Jansdr ten overstaan van Jan Jansz Breelant haar broer de voornoemde Aeff Jans met haar goederen onder de bescherming van 't weesboek gebracht, o.a. met een half huis en erf op 't Noortent gemeen met haar zuster Griet Jans, belend ten zuiden Sieuw Sijmensdr, ten noorden een aanvaart. Op 24 februari 1649 hebben de voogden Jan Aengisz en Gerrit Jansz Rus nieuwe zaken ingebracht, o.a. 450 gld kooppenningen van 't halve huis en erf gekocht door Reijer Sijmensz haar zwager, en een veertiendepart in een stuk weiland binnen Koedijk door haar van Luijtgen Jansz geërfd gemeen met haar broers en zusters c.s., belend ten noorden Gerrit IJfsz, ten zuiden Griet Pietersdr als bruikster, ten westen de Achtergracht. Op 30 maart 1651 zijn nog 3 geldbedragen ingebracht. Op 18 februari 1660 hebben de voogden ter presentie van Jan Jansen en Pieter Jans, broers van Aef Jans, nog 6 obligaties ingebracht, o.a. 100 gld berustende onder Jacob de Vries met Gerret Jansen Rus als borg. 621
                                                            In Koedijk heeft in 1663 Jan Aengisz als voogd over Aef Jans Breelant ter presentie van Jan Jansen en Pieter Jansen, haar broers, te weesboek doen stellen drie obligaties met een totale waarde van 1000 gld, en heeft op 30 januari 1664 de voogd Garbrant Hendrickx twee obligaties ingebracht met een totale waarde van 650 gld. Op 9 december 1665 is dit alles wegens 't overlijden van Aef Jans overgeleverd aan de vrunden. 622
                                                      848. (<424) Pouwels,
                                                          Op 2 mei 1626 testeren Trijn Pouwels en Guijrte Pouwels dochteren, gezusters, nu wonende binnen Alkmaar en gaande op Koedijk metterwoon, geen kinderen hebbende, op de langstlevende; de goederen van de langstlevende zullen gaan op hun broers en zusters kinderen, hoofd voor hoofd, mits dat hun broer Meijnert Pouwels zijn leven lang het vruchtgebruik zal hebben van de goederen die zijn kinderen van de langstlevende van de twee testatrices zullen erven 623.
                                                      tr.
                                                      849. (<424) Griet MEIJNDERTSDR.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Trijn POUWELSDR, tr. Jan CORNELISZ.
                                                            Op 23 februari 1611 worden in Alkmaar huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Jan Cornelisz, weduwnaar wonende te Boekel, en Trijn Pouwelsdr wonende binnen Alkmaar geassisteerd met Griet Meijndertsdr haar moeder en Meijnert Pouwelsz wonende te Koedijk haar broer. Bij overlijden, hetzij met of zonder kinderen uit dit huwelijk, zal de langstlevende de door hem of haar ingebrachte goederen weer tot zich nemen. Als hij als eerste overlijdt krijgt zij 500 gld uit zijn nalatenschap, als zij als eerste overlijdt krijgt hij 200 gld uit haar nalatenschap. Bij overlijden met nalating van kinderen uit dit huwelijk zullen die kinderen succederen in de goederen ingebracht door de overledene. Op 11 april 1626 compareert Trijn Pouwelsdr weduwe van Cornelisz, geassisteerd met Meijnert Pouwelsz van Koedijk haar broer en voogd in dezen, en bekent van Griet Jans, nagelaten dochter van voornoemde Jan Cornelisz, 500 gld ontvangen te hebben uit hoofde van deze huwelijkse voorwaarden. 624
                                                        2. Guijrte POUWELS.
                                                        3. Meijndert POUWELSZ, geb. ca. 1585, zie 424.
                                                      850. (<425) (>1700) Nanne JASPERSZ.
                                                          In Koedijk is in 1601 Nanne Jaspers Molenaer aan Jan Gerrytsz secretaris te Koedijk 216 gld schuldig wegens de custing van een vierdepart in een akker zaadland waarvan de andere 3 parten Nanne zelf is toebehorende, genaamd Gerryt Gielisacker, groot omtrent 17 snees, belend ten zuiden Pieter en Arys Cornelis gebroeders, ten noorden de Suyder Hueskeweyt, en heeft in 1611 Nanne Jaspers de penningen die hij aan de erfgenamen van Jan Gerrijts immer schuldig was betaald tot de somme van 162 gld 625.
                                                          In Koedijk is in 1623 Nanne Jaspersz, de broer van Thewis Jaspers, met bruikwaar belend ten westen en oosten aan een akker zaadland met de Wielsloot ten zuiden van die akker 626.
                                                               Uit onbekende relatie(s):
                                                          1. Jasper NANNISZ, tr. Reijnu CORNELISDR, geb. ca. 1581, die hertr. met Cornelis FREDERICXZ.
                                                              Op 4 april 1629 verklaart Reynu Cornelisdr huisvrouw van Jasper Nanningsz molenaar te St. Pancras, oud omtrent 47 jaar, ten verzoeke van Aerian Gerritsz en van IJsbrant Jacobsz als voogd van Niesje Gerrits, dat zij omtrent 4 jaar bij wijlen Gerrit Aeriansz in zijn leven buurman te Oudorp gewoond en gewerkt heeft, en vandaar gegaan te wezen toen voorschreven Gerrit Aeriansz 3½ week of daaromtrent getrouwd was geweest met Gerbrich Claesdr, nu zijn weduwe, en dat tot die tijd Gerbrich Claesdr geen goederen had ingebracht, als alleen haar kleren 627.
                                                              In Koedijk verkoopt op 31 maart 1650 Reijnu Cornelisdr, geassisteerd met Cornelis Jaspersz haar zoon en voogd in dezen, aan Eijlert Cornelisz Backer op de Vronergeest een akker zaadland aldaar, groot 9 snees 3 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden de Grafelijkheid 628.
                                                          2. Gerrit NANNINGHS, overl. tussen 20 jan. 1649 en 5 febr. 1650, tr. Aef OUTGERS.
                                                              In Koedijk verkoopt in 1636 Gleijn Michielsz aan Gerrit Nannisz de [helft] in een stuk land genaamd Steelven, groot in 't geheel 5 geerzen 8 snees 9 roeden, in de Daelmeer, gemeen met de koper, belend ten noorden Gerrit Jansz, ten zuiden de Ringsloot, ten westen de koper 629.
                                                              In Koedijk verklaart in 1645 Symon de Boer, als getuige gedaagd door de schout, dat onlangs zijn koeien in het land van Gerrit Nannis liepen en dat hij ze eruit wilde halen, waarover Gerrit Nannis hem, getuige, met de kloet geslagen heeft en Nanninck Gerrits 't mes uitgehaald heeft en getuige zocht te dwingen de koeien te laten staan of te lopen 630.
                                                              In Broek op Langedijk verkopen in 1649 de erfgenamen van wijlen Anne Outgers, met namen Gerrit Nannisz te Koedijk, Cornelis Lambertsz te Alkmaar en Jan Douwesz wonende bij Groot Schermer, mede namens alle andere erfgenamen, aan Garbrant Jansz een huis en erf in de Kerckbuiert, belend ten noorden Pieter Willem Ettes, ten zuiden Teunis Sijgersz 631.
                                                          3. Trijn NANNINGHS, zie 425.
                                                          4. Jan NANNISZ, schepen in de periode 1640-1658 en weesmeester in de periode 1652-1658 van Koedijk 74, tr. Guyrt CORNELIS, anders Peet Guyrt, geb. ca. 1607, bij tweede huwelijk „gaende in haer 68 jaer”, die hertr. met Pieter Jansz VERWER, schepen (1651-1677) 74 ald.
                                                              In Koedijk verkoopt in 1635 Joncheer Arent van Bbardens, Heer van Warmenhuizen, poorter te Alkmaar, aan Jan Nannisz Molenaer een stuk weiland genaamd Cornelis Dircxzweijde, groot 4½ gars 13 roeden, belend ten zuiden de Groote Wielofsloot, ten westen Jan Jansz Borsis, ten oosten Gerrit Coenisz, en zijn in 1636 Meijnert Pouwelsz en Jan Nannisz borgen voor Willem Hendricxz te Heerhugowaard bij de verkoop van een huis en erf in de Molenbuijert 632.
                                                              In Koedijk daagt Jan Nannisz in 1641 Jan Theeusz, tezamen in onderhoud hebbende zekere meelmolenwerf beoosten en bewesten de Heerewech, over het onderhoud van een goed en bekwaam hek 633.
                                                              In Koedijk verkopen in 1642 Jan Nannisz en Jan Theeusz, onze meelmolenaars, aan Cornelis Jansz meelmolenaar te Alkmaar een meelmolen, op voorwaarde dat de koper de molen van de hofstede waar hij nu op staat zal moeten brengen naar de hofstede van Pieter Gerritsz Kock daar bezuiden aan gelegen, of elders waarmee schepenen en regeerders van Koedijk tevreden zijn, en als de regeerders weigeren om de wind te betalen dan zal de koper dat tot zijn last moeten nemen 634.
                                                              In Koedijk zijn op 14 februari 1647 Jan Nannisz en Jan Theeusz eisers contra Cornelis Jansz meelmolenaar gedaagde, om betaling van 1053 gld 15 st als rest van de 2 laatste custingen over de koop van de meelmolen alhier verschenen mei 1645 en mei 1646, mitsgaders de interest van dien alreeds verschenen en nog te verschijnen tegen de penning 20. Op 28 februari zegt de procureur van de gedaagde dat die bereid is de geëiste custingpennigen met de interest te willen opleggen mits door de eisers van de verkochte molen wordt afgedaan zodanige last en servituut als de gemeente van Koedijk daarop is hebbende en sprekende. Op 14 maart ordonneren schepenen de gedaagde de geëiste custingpenningen mitsgaders de verlopen renten bij provisie te namptiseren, voor welke penningen Meijndert Pouwels en Pieter Cornelisz alias Pieter Gerrits zich op 19 maart borg stellen. Op 11 april stelt de gedaagde dat de molen is gekocht als een vrije molen terwijl de gemeente alhier pretendeert een zeker servituut, namelijk dat van voor te malen, te hebben. Op 2 mei stellen de eisers dat de meel- of korenmolen door hun ouders en voorouders is aangeérfd en als een vrije molen is bezeten, en dat de gedaagde zal moeten bewijzen dat het beweerde servituut „tot haer ouders en haer bestevaders laste” gekomen zouden zijn. Op 26 september condemneren schepenen de gedaagde in de eis van de eisers mits de eisers het servituut eerst hebben afgedaan en aan de gedaagde de schade door het servituut hebben vergoed, en ordonneren zij de partijen hierover te accorderen met de goede mannen Sijmen Adriaensz Pap, Cornelis Dircxz Versluijs en Cornelis Reijersz Stammis. Op 5 oktober ordonneren schepenen de partijen vóór de komende rechtdag het vonnis van schepenen uit te voeren. Op 24 oktober condemneren schepenen de eisers voor hun onwilligheid in de hoogste boete en ordonneren zij de partijen andermaal naar de goede mannen te gaan om alsnog te accorderen. Op 14 november 1647 condemneren schepenen de eisers aan de gedaagde wegens servituut in kwestie uit te keren 212 gld 10 st en de kosten van de comparitie te compenseren, en op 17 november daaropvolgende compareren ter secretarie Jan Nannis c.s. en stelden zij zich appellanten op dit vonnis voor het Hof van Holland of de baljuw en mannen van leen van Nieuwburch. 635
                                                              Vanwege een proces aangespannen door Cornelis Jansz tegen Jan Nannisz en Jan Theeusz die de korenmolen aan Cornelis Jansz hadden verkocht zijn schepenen van Koedijk en Cornelis Jansz in 1649 overeengekomen over de condities en voorwaarden lang geleden opgesteld betreffende de korenmolen gezet door Mr Hendrick c.s. 636.
                                                              In Koedijk verkopen in 1647 Cornelis Gleijnisz wonende te St. Maarten en Cornelis Adriaensz wonende te St. Pancras aan Jan Nannisz onze buurman de helft van een een stuk land in de Daelmeer, genaamd Cruijttestuck, groot omtrent in 't geheel 6½ gars, gemeen met Adriaen Pietersz Aengaende c.s., belend ten zuiden Pieter Vorwer c.s., ten noorden Marijtgen Jansdr, verkoopt in 1650 Pieter Dircxz Coopman buurman te Warmenhuizen aan Jan Nannisz en de weduwe en kinderen van Gerrit Jansz Timmerman onze buurluiden een stuk rietland in 't Cleijne Cleijmeerke, groot 3 geerzen 9 snees 17 roeden, belend ten zuiden, oosten en westen de ringsloot, ten noorden Dirck Coopman, en verkoopt in 1653 Adriaen Pietersz Aengaende onze buurman aan Jan Nannisz onze mede-buurman een vierdepart in een stuk weiland in de Daelmeer genaamd Kruijttestuck, gemeen met de koper, groot omtrent in 't geheel 6½ gars, belend ten zuiden Pieter Jansz Vorwer, ten noorden Jan Cornelisz Graeff 637.
                                                              In Koedijk verkopen in 1693 Jan Arentsz Prins als vader en voogd en als last en procuratie hebbende van zijn zoon Arent Jansen en van Jan Dirckx Gorter getrouwd met Aerjaentje Cornelis te Zuid-Scharwoude en als voogd van Cornelis Pietersz Soetelieff zoon van Maertjen Cornelis, allen erfgenamen van Guyrt Cornelis anders Peet Guyrt, item Jan Meijnders en Cornelis Willemsz Backer in de Heerhugowaard, beiden mede-erfgenamen van zal. Cornelis Jansen Nannis zoon van de voorschreven Peet Guyrt, aan Bouwen Pietersz ¾ van een stuk weiland genaamd Cruijderstuck, groot in 't geheel 6 geerzen 7 snees 11 roeden, in de Daelmeer, belend ten zuiden 't Brestuck, ten noorden Jan Graevenstuck, ten westen de ringsloot van de voorschreven meer, voor ƒ 307-7-12, aan Cornelis Cornelis Broers een partijtje rietland, groot 1 gars 10 snees 18 roeden, in 't Cleijne Cleijmeertje, belend ten oosten Jan Gerretsz Timmerman, ten noorgen IJff Jansen, voor 145 gld 11 st 8 penn, en aan Theeus Pietersz Hertlant een akker zaadland, root 15 snees 10 roeden, gelegen onder Steeckelbos weinig beoosten de Daelmeersmolen, belend ten westen Hendrick Arisz, ten zuiden de ringsloot van de voorschreven meer, voor 131 gld 15 st 638.
                                                        854. (<427) (>1708, >1709) Wouter AELBERTSZ, schepen (1592-1601) 74 te Koedijk, overl. vóór 28 april 1607,
                                                            Op 28 april 1607 wordt bij de koop in Alkmaar door Gerrit Jansz wonende te Koedijk, van een huis en erf in Koedijk met een kooltuintje, de weduwe van Wouter Albersz vermeld als belend ten zuiden, met het kooltuintje liggend over de sloot achter de genoemde weduwe 639.
                                                            In Koedijk verkopen op 24 juni 1658 Aeriaentje Pieters weduwe van Gerrit Wouters Graef, geassisteerd met Joannis Megapolensis haar gecoren voogd, voor de ene helft, Dirck Aeriëns als man en voogd van Neel Wouters voor een derde van de andere helft, mitsgaders Pieter Jansen oudste zoon en voogd van Maertgen Woutersdr voor een derde en Jan Cornelis Molenmeester als man en voogd van Diewer Aelberts en Jan Saskers van Tjallewal als man en voogd van Maertgen Aelbertsdr en Anne Aelberts tezamen voor een derde, als erfgenamen van voornoemde Graef, aan Anne Aelbertsdr en haar kinderen een huis en erf op het Noortent, belend ten zuiden Cornelis Jacob Volckers, ten noorden de weduwe van Cornelis Ariens Nierop met een gang 640.
                                                            Op 4 februari 1677 geven de gezamenlijke erfgenamen van zal. Dirck Adriaensz Coehouder, en Pieter Jan Wouters, Sasker Pietersz ook voor zijn zuster Tryntie Cornelis Volckerts, Poulus Maijndertsz als man en voogd van Anna Jans, Pieter Jansz Calis en Tryntie Jans zeggende gelast te zijn door hun schoonmoeder en moeder Dieuwertie Alberts, allen wonende op Koedijk, en Pieter Jansz Tjallewal ook voor zijn zuster Trijntie Jans, wonende op 't Jallewal, gezamenlijke erfgenamen van zal. Neeltie Wouters in haar leven huisvrouw van voornoemde Dirck Adriaensz Coehouder, volmacht aan voornoemde Pieter Jan Wouters en Dirck Pietersz van der Meer om stukken land over te dragen, namelijk 5 stukken in Koedijk en 2 stukken in Oudkarspel 441.
                                                            In Oudkarspel verkopen op 22 februari 1677 Pieter Jan Wouters wonende te Koedijk en Dirck Pietersz van der Meer als last en procuratie hebbende van de erfgenamen van Dirck Aeriensz Koehouwer en Neel Wouters overleden te Alkmaar, aan Jacob Pietersz Fineman onze buurman 2 akkers zaadland bij de Diepsmeer naast elkaar gelegen, tezamen groot 4 geerzen 1 snees 14½ roe, belend ten noorden Dominicus Cristiaensz predikant te Alkmaar, ten zuiden Reijer Aeriensz Groenvelt, ten westen de Diepsmeer 641.
                                                            In Koedijk transporteren op 27 juli 1677 Pieter Jan Wouters, en Dirck Pieters van der Meer wonende te Scharloo buiten de Geesterpoort van Alkmaar, ook als last en procuratie hebbende van de verdere erfgenamen van zal. Dirck Aerjens Hooft en Neel Wouters, na gemene verkoping, aan Pouwels Meijnders 5 geerzen 2 snees in een stuk weiland aan de Laentjesloot, belend ten noorden de erven van Juffr. Cromhout, ten zuiden voorschreven Laentjesloot, door hem eensdeels aangeërfd en verder gekocht, aan Pieter Jan Wouters voornoemd zelf 1 gars in 't voorschreven stuk weiland, met nog een akker zaadland groot 10 snees 14 voeten in 't Cromdel, belend ten oosten de grafelijkheid, ten westen Sijmen Prinsen, met nog een akkertje zaadland groot 3 snees 9 roeden gelegen onder Engels ackertje, belend ten zuiden Pieter Jansen Vurwer, ten noorden de weduwe en kinderen van Sijmen Claesen, en aan Pieter Pieters Jonge Noomcke wonende in de Diepsmeer een akker zaadland groot 11½ snees achter de Suijder Cleijmeer, belend ten noorden Huijben Jansen c.s., ten zuiden Maertjen Gerrets 642.
                                                        tr.
                                                        855. (<427) Anna Pieters SCHIPPERS.
                                                            In de verpondingskohieren van Oudkarspel wordt in 1615 vermeld, onder de buren van Koedijk geland in Oudkarspel, Anna Schippers Wouter Aelberts weduwe met 2 geerzen 4 snees in een stuk land genaamd Gaebelenweyt bewesten de Diepsmeer, belend ten noorden de Hartweyt, ten zuiden de Hoogeweyt, en wordt in 1627 onder 'Koedijk' 2 geerzen 4 snees land vermeld bij Jon[g]eian Garments als afkomstig van Anna Pieters Schippers Wouters weduwe 643.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Aelbert WOUTERSZ, tr. Trijn Cornelis (APPETIJT)  644, dr van Cornelis Jansz APPETYT, schepen van Koedijk (als zodanig vermeld in 1590, 1597, 1598 en 1605, met een abusievelijke vermelding in 1632 toen zijn zoon Cornelis Cornelisz Appetijt schepen was), die hertr. met Jan AENGESZ, alias Noom Jan.
                                                                In de verpondingskohieren van Oudkarspel wordt in 1615 vermeld, onder de buren van Koedijk die in Oudkarspel geland zijn, Aelbert Wouters met 10 snees over een akker op Luijmoort, belend ten zuiden Dubbetsz erven, ten noorden IJff Jan Gielis, en in 1627 onder 'Koedijk' 10 snees bij de weduwe van Jan Aenges, gekomen van Aellebert Wouters 645.
                                                            2. Gerrit Woutersz GRAEF, tr. Aeriaentje PIETERS.
                                                                In Schoorl is in 1638 Maerten Pieters Jongman, schout, eiser tegen Gerrit Woutersz Graef van Koedijk, om betaling van 42 schellingen ter zake dat hij met een schuit in de banscheiding kwam te varen door de zijl [...] contrarie de keur daarvan zijnde 646.
                                                                Op 15 november 1630 testeren Gerrit Wouters alias Graeff en Adriana Pietersdr, geëchte man en wijf wonende te Koedijk; de langstlevende zal het huis met de werf waar zij tegenwoordig in wonen op 't Noordeijnde van Koedijk met alle inboedel enz. in lijftocht bezitten 647.
                                                            3. Neeltgen WOUTERS, begr. Alkmaar (Grote Kerk) 27 juni 1670 (Suijder Kapel, ƒ 6), tr. Dirck Ariaensz 't HOOFT, alias Coehouder, koehouder ald., begr. ald. (Grote Kerk) 8 juli 1675 (Zuijder Capel, ƒ 6), zn van Aerian Dircxz 't HOOFT.
                                                                In Alkmaar verkoopt op 10 maart 1677 Pieter Jansz Wouters wonende op Koedijk, ook als procuratie hebbende van Sasker Pietersz, Cornelis Jacobsz Volckers en voornoemde Sasker Pietersz voor hun dochter en zuster Trijn Cornelis Volckers, Poulus Meijnderts als man en voogd van Anna Jans, Pieter Jansz Calis en Trijntje Jans als last hebbende van hun resp. schoonmoeder en moeder Dieuwertie Alberts, allen wonende op Koedijk, en Pieter Jansz Tjallewal ook voor zijn zuster Trijntje Jans wonende op 't Jallewal, tezamen erfgenamen van Neeltje Wouters in haar leven huisvrouw van Dirck Adriaensz Coehouder bij de Vriesepoort, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jacob van Beijeren op 4 februari 1677, aan Willem Claasz de Jongh poorter van Alkmaar de helft van een huis en schuur, koestal en erf aan de Oostzijde van de dijk, naast aan de Vriessepoort, belend ten noorden de stadspoort en -wal, ten zuiden de erfgenamen van Grietje Pieters Oudorp, waarvan de wederhelft de voorschreven Willem Claasz is aangekomen en opgestorven door overlijden en uit het codicil van voornoemde Dirck Adriaans Coehouder gepasseerd voor notaris Jacob van Beijeren op 28 april 1670 648.
                                                                In Oudkarspel verkopen op 29 juli 1677 Pieter Jan Wouters wonende te Koedijk en Dirck Pieters van der Meer wonende te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van de erfgenamen van zal. Neeltje Wouters in haar leven huisvrouw van zal. Dirck Aeriensz Koehouwer gewoond hebbende te Alkmaar, de procuratie gepasseerd voor notaris Jacob van Beijeren te Alkmaar op 4 februari 1677, aan Jan Willemsz Limmen wonende op het Noorteijnde van Koedijk een derdepart in een stuk weiland genaamd Sangers Hem waarvan de andere 2 derdeparten toebehoren Pieter Jan Wouters en Trijntje Cornelis Volckerts te Koedijk, groot in 't geheel 4 geerzen 11 roeden 1 voet, belend ten westen en noorden de Gemeenteslick van Oudkarspel, ten zuiden en oosten de Botsool 649.
                                                                Op 1 april 1654 testeren in Alkmaar Dirck Adriaensz Koehouder en Neeltgen Wouters, echte man en vrouw, op de langstlevende, behalve dat hun zoon Ariaen Dircxz na het overlijden van de eerststervende zal hebben een huis en erf staande op de hoek bij de Vriessepoort, wordende in tweeën bewoond, en nog 2 akkers zaadland in Koedijk gekomen van Clara Reyers 650.
                                                                Op 28 september 1669 testeren Dirck Adriaensz Coehouder en Neeltie Wouters, echte man en vrouw wonende bij de Vriessepoort, beiden ziekelijk, op de langstlevende; na het overlijden van beiden gaat de helft van de nalatenschap naar de naaste erfgenamen van hem en de helft naar die van haar 651.
                                                                Op 8 april 1670 maakt Dirck Adriaensz Coehouder, wonende bij de Vriessepoort van Alkmaar, een codicil waarbij hij vooruit maakt, na 't overlijden van hem en van zijn huisvrouw, aan Jannitie Adriaens, huisvrouw van Willem Claes, over welke Jannitie hij oudoom staat, bij haar vooroverlijden aan haar kinderen, de helft van een huis, koeschuur, stalling, erf bij de Vriessepoort, belend ten noorden de Stadtswal, ten zuiden Cornelis Pietersz Outdorp 652.
                                                                Op 21 april 1675 maakt Dirck Adriaenszoon, gewezen koehouder, wonende bij de Vriessepoort, beroerd en ziek, een codicil waarbij hij, vanwege de diensten, handreikingen en gemak die hij heeft genoten in zijn langdurige impotentie en ongemakken van Jannitie Adriaens en Willem Claesz waarbij hij wonende is, daarom aan Jannitie Adriaens voornoemd, zijn nicht, bij haar vooroverlijden aan haar descendenten, de somma van 1000 gld, boven en behalve het halve huis in zijn codicil van 28 [8] april 1670 653.
                                                            4. Maertgen WOUTERS, zie 427.
                                                          864. (<432) Dirck Cornelisz KIL, heeft op 21 februari 1651 in Driehuizen een nieuw graf ingenomen.
                                                                 Uit onbekende relatie(s):
                                                            1. Crelis Dircksz KIL, zie 432.
                                                            2. Pieter Dircksz KIL, geb. ca. 1614, tr. Guerte KORNELIS, geb. ca. 1615.
                                                                In Zuid-Schermer transporteert in 1661 Piter Dircksz Kil, buurman op Driehuizen, aan Piter Claesz Limmerschouw een stukje land in de Buinemade genaamd het Lange Wentien, groot 2 achelen en een half vierdel met een metje, belend ten oosten de koper, ten westen Jacob Dircksz 654.
                                                                In 1667 testeren, voor de notaris residerende te Zuid-Schermer, Piter Dircksz Kil, oud 52 jaar, en Guerte Kornelis, oud 51 jaar, wonende op Driehuizen binnen onze banne, hij ziekelijk. Zij legateren aan de langstlevende het vruchtgebruik, en de langstevende legateert het vruchtgebruik aan Maertien Piters en Neeltien Piters tot beide voornoemde dochters mondig zijn. Voor daarna nomineren testateurs tot hun enige erfgenamen Kornelis, Jacob en Gerrit Piters, hun zonen, en Maritien nevens Neeltien Piters hun dochters, elk een vijfdepart (in de kantlijn: mitsgaders nog aan ƒ 20 aan Maritie en ƒ 40 aan Neeltien). 655
                                                            3. Jacob Dircksz KIL.
                                                                In het gaderboek van Graft, onder 'Driehuizen', heeft in 1669 Jacob Dircksz Kil 4 1/8 snees in Goelieff van Jan Dirckz, welk stuk land ook in 1670 en 1671 onder zijn naam vermeld wordt. In 1672 staat 13½ snees in 't Laijke op naam van Jacob Dircksz Kil, waarbij zijn naam doorgehaald is en vervangen door 'de kinderen van Pieter Dircksz Kil'. In 1673 staat dit land in 't Laijke op naam van de erven Jacob Dircksz Kil. 656
                                                          896. (<448) Pieter (STEECKELBOS), alleen bekend van 2 zoons,
                                                          tr. N.N.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Heijndrick Pietersz STEECKELBOS, zie 448.
                                                            2. Pieter Pietersz STEECKELBOS, overl. vóór mei 1626, tr. N.N.
                                                                In Haringhuizen verkopen in mei 1626 de kinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz Steeckelbos, in zijn leven wonende binnen Haringhuizen, aan Jacob Jansz Wijck wonende in de Wijck omtrent 4½ gars weiland gelegen in de banne van Haringhuizen, belend ten oosten de erfgenamen van Cornelis Aeriansz Drooch, ten westen Jan Louwersz tot Schaghen zijn erfgenamen, ieder gars voor 458 gld, en stellen de verkopers voor de vrijwaring van het land tot onderpand een stuk weiland, groot omtrent 2½ gars, belend ten oosten de erfgenamen van Aerian Gersz zal., ten westen de boomgaard met het huis van de kinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz Steeckelbos voorschreven 657.
                                                          928. (<464) (>1856) Baert HEIJNDRICKSZ, alias Baert Jan, biersteker te Oost-Knollendam, woont in Oost-Knollendam, overl. 6 febr. 1664  658, begr. Wormer,
                                                              In de banne van Westzaan bekent in 1615 IJsbrant Pietersz, onze buurman wonende op Knollendam, gekocht te hebben van Baert Heyndericxz, mede wonende op Knollendam, een huis en erf op Knollendam, belend ten oosten Cornelis Gerretsz, ten westen Jacob Theunisz, voor 512 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen, te weten 1615, 1616, 1617 en 1618 telkens een vierdepart, gevolgd door de opdracht 659.
                                                              In Wormer verklaren in 1629 de weesmeesters dat op 11 mei 1628 Jan Cornelisz 100 gld schuldig is aan de kinderen van Baert Jan, verklaart in 1630 Arent Reijersz van Knollendam op 7 maart 1630 ten behoeve van de kinderen van Baert Jan een hoofdsom van 190 gld geconstitueerd te hebben met als onderpand zijn huis en erf, belend ten oosten Pieter Reyersz, ten westen Hans Pietersz, met Reijer Gerretsz als borg, en is in 1631 Jacob Cornelisz Beets aan de kinderen van Baert Jan 100 gld schuldig 660.
                                                              In het lidmatenboek van Krommeniedijk, als gevonden in 1654 in Knollendam: aansluitend Henderick Barentsen en zijn vrouw Grietje Cornelis, Barent Hendericksen en zijn vrouw Neeltje Gouwes, Grietje Barents, Neeltje Barents, Annetje Barents.
                                                              Op 16 augustus 1658 verleent Baert Hendricxe, buurman te Knollendam, procuratie aan Mr Pieter Vlasvat, advocaat binnen Haarlem, om comparants zaak op en jegens Hendrick Baertsz zijn zoon, cessionant, en alle crediteuren van deszelfs boedel, waar te nemen, voor het gerecht van Haarlem of elders 661.
                                                              In Uitgeest bekent op 20 augustus 1658 Baert Hendricxz anders Baert Jan, buurman op Knollendam in de banne van Wormer, schuldig te wezen het onmondige achtergelaten weeskind van Claes Coenen wonende te Wormer een jaarlijkse losrente van 10 gld, te lossen met 250 gld, met als onderpand een stukje land achter Krommeniedijk genaamd in Riemmackersven, groot 8 snees 11 roeden, belend ten oosten Gerrit Gerritsz, ten zuiden Pieter Jan Maerts, ten noordeen het Cappelrijlant 662.
                                                              Op 10 augustus 1663 verklaren Pieter Jansen Banning, oud 29 jaren, op de Koog woonachtig, en Wouter Wilmsz van den Busch, oud 33 jaren, te Krommenie woonachtig, ter instantie en requisitie van Baert Hendricksz alias Baert Jan, te Knollendam woonachtig, dat zij op 19 juli laatstleden zijn geweest te Westzaan bij de kerk ten huize van Lijsbet Pieters, waardin in de Prins, waar toenmaals waren Wilm IJsbrant Els, te Wormerveer, en meester Jop, te Knollendam woonachtig, en verklaren zij, getuigen, dat de voorschreven meester Jop Wilm IJsbrantsen Els een akte voorlas, in forma van eis en conclusie tegen Wilm IJsbrantsz en Gerret Jaechtman, luidende dat zij, drie personen, te weten Willm IJsbrantsen en Gerret Jaechtman en de requirant, zekere tijd geleden met elkaar waren overeengekomen om elk tot last te nemen een derdepart van 200 gld met de interest vandien de erfgenamen van Sijmon Pouwels Rijp te Medemblik competerende, dewelke uit de boedel van Willem IJsbrantsen en de vrouws moeder van Gerrit Jaechman niet werd voldaan. Volgens de getuigen was daarbij gebleken dat verscheidene jaren aan het contract werd voldaan door betaling van de interest. 663
                                                          tr. 1° N.N.,
                                                          tr. 2° Neeltje GOUWEN, overl. 25 jan. 1667  658, begr. Wormer.
                                                                 Uit het eerste huwelijk:
                                                            1. Heijndrick BAERTSZ, zie 464.
                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                            1. Grietje BAERTS.
                                                            2. Neeltje BAERTS.
                                                            3. Anna BAERTS, tr. N.N.
                                                                In 1689 testeert Anna Baarts, weduwe wonende te Knollendam, ziek naar lichaam; zij institueert tot haar erfgenamen haar broer Gauwe Baartsz voor de ene helft en Claes Haijndrick Baartses haar neef voor de wederhelft, bij vooroverlijden hun descendenten bij representatie, gedaan ten huize van de comparante ter presentie van Jan Dircxz schoolmeester en Pieter Cornelisz Sloot, buurluiden aldaar 664.
                                                            4. Gouwe BAERTSZ.
                                                                In Uitgeest verkoopt in 1700 Jan Sijmonsz wonende te Krommenie, als last en procuratie hebbende van Gouwe Baertsz wonende te Wormer, aan Claes Jansz Tuijck, wonende te Krommenie, een stuk land in de Woude genaamd Rietmakersven, groot 277 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pietersz Backer, voor ƒ 145:8:4 665.
                                                          940. (<470) Claes KOSTER, alleen bekend van zoons Maerten en Jacob en een onbenaamde dochter,
                                                              In Graft verkopen in 1685 Maerten Claasz Koster, schout van Akersloot, en Jacob Claasz Koster, wonende in de Starmeer, omen en bloedvoogden over Maertjen Jans en Jan Jansz, nagelaten weeskinderen van zal. Jan Jansz Goijer, aan IJsbrant Juriaensz wonende in de Beemster een huis en erf op de Laen, belend ten westen Willem Willemsz Wever, ten oosten de dijk van 't Kamerhop, voor ƒ 25 666.
                                                          tr. N.N.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Maerten Claesz KOSTER, zie 470.
                                                            2. Jacob Claasz KOSTER.
                                                                Op 11 maart 1687 is aan Jacob Claassen Coster gegund in pacht het veertje tussen de Beemster en de Stermer, over en weder, bij zijn huis aldaar, vóór dezen in pacht geweest zijnde bij Jan Dircxen Plaiser zal., voor 8 jaren ingaande 6 januari 1687, met tot veerloon voor ieder persoon bij dag 4 penningen , bij nacht of vóór zonsopgang of na zonsondergang, voor ieder persoon 8 penningen, voor jaarlijks 3 ponden 667. Op 8 februari 1703 is deze pacht voor 8 jaar onder dezelfde voorwaarden opnieuw verleend aan Jacob Claasz Coster 668.
                                                            3. N.N. Claes (KOSTER), tr. Jan Jansz GOIJER, die hertr. met Trijn SIJMONS.
                                                                In Graft verkoopt in 1671 Jan Jansz Goijer, buurman op de Laen, aan Maerten Ikesz mede buurman aldaar een huis en erf op de gemelde Laen, belend ten westen Rem Jansz, ten oosten en zuiden het armenland van Oostgraftdijk, ten noorden de Eijlantsdijck, voor een custingbrief van 238 gld 669.
                                                          942. (<471) verm. Claes Jansz BOL, alleen bekend van een dochter Neeltie en een zoon Cornelis,
                                                          tr. N.N.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. verm. Neeltje CLAES, zie 471.
                                                            2. verm. Cornelis Claesz REUS, tr. 1° (schepenbank) Alkmaar 7 mei 1651 (hij jongman wonende in de Schermer in de banne van Alkmaar, zij jongedochter wonende te Akersloot) Anna JACOBS, dr van Jacob THAEMSZ, ondertr. 2° (schepenbank) ald. 18 juli 1866 (beiden wonende vooraan in de Schermeer), tr. ald. 1 aug. 1666 Kniertgen CLAESDE, ondertr. (eerste proclamatie) 3° Zuid-Schermer 18 febr. 1685 Anna GERRITS, wed. van Cornelis Claesz SWAEN.
                                                                In Alkmaar verkopen op 23 januari 1655 Sieuwtge Jans, meerderjarige dochter van Jan Lambertsz gewoond hebbende in het navolgende huis, geassisteerd met Aerjen Pietersz Bijkerck als haar voogd in dezen, en dezelve Arian Pietersz als gecoren voogd over 't minderjarige weeskind van dezelve Jan Lambertsz, aan Cornelis Claesz Reus, mede wonende in de Schermer, de helft van een huis in de Schermer op kavel G8, toebehorende de wederhelft de kinderen van zal. burgemeester Pieter Kessel, voor ƒ 540, te betalen op mei 1655, 1656, 1657, 1658 en 1659 telkens ƒ 100 en mei 1660 de resterende ƒ 40, met als borgen Claes Jansz Bol in de Schermer en Jacob Thaemsz van Akersloot (gecasseerd op 30 augustus 1660) 670.
                                                                Op 16 januari 1664 verklaren Cornelis Claesz Reus en Maerten Jacobsz, beiden buurluiden in de bedijkte Schermeer, zich borg te stellen voor Dirck Jacobz Kooper, buurman in de Beemster, ten behoeve vanDirck Dircksz, minderjarig kind van Dirck Claesz geprocreëerd bij Griet Adriaensdr tegenwoordig huisvrouw van dezelve Dirck Jacobsz Coper, en dat voor de somme van 230 gld 't gemelde kind opgekomen bij erfenis van zal. Claes Jansz Bol deszelfs grootvader van vaderlijke zijde, door de gemelde Dirck Jacobsz Coper ontvangen, belovende dienvolgende dezelve somme bij meerderjarigheid van de voorschreven Dirck Dircxz of anderszins tot vermaning wederom te berde te brengen 671.
                                                                In Alkmaar verkoopt op 2 juni 1678 Cornelis Claesz Reus aan Jacob Pietersz timmerman de helft van een woonhuis in de Schermeer op kavel G8 waarvan de heer Willem Baart, als getrouwd met Elisabeth Kessels, dochter en mede-erfgenaam van de heer Pieter Kessel zal., de wederhelft toebehoort, voor 385 gld 672.
                                                                Op 4 december 1693 testeert Cornelis Claesz Reus, wonende in de bedijkte Schermeer, niet wel te passen. Hij nomineert zijn 4 kinderen, Maritie, Jan, Claes en Trijntie, in de legitieme portie, en institueert voor het overigen de kinderen tot universele erfgenamen met de conditie dat de goederen onverdeeld moeten blijven zolang zijn huisvrouw Anna Gerrits nog in leven is en dat de voornoemde Anna Gerrits gehouden zal zijn Trijntie op te voeden en te onderhouden tot de ouderdom van 20 jaar. Als Anna Gerrits vóór die tijd overlijdt moeten de goederen onverdeeld blijven en de vruchten komen voor haar onderhoud. 673
                                                                Op 27 februari 1694 zijn Anna Gerrits, weduwe en usufructuaris van Cornelis Claesz Reus overleden in de bedijkte Schermeer, Maerten Claesz Koster, schout te Akersloot, nomine uxoris oom paternel, en Jan en Cornelis Claesz, omen maternel en bloedvoogden over Claes en Trijntie Cornelis Reus, minderjarige kinderen en erfgenamen voor 2 derdeparten van Cornelis Claesz Reus hun vader zal. en Cnier Claes hun overleden moeder, ter eenre, en Jan Cornelisz Reus, zoon en mede erfgenaam voor een derdepart, ter andere zijde, geaccordeerd over de erfportie van de laatste comparant. Jan Cornelisz Reus zal genieten 90 gld, hem betaald door voornoemde Maerten Koster, en Anna Gerrits, Claes en Trijntie Cornelis Reus zullen behouden ingevolge het testament bij dezelfde notaris van de voornoemde Cornelis Claesz Reus de ganse boedel, zo van koeien, paarden, schapen, kalveren, hooi, stro, huisraad, linnen, wollen, pot en ketel, item boeren- en bouwgereedschap, niets uitgezonderd. 674
                                                                Op 27 augustus 1695 verklaarden Maarten Claas Koster, schout te Akersloot, als oom en voogd van de minderjarige kinderen van Cornelis Claas Reus, geassisteerd met Claas Cornelisz Reus die mede compareerde, tezamen schuldig te wezen aan Juffr. Anna Merkmans en de kinderen van IJda Merkmans, als erfgenamen van Maria Merkmans hun resp. zuster en moei, 1200 gld vanwege huurpenningen van de woning met 22 morgen land in de Schermeer, door voornoemde Cornelis Claas Reus, vader van de Claas Cornelis Reus, te kwaad gebleven, waarvoor zij transporteren 20 melkkoeien, 2 pinken, 3 kalveren, 2 paarden, en verder al het huisraad en de inboedel door de voornoemde kinderen van gemelde Reus op de woning bezeten 675.
                                                                Op 10 september 1695 verklaren Maarten Claasz Koster, schout te Akersloot, als oom en voogd van de minderjarige kinderen van Cornelis Claasz Reus, item Claas Cornelisz Reus zoon van de voornoemde Cornelis Reus, voor hemzelf en voor de voornoemde kinderen gezamenlijk, in huurwaar aangenomen te hebben een woning met 22½ morgen land in de bedijkte Schermeer in de polder G.H, voor 4 jaar beginnende Kersttijd 1695, voor 400 gld 's jaars; zij mogen 2½ morgen als zaadakker gebruiken, en van 20 morgen mogen zij de helft hooien en de helft etten 676.
                                                                In 1685 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Cornelis Claesz Reus, weduwnaar, geassisteerd met zijn zwager Maerten Claesz Coster, schout te Akersloot, beiden wonende in de bedijkte Schermeer, en Anna Gerrits, weduwe, wonende te Driehuizen, geassisteerd met Jan Dircxz Vlaenderen schoolmeester in de bedijkte Schermeer. Al het ingebrachte gaat bij overlijden terug, maar de bruid zal voor een vierdepart in de winst participeren. 677
                                                                In Zuid-Schermer verkoopt in 1685 Anna Gerrets, eertijds weduwe van Cornelis Claesz Swaen, nu wonende in de bedijkte Schermeer, geassisteerd met haar man Cornelis Claesz Reus en Maerten Claesz Koster, schout van Akersloot, verkoren voogd van haar dochtertje geteeld bij wijlen Cornelis Claesz Swaen, aan Harman Adriaensz wonende op Driehuizen een huis en erf op Driehuizen, belend ten noorden Pieter Pietersz, ten zuiden Cornelis Backeel 678.
                                                            3. Dirck CLAESZ, tr. Griet ADRIAENSDR, die hertr. met Dirck Jacobsz COPER.
                                                          984. (<492) (>1968) Dirck Evertsz SMIT,
                                                              In Noord-Scharwoude is in 1603 Jan Symonsz eiser contra Dirck Evertsz Smidt, om betaling van 170 gld uit zake van koop van een huis waar hij tegenwoordig in woont, waarna de gedaagde herhaaldelijk deze schuld ontkent, en is in 1604 Hendrick Pietersz eiser contra Dirck Evertsz Smit, om betaling van huurpenningen waarmee hij met hem geaccordeerd is 679.
                                                              In Noord-Scharwoude is voor de periode Pinksteren 1630 tot Pinksteren 1631 o.a. Dirck Evertsz tot waarschap gekozen; op Pinksteren 1631 is hij wegens zijn overlijden vervangen 680.
                                                          tr.
                                                          985. (<492) Dieuwer WILLEMS.
                                                              In 1641 testeren Jan Dircxz Smit en Alit Dircxdr, broer en zuster, gebuurvrijer en gebuurvrijster te Noord-Scharwoude, zij ziekelijk te bedde liggende. Zij instueren hun moeder Dieuwer Willems in de legitieme portie en testeren verder alles op elkaar. 681
                                                              In 1645 testeert Jan Dircxz wonende te Noord-Scharwoude, ziekelijk op het bed. Hij benoemt tot zijn universele erfgenaam zijn oude moeder Dieuwer Willemsdr, die bij hem inwoont, in al zijn goederen zoals hij die met zijn moeder in eigendom heeft. 682
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Jan Dircksz SMIT.
                                                              2. Willem Dircksz SMIT, zie 492.
                                                              3. Alit DIRCKS.
                                                            988. (<494) Dirck Arisz TIMMERMAN,
                                                            tr. N.N.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Claes Dircksz TIMMERMAN, zie 494.
                                                              2. Aris Dircksz TIMMERMAN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 2 aug. 1603, tr. N.N.
                                                              3. Marijtien DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 20 aug. 1606.
                                                              4. Cornelis Dircksz TIMMERMAN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 20 aug. 1606.
                                                              5. Maritien DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 8 nov. 1609.
                                                              6. Griet DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 17 febr. 1613.
                                                              7. Tryntien DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 29 mei 1620.
                                                              8. Griet DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 17 okt. 1621.


                                                            Generatie XI (<X, >XII)

                                                            1664. (<832) (>3328) Matheeus ARISZ, schepen (1580-1587) 74 van Koedijk, op 25 maart 1585 te Koedijk vermeld als schepen, nu secretaris 683, wordt op 17 juli 1581 als Matheus Arisz poorter van Alkmaar,
                                                                In het kohier van de 10e penning van Bergen van 1569/1570 wordt Teus Arents vermeld als eigenaar en gebruiker van 57 roeden geestland 684.
                                                                Bij de verpachting van vroonlanden in 1574 wordt de Zegersweyde gelegen in Koedijk wezende van Aelbrechts Lievenlant, groot 6 morgen 436 roeden, met de aanwas in 't zuidoosten in de Groote Poel, in 't zuiden in de Cleyne Poel, gemijnd door Theeus Arysz van Huiswaard voor 86 gld 10 st (inbegrepen 4 snees land die Arys Cornelisz van Huiswaard in erfpacht heeft) 685.
                                                                In 1570 pacht Aris Cornelis erfpachtperceel nr 181a van de Vroonlanden, bestaande uit 3 erfjes van elk 40 roe, voor £ 6, in 1576 wordt Aris Cornelis van Huiswaard als erfpachter genoemd, in 1580 Theeus Arijsz; in juni 1580 en november 1582 wordt dit perceel verkocht 289.
                                                                Een jaarlijkse rente van 6 gld ten behoeve van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar sprekende op Theeus Arisz op Huiswaard, te betalen door Teeus Arisz en Pieter Jansz op Lutke Oudorp, wordt in 1586 betaald door Teus Arisz, in 1587 door de huisvrouw van Pieter Jansz, in 1588 door Teeus Arisz, in 1589 door Aerian Arisz, en wordt in 1589 afgelost 686.
                                                                Bij de verpachting van vroonlanden in 1588 treedt Teus Arisz, molenmeester, een keer op als borg 687.
                                                            tr. 2° Trijn HUIJBERTS,
                                                            tr. 1°
                                                            1665. (<832) Trijn PIETERSDR.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Pieter THEEUSZ.
                                                                  In Alkmaar koopt in 1581 Pieter Theeusz van Jan Heindricxz Papegaeij 1/4 in een stuk land genaamd de Middelweyt, groot in 't geheel 7½ gars, gelegen voor Huijswaert, belend ten zuiden 't Langelandt, ten westen de Sesmaet, ten noorden Aerian Jansz van Amsterdam, ten oosten de kinderen van Gerrit Bosman, voor 425 gld, en kopen in 1585 Pieter Heijndricxz van Huyswaert en Pieter Jansz als voogd van Jan Michielsdr het weeskind van Michiel Cornelisz, van Pieter Theusz van Huyswaert een derde van een stuk land groot 't geheel 7½ gars, genaamd de Middelweyt, belend ten zuiden het Paephilt, ten westen Frerick Ramp, ten noorden de erfgenamen van Aerien Jansz van Amsterdam, voor 410 gld, te betalen 100 gld gereed en de rest op 2 Kerstmisdagen, en stellen zich tot waarnis en generale waarborg Pieter Jansz en Theus Arisz 688.
                                                                  In Koedijk verkoopt in 1582 Pieter Theeusz van Huijswaert aan Cornelis Claesz Druyf, biersteker te Akmaar, een huis en erf op Huiswaard, belend ten zuiden Dirck Gerryts Proeyen, ten noorden Allert Hendricx 689.
                                                              2. Claes TEEUSZ, tr. Gryete PIETERSDR, die hertr. met Claes LOURISZ, droogscheerder.
                                                                  Voor de weeskinderen Jan (obiit), Neel en Pieter van Claes Teeusz van Huyswaert geprocreëerd bij Gryete Pietersz, compareert in de weeskamer van Alkmaar op 26 juli 1570 Gryete Pietersdr met Claes droogscheerder van Castricum, haar tegenwoordige man, ter presentie van Theeus Arentsz met Trijn Pietersdr als bestevader en bestemoeder; in 1579 zijn de moeien Maritgen Pietersdr en Maritgen Theeusdr 690.
                                                              3. Maritgen THEEUSDR.
                                                              4. Willem THEEUSZ, zie 832.
                                                            1666. (<833) (>3332) Pieter DIRCK IJFFSZ,
                                                                In het kohier van de 10e penning van Bergen van 1569/1570 wordt Pieter Dirck IJffsz vermeld als eigenaar en gebruiker van 109½ roe geestland 691.
                                                                Pieter Dirck IJeffsz van Koedijk huurt als opvolger van Dirck IJffsz van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar een stuk land genaamd de Fockel Camer in Zuid-Scharwoude, groot 8 geerzen 3 roeden, voor 4 jaar ingaande 1571, voor 54 gld 10 st, waarna Pieter Dirck IJves dit land huurt voor 5 jaar ingaande 1577 voor 42 gld, en in 1582 voor 4 jaar voor 57 gld en elk jaar een vet lam, het laatst door hem betaald op 25 januari 1597. Voor 1596 betaalde Willem Theeusz vanwege Pieter Dirrick IJffs 3 gld voor de koop van een vaarse koe waarmee alle lammeren tot 1597 afgerekend zijn. Voor 1597 betaalt Willem Theusz, voor 1598 Koen Janssen. 692
                                                                Op 22 april 1574 pacht Pieter Dirck IJ[f]s voor 37 gld de Hillebrant Pietersweyde, groot 2 morgen 505 roeden, met de aanwas in 't oosten in de Zoomersloot 693, en koopt in 1594 Pieter Dirck IJeffs van Koedijk voor 170 gld Lutgen Oort op Walingerlandt, groot 317 roeden, met de aanwas in 't west, noordwest een noord in de Groote Cleymeer, daarin begrepen de 31 roeden die Heyn Jan Woutersz daarin had en die de Grafelijkheid gekocht heeft, belend ten zuiden en westen de Cleymeersweyde toekoemende Pieter Dirck IJeffs van Koedijk, ten noorden de ringsloot van de Zuyder Groote Cleymeer, ten oosten Nopersacker, met als borgen Heyndrick Pieters en Cornelis Jans van Koedijk 694.
                                                                In 1568 en 1574 pacht Pieter Dirck IJefs perceel nr 176 vroonland, in 1594 wordt perceel nr 172 verkocht aan Pieter Dirck IJeffs, waarvoor in 1630 rente betaald wordt door Teuwes Willemsz, erfgenaam van Pieter Dirck IJeffs 695.
                                                                In 1588 pacht Pieter Dirck IJeffs van Koedijk de Zuyder Holckebon voor 13£, met als borg Adriaen Dirck IJefs van Koedijk 696.
                                                            tr. N.N.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Anna PIETERSDR, zie 833.
                                                              2. N.N. PIETERSDR, tr. Koen JANSZ.
                                                                  Als opvolgers van Pieter Dirck IJves van Koedijk huren Koen Janssen en Willem Theusz, buurluiden van Koedijk, van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar op 11 december 1598 land te Zuid-Scharwoude genaamd Fokels Camer, groot 1923 roeden, voor 4 jaar voor 100 gld en een vet lam 's jaars, op 15 februari 1603 verlengd, voor 80 gld en een vet lam. Na 1607 wordt alleen betaald door Koen Janssen, later Coen Jansz, tot en met 1615, daarna tot en met 1632 door Pieter Reijersz, zwager [=schoonzoon] van Coen Jansz, waarna op 14 januari 1633 het land verkocht wordt aan voogden van een weeskind in Koedijk. 697
                                                            1672. (<836) (>3344) Jan Gerryt Jansz LANTHEER,
                                                                In Koedijk verkoopt in 1595 Aernt Everts als voogd van Brecht Jansdr de huisvrouw van Jan Gerryt Jansz Lantheer aan Maerten IJfsz drie akkers zaadland op de Nes in Bergen, zij aan zij, groot tezamen omtrent 11 snees, belend ten oosten Aerjan Gelynis, ten noorden Jonge Jan Wyn, ten westen Flamings weduwe, en stelt tot hypotheek een stuk weiland in de bedijkte Daelmeer, belend ten oosten Jan Cornelis Symons, ten westen De Byl, ten noorden de ringsloot; de koper bekent 250 gld schuldig en verbindt hiervoor het huis en erf van Maerten Symons, belend ten zuiden Lantheers huis, ten noorden Pieter Jacobs 698.
                                                            tr.
                                                            1673. (<836) Brecht JANSDR.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Gerryt Jansz LANTHEER, zie 836.
                                                            1676. (<838) (>3332) Aerian DIRCK IJFFSZ, overl. vóór 24 mei 1605  699.
                                                                In het kohier van de 10e penning van Bergen van 1568/1570 wordt Aerian Dirrick IJffs vermeld met 90 roeden geestland 700.
                                                                Op 22 april 1574 pacht Adriaen Dirck IJffsz voor 61 gld de Willem Zegersweijde, groot 3 morgen 576 roeden, met de aanwas in 't noorden in Doudi 701.
                                                                In 1588 pacht Adriaen Dirck IJefs van Koedijk de Garbrant Pouwelsweyde voor 110£, met als borg Pieter Dirck IJefs van Koedijk 702, en in 1594 koopt Adriaen Dirck IJeffs van Koedijk voor 530 gld de Cornelis Janszweyde, groot 2 morgen 264 roeden, met de aanwas in 't westen in de Koedyckergraft, belend ten noorden de vroonweide Griete Grote Gerrits, ten oosten Duyningerhoorn, ten zuiden Engel Vrericx van Koedijk, met als borgen Dirck Jacob Arisz en Pieter Dirck IJeffs, beiden van Koedijk 703.
                                                                Op 24 maart 1629 verklaart Jan Philpsz wonende op de Vroonergeest in de banne van Koedijk, oud omtrent 64 jaar, ten verzoeke van Willem Adriaensz, secretaris te Koedijk, dat wijlen Jan Hillebrantsz Vischer zijn overleden zwager getrouwd is geweest met Maritgen Adriaens de zuster van voornoemde requirant, dat Jan Hillebrantsz is komen te overlijden zonder kinderen na te laten, hebbende overzulks hij getuige de goederen door Jan Hillebrantsz nagelaten met Maritgen Aeriaens gedeeld, behalve de vroonweide met 't huis door wijlen Adriaen Dirck IJffs, Maritgens vader, achtergelaten, toekomende Maritgen, de requirant en de kinderen van haar andere zusters en broers, dat de requirant bij de deling zeide deze weid en 't huis tegen de schulden of lasten te worden laten liggen, en dat Maritgen Aeriaens omtrent een half jaar na 't overlijden van Jan Hillebrantsz wederom getrouwd is met Claes Boyes te Hensbroek 704.
                                                                     Uit onbekende relatie(s):
                                                                1. Willem AERIANSZ, geb. ca. 1569  391, secretaris van Koedijk, tr. Hil. GERRITS.
                                                                    In 1594 koopt Willem Adriaens van Koedijk voor 342 gld de Willem Reyersweyde, groot 1 morgen 553 roeden, met de aanwas in 't zuidoost in 't Garsdel, belend ten westen een vroonweide genaamd Dronckelweyde, ten oosten 't Garsdel, ten noorden Pauwel Pauwelsweyde, ten zuiden de Beensloot, waarvan gebruiker was Reyer Pietersz Moyes van Koedijk voor 79 gld, met als borgen Jan Bartholomeus van Koedijk en IJeff Dircks van Koedijk 705.
                                                                    In Koedijk stelt in 1603 Willem Aeriansz, als voogd van Marytgen Aeriansdr zijn zuster weduwe van Jan Hilbrantsz, een akker zaadland in Koedijk achter de Noorder Cleijmeer, groot omtrent 2 geerzen, belend ten zuiden Jacob Jacobsz, ten noorden Pieter IJfs, als onderpand voor de verkoop aan Floris Barthoutsz poorter van Alkmaer van een stuk weiland in de banne van Bergen in de Noorder Reeckerpolder genaamd Crombalch, hebben in 1605 Willem Aerjans en Pieter IJffsz als voogden van Anna Pieter Dirck IJffsz verkocht een stuk land in Warmenuizen aan [niet ingevuld] Cromhout van Amsterdam, groot [niet ingevuld], en verkoopt in 1606 Willem Aeriansz aan Cornelis Jansz zijn zwager zijn vaders huis en erve, belend ten zuiden Jan Gleynis, ten noorden Aeyng Thyssen en Bartholomeus Sijmonsz tezamen, met als onderpand zijn huis en erve waar hij nu in woont, belend ten zuiden Oliphier van Bemont, ten noorden Pieter Bartholomeus 706.
                                                                    In Koedijk verkoopt in 1607 Willem Aeriansz vanwege Marijtgen Aerjansdr zijn zuster aan Cornelis Pietersz Swagers een akker zaadland achter de Noorder Cleijmeer, groot omtrent 19 snees, met als waarnis zijn akker zaadland genaamd Ette-acker van 18 snees, belend ten oosten en zuiden de Vroonlanden, ten westen de Nieutocht, ten noorden Jan Soetelieffs, verkoopt in 1607 Willem Aeriansz, en voor Marijtgen Aerians zijn zuster en Jan Phillipsz als erfgenaam van Jan Hilbrantsz Visser, aan Albert Jacobsz het huis en erve van wijlen Jan Hilbrantsz, belend ten zuiden Jan Cornelis Gerryts en de weduwe van Arys Jacobsz Ettes, ten noorden Anna Allertsdr, verkoopt in 1612 Ryer Pieter Ridders nu wonende te Schoorldam aan Willems Aeriansz aan stuk meerland van omtrent 7 geerzen binnen de Daelmer, belend ten noorden Graeff's weduwe en kinderen, ten zuiden Outger Frerix, en scheldt in 1620 Jr Johan van Sijpestaeyn wonende op het Huis tot Hillegom kwijt ten behoeve van Willem Aeriansz secretaris en Jan Pietersz zijn broers zoon een stuk weiland genaamd Jacob Hilbrantsweyde, groot omtrent 11 geerzen, in Engelsdel, belend ten zuiden en westen de Grafelijkheid 707.
                                                                    In Koedijk is in 1618 Willen Adriaensz eiser vanwege zijn broers dochter Fookel Pietersdr contra Pieter Gleyns om betaling van 35 gld ter cause van landhuur 708.
                                                                    In Bergen hebben in 1619 Willem Aeriaensz Smith te Koedijk en Jan Pietersz van Koedijk samen opgedragen aan Jacob Pietersz Abbekerck een stuk weiland in de Noorder Rekerpolder genaamd Clanelt, groot 1211 roeden, belend ten noorden Gerrit Arisz, ten zuiden de erven van Cornelis Reijersz, ten westen de bandijk 596.
                                                                    In 1630 is Willem Adriaensz, grafelijkheidsmolenmeester, erfpachter van erfpachtperceel nr 140 van de Vroonlanden, opvolger van Jan Jansz Gruijs die het in 1610 had, in 1638 is dit Brecht Willems, dochter van Willem Adriaensz, en in 1648 Aecht Willems, dochter van Willem Adriaensz 289.
                                                                    Op 26 december 1630 wordt op verzoek van Willem Adriaenszoon, secretaris te Koedijk, dit ambt gecontinueerd voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, het eerste jaar ingaande op 12 juli 1631, mits jaarlijks daarvoor te betalen de somme van 2 ponden 709.
                                                                2. Marijtgen AERIANSDR, tr. 1° Jan Hilbrantsz VISSER, tr. 2° Claes BOIJES.
                                                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1636 Cornelis Dircxs Stalknecht wonende op Koedijk aan Maertien Aeriensdr weduwe van Claes Boijes wonende aldaar, een vierendel in een stuk 'weijtenis' groot in 't geheel omtrent 5 geerzen gemeen en onderdeel met Trijn Aeriansdr en Teunis Pietersdr weduwe van Jan Gerritsz Lantheer, in 't Westervelt aan de Sommersloot, belend ten zuiden Jan Gleynis, ten westen de Sommersloot, genaamd Kinnemansweijtie 710.
                                                                3. Pieter AERIANSZ, zie 838.
                                                                4. Trijn AERIANSDR.
                                                              1680. (<840) (>3360) Reijer Jansz STAMMIS, schepen (1621-1631) van Koedijk,
                                                                  In Koedijk koopt op 9 februari 1611 Reijer Jan Stammes land afkomstig van Olbrant Dircz, gelegen in de Zuider Cleijmeer, koopt op 27 mei 1613 Reijer Jans Stammes rietland in de Noorder Cleijmeer en wordt op 9 oktober 1619 Reijer Jansz Stames genoemd als minnelijk arbiter 711.
                                                                  In Oudkarspel verkopen op 24 februari 1614 Jan Jansz van Warmenhuizen als man en voogd van Aelijt IJffs, en Neel IJffs geassisteerd met IJff Schippers haar vader, onze medeburgers, aan Reyer Jan Stammes van Koedijk omtrent 7 snees zaadland, belend ten zuiden Jan Jacopsz, ten noorden Cornelis Pieters Meege weduwe, met een vrije aanvaart beoosten de Greb uit de Zuid in, met als onderpand gesteld door Jan Jansz omtrent 10½ snees zaadland aan de Winterwech, belend ten zuiden de erven van Frans Aelbertsz, ten noorden Pieter Cornelisz Paskes, door Neel Ifs haar huis en erve waar zij tegenwoordig in woont, belend ten noorden Cornelis Jacopsz Snijder, ten zuiden Anna Aelberts, weduwe 712.
                                                                  In het verpondingsboek van Oudkarspel van 1615 wordt vermeld Reyer Jan Reyer Stammes, inwoner van Koedijk, met 2 snees in een akker gedolven van Gert Harckesweyt beoosten de Oude Greb, belend ten zuiden land van de Koedijker kerk, en 2½ snees in een akkertje gedolven van Gherret Harckesweyt, met dezelfde belending 713.
                                                                  In Koedijk is 31 januari 1619 Pieter Jans schout eiser contra Reyer Jans Stammis die in koop heeft overgenomen een stuk land genaamd de Boterhoeck van Ollebrant Dirckx, om betaling van de 40e penning 714.
                                                                  Op 22 februari 1620 testeert Reijer Jansz, buurman te Koedijk; hij institueert het nagelaten kind van zal. Hilgont Reijersdr, zijn overleden dochter, geproceëerd bij Jan Allertsz wonende te Schagen, in 100 gld in voldoening van de legitieme portie, verbiedende „de detractie van de trebellianique portie”, en institueert tot zijn universele erfgenamen Jan en Cornelis Reyersoonen, zijn twee kinderen, mitsgaders de kinderen van Aerian Reijersz zijn overleden zoon in hun vaders plaats 715.
                                                                  In Oudkarspel verkoopt op 20 mei 1623 Jacob Bobeldijck advocaat en procureur te Hoorn, man en voogd van Cornelija Jacobs weduwe van Claes Cornelisz Otten, aan Reijer Jansz Stamis en Cornelis Reijersz zijn zoon, beiden van Koedijk, een stukje weiland genaamd Taemseweijt, groot omtrent 11 geerzen, belend ten westen de heer van Oudkarspel, ten oosten de Diepsmeer 716.
                                                                  Op 24 november 1623 is voor het Hof van Holland Reijer Jansz Stammes, buurman te Koedijk, impetrant jegens de weduwe van Aelbert Maertensz decker wonende te Krommeniedijk die gedagvaard was om te kennen of ontkennen ten minste ter goeder trouw de obligatie van haar voorschreven zal. man van 105 gld verschenen Sinte Catharijnendach 1621 met de interest vandien de penning 16 (die niet compareerde) 717.
                                                              tr. 1° N.N.,
                                                              tr. 2° Trijn JACOBSDR.
                                                                  Voor de notaris in Noord-Scharwoude testeert in 1641 Trijn Jacobsdr weduwe van Reyer Jan Stammes wonende te Koedijk, wat ziekelijk, prelegateert aan haar broer Jacob Jacobsz 128 gld die hij van haar of uit handen van Cornelis Reijers verleden Kerstmis ontvangen heeft, welk bedrag bij Cornelis Reijers in mindering is gebracht van hetgeen haar van Cornelis Reijers competeert uit de huwelijkse voorwaarden van haar en haar zal. man Rijer Jans voornoemd, aan Jan Jacobsz haar andere broer 100 gld mede verleden Kerstmis ontvangen, aan de man Neel Hilbrants van haar zal. zuster Jantge Jacobsdr, aan Barber Jansdr weduwe van haar zal. broer Hilbrant Jacobsz, en stelt als universele erfgenamen Jacob Jacobsz en Jan Jacobsz haar broers mitsgaders de kinderen van wijlen Gert Jacobsz, het kind van wijlen Hilbrant Jacobsz en de kinderen van wijlen Jantge Jacobsdr 718.
                                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                                  1. Jan Reijersz STAMMIS.
                                                                  2. Adriaen Reijersz STAMMIS, zie 840.
                                                                  3. Cornelis Reijersz STAMMIS, schepen (1642-1658) van Koedijk, weesmeester (1642-1659), ouderling (1658), tr. N.N.
                                                                      Voor de notaris in Noord-Scharwoude compareren in 1637 Jan Gleynisz Breelant, Gerrit Jansz (Rus) en Cornelis Reijersz Stammes, allen van Koedijk, als gecommitteerden van de Oude Greb 719.
                                                                      In Koedijk verkoopt in 1643 Dirck Sijmensz onze buurman aan Cornelis Reijersz Stammis onze mede-buurman een huis en erf op Suijtent, belend ten noorden Jan IJffsz c.s., ten zuiden Hendrick Jansz Stammis 720.
                                                                  4. Hilgont Reijersdr STAMMIS, tr. Jan ALLERTSZ.
                                                                1690. (<845) (>3380) Jan PIETER LUIJTGES,
                                                                    In Koedijk verkoopt in 1592 Reijer Cornelisz Schotfanger aan Jan Pieter Luijtges en Jacob IJfs zaadland in Oudkarspel, belend ten oosten Cornelis Reijers Rus, ten zuiden Jan Cornelis Rus, en stelt verkoper tot onderpand 10½ snees zaadland in Koedijk, belend ten noorden, oosten en zuiden vroonland, ten westen Jan Hopman, en verkoopt in 1602 Claes Pietersz Claes Oom aan Jan Pieter Luijtgensz en zijn zoon Bartelmies Jansz een huis en erf op het Noortent, belend ten noorden [ ] Gael, ten zuiden de weduwe van Cornelis Louwers goutsmit, voor 354 gld 721.
                                                                    In 1610 is Jan Pieter Luijtges van Koedijk pachter van erfpachtperceel nr 134 (Pieter Maertenszoons erf) van de Vroonlanden; in 1620 is dat Jan Galijnes, getrouwd met de dochter van Pieter Luijtiens 289. [Aangenomen is dat de dochter van diens zoon Jan Pieter Luijtges bedoeld is; Luijtgen Jansz noemt Jan Gleijnisz zijn zwager.]
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Lysbeth JANS, zie 845.
                                                                  2. Luijtgen JANSZ.
                                                                      Op 9 januari 1644 testeert Luijtgen Jansz, oude vrijer wonende op 't Noortent van Koedijk. Na zijn dood zullen zijn goederen devolveren aan zijn erfgenamen ab intestato, met de volgende uitzonderingen. Als hij, testateur, overlijdt vóór Bartholmies Jansz zijn broer, dan zullen de 7 kinderen, voor zover dan nog in leven, van Lysbeth Jans zijn zuster verwekt bij Jan Gleynis vooruit uit de gemene boedel trekken, onverminderd hun gedeelte in de boedel, een vrij huis en erve op 't Noortent van Koedijk, belend ten noorden Jacob Volckertsz, ten zuiden voornoemde Bartholmies Jansz zijn broer, nog een 'keventge', een 'spijntge' en planken die na testateurs dood in 't gelegateerde huis zullen berusten. Maar als Bartholmies Jansz zijn broer vóór hem, testateur, overlijdt, dan zullen de genoemde kinderen eveneens het voorgaande gelegateerde genieten, maar dienen zij 600 gld aan de gemene boedel uit te keren. Verder zullen de kinderen van zijn nicht Aeff Barthomies vooraf uit de gemene boedel 30 gld trekken. 722
                                                                      In Koedijk verkoopt op 9 januari 1646 Gerrit IJffsz aan Luijtgen Jansz onze buurvrijer een huis en erf, belend ten westen de Achtergracht, ten oosten Griet Jansdr 723.
                                                                  3. Bartholmies JANSZ, tr. Aecht AERJANSDR.
                                                                      In Koedijk tranporteert Gerryt Jansz anders Rotge Gerryt, nu wonende te Alkmaar, die in 1608 aan Bartelmies Jansz een huis en erf, hem aangekomen van de weduwe van [ ] Louwers goutsmit, verkocht had en waarin nutertijd Bartholmies Jansz woont, belend ten zuiden Jan Aengis, ten noorden Luytgen Jansz, en waarvan Barthelmies geen kwitantie heeft, nu aan voorschreven Bartelmies Jansz 't voorschreven huis en erf 724.
                                                                      Op 25 juni 1632 testeren Bartholomeus Jansz en Aecht Aerjansdr, echteluiden wonende op 't Noorteijnde van Koedijk, op de langstlevende, die eventueel gehouden zal wezen aan hun oudste zoon Aerjan als die komt te huwelijken twee koeien en een bed met toebehoren uit te keren, gelijk de andere kinderen genoten hebben; zij institueren als universele erfgenamen hun kinderen Aerjan, Aeff en Jan, of hun descendenten in hun vaders plaats, en begeren dat de te erven goederen niet zullen mogen worden verkocht, bezwaard noch gealiëneerd van hun bloed en geslacht binnen 30 jaar na het overlijden van de langstlevende 725.
                                                                1700. (<850) Jasper NANNISZ, de eerste meelmolenaar van Koedijk, vermeld in het kohier van de tiende penning in 1558 in Koedijk met een onbelast huis,
                                                                    Mogelijk is Jasper Nannis een zoon van Nanne Claesz die mogelijk een broer is van Jasbrant Claesz, beiden vermeld in het kohier van de tiende penning van 1543 van Koedijk.
                                                                    In 1584 verklaren schout en schepenen van Koedijk een kopie van een „compactbrief” gelezen en gehoord te hebben waarin de aanbesteding in 1569 van de bouw van de meelmolen wordt beschreven, met o.a. de voorwaarden waaronder gemalen zal worden, waarvan het origineel tijdens de Troebelen verloren is gegaan. Er volgt een beschrijving van de inhoud die bevestigd wordt door getuigen die er destijds zelf bij geweest waren. 726
                                                                    Op 30 augustus 1570 wordt door de Grafelijkheid toestemming verleend aan schepenen en regeerders van het dorp Koedijk, waarvan de inwoners meest pachters van vroonlanden van de Grafelijkheid zijn, geen korenmolen hebben en hun koren moeten malen te Bergen, Schoorl of Alkmaar, voor het oprichten van een windkorenmolen, mits zij daarvoor jaarlijks een recognitie van 25 stuivers betalen, met conditie dat zij voor hun mulder het recht zullen nemen dat minder dan op de omliggende molens betaald wordt 727.
                                                                    Dat Jasper Nannisz de eerste meelmolenaar van Koedijk was is af te leiden uit onder meer het volgende. Op 31 mei 1642 verkopen te Koedijk Jan Nannisz en Jan Theeusz [kleinzoons van Jasper Nannisz], meelmolenaars, de meelmolen aan Jan Cornelisz. Tijdens een langdurig proces tussen de koper en de verkopers, vanwege het feit dat de koper niet de hele koopsom wilde betalen omdat een servituut [=erfdienstbaarheid] op de molen zou berusten dat bij de verkoop niet vermeld was, verklaarden de verkopers dat hun de molen was aangeërfd van hun ouders en voorouders als een vrije molen, en dat de koper zal moeten bewijzen dat het beweerde servituut „tot haer ouders en haer bestevaders laste” gekomen zou zijn. Mogelijk is Jasper Nannisz in 1793 om het leven gebracht door de Spaanse belegeraars van Alkmaar: op 1 oktober 1573 had men vanuit Alkmaar 'gedaanten van mensen' zien hangen aan de drie hekken van de meelmolen te Koedijk. Zie ook wat de heer J.P. Geus schrijft in hoofdstuk 1,7 onder „DE EERSTE EIGEN MOLEN”, van zijn boek over Koedijk en Huiswaard 728.
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Nanne JASPERSZ, zie 850.
                                                                  2. Theeus JASPERSZ, geb. ca. 1549  729, tr. N.N.
                                                                      In 1588 heeft Teus de Molenaer van Koedijk de Garbrant Pietersweyde voor 71£ gepacht, met Cornelis Jansz Moolenmeester en Jan Pietersz Soetelief als borgen 696.
                                                                      In 1594 wordt de Garbrant Pietersweyde, groot 2 morgen 92 roeden, met de aanwas in 't zuiden in de Mare, in 't noordwesten in Doudi, belend ten westen de ringsloot van 't Doudi, ten noorden een Grafelijkheidsvroonweide, ten oosten de ringsloot van de Mare, ten zuiden een verkochte vroonweide, gebruikt door Theeus de Molenaer van Koedijk, door hem ingehuurd voor 113 gld, met als borgen Hendrick Jansz Muller in de Daelmeer en Jan Pietersz Soetelieff te Koedijk 730.
                                                                      In Koedijk verkoopt in 1596 Theeus Jaspers Molenaer aan Bouwen Pieter Heyns een hofstede waar Bouwen voorschreven nu op woont en die Bouwen zelf betimmerd heeft, op het Lange Erf, belend ten noorden het erf dat Theeus Jaspers nu nog toekomt, ten zuiden de overgang van Maerten Sijmonsz van zijn huis tot aan de Achtergraft, en is in 1623 Thewis Jaspers ten noorden belend aan Jonge Jan Pieter Heijns 731.
                                                                      In Koedijk is in 1618 Jongeian Pieter Heynis eiser contra Thewis Jaspers om betaling van ƒ 2-10-0 verpondingspenningen 732.
                                                                      In Koedijk verkopen in 1661 de gezamenlijke erfgenamen van zal. Jan Theus aan Cornelis Thomis Kistemaecker te Hoogwoud een halve partij rietland in de Noorder Cleijmeer, groot de voorschreven helft omtrent ruim 2 geers en een vierendel, gemeen met Pieter Gerrets Cock, belend ten noorden de erven van Jan Gleijnis Brelant c.s., ten zuiden de erven van Pieter IJffs c.s., met de oude kwijtscheldingen die voornoemde Jan Theeus daarvan verkregen heeft van 7 april 1644 en 5 mei 1644. De genoemde erfgenamen zijn: Jasper Theeus uit de Wormer, Cornelis Jansen van de Sloterdijker Polder, Jan Pieters van Velsen, zoon en zwager van Griet Tuees, Pieter Gerrets buurvrijer als oudste zoon en voogd in dezen van Neel Theus, Sijmen Pieters van Alkmaar zoon van Pieter Tuees, Pieter Jansen van Boekel en Baltus Thunis van Oudorp, zoon en zwager van Aelt Thues, Claes Pieters als stiefvader over de kinderen van Cornelis Pieters Jongen, Theeus Pieters Jongen van hier, Cornelis Bouwens Clercq onze secretaris als voogd over de 2 onmondige weeskinderen van zal. Jan Pieters Jongen, en Pieter Pieters Jongen, alle vier kinderen van Maertjen Tuees. 733
                                                                      In Koedijk verkopen in mei 1662 Pieter Gerrets Timmerman, zich sterk makende voor zijn moeder Neel Theeus en zijn oom Jasper Theeus in de Wormer, Cornelis Jansen uit de Sloterdijker Polder voor zichzelf en voor zijn zwager Jan Pieters van Velsen, als zoon en zwager van Griet Theeus, Sijmen Pieters zoon van Pieter Theeus, Pieter Jansen van Boekel en Baltis Thunis van Oudorp, zoon en zwager van Alidt Theeus, Claes Pieters van Haringhuizen als stiefvader en voogd in dezen van de kinderen van Cornelis Pieters Jongen, Thues Pieters buurman alhier, Cornelis Bouwens Clercq, secretaris, als voogd over 't kind van Jan Pieters Jongen en voogd in dezen van het kind van Pieter Pieters Jongen, kind en kindskinderen van Maertje Theeus, allen tezamen erfgenamen van zal. Jan Thees, aan Aerien Lammerts onze buurman een huis en erf mitsgaders een tuintje bij de meelmolen, belend ten zuiden Pouwels Meijnders, ten noorden Jan Jacobs Gues. Op 3 september 1662 approbeerde Jasper Theus uit de Wormer de nevenstaande opdracht voor zijn hereditaire portie van zijn zal. broer Jan Theus. 734
                                                                1708. (<854) Aelbert,
                                                                tr.
                                                                1709. (<854) (>3418) N.N. WOUTERS.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Wouter AELBERTSZ, zie 854.
                                                                  2. Jannitgen AELBERTS, tr. ca. 1588 Jonge Jan GARBRANTSZ, geb. ca. 1558.
                                                                1856. (<928) (>3712) Heijndrick BAERTSZ,
                                                                    In de banne van Westzaan wordt in 1605 Henrick Baertsz wonende te Knollendam gedaagd door Jan Cornelisz Bill als eiser uit kracht van procuratie, om betaling van 16 gld 14 st spruitende uit meerdere sommen van koop van wollen laken door de gedaagde van ene Jan Tamisz in zijn leven lakenkoper te Edam. De gedaagde zegt zegt o.a. dat er nog enige schulden gevallen zijn, willende alles tot goede rekening liquideren. Schepenen condemneren op 25 augustus 1605 de gedaagde in de eis tot betaling van 16 gld 14 st mits de eiser zijn eis te register of schuldboek bij ede zal sterken, en compenseren de kosten om redenen schepenen daartoe moverende. 735
                                                                    In de banne van Westzaan wordt op 17 mei 1613 Heyndrick Baertsz wonende op Knollendam in de banne van Westzaan gedaagd door Egbert Huygen, om betaling van zeker berekend geld van 11 gld afslaande 5 gld daarop betaald; de gedaagde verschijnt niet, ook niet op 30 mei 1613, waarop een nieuwe citatievolgt, waarna de zaak niet meer op de rol komt 736.
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Griete HEIJNDRICKXDR, tr. Aris DIRCKSZ, zn van Dirck ARISZ.
                                                                      In de banne van Westzaan verklaren in 1609 Dirck Arisz van Knollendam, als bestevader van Maerten Arisz achtergelaten weeskind van Aris Dirckxz z.g. zijn overleden zoon, welk weeskind gewonnen is bij diens huisvrouw Griete Heijndrickxzdr, ter eenre, en Baert Heijndrickz [die tekent als Baert Jan Heijndrix] als oom ter wederzijde, overeengekomen te zijn dat het weeskind tot zijn vaders erfenis zal hebben 3 vierendeel in 't Lang Mient glegen in de banne van Wormer en de helft van de akker in Segersven in de banne van Westzaan, en dat Griet Heijndrickdr haar weeskind zal houden met behouden goed tot zijn 18 jaren toe 737.
                                                                  2. Baert HEIJNDRICKSZ, zie 928.
                                                                  3. Elsgen HEIJNDRICXDR, tr. 1° (schepenbank) Krommenie 23 dec. 1608 (hij te Krommeniedijk, zij van Knollendam) IJsbrant JANSZ, tr. 2° Pieter Dircxz SMIT, wedn. van Trijn ALLERTSDR.
                                                                      In Krommenie hebben op 12 september 1621 Elsge Heijndericxdochter als moeder van de 2 onmondige kinderen geprocreëerd bij wijlen Isbrant Jansz, ter eenre, en Gerrit Jansz, Jan Jansz en Pieter Jansz, als omen en rechte bloedvoogden van de voorschreven weeskinderen, ter andere zijde, te boek laten stellen de goederen de voorschreven kinderen ten deel gevallen belangend hun vaders erfenis, nl. 2 akkers land in de banne van Uitgeest bij de Voorwoud, groot omtrent 12 snees, belend ten zuiden Jan Aerentsz uit de Woudt, ten westen Jan Claesz Stoeldreijer, ten noorden Meijnert Zijmonsz uit de Woud, ten oosten de gemene Vaersloot, met nog 100 gld. Verder is bevoorwaard dat de moeder de kinderen zal onderhouden tot hun mondige jaren met behouden goed. 738
                                                                      In Uitgeest bekent in 1636 Elsgen Heijndricxdr, weduwe van Pieter Dircxz Smit, buurvrouw op Krommeniedijk, geassisteerd met Baert Heijndricxz, haar broer en voogd in dezen, buurman op Knollendam, schuldig te zijn aan Gerrit Jacobsz Hulft poorter te Haarlem een jaarlijkse losrente van 30 gld, te lossen met 500 gld, met als onderpand de helft van een stuk land genaamd Riemmaeckersven bij de Wouden, belend ten oosten de erfgenamen van Brechte Gerrits, ten zuiden Dirck Sijmonsz, ten westen Jan Jansz Stoeldreijer, ten noorden Sijbrant Jansz (op 14 maart 1653 geroyeerd als afgelost) 739.
                                                                      In Krommenie bekent in 1642 Dirck Jansz Mijsses gekocht te hebben van Elsgen Heindericks, weduwe van Pieter Dircksz Smit, beiden wonende op Kommeniedijk, het voorhuis met het smidshuis daaraan, waar zij Elsgen in woont, belend ten oosten Cornelis Dircksz, ten westen Pieter Cornelisz, voor 395 gld, te betalen de helft gereed, de andere helft over een jaar, gevolgd door de opdracht, waarin Elsgen zelf als de noordelijke belender genoemd wordt, met nog allerlei bepalingen 740.
                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1652 Willem IJsbrantsz, als zoon en voogd van Elsgen Hendricxdr weduwe van Pieter Dirckxz Smit, wonende op Krommeniedijk, aan Baert Hendricxz, biersteker, buurman op Knollendam in de banne van Wormer, een stuk land in de Wouderpolder genaamd Riemaeckersven, groot 9 snees min 6 roeden, belend ten oosten Gerrit Gerritsz, ten zuiden Pieter Jan Maertses, ten westen de Vaersloot, ten noorden Allert Heeren 741.
                                                                      In Krommenie bekent in 1654 Elsgen Hendricxdr wonende te Krommeniedijk, weduwe van Pieter Dircxz, schuldig te wezen Baert Hendricxz wonende te Knollendam, haar broer, 300 gld, en belooft zij de voorschreven somme wederom te restitueren zodra als het haar enigszins mogelijk en doenlijk zal zijn, met als onderpand de helft van een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten oosten Guert Jans, waardin, ten westen Pieter Cornelisz, mitsgaders alle huisraad en inboedel 742.
                                                                      In Krommenie heben op 26 maart 1621 Pieter Dircksz [Smidt] te Krommeniedijk als vader van de onmondige kinderen geprocreëerd bij wijlen Trijn Allertsz zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Jan Allertsz wonende op de Nieuwendam en IJsbrant Allertsz als omen en rechte bloedvoogden van de voorschreven weeskinderen, ter andere zijde, goederen ter weeskamer laten aantekenen 743.
                                                                1968. (<984) Mr Evert Jansz SMIT,
                                                                    In Noord-Scharwoude wordt in de periode 1597-1600 Meester E(e)vert (Jansz) Smit door verschillende eisers gedaagd om betaling van schulden, doorgaans met succes. Op 3 januari 1600 doet Evert Smit op verzoek van Wyert Pietersz (wonende te Alkmaar) aanwijzing van 4 rode koeien, een zwarte hokkeling met een rode, om tussen nu en een maand de geëiste somme daarmee te mogen verhalen, met zo nodig executie, met ook nog als onderpand zijn andere mobiele en immobiele goederen. Op 4 maart 1600 wordt Evert Jansz Smit gecondemneerd in de eis van Wyert Pietersz. Blijkbaar wordt de uitvoering uitgesteld tot na Paasmarkt, mits Mr Evert op Paasmarkt 50 gld betaalt. Op 10 april wordt Mr Evert Smit gecondemneerd tot een boete van 2 pond groot omdat hij in gebreke gebleven is. 744
                                                                    Op 15 juni 1600 is voor het Hof van Holland Jan Cornelisz Joncker, schout op Langedijk, impetrant jegens Evert Jansz smith wonende te Noord-Scharwoude, om betaling van een custingbrief van 75 gld 11 st als rest, die niet compareerde 745.
                                                                    Voor het Hof van Holland compareert op 20 februari 1601 Adriaen Dircxz als procureur van Evert Jansz smith wonende in Noord-Scharwoude op Langendijk, impetrant in cas van cessie, die had doen dagvaarden Jacob Claesz laeckencoper, Jan Bouwens Verhaen, Jacob Gerritszoon Vlaerdingen, de voogden van de nagelaten kinderen van Heyn Noom te Noord-Scharwoude, Jan Lourisz en Louris Jacobsz te Barsingerhorn, Jacob Gerritszoon yzerman, Wyert Pietersz corencoper, Vyebrant Aelbrechtszoon laeckencoper, Adriaen Jacobszoon in de Blauwemolen, en Dirck Pieterszoon seylmaicker, allen te Alkmaar, mitsgaders Maerten Joppen te Noordwijkerhout als rentmeester van de erfgenamen van Jr Pieter van Bronckhorst, en exhiberende de inventaris concludeerde bij zekere middelen „ten interinemente” [= ter bekrachtiging] van de brieven van cessie door de voornoemde impetrant van „dezer erve:” geobtineerd naar hun vorm en inhoud en dat de voorschreven impetrant bij provisie ontslagen zou worden van de personele comparitie en geadmitteerd te mogen occuperen bij procuratie mankerende in cas van debat, eis van kosten of tot andere fine en conclusie de voorschreven comparant oorbaarlijk zijnde, om waartegen te zeggen Willem Sas als procureur van Jacob Gerritszoon yserman uit naam van Gerrit Jacobszoon zijn zoon, en Anthonis van Slichtenhorst als procureur van Symon Claeszoon Wervel laeckencoper, tegenwoordig voogd van de kinderen van Symon Jansdr te Alkmaar cum socijs en nemende inventaris[?] dag genomen hebben op morgen, en Gerrit van der Burch als procureur van de voorschreven Maerten Joppen verklaarde onverminderd zijn verkregen condemnatie ter somme van 66 gld en zonder prejuditie vandien, dat hij consenteerde in 't interinement van de voorschreven brieven van cessie in hun vorm en inhoud, gehoord welke verklaring mitsgaders Adriaen Dircxzoon in naam als boven, heeft het voorschreven Hof zoveel aangaat de voorschreven Maerten Joppen, geïnterineerd, en interineert [= bekrachtigt] mits dezen, de voorschreven brieven van cessie naar hun vorm en inhoud, en alzo niemand meer compareerde noch een gemachtigde, die iets gezegd of geobicieerd [= tegengeworpen] heeft, zo is door het voorschreven Hof alle noncomparanten gegeven default, en uit kracht vandien interineert 't zelve Hof in hun regard de voorschreven brieven van cessie als boven 746.
                                                                    (Evert Jansz smith cessionant contra zijn crediteuren) Voor het Hof van Holland compareren op 22 februari 1601 Willem Sas, als procureur van Jacob Gerritsz yserman uit naam van Gerrit Jacobsz zijn zoon, en Anthonis van Slichten[horst] als procureur van Symon Claesz Wervel laeckencoeper, tegenwoordig voogd van de kinderen van Syburch Jansdr te Alkmaar cum socijs, gedaagden in een cas van cessie die dag hadden om te zeggen tegen de eis en conclusie van Evert Jansz Smith wonende in Noord-Scharwoude op Langendijk, impetrant in 't zelve cas, en verklaarden dat zijluiden consenteerden in 't interinement [= bekrachtiging] van de voorschreven brieven van cessie, naar vorm en inhoud, behoudende hun recht van preferentie, borg en verdere hypotheek, verzoekende voorts dat tot curateur over des impetrants goederen zou worden gesteld de schout en secretaris van Noord-Scharwoude die bestens al mogen vaceren, waarop, gehoord Adriaen Dircxz als procureur van de voorschreven impetrant, 't voorschreven Hof heeft geïnterineerd en interineert mitsdezen (in 't regard van de voornoemde gedaagden) de brieven van cessie naar hun vorm en inhoud, en gesteld tot curateur over de voorschreven goederen de voorschreven schout en secretaris en elk van hen de best zal mogen vaceren, autoriserende dezelve de voorschreven goederen te verkopen en de penningen daarvan komende te brengen in de griffie van dit Hof ten behoeve van degenen die bevonden zullen worden daartoe gerechtigd te zijn 747
                                                                    Op 30 juli 1601 maken verschillende schuldeisers aanspraak op preferentie op de geabandonnerde boedel van Eevert Jansz Smit, fugitief, concessionant/concessionaris, i.h.b. door Johan Colterman, rentmeester-generaal van Kennemerland en Westfriesland (er is sprake van een jaarlijkse losrente van 31 gld 10 st, losbaar met 450 gld, volgens een constitutiebrief van 14 januari 1595). Deze daagt herhaaldelijk de andere schuldeisers. 748
                                                                    In Noord-Scharwoude eisen in 1610 Cornelis Teewis c.s., kerkmeesters van 't verleden jaar, van het huisgezin of de erfgenamen van Evert Smit betaling van 69 gld [of 68 gld?] uit zake van verschenen huurwaar. Op dezelfde zitting is Cornelis Tewis ook eiser contra Smits Kees om betaling van 68 gld uit zake van verschenen huurwaar. 749
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Jan Evertsz SMIT  750, tr. N.N.
                                                                  2. Dirck Evertsz SMIT, zie 984.
                                                                  3. Louweris Evertsz 'Lou' SMIT.
                                                                      In Noord-Scharwoude is in 1600 Rieuwert Pietersz eiser contra Louweris Evertsz om betaling van 95 gld, en wordt de gedaagde Lou gecondemneerd. Op 17 december 1601 is Louweris Eevertsz Smit eiser contra Theuwes Cornelisz om betaling van 20 st vanwege de koop van een paar laarzen. Op 7 januari 1602 verklaart Jan Dircsz Smit bij de koop geweest te zijn, waarop de gedaagde wordt gecondemneerd. 751
                                                                  4. Claes Evertsz SMIT.
                                                                      In Noord-Scharwoude is op 4 maart 1602 de schout eiser contra Claes Evertsz, de zoon van Evert Smith, „also hij aenlegger is van recht contra Schaeff”; op 17 maart 1602 dient dezelfde zaak, contra Claes Evertsz Smith 752. In de periode 1606-1612 zijn er nog verschillende zaken waarin Claes Evertsz optreedt 753.
                                                                  5. Cornelis Evertsz SMIT, alias Smidts Kees.
                                                                      In Noord-Scharwoude is in 1610 Jan Hendrick Joostens uit Zuid-Scharwoude eiser contra Smidts Kees c.s., om betaling van 6 gld min 6 st vanwege koop van vlees (de gedaagde bekent de schuld), Smidts Kees eiser contra Jan Joosten om betaling van 9 gld spruitende uit koop van een schuitje, en is in 1613 Snelle Waert van Winkel eiser voor zijn zoon contra Smidts Kees, om betaling van omtrent 5 of 6 gld arbeidsloon, welke schuld de gedaagde eerst ontkent maar later bekent 754.

                                                                Generatie XII (<XI, >XIII)

                                                                3328. (<1664) Arijs CORNELISZ, woonde vóór de troebelen in Huiswaard,
                                                                    Bij de verpachting van vroonlanden in 1548 wordt de Foppenweyde, groot 2 morgen 115 roeden, gemijnd door Arys Cornelisz voor 41£, met Bouwen Pietersz als borg, de Ooster Boombosch door Bouwen Pieters met Arijs Cornelisz als borg, en wordt de Wester Boombosch, groot 1 morgen 73 roeden met de aanwas in 't zuiden in de geestwatering, gemijnd door Arys Cornelis voor 20 £, met Bouwen Pietersz als borg, steeds beiden te Huiswaard 755.
                                                                    In de kohieren van de 10e penning van Bergen wordt 1553 Arijs Cornelis van Huiswaard vermeld met 350 roeden eigen land, en wordt in 1556 Arijs Cornelisz vermeld als bruiker van 453 roeden land van de armenhuiszittenden te Alkmaar 756.
                                                                    De tienden verschuldigd in 1572 en 1573 door Arys Cornelisz van Huiswaard van 't Dyckstal, groot 2 morgen 564 roeden, gepacht voor 33 gld, worden hem kwijtgescholden, en hij krijgt voor de 6 jaar daarna uitstel; maar in 1581 moet hij 16 gld 10 st betalen 757.
                                                                    Bij de verpachting van vroonlanden op 22 april 1574 wordt de Dirck Jan Sappersweyde, groot 2 morgen 314 roeden, voor 31 gld, gemijnd door Arys Cornelisz van Huiswaard, de Foppenweyde, groot 2 morgen 115 roeden, gemijnd door Arys Cornelisz van Huiswaard voor 27 gld, de Steenweyde, groot 2 morgen 95 roeden, met aanwas in 't noordwesten in de Groote Poel en in 't zuiden in de Drinckelmeer, voor 27 gld, en de Cornelis Egles alias Slachteweyde, groot 1 morgen 379 roeden, voor 26 gld 10 st, en heeft Arys Cornelisz van Huiswaard 4 snees in erfpacht in de Zegersweyde en 40 roeden in Ollebrant Pietersweyde 758, en pachten in 1588 Arys Cornelis en Pieter Snijers het Claes Baertsslick voor 58£ 759.
                                                                    Op 23 januari 1579, op 't vertoog vanwege Pieter Jansz en Theus Arisz met zijn broers en zusters, nagelaten kinderen van Aris Cornelisz, beiden wonende te Huiswaard buiten Alkmaar, te kennen gevende dat zij te anderen tijde in pacht genomen hebben, te weten Pieter Jansz de Middelweyde en Theus Cornelisz [sic] c.s. de Dyckstall, waarvan Pieter Jansz als rest van de pacht van 1572 nog omtrent 80 ponden schuldig is en de voornoemde Theus Arisz omtrent 29 ponden, welke penningen zij tot nog toe ingehouden hebben tegen de waterschade door henluiden geleden met de inundatie van 1570 maar waarvoor de rentmeester van Kennemwerlamd hen lastig valt, ondanks dat andere gebruikers afslag en kwijtschelding gekregen hebben, en dat zij, supplianten, ook naderhand met de oorlog en zonderling met het beleg van Alkmaar zeer grote onoverwinnelijke schade geleden hebben, hebbende de voornoemde Pieter Jansz verloren over 25 koeien behalve jonge beesten en de voornoemde Aris Cornelisz over de 15 koeien, en daar benevens nog hun huizen en schuren verbrand zijn met al hetgeen daarin geweest is, schelden de luiden van de rekening op advies van Hans Kolterman, rentmeester generaal van Kennemwerland, de voorschreven resten kwijt 760.
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Aerian ARISZ.
                                                                  2. Matheeus ARISZ, zie 1664.
                                                                3332. (<1666) Dirck IJFFSZ.
                                                                    In de kohieren van de tiende penning van Bergen wordt in 1543 Dirck IJfs genoemd met 600 roeden eigen land en als gebruiker van nog 200 roeden land (alles onder „buyten landen”), wordt in 1556 Dirck IJfsz genoemd met 140 roeden, en Jacob Jans weduwe als gebruikster van land van Dirck IJfs op Koedijk, en wordt in 1569/1570 Dirrick IJfsz genoemd als eigenaar en gebruiker van 3 morgen 236 roeden weiland 761.
                                                                    Dirck IJffsz te Koedijk gebruikt van het St. Elisabethgasthuis te Alkmaar voor 7 jaar een stuk land in Zuid-Scharwoude genaamd Fockel Camer groot 1923 Geestmerambachtsroeden, voor 38 gld 10 st, betaald in 1564 tot en met 1570, welk land ingaande 1571 wordt ingehuurd door Pieter Dirck IJeffsz te Koedijk 762.
                                                                         Uit onbekende relatie(s):
                                                                    1. Pieter DIRCK IJFFSZ, zie 1666.
                                                                    2. Aerian DIRCK IJFFSZ, overl. vóór 24 mei 1605  699.
                                                                        In het kohier van de 10e penning van Bergen van 1568/1570 wordt Aerian Dirrick IJffs vermeld met 90 roeden geestland 700.
                                                                        Op 22 april 1574 pacht Adriaen Dirck IJffsz voor 61 gld de Willem Zegersweijde, groot 3 morgen 576 roeden, met de aanwas in 't noorden in Doudi 701.
                                                                        In 1588 pacht Adriaen Dirck IJefs van Koedijk de Garbrant Pouwelsweyde voor 110£, met als borg Pieter Dirck IJefs van Koedijk 702, en in 1594 koopt Adriaen Dirck IJeffs van Koedijk voor 530 gld de Cornelis Janszweyde, groot 2 morgen 264 roeden, met de aanwas in 't westen in de Koedyckergraft, belend ten noorden de vroonweide Griete Grote Gerrits, ten oosten Duyningerhoorn, ten zuiden Engel Vrericx van Koedijk, met als borgen Dirck Jacob Arisz en Pieter Dirck IJeffs, beiden van Koedijk 703.
                                                                        Op 24 maart 1629 verklaart Jan Philpsz wonende op de Vroonergeest in de banne van Koedijk, oud omtrent 64 jaar, ten verzoeke van Willem Adriaensz, secretaris te Koedijk, dat wijlen Jan Hillebrantsz Vischer zijn overleden zwager getrouwd is geweest met Maritgen Adriaens de zuster van voornoemde requirant, dat Jan Hillebrantsz is komen te overlijden zonder kinderen na te laten, hebbende overzulks hij getuige de goederen door Jan Hillebrantsz nagelaten met Maritgen Aeriaens gedeeld, behalve de vroonweide met 't huis door wijlen Adriaen Dirck IJffs, Maritgens vader, achtergelaten, toekomende Maritgen, de requirant en de kinderen van haar andere zusters en broers, dat de requirant bij de deling zeide deze weid en 't huis tegen de schulden of lasten te worden laten liggen, en dat Maritgen Aeriaens omtrent een half jaar na 't overlijden van Jan Hillebrantsz wederom getrouwd is met Claes Boyes te Hensbroek 704.
                                                                    3. IJff DIRCK IJFFSZ, tr. N.N.
                                                                  3344. (<1672) Gerryt Jansz LANTHEER,
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Jan Gerryt Jansz LANTHEER, zie 1672.
                                                                  3352=3332.
                                                                  3360. (<1680) Jan REYERSZ  763,
                                                                      In Koedijk kopen in 1597 Olbrant Dircxsz en Jan Reijers beiden een stuk rietland, naast elkaar 764. In 1601 wordt Jan Jansz Stammus genoemd als belending van Olbrant Dircxz Drachtich. Dat land werd in 1611 gekocht door Reijer Jan Stammes.
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Reijer Jansz STAMMIS, zie 1680.
                                                                    2. Arien Jansz STAMMIS, koopt In Koedijk in februari 1614 rietland in de Noorder Cleijmeer 765, tr. N.N.
                                                                        In het verpondingsboek van Oudkarspel van 1615 wordt Aerian Jan Reyer Stammes, inwoner van Koedijk, vermeld met 1 gars 3½ snees, over een akker gelegen op Luymoort, belend ten zuiden Reyer Jans, ten noorden Jan Jan Reyers 766.
                                                                        In Koedijk heeft in 1620 Reijer Jansz Stammes in arrest doen nemen door de bode op 27 december 1620 alzulke penningen of huur als Jan Allerts van Schagen competeert van de kinderen van Aerian Jansz Stammes 767.
                                                                    3. Jan Jansz STAMMIS, overl. vóór 26 april 1623, tr. Anna CORNELISDR.
                                                                        In Koedijk is in 1601 Jan Jansz Stammis ten oosten en westen belend aan een stuk weiland genaamd 't Bouckstuck in de Cleymeer, eigendom van Olbrant Dircxz Drachtich 768.
                                                                        In Oudkarspel verkoopt in 1623 Anna Cornelis, weduwe van Jan Jansz, geassisteerd met Reyer Jansz als [niet ingevuld], allen te Koedijk, aan Aelbert Vrelicke[?] te Amsterdam omtrent 21 snees zaadland bewesten de Diepsmer, belend ten oorden Schout Kuening, ten zuiden de weduwe van Jan Reijersz 769.
                                                                        In Koedijk bekennen in 1636 Hendrick Jansz Stammis en [niet ingevuld], als voogden van hun moeder Anna Cornelisdr, erven Jan Jansz Stammis, schuldig te zijn aan Jacob Jansz, onze buurknecht, een obligatie van 50 gld met 8 jaar verlopen rente, samen 70 gld, met als onderpand het huis van Anna Cornelisdr op 't Noort van Koedijk, belend ten zuiden de weduwe van Claes Jansz Verburch, ten noorden Jan Aengisz 770.
                                                                  3380. (<1690) Pieter LUYTGES,
                                                                      In het kohier van de 10e penning van Bergen van 1569/1570 wordt Pieter Luytgesz vermeld als eigenaar en gebruiker van 1 morgen 130 roeden geestland 771.
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Griet PIETER LUIJTGES, tr. Bouwen GERRYTS, zn van Gerryt BOUWENSZ.
                                                                    2. Jan PIETER LUIJTGES, zie 1690.
                                                                    3. Aecht PIETER LUIJTGES.
                                                                  3418. (<1709) (>6836) Wouter JANSZ, vermeld in het kohier van de tiende penning van 1543 van Koedijk, diens weduwe in 1553 en in 1558,
                                                                      Op 28 september 1624 getuigt Jonge Jan Garbrantsz van Koedijk, oud omtrent 66 jaar, ten verzoeke van Reijer Cornelisz secretaris te Warmenhuizen als procuratie hebbende van Pieter Cornelisz Heusen wonende te Wesep, bij eer en zekerheid in plaats van ede, dat hij omtrent 36 jaar geleden getrouwd is met Jannitgen Aelberts zijn overleden huisvrouw, wezende een dochterskind van wijlen Wouter Jansz in zijn leven woonachtig te Koedijk dewelke met Heijn Jan Wouters, broer van Wouter Jansz, voor een derdepart, zo hij onderricht is van Wouter Aelbertsz, zijn huisvrouws broer, benevens wijlen Dirk en Florens van Teijlinghen elk voor een derdepart, bedijkt hebben de Oude Grebbe in de banne van Warmenhuizen in het jaar 1547 of 1548, welverstaande dat de Graaf van Egmont voor de eigendom van de grond behouden heeft 2 vijfdeparten, des zouden de voorschreven bedijkers geen erfpacht van grond betalen [met verdere bepalingen]. Getuige verklaart verder dat de voorschreven bedijkers in 1568 of 1569 in erfpacht gekregen hebben van de Graaf van Egmont de Nieuwe Greb, annex de Oude Greb, dewelke zij bedijkers alsdan mede hebben bedijkt, waarbij de eigenaars van de ommelanden, binnengedijkt zijnde, hun eigendom behouden hebben, waarbij hij getuige zelf met zijn cum sociis een van de grootste van de ingelanden van dezelve binnenbedijkte aangewassen of ommelanden nog is, die alsnog vrij zijn van erfpacht. Hem zijn vanwege zijn huisvrouw verscheidene landen in de twee Grebben aangekomen of opgestorven, waarvan hij en zijn kinderen nog possesseur zijn. Hij heeft ook van Wouter Aelbertsz, broer van zijn huisvrouw, goede berichting bekomen. Nog verklaart getuige dat hij vanwege zijn zuster in het jaar 1593 [of 1594], als wanneer de Diepsmeer in de banne van Oudkarspel bedijkt is geworden, ontvangen heeft van de bedijkers alzulke percelen als zijn zuster waren competerende en binnen de voorschreven meer bedijkt wezende. 772
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. N.N. WOUTERS, zie 1709.
                                                                  3712. (<1856) Baert Jan HEYNRICXZ,
                                                                      In de banne van Westzaan, onder de kop „Pachtbrief op Baert Jan van Knollendam”, bekent in 1572 Baert Jan Heynricxz schuldig te wezen heer Jacob Mathysz, priester te Amsterdam, 12 gld jaarlijks, te lossen met 100 gld, met als onderpand een morgen land, belend ten noorden Isbrant Heynricxz, ten zuiden Jan Allertsz bruiker, ten westen Thys Claesz, ten oosten Jan Claesz, met als borg Huybrecht Willemsz van Krommeniedijk (gelost op 18 januari 1603) 773.
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Heijndrick BAERTSZ, zie 1856.


                                                                  Generatie XIII (<XII)

                                                                  6836. (<3418) Jan WOUTERS,
                                                                      Vermoedelijk is Jan Wouters identiek met de Jan Wouters vermeld in het kohier van 1493 van het haardstedengeld van Koedijk.
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Wouter JANSZ, zie 3418.
                                                                    2. Heijn JAN WOUTERS, tr. 1° Neel CLAESDOCHTER, tr. 2° N.N.
                                                                        Heijn Jan Wouters wordt in de kohieren van de tiende penning van Koedijk vermeld in 1543, 1553 en 1558, in 1553 ook als taxateur.
                                                                        Op 17 augustus 1557 verklaart Heyn Jan Wouters, buurman te Koedijk, dat hij omtrent het jaar 1543 zekere deling gedaan heeft tussen hem en zijn eerste kinderen, geteeld bij Neel Claesdochter zijn huisvrouw, ter presentie van Wouter Jansz en IJff Reyersz van Koedijk als omen van de voorschreven kinderen, als volgt. Te weten dat Heyn Jan Woutersz zou aanvaarden en behouden de Groote Herdewydt in Oudkarspel met een akker zaadland daaraan genaamd de Bot, een weiland genaamd Claes Jan Gaewisweydt in Koedijk, een akkertje zaadland gelegen te Bergen bij de weduwe van Jacob Jansz, 't halve huis met de inboedel, mitsgaders de halve koeien, waartegen de voorschreven kinderen hebben zouden alle andere percelen van land hierna volgende, uitgezonderd een hofstede bij 't Noorteynde van Koedijk, te weten een stuk land in Zuid-Scharwoude genaamd Brecht Garbrantsweydt, een stuk land genaamd K[...]metersbon, met Groote Bon in Oudkarspel, een zaadakker bij Snyerssloet genaamd Costersacker mede in Oudkarspel, een halve weide met de halve plas in Oudkarspel, een stuk land genaamd de Lange Acker in Oudkarspel, een stuk land genaamd Reynkelant mede in Oudkarspel, een stuk land in Warmenhuizen genaamd het Cruys met een klein slikje daaraan, een stuk land genaamd Wipkebosch in Oudkarspel, een stukje laag land in de Reker genaamd de Oeyngerebosch, een akker land in Aagtdorp in de banne van Schoorl, groot omtrent 6 snees, en nog 't halve huis met de halve inboedel en halve beesten. Voorts dat er nog een akkoord gemaakt is geweest tussen hem en zijn voorschreven voorkinderen, dat de renten die de voorkinderen meer hadden dan de kinderen van Hil Wouters geprocreëerd bij Cornelis Heynis zijn voorkinderen zullen ontvangen uit de gereedste goederen die hij of zijn tegenwoordige huisvrouw met de dood zullen ruimen en achterlaten. 774
                                                                  Noten
                                                                  BloysBelonjeNH = Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Mr J. J. Belonje, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, 1928-1931.
                                                                  NA = Nationaal Archief te Den Haag
                                                                  NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
                                                                  RAA = Regionaal Archief Alkmaar
                                                                  WA = Waterlands Archief te Purmerend
                                                                  ZSA = Zaans Streekarchief/Gemeentearchief Zaanstad, te Koog a/d Zaan
                                                                  1. De gegevens over de voorouders en hun broers en zusters van Johan Siuts Hinrichs komen grotendeels uit: Die Familien der Kirchengemeinde Werdum (1662-1900), I. Teil von Ludwig Janssen †, Aurich 1971, II. Teil von Ludwig Janssen † und Hans Rudolf Menger, Aurich 1975.
                                                                  2. NHA Memories van successie 1818-1902, 168 (kantoor Alkmaar, 1889 2e halfjaar), 4/8542.
                                                                  3. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 16 nr 41, 30 april 1825.
                                                                  4. NHA Vredegerecht Alkmaar, kanton 1, 24 nr 62, 17 aug. 1833.
                                                                  5. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 5/9851.
                                                                  6. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/3824.
                                                                  7. RAA ORA Schoorl 904, fol. 114v 13 april 1778, fol. 159v en 161, 5 febr. 1781, 184v 25 maart 1782, fol. 222 26 jan. 1784.
                                                                  8. RAA ORA Schoorl 905, fol. 10v, 31 dec. 1787, fol. 85 1 mei 1790.
                                                                  9. RAA ORA Schoorl 906, fol. 99v en 100, 14 mei 1799.
                                                                  10. RAA ONA Bergen 221 (notaris Willem Lodewijckz Ivangh) akte 107, 5 dec. 1790.
                                                                  11. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 311, 23 dec. 1816.
                                                                  12. Uit een familiebijbel Boldewijn als gekopieerd door Jan Lucas Folmer op 12 april 1927 (vriendelijke mededeling door de heer J.L. de Vries te Enschede).
                                                                  13. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 10, nr 103 2 okt. 1819, nr 106 13 okt. 1819, nr 112 13 nov. 1819.
                                                                  14. RAA NA Alkmaar 898 (notarissen Michiel Johan de Lange en Isaacus Petrus Poppelman) akte 236, 30 nov. 1821.
                                                                  15. NHA Memories van successie 1818-1902, 119 (kantoor Alkmaar 1852), 4/4046.
                                                                  16. RAA ORA Zijpe 6580, fol. 42v 1 juni 1802, 6585, fol. 48 2 juni 1802.
                                                                  17. Registre Civique Akersloot 6 nov. 1811, nr 27.
                                                                  18. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 8 nr 402, 18 mei 1817.
                                                                  19. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 25 nr 16, 30 jan. 1836.
                                                                  20. RAA ORA Limmen 137 fol. 14v, 26 aug. 1801.
                                                                  21. RAA ORA Limmen 137 fol. 35, 25 april 1803.
                                                                  22. RAA ORA Limmen 137, fol. 12v 24 juni 1801, fol. 26 6 april 1802, fol. 33v 21 dec. 1802, fol. 66v 28 nov. 1805, fol. 85v 15 jan. 1807.
                                                                  23. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 9, nr 22 3 april 1811, nr 27, 13 april 1811.
                                                                  24. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 9 (1811) akte 26, 12 april 1811.
                                                                  25. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 18 (Scabinale aktes) akte 8, 13 april 1811.
                                                                  26. RAA NA Alkmaar 969 (notaris Gerrit de Heer) akte 110, 25 juli 1817.
                                                                  27. RAA Verenigde Harger- en Pettemerpolder 3.
                                                                  28. RAA ORA Warmenhuizen 6001, blz. 114 1 mei 1754, blz. 123 20 aug. 1754.
                                                                  29. RAA ORA Schoorl 903, fol. 14 en 14v, 26 aug. 1754, fol. 19v en 20, 28 juli 1755, fol. 40v 10 april 1758, fol. 58 8 jan. 1759.
                                                                  30. RAA ORA Schoorl 903, fol. 66 26 febr. 1759, fol. 141v 12 dec. 1763, fol. 244 3 juni 1769.
                                                                  31. RAA ORA Schoorl 904, fol. 41, 41v en 44v, 31 jan. 1774.
                                                                  32. RAA ORA Schoorl 904, fol. 69v 18 maart 1776, fol. 115v 13 april 1778, fol. 163v, 164 en 164v, 19 maart 1781.
                                                                  33. RAA ORA Schoorl 904, fol. 169 9 april 1781, fol. 172v 6 aug. 1781, fol. 183v en 185, 25 maart 1782, fol. 195 14 okt. 1782, fol. 197 6 jan. 1783, fol. 227v 15 maart 1784, fol.234 en 234v, 28 aug. 1784.
                                                                  34. RAA ORA Schoorl 905, fol. 121v 17 maart 1794, fol. 131 en 132, 27 okt. 1794, copie van procuratie fol. 132v.
                                                                  35. RAA ORA Schoorl 906, fol. 14, 14v, 15, 15v, 16 en 16v, fol. 17, 17v, 18 en 18v, fol. 19, 19v, 20, 20v en 21, 22 febr. 1796, copie van de procuratie fol. 21v.
                                                                  36. RAA NA Alkmaar 866 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 25, 27 maart 1806.
                                                                  37. RAA ORA Schoorl 910, 27 maart 1755.
                                                                  38. RAA ONA Schagen 4629 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 576, 28 aug. 1764.
                                                                  39. RAA ONA Schagen 4635 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 1119, 19 jan. 1779.
                                                                  40. RAA ORA Petten 2202, 1 sept. 1784.
                                                                  41. RAA ORA Schoorl 913 (Diverse schepenakten), 26 juli 1795, 4 april 1797.
                                                                  42. RAA ORA Schoorl 913 (Diverse Schepenakten), 6 jan. 1797.
                                                                  43. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 3 nr 166, 26 okt. 1812.
                                                                  44. RAA ORA Schoorl 904, fol. 177 25 maart 1782, fol. 197 6 jan. 1783.
                                                                  45. RAA ORA Schoorl 906, fol. 45 20 febr. 1797, fol. 70 en 71v, 24 september 1798.
                                                                  46. RAA ORA Schoorl 901, 2 april 1798.
                                                                  47. RAA ORA Schoorl 906, fol. 108v 17 febr. 1800, fol. 112 juni 1800.
                                                                  48. RAA ORA Schoorl 907 fol. 12v, 9 juni 1806, 908, fol. 39 30 juli 1810. fol. 56 26 febr. 1811.
                                                                  49. RAA NA Alkmaar 867 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 57, 7 aug. 1807.
                                                                  50. RAA NA Alkmaar 866 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 24, 27 maart 1806.
                                                                  51. RAA ORA Schoorl 906 fol. 46v, 20 febr. 1797.
                                                                  52. RAA ORA Schoorl 913, 5 sept. 1796.
                                                                  53. RAA ORA Schoorl 906, fol. 86 8 april 1799, fol. 87v 18 april 1799.
                                                                  54. RAA ORA Broek op Langedijk 6199 (Weesboek) fol. 265, 5 mei 1810.
                                                                  55. RAA OA Schoorl L130 (Rekenboek Harger polder) en L131 (Rekenboek Harger en Pettemer polder).
                                                                  56. RAA ORA Zijpe 6579 (Aanstelling van voogden) fol. 50, 11 maart 1771.
                                                                  57. RAA ORA Zijpe 6585 fol. 8, 20 dec. 1771.
                                                                  58. RAA ONA Schagen 4666 (notaris Gualtherus Mattheeus) akte 4, 29 jan. 1801.
                                                                  59. RAA ORA Zijpe 6539, fol. 81v 6 febr. 1756, fol. 163 en 163v, 14 mei 1760.
                                                                  60. RAA NA Alkmaar 730 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 136, 2 juni 1786.
                                                                  61. RAA ONA Schagen 4644 (notaris Adriaan Hoflaan) akte 5, 16 juli 1763.
                                                                  62. RAA ONA Schagen 4659 (notaris Gualtherus Mattheeus) akte 29, 20 maart 1794.
                                                                  63. RAA ORA Wieringerwaard 6628 (Boedelpapieren), 18 juli 1783.
                                                                  64. RAA ONA Schagen 4620 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 1264, 19 mei 1778.
                                                                  65. RAA ORA Noord-Scharwoude 6134 fol. 112, 20 jan. 1760, 6135 fol. 105, 13 okt. 1774, 6136 fol. 231, 10 april 1789.
                                                                  66. RAA OA Noord-Scharwoude, 1 blz. 216-224, blz. 240-244, blz. 254-256, 2 blz. 208-234.
                                                                  67. RAA OA Noord-Scharwoude 1 blz. 173, 23 dec. 1769.
                                                                  68. RAA OA Noord-Scharwoude 2, blz. 91 6 maart 1786, blz. 105-107 24 april 1788.
                                                                  69. RAA OA Noord-Scharwoude 3 blz.26, 29 maart 1798.
                                                                  70. RAA OA Noord-Scharwoude 3 blz. 56, 22 april 1799.
                                                                  71. RAA OA Noord-Scharwoude 2 blz. 36, 16 okt. 1777.
                                                                  72. RAA OA Noord-Scharwoude 2, blz. 220-226.
                                                                  73. RAA OA Noord-Scharwoude 2 blz. 120.
                                                                  74. RAA J.P. Geus, Schouten, secretarissen, schepenen en weesmeesters te Koedijk, 1580-1811, Capelle a/d IJssel 1984.
                                                                  75. RAA ORA Koedijk 6227 fol. 219, 4 maart 1802.
                                                                  76. RAA ORA Koedijk 6227, fol. 232, 232v, 233, 233v en 234, 31 maart 1803.
                                                                  77. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 8 nr 404, 31 mei 1817.
                                                                  78. RAA ONA Akersloot 140 (notaris Lourens Veer), 18 jan. 1792.
                                                                  79. RAA ONA Akersloot 140 (notaris Lourens Veer), 2 mei 1787.
                                                                  80. NHA Memories van successie 1818-1902, 105 (kantoor Alkmaar, 1846 1e halfjaar), 21.
                                                                  81. RAA ORA Koedijk 6229 akte 56, 27 febr. 1811.
                                                                  82. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 20 nr 107, 21 nov. 1829.
                                                                  83. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 23 nr 44, 16 juni 1832.
                                                                  84. RAA ORA Oterleek 6284a fol. 110, 1 dec. 1779.
                                                                  85. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes Vermeer) akte 67, 28 juli 1708.
                                                                  86. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes van der Meer) akte 68, 9 okt. 1708.
                                                                  87. NHA ORA Callantsoog 6629 (Baljuwrol), 16 jan. 1711 en 9 maart 1711.
                                                                  88. RAA ONA Schagen 4576 (notaris Huijbert Boertjes) akte 250, 1 jan. 1711.
                                                                  89. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes vn der Meer) akte 99, 24 okt. 1713.
                                                                  90. RAA Verenigde Harger- en Pettemerpolder 1.
                                                                  91. NA Financie van Holland 516 (Verpondingen) dl. 14 (Schoorl en Camp, 27 febr. 1731), fol. 16v.
                                                                  92. RAA OA Schoorl L82, geabandonneerde goederen.
                                                                  93. RAA ORA Schoorl 910, 27 maart 1750.
                                                                  94. RAA NA Alkmaar 540 (notaris Jacob van Bodeghem) akte 61, 7 sept. 1745.
                                                                  95. RAA NA Alkmaar 541 (notaris Jacob van Bodeghem) akte 44, 21 maart 1746.
                                                                  96. RAA ORA Petten 2201 (Diverse schepenakten) 9 febr. 1754.
                                                                  97. RAA ORA Petten 2201 (Diverse schepenakten), 12 juni 1754.
                                                                  98. RAA ORA Zijpe 6539 fol. 62v, 17 juni 1754.
                                                                  99. RAA NA Alkmaar 590 (notaris Pieter Groen), akte 5, 6 en 7, 22 febr. 1754.
                                                                  100. RAA NA Alkmaar 595 (notaris Pieter Groen) akte 35, 22 mei 1759.
                                                                  101. RAA Gaardersarchief Zijpe 6, 23 juni 1745.
                                                                  102. RAA ORA Schoorl 903, fol. 75v 2 april 1759, fol. 143 2 jan. 1764.
                                                                  103. RAA ONA Schagen 4631 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 718, 14 april 1768.
                                                                  104. RAA ORA Bergen 2182, 9 maart 1763.
                                                                  105. RAA ORA Schoorl 909, 4 dec. 1740.
                                                                  106. RAA ORA Schoorl 901, 8 sept. 1760, 18 dec. 1786.
                                                                  107. RAA ORA Schoorl 912 (Allerhande schepenakten), 9 okt. 1786.
                                                                  108. RAA ORA Schoorl 905 fol. 3, 12 febr. 1787.
                                                                  109. RAA ORA Schoorl 906, 4 dec. 1740.
                                                                  110. RAA ONA Warmenhuizen 5141 (notaris Cornelis Koningh) akte 79, 6 febr. 1731.
                                                                  111. RAA ORA Zijpe 6537 fol. 7, 23 febr. 1732.
                                                                  112. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6577 (notaris Jan van 'Twuijver), aktes 15 en 16, 26 april 1728.
                                                                  113. RAA ORA Oude Niedorp 5714, blz. 297, 296 en 298, 4 april 1732.
                                                                  114. RAA ORA Oude Niedorp 5714, blz. 325 4 febr, 1734, blz. 348 15 april 1738.
                                                                  115. RAA ORA Oudkarspel 6061, 20 mei 1738.
                                                                  116. RAA ORA Oude Niedorp 5714, blz. 370 1 mei 1738, blz. 388 1 nov. 1738, blz. 403 1 maart 1741.
                                                                  117. RAA ORA Alkmaar 327 (Schuldbekentenissen) fol. 164, 24 aug. 1744.
                                                                  118. RAA ORA Oude Niedorp 5723 (Diverse schepenakten) akte 18, 9 jan. 1748.
                                                                  119. RAA ORA Oude Niedorp 5714, blz. 465, 466 en 467, 20 jan. 1749.
                                                                  120. RAA ONA Schagen 4611 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 364, 19 jan. 1756.
                                                                  121. RAA ORA Zijpe 6539, fol. 6v 1 mei 1751, fol. 191 1 febr. 1762.
                                                                  122. RAA ORA Zijpe 6540, fol. 24v en 25, 1 nov. 1764.
                                                                  123. RAA ORA Zijpe 6538 fol. 89, 15 febr. 1723.
                                                                  124. RAA NA Alkmaar 431 (notaris Adriaan van der Hoeve) fol. 643, 12 maart 1723.
                                                                  125. RAA ORA Zijpe 6536 fol. 184v, 13 jan. 1730.
                                                                  126. RAA ORA Zijpe 6539, fol. 4 en 4v, 29 jan. 1751.
                                                                  127. RAA ORA Zijpe 6583 (Staatboek) fol. 197, 19 maart 1751.
                                                                  128. RAA ORA Noord-Scharwoude 6132 blz. 322.
                                                                  129. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6158 fol. 319, 20 april 1713.
                                                                  130. RAA ORA Noord-Scharwoude 6132, blz. 262 3 mei 1733, blz. 313 en 314, 19 april 1736.
                                                                  131. RAA ORA Noord-Scharwoude 6133 blz. 13 en 18, 29 mei 1740.
                                                                  132. RAA ORA Noord-Scharwoude 6134 blz. 380, 26 jan. 1769.
                                                                  133. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6577 (notaris Jan van 'Twuijver) akte 39, 6 maart 1734.
                                                                  134. RAA ORA Noord-Scharwoude 6140 (Diverse schepenakten) akte 4, 3 nov. 1783.
                                                                  135. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6159 blz. 125, 29 april 1724.
                                                                  136. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6579 (notaris Jan van Twuijver) akte 6, 5 febr. 1738.
                                                                  137. RAA ORA Warmenhuizen 6001 blz. 204, 16 mei 1757.
                                                                  138. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 119v, 17 febr. 1734.
                                                                  139. RAA ORA Bergen 2173 fol. 74v, 2 juni 1734.
                                                                  140. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6160, 15 april 1736.
                                                                  141. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 134v 17 mei 1777, fol. 226v 20 aug. 1782.
                                                                  142. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 38 7 febr. 1782, fol. 51v 25 juni 1782.
                                                                  143. RAA ORA Broek op Langedijk 6187 blz. 513, 19 juni 1782.
                                                                  144. RAA ORA Koedijk 6243 (Overboeking van eigendom wegens successie), blz. 27.
                                                                  145. RAA ORA Koedijk 6246 (Weesboek) fol. 139v, 20 febr. 1782.
                                                                  146. RAA ORA Bergen 2177 fol. 322, 6 juni 1782.
                                                                  147. RAA NA Alkmaar 719 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 138, 12 sept. 1782.
                                                                  148. RAA NA Alkmaar 718 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 98, 21 juni 1782.
                                                                  149. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol. 99 en 99v, 11 mei 1773.
                                                                  150. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 83 8 mei 1773, fol. 226v 20 aug. 1782.
                                                                  151. RAA ORA Schoorl 904 fol. 38, 10 mei 1773.
                                                                  152. RAA NA Alkmaar 718 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 10, 26 jan. 1782.
                                                                  153. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 51v 25 juni 1782, fol. 66 10 jan. 1784.
                                                                  154. RAA NA Alkmaar 744 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 123, 29 mei 1790.
                                                                  155. RAA ORA Graft 6496 (Weesboek) fol. 40, 4 nov. 1749.
                                                                  156. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 161v, 7 jan. 1779.
                                                                  157. RAA ORA Koedijk 6232 fol. 84v, 15 nov. 1783.
                                                                  158. RAA ORA Koedijk 6227, fol. 81 10 aug. 1788, fol. 112 6 jan. 1791.
                                                                  159. RAA NA Alkmaar 662 (notaris Hadriaan van Daverveldt) akte 230, 5 juni 1773.
                                                                  160. RAA OA Koedijk 20d, 4 dec. 1771.
                                                                  161. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 26v, 3 aug. 1769.
                                                                  162. RAA ORA Koedijk 6227 fol. 104, 5 nov. 1789.
                                                                  163. RAA ORA Oterleek 6284a (Weesboek), fol. 67 27 sept. 1769, fol. 68 12 okt. 1769, fol. 76v 27 juni 1771, fol. 77v.
                                                                  164. RAA ORA Oterleek 6281, 22 sept. 1769.
                                                                  165. RAA ORA Oterleek 6284a (Weesboek), 14 dec. 1769 fol. 69v en fol. 70, fol. 129v 7 sept. 1786, fol. 149 15 maart 1792.
                                                                  166. RAA ORA Oterleek 6267 fol. 179v, 10 okt. 1767.
                                                                  167. RAA ORA Oterleek 6284a (Weesboek) fol. 58, nov. 1768.
                                                                  168. RAA ORA Oterleek 6281 15 nov. 1771.
                                                                  169. RAA ORA Schermeer 6358 (Hypotheken) fol. 109v, 24 maart 1759.
                                                                  170. RAA NA Alkmaar 622 (notaris Adrianus van der Burgh) akte 85, 28 nov. 1753.
                                                                  171. RAA ORA Akersloot 126 (Diverse schepensakten), 5 nov. 1755.
                                                                  172. RAA NA Alkmaar 640 (notaris Arent de Lange) akte 253, 31 jan. 1753.
                                                                  173. RAA ONA Graft 1617 (notaris Reynier Kramer) akte 176, 4 jan. 1721.
                                                                  174. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6340 (Weesboek) fol. 85v, 14 maart 1741.
                                                                  175. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6340 (Weesboek) fol. 101, 13 mei 1748.
                                                                  176. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6340 (Weesboek), 10 jan. 1757.
                                                                  177. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6340 (Weesboek) fol. 26v, 18 maart 1725.
                                                                  178. RAA ORA Zijpe 6534 fol. 265, 16 sept. 1689.
                                                                  179. RAA NA Alkmaar 379 (notaris Cornelis van der Meer) akte 158, 11 mei 1713.
                                                                  180. RAA NA Alkmaar 460 (notaris Arent Klaver) akte 163, 25 juni 1728.
                                                                  181. RAA ORA Petten 2193 (Schepenrol) 4 nov. 1734.
                                                                  182. RAA ORA Zijpe (Schepenrol), 21 sept. 1706.
                                                                  183. RAA ORA Zijpe 6536 fol. 74, 13 mei 1722.
                                                                  184. RAA OA Zijpe 303, tienden 1690 fol. 5v.
                                                                  185. RAA ONA Schagen 4587 (notaris Pieter van der Beeck) aktes 163 en 164, 26 febr. 1711.
                                                                  186. RAA ONA Schagen 4587 (notaris Pieter van der Beeck) akte 165, 26 febr. 1711.
                                                                  187. RAA ORA Zijpe 6563 fol. 49v, 17 april 1720.
                                                                  188. RAA ORA Zijpe 6583 (Staatboek) fol. 68, 29 mei 1723.
                                                                  189. RAA ONA Warmenhuizen 5141 (notaris Cornelis Koningh) akte 44v, 27 febr. 1728.
                                                                  190. RAA ONA Warmenhuizen 5141 (notaris Cornelis Koningh) akte 81, 29 mei 1731.
                                                                  191. RAA NA Alkmaar 450 (notaris Theodorus Heijmenbergh) akte 24, 29 sept. 1725.
                                                                  192. RAA NA Alkmaar 432 (notaris Adriaan van der Hoeve) fol. 776, 29 febr. 1732.
                                                                  193. RAA ONA Schagen 4597 (notaris Dirk Hoflaan), akte 79 23 juli 1724, akte 152 24 aug. 1727.
                                                                  194. RAA NA Alkmar 490 (notaris Arent Klaver) akte 229, 5 nov. 1728.
                                                                  195. RAA ONA Schagen 4589 (notaris Pieter van der Beeck) akte 43, 6 maart 1719.
                                                                  196. RAA ORA Zijpe 6583 (Staatboek) fol. 144v, 20 juni 1738.
                                                                  197. RAA ONA Schagen 4601 (notaris Cornelis Kerkhoven) akte 49, 24 febr. 1726.
                                                                  198. RAA ONA Schagen 4604 (notaris Cornelis Kerkhoven) akte 129, 15 mei 1745.
                                                                  199. RAA ORA Zijpe 6579 (Aanstelling van voogden) fol. 18, 26 juni 1744.
                                                                  200. RAA ORA Zijpe 6583 (Staatboek) fol. 161, 26 juni 1744.
                                                                  201. RAA ONA Schagen 4596 (notaris Dirk Hoflaan) akte 179, 2 mei 1720.
                                                                  202. RAA ONA Schagen 4590 (notaris Pieter van Beeck) akte 237, 23 aug. 1728.
                                                                  203. RAA ORA Noord-Scharwoude 6129 blz. 140, 10 mei 1687.
                                                                  204. RAA ORA Noord-Scharwoude 6132, blz. 32 25 maart 1709, blz. 91 12 maart 1712, blz. 158 10 april 1715.
                                                                  205. RAA ORA Koedijk 6236 akte 33, 27 mei 1762.
                                                                  206. RAA ORA Noord-Scharwoude 6131 blz. 228, 20 febr. 1719.
                                                                  207. RAA ORA Noord-Scharwoude 6131 blz. 328, 25 april 1724.
                                                                  208. RAA ORA Noord-Scharwoude 6132 blz. 322, tussen 14 april 1736 en 30 nov. 1736.
                                                                  209. RAA OA Noord-Scharwoude 46.
                                                                  210. RAA ORA Noord-Scharwoude 6132, blz. 276 29 jan. 1734, blz. 284 10 juni 1734.
                                                                  211. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6158 fol. 377, 20 april 1719.
                                                                  212. RAA ONA 6575 Zuid-Scharwoude (notaris Jan van 'Twuijver) nr 71, 16 oktober 1718, 6577 nr 59, 8 september 1729.
                                                                  213. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6159, 16 april 1730.
                                                                  214. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6567 (notaris Jan van Twuijver) nr 6, 8 mei 1722.
                                                                  215. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6159, 10 juli 1727.
                                                                  216. RAA ORA Koedijk 6245 (Weeskamer) blz. 230, 19 mei 1683.
                                                                  217. RAA ORA Koedijk 6221 fol. 130v, 2 febr. 1698.
                                                                  218. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 142 9 aug. 1696, fol. 156v en 6221 1e stuk fol. 130v, 2 febr. 1698, fol. 165 15 jan. 1699, fol. 165v 29 jan. 1699, fol. 186v 18 juni 1700, fol. 190v 18 april 1701, fol. 199 27 april 1702.
                                                                  219. RAA ORA Oudkarspel 6059, fol. 211v 12 maart 1699, fol. 216 12 mei 1699, fol. 220v 13 mei 1699, 6 aug. 1700, 4 mei 1702.
                                                                  220. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 186v 18 juni 1700, fol. 190v 28 april 1701, fol. 199 27 april 1702, fol. 248v 20 febr. 1710.
                                                                  221. RAA NA Alkmaar 429 (notaris Adriaan van der Hoeve) akte 73, 11 april 1701.
                                                                  222. RAA ORA Broek op Langedijk 6180 (Schepenrol), 1 maart en 7 juli 1707.
                                                                  223. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 120v, 4 maart 1734.
                                                                  224. RAA ORA Koedijk 6224 fol. 47, 13 sept. 1742.
                                                                  225. RAA ORA Broek op Langedijk 6157 blz. 317, 25 april 1769.
                                                                  226. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 61, 13 febr. 1681.
                                                                  227. RAA ORA Koedijk 6245 (Weeskamer) fol. 19.
                                                                  228. RAA NA Alkmaar 543 (notaris Jacob van Bodeghem) akte 94, 4 nov. 1748.
                                                                  229. RAA ORA Noord-Scharwoude 6133 blz. 165, 2 mei 1750.
                                                                  230. RAA ORA Koedijk 6246 (Weesboek) fol. 155, 26 jan. 1769.
                                                                  231. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 55v, 21 nov. 1771.
                                                                  232. RAA ORA Broek op Langedijk 6187 blz.520, 13 febr. 1783.
                                                                  233. RAA ORA Broek op Langedijk 6913, 3 juli 1740.
                                                                  234. RAA ORA Koedijk 6235 (Diversen schepenakten) blz. 50, 25 juni 1680.
                                                                  235. RAA ORA Koedijk 6215.
                                                                  236. RAA ORA Koedijk 6222 fol. 150, 24 jan. 1697.
                                                                  237. RAA ORA Koedijk 6223, fol. 13v 25 nov. 1717, fol. 38 30 april 1722.
                                                                  238. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 119v, 17 jan. 1734.
                                                                  239. RAA NA Alkmaar 387 (notaris Aris van der Mieden) akte 73, 5 nov. 1696.
                                                                  240. RAA ORA Graft 6444 fol. 23, 20 april 1699.
                                                                  241. RAA OA Graft 321-324, Gaderboek van het schot enz., 1697-1700.
                                                                  242. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6334 (Veilboek), 12 jan. 1700.
                                                                  243. RAA ORA Graft 6444, fol. 61 16 april 1700, fol. 62 17 april 1700, fol. 78 13 dec. 1700.
                                                                  244. RAA ORA Graft 6445 fol. 221v, 21 febr. 1719.
                                                                  245. RAA ORA Graft 6496 (Weesboek) fol. 102, 1 mei 1759.
                                                                  246. RAA NA Alkmaar 265 (notaris Cornelis Kessel) fol. 107, 16 jan. 1675.
                                                                  247. RAA NA Alkmaar 241 (notaris Jacob Walichsz Brederoe) fol. 14, 9 febr. 1680.
                                                                  248. NHA ORA 6093 Baljuw van de Nieuwburg, vanaf 13 maart 1682 t.e.m. 18 dec. 1682.
                                                                  249. RAA NA Alkmaar 366 (notaris Cornelis van der Meer) akte 25, 4 okt. 1689.
                                                                  250. RAA NA Alkmaar 479 (notaris Cornelis van Eijck) akte 498, 18 okt. 1721 e.v.
                                                                  251. RAA ORA Schermeer 6358 (Hypotheken) fol. 69, 1 sept. 1727.
                                                                  252. RAA ORA Alkmaar 508 (notaris Dirk Sevenhuijsen) akte 357, 27 juli 1725.
                                                                  253. RAA ORA Schermeer 6358 (Hypotheken) fol. 69v, 10 jan. 1728.
                                                                  254. RAA ORA Akersloot 126 (Diverse schepenakten), 4 maart 1751.
                                                                  255. RAA ORA Schermeer 6350, 1721 akte 7, 25 okt. 1721.
                                                                  256. RAA ORA Schermeer 6352 fol. 51, 15 jan. 1746.
                                                                  257. WA ORA Wormer 343, fol. 80 2 febr. 1725, fol. 145v 13 mei 1727.
                                                                  258. RAA NA Alkmaar 563 (notaris Adrianus Bolten) akte 822, 2 sept. 1743.
                                                                  259. RAA ORA Graft 6500 (Boedelpapieren), 23 febr. 1759.
                                                                  260. RAA ORA Graft 6496 (Weesboek) fol. 127, 1 mei 1764.
                                                                  261. RAA ORA Graft 6443, fol. 218 en 219v, 12 jan. 1697, fol. 245v 31 jan. 1698.
                                                                  262. RAA ONA Graft 1617 (notaris Reynier Kramer) akte 143, 21 nov. 1719.
                                                                  263. RAA ORA Zijpe 6550 (Hypotheken) fol. 75v, 3 dec. 1672.
                                                                  264. RAA ORA Zijpe 6534 fol. 224v, 3 mei 1686.
                                                                  265. RAA ORA Zijpe 6534 fol. 232v, 28 febr. 1687.
                                                                  266. RAA NA Alkmaar 366 (Notaris Cornelis van der Meer) akte 39, 9 jan. 1690.
                                                                  267. RAA ORA Zijpe 6535 fol. 41, 24 mei 1695.
                                                                  268. RAA ORA Zijpe 6535 fol. 292, 23 juni 1713.
                                                                  269. RAA ORA Zijpe 6535 fol. 256, 29 dec. 1710.
                                                                  270. RAA NA Alkmaar 392 (notaris Aris van der Mieden) akte 62, 23 sept. 1701.
                                                                  271. RAA ONA Schagen 4587 (notaris Pieter van der Beeck) akte 146, 8 okt. 1710.
                                                                  272. RAA OA Schoorl 57 (Meetboek van 1682), onder G.
                                                                  273. RAA ORA Barsingerhorn 5802 fol. 4, 17 juli 1688.
                                                                  274. RAA ORA Noord-Scharwoude 6128 blz. 123, 15 febr. 1674.
                                                                  275. RAA OA Noord-Scharwoude 57b (Kohier molengeld).
                                                                  276. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6129, blz. 39 13 juli 1682, blz. 70 16 maart 1684.
                                                                  277. RAA ORA Noord-Scharwoude 6138 (Diverse schepenaktes), 1 sept. 1696.
                                                                  278. RAA ORA Noord-Scharwoude 6130, blz. 13 29 april 1693, blz. 62 16 mei 1695, blz. 71 17 febr. 1696.
                                                                  279. RAA ORA Noord-Scharwoude 6148 (Weeskamer), blz. 46 8 jan. 1702, blz. 47 13 juni 1709.
                                                                  280. RAA ORA Noord-Scharwoude 6148 (Weeskamer) blz. 111, 9 jan. 1715.
                                                                  281. RAA ORA Noord-Scharwoude 6129 blz. 218, 16 mei 1692.
                                                                  282. RAA ORA Noord-Scharwoude 6131, blz. 93 20 maart 1712, blz. 144 en 145 25 april 1714, blz. 150 15 mei 1714.
                                                                  283. RAA ORA Koedijk 6221, 2e stuk blz. 18, 3 mei 1677 en 1e stuk blz. 22, 10 juni 1677.
                                                                  284. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk, blz. 140 en 142, 8 febr. 1680.
                                                                  285. RAA OA Koedijk 21 fol. 13, 5 mei 1678.
                                                                  286. RAA ORA Koedijk 6245 (Weesboek) akte 39, 19 mei 1683.
                                                                  287. RAA ORA Koedijk 6245 (Weeskamer) fol. 19, 8 april 1678: IJff Reijers Stammes is voogd over Maertjen Aerjens, kind van zaliger Aerjen Reijers Stammis en Brecht Jans.
                                                                  288. RAA ORA Koedijk 6245 (Weeskamer) fol. 20, 2 febr. 1684: moederlijk erfdeel van Maartje Ariens [dochter van Bregje Jans] geregistreerd.
                                                                  289. RAA J.P. Geus, De erfpachten van de Vroonlanden bij Alkmaar, 1531-1716, Capelle a/d IJssel 1983.
                                                                  290. RAA ORA Koedijk 6221, 2e stuk blz. 386, 20 febr. 1671, 2e stuk blz. 336 en 1e stuk blz. 95, 31 dec. 1686.
                                                                  291. RAA OA Koedijk 20a (Collaterale successie) blz. 16, 17 nov. 1684.
                                                                  292. RAA ORA Warmenhuizen 5997, blz. 72 2 febr. 1685, blz. 423 28 jan. 1699.
                                                                  293. RAA ORA Koedijk 6215, 20 febr. 1687.
                                                                  294. RAA ORA Koedijk 6222 fol. 162v en 6221 1e stuk fol. 133v, 13 mei 1698, 6222 fol. 226 4 nov. 1706.
                                                                  295. RAA NA Alkmaar 352 (notaris Kaspar Seullijn) akte 293, 3 okt. 1713.
                                                                  296. RAA ORA Koedijk 6234 (Diverse schepenakten), akte 77 1 maart 1681, akte 81 9 april 1683.
                                                                  297. RAA ORA Heerhugowaard 945 (Bewijzen van weeskinderen), 31 juli 1687
                                                                  298. RAA ORA Heerhugowaard 922 (Memoriaal), 12 okt. 1709.
                                                                  299. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6157 blz. 135, 22 mei 1690.
                                                                  300. Tot en met 1685 wordt de achternaam Kil gebruikt.
                                                                  301. RAA ONA Westgraftdijk 1641 (notaris Adriaan Kos) akte 33, 1 maart 1681.
                                                                  302. RAA OA Graft 314-310, Gaderboek van het schot enz., 1690-1696.
                                                                  303. RAA ONA Westgraftdijk 1643 (notaris Adriaan Cos) akte 62, 3 juni 1707.
                                                                  304. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6339 (Weesboek), fol. 19 17 april 1685, fol. 87v 8 jan. 1697.
                                                                  305. RAA ORA Zuid-Schermer 6332 fol. 145 en 145v, 26 jan. 1686.
                                                                  306. RAA ORA Zuid-Schermer 6334 (Veilboek), 3 jan. 1686.
                                                                  307. RAA ORA Schermerhorn 6310 fol. 179, 30 okt. 1710.
                                                                  308. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen) blz. 179, 25 okt. 1638.
                                                                  309. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen), blz. 241 en 242, 24 jan. 1644.
                                                                  310. Achternaam gebruikt bij de laatste 3 dopen van kinderen van hem.
                                                                  311. NHA ORA Uitgeest 208 fol. 144v-145v, 6 maart 1697.
                                                                  312. ZSA G.J. Boekenoogen, Grafzerken in de NH kerk te Oost-Knollendam, nr 6 (grafnummer 15).
                                                                  313. WA ORA Wormer 343 fol. 262, 7 maart 1730.
                                                                  314. RAA NA Alkmaar 265 (notaris Cornelis Kessel) fol.231, 4 jan. 1676.
                                                                  315. RAA ORA Alkmaar 161 fol. 243, 12 maart 1676.
                                                                  316. RAA ORA Akersloot 130 (Voogdenboek), 3 jun. 1692 en 31 jan. 1698.
                                                                  317. RAA ONA West-Graftdijk 1642 (notaris Adriaan Kos) akte 55, 5 febr. en 17 april 1694.
                                                                  318. RAA ORA Alkmaar 165 fol. 33v, 1 mei 1694.
                                                                  319. RAA ORA Schermeer 6349, 27 sept. 1692.
                                                                  320. NHA ORA Uitgeest 208 fol. 39, 28 febr. 1695.
                                                                  321. RAA ORA Schermeer 6352 fol. 26v, 27 april 1737.
                                                                  322. RAA NA Alkmaar 291 (notaris Simon Spont) akte 45, 4 febr. 1694.
                                                                  323. RAA NA Alkmaar 492 (notaris Arent Klaver) akte 28, 11 febr. 1730.
                                                                  324. RAA NA Alkmaar 494 (notaris Arent Klaver) akte 145, 14 aug. 1734.
                                                                  325. RAA ONA Graft 1616 (notaris Reijnier Krasmer) akte 119, 12 febr. 1710.
                                                                  326. RAA ONA Graft 1616 (notaris Reijnier Kramer) akte 118, 12 febr. 1710.
                                                                  327. RAA ONA Graft 1616 (notaris Reijnier Kramer) akte 130, 6 mei 1710.
                                                                  328. RAA NA Alkmaar 494 (notaris Arent Klaver) akte 145, 14 aug. 1731.
                                                                  329. RAA ONA Graft 1612 (notaris Meijnerd Salm) akte 392, 1 dec. 1690.
                                                                  330. RAA ONA Westgraftdijk 1641 (notaris Adriaen Cos) akte 33, 21 april 1679.
                                                                  331. RAA ORA Zuid-Schermer 6331 fol. 4, 30 maart 1670.
                                                                  332. RAA ORA Graft 6442, fol. 7v 13 febr. 1679, fol. 51 1 maart 1681.
                                                                  333. RAA ORA Zuid-Schermer 6332 fol. 184, 6 okt. 1689.
                                                                  334. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 59, 4 juni 1669.
                                                                  335. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 155, 21 aug. 1674.
                                                                  336. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 174, 23 april 1675.
                                                                  337. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 197, 25 febr. 1676.
                                                                  338. RAA ORA Schermerhorn 6308 fol. 50, 1 maart 1677.
                                                                  339. RAA ORA Noord-Scharwoude 6123 (Schepenrol), 17 jun. 1680 e.v.
                                                                  340. RAA ORA Schermerhorn 6308, abusievelijk in 6309, fol. 111 24 jan. 1681.
                                                                  341. RAA ORA Schermerhorn 6308 fol. 176v, 28 mei 1683.
                                                                  342. RAA ORA Noord-Scharwoude 6123 (Schepenrol), 12 aug. 1688.
                                                                  343. RAA ORA Schermerhorn 6309 fol. 264, 11 juni 1698.
                                                                  344. RAA ORA Schermerhorn 6310 fol. 161, 6 juni 1709.
                                                                  345. RAA ORA Schermerhorn 6310, fol. 208v en 209), 28 jan. 1713, fol. 201v 6 maart 1713.
                                                                  346. RAA ORA Schermerhorn 6310 fol. 247, 3 nov. 1716.
                                                                  347. RAA ORA Zijpe 6532, fol. 12 26 jan. 1630, fol. 110 11 jan. 1635.
                                                                  348. RAA ORA Zijpe 6549 (Register van hypotheken), fol. 3 26 jan. 1630, fol. 90v 29 okt. 1639, fol. 136 30 juli 1649.
                                                                  349. RAA NA Alkmaar 107 (notaris Cornelis de Haes), 19 dec. 1643.
                                                                  350. RAA ORA Zijpe 6533, fol. 47 1 april 1645, fol. 63 18 nov. 1647.
                                                                  351. RAA ORA Zijpe 6549 (Register van hypotheken) fol. 151, 10 juni 1652.
                                                                  352. RAA NA Alkmaar 154 (notaris Aris Cornelisz Heemskerck) fol. 159v, 20 aug. 1656.
                                                                  353. RAA ORA Zijpe 6533 fol. 243v, 5 maart 1666.
                                                                  354. RAA ORA Zijpe 6577A (Aanstelling van voogden), 31 maart 1671.
                                                                  355. RAA ONA Schagen 4589 (notaris Johannes van der Meer) akte 109, 1 juni 1702.
                                                                  356. RAA ORA Zijpe 6534, fol. 3 15 jan. 1671. fol. 56 16 juni 1676.
                                                                  357. RAA ONA Schagen 4561 (notaris Cornelis Achterkerk) akte 68, 30 dec. 1693.
                                                                  358. RAA ORA Zijpe 6535 fol. 192, 13 aug. 1706.
                                                                  359. P. Dekker, Oude boerderijen en buitenverblijven langs de Zijper Grotesloot, Pirola, Schoorl 1991, blz. 1177 en 1178.
                                                                  360. RAA NA Alkmaar 238 (notaris Jacob Walichsz Brederoe) fol. 50v, 24 nov. 1669: Gerrit Gerritsz Alderweegen, provenier in 't Mannengasthuijs, oud omtrent 64 jaren.
                                                                  361. NA Hof van Holland 2195, 3 nov. 1611.
                                                                  362. ZSA ONA Zaandam 5750 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 250, 25 nov. 1637.
                                                                  363. NHA ONA Haarlem 195 (notaris Nicolaas van Bosvelt) fol. 512, 16 mei 1649.
                                                                  364. RAA NA Alkmaar 239 (notaris Jacob Walichsz Brederoe) fol. 157, 17 juli 1671.
                                                                  365. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6155 fol. 135, 25 jan, 1632.
                                                                  366. RAA ORA Noord-Scharwoude 6125, blz. 32 27 jan. 1632, blz. 37 27 jan. 1632, blz. 127 22 mei 1635.
                                                                  367. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127, 9 jan. 1667.
                                                                  368. RAA ORA Noord-Scharwoude 6128 blz. 15 jan. 1680.
                                                                  369. RAA ORA Noord-Scharwoude 6129 blz. 42, 6 febr. 1683.
                                                                  370. RAA ORA Noord-Scharwoude 6126, blz. 91 en 92, 13 febr. 1640, blz. 112 21 jan. 1641.
                                                                  371. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127 blz. 199, 14 febr. 1661.
                                                                  372. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127, blz. 112 6 jan. 1659, blz. 235 13 mei 1663, blz. 304 24 mei 1666.
                                                                  373. RAA ORA Noord-Scharwoude 6128 blz. 72, 23 jan. 1673.
                                                                  374. RAA ORA Oudkarspel 6058, blz. 175, 28 mei 1675. blz 216 20 maart 1677.
                                                                  375. RAA ORA Noord-Scharwoude 6147 (Weesboek) fol. 175, 18 april 1680.
                                                                  376. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127, 6 maart 1654, 22 juli 1654.
                                                                  377. RAA ORA Noord-Scharwoude 6192, blz. 93 24 jan. 1685, blz. 154 10 mei 1688.
                                                                  378. RAA OA Bergen 125 (Verpondingskohier 1630).
                                                                  379. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 776a (Contrarol van de verpachting van Vroonlanden op 13 oktober 1633), fol. 21 No. 29, fol. 22 No. 31 en 32.
                                                                  380. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol), 1 nov. 1640.
                                                                  381. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 76, 27 maart 1642.
                                                                  382. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 100, 4 febr. 1684.
                                                                  383. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 2 24 okt. 1658, blz. 9 24 juni 1658.
                                                                  384. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) akte 128, 12 jan. 1661.
                                                                  385. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 211 26 dec. 1664, blz. 297 24 mei 1668.
                                                                  386. RAA ORA Koedijk 6245 (Weesboek) fol. 22, 12 jan. 1684.
                                                                  387. RAA NA Alkmaar 242 (notaris Jacob Walichsz Brederoe) fol. 94, 27 maart 1660.
                                                                  388. RAA NA Alkmaar 267 (notaris Cornelis Kessel) akte 15, 9 maart 1680.
                                                                  389. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 34 28 aug. 1659.
                                                                  390. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer) fol. 39v, 5 april 1651.
                                                                  391. RAA NA Alkmaar 95 (notaris Cornelis Jansz Baert) fol. 8, 9 juni 1627.
                                                                  392. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 776a (Contrarol van de verpachting van de Vroonlanden op 13 oktober 1633) fol. 22v, No.33.
                                                                  393. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 34, 31 mei 1640.
                                                                  394. RAA NA Alkmaar 261 (notaris Cornelis Kessel) fol. 113v, 19 juni 1666.
                                                                  395. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer) fol. 59, 6 febr. 1647.
                                                                  396. RAA ORA Bergen 2168 fol. 4v, 18 dec. 1641.
                                                                  397. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk, blz. 101 26 febr. 1643, blz. 102 27 febr. 1643, blz. 125 4 febr. 1644.
                                                                  398. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol), 21 jan. 1644.
                                                                  399. RAA NA Alkmaar 143 (notaris Jan van Everdingen) fol. 19, 3 okt. 1648.
                                                                  400. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 90 25 maart 1661.
                                                                  401. RAA ORA Koedijk 6222, blz. 63 12 okt. 1691, fol. 118 15 april 1694, fol. 122 13 mei 1694.
                                                                  402. RAA NA Alkmaar 367 (notaris Cornelis van der Meer) akte 79, 28 juni 1692.
                                                                  403. RAA ORA Oudkarspel 6060 fol. 24 (na 27 nov. 1706).
                                                                  404. RAA ORA Bergen 2171 fol. 190, 2 maart 1707.
                                                                  405. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 229, 229v en 230, 24 febr. 1707, fol. 231v en 232, 21 april 1707.
                                                                  406. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 295 en 297, 24 mei 1668.
                                                                  407. RAA ORA Bergen 2170 fol. 23, 1 jan. 1680.
                                                                  408. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 56 en 58, 3 jan. 1681.
                                                                  409. ORA Koedijk 6244/37 (Weeskamer), 28 november 1646: Jan Adriaensz Stammis oom en voogd over de kinderen van Adriaen Reyersz Stammis [aangenomen dat de laatste naam 'Reyer Adriaensz Stammis' moet zijn].
                                                                  410. Jb. C.B.G. XVIII (1946), blz. 75.
                                                                  411. RAA ORA Koedijk 6221, 2e stuk blz. 308, 4 april 1686.
                                                                  412. RAA ORA Koedijk 6222 blz. 27, 18 mei 1690.
                                                                  413. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk, blz. 162 10 okt. 1645, blz. 172 26 april 1646.
                                                                  414. RAA ORA Oudkarspel 6057 blz. 318, 23 juni 1660.
                                                                  415. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6156 fol. 93v, febr. 1661.
                                                                  416. RAA ORA Koedijk 6221, 2e stuk blz. 252, febr. 1684.
                                                                  417. RAA NA Alkmaar 188 (notaris Jacob van Beijeren) fol. 535, 28 sept. 1669.
                                                                  418. RAA ORA Koedijk 6222 fol. 105, 1693.
                                                                  419. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6157, fol. 171 19 maart 1693, fol. 171v 19 maart 1693, fol. 183 20 dec. 1693, fol. 187 16 jan. 1694, fol. 228 19 mei 1696, fol. 229v 21 mei 1696, fol. 232 22 mei 1696.
                                                                  420. RAA ORA Noord-Scharwoude 6130 blz. 82, 4 okt. 1696.
                                                                  421. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6158 blz. 314, 11 mei 1716.
                                                                  422. RAA ORA Oudkarspel 6016 blz. 205 en 206, 10 mei 1729.
                                                                  423. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 91v en 92, 19 mei 1729.
                                                                  424. RAA NA Alkmaar 228 (notaris Cornelis Coning) fol. 66, 30 sept. 1671.
                                                                  425. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6576a (notaris Jan van 't Wuijver) akte 73, 23 okt. 1724.
                                                                  426. RAA ORA Koedijk 6221, 1e stuk fol. 115, 16 dec. 1694.
                                                                  427. RAA ORA Warmenhuizen 5998, blz. 1 en 3, 4 maart 1704.
                                                                  428. RAA OA Koedijk 20a (Collaterale successie) blz. 163, 24 sept. 1728.
                                                                  429. RAA ORA Koedijk 6220 1e stuk blz. 14, 22 okt. 1659.
                                                                  430. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 153 17 dec. 1609, fol. 209 26 jan. 1631, fol. 244 14 febr. 1636.
                                                                  431. RAA NA Alkmaar 95 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 45v, 4 sept. 1627.
                                                                  432. RAA ORA Koedijk 6212 (Schepenrol), 24 aug. 1634.
                                                                  433. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 24, 5 febr. 1640.
                                                                  434. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 92, 15 jan. 1643.
                                                                  435. RAA NA Alkmaar 140 (notaris Pieter Franssoon) akte 116, 18 april 1649.
                                                                  436. RAA NA Alkmaar 146 (notaris Jan van Everdingen) fol. 86v, 17 juni 1651.
                                                                  437. RAA NA Alkmaar 146 fol. 94v, 20 maart 1652.
                                                                  438. RAA ORA Koedijk 6234 (Diverse schepenakten), fol 1 30 sept. 1658, fol. 4 13 febr. 1659.
                                                                  439. RAA NA Alkmaar 190 (notaris Jan Hertogh) fol. 194v, 21 juli 1660.
                                                                  440. RAA ORA Koedijk 6234 fol. 23v, 15 jan. 1664.
                                                                  441. RAA NA Alkmaar 189 (notaris Jacob van Beijeren) blz. 1067, 4 febr. 1677.
                                                                  442. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 92, 6 sept. 1682.
                                                                  443. RAA ORA Koedijk 6234 fol. 67, 3 febr. 1677.
                                                                  444. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 55, 29 nov. 1680.
                                                                  445. RAA ORA Alkmaar 162 fol. 150, 15 nov. 1680.
                                                                  446. RAA ORA Koedijk 6221, 1e stuk blz. 15, 8 maart 1677, 2e stuk blz. 300, 31 jan. 1686, 2e stuk blz. 360, 1 juni 1687.
                                                                  447. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol) 29 juli 1649.
                                                                  448. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer), fol. 80 7 juni 1651, fol. 85 18 febr. 1659.
                                                                  449. RAA NA Alkmaar 430 (notaris Adriaan van der Hoeve) fol. 227, 28 febr. 1706: getuigenis door Jan Meijndertsz, oud 80 jaar, wonende te Koedijk.
                                                                  450. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 5 24 juni 1658.
                                                                  451. RAA ORA Bergen 2169, fol. 82 23 febr. 1662, fol. 132, 11 maart 1665.
                                                                  452. RAA ORA Koedijk 6221 1e stuk, blz. 11 8 febr. 1677, blz. 72 19 febr. 1683.
                                                                  453. RAA ORA Oudkarpsel 6058, blz. 253 en 255, 9 jan. 1679.
                                                                  454. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk, blz. 134 21 sept. 1679, blz. 353 17 april 1687.
                                                                  455. RAA ORA Bergen 2170 fol. 208v, 18 maart 1692.
                                                                  456. RAA NA Alkmaar (notaris Jacob van Beijeren), 182 fol. 687 9 dec. 1653, 183 blz. 490 14 okt. 1656.
                                                                  457. RAA ORA Oudkarspel 6056 blz. 157, 31 jan. 1624.
                                                                  458. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 46, 11 april 1641.
                                                                  459. RAA NA Alkmaar 161 (notaris Aris Cornelisz Heemskerck) fol. 12v, 18 maart 1656.
                                                                  460. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer) fol. 104, 30 dec. 1654 en 16 jan. 1675, fol. 108, 10 juni 1668 en 30 dec. 1671.
                                                                  461. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6334 (Veilboek), 27 dec. 1691.
                                                                  462. RAA ORA Graft 6441 fol. 82, 10 juni 1668.
                                                                  463. RAA OA Graft nrs 301-320 (Gaderboeken, 1678-1696).
                                                                  464. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen), blz. 25 3 april 1625, blz. 35 12 mei 1626.
                                                                  465. RAA NA Alkmaar 271 (notaris Cornelis Kessel) akte 81, 21 juni 1689.
                                                                  466. De twee dochters zijn opgevoerd om de erfgenamen van Lijsbeth Pieters, dochter van zoon Pieter, te accomoderen.
                                                                  467. RAA ONA Schagen 4551 (notaris Hessel Jansz Valckenborch) akte 51, 29 juli 1642: o.a. getuigenis door Pieter Hendrickxz Stekelbosch, oud omtrent 52 jaar.
                                                                  468. RAA OA Schagen 143 (Generale pachting).
                                                                  469. RAA ORA Schermeer 6348, 19 mei 1646.
                                                                  470. RAA ORA Schagen 5893 fol. 148, 19 mei 1648.
                                                                  471. RAA NA Alkmaar 192 (notaris Jan Hartogh) fol. 396v, 27 mei 1656.
                                                                  472. RAA ORA Schagen 5898 fol. 473, 29 april 1690.
                                                                  473. RAA ORA Schermeer 6348, 2 sept. 1690.
                                                                  474. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen) blz. 57, 9 mei 1629.
                                                                  475. RAA ORA Schagen 5892 fol. 69, juni 1633.
                                                                  476. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen) blz. 259, 28 jan. 1646.
                                                                  477. RAA Weeskamer Alkmaar 23 fol. 302, 11 april 1657.
                                                                  478. RAA ORA Schermeer 6349, 21 febr. 1660.
                                                                  479. RAA ORA Schagen 5892, fol. 104v 22 mei 1634, fol. 141v 7 mei 1636.
                                                                  480. RAA ORA Schagen 5893 fol. 145v, 20 juli 1649.
                                                                  481. WA ONA Jisp 2980 (notaris Daniel Ackerman) akte 158, 31 okt. 1654.
                                                                  482. WA ONA Jisp 2980 (notaris Daniel Ackerman) aktes 174 en 175, 23 mei 1655.
                                                                  483. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 9, 30 juli 1655.
                                                                  484. WA ORA Wormer 337 fol. 44v, 17 nov. 1657.
                                                                  485. NHA ONA Haarlem 283 (notaris Willem van Kittensteyn) fol. 30v, 24 juli 1658.
                                                                  486. ZSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 15 maart 1661.
                                                                  487. ZSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 28 juni 1661.
                                                                  488. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 177 fol. 76, 23 juli 1681.
                                                                  489. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 178 fol. 205v, 7 dec. 1688.
                                                                  490. NHA ONA Wormer 5626 (notaris Johannes Eustatius Mangleris) akte 71, 28 nov. 1639.
                                                                  491. ZSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 23 sept. 1660.
                                                                  492. NHA ONA Jisp 2983 akte 178, 18 dec. 1682.
                                                                  493. RAA ORA Schermeer 6347, 24 juni 1639.
                                                                  494. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 282, 18 april 1647.
                                                                  495. ZSA ORA krommenie 1397, 25 jan. 1647, fol. 33v 5 nov. 1649.
                                                                  496. RAA ORA Schermeer 6348, 23 febr. 1647 en 13 aug. 1650.
                                                                  497. RAA ORA Schermeer 6357 (Hypotheken) fol. 654v, 5 april 1653.
                                                                  498. RAA ORA Akersloot 113, fol. 610v 21 nov. 1659, fol. 738 24 juli 1668, fol. 835 18 mei 1674.
                                                                  499. RAA ORA Schermeer 6349, 19 febr. 1661.
                                                                  500. RAA ORA Alkmaar 159 fol. 112v en 116v, 30 mei 1664.
                                                                  501. RAA NA Alkmaar 289 (notaris Simon Spont) akte 92, 26 aug. 1671.
                                                                  502. RAA NA Alkmaar 289 (notaris Simon Spont) akte 102, 15 maart 1672.
                                                                  503. RAA NA Alkmaar 288 (notaris Simon Spont) akte 58, 15 juli 1687.
                                                                  504. RAA NA Alkmaar 290 (notaris Simon Spont) akte 105, 30 mei 1691.
                                                                  505. RAA NA Alkmaar 207 (notaris Cornelis van Heijmenbergh) akte 8, 16 jan. 1688.
                                                                  506. RAA NA Alkmaar 412 (notaris Gerrit Winder), akte 126 8 aug. 1696, akte 131 12 sept. 1696.
                                                                  507. RAA NA Alkmaar 437 (notaris Abraham de Vos) akte 42, 25 nov. 1707: getuigenis door Gijsbert Maartensz Dubbelt, oud 65 jaar, en Sijmon Maartensz Dubbelt, oud 63 jaar, beiden wonende in de bedijkte Schermer.
                                                                  508. RAA ORA Schermeer 6349, 2 maart 1686.
                                                                  509. RAA ORA Schermeer 639, 31 mei 1691 en 5 februari 1692.
                                                                  510. RAA ORA Schermeer 6350 fol. 2, 2 okt. 1695.
                                                                  511. RAA ORA Schermeer 6360, 25 juli 1705.
                                                                  512. RAA ONA Westgraftdijk 1643 (notaris Adriaan Kos) akte 83, 10 sept. 1707.
                                                                  513. RAA NA Alkmaar 460 (notaris Gualter Winkel) akte 2, 18 mei 1720.
                                                                  514. RAA ORA Schermeer 6349, 5 febr. 1689, 6 okt. 1691.
                                                                  515. RAA ORA Schermeer 6358 (Hypotheken), fol. 83 5 febr. 1689, fol. 37v 6 sept. 1698.
                                                                  516. RAA ORA Alkmaar 165 fol. 128v, 5 okt. 1696.
                                                                  517. RAA ORA Schermeer 6350 akte 4, 21 juni 1704.
                                                                  518. RAA NA Alkmaar 417 (notaris Gerrit Winder) akte 36, 2 juni 1708.
                                                                  519. RAA NA Alkmaar 494 (notaris Arent Klaver) akte 109, 2 juni 1731.
                                                                  520. RAA NA Alkmaar 291 (notaris Simon Spont) akte 17, 1 juni 1674.
                                                                  521. RAA NA Alkmaar 290 (notaris Simon Spont) akte 59, 16 sept. 1684.
                                                                  522. RAA NA Alkmaar 291 (notaris Simon Spont) akte 59, 20 jan. 1701.
                                                                  523. RAA ORA Alkmaar 165 fol. 16, 5 febr. 1694.
                                                                  524. RAA ORA Alkmaar 168 fol. 26, 3 sept. 1718.
                                                                  525. RAA ORA Akersloot 114 fol. 811, 28 april 1672.
                                                                  526. RAA ORA Zuid-Schermer 6321 (Schepenrol), vanaf 28 jan. 1654 t.e.m. 18 nov. 1654.
                                                                  527. RAA ORA Zuid-Schermer 6329 fol. 70, 24 okt. 1655.
                                                                  528. RAA ORA Schermerhorn 6307, fol. 34 1 febr. 1664, fol. 46v 17 juni 1664, fol. 57v 20 nov. 1664.
                                                                  529. RAA NA Alkmaar 223 (notaris Joannes van der Meer) fol. 58v, 19 juni 1666.
                                                                  530. RAA ORA Schermerhorn 5307, fol. 125v 10 juli 1668, fol. 131 7 okt. 1668, fol. 185v 15 jan. 1671.
                                                                  531. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 522 (Benoeming van officieren) fol. 207, 2 april 1672.
                                                                  532. RAA ORA Schermerhorn, 6307 fol. 232v 27 nov. 1672, 6309 fol. 228 14 april 1697.
                                                                  533. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 175 fol. 557, 7 dec. 1674.
                                                                  534. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 523, fol. 6v 22 maart 1675, fol. 163 16 maart 1678, fol. 302 31 maart 1681.
                                                                  535. RAA ORA Akersloot 114, fol. 921 22 juni 1677, fol. 922v 28 juni 1677.
                                                                  536. NA Grafelijkheidsrekenkamer 177 (Registers) fol. 64, 9 maart 1681.
                                                                  537. RAA ORA Schermeer 6349, 18 nov. 1684.
                                                                  538. NA Grafelijkheidsrekenkamer 177 (Registers), fol. 356 en fol. 356v, 19 juni 1685.
                                                                  539. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 178 fol. 371, 10 aug. 1691.
                                                                  540. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 179, fol. 354v en fol. 355, 9 april 1696.
                                                                  541. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 180, fol. 22v 26 maart 1699, fol. 225, 29 maart 1702.
                                                                  542. RAA NA Alkmaar 414 (notaris Gerrit Winder) akte 48, 22 aug. 1699.
                                                                  543. RAA NA Alkmaar 297 (notaris Pieter van Everdingen) akte 77, 25 januari 1670.
                                                                  544. RAA NA Alkmaar 278 (notaris Cornelis Kessel) akte 16, 12 febr. 1689.
                                                                  545. RAA ORA Schermerhorn 6310 fol. 188, 2 maart 1711.
                                                                  546. RAA NA Alkmaar 411 (notaris Gerrit Winder) akte 4, 24 jan. 1693.
                                                                  547. RAA NA Alkmaar 514 (notaris Dirk Sevenhuijsen) akte 1003, 3 nov. 1731.
                                                                  548. RAA ORA Zuid- en Noordschermer 6339 (Weesboek) fol. 55, 25 dec. 1692.
                                                                  549. RAA ORA Akersloot, fol. 181 en 182, 19 maart 1694.
                                                                  550. RAA ORA Schermeer 6358 (Hypotheken) fol. 85v, 31 jan. 1739.
                                                                  551. RAA ORA Schermeer 6352 fol. 35v, 4 febr. 1741.
                                                                  552. RAA ORA Oudkarspel 6077 (Weesboek) blz. 6, 28 april 1638.
                                                                  553. RAA ORA Oudkarspel 6077 (Weesboek) bzl. 49, 29 mei 1643.
                                                                  554. RAA ORA Oudkarspel 6077 (Weesboek), blz. 51 5 maart 1646, blz. 52 21 febr. 1647.
                                                                  555. RAA ORA Oudkarspel 6077 (Weesboek) blz. 176, 10 jan. 1658.
                                                                  556. RAA ORA Oudkarspel 6057, blz. 68 7 jan. 1651, blz. 82 7 juli 1651.
                                                                  557. RAA ORA Oudkarspel 6057, blz. 98 4 jan. 1652, 18 maart 1653.
                                                                  558. RAA ORA Noord-Scharwoude 6121 (Schepenrol), 21 dec. 1610, 3 jan. 1611.
                                                                  559. RAA ORA Noord-Scharwoude 6122 (Schepenrol), 22 sept. 1636, 6 okt. 1636.
                                                                  560. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127 blz. 318 en 319, 18 maart 1667.
                                                                  561. RAA ORA Noord-Scharwoude 6125 blz. 55, 14 jan. 1633.
                                                                  562. RAA ORA Noord-Scharwoude 6126, blz. 6 23 maart 1637, blz. 15 30 nov. 1637, blz. 76 29 april 1639.
                                                                  563. RAA ORA Noord-Scharwoude 6128 blz. 48, 11 juli 1670.
                                                                  564. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6155 fol. 132v, 13 jan. 1632.
                                                                  565. RAA ORA Noord-Scharwoude 6125, blz. 21 13 jan. 1632, blz. 143 21 jan. 1636.
                                                                  566. RAA ORA Noord-Scharwoude 6122 (Schepenrol), 24 aug. 1635.
                                                                  567. RAA ORA Noord-Scharwoude 6126 blz. 291, 13 febr. 1651.
                                                                  568. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127 blz. 304, 24 mei 1666.
                                                                  569. RAA ORA Warmenhuizen 6016 (Weesboek) fol. 192, 5 april 1618.
                                                                  570. RAA ORA Warmenhuizen 6122 (Schepenrol), van 13 febr. 1634 t.e.m. 18 mei 1637.
                                                                  571. RAA ORA Noord-Scharwoude 6125, blz. 66 15 febr. 1633, blz. 71 26 febr. 1633, blz. 117 26 febr. 1635.
                                                                  572. RAA ORA Noord-Scharwoude 6122 (Schepenrol), 8 okt. en 5 nov. 1635.
                                                                  573. RAA ORA Noord-Scharwoude 6126, blz. 81 28 dec. 1639, blz. 202 31 jan. 1645.
                                                                  574. RAA ORA Noord-Scharwoude 6127, blz. 9 6 maart 1654, blz. 71 7 jan. 1657, blz. 72 16 jan. 1657, blz. 161 en 162, 14 febr. 1661.
                                                                  575. RAA ORA Koedijk 6210 (Schepenrol), 13 dec. 1589.
                                                                  576. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 79 1594, fol. 106v 29 jan. 1598.
                                                                  577. RAA Arch. Gasthuizen 39 (St. Elisabethgasthuis, registerboek 1585-1609) fol. 87.
                                                                  578. RAA OA Bergen 123 (Verpondingskohier 1615).
                                                                  579. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol), 11 april 1619.
                                                                  580. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 14, 1605.
                                                                  581. RAA NA Alkmaar 55 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 225, 24 juni 1623: Willem Jansz Schotsman oud 58 jaar.
                                                                  582. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 68 29 jan. 1593, fol. 105v 30 okt. 1797.
                                                                  583. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 119v en 120 28 sept. 1600, 133v 29 aug. 1602, fol. 171 11 febr. 1615.
                                                                  584. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol), 28 nov. 1619, 30 april 1620.
                                                                  585. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk blz. 227, 17 juni 1665.
                                                                  586. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol) 9 aug. 1618.
                                                                  587. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 205 v, 29 maart 1629, 6219 blz. 320, 3 mei 1654.
                                                                  588. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 184, 3 en 5 jan. 1624.
                                                                  589. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 105v, 31 okt. 1597.
                                                                  590. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) fol. 17, 11 sept. 1636.
                                                                  591. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek), fol. 24 10 jan. 1640, fol. 86 14 aug. 1652.
                                                                  592. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 70 5 okt. 1593, fol 105v 30 okt. 1597.
                                                                  593. NA Hof van Holland 2151, 21 sept. 1599.
                                                                  594. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 133v 29 aug. 1602, fol 140v verm. 16 febr. 1604
                                                                  595. RAA OA Oudkarspel 102 (Verpondingskohier 1615) fol. 60, 103 (Verpondingskohier 1627).
                                                                  596. RAA ORA Bergen 2166 fol. 40v, 16 febr. 1619.
                                                                  597. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 176 21 juni 1620, fol. 188 18 febr. 1625, fol. 207 14 mei 1630, fol. 227 7 dec. 1634.
                                                                  598. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol), 12 maart 1643.
                                                                  599. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol) 9 jan. 1620.
                                                                  600. RAA ORA Koedijk 6220 (2e stuk) blz. 364, 21 mei 1670.
                                                                  601. RAA OA Koedijk 15a (Rekeningen 1638-1693).
                                                                  602. RAA ONA Noord-Scharwoude 4068 (notaris Pieter Cornelisz) fol. 136v akte 34, 13 juni 1642.
                                                                  603. RAA NA Alkmaar 254 (notaris Pieter Barsingerhorn) fol. 44, 16 juni 1658.
                                                                  604. RAA NA Alkmaar 254 (notaris Pieter Barsingerhorn) fol. 39, 16 jan. 1658.
                                                                  605. RAA NA Alkmaar 254 (notaris Pieter Barsingerhorn) fol. 83, 19 jan. 1661.
                                                                  606. RAA NA Alkmaar 231 (notaris Henrik de Vos) fol. 96, 10 juli 1664.
                                                                  607. RAA ORA Koedijk 6213 (schepenrol), 17 maart 1644.
                                                                  608. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 255, 3 dec. 1637.
                                                                  609. RAA ONA Noord-Scharwoude 4067 (notaris Pieter Cornelisz), akte 11 blz. 21, 3 mei 1637, akte 24 blz. 40, 12 sept. 1637.
                                                                  610. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz 12 24 juni 1658.
                                                                  611. RAA ORA Schagen 5895, 31 dec. 1668.
                                                                  612. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 366 21 mei 1670.
                                                                  613. RAA ORA Koedijk 6219 fol. 297, 9 mei 1652.
                                                                  614. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 65 13 jan. 1661, blz. 139 12 febr. 1663, blz. 170 20 maart 1664.
                                                                  615. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 31, 23 mei 1668.
                                                                  616. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 36, jan. 1680.
                                                                  617. RAA NA Alkmaar 134 (notaris Pieter Fransz Ocker) fol. 108v, 13 jan. 1640.
                                                                  618. RAA ORA Bergen 2168 fol. 7, 22 jan. 1642.
                                                                  619. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer) fol. 92, 4 maart 1653.
                                                                  620. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 73, 25 april 1670, 6059 fol. 205v, 10 febr. 1699.
                                                                  621. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek), 30 jan. 1647.
                                                                  622. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) fol. 143, 11 april 1663.
                                                                  623. RAA NA Alkmaar 64 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 364v, 2 mei 1626.
                                                                  624. RAA NA Alkmaar 20 (notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn) fol. 216, 22 febr. 1611.
                                                                  625. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 124 2 mei 1601, fol. 161 8 nov. 1611.
                                                                  626. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 183v, 20 dec. 1623.
                                                                  627. RAA NA Alkmaar 58 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 103, 4 april 1629.
                                                                  628. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 234, 31 maart 1650.
                                                                  629. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 247, 11 dec. 1636.
                                                                  630. RAA ORA Koedijk 28 sept. 1645.
                                                                  631. RAA ORA Broek op Langedijk 6152 fol. 155v, 20 jan. 1649.
                                                                  632. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 234 1 juni 1635, 14 febr. 1636.
                                                                  633. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol), 9 mei 1641.
                                                                  634. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 78, 31 mei 1642.
                                                                  635. RAA ORA Koedijk 6213 (Schepenrol), periode 14 febr. 1647 - 14 nov. 1647.
                                                                  636. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 230, 18 maart 1649.
                                                                  637. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk, blz. 196 1 juni 1647, blz. 239 14 febr. 1650, blz. 303 23 jan. 1653.
                                                                  638. RAA ORA Koedijk 6222, blz. 97, 99 en 101, 6 febr. 1693.
                                                                  639. RAA ORA Alkmaar 140 fol. 25v, 28 april 1607.
                                                                  640. RAA ORA Koedijk 6220 fol. 6v, 24 juni 1658.
                                                                  641. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 212, 22 febr. 1677.
                                                                  642. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk, blz. 57, 59 en 61, 27 juli 1677.
                                                                  643. RAA OA Oudkarspel 102 (Verpondingskohier van 1615) fol. 48v, en 103 (verpondingskohier van 1627).
                                                                  644. De voornaam 'Trijn' is afgeleid uit het feit dat van haar 5 bekende kinderen er 4 een dochter Trijntje hebben (van het overblijvende kind zijn geen kinderen bekend).
                                                                  645. RAA OA Oudkarspel 102 (Verpondingskohier van 1615) fol. 59, en 103 (Verpondingskohier van 1627).
                                                                  646. RAA ORA Schoorl 897 (Schepenrol), 8 maart 1638.
                                                                  647. RAA NA Alkmaar 28 (notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn) fol. 89, 15 nov. 1630.
                                                                  648. RAA NA Alkmaar 162 fol. 3, 10 maart 1677.
                                                                  649. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 227, 29 juli 1677.
                                                                  650. RAA NA Alkmaar 141 (notaris Pieter Fransz Ocker) fol. 145, 1 april 1654.
                                                                  651. RAA NA Alkmaar 188 (notaris Jacob van Beijeren) fol. 536, 28 sept. 1669.
                                                                  652. RAA NA Alkmaar 188 (notaris Jacob van Beijeren) blz. 805, 8 april 1670.
                                                                  653. RAA NA Alkmaar 189 (notaris Jacob van Beijeren) blz. 775, 21 april 1675.
                                                                  654. RAA ORA Zuid-Schermer fol. 27v, febr. 1661.
                                                                  655. RAA ONA Zuid- en Noordschermer 6563b (notaris Harman Bosch), 21 jan. 1667.
                                                                  656. RAA OA Graft nrs 292-296 (Gaderboek, 1669-1673).
                                                                  657. RAA ORA Barsingerhorn 5818 (Haringhuizen) blz. 39, 22 mei 1626.
                                                                  658. BloysBelonjeNH deel V, Ned. Herv. Kerk Wormer nr 41.
                                                                  659. ZSA ORA Westzaan 1568, fol. 34 en 34v, 30 jan. 1615.
                                                                  660. WA ORA Wormer 350 (Hypotheken en obligaties t.b.v. wezen), blz. 142 13 april 1629, blz. 240 29 maart 1630, blz. 30 18 april 1631.
                                                                  661. NHA ONA Haarlem 283 (notaris Willem van Kittensteyn) fol. 92, 16 aug. 1658.
                                                                  662. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 80v, 20 aug. 1658.
                                                                  663. NSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 10 aug. 1663.
                                                                  664. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 72, 8 juli 1689.
                                                                  665. NHA ORA Uitgeest 209 fol. 86v, 14 maart 1700.
                                                                  666. RAA ORA Graft 6442 fol. 174, 29 mei 1685.
                                                                  667. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 178 fol. 91, 11 maart 1687.
                                                                  668. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 178 fol. 8, 8 febr. 1703.
                                                                  669. RAA ORA Graft 6441 fol. 146, 7 nov. 1671.
                                                                  670. RAA ORA Alkmaar 156 fol. 15, nr 5, 23 jan. 1655.
                                                                  671. RAA NA Alkmaar 177 (notaris Sierick Siersma) fol. 187, 16 jan. 1664.
                                                                  672. RAA ORA Alkmaar 162 fol. 45, nr 60, 2 juni 1678.
                                                                  673. RAA NA Alkmaar 423 (notaris Gerrit Winder) akte 55, 4 dec. 1693.
                                                                  674. RAA NA Alkmaar 411 (notaris Gerrit Winder) fol. 77, 27 febr, 1694.
                                                                  675. RAA NA Alkmaar 436 (notaris Abraham de Vos) fol. 96, 27 aug. 1695.
                                                                  676. RAA NA Alkmaar 436 (notaris Abraham de Vos) fol. 102, 10 sept. 1695.
                                                                  677. RAA NA Alkmaar 277 (notaris Cornelis Kessel) fol. 150, 10 febr. 1685.
                                                                  678. RAA ORA Zuid-Schermer 6332 fol. 132, 7 mei 1685.
                                                                  679. RAA ORA Noord-Scharwoude 6120 (Schepenrol), o.a. 5 aug. en 12 okt. 1603, 6121 (Schepenrol) 24 mei 1604.
                                                                  680. RAA ORA Noord-Scharwoude 6122 (Schepenrol), voorin.
                                                                  681. RAA ONA Noord-Scharwoude 4068 (notaris Pieter Cornelisz) fol. 18, 29 sept. 1641.
                                                                  682. RAA ONA Noord-Scharwoude 4068 (notaris Pieter Cornelisz) fol. 97, 22 juli 1645.
                                                                  683. RAA Arch. NH-gemeente Alkmaar, kerkeraad 158 (attestaties).
                                                                  684. NA Staten van Holland vóór 1572, 1541 (kohier 10e penning Bergen 1569/1570).
                                                                  685. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 774b (Verpachting van Vroonlanden op 22 april 1574).
                                                                  686. RAA Arch. Gasthuizen 39 (St. Elisabethgasthuis, registerboek 1585-1609) fol. 47.
                                                                  687. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 778c (Verpachtingsregister van vroonlanden in 1588), fol. 32v.
                                                                  688. RAA ORA Alkmaar 132 (Transporten), fol. 38v 28 sept. 1581, fol. 146 26 jan. 1585.
                                                                  689. RAA ORA Koedijk 6218 blz. 18, 7 dec. 1582.
                                                                  690. RAA Weeskamer Alkmaar 14 fol. 233, 26 juli 1570.
                                                                  691. NA Staten van Holland vóór 1572, 1541 (kohier 10e penning Bergen 1569/1570) fol. 17v.
                                                                  692. RAA Arch. Gasthuizen (St. Elisabethgasthuis), 38 fol. 23 en 110, 39 fol. 87.
                                                                  693. NA Grafelijkheidsrekenkamer 774b (Verpachting van vroonlanden op 22 april 1574), fol. 33v.
                                                                  694. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775b (Huurders of kopers van vroonlanden in 1594), No. 53.
                                                                  695. RAA J.P. Geus, De Vroonlanden bij Alkmaar, 1531-1724, Capelle a/d IJssel, dl. I 1986, dl. 2 1987.
                                                                  696. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 778c (Verpachtingsregister van vroonlanden in 1588), fol. 20v.
                                                                  697. RAA Arch. Gasthuizen (St. Elisabethgasthuis) 38 fol. 87, 40 fol. 41, 41 fol. 41.
                                                                  698. RAA ORA Koedijk 6218 blz. 81, 27 jan. 1595.
                                                                  699. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 131v, 24 mei 1605.
                                                                  700. NA Staten van Holland vóór 1572, 1541 (kohier 10e penning Bergen 1569/1570) fol. 13.
                                                                  701. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 774b (Verpachting van vroonlanden op 22 april 1574), fol. 17.
                                                                  702. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 778c (Verpachtingsregister van vroonlanden in 1588), fol. 1v.
                                                                  703. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775b (Huurders of kopers van vroonlanden in 1594), No. 21.
                                                                  704. RAA NA Alkmaar 42 (notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn) fol. 172, 24 maart 1629.
                                                                  705. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775b (Huurders of kopers van vroonlanden in 1594), No. 100.
                                                                  706. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 138v mei 1603, fol. 144 1605, fol. 149 12 dec. 1606.
                                                                  707. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 149 18 jan. 1607, fol. 150v 8 febr. 1607, fol. 158 21 febr. 1612, fol. 176 21 juni 1620.
                                                                  708. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol) 26 juli 1618.
                                                                  709. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 516 (Benoeming van officieren) fol. 270, 26 dec. 1630.
                                                                  710. RAA ORA Broek op Langedijk 6182 fol. 49v, 15 juni 1636.
                                                                  711. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 158, 166v, 178.
                                                                  712. RAA ORA Oudkarspel 6055, 24 febr. 1614.
                                                                  713. RAA OA Oudkarspel 102, fol. 48v.
                                                                  714. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol) 31 jan. 1619.
                                                                  715. RAA NA Alkmaar 63 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 199v, 22 febr. 1620.
                                                                  716. RAA ORA Oudkarspel 6056 blz. 147, 20 mei 1623.
                                                                  717. NA Hof van Holland 2251 (Dingtalen), 24 nov. 1623.
                                                                  718. RAA ONA Noord-Scharwoude 4068 (notaris Pieter Cornelisz) fol. 4v akte 3, 22 mei 1641.
                                                                  719. RAA ONA Noord-Scharwoude 4067 (notaris Pieter Cornelisz), blz. 21 akte 11, 3 mei 1637, blz. 40 akte 24, 12 sept. 1637.
                                                                  720. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 107, 20 april 1643.
                                                                  721. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 67 21 dec. 1592, fol. 130 vermoedelijk op of kort na 14 maart 1602.
                                                                  722. RAA NA Alkmaar 133 (notaris Cornelis Spont) fol. 130, 9 jan. 1644.
                                                                  723. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 167, 9 jan. 1646.
                                                                  724. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 213, 3 juni 1632.
                                                                  725. RAA NA Alkmaar 65 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 409, 25 juni 1632.
                                                                  726. RAA OA Koedijk 3 fol. 46v en 47, 20 mei 1584.
                                                                  727. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Rgisters) 156 fol. 169, 30 aug. 1570.
                                                                  728. J.P. Geus, Uit de historie van Koedijk en Huiswaard, Pirola oktober 1990.
                                                                  729. RAA NA Alkmaar 55 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 225v, 24 juni 1623: Theus Jaspersz oud 73 jaar.
                                                                  730. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775b (Huurders of kopers van vroonlanden in 1594), No. 47.
                                                                  731. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 39 1596, fol. 111 15 maart 1623.
                                                                  732. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol), 26 juli 1618, 9 aug. 1618.
                                                                  733. RAA ORA Koedijk 6220, 2e stuk blz. 71, 27 jan. 1661.
                                                                  734. RAA ORA Koedijk 6220 2 stuk blz. 113, 2 mei 1662,
                                                                  735. ZSA ORA Westzaan 1503 (Schepenrol), 16 juni 1605 - 25 aug. 1605.
                                                                  736. ZSA ORA Westzaan 1504 (Schepenrol), 17 mei 1613 - 30 mei 1613.
                                                                  737. ZSA ORA Westzaan 1915 (Staatboek) fol. 235v, 21 jan. 1609.
                                                                  738. ZSA ORA Krommenie 1484 (Staatboek) fol. 56, 12 sept. 1621.
                                                                  739. NHA ORA Uitgeest 197 fol. 117, 20 jan. 1636.
                                                                  740. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 203, 18 juli 1642.
                                                                  741. NHA ORA Uitgeest 199 fol. 121, 16 febr. 1652.
                                                                  742. ZSA ORA Krommenie 1398 fol. 39, 2 jan. 1654.
                                                                  743. ZSA ORA Krommenie 1484 (Staatboek) fol. 51, 26 maart 1621.
                                                                  744. RAA ORA Noord-Scharwoude 6120 (Schepenrol), 1597-1600.
                                                                  745. NA Hof van Holland 2155 (Dingtalen), 15 juni 1600.
                                                                  746. NA Hof van Holland 2159 (Dingtalen), 20 febr. 1601.
                                                                  747. NA Hof van Holland 2159 (Dingtalen), 22 febr. 1601.
                                                                  748. RAA ORA Noord-Scharwoude 6120 (Schepenrol), 1601-1602.
                                                                  749. RAA ORA Noord-Scharwoude 6121 (Schepenrol), 19 april 1610.
                                                                  750. Geïnterpoleerd tussen Evert Jansz Smit, smid te Noord-Scharwoude, en Evert Jansz Smit, smid te Opmeer.
                                                                  751. RAA ORA Noord-Scharwoude ORA 6120 (Schepenrol), 1600-1602.
                                                                  752. RAA ORA Noord-Scharwoude 6120 (Schepenrol), 4 en 17 maart 1602.
                                                                  753. RAA ORA Noord-Scharwoude 6121 (Schepenrol), 1606-1612.
                                                                  754. RAA ORA Noord-Scharwoude 6121 (Schepenrol), 1610-1613.
                                                                  755. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 774a (Verpachting van Vroonlanden in 1548), fol. 14 en 14v.
                                                                  756. NA Staten van Holland vóór 1572, 570 (kohier 10e penning van Bergen van 1553) fol. 16v, 905 (van 1556).
                                                                  757. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 779b deel 1 (Uitkoop).
                                                                  758. NA Grafelijkheidsrekenkamer 774b (Verpachting van Vroonlanden op 22 april 1574) fol. 19, 24v, 26, 23 en 25.
                                                                  759. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 778c (Verpachtingsregister van vroonlanden in 1588) fol 1.
                                                                  760. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 158 fol. 33, 23 jan. 1579.
                                                                  761. NA Staten van Holland vóór 1572, 167 (kohier 10e penning van Bergen van 1543), 905 (van 1556), 1541 (van 1569/1570).
                                                                  762. RAA Arch. Gasthuizen 38 (St. Elisabethgasthuis, registerboek 1568-1585) fol. 23.
                                                                  763. Veel gegevens over de familie Stammis te Koedijk van vóór 1700 zijn welwillend verstrekt door wijlen dhr J. P. Geus te Capelle a/d IJssel.
                                                                  764. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 102 en 103.
                                                                  765. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 168, 3 febr. 1614.
                                                                  766. RAA OA Oudkarspel 102, fol. 53.
                                                                  767. RAA ORA Koedijk 6211 (Schepenrol), na 17 dec. 1620.
                                                                  768. RAA ORA Koedijk 6218 1e stuk fol. 124v, 26 mei 1601.
                                                                  769. RAA ORA Oudkarpsel 6056 blz. 144, 26 april 1623.
                                                                  770. RAA ORA Koedijk 6218 1e stuk fol. 240v, Jan. 1636.
                                                                  771. NA Staten van Holland vóór 1572, 1541 (kohier 10e penning Bergen 1569/1570) fol. 18.
                                                                  772. RAA NA Alkmaar 56 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 95, 28 sept. 1624.
                                                                  773. ZSA ORA Westzaan 1563 fol. 83, 22 jan. 1572.
                                                                  774. RAA NA Alkmaar 2 (notaris Franciscus van Teylingen) fol. 60v, 17 aug. 1557.

                                                                  Nawoord.
                                                                    Voor deze kwartierstaat zijn gegevens gebruikt van o.a. wijlen de heer W. Stoll te Den Helder, wijlen de heer J.P. Geus te Capelle a/d IJssel, het echtpaar Joop en Tiny Muelink te Schoorl, mevr. C. Krebs-Bakker te Rotterdam, en de heer C.H. Visser te Groet.

                                                                    Cuijk, 16 dec. 2013.
                                                                    H. & A.B. de Vries-Doyle
                                                                    Jan van Cuijkstraat 46,
                                                                    5431 GC  Cuijk.
                                                                    Tel. 0485-313614.
                                                                    Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl


                                                                  >index

                                                                  Terug naar het begin.

                                                                  # # #   G E N K W A   # # #