Naar beginpagina

Kwartierstaat HOOGLAND - DE BOER

>index



Generatie I (>II)

1a Klaas HOOGLAND, geb. Beverwijk 7 juni 1822, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 10 maart 1894,
tr. Wijk aan Zee en Duin 16 mei 1847 Petronella BERGHUIS, geb. Uitgeest ca. 1823, dr van Mies BERGHUIS, kleermaker, en Cornelia INEKE, winkelierster.
1b Aaltje HOOGLAND, geb. Beverwijk 10 aug. 1824, overl. ald. 25 dec. 1855,
tr. Wijk aan Zee en Duin 26 okt. 1845 Willem van der WAL, geb. Beverwijk 9 mei 1819, dagloner, overl. ald. 3 juli 1888, zn van Dirk van der WAL, azijnmakersknecht, en Bartha BROUWER.
1c Johannes 'Jan' HOOGLAND, geb. Wijk aan Zee en Duin 24 maart 1826, tuinder, overl. ald. 8 nov. 1874,
tr. Wijk aan Zee en Duin 21 mei 1854 Johanna Maria PLEGING, geb. Beverwijk 5 jan. 1827, overl. Wijk aan Zee en Duin 22 okt. 1876, dr van Johannes Dirk 'Dirk' PLEGING, tuinder, en Aletta WOUTERS.

Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Reinier HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/7 aug. 1796, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 19 jan. 1869,
tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) Wijk aan Zee en Duin/Wijk aan Zee 3 maart 1822
3. (>6, >7) Maria Jannetta de BOER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 april 1790, overl. Wijk aan Zee en Duin 3 jan. 1862,
tr. 1° Beverwijk 6 aug. 1815 Gerhard Theodor MULLER, geb. Dordrecht ca. 1786, stuurman, overl. (a/b Z.M. schip van oorlog Tromp) 18 april 1821, zn van Johan Georg MULLER en Carolina Elisabeth SCHWIJKHART.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Klaas HOOGLAND, geb. Beverwijk 7 juni 1822, zie 1a.
    2. Aaltje HOOGLAND, geb. Beverwijk 10 aug. 1824, zie 1b.
    3. Johannes HOOGLAND, geb. Wijk aan Zee en Duin 24 maart 1826, zie 1c.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Klaas HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1763, doet op 6 april 1792 in Velsen belijdenis, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 10 nov. 1837,
      In 1809 worden in Wijk op Zee en Duin akten van indemniteit ontvangen, van het gemeentebestuur van Velsen, getekend op 1 februari 1809, voor Reynier, Jan, Arie, Hendrik en Elisabet Hogeland, resp. oud 13, 12, 11, 8 en 6 jaar, kinderen van Klaas Hoogland, geboren te Velsen, metterwoon van Velsen naar de Beverwijk vertrokken, en van het gemeentebestuur van Zoeterwoude namens de regenten van het weeshuis te Leiderdorp, getekend op 9 februari 1809, voor Klaas Hoogland, thans wonende te Velsen, doch vandaar vertrekkende naar Beverwijk of elders 2.
ondertr./tr. Velsen 30 jan./14 febr. 1796
5. (<2) (>10, >11) Aaltje RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 april 1764, doet op 1 maart 1798 in Velsen belijdenis, begr. Velsen 30 mei 1805.
         Uit dit huwelijk:
    1. Reinier HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/7 aug. 1796, zie 2.
    2. Jan HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 20/26 nov. 1797, dagloner, overl. Wijk aan Zee en Duin 12 juli 1822.
    3. Arie HOGELAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 26 nov./30 dec. 1798, tuinder, tr. Wijk aan Zee en Duin 13 febr. 1834 Grietje de GROOT, geb. Egmond-Binnen ca. 1815, dienstbode, dr van Cornelis de GROOT, schulper, en Agie LEIJEN.
    4. Dirk HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/30 nov. 1800, begr. ald. 31 maart 1802.
    5. Gerrit HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 6/30 nov. 1800, begr. ald. 15 maart 1802.
    6. Hendrik HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 15/31 jan. 1802, kleermaker.
    7. Elisabeth HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 9/11 sept. 1803, overl. Wijk aan Zee en Duin 5 okt. 1857, tr. 1° ald. 17 maart 1824 Gerrit REEHORST, geb. Beverwijk ca. 1800, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 20 mei 1839, zn van Casper REEHORST en Guurtje EVERTS, dagloonster, tr. 2° ald. 25 dec. 1841 Hendrik de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 jan./3 febr. 1805, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 18 sept. 1858, zn van Johannes de VRIES, tuinder, en Cornelia DUIJS.
        In 1855 testeert Hendrik de Vries Johanneszoon, wonende te Wijk aan Zee en Duin, aan zijn vrouw Elisabeth Hogeland, bij vooroverlijden aan hun enig kind Johannes, bij diens vooroverlijden aan de kinderen van Elisabeth Hogeland bij haar eerste man Gerrit Reehorst 3
6. (<3) (>12, >13) Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 16 dec. 1764 (doopgetuige Neeltje Hofland), overl. Amsterdam 24 sept. 1805,
ondertr. Amsterdam 24 april 1789
7. (<3) (>14, >15) Johanna KETELAAR, ged. Amsterdam 5 april 1761,
ondertr. 1°/tr. Amsterdam/Amstelveen 23 april/9 mei 1784 Jan de BRUIJN, overl. vóór 1789.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Clasiena Christina de BRUIJN, ged. Amsterdam 10 april 1785.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Maria Jannetta de BOER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 april 1790, zie 3.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) Reinier HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 21 mei 1730,
ondertr. Zoeterwoude 7 nov. 1759
9. (<4) (>18, >19) Marijtje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 25 okt. 1739 (doopgetuige Marijtje van Velsen).
         Uit dit huwelijk:
    1. Hendrik HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 maart 1760.
    2. Arij HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 aug. 1761.
    3. Arij HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 30 okt. 1762, doet op 26 september 1788 in Velsen belijdenis, vertrekt op 10 januari 1791 met attestatie naar Heemstede.
    4. Klaas HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1763, zie 4.
    5. Magteld HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 dec. 1764.
    6. Marijtje HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 15 juni 1766.
    7. Leendert HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 17 jan. 1768.
    8. Grietje HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 febr. 1769.
    9. Gerrit HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 febr. 1769.
    10. Leendert HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 mei 1771.
    11. Mensie HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 31 juli 1774.
    12. Johannes HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 31 juli 1774.
10. (<5) (>20, >21) Jan RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730, overl./begr. Brummen/Voorst 26/30 dec. 1809,
ondertr./tr. Voorst 29 jan./26 febr. 1758
11. (<5) (>22, >23) Elisabeth BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 13 febr. 1735, overl./begr. ald. 16/22 nov. 1797.
         Uit dit huwelijk:
    1. Rutger RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 17 dec. 1758.
    2. Maria RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 maart 1760, doet op 27 juni 1788 in Velsen belijdenis, ondertr./tr. Velsen 18 jan./3 febr. 1788 Johan Hendrik KLAAS.
    3. Hendrik RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 6 febr. 1763, overl./begr. Brummen/Voorst 29 juli/2 aug. 1811.
    4. Aaltje RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 april 1764, zie 5.
    5. Arend RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 8 dec. 1765.
    6. Egbert RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 10 juni 1770.
    7. Berendina RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 7 maart 1773.
    8. Egbert RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 23 okt. 1774.
    9. Hendrica RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 19 jan. 1777.
    10. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 23 jan. 1780.
12. (<6) (>24, >25) Mies Klaasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 jan. 1740 (doopgetuige Aagt Jans Valk), impost op begr. ald. 3 nov. 1797 (pro deo, van 't Gasthuys begraven),
tr. 2° Beverwijk 10 dec. 1775 Lobbregt Jans SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) ald. 16 april 1730, begr. ald. 8 dec. 1797 (gaarder, Lobberigh Spijkerman classis pro deo: 1:4:-, kleine klok ½ uur 1:-:-, van de diaconie begraven), dr van Jan Engelsz SPIJKERMAN en Wijntje Jacobs van der MAAR,
ondertr. 1°/tr. Velsen/Beverwijk 17 dec. 1762/2 jan. 1763
13. (<6) (>26, >27) Marijtje Willems HOFLAND, overl. vóór 1775.
         Uit dit huwelijk:
    1. Willem de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 10 juli 1763 (doopgetuigen Neeltje Hofland en Willem Hofland).
    2. Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 16 dec. 1764 (doopgetuige Neeltje Hofland), zie 6.
    3. Cornelis de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 sept. 1766 (doopgetuige Neeltje Hofland).
    4. Simon de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 maart 1768 (doopgetuige Neeltje Hofland).
    5. Jan de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 maart 1770 (doopgetuige Trijntje Hofland).
    6. Dirk de BOER, geb. Beverwijk 3 febr. 1772, ged. (nederd. geref.) ald. 9 febr. 1772 (doopgetuigen Dirk Verkuijl en Willemijntje Verkuijl).
    7. Mies de BOER, geb. Beverwijk 2 dec. 1773, ged. (nederd. geref.) ald. 3 dec. 1773 (doopgetuige Trijntje Hofland).
14. (<7) (>28, >29) Johannes KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 10 dec. 1724 (doopgetuigen Frans Milius, Catlijntje Eijboon), bij overlijden wonende aan 't eind van de Groote Wittenburgerstraat, 3 kinderen nalatend, begraven op het St Anthoniskerkhof, begr. Amsterdam 17 aug. 1785,
ondertr. 2° Amsterdam 5 sept. 1776, ondertr. (impost) ald. 4 sept. 1776 (onvermogend) Lena JANS,
ondertr. 1° Amsterdam 30 april 1751
15. (<7) (>30, >31) Christina THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 23 nov. 1721 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria van Meggele), begr. ald. 28 april 1775.
         Uit dit huwelijk:
    1. Maria Eliesabet KETELAAR, ged. Amsterdam 29 maart 1752.
    2. Gerret KETELAAR, ged. Amsterdam 16 dec. 1753.
    3. Neeltie KETELAAR, ged. Amsterdam 11 mei 1755.
    4. Anna KETELAAR, ged. Amsterdam 3 april 1757.
    5. Johanna KETELAAR, ged. Amsterdam 5 april 1761, zie 7.
    6. Elisabeth KETELAAR, ged. Amsterdam 13 jan. 1765.
    7. Pieter KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 29 okt. 1766.


Generatie V (<IV, >VI)

16. (<8) (>32, >33) Hendrik HENDRIKSZ, doet in Brummen belijdenis op 15 april 1730 als Hendrik Hendriks, zoon van de lange Hendrik, overl. Brummen 20 maart 1768,
ondertr. Brummen 24 juni 1729
17. (<8) Machteld Aalberts BECKER.
         Uit dit huwelijk:
    1. Reinier HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 21 mei 1730, zie 8.
    2. Willem Hendriksz HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 17 febr. 1732.
    3. Gerrit Hendriksz BEKER alias HOGELAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 4 sept. 1735, tr. ald. 8 april 1774 Geertjen ARENDTS.
        In Brummen tr. geref. op 8 april 1774 Garrit Hendriks, j.m. geb. Brummen, met Geertjen Arendtz, j.d. geb. Brummen.
    4. Hendrina Hendriks HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 30 okt. 1740.
    5. Hendrik Hendriksz HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 5 jan. 1749.
18. (<9) (>36, >37) Ary Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 23 nov. 1687 (doopgetuigen Tys Ariensen van Leeuwen en Neeltje Ariens), melkverkoper,
      In 1732 wordt voor de verponding de huurwaarde van goed van Arij Claas van Leeuwen in Zoeterwoude aan de Rijndijk getaxeerd op 24 gld 4.
ondertr. (impost) Leiden 21 febr. 1738
19. (<9) (>38, >39) Meinsje WIJGEDOOGEN.
         Uit dit huwelijk:
    1. Klaes van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 19 okt. 1738 (doopgetuige Aeltje Huiwenberg).
    2. Marijtje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 25 okt. 1739, zie 9.
    3. Grietje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 maart 1741 (doopgetuigen Lijsbeth van Velsen en Jan Maartense).
    4. Lena van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 27 jan. 1743 (doopgetuige Marijtje van Velse).
    5. Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 22 nov. 1744 (doopgetuige Marijtje van Felse).
    6. Lena van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 mei 1748 (doopgetuige Marijtje van Velsen).
20. (<10) (>40) Rutger HENDRIJKS, overl. vóór 1751,
ondertr. 1° Voorst 13 febr. 1718 Mechteld GERRITSDR, begr. ald. 4 mei 1727, dr van Gerrit JANSENS,
tr. 2° Voorst 17 aug. 1727
21. (<10) (>42, >43) Aaltje GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 27 nov. 1707,
ondertr. 2°/tr. Voorst 26 sept./7 okt. 1751 Jan JANSEN.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Garrit RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 1 okt. 1728, begr. ald. 15 febr. 1731.
    2. Jan RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730, zie 10.
    3. Hendrik RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730.
    4. Gerrit RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 8 nov. 1733.
    5. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 15 jan. 1736, begr. ald. 20 jan. 1736.
    6. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 20 jan. 1737, ondertr./tr. ald. 14/28 sept. 1760 Anneken ROELOFS, dr van Roelof JANSEN en Lisabeth HERMS.
    7. Anna-Maria RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 21 maart 1745.
    8. Berent RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 27 okt. 1748.
22. (<11) (>44, >45) Hendrik BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 jan. 1707, smid in Voorst, overl./begr. Empe/Voorst 11 juni 1771,
ondertr. 2°/tr. Voorst 23 april/16 mei 1756 Anneke GERRITS, overl. ald. 23 mei 1765, dr van Gerrit BEHRENDS en Anneke WILLEMS,
ondertr. 3°/tr. Voorst 17 nov./1 dec. 1765 Janneke LAMMERS, begr. ald. 19 nov. 1769,
tr. 1° Zutphen 31 okt. 1731
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Martinus BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 20 maart 1757.
    2. Anna Geertruyd BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 26 april 1761.
23. (<11) (>46, >47) Maria Jansdr BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Gorssel 25 nov. 1703, overl./begr. Voorst vóór 21 sept. 1755/25 sept. 1755.
         Uit dit huwelijk:
    1. Janna BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 okt. 1732, tr. Arent GERRITS.
    2. Elisabeth BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 13 febr. 1735, zie 11.
24. (<12) (>48, >49) Klaas Klaasz de BOER, geb. vóór 1 jan. 1700,
ondertr. (impost) Beverwijk 15 aug. 1724 (beiden pro deo)
25. (<12) (>50, >51) Marijtje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 febr. 1703, impost op begr. ald. 3 juli 1775 (pro deo), begr. ald. 3 juli 1775 (gaarder, classis pro deo: 1:4:-, kleine klok ½ uur 1:-:-, doch van de diaconie begraven).
         Uit dit huwelijk:
    1. Martijntje de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 aug. 1725 (doopgetuige Luijtje Lammers), tr. ald. 23 mei 1751 Lambert KOSTER.
    2. Aagje Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 sept. 1727 (doopgetuige Aagje Jans Valk), overl. 1751, ondertr. (impost)/tr. ald. 13 jan./2 febr. 1749 Jan Pietersz BLAD, ged. (nederd. geref.) Oegstgeest 3 maart 1715, zn van Pieter Willemsz BLAD en Jacoba Hendriks WAGENAAR, die hertr. met Barentje van den BERG.
        In Beverwijk verklaart op 9 december 1751 Jan Blad, weduwnaar van Aagje de Boer, geassisteerd met Marijtje Schotte als naaste bloedverwante van deszelfs huisvrouw, een tweede huwelijk aan te zullen gaan, met Barentje van den Bergh, laatst weduwe van Harmen Poske, en geen goederen te hebben om zijn nagelaten kind te bewijzen 5
    3. Albert Claasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 jan. 1733 (doopgetuige Jannetje Schotten), tr. Hillegont Abrams HILGENDOORN.
    4. Symon Klaasz de BOER, geb. Beverwijk, ondertr./tr. ald./Velsen 26 febr. 1758 Trijntje Willems HOFLAND, geb. Aalsmeer, dr van Willem Cornelisz HOFLAND en Geertje Willems de GRAAF.
    5. Jan de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 jan. 1736 (doopgetuige Aagje Jans Valk).
    6. Wijntje de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 april 1738 (doopgetuige Aagje Jans Valk).
    7. Mies Klaasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 jan. 1740 (doopgetuige Aagt Jans Valk), zie 12.
26. (<13) (>52, >53) Willem Cornelisz HOFLAND, impost op begr. Velsen 9 juni 1770 (pro deo),
      Op 20 december 1730 wordt voor de weeskamer van Aalsmeer bepaald door Willem Cornelisz Hofland, weduwnaar van Grietje Klaes Bloemhoorn ter eenre, en Gerrit Klaasz Bloemhoorn, oom en voogd over Cornelis, oud 8 jaar, Gerrit, 6 jaar, Geertje Willems Hofland, 4 jaar, ter andere zijde, dat de kinderen op de leeftijd van 25 jaar samen ƒ 1.10.0 en een uitzet zullen ontvangen 6.
ondertr. 1° Aalsmeer 28 jan. 1720, tr. Kudelstaart Grietje Klaes BLOMHOORN, overl. Aalsmeer 19 mei 1730,
ondertr. 3° Velsen 16 dec. 1752 Neeltje Hendriks GRAAL,
ondertr. 2° Aalsmeer 23 dec. 1730
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Cornelis Willemsz HOFLAND, geb. 1722.
    2. Gerrit HOFLAND, ged. Aalsmeer 2 juli 1724.
    3. Geertjen HOFLAND, ged. Aalsmeer 4 aug. 1726.
27. (<13) Geertje Willems de GRAAF, overl. vóór 1752,
tr. 1° Pieter Klaasz NOORD, overl. vóór 1730.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Dirk NOORD, overl. Aalsmeer 18 juli 1730.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Marijtje Willems HOFLAND, zie 13.
    2. Trijntje Willems HOFLAND, geb. Aalsmeer, ondertr./tr. Beverwijk/Velsen 26 febr. 1758 Symon Klaasz de BOER, geb. Beverwijk, zn van Klaas Klaasz de BOER en Marijtje Alberts SCHOTTEN.
    3. Neeltje HOFLAND, geb. Aalsmeer, tr. 1° Velsen 15 nov. 1767 Dirk VERKUIJL, geb. ald., overl. vóór 1778, tr. 2° ald. 6 dec. 1778 Jan Pieter VONK, geb. Essen.
    4. Mattijsje 'Matje' HOFLAND, begr. Beverwijk 1 mei 1775 (gaarder, Matje Willems Hofland, classis pro deo: 1:4:-, van de diaconie van Velsen begraven).
28. (<14) (>56, >57) Gerrit KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 16 okt. 1702 als Gerardus, overl. vóór 7 mei 1734,
ondertr. Amsterdam 5 nov. 1723, ondertr. (impost) ald. 3 nov. 1723 (onvermogend)
29. (<14) (>58, >59) Marieke van der VEGT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 27 sept. 1693, begr. ald. 13 jan. 1771,
ondertr. 2° Amsterdam 7 mei 1734 Andries van ZUIJLEN, geb. ca. 1704.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Johannes KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 10 dec. 1724, zie 14.
    2. Harmannus KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 15 sept. 1726 (doopgetuigen Adrianus Wijnberg, Catalijn van den Berg), begr. ald. 14 sept. 1727.
30. (<15) Carsten TEDENS, geb. Amsterdam ca. 1691, kuiper, begr. ald. 8 sept. 1743,
      In het poorterboek van Amsterdam in 1718: Carsten Tedens van Amsterdam, kuiper, als getrouwd met Anna Booying, dochter van Barent Gerritse, kleermaker, poorter 7.
      Bij begraven in Amsterdam in 1743: Carsten Tedens Kuyper op de Nieuwezijds Agterburgwal tussen de Raam- en Gasthuysmoolesteegen, 3 kinderen.
ondertr. Amsterdam 9 dec. 1718
      Bij ondertrouw in Amsterdam in 1718: Carsten Tedens van Amsterdam, oud 27 jaar, op de Pijpemarkt, ouders dood, geassisteerd met zijn nicht Alida van Liesvelt, en Anna Boojing van Amsterdam, oud 30 jaar, op de Nieuwezijds Agterburgwal, geassisteerd met haar vader Barent Boojing.
31. (<15) (>62, >63) Anna BOYING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 31 okt. 1688 (doopgetuigen Jacobus van Stolck, Cornelia Kuijpers), begr. ald. 2 april 1762.
         Uit dit huwelijk:
    1. Johanna THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 15 maart 1720 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria van Meggele), begr. ald. 17 okt. 1761, ondertr. ald. 16 juli 1750 Marten POGGEMIJER, geb. ca. 1721, zn van Joost POGGEMIJER, die hertr. met Hester SAKKELEU.
    2. Christina THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 23 nov. 1721, zie 15.
    3. Barent TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 5 dec. 1723 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria Boingh).
    4. Bernardus TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 3 juni 1725 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria Boingh).
    5. Samuel TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 5 maart 1727 (doopgetuigen Tohmas Aeton en Anna Scherphof).
    6. Maria TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 28 aug. 1729 (doopgetuigen Aalt Albertse Visser en Cornelis Boijingh).


Generatie VI (<V, >VII)

32. (<16) Hendrik HENDRIKSZ, alias lange Hendrik,
ondertr. 2° Brummen 13 febr. 1722 Janna Willems van BURIK,
      In Brummen ondertr. geref. op 13 februari 1722 Hendrik Hendriks, weduwnaar van Reynte Willems, met Janna Willems van Burik, j.d., beyde won. alhier.
tr. 1°
      Op 22 maart 1712 doen in Brummen Hendrik Hendriks uit Oeken en Reijntie Willems uit Oeken belijdenis.
           Uit het tweede huwelijk:
      1. Reijnder HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 26 okt. 1722.
      2. Anneken HENDRIKS, ged. (nederd. geref.) Brummen 27 mei 1725.
      3. Anneken HENDRIKS, ged. (nederd. geref.) Brummen 9 juni 1726.
    33. (<16) Reyntje WILLEMS, overl. vóór 1722.
           Uit dit huwelijk:
      1. Hendrik HENDRIKSZ, zie 16.
      2. Barendjen HENDRIKS, doet in Brummen belijdenis op 17 april 1729 als dochter van de lange Hendrik, uit Oeken.
      3. Jan HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 15 maart 1709.
      4. Lucas HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 31 mei 1711.
      5. Jan HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 16 juli 1713.
      6. Lucas HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 23 febr. 1716.
    36. (<18) (>72, >73) Claes Ariensz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 29 maart 1654 (doopgetuige Fytie Claes), wordt op 10 april 1689 in Leiderdorp als Claes Ariensz van Leeuwen met Grietie Pieters Clinquenburgh op belijdenis aangenomen,
        In Zoeterwoude wordt vermeld in de staat van overgeslagen personen enz. (1680-1681) onder 'onvermogenden', Claes Arensz van Leeuwen 1:0:-, in het register op het gemaal enz. [1680?] onder 'arbeidsluiden', Claes Arensz van Leeuwen met een vrouw, in het kohier op het gemaal enz. [ca. 1680] Klaas van Lewen, 2 personen, en in het kohier van het zoutgeld enz. (1681) Claes Arentsz van Leeuwen, arbeider met een vrouw en 1 kind onder 4 jaar 8.
        In Zoeterwoude verkoopt in 1687 Jan Cornelisz Cop voor 251 gld aan Claes Arentsz van Leeuwen een huis en erf aan de Hoghe Rijndijk omtrent de Swieter Sluijs, belend ten noorden de Rhyn, ten westen een gemeenschappelijke laan, ten zuiden Dirck Joosten, ten oosten de uiterdijk met een gemeenschappelijk gangpad van de Rhijndijk tot aan de Rhijn, aan weerszijden met een gemeenschappelijke sloot 9.
    tr. 1° (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1678 Aechje Leenderts van RHIJN, overl. vóór 22 dec. 1680,
    tr. 2° (nederd. geref.) Leiderdorp 22 dec. 1680 Machtelt Jacobs BIDDE, overl. vóór 6 dec. 1681,
    tr. 3° (nederd. geref.) Leiderdorp 6 dec. 1681
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Jannitje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 mei 1680 (doopgetuige Neeltje Jans).
           Uit het tweede huwelijk:
      1. Arien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 5 okt. 1681 (doopgetuigen Jacob Ariensen en Maertie Ariens).
    37. (<18) (>74, >75) Grietie Pieters KLINKENBERG, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 18 maart 1663.
        In 1724 verkoopt te Zoeterwoude Grietie Pietersdr Klinckenberg, huisvrouw van Claes Arentsz van Leeuwen, met procuratie van haar man, aan Arij Claasz van Leeuwen haar zoon een huis en erf aan de Hogenrijndijk omtrent de Swietersluijs voor ƒ 150, waarmee zij en haar man een schuld liquideren 10.
             Uit dit huwelijk:
        1. Arien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 juli 1684 (doopgetuige Maertje Ariens van Leeuwen).
        2. Grietie Klaas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 24 febr. 1686 (doopgetuigen Floris Pietersz en Jannetie Pieters), tr. Jacobus Euwitsen TOORNVLIET.
        3. Ary Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 23 nov. 1687, zie 18.
        4. Pieter van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 okt. 1689 (doopgetuigen Geertruid van Toor en Jacob Meesen).
        5. Jannetie Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 nov. 1690 (doopgetuigen Willem van Leeuwen en Maertje van Leeuwen).
        6. Neeltie Claes van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 aug. 1693 (doopgetuigen Arijs van Leeuwen en Aaltge Pieters Buijtendijk).
        7. Pieter van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 21 aug. 1695 (doopgetuigen Symon Gerritse en Jannetie Pieters Klinkenberg).
        8. Geertruijt van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 11 juli 1700 (doopgetuigen Jacob Meese en Geertruyt Jacobs Klinkenberg).
        9. Antie van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 24 dec. 1702 (doopgetuige Antie Jaapick).
        10. Jan van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 29 april 1705.
        11. Maartien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 11 mei 1710.
      38. (<19) (>76, >77) Leendert Jacobsz WIJGEDOOGEN, begr. Leiden tussen 11 sept. 1734 en 18 sept. 1734,
      tr. 1° (schepenbank) Voorschoten 27 nov. 1707 Aegje Jans OUDCOOP, overl. vóór 1715, wed. van Pieter Arisz IMMERZEEL,
      ondertr. 2° Leiden 23 nov. 1715
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Petronella WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 6 okt. 1711.
      39. (<19) (>78, >79) Maria Leenders van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 3 aug. 1687 (doopget. Pieter Janse en Maertie Cnelis).
             Uit dit huwelijk:
        1. Meinsje WIJGEDOOGEN, zie 19.
        2. Jacobus WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 19 aug. 1720.
        3. Johannes WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 19 aug. 1720.
      40. (<20) Henderyk WILLEMS,
      tr. N.N.
             Uit dit huwelijk:
        1. Rutger HENDRIJKS, zie 20.
      42. (<21) Garrit HERMENS,
      tr.
      43. (<21) Anneken.
             Uit dit huwelijk:
        1. Hermina GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 11 jan. 1705.
        2. Derck GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 9 mei 1706.
        3. Aaltje GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 27 nov. 1707, zie 21.
      44. (<22) (>88, >89) Meijne BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 5 mei 1671,
          In 1695 is Meijne Bulsinck lidmaat te Dinxperlo.
      ondertr./tr. Dinxperlo 3/17 april 1698
      45. (<22) (>90) Magdalena van der HORST.
             Uit dit huwelijk:
        1. Garrit Jan BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 15 mei 1698, ondertr./tr. ald. 20 juni/15 juli 1723 Grietjen BOSMANS, dr van Willem BOSMANS.
        2. Christiaan BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 3 juli 1701.
        3. Adolph BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 29 juli 1703, ondertr. ald. 5 juni 1735 Anna Cathrina VEERBEEK, dr van Derk VEERBEEK.
        4. Hendrik BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 jan. 1707, zie 22.
        5. Janna BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 okt. 1712.
        6. Willemken BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 24 mei 1716, tr. Zutphen 7 maart 1743 Hendrik CASPERS, wedn. van Elisabeth GILBAERTS.
      46. (<23) Jan BOSMAN, overl. vóór 1706,
      tr.
      47. (<23) Egbertjen HARMS,
      tr. 2° Gorssel 17 sept. 1706 Teunis GERRIJTS, zn van Gerrijt JOLIJNK.
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Maria Jansdr BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Gorssel 25 nov. 1703, zie 23.
             Uit het tweede huwelijk:
        1. Janna TEUNIS, ged. (nederd. geref.) Gorssel 18 juli 1707.
        2. Garrijtjen TEUNIS, ged. (nederd. geref.) Gorssel 9 nov. 1710.
        3. Harmen TEUNISZ, ged. (nederd. geref.) Gorssel 11 maart 1714.
        4. Harmen TEUNISZ, ged. (nederd. geref.) Gorssel 2 jan. 1718.
      48. (<24) Claas Claasz de BOER, wagenmaker,
          Op 3 juni 1707 verklaart Claes Claesz de Boer, wagenmaker, wonende te Alkmaar, te cederen en transporteren aan Dr Petrus Juts en Monsr Jan Ruijmggaart, als voogden over Hendrick van Yperen, al zijn meubels, inboedel, huisraad en verdere roerende goederen (in de opsomming o.a. een nieuwe chaise, al het wagenmakersgereedschap, gezaagd eikenhout en iepenhout), alles in de huizinge van de voornoemde Hendrick van Yperen op het Ritsvoort, waar de transportant tegenwoordig in woont, door de voornoemde voogden in arrest genomen, van welke cessie en transport de comparant bekent wel betaald te zijn met ƒ 130, welke somme hij verschuldigd is wegens huishuur van 't gemelde huis verschenen 1706 en 1707, en nog ƒ 65 wegens een jaar huur van hetzelve huis ingegaan op 1 mei 1707 (hij tekent als Klaes Klaesse Boer, met soortgelijke handtekening als in de akte van 1 januari 1700 voor notaris Goosen Doorn in Beverwijk) 11.
      ondertr. 2°/tr. (schepenbank) Alkmaar 10/24 jan. 1700 Marijtje JANS,
      heeft niet-huwelijkse relatie 1° met
          Op 1 januari 1700 12 verklaren Claas Claasz de Boer, thans wonende te Alkmaar, en Martijntje Jans, weduwe van Aerij Arents, tot elkaar geen pretentie van staat van huwelijk of trouwbeloften te hebben, onder voorwaarde dat hij haar binnen 14 dagen 50 gld moet uitkeren en hij haar jongste zoon Claas Claasz de Boer een 'deuvecater' van tenminste 3 gld zal geven. Op 17 januari verklaart Martijntje Jans 50 gld ontvangen te hebben.
      49. (<24) (>98, >99) Martijntje Jans van ECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 okt. 1659 (doopgetuige Anna Jacobs),
      ondertr. 1°/tr. Beverwijk 23 april/11 mei 1683 Arent Adriaansz de WOLF, overl. vóór 1700.
             Uit de eerste verbintenis:
        1. Arie de WOLF, ged. Beverwijk 28 mei 1684.
        2. Helena de WOLF, ged. Beverwijk 6 jan. 1686.
        3. Ariaantje de WOLF, ged. Beverwijk 30 mei 1687.
             Uit de tweede verbintenis:
        1. Klaas Klaasz de BOER, geb. vóór 1 jan. 1700, zie 24.
      50. (<25) (>100, >101) Aalbert Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 sept. 1674 (doopgetuige Teuntje Jacobs), impost op begr. ald. 31 aug. 1723 (pro deo),
          In 1696 insinueert Aelbert Miesz Schotten aan Willem Jansz Rootbol, dat geïnsinueerde zich niet ontzien heeft zijn insinuants huisvrouw te zijnen huize te behouden, met enig goud, zilver, enz.; hij eist dat de geïnsinueerde binnen driemaal 24 uur insinuants huisvrouw Aechtje Jans uit zijn huis zal doen vertrekken 13.
          In Beverwijk verkoopt in 1702 Pieter Dircksz Vis, zoon en mede-erfgenaam van wijlen Dirck Garbrantsz, aan Aelbert Miesz een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter Ds Petrus van Hulle, belend ten oosten de voornoemde van Hulle en Claes Jansz Gelijn, ten westen Sijmon van Poelenburgh, voor ƒ 387, te betalen de helft gereed, de helft mei 1703, zijnde belast met ƒ 6 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met ƒ 150 14.
          In Beverwijk verkoopt in 1709 Aelbert Miesz Schotten alhier aan Maartje Robberts alhier een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter aan 't erf van Mies Aelbertsz Schotten, die ten oosten belend is, belend ten westen de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh, voor 200 gld, te betalen de helft gereed mei 1709, de helft mei 1710, belast met 6 gld 's jaars wat de koopsom vergroot met ƒ 150 15.
          In Beverwijk verkopen in 1723 Frans Harduijnenbergh en Teuntje Mies Schotten, echteluiden alhier, administrateurs over de boedel van Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Aelbert Miesz Schotten alhier 3 vierdeparten in een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten noordoosten de diaconie alhier, ten zuidwesten Pieter Jacobsz Vroegop, genaamd het Stapelhuijs, waarvan koper een vierdepart competeert, voor ƒ 22-10-0 16.
      ondertr./tr. Beverwijk 10/25 maart 1696
          In Beverwijk leggen in 1722 Engel Jansz Hughtenburgh, wonende te Velsen, en Aalbert Miesse Schotten met zijn huisvrouw Aaghje Jans Valck, wonende te Beverwijk, een verklaring af over verkoop van rapen in 1721 op het land van secretaris Velsen, en testeren in 1723 Aalbert Miessen Schotten, ziekelijk, en Aaght Jans, zijn huisvrouw, op de langstlevende 17.
      51. (<25) (>102, >103) Aagt Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1674, impost op begr. ald. 14 dec. 1754.
          Op 19 april 1728 te Beverwijk prelegateert Aaght Jans Valk, weduwe van Aelbert Miessen Schotten, aan haar dochter Jannetje Aalberts Schotten, nomineert haar drie kinderen tot enige en universele erfgenamen, met als executeurs Hendrick Cornelisz Russel en Jan Vroeghop 18.
               Uit dit huwelijk:
          1. Aafje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1698 (doopgetuige Wijntje Jans), overl. tussen 20 febr. 1737 en 28 april 1737, ondertr. (impost) ald. 11 mei 1723 (beiden pro deo) Hendrik Cornelisz RUSSEL, overl. vóór 24 jan. 1751.
              Op 20 februari 1737 testeren Hendrik Cornelisz Russel en Aaffie Aalberts Schotten, op de langstlevende 19. Op 28 april 1737 is Hendrik Cornelisz Russel, weduwnaar en erfgenaam van zijn overleden huisvrouw Aafje Aalberts Schotte, voogd over zijn minderjarige dochter Claartje Russel; hij gaat voor een tweede keer trouwen 20.
          2. Jan Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 nov. 1700.
          3. Aalbert Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 jan. 1702 (doopgetuige Aagje Jans), overl. ald. 31 aug. 1723.
          4. Marijtje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 febr. 1703, zie 25.
          5. Jannetje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 juli 1704 (doopgetuige Wijntje Jans).
          6. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1705 (doopgetuige Marijtje Hendriks).
          7. Teunisje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 sept. 1707 (doopgetuige Marijtje Hendriks).
          8. Mies Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 sept. 1708, impost op begr. ald. 26 okt. 1711 (impost ƒ 3).
          9. Jannetje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 okt. 1709 (doopgetuige Wijntje Jans), impost op begr. ald. 27 maart 1762 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 25 april 1732 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 11 mei 1732 Lucas Willemsz BROEKKAMP.
          10. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 jan. 1711 (doopgetuige Wijntje Jans).
          11. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 dec. 1711 (doopgetuige Swaantje Jans Valk).
          12. Hillegond Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt. 1713 (doopgetuige Swaantje Dirks).
          13. Fronica Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 febr. 1715 (doopgetuige Teuntje Mies).
        52. (<26) Cornelis Pietersz HOFLAND,
        ondertr./tr. Kudelstaart/Aalsmeer 29 aug./14 sept. 1690
            Geref. ondertr. Kudelstaart 29.8.1690: Cornelis Pieterz, j.m. van de Nes, woonende alhier, en Trijntje Willemsdr, j.d. van Aalsmeer, woonend aldaar. Getrouwd in Aalsmeer op 14.9.1690.
        53. (<26) Trijntje WILLEMS.
               Uit dit huwelijk:
          1. Willem Cornelisz HOFLAND, zie 26.
          2. Jantje HOFLAND, ged. Kudelstaart 21 juni 1705.
        56. (<28) Gerrit KETELAER, geb. ca. 1674, geelgieter, bij ondertrouw „van Laar”, begr. Amsterdam 15 dec. 1737 (Gerrit Ketelaar in de Tuijnstraat, laat 1 kind na),
        ondertr. Amsterdam 21 okt. 1701, ondertr. (impost) ald. 19 okt. 1701 (onvermogend)
        57. (<28) (>114, >115) Sophia van HONSLAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 13 maart 1674, begr. ald. 22 april 1731.
               Uit dit huwelijk:
          1. Gerrit KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 16 okt. 1702, zie 28.
          2. Elizabeth KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 8 maart 1705.
          3. Maria KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 15 jan. 1707 (doopgetuigen Philip de Craen, Margarita van Test).
          4. Maria KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 20 aug. 1708 (doopgetuigen Margarita van Test begijntje, Philip de Kraan).
          5. Maria Cecilia KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 27 mei 1714 (doopgetuigen Harmen Immingh, Gezina Exel).
          6. Hermannus KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 1 nov. 1716 (doopgetuigen Guilielmus Wenningh, Gertrudis ter Lucht), begr. ald. (Westerkerkhof) 24 okt. 1717 (kind van Gerrit Ketelaar op de Sinel Treefsteeg).
        58. (<29) Jan Jansz van der VECHT,
        tr.
        59. (<29) Catrina Jans van ARENVORST.
               Uit dit huwelijk:
          1. Marieke van der VEGT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 27 sept. 1693, zie 29.
        62. (<31) (>124, >125) Barent Gerritse BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 12 juni 1663 (doopgetuigen Harmen Jans, Judith Gerrits), kleermaker, begr. ald. 20 okt. 1730,
            In het poorterboek van Amsterdam in 1686: Barent Gerritse kleermaker, zoon van Gerrit Barentsz in zijn leven mede kleermaker en poorter alhier, is een ingeboren poorter derzelver stede 21.
        ondertr. Amsterdam 24 okt. 1687
        63. (<31) (>126, >127) Maria van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 21 jan. 1665 als Merrijken (doopgetuige Cornelia Kuijpers), begr. ald. 8 okt. 1742.
               Uit dit huwelijk:
          1. Anna BOYING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 31 okt. 1688, zie 31.
          2. Gerrit BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 6 juni 1691 (doopgetuigen Guljam van Meggelen, Abigael de Wit).
          3. Johannis BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 nov. 1693 (doopgetuigen Johannes Boinoij, Catrina van Kempen).
          4. Samuel BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1696 (doopgetuigen Pieter Jexen(?), Neeltie van Meggelen).
          5. Maria BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 14 sept. 1701 (doopgetuigen Abram Bannards, Marie Langevelt), ondertr. 1° ald. 1 jan. 1728 Aalt ALBERTSE, geb. Nijkerk, overl. vóór 1747, wedn. van Maria Barents van WILSHUIJZEN, ondertr. 2° Amsterdam 14 sept. 1747, ondertr. (impost) ald. 13 sept. 1747 (onvermogend) Jurrian ten HOOFT, wedn. van Jannetje KROON.
          6. Johannes BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 13 febr. 1705 (doopgetuigen Antony Seelaar, Maria van Hafsen), ondertr. ald. 19 maart 1731, tr. ald. (Nieuwe Kerk) 25 maart 1731 Trijntje van HONTHORST, wed. van Arie RUIJMST.
          7. Hendrik BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 9 okt. 1707 (doopetuigen Hendrik van IJbrids, Neeltje van Meggelen).


        Generatie VII (<VI, >VIII)

        72. (<36) (>144, >145) Arie Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 2 febr. 1620 (Vroulichtmis 1622 twee jaar),
        ondertr. Alphen aan de Rijn 1648 (betoog gegeven op 16 febr. 1648 om te Leiden te trouwen), tr. Leiden
        73. (<36) (>146, >147) Jannetje Commers VOS.
               Uit dit huwelijk:
          1. Thijs Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 25 nov. 1648 (doopgetuige Geertgen Claesdr), tr. Leiderdorp 13 okt. 1675 (hij jongeman wonende te Leiderdorp, zij jongedochter van Stompwijk wonende te Leiden) Neeltje Ariens van RHIJN, geb. Stompwijk, dr van Arent Cornelisz van RIJN en Aeltgen DIRCXDR, bij haar ondertrouw in Stompwijk werd zij vertegenwoordigd door Jochum Reynen als haar voogd.
              In Zoeterwoude wordt vermeld in het concept-kohier van de belasting op het gemaal enz. van 1680, fol. 5, arbeider Mathijs Arentsz van Leeuwen, karnemelkverkoper, met zijn vrouw, een kind onder de 4 jaar, een weeskind boven de tien, aangeslagen om de armen te ontlasten, in de staat van overgeslagen personen voor het zoutgeld enz., 1680-1681, onder 'onvermogenden', Tys Ariensz van Leeuwen, ¾ kapitalist, op 3:5:12, in het register voor de belasting op het gemaal enz. [1680?], onder 'arbeidsluiden', Tys Arentsz van Leeuwen, man, vrouw, een weeskind boven de tien jaar, 2 kinderen onder de 4 jaar, in het kohier van het gemaal enz. [ca. 1680], onder 'arbeiders', Matys van Lewen, 3 personen, en in het kohier van het zoutgeld enz., Thijs Arentsz van Leeuwen, onvermogend, arbeider, man, vrouw, 1 kind boven de 10, 1 kind onder de 4 22.
          2. Willem Ariensen van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 1650 (doopgetuigen Fyttie Willems en Gerrit Gerritse).
          3. Claes Ariensz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 29 maart 1654, zie 36.
          4. Jacob Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 5 nov. 1656 (doopgetuigen Gerrit Gerritsen en Gheertgen Matthyssen), metselaar, ondertr. 1° Leiden 16 jan. 1682 (hij geassisteerd met Willem Aryens van Leeuwen, zijn broer op de Oranjegraft, zij geboren te Esse), tr. (nederd. geref.) ald. (Pieterskerk) 8 febr. 1682 Ursula Cornelis SCHUTTELAER, overl. vóór 26 okt. 1708, ondertr. 2° ald. 26 okt. 1708, tr. (nederd. geref.) Leiden (Pieterskerk) 11 nov. 1708 Cornelia WATERBLOM, wed. van Paulus TRAWANT.
          5. Jan Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 8 febr. 1660 (doopgetuige Kniertje Ariens).
          6. Marijtje Ariens van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 6 aug. 1662 (doopgetuige Kniertje Ariens), overl. vóór 26 juni 1706, ondertr. Leiden 17 april 1688 (hij geassisteerd met Mathys van Leeuwen, zijn bekende te Leiderdorp, zij met Neeltje van Ryn haar schoonzuster te Leiderdorp), tr. (nederd. geref.) ald. 2 mei 1688 Willem van PEENEN, ged. (nederd. geref.) ald. 24 jan. 1666, saaiwerker, zn van Jan van PEENEN en Lijsbeth WILLEMS.
          7. Commer Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 maart 1667 (doopgetuige Kniertje Ariens).
        74. (<37) (>148, >149) Pieter Meessen CLINCKENBERCH, geb. ca. 1629,
            In 1658 heeft in Sassenheim Pieter Mees Clinckenberch van Maerten Jansz Warmont, voogd over de twee minderjarige kinderen van Jacob Jans Warmont en Jannetje Cornelis, gekocht „een huijs, barch, schuijr, potinge ende plantinge, met de werf ende een partije lants aen de werf vast te samen 5 honden 10 roeden gelegen ten eijnde de eerste cromte van de Kercklaen”, voor 1359 gld 23. In 1659 verkoopt in Warmond Pieter Meesz Clijnckenbergh, wonende in Sassenheim, aan Heijman Mourijns wonende te Warmond een partij lands genaamd „den ommeloper”, gelegen in de Veerpolder, groot 8 hond, hem aangekomen door het overlijden van Mees Pietersz Clinckenbergh zijn vader, voor 1500 gld 24.
        ondertr./tr. (nederd. geref.) Oegstgeest 12/26 juli 1654
        75. (<37) (>150, >151) Grietgen Florisdr van der VOORT, ged. (nederd. geref.) Leiden 2 aug. 1637.
            Op 17 maart 1661 verkoopt in Sassenheim Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietje Floris, dochter van Floris Dammasz van de Voort bij Grietge Pieters, dochter en mede-erfgenaam van Lysbet Gerrits, in haar leven huisvrouw van Pieter Maertensz Gravesloot, aan Cornelis Jansz van der Bouchorst een partij wei- en teelland, groot 869 roeden, voor 2037:10:- 25.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Marijtje Pieters KLINCKENBERGH, tr. (nederd. geref.) Sassenheim 1 mei 1689 Cornelis Pietersen GULDEMONT, eerder gehuwd met Grietje Daniels VERGOUW.
            2. Jannetgen Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 17 nov. 1661, tr. Lisse 8 mei 1689 Symon Gerrits van BREDERODE, wedn. van Guurtje Jacobs LANGEVELT.
            3. Grietie Pieters KLINKENBERG, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 18 maart 1663, zie 37.
            4. Jan Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 1 nov. 1665.
            5. Cornelis Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 27 maart 1667, tr. (nederd. geref.) ald. 2 aug. 1693 Jannetje Corssen van PELT, wed. van Dirck Cornelissen ADRICHEM.
          76. (<38) (>152, >153) Jacob Jansz WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.), begr. Voorschoten 29 jan. 1711 (betaling van grafrechten, 15 st),
              In Voorschoten verkoopt op 23 november 1668 Cornelis Jacobsz Hofflandt aan Jacob Jansz Wijdoogen een huis en erve in het Westeijnde van het dorp, belend ten westen Reijer Mouringsz van Tol, ten noorden Harmen Cornelis Koeijman en Jan Jansz Wijdoogen, ten oosten voornoemde Jan Jansz Wijdoogen, ten zuiden de Herewech, belast met 22½ st 's jaars aan de kerk van Voorschoten, voor 500 gld in gereed geld, verklaart op 12 juni 1671 Jacob Olofsz van Leeuwen nomine uxoris erfgenaam van haar moeder Jannetge Jans, in haar leven weduwe van Hendrick Cornelisz van Geesdach, in het openbaar verkocht te hebben aan Jacob Jansz Wijtoogen een stukje teelland van 3 hond achter de kerk, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten en noordwesten de kinderen en erfgenamen van Dirck Jansz van der Plas, ten noordoosten gemengder aarde met de weduwe van Cornelis Witteman, met conditie dat de koper als de weduwe dat wenst een sloot of greppel ter afscheiding moet schieten, voor 605 gld in gereed geld, en is op dezelfde dag Jacob Jansz Wijtoogen 300 gld schuldig, met interest 4 gld tegen 't honderd, aan de weeskinderen van Gerrit Jansz van Leeuwen, met als onderpand het stukje teelland als hiervóór gekocht 26.
              In Voorschoten is op 15 juni 1672 Jacob Jansz Wijdogen 250 gld schuldig aan Lambertus van Swieten, notaris te Leiden, op interest van 4 gld van 't honderd in 't jaar, met als onderpand het huis en erve aan de Voorwech, belend ten zuidoosten de Voorwech, ten zuidwesten Reijer Mourings van Tol, ten noordwesten en noordoosten Jan Wijdoge, en nog een huis en erve naast de Kercksloot, vanwege zijn huisvrouw Meijnsge Leenderts den Elsen, uit de boedel van zal. Marijtgen Cornelis weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, haar grootmoeder, bij scheiding aanbedeeld, op 18 mei 1775 wegens verkoop aan de bailliu weer uit dit verband ontslagen (voldaan op 25 april 1711 en geroyeerd op 16 juli 1711) 27. Op 22 september 1672 wordt door de weeskinderen van Dirck Jansz van der Plas en Maertgen Joosten van Noord 20 gld ontvangen van Jacob Jansz Wijdooge, zijnde 2 jaar rente van 200 gld verschenen in 1672 28
              In Voorschoten verklaart op 18 mei 1675 Jacob Janse Wijdogen als getrouwd hebbende Mijnsge Leenderts den Elsen die mede-erfgenaam is geweest van Maertie Cornelisdochter, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, en in die hoedanigheid het recht verkregen bij scheiding tegen de verdere erfgenamen op het navolgende huis en erve, verkocht te hebben aan de heer Franchois Points een huis en erf in 't dorp op de Kercksloot alwaar Jan Hendrickxe van den Berch de bierstekerij doende is, belend ten zuidoosten Jan Jacobsz Berckhout, ten zuidwesten de kinderen van Jan Cornelisz Egmont, ten noordwesten Pieter Leendertsz van Swieten, ten noordoosten de Kercksloot, voor 525 gld in gereed geld, verkoopt op 10 mei 1676 Jacob Janse Wijdogen aan de heer Franchois Points, baljuw en schout, een stukje teelland van 3 hond achter de kerk, belend ten zuidoosten de Heerwegh, ten zuidwesten en noordwesten de kinderen en erfgenamen van Dirck Janse van der Plas, ten noordoosten gemengder aarde met de weduwe van Cornelis Witteman, voor 450 gld in gereed geld, en is op 3 januari 1677 Jacob Jansz Wijdogen 100 gld schuldig aan Franchoijs Poijntz, baljuw en schout, waaraan hij verbindt zijn huis en erve in 't dorp op 't Westeijnde, belend ten oosten Jan Jansz Wijdogen, ten zuiden de Voorwegh, ten westen Reijer Mourisse van Tol, ten noorden de weduwe van Pieter Willemsz Wint (afgelost op 28 mei 1735, geroyeerd op 11 juni 1735) 29. In Voorschoten pacht Jacob Wijdogen in 1679 tienden in Voorschoten (voor 3£), en is Jacob Jansz Wijdogen in de periode 1666-1678 verschillende keren borg voor andere pachters van tienden 30.
              In Voorschoten verzoekt in 1706 [of eerder] Jacob Jansz Wijd'oge in een request dat het huisje staande aan de Achterwech nagelaten door zijn vader verkocht wordt ten beste van de gemene crediteuren, omdat hij niet graag dat boedeltje zou aanvaarden 31.
              In Voorschoten verkopen op 17 september 1711 Mengsje Leenderts den Elsen, weduwe van Jacob Jansz Wijoogen, voor de ene helft, mitsgaders Leendert Jacobsz Wijdoogen, Louris Jacobsz Wijdoogen, Claes Cornelisz Immerseel getrouwd met Meijnsje Jacobs Wydoogen, Pieter Cornelisz van den Bergh in huwelijk hebbende Neeltje Jacobs Wydoogen, allen ook voor Jacob Cornelisz Bohemen in huwelijk hebbende Aagje Jacobs Wydooge, samen voor 5 zesdeparten in de wederhelft, aan Cornelis Jacobsz Wydoogen een huis en erve staande aan 't Westeinde in het dorp van Voorschoten, waarvan een zesde deel van de wederhelft de koper als mede erfgenaam competeert, belend ten oosten de weduwe van Gerrit van der Kuyk met een leeg erf, ten westen Cornelis Woutersz van Es, strekkende van de Dorpsstraat tot achter aan de 2 huizen van de diaconie-armen, met een pad tot aan de Heereweg, alles volgens de opdracht van 9 mei 1657, belast met een erfpacht van 22 st 8 penn 's jaars aan de kerk van Voorschoten, een losrente van 12 gld 10 st 's jaars, hoofdsom 200 gld, aan de erfgenamen van Jan Leendertsz Ruygrok, nog de belasting van een kapitaal van 100 gld aan de erfgenamen van wijlen baljuw Francois Poyntz, alles ten laste van de koper 32.
          tr. 1° Maertjen ARENTS, overl. vóór 1667,
          tr. 2° (schepenbank) Voorschoten 13 febr. 1667
          77. (<38) (>154, >155) Meijnsje Leendertsdr den ELSEN.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Cornelis Jacobsz WIJDOOGEN, overl. vóór 1758, tr. (schepenbank) Voorschoten 7 juni 1705 Trijntje Dirksdr van der ROT, bij huwelijk jongedochter van Delftgauw, begr. Leiderdorp 16 mei 1758.
                In het verpondingskohier van Voorschoten van 1731 is Cornelis Jacobsz Wijdogen in het Middelblock eigenaar van een huis en erve met een koestal, verhuurd aan Crijn Teunisz Heemskerk voor 30 gld, doch voor de verponding getaxeerd op 43 gld, en huurt Cornelis Wijdogen buiten het dorp aan de Noordzijde voor 36 gld een bouwmanswoning, waarvan Cornelis Verdigal nomine uxoris eigenaar is 33.
            2. Leendert Jacobsz WIJGEDOOGEN, zie 38.
            3. Louris Jacobsz WIJDOOGEN.
            4. Meijnsje Jacobs WIJDOOGEN, tr. (schepenbank) Voorschoten 19 juni 1709 Claas Cornelisz IMMERSEEL.
            5. Neeltje Jacobs WIJDOOGEN, ondertr. (schepenbank) Zoeterwoude 11 febr. 1702 Pieter Cornelisz van den BERG, ged. (r.-k.) ald. 22 mei 1661 (doopgetuigen Cors Pietersz, Janneke Pieters), zn van Cornelis PIETERSZ en Meinsie ARIENS, wedn. van Aefje Claes van der VOORT.
            6. Aegje Jacobs WIJDOOGEN, tr. Jacob Cornelisz BOHEMEN.
          78. (<39) (>156, >157) Leendert Jansz van VELSEN,
          ondertr. Waddinxveen 21 april 1678 (attestatie gegeven in Oegstgeest op 8 mei 1678 om te trouwen), tr. (nederd. geref.) ald. 15 mei 1678 (hij: Leendert Jansse van Velsen j.m. van Oestgeest, met moeder Maertie Cornelis, zij: Aeltie Meertens de Blom, j.d. uit Zuideinde aan de Goutcade, met Marichie Claes Verschuir als [stief]moeder)
          79. (<39) (>158) Aeltie Maertensdr van der BLOM.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Maarten Leendertsz van VELSEN, geb. Oegstgeest, bouwknecht, ondertr. 7 april 1713, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Leiden 22 april 1713 Helena Frederiks van LEEUWEN, geb. Stompwijk, dr van Grietje JANS, die hertr. met Jan Claasz ERFFOORT, bouwman.
            2. Elisabeth van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 20 nov. 1682 (doopget. Cnelis Janse en Menxtie Jans), begr. Leiden tussen 4 juni 1757 en 11 juni 1757, ondertr. ald. 7 okt. 1707 Johannes MAARTENSZ, ged. (nederd. geref.) ald. 22 jan. 1681, begr. Leiden tussen 17 jan. 1767 en 24 jan. 1767, zn van Maerten ANTHONISZ, greinwerker, en Sara DANIELS.
            3. Joanna van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 29 jan. 1686 (doopget. Jan Simonse van Velsen en Maertie Cnelis).
            4. Maria Leenders van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 3 aug. 1687 (doopget. Pieter Janse en Maertie Cnelis), zie 39.
            5. Allegunda van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 14 mei 1694 (doopgetuigen Mathijs Arisse en Neeltje Aris).
          88. (<44) (>176) Willem BULSINCK,
          ondertr. Dinxperlo 13 febr. 1670
          89. (<44) (>178) Meke DRIESSEN.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Meijne BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 5 mei 1671, zie 44.
            2. Jacob BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 25 april 1674, ondertr./tr. ald. 13 febr./6 maart 1698 Trijne BENNINCK, dr van Coendert BENNINCK.
            3. Jenneken BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 28 dec. 1679.
          90. (<45) Christiaan van der HORST, overl. vóór 1698,
          tr. N.N.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Magdalena van der HORST, zie 45.
          98. (<49) (>196, >197) Jan Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1628 (doopgetuige Barent Gerrits), overl. vóór 10 nov. 1677,
          ondertr./tr. Beverwijk 27 dec. 1658/15 jan. 1659
          99. (<49) Belitje BASTIAENS.
              Op 10 oktober 1677 wordt een verklaring afgelegd door Belij Bastiaens, weduwe van Jan Jacobs 34.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Martijntje Jans van ECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 okt. 1659 (doopgetuige Anna Jacobs), zie 49.
              2. Jan Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 25 dec. 1661 (doopgetuige Magdaleentje Jans).
              3. Magdaleentje Jans van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 dec. 1663 (doopgetuige Magdaleentien Jans).
              4. Jacob Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 dec. 1665 (doopgetuige Maretje Cornelis).
              5. Jacob Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 april 1668 (doopgetuige Stijntje Jans.
            100. (<50) (>200, >201) Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654 (doopgetuigen Symon Meeusz Schotten en Maritge Meeus), tuinman, overl. vóór 9 maart 1714,
                In of kort na 1672 is Bartelmies Aelbers in Beverwijk bij de schutterij, onder het blauwe vaandel.
                In Beverwijk bekent in 1688 Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede schuldig te wezen aan de minderjarige kinderen van wijlen Jacob de Hart en Sara Jacobs 235 gld, ter cause van de koop van een huis en erf in de Kerckbuerdt, te betalen de helft gereed, de helft mei 1689 35.
                In Wijk aan Duin verkoopt in 1694 Ds Petrus van Hulle, bedienaar des Goddelijken woords te Zevenhoven, als in huwelijk hebbende Juffr. Maria van Mijerop dochter en mede-erfgenaam van zal. Jacob van Mijerop, aan Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, een stukje land genaamd de Gier, met 't kleine snipje dat daaraan ten noorden gelegen is, tegenwoordig gemaakt tot een tuin, liggende aan de Cleyne Houtwegh, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden de erfgenamen an zal. Juffr. Hillegont Hasselaer, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schoubeecq, voor 400 gld, en verkoopt in 1695 Juffr. Cornelia van Mijerop wonende te Beverwijk, van Hendrick op de Camp haar man gescheiden van tafel en bed volgens verbaal van 13 december 1694, en krachtens hun huwelijkse voorwaarden, aan Mies Albertsz Schotten, mede wonende te Beverwijk, 2 stukken geestland genaamd de Daele en de Belt, de eerste belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden Ds Fredricus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwegh, haar aangekomen van haar vader zal. Jacob van Mijerop, voor 630 gld, te betalen 315 gld gereed, 315 gld op St. Jacob 1696 36.
                In Beverwijk verkoopt in 1690 Hendrick Engelsz Vinckestijn wonende in 's-Gravenhage aan Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede een huis en erf genaamd de Gloeijende Oven in de Peperstraat, strekkende tot achteraan 't erf van de erfgenamen van de heer Momma, belend ten zuidoosten de heer officier dezer stede, ten noordwesten Mevr. van der Aa, belast met een rentebrief van 600 gld kapitaal ten behoeve van de heer Jacob van Mijerop officier dezer stede, tegen 4½ gld van de honderd in 't jaar, voor 130 gld boven de voornoemde 600 gld, en verkopen in 1694 de [met namen genoemde] erfgenamen van Lammert Dirksz aan Mies Aelbertsz Schoten wonende binnen dezer stede een huis en erf in de Kerckbuerdt, belend ten zuiden de weduwe van Jan Willemsz metselaer, ten noorden de koper, voor 295 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1695, 1/3 mei 1696 37.
                In Beverwijk verkoopt in 1697 Juffr. Elisabeth de Bruijn wonende binnen dezer stede, weduwe, voor haarzelf en als voogdesse van Joannis Molerus, minderjarige zoon, en Nicolaes Molerus, medicinae doctor, meerderjarige zoon, tezamen erfgenamen van Ds Federicus Molerus, aan Mies Aelbertsz Schotten een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten het wagenhuis van Matthijas Coddijn, voor 230 gld, te betalen de helft mei 1697 en de helft mei 1698, en verklaren in 1698 de [met namen genoemde] erfgenamen van Jacob van Mijerop in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten binnen dezer stede een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan de Oostzijde van de Houtwegh, strekkende met zijn erf aan de tuin van Cornelis Cruijsvelt en aan 't erf van de kinderen van Cornelis Jansz Loots, belend ten noorden en noordoosten 't Nieuwen Weghjen, zijnde nog 4 jaren in huur voor 30 gld 's jaars, 't eerste mei 1699, reeds voldaan met 301 gld 38.
                In 1699 verklaren Pieter Schuijt, regerend schepen van Wijk aan Duijn, en Tomas Louwers, ook te Wijk aan Duijn, ten verzoeke van Mies Aelberts Schotten, dat Schotten in de voorleden zomer heeft geteeld een stuk land met vetzaad ter grootte van een en een half morgen, zijnde een stuk land gelegen bezijden de laan van Oosterwijk 39. In 1700 verkoopt in Wijk aan Duin Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, aan Gerrit Pietersz Schuijt twee stukken land genaamd de Daele en de Belt, de Daele belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden de erfgenamen van Van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden de erfgenamen van Ds Fredericus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwech, zijnde nog 5 jaar in huur aan Pieter Jansz Lammerden voor 100 gld 's jaars, voor 1800 gld 40.
                In Beverwijk verklaren in 1700 Cornelis Jacobsz Vlaanderen en Cornelis Vlaanderen, beiden wonende te Amsterdam, als last hebbende van Jacob Gijsbertsz Vlaenderen, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf in de Toornstraat, belend ten zuidoosten Riewert Jansz Graefmaker en Siewert Sijmisz, ten noordwesten Ourijn Aldertsz, belast met een duit thijns, voor 615 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1701, en verkoopt in 1701 Sr Johannis Boekers, oud-burgemeester, aan Mies Aelbertsz Schotten alhier een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, strekkende tot achter aan 't erf van de verkoper, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten Claes Danielsz en de verkoper, voor 900 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1702 1/3 en mei 1701 1/3 41.
                In Beverwijk verkopen in 1704 Grietje van Hulle, weduwe wonende te Haarlem, en de voogden van het nagelaten kind van wijlen Jannitie van Hulle, erfgenamen van Ds Petrus van Hulle, aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf aan de Groote Houtstraat, voorheen geweest het armenweeshuis, strekkende tot achter aan Sijmon Poelenburgh en Claes Jansz Gelijn, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Aelbert Miesz Schotten, voor ƒ 700, verkoopt in 1711 Mies Aelbertsz Schotten aan Cornelis Huijbertsz alhier een huis, erf en tuin aan de Groote Houtstraat, geweest het armenweeshuis, nu genaamd Toornwijck, strekkende tot achter aan de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh en Pieter Barentsz, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Maartje Robberts, met de oude brief tussen Jacob van Myerop en Cornelis Cornelisz Rijnberckhout dd. 10 jun 1665, voor 800 gld, te betalen een vierdepart gereed en voorts met een vierdepart 's jaars op meidagen, en verklaren in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braak dochter en erfgenaam van Jan Jansz Braack, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotte alhier een huis en erf aan de Meijrstraat, strekkende tot achter aan het Achterweghje toe, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en 't huis van Jopje Thijs, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 (voldaan op 27 december 1721) 42.
                In Wijk aan Duin heeft in 1707 Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk openbaar verkocht aan Pieter Bastijaensz Huijsman en Adrijaentje Pieters weduwe van Cornelis Jansz Bierom, beiden mede wonende te Beverwijk, een stuk land genaamd de Gier met het kleine snipje daarbij dat ten noorden daaraan gelegen is, tegenwoordig een tuin toebehorende Willem Adrijaensz, groot omtrent 1 morgen, belend ten westen de heer Joannis Boelkens, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schouwbeeck, zijnde 6 jaar in huur ingegaan Kerstmis 1706 aan de voorschreven Willem Adrijaensz jaarlijks voor 33 gld, bij welke verkoop de verkoper aan zich heeft gehouden de wilg die ten tijde van de verkoping op 't bosje was staande, voor 450 gld, en verkopen in 1709 de executeurs van het testament van Abram Molerus, in zijn leven predikant te Wijk op Zee, aan Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk een stuk geestland van omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, belend ten westen de verkopers in hun qualiteit, zijnde gekocht door de heer Matthyas Coddijn, ten noorden de Banckenlaan, ten oosten de heer Isnout van Veen, ten zuiden Pieter Siewertsz, voor een schuldbekentenis van 325 gld (geroyeerd op 12 mei 1721) 43.
                In Beverwijk verkoopt op 17 juni 1711 Mies Aelbertsz Schotten, tuinman binnen dezer stede, aan Sr Jacob de Groot, vroedschap dezer stede, een huis en erf aan de Coningstraat, strekkende tot achter aan 't erf van de weduwe en kinderen van Lambert Jacobsz Metselaer, belend ten noordoosten de koper en de erfgenamen van heer Hendrick Muijlman, ten zuidwesten Aelbert Pontsz en de erfgenamen van Hendrick Teunisz Zaal, met een vrije gang aan de noordoostzijde van dit huis, voor 630 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart mei 1712, een derdepart mei 1713 (voldaan op 16 januari 1716) 44.
                In Beverwijk verkoopt in 1716 Marij Hendricx, weduwe en erfgenaam van Mies Aelbertsz Schotten, binnen dezer stede, aan Jan de la Chambre, meester glazemaker en schilder alhier, een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten de erfgenamen van Claes Danielsz, en Claes Poulusz Langevelt, voor ƒ 450, te betalen de helft gereed, de helft mei 1717 45.
                In Wijk aan Duin bekennen in 1721 Frans Harduynenbergh en Teuntje Miessen Schotten, echteluiden wonende te Beverwijk, als aministrateurs van de boedel van wijlen Marijtje Hendricx indertijd weduwe van Mies Albertsz Schotten, mitsgaders zo nodig als voogd en voogdesse over de minderjarige nagelaten kinderen erfgenamen vn de voornoemde Marijtje Hendricx en Mies Schotten, volgens testamentaire dispositie van Mies Schotten voor notaris Jan Barrevelt te Beverwijk dd. 1 oktober 1720, in openbare veiling verkocht te hebben aan Cornelisz Velsen, secretaris alhier, een stuk geestland met de ganse opstal, groot omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, gelegen ten westen van de koper, belend ten noorden de Banckenlaan, ten oosten Jan Schaap, ten zuiden Pieter Riewerts, belast met een jaarlijkse thijns doende in de verponding ƒ 2-16-8, voor 280 gld 46.
            ondertr. Beverwijk 10 nov. 1673, attestatie om te trouwen Amersfoort 29 nov. 1673 (om te Beverwijk te trouwen), tr. Beverwijk 20 dec. 1673
                In Beverwijk testeren in 1702 Mies Aelbert Schotten en Marijtje Hendrickxe van Rossel op de langstlevende en de langstlevende op ieder der 2 dochters of hun kinderen en op de kinderen van hun 2 zonen Aelbert en Jacob Mies Schotten een vierde, en testeren in 1711 Mies Alberts Schotten, ziekelijk te bedde, en Marijtje Hendricx, op de langstlevende, met de kinderen hun legitieme portie, onder herroeping van het testament van 14 augustus 1702 voor Arent Rollerus, en wordt in 1720 de inventaris opgemaakt van Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Alberts Schotten, inhoudende een huis en erf in de Peperstraat, op de Meer, over 't school, in de Torenstraat, op de Houtweg, in de Peperstraat, 'Het Stapelhuijs' over 't school, en verder de schuur 'De Kat' op de Houtweg, een stuk land in Wijk aan Duin, 9 opstallen op eigen en op gehuurd land, en een inboedel 47.
            101. (<50) (>202, >203) Maritje Hendricx ROCHEL, impost op begr. Beverwijk 11 okt. 1720 (impost ƒ 3).
                Op 1 maart 1682 doet Maritje Hendricks, huisvrouw van Mies Aelberts Schotten, te Beverwijk belijdenis. In Beverwijk compareren in 1714 Teunis Teunis de Waal, weduwnaar van Fronica Miessen, en Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, als grootmoeder en bloedvoogdesse over het minderjarige nagelaten kind van wijlen Fronica Miessen en Cornelis Cornelisz Koningh, haar eerdere man zaliger, waarbij overeengekomen is dat Teunis Teunis de Waal het kind Cornelis Cornelisz Koningh zal opvoeden en 100 gld betalen van zijn moeders erfenis en 500 gld van zijn vaders erfenis, verklaren Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albert Schotten, en Jacob Schotten ten verzoeke van Cornelis Phlipsz Crijghsman, meester bakker alhier, dat omtrent 1 januari 1710 aan Willem Hendriks Ras zal. ten huize van Crijghsman 342 gld betaald is voor een obligatie van 300 gld die Willem Henriksz Ras toekwam uit een boedel van Grietje Zalen, en testeert Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, aan Teuntje Miessen al het goud, zilver en linnen en 500 gld voor trouwe hulp en aan haar, Aalbert Miessen, Jacob Miessen en tezamen Cornelis Cornelisz Coningh, Stijntje Teunis en Teunis Teunis de Waal vanwege haar overleden dochter Fronica Miessen, elke een vierdepart 48.
                In Beverwijk verkoopt in 1716 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Jan Jansz Voorhout binnen dezer stede een huis en erf aan het Eijlant, belend ten zuidoosten Hendrick Davitsz Krack en Jan Joosten Varenhorst, ten oosten Barent Jansz Boter, ten noordoosten Jan Aldertsz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Claesz Metselaer, ten noorden de Toornstraat, voor ƒ 350, te betalen ƒ 250 gereed, ƒ 100 te houden op interest 3 jaren vast 49.
                In 1717 benoemt Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsz Schotten, Symon Willemsz Slootmaacker en Cornelis Flipsz Crijghsman als voogden over na te laten kinderen, ook van Cornelis Cornelisz Koningh over hetgeen hem reeds van zijn vader vader en moeder opgestorven is, ten bedrage van 600 gld, noemt in 1720 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsen Schotten, Frans Hardduijnenbergh en diens huisvrouw om na haar dood haar begrafenis en nalatenschap te verzorgen, en zijn in 1723 Aelbert Miessen Schotten en Mies Jacobsz Schotten ieder voor een vierdepart mede-erfgenamen van wijlen Marijtje Hendricx, in haar leven weduwe van Mies Aalbertsen Schotten 50.
                In Beverwijk verkopen Frans Harduijnenbergh en zijn huisvrouw Teuntje Mies, als administrateurs van wijlen Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten en voogden over de minderjarige kinderen, in 1720 aan Joannis Lincklaan wonende te Amsterdam een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten de koper, voor ƒ 163, verder in 1721 aan Huijbert Dorlant, tuinman alhier, een huis en erf genaamd de Gloeyende Oven in de Peperstraat, belend ten zuidoosten Dr Theodorus van Zelst, ten noordwesten Jan Joosten Varenhorst, voor ƒ 260, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen, 1/3 mei 1722, aan Bastijaen van Rossen een huis en erf aan de Meerstraat, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz biersteecker, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en het huis van Jopje Thys, voor ƒ 255, te betalen als voren, aan Dirck Leendertsz Knaap een huis en erf in de Toornstraat waar tegenwoordig Aelbert Schotten en Bruijn Otte in wonen, belend ten zuidoosten Jan Joosten Varenhorst en de erfgenamen van Willem Claesz Manevelt, ten noordwesten de koper, voor ƒ 340, te betalen als voren, aan Pieter Jacopsz Vroegop een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten zuidoosten Bruijn Otte, ten noorden het huis en erf gekocht door Aelbert Schotten, voor ƒ 120, te betalen als voren, aan Hendrick Davitsz Krack een schuur met erf aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, voor ƒ 70, betaling als voren, en aan Mies Claesz Schotten wonende te Velsen een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, belend ten noorden en noordoosten het Nieuwe Weghje, voor ƒ 185 51.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Aalbert Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 sept. 1674, zie 50.
                2. Jacob Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 maart 1676 (doopgetuige Teuntje Jacobse), impost op begr. ald. 29 juni 1722 (pro deo), ondertr. (nederd. geref.) ald. 2 febr. 1697, ondertr. (impost) Beverwijk 2 febr. 1697 (tezamen ƒ 6), tr. ald. 17 febr. 1697 Grietje Hendriks RAS, alias Zale, ged. (nederd. geref.) ald. 28 febr. 1676 (doopgetuige Neeltje Theunis), dr van Hendrick Theunisz RAS, doorgaans handelend onder de achternaam 'Saal', schoenmaker, tuinman (als zodanig vermeld in 1701) te Beverwijk, en Maartje ROBBERTS.
                    In 1699 Jacob Mies Schotten van Pieter Jan Lamberden een opstal van een tuin liggende in de banne van Wijk aan Duin, genaamd Mies Ooms Hooghje, voor 275 gld, te betalen de helft op St. Jacob 1699, de helft op St. Jacob 1700 39.
                3. Teunisje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 jan. 1682 (doopgetuige Teunisje Jacobs).
                4. Teuntje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk dec. 1685 (doopgetuige Teuntje Jacobs), overl. ald. 1753, ondertr. (impost) 1° ald. 20 sept. 1714 (impost ƒ 6, beiden wonende alhier) Evert NIEUWLAND, tr. 2° Frans HARDUYNENBERGH, geb. ca. 1682, impost op begr. Beverwijk 7 juni 1725 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 3° ald. 10 maart 1729 (impost beiden ƒ 3), tr. ald. 27 maart 1729 IJf Cornelisz KNAP, veerschipper, gasthuismeester te Beverwijk, overl. 4 april 1729, laatst wedn. van Trijntje Jans SCHAAP, eerder wedn. van N.N.
                    Op 4 april 1726 52 is Jan Joosten Leempoel 400 gld schuldig aan Teuntje Miessen Schotten, weduwe van Frans Hardduijnenbergh, als voogdesse over de minderjarige kinderen van wijlen Marijtje Hendricx. Op 14 januari 1731 53 legateert Teuntje Miessen Schotten, laatst weduwe van IJff Cornelisz Knap, aan de 2 kinderen van Mies Jacobsz Schotten, de 3 kinderen van Aelbert Miessen, Neeltje de Lachambre waarvan zij dooppeet is, en Stijntje Teunis de Waal, dochter van Teunis Teunisz de Waal. Op 7 april 1750\NHA ONA Beverwijk 280 (notaris Abraham Henry Casteleyn) akte 71, 7 april 1750 testeert Teuntje Miesse Schotte, laatst weduwe van IJff Knap, aan de kinderen vam Stijntje Teunis de Waal bij Sander van Laar en bij Jan Verheul.
                    In Beverwijk is in 1736 Pieter Bos ƒ 300 schuldig aan Teuntje Mies Schotten waarvoor hij verbindt een huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot de Coningstraat, belend ten noordoosten Jacob Cnegje, ten zuidwesten Jan van der Linden (geroyeerd op 2 augustus 1749), en verkoopt in 1738 Christoffel Gallemeijer wonede te Velsen als in huwelijk hebbende Jannetje Claasdr van den Bergh aan Teunisje Mesdr Schotten, weduwe, een huis en erf aan de Breestraat, belend ten zuidwesten het Brandsteegej, ten noordoosten Hendrikje Pieters Spijckers, comparants huisvrouw aangekomen bij legaat van Cornelis Jacobsz Oudt en Geertje Tomas uit hun testamentaire dispositie gepasseerd voor notaris Jan Barreveldt op 2 februari 1732, voor 440 gld 54.
                    In 1753 benoemt Teuntje Miesse Schotten, laatst weduwe van IJff Knap, als enige erfgenaam Stijntje Teunis de Waal, getrouwd met Jan Verheul 55.
                    Op 10 december 1720 zijn Frans Harduinenbergh en zijn vrouw Teuntje Miessen Schotten eisers tegen Cornelis van Oosten, wonende op de Blommarckt te Amsterdam, die schulden heeft aan wijlen Marijtje Hendricx voor het leveren van erwten 56.
                    Huwelijksvoorwaarden worden op 28 februari 1729 opgesteld tussen IJff Cornelisse Knap, regerent diaken van de gereformeerde kerk, mitsgaders veerschipper op Amsterdam, laast wednuwnaar van Trijntje Jans Schaap, en Teuntje Miessen Schotten, laast weduwe van Frans Harduynenbergh 57.
                    In Beverwijk verkoopt in 1712 Joost Joosten Varenhorst, meester schoenmaker alhier, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper, een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan het Eijlant of anders op 't Weghje, belend ten oosten Cornelis Noom, ten westen Claes Pas, voor 145 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen 1712, 1/3 mei 1713 58.
                    In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor ƒ 105 59.
                    In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 60.
                5. Fronica Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 juli 1686 (doopgetuige Trijntje Jacobs), overl. vóór 1727, ondertr. (impost) 1° ald. 27 juli 1706 (impost elk ƒ 3) Cornelis Cornelisz KONING, meester hoefsmid, ondertr. (impost) 2° ald. 10 april 1711 (impost voor haar ƒ 3, hij pro deo) Teunis Teunisz de WAAL, overl. vóór 1727, zn van Teunis Jansz de WAAL en Stijntje Jans BROERS, die hertr. met Pietertje Cornelis van LOENEN.
                    In Beverwijk zegt op 10 april 1711 61 Fronica Miessen, weduwe van Cornelis Cornelisz Koningh, geassisteerd met haar vader Mies Aalberts Schotten, haar kind Cornelis Cornelisz Koninghs ƒ 500 toe. In 1727 62 compareert Anthonij Scheepmaacker, meester hoefsmid alhier, als in huwelijk hebbende Pietertje Cornelis van Loenen, eertijds weduwe van Teunis Teunisz de Waal, in zijn leven weduwnaar van Fronica Miessen Schotten, dewelke in eerder huwelijk heeft gehad Kornelis Kornelisz Koningh, in zijn leven mede meester hoefsmid alhier. Hij ontvangt 80 gld. en 2 ducatons uit de nalatenschap van Fronica Miessen Schotten, op hem gedevolveerd bij 't overlijden van Teunis Teunisz de Waal, nagelaten zoon van Fronica Miessen Schotten.
                    Op 26 mei 1710 testeren Cornelis Cornelisz Koningh, meester hoefsmid, en Fronica Miessen Schotten, onder herroeping van de huwelijkse voorwaarden van 11 september 1706 bij Arent Rollerus 63.
              102. (<51) (>204, >205) Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 febr. 1636 (doopgetuige Tryntgen Lamberts), overl. vóór 5 mei 1696,
                  In 1672 is in Beverwijk Jan Thamisz bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een musket.
                  In Beverwijk is in 1728 in openbare veiling verkocht door Jacob Jansz Kist, meelmolenaar, Cornelis Huijbertsz, tuinman binnen dezer stede, als executeurs van het testament van wijlen Jan Joosten Varenhorst voor de helft, Tamis Jansz Valck voor 1/3, Aecht Jans Valck voor 1/3, beiden alhier, en Zichem Ludema wonende te Haarlem in huwelijk hebbende Aafje Aerts, Olfert Pietersz schepen dezer stede en Tamis Valck als voogden over Lammert en Jan Aertsz, allen kinderen van Weijntje Jans Valck, voor 1/3, van de andere helft, als erfgenamen van wijlen Maart Jans Valck en Riewert Jansz Valck, de voorschreven Jan Joosten Varenhorst en Maart Jans Valck indertijd echteluiden, aan Hendrick Cornelisz Russel wonende binnen dezer stede een huis en erf in de Kerckbuurt genaamd de Groote Groene Poort, strekkende tot achter heer Hendrick Swart, belend ten noorden 't kerkhof, ten zuiden de Cleijne Groene Poort, voor 800 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, aan Pieter van Diest, doodgraver alhier, een huis en erf genaamd de Cleijne Groene Poort, voor 420 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729,aan Jan Dominicus mede alhier en huis en erf in de Toornstraat, strekkende tot achter Gerrit Deuveman die ook ten noorden belend is, belend ten zuidoosten de erfgenamen van Willem Claesz Moneveldt, voor ƒ 100, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, aan Lowies Vosmeer een huis en erf op de Meerstraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Jan Bornis Gunter, ten zuidwesten Sjoert Thomasz, voor ƒ 160, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, en aan heer Petrus Hollebeeck, medicinae doctor alhier, een stuk land genaamd 't Ooster- en Westerleenlandt, liggende in Wijk aan Duin, belend ten oosten de weduwe van Joannis van Coevenhoven, ten zuiden de doopsgezinde gemeente te Beverwijk, zijnde nog 5 jaar in huur aan Jan Engelsz Spijckerman voor 40 gld 's jaars, voor ƒ 700 64.
                  In Wijk aan Duin verkopen de erfgenamen van wijlen Maart Jans Valck en Riewert Jansz Valck, zijnde Jan Joosten Varenhorst en Maartje Jans Valck indertijd geweest echteluiden, nl. Jacob Jansz Kist, meelmolenaar, en Cornelis Huybertsz, tuinman, binnen Beverwijk, als executeurs van het testament van Jan Joosten Varenhorst, van de helft, Tamis Jansz Valck voor 1/3, Aeght Jans Valck voor 1/3, beiden wonende te Beverwijk, en Zichum Ludema wonende te Haarlem in huwelijk hebbende Aeffie Aerts, Olfert Pietersz schepen te Beverwijk met voornoemde Tamis Jansz als voogden over Lammert en Jan Aertsz, allen kinderen van Weijntje Jans Valck, tezamen voor 1/3, van de andere helft, (1) aan Petrus Hollebeeck, medicinae doctor te Beverwijk, een stuk land genaamd Ooster en Wester Leenlandt, zijnde voor een gedeelte betuind, belend ten oosten de weduwe van Joannis van Coevenhoven, ten zuiden de Doopsgezinde Gemeente te Beverwijk en Cornelis Hoogh-landt, ten noorden Pieter Kool, ten westen de Wildernis, groot 2 morgen, voor ƒ 700, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, (2) aan Jacob Moerbeeck een stuk land genaamd het Vormanelant, belend ten noorden de erfgenamen van Bastyaen Poulusz, ten zuiden de erfgenamen van Johan Pergens, ten oosten de Kerck-wegh, ten westen de Cleyne Houtwegh, nog 9 jaren in huur aan Pieter Moerbeeck voor 31 gld 10 st in 't jaar, de iepeboompjes aan 't westend van dit door de verkoper aan zichzelf gehouden, voor ƒ 430, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, (3) aan Baltus Boeckholt, meester loodgieter, een stuk teelland genaamd de Lange Acker, de Vijffackerscroft en Francentuijntje, strekkende van de Groote Houtwegh tot aan het Kuijckersweghje, belend ten noorden de stad Haarlem en de stad Beverwijk, ten noordwesten en zuiden de voorschreven steden met de Boele-landen, gemeen en onverdeeld met de voornoemde steden, groot 1729 roeden, de Lange Acker nog 7 jaren in huur aan Claes Louritsz Huijgen voor 24 gld 's jaars, de 5-Ackerscroft en het tuintje nog 3 jaren in huur aan Jan Jacobsz Lampitt voor 36 gld 's jaars, voor ƒ 285, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729 65.
              ondertr./tr. Beverwijk/Castricum 30 april/16 mei 1660
                  In 1683 testeert Jan Thamis aan de kinderen geprocreëerd bij zijn overleden vrouw 66. Op 5 mei 1696 is er boedelscheiding tussen Rieuwert Jansz Valck, Maritje Jans Valck, Aelbert Miesz Schotten als in huwelijk hebbende Aechtje Jans Valck, en Willem Jansz Roodtbol als voogd over de minderjarige kinderen Wouter Jansz Valck en Wentje Jans Valck, nagelaten kinderen en erfgenamen van Jan Tamis Valck en Aefje Rieuwerts 67.
              103. (<51) (>206, >207) Aefje RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 juli 1636 (doopgetuige Fytgen Willemsdr), overl. vóór 31 jan. 1683.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Maartje Jans VALCK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 febr. 1661, overl. vóór 21 juli 1728, tr. Jan Joosten VARENHORST, ged. (nederd. geref.) ald. 2 april 1656 (als Johannes), tuinman, zn van Joost Jansz VARENHORST, kleermaker, en Annetje Heindricks EEKHOREN.
                    Op 13 februari 1730 wordt ontvangen uit de erfenis van Maartje Jans Valk door Zighem Ludema getrouwd met Aafje Aarts de Wolf, Lammert Aartsz de Wolf, Hendrick Cornelisz Russell getrouwd met Aafje Aalberts Schotten, en Claas de Boer getrouwd met Marijtje Aalberts Schotten 68.
                    Op 7 juni 1718 testeren te Beverwijk 69 Jan Joosten Varenhorst en Maartje Jans Valck, in de eerste plaats op elkaar, en verder o.m. aan Jan Thamisz Valck, zoon van Tamis Jansz Valck, een huisje en erf in de Peperstraat en de helft van een stuk land in Wijk aan Duin. Op 10 jan. 1727 70 wijzigt Maartje Jans Valck, ziekelijk, voorafgaand testament, met prelegatering aan verschillende personen en benoeming van Tamis Janse Valck, de kinderen van Wijntje Jans Valck, en Aaght Jans Valck, tot universele erfgenamen.
                    In Wijk aan Duin heeft in 1691 Hendrick op de Camp wonende te Beverwijk, als man en voogd van Cornelija van Mijerop die mede compareerde als het navolgende land van haar vader ten huwelijk gekregen, openbaar verkocht aan Jan Joosten Varenhorst wonende in Beverwijk een stuk land genaamd het Crommelandt, belend ten noorden Jacobus Plevier, ten zuiden Claes Sijmonsz van Nes, ten oosten de Kerckwegh, ten westen de Cleijne Houtwegh, zijnde dit land nog 11 jaar in huur aan Floris Jansz Block voor 42 gld 's jaars, voor 610 gld 71.
                    In Wijk aan Duin is in 1695 Harmen van den Heuvel, wonende te Beverwijk, 800 gld schuldig aan Jan Joosten Varenhost wonende te Beverwijk, met als onderpand een croft land gemaakt tot een tuin genaamd de Kennipcroft, groot omtrent 1308 roeden, belend ten oosten de Schouwbeeck, ten zuiden houder dezes, ten westen de Cleyne Houtwech, ten noorden de Kerk (geroyeerd op 24 januari 1698), en heeft in 1698 Ds Abraham Molerus, predikant te Wijk op Zee, openbaar verkocht aan Jan Joosten Varenhost wonende te Beverwijk een stuk land genaamd Ooster en Wester Leenlandt, voor een gedeelte betuind, belend ten oosten Adrianis en Joannis van Coevenhoven, ten zuiden Jan Pietersz Boschman en de weduwe van Fulphs Jansz, ten noorden Juffr. Laakeman, ten westen de Wildernis, groot omtrent 2 morgen, zijnde nog 5 jaar in huur aan Hendrick Saaltje voor 46 gld 's jaars, voor 900 gld, te betalen de helft gereed, de helft op 25 februari 1699 72.
                    In Wijk aan Duin verkoopt op 8 juni 1709 Claes van Poelenburgh wonende te Alkmaar, als voogd benevens de heer Albert Ahuijs over Theresia Ahuijs enige nagelaten dochter van wijlen Beatris van Poelenburgh, ook namens de medevoogd Albert Ahuijs, voor de helft, en nog last hebbende van Juffr. Cornelia van Poelenburgh bejaarde dochter, beiden wonende te Amsterdam, enige erfgenamen ab intestato van Cornelis van Poelenburgh in zijn leven notaris binnen Amsterdam, aan Jan Joosten Varenhorst, tuinman wonende te Beverwijk, een stuk teelland genaamd de Lange Acker, de Vijffackerscroft en Fransentuijntje, strekkende van de Groote Houtwegh tot achter aan het Kuijckersweghje, belend ten noorden de steden Haarlem en Beverwijk met de Noordercroften, ten zuiden de voorschreven steden met de Boelelanden, gemeen en onverdeeld met de voorschreven steden, voor een schuldbekentenis van 700 gld 73.
                    In Beverwijk verkoopt in 1723 Jan Varenhorst aan Gerrit Willemsz Bladt alhier een huis met zijn tuinen vanouds genaamd het Nonnenclooster, belend ten oosten Hendrick Harmensz Huijerman, ten zuidoosten Jan Cornelis Kneghten, ten zuidwesten de kinderen van Aernout Valckenburgh, ten noordoosten Willem Aerijensz, Maarten Jansz Stavast, de weduwe van Teunis Helderman, Rijck Pas, Maarten Aerijensz Boogaart, Grietje Gerrits, ten noorden Barent Woutersz, de erfgenamen van Jacob Gerritsz Sperwer, Jan Willemsz Havick, ten noordwesten de lijnbaan van Olfert Pietersz, voor een lijfrentebrief van 40 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper en zijn huisvrouw Maart Jan Tamisz hun leven lang gedurende, doch de verkoper of zijn huisvrouw stervende zal de lijfrente op de helft verminderen, overzulks huis en tuinen getaxeerd op ƒ 250 contant 74.
                2. Thamis Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 juli 1663.
                3. Rieuwert Jansz VALCK, impost op begr. Beverwijk 24 maart 1707 (impost ƒ 3).
                4. Aeghje Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 mei 1668.
                5. Thamis Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 juli 1670, overl. 1736, ondertr./tr. ald. 1/17 mei 1693 Barentje EVERTS, overl. 1734, wed. van Jan DIRCKSZ.
                    In Wijk aan Duin verkoopt in 1737 Jan Tamesz Valk, tuinman, wonende binnen de stede Beverwijk, aan Francois van Harencarspel, heer van de stede Beverwijk, Wijk op Zee, Wijk aan Duin, schepen der stad Amsterdam, etc., een stukje land genaamd de Tujn van Lynslager, groot op 't morgenboek 607 roeden, belend ten noordwesten de Heemskerkerweg, ten zuidoosten de Hoflanderweg, ten noordoosten de kerk van Beverwijk, ten zuidwesten de koper, hem comparant aangekomen de helft als erfgenaam van zijn vader Tames Jansz Valk en de andere helft bij legaat uit de boedel van zijn moei Maart Jans Valk, voor 1000 gld 75.
                6. Wouter Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 mei 1672, ondertr. ald. 11 juni 1699 (zij van Egmond-Binnen) Maartje Jans MOIJ, dr van Neeltje WILLEMS.
                    Op 11 juni 1699 ondertr. geref. in Beverwijk Wouter Janz Valk, j.m. uijt de Beverwijk, met Maartje Jansz, j.d. van Egmond-Binnen. In 1702 testeren Wouter Jans Valck en zijn vrouw Marijtje Jans Moij, op elkaar 76.
                7. Aagt Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1674, zie 51.
                8. Wijntje Jans VALK, ondertr./tr. Beverwijk 7/23 april 1702 Aart Lammertsz de WOLF, zn van Lambert de WOLFF en Maritje AERENS.
              114. (<57) Jan van HOENSELAER, geb. ca. 1643, kleermaker, bij huwelijk snijder, van Schenckenschans,
                  In het poorterboek van Amsterdam staat bij de datum 29 oktober 1669: Jan van Hoenselaer, kleermaker van Schenckenschans, gehuwd met Marregreta Glimmers, schoonvader Thomas Glimmer overleden, makelaar.
              ondertr. Amsterdam 27 okt. 1668
              115. (<57) (>230, >231) Margriet MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1634.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Sophia van HONSLAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 13 maart 1674, zie 57.
                2. Anna van HOENSELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 4 maart 1676, ondertr. ald. 14 febr. 1699 Otto BRANT, geb. Meppel ca. 1676, knoopmaker.
                3. Elisabeth van HOENSELAER, ged. Amsterdam 16 maart 1678.
              124. (<62) (>248, >249) Gerrit Barentsz BOING, ged. (nederd. geref.) Zwolle 8 okt. 1637, snijdergezel (bij huwelijk), kleermaker,
                  In Amsterdam heeft in 1665 Gerrit Barentse van Zwolle, kleermaker, zijn poortereed gedaan en 't klein poortergeld betaald 77.
              ondertr. Amsterdam 21 okt. 1662
              125. (<62) (>250) Pieternella HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 15 maart 1637.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Barent Gerritse BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 12 juni 1663, zie 62.
                2. Harmanis BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Noorderkerk) 20 febr. 1666 (doopgetuigen Jan Daniels, Trijntie Harmens).
                3. Lijsbeth BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwezijdskapel) 5 mei 1668 (doopgetuigen Jan Daniels, Elisabeth Rohert).
                4. Johannes BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwezijdskapel) 10 jan. 1670 (doopgetuigen Jan Danielsz, Elisabeth Rohart), scheepstimmerman, ondertr. ald. 17 april 1694 Catrina van KEMPEN, geb. ald. ca. 1670, dr van Claes van KEMPEN.
              126. (<63) (>252, >253) Jan AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 18 juli 1634 (doopgetuige Mary Jans), geelgieter,
              ondertr. Amsterdam (kerk) 20 juni 1659
              127. (<63) (>254, >255) Annetje KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1632 (doopgetuige Annetjen Cornelis).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Guilliam van MECHELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 april 1662 (doopgetuigen Pieter Hendricsz, Magdeleentje Kuijpers), trekwerker, ondertr. ald. (kerk) 12 sept. 1687 Geertje TAMMES, geb. ca. 1666, dr van Lisbeth GATGE.
                2. Maria van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 21 jan. 1665, zie 63.
                3. Neeltje van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 27 april 1668 (doopgetuige Neeltien Ambrosius), ondertr. ald. 30 aug. 1698, ondertr. (impost) ald. 27 aug. 1698 (onvermogend) Hendrik YBRIGH, geb. Leiden ca. 1665, vaerentman.


              Generatie VIII (<VII, >IX)

              144. (<72) (>288, >289) Matthijs DIRCXZ, geb. ca. 1567, overl. tussen 7 sept. 1621 en 13 maart 1622,
                  In 1598 verkoopt in Zwammerdam Claertgen Heymensdr, weduwe van Jan Thoenisz timmerman (wonende te Moordrecht), met Dirck Heymensz timmerman als voogd, aan Mathys Dircxz rietdecker (wonende te Bodegraven) een erve met poting en planting gelegen naast het dorp van Bodegraven, waarvoor hij aan haar 150 schuldig is (betaald door Mathys Dircxz op 26 juni 1605) 78. Onder de weerbare mannen van Rijnland in 1599 komt onder Zwammerdam voor: Mathijs Dircksz riedtdecker, met een verrejager.
                  In de weeskamer van Bodegraven hebben de weeskinderen van Thijs Dircxz rietdecker een kist (met een doos) en wordt vanwege de weeskamer voor deze weeskinderen op 16 mei 1619 aan de kinderen van Pieter Dircxz in Oud Bodegraven 226-16-0 uitgezet en op 14 april 1621 als 248-9-8 weer gelicht, wordt op 5 februari 1621 aan Claes Mathysz en Pietergen en Neeltgen 50 gld betaald, wordt op 9 juli 1620 100 gld plus 5 gld van een jaar interest gelicht en betaald aan Jacop Mathysz en Claes Mathysz, en wordt nog aan Jacop Mathysz overgegeven een rentebrief van 212 gld 10 st van 20 juni 1614 op zijn vader en aan Claes Mathysz een obligatie van 105 gld 15 st op Gerrit Gerritsz Twaalfhoven 79.
                  In 1610 is in Hazerswoude Mathys Dircxz aan jonkvrouwe Enckenraet van Lodesteyn, weduwe van jonkheer Nanning Paedts, een jaarlijkse losrente schuldig van 36 gld, af te lossen met 600 gld, met als onderpand een stuk weiland groot 4½ morgen, belend oost en west comparant zelf, strekkende uit de Rijn over de Rijndijk zuidwaarts tot in de Caweteringe, patrimoniaal goed zonder pachten of renten, verkopen Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt IJewouts aan Thys Dircxz hun neef drie vierde parten van omtrent 14 hond hooiland gelegen in het Rietvelt, waarvan Thys Dircxz zelf het resterende vierde part te voren gecompeteerd heeft, en heeft Mathys Dircxz de 200 gld onder zich genomen die zal. Neeltgen Jacobsdr die weduwe was van Pieter Pietersz aan comparants 4 kinderen Jacob, Pietergen, Claes en Neeltgen gelegateerd heeft bij testament op 13 aug. 1607, en welke 200 gld nu uitgekeerd zijn door de erfgenamen van de voornoemde Neeltgen Jacobsdr, namelijk comparant, Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Iewouts, waarbij comparant belooft zijn kinderen voornoemd een rente van 12 gld 10 st 's jaars te betalen 80.
                  In Hazerswoude verkoopt Thys Dircxz in 1613 aan Claes Symonsz kleermaker een huis en erve aan de Rijndijk in de Hoornsche polder, uit de dijksloot zuidwaarts ruim 6 roeden lang, belend oost comparant, west Jacob van Scherpenseel, is Thys Dircxz aan Jacob, Claes, Pietergen en Neeltgen, zijn 4 kinderen bij zal. Geertgen Claesdr zijn eerste huisvrouw, een jaarlijks losrente van 12 gld 10 st schuldig, met als hoofdsom 200 gld, hem aangeteld door schout en weesmeesters van Bodegraven uit de erfenis van [...] Aelberts hun oudoom van moeders zijde, met als onderpand 4½ morgen land in de Hoornsche polder, belend oost comparant, west jonkheer Jacob van Scherpenseel, noord Claes Symonsz met zijn huis en erve, verkoopt in 1617 Willem Aertsz, nu wonende te Hazerswoude, aan Thys Dircxz een vogelkooi met tam gevogelte en gereedschap, te verongelden voor 9 hond land, en is in 1618 Mathys Dircxz, wonende aan de Rijndijk, aan Steffen van Heussen wonende te Leiden, als vader en voogd van Gillis van Heussen zijn onmondige zoon, een losrente van 12 gld 's jaars schuldig, met 200 gld als hoofdsom, waarvoor hij als onderpand 4½ morgen land stelt, al bezwaard met een rente van een hoofdsom van 600 gld ten behoeve van jonkvrouwe Erckenraet van Lodesteyn, geconstitueerd in 1610 81.
                  In Hazerswoude testeert op 7 september 1621 Thijs Dircxz, ziekelijk te bedde liggende, welk testament door de contractbrieven van 13 maart 1622 geannuleerd is, en compareren in 1622 Jannetgen Dircxdr, weduwe van Thys Dircxz, in zijn leven gewoond hebbende te Hazerswoude aan de Rijndijk, geassisteerd met Pieter Maertsz haar halve broeder en Cornelis Geryt Nijsz, verder Jacob Tysz, Claes Tysz en Pietergen Tysdr geassisteerd met Jacob van Leeuwen secretaris, Arien Huygens de Vries en Cornelis Willemsz Craen als voogden over Neeltgen Tysdr, mondige en onmondige nagelaten kinderen van Thys Dircxz bij Geertgen Claesdr die zijn eerste huisvrouw was, verder voornoemde Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Euwoutsz, voogden van de vijf [kinderen] gewonnen bij voornoemde Jannetgen Dircxdr, mitsdien erfgenamen van Thijs Dircxz, en delen zij de boedel, hierbij het testament van 7 september 1621 cesserende, waarbij de oudste zoon Jacob Mathijsz de 3½ morgen leenland met huis, barg, enz. aan de Rijndijk zal hebben en de verdere goederen ten profijte van zijn stiefmoeder laat, waarna de voornoemde Jannetje Dircxdr met de andere kinderen deelt en onder vruchtgebruik gehouden zal zijn de 5 kinderen op te voeden tot zij 19 jaar zijn of trouwen, bij welke gelegenheid zij elk 30 gld zullen krijgen, met namen Geertgen oud Vastenavent 1622 twaalf, Fijtgen Valckenburgermaerct 1621 negen, Dirc Kermis 1621 zeven, Maritgen Alrehyligen 1621 vier, Arien Vroulichtmis 1622 twee jaren 82.
                  In 1622 verkopen Jannetgen Dircxdr [weduwe van Thys Dircxz] in zijn leven gewond hebbende aan de Ryndyck geassisteerd met Piet Maertsz haar halve broeder wonende te Sgravenhage voor de ene helft, Pietergen Tijsdr geassisteerd met Jacob van Leeuwen, Claes Tysz, Jacob Tysz Arien Huygensz de Vries en Cornelis Willemsz Craen als voogden over Neeltgen Tysdr, mondige en onmondige kinderen van Thys Dircxz geprocreëerd bij Geertgen Claesdr, item voorzegde Jacob Tysz, Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Euwoutsz, voogden over de 5 onmondige kinderen van Thijs Dircxz bij Jannetgen Dircxdr, aan Floris Danielsz wonende te Coudekerc 4 morgen 4 hond land aan de Ryndyck, belend oost Jacob Mathys, west Geryt Euwoutsz, zuid de Oude Gooch, voor 2820 gld, waarvoor Floris Daniels schuld bekent, idem aan Geryt Euwoutsz een stuk weiland te verongelden voor 4 morgen 2 hond te Buytenwech, waarvoor de koper met Cornelis Willemsz Craen en Jacob Hubertsz als borgen 2226 gld schuld bekent, idem aan Jan Cornelisz Coy 13 hond bouwland, waarvoor de koper met borgen Aert Willemsz en Jacob Bonen wonende te Coudekerc 822 gld schuld bekent, verkopen Pietergen Thysdr, Neeltgen Thysdr en de 5 kinderen geprocreëerd bij Jannetgen Dircxdr aan [Claes Thysz] 7 achtste parten van de helft van een vogelkooi van 9 hond land waarvan de weduwe van Thys Dircxz de helft en het resterende achtste part competeert, en verklaren Jacob Mathysz [] en Jannetgen Dircxdr zijn stiefmoeder geassisteerd met Pieter Maertsz haar halve broeder, aan de overige erfgenamen 225 gld schuldig te zijn, waarvoor zij i.h.b. 7/8 van een vogelkooi verbinden 83.
              tr. 1° Geertgen CLAESDR,
              tr. 2°
                     Uit het eerste huwelijk:
                1. Jacob Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 1594, timmerman, overl. vóór 21 jan. 1637, ondertr. (nederd. geref.) Leiden 8 nov. 1622 (hij timmerman, jongeman van Alphen, zij jongedochter van Leiden) Heijltgen Cornelisdr van BIJLEVELT.
                    Op 18 september 1622 wordt Jacob Mathijsz van Leeuwen, oud ca. 28 jaar, bij dode van zijn vader Mathijs Dirksz, en op 9 april 1623 Wouter Cornelisz van Toledo, oud ca. 42 jaar, na overdracht door Jacob Mathijsz van Leeuwen, beleend met land in Hazerswoude 84.
                2. Pietergen MATHIJSDR.
                3. Claes Mathijsz van LEEUWEN, tr. Barbara POUWELSDR, dr van Pouwels LEENDERTSZ en Neeltgen HUIJGENSDR.
                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 in Alphen onder 'Alpherhoorn': Claes Tijsz en Barbara Pouwelsdr, met hun kind genaamd Tijs 85.
                4. Neeltgen MATHIJSDR, tr. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 15 aug. 1624 Cornelis BOUWENSZ, wedn. van Claertgen JANS.
              145. (<72) Jannetgen DIRCXDR,
                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Haserswoude Rijndijck': Jannetgen Dircxdr weduwe van Tijs Dircxz, met Dirck, Arien, Geertgen, Fijtgen en Maritgen, haar kinderen 86.
                  In Hazerswoude verkopen in 1650 enerzijds de met name genoemde kinderen van wijlen Pouls Leenertsz die weduwnaar was van Jannetgen Dircxdr, en anderzijds [...rcxz(?)] wonende in de Langeweyt als getrouwd hebbende [...] nagelaten dochter van Aerien Schout [...(?)] in echt gewonnen bij voornoemde Jannetgen Dircxdr, en Dirck Thijsz wonende in Alpherhoorn en Arien Thijsz wonende in Koudekerk en Gerrit Gerritsz als getrouwd hebbende Geertgen Thijsdr, nagelaten kinderen van Tijs Dircxz geprocreëerd bij Jannetgen Dircxdr, aan Gerrit Gerritsz van Standingen een huizinge, boomgaard, poting en planting aan de Hogenrijndijck in de Hoornschepolder, verongeldende voor 2 hond 87.
              tr. 1° Aerien SCHOUT[...],
              ondertr. 3° Alphen aan de Rijn tussen 8 sept. 1623 en 17 nov. 1623 Pouwels LEENDERTSZ.
                     Uit het eerste huwelijk:
                1. Kniertje(?) AERIENSDR, tr. N.N. DIRCXZ(?).
                    Op 28 mei 1635 is in Benthuizen ene Kniertgen Ariensdr getuige bij de doop van twee kinderen van Willem Dircksz en Neeltgen Heyndrickx, en van een kind van Pieter Dircksz en Trijntgen Jacobsdr, welke twee echtparen tevens doopgetuigen bij elkaar zijn. In 1660, 1662 en 1667 is in Leiderdorp ene Kniertje Ariens getuige bij de doop van een kind van Arie Thysen (van Leeuwen) en Jannetje Kommers (Vos).
                       Uit het tweede huwelijk:
                  1. Geertgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 23 febr. 1610 (Vastenavent 1622 twaalf jaar), tr. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 3 dec. 1634 Gerrit Gerritsz van STANDIGHEN.
                  2. Fijtgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 12 sept. 1612 (Valckenburgermaerct 1621 negen jaar).
                  3. Dirck Tijsz van LEEUWEN, geb. 1614 (Kermis 1621 zeven jaar [vermoedelijk de kermis te Hazerswoude]), bij eerste huwelijk kleermaker, jongeman van Alphen, wonende in Alpherhoorn, tr. 1° (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 27 okt. 1638 Maertgien JANSDR, overl. vóór 17 mei 1656, tr. 2° (nederd. geref.) ald. 17 mei 1656 Neeltjen CORNELISDR, overl. vóór 1667, tr. 3° Leiden 1667 Neeltjen JANSSEN.
                      In het weesboek van Alphen aan den Rijn wordt in 1656 vermeld: Dirck Mathysz, wonende in de Hoorn te Alphen, weduwnaar van Marritje Jansdr, met als hun kinderen Marritgen 14 jaar, Jannitgen 12 jaar, Jan 8 jaar en Feytgen 5 jaar, met als hun oudoom en voogd Jan Cornelisz van Veen, meester timmerman te Alphen 88.
                  4. Maritgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 1 nov. 1617 (Alrehyligen 1621 vier jaar).
                  5. Arie Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 2 febr. 1620 (Vroulichtmis 1622 twee jaar), zie 72.
                146. (<73) (>292, >293) Commer Jacobsz VOS, vormer,
                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Koudekerk': Commer Jacobsz, vormer, en Fijtgen Willemsdr, onvermogend; bij hen woont Aeltgen Willems, een oude dochter 89.
                    In 1649 verkoopt te Zoeterwoude Dirck Jacobsz Cox, wonende aan de Hoogenrijndijck, aan Commer Jacobsz mede wonende aldaar, „een werffgen grot omtrent dertien roeden zijnde een gedeelte van de vercoopers werf gelegen op seecker pat voorbij Swijeters wateringe”, belend ten westen het gemene pad, ten noorden verkoper, ten oosten de gemene sloot en ten zuiden de Hoogenrijndijck; betaald met een rentebrief van 6 gld 's jaars, losbaar met 130 gld 90.
                    In Zoeterwoude wordt in 1666 de weduwe van Commer Jacobsz aan de Rijndijck in het kohier van het haardstedengeld aangeslagen voor 2 haardsteden 91.
                ondertr. Benthuizen 19 juli 1620 (op 2 augustus 1620 attestatie op Koudekerk gegeven), tr. Koudekerk
                147. (<73) Fijtgen WILLEMSDR, bij ondertrouw in 1620 jonge dochter van Koudekerk.
                    In 1689 vindt in Zoeterwoude overdracht plaats door Willem Arisz van Leeuwen wonende tot Alpherhoorn, Claes Arisz van Leeuwen wonende tot Soeterwoude, Jacob Arisz van Leeuwen wonende tot Leijden, Willem van Peenen getrouwd met Maertie Ariensz van Leeuwen mede wonende tot Leiden, kindskinderen en erfgenamen van hun grootmoeder Fijtie Willems, die weduwe was van Commer Jacobsz Vos, aan Tys Arisz van Leeuwen, mede kindskind en erfgenaam, de nagelaten huizinge en erf aan de Hogerijndijk, omdat laatstgenoemde de nagelaten lasten van ƒ 100 betaald had en huis en erf niet meer dan ƒ 100 waard is 92.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Jannetje Commers VOS, zie 73.
                  148. (<74) (>296, >297) Bartholomeus Pietersz CLINCKENBERCH, overl. vóór 8 okt. 1655,
                      Op 10 juni 1620 zijn in Sassenheim vergaderd geweest Mees Pieters Clinckenberch, weduwnaar van Joosgen Gerritsdr, in haar leven woonachtig op Clinckenberch in Sassenheim en aldaar overleden, ter eenre, en Gerrit Jorisz wonende te Overveen als bestevader en voogd over Daniel Meesz, oud omtrent een half jaar, nagelaten weeskind van Joosgen voornoemd bij Mees Pietersz, waarbij overeengekomen is dat Mees Pieters 225 gld zal betalen aan zijn weeskind op zijn mondige dag of eerder huwelijken 93.
                      In het kohier van het hoofgeld in 1623 komt onder 'Sassenheim' voor: Bartholomeus Pietersz van Clinckenberch en Jannetgen Jacobsdr zijn huisvrouw, met Daniel haar [sic] kind, en Lijsbeth Maertensdr van Leiden hun dienstmeid 94. Bartholomeus Pietersz Klinckenberg is in 1636 ambachtsbewaarder van Sassenheim, en is in 1628 en 1672 (in 1676 niet) pachter van Klinkenberg.
                      In Warmond verkoopt op 18 juni 1631 Jan Jacobsz Scheur aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim, zijn zwager, een partij land genaamd de Ommelooper, gelegen in de Veerpolder, groot 803 roeden, voor 1000 gld gereed geld (boven de lasten van 202 gld 10 st kapitaal), welk land Jan Jacobsz Scheur op dezelfde dag door ruiling verkregen had van Barthout Willemsz van der Burch, verkoopt op 1 juni 1632 Gerit van Griecken als getrouwd hebbende Grietgen Adriaensdr aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim 17 of 16½ hond land, belend ten zuidoosten comparant, ten zuidwesten Bouwen Cornelisz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Willem Pietersz Clinckenberch, belast met 1/3 van 100 gld 's jaars losrente, losbaar de penning zestien, voor 2600 gld (met als specificatie lasten in kapitaal 539-6-10, gereed 866-13-5, custing 1583-7-0, 40e penning 74-12-0, geroyeerd 12 maart 1635), en verkopen op 4 juni 1632 de erfgenamen van Cornelis Camerlijns aan Mees Pietersz Clinckenberch omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden land, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 30 roeden waarvan de wederhelft Jan Cornelisz c.s. toebehoort, belend ten zuiden die wederhelft, ten zuidwesten Barthout Willemsz van der Burch c.s., ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Gijsbert Jansz van der Codden, belast met de helft van 10 gld 's jaars, voor 2050 gld hun promptelijk toegeteld 95.
                      Bartholomees Pietersz van Clinckenberch wonende te Sassenheim maakt op 4 november 1639, ziekelijk te bedde liggende, tot zijn universele erfgenamen Daniel, Jacob, Dirck, Pieter en Jannetgen Bartholomeeszonen en -dochter, mitsgaders Trijntgen Cornelisdr zijn welbeminde huisvrouw, elk in een zesde part, en stelt zijn huisvrouw tot oppervoogd en zijn broer Dirck Pietersz van Clinckenberch tot toeziend voogd, zonder enige kennis van de weeskamer, waarna op 10 december 1639 hij en Trijntgen Cornelisdr, echteluiden te Sassenheim, beiden gezond en kloek, testeren, hij aan zijn voor- en nakinderen en aan Trijntgen Cornelisdr elk een kindsgedeelte, zij aan haar man, die dan binnen een jaar aan haar erfgenamen 1000 gld moet betalen en aan haar moeder Marijtgen Leendertsdr, indien nog in leven, haar legitieme portie 96.
                      In Sassenheim zijn op 9 februari 1637 Mees Pietersz van Clinckenberch, weduwnaar van Jannetgen Jacobsdr, zijn overleden tweede huisvrouw, mitsgaders Jan en Cornelis Jacobszonen Scheur, moederlijke ooms, en Symon Joosten, behuwdoom, bloedvoogden van de drie nagelaten alsnog onmondige kinderen van voornoemde Jannetgen Jacobsdr geprocreëerd bij Mees Pietersz van Clinckenberch, met namen Jacob, oud 12 jaar, Dirc 9 jaar en Pieter 7 jaar, of daaromtrent, geaccordeerd dat Mees Pietersz van Clinckenberch de drie kinderen zal opvoeden tot de ouderdom van 20 jaar of eerder bij huwelijk, waarna hij hun elk hun derdepart van 1500 gld zal uitkeren en een gouden ring van hun moeder ter gedachtenis of de waarde ervan in geld zal geven, en dat de kinderen in eigendom krijgen een stuk land genaamd het Ommelopertgen in Warmond, groot 8 hond 3 roeden, belend ten noordwesten de heer van Hazerswoude, ten noordoosten Jan Jacobsz Rous, ten zuidoosten de kinderen van Sijmon Willeboortsz, ten zuidwesten Huijch Aryensz van Griecken met bruikwaar, welk land Mees Pietersz gedurende de minderjarigheid van zijn voornoemde kinderen zal blijven gebruiken 97.
                      Op 8 oktober 1655 belenden in Warmond de erfgenamen van Mees Pieters van Klinckenbergh 98.
                      Op 15 april 1660 verkopen in Warmond Jacob Meesz en Dirck Meesz van Clinckenbergh, ook voor hun zuster Jannetgen Mees, elk voor een derdepart, tezamen kinderen en erfgenamen van Mees Pietersz Clinckenbergh hun overleden vader, en nog Leendert Cornelis Cruiswech als getrouwd hebbende Tryntgen Cornelis, eerder weduwe van voornoemde Mees Pietersz Clinckenbergh, voor het resterende vierdepart, aan Jan Arentsz van der Plas de helft van 5 morgen, 2 honden en 13 roeden lands, waarvan de wederhelft Gerrit Cornelis Entepool c.s. toebehoort, voor 2600 gld 99.
                  tr. 1° Joosgen GERRITSDR, overl. Sassenheim vóór 10 juni 1620, dr van Gerrit JORISZ,
                  tr. 3° Trijntgen CORNELISDR, dr van Marijtgen LEENDERTSDR,
                  ondertr. 2°/tr. Warmond 25 juli/8 aug. 1621
                         Uit het eerste huwelijk:
                    1. Daniel Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 12 jan. 1620, overl. vóór 31 mei 1671, tr. 1° Lysbeth Gerritsdr GRAVESLOOT, overl. 1652, dr van Gerrit Pietersz GRAVESLOOT en Crijntgen Jansdr WARMONT, tr. 2° Neeltgen JANS.
                        Daniel Meessen Klinckenberg is huurder van Klinkenberg in onder meer 1645 en 1650, en ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1652-1653.
                           Uit het derde huwelijk:
                      1. Jannetgen Meessen CLINCKENBERCH, tr. Noordwijk 13 juni 1660 Christoffel Abrahams van HOUTEN.
                    149. (<74) (>298, >299) Jannetgen Jacobsdr SCHEUR.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Josyntge Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 11 okt. 1623.
                      2. Jacob Meessen KLINKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Warmond 18 mei 1625, overl. Sassenheim 2 febr. 1706, tr. 1° Baertgen Cornelis HANS, overl. vóór 21 juni 1676, tr. 2° ald. 21 juni 1676 Geertruyd van THOOR, bij huwelijk 'jongedochter van Amsterdam'.
                          In 1650 koopt in Warmond Jacob Mees Clinckenberch, wonende in Sassenheim, een stuk land van Leendert Cornelisz als getrouwd hebbende Tryntge Cornelisdr wonende te Noordwijk 100. In 1658 koopt in Sassenheim Jacob Meesz van Klinckenberch van Claes Dircxz Verruijt, beiden door het gerecht van Leiden aangesteld tot curator van de boedel van Jacob Jans Veltbrugge en Reijmpje Pieters, een huis, erf, boomgaard, looiwerf en vlasoven te Sassenheim, belend Arent Dircxsz Klinckenberch 101.
                          Jacob Meessen Klinkenberg is ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1656, 1658, 1660, 1663 en 1680.
                          In 1706 machtigen in Sassenheim de erfgenamen ab intestato van Jacob Meesz van Klinkenberg, overleden in Sassenheim op 2 februari 1706, Hendrik Noyen koopman te Haarlem om te verkopen een huis in het dorp Sassenheim door voornoemde Jacob Mees Klinkenberg bewoond en verhuurd geweest, met een stuk grond van ongeveer 9 hond, welke erfgenamen zijn: Geertruijd van Thoor zijn weduwe, Bartholomeus van Klinkenberg, Pieter Symonsz Duijndam getrouwd met Jannetie Dircksdr van Klinkenberg, voornoemde Bartholomeus van Klinkenberg als oom en benopens Engeltie Cornelisdr Kruijshoek weduwe van Claes Dircksz van Klinkenberg voogd over de kinderen van Claes Dircksz van Klinkenberg, en nog als voogd benopens Claas Dircksz van Steijn gewezen weduwnaar van Maartie Dircks van Klinkenberg, Sijmon van Brederoode getrouwd met Jannetie Pieters van Klinkenberg, Claas van Leeuwen getrouwd met Grietie Pietersdr van Klinkenberg, Cornelis Claas Cruijshoek getrouwd met Joosje Danielsdr van Klinkenberg, mede voor Lysbet Danielsdr van Klinkenberg weduwe van Harmen Willemsz Schilperhoek, Jannetie Meesdr van Klinkenberg weduwe van Christoffel van Houten, Tryntie Cornelisdr weduwe van Bartholomeus Danielsz van Klinkenberg; de verkoper zal verantwoording afleggen aan Bartholomeus van Klinkenberg en Abraham van Houten 102.
                      3. Dirck Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 3 okt. 1626, tr. Annetgen Pieters HEEMSKERCK, dr van Pieter Floris HEEMSKERCK en Aeltje Jans DONCKER, die hertr. met Claes Gerritsz GRAVESLOOT.
                          In Voorhout verklaart in 1655 Dirck Meesz Clinckenberch, als getrouwd hebbende en zulks als man en voogd van Annetgen Pieterszdr, in 't openbaar verkocht te hebben en nu te transporteren aan Huijch Pietersz van der Cluft een stuk weiland, belend ten noordwesten Huijch Pietersz van der Linden, ten noordoosten Dirc Dammasz van der Voort, ten zuidoosten Pieter Gerritsz Capiteijn, ten zuidwesten de erfgenamen van Dammas Jeroensz Cluft, voor een schuldbrief van 1320 gld, te betalen een derdepart gereed en voorts op 1 april 1656 en 1657 telkens een derdepart 103.
                          Dirck Meessen Klinckenberg is ambachtsbewaarder van Sassenheim in de jaren 1656, 1665-1667 en 1677, molenmeester van de Klinkenberger polder in 1657-1658, en testeert op 15 april 1676.
                      4. Pieter Meessen CLINCKENBERCH, geb. ca. 1629, zie 74.
                    150. (<75) (>300, >301) Floris Dammasz van der VOORT, bouwman te Leiden, herbergier in de Roscam te Zoeterwoude,
                        Op 22 juli 1634 verklaart Floris Dammasz wonende te Leiden aan Reijnoute Cornelisdr Hoogerbeets, weduwe van Garbrant Buijck, wonende te Hoorn, 2300 gld schuldig te wezen, met een losrente van 143 gld 15 st in 't jaar, en als borgen Hillegont Thonisdr wonende in Lisse, zijn moeder, en Pieter Maertsz, zijn schoonvader, wonende in Sassenheim 104.
                        Op 11 mei 1638 compareren voor de weeskamer van Leiden Floris Dammasz van de Voorde, bouwman, vader over Dammas oud 14 jaar en Grietje oud ¾ jaar, of daaromtrent, zijn kinderen gewonnen bij Grietgen Pietersdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, Pieter Maertensz, grootvader, en Huybert Pietersz, oom, beiden wonende te Sassenheim, als gestelde voogden, ter andere zijde. Het bewijs van de moederlijke erfenis door de vader is overgeleverd, inhoudende dat de vader ieder kind 350 gld zal uitkeren bij diens ouderdom van 25 jaar of huwelijk, met als onderpand een huis en erve in Leiden aan de Sytgraft. Op 25 maart 1655 verklaarde Pieter Meesz Klinckenberch, voljaarde man van Grietgen Florisdr, nagelaten dochter van Floris Dammasz van de Voorde en Grietgen Pietersdr, beiden zal. ged., volkomen voldaan te zijn van de weeskamer en de voogden wegens zijn huisvrouw. 105
                        Op 19 maart 1648 verklaren ten verzoeke van Jacob en Dirc Dammassoonen van der Voort, gebroeders, wonende te Lisse, de personen Annetge Henrixdr, huisvrouw van Roel Gerytsz Noordenburch, wonende in de Noortbuijrt te Zoeterwoude, Cornelis Jacobsz van der Does, lakenbereider wonende op de Gansvoort in Leiden, en Applonia Ysaax diens huisvrouw, dat zij op 16 december 1647 ten huize en voor het bedde van Floris Dammasz van der Voort, herbergier in de Roscam in Zoeterwoude, zijn geweest, in het bijzijn van de requiranten, dat Floris te kennen gaf te willen sterven bij 't oude katholieke geloof, gelijk onze voorouders gedaan hebben, waarop Dirc Dammasz aan zijn broer Floris vroeg „Wil je dan hebben dat ik een goed man laat halen?”, die daarop „Ja” antwoordde, waarna Annetge op verzoek wegging op zoek naar een katholieke priester, en verklaarde Claes Adriaensz van der Aa, wonende in de Suytbuyrt te Zoeterwoude, op de avond van diezelfde dag in de herberg geweest te zijn om een kan bier te drinken en toen aan Jacob Dammasz gevraagd had of zijn broer Floris begeerde dat een goed man zou komen, daarmee een katholieke rooms priester bedoelende, die daarop antwoordde „Ja, hoe eerder hoe liever” 106.
                        Op 15 april 1649 verkopen in Sassenheim Dammas Florisz meerderjarige zoon, en Pieter Maertensz grootvader en Huybert Pietersz oom als voogden over Grietgen Floris nog minderjarige dochter van Floris Dammas en Grietgen Pietersdr, mede-erfgenamen van za. Lysbet Gerritsdr hun grootmoeder, aan Cornelis Adriaens Kerclaen een partij hooi- of weiland te Sassenheim, van ongeveer 1 morgen, belend o.m. aan Cornelis Jacobsz Rous en Cornelis Cornelis Heemskerck, als beschreven in oude brieven van 25 mei 1610, voor 1277:3:- 107.
                        Op 14 februari 1654 verklaren Jacob Dammasz van den Voort wonende te Sassenheim, oud omtrent 51 jaar, Dammas Florisz van den Voort, omtrent 31 jaar, en Leuntge Willemsdr van Balen diens huisvrouw, omtrent 26 jaar, wonende aan de Miening te Zoeterwoude, ten verzoeke van Pieter Leendertsz van Hoorn, herbergier in de Roscam te Zoeterwoude, dat ongeveer een jaar vóór St. Jacobsdag laatstleden zij present zijn geweest ten huize van Floris van Dam, in zijn leven secretaris van Zoeterwoude, bij de overdracht aan requirant van de helft van huis en erve waar nu requirant als boven genoemd woont, waarvan de andere helft hem nomine uxoris zelf toekomt 108.
                    ondertr. 2° Leiden 16 nov. 1639 (op 5 december 1639 attestatie naar Rijnsburg gegeven) Aechgen Jacobs van der DOES, geb. Leiderdorp,
                    tr. 1°
                    151. (<75) (>302, >303) Grietgen Pietersdr GRAVESLOOT, begr. Leiden (Pieterskerk) 27 juli 1637 (wonende op de Zijdgracht).
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Dammas Florisz van der VOORDE, geb. Oegstgeest ca. 1622, franse kramer, bij ondertrouw wonende in Leiden op het hoekje van de Koornbrugge, tr. 1° Leuntge Willemsdr van BALEN, geb. ca. 1627, ondertr. 2° Leiden 4 mei 1676 Aryaentje LOUWYCK.
                          In 1654 verkoopt in Sassenheim Dammis Florisz van de Voort aan Jan Gerritsz Croon een stuk patrinomiaal weiland van ongeveer 7 honden te Sassenheim, belend Cornelis Jacobsz Rous en Pieter Maertsz van Gravensloot, voor ƒ 1623:16:- 109.
                      2. Grietgen Florisdr van der VOORT, ged. (nederd. geref.) Leiden 2 aug. 1637, zie 75.
                    152. (<76) (>304, >305) Jan Jansz WIJDOOGEN, geb. ca. 1609,
                        In Voorschoten is in 1640 Jan van Leeuwen gemachtigde van Jan Jansz Wijdogen, eiser, contra Frans Jacobsz de Puijt, gedaagde, en is in 1649 Frans van Singelshouck gemachtigde van schout en ambachtsbewaarders contra Jan Jansz Wijtoogen als principaal en Lenaert Lenertsz Duyst en Cornelis Mees wielmaker als borgen 110.
                        In Voorschoten koopt op 8 oktober 1641 Claes Jansz Mageleijn van Cornelis Diricxz van Ruygenhouck wonende op de Reysedrecht in Aalsmeer voor 180 gld, en verkoopt hij op dezelfde datum voor een custingbrief van 185 gld aan Jan Jansz Wijdooge, mede wonende in het dorp van Voorschoten, een huizing en erve aan de Achterwech zoals het tegenwoordig beheind en betimmerd is, belast met 3 st 12 penn opstallige pacht 's jaars aan de kerk van Voorschoten 111, verkopen op 30 april 1649 Jan Cornelisz van der Maerck en Pieters Gijsbertsz van Adegeest, ambachtsbewaarders, in het openbaar aan Jan Jansz Wytogen een partij erf gelegen in 't Westeinde van Voorschoten, groot 25 roeden 3 voeten, voor 23 gld 10 st en een custingbrief van 127 gld 10 st (geroyeerd op 28 september 1656) 112, verkoopt op 26 oktober 1651 Jan Jansz Wijdogen aan Claes Cornelisz van Rijn een ledig erf in 't Westeinde, groot 25¾ roeden, belend ten oosten Jacob Gerretsz Proost, ten zuiden de heer van Haserswoude en Jan Arentsz van der Werff, voor 150 gld gereed geld 113, en verkoopt op 9 mei 1657 Jan Pietersz van Borsselen, als procuratie hebbende van de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Wolphert van Leeuwen, in zijn leven baljuw en schout alhier, en Appolonia van der Meer, aan Jan Jansz Wijtdogen en Jacob Jansz van der Vos, elk voor de helft, een ledig erf in het Westeinde van Voorschoten, belend o.a. de Voorstraet en de kopers, voor 130 gld in drie delen 114.
                        In Voorschoten is in 1663 Jan Jansz Wijdoge schuldig aan Cornelis Cornelisz van Rijn een losrente van 4 gld 's jaars, losbaar met 100 gld, met als onderpand zijn ledig erf in 't dorp, belend ten westen de weduwe van Leendert Jacobsz Coster en comparant, ten oosten de voornoemde van Rijn, strekkende van de Voorwech tot de Achterwech, en is in 1676 Jan Janse Wijdogen 34 gld 10 st schuldig aan de kinderen van Jan Danielse van Rijn, waaraan hij zijn huizinge en erf aan de Achterwech verbindt, belend o.m. hijzelf en Jacob Janse Wijdogen 115.
                        Jan Jansz Wijdogen pacht in Voorschoten tienden in 1660 (voor £125), 1661 (voor £190), 1662 (voor £120), 1663 (voor £110), 1664 (voor £120), 1666 (voor £210), 1670 (voor £60), 1674 (voor £41), 1675 (voor £109 en £160) en 1680 (voor £3), waarbij 1 pond geldt voor 1,3 gulden, en treedt Jan Jansz Wijdogen in de periode 1662-1680 verschillende keren op als borg voor pachters van tienden 30.
                        In Voorschoten wordt op 20 december 1676 in de inventaris van de boedel van de weeskinderen van Jan Danielsz van Rijn en Grietgen Cornelisdr van Leeuwen een obligatie vermeld ten laste van Jan Jansz Wijdooge van 11 juni 1651, voor de som van 34 gld 10 st, waarover op 6 september 1681 van Jan Jansz Wydooge voor 3 jaar interest ƒ 5:3:8 ontvangen is 116. Op 23 april 1684 wordt in Voorschoten getuigenis afgelegd door o.m. Jan Jansz Wijdogen, oud omtrent 76 jaar, ten verzoeke van Pieter Cornelisz Helbergh 117.
                    ondertr. Leiden 2 febr. 1634, tr. (nederd. geref.) ald. 19 febr. 1634 (Jan Janssen en Neeltgen Jans, met attestatie van Voorschoten)
                    153. (<76) Neeltgen JANSDR.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Jan Jansz WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.) Leiden 15 juli 1637 (doopgetuigen Pieter Jans, Niesgen Jans en Adriaentge Hendrick).
                      2. Maertge Jansdr WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.) Voorschoten 16 okt. 1639 (doopgetuige Frans de Puyt).
                      3. Jacob Jansz WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.), zie 76.
                      4. Sara WIJDOOGEN, geb. Voorschoten, overl. vóór 21 maart 1678, ondertr. (schepenbank) Leiden 11 juli 1670 (hij geboren te Halteren, jongman, lakenberieder, geassisteerd met zijn broer Barent Boetman in de Colfmaeckersteech, zij geboren te Voorschoten, jongedochter, geassisteerd met Sara de Schregel haar [achter]nicht, op de Nieuwe Heeregraft), tr. ald. 20 juli 1670 Jan BOETMAN, geb. Halteren, lakenbereider, die hertr. met Maria MULDERS.
                      5. Leentje Jans WIJDOOGEN, overl. vóór 11 febr. 1685, tr. (nederd. geref.) Voorschoten 20 okt. 1675 Willem Klaasz MAGDALEIJN, die hertr. met Maartje Aryens VERBREE.
                          Op 11 februari 1685 verklaart voor de weeskamer van Voorschoten Willem Claesz Maechdeleijn, weduwnaar van Leentje Jans Wydooge, geassisteerd met Gerrit Pietersz Helburgh, zijn twee onmondige kinderen verwekt bij Leentje Jans behoorlijk te zullen opvoeden 118.
                      6. Ary Jansz WIJDOOGEN, overl. vóór 27 febr. 1682, tr. Louwtje PIETERS, die hertr. met Gerrit Pietersz HELBURG.
                          In Voorschoten dragen op 13 juli 1663 de executeurs van het testament van kapitein Cornelis Simonsz Hasius aan Arij Jansz Wijdogen op een huis en erf op de Vinckelaan, belend ten oosten Wouter Huybertsz, ten westen en zuiden de Vinckelaan, ten noorden Mees Jansz, voor 300 gld 119.
                          In Voorschoten is op 27 februari 1682 Leuntjen Pietersdr, weduwe van Ary Jansz Wyd'ooge, als moeder en voogdesse van Jan Arisz Wijd'ooge oud 15 februari laatstleden 16 jaar, geaccordeerd over het vaderlijke bewijsgoed van het kind 120.
                    154. (<77) (>308, >309) Leendert Pietersz den ELSEN, geb. ca. 1615,
                        Op 15 juni 1652 wordt in Rotterdam een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar, allen wonende te Crooswijk 121, en is op 23 juni 1652 Leendert Pietersz Elsen wonende in Crooswijk 200 gld schuldig aan Maertjen Heijndricxdr, bejaarde ongehuwde dochter wonende te Ouderkerk 122.
                        In Zoeterwoude is op 5 maart 1657 Gysbert Jansz Knotter aan de weeskinderen van Leendert Pietersz den Elsen en Aechge Jansdr, beiden zal. ged., een jaarlijkse losrente van 50 gld schuldig 123.
                        Op 15 juli 1660 verklaart Peter Pietersz den Elsen wonende te Zoeterwoude, ten huize van de comparant, als voogd over de 5 minderjarige kinderen van Leendert Pietersz den Elsen en Aeghie Jansdr, beiden overleden, in bewaring te hebben een rentebrief op Ghysbrecht Jansz Koster van 1000 gld van 1 maart 1657, een obligatie op Margriet den Dubbelden weduwe van Jacob de Haes met monsr Nicolaes de Haes als borg van 600 gld van 3 mei 1657, een obligatie op Willem Jansz van den Heuvel oom der voornoemde kinderen wonende in Krooswijk met Frans Dircxz als borg van 400 gld van 1 mei 1656, een obligatie op Jan Vrancken wonende te Stompwijk van 400 gld van 1 januari 1656, en een obligatie op Maertgen Cornelis te Voorburg van 300 gld van 8 april 1657, alle tegen 4 ten honderd interest. Comparant houdt van deze rentebrieven en obligaties de administratie en belooft aan de heer schout en schepenen van Hekelingen als oppervoogden naar behoren rekening te doen. 124
                    tr.
                    155. (<77) (>310, >311) Aeghie Jansdr van den HEUVEL.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Jan Leendertsz den ELSEN.
                          In Zoeterwoude verkoopt in 1685 Jan Leenderts den Elsen als mede-erfgenaam van zal. Maertie Cornelis, in haar leven weduwe en boedelhoudster van Pieter Pieters den Oude, zijn overleden grootmoeder, aan Louris Pieters van Eijck en Neeltje Leendertsdr diens huisvrouw, zijn zwager en zuster, de helft in een partij land grot in 't geheel 2 morgen 2 hond 24 roeden, waarvan de wederhelft de voorschreven Neeltie Leendertsdr is aanbedeeld, gelegen in de Geerpolder, belend ten noorden de erfgenamen van Joost Dirk Joosten, ten westen de kinderen van Groote Claes, ten zuiden de Vliet, ten oosten de kinderen van Jonge Pieter Pieters den Elsen, met verwijzing naar de scheiding van 27 mei en 24 juni 1672 voor notaris Cornelis de Haes binnen Leiden 125.
                      2. Meijnsje Leendertsdr den ELSEN, zie 77.
                      3. Neeltje Leendertsdr den ELSEN, tr. Louris Pietersz van EIJCK.
                      4. Marijtge Leendertsdr den ELSEN, overl. okt. 1671, tr. Pieter Pietersz van MAKELENBERCH.
                      5. Pieter Leendertsz den ELSEN.
                    156. (<78) (>312, >313) Jan Jansz van VELSEN,
                        In Oegstgeest verkoopt in 1666 Cors Jacobsz van Steenvoorden voor 550 gld aan Jan Jansz van Velsen een huis en erve aan de Hogemorsch, belend ten noordoosten de Hogemorschdijck, ten zuidoosten Pieter Gijsbertsz, ten zuidwesten de Rijn, ten noordwesten Jan Cornelis van der Sluijs 126.
                    tr. (schepenbank) Leiden 22 april 1646
                    157. (<78) (>314, >315) Maertgen Cornelisdr BORSBOOM.
                        In Leiden verklaart op 7 februari 1674 Maertge Cornelisdr Borsboom, weduwe van Jan Jansz van Velsen, wonende op de Hogemors in Oestgeest, aan Willeboort Cornelis Oostenrijck scheepmaker te Voorschoten 150 gld schuldig te zijn, waarbij Pieter Jansz van Velsen en Simon Jansz van Velsen zich borg stellen voor hun schoonzuster Maertge Cornelis; zij ondertekent met Maertegen Cornelis Borsbom, haar zwagers tekenen een merk 127. In Oegstgeest verkoopt in 1687 Maartge Cornelisdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Jansz van Velsen, voor 250 gld aan Cornelis Jansz van Velsen haar meerderjarige zoon een huis en erf aan de Hogemorsch, belend ten noordoosten de Hogemorschdijk, ten zuidoosten Pieter Gijsbertsz, ten zuidwesten de Rhijn, ten noordwesten Jan Cornelis van der Sluijs 128.
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Cornelis Jansz van VELSEN.
                            In Oegstgeest is in 1690 Cornelis Jansz van Velsen 100 gld schuldig aan Jan Marcus nu wonende tot Amersfoort, met als onderpand zijn huis aan de Hogemors (afgelost op 28 jan. 1696) 129.
                        2. Leendert Jansz van VELSEN, zie 78.
                        3. Gerritje Jansdr van VELSEN, geb. Oegstgeest, ondertr. Leiden 10 mei 1675 Leendert Florisz van OOSTERBAEN, geb. ald., lakenbereider ald., viskruier in 1687.
                            Op 3 december 1687 testeren Leendert Florisz Oosterbaen, viskruier, en Gerritge Jansdr van Velsen, echte man en vrouw wonende te Leiden, hij ziekelijk te bedde liggende, zij gezond, op de langstlevende. Als hij het eerst overlijdt moet zij binnen 6 weken 50 gld uitkeren aan Jannetge Floris Oosterbaen, zijn zuster, huisvrouw van Rowant Povijn, en 50 gld aan Floris Engelsz van Oosterbaen zijn broers zoon, evt. na zijn terugkeer uit Oostindië, en aan Jan Klaes Aleth zijn zwager de beste zwarte lakense mantel, en als zij de eerste overledene is, moet hij binnen 6 weken 30 gld uitkeren aan Maertge Cornelis Borsboom, weduwe van Jan Jansz van Velsen, haar moeder, maar als Maertge Cornelisdr Borsboom al overleden mocht zijn, aan de vrienden van Gerritge 130.
                        4. Mensje Jansdr van VELSEN, ondertr./tr. (nederd. geref.) Oegstgeest 10 nov./17 dec. 1684 Andries Janse van der TEUIJD.
                      158. (<79) Maerten Michielsz van der BLOM, begr. Waddinxveen 6 sept. 1678  131,
                      tr. 1° N.N.,
                      tr. 2° Marritgen Claas VERSCHUYR, begr. Waddinxveen 29 maart 1679.
                          In 1678 testeert Marritgen Claas Verschuyr, weduwe van Maarten Michielsz van der Blom, wonende aan de Goutcade onder de jurisdictie van Blommendael, aan de kinderen van haar overleden man onder de voorwaarde dat deze kinderen aan haar naaste vrunden 10 gld en aan de armen of de diaconie der gereformeerde kerk te Waddinxveen 30 gld uitkeren 132.
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Jan Maertensz van der BLOM, tr. Alphen aan de Rijn 1665 Aeltje Jans van der HANS.
                          2. Cornelis Maertensz van der BLOM, overl. ca. 25 juni 1692, ondertr./tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 11 aug./8 sept. 1675 Geertje Dircks KEIJSER.
                          3. Maerten Maertensz van der BLOM, schepen in 1683 van Noord-Waddinxveen, begr. Waddinxveen 22 nov. 1692, ondertr. 1°/tr. (nederd. geref.) ald. 12/26 jan. 1676 Geertje Roelants VERSLUIS, begr. ald. 21 juli 1679, wed. van Jacob DIRXSE, ondertr. 2° Waddinxveen 19 jan. 1681 (attestatie gegeven om in Gouderak te mogen trouwen), tr. Gouderak Weyntje JOPPEN.
                          4. Aeltie Maertensdr van der BLOM, zie 79.
                          5. Aegje Maertensdr van der BLOM, ondertr./tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 21 sept./29 okt. 1681 Gijsbert Maertensz ROSBERGEN.
                          6. Maria Maertensdr van der BLOM, ondertr. Waddinxveen 9 jan. 1684 Bastiaen Jansz van der VLIET.
                          7. Marrigje Maertensdr van der BLOM, tr. 1° Simon Pietersz de JONGH, overl. vóór 20 febr. 1684, ondertr. 2°/tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 20 febr./18 maart 1684 Jan Jansz van der VLIET.
                        176. (<88) Meine Willemsz BULLENS, woont te Lintelo, overl. vóór 1670,
                        tr. N.N.
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Willem BULSINCK, zie 88.
                        178. (<89) Jacob DRIESSEN, overl. vóór 1670,
                        tr. N.N.
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Meke DRIESSEN, zie 89.
                          2. Willem DRIESEN, ondertr. Dinxperlo 22 juli 1666, tr. Aalten 19 aug. 1666 (met attestatie van Dinxperlo) Geesken SIEBELINK, wed. van Wessel BOLANT.
                        196. (<98) (>392, >393) Jacob Jansz van NECK, overl. vóór 4 maart 1644,
                        ondertr. Haarlem 17 okt. 1627, ondertr. Beverwijk okt. 1627 (zij van Haarlem, betoog verleend om te Haarlem te trouwen), attestatie verleend om in Haarlem te trouwen (nederd. geref.) Beverwijk okt. 1627, tr. Haarlem 6 nov. 1627
                        197. (<98) (>394, >395) Martijntgen Barentsdr van SUIJDT, bij huwelijk jongedochter van Haarlem wonende buiten de Cruyspoort, overl. vóór 27 mei 1650.
                            Op 4 maart 1644 geeft Martyntgen Barents, weduwe van Jacob van Neck, wonende in de Beverwijk, geassisteerd met Jillis Linde, volmacht aan Stoffel de Waij wonende bij de Cruyspoorte, om voor schepenen van Haarlem ten behoeve van heer Pieter Olycan of Gerrit Bastiaensz van Houte te transporteren de helft van een huis en erf buiten de Cruyspoorte, belend ten zuiden de heer koper, ten noorden Plam[?] Jansz, voor 250 gld 133.
                            In Haarlem hebben in 1644 Stoffel de Waeij, smalwerker wonende buiten de Cruijspoort in de vrijdom dezer stede, in huwelijk gehad hebbende Perijntgen Barentsdr, en Martijntgen Barentsdr, weduwe van Jacob van Neck, wonende in Beverwijk, Perijntgen en Martijntgen met hun kinderen erfgenamen van zal. Barent van Suijt en Tryntgen Maertensdr, hun overleden vader en moeder, de nalatenschap van hun ouders verdeeld, waarbij het huis en erve buiten de Cruijspoort aan de Oostzijde van de Cruijsstraat op de hoek van de Langedycklaen waarin de voornoemde ouders beiden gestorven zijn aan Stoffel de Waeij nomine uxoris aangekomen is en Martijntgen 215 gld krijgt 134.
                            In Beverwijk verkoopt in 1644 Jan van den Bogaerdt aan Martine Barentsdr van Zuijt, weduwe van Jacob Jansz van Neck, een achterhuisje met erfje en schoorsteen, voor 290 gld (voldaan op 27 mei 1650), en verkopen in 1650 Jan Jansz van Neck en David Pietersz, voogden over de weeskinderen van Martijntje Barents van Suijdt, in haer leven weduwe van Jacob Jansz van Neck, aan Baert Willemsz slootemaecker een achterhuisje met erfjen aan de Houtwech, belendt Jacob Paulusz en Jan van den Bogaerdt, met een koopbrief van 250 gld 135.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Jan Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1628 (doopgetuige Barent Gerrits), zie 98.
                            2. Barent Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 juni 1630 (doopgetuige Barent Gerritsz).
                            3. Anneken Jacobs van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 dec. 1633.
                          200. (<100) (>400, >401) Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, hovenier, overl. vóór 26 jan. 1664,
                              In 1652 136 wordt Aelbert Mieus voor de achtste penning over een nieuw gebouwd huis aangeslagen voor ƒ 4:0:0. Kort vóór en in 1652 is te Beverwijk Aelbert Mieusz bij de schutterij, met een roer, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster. Op 24 oktober 1652 is Aelbert Mieusz Schotten 1000 gld schuldig aan Pieter Fassin, voldaan op 12 juli 1670 137.
                              Op 26 januari 1664 138 wordt een inventaris opgemaakt voor de voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Aelbert Mieusz Schotten geprocreëerd bij Theunisje Jacobs, mede-erfgenamen voor een zesdepart van wijlen Griet Jans, weduwe van Mieus Symonsz Schotten. Deze bestaat o.m. uit een tuin, genaamd de Raam, aan de Coningsstraat, een huis met erf aan de Bagijnestraat, belend ten Zudoosten Lijsbeth Jans, ten noordoosten de Coningsstraat, een obligatie van ƒ 500 ten laste van Jacob Mieusz Schotten, een boek van uitstaande schulden en ƒ 700 ten laste van Symon Mieusz Schotten over het huis aan de Coningsstraat.
                              In Beverwijk heeft Sijme Miesz Schotte, als administrateur over de boedel van zijn overleden moeder Griet Jans op 10 september 1665 ter weeskamer zijn rekening gedaan en bevonden dat de kinderen van Aelbert Miesz Schotte en hun moeder Tuenisje Jacobs voor een zesdepart uit de gemelde boedel competerende was, na aftrek van kosten ƒ 267-7-4, waarvan ƒ 48-17-14 betaald aan de voogden Heijndrick Bieling en Cornelis Claesz Gael van de kinderen van Albert Miesz op 23 oktober 1664 ten laste van Tuenisje Jacobs, van wie hij ook nog ƒ 186-19-4 tegoed was, samen ƒ 25-17-2, en ƒ 30-4-6 op 27 augustus 1665 van Sijme Miesz ter weeskamer ontvangen, ƒ 1-5-12 op 10 september 1665 per slot van rekening ontvangen, en nog van ten gelde gemaakte roerende goederen na aftrek van ƒ 8-0-0 kosten ƒ 27-4-8, makende ƒ 286-11-12, waarvan een vierdepart, nl. ƒ 71-13-9, voor de moeder Tuenisje Jacobs is, en ƒ 214-18-12 voor de kinderen (ondertekend op 8 oktober 1665) 139.
                              Op 19 mei 1670 wordt te Amsterdam door Jacob van Thol en Paulus Buijs een verklaring opgesteld, gezien zekere akte van bewijs van Teuntien Jacobs, weleer weduwe van Albert Mieussen Schotten ter eenre, en de voogden over de onmondige kinderen van dezelve Albert Mieussen en Teuntien Jacobs ter andere zijde, ten overstaan van de weesmeesters der stede Beverwijk, gepasseerd op 13 maart 1664, en onderricht dat Teuntien Jacobs naderhand is gekomen te trouwen met Abram Jansz Verscheepker, gezien mede de akte van verkoop van 't huis en erf in de akte van bewijs vermeld en gelet op de vragen daaruit voorgesteld, dunkt ten eerste dat de kinderen niet zijn verkort door de verkoping, dunkt ten tweede dat de kinderen niet zijn geprefereerd voor crediteuren die bij het leven van hun vader crediteur zijn geworden, maar zijn in tegendeel gehouden dezelve crediteuren te moeten betalen, zowel als hun moeder, maar dat dezelve kinderen wel zijn geprefereerd voor alle schulden die hun moeder in haar weduwelijke staat heeft gemaakt alsmede die hun moeder met hun stiefvader heeft gemaakt, zodat de kinderen geprefereerd zijn voor alle crediteuren en schulden die na hun vaders dood gemaakt zijn 140.
                          ondertr. Beverwijk 2 sept. 1650 (zij van Amsterdam, oud 26 jaar, met haar vader Jacob Gerrits), ondertr./tr. Amsterdam 3/18 sept. 1650
                          201. (<100) (>402) Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624,
                              In Beverwijk bekent Abraham Jansz Verscheepker wonende alhier op 8 oktober 1665 schuldig te zijn aan aan de minderjarige kinderen van Aelbert Mieusz Schotten, mede-erfgenamen van Griet Jans, hun grootmoeder, 64 gld 18 st 12 penn, met voor interest tegen de penning 25 in 't jaar, met als borgen Willem Dircksz, huistimmerman, met zijn huis en erf in de Cloosterstraet, en Hendrick Engelsz Backer, wonende alhier, en op 25 oktober 1664 150 gld tegen de penning 25 in 't jaar, verbindende zijn huis en erf in de Coningstraet, belend ten zuidwesten Sijmon Mieusz Schotten, ten noordoosten de officier dezer stede, op 19 mei 1670 door Hendrik Bieling en Cornelis Claesz Gael, voogden van de kinderen, met kennis van de weesmeesters uit het speciaal verband ontslagen dewijl het voorschreven onderpand voor minder prijs is verkocht als het belast is geweest (maar de kinderen zijn niet tekortgekomen) 141.
                              In Beverwijk bekent op 13 november 1668 Abraham Verscheepker ten verzoeke van Robbert van Breen, impostmeester van de Wage, dat zijn huisvrouw heeft gekocht een „voete” vlees van Arent Wildeman voor een stoter het pond zonder wel te weten het gewicht vandien. Hendrick Theunisz, schoenmaker alhier, verklaart dat hij neffens Theuntje Jacobs, huisvrouw van Abraham Verscheepker, Aaltjen Jacobs en Lambert Bijns heeft gekocht van voornoemde Wildeman een vierendel vlees, elk voor een stoter het pond. 142
                          ondertr. 2° Beverwijk 13 maart 1664 (hij jongman van Haarlem, wonende alhier), tr. ald. 2 april 1664 Abraham Jansz VERSCHEEPKER.
                                 Uit het eerste huwelijk:
                            1. Sijmon Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1651 (doopgetuigen Meeus Symonsz en Geertge Meeusen), ondertr. ald. 29 nov. 1675 (zij van Amersfoort) Hendrikje THEUNIS.
                                In Beverwijk ondertr. geref. op 29.11.1675 Simon Aelbertsen Schotten, j.m. van Beverwijck, met Hendrickje Theunis, j.d. van Amersfoort, beyde alhier.
                            2. Jacob Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 okt. 1652 (doopgetuige Sybrichie Jans).
                            3. Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654, zie 100.
                            4. Maartje Aelberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 juli 1656 (doopgetuigen Gerrit Jansz en Tryntge Miesen).
                            5. Maarten Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 maart 1658 (doopgetuigen Floris Pietersz en Griet Jans).
                            6. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 april 1660 (doopgetuigen Jacob Mieussen en Cornelisje Dirx).
                            7. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 nov. 1662 (doopgetuigen Simon Miesse Schotte en Jannetje Pieters), ondertr./tr. ald. 20 nov./6 dec. 1683 Jannetje Adriaens STOUTENBURG, wed. van N.N.
                          202. (<101) Hendrick ROCHEL,
                          ondertr./tr. Amersfoort 11 april/5 mei 1661
                          203. (<101) Fronica REYERS.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Maritje Hendricx ROCHEL, zie 101.
                            2. Margrit ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 21 mei 1662.
                            3. Ariaentjen ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 17 nov. 1663.
                            4. Sophia 'Fijtje' HENDRICX, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 5 juli 1665, ondertr. 1° (schepenbank) Beverwijk 10 mei 1704 (zij: Fijtje Hendricx, jongedochter van Amersfoort; Vroonica Rijers, moeder van Vijtie Henderickx, consenteert in dit huwelijk met Louris Sijmonse), tr. ald. 1 juni 1704 Louris SIJMONSZ, ondertr. 2° (schepenbank)/tr. ald. 18 dec. 1716/3 jan. 1717 Jan DOMINICUS.
                            5. Besseltje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 9 juli 1667.
                            6. Susanna ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 18 juli 1669.
                            7. Reyertje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 7 dec. 1671.
                          204. (<102) Tames Jansz VALCKES, schoenmaker, leproosmeester,
                              In Wijk aan Duin wordt in 1628 Tamis Valcksz genoemd als schoenmaker, poorter van Beverwijk, leproosmeester 143.
                              Op 10 mei 1647 bekent Thaems Valcksz schoemaecker, wonende in de Beverwijk, schuldig te wezen Pieter Jacobsz schoemaecker, burger binnen Haarlem, de somme van 100 gld uit zake van koop en leverantie van schoenleer, belovende te betalen over een jaar na datum dezes met interest tegen de penning 20, en langer aanlopende zal comparant mede gehouden wezen te geven gelijke interest 144.
                              In 1649 verkoopt in Beverwijk Tamis Valcksz aan Evert Harmensz Claver een hoekje erf aan de Kerckstraet 145. In 1652 is Thamis Valcks ouder dan 60 jaar, en daarmee te oud voor de schutterij.
                          tr. Beverwijk 8 aug. 1621 (hij Tames Valckes uit Groeningerlant, zij van Beverwijk)
                              In Beverwijk tr. ned. geref. op 8 augustus 1621 Tames Valckes, joncgesel uyt Groeningerlant, woonende hier ter stede, met Maritge Symons, jonge dochter van Beverwijck.
                          205. (<102) (>410, >411) Maritge SIMONSDR.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Jenneken Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1623, tr. Frans JOCHIMSZ.
                            2. Eva (Iefgen) Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 mei 1627 (doopgetuige Aecht Lamberts), tr. Hendrick LAMBERTSZ.
                            3. Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 maart 1632 (doopgetuige Tryn Lambertsdr).
                            4. Aefje Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 juni 1633 (doopgetuigen Symon Meeusz Schotten en Maritge Meeus), tr. Sijbrant CORNELISZ.
                                Op 15 maart 1694 machtigen Lammert Dircksz en Willem Jansz Robol, voogden over de nagelaten kinderen van Jan Tamisz, in zijn leven doodgraver, Riwert Jansz, zoon van de voornoemde Jan Tamisz, in zake de erfenis van Lammert Hendricksz, zoon van Eefge Tamis, zuster van Jan Tamisz, overleden op de thuisreis van Oostindien, ten behoeve van zichzelf en van zijn broer en zuster 146.
                            5. Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 febr. 1636 (doopgetuige Tryntgen Lamberts), zie 102.
                          206. (<103) (>412, >413) Rieuwert WILLEMSZ, graafmaker, huistimmerman, overl. tussen 13 aug. 1652 en 6 sept. 1658,
                              In 1652 is in Beverwijk Rieuwert Willems, in de Peperstraat, bij de schutterij.
                              In 1650 leggen Rieuwert Willemsz, huistimmerman, en Jan Theunisz Weltevreen, beiden in Beverwijk, een verklaring af ten verzoeke van Frans Cornelisz Poelenburgh 147.
                              In 1648 legt Ryeuwert Willemse graefmaker, een verklaring af ten verzoeke van Jan de Haes, weduwnaar van Engeltien Jans, wonende te Amsterdam 148, en verkopen in Beverwijk Jan Verswijn als man van Lucia Buijs en Paulus Busius als man van Eva Buijs, kinderen van wijlen Willem Henric Buys te Haarlem, aan Rieuwert Willems een huis en erf aan de Coningstraet 149. In 1652 verkoopt Rieuwert Willemsz huistimmerman aan Alexander Jacobsz, „salemaecker”, een huis en erf aan de Coningstraet 150.
                              In 1658 verkopen te Beverwijk Jan Jansz huistimmerman als man van Hillegont Riewerts, Aelbert Claesz als man van Wendeltjen Riewerts, Cornelis Willemsz Netten als man van Maritje Riewerts, ook voor Aafjen Riewerts, kinderen en erfgenamen van Riewert Willems, allen alhier, aan Wouter Riewertsz, huistimmerman alhier, hun broer, de vier vijfdeparten in een huis aan de Toorenstraet waarvan hij al een vijfde heeft, voor ƒ 340 151.
                          tr.
                          207. (<103) (>414, >415) Marijke WOUTERSDR.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Maria RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1618.
                            2. Hillegont RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 dec. 1620, overl. vóór 3 okt. 1661, ondertr. (schepenbank) ald. 12 april 1643 (hij van Wijkerduin), tr. ald. 26 april 1643 Jan Jansz de BOER, geb. omstreeks 1620, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 nov. 1643 (als bejaard manspersoon), timmerman, zn van Jan Claes de BOER en Ietgen WILLEMS.
                                In 1661 zijn in Beverwijk Jan Jansz timmerman, voor zichzelf, en Wouter Riewertsz en Cornelis Willemsz als getrouwd hebbende Maritje Riewerts, als ooms en bloedvoogden van de nagelaten kinderen van wijlen Hillegondt Riewerts en voornoemde Jan Jansz, 150 gld schuldig aan Hendrick Boeling, weesmeester dezer stede 152.
                            3. Cornelia RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 aug. 1623.
                            4. Wouter RIEUWERTSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1625 (doopgetuige Barentgen Hendricx), tr. N.N. CORNELIS, dr van Cornelis HERMANSZ.
                                In 1654 wordt Wouter Rieuwertsz voor de achtste penning over een nieuw gebouwd huis aangeslagen voor ƒ 2:0:0 153. Kort vóór en in 1652 is Wouter Rieuwertsz in Beverwijk bij de schutterij, met een roer, opv. in de Peperstraat en in de Kerkbuurt. Op 21 juni 1653 verkoopt Wouter Rieuwertsz, huistimmerman, aan Jan Claesz schoolmeester een huis en erf bij de kerk 154.
                                In Beverwijk koopt op 14 maart 1663 Wouter Riewertsz, huistimmerman, van Fijtje Pieters, weduwe van Lambert Willemsz, een huis en erf op de hoek van de Toorenstraet, strekkende tot achter aan Jan Thysz Colthof, belend ten oosten Mr Jan Claesz Benthuijsen, ten westen Siewert Symons, ten zuiden de koper, voor 1000 gld; Cornelis Hermans, schoonvader van Wouter Riewertsz, stelt zich borg 155.
                            5. Maritge RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 maart 1628, tr. 1° Cornelis Willemsz NETTEN, ondertr. 2° ald. 24 maart 1667 (hij van Heusden, betoog gegeven) Hendrick JANSEN, bij ondertrouw jongeman van Heusden.
                            6. Wendeltje (Weijntje) RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 febr. 1633 (doopgetuige Wendeltge Barentsdr), overl. 14 maart 1666, tr. Aelbert CLAESSEN, die hertr. met Maritje ADRIAENS.
                            7. Aefje RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 juli 1636 (doopgetuige Fytgen Willemsdr), zie 103.
                          230. (<115) (>460, >461) Thomas Dircksz MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1604, makelaar, overl. Amsterdam 24 mei 1654, begr. ald. 28 mei 1654 (in de Westerkerk, wonende in de Egelantiersstraet),
                              In het gildeboek van de makelaars te Amsterdam staat Thomas Maes als ingekomen op 9 oktober 1642, overleden 24 mei 1654, in de jaren 1641 t.e.m. 1647 onder rangnummer opv. 384, 361, 341, 324, 306, 296, 169.
                          ondertr. (pui) Amsterdam 21 dec. 1633 (hij Thomas Dircksz van Amsterdam, geassisteerd met Dirck Thomasz Glimmer zijn vader, facteur, zij Dirckie Blauw van Amsterdam, geassisteerd met Lysbet Gerrits haar moeder, met consent van haar vader Dirck Jansz Blauw zo Jan Jacobsz Coster verklaarde)
                          231. (<115) (>462, >463) Dirckie BLAUW, geb. ca. 1608.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Margriet MAES, geb. ca. 1634, zie 115.
                            2. Maria MAES, alias Glimmer, tr. 1° vóór 19 juli 1678 Hendrik RUTGERSZ, dienaar, herkomst Delft (poorterboek Amsterdam 19 juli 1678), overl. vóór 28 febr. 1682, ondertr. 2° Amsterdam 28 febr. 1682 Willem Joosten de GLODDER, geb. ca. 1658, stalmeester, herkomst Delft (poorterboek Amsterdam 30 september 1682).
                                Bij ondertrouw te Amsterdam: Willem de Godder van Delft, oud 24 jaar, in de Keijsersstraat, ouders dood, geassisteerd met Jan Dircksz zijn neef, en Maria Tomas Masius, van Amsterdam, weduwe van Hendrick Rutgers, wonende als voornoemd.
                            3. Elisabeth MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1642, tr. vóór 20 okt. 1668 Adolff van der HEIJDE, lakenbereider, herkomst Keulen (poorterboek Amsterdam 20 oktober 1668).
                          248. (<124) Barent GERRITS, linnenwever, overl. vóór 28 mei 1648,
                              Op 27 september 1640 betaalt Berent Gerris van Suitloo 6 gulden voor het burgerrecht van Zwolle 156, en op 8 juli 1647 is Berent Gerris belendend in de Bitterstraat 157.
                          tr. Zwolle 22 nov. 1636
                              Op 31 maart 1638 verkopen Berent Gerrijts en Judith Gerrijts zijn huisvrouw, wonende in de Bitterstraat „daer die Hoepe uythanct”, een jaarrente van 5 goltgeld aan Goesen Cornelis en Arentie Peters zijn huisvrouw, op 23 oktober 1638 kopen Berent Gerrytsen, linnenwever, en Judith Gerryts zijn huisvrouw de helft van een huis en wehre staande in de Bitterstraat, genaamd die Hoepe 158.
                          249. (<124) (>498, >499) Judith GERRITS, doet in september 1640 in Zwolle belijdenis.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Gerrit Barentsz BOING, ged. (nederd. geref.) Zwolle 8 okt. 1637, zie 124.
                            2. Lambert BARENTS, ged. Zwolle 19 nov. 1641.
                            3. Lambert BARENTS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 4 juni 1643.
                            4. Gertruit BARENTS, ged. Zwolle 14 okt. 1645.
                            5. Berentien BARENTS, ged. Zwolle 28 mei 1648.
                          250. (<125) Harmen JANSZ,
                          tr. N.N.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Trijntje HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 30 sept. 1635.
                            2. Pieternella HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 15 maart 1637, zie 125.
                          252. (<126) (>505) Ambrosius JANSZ, geb. ca. 1608, geelgieter, bij ondertrouw van Antwerpen, geassisteerd met zijn moeder Neel Jans, begr. Amsterdam (Westerkerk, ƒ 15) 7 nov. 1691 (Ambrosius Jansz in de Roosestraat),
                          ondertr. Amsterdam (kerk) 24 april 1632
                          253. (<126) (>506, >507) Annetje GOVERTS, geb. Gouda ca. 1609, bij ondertrouw „van der Gouw” wonende in de Roosestraet, geassisteerd met haar vader Govaert Bastiaensz.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Geertruijt AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 1 febr. 1633 (doopgetuige Govaert Bastiaens).
                            2. Jan AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 18 juli 1634, zie 126.
                            3. Govert AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 1 mei 1636 (doopgetuigen Henrick Govertsz, Jannetje Aerts).
                            4. Maritje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 13 dec. 1637 (doopgetuige Belijtje Jans).
                            5. Abraham AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 20 maart 1639 (doopgetuige Neel Jans).
                            6. Henrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 okt. 1640 (doopgetuige Henrick Govertsz).
                            7. Isack AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 20 dec. 1643 (doopgetuige Trijntje Hermans), geelgieter, bij zijn huwelijk in de Roosestraet, geassisteerd met zijn vader Ambrosius Jansz, ondertr. Amsterdam (kerk) 29 maart 1680 Trijntje ALBERTS, geb. ca. 1653, bij haar huwelijk van Amsterdam, geassisteerd met haar vader Albert Dammes, dr van Albert DAMMES.
                            8. Neeltje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 22 jan. 1645 (doopgetuige Belijtje Roemers).
                            9. Henrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 8 sept. 1647 (doopgetuige Pieter Maertsz).
                            10. Hendrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 okt. 1649 (doopgetuige Arent Willemsz), steenhouwer, ondertr. (kerk) ald. 7 mei 1678 Neeltje JACOBS, geb. ca. 1653, dr van Jacob LAMBERTSZ.
                            11. Annetje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 22 mei 1653 (de moeder Annetje Cornelis, vermoedelijk per abuis; doopgetuige Pieter Martsz), ondertr. (kerk) ald. 24 april 1676 Frans Cornelisz van BORSEN, geb. ca. 1652, timmerman, zn van Cornelis FRANSZ.
                          254. (<127) Guilliaem Teunisz KUIJPERS, geb. ca. 1605, koordenwerker, bij ondertrouw van Antwerpen, de moeder consenteert zo Harmen Allertsz verklaart,
                          ondertr. Amsterdam (kerk) 8 april 1628
                          255. (<127) (>511) Trijntje CORNELIS, geb. ca. 1605, bij ondertrouw van Leiden, geassisteerd met Jannetie Jans haar moeder.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Annetje KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1632, zie 127.
                            2. Samuel KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 3 okt. 1634 (doopgetuige Lysbet Teunis).
                            3. Cornelia KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 29 mei 1644 (doopgetuige Geesje Samuels), ondertr. ald. (kerk) 27 april 1669 Jacob Hendricxz van STOLK, geb. ca. 1645, fulpwerker, bij ondertrouw van Rotterdam.
                            4. Cornelis KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 mei 1647 (doopgetuige Henrick de Sommer).


                          Generatie IX (<VIII, >X)

                          288. (<144) (>576, >577) Dirck JACOBSZ,
                              Op 31 mei 1582 wordt Dirck Jacobsz bij dode van zijn vader Jacob Dircxsz beleend met 4 morgen land in Hazerswoude, en draagt hij het leen over aan Neeltken Jacobsdochter, weduwe van Peter Petersz, onder hulde door Aert Jacobsz 84. In 1593 testeren in Hazerswoude Dirck Jacobsz en Fytgen Jacobsdr „aenmerckende de broesheyt van smensschen leeven oock heuren soberen staet ende cleyn goet”, waarbij zij het vruchtgebruik van al hun goederen vermaken aan de langstlevende en hun zoon Mathys Dircxz na de dood van de langstlevende als erfgenaam institueren 159. In 1599 komt in het kohier van de kapitale lening Dirc Jacobsz voor onder Hazerswoude, 't Oosteynde, maar niet in 1600.
                          tr.
                          289. (<144) Fytgen JACOBSDR.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Matthijs DIRCXZ, geb. ca. 1567, zie 144.
                          292. (<146) Jacob BARENTSZ, geb. ca. 1568,
                              In het kohier van de weerbare mannen in Rijnland van 1599 komt onder Benthuizen, den Hogenboom, voor: Jacob Barentsz, met een verrejager.
                              Op 26 maart 1622 verklaart Jacob Barentsz, wonende in Benthuizen, oud omtrent 53 jaar, in verband met het herstellen van de Weijpoortse Broucmolen, onder meer dat hij omtrent 15 jaar geleden gedurende 10 of 12 jaar bemalen heeft de Broucmolen staande aan de oostzijde van Weijpoortsche Vliet en daarbij nimmer enig hinder heeft gehad van de luwte van de bomen, met op 29 maart 1622 een soortgelijke verklaring ten verzoeke van Dirc Jorisz van Waelsdorp c.s., opposanten tegen het kerkgebod door de molenaars en ingelanden van de Broucpolders te Zoeterwoude 160.
                              In Benthuizen verkopen op 26 oktober 1660 Kommer Jacobsz Vos, wonende te Leiderdorp, voor een derde part, ook als procuratie hebbende van Jan Jansz Robbe peltier, wonende te Amsterdam, als man en voogd van Cornelis Jansdr, voor een derde part, verder de gemelde Kommer Jacobsz als oom en voogd van Maertgen Willemsdr Vos, nog minderjarige dochter van Willem Jacobsz Vos, en Arij Sijmonsz rietdekker wonende te Benthuizen, man en voogd van Baertgen Willemsdr Vos, dochter van Willem Jacobsz Vos, samen voor het resterende derde part, als kind en kindskinderen mitsgaders erfgenamen van Maertgen Jansdr, in haar leven weduwe van Jacob Barentsz, aan Susanna Proous weduwe van Mr Heijndrick van Teylingen, wonende te Rotterdam, een 'huysge op seeckere partije lants aencomende voorsz coopster gelegen int Langelant in Benthuysen', voor 56 gld 161.
                          tr.
                          293. (<146) Maertgen JANSDR, overl. vóór 26 okt. 1660.
                              Op 14 oktober 1641 verklaart Maritge Jansdr Vos, weduwe van Jacob Barentsz, wonende in de jurisdictie van Benthuizen dicht bij de Weijpoort, oud 78 jaar, ten verzoeke van Jacob Engelsz van Overvliet wonende onder het ambacht van Benthuizen, dat het land genaamd De Biter liggende aan de westzijde van Weijpoortse weg niet verenigd is geweest met de woninge liggende aan de oostzijde van Weijpoortse Vliet, welke woninge door requirant en zijn broers als erfgenamen van Engel Leendertsz van Overvliet verkocht is, met voor redenen van wetenschap o.a. dat zij dienstmaagd is geweest bij requirants vader en dikmaals in 't genoemde land de beesten heeft gemolken 162.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Neeltien Jacobsdr VOS, tr. Jan.
                              2. Commer Jacobsz VOS, zie 146.
                              3. Willem Jacobsz VOS, geb. ca. 1608, molenaar van de Brouckpolder in Zoeterwoude, ondertr./tr. Benthuizen 12 nov. 1634/26 jan. 1635 Neeltgen (of Neessien) CLAESDR, bij huwelijk jongedochter van Zoeterwoude.
                                  Op 18 mei 1645 wordt een verklaring afgelegd door Willem Jacobsz Vos, molenaar van de Brouckpolder in Zoeterwoude, wonende in de Weijpoort 163. Op 30 mei 1652 is Willem Jacobsz Vos, wonende in de Weypoort onder het ambacht van Zoeterwoude, aan Cornelis Henrixz van Witsenburch 300 gld schuldig, tegen een interest van 18 gld, met als borg Cors Gerytsz van der Laen, mede wonende aldaar 164.
                            296. (<148) (>592, >593) Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1545, overl. tussen 30 dec. 1630 en 4 okt. 1631,
                                Op 9 februari 1577 wordt een verklaring afgelegd door Pieter Jacobsz, oud omtrent 31 jaar, buurman van Sassenheim, en op 8 november 1578 door Pieter Jacopsz, oud omtrent 33 jaar, buurman van Sassenheim 165.
                                In Voorhout verkoopt op 14 maart 1596 Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende te Sassenheim aan Baerte Vranckendr, weduwe van Bartholomees Jansz Hoochteylingen, omtrent 1½ morgen land, belend als in oude brieven 166.
                                In Sassenheim is Pieter Jacobsz Clinckenberch schuldig op 27 februari 1593 aan IJsbrant van Merode, ambachtsheer van Zoeterwoude en Stompwijk, een losbare rente vam 25 gld 's jaars schuldig, met 400 gld als hoofdsom, met als onderpand zijn halve woning met de helft van 7 morgen en 2 hond land, waarvan de andere helft zijn schoonmoeder Reijertgen Jacobsdr competeert, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordwesten de Schousloot, ten noordoosten Meijntgen Barthouts, Maerten Pietersz weduwe te Warmond, op 26 juni 1599 aan Aeltgen Gerritsdr weduwe van Philips van Sonnevelt wonende te Leiden een losbare rente van 18 gld 15 st 's jaars, hoofdsom 300 gld, met als onderpand 7 hond weiland en 7 hond teelland (gecasseerd 31 dec. 1630), op 26 maart 1603 aan de H. Geest te Sassenheim een losbare rente van 37 gld 's jaars met als onderpand zijn woning met omtrent 7½ morgen land (gecasseerd 10 juni 1632) 167.
                                In Voorhout verkoopt op 13 april 1617 Zeger Jansz aan Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende te Sassenheim een stuk weiland van omtrent 1½ morgen, voor 875 gld, en verkoopt op 3 juni 1621 Pieter Jacobsz Clijnckenberch wonende te Sassenheim aan Mateuwis Pietersz decker 1½ morgen weiland voor 750 gld 168.
                                Pieter Jacobsz Clinckenberch is ambachtsbewaarder van Sassenheim in o.m. 1577, 1582, 1583, 1588, 1591, 1616, 1617, bewoonde het huis Ter Weegen, en pachtte een deel van Klinkenberg. Op 1 april 1625 zijn Jan Pieters Schouten en Pieter Jacobsz Clinckenberch borg voor de kinderen en erfgenamen van Cornelis Willemsz Graeff 169.
                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Pieter Jacobsz Clinckenberch en Trijn Woutersdr zijn huisvrouw, met Wouter en Willem hun kinderen; bij dezelfde woont Steven Woutersz hun zwager, en nog aldaar Jan Pietersz Clinckenberch en Trijntgen Pietersdr zijn huisvrouw met Pieter en Claes hun kinderen, item Grietgen Willemsdr van Oegstgeest en Maritgen Pietersdr hun meisjes 170.
                            tr.
                                Op 9 januari 1621 testeren Pieter Jacobsz van Clinckenberch en Trijntgen Woutersdr, man en wijf wonende te Sassenheim, kloek en gezond, op de langslevende, met de helft aan de kinderen en eventuele kindskinderen in de plaats van hun ouders, voor wat betreft de gehuwde kinderen met aftrek van wat zij al voor hun huwelijk gehad hebben, voorts ten behoeve van Wouter Pietersz van Clinckenberch, die zeer zwak van natuur is en niet bekwaam om zijn kost te verdienen, een jaarlijkse rente van een hoofdsom van 1000 gld, en mocht Marijtgen Pietersdr, nagelaten weeskind van zal. Geertgen Pietersdr van Clinckenberch, hun dochter, bij Pieter Claesz haar man, overlijden zonder wettige kinderen, dan zal haar deel terugkomen aan de nabestaanden van testanten 171.
                                OIp 21 april 1628 testeren Pieter Jacobsz Clinckenberch en Tryntgen Woutersdr, echte man en wijf wonende te Sassenheim, gezond van lichaam, met als algemene erfgenamen Jonge Dirck, Jacob, Willem, Wouter, Mees en Jan Pieterszonen, hun zonen, mitsgaders de kinderen van Oude Dirck Pietersz mede hun zoon, item Aeltgen, Marytgen, Tryntgen, Lysbeth en Reympgen, hun dochters, mitsgaders de nagelaten kinderen van Leentgen Pieters en 't nagelaten kind van Geertgen Pieters, hun overleden dochters, met de voorwaarde dat Oude Dirck Pietersz van de goederen aan zijn kinderen vermaakt het vruchtgebruik zal hebben en na zijn overlijden zijn huisvrouw Annatgen Willemsdr, zo zij dan nog leeft, de helft daarvan 172.
                                Op 30 december 1630 testeren Pieter Jacobsz van Clinckenberch en Trijntgen Woutersdr, echte man en wijf wonende te Sassenheim, „wesenden ten aensien van heuren hoogen ouderdomme in tamelijcken gesontheijt gaende en staende”. Zij legateren aan Wouter Pietersz hun zoon 1000 gld, door 500 gld uit te keren bij overlijden van elk van hen beiden, waarna hij gelijkelijk met de andere kinderen zal delen, maar hiervan alleen de rente genieten, te beleggen door hun andere zonen Willem, Jan en Bartholomeus Pieterszonen van Clinckenberch en de langstlevende, en ook hun zonn Dirck Pietersz clinckenberch, gezied meijster, zal van zijn erfdeel slechts de vruchten gebruiken 173.
                            297. (<148) (>594, >595) Trijntgen WOUTERSDR.
                                Op 4 oktober 1631 legateren Trijntgen Woutersdr, weduwe van Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende in Sassenheim, en Dirc Pietersz van Clinckenberch wonende te Noordwijk in de Cleij, aan Dirc Dircxz van Clinckenberch, zoon van Dirc Pietersz, te weten zij 200 gld en Dirc Pietersz de eigendom van zijn huisje in Noordwijk-Binnen aan de Cruyswech, omdat Dirc Dircxz van God almachtig met zeker accident bezorgd is 174.
                                Op 10 september 1633 nomineert Tryntgen Woutersdr, weduwe van Pieter Jacobsz van Clinckenberch wonende te Sassenheim, tot haar erfgenamen Jacob, Groote Dirck, Cleyn Dirck, Wouter, Willem, Mees en Jan Pieterszonen van Clinckenberch, haar zonen, mitsgaders Aeltgen, Marijtgen, Lijsbeth, Tryntgen, Reijmpgen Pietersdochteren en de kinderen van Leuntgen Pietersdr van Clinckenberch in hun moeders plaats, al haar kinderen, in een dertiende part, niet willende dat haar dochter Marijtgen Pietersdr die nog enige penningen schuldig is gehouden is hiervan iets in te brengen 175.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Geertgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Pieter CLAESZ.
                                2. Jacob Pietersz CLINCKENBERCH, woont in 1625 in Vlaardingerambacht en in 1640 in Sassenheim, tr. 1° Marijtgen Jansdr CLUFT, dr van Jan Dammasz CLUFT en Annetgen BARTHOUTSDR, ondertr. 2°/tr. Delft/Rotterdam 3 dec. 1639/1 jan. 1640 Tryntje GERRITS, wed. van Frans Willemsz van LANSCHOT.
                                    Op 5 april 1625 verkopen in Sassenheim Jacob Pietersz van Clinckenberch als man en voogd van Marijtgen Jansdr, wonende in Vlaardingerambacht, en Bart Jacobsz en Jan Jacobsz als ooms en bloedvoogden over zijn kinderen bij Marijtgen Jacobsdr, met approbatie van de schout en Pieter Florisz en Bartholomeus Pietersz Clinckenberch weesmannen van Sassenheim, aan Louris Cornelis Houtman, buurman in Sassenheim, een partij weiland, belend Jacob Jansz Rousch, Cornelis Houtman te Voorhout, vader van voornoemde Louris, Pieter Jacobsz van Clinckenberch, comparants vader, Louris Cornelis, Jan Coppens en Cornelis zijn broer, welk land hem toebedeeld is bij de scheiding van wijlen Annetgen Barthouts, comparants huisvrouws moeder 176.
                                    Voor het Hof van Holland exhibeert op 30 juni 1628 Corstiaen Roon als procureur van Jan Pietersz van Cleeff wonende te Schiedam een huurcedulle door Jacob Pietersz Clinckenberch, gerequireerde, gepasseerd op 28 april 1627 voor notaris en getuigen. (Jacob Pietersz Clinckenberch en Jasper Jansz, beiden bouwluiden, hebben gehuurd 7 morgen weiland buiten Vlaardingen.) 177
                                    Op 3 juli 1629 is voor het Hof van Holland Sebastiaen van der Piet impetrant jegens Jacob Pietersz Clinckenberch wonende te Vlaardingen, concluderende in appel to nullite van 't vonnis in kwestie; beraad over 14 dagen 178.
                                    Op 16 september 1639 verkoopt Jacob Pietersz Clinckenberch wonende te Vlaardingen aan de voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Pieter Jansz Plaveijer omtrent 50 stel(?) niet schoongemaakt vlas, 2 bedden met toebehoren, 2 koperen potten, 2 koperen ketels, 2 eiken kisten, 3 eiken tresoortjes, mitsgaders 50 gld over de koop van vlees en rookvlees, hem competerende van Jan Jacobsz Clinckenberch te Vlaardingen, en is wel voldaan met 60 gld die comparant aan de boedel van Pieter Jansz Plaveijer schuldig was vanwege de koop van een vette koe 179.
                                3. Dirck Pietersz CLINCKENBERCH, geb. Sassenheim ca. 1572, overl. vóór 2 juli 1646, tr. 1° Maritgen Dignomsdr de ROO, dr van Dignom Jansz de ROO en Marijtgen ARENTSDR, tr. 2° ald. na 12 febr. 1602 Weijntgen ADRIAENSDR.
                                    In Warmond verkopen op 2 juli 1646 Weijntgen Adriaensdr, weduwe van Dirck Pietersz Clinckenberch, voor de ene helft, mitsgaders Arent Dircxz wonende te Sassenheim, Dirck Dircxz wonende te Lisse, Jacob Dircxz wonende te Warmond, Evert Dircxz wonende te Sassenheim, Wilhem Granaet als getrouwd hebbende Leuntgen Dircxdr wonende te Voorschoten, en Aeltgen Dircxdr wonende te Warmond geassisteerd met Arent Dircxz, de kinderen, voor de andere helft, aan Cornelis Jansz Swanenburch wonende te Katwijk een huizinge enz. in de Kerckbuyrt, belend ten zuidoosten het Buierpadt, ten zuidwesten de pastorie, ten noordwesten de Heerewech, ten noordoosten de erfgenamen van Pieter van Leeuwen, voor een schuldbekentenis van 1025 gld 180.
                                4. Dirck Pietersz CLINCKENBERCH, alias Meyster, tr. Annatgen WILLEMSDR.
                                    Op 26 juni 1632 verklaren Willem Dircxz en Grietgen Dircxdr, mede voor Reijmpgen Dircxdr, kinderen van Dirck Pietersz Clinckenberch alias Meijster, zich akkoord dat van 't kapitaal van de erfenis van hun zal. grootvader Pieter Jacobsz Clinckenberch een somme van 462 gld 6 st verstrekt is aan hun vader, voor het meesteren en cureren van zijn zere been en zijn noodzakelijk onderhoud 181.
                                5. Wouter Pietersz CLINCKENBERCH.
                                6. Willem Pietersz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1589, tr. Dieuwertje JOOSTENSDR, dr van Joost ARIJENSZ en Maritje SYMONS.
                                    Willem Pietersz Clinckenberch is ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1624, en gebruiker van Klinkenberg in 1628. In Oegstgeest is op 29 september 1629 Willem Pietersz Clinckenberch als man en voogd van Dieuwer Joostensdr mede-erfgenaam van Joost Arijensz, hun vader en schoonvader 182.
                                    In Warmond verkoopt op 5 juni 1629 Gerit van Griecken als getrouwd hebbende Grietgen Adriaensdr mede-erfgenaam van Adriaen Willemsz en Maritgen Jansdr, aan Willem Pietersz Clinckenberch een partij land te verongelden voor 17 hond, belend ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten de abdij van Rijnsburg en Cornelis Willemsz van Alphen, ten zuidoosten de weduwe en erfgenamen van Adriaen Segersz, ten zuidwesten comparant zelf, voor een schuldbrief van 2530 gld 183.
                                    Op 1 mei 1632 wordt getuigenis geleverd door Willem Pietersz Clinckenberch, buurman in Sassenheim, oud omtrent 42 jaar 184.
                                    In Warmond verkoopt op 30 mei 1635 Mees Pietersz Clinckenberch, als procuratie hebbende van Willem Pietersz Clinckenberch zijn broer gepasseerd voor notaris Jan Verheij te Amsterdam op 4 mei 1635, aan Jan Pietersz Clinckenberch zijn broer een partij land in de ongelden gecontribueerd voor 17 hond, belend ten noordwesten en noordoosten de abdij van Rijnsburg en Cornelis Willemsz van Alphen, ten zuidoosten de weduwe en erfgenamen van Adriaen Segersz, voor 65 gld gereed geld 185. Op 16 mei 1637 worden voorwaarden opgesteld volgens welke Willem Pietersz van Clinckenberg, wonende in Oostfriesland te Solberch, begeert op de beestenmarkt in Leiden in het openbaar gespecificeerde koebeesten te verkopen 186.
                                    Op 23 september 1630 testeren Willem Pietersz Klinckenberch en Dieuwertgen Joostendr van Zuytwyck, echte man en wijf wonende in Sassenheim, op de langstlevende, die de kinderen moet opvoeden en bij de ouderdom van 24 jaar of eerder huwelijk hun tezamen 1200 gld moet uitkeren, met uitsluiting van weesmeesters 187.
                                7. Bartholomeus Pietersz CLINCKENBERCH, zie 148.
                                8. Jan Pietersz CLINCKENBERCH, overl. Sassenheim vóór 6 dec. 1637, tr. Trijntgen Pietersdr GRAVESLOOT, dr van Pieter Maertensz GRAVESLOOT, schepen, kerkmeester ald., en Lijsbeth Gerritsdr CLUFT.
                                    In Sassenheim koopt in 1629 Jan Pietersz Clinckenberch, buurman te Sassenheim, van de gecommitteerden van de ridderschap, edelen en steden van Holland en West-Friesland, 1½ hond land te Sassenheim gekomen van de pastorie aldaar in een kroft van een vijftal hond waarin de kerk van Warmond een morgen competeert en de rest Pieter Jacobsz Clinckenberch, voor 120 gld, en koopt in 1633 Jan Pietersz van Clinckenberch, buurman in Sassenheim, van Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxsz Brebijl, en haar kinderen omtrent 7 honden teel- of weiland in Sassenheim voor 1750 gld, met als borg Jan Jansz van Kempen, linnenwever, zwager van Jan Pietersz van Clinckenberch 188.
                                    In Voorhout bekent in 1639 Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Saassenheim, geholpen met Mees Pieters Clinckenberch als haar gecoren voogd in dezen, in 't openbaar verkocht te hebben aan Pieter Dircxz Cortswager 3 morgen weiland, belend ten noordoosten Dammas Jeroensz van der Cluft, ten zuidoosten de Schoubare Wateringe, ten zuidwesten Jacob Dammasz van de Voort, ten noordwewsten Jacob Cornelisz Koenen in Den Haag en Dirck Dammaszoon van de Voort voornoemd [sic], voor 3000 gld 189.
                                    In 1644 verkoopt in Warmond Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Sassenheim, met Willem Crijnsz als haar voogd, aan Mr Jacob van der Munck, herbergier int Schilt van Vranckryck, een huis en erve in de Overbuijrt van Warmond 190, en in 1652 verkopen in Sassenheim Claes Jansz Clinckenberch en Willem Gooverts als man en voogd van Joosgen Jansdr Clinckenberch, ook voor Pieter Jansz Clinckenberch die uitlandig is, Jan Willemsz Entevoort als man en voogd van Leuntgen Jansdr Clinckenberch, verder Claes Jansz Clinckenberch en Jacob Jansz Veltbrugge als voogden over de nog vier minderjarige weeskinderen, enige erfgenamen van Jan Pietersz Clinckenberch gewonnen bij Trijntgen Pietersdr, aan Jan Cornelisz Warmonderdam buurman aldaar een stuk hooiland genaamd de Mient te Sassenheim, groot 10½ hond, voor 2218:16:- 191.
                                9. Leuntgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. N.N.
                                10. Aeltgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Jan Gerritsz van BOUCKHORST.
                                    Op 4 november 1639 testeren Jan Gerritsz Verbouckhorst en Aeltgen Pietersdr van Clinckenberch, echteluiden te Sassenheim, kloek en gezond. De langstlevende krijgt in vruchtgebruik het wei- en teelland met het kroftje daaraan gelegen te Sassenheim, belend ten zuidoosten en zuidwesten Gerrit Cornelisz, ten noordwesten de Heerwech, ten noordoosten Pieter Jansz van Naerdenburch, waarna het toekomt aan de universele erfgenamen Dirck, Gerrit, Cornelis, Pieter, Frans, Marijtgen en Annetgen, zijn zeven kinderen, met de langstlevende als oppervoogd, waarbij Jan Gerritsz als toeziend voogd zijn zwager Jacob Jansz van Wassenaer noemt en Aeltge Pietersdr haar broer Dirck Pietersz van Clinckenberch 192.
                                11. Marijtgen Pietersdr CLINCKENBERCH.
                                12. Lijsbeth Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. 1° Adriaen BASTIAENSZ, tr. 2° Jan Jansz van KEMPEN, linnenwever te Sassenheim, overl. vóór 21 jan. 1636, tr. 3° Jan Jansz VELTBRUGGE, schoenmaker, overl. vóór 1644, tr. 4° Gerrit DINCLAGE.
                                    Op 5 april 1627 compareren kinderen en kleinkinderen van Bastiaen Arijensz Bisdom, Aert Bastiaensz en Gerrit Huijgensz Cranendonck die zich destijds borg hadden gesteld voor de huwelijksgift van Adriaen Bastiaensz zal. aan Lijsbeth Pietersdr Clinckenberg geboortig van Sassenheim. Na het huwelijk werd bevonden dat de goederen van Adriaen Bastiaensz aanmerkelijk minder bedroegen dan bij huwelijk beloofd, waarom de borgen al tussen de 3000 en 4000 gld hebben voldaan. Nu verklaren de comparanten met Jan Jansz tegenwoordig getrouwd zijnde met voornoemde Lijsbeth Pietersdr Clinckenberch, geassisteerd met Willem Pietersz van Clinckenberch zijn zwager als oom en voogd van de kinderen die voornoemde Adriaen Bastiaensz bij haar geprocreëerd heeft, dat zij elkaar nimmermeer in die zaak zullen aanspreken of molesteren. 193
                                    Op 21 januari 1636 compareren in Sassenheim Lijsbeth Pietersdr van Clinckenberch, laatst weduwe van Jan Jansz van Kempen, in zijn leven linnenwever te Sassenheim, geassisteerd met Mees, Wouter en Dirc Pieters zonen, haar broers, en Jan Gerritsz Coppen, haar zwager, allen haar voogden, mitsgaders Jacob Jansz Veltbrugge en Joachim Dircxsz Rando wonende te Solberch in Oostvrieslant, vaderlijke ooms en voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Jansz van Kempen bij Lijsbeth Pietersdr van Clinckenberch, met namen Trijntgen Jansdr, oud 5 jaar, en Niesgen Jansdr, oud 2 jaar 194.
                                13. Trijntgen Pietersdr CLINCKENBERCH, ondertr./tr. Leiden 19 april/7 mei 1613 Cunier ENGELSZ.
                                14. Reijmpgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Jacob Jansz van CAMPEN, schoenmaker.
                                    In Sassenheim koopt in 1619 Jacob Jansz van Cempen schoemaecker van Cornelis Taeckens schoemaecker een huis en erf met de looikuipen, voor 2100 gld, met zijn schoonvader Pieter Jacobsz van Clinckenberch als borg 195.
                              298. (<149) (>596, >597) Jacob Jansz SCHEUR, schepen van Warmond 7 sept. 1592  196,
                                  In Warmond verkoopt in 1596 Jan Jansz Swaeck waard aan Jacob Jansz Schuer zijn neef 1 morgen 4 hond 10 roeden weiland genaamd 't Ganseweytgen, belend ten noordoosten en zuidoosten de heer van Warmond, ten zuidwesten Zacharias Matthysz, ten noordwesten Marrij Jansdr, Cornelis Jan Mouwerings weduwe 197.
                              tr.
                              299. (<149) (>598, >599) Fytgen CORNELISDR.
                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Fije Cornelisdr, weduwe van Jacob Jansz Scheur, met Cornelis haar zoon 198.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Jan Jacobsz SCHEUR, schepen van Warmond, o.a. op 5 maart 1624, waarbij hij tekent als Jan Jacop Scor, maakt huwelijksvoorw. Leiden 16 dec. 1615 met, ondertr./tr. Warmond 6/20 dec. 1615 Grietgen Sachariasdr van ENTEPOEL, overl. vóór 3 mei 1629, dr van Sacharias MATHIJSZ en Maritgen MATHIJSDR.
                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Jan Jacobsz Scheur en Grietgen Sachariasdr zijn huisvrouw, met Oude Maritgen, Jacob en Jonge Maritgen, hun kinderen 198.
                                      In Warmond in 1629 verkoopt Mathijs Jacobsz timmerman aan Jan Jacobsz Scheur, tegenwoordig wonende op de Rijpweteringe in de banne van Alckemade, zekere huizinge, barg, schuur en erve bij 't Warmonderveer, belend ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Cornelis Willemsz Visscher, en voorts rondom comparant zelf, voor 1200£, delen Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr, in haar leven wonende te Warmond, ter eenre, en Tijs Sachariasz en Cornelis Sachariasz als omen en voogden over Oude Maritgen, oud 11 jaar, Jacob Jansz 9 jaar, Jonge Maritgen Jansdr 6 jaar en Neeltgen Jansdr 4 jaar, en verkoopt Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr, aan Willem Jansz Visscher 13 hond hooiland in de Veerpolder achter het bedijkte poeltje van Adriaen Pietersz en de weduwe van Adriaen Segersz, belend ten oosten de erfgenamen van Foij van Brouckhoven, ten zuiden comparant zelf, ten westen voorschreven bedijkte poeltje, ten noorden Willem Arentsz alias Willembuijer en de koper 199.
                                      In Warmond transporteert in 1631 Barthout Willemsz van der Burch aan Jan Jacobsz Scheur een partij land genaamd de Ommelooper in de Veerpolder, groot 803 roeden, belend ten noordwesten de heer van Hazerswoude, ten noordoosten Jacob Jacobsz Rousch en zijn zuster Neeltgen, ten zuidoosten Sijmon Willeboortsz, ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van jonker Adam van der Duijn, getaxeerd op 1200 gld, belast met de helft van 22 gld 10 st 's jaars, losbaar in het geheel met 405 gld, waarvan de wederhelft ten last van Sijmon Willeboortsz is, in ruil voor een zekere huizinge en erve bij 't Warmonderveer, waarna Jan Jacobsz Scheur dit land verkoopt aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim, zijn zwager, voor 1000 gld in gereed geld (boven de last van 202 gld 10 st) 200.
                                      In Warmond verkoopt in 1636 Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr van Entepoel, aan Foijt Sacharias van Entepoel zijn zwager 2 hond land in de Veerpolder alsnog gemeen met 10 hond toekomende de kinderen van voorschreven Grietgen Sachariasdr, belend ten noorden Willem Jansz Neeltgenbuijer, ten oosten de heer Brouckhoven, ten zuiden de koper, ten westen of noordwesten de kinderen van comparant, uit de boedel van Sacharias Mathysz zijn zal. schoonvader, voor 300 gld hem promptelijk aangeteld 201.
                                      Op 16 december 1615 maken Jan Jacobsz Scheur, wonende te Warmond, toekomende bruidegom, geassisteerd met Fijtgen Cornelisdr zijn moeder en Dirc Cornelisz zijn oom en voogd, ter eenre, en Grietgen Zachariasdr mede wonende te Warmond, toekomende bruid, geassisteerd met Thijs Zachariasz haar broer en voogd, ter andere zijde, huwelijkse voorwaarden, waarbij Fijtgen Cornelisdr belooft 500 gld in te brengen en Grietgen Zachariasdr 4 morgen 1 hond land zal inbrengen 202.
                                  2. Cornelis Jacobsz SCHEUR, ondertr./tr. Warmond 18 okt./2 nov. 1625 Neeltgen HUYGEN.
                                  3. Jannetgen Jacobsdr SCHEUR, zie 149.
                                  4. Maertgen Jacobsdr SCHEUR, ondertr./tr. Warmond 27 jan./10 febr. 1619 Simon JOOSTEN, bleker te Katwijk a/d Rijn, wedn. van N.N.
                                300. (<150) (>600, >601) Dammas Jacobsz van de VOORT, schepen van Lisse, overl. vóór 26 jan. 1618,
                                    In Lisse op 3 december 1597 verkoopt Gerard van der Laen wonende te Haarlem aan Dammis Jacobsz van de Voort onze mede-schepen twee loostercampen, en is Dammis Jacobsz van der Voort schuldig aan Jacob Hugensz Gael te Haarlem een jaarlijkse losrente van 37 gld 5 st, losbaar met 500 gld, met als onderpand i.h.b. genoemde twee loostercampen 203. OP 20 april 1600 hebben Dirck Anthonisz, Dammas Jacobsz van de Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr en Lenaert Meeusz als man en voogd van Maritgen Anthonisdr hun erfdeel van wijlen Barbara Jansdr, weduwe van Anthonis Vranckensz, als hun eerder toegedeeld, gescheiden 204. Op 3 februari 1601 verklaart in Lisse Jr Nijclaes Paedts van Zandthorst, dat hij volgens zekere beschreven voorwaarden op 27 december 1600 verkocht heeft, en nu opdraagt, aan Dammas Jacobsz van de Voort onze mede-schepen een hofstede genaamd Beecksteijn met omtrent 8 morgen teelland, belend ten noordoosten de beeckwateringe van Voorhout, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten Jan Pietersz Warmont, ten noordwesten comparant, nu Aernt Dircxz van Poelgeest, en verklaren Dammas Jacobsz van de Voort als principaal, en Jacob Dircxsz van de Voorde zijn vader als borg, vanwege de koop van Beeckesteijn een losbare rente van 100 gld schuldig te zijn aan Jr Nijclaes Paedts van Zandthorst (geroyeerd op 25 april 1611) 205.
                                    In Lisse verkoopt in 1601 Dammas Jacobs van de Voort, medeschepen, aan de gebroeders Dirck Anthonisz en Jan Anthonisz zijn rechten op twee partijen land gelegen op 't oosteinde, de ene een kroft van omtrent 7½ hond, de andere een halve ven van omtrent 10½ hond, volgens de inhoud van de scheidbrief van 29 april 1600, verkoopt in 1602 Aernt Dircxz van Poelgeest, waard in de Valck te Sassenheim, aan Dammas Jacobsz van de Voort medeschepen alle recht op een verkoopbrief door Nijclaes Paets van Zanthorst voor de schout gepasseerd op 3 februari 1600, over omtrent 3 morgen weiland op de Zassemherbeeck, verklaart in 1602 Dammas Jacobsz van de Voort dat hem is opgedragen door Aernt Dircxz van Poelgeest een bezegelde transfix inhoudende een stuk weiland van omtrent 3 morgen, waarvoor hij zijn hofstede Beeckesteijn met omtrent 6 morgen land hypothekeert, verkoopt in 1602 dezelfde Dammas aan Jan Jansz Pronck wonende te Sassenheim een stuk teelland van twee morgen, waarbij Jacob Dircxz vande Voorden zich voor zijn zoon garant stelt, en heeft in 1603 Dammas Jacobsz vande Voort, onze medeschepen, aan Gerrit Jansz de Monnick zijn rechten overgedragen op een kooprief van 3 december 1597, inhoudende 2 loosterkampen samen groot 3 morgen 206.
                                    In Lisse verklaren op 29 mei 1612 Lenaert Fransz Keuyer, weduwnaar van Gaertruyt Mathijssendr, en de voogden van hun kinderen. op 5 april 1612 openbaar verkocht te hebben aan Dammas Jacobsz van de Voort en Jan Henricxz Brebijl een stuk land in erfpacht van de abdij van Leeuwenhorst, groot omtrent 16 hond, in Roversbrouck 207.
                                    Op 17 maart 1635 begeren Reijer en Jacob Dammaszonen, alsnog ongehuwde personen wonende te Lisse, kloek en gezond, dat als hun drie broers of hun kinderen enige goederen van hen mochten erven en die daarna kwamen te overlijden zonder kinderen achter te laten, dat die goederen alsdan zullen komen bij hun andere vrunden [van comparanten] van hun bloed, zonder vervreemd te mogen worden 208.
                                ondertr. (schepenbank) Lisse 21 jan. 1592, tr. ald. 4 febr. 1592  209
                                301. (<150) (>602, >603) Hillegont Anthonisdr van der BURGH, geb. ca. 1568.
                                    In Voorhout verkoopt op 6 juni 1623 Louris Rochusz [Roos], wonende te Lisse, aan Pieter Dammasz en Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz, elk voor de helft, 16 hond land, belend ten noordwesten de weg genaamd de Vaert, ten noordoosten de verkoper, ten zuidoosten Neeltgen Pietersdr weduwe van Daniel Leenertsz van Tetrode, ten zuidwesten de Nieuwe Wateringe, voor 1225 gld, te betalen de helft gereed, de helft op 2 meidagen 210.
                                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Lisse': Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz van der Voort, met Anthonis, Reijer, Jan, Jacob en Dirck, haar kinderen; item Maritgen Jansdr van Warmond, haar dienstmeid, en Barber Cornelisdr, haar broers kind 211.
                                    In 1625 bekent in Sassenheim Hillegont Thonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz, wonende te Lisse, geassisteerd met Reijer Dammasz haar zoon en voogd, schuldig te zijn aan de 7 kinderen van Cornelis Willems Graeff bij Grietgen Jansdr zijn eerste huisvrouw, 1250 gld vanwege koop van een partij land waar de nieuwe vaart door gegraven is, belend de erfgenamen van Hubert Henricxsz, Cornelis Sijmonsz, de kerk van Sassenheim en de nieuw gegraven vaart, met als borgen Thonis en Reijer Dammas' zonen 212.
                                    In 1630 koopt in Sassenheim, voor schouten en schepenen van Sassenheim en van Lisse, Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz van der Voort, wonende in Lisse, geassisteerd met Jan Dammasz haar zoon en voogd, 2 morgen weiland gelegen in zowel Sassenheim als Lisse, waarvoor zij met haar zoon Jan Dammasz als borg 2000 gld schuldig te zijn aan Gerrit, Floris en Willem Willems zonen van Heemskerck, gebroeders, mitsgaders Claes Pietersz getrouwd met Marijtgen Willemsdr, Arijen Maertsz getrouwd met Neeltgen Willemsdr, Leendert Gerritsz getrouwd met Crijntgen Willemsdr en Jan Jacobsz onder de Linde getrouwd met Sijburch Willemsdr, allen erfgenamen van Willem Pietersz overleden te Sassenheim 213. In Lisse verklaren de verkopers dat zij op 5 maart 1630 verkocht hadden aan Peter Geritsz ten behoeve van Gerit Cornelisz zijn vader, welke Gerit Cornelisz terstond doorverkocht heeft aan Hillegont Antonisdr, deze 2 morgen weiland, belend ten zuidoosten en noordoosten Jan Pietersz Schouten, ten zuidwesten Gerit Willemsz en Jan Pietersz Wassenaer, ten noordwesten weiland gekocht door Claes Petersz en Dirck Fransz 214.
                                    In Lisse verkoopt in 1632 Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxz Brebijl, aan Hillegont Thonisdr, weduwe van Dammis Jacobsz van der Voort, de helft van 16 hond land in Rouverbrouck waarvan de andere helft Hillegont Tonis is toekomende, zijnde de voorschreven 16 hond door hun zal. mannen tezamen in koop aangestaan, belend de voorste helft ten zuidoosten de wederhelft toerkomende Hillegont Tonis, ten zuidwesten de abdij van Leede, ten noordwesten Neeltge Peters met Tonis Dammasz, ten noordoosten Cornelis Laurents 215.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Antonis Dammasz van de VOORT, schepen van Lisse (aangesteld op 14 april 1618 216), overl. vóór 17 maart 1635, maakt huwelijksvoorw. Leiden 15 nov. 1629 met Trijntgen CLAESDR, overl. vóór 24 mei 1656, wed. van N.N.
                                        Op 17 maart 1635 delen Trijntgen Claesdr, laatste weduwe van Thonis Dammasz, wonende in Lisse, geassisteerd met Pieter Florisz opte Poel haar oom en Pieter Cornelisz (van der Eijnden) haar neef, ter eenre, mitsgaders Hillegont Thonisdr grootmoeder met Reijer, Floris en Jacob Dammaszonen, allen gebroeders, vaderlijke omen en bloedvoogden over de twee onmondige kinderen die zij, Trijntgen Claesdr, in echt gewonnen heeft bij Thonis Dammasz voorschreven, met namen Thonis oud een half jaar en Hillegont oud 3 jaar, ter andere zijde 208.
                                        Op 15 november 1629 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Thonis Dammasz van de Voort, jongman wonende te Lisse, en Trijntgen Claesdr, weduwe van Cornelis Hubertsz, haar overleden eerste man 217.
                                        In Lisse verkoopt in 1635 Aris Cornelisz, man en voogd van Jacobge Huijberts, wonende te Sassenheim, aan Tryntge Claesdr, laatst weduwe van Tonis Dammisz, wonende te Lisse, een derdepart van 2 morgen 422 roeden land in de polder van Westgeest, belend ten zuidwesten de Trynelaen, ten noordwesten Aris Willemsz, ten noordoosten de abdij van Leede, ten zuidoosten de Herckwech, voor 1200 gld 218.
                                        In Lisse op 24 mei 1656 verkopen Huijbert Cornelisz wonende te Wassenaar, Claes Cornelisz wonende te Sassenheim, Jan Cornelisz mede te Sassenheim, Cornelis Cornelisz Keyser als getrouwd hebbende Hillegont Tonisdr wonende te Lisse, Dirck Dammisz van der Voorde mede te Lisse als oom en voogd van Tonis Tonisz nagelaten zoon van zal. Tonis Dammesz, en nog de voorschreven Huybert en Claes als voogden van de 2 nagelaten kinderen van zal. Cornelis Cornelisz hun broer, met namen Cornelis en Geertge, gewonnen aan Tryntge Dircxdr van Naerdenburch, en dezelve nog als voogden van de 2 nagelaten kinderen van hun zal. zuster Neeltge Cornelisdr, met namen Peter en Aechge, gewonnen aan Jan Petersz Puijck van Velsen, erfgenamen van zal. Trijntge Claesdr, hun moeder en grootmoeder respectieve, aan Joris Claesz Wassenaer 8 hond land aan de Trijnenlaan, belend ten zuidoosten de Afterwech, ten zuidwesten de Trijnenlaan, ten noordwesten en noordoosten Huybert Aelberts, voor 850 gld, en aan Cornelis Arentsz een huis en erf groot 588 roeden gelegen omtrent de Engel in de Poelpolder, belend ten zuidoosten de ringsloot van de Lisserpoel, ten zuidwesten Peter Florisz, ten noordwesten en noordoosten Jan Cornelisz, voor 2000 gld 219.
                                    2. Reijer Dammasz van de VOORT, tr. Hester JANS, die hertr. met Joost Jacobsz VERMAES.
                                        In Voorhout verkoopt op 10 april 1654 Joost Jacobsz Vermaes, als getrouwd hebbende Hester Jans die weduwe was van Reijer Dammasz van de Voort, aan Jacob Dammasz van de Voort omtrent 2 morgen hooiland gelegen aan de Nieuwe Teijlingerlaen, belend ten noordoosten de voorschreven laan, ten zuidoosten de Lijdtwech, ten zuiwesten Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Wateringe van Voorhout, voor 1000 gld en een obligatie van 1000 gld te betalen op meidagen 1655 en 1656 telkens met 500 gld 220.
                                        In Voorhout verklaren op 1 mei 1671 Samuel Louijs van den Hove als getrouwd hebbende Hillegont Reijers van der Voort, Cornelis Gerritsz van der Spoor als getrouwd hebbende Jannetje Reijers van der Voort, mitsgaders Dirck Dammisz van der Voort als voogd van Dammis Rijersz van der Voort, minderjarig, allen kinderen en erfgenamen van Reijer Dammisz van der Voort, te hebben verkocht op 31 december 1670 en alsnu te cederen aan Arij Maertsz Sprockenburch, Jan Arentsz Besemmaecker te Haarlem, Cornelis Arentsz Binnenhaven en Dirck Cornelisz Hoochteylingen, elk voor een vierdepart, een partij weiland genaamd de Veenkamp, groot omtrent 7½ hond, aan de Veenevaertsbrugge, belend ten noordwesten de Treckvaert tussen de steden Haarlem en Leiden, ten noordoosten de weduwe van Huijch Gerritsz, ten zuidoosten Huijch Pietersz, ten zuidwesten het Mallegat, voor 640 gld, te betalen op St. Peter ad cathedram een derdepart en voorts idem in 1672 en 1673, met bijvoeging van interest tegen 4 gld 10 st ten honderd in 't jaar 221.
                                        In Lisse verkopen op 30 juni 1671 Samuel Lowijsz van den Hove als getrouwd met Hillegont Reijersdr van de Voort en Cornelis Gerritsz van der Spoor als getrouwd hebbende Jannitge Reijersdr van de Voort, mitsgaders Andries Lenertsz van der Codden als weesman te Oegstgeest als voogd van Dammis Reijersz van de Voort, onmondig weeskind, allen kinderen en erfgenamen van zal. Reijer Dammisz van de Voort, aan Sijmon Fransz van Leeuwen zekere partij hooiland genaamd de Leenmaet in de polder van de Roversbrouck, groot 15 hond of daaromtrent, belend ten noordoosten de weduwe van Nanningh Nanninghsz, ten zuidoosten de Cagermeer, ten zuidwesten Claes Petersz met bruikwaar, ten noordwesten de erfgenamen van Jacob Jacobsz Berchout en Aris Willemsz, met de belasting van 4 gld 14 st 8 penn 's jaars erfpacht, wezende de helft van 9 gld 9 st waarvan de wederhelft staat tot last van Peter Mathijsz in de Cage, aankomende de abdij van Leeuwenhorst, voor 2218 gld 8 st 12 penn 222.
                                    3. Floris Dammasz van der VOORT, zie 150.
                                    4. Jan Dammasz van de VOORT, geb. 2 febr. 1601.
                                    5. Jacob Dammasz van de VOORT, geb. 1 nov. 1602, overl. vóór 30 nov. 1656  223, tr. Maertge LENERTSDR  224.
                                        In Voorhout verkoopt op 2 oktober 1646 Jan Jansz van Naerdenburch aan Jacob Dammasz van de Voort een partij zo wei- als teelland, groot 1 morgen 4 hond 40 roeden, volgens de oude brieven van 8 maart laatstleden, voor 1360 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op Petri ad cathedram 1647 en 1648 225.
                                        In Lisse zijn op 23 november 1668 Maertge Lenertsdr, weduwe van Jacob Dammisz van de Voort, geassisteerd met Willem Cornelisz Moerkercken, timmerman te Sassenheim, ter eennre, en Dammis Jacobsz, Lenert Jacobsz, mondige, en Dirck Petersz als getrouwd hebbende Hillegont Jaobsdr, mitsgaders Dirck Dammisz van de Voort als oom en bloedvoogd van Marijtge Jacobs, Neeltge Jacobs en Jan Jacobsz, onmondige, kinderen van de voorschreven Jacob Dammisz geprocreëerd aan voorschreven Maertge Lenerts, ter andere zijde, geaccordeerd over het bewijs van het vaderlijk goed der kinderen. Zij geeft als onderpand haar huis en landen, groot omtrent 6 morgen, aan de Beeck, belend ten zuidoosten de Heerenwech, ten zuidwesten voorschreven Dirck Dammisz met bruikwaar, ten noordwesten en noordoosten voorschreven beek 226.
                                        In Voorhout verkoopt in 1668 Maertje Leenderts, weduwe van Jacob Dammasz, wonende te Lisse, geassisteerd met Willem Cornelisz Moerkercken als haar gecoren voogd in dezen, aan Joffr. Aechken Adriaens van der Bijl wonende te Haarlem, 2 percelen land, 't eerste groot 1016 roeden, belend ten zuidoosten Thonis Thonisz van der Voort, ten zuidwesten Cors Gerritsz van der Cluft, ten noordwesten Jan Arijens van der Werff, ten noordoosten de voornoemde Cluft, 't tweede groot 1180 roeden, belend ten zuidoosten de Lijtwech, ten zuidwesten Pieter Cornelisz Erffort, ten noordwesten de Wateringe van Voorhout, ten noordoosten de Nieuwe Teijlingerlaen, voor de morgen om 1200 gld, bedragende voor de 2 percelen, groot tezamen 3 morgen 3 hond 96 roeden, de somme van 4392 gld 227.
                                    6. Dirck Dammasz van de VOORT, geb. 1 mei 1604, schepen van Lisse 228, tr. 1° Maertge Jans BREBIJL, dr van Jan Henricxz BREBIJL en Barbara Claesdr van ALCKEMADE, tr. 2° Maertge ADRIAENSDR, dr van Adriaen Jacobsz BOTCOOPER en Thieltgen PIETERS.
                                        In Voorhout verkoopt op 12 mei 1629 Wijer Gerytsz van Overmeer, brouwer in 's-Gravenhage, aan Dirck Dammasz van de Voort wonende te Lisse, eerst 8 hond 72 roeden land waarin de gehele Lydwech en rondom de halve sloten, nog 8 hond 68 rtoeden, voor een schuldbrief van 2199 gld, te betalen een derdepart gereed en de rest op 2 volgende meidagen 229.
                                        In Lisse is op 13 juni 1645 Dirck Dammasz als vader van zijn kinderen gewonnen bij Maertge Jans Brebijl, met als voogden Huijbert Jansz Brebijl en Adriaen Jansz Brebijl, voor een vierdepart mede-verkoper van omtrent 3 morgen land in Roversbrouck voor 1500 gld 230.
                                        In Voorhout verkoopt op 1 mei 1649 Dirck Dammesz van der Voort, buurman te Lisse, aan de heer Charles Looten wonende binnen Leiden, 2 partijen land, groot 't eerste omtrent 8 hond 72 roeden, 't andere groot omtrent 8 hond 78 roeden, belend in 't geheel ten zuidoosten Jacob Dammesz van der Voorde, comparants broer, met Gerrit Corsz van der Cluft, ten zuidwesten Cornelis Cornelisz Timmerman, ten noordwesten de erfgenamen van zal. Claes Cornelisz Corsteman, ten noordoosten de erfgenamen van zal. Dammes Jeroensz van der Cluft, voor 2544 gld 231.
                                        In Lisse wordt op 11 maart 1650 Dirck Dammas van de Voort vermeld als mede-voogd over zijn 4 kinderen bij zal. Maertge Jans van der Byl mede een kind en erfgenaam van zal. Barbar Claesdr in haar leven weduwe van Jan Henricxz van der Byll 232.
                                        Op 12 mei 1653 is Dirck Dammasz van der Voort wonende te Lisse aan Claes Corsteman, heer van Rosenburch, een losrente schuldig van 93 gld 15 st 's jaars, losbaar met 1500 gld 233.
                                        In Lisse is op 12 juni 1653 Dirck Dammusz van de Voord schuldig aan de voogden over de 4 nagelaten weeskinderen van zal. Maritge Jansdr van der Byl gewonnen bij de voorschreven Dirck Dammisz, 1728 gld, tegen 4 gld in 't jaar 234.
                                        In Lisse verkoopt op 13 oktober 1654 Dirck Dammasz van de Voord, oud-schepen van Lisse, aan Vrouwe Dorethea Berck, weduwe van de heer Josephus Coijman, vrouwe van Alblasserdam, wonende te Haarlem, 3 morgen land in Schermersgeest, belend ten zuidoosten de Heerewech, voorts rondom Jacob Dammisz van der Voord, voor 4000 gld 235.
                                        In Voorhout verkoopt op 11 december 1657 Dirck Dammesz van de Voort, wonende aan de Voort in het ambacht van Lisse, een erfelijke losbare rente van 72 gld 's jaars aan Joffr. Marija Lerp, weduwe van Mr Lenardt van Bosvelt, losbaar met 1800 gld, met als onderpand een partij weiland groot omtrent 2 morgen 100 roeden gelegen aan de voorschreven Voort, belend ten noordoosten de voorschreven Voort, ten zuidoosten de comparant, ten zuidwesten Huijch Pietersz en Pieter Capiteijn, ten noordwesten Huych Pietersz Ponsman 236.
                                        In Lisse op 12 juni 1660 verkoopt en is schuldig Dirck Dammisz van der Voord aan Maria Corsteman, jongedochter wonende te Leiden, een losrente van 60 gld 's jaars, losbaar met 1000 gld, met als onderpand 2 morgen land met het huis daarop staande, gelegen bij de Hengel aan de Voordtlaan, belend ten zuidoosten de Herenwech, ten zuidwesten Peter Geritsz, ten noordwesten en noordoosten de comparant zelf 237.
                                        Op 22 juli 1660 dient een zaak bij het Hof van Holland waarbij Gysbert Pieck van Thienhoven wonende te 's-Hertogenbosch eiser is contra Dirk Dammis van der Voort wonende te Lisse, om te bekennen of ontkennen de huurcedulle van 225 gld over 5 jaren landpacht van land in Roversbroeck tot 45 gld 's jaars, verschenen in de jaren 1649, 1650, 1651, 1652 en 1653; „ende niet en compareerde” 238.
                                        In Lisse op 14 maart 1662 verkoopt en is schuldig Dirck Dammisz van der Voord aan Vrouwe Dorethea Berck, weduwe van de heer Josephus Coijman, wonende te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 56 gld, losbaar met 1400 gld, met als onderpand een stuk weiland omtrent de Voordtlaan aan zijn woning waarop hij tegenwoordig woont, groot 1½ morgen, belend ten zuidoosten de werf van zijn voorschreven woning, ten zuidwesten Peter Geritsz, ten noordwesten de comparant, ten noordoosten de Voord 239.
                                        In Lisse bekent op 27 oktober 1667 Dirck Dammisz van der Voordt, met en benevens een partij land, achter de nagemelde woninge, in het ambacht van Voorhout gelegen en voor schout en schepenen aldaar op huiden te worden opgedragen, verkocht te hebben aan mevr. Dorothea Berck, vrouwe van Alblasserdam, een woning met bargen, schuur, boomgaard, potinge en plantinge, mitsgaders omtrent 4 morgen 5 hond land, zowel wei- als teelland, belend hebbende de woninge met omtrent 2 morgen 5 hond land, ten zuidoosten de Heerenwegh, ten zuidwesten Peter Gerritsz Capiteijn, ten noordwesten het partij in Voorhout, ten noordoosten over de Eyckervoorderlaen die onder het verkochte is inbegrepen de navolgende partij, belast met 25 st 's jaars, en de verdere omtrent 2 morgen, belend ten zuidoosten de Heerenwegh, ten zuidwesten over de Eijckervoorderlaen die onder het verkochte als voren gezegd begrepen is de voorgemelde partij, ten noordwesten Tonis Tonisz van der Voordt, ten noordoosten de kinderen van Cornelis Pietersz Heemstede, de woninge en de eerstgemelde partij land hem aanbedeeld bij de notariële scheiding van de boedel en goederen van zal. Maritgen Tonisdr in haar leven huisvrouw van Peter Dircxz Cortswager op 4 en 7 maart 1648 voor notaris Claes Verruijt te Leiden, en de laatste partij als begrepen staat in de scheiding van de boedel van Hillegont Tonis in haar levem weduwe van Dammis Jacobsz van der Voordt op 6 juli 1642, voor 11250 gld ('t land in Voorhout inbegrepen) mitsgaders een verering van 50 gld aan comparants huisvrouw, alles in gereed geld 240.
                                        In Voorhout bekent op 27 oktober 1667 Dirck Dammasz van der Voort, wonende in het ambacht vcan Lisse, benevens andere partijen van landen in Lisse gelegen en mede op huiden voor schout en schepenen aldaar opgedragen, verkocht te hebben aan mevr. Dorothea Berck, vrouwe van Alblasserdam etc., wonende binnen de stad Haarlem, een partij weiland gelegen achter comparants woning op huiden aan gemelde vrouwe van Alblasserdam opgedragen, in dit ambacht van Voorhout groot omtrent 13 hond, belend ten noordoosten de Eyckenvoorder Laen, ten zuidoosten de koopster met haar gekochte in Lisse gelegen, en ook eensdeels Pieter Gerritsz Capiteijn, ten zuidwesten dezelve Capiteijn, ten noordwesten Huijch Pietersz van der Cluft en Huijch Pietersz van der Linde, als hem, comparant, bij scheiding van de goederen van zal. Maertgen Tonisdr, in haar leven eerste huisvrouw van Pieter Dircxz Cortswager, op 4 en 7 maart 1648 voor notaris Claes Verruijt te Leiden aanbedeeld, voldaan met tezamen 11250 gld mitsgaders een verering van 50 gld aan comparants huisvrouw (de gehele 40e penning is in Lisse betaald) 241.
                                        Op 7 mei 1644 worden de kinderen van Dirc Dammesz van Voorden gewonnen bij Maritge Jansdr vermeld als mede-erfgenamen van haar moeder Barber Claesdr van Alckemade 242.
                                        In Warmond verkopen in 1656 de kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Thieltgen Pieters, weduwe van Adriaen Jacobsz Botcooper, onder wie Dirck Dammas van der Voort als getrouwd hebbende Maertge Adriaensdr, een huis 243.
                                  302. (<151) (>604, >605) Pieter Maertensz GRAVESLOOT, geb. ca. 1565, schepen, kerkmeester van Sassenheim, overl. ald. tussen 11 juli 1660 en 17 maart 1661,
                                      In Sassenheim verkoopt op 29 januari 1591 Jan Marcusz van Speren, waard in de Vechtende Leeu, poorter van Leiden, aan Pieter Maertensz te Sassenheim 4 morgen 1 hond 90 roeden 3 voeten land, gelegen aan 3 percelen, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten Madalena Basgens te Haarlem, ten oordoosten en -westen Jan Paets van Zanthorst, welke brief op 8 november 1608 is afgelost, en is op 9 maart 1591 Pieter Maertensz aan Jan Marcusz 600 gld schuldig 244.
                                      In Lisse verkoopt op 7 december 1591 Pieter Maertsz, wonende te Sassenheim, als nazaat van Gerrit Dammasz Cluft, aan Jan Cornelisz Beeckman „een campe lants groot ontrent zeven hondt als die althans aen de Poel ten slote leyt in Roversbrouck”, welk land met andere partijen land Pieter Maertsz gekocht had van de voogden van de weeskinderen van voornoemde Gerrit Dammasz Cluft, belend o.m. Pieter Maertsz zelf, waarbij Maerten Claesz van Sgravensloot zijn vader, wonende te Sassenheim, zich als waarborg stelt met een stuk land genaamd Gyssenweyde van ca. 2 morgen 2½ hond in Sassenheim, en verkoopt op 5 april 1594 Pieter Maertsz van Gravesloot wonende te Sassenheim, man en voogd van Lijsbeth Gerrit Dammasz dochter, aan Wouter Jansz Brabijl twee percelen hooiland in Roversbrouck, het ene omtrent 9 hond, het andere omtrent 1 hond genaamd Rootsheul, met als waarborg Maerten Claesz van Gravesloot zijn vader, en bekent Wouter Jansz Brabijl hiervoor Pieter Maertsz 475 gulden schuldig te zijn, te betalen in drie termijnen 245.
                                      In Sassenheim bekent op 10 januari 1592 Pieter Maertsz wonende te Sassenheim verkocht te hebben aan Dammis Gerritsz zijn zwager 7 honden weiland, liggende gemeen met nog drie 7 honden waarvan de ene competeert de kerk van Sassenheim en de andere twee Cornelis Jacobsz en de voorschreven Dammas, belend ten zuidwesten de Begijne Camp, ten zuidoosten Jan Diertsz opten thuijn, ten noordoosten Cleijnpoel, ten noordwesten 't convent van Peel Jan Willemsz, en dit met de last van een derdepart van 10 gld 5 st jaarlijks erfpacht toekomende de kerk te Sassenheim 246.
                                      In Sassenheim is op 25 februari 1593 Pieter Maertsz schepen 247.
                                      In Sassenheim verklaart op 27 juni 1598 Pieter Maertsz dat hij van Neeltgen Gerrits zijn huisvrouws zuster onder hem heeft 674 carolusgulden en 4 stuivers, uitmakende al haar goederen, wat zij, Neeltgen, met broer Dammas erkent, waarmee Pieter Neeltgen alimenteert, en belooft hij die bij haar afsterven aan haar naaste erfgenamen te fourneren, waarvoor hij zijn woning, huis, schuur, potinge en plantinge met 10 morgen en 2½ hond land als onderpand stelt, worden op 29 maart 1600 verklaringen afgelegd door o.m. Maerten Claesz, oud omtrent 58 jaar, en Pieter Maertsz, oud omtrent 34 jaar, geen ingeborenen maar geburen van Sassenheim sinds de laatste troebelen, en verklaringen afgelegd ten verzoeke van Pieter Maertsz, 'ingebooren ende buyrman tot Sassenhem', over uit welk land 't Laentje gedolven is [in welke laatste twee vermeldingen Pieter Maertsz toch één en dezelfde persoon moet zijn], verkoopt op 29 maart 1609 Cornelis Claesz Corsteman aan Pieter Maertsz een stuk weiland van twee morgen, is op 30 april 1609 o.a. Pieter Maertsz kerkmeester van Sassenheim, en verkopen op 14 mei 1610 Dieuwertgen Huijgendr, weduwe van Willem Dammasz in zijn leven schout te Warmond, voor de ene helft, en de 3 kinderen, of hun kinderen, van Willem Dammasz, voor de andere helft, aan Pieter Maertsz 1 morgen weiland, belend ten noordwesten de grafelijkheid, ten noordoosten de abdij van Leeuwenhorst, ten zuidoosten de weduwe van Willem Pietersz, ten zuidwesten Willem Jacobsz van der Weij 248.
                                      In Lisse verkoopt op 19 maart 1613 Pieter Maertensz van Sgravesloot, wonende te Sassenheim, aan Cornelis Taeckesz van der Blom, schoenmaker, voor 156 gld een leeg erf hem op 8 mei 1611 opgedragen door Jan Thonis Franckesz 249.
                                      Op 21 maart 1616 krijgt Pieter Maertensz van Sassenheim toestemming om een jaar in pacht te hebben de visserij en vogelarij aldaar genaamd de Cleijpoel, voor 24 ponden 250.
                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Pieter Maertsz en Lijsbet Gerritsdr zijn huisvrouw, met Annetgen en Huijbert, hun kinderen; bij dezelfde wonen Floris Dammasz en Grietgen Pietersdr zijn huisvrouw 251.
                                      Op 2 oktober 1620 verkoopt in Sassenheim Jan Pietersz van Wassenaer wonende te Lisse aan Pieter Maertsz mede-schepen te Sassenheim de werf te Sassenheim met boomgaard, potinge en plantinge als in 1671 gekocht van Egbert van Bosveld en Pieter Henricxsz Laeckencooper te Haarlem, groot 776 roeden, voor 1370:4:6, op welke werf huizinge en getimmerte staat tegenwoordig Pieter Maertsz toebehorend 252. Op 22 januari 1621 koopt Pieter Maertsz, mede-schepen, een huizinge van Jan Pietersz, welke huizinge genaast wordt door Jan Jansz 253. Op 16 mei 1625 bekent Pieter Maertsz, buurman te Sassenheim, aan Jan Maertsz Rousch, ook buurman te Sassenheim, 2400 gld schuldig te zijn vanwege de koop van omtrent 14 hond wei- en hooiland in Sassenheim 254. Op 28 december 1632 verkoopt Pieter Maertsz, buurman in Sassenheim, aan Claes Jansz Santh wonende te Sassenheim de voorste helft van 5 hond en 70 roeden teelland waarvan de achterste helft toekomt aan Jan Jansz Kruissen, bode te Sassenheim, belend de Heerwech, de weduwe van Jan Dammasz, Pieter Maertsz, Teijlingerlaen 255.
                                      In Haarlem stelt op 21 augustus 1634 Govert Turck zich borg voor Pieter Martsz, buurman te Sassenheim, gearresteerde, om voor hem te zullen voldoen 't gewijsde van schepenen jegens Jan Cornelisz c.s., arrestanten 256.
                                      Op 1 januari 1639 (of 1640) vindt te Sassenheim boedelscheiding plaats tussen Pieter Maertsz, weduwnaar van Lysbeth Gerritsdr, enerzijds, en Hubert Pietersz, Tryntgen Pietersdr weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch met de schout als voogd, Arent Willeboorts in huwelijk hebbende Barbara Pietersdr, Cornelis Jacobsz Rouss in huwelijk hebbende Annetgen Pietersdr, en Jacob Jansz met Pieter Jansz gebroeders wonende te Lisse als voogden over Claes en Lenert Gerritszonen mitsgaders Claes Dircxsz Langeveld als geordonneerde voogd over Elijsabeth Gerritsdr, alle drie nagelaten kinderen van wijlen Gerrit Pietersz die mede een zoon was van Lysbeth Gerritsdr, en nog Floris Dammasz van de Voirde wonende te Leyden en voornoemde Pieter Maertsz met Huybert Pietersz voornoemd als door weesmeesteren van Leyden aangestelde voogden over de twee nagelaten kinderen van Gerritgen Pietersdr bij Floris van de Voirde voornoemd, allen kinderen, kindskinderen en universele erfgenamen van wijlen Lysbeth Gerritsdr overleden te Sassenhem 257. Pieter Maertsz krijgt hierbij de woning waarin Lysbet Gerrits gestorven is met 8 morgen weiland, en nog met 764 gulden 4 stuivers competerende blinde Neeltgen Gerrits waarvan aan haar 4½ procent rente per jaar betaald wordt, nog 7 hond weiland gelegen ten noordwesten van deze woning, en ca. 4 morgen 4½ hond land gekomen van het Marijenvonvent te Haarlem, nog 2 morgen 2 hond land genaamd de Dockweyde, nog 11 hond land naast den Dijkck of Mennewech, en nog 2 morgen 3½ hond land genaamd de Langecamp.
                                      Op 13 augustus 1647 verkoopt Pieter Maertsz, buurman te Sassenheim, aan Johan van den Kerchove, heer tot Heenvliet en houtvester over Holland en West-Friesland, 7½ roeden uit een stuk weiland in Sassenheim groot 6½ honden, om gebruikt te worden voor de nieuwe laan aan 't slot of huis te Teijlingen, voor 20 gulden 258. Op 15 april 1655 verkopen in Sassenheim de erfgenamen van Claes Willemsz Heemskerck, die deze tot broer, oom en oudoom hebben, aan Pieter Maertensz, buurman te Sassenheim, omtrent 5½ hond teelland in 't westeinde, voor 1000:16:- 259.
                                      In 1660 testeert op 7 juli en op 11 juli Pieter Maertsz van (s)Gravesloot, buurman te Sassenheim, ziekelijk te bedde liggende. In het laatste testament legateert hij aan Maertgen Arentsz, zijn dochters dochter die bij hem woont en handreiking doet, 100 gld, een gouden crusaat en de keur van zijn beddens met toebehoren, aan Maerten, zoon van Cornelis Jacobsz Rous, mede een crusaat, aan Maerten Claesz, zoon van Claes Gerritsz, een gelijk crusaat, aan Huijbertgen Huijbertsdr, dochter van Huijbert Pietersz geteeld bij Annetge Pieters, een stuk hooiland genaamd de Dockweij, groot 14 hond, en nog een stuk teelland groot 5½ hond daarvoor gelegen uitkomende op de Heerwech, waarvan de jaarlijkse vruchten aan het kind zullen komen, welk kind verder niets uit zijn boedel zal mogen eisen en anders slechts de legitieme portie zal verkrijgen, en institueert hij als zijn universele erfgenamen Barbara Pieters zijn dochter, getrouwd met Arent Willeboortsz van Ommedijc, voor 1/5, de 3 kinderen van Anna Pieters gewonnen bij Cornelis Jacobsz Rous voor 1/5, de 7 kinderen van Trijntge Pieters gewonnen bij Jan Pietersz Clinckenberch voor 1/5, Dammas en Grietgen Floris, kinderen van Floris Dammasz van der Voorde gewonnen bij Grietgen Pieters, voor 1/5, en nog de kinderen van Claes Gerritsz, en Lijsbet Gerrits, kinderen van Gerrit Pietersz, voor 't resterende vijfdepart, met een bijzondere voorziening voor de kinderen van Trijntge Pieters in verband met eerdere betalingen aan hun moeder. In het testament van 7 juli was er o.a. een aparte regeling voor de kinderen van Grietgen Pieters. Op 7 juli ondertekende Pieter Maertsz eigenhandig, maar op 11 juli stelde hij een merk. 260
                                      Op 17 maart 1661 is er in Sassenheim boedelscheiding tussen de kinderen en kindskinderen van Pieter Maertensz Gravesloot, overleden in Sassenheim, in vijf delen, Arent Willeboortsz van Ommedyck man en voogd van Barbara Pieters voor een vijfdepart, Maerten Jansz Warmont als voogd over de kinderen van Claes Gerritsz en Daniel Meesz Klinckenberch als voogd over zijn eigen minderjarige kinderen benevens de schout Gerrit van Meijburch en Krijn Willemsz van Egmont en Cornelis Jan Wouters weesmannen als oppervoogden over Joosjen en Lysbeth Daniels van Klinckenberch, kinderen van Lysbet Gerrits, en nog over Gerrit, Pieter en Maerten, kinderen van Claes Gerritsz, zijnde Lijsbet en Claes Gerrits kinderen van Gerrit Pietersz, voor een vijfdepart, Claes Jansz Clinckenberch, Jan Willemsz Entevoort getrouwd met Joosgen Jans, Dammas Jansz Clinckenberch, Jan Pietersz Heemskerk getrouwd met Grietgen Jans en Pieter Jansz Clinckenberch, ook voor Gerrit Symonsz getrouwd met Lysbet Jans, kinderen van Trijntge Pieters bij Jan Pietersz Clinckenberch, voor een vijfdepart, Dammis Florisz van de Voort en Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietgen Floris, kinderen van Grietge Pieters bij Floris Dammasz van de Voort, voor een vijfdepart, en Cornelis Jacobsz Rous als voogd over zijn kinderen Jacob, Arijen en Maerten, kinderen van Annetgen Pieters, voor het laatste vijfdepart 261.
                                      Op 17 maart 1661 verkopen in Sassenheim Arent Willemsz van Ommedyck getrouwd met Barbara Pieters voor 1/3, Claes Jansz Clinckenberch, Jan Willemsz Entevoort getrouwd met Leeuntje Jans, Willem Govertsz getrouwd met Joosgen Jans, Dammas Jansz Clinckenberch, Jan Pietersz Heemskerk getrouwd met Grietgen Jans en Pieter Jansz Clinckenberch, ook namens Gerrit Symonsz Huchtenburch getrouwd met Lysbet Jans, voor 1/3, en Dammas Florisz van de Voort en Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietge Floris, allen mede-erfgenamen van Pieter Maerten Gravesloot hun vader en grootvader, aan Pieter Pietersz Hans de Jonge een „bequame welgelegen wooninge, huys, schuijr, stallinge, barge, pootinge en plantinge” te Sassenheim, groot 7 morgen en 339 roeden, voor 9058:18:19 (custingbrief geroyeerd op 17 okt. 1664) 262.
                                  tr.
                                  303. (<151) (>606, >607) Lijsbeth Gerritsdr CLUFT, overl. Sassenheim vóór 1 jan. 1639.
                                      In Sassenheim verkoopt 9 februari 1623 Pieter Maertsz als man en voogd van Lijsbett Gerritsdr die een volle zuster is van wijlen Dammas Gerritsz, overleden te Sassenheim, met de andere erfgenamen van dezelfde Dammas, aan Jaepgen Huijbertsdr, weduwe van voornoemde Dammas, de gerechte helft van zekere woning en 7 (omschreven) percelen land door genoemde Dammas met de dood ontruimd 263.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Hubert Pietersz GRAVESLOOT, overl. vóór 31 maart 1655, tr. 1° Hester WILLEMSDR, overl. vóór 19 mei 1636, dr van Joachim HENRICXSZ, tr. 2° Annetgen Pietersdr KLEIJS, dr van Pieter Pietersz KLEIJS.
                                          In Sassenheim koopt op 22 mei 1635 Hubert Pietersz wonende te Sassenheim van de ooms en momboirs over de onmondige kinderen van wijlen jonkheer Jacob van Amstel van Mijnden en jonkvrouwe Maria van Sparwoude, in hun leven heer en vrouwe van Loenresloot, twee partijen land liggende aan het dorp Sassenheim, en heeft op 19 mei 1636 Hubert Pietersz buurman aldaar, weduwnaar van Hester Willemsdr, gedeeld met Reijnier Gerritsz wonende te Utrecht, oom en voogd over Neeltgen Joachims, nu oud 24 jaar en alsnog minderjarige dochter van voornoemde Hester Willems bij Joachim Henricxsz haar eerste man, waarbij o.a. Hubert Pieters twee erven liggende aan de zuidoostzijde van de Heerwech te Sassenheim, groot omtrent 160 roeden, zal hebben 264.
                                          Op 31 januari 1655 hebben Annetgen Pieters weduwe van Huijbert Pietersz, geassisteerd met Pieter Pietersz Kleijs haar vader en Claes Aertsz Dou haar oom, en Pieter Maertsz grootvader en Arent Willeboort van Ommedijck bode te Oegstgeest, als voogden over Huybertge Huijberts oud omstreeks 1½ jaar, minderjarige dochter van voornoemde Huijbert Pietersz bij Annetgen Pieters, een overeenkomst getroffen over de opvoeding en de bezittingen van het kind 265.
                                      2. Trijntgen Pietersdr GRAVESLOOT, tr. Jan Pietersz CLINCKENBERCH, overl. Sassenheim vóór 6 dec. 1637, zn van Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH en Trijntgen WOUTERSDR.
                                          In Sassenheim koopt in 1629 Jan Pietersz Clinckenberch, buurman te Sassenheim, van de gecommitteerden van de ridderschap, edelen en steden van Holland en West-Friesland, 1½ hond land te Sassenheim gekomen van de pastorie aldaar in een kroft van een vijftal hond waarin de kerk van Warmond een morgen competeert en de rest Pieter Jacobsz Clinckenberch, voor 120 gld, en koopt in 1633 Jan Pietersz van Clinckenberch, buurman in Sassenheim, van Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxsz Brebijl, en haar kinderen omtrent 7 honden teel- of weiland in Sassenheim voor 1750 gld, met als borg Jan Jansz van Kempen, linnenwever, zwager van Jan Pietersz van Clinckenberch 188.
                                          In Voorhout bekent in 1639 Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Saassenheim, geholpen met Mees Pieters Clinckenberch als haar gecoren voogd in dezen, in 't openbaar verkocht te hebben aan Pieter Dircxz Cortswager 3 morgen weiland, belend ten noordoosten Dammas Jeroensz van der Cluft, ten zuidoosten de Schoubare Wateringe, ten zuidwesten Jacob Dammasz van de Voort, ten noordwewsten Jacob Cornelisz Koenen in Den Haag en Dirck Dammaszoon van de Voort voornoemd [sic], voor 3000 gld 189.
                                          In 1644 verkoopt in Warmond Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Sassenheim, met Willem Crijnsz als haar voogd, aan Mr Jacob van der Munck, herbergier int Schilt van Vranckryck, een huis en erve in de Overbuijrt van Warmond 190, en in 1652 verkopen in Sassenheim Claes Jansz Clinckenberch en Willem Gooverts als man en voogd van Joosgen Jansdr Clinckenberch, ook voor Pieter Jansz Clinckenberch die uitlandig is, Jan Willemsz Entevoort als man en voogd van Leuntgen Jansdr Clinckenberch, verder Claes Jansz Clinckenberch en Jacob Jansz Veltbrugge als voogden over de nog vier minderjarige weeskinderen, enige erfgenamen van Jan Pietersz Clinckenberch gewonnen bij Trijntgen Pietersdr, aan Jan Cornelisz Warmonderdam buurman aldaar een stuk hooiland genaamd de Mient te Sassenheim, groot 10½ hond, voor 2218:16:- 191.
                                      3. Barbara Pietersdr GRAVESLOOT, tr. Arent Willeboortsz van OMMEDIJCK, geb. ca. 1594, bode te Oegstgeest, zn van Willeboort ARENTSZ en Jannetgen Cornelisdr de MONNICK.
                                          Op 27 januari 1643 verkoopt in Sassenheim Arent Willeboorts van Ommedijck, bode te Oegstgeest, aan Cornelis Jacobsz Rous 3 morgen en 4 hond land in twee percelen in Sassenheim, belend o.m. aan Pieter Maertsz en de weeskinderen van Floris Dammasz, hem toebedeeld uit de goederen van wijlen Lysbeth Gerritsdr, in haar leven huisvrouw van Pieter Maertsz en zijn schoonmoeder, voor 5206:7:10 266.
                                          Op 17 juni 1662 geven Arent Willeboortsz van Ommedijck en Barbara Pietersdr, echteluiden, te kennen dat zij in Oegstgeest bij de Veijverberch liggende hebben een woninge, als huis, schuur, barg, boomgaard, potinge en plantinge, mitsgaders omtrent 4 morgen weiland, nu bewoond en gebruikt door Pieter Thijsz van Sonnevelt hun zwager [schoonzoon], en willen zij dat na hun dood hem die woninge en landen onverdeeld toekomen, waarvoor hij 6600 gld in de boedel brengen zal 267.
                                          Op 11 november 1623 verklaren Pieter Cornelisz voor een vierdepart, en Arent Willeboortsz als bruiker van 't land toebehorende Hillegont en Immetgen Willeboortsdochters, zijn zusters, voor 3 vierdeparten, ter eenre, en Sijmon Claesz Colijn, ter andere zijde, allen geburen wonende te Oegstgeest, met elkaar geaccordeerd te wezen dat voornoemde Sijmon Claesz Colijn tot gerief van de zanderij van zijn hoge croft voor de woninge, gekomen van zijn zal. schoonvader Claes Pietersz, aan de Heerwech, de sloot gebruiken zal tussen de landen van voornoemde Pieter Cornelisz en van Hillegont en Immetgen Willeboortsdochters (met verdere bepalingen) 268.
                                          Op 19 februari 1628 beloven Claes Jansz en Arent Willeboortsz, beiden buurluiden wonende te Poelgeest in het ambacht van Oegstgeest, nadien Jan Jacobsz Rousch wonende te Warmond tegenwoordig 14 hond land bezit eertijds gekomen van de abdij van Egmond, wezende een gedeelte van 24 morgen waarvan comparanten tezamen ruim de helft bezitten, hem vanwege door hem afgeloste losrente te vrijen en kosteloos en schadeloos te houden 269.
                                          Op 22 augustus 1637 geeft Arent Willeboortsz van Ommedyck, buurman in Oegstgeest, volmacht om in zijn naam te vorderen van Jan Willemsz van Woudendorp, korenkoper binnen Leiden, 21 gld 10 st 270.
                                          In 1651 verhuurt op 6 mei de heer Johan Cnotter aan Arent Willeboortsz van Ommedyc, bode te Oegstgeest, omtrent 3 morgen weiland met de werf waarop de huizinge van de huurder staat, nog een stuk weiland groot 3 morgen 20 roeden in de oude Hofpolder, 4 hond teelland gekomen van Lodewijc Abrahamsz en 3 hond teelland gekomen van de kinderen en erfgenamen van Pieter Meutge, beide naast elkaar in de Geest gelegen, 10 hond 19 roeden hooiland gelegen aan de Poel bij de moeder van Jan Willemsz van Entevoort, en nog een stuk teelland groot 1 morgen 36 roeden, alle gelegen in Oegstgeest, in alles groot wezende omtrent 9 morgen 5 hond 75 roeden, voor 5 jaar beginnende St. Petri ad cathedram 1651, elk jaar voor 300 gld, en wordt op 11 november getuigenis geleverd door Arent Willeboortsz van Ommedijck, bode te Oegstgeest, oud omtrent 57 jaar 271.
                                          Op 17 juni 1662 is Arent Willeboortsz van Ommedijck, bode te Oegstgeest, schuldig aan Claes Dircxz, onmondig nagelaten weeskind van Dirck Claesz Claveren gewonnen bij Grietge Arentsdr, beiden zal., 125 gld, tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar, met Pieter Thijsz van Sonnevelt als borg voor zijn schoonvader, en aan Pieter Thijsz van Sonnevelt zijn zwager [schoonzoon] 1600 gld, tegen dezelfde interest 267.
                                      4. Annetgen Pietersdr van GRAVESLOOT, overl. Sassenheim vóór 2 dec. 1644, tr. Cornelis Jacobsz ROUSCH, zn van Jacob Jansz ROUS.
                                          In 1644 hebben in Sassenheim Cornelis Jacobsz Rousch en Pieter Maertensz grootvader mitsgaders Huijbert Pietersz oom en Claes Gerritsz neef van moeders zijde als voogden over Jacob, 9 jaar, Arijen, 4½ jaar en Maerten 2 jaar, nagelaten weeskinderen van wijlen Annetgen Pietersdr overleden te Sassenheim, geteeld bij voornoemde Rous, een overeenkomst getroffen over de opvoeding van de kinderen 272. In 1660 draagt in Sassenheim Cornelis Jacobsz Rous in eigendom op aan Jacob, Arijen en Maerten, zijn drie kinderen bij Annetgen Pieters, 3 morgen 4 hond teelland in twee partijen aan elkaar in Sassenheim, belend o.m. Pieter Maertensz en Floris Dammasz, en 5 hond 20 roeden weiland aldaar, belend o.m. Pieter Maertensz, in voldoening van de erfenis van hun moeder, waarmee hij voor 5500 gulden gequiteerd is, met acceptatie door Pieter Maertensz, grootvader en voogd 273.
                                          Op 2 april 1636 is Cornelis Jacobsz Rousch schuldig aan Maritgen Gerritsdr, weduwe van Willem Pietersz van Heemskerck met haar kinderen en kindskinderen, en andere erfgenamen van wijlen Gerrit Willemsz van Heemskerck hun overleden zoon en broer, voor de ene helft, mitsgaders de kinderen en erfgenamen van wijlen Leentgen Pietersdr die ten tweede getrouwd is geweest met voornoemde Gerrit Willemsz van Heemskerck, voor de andere helft, 1245 gld vanwege de koop van de zuidwesthelft van een weiland te Sassenheim, waarbij Pieter Maertensz borg is voor Cornelis Jacobsz Rousch zijn zwager [schoonzoon] 274.
                                      5. Gerrit Pietersz GRAVESLOOT, tr. Crijntgen Jansdr WARMONT, dr van Jan Pietersz WARMONT en Jannetgen Jeroensdr CLUFT.
                                          Op 21 maart 1637 verklaren Hubert Pietersz vaderlijke oom en Jacob Jansz moederlijke oom, beiden wonende te Sassenheim, bloedvoogden over de drie alsnog onmondige kinderen van Gerrit Pietersz en Crijntgen Jansdr, beiden zal., volmachtig te maken Pieter Maertsz, vaderlijke grootvader van de drie kinderen, om in Amsterdam ter kamer van de Admiraliteit te mogen lichten en ontvangen alle penningen en goederen die voorschreven Gerrit Pietersz ter zake van verdiende gage of anders zouden mogen resterende zijn 275.
                                      6. Grietgen Pietersdr GRAVESLOOT, zie 151.
                                    304. (<152) (>608) Jan Gillisz WIJDOOGEN,
                                        In Haarlem verkoopt in 1611 Meynert Jansz aan Jan Wijdooge een huis en erf in de Ramen in de Laeckenstraet, belend ten zuiden schepen Outgert Pietersz met een gemene muur, ten noorden Jan Jacobsz ook met een gemene muur, strekkende achter in 't westen aan Jan Jacobsz voorschreven, aan de noordzijde gemeen tot de zomerkeuken, voor 1900 gld, te betalen op 6 eerstkomende meidagen, met Gillis Wijdooge zijn vader als borg voor de twee eerste termijnen 276.
                                        In Haarlem bekent Jan Wydooge op 1 oktober 1614 schuldig te wezen Outgert Pietersz, oud-schepen, een jaarlijkse losrente van 25 gld, af te lossen met 400 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf op de Laeckenstraet, tussen de voorschreven Outgert Pietersz en Joost Jansz, achter strekkende aan 't huis van Jan Jacobsz van Helmont, geroyeerd op 11 juni 1620 op verzoek van Outgert Pietersz, en bekent Jan Wydooge linnewever op 11 juni 1620 schuldig te wezen Jacques van Damme een jaarlijkse losrente van 37 gld 10 st, af te lossen met 600 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Laeckenstraaet, tussen Outgert Pietersz schepen en Joost Jansz, achter strekkende aan [] droochscheerder, tevoren belast met 400 gld hoofdsom 277.
                                        In Haarlem verkoopt op 27 april 1620 Jan Wijdtooge aan Balthasar Coijmans te Amsterdam een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten zuiden Outgert Pietersz. oud-schepen, met gemene muur en gemene goot, ten zuiden Joost Jansz met gemene muur uitgezonderd de muren van de zomerkeukens aan weerszijden, voor 1555 gld gereed 278.
                                        Op 30 mei 1636 testeren Jan Wijdooge en Tanneken Huijgendr, geëchte luiden, poorteren van Haarlem, kloek en gezond. Hij nomineert tot zijn enige en universele erfgenamen Jan en Jacob Wijdooge, beiden zonen van hem, of hun wettige descendenten, en Tanneken Huijgendr nomineert tot haar erfgenamen Maijken Huijgen haar zuster, weduwe van Pieter Lourisz bleycker, of haar zoon, en nog de drie kinderen van Janneken Huijgen die haar zuster was. Voorsts verklaarde Jan Wijdooge dat zijn zoon Jan Wijdooge hem veel had gekost, ongelijk meer dan Jacob Wijdooge zijn andere zoon, en overzulks was zijn wil dat de voorschreven Jan niet eerder tot de erfenis van testateurs na te laten goederen zal worden geadmitteerd voor en aleer de voorschreven Jacob 100 gld uit testateurs eerste en gereedste goederen zal hebben genoten. 279
                                    tr. 2° Tanneken HUIJGENDR, geb. ca. 1585  280,
                                        Op 16 april 1627 worden Pieter Loenes [Lourisz?], Jan Wijdtooge, Jan Charles, Frans Thonisz en Pieter Charles vermeld als omen van vaderszijde van Huych Charles, oud omtrent 4 jaren, zoon van Cornelis Charles en Heyltge Goverts, met als grootvader van vaderszijde Cornelis Charlesz; zij zullen het kind onderhouden waarvoor zij een vierdepart krijgen uit de erfenis van Lyntgen Wouters, 's kinds grootmoeder van moederszijde 281. In Heemstede verkopen op 3 november 1628 Frans Theunisz getrouwd hebbende Judith Carelsdr, Hans Carels en Jan Wijdooghe, als omen en bloedvoogden van 't nagelaten weeskind van Cornelis Carels, aan Pieter Lourisz bleecker 2 vierdeparten, waarvan Frans Theunisz en 't weeskind elk een vierdepart competeren, van de huizinge op erfpachtland van 18 roeden toebehorende het St. Elysabethsgasthuys, belend ten oosten de Heemsteder Waegenwech, ten westen Huych Jansz, ten zuiden en westen voornoemd Gasthuys, voor 350 gld (met de erfpachtbrief van 12 juli 1601) 282.
                                    tr. 1°
                                    305. (<152) (>610, >611) Saerken BRUNEEL, 71.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Jan Jansz WIJDOOGEN, geb. ca. 1609, zie 152.
                                      2. Jacob Jansz WIJDOOGEN.
                                    308. (<154) (>616, >617) Pieter Pietersz den ELSEN, schepen van Zoetermeer (in 1640), overl. tussen 15 juli 1660 en 26 maart 1661,
                                        In Stompwijk op 21 oktober 1620 verkoopt Pieter Pietersz aan Pieter Cornelisz 2 hond flodderland, betaald met een schuldbrief van 36 gld, en verkopen Pieter Pietersz en Leendert Pietersz aan Jasper Pietersz hun broer omtrent 7 hond flodderland dat hun tezamen toekomt, waarvoor Leendert Pietersz 30 gulden in gereed geld en Pieter Pietersz een schuldbrief van 100 gulden krijgt 283.
                                        In Zoetermeer draagt op 5 juni 1620 Sr. Johannes de Laet als gemachtigde van zijn schoonmoeder joffr. Jaquelina Chombart op aan Pieter Pietersz (den Elsen) de ene en aan Symon Pietersz de andere helft van een helft van kavel 13 in de Soetermeersche polder, volgens de verkoop op 18 mei 1620 ten overstaan van notaris Jacob Verweij, waarvoor elk aan Jaquelina Chombart 1250 schuldig is (de eerste lost af op 4 augustus 1630, de tweede op 16 september 1621), met elkaar als borg, verkoopt op 16 september 1621 Symon Pietersz aan Pieter Pieter den Elsen een stuk land in de Soetermeerse polder, groot omtrent 2 morgen, zijnde een gedeelte van kavel 13, verkoopt op 31 mei 1624 Symon Pietersz aan Pieter Pietersz den Elsen 3 morgen land met een nieuwe huizinge enz. erop, zijnde een gedeelte van kavel 13, belast met 400 gld aan Adriaen Cornelisz timmerman in de Jonge Prins en 200 gld aan Maertgen Evertsdr, weduwe van Jan van Nierop of haar zoon, voor een schuldbrief van 1150 gld (geroyeerd op 4 augustus 1630), is op 16 juni 1640 Cornelis Maertensz van der Veur aan Pieter Pietersz den Elsen wonende in de Soetermeersche polder een losrente van 31 gld 5 st 's jaars schuldig, en verkopen op 8 april 1655 Johan van Heussen, ook namens Henrick Saner Ridder etc., en Abraham van Baersenburch, executeurs van het testament van zal. Johan Franchoijs Cortarolius, aan Pieter Pietersz den Elsen den Ouden een woning enz., samen 3 morgen 88 roeden 284.
                                        Op 21 mei 1665 bekent Marijtgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende in Zoeterwoude, ontvangen te hebben van de kinderen en erfgenamen van Henrick Willemsz Heijneef en Neeltgen Jansdr 2400 gld, in mindering van een rentebrief t.b.v. voorschreven Pieter Pietersz den Elsen voor schout en schepen van Corteraer op 4 augustus 1659 gepasseerd, welke 2400 gld verkregen zijn door verkoop van 4 morgen 4 hond land met een huizinge gelegen in het Langevelt in Corteraer 285. In Zoeterwoude komt in 1666 in het kohier van het haardstedengeld voor, aan de Vliet: Lambertus van Swieten, huurder de weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, 3 haardsteden, komt op 6 pond 286. In Voorschoten verbindt op 24 oktober 1676 Cornelis Jacobsz Hoflant tot meerdere zekerheid zijn huis en erf aan de noordzijde van de Heerwech, waar hij woont, aan een obligatie inhoudende als restant 100 gld kapitaal, met interest 4½ gld van 't honderd per jaar, bij notaris Lambertus van Swieten op 7 juni 1665 opgenomen t.b.v. de kindskinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz den Elsen 287.
                                    tr.
                                    309. (<154) (>618, >619) Maritgen CORNELISDR, overl. Zoeterwoude 27 sept. 1671.
                                        In Voorschoten verkoopt op 16 februari 1663 Annetge(?) Blaserusdr, weduwe en boedelhoudster van Leendert IJsbergen, aan Maartge Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, een huis en erf aan de Kercsloot in het dorp, belend ten zuidoosten verkoopster, ten zuidwesten de weduwe van Jan van Rietbrouck, ten noordwesten de weduwe van Leendert Pietersz Kercvliet, ten noordoosten de Kercsloot, voor 700 gld in gereed geld 288.
                                        Op 26 maart 1661 testeert Maertgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, aan de kinderen van haar reeds overleden zoons, Louris, Leendert en Pieter Pietersz, waarbij zij o.a. aan de kinderen van Louris Pietersz haar woning met toebehoren alsmede omtrent 2 morgen 5 hond 56 roeden hooiland erachter gelegen in Zoetermeer in de Leijens prelegateert, aan de kinderen van Leendert Pietersz een huis en erf aan de kerksloot in Voorschoten legateert, waartegenover vergoeding aan de anderen, en zij Pieter Cornelisz haar broer, Quintijn Pietersz den Elsen haar zwager, Lambertus van Swieten en Willem Jansz van den Heuvel als voogden aanstelt, op 18 augustus 1665 stelt Maertgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende in het ambacht Zoeterwoude, zich borg nopens de bevrijding van alle lasten op zekere huizingen met gebroken land en water gelegen in Corteraer en Cortevelt, door notaris van Swieten als procuratie hebbemde van de kinderen en erfgenamen van Heijndrick Willemsz Heijneeff en Neeltje Jansdr verkocht en op 8 juni laatstleden voor schout en schepen van Corteraer opgedragen, en maakt zij een codicil met soortgelijke inhoud als het testament van 1661, maar nu is Claesgen Jansdr, weduwe van Pieter [moet zijn: Louris] Pietersz, hertrouwd met Dirck Franssen, en is Willem Jansz van den Heuvel als voogd vervangen door Cornelis Claesz van Santvliet 289.
                                        Op 7 juni 1665 is Cornelis Jacobsz Hoflandt aan Marijtgen Cornelisdr weduwe van Pieter Pietersz den Elsen een losrente van 27 gld 's jaars schuldig, met 600 gld als hoofdsom, verklaart op 17 februari 1667 Marytgen Cornelisdr, wonende in Zoeterwoude, ziekelijk doch gaande en staande, in een testamentcodicil in toevoeging aan haar testament van 18 augustus 1665 bij notaris Johan van Campen, tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en andere toezicht behoevende erfgenamen aan te stellen, i.p.v. Pieter Cornelisz haar overleden broer, haar broers zoon Gerret Pietersz wonende in Stompwijk en i.p.v. Cornelis Claesz van Santvliet tot medevoogd Dirck Willemsz van Rhoen haar buurman en bekende, en na de gedane scheiding van haar na te laten goederen tot voogden over de minderjarige kinderen van haar overleden zoon Pieter Pietersz den Elsen gewonnen bijj Claesgen Meessen, Pieter Cornelisz van Wassenaer wonende in Berkel en Cornelis Thonisz van Zuijlen wonende in Zoetermeer, die ook al voogden vanwege de moeder van de kinderen zijn, en machtigt op 17 december 1667 Marijtgen Cornelisdr als grootmoeder en voogdesse over de 5 nagelaten weeskinderen van Leendert Pietersz den Elsen haar zoon en Aeghie Jansdr, beiden zal., Dirck van Toorenburgh wonende te Leiden om te verschijnen voor schout en schepenen van Hoeckelingen als oppervoogden, om aldaar rekening te doen sedert de laatst gedane rekening van 5 juli 1660, en verder de rekening te sluiten en te voldoen en de erfportie van Meijnsgen Leendertsdr den Elsen als nu meerderjarig zijnde aan Jacob Jansz haar man uit te keren 290.
                                        Op 4 april 1671 verklaart Marijtgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende te Zoetermeer, dat in tegenstelling tot haar uiterste wil van 26 maart 1669 bij notaris Cornelis de Haes dat Claesgen Jansdr, tevoren weduwe van haar zoon Louris Pietersz den Elsen en nu huisvrouw van Dirck Fransz, aan comparante voor huur van de woning en de landen in Zoeterwoude tot 22 februari 1671 1200 en enige guldens schuldig is, en dat alle huurpenningen die Claesgen Jansdr en haar man schuldig zijn aan de kinderen van Louris Pietersz toebedeeld zullen worden, waartegenover de kinderen van Leendert Pietersz den Elsen haar zal. zoon 800 gld in obligaties of andere effecten zullen krijgen, evenals de kinderen van haar overleden zoon Pieter Pietersz den Elsen, en heeft iop 21 augustus 1671 Marijtgen Cornelisdr, ziekelijk te bedde liggende, in afwijking van haar testament van 26 maart 1669 bij notaris Cornelis de Haes en van 4 april 1671 bij notaris Lambert van Swieten, tot voogd over haar minderjarige en toezicht behoevende erfgenamen gesteld Mees Jorisz den Elzen haar neef i.p.v. Quintijn Pietersz den Elsen, haar zwager, die overleden is, en Gerrit Pietersz Koolen haar broers zoon 291.
                                        Op 3 maart 1672 verkoopt in Zoeterwoude Lambertus van Swieten, notaris te Leiden, als executeur van de uiterste wil van Marijtge Cornelisdr, in haar leven weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, volgens haar testament van 16 maart 1669 voor notaris Cornelis de Haes in Leiden, aan Joost Dircxz van Vliet een partij hooiland van 9 hond 31 roeden in de Geerpolder naast de Rijnsloot van de Soetermeerse Meer, en vindt op 27 mei 1672 de deling plaats van de boedel en goederen van Marijtgen Cornelisdr door haar op 27 september 1671 in het ambacht Zoeterwoude met de dood ontruimd en achtergelaten, t.b.v. Jan Leendertsz de Elsen, Jacob Jansz Wijdoge getrouwd met Meijnsgen Leenderts den Elsen, Louris Pietersz van Eijck getrouwd met Neeltgen Leenderts, Pieter Pietersz van Makelenberch ten huwelijk gehad hebbende Marytgen Leenderts na september voorschreven overleden, meerderjarigen, en Pieter Leendertsz den Elsen, minderjarige, alle 5 kinderen van Leendert Pietersz den Elsen bij Aeghie Jans, tezamen voor een derdepart, Jacob Jansz Berch getrouwd met Neeltgen Pieters den Elsen, Willem Arentsz van der Meer als man en voogd van Trijntgen Pieters den Elsen, meerderjarige, en Marijtgen Pietersdr mitsgaders Jan Pietersz den Elsen, minderjarigen, 4 kinderen van zal. Jonge Pieter Pietersz den Elsen bij Claesgen Meessendr, tezamen voor een derdepart, wijders Dirck Cornelisz van der Miening als man en voogd van Neeltgen Lourisdr den Elsen, meerderjarige, Marijtgen Lourisdr, Trijntgen Lourisdr en Pieter Lourisz den Elsen, minderjarigen, 4 kinderen van wijlen Louris Pietersz den Elsen bij Claesgen Jansdr voor het resterende derdepart, allen kindskinderen en erfgenamen ab intestato [sic] van voorschreven Marijtgen Cornelisdr hun grootmoeder, met als voogden voor de minderjarigen Mees Jorisz den Elsen, Lambrecht van Swieten en Dirck Willemsz van Roen 292.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Leendert Pietersz den ELSEN, geb. ca. 1615, zie 154.
                                        2. Pieter Pietersz den ELSEN, tr. Claesgen Meessen GROENEWEGEN, overl. vóór 11 mei 1667, dr van Mees Lenertsz GROENEWEGEN en Adriaentge CORNELISDR.
                                            Op 20 augustus 1650 bekent Pieter Pietersz den Elsen, wonende in de Soetermeerse meer aan de Ommedijck, een schuld aan Maritge Pieters, weduwe van Adriaen Dirxz Clover, mede wonende in de voorschreven meer, van 150 gld, op interest van 7 gld 10 st 293.
                                            In Zoetermeer zijn in 1667 Jacob Jansz van den Berg, gehuwd met Neeltgen Pietersdr den Elsen, en Cornelis van Suijlen en Pieter Cornelisz Wassenaar als voogden van Trijntje Pietersdr, Maertge Pietersdr en Jan Pietersz den Elsen, nagelaten kinderen van Claesge Meesdr Groenewegen, voor een kwart erfgenamen van Mees Leendertsz Groenewegen, overleden aan het tweede Weegje onder Zoetermeer, zijn in 1676 Jacob Jansz Gergh gehuwd met Neeltje Pietersdr den Elsen, Maria Pietersdr den Elsen, Willem Ariensz van der Meer gehuwd met Trijntje Pietersdr den Elsen en Jan Pietersz den Elsen, allen kinderen van Pieter Pietersz den Elsen en Claesje Meesdr Groenewegen, voor een derde erfgenamen van Trijntje Meesdr Groenewegen, overleden in het tweede Weegje, en zijn in 1681 Willem Ariensz van der Meer en Neeltje, Jan en Maria Pieters den Elsen voor de helft erfgenamen van Trintje Meesdr de Groenewegen 294.
                                            In Zegwaard delen in 1681, elk voor een kwart, Jan Pietersz den Elsen, Neeltgen Pietersdr den Elsen, Willem Ariensz van der Meer gehuwd met Trijntge Pieterdr den Elsen, en Marijtje Pietersdr den Elsen, allen kinderen van Claesgen Meesdr Groenewegen die een dochter was van Mees Leendertsz den Elsen, hun grootvader, gewoond hebbend in het tweede Weegje onder Zoetermeer 295.
                                        3. Louris Pietersz den ELSEN, bij zijn huwelijk jongeman wonende op de Vliet in Zoeterwoude, overl. Zoetermeer vóór 29 mei 1662, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 23 dec. 1643/10 jan. 1644 Claesgen JANSDR, geb. ca. 1 nov. 1617, dr van Jan VRANCKEN en Neeltgen ROELENDR, die hertr. met Dirck FRANSZ.
                                            In Stompwijk delen in 1646 de vier kinderen van za. Neeltgen Roelendr gewonnen bij Jan Vrancken, waaronder Claesgen Jansdr getrouwd met Louris Pietersz den Elsen, in de erfenis van za. Roel Jansz hun overleden grootvader, ruilt in 1646 Louris Pietersz den Elsen als man en voogd van Claesgen Jansdr met Cornelis Claesz Starre een vierde part van de helft van 9½ hond land, hem vanwege zijn vrouw aangekomen van Roel Jansz zijn vrouws overleden grootvader, voor net zo'n vierde part, en verkoopt in 1647 Louris Pietersz den Elsen wonende te Zoetermeer aan Gerrit Gerritsz en Jan Vranck Aelwijnsz een partijtje land in het Oosteinde van Stompwijk, wezende een vierde van de helft van 9½ hond land waarvan de wederhelft Maertgen Lenertsdr, weduwe van Roel Jansz, toekomt, belend ten oosten de weduwe van Cors Ariensz, ten westen Pieter Claesz van Camp, ten zuiden en noorden de kopers, voor een obligatie van 300 gld 296. In Zoetermeer verkoopt in 1653 Louris Pieterz den Elsen aan Louris Pietersz van Rhyn voor de ene helft en aan Claes Sijmonsz van der Lee en Gijsbrecht Cornelisz van den Bosch tezamen voor de andere helft een huisje, schuur en erf, met het slagturf- en flodderland daartoe behorend, groot omtrent 5½ hond, aan de Swaerslooter Buijttewech, waarvoor zij 465 gld schuldig zijn 297.
                                            In Zoetermeer delen in 1662 volgens [de staat van de boedel] van 29 mei 1662 Claesgen Jansdr, weduwe van Louris Pietersz den Elsen overleden alhier aan de Vliet, geassisteerd met Jan Vrancken haar vader, ter eenre, mitsgaders Maertge Cornelisr weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, geassisteerd met de schout, grootmoeder en voogdesse van de 4 nagelaten weeskinderen, ter andere zijde, met namen Neeltgen Louris oud Soetermeersche kermis toekomende 16 jaar, Marytgen Louris oud mei laatstleden 14 jaar, Trijntgen Louris oud uitgang mei 11 jaar, Pieter Lourisz den Elsen oud kermis laatstleden 9 jaar, elk of daaromtrent 298.
                                      310. (<155) Jan Willemsz van den HEUVEL, overl. vóór 31 mei 1644,
                                          In 1657 is Aefgen Gerritsdr, weduwe van Cornelis Jansz Coppert, wonende op de Hoochdyck in de banne van Zwartewaal in het land van Voorne, 2100 gld schuldig aan Maertgen Huijberts, weduwe van Jan Willemsz, wonende in Crooswijk, te betalen met 700 gld op de eerste mei van 1658, 1659 en 1660, welke som aan comparante geleend is door zal. Jan Willemsz 299.
                                      tr.
                                      311. (<155) Maritgen HUIJBERTSDR, geb. ca. 1582.
                                          In 1544 zijn Willem Pieters Tolwyck als eigen schuldenaar en Gerrit Crynsz van Dyck en Pieter de Bloot als borgen, allen wonende te Rotterdam, 1700 gld schuldig aan Maertgen Huybertsdr weduwe van Jan Willemsz wonende in Crooswijk 300. In 1652 wordt een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar 121.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Maritgen Jansdr van den HEUVEL, ged. Rotterdam (Crooswijk) 9 okt. 1618, overl. vóór 13 nov. 1665, ondertr. 1°/tr. (schepenbank) Stompwijk 23 nov./9 dec. 1642 Jan Jaspersz den ELSEN, zn van Jasper Pietersz den ELSEN en Oude Neeltgen WILLEMSDR, tr. 2° Gijsbert Jansz van ROON, maakt huwelijksvoorw. 3° Hillegersberg 22 nov. 1658 met Pieter Leendertsz POST, wedn. van Lijsbeth JORISDR.
                                              In 1665 wordt de staat en inventaris opgemaakt van de goederen en uitschulden die Pieter Leendertsz Post met zijn overleden huisvrouw Maritgen Jansdr gemeenschappelijk bezeten heeft en die door de genoemde Maritgen Jansdr met de dood zijn ontruimd, ter presentie van Dirck Jansz Vermeer scheepstimmerman en Willem Jansz van [den] Heuvel als voogden over de nagelaten weeskinderen van voornoemde Maritgen Jansdr geprocreëerd bij Gijsbert Jansz van Roon, en nog Willem Jansz en Pieter [...] Sleper als voogden over het nagelaten weeskind van voornoemde Maritgen Jans waarvan de vader voornoemde Pieter Leendertsz Post is. In Hillegersberg waren op 22 november 1658 huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Maritgen Jans en Pieter Leendertsz Post; hij was weduwnaar van Lijsbeth Jorisdr en had op 16 november 1658 een regeling gemaakt voor zijn twee kinderen bij haar. Maritgen Jansdr had veel goederen ingebracht, o.a. een huis in het Swaenshals buiten Rotterdam, en haar kinderen bij Gijsbert Jansz van Roon waren in een akte van 28 november 1658 Jan, oud 10 jaar, Diewertgen 6 en Maritgen 3 jaar, of daaromtrent. Zij heeft staande het huwelijk een erfenis van 300 gld ontvangen bij de dood van haar moeder Maritgen Huijbertsdr, heeft nog een obligatie van 28 januari 1658 van 300 gld op haar broer Willem Jansz, met zijn broer Huijbert Jansz als borg, en een obligatie gepasseerd op 28 januari 1662 voor notaris Raphel Corfort. Pieter Leendertsz Post heeft zich op 1 januari 1665 borg gesteld voor Willem Jansz van den Heuvel, broer van voorschreven Maritgen Jansdr, voor 1125 gld. 301
                                          2. Aeghie Jansdr van den HEUVEL, zie 155.
                                          3. Huybert Jansz van den HEUVEL, geb. ca. 1624, tr. (schepenbank) Berkel 25 jan. 1648 (hij jongeman van Crooswijk, geassisteerd met Leendert Pietersz den Elsen zijn zwager, zij met Cornelis Hillebrantsz vanwege zijn vader) Neeltgen Hillebrantsdr OUWERVEST, dr van Hillebrant Jacobsz OUWERVEST en Maertgen Cornelisdr GROENEWEGEN.
                                              In 1652 wordt in Rotterdam een verklaring afgelegd door o.a. Huybert Jansz van den Heuvel wonende te Crooswijk, oud 27 jaar 302.
                                              In 1659 is Huijbert Jansz van den Heuvel, wonende op de Brouwersstede onder het dorp Hekelingen, 600 gld schuldig aan Lysbet Vliegers, bejaarde dochter wonende in Oud Beyerland, met als borg zijn schoonmoeder Maertge Cornelis, weduwe van Hillebrant Jacobsz, wonende in Berckel 303.
                                          4. Willem Jansz van den HEUVEL, geb. ca. 1626, tr. 1° (schepenbank) Kralingen 18 april 1655 (hij jongeman wonende te Hillegersberg, zij jongedochter wonende te Kralingen) Maria FRANSEN, dr van Frans DIRCXZ en Arriaentgen SOUTEN, tr. 2° Machteld Cornelisdr van RIJN.
                                              In 1650 verkoopt Huych Maertensz Bleyswyck aan Willem Jansz van den Heuvel, beiden wonende te Rotterdam, een zandschuit met toebehoren, met als weddenschap de bepaling dat als Bleyswyck naar Oost-Indië reist Van den Heuvel hem direct na zijn terugkomst 700 gld zal uitbetalen, met Huybert Jansz van den Heuvel en Arien Huijsman als borgen voor die 700 gld 304. In 1652 wordt een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar 121. In 1658 worden in Rotterdam verklaringen afgelegd op verzoek van Johan Blieck, pachter van het zoutgeld, over de afvraging van de huisvrouw van Willem Jansz van den Heuvel, bij afwezigheid van haar man, wonende in Crooswijk in de huizinge met landerijen genaamd het Paradijs, die antwoordde, zoals door haar man opgedragen, dat hij 50 koeien en een vaars heeft, zonder beesten op stal, maar dat deposanten op stal 21 koeien en 2 vaarzen gezien hebben 305.
                                              In 1664 is in Rotterdam Willem Jansz van den Heuvel wonende in Crooswijk 170 gld 13 st schuldig aan Dirck Danielsz van Hey, koopman alhier, voor in 1659 en 1660 geleverde molenzeilen voor de watermolen van Ruybrouck en Cleynpolder, met Arriaentgen Souten, weduwe van Frans Dircxz, wonende aan de Ouden Dyck in Kralingen, als borg voor haar zwager [schoonzoon] 306. In 1665 is Willem Jansz van den Heuvel wonende in Crooswijk buiten de stad Rotterdam aan de Heer Jacob Versyden en Sr Cornelis van de Rivieren koopman binnen Rotterdam 1125 gld schuldig als recht van twee jaar pacht op het huis en de landerijen gelegen te Crooswijk genaamd het Paradijs, met als borg Pieter Leendertsz Post wonende in het Swaenehals 307.
                                              In Stompwijk verkopen in 1676 Jan Hillebrantsz Overvest voor de ene helft en Machteld Cornelisdr van Rijn, weduwe van Willem Jansz van den Heuvel, voor de andere helft, aan Willem Leendertsz Groenewegen 4½ hond flodderland, belend ten oosten Ouwe Cornelis Dirksz, ten zuiden Floris Pietersz, ten westen de weduwe van Jeroen Dirk Jansz, ten noorden de kinderen van Jan Gerritsz, voor een schuldbrief van 220 gld 308.
                                        312. (<156) (>624, >625) Jan Simonsz van VELSEN (ROIJ), overl. tussen 20 nov. 1662 en 15 jan. 1663,
                                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Jan Sijmons Roij, Lijsbeth Lenaertsdr zijn wijf, Pieter, Lenaert, Arien, Neeltgen, Jan en Maritgen Janszoons en -dochters 309.
                                            In Voorschoten heeft op 20 mei 1630 Cornelis Dircxz Carreman, wonende aan de Hogenrijndijck, openbaar verkocht aan Jan Symonsz te Stompwijk, eerst een huis en erf met al hetgeen daarop staat aan de Hogenrijndijck, groot 77 roeden, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden het volgende huis en erf, ten westen de Rijndijck, ten noorden Aernt Barentsz, nog een huis en erf staande en gelegen als voren, groot 55 roeden, belend ten oosten de sloot liggende tussen deze huizinge en erf en de volgende 2 staalvelden die hij comparant zelf behoudt, ten zuiden de comparant met een hoekje erf en Trijn Claesdr, ten westen de Rijndijck, ten noorden 't voorgaande huis en erf, ten laatste nog 2 staalvelden liggende bezijden de andere, groot 28 roeden, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden Dirck Jacobsz, ten westen de sloot die hij comparant zelf houdt, ten noorden de Poel, de voorgaande 3 partijen gezamenlijk belast met 5 gld 10 st 's jaars erfpacht, voor een schuldbrief van 960 gld, met Roeloff Jansz wonende te Stompwijk als borg, waarvan eerst 155 gld te betalen en daarna 130 gld 's jaars, beginnende mei 1631 310. In Voorschoten is op 4 december 1644 Jan Symonsz [van Velsen] eiser contra Cornelis Dircxz Carremans; schepenen omschrijven het recht van eiser op een vrije uitgang, maar ontzeggen de eiser zijn eis 311.
                                            In Stompwijk verkoopt op 29 maart 1645 Jan Symonsz Roij aan Willem Jansz Schakenbosch en Leendert Reynen 2 morgen kwaad flodderland of water liggende aan 3 partijen, waarvan 2 ieder groot 4½ hond, belend ten oosten Jan Bouwensz, ten westen en zuiden Lenert Reynen, ten noorden de weduwe van Jacob Willem Jannen, het derde partijtje groot 3 hond, belend ten oosten de vooschreven weduwe, ten westen Marijtgen Dircxdr, ten zuiden Lenert Reijnen voorschreven, ten noorden Cornelis Cornelisz Persoon, voor een obligatie van 800 gld 312.
                                            Op 20 november 1662 verklaart Jan Symonsz van Velsen wonende aan de Hogen[rijn]dijck te Voorschoten, ziekelijk van lichaam, te bedde liggende, goed en geraadzaam gedacht te hebben te voorzien in de voogdij, het beleid en het bestuur van de goederen die zijn na te laten kindskinderen, minderjarig en onmondig of ander toezicht behoevende, van hem comparant zullen komen te erven, en stelt Pieter Jansz van Velsen zijn zoon, Willem Jansz zijn neef en Willeboort Cornelisz van Oostenrijck zijn geode bekende vriend, aan tot voogden, gevende de voorschreven voogden zodanige last en macht als alle voogden toekomt, om in comparants boedel te delen, enz., ook na de deling, buiten alle bemoeienissen van baljuwen, schouten en weesmannen 313.
                                            Op 16 mei 1663 verklaren in Stompwijk Pieter, Leendert, Jan en Simon Jansz van Velsen, Gerrit Louris van der Sloth als man en voogd van Neeltgen Jansdr van Velsen, Dirck Arentsz Westerwout als man en voogd van Marretgen Jansdr van Velsen, en Willem Jans Schaeckenbosch en Willeboort Cornelisz van Oostenrijck als voogden over de minderjarige kinderen van Ary Jansz van Velsen, kinderen, kindskinderen en erfgenamen van zal. Jan Simonsz van Velsen, op 15 januari 1663 aan Gerrit Cornelisz en Leendert Simonsz van der Lis een stuk goed toegemaakt hooiland gelegen in de Huijssitse polder achter het huis genaamd Poortje ter Loop, groot 1 morgen, 3 hond, 80 roeden, verkocht te hebben 314, en zijn in Voorschoten op 24 mei 1663 dezelfde erfgenamen overeengekomen dat aan de zoon Leendert voor 626 gld wordt aangedeeld de huizinge en erf staande en gelegen bij het Schou van Duvenvoorde, belend aan de ene zijde Dirck Arentsz voornoemd, aan de andere zijde Louris Arentsz, de erfgenamen van Carreman en de heer officier Hogeveen, strekkende voor van de Rijndijck tot achter in de Rijn, daar bij de verkoping van alle goederen de voornoemde Leendert Jans van zijn erfportie competerende is 374 gld, daaronder gerekend het voorschreven huis en erf voor 1000 gld, belast met een erfpacht van 5 gld 10 st 's jaars 315.
                                        tr.
                                        313. (<156) (>626, >627) Lijsbeth LEENDERTSDR.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Simon Jansz van VELSEN, overl. vóór 10 mei 1691, tr. (schepenbank) Leiden 10 juni 1651 (op attestatie van de bode van Voorschoten) Huybertgen Lourisdr van der SLOT.
                                              In Voorschoten verkoopt in 1665 Claas Pietersz van Leeuwen aan Simon Jansz van Velsen een huis en erve aan de Hoogenrijndijck, buitendijks, belend ten noordwesten Dirck Cornelisz, ten zuidoosten de verkoper, strekkende voor van de Rijndijck tot achter in de Rhijn, voor 600 gld in gereed geld 316.
                                              In Voorschoten verklaren in 1691 Jan Sijmonsz van Velsen, Cornelis Garbrantsz van Wouw in huwelijk hebbende Adriaentje Simons van Velsen, en Aeltje Simons van Velsen, meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Sijmon Jansz van Velsen, op 15 januari 1691 onder voorwaarden verkocht te hebben aan Jan Cornelisz van Leeuwen een huis enz. aan de Hoogen Rijndijk omtrent het Schouw van Duvenvoirde, belend ten zuidoosten de erfgenamen van Claes Pietersz van Leeuwen, ten noordwesten Jan Willemsz van Rijn, strekkende van de Hogen Rijndijk tot achter aan de Rijn, waarvan de jongste brief van 15 mei 1665 is, voor 220 gld gereed geld 317.
                                              Op 29 januari 1680 benoemen Simon Jansz van Velsen en Hubertge Lourisdr, echte man en vrouw wonende te Voorschoten, als voogden over de minderjarige kinderen en verdere descendenten, de langstlevende als oppervoogd, en Aelbert Henricxz van der Does hun schoonzoon, Gerrit Lourisz van der Slot haar broer en Bastiaen Sterre hun beider bekende, als medevoogden 318.
                                          2. Pieter Jansz van VELSEN, geb. ca. 1608, koopman van koeien, gras te velde staande en hooi 319, ook van koeien en paarden 320, overl. vóór 17 jan. 1702, tr. (schepenbank) Leiden 18 nov. 1640 Tryntgen Jans van RHOON.
                                              In Voorschoten verkoopt op 17 april 1665 Claas Joppen van Cransom wonende te Leiden aan Pieter Jansz van Velsen een huis en erve aan de Rhijndijck, belend ten zuiden de weduwe van de heer Jan Meijnertsz van Aackeren, ten noorden Claas Pietersz van Leeuwen, strekkende voor van de Rhijndijck tot achter in de Rhijn, voor 1150 gld, en is op 15 oktober 1666 Pieter Jansz van Velsen eiser contra Leendert Leendertsz de Wilde, om restitutie van 75 gld kapitaal van geleende penningen volgens een notariële obligatie van 29 mei 1663, en dat met interest van 4 ten honderd te rekenen vanaf 29 mei 1665 321.
                                              Op 30 oktober 1667 verklaren Pieter Jansz van Velsen, oud 59, Floris Cornelisz Wint oud 53 en Leendert Florisz Wint oud 19 jaren, allen of daaromtrent, wonende aan de Ryndyck in Voorschoten, ten verzoeke van Gerret Lourisz van Sloth mede wonende aan de Rijndijck, dat zij daags na Hemelvaartsdag laatstleden ten verzoeke van requirant met hun schepen gevaren zijn om de mest te laden die de requirant van Cornelis Cornelisz Slobbe had gekocht, maar dat er niet genoeg was om daarmee een schip vol te laden 322.
                                              Pieter Jansz van Velsen en Matthijs Ariensz van Velsen, zijn neef, wonende te Wassenaar, komen op 20 november 1694 overeen dat Pieter Jansz bij Matthijs Ariensz zal wonen en van Matthijs Ariensz zal genieten kost, drank, het bewassen, benaaien en verstellen van zijn kleren, bediening in ziekte en gezondheid, voor 80 gld in 't jaar, en dat na het overlijden van Pieter Jansz zijn erfgenamen daar tot de begrafenis zullen logeren, met spijs en drank ten laste van de boedel van Pieter Jansz 323.
                                              In Voorschoten verklaren op 17 januari 1702 Jan van der Meer en Diwertje Jans, ook voor Jan Gysen en Marytge Gysen, voor de ene helft, Arent Westerwout, Tys Arisz van Velsen en Jan Symonsz van Velsen, ook voor Leendert Westerwout, Cornelis Westerwout, Jan Westerwout, Gerrit Jacobsz van der Koij, Leenderts Arisz van Velsen, Cornelis Arisz van Velsen, Cornelis van Wouw, Leendert Jansz van Velsen, Adries Gleis en Aeltje Gerrits, samen voor de wederhelft, allen erfgenamen van Pieter Jansz van Velsen en Catryntje Jans van Roon, op voorwaarden op 16 januari 1702 aan Evert van 't Wout verkocht te hebben een huis en erf, belend ten zuiden Willem Breeklandt, ten noorden heer en meester Cornelis van der Meer, strekkende van de Rijndijk tot achter de Rijn, waarvan de jongste brief is van 17 april 1665, voor 235 gld contant 324.
                                          3. Leendert Jansz van VELSEN, tr. Maartge Jansdr van LELIJVELT.
                                              In Voorschoten verklaren in 1665 Maartge Jansdr van Lelijvelt, weduwe van Leendert Jansz van Velsen, geassisteerd met Jan Jacobsz van der Sluys, voor de ene helft, en Pieter Jansz van Velsen, Jan Jansz van Velsen, Simon Jansz van Velsen, Gerrit Lourisz van Sloth getrouwd met Neeltge Jansdr van Velsen, Dirck Arentsz Westerwout ten wijve hebbende Maartge Jansdr van Velsen, en ten laatste Willem Jansz Schakenbosch en Willebort Cornelisz van Oostenrijck, voogden over Cornelis, Mathijs en Neeltge Arijens van Velsen, minderjarige nagelaten kinderen van Arij Jansz van Velsen, allen erfgenamen van voornoemde Leendert Jansz van Velsen, openbaar verkocht te hebben aan Mr Gerard van Hoogeveen, hoofdofficier der stad Leiden, een woninge bestaande uit woonhuis, stalling, barg, schuur, boomgaard en erve, groot omtrent 1½ hond, gelegen omtrent het Schouw van Duvenvoorde, belend ten noorden voornoemde Dirck Arentsz Westerwout, ten zuiden Louris Arentsz van Steenvoorden, de erfgenamen van Carreman en de koper, strekkende van de Hoogenrijndijck tot achter in de Rhijn, belast met een erfpacht van 5 gld 10 st 's jaars, zijnde een gedeelte van 8 gld 's jaars aankomende de abdij van Leeuwenhorst, voor 1135 gld in gereed geld 325.
                                          4. Ary Jansz van VELSEN, tr. (schepenbank) Leiden 6 mei 1646 Neeltgen Cornelisdr van BESUYEN.
                                              In de weeskamer van Voorschoten heeft op 8 oktober 1673 Neeltgen Aryens van Velsen, nagelaten dochter van Ary Jansz van Velsen, verklaard in februari van dat jaar de ouderdom van 25 jaar bereikt te hebben, en daarom verzocht om haar penningen, zowel ten weeskamer als onder haar voogden Willem Jansz Schakenbos, Pieter Jansz van Velsen en Willeboort Cornelisz van Oostenrijk, waarop zij 241 gld 2 st 12 penn heeft ontvangen in voldoening van haar vierdepart wat betreft de boedel van haar oom Leendert Jansz van Velsen en de erfenis van haar grootvader Jan Symonsz van Velsen, en hebben op 13 december 1676 Pieter Jansz van Velsen, Willem Jansz Schaekenbosch en Willeboort Cornelisz Oostenrijck als voogden over de kinderen en erfgenamen van zal. Ary Jansz van Velsen mitsgaders Leendert, Cornelis en Tys Arisz van Velsen, allen meerderjarige kinderen, verklaard hun deel uit de boedel van Leendert Jansz van Velsen hun oom ontvangen te hebben 326.
                                          5. Neeltgen Jansdr van VELSEN, tr. Gerrit Lourisz van der SLOTH, hooilegger, zn van Louris Hubrechtsz van der SLOT.
                                              In Voorschoten heeft in 1650 een gemachtigde van jonkheer Justus Nobelaer aan Gerrit Lourisz van der Slot in eeuwige erfpacht opgedragen een gedeelte van een uiterdijk tussen Floris Cornelisz van der Wint en Willem Gijsbertsz Teuijt, strekkende van de Rhijndijck tot achter in de Rijn, voor 6 gld 13 st 's jaars, te reduceren en kwijten met 176 gld 10 st (op 29 juni 1663 door de huisvrouw van Gerrit Lourisz van der Slot afgelost), en Gerrit Lourisz van Slot een schuld bekend aan Govert Oliviersz wonende te Leiden van 357 gld, met als onderpand zijn huis en erve aan de Wadding, belend ten noordoosten en zuidwesten de Ryndick, ten noordwesten Willem Hubertsz 327.
                                              In Voorschoten verklaart in 1675 Gerrit Lourisz van der Sloth, hooilegger wonende aan de Hogen Rijndijck, tot meerdere zekerheid van een notariële obligatie verleden voor notaris Abram Verhage te Leiden op 30 mei 1675 t.b.v. Reimpie Dinckste weduwe van Isaeck Ieneijn, te verbinden een huis en erve aan de Hogen Rijndijck bij de steenplaats van de kinderen van Mattheus van Aacken, belend ten oosten de Rijn, ten noorden de Hogen Rijndijck, ten zuiden Floris Cornelisz Wint, ten noorden Bastiaen Aerentsz Starre, en verkoopt in 1678 Gerrit Lourisz van der Sloth aan Arij Abramsz van der Cluft een huis, erf en tuin aan de Hogenrijndijck, belend ten oosten de Rijn, ten westen de dijk, ten zuiden Floris Cornelisz Wint, ten noorden Bastiaen Sterre, met een recognitie van 10 st 's jaars, voor een custingbrief van 450 gld 328.
                                          6. Jan Jansz van VELSEN, zie 156.
                                          7. Marretgen Jansdr van VELSEN, overl. vóór 26 febr. 1680, tr. (schepenbank) Leiden 10 juni 1651 Dirck Arentsz WESTERWOUT, bouwman, overl. vóór 26 febr. 1680.
                                              In 1676 testeren Dirck Arentsz Westerwout, bouwman, en Maaertje Jansdr van Velsen, echte man en vrouw wonende aan de Hogenrhyndyck bij 't Schouw van Duyvenvoorde in de vrije heerlijkheid van Voorschoten, hij ziekelijk te bedde liggnede, op de langstlevende, die gehouden zal zijn de kinderen van de eerstoverledene groot te brengen, waarbij, zonodig, hij als voogd Cornelis Arentsz zijn broer aanstelt en zij Zymen Jansz van Velsen haar broer, met uitsluiting van de schout en weesmannen van Voorschoten, en op 26 februari 1680 verklaart Cornelis Arentsz Westerwout wonende te Leiden, volgens testament van wijlen Dirck Arentsz Westerwout zijn broer en wijlen Maertgen Jans van Velsen diens huisvrouw, samen met wijlen Simon Jansz van Velsen aangesteld als medevoogd over de minderjarige kinderen, te willen dat in plaats van de overledenen nu voogden zullen zijn Arent Dircxz Westerwout, meerderjarige zoon van zijn broer, en Pieter Jansz van Velsen, oom van de kinderen 329.
                                              In Voorschoten verkopen in 1690 Arent Dircx, Leendert Dircx en Jan Dircx Westerwout mitsgaders Gerrit Jacobsz Kooy in huwelijk hebbende Marijtge Dircx Westerwout, kinderen en erfgenamen van wijlen Dirck Arentsz Westerwout, aan Cornelis Dircx Westerwout 4 vijfde parten in een huis en omtrent 1 hond 50 roeden land, waarvan de koper het resterende vijfde part toekomt, aan de Hoogen Ryndyck, belend ten zuidoosten Mevrouw Hogeveen, ten noordwesten Gerrit Jansz Vlasvelt, strekkende van de Hoogen Ryndyck tot achter aan de Rijn (waarover de 40e penning 10 gld 9st bedraagt) 330.
                                        314. (<157) (>628, >629) Cornelis Pietersz BORSBOOM, schipper, overl. vóór 25 febr. 1636,
                                            In het kohier van het hoofdgeld in 1623 onder 'Valkenburg': Cornelis Pietersz schipper met zijn huisvrouw Aeltgen Dircxdr en hun 5 kinderen Pieter, Arent, Willem, Maritgen en Cornelis, en in het kohier van de 200e penning van 1623: Cornelis Pietersz schipper, 5 pond, na verklaring geroyeerd 331. In Valkenburg verklaart in 1636 Leendert Cornelisz Vos, oudste kerkmeester van Valkenburg, vanwege het plotselinge overlijden van Cornelis Pietersz Borsboom en zich hiervoor sterk makende, met voorafgaande toestemming van de vrouwe van de heerlijkheid Valkenburg op 25 februari 1636 in de herberg van Adriaen Dircxz verkocht te hebben aan Cornelis Willems van Egmont 4 hond land op de Hogemorsch in Oegstgeest 332.
                                        tr.
                                        315. (<157) Aeltgen DIRCXDR.
                                            In Valkenburg verklaart in 1651 Aeltge Dircxdr, weduwe van Cornelis Pietersz Borsboom, geassisteerd met Willem Cornelisz Borsboom, aan Claes Jacobsz van Assendelft een jaarlijkse losrente van 7 gld 10 st schuldig te zijn, met als hoofdsom 120 gld en met als onderpand een huis en erve in het dorp Valkenburg, belend ten westen de Rijndijck, ten noorden Jacob Jacobsz van der Marck, ten oosten de Rhijn, ten zuiden Jan Hendricxz van den Bosch, en is in 1653 Aeltgen Dircxdr, weduwe van Cornelis Pietersz Borsboom, geassisteerd met Jan Jansz haar zwager [schoonzoon], een losrente van 10 gld 's jaars, hoofdsom 200 gld, schuldig aan Cornelis Jansz Elstuijn en Jan Gerritsz Briole als huidige heiligegeestmeesters, met als onderpand een huis en erve in Valkenburg, strekkende van de Heerewech tot achter in de Rijn, tussen Jan Henricxz van den Bosch en Jacob Jacobsz van der Marck 333.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Pieter Cornelisz BORSBOOM.
                                            2. Arent Cornelisz BORSBOOM.
                                            3. Willem Cornelisz BORSBOOM.
                                                Op 8 juli 1653 is Willem Cornelisz Borsboom, schipper te Valkenburg, 122 gld schuldig aan Henric Claesz de Munt, veertig in de raad van Leiden, voor een rekening betaald aan Matheus Pietersz Kint 334.
                                            4. Maertgen Cornelisdr BORSBOOM, zie 157.
                                            5. Cornelis Cornelisz BORSBOOM.
                                          392. (<196) Jan Jansz van NECK,
                                              In 1635 vertoont Cornelis van Houten een rentebrief van ƒ 100 ten behoeve van Jan van Eck den Ouden, gepasseerd op 20 mei 1612, bij de verkoop van een erf door Van Eck aan Aris Slootemaecker, belend de weduwe van Jan van Eck den Ouden, aan de Breestraet 335.
                                          tr.
                                          393. (<196) (>786, >787) Meyken van HOUTEN.
                                              Op de lidmatenlijst van Haarlem: 16 april 1593 Mayken, de huisvrouw van Jan van Eecke, met attestatie van Middelburg.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Jan Jansz van NECK, geb. ca. 1595, meester metselaar, overl. vóór 17 mei 1655, tr. Heijndrickge JANSDR.
                                                  In 1642 verklaart Govert Dircxz van Ruermont als getuige, dat hij 3 weken geleden, ten huize van Griet Dircks Butter, waardinne binnen Beverwijk, gehoord heeft dat ene Jan Jansz van Neck, metselaar, bij hem, getuige, zittende drinken, wel stoutelijk zonder woord of weerwoord Meijndert Philipsz, bierdrager, die aldaar een half vat bier bracht met zijn maat IJsbrant Pietersz, uitschold voor schelm en dief, en verklaren Pieter Jeroensz, raad en oud-schepen, mitsgaders Simon Lantskneght, komende bij Jan van Neck, dat zij ook die scheldwoorden gehoord hadden 336.
                                                  In 1643 verklaren Claes Gerritsz Reyn, Frerick Claesz Iong, Gerrit Arentsz brouwer en Cornelis Jeroensz, allen buurluiden te Velsen, ten verzoeke van de burgemeesters der stede Beverwijk, als arbiters over Jan van Neck, metselaar in de Wijk als eiser, ter eenre, en Jan Coppisz wonende te Edam ter andere zijde, dat Jan van Neck in voldoening van zijn geëiste penningen zal ontvangen van Jan Coppisz c.s. 60 gld, welke somme Jacob Schouten, notaris te Haarlem, aannam en verklaarde te voldoen aan de burgemeesters van Beverwijk, en Jacob Schouten beloofde Jan van Neck te zullen leveren al zijn metselaarsgereedschap door voornoemde Jan Coppisz c.s. te Edam gearresteerd [=in beslag genomen] 337.
                                                  In 1651 wordt o.m. door Jan Jansz van Neck, oud 56 jaar, een verklaring afgelegd 338.
                                                  In 1655 verkopen Robbert Maertensz, schoenmaker te Beverwijk, als man en voogd van Stijn Jans van Eck, Maertje Jans van Eck en Aerjaentje van Eck, kinderen en erfgenamen van Jan Jansz van Eck, in zijn leven burger dezer stede, aan Court Barentsz Backer een huis met erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan het erf van Maerten Aelbertsz, belend ten noordwesten IJsbrandt Pietersz, ten zuidoosten Court Barentsz zelf, voor ƒ 365 339.
                                              2. Jacob Jansz van NECK, zie 196.
                                              3. Susanne van NECK.
                                                  In 1646 wordt een verklaring afgelegd door Susanne van Neck 340.
                                            394. (<197) Barent Gerritsz van SUIJDT, linnenwever, overl. Haarlem,
                                                In Haarlem verkoopt in 1606 Barent Gerritsz, linnenwever, aan Jan Jansz de Vriese een opstal en getimmerte van een huisje in de Rompelbuyrt tussen Cruys- en St. Janswech op de grond van Adriaen Claesz Brammer, dewelke grond in tijdelijke huur genomen is en aan de koper mede volgen zal tegen 36 st 's jaars, belend ten westen Jacob de Graeff met gemene muur en afschutsel, ten oosten Willem Jacobsz, ten zuiden strekkende aan de gemene laan, voor 48 gld, te betalen 12 gld gereed en de rest op 3 eerstkomende meidagen (in de marge: de brieven zijn gelicht door W. van de Meyde die de brievenimpost en het armengeld betalen zal, getekend Sr P. van de Meyde 18 dec. 1606) 341.
                                                In Haarlem verkopen op 19 april 1619 Jaques Martens en Cristoffel de Milt, als voogden van de kinderen van Pieter Hooft, aan Barent van Suijdt een opstal en getimmerte van een huis buiten de Cruyspoorte op de grond van Jan Stuver, belend ten noorden Adriaen Frederixz Beukel, de weduwe van Jan Baertens, strekkende achter aan 't land van voorschreven Jan Stuver, met een pacht van 8 gld 8 st 's jaars aan Jan Stuver, voor 525 gld, te betalen 125 gld gereed op mei 1619, de rest op 4 daaraanvolgende meien telkens 100 gld 342.
                                                In Haarlem verkopen op 14 juni 1621 Cornelis Quaekel voor een vierdepart en Joost Grave en Willem Jans Lossij organist te Amsterdam ook voor een vierdepart, en Pieter Henricxz, lakenkoper, voor de helft, aan Barent van Zuijt een erf waar zijn huis op staat buiten de Cruijspoort, groot 15 roeden 32 voeten, belend ten westen de Cruijswech, ten noorden Jan Smith, ten oosten en zuiden de verkopers, met de last van 200 gld hoofdsom aan de verkopers tegen de penning 16, voor 409 gld, te betalen op 4 achtereenvolgende Sint Pieter ad Cathedrams dagen waarvan 1621 al geweest is 343.
                                                In Haarlem verkoopt in 1536 Barent van Zuijt aan de bedienaars ven de Gemeente der Mennonieten genaamd de huiskopers binnen deze stad, als geïnstitueerde erfgenamen van Pieter Bonel, achtervolgende de verkoping door de voorschreven verkoper zekere tijd geleden aan de voorschreven Bonel gedaan, een rf in de Rompelbeurs buiten de Cruijspoorte, belend ten noorden 't land van het Sint Barbaragasthuys, ten westen 't huis van Jan Jansz sleper, ten oosten de diaconie dezer stad, voor 162 gld 344.
                                            tr.
                                            395. (<197) (>790, >791) Cynken de VINCK  345, overl. Haarlem.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Perina van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 7 febr. 1593.
                                              2. Peeter van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 13 nov. 1594.
                                              3. Anna van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 19 juli 1598.
                                              4. Willem van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 7 dec. 1603.
                                              5. Martijntgen Barentsdr van SUIJDT, zie 197.
                                              6. Perijntgen Barentsdr van SUIJDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 26 dec. 1607, tr. Stoffel de WAEIJ, smalwerker.
                                                  In Haarlem verkoopt in 1644 Stoffel de Waij, ook voor Martijntgen Barents wonende te Beverwijk, weduwe van Jacob van Neck, aan Gerrit Batiaansz van Houten, cuijper, een huis met erve buiten de Cruijspoorte, belend ten zuiden Pieter Olican, ten noorden Pleun Jansz, voor 500 gld gereed geld 346.
                                            400. (<200) (>800, >801) Mieus Sijmonsz SCHOTTEN, overl. vóór 22 nov. 1661,
                                                In Wijk aan Duin verkoopt op 19 november 1638 Hillegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz ofte Gerrit Pieterooms, geassisteerd met Dirck Tamisz haar zwager [= schoonzoon], aan Mees Symonsz [Schotten], poorter van Beverwijk, de helft vann een stukje geestland genaamd het Dijckcroftgen, gemeen liggende met Jooris Cornelisz, schepen der stede Beverwijk, in 't geheel groot 715 roeden, belend ten zuidoosten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordoosten Willem Cornelis Fransz, ten noordwesten de Hofflanderwech, ten zuidwesten de erfgenamen van zal. IJsbrant Dircksz schoenmaecker, met de grond van de hele wal, voor 795 gld, te betalen 1/3 gereed Lucasmarkt 1638 verschenen, de andere 2 derdeparten Lucasmarkt 1639 en 1640, en verkoopt op 5 december 1638 Joris Cornelisz, oud-burgemeester en nu regerend schepen van Beverwijk, aan dezelfde koper de wederhelft gelegen bij de Sint Aechtendijck, voor 795 gld 8 st 12 penn, te betalen 1/3 gereed verschenen Lucasmarkt 1638, de andere 2 derdeparten Lucasmarkten 1639 en 1640 347.
                                                In Wijk op Zee verkoopt in 1639 Adrijaen Jacobsz Haken aan Mees Symonsz een houten schuur of huizingen met het erf beoosten het dorp, waar de voornoemde Mees Sijmonsz nu in woont, belend ten oosten Harman Harmansz van der Vlucht, ten zuiden Aelbert Cornelisz, de Wildernis en de verkoper, ten westen de gemene burenwagenweg, ten noorden de Zeewech, voor 200 gld, te betalen 35 gld gereed, voor 33 [?] 's jaars op Pinksterdagen [dit is doorgehaald] 348.
                                                In Beverwijk verkoopt in 1644 Joost Jansz Cruijsvelt, wonende in Amsterdam, aan Mijes Simensz Schotten een erf genaamd het Raemerff, gelegen aan de Coningswech, en verkoopt in 1647 Mies Simensz Schotten aan Dirck Blevet twee strookjes erf, elk voor ƒ 25 349.
                                                In Beverwijk wordt in 1652 Mieus Sijmons Schotten, horende bij de uitkopers en wachtvrije personen, voor de schutterij aangeslagen voor ƒ 2:10:0.
                                                In 1651 worden verklaringen afgelegd ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten betreffende verspreide laster over zijn dochter Geert Mieus, dienstmeid bij Thomas Cornelisz, wagenmaker, en zijn vrouw Itgen Lamberts 350.
                                                In 1652 leggen Gerrit Arentsz Brouwer en Eijmert Gerritsz Brouwer, 40 jaar, wonende te Velsen, een verklaring af ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten te Beverwijk, over 'ruijlinge van syn peerdt in de merct tot Valckenburgh' 351.
                                                Op 13 mei 1650 geeft in Beverwijk Mieus Symonsz Schotten een hoekje erf van zijn tuin aan de Coningswegh aan zijn zoon Aelbert Mieusz Schotten 352.
                                                In Beverwijk verklaart op 28 mei 1664 Wouter Lambertsz, burger dezer stede, schuldig te zijn aan de kinderen en kindskinderen van wijlen Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans 925 gld, ter cause van koop van een camer en erf in de Bagijnenstraet, strekkende tot achter aan de gemene gang van Jan Thysz Colthof en Cornelis van Bennebroek, belend ten zuidoosten Lysbet Jans, ten noordwesten Floris Pietersz Boschman 353.
                                            tr.
                                                Op 17 augustus 1651 testeren Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans, aan de langstlevende, die gehoudn zal zal zijn aan ieder van hun kinderen uit te keren de somme van 6 gld in voldoening van hun legitieme portie, en voor na het overlijden van de langstlevende hebben zij vermaakt aan hun dochter Jannetgen de somme van 100 gld eens, aan hun dochter Maritgen 25 gld jaarlijks, en aan hun zoon Jacob 30 gld jaarlijks, tot hun ouderdom van 18 jaren, alles onder vermindering van hun erfportie 354.
                                            401. (<200) Grietje JANS, overl. tussen 22 nov. 1661 en 26 jan. 1664.
                                                Op 22 november 1661 leggen Jan Claesz, omtrent 33 jaren, en Gerritge Kroese, omtrent 21 jaren, een verklaring af ten verzoeke van Griet, weduwe van Mies Symons Schotten (over een geschil met Davit Pietersz Verwer) 355.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Jan Mieusz SCHOTTEN.
                                                    Op 26 april 1650 testeert Jan Mieusz Schotten, jonggezel, in mening een reis te doen naar Oost-Indië, de legitieme portie aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten en moeder Griet Jans, en institueert tot universele erfgenaam Jannitgen Mieus zijn zuster 356.
                                                    In Beverwijk geeft op 5 mei 1650 Jan Mieus Schotten, tegenwoordig te Beverwijk, volmacht aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten om 50 stukken van achten op te eisen van Capiteyn Francken Gijseling, wonende te Oostende, vanwege buitgeld van een Hamburger en van een Lubecks schip, en nog van enige „concenillie” (veroverd en op St. Lucas in Spanje verkocht) 352.
                                                2. Jannetgen Mieus SCHOTTEN.
                                                3. Jacob Mieusz SCHOTTEN, ondertr. 1° Beverwijk 7 nov. 1659 Cornelisje DIRCKS, dr van verm. Dirck Maertensz KEES en Balichjen CORNELIS, ondertr. 2° ald. 7 juli 1672 (zij van „Walsburgh”, wonende alhier) Vrouwtje MATTHIJS, van Walsburgh.
                                                    Op 16 september 1663 leggen Jacob Miessen Schotten en zijn huisvrouw Cornelisje Dirks een verklaring af, ten verzoeke van Willem Bouwens van der Maar, schout van Heemskerk en Castricum 357. In 1672 is Jacob Mieus Schotten bij de schutterij van Beverwijk, onder het oranje vaandel.
                                                    Op 24 maart 1663 is Jacob Mieusz Schotten schuldig aan heer Cornelis Geelvinck, oud-schepen en raad van Amsterdam, de somme van 283 gld 3 st 8 penn, zijnde de rest van meerdere somme gesproten over pacht van aalbessen, kruisbessen en andere vruchten in de boomgaard van houder dezes voornoemd van verleden zomer 1662, waarvoor hij interest tegen de penning 25 in 't jaar zal betalen, alsmede de kapitale somme te betalen op Jacobi toekomende en 1664 telkens 100 gld en Jacobi 1665 de resterende 82 gld 4 st 8 penn 358.
                                                    Op 21 februari 1664 heeft Jacob Miesz Schotten, erfgenaam ab intestato van Griet Jans, zijn overleden moeder, weduwe van Mies Symons Schotten, meubelen en goederen getransporteerd ten behoeve van de verdere kinderen en erfgenamen van Griet Jans 359.
                                                    Op 11 december 1665 heeft Willem Schuijfhil, als procureur van Willem Bartholomeusz, oud-burgemeester van Beverwijk, impetrant, als inerveniërende voor Dirck Maertens Kees wonende te Beverwijk, Arien Jansz wonende te Velserduin met zijn knecht, en Jacob Meese Schotte, voor het Hof van Holland doen dagvaarden de burgemeesters en regeerders van Haarlem, doende eis dat de impetrant gehandhaafd wordt in de possessie ofwel van te genieten de vruchten jaarlijks komende van een stuk land op de Hem in de banne van Wijk aan Duin omtrent de Achtendijck, van hooi en rietgewas, voor zover dat land vanaf de Achtendijck strekt van de rooipaal tot beneden in de Beverwijkermeer, volgens de rooiing van de oude sloot tussen des impetrants voorschreven land en 't land gekomen van de Commandeurs te Haarlem ten noorden 360.
                                                    Op 26 november 1664 wordt in Beverwijk een inventaris opgemaakt bij panding op Jacob Mieusz Schotten, gecondemneerde, ten verzoeke van Stijntjen Willems, weduwe van Gerrit Jacobsz 361.
                                                    In Beverwijk zijn in 1671 Maerten Dircksz, Willem Dircksz en Jacob Mieusz Schotten als in huwelijk Cornelisje Dircks, kinderen van Balichjen Cornelis, voor 3/7 erfgenaam van wijlen Trijntje Cornelis, in haar leven bejaarde dochter, hun moei 362.
                                                4. Trijntje Mies SCHOTTEN, overl. tussen 1666 en 1672, ondertr. Beverwijk 20 mei 1650 (hij van Zwijndrecht, wonende te Heemskerk), tr. Heemskerk 11 juni 1650 Floris Pietersz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 3 mei 1622, zn van Pieter FLORISZ en Suzanna IEMANTSDR, in 1613 weduwe te Oud Beijerland, die hertr. met Dilleaantje WILLEMS.
                                                    In Beverwijk verkoopt in 1668 Floris Pietersz Boschman aan Jacob Willemsz Hagelingen een huis en erf in de Bagijnestraet, strekkende tot Arent Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, belend ten zuidoosten Wouter Lambertsz, ten noordwesten de Coningstraet, voor een schuldbekentenis van 600 gld 363. In 1672 is in Beverwijk Floris Pieters Bosman bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een roer.
                                                    In 1676 verklaren Louweris Garbrantsz, wonende te Heemskerk, en Cornelis Ariens Sgravema, buurvrijer te Noortdorp, ten verzoeke van Floris Pietersz Bosman, dat hij van Gerrit Dircks Bosman, te Noortdorp woonachtig, al zijn vetzaad gekocht had dat hij van zeker stuk land zou winnen 364.
                                                    Op 4 juni 1680 transporeert Floris Pietersz Boschman, burger binnen der stede Beverwijk, aan Cornelis Nannen, timmerman, en Gerrit Hendricxe, schavemaker, beiden wonende in de Beverwijk, eerstelijk de opstal ofte bomen, zowel fruit dragende als andere, mitsgaders aard- en zaaivruchten, zo dezelve tegenwoordig zijn staande op een croft land toekomende Pietertje Gerrits wonende te Sassenheim, groot 2 morgen, genaamd de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten oosten de Kerckwegh ten westen de Kleijne Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Jelis Albertsz, ten zuiden de kinderen van Cornelis Lambertsz, item van gelijken alles op een croft land toekomende Gerrit Dircxe Alckemade, wonende binnen de stede Beverwijk, genaamd mede de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten westen de Kerckwegh, ten oosten de banscheiding van de Wijk en Wijk aan Duin, ten noorden Cees Dielderweghie, ten zuiden de Vijffackerscroft, voor 600 gld (verkoper tekent als Floris Pietersz Bosman), en bekent op 5 juni 1680, 's morgens tussen 6 en 7 uren, Floris Pietersz Boschman, burger der stede Beverwijk, verkocht te hebben en dienvolgende bij dezen over te geven aan Gerrit Damius, wonende te Assendelft, een appelgrauw merriepaard van omtrent 4 jaar, met speelkar en hetgeen tot het karregereedschap en paardetuig is behorende, op heden aan voornoemde Damius geleverd volgens diens verklaring, voor 150 gld 365.
                                                    In Beverwijk heeft op 18 juli 1680 Floris Pieters Boschman in huur van de burgemeesters een stuk hooiland genaamd de Smeenhoeven in de Wijckerbroeck, in de jurisdictie van Wijk aan Duin, en is hij schuldig 45 gld als restant van 1679, 145 gld volle huur van 1680, en nog schuldig te worden 145 gld voor 1681, 1682 en 1683, tezamen 625 gld, waarvoor als onderpand dient alle opstal van comparants tuinen 366.
                                                5. Simon Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 mei 1622, overl. tussen 1 juni 1671  367 en 1 juni 1672, ondertr. Amsterdam, tr. Beverwijk 5 juni 1645 (zij Jannetge Pieters van Annelt[?], wonende te Amsterdam, daar ondertrouwd) Jannetje PIETERS.
                                                    In 1663 368 hebben Symon Miesz Schotten en Cornelis Nannen als pachters van de boomgaard van Marquette betaald ƒ 52:19:12, ƒ 29:1:0 en ƒ 20:4:4. In 1667 wordt ten verzoeke van Symon Miesz Schotten te Beverwijk een verklaring afgelegd 369.
                                                    Op 17 juni 1670 leggen Anna Claes, weduwe van Dirck Lourens van Ravesteijn, Symon Mieusz Schotten, 48 jaar, en Cornelis Nanningsz, huistimmerman, 42 jaar, ten huize van wijlen Aegie van der Meer een verklaring af ten verzoeke van Grietgen Juriaens 370.
                                                    In Beverwijk vindt in 1674 de registratie plaats van een opdracht voor notaris Jan Coemans te Amsterdam door Jannetjen Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, met de notaris als haar gecoren voogd, tot verzekering van de 660 gld als zij schuldig is aan de weduwe van Willem Brugman volgens een obligatie van 2 mei 1671, en dat ten behoeve van Warnaer Brugman wonende alhier, erfgenaam van zijn moeder. (Hiervan betaalt zij een gedeelte, nl. een obligatie van 200 gld ten laste van Pieter Brugman, een ten laste van Pieter Brugman van 40 gld 19 st, en een rekening van 49 gld 5 st 8 penn ten laste van Pieter Brugman over verdiend loon.) 371
                                                    In Beverwijk hebben in 1679 de wettige curateuren van de insolvente boedel van Jannitien Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, in veiling verkocht aan Abram van Cuelen wonende alhier een huis en erf op de Achterwegh strekkende tot achter aan 't erf van Dirck Engelsz timmerman toe, belend ten noordoosten Dirck Engelsz voornoemd, ten zuidwesten het weeshuis, voor 370 gld, te betalen een derde gereed, en een derde mei 1680 en 1681.\.
                                                6. Geertruydt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 april 1624.
                                                7. Claes Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 mei 1627, hovenier ald. 372, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674, ondertr./tr. ald./Castricum 25 dec. 1648/10 jan. 1649 Maartje HARMENS, van Deventer, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674.
                                                    Kort vóór en in 1652 is in Beverwijk Claes Mieusz bij de schutterij, met een musket, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster; in 1672 is Claes Mieus Schotten onder het blauwe vaandel (later doorgehaald).
                                                    Op 11 april 1672 is er in Beverwijk een certificaat dat „Claes Mieusz Schotten een persoon sonder eenige middelen ofte goederen te hebben, sijn handtwerck is in die borgerstuijnen te arbeijden om een gering daghloon, belast met vrouw en kinderen, ende mede dat sijn dochter Marij buijten haer vaders huys synde haer broodt moet winnen” 373.
                                                    In 1674 wordt in Beverwijk de inventaris opgemaakt van de goederen van wijlen Maritgen Harmens, weduwe van Claes Mieusz Schotten 374.
                                                8. Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, zie 200.
                                                9. Geertruyt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1633, overl. na 1669, ondertr./tr. ald. 29 jan./5 maart 1655 Pieter Simonsz NIEUWPOORT, zn van Sijmon Jansz NIEUWPOORT, herbergier in de Moriaen, en Stijntje Laurensdr WIT.
                                                10. Maritgen Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 jan. 1636, overl. na 1654.
                                              402. (<201) Jacob GERRITS,
                                              tr. N.N.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624, zie 201.
                                              410. (<205) (>820, >821) Sijmon JANSZ, geb. ca. 1576, schoenmaker, leproosvaar, overl. vóór 17 juli 1656,
                                                  In Beverwijk is op 20 april 1599 Thonis Jansz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, schuldig aan Symon Jansz, de zoon van Jan Symonsz van Huyswaert, een jaarlijkse losrente van 32 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Kerckbuyrt, strekkende van de Heerwech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, belend ten zuiden Tonis[?] Jaep, ten noorden Heyndrick Gerritsz 375.
                                                  In Beverwijk verkopen op 8 juni 1600 Claes Aelberts, poorter van Beverwijk, Symon Maertensz en Symon Willemsz, wonende in Beverwijk, als erfgenamen van zal. Guerte Symonsdr, aan Symon Jansz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter aan Egbert Jansz zijn tuin, belend ten noorden Geert Jansdr, ten zuiden Gerrit Bartholomeus Cuper 376.
                                                  In Beverwijk transporteert op 3 maart 1605 Tonis Jansz, schoenmaker te Nortdorp in Heemskerk, aan Symon Jansz, mede schoenmaker, poorter binnen Beverwijk, een huis en erf in de Kerckbuiert, strekkende van de Heerewech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, met een wagenweg achteruit, belend ten noorden Wendeltgen, ten zuiden Janis Lambertsz en Pieter Gerritsz, met Wouter Jansz, buurman te Uitgeest, als waarborg voor Tonis Jansz zijn broer, en belooft Symon Jansz Tonis Jansz schadeloos te houden van de losrentebrief als Mr Cornelis van der Hooch te Haarlem heeft te spreken op de voornoemde Tonis Jansz, zowel van de hoofdsom van 240 ponden als de verlopen rente sinds mei 1604, speciaal gehypothekeerd op het huis waar de voornoemde Symon Jansz tegenwoordig in woont (als gekocht van Tonis Jansz), met nog een huis op de Meer waar nu ene Symon Cornelisz in woont, voor welke bevrijding Symons Jansz verbindt het huis gekocht van Tonis Jansz (de rentebrief is afgedaan op 10 mei 1659) 377.
                                                  In Koedijk verkoopt op 26 maart 1625 Symon Claesz Inctpottebacker, poorter van Alkmaar, als voogd van Jannetgen Sagerijs met autorisatie d.d. 18 februari 1625 van het gerecht van Alkmaar, aan Symon Jansz, schoenmaker te Beverwijk, een vijfdepart van een stuk land genaamd Broeckslootsweyde waarvan de koper de andere parten competeert, bekent op 27 maart 1625 Symon Jansz te Beverwijk schuldig te zijn aan Jannetge Sachgerijs, poorterse te Alkmaar, 325 gld waarvoor hij het voorschreven vijfdepart gelegen achter Huiswaard verbindt, en verkoopt op 20 april 1625 Symon Jansz wonende te Beverwijk aan Pieter Jansz Helst 3/5 van 't voorschreven land waarvan Brecht Jans, weduwe van Jan Hendericx Gorter, in de voorschreven 3/5 een zesdepart competeert, zodat Pieter Jansz nu als eigendom heeft de achterhelft, belend ten zuiden de ringsloot, ten westen Jr Willem Perdesius, borg is Cornelis Pietersz Schoon, bakker te Alkmaar 378.
                                                  Op 10 juni 1632 verklaart Dirck Jacobsz Rinmeester, ten verzoeke van Cornelis Pietersz Schoon, bakker, als last en procuratie hebbende van Sijmon Jansz zijn zwager wonende in de Beverwijk, dat hij, getuige, omtrent 4 jaar geleden is geweest ten huize van Sijmon Jansz in de Wijk en daar gezien heeft rin [= run] die voorschreven Sijmon Jansz zei van Amersfoort te hebben, dewelke door hem, getuige, „gevierdeeld” werd, niet beter te weten als de Barbantse taan binnen Alkmaar 379.
                                                  Op 31 januari 1637 verkoopt in Beverwijk Simon Jansz Schoenmaeker aan Niclaes Pauw, ridder, heer van Bennebroek, 4 „graffsteden op onse lieve vrouwe choor in de kercke binnen deser stede” 380. Op 6 april 1644 381 wordt een verklaring afgelegd door Simon Jansz Schoenmaecker, 67 jaar, Abram van Ende, 48 jaar, en Gerrit Jansz, 48 jaar.
                                                  In Wijk aan Duin bekent op 29 maart 1643 Jan Cornelis de Boer, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Sijmon Janz schoenmaker aldaar 218 gld, ter cause van koop van een stukje geestland genaamd de Aelmisacker, groot omtrent 230 roeden, belend ten oosten de Hoge Hoflanderwegh, ten zuiden de steden Haarlem en Beverwijk, ten westen de Grote Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Gelis Aalbertsz, en bekent Dirck Dircksz, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Sijmon Jansz schoenmaker mede aldaar, 600 gld over de koop van 2 akkers geestland, groot tezamen 542 roeden, belend ten oosten de Hoge Hoflanderwegh, ten zuiden Jan Jansz Slommer, ten westen de Groote Houtwegh, ten noorden de koper (voldaan) 382.
                                                  In Beverwijk verkopen op 17 juli 1656 Hendric Lambertsz als man en voogd van Yefgen Thamis, Jan van den Bogaerdt en Gerrit Dircksz als voogden over Jan en Aeffje Thamis, en Jan Thysz Colthoff zich sterk makende voor Jennetgen Thamis, allen dochters kinderen en erfgenamen van Symon Jansz Leproosvaer en Aecht Lamberts, aan Jan Claesz Breroo een huis en erf aan de Houtwech, strekkende achter tot aan 't nieuwe wegje, belend ten zuidoosten Maritgen Claesdr, ten zuidoosten 't erf van het weeshuis, ten noordoosten de verkopers, belast met 7 gld pacht, voor 620 gld 383.
                                              ondertr. Alkmaar tussen 25 juli 1599 en 1 aug. 1599 (betoog naar Beverwijk)
                                                  In Beverwijk verkopen in 1662 Jan Thamisz, Frans Jochimsz als man en voogd van Jannetje Thamis, Hendrick Lambertsz als man en voogd van Eva Thamis, en Sijbrant Cornelisz als man en voogd van Aefjen Thamis, allen kindskinderen en erfgenamen van wijlen Sijmon Jansz, leproosvaer, een huis en erf aan de Houtwegh, belast met een duit thijns 384.
                                              411. (<205) (>822, >823) Aecht LAMBERTS.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Maritge SIMONSDR, zie 205.
                                              412. (<206) (>824) Willem LAMBERTSZ, geb. ca. 1565  385, gravenmaker,
                                                  In Heemskerk wordt voor het haarstedengeld vermeld in 1604 Wilm Lambertsz met 1 schoorsteen en in 1606 Willem Lambertsz met 1 schoorsteen 386.
                                                  Volgens een kopie heeft in Beverwijk op 10 december 1612 Leijn Fierensz, poorter dezer stede, in erfpacht uitgegeven aan Willem Lambertsz, zijn mede-poorter, een erf bij de kerk, strekkende voor van de Heerwech tot achter het erf van voornoemde Leijn, belend ten westen de Heerwech, ten oosten Claes Jansz Linnewever, belast met een duit 's jaars, voor 8 gld 's jaars 387.
                                                  In 1617 belenden Claes Lamberts en Willem Lamberts in de Kerkcrocht 388.
                                                  In 1636 is Willem Lambertsz in Beverwijk belend in de Cloosterstraet, is Willem Lambertsz cum socijs belend bij de Heerewech 389, in 1638 verkoopt Willem Lambertsz, gravemaker, aan Bastiaen Dircksz Smit een huis en erf in de Cloosterstraet 390, in 1639 belendt Willem Lambrechts in de Cloosterstraet en in 1642 belendt Willem Lambertsz in de Kerckbuert 391.
                                                  In 1640 verkopen Willem Lambertsz als bestevader, Lambert Willemsz als oom, Gerrit Jansz als getrouwd hebbende Aecht Willemsdr, Nan Theunis als getrouwd hebbende Jannitgen Willemsdr, beiden behuwdooms, voogden over de onmondige kinderen van wijlen Cornelisgen Willemsdr hun dochter en zuster, aan Rieuwert Willemsz, mede oom van dezelfde kinderen, een huis en erf in de Kerckbuert, strekkende van de Heerewech tot achter aan het erf van Lambert Willemsz, belend ten noordwesten Simon Claessen van 't Hoffland, ten zuidwesten Lambert Willemsz met een gemene put, voor ƒ 270 392.
                                              tr.
                                              413. (<206) (>826) Aeffgen CORNELISDR, geb. ca. 1560.
                                                  In 1636 wordt in Beverwijk ten verzoeke van Guijrtgen Cornelisdr, weduwe van Lambert IJsbrandtsz, ten overstaan van Cornelis Lambertsz [schepen van Beverwijk] haar zoon, een getuigenis afgelegd door o.m. Aeffgen Cornelisdr, oud 76 jaar, huisvrouw van Willem Lambertsz alhier, over de Wijckerbroeck, waar Aeffgen Cornelisdr 50 jaar geleden nog ongetrouwd gewoond heeft 393.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Lambert WILLEMSZ, tr. Beverwijk 20 dec. 1620 (zij Fijtgen Pieters, van Landsmeer) Fijtgen PIETERSDR, bij huwelijk Fijtgen Pieters jonge dochter van Landsmeer.
                                                      In Beverwijk koopt op 14 maart 1663 Wouter Riewertsz, huistimmerman, van Fijtje Pieters, weduwe van Lambert Willemsz, een huis en erf op de hoek van de Toorenstraet, strekkende tot achter aan Jan Thysz Colthof, belend ten oosten Mr Jan Claesz Benthuijsen, ten westen Siewert Symons, ten zuiden de koper, voor 1000 gld; Cornelis Hermans, schoonvader van Wouter Riewertsz, stelt zich borg 155.
                                                  2. Aechte WILLEMSDR, tr. Gerrit JANSZ.
                                                  3. Jannitgen WILLEMSDR, tr. Nan THEUNISZ, geb. ca. 1585.
                                                      In 1648 verkoopt in Beverwijk Nan Teunisz aan Wouter Barentsz een huis in de Toorenstraet 394. In 1650 wordt een verklaring afgelegd door Nanningh Theunisz, 65 jaar 395.
                                                  4. Cornelisgen WILLEMSDR, tr. Cornelis THEUNISZ, zn van Theunisken JANS.
                                                  5. Rieuwert WILLEMSZ, zie 206.
                                                  6. Claes WILLEMSZ, alias Droogh, timmerman, overl. vóór 13 aug. 1628, tr. 1° N.N., ondertr. 2° Beverwijk tussen 14 juni 1621 en 3 juli 1622 (zij te Egmond, betoog om aldaar te trouwen) Anna GERRITS.
                                                      In Beverwijk zijn op 13 augustus 1628 Anna Gerrits, weduwe van Claes Willemsz, geassisteerd met Jacop Gerritsz haar broer, ter eenre, en Rijeuwert Willemsz timmerman als oom en bloedvoogd van Trijntgen Clasdr, ter andere zijde, geaccordeerd dat Anna Gerritsdr haar kind geprocreëerd bij wijlen Claes Willemsz zal bewijzen als haar vaders erfenis 20 gld 396.
                                                      In Beverwijk verkoopt in 1613 Harpar Heijndricksz, poorter dezer stede, aan Claes Willemsz en Claes Lambertsz, zijn mede-poorters, een erfje bij de kerk, strekkende voor van de Eemskerckerwech tot achter aan de weduwe van Frans Thomasz, belend ten noorden Adriaen Cornelisz, ten zuiden Claes Willemsz voornoemd, voor een rentebrief van 55 gld hoofdsom 397.
                                                414. (<207) Wouter ROELOFFSZ,
                                                tr.
                                                415. (<207) (>830) Marijtgen BARENTSDR.
                                                    In 1635 transporteren in Beverwijk Ryeuwert Willemsz, man en voogd van Marijtge Woutersdr, en Jan Dircksz, man en voogd van Roeloffgen Woutersdr, kinderen en erfgenamen van Marijtgen Barentsdr, hun rechten op de goederen die hun moeder en hun moei Wendeltgen Barentsdr hadden in Dieveren, aan Barent Jansz, stedehouder van Bloys wonende in Beverwijk, als getrouwd hebbende Margriet Heyndricks, dochter van Wendeltgen Barentsdr 398.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Marijke WOUTERSDR, zie 207.
                                                    2. Roeloffgen WOUTERSDR, tr. Jan DIRCKSZ.
                                                  460. (<230) (>920, >921) Dirck Thomasz GLIMMER, geb. verm. Zaltbommel ca. 1581, varende gezel (bij eerste huwelijk), makelaar, overl. ca. 1634,
                                                  ondertr. 2° (pui) Amsterdam 21 dec. 1632 Fransken van 't COUTERE,
                                                  ondertr. 1° (pui) Amsterdam 27 dec. 1603 (hij Dierik Thomasz van Bommel, varende gezel, zij Grietgen Melisdr, geassisteerd met Lysbeth Pietersdr haar moeder)
                                                  461. (<230) (>922, >923) Grietgen MELISDR, geb. ca. 1579, overl. Amsterdam 27 juni 1628, begr. (als Grieten Melijs, de huisvrouw van Dirck Tomessen „int stat van Gelder”, 2 uren met de klokken van 3 gld beluid, ƒ 14, in de Oude Kerk).
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Thomas Dircksz MAES, geb. ca. 1604, zie 230.
                                                    2. Aeltgen Dirxdr MAES, geb. ca. 1606, ondertr. (pui) Amsterdam 7 juni 1630 (hij geassisteerd met Michiel Vloots zijn vader en Anna Ackermans, weduwe, zij geassisteerd met Dirck de Glimmer haar vader) Lambert VLOOTS, geb. ca. 1606.
                                                    3. Elisabeth MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1615, ondertr. (pui) Amsterdam 21 okt. 1632 (hij van Harlingen, geassisteerd met Bauke Pieters zijn moeder, zij geassisteerd met haar vader Dirck Maesz de Glimmer, wonende op de N:Z: Voorburgwall) Baerent JANSZ, geb. ca. 1610, zn van Bauke PIETERS.
                                                    4. N.N. Dircks GLIMMER, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) 30 maart 1621 (kind van Dirck Tomasz Glimmer bij de Corsbrug, ƒ 4).
                                                  462. (<231) (>924, >925) Dirck Jansz BLAEUW, begr. Amsterdam 31 mei 1635,
                                                      Op 4 september 1604 maakt Dirick Jansz Blaeuw, wonende binnen de stad Amsterdam, een codicil waarin hij begeert zo hij geraakt te sterven zonder wettige kinderen in 't leven na te laten, dat Popias van Paenderen, zijn oom [in feite moedersneef] te Haarlem, vooruit zal hebben, zoals testateur legateert bij dezen, de somme van 800 gld, om redenen hem daartoe zonderling bewegende 399.
                                                      In Haarlem constitueert op 24 augustus 1628 Cornelis IJsacxz van der Wal zich cautionaris voor de arresten te laten doen door Stijntgen Fredricxdr, weduwe van Popias van Paenderen, op de personen van Dirck Jansz Blaeu en Jan Lammersz Klouskerck, beiden van Amsterdam, om dienaangaande het gewijsde van schepenen te voldoen 400.
                                                      In Haarlem stelt op 20 oktober 1628 Jan Backer, houtkoper, zich cautionaris voor 't namptissement van 22000 gld door Stijntgen Fredricxdochter, weduwe van Popias Claesz van Paenderen, op 11 oktober 1628 geobtineerd van de schepenen alhier ten laste van Dirck Blaeu cum socijs, om de voorschreven somme in 't geheel of deel wederom te restitueren indien ten principale zulks bevonden mocht worden te behoren 401.
                                                      Op 27 juli 1657 testeert Jan Philpsz Deijman, burger binnen Haarlem. Hij prlegaterrt aan Jan Deijman zijn cousijn, zoon van zal. Gerrijt Nanningsz Deijman, 400 gld, en legateert aan Grietgen Jacobs de Groot, die bij hem woont, een huis in de Wijde Appellaerstege binnen Haarlem en nog een rente van 10 gld 's jaars van een somme van 200 gld, mits dat na haar dood 't voorschreven huis met de 200 gld zal komen aan zekere camers in de Barrevoetenzustersstege genaamd Deijmans camers. In de verdere goederen institueert de testateur de gezamenlijke kinderen van de voornoemde Gerrijt Nanningsz Deijman zal. voor de ene helft en de gezamenlijke kinderen van zal. Dirck Jansz Blaeuw voor de andere helft, en alzo hij mede bezit een stuk leenland is het zijn uiterste wil dat degene op wie dat land na zijn dood zal succederen daarvoor 3500 gld in zijn boedel zal brengen. Ordonneert testateur dat na zijn dood het bewind van de voorschreven Deijmans camers zullen hebben zijn 3 cousijns, met namen Jan Deijman, Willem en Dirck Deijman. [Hij tekent als Jan Deiman van Paenderen.] 402
                                                      Op 24 oktober 1659 compareerden Willem en Jan Deijman, ook voor Dirck, Grietie en Cornelia Deijman, hun broer en zusters, kinderen van zal. Gerrit Nanninxe Deijman en erfgenamen van zal. Jan Phillipsz Deijman mitsgaders mede-erfgenamen van wijlen Debora Phillips van Paendren, zuster van Jan Phillips Deijman voorschreven, ter eenre, en Gerrit Blaeu en Elisabeth Blaeu, kinderen van wijlen Dirck Jansz Blaeu en mede-erfgenamen van zal. Debora Philips van Paenderen voorschreven, ter andere zijde, en verklaarden door tussenspreken van Laurens Haes en Cornelis van Campen, overeengekomen zijn nopende de boedel en goederen door de voornoemde Debora Phillips van Paenderen en Jan Phillips Deijman nagelaten, als volgt. Eerstelijk dat de voornoemde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman zullen te voorschijn brengen en oplossing doen van alle rentebrieven, obligatiën en onroerende goederen als de voornoemde Debora met de dood ontruimd heeft, voor zo veel tegenwoordig daarvan in wezen zou mogen zijn, en de rentebrieven, obligatiën of vaste goederen die daarvan verkocht of afgelost zouden mogen wezen, en dat de voorschreven kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman de penningen daarvan gekomen op Allerheiligen van dit jaar zullen bijleggen en te voorschijn brengen als voren, daaronder gerekend de somme van 1500 gld voor zo veel de helft aangaat van zeker leenland door de voorschreven Ja Phillipse verkocht en voor de helft door Debora nagelaten, waarna onpartijdige advocaten de deling zullen uitspreken, in aanmerking nemende het navolgende testament, en wat aangaat de verschenen renten van obligatiën, rentebrieven, ghuishuren, contante penningen, meubelen en huisraad door de voornoemde Debora van Paenderen nagelaten en die bij haar overlijden tegoed waren geweest, daarvan zullen de kinderen van de voornoemde Gerrit Nanninxe Deijman tot hun profijt blijven behouden, mits dat zij daartegen tot hun last nemen de legaten door de voornoemde Debora van Paenderen gemaakt alsmede de doodschulden en onkosten op haar begrafenis gevallen, en tot laste van de boedel zal alleen komen de helft van600 gld die Cornelia Dircx daarop te spreken heeft, en voorts dat de kinderen vvan Dirck Jansz Blaeu van waarde houden de codicillen van de voornoemde Jan Phillipse Deijman gepasseerd op 29 december 1657 gevolgd op het testament voor notaris Jan Colterman op 27 juni 1657, zodat de voornoemde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman aan de kinderen van Gerrit [bedoeld is kennelijk „Dirck"] Jansz Blaeu voor alle pretentiën die zij hebben uit kracht van 't voorschreven testament op de nagelaten goederen van de voornoemde Jan Phillips Deijman zullen betalen 300 gld met nog 2 gouden ducaten tot een verering. Ingeval Anthonij van Vossele, in huwelijk gehad hebbende Johanna Blaeu, dochter van Dirck Jansz Blaeu en zuster van de comparanten voorschreven, enige actie op de voorschreven boedel van de voornoemde Jan Flipse en Debora van Paenderen wilde pretenderen, zullen de kinderen van Dirck Jansz Blaeu de gemelde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman indemneren en schadeloos houden. 403
                                                      Op 6 december 1659 verlenen Gerrit de Blaeu en Elisabeth de Blaeu meerderjarige dochter wonende te Utrecht, beiden kinderen van zal. Dirck Jansz Blaeu en elk voor een zevendepart erfgenaam van zal. Debora Phillips van Paenderen te Haarlem overleden, absolute procuratie aan Cornelis van Campen, burger van Haarlem, om wat deze zevendeparten aangaat alle onroerende goederen, hetzij van huizen, landen, rentebrieven, grafstede of anders tot de boedel van de voorschreven Debora Phillips van Paenderen behorende, in contant geld te verkopen, te transporteren en de penningen en custingen daarvan procederende te ontvangen 404.
                                                      Op 9 juni 1660 compareerden Dirck en Jan Deijman, ook voor Willem, Grietie en Cornelia Deijman, hun broer en zusters, kinderen van zal. Gerrit Nanninxe Deijman, voor 5 zevendeparten mede_erfgenamen van wijlen Debora Phillips van Paenderen, ter eenre, Gerrit Blaeu en Elisabeth Blaeu, kinderen van wijlen Dirck Jansz Blaeu, voor de resterende 2 zevendeparten mede-erfgenamen van zal. Debora Phillips van Paenderen voorschreven, ter andere zijde, die verklaarden dat overeenkomstig het akkoord van 24 oktober 1659 als nagelaten boedel van Debora is opgegeven, een rentebrief ten laste van Gerrit Mareelsz ƒ 300, 6 maanden rente hiervan ƒ 6, een obligatie ten laste van Pieter Buijser ƒ 400, 6 maanden rente ƒ 9, een obligatie ten laste van Lourens Huessen ƒ 3000, 6 maanden rente ƒ 60, een obligatie ten laste van Jan Deijman ƒ 200, 6 maanden interest ƒ 4, de helft van leenland door Jan Phillipsz verkocht ƒ 1500, 6 maanden interest ƒ 300, voor de helft van het huis met erf in de Paerdesteech verkocht aan Hendrick Evertsz van Campen op 5 termijnen, voor de helft ter somme van 1950 gld, gereduceerd tegen de penning 16, komt contant ƒ 1733, 6 maanden interest ƒ 34, de helft van omtrent 100 roeden land buiten de Groote Houtpoort verkocht aan Andries Akersloot op 3 termijnen voor de somme van 1250 gld, en 1 st van ieder gld gereduceerd als voren ƒ 1240, voor 6 maanden rente ƒ 25, ten laatste van een rentebrief ten laste van Robbert Harmansz te Akersloot van 200 gld waarvan Jan Phillipsz Deiman in zijn leven ontvangen heeft 75 gld, de rest bankroet, dus hier ƒ 75, totaal ƒ 7616, nog enkele posten ten voordele van de boedel pro memorie, welke opgave de kinderen van Dirck Jansz Blaeu approberen, waarna de comparanten gedeeld hebben, en alleen nog onverdeeld blijven enige memorieposten waarin de kinderen van Dirck Jansz Blaeu elk voor een zevendepart hun portie blijven behouden, en enige memorieposten waarop die kinderen van hun portie zijn betaald, en als 't gebeurde dat nog enig voordeel van de voorschreven boedel mocht opkomen zal elk hiervan voor een zevendepart genieten, maar in geval van schade die mede elk voor een zevendepart dragen. Volgt nog een specificatie van onkosten waarmee het sterfhuis van Debora Philips van Paenderen is belast, totaal ƒ 873-2-0, waarvan ƒ 357 voor de helft van 700 gld toekomende Cornelia Dircx met 6 maanden interest, en ƒ 218 voor de collaterale successie. 405
                                                  tr.
                                                  463. (<231) Lysbet GERRITSDR, begr. Amsterdam 14 maart 1641.
                                                      In Haarlem op 1 november 1630 constitueren Jan Lambertsz van Croeskerck en Lysbet Gerritsdr huisvrouw van Dirck Jansz Blauw woonachtig te Amsterdam, Pieter van Sonnevil als procureur ad lites op en jegens Cornelis Ysaxsz van der Wal en alle anderen, en constitueert Rieuwert Symonsz Nutael[?] zich borg voor Jan Lambertsz van Croeskerck en Lysbet Gerritsdr, gearresteerden, om voor hen te zullen voldoen het vonnis door schepenen gewezen op en jegens Cornelis Ysacxz van der Wal 406.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Dirckie BLAUW, geb. ca. 1608, zie 231.
                                                      2. Gerrit Dircksz BLAEUW.
                                                      3. Johanna Dircks BLAEUW, overl. vóór 24 okt. 1659, tr. Anthonij van VOSSELE.
                                                      4. Elisabeth Dircks BLAEUW.
                                                    498. (<249) Gerrit HENDRICKSEN, schipper te Zwolle,
                                                    tr. Zwolle 21 april 1618
                                                        Huwelijksinschrijving te Zwolle: Gerrijdt Hendricksen wonende bij Timan Petersen karveelschippers ende Trijn Rolefsen, sa: Roleff Jacobsens kuiper dochter.
                                                    499. (<249) (>998, >999) Trijn ROLEFSEN, ged. Zwolle 5 jan. 1584 of april 1590, doet op 13 april 1623 als Trintgen Roelof, vrouw van Gerriet Hendricksen, schipper, in Zwolle belijdenis.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Judith GERRITS, zie 249.
                                                      2. Henrijck GERRIJTSEN, tr. Zwolle 17 sept. 1644 Wijmtijn ALBERTS, wed. van Peter FLORISSEN.
                                                          Huwelijksinschrijving te Zwolle: Henryck Gerritsen Gerryt Henrycken schipper sone, ende Wijmtijn Alberts Peter Florissen, won. buyten de Vispoorte.
                                                      3. Roelof GERRITS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 2 sept. 1621.
                                                      4. Roleff GERRITS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 20 aug. 1626.
                                                    505. (<252) Neel JANS.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Ambrosius JANSZ, geb. ca. 1608, zie 252.
                                                    506. (<253) (>1012) Govaert BASTIAENSZ,
                                                    ondertr. 1°/tr. Gouda 9/23 juli 1605 Marriken JASPERSDR, begr. ald. (St. Janskerk) 21 dec. 1608 (begrafeniskosten 4-18-0, luiden 2-17-0),
                                                    ondertr. 2°/tr. Gouda 14/29 maart 1609
                                                    507. (<253) Belijtje JANS.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Annetje GOVERTS, geb. Gouda ca. 1609, zie 253.
                                                      2. Hendrick GOVERTSZ, geb. Gouda ca. 1611.
                                                    511. (<255) Jannetie JANS.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Trijntje CORNELIS, geb. ca. 1605, zie 255.


                                                    Generatie X (<IX, >XI)

                                                    576. (<288) (>1152) Jacob DIRCXZ,
                                                        Op 16 december 1531 wordt Jacob Dirck Arijsz, na overdracht door Sijmon Hendricksz, beleend met 4 morgen land in Hazerswoude aan de Rijndijk, en verkrijgt hij een halve morgen als vrij eigen 84.
                                                        In 1582 hebben in Hazerswoude Dirck Jacobsz en Aert Jacobsz, gebroeders, en Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Pieter Pietersz, met Roelof Ariaensz als voogd, als erfgenamen en kinderen van Jacob Dircxz en Dirckgen Jacobsdr, bij loting geschift en gescheiden; Dirck Jacobsz zal hebben het westelijke weer land (strekkende zuidwaarts vanuit de Rijn tot de Dwarswetering), belend west Marye Willemsdr de weduwe van Willem Aertsz en de kerk van Hazerswoude, Aert Jacobsz het middelste weer, met erfpacht van 5 Hollandse ponden 's jaars aan de kerk van Alphen (samen met het land van Dirck Jacobsz), en Neeltgen Jacobsdr het oostweer land, dat zij te leen moet houden van het huis van Alckemade dat men ook Poelgeest noemt, staande in Oegstgeest, met de bepaling dat Dirck Jacobsz een oppad zal hebben over de huiswerf van Neeltgen en vandaar dwars over het land van Aert Jacobsz 407.
                                                    tr.
                                                    577. (<288) Dirckgen AERTSDR.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Dirck JACOBSZ, zie 288.
                                                      2. Aert JACOBSZ, tr. Lijsbeth BOUWENSDR.
                                                          In het kohier van de kapitale lening van Rijnland van 1599 komt onder Hazerswoude, 't Oosteynde, voor Aernt Jacobsz' weduwe, in 1600 onder Hazerswoude, vermeerderinge, Lijsbeth Bouwensdr, weduwe van Aert Jacobsz, met haar kinderen, op 10 gld, en nog het dubbele hiervan, samen 30 gld, en in het kohier van het ruitergeld van Rijnland in 1602, onder Hazerswoude, 't Oosteynde, Lysbeth Bouwens, weduwe van Aert Jacobsz, met haar kinderen, op 15 gld.
                                                      3. Neeltgen JACOBSDR, tr. Pieter PIETERSZ.
                                                          In het kohier van de kapitale lening in 1599 komt onder Hazerswoude, 't Oosteynde, voor Neeltgen Jacobs (naast Dirc Jacobs), in 1600 onder Hazerswoude, vermeerderinge, Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Pieter Pietersz, aan de Rijndijk, met haar zoon, op 10 gld en met het dubbele daarvan 30 gld, in 1602 voor het ruitergeld onder Hazerswoude, 't Oosteynde, Neeltgen Jacobs, weduwe van Pieter Pietersz, met haar kinderen, op 10 gld.
                                                    592. (<296) (>1184) Jacob Claesz CLINCKENBERCH, pachter van Klinkenberg (1532-1564), overl. 1564,
                                                        In Sassenheim wordt in 1543 voor de tiende penning Jacob Claesz Clinckenberch getaxeerd op 150 gld 's jaars voor het gebruik van 54 morgen land, waarover de tiende penning 15 gld bedraagt, evenzo in 1544, in 1553 voor het gebruik van een hofstede met 58 morgen en 1 hond land van de abdij te Rijnsburg op 210 gld, en nog van 4 morgen en 1½ hond land van mijnheer van Schenen te Colen op 28 gld, en in 1557 voor het gebruik van 58 morgen land van 't convent van Rijnsburg op 210 gld 408.
                                                        In het morgenboek van 1544 van Rijnland 409: Die voorsz abdij die woeninghe van clinckenberch ende bruycker Jacob Claeszoon. Ende is groot lvii morgen cv roeden.
                                                    tr. 1° N.N.,
                                                    tr. 2°
                                                           Uit het eerste huwelijk:
                                                      1. Bartholomeus Jacobsz CLINCKENBERCH, pachter van Klinkenberg (vanaf 1564, opgevolgd door zijn weduwe tot een jaar tussen 1603 en 1608), overl. tussen 1588 en 1593, tr. Fijtgen DIRCXDR.
                                                          Bij advies van Dirck Kessel, rentmeester van de goederen van het convent van Rijnsburg, is in 1577 door de kamer van de rekening geaccordeerd met Bartholomeus Jacobsz Clinckenberch als dat hij in pacht zal hebben en gebruiken 52 morgen land van 't voorschreven convent, liggende omtrent het dorp Sassenheim aan verscheidene percelen en in diverse ambachten, voor 5 jaar ingaande Petri ad cathedram [22 februari] anno 1578, mits jaarlijks kermis daarvoor betalende aan de voornoemde rentmeester voor de eerste 3 jaren 140 en voor de resterende 2 jaren 140 ponden, alle van 40 groten Vlaams, met conditie dat men de woninge of huizinge van 't voorschreven land buiten zijn kosten wederom zal optimmeren tot redelijkheid en zulks hij zich daarin zal kunnen behelpen en zijn bouwerij exerceren, des zal de voorschreven Bartholomeus Jacobsz de wei- noch de hooilanden mogen insteken of bezaaien, en ook deze huur niemand anders overgeven in 't geheel of deel dan bij expres consent van de kamer of de voornoemde rentmeester 410.
                                                          Op 9 maart 1606 is voor het Hof van Holland Jr Gerrit van Poelgeest, heer van Hoogmade, Koudekerk etc., rentmeester-generaal van de abdij van Rijnsburg, impetrant jegens Fijtgen Dircxdr, wonende op Clinckenberch, die gedagvaard was om te kennen of ontkennen de huurcedulle mitsgaders autentiek extract uit des impetrants blaffert van de somme van 500 gld over twee jaren landpacht verschenen Valkenburger markt 1604 en 1605, die niet compareerde 411.
                                                          In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Warmond' vermeld: Fijtgen Dircxdr, weduwe van Bart van Clinckenberch 412.
                                                      2. Dirck Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1528, overl. vóór 1580, tr. Tryn CORSSENDR.
                                                          Op 8 februsri 1577 wordt een verklaring afgelegd door Dirck Jacobsz Clinckenberch, oud omtrent 48 jaar, buurman van Warmond 413.
                                                          In het morgenboek van Oegstgeest staat in 1580 en 1584/1585 onder Warmond vermeld dat Tryn Korssen, de weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, 3 morgen 1/2 hond gebruikt van de 11000 maagden te Warmond 414Hollandse studiën 8, door J.C. Besteman e.a., Dordrecht 1975: A.G. van der Steur, Johan van Duvenvoirde en Woude (1547-1610), heer van Warmond, admiraal van Holland.\, blz. 269, 17 november 1576 (Huisarchief Warmond nr 22), schade van inwoners van Warmond door plunderende soldaten: „Dirck Jacops Clinckenberch, benomen een coe met linden en dekens, tsm geraemt 50 gul”, en op blz. 263, ca. 1586-1590 (Huisarchief Warmond nr 69), inkomsten uit de heerlijkheid Warmond: o.m. Dirck Jacobsz Klinckenberch, uit een huis.
                                                          In Warmond verkoopt op 4 juni 1589 Thijs Gerritsz bakker te Warmond aan Katrijna Corssen, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, een hofstede, schuur en croft, belend ten noordoosten Geertgen Gerritsdr weduwe van Willem Cornelisz Joncker en Dirck Cornelisz timmerman, ten zuidoostem Cornelis Pietersz scheepmaker, ten zuidwesten Engel Pietersz Coninck met Thonis Dammasz, ten noordwesten de Heerwech, belast met een hoofdsom van 125 gld, voor een schuldbekentenis van 875 gld, en verkoopt in februari 1590 Katrina Corssendr, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, met Cornelis Dircxz haar zoon, aan Meyns Bartoutsdr weduwe van Maerten Pietersz een huis met erve, barg, schuur, potinge en plantinge, belend ten zuidwesten Anthonis Roelants, ten noordoosten Willem Bartouts, strekkende tot de Heerwech, die dit de volgende dag verkoopt aan Jan Jansz Swaeck, welke dit de dag daarop verkoopt aan Willem Vranckensz 415.
                                                          In Warmond vindt op 11 november 1601 de overdracht plaats door Catryn Corssendr, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, geholpen door Pieter Jacobsz Clynckenberch, met goeddunken van Tys Jacobsz en Dammas Willlemsz haar zwagers en Geertgen Dircxdr haar dochter, aan Cornelis Dirck Clinckenberch haar zoon, van een hofstede, belend ten noordoosten Dirck Cornelisz timmerman c.s., ten zuidoosten Cornelis Pietersz scheepmaker, ten zuidwesten Engel Pietersz Coninck en Thonis Dammasz, ten noordwesten de Heerwech (de koop is geschied vóór dato van de 40e penning) 416.
                                                    593. (<296) (>1186, >1187) Apollonia DIRCXDR.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1545, zie 296.
                                                      2. Geertgen Jacobsdr CLINCKENBERCH, overl. vóór 1 jan. 1592, tr. Willem DIRCXZ.
                                                          In Sassenheim in 1592 verkopen Willem Dircxz als vader en voogd over Trijntgen Willems zijn dochter geprocreëerd bij Geertgen Jacobsdr zijn huisvrouw zal., en Bartholomees Jacobsz Clinckenberch als oom en medevoogd van Trijntgen, aan Pieter Jacobsz Clinckenberch een vierdedeel van omtrent 6½ hond teelland, van een krocht teelland van 6½ hond, van 6 hond weiland, en van 3 hond weiland, van welke landen Cornelis Dircx de helft en voornoemde Pieter Jacobs ¼ bezit, alles uit de nalatenschap van Dirck Jansz bijgenaamd Grote Dirck en Lijsbeth Sijmonsdr zijn vrouw 417.
                                                    594. (<297) (>1188, >1189) Wouter STEVENSZ,
                                                        In Sassenheim wordt Wouter Stevensz in 1553 voor de tiende penning getaxeerd, voor gebruik van een hofstede met 16½ morgen ½ hond land, waarvoor hij zijn moeder van omtrent 10 morgen 50 gld huur betaalt, het convent van Puijel 6 gld 6 st huur, voor huur van een stukje van Neeltgen int Hout te Rijnsburg 2 gld 6 st huur, Dirck Jansz te Sassenheim 18 st huur, de pastoor van Sasenheim van een stukje geestland 8 st huur, voor zijn eigendom daarin nog getaxeerd op 13 gld, zodat hij voor de tiende penning 7 gld 7 st 10 penn moet betalen, waar nog bijkomt 2 st 8 penn omdat hij de kerk van Warmond 4 gld huur betaalt vanwege het aandeel van die kerk in de hofstede; in Sassenheim wordt Wouter Steevensz in 1557 getaxeerd vanwege gebruik van 2 morgen land van het convent van Puel op 6 gld 6 st, van omtrent 10 morgen land van zijn moeder Lysbet Steevens op 50 gld, van een halve morgen land van Neeltgen int Hout te Rijnsburg op 2 gld 15 st, van 1 morgen land van de kerk van Warmond op 4 gld, voor zijn hofstede in eigendom met zeker geestland groot omtrent 2 morgen 9 gld en voor zijn huis op 6 gld, in Lisse wordt Wouter Stevents onder „Zassem” in 1557 voor het gebruik van 1 morgen 2½ hont land van Jacop Pietersz te Warmond getaxeerd op 6 gld 418.
                                                    tr.
                                                    595. (<297) Reijmpgen JACOBSDR.
                                                        In 1581 verkoopt voor schouten en schepenen van Lisse en van Sassenheim Reymtgen Jacobsdr, weduwe van Wouter Stevenszn, met Pieter Jacobszn Clinckenberch, wonende te Sassenheim, haar zwager en voogd, aan Albert Janszn en Engel Adriaenszn 5 morgen land in de Lageveen in het ambacht van Lisse, belend ten noordoosten de Delftwech, ten zuidoosten Aeltgen Banendr, weduwe van Gerrit Stevenszn, ten zuidwesten de vaart, waarbij zij haar woning verbindt met twee morgen land in Sassenheim, belend ten noordoosten Jacob Claeszn, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten voornoemde Jacob Claeszn, ten noordwesten Pieter Jacobszn Clinckenberch en de voornoemde weduwe van Gerrit Stevenszn 419.
                                                        In 1598 verkopen in Sassenheim Marijtgen Woutersdr, weduwe van Pieter Fransz, met schepen Dirck Fransz als haar voogd, Jan Woutersz, Cornelis Woutersz en Steven Woutersz, allen nagelaten kinderen en erfgenamen van Reijntgen Jacobsdr en Wouter Stevensz, aan Pieter Jacobsz Clinckenberch hun zwager vier vijfdeparten in de helft van de woning met omtrent 7½ morgen wei- en teelland, met nog vier vijfdeparten in 6½ hond liggende in een kroft van 13½ hond waarvan de rest de kerk van Warmond en de pastorie van Sassenheim competeert, in welke woning en land voornoemde Clinckenberch de helft competeert mitsgaders het vijfde part in de naam van Tryn Wouters zijn vrouw, mede kind en erfgenaam van voornoemde Reijn Jacobs en Wouter Stevensz 420.
                                                        In Voorhout verklaren in 1599 Pieter Jacobsz Clinckenberch als man en voogd van Tryntgen Woutersdr, wonende te Sassenheim, Jan Woutersz wonende te Sassenheim, Cornelis Woutersz wonende te Gelderswou, Steven Woutersz wonende te Lisse, en Marytgen Woutersdr weduwe van Pieter Fransz, mede wonende te Lisse, geholpen door Dirck Fransz, allen broers en zusters, dat voorschreven Marytge Woutersdr in de deling der goederen van Reympgen Jacobszdr hun zal. moeder te lote is gevallen omtrent 1½ morgen land in Voorhout, belend ten zuiden en zuidoosten de Schousloot, ten zuidwesten Baerte Vranckendr, ten noordoosten Philps Joostensz met bruikwaar en Cornelis Jan Coppensz met eigen, ten noordwesten Lenaert Geryts met bruikwaar, waarvoor Marytgen of haar kinderen een uitweg mogen hebben over het land van voorschreven Pieter Jacobsz Clinckenberch, en langer niet 421.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Trijntgen WOUTERSDR, zie 297.
                                                        2. Steven WOUTERSZ, geb. ca. 1569.
                                                            Op 18 juli 1626 getuigen Pieter Jacobsz van Clinckenberch, oud omtrent 80 jaar, en Steven Woutersz, oud omtrent 57 jaar, beiden buurluiden in Sassenheim, ten verzoeke van Dirck Pietersz wonende in de Cleij onder Noordwijk, die in de vasten laatstleden omtrent 9 jaar geleden geweest zijn op de woning alwaar requirant tegenwoordig woont, maar toen Dirc Lenertsz Coomen, verhuurder van de woning 422.
                                                        3. Cornelis WOUTERSZ.
                                                            In 1585 verkoopt in Sassenheim Cornelis Woutersz aan Jan Woutersz zijn broer 8½ hond land, waarop een losrente van 9 gld 8 st 's jaars toekomende Jan Dircxz, en een losrente van 3 gld 's jaars toekomende Steven Woutersz, comparants broer 423.
                                                        4. Jan WOUTERSZ.
                                                            In Sassenheim verkoopt in 1585 Jan Woutersz aan Jan Jansz 1½ morgen land gelegen opten thuijn, verkoopt in 1602 Rombout Pietersz wielemaecker aan Jan Woutersz een schuur en erf, wezende het achterste deel van de huizinge genaamd de Wildeman, en is in 1606 Jan Wouters aan Pieter Maerts een losbare rente van 6 gld 's jaars schuldig 424.
                                                        5. Marijtgen WOUTERSDR, tr. Pieter FRANSZ, zn van Frans DIRCKSZ en Aeffgen PIETERSDR.
                                                            In 1600 verklaren in Sassenheim Dirck Fransz, Foijt Henricxz scheepmaecker tot Onderschie als man en voogd van Annetgen Fransdr, Willem Cornelisz tot Warmond als man en voogd van Neeltgen Fransdr, en voornoemde Dirck Fransz met Jan Woutersz en Pieter Jacobsz Clinckenberch als voogden over de onmondige kinderen van zal. Pieter Fransz, allen erfgenamen van zal. Aeffgen Pietersdr hun moeder, schoonmoeder en grootmoeder bij Frans Dircksz, door Gerrit Cornelis, enige zoon van Aeffgen Pietersdr en haar tweede man Cornelis Dircksz, ten volle betaald te wezen 425.
                                                      596. (<298) (>1192, >1193) Jan Jacobsz SCHEUR, geb. ca. 1536  426, scheepmaker te Warmond,
                                                          In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1561 wordt vermeld, in het Westeynde: Jan Jacobsz bruikt zijn hofstede, huis, barg en schuur, in eigen 427.
                                                          Op 25 juli 1575 wordt getuigenis geleverd door Jan Jacopsz Schuer, oud omtrent 40 jaar, en getuigen, ten verzoeke van Jan Jacopszoon Schuer, Cornelis Willemsz den Haen en Jacop Cornelisz dat hij in huur van 't convent van de Barnarditen te Warmond gebruikt 10 hond weiland en in '73 en '74 luttel of weinig profijt gehad heeft maar grote schade geleden, omdat zijn koeien en beesten tot twee keer toe door de vijand daaruit geroofd zijn die hij elke keer tot zijn grote schade terug heeft moeten kopen en uit handen van de vijand lossen 428.
                                                      tr.
                                                      597. (<298) Griete CORSSENDR, overl. Warmond vóór 10 febr. 1600.
                                                          In Warmond bekent in 1598 Margriete Corssendr, weduwe van Jan Jacobsz Scheur, geassisteerd met Jacob Jansz haar zoon, aan Maria Geritsdr, huisvrouw van Gerit Roeliffs, en Roelof Geritsz haar zoon, een losbare rente van 6 gld 5 st 's jaars schuldig te zijn, hoofdsom 100 gld, met als onderpand haar huizinge en erve, belend ten westen Lyclaes Bartoutsz, ten oosten Barber Foyten weduwe van Gysbert Pietersz, strekkende voor van 't buurpad tot achter in de Lee toe, met Jacob Jansz als borg voor zijn moeder 429.
                                                          In Warmond compareren in 1608 Fytgen Cornelisdr geholpen door de schout, Claes Jansz Scheur, Cors Jansz Scheur en Lysbet Jansdr geassisteerd bij Heyman Bouman, allen kinderen en erfgenamen van Griete Corssendr, hun moeder zal., en bekenden op 10 februari 1600 bij het leven van voorschreven Jacob Jansz Scheur met hem geaccordeerd te zijn, en nu alsnog accorderen bij tussenspreken van Cornelis Cornelis Vechtersz, Jan Heymansz, Lyclaes Baertoutsz en Jan Jansz Swaeck, met de schifting en scheiding der goederen achtergelaten door Griete Corssendr voornoemd, bij welke deling o.a. aan de weduwe van Jacob Jansz Scheur en haar kinderen toebedeeld is 8 hond 43 roeden land, belend ten zuidoosten de Lijtwech, ten zuidwesten de erfgenamen van Nyclaes van der Laen, ten noordwesten het Monickenhout, toekomende de heer van Warmond, ten noordoosten de Monickenlaen toekomende dezelfde heer, belast met een losrente van 23 gld 's jaars, aan Cors Jansz en Lysbet Jansdr het voorste gedeelte en aan Claes Jansz het achterste gedeelte van het huis waarin Griete Corssendr overleden is 430.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Jacob Jansz SCHEUR, zie 298.
                                                          2. Claes Jansz SCHEUR, geb. Warmond, scheepmaker ald., ondertr. (nederd. geref.) Leiden 11 april 1597 Geertgen CORNELISDR, geb. ald., dr van Anna WILLEMSDR.
                                                              In Warmond verkoopt in 1598 Lyclaes Bartoutsz aan Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, 2 morgen land, belast met een losrente van 20 gld, voor een schuldbrief van 800 gld, en verkoopt in 1604 Pieter Pietersz Hans aan Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden weiland, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 13 roeden eertijds gekomen van het convent van de Barnardieten te Warmond, waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan Pietersz, belast met de helft van een losrente van 42 ponden 's jaars, van een losrente van 10 gld 's jaars en van een losrente van 18 ponden 's jaars, voor 1000 gld, te betalen op 10 eerstkomende Allerheiligendagen 431.
                                                              In Warmond verkoopt in 1607 Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, aan Gijsbert Jacobsz van der Codden een perceel hooiland, te verongelden voor 2 morgen, belend ten noordoosten de Groote Sloot, ten zuidoosten de Zijl, ten zuidwesten Foijt Cornelisz en Willem Baertoutsz, ten noordwesten Foijt Cornelisz voornoemd, voor 800 gld, waarvan 300 gereed en de rest 200 gld 's jaars, verkoopt in 1608 Claes Jansz Scheur aan het St. Elisabeth Vrouwengasthuis met de Leprosen te Leiden een losrente van 12 gld 's jaars, hoofdsom 200 gld, met als onderpand zijn huis, scheepmakerij en erve, belend ten noordoosten Barbara Foytendr, weduwe van Gysbert Pietersz, ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Lyclaes Baertoutsz, ten noordwesten Cors en en Lysbet Jan Scheuren, is in 1609 Claes Jansz Scheur, scheepmaker, aan Adriaen Zegersz en Jan Heymansz, heiligegeestmeesteren, een jaarlijkse losrente van 9 gld, hoofdsom 150 gld, schuldig, met als onderpand zijn huis en scheepmakerij en voorts omtrent 16 hond land, belend ten noordoosten Gysbert Jacobsz van der Codden, ten zuidoosten Jan Pietersz Vogelair, ten zuidwesten Jan Lambrechtsz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, en verkoopt in 1610 Claes Jansz Scheur, thans wonende te Kalslagen, aan Cornelis Cornelis Vechtersz omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 13 roeden, waarvan de wederhelft Jan Pietersz toebehoort, belend ten zuiden die wederhelft, ten zuidwesten Jan Lambrechtsz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Gysbert Jacobsz van der Codden 432.
                                                              In Warmond is Claes Jansz Scheur wonende te Kalslagen aan Jan Geritsz Beuckelaer, Heilige-Geestmeester, een jaarlijkse losrente van 6 gld 5 st schuldig, met als onderpand zijn huizinge en scheepmakerij te Warmond, belend ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Lyclaes Bertoutsz, ten noorden Arijs Jansz comparants zwager, ten noordoosten Barbara Foijtendr, weduwe van Gijsbert Pietersz, en belooft in 1612 Claes Jansz Scheur, wonende te Kalslagen, kosteloos en schadeloos te houden Cornelis Heymansz van Dam en Jan Willemsz Verhouff, beiden wonende te Leiden, die als borg voor hem opgetreden zijn ten behoeve van Willem Willemsz Vrunt wonende te Haarlem voor een bedrag van 242 gld 433.
                                                              In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Claes Janszoon Scheur en Geerte Cornelisdochter zijn huisvrouw, met Aechgen, Duyffgen, Grietgen, hun kinderen 434.
                                                              Bij de ondertrouw van Claes Jansz Scheur en Geertgen Cornelisdr was hij jongeman geboren te Warmond, scheepmaker, geassisteerd met Cornelis Dircxz Clinckenberch zijn cozijn, en zij jongedochter geboren te Leiden, geassisteerd met Anna Willemsdr haar moeder.
                                                          3. Cors Jansz SCHEUR, geb. Warmond ca. 1573, tr. ald. ca. nov. 1610 Geerken PIETERSDR, geb. Nieuwe-Wetering.
                                                              In Warmond wordt in 1599 getuigenis geleverd door Cors Jansz Scheur, oud omtrent 25 jaren 435.
                                                              In Warmond verkoopt in 1615 Cors Jansz Scheur, thans wonende op de Maaslandsesluis, aan Jan Geritsz kleermaker zekere huizinge en erve, belend ten zuidwesten Lyclaes Baerthoutsz, ten noordwesten de Heerwech, ten noordoosten Barbara Foytendr, ten zuidoosten het buurpad, waarover de schout Adriaen Willemsz van Griecken met de huizinge en erven gekomen van Aris Jansz en Claes Jansz Scheur, evenals de koper, overpad zal hebben, voor 635 gld 15 st 3 penn 436.
                                                          4. Lysbet Jansdr SCHEUR, geb. ca. 1566, tr. Arijs JANS.
                                                              In Warmond zijn in 1612 Arijs Jansz als getrouwd hebbende Lijsbet Jan Scheurendr ter eenre, en Cors Jansz Scheur haar broer, ter andere zijde, geaccordeerd over de scheiding en deling der huizinge, erve en voorcroften hun door 't overlijden van hun ouders opgekomen en tegen Claes Jansz Scheur hun broer aanbedeeld zijnde; Arijs Jansz houdt de huizinge, Cors krijgt de schuur en het voorste croftgen en 500 gld 437.
                                                        598. (<299) (>1196) Cornelis JAN MOURINGSZ,
                                                            In de kohieren van de 10e penning van Warmond staan de volgende gegevens. In 1553: Cornelis Jan Mouwerijnsz bruikt 23½ morgen land met huis, barg, schuur en boomgaard van Adriaen Gerijtsz brouwer te Leiden, voor 214 gld 's jaars, in 1558: Cornelis Jan Mouwerijnsz gebruikt 21 morgen 1½ hond land met huis, barg, schuur en boomgaard van Adriaen Gerytsz brouwer te Leiden, voor 189 gld 's jaars, en in 1561, in het Westeynde: Cornelis Jan Mouringsz bruikt 2 morgen eigen land, en bruikt van anderen 8 morgen 5 hond wei- en maailand met de hofstede, huis, barg en schuur, nog 6 morgen wei- en teelland, en 11 hond weiland 438.
                                                        tr.
                                                        599. (<299) (>1198, >1199) Marie JANSDR, overl. vóór 9 april 1604.
                                                            Op 26 mei 1576 verklaren Sacharias Mathysz, oud omtrent 37 jaar, en Foeyt Mathys Foeytensz, oud omtrent 23 jaar, ten verzoeke van Marytgen Jansdr, weduwe van Cornelis Jan Mourinsz, van Warmond, dat de voornoemde weduwe in huur gebruikt omtrent 4½ m land in Warmond omtrent de Zyl, dat zij in 1573 weinig profijt van dat land gehad heeft, nadien naar Haarlem overgegaan is en mede met haar beesten voortvluchtig in 't Westlandt is geweest, dat voorts requirante in hetzelfde jaar, zowel door vrienden als vijanden, ontroofd is van 6 koeien en 3 jonge beesten, dat in hetzelfde jaar, toen requirante in Leiden was, tussen Allerheiligen en Kerstmis haar woning door de vijand verbrand is, dat zij gedurend het beleg van Haarlem excessieve kosten gehad heeft van de vrienden en vijanden en soldaten in het voorschreven dorp, en dat requirante in 1574 geen profijt van het voorschreven land heeft gehad door belet van de vijand die bij dat land een schans had, en van haar door de vijand 4 koebeesten geslacht zijn en veel andere goederen van zuivel, kleren, enz. beroofd zijn, dat nog in hetzelfde jaar de molen waaronder het voorschreven land valt grotendeeld vernield is, en dat requirante in het jaar 1572 een grote aanval van soldaten gehad heeft 439.
                                                            Op 27 april 1577 verklaren Sacharias Mathys Janszoon, oud omtrent 38 jaar, en Foyt Mathys Foytenszoon, omtrent 24 jaar, ten verzoeke van Marie Jansdr, weduwe van Cornelis Mourinsz, mede wonende te Warmond, dat requirante omtrent 4½ morgen land liggende achter Warmond in huur gebruikt van 't kapittel ten Hoogelande binnen Leiden, dat zij het in 1575 niet rustelijk of vredelijk heeft kunnen gebruiken omdat zij het land ettelijke tijden uit vrees voor de vijand heeft moeten verlaten, en ook dat in hetzelfde jaar beesten door de vijand geroofd waren, en nog dat haar woning verbrand is en haar 11 koebeesten met 3 of 4 jonge koebeesten ontroofd zijn, enz. 440.
                                                            In Warmond verkoopt omstreeks april 1593 Marrytgen Jansdochter, weduwe van Cornelis Jan Mouwerincxz, met Leenart Cornelisz haar oudste zoon als voogd, aan Jan Heymansz 3½ hond land en nog een hond land toekomende de kerk van Warmond, belend ten noordoosten en zuidwesten de voorschreven Jan Heymansz zelf, strekkende van de Heerwech tot aan 't convent van de Barnarditen te Warmond toe, en stelt ter vrijwaring aan halve morgen geestland, gemengder voor en aarde met de kerk van Warmond, belend ten noordoosten Vechter Cornelisz, ten zuidwesten Claes Jansz wonende te Zevenhuizen, strekkende uit de Heerwech tot aan de Monyckenmuyer toe, en verkoopt dezelfde op 30 oktober 1594 aan Willem Baerthoutsz 3 hond teelland, „gemeynder iert en vuer” met 1½ hond geestland toekomende de kerk van Warmond, belend ten noordoosten Vechter Cornelisz, ten zuidwesten Jacob Jansz Rouys, strekkende uit de [ ] tot op 3 voet aan de Monyckenmuijer [ ] 441.
                                                            In Warmond verklaren op 17 januari 1622 Lenaert Cornelisz, Reijer Doedensz en Jan Sachariasz als getrouwd hebbende Grietgen Doedensdr, kinderen en representerende de plaats van Doe Reijersz eertijds man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, Dirck Cornelisz, en Fytgen Cornelisdr de weduwe van Jacob Jansz Scheur geassisteerd bij Jan Jacobsz Scheur haar zoon, dat op 9 april 1604 voornoemde Lenaert Cornelisz, Doe Reijersz, Dirck Cornelisz en Fytgen Cornelisdr bij blinde loting gescheiden en gedeeld hebben hun woning als huizinge, schuur, bargen, boomgaarden en erf nagelaten door Maria Jansdr hun moeder zal. ged. 442.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Lenaert CORNELISZ, alias Goelen, tr. N.N. Jacobsdr van HEEMSKERCK, dr van Jacob Cornelisz COSTER en Adriana HUYGENDR.
                                                                In Warmond verklaren in 1612 de weduwe Adriana Huygendr en de kinderen van Jacob Cornelisz, dat dezelfde Jacob Cornelisz in zijn leven verkocht heeft aan Lenaert Cornelisz hun zwager de helft van omtrent 2½ morgen land waarvan de wederhelft voornoemde Lenaert Cornelisz toekomt, belend ten noordoosten Lyclaes Barthoutsz, ten zuidoosten Jacob Jansz Rous, ten zuidwesten Jan Willemsz en Pieter Willemsz, ten noordwesten de Leede, belast met de helft van 25 gld 's jaars aan het gemene land van Holland en Westvriesland, voor 550 gld contant 443.
                                                                In Warmond is in 1623 Lenaert Cornelisz Goelen schuldig aan Geertruijt van Berckenrode, weduwe van Gillis van Heussen, wonende te Leiden, een losrente van 24 gld 's jaars, hoofdsom 400 gld, met als onderpand 1 morgen teelland, belend ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Jonge Cornelis Vechtersz, ten noordwesten en noordoosten Jan Sachariasz, ten zuidoosten de Heerwech, en zijn woninge, belend ten noordoosten Neeltgen Ariensdr weduwe van Vechter Cornelisz, ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Jacob Heijmansz, ten noordwesten Gerit Harmansz Bontgen 444.
                                                                In Warmond compareren in 1627 Lenaert Cornelisz alias Goelen, ter eenre, mitsgaders Oude Maritgen Lenaertsdr, weduwe van Pieter Gysbertsz, geassisteerd door Cornelis Jacobsz van Heemskerck haar oom, Lenaert Jansz als man en voogd van Jannetgen Lenaertsdr, Jan Lenaertsz, Jacob Cornelisz Coning als getrouwd hebbende Catarijn Lenaertsdr, Jonge Maritgen Lenaertsdr en Maritgen Lenaertsdr alias Jansgen, beiden geholpen door voornoemde Cornelis Jacobsz hun oom, allen kinderen van voornoemde Lenaert Cornelisz, ter andere zijde, verklarende Lenaert Cornelisz door zijn ouderdom onmachtig geworden om de landbouwerij te hanteren, transporteert hij ten behoeve van Oude Maritgen, Jacob Cornelisz Coning, Jonge Maritgen en Maritgen Jansgen de huizinge waarin hij woonachtig is, zijnde een gedeelte van de woninge nagelaten door Maria Jansdr zijn moeder, nog de zuidoostwaartse barg strekkende tot aan 't einde van het achtererf van de weduwe en kinderen van Dirck Cornelisz, mitsgaders de noordoosthoek van de voorboomgaard, alles als aanbedeeld door dode van Maria Jansdr voorschreven volgens de scheibrieven van 17 januari 1622, nog 2½ morgen land genaamd de Hoogeweijde, belend ten noordoosten Pieter en Foijt Lyclaeszonen, ten zuidoosten Huijch Adriaensz met bruikwaar, ten zuidwesten Barthout Willemsz c.s., ten noordwesten de Leede, belast met 25 gld 's jaars, te lossen met 400 gld, waarvoor zij zowel aan Lenaert Jansz als aan Jan Lenaertsz 500 gld moeten opbrengen, en waarvoor de kinderen aan hem zijn leven lang 100 gld 's jaars moeten uitkeren voor zijn onderhoud, nl. Jacob Cornelisz Coning, Oude Maritgen, Jonge Maritgen en Maritgen Jansgen elk 20 gld, en Lenaert Jansz en Jan Lenaertsz elk 10 gld 445.
                                                            2. Neeltgen CORNELISDR, tr. Doe REIJERSZ, geb. ca. 1554, overl. vóór 17 jan. 1622, wedn. van Grietgen CORNELISDR.
                                                                In Warmond verkoopt in 1591 Heynrick Cornelisz, wonende op de Nieuwe Weteringe in Alkemade, aan Doe Reyersz zijn zwager met de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Grietgen Cornelisdr zijn zuster geprocreëerd, de helft van 14 hond land waarvan de andere helft de weeskinderen is aanbestorven bij het overlijden van Cornelis Aelbertsz en Duyfgen Jansdr, hun bestevader en bestemoeder, belend ten noordoosten het water geheten Stincsloot, ten zuiden de Wezen te Leiden, ten zuidwezten de erfgenamen van Jan van Adrichem, ten noordwesten Jacob Jansz op het Vrouwenven 446.
                                                            3. Dirck CORNELISZ, alias Dirck Mary Jans, overl. vóór 19 dec. 1627, tr. Maritgen CORNELISDR.
                                                                In Warmond verkopen in 1627 Maritgen Cornelisdr, weduwe van Dirck Cornelisz alias Dirck Mary Jans, geassisteerd met Louris Cornelisz haar broer, voor de ene helft, Claertgen Dircxdr ongehuwde persoon, gesterkt door Lenaert Cornelisz alias Goelen haar oom en voogd, Cornelis Dircxz Deecken, en Jacob Dircxz, zijnde niet meer als 22 jaar geholpen door voornoemde Lenaert Cornelisz zijn oom mitsgaders Jan Jacobsz Scheur zijn neef, tezamen voor de andere helft, erfgenamen van voorschreven Dirck Cornelisz hun vader, aan Symon Joostensz wonende te Katwijk op den Rijn omtrent 2 morgen 2 hond 94 roeden land genaamd 't Molenweytgen, belend ten noordoosten Jan Cornelisz alias Jan Maet c.s., ten zuidoosten Barthout Willemsz van der Burch, ten zuidwesten Jacob Heijmans, ten noordwesten Cornelis Cornelisz Voijs en Barthout Willemsz voorschreven, voor 1500 gld boven de lasten van 600 gld kapitaal, waarvan 500 gld gereed, en aan Barthout Willemsz, waard te Warmond, 1 morgen 4 hond 10 roeden land genaamd 't Ganseweijtgen, belend ten noordoosten en zuidoosten de heer van Warmond, ten zuidwesten Jr Guislain van der Laen, ten noordwesten de Vliet, voor 1100 gld, waarvan 1/3 gereed 447.
                                                            4. Fytgen CORNELISDR, zie 299.
                                                          600. (<300) (>1200) Jacob Dircxz van de VOORDEN, geb. ca. 1526, schepen van Lisse, overl. ald.,
                                                              In Lisse verkoopt op 1 mei 1582 Gerrit Dammasz Cluft wonende te Sassenheim aan Jacob Dircxz van de Voorden twee kampen land in Roversbrouck, de ene 10 hond groot genaamd de Poelcamp, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Pieterszn, ten zuidoosten de boedel van Pieter Huygenszn met erfpacht van de Barnarditen die te Warmond plegen te zijn, ten zuidwesten de abdij van Egmondt, ten noordwesten Sgravenwater, de andere groot 11 hond genaamd 't Cleylandt, belend ten noordoosten Jr Jan van Mathenesse, ten zuidoosten de weduwe van Pieter Floryszn te Sassenheim, ten zuidwesten de voorschreven boedel, ten noordwesten de voorschreven erfgenamen, waaraan verbonden 3 morgen land in de Lageveen, belend ten noordoosten Cornelis van der Laen, ten zuidoosten Claes Corneliszn met erfpacht van de heer van Benthuysen, ten zuidwesten Jeroen Damaszn, ten noordwesten de Vaert, en Jheroen Dammaszn heeft zich borg gesteld, i.h.b. 2 morgen land in de Lageveen, belend ten noordoosten Gerrit Dammaszn, ten zuidoosten Jeroen Dammasz, ten zuidwesten Mathenes voorschreven, ten noordwesten de Vaertlaen 448.
                                                              In Lisse verlangt op 11 oktober 1583 Adryaen Cornelisz Corsteman van Jacob en Cornelis Jonge Dircken betaling van onkosten door eiser voor hen gemaakt voor het Hof van Holland, met de betaling waarvan zij op 10 juli laatstleden ten huize van Bouwen Cornelisz in aanwezigheid van Wouter Dircxz en Harman de Vries ingestemd hadden, verkoopt op 4 april 1589 Aernt Gerritsz van Warmenhuysen, priester der stad Haarlem, aan Jacob Dircxz van de Voorden een kamp land van omtrent 16½ hond in de Lageveen, en wordt op 2 juni 1590 Jacob Dircxz vande Voorden als schepen genoemd 449.
                                                              In Lisse verklaart op 10 oktober 1592 Jacob Dircxz van de Voorden omtrent 21 jaar geleden aan Huych Cornelisz mondeling verkocht te hebben 2½ morgen land met huis, schuur, potinge en plantinge in de Liesbrouck, belend o.m. een weg genaamd Aeckenvoordt en de Lijdtwech, zoals hij dat van Florys Cornelisz gekocht had, met nog twee partijen land daarachter, gekocht op 22 juli 1571 van Florys Cornelisz, en draagt Huych Cornelisz dit nu over aan de erfgenamen van hem en van Lijsbeth Henricxdr, zijn laatste huisvrouw, met als waarborgen Cornelis Cornelisz alias Jonge Neel zijn vader en Jacob Hugensz te Katwijk zijn zwager 450.
                                                              In Voorhout verkoopt op 10 juni 1593 Pieter van der Meer wonende te Delft aan Jacob Dircxz Larum, buurman te Lisse, 2 morgen weiland, belend ten zuidoosten het laantje over het Wedde, ten zuidwesten Jacob Wiertsz, ten noordwesten Mees Doesz, ten noordoosten de westlaan van het huis van Teylingen, met de waring van 1583, waarvoor Jacob Dircxz Larum wonende te Sassenheim een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, hoofdgeld 300 gld, schuldig is, en nog 600 gld 451.
                                                              In Lisse verklaren op 19 januari 1597 onder ede Cornelis Dircxsz van Larum, oud omtrent 80 jaar, Powels Reijnenz, oud omtrent 72 jaar, Jacob Dircxz van de Voorden, oud omtrent 70 jaar, Cornelis Cornelisz Neesvaer, oud omtrent 68 jaar, en Jan Henricxsz van Egmondt, oud omstreeks 55 jaar, ten verzoeke van Claes Cornelisz Corsteman, ook voor de weduwe en weeskinderen van wijlen Adrijaen Cornelisz Corsteman, mitsgaders Sijmon van Assendelff Jacobsz, ook voor Gerard van der Laen zijn zwager, gelanden aan de Kueckenduijn, dat de gelanden aan de Kueckenduijn van Teijlingen altijd vrij zijn geweest om uit dat duin zoden te halen om hun duindijken tegen de duinbeesten te maken en te repareren zonder de houtvester of zijn duinmeiers daarom te moeten vragen, en dat declaranten, uitgezonderd Pouwels Reijnenz, en hun ouders aan de duinkant gewoond hebben en van kindsbeen af opgevoed zijn 452. Op 7 januari 1599 verkoopt in Lisse Nijclaes Paedts van Zandthorst wonende te Wassenaer aan Jacob Dircxz van de Voorden een kampken omtrent 5 hond groot in de Liesbrouck 453.
                                                              Op 30 oktober 1600 compareert voor het Hof van Holland Jan van Soutelande als procureur van Willeboort Jansz wonende te Warmond, die gedaagde was in cas van Jacob Dircxz van de Voorde, impetrant, verklarende dat hij tevreden was te betalen de 167 gld in kwestie, verzoekende daartoe atterminatie van een jaar; 't zelfe Hof geeft de executie van de condemnatie de tijd van een jaar 454.
                                                              Op 21 september 1607 wordt een getuigenis afgelegd door Jacop Dircxz van der Voort, oud omtrent 89 jaar, wonende te Lisse 455.
                                                              In Lisse vindt 21 mei 1612 certificatie plaats van op 11 februari 1594 ten verzoeke van Claes Cornelisz Corsteman, gezworene van Lisse, geleverde getuigenissen, door o.a. Cornelis Dircxz van Larum, oud omtrent 75 jaar, en Jacob Dircxz van de Voorden, oud omtrent 68 jaar, gebroeders, die verklaarden dat Jonge Dirck Dircxz van Larum, hun vader zal., een stuk ontoegemaakt veenland van omtrent 3 morgen in eigendom had, gelegen in de Lageveenen, met het noordwesteinde aan de Vaerdtlaen, en dat zij met hun vader plachten „te maeyen, snijden, het seck snijelt, gras, fuijchte ende de rys hackten, staende wassende teynden haer landt, up de voirsz vaerdtlane ter halffer vaerdt”, en de Vaerdt doorgegraven hebben om hun land te verbeteren en te zanden met zand gekocht van Claes Foppensz te Noordwijkerhout 456.
                                                              In Lisse leggen op 20 september 1613 ten verzoeke van de ambachtsbewaarders 9 geboren inwoners van Lisse, waaronder Jacop Dircxz van de Voorden, oud omtrent 88 jaar, getuigenis af over de ligging sinds mensenheugenis van duinwegen in de Wildernis van het Kueckenduijn van Teijlingen en in Nieuwenrodensduijn, en hebben op 26 januari 1618 gescheiden en gedeeld Anthonis Lenaertsz Tetroede als getrouwd zijnde met Anna Jacopsdr, Gerrit Cornelisz man en voogd geweest van wijlen Aeltgen Jacopsdr, en Hillegont Anthonisdr, weduwe en boedelhoudster van Dammas Jacobsz van de Voort, geassisteerd door haar broer Cornelis Anthonisz van der Burch, als voogdesse van haar 6 wezen geprocreëerd bij voornoemde Dammas Jacopsz, geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxz van de Voorden en Elijsabet Dammasdr, beiden alhier overleden 457.
                                                              In Lisse 458 en Voorhout 459 hebben op 26 januari 1618 de geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxsz van de Voorden en Elijsabet Dammasdr, beiden alhier [Lisse] overleden zijnde, gedeeld. De genoemde erfgenamen zijn: Anthonis Lenaertsz Tetroede als getrouwd zijnde met Anna Jacopsdr, Gerrit Cornelisz man en voogd geweest van wijlen Aeltgen Jacopsdr, en Hillegont Anthonisdr weduwe en boedelhoudster van Dammas Jacobsz van de Voort, geassisteerd met haar broer Cornelis Anthonisz van der Burch, als voogdesse van haar 6 wezen geprocreëerd bij voornoemde Dammas Jacopsz. De volgende percelen worden vermeld. Eerst 9 morgen 4 hond gelegen bij elkaar aan 4 partijen op een van welke de hofstede staat, belend tezamen ten noordoosten doorgaans een laan genaamd de Aeckenvoort, ten zuiden de Heerenwech, ten zuidwesten Jan Henricxz Brebyl met de weduwe van Floris Cock, en Gerrit Beeckesteyn met Jeroen Dammasz Cluft of nu zijn kinderen, ten noordwesten dezelfde Jeroen Clufts kinderen, belast met 25 st 's jaars, nog 3½ morgen gelegen aan 2 partijen bij elkaar, belend tezamen ten noordoosten Lourijs Rochusz Roos met Pieter Florisz van Heemstede, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwestem doorgaans de laan genaamd Aeckenvoort, ten noordwesten Anthonis van Tetrode voornoemd, belast met 30 st 's jaars, nog 3½ morgen gelegen aan 2 kampen bij elkaar in de polder van Roversbrouck, belend tezamen ten noordoosten Cornelis Claes Willemsz en Willen Cornelisz Ponden met Jr Johan van Matenesse, ten zuidoosten dezelfde jonkheer, ten zuidwesten Dammas Jeroensz Cluft met Huybert Henricxz, ten noordwesten Sgravenwater genaamd de Poel, nog 13½ hond genaamd de Groote Poelcamp in dezelve polder, belend ten noordoosten Huijbert Henricxz, ten zuidoosten en zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Huijch Henricxz, ten noordwesten Sgravenwater, nog 11 hond genaamd de Grevelingecamp in de polder van Lisserbrouck, belend ten noordoosten Jr Mathenesse, ten zuidoosten de Quadewech, ten zuidwesten Johan van assendelft, ten noordwesten Jan Dammasz Cluft, nog 16½ hond in de polder van de Lageveenen, belend ten noordoosten de erfgenamen van wijlen Pieter Pietersz, ten zuidoostem Cornelis Pietersz Keijser, ten zuidwesten Dignom Jansz Roo, ten noordoosten Oude Vaerlaen, nog 2 morgen genaamd Teylingerweijde, belend ten noordoosten en noordwesten de Beeckwateringe, ten zuidoosten de „Lyderen”[?] van Teylingen, ten zuidwesten Jacob Wiertsz; de hofstede staat in Lisse, 2 partijen land in Voorhout.
                                                              In Voorhout wordt op 26 maart 1648 als laatste serie erfgenamen van Maertgen Thonisdr van Tethrode [dochter van Annetgen Jacobsdr van de Voort], in haar leven de eerste huisvrouw van Pieter Dircx Cortswager, vermeld: Geryt Mouringsz, ook als procuratie hebbende van Dirck Mouringsz, nog zich sterk makende voor Kuniertgen Mouringsdr weduwe van Cornelis van Zijl, en nog van Jan Huijbertsz als man en voogd van Maertgen Mourings, kinderen van Maertgen Jacobs, item Jacob en Dirck Dammisz, ook voor Reijer Dammasz en voor de weduwe en erfgenamen van Floris Dammasz, kinderen van Dammas Jacobs, en eindelijk Pieter Gerytsz Capiteijn, ook voor zijn zuster Lijsbet Gerijts weduwe van Pieter Nicolaes, kinderen van Aeffgen [=Aeltgen] Jacobs 460.
                                                          tr.
                                                          601. (<300) (>1202) Elisabeth DAMMASDR, overl. Lisse.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Dammas Jacobsz van de VOORT, zie 300.
                                                            2. Aeltgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Gerrit Cornelisz van 't NEST.
                                                            3. Annetgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Anthonis Lenaertsz van TETROEDE, zn van Lenaert Danijelsz van TETROEDE en Marijtje GERRITSDR.
                                                                In Lisse hebben op 17 december 1602, op verzoek van Anthonis Lenaertsz van Tetroede, schout en schepenen zich vervoegd op een stuk teelland van 2 morgen in de Beeckcroft, door Dammas van de Voort, zwager van de requirant, op 19 april 1602 verkocht aan Jan Jansz Pronck, inwoner van Sassenheim, welk land nu door requirant als nader vrind en mage genaast werd, waarna op 7 januari 1603 voor de vierschaar van Lisse het land voor 975 gld aan requirant is overgedragen 461.
                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Lisse': Anthonis Lenaertsz Tethrode en Anna Jacobsdr zijn huisvrouw 462.
                                                            4. Maritgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Mourijn Cornelisz van ZIJL, die hertr. met N.N.
                                                                In Lisse verklaren op 24 september 1616 Gerrit en Dirck Mourijnszonen, gebroeders, Engel Pietersz als man en voogd van Weijntgen Mourijnsdr, Mourijn Cornelisz als vader en Claes Cornelisz als oom, overzulks bloedvoogden van de 2 onmondige wezen Cunijertgen en Marijtgen Mourijnsdochteren, door Mourijn geprocreëerd bij wijlen Marijtgen Jacopsdr, zijn eerste huisvrouw, allen wonende in het lage land, en Jan Willeboortsz Kittel als getrouwd hebbende Gaertruyt Mourijnsdr, wonende te Warmond, als vanwege Maritgen Jacopsdr, hun overleden moeder, geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxz van de Voorden en Elijsabeth Dammasdr, hun bestevader en bestemoeder, gecontenteerd en betaald te wezen door Anthonis Lenaertsz Tetroede als man en voogd van Annetgen Jacopsdr en Gerrit Cornelisz als man en voogd van Aeltgen Jacopsdr, mitsgaders de wezen van wijlen Dammas Jacopsz van de Voort, als universele erfgenamen, met een somma van 3000 gld, als aan comparanten bij 2 testamenten gelegateerd is, waarboven de voornoemde van Tetroede en Gerrit Cornelisz nog 1900 gld betalen, „vuijt goede affectie ende om mit den anderen goede correspondentie te houden” 463.
                                                            5. Hillegond Jacobsdr van de VOORT, overl. Lisse 1681, tr. Dirck Pietersz van BOURGOGNE.
                                                                In Voorhout compareert op 26 februari 1722 Jacob Dirksz Bourgondien wonende te Lisse, enige nagelaten zoon en erfgenaam geweest zijnde van wijlen Hillegond Jacobsdr van der Voort in 1681 te Lisse overleden, te kennen gevende dat hem bij scheiding tussen hem en zijn zal. vader Dirk Pietersz Bourgondien op 5 juni 1698 voor notaris Adriaan Meus in voldoening van zijn moederlijke erfgenis onder andere aanbedeeld zijn het navolgende land, hetwelk hij verkocht heeft en nu cedeert aan Jacob Floorisz Bourgondien, eerst 1 morgen 4 hond in een stuk land gelegen aan 2 partijen in de Bekerpolder, tezamen groot omtrent 3 morgen 50 roeden, waarvan de resterende 1 morgen 2 hond 50 roeden de koper is toebehorende, tegenwoordig belend ten noordoosten Cornelis van der Horst en de werf van de molen van de voorschreven Bekerpolder, ten zuidoosten de Schouwateringh, ten zuidwesten en noordwesten de koper, nog een partit land genaamd de Middelweg, groot omtrent 2 morgen, liggende omtrent Teijlingen, tegenwoordig belend ten noordoosten de koper, ten zuidoosten de Schouwateringe, ten zuidwesten Cornelis Entepoel, ten noordwesten Cornelis van der Horst en de voornoemde Cornelis Entepoel, voor 1100 gld 464.
                                                          602. (<301) (>1204, >1205) Anthonis VRANCKENSZ, geb. ca. 1538, schepen van Lisse in 1578 465, overl. tussen 14 jan. 1586 en 18 nov. 1586,
                                                              Op 4 januari 1578 wordt in Lisse ten verzoeke van Anthonis Vranckens zoon getuigenis geleverd door Wouter Dircxssoon, omtrent 54 jaar, Floris Corneliszn, omtrent 44 jaar, en Cornelis Claessoon, omtrent 40 jaar, allen buurluiden van Lisse. De eerste getuige verklaart dat wijlen Dirck Willemszn, de bestevader van de requirant, tot zijn overlijden in het bezit was van drie stukken geestland van samen 4 hond, aan één waarvan wijlen Vranck Dircxszn, vader van de requirant, belend was, die verruild zijn voor andere 4 honden geestland, en van 1 hond geestland verruild voor een andere hond van het convent van Leeuwenhorst, waaraan wijlen Vranck Dircxszn voornoemd belend was. De tweede getuige verklaart dat voornoemde Dirck Willemszn nog een kamp lageveen van ongeveer 11 hond nagelaten heeft, de derde getuige verklaart dat Dirck Willemszn nog omtrent 4 hond nagelaten heeft, die Gerrit de Witte door ruiling met 4 andere honden verkregen heeft. Verder verklaren de getuigen Dirck Willemszn voornoemd gekend te hebben en buren van hem geweest te zijn 466.
                                                              In Lisse verkopen op 23 mei 1578 Floris Corneliszn en Cornelis Corneliszn, gebroeders van Lisse, en Jacob Huygenszn als man en voogd van Mechtelt Cornelisdr wonende te Katwijk, aan Anthonis Vranckenszn een stuk land van 1 morgen met een huis erop getimmerd, aan de zuidwestzijde de Speckerlaen, ten noordwesten en noordoosten Adriaen Corneliszn voornoemd, ten zuidwesten de Lydtwech 467.
                                                              In Lisse krijgt op 10 januari 1580 Anthonis Vranckensz 14 dagen uitstel om te antwoorden op een eis van Claes Gangeloffsz Vool vanwege jouffer vanden Bouckhorst 468
                                                              In Lisse leggen op 19 augustus 1580 Anthonis Vranckesz oud omtrent 42 jaar, Adriaen Cornelisz oud omtrent 37 jaar, beiden gezworen mannen van Rijnland, en Wouter Dircxz oud omtrent 60 jaar, allen buren en inwoners van het ambacht Lisse, een verklaring af t.b.v. de kerkmeesters over noodzakelijke afzanding van in erfpacht uit te geven percelen, verkoopt op 28 januari 1581 Anthonis Vranckesz aan Anthonis van Dyck 10 honden land genaamd de Becamp in Lisserbrouck aan de Bredewech, waarvoor hij als waarborg een venne land van ca. 3½ morgen op het Oosteynde als waarborg stelt en ook nog Claes Cornelis Kerstens waarborgen stelt, is op 1 januari 1581 Anthonis Vranckenz 4 gld 's jaars schuldig aan Cornelis Meesz Biltman, waaraan hij 16½ hond land verbindt, en heeft op 9 november 1561 Wouter van Calcar, bode te Lisse, als curator over de verlaten en onbeheerde boedel van Reijn Wouterszoon en Willem Janszoon, openbaar verkocht aan Anthonis Vranckenzoon 2 morgen 4½ hond land, voor 509 gld, te betalen in 4 jaarlijkse termijnen 469.
                                                              In Lisse op 18 augustus 1584 verkoopt Anthones Vrancken aan meester Symon Jorysz chirurgijn en Gijsbert Dircxsz Gool, poorters der stad Leiden, 2 morgen land als hem aangekomen is van wijlen Dirck Willemsz van Castricum, zijn bestevader, belend o.m. ten noordwesten „de vaert lane d'welck t'scheydt es van desen ambachte ende noortigerhout”, met als borg Claes Corsteman Cornelisz van wie Anthones Vrancken zwager is, en koopt Anthones Vrancken van Ghysbert Dircxz Gool 2 morgen land zoals die het openbaar gekocht had op 13 maart 1582, liggende over duin in de Lagevenen naast het vorige perceel 470.
                                                              In Lisse transporteert op 14 januari 1585 Anthonis Vrancken aan Adrijaen Corsteman Cornelisz een gezegelde schoutenbrief waarop vermeld staat dat Florys Cornelisz, Cornelis Cornelisz en Jacob Huygensz als man en voogd van Machtelt Cornelisdr, erfgenamen van Cornelis Cornelisz alias Jongeneel, aan Anthonis Vrancken in Lisse op 24 mei 1577 een kroft land van 7 hond aan de Speckerlane met een huis erop verkocht hebben, en verkoopt op 14 januari 1586 Anthonis Vrancken een bezegelde schoutenbrief aan Adryaen Corsteman Cornelisz 471.
                                                              In de periode van 18 november 1586 tot 20 oktober 1589 doet de weduwe van Thonis Vrancken een jaarlijkse betaling vanwege een losrente aan het Leprooshuis van Haarlem 472.
                                                              Op 13 april 1597 vindt in Lisse boedelscheiding plaats tussen Dammas Jacobsz van der Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr, Lenaert Barthelmees als man en voogd van Marijtgen Anthonisdr en Dirck Anthonisz, als erfgenamen voor de ene helft van Barbara Jansdr, in haar leven weduwe van Anthonis Vranckensz, en Cornelisz Vranckensz, Willem Vranckensz en Maerten Vranckensz, gebroeders, en Claes Cornelisz Corsteman, als ooms van vaders, en Hubert Cornelisz alias Cruijemer als neef van moeders zijde, bloedvoogden van Annetgen, oud 21 jaar, Jan, oud 19 jaar, en Cornelis, oud 16 jaar, nagelaten weeskinderen van de voornoemde Anthonis Vranckes en Barbara Jansdr, als mede-erfgenamen voor de andere helft, waarbij o.m. de oude kinderen tezamen krijgen percelen land groot omtrent 6 morgen anderhalf hond waarop eertijds een hofstede stond gekocht door wijlen Anthonis Vranckes uit de boedel van Pouwels Aelbertsz, en de jonge kinderen de hofstede met 5½ morgen land eertijds gekomen van Wollewijn Florijsz 473. Op 10 december 1599 wordt in een kladakte een deling vermeld tussen Dirck Anthonisz, Dammas Jacobsz van de Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr, en Lenardt Meeusz als man en voogd van Maritgen Anthonisdr, van 9 morgen 3½ hond land aan 't Oosteinde, hun jegens de ooms en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Anthonis Vranckensz ten deel gevallen, in de eerste plaats de vervallen hofstede van Pouwels Aelbertsz 474.
                                                              Op 11 juli 1620 verlenen Hillegont Anthonisdr weduwe van Dammas Jacobsz wonende te Lisse, Leenert Meeusz getrouwd hebbende Maritgen Anthonisdr wonende te Naaldwijk, en Mathijs Jacobsz wonende te Rijnsburg getrouwd hebbende Anna Anthonisdr, zusters en zwagers van zal. Dirck Anthonisz, machtiging aan Cornelis Anthonisz van der Burch, deurwaarder van het Hof van Holland, hun broer en zwager, om te vervolgen jegens Maritgen Lenertsdr of Claes Dirckxz haar tegenwoordige man, zodanige erfenis als hun opbestorven en aangekomen zouden mogen wezen bij het overlijden van voornoemde Dirck Anthonisz 475.
                                                              Op 16 februari 1621 dient een zaak voor het Hof van Holland waarbij Johan van Soutelande als procureur van Claes Dircxz wonende te Voorhout als man en voogd van Maritgen Lenertsdr tevoren weduwe van Dirck Anthonisz, gedaagde, die dag had om te antwoorden op de eis van Cornelis Anthonisz van der Burch, deurwaarder ordinaris van dit hof, voor hemzelf en als procuratie hebbende van Hillegont Anthonisdr weduwe van Dammas Jacobsz, mitsgaders Lenert Meusz als man en voogd van Annetgen Anthonisdr, zijn zuster, impetrant, concludeert bij zekere middelen te zijn niet ontvankelijk, waartegen Franchois de Witte als procureur van de voorschreven impetrant persisteerde voor repliek. Nadat de gedaagde gepersisteerd had voor dupliek heeft het hof geordonneerd dat partijen schriftelijke stukken zullen leveren als elk believen zal. 476
                                                              In Oegstgeest verkopen op 6 juli 1630 Cornelis Anthonisz van der Burch, mitsgaders Hillegont Anthonisdr van der Burch, beiden wonende te Lisse, zij geassisteerd met Cornelis Anthonisz voornoemd haar broer, en Cornelis Anthonisz met procuratie van Marijtgen Anthonisdr zijn zuster wonende te Naaldwijk en van deszelfs kinderen, gepasseerd te Naaldwijk op 7 april 1630, aan Garbrant Pietersz en Willem Pietersz van Veen, gebroeders, de helft van 2 partijen weiland , waarvan de wederhelft toebehoort Mr Sijmon van Baarsdorp secretaris van Leiden, belend het ene partij genaamd de Voorweij, die in eigendom zal wezen aan voornoemde Garbrant Pietersz, ten noorden Claes Versteech, ten oosten en zuiden de abdij van Rijnsburg waarvan bruiker is Dirck Dircxz Vermae, ten westen de Leijerwech, 't andere partij genaamd de Lageweij, die in eigedom zal blijven van Willem Pietersz, belend ten noorden St. Catharijnengasthuis te Leiden, ten oosten de Pastoorswateringe, ten zuiden Lenert Jacobsz, ten westen Diewer Claesdr met bruikwaar, voor een obligatie van 3325 gld 477.
                                                          tr.
                                                          603. (<301) (>1206, >1207) Barbara JANSDR, overl. vóór 13 april 1597.
                                                              In Lisse verklaren in 1592 Barbara Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Anthones Vranckensz, geassocieerd met Hubert Cornelisz van Heemstede haar neef, ter eenre, en Cornelis Vranckensz, Willem Vranckensz, Maerten Vranckensz en Claes Corsteman Cornelisz, man en voogd van Marytgen Vranckendr, als ooms en bloedvoogden van Hillegondt oud 23 jaar, Marytgen oud 22 jaar, Dirck oud 20 jaar, Annetgen oud 16 jaar, Jan oud 14 jaar, en Cornelis oud 11 jaar, nagelaten weeskinderen van voornoemde Anthones Vranckensz bij dezelfde Barbara Jansdr, als enige erfgenamen van voornoemde Anthones Vranckesz hun zal. vader, ter andere zijde, dat zij minnelijk boedelscheiding gehouden hebben. De woning met de koeien, paarden, bouwerij en de inboedel, met 3½ hond land genaamd 't Schaepweytgen, is geschat op 1000 gld, en de 18 morgen land eromheen op 300 gld per morgen, en het hond en het halve hond te Heemstede op 100 gld. Elk weeskind zal 350 gld uitgekeerd krijgen op de leeftijd van 26 jaar of bij huwelijk, met een bed of 50 gld, een bruidegoms- of bruidspak naar landmans staat, en Barbara Jansdr zal jaarlijk 126 gld rente uitkeren, dat is 21 gld per kind. Mocht Barbara Jansdr hertrouwen, dan zal zij elk kind nog 100 gld extra uitkeren. 478
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Hillegont Anthonisdr van der BURGH, geb. ca. 1568, zie 301.
                                                              2. Marijtgen ANTHONISDR, geb. ca. 1569, tr. Lenaert MEEUSZ.
                                                              3. Dirck ANTHONISZ, geb. ca. 1571, overl. vóór 29 juni 1606, ondertr. Lisse 8 jan. 1595, tr. (schepenbank) ald. 22 jan. 1595  479 Marijtgen Lenaertsdr van TETROEDE, dr van Lenaert Danijelsz van TETROEDE en Marijtje GERRITSDR, die hertr. met Claes DIRCXZ.
                                                                  In Lisse verkoopt in 1602 Dirck Thonis Franckensz, eertijds woonachtig te Heemstede, nu in Lisse, aan Meeus Meeusz van Hoochcamer het recht op een eigendomsbrief van 2 december 1597, inhoudende 3 morgen land genaamd Buschcamp in Lisserbrouck verkocht door Gerrit van der Laen, verkoopt in 1603 Lenaert Meeusz van Hillegom, nu wonende te Naaldwijk, uit naam van zijn vrouw aan Dirck Anthonisz zijn zwager het recht op 3 morgen land bij 't banhek op 't Oosteijnde, zoals hem van voornoemde Dirck Anthonisz en Dammas Jacobsz van de Voort, zijn zwagers, aanbedeeld was volgens de scheidbrief van 20 april 1660, hebben in 1603 Dirck Anthonisz en Jan Anthonisz, gebroeders, de 2 partijen land aan 't banhek gescheiden die zij samen van Dammas Jacobsz van de Voort gekocht hadden volgens de opdrachtbrief van 8 mei 1601, is op 29 juni 1606 Maritgen Lenertsdr van Tetroede, weduwe van Dirck Anthonisz, belendend, en verklaart in 1607 Claes Dircxz wonende te Voorhout, tegenwoordig man en voogd van Marijtgen Lenaertsdr, weduwe van Dirck Thonis Franckensz, op 18 januari 1607 openbaar diverse stukken land verkocht te hebben, zijn vrouw bij testament van haar overleden man aangekomen, met 2 oude eigendomsbrieven, de eerste van 5 mei 1581 bij verkoop door Michiel van Woerden als curator aan Anthonis Vranckensz, de tweede van 20 april 1600 bij scheiding door Dammas Jacobsz van de Voort en Lenert Meesz aan Dirck Thonis Franckensz 480.
                                                              4. Annetgen ANTHONISDR, geb. ca. 1575, tr. Mathijs JACOBSZ.
                                                              5. Jan THONIS FRANCKESZ, geb. ca. 1577, schepen van Lisse (op 8 februari 1611 vermeld als afgegane schepen 481), overl. verm. kort na 25 aug. 1618, tr. Agnijes SIJMONSDR  482, overl. tussen 3 jan. 1639 en 27 febr. 1644, dr van Symon PIETERSZ, te Langevelt, die hertr. met Anthonis Claesz van ALCKEMADE.
                                                                  In Lisse in 1611 verklaart Matthys Jacobsz wonende te Rijnsburg, als man en voogd van Annetgen Anthonisdr, in 1610 verkocht te hebben aan zijn zwager Jan Thonis Franckesz een derde part van een hofstede, bestaande uit huis, barg, en de poterie van dien, met 3 partijen land in de Oostpolder, de grootste van 5½ morgen, een kamp van omtrent 2 morgen, 4½ hond genaamd de drie 'zestalffhonden', en van 4 hond, benevens een scheidbrief van 14 maart 1587, verkoopt Jan Thonis Franckesz als gemachtigde van Cornelis Anthonisz zijn broer en Mathijs Jacobsz zijn zwager, aan Pieter Maertensz van Sgravesloot een leeg erf van omtrent 100 roeden uit zekere 4 honden land in de Oostgeest, evenzo een leeg erf van omtrent 75 roeden hieruit aan Symon Lourysz Roos die hierop een huis getimmerd heeft, alles eerder eigendom van zijn heertgen vader Vranck Dircxz, met een kopie of vidimus van een permutatie van 5 november 1568 door Gerrit de Witte, verkoopt Henrick Adriaensz Langevelt als gemachtigde van Symon van Assendelft in naam van zijn vrouw aan Jan Thonis Franckesz een stukje land genaamd 't Boecampken in Lisserbrouck, en verkoopt Henrick Adrijaensz Langevelt aan Jan Thonis Franckesz een perceeltje genaamd het Oscampken, zoals hij op 14 juni 1597 verkregen had van Dirck Adriaensz van Larum alias Robol bij permutatie 483.
                                                                  In Lisse verkoopt in 1612 Aechte Dircxdr, weduwe en boedelhoudster van Henrick Adriaensz Langevelt, met machtiging van Gerrit Jansz Croon getrouwd met de weduwe van Gerrit Claesz Sgravema, aan Jan Thonis Franckesz 7 hond land, verkoopt in 1613 Jan Thonis Franckesz voor 150 gulden aan Pieter Pouwelsz Coling het kleine stukje land genaamd Twecampgen dat hij op 26 mei 1611 van Henrick Adriaensz Langevelt gekocht had, verklaart in 1613 Jan Thonis Franckesz dat hij met machtiging van zijn broer Cornelis Anthonisz en zijn zwager Mathijs Jacobsz in 1608 aan Adriaen Cornelisz van Larem een leeg erf van ca. 125 roeden verkocht heeft, uit 4 hond land in de Oostgeest, waarop de koper nu een borden huis en planterie van jonge bomen gezet heeft, en in 1609 aan Cors Willemsz van Heemskerck 10 roeden land, die er nu een huis en planterie van jonge bomen op gezet heeft, en heeft in 1616 Dirck Engelsz van Larum, bezitter van de goederen van zal. Claes Jansz Hits, aan Jan Thonis Franckesz een croftje land van omtrent 5 hond overgedragen, dat Claes Jansz Hits eertijds van Claes Dircxz in naam van diens vrouw verkregen had 484.
                                                                  In Lisse testeert in 1618 Jan Thonis Franckesz, man en voogd van Agnijese Symonsdr, wezende ziekelijk van lichaam, aan de Heilige Geest te Lisse 100 gld, aan Cornelis Thonisz zijn broer, Hillegont, Marijtgen en Annetgen Thonisdochteren zijn zusters 4000 gld, met voorwaarde dat Marijtgen vooruit 500 gld zal trekken en de rest gelijkelijk verdeeld zal worden, en verder alles aan zijn vrouw 485.
                                                                  In Lisse [ongedateerd] wordt voor de collaterale successie geëstimeerd de helft van zodanige hofstede als wijlen Jan Thonis Franckensz, onze inwonende buurman was die getrouwd was met Agnijese Sijmonsdr, metterdood ontruimd en nagelaten heeft, anders geen erfgenamen hebbende dan ter zijde, maar zijn weduwe bij testament geïnstitueerd heeft tot zijn enige erfgenaam. Ten eerste de hofstede als huis, bakhuis en omtrent 5½ mogen zo wei- als teelland, aan 2 partijen bij elkaar gelegen buiten het banhek aan Nijeuwenrodens Duijn, belend ten noordoosten de erfgenamen van wijlen Mr Herebert Stalpert van der Wiele, daaraan Pieter Pietersz Keijser, met Zyvert Claesz van Zantvliet en de kerk van Lisse, ten zuidoosten dezelve boedel, ten zuidwesten nog weder de erfgenamen van Herebert Stalpert, ten noordwesten de gemene Lijdt- of Heerewech, belast met een erfhuur van 7 st en 4 hoenderen 's jaars, en een rente van 35 gld 's jaars losbaar tegen de penning 20, getaxeerd op 1200 ponden. Ten tweede een kroft teelland groot omtrent 5 hond, laatst gekomen van wijlen Claes Jansz Hits, belend ten noordoosten Agniese Sijmonsdr, ten zuidoosten de voornoemde erfgenamen van Herebert van der Wiele, ten zuidwesten Dirck Engelsz Larum, ten noordwesten Nijeuwenrodens Duijn en de gemene Lijdtwech, belast met een rente van 5 gld 1 st 's jaars, losbaar de penning 16, en een oortje erfhuur. Ten derde een hooikamp groot omtrent 2 morgen 4½ hond genaamd de Drie Zestalffhonden, belend ten noordoosten de Lisser kerk met Dirck Adriaensz van Larum, ten zuidoosten de erfgenamen van Jr Aernt van Duvenvoorde, ten zuidwesten Adrijaen Jansz Hits. Ten vierde 2 partijen genaamd Die Vennen, groot tezamen omtrent 3½ morgen, belend ten noordoosten en zuidoosten de erfgenamen van Herebert van der Wyele, ten zuidwesnte Adrijaen Jansz Hits. Ten vijfde nog een kamp, groot omtrent 6½ hond, genaamd Hartsemade, belend ten noordwesten de erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz Corsteman, ten noordoosten de Meer, ten zuidwesten de erfgenamen van Aernt van Duvenvoorde. [De akte lijkt onaf.] 486
                                                              6. Cornelis Anthonisz van der BURCH, geb. ca. 1580, deurwaarder van het Hof van Holland 487, schout van Lisse, bij tweede huwelijk schout van Lisse, tr. 1° Eva de WITTE, dr van Cornelis de WITTE en Cornelia WIJBORCH, ondertr. 2°/tr. Lisse 19 april/10 mei 1626 Maria CLUTINGS, bij huwelijk jongedochter van Utrecht.
                                                                  In Lisse verkoopt op 29 juni 1606 Cornelis Anthonisz aan Jan Anthonisz zijn broer een derde deel van een hofstede, als huis, barg en de poterie van geboomte, mitsgaders omtrent 9 morgen land in 3 partijen, op 't Oosteijnde, waarvan de andere twee derdeparten Jan Anthonisz en zijn zuster Anna Anthonisdr competeren 488.
                                                                  Op 24 februari 1629 verklaart Cornelis Anthonisz van der Burch wonende te Lisse, te kennen gevende dat hij eertijds getrouwd geweest is met Eva de Witte, dochter van wijlen Cornelis de Witte geprocreëerd bij Cornelia Wijborch, en dat Cornelia Wijborch, nadat zij omtrent 18 jaar weduwe en boedelhoudster van voornoemde Cornelis de Witte was geweest, op 20 dezer maand februari mede is komen te overlijden, voor hemzelf en ook als vader en voogd van zijn kinderen geprocreëerd bij voorschreven Eva de Witte zich niet met de boedel van voorschreven Cornelis de Witte of van Cornelia Wijburch te willen bemoeien en de voorschreven boedel met de voet te stoten 489.
                                                                  Op 26 februari 1639 geeft Jan Cornelisz Croon, schipper, nutertijd wonende te Deventer, volmacht aan Cornelis Anthonisz van der Burch, schout te Lisse, zijn schoonvader, en Johannes Pessers, procureur voor de vierschaar van Haarlem, om te ontvangen van Mouring Jacobsz, schipper op 't veer tussen Haarlem en Leiden, alle bewijzen van al hetgeen hij van zijnentwegen ontvangen en daartegen wederom uitgegeven heeft 490.
                                                            604. (<302) (>1208) Maerten Claesz van GRAVESLOOT, geb. ca. 1540, schepen van Sassenheim, overl. ald. vóór 8 febr. 1632,
                                                                In Haarlen op 10 januari 1577 constitueren Maerten Claesz en Griete Cornelisz, beiden van Heemstede, gearresteerden, Gael ad lites contra Willem Michielsz, schout aldaar, die zei gemachtigde te zijn van Jacques Grammay, om vanwege henluiden voor schepenen van Haarlem te rechte te komen 491.
                                                                Op 27 juli 1577 legt Maerten Claesz, buurman te Sassenheim, oud omtrent 38 jaar, een verklaring af 492.
                                                                Op 13 juli 1578 verklaart Reyer Huygen, buurman te Heemstede, oud omtrent 35 jaren, dat, hoewel hij mede als gedaagde en debiteur van zekere somme van penningen uit zake van landhuur verschenen anno 72 bekend en genomineerd staat, hij geen enkele bemoeienis heeft gehad met zekere uitspraak en arbitrage door schepenen der stad Haarlem gedaan op de eis door Willem Michielsz, schout van Heemstede, als gemachtigde van Jacques Grammaij tegen ene Maerten Claes en Griete Cornelisdr, nu wonende te Sassenheim en verweerders, om van hen elk een derdepart te hebben betaling van zekere landhuur verschenen anno 72 493.
                                                                Op 13 juni 1579 verklaart Anna Joriaensdr, huisvrouw van Maerten Claesz, wonende te Sassenheim, oud omtrent 52 jaar, ten verzoeke van IJsbrant Dammisz uit de Kaag, dat in 't jaar 71 te Sassenheim te haren huize vergaderd zijn geweest de requirant, Maerten Cornelisz in zijn leven schout te Voorhout en Vranck Dircxz in zijn leven wonende te Lisse als voogden van de nagelaten weeskinderen van Mees Cornelisz van de Bilt, Cornelis Willemsz schout te Sassenheim en Jan Dammisz secretaris van Alkemade, dat deposante wel indachtig is dat door tussenspreken van voorschreven Cornelis Willemsz en Jan Dammisz met de voogden Maerten Cornelisz en Vranck Dircxz, mitsgaders Barent Coenensz deposantes zal. man, geaccordeerd is over de afkoop van een obligatie van 106 gld 494.
                                                                In Sassenheim is in 1586 Maerten Claesz schepen, op 10 januari 1592 oud-schepen, worden op 29 maart 1600 verklaringen afgelegd door o.a. Maerten Claesz, oud omtrent 58 jaar, en Pieter Maertsz, oud omtrent 34 jaar, geburen van Sassenheim sinds de laatste troebelen, is op 11 mei 1601 Maerten Claesz getuige en verkoopt hij op 19 mei 1601 aan Marijtgen Dammasdr, weduwe van Cornelis Jansz Arienmaat, voor 320 gld een huizinge en erf, belend o.m. de Heerwech en Maerten Claesz zelf 495 In Lisse verkoopt op 3 mei 1596 Dirck Jansz van der Beeck, poorter der stad Leiden, aan Maerten Claesz, buurman te Sassenheim, omtrent 4½ morgen land in Sassemerbrouck over een water genaamd Cleijpoel 496.
                                                                Op 28 september 1602 verklaren Maerten Claesz en Geertgen Cornelisdr, man en wijf wonende te Sassenheim, wat hun uiterste wil is. Als Maerten Claesz het eerst overlijdt zal zijn vrouw, als hij geen kinderen bij haar geprocreëerd achterlaat, haar leven lang zijn vierdepart gebruiken van de huizinge en erf in het dorp van Sassenheim waarin zij tegenwoordig wonen; maar als de erfgenamen van Anna Joriaensdr, zijn overleden huisvrouw, dan begeren hun helft van de huizinge te verkopen, zal Pieter Maertsz zijn zoon moeten gedogen dat comparants vierdepart samen met de anderen 3 vierdeparten zal worden verkocht, waarna voornoemde Geertgen in plaats van het gebruik van het vierdepart de jaarlijkse vruchten en penningen zal hebben uit de verkoop van comparants vierdepart. Geertgen Cornelisdr wil dat als zij aflijvig geraakt vóór de voornoemde Maerten Claesz, zonder levende blijk en geboorte na te laten, hij zijn leven lang de lijftocht zal bezitten van de goederen die zij met de dood ontruimen zal. 497
                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Maerten Claesz en Geertgen Cornelisdr zijn huisvrouw, met Maritgen Jan Cruijven hun meid, item Neeltgen Gerritsdr, blinde persoon bij hem inwonende 498.
                                                                In Lisse verkopem op 8 februari 1632 de (met namen genoemde) geïnstitueerde erfgenamen van Anna Jorimans, geweest hebbende de tweede huisvrouw van Maerten Claesz overleden te Sassenheim, aan Jan Danielsz smith te Sassenheim de voorste helft van 3 morgen 2 hond 6 roeden tijnsbaar land in Sassemerbrouck onder Lisse waarvan de achterste helft Pieter Maertsz toekomt, belend ten noordoosten Pieter Florisz met Cornelis Pietersz Keyser, ten zuidoosten de abdij van der Lee, ten zuidwesten Barbara Claes met de werf van Huybert Jansz, ten noordwesten de ringsloot van Lisserpolder, belast met de helft van 24 gld 's jaars, voor 1100 gld in drie termijnen, en verkoopt op 2 maart 1632 Geertge Cornelisdr, weduwe van Maerten Claesz wonende te Sassenheim, geassisteerd met Claes Pietersz Wassenaer, aan Peter Martensz mede wonende te Sassenheim de helft van de achterste helft van 3 morgen 2 hond 6 roeden tijnsbaar land, alzulks 501½ roeden, waarvan de andere helft van de achterste helft Peter Martensz en de voorste helft Jan Danielsz smith te Sassenheim toekomt, voor 575 gld in drie termijnen 499.
                                                            tr. 2° Anna JORIAENSDR, geb. ca. 1526,
                                                            ondertr. 3° Warmond okt. 1600, tr. Sassenheim Geertgen Cornelisdr COCK,
                                                            tr. 1°
                                                            605. (<302) (>1211) Griete CORNELISDR.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Pieter Maertensz GRAVESLOOT, geb. ca. 1565, zie 302.
                                                            606. (<303) (>1212, >1213) Gerrit Dammasz CLUFT, overl. vóór 10 juli 1588,
                                                                In 1557 wordt in Lisse Gerrit Dammasz getaxeerd voor de tiende penning voor een eigen huis staande op land van Claes Cornelisz wonende op de Aa op 6 gld, voor gebruik van 10 morgen 3 hond land van Claes Cornelisz voornoemd op 28 gld, en nog voor 2 morgen 2 hond van Jan Willemsz Schouten in de Lier op 23 gld, waarover de tiende penning 5 gld 14 st bedraagt, en wordt Geryt Dammasz in Sassenheim onder het hoofd „Lis” getaxeerd voor gebruik van 2 morgen 3½ hond van Claes Cornelisz op de Aa op 14 st 500.
                                                                Op 9 augustus 1561 wordt Gerrit Dammensz te Sassenheim beleend met een morgen land, onder 'Alkemade (Abbenes)', na dode van Jan Cornelisz, en op 25 maart 1589 Dammas Gerritsz te Sassenheim bij dode van zijn vader Gerrit Dammasz 501.
                                                                Op 27 juli 1577 verklaren Maerten Claesz, oud omtrent 38 jaar, en IJsbrant Maertensz, mede oud omtrent 38 jaar, buurluiden van Sassenheim, ten verzoeke van Geryt Dammasz, hun medebuurman, betreffende 6 morgen land ten noordoosten van 't huis te Teylingen in Voorhout, belend ten zuidoosten en noordoosten de weduwe van Dammas Gerytsz, ten zuidwesten de erfgenamen van Geryt Claesz, ten noordwesten de Lydtwech, dat zij wel weten dat de requirant in de jaren 73, 74 en 75 geen profijt van het voorschreven land heeft genoten, omdat in het jaar 73 het leger te Sassenheim is geweest en zijn woning werd verbrand, zodat hij in de genoemde jaren niet te Sassenheim heeft gewoond. In 76 heeft hij het land doen heinen en maaien, maar heeft van het hooi geen profijt gehad omdat het land zeer verwilderd was. (Ook is sprake van berovingen.) 492
                                                                Op 20 januari 1578 verklaart Geryt Dammasz van Lisse, tegenwoordig te Noordwijkerhout, gecedeerd en getransporteerd te hebben aan Jan Baertsz, scheepmaker te Haarlem, alzulke 18 gouden karolusguldens jaarlijkse losrente als hem, comparant, of zijn kinderen geprocreëerd bij wijlen Barber Cornelisdr, zijn eerdere huisvrouw, bij dode van Cornelis Garbrantsz, vader van zijn eerdere huisvrouw en bestevader van hun kinderen, opgekomen en aanbestorven zijn, ter losse met 300 gelijke guldens, gehypothekeerd met een hofstede en omtrent 2 morgen toegemaakt land in het ambacht van Sassenheim, dd. 7 november 1562 502.
                                                                Op 1 juni 1578 verkoopt voor een notaris in Haarlem Geryt Dammasz van Lisse, tegenwoordig wonende in het ambacht van Sassenheim, aan Jan Baertsz scheepmaker, poorter van Haarlem, 16 koeien, als 6 zwarte, 2 blauwbonte, 5 rode, 1 witte en 2 „bysde” koeien (een van de notarisgetuigen was Cornelis Claesz Sgravesloot, inwoner van Haarlem) 503.
                                                                Vanwege pacht van 2 percelen land van de pastorie van Sassenheim, het ene groot omtrent 2½ morgen en het tweede 5 hond, tegen 20£ 's jaars, heeft Gherrit Dammasz in 1578 dit bedrag betaald aan de rendant van de geestelijke goederen 504.
                                                                In Lisse verkoopt op 1 mei 1582 Gerrit Dammaszn Cluft wonende te Sassenheim aan Jacob Dircszn van de Voorden 2 kampen land in Roverbroeck, de ene groot 10 hond genaamd de Poelcamp, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Pieterszn, ten zuidoosten de boedel van Pieter Huygensz met erfpacht van de Barnarditen, ten zuidwesten de abdij van Egmond, ten noordwesten Sgravenwater, de andere 11 hond genaamd 't Cleylant, belend ten noordoosten Jr Jan van Mathenesse, ten zuidoosten de weduwe van Pieter Florys te Sassenheim, ten zuidwesten de voorschreven boedel, ten noordwesten de voorschreven erfgenamen, met Jheroen Dammaszn als borg 505. In Noordwijk wordt op 1 december 1584 Geryt Dammasz wonende te Sassemheim, man en voogd van Adriana Jansdr, met zwagers van hem vermeld als mede-erfgenaam van Jan Pieter Corssen, die in zijn leven een stuk land van 5 morgen 2 hond in Langevelt aan zijn zoon Cornelis Jansz verkocht had 506.
                                                                In Lisse verkoopt op 1 mei 1582 Gerrit Dammaz Cluft wonende te Sassenheim aan Claes Gerritsz 3 morgen land in Schermers croft, in Sassenheim, op 25 mei 1585, bekent Geryt Dammisz 18 gld 's jaars schuldig te zijn aan Neeletgen Gerytsdr, weduwe van Gerijt Bruynensz, wonende te Leiden, met zijn woning als onderpand (afgelost op 1 mei 1604 door Pieter Maertsz), en verklaren Geryt Dammisz ter eenre, en Pieter van Noort Jacobsz en Pieter Jansz, als bloedvoogden van Dammis, Cors, Grietgen, Lysbeth en Neeltgen, nagelaten weeskinderen van zal. Barbara Cornelisdr geprocreëerd bij voornoemde Geryt Dammisz, ter andere zijde, overeengekomen te zijn over de uitkoop van de goederen en erfenis van voornoemde Barbara Cornelisdr, waardoor Dammis, Cors, Grietgen en Lysbeth elk 150 gulden krijgen, en Neeltgen, „overmits haer miserabiliteyt” [zij is blind], 350 gulden, en hij, Geryt Dammisz, de kinderen onderhouden zal tot hun twintigste jaar, met zijn woning aan de Heerwech als onderpand, en is op 1 maart 1586 Gerrit Dammisz 18 gld en 15 stuivers 's jaars schuldig aan Symon Maertens thans wonende te Noordwijk t.b.v. diens weeskinderen Dirck, Claes en Aefgen bij Anne Dircxdr, met als onderpand zijn woning aan de Heerwech met huis, schuur, barg, potinge en plantinge met ca. 9 morgen land, met zijn broer Jeroen Dammisz wonende te Lisse als borg 507.
                                                                In Lisse wordt land in de Lagevenen dat op 7 maart 1528 door Dammas Gerytsz gekocht is van Willem Stoop, voogd over de kinderen van Crelis Mathysz, op 10 juli 1588 als drie morgen toegemaakt land met nog een vrije laan tot het Kueckenduijn verkocht aan Claes Corsteman Cornelisz, door Pieter Aernts Brammer als man en voogd van Margryete Gerritsdr, Jheroen Dammasz Cluft en Pancras Dammasz Cluft gebroeders als ooms en bloedvoogden van Dammas, Cors, Lysbeth en Neeltgen Gerrits, zoon en dochters, nagelaten wezen van Gerijt Dammasz Cluft en Barbara Cornelisdr, in hun leven wonende te Sassenheim, en Pieter van Noordt Jacobsz poorter in Leiden en Pieter Jansz te Hillegom als naaste gemaagtaalden en voogden van de voornoemde wezen van moeders zijde 508.
                                                                In Sassenheim op 11 augustus 1588 verkopen Pieter Brammer Aerntsz van Tol, scheepmaker te Leiderdorp, als man en voogd van Margriet Gerritsdr, Jeroen Dammasz Cluft en Pancraes Dammasz Cluft, als ooms en voogden van de weeskinderen van wijlen Gerrit Dammasz Cluft 'van den ouden bedde', aan Cornelis Jacobsz twee derde delen van de zesde part van omtrent 7 hond land genaamd Claercamp waarvan de voornoemde Cornelis Jacobsz het derde derde deel competeert, en verkopen, ook in Lisse, op 15 oktober 1588 Pieter Aertsz Brammer, scheepmaker, als man en voogd van Griete Gerijtsdr, Jeroen Dammasz en Pancraes Dammasz, Pieter Jansz en Pieter Jacobsz van Noorde, als opv. ooms en neven van Dammis, Cors, Lijsbeth en Neeltgen, nagelaten onmondige kinderen van Gerijt Dammisz en Barbara Cornelisdr, met consent van baljuw en gezworen mannen van Rijnland als oppervoogden, aan Pieter Maertsz een woning als huis, schuur en barg, potinge en plantinge, met omtrent 10 morgen en 2½ hond land waar de woning op staat, en nog 7 hond land in een kamp van 4 morgen en 4 hond genaamd de Hooghcamp, en nog 3 (gespecificeerde) percelen in de Roversbrouck te Lisse van opv. 9 hond, 7 hond en 1 hond, waarbij nader aangegeven erfpachten, pachten en losrenten voor rekening van Pieter Maertsz komen 509.
                                                                In Sassenheim compareren op 11 oktober 1588 Adriana Jansdr, weduwe van Gerijt Dammisz, met Claes Symons van Alckemade haar zwager en voogd, voor haarzelf en als moeder van haar drie kinderen Cornelis, Grieten en Huijbertgen Gerrits geprocreëerd bij Gerrit Dammisz, ter eenre, en Pieter Aertsz Brammer, scheepmaker, man en voogd van Griete Gerritsdr, mondige voordochter van genoemde Gerrit Dammisz, voor zichzelf, Jeroen Dammisz, Pancraes Dammisz, Pieter Jansz en Pieter Jacobsz van Noorde als opv. ooms en neven van Dammas, Cors, Lysbeth en Neeltgen, nagelaten onmondige kinderen van genoemde zal. Gerrit Dammisz bij zal. Barber Cornelisdr, zijn eerste huisvrouw, ter andere zijde; op verzoek van Adriana, die zich bij de deling op de laatste mei jongstleden te kort gedaan acht, wordt door arbiters een uitspraak gedaan: zij met haar drie kinderen houdt de eigendommen in Noordwijkerhout waar zij woont en waar zij een voorzoon Cornelis Cornelisz heeft, en de andere partij moet onder meer haar 1000 gulden betalen 510.
                                                                In Lisse delen op 14 mei 1622 Jaepgen Huijbertsdr weduwe van Dammas Gerritsz, geassisteerd met Cornelis Huijbertsz haar broer, ter eenre, en Pieter Maertsz als man en voogd van Lysbeth Gerritsdr en vervangende Neeltgen Gerritsdr zijn huisvrouws zuster, item Gerrit Corszoon, Cornelis Corsz, Claes Corsz, Claes Dircxz in huwelijk hebbende Barbara Corssendr, Jan Ghijsbertsz als man en voogd van Grietgen Corssendr, mondige kinderen van Cors Gerritsz, mitsgaders Willem Sijmonsz weesman te Sassenheim en nazaat van Cors Gerritsz in die qualité als oppervoogd over Jan Corsz en Huijbertgen Corssendr, onmondige kinderen, en tezamen representerende de plaats van voorschreven Cors Gerritsz, voorts Jan Pietersz Brammer, ook vervangende Arent Pietersz Brammer uitlandige persoon, zijn broeder, beiden kinderen en representerende de plaats van Oude Grietgen Gerritsdr, allen volle zusters mitsgaders kinderen van volle broers en zusters van Dammas Gerritsz voorschreven, item Cornelis Gerritsz te Noordwijkerhout en Matheeus Pietersz te Voorhout als man en voogd van Jonge Grietgen Gerritsdr, tezamen halve broer en zuster, en allen mede geïnstitueerde erfgenamen van voorschreven Dammas Gerritsz 511.
                                                            tr. 2° Adriana JANSDR, dr van Jan PIETER CORSSEN,
                                                                In Noordwijkerhout verkoopt in 1614 Adriana Jansdr, weduwe van Gerrit Dammasz, wonende te Noordwijkerhout, geassisteerd met Cornelis Cornelisz van Alckemade haar zoon, aan Symon Jansz van Alckemade 5 hond land, belend ten noordwesten Pieter Cornelisz Fits, ten noordoosten Michiel Claesz met bruikwaar, ten zuidoosten de koper, ten zuidwesten Cornelis Gerritsz, voor 260 gld gereed geld 512.
                                                            tr. 1°
                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                              1. Cornelis Gerritsz van der CLUFT, bouwman te Noordwijkerhout, schepen 513 ald., overl. vóór 10 juli 1649, tr. Neeltgen DIRXDR, dr van Dirck EEUWOUTSZ en Neeltgen CLAESDR.
                                                                  In Noordwijkerhout in 1617 hebben Joris Jansz Duijnmeijer en Cornelis Gerritsz Cluft, beiden wonende te Noordwijkerhout, land geruild, nl. dat Cornelis Gerritsz zal hebben omtrent 14 hond 66 roeden, belend ten noordwesten de maandagsschouwbare watering, ten noordoosten Huybert Cornelisz, te zuidoosten Cornelis Gerritsz zelf, ten zuidwesten Jan Ewoutsz en Huybert Meesz, en Joris Jansz zal hebben omtrent 10 hond, belend ten noordwesten de Cleijlaen, ten zuidwesten en zuidoosten Cornelis Gerritsz voornoemd, ten noordwesten Ouwe Pieter Cornelisz, en verkoopt Cornelis Gerritsz, buurman en gezworene te Noordwijkerhout, aan Jr Andries van Brouchorst, heer van Vliet, een jaarlijkse losrente van 100 ponden, te lossen met 1000 ponden, met als onderpand een hofstede met 3 morgen land, belend ten noordwesten de Buierwech, ten noordoosten Mathenesse, ten zuidoosten Ouwe Pieter Cornelisz, ten zuidwesten Jonge Jan Ewoutsz, nog 15 morgen land, belend ten noorden Pieter Claesz, ten noordoosten Pieter Cornelisz voorschreven en Marytgen Gerisdr, ten zuidoosten Marytgen voornoemd, ten zuidwesten de erfgenamen van Benting, ten noordwesten de Cleylaen, nog de lijfhuur van 5 morgen land, belend ten noordwesten de Maenendaechswateringe, ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Huybrechtsz, ten zuidoosten Gerrit Jacobsz te Noordwijk, ten zuidwesten Huybert Meesz te Noordwijk 514.
                                                                  In Noordwijkerhout hebben op 8 juli 1621 Cornelis Gerritsz van der Cluft en Pieter Claesz Schoemaecker gemangeld, waarbij Cornelis Gerritsz zal hebben een akker geestland groot omtrent 90 roeden, belend ten zuidwesten Jonge Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Groenewech, ten noordoosten Arent Verhooch, ten zuidoosten de Goijsloot of Goijwech, en Pieter Claesz omtrent 4 hond hooi- of weiland, belend ten noorden Pieter Claesz zelf, ten zuidoosten en zuidwesten Cornelis Gerritsz mede-comparant, met condities over het opzanden door Pieter Claesz van de voorschreven 4 hond land met zand van de croft van Cornelis Gerritsz en het opmaken door Cornelis Gerritsz van de sloot van de voorschreven croft door de Cleijlaen tot aan 't land van Jan Jansz toe, door welke sloot de zandpraam moet kunnen 515.
                                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 staat onder 'Noordwijkerhout' vermeld: Cornelis Gerritsz van der Cluft en Neeltgen Dircxdr zijn huisvrouw, met Adriaentgen Jansdochter zijn moeder en Harmpgen Barentsdr 't jonge wijf 516.
                                                                  In Noordwijkerhout verkoopt in 1624 Cornelis Gerritsz van der Cluft aan Jan Pietersz buurman te Noordwijkerhout een akker geestland groot omtrent 190 roeden, belend ten zuidwesten Jonge Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Groenewech, ten noordoosten de erfgenamen van Arent van der Hooch, ten zuidoosten de Goijsloot of Goijwech, voor 300 gld 517.
                                                                  In Noordwijkerhout verkoopt in 1627 Jan Ewoutsz aan Cornelis Gherritsz van der Cluft, buurman te Noordwijkerhout, een stuk land groot omtrent 2 morgen, inbegrepen 2 roeden aan de noordwestzijde van de sloot, belend ten noordwesten Joris Jansz Duijnmeijer, ten noordoosten de koper, ten zuidoosten de erfgenamen van Ouwe Pieter Cornelisz, ten zuidwesten de erfgenamen van Maerten Huijbertsz, voor 375 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart mei 1627, en 't resterende derdepart mei 1628 518.
                                                                  In Noordwijkerhout bekennen op 6 juni 1635 Cornelis Gerritsz van der Cluft en Neeltgen Dircxdr zijn huisvrouw, inwoners alhier, op 9 mei laatsleden verkocht te hebben en bij dezen opdragen aan Jan Claesz van Lyn wonende te Leiden hun hofstede als huizinge, schuren, gebouw, potinge en plantinge en het land waar dezelve hofstede op staat met de croft en duin daaraan gelegen, groot tezamen als gemeten door Jan Pietersz Dou op 28 april 1635, belend ten noordwesten de Keuckenduyn, ten noordoosten de heer van Mathenes, ten zuidoosten de koper met het land gekocht van Willem Jeroensz zal., ten zuidwesten de kinderen van Maerten Hubertsz, belast met 2 gld 's jaars erfpacht, nog een partij weiland gelegen aan 3 kampen, belend ten noorden en noordwesten de advocaat Valck, ten zuidoosten Adriaen Adriaensz de Boer, de rentmeesterkampen met de H. Geest, ten zuidwesten de erfgenamen van Huybrecht Miesz, en nog 5 stukken wei- of hooiland aan elkaar liggende ten einde zeker laantje, belend ten noordwesten Jan Jansz op de Geest met het voornoemde laantje, ten noordoosten Willem Jacobsz c.s., ten zuidoosten Jacob Maertensz Verdel, ten zuidwesten de erfgenamen van jonker rentmeester, alles tezamen nog belast met 150 gld, voor 4000 gld, welverstaande dat bevoorwaard is dat zij, comparanten, en de langstlevende hun leven lang de voorschreven hofstede en landen in huur hebben zullen voor 180 gld elk jaat (met verdere bepalingen) 519.
                                                                  Op 28 otober 1664 is er voor het Hof van Holland een proces van de gemene erfgenamen van Annitge Sijvers, weduwe van Hendrick Jansz Brebijl, contra de erfgenamen vn Neeltje Dircx, weduwe van Cornelis Gerritsz Cluft, mitsgaders de vrinden van zal. Cornelis Gerritsz Cluft, gelegateerden van voorschreven Neeltje Dircx, en een proces van de gemene erfgenamen van zal. Cornelis Gerritsz Cluft, wonende te Katwijk, contra de erfgenamen van Anna Sijverts 520.
                                                                  Op 27 april 1630 testeren Cornelis Gerritsz van der Cluft, bouwman, en Neeltgen Dirxdr, echteluiden wonende in Noordwijkerhout, koek en gezond, op elkaar, en bij overlijden van de langstlevende de helft aan zijn en de helft aan haar naaste vrunden en erfgenamen, en legateren zij 300 gld aan Harman Barentsdr, sinds lang hun dienstmaagd, en op 22 januari 1646 testeren Cornelis Gerijtsz van der Cluft en Neeltge Dirxdr, geëchte luiden, mitsgaders Harmentge Barentsdr van Delden, wonende te Noordwijkerhout op de woninge van Jan Claesz van Lijn, op de langstlevende, met uitkering aan de naaste vrunden van ieder bij overlijden van de langstlevende, en cassatie van de dispositie van 27 april 1630 521.
                                                                  Op 19 april 1627 zijn voor het Hof van Holland Sebastiaen van der Putten als procureur van Jacob Dircxz en Cornelis Gerritsz Cluft getrouwd hebbende Neeltgen Dircxdr, ook voor Eeuwout Dircxz hun broer en zwager, impetranten, die hadden doen dagvaarden Maritgen Crynendr, weduwe van Pieter Duijst van Voorhout, brouwster in 't Swaenhals te Haarlem, in cas d'appel. Op 28 juli 1627 compareert Hendrick Boon als procureur van Maritgen Crynen die dag had om te antwoorden op de eis. Voornoemde Jacob Dircxz verklaart dat hij niet wist dat Dirck Eeuwoutsz en Neeltgen Claesdr, zijn vader en moeder, hadden gedaan de neringe van bierstekerij en dat de bieren door Claes Dircxz tot 20 augustus 1612 uit de brouwerij van de gedaagde waren gehaald. Op 19 november 1627 verklaart Jacob Dircxz nog dat hij in 1612 nog heel jong van jaren was en ook niet wist van enige afrekening tussen zijn vader en Claes Dircx zijn broer of Neeltgen Claes zijn moeder; zijn ouders hadden vaak gezegd geen schuld te hebben en Dirck Eeuwoutsz had in zijn leven gezegd dit te willen onder ede verklaren. 522
                                                                  Op 10 juli 1649 heeft Neeltge Dirx, weduwe van Cornelis Gerijtsz van der Cluft, wonende te Noordwijkerhout, getransporteerd aan Jan van Lijn wonende te Leiden alle koebeesten, paarden, varkens en andere bestialen, fouragie, vruchten, gereedschappen en alles tot de bouw behorende, mitsgaders inboedel en huisraad als uitgedrukt in de inventaris, in mindering van verschenen landpachten of die nog in haar leven zullen verschijnen 523.
                                                                  Op 24 april 1651 bekent Neeltgen Dirckx, weduwe van Cornelis Gerritsz van der Cluft te Noordwijkerhout, verkocht te hebben aan Harmantgen Barends aldaar 19 koebeesten, 2 paarden, 2 wagens, 1 ploeg, 2 eggen [en nog veel meer}, en al het huisraad, voor 2225 gld, waarna Harmantgen alle schulden van Neeltgen betaalt, bedragende 2342 gld 524.
                                                              2. Grietgen Gerritsdr CLUFT, tr. Theus PIETERSZ.
                                                              3. Huijbertgen Gerritsdr CLUFT.
                                                            607. (<303) (>1214) Barbara CORNELISDR, overl. vóór 20 dec. 1578.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Dammas Gerritsz CLUFT, geb. ca. 1561, overl. Sassenheim tussen 20 juni 1620 en 23 maart 1621, maakt huwelijksvoorw. 1° Leiden 3 juli 1591 met Aeltgen GERRITSDR, eerder gehuwd met Jan CORNELISZ, tr. 2° Baertgen JACOBSDR, overl. vóór 5 febr. 1618, wed. van Jan, tr. 3° na 1 juni 1619 Jacopgen HUBERTSDR, dr van Hubert HENRICXZ en Neeltgen SIJMONSDR, die hertr. met Arijs CORNELISZ.
                                                                  Op 25 maart 1589 wordt Dammas Gerritsz te Sassem bij dode van zijn vader Gerrit Dammasz beleend met een morgen land, onder 'Alkemade (Abbenes)', op 31 januari 1598 Cors Cornelisz te Lis na koop van Dammas Gerritsz 525.
                                                                  In Sassenheim koopt op 17 maart 1599 Dammas Geritsz een 'woninge als huijs, schuijr, barge, potinge ende plantinge mit synen erffve groot omtrent een hont lants', aan de Mennewech, wordt op 29 maart 1600 ten verzoeke van Pieter Maertsz, ingeborene van Sassenheim, een verklaring afgelegd door o.m. Dammas Gerritsz, omtrent 38 jaar oud, over uit welk land 't Laentje gedolven is, verkoopt op 1 juli 1600 Dammas Gerritsz aan zijn broer Cors Gerritsz 7 hond en 3½ hond weiland in de Hoochcamp, en verkoopt op 8 december 1601 Dammas Gerritsz aan Jan Harmansz een huizinge met omtrent een hond land 526.
                                                                  In Sassenheim verkoopt op 29 maart 1609 Cornelis Claesz Corsteman aan Dammas Gerritsz een stuk teelland van 7 hond 5 roeden, belend ten zuidoosten de Heerewech, ten zuidwesten de verkoper, ten noordwesten Jan Maertsz, ten noordoosten Cornelis Dircxz, en nog een stuk teelland van 1 morgen 83 roeden, belend ten zuidoosten de Heerewech, ten zuidwesten Jan Huijgen, ten noordwesten Jan Maertsz, ten noordoosten de verkoper, wordt op 10 januari 1612 een brief vermeld verleden door Dammas Gerritsz als principaal schuldenaar en Pieter Maertsz als borg ten profijte van Gerrit van der Hooch, inhoudende 1165 gld te betalen binnen Haarlem, delen op 15 februari 1613 Dammas Gerits als weduwnaar en boedelhouder van de nagelaten goederen en boedel van zal. Aeltgen Geritsdr, voormaals weduwe van Jan Cornelisz, ter eenre, en Cornelis Janszoon, zoon en erfgenaam van Aeltgen Geritsz geprocreëerd bij Jan Cornelisz, ter andere zijde, en verkoopt op 21 juni 1614 Cornelis Matheusz wonende te Oegstgeest aan Dammas Gerritsz 13½ hond land, belend ten oosten de kerk van Warmond, ten zuidoosten Jan Huijgen, ten zuiden Lijsbeth Thomasdr weduwe van Cornelis Jansz van Nieuburch, ten westen en noordwesten Dammas Gerritsz zelf 527.
                                                                  Op 21 maart 1615 testeert Dammas Gerritsz wonende te Sassenheim, aan Neeltgen Gerritsdr zijn volle zuster die blind is 300 gld boven haar portie, welke 300 gld bij haar (voor)overlijden genoten zullen worden door Jan Pietersz, zoon van Grietgen Gerritsdr, en verder aan Lijsbeth Gerritsdr zijn volle zuster, huisvrouw van Pieter Maertensz te Sassenheim, 1/8, aan voorschreven Neeltgen Gerritsdr 1/8, de twee kinderen Arent en Jan van Grietgen Gerritsdr, zijn overleden volle zuster, gewonnen bij Pieter Aertsz Brammer, 1/8, verder Cornelis Gerritsz zijn halve broer benevens Grietgen Gerritsdr, huisvrouw van Theus Pietersz, zijn halve zuster, tezamen 1/8, de zeven kinderen van zal. Cors Gerritsz, zijn overleden volle broer, gewonnen bij Trijntgen Garbrantsdr, met namen Gerrit, Cornelis, Claes, Jan, Barbara, Grietgen en Huijbertgen, elk 1/16, en aan de armen van Sassenheim 1/16 528.
                                                                  Op 5 februari 1618 is er in Sassenheim boedelscheiding tussen Dammas Gerritsz, buurman te Sassenheim, weduwnaar van Baertgen Jacobsdr, en Pieter Jansz, Sijmon Jacobsz en Cornelis Jacobsz als voogden over Cunera en Machtelt Jansdr, alsnog onmondige kinderen en erfgenamen van Baertgen Jacobsdr 529.
                                                                  Op 20 juni 1620 testeren Dammas Gerritsz en Jaepgen Huijbrechtsdr, man en wijf wonende in Sassenheim, hij ziekelijk. Hij testeert bij overlijden zonder kinderen 4000 gld aan zijn vrouw, en nog het huisraad en de inboedel, de koeien, paarden, schapen en ander bestiaal, en alle gereedschappen enz., en de inschulden, mits zij de uitschulden betaalt, voorts half om half aan zijn vrunden en zijn huisvrouw, en aan zijn blinde volle zuster Neeltgen Gerritsdr bovendien 1000 gld, en op 13 april 1621 wordt de inventaris opgemaakt van alle goederen door Dammas Gerritsz, in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, met de dood ontruimd, gedaan makende door Jaepgen Huijbertsdr zijn nagelaten weduwe, ten behoeve van de naaste vrunden en de mede geïnstitueerde erfgenamen van Dammas Gerritsz (zeer uitgebreid). 530
                                                                  Op 28 oktober 1623 geeft Pieter Maerten Claesz, wonende te Sassenheim, als getrouwd hebbende Elisabeth Gerritsdr, en als voogd van de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Cors Gerritsz in zijn leven gewoond hebbende te Voorhout, allen tezamen erfgenamen van wijlen Dammas Gerritsz, in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, machtiging aan een procureur voor het Hof en de Hoge Raad van Holland, om te ageren, specialijk jegens Gerrit en Cornelis Hubrechtszonen wonende te Lisse, en Arijs Gerritsz als getrouwd hebbende Jaepgen Huijbrechtsdr, weduwe van Dammas Gerritsz voornoemd, wonende te Sassenheim 531.
                                                                  Op 29 januari 1624 voor het Hof van Holland, in beroep op een eerder vonnis, wordt de eis van Pieter Maerten Claesz wonende te Sassenheim, als getrouwd hebbende Elijsabeth Gerritsdr mitsgaders als oom en voogd van de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Cornelis [moet zijn „Cors”] Gerritsz, en vervangende zijn mede-consorten, allen als erfgenamen van Dammas Gerritsz, tegen Hendrik en Cornelis Huybrechtsz wonende te Lisse mitsgaders Aris Cornelisz wonende te Sassenheim als getrouwd hebbende Jaepge Huybrechts, weduwe van Dammas Gerritsz in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, niet ontvankelijk verklaard, welke eis uitgesproken was op 23 december 1623 532.
                                                                  Op 7 oktober 1628 verklaren Arijs Cornelisz als man en voogd van Jaepgen Hubrechtsdr, ook vervangende zijn zwager Henric Hubertsz en de weduwe en kinderen van Cornelis Hubertsz, ter eenre, mitsgaders Pieter Maerten Claesz als man en voogd van Lijsbeth Gerritsdr, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Dammas Gerritsz zijn overleden zwager, ter andere zijde, vriendelijk geaccordeerd te zijn over de kosten van hun proces, te weten dat Pieter Maertsz c.s. als gecondemneerde 42 gld aan voornoemde Arijs Cornelisz voldaan heeft, en over de erfenis van voornoemde Dammas Gerritsz ten volle vernoegd en betaald te zijn 533.
                                                                  Op 3 juli 1591 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Dammas Geritsz wonende te Sassenheim, geassisteerd met Jeroen Dammasz zijn oom en Pieter Maertensz zijn zwager, ter eenre, en Aeltgen Geritsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ook te Sassenheim, geassisteerd met Cornelis Florisz Jonge Cocq te Lisse, haar oom; zij heeft een voorkind, Cornelis Jansz 534.
                                                                  In 1591 compareren in Sassenheim Aeltgen Gerritsdr, weduwe van Jan Cornelisz, geassisteerd door haar man Dammas Geritsz, ter eenre, en Jan Henricxsz te Lisse en Dirck Willemsz Cortswager te Oegstgeest, als ooms en voogden van Cornelis Jansz, omtrent 5 jaar oud, nagelaten weeskind van wijlen Jan Cornelisz en Aeltgen Geritsdr 535.
                                                                  Op 1 oktober 1621 verklaren Sijmon Sijmonsz, oom en voogd, Cornelis Lenerts van Tetroede, behuwdoom, en Gerrit Dircxsz van Immerseel, neef, van Jaepgen Huijbrechtsdr, tegenwoordig weduwe van Dammas Gerritsz, allen wonende te Rijnsburg, dat er op 1 juni 1619 in Leiden scheiding en deling was tussen Huijbert Henricx haar vader, weduwnaar van Neeltgen Sijmons, wonende te Lisse, en Henric Huijberts, Cornelis Huijberts en Jaepgen Huijberts geassisteerd met Dammas Gerrits haar toekomstige man 536. Op 29 oktober 1622 geven Henric en Cornelis Hubertszoenen en Jaepge Hubertsdr machtiging om te ageren, speciaal tegen Pieter Maertsz wonende te Sassenheim, man en voogd van Lijsbeth Gerritsdr, met zijn consorten, mede geïnstitueerde erfgenamen van Dammas Gerritsz 537. Op 21 maart 1623 attesteren schout en schepenen van Lisse ter instantie van de secretaris van Sassenheim getaxeerd te hebben de gerechte helft in het derdepart van 3 morgen land in de polder van de Westgeest onder Lisse, als de weduwe van Dammas Gerritsz Cluft bij uitkoop van haar mans erfgenamen verkregen heeft, gemeen met Henrick en Cornelis Huberts zonen, haar broers, op 300 gld 538.
                                                              2. Cors Gerritsz CLUFT, tr. Trijntgen GARBRANTSDR.
                                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Voorhout' vermeld: Gerrit Corsz, Huijbertgen Corsdr, en Henrick Gerritsz, dienstknecht 539.
                                                              3. Grietgen Gerritsdr CLUFT, tr. Pieter Aertsz BRAMMER, scheepmaker in Leiderdorp.
                                                              4. Lijsbeth Gerritsdr CLUFT, zie 303.
                                                              5. Neeltgen Gerritsdr CLUFT.
                                                            608. (<304) Gillis Loenisz WIJDOOGEN, geb. ca. 1563 \NHA ONA Haarlem 55 (notaris Egbert van Bosvelt) fol. 228, 5 juni 1608: Gilles Loenesz oud omtrent 44 jaar), van Lichtervelde,
                                                                Op 6 januari 1611 verkopen de regeerders van Haarlem land in de Laeckenstraet, o.a. aan Gillis Wytooge een erf lang 66½ voet, breed van voren 23 voeten, op 't achtereinde 23¼ voet, voor 310 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien 540.
                                                                In Haarlem verkoopt in 1612 Jan Pouwelsz, timmerman, voor hemzelf en vervangende Henrick Henricksz, kleermaker, zijn zwager, aan Jan Adams, Gillis Wydtooge en Pieter Jansz Veralleman een huis en erf in de Laeckenstraet, belend Pieter Jansz aan de ene zijde, Dirck Adriaensz aan de andere zijde 541.
                                                                In Haarlem bekent op 13 november 1614 Gillis Wydtooge schuldig te wezen Outgert Pietersz, oud-schepen dezer stede, een jaarlijkse losrente van 31 gld 5 st, af te lossen met 500 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Laeckenstraet, tussen het huis getimmerd door Jacob de Nobel en de weduwe van Jan de schilder, achter strekkende aan Jan [] van Alckemade; geroyeerd op 13 juni 1632 als voldaan op verzoek van Arian[?] Bartheltsz tegenwoordig eigenaar van het huis 542.
                                                                In Haarlem verkopn op 26 december 1617 Gillis Wydooge, Pieter Jansz en Jan Adamsz gezamenlijk aan Jan Aertsz van Helmont een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten noorden Mr Wouter Cornelisz, ten zuiden Gerardt Beeckaert, voor 1550 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien 543.
                                                                In Haarlem verkopen op 27 oktober 1618 Roelandt van Dickelen den Ouden en Gillis Wydooge, als last hebbende van Roelandt van Dickelen den Jongen, hun resp. zoon en schoonzoon, aan Willem Roeloffsz cleermaecker en Hans van Doorne gezamenlijk een huis met erf op de Raemgraft, belend ten zuiden Cornelis Egbertsz, ten noorden met de halve eigendom van een poort onder dit huis en het huis van Jan van Dickelen, voor 1054 gld, waarbij Van Dickelen en Wydooge de waarnis binnen de eerste 3 jaren op zich nemen, met als onderpand van Van Dickelen zijn huis en erf op de Ossemarct en van Gillis Wydooge zijn huis en erf in Laeckenstraet, belend de ene zijde Pouwels Vermeersch, de andere zijde Thonis Faessen 544. (Op 26 april 1618 verkoopt Roelandt van Dickelen de Jonge aan Pieter Jansz Wydooge een huis en erf met dezelfde beschrijving voor 1215 gld, waarvan de custingbrief betaald zal worden aan Roelant van Dickelen den Ouden, Gillis Wydooge en Barthram Chitte 545.)
                                                                In Haarlem verkoopt op 22 juli 1621 Gillis Wydtooge aan Rogier Danielsz, vleeshouwer, een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten noorden Aert Cornelisz, ten zuiden Pouwels Vermersch, voor 1400 gld, te betalen op 7 eerstkomende meien telkens een zevendepart, en zal bij assignatie van de eerste termijnen 717 gld met de interest tegen 5 ten honderd betaald worden aan Pieter de zoon van Lieven Wijdtooge in voldoening van hetgeen de verkoper aan dezelve Pieter schuldig is 546.
                                                                Op 21 december 1628 verklaren Thonis Esteric [ondertekent als Anthonis Hesscherick] getrouwd hebbende Susanneken Wydooge, Jan Mailliaerts getrouwd hebbende Cathalina Wydooge, Henrick Henricxz getrouwd hebbende Sara Wydooge, en Jacob Wydooge, allen wonende binnen Haarlem, kinderen en erfgenamen van wijlen Gillis Wydooge, dat Outger Pietersz, oud-schepen van Haarlem, vanwege Rogier Danielsz vleyshouder aan hen, comparanten, had voldaan 530 gld als voorschreven Rogier hun schuldig was als rest van zeker huis en erf in de Laeckenstraet, door hem van Gillis Wydooge gekocht op 22 juli 1621 547.
                                                            tr. 1° N.N.,
                                                            tr. 2° Elysabeth ADAMS.
                                                                Op 21 november 1608 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Gillis Wydoge, weduwnaar van Lichtervelde, en Elysabeth Adams, jongedochter van Goch in de landen van Cleve, geassisteerd met Joris Adams, haar broer; er zal geen gemeenschap van goedereen zijn 548.
                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                1. Jan Gillisz WIJDOOGEN, zie 304.
                                                                2. N.N. WIJDOOGEN, tr. Roelandt van DICKELEN den JONGEN, zn van Roelandt van DICKELEN den OUDEN.
                                                                3. Susanneke WIJDOOGEN, tr. Anthonis HESSCHERICK.
                                                                4. Cathalina WIJDOOGEN, tr. Jan MAILLIAERTS.
                                                                5. Sara WIJDOOGEN, tr. Henrick HENRICXZ.
                                                                6. verm. Jacob WYDOOGHE, geb. ca. 1600, linnenwever.
                                                                    Op 26 augustus 1637 getuigt Jacob Wijtooch, lindewever te Voorschoten, oud 37 jaar (hij ondertekent met vloeiende hand als Jacob Wydooghe) 549.
                                                              610. (<305) Remeus BRUNEEL, linnenwever, overl. 19 febr. 1616,
                                                                  In Haarlem verkoopt in 1591 Willem Jansz van Eyndhoven aan Remeus Bruyneel, linnenwever van Ronse in Vlaanderen, een schuur met een erf achter de huizinge van Jan Vercrayl op de Oude Graft op de hoek van 't Groote Heyligelandt, belend ten oosten Gerard Ruychaver, ten zuiden IJsbrant Adriaensz, ten westen Korsten Aertsz en Gerrit But, ten noorden Joost Symonsz en Jan van Crayl voornoemd, met een last van 250 gld hoofdsom, voor 267 gld, te betalen op 2 eerstkomende meien 550.
                                                                  Op 19 maart 1597 bekennen Adriaen van Robays, man en voogd van Lowyseken Bruneel, en Gillis Bruneel voor hemzelve, tezamen mede in dezen vervangende en als voogden van Daniel Bruneel, hun onmondige broer, allen kinderen van Remeeus Bruneel gewonnen bij Lowyseken de Lennoye hun zal. moeder, dat voorschreven Remeeus Bruneel verklaard heeft dat door hem enigszins ontvangen is van zekere „mobile” [goederen], zo verkocht als onverkocht, die gekomen waren van wijlen Annette de Bruecke, hun grootmoeder, elk 2 ponden, hoewel hun daarin alleen een derdepart toekomt en de andere 2 derdeparten toebehoren de andere erfgenamen en staken van de voorschreven Annette 551.
                                                                  Op 19 februari 1616 verkopen in Haarlem Josyna van Hoorne, weduwe van Remeus Bruneel, voor de helft, mitsgaders Gillis Bruneel voor hemzelve en als voogd van Ysack Bruneel zijn halve broeder, nog Barnaert Vogele getrouwd hebbende Louwysken Bruneel, Daniel Bruneel, Jacob de Schregele getrouwd hebbende Maycken Bruneel, Jan Wytooge getrouwd hebbende Saerken Bruneel, en Pieter Charle getrouwd hebbende Tanneken Bruneel, tezamen voor de helft, aan Abel Huyser een huis met een erf op 't Groot Heyligelandt achter de huizinge van Jan van Creijl, met een last van 200 gld, voor 950 gld, te betalen op 6 eerstkomende meien, met als borgen Adam Hulscher en Willem Egbertsz 552.
                                                              tr. 1° Lowyseken de LENNOYE, dr van Annette de BREACKE,
                                                              tr. 2°
                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                1. Lowyseken BRUNEEL, geb. ca. 1574 (op 4 juli 1601 getuigenis door Lowyseken Bruyneels, huisvrouw van Adraen van Robays van Meenen, oud omtrent 27 jaren 553), tr. 1° Adriaen van ROBAYS, van Menen, ondertr. 2° Haarlem 6 febr. 1605 (hij weduwnaar van Moeskroen, zij weduwe van Adriaen van Robaijs) Barnaert VOGELE.
                                                                    In Haarlem verkoopt op 15 januari 1607 Bernaert de Vogele, getrouwd hebbende Louwyseken Brunneel tevoren weduwe van Adriaen van Robais, aan Jan Buys, korenkoper, een huis met erf in de Oude Doelstraet op de hoek van de Stadtsvesten of Molendrift, voor 100 gld 554.
                                                                    Op 19 oktober 1604 testeren Adriaen van Robays backer en Lowyseken Bruyneels van Ronse, geëchte luiden, Adriaen ziekelijk te bedde liggende, aan de langstlevende, mits als Adriaen de eerststervende is dat Lowyseken zal uitkeren aan zijn vrunden 6 gld eens, of als Lowyseken de eerststervende is dat Adriaen zal uitkeren aan Remeus Bruneel haar vader 50 gld 555.
                                                                2. Gillis BRUNEEL, liewatier te Haarlem, ondertr. ald. 27 febr. 1594 (hij jonggezel van Ronse, zij jongedochter van Wervik), tr. ald. 27 maart 1594 Maijken SANGERS, dr van Pieter de SANGERE.
                                                                    In Haarlem stelt op 16 augustus 1599 Willem van der Eecken, sayerwercker wonende op de Oudegraft, zich borg voor Jelis Bruneel ter somme van 27 gld 1 st uit zake van geleverd bier, afslaande 2 gld 5 st daarop betaald, en 30 st van vollebier, waarin hij op 5 augustus ll. gecondemneerd is ten behoeve van Willem van Trier als curateur van de boedel van Jaspar Lenertsz, om dezelve somme te betalen op 2 vierendeel jaars telkens de helft 556.
                                                                    In Haarlem stelt op 27 juli 1604 Jelis Bruyneel, liewatier wonende op 't Heyligelandt, zich borg voor 't namptissement van 80 gld door Adriaen Robais op de 24e dezer tegen Floris Adriaensz Panael geobtineerd, om dezelve penningen in 't geheel of deel te restitueren indien bij sententie ten principale bevonden mocht worden zulks te behoren 557.
                                                                    In Haarlem verkoopt in 1611 Dirck Frederixz aan Gillis Bruyneel een nieuw getimmerd huis met een erf in de Laeckenstraet, tussen Jacob Jacobsz metselaer en Jan Thonisz linnenwever, met een last van 300 gld, voor 1400 gld, te betalen 1/6 gereed en de rest op 5 meien, met als borg Pieter de Sangere den Ouden [zijn schoonvader] 558.
                                                                    In Haarlem bekent op 14 januari 1616 Jelis Bruneel schuldig te wezen Maritgen Cornelisdr, weduwe van Willem van Foreest, een jaarlijkse losrente van 18 gld 10 st, af te lossen met 300 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Laeckenstraet, tussen Jacob Jacobsz metselaer en Jan Thonisz linnewever, achter strekkende aan Cors Dirxz zeylmaecker en Aechte Cornelisdr weduwe van Dirck Roo, tevoren belast met 300 gld hoofdsom; geroyeerd op 14 augustus 1620 559.
                                                                3. Daniel BRUNEEL.
                                                                    In Haarlem heeft op 24 januari 1614 Daniel Bruneel van Henrick Arentsz copergyeter te Amsterdam gekocht een camer met erf in de Achtercamp, tussen Jochem Gerritsz en de poort van de erfgenamen van Garbrant Cornelisz, voor 450 gld, met optie om de custing te verschijnen mei 1615 op rente te mogen houden 560.
                                                              611. (<305) (>1222) Josyna van HOORNE,
                                                                  Op 6 november 1585 compareren Jozyne van Hoorne, weduwe van Pieter Cosyn van Menen in Vlaanderen, geassisteerd met Jan en Pieter van Hoorne haar broers als voogden, en Jan, Laurens en Joos van der Buerij, gebroeders van Swevegem, als omen en voogden van 's vaders zijde, van de twee nagelaten kinderen van wijlen Pieter Cosyn gewonnen bij Jozyne van Hoorne, genaamd Joos, 7 jaren, en Syntgen, 4 jaren. De kinderen krijgen als vaders bewijs 120 ponden groten Vlaams; Jozyne zal de kinderen onderhouden en daarboven 10 ponden Vlaams met voornoemde 120 ponden betalen bij mondige jaren of huwelijk 561
                                                                  Op 22 januari 1624 verklaren Josina van Hoorne, de nagelaten weduwe van Remeus Bruijneel, en Pieter Cornelisz smalwercker, ingezetenen van Haarlem, hoe dat Jan Adamsz zich verbonden had om Anthonis Huygen Keyser steenhouwer te Rotterdam, Pieter Balthasar Verdonck den Ouden en Gillis van Elslandt beiden koopluiden aldaar, te indemneren, kosteloos en schadeloos te houden van een borgtocht van 1000 gld op 't verzoek van Ysack Bruijneel, hun, comparanten, zoon en zwager respective, ten einde dezelve Ysack Bruijneel geadmitteerd zou worden als makelaar van granen te Rotterdam, willende zij, comparanten, zo veel hun enigszins doenlijk is, hiervan Jan Adamsz indemneren, en staan voor hem in voor 500 gld, elk van hen 250 gld 562.
                                                              tr. 1° Pieter COSIJN, overl. vóór 6 nov. 1585.
                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                1. Joost Pietersz COSIJN, geb. ca. 1578, smalwerker, bakker.
                                                                    In Haarlem stelt op 23 mei 1612 Joost Casyn, smalwerker van Menen, zich borg voor Jan Henricxz wonende ter Weeuwe in 't Crayenest te Heemstede, om voor hem het gewijsde te voldoen op en tegen Govert Poter, welke Jan Henricxz constitueert Ryser op en tegen Govert Pottoir lywaetpacker 563.
                                                                    In Haarlem heeft op 29 augustus 1633 Joost Cosijn, bakker, zich geconstitueerd borg voor Cornelis Cornelisz, buurman te Castricum, gearresteerde, om voor hem te zullen voldoen 't gewijsde door schepenen dezer stad als commissarissen, vanwege de Grafelijkheidsmiddelen van 't quartier dezer stad op en jegens de pachters van de impost 564.
                                                                2. Syntgen Pieters COSIJN, geb. ca. 1581.
                                                                     Uit het tweede huwelijk:
                                                                1. Maycken BRUNEEL, ondertr. (schepenbank) Leiden 11 febr. 1605 Jacob de SCREGELE, geb. Gent, België, zn van Geleyn de SCREGELE.
                                                                    In Haarlem verkopen op 14 mei 1619 Jan van den Kerckhove als gemachtigde van Jacob de Schregel, Abraham de Schregel, IJsack de Schregel en Jan van Fecchel man en voogd van Lievijntgen de Schregel, kinderen en erfgenamen van wijlen Geleyn de Schregel, met procuratie gepasseerd te Leiden op 25 april 1619 voor notaris Claes van der Meer, voor de helft, nog Jan van den Kerckhove voorschreven, voor hem zelve [plus nog een stoet Kerckhoves], erfgenamen van Syntgen van den Kerckhove in haar tijd weduwe van Michiel van Heede van Roeselare, voor de andere helft, aan Caerl van de Base een huis met erf op 't Cleyne Heyligelant waar de Vergulden Laurier uithangt, tussen Cornelis Walters en Henrick Henricxz, voor 1200 gld, te betalen op 5 meien, de eerste mei 1619 565.
                                                                2. Saerken BRUNEEL, zie 305.
                                                                3. Tanneken BRUNEEL, tr. Pieter CHARLES, zn van Cornelis CHARLES.
                                                                4. Ysack BRUNEEL.
                                                                    In Haarlem verkoopt in 1620 Jacob de Nobel aan Ysack Bruneel een huis met een erf op de Voldersgraft, belend ten zuiden Pietergen Pietersdr weduwe van Jan Cryneman, ten noorden Cornelia Henricx weduwe van Claes Henricxz huydecooper, voor 800 gld boven de lasten, te betalen op 6 eerstkomende meien, met als borg Jan Adamsz, en Pieter Joosten aan Ysack Bruneel een erf achter zijn huis op de Voldersgraft, voor 100 gld, te betalen op 4 eerstkomende meien 566.
                                                                    In Haarlem verkoopt in 1622 Ysack Bruneel wonende te Rotterdam aan Jacob de Poorter en Adam Huyser tezamen voor de ene helft, en aan Jan Willemsz voor de andere helft, een huis met een erf op de Voldersgraft, belend ten zuiden Pietergen Pietersdr weduwe van Jan Cryneman, ten noorden Cornelis Henricx en Pieter Joosten met gemene muren, voor 750 gld, te betalen op 5 meiendagen 567.
                                                              616. (<308) (>1232) Pieter Lourisz den ELSEN, schepen van Stompwijk 568, overl. tussen 9 maart 1622 en 14 dec. 1622,
                                                                  In Stompwijk verkoopt op 26 augustus 1601 Pieter Lourisz aan Cornelis Adriaensz [Sman] zijn zwager omtrent 15 hond slagturfland, belend ten oosten Neeltgen IJsbrantsdr de weduwe van Louris Symonsz, ten westen Jan Vrancken, ten zuiden Jonge Pieter Lourisz comparants broer [halfbroer], ten noorden Lenert Gerrit Dirken, verkoopt op 25 september 1602 Pieter Lourisz den Ouden aan Cornelis Adriaensz zijn zwager omtrent 3 hond land achter de kapel te Wilsveen, hem comparant aangekomen bij de verdeling van de boedel van zijn vader Louris Zymonsz, verkoopt op 1 mei 1603 Oude Pieter Lourisz aan Jan Joachumsz te Voorschoten ½ morgen slagturfland eertijds gekomen van Aechte Backer, en koopt op 19 november 1603 Oude Pieter Lourisz van Cornelis Lenertsz Hets te Loosduinen omtrent 1 morgen land, met een custingbrief van 325 gld 569.
                                                                  In Stompwijk zijn op 17 november 1604 Pieter Lou Zymonsz en Pieter Pietersz Colyn geld schuldig aan Jan Govertsz te Leidschendam, namelijk Pieter Lourisz 6 gld 10 st 's jaars voor 4 hond land en Pieter Pietersz 2 gld 15 st 's jaars voor 6 hond land, verkoopt op 23 maart 1605 Joost Gerritsz aan Oude Pieter Lourisz den Elsen 3½ hond land, verkoopt op 6 april 1606 Joris Claesz aan Pieter Lourisz den Elsen omtremt 3½ hond slagturfland, verkoopt op 2 mei 1607 Pieter Lourisz den Elsen aan Cornelis Symonsz wonende aan de Ommedyck 2 hond land aan de Ommedyck belast met 30 st 's jaars toekomende de Heer van Mathenes, belend ten oosten Cornelis van Nierop, ten zuiden de Meer, ten westen de koper, ten noorden de Ommedyc, voor 20 gld te betalen mei 1608, en verkoopt op 28 november 1607 Dielof Adriaensz wonende te Wilsveen aan Pieter Lourisz den Elsen, bij naasting van Cornelis Lenertsz Keyser, omtrent 1 morgen hooiland, belend ten oosten en noorden Symon Govertsz, ten westen Cornelis Claesz, ten zuiden de Ommedycxse Wateringe, voor een schuldbekentenis van 450 gld 570.
                                                                  In Stompwijk heeft op 26 november 1608 Pieter Louwen den Elsen aan Pieter en Lenert Pietersz zijn zoons elk de helft van omtrent 7 hond flodderland overgedragen en aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] omtrent 2 hond flodderland, verkoopt op 19 februari 1609 Pieter Lourisz den Elsen aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] een strook erf, belend ten oosten en zuiden comparant, ten westen Jonge Leen Joris, ten noorden de Stompwycxse wech, verkoopt op 15 juni 1612 Cryn Symonsz [Visscher] wonende te Wilsveen aan Pieter Lourisz den Elsen omtrent 4 hond land gelegen aan de Ommedyck voor een custingbrief van 375 gld, verkoopt op 27 maart 1613 Pieter Lourisz den Elsen aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] omtrent 5½ hond land, wezende een deel van 6 hond waarvan het resterende halve hond mede de koper toekomt, verkoopt op 27 augustus 1614 Pieter Lourisz den Elsen als vader en voogd van de minderjarige Jasper Pietersz aan Adriaen Aertsz wonende in Wilsveen omtrent 4½ hond flodderland, voor een custingbrief van 75 gld, en heeft op 27 januari 1616 Oude Pieter Lourisz den Elsen aan zijn zoon Jasper Pietersz omtrent 3½ hond land als huwelijksgeschenk gegeven 571.
                                                                  In Stompwijk cedeert op 22 februari 1617 Pieter Lourisz den Elsen, wonende in het oosteinde van Stompwijk, aan Quinting Pietersz den Elsen zijn zoon omtrent 2½ hond flodderland en aan Jan Cornelis Gerritsz zijn zwager [schoonzoon] een perceel flodderland van omtrent 5 hond gekomen van Willem Pietersz van Rijn, en nog omtrent 3 hond flodderland gekomen van Neeltje Huijgen, en draagt op 12 februari 1620 Pieter Lourisz den Elsen 4 hond land over aan Arent Meesz, die hem daarvoor 125 gulden schuldig is 572.
                                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Meijnsgen Jorisdr weduwe van Pieter Lourisz, Quintijn en Maritgen Pieterszoon en -dochter 573.
                                                                  In Stompwijk hebben op 8 augustus 1623 Meijnsgen Jorisdr weduwe van Pieter Louris den Elsen geassisteerd met Joris Pietersz haar zoon, ter eenre, en Pieter Teunisz als man en voogd van Weyntgen Pietersdr, Joris Pietersz, Pieter Pietersz, Jan Cornelis Gerritsz als man en voogd van Jannetgen Pietersdr, Huybrecht Pietersz, Jasper Pietersz, Quinting Pietersz, Cornelis Meesz als man en voogd van Maritgen Pietersdr en Arent Meesz als man en voogd van Neeltgen Pietersdr, kinderen en zwagers [schoonzoons] van de voornoemde Pieter Lourisz den Elsen en Meijnsgen Jorisdr, en derhalve erfgenamen van wijlen Pieter Lourisz hun vader, ter andere zijde, minnelijk gescheiden, waarbij aan Huybrecht Pietersz den Elsen 1 morgen hooiland, geschat op 600 gld, is toebedeeld, welk bedrag als 300 gld gereed geld en op 2 mei 1634 en 1635 telkens 150 gld aan de gezamenlijke kinderen ter verdeling toekomt, evenals nog 600 gld die Jasper Pietersz en 350 gld die Arent Meesz de boedel schuldig is, en al het overige aan de moeder in eigendom komt 574.
                                                              tr.
                                                              617. (<308) Meijnsgen JORISDR.
                                                                  In Stompwijk verkoopt in 1627 Meijnsgen Jorisdr, weduwe van Pieter Lourisz den Elsen, met Cornelis Arentsz den ouden snijer als haar voogd, aan Quitingh Pietersz haar zoon haar woning, als huis, schuur, barg en geboomte, met omtrent 2 morgen land en nog 3½ hond slagturfland, onder voorwaarde dat zij haar leven lang in de kamer staande op de voornoemde woning zal mogen blijven wonen, met door haar zoon te verzorgen voorzieningen; hiervoor is Quinting Pietersz den Elsen aan Meijnsgen Jorisdr zijn moeder 1650 gld schuldig 575.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Weijntje Pietersdr den ELSEN, overl. vóór 19 dec. 1652, tr. 1° Pieter Tonisz GHYSEN, geb. ca. 1577, overl. vóór 5 okt. 1626, zn van Tonis GHYSEN, ondertr. 2°/tr. (schepenbank) Stompwijk 24 april/11 mei 1632 Claes Cornelisz VERCADE.
                                                                      In Stompwijk verklaren in 1627 Weijntje Pietersdr, weduwe en boedelhoudster van Pieter Teunisz, wonende in de Soetermeersche bedijkte polder, met Joris Pietersz en Pieter Pietersz den Elsen haar broers, ter eenre, en Jan Teunisz vervangende Cornelis Jacobsz van Immerseel, als broer en zwager van de voornoemde Pieter Teunisz, en als zodanig ooms en voogden van de zes nagelaten weeskinderen, met namen Wouter Pietersz, op Lichtmis 1627 20 jaar, Louris Pietersz, 8 dagen na St. Jan 1627 18 jaar, Anna Pietersdr, na Lichtmis 1627 17 jaar, Maerten Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 15 jaar, Jan Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 10 jaar, en Pieter Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 8 jaar, ter andere zijde, dat zij vanwege uitkoop op 5 okt. 1626 ten overstaan van schout en weesmannen geaccordeerd zijn 576. In 1653 verklaren in Zoetermeer Claes Cornelisz Vercade, weduwnaar van Weijntje Pietersdr, wonende in de Soetermeersemeerpolder, voor de ene helft, en Lourus Pietersz van Elsen, Pieter Pietersz van Elsen en Jacob Cornelisz Vroomen als getrouwd hebbende Annetjen Pieter van Elsen, drie kinderen en erfgenamen van Weijntjen Pietersdr gewonnen bij Pieter Thonisz haar eerste man, voor de andere helft, op 19 december 1652 aan Hubrecht Pieters den Elsen wonende te Leiden een partij hooiland in de Soetermeerschemeerpolder openbaar verkocht te hebben 577.
                                                                      In Stompwijk getuigt in 1602 Pieter Tonisz, zoon van Tonis Ghyssen, oud omtrent 25 jaar, in 1603 Pieter Tonisz, zoon van Tonis Gysen, oud omtrent 26 jaar, verkoopt in 1608 Joost Gerritsz wonende te Wilsveen aan Pieter Tonisz omtrent 3 hond flodderland en nog 2 hond flodderland, verkoopt in 1617 Pieter Tonis Ghysen aan Dirc Adriaensz een perceel hooiland verongeld voor 1½ hond, voor een obligatie van 252 gld, en verkoopt in 1620 (ook in Zoetermeer) Sr Johannes de Laet wonende te Leiden aan Pieter Thonisz de westzijde van de halve kavel no. 9, groot 4 morgen 534 roeden, in de Soetermeersche polder 578.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'De Ommedijck ende de Zoetermeerse polder in Stompwijck' voor: Pieter Thonis Gijsen, Weijntgen Pietersdr zijn vrouw, Wouter, Louris, Annetgen, Maerten, Jan, en Pieter Pieters zonen en dochter 579.
                                                                      Voor schepenen van Stompwijk compareren voor ondertrouw Joris Pietersz den Elsen als gecoren voocht van Weyntgen Pietersdr zyn zuster, weduwe van wylen Pieter Teunis Gysen, bruijdt, en Claes Cornelis Vercade, jonggesel van Haserwoude, bruijdegom.
                                                                  2. Joris Pietersz den ELSEN, tr. Maritgen JANSDR, dr van Jan JACOPSZ en Maritgen CORNELISDR, eerder gehuwd met Mees Aernt REYNEN.
                                                                      In Stompwijk hebben in 1608 Cornelis Jansz Cock in huwelijk hebbende Fytgen Aerntsdr, tegenwoordig wonende in Voorburg, en Joris Pietersz den Elsen in huwelijk hebbende de weduwe van Mees Aerntsz, in vriendschap zekere landen gekomen van de boedel van wijlen Aernt Meesz verdeeld, verkoopt in 1611 Jan Joachimsz Bosch wonende in Wateringen aan Joris Pietersz omtrent 2 hond flodderland gekomen van Lou Jan Phillipsz en omtrent 3 hond flodderland gekomen van Cornelis Cornelisz, verkoopt in 1612 Cornelis Corsz aan Joris Pietersz den Elsen een perceel flodderland verongeld voor 1 hond, voor 5 gld gereed geld, en verkoopt in 1613 Joris Pietersz als getrouwd hebbende de weduwe van Mees Aernt Reynen aan Jasper Pietersz zijn broer 4½ hond flodderland, belend ten oosten Cornelis Jansz Cock c.s., ten westen Willem Jansz den Elsen c.s., ten zuiden Lenert Cornelis Huybrechtsz, ten noorden Cornelis Crynen Wouters, voor een obligatie van 50 gld 580.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Joris Pieter Louwen, Maritgen Jansdr zijn wijf, Cornelis, Jan, Mees en Jacob Joriszonen 581.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1620 Joris Pietersz den Elsen aan Arent Meesz omtrent ½ morgen flodderland voor een schuldbrief van 40 gulden, verkoopt in 1623 Joris Pietersz den Elsen aan Cornelis Mees de helft van 3 hond slagturfland, verkoopt in 1632 Crijn Gijsbrechtsz aan Joris Pietersz den Elsen 1½ hond veenland, voor een gezamenlijke custingbrief van 850 gld ten laste van 6 kopers, en delen in 1636 Jacob Jorisz, Mees Jorisz, Arent Meesz, Jan Meesz en Cornelis Meesz, de kinderen en erfgenamen van Joris Pietersz den Elsen en Maritgen Jansdr zijn huisvrouw, beiden zal., waarbij Cornelis Meesz de erfenis krijgt die komen zal of vervallen is in de boedel van Cornelis Jansz Cock 582.
                                                                  3. Pieter Pietersz den ELSEN, zie 308.
                                                                  4. Leendert Pietersz den ELSEN, tr. N.N.
                                                                      In Stompwijk zijn in 1622 Leendert Pietersz den Elsen, zoon en erfgenaam van Pieter Lourisz den Elsen za., en Meynsgen Jorisdr zijn moeder, overeengekomen dat hij met een som van 300 gulden voldaan is over de erfenis van zijn vader en de toekomstige erfenis van zijn moeder, en dat hij aan zijn twee of eventueel meerdere kinderen 50 gulden zal uitkeren als hun bestemoeders erfenis (op 9 mei 1635 is ƒ 25 betaald aan Maritgen Leendertsdr en op 13 juni 1644 ƒ 25 aan Jacob Leendertsz), en verkoopt in 1629 Leendert Pietersz den Elsen aan Sr Marcus Maninchet, wonende te Leiden, een huis en erf voor 107 gulden en 18 stuivers gereed geld, gevolgd door naasting in 1631 door Cornelis Cornelisz Jongesnyer 583.
                                                                  5. Jannetgen Pietersdr den ELSEN, tr. Jan Cornelisz van der CLAEU, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 12 nov. 1589 (doopgetuigen Gerrit Pietersz en Lou Ghysen), zn van Cornelis GERRIT BARTHOUTSZ en Machtelt Jansdr van VELSEN.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1646 Cors Hubertsz Clercq aan Jan Cornelis Gerritsz buurman in Wilsveen een partijtje flodderland verongeld voor 3 hond goed land, gelegen in Wilsveen, belend ten oosten Pieter Aelwijnsz cum socio, ten zuiden Dirck Ary Wijbensz, ten westen de koper, ten noorden Jacob Pietersz Bosch, voor een obligatie van 300 gld, en verkopen in 1655 Jan Cornelis Gerritsz en zijn zoon Pieter Jansz van der Claeu aan Arij Cornelisz Groenewegen mede wonende aan de Ommedijck 2 partijtjes flodderland van 3 en 2½ hond, en nog de voornoemde Pieter Jansz een partijtje flodderland van 1½ hond, voor 100 gld gereed geld en een schuldbrief van 550 gld 584.
                                                                  6. Huybrecht Pietersz den ELSEN.
                                                                      In Stompwijk koopt Huybrecht Pietersz den Elsen, wondende te Leiden, in 1615 van Cornelis Maerten Huygen een perceel hooiland te verongelden voor 1½ hond, voor een obligatie van 188 gld, en verkoopt hij in 1616 dit perceel aan zijn zwager Pieter Tonisz voor dezelfde prijs, waarvan 50 gld in gereed geld en 46 gld 's jaars, en verkoopt Huybrecht Pietersz de Elsen in 1623 aan Cornelis Cornelisz Persoon 1 morgen hooiland voor een schuldbekentenis van 600 gld 585.
                                                                  7. Jasper Pietersz den ELSEN, tr. Oude Neeltgen WILLEMSDR, dr van Willem JAN JACOBSZ en Marijtgen CORNELISDR.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Jasper Pietersz den Elsen, Neeltgen Willemsdr zijn wijf en Jan Jaspersz 586.
                                                                      In Stompwijk is in 1622 Jasper Pietersz 700 gld schuldig aan zijn vader Pieter Louris Simonsz wegens koop van omtrent een morgen hooiland (gecasseerd op 33 juli 1631), verkoopt (ook in Zoetermeer) in 1623 Jan Louris wonende in Voorschoten aan Jasper Pietersz de helft van een halve kavel land in de Soetermeersche polder, namelijk kavel nr 13, voor een termijnbrief van 1600 gld, verkoopt in 1632 Jasper Pietersz den Elsen aan Cornelis Cornelisz Persoon 3½ hond flodderland of water, en verkoopt in 1635 Jasper Pietersz den Elsen aan Claes Cornelisz Vercade een partijtje land van 1½ hond voor 500 gld en aan Louris Pietersz den Elsen een partijtje land van 1½ hond voor 500 gld 587.
                                                                      In Zoetermeer verkoopt in 1624 Jan Lourisz van Voorschooten nu wonende in 's-Gravenhage aan Grietgen Vincken Dircxdr, weduwe van Cornelis Heymansz, wonende in Leiden, een custingbrief sprekende op Jasper Pietersz wonende in Stompwijk, inhoudende nog 533 gld 6 st 6 pe 588.
                                                                      In Stompwijk verkopen in 1642 Roelant Jansz als bestevader van de kinderen van Jan Vrancken geprocreëerd bij Neeltgen Roelendr, mitsgaders Jan Vrancken als vader en voogd, aan Jasper Pietersz den Elsen een gedeelte van 2 morgen land groot 200 roeden, te verongelden voor 2 hond veenland, voor een schuldbrief van 620 gld, verkoopt in 1644 Jasper Pietersz den Elsen aan Maerten Danielsz een partijtje flodderland, verongeld voor 2½ hond, voor 520 gld gereed geld, en verkoopt in 1646 Jasper Pietersz den Elsen aan Gerrit Pietersz Colen 3 partijtjes flodderland, van 7 hond, vanouds gebroken, belend ten oosten Pieter Symonsz, ten westen Neel Reynen, ten zuiden de verkoper, ten noorden Pieter Cornelisz backer, van 2 hond, goed land, belend ten oosten Claes Cornelisz Vercade, ten westen Cornelis Willemsz, ten zuiden Geertgen Cors, ten noorden de verkoper, en van 1 hond, met een schuur erop, belend ten oosten Jan Leendertsz Pan, ten westen Jan Arentsz, ten zuiden Leendert Arentsz, ten noorden de koper, voor een schuldbrief van 1150 gld, verkoopt in 1646 Jasper Pietersz wonende in Den Haag aan Leendert Arentsz Jongesnyder een partij veenland van 1 hond, belend ten oosten Jan Leendertsz Pan, ten westen Jan Ary Claes, ten zuiden de koper, ten noorden Gerrit Pietersz Colen, voor een obligatie van 280 gulden, en verkoopt in 1648 (ook in Zoetermeer) Jasper Pietersz den Elsen wonende te 's-Gravenhage aan Sr. Abraham Tristram wonende in Voorburg de helft van een halve kavel land in de Soetermeersche meerpolder, deels in Zoetermeer, deels in Stompwijk, voor een schuldbrief van 2700 gld 589.
                                                                  8. Quinting Pietersz den ELSEN, tr. Marijtje Pietersdr van VEUR, dr van Pieter Pietersz van VEUR en Apollonia BOUWENSDR.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1623 Quinting Pietersz den Elsen aan Jan Cornelis Gerrit Baerthoutsz wonende in Wilsveen omtrent 2½ hond flodderland gelegen in Wilsveen, voor 36 gulden, verkoopt in 1632 Crijn Gijsbertsz aan Quintingh Pietersz een partijtje veenland, te verongelden voor 1 hond, voor een gezamenlijke custingbrief van 850 gld ten laste van 6 kopers, verkoopt in 1633 Quinting Pietersz den Elsen aan Cornelis Jan Claesz 5½ roeden land voor 12 gulden, verkoopt in 1634 Leendert Huybrechtsz wonende te Veur aan Quinting Pietersz den Elsen een partijtje land, te verongelden voor 3½ hond, voor een schuldbrief van 575 gulden, en verkoopt in 1635 Pieter Gerritsz de Haes aan Quinting Pietersz den Elsen 3 hond flodderland of water, voor 30 gld 590. In Zoetermeer verkoopt in 1638 Quinting Pietersz den Elsen aan Huybrecht Huygensz ½ morgen houtland en gebroken land, liggende in Buyttewech aan 2 akkers, gekocht van Cornelis Meesz wonende te Leiden op 29 febr. 1636, voor 122 gld 19 st 6 penn 591.
                                                                      In Stompwijk verkopen in 1639 Maerten Pietersz, mede voor zijn kinderen, Jan Cornelisz als voogd van zijn moeder Leuntgen Symonsdr, en Jan Abrahamsz, aan Quinting Pietersz den Elsen een partijtje land, te verongelden voor 1 hond, voor 60 gulden gereed geld, op 28 oktober 1639 genaast door Symon Pietersz waarna Symon Pietersz het land in 1640 verkoopt aan Quinting Pietersz den Elsen voor 140 gld gereed geld, verkoopt in 1640 Anthonij van der Horst, deurwaarder aan den Hove van Holland, als procuratie hebbende van Dirck Dammis en als getrouwd hebbende Maritgen Jan Louwendr, aan Quinting Pietersz den Elsen de helft van een partij weiland, groot 6½ hond, voor een schuldbrief van 353 gld, en verkoopt in 1640 Quinting Pietersz den Elsen aan Roelant Jansz een partij weiland, verongeld voor 6½ hond, belend ten oosten Leendert Govert's erfgenamen, ten westen jr. van der Nath, ten zuiden de Stompwycxe wateringe, ten noorde Ary Cornelis Corsz,voor een obligatie van 454 gld 10 st 592.
                                                                      In Voorschoten verklaren in 1645 Quinting Pietersz en Pieter Pietersz, wonende in Stompwijk, op 11 maart 1643 verkocht te hebben aan Huijbert Crijnen en Vincent Lourisz een hoekje weiland van 1 hond, belend ten zuiden de Vlieth, ten westen en noorden de eerste verkoper, ten oosten Pieter Pietersz met bruikwaar, met recht van overpad over het land van verkopers en over het land van Pieter Pietersz, opv. hun schoonvader en vader 593.
                                                                  9. Maritgen Pietersdr den ELSEN.
                                                                  10. Neeltje Pietersdr den ELSEN, tr. (schepenbank) Stompwijk 2 febr. 1618  594 Arent MEESZ, zn van Mees Aernt REYNEN en Maritgen JANSDR.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder „De Ommedijck ende de Zoetermeerse meer in Stompwijck”: Arent Meesz en Neeltgen Pietersdr zijn vrouw, en Mees Arentsz 595.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1627 Arent Meesz aan Floris Gerritsz wonende in de Zoetermeerse polder ½ morgen flodderland, voor een custingbrief van 69 gld, verkoopt in 1632 de weduwe van Gerrit Willemsz geassisteerd met haar kinderen en zwagers aan Arent Meesz 4½ hond flodderland, en draagt in 1641 Arent Meesz aan Quinting Pietersz den Elsen de helft van 1½ hond veenland op, voor 142 gld 90 st gereed geld 596.
                                                                618. (<309) (>1236, >1237) Cornelis CLAES NEEL JORISZ, schepen van Stompwijk 597, overl. vóór 2 juli 1628,
                                                                    In Stompwijk is op 25 maart 1601 Cornelis Claes Neel Jorisz 260 gld schuldig aan Cornelis Gerrit Barthoutsz vanwege koop van omtrent 3 hond land, belend ten oosten Lenert Jan Reynen, ten westen Antonis Gerritsz, ten noorden de Stompwycxse Wech, ten zuiden Hillebrant Adriaensz, verkoopt op 5 oktober 1605 Cornelis Claes Neel Jorisz aan Jan Jansz Schouten omtrent 4 hond slagturfland, belend ten oosten Pieter Claesz Colyn, ten westen Cornelis Barthoutsz, ten noorden Pieter Claesz voornoemd, ten zuiden Cornelis Aryen Woutersz, verkoopt op 18 oktober 1606 Cornelis Claesz, nagelaten zoon van Claes Neel Jorisz, aan Cornelis Huygens de helft van omtrent 4 morgen, 2 hond en zekere roeden land, voor 500 gld, verkoopt op 21 januari 1609 Cornelis Claesz aan Dirc Lambrechtsz een stukje erf, en verkoopt op 26 oktober 1611 Cornelis Claes Neel Jorisz aan Pieter Claesz Sterre 3 hond land 598.
                                                                    In Stompwijk in 1613 verklaren op 4 januari Cornelis Claes Neel Jorisz, geweest de weduwnaar van Neeltgen Pietersdr, ter eenre, Pieter Pieters den Elsen, man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Pietersz Colyn en Pieter Lenertsz als ooms en bloedvoogden van Pieter oud geworden Allerheiligen 1610 19 jaar, Adriaentgen oud geworden jaarsdag 1611 17 jaar, Tryntgen oud geworden mei 1610 14 jaar, Jan oud geworden mei 1610 9 jaar, en Maritgen oud geworden grote vastenavond 1611 6 jaar, nagelaten kinderen van voorschreven Neeltgen Pietersdr bij voorschreven Cornelis Claesz, ter andere zijde, op 8 februari 1611, ter presentie van o.a. Joris en Adriaen Claeszonen, broers van de boedelhouder, Lenert Govertsz behuwde bestevader en Cornelis Garrebrantsz behuwdoom der voorschreven kinderen, geaccordeerd te zijn over de erfenis van hun moeder, nadat de staat des boedels op schrift gesteld was, zijn op 16 januari de nagelaten weeskinderen van Neeltgen Pietersdr bij Cornelis Claes Neel Jorisz geaccordeerd over de verdeling van drie stukken land, van 2 morgen 3 hond, van 2 morgen 2½ hond en van 3 hond, zoals de kinderen volgens de uitkoopbrief voor hun moeders erfenis bewezen is, en hebben p 1 mei Pieter Pietersz den Elsen, man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Pietersz Colyn en Pieter Lenertsz als ooms en voogden van Pieter Cornelisz en Adriaentgen Cornelisdr, nagelaten weeskinderen van Neeltgen Pietersdr bij Cornelis Claes Neel Jorisz, openbaar aan Huych Cornelisz te Veur verkocht een perceel hooiland verongeld wordend voor 2 morgen 5½ hond, en nog een perceel hooiland genaamd de Byl verongeld voor 1 hond, voor een custingbrief van 1325 gld 599.
                                                                    In Stompwijk verkopen op 13 januari 1616 Pieter Cornelisz, Pieter Pietersz Colyn als oom en voogd van Jan Cornelisz mitsgaders Adriaentgen, Tryntgen en Jonge Maritgen Cornelisdochters, nagelaten kinderen van Neeltgen Pietersdr geprocreëerd bij Cornelis Claesz, aan Pieter Pietersz den Elsen 5 zesdeparten van een perceel flodderland tegenwoordig verongeld voor 2 hond, waarvan het resterende zesdepart de koper in de naam van zijn vrouw toekomt, voor 12 gld 10 st gereed geld 600.
                                                                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Cornelis Claes Neel Jorisz en Lijsbet Willemsdr zijn wijf met Jan, Maritgen, Claes, Louris en Neeltgen Corneliszoons en -dochters 601.
                                                                    In Stompwijk op 13 mei 1629 hebben Pieter Pietersz den Elsen als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz Colen, Jacob Pietersz Hofflant als man en voogd van Ariaentgen Cornelisdr, Jan Cornelisz en Claes Jacobsz als man en voogd van jonge Maritgen Cornelisdr, elk voor een vijfde part, aan Lijsbeth Willemsdr, nagelaten weduwe van Cornelis Claes Neel Jorisz, een halve morgen land verkocht, belend ten oosten Jasper Pietersz den Elsen, ten westen en noorden koopster, ten zuiden de Ommedijck, belast met 200 gld kapitaal toekomende de kinderen van Leendert Vrancken, voor 100 gld gereed geld, en hebben Pieter Pietersz als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, Claes Jacobsz als man en voogd van Jonge Maritgen Cornelisdr, aan Pieter Cornelisz Colen en Jacob Pietersz Hofflant de drie delen in 1½ morgen land verkocht, hun bij kaveling aangekomen van hun zal. vader Cornelis Claes Neel Jorisz, belend ten oosten Lijsbeth Willemsdr, ten westen Cornelis Cornelisz Persoon, ten zuiden Jonge Leendert Jorisz, ten noorden de Stompwijcxsche wech, voor 500 gld gereed geld 602.
                                                                    In Stompwijk op 13 mei 1629 is Lijsbeth Willemsdr, geassisteerd met Pieter Pietersz den Elsen, aan Leendert Vrancken en Trijntgen Cornelisdr gedurende 12 jaar een jaarlijkse losrente van 12 gulden en 10 stuivers schuldig, tot onderhoud van de kinderen van voornoemde Leendert Vrancken en zijn huisvrouw, volgens testament gemaakt door zal. Cornelis Claes Neel Jorisz en de scheid- of kavelbrief gemaakt tussen Lijsbeth Willemsdr en de voorkinderen van voornoemde Cornelis Claesz, na 12 jaar te lossen met 200 gulden kapitaal (gelost door Jan Vrancken op 12 maart 1642, ondertekend door Pieter Pieters den Elsen en Pieter Cornelis Coolen), en verklaren Lijsbeth Willemsdr, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Claes Neel Jorisz, geassisteerd met Pieter Pietersz den Elsen, ter eenre, en Pieter Cornelisz, Pieter Pietersz den Elsen als getrouwd hebbende Maritgen Cornelisdr, Jacob Pietersz scheepmaecker als getrouwd hebbende Ariaentgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, Leendert Vrancken als getrouwd hebbende Trijn Cornelisdr voor zijn kinderen volgens het testament van zal. Cornelis Claesz voornoemd, en Claes Jacobsz te Voorburg als getrouwd hebbende Jonge Maritgen Cornelisdr, als erfgenamen van voornoemde Cornelis Claesz hun vader, ter andere zijde, dat zij op 2 juli 1628 de boedel gescheiden hebben (met beschrijving van de deling) 603.
                                                                tr. 2° Lijsbeth Willemsdr den ELSEN, overl. vóór 22 nov. 1656, dr van Willem Jansz den ELSEN en Judith PIETERSDR,
                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1630 Cornelis Leendertsz wonende te Voorschoten aan Lysbeth Willemsdr, weduwe van Cornelis Claes Neel Jorisz, een partijtje flodderland van omtrent 3 hond, belend ten oosten en noorden koopster, ten westen Jan Bouwensz, ten zuiden de weduwe van Pieter Jonge Louwen, voor een obligatie van 30 gld, en bekent in 1635 Jan Vrancken als man en voogd van Lysbeth Willemsdr, die weduwe en boedelhoudster was van Cornelis Claes Neel Jorisz, uitkoop te hebben gedaan jegens Adriaen Claes Neel Jorisz als oom en voogd van de vijf onmondige kinderen bij voornoemde Cornelis Claesz, met namen Claes Cornelisz oud 22 jaar, Louris Cornelisz oud 20 jaar, Neeltgen Cornelisdr oud 18 jaar, Willem Cornelisz oud 12 jaar en Machtelt Cornelisdr oud 8 jaar; de boedel was op 20 maart 1635 overlegd en op schrift gesteld 604.
                                                                    In Stompwijk zijn in 1656 geaccordeerd over de deling, met smaldeling op 25 november 1656, Jan Vrancken wonende in Stompwijk omtrent de Knip, weduwnaar van Lijsbet Willemsdr, die te voren weduwe was van Cornelis Claesz van Rijn, ter eenre, mitsgaders Claes Cornelisz van Rijn, Willem Cornelisz van Rijn, Jacob Cornelisz Rijckaert getrouwd hebbende Neeltie Cornelisdr van Rijn, Claes Dirck Leenertsz als man en voogd van Machtelt Cornelisdr van Rijn, met Claes en Willem ook als ooms en voogden en Dirck Claesz van Rijn voor zichzelf en ook vervangende de weesmeesters van Voorburg als oppervoogden, van de 7 minderjarige weeskinderen van zal. Louris Cornelisz van Rijn, overleden in Voorburg, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van zal. Lijsberth Willemsdr hun overleden moeder, schoonmoeder en grootmoeder, ter andere zijde 605.
                                                                tr. 1°
                                                                       Uit het tweede huwelijk:
                                                                  1. Claes Cornelisz van RHIJN, geb. ca. 1613, overl. tussen 23 nov. 1656 en 7 nov. 1657, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 2/16 aug. 1637 Cniertgen ARIAENSDR, dr van Adriaen AERTSZ.
                                                                      In Stompwijk heeft in 1645 Claes Cornelisz van Rhijn openbaar verkocht aan Mees Pietersz Coppel wonende in Veur een stuk hooiland gelegen recht achter de hofstede van de heer Sixtus, groot omtrent 1 morgen 42 roeden, waarvan genomen en verkocht t.b.v. de nieuwe trekweg 73 roeden, blijvende over 5 hond 64 roeden of daaromtrent, belend ten oosten Jan Cornelisz van Leeuwen, ten zuiden Johan van Dijnen, ten westen Joris Henricxz van Leeuwen, ten noorden de Ringsloot en daarover de nieuwe trekweg, voor 430 gld, te betalen meidag eerstkomende in gereed geld, en verkoopt in 1648 Jan Pietersz van Swieten aan Claes Cornelisz van Rhijn een partij veenland, groot 9½ hond goed land, belend ten oosten Arij Lenert Gerritsz, ten zuiden de weduwe van Jan Cornelis Dircken, ten westen de verkoper c.s., ten noorden de Stompwijcse wech, voor een schuldbrief van 1450 gld 606.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1650 Claes Cornelisz van Rijn wonende in Wilsveen aan Lenert Arentsz een partijtje flodderland verongeld wordende voor 3 hond goed en 4 hond kwaad land, belend ten oosten Jan Vredericxz, ten zuiden Arij Pietersz, ten westen Arij Lucasz, ten noorden de Stompwijcksche binnenwateringe, voor een obligatie van 600 gld, aan Willem Cornelisz mede wonende aldaar een partijtje flodderland verongeld wordende voor 3 hond kwaad en 4½ hond goed land, belend ten oosten Arij Lenert Gerritsz, ten zuiden de weduwe van Jacob Leendertsz, ten westen de koper, ten noorden Cornelis Cornelisz van Eijck, voor 125 gld gereed geld en 5 gld speldegeld, 50 st voor de armen, en verkoopt in 1651 Claes Arentsz Westermeer wonende aan de Ommedijck aan Claes Cornelisz van Rijn en Matheus Maertensz een partij veenland in Wilsveen verongeld wordende voor 1 hond, belend ten oosten Willem Willemsz, ten zuiden Pieter Leendertsz van der Veer, ten westen Arij Jansz Sman, ten noorden Dirck Jansz Cluijt, voor een schuldbrief van 1070 gld 607.
                                                                  2. Louris Cornelisz van RHIJN, geb. ca. 1615, overl. Voorburg vóór 1 juni 1654, tr. Ariaentgen ARENTSDR, dr van Arendt LENARTSZ.
                                                                      In Voorburg verklaren in 1654 Cornelis Crijnsz Corper ter eenre, en Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, mitsgaders Claes Cornelisz van Rhijn, oom en zulks bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Louris Cornelisz geprocreëerd bij voorschreven Ariaentgen Arents, ter andere zijde, dat hij, Cornelis Crijnsz, en Louris Cornelisz vanaf enige jaren terug tot nu toe in gemeen eigendom hebben bezeten zekere huizinge en erve met omtrent 3 hond land op 't Oosteijnde, waaruit 8 roeden in 't vierkant verkocht is aan Roelant Joosten scheepmaker, en dit op 6 januari 1654 gedeeld te hebben, en verklaart in 1654 Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Claesz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer en Claes Cornelisz van Rhijn haar zwager, op 27 februari 1654 openbaar verkocht te hebben aan Cornelis Meesen, schipper te Leiden, een stukje teelland of warmoesland op 't Oosteijnde achter de scheepmakerij van Roelant Joosten, verongeld voor 1½ hond, belend ten oosten Cornelis Crijnsz Corper met de wederhelft van 't voorschreven land, ten zuiden het uitpad van 12 voet, ten westen het uitpad van Roelant Joosten c.s., breed 4 voet, ten noorden de Heerwech, belast met de helft van 15 st 's jaars en nog de helft van 7 st 12 penn 's jaars, voor 555 gld 608.
                                                                      In Voorburg is in 1658 Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, als principaal, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, mitsgaders dezelfde Cornelis Arentsz backer en Cornelis Crijnsz Corper, en Cuniertgen Ariensdr weduwe van Claes Cornelisz van Rhijn wonende in Wilsveen in de banne van Stompwijk, in dezen geassisteerd met Willem Cornelisz van Rhijn haar zwager als oom en voogd over haar minderjarige kinderen bij de gemelde Claes Cornelisz van Rhijn geprocreëerd, tezamen als borgen, aan de 7 minderjarige kinderen van Louris Cornelisz van Rhijn zal. geprocreëerd bij de voorschreven Ariaentgen Arentsdr, 325 gld schuldig uit zake van aangetelde penningen, aan haar, principale comparante, huiden door weesmeesteren alhier en de voogden aangeteld, met als onderpand haar helft van zekere huizinge en erve welke zij naast Cornelis Crijnsz Corper bezit 609.
                                                                      In Stompwijk compareert op 7 november 1657 Pieter Cornelisz Coolen, als door schout en weesmeesters van Voorburg geautoriseerd voor de navolgende opdracht uit naam van de 7 minderjarige weeskinderen van zal. Louris Cornelisz van Rijn overleden te Voorburg, geassisteerd met de weesmeesters van Voorburg als oppervoogden, en verklaart dat Claes Cornelisz van Rijn, in zijn leven oom en bloedvoogd over de gemelde weeskinderen, op 23 november 1656 openbaar verkocht had, en nu opgedragen wordt, aan Willem Cornelisz van Rijn, mede oom en bloedvoogd, wonende in Wilsveen, een partij ten dele heel, ten dele gebroken, veen en flodderland, wezende het noordwaartse omtrent derdepart in een stuk in 't geheel verongeld voor 7 hond, tussen de Ommedijck en de Stompwijcksewech achter de woning van Jan Vrancken, de voornoemde weeskinderen aangekomen bij smaldeling uit de boedel van Lijsbeth Willemsdr, hun zal. grootmoeder, die laatst huisvrouw was van Jan Vrancken voornoemd, groot zijnde dit verkochte hele land omtrent 2 hond, evenwel niet hoger te verongelden dan voor 1 hond 75 roeden, 't gebroken land te verongelden voor ½ hond, belend ten oosten Arij Crijnen, ten zuiden Pieter Leendertsz Boonenberch cum socio met de middelste partij, ten westen Arij Cornelisz van Leeuwen, ten noorden de koper, voor een schuldbrief van 500 gld, met als borgen Gerrit Pietersz Coolen wonende in Stompwijk en Cornelis Jansz Velsen wonende aan de Voorwech in Zoetermeer 610.
                                                                      In Voorburg verkopen in 1684 Ariaentge Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, Dirck Lourisz en Jan Lourisz van Rhijn mitsgaders Gerrit Goossen getrouwd met Grietje Louris van Rijn, samen ook voor Cornelis en Lenaert Lourisz van Rhijn mitsgaders Jan Dircksz van Paridon getrouwd hebbende Trijntje Louris van Rijn, hun absente broers en zwager, tezamen nagelaten kinderen van voornoemde Louris Cornelisz van Rijn bij voorschreven Ariaentgen Arents verwekt, aan de heer Zacharias Swart, ontvanger van de 200e penning en vroedschap van 's-Gravenhage, het achterste of noordwaartse gedeelte van zekere huizinge en erve in 't Oosteijnde, met de eigendom nan 't gemene bleekveld, erf, uitpad en de sloten ter weerszijden van de huizinge gelegen, waarin de kinderen en erfgenamen van Cornelis Crijnen Corper de wederhelft competeert, nu mede door de voornoemde heer de Swart gekocht, met (gespecificeerde) lasten, voor 100 gld gereed en een obligatie van 400 gld 611.
                                                                      In Voorburg compareert op 14 mei 1643 Arendt Lenartsz, oom en door het Hof van Holland geordonneerde voogd van Leentge Cornelis Costersdr, enige nagelaten dochter en erfgenaam van wijlen Cornelis Cornelisz Coster en Leentge Lenartsdr zal., te kennen gevende dat voorschreven Leentge Cornelis Costersdr op 9 januari 1643 verkocht had aan de weduwe van Mathijs Muller wonende in Den Haag zeker huis en erve met omtrent 1½ morgen teelland daaraan gelegen, nu genaast en toegewezen aan Cornelis Crijnsz Corper en Louris Cornelisz nomine uxoris, neven van de voornoemde verkoopster, zo heeft hij uit kracht van zijn voorschreven commissie en autorisatie van 3 maart 1643, alhier vertoond en voorgelezen, 't voorschreven verkochte huis, erve en land met potinge en plantinge opgedragen aan voornoemde Cornelis Crijnsz Coster en Louris Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Thijelmansz, ten zuiden de Vliet, ten westen Arendt Lenartsz, ten noorden de Heerwech, belast met een opstallige rente van 15 st 's jaars toekomende de kerk te Voorburg, en nog 7 st 12 penn 's jaars Lourisgeld toekomende de possesseur van de Loo, voor 1000 gld als nu gereed ontvangen en een schuld- of constitutiebrief van 950 gld 612.
                                                                      In Voorburg verkopen in 1659 Cornelis Crijnsz Corper, schipper, en Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, aan Sr Pouwels van Sevenhuijsen hun 2 derdeparten van zeker gemeen erfje waarin Sr Sevenhuijsen als actie en transport hebbende van Joost Roelantsz Oostvoorendijck het verdere derdepart is competerende, gelegen ten westen van de gemene huizinge en erve van verkopers, voor 50 gld 613.
                                                                      In Voorburg worden in 1663, bij verkoop uit de boedel van Huybrecht Willemsz Gerdijn en Arientge Dircxdr, beiden zal., als erfgenamen van de moeder Maertge Jacobs, in haar leven weduwe van Dirck Gerritsz, genoemd: Cornelis Arentsz Duijvesteijn, Jacob Arentsz, Oude Claes Arentsz, Pieter Arentsz en Jonge Claes Arentsz, elk voor zichzelf, en Cornelis Crijnen Corper getrouwd hebbende Leentgen Arentsdr, Ariaentgen Arents weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisterd met haar broer Cornelis Arentsz Duijvesteijn, en Lenaert Adriaensz van Oosterwijck getrouwd hebbende Zijtgen Arentsdr 614.
                                                                  3. Neeltgen CORNELISDR, geb. ca. 1617, tr. Jacob Cornelisz RIJCKAERT.
                                                                  4. Willem Cornelisz van RIJN, geb. ca. 1622, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 7/24 jan. 1645 Jannetgen Jansdr van VELSEN, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 5 juli 1620 (doopgetuigen Leendert Jansz, Maritgen Huygendr en Tryntgen Leendertsdr), dr van Jonge Jan Leendertsz van VELSEN, schepen (1633), ambachtsbewaarder van Stompwijk (1637), en Lysbeth Cornelisdr SCHOUT.
                                                                      In Stompwijk legt in 1651 Willem Cornelisz van Rijn, oud omtrent 29 jaar, een verklaring af, en verkoopt in 1652 Pieter Lenertsz van der Veer wonende in Wilsveen aan Willem Cornelisz van Rijn mede in Wilsveen een partij flodderland verongeld wordende voor 6 hond kwaad land, belend ten oosten Cornelis Hubertsz, ten zuiden Jan Gerrit Crijnen, ten westen Jan Gerritsz voorschreven en Dirck Jansz Cluijt, ten noorden Claes Cornelisz van Rijn cum socio, nog een partij flodderland verongeld wordende voor 1 hond goed land, belend ten oosten en zuiden Dirck Jansz Cluijt, ten westen Dirck Crijnen, ten noorden de Wilsveensche binnenwateringe, nog een partij veenland verongeld wordende voor 1¼ hond goed land mitsgaders nog de helft van nog zo'n 1¼ hond goed land in Wilsveen, tezamen belend ten oosten Jan Cornelisz van der Eijck, ten zuiden Jan Pietersz Visser, ten westen Arij Pietersz, ten noorden Arij Pietersz voorschreven c.s., voor een schuldbrief van 1400 gld 615.
                                                                  5. Machtelt Cornelisdr van RIJN, geb. ca. 1627, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 2/19 okt. 1649 Claes DIRCK LEENDERTSZ.
                                                                619. (<309) (>1238, >1239) Neeltgen Pietersdr COLIJN.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Maritgen CORNELISDR, zie 309.
                                                                  2. Pieter Cornelisz COLEN, geb. ca. 1 nov. 1591, tr. Jorisgen DIRCXDR, dr van Dirck ARIENSZ.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Pieter Cornelisz Colijn, Jorisgen Dircxdr zijn vrouw, Neeltgen, Maechtelt en Arien Pieters zoon en dochters (onvermogend) 601.
                                                                      In Stompwijk verkopen in 1630 de voogden van de weeskinderen van wijlen Adriaen Claesz en wijlen Geertgen Dircxdr (in Voorschoten) aan Pieter Cornelisz Coolen een partijtje veenland van 2 hond 21 roeden, voor een schuldbrief van 406 gld, draagt in 1632 Dirck Ariensz aan Pieter Cornelisz Cole voor zijn huisvrouws huwelijksgoed omtrent ½ hond flodderland over en aan elk van zijn zes kinderen, waaronder Pieter Cornelisz Cole als getrouwd hebbende Jorisgen Dircxdr, een zesde deel van zijn huis en erf en van een stuk land, verkoopt in 1632 Dirck Ariensz aan Pieter Cornelisz Cole een partijtje flodderland van 1 morgen, voor een schuldbrief van 75 gulden, verkoopt in 1638 Claes Diricxz aan Pieter Cornelisz Coolen een partijtje kwaad flodderland van 3 hond, belend ten oosten Cornelis Leendertsz Decker, ten westen de koper, ten zuiden Claes Jacobsz van der Marck, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Corsz, voor 48 gld gereed geld, en legt in 1640 Pieter Cornelisz Coolen een verklaring af over een recht van overpad over een stuk land waarop hij nog zijn vader had helpen steken 616.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1642 Pieter Pietersz van Veur aan Pieter Cornelisz Colen een partijtje flodderland van ½ morgen, belend ten oosten de kinderen van Adriaen Dircxz, ten westen Arent Cornelisz, ten zuiden de koper, ten noorden de kinderen van Pieter Jacobsz Ham, voor een obligatie van 150 gld en Jacob Pietersz Hofflant aan Pieter Cornelisz Colen de helft van een partijtje land groot 1½ morgen voor 700 gld gereed geld, verkoopt in 1644 Pieter Cornelisz Colen, medeschepen, aan Claes Jansz Visser een partijtje flodderland, te verongelden voor 2 hond, voor 48 gld gereed geld, en verkopen in 1646 Cornelis Pietersz en Reijer Pietersz Swugers aan Pieter Cornelisz Colen 1½ hond flodderland, belend ten oosten de kinderen van Arien Dircxz, ten westen Arent Cornelisz Fynenburger, ten zuiden Pieter Cornelisz voorschreven, ten noorden Maerten Bouwensz, voor een obligatie van 380 gld 617.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1650 Pieter Cornelisz Colen aan Cornelis Lenert Gerritsz een partijtje flodderland verongeld wordende voor 2 hond goed land, in de Starrevaertsche polder, belend ten oosten en zuiden Gerrit Dircxz, ten westen de weduwe van jonge Cornelis Jorisz, ten noorden Matheus Pietersz, voor 90 gld gereed geld, heeft in 1652 Pieter Cornelisz Colen, na eerder uit de hand verkocht te hebben aan Cornelis Reijnen de Jonge, na naasting overgedragen aan Leendert Cornelisz Jonge Decker, comparants schoonzoon wonende aan de Ommedijck, een partij flodderland verongeld voor 3 hond kwaad en 5½ hond goed land, voor een obligatie van 120 gld, die dit meteen doorverkoopt aan zijn vader Cornelis Lenertsz, en verkoopt in 1656 Pieter Cornelisz Colen aan Aelwijn Fredricxz een erfje met een halve schuur gekomen van Hubert Lenertsz, in de Starrevaertsche polder, belend ten oosten Cornelis Cornelisz van Stompwijck, ten zuiden de Stompwijcsche wateringe, ten westen Leenert Cornelis Leenertsz, ten noorden de navolgende partij, nog een partij flodderland gekomen als voren, te verongelden met het erf voorschreven voor 1½ hond, belend ten oosten Cornelis Cornelisz van Stompwijck, ten zuiden voorgaand erf, ten westen Cornelis Leenert Gerritsz, ten noorden Cornelis Arentsz backer, voor een obligatie van 96 gld 618.
                                                                  3. Ariaentgen CORNELISDR, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 16 okt. 1594 (doopgetuigen Adriaen Jansz schout van Stompwijk en Maritgen Jansdr), tr. Jacob Pietersz HOFFLANT.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1642 Jacob Pietersz Hofflant aan Pieter Corrnelisz Coolen de helft van een partijtje land, groot 1½ morgen, belend ten oosten Jan Vrancken, ten zuiden en westen Cornelis Cornelisz Persoon, ten noorden de Stompwycxe wateringe, voor 700 gld gereed geld, en in 1643 verkoopt Joris Heyndricxz van Leeuwen aan Jacob Pietersz Hoflant scheepmaker een partijtje flodderland, groot 2 hond, belend ten oosten en westen Claes Dircxz c.s., ten zuiden Jacob Pietersz c.s., ten noorden Claes Dircxz, voor 140 gld gereed geld 619.
                                                                  4. Trijntgen CORNELISDR, geb. mei 1596, tr. Leendert VRANCKEN.
                                                                  5. Jan Cornelisz van RHIJN, geb. mei 1601, tr. Ariaentge Jacobsdr BERGEN, dr van Jacob Claesz BERGEN, die hertr. met Cornelis Arentsz DUIJVESTEIJN, bakker te Voorburg.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1656 Cornelis Arentsz backer, wonende te Voorburg, getrouwd hebbende Ariaentge Jacobsdr, tevoren weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelisz Colen, aan Leenert Cornelis Leenertsz een erfje met een halve schuur gekomen van Hubert Leenertsz, in de Starrevaertsche polder, nog een partij flodderland gekomen als voren, met het erf 1½ hond, en nog een partijtje flodderland gekomen van Jan van Duijnen, voor een obligatie van 120 gld (op dezelfde datum verkoopt Pieter Cornelisz Colen eenzelfde halve schuur op een erfje, en een soortgelijk stuk flodderland, met Cornelis Arentsz backer als noordelijke belender) 620.
                                                                      In Voorburg verkopen in 1671 Cornelis Arentsz Duijvesteijn, weduwnaar van Ariaentge Jacobsdr, die tevoren in huwelijk gehad heeft Jan Cornelisz van Rhijn, voor de ene helft, Cornelis Jansz van Rhijn voorzoon van voorschreven Ariaentge Jacobs, Adriaen Cornelisz Duijvesteijn, Jacob Cornelisz Duijvesteijn en Maerten Jacobsz s'Gravemade als getrouwd hebbende Leentge Cornelis Duijvesteijn, nog tezamen vervangende Jan Cornelisz Duijvesteijn, nakinderen van voorschreven Ariaentge Jacobs, tezamen voor 5 zesdeparten in de wederhelft, aan Jacob Aelbrechtsz Veen getrouwd hebbende Geertge Cornelis Duijvesteijn aan wie het resterende zesdepart van de wederhelft competeert, zekere huizinge en erve, schuur en bargen, met een croft teelland groot omtrent 3 hond in 't Oosteijnde, belend ten oosten Aeltge en Neeltge Jansdr, ten zuiden de Heerwech, ten westen Dirck Cornelisz van der Haes en de erfgenamen van heer Magnus, ten noorden de Lijwech, met diverse lasten, voor 575 gld 621.
                                                                  6. Jonge Maritgen Cornelisdr van RHIJN, geb. ca. 27 febr. 1605, tr. Claes Jacobsz BERGEN, zn van Jacob Claesz BERGEN.
                                                                      In Voorburg verkopen de 4 kinderen en erfgenamen van Cornelis Jacobsz Bergen verwekt bij Jaepge Simonsdr aan de gezamenlijke kinderen en erfgenamen van Maertge Cornelis van Rhijn, in haar leven weduwe en boedelhoudster van Claes Jacobsz Bergen, de helft van een erf of stukje land liggende gemeen in de croft teelland van de kopers in 't Oosteijnde aan de Heerwech naast de laan, waarin de kinderen en erfgenamen van Ariaentge Jacobs Bergen, hun moei, verwekt bij Cornelis Arentsz Duijvesteijn, de wederhelft is competerende, voor 40 gld, te betalen aan Jr Anthonij van Stembor in mindering van achterstallige landpacht 622.
                                                                      In Voorburg verkopen in 1684 Cornelis Claes van Bergen en Geertgen Claes van Bergen weduwe van Gerrit Aemsz Gerdijn, elk voor een derdepart, en nog beiden mitsgaders Lenaert Jansz Starre als voogd over de minderjarige kinderen van Oude Jan Jansz en Cornelis Jansz, alsmede Jonge Jan Jansz Starre, Bastiaen Cornelisz van der Speck, Cornelis Cornelisz en Maria Cornelis van der Speck, tezamen erfgenamen van 't minderjarige kind van Neeltge Claes van Bergen verwekt bij Bastiaen Jansz Starre, beiden zal., voor 't resterende derdepart, aan Trijntge Cornelis van Dulcom, weduwe van Arien Lenaertsz Vergou, zeker huis en schuur met een croft teelland daaraan gelegen in 't Oosteijnde, verongeldende voor 1 hond 75 roeden, met lasten, voor 800 gld in contante penningen 623.
                                                                624. (<312) (>1248, >1249) Sijmon Pietersz ROIJ, schepen van Stompwijk in 1602  624, overl. vóór 7 mei 1623,
                                                                    In het kohier van morgentalen van Stompwijk, opgemaakt ca. 1600, komen na elkaar voor als eerste inschrijving: (1) Symon Pietersz Roy, van zijn vader, gekomen zijnde van Cornelis Dircxsz Clerck, in 't geheel gemeten op 10 morgen, waarvan deze 5 morgen heeft, (2) Jannitgen, weduwe van Pieter Jansz Roy, van de voorschreven landen van Clerck, 5 morgen, gebruiker Jacop Pietersz in den Elst 625.
                                                                    In de lijst van de weerbare mannen in Stompwijk en Wilsveen in 1599 onder 'de Vliet': Symon Pietersz Roey, met een lans, en in het kohier van de kapitale lening van 1599 in Stompwijk en Zoeterwoude onder 'de Vliet': Symon Pietersz Roy. In het kohier van de 200e penning van 1625 in Voorschoten 'Aenden Leytschendam': de weduwe van Sijmon Pietersz Roij uit Stompwijk, 10 gld 626.
                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1606 Symon Pietersz Roy aan Adriaen Willemsz omtrent 5 hond land, belend ten oosten Tonis Jansz, ten westen Cornelis Gerrit Barthoutsz, ten zuiden de Ommedycxe Wateringe, ten noorden Roel Jansz 627.
                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1621 Sijmon Pietersz Rooij aan Leendert Cornelisz Boon omtrent 2 hond kwaad flodderland, hebben in 1623 Aechgen Baerthoutsdr, weduwe van Symon Pieters zoon Roey, geassisteerd met Baerthout Symonsz haar gecoren voogd, ter eenre, en Baerthout Symonsz de Roey, Jan Symonsz, Gerrit Jacobsz Ham in huwelijk hebbende Maritgen Sijmonsdr, Dirck Leendertsz als man en voogd van Pleuntgen Symonsdr, en Gerritgen Symonsdr, weduwe van Symon Cornelisz, geassisteerd met Baerthout Symonsz haar broer, allen tezamen zoons, dochters en zwagers [schoonzoons] van Aechgen Baerthouts en Symon Pietersz, ter andere zijde, in vrienschap gedeeld, waarbij Aechgen Baerthouts zal blijven bezitten het huis en erf aan de Vliet met omtrent 5 morgen land, belend ten oosten Willem Pieren, ten westen Pieter Ewutsz, ten zuiden jr. van der Nath, ten noorden de Vliet, verkopen in 1641 Huybrecht Dircxsz en Abraham Engelsz beiden wonende te Leiden, elk voor zijn gedeelte van 1 morgen land, en Lourens Gerritsz en Symon Gerritsz voor ½ morgen land, aan Baerthout Symons Roy, Jan Symons Roy en Geritgen Symonsdr hun voorschreven gedeelten in 5 morgen land, wezende elke morgen belast met 36 stuivers 's jaars, voor een schuldbrief van 3087 gld 10 st, te betalen de helft mei 1641 en de helft meidag 1642, en hebben in 1641 Barthout Symonsz Roy, Jan Symonsz Roy en Gerritgen Symonsdr in vriendschap de woning en landen aan de Treckwech, geldend voor 5 morgen, gedeeld 628.
                                                                tr.
                                                                625. (<312) Aechgen BARTHOUTSDR.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Barthout Sijmonsz ROIJ, overl. vóór 1 jan. 1653, tr. Jannetgen GERRITSDR.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Voorschoten, dorp' voor: Barthout Symonsz en Jannetgen Gerritsdr zijn huisvrouw, met Pieter, Gerrit, Annetgen, Jan en Neeltgen hun kinderen 629.
                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1629 Gerrit Jacobsz Ham aan Barthout Sijmonsz Roij een tiende part van een woning gelegen aan de Vliet, met 5 morgen land daaraan gelegen, belast met 18 stuivers 's jaars aan het St. Catharijnengasthuis te Leiden, voor 325 gld, waarvan 100 gld in gereed geld en de rest in mei 1630 te betalen, wordt in 1639 aan Baerthout Symonsz Roy voor de aanleg van de trekweg tussen Delft en Leiden langs de Vliet 81 gld 14 st 5 penn uitbetaald voor 24½ roeden, en verklaart in 1653 Jannetgen Gerritsdr, weduwe en boedelhoudster van Barthout Sijmonsz, geassisteerd met Gerrit Barthoutsz haar zoon, op 1 januari 1653 openbaar verkocht te hebben aan Cornelis Symonsz wonende te Veur „seeckere wooninge als huijsinge, schuijr, barch, pootinge en plantinge”, met omtrent 2 morgen land, gelegen aan de Treckwech genaamd het Pintgeterloop, belend ten oosten Jan Pietersz Coppel, ten zuiden de erfgenamen van Gerritge Symonsdr, ten westen Ansem Arentsz van der Werff c.s., ten noorden de Vliet, belast met 3 gld 6 st 's jaars aan het St. Catharijnengasthuis te Leiden en nog een losbare rente van 6 st 's jaars aan de erfgenamen van jonkheer Cornelis van der Nath, met de bepaling dat de 3 morgen van Jan Symonsz en de kinderen van Gerritge Symonsdr mitsgaders de 5 morgen toebehorende de voorschreven erfgenamen van jonkheer van der Nath uitpad over het verkochte zullen hebben, en omgekeerd, voor 2165 gld waarvan 1000 in gereed geld en de rest in 2 jaarlijkse termijnen 630.
                                                                      In Voorschoten verkoopt in 1634 Barthout Symonsz wonende in de banne van Stompwijk aan Claes Cornelisz van Brederode een huis enz., belend ten oosten Gerrit Cornelisz van Rietbrouck, ten zuiden de sloot tussen Jan Pietersz van Leeuwen en de koper, ten westen Jan Cornelis Cornelisz van Couwenhoven c.s., ten noorden de Dorpswech, voor 700 gld gereed geld 631.
                                                                  2. Jan Simonsz van VELSEN (ROIJ), zie 312.
                                                                  3. Maritgen Sijmonsdr ROIJ, tr. (schepenbank) Voorschoten 17 jan. 1606 632 Gerrit Jacobsz HAM, zn van Jacob Jansz HAM en Tryntgen PHILLIPSDR.
                                                                  4. Pleuntgen Sijmonsdr ROIJ, tr. Dirck LEENDERTSZ.
                                                                  5. Gerritgen Sijmonsdr ROIJ, tr. Sijmon CORNELISZ, overl. vóór 7 mei 1623.
                                                                626. (<313) (>1252) Lenert JAN REYNEN, schepen van Stompwijk 633, overl. tussen 26 dec. 1608  634 en 4 febr. 1609,
                                                                    In Stompwijk wordt op 14 januari 1614 de akte van scheiding en deling ingeschreven tussen Applonia Dircxdr, weduwe van Lenert Jan Reynen, geassisteerd met Gielis Adriaensz haar zwager, ter eenre, en Jan en Dirck Lenertszonen, Pieter Cornelisz wonende te Wassenaar man en voogd van Aeltgen Lenertsdr, Adriaen Cornelis Corsz man en voogd van Applonia Lenertsdr, Roelant Jansz schoemaecker man en voogd van Maritgen Lenertsdr, Lenert Jansz van Velsen man en voogd van Jannitgen Lenertsdr, Jan Symonsz man en voogd van Lysbeth Lenertsdr, mitsgaders Maritgen, Trijntgen, Leentgen en Cryntgen Lenertsdochters geassisteerd met Dirc Aryensz hun oom en voogd, nagelaten kinderen van voorschreven Lenert Jan Reynen bij Applonia Dircxdr geprocreëerd, ter andere zijde, die verklaarden op verleden 29 januari geaccordeerd te zijn over de scheiding en deling van de nagelaten boedel. Van de [uitgebreide] deling moeten 2 gelijk luidende scheibrieven opgemaakt worden, ondertekend door de comparanten, uitgezonderd Leentgen voor wie haar man Aernt Cornelisz en Cryntgen voor wie haar man Cornelis Lenertsz tekenen op 14 januari 1615, en uitgezonderd Gielis Adriaensz die op 9 maart 1616 heeft getekend. Op dezelfde datum koopt Roel Jansz schoemaecker van de overige kinderen hun elfde delen in 2 morgen 4½ hond hooi- en weiland, voor een custingbrief van 1363 gld 7 st 12 penn, en evenzo Adriaen Cornelis Corsz in een stuk slagturfland verongeld voor 3 hond, een perceel flodderland verongeld voor 3 hond en 2 percelen flodderland verongeld voor 4½ hond, voor een obligatie van 109 gld 1 st 4 penn 635.
                                                                tr.
                                                                627. (<313) (>1254) Applonia DIRCXDR, overl. vóór 5 aug. 1631.
                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1615 Applonia Dircxdr, weduwe van Lenert Jan Reynen, geassisteerd met Jan Lenertsz haar zoon, aan Jan Lenertsz van Velsen bijgenaamd Jonge Jan omtrent een halve morgen flodderland, voor een obligatie van 70 gld 636.
                                                                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Appelonia Dircxdr, weduwe van Leen Jan Reijnen, Dirck en Maritgen Lenaerts zoon en dochter, met Leentgen Arisdr dienstmaagd 637.
                                                                    In Stompwijk verkoopt op 5 augustus 1631 Cornelis Leendertsz Jonge Leen aan Roelant Jansz schoemaecker comparants part in de woning en landen door Apollonia Dircxde zal., in haar leven weduwe van Leendert Jan Reynen, zijn schoonmoeder, nagelaten, voor 300 gld gereed geld, en verkopen in 1632 Dirck Leendertsz, Arent Cornelisz Jongesnyer als getrouwd hebbende Leentgen Leendertsdr, Arij Cornelis Corsz van der Eijck als getrouwd hebbende Pleuntgen Leendertsdr, Jan Symonsz Roij als getrouwd hebbende Lijsberth Leendertsdr, Roelant Jansz als getrouwd hebbende Maritgen Leendertsdr, Pieter Cornelisz als getrouwd hebbende Aeltgen Leendertsdr, Maritgen Leendertsdr geassisteerd met Dirck Gillisz Clover, en Pieter en Willem Leendertszonen [van Velsen], allen erfgenamen van zal. Appolonia Dircxdr, aan Sijmon Jansz Scheer zekere woninge enz., groot met het aanliggende land 3 morgen 3½ hond, belend ten oosten Joris Pietersz den Elsen, ten westen de erfgenamen van Pieter Jonge Louwen, ten zuiden Pieter Jansz Coningh c.s., ten noorden de Stompwycxe Binnenwateringe, nog 11 hond kwaad flodderland gelegen omtrent de Ommedyck, belend ten oosten Cornelis Claesz, ten westen Jacob Claesz, ten zuiden de Ommedycxe Wateringe, ten noorden de weduwe van Daniel Arentsz, en nog 3½ hond kwaad flodderland, belend ten oosten Dirck Lourisz, ten westen Jan Willem Jannen, ten zuiden Jeroen Gerritsz, ten noorden Vranck Ariensz, voor een custingbrief van 3700 gld 638.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Applonia LEENDERTSDR, geb. ca. 1571, overl. vóór 1 nov. 1655, tr. 1° (nederd. geref.) Wilsveen 4 juni 1600 Jan WILLEM CLAESZ, overl. tussen 6 maart 1608 en 4 febr. 1609, tr. 2° Adriaen Cornelisz van EIJCK, zn van Cornelis CORSZ.
                                                                        In Stompwijk verklaart in 1607 Applonia Lenertsdr, huisvrouw van Jan Willem Claesz wonende te Wilsveen, oud omtrent 36 jaar, ten verzoeke van Pieter Adriaensz, pachter van de kaarsen, ongel en smeer over Leiden en geheel Rijnland, van de termijn ingegaan april 1607, dat zij op zaterdag 10 november jl. met een boomtgen smeer of ongel van omtrent 6½ pond op de markt in Leiden is geweest 639.
                                                                        In Stompwijk delen in 1609 Applonia Lenertsdr wonende te Wilsveen, weduwe van Jan Willem Claesz, geassisteerd met haar broer Jan Lenertsz, ter eenre, en Lenert Willem Claesz als oom en Dirc Gerritsz als weesmeester en behuwdoom, als zodanig voogden van Willem oud omtrent verleden mei 6 jaar en Cryntgen oud verleden kermisdag 5 jaar, nagelaten weeskinderen van Jan Willemsz bij Applonia Lenertsdr, in 't bijwezen van o.a. Dirc Lenertsz, Lenaert Jansz van Velsen en Roelant Jansz schoemaker, broer en zwagers van de weduwe, de achtergelaten boedel volgens de beschreven staat ervan, waarbij kinderen zowel van hun vader als van hun bestevader Lenert Jan Reynen erven; de weduwe stelt als onderpand haar woning enz., groot omtrent 2 morgen, in Wilsveen, belend ten westen Huybrecht Cornelisz, ten noorde de Wilsveense wech, ten zuiden Lou Ghysen, ten oosten de kapel van Wilsveen 640. In 1611 is Catharina Cornelisdr, weduwe van Maerten Adriaensz Snijer, wonende te Wilsveen, een losrente van 2 gld 3 st 's jaars schuldig aan de voogden van de weeskinderen van wijlen Jan Willem Claesz geprocreëerd bij Applonia Lenertsdr, heeft Jonge Jan Pietersz [anders geheten Jan Wouters] wonende te Wilsveen aan Lenert Willemsz en Dirc Gerritsz, als ooms en voogden van de nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Willemsz bij Applonia Lenertsdr, een custingbrief, resterende 300 gld, sprekende op Adriaen Pietersz Neef te Zoetermeer, overgedragen, te betalen 50 gld 's jaars, en is in 1612 Adriaen Gerritsz wonende te Rijswijk aan de voogden van de nagelaten weeskinderen van zal. Jan Willem Claesz bij Applonia Lenertsdr wonende te Wilsveen een losrente van 3 gld 2½ st 's jaars schuldig, met als hoofdsom 50 gld 641.
                                                                        In Stompwijk verkoopt op 29 januari 1603 Jan Willem Claesz aan Hendrick Dircxz Bogge, brouwer in De Drie Haringen te Delft, een custingbrief op Quijrin Dircxz wonende te Nieuwkoop in het ambacht van Pijnacker, resterend 325 gld, en verkoopt op 6 maart 1608 Jan Willem Claesz wonende te Wilsveen aan Adriaen Aryensz Jonge Myenteman wonende te Zoetermeer 2 hond flodderland 642.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1614 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Cryn Sijmonsz Visscher mede wonende aldaar een perceel flodderland te verongelden voor 1 hond, gelegen in Wilsveen, voor 70 gld gereed geld, en aan Cornelis Vechtersz een perceel flodderland verongeld voor 3½ hond goed en ½ hond kwaad, en nog een perceel flodderland verongeld voor 3 hond, voor een custingbrief van 80 gld, verkoopt in 1615 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Lenert Lenertsz wonende op de Vliet 2 percelen flodderland tezamen verongeld voor 4½ hond, comparant aangekomen door koop en deling uit de boedel van zijn schoonvader zal. Lenert Jan Reynen, voor 12 gld, en verkoopt in 1616 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Claes Dircxz een perceel flodderland verongeld voor 1½ hond, voor een obligatie van 150 gld 643.
                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Stompwijk': Arien Cornelisz van Eijck, Pleuntgen Lenaertsdr zijn wijf, Willem Jansz van den Bosch voorzoon, Jan Ariensz en Lenaert Ariensz 644.
                                                                        In Stompwijk in 1621 verkoopt Cornelis Corsz aan Adriaen Cornelis Corssen 3 hond flodderland, belend ten oosten Cornelis Adriaensz Sman, ten westen Claes Colen en Bouwen Cornelisz, ten zuiden Pieter Alewijnsz, ten noorden de Stompwyckse Binnenwateringe, verkoopt Pieter Claesz Sterre aan Arij Cornelisz 2½ hond slagturfland, belend ten oosten Pieter Gerritsz, ten westen Pieter Claes Coelen, ten zuiden Arij Claes Neel Jorisz, ten noorden Leendert Gerritsz, verkoopt in 1624 Adriaen Cornelis Corsz van der Eyck aan de heer Tuining secretaris van graaf Heyndrick van Nassouwe, wonende in Den Haag, een stuk hooiland aan de Ommedyck voor 1050 gld, verkoopt in 1627 Adriaen Eeuwoutsz aan Adriaen Cornelis Corsz van Eijck wonende in Wilsveen omtrent 5 hond flodderland, te verongelden voor 3 hond goed en 2 hond kwaad, voor 70 gld gereed geld, verkoopt in 1628 Leendert Hillebrantsz aan Ary Cornelis Corssen van Eyck een partijtje flodderland van 2 hond, voor 40 gld gereed geld, verkoopt in 1630 Leendert Cornelisz Jonge Schout aan Arij Cornelisz van Eijck een partijtje flodderland van 2 hond, voor een obligatie van 40 gld, draagt in 1632 Ary Cornelisz van der Eijck aan Jan Ariensz zijn zoon als huwelijksgoed 6 hond goed en 4½ kwaad flodderland op, en ruilt in 1634 Arij Corsz van der Eyck land met Michiel Willemsz 645.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1640 Ary Cornelis Corsz van der Eyck aan Claes Arentsz een partijtje flodderland van 6 hond, belend ten oosten Ary Cornelisz Sman, ten westen Ghys Leendertsz, ten zuiden Pieter Alewynsz c.s., ten noorden de Stompwycxe binnewateringe, voor een obligatie van 180 gld, verkoopt in 1642 Ary Cornelisz van der Eyck aan Cornelis Aryensz van der Eyck zijn zoon een huizinge enz., te verongelden voor ½ hond kwaad land, belend ten oosten Gerrit Dircxz, ten zuiden de Stompwycxe wateringe, ten westen en noorden de verkoper, voor 300 gld, waarvan 100 gld mei 1542, en telkens 100 gld de volgende 2 jaren, verkopen in 1642 Claes Jansz Visser voor de ene helft en de erfgenamen van Aeltgen Cornelisdr voor de andere helft aan Ary Cornelisz van der Eyck 9 hond kwaad flodderland, belend ten oosten Gornelis Gysen, ten westen de weduwe van Maerten Bouwensz, ten zuiden Maertgen Cornelisdr, ten noorden Ghys Willem Ghysen, voor een schuldbrief van 410 gld, verkoopt in 1643 Ary Cornelisz van der Eyck aan Leendert Lourens van de Roen een partij land te verongelden voor 2 morgen, belend ten oosten de vaarsloot of Teunis Jansz, ten westen Jan Gerritsz en Neeltgen Jansdr, ten zuiden de erfgenamen van Teunis Jansz, ten noorden de molenwateringe, voor een obligatie van 2000 gld, en verklaart in 1644 Garbrant Jansz van der Gaech op 21 januari 1644 openbaar verkocht te hebben aan Ary Cornelisz van der Eyck 2 partijen land elk te verongelden voor 5 hond, en nog 2 hond, makende samen 2 morgen, belend in 't geheel ten oosten Cornelis Barthoutsz c.s., ten westen Adriaen Adriaensz Hammerlaen, ten zuiden Jacob Jansz van den Berch, ten noorden de Achterwech, voor een schuldbrief van 3680 gld 646.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1645 Arij Cornelisz van der Eijck aan Cornelis Adriaensz van der Eijck zijn zoon 1 morgen flodderland, belend ten oosten Jan Jansz Schouten de Jonge, ten westen Baerthout Cornelisz den Dil, ten zuiden de weduwe van Michael Spruytwater, ten noorden voorschreven Jan Schouten c.s., voor een obligatie van 200 gld, verklaart in 1647 Arij Cornelisz van Eijck wonende in Wilsveen op 19 december 1646 openbaar verkocht te hebben, een partij heel veenland liggende omtrent de Soetermeersche meer met consent om te mogen verslagturven, aan Dirck Cornelisz Jongesnijer 2 hond, voor een custingbrief van 791 gld, zowel aan Cornelis Ariensz van Groenewegen als aan Arij Lenertsz Boonenburch wonende aan de Ommedijck 177 roeden, te verongelden voor 1½ hond, voor een custingbrief van 700 gld, en verkoopt in 1648 Adriaen Cornelisz van der Eijck wonende in Wilsveen aan Jan Pietersz Dusseldorp wonende aan de Dam een partijtje flodderland van 3 hond 69 roeden doch te verongelden voor 3½ hond, belend ten oosten Cornelis Pieter Aelwijnsz c.s., ten zuiden Jonge Jan Leendertsz van Velsen, ten westen ... Aelwijnsz, ten noorden Jacob Pietersz Bosch, voor een obligatie van 164 gld 647.
                                                                    2. Aeltgen LENERTSDR, tr. Pieter CORNELISZ.
                                                                    3. Maritgen LEENDERTSDR, overl. vóór 25 mei 1667, tr. Roelant JANSZ, schoenmaker, in Stompwijk in 1599 vermeld als de Lapper, pauper, op de lijst van weerbare mannen en als Roelant de Lapper in het kohier van de kapitale lening, overl. vóór 29 aug. 1646, wedn. van N.N.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1603 Lenert Pouwelsz wonende in Voorburg aan Roelant Jansz schoelapper omtrent 4½ hond slagturfland, belend ten oosten Gerrit Jeroensz, ten westen Adriaen Jansz, ten noorden voorschreven Roelant Jansz, ten zuiden de erfgenamen van Cornelis van Noorden, verkoopt in 1604 Adriaen Adriaensz wonende te Oegstgeest aan Roelant Jansz de helft van omtrent 10 hond land, belend ten westen Pieter Louris Symonsz, ten oosten Willem Jansz den Elsen, ten noorden de Stompwycxse binnenwateringe, ten zuiden Lenert Adriaen Corsz, voor een schuldbekentenis, verkoopt in 1605 Roelant Jansz aan Lenert Cornelisz een halve morgen land, belend ten oosten Gerrit Jeroenen, ten westen Arys Willemsz, ten zuiden Pieter Louris den Elsen, ten noorden de kinderen van Lenert Aryen Corsz, verklaren in 1608 Marritgen Gerritsdr, weduwe van Cornelis Dircxz, en hun kinderen Dirc en Jan Cornelisz, Jan Janssoon in huwelijk hebbende Leentgen Cornelisdr, Jacob Claesz in huwelijk hebbende Aeffgen Cornelisdr, Dirc Cornelisz in huwelijk hebbende Emmetgen Cornelisdr, en Marritgen Cornelisdr met haar voogden, op 1 april jl. aan Roelant Jansz schoemaecker 3½ morgen hooiland verkocht te hebben, waarvoor hij, met Jan Lenertsz zijn zwager en Pieter Jan Willem Reynen als borgen, 1030 gld schuldig is, en en verkoopt in 1608 Roelant Jansz schoemaecker aan Adriaen Lenertsz een huizinge enz., groot 5 hond, belend ten oosten Willem Jansz den Elsen, ten westen Pieter Lourisz den Elsen, ten zuiden Lenert Aryen Cornelisz, ten noorden de Stompwycxe Wech, voor een custingbrief van 775 gld 648.
                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Roel Jansz, scheepmaecker [sic], Maritgen Lenaertsdr zijn wijf, Grietgen, Jan, Agniet en Jonge Jan Roelantszonen en -dochters, en nog Maritgen Lenaert Jonge Jans die onvermogend is en als weeskind thuisgehaald is; in het kohier van de 200e penning van 1623 onder Stompwijk: Roel Jansz schoelapper (10 gld) 649.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1626 Jan Gerritsz aan Roel Jansz omtrent 2½ hond flodderland, voor een obligatie van 42 gld, verkoopt in 1627 Claes Jacobsz van der Marck, ook voor zijn broers en zusters als erfgenamen van Jacob Alewijnsz hun zal. vader, aan Roelant Jansz schoemaecker een partijtje land, voor een schuldbrief van 575 gld, verkoopt Cornelis Leendertsz Jonge Leen aan Roelant Jansz schoemaecker comparants part in de woning en landen door Apollonia Dircxdr zal., in haar leven weduwe van Leendert Jan Reijnen, zijn schoonmoeder, nagelaten, voor 300 gld gereed geld, verkoopt in 1632 Joris Leendertsz wonende in Benthuizen aan Roelant Jansz 7 hond kwaad flodderland, verkoopt in 1634 Willem Dircxz Jonge Neelen aan Roelant Jansz schoemaecker 9½ hond land, voor een custingbrief van 800 gld, en verkoopt in 1639 Roelant Jansz schoenmaker aan Jan Roelantsz zijn zoon 2 partijtjes flodderland, het ene 4½ hond, belend ten oosten Jeroen Gerritsz, ten westen Jan Willem Jannen, ten zuiden Ary Wybensz, ten noorden Vranck Alewynsz, het tweede 2½ hond, belend ten oosten en zuiden Dirck Cornelisz Snyer, ten westen Ary Wybensz, ten noorden Jeroen Gerritsz, voor een obligatie van 242 gld 650.
                                                                        In Stompwijk transporteren in 1642 Roelant Jansz als bestevader van de kinderen van Jan Vrancken geprocreëerd bij Neeltgen Roelendr en Jan Vrancken als vader en voogd van deze kinderen zes gedeelten van 2 morgen land, elk 200 roeden en te verongelden voor 2 hond, aan Jan Ary Claesz voor een schuldbrief van 506 gld, aan Jacob Jorisz en Jan Leendertsz voor een schuldbrief van 555 gld, aan Arent Claesz Jongesnyer en Leendert Arentsz zijn zoon voor een schuldbrief van 595 gld, aan Jasper Pietersz den Elsen voor een schuldbrief van 620 gld, aan Leendert Reynen voor een schuldbrief van 475 gld, aan Gerrit Vrancken zoon van Vranck Alewynsz voor een schuldbrief van 450 gld, en verkoopt in 1642 Roelant Jansz schoenmaker aan Jan Roelantsz de Jongen zijn zoon 2 partijtjes land, namelijk 5 hond goed en 7 hond kwaad land, belend in 't geheel ten oosten Cornelis Huygen, ten westen Dirck Leendertsz, ten zuiden de Ommedycxe wateringe, ten noorden Dirck Leendertsz c.s., voor een schuldbrief van 1300 gld 651.
                                                                    4. Jan LENERT JAN REIJNEN, geb. ca. 1584, overl. vóór 7 maart 1617, tr. Maritgen AERNTSDR.
                                                                        In Stompwijk legt in 1611 Jan Lenert Jan Reynen, oud omtrent 28 jaar, een verklaring af t.v.v. Jan Willem Jan Reynen, verkoopt in 1616 Jacob Alewijnsz wonende in Zoetermeer aan Jan Lenert Jan Reynen wonende te Veur een akker slagturfland, te verongelden voor 2 hond, voor een custingbrief van 450 gld, en verklaart in 1617 voor schout en schepenen van Voorschoten en die van Stompwijk Maritgen Aerntsdr, weduwe van Jan Lenert Jan Reijnen, wonende te Veur, geassisteerd met Cornelis Aerntsz Snijer en Cornelis Jacobsz Boomgaert, openbaar verkocht te hebben aan Baerthout Florisz backer, wonende aan de Leytsendam in Stompwijk, een perceel wei- en hooiland, te verongelden voor 9 hond, met een huisken erop, gelegen te Veur, belast met een erfpacht van 26 gld aan de jonkheer Johan van Duvenvoorde 652.
                                                                    5. Dirck LEENDERT JAN REIJNEN.
                                                                        Op 24 januari 1660 is Wilboort Willemsz Cortswager wonende in Oegstgeest 800 gld schuldig aan Dirck Leendert Jan Reijnen wonende in Stompwijk, tegen 3 gld 3 st van ieder honderd in 't jaar 653.
                                                                    6. Jannetgen LEENDERTSDR, overl. vóór 10 juni 1621, tr. (nederd. geref.) Wilsveen 24 aug. 1603 Leendert Jansz van VELSEN  654, geb. ca. 1556, overl. tussen 28 mei 1625 en 15 maart 1626, zn van Jonge Jan Jacobsz van VELSEN en Maritgen CLAESDR, wedn. van Trijn JANS, en die hertr. met Barbara PIETERSDR.
                                                                        In Stompwijk in 1593 is Lenert Jonge Jan Jansz 975 gld schuldig aan Herper Pietersz, is Cornelis Gerritsz buurman te Wilsveen 450 gld schuldig aan Herper Pietersz vanwege naasting van verkoop door Lenert Jonge Jan Jansz aan Herper Pietersz, transporteert Herper Pietersz aan Jacop Cornelisz Hammerlaen 2 custingbrieven, de ene op Lenert Jonge Jan Jansz inhoudende 975 gld, de andere op Cornelis Gerritsz te Wilsveen inhoudende 450 gld, transporteert Lenert Jonge Jan Jansz aan Cornelis Gerritsz zijn zwager 4 hond land, transporteert Herper Pietersz aan Lenert Jonge Jan Jansz een woning met huis, schuur, barg en omtrent 2 morgen land, transporteert Lenert Jonge Jan Jansz aan Maerten Pietersz, Joest Alewynsz en Inge Jansz wonende aan de Groenewech 5 hond land, verkoopt Lenert Jonge Jan Jansz aan Jan Adriaensz Visser een huis enz. in Wilsveen, belend ten oosten Jan Ghysen, ten westen en noorden Lenert Jansz zelf, ten zuiden de Wilsveense wateringe, en verkoopt en is schuldig in 1594 Lenert Jonge Jan Jansz wonende te Wilsveen aan Cornelis Cornelisz van Noort wonende aan de Leytschendam een jaarlijkse losrente van 15 gld 655.
                                                                        In Stomwijk is in 1599 Lenaert Jonge Jan Jacobsz aan Fredrick Brunt een rente van 12 gld 's jaars schuldig, met als onderpand zijn woning met huis, schuur, barg en 10 morgen land in Wilsveen (gecasseerd in januari 1621), zijn in 1600 Jacop Gerritsz Hammerlaen en Lenert Jonge Jan Jacopsz aan Salomon van der Wuert, notaris te Leiden, 37 gld 's jaars schuldig (gecasseerd op 9 maart 1604), verkoopt in 1600 Lenert Jonge Jan Jacopsz aan Cornelis Gerritsz wonende te Wilsveen omtrent 2 morgen slagturf- en houtland, verkoopt in 1600 Baernt Jacopsz aan Lenert Jonge Jan Jacopsz omtrent 2 hond land in Wilsveen, verkoopt in 1601 Lenert Jonge Jan Jacopsz aan Jan Willemsz omtrent 2 hond slagturfland, aan Cornelis Symonsz timmerman een huizinge en erf van omtrent 1 hond in Wilsveen voor een schuldbrief van 262 gld en 1½ hond slagturfland voor een schuldbrief van 200 gld, en aan Jacop Jansz omtrent 2 morgen 2 hond land, belend ten oosten 't convent van Roma, ten noorden Cornelis Gerrit Barthoutsz, ten zuiden de Ommedycxse wateringe, ten noorden Cornelis Symonsz en Cornelis Dircxz, voor een schuldbekentenis van 1175 gld, verkoopt in 1602 Maritgen Jansdr weduwe van Garrebrant Bonefaes, geassisteerd met Adam van der Gaech Garrebrantsz, aan Lenert Jonge Jan Jacopsz van Velsen omtrent 9 hond land, verkoopt in 1602 Lenert Jonge Jan Jacopsz van Velsen wonende te Wilsveen aan Jan Willem Claesz wonende te Wilsveen een woning enz. en een kampje gelegen achter „die cappelle van Wilsveen”, nog omtrent 2 hond slagturfland en nog een stuk hout- en rietland, voor een schuldbekentenis van 675 gld (gecasseerd op 13 november 1611) 656.
                                                                        In Stompwijk verkopen in 1602 Merten Maertensz, vervangende zijn moeder Maertgen Arentsdr weduwe van Oude Claes Screvelsz, Philips Claesz en Louris Cornelisdr in huwelijk hebbende Dorte Claesdr, kinderen en erfgenamen van Claes Screvelsz, aan Lenert Jonge Jan Jacopsz van Velsen 9 hond land voor een obligatie van 108 gld, verkoopt in 1602 Jan Pietersz scheepmaecker te Voorburg aan dezelfde koper 6 hond land, verkoopt in 1603 Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Bruyn Lenertsz wonende te Veur 2 hond land voor een schuldbekentenis van 147 gld, aan Lenert Jansz Visscher 6 hond land voor een custingbrief van 150 gld, aan het weeskind van Dyn Claesz wonende te Veur een schuldbrief van 975 gld op Jacob Jansz, verkoopt in 1603 Lenert Jonge Jan Jacopsz van Velsen wonende te Wilsveen aan Adriaen Cornelisz wonende te Wilsveen omtrent 2 morgen land, verkoopt in 1603 Gerrit Willemsz wonende te Wilsveen aan Lenert Jansz van Velsen 3 hond slagturfland, belend ten oosten de koper, ten westen de weduwe van Pieter Cornelisz, ten noorden Jan Willem Claesz, ten zuiden Cornelis Dircxz, verkoopt in 1603 Lenert Jonge Jan Jacopsz van Velsen wonende te Wilsveen aan Lenert en Pieter Gerritsz, gebroeders, ½ hond slagturfland aan 2 akkers, belend ten oosten Jan Willem Jan Reynen en Cornelis Symonsz, ten westen Cornelis Gerritsz en Hillebrant Adriaensz, ten noorden Lenert Jan Reynen, ten zuiden Cornelis Dircken, en verkoopt in 1604 Lenert Jansz van Velsen aan Marceles Henricxz cleermaecker mede wonende te Wilsveen een woning met al het goed en ½ hond land voor een custingbrief van 72 gld 657.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1606 Lenaert Jansz van Velsen aan Adriaen Jansz van Nierop omtrent 10 hond land, te verongelden voor 5½ hond, gelegen aan de Ommedyck, en aan Adryan Jansz van Nierop, schout, een custingbrief van 26 februari 1603 op Bruyn Lenaertsz, legt in 1606 o.a. Lenert Jansz van Velsen, oud omtrent 49 jaar, t.v.v. jonkheer Johan van Mathenesse getuigenis over gebeurtenissen vóór de tijd van de „troubles”, geven in 1607 Lenaert Jansz van Velsen en Cornelis Lenaertsz Keyser, beiden wonende te Wilsveen, procuratie aan mr Adriaen de Jonge Dircxz, verkoopt in 1607 Euwout Ghyssen wonende te Wilsveen aan Lenert Jansz van Velsen omtrent 3½ hond flodderland, en verkoopt in 1607 Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Claes Lenertsz van Velsen zijn zoon, mede wonende te Wilsveen, 8 hond flodderland, belend ten oosten Dirck Gerrit Dircken, ten westen en noorden Gielis Adriaensz, ten zuiden Cornelis Adriaensz 658.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1610 Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Marceles Henricxz cleermaecker een akker slagturfland achter het huis van de koper voor 26 gld, is in 1610 Lenert Jansz van Velsen aan Jan Adriaensz van Nierop, secretaris, een losrente van 43 gld 's jaars schuldig, met als hoofdsom 700 gld, verkopen in 1612 Claes en Jan Symonsz, ook voor hun broer en zuster, kinderen en erfgenamen van zal. Symon Sproncen en Tryntgen Claesdr, aan Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen omtrent 5 hond flodderland of water in Wilsveen, en nog omtrent 3 hond flodderland of water, voor 18 gld, verkoopt in 1613 Dirck Jansz wonende te Wilsveen aan Lenert Jansz van Velsen mede woonachtig aldaar omtrent 3 hond flodderland wezende de helft van omtrent 6 hond, voor een obligatie van 48 gld, verkoopt in 1613 Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Jan Adriaensz van Nierop, secretaris, zekere helft van recht op zeker „thynsbouck” van land aan de Leytesendam waarvan de andere helft toebehoort aan de weduwe en erfgenamen van Adriaen Jansz van Nierop blijkens de opdracht door Willem Hanneman aan Adriaen van Nierop en comparant, verkoopt in 1613 Leendert Jonge Jan Jacopsz van Velsen wonende te Wilsveen aan Jan Adriaensz van Nierop, secretaris, een perceel hooiland in Wilsveen, te verongelden voor 10 hond, te vrijen van alle andere lasten waarvoor comparant als onderpand stelt zijn woning en land met huis enz., groot omtrent 4 morgen, belend ten oosten het voorschreven verkochte land, Euwout Ghysen en Cornelis Symonsz met zijn huis en erve, ten westen comparant met zeker erf en slagturfland en Jan Cornelis Dircken, ten zuiden (?) Adriaen Cornelisz en Cornelis Adriaensz, ten noorden de Stompwycxewech, en legt in 1613 o.a. Lenert Jansz van Velsen, oud omtrent 55 jaar, getuigenis af 659.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1614 Lenert Jansz wonende te Wilsveen aan Jacop Pietersz Bosch zijn zwager [schoonzoon] een perceel weiland, te verongelden voor 8 hond, gelegen in Wilsveen, voor 300 gld 10 st gereed geld, met aftrek van 200 gld als diens vrouw nog van haar moeders erfenis tegoed was, en nog een custingbrief van 710 gld 10 st, verkopen in 1616 Lenert Jansz van Velsen als bestevader en Lenert Jansz Visscher als oom, voogden van het nagelaten weeskind van zal. Jan Jansz Visscher en Maritgen Lenertsdr, aan Jonge Jan Lenertsz van Velsen zekere huizinge enz. te Wilsveen voor een custingbrief van 506 gld, en nog meerdere stukken land aan andere kopers, verkoopt in 1618 Leendert Jansz van Velsen aan Cryn Gerritsz 5 hond flodderland en 3 hond flodderland, verkoopt in 1619 Dirck Jansz wonende te Wilsveen aan Leendert Jansz van Velsen 1½ hond land, en heeft Leendert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen van Maritgen Eversdr, weduwe van Jan Adriaensz van Nierop, 200 gld ontvangen als hoofdsom van een losrente van 12 gld 10 st 's jaars 660.
                                                                        In 1617 verkoopt Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Adriaen Cornelis Cornelisz zijn zwager ook wonende aldaar, bij naasting van Jan Dircxz backer een perceel weiland van 369 roeden, te verongelden voor 3 1/2 hond, verkopen Ghys en Adriaen Jansz Cock gebroeders aan Lenert Jansz wonende te Wilsveen een perceel flodderland van omtrent 6 hond, gelegen te Wilsveen, waarvoor koper 200 gld schuldig is, heeft Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen omtrent 2 hond flodderland overgedragen aan zijn zoon Jonge Jan Leendertsz van Velsen, en verkoopt Lenert Jansz van Velsen wonende te Wilsveen aan Gerrit Crijnsz omtrent 3 morgen flodderland gelegen in het Vrouweveen te Wilsveen voor een obligatie van 600 gld 661.
                                                                        In Stompwijk is in 1620 Dirck Jansz 200 gld schuldig aan Jonge Jan Leendertsz, Jacob Pietersz Bosch, Claes Leendertsz en Leendert Jansz van Velsen 662.
                                                                        In Stompwijk verkopen Leendert Jansz van Velsen weduwnaar van Jannetgen Leendertsdr en Dirck Leendertsz en Roel Jansen als ooms van de nagelaten onmondige kinderen van voornoemde Jannetgen Leendertsdr bij Leendert Jansz in het openbaar in 1621 aan Garbrant van der Gaech onze secretaris omtrent 2 hond flodderland eertijds gekomen van Jan Dircxz backer, waarvoor koper voor 70 gld, aan Dirck Jansz Cluijt wonende te Wilsveen omtrent 5½ hond land met een schuur voor 207 gld, en aan Sijmon Crijnsz wonende te Wilsveen 3 hond flodderland voor 96 gld, alles te betalen aan de weeskinderen in 4 jaarlijkse termijnen, en in 1622 aan Jonge Jan Leendertsz omtrent 5 hond land in Wilsveen voor 800 gld, waarvan 500 gld in jaarlijkse termijnen van 100 gld en 300 gld in gereed geld waarvan de koper vanwege zijn moeders erfenis 75 gld toekomt, en is Claes Ary Willemsz wonende te Wilsveen aan genoemde verkopers 900 gld schuldig voor 1 morgen land te Wilsveen 663.
                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Wilsveen': Lenaert Jansz van Velse weduwnaar, met Trijntgen, Pieter, Lenaert, Willem, Maritgen, Jonge Maritgen en Jan, zijn kinderen (onvermogend) 664.
                                                                        In Stompwijk verklaart in 1624 Leendert Jansz van Velsen dat door verscheidene inconveniënten en misverstanden tussen hem en zijn huisvrouw Barbara Pietersdr, weduwe van Cornelis Gysen Boon, hij en zij in het goede gescheiden zijn, verklaren in 1624 Leendert Jansz van Velsen, weduwnaar van Jannetgen Leendertsdr, geassisteerd met Jan Pieters Cooms, Jacob Jansz van Velsen en in het bijzijn van zijn oude kinderen, met namen Jan Leendertsz, Claes Leendertsz en Jonge Jan Leendertsz ter eenre, en Roel Jans en Dirck Leendertsz, zwager en broer van de voornoemde Jannetgen Leendertsdr [voogden van haar nagelaten kinderen] geprocreëerd bij Leendert Jansz van Velsen, waarvan de jongste mei toekomende 1624 5 jaar is, ter andere zijde, op 16 mei 1623 geaccordeerd te zijn nopende de deling van de goederen van de weeskinderen van moederszijde, en verkoopt in 1625 Jan Cornelis Dircxz aan Leendert Jansz van Velsen een hond flodderland in Wilsveen 665.
                                                                        In Stompwijk verkopen in 1626 in het openbaar Jonge Jan Leendertsz van Velsen, Ariaen[tgen] Leendertsdr, weduwe van Claes Leendertsz van Velsen, geassisteerd met Cornelis Ariensz Sman, als moeder en voogd van haar twee kinderen bij Claes Leendertsz van Velsen, Jacob Pietersz Bosch als vader en voogd van zijn kinderen bij Neeltgen Leendertsdr, Adriaen Jansz van Velsen [minderjarige] zoon van [Oude] Jan Leendertsz van Velsen zal., gesterkt met schout en weesmannen, Ariaen Ariaensz den Vromen als getrouwd hebbende [Trijntgen Jansdr] de dochter van [wijlen Jan Jansz Visser geprocreëerd bij] Marijtgen Leendertsdr, Pieter Leendertsz en Willem Leendertsz minderjarige kinderen van zal. Jannetgen Leendertsdr waarvoor Jan Leendertsz als oom en voogd zich sterk maakt, allen erfgenamen van Leendert Jansz van Velsen hun vader en bestevader, aan Pieter Aelwijnse „seeckere huijsinge ende erve mette schuijren mitsgaders het schiphuijs” en nog stukken land, waarvoor koper hun 1700 gld schuldig is 666
                                                                    7. Lijsbeth LEENDERTSDR, zie 313.
                                                                    8. Maritgen LENERTSDR.
                                                                    9. Trijntgen LENERTSDR.
                                                                    10. Leentgen LENERTSDR, tr. Aernt Cornelisz JONGESNYER.
                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1647 Leentgen Leenertsdr weduwe en boedelhoudster van Arent Cornelisz jongesnyer, geassisteerd met Dirck Leenertsz haar broer, aan Leenert Arentsz en Jan Arentsz haar zoons 4 partijtjes flodderland, het eerste te verongelden voor ½ hond goed land, belend ten noorden Jan Arentsz voornoemd, ten westen Cornelis Willemsz, ten oosten en zuiden Leenert Arentsz voorschreven, het tweede te verongelden voor 1½ hond goed land, belend ten oosten Lenert Arentsz voorschreven, ten zuiden Jacob Jorisz, ten westen Jan Meessen, ten noorden Cornelis Willemsz, het derde te verongelden voor 2½ hond goed land, belend ten oosten Neeltgen Reijnen, ten zuiden Jan Vranck Alewijnsz, ten westen en noorden Jan Arentsz voorschreven, het vierde te verongelden vor 3 hond kwaad land, belend ten oosten Mees Jorisz voorschreven, ten zuiden Reijn Leendertsz, ten westen Gerrit Pietersz, ten noorden de weduwe van Symon Jans Scheeren, voor een custingbrief van 800 gld, accorderen in 1648 Dirck Crijnen wonende in Wilsveen ter eenre, en Leentgen Lenertsdr weduwe van Arent Cornelisz Jongesnier, geassisteerd met Dirck Leendertsz haar broer, ter andere andere zijde, over de deling van omtrent 1½ morgen land aan de Ommedijck gelegen aan 2 partijen, tezamen belend ten oosten de weduwe van Jan Ary Vrancken, ten zuiden de Ommedijckse wateringe, ten westen Dignaer Cornelisz met bruikwaar, ten noorden Willem Jansz Schaeckenbosch, welk land Dirck Crijnen en Arent Cornelisz in zijn leven gekocht hadden 667.
                                                                    11. Cryntgen LENERTSDR, tr. Cornelis Lenertsz JONGE LEEN.
                                                                  628. (<314) Pieter BONIFAESZ, overl. verm. vóór of in 1590,
                                                                      Op 24 oktober 1613 worden Louris Pietersz, Cornelis Pietersz en Pieter Pietersz, allen wonende te Valkenburg, en Frans Cornelisz wonende op de oude Vlieth in Rijnsburg, gedagvaard door de baljuw en schout van Valkenburg en de beide Katwijken om getuigenis der waarheid te geven (Lourys Pieters soon ondertekent, de anderen stellen een merk) 668.
                                                                  tr. waarsch.
                                                                  629. (<314) (>1258, >1259) Meijnsgen LOURISDR.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Hadewijd PIETERSDR, tr. N.N.
                                                                    2. Louris Pietersz BORSBOOM, geb. ca. 1576, tr. Marijtgen WILLEBOORTSDR, overl. vóór 30 sept. 1630, dr van Willeboort JACOBSZ 669, landbouwer te Oegstgeest, en Aechte ADRIAENSDR 670.
                                                                        Op 12 juli 1619 wordt getuigenis geleverd door Louris Pietersz, buurman te Oegstgeest, oud omtrent 43 jaar, en op 14 augustus 1636 door Louris Pieterz Bosboom, oud omtrent 60 jaar, wonende te Oegstgeest 671.
                                                                        Voor de weeskamer van Oegstgeest wordt op 30 september 1630 de inventaris opgemaakt van de boedel achtergelaten door Marijtgen Willeboortsdr, in haar leven huisvrouw van Louris Pietersz, buurman in Oegstgeest, door dezelfde Louris Pietersz, t.b.v. Willeboort oud 23, Pieter 20, Trijntgen 24, Marijtgen 17, Hubertgen 14 en Aechgen 10 jaar, of elk daaromtrent, kinderen en erfgenamen van voornoemde Marijtgen Willeboortsdr gewonnen bij Louris Pietersz voornoemd, en zijn op 26 oktoner 1630 Louris Pietersz Borsboom, weduwnaar van Marijtgen Willeboortsdr, ter eenre, en Cornelis Willeboortsz oom van moederszijde, Jan Cornelisz en Garbrant Pietersz, gezwagers, tezamen voogden van Willeboort oud 23, Pieter 20, Trijntgen 24, Marijtgen 18, Hubertgen 15 en Aechgen 11 jaar, of elk daaromtrent, ter andere zijde, vriendelijk geaccordeerd 672.
                                                                    3. Pieter Pietersz BORSBOOM, geb. ca. 1577, ondermeester op de Steenplaats van Sr Adriaen Stalpaert te Valkenburg tot 1642, ambachtsbewaarder ald. 673, overl. vóór 16 juni 1664, tr. 1° Lijsbeth Pietersdr VROMAN, dr van Pieter Huygenz VROMAN en Marijtgen MEESDR, tr. 2° Grietgen PHILLIPSDR, dr van Philip CLAESZ en Apolonia NANNINGSDR.
                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Valkenburg': Pieter Pietersz Borsboom, weduwnaar, met zijn kinderen Pieter, Jacob, Jan, Tryntgen, Fijtgen, Hadewytgen, Lijsbeth, Cornelis en Annetgen 674.
                                                                        In Valkenburg in 1629 verklaart op 28 oktober Pieter Pietersz Borsboom, ondermeester van de steenplaats van Sr Adriaen Stalpaert, in naam van Jacob Adriaensz van Heusden wonende te Valkenburg op 30 januari 1629 een huis, hof, berg en schuur verkocht te hebben, met borgen Mees Jansz van Egmond en Mees Pieter Huygensz Vroeman, en verkoopt op 29 oktober dezelfde Pieter Pietersz Borsboom aan Dirck van der Meulen onze secretaris een stuk leeg erf achter de huizinge van Dirck van der Meulen, belend ten oosten comparant zelf met een leeg erf, ten zuiden voornoemde Dirck van der Meulen, ten westen Jan Maertensz van Langevelt met een scheidsmuur, ten noorden comparant met zijn erf, lopende tot het Kerckpath of de Sluypsteech, voor een custingbrief van 200 gld 675.
                                                                        In Valkenburg verklaren op 29 augustus 1630 de kinderen en kindskinderen van Pieter Huygensz Vroman en Marijtgen Meesdr, beiden zal., waaronder Pieter Pietersz Borsboom als vader en voogd van zijn kinderen gewonnen bij Lijsbeth Pietersdr zal., op 2 februari 1630 een huizinge als huis, hof, enz. verkocht te hebben voor 1750 gld, waarvan 1/3 in gereed geld en 2/3 over 2 jaar, verkoopt op 9 februari 1631 Pieter Pietersz Borsboom aan Huybert Phillipsz te Rijnsburg een strookje erf, breed omtrent 30 duim, koopt op 28 april 1632 Pieter Pietersz Borsboom van Nicolasia Jans, weduwe van Alexander Balbiaen van Leiden, een partij weiland, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden de abdij Leeuwenhorst, ten westen joffr. M. van Medenblick, ten noorden de erfgenamen van Mr J. van Banchem, hebben op 7 maart 1635 de weesmannen van Valkenburg en de voogden van de minderjarige kinderen van Grietgen Phillipsdr gewonnen bij Pieter Pietersz Borsboom, ten verzoeke van Pieter Pietersz voorschreven en Sr Johan Soete, kwijting verleend van de opbrengst van een partij hooiland, verkoopt op 8 maart 1635 Pieter Pietersz Borsboom aan Sr Johan Soete, Jacob Malevesteijn en Johan de Smith een partij weiland aan de Brouckwech, belend ten oosten Cornelis van Rijn, ten zuiden Garbrant en Jacob Knotter, ten westen en noorden de Brouckwech, met als waarborg Pieter Pietersz Borsboom de Jonge zijn zoon wonende te Voorschoten, en is op 7 oktober 1635 Pieter Pietersz Borsboom aan Apollonia Nanninxdr, weduwe van Philip Claesz, een losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, schuldig 676.
                                                                        Op 19 maart 1635 verklaart Pieter Pietersz Borsboom, buurman in Valkenburg en ondermeester op de steenplaats van Sr Adriaen Stalpaert, burger te Leiden, ter voldoening van een schuld van 975 gld, in eigendom overgegeven te hebben alle volgende beesten, bouwgereedschappen, inboedel en huisraad hierna gespecificeerd: een grauw merriepaard, een wit en rode koe, een rode koe met een „grijemelt” hoofd, een rode koe met een wit hoofd, een bleek rode koe met een wit hoofd, een zwarte vaars met een wit hoofd, een rode vaars met een „grijemelt” hoofd, 2 rode hokkelingen met „grijemelden” hoofden, 2 jonge kalveren met „grijemelden” hoofden, alles aanwezig op de stallen van Mr Adriaen Stalpaert, als bouwgereedschappen een pers, 10 troggen, een wankuip, een kar, een grote koelketel, 5 kleine ketels, 6 melkemmers, 4 melktonnen, 2 kaasvaten, als inboedel en huisraad 2 koperen potjes, een oude klerenkast, 2 tresoren, een besloten bank, 4 bedden met toebehoren, 12 tinnen platelen, 25 slaaplakens, 8 tinnen kannen, 4 zitkussens, en al zijn kruiken, aardewerken potten, stoelen, banken, schilderijen, kandelaars en ketels en alles wat als huisraad en inboedel gebruikt kan worden, waarvoor Pieter Pietersz moet blijven zorgen zo lang als het Sr Stalpaaet goeddunkt en er niet zelf over beschikt, met maandelijkse afrekening van de bouwnering onder aftrek van redelijk arbeidsloon 677.
                                                                        In het gemeente-archief van Leiden bevindt zich in het archief van de Heilige Geest over een weiland van omtrent 4 hond in het Boonrack onder Valkenburg o.m.: een charter van 28 april 1632 met een verklaring voor schout en schepenen van Valkenburg door Pieter Pietersz Borsboom wonende te Valkenburg over zijn aankoop voor een schuldbekentenis van 510 gld, een charter over de openbare verkoop op 20 april 1632 aan hem, een stuk van 15 juni 1653 over een overeenkomst op 10 februari 1652 met Nicolaes de Bije over de verkoop aan Nicolaes de Bije voor 230 gld in contant geld, waarbij de koper op zich neemt een schuld van 170 gld, met de aflossing waarvan Pieter Pietersz in gebreke gebleven was, te voldoen, en een charter van de verkoop op 17 juni 1653 voor 180 gld 678.
                                                                        In het morgenboek van Katwijk (en Valkenburg), in 1632 onder 'Valckenburch', bij Pieter Pietersz Borseboom, in 'Noort de Rugelaen': „bruijckt vant gilt tot Valckenburch 1 h”, en in 'Teellanden bij de dijck heen': „bruijckt van Adriaen Stalpaert gecomen van Bouwen Arentsz van Leeuwen 4 h”, in 1635, fol. 36, bij Pieter Pietersz Borsboom, in 'Noort de Ruijgelaen': „bruijct vant gilt tot Valckenburch 1 h” 679.
                                                                        In Voorschoten is op 29 oktober 1632 Jan van Leeuwen, gemachtigde van Oude Jan Frans van Borssen, steenplaatser, eiser contra Pieter Pietersz Borsboom, ondermeester, gedaagde, in Rijnsburg wordt op 24 december 1632 getuigenis geleverd door o.a. Pieter Pietersz Borsboom, oud omtrent 55 jaar, buurman te Valkenburg, ten verzoeke van Meus Pieter Huygensz Vroeman, en in Leiden op 6 april 1634 door Claes Gerritsz de Man, burger van Leiden, ten verzoeke van Pieter Pietersz Borsboom, eertijds ambachtsbewaarder van Valckenburch en de beide Catwijcken 680.
                                                                        Op 1 november 1642 compareren Vincent Stalpaert met speciale last en bevel van zijn vader Adriaen Stalpaert, burger van Leiden, ter eenre, en Poeter Pietersz Bosboom den Ouden, wonende op 't dorp van Valkenburg, ter andere zijde, die te kennen geven dat dezelfde Borsboom is geweest ondermeester op de steenplaats van gemelde Stalpaert, staande te Valkenburg aan de noordzijde van het dorp, en dat de administratie en rekeningen hiervan zijn overgeleverd, dat Vincent procuratie heeft om als afrekening een rentebrief van 25 gld 's jaars over te dragen, maar omdat naderhand Bosboom met contante penningen en anderszins is voldaan verklaren comparanten met elkaar geliquideerd te wezen en dat de rentebrief bij Stalpaert zal blijven 681.
                                                                        In Valkenburg verklaart op 28 januari 1637 Pieter Pietersz Borsboom op 23 januari 1635 van wijlen Dirck van der Meulen een huis en erf gekocht te hebben, belend ten oosten en noorden comparant, ten westen Tomas Jansz Weijman, strekkende voor van de Heerwech, met een uitgang ter breedte van 5 roedevoeten tot in de Kerkckstege, waarvoor hij bekent Apolonia Willemsdr Knotter, weduwe van Dirc van der Meulen, 1000 gld schuldig te wezen, boven de 200 gld door hem aan Dirc van der Meulen betaald en nog 200 gld competerende Daniel van der Bouchorst op het huis en erf, en verkoopt op 17 juni 1653 Pieter Pietersz Borsboom aan heer Nicolaes de Beye, raadsheer in de Hoge Raad, een stukje weiland van omtrent 4 hond in het Boonrack, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden de abdij van Leeuwenhorst, ten westen de erfgenamen van Willem de Wilde Jacobsz, ten noorden Cornelis Jacobsz Bol, belast met 170 gld kapitaal, voor 180 gld gereed geld 682.
                                                                        Op 2 juni 1646 ontvangen de kinderen, waaronder Pieter Pietersz Borsboom als vader en voogd over zijn kinderen gewonnen bij Lysbeth Pietersdr Vroman, van Pieter Huygensz Vroman, die zoon en mede-erfgenaam was van Huych Gerytsz Vroman, 288 gld over de hoofdsom en interest bij akkoord over hun portie in de lossing van een rentebrief van 5 december 1558 gekomen van Lysbeth Huygendr, mede-erfgenaam van voorschreven Huych Gerytsz, bekent op 29 mei 1650 Pieter Pietersz Borsboom den Ouden, wonende te Valkenburg, schuldig te wezen aan Christina Dircxdr van 's-Gravemade, ongehuwde dochter, 200 gld, met als rente 12 gld 10 st (de penning 16), met als borg zijn zoon Pieter Pietersz Borsboom de Jonge, ondermeester op de steenplaats van Jacob van der Houve aan de Hogenrijndijc onder Voorschoten, en testeert op 2 maart 1661 Pieter Pietersz Borsboom wonende te Valkenburg; hij prelegateert aan zijn dochter Annetgen Pieters, huisvrouw van Heynderick Pietersz van Tol, timmerman te Valkenburg, en aan hun zoon Cornelis Heyndericksz 683.
                                                                        In Valkenburg transporteren op 16 juni 1664 Pieter Pieters Borsboom voor 1/8, Arij Meessen van Egmond getrouwd hebbende Trijntge Pietersdr voor 1/8, Vechter Jacobsz van Heusden getrouwd hebbende Fijtgen Pietersdr voor 1/8, Heyndrick Pietersz van Tol getrouwd hebbende Annetgen Pietersdr voor 1/8, deze personen voor Huijch Foppen van Overduijn getrouwd hebbende Lijsbeth Pietersdr voor 1/8 en voor Pieter Jacobsz Borsboom uitlandige zoon van wijlen Jacob Pietersz Borsboom voor 1/8, nog Pieter Pietersz Houten als gestelde voogd over Cornelis Jansz Borsboom nagelaten zoon van wijlen Jan Pietersz Borsboom voor 1/8, nog Louris Barentse als getrouwd hebbende Grietgen Cornelisdr, dochter van Cornelis Pietersz Borsboom voor 1/5 van het resterende achtstepart mitsgaders Cornelis Cornelis Does, behuwdvader en voogd over de vier nog minderjarige kinderen van voorschreven Cornelis Pietersz Borsboom voor de verdere vier vijfdeparten van het resterende achtstepart, allen kinderen en kindskinderen van Pieter Pietersz Borsboom, in zijn leven gewoond hebbende en overleden te Valkenburg, aan Jacob Jacobsz Zonnevelt, bakker alhier, een huis en erf hebbende een grote ruimte, mitsgaders een gedeelte van een erf met een barg, schuur en diverse paardenstallingen, waarin tot nu toe over lange jaren in de Valkenburger markt is getapt en uithangende is de Drie Kievitten, belend ten oosten de nazaten van Floris Florisz van Leeuwen, daaraan de Rijndijck, ten zuiden de Heerwech, ten westen de verkopers zelf eensdeels met het huis aan heer baljuw Colius verkocht en voorts daaraan het erf aan Claes Jansz Boon verkocht, ten noorden hetzelfde erf, belast met een rentebrief van 300 gld kapitaal, met alle brieven d.d. 24-4-1629, 23-10-1626, 18-7-1632, 8-5-1648, voor 450 gereed geld, en compareert mede Jacob Jacobsz van Sonnevelt die de gekochte huizinge met erf verkoopt aan Heijndrick Roelofsz van der Does, koornkoper te Leiden 684.
                                                                    4. Cornelis Pietersz BORSBOOM, zie 314.
                                                                  786. (<393) Adryaen van HOUTEN,
                                                                      Op de lidmatenlijst van Haarlem: 30 december 1588 Adriaen van Houtte van Zulte in Vlaanderen, met attestatie van Nieuwkerke.
                                                                      In 1603 wordt door Adryaen van Houten uit Vlaanderen, nu wonende binnen Beverwijk, twee stukken land in de parochie Zulte, groot achttien honderd lands, luttel min of meer, belend ten oosten Cornelis Hoop's stede, ten noorden de stede van de weduwe van Zeger van Houten en de Moertele, ten westen Jan Meyns Maelaerts Hoeck, overgedragen aan Jan van Houten, zoon van comparants overleden zoon Boudewijn van Houten, welk land bij overlijden zonder kinderen van Jan over zal gaan op diens broer Adryaen en vervolgens op hun zuster Susanna van Houten; de overdracht gebeurt in het bijzijn van Cornelis van Houten en Meyken van Houten, comparants zoon en dochter, met hun dank en wil 685.
                                                                  tr. verm.
                                                                  787. (<393) verm. Susanna.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. verm. Boudewijn Adriaensz van HOUTEN, doet op 7 april 1585 in Nootdorp belijdenis, waarna hij uit Nootdorp vertrokken is, tr. N.N.
                                                                    2. verm. Cornelis Adrijaensz van HOUTEN, tr. N.N.
                                                                        In Wijk aan Duin verkoopt in 1616 Michiel Joncker, poorter van Beverwijk, als man en voogd van Maritgen Claesdr, aan Cornelis Aryaentsz van Houten, mede poorter der voorschreven stede, een vierdepart van een stuk hooiland in Wyckerbrouck genaamd Claes Jansz' Rietcamp, groot in 't geheel omtrent 2 morgen, liggende gemeen en ongedeeld met Jacob Claes Claesz die daar 2 vierdeparten in heeft en met Gerrit Barthelmiessen met een vierdepart, belend in 't geheel ten zuiden Maritgen Eevertsdr in Beverwijk, ten noorden de Swaensmeer, ten westen Cornelis Dircsz en Cornelis Fransz, ten oosten Cornelis Mackers Rietcamp, voor 450 gld 686.
                                                                        In 1617 verkoopt te Beverwijk Wouter Cornelis Backer aan Cornelis van Houten een jaarlijkse losrente, met een huis en erf aan de Breestraat als onderpand 687, in 1627 wordt Cornelis van Houte genoemd als oom van Jan Jansz van Neck, zoon van Jan Jansz van Neck 688. In 1635 vertoont Cornelis van Houten een rentebrief van 100 gulden door Jan van Eck den Ouden op 20 mei 1612 verleden t.b.v. Cornelis van Houten, toen Van Eck nog eigenaar was van het erf dat hij daarna verkocht heeft aan Aris Slootemaecker die het betimmerd en doorverkocht heeft aan Jan Barents Dartman 335.
                                                                        Op 16 oktober 1642 verklaart in Beverwijk Aechte Lourens, weduwe van Cornelis Cornelisz Huijsman, ten verzoeke van Gerrit Cornelisz van Houten wonende te Amsterdam, dat zij, Cornelis van Houten, ten huize van haar, deposante, in verleden februari in de rentebrieven, met 2 bundels aan elkaar vastgemaakt, opgezocht hebbende een rentebrief houdende op de jongste zoon van Gerrit van Houten, die heeft gegeven en met verlopen rente tot een gift geschonken heeft aan Gerrit Gerritsz van Houten, jongste kind van zijn zoon. Op 16 december 1642 verklaart Sara Cornelis van Houten ten verzoeke van Gerrit Cornelisz van Houten dat hij borg is gebleven voor zijn vader Cornelis van Houten voor een somme van 200 gld, door zijn vader ontvangen vanwege Lyntie van Houten, dochter van zijn vader, door hem uitgezet ten comptoire te Haarlem, welke rentebrief onder haar, Sara, berustende is, en dat zij altijd bereid is dezelve aan de requirant te restitueren. 689
                                                                        Op 28 januari 1643 wordt een verklaring afgelegd door Abraham van den Ende, 48 jaar, en Simon Huijgens Dreijer, omtrent 27 jaar, ten verzoeke van Cornelis Ariensz timmerman als voogd over de nagelaten kinderen van zal. Abraham van Houten die een zoon was van Cornelis van Houten, en Pieter Jansz als vader en voogd van zijn onmondige kinderen bij Catalina Claes die een dochters dochter was van Cornelis van Houten, hoe dat dezelve Cornelis van Houten sedert een maand voor dato dezes zo veranderd en vervallen is dat zij, getuigen, oordelen dat Cornelis van Houten niet bekwaam is, of enig verstand heeft, tot het maken van een testament. Simon Dreyers verklaart dat Cornelis van Houten met zijn, Simons, kinderen, maar tussen 2 en 3 jaar oud zijnde, dikwijls dagelijks is spelende, trekkende en tergende, zodat de vader zijn kinderen moet stillen. Jan Gerritsz scheepmaker verklaart dat Cornelis van Houten dikwijls alle dagen als een kind te bedde is liggende. 690.
                                                                        Op 14 april 1643 compareren Gerrit Cornelisz van Houten, Sara Cornelis van Houten, de erfgenamen van Susanna Cornelis van Houten, Arien Jansz Schouten als voogd over de nagelaten kinderen van Lijntgien van Houten, genoemde Gerrit Cornelis van Houten en Cornelis Ariensz als voogden over de kinderen van zal. Abraham van Houten 691.
                                                                        Op 7 maart 1671 testeert Sara Cornelis van Houten, waarbij zij alleen legaten in haar testament van 18 maart 1668 bij notaris Jan Cornelisz Poorter [niet aanwezig] intrekt, nl. een eikenkast aan Catalyntje Pieters die een dochter was van Catalyntje Claes die een dochter was van wijlen Susanna Cornelis van Houten haar zuster, 300 gld aan de 5 kinderen van genoemde Catalyntje Claes, 100 gld aan de 2 kinderen van Pieter Claesz Nijs die een zoon was van Susanna van Houten, 50 gld aan de nagelaten zoon van Sara Claes die mede een dochter was van voornoemde Susanna. genaamd Lowys Lowysz, 50 gld aan Aeltje Willems de dochter van wijlen Tryntje Abrams die een dochter was van haar overleden broer Abram van Houten, ten laatste 50 gld aan de nagelaten zoon van Gerrit van Houten die mede haar broer was, welke voorschreven legaten door haar geïnstitueerde tweede erfgenaam genoten zullen worden, met name Leuntjeb Harmens, dochter van haar overleden zuster Catalyntje van Houten, of bij overlijden van Leuntjen Harmens derzelver kinderen en kindskinderen, onverminderd de goederen die zij door het voorschreven testament zullen komen te genieten, zonder enige verandering meer daarin te maken 692.
                                                                    3. verm. Meyken van HOUTEN, zie 393.
                                                                  790. (<395) Maerten de VINCK, geb. ca. 1541, linnenwever, overl. Haarlem ca. 7 febr. 1617,
                                                                      In Haarlem verkopen op 1 maart 1590 de burgemeesters en regeerders van Haarlem aan Maerten de Vinck, linnenwever, een huis met erf in de Gasthuysstraet tussen Henrick Adriaensz, linnenwever, en Jan Michielsz, ook linnenwever, strekkende aan de heining van Jan Languier, tafelhouder van lening, met de last van 300 gld waarvan een jaarlijkse rente de penning 16 die de stad Haarlem daarop heeft, voor 260 gld boven de lasten, te betalen op 3 meien, te weten anno 1590, 1591, 1592 693. Op 16 februari 1591 verkoopt Maerten de Vinck dit aan Maerten Defors Pietersz voor 350 gld, te betalen op 4 eerstkomende meien, 3 keer 100 en 1 keer 50 gld 694.
                                                                      In Haarlem verkoopt in 1593 Maerten de Vinck aan Willem Claesz Brammer een stuk land, groot omtrent ruim 1 hond, gelegen buiten de Cruyspoort, belend ten noorden Maerten zelf wiens heining tot een scheid staat, ten zuiden Adriaen, broer van de voorschreven Willem Claesz die ook belend is ten oosten, ten westen de Cruyswech, zonder enige last daar de 30 st 's jaars op de 2 hond staande door de voorschreven Maerten op de ene hond gesteld wordt die Maerten nog behoudt en Maerten belooft de koper hiervan te vrijen onder verband van de ene hond land en het huis daarop staande, voor 200 gld 695. In latere aktes wordt Maerten de Vinck als eigenaar daar ook wel Maerten de Kender(e) genoemd.
                                                                      Op 20 maart 1598 testeren Maerten de Vinck van Menen en Peryntgen van den Vyve van „Mosele” [=Moorsele] zijn huisvrouw, wonende binnen de vrijheid van Haarlem buiten de Cruyspoort; zij vermaken de lijftocht en het vruchtgebruik van alle goederen aan de langstlevende, het leven van de langstlevende gedurende, en was het dat de langstlevende ten huwelijk veranderde dan komt de helft van hun beider goederen ten profijte van hun kinderen en kindskinderen in plaats van hun overleden vader of moeder 696.
                                                                      Op 13 maart 1610 attesteert Maerten de Vinck wonende binnen Haarlem, oud omtrent 68 jaren, ten verzoeke van Michiel van Oste getrouwd hebbende Maycken de la Faille, dat in 1595 Joos de Vogel bij hem, getuige, is gekomen, zeggende mijn huisvrouws zuster Maycken is zeker geld gegeven om een huisje te kopen omdat zij haar simpele zuster onderhoudt, „weet ghy nyet een huysken te coop". Hij. getuige, zei daarop „jae” en heeft hem ook aanwijzing gedaan van een opstal staande op getuiges grond in de Rompelbeurs alsdan toebehorende Leunis van den Kerckhove 697.
                                                                      In Haarlem verkoopt op 12 april 1618 Barent van Zuydt, man en voogd van Syntgen de Vinck dochter en mede-erfgenaam van Maerten de Vinck, aan Jan Jansz uit Brabant, sleeper, de helft van een huis en erf buiten de Cruyspoort in de Rompelbeurst waarvan Pieter de Goijer getrouwd hebbende Maycken de Vinck de wederhelft toebehoort, belend ten zuiden de Rompelbeurst voorschreven, ten oosten de verkoper, ten westen Pieter de Goijer voorschreven, strekkende in het noorden achter aan St. Barbarengasthuys, grond en landen rondom met eigen heiningen die de koper alleen moet onderhouden, met de last van de pacht van 7½ st waarmee deze en andere erven door het gasthuis uitgegeven zijn, voor 350 gld, te betalen 300 gld gereed en de rest op meien 1619 en 1620 698.
                                                                      In Haarlem verkopen op 1 april 1629 Barent van Zuyt, Pieter Blanckaert en Gillis Bollaert, nomine uxorum, elk voor een vierdepart, mitsgaders Pieter Fecen, Maerten Fecen en Jan van Dam getrouwd hebbende Pietertje Fecen, kinderen van zal. Janneken Martens voor 't laatste vierdepart, erfgenamen van Marten de Vinck, aan Pieter Jansz een huis met erf buiten de Cruyspoorte op de hoek van de Rompelbeurse onder het huis gaande, belend aan de ene zijde de voorschreven Gillis Bollaert met een gemene muur, aan de andere zijde achter strekkende met eigen muren en vrije ozendrop aan het erf van dezelve Bollaert, voor 112 gld contant 699.
                                                                  tr.
                                                                  791. (<395) Peryntgen van den VYVERE, ook bekend als Pierynke de Vync.
                                                                      Op de lidmatenlijst van Haarlem: 24 januari 1595 Pierynken de Vync, de huisvrouw van Maerten de Vync, wonende buiten de Sint Janspoort bij Jan de Zuttere, getuige Jan de Zuttere.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Janneken Maertens de VINCK, tr. Fecke PIETERSZ, moutmaker, overl. vóór 22 sept. 1607.
                                                                          In Haarlem verkoopt op 4 februari 1595 Fecke Pietersz, poorter van Haarlem, aan Henrick van Berckenroede Zybrantsz een huizinge met erf en mouterij op 't Spaerne, tussem Mr Engbert Henricxz aan de ene zijde, Reyer Wesselsz besemmaker, de weduwe van Jan Gerytsz Wildeman, Geryt Jansz snyder, de weduwe van Arys Meynaertsz blockmaker en Jan Jansz stoeldrayer aan de andere zijde, voor 300 gld tegen een jaarlijkse rente 700.
                                                                          In Haarlem bekent op 13 augustus 1599 Jan Symonsz backer schuldig te wezen Fecke Pietersz moultmaecker 120 gld, spruitende uit zake van koop en leverantie van rogge en tarwe, belovende dezelve somme te betalen over een jaar, daaronder speciaal verbindende zijn huis en erf in de Cleyne Houtstraet, tussen Willem Fransz linnewever en Michiel Gerrytsz, achter strekkende aan Oburch Fransz (gecasseerd op 13 februari 1624) 701.
                                                                          In Haarlem bekent op 10 februari 1600 Fecke Pietersz schuldig te wezen Henrick Dircxz Bugge en Cornelis Michielsz, brouwers in de Drye Haringen te Delft, 550 gld, waaraan hij tot zekerheid verbindt zijn huizinge en mouterij op het Spaerne, tussen Mr Engbert Proost en Reyers Wesselsz besemmaecker, achter strekkende aan Willem Joosten van Huysduynen en uitgaande op de Bakenessergraft (geroyeerd op 2 juni 1607) 702.
                                                                          In Haarlem verklaart op 14 december 1600 Quiryn Symonsz Hofflant, brouwer van de Twee Gecroonde Aeckers, hem grotelijken te bevoelen bezwaard door zeker vonnis te zijnen nadele en ten voordele van Fecke Pietersz op 5 december door schepenen dezer stad gewezen, mitswelke hij hem geconstitueerd heeft appellant of reformant aan het Hof van Holland 703.
                                                                          Voor het Hof van Holland is op 14 maart 1601 Quiryn Sijmonsz Hofflant, brouwer te Haarlem, impetrant jegens Feijcke Pietersz aldaar; de zaak is verdaagd tot over 14 dagen. Op 29 mei 1601 is Cornelis Lucq, als procureur van Fecke Pietersz wonende te Haarlem, gedaagde, die dag had om te antwoorden op de eis van Quirijn Symonsz Hofflant, brouwer aldaar, impetrant; de partijen zullen bijvoegen zulke brieven en munimenten als elk van hun beiden believen zal. 704.
                                                                          Tussen 18 en 22 april 1602 zijn Fecke Pietersz en Gerrit Gerritsz cleermaecker namens Gerrit Jansz cleermaecker zijn vader, geburen in Haarlem, geaccordeerd dat Fecke Pieters zal mogen timmeren in en aan de oostmuur van de huizinge van de voorschreven Gerrit Jansz op de Baeckenessergracht, mits dat hij dezelve muur wederom zal repareren 705.
                                                                          In Haarlem constitueert Jacob Lourensz scipper en poorter van Haarlem op 22 september 1607 Trier ad lites contra de erfgenamen van Fecke Pietersz en alle anderen 706.
                                                                          In Haarlem stelt op 2 augustus 1623 Cornelis Diricxz Roo, bakker, zich cautionaris voor Aechte Cornelis, zijn moeder, gearresteerde van de kinderen en erfgenamen van Feck zal. ged., om voor haar 't gewijsde van schepenen dezer stad te voldoen 707.
                                                                      2. Grietgen de VINCK, overl. vóór 18 dec. 1617, tr. Haarlem 28 nov. 1586 (beiden van Menen) Gillis BOLLAERT, kleurwever, die hertr. met Anna CLAYS.
                                                                          Op 18 december 1617 compareert Gillis Bollaert van Menen, coleurwever, wonende buiten de Cruijspoorte, weduwnaar van Grietgen de Vinck, bij wie hij verklaart 4 kinderen geteeld te hebben, met namen Maeycken, oud 23, Abraham 21, Pieter 19 en Perijntgen 17 jaren, allen nog onmondig, aan wie hij bewijst elk 8 guldens eens als moeders erfenis bij mondige jaren of huwelijk; Barent van Zuijt verklaarde als oom vanwege zijn huisvrouw hiermee wel tevreden te zijn 708.
                                                                          Op 4 november 1646 testeert Maeycken Bollaert, weduwe van Johannes Jacobsz Messemaecker, wonende in de Drossenstraet; zij legateert aan Abraham en Pieter Bollaert, haar twee broers, elk 6 gld, aan Peryntgen Bollaerts, haar zuster, haar twee gouden ringen, te weten de „roosgens goude ringh” en de „hoepgen”, item aan Maeycken Jacobsdr, dochter van Jacob Bollaert haar broer, haar beste blauwe rok en haar beste paarse lakense rok, item aan Gillis de Hont, zoon van Lysbeth Bollaerts haar zal. zuster, 6 gld, item aan Maerten Jansz , zoon van Susanneken Bollaerts haar zal. zuster, 6 gld, item aan Ysaeck Jansz Messemaecker, haar overleden mans voorzoon, 50 gld, en aan Sara Jansdr Messemaecker, haar overleden mans voordochter, haar „boratte” rok 709.
                                                                          Op 7 augustus 1625 testeert Maeycken Gillisdr, huisvrouw van Joannes Jacobsz, ziekelijk te bedde, als zij zonder wettige geboorte sterft aan haar vader zijn hereditaire portie, aan Annetgen haar stiefmoeder haar beste rok en huik, aan Perijntgen haar zuster al het zilverwerk tot haar hoofd en lichaam behorende, en nomineert zij tot universele erfgenaam Joannes Jacobsz haar man 710.
                                                                      3. Cynken de VINCK, zie 395.
                                                                      4. Maycken de VINCK, ondertr. 1° Haarlem 25 okt. 1598 (hij van Hulst, zij van Moorsele), tr. ald. 10 nov. 1598 Hans COUSIN, bakker, zn van Laurens COUSIN, ondertr. 2° ald. 26 jan. 1603 (hij weduwnaar van Eeklo, zij van Moorsele, weduwe van Jan Cosyn), tr. Haarlem 9 febr. 1603 Pieter BLANCKAERT, alias Pieter de Goijer, biersleper, overl. tussen 22 juli 1638 en 25 nov. 1639, zn van Bartholomeus BLANCKAERT, wedn. van Catelina KEYSER.
                                                                          Op 28 februari 1617 zijn Mayken de Vinck filia Maertens, geboren van Menen, geassisteerd met Barent van Zuyt haar zwager geboren van Menen, tevoren weduwe van Hans Cousin, nu huisvrouw van Pieter Blanckarts, biersleper en poorter van Haarlem, mede present, ter eenre, en Laurens Cousin, de vader van voorschreven Hans Cousin, zulks grootvader van Peryntgen zijns overleden zoons dochter geprocreëerd bij voornoemde Mayken de Vinck, ter andere zijde, veraccordeerd dat voor vaders bewijs voorschreven Peryntgen zal hebben 4 ponden, en de moeder en haar man Pieter Blanckert zullen het kind onderhouden. Er is verder gezegd alzo Peryntgen van de Vivre, moeder van voorschreven Mayken de Vinck, overleden was bij 't leven van Hans Cousin de vader van Peryntgen, en dat Maerten de Vinck, Maykens vader, die al de goederen van zijn huisvrouw in tocht bezat, tot de dood toe nu omtrent 3 weken geleden, zijn erfenis nagelaten heeft in 4 staken, zo zal Peryntge Cousins, Maykens voordochter, voor haar vaderlijk versterf nog genieten een vierdepart van de staak waarin haar moeder heredeert. 711
                                                                          Op 22 juli 1638 testeren Pieter Blanckaert filius Bartholomeus, poortier van de Raempoorte van Haarlem, en Maeycken Vinck, echteluiden, beiden van hoge ouderdom in tamelijke dispositie, Maeycken Vinck van de Heere bezocht zijnde met blindheid der ogen, revocerende alle andere testamenten, inzonderheid dat van 28 februari 1624 voor notaris Pieter Ruychaver, aan de langstlevende, mits dat bij het overlijden van hem uitgereikt moeten worden alle [zijn] wollen en linnen kleren behorend hebbende Abraham Pietersz zijn zoon, gelijk met het afsterven van haar zullen moeten uitgereikt worden aan het nagelaten kind van Elijsabeth Pieters hun overleden dochter alle linnen en wollen kleren van testatrice, onverminderd hetgeen waarin voornoemde Abraham en Elijsabeth hierna worden geïnstitueers, en na de dood van beide testateurs hebben zij geïnstitueerd de kinderen en descendenten van Pieter Pietersz en Jan Pietersz, voornoemde Abraham Pietersz of zijn descendenten, en het nagelaten kind van Perijntgen Pieters[sic], alleen in de legitieme portie, en als enige universele erfgenaam het kind van voornoemde Elijsabeth Pieters 712.
                                                                          In Haarlem verkopen op 25 november 1639 de diakenen van de „Duytsche Gereformeerde Kerke”, als in bediening hebbende Maeycken Vinck, weduwe van Pieter Blanckert d'Oude, voor de ene helft, en Abraham Pietersz voor hemzelf, mitsgaders Pieter Bollaert als oom en bloedvoogd over Maerten Jansz Blanckert nagelaten onmondige zoon van Jan Pietersz Blanckert, item Dirck Lambertsz Santloper van 't Heyligtgeesthuys als in 't zelve huis hebbende 't jongste kind van de voorschreven Pieter Blanckert, volgens akte dd. 30 april 1637 voor notaris Jacob Schout, en dezelve Dirck Lambertsz Santloper als aangestelde voogd over Jan en Tryntgen Pietersdr Blanckert, nagelaten onmondige kinderen van wijlen Pieter Blanckert de Jonge, tezamen voor de andere helft erfgenamen van voorschreven Pieter Blanckert de Oude, aan Jacob van Heede een huis met erf op de Cruijswech, belend te zuiden Pieter Bollaert, ten noorden de Sacksteege, voor 305 gld boven de last van 100 gld en met een jaarlijkse erfpacht van 7 st 8 penn, te betalen 1/5 gereed verschenen mei 1639, de rest op 4 eerstkomende meien, en aan Willem Willemsz een tuintje met een paardenstal buiten de Cruyspoorte in de Rompelbeurse, belend ten westen de verkopers en Pieter Bollaert, ten oosten Abraham Pietersz, voor 116 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende meien 713.
                                                                          In Haarlem stelt op 13 juli 1600 Jan Cousyn, bakker op 't Spaerne, zich borg voor Jan Patyn gearresteerde van Ros Adriaens, om het gewijsde van schepenen dezer stad voor dezelve te voldoen 714.
                                                                          In Haarlem stelt op 28 januari 1601 Jan Cousyn, bakker van Zwevegem in Vlaanderen, zich borg voor 't namptissement van 30 ponden Vlaams door Gerrit van der Linden volgens appointement van schepenen dezer stad geobtineerd op 25 januari tegen Jacques van der [...?], om dezelve voor Gerrit van der Linden in 't geheel of deel te restitueren indien namaals bij sententie ten principale bevonden mocht worden zulks te behoren 715.
                                                                          In Haarlem wordt op 6 maart 1617 gepasseerd een akte van bewijs van moeders erfenis aan de 3 kinderen van Pieter Blanckert, met namen Pieter, Jan en Abraham, van wie de moeder was Catelina Keysers 716.
                                                                    800. (<400) (>1600, >1601) Sijmon Miesz SCHOTTEN, geb. ca. 1556  717,
                                                                        In 1574 wordt bij verpachting van land voor het jaar 1574 Symen Myes Jonge Schotgen vermeld als borg voor Jan Cornelisz van Egmont op de Hoeve 718.
                                                                        In Egmond-Binnen bekent Symon Miesz Schotten schuldig te zijn aan Loeff van Harlaer, onze schout, 180 gld ter cause van koop van des heren accijns te Egmond op Zee, door de voornoemde Harlaer eerst gepacht om te ontvangen van het jaar 1606, te betalen op 21 februari 1607, zo ver de voorschreven Haerlaers zeven kinderen, als bij namen Geldoff, Annetgen, Floris, Nan, Ariaen, Frederick en Maritgen op die datum nog in leven zijn 719.
                                                                        Op 15 juli 1610 verkoopt Sijmon Miesz Schotten, onze buurman te Egmond op de Hoeve, aan Cornelis van Egmont Aelbertsz een hooibarg met zijn toebehoren en erf op het westeinde van de Caffgen zo 't afgepaald is, belend ten oosten de comparant, ten zuiden Sijmon Pietersz Heeroom, ten westen Ariaen Jansz Coopman, ten noorden de weg naar Egmond op Zee, waaraan de comparant heeft verbonden zijn huis met toebehoren te Egmond op de Hoeve, belend ten noorden en oosten de Wagenwech, ten zuiden Sijmon Pietersz, ten westen voornoemde Cornelis van Egmont met het gekochte west zijnde van 't tuintje met de barg, en nog een croft land te Rinnegum groot omtrent 12000 roeden, belend ten oosten Reyn Huygen, ten zuiden de Laen, ten westen de Wildernis, ten noorden Comen Ghijs Diercksz 720.
                                                                        Op 20 maart 1611 verkoopt Sijmon Miesz Schotten, buurman te Egmond op de Hoeve, aan Gerrit Jansz Bijl, buurman te Egmond op de Hoeve, een croft land te Rinnegum groot omtrent 2 morgen, belend ten oosten Reyn IJsbrantsz, ten zuiden de gemene weg, ten westen de Wildernis, ten noorden Comen Ghijs Diercksz, met als onderpand zijn huis te Egmond op de Hoeve 721.
                                                                        Op 22 mei 1612 is voor het Hof van Holland Reyer Quirijnsz Lanella, poorter te Alkmaar, impetrant jegens Symon Miesz Schotten, wonende te Egmond op de Hoef, te kennen of ontkennen zijn 3 distincte huurcedullen , eerst van 30 gld als rest van een jaar landpacht verschenen Kerstmis 1606, nog 150 gld van een jaar landpacht verschenen de ene helft Allerheiligen en de andere helft Kerstmis 1609, en nog van 2 jaar landpacht tot 155 gld 's jaars verschenen Allerheiligen en Kerstmis 1610 en 1611. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen procureur benoemd. Het Hof condemneert de gedaagde te namptiseren in handen van de impetrant deze landpachten, restituerende wat namaals bevonden wordt zulks te behoren. 722
                                                                        Op 29 oktober 1611 verklaart Fredrick Cornelisz Kinnemans, buurman te Egmond-Binnen, ontvangen te hebben van Sijmon Miesz Schotten, buurman te Egmond op den Hoef, de somme van 50 gld, onder conditie dat indien Sijmon Miesz wettelijk huwelijkt vóór Vastenavond eerstkomende comparant gehouden zal zijn hem 98 gld 10 st te betalen 723.
                                                                        Op 7 juni 1616 heeft Pieter Lourisz Coman, poorter van Alkmaar, ter instantie van Thijs Jansz van Koedijk getuigd dat hij ten tijde Sijmon Miesz Schotten gevangen lag van deszelfs wegen meer dan eens betaling heeft ontvangen, van de zoon van Gerrit Hasen of van de zoon van diens huisvrouw, van de obligatie van de uitkoop van 33 tonnen bier, iedere ton 54 stuiver, door de voorschreven Gerrit Hasen ten behoeve van de voorschreven Sijmon Schotten verleden, waarvoor hij, getuige, quitantie heeft gegeven, en verklaart getuige nog present geweest te zijn in de herberg van de Blinde Werelt op de Nieuwesloot benevens Dirck Heindricxz schout van Warmenhuizen, toen de voornoemde Sijmon Schotten uit de gevangenis was ontslagen, te welken tijde voorschreven Gerrit Hasen en Sijmon Schotten afgerekend hebben van heteen de voorschreven Hasen op de obligatie betaald had, en alsdan bevonden werd dezelve betalingen met de betaling door Cornelis Pietersz Kintge te bedragen 70 gld 4 st, en verklaart getuige verder dat dezelve Hasen bevonden werd ook een som van penningen over de collecte van de huisluiden van Warmenhuizen aan de voorschreven Sijmon Schotten schuldig te zijn en zei dat zijn zoon de collecte had bewaard en nog verscheidene penningen openstonden 724.
                                                                        In Alkmaar verklaart op 1 december 1616 Pieter Adriaensz Graeff, herbergier en kramer in 't Ooch, rechtelijk gedaagd om der waarheid getuigenis te geven ter instantie van Sijmon Meusz Schotten pachter geweest zijne van de bieren en wijnen over de dorpen onder Alkmaar sorterende, ingegaan 1 april 1611, dat hij, getuige, de boeten ter somme van 100 gld, die hij bij akkoord beloofd had te betalen aan de requirant met Adam Hinderduijn c.s. over zekere fraude waarvan hij door de requirant c.s. achterhaald is, voldaan en betaald heeft, te weten Pouwels Cornelisz Halffbergen een koe en de rest met geld ten huize van Adam Hinderduijn 725.
                                                                        Op 2 oktober 1621 verklaart Claes Harcxz, waard in de Eenigenburg, oud omtrent 42 jaar, ten verzoeke van Sijmon Mieusz Schotten wonende op de Hoeve, dat hij, getuige, van de imposters van de bieren achterhaald geweest is van zekere „contraventie” enige jaren geleden, toen Pieter Laedge en Dirck Harcx pachters of medestanders waren, en ter zake vandien met de pacht is verdragen geweest voor over de 100 gld, en dat hij die boete betaald heeft aan Pieter Jansz Laedges 726.
                                                                    tr.
                                                                    801. (<400) (>1602) Jannetgen AELBERTSDR, overl. vóór 29 okt. 1611.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Mieus Sijmonsz SCHOTTEN, zie 400.
                                                                      2. Jan Sijmonsz SCHOTTEN, tr. N.N.
                                                                      3. Maartje SIJMONS, tr. Pieter Jacobsz WALENBURG, zn van Jacob Cornelisz WALENBURG, notaris.
                                                                          In Egmond-Binnen compareren op 8 juni 1672, behalve de erfgenamen van Pieter Sijmonsz Walenburg voor de helft, als erfgenamen van Maartje Sijmons zal., gewezen huisvrouw van Pieter Jacobsz Walenburg, tezamen voor de andere helft, Claas Miesz Scotten en Pieter Sijmons Nieuwpoordt, voor henzelf en voor Jacob Miessen Scotten, mitsgaders als omen en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Aelbert en van Trijntje Miessen, en Jannitje Pieters, moeder en voogdesse van haar kinderen geprocreëerd bij Sijmon Miessen Scotten, geassisteerd met de secretaris haar voogd in dezen, voor 2 elfdeparten, Teunis Pietersz Valk, voor hemzelf en voor Claas Jansz zoon van Jan Sijmonsz Scotten en voor Sijmin Jansz Scotten, en Tunisje Jans weduwe van Ysaack van Scin, geassisteerd met Teunis Pietersz Valk haar voogd in dezen, voor 2 elfdeparten, Jacob Willemsz Speck, zoon van Willem Aarjensz, voor hemzelf en voor Trijn Sijmons, voor 2 elfdeparten, Reijn Pietersz, timmerman, voor hemzelf, Tijmon IJsbrantsz mede voor hemzelf, Floris Cornelisz Welboren, vader en voogd van zijn 3 kinderen geprocreëerd bij Jannitje IJsbrants, en Louris Aarjensz getrouwd met Annitje IJsbrants, voor 2 elfdeparten, Neeltje Jans, huisvrouw van Harmen Willemsz te Dordrecht voor wie zij intervenieert, dochters dochter van Maartje Sijmonsz, geasisteerd met Jan Pontiaansz, wagenmaker, haar voogd in dezen, voor een elfdepart, Cnier Aris, weduwe van Jacob van Egmondt, geassisteerd met de secretaris haar voogd in dezen, voor haarzelf en voor haar broer Sijmon Arisz Scotten, Anna Aris, huisvrouw van Joost Garbrantsz die uit zijn dienst niet kunnende zelf niet compareert, geassisteerd met Louris Aerjensz haar voogd in dezen, voor haarzelf en voor Maartje Aris getrouwd met Reijer Cuijper, en Teunis Pietersz Valk interveniërende voor Alidt Aris weduwe van Claas Jansz, voor een elfdepart, Tomas Sijmensz Bom, voor hemzelf, voor Jan Sijmonsz Bom, voor de kinderen van Claas Sijmonsz Bom, voor Trijn, Lambert en Griet Sijmons, voor het rersterende elfdepart, bij de verkoop van een huis en erf en kroft [van 300 roeden] te Egmond op den Hoef aan Teunis Pietersz Valk, biersteker te Egmond op den Hoef, belend ten oosten Jacob Jacobsz, wever, ten zuiden Mr Cornelis Neeringh en Helena Jans, weduwe, ten westen dezelfde weduwe, ten noorden Pieter Ariensz Valk, belast met 1 gld 8 penn jaarlijkse erfpacht, voor ƒ 450 (afgelost op 27 juni 1674) 727.
                                                                      4. Maartje SIJMONS, tr. N.N.
                                                                      5. Trijn Sijmons SCHOTTEN, tr. Willem Aerjensz SPECK, overl. vóór 1672.
                                                                      6. N.N. Sijmons SCHOTTEN, tr. Symon BOM.
                                                                      7. Arij Sijmonsz SCHOTTEN, tr. N.N.
                                                                          Op 4.6.1685 (hist. kad. Binnen-Egmonden Q fo. 122vo) is er transport van huis en erf te Egmond-Binnen door Sijmon Arisz Schotten, Maartje Aris en Alidt Arisdr en Cornelis Gerritsz metselaar te Alkmaar, getr. met Maartje Jansdr, dochter van Anna Arisdr, samen erfgenaam van hun overleden zuster Cnier Arisdr, wed. Jacob Jansz van Egmond, aan Jacob Willemsz Biersteker, oud schepen; prijs 100 gld.
                                                                      8. Anna Sijmons SCHOTTEN, overl. vóór 10 juni 1672, tr. 1° IJsbrant TYMONSZ, te Egmond a/d Hoef, tr. 2° Pieter REIJNEN, overl. vóór 1664.
                                                                          Op 10 juni 1672 vindt er scheiding plaats van de nagelaten boedel van wijlen Annitje Symonsdr door Louris Aerjensz getrouwd met Annetje IJsbrantsdr, Floris Cornelisz Welboren als voogd en vader van zijn kinderen bij Jannetje IJsbrantsdr, en Tijmon IJsbrantsz ter ene zijde, als kinderen van IJsbrant Tijmonsz en Annitje Sijmonsdr, en Reyn Pietersz, zoon van Annitje Sijmonsdr bij Pieter Jonge Reynen, ter andere zijde.
                                                                    820. (<410) Jan Symonsz (van HUYSWAERT), schepen van Koedijk in 1548, ouderling 728 te Alkmaar, overl. ald. 24 dec. 1588, begr. ald. 27 dec. 1588 (ƒ 8),
                                                                        Bij verpachting van vroonlanden in 1548 is Jan Symonsz van Huyswaert twee keer borg voor Gerbrant Pietersz en is Jan Symonsz van Huyswaert, nu schepen van Koedijk, borg voor Reyer Aertsz van Huyswaert 729.
                                                                        In Alkmaar verkoopt in 1588 Robbert Jansz Laeckencooper, wonende nutertijd te Edam, aan Jan Symonsz van Huijswaert, poorter dezer stede, een huis en erf aan de Westzijde van de Houtilstraet, strekkende tot de Achtergracht, belend ten zuiden Jan Claesz Wormer, bakker, ten noorden Im Jansdr, belast met 12 gld 10 st 's jaars te lossen met 200 gld en de beterschap, voor 750 gld, te betalen op 6 meidagen als mei 88, 89, 90, 91, 92 en 93, en stelt Jacob Jacobsz Kistemaecker zich tot waarnis en generale waarborg met zijn huis aan de Oostzijde van de Houtilstraet 730.
                                                                    tr.
                                                                    821. (<410) Aeltgen THIJMANSDR, begr. Alkmaar 24 aug. 1620 (4 gld),
                                                                        Op 4 oktober 1591 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen David Jansz, passementwerker, en Aeltgen Thymansdr, weduwe van Jan Symonsz van Huyswaert, geassisteerd met Aerian Haercxz van over de Geest, haar voogd. David Jansz noch zijn erfgenamen zullen profiteren van de goeden door haar aangebracht noch van de goeden haar staande huwelijk aanstervende. Indien een van hen overlijdt achterlatende kinderen in dit huwelijk geprocreëerd zullen die kinderen alleen succederen in de goeden door de eerstaflijvige tot dit huwelijk aangebracht 731.
                                                                        Op 23 februari 1592 bekent in Alkmaar Aeltgen Thymansdr, weduwe van Jan Symonsz van Huyswaert, poorteresse dezer stede, met consent van Davidt Jans haar man, schuldig te wezen Cornelis, Symon, Anna, Sara en Thyman, haar 5 kinderen geprocreëerd bij voorschreven Jan Symonsz haar overleden man, 2000 gld, te betalen elk kind zijn portie als zij huwelijken of van haar gaan, de ene helft gereed, de andere helft in 2 jaren daaranvolgende, elk jaar 100 gld. Voorts belooft zij de voorschreven kinderen te onderhouden naar haar staat. Zij stelt tot onderpand haar huis en erf aan de Westzijde van de Houtilstraet, belend ten zuiden Jan Claes „misschuytbacker”, ten noorden Jannitgen Voshol. 732
                                                                        Op 17 november 1617 geeft Aeltgen Thijmansdr, weduwe van Jan Sijmonsz, poorterse van Alkmaar, machtiging aan Sijmon Jansz, schoenmaker, wonende in de Wijk, haar zoon, Cornelis Pietersz Schoon, bakker, poorter van Alkmaar, haar schoonzoon, en Sacharias Eggerlingh, mede haart schoonzoon, wonende te Amsterdam, om uit haar naam te vorderen staat en inventaris bij ede verstrekt van Ermtgen Alberts, weduwe van Thijman Jansz comparantes overleden zoon, van de goederen door haar voornoemde zoon met de dood ontruimd en voorts met haar zoons nagelaten weduwe te accorderen tot schifting, scheiding en deling 733.
                                                                        Op 6 juli 1618 testeert Aeltgen Thymansdr, weduwe van Davidt Jansz, poorteresse van Alkmaar. Aan Saertgen Jans haar dochter de legitieme portie en aan diens kinderen 't verdere van het derdepart dat haar anders zou competeren, aan Sijmon Jansz haar zoon, of bij vooraflijvigheid zijn kinderen, een derdepart, mitsgaders aan Jannetgen Sacharias, nagelaten dochter van wijlen Anna Jans haar overleden dochter, op haar moeders plaats, mede een derdepart. En om alle kwesties, geschillen en misverstanden te voorkomen die na haar aflijvigheid bij de deling zouden mogen ontstaan, heeft zij, testatrice, bij haar leven de deling zelf gemaakt, als volgt. Aan Symon Jansz of zijn kinderen haar gedeelte in een stuk weiland genaamd Bruckslootsweijt gelegen in de banne van Koedijk. Aan Jannetgen Sachariusdr haar huis en erf waarin zij tegenwoordig woont binnen deze stad aan de Westzijde van de Houtilstraet, belend ten zuiden Juriaen Harmansz Backer, ten noorden Immetgen Voshol, met de 3 kamers met de erven waar zij op staan, gelegen en uitkomende in de Achterstraet, mitsgaders al haar ongedisponeerde nagelaten goederen, behoudelijk dat de voornoemde Saertgen Jansdr haar legitieme portie en het gedeelte van haar kinderen uit de goederen de voornoemde Jannetgen Sachariasdr toebedeeld genieten zullen. De voornoemde Saertgen zal haar leven lang het vruchtgebruik van de goederen komende aan haar kinderen hebben, zonder dat dezelve vruchten voor de schulden gemaakt door haar man Cornelis Pietersz Schoon in enigerlei manieren aangesproken zullen mogen worden. Gepasseerd ten huize van de testatrice. 734
                                                                        In Alkmaar testeert op 13 mei 1620 Aeltgen Thymansdr, laatst weduwe van David Jansz, wonende binnen dezer stede, door haar grote ouderdom in haar gezicht geslagen, waarbij zij haar testament gemaakt bij Huijbert Jacobsz van der Lijn dd. 6 juli 1618 en dat bij Jan Garbrantsz van Dijck dd. 30 augustus 1618 revoceert, en nu institueert tot haar enige erfgenamen Sijmon Jansz haar zoon en Saertgen Jansdr haar dochter, eventueel hun descendenten bij representatie, mitsgaders het nagelaten kind van zal. Anna Jans haar overleden dochter op de plaats van haar moeder, maar ingeval het kind aflijvig wordt zonder descendenten na te laten zullen de goederen die het kind zal mogen erven geheel succederen aan de zijde en bloede van haar, testatrice; gedaan ten huize van Cornelis Pietersz Schoon, bakker, haar zwager, staande op Dronckenoort (er waren 6 notarisgetuigen) 735.
                                                                        Op 18 juni 1620 verklaren in Alkmaar Aeltgen Thymansdr, laatst weduwe van Davidt Jans, wonende hier ter stede, ter eenre, en Cornelis Pietersz Schoon, poorter dezer stede, haar zwager [=schoonzoon], ter andere zijde, geaccordeerd te zijn dat Aeltgen Thymansdr door de voorschreven Cornelis Pietersz Shoon zal worden onderhouden en gealimenteerd van mei laatstleden af tot haar overlijden toe, of zolang als het haar zal goed dunken, des zal de voorschreven Schoon daarvoor jaarlijks genieten de huur van haar huis en erf aan de Westzijde van de Houtilstraet, item de jaarlijkse renten die te ontvangen staan van Aerian Harcxz ter somme van 8 gld 15 st, en nog 6 gld 's jaars uit de huren van 't land dat door Jan Philpsz te Sint Pancras gebruikt wordt, mitsgaders daarenboven de inboedel en huisraad die zij nalaten zal, mits dat de voorschreven Schoon middelertijd 't voorschreven huis zal onderhouden te zijnen laste („gepass. ten huyse myns nots”). In de marge: 't contract is nochtans verleden ten huize van Cornelis Pietersz Schoon, welke correctie met heren schepenen is gedaan nadat Sijmon Jans daarop was gehoord op 12 december 1620. 736
                                                                        Op 28 juni 1620 geeft Aeltgen Thijmansdr, weduwe van David Jansz, wonende te Alkmaar, (doorgehaald: geassisteerd met Simon Claesz Hoogerweijde [Inctpottebacker?] poorter van Alkmaar) volmacht aan Cornelis Pietersz Schoon, bakker, haar schoonzoon, vermits haar hoge ouderdom te beuren alzulke huren en renten als zij jaarlijks te ontvangen heeft van haar huurders of bruikers en debiteuren 737.
                                                                        Op 7 september 1620 verklaren in Beverwijk naburen ten verzoeke van Symon Jansz, schoenmaker, dat deze zijn moeder Aeltgen Thymonsdr in het afgelopen halfjaar bij hem in de kost goed onderhouden heeft, en dat zij daarover Aeltgen Thymonsdr nooit hebben horen klagen 738.
                                                                        Alzo er tussen Cornelis Pietersz Schoon, als getrouwd hebbende Saertgen Jansdr, ter eenre, en Sijmon Jans, schoenmaker wonende in de Beverwijk voor hemzelf en Jannitgen Sacharias 't kind van zal. Sacharias Eggertyn geprocreëerd bij zal. Anna Jans, voor Mr Jacob Coren weesmeester en Jan Ghysbertsz Paen schepen geschillen waren ontstaan nopende de boedel en goederen van wijlen Aeltgen Tymons, hun moeder en schoonmoeder, worden partijen op 31 augustus 1622 geordonneerd te compareren voor Mr Clement Boon en Adriaen Coren mitsgaders Jacob Heyndricx Voshol en Abraham van der Veer, als goede mannen, om dezelve te horen en partijen te accorderen 739.
                                                                        Op 8 juni 1633 verklaren Jan Danielsz Wolffraet wonende te Amsterdam, ter eenre, en Symon Jansz schoenmaecker wonende in de Beverwijk mitsgaders Conelis Pietersz Schoon, poorter der stede Alkmaar, als fideï-commissaire erfgenamen van Jannetgen Sachariasdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Jan Danielsz, ter andere zijde, veraccordeerd te zijn nopende de deling van haar goederen; Jan Danielsz doet afstand van de penningen berustende in de weeskamer en nog van 100 gld van de 120 gld door hem uit de weeskamer gelicht, mitsgaders van de kleren, ringen en juwelen ten lijve van de voorschreven Jannetgen behoord hebbende, met ook het huisraad en de inboedel, des zullen de voorschreven fideï-commissaire erfgenamen gehouden wezen de voorschreven Jan Danielsz te bevrijden en ontlasten van alle schulden als voornoemde Jannetgen staande huwelijk gemaakt mag hebben 740.
                                                                        Op 18 maart 1634 heeft Symon Jansz, schoenmaker uit de Wijk, zijn gerechtigheid in graf B6, aan de noordzijde van het koor in de Grote Kerk te Alkmaar toekomende Aeltgen Thymans en haar kinderen, afgestaan aan Sara Jans zijn zuster 741.
                                                                    tr. 2° Alkmaar 20 okt. 1591 David JANSZ, passementwerkersgezel (bij huwelijk), passementwerker, begr. ald. 2 dec. 1609 (4 gld).
                                                                           Uit het eerste huwelijk:
                                                                      1. Cornelis JANSZ.
                                                                      2. Sijmon JANSZ, geb. ca. 1576, zie 410.
                                                                      3. Anna JANS, ondertr. Alkmaar 1601 (zij nagelaten dochter van Jan Simonsz, wonende in de Beverwijk) Sacharias EGGERDINGH, goudsmidsgezel (bij ondertrouw).
                                                                          In Alkmaar verklaren op 9 maart 1623 Sijmon Jansz schoenmaker, poorter in de Beverwijk, en Cornelis Pietersz Schoon, bakker, oom nomine uxoris van Jannitgen Sachariasdr, en Sijmon Claes „intpodtmaker” als voogd van dezelve Jannitgen Sacharias, beiden poorter dezer stede, veraccordeerd te zijn dat Sijmon Jansz in koop zal hebben een vijfdepart van een stuk land genaamd Brugslootsweijdt in de banne van Koedijk benoorden Huiswaard, voor 375 gld, te betalen een vierdepart 1 oktober eerstkomende en de resterende 3 vierdeparten daaraanvolgende jaren, voorts is geconditineerd dat bij aflijvigheid van de voorschreven Jannitgen Sachariasdr zonder descendenten na te laten de goederen alsdan nog in wezen zijnde zullen komen aan de zijde van de moeder van de voorschreven Jannitgen vanwaar dezelve goederen gekomen zijn, en is verder geaccordeerd dat dezelve Cornelis Pietersz Schoon in koop zal hebben een derdepart van een huis en erf met de camer daarachter aan de Westijde van de Houtilstraet, strekkende tot aan de Achterstraet, belend ten zuiden Jeurian Hermansz Capiteijn, ten noorden Jacob van Vossehol, voor 353 gld 10 st, te betalen op 9 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen telkens een negendepart, met gelijke conditiën als 't voorschreven land aan Sijmon Jansz is verkocht, alles met tussenspreken van de getuigen Jan Willemsz, deurwaarder, en Abraham Cornelisz Croon, schoenmaker 742.
                                                                          In de weeskamer van Alkmaar, voor Jannetge 't kind van Sacharias Eggertijn geprocreëerd bij Anna Jansdr zijn huisvrouw, beiden overleden, brengen op 27 maart 1625 Sijmen Jansz, schoenmaker in de Beverwijk, oom, en Cornelis Pietersz Schoon, bakker, nomine uxoris mede oom, beiden van moederszijde, de navolgende goederen in over de erfenis van de bestemoeder van 't kind, alzo door de voornoemde ouders geen goederen nagelaten zijn, welke voorschreven goederen zijn subject restitutie volgens het testament van de bestemoeder: (1) een custingbrief op Symen Jansz voornoemd van ƒ 375 (afgelost op 4 juni 1625), de penningen berustende onder Cornelis Pietersz Schoon die interest zal betalen), (2) een custingbrief op Cornelis Pietersz Schoon van ƒ 228-12-8 (afgelost op 16 maart 1633), (3) idem van 117 gld. Op 30 mei 1633 heeft Jan Danielsz Wolffraet als getrouwd hebbende Jannitge Sachariasdr, ter presentie van de voornoemde Sijmen Jansz en Cornelis Pietersz Schoon, zijn bovengenoemde goederen uit de weeskamer gelicht. 743
                                                                      4. Sara 'Saertgen' JANS, begr. Alkmaar 16 jan. 1662 (Grote Kerk, graf N.G. nr 304, 6 gld), ondertr. ald. 28 nov. 1604 (zij: Sara Cornelisdr [moet zijn: Jansdr] wonende in de Houtilstraet) Cornelis Pietersz SCHOON, geb. ca. 1583  744, bakkersgezel (bij huwelijk), bakker, deken van het bakkersgilde 745 ald. in 1630, zn van Pieter Cornelisz SCHOON, kramer.
                                                                          Op 6 november 1643 compareert in de weeskamer van Alkmaar Saertge Jans, weduwe van Cornelis Pietersz Schoon, geassisteerd met Jan Jansz Rolbergen om voor haar te compareren voor de bewindhebbers van de Oostindische Compagnie ter kamer van Enkhuizen, om te mogen ontvangen de onbetaalde maandgelden als haar zoon Jan Cornelisz Schoon, in Oostindië overleden, nagelaten mocht hebben. Door de bewindhebbers is bericht dat voorschreven Jan Schoon nog had nagelaten een dochter die erfgenaam van haar vader is en daarom autorisatie van de weesmeesters nodig is. Uit de aanwijzingen van Saertge en Jan Jans Rolbergen bleek dat Jan Schoon meer schuld dan geld achtergelaten had. Mede gezien de obligatie ten behoeve van zijn moeder van 1200 gld is goed gevonden vanwege 't voorschreven kind de boedel van haar vader Jan Cornelisz Schoon te laten voor zulks als die is. 746
                                                                          Op 17 november 1643 geeft Saertgen Jans, weduwe van Cornelis Pietersz Schoon, poorteresse van Alkmaar, geassisteerd met Jan Jansz Rolberch, volmacht aan Hieronimus Vogelius, predikant te Enkhuizen, om te ontvangen van de bewindhebbers van de Oostindische Compagnie te Enkhuizen alle maandgelden als wijlen Jan Cornelisz Schoon, haar zoon, tegoed heeft en verdiend heeft op het schip Nieu Enchuijsen 747.
                                                                          Op 10 december 1643 prelegateert Saertgen Jans, weduwe van Cornelis Pietersz Schoon bakker, poorteresse van Alkmaar, aan Aeltgen Jans, nagelaten dochter van Jan Cornelisz Schoon haar overleden zoon, een bed, een peluw, met kussens, dekens, lakens, slopen en anders, en aan Pieter Cornelisz Schoon, haar zoon, 600 gld die haar andere kinderen ten huwelijk gehad hebben 748.
                                                                          In Alkmaar verkoopt in 1645 Saertje Jans, nagelaten weduwe van Cornelis Pietersz Schoon, geassisteerd met Jan Jansz Rolbergen, lakenkoper, aan Godefridius Snellius, apothecaris dezer stede, een tuin buiten de Nijenlanderpoort, belend ten oosten Jan Cornelisz Hensbroeck, ten westen Frederick Cornelisz, ten noorden de Lijnbaan, ten zuiden de gemene sloot, met de oude kwijtschelding door haar man verkregen op 8 mei 1638, voor 510 gld, te betalen in 3 termijnen 749.
                                                                          In Alkmaar verkopen in 1646 Saertje Jansdr, weduwe van Cornelis Pietersz Schoon, geassisteerd met Jan Jansz Rolbergen, lakenkoper, en Pieter Cornelisz Schoon, apothecaris, haar zoon, als haar voogden in dezen, allen wonende te Alkmaar, aan Sijmon Sijmonsz Backer, mede wonende te Alkmaar, haar zwager [=schoonzoon], een huis en erf aan de Noordzijde van 't Dronckenoort, belend ten westen Cornelis Pietersz Clock, ten oosten Jacob Pietersz de Jongh, visafslager, met conditie dat de pannen van de bakkerij zullen mogen blijven overhangende over 't erf van voornoemde Cornelis Pietersz Clock, belast met 1000 gld, voor 2800 gld, welke de koper zal mogen houden op interest tegen de penning 20, met de oude kwijtschelding door haar zal. man verkregen op 28 april 1605 750.
                                                                          Op 25 januari 1662 verklaren Symon Symonsz [„Backer” doorgehaald en vervangen dor „Winckel”], getrouwd hebbende Neeltie Cornelis, Pieter Cornelisz Schoon, en Aeltje Jans, nagelaten dochter van Jan Cornelisz Schoon, geassisteerd met Jan Jansz Rolbergen als haar voogd in dezen, kinderen en kindskind van Corelis Pietersz Schoon en Zaertie Jansdr, met elkaar in minne en vriendschap gedeeld te hebben de goederen door de voornoemde Zaertie Jansdr met de dood ontruimd en achtergelaten. De boedel is bevonden te bestaan in een custingbrief van 2800 gld ten laste van Symon Symonsz Winckel voornoemd, gehypothekeerd op het huis waar hij in woont, en een schuldbrief ten laste van Jan Cornelisz Schoon voornoemd, mitsgaders inboedel en huisraad onder henluiden verdeeld. De voorzegde brieven, makende een somme van 4000 gld waarvan afgetrokken 100 gld doodschuld overschietende voor elk 1300 gld, waarvoor Pieter bekent 1300 gld ontvangen te hebben en Aeltie Jans haar deel bestaande uit 100 gld, van Symon Symonsz Winckel. 751
                                                                          Op 4 maart 1624 testeren Cornelis Pietersz Schoon, bakker, en Saertje Jans, echteluiden, zij krank liggende, aan de langstlevende, en aan de kinderen de legitieme blote portie 752.
                                                                          In Alkmaar verkoopt in 1605 Pauwelsz Jansz, bakker, aan Cornelis Pietersz Schoon, mede bakker, een huis en erf aan de Noordzijde van Dronckenoort, belend ten oosten de weduwe van Claes Simonsz Wervel, ten westen de erfgenamen van Claes Pietersz schipper mitsgaders Sibrant Pietersz schipper op Enkhuizen, belast met 9 gld 7½ st losrente, losbaar met 150 gld, met gereedschap behorende tot de bakkerij met 40 zakken en 4 geschilderde borden in lijsten, mits de verkoper de nering van bakken hiet ter stede niet zal doen binnen 12 jaar, voor 1400 gld, te betalen 300 gld gereed, telkens 200 gld t.e.m. 1610, en mei 1611 100 gld 753.
                                                                          In Alkmaar verkoopt in 1621 Cornelis Pietersz Schoon aan Griet Jans, nagelaten dochter van Jan Cornelisz Huygen, een jaarlijkse losrente van 30 gld, losbaar met 500 gld, waaraan hij verbindt zijn huis aan de Noordzijde van 't Dronckenoort, belend ten westen Eelken Saskers, ten oosten Symon Claes Hogeweyde, en nog 2 derdeparten van 3 camers achter zijn huizinge aan de Westzijde van de Houtilstraet, belend ten zuiden Jeuriaen Harmensz, ten noorden Jacob Heyndricksz Vossenhol 754.
                                                                          In Alkmaar verkoopt in 1625 Sijmon Claesz Inctpotmaker, poorter dezer stede, als voogd van Jannetgen Sacharias, aan Cornelis Pietersz Schoon bakker, een derdepart van een huis en erf met de camers daar achteraan, aan de Westzijde van de Houtilstraet, strekkende tot aan de Achterstraet toe, belend ten zuiden Juriaen Harmensz Capiteyn, ten noorden Jacob van Vossenhol, voor een custingbrief van 353 gld 10 st (betaald 24 mei 1636), en verkoopt in 1632 Cornelis Pietersz Schoon aan Ghysbert Jansz Vleijshouwer een huis en erf aan de Westzijde an de Houtilstraet, belend ten zuiden Dirck Willemsz caescooper, ten noorden Heyndrick Jacobsz Vossenhol, ten westen Niclaes Rietvelt, oud-schepen dezer stede, met een halve steeg strekkende tot de Achterstraet toe waarvan de voornoemde Rietvelt de wederhelft toebehoort, voor 1200 gld, te betalen op 10 meidagen, 1632 de eerste, met de kwijtschelding verkregen door de vader Jan Simonsz van zijn huisvrouw op 14 mei 1588 755.
                                                                          In Alkmaar verruilt 10 augustus 1633 Cornelis Pietersz Schoon, bakker, poorter alhier, met Claes Cornelisz Cassawercker een huis en erf, nl. een huis op Dronckenoort voor een huis aan de Westzijde van de Sint Jacobstraet, en verkoopt op 17 mei 1634 Cornelis Pietersz Schoon aan Cornelis Dircxz van Oosthorn een huis en erf aan de Westzijde van de Sint Jacobstraet, belend ten zuiden Guilliame Biesman, ten noorden Jan Blaer 756.
                                                                          In Alkmaar verkoopt in 1635 Cornelis Pietersz Schoon, bakker, aan Mr Willem van der Meer, schoolmeester, poorter, een tuin buiten de Nieuwelanderpoort, belend ten westen Barent Jacobsz van der Nieuburch, ten oosten Pieter Gerritsz in de Sleutel, ten noorden de weg gaande naar Overdie, ten zuiden Jan Heyndricksz Pelt, voor 599 gld 17 st, te betalen 1/12 mei 1635 en telkens 1/12, met de oude kwijtschelding van 5 december 1633 757.
                                                                          In Alkmaar bekent op 10 december 1640 Jan Cornelisz Schoon, gewezen bakker binnen dezer stede, schuldig te wezen Cornelis Pietersz Schoon zijn vader de door de vader verstrekte penningen aan verscheidene crediteuren, en alzo comparant, hebbende 2 kinderen bij zijn overleden huisvrouw, van mening is een voyagie naar Oost-Indië te doen, heeft hij de voornoemde vader geassigneerd 3 maanden gage om zijn vader 't onderhoud van de voornoemde kinderen ietwat te helpen dragen, en bekent hij op 15 december aan zijn vader 1200 gld schuldig te wezen 758.
                                                                      5. Thijman JANSZ, tr. Ermtgen ALBERTS.
                                                                      6. (kind) JANS, begr. Alkmaar 4 maart 1591 (ƒ 2).
                                                                    822. (<411) Lambert Willemsz DECKER,
                                                                        In Beverwijk verkoopt op 20 mei 1611 Lambert Willemsz Decker, poorter van Beverwijk, aan Dirck Johans van Walt...[?] zoon een huis en erf in de Peperstraet, strekkende tot achter Gerrit de Cuijper, belend ten zuiden Geert Jansdr, ten noorden Egbert Jansz 759.
                                                                    tr.
                                                                        In Beverwijk testeren op 18 januari 1611 Lambert Willemsz Decker en Heyltgen Claesdr zijn huisvrouw, beide poorters dezer stede, Heyltgen ziekelijk op 't bed liggende, op de langstlevende, zonder aan iemand van hun kinderen enige inventaris over te leveren of enige rekening te doen, en zal de langstlevende van hen beiden de boedel vermogen te verteren, verkopen, verzetten of te veralieneren, alles naar zijn of haar believen, maar als de voorschreven Lambert Willems wederom mocht komen te trouwen zal die in zulk geval gehouden wezen bewijs aan zijn kinderen te doen van de helft van alle goederen die hij alsdan bezitten zal 760.
                                                                    823. (<411) Heijltgen CLAESDR.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Aecht LAMBERTS, zie 411.
                                                                      2. Willem Lambertsz DECKER.
                                                                          In Beverwijk verkoopt in 1599 Geert Jansdr met Maerten Claesz haar zoon en bestorven voogd aan Willem Lambertsz Decker, poorter van Beverwijk, het achterste eind van het huis van Geert voornoemd in de Breestraet, strekkende tot achter aan Egbert Jansz zijn tuin, belend ten zuiden Engeltgen Baertsdr, ten noorden de Peperstraet 761.
                                                                          In Beverwijk is in 1603 Willem Lambertsz Decker belend in de Peperstraet en nabij de Heerewech 762.
                                                                      3. David LAMBERTSZ, tr. 1° Cornelisgen JANSDR, tr. 2° Beverwijk 24 sept. 1623 Trijn PIETERS, dr van Pieter GERRITSZ en Marritgen CORNELISDR.
                                                                          In Beverwijk bekent in 1615 David Lambertsz ontvangen te hebben van de leproosmeesters 50 gld vanwege Louris Reyntgens, leproos in 't leprooshuis, met als onderpand zijn huis en erf aan de Achterwech, belend ten zuidwesten Niquet, ten noordoosten Gerrit Jansz 763.
                                                                          In Beverwijk hebben op 22 september 1623 Davidt Lambertsz, ter eenre, en Auwel Jansz als bloedvoogd en Symon Jansz Schoenmaecker als geordonneerde voogd, ter andere zijde, bewijs gedaan van moederserfenis van zijn dochter genaamd Heijltgen Davidtsdr, geprocreëerd bij Cornelisgen Jansz zijn overleden huisvrouw (volgt een lijst); op 3 juli 1652 heeft Symon Claesz Neef[?], in huwelijk hebbende Heijltje Davidts, alles ontvangen vanwege zijn huisvrouw 764.
                                                                          In Beverwijk verklaren in 1637 David Lambertsz en Tryn Pietersdr, echte man en vrouw, ter eenre, en Simon Claesz als man en voogd van Heyltgien Davidsdr, geassisteerd met Simon Jansz, oom van Heyltgien, dat zij gehoord hebben het testament tussen David Lambertsz en Tryn Pietersz, waarin o.a. staat dat Heyltgien boven haar huwelijksgoed de kleren en andere goederen van haar overleden moeder zal mogen aanvaarden 765.
                                                                          In Beverwijk is in 1652 bij de verkoop van een huis en erf in de Coningstraet na het overlijden van Trijn Pieters, voor de helft erfgenaam Sijmon Claesz Nelen als getrouwd zijnde met Heyltgen Davids, en voor de andere helft haar broers en zusters of hun kinderen, namelijk Cornelis Pietersz wonende in de Schermer, IJsbrant Pietersz als getrouwd met Hillegont Pieters, de kinderen van wijlen Gerrit Pietersz, de kinderen van Aechte Pieters bij Aeryaen [Aelbertsz], en de kinderen van Guerte Pieters bij Claes [Pietersz] in haar leven wonende te Limmen 766.
                                                                      4. Maryken LAMBERTSDR, tr. Lucas CORNELISZ.
                                                                      5. Trijn LAMBERTSDR, tr. Gerrit HERMANSZ, droogscheerder, overl. tussen 2 maart 1632 en 20 april 1633.
                                                                          In Beverwijk verkopen in 1633 Trijn Lambertsdr, weduwe van Gerrit Harmensz Droogscheerder, geassisteerd met Evert Harmensz Claver, mitsgaders Simon Jans Schoenmaecker, oom en bloedvoogd van de nagelaten onmondige kinderen van voorschreven Gerrit Harmensz, aan Sr Pieter de Schilder en Sr Jan Marees, beiden wonende te Amsterdam, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot de Achterwech, belend ten zuiden voor Beatris Arentsdr weduwe van Harmen Jansz Slootemaecker, en achter Cornelis Willemsz, ten noorden voor Sr Philps Biscop kerckmeester, achter Dirck Brugman, voor 1200 gld 767.
                                                                          In Beverwijk bekent in 1636 Tryn Lambertsdr, weduwe van Gerrit Harmensz in zijn leven droogscheerder alhier, geassisteerd met Simon Jans, oud-weesmeester, schuldig te zijn aan Henrick Oldrichsz, makelaar te Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 6 gld 768.
                                                                          In Beverwijk verkoopt en is schuldig in 1631 Gerrit Harmensz droochscheerder aan Marten Harmensz schilder te Alkmaar een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, aflosbaar net 200 gld, met Simon Jansz oud-ziekenmeester als borg, en verkoopt in 1632 Neel Dircksdr, weduwe van Wouter Lambertsz, geassisteerd met Lambert Wouters haar zoon, aan Gerrit Harmensz droogscheerder een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot de Achterwech, belend ten zuiden voor Beatris Arentsdr weduwe van Harmen Jansz en achter Cornelis Willemsz, ten noorden voor Sr Philips Biscop en achter Sr Dirck Brugman, voor een custingbrief van 1100 gld, waarna de koper aan Heijndrick Vredericksz, makelaar te Amsterdam, een losrente van 25 gld 's jaars schuldig is (afgelost op 4 mei 1633) 769.
                                                                    824. (<412) (>1648, >1649) Lambert WILLEMSZ, schepen 770 van Heemskerk, is een van de taxateurs van de 100e penning van 1570, overl. ca. 1605,
                                                                        In Heemskerk verkoopt in 1557 Jacob Gysbertsz, poorter van Haarlem, aan Lambert Willemsz, buurman te Heemskerk, 3 geerzen paardeland, belend ten noorden, westen en oosten de comparant, ten zuiden de Memorie van Haarlem 771.
                                                                        In Heemskerk verkoopt in 1587 Louris Aelbert Doeven aan Lambert Willemsz een stuk land genaamd de Molenaerscamp 772.
                                                                        Voor het haardstedengeld van Heemskerk wordt in 1604 Lambert Willemsz vermeld met 2 schoorstenen en in 1606 de weduwe van Lambert Willemsz met 2 schoorstenen 386.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Cornelia LAMBERTSDR, tr. Jan Claesz KOETKEN, zn van Claes KOETKEN, burgemeester van Hasselt, en Elisabeth CLAES.
                                                                          Op 30 maart 1579 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Jan Claesz Koetken van Hasselt en Cornelia Lambrechtsdr, hij vergezelschapt met Claes Koetken, burgemeester van Hasselt, en Elisabeth Claes, zijn vader en moeder, zij uit Beverwijk, tegenwoordig binnen Haarlem wonende, geassisteerd met Cornelis Lambrechtsz haar broer en Adriaen Dircxz haar oom. Zij brengt in een stuk land in Uitgeest van omtrent 5 morgen, genaamd 't Duveland, een stuk land in Heemskerk van omtrent 3 morgen, nog een stuk land in Heemskerk van omtrent 1 morgen omtrent het vorige stuk gelegen, nog een losrente van 18 gld losbaar met 100 gld sprekende op Gerryt Claesz en Cornelis Bruynsz te Uitgeest, nog de helft van 15 gld waarvan haar zwager Heynrick Cornelisz de wederhelft competeert sprekende op ene Dirick Pouwelsz te Krommeniedijk. 773
                                                                          Op 15 april 1585 testeren Jan Claesz Cootken van Hasselt en Neel Lambrechtsdr van Wijk op Zee, nu wonende te Beverwijk, aan de langstlevende, met zorg voor eventuele kinderen, waarbij zij de huwelijkse voorwaarden dd. 30 maart 1579 revoceren 774.
                                                                          Op 14 mei 1610 testeren Jan Claesz Coetken. lakenkoper, en Neel Lambertsdr, geëchte luiden, wonende in de Beverwijk, revocerende eerdere testamenten; zij nomineren Lambert Jansz Coetken en Jacob Jansz Coetken, hun twee zonen, of bij vooroverlijden deszelfs nagelaten kinderen, mitsgaders de nagelaten kinderen van zal. Adriaentgen Jan Coetkensdr hun overleden dochter, elk voor een derdepart 775.
                                                                      2. Cornelis LAMBERTSZ, burgemeester (o.a. in 1592 776) van Beverwijk, schepen (o.a. in 1594 en 1600 777) ald., overl. 9 juni 1604  778, begr. ald. (in de Grote Kerk), tr. Maritgen JORISDR, overl. 22 okt. 1608  778, begr. Beverwijk (in de Grote Kerk), dr van Joris FRANSZ, schepen (o.a. in 1563 779) ald., en Cornelia CLAESDR.
                                                                          In Heemskerk verkoopt in 1584 Cornelis Lambrechtsz, poorter van Beverwijk, aan Elijas de Haes, kastelein van het Huis van Heemskerk, een stuk hooiland 780.
                                                                          Bij verkoop in Heemskerk in 1587 door Jacop Ariensz, poorter van Beverwijk, van een croft land is waarborg Cornelis Lambrechtsz, zijn zwager 781.
                                                                          In Beverwijk verkopen in 1594 Cornelis Lambertsz en Jacop Aerijansz, vervangende hun twee zwagers Frans Jorisz en Claes Jorisz, aan Lambert Isebrantsz, poorter binnen Beverwijk, een huis en erf in de Breestraet, strekkende achter aan Maeritge Cornelisdr, belend ten zuiden Maeritge voornoemd, ten noorden de Nieuwe Steech 782.
                                                                          In Heemskerk verkopen op 3 november 1609 Joorys Cornelisz en Lambert Cornelisz, gebroeders, mitsgaders Mr Willem Jansz, chirurgijn, als man en voogd van Adriana Cornelisdr, kinderen van Marytgen Joorysdr zal., allen burgers en poorters van Beverwijk, en Adriaen Jacobsz vanwege Marytgen Evertsdr zijn moeder, mede wonende binnen Beverwijk, aan Jan Pietersz onze buurman aan Eemskerckerduijn, een stuk zaadland genaamd Karneblock, groot omtrent 1400 roeden, belend ten zuiden Jasper Gerritsz, ten noorden Willeboert Zierickxz met Jan Joorys, ten oosten Dirck Lourensz, ten westen de Luttick Cije, in welk stuk land de pastorie van Heemskerk 106 roeden heeft, item nog de hofstede met de werf waar de voornoemde Jan Pietersz tegenwoordig op woont met de ven daaraan gelegen, groot omtrent 1100 roeden, belend ten noorden en westen Claes Corssen, ten zuiden de Bavelaen, ten oosten de Groote Dije Schoubeeck 783.
                                                                          Op 26 september 1606 testeert Marytgen Jorisdr, weduwe van Cornelis Lambrechtsz, wonende in de Beverwijk, verklarende dat haar zal. man nu Pinksteren voorleden 2 jaren in de Heere gerust is en nagelaten heeft 4 kinderen door hen beiden geprocreëerd, als Joris die bij zijn vaders leven al ten huwelijk besteed was, Adriana, Cornelisgen die na haar vaders overlijden getrouwd is, en Lambrecht. Als Adriana en Lambrecht trouwen zullen zij evenveel goed krijgen. Lambrecht, haar jongste zoon, is nog beneden zijn jaren en om diens goederen te bezorgen zijn de weesmeesters van de Beverwijk aangesteld. Elk kind krijgt een vierdepart van haar goederen. 784
                                                                      3. Willem LAMBERTSZ, geb. ca. 1565  385, zie 412.
                                                                      4. Claes LAMBERTSZ.
                                                                          In Beverwijk volgens een kopie verkoopt in 1612 Cornelis Karstiaensz, poorter dezer stede, aan Claes Lambertsz zijn mede-poorter, een erf bij de kerk, strekkende van de Heerwech tot achter aan 't erf van Pieter Jansz Snyder, met een vierdepart van de put, belend ten noordwesten de weduwe van Frans Thomasz, ten zuidoosten de verkoper, welk erf breed zal zijn 22 stadsvoeten, betaald met een custingbrief, en verkoopt in 1613 Harpar Heijndricksz, poorter dezer stede, aan Claes Willemsz en Claes Lambertsz, zijn mede-poorters, een erfje bij de kerk, strekkende voor van de Eemskerckerwech tot achteraan de weduwe van Frans Thomasz, belend ten noorden Adriaen Cornelisz, ten zuiden Claes Willemsz voornoemd, voor een rentebrief van 55 gld hoofdsom 397.
                                                                          In Beverwijk is in 1616 Claes Lambertsz timmerman, poorter dezer stede, schuldig aan Evert Maertsz 106 gld, te betalen op 2 meidagen, mei 1617 50 gld en mei 1618 de rest, met als onderpand zijn huis en erf omtrent de kerk, belend ten oosten Willem Lambertsz, ten westen de weduwe van Frans Tomasz (voldaan op 13 juli 1639) 785.
                                                                    826. (<413) Cornelis CORNELISZ, gorter,
                                                                        In 1605 verkopen te Beverwijk Cornelis Cornelisz, Willem Lamberts als man en voogd van Aeffgen Cornelisdr, Claes Symonsz als man en voogd van Brecht Cornelisdr, vervangende Oetger Fransz als man en voogd van Neel Cornelisdr en haar zuster Maritgen Cornelisdr, altezamen erfgenamen van Oude Cornelis Cornelisz gorter, in zijn leven poorter binnen Beverwijk, aan de kinderen van Claes Symonsz voorschreven, met Cornelis Cornelisz en Willem Lambertsz als bloedvoogden van de voorschreven kinderen, een huis en erf in de Breestraat, belend ten zuiden de straat en de Heerewegh ineen komende, ten noorden Dirck Jansz, welk huis belast is met 5 stuivers erfpacht aan de Memorie van Beverwijk 786.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Cornelis CORNELISZ, gorter.
                                                                          In 1603 verkoopt Cornelis Cornelisz jonge gorter, poorter van Beverwijk, aan Jan Harmensz de snijder een huis en erf in de Peperstraet 787.
                                                                      2. Aeffgen CORNELISDR, geb. ca. 1560, zie 413.
                                                                      3. Brecht CORNELISDR, tr. Claes SYMONSZ, overl. vóór 21 juli 1637.
                                                                          In 1637 verkopen Rieuwert Claesz, ook met procuratie van Simon Claesz, Dirck Jansz als man en voogd van Neeltgien Claesdr, Cornelis Pietersz in huwelijk hebbende Barbara Claesdr, kinderen en erfgenamen van wijlen Claes Simonsz en Brechte Cornelisdr, aan Gijsbert Claesz een huis en erf in de Breestraet 788.
                                                                      4. Neel CORNELISDR, tr. Oetger FRANSZ.
                                                                          In 1602 verkoopt Outger Fransz, poorter van Beverwijk, aan Aeriaen Cornelisz Mandt een huis en erf in de Achterbuyrt 789.
                                                                      5. Maritgen CORNELISDR.
                                                                    830. (<415) Barent, alleen bekend van 2 dochters,
                                                                        In 1629 geven in Beverwijk Cornelis Claesz als man en voogd van Willempgen Heyndricksdr en Jacob Gerritsz als man en voogd van Barentgen Heyndricksdr, dochters en erfgenamen van Wendeltgen Barentsdr, in haar leven wonende binnen deze stede, mitsgaders Rieuwert Willemsz als man en voogd van Marytgen Woutersdr en Jan Dircksz als man en voogd van Roeloffgen Woutersdr, dochters van Wouter Roeloffs die als huisvrouw heeft gehad Marytgen Barentsdr, volmacht aan Barent Jansz Prins als getrouwd hebbende Gryetgen Heyndricksdr, om naar Dieveren en andere plaatsen naar hem goed dunkt te gaan (om hun rechten daar op te sporen) 790.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Wendeltgen BARENTSDR, tr. Heyndrick.
                                                                      2. Marijtgen BARENTSDR, zie 415.
                                                                    920. (<460) Maes PETERSZ, overl. Zaltbommel 14 sept. 1599 (is gestorven Maes Petersz en ligt naast zijn huisvrouw in de kerk, 5 gld),
                                                                    tr.
                                                                    921. (<460) Eelken, overl. Zaltbommel 13 sept. 1599 (Eelken, is de huisvrouw geweest van Maes Petersz en ligt in de kerk, 3 gld).
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Dirck Thomasz GLIMMER, geb. verm. Zaltbommel ca. 1581, zie 460.
                                                                    922. (<461) Melis WOUTERSZ, stuurman,
                                                                    tr.
                                                                    923. (<461) (>1846) Lysbeth PIETERSDR.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Grietgen MELISDR, geb. ca. 1579, zie 461.
                                                                    924. (<462) verm. Hans Pietersz BLAEUW, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 16 jan. 1595 (op de hoek van 't Roodeleeuwstege, 10-7-0),
                                                                        In Haarlem verkopen op 12 februari 1579 Sybrant van Berckenrode als man en voogd van zijn huisvrouw en Jan Marcusz, tezamen erfgenamen van Dirck van Heussen, Cornelis en Adriaen van Berckenrode, gebroeders, uit naam van Jacoba van Berckenroede, nagelaten weduwe van de voorschreven Dirick van Heussen, hun zuster, voor de helft, en Aechte Willemsdr huisvrouw van Goossen van Flory Nicasius als transport hebbende van de weduwe van Geraert van der Laen, met Mr Jan van Dyck, franchoise schoolmeester, haar zwager en gecoren voogd in dezer zake, mits de dispositie van haar man, voor de andere helft, aan Hans Pietersz Blaeuw een huis met erf aan de noordzijde van Sinte Bavenkercke genaamd de Hollantsche Thuyn, tussen Louris Jansz en de erfgenamen van Dirick Jansz coperslager aan de ene zijde, Cornelis Pietersz scoemaecker met Willem Goossens van Flory aan de andere zijde, achter strekkende aan Guillame de pasteybacker en uitgaande met een huis in de Sinte Jansstrate, tussen dezelve Guillame aan de ene zijde, de voornoemde Cornelis Pietersz en Willem Goossensz aan de andere zijde, zoals door Claes Claesz geelgieter bewoond wordt, belast wezende met 10 ponden 8 schellingen 4 penningen „obulus” 's jaars. Des is bevoorwaard dat de erfgenamen van de voorschreven Dirick Jansz coperslaeger niet zullen mogen versperren noch duister maken de vier vensters of glazen responderende op hun erf, waarvan twee dienen in de achtercamer van dit huis en de andere twee in de kelder responderen onder dezelfde camer, voor 1400 gld, te betalen op 10 eerstkomende meien. In de kantlijn: het huisraad in het voornoemde huis, los wezende en mede in de koop begrepen, is getaxeerd op 56 gld, waarmee het pondgeld verminderd zal moeten worden. 791
                                                                        In Haarlem stelt op 18 april 1579 Lambert Jansz mandemaecker zich borg voor Jan Woutersz schoemaecker zijn neef, ter somme van 11 gld 5 st uit zake van zekere verlopen pachten waarin hij op 4 april laatstleden gecondemneerd is ten behoeve van Hans Pietersz Blauw, om dezelve somme te betalen op 3 eerstkomende vierendelen jaars ingaande op de datum van 't voorschreven vonnis 792.
                                                                        In Haarlem verkoopt in 1581 Hans Pietersz Blaeuw aan Franchoys Berckman een huis met erf aan de noordzijde van 't Groote Kerckhoff, genaamd de Hollantsche Thuyn, tussen Louris Jansz en de erfgenamen van Dirick Jansz cooperslager aan de ene zijde, en Cornelis Pietersz schoemaecker en Cornelis Jansz cruidenier aan de andere zijde, achter strekkende aan Guilliame pasteijbacker en uitgaande met een huis in de Sint Jansstrate tussen dezelve Guilliame aan de ene zijde en de voornoemde Cornelis Pietersz en Cornelis Jansz aan de andere zijde, als nutertijd staande en gelegen en door hem, Hans Pietersz, bewoond, belast met 10 ponden 8 schellingen 4 penningen „obulus” 's jaars, voor 980 gld. te betalen op 7 eerstkomende meien telkens een zevendedeel 793.
                                                                        In Haarlem verkoopt op 30 april 1582 Hans Pietersz Blaeuw aan hopman Harman van Otlhoff een huis met erf in de Jacopynenstege, tussen Cornelis Gerytsz cuyper (die in deze huizinge geheeld is) met Willem Henricxz aan de oostzijde, en Wigger Claesz Koussebant, mede in deze huizinge geheeld wezende, met Cornelis Willemsz aan de westzijde, met 30 schellingen 's jaars daarop te huur staande, voor 1200 gld, te betalen 300 gld gereed en de rest op termijnen. In de koop zijn begrepen zekere roerende goederen die Barthout Phillips op 2 mei 1582 in de secretarie te Haarlem getaxeerd heeft op 199 gld. 794.
                                                                        In Haarlem heeft op 30 april 1582 hopman Harman van Olthoff, koper zijnde van een huis met erf in de Jacobynenstege gekocht van Hans Pietersz Blaeuw voor 1200 gld, van dezelve kooppenningen op rente naar advenant de penning 16 gehouden 600 gld, met als onderpand hetzelve huis (geroyeerd op 7 juni 1622 795.
                                                                        In Alphen aan den Rijn bekennen op 25 augustus 1583 Matheeus Cornelis en Bruyn Jacobs schuldig te zijn Philps Eybertsz van Paenderen te Haarlem en Hans Pietersz te Amsterdam, gezwagers, een somme van 600 gld vanwege de koop van 12 morgen land, te betalen op 2 eerstkomende en achtereenvolgende St. Jacobsdagen elke dag 300 gld, altijd St. Lambertusdagen na elke verschijndag inbegrepen, met als onderpand deze 12 morgen land onder Oudshoorn in de Gneppick, belend ten oosten Florys Bruynen, ten westen Jacob IJsbrantsz Verloet, en als borg Florys Bruynesz, wonende in de Gneppick, voor Bruyn Jacobsz zijn neef 796.
                                                                        In Haarlem verkoopt op 20 november 1591 Franchoys Berckman, poorter dezer stad, aan Hans Pietersz Blaeuw, wonende te Amsterdam, een huizinge met erf genaamd de Vergulde Pellicaen aan de noordzijde van 't Groote Kerckhoff, tussen Jacob Lourisz zydenlakencooper en Jan Doncker hoedemaker, achter strekkende aan Guilliam pasteybacker en uitgaande in de St. Jansstrate, belast met 10 ponden 8 schellingen 4 penningen "obulus" in rechten poortrecht daarop staande, en nog met de last van 1300 gld hoofdsom waarvan jaarlijks renten worden betaald aan 3 partijen daarop staande, losbaar met 1500 gld. Op de hoofdsom van 1500 gld is op 17 mei 1593 gelost 300 gld, als 200 gld bij transport van een rentebrief en 100 gld aan geld. Nog daarvan betaald en afgelost 300 gld op 8 juni 1594. De originele brief is gecasseerd als ten volle gekweten door Adriaen Jansz tegenwoordig possesseur op 27 augustus 1612. 797
                                                                        In Haarlem verkoopt op 2 april 1599 Catryn Jacobsdr weduwe van Franchois Berckman, ten overstaan van Cornelis Claesz schrynwercker haar neef en gecoren voogd in dezen, aan Christina dochter van Reynier Brunt, weduwe van Lambert Reyersz van der Horst, een huis met erf aan de noordzijde van het Groote Kerckhoff waar de vergulde Pellecaen uithangt, belend Jacob Lourisz zydenlakencoper en de weduwe van Cryn Jansz cramer tezamen aan de ene zijde, Jan Doncker en Cornelis Jansz in de Doos aan de andere zijde, achter strekkende aan de erfgenamen van Guilliame de pasteybacker, uitgaande met een huis in de St. Jansstraete, met de last van 10 ponden 8 schellingen 4 penningen „obulus” 's jaars daarop staande, en nog met 1700 gld hoofdsom waarvan jaarlijks renten betaald worden, aan 3 partijen, met recht van verhaling van het verschil als het hier namaals verkocht wordt voor minder dan de huidige koopprijs van 800 gld, losbaar met 800 gld waarvan jaarlijks 50 gld rente betaald zal worden (geroyeerd op 27 november 1653 op verzoek van de executeur van het testament van Balthasar Boudaert, possesseur van de hypotheek) 798.
                                                                        In Haarlem geeft op 31 augustus 1611 Caterina Jacobsdochter, weduwe van Francois Berckman, wonende te Hamburg, ten overstaan van Jan Jansz couckebacker en Jacob Pietersz van Alckemade als haar gecoren voogden in dezer zake, op ten vrij eigen aan Adriaen Janssoon wyncoper een huizinge met erf aan de noordzijde van 't Grote Kerckhoff genaamd de Pellicaen waar dezelve Adriaen Jansz tegenwoordig zelf in woont, belend Jacob Laurensz onze mede-broeder in schependom, met het weeskind van Aeff Claesdr geprocreëerd bij IJsbrant Dobbesz tezamen, aan de ene zijde, waar dezelve Jacob Laurensz de loden goot tussen hem en dit huis gelegd strekkende van voren tot achter doorgaans tot zijn eigen kosten zal moeten onderhouden volgens zekere akte van 27 augustus 1611, Jan Jansz Doncker en Peter Cluyskens eigenaar van 't huis van Cornelis Jansz crudenier tezamen aan de andere zijde, achter strekkende aan de weduwe en erfgenamen van Guillame de pasteybacker en uitgaande met een huis in de Sint Jansstraet tussen de voorschreven weduwe en erfgenamen van Guillame pasteybacker aan de ene zijde en de voornoemde Jan Jansz Doncker en Peter Cluyskensz aan de andere zijde, wezende belast met 10 ponden 8 schellingen 4 penningen „obulus” 's jaars in recht poortrecht die daarop te huur staan, nog met 800 gld hoofdsom waarvan jaarlijks rente de penning 16 toekomende Cristina Mr Reynier Brunten dochter weduwe van Lambrecht Reyersz van der Horst, en nog 900 gld kapitaal waarvan ook jaarlijks rente de penning 16 toekomende de erfgenamen van wijlen Hans Pietersz Blaeu en de weduwe en erfgenamen van Ghysbert Appelman, welke lasten de voorschreven Adriaen Jansz koper op zich genomen heeft te voldoen en de verkoopster daarvan te bevrijden, (met verdere bepalingen, o.a. over het vrij houden van vensters van 't voorschreven weeskind van Aeff Claesdochter), boven de voorschreven lasten voor 5600 gld, te betalen 1000 gld gereed en de resterende 4600 gld op 5 meiendagen, anno 1613 de eerste, te weten de eerst 4 meienen telkens 1000 gld en de laatste 600 gld, die ontvangen zullen worden door de voorschreven Jan Jansz couckebacker en Jacob Pietersz van Alckemade volgens de procuratie op hen beiden verleend 799.
                                                                        In Haarlem maken Pieter en Dirick Jansz Blaeuw, gebroeders wonende te Amsterdam, op 6 november 1613 volmachtig Wouter Croesen, ad lites op en tegen een iegelijk, zo eisende als verwerende 800.
                                                                    tr. tussen 27 sept. 1575 en 12 mei 1576
                                                                    925. (<462) (>1850, >1851) Dirckgen Engbertsz (van PAENDEREN), begr. Amsterdam (Oude Kerk) 22 febr. 1595 (op het hoekje van het Roode Leeuwsteechgen, 10-7-0),
                                                                        In Haarlem constitueren Philips Engbrechtsz en Dirckgen Engbrechtsdr, huisvrouw van Jan Jacobsz, met dezelve Philips haar broer en voogd overmits de absentie van haar man, op 17 januari 1575 Louff in omnibus ad lites contra quoscumque [in alles voor processen tegen wie dan ook] 801.
                                                                        In Haarlem constitueert Dirck Engbrechtsdochter, geëchte huisvrouw van Jans Jacobsz, overmits de absentie van haar man, op 27 september 1575 Gael contra Rochus Rochusz vuytdrager nomine uxoris 802.
                                                                        In Haarlem stelt op 12 mei 1576 Lambert Jansz mandemaecker zich borg voor Mr Jacob van Medenblick, procureur voor de vierschaar dezer stad, ten behoeve van Philips Engbertsz en Hansgen Blaeuw als getrouwd hebbende Dirckgen Engbertsdr, beroerende een arrest op zijn goederen gedaan 803.
                                                                        In Haarlem stelt op 2 augustus 1577 Machtelt Claes Lotszdr, weduwe van Thomas Gerritsz, ten overstaan van Michiel Jansz van Woerden secretaris dezer stad, haar gecoren voogd in dezen, zich borg voor Swaentgen Jansdr, weduwe van Lambert Pietersz droochscheerder, ter somme van 45 gld, waarin zij uit zake van huiscusting op 12 juli door schepenen dezer stad gecondemneerd is ten behoeve van Hans Pietersz Blaeuw nomine uxoris, om de voorschreven somme voor haar aan de voorschreven Hans Pietersz te betalen, 5 gld te Lucasmarkt eerstkomende en de rest op 4 daaraanvolgende Lucasmarkten telkens een vierdedeel van de restante somme 804.
                                                                    tr. 1° Jan JACOBSZ.
                                                                           Uit het tweede huwelijk:
                                                                      1. Pieter Jansz BLAEUW.
                                                                      2. Dirck Jansz BLAEUW, zie 462.
                                                                    998. (<499) Roleff JACOBSEN, kuiper, overl. vóór juni 1604,
                                                                    tr.
                                                                    999. (<499) Swaniken ALBERTS,
                                                                    ondertr. 2°/tr. Zwolle juni/24 juli 1604 Rolef PETERSEN.
                                                                           Uit het eerste huwelijk:
                                                                      1. Trijn ROLEFSEN, ged. Zwolle 5 jan. 1584 of april 1590, zie 499.
                                                                    1012. (<506) Bastiaen, alleen bekend van 2 zoons, Govert en Isack, bij hun huwelijk in Gouda „van Dordrecht”, alwaar hun doop onvindbaar is.
                                                                           Uit onbekende relatie(s):
                                                                      1. Govaert BASTIAENSZ, zie 506.
                                                                      2. Isack GOVERTSZ, ondertr./tr. Gouda 4/26 april 1609 Gryetgen HEIJNDRICKX.


                                                                    Generatie XI (<X, >XII)

                                                                    1152. (<576) Dirck ADRIAENSZ,
                                                                        In Hazerswoude verkoopt in 1557 Derck Ariaensz aan Jacop Dercxsz zijn zoon de inventaris van zijn huis, onder meer 12 koeien, een nieuwe schuit, de helft van een oud schip en een nieuw schip, alsmede 10 jaar recht van huur van de woning en bijbehorende landen volgens de huurcedule ongeveer twee jaar geleden gemaakt met Geryt Pietersz timmerman te Leiden, maar behoudt Derck Ariaensz de huur van ongeveer 4½ morgen en een half hond land gelegen tussen de Rijndijk en de Dwarswetering voor ongeveer 20 gld 's jaars, en belooft hij alles te ontruimen zodra het Jacop believen zal 805.
                                                                        In 1560 verkoopt in Hazerswoude Bouwen Adriaensz aan Dirck Adriaensz een huis en erf, belend ten zuiden de Voorwech, waarvoor koper aan Bouwen Adriaensz snijder 184 karolusguldens schuldig is 806.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Claes DIRCK ARIAENSZ, overl. vóór 14 april 1563, tr. N.N.
                                                                      2. Marytgen DIRCXDR, tr. Adriaen OTTENSOON.
                                                                          In 1563 ontvangt in Hazerswoude Marytgen Dircxdr, weduwe van Adriaen Ottensoon, met Dirck Ariaensz haar vader, van Geryt Jansz de Buynder in eeuwige erfpacht een erf en buitendijk waar zij een huisje op getimmerd heeft, belend ten oosten de weduwe van Claes Dirck Ariaensz, ten westen Jan Woutersz, den zuiden de Hogen Ryndyc, ten noorden de Ryn 807.
                                                                      3. Jacob DIRCXZ, zie 576.
                                                                    1184. (<592) Claes Jacobsz CLINCKENBERCH  808, pachter van Klinkenberg vanaf 1528 tot 1531,
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Jacob Claesz CLINCKENBERCH, zie 592.
                                                                      2. Cornelis Claesz CLINCKENBERCH.
                                                                          Als pachter van Mariënhaven vermeld, onder 'Oegstgeest', in 1560, Cornelis Claesz alias Clinckenberch, de helft van 10 morgen [weiland], nog 8 hond teelland, nog 3 morgen 1½ hond weiland, huur 55 Rijnse gld, idem in 1562 (Cornelis Claes Clinckenberchsz) 809.
                                                                    1186. (<593) Dirck JANSZ, alias Grote Dirck,
                                                                        In 1592 delen in Sassenheim de kinderen en kleinkinderen van Dirck Jansz, bijgenaamd Grote Dirck, en Lijsbeth Sijmonsdr, de erfenis van hun vader, moeder, bestevader en bestemoeder, namelijk Maerten Dircxz en Cornelis Dircxz, Fijtgen Dircxdr nagelaten weduwe van Pieter Pietersz backer, geholpen door Dirck Huijgensz te Rijnsburg haar zwager [schoonzoon], Cornelis Corssen wonende te Warmond als man en voogd van Lijsbeth Dircxdr, Aelbert Jansz wonende te Woerden als man en voogd van Immetgen Dircxdr, Pieter Jacobsz Clinckenberch nagelaten zoon van Leuntgen Dircxdr, Willem Dircxz als vader en voogd van Trijntgen Willemsdr geprocreëerd bij Geertgen Jacobsdr, zuster van genoemde Pieter Jacobsz Clinckenberch, die mede voogd over hetzelfde kind is, Cornelis Jansz voor zichzelf en Adriaen Dammisz [wonende te Oegstgeest] als man en voogd van Marijtgen Jansdr, beiden nagelaten kinderen van Jan Dircsz, en verkopen deze erfgenamen uitgezonderd Maerten Dircxz aan Maerten Dircxz de 'woninge mit huijs, schuijr, barch, potinge en plantinge' met ca. 2 morgen land en nog 1½ morgen land aankomende de abdij van Rijnsburg, alwaar Maerten Dircxz tegenwoordig in woont, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten Jacob Wierts, ten noordwesten Pieter Jacobsz Clinckenberch en Reimtgen Jacobsdr [weduwe van Wouter Stevensz], ten noordoosten de abdij van Rijnsburg 810.
                                                                    tr.
                                                                    1187. (<593) Lijsbeth SIJMONSDR.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Maerten DIRCXZ.
                                                                      2. Cornelis DIRCXZ.
                                                                      3. Fijtgen DIRCXDR, tr. Pieter PIETERSZ, bakker.
                                                                      4. Lijsbeth DIRCXDR, tr. Cornelis CORSZ, overl. vóór 4 april 1604.
                                                                          Op 25 juli 1575 wordt getuigenis geleverd door Jacop Cornelisz metselaar en Heyman Jacopsz, ten verzoeke van Cornelis Korsz, bruiker van 19 morgen land van 't convent van de Barnarditen te Warmond 428.
                                                                          In Warmond delen op 4 april 1604 Lijsbet Dircxdr, weduwe van Cornelis Corsz, geholpen door Maerten Dircxz haar broer, ter eenre, en Jan Pietersz man en voogd van Trijntgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, Dirck Cornelisz en Willem Cornelisz, kinderen van voornoemde Cornelis Corsz, ter andere zijde 811.
                                                                      5. Immetgen DIRCXDR, tr. Aelbert JANSZ.
                                                                          In 1585 hebben Aelbert Jansz, thans wonende te Sassenheim, ter eenre, mitsgaders Dirck en Engel Adryaenssonen ter andere zijde, de 5 morgen land in de Lagevenen aan de Delft gedeeld, gekocht op 30 mei en 16 juni 1581 van Reymtgen Jacobsdr, weduwe van Wouter Stevensz 812.
                                                                      6. Apollonia DIRCXDR, zie 593.
                                                                      7. Jan DIRCXZ, tr. N.N.
                                                                    1188. (<594) Steven JANSZ,
                                                                    tr.
                                                                    1189. (<594) Lijsbeth GHERRITSDR.
                                                                        Gegevens betreffende 1 morgen land in Sassenheim van het convent van de 11000 Maagden: in de rekening van 1541 2 Rinse gld anno 1540 van de weduwe van Steven Jansz, bij betaling in 1541-1543 vermeld als door de weduwe van Steven Jansz te Sassenheim ingehuurd voor 7 jaar, ingaande Pasen 1540, voor 45 st vrij geld; in december 1543 is deze morgen land, gekomen met Katherijn Gherritsdr van Clinckenberch, verkocht aan de weduwe van Steven Jansz, Lysbeth Gherritsdr, die het land gebruikte, eerst voor 36 st 's jaars maar vanaf 1534 voor 45 st, voor 84 Rijnse gld de penning luttel minder dan 40 daarin gerekend de 5 jaar huur die zij nog had 813.
                                                                        In 1543 wordt in Sassenheim Lysbeth, weduwe van Steven Jansz, voor gebruik van huis, barg en schuur met 15 morgen en 5 hond land, huur en eigen, voor de tiende penning getaxeerd op 43 gld 's jaars, waarvoor zij 4 gld 6 st moet betalen, en in 1544 is de taxatie voor alleen het land 40 gld 814.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Wouter STEVENSZ, zie 594.
                                                                        2. Gerrit STEVENSZ, overl. tussen 15 febr. 1554  815 en 25 okt. 1554, tr. Aeltgen BANENDR, eerder gehuwd met Adrijaen DIRCK ANDRIESZ, bakker.
                                                                            In Sassenheim wordt in 1553 voor de tiende penning Gerrijt Stevensz getaxeerd voor het gebruik van een hofstede met 15 morgen en 2½ hond land van de erfgenamen te Haarlem van Cornelis Basgen op 78 gld, van 1½ morgen land van Lijsbet Steven Jansoens weduwe 13 gld, van 2 morgen en 5 hond land van Dirck Arijsz 12 gld (waarvoor samen de tiende penning 10 gld 6 st bedraagt), nog op 4 gld. die Gerrijt Stevensz de vrouwen broeders te Haarlem betaalt voor wat zij in de hofstede van de erfgenamen van Cornelis Basgen hebben, en van het gebruik van 1½ morgen land van de kerk van Sassenheim, en in het kohier van Lisse in 1555 onder „Warmondt” op 12 gld vanwege 14 hond eigen land, en in 1557 wordt Gerryt Stevensz in Sassenheim getaxeerd voor het gebruik van een hofstede met 15 morgen land van Magdalena Cornelisdr op 99 gld, van 1½ land van Lysbeth Steeven Jansz weduwe op 13 gld en van 1½ morgen land van de kerk van Sassenheim op 9 gld, en in het kohier van Lisse onder „Zassem” voor 7 morgen eigen land op 27 gld 816.
                                                                            In Lisse is in 1581 Anthonis Vranckensz voogd over Aeltgen Banendr, weduwe van Gerrit Stevensz, verkoopt in 1584 Aeltgen Banendr, eerst weduwe van Adrijaen Dirck Andriesz en naderhand weduwe van Gerrit Stevens, geassisteerd met Wouter van Calckar bode te Lisse, aan Pieter Cornelisz tot Leeuwenhorst als getrouwd hebbende Fytgen Adryaensdr haar zwager, twee morgen land in Lisserbrouck, met Vranck Dircxzn als waarborg, en verkoopt in 1594 Aeltgen Banendr, weduwe van Gerrit Stevensz, vergezelschapt met Pieter Cornelis ter Lee en Maerten Cornelisz Verdel, beiden wonende te Noordwijkerhout, haar zwagers [schoonzoons], aan Gaertgen Isbrantsdr, weduwe van Frans Jorysz, een kamp land van omtrent 2 morgen en 1 hond in Lysserbrouck (haar eerste man, Adrijaen Dircxsz backer, buurman te Sassenheim, had dit land gekocht op 20 okt. 1548, ten overstaan van Dammas Gerytsz, schout van Lisse) 817.
                                                                      1192. (<596) Jacob Jansz SCHOERKOEYT,
                                                                          In de kohieren van de 10e penning van Warmond vermeld, in 1553: Jacop Jansz Schoerkoeijt zijn huis met een hond land eigen, getaxeerd op 6 gld 5 groten, en in 1558: Jacob Jansz Schoerkoeijt zijn huis met een hond land getaxeerd op 6 gld 2 st 6 penn 818.
                                                                      tr.
                                                                      1193. (<596) (>2386, >2387) Aechte CLAESDR.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Jan Jacobsz SCHEUR, geb. ca. 1536  426, zie 596.
                                                                        2. Meijnsgen Jacobsdr SCHEUR, tr. Jan Jansz SWAECK, geb. ca. 1555, biertapper en waard te Warmond.
                                                                            In Warmond verkoopt in 1618 Meijnsgen Jacobsdr, weduwe van Jan Jansz Swaeck, met Adriaen van Griecken bailliu als voogd, aan Gerit Foytensz een huisje en ervem belend ten noordwesten verkoopster met aan ander huisje en erve, ten noordoosten Engel Pietersz Coning, ten zuidoosten buiten de 3 voeten erf, ten zuidwesten de Laen, voor een schuldbekentenis van 144 gld, aan Louris Jansz een huizinge met schuur en erve, belend ten zuidwesten Willem Jansz, ten noordwesten Gerit Harmansz, ten noordoosten Vechter Willemsz, ten zuidoosten Maerten Adriaensz, voor een schuldbrief van 516 gld met Gerit Harmansz als borg, verklaart in 1619 Jannetgen Cornelisdr, weduwe van Claes Henricxz, geassisteerd met de schout, dat Claes Henricxz voornoemd in zijn leven verkocht heeft, en zij nu opdraagt, aan Meijnsgen Jacobsdr, weduwe van Jan Jansz Swaeck, als 't recht bij naasting verkregen hebbende van Henrick Henricxz en Coen Lenaertsz, zekere erve, belend ten zuidoosten het Buijerpat, ten zuidwesten de gemene laan, ten noordwesten Steven Jansz, ten noordoosten Meijnsgen Jacobsdr voornoemd, voor 200£, en verkoopt in 1619 Meijnsgen Jacobsdr, weduwe van Jan Jansz Swaeck, geassisteerd met de schout, aan Adriaen Segersz haar zwager [schoonzoon] de noordoostwaartse helft van zekere erve, belend ten zuidoosten het Buijerpat, ten zuidwesten Cornelis Willemsz Swanenburch schoenmaker met de wederhelft, ten noordoosten comparante zelf met haar laan, voor 225 gld 819.
                                                                            In Warmond in 1590 verkoopt Jan Jansz Swaeck aan Harman Ariensz snijder een sukje geestland, belend ten noordoosten Thijs Gerritsz bakker, ten zuidwesten de Buyerensteech, strekkende van de Heerwech zuidwest tot aan de erve van Jan Jansz toe, verkoopt Meyns Bartoutsdr, weduwe van Maerten Pietersz, met Jan Bartoutsz haar broer, het huis dat zij de dag ervoor gekocht had van Katrina Corssendr, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, aan Jan Jansz Swaeck, die het de dag erna verkoopt aan Willem Vranckensz, die hem daarvoor 1600 gld schuldig is, verkoopt Jan Jansz Swaeck aan Cornelis Pietersz Voeijs bakker te Sassenheim een huis en erve, belend ten noordoosten Thijs Gerritsz bakker, ten zuidoosten het gemene Buijerpaet, ten zuidwesten de Buijersteech, ten noordwesten Harmen Aeriensz snijder, verkoopt Jan Jansz Swaeck aan Cornelis Cornelisz een huis met erve, schuur enz., belend ten noordoosten Willem Bartoutsz, ten zuidwesten Antonis Roelantsz, strekkende van de Heerwech zuidoost tot aan 't Buijerpat toe, waarvoor koper hem 900 schuldig is, te betalen op 9 meidagen, en verkoopt Cornelis Cornelisz aan Jan Jansz Swaeck 1 morgen land, belend ten noordoosten de Nessloot, ten zuidoosten Marritgen Cornelisdr weduwe van Pieter Jacobsz bakker c.s., ten zuidwesten de kerk van Warmond, ten noordwesten zeker provenland van Montfort 820.
                                                                            In warmond in 1591 verkoopt Jan Jansz Swaeck, waard te Warmond, aan Cornelis Pietersz scheepmaker, 1 morgen land, belend als in de waarbrieven, verkoopt Crijn Jansz wonende te Wassenaar, man en voogd van Neeltgen Willemsdr, aan Jan Jansz Swaeck de tiendepart van een hofstede als voornoemde Neeltgen Willemsdr is aanbestorven bij 't overlijden van Dirck Jansz den Roomschen in zijn leven schout te Warmond, haar oom, belend met het einde van de steeg van de Heerwech, met het andere einde het gemene Buijergangpaet, ten noordoosten Engel Pietersz Coninck met Thonis Dammasz, gezwagers, ten zuidwesten Claes Heyndricxz en Neeltgen Ariensdr weduwe van Jacob Heynricxz, en verkoopt Willem Pietersz van der Ven(?) schout te Wassenaar aan Jan Jansz Swaeck 1/10 van een hofstede als Geertgen Jansdr zijn huisvrouw is aanbestorven bij 't overlijden van Dirck Jansz den Roomschen, haar broer 821.
                                                                            In Warmond verkoopt in 1593 Willem Jansz aan Jan Jansz Swaeck, waard te Warmond, 7½ hond weiland, belend als in de waarbrieven, verkoopt in 1594 Jan Jansz swaeck aan Floris Maertens de helft van een kamp land waarvan de wederhelft Floris Maertensz toebehoort, belend ten en zuidwesten Barber Foeyten weduwe van Ghijsbert Pietersz met een stuk land genaamd het Schoeland, ten zuidoosten Lyclaes Baertoutsz, ten noordwesten de Leede, en verkoopt in 1594 Pieter Heynricksz, scheepmaker wonende op de rechte Zijl, aan Jan Jansz Swaeck, waard te Warmond, 1 morgen 4 hond 10 roeden land genaamd 't Ganseweytgen, belend ten zuidwesten Zacharijas Mathys, ten noordwesten Marrij Jansdr weduwe van Cornelis Jan Mouwerincx, ten noordoosten en zuidoosten de heer van Warmond, waarvoor koper een jaarlijkse losrente van 42 gld 10 st schuldig is, welke rentebrief op 20 augustus 1595 is afgelost door Lenaert Cornelisz, Dirck Cornelisz en Jacob Jansz Schuer, die het land waaruit de rente spruitende was van Jan Jansz Swaeck gekocht hadden 822.
                                                                            In Warmond verkopen in 1596 Jonge Dirck Jansz den Roomschen wonende te Alphen voor 1/5 van de helft, en Willem van Oudevliet Claesz, notaris publiek, vervangende zijn andere broers en zusters of hun kinderen, vanwege zijn vaders lijn, mede voor 1/5 samen erfgenaam van zal. Oude Dirck Jansz den Roomschen, in zijn leven schout te Warmond, aan Jan Jansz Swaeck 1/10 in een woninge met huizinge en erve en 2 huisjes daarop staande en 2/10 in een morgen land in Oegstgeest aan de Oudendam, en wordt in 1599 getuigenis geleverd door Jan Jansz Swaeck, biertapper te Warmond, oud omtrent 44 jaren 823.
                                                                        3. Dirck JACOBSZ, timmerman, tr. Ermpgen Dammasdr (DUYCKER), dr van Dammas Jansz DUYCKER en Neeltgen BORRITSDR, die hertr. met Pieter Pietersz CONINCK.
                                                                            In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1561 wordt vermeld, in het Westteynde: Dirck Jacobsz huurt een huisje van Anthonis de Wael en bruikt van hem van de heer van Warmond 1½ morgen 2½ hond weiland 824.
                                                                      1196. (<598) Jan MOURINSZ,
                                                                          In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1544 wordt vermeld: Jan Mouwerynsz een huis met 16 morgen land, getaxeerd voor 70 gld 825.
                                                                          Door het convent van de 11000 Maagden verhuurd onder 'Warmond', bij vermelde betaling in 1548: aan Jan Mourijnsz, Cornelis en Mathijs Foijtsz twee gebroeders, met hun drieën 7 morgen land min 1 hond, 5 jaar lang, het eerste 1544, voor 75 Rijnse gld 's jaars 813.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Mourin JAN MOURINGSZ, tr. N.N.
                                                                        2. Cornelis JAN MOURINGSZ, zie 598.
                                                                        3. Gijsbert JAN MOURINGSZ.
                                                                            Van het convent van de 11000 Maagden hebben onder 'Warmond' op St. Valentijnsdag 1555 Cornelis en Heynric Foytenzonen en Gysbrecht Jan Mouwerynsz tezamen ingehuurd 7 morgen land min 1 hond voor 9 jaar, voor 57 gld en nog 3 goede kapoenen of 15 st 813.
                                                                        4. Sijmon JAN MOURINGSZ.
                                                                        5. N.N. JANSDR, tr. Jan PIETERSZ.
                                                                      1198. (<599) (>2396, >2397) Jan GERRITSZ,
                                                                          In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1544 vermeld: Maritgen de weduwe van Jan Gerytsz een huis met 6 morgen eigen land en 19 morgen 2 hond huurland, getaxeerd op 75 gld 's jaars 826.
                                                                          In Warmond wordt in 1610 een rentebrief getransporteerd aan de Heilige Geest van Warmond door de erfgenamen van Willem Jansz, namelijk Jan Geritsz Beucelair voor hemzelf en vervangende Huijbert Geritsz zijn broer en Maritgen Geritsdr, weduwe van Willem Pietersz wonende te Sassenheim, zijn zuster, kinderen en representerende de plaats van Gerit Jansz, Ermpgaert Cornelisdr weduwe van Jan Mourijnsz geholpen bij Willem Jansz haar zoon, voor haarzelf en voor de kinderen van maritgen Cornelisdr haar zuster, kinderen en representerende de plaats van Cornelis Jansz den Ouden, Lenaert Cornelisz voor hemzelf en voor Dirck Cornelisz, Fytgen Cornelisdr weduwe van Jacob Claesz Scheur en Doe Reyersz als getrouwd hebbende Neeltgen Cornelisdr, zijn broer en zusters, kinderen en representerende de plaats van Marie Jansdr, Barbara Foytendr laatst weduwe van Gysbert Pietersz geholpen bij Cornelis Willemsz haar zoon, dochter en representerende de plaats van Aechte Jansdr, Cornelis Symonsz voor hemzelf en voor Willem Symonsz, Willeboort Symonsz en Cornelis Cornelisz als getrouwd hebbende Geerte Symonsdr, zijn broers en zuster, kinderen en representerende de plaats van Griete Jansdr, Willem Cornelisz den Haen voor hemzelf en met de schout Adriaen Willemsz van Griecken als boedelhouder van Grietgen Cornelisdr zijn huisvrouw zal. vervangende Gerit Cornelisz, Bouwen Cornelisz als getrouwd hebbende Maritgen Cornelisdr en 't weeskind van Grietgen Cornelisdr, [en Tryntgen Cornelisdr,] kinderen en representerende de plaats van Tryntgen Cornelisdr [moet zijn „Willempgen Jansdr”] 827.
                                                                      tr.
                                                                      1199. (<599) (>2398) Maritgen WILLEM FOEYTENDR.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Gerit JANSZ, tr. Quiryntgen HUYBRECHTSDR.
                                                                        2. Cornelis JANSZ, alias Ouwe Neel, geb. ca. 1520  426, tr. Fijtgen JANSDR, wed. van Mathijs FOYTENSZ.
                                                                            Als pachters van het convent van de 11000 Maagden vermeld onder 'Warmond', 1552: Cornelis Cornelisz van Oegstgeest en Cornelis Jan Gerritsz tezamen 21 hond land in het ambacht van Sassenheim voor 18 gld, voor 9 jaar, het eerste jaar 1552 813.
                                                                            Op 11 maart 1577 wordt getuigenis geleverd door Cornelis Jansz Oude Neel(l), oud omtrent 55 jaar, buurman te Warmond 828.
                                                                            In Lisse klaagt op 8 april 1578 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, als voogd en heertgen vader van Anna Dircxdr, kind van zijn zal. zoon geprocreëerd bij Elandt Thyssendr, over de bezette persoon Cornelis Jansz alias Ouwe Neel van Warmond, van wie hem de somme van 34 gld ontbreekt volgens de inventaris van de achtergelaten boedel van Dirck Dircxz en Elandt Thyssen 829.
                                                                        3. Willem JAN GERRITSZ, geb. ca. 1516.
                                                                            Op 11 maart 1577 wordt getuigenis geleverd door Willem Jan Gerritsz, oud omtrent 60 jaar, buurman van Warmond 830.
                                                                        4. Marie JANSDR, zie 599.
                                                                        5. Aechte JANSDR, overl. vóór 20 juli 1566, tr. Foyt CORNELISZ.
                                                                            Op 22 juli 1566 constitueert Willem Jansz wonende te Warmond, als oom en voogd van Barbara Foeytendr, weeskind van wijlen Aechte Jansdr zijn zuster, Dielof Adriaensz en Adriaen van Crimpen residerende binnen Leiden „ad agendum lites” voor alle heren rechters en vierscharen 831.
                                                                        6. Griete JANSDR, tr. Symon JANSZ, wedn. van Geertgen FLORISDR.
                                                                            Onder 'Warmond' vermeld als pachter van het convent van de 11000 Maagden: Symon Jansz, buurman te Warmond, gehuurd 19 hond land en nog 97 roeden, 9 jaar lang vanaf 1548, voor 17 Rijnse gld 's jaars, en op 21 januari 1552 Symon Jansz, wonende bij 't huis van Warmond, aan wie verhuurd 3 morgen land en 70 gaarden bij Warmerdam, voor 20½ gld, voor 9 jaar 813.
                                                                        7. Willempgen JANSDR, overl. vóór 28 febr. 1600, tr. Cornelis Willemsz den HAEN, geb. ca. 1531, overl. tussen 21 okt. 1602 en 8 april 1604, zn van Willem Ysbrantsz den HAEN.
                                                                            Op 11 maart 1577 verklaren Willem Jan Gerritsz, oud omtrent 60 jaar, en Adriaen Jacopsz, oud omtrent 50 jaar, buurluiden van Warmond, ten verzoeke van Cornelis Willemsz den Haen en Willem Dammas Foeyt, buurluiden binnen Warmond, bruikers van 21½ morgen land competerende Mr Cornelis de Jong in Den Haag, dat het land in 75 en 76 heel woest en desert was, en Cornelis Willemsz den Haen, oud omtrent 45 jaar, en Willem Dammasz Foyt, omtrent 43 jaar, verklaren hierover geen huur of gebruik in 75 en 76 te hebben gehad 830.
                                                                            In Warmond verkoopt op 6 maart 1594 Jan Pietersz aan Cornelis Willemsz den Haen 3 morgen 3 hond 13 roeden land, als in de originele getransfixeerde waarbrief, die dit land op 7 april 1595 weer verkoopt aan Liclaes Bartoutsz 832.
                                                                            In Warmond verklaren op 1 april 1605 Willem Cornelisz den Haen, Bouwen Cornelisz man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Adriaen Willemsz als getrouwd hebbende Grietgen Cornelisdr, Gerit Cornelisz, en Pel Jacobsz als vader en voogd van Jan Pelsz, oud omtrent 6 jaar, representerende de plaats van Tryntgen Cornelisdr, allen kinderen, kindskind en erfgenamen van Cornelis Willemsz den Haen en Willempgen Jansdr, hun zalige vader en moeder, bestevader en bestemoeder, op 1 april 1605 scheiding en deling gemaakt te hebben 833.
                                                                      1200. (<600) (>2400) Jonge Dirck Dircxz van LARUM, geb. ca. 1485,
                                                                          In Lisse voor de tiende penning wordt in 1543 Jonghe Dirck getaxeerd voor bruiklanden met de huizinge, groot 13 morgen, op 30 gld 5 st, waarover de tiende penning 3 gld 6 penningen bedraagt, wordt in 1544 Dirck Dircxz getaxeerd voor 12 morgen waar een huis op staat op 30 gld 5 st, het huis afgetrokken voor 6 gld, en wordt in 1553 Jonge Dirck Dircx getaxeerd voor een woning met 10½ morgen land op 50 gld, voor 9 morgen 2½ veenland op 4 gld 10 st, voor 17 morgen 5 hond in bruikwaar van de H. Mattheuslanden op 32 gld, voor 10 morgen ½ hond van de kerk van Lisse op 22 gld, voor 4 morgen ½ hond van Mr Jacop van Schoten te Haarlem op 12 gld, voor 1 morgen van Floris Gerits te Hillegom aalmoesland op 3 gld 10 st, voor 4 morgen ½ hond van Mr Gielis uit Den Haag 28 gld, voor 1 hond van de kerk van Sassenheim 10 st, voor 8 morgen 1 hond van de heer van Benthuyssen 18 gld 834.
                                                                          In Lisse wordt in 1557 voor de tiende penning Jonge Dirck Dircxz getaxeerd voor een eigen huis op 7 gld, 3 morgen 2½ hond eigen land op 11 gld, 5 morgen ½ hond eigen land op 30 gld, 2 morgen 5 hond eigen lageveensland op 1 gld 13 st, gebruik van 4 morgen ½ hond van Mr Jacop schoolmeester te Haarlem op 12 gld, 1 morgen 2 hond aalsmoesland op 2 gld 10 st, 3 morgen 2 hond van Cornelis van der Laen op 28 gld, 4 morgen 4 hond van de Heer van Benthuyss op 12 gld, 1 hond van de kerk van Lisse op 10 st 835.
                                                                          In Lisse eist op 8 april 1578 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, als voogd van Annetgen Dirckdr, nagelaten kind van Dirck Dircksz zijn zoon, van Cornelis Jansz alias ouwe Neel, wonende te Warmond, 34 karolusgulden blijkens de inventaris van de achtergelaten boedel van Dirck Dircksz en Elandt Thyssendr, van wie Anna de dochter is, en verkoopt op 24 december 1578 Jonghe Dirck Dircksz aan Adriaen Cornelis een afgebrande woning met omtrent 6 morgen land, waarop een losrente staat die Jacob Zymonsz, zwager [schoonzoon] van Jonge Dirck Dircxz, schuldig was aan de erfgenamen van Willem Claes te Hillegom waaraan hij zijn hofstede verbindt met omtrent 3 morgen teelland en Cornelis Dirckz, Jacob Dircxz, gebroeders, Jacop Zymonsz en Cornelis Jacopsz, zonen en zwagers [schoonzoons] van Jonghe Dirck Dircxz, hun goederen verbinden om Jonge Dirck Dircxz schadeloos te houden, en aan Cornelis Dircxz zijn zoon een huis en erf, groot 1 hond of daaromtrent, met barg, schuren en geboomten zoals Cornelis Dircxz nu bewoont en gebruikt, nog een perceeltje land van een halve morgen, een perceel land genaamd de Gorstcamp van 11 hond en een perceel land van 5 hond 836.
                                                                          Op 4 oktober 1576 legt Dirck Dircxz, oud omtrent 88 jaar, buurman te Lisse, een verklaring af, en 5 oktober 1585 getuigt Dirck Dircksz, wonende aan de Zylbrugge in Leiderdorp, oud omtrent 102 jaar, eertijds buurman te Lisse 837.
                                                                          In Lisse legt op 26 december 1581 Jonge Dirck Dircxz, oud omtrent 96 jaar, een verklaring af, en eist op 28 november 1581 Wouter van Calcar namens de kerkmeester 4 pond en 10 schellingen [4 gulden en 10 stuivers] van Jonge Dirck Dircxz Larom vanwege landhuur over 1577, 1578 en 1579, geeft op 5 maart 1582 Jonghe Dirck Dircxz, oud omtrent 97 jaar, getuigenis, en blijkt uit een verkoop op 9 mei 1593 dat op 5 mei 1545 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck land verkocht had aan Cornelis Jan Florysz 838.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Dirck Dircxz van LARUM, overl. vóór 8 april 1578, tr. Elandt THYSSENDR.
                                                                        2. Cornelis Dircxz van LARUM, geb. ca. 1516, schepen van Lisse (in 1584 en 1585 839), overl. vóór 19 okt. 1606, tr. 1° N.N., tr. 2° N.N., tr. 3° Grietgen Cornelisdr BOTERMAN.
                                                                            In Lisse voor de tiende penning wordt in 1553 Cornelis Jonge Dircken getaxeerd voor gebruik van een huis met een hond land van zijn vader op 2 gld. 10 st., en wordt in 1557 Cornelis Jonge Diericken getaxeerd voor gebruik van zijn vader Dierick Diericksz van een huis met landen groot 2 morgen 5 hond op 16 gld. en voor 1 morgen 1 hond van de pastoor van Lisse op 5 gld 840.
                                                                            Cornelis Jonge Dircken is voor pacht van 7 hond bentland van de pastorie van Lisse 4£ 's jaars verschuldigd, door hem over 1578 betaald aan de rendant van de geestelijke goederen, en had in 1577 ook nog de helft van 4 morgen 1½ hond land in gebruik 841.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1581 Wouter van Calcar, bode te Lisse, als curator uit de verlaten boedel van Jacob Cornelisz Kist aan Cornelis Dircksz Larem een afgebrande woning met 11 hond land in 3 percelen, voor 353 gulden, in 1593 verkoopt Cornelis Dircxz Larum aan Jan Henricxz van Egmont twee aan elkaar gelegen percelen weiland in Lisserbrouck, het ene genaamd de Gorskamp van 11 hond, het andere 5 hond, met een autentieke kopie van de waarbrief van Jonge Dirck Dircxz Larum van 23 december 1578, waarvoor de koper 42 gulden 's jaars schuldig is (gecasseerd op 11 mei 1598), bekent Cornelis Dircxz Larum dat hij op 27 december 1591 met consent van zijn kinderen en zwagers [schoonzoons] aan Dirck Anthonisz van Overgeest, man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, verkocht heeft en nu overdraagt een woning met huis, barg, schuur, met de potinge op een hond land, met conditie dat de langstlevende van hem en zijn vrouw het nieuwe huisken mogen bewonen en bezitten, met kopie van een waarbrief van 24 december 1578 van Jonge Dircxz Larum, waarvoor Dirck Anthonis van Overgeest bekent zijn schoonvader Cornelis Dircxz van Larum 54 gulden 's jaars schuldig te zijn, verkoopt Cornelis Dircxz van Larum aan Engel Adrijaensz een halve morgen land die daarvoor een schuld van een losrente van 6 gulden 's jaars bekent (gecasseerd 12 juni 1603), en is Mr Jan Dircxz Vougel Smith aan Cornelis Dircxz van Larum 3 gulden 's jaars schuldig 842.
                                                                            In Lisse in 1597 legt Cornelis Dircxz van Larum, oud omtrent 80 jaar, een verklaring af en is Hubert Jansz linnewever aan Cornelis Dircxz van Larum een jaarlijkse losrente van 3 gulden schuldig, en in 1600 is Hubert Jansz Luyter linnewever 40 car. gld. schuldig aan Cornelis Dircxz Larum 843.
                                                                            In Lisse in 1606 verklaren Grietgen Cornelisdr, weduwe van Cornelis Dircxz van Larem, vergezelschapt van Dirck Cornelisz Boterman, Jan Cornelisz Boterman, haar broers, Jan Pieter Hugensz haar zusters man, en Adriaen Jansz Craen, haar Jan broers dochters man, wonende in het Lageland, als haar voogden, ter eenre, en Hillegont Cornelisdr weduwe van Thomas Fransz, geassisteerd met Egbertus Amilij dienaar des H. Evangeliums binnen Leiden, haar zwager, als haar voogd, Dirck Anthonisz van Overgeest als man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, Jan Jansz van Rossem wonende te Bleiswijk als man en voogd van Jannetgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz van Larem wonende te Oegstgeest, Adriaen Cornelisz van Larem, als erfgenamen van voornoemde Cornelis Dircxz van Larem, hun vader en schoonvader, ter andere zijde, zich akkoord met al eerder overeengekomen voorzieningen en gedane uitbetalingen, waarbij Adriaen als halve broeder als enige ook nog geld uit de gemeenschappelijke boedel krijgt benevens nog geld omdat hij bij de erfenis van zijn moeder volgens hem te kort gedaan was 844.
                                                                        3. Adriaen Dircxz van LARUM, tr. Maritgen PIETERSDR, dr van Pieter JEROENSZ, die hertr. met Dirck ZIJMONSZ.
                                                                            In Lisse is in 1581 Maritgen Pieter Jeroenszoons dochter, weduwe van Adriaen Jonge Dircken, belendend, belenden in 1582 de erfgenamen van Adriaen Jonge Dirck Dircx zoons, en Adryaen Jonge Dircken kinderen, verkopen in 1584 Dirck en Engel Adryaens zonen, gebroeders, kinderen en erfgenamen van wijlen Adrijaen Jonge Dircken aan Jan Gerritsz alias Hits duynmeyer 3 morgen geestland in de Oudeveenen met een door comparanten getimmerd huis, en delen in 1585 Dirck Adriaensz Robol en Engel Adrijaensz Robol, gebroeders, de erfenis van wijlen hun vader Adrijaen Jonge Dircken 845.
                                                                        4. Jacob Dircxz van de VOORDEN, geb. ca. 1526, zie 600.
                                                                        5. N.N. Dircxdr van LARUM, tr. Jacob ZYMONSZ.
                                                                        6. Pietertgen Dircxdr van LARUM, tr. 1° Nanninck CORNELISZ, overl. vóór 3 april 1582, tr. 2° Cornelis Jacobsz van der DOES, geb. ca. 1546, kalkbrander te Leiderdorp, eerder gehuwd met N.N.
                                                                            In 1582 verkopen in Lisse Cornelis Jacobsz van der Does, kalkbrander te Leiderdorp, en Pietertgen Dircxdr weduwe van Nanninck Cornelisz, met Jonge Dirck Dircxz van Larum haar vader en gecoren voogd, aan Jacob Florys Heemskerck 3 morgen land in de Lageveen, met Cornelis Dircxz Larum als borg 846.
                                                                            Op 24 augustus 1582 wordt getuigenis geleverd door Cornelis Jacopsz Verdoes, kalkbrander wonende te Leiderdorp, oud omtrent 36 jaar 847.
                                                                      1202. (<601) (>2404) Dammas JANSZ, alias stercke Dammas,
                                                                          Onder 'Sassenem' verhuurt de abdij Leeuwenhorst in 1535 voor 9 jaar land aan Cornelis Jan Dammasz, met vermelding van zijn broer Dammas Jansz als [latere] gebruiker, en in 1532 aan Dammas Jansz omtrent 1½ morgen broekland geheten Fyrollencamp die Weijntgen de weduwe van Pieter Vranckensz placht te gebruiken, en nog omtrent 3½ hond geestland aan 4 stukken aan de noordoostzijde van de Flordorperlaen in de geest in Lisse gelegen welke Weyntgen voorschreven ook placht te gebruiken, voor 6 ponden 6 schellingen 8 penningen van 30 groten Vlaams het pond, voor 9 jaar, en weer ingaande 1542 voor 9 jaar, voor 10 ponden 6 schellingen 8 penningen Hollands (in de kantlijn in een later schrift: Jacob Dircxsz), en in 1555 voor 9 jaar aan Dammas Jansz alias stercke Dammas omtrent 1½ morgen land geheten Fijrollencamp en nog omtrent 3½ hond geestland aan 4 stukken aan de noordoostzijde van de Floredorperlaen in de geest in Lisse, als in voorgaande jaren door hem in huur gebruikt, voor 14 gld 15 st (in de kantlijn o.a.: de kinderen van Jacob Dircx) 848.
                                                                          In Lisse wordt voor de tiende penning Dammas Jansz vermeld in 1543 voor 11 morgen waar een huis op staat en nog 4 hond, in 1544 voor het gebruik van 3 morgen land en van nog 8 morgen 4 hond waar een huis op staat, in 1553 voor een eigen woning met 9½ morgen ½ hond land en nog 5 hond bruikwaar van Joost Jansz te Leiden, en in 1557 voor een eigen huis, 4 morgen 2 hond eigen land, nog 3 morgen 2½ hond eigen land, en het gebruik van 5 hond van Jan Paets te Leiden 849.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Elisabeth DAMMASDR, zie 601.
                                                                      1204. (<602) (>2408) Vranck DIRCXZ, kerkmeester van Lisse,
                                                                          In Lisse wordt voor de tiende penning in 1543 Vranck Dircxz getaxeerd voor 15½ morgen land met de huizinge op 40 gld, waarover hij voor de tiende penning 4 gld moet betalen, in 1544 voor het gebruik van elf morgen op 25 gld en wordt Vranck Dircxz genoemd als een gezworene van het dorp Lisse, wordt in 1553 Vranck Diricxz voor 11 morgen eigen land getaxeerd op [weg] gld, nog cum sociis voor 5 [weg] lageveens land op 4 gld, nog voor een loosterkamp van 3 morgen 3½ hond op 10 [weg], voor het gebruik van 1 hond land van de kerk te Sassenheim 15 st, nog voor 3 morgen van Heer Jan Aryaens in den Haag 8 gld 10 st, nog voor 2½ hond van Mr Cornelis, priester te Haarlem, op 6 st, nog voor 2 morgen 4½ hond van zijn wijfs vader Dirick Willems soen 12 gld, en wordt Vranck Dircxz genoemd als een van de taxateurs, en wordt in 1557 Vranck Dircxz voor eigendom van landen van 17 morgen 4½ hond getaxeerd op 75 gld, voor eigen lageveens land van 6 morgen 2 hond op 13 gld, voor eigen 's graven land van 6 morgen 5 hond op 13 gld, voor gebruik van 's graven land van 1 morgen 1½ hond op 3 gld, voor land van 3½ hond van de pastoor te Sassenheim 15 st, van 2½ van de kerk van Lisse op 1 gld 1 st, van Vranck Mattysz te Leiden 1 morgen ½ hond 3 gld 10 st, voor een woning met landen van Aernt van Duvenvoorde groot 18 morgen op 87 gld, nog voor een loosterkamp van Gerrit de Witte groot 3 morgen op 16 gld 10 st, samen 211 gld 2 st, waarover de tiende penning 21 gld 2 st 2 penn is 850.
                                                                          Volgens een regest verkoopt op 26 september 1555 Vranc Dirricxz, boer te Lisse, aan Wollewijn Florisz te Haarlem, de oom van zijn vrouw, een losrente van 35 karolusgulden per jaar, met een hoofdsom van 700 gld, gaande uit een boerenbedrijf van 5½ morgen waar IJsbrant Rijckensz op woont, belend ten noorden Trijn Theeus Claeszoons weduwe, Jeroen Jorisz, Adriaen Winsz en het gravenland, ten zuidoosten Pouwels Aelbertsz, ten zuidwesten Heinrick van Wamelinge en Pouwels Aelbertsz, ten noordwesten de wildernis, ten overstaan van Jan Claesz, schout van Lisse, Pieter Cornelisz en Adriaen Matheeusz, inwoners van Lisse, als getuigen 851.
                                                                          Op 2 november 1558 wordt Vranck Dircksz te Lisse, na overdracht door Trijn Cornelis Oliviersdochter, gehuwd met Jan Gerrits Duncker, beleend met de helft van 2½ morgen land in Roversbroeck, met welk land op 12 januari 1559 Hubrecht Willemsz, na overdracht door Trijn Cornelis Oliviersdochter en na overdracht door Vranck Dircksz, beleend wordt 852.
                                                                          In 1559 is Vranck Dirckxz, bouwman op „Den Burg” bij het Paulusbosje of Bouwlustbosje, kerkmeester van Lisse; hij ging tot de nieuwe leer over. Na de beeldenstorm in 1566 heeft Vranck Dircx de sieraden van de kerk eerst opgeborgen en later verkocht. 853
                                                                          Op 19 januari 1561 wordt Vranck Dirricksz, na overdracht door Cornelis Cornelisz alias Jonghe Neel, beleend met 3 morgen land in de Lage Venen te Lisse, gemeen met Derrijck Willemsz en de weduwe van Pieter Pieter Colijnszoonsz en het Lijsbethgasthuis te Haarlem, belend ten zuidoosten de heer van Betnhuysen, ten zuidwesten Doe Claes, ten noordwesten de Vaert, ten noordoosten Wouter Gerijtsz c.s. en Cornelis Dircksz Langevelt, welk leen op 6 december 1577 ten vrij eigen gegeven wordt, en op 13 maart 1567 wordt Vranck Dircsz te Lisse, na overdracht door Wouter Dircsz, beleend met de helft van 4 hond geestland, belend ten zuidoosten de Heerweg, ten noordwesten de Lyetweg, ten noordoosten het kerkland van Lisse dat Vranck Dircksz in pacht heeft, ten zuidwesten Arien Aelbertsz 't Groen 854.
                                                                          In Haarlem constitueert Jacob Dircxz van Lisse op 5 maart 1574 Aeriaen Gael en Jeroen Jacobsz contra Vranck Dircxz van Lisse, en Symon Lenaertsz van Rijnsburg op 19 juli 1574 Louff contra Vranck Dircxzz van Lisse 855.
                                                                          Op 26 november 1578 compareren voor het Hof van Holland de procureur van Ghysbrecht Dircxz Gool en IJsbrant van den Bouckhorst als curateurs van de boel van Vranck Dircxz en zijn huisvrouw, impetranten van willig decreet jegens de procureur van Heyndrick Andrieszoon en Jan Jacobsz met zijn consorten en de procureur jonker Johan van Mathenes te Lisse en de procureur van Claes Fredericxz te Voorschoten, opposanten, om te repliceren; het betrof de gedane veiling van twee landen. Het Hof heeft verklaard dat een akte van dingtalen van de partijen van landen gemaakt zou worden om daarop naar behoren acht te slaan. 856
                                                                          In Lisse heeft in 1578 de schout doen panden IJsbrant Jacopsz Verbouchorst en Ghysbrecht Dircxz Gool, als curatoren van de desolate boedel van Vranck Dircxz, voor 50 gld voor zijn pandgeld en 50 gld voor de secretaris volgende zijn voorgaande panding op 3 juni 1578, verkopen op 11 januari 1580 Cornelis Vranckesz, Anthonis Vranckesz, Willem Vranckesz, Maerten Vranckesz, gebroeders, en Claes Cornelis Korstensz hun zusters man, aan jonkheer Johan van Mathenesse van Lisse een akker geest- of zaailand groot ca. 120 roeden, en nog een akker geest- of zaailand van ca. 1½ hond, beide aan de Heerwech, en op 11 oktober 1582 nog ca. 4 hond hoog geestland 857.
                                                                          Volgens een regest koopt op 7 maart 1581 Floris Willemsz, metselaar, poorter van Haarlem, een prove in het leprooshuis voor hem en zijn vrouw Maritgen Claesdr, die hij betaalt met een losrente van 35 carolusgulden per jaar, met een hoofdsom van 700 carolusgulden, gaande uit een boerenbedrijf van 5½ morgen te Lisse, welke renten de erfgenamen van Vranc Dirricxz, boer te Lisse, jaarlijks betalen aan de verkoper als erfgenaam van zijn vader Wollewijn Florisz, ten overstaan van Hugo Bol van Zanen en Cornelis Rijcken, schepenen van Haarlem 858.
                                                                          Op 17 februari 1582 doen Ghysbrecht Dircxz Gool en Ysbrant Jacobsz van der Bouchorst, als geweest zijnde curatoren van de boedel van wijlen Vranc Dircxz te Lisse, mits dezen insinueren Cornelis Meesz Biltman, Claes Cornelisz wonende te Noordwijk en Adriaen Thonisz backer te Katwijk, voor henzelf en als voogden over zekere weeskinderen, dat zij gerequireerden zich tevreden moeten houden met de liquidatie als in waarbrieven en quitanties gespecificeerd, en sustineren dat zijluiden de penningen behoren te lichten, die Jacobi jongstleden waren verschenen van de koop van zekere 3 morgen land te Lisse gekocht door Jeroen Dammasz. Op 23 februari 1582 door notaris overgebracht op Claes Cornelisz, die zegt zich bij de anderen te zullen aansluiten, en Cornelis Meesz Biltman en Adriaen Thonisz, die zeggen dat het niet waar is. 859
                                                                          Op 30 augustus 1582 geeft Lambert Reyersz van der Horst, uit naam van zijn vader Mr Reynier Lambertsz van der Horst, volmacht aan Wouter Lenartsz van Calcken, bode te Lisse, om van de penningen gekomen van de verkochte goederen van Vranck Diricxz te Lisse te mogen vervolgen, lichten en ontvangen 38 gld 6 st 860.
                                                                          In Lisse op 1 oktober 1583 compareren „Ghysbrecht Dircxz Gool ende Ysbrant vander Bouchorst Jacobsz als curateurs byden hove van Hollant geordonneert over den dezolaten boedel van Vranck Dircxz ende Tryntgen Dircxdr zyne huysfrouwe impetrante van cessie”, die verklaren dat de voogden van het nagelaten weeskind van Adryaen Cornelisz Ruychen afstand gedaan hebben t.b.v. de desolate boedel van Vranck Dircxz van de 3 morgen veenland, belend o.m. de weduwe van Dammas Gerritsz Cluft, die Adryaen Cornelisz tijdens zijn leven gekocht had van Vranck Dircxz op 8 januari 1581, en die dit land verkopen aan Jheroen Dammasz Cluft, waarbij de schuldeisers van de boedel van Vranck Dircxz verklaren van zekere termijnen voldaan te zijn en van Jeroen Dammasz een schuldbrief gekregen te hebben waarvoor Anthonis Vranckensz zich borg stelt, en is op 25 oktober 1584 Vranck Dircxz waarborg voor Aeltgen Banendr, eerst weduwe van Adrijaen Dirck Andriesz, later van Gerrit Stevensz 861.
                                                                          In Lisse bekennen op 8 januari 1592 Cornelis Vranckensz, ook als oudste broer en voogd van Agnyese Vranckendr, Willem Vranckensz en Maerten Vranckensz, als mede-erfgenamen van wijlen Dirck Willemsz van Castricum hun zal. bestevader, voldaan en betaald te wezen door Claes Corsteman Cornelisz, man en voogd van Marytgen Vranckendr, Agnyese Vranckendr voornoemd en Barbara Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Anthones Vranckensz, mede erfgenamen van voornoemde Dirck Willemsz, belangende de onverkochte landen en goeden die zij volgens „d'instrumente daer van zynde” van 18 sept. 1551 met elkaar gedeeld hebben, liggende in Lisse in drie of meer partijen 862. In Lisse wordt op 28 mei 1609 bij verkoop van een kamp land in Lisserbrouck, groot omtrent 14 hond, een oude eigendomsbrief vermeld van 11 juni 1564 waarin Vranck Dircxz dit land aan Wouter Dircxz verkoopt, en wordt op 31 december 1612 verwezen naar een akte van 15 maart 1572 waarin Vranck Dircxz als kerkmeester vermeld wordt 863.
                                                                          Op 11 juni 1607 attesteren Willem Vranckesz, oud omtrent 64 jaren, en Maerten Vranckesz, oud omtrent 58 jaren, gebroeders, kinderen van zal. Vranck Dircxz en Tryntgen Dircxdr, dat zij en Maritgen Vrancken huisvrouw van Claes Cornelisz Costerman de requirant, Cornelis Vrancken, Thonis Vrancken en Angnies Vrancken, allen kinderen van voornoemde Vranck Dircxz en Tryn Dircx, erfgenamen geweest zijnde van Dirck Willemsz hun grootvader van 's moeders zijde, o.a. als goederen te erve genomen hebben omtrent 4½ morgen land, zo wei- als teellland aan elkaar gelgen in de banne van Lisse, en aan voornoemde Maerten en Anghies, o.a., als voor hun portie toegekomen, en na beiden tot hun mondige jaren gekomen, verkocht aan Claes Cornelis Costerman hun zwager 864.
                                                                      tr.
                                                                      1205. (<602) (>2410) Trijntje Dircxdr van CASTRICUM.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Cornelis Vranckensz van der BURCH, tr. Margriete van der BOUCHORST.
                                                                            Voor landpacht van de pastorie van Sassenheim vanwege het gebruik van 1 morgen land tegenr 4 £ 10 sc 's jaars is Cornelis Vranckesz in 1578 dit bedrag verschuldigd aan de rendant van de geestelijke goederen 865.
                                                                            Op 14 maart 1579 stelt Jan Jansz Voorwt den ouden, buurman te Rijnsburg, zich borg voor Cornelis Vranckensz van der Burch, mede te Rijnsburg, voor 54 gld, vanwege verlopen rente van 36 gld jaarlijks, waarvoor de voorschreven van der Burch ter zake van kwijtschelding van drie halve jaren op 31 december 1578 gecondemneerd is ten behoeve van Aeffgen van der Bouchorst, en stelt op 13 februari 1583 Willem Vranckensz, buurman te Warmond, zich borg voor Cornelis Vranckensz zijn broer voor 36 gld, ter zake van een jaar losrente verschenen meidag laatstleden ten behoeve van Aeffgen Cornelisdr van der Bouchorst 866
                                                                            In Sassenheim verkoopt op 22 maart 1586 Cornelis Vranckensz, wonende te Rijnsburg, aan Willem Vranckensz zijn broer wonende te Warmond 2 honden maailand 'gemengder veur ende aerde' 867.
                                                                            Op 23 juni 1586 verklaart Cornelis Vranckensz van der Burch, buurman te Rijnsburg, dat hij om gewichtige redenen en singuliere affectie tot Cornelis Cornelisz van der Bouchorst en Immetgen Cornelisdr van der Bouchorst, zijn kinderen gewonnen bij Margriete Cornelisdr van der Bouchorst, met Cornelis Cornelisz geassisteerd met zijn oom Anthonis Vranckensoen wonende te Lisse, tezamen vervangende Immetgen Cornelisdr, van plan zijnde van woonplaats te veranderen, aan zijn voorschreven twee kinderen opgedragen te hebben landen, huizen en gronden, enz., en daarvan wel betaald te wezen (in de marge: op 7 mei 1601 heeft Cornelis Vranckensz deze opdracht gerenonceerd) 868.
                                                                            Op 29 juli 1598 verzoekt Cornelis Vranckensz van der Burch aan de notaris om te gaan naar Cornelis Cornelisz van der Bouchorst zijn zoon, om hem de betaling te verzoeken van 125 gld losrente van 1 jaar gesproten uit de koop van zijn hofstede te Rijnsburg, verschenen mei jongstleden, voornoemde Cornelis Vranckensz dikwijls zijn zoon verzocht hebbend om met hem te rekenen en te stapelen ter presentie van vier goede mannen, waarop de notaris zich vervoegd heeft ten huize van Cornelis Cornelisz van der Bouchorst en, bij afwezigheid van deze, het verzoek voorgelezen aan Marytgen Bancrasdr zijn huisvrouw, die zei het aan haar man te zeggen 869.
                                                                            Op 14 november 1601 verklaren Jacop Mathysz, oud omtrent 60 jaar, en Jan Huygensz, oud omtrent 62 jaar, buurluiden te Rijnsburg, ten verzoeke van Cornelis Vranckensz hum mede-buurman, wel te kennen de woninge, stede en eigen landen in Rijnsburg, Oegstgeest en Voorhout die, toen requirant ze overdeed aan zijn zoon, bij openbare verkoop wel 7100 gld in gereed geld waard waren, en dat hij zijn dochter Immetgen Cornelisdr tekort had gedaan door zijn goed te geven voor 5000 gld boven de lasten 870.
                                                                        2. Maritgen VRANCKENDR, overl. vóór 18 febr. 1631, tr. Claes Cornelisz CORSTEMAN, geb. ca. 1540, overl. tussen 26 mei 1616 en 20 nov. 1616, zn van Cornelis CORSTENSZ.
                                                                            Op 10 september 1599 testeren Claes Cornelisz Corstemans van Lisse en Maritgen Vrancken zijn huisvrouw, aan de langstlevende, en de langstlevende zal blijven zitten in alle goederen, en na diens dood zullen al hun goederen erven aan hun beider kinderen of kindskinderen 871.
                                                                            Op 16 juni 1609 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Engbert Lenaertsz van Bosvelt, notaris publiek binnen Haarlem, en Duyffgen Claesdr, geassisteerd met Claes Cornelisz Corsterman, Maritgen Vrancken en Cornelis Claesz Corsterman, respectievelijk haar vader, moeder en broer. Zij zullen alzulke goederen ten huwelijk brengen als gespecificeerd in 2 cedullen, door hen gemeenschappelijk ondertekend. Als Bosvelt als eerste sterft krijgt Duyffgen 6000 gld, als Duyffgen als eerste sterft krijgt Bosvelt 3000 gld. 872
                                                                            In Lisse heeft op 20 november 1616 Marijtgen Vranckendr, weduwe van Claes Cornelisz Corsteman, al haar goederen opgedragen aan Cornelis Claesz Corsteman, Cornelis Aerntsz getrouwd hebbende Aeltgen Claes, Lourijs Gerritsz Langevelt man en voogd van Trijntgen Claes, Quierijn Henricxz getrouwd hebbende Geertgen Claes, Cornelis Jacopsz man en voogd van Marytgen Claes, en Egbert van Bosvelt getrouwd hebbende Duijfgen Claes, haar 6 kinderen, waarvoor zij haar tijdens haar leven 600 gld 's jaars zullen uitkeren, te weten elke 2 maanden 100 gulden 873.
                                                                            In Lisse bekennen op 18 februari 1631 Cornelis Claesz Corsteman, Laurens Geritsz Langevelt man en voogd van Trijntge Claesdr, Cornelis Claesz van Spaerwoude man en voogd van Maertge Claesdr en Egbert van Bosvelt man en voogd van Duijfje Claesdr, mede kinderen en erfgenamen van Claes Cornelisz Corsteman en Maritgen Vrancken, verkocht te hebben aan Cornelis Arentsz getrouwd hebbende Aeltge Claesdr en Crijn Henricxz man en voogd van Geertgen Claesdr, ook kinderen van Claes Cornelisz Corsteman en Maritgen Vrancken, 4 zesdeparten van een huis (enz.) door Maritgen Vrancken metterdood ontruimd, belend ten westen de Heerenwech, ten noorden Engel Jacobsz Heemskerck, ten zuiden Peter Cornelisz, ten oosten de abdij van Leeuwenhorst, voor 200 gld op 3 termijnen 874.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1580 jonkheer Johan van Mathenesse, zoon van zal. jonkheer Nicolaes van Mathenesse, aan Claes Cornelis Korstensz een stuk teelland van ca. 1½ of 2 hond, belend o.m. de erfgenamen van Dirck Willemsz en de Herewech, en nog ½ morgen land in de Oostgeest gemeenschappelijk met de erfgenamen van Dirck Willemsz in een stuk van 7 hond, belend o.m. de Herewech 875. In Lisse in 1583 klaagt Claes Gangeloffsz Vool als gemachtigde van Mr Lambrecht Heymersz over Claes Cornelis Corstensz als possesseur van zekere 11 hond land eertijds gepossideerd door de zal. vader van Claes Cornelisz Corstensz, waarna op 30 oktober 1583 174 gld betaald wordt, de helft van de 348 gld door Corsteman beloofd op 23 oktober, en zijn Claes en Adryaen Corneliszonen, als universele erfgenamen van wijlen Cornelis Corstensz hun vader, eisers tegen Willem Adryaens en Jan Dirc Jacobsz over land gekocht door Cornelis Corstensz vóór de troebele tijden, en in 1584 eist Claes Corstemans Cornelisz van Willem Matthysz 30 gld, van Hubert Henricx 100 gld, van Pieter Willems Vouger 5 gld 876.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1584 Ghysbert Dircxz Gool, poorter der stad Leiden, aan Claes Cornelis Corsteman Cornelisz 2 morgen land zoals comparant met nog 2 morgen land ernaast gelegen op 13 maart 1582 in de vierschaar van Rijnland bij executie gekocht heeft, liggend over duin in de Lagevenen, wordt in 1585 een vonnis ten behoeve van Claes Corsteman Cornelisz uitgsproken over de nagelaten boedel van Adriaen Willemsz Cramer, en verkoopt in 1588 Claes Corsteman Cornelisz aan Cornelis en Gerrit Janssonen, gebroeders, beiden duinmeiers, een stuk geestland van omtrent 4½ morgen waarvan een deel afgekard is, liggende op de Westergeest, belend o.m. Jonge Agnyese Cluften of Pancraes Dammasz haar zoon 877.
                                                                            In Lisse verkopen in 1590 Egbert Dircxz Gool, poorter der stad Leiden, en Anna Dircxdr, weduwe van Mr Symon Jansz in zijn leven chirurgijn in dezelfde stad, geassisteerd met Gysbert Gool haar broer, aan Claes Corsteman Cornelisz 2 morgen land in de Lageveenen, als wijlen Anthonis Vranckensz hun verkocht had op 18 augustus 1584 met Claes Corsteman voornoemd als borg, en verkoopt in 1613 Dirck Jacopsz van Heemskerck, als mede-erfgenaam van wijlen Jacop Florijsz van Heemskerck zijn vader, in zijn leven waard aan 't kerkhof, aan Claes Cornelisz Corsteman een kamp land van omtrent 8½ hond, genaamd Die Cleyne Venne, in de Poelpolder 878.
                                                                            In Haarlem constitueert Claes Cornelisz Costermans op 20 oktober 1603 de Weent ad lites contra Daniel de Vleyshouder en alle anderen 879.
                                                                            In Haarlem constitueert Claes Cornelisz Costerman, buurman te Lisse, op 31 januari 1605 Henrick Cursor ad lites contra Daniel Seys, en stelt op 13 juni 1605 Engbert van Bosvelt zich borg voor Claes Cornelisz Costerman met zijn consorten, erfgenamen van zal. Jan Florisz, wiens personen en goederen zijn gearresteerd door Laurens de Hoge en Pieter Thoenen (in de marge: IJsbrant Steffens heeft verklaard dit te voldoen en indemneert Egbert van Bosvelt) 880.
                                                                            Op 26 mei 1606 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussem Cornelis Claeszoon Costerman, geassisteerd met Claes Cornelisz Costerman en Maritgen Vrancken wonende te Lisse, zijn vader en moeder, ter eenre, en Cornelia Huybertsdr, geassisteerd met Pieter Cornelisz haar oom van 's moeders mitsgaders Huybert Cornelisz nomine uxoris oom van 's vaders zijde, en Willem Cornelisz Brammer brouwer in 't Hart te Haarlem haar neef, ter andere zijde. De bruidegom brengt in 3000 gld, boven de bruiloft, huisraad, ringen en juwelen voor de bruid. De bruid brengt in alle de goederen door 't overlijden van haar ouders haar aangekomen en ook de goederen volgens testamentaire dispositie fideï commis, door Cornelis Claesz gelezen. 881
                                                                            In Haarlem verkopen op 25 januari 1607 Claes Cornelisz Corsteman, wonende te Lisse, en Engbert van Bosvelt, poorter dezer stede, aan Sr Lyeven Moens, koopman poorter deze stede, een huizinge met erf in de Smeedestraet, met alle ramen en inboedel wezende de verkopers toebehorende, dan zo Aeff Steffens, weduwe van Jan Florisz, zou willen sustineren haar iets van de boedel te competeren de koper haar dezelve iboedel zal moeten laten volgen mits dat de kosten van de rechtspleging zullen komen ten laste van Bosvelt alleen, voor 3850 gld 882.
                                                                            In Haarlem heeft op 25 januari 1607 Sr Lyeven Moens, koopman, gekocht van Claes Cornelisz Costerman wonende te Lisse, en Engbert van Bosvelt, een huizinge met erf in de Smeedestraet, tussen Frederick Ramp aan de ene zijde en Wolphert Lambertsz slootmaecker en Adriaen van Berckenrode c.s. aan de andere zijde, strekkende aan Mr Frans Pietersz Schilder, waarop hij rente behoudt ten behoeve van Costerman 1900 gld en Bosvelt 1600 gld hoofdsom (de rentebrief van 1900 gld is op 5 november 1607 gecasseerd) 883.
                                                                            In 1610 testeert Duyffgen Claes Corstermansdr, ziekelijk, huisvrouw van Engbert Lenertsz van Bosvelt. Zij revoceert de huwelijkse voorwaarden, en vermaakt als zij zonder kinderen sterft aan Claes Cornelisz Corsterman en Maritgen Vranckendr, haar vader en moeder, alle land die zij, Duyffgen, ten huwelijk bracht, en hun legitieme portie. Verder zal Engbert van Bosvelt behouden alle meerdere goederen die zij met de dood ontruimen zal. 884
                                                                            In Haarlem verklaart op 15 februari 1611 Engbert Lenaertsz van Bosvelt, voor hemzelf en in naam van Claes Cornelisz Corsteman zijn schoonvader, zich te bevoelen grotelijken bezwaard door de sententie door schepenen dezer stad op 10 februari 1611 te hunnen nadele en ten voordele van Aegt Steffensdr gewezen, mits welk hij zich daarvoor heeft geconstitueerd appellant of reformant aan het Hof van Holland 885
                                                                            In Lisse is op 4 maart 1614 Claes Cornelisz Corsteman eiser contra Sander Jacobsz vleyshouwer te Haarlem gearresteerde en gedaagde alhier, de eiser zegt dat hij ten achter is van 2 ossen dewelke de gedaagde van de eiser gekocht heeft in 't jaar 1612, voor 108 gld; de gedaagde compareerde niet en wordt gecondemneerd om bij provisie de somme van 108 gld te namptiseren aan handen van de eiser 886.
                                                                            Op 26 mei 1616 testeren Claes Cornelisz Corsteman, ziekelijk, en Maritgen Vranckendr, revocerende eerdere testamenten. Zij nomineren tot universele erfgenamen Cornelis Claesz Corsteman, Caterina Claesdr, Geertruyt Claesdr, Maritgen Claesdr, Duyfgen Claesdr, hun 5 kinderen, elk in een zesdepart, en de resterende zesdepart aan de kinderen van hun dochter Alydt Claesdr mits dat Alydt haar leven lang de vruchten en tochten vandien genieten zal. 887
                                                                            In Lisse verklaren op 21 juli 1620 Cornelis Claesz Corsteman, Cornelis Aerntsz Verschuijer als getrouwd hebbende Alijdt Claesdr eertijds weduwe van Jacop Bartelmeesz van der Sluys, Laurens Gerritsz Langevelt als getrouwd zijnde met Catrijn Claesdr, Quieryn Henricxz van der Morsch als man en voogd van Gaertruyt Claesdr, Cornelis Jacopsz van Spaern als man en voogd van Marijtgen Claesdr, en Egbert van Busvelt als getrouwd wezende met Duijffgen Claesdr, als erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz Corsteman bij openbare veiling op 6 november 1619 verkocht te hebben aan Gerrit Jansz Croon en Floris Jacopsz Heemskerck, loco Dirck Engelsz Larum, een woninge met huis, barg, schuren, bepotinge en beplantinge met omtrent 14 morgen 559 roeden wei- en teelland, op de Oudenveen, aan de voornoemde Claes Corstemans van de erfgenamen van wijlen Johan van Brouchoven, in zijn leven rentmeester van Rijnland, getransporteerd op 29 februari 1592, verklaren op 20 januari 1621 dezelfde verkopers, als erfgenamen van Claes Cornelisz Corsteman en Maritgen Vranckendr, in hun leven wonende te Lisse, openbaar verkocht te hebben aan Mr Nijclaes van der Laen Gerritsz, advocaat voor het Hof van Holland, de beternisse van omtrent 5 morgen ½ hond land genaamd de Loostercamp, gelegen aan twee partijen over duin, en aan Huych Dingnomszoon de Roo een partij land begroot op 2 morgen, als door Claes Cornelisz van Gijsbert Dircsz Gool c.s. verkregen op 2 juni 1590, over duin in de Lagevenen 888.
                                                                            In Lisse verkopen in 1622 Laurens Gerritsz Langevelt als man en voogd van Catrijn Claesdr en Egbert van Busvelt als man en voogd van Duve Claesdr, beiden mede-erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz Corsteman en Maritgen Vranckendr, aan Anthonis Claesz van Alkema een partij land van 1668 roeden overduin in de polder van de Lagevenen, genaamd Trompersveen, belend ten noordoosten Cornelis Jeroensz Swanenburch met erfpacht van Mr Vrederick Brundt Reijniersz, ten zuidoosten Claes Corstemans erfgenamen voorschreven, ten zuidwesten Mr Andries de Cocq met Johan Stoop, ten noordwesten de Oudenvaertlaen, comparanten bij loting ten deel gevallen van hun mede-erfgenamen, en verkopen Cornelis Aerntsz Verschuijer man en voogd van Alijdt Claesdr en Querijn Henricxz van der Morsch als man en voogd van Gaertruyt Claesdr, aan Anthonis van Alkema 862 roeden land genaamd Trompersveen, hun van hun mede-erfgenamen van Claes Cornelisz Corsteman en Maritgen Vranckendr ten deel gevallen, als op 18 juli 1584 getransporteerd door de Vierschaar van de baljuw van Rijnland 889.
                                                                            In 1623 testeert Duyffgen Claesdr, wettige huisvrouw van Egbert van Bosvelt notaris publiek, na revocatie van hun huwelijkse voorwaarden, dat voorschreven Egbert van Bosvelt te haren overlijden in volle eigendom zal hebben en blijven behouden alle goederen die zij met de dood ruimen zal 890.
                                                                            In Lisse verkopen in 1646 Cornelis Claesz Corsteman wonende te Leiden, Laurens Geritsz Langevelt wonende in de Zilk als man en voogd van Tryntgen Claes Corstemansdr gewonnen bij zal. Jacob Meeusz, de kinderen van Cornelis Jacobsz en Maertge Claes Corstemansdr, de kinderen van zal. Egbert van Bosvelt gewonnen aan Duyfge Claes Corstemansdr, tezamen geïnstitueerde erfgenamen van zal. Geertge Claes Corstemansdr in haar leven huisvrouw van Cryn Henricxz van Swanenburch wonende te Lisse, aan Jan Fransz Versam een stuk land genaamd de Erritlooster overduin, groot 1660 roeden, belend ten noorden Dirck Engelsz, ten oosten de Duyn, ten zuiden Adriaen Claes Schenert, ten westen voorschreven Dirck Engelsz, belast met 13 gld 's jaars erfpacht, voor een schuldbrief van 900 gld, en nog aan Cornelis Laurensz een stuk land genaamd de Cleyne Looster overduin, groot 10½ hond, belend ten zuiden de erfgenamen van Peter Pauls Colen, ten noorden 't land gekomen van Agniet Synielis(?), ten oosten de weduwe van Floris Jacobsz, ten zuiden Kerckeduyn, voor een schuldbrief van 1100 gld 891.
                                                                        3. Anthonis VRANCKENSZ, geb. ca. 1538, zie 602.
                                                                        4. Willem VRANCKENSZ, geb. ca. 1543  426, tr. 1° Marytgen CORNELISDR, overl. vóór 30 mei 1587, dr van Cornelis JANSZ, alias Ouwe Neel, en Fijtgen JANSDR, tr. 2° Geertgen Coenendr van der SYP, geb. ca. 1563, dr van Coen Woutersz van der SYP en Reympgen Lourisdr van NIEROP.
                                                                            In Hollandse studiën 8 892, blz. 270, 17 november 1576, schade van inwoners van Warmond door plunderende soldaten (Huisarchief Warmond nr 220): „Willem Vrancken, out omtrent 32 jaren, benomen twee nyeuwe voerde dekens, aen gelt 50 st, twee hijsen vleys, drye caesen tstuck van acht pont ende anders geraemt tsm 20 gul”.
                                                                            In Warmond verkoopt op 9 november 1578 Cornelis Dammasz houtsager, van Warmond, wonende in Leiden, aan Willem Vranckensz inwonende buurman van Warmond een huis, belend ten westen Aeltgen Pieter Thymansdr, ten oosten Cornelis Willemsz den Haen, ten zuiden Foeyt Cornelisz timmerman en Willem Vranckensz zelf, ten noorden Michiel Claesz, verkoopt op 21 december 1579 Willem Vranckenzoen 2 huizingen met hun erven naast elkaar, belend ten noordoosten Cornelis Willemsz den Haen met Gerrit Dircxzoen lindewever, ten noordwesten de heer van Warmond met Michiel Claeszoen, ten zuidwesten Seytgen de weduwe van Pieter Gerritszoen met de weeskinderen van Heynrick Jacopsz, ten zuidoosten zekere molenaar, en verkoopt op 26 september 1580 Aelbrecht Jeroensz, molenaar te Warmond, als man en voogd van Burrichgen Cornelisdr mede-erfgenaam van zal. Cornelis Foeytensz, aan Willem Vranckensz, ook buurman te Warmond, een hofstede met 2 hond geestland, te anderen tijde bij heer Geryt van Lochorst in erfpacht, belend ten noordoosten Michiel Claesz dat Jan Henricxz corffmaker placht te wezen, ten zuidwesten Geryt Harmansz dat Harman Gerytsz snyder zijn vader placht te zijn, strekkende tot de Heerwech 893.
                                                                            In Warmond geeft op 10 februari 1581 Willem Jansz 97 gld eens aan Willem Vranckensz zijn neef „ten dien tyden Willem Vranckensz desselfde penningen afgelost sal hebben”, is op 22 november 1583 Willem Vranckensz aan Elisabeth Mr Regnier Bruytendr, weduwe van Sybrant Heyndricxsz, een losrente van 12 gld 's jaars schuldig, en verkoopt op 21 januari 1584 Cornelis Jansz alias Ouwe Neel aan Willem Vranckensz en Jan Mouwerincxsz zijn zwagers [schoonzoons] een hofstede met 3½ hond land aan de Heerwech, verscheidene stukken land en vele rentebrieven 894.
                                                                            Op 30 mei 1587 verklaren Willem Jansz en Cornelis Willemsz den Haen, buurluiden te Warmond, geordonneerde voogden over de vier onmondige weeskinderen van Willem Vranckensz geprocreëerd bij Marytgen Cornelisdr, dat zij in redelijkheid bevinden te behoren dat Willem Vranckensz, vader van de voorschreven weeskinderen, genieten zal de lijftocht van de goederen van de vader van zijn overleden huisvrouw, de weeskinderen na hun moeders overlijden aangekomen bij dode van Cornelis Jansz Oude Neel, grootvader van de kinderen, en dat zo lang als die kinderen tot hun mondige dagen zullen zijn gekomen, te weten de vier zoontjes tot 20 jaren en het dochtertje tot haar 18 jaren, en dat de prijzing en loting van de landen opnieuw gedaan moet worden 895.
                                                                            In Warmond verkoopt op 28 januari 1588 Willem Vranckensz aan Jan Cornelisz de helft van 20 hond land, belooft op 15 maart 1588 Willem Vranckens in aanwezigheid van Zacharias Matthys en Jan Mouwerincxsz van moeders zijde, Cornelis Vranckens en Claes Cornelis Corsteman van vaders zijde, als ooms en bloedvoogden van Dirck, Vranck, Jan en Gherrit Willems zonen en Marrytgen Willemsdr, zijn onmondige weeskinderen bij Marrytgen Cornelisdr zijn vrouw zal., elk kind 100 gld uit te betalen als geregeld op 19 februari 1587, delenop 19 april 1588 Jan Mouwerincxsz, man en voogd van Ermptgen Cornelisdr, ter eenre en Willem Jansz, Cornelis Willemsz de Haen en Zacharias Matthysz als ooms over de nagelaten kinderen van Marrytge Cornelisdr geprocreëerd bij Willem Vranckensz, de goederen van wijlen Cornelis Jansz, hun vader en bestevader 896, en in Sassenheim verkoopt Willem Vranckensz, wonende te Warmond, op 5 oktober 1591 aan Pieter Pietersz 2 hond weiland gelegen in Sassenheim 897.
                                                                            In Lisse verkoopt op 10 juni 1591 Jonge Jacob Mathysz in opdracht van Pieter Mourynsz aan Willem Vranckensz te Warmond omtrent 5 morgen land in 2 partijen in Roversbrouck, van 14 hond en 16 hond, verkoopt 14 april 1593 Willem Vranckensz, wonende te Warmond, aan Lenaert Fransz Kueijer in de Kaag een kamp land van omtrent 16 hond in Roversbrouck, waarvoor koper hem 460 gld schuldig is, en transporteert in november 1594 Willem Vranckensz, thans wonende te Oegstgeest, voor 800 gld aan Willeboort Pietersz metselaer zijn zwager een kamp land van omtrent 14 hond, nu ter slote gelegen in Roversbrouck, welke kamp hij eerst verkocht had aan Lenaert Danijelsz van Tetroede, maar door Willeboort Pietersz als nader maag op 8 april 1594 genaast was, waarna Willeboort Pietersz metselaer wonende bij de Kaag in Warmond deze kamp overdraagt aan Pieter Mathysz zijn oom wonende op Vogelscamp bij de Kaag 898.
                                                                            Op 15 februari 1602 wordt een verklaring afgelegd door Willem Vranckensz, waard in Oegstgeest, oud omtrent 60 jaar, en door Geertgen Coenendr zijn huisvrouw, oud omtrent 38 jaar 899.
                                                                            Op 20 februari 1603 bekent Willem Vranckensz wonende te Oegstgeest aan Cornelis Paets Pietersz, brouwer in 't Hartshooft te Leiden, 120 gld schuldig te zijn, en op 14 september 1604 verklaart Willem Vranckensz wonende te Amsterdam (doorgehaald „Oestgeest”) dat hij ter betaling van een obligatie van 20 pond groot Vlaams als hij t.b.v. Cornelis Paets Pietersz verleden heeft, de voornoemde Cornelis Paets in handen gesteld heeft 2 huurcedulen, elk 3 jaar lang, de ene sprekende op Augustijn Leijmolen, voor 50 pond groot Vlaams 't jaar van de huur van comparants huizinge en erf, en de andere op Symon van Assendelft van 23 gld 's jaars van de huur van een huis in Oegstgeest 900.
                                                                            In het morgenboek van Oegstgeest van 1604/1605 staat vermeld dat eerder Willem Vranckensz 3 morgen 77 roeden gekocht had van Cornelis Dircxz Clinckenberch en dit land weer verkocht had aan Willem Jansz snijder te Rijnsburg 901.
                                                                            In Haarlem verkopen op 30 september 1637 de erfgenamen van Annitge Dircxs, getrouwd geweest zijnde met Pieter del Grave, waaronder Gerrit Willemsz van der Burch wonende in Beverwijk, ook voor Vranck Willemsz van der Burch zijn broer en voor Maerten Cornelisz van Leeuwen, man en voogd van Maritgen Willems zijn zuster, aan Pieter Maertensz een huis en erf in de Gasthuijsstraet 902.
                                                                            Op 6 maart 1610 legateren Coen Woutersz en Reijmpgen Lourisdr aan hun kleinkinderen Neeltgen en Reijmptgen Willems, dochters van Geertgen Coenen 903, en op 5 februari 1627 compareren onder de erfgenamen van Coen Woutersz van der Sijp en Reijmpgen Louwrisdr ook Pieter Willems en Reijmpgen Willems en de gemachtigden van hun moeder Geertgen Coenen van der Sijp 904.
                                                                        5. Maerten VRANCKENSZ.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1580 jonkheer Johan van Mathenesse, zoon van za. jonkheer Nicolaes van Mathenesse, aan Maerten Vranckensz en Niesgen Vranckendr een akker afgezand teelland genaamd Marcattenacker, van ca. 90 roeden, belend de erfgenamen van Dirck Willemsz za. en de Herewech, en nog een hond weiland in de Lageveen gemeenschappelijk met de erfgenamen van za. Dirck Willemsz 905.
                                                                        6. Agnyese VRANCKENDR, geb. ca. 1549.
                                                                      1206. (<603) Jan,
                                                                      tr.
                                                                      1207. (<603) (>2414) Hillegondt LYCKEN.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Neele JANSDR, tr. Matthys WILLEMSZ.
                                                                        2. Reyer JANSZ.
                                                                        3. Floris JANSZ.
                                                                        4. Maritgen JANSDR.
                                                                        5. Anna JANSDR.
                                                                        6. Grietge JANSDR.
                                                                        7. Cuniera JANSDR, tr. Wouter ZYBRANTSZ.
                                                                        8. Barbara JANSDR, zie 603.
                                                                      1208. (<604) Claes.
                                                                             Uit onbekende relatie(s):
                                                                        1. Cornelis Claesz van GRAVESLOOT, geb. ca. 1514  906, Cornelis Claesz van Sgravesloot, inwoner van Haarlem, is notarisgetuige in 1578 bij een akte van verkoop door de toekomstige schoonvader van de zoon Pieter van Maerten Claesz van Gravesloot 907.
                                                                        2. Maerten Claesz van GRAVESLOOT, geb. ca. 1540, zie 604.
                                                                      1211. (<605) (>2422, >2423) Grietgen CORNELISDR.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. N.N., tr. Arien HENRICXZ, woont te Hillegom.
                                                                        2. Griete CORNELISDR, zie 605.
                                                                      1212. (<606) (>2424) Dammas Gerritsz CLUFT, schout van Lisse vanaf 18 april 1548, overl. kort vóór 12 maart 1549,
                                                                          In Lisse wordt in 1543 Dammas Gerytsz voor de tiende penning getaxeerd voor eigen en bruiklanden van 21 morgen met zijn huizinge op 26 gld 's jaars, en wordt in 1544 Dammas Gerijtsz getaxeerd voor gebruik van 8 morgen op 9 gld 10 st, voor omtrent 2½ morgen op 2 gld, voor omtrent 11½ morgen waar een huis op staat op 14 gld 10 st, waarbij voor het huis 4 gld 10 st afgetrokken is 908.
                                                                          Op 18 april 1548 wordt vanwege de aflijvigheid van Dirck Woutersz, schout van Lisse, het schoutambacht van Lisse in pacht gegeven aan Dammas Gerytsz, die heden de eed heeft gedaan, tot de eerste dag van oktober 1549, voor jaarlijks 10 ponden van 40 groten vlaams, en op 12 maart 1548 (stilo curiae hollandiae) is bij het overlijden van Dammas Gerritsz het schoutambacht van Lisse in pacht gegeven, vanaf het overlijden van Dammas Gerritsz, aan Jan Claesz, die substituut van Dammas is geweest 909.
                                                                          Op 1 oktober 1583 is in Lisse belend de weduwe van Dammas Gerritsz Cluft 910.
                                                                      tr. 1° N.N.,
                                                                      tr. 2°
                                                                             Uit het eerste huwelijk:
                                                                        1. Jan Dammasz CLUFT, tr. Aechte CORNELISDR, dr van Cornelis PIETERSZ en Marijtje DIRCXDR, die hertr. met Joachim CORNELISZ.
                                                                            In het kohier van de tiende penning van Lisse wordt in 1543 en in 1544 Jan Dammasz vermeld voor het gebruik van 7 hond land 911.
                                                                        2. Cornelis Dammasz CLUFT, overl. vóór 20 dec. 1582, tr. Catharyna 'Trijntje' JORISDR, dr van Jorys PIETERSZ en Margryete JANSDR.
                                                                            Belening met 3 morgen geestland in Lisse: op 7 maart 1566 Cornelis Dammasz bij overdracht door Cornelis Jorisz, op 7 oktober 1577 Dammas Cornelisz 912 913.
                                                                            In Lisse verklaren in 1582 Agnese Pietersdr weduwe van Cornelis Jorysz, met Gerrit Dammasz Cluft als haar gecoren voogd, en Anna Jorysdr eertijds weduwe van Willem Syvertsz, met Adryaen Cornelisz Schoenmaecker, haar latere man en voogd te Katwijk op Zee, dat hun zal. mannen voornoemd omtrent 7 of 8 jaar vóór de tijd der troebelen aan ene Cornelis Dammasz Cluft verkocht hebben, en zij nu alsnog overdragen aan de weduwe van Cornelis Dammasz zal., nl. Catheryna Jorysdr, 2/3 van een woninge als huis, barg, schuur en de poterij vandien, met 2 partijen land van samen omtrent 5½ morgen, waarvan het derde derdepart voornoemde Trijn Jorysdr toekomt, verkregen bij het overlijden van Margryete Jansdr, de weduwe van Jorys Pietersz, waarna voor schout en schepen van Lisse en Voorhout Catheryna Jorysdr, weduwe van Cornelis Dammasz Cluft, met Dammas Cornelisz, haar zoon, tezamen wonende te Noordwijk, verklaart aan Agnyese Pietersdr, weduwe van Cornelis Jorisz, 50 gld 's jaars schuldig te zijn, met als hoofdsom 850 gld, en als onderpand land in Lisse en in Voorhout, en aan Cors Cornelisz haar zoon een afgebrande woning verkoopt 914.
                                                                            In Lisse verkopen op 23 februari 1585 Catharina Jorysdochter, weduwe van Cornelis Dammasz Cluft, geassisteerd met Willem Pouwelsz als principaal, Dammas Cornelisz, buurman te Noordwijk, en Cors Cornelisz te Lisse, gebroeders, aan Engel Cornelisz van Sassenheim 3 morgen 1 hond land genaamd de Teylingerweyde, gelegen in Voorhout 915.
                                                                      1213. (<606) Jonge Agniesgen JANSDR, overl. vóór 9 maart 1595.
                                                                          In Lisse voor de tiende penning wordt in 1553 de weduwe van Cluften Jonge Niesgen getaxeerd voor een woning met landen van 12 morgen 5 hond in eigendom op 36 gld, voor 5 morgen 1½ hond lageveensland op 2 gld, voor gebruik van 1 hond van de kerk van Sassenheim op 2 gld 10 st, en wordt 1557 Jonge Niesgen, weduwe, getaxeerd voor een eigen huis op 7 gld, voor 2 morgen eigen land op 1 gld, voor 14 morgen 4 hond eigen land op 45 gld., voor 5 morgen 1½ eigen lageveensland op 2 gld 8 st 916.
                                                                          Op 1 juni 1578 geeft Niesgen Jansdr, weduwe van Dammas Gerytsz van Lisse, wonende tegenwoordig binnen Haarlem, met Jeroen Dammasz haar zoon en voogd, volmacht aan Geryt Dammasz van Lisse, mede haar zoon, om uit haar naam voor schout en schepenen van Voorhout op te dragen aan Jan Baertsz, scheepmaker te Haarlem, een stuk land van omtrent 6 morgen in het ambacht van Voorhout, en verklaart Niesgen voornoemd met het transport van 3 morgen land in Lisse door Geryt Dammasz aan Jan Baertsz voornoemd op 19 januari 1578 te Lisse akkoord te gaan 917.
                                                                          In Sassenheim verklaren op 9 januari 1592 Jheroen Dammisz en Bancras Dammisz, elk voor zichzelf, Dammis Geritsz, Cors Geritsz en Pieter Maertsz als getrouwd met Lysbeth Geritsdr, nagelaten kinderen van Gerrit Dammisz, dat Agniesgen Jansdr hun respectieve moeder en bestemoeder, op 23 november 1580 voor notaris Adriaen Gael in Haarlem een testamentaire dispositie gemaakt heeft, volgens welke aan Marijtgen Jansdr, nagelaten dochter van wijlen Jan Dammisz, hun respectieve broer en oom, verwekt bij Annetgen Barthoutsdr, niet meer gelegateerd is dan een losrente van 18 gld, jaarlijks te lossen met 300 gld, te ontvangen na het overlijden van haar grootmoeder, maar dat comparanten besluiten om, ondanks het testament, niet 300 maar 600 gulden aan Marijtgen te geven 918.
                                                                          Op 9 maart 1595 zijn Jacob Pietersz Clinckenberch te Sassenheim als getrouwd hebbende Marytgen Jansdr, nagelaten dochter van Jan Dammasz, met assistentie van Pieter Jacobsz Clinckenberch, de vader van Jacob Pietersz, ter eenre, en Jeroen Dammasz Cluft te Lisse, ook voor Elysabeth Cornelisdr, weduwe van Pancraes Dammasz, en de kinderen van Pancraes Dammasz, zijn broer, mitsgaders Dammas Geritsz, Cors Geritsz, Pieter Maertensz getrouwd hebbende Lysbet Geritsdr, ook voor Neeltgen Geritsdr, zuster van zijn huisvrouw, en Pieter Aerts Kramer getrouwd gehad hebben Grietgen Geritsdr, erfgenamen van de navolgende Agniesgen Jansdr, ter andere zijde, vriendelijk geaccordeerd over een regeling betreffende het legaat met restricties van 300 gld gemaakt door Agniesgen Jansdr, weduwe van Dammas Geritsz, te Lisse, hun moeder en grootmoeder, in haar testament van 23 november 1580 ten behoeve van Marytgen Jansdr, haar zoons dochter 919.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Gerrit Dammasz CLUFT, zie 606.
                                                                          2. Jan Dammasz CLUFT, tr. Annetgen BARTHOUTSDR, overl. vóór 5 nov. 1624, wed. van Jacob, en die hertr. met Jacob WIERTSZ.
                                                                              Op 5 november 1624 delen Jacob Wiertsz, buurman in Sassenheim, weduwnaar van Annetgen Baerthoutsdr, ter eenre, en Jacob Pieters van Clinckenberch als man en voogd van Marijtgen Jansdr, enige voordochter van voornoemde Annetgen Baerthoutsdr geprocrëerd bij Jan Dammasz haar eerste man, mitsgaders (genoemde) Jacobskinderen (waaronder Bart Jacobsz) of hun kinderen, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van de voorzeide Annetgen Baerthoutsdr, ter andere zijde, en legateert op 30 december 1624 Jacob Wiertsz, buurman te Sassenheim, 400 gld aan Bart Jacobsz, zoon van zijn overleden huisvrouw, bij wie hij woonachtig is 920.
                                                                              Op 12 juni 1627 testeert Jacob Wiertsz, weduwnaar van Annetgen Barthoutsdr, wonende in Sassenheim, aan zijn huisvrouws voorzoon Bart Jacobsz, met legaten aan Jannetgen Cornelisdr zijn halve zuster, huisvrouw van Symon Henrixz, 800 gld, aan Meijnsgen Sijmonsdr, nagelaten weeskind van zal. Baeffgen Cornelisdr geprocreëerd bij Sijmon Jansz, 800 gld, en Bart Jacobsz, of zijn kinderen, moet nog uitkeren aan Jan Jacobsz Cluft, broer van Bart Jacobsz, 200 gld, aan Neeltgen Jacobsdr diens zuster, huisvrouw van Dirc Willemsz Stienvoorde, 200 gld. Nog een legaat aan Annetgen Barthouts, dochter van voornoemde Bart Jacobsz, die naar testateurs zal. huisvrouw genoemd is, 500 gld, als zij 16 jaar oud geworden zal zijn, en nog aan Marijtgen en Arijaentgen, mede dochters van voornoemde Bart Jacobsz, elk 50 gld. 921
                                                                              Op 13 juli 1630 testeert Jacob Wiertsz wonende te Sassenheim, weduwnaar van Annetgen Barthoutsdr, aan Bart Jacobsz, voorzoon van zijn overleden huisvrouw, als universele erfgenaam, eventueel diens kinderen. Uit te keren aan Jannetgen Cornelisdr zijn halve zuster, huisvrouw van Sijmon Henricxz, 1200 gld, aan Meijnsgen Sijmonsdr, nagelaten weeskind van zal. Baeffgen Cornelis testateurs overleden halve zuster, door haar geprocreëerd aan Symon Jansz haar echte man, 1200 gld. Voorts nog uit te keren door Bart Jacobsz, of diens kinderen, de navolgende legaten, nl. aan Jan Jacobsz Cluft en Neeltgen Jacobsdr zijn zuster, huisvrouw van Dirc Willemsz Stienvoorde, elk 200 gld, nog aan Marijtgen en Arijaentgen Barthoutsdochteren, kinderen van voornoemde Bart Jacobsz, elk 100 gld, nog aan Aechgen Barthoutsdr 50 gld. 922
                                                                          3. Jeroen Dammasz CLUFT, schepen van Lisse, tr. Duijffgen CORNELISDR, dr van Cornelis HUYGENSZ en Gaertruijt FLORISDR.
                                                                              Belening met 4 akkers land, groot ½ morgen in de Lyesbroeck: op 18 september 1566 Jheron Dammasz alias Clufs, na overdracht door Willem Woutersz, op 1 november 1566 Banck Dammasz Cluften, na overdracht door zijn broer Jheroen Dammasz Cluften 923. Belening met 5 hond land in de Liesbroeck, gemeen met Gillis Poes: op 1 november 1566 Banck Dammasz, na overdracht door Pieter Cornelisz Schalck, met overdracht van het leen aan zijn broer Jheroen Dammasz Cluften, vermeld als leenman te Sassenheim van 8 februari 1567 tot 3 januari 1572.\.
                                                                              In 1562 is Jeroen Dammasz één van de kerkmeesters van Sassenheim 924. Op 6 mei 1578 verkoopt in Lisse Cornelis Huygesz aan zijn drie zwagers [schoonzoons] Jheroen Dammasz als man en voogd van Duijffgen Cornelisdr, Pancras Dammasz als man en voogd van Lysbeth Cornelisdr, en Derrick van Tetroe Jansz als man en voogd van Annetgen Cornelisdr wonende te Noordwijkerhout, alle goederen die hij met wijlen Gaertruijt Florisdr, zijn zal. huisvrouw, bezeten heeft, waarvoor zij Cornelis Huygensz hun vader in de kost moeten houden en aan hem elk kwartaal 2 gld 10 st moeten betalen 925.
                                                                              In Lisse verkoopt op 14 juli 1579 Huybrecht Henricxz aan de Poel aan Jheroen Dammasz alias Clucht een stuk weiland genaamd de Hellecamp, groot omtrent 3 morgen, in Sassenherbrouck, verkopen op 14 december 1579 Hillegond, Jannetgen en Dirckgien Gerrits dochteren van Tiel, gezusters, met Pieter Aelbrechts backer als voogd, aan Jheroen Dammasz Cluft o.m. een zesde deel van omtrent 6 morgen en 3 hond land hun aanbestorven van hun vader Gerrit Dircxz van Tiel en moeder Anthonia Matheusdr, heeft in 1681 Jeroen Dammasz een schuld van 12 gld 's jaars, waaraan hij 5 morgen weiland verbindt, belend o.a. Geryt Dammasz zijn broer, en nog 6 gld 5 st 's jaars aan de nagelaten kinderen van Jacob Cornelis en Maritgen Gerritsdr, waaraan hij 2 morgen toegemaakt land verbindt in de Lageveen, belend o.a. Gerrit Dammasz Cluft, en is in 1582 Jeroen Dammasz Cluft schepen en ambachtsbewaarder 926.
                                                                              In Lisse in 1583 is Jeroen Dammasz Cluft een losrente van 31 gld schuldig aan Jacob Cornelisz 'inden vergulden schilt tot Amstelredamme', met als onderpand 6 morgen land in Voorhout en als borgen Geryt Dammasz en Pancraes Dammasz Cluft, broers van voornoemde Jeroen, en verkoopt Jheroen Dammasz Cluft aan Joncheer Johan van Mathenesse van Lis, zoon van wijlen Joncheer Nycolaes van Methenesse, een kamp toegemaakt weiland van omtrent 3 morgen in de Lagevenen, belend o.m. Jeroen Dammaz zelf of zijn moeder Nyesgen Cluften, draagt in 1584 Lenaert van Tetroede aan Jheroen Cluft Dammasz 4 hond land in de Lijesbrouck op, verkoopt in 1585 Jan Reyniersz, schout van Lisse, aan Jeroen Dammasz Cluft omtrent 3½ morgen toegemaakt land genaamde de Laegeveen, en Jheroen Dammasz Cluft aan Lambert van der Horst Reyniersz, tegenwoordig poorter van Haarlem, een woning met huis, barg, schuur, en potinge, met 14 morgen ½ hond land, o.m. in de Lyesbrouck en in Roversbrouck, en verkoopt in 1587 Jeroen Dammasz Cluft aan Adrijaen Corsteman Cornelisz 4 zesdeparten van 6½ morgen land in twee partijen, in Roversbrouck en in de Bultjen in Vennep 927.
                                                                              In Lisse in 1590 transporteert Catharina Gerritsdr, weduwe van Cornelis Zymonsz, met haar broer Jacob Gerritsz als voogd, aan Jeroen Dammasz Cluft de rechten op een zekere kamp land van omtrent 4 morgen 1 hond, met borg Cors Cornelisz, waarvoor hij haar 850 gld schuldig is (afgelost op 4 november 1596), en verkoopt Jheroen Dammasz Cluft, voor schepenen Jacob Dircxz vande Voorden en Dammas Jeroensz Cluft, aan Gerrit Jacobsz Coppen te Sassenheim de helft van een kamp land, groot in het geheel omtrent 4 morgen, in Roversbrouck, gemeenschappelijk met voornoemde Gerrit Coppen, openbaar gekocht op 10 oktober 1590 van Catharyna Gerritsdr, weduwe van Cornelis Zymonsz 928.
                                                                              In een akte van 'compositie' van 26 mei 1593 wordt Jeroen Dammasz Cluft, gezworene van Lisse, veroordeeld tot betaling van een civiele boete van 75 ponden, te betalen in 3 termijnen. Hij heeft enige tijd daarvóór een rekest gepresenteerd aan de Staten van Holland, in naam van de gezworenen, gemene buren en ingezetenen van Hillegom, Lisse en Voorhout, om in pandschap te hebben het baljuwschap van deze dorpen, waarin hij, volgens zijn verklaring, eerst weigerachtig geweest is en eindelijk daartoe gebracht is, maar alzo hij kort daarna nader onderricht is alsdat de beschuldigingen jegens de baljuw ten onrechte waren heeft hij terstond daarna zijn signatuur gerevoceerd en al in maart 1592 voor notaris en getuigen verklaard dezelve niet gestand te doen, biddende de baljuw de beledigingen hem in dezen gedaan te remitteren. Zijn verzoek aan de procureur-generaal, aan wie de zaak verwezen was, om te desisteren is ingewilligd, hoewel hij wel een boete moest betalen. 929 (Behalve deze er ook akten van compositie jegens andere gezworenen, van Lisse, Hillegom en Voorhout, en de gewezen schout Pieter Woutersz van Voorhout.)
                                                                              In Voorhout verkoopt op 13 oktober 1594 Mees Doesz aan Jeroen Dammasz de helft van een kamp land groot omtrent 3½ morgen, genaamd de Drie Zevenhonden, liggende bij het huis van Teylangen, van welk land de wederhelft competerende was Joost Dircxz mede te Voorhout, welke laatste dit land heeft genaast, waarop Jeroen Dammasz deze heeft overgedragen 930.
                                                                              In Lisse in 1595 draagt Jheroen Dammasz Cluft over aan zijn zoon Dammas Jeroensz omtrent 1½ morgen land in Roversbrouck, eerst verkocht aan Weijntgen Pietersdr, weduwe van Cornelis Engelsz, maar door zijn zoon genaast als nader bloedverwant, transporteert Jeroen Dammasz Cluft, als actie hebbende van Cornelis Huych Vranckensz die zijn schoonvader was, aan Pieter Jansz de Jongsten zijn zwager [schoonzoon] al het recht op zekere percelen land, met een woning op het grootste perceel, eertijds door voornoemde Cornelis Huych Vranckesz van Johan van Dompseler man en voogd van juffr. Johanna van Coulster in erfpacht genomen voor een som van 54 gouden carolusgulden 's jaars, volgens een brief van 7 augustus 1552, verkoopt Jheroen Dammasz Cluft aan Dammas Jheroensz Cluft, Lenaert Jeroensz Cluft [wonende op de Ade bij Alckemade] en Pieter Jansz de Jongsten een (groot) aantal percelen, die deze van hun schoonvader en vader gekochte percelen vervolgens verdelen 931.
                                                                              In Voorhout is op 19 maart 1596 Jeroen Dammasz Cluft wonende te Lisse aan Mees Alewynsz wonende te Leiden 12 gld 's jaars schuldig, hoofdgeld 200 gld, met als onderpand 1½ morgen land, belend ten noordoosten Jacob Dircxz, ten zuidoosten Jan Paetsz van Zanthorst te Leiden, ten zuidwesten en noordwesten comparant, en verkoopt op 26 februari 1598 Jeroen Dammasz wonende te Lisse omtrent 2 morgen geestland, belend ten zuidoosten comparant, ten zuidwesten Henrick Jeuriensz, ten noordwesten Keuckenduyn, ten noordoosten de Buyrlaen 932.
                                                                              In Lisse verkoopt in 1597 Jeroen Dammasz Cluft aan Lenaert Jeroensz Cluft zijn zoon 2 partijen geestland op de Westergeest, van 8 hond ('t Dworslandt) en 1 morgen, verklaart in 1598 Pieter Jansz alias Jongste dat hij vanwege schulden aan Jeroen Dammasz Cluft, zijn schoonvader, door koop van woning en land waar hij nu woont, gekomen van voornoemde Jeroen Cluft, 4 rentebrieven neemt van samen 48 gld 's jaars, verklaren in 1600 Willem Jansz wonende te Sassenheim en Pieter Jansz de Jongste, mede-erfgenamen van wijlen Jan Willemsz hun vader, op 9 februari 1600 in de herberg van de Engel openbaar aan Jeroen Dammasz Cluft een partij land genaamd Smolenaers Horve, groot omtrent 8 hond, gelegen in Zassemherbrouck, verkocht te hebben, verkoopt in 1606 Jeroen Dammasz Cluft aan Dammas Jeroensz Cluft zijn zoon een kamp land van omtrent 2 morgen, eertijds gekomen uit de helft van 6 morgen, gelegen in de Laegevenen, en testeren in 1606 Jheroen Dammasz Cluft en Duijve Cornelisdr zijn vrouw op elkaar, met onterving van elke erfgenaam die bij het overlijden van de eerste van de twee rebelleert (geroyeerd op 18 april 1611) 933.
                                                                              In Lisse verkoopt in 1607 Jeroen Dammasz Cluft aan Pieter Jansz de Jongste 2 percelen land in de Westgeest, verkopen in 1608 Neeltgen Florysdr, eertijds weduwe van Jan Pouwelsz en naderhand van Oude Cornelis Willemsz, geassisteerd met Eeuwout Willemsz, beiden wonende te Noordwijkerhout, en Lenaert Willemsz wonende te Kralingen als oom en bloedvoogd van Willem, oud 22 jaar, en Florijs, oud 21 jaar, onmondige wezen van Cornelis Willemsz en Neeltgen Florysdr, aan Jheroen Dammasz Cluft een toegemaakte kamp land van omtrent 9½ hond in de Lageveenen, en verkopen in 1611 Aeltgen Cornelisdr, weduwe van Florijs Cornelisz anders genaamd Florys Jonge Nelen, en hun kinderen, aan Jheroen Dammasz Cluft een kamp land genaamd die Langeven terug die hij op 20 juni 1593 aan haar verkocht had 934.
                                                                              In Lisse doet op 7 augustus 1611 Jeroen Dammasz Cluft afstand van de vermaking door zijn vrouw Duijve Cornelisdr zal. bij testamentaire beschikking op 16 juli 1606, en heeft hij, gezien zijn hoge ouderdom („al de tachtig jaeren geraect hebbende”) en de landbouwerij ondienstig, het raadzaam gevonden zijn woning en landen over te geven en op te dragen aan Dammas Jeroensz Cluft, Lenaert Jeroensz Cluft en van Spruijtwater, Jacob Jeroensz Cluft, Jan Pietersz van Warmont als man en voogd van Jannetgen Jeroensdr, Pieter Jansz de Jongste als getrouwd hebbende Aeltgen Jeroensdr, en Pieter Pietersz Keijser van Zantvliet als getrouwd hebbende Griete Jeroensdr, zijn kinderen in echt verkregen bij Duijve Cornelisdr, voor zichzelf o.m. het kleine huisken reserverend en voor zijn onderhoud 325 gulden 's jaars, met deling van zijn goederen, waaronder bij elkaar gelegen partijen land samen 16 morgen in Voorhout, belend o.a. Jacob Dircxz van Larum en van de Voorden, Pieter Maertsz van Sgravesloot, Dammas Jeroensz Cluft en de weduwe van Cors Cornelisz Cluft 935.
                                                                              In Lisse verklaren op 4 maart 1614 Dammas Jheroensz Cluft, Lenaert Jheroensz Cluft van Spruijtwater, Jacop Jeroensz Cluft, Jan Pietersz van Warmondt als man en voogd van Jannetgen Jeroensdr, Pieter Jansz de Jongste als getrouwd hebbende Aeltgen Jeroensdr, en Pieter Pietersz Keijser van Zantvliet als getrouwd hebbende Grijete Jeroensdr, kinderen en zwagers [schoonzoons] van Jheroen Dammasz Cluft, op 23 februari 1612 openbaar verkocht te hebben aan Gerrit Cornelisz alias Bekesteyn een partij land, ondere andere de Grijpven, van omtrent 9½ hond gelegen over duin in de Lagevenen, voornoemde Jeroen Dammasz Cluft bij transport van de weduwe en erfgenamen van wijlen Oude Cornelis Willemsz verkregen, en aan Aernt Lourys van Noort omtrent 1 morgen land uit hun looster liggende over duin 936.
                                                                              In Lisse verkopen op 10 mei 1622 Dammas Jeroensz Cluft, Lenaert Jeroensz Spruijtwater, Jacop Jeroensz Cluft, Jan Pietersz Warmond in huwelijk hebbende Jannetgen Jeroensdr, Aeltgen Jeroensdr weduwe van Pieter Jansz de Jongste, met Pieter Cornelisz van der Codden als voogd, en Pieter Pietersz Keijser weduwnaar van Grijete Jeroensdr, allen kinderen en zwagers [schoonzoons] van Jeroen Dammasz Cluft, thans te bedstede liggende, aan Pieter Dammasz Cluft een partij land genaamd de Loostercamp, groot omtrent 2 morgen 20 roeden, gelegen overduin, belend ten noordoosten de comparanten, ten zuidoosten Aernt Lourijsz van Noort, ten noordwesten Jr Johan van Mathenesse, voor 1100 gld, aan Jacop Jeroensz hun broer een partij hooiland genaamd de Hellecamp voor 2700 gld, in de Sassbrouckpolder, belend ten noordoosten het Hellegat, ten zuidoosten de weduwe van Claes Jansz van Rodenburch met Pieter Florijsz van Heemstede, ten zuidwesten Cornelis Pietersz Keijser, ten noordwesten de weduwe en erfgenamen van Jan Henricxz Brebijl, en een partij aan Pieter Florijsz van Heemstede, genaamd 's Molenaers Horne 937.
                                                                          4. Pancraes Dammasz CLUFT, ambachtsbewaarder van Lisse in 938 1582, overl. vóór 4 febr. 1595, tr. Lysbeth CORNELISDR, overl. vóór 4 nov. 1614, dr van Cornelis HUYGENSZ en Gaertruijt FLORISDR.
                                                                              Belening met 4 akkers land, groot ½ morgen in de Lyesbroeck: op 1 november 1566 Banck Dammasz Cluften, na overdracht door zijn broer Jheroen Dammasz Cluften, als leenman vermeld op 9 november 1571 939. Belening met 5 hond land in de Liesbrouck, gemeen met Gillis Poes: op 1 november 1566 Banck Dammasz, na overdracht door Pieter Cornelisz Schalck, met overdracht van het leen aan zijn broer Jheroen Dammasz Cluften 940.
                                                                              In Lisse bekent op of na 7 juni 1579 Pancraes Dammasz Clucht, onze buurman, schuldig te wezen aan de nagelaten weeskinderen van zal. Pancraes Pietersz van Noordwijk de somme van 3 gld 2½ st 941.
                                                                              In Lisse verkoopt op 7 juni 1579 Pancraes Dammasz Clucht aan Claes Gerritsz lijndraeyer te Noordwijk 3 gld 2½ st, en aan de nagelaten weeskinderen van Pancraes Pietersz van Noordwijk op Zee met Jacob Jacobsz als hun voogd eenzelfde bedrag, dragen op 18 augustus 1584 Matheus Claesz uit de Kaag, thans woonachtig in de stad Rotterdam, en Cornelis Willem Dijertsz, wonende op Hogemade, als broer en voogd van zijn zuster Zijburch Willemsdr, aan Pancraes Dammasz Cluft 2 morgen land in Roversbrouck op, welk land op 26 december 1583 openbaar verkocht was, en verkoopt op 6 juni 1590 Pancraes Dammasz Cluft aan de gecommitteerden van de ambachten van Noordwijkerhout, Voorhout en Lisse twee halve zandsloten voor de doorgraving van het Kueckenduyn 942.
                                                                              Op 4 februari 1595 hebben Elysabeth Cornelisdr, weduwe van Pancraes Dammasz, wonende te Lisse, geassisteerd met Daniel van Tetroede en Huybrecht Henricxz, ter eenre, en Jeroen Dammasz Cluft als voogd en Willem Woutersz van der Leth zijn geassisteerde, beiden te Lisse, over Huych oud 19 jaar, Marytgen 26 jaar, Bastiaentgen 24 jaar, Jannetgen 22 jaar, Geertruyt anno '94 16 jaar, en Krijntgen Pasen '95 14 jaar, haar kinderen gewonnen bij voorschreven Pancraes Dammasz, ter andere zijde, minnelijk gedeeld 943.
                                                                              In Lisse ruilen op 27 april 1597 de superintendant en de rentmeester van de abdij van Leeuwenhorst land met Lijsbeth Cornelisdr, weduwe van Pancraes Dammisz, geholpen door haar zwager Danyel Jans van Tetroede, en op 5 juni 1607 verklaren Elysabeth Cornelisdr, weduwe van Pancraes Dammasz Cluft, bij haar hebbend Jan Jansz van Warmont haar zwager [schoonzoon] als voogd, dezelfde Jan Jansz wonende te Rijnsburg als getrouwd hebbende Marytgen Pancraesdr, weduwe van Cornelis Cornelisz van der Bouchorst, Jan Cornelis Claesz wonende te Voorschoten als man en voogd van Sebastiana Pancraesdr, Dirck Jansz wonende te Voorhout als man en voogd van Jannetgen Pancraesdr, Huijch Pancraesz Cluft, en Gaertruyt Pancraesdr ongehuwde persoon, vergezelschapt door voornoemde Huych haar broer, als erfgenamen van Pancraes Cluft hun vader en schoonvader, op 1 mei 1607 openbaar verkocht te hebben aan Claes Gerritsz op 't Nest een partij hooggeestland van omtrent 1½ morgen in de Westgeest, met alle eventuele lasten hieraan verbonden door Cornelis Hugensz, Pancraes Dammasz en voornoemde comparanten 944.
                                                                              In Lisse delen op 4 november 1614 Jan Jansz van Warmont als getrouwd zijnde met Maritgen Pancraesdr, Jan Cornelis Claesz als man en voogd van Sebastiana Pancraesdr, Dirck Jansz als man en voogd van Jannetgen Pancraesdr, Huych Pancraesz Cluft, en Cors Jonge Willemsz Heemskerck getrouwd zijnde met Geertruyt Pancraesdr, universele erfgenamen van Elysabeth Cornelisdr die weduwe was van Pancraes Dammasz Cluft 945.
                                                                        1214. (<607) Cornelis GARBRANTSZ,
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Barbara CORNELISDR, zie 607.
                                                                        1222. (<611) Mathijs van HOORNE,
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jan Jansz van HOORNE, smalwerker, tr. Janneken EYNSAEMS, overl. tussen 12 juni 1606 en 11 dec. 1606.
                                                                              In Haarlem constitueert Joos de Rycke van Menen in Vlaanderen op 30 aug 1585 Medenblick ad lites contra Jan van Hoorne zo hij procedeert, stelt Janneken de Rijcke, weduwe van Mahieu Courten, wonende op de Oudegraft naast Aecht Jans, op 12 september 1585, ten overstaan van mr Jacob van Medenblick als haar gecoren voogd in dezen, zich borg voor Joos de Rijcke haar broer, om 't gewijsde van schepenen voor haar broer te voldoen in de zaak die haar broer tegen Jan van Hoorne heeft uitstaande, en stelt Jacob Louffs Bus, procureur voor dezer stads vierschaar, op 13 september 1585 zich borg voor Joos de Rycke, om voor dezelve Joost te voldoen 't gewijsde van schepenen in de zaak uitstaande tegen Jan van Hoorne c.s., des zo heeft mr Jacob van Medenblick, ook procureur, in zijn privé naam beloofd de voornoemde Jacob Louffsz Bus van deze borgtocht te bevrijen, kosteloos en schadeloos te indemneren 946.
                                                                              In Haarlem verkoopt op 10 juni 1600 Jan Jansz van Hoorne aan Andries Jansz Christal een huis met erf in de Aneganck, tussen de erfgenamen van Balten de smith aan de oostzijde, Jacob Stevensz aan de westzijde, achter strekkende aan de erfgenamen van Magdalena Basgens, belast met 200 gld hoofdsom, met vergoeding van het verschil bij verkoop namaals voor minder dan 150 gld, losbaar met 150 gld waarvan jaarlijks 10 gld 12 st rente betaald zal worden 947.
                                                                              Op 12 juni 1606 testeren Jan van Hoorne, smalwerker, en Janneken Eynsaems, geëchte man en wijf van Menen, nu wonende te Haarlem, zij ziekelijk, op de langstlevende. Zij institueren hun gehuwde kinderen in hetgeen die bevorens hebben genoten en ten huwelijk ontvangen hebben, als Mathijs, Mayke, Lowyseken, Cateline en Jan van Hoorne, en aan Janneken en Syntgen, nog ongehuwd, zal de langstlevende elk indien ongetrouwd 100 als huwelijksgoed uitkeren 948.
                                                                              Op 11 december 1606 compareert Jan van Hoorne filius Mathys, smalwerker van Menen, nu wonende te Haarlem, die op 12 juni 1606 met zijn nu overleden huisvrouw Janneken Eynsaems een testament gemaakt heeft, en begerende, omdat zijn twee ongehuwde dochters Janneken en Zyntgen hun vader en moeder altoos zeer getrouwelijk bijgestaan hebben, zorg te dragen voor dezelve dochters, benoemt hij tot voogd Nicolaes van Robais van 's moeders zijde voor 500 gld, in zijn leven als na zijn dood 949.
                                                                          2. Josyna van HOORNE, zie 611.
                                                                          3. Pieter van HOORNE, tr. 1° Calleken van AKEN, tr. 2° N.N.
                                                                              Op 26 november 1594 verklaren Jacob Caluwaert van Menen, oud omtrent 45 jaren, Bertram Meeuwels mede van Menen, linnewever, oud omtrent 31 jaren, en Pieter van Huele, ook linnewever, van Halewijn, oud omtrent 31 jaren, ten verzoeke van Pieter van Hoorne, ook van Menen, dat zij hem lange jaren gekend hebben en nog zeer wel kennen, en dat Pieter van Hoorne met Calleken van Aken zijn eerste huisvrouw vreedzaam geleefd heeft, en hij is een goed, degelijk, vreedzaam en stil man, befaamd met eer en deugd 950.
                                                                        1232. (<616) (>2464) Louris Symonsz den ELSEN, overl. tussen 12 jan. 1599 en 15 maart 1600,
                                                                            Op 8 december 1587 testeren Louris Symonsz en Neeltgen IJsbrantsdr, wonende te Stompwijk, aan hun beider kinderen Pieter Lourisz en en Neeltgen Lourisdr, en Loris Symonsz nog aan zijn drie voorkinderen Jasper, Pieter en Cornelis Louriszonen, en Neeltgen IJsbrantsdr nog aan Neeltgen Pietersdr haar voordochter, en nog een bedrag van 25 ponden groten vlaams tot 6 carolusguldens eens aan hun beider zoontje dat in het vuur gevallen was en daarbij zijn beide handen zo verbrand had dat hij kwalijk zijn brood zal kunnen gewinnen 951. Op 17 juni 1593 testeert Louris Symonsz den Elsen, buurman te Stompwijk, „clouc ende gesont van lichaemen, gaende ende staende syne redenen, memorie ende verstande”, aan zijn zoon Pieter Lourisz uit het voorbedde ¼, aan de twee kinderen Jan Jaspersz en Neeltgen Jaspersdr van zijn overleden zoon Jasper Lourisz uit het voorbedde ¼, en aan Jonge Pieter Lourisz en Jonge Neeltgen Lourisdr, zijn kinderen uit het nabedde bij Neeltgen IJsbrantsdr zijn tweede tegenwoordige huisvrouw, elk ¼, met een terugbetalingsregeling vanwege de 90 carolusguldens die hij en zijn zoon Pieter Lourisz als borgtocht voor Jasper Lourisz hebben moeten betalen en ratificering van het eerder gemaakt prelegaat aan Jonge Pieter Lourisz vanwege diens gebrek 952.
                                                                            In Stompwijk verkoopt op 3 augustus 1593 Louweris Symonsz aan Jan Cornelisz Olivier omtrent 1 hond [slagturf]land in Wilsveen, waarvoor Jan Cornelis Oliviersz als principaal en Cornelis Oliviersz als borg 83 schuldig zijn, verkoopt en is schuldig op 20 april 1594 Jan Cornelis Oliviersz als principaal en Cornelis Oliviersz zijn vader als borg en medeschuldenaar van Jan Cornelisz zijn zoon, aan Louweris Symonsz den Elsen een jaarlijkse losrente van 5 gld, en verkoopt op 27 december 1594 Louwen Symonsz [in het register: Louweris Sijmons] den Elsen aan Claes Neel Jorisz omtrent 3 hond slagturfland, o.m. belend ten zuiden Pieter Louwensz 953.
                                                                        tr. 1° N.N.,
                                                                        tr. 2° Neeltgen IJSBRANTSDR, geb. ca. 1539, eerder gehuwd met Pieter.
                                                                            In Stompwijk verkoopt in 1606 Neeltgen IJsbrantsdr, weduwe van Louris Zymonsz den Elsen, geassisteerd met Pieter Louris den Elsen, aan Cornelis Aryensz Sman haar zwager [schoonzoon] een woning met huis, schuur, barg en geboomte met land, groot omtrent 3 morgen, 1½ hond, belast met een oortje 's jaars herenthijns die ontvangen wordt in Voorburg, waarvoor Cornelis Adriaensz Sman 1100 gld schuld bekent (gecasseerd op 11 maart 1621), en verklaren in 1608 Neeltgen IJsbrantsdr oud omtrent 69 jaar, Cornelis Adriaensz Sman oud omtrent 31 jaar en Neeltgen Louwen anders genaamd Sus Louwen oud omtrent 30 jaar, ten verzoeke van Lenert Vechtersz wonende te Wilsveen, dat zij omtrent 6 of 7 jaar geleden geen geweld gezien hebben tegenover de buurknecht 954.
                                                                                 Uit het eerste huwelijk:
                                                                            1. Jasper Lourisz den ELSEN, overl. vóór 17 juni 1593, tr. N.N.
                                                                                In Stompwijk verkoopt in 1600 Pieter Boonsz als voogd van de twee nagelaten kinderen van Jasper Louwen geprocreëerd bij [], aan Pieter Lourisz de helft van 1 morgen land gekomen van Achte Backers, van 3 hond land liggende aan De Veen, en van 1½ hond land liggende ten noorden van 't Heermoesstucken dat de weduwe van Louris Symonsz ten deel gevallen is, van welke percelen Pieter Lourisz de andere helft ten deel gevallen is in het sterfhuis van Louris Zymonsz, voor 32 ponden groot vlaams, waarvoor Pieter Lourisz schuld bekent 955.
                                                                            2. Pieter Lourisz den ELSEN, zie 616.
                                                                            3. Cornelis Lourisz den ELSEN.
                                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                                            1. Jonge Pieter Lourisz den ELSEN, overl. vóór 10 febr. 1630, tr. Maritgen PIETERSDR, dr van Pieter JACOBSZ.
                                                                                In Stompwijk verkoopt op 12 maart 1603 Oude Pieter Lourisz, als broer [halfbroer] en voogd van Jonge Pieter Lourisz, zoon van Louris Symonsz bij Neeltgen IJsbrantsdr, aan Cornelis Adriaensz Sman den Jonge zijn zwager de helft van omtrent 5½ hond land, belend ten oosten de weduwe van Louris Symonsz voornoemd, ten westen Willem Gysen, ten noorden de erfgenamen van Jan Vrancken, ten zuiden de Stompwycse Buytenwateringe, en van omtrent 1½ hond slagturfland, belend ten oosten en ten westen Cornelis Adriaen Woutersz, ten noorden Lenert Gerritsz, ten zuiden Lenert Adriaen Aemen, waarvan de andere helft Cornelis Adriaensz toekomt, waarvoor Cornelis Adriaensz Sman aan Jonge Pieter Lourisz zijn zwager een custingbrief van 225 gld geeft (geroyeerd in 1627), verkoopt op 14 oktober 1610 Jan Jansz Schouten aan Jonge Pieter Lourisz den Elsen een halve morgen flodderland gekomen van Lenert Lenertsz Lichtenturf, met nog 2½ hond flodderland daar oostelijk aan gelegen, voor 92 gld, verkoopt op 13 december 1615 Cornelis Pietersz schoemaecker wonende in Voorburg aan Pieter Lourisz den Elsen den Jongen en Pieter Pietersz een derdepart van omtrent 6 hond land in Tedingerbrouc, waarvan de voornoemde Pieter Lourisz en Pieter Pietersz elk in naam van hun huisvrouw een derdepart toekomende is, voor 150 gld gereed geld, en verkoopt op 3 mei 1623 Pieter Lourisz wonende te Voorburg aan Jan Pietersz wonende in Tedingerbrouck omtrent de helft van 5½ hond slagturfland 956.
                                                                                Op 20 mei 1605 verklaart Jonge Pieter Lourisz den Elsen, nagelaten zoon van wijlen Louris Sijmonsz, wonende te Stompwijk, dat indien hij zonder leven blijkende geboorte komt te overlijden te willen dat Neeltgen Lourisdr zijn gehele zuster, mitsgaders Pieter Lourisz en Neeltgen Pietersdr zijn halve broer en zuster, en de kinderen van wijlen Jasper Lourijs, mede zijn halve broer, elk voor een vierdepart zullen delen in zijn goederen 957.
                                                                                Op 10 februari 1630 verkoopt in Stompwijk Maritgen Pietersdr weduwe van Pieter Lourisz den Elsen, geassisteerd met Jan Pieter Jacobsz haar broer, aan Cornelis Adriaensz Sman twee partijtjes flodderland of water, groot 6 hond, voor 20 gulden gereed geld, en aan Joris Jorisz twee partijtjes flodderland, groot 5½ hond, voor een schuldbrief van 57 gulden 958. Op 10 mei 1657 hebben Maertje Pietersdr, Jan Cornelisz van der Haes getrouwd hebbende Annetje Pietersdr, Jacob Jansz van Beelen getrouwd hebbende Geertje Pietersdr en Lenert Ariensz van Dulckum getrouwd hebbende Ariaentje Pietersdr, de 4 kinderen van Maertje Pietersdr, weduwe van Jonge Pieter Lourisz, hoofdsom en rente ontvangen van een jaarlijkse rente van 6 gld 959.
                                                                            2. Neeltje Lourisdr 'Sus' den ELSEN, geb. ca. 1578, att. om woensdag daarop in Zoetermeer of Delft te trouwen Wilsveen 29 april 1601 Cornelis Adriaensz SMAN, geb. ca. 1577, zn van Adriaen Cornelisz SMAN.
                                                                                In Stompwijk dragen in 1603 Robbrecht Pietersz Schilperoort, Antonis Jansz Back, en Dirck en Joris van Vliet op aan Cornelis Adriaensz Sman en Joris Lenertsz Moyman omtrent 3 morgen tijnsbaar land in Tedingerbroek voor een schuldbekentenis van 1050 gld, verkoopt in 1607 Cornelis Aryensz Sman aan Vranck Jansz wonende te Wilsveen omtrent 3 hond flodderland, verkoopt in 1608 Cornelis Adriaensz Sman aan Huych Adriaensz Sman 6 hond flodderland in Tedingerbroek, belend ten oosten de weduwe van Adriaen Cornelisz Sman, ten zuiden Griete Louwen Laen, ten westen Jan Adriaensz Sman, ten noorden Jan Dingnaersz Blanck, verkoopt in 1611 Pieter Willem Jan Reynen aan Cornelis Aryensz Sman omtrent 3 hond land, verkoopt in 1614 Neeltgen Willemsdr wonende in Den Haag, weduwe van Gerrit Mouringsz, geassisteerd met Mouring Gerritsz haar zoon, aan Cornelis Arijensz Sman omtrent 1 hond land met een schuur, belast met 6 gld 's jaars toekomende Jonge Pieter Louwerisz, te lossen met 21 ponden groten vlaams, verkoopt in 1614 Cornelis Adriaensz Sman aan Jacop Adriaensz Sman zijn broer 2 stukken flodderland van elk omtrent 1 hond in Tedingerbroek, verkoopt in 1616 Gerrit Lenertsz wonende op de Vliet aan Cornelis Adriaensz Sman een perceel slagturfland van omtrent 5½ hond voor een obligatie van 250 gld, en verkoopt in 1618 Cornelis Pouwelsz aan Cornelis Adriaensz Sman 11 hond land 960.
                                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Cornelis Ariensz Sman, Neeltgen Louwen zijn vrouw, Maritgen, Loutgen en Arij Cornelis' zoon en dochters 961.
                                                                                In Stompwijk is in 1621 is Cornelis Adriaensz Sman 1200 gld schuldig aan de erfgenamen van Bouwen Cornelisz vanwege koop van 3 morgen land met een huis, verkoopt in 1622 Cornelis Adriaensz Sman, wonende in Nieuweveen in de banne van Nootdorp, aan Ghysbrecht Jacobsz Sman omtrent 1½ morgen slagturfland, verkoopt in 1629 Cornelis Adriaensz Sman aan Cornelis Leendertsz zijn schoonzoon de helft van 3 partijtjes flodderland te verongelden voor 2½ hond, waarvan de wederhelft Gerrit Ariensz van Groenewech toekomt, voor het ongeld, verkoopt in 1634 Claes Leendertsz Borst aan Cornelis Adriaensz Sman een hond nieuw ingestoken land, belend ten oosten Cornelis Leendertsz, ten westen Maritgen Adriaensdr, ten zuiden Leendert Hillebrantsz, ten noorden Matheus Pietersz, voor een schuldbrief van 215 gld, verkoopt in 1637 Neeltgen Cornelisdr, weduwe van Reyn Cornelisdr in zijn leven waard in de Schenckan, geassisteerd met Dirck Cornelisz van Domp, aan Cornelis Adriaensz Sman een leeg erf, belend ten oosten verkoopster, ten zuiden en westen Cornelis Adriaensz Sman, ten noorden de Stompwycxe wech, voor 100 gld gereed geld, heeft in 1638 Sier Dircxz wonende te Voorschoten aan Cornelis Adriaensz Sman openbaar 2 hond veenland verkocht, voor een schuldbrief van 375 gld, en transporteert in 1639 Cornelis Adriaensz Sman aan zijn zoon Ary Cornelisz Sman voor zijn huwelijksgoed 2 partijtjes flodderland, het ene 'int middelbaer' groot 2 hond, belend ten oosten Adriaen Hillebrantsz, ten westen Leun Jooren, ten zuiden Heyndrick Cornelis Vechtersz, ten noorden Jan Willem Teunisz, het tweede ½ morgen, belend ten oosten Jan Leendertsz, ten zuiden Pieter Claesz Sterre, ten westen Ary Cornelisz van der Eijck, ten noorden de Stompwycxe Wech 962.
                                                                                In Stompwijk draagt in 1646 Cornelis Arisz Sman aan de gemene buren van Stompwijk 8 1/4 roeden op in zijn land gelegen aan de westzijde van de Schenckan 963.
                                                                          1236. (<618) (>2472) Claes NEEL JORISZ, gezworene van Stompwijk 964, overl. vóór 23 febr. 1606,
                                                                              In het morgenboek van Zoeterwoude van 1580 heeft in Stompwijk Claes Cornelisz 8 morgen min 1 hond (nog 1 hond van Jan Coster), nog 2 morgen van Neel Jorysz, nog 7½ hond van Mees Molenaer, nog 20 hond van die 'camelenyer', waarvan na korting blijft 16 morgen [14 morgen?] 1½ hond 965.
                                                                              In het boek van de morgentalen van Stompwijk, begonnen kort vóór 1600, wordt Claes Neel Jorisz vermeld als eigenaar van 1 hond kwaad land gekomen van Claes Jan Balisz, op 8 maart 1606 bij deling overgezet op Adriaen Claesz, van 3 hond kwaad land van Louris Symonsz van het land van Willems Willemsz backer, op 8 maart 1606 bij deling overgezet op Cornelis Claesz, van 3½ hond land genaamd de Biescamp, eertijds van Jan Ghysbrechtsz, op 8 maart 1606 bij deling overgezet op Joris Claesz, van 7 morgen 2 hond 31 roeden gekomen van Joncfrou Alyt Grobbens, waarvan 3 m 3½ h 31 r overgezet op Adriaen Claes Neel Jorisz en de rest op Pieter Pietersz Colijn bij deling van hun vader, van 2 morgen 2 hond land van Jasper Louwen uit het land van Jan Meesz, op 8 maart 1606 bij deling overgezet op Joris Claesz, als gebruiker van 4 morgen van de Sint Jans Heeren te Haarlem, opgevolgd door Cornelis en Joris Claeszonen, in 1612 door Adriaen en Joris Claesz, eigenaar van 2 morgen 5½ hond gekomen uit het land van Neel Jorisz, in 't geheel gemeten op 14 m 25 r, op 8 januari 1606 bij deling overgezet op Cornelis Claesz, nog hieruit 7½ hond, op 8 januari 1606 bij deling overgezet op Joris Claesz, en heeft Claes Neel Jorisz de Byl nog hieruit 1 hond, in 1606 bij deling overgezet op Cornelis Claesz 966.
                                                                              In Stompwijk verkoopt in 1594 Louwen Symonsz den Elsen aan Claes Neel Jorisz omtrent drie hond slagturfland, en verkoopt in 1602 Evert van Diemen aan Claes Neel Jorisz de helft van omtrent 4 morgen 2 hond en zekere roeden land, belend o.m. Cornelis Huygen met de wederhelft 967.
                                                                              In Zoeterwoude heeft in 1593 Laurens Gael Huygensz, poorter van Leiden, openbaar verkocht aan Claes Neel Jorisz wonende te Stompwijk een woninge, schuur, barg, potinge en plantinge met 4 morgen 1 hond 5 roeden weiland, het erf inbegrepen, gelegen in 't Westeynde, gebruikt door Cornelis Lenertsz, belend ten zuidoosten de Stompwycxe wech, ten zuidwesten Geertgen Dircxdr, ten noordwesten de Gowech, ten noordoosten Cornelis van Soutelande en Dirck Veen, belast met een half vat boter 's jaars, voor een schuldbrief van 1435 gld, en verkoopt in 1599 Claes Neel Jorisz wonende te Stompwijk aan Cornelis Lenertsz wonende in 't Westeijnde, een woning, schuur, barg, potinge en plantinge, met 4 morgen 1 hond 5 roeden weiland, het erf inbegrepen, met belendingen, lasten en waring als in de transportbrief van 21 januari 1593 968.
                                                                          tr.
                                                                              Op 28 maart 1598 testeren Claes Cornelisz anders Claes Neel Jorisz en Machtelt Pietersdr, wonende in Stompwijk, beiden kloek en gezond, op de langstlevende, waarbij de langstlevende gehouden zal zijn Jooris Claeszoon hun ongehuwde zoon net zo veel te geven als Cornelis Claesz, Adriaen Claesz, Jan Claesz en Marytgen Claesdr, hun gehuwde kinderen, ten huwelijk en daarna gehad hebben. Na hun dood krijgen elk van hun vier kinderen een vierde part. De vijf kinderen van hun overleden zoon Jan Claesz krijgen na de dood van de langstlevende tezamen een legaat van 25 ponden, om zekere gewichtige redenen, in het bijzonder „om de travaelge, moeyten ende onlede die Lenert Jansz en Pieter Willemsz, voochden van de kinderen van za: Jan Claesz heur overleden zoon, hen testanten wel onbeleefdelicken in de voorsz kinderen te bewysen aengedaen hebben”. 969
                                                                          1237. (<618) (>2474, >2475) Machtelt Pietersdr van RIJN.
                                                                              In Stompwijk heeft in 1606 Machtelt Pietersdr, weduwe van Claes Neel Jorisz, geassisteerd met de schout, opgedragen ten behoeve van Cornelis, Joris en Adriaen Claeszonen, mitsgaders Pieter Pietersz Colijn als getrouwd hebbende Marritgen Claesdr, haar kinderen bij Claes Cornelisz, haar portie en helft van woning en land in Stompwijk als zij en Claes Cornelisz voornoemd in zijn leven bezeten hebben, onder conditie dat de kinderen haar leven lang elk jaar haar 100 gld en 100 ton turf zullen uitreiken en zij in de westcamer van de woning zal blijven wonen, en dat de kinderen haar linnen zullen wassen, bleken en drogen zoals dat behoort (waarna de verdeling van de goederen onder haar kinderen beschreven wordt) 970.
                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                              1. Cornelis CLAES NEEL JORISZ, zie 618.
                                                                              2. Maritgen CLAESDR, overl. vóór 4 febr. 1654, tr. Pieter Pietersz den Ouden COLIJN, overl. vóór 12 maart 1636, zn van Pieter Claesz COLIJN en Elysabeth Jansdr van NIEROP.
                                                                                  In Stompwijk hebben op 12 maart 1636 Maritgen Claesdr, weduwe en boedelhoudster van Pieter Pietersz den Ouden Colyn, geassisteerd met Ary Claes Neel Jorisz haar broer, mitsgaders Pieter Pietersz Jonge Colyn, Jan Mees als getrouwd hebbende Pleuntje Pietersdr, Claes Pietersz en Cornelis Pietersz ter andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz voornoemd, gedeeld, en verkoopt op 1 mei 1646 Marijtgen Claesdr, weduwe van Pieter Pietersz Colijn, geassisteerd met Claes Pietersz haar zoon, aan Frederick Maertsz 2 partijtjes flodderland, het ene van 8 hond, het andere van 1 hond, voor een schuldbrief van 200 gulden 971.
                                                                                  Op 7 april 1652 stelt Maritge Claesdr, weduwe van Pieter Pietersz Colijn, wonende te Stompwijk, willende voorzien en zorgdragen over de personen en goederen van haar na te laten minderjarige kinderen en kleinkinderen en verdere erfgenamen, aan als voogde en administrateurs Cornelis Gerbrantsz van der Gaech wonende aan de Leytsendam, haar behuwde zwager, en Pieter Cornelisz Colen, haar neef, wonende te Stompwijk 972.
                                                                                  In Stompwijk verkoopt in 1603 Jan Govertsz aan Pieter Pietersz Colyn een woning enz. met 2 morgen 2 hond land, belend ten westen, oosten en noorden Cornelis van Mierop, ten zuiden Cornelis Dircxsz en „de cappellerye land tot Leyden”, en nog 2 morgen land, belend ten oosten Joost Alewynsz, ten zuiden Claes Pietersz en Cornelis Gysen Boon, ten westen Claes Neel Jorisz en Jan Claesz, ten noorden Pieter Lourisz, voor een custingbrief van 1800 gld (gecasseerd 27 augustus 1614), en zijn in 1604 Pieter Lou Symonsz en Pieter Pietersz Colyn geld schuldig aan Jan Govertsz wonende aan de Leytsendam, namelijk Pieter Lourisz 6 gld 10 st 's jaars voor 4 hond land, en Pieter Pietersz 2 gld 15 st 's jaars voor 6 hond land 973.
                                                                              3. Adriaen CLAES NEEL JORISZ, geb. ca. 1570, tr. Maritgen Pietersdr COLIJN, dr van Pieter Claesz COLIJN en Elysabeth Jansdr van NIEROP.
                                                                                  In Stompwijk verkoopt in 1601 Jonge Cornelis Jansz [Schouten] aan Adriaen Claes Neel Jorisz een woning met huis, schuur, barg en omtrent 4 morgen land, nog 5 hond land, en nog de helft van omtrent 8 hond land waarvan de wederhelft Mees Aernt Reynen competeert, en leggen in 1603 Adriaen Claes Neel Jorisz, oud omtrent 33 jaar, en Pieter Lenertsz, oud omtrent 29 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Alewyn Govertsz 974.
                                                                                  In Stompwijk verkoopt in 1606 Adrian Claesz aan Cornelis Aryen Woutersz een woning enz. met 10½ hond land, en 5 hond land, en nog de helft van 8 hond land, voor een custingbrief van 1150 gld, aan Aelewyn Govertsz 2 morgen 1½ hond land voor een custingbrief van 100 gld, verkoopt in 1607 Adriaen Claesz aan Cornelis Cornelisz omtrent 1 hond land, zijn in 1707 Adriaen Claesz en Pieter Pietersz Colyn 1500 gld schuldig aan de erfgenamen van Cornelis Symonsz en Yefgen Schrevelsdr, voor omtrent 6 morgen land, welk land vervolgens genaast wordt door Jacop Cornelisz wonende te Voorschoten, verkoopt in 1608 Maerten Huygen in huwelijk hebbende de weduwe van Reyn Joachimsz aan Adriaen Claesz omtrent 2 morgen land voor een schuldbekentenis van 650 gld, verkoopt Maritgen Meessendr, weduwe van Pieter Neel Jorisz, geassisteerd met Cornelis Pietersz haar zoon, aan Adriaen Claes Neel Jorisz omtrent 1½ hond kwaad flodderland, voor een schuldbekentenis, en verkoopt in 1613 Dirck van Vrave wonende in 's-Gravenhage aan Adriaen Claes Neel Jorisz 6 stukjes land naast de Zoetermeerse meer en de Ommedyck voor een rentebrief van 18 gld 15 st 's jaars, hoofdsom 300 gld 975.
                                                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Arij Claes Neel Jorisz en Maritgen Pietersdr zijn wijf, Lijsbet, Jan, Maritgen, Pieter, Neeltgen en Claes Arienszoons en -dochters 586.
                                                                                  In Stompwijk verkoopt in 1630 Christoffel Dircxz van Nieuwenhoven, oud-burgemeester der stad Leiden, aan Adriaen Claes Neel Jorisz 11 hond land in de nieuwe bedijkte Zoetermeerse polder, voor een schuldbrief van 652 gulden 9 stuivers, heeft in 1636 Ary Claes Neel Jorisz aan Claes Adriaensz zijn zoon een partijtje kwaad flodderland van ½ hond opgedragen, verkoopt in 1637 Adriaen Claes Neel Jorisz aan Matheus Pietersz twee partijtjes flodderland, het ene 7 hond, het andere 2½ hond, voor een obligatie van 120 gulden, en legt in 1640 Adriaen Claes Neel Jorisz, oud omstreeks 70 jaar, een verklaring af over een recht van overpad over een stuk land van Leendert Claesz, hem aangekomen van de grootvader Maerten Huygen van de vrouw van Leendert Claesz, welk land door de grootvader van Arij Claesz verkocht was en waarover de vader nog een schriftelijk vastgelegd recht van overpad had 976.
                                                                              4. Jan CLAES NEEL JORISZ, overl. vóór 28 maart 1598, tr. N.N., die hertr. met Cornelis Dircxz CLERCK.
                                                                              5. Joris Claesz van RHIJN, overl. vóór 28 okt. 1634, tr. Neeltgen Adriaensdr van der AA, dr van Adriaen VRANCKEN.
                                                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Zoeterwoude, den Ommedyck': Joris Claesz en Neeltgen Adriaensdr zijn huisvrouw, met Claes en Machtelt, hun kinderen; item Maerten Adriaen Vrancken, Neeltgens broer 977.
                                                                                  In Stompwijk verkoopt op 6 april 1606 Joris Claesz aan Pieter Lourisz den Elsen omtrent 3½ hond slagturfland, en verkoopt op 1 november 1606 Joris Claesz, nagelaten zoon van Claes Cornelisz bij Machtelt Pietersdr, aan Cornelis Claesz zijn broer omtrent 2½ morgen land voor een schuldbekentenis van 925 gld 978. In Zoetermeer compareert op 4 mei 1640 Neeltgen Aryensdr, weduwe van Joris Claes Neel Jorisz, wonende in Leiden, geassisteerd met Pieter Pietersz den Elsen 979.
                                                                                  Op 28 oktober 1634 verklaren Claes Jorisz, wonende op de Noorda in Zoeterwoude, en Machtelt Jorisdr, ongehuwde persoon, zijn zuster, tegenwoordig wonende binnen Leiden, beiden voljaarde kinderen van Joris Claes Neel Jorisz gewonnen bij Neeltgen Adriaensdr, zij gesterkt door Franck Adriaensz van der Aa en Adriaen Claes Neel Jorisz, haar omen, beiden wonende te Stompwijk, door Neeltgen Adriaensdr hun moeder voldaan en betaald te zijn in alles wat hun door het overlijden van hun vader opgekomen is, met de navolgende partijen van landen en gerede gelden 980.
                                                                                  Op 5 september 1642 is Neeltgen Adriaensdr, dochter van Adriaen Vrancken en weduwe van Joris Claesz van Rhijn, mede-erfgenaam van Pieter Vrancken, broer van Adriaen Vrancken, en op 17 september 1644 is met Neeltge Adriaensdr van der Aa, weduwe van Joris Claesz van Rhyn, geassisteerd met Cornelis Adriaen Vrancken van der Aa haar broer, veraccordeerd over de vergoeding voor het verlies van haar molenwerf ten dienste van de nieuwe polder in Zoeterwoude 981.
                                                                                  Op 22 maart 1647 verkoopt in Leiden Jacob Cornelis Coornvrient, koopman wonende op de Nieuwe Rhyn, aan Neeltge Adriaensdr van der Aa, weduwe van Joris Claesz van Rhijn, wonende aan Cort Rapenburch, een zeer welgelegen en vermakelijk woonhuis, barg, vlasoven en verder getimmerte met de potinge en plantinge, en daarbij het teel- en weiland aan dezelfde huizinge behorende, vanouds genaamd het Vlashuys, groot 869 roeden, op de Rhijn buiten en bezijden de Hogenmorsdyc in Oegstgeest, achter en omtrent de herberg genaamd Rustenburch, belend ten westen de Rhijn, ten noorde Claes Willemsz snijder met bruikwaar, ten oosten de abdij van Rijnsburg, Pieter Simonsz, Lodewijc Verschuijr, Henric Pompeus mitsgaders Cornelis en Susanna van Alckemade, ten zuiden Jan Gerijtsz, belast met een halve stuiver 's jaars, voor 1800 gld, te betalen in 3 termijnen 982.
                                                                                  Op 26 april 1647 testeert Neeltge Adriaensdr van der Aa, weduwe van Joris Claesz van Rhijn, ziekelijk te bedde liggende en opnieuw disponerende. Zij heeft als beschadigde borg van haar zoon Claes of anderszins aan hem wel 3000 gld betaald, en moet ongeveer 600 gld betalen aan Geryt Matheusz Tollenaer, veertig in rade van Leiden, over de koop van een stuk land door haar zoon gekocht, liggende bij de navolgende woninge waar Claes in woont, en verklaart daarom of om andere redenen haar bewegende, i.p.v. zijn legitieme portie aan hem te assigneren die 600 gld, en daarenboven het voorgeroerde woonhuis, barg, vlasoven enz. liggende buiten en bezijden de Hogenmorsdyc in Oegstgeest, door haar gekocht blijkens de akte van 22 maart laatstleden, maar aan haar nog niet wettelijk opgedragen, of, als de koop niet zou doorgaan, de koopprijs van 1800 gld ten laste van haar universele erfgename, legateert nog 200 gld aan de voorzoon Joris van haar zoon Claes, en stelt voor 't overige tot haar universele erfgenaam haar dochter Machtelt Jorisdr van Rhijn, met als voogden over eventuele minderjarige nakomelingen Claes Pietersz Colyn wonende te Stompwijk en Leendert Vranckensz van der Aa, beiden neven van haar zoon, buiten weesmeesters om. 983
                                                                                  Achter de voorafgaande akte volgt nog een ongenummerde onvoltooide akte, zonder datum maar met jaartal 1649, waarin Neeltge Adriaensdr verklaart dat haar dochter Machtelt Joris en haar zoon Claes Jorisz van Rhijn bij quitantie gepasseerd op 28 oktober 1634 voor Pieter Dirxz van Leeuwen, notaris te Leiden, hebben bekend voldaan te zijn van hun vaders erfdeel, waarbij Machtelt 2½ morgen hooiland in Gelderswoude zou hebben waarvoor comparante nu in de plaats stelt 2 morgen 1 hond weiland in Zoeterwoude in de Suytbuyrt, belend ten oosten de Suytwech, ten westen de oude Sweth, ten zuiden Claes Adriaen Vrancken van der Aa, ten noorden de commandeur van de Pieterskerck te Leiden, belast met de helft van 30 st 's jaars pacht, en nog haar inboedel en huisraad alsmede al het vlas en de winkel vandien.
                                                                                  Op 25 mei 1647 is Neeltge Adriaensdr, weduwe van Joris Claesz, wonende in Leiden op Cort Rapenburch, aan Maerten Adriaensz van der Aa haar broer 800 gld schuldig, op interest van 40 gld, met haar dochter Machtelt Jorisz, mede wonende op Cort Rapenburch, als borg, en op 1 juli 1651 wordt een regeling getroffen ter betaling van opgelopen schuld door Maritge Jacobsdr, weduwe van Willem Joppenz van Cramson, die van Neeltge Adriaensdr, weduwe van Jorys Claesz van Rhijn, wonende op 't Cort Rapenburch, voor 4 jaar omtrent 7 morgen land bij de Noort Aa in Zoeterwoude gehuurd had voor 168 gld 's jaars, eindigend St. Petri ad cathedram 1652 984.
                                                                                  Op 21 juni 1652 herroept Neeltge Adriaensdr van der Aa, weduwe van Joris Claesz van Rhyn, wonende aan 't Cort Rapenburch, alle voorgaande codicillen en testamentaire disposities, speciaal de testamentaire dispositie van 26 april 1647 bij notaris Brasser. Omdat zij aan haar zoon Claes Jorysz van Rhyn boven zijn vaders erfdeel, zowel als beschadigde borg als anders, omtrent 4250 gld bijgezet heeft, kent zij dat hem toe i.p.v. zijn legitieme portie, en legateert zij aan de wettige kinderen van haar zoon bij zijn tegenwoordige huisvrouw Bastiaentgen Adriaensdr, of latere huisvrouwen, niet inbegrepen zijn voorkind bij zijn eerste overleden huisvrouw Maritge Claes, het woonhuis, barg, enz., vanouds genaamd het Vlashuys, in 't geheel 869 roeden, en aan het voorschreven voorkind ten laste van deze legatarissen na overlijden van zijn vader 50 gld; haar zoon Claes mag het vruchtgebruik hebben. Voorts institueert zij als haar enige erfgenaam haar dochter Machtelt Jorisdr van Rhijn. Als eventuele voogden stelt zij aan Claes Pietersz Colijn, wonende te Stompwijk, en Leendert Vranckensz van der Aa, beiden neven van haar, met uitsluiting van weesmeesters 985.
                                                                            1238. (<619) (>2476, >2477) Pieter Claesz COLIJN,
                                                                                In het boek van morgentalen van Stompwijk, begonnen ca. 1600, is een vermelding van 2 morgen 3½ hond goed en ½ hond kwaad land, in het eerdere boek vermeld als van Claes Pieters Colyn, maar nu met als omschrijving: Lenert Govertsz getrouwd hebbende de weduwe van Pieter Claesz Colen, eertijds gekomen zijnde van Claes Pietersz Coelen 986.
                                                                            tr.
                                                                            1239. (<619) (>2478) Elysabeth Jansdr van NIEROP, overl. vóór 17 mei 1612,
                                                                                In 1612 verklaren in Stompwijk Lenert Govertsz, weduwnaar en boedelhouder van Elysabeth Jansdr, Pieter Pietersz Colyn, Adriaen Claesz man en voogd van Maritgen Pietersdr, Cornelis Claesz als vader en Pieter Pietersz Colyn als oom, voogden van de zes nagelaten weeskinderen van zal. Neeltgen Pietersdr bij hem Cornelis Claesz geprocreëerd, nagelaten kinderen en kindskinderen van Elysabeth Jansdr, item Jan Lenertsz, Cornelis Garrebrantsz van der Gaech als man en voogd van Annitgen Lenertsdr, mitsgaders de voornoemde Lenert Govertsz als vader en Pieter Pietersz Colyn als broer, voogden van Applonia Lenertsdr innocente persoon, nakinderen van Elysabeth Jansdr gewonnen bij Lenert Govertsz, dat Lenert Govertsz bij 't leven van zijn huisvrouw aan Pieter Lenertsz zijn zoon verkocht heeft en nu overgedragen wordt, de helft van een woning enz., belend oost Claes Pietersz Ket te Coudekerck, west Jonge Cornelis Barthoutsz, noord Jan Cornelisz Colyn, zuid de Stompwycxse Buijtenweteringe, waarvoor koper aan Lenert Govertsz mitsgaders de voor- en nakinderen en kindskinderen van zal. Elysabeth Jansdr 800 gld schuldig is, beloven dezelfde verkopers (waarbij abusievelijk Elysabeth Jansdr de weduwe van Pieter Pietersz Colyn genoemd wordt), met erbij Pieter Lenertsz, 5 morgen land wezende een leen, door hen openbaar verkocht aan Jan Lou Dirc Coenen die daarvoor 2300 gld schuldig is (geroyeerd 15 september 1624), te vrijen en te waren, is Jan Vrancken 2130 gld schuldig aan Lenert Govertsz weduwnaar en boedelhouder van Elysabeth Jansdr voor de ene helft en aan haar nagelaten kinderen en kindskinderen voor de andere helft, vanwege koop van omtrent 4 morgen 2 hond 67 roeden 10 voeten 9 duim te leen gehouden van het huis van Naaldwijk-Honsholredijk/Wateringen, gelegen bij de kapel, en vindt scheiding en deling plaats tussen Lenert Govertsz en de kinderen en kindskinderen van Elysabeth Jansdr 987.
                                                                                In Stompwijk verklaart in 1616 Jan Lou Dirck Koenen dat hij zekere tijd geleden gekocht had van Lenert Govertsz, weduwnaar van Elysabeth Jansdr, en van haar kinderen, omtrent 5 morgen leenland, te leen gehouden van het huis van Wassenaer en Zuijtwijck, van welke koop Louris Dirc Coenen zijn vader zich borg gesteld had, dat zijn vader de penningen betaalt en dat hij comparant daaraan geen eigendom heeft of pretendeert, hoewel de leenbrief op zijn naam staat, en verkopen in 1617 Pieter Pietersz Colyn, Adriaen Claesz als getrouwd hebbende Maritgen Pietersdr, Jan Leendertsz en Cornelis Garrebrantsz van der Gaech als getrouwd hebbende Annitgen Leendertsdr, Pieter Pietersz den Elsen man en voogd van Maritgen Cornelisdr en vervangende Applonia Leendertsdr innocente dochter van Leendert Govertsz bij zal. Lysbet Jansdr, Pieter Cornelisz en nog Pieter Pietersz Colyn als voogd van de vier onmondige nagelaten weeskinderen van Neeltgen Pietersdr bij Cornelis Claesz, met namen Adriaentgen, Tryntgen en Maritgen Cornelisdochters mitsgaders Jan Cornelisz, allen tezamen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van voorschreven Lysbet Jansdr, aan Leendert Govertsz en Pieter Leendertsz mede man en erfgenaam van de voorschreven Lysbet Jansdr, een zevende deel in 2 morgen hooiland 988.
                                                                            tr. 2° Lenert GOVERTSZ, schepen van Stompwijk 989.
                                                                                Op 4 december 1597 wordt Lenert Govertsz te Stompwijck, na overdracht door Ghijsbrecht Joostensz Hogenhouck, secretaris van het Hof van Hollandt als voogd van Ernst van Surendael, beleend met 5 morgen 51 roeden land in het ambacht van Zoeterwoude, onder 'Leidsendam', en op 5 maart 1612 Jan Louw Dirck Koenenz te Stompwijck na overdracht door Lenert Govertsz aldaar 990.
                                                                                In Stompwijk is in 1595 Louweris Adryaensz 750 gld schuldig aan Lenert Govertsz vanwege koop van omtrent 8½ hond land, belend ten oosten Cryn Symonsz, ten zuiden de Ommedyckse wateringe, ten westen Joris Schenck, ten noorden Cryn voorschreven, verkoopt in 1612 Lenert Govertsz, tegenwoordig wonende aan de Leytsendam, aan Vranck Jansz te Wilsveen omtrent 2 hond flodderland gelegen te Wilsveen, voor een obligatie van 42 gld, verklaren in 1619 Leendert Govertsz als getrouwd hebbende Aeffgen Leendertsdr gewezen weduwe van Jan Vrancken, ter eenre, en Claes Reynen man en voogd van Adriaentgen Jansdr, nagelaten dochter van Jan Vrancken bij voorschreven Aeffgen Lenertsdr, ter andere zijde, op 26 november 1613 gedeeld en gescheiden te hebben, door tussenspreken van Leendert Dircxz Koeden(?) wonende te Voorburg, Jan Lenertsz timmerman te Haarlem, Joachim Reynen en Jan van Nierop, in zijn leven secretaris, verkoopt in 1630 Christoffel Dircxz van Nieuwenhoven, oud-burgemeester van Leiden, aan Leendert Govertsz een kamp land van omtrent 2 morgen in de nieuwe bedijkte Zoetermeerse polder, met voorwaarde dat Arij Claes Neel Jorisz het land voor 5 jaar zal gebruiken tegen een huur van 36 gld 's jaars, voor 344 gld gereed geld en een obligatie van 300 gld, en verkoopt in 1633 Leendert Govertsz aan Matheus Pietersz 5½ hond veenland, belend ten oosten Cornelis Leendertsz Boon, ten noorden Crijn Teunisz, ten zuiden de twee oudste dochters van Pieter Leendertsz, ten noorden de Stompwycxe wech, voor een obligatie van 600 gld 991.
                                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Lenaert Govertsz, Annetgen Lenaertsdr, en Elsgen Jansdr (Elsgen onvermogend) 992.
                                                                                In Stompwijk hebben in 1638 Leendert Govertsz, tegenwoordig wonende aan de Leytschendam, ter eenre, en Claes Reynen als vader en voogd van Reyn Claesz, Dingnom Claesdr en Leuntgen Claesdr, zijn drie kinderen, mitsgaders Dirck Gillisz als testamentaire voogd over die kinderen, voor de goederen nagelatan door Aeffgen Leendertsdr zal., ter andere zijde, gedeeld 993.
                                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                                1. Maritgen Pietersdr COLIJN, tr. Adriaen CLAES NEEL JORISZ, geb. ca. 1570, zn van Claes NEEL JORISZ, gezworene van Stompwijk 964, en Machtelt Pietersdr van RIJN.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1601 Jonge Cornelis Jansz [Schouten] aan Adriaen Claes Neel Jorisz een woning met huis, schuur, barg en omtrent 4 morgen land, nog 5 hond land, en nog de helft van omtrent 8 hond land waarvan de wederhelft Mees Aernt Reynen competeert, en leggen in 1603 Adriaen Claes Neel Jorisz, oud omtrent 33 jaar, en Pieter Lenertsz, oud omtrent 29 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Alewyn Govertsz 974.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1606 Adrian Claesz aan Cornelis Aryen Woutersz een woning enz. met 10½ hond land, en 5 hond land, en nog de helft van 8 hond land, voor een custingbrief van 1150 gld, aan Aelewyn Govertsz 2 morgen 1½ hond land voor een custingbrief van 100 gld, verkoopt in 1607 Adriaen Claesz aan Cornelis Cornelisz omtrent 1 hond land, zijn in 1707 Adriaen Claesz en Pieter Pietersz Colyn 1500 gld schuldig aan de erfgenamen van Cornelis Symonsz en Yefgen Schrevelsdr, voor omtrent 6 morgen land, welk land vervolgens genaast wordt door Jacop Cornelisz wonende te Voorschoten, verkoopt in 1608 Maerten Huygen in huwelijk hebbende de weduwe van Reyn Joachimsz aan Adriaen Claesz omtrent 2 morgen land voor een schuldbekentenis van 650 gld, verkoopt Maritgen Meessendr, weduwe van Pieter Neel Jorisz, geassisteerd met Cornelis Pietersz haar zoon, aan Adriaen Claes Neel Jorisz omtrent 1½ hond kwaad flodderland, voor een schuldbekentenis, en verkoopt in 1613 Dirck van Vrave wonende in 's-Gravenhage aan Adriaen Claes Neel Jorisz 6 stukjes land naast de Zoetermeerse meer en de Ommedyck voor een rentebrief van 18 gld 15 st 's jaars, hoofdsom 300 gld 975.
                                                                                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Arij Claes Neel Jorisz en Maritgen Pietersdr zijn wijf, Lijsbet, Jan, Maritgen, Pieter, Neeltgen en Claes Arienszoons en -dochters 586.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1630 Christoffel Dircxz van Nieuwenhoven, oud-burgemeester der stad Leiden, aan Adriaen Claes Neel Jorisz 11 hond land in de nieuwe bedijkte Zoetermeerse polder, voor een schuldbrief van 652 gulden 9 stuivers, heeft in 1636 Ary Claes Neel Jorisz aan Claes Adriaensz zijn zoon een partijtje kwaad flodderland van ½ hond opgedragen, verkoopt in 1637 Adriaen Claes Neel Jorisz aan Matheus Pietersz twee partijtjes flodderland, het ene 7 hond, het andere 2½ hond, voor een obligatie van 120 gulden, en legt in 1640 Adriaen Claes Neel Jorisz, oud omstreeks 70 jaar, een verklaring af over een recht van overpad over een stuk land van Leendert Claesz, hem aangekomen van de grootvader Maerten Huygen van de vrouw van Leendert Claesz, welk land door de grootvader van Arij Claesz verkocht was en waarover de vader nog een schriftelijk vastgelegd recht van overpad had 976.
                                                                                2. Neeltgen Pietersdr COLIJN, zie 619.
                                                                                3. Pieter Pietersz den Ouden COLIJN, overl. vóór 12 maart 1636, tr. Maritgen CLAESDR, overl. vóór 4 febr. 1654, dr van Claes NEEL JORISZ, gezworene van Stompwijk 964, en Machtelt Pietersdr van RIJN.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1603 Jan Govertsz aan Pieter Pietersz Colyn een woning enz. met 2 morgen 2 hond land, belend ten westen, oosten en noorden Cornelis van Mierop, ten zuiden Cornelis Dircxsz en „de cappellerye land tot Leyden”, en nog 2 morgen land, belend ten oosten Joost Alewynsz, ten zuiden Claes Pietersz en Cornelis Gysen Boon, ten westen Claes Neel Jorisz en Jan Claesz, ten noorden Pieter Lourisz, voor een custingbrief van 1800 gld (gecasseerd 27 augustus 1614), en zijn in 1604 Pieter Lou Symonsz en Pieter Pietersz Colyn geld schuldig aan Jan Govertsz wonende aan de Leytsendam, namelijk Pieter Lourisz 6 gld 10 st 's jaars voor 4 hond land, en Pieter Pietersz 2 gld 15 st 's jaars voor 6 hond land 973.
                                                                                    In Stompwijk hebben op 12 maart 1636 Maritgen Claesdr, weduwe en boedelhoudster van Pieter Pietersz den Ouden Colyn, geassisteerd met Ary Claes Neel Jorisz haar broer, mitsgaders Pieter Pietersz Jonge Colyn, Jan Mees als getrouwd hebbende Pleuntje Pietersdr, Claes Pietersz en Cornelis Pietersz ter andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz voornoemd, gedeeld, en verkoopt op 1 mei 1646 Marijtgen Claesdr, weduwe van Pieter Pietersz Colijn, geassisteerd met Claes Pietersz haar zoon, aan Frederick Maertsz 2 partijtjes flodderland, het ene van 8 hond, het andere van 1 hond, voor een schuldbrief van 200 gulden 971.
                                                                                    Op 7 april 1652 stelt Maritge Claesdr, weduwe van Pieter Pietersz Colijn, wonende te Stompwijk, willende voorzien en zorgdragen over de personen en goederen van haar na te laten minderjarige kinderen en kleinkinderen en verdere erfgenamen, aan als voogde en administrateurs Cornelis Gerbrantsz van der Gaech wonende aan de Leytsendam, haar behuwde zwager, en Pieter Cornelisz Colen, haar neef, wonende te Stompwijk 972.
                                                                                       Uit het tweede huwelijk:
                                                                                  1. Pieter LEENDERTSZ, overl. vóór 18 april 1632, tr. Trijntgen MATHEUSDR, die hertr. met Jan Gabrielsz SCHEER.
                                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Pieter Lenaert Govertsz, Trijntgen Theeusdr zijn vrouw, Ary, Teeus, Lijsbeth, Neeltgen, Aris en Annetgen Pieters zonen en dochters, mitsgaders Pleuntgen Lenaertsdr zijn innocente zuster 994.
                                                                                      In Stompwijk delen in 1632 Trijntgen Matheus, weduwe van Pieter Leendertsz, ter eenre, Leendert Govertsz als bestevader, Jan Leendertsz en Cornelis Garbrantsz van der Gaech als ooms en voogden van de 2 onmondige nagelaten weeskinderen, met namen Aris Pietersz oud 15 jaar en Anna Pietersdr oud 12 jaar, en de 4 mondige kinderen, met namen Arij en Matheus Pieterszonen en Neeltgen en Lysbeth Pietersdochters geassisteerd met Cornelis Garbrantsz voornoemd, verkopen in 1633 Jan Leendertsz oom en Cornelis Garbrantsz van der Gaech, behuwdoom, voogden over Neeltgen en Lijsbeth Pieterdochters, nagelaten weeskinderen van wijlen Pieter Leendertsz, aan Gerrit Huygen wonende te Leiden 3 hond veenland, belend ten oosten Cornelis Leendertsz Decker, ten westen Crijn Teunisz, ten zuiden en noorden Matheus Pietersz, voor een custingbrief van 600 gld, en verkoopt in 1633 Trijntgen Matheus weduwe van Pieter Leendertsz met Matheus Pietersz haar zoon aan Jeroen Teunisz 9 hond flodderland voor een obligatie van 250 gld 995.
                                                                                  2. Jan LENERTSZ, geb. ca. 1580, ondertr. Stompwijk 15 jan. 1612 (schepenbank 996) Neeltgen AERNTSDR, wed. van Henric WILLEMSZ.
                                                                                      In Stompwijk wordt in 1608 t.v.v. Cornelis Lenertsz Keyser, als vader van voogd van Lenert Corneliszz, een verklaring afgelegd door Jan Lenert Govertsz, oud omtrent 28 jaar 997.
                                                                                      In Stompwijk ondertrouwen op 15 januari 1612 Jan Lenertsz, bruidegom, vergezeld met Lenert Govertsz zijn vader, en Neeltgen Aerntsdr, wonende te Wassenaar, weduwe van Henric Willemsz, vergezeld met Cornelis Gerritsz haar neef, waarbij de derde proclamatie gehouden is op 29 januari 1612 998.
                                                                                  3. Annitgen LENERTSDR, tr. Wilsveen 24 sept. 1606 Cornelis Garrebrantsz van der GAECH, schepen van Stompwijk 999, zn van Garrebrant BONEFAESZ en Maritgen JANSDR.
                                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Aen den Dam in Voorschooten': Cornelis Garbrantsz van de Gaech en Annetgen Lenaertsdr zijn vrouw, met Adam, Baertgen, Garbrant, Adriaen en Lijsbeth hun kinderen, item Lijsbeth Adriaensdr hun dienstmaagd 1000.
                                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1616 Jan Govertsz wonende aan de Leytsendam aan Cornelis Garrebrantsz van der Gaech, timmerman, wonende aan de Leytsendam in het ambacht Voorschoten, een huizinge enz. aan de Leytsendam, voor een custingbrief van 1100 gld, verkoopt in 1622 Barent Roelantsz Pooger aan Cornelis Garbrantsz van der Gaech wonende aan de Leytsendam in Voorschoten een gedeelte van 't damerf ten westen van comparants huizinge, voor een custingbrief van 1700 gld, en verkoopt in 1626 Dirck Cornelisz van Domp aan Cornelis Garbrantsz van der Gaech wonende aan de Leytschendam een hoekje erf tegen kopers erf aan, door comparant eertijds gekocht van Jan Govertsz, oom van de koper, voor 48 gld gereed geld 1001.
                                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1638 Cornelis Garbrantsz van der Gaech aan Symon Pietersz Vernuft een huizinge enz., belend ten oosten Joris Jorisz, ten westen de gemene buursloot, ten zuiden het schuitenhuis van verkoper en de erfgenamen van Jan van Nierop, ten noorden de nieuwe trekweg, voor o.m. een rentebrief van 1150 gld, wordt in 1639 aan Cornelis Garbrantsz van der Gaech voor de aanleg van de trekweg tussen Delft en Leiden langs de Vliet voor 6 roeden 20 gld uitbetaald, en verkoopt in 1641 Maritgen Evertsdr wonende binnen Delft, geassisteerd met Bonefaes Garbrantsz van der Gaech haar neef, aan Cornelis Grabrantsz van der Gaech een partijtje weiland te verongelden voor 10 hond, belend ten oosten Dirck Claesz Groenewegen, ten westen Cornelis Adriaensz Hammerlaen den Jongen, ten zuiden de Stompwycxe waterenige, ten noorden de treckwech, voor 2000 gld gereed geld 1002.
                                                                                  4. Applonia LENERTSDR.
                                                                                1248. (<624) Pieter Jansz van VELSEN (ROY), overl. vóór 26 jan. 1571,
                                                                                    In de kohieren van de tiende penning van Stompwijk gebruikt in 1543 Pieter Jansz 10 morgen land met een huis, waarover de tiende penning 16 gld bedraagt (later 4 gld hoger), en nog 1 morgen verloren land, gebruikt in 1544 Pieter Jansz van Velsen 10 morgen land, waarover de tiende penning 17 gld, nog 1 morgen kwaad verloren land, en in Wilsveen een huis waarover de tiende penning 3 gld, gebruikt in 1553 Pieter Jansz Velsen zijn woning van het St. Catharinagasthuis te Leiden in erfpacht, waarover de tiende penning 36 gld, en nog 1 morgen eigen verloren land, wordt in 1556 Pieter Jans zoon van Velsen voor zijn woning met huis en 11½ morgen eigen land aangeslagen voor 4 gld en heeft hij nog 1 morgen eigen verloren land, en heeft in 1561 Pieter Jansz van Velsen in eigendom zijn woning met huis, erf en 15½ morgen hooi- and weiland, waarvan het merendeel dor land, waarover de tiende penning 6 gld 4 st, en nog 1½ morgen eigen verloren land (dat in 1564 voor rekening van Jan Reyersz komt) 1003.
                                                                                    Op 28 januari 1545 wordt voor de weeskamer van Leiden aan Nelle, kind van Symon Symonsz van Voorschoten en wijlen Alijdt Dircxdr van Leeuwen, met Dirck Dircksz oom en Michiel Claesz gehuwd met Maertge Dircksdr moei, o.a. bewezen de helft van 22 pond eeuwige erfpacht op 10 morgen land met huizinge in Stompwijk toebehorende Pieter Jansz Velsen, en nog 2 pond 's jaars losrente, de penning 16, op de voorschreven 10 morgen land 1004.
                                                                                    Bij de verkoop in Stompwijk in 1621 van 4 morgen, 5 hond, 36 roeden land door de erfgenamen van wijlen Jacob Pietersz van der Elst wordt verwezen naar de voorwaarden in de kavelbrief van 26 januari 1571 (er staat abusievelijk „1671”) tussen Jannittgen Cornelisdr weduwe van Pieter Jansz Velsen ter eenre, en Cornelis en Symon Pietersz cum sociis ter andere zijde, onder andere betreffende de erfpacht aan het St. Catharijnengasthuis te Leiden, welke kavelbrief aan de huidige verkoopakte gehecht wordt 1005.
                                                                                tr.
                                                                                1249. (<624) Jannitgen CORNELISDR.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Cornelis Pietersz ROY.
                                                                                  2. Sijmon Pietersz ROIJ, zie 624.
                                                                                1252. (<626) (>2504) Jan REYERSZ,
                                                                                    In Stompwijk verkopen in 1604 Lenert Jan Reynen voor 1/4, Pieter en Jan Willem Jan Reynen mitsgaders Jacop Jacopsz Decker in huwelijk hebbende Aeltgen Willemsdr elk voor 1/16, Dirck Adriaensz in huwelijk hebbende Anna Jansdr en Louris Gielisz in huwelijk hebbende Maritgen Adriaensdr nagelaten dochter van zal. Maritgen Jansdr, elk voor 1/4, erfgenamen van zal. Pieter Jan Reynen in zijn leven gewoond hebbende te Leiden, hun broer en oom, aan Jacop Willem Jan Reynen elk hun erfportie in omtrent 8 hond land, belend ten oosten Aernt Pietersz te Zoetermeer, ten westen Tonis Gysen, ten noorden de Stompwycxse wech, ten zuiden de Ommedycxse wateringe 1006.
                                                                                tr. N.N.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Lenert JAN REYNEN, zie 626.
                                                                                  2. Willem JAN REYNEN, tr. Aechte VRANCKENDR, overl. vóór 3 maart 1610.
                                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1604 Jan Claes Corsz aan Willem Jan Reynen omtrent 2 hond land, en verdelen in 1610 Pieter, Jacop en Jan Willem Jan Reynen mitsgaders Jacop Jacopsz decker in huwelijk hebbende Aeltgen Willemsdr de nalatenschap van hun overleden moeder Aechte Vranckendr 1007.
                                                                                  3. Pieter JAN REYNEN.
                                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1601 Pieter Jan Reynen aan Jacop Willemsz omtrent 3 morgen land, belend ten oosten Jan Dircxsz Clerck, ten westen Jan Dircxsz, ten noorden de Goowech, ten zuiden de Stompwycxse wateringe 1008.
                                                                                  4. Anna JANSDR, tr. Dirck ADRIAENSZ.
                                                                                  5. Maritgen JANSDR, tr. Adriaen.
                                                                                1254. (<627) Dirck,
                                                                                tr. N.N.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Applonia DIRCXDR, zie 627.
                                                                                  2. N.N. DIRCXDR, tr. Gielis ADRIAENSZ, overl. vóór 7 febr. 1623, zn van Adriaen DIRCXZ.
                                                                                      In het boek van morgentalen van Stompwijk, begonnen ca. 1600, komt 1½ hond land voor op naam van Gielis Adriaen Dircxz, op 14 februari 1606 overgezet op Dirck Jansz te Wilsveen bij koop van Gielis Adriaensz 1009. In Stompwijk is in 1614 Claes Lenertsz van Velsen wonende te Wilsveen aan Gielis Adriaesnz 100 gld schuldig ter zake van koop van omtrent 6 hond flodderland, verkoopt in 1621 Gielis Adriaensz aan Dirck Gielisz zijn zoon een halve morgen flodderland en nog 1½ hond flodderland, en delen in 1623 Dirck Gillisz, Cornelis Gillisz, Lucas Pietersz in huwelijk hebbende Maritge Gillisdr en Cornelis Maertsz in huwelijk hebbende Cryntgen Gillisdr, beiden wonende opte Cortehouff, en Bastiaen Cornelisz in huwelijk hebbende Jorisgen Gillisdr wonende in Overschie, zonen, dochters en zwagers [schoonzoons] van zal. Gillis Adriaensz 1010.
                                                                                1258. (<629) (>2516) Louweris JACOBSZ, overl. vóór 21 okt. 1552,
                                                                                    Jonge Jacob Pietersz (in 1550 is „Jonge” doorgehaald en vervangen door „Louweris”, achter „Jacob” geplaatst „sz”, en „Pietersz” doorgehaald) en Symon Willemsz Zonnevelt gebruiken van het St. Catharinagasthuis te Leiden 2 morgen 2 hond land in Valkenburg, vanaf 1544 voor 7 jaar voor 14 gld per jaar waarvan Symon 10 gld zal geven en Jonge Jaep de rest, en huurt Jonge Jacob Pietersz dit land vanaf 1551 voor 5 jaar voor 16½ gld per jaar, met in 1552 de volgende aantekeningen: Symon Willemsz zal geven 11½ gld, ontvangen 5 gld op 21 oktober van de weduwe van Louweris Jacobsz, ontvangen de rest van Symon op 24 november 1552; in 1556 wordt dit land voor 5 jaar voor 19 gld per jaar gehuurd door Symon Willemsz up Zonnevelt en Pieter Jansz 1011.
                                                                                    In de periode 1547-1565 vermeld als huurder van 2 morgen land onder Valkenburg van het Leprooshuis te Leiden: Louris Jacopsz als opvolger van Jonge Jacop Pieters vanaf 1552 voor 5 jaar voor 16 gld 's jaars, in 1557 voor 5 jaar voor 18 gld, met erboven geschreven „Pieter Jansz” 1012.
                                                                                tr.
                                                                                1259. (<629) Marytgen GHYSBRECHTSDR, geb. ca. 1517, overl. na 1600,
                                                                                    Op 10 en 15 mei 1576 getuigen Cornelis Cornelisz, oud omtrent 50 jaar, en Adriaen Willemsz, oud omtrent 46 jaar, buurluiden van Valkenburg, ten verzoeke van Marytgen Ghysbrechtsdr, weduwe van Pieter Jansz, wonende te Valkenburg, dat requirante in huur gebruikt van de zwager van Pieter Pynssen 8½ hond teelland in Oegstgeest voor 14 gld 's jaars, van de Vrouwenkerk te Leiden 2 hond teelland voor 4 gld 's jaars, en van de commandeur van Katwijk op de Rijn 2 hond teelland voor 2 gld 15 st 's jaars, dat zij in de jaren 73 en 74 geen profijt hiervan gehad heeft door belet en vrees voor de vijand en in 74 en 75 door de vijand beroofd is van omtrent 50 beesten, zoals paarden, koeien en andere jonge beesten, uitgezonderd 3 of 4 beesten die zij in 75 van de vijand teruggekocht heeft, en dat haar woning verbrand is, en ook nog dat requirante van de Regulieren te Leiderdorp in huur gebruikt omtrent 17 hond teelland in Valkenburg waarvan zij in het jaar 75 weinig profijt genoten heeft, en dat zij 26 of 27 melkkoeien met 6 of 7 paarden placht te hebben maar nu niet meer dan 3 koeien en 2 jonge beesten en geen paarden 1013.
                                                                                    Op 29 december 1576 getuigen Jonghen Dirck Jansz, oud omtrent 51 jaar, en Cornelis Cornelisz Veerman, oud omtrent 40 jaar, buurluiden van Valkenburg, ten verzoeke van Marytgen Ghysbrechtsdr, weduwe van Pieter Jansz, mede te Valkenburg, dat requirante in 75 geen profijt gehad heeft, maar wel grote schade, van de 13 hond weiland die zij van het convent van Roedenberch in huur placht te gebruiken, omdat de drie merries, een hengst en een veulen die zij op het weiland gebracht had na 2 of 3 dagen door de vijand geroofd zijn, en zij daarna geen beesten meer op dat land gehad heeft 1014.
                                                                                    Marytgen Ghysbrechtsdr, weduwe van Pieter Jansz, huurt van het St. Catharinagasthuis te Leiden 4 morgen land gelegen in Valkenburg, vanaf 1577 voor 3 jaar, voor 26 gld per jaar, evenzo 5 hond land voor 5 gld 16 st per jaar; in 1580 worden die stukken land voor 5 jaar voor 36 opv. 8 gld per jaar gehuurd door Jan Lourisz en Pieter Bonifaesz 1015.
                                                                                    In het morgenboek van Oegstgeest van 1580 staat onder 'Valckenburch' vermeld dat de weduwe van Pieter Jansz 1 morgen in huur heeft van jonkheer Cornelis Heermale 1016.
                                                                                    Op 23 november 1588 verklaart Marytgen Gysbertsdr, weduwe van Pieter Jansz wonende te Valkenburg, onder andere kinderen een zoon genaamd Jan Lourisz en een dochter Geertgen Lourisdr te hebben, die bij haar altijd gewoond en hun werk gedaan hebben en hun vaders erfenis onder comparante gelaten hebben, waarvoor als compensatie comparante wil dat zij na haar overlijden vooruit elk 100 gld, een bed, een peluw, twee oorkussens, een deken en twee slaaplakens zullen hebben, onverminderd hun erfelijke portie, en verder nog rente, de penning zestien, over hun vaders erfenis, en op 24 juni 1595 verklaart zij dat Jan Lourisz en Geertgen Lourisdr nog bij haar wonen en voor hun vaders erfenis elk 125 gld tegoed hebben waarover zij vanaf hun vijfentwintigste jaar rente, de penning zestien, moeten krijgen, en dat bovendien haar dochter Nyesgen Pietersdr deze rente vanaf 1 december 1588 moet hebben over de 75 gld die zij als haar vaders erfenis tegoed is, eventueel bij hun huwelijk uit te keren 1017
                                                                                    Op 9 mei 1590 wordt getuigenis geleverd door o.a. Marytgen Ghysbrechtsdr te Valkenburg, weduwe van Pieter Jansz, oud omtrent 72 jaar, en testeert op 15 november 1597 Marytgen Ghysbrechtsdr, weduwe van Pieter Jansz haar laatste man, te Valkenburg, „clouc ende gesont van lichame na gelegentheyt haerder ouderdomme gaende ende staende, haer memorie, redenen en verstandt wel machtich ende ten vollen nae allen vuytwendigen schyn gebruyckende”, begerende van haar goederen onder haar kinderen te disponeren en alle twisten te verhoeden terwijl zij daartoe nog in staat was, waarbij zij eerst heeft geapprobeerd en geratificeerd het codicil gemaakt op 24 juni 1595 voor notaris Salomon Lenaertsz van der Wuert, en dan tot universele erfgenamen heeft gemaakt haar zoon Jan Lourisz, Lysbeth Lourisdr, Geertgen Lourisdr en Meynsgen Lourisdr, haar vier kinderen geteeld bij zal. Louris Jacobsz haar eerste man, Aeltgen Pietersdr, Niesgen Pietersdr en Fytgen Pietersdr, haar drie dochters geteeld bij voorschreven zal. Pieter Jansz, haar tweede en laatste man, elk in een gerecht zevende part, heeft zij verder geprelegateerd uit haar allergereedste goederen aan Jan Lourisz 500 gld, Geertgen Lourisdr 350 gld en Nyesgen Pietersdr 250 gld, onverminderd hun erfportie, als beloning voor de grote huren die zij meer dan 20 jaar continuelijk van haar wel verdiend hebben terwijl zij ongetrouwd bij haar zijn blijven zitten en als vergoeding voor 't grote voordeel dat zij aan haar boedel geleverd hebben, en heeft zij nog 25 gld vermaakt aan de Heilige Geest van Valkenburg 1018.
                                                                                tr. 2° Pieter JANSZ, overl. vóór 10 mei 1576.
                                                                                    Symon Willemsz up Zonnevelt en Pieter Jansz huren van het St. Catharinagasthuis te Leiden 2 morgen 2 hond land gelegen in Valkenburg, voor 5 jaar vanaf 1556 voor 19 gld per jaar, en Pieter Jansz nog 2 morgen voor 4 jaar vanaf 1558 voor 18 gld per jaar 1019.
                                                                                    In de periode 1547-1565 vermeld als huurder van 2 morgen land onder Valkenburg van het Leprooshuis te Leiden: binnen de 5 jaar vóór 1557 Pieter Jansz, vervangende Lourys Jacobsz, voor 18 gld 's jaars, in 1562 voor 5 jaar voor 19 gld, in 1567 voor 5 jaar voor 20 gld, waarna dit land in 1568 geruild wordt met het St. Catharinagasthuis 1012. Evenzo als huurder van 3 percelen, samen groot omtrent 3½ morgen, Pieter Jansz vóór 1547 voor 17 gld 10 st 's jaars als opvolger van Ouwe Jacop Pietersz, in 1547 Ouwe Jacop Pietersz voor 5 jaar voor 20 gld, in 1552 Pieter Jansz wonende in bij Oude Jacop voor 10 jaar voor 20 gld, overgezet op Adriaen Willemsz 1020.
                                                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                                                    1. Jan LOURISZ, geb. ca. 1547, ambachtsbewaarder van Valkenburg, schepen van Valkenburg en beide de Katwijken 1021, tr. Aeltgen LENAERTSDR.
                                                                                        In Leiden wordt door Jan Lourisz, buurman te Valkenburg, getuigenis geleverd, drie keer in mei 1576, oud omtrent 29 jaar, twee keer in december 1576, oud omtrent 30 jaar, in mei 1599, oud 50 jaar, en in september 1612. oud omtrent 66 jaar 1022.
                                                                                        In 1580 huren Jan Lourisz en Pieter Bonifaesz van het St. Catharinagasthuis te Leiden voor 5 jaar 4 morgen land voor 36 gld en 5 hond voor 8 gld per jaar, gelegen in Valkenburg, weer in 1585 voor 40 gld opv. 10 gld, in 1590 huurt Jan Lourisz deze twee percelen voor 57 gld, en in 1595 huurt Jan Lourisz uit naam van zijn moeder de twee percelen voor 66 gld 1023.
                                                                                        Vermeldingen in het morgenboek van Katwijk en Valkenburg, in 1582: fol. 12, Jan Louwerisz gebruiker van 2 m 2½ h en van 2 m 4½ h, fol. 12v, gebruiker van 3 m 1½ h; Jan Louwerisz is één van de ambachtsbewaarders, in 1588: Jan Louwerisz 14 keer als alleen gebruiker (van in totaal 25 m 1 h), 3 keer als gebruiker en eigenaar (van 2 m 5 h), 1 keer als gebruiker en mede-eigenaar (van 3½ h), 1 keer als medegebruiker en mede-eigenaar (van 5 h), in 1592: Jan Louwerisz 12 keer als alleen gebruiker (van 22 m 3½ h), 4 keer als gebruiker en eigenaar (van 2 m ½ h), 4 keer als gebruiker en mede-eigenaar (van 10 m 5½ h), in 1598, in welk jaar ook de vroegere gebruikers en eigenaars vermeld worden, Jan Louwerisz 11 keer alleen gebruiker (van 16 m 4 h 72 r), 6 keer gebruiker en eigenaar (van 9 m 2 h 90 r), 2 keer gebruiker en mede-eigenaar (van 8 m 3 h 55 r), 2 keer medegebruiker en mede-eigenaar (van 4 m 40 r), waarvan vroeger 30 m 5 h 69 r Jonghe Jaep Pietersz gebruiker was, 1 m 5 h 48 r Ouwe Jacob Pietersz gebruiker en eigenaar, en 5 m 3 h 40 r bij anderen in gebruik 1024.
                                                                                        In Valkenburg verkopen op 7 oktober 1623 Cornelis Jansz houtcooper te Noordwijk, Dirck Johannesz te Noordwijk en Aeldert Cornelisz te Voorhout, tezamen zich sterk makende voor Aeltgen Leendertsdr, weduwe van zal. Jan Lourisz, mede wonende te Noordwijk, voor haar helft, Jan Cornelisz backer en Pieter Pietersz Bosboom, beiden te Valkenburg wonende, voor zichzelf, erfgenamen van Jan Lourisz hun neven, ook voor alle andere erfgenamen, voor de andere helft, aan Geertgen Lourisdr, ongehuwde persoon, wonende te Valkenburg, omtrent twee hond land op het Hoochlandt, belend ten oosten de Heerenwech met de Rijndijck, ten zuiden Pieter Huybertsz Vroman, ten westen de kinderen van Claes Jacobsz, ten noorden Jacob Jansz van Assendelft, voor 225 gld gereed geld 1025.
                                                                                    2. Lijsbeth LOURISDR, tr. Willem JACOBSZ (van EGMOND)  669, landbouwer te Valkenburg (Z.-H.), zn van Jacob MEESZ, zoetwatervisser, landbouwer, bedegaarder ald., en Marijtje CORNELISDR.
                                                                                    3. Geertgen LOURISDR.
                                                                                        In Leiden testeert op 4 juni 1614 Geertgen Lourisdr, ongehuwde persoon wonende te Valkenburg, gezond, vooruit aan de kinderen van Lysbet Lourisdr haar zal. zuster 24 gld, idem aan de kinderen van Meijnsgen Lourisdr haar zuster, aan de kinderen van Fijtgen Pietersdr haar zal. zuster haar kleren, huisraad en inboedel, aan Pieter de zoon van de voorschreven Fytgen wegens zijn gebrek 50 gld, aan de Heilige Geest van Valkenburg 12 gld, en voor het overige haar erfgenamen Jan Lourisz haar broer en Nyesgen Pietersdr haar zuster voor (elk) 1/6, de kinderen van Lysbeth Lourisdr, de kinderen van Meynsgen Lourisdr, de kinderen van Aeltgen Pietersdr en de kinderen van Fijtgen Pietersdr elk 1/6, waarbij Lysbeth, Meynsgen en Aeltgen het vruchtgebruik hebben zolang zij leven van de goederen die hun kinderen zullen erven, met een voorziening als Jan Lourisz en Nyesgen Pietersdr overlijden zonder kinderen na te laten. In de kantlijn: de kinderen van Hadewijd Pietersdr, zal. dochter van voornoemde Meynsgen Lourisdr, zullen in de plaats van hun moeder erven, samen met de [levende] kinderen van Meynsgen. 1026
                                                                                        In Leiden legateert op 25 juli 1622 Geertgen Lourisdr, ongehuwde persoon wonende te Valkenburg, „wesende ten aensien van heuren hoogen ouderdomme noch wel te passen”, ten behoeve van Pieter Jacobsz de zoon van haar halfzuster „die Godt almachtich in zijn memorie geraect ende gecrenct heeft” alle erfenis die haar vanwege Jan Lourisz haar broer aanbestorven mag zijn, onverminderd zijn verdere erfdeel van haar, waarna zij op 20 november 1622 dit codicil herroept en aan de kinderen van zal. Fijtgen Pietersdr haar overleden halve zuster die zij geprocreëerd heeft bij Jacob Pietersz Harst de erfenis legateert als haar van Jan Lourisz zal. haar broer voor 1/6 aanbestorven mag zijn, onverminderd de overige erfenis die zij van haar mochten verkrijgen 1027.
                                                                                    4. Meijnsgen LOURISDR, zie 629.
                                                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                                                    1. Aeltgen PIETERSDR, geb. Valkenburg (Z.-H.), overl. 20 mei 1623, ondertr. (nederd. geref.) Leiden 9 april 1592 (Cornelis Jacobsz geassisteerd met Tryntgen Fransendr zijn moeder en Aeltgen Pietersdr geassisteerd met Lysbeth Dammasdr haar moeie) Cornelis Jacobsz van NIEUCOOP, geb. ald., schoenmaker (bij huwelijk), waard in de Gecroonde Gulden Hooren te Leiden, zn van Lysbeth FRANSENDR.
                                                                                        Op 13 juni 1623 verklaren Gerrit Gijsbertsz Cnotter als man en voogd van Catharina Cornelisdr van Nieucoop, en Annatgen Cornelisdr van Nieucoop, ongehuwd persoon geholpen door voorschreven Gerrit Gijsbertsz haar zwager, bejaarde kinderen van Cornelis Jacobsz van Nieucoop gewonnen bij Aeltgen Pietersdr, beiden zal. ged., dat zij de boedel nagelaten door hun moeder en schoonmoeder, overleden op 20 mei 1623, alsnog niet kunnen aanvaarden vanwege de mate waarin die met schulden belast is, maar wel willen inventariseren 1028.
                                                                                    2. Fijtgen PIETERSDR, tr. Jacob Pietersz HARST, zn van Pieter Jansz (HARST).
                                                                                        In Rijnsburg in 1590 is Dirck Jeroensz, mede-buurknecht in Rijnsburg, 400 gld schuldig aan Jacop Pietersz Harst nu wonende te Valkenburg, vanwege de koop van een huis en erve, belend ten oosten de weduwe en erfgenamen van Cornelis Mateeusz, ten westen Dirck Jansz Vooruit timmerman, met als borg Adriana Hubertsdr, weduwe van Jeroen Cornelisz, zijn moeder, verkoopt Aernt Pietersz Harst aan Jacop Pietersz Harst zijn broer wonende te Valkenburg een bezegelde brief van Rijnsburg van 23 november 1586 sprekende van zeker huis en erve te Rijnsburg, belend nutertijd ten oosten de weduwe van Cornelis Mateeusz, ten westen Dirck Vooruit timmerman, strekkende van de Vliet tot aan de weiden van Claes van der Speck, en verkoopt Jacop Pietersz Harst wonende te Valkenburg aan Dirck Jeroensz twee bezegelde schoutenbrieven van Rijnsburg gepasseerd vanwege Jacop Pietersz Harst van 23 nobvember 1586 en 29 december 1590 1029.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Valkenburg': Jacob Pietersz, weduwnaar, met Pieter, Cornelis, Grietgen en Jannetgen zijn kinderen, met in hetzelfde huis Geertgen Lourisdr, ongehuwde persoon 1030.
                                                                                    3. Niesgen PIETERSDR, tr. 1° Arent Pietersz HARST, overl. tussen 16 jan. 1612 en 17 juli 1612, zn van Pieter Jansz (HARST), maakt huwelijksvoorw. 2° Leiden 13 nov. 1615 met Dirc Jansz ENDEGEEST, overl. vóór 29 jan. 1628.
                                                                                        In Leiden prelegateert op 17 juli 1612 Nyesgen Pietersdr, weduwe van Arent Pietersz Harst, wonende te Valkenburg, gezond, aan de kinderen van Fijtgen Pietersdr haar zal. zuster en de kinderen van Aeltgen Pietersdr haar zuster haar huisraad, inboedel, kleren enz., hoofd voor hoofd, en vermaakt zij aan Pieter Jacopsz zoon van haar voorschreven zal. zuster 100 gld, welke 100 gld de 25 gld vervangt die hij volgens het testament van 16 januari 1612 zou krijgen 1031.
                                                                                        Op 24 november 1612 verklaren Jacob Pietersz Harst wonende te Valkenburg, Jan Florisz Harst en Seger Willemsz als man en voogd van Machtelt Florisdr, beiden kinderen van Floris Pietersz Harst wonende te Maarssen, allen erfgenamen van Arent Pietersz Harst, in zijn leven wonende te Valkenburg, hun resp. broer en oom, dat zij uitgekocht zijn door Nyesgen Pietersdr, weduwe van Arent Pietersz Harst, die elkaar op 16 januari 1612 bij testament hadden getocht 1032.
                                                                                        Op 4 augustus 1618 testeert Niesgen Pietersdr, tegenwoordig huisvrouw van Dirc jansz Endegeest, wonende te Oegstgeest, kloek en gezond; zij legateert aan Pieter Jacobsz zoon vam Fijtgen Pietersdr haar overleden volle zuster 1000 gld omdat hij zijn kost niet kan verdienen, aan Jan Louwen haar halfbroer en Geertje Louwen haar halfzuster elk 100 gld, aan de kinderen van Lijsbeth Louwen en de kinderen van Meijnsgen Louwen mede haar halfzuster elke stam 100 gld, en (in de kantlijn geschreven) aan Arent Cornelisz die naar haar eerste man genoemd is, zoon van Cornelis Pietersz te valkenburg, 50 gld, de Heilige Geest te Valkenburg 25 gld, aan Jacob Pietersz haar eerste mans broer 12 gld als hij Niesgen overleeft, en verder nomineert zij tot haar erfgenamen de twee kinderen van Aeltgen Pietersdr haar volle zuster voor de ene helft en de vier kinderen van Fijtgen Pietersdr mede haar volle zuster voor de wederhelft. Voorts wil testatrice dat na 't overlijden van Jan Louwen en Geertgen Louwen de 200 gld die zij hun gelegateerd heeft gelijkelijk onder de kinderen van haar volle en halve zusters verdeeld zullen worden. 1033
                                                                                        Op 6 oktober 1625 testeert Niesgen Pietersdr, huisvrouw van Dirc Jansz Endegeest, wonende te Oegstgeest, kloek en wel. Zij legateert eerst aan de kinderen van Lijsbeth Louwen haar overleden halfzuster en aan de kinderen van Meynsgen Louwen ook haar halfzuster, die nog in leven is, elke stam 75 gld, samen 150 gld, waarvan 100 gld te komen van Louris Willemsz getrouwd met de dochter van voorschreven Lijsbeth Louwen die dit van testatrice op rente heeft, aan Arent Cornelisz die naar haar eerste man genoemd is, zoon van Cornelis Pietersz te Valkenburg, 50 gld, aan Jacob Pietersz haar eerste mans broer 12 gld, aan de armen te Valkenburg 25 gld, aan de kinderen van Claes Pietersdr 6 gld en aan de kinderen van Marijtgen Pietersdr 6 gld. Zij nomineert als erfgenamen de kinderen van Aeltgen Pietersdr en die van Fijtgen Pietersdr, elk voor de helft. Nog ingevoegd in de kantlijn: de erfgenamen zullen aan Grietgen Jacobsdr en Grietgen Jan Florisdr een som van 25 gld voldoen die eerder aan hen vermaakt is door Arent Pietersz haar eerste man. 1034
                                                                                        Op 29 januari 1628 verklaren Gerrit Ghijsbertsz Knotter, in dezen vervangende Niesgen Pietersdr zijn huisvrouws moei, weduwe van Dirc Jansz Endegeest, ter eenre, en de voogden van de kinderen van de overleden drie dochters van Dirc Jansz Endegeest, ter andere zijde, een vereffening van de uitschulden van de boedel gemaakt te hebben, en dat de gemelde Niesgen Pietersdr nog zuiver 275 gld uit de boedel van voornoemde Dirc Janz moet trekken 1035.
                                                                                        Op 26 mei 1632 testeert Niesgen Pietersdr, laatst weduwe van Dirc Jansz Endegeest, nu wonende in de Weijpoort in Zoeterwoude, kloek en gezond. Zij legateert aan de kinderen van Lijsbeth Louwen en van Meijnsgen Louwen, haar overleden halfzusters, samen de 100 gld die comparante competerende is van Louris Willemsz getrouwd met de dochter van voornoemde Lijsbeth Louwen, aan Cornelis Pietersz te Valkenburg de 100 gld die hij van testante op rente heeft, waarvan hij 50 gld moet uitkeren aan Arent Cornelisz zijn zoon bij diens huwelijk, aan de armen van Valkenburg 20 gld, aan de kinderen van Claes Pieters 6 gld, aan de kinderen van Marijtgen Pieters 6 gld, aan Grietgen Jacobsdr en Grietgen Jan Florisdr elk 25 gld, al aan hen vermaakt door Arent Pietersz haar eerste man, en institueert de kinderen van Aeltgen Pietersdr en die van Fijtgen Pietersdr als erfgenamen, elk voor de helft. Op 9 juli 1632 verduidelijkt en wijzigt ze dit testament in die zin dat haar goederen boven de legaten zullen toekomen aan Trijntgen Cornelisdr, enige dochter van Aeltgen Pietersdr haar overleden volle zuster, voor ¼, en aan de drie kinderen van Fytgen Pietersdr, haar overleden volle zuster, voor ¾, zulks in 4 staken. 1036
                                                                                        Op 16 januari 1612 testeren Arent Pietersz en Nijesgen Pietersdr, man en wijf, thans te Valkenburg, Arent ziekelijk, Nijesgen gezond, op de langstlevende. Als hij eerst overlijdt zijn zijn kleren voor Jacop Pietersz zijn broer en de kinderen van zijn overleden broer Floris, 50 gld voor Pieter de zoon van Jacop pietersz, ook 50 gld voor Grietgen Pietersdr de dochter van Pieter Aelbertsz zijn neef, 50 gld voor Grietgen de dochter van Jan Florisz zijn neef. Als zij eerst overlijdt geeft zij o.m. haar kleren aan de kinderen van Aeltgen Pietersdr haar zuster en de kinderen van Fytgen Pietersdr haar zalige zuster, en 25 gld aan Pieter haar zusters zoon. 1037
                                                                                        Op 13 november 1615 maken Dirc Jansz Endegeest buurman te Oegstgeest ter eenre, en Niesgen Pietersdr wonende te Valkenburg, geassisteerd met Jan Louwerisz mede wonende te Valkenburg haar halfbroer en Cornelis Jacobsz van Nieucoop haar zwager ter andere zijde, huwelijkse voorwaarden. Hij brengt aan 2300 gld staande op interest, huisraad en inboedel. Zij 600 gld op rente, een huis en erve te Valkenburg, belend ten oosten Cornelis Jacopsz steenplaatser, ten zuiden Jan Lourisz haar halfbroer, ten westen Jacob Pieters haar zwager, ten noorden de Steech, en nog 1040 gld van Monsr. Lumens te Rijnsburg vanwege huiskoop met 80 gld 's jaars, huisraad en inboedel. Wie het eerst overlijdt zal het ingebrachte plus 400 gld houden. 1038
                                                                                  1600. (<800) Meeus Symonsz SCHOTGEN  1039, overl. vóór 21 aug. 1574,
                                                                                      Bij de verkoop van nieuw bedijkte landen in Egmond in 1567 koopt Myes Symonsz Schotge te Egmond voor 9£ een stuk land van de Visserij-watermolentocht af strekkende aan de Koetemeersdyck en zo opgaande tot de Beerhemmer watermolen, al begrepen tussen de Groote-watermolentocht en de Beerhemmer-watermolentocht, met als borg Dierick Cornelisz Clopper te Egmond 1040.
                                                                                      De volgende vermeldingen komen uit het „Verhuyrbouck” van Egmond beginnende in 1572. In 1572 heeft Severyn Jans te Egmond op de Hoeve gekocht de Hoeverthienden voor 53£, met als borgen Meus Symonsz Schotgen en Albrecht Pietersz Bylen op de Hoeve, en Meeus Symonsz Schotgen, waard in St, Aelbrecht op de Hoeve, de thienden van enige oude landen, voor 26£, met als borg Severyn Jansz mede aldaar, en heeft Meeus Symensz Schotgen, waard in St. Aelbrecht op de Hoeve, gepacht voor 3 jaar de bieraccijns te Egmond op de Hoeve voor 80£, met als borgen Aelbrecht Pietersz Bylen op de Hoeve en Willem Jansz van Egmont te Egmond-Binnen, en de wijnaccijns te Egmond Binnen en op de Hoeve voor 22£. In 1573 wordt Myes Symonsz (Schotge) 4 keer vermeld als eerdere pachter van land, en heeft Myes Symonsz Schotge(n), waard in St. Aelbrecht te Egmond, gepacht voor 1573 4 akkers die Aelbrecht Pietersz Byl op de Hoeve in pacht gehad heeft, groot ½ morgen 245 roeden 10 voeten, voor 4£ (met als borg Aeriaen Joosten moelenaer), een half kalfgars dat Willem Louwen op de Hoeve in pacht gehad heeft, voor 5 st (borg is Frans Boon), een weide ten westen van de Hoffweyde die Albert van der Nol van Wimmenum laatst in pacht gehad heeft, groot 1539 roeden Hondbossche maat en naar de maat van Egmond 636 roeden waarvan 300 roeden 1 morgen maken, voor 13£ (borg is Jonge Jan Riddersz op de Hoeve, zijn zwager), het westerstuk aan de Vaert van de vierendelen in de Noortma beoosten de Hoffweyde, groot 2974 roeden 4 voeten Hondsbossche maat, naar de roeden te Egmond 1299 roeden, voor 28£ (borg is Jonge Jan Riddersz zijn zwager), en de Laege Weyde, groot 2½ morgen 9 roeden Geestmerambachtse maat, die Albert Albertsz van der Nol van Wimmenum laatst in pacht gehad heeft, voor 35£ (met als borg Pieter Florisz Glaesemaecker op de Hoeve). Ook is in 1573 Myes Symonsz Schotge enkele malen borg, o.a. voor Jonge Jan Riddersz te Egmond op de Hoeve.\NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 751A (Verhuyrbouck van Egmond, beghinnende aº 1572).
                                                                                      Bij verhuring van landen van de abdij van Egmond in 1573 vermeld onder 'Egmond': Bartelmeeus Symonsz alias Schotgen op de Hoef, Pieter Florysz Glas mede op de Hoef en Jan Pietersz te Rinnegom, gebruikende tezamen het bouwhuis van de abdij van Egmond met alle bijbehorende landen, 's jaars behalve de thienden tot 4 jaar 574 abtsponden, te boek gesteld voor 325 gld, met elkaar als borgen 1041.
                                                                                  tr.
                                                                                  1601. (<800) Marytgen.
                                                                                      In de verklaring van het achterwezen van de crediteuren van de abdij van Egmond van 21 augustus 1574 wordt vermeld: Marytgen de weduwe van Meeus Symonsz alias Schotgen komt van de abdij van de levering van koren, varkens, een koe en van een stuk land door de vicaris van hem overgenomen 413£ 12 sch 6 d (in de marge: het is de rentmeester kennelijk dat Mies Symonsz zal. ged. als pachter van de abdijbouwerij veel geleverd heeft en hij gelooft daarom wel dat deze penningen haar toekomen) 1042.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Aelbrecht Miesz SCHOTGEN, geb. ca. 1550  717, tr. N.N.
                                                                                          In 1574 wordt in Egmond voor het jaar 1574 gepacht door Aelbrecht Myesz Jonge Schotgen de Zuytoostercamp van Oestelick voor 5 st (borg is Dierick Josephsz), en door Aelbrecht Myesz van de Hoef de Breckamp bewesten de Vaert naar Egmond voor 20 st (met als borg Dierick Josephsz de Boer van Egmond) 718.
                                                                                      2. Sijmon Miesz SCHOTTEN, geb. ca. 1556  717, zie 800.
                                                                                      3. Claes Miesz SCHOTTEN, overl. Egmond a/d Hoef vóór 1599, tr. N.N.
                                                                                          In 1599 wordt de weduwe van Claas Miesz Schotten genoemd als eigenares van hofstede en kroftland die voor dat jaar waren gekomen op Sijmon Schotten opv. Pieter Symonsz Heeroom.
                                                                                      4. Teunis Miesz SCHOTTEN, schepen in 1602 en 1603 te Egmond a/d Hoef, overl. ald. tussen 1631 en 1637, tr. Griete PIETERSDR.
                                                                                          Op 14 februari 1614 verkoopt Jan Maertsz van de Hoeve aan Loeff van Harlaer, rentmeester op de Hoeve, een huis met zijn toebehorem te Egmond op de Hoeve, belend ten oosten van Harlaer zelf, ten zuiden Jan van de Camer, Dierck Pietersz in de Swan, ten westen de Heerenwech, ten noorden Willeboort Gerritsz, belast met 15 st jaarlijks erfpacht, welk huis en erf voorschreven Harlaer overgedaan heeft aan Tonis Miesz Schotten, voor 440 gld te betalen in 6 termijnen 1043.
                                                                                          Op 15 december 1596 testeren Theunis Miesz Schotten en Griete Pietersdr, geëchte man en wijf, wonende op de Nieuwe Vaart te Egmond a/d Hoef, met als getuige Symon Pietersz Heeroom 1044
                                                                                    1602. (<801) Aelbert Cornelisz CNAEP,
                                                                                        Bij verhuring van landen van de abdij van Egmond in 1573 vermeld: onder 'Egmond' Aelbert Cornelisz Knaep gebruikt een stuk land voor 7 [abts]ponden, nu te boek gesteld voor 5 gld 15 st, met Heyndrick Dircksz als borg, onder 'Bakkum' Aelbert Cornelisz en Huych Engelsz de Memoriecamp of de Buefweijdt, groot 3½ morgen min 35 roeden, makende 6 koeweiden, nog ten noorden daarvan de hem in de Gheersacker, voor 22 [abts]ponden, nu te boek gesteld voor 11 gld, met elkaar tot borg, Aelbert Cornelisz gebruikt nu 2 akkers houdende 3 „achtelen rogsadinge”, voor 5 [abts]ponden, nu te boek gesteld voor 2 gld 10 st, met als borg Symon Cornelis Comans van Alkmaar, en Aelbert Cornelisz gebruikt nu een halfvierendeel half land voor 1 [abts]pond 10 st, nu te boek gesteld voor 15 st, met als borg Symon Cornelis Comans van Alkmaar 1045.
                                                                                        Op 14 februari 1605 is voor het Hof van Holland Hillegont Adriaensdr, weduwe van Jan Cornelisz Huych, wonende te Alkmaar, impetrante jegens Aelbert Cornelisz Knaep wonende te Bakkum, als borg voor Cornelis Aelbertsz Knaep, zijn zoon, om te kennen of ontkennen een obligatie van 142 gld verschenen op 2 juni 1602, die niet compareerde 1046.
                                                                                        Op 26 april 1605 wordt in Alkmaar ten verzoeke van Aelbert Cornelisz Knaep, wezende een kreupel, oud landman, door de notaris een protestbrief opgesteld gericht aan Anthonis van Mijerop, deurwaarder van het Hof van Holland. Hierin biedt Aelbert Cornelisz Knaep nogmaals aan, met open beurs en klinkende penningen, de som van 142 gld te betalen, zoals hij ook al op de zestiende van dezelfde maand gedaan had vlak voor de verkoping van 't voorschreven land [niet bij de notaris te vinden] in presentie van zijn zoon Lenaert Aelbertsz Cnaep, waarvan de principale debiteuren waren Sijmon Miesen Schot en Jannetgen Aelbertsdr zijn huisvrouw. Dit was door de deurwaarder geweigerd. Er is ook sprake van vreemde handelingen van de deurwaarder in verband met buitensporig hoge onkosten. Vervolgens brengen de notaris met twee getuigen en Aelbert Cornelisz Knaep een bezoek aan de deurwaarder, die persisteert bij een eerder antwoord, en aan Hillegont Aerians, impetrante, die hen weigert te spreken. Tenslotte stelt Aelbert Cornelisz Knaep twee procureurs van het Hof van Holland aan om namens hem op te treden. 1047
                                                                                        Op 29 augustus 1612 testeert Aelbert Cornelis Cnaep, buurman te Bakkum, „zieckelycken in zijn cleederen opt bedde leggende”. Hij vermaakt eerst aan Cornelis Aelbertsz Cnaep zijn oudste zoon wonende te Heemstede, boven een zekere somme van omtrent 700 gld die hij, testateur, ten verzoeke van zijn zoon voornoemd in zijn nood voorgeschoten heeft, de lijftocht van 24 gld jaarlijks, zijn (van Cornelis Aelbertsz) lang, als voldoening en gerechtigheid. In al zijn andere goederen institueert hij Lenert Aelbertsz zijn zoon, Ariaen Aelberts zijn dochter, en de nagelaten kinderen van zal. Jannetgen Aelbertsdr geprocreëerd bij Sijmon Miesz Schotten, elk in een derdepart. Gedaan te Bakkum ten huize van Leenert Aelbertsz, ter presentie van Ariaen Lourisz oud-schepen en Allert Cornelisz schepen aldaar. Idem op 24 september 1619, copie van het voorgaande testament. 1048
                                                                                        Op 11 juni 1619 verklaart Aelbert Cornelisz Cnaep wonende te Bakkum, „op het bedde leggende maer niet wel te passen”, als codicil op zijn testament van 29 augustus 1612, dat hij en zijn zoon Leenert Aelbertsz zekere jaren geleden zich geconstitueerd hebben als borgen voor Sijmon Miesz Schotten zijn zwager [schoonzoon] voor 400 gld ten behoeve van Lambrecht van der Horst, verklarende dat dit uit zijn achtergelaten goederen zou worden betaald zonder dat de kinderen van Zijmen Miesz Schotten geprocreëerd bij Jannetgen Aelberts zijn overleden dochter iets zal worden gekort. Gedaan ten huize van Alijt Jacobsdr, weduwe van Gerrit Aeriaensz van Apeldoorn. Onderaan staat: gecollationeerd 24 september 1619. 1049
                                                                                    tr. 1° N.N.,
                                                                                    tr. 2° Gryet JANSDR, wed. van Jacob REIJERS.
                                                                                        (Copie uit copie.) In 1598 testeert ten huize van Maerten Francken te Egmond op Zee Gryet Jansdr, huisvrouw van Aelbert Cornelisz Knaep buurman te Noord-Bakkum. Het is haar uiterste wil dat haar zoon Reijer Jacobsz Bac[?] geprocreëerd bij Jacob Reijers of zijn wettige nagelaten kinderen, met namen Alidt Reyers en Maritgen Reyers, worden geïnstitueerd in 112 gld 10 st uit testatrices gereedste goederen. Bij overlijden van de voornoemde kinderen zonder descendenten zal dit gaan aan de rechte graad van testatrices linie. Copie gecollationeerd en geauthentiseerd op 17 februari 1601 te Alkmaar. 1050
                                                                                             Uit het eerste huwelijk:
                                                                                        1. Cornelis Aelbertsz KNAEP, geb. ca. 1554  1051, tr. 1° Anna CORNELISDR, overl. vóór 5 nov. 1602, tr. 2° Agnies ENGELS, geb. ca. 1555, wed. van Cornelis.
                                                                                            In Haarlem constitueert Cornelis Albertsz Knaep van Bakkum op 10 mei 1597 Cursor ad lites contra Nelle Claesdr, en stelt Nicolaes Zuycker zich op 29 mei 1597 borg voor Cornelis Aelbertsz Knaep van Bakkum om voor dezelve 't gewijsde van schepenen te voldoen tegen Nelle Cornelisdochter, weduwe van Cornelis Willems Wrocht 1052.
                                                                                            Op 2 maart 1599 verklaart Thys Cornelisz voerman, oud 66 jaren, wonende buiten de Cruyspoorte te Haarlem, ten verzoeke van Cornelis van Rietwyck, baljuw van Egmond, hoe dat verleden nazomer 1598 op een morgenstond Cornelis Aelbertsz Knaep van Bakkum met hem 2 onbekende vrouwen gekomen is om henluiden te voeren met de wagen naar Noordwijk, aangenomen voor 3½ gld. De 2 vrouwen hadden een zak bij zich. De voerman heeft in Noordwijk een kan of twee bier helpen drinken. Een vrouw bleef in Noordwijk, Knaep heeft dezelfde dag de tweede vrouw weder opgenomen en tot het huis van getuige gebracht, die niet weet of de zak tevoren op de wagen was. 1053
                                                                                            Op 20 maart 1599 verklaart in Alkmaar Adriaen Jacobsz Capelman, notaris publiek, eertijds schout te Egmond op Zee, ten verzoeke van Maerten Pietersz Persijn als procuratie hebbende van Sierop Claesz van Nijedorp als vader en voogd van Trijn Sierops zijn dochter, dat hij als getuige geweest is bij Cornelis Aelbertsz Knaep te Bakkum, door wie Trijn Sierops, zo zij zeide, bevrucht was. Waarop Knaep haar een „eerloosde stucke hoers” noemde. Eindelijk is overeengekomen dat zij, Trijn, het kind zou houden en alimenteren en dat Knaep zou betalen 12 gld 10 st 's jaars zo lang het kind zou leven. 1054
                                                                                            Voor het Hof van Holland is op 13 september 1600 Hillegont Adriaensdr, weduwe van Jan Cornelisz, wonende te Alkmaar, impetrante jegens Cornelis Aelbertsz Knaep, althans wonende te Beverwijk, en Lenert Aelbertsz Knaep, buurman te Bakkum, als borg, om een obligatie van 390 gld, die niet compareerden; het Hof condemneert voornoemde defaillanten elk in solidum de voorschreven penningen in handen van impetrante te restitueren. Op 28 september 1600 verzoekt Cornelis Aelbertsz Knaep voor de betaling van de penningen in kwestie atterminatie van 6 halve jaren, maar wordt gecondemneerd te betalen in twee maal vier maanden. 1055
                                                                                            In Beverwijk is in 1602 Gerrit Jacobsz als geordonneerde curateur over de boedel van Auwel Cornelisz, uitlandige reizer, eiser contra Cornelis Aelbertsz Knaep als nagelaten weduwnaar en erfgenaam van Anna Cornelisdr zijn overleden huisvrouw. In dezelfde zaak wordt op 29 juli 1603 de eiser Gerrit Jacobsz Wielemaeker genoemd, en condemneren schepen de eiser afstand te doen van een zeker perceel land in Wijk aan Duin, groot omtrent 900 roeden, strekkende ten oosten aan de Houtwech, aan 't west aan de Kuijkerswech. Op 8 augustus 1603 is Jan Gerritsz Haeck vanwege Cornelis Aelbertsz Knaep hiertegen in beroep gegaan en is hij door Cornelis Aelbertsz Knaep gemachtigd aan het Hof van Holland. 1056
                                                                                            Op 21 april 1603 machtigt Cornelis Aelbertsz Knaep, eertijds waard te Bakkum, Jacob van Ancker, advocaat van het Hof van Holland, om te ageren tegen Adriaen Jacobsz van de Morsch als borg van Henricus Bossius, doctor medicine, Jan Willemsz Camp en alle anderen waartegen hij nutertijd te doen heeft 1057.
                                                                                            In Egmond-Binnen bekent op 23 april 1603 Cornelis Aelbertsz Cnaep, buurman te Bakkum, verkocht te hebben aan Aeriaen Olbrantsz, poorter van Alkmaar, een stuk land in de Egmondermeer gekomen van het graafschap van Egmond genaamd het Middelstuck van de Wester Ommeloop, groot omtrent 860 roeden, belend ten oosten de Molentocht, ten zuiden Pieter Olyffsz, ten westen de erfgenamen van Joost Buijck te Amsterdam, ten noorden Aelbert Willemsz en Cornelis Gerritsz Louwen, blijkende bij opdracht aan de comparant op 18 juni 1600; mede is gecompareerd Aelbert Cornelisz Cnaep zijn vader die zich heeft gesteld als borg 1058.
                                                                                            Op 1 mei 1603 is Cornelis Aelbrechtszoon Knaep, wonende in de Beverwijk, voor het Hof van Holland impetrant jegens Adriaen Jacobszoon van der Mersch als beloofd hebbende te betalen voor Docter Heynricus Vossius die gedaagde was om provisie te begeren van 8 gld 18 st 4 penn, die niet compareerde, en dezelve jegens Jan Willemsz Camp wonende te Bakkum die gedaagd was om provisie te begeren van 10 gld 3 st 8 penn, die niet compareerde 1059.
                                                                                            Op 7 januari 1604 verklaart Cornelis Aelbertsz Knaep, buurman te Heemstede, oud omtrent 50 jaren, ten verzoeke van Rembrant Fredericxz wonende te Schagen, hoe dat hij, deposant, maar een jaar in huur gebruikt heeft 't land van Cornelis Henricxz Boom en dat in hetzelfde jaar 't Munnickelandt liggende met de oosterven gemeen door Heertgen Aemkers gebruikt werd, en dat 't land daarna door Lenert Aelbertsz zijn broer is overgedaan 1060.
                                                                                            In Haarlem stelt op 18 oktober 1605 Dirick Heynricxz in de Croon op 't Spaerne zich borg voor Cornelis Jaspersz van Vriesecoop, gearresteerde met zijn pont en turf ten verzoeke van Cornelis Elbertsz Knaep, om voor hem 't gewijsde van schepenen te voldoen 1061.
                                                                                            Op 8 april 1616 getuigen Cornelis Aelbertsz Knaep, oud omtrent 63 jaren, en Agnies Engels zijn huisvrouw, oud omtrent 60 jaren, ten verzoeke van Cornelis Dircxz zoon van Dirck Willem Heyntges, voor hemzelf en vanwege Nanninck Dircxz zijn innocente broer, dat zij 1½ jaar bij voornoemde Dirck Willemsz gewoond hebben en dat Dirck Willemsz voornoemd een, twee, drie nachten in de week is in de herberg zitten drinken 1062.
                                                                                            Op 6 december 1622 is voor het Hof van Holland Cornelis Aelbertsz Cnaep, eertijds waard buiten Haarlem in de Hout, nu wonende binnen Haarlem, impetrant tegen Lambert Goossensz wonende te Amsterdam als principaal, en Pieter Luytsz Groen en Pieter Willemsz Leyts wonende aldaar, en Pieter Hendricxz molenaer buiten Haarlem, als borgen, nopende een obligatie door Lambert Goossens van 58 gld 8 st 8 penn 1063.
                                                                                            Op 18 oktober 1618 testeren Cornelis Aelbertsz Knaep en Agniesgen Engels, geëchte luiden wonende buiten de Houdt in de banne van Heemstede. Hij legateert aan Lenaert Aelbertsz zijn broer 30 st, aan de kinderen van zijn zal. zuster Jannetgen Aelbertsdr elk 30 st, willende dat zijlieden daarmee afstaan en uit zijn sterfhuis blijven zullen, en institueert zijn halve zuster Ariaentgen Aelberts, of vóór hem overlijdende haar kinderen op haar plaats, in al zijn goederen, mits dat zijn huisvruw Agniesgen Engelsdr, hem overlevende, tot aan haar afsterven zal hebben de lijftocht. Agniesgen Engels benoemt tot universele erfgenamen Cornelisgen Cornelisdr en Jan Cornelisz, haar twee kinderen, elk voor de helft, en als haar man haar komt te overleven zal hij tot zijn overlijden hebben in lijftocht de helft van zeker stuk land buiten de Wyck genaamd de Lange Ackers waarvan hem de wederhelft toebehoort, of 400 gld, te zijner verkiezing, als bij huwelijk besproken. 1064
                                                                                        2. Jannetgen AELBERTSDR, zie 801.
                                                                                        3. Leenert Aelbertsz KNAEP, schepen van Bakkum 1065, overl. verm. tussen 2 mei 1629 en 26 juni 1629, tr. 1° Lysbeth ARISDR, tr. 2° Catrijn CORNELISDR.
                                                                                            In Beverwijk is in 1602 Auwel Jansz eiser contra Lenert Aelbertsz Knapen van Bakkum; op 12 juni 1602 heeft gedaagde 13 gld betaald, resteert 5 gld 7 st 8 penn te betalen vóór Sint Jacob 1066.
                                                                                            In Castricum verkopen in 1602 Leenert Aelbertsz Cnaep, als vader en bloedvoogd, en Aerian Lourisz als gecoren voogd, over de kinderen van wijlen Lysbeth Arisdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Leenert, buren te Bakkum, aan Garbrant Lourisz, buurman te Bakkum, een akker land groot 82 roeden bewesten de Castricummer kerk aan Duijn, belend ten oosten Pancraes Jacobsz, ten zuiden Machtelt Jacobsdr, ten westen Claes Parris, ten noorden Thymon Claesz 1067.
                                                                                            In 1614 testeren Leenert Aelbertsz en Catrijn Cornelisdr, geëchte man en wijf, buurluiden te Bakkum, de voornoemde Lenert Aelberts met koortsen bevangen, op de langstlevende, na 't overlijden van beiden aan zijn voorkinderen en aan de kinderen door hen beiden geprocreëerd 1068.
                                                                                            Op 26 juni 1629 verklaren Jan Ariaensz en Allert Cornelisz, schepenen te Bakkum, dat voor hen op 2 mei 1629 is verschenen Leenert Albertsz Cnaep, oud-schepen te Bakkum, ziekelijk te bedde liggende, willende legateren aan Dirck Leenertsz zijn zoon testateurs beste jonge paard met de wagen, touw en takel, met nog een koe en nog een bed met toebehoren, en aan Marritgen Leenerts zijn dochter mede een koe, met een bed met toebehoren, dit alles ten regarde van hun goede getrouwe diensten, vooruit vóór alle deling door zijn andere kinderen en erfgenamen 1069.
                                                                                               Uit het tweede huwelijk:
                                                                                          1. Ariaentgen AELBERTS.
                                                                                        1648. (<824) Willem LAMBERTSZ,
                                                                                            In Heemskerk in de legger van 1539 voor de Hondsbosse en Duinen te Petten, onder „Noertdorper vierendeel”: Willem Lambertsz een hallefue acker ende hoert die Heijligheest tot Harlem 743 roeden, een acker ende hoert die pastoer 455 roeden, heer Ariaens viertellen 255 roeden, heer Ariaen ende Willem Luddollefsz saemen 693 roeden, Willem Lambertsz saet 411 roeden, aelmis lant op hard maed ende bewoecht Ian Theusz 190 roeden, summa 3 morgen 347 roeden [de totstandkoming van dit totaal is onduidelijk] 1070.
                                                                                            In het kohier van de 10e penning van Heemskerk in 1543: Willem Lambertsz zijn gebruik bedraagt 3 morgen en 302½ roeden, en bruikt voor 12 Rinse gulden; zijn huis is geëstimeerd op 2 gulden) 1071.
                                                                                            In het kohier van de 10e penning voor Heemskerk in 1544: Willem Lambertsz zijn zaete 200 roeden, belend ten noorden Dirck Dircksz, ten zuiden de Oude Dijck; dit land voor 6 st 1072.
                                                                                        tr.
                                                                                        1649. (<824) Nel.
                                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                                          1. Lambert WILLEMSZ, zie 824.
                                                                                        1846. (<923) Pieter, alleen bekend van een zoon Dirck en een dochter Lysbeth,
                                                                                        tr. N.N.
                                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                                          1. Dirck Pietersz PRONCK, tr. Griet JANSDR.
                                                                                              In Amsterdam heeft op 28 november 1579 Griet Jansdr, met Marten Jeliszoon haar voogd in dezen gecoren, haar 4 kinderen Pieter, oud 14, Jan, oud 12, Claes, oud 6, en Jacob, oud ¾ jaar, of daaromtrent, van wie vader was Dirck Pietersz Pronck „buytenlant van der s.g.”, bewezen tezamen voor hun vaders erfenis een derdepart van 3 deimt land genaamd Aven in de banne van Zunderdorp, waar de voorschreven Maerten Jelisz aan de noordoostzijde naast geland is, strekkende de voorschreven 3 deimt van de Gou tot aan de oever toe. Zij zal haar voorschreven kinderen houden met behouden goed om de vruchten van 't voorschreven bewijs. En 't behaagde zonder inventaris te geven Lysbeth Pieters van Zunderdorp, de huisvrouw van Melis Wouterszoon, stuurman, met Pieter Jansz Codde haar voogd in dezen gecoren overmits de absentiie van haar man uitlandig wezende, moei van de kinderen. Op 29 januari 1588 heeft Griet Jansdr verklaard dat het derdepart verkocht is voor 208 gld 6 st 10 penn, en bekenden Pieter en Jan Dirxzoonem de helft hiervan ontvangen te hebben in voldoening van hun vaders erfenis. Voor de andere helft, toekomende de jongste kinderen, en nog 96 gld, stelt zij als onderpand haar huis en erf. 1073
                                                                                          2. Lysbeth PIETERSDR, zie 923.
                                                                                        1850. (<925) (>3700, >3701) Engbert Jansz (van PAENDEREN), wordt omstreeks 1555 in Haarlem aangeslagen in homanschap A voor 2 en in homanschap O voor 2 haardsteden 1074, overl. vóór 30 dec. 1563,
                                                                                            In Alphen aan den Rijn verkopen op 25 augustus 1583 Claes Jansz, wonende te Haarlem, als vader en voogd van Popias van Paenderen, Philips Egbertsz van Paenderen, wonende mede aldaar, en Hans Pietersz, als man van Dirckgen Egbertsdr, wonende te Amsterdam, erfgenamen van Balich van Paenderen, aan Matheus Cornelisz en Bruijn Jacobsz samen 12 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkend uit de Rijn tot in de Heimanswetering, belend ten oosten Florijs Bruijnen, ten westen Jacob IJsbrantsz Verloet 1075.
                                                                                        tr.
                                                                                        1851. (<925) (>3702, >3703) Catrijn van PAENDEREN,
                                                                                            In Haarlem verkopen op 28 februari 1565 Claes Jansz als man en voogd van Katheryne van Paenderen voor de helft, en Phillipsgen Phillipsdochter, Claes Matheeusz haar zwager [=schoonzoon] en gecoren voogd in dezer zake, en dezelve Claes mede uit naam van Wyve Jansdochter zijn huisvrouw, naaste vrunden en voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Engbert Jansz bij de voornoemde Katheryne geprocreëerd, ten overstaan van de weesmeesters dezer stede, voor de andere helft, aan Jan de Wael Diricxzoon een huis met erf aan 't Zandt, tussen Willem Diricxzoon schalmenspeelder aan de ene zijde, Dieuwertgen en Maritgen Jansdochteren, gezusters, aan de andere zijde, achterwaarts strekkende aan de cameren van Cornelis en Lambrecht Henricxzoen, gebroeders, met een uitgang tussen de weduwe van Henrick Jansz boeckebinder en Cornelis Henricxz tot aan de Beecke, des zijn voorwaarden dat de stenen muur tussen deze huizinge en het huis van de voornoemde Dieuwertgen en Maritgen, gezusters, geheel en al aan de voornoemde Jan de Wael blijven zal, en zullen dezelve gezusters of hun nakomelingen hun huis niet hoger mogen timmeren dan het nutertijd getimmerd staat, om 't licht van dit huis daarmee niet te benemen, en de goot die beneden ligt zullen de voornoemde gezusters en hun nakomelingen alleen onderhouden en de voornoemde Jan de Wael de goot die boven ligt, en dat in goeden „raecke en daecke” elk buiten de kosten van de ander, is ook ondersproken dat dezelve Jan de Wael niet, noch zijn nakomelingen eigenaars van dit voorschreven huis, zullen mogen benemen, betimmeren, noch versperren 't licht staande in 't middelhuis van het huis door de weduwe van de voornoemde Henrik Jansz boeckebinder nutertijd bezeten en bewoond, al vrij, voor 1100 gld, te betalen op 10 eerstkomende meien 1076.
                                                                                            In Alphen aan den Rijn zijn op 25 augustus 1583 Matheus Cornelisz en Bruijn Jacobsz schuldig aan Popias van Paenderen, weeskind van Claes Jansz van Paenderen en Catrijn van Paenderen, een losrente van 37 gld 's jaars, hoofdsom 600 gld, met als onderpand 12 morgen land onder Oudshorn in de Gnephoek, strekkend uit de Rijn tot in de Heimanswetering, belend ten oosten Florijs Bruijnen, ten westen Jacob IJsbrantsz (geroyeerd) 1077.
                                                                                            Op 12 december 1629 verklaren Willem Cornelisz van Duynen oud omtrent 70 jaren, Pieter Henricsz van Dyck oud omtrent 49 jaren, Barent Roeloffsz Wanscher oud omtrent 45 jaren. Cornelis Abrahamsz van Hoorn oud omtrent 32 jaren, allen poorteren van Haarlem, ten verzoeke van Elisabeth en Pietertgen Pietersdochteren, gezusters, kinderen van wijlen Pieter van Paenderen, mitsgaders Dirck Jochemsz getrouwd hebbende Catharina dochter van Philps van Paenderen, en Cornelis IJsacsz van der Wal, die getrouwd heeft Catharina dochter van Willem van Paenderen, beiden mede-erfgenamen van wijlen Popias van Paenderen, hun oom, dat zij zeer wel hebben gekend wijlen Alidt van Paenderen, in haar leven weduwe van Jasper Lourisz de Vries, binnen Haarlem overleden, en zeker en wel te weten dat dezelve Alidt van Paenderen geweest is de moei van de voorschreven Elisabeth en Pietertgen Pietersdochteren mitsgaders van de voorschreven Popias van Paenderen, Philps van Paenderen en Willem van Paenderen 1078.
                                                                                            In de zaak hangende voor het Hof van Holland tussen Willem Cornelisz van Duijnen, zo voor hemzelf als procuratie hebbende van zijn andere erfgenamen van 's vaders zijde van Pompeas van Paenderen, impetrant in rauw actie ter eenre, en Cornelis Isaacxz van der Wal en Jan Lambrechtsz, tezamen erfgenamen van 's moeders zijde van de voornoemde Pompeas van Paenderen, gedaagden in 't zelve cas ter andere zijde, is op 31 juli 1630 uitspraak gedaan. Zij zijn gecompareerd voor zekere commissaris daartoe gedeputeerd ter fine van accoord, en elkaar aldaar kunnende verstaan zo waren zijluiden verdragen. de zaak te beschrijven bij memoriën en advertissementen. Zij hadden doen allegeren dat tussen hem, impetrant ter eenre, en de voornoemde gedaagden ter andere zijde, questie zijnde ontstaan nopende zekere goederen door wijlen Balich Pietersdr van Paenderen, grootmoeder van de voorschreven Popias van Paenderen, met fideïcommis bezwaard, en zijluiden zich verbonden aan de uitspraak van Mr Pouwels van Bekesteijn en Gijsbrecht Melchiorsz, appel van advocaten te Haarlem als arbiters, mitsgaders Lourens Dircksz Cool als superarbiter. Deze arbiters hebben op 5 september 1628 voor uitspraak verklaard dat de voornoemde gedaagden, de erfgenamen van 's moeders zijde, voor uit de erfenis van de voornoemde Popias van Paenderen zouden trekken de somme van 2000 gld, en dat voorts alsdan de verdere goederen tussen hem, impetrant, en de gedaagden nader gedeeld zouden worden, half en half, uitgezonderd alleen een stukje leenland hetwelk zou blijven tot nader verdrag, mits dat de gedaagden voor het genieten van de 2000 gld gehouden zouden zijn impetrant ten eeuwigen dage te bevrijden, kosteloos en schadeloos te houden jegens allen die uit kracht van 't voorschreven fideïcommis of clausule van retour in 't testament van Balich Pietersdr van Paenderen en Claes Jansz van Paenderen [waarom hier de vader van Popias vermeld?] geïnsereerd, welke uitspraak door de partijen voor goed aangenomen en geapprobeerd was, waarvan door de arbiters een akte van accoord op schrift gesteld is als accoord om door partijen ondertekend te worden, hetwelk één van de gedaagden gedaan had, en was men dienvolgende voortgegaan om tot deling van de goederen te komen. Zo was het nochtans zo dat het de gedaagden beliefde hiervan weigerig te blijven onder pretext van differenten tussen de gedaagden, over de redemptie van enige goederen die vooruit uit de nagelaten goederen zouden moeten worden getrokken, waarin de gedaagden niet hebben bewilligd behalve onder de conditie dat de kinderen van Engelbrecht Wiollemsz van Paenderen niet gerechtigd of geen erfgenamen waren, en zulks niet gerechtigd waren in de voorschreven restitutie, en daarom ook niet anderen van 's moeders zijde die mede de voornoemde Popias Claesz waren bestaande in gelijke graad als de voornoemde kinderen van Engelbrecht Willemsz. Nu was het dat dezelve kinderen sustineerden en gedaagden moveerden voor dit Hof dat zij mede gerechtigd zouden zijn om te erven van de goederen van Popias van Paenderen, evenals de anderen als bestaande Popias van Paenderen van 's moeders zijde in dezelfde graad. Het Hof condemneert op 31 jukli 1640 de gedaagden 't accoord en de uitspraak te ondertekenen, de inhoud daarvan na te komen en henluiden daarnaar te reguleren, en compenseert de kosten. 1079
                                                                                        tr. 2° Claes Jansz van PAENDEREN, geb. ca. 1540, recht op begr. Haarlem 10 mei 1615 (7£, ½ uur beluid), zn van Jan Jansz KERSTAL en Maritgen CLAESDR.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 31 december 1565 Godevaert van Mosschesel aan Claes van Paenderen een huis met erf in de Smeetstrate, tussen Hubrecht van Vliet aan de ene zijde en Hubrecht Augustynsz snyder en Risgen het vroedwijf aan de andere zijde, achter strekkende aan Huych Sas, schortelakenwever, met 48 schellingen 9 penningen 's jaars daarop te huur staande, voor 408 gld 1080.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 11 april 1567 Claes Jansz van Paenderen aan meester Wigger Allartsz chirurgyn een huis met erf in de Smeesstrate, tussen Hubrecht van Vlyet aan de ene zijde en Hubrecht Augustynsz en Risgenmoer, vroedwijf, aan de andere zijde, achter strekkende aan Huych Sas, blauwverwer, met 38 schellingen 9 penningen 's jaars daarop te huur staande, voor 780 gld, te betalen op 10 eerstkomende meien 1081.
                                                                                            In Haarlem constitueert Claes van Paenderen op 15 mei 1568 Gouthum contra Jan Hopgen 1082.
                                                                                            In Haarlem constitueert op 18 februari 1569 Claes Jansz van Paenderen alias Paneman Louff [Gerytsz] als zijn gemachtigde contra Geryt Berchoudt schout dezer stede 1083.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 5 augustus 1569 Gillis Pietersz cuyper aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf in de Zylstrate, tussen Jan Quirynemansz snyder en Dirick Jansz coster van de Grootekerkc dezer stede, achter strekkende aan het Jacopynenconvent, met 2 ponden 10 schellingen 's jaars daarop te huur staande die men lossen mag met 40 gelijke ponden van 40 groten Vlaams. De gelastbrief is losbaar met 100 carolusgld waarvan jaarlijks voor rente betaald zullem worden 6 gelijke guldens en 5 st. Op 15 juli 1584 begeert Claes Jansz van Paenderen deze belasting geroyeerd te hebben, zeggende dat de brief bij de „trouble” verloren of bedolven is geweest en zulks teniet, en zulks gedaan is. 1084
                                                                                            In Haarlem stelt op 28 januari 1574 Gerrit Jacobsz van Velsen zich borg voor Claes Pietersz ter somme van 27 gld die dezelve Claes op 29 dezer maand gecondemneerd is te betalen aan Claes Jansz van Paenderen, en stelt op 11 februari 1574 Claes Jansz van Paenderen zich borg voor Cornelis Lambrechtsz ter somme van 53 gld 7 st welke penningen dezelve Cornelis is gecondemneerd te betalen door schepenen op 1 februari ten behoeve van Jacob Heijmans als geordonneerde curateur van Garbrant Dobbensz, mede curateur van Henrick den Abt 1085.
                                                                                            In Haarlem stelt op 22 september 1576 Gerrit Danielsz alias Gerrite Nielen zich borg voor de weduwe van Cent de metselaer als borg voor Niel Gerritsz haar broer ter somme van 50 gld, waarin de voorschreven weduwe in de voorschreven qualité op 12 september door schepenen dezer stad gecondemneerd is ten behoeve van Claes Jansz van Paenderen uit zake van huisvesting te mei laatstleden verschenen, om dezelve somme te voldoen op 4 eerstkomende halve jaren telkens een vierdedeel 1086.
                                                                                            In Haarlem op 2 augustus 1577 constitueert Maerten Claesz van Hillegom Medenblick contra Nicolaes van Paenderen, en stelt Symon Symonsz alias Papekint zich borg voor Maerten Claesz van Hillegom, gearresteerde, om voor hem 't gewijsde van schepenen te voldoen tegen Nicolaes van Paenderen van hetgeen hij aan de voorschreven gearresteerde pretendeert ten achter te wezen van zekere jaarlijkse losrente 1087.
                                                                                            In Haarlem op 2 oktober 1577 stelt Henrick Lucasz, cleermaker op de hoek van Jacopynenpoorte, zich borg voor Claes van Paenderen ter somme van 50 gld, die de voornoemde van Paenderen ontvangen zal van de weduwe van Cent de metselaer uit zake van een huiscusting verschenen mei anno 76, volgens schepenvonnis dezer stad dd. 12 september 1576, om dezelve somme in 't geheel of deels te restitueren indien namaals met recht werd bevonden iemand anders daartoe beter gerechtigd te wezen, en belooft de voorschreven Claes van Paenderen zijn borg van deze borgtocht te vrijen, kosteloos en schadeloos 1088.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 10 april 1578 Claes Jansz van Paenderen aan Marytgen Borritsdr van Wijk op Zee een huis met erf in de Smedestrate genaamd de Verkeerde Werlt, tussen de erfgenamen van Hubrecht van Vliet en de weduwe van Hubrecht Augustynsz, achter strekkende aan de weduwe van Huych Sas, met 38 schellingen 's jaars daarop staande, voor 400 gld, te betalen 50 gld gereed, en van de resterende somme van 350 gld zal jaarlijks rente betaald worden tegen de penning 16 1089.
                                                                                            In Haarlem bekent op 10 april 1578 Marytgen Borritsdochter van Wijk op Zee, met Jan Borritsz mede van Wijk op Zee haar broer en gecoren voogd in dezen, schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen, poorter dezer stede, een jaarlijkse losrente van 21 gld 17½ st, hoofdsom 350 gld, en heeft zij als onderpand gesteld de huizinge in de Smedestrate genaamd de Verkeerde Werlt, door haar van de voorschreven van Paenderen gekocht, belend de erfgenamen van Hubrecht van Vliet en de weduwe van Hubrecht Augustynsz, achter strekkende aan de weduwe van Huych Sas, wezende 't zelve huis belast met 38 schellingen 's jaars daarop te huur staande, met als borg de voornoemde Jan Borritsz. Gecasseerd op 12 december 1639 door Jacob en Cornelis Huybertsz van Persyn. 1090
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 16 april 1578 Jacob Auwelsz aan Claes Jansz van Paenderen een vierdepart van een huis met erf in de Bartel Jorisstraet, waarvan Mr Meyndert Henricxz, Claes Henricxz en Garbrant Cornelisz elk mede een vierdepart toebehoort, tussen de huizinge genaamd de Braessem en Mr Wigger chirurgijn, al vrij, met de waarnis van 100 gld hoofdsom waarvoor de voorschreven Jacob Auwelsz 't voornoemde huis met erf ten behoeve van de voornoemde van Paenderen verbonden heeft in de opdracht van een rentebrief inhoudende gelijke 100 gld. Op 1 februari 1589 verklaart Claes Jansz van Paenderen de possesseur van enige zwarigheid te bevrijden. 1091
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 7 mei 1578 Jacob Auwelsz, als voor een vierdepart mede-erfgenaam van Aecht Jacobsdr weduwe van Heynrick Claes, zijn bestemoeder, aan Claes Jansz van Paenderen een vierdepart van een huis met erf in de Bartel Jorisstraet waarvan de andere 3 vierdeparten de andere erfgenamen toebehoren, tussen Mr Wigger Allartsz chirurgyn en de huizinge genaamd de Vergulde Braesem, achter strekkende aan de camer van diezelfde huizinge, voor 110 gld gereed 1092. Op 31 december 1579 wordt dit zelfde huis verkocht door Claes Heyndricxz drapenierder, zich ook sterk makende voor zijn broer Mr Meynert Heynricxz, priester, nog Garbrant Cornelisz en Claes Jansz van Paenderen, elk voor een vierdepart, aan Hieronimus Boretis, voor 857 gld, te betalen op 8 toekomende meien 1093.
                                                                                            In Haarlem verklaart op 4 september 1579 Maerten Claesz van Hillegom, nu eerst gezien te hebben de inhoud van zeker schepenvonnis dezer stad te zijnen achterdeel en voordeel van ene Claes Jansz van Paenderen op 9 mei, en te appelleren aan het Hof van Holland 1094.
                                                                                            In Haarlem conwsitueert Jacob Ghysbrechtsz, goudtsmit van Amsterdam, op 31 december 1579 Medenblick contra Claes Jansz van Paenderen ad lites 1095.
                                                                                            In Haarlem bekent op 22 augustus 1581 Claes Pietersz Doorn, poorter van Haarlem, verkocht te hebben en mits dezen schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen, mede inwonende poorter van Haarlem, ten lijve van de voorschreven Claes van Paenderen, oud omtrent 37 jaren, Popius van Paenderen zijn zoon, oud zijnde 10 jaren, en Geertgen Mathys, dochtertje van zijn huisvrouw, oud zijnde 8 jaren, en de langstlevende van hen drieën ten volle ontvangende, een jaarlijkse lijfrente van 42 gld, af te kopen met 200 gld, waarvoor de verkoper onderpanden geeft 1096.
                                                                                            Op 5 december 1581 verklaart Maritgen IJsbrantsdr, weduwe van Willem Jan Florisz, oud omtrent 52 jaren, ten verzoeke van Claes Jansz van Paenderen, hoe dat 5 jaren geleden haar man in zijn leven gehuurd heeft van de voornoemde van Paenderen een hond land tussen de Groote en Cleyne Houtpoorten 1097.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 20 januari 1583 Willem Maertensz backer van Gent aan Claes Jansz van Paenderen een nieuw huis met erf in de Aneganck op de hoek van de Cleyne Houtstrate, tussen dezelve straat onder het huis gaande en Gerardt van Middeldonck, achter strekkende dezelve Middeldonck, belast met 100 gld hoofdsom waarvoor jaarlijks rente te betalen 6 gld toekomende de weduwe van Pouwels Claesz. De belastbrief van de verkoop is losbaar met 132 gld hoofdsom waarvan jaarlijks rente te betalen 8 gld 7 st (gecasseerd op 11 februari 1598). 1098
                                                                                            In Haarlem in 1583 verkopen Andries Jansz Christal, Claes Jansz van Paenderen en Dirick Claesz seylemaecker aan Johan van den Camere, burger van Yperen, een stukje erf, breed 5 voeten, achter hun huizen op Bakenessergraft, voor 80 gld, verkoopt Joost Pietersz stoeldrayer aan Claes van Paenderen een huis met erf in de Brede Appellaerstege, tussen Adriaen Diricxz bierdreger en Griete Lubbersdr, voor 40 gld, en verkoopt Henrick Goltzius plaetsnyder aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf in de Batte Jorisstraet, tussen Reynert Jansz Liewatier en Pieter Fransz goudtsmith, met een achterkeuken, met de last van 11 schellingen 3 penningen 's jaars, en nog met 15 gld 's jaars losrente te lossen met 250 gld die de erfgenamen van Henrick van Wamelen daarop sprekende hebben, voor 775 gld, te betalen op 8 meien, anno 85 de eerste 1099.
                                                                                            In Haarlem stelt Nicolaes van Paenderen Jansz op 10 oktober 1583 zich borg voor Mathys Aelbertsz brouwer, zijn zwager, voor de lichting van zekere opdrachtbrief van een huis met erf door Claes Jasparsz van Amsterdam aan dezelve Mathys Florisz [sic] verkocht, welke opdrachtbrief door Jacob Graeuwert, koopman te Amsterdam, van tevoren gearresteerd [= in beslag genomen] was, om die volgens 't gewijsde van schepenen te voldoen 1100.
                                                                                            In Haarlem verklaart op 1 december 1584 Nicolaes van Paenderen Jansz zich bevonden grotelijken bezwaard en gegriefd door zeker vonnis te zijnen achterdeel en voordeel van Claes Lourisz brower als actie en transport hebbende van Geertgen in de Vier Heemskinderen, door schepenen der stad Haarlem op 17 november gewezen, waarom hij zich stelt appellant aan het Hof van Holland 1101.
                                                                                            Op 23 juli 1585 stelt Nicolaes van Paenderen zich borg voor Johan de Witte, zijn zwager, voor 250 gld, tot betaling waarvan onlangs Johan de Witte gecondemneerd is door het Hof van Holland ten behoeve van Jonkheer Johan van Bassenroede (hij tekent als Claes Jansz) 1102.
                                                                                            Op 3 december 1586 stel Nicolaes van Paenderen zich borg voor een huizinge op de Bakenessegraft, tussen de erfgenamen van wijlen Claes Hals en Jacoba Claesdr, door Reynier Heynricxz van Amsterdam gekocht van Jan de Witte, comparants zwager, op 1 december 1586 1103
                                                                                            In Haarlen op 3 april 1587 heeft Willem van Kelst van Dordrecht de kooppenningen door hem beloofd voor het huis met erf in de Battejorisstraet gekocht van Claes Jansz van Paenderen voor op rente gehouden 300 gld hoofdsom, en belooft ten behoeve van de voorschreven Claes Jansz van Paenderen daarvan te betalen 's jaars 18 gld 15 st met als onderpand het gekochte huis; gelost op 9 april 1612 1104.
                                                                                            In Haarlem verkopen op 31 december 1587 Andries Cristal, Claes Jansz van Paenderen en Dirick Diricxz als zoon en erfgenaam van Dirick Claesz, aan Pieter Jansz Dommer van Amsterdam een huizinge met erf op de Bakenessergraft, met ramen, banken en bedsteden en ander houtwerk daarin wezende, belend ten zuiden Willem Joostsz moultmaker en Jan van de Cameren, ten noorden Jacob IJsbrantsz, de erfgenamen van Quiryn in de Aker, de kinderen van Griet Jan Veenen en Maritgen Baerntsdr, voor 1900 gld, die de koper zal blijven onderhouden op rente, te betalen de ene helft Allerheiligen, de andere helft mei 1105.
                                                                                            In Haarlem bekent op 31 december 1587 Pieter Jansz Coman van Amsterdam, uit zake van koop van (de navolgende) huizen met erven, schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen 640 gld, Andries Jansz Cristal 632 gld en Dirick Diricxz als zoon en erfgenaam van Dirck Claesz Zeylmaker 632 gld, belopende 1904 gld, die hij tegen de penning 16 op rente houden zal, waarvoor hij een onderpand stelt; op 16 september 1609 is de brief van 640 gld toekomende Claes Jansz van Paenderen gelost 1106.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 6 september 1589 Jan de Wit aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf in de Groote Houtstrate op de hoek van de Nyeuwestraet, tussen dezelve straat onder het huis gaande en de weduwe van Hypolitus Jansz, achter strekkende aan Adriaen Jansz Gael, met 5 st 3 penn 's jaars daarop de te huur staande. De belastbrief is losbaar met 200 gld hoofdsom waarvoor jaarlijks rente betaald zal worden 12 gld 10 st; geroyeerd op 25 juli 1595 1107.
                                                                                            Op 13 februari 1591 heeft Claes Jansz van Paenderen getransporteerd ten behoeve van Cornelis Jacobsz van Amsterdam uit naam van Jacob Cornelisz zijn weeskind geprocreëerd bij Tryn Jans, een rentebrief van 40 gld 's jaars, losbaar met 800 gld, op de dorpen St. Maarten en Haringkarspel dd. 27 februari 1543, dezelve Paenderen bij huwelijk van Zyburch Jans zijn tegenwoordige huisvrouw aangekomen, en gekomen van Ael Duynen haar grootmoeder bij erfenis 1108.
                                                                                            In Haarlem verkopen op 1 maart 1591 Andries Jansz Cristall en Nicolaes Jansz van Paenderen, gebroeders, aan Jan Gerytsz van 's-Hertogenbosch een huis met erf op het Spaerne bij de Visbrugge, tussen de kinderen van wijlen Louff Baertsz, Borryt Pietersz Doorn en Govert Henricxz smith tezamen aan de ene zijde, en Cornelis Willemsz scoemaker en Govert Govers tezamen aan de andere zijde, voor 1400 gld 1109.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 27 april 1592 Dirick Pietersz backer aan Claes van Paenderen een huis met erf op het Spaarne op de hoek van de Valckensteghe, tussen dezelve steeg en Tryn Jans Platvoetsdr, strekkende achter aan Tryn Jansdr voornoemd tegenwoordig huisvrouw van Servaes Jansz van Eindhoven, voor 500 gld. Pieter Jacobsz, vader van voornoemde Dirrick, stelt zich borg voor zijn zoon, voor alle gebreken en voor als het huis opnieuw verkocht wordt voor minder dan 500 gld. Op 4 december 1606 heeft Claes Jansz van Paenderen verklaard voldaan te wezen van deze belasting. 1110
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 10 december 1592 Claes Henricxz backer aan Claes van Paenderen een huis met het erf in de Cleyne Houtstraet op de hoek van de Gortersteghe, tussen de steeg en Cryn Jacobsz, voor 400 gld; op 10 januari 1645 is de hoofdsom afgelost door Abraham van Oost, possesseur van het huis 1111.
                                                                                            In Haarlem heeft op 12 februari 1593 Roeloff Jansz linnewever voor de suffisantheid van zekere rentebrief inhoudende 14 gld 's jaars, hoofdsom 244 gld, door hem ten behoeve van Claes Jansz van Paenderen getransporteerd, verbonden zijn huis met erf in de Cleyne Houtstraet, tussen Guertgen van Amersfoort en Adriana Willems. Op 23 februari 1616 heeft Popius van Paenderen, zoon en erfgenaam van Claes Jansz van Paenderen, het huis in de Cleyne Houtstraet ontslagen. 1112
                                                                                            In Haarlem op 2 juni 1593 [overdracht van] 't huis met erf toekomende Roeloff Jansz linnewever in de Cleyne Houtstraet tussen Adriana Willemsdr en Aert Gerritsz en Guertgen van Amersfoort door Roeloff ten behoeve van Claes van Paenderen (uit kracht van transport) voor 2 custingen van 508 gld, met als borg Claes de Wael 1113.
                                                                                            In Haarlem heeft op 27 mei 1594 Roelof Jansz van 's-Hertogenbosch linnewever verkocht aan Claes Jansz van Paenderen zijn huizinge met erf in de Cleyne Houtstraet, tussen Adriana Willemsdr aan de noordzijde, Cornelis Theeusz schipper en Maritgen Gerytsdr tezamen aan de zuidzijde, achter strekkende aan Geryt Henricxz linnewever, met nog een huisje en poort uitgaande in de Minnebroedersstege, belast in 't geheel met 182 gld hoofdsom, met betaling van 't verschil als bij latere verkoop de opbrengst minder dan de huidige koopsom van van 400 gld zou zijn, losbaar met 400 gld, jaarlijkse rente 25 gld (gecasseerd op 15 mei 1621) 1114.
                                                                                            In Haarlem verklaart op 12 december 1594 Claes Jansz van Paenderen hem te bevoelen grotelijken bezwaard door zeker vonnis te zijnen achterdele en voordele van Jaspar de Vriese van 3 december door schepenen dezer stad gewezen, en constitueert hem daarvan appellant of reformant aan het Hof van Holland 1115.
                                                                                            In Haarlem bekent op 20 december 1596 Mr Engbert Heyndricxz schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen 190 gld, te betalen op 2 eerstkomende St. Jacobsdagen, anno 1597 de eerste, telkens de helft, daaronder verbindende zijn huizinge met erf en mouterij op Baeckenesser Spaerne, tussen Fecke Pietersz en de weduwe van Jan Cornelisz seylemaecker, achter strekkende aan Willem Joost (gecasseerd op 21 uagustus 1600) 1116.
                                                                                            In Haarlem bekent op 6 maart 1597 Reynier Janszoon Templers schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen 729 gld 12 st ter cause van 18 stukken lijnwaad van de voorschreven Claes Jansz gekocht, welke hij belooft te voldoen op tweemaal zeven maarten, de eerste laatstleden, telkens de helft, verbindende daarvoor specialijk zijn huis met erf waar hij tegenwoordig zelf in woont op de Oudegracht, tussen Henrickgen de weduwe van Gerrit van Nimmegen en Lenert Castelyns, achter strekkende aan Maritgen Pietersdochter (op 5 juni 1627 geroyeerd op verzoek van Popias van paenderen, zoon en erfgenaam van Claes Jansz van Paenderen) 1117.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 18 februari 1598 Claes Jansz van Paenderen aan Jan van den Simpel, hovenier, een hond land buiten de Groote Houtpoorte, belend ten oosten voornoemde van Paenderen, ten zuiden en westen de voornoemde van den Simpel, ten noorden de Molenstege, voor 432 gld op rente 1118.
                                                                                            In Haarlem heeft op 18 februari 1598 Jan van Sompel gekocht van Claes Jansz van Paenderen een hond land buiten de Groote Houtpoorte binnen dezer stads vrijheid naast zijn tuin, voor 432 gld, die hij op rente gehouden heeft tegen de penning 18, waarvoor hij 't voorschreven land alsook zijn ander land en tuin daaraan gelegen, groot omtrent 9 hond, met de huizen daarop staande, specialijk verbonden heeft (gecasseerd op 11 december 1602) 1119.
                                                                                            In Haarlem verkopen op 13 april 1598 Claes Jansz van Paenderen, man en voogd van Zyburch Fransdr en vanwege Maritgen Fransdr weduwe van Roel Joostensz, Mathijs Aelbertsz als gemachtigde van Alydt Duynen Fransdr en ook als vader en voogd van zijn 2 kinderen, met namen Frans Teyng Mathijsz en Lysbeth Jan Mathysdr, geprocreëerd bij Haese Fransdr zijn zal. huisvrouw, en ook als gemachtigde van Jan Jelisz van Heussen, man en voogd van Claesgen Claesdr mede een dochter van zal. Haese Fransdr gewonnen bij Claes Claesz Vuytwysende, en Aernt Aerntsz, voogd van Jannetgen Jacobs nagelaten kind van Jacob Teyng Fransz, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Frans Jansz Teyng en Maria Jacobsdr, aan Aeriaen van Duveland een erf en boomgaard buiten de St. Janspoort, voor 270 gld 1120.
                                                                                            In Haarlem stelt op 25 mei 1598 Lenaert Claesz van Eindhoven, lakenreder wonende alhier in de St. Jansstraet, zich borg voor Mr Arnoult Wouters van 's-Hertogenbosch, dat volgens 't vonnis van schepenen dezer stad, gewezen de 23e van deze maand, afgedaan zullen worden aan handen van Maritgen Diricxdr 637 gld 10 st die dezelve Maritgen Diricxdr op de huizinge met erf in de Groote Houtstraet sprekende heeft en op 29 augustus 1598 verschenen zal wezen, zonder dat Claes van Paenderen of Popius zijn zoon door dezelve last van 637 gld 10 st zwarigheid zal ondervinden waarvan hij, Lenaert, als borg voor hem belooft te bevrijden, en verklaart op 27 mei 1578 Claes Jansz van Paenderen dat hij hem grotelijks bevindt bezwaard door zeker vonnis tot zijnen, of thans zijnen zoons Popiens van Paenderen, achterdele en ten voordele van Mr Aernt Wouters apothecaris door schepenen dezer stad op de 19e dezer maand gewezen, mits welke hij hem daarvan geconstitueerd heeft appellant of reformant aan het Hof van Holland 1121.
                                                                                            In Haarlem verbindt op 12 augustus 1598 Jan Jansz kouckebacker, voor de waarnis van zekere 400 gld door hem op huiden ten behoeve van Claes Jansz van Paenderen getransporteerd, en nog voor 150 gld voor geleverd lijnwaad, te betalen op 3 eerste meien, specialijk zijn huis met erf in de Aneganck, tussen Jacob Stevensz en Balthen Gerritsz Santh, achter strekkende aan Magdalena Basgens, belast met 400 gld hoofdsom (geroyeerd op 17 februari 1616) 1122.
                                                                                            In Haarlem bekent op 31 december 1598 Wouter de Hont, molenaar buiten de Zylpoort, schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 21 gld 10 st, hoofdsom 344 gld, en stelt hij hiervoor ten onderpande zijn 2 derdeparten van de huizinge, molenwerf, korenmolen, gereedschap en toebehoren, waar hij, Wouter, tegenwoordig in en op woont, buiten de Zylpoorte binnen de vrijheid dezer stad, met de last van 21 gld 's jaars op de gehele molen, molenwerf en toebehoren (gecasseerd op 21 juli 1628) 1123.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 3 augustus 1599 Joost Jansz coorncoper aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf op 't Spaerne, buiten om op de hoek van de Valckensteege die onder het huis gaat en Servaes Jansz, achter strekkende aan dezelve Servaes, al vrij, met vergoeding van het verschil bij verkoop namaals voor minder dan 400 gld waarvoor 't zelve nu wordt opgedragen, losbaar met 400 gld waarvoor 25 gld 's jaars rente betaald zal worden (geroyeerd op 21 oktober 1611) 1124.
                                                                                            In Haarlem constitueert Wessel Baerntsz van Nijmegen op 27 maart 1600 Symon van Wou ad lites contra Claes van Paenderen 1125.
                                                                                            Op 29 december 1600 assisteert Claes Jansz van Paenderen, als oom van de bruid, bij de opstelling van huwelijkse voorwaarden tussen Jannetgen Andriesdr, dochter van Andries Jansz Cristal en Henrickgen Henricxdr, en Adam Borritsz 1126.
                                                                                            Op 8 mei 1601 bekent Claes Jansz van Paenderen, poorter en inwoner van Haarlem, dat Mr Engbert Henricxz Proost borg was voor de penningen die Bastiaen Lenertsz van Dordt van hem, comparant, opgenomen had, en dat voornoemde Bastiaen niet betaald heeft 1127.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 30 maart 1605 Henrick Abrahamsz aan Nicolaes van Paenderen een huis met erf hebbende zijn ingang met de poort in de Coninckstraet, belend ten zuiden Dirick Gillisz Roosvelt, ten noorden Barthelmees van der Mast, strekkende voor van het huis van Jan van Brugge Gillisz in 't oosten tot achter aan Louk Baresen in 't westen, al vrij, met vergoeding van het tekort als het huis namaals verkocht wordt voor minder dan 300 gld, met de voorschreven Jan van Brugge Gillisz als waarborg voor Henrick Abrahamsz zijn zwager, verbindende nog speciaal zijn huis en erf genaamd de Lammerenberge in de Gierstraet op de hoek van Paerdestege, voor 300 gld waarvan jaarlijks 18 gld 15 st rente te betalen (op 19 augustus 1650 geroyeerd als afgelost aab Abraham van Hooren als possesseur van de hypotheek) 1128.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 24 oktober 1607 Cornelia Cornelisdr, weduwe van Claes Jacobsz Ketel, ten overstaan van Willem Jacobsz goutsmith haar zoon en voogd in dezen gecoren, aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf en 2 cameren daar achter aan in de St. Jansstraet op de hoek van de Lombaertsteege, belend met de voorschreven Willem Jacobsz aan de ene zijde, de Lombaertsteege bezijden het huis gaande aan de andere zijde, achter strekkende aan het huis van Willem de stoelmaecker, belast met 62 gld waarvan 4 gld 's jaars betaald wordt die de voorschreven Claes van Paenderen zelf daarop heeft sprekende, nog met 500 gld hoofdsom waarvan rente tegen de penning 16 betaald wordt en die de zuster van Dirck Symonsz Robol daarop sprekende heeft, en als het huis namaals verkocht wordt voor minder dan [de huidige koopprijs van] 400 gld wordt het verschil vergoed, voor welke 400 gld hoofdsom de voornoemde Willem Jacobsz in zijn privé naam borg is en die daarvoor specialijk verbindt zijn huis met erf in de St. Jansstraet naast het huis van de voorschreven Cornelia Cornelisdr zijn moeder, van welke 400 gld een jaarlijkse rente van 25 gld betaald wordt (gecasseerd op 4 september 1620) 1129.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 7 maart 1609 Wessel Barentsz van Nijmegen aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf in de Doelstraet bij Molenaersthuijn, belend ten noorden Claes Dirxz timmerman, ten zuiden Symon Jansz Busschaert, voor 282 gld 1130.
                                                                                            In Haarlem verkoopt op 10 augustus 1610 Henrick Henricxz cleermaecker aan Claes Jansz van Paenderen een huis met erf in de Corte Bagynestraete, tussen Annitgen Cornelisdr weduwe van Aelbert Willemsz schuytvoerder en Gerrit Jansz vleyshouder tezamen aan de ene zijde, de weduwe van Mr Jacob Matheuszoon in zijn leven bode te Amsterdam aan de andere zijde, achter strekkende aan de schuur van de Groote Hoff, met de last van 250 gld toekomende de voornoemde Claes Jansz van Paenderen, en nog met de last van 200 gld hoofdsom toekomende Mr Willem chirurgyn tegen de penning 16, met de garantie van de koopprijs van 400 gld bij latere verkoop, losbaar met 400 gld tegen een jaarlijkse rente van 25 gld (gecasseerd op 22 mei 1624) 1131.
                                                                                            In Haarlem bekent op 16 september 1610 Adam Cornelisz plateelbacker, wonende te Delft, schuldig te wezen Nicolaes Jansz van Paenderen, poorter te Haarlem, 168 gld 15 st, belovende te betalen 9 gld 7½ st op 16 september 1611 en de resterende 159 gld 7½ st op 16 september 1612, daaronder verbindende zijn vierdepart van 't huis en erf in de Cleyne Houtstraet waarvan zijn broers en zuster de andere vierdeparten toekomen, tussen Court Jansz en de weduwe van Jan Henricxz steenhouder, achter met een poort uitgaande in de Burchgravinnenstraet, al vrij 1132.
                                                                                            In Haarlem bekent op 16 april 1611 Henrick Lenaertsz linnenwever, getrouwd hebbende Hilleken Jans tevoren weduwe van Roeloff Jansz ook linnenwever in zijn leven, schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse rente van 12 gld 10 st, te lossen met 200 gld, waaraan verbonden zijn huis en erf in de Minnebroedersstraet, tussen Maerten Gerritsz van Ronstraten en Griete Jans de weduwe van Henrick van Wesel met haar poort, achter strekkende aan de voorschreven weduwe van Henrick van Wesel, met de last van 7 gld jaarlijks, wezende de helft van 14 gld jaarlijks, die de voorschreven Paenderen tevoren daarop te spreken heeft 1133.
                                                                                            In Egmond-Binnen bekent op 8 mei 1611 Jan Gerrit buurman te Rinnegum schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een losrente van 12 gld 10 st, hoofdsom 200 gld 1134.
                                                                                            In Haarlem bekent op 28 mei 1611 Hans Salomonsz wyntapper schuldig te wezen Claes van Paenderen een jaarlijkse losrente van 50 gld, te lossen met 800 gld, waarvoor hij specialijk verbindt een huis met erf in de St. Jansstraet, tussen Lucas Andriesz cleermaecker, nu Cornelis Jansz en Gerrit Gerritsz backer tezamen, en Jan Egbertsz glaesmaecker met de Noorder Schoolstege, achter strekkende en uitgaande in de voorschreven Schoolstege, belast zijnde met 2400 gld (geroyeerd op 7 mei 1627) 1135.
                                                                                            In Haarlem bekent op 3 augustus 1611 Pieter Jansz deuvecater schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, te lossen met 200 gld, waarvoor hij specialijk verbindt zijn huizinge en tuin buiten de Cleyne Houtpoorte binnen de vrijheid dezer stad, tussen Claes Huygensz en Mauris Regoet, achter in 't noorden strekkende aan de Baen, belast wezende met 4 gld 5 st jaarlijkse erfpacht (gecasseerd op 18 maart 1623 ten verzoeke van Anna Jansdr, weduwe van Pieter Jansz deuvecater) 1136.
                                                                                            In Haarlem bekent op 17 augustus 1611 Jan Engelsz smalwercker schuldig te wezen Nicolaes van Paenderen een jaarlijkse losrente van 50 gld, te lossen met 800 gld, waarvoor specialijk verbonden zijn huis en erf op de Crayenhorstergracht, tussen Daniel Cornelis lyndreyer en Willem Symonsz metselaer, achter strekkende aan Cornelis Jansz Geel, met als borg Alidt Jansdr weduwe van Jan Henricxz sleeper, ten overstaan van Pieter Volckersz haar voogd in dezen, voor de voornoemde Jan Engelsz haar zwager, waaraan zij haar huizinge op de Crayenhorstergracht verbindt (gecasseerd op 25 mei 1632 1137.
                                                                                            In Haarlem bekent op 24 oktober 1611 Claes Gerritsz cleermaker schuldig te wezen Nicolaes van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, te lossen met 200 gld, met als onderpand zijn huis met erf in de Lombaertstege, tussen Henrick Vocke droochscheerder en de weduwe van Louris Thysz huysverwer, achter strekkende aan de huizinge van Jr Cornelis van Beeckesteyn (geroyeerd op 13 november 1632 ten verzoeke van Styntgen Pieters huisvrouw van Mathys Caspersz) 1138.
                                                                                            In Haarlem bekent op 29 november 1611 Gerryt Rutgersz cleermaker schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 9 gld 7½ st, te lossen met 150 gld, waaraan hij verbindt een huis met erf in de Cockstege, tussen de weduwe van Adriaen Jacobsz scheepmaker en de weduwe van Jan Adriaen Jacobsz, en compareerde mede Alydt Arysdochter, de weduwe van Jacob Jansz houtteller, ten overstaan van Jan Claesz schoemaker haar zwager en gecoren voogd in dezen, en heeft zich gesteld als borg voor de voorschreven Gerryt Rutgersz haar zwager, waaraan zij een huis verbindt (gecasseerd op 4 oktober 1631) 1139.
                                                                                            In Haarlem bekent op 11 mei 1612 Jacob Henricxz cuyper schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, af te lossen met 200 gld, met als speciaal onderpand zijn huis en erf in de Valckenstege, tussen Cryn Remcken en Aechte Jansdr (geroyeerd op 6 september 1621) 1140.
                                                                                            In Haarlem bekent op 1 augustus 1612 Jan Pietersz linnewever schuldig te wezen Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 9 gld 7½ st, af te lossen met 150 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf op de Crofte, tussen Jan Willemszoon heuckemaecker en doctor Augustyn van Teylingen, achter strekkende aan Heyltgen de weduwe van Ghysbert Helias, belast met 200 gld hoofdsom (geroyeerd op 25 november 1622) 1141.
                                                                                            Op 23 maart 1613 verklaren Nicolaes Jansz van Paenderen, oud omtrent 73 jaren, poorter, en Nicolaes Jansz Verwer, oud-schepen van Haarlem, rechtelijk verdaagd zijnde om der waarheid getuigenis te geven ten verzoeke van Jacob Willemsz thuynman, getrouwd hebbende Claesgen Claesdochter tevoren weduwe van Jan Jelisz van Heussen, dat in het jaar 1601, voordat Jacob Willemsz thuynman met de voorschreven Claesgen Claesdr in huwelijk vergaderd was en nadat Claesgen Claesdr aan haar zal. mans vrunden had overgeleverd de staat en inventaris van haar en haar overleden mans sterfhuis, zij, deposanten, te weten de voorschreven Claes van Paenderen, als behuwd oudoom van de nagelaten kinderen van de voorschreven Jan van Heussen, en Nicolaes Jansz verwer als verzocht zijnde door Cornelia Jans Verwer, moei van zijn huisvrouw, vergaderd zijn geweest ten huize van dezelve Cornelia en Maritgen Jan Verwers dochter, gezusteren, moeien van de voorschreven Jan van Heussen, waar ook present en met hen vergaderd waren Claes Alewijns getrouwd hebbende Pietertgen van Heussen en wijlen Engbert Gerritsz de Jong, moei en oudomm respective van de kinderen, om het vaders bewijs voor de kinderen vast te stellen (waarna beschrijving van de regeling) 1142. [Dat Claes van Paenderen genoemd wordt als behuwd oudoom van de kinderen lijkt verklaard te moeten worden uit het feit dat Pieternelle Jans Verwer, als moeder van Jan Jelisz van Heussen grootmoeder van de kinderen, een broer Claes Jansz Verwer had getrouwd met Quirina van Paenderen die een zuster Catrijn van Paenderen had getrouwd met de bewuste Claes van Paenderen (die als achternaam de achternaam van zijn vrouw had aangenomen.]
                                                                                            In Haarlem heeft op 4 oktober 1613 Jan Gillisz Clinckan getransporteerd aan Claes Jansz van Paenderen 486 gld custingen te ontvangen van Jasper Anthonisz en Jan de Wachter te mei annis 1614, 1615 en 1616 telkens een derdepart, over de koop van 2 cameren volgens de custingbrieven, en voor de suffisantie vandien zich als borg verbonden en daarvoor specialijk gehypothekeerd zijn huis en erf in de Groote Houtstraet, tussen Gysbert Cornelisz lijndreyer en de stadswal, achter strekkende aan de weg van Willem Jansz Potgen, en bekent op 9 november 1613 Maritgen Dircxdr, weduwe van Jan Lucasz franchynmaecker, ten overstaan van Symon Jansz van Tetrode haar zoon, schuldig te zijn Claes Jansz van Paenderen een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, af te lossen met 300 gld, waarvan comparant op mei 1614 100 gld zal aflossen, met als onderpand specialijk haar huis en erf in de Cruysstraet, tussen Floris Michielsz en Cornelis Dirxz stadsmith, achter strekkende tot in de Margrietenstraet, belast met 125 gld hoofdsom 1143.
                                                                                            Op 14 juni 1614 bekent Nicolaes van Paenderen, poorter van Haarlem, van Willem Pietersz Bal, brouwer, mede-poorter, betaald te wezen 400 gld waarin Pieter Jansz Ruych, eertijds secretaris van Huisduinen, door het gerecht aldaar gecondemneerd is, met de interest vandien 1144.
                                                                                            Op 6 april 1618 wordt een contract opgesteld tussen Geertgen Mathysdr, weduwe van Willem Claesz in zijn leven koopman te Amsterdam, wezende enige nagelaten dochter en erfgenaam van wijlen Syburch Fransdochter in haar laatste tijd huisvrouw van Nicolaes Jansz van Paenderen en wel omtrent 3 jaren vóór dezelve Paenderen dezer wereld overleden was, in dezen geassisteerd met Arent van der Hooch haar neef en gecoren voogd in dezen, ter eenre, en Popius van Paenderen, enige nagelaten zoon en erfgenaam van de voorschreven Nicolaes van Paenderen, in dezen geassisteerd met Claes Gerrytsz oom van zijn huisvrouw, ter andere zijde. Na het overlijden van Syburch is er al een deling geweest tussen Nicolaes van Paenderen en Geertgen Mathysdr ten overstaan van de voorschreven Aernt van der Hooch, van de goederen ter huwelijk aangebracht. Op 10 april 1615, niet lang vóór het overlijden van Nicolaes Paenderen, hebben die en de voornoemde Hooch een memoriaal gemaakt over de verdeling van de nog onverdeelde gemene boedel, waarin o.a. stond dat Nicolaes van Paenderen 600 gld meer dan Geertgen Mathysdr ontvangen had. Nu zou Geertgen Mathys vooraf 1259 gld 2 st moeten hebben. (Volgt een uitgebreide inventaris.) 1145
                                                                                                 Uit het eerste huwelijk:
                                                                                            1. Willem Engbertsz van PAENDEREN, geb. ca. 1554  1146, kapitein (op 12 maart 1603 is geregistreerd dat Willem van Paenderen verkozen is als compagniescommandant in de plaats van Pieter van Beresteyn 1147), in Haarlem vermeld in 1588 en 1593 als vinder en in 1594 als deken van het Comansgilde, overl. tussen 10 dec. 1604 en 20 dec. 1605, tr. 1° Duyfgen JASPARSDR, recht op begr. Haarlem 27 okt. 1602 (1£), ondertr. 2°/tr. ald./Beverwijk 21 juli/30 aug. 1603 Elisabeth ELBERTSDR, wed. van Jacob van AMERONGEN.
                                                                                                In Haarlem constitueert Willem Engbertsz van Paenderen op 21 november 1577 Medenblick ad lites contra Claes Jansz van Paenderen, zo voor hemzelf en als vader en voogd van zijn kind, Philips Engbertsz van Paenderen en Hans Pietersz Blaeuw als man en voogd van Dirckgen Engbertsdr, en voorts specialijk om voor goede mannen te compareren en te accorderen nopende 't geschil hetwelk hij, Willem Engbertsz voorschreven, met de voorschreven Claes Jansz c.s. uitstaande heeft 1148.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 1 september 1578 Jannetgen en Annetgen Jaspersdochteren, gezusters, met Mr Johan van Zueren, oud-burgemeester dezer stede hun beider gecoren voogd in dezen, aan Willem Engbertsz van Paenderen hun zwager, als man en voogd van Duijff Jaspersdr, de 2 derdeparten van een huis met erf waarvan dezelve Willem Engbertsz in de naam als boven mede een derdepart toebehoort, in de Grote Houtstraet tussen Pieter Cornelisz Geltsack en Jan Symonsz goudtsmith, achter strekkende aan Trijn Engbertsdr, met 32 schellingen 's jaars daarop te huur staande, losbaar met 168 gld, spruitende uit zake van verschoten penningen door de voornoemde Willem van Paenderen en zijn huisvrouw aan de boedel van hun ouders verschoten zonder enige rente 1149.
                                                                                                Op 27 april 1579 zijn Willem Bol van Zanen, prior van de Reguliers buiten Haarlem, Gerrit van Vuytrecht, eertijds subprior, en Willem Egbertsz van Paenderen, Reguliers binnen hetzelve convent geweest, impetranten jegens Gerrit van der Laen, ontvanger van de goederen van het voorschreven convent, die gedagvaard was om te kennen of ontkennen de ordonnantie van de Staten, en dienvolgende te betalen 900 gld, die niet compareerde 1150.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 31 december 1581 Jannetgen en Annetgen Jaspersdochteren, gezusteren, met Willem Engbertsz van Paenderen, hun zwager en voogd, aan Willem Aelbertsz zydenlaeckenvercoper een huis met erf in de Paerdestege, tussen de erfgenamen van Katrijn Engbertsdr en de zomerkeuken van de voorschreven Willem Aelbertsz die met het dak van dit huis gemeen en zijn schpoorsteen gevestigd is in de muur van dit huis aan de andere zijde, achter strekkende aan de voorschreven Willem Engbertsz van Paenderen, voor 210 gld, te betalen op 4 eerstkomende meien 1151.
                                                                                                Op 9 juli 1590 is Willem Engberts van Paenderen in Haarlem belend in de Groote Houtstrate 1152.
                                                                                                In Haarlem stelt op 14 november 1591 Willem Engbertsz van Paenderen, poorter dezer stad, zich borg voor Machtelt Cornelisdochter, huisvrouw van Cornelis Geryts van Langevelt, gearresteerde met wagen en paarden, om 't gewijsde van schepenen dezer stad te voldoen tegen Pieter Gerytsz uit de Zilk, arrestant, ter zake die hij tegen de voorschreven Machtelt of haar man ten naasten rechtdag zou willen eisen 1153.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 29 januari 1593 Cornelis Quirynsz molenaer aan Phillips Coninck, Henrick Harmansz slotemaecker en Willem van Paenderen gezamenlijk een huis met erf en poort in de Ste Marien Magdalenenstege, tussen Jacob Pietersz exchysdrager, Jan Cornelisz Druysick en Dirck Willemsz tezamen ten zuiden, de weduwe van Symon Pouwelsz ten noorden, voor 1000 gld, te betalen 300 gld mei 1593, 200 gld mei 1594, en de rest op 4 volgende meien 1154.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 18 augustus 1598 Phillips Coninck, Henrick Hermansz en Willem van Paenderen gezamenlijk een huis met erf in de Ste Marien Magdalenenstege aan Jan Geritsz Broer, voor 632 gld 1155.
                                                                                                In Haarlem constitueert Willem van Paenderen, kapitein, op 19 mei 1600 [Joseph van] Trier ad lites contra Frans Jansz van Harderwijk 1156.
                                                                                                Op 27 november 1604 geven Engbert en Jan Willemszoonen van Paenderen, gebroeders, voor henzelf, en Cornelis Ysacxz als man en voogd van Tryntgen Willemsdr van Paenderen, mitsgaders Aernt en Erasmus Janszoonen voor henzelf en in dezen vervangende Mr Gangolf Jansz hun broer, allen mede-erfgenamen van wijlen Anna Claesdr hun oudmoei, machtiging aan Cors Cornelisz Pollenburch om vanwege de comparanten te mogen verkopen de 2 derdeparten die hunluiden competeren als erfgenamen voornoemd aan het huis met erf door voorschreven Anna Claesdr achtergelaten in de Jacopynenstraet, waarvan het andere derdepart de kinderen van Cornelis Jansz Ruysch competeren waarvan de voorschreven Cors Cornelisz als voogd gesteld is 1157.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 20 december 1605 Mr Hans Damius chirurgijn aan Elyzabetha van Amerongen, weduwe van kapitein Willem van Paenderen, een huis met erf in de Coninckstraet, tussen de poort van Cornelis Maertsz en de weduwe van Boudewijn van Loo, voor 1920 gld; borg voor Elyzabetha is Aelbert van Amerongen, haar zoon 1158.
                                                                                                Op 2 maart 1606 geeft Cornelis Ysaacxz als getrouwd hebbende Catarina Willemsdr, voor hemzelf en procuratie hebbende van Engbert Willemsz van Paenderen en van Jan van Paenderen, alle drie kinderen en erfgenamen van zal. Willem van Paenderen in zijn leven kapitein van een compagnie voetvolk, volmacht aan Nicolaes van Paenderen hun oom, om hun rechten tegen Elisabeth Elbers, hun stiefmoeder, te verdedigen 1159
                                                                                                In Haarlem heeft op 11 juli 1606 Cornelis Ysacxz verkocht aan Cornelis Deym Maertensz een derdepart van de huizinge met erf genaamd de Pasteye in de Groote Houtstraet gekomen van kapitein Willem van Paenderen, vader van zijn huisvrouw, belend ten noorden Hans Bonebael eigenaar van de huizinge van de Prins, ten zuiden Jan Jansz Hofflant, bakker, achter strekkende aan Cornelia Jan Deymans dochter, al vrij uitgezonderd 2 schellingen pacht op 't gehele huis, met vergoeding van het tekort als het derdepart bij verkoop minder dan 400 gld opbrengt, met als borg Jan Willemsz van Paenderen zijn zwager die daarvoor als onderpand een gelijk derdepart stelt, voor 400 gld tegen een jaarlijkse rente van 25 gld (geroyeerd ten verzoeke van Cornelis Isacxz op 3 december 1615) 1160.
                                                                                                In Haarlem constitueert Cornelis IJsaacxz als man en voogd van Tryntgen Willemsdr van Paenderen, voor hemzelf en ook in dezen vervangende Engbert en Jan Willemsz van Paenderen, broers van zijn huisvrouw, kinderen en erfgenamen van zal. kapitein Willem van Paenderen, waarvoor hij de rato caveert voor zoveel hun vaders erfenis aangaat, op 11 juli 1608 Wouter Croesen, procureur, ad lites contra Elisabeth Elbertsdr, des voorschreven kapiteins weduwe, en alle anderen 1161.
                                                                                                Op 14 november 1611 is Elijsabeth Elberts, wonende te Haarlem, eerst weduwe van Jacob van Amerongen en daarna van Willem van Paenderen in zijn leven kapitein van een compagnie soldaten, voor haarzelf en vervangende IJsbrant Jansz haar zwager [= schoonzoon] voor hemzelf en uit naam van zijn huisvrouw, gedaagde in cas appel contra Cornelis IJsaacx en Trijn Willemsdr van Paenderen zijn huisvrouw 1162.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 18 januari 1605 Cors Cornelisz van Pollenberch, als procuratie hebbende van Engbert en Jan Willemsz van Paenderen, gebroeders, en Cornelis Ysacxz als man en voogd van Trijntgen Willemsdr van Paenderen, tezamen kinderen en erfgenamen van Duyffgen Jaspersdr, mitsgaders Arent en Erasmus Jansz, gebroeders, voor henzelf, en met procuratie van Mr Gangeloff Jansz hun broer, tezamen kinderen van zal. Guertgen Gangeloffsdr, allen mede-erfgenamen van wijlen Anna Claesdr, hun oudmoei, voor 2 derdeparten, en nog als voogd over de kinderen van Cornelis Jansz Ruych voor 't laatste derdepart, aan Willem Roeloffsz, kleermaker van Steenwijk, een huizinge gekomen van het convent der predikheren in de Jacobmynensteege, tussen de huizingen gekomen van Lambert Jansz mandemaecker en Pieter Jansz timmerman, voor 400 gld boven de last van 12 gld 's jaars losrente, te betalen de helft mei 1605 en de helft mei 1606.\.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 10 december 1604 IJsbrant Jansz lywaetwercker aan Elisabeth Elbert Quastendr, tegenwoordig huisvrouw van kapitein Willem van Paenderen, zijn schoonmoeder, een huis met erf in de Coningstraet tussen Jan Gerritsz Vriesenburch en Pieter Adriaensz cuyper, achter strekkende aan Cornelis Dircxz de Vries, al vrij, met vergoeding van het tekort als het namaals verkocht wordt voor minder dan 400 gld, voor 400 gld tegen een jaarlijkse rente van 25 gld (geroyeerd op 8 november 1612 door Pieter Jans Baertsz eigenaar van de hypotheek) 1163.
                                                                                                In Haarlem heeft op 27 januari 1606 Elisabeth van Amerongen, weduwe van kapitein Willem van Paenderen, gekocht van Mr Hans Damius chirurgijn een huis met erf in de Coninckstraet, tussen Cornelis Maertsz en de weduwe van Bouduwyn van Loo, achter strekkende aan de voornoemde Cornelis Maertsz, met de optie om daarvan 300 gld op rente te houden (geroyeerd op 12 febr. 1619) 1164.
                                                                                                Op 13 februari 1608 geeft Elizabeth Elberts, weduwe van kapitein Willem van Paenderen haar laatste man, geassisteerd met Abel van Alffen procureur te Heusden, om bij de magistraten van Heusden wettelijk te doen dagvaarden de procureur Heemskerck nopende de injuriën door Egbert van Paenderen, zoon van de voorschreven kapitein, haar gedaan 1165.
                                                                                                In Haarlem stelt op 2 mei 1609 Elisabeth Elbertsdr, weduwe van kapitein Willem van Paenderen haar laatste man, zich borg voor IJsbrant Jansz haar zwager [= schoonzoon] 1166.
                                                                                            2. Philips Engbertsz van PAENDEREN, overl. vóór 31 jan. 1607, tr. Cornelia Jansdr DEYMAN, overl. 1609, dr van Jan Pietersz DEYMAN en Dibberich NANNINXDR.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 31 december 1580 Kathrijn en Cornelia Frans Velsermans dochteren, gezusters, voor henzelf en vervangende Willem, Wouter en Geryt, hun broers, allen kinderen van wijlen Frans Velserman, ten overstaan van Floris Henricxz Sael, hun neef, aan Philips Engbertsz van Paenderen een huis met erf in de Grooten Houtstrate, genaamd de Vergulde Fonteyne, tussen Benedicta Volckersdr weduwe van Jan Jorisz metselaer en Jan van Leeck goudtsmit, achter strekkende aan de gemene dwarsmuur tussen 't erf van Cristiaen Muyts, belast met 20 schellingen 6 penningen 's jaars, voor 1200 gld, te betalen op 8 eerstkomende meien 1167.
                                                                                                In Assendelft verkopen op 13 januari 1581 Willem Deijman Dircx, oud-burgemeester, als man en voogd van zijn huisvrouw, en Nanning Jansz voor hemzelf, poorter van Haarlem, ook voor Maritgen Nannincx, weduwe van Mr Mathijs Lambrechtsz, geassisteerd met Lambert Mathijsz haar zoon en voogd, en Philps van Paenderen nomine uxoris, tezamen vervangende de weeskinderen van Claes Nannincxz, aan Trijn Florisdr weduwe van Cornelis Jansz wonende aan de Meerdijck, alzulke percelen land als zij bij executie gekocht hebben eermaals toebehoord hebbende Maerten Plet, eerst een stuk land groot 1 morgen in Jan Willemsweer, belend ten zuidwesten de kinderen van Jan Aerntsz, ten noordwesten Aeff Wouter Jan Baerts weduwe met haar kinderen, ten noordoosten de achtergelaten kinderen van Aecht Dirck Maerts, ten zuidoosten Cornelis Duijff Wouters, nog 2 stukken land aaneengelegen, tezamen groot 3 koeven, in de voorschreven weer, belend ten zuiden de Cruijsven en Aecht Jan Duves met haar kinderen te Delft, ten noorden de kinderen van Aecht Dirck Maets met Jannitgen Maerten Dircxz weduwe, ten westen Dirck Bieren, ten oosten Cornelis Duijff Wouters 1168.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 31 december 1582 Philips Engberts van Paenderen aan Cornelis Pietersz schoemaker een huis met erf in de Grote Houtstrate genaamd de Vergulde Fonteyne, tussen Benedicta Volckertsdr, weduwe van Jan Jansz metselaer, en Jan van Leeck, goudsmid, achter strekkende aan de gemene dwarsmuur tussen 't erf van Jan van Alckemade, met 23 schellingen 6 penningen 's jaars daarop te huur staande, met conditie dat de muur strekkende van dezelve dwarsmuur aan de zijde van Benedicta Volckertsdr aan de voorschreven koper Cornelis Pietersz toebehoort ter lengte van omtrent 5 voeten, voor 500 gld, te betalen op 8 eerstkomende meien telkens een achtstedeel 1169.
                                                                                                Op 24 oktober 1659 compareerden Willem en Jan Deijman, ook voor Dirck, Grietie en Cornelia Deijman, hun broer en zusters, kinderen van zal. Gerrit Nanninxe Deijman en erfgenamen van zal. Jan Phillipsz Deijman mitsgaders mede-erfgenamen van wijlen Debora Phillips van Paendren, zuster van Jan Phillips Deijman voorschreven, ter eenre, en Gerrit Blaeu en Elisabeth Blaeu, kinderen van wijlen Dirck Jansz Blaeu en mede-erfgenamen van zal. Debora Philips van Paenderen voorschreven, ter andere zijde, en verklaarden door tussenspreken van Laurens Haes en Cornelis van Campen, overeengekomen zijn nopende de boedel en goederen door de voornoemde Debora Phillips van Paenderen en Jan Phillips Deijman nagelaten, als volgt. Eerstelijk dat de voornoemde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman zullen te voorschijn brengen en oplossing doen van alle rentebrieven, obligatiën en onroerende goederen als de voornoemde Debora met de dood ontruimd heeft, voor zo veel tegenwoordig daarvan in wezen zou mogen zijn, en de rentebrieven, obligatiën of vaste goederen die daarvan verkocht of afgelost zouden mogen wezen, en dat de voorschreven kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman de penningen daarvan gekomen op Allerheiligen van dit jaar zullen bijleggen en te voorschijn brengen als voren, daaronder gerekend de somme van 1500 gld voor zo veel de helft aangaat van zeker leenland door de voorschreven Ja Phillipse verkocht en voor de helft door Debora nagelaten, waarna onpartijdige advocaten de deling zullen uitspreken, in aanmerking nemende het navolgende testament, en wat aangaat de verschenen renten van obligatiën, rentebrieven, ghuishuren, contante penningen, meubelen en huisraad door de voornoemde Debora van Paenderen nagelaten en die bij haar overlijden tegoed waren geweest, daarvan zullen de kinderen van de voornoemde Gerrit Nanninxe Deijman tot hun profijt blijven behouden, mits dat zij daartegen tot hun last nemen de legaten door de voornoemde Debora van Paenderen gemaakt alsmede de doodschulden en onkosten op haar begrafenis gevallen, en tot laste van de boedel zal alleen komen de helft van600 gld die Cornelia Dircx daarop te spreken heeft, en voorts dat de kinderen vvan Dirck Jansz Blaeu van waarde houden de codicillen van de voornoemde Jan Phillipse Deijman gepasseerd op 29 december 1657 gevolgd op het testament voor notaris Jan Colterman op 27 juni 1657, zodat de voornoemde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman aan de kinderen van Gerrit [bedoeld is kennelijk „Dirck"] Jansz Blaeu voor alle pretentiën die zij hebben uit kracht van 't voorschreven testament op de nagelaten goederen van de voornoemde Jan Phillips Deijman zullen betalen 300 gld met nog 2 gouden ducaten tot een verering. Ingeval Anthonij van Vossele, in huwelijk gehad hebbende Johanna Blaeu, dochter van Dirck Jansz Blaeu en zuster van de comparanten voorschreven, enige actie op de voorschreven boedel van de voornoemde Jan Flipse en Debora van Paenderen wilde pretenderen, zullen de kinderen van Dirck Jansz Blaeu de gemelde kinderen van Gerrit Nanninxe Deijman indemneren en schadeloos houden. 403
                                                                                                Op 13 april 1660 geven Willem en Jan Deijman, mitsgaders Grietie en Cornelia Deijman, als erfgenamen van Jan Philipsz Deijman mitsgaders als mede-erfgenamen voor 4 zevendeparten van Debora Phillips van Paenderen, zuster van Jan Phillipsz Deijman voorschreven, machtiging aan Dirck Deijman, hun broer, voor een zevendepart mede-erfgenaam van Debora Phillips van Paenderen, om al haar onroerende goederen te verkopen 1170.
                                                                                                Op 9 juni 1660 compareerden Dirck en Jan Deijman, ook voor Willem, Grietie en Cornelia Deijman, hun broer en zusters, kinderen van zal. Gerrit Nanninxe Deijman, voor 5 zevendeparten mede_erfgenamen van wijlen Debora Phillips van Paenderen, ter eenre, Gerrit Blaeu en Elisabeth Blaeu, kinderen van wijlen Dirck Jansz Blaeu, voor de resterende 2 zevendeparten mede-erfgenamen van zal. Debora Phillips van Paenderen voorschreven, ter andere zijde, die verklaarden dat overeenkomstig het akkoord van 24 oktober 1659 als nagelaten boedel van Debora is opgegeven, een rentebrief ten laste van Gerrit Mareelsz ƒ 300, 6 maanden rente hiervan ƒ 6, een obligatie ten laste van Pieter Buijser ƒ 400, 6 maanden rente ƒ 9, een obligatie ten laste van Lourens Huessen ƒ 3000, 6 maanden rente ƒ 60, een obligatie ten laste van Jan Deijman ƒ 200, 6 maanden interest ƒ 4, de helft van leenland door Jan Phillipsz verkocht ƒ 1500, 6 maanden interest ƒ 300, voor de helft van het huis met erf in de Paerdesteech verkocht aan Hendrick Evertsz van Campen op 5 termijnen, voor de helft ter somme van 1950 gld, gereduceerd tegen de penning 16, komt contant ƒ 1733, 6 maanden interest ƒ 34, de helft van omtrent 100 roeden land buiten de Groote Houtpoort verkocht aan Andries Akersloot op 3 termijnen voor de somme van 1250 gld, en 1 st van ieder gld gereduceerd als voren ƒ 1240, voor 6 maanden rente ƒ 25, ten laatste van een rentebrief ten laste van Robbert Harmansz te Akersloot van 200 gld waarvan Jan Phillipsz Deiman in zijn leven ontvangen heeft 75 gld, de rest bankroet, dus hier ƒ 75, totaal ƒ 7616, nog enkele posten ten voordele van de boedel pro memorie, welke opgave de kinderen van Dirck Jansz Blaeu approberen, waarna de comparanten gedeeld hebben, en alleen nog onverdeeld blijven enige memorieposten waarin de kinderen van Dirck Jansz Blaeu elk voor een zevendepart hun portie blijven behouden, en enige memorieposten waarop die kinderen van hun portie zijn betaald, en als 't gebeurde dat nog enig voordeel van de voorschreven boedel mocht opkomen zal elk hiervan voor een zevendepart genieten, maar in geval van schade die mede elk voor een zevendepart dragen. Volgt nog een specificatie van onkosten waarmee het sterfhuis van Debora Philips van Paenderen is belast, totaal ƒ 873-2-0, waarvan ƒ 357 voor de helft van 700 gld toekomende Cornelia Dircx met 6 maanden interest, en ƒ 218 voor de collaterale successie. 405
                                                                                                Op 31 januari 1592 delen Lambert Mathysz en Frederick Adriaensz Deyman man en voogd van Cornelia Claes, tezamen voor ¼, Philips Engbertsz van Paenderen man en voogd van Cornelia Jansz en Grietgen Pietersdr weduwe van Nanninck Jansz Deyman namens haar kinderen ten overstaan van Jan Pietersz Deyman als grootvader en voogd, voor ¼, Dirck Claesz Laeckeman, ook als erfgenaam van zijn zuster Cornelia Claes, voor ¼, en Willem Dircks Deyman als man een voogd van Anna Nannincxdr, voor ¼ 1171.
                                                                                                Op 2 maart 1601 testeert Anna Nanninxdochter, weduwe van Willem Diricxz Deyman, waarbij buiten een aantal legaten haar erfgenamen zijn Lambert Mathysz en Cornelia Mathysdochter, beiden kinderen van zal. Marytgen Nannincx, en Cornelia Jansdochter, nagelaten dochter van haar overleden zuster Dibburch Nannincx, elk voor een derdepart 1172.
                                                                                                Op 31 januari 1607 maakt Anna Nannincxdr, weduwe van Willem Diricxz Deyman in zijn leven burgemeester van Haarlem, een codicil bij haar testament van 2 maart 1601. Dat de goederen voor Cornelia Jans, weduwe van Philips van Paenderen, haar zusters dochter, of bij haar aflijvigheid haar kinderen, niet subject zullen wezen enige schulden door voorschreven Philips van Paenderen of Cornelia Jansdr staande huwelijk daarvoor of daarna gemaakt, maar dat dezelve zullen blijven vrij en ongeminderd ten behoeve van voorschreven Cornelia. Als crediteuren of anderen poogden contrarie te doen zal alles blijven aan de andere erfgenamen van comparante. 1173
                                                                                                In Haarlem verkopen op 20 december 1607 (o.a.) Frederick Adriaens Deyman, oud-schepen dezer stad, als man en voogd van Cornelia Mathys, Lambert Mathysz, kinderen van zal. Maritgen Nanningsdochter, en Cornelia Jan Deymansdr, weduwe van Philps van Paenderen, de nagelaten dochter van Dibberich Nanninx, ten overstaan van Claes Jansz Verwer, oud-schepen dezer stad, haar gecoren voogd in dezen, allen erfgenamen van zal. Anna Nannincxdr in haar leven weduwe van Willem Deyman, voor de (andere) helft, aan Agatha van Berckenrode, weduwe van Jan van Alckemade, een huis met erf in de St. Jansstraet 1174.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 9 februari 1608 Cornelia Jan Deymans, weduwe van Philps van Paenderen, ten overstaan van Nicolaes Jansz Verwer oud-schepen, haar voogd, aan Wollebrant Laurensz Laeckeman metselaar, een huis met erf in de Corte Bagynestraet, tussen Jacob Heymansz backer en Dirck Pietersz scrynwercker, met zeker akkoord over de opstaande gevel dd. 2 december 1580 door wijlen Claes Dircxz in Sampson gesteld, opdat de koper bij neervallen, afbreken of anders mag hebben daarnaar te reguleren, al vrij, voor 700 gld gereed mei 1608 mits dat hij daarvan 500 gld houden zal op rente 1175.
                                                                                                Als bezitters van stoel nr 43 van het Kerstmisgilde te Haarlem o.a. vermeld 1176: 1606: Cornelia Jansdr Deyman als erfgenaam van haar vader Jan Pietersz Deyman; zij stierf in 1609; 1611: haar zoon Pieter Philipsz van Paenderen als erfgenaam van zijn moeder; 1627: zijn broer Jan Philipsz Deyman als zijn erfgenaam; 1627: zijn broer Nanning Philipsz van Paenderen als zijn erfgenaam.
                                                                                            3. Dirckgen Engbertsz (van PAENDEREN), zie 925.
                                                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                                                            1. Popias van PAENDEREN, geb. ca. 1568  1177 of ca. 1571 1178, schutter te Haarlem, recht op begr. ald. (Grote Kerk) 11 maart 1628 (1 uur beluid, 10 gld), heeft niet-huwelijkse relatie 1° met N.N., tr. 2° Stijntgen FREDERICXDR, geb. ca. 1585  1177, recht op begr. ald. (Grote Kerk) 29 juni 1646 („geroeffde kist”, beluid 2 halve uren, 19 gld), dr van Frederick Gerrytsz van SLOOTEN en Guerte PIETERSDR.
                                                                                                In Alphen aan den Rijn bekennen op 25 augustus 1583 Matheeus Cornelisz en Bruijn Jacobsz schuldig te wezen Popias van Paenderen, weeskind van Claes Jansz van Paenderen geprocreëerd bij wijlen Catryn van Paenderen, 37 gld 10 st 's jaars erfelijke losrente, af te lossen met 600 gld, met als onderpand 12 morgen land in het ambacht van Oudshoorn in de Gneppick, belend ten oosten Florys Bruynen, ten westen Jacob IJsbrantsz, met Florys Brunesz wonende in de Gneppick als borg voor zijn neef Bruijn Jacobsz (in de kantlijn: Bruijn Jacobsz heeft zijn helft afgelost) 1179.
                                                                                                Op 5 mei 1592 verkoopt Dirick Diricxz cramer, poorter van Haarlem, aan Popias van Paenderen, poorter, een rentebrief van 39 gld 10 st 's jaars, hoofdsom 632 gld, sprekende op Pieter Jansz Dommer 1180.
                                                                                                In Haarlem bekent op 22 oktober 1592 Jan Claesz francynmaker schuldig te wezen Popias Claesz van Paenderen 300 gld uit zake van geleende penningen, te betalen op St. Lucasmarkt 1596, met als onderpand zijn 2 huizingen in de Cruysstraet, tussen de kinderen van Pieter Diricxz en Michiel Diricxz 1181.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 17 juli 1595 Roeloff Jansz linnenwever aan Pompeius van Paenderen 2 huizen met erven in de Cleyne Houtstraet, tussen Adriaen Willemsdr weduwe van Jan Colyn en Marcus Gerritsz, strekkende aan Gerrit Henricxz en een uitgang met een poort in de Minnebroedersstege, met een huisje bezijden dezelve poort, voor 800 gld tegen een jaarlijkse rente; voldaan op 15 juli 1611 1182.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 22 juli 1595 Willem Gillisz van Brugge aan Pompeius van Paenderen een huis met erf in de Grote Houtstraet op de hoek van de Nieuwenstraet, tussen dezelve straat en de weduwe van Ypolitus Jansz, achter strekkende met nog een klein huisje aan Claes Cornelisz timmerman, al vrij, voor 400 gld tegen een jaarlijkse rente; voldaan op 1 mei 1613 1183.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 30 mei 1596 Claes de Hont, bakker, aan Pompeius van Paenderen Nicolaesz een huis met erf in de Cruysstraet, tussen Willem Cornelisz molenmaker en Lodewyck Noe, achter strekkende aan Pieter Jansz Dommer, met de last van 200 gld, voor 400 gld tegen een jaarlijkse rente; op 27 augustus 1599 heeft Claes van Paenderen, vader van Pompeius, de hoofdsom van 400 gld voldaan 1184.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 20 oktober 1596 Jan Lucasz franchynwercker aan Popius [„Claes” doorgehaald] van Paenderen een huis met erf in de Cruysstraet door hem tegenwoordig bewoond, met nog een huisje daar achter aan hetwelk door hem, comparant, verhuurd wordt, tussen Michiel Dircxz in 't Lam en Pieter Dircxz cuper zal., achter strekkende in de Margrietestraet, belast met 700 gld aan 2 partijen, en mocht het huis met erf namaals verkocht worden voor minder dan [de huidige koopprijs van] 400 gld is het verschil te verhalen, losbaar met 400 gld waarvan jaarlijks betaald zal worden 25 gld, waarvan 200 gld binnen 4 jaar afgelost moet worden (geroyeerd op 14 februari 1652) 1185.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 14 januari 1598 Jan van Brugge Jelisz van Leende aan Popias van Paenderen een huis met erf in de Ghierstraet op de hoek van de Paerdestege, tussen dezelve steeg onder het huis gaande en Jacob Florisz, achter strekkende aan het kleine huisje van de voorschreven Jan van Brugge, al vrij, met vergoeding van het verschil als het hier namaals verkocht wordt voor minder dan de huidige koopprijs van 448 gld, losbaar met 448 gld waarvan jaarlijks 28 gld rente betaald zal worden (gecasseerd op 23 maart 1610), en nog een huisje met erf in de Paerdestege, tussen 't grote huis van de voorschreven Jan van Brugge en Louris Huybertsz waert in 't Hemelryck, achter strekkende aan Jacob Florisz, al vrij, met garantie van de koopprijs van 160 gld bij latere verkoop, losbaar met 160 gld waarvan jaarlijks 10 gld rente betaald zal worden 1186.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 2 april 1598 Aerndt Wouters apothecaris aan Popius van Paenderen een huis met erf genaamd de Goudtbloem in de Groote Houtstraet, tussen Aelbert Symonsz en Pieter Vrients van 's-Hertogenbosch, achter strekkende aan de voorschreven Aelbert Symonsz en Pieter Vrients, belast met 250 gld waarvan jaarlijks rente betaald wordt, met garantie van de huidge koopprijs van 1200 gld bij latere verkoop, losbaar met 1200 gld waarvan jaarlijks 95 gld betaald zal worden (gecasseerd op 2 september 1598) 1187.
                                                                                                In Haarlem bekent op 7 juli 1598 Jan Cornelisz metselaer schuldig te wezen Popius van Paenderen een jaarlijkse losrente van 40 gld, aflossing naar advenant de penning 16, stellende ten onderpande zijn tuin met de huizinge en getimmerte daarop staande buiten de St. Janspoorte binnen de vrijheid dezer stad, tussen Dirck Steffensz soutman, oud-schepen van Haarlem, en 't land toekomende Willem Stuver[?], achter strekkende aan Willem Dircxz Deyman, nog een huis met erf op de Oudegraft, tussen Willem Cornelisz Bossenaer en Maximiliaen Langnier[?] tafelhouder, achter strekkende aan de voorschreven Willem Cornelisz Bossenaer, nog een huis met erf in de Groote Houtstraet op de hoek van de Paerdestege, tussen dezelve steeg onder het huis gaande en Reyer Symonsz in de Oyevaer, achter strekkende aan dezelve Reyer Symonsz, en nog een huis met erf in de Ravelinchstege, tussen Mr Philips organist en Griet Jansdr, achter strekkende aan Anthony den Engelsman. Op 26 juli 1607 heeft Claes Jansz van Paenderen, vader van Popius van Paenderen, 't huis met erf op de hoek van de Paerdestege uit dit verband ontslagen, op 15 april 1621 heeft Popius van Paenderen het huis en erf in de Ravelinchstege uit dit verband ontslagen, op 27 juli 1633 is alles gecasseerd. 1188
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 28 september 1600 Aert van Dam, kleermaker, aan Popius van Paenderen een huis met erf in de Coninckstraet op de hoek van de Paerdesteege, tussen dezelve steeg onder het huis gaande en Frederick Meynertsz, achter strekkende aan de erfgenamen van Anna van Montfoort en uitgaande met een camer die apart bewoond wordt in de voorschreven Paerdesteege, met 25 gld pacht daarop staande, met vergoeding van het verschil als het namaals verkocht wordt voor minder dan 200 gld waarvoor hetzelve wordt opgedragen, losbaar met 200 gld waarvan jaarlijks 12 gld 10 st rente betaald zal worden (geroyeerd op 15 december 1650) 1189.
                                                                                                In Egmond-Binnen bekent op 6 juni 1602 Olphert Heindricksz onze buurman verkocht te hebben ten behoeve van Pompius van Paenderen Claesz, poorter der stad Haarlem, een losrente van 31 gld 5 st jaarlijks, hoofdgeld 500 gld, waarvoor hij verbindt een croft in de Druenen, belend ten oosten de gemene weg, ten zuiden Dierck Gerritsz, ten westen de Heerenwech, ten noorden Affie Claesdr, en hebben Maerten Rongen en Anna Daenen geassisteerd met Aelbert Cornelisz haar man en voogd, zich voor Olphert Heindricksz borg gesteld verbindende een stuk land genaamd Warrencamp, belend ten oosten de Hoogendyck, ten zuiden Aelbert zelf, ten westen Heindrick Floris, ten noorden Claes Reyersz; gecasseerd op 26 april 1617 1190.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 13 augustus 1609 Jan Beckhoudt aan Popius van Paenderen een huis met erf op de Baekenessergraft, tussen Willem Claesz Brammer en de erfgenamen van Cornelis Hals, achter strekkende aan dezelve erfgenamen, al vrij, met recht op verhaal van het verschil bij latere verkoop voor minder dan de huidige koopprijs van van 300 gld, losbaar met 300 gld tegen een jaarlijkse rente van 18 gld 15 st (geroyeerd op 9 mei 1639 op verzoek van Willem Hofflant als possesseur van 't hypotheek) 1191.
                                                                                                In Haarlem verkoopt op 20 augustus 1609 Hans Salomons wyntapper aan Popius van Paenderen zijn huizinge en erf in de St. Jansstraete, belend Lucas Andriesz cleermaecker en Mr Cornelis Jansz gezamenlijk aan de ene zijde, Jan Egbertsz glaesmaecker aan de andere zijde, achter strekkende en met zekere huizingen uitgaande tot in de twee schoolstegen, welke huizingen mede in dit verband zullen begrepen zijn, met de last van 600 gld daarop te rente staande, voor 800 gld met garantie van deze prijs bij latere verkoop, losbaar tegen een rente van 50 gld (geroyeerd op 1 juli 1627 ten verzoeke van Popius van Paenderen) 1192.
                                                                                                In Haarlem bekent op 8 januari 1611 Reyer Jansz linnewever van Haarlem schuldig te wezen Popius van Paenderen een jaarlijkse losrente van 25 gld, af te lossen met 400 gld, waaraan specialijk verbonden zijn huis en erf in de Sparwouderstraet, tussen Dirck de Monick en Vendel Thymansz, achter strekkende aan de voorschreven Dirck de Monick, met als borg Maerten Thonisz scheepmaecker zijn schoonvader, die daaraan een huis verbindt (gecasseerd op 6 april 1628) 1193.
                                                                                                In Haarlem bekent op 27 mei 1611 Pieter van Baelbergen cleermaecker schuldig te wezen Popius van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld, en heeft hiervoor verbonden zijn huis en erf in de Coningstraet op de hoek van de Paerdenstege die is onder het huis gaande en belend aan de ene zijde, Jan Vuyst bleecker aan de andere zijde, achter met zekere camer staande in de voorschreven Paerdensteege en apart verhuurd wordende die ook in dit verband begrepen zijn zal, strekkende aan Sr Pieter van Offenberch, belast met 200 gld die de voorschreven Paenderen daarop heeft (geroyeerd op 15 december 1650 op verzoek van Jan Davitsz possesseur van deze hypotheek) 1194.
                                                                                                Op 11 mei 1615 testeert Popias van Paenderen, de enige nagelaten zoon van Nicolaes Jansz van Paenderen, nog ongehuwd, poorter van Haarlem. Hij heeft in het leven een natuurlijk dochtertje genaamd Maryken Popias, geprocreëerd bij Maryckem Jansdr zijns vaders dienstmeid, oud omtrent 8 jaren, aan wie hij 10000 gld bespreekt, die zullen geleverd worden aan de weesmeesters dezer stad, en mocht het kind komen te sterven komt dit niet aan de moeder, maar zal het geld gaan aan testateurs erfgenamen, noch mag de moeder enig gezag of bewind om hetzelve kind hebben. Nog bespreekt hij 300 gld aan de gemene armen te Haarlem en 100 gld aan Annetgen Baernt zijns vaders dienstmeid, die tegenwoordig bij hem, testateur, woont. De verdere goederen gaan voor de helft aan de vrunden van vaderszijde en de helft aan de vrunden van moederszijde, kinderen bij representatie van hun ouders. Verder begeert hij dat de kinderen van wijlen Lysbeth Jansdr zijns vaders zuster, wonende te Huisduinen, uit de helft van vaderszijde vooruit zullen hebben 600 gld. Tot executeurs benoemt hij Mr Florens van Dyck Claesz, schilder, en Willem van Triere, die zijn huis 3 maanden gesloten moeten houden voor de erfgenamen, om een inventaris te maken. Gepasseerd ten huize van de testateur in de Sinte Jansstraet. 1195
                                                                                                In Haarlem bekent op 25 november 1615 Reyer Jansz schipper schuldig te zijn Popius van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld , af te lossen met 200 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Spaernwouderstraete, belend ten oosten Michiel Jacobsz cuyper, ten zuiden Dirck Aelbertsz Moninck, metselaar, met de last van 400 gld en nog 200 gld, met als borg zijn schoonvader Marten Thonis scheepmaecker die daarvoor specialijk verbindt zijn huis en erf in de Achterstraet, tussen Agnies Jacobsdochter weduwe van Henrick Jansz brouwer en de steeg bezijden het huis, achter strekkende aan de huizen op 't Augustynenconvent 1196.
                                                                                                In Haarlem bekent op 10 december 1615 Jacob Jacobsz moultmaeckersknecht schuldig te wezen Popius van Paenderen Claesz een rente van 18 gld 15 st, af te lossen met 300 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn nieuw gebouwde huis met het erf op de Baeckenessergraft, tussen Egbert Henricksz Proost en Cornelis Jansz besemmaecker, achter strekkende aan de erfgenamen van Pieter Pietersz backer, met de last van 300 gld, en nog de helft van een huis en erf zijn huisvrouw aangekomen van Henrick Andriesz Byman haar vader in de Schachelstraete waar de Byeman uithangt, tussen Jacob Wynantsz en [], achter strekkende aan de Vranckensteege; op 9 november 1621 geroyeerd nadat Popius van Paenderen heeft bekend dat deze brief geen voortgang heeft gehad 1197.
                                                                                                In Haarlem bekent op 29 februari 1616 Gerrit Symonsz schipper schuldig te wezen Popius van Paenderen een rente van 15 gld 12½ st, af te lossen met 250 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf op de Burchwal, tussen Jan Jansz snyder en de erfgenamen van Jan koesluyter, en nog zijn kerveelschip, groot omtrent 20 lasten, genaamd de Jaeger, door hem, comparant, gevoerd met gewant en toebehoren, met de last van 400 gld hoofdsom op 't huis, en bekent op 17 maart 1616 Gerrit Moreels schuldig te wezen Popius Claesz van Paenderen een rente van 18 gld 15 st, af te lossen met 300 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Margrietenstraet, belend ten noorden Passchier Joosten, ten zuiden Joost Verstraten, achter strekkende aan Vincent Castelleyn en Henrick Aertsz, belast met 100 gld, en nog 100 gld en 200 gld 1198.
                                                                                                In Haarlem bekent op 13 februari 1616 Hans Moreel schuldig te wezen Popius van Paenderen een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, af te lossen met 200 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Nyeuwe Dyckstraet, tussen Gerrit Barentsz cuyper en Cathalina Willemsdr weduwe van Frederick Otten houtsager, strekkende aan de mouterij van Dirck Dirxz brouwer, belast met 413 gld hoofdsom, met als borg Gerrit Boelensz smith 1199.
                                                                                                In Haarlem bekent op 29 maart 1616 Jacob Cornelisz coorndrager schuldig te zijn Popius van Paenderen een rente van 6 gld 5 st 's jaars, af te lossen met 100 gld, geroyeerd op 1 augustus 1640 op verzoek van Thobias Woutersz van der Linde, bekent op 21 april 1616 Olivyer van der Leye, linnenwever, schuldig te wezen Popius van Paenderen Claesz een jaarlijkse rente van 25 gld, af te lossen met 400 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Beeckstraet, belend ten zuiden Gerrit Huygen houtsager, ten noorden Joosten Victor van Ackeren, met als borg Guilliam Abigel mede linnenwever, en bekent op 11 mei 1616 Gerrit Philipsz cousebreyer schuldig te wezen Popius Claesz van Paenderen een losrente van 6 gld 5 st 's jaars, af te lossen met 100 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Lombaersteege, tussen Cornelis Engelsz en Jan Marcelisz, achter strekkende aan de voorschreven Cornelis Engelsz, tevoren belast met 250 gld hoofdsom 1200.
                                                                                                In Haarlem bekent op 13 mei 1616 Rogier Bogaert schuldig te wezen Popius van Paenderen Claesz een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, af te lossen met 300 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf in de Boomgaertstraet, belend Jacob de Vos, Jan de Sangere op de zuidzijde, achter strekkende aan Henrick Lambertsz, tevoren belast met 8 gld 2½ st 's jaars losbaar de penning 16 met 157 gld hoofdsom, geroyeerd op 28 maart 1664, en bekent op 10 juni 1616 Taecke Cornelisz taeffellaeckenwercker van Dokkum schuldig te wezen Popias Claesz van Paenderen een losrente van 6 gld 5 st 's jaars, af te lossen met 100 gld, bekennende ten onderpande specialijk zijn huis en erf buiten de St. Janspoort binnen dezer stads vrijheid, belend ten westen Jasper Zegersz, ten noorden Anthonis van den Berge, ten oosten Cornelis Reyers apothecaris, ten zuiden de gemene „laechten”, tevoren belast met 100 gld 1201.
                                                                                                In Haarlem testeert op 24 maart 1622 Popias van Paenderen Claessoon, ziekelijk te bedde liggende. Hij legateert aan Styntgen Fredericxdochter zijn huisvrouw, als hij vóór haar van deze wereld komt te passeren, 10000 gld, boven hetgeen haar beloofd is bij het huwelijkscontract, voorts, alzo hij in 't leven heeft een natuurlijke dochter genaamd Marijken Popias, door hem geprocreëerd bij Maryken Jansdochter zijns vaders dienstmeid geweest zijnde, oud omtrent 13 jaren, nu bij hem wonende, zo begeert hij dat als hij zonder wettige kinderen na te laten komt te sterven zij uit zijn nagelaten goederen zal hebben, eerst een lijfrente van 100 gld 's jaars te haren lijve gekocht op het Gemeneland van Holland, en nog de somme van 10000 gld, te leveren aan handen van de weesmeesteren dezer stad om tijdens haar onmondigheid te bewaren en haar te onderhouden, tot haar mondige jaren of huwelijk toe, met de bepaling dat als zij zonder wettige lijfserven komt te overlijden de 10000 gld niet mogen gaan aan moederszijde, noch zal de moeder enig gezag over haar kind mogen hebben, anders zal de 10000 gld gaan naar de gemene armen. Item legateert hij aan de nagelaten kinderen van wijlen Trijntgen Andriesdochter zijn nicht, geprocreëerd bij Claes Claesz bleecker, elk 100 gld, en nog 100 gld aan de nagelaten zoon van wijlen Grietgen Andriesdochter mede zijn nicht, gewonnen bij Jacob Willemsz thuynman, en voor het overige gaan zijn nagelaten goederen voor de ene helft aan de vrunden van vaderszijde en voor de andere helft aan de vrunden van moederszijde, elk in diens stam bij representatie. Bij protest volgt onterving en zal de betreffende portie gaan naar de gemene armen. Tot executeurs benoemt hij Aelbert Hovius, licentiaat in de rechten, en Floris Claesz van Dyck. Gepasseerd ten huize van de testateur in de St. Jansstraet. 1202
                                                                                                Op 4 november 1624 bekent Sytgen Woutersdr, weduwe van Arent Claesz, buurvrouw in Limmen, schuldig te wezen Popias van Paenderen, poorter van Haarlem, 287 gld 10 st ter zake van enige jaren verschenen renten van 400 gld kapitaal die voornoemde Popias van Paenderen sprekende heeft gehad ten laste van Arent Claesz voornoemd, welke somme comparante zal blijven onderhouden tegen de penning 16 (in de marge: op 13 november 1625 heeft Popias van Paenderen deze obligatie inhoudende een bezegelde brief van 200 gld kapitaal) 1203.
                                                                                                In Haarlem stelt op 7 maart 1625 Jan Backer, houtkoper, zich cautionaris voor 't namptissement van 31 gld 5 st door Popias van Paenderen voor schepenen dezer stad geobtineerd ten laste van Jan Rijckaert en Jacob Casselaer op 3 december laatstleden, om de voorschreven somme in 't geheel of deel wederom te restitueren indien ten principale zulks bevonden mocht worden te behoren 1204.
                                                                                                In Haarlem testateert op 29 februari 1628 Popias van Paenderen, dezer stads poorter, ziekelijk te bedde liggende, revocerende alle eerdere disposities, in het bijzonder zijn testament dd. 24 maart 1622. Ten eerste legateert hij aan Stijntgen Fredericxdr zijn huisvrouw, voor en in plaats van hetgeen haar voor douarie bij de huwelijkse voorwaarden dd. 13 oktober 1617 is beloofd, de somme van 22000 gld, welverstaande dat hierin gerekend worden alle goederen door haar ten huwelijk ingebracht, en legateert hij verder aan zijn voornoemde huisvrouw alle inboel en huisraad, alsmede wollen, linnen en zijden klederen, goud, zilver, gemunt en ongemunt, met zulke restrictie nochtans dat onder de gemunte penningen alleen zullen begrepen zijn de potpenningen door haar ten huwelijk gebracht en daarna staande huwelijk vergaard. Hij bespreekt nog aan Trijntgen Phillipsdr, de huisvrouw van Dirck Joachimsz, 4000 gld, mitsgaders aan Maritgen, Jan, Debora en Nanninck Phillipsz, alle vijf kinderen van wijlen Phillips van Paenderen, of hun kinderen bij representatie, elk 1500 gld. Willende voorts hij, testateur, dat de verdere goederen die hij nalaten zal succederen zullen aan de naaste vrunden, zo van vaders als moeders zijde, inbegrepen de kinderen van Phillips van Paenderen voorschreven, met zulken verstande dat alle zwarigheden en lasten van de boedel, die te eniger tijd zouden mogen opkoemen, ge dragen zullen worden door de geïnstitueerde erfgenamen. Compareerde mede Stijntgen Fredericxdr, huisvrouw van de testateur, geassisteerd met Jan Jansz Backer, houtkoper, haaar zwager en gecoren voogd in dezen, verklarende de voorschreven testamentaire dispositie te approberen. Tot executeurs benoemt testateur Mr François Valcke, licentiaat in de rechten, en Mr Floris Claesz van Dijck, poorteren dezer stad, dezelve specialijk authoriserende om terstond na testateurs aflijvigheid in zijn sterfhuis te mogen treden en de goederen nemen in hun handen, welk sterfhuis voor de geïnstitueerde erfgenamen voor 6 maanden gesloten zal blijven. En de testateur begeerde dat de executeurs op „hun simpele woorden” geloofd zullen worden, zonder dat iemand daartegen iets mag zeggen, op pene van hun portie van de erfenis dadelijk verstoken te zullen wezen. Gepasseerd ten huize van de testateur in de Sinte Jansstraet. 1205
                                                                                                Op 16 mei 1628 compareren Jan Cornelisz Goesinnen en Gerrit Meeusz, buurluiden te Uitgeest, verklarende dat Henrick van den Hove, brouwer in de Sterre binnen Haarlem, zich als principale borg geconstitueerd heeft voor Adriaen Cornelisz Goesinnen, in zijn leven mede buurman te Uitgeest, hun resp. broer en zwager, ter hoofdsomme van 400 gld en de jaarlijkse renten vandien, ten behoeve van Popias van Paenderen, vermogende de obligatie van d.d. 7 november 1621, willende zij, comparanten, voorschreven Henrick van deze borgtocht bevrijden 1206.
                                                                                                Op 7 september 1628 wordt ten verzoeke van Willem Cornelisz van Duijnen en Dirck Rijcken van Goch, nomine uxorum mede-erfgenamen van 's vaders zijde van zal. Popias van Paenderen binnen Haarlem overleden, een verklaring afgelegd door Pouwels van Beresteijn en Gijsbertus Melchior Appelman, advocaten te Haarlem, die verzocht waren door requiranten en de erfgenamen van 's moeders zijde over zekere kwestie en differentie nopende enige goederen fidei commis nagelaten door wijlen Balich van Paenderen, grootmoeder van Popias, en Claes Jansz van Paenderen, zijn vader, gisteren in de herberg de Bonte Helm, waar partijen vele en menigvuldige voorstellen hebben besproken. Er was sprake van dat de erfgenamen van 's moeders zijde 2000 gld zouden vooruit trekken, een finale uitspraak van de advocaten, en een niet ondertekende akte waarmee IJsack van der Wal vandoor is gegaan. 1207
                                                                                                Op 31 augustus 1629 geven Mr Franchois Valck, licentiaat in de rechten, en Mr Floris van Dyck, executeur van het testament van wijlen Popias van Paenderen, mitsgaders Dirck Joachimsz apothecaris, getrouwd hebbende Catharina Philipsdr van Paenderen, ook voor de broers en zusters van zijn huisvrouw, mede geïnstitueerde erfgenamen van dezelve Popias van Paenderen, hun oom, allen wonende te Haarlem, volmacht aan Cornelis Lucy, procureur van het voorschreven Hof [sic], om wegens hen recht te spreken op en jegens Bruyn Jacobsz, wonende in het ambacht van Alphen, en alle andere personen 1208.
                                                                                                In Haarlem constitueren Cornelis IJsaxz van der Wal en Jan Lambertsz wonende te Amsterdam, ook vervangende Dirck Jansz Blauw mede wonende te Amsterdam, hun zwager en neef [omgekeerd?] respective, op 26 september 1629 procureur Mathys Lievendael ad lites op en jegens de executeurs van het testament van wijlen Popias van Paenderen 1209.
                                                                                                Op 17 december 1629 is voor het Hof van Holland Bartholomees van der Velde als procureur van Cornelis Ysaacxs van der Wall en zijn huisvrouw wonende te Haarlem gedaagde die dag had om te antwoorden op de eis van Willem van Paenderen en de voogden van Dirck van Paenderen wonende te Haarlem, impetranten in hetzelfde cas, en ontkennende impetranten te wezen erfgenamen of gerechtigd tot de nagelaten goederen van Poppius van Paenderen; het Hof ordonneert dat partijen memoriën schrijven zullen 1210.
                                                                                                Op 19 juni 1630 geven Mr Franchois Valcke en Mr Floris van Dyck, executeurs van het testament van wijlen Popias van Paenderen binnen Haarlem overleden, volmacht aan [leeg] procureur van het Hof van Holland, voor de zaken die zij voor het Hof hebben op en jegens de kinderen van wijlen Egbert van Paenderen mitsgaders Bruyn Jacobsz buurman te Alphen c.s., en alle anderen des nood zijnde 1211.
                                                                                                Op 13 oktober 1617 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Popias van Paenderen Claesz, wezende de enige nagelaten zoon van wijlen Nicolaes van Paenderen, van wie moeder was Caterina van Paenderen, ter eenre, en Styntgen Fredericxdr wonende binnen Haarlem, geassisteerd met Frederick Gerrytsz van Slooten en Guerte Pietersdr, haar vader en moeder, en Jan Janssoon Backer, houtkoper, haar zwager. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn en bij overlijden zorgt de langstlevende voor de eventuele kinderen. 1212.
                                                                                                In Haarlem constitueert op 24 augustus 1628 Cornelis IJsacxz van der Wal zich cautionaris voor de arresten te laten doen door Stijntgen Fredricxdr, weduwe van Popias van Paenderen, op de personen van Dirck Jansz Blaeu en Jan Lammersz Klouskerck, beiden van Amsterdam, om dienaangaande het gewijsde van schepenen te voldoen 400.
                                                                                                In Haarlem stelt op 20 oktober 1628 Jan Backer, houtkoper, zich cautionaris voor 't namptissement van 22000 gld door Stijntgen Fredricxdochter, weduwe van Popias Claesz van Paenderen, op 11 oktober 1628 geobtineerd van de schepenen alhier ten laste van Dirck Blaeu cum socijs, on de voorschreven somme in 't geheel of deel wederom te restitueren indien ten principale zulks bevonden mocht worden te behoren 401.
                                                                                                In Haarlem verkopen op 20 februari 1642 Gerrit Fredericxz, Jan Jansz backer als getrouwd hebbende Dieuwertgen Fredericx, Styntgen Fredericx weduwe van Popias van Paenderen, voor henzelf en de rato caverende voor de kinderen van Claes Fredericxz en voor de weduwe en kinderen van Jan Claes Freecken, allen erfgenamen van zal. Guijrtgen Pietersdochter in haar leven weduwe van Fredrick Gerritsz van Slooten, aan Gerrit Greve een huis met erf genaamd 't Vergulde Cruijs in de Battejoorisstraet, belend ten noorden Engel Gerritsz schoenmaecker, ten zuiden Jacob Gerritsz pompmaecker, voor 3855 gld, te betalen op 5 achtereenvolgende meien waarvan mei 1641 het eerste 1213.
                                                                                                Op 1 maart 1647 verklaren Jan Jansz backer en Gerrit Fredericxz van Sloten, burgers van Haarlem, dat tijdens haar leven Christina Fredericxdr, weduwe van Popias van Paenderen, hun schoonzuster en zuster, in haar uiterste wil o.a. geïnstitueerd had Willem Claesz en de kinderen van Jan Claesz, zoons van zal. Claes Fredericxz, met beide comparanten als voogden met exclusie van de weeskamer, en dat het hun, comparanten, niet gelegen kwam de voornoemde administratie te doen vanwege hun ouderdom; nu is de administratie overgegaan op Mr Jan Cornelisz snyder, burger van Haarlem 1214.
                                                                                                Op 22 mei 1647 verklaren Gerrit Fredericxz van Sloten en Jan Jansz backer man en voogd van Dieuwertgen Fredericxdochter van Sloten, elk voor zichzelf en dan nog vanwege de nagelaten kinderen van zal. Jan Claesz verwekt aan Maritgen Jelbertsdochter, dezelve Maritgen Jelberts mede present, item Wilem Claesz en Jacob Cornelisz van 't Spaerne getrouwd hebbende Teunisgen Claesdochter dewelke benevens de voorschreven Jan Claesz en Willem Claesz, haar twee broers, zijn kinderen van Claes Fredericxz van Sloten, tezamen geïnstitueerde erfgenamen van zal. ged. Christina Fredericxdochter, in haar tijd weduwe van Popias van Paenderen, dat zij met elkaar hadden gedeeld de nagelaten boel, goederen en sterfhuis van de voornoemde Christina Fredericx, en dat ieder was aangedeeld als hierna volgt, en dat zij inboedel, huisraad, contante penningen en dergelijke van de voornoemde Christina Fredericx te haren sterfhuize bevonden hebbende onderling hebben verdeeld, nog onverdeeld gebleven enige uitstaande schulden voor hetgeen te zijner tijd daarvan inkomt door ieder voor zijn gedeelte te ontvangen 1215.
                                                                                                - Voor Gerrit Fredericx van Slooten: een obligatie van 3000 gld ten laste van Timan van Ostdorp brouwer in de Pau, een bezegelde rentebrief van 1000 gld ten laste van Jan Versluijs te Amsterdam staande op zijn huis in de Hagestraet, een obligatie van 400 gld sprekende op Jan Allertsz Bonckenburch, een obligatie van 200 gld ten laste van Willem Jacobsz van Haserswoude wonende te Noordwijkerhout, een rentebrief van 600 gld ten laste van Henrick Jansz blauwever, een rentebrief van 400 gld sprekende op Jan Vestens, een rentebrief van 200 gld sprekende op Meynsgen Claes, een rentebrief van 200 gld sprekende op Pieter van Baelbergen, nog een rentebrief ten laste van voornoemde Meijnsgen Claes houdende mede 200 gld, een rentebrief van 700 gld ten laste van IJsack Henricxz op zijn huis te Spaarndam, een rentebrief van 600 gld ten laste van Jan Barentsz en Jan Wendelsz, een rentebrief van 200 gld houdende op Jan Cornelisz Adel, een obligatie van 400 gld ten laste van Jacob Dircxz olijslager te Zaandam, een obligatie waarvan nog resteert 200 gld ten laste van Cornelis Laurensz schrijnwercker, een rentebrief van 300 gld ten laste van Maritgen Dircx weduwe van Jan Lucasz, een obligatie van 150 gld ten laste van Aeffgen Hessels te Akersloot, een huis met erf binnen Haarlem aan de oostzijde van de Nobelstraet naast het huis daar ten zuiden van waar het wapen van Amsterdam in de gevel staat, en dan nog de helft van de landen en bruikwaar te Raasdorp gekomen van Maritgen Pieters en Frederick Gerritsz van Sloten.
                                                                                                - Voor Jan Jansz backer nomine uxoris: een rentebrief van 2500 gld ten laste van Gerrit Nanningsz Deijman op zijn huis en erf op het Spaerne, een rentebrief van 1200 gld ten laste van Gerrit Cornelisz in de Wieringerwaard, 2 obligaties tezamen inhoudende 700 gld ten laste van Cornelis Cornelisz Jonge Schoon, een obligatie van 200 gld ten laste van Pieter Jansz van de Winckel, een obligatie van 1000 gld ten laste van Jan en Sijmon Willemssoonen, een rentebrief van 400 gld ten laste van Jan Lucasz franchijnwercker, een rentebrief van 200 gld ten laste van Evert Laurensz buurman te Assendelft, een rentebrief van 800 gld ten laste van Jan Cornelisz Adel, een obligatie van 500 gld ten laste van schepen Lambert Pondt, een obligatie van 250 gld ten laste van Reijer Jacopsz cuyper, een obligatie van 300 gld ten laste van de weduwe van Dirck Quispel, een obligatie van 150 gld ten laste van Maerten Arentsz op de volmolen, een rentebrief waaraan nog resteert 300 gld ten laste van Henrick Aldertsz scheepmaecker, een obligatie van 100 gld ten laste van Steffen Cornelisz te Uitgeest, uitgekeerd voor de meerderheid of beterschap van zijn voorschreven gedeelte 50 gld eens, een huis met erf binnen Haarlem op de Bakenessergraft waarin de voornoemde Christina Fredericx is overleden, de helft van de landen en bruikwaar te Raasdorp gekomen van Maritgen Pieters en Frederick Gerritsz van Sloten.
                                                                                                - Voor de kinderen van Jan Claesz: een rentebrief van 2700 gld ten laste van Griet Schoonen, de huurcedulle van de werf te Rustenburch importerende in kapitaal 300 gld, een erfpachtbrief op de volmolen van 700 gld, een rentebrief van 300 gld ten laste van Roeloff Claesz te Krommenie, een rentebrief van 400 gld ten laste van Berent Baltensz van 500 gld, een rentebrief van 200 gld ten laste van Evert van Dam cleermaker.
                                                                                                - Voor Willem Claesz: een obligatie ten laste van schepen Lambert Pondt houdende 1500 gld, een obligatie van 420 gld ten laste van Alijdt Suijckers, de somme van 300 gld in de obligatie van Jan backer houdende op Jacob Dircxz seijlmaecker, een brief of actie van 100 gld ten laste van Arent Theunisz, een obligatie van 200 gld ten laste van Jeroen Jacobsz de Ram smid, een stuk land in de Inlaech tegenwoordig gebruikt door Loos Kees Heyntgens geëstimeerd op 2600 gld.
                                                                                                - Voor Jacob Cornelisz van 't Spaerne in de naam van zijn huisvrouw Theunisgen Claes: een rentebrief van 1000 gld ten laste van Sijburch Jans op haar huis en erf op 't Spaerne, een bezegelde brief van 100 gld ten laste van Harck Thijsz molenaer buiten de Schalckwijckerpoorte, het land gelegen aan Pijlslaen groot 2 morgen 2 hond.
                                                                                                Op 8 november 1649 bekennen Pieter Woutersz en Dirck Woutersz, gebroeders, schuldig te wezen aan de erfgenamen van Crijstijna Fredricx, weduwe van Popijas van Paenderen, 750 gld, tegen de penning 20 als rente 1216.

                                                                                          Generatie XII (<XI, >XIII)

                                                                                          2386. (<1193) (>2398) Claes WILLEM FOEYTENSZ, overl. Warmond 1545 of 1546,
                                                                                              In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1544, vermeld onder 'huizen': Claes Willems zoons huis en erve, getaxeerd op 6 gld 's jaars 1217.
                                                                                          tr.
                                                                                          2387. (<1193) Pietertgen.
                                                                                              In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1553 wordt vermeld: Pietertgen, weduwe van Claes Willemsz, haar eigen huis waar zij in woont, getaxeerd op 6 gld 5 groten 1218.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Catharina CLAESDR, tr. Dirck Jansz den ROOMSCHEN, geb. ca. 1526  426, baljuw en schout van Warmond, overl. tussen 7 mei 1588 en 23 sept. 1589.
                                                                                                  Op 23 september 1589 legateert Cateryn Claesdr, weduwe van Dirck Jansz den Roomschen in zijn leven baljuw en schout van Warmond, aan de kinderen van Meynsgen Jacopsdr, huisvrouw van Jan Janssoon Swaeck, wonende te Warmond, twee van haar beste koeien uit haar na te laten boedel, de bruikwaar van de landen van de heer van Warmond en de kerk van Warmond die zij tegenwoordig gebruikende is, en 100 gld, alles in vruchtgebruik voor Meynsgen Jacopsdr 1219.
                                                                                                  In Warmond verklaart in 1589 Trijntgen Claesdr, weduwe van Dirck Jansz den Roomschen in zijn leven schout, met Jan Jacobsz scheepmaker en Willem Baertouts, haar neven en voogden, mede vervangende alle gemene erfgenamen van wijlen Dirck Jansz, dat haar man op 27 september 1587 verkocht heeft aan Cornelis Gerritsz snijder een huisje, belend ten noordoosten Alit Pietersdr, ten zuidwesten Willem Vranckens met zijn hofstede, ten noordwesten Pieter Willemsz 1220.
                                                                                                  Op 20 oktober 1582 testeren Dirc Jansz den Roomschen, schout te Warmond, en Katharyna Claesdr zijn huisvrouw, beiden kloek en gezond, bepalende dat de langstlevende in lijftocht zal hebben hun hofstede in Warmond waar zij nu in wonen, met nog het morgen land in Oegstgeest op de Oudendam. Bij het overlijden van de eerste van hen beiden zal Aechte Jansdr, dochter van Jan Jansz Swaec geteeld bij Meynsgen Jacobsdr hun (haar) nicht, 60 gld krijgen, als beloning dat voorschreven Meynsgen in de jaren 1574 en 1575 hun huisstede waargenomen had en hun alle behulpzaamheid daarin verleend heeft. Hij legateert aan Jaentgen Adriaensdr, dochter van Adriaen Adriaensz, weduwe te Naaldwijk, 12 gld, en institueert in vijfdeparten als zijn erfgenamen Geertruyt Jansdr zijn zuster, de kinderen en kindskinderen van Claes Jansz zijn broer, de kinderen van Jonge Dirck Jansz zijn broer, de dochter Neeltgen Willemsdr van zal. Willem Jansz zijn broer, de dochter van zal. Jaentgen Jansdr te Naaldwijk zijn zuster, met zijn broers als vruchtgebruikers van hun kinderen en verkrijgers van zijn kleren en geweer. Zij legateert aan Meynsgen Jacobsdr haar zusters dochter haar allerbeste rok met haar beste huik, aan Pietertgen Michielsdr dochter van Michiel Claesz haar beste „coerse”, en institueert in vijfdeparten als haar erfgenamen Duyffgen Claesdr haar zuster, de kinderen van Michiel Claesz haar broer, de kinderen van zal. Aechte Claesdr haar zuster, de zoon van zal. Cornelis Claesz haar broer gewonnen bij Jaepgen Pietersdr, de kinderen van zal. Marye Claesdr haar zuster, waarbij de kinderen van Dirc Jacobsz, timmerman, zoon van Aechte Claesdr, in hun vaders plaats treden, en Michiel Claesz de lijftocht van zijn kinderen zal hebben. 1221
                                                                                                  Op 7 mei 1588 testeren Dirck Jansz den Roomschen, schout te Warmond, en Catherina Claesdr, man en wijf, kloek en gezond, waarbij ze bepalen dat de langstlevende in lijftocht zal blijven bezitten hun hofstede te Warmond en 1 morgen land te Oegstgeest op de Dam, en dat bij het overlijden van de eerste van hen beiden de vier tegenwoordige kinderen van Jan Jansz Swaeck geteeld bij Meijnsgen Jacopsdr hun nicht, met namen Jan, Jacop, Marijtgen en Aechgen, vooruit uit hun boedel een losrentebrief van 6 gld 5 st 's jaars ten laste van Cornelis Gerijtsz buurman te Warmond zla hebben, als beloning omdat Meijnsgen Jacopsdr in de jaren 1574 en 1575 hun huizinge waargenomen heeft en alle hulp verleend heeft. Hij institueert in vijfdeparten als erfgenamen Jonge Dirck Jansz zijn broer, Geertruyt Jansdr zijn zuster, de dochter van wijlen Willem Jansz zijn broer, de dochter van wijlen Jaentgen Jansdr zijn zuster, en de kinderen en kindskinderen van wijlen Claes Jansz zijn broer, met vooruit aan Jonge Dirck Jansz zijn kleren, harnas en geweer, en aan de kinderen en kindskinderen van wijlen Claes Jansz een legaat van 100 gld. Zij prelegateert aan voorschreven Meijnsgen Jacopsdr haar zal. zusters dochter haar best rok met haar beste huik, item aan Pietertgen Michielsdr, de dochter van Michiel Claesz, haar zal. broer, haar beste „koersse”, en aan Willemtgen, de dochter van Marie Claesdochter haar zal. zuster haar beste lijfje, en institueert in vijfdeparten als haar erfgenamen Duijfgen Claesdr haar zuster, Claes Cornelisz de zoon vam Cornelis Claesz haar zal. broer, de kinderen van Michiel Claesz haar zal. broer, de kinderen en kindskinderen van Aechte Claesdr haar zal. zuster, en de kinderen en kindskinderen van Marie Claesdochter haar zal. zuster. 1222
                                                                                              2. Duijffgen CLAESDR, tr. 1° Claes POUWELSZ, tr. 2° Anthonis ROELANTSZ, timmerman te Warmond, laatst wedn. van Geertgen.
                                                                                                  In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1561 wordt vermeld, in het Westeynde: Duyff de weduwe van Claes Pouwelsz bruikt van anderen 14 hond maailand, 1½ hond weiland en nog 1½ hond weiland 1223.
                                                                                                  Op 11 mei 1577 verklaart Duyffgen Claesdr, huisvrouw van Anthonis Roelantsz, van Warmond, dat haar man en zijn goederen zijn aangeslagen en dat dienaars en „clumers” tot hun huis zijn gesteld, naar zij begrijpt ten verzoeke van de heer, vrouwe en baljuw van Warmond, niet wetende om welke zaak en niettegenstaande dat er een rechtszaak hangende is 1224.
                                                                                                  Op 15 juni 1588 testeren Anthonis Roelantsz en Duyffgen Claesdr, geëchte man en wijf wonende te Warmond. De langstlevende zal gebruiken hun beider huis en erve te Warmond, naast Jan Jacobsz Scheur aan de noordzijde. Hij legateert aan Adriana Anthonisdr, zijn onwettige dochter, en aan Claertgen Jan Thonisdr die genoemd is naar zijn eerste huisvrouw, en institueert zijn zoon Jan Anthonisz als erfgenaam [met nog een onduidelijke voorziening voor Adriana]. Zij institueert als erfgenamen haar zuster Catrijn Claesdr, weduwe van Dyrck Jansz den Roomschen, in zijn leven schout te Warmond, de kinderen en kindskinderen van haar zal. zuster Aechte Claesdr, de kinderen en kindskinderen van haar zal. zuster Marye Claesdr, de 6 kinderen van haar zal. broer Michiel Claesz, en de zoon van haar zal. broer Cornelis Claesz, in 5 parten, met een legaat van 50 gld aan de kinderen van Meynsgen Jacopsdr, dochter van haar zal. zuster Aechte Claesdr, en van 25 gld aan Claes Jansz, zoon van Jan Jacobsz Scheur, haar zusterszoons kind die naar haar man genoemd is. 1225
                                                                                                  In Warmond is in mei 1595 Engel Pietersz Coninck aan Duyffgen Claesdr, huisvrouw van Anthonis Roelantsz, een jaarlijkse losrente van 24 gld schuldig, hoofdsom 400 gld, met als onderpand 2 morgen 2 hond 50 roeden land, belend ten noorden Nanning Paetsz te Leiden, ten noordoosten de abdij van Rijnsburg, ten zuidoosten Anthonis Dammasz comparants zwager, ten zuidwesten comparant zelf, en verkoopt Anthonis Roelantsz dit land aan Engel Pietersz Coninck 1226.
                                                                                                  Op 22 juli 1595 testeert Duyffgen Claesdr, weduwe van Anthonis Roelantsz, kloek en gezond, aan haar zuster Catharyn Claesdr, weduwe van Dirck Jansz den Roomschen in zijn leven schout te Warmond, Claes Cornelisz timmerman, zoon van haar zal. broer Cornelis Claesz, de kinderen en kindskinderen van haar zal. zuster Aechte Claesdr, de kinderen en kindskinderen van haar zal. zuster Marye Claesdr, en de kinderen en kindskinderen van haar zal. broer Michiel Claesz, in 5 delen, behoudens dat Meynsgen Jacobsdr, de dochter van zal. Aechte Claedr, alleen het vruchtgebruik van haar gedeelte zal hebben 1227. Op 11 september 1599 maakt Duijffgen Claesdr een codicil bij haar testament, met vermelding van Elysabeth Adriaensdr, dochter van Anna Michielsdr wonende in Den Haag, dochter van zal. Michiel Claesz, en van Cryn Michielendochter, ook dochter van haar broer Michiel Claesz, en op 24 augustus 1600 testeert opnieuw Duyffgen Claesdr, weduwe van Anthonis Roelantsz, kloek en gezond, in 4 delen, aan Claes Cornelisz timmerman, de zoon van haar zal. broer Cornelis Claesz, de kinderen en kindskinderen van haar zal. zuster Aechte Claesdr, die van haar zal. zuster Marye Claesdr en die van haar zal. broer Michiel Claesz 1228.
                                                                                                  In Warmond verkopen op 8 februari 1601 Willem Baertoutsz als getrouwd hebbende Engeltgen Willemsdr, mede als voogd van Cornelis Foyten, zoon en erfgenaam van Machtelt Willemsdr diens moeder, Seger Adriaensz als man en voogd van Willempgen Henricxdr, Claes Henricxz, beiden mede als voogden van Adriaen Jacobsz nagelaten weeskind van Jacob Henricxz, Claes Cornelisz, Claes Michielsz, mede vervangende zijn broer en zusters, Jan Jansz Swaeck als man en voogd van Meynsgen Jacobsdr, Jacob Jansz Scheur, Claes Jansz Scheur en Cors Jansz Scheur, mede vervangende Lysbeth Jansdr hun zuster, Henrick Adriaensz nomine uxoris, Dirck Huygen nomine uxoris, Jacob Dircxz en Dirck Dircxz en Thonis Claesz als man en voogd van zijn huisvrouw, allen erfgenamen van Duyffgen Claesdr, in haar leven weduwe van Anthonis Roelantsz, tezamen voor 3 zesdeparten, Jan Anthonisz timmerman te Hazerswoude voor 2 zesdeparten en Mouring Pietersz voor 1 zesdepart, aan Tys Jacobsz, timmerman wonende te Warmond, een huizinge en erf, barg, schuur, enz., belend ten zuidoosten de Drooge Leede, ten zuidwesten en noordwesten Barber Foytendr weduwe van Gysbert Pietersz, ten noordoosten Cornelis Cornelis Vechtersz, belast met 8 st 's jaars, de ene helft aan de bezitters van de woninge van voornoemde Barber Foijten en de andere helft aan de bezitters van de hofstede van Jan Jacobsz Scheur, met als voorwaarde dat Tys Jacobs op de erf en huizinge geen scheepmakerij zal mogen doen maken of stellen, voor 642 gld, te betalen op meidagen 1601, 1602 en 1603 1229.
                                                                                                  In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1544 wordt vermeld: Claes Pouwelsz een huis en erve met 5 morgen 3 hond eigen, getaxeerd op 20 gld 's jaars 1230.
                                                                                                  In de kohieren van de 10e penning van Warmond staan de volgende vermeldingen. In 1553: Anthoenis Roelantsz die Wael zijn twee huizen met 2 hond land eigen, getaxeerd 's jaars voor 15 gld, in 1558: Anthonis Roelantsz de Wael zijn 2 huizen met 2 hond land eigen, voor 15 gld, en in 1561, in het Westeynde: Anthonis Roelantssoen die Wael 2 eigen huizen op 2 hond land, en nog eigen 2½ morgen 1½ hond toegemaakt land 1231.
                                                                                                  Op 15 februari 1576 leggen Willem Claesz Oudevliet, mede notaris publiek, oud omtrent 29 jaar, Arent Claesz van Leeuwen, omtrent 54 jaar, Jan Cornelisz Los van Warmond, omtrent 28 jaar, en Jacob Dircxz Onderwater, omtrent 32 jaar, verklaringen af ten verzoeke van Anthonis Roelantsz, over een geschil tussen Anthonis voorschreven en Cornelis Dircxz van Nyeuwecoop, baljuw van Warmond (deposanten hebben allen „nyet en willen verstaen”) 1232.
                                                                                                  In Warmond verkoopt op 27 december 1595 Jan Anthonisz, timmerman wonende te Hazerswoude, aan Mouwering Pietersz zijn zwager wonende te Warmond het huis en erve als Jacob Pietersz, brouwer te Leiden, van Anthonis Roelantsz, de vader van voorschreven Jan Anthonisz, had gekocht en comparant bij naasting had verkregen, belend ten noordoosten Cornelis Cornelisz waard, ten zuidoosten Harman Ariensz alias Bontetas, ten zuidwesten het Buyerpadt en Jan Anthonisz met de twee kleine huisjes en hun erven, ten noordwesten de Heerwech en Grietgen Joosten de weduwe van Cornelis Jansz den Ouwen met een huisje, en heeft Jan Anthonis met consent van Duyfgen Claesdr, weduwe van Anthonis Roelantsz, voor zover als haar helft aangaat, met assistentie van Willem Barthoutsz, aan voorschreven Mouwering Pieters de oude brieven overgegeven als hiervan in de boedel van Anthonis Roelantsz zijn gevonden 1233.
                                                                                              3. Maritgen CLAESDR, tr. 1° Willem Ysbrantsz den HAEN, wedn. van N.N., tr. 2° Henrick HUYGENSZ, geb. ca. 1518  426, overl. vóór 14 mei 1601, die hertr. met Neeltgen CORNELISDR.
                                                                                                  In Warmond delen in 1592 Heijnrick Huygensz boedelhouder van Neeltgen Cornelisdr zijn tweede huisvrouw was, ter eenre, Gerrit Cornelisz en Cornelis Cornelisz wezende twee voorzonen van Neeltgen Cornelisdr gewonnen aan Cornelis Gerritsz haar eerste man, Gerrit Cornelisz de Lange en Claes Jansz van der Wadding nu wonende te Zevenhuizen, omen en bloedvoogden van 's moeders zijde over Huijch Heynricxz, nagelaten onbejaard weeskind van wijlen Neeltgen Cornelisdr gewonnen bij voorschreven Heijnrick Huijgensz haar tweede man, ter andere zijde 1234.
                                                                                                  In Warmond verkopen in 1595 Heyndrick Huychgensz, Claes Heynricxz en Neeltgen Ariensdr, weduwe van Jacob Heynricxz, met Zeger Ariensz haar broer als voogd, aan Katrina Cornelisdr, linnennaaister, een stukje erf, belend ten noordoosten de heer van Warmond, ten zuidoosten en zuidwesten Neeltgen Ariensdr voornoemd, ten noordwesten Marrytgen Cornelisdr 1235.
                                                                                                  In Warmond in 1601 delen Claes Henricxz, Seger Adriaensz als getrouwd hebbende Willempgen Henricxdr, Sacharias Mathysz als voogd en Claes Henricxz en Seger Adriaensz als bloedvoogden van Adriaen Jacobsz, nagelaten onmondige zoon van Jacob Henricxz, en Huych Henricxz vergezelschapt met Cornelis Cornelisz zijn broer, allen kinderen, kindskind en erfgenamen van Henrick Huygen hun zal. vader en bestevader, verkopen Seger Adriaensz als getrouwd hebbende Willempgen Henricxdr, Claes Henricxz, ook als oom van Adriaen Jacobsz, weeskind van Jacob Henricxz, en Huych Henricxz, voor de ene helft, mitsgaders Cornelis Cornelisz, Gerit Cornelisz en voorschreven Huych Henricxz, kinderen en erfgenamen van Neeltgen Cornelisdr, in haar leven huisvrouw van Henrick Huygen, voor de andere helft, aan Cornelis Cornelisz op 't Zweylant, Cornelis Willemsz Visscher en Jonge Mary Jansdr ongehuwde persoon, omtrent 15 hond land op de Laeck, belend ten noordoosten de Laeck, ten zuidoosten Willeboort Symonsz, ten zuidoosten de kopers, ten noordwesten de kerk, en is de eigendom geregeld van 1½ hond geestland, belend ten noordoosten Huych Henricxz, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten Pieter Jansz nazaat van Jacob Henricxz, ten noordwesten de Lytwech, welk stuk land bij de scheiding van de boedel van Maritgen Claesdr, in haar leven huisvrouw van Henrick Huygen, tussen Henrick Huygen en zijn zonen Jacob Henricxz en Claes Henricxz, geomitteerd was, door de verkoop door Claes Henricxz, Zeger Adriaensz en de zoon van Jacob Henricxz van ¾ hiervan aan Huych Henricxz 1236.
                                                                                              4. Cornelis CLAESZ, tr. Jaepgen PIETERSDR.
                                                                                                  In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1561 wordt vermeld, in de Middelbuyrt: Cornelis Claesz bruikt zijn huis, barg en schuur met 17 hond eigen weiland, en bruikt van anderen 11 morgen 1½ hond toegemaakt land en maailand (van Margareta, weduwe van Bouwen Gerritsz, te Warmond), 4 morgen maailand, 1 hond teelland, ½ hond geestland, en heeft 1 morgen 1½ hond maailand in erfpacht 1237.
                                                                                              5. Michiel CLAESZ, alias Vachtgen, geb. ca. 1516  426, overl. tussen 20 okt. 1582 en 7 mei 1588, tr. N.N.
                                                                                                  In de kohieren van de 10e penning van Warmond staan de volgende gegevens. In 1553: Michghiel Claesz zijn huis en schuur met het erfje waarop het staat eigen, getaxeerd voor 6 gld 5 st, in 1558: Michiel Claessen bruikt van zijn wijfs moeder 3 morgen land en 2 hond met huis en barg, voor 40 gld 's jaars, en in 1561, in het Westeynde: Michiel Claesz bruikt zijn huis en schuur met 1 hond land, en bruikt nog van Cornelis Bronchorst te Voorhout 4 morgen 2 hond toegemaakt land 1238.
                                                                                                  Op 4 oktober 1576 verklaart Michiel Claesz, buurman te Warmond, oud omtrent 66 jaar, dat hij zekere tijd aleer Neel Heymans dochter van haar kind beviel ontboden is geweest ten huize van Anthonis Roelantsz, mede buurman te Warmond, zijn zwager, die hem vroeg hoe hij in de zaak van Neel Heymans voornoemd zou handelen, daar hij begreep dat Neel Heymans hem 't kind op zou zweren, waarop deposant antwoordde dat hij hem geen raad wist te geven en aan dezelfde Anthonis vroeg „Ghy weet wel off ghy by haer Marien Neel Heymans voornoemt geweest zyt dan nyet”, waarop Anthonis aan deposant bekende dat hij bij haar geweest was 1239.
                                                                                              6. Aechte CLAESDR, zie 1193.
                                                                                            2396. (<1198) Gerrit JANSZ,
                                                                                            tr. 2° Dieuwer SYMONSDR,
                                                                                            tr. 1°
                                                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                                                              1. Huyg GERRITSZ, tr. N.N.
                                                                                            2397. (<1198) Marrigen JACOBSDR.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Jan GERRITSZ, zie 1198.
                                                                                            2398. (<1199) (>4796, >4797) Willem FOEYTENSZ.
                                                                                                Bij een verpachting door het convent van de 11000 Maagden op woensdag na Pasen 1542 vermeld: Foijt Willemsz en Claes Willemsz, gebroeders en buurlijden te Warmond 813.
                                                                                                     Uit onbekende relatie(s):
                                                                                                1. Foyt WILLEMSZ, tr. Maritgen.
                                                                                                    Vermeld als pachters van het convent van de 11000 Maagden: onder 'Oegstgeest' 1541-1546, Foijt Willemsz buurman in Warmond, 2 kampen land op de Poel, 5 jaar lang voor 38 Rijnse gld, onder 'Warmond' 1548, Jan Mourynsz, Cornelis en Mathijs Foijtsz twee gebroeders, met hun drieën 7 morgen land min 1 hond 5 jaar lang ingaande 1544, voor 75 Rijnse gld 's jaars, onder 'Oegstgeest' Cornelis Foijtensoen en Mathijs Foijtensoon gebroeders, buurmannen van Warmond, 2 kampen land, een van 4 morgen, de andere 10½ hond, ingaande 1546, voor 43 gld, in 1554 Cornelis en Mathijs Foytenszoonen gebroeders 6 morgen land, waar zij nog een jaar huur aan haden, verlengd voor 7 jaar, voor 43 gld, onder 'Warmond' Cornelis en Heynric Foytenz en Gijsbrecht Jan Mouwerynsz tezamen ingehuurd 7 morgen land min 1 hond voor 9 jaar, voor 57 gld en 3 goede kapoenen of 15 st 813.
                                                                                                2. Claes WILLEM FOEYTENSZ, overl. Warmond 1545 of 1546, tr. Pietertgen.
                                                                                                    In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1544, vermeld onder 'huizen': Claes Willems zoons huis en erve, getaxeerd op 6 gld 's jaars 1217.
                                                                                                    In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1553 wordt vermeld: Pietertgen, weduwe van Claes Willemsz, haar eigen huis waar zij in woont, getaxeerd op 6 gld 5 groten 1218.
                                                                                                3. Maritgen WILLEM FOEYTENDR, zie 1199.
                                                                                              2400. (<1200) Dirck Pietersz LARUM.
                                                                                                  In 1543 wordt in Lisse voor de tiende penning Dirck Pietersz Larum voor eigen land en bruiklanden met de huizinge, groot tezamen 8 morgen, getaxeerd op 15 gld 15 st, waarover de tiende penning 31 stuivers 6 penningen 's jaars bedraagt 1240.
                                                                                                       Uit onbekende relatie:
                                                                                                  1. Jonge Dirck Dircxz van LARUM, geb. ca. 1485, zie 1200.
                                                                                                2404. (<1202) (>4808) Jan DAMMASZ,
                                                                                                    De abdij Leeuwenhorst verhuurt in 1504 onder „Lys” voor 10 jaar aan Jan Dammasz een akker geheten de Roesenacker, strekkende van de Lysbroick tot aan de banheining, die zijn vader Dammas Symonsz in huur placht te hebben, voor 6 stuivers 1 oortje 's jaars, en in 1515 onder „Sassenem” voor 10 jaar aan Jan Dammasz te Lisse een stuk geestland genaamd de Roeseacker gelegen aldaar oostwaarts van zijn woning en land strekkende van de Lysbroeck tot aan de banheining, en nog omtrent 2 morgen broekland gelegen in de Nessen in het ambacht van Sassenheim, voor 6 pond Hollands en 12½ stuiver 's jaars (in 1525 verhuurd aan Cornelis Jacobsz) 1241.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Cornelis JANSZ.
                                                                                                      Onder 'Sassenem' verhuurt de abdij Leeuwenhorst ingaande 1535 voor 9 jaar aan Cornelis Jan Dammasz een stuk geestland geheten de Roesenacker gelegen aldaar [bedoeld zal zijn „Lisse”] oostwaarts van zijn woning en land, strekkende van de Lysbroeck tot aan de banheining, en nog omtrent 2 morgen broekland gelegen aan de Nessen in het ambacht Sassenheim, voor 9 ponden Hollands van 30 groten Vlaams (in de kantlijn „dit bruijckt Dammas Jansz Cornelis voirscreven zijn broeder was”) 1242.
                                                                                                  2. Dammas JANSZ, zie 1202.
                                                                                                2408. (<1204) (>4816) Dirck VRANCKENSZ, geb. ca. 1470, kastelein van kasteel Dever,
                                                                                                    In 1532 verhuurt onder 'Alckemade' de abdij Leeuwenhorst voor 9 jaar aan Dirck Vranckensz een kamp broekland van wel 2½ morgen groot, genaamd 'den langhen acker', voor 4 pond van 30 groten Vlaams, in 1541 voor 9 jaar voor 4 pond 5 schellingen 4 penningen Hollands (in later schrift: Dirck Henrics in Zevenhuysen), en in 1549 een kamp broekland groot 2½ morgen in Alkemade, belend ten oosten Dirck Vranckensz zelf, ten zuiden Dirck voorschreven en Huijch Gerytsz, ten westen Pieter Lijclaesz met zijn eendekooien, ten noorden Jan Claesz, voor 5 pond Hollands (in de kantlijn: Dirck Hendricx in de Zevenhuysen) 1243.
                                                                                                    In Lisse wordt voor de tiende penning in 1543 Dirck Vranckensz voor woninge met eigen en bruiklanden van 30½ morgen getaxeerd op 104 gld 's jaars, waarover de tiende penning 10 gld 8 st bedraagt, in 1544 wordt Dirck Franckensz voor gebruik van 27½ morgen land waar huizingen op staan op 98 gld en voor nog 3 morgen op 6 gld getaxeerd, waarbij de huizingen afgetrokken zijn voor 10 gld het huis 1244. Op 14 juni 1546 vindt een verkoop plaats van een leen ten overstaan van Dirck Vranckenz, kastelein van het huis te Lisse, bij afwezigheid van de leenheer van de hofstad [Dever] te Lisse 1245.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Vranck DIRCXZ, zie 1204.
                                                                                                2410. (<1205) Dirck Willemsz van CASTRICUM, kerkmeester van Lisse,
                                                                                                    Op 19 december 1542 wordt Dirck Willemsz genoemd als een kerkmeester van Lisse 1246. In Lisse voor de tiende penning wordt in 1543 Dirck Willemsz getaxeerd voor eigen en bruiklanden met de hofstede van 33 morgen op 80 gld, waarover hij voor de tiende penning 8 gld. moet betalen, wordt in 1544 Dirck Willemsz getaxeerd voor het gebruik van 16 morgen op 41 gld, voor nog 18 morgen waar samen een huis op staat op 42 gld, waarbij voor het huis 6 gld afgetrokken is, ook genoemd als ambachtsbewaarder van Lisse, en wordt in 1553 Dirick Willemsz getaxeerd voor 10 morgen 4½ hond land op 30 gld, voor nog 4 morgen 5½ hond op 18 gld, voor 11 hond lageveens land op 19 gld, voor het gebruik van een woning van Aernt van Duvenvoorde groot 18 morgen op 85 gld, voor 1 morgen ½ hond van Mr Joost te Leiden op 3 gld 10 st, voor 2 hond van de pastorie van Sassenheim op 15 st, voor 1 hond van de kerk van Lisse op 30 st 834.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Trijntje Dircxdr van CASTRICUM, zie 1205.
                                                                                                2414. (<1207) Liclaes, alleen bekend van 2 zoons en 2 dochters,
                                                                                                    In Haarlem compareren op 11 juli 1574 Matthys Willemsz inwoner dezer stede, als man en voogd van Neele Jansdochter, ook voor Reyer en Floris Janszonen zijn gezwagers, mitsgaders voor Maritgen, Anna en Grietgen Jansdochteren, zusters van zijn huisvrouw, Wouter Zybrantsz, als man en voogd van Cuniera Jansdochter, en Anthonis Vranckesz van Lisse als man en voogd van Barbara Jansdochter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Hillegondt Lycken van Heemstede, Lenert Cornelisz, ook voor Hubert en Engbert Corneliszonen, mitsgaders Haese, Maritgen, Alydt, Griete en Weyntgen Cornelisdochteren, allen kinderen van wijlen Cornelis Liclaeszoon, mitsgaders nog Willem Matthysz en Neeltgen Mathysdr, vervangende gezamenlijk Dirick Matthysz, en Griete Mathysdr, allen kinderen van wijlen Thijs Liclaesz, tezamen erfgenamen van wijlen Engeltgen Lycken hun moei, die constitueren Louff contra Jan Henricxz, nagelaten weduwnaar van dezelve Engeltgen, en alle anderen des nood zijnde 1247.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Hillegondt LYCKEN, zie 1207.
                                                                                                  2. Cornelis LICLAESZ.
                                                                                                  3. Thijs LICLAESZ.
                                                                                                  4. Engeltgen LYCKEN, overl. vóór 11 juli 1574, tr. Jan HENRICXZ.
                                                                                                2422. (<1211) Cornelis,
                                                                                                tr.
                                                                                                2423. (<1211) N.N.,
                                                                                                    In Voorhout compareren in 1598 Marytgen Pietersdr weduwe van Florys Claesz opt Endt te Rijnsburg, geholpen door Lodewyck de Ruwe schout te Rijnsburg, voor de helft, Jan Cornelisz Monnickeman te Heemstede, Claes Lenertsz man en voogd van zijn huisvrouw te Hillegom, Arys Ariensz man en voogd van zijn huisvrouw te Hillegom, broerskinderen van Florys Claesz, Huybert Reyersz te Valkenburg, Pouwels en Jan Reyerszonen te Katwijk op de Rijn, Dirck Reyersz en Job Adriaensz man en voogd van zijn huisvrouw te Hillegom, Maerten Gerytsz te Voorhout, ook met procuratie van Neeltgen en Lysbet Gerytsdrs zijn zusters, allen broederskindskinderen, tezamen voor 1/5 (van de helft), Dirck Jansz en Dirck Jeroensz man en voogd van zijn huisvrouw, beiden te Katwijk op Zee, Aernt Jansz te Katwijk op de Rijn en Arie Jansz Block te Hillegom, tezamen voor een 1/5, Jonge Pieter Cornelisz te Noordwijkerhout en Jan Florysz te Rijnsburg als man en voogd van hun huisvrouw, broederskinderen, voor 1/5, Jan Huygensz bleycker te Leiden, Reyer Huygensz te Heemstede, Jeroen Jacobsz van Tetroede in de Vogelezang, Lenert Cornelisz te Heemstede en Pieter Jansz te Voorschoten als man en voogd van hun huisvrouw, voornoemde Jan Huygensz als procuratie hebbende van Jan Claesz van Zantvliet bleycker te Lisse als vader en voogd van zijn 3 onmondige kinderen bij Anna Pietersdr zijn huisvrouw, en van Zyvert Claes van Zantvliet te Lisse man en voogd van zijn huisvrouw, allen zusterskinderen en zusterskindskinderen, voor een 1/5, Arien Henricxzoon te Hillegom man en voogd van zijn huisvrouw zusterskind en Pieter Maertsz te Sassenheim zusterskindskind, tezamen voor 1/5, allen erfgenamen van voorschreven Florys Claesz.
                                                                                                    Zij verkopen aan Warbout Woutersz wonende te Rijnsburg een perceel weiland van omtrent 12½ hond gelegen omtrent de Elstgeesterweg, belend ten oosten Warbout Woutersz voornoemd, ten zuiden de abdij van Rijnsburg, ten westen en noorden Reymont van Zonnevelt te Leiden, belast met een losrente van 3 gld 's jaars aan de weduwe van Cornelis Claesz opt Endt te Rijnsburg, voor een schuldbrief van 2025 gld, en aan Willem Cornelisz Ket wonende te Rijnsburg een perceel weiland van omtrent 1 morgen, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Bouchorst te Rijnsburg met bruikwaar, ten zuiden en westen de abdij van Rijnsburg, ten noorden Jacob Willemsz schoemaecker, belast met een jaarlijkse thijnspenning, voor een schuldbrief inhoudende als rest 650 gld, met Cornelis Dircxz Ket, vader van de koper, als borg 1248.
                                                                                                tr. 2° Claes FLORISZ.
                                                                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                                                                  1. Jan CORNELISZ, tr. N.N.
                                                                                                  2. Cornelis CORNELISZ, tr. N.N.
                                                                                                      In Hillegom verkopen in 1634 een gemachtigde van de erfgenamen van Andries Adriaensz Bos, in zijn leven wonende te Hillegom, voor de ene helft, en een gemachtigde van der erfgenamen van Neeltgen Cornelisdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Andries Adriaensz, voor de andere helft, haar erfgenamen zijnde Dirck Reyersz, Geertgen Reyersdr, Franchyntge Lourisdr huisvrouw van Huybert Reyersz, van wege diens indispositie, ook als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Cornelis Cornelisz gewonnen bij Neeltgen Cornelisdr, Cornelis Claes Voyer, Cornelis Fransz, Symon Bouwensz als getrouwd hebbende Maertgen Fransdr, Abraham Jansz van Velsen als man en voogd van Aechten Pouwelsdr, en Adriaen Reyersz, aan Pieter Cornelisz van Syp een stuk wei- of hooiland in de Hoge Vennen, groot 11 hond 65 roeden, belend ten noorden Gerrit Jacobsz Hilst, ten oosten Marytgen van Berckerode, ten zuiden Cornelis Claesz van Sgravemade, ten westen de Vaert, voor twee custingbrieven van elk 825 gld (geroyeerd op 29 maart 1637), verkopen in 1635 dezelfde verkopers uitgezonderd Adriaen Reyersz aan Adriaen Reyersz een woninge als huis, schuur, barg, geboomte, met 3 morgen 378 roeden land wei- en teelland aan de Beecklaen, belend ten oosten de Wildedonck, ten zuiden de Beecklaen, ten westen Marytgen van Berckenrode, ten noorden de koper, voor twee custingbrieven van elk 2050 gld, en nog aan Gerrit Gerritsz Schouten, brouwer in de Witte Oliphant te Haarlem, een stuk wei- of hooiland in de Hoge Vennen, van 2 morgen 48 roeden, voor twee custingbrieven van elk 500 gld 1249.
                                                                                                  3. Geertgen CORNELISDR, tr. Huych.
                                                                                                  4. Grietgen CORNELISDR, zie 1211.
                                                                                                       Uit het tweede huwelijk:
                                                                                                  1. Cornelis Claesz op 't ENDT, tr. Neeltgen GERRITSDR  1250, dr van Gerrit Claesz van DAM en Griet boumoers.
                                                                                                      Op 24 juli 1575 verklaren Geryt Dircxz van Oegstgeest en Coen Woutersz schout van Rijnsburg ten verzoeke van Neeltgen Gerytsdr, weduwe van Cornelis Claesz van Rijnsburg, dat requirante de 5 morgen land in huur van het Sinte Katrynengasthuys te Leiden, liggende in 't ambacht van Voorhout, door belet van de vijanden in '73 en '74 niet gebruikt heeft, noch enig profijt ervan gehad heeft 1251.
                                                                                                  2. Floris Claesz op 't ENDT, tr. Marytgen PIETERSDR.
                                                                                                      Op 16 juli 1567 wordt in het proces bij het Hof van Holland van de voogden van de nagelaten weeskinderen van Claes Lambrechtsz, in zijn leven wonende te Rijsnburg, geprocreëerd bij Clara Woutersdr, tegen Floris Claesz te Rijnsburg, die gedaagde was om betaling te doen van 400 carolusgulden en niet compareerde, de gedaagde gecondemneerd de voorschreven somme te betalen 1252.
                                                                                                      Op 8 augustus 1585 institueert Floris Claeszoon wonende te Rijnsburg, wezende ziekelijk van lichaam te bedde liggende, als zijn erfgenamen Cornelis Cornelisz en Grietgen Cornelisdr, zijn halve broer en zuster, de kinderen van zal. Cornelis Claesz zijn volle broer, de kinderen van Jan Cornelisz zijn halve broer, en de kinderen van Geertgen Cornelisdr zijn halve zuster, elk een vijfdepart, en wordt op 11 augustus 1585 getuigenis geleverd, met andere inwoners van Rijnsburg, door Marytgen Pietersdr, huisvrouw van Floris Claesz 1253.
                                                                                                2424. (<1212) (>4808) Gerrit DAMMASZ.
                                                                                                    Volgens aantekeningen in het zgn. lange boek van wijlen Ir A.F. de Graaff te Lisse had Dammas Gerritz Cluft tot vader Gerrit Dammasz, die een broer Jan Dammasz had, overleden in 1522 en getrouwd met ene Alijd, met een dochter Niesgen Jansdr getrouwd met Gerrit Jacobsz Wittebol 1254.
                                                                                                         Uit onbekende relatie:
                                                                                                    1. Dammas Gerritsz CLUFT, zie 1212.
                                                                                                  2464. (<1232) Symon den ELSEN.
                                                                                                      In 1525 is Claes Heynricsz aan het St. Catharinagasthuis te Leiden 15 st 's jaars schuldig, voor 't eerst in 1524, voor een huis in Voorschoten bij het kerkhof, gegeven aan het gasthuis door Symon Symensz te Voorschoten, in 1526 is in het maanboek van het gasthuis als huurder „Symon Elsen tymmerman” vermeld (achterin staat nog dat Symon Elssen tymmerman in 1524, 1525 en 1526 3 pond Hollands betaald heeft), en in 1530 is Pieter van Ryn de huurder van het huis „deet Symon den Elssen tymmerman was” 1255.
                                                                                                           Uit onbekende relatie:
                                                                                                      1. Louris Symonsz den ELSEN, zie 1232.
                                                                                                    2472. (<1236) Cornelis JORISZ opten Ommedijck.
                                                                                                        In 1542 is Neel Jorisz opten Ommedijck in het morgenboek van Zoeterwoude van 1542 eigenaar en gebruiker van het land van 14 morgen 25 roeden waar het huis op staat, ook van nog 7½ m 1 h 34 r, gebruiker van 3 m 84 r waarvan de weduwe van Dirck Ghysberts Roesenburch eigenaar is, en eigenaar en gebruiker van de Noeterdijck, groot 5 hond 41 roeden (ook komen nog Jonge Neel Jorisz, Oude Neel Jorisz en Neel Jorisz zonder meer voor, van wie identificatie met Neel Jorisz opten Ommedijck twijfelachtig is) 1256.
                                                                                                        In het kohier van de 10e penning van Stompwijk van 1543 gebruikt Neel Jorisz 11½ morgen met een huis in erfpacht (waarovoor hij 16 gld 's jaars schuldig is, volgens een bijschrift later 8 gld meer), gebruikt hij nog 6 morgen op verscheidene plaatsen, en heeft hij 2½ m 2 h en 1½ h verloren land 1257. In het kohier van de 10e penning van Stompwijk van 1553 gebruikt Cornelis Joerijs tot Stompick 10 hond huurland van de Commandeur te Haarlem, zijn eigen woning met 19 morgen land, en 2½ morgen slagturfland dat verloren land is, en heeft Cornelis Jorijs op 30 september 1553 de eed gedaan 1258.
                                                                                                        In het morgenboek van Stompwijk en Wilsveen van omstreeks 1555 staat Cornelis Jorysz tot Stompick met 23 morgen 1 hond 1259. In het kohier van de 10e penning van Stompwijk van 1561 heeft Cornelis Jorysz een woning met 2 huizen daarop staande met 19 morgen eigen hooi- en weiland, nog 10 hond hooi- en weiland van de Commandeur te Haarlem, en nog 2½ morgen verloren dobben 1260. In het morgenboek van Zoeterwoude van 1564 staat Cornelis Jorijsz als gebruiker van eigen, huur- of pachtland, tezamen 24 morgen, aan de Ommedijck, en in dat van 1568 gebruikt of verhuurt Cornelis Jorysz 24 morgen 1261.
                                                                                                             Uit onbekende relatie:
                                                                                                        1. Claes NEEL JORISZ, zie 1236.
                                                                                                      2474. (<1237) (>4948) Pieter Willemsz van RIJN, overl. vóór of in 1542,
                                                                                                          In 1523 doen deken en het gemene kapittel van St. Pancras binnen Leiden kond dat zij in erfpacht uitgegeven hebben aan Pieter Willemzn van Ryn 16 morgen land in het ambacht van Zoeterwoude in de ban van Stompwijk, genaamd het Poelweer, belend ten noorden de Vliet, ten zuiden Reyer Janszn, ten westen heer Jan van Duyvenvoerde, ten oosten de Hofflaen, jaarlijks voor 16 gouden Philippusguldens, het eerst in het jaar 1524, en bekent Pieter Willemsz van Ryn voor Ghysbrecht van Zweeten, ambachtsheer en schout van Zoeterwoude, bovengenoemde Poelweer in eeuwige erfpacht ontvangen te hebben en belooft hij met Lourys Jacopzn, Daniel Willemszn, Lourys Willemsz en Cornelis Willemszn als borgen de gestelde voorwaarden te onderhouden, welke borgen garant zullen zijn voor het toegemaakt blijven van 6 morgen van de 16 morgen 1262. Pieter Willemsz van Rijn pacht 16 morgen land aan de Vliet in Zoeterwoude, banne Stompwijk, van het kapittel van St. Pancras in Leiden, als vermeld in 1512, 1523 („in erfpacht gegeven”) en 1533, welk land op 5 januari 1544 overgegaan is op Maritgen Louwerisdr, de weduwe van Pieter Willemsz van Rijn, met Pieter Willems [sic] haar oudste zoon. In 1552 is Maritgen Lourisdr, wonende te Voorschoten, overleden en is het goed overgegaan op haar kinderen, in 1553 overgedragen door de erfgenamen op Cornelis Pietersz van Rijn. 1263
                                                                                                          In het morgenboek van Zoeterwoude van 1542 wordt vermeld Mary Pieter van Rijns weduwe met haar kinderen, eigenaar en gebruikster in erfpacht van 17 m 4 h 30 r (tussen de Stompicker wech en de Goowech), heer Jan van Duvenvoirde ridder en meer eigenaars, met als gebruikster Pieter van Rijnen weduwe, van 4½ m 3½ h 39 r (idem), en Maritgen Pieter van Ruynen weduwe met Thonis Aertsz, eigenaars en gebruikers van houtland groot 4½ h 27 r (tussen de Stompicker wech en de Ommedyck) 1264. In het morgenboek van Voorschoten van 1544 zijn er vier vermeldingen van Pieter Willemsz als gebruiker, van opv. 284 r, 13 m 556 r, 9 m 8 r en 7 m 388 r, en twee vermeldingen van Pieter Willemsz als eigenaar en gebruiker, van opv. 473 r en 3 m 594 r, waarvan vermoedelijk sommige of alle betrekking hebben op Pieter Willemsz van Rijn 1265.
                                                                                                          In het kohier van de 10e penning van Voorschoten van 1544 wordt vermeld Martge weduwe van Pieter Willemsz, met haar woning met 11 morgen eigen land waar het huis op staat, met 3 morgen land in erfpacht in Stompwijk, belend ten oosten Martge zelf, ten westen Jan Claes Symonsz, met 16 morgen in erfpacht in Stompwijk, belend ten oosten de Hofflaen, ten westen heer Jan van Duivenvoorde, en met 4 hond land huurwaar in Voorschoten 1266.
                                                                                                          In Stompwijk verkopen in het openbaar in 1607 Joris Dircxz wonende te Rijswijk als man en voogd van Maritgen Lenertsdr, dochter van wijlen Lenert Pietersz van Ryn, Pieter Dircxz van Ryn, Mees Gerritsz man en voogd van Maritgen Dircxdr, Joost Jacopsz man en voogd van Aeriaentgen Dircxdr, kinderen van wijlen Dirc Pietersz van Ryn tezamen wonende in Haagambacht, Cornelis Cornelisz van Ryn wonende in de banne voorschreven, zoon van Cornelis Pietersz van Ryn, ook als oom van vaderszijde en moederszijde mitsgaders Willem Louwen wonende te Voorschoten oom van moederszijde, Pieter Dircxz voorschreven en Thonis Ghysen behuwde omen van moederszijde, tezamen voogden van de twee onmondige kinderen van wijlen Pieter Cornelisz van Ryn mede zoon van Cornelis Pietersz van Ryn voorschreven, met consent van de schout, burgemeesters en weesmeesters van Den Haag, Cornelis, Joris en Aeriaen Claeszonen mitsgaders Pieter Pietersz Colyn man en voogd van Maritgen Claesdr, kinderen van wijlen Claes Neel Jorisz gewonnen bij Machtelt Pietersdr van Ryn, tezamen wonende te Stompwijk, Pieter, Cornelis, Jan en Claes Huygenszonen, kinderen van wijlen Huych Louwensz gewonnen bij Jannetgen Pietersdr van Ryn, Grietgen en Catharina Cornelisdochters wonende in Den Haag, geassisteerd met Mees Gerritsz voornoemd, kinderen van Cornelis Gerritsz gewonnen bij Maritgen Pietersdr van Ryn, altezamen erfgenamen van wijlen Louris Pietersz van Ryn, in zijn leven gewoond hebbende in Den Haag, hun oom en oudoom, voor de ene helft, en de broers en zusters van wijlen Annetgen Willemsdr, in haar leven huisvrouw van Louris Pietersz van Ryn, of hun kinderen (allen met namen genoemd), benevens door Pieter Huijgens, aan Willem Claesz Schouten van Ryn wonende te Voorschoten omtrent 6 morgen land in Voorschoten, belend ten oosten Louris Meesz wonende te Voorschoten, ten zuiden de Meerburger wateringe, ten westen Cornelis Jan Cornelisz, ten noorden de Vliet, belast met 10 pond Hollands eeuwige pacht.
                                                                                                          De hiervoor genoemde verkoop gebeurde onder zekere beschreven voorwaarden ten aanzien van Pieter Huygensz, mede erfgenaam, zoon van Huych Willemsz. Meteen na de koop laat de koper, Willem Claesz Schouten, alles aan de voornoemde Pieter Huygensz, en dragen de erfgenamen hun portie op aan Pieter Huygensz voor 2400 gld, te betalen de ene helft gereed en de nadere helft mei 1608 toekomende. Op dezelfde dag bekennen Pieter Huygensz van Noort wonende te Voorschoten als principaal, mitsgaders Willem Claesz Schout van Ryn en Willem Lourisz van Noort, mede wonende aldaar, aan de erfgenamen van wijlen Louris Pietersz van Ryn en Annitgen Willemsdr, in hun leven gewoond hebbende in Den Haag, een schuld van 2400 gld (voldaan op 26 april 1650). Verder verkopen de erfgenamen aan Cornelis Jansz wonende te Voorschoten omtrent 3 morgen 2½ hond land gelegen in Voorschoten, belend ten oosten Cornelis Mees botercooper te Leiden, ten zuiden Huych Adriaensz mede wonende te Leiden, ten westen Pieter Pietersz Buyer te Voorschoten, ten noorden de Meerburger wateringe, belast met 35 'comens grooten' 's jaars toekomende de kerk te Zoeterwoude, voor 1100 gld, te betalen de ene helft gereed en de andere helft mei 1608 toekomende, waarna Cornelis Jansz en Jan Dircxz als borg, beiden wonende te Voorschoten, hiervoor schuld bekennen 1267.
                                                                                                      tr.
                                                                                                      2475. (<1237) (>4950) Maritgen LOURISDR, overl. 1552.
                                                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                                                        1. Willem Pietersz van RIJN.
                                                                                                            In het morgenboek van Zoeterwoude van 1542 is Willem Pietersz van Rijn eigenaar en gebruiker van 2 morgen 58 roeden tussen de Stompicker wech en de Ommedijck 1268. In het kohier van de 10e penning van Voorschoten van 1553 heeft Willem Pietersz van Ryn zijn woning met 2 morgen eigen hoog geestland, nog 8½ hond land als leengoed, en nog de helft van 3 morgen 3 hond als huurwaar van de Wezen te Leiden met de andere helft in erfpacht 1269.
                                                                                                            In het boek van de morgentalen van Stompwijk, begonnen kort vóór 1600, heeft de weduwe van Louwrens Symonsz [den Elsen] 5 hond gekomen van Willem Pietersz van Ryn (tussen de Stompwycxe wech en de Vliet), heeft Gielis Adriaensz land van Willem Pietersz van Ryn eertijds gekomen van Maritgen Pier van Rynen, gemeten op 11 hond (tussen de Stompwycxe wech, de Wilsveense wech en de Ommedyck), heeft Cornelis Pietersz Ploger land van Reyn Joachimsz eertijds gekomen van Willem Pietersz van Ryn, in het geheel gemeten op 2 morgen 58 roeden (idem), en heeft Pieter Louris Symonsz [den Elsen] land van Willem Pietersz van Ryn, in het geheel gemeten op 3 morgen 60 roeden 1270.
                                                                                                            In Voorschoten is in 1577 Willem Pietersz van Ryn eiser tegen Truytgen Willemsdr, weduwe van Dirck Adryaensz, te Voorburg, verkoopt in 1583 Willem Pietersz van Ryn, buurman te Voorschoten, aan Cornelis Jansz een woning, huis, barg, schuur, potinge en plantinge, met 2 morgen 2 hond land, belend ten oosten de Hoffwech, ten zuiden Philips Jorisz, ten westen Willem Jansz, ten noorden de gemene Lijdtwech, belast met 4 pond groten vlaams opstaande de penning 16, competerende de helft aan de erfgenamen van Jan Ysbrantsz en de helft aan Aeltgen Joppen wonende in Den Haag, nog 2 gld 7 st eeuwige rente aan de heer van Duvenvoorde, en nog 3 gld 10 st losrente de penning 18 competerende Gerrit van Sparwoude, en stelt als onderpand een losrente van 150 gld hoofdsom heden verleden (9 gld 7½ st 's jaars), en verkoopt in 1585 Willem Pietersz van Ryn aan Gerrit Claesz, schout te Voorschoten, de somme van 180 gld, wezende de rest van een meerdere somme comparant competerende van Louris Symonsz, volgens een schuldbrief ten behoeve van comparant gepasseerd in Stompwijk op 31 oktober 1584, waarvoor Gerrit Claes een losrente met hoofdsom 100 gld moet aflossen, met als borg Louris Pietersz van Ryn wonende in Den Haag zijn broer 1271.
                                                                                                            In Voorschoten is in 1589 Jan Pietersz wonende te Zoetermeer eiser contra Willem Pietersz van Ryn om levering te hebben van een bezegelde schuldbrief of andere schriftelijke cedule als hij sprekende heeft op Cornelis en Pieter Corneliszonen zijn neven, conform schriftelijk akkoord door voorschreven van Ryn op 10 oktober 1587 gemaakt (welke eis is toegewezen), en is in 1591 Cornelis Jansz aan Willem Pietersz van Ryn een losrente van 4 gld 17½ st 's jaars schuldig, te lossen met de penning 16 1272.
                                                                                                        2. Louris Pietersz van RIJN, overl. vóór 6 okt. 1606, tr. Annetgen WILLEMSDR, overl. 6 okt. 1606, dr van Willem JANSZ en Maritgen.
                                                                                                            In 1580 verkoopt Aelbrecht Werk aan Louris Pyeters van Rijn wonende bij Westerbeeck een hypotheek rustende op 4 morgen land bij de Westmolens van Den Haag 1273.
                                                                                                            In Voorschoten verklaren in 1582 Louris Pietersz van Ryn, wonende in den Hage, man en voogd van Annetgen Willemsdr en oom en voogd van Oude Cornelis Huygensz, Jonge Cornelis Huygensz en Neeltgen en Marritgen Huygensdochters, achtergelaten weeskinderen van Huych Willemsz, mitsgaders Cornelis Lourisz wonende te Voorburg en Cornelis Lenertsz wonende te Voorschoten, ook neven en voogden van de voorschreven weeskinderen, dat Ermtgen Cornelisdr weduwe van Huych Willemsz, met assistentie van Bouwen Cornelisz haar broer en Louris Pietersz haar oom, haar weeskinderen heeft uitgekocht 1274.
                                                                                                            In het boek van de morgentalen van Stompwijk, begonnen kort vóór 1572, heeft Louris Pietersz van Ryn 3 morgen 2½ hond van Cornelis Huygensz gekomen van Gerritgen Joachims weduwe, gelegen tussen de Goowech en de Meerburger wateringe, met als gebruiker Claes Neel Jorisz, welk land later (in ieder geval vóór 1617) door de erfgenamen van Louris Pietersz van Ryn verkocht is aan Cornelis Jan Dircxz 1275.
                                                                                                            In Voorschoten compareren in 1582 Louris Pietersz van Ryn wonende in Den Haag, man en voogd van Annetgen Willemsdr, oom en voogd van de achtergelaten weeskinderen van Huych Willemsz, mitsgaders Cornelis Lourisz wonende te Voorburg en Cornelis Lenertsz wonende te Voorschoten, neven en voogden van de voorschreven weeskinderen, en bekennen dat Ermtgen Cornelisdr, weduwe van Huych Willemsz, met assistentie van Bouwen Cornelisz haar broer en Louris Pietersz haar oom, haar weeskinderen heeft uitgekocht, en zijn in 1588 Louris Pieters van Ryn wonende in Den Haag en Cornelis Lourisz wonende te Voorburg, als voogden van Maritgen huygendr, onbejaard weeskind, eisers vanwege een beweerde testamentaire donatie van 50 gld door zal. Willem Meesz, schoonvader [stiefvader] van Marritgen Huygendr (welke eis niet is toegewezen) 1276.
                                                                                                            Op 9 oktober 1606 wordt voor de weeskamer in Den Haag de inventaris opgemaakt van de goederen door Anneken Willemsdr, weduwe van Louris Pietersz van Rhijn, op 6 oktober 1606 metterdood ontruimd en nagelaten, voornamelijk bestaande uit 22 hond weiland gelegen bezuiden de Westkorenmolen van Den Haag, 3½ morgen wei- en hooiland in Stompwijk, 6 morgen min 1½ hond land in Stompwijk, en een bezegelde brierf aangaande de kinderen van Huych Willemsz. Op 3 oktober 1607 compareert Gysbrecht Cornelisz, bouwman, di