Naar beginpagina

Kwartierstaat SLUIJK - DE JONG

>index



Generatie I (>II)

1a Arent SLUIJK, impost op begr. Krommenie 3 dec. 1798 (impost ƒ 3).
1b Grietje SLUIJK, geb. Krommenie 3 febr. 1800, overl. ald. 21 maart 1863,
tr. Krommenie 16 juni 1822 Jasper van EDEN, geb./ged. (nederd. geref.) Wormerveer 18/25 febr. 1798, timmerman, overl. Krommenie 1 maart 1876, zn van Pieter Jaspersz van EDEN en Grietje Dirksdr WENNIS.
1c Arend SLUIJK, geb. ca. 1802.
1d Jannetje SLUIJK, geb. Krommenie 14 febr. 1804, overl. ald. 8 mei 1824.
1e Engeltje SLUIJK, geb. Krommenie 24 febr. 1805.
1f Klaasje SLUIJK, geb. Krommenie 7 aug. 1808, ged. (nederd. geref. (bij doop: 'de vader van de Menn. Gem.')) ald. 4 sept. 1808, overl. Heemskerk 9 sept. 1887,
tr. 1° Uitgeest 1 nov. 1835 Hendrik WESTERVELD, geb. Zwolle 11 okt. 1811, onderwijzer, overl. Uitgeest 8 juli 1850, zn van Evert Jan WESTERVELD, metselaar, en Suzanna MOLENBEEK,
tr. 2° Uitgeest 11 mei 1851 Jan TIJMS, geb. ald. 20 dec. 1814, schilder, overl. ald. 18 nov. 1879, zn van Jacob TIJMS en Dirkje HEKELAAR, wedn. van Margaretha ZAADNOORDIJK.


Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Simon Arentsz SLUIJK, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 maart 1769, overl. ald. 9 jan. 1810,
      Op 12 maart 1822 vindt familieberaad plaats ten verzoeke van Gerrit Bakker, toeziend voogd, ter benoeming van een voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Simon Sluyk, overleden te Krommenie op 19 januari 1810, en Engeltje de Jong, overleden te Krommenie op 17 januari 1810, met namen Arent, 19 jaar, Jannetje, 17 jaar, en Klaasje, 13 jaar, zulks in plaats van hun overlden voogd Gerrit Klaasz van Leyden, de familieraad bestaande uit Klaas Winter, arbeider, 45 jaar, oom, IJsbrand de Jong, arbieder, 50 jaar, Jacob Oosterhoorn, fabrikeur, 44 jaar, Pieter de Jong, arbeider, 41 jaar, Jan Oosterhoorn, landmeter, 37 jaar, en Fredrik Bloemendaal, fabrikeur, 33 jaar, de 5 laatstgenoemden neven, allen wonende te Krommenie; tot voogd is benoemd Fredrik Bloemendaal 2.
ondertr. (impost) Krommenie 31 aug. 1798 (impost ieder 30 gld), tr. ald. 16 sept. 1798
3. (>6, >7) Engeltje Klaas de JONG, geb./ged. Krommenie 8/14 maart 1773, overl. ald. 7 jan. 1810.
         Uit dit huwelijk:
    1. Arent SLUIJK, zie 1a.
    2. Grietje SLUIJK, geb. Krommenie 3 febr. 1800, zie 1b.
    3. Arend SLUIJK, geb. ca. 1802, zie 1c.
    4. Jannetje SLUIJK, geb. Krommenie 14 febr. 1804, zie 1d.
    5. Engeltje SLUIJK, geb. Krommenie 24 febr. 1805, zie 1e.
    6. Klaasje SLUIJK, geb. Krommenie 7 aug. 1808, ged. (nederd. geref. (bij doop: 'de vader van de Menn. Gem.')) ald. 4 sept. 1808, zie 1f.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Arent IJsbrandsz SLUIJK, geb. ca. 1733, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1756, koopman, diaken van de Doopsgezinde Gemeente te Krommenie, aandeelhouder van de papiermolen 'de Koot' te Assendelft voor 1/32 part en van de hennepkloppersmolen 'de Haan' te Krommenie voor 1/40 part, impost op begr. Krommenie 19 okt. 1798 (impost ƒ 30), begr. ald. 20 okt. 1798,
      In 1782 geeft Trijntje Baas, weduwe van Jan Kopjes, wonende te Krommenie, volmacht aan Pieter Koekebakker, koopman mede aldaar, om haar houtzagersmolen genaamd D'olijphant met erf, schuren, gereedschappen en verdere aanhorigheden, staande aldaar aan en bezuiden het Watermoolenspad, beoosten 't huis en erf van de weduwe van Cornrelis Schods, mitsgaders 6 akkers land, naast en bezuiden mitsgaders beoosten de molen, samen met 't erf van de molen groot 617 roeden, verkocht aan Arent Sluijk, koopman te Krommenie, voor 2000 gld, aan de koper te transporteren en de kooppenningen te ontvangen 3.
      In Uitgeest verklaren op 29 januari 1788 Dirk Swart wonende te Krommenie, meerderjarige nagelaten zoon van Cornelis Dirksz Swart, voor zichzelf, Arent Dingman, Thijs Kat en Poulis Pluijm, de twee eersten te Krommenie, de laatste te Marken-Binnen, als aangestelde voogden over de twee nog minderjarige kinderen van de genoemde Cornelis Dirksz Swart gewoond hebbende en overleden te Krommenie, diens gezamenlijke erfgenamen, in publieke veiling verkocht te hebben en dienvolgens bij dezen over te dragen aan Arent Sluijk, te Krommenie woonachtig, een Uijtterdijk in de Wouderpolder, groot 1733 roeden, belend ten zuiden de weduwe van J. Oosterhoorn, ten noorden Jacob Lakeman, tot primo januari 1789 in huur bij Jacob Groot, voor 660 gld 14 st 2 penn 4.
ondertr. (impost) 1° Westzaandam 5 sept. 1760 (impost ieder ƒ 30) Maritje Jans SCHILP (alias SCHULP), impost op begr. ald. 28 jan. 1765 (impost ƒ 6; aangever Willem Sluik), begr. ald. (graf 347) 31 jan. 1765,
ondertr. (impost) 2° Krommenie 22 okt. 1767 (impost 30 gld voor haar), ondertr. (impost) Westzaandam 23 okt. 1767 (impost ƒ 30 voor hem, zij weduwe te Krommenie)
         Uit het eerste huwelijk:
    1. IJsbrand Arentsz SLUIJK, geb. ca. 1761, impost op begr. Westzaandam 28 sept. 1776 (impost ƒ 15), begr. Krommenie 2 okt. 1776.
    2. (kind) SLUIJK, impost op begr. Westzaandam 23 nov. 1762 (impost ƒ 6).
    3. (kind) SLUIJK, impost op begr. Westzaandam 2 maart 1765 (impost ƒ 6; aangever Woutertje Voorn).
5. (<2) (>10, >11) Grietje Simons OOSTERHOORN, geb. Krommenie 12 maart 1731, overl. ald. 14 dec. 1801, impost op begr. ald. 16 dec. 1801 (impost ƒ 30),
      Op 9 november 1801 testeert Grietje Simons Oosterhoorn, weduwe van Arent Sluijk, wonende alhier, ziek te bedde. Zij prelegateert aan haar zoon Simon haar houtzaagmolen genaamd de Oliphant met al deszelfs gereedschappen en schuren, alsmede haar woonhuis en erf benevens de houtschuur, beide te Krommenie in 't Noordend, en eindelijk haar pakhuizen achter het Blok te Krommenie, en nomineert tot haar universele erfgenamen haar kinderen Gerrit Klaasz van Leijden en Simon Sluijk, of ieders zaad bij vooroverlijden, ieder de helft. 5
ondertr. (impost) 1° Krommenie 27 dec. 1755 (impost ieder ƒ 6), tr. (schepenbank) ald. Claas Gerritsz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. 22 juli 1728, impost op begr. Krommenie 30 juni 1766 (impost ƒ 15), zn van Gerrit Claasz van LEIJDEN en Guurtje Willems BAKKER.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Gerrit Claasz van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 4 okt. 1756 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
    2. Gerrit Claasz van LEIJDEN, geb./ged. Krommenie 16/23 april 1758, zeildoekfabrikeur, overl. ald. 25 jan. 1822, ondertr. (impost) ald. 27 juni 1783 (impost ieder ƒ 30) Maartje Pieters van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 april 1759, overl. ald. 23 juni 1820, dr van Pieter Cornelisz van LEIJDEN, schepen ald., en Duijfje Gerrits IJFF.
    3. Aagje Claas van LEIJDEN, geb. Krommenie 15 juli 1759, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juli 1759 (gedoopt als Aafje), begr. ald. 17 juni 1784 (in de kerk, ƒ 4; impost ƒ 15, aangever Klaas Haan).
    4. Aafje Claas van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 13 juni 1764 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Simon Arentsz SLUIJK, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 maart 1769, zie 2.
6. (<3) (>12, >13) Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 sept. 1744, overl. Steenwijk 18 dec. 1818,
ondertr. (impost) Krommenie 5 sept. 1766 (pro deo)
7. (<3) (>14, >15) Jannetje Hendriks BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 1 april 1742 (doopgetuige Maritje Fredriksdr; op dezelfde dag geeft de vader het lijk aan van Jannitie Doyties), volgens het lidmatenboek van Assendelft op 12 mei 1810 vertrokken naar Steenwijk, overl. Steenwijk 23 april 1828.
         Uit dit huwelijk:
    1. Trijntje de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 febr. 1769.
    2. IJsbrand de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 9/10 febr. 1771, impost op begr. ald. 25 sept. 1772 (pro deo, begr. op het kerkhof 10 st).
    3. Engeltje Klaas de JONG, geb./ged. Krommenie 8/14 maart 1773, zie 3.
    4. IJsbrant Klaasz de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 nov. 1775, ondertr. (impost) ald. 8 juli 1797 (hij pro deo, voor haar ƒ 3) Antje Cornelis SWART, geb. 28 maart 1777, ged. (nederd. geref.) ald. 30 maart 1777, overl. Krommenie 17 jan. 1854, dr van Cornelis Dirksz SWART en Aagje Jacobs PLUIJM.
        Op 8 januari 1823 verklaren, ten verzoeke van Klaas IJsbrands de Jong jongeman wonende te Limmen, Pieter Palmboom, arbeider, 56 jaar, Dirk Rol, arbeider, 43 jaar, Pieter de Jong, arbeider, 56 jaar, Cornelis Koning, arbeider, 38 jaar, allen wonende te Krommenie, dat IJsbrand Klaasz de Jong, vader van de verzoeker, zich in juni 1810 heeft geabsenteerd. In een bijlage verklaart de schout van Krommenie op de getuigenis van Jacob Lakeman Oosterhoorn, fabrikeur, en Hendrik Kuyper, koekebakker, dat Klaas IJsbrands de Jong, arbeider, en Engeltje Blik, dienstbaar, beiden te Krommene woonachtig, onvermogend zijn tot het betalen van de bewijzen en schrifturen die gevorderd worden tot het aangaan van hun voorgenomen huwelijk. 6
    5. Ariaantje Klaas de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 sept. 1777, ondertr. (impost)/tr. ald. 7/21 juni 1807 Klaas Jansz WINTER, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 13/17 maart 1776, zn van Jan Teunisz WINTER en Dieuwertje Claas WIT.
    6. Hendrik de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 juli/1 aug. 1779, impost op begr. ald. 13 aug. 1779 (pro deo).
    7. Hendrik de JONG, geb. Krommenie 4 maart 1780, overl. ald. 16 maart 1781.
    8. Trijntje de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 24/25 jan. 1784.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) IJsbrant Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 25 jan. 1714, houtkoper, overl. ald. 26 febr. 1750, impost op begr. ald. 27 febr. 1750 (impost ƒ 3; aangever Maarten Voogd),
ondertr. (impost) 1° Westzaandam 11 maart 1713 (pro deo) Maritje Dirks NOMEN, ged. (mennon.) ald. 19 jan. 1709, overl. ald. 30 nov. 1717, impost op begr. Westzaandam 1 dec. 1717 (impost ƒ 3; met haar dood ter wereld gekomen kind in haar arm),
ondertr. (impost) 2° Westzaandam 27 jan. 1719 (impost ƒ 6 samen) Trijntje Cornelis Alders BLOK, ged. (mennon.) ald. 19 jan. 1725, overl. ald. 23 juni 1726,
ondertr. (impost) 3° Westzaandam 24 april 1727 (impost ieder ƒ 3)
      Op 5 februari 1750 testeren IJsbrant Sluijk en Jacobje Aris, man en en vrouw wonende te Westzaandam op de Cadijk, hij onpasselijk. Als hij sterft met achterlating van nazaad van voorgaande bedde benoemt hij tot universele erfgenamen de kinderen van voorgaande bedde, zijn tegenwoordige huisvrouw en de kinderen uit deze bedde, anders zijn tegenwoordige huisvrouw en de kinderen uit deze bedde. Als voogden over minderjarige kinderen stelt hij Simon Willemsz Spier en Claas Jansz Backer, mr scheepstimmerlieden aldaar, sluitende de weeskamer uit. Gepasseerd ten woonhuize van de testateur. 7
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Guurtje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1735, begr. ald. (graf 21) 2 jan. 1743, ondertr. (impost) ald. 25 jan. 1738 (impost ieder ƒ 6) Hendrik Roelofs VOORN, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1735, overl. ald. 22 dec. 1764, zn van Roelof Hendriks VOORN en Woutertje TIJS.
           Uit het tweede huwelijk:
      1. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 febr. 1721 (impost ƒ 3).
      2. (kind) SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 23 febr. 1722 (impost ƒ 3).
      3. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Amsterdam 12 juni 1724, begr. (impost ƒ 3).
      4. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 21 aug. 1726 (impost ƒ 3).
    9. (<4) (>18, >19) Jacobje Aris SEIJLEMAKER, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1729, overl. ald. 5 okt. 1781.
        In Uitgeest hebben in 1722 Claas Cornelis Smit en Luijkes Gerritsz Schoute, wettige voogden over Jacobje Aris, minderjarige dochter van Aris Cornelisz Cooij verwekt bij Aaltje Cornelis, ter weeskamer gebracht ƒ 300 voor vaderlijke en moederlijke erfenis, welke penningen zijn gekomen van het verkochte huis en verkochte meubelen. Op 1 juli 1727 bekent Jacobje Aris, dochter van Aris Cornelisz Cooij en Aaltje Cornelis, geassisteerd met haar voogden Claes Cornelisz Smit en Lucas Schouten, van de bovenstaande somme van 300 gld voldaan te zijn. 8
             Uit dit huwelijk:
        1. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 12 febr. 1732 (pro deo).
        2. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 okt. 1732 (pro deo).
        3. Arent IJsbrandsz SLUIJK, geb. ca. 1733, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1756, zie 4.
        4. Aaltje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1750, impost op begr. ald. 14 okt. 1797 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 29 jan. 1757 (impost ƒ 6 samen) Jan Claasz CRAMER.
            In 1766 testeren Jan Kramer en Aaltje IJsbrands Sluijk, wonende te Wormerveer, op de langstlevende. Als de testatrice zonder kinderen als eerste sterft wil zij dat haar moeder Jacobje Aris Sylemaker, weduwe van IJsbrand Sluijk, woonachtig te Zaandam, een blote legitieme portie zal krijgen. Gepasseerd ten huize van de testateurs. 9
        5. Aris IJsbrandsz SLUIJK, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1760, overl. Krommenie 30 maart 1810, ondertr. (impost) 1° ald. 23 jan. 1765 (impost 3 gld voor hem, zij jongedochter van Schermerhorn) Maartje Jans de GROOT, overl. vóór 1773, ondertr. (impost) 2° ald. 12 maart 1773 (impost 6 gld voor hem, zij weduwe van Wormerveer) Aaltje Jans LIETS, wed. van N.N.
            In Krommenie verkopen schepenen in 1763 aan Aris IJsbransz Sluijk een huis en erf met een barg en erf op 't Blok, belend ten oosten en westen de erven van de weduwe van Aris Visser, met een hoekje land daarachter op 't Vierland, groot 172 roeden, voor 540 gld gereed 10.
        6. Grietje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 23 jan. 1763, overl. ald. 9 jan. 1784, ondertr. (impost) ald. 3 juni 1763 (impost 6 gld samen) Jacob Teunisz TIN, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1760, overl. ald. 21 dec. 1798.
        7. Willem IJsbrandsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 22 jan. 1764, overl. ald. 11 april 1770, impost op begr. ald. 12 april 1770 (impost ƒ 6, ongehuwd, dubbeld recht).
        8. Guurtje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 22 jan. 1768, overl. ald. 26 april 1787.
      10. (<5) (>20, >21) Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, overl. ald. 18 jan. 1780,
          In Krommenie verkoopt op 29 april 1721 Cornelis Willemse Huijge aan Symon Janse Oosterhoorn een huis en erve aan het pad naar Wormerveer, belend ten oosten Roeloff Roeloffse, ten westen Cornelis Nol, voor 529 gld contant 11.
          Op 22 april 1733 geeft Symon Oosterhoorn, koopman en rolbereider te Krommenie, ook als mede-erfgenaam van zijn schoonvader za. Gerrit Willemsz Swart alhier overleden, ook voor de verdere erfgenamen, machtiging aan Sr van den Uijl secretaris te Sneek om penningen te ontvangen van Frans Seijlstra, majoor der stad Sneek 12.
          In Krommenie verkoopt op 25 september 1733 Symon Oosterhoorn aan Pieter Claasz de Jong 1/22 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap genaamd de Witte Duijf, voor 25 gld, verkoopt op 6 november 1733 Neeltje Cornelis weduwe van Baltus Woutersen aan Sijmon Oosterhoorn 1/20 in een huis en erf alsmede in de asmolen met gereedschap staande op Duijnkerke, belend ten zuiden Claas Jansz Peer, ten noorden Hendrick Pietersz, voor 66 gld, en verkoopt op 29 april 1735 Symon Moeriaan aan Symon Oosterhoorn 1/22 in de Witte Duijf, voor 8 gld 10 st 13.
          In Krommenie verkopen in 1757 de erfgenamen van Iede David en Pieter Brugman aan Simon Oosterhoorn een stuk land bij de Kerksloot, groot 975 roeden, belend ten oosten een werfje toebehorende het gemene land, ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de Kerksloot, voor 365 gld 12 st 14.
      ondertr. (impost) Krommenie 22 nov. 1715 (impost ieder ƒ 6), tr. ald. 8 dec. 1715
          Op 22 november 1715 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Sijmon Jansen Oosterhoorn, geassisteerd met zijn vader Jan Goosen Oosterhoorn, beiden wonende te Krommenie, en Aafje Gerrits, geassisteerd met haar vader Gerrit Willemse Swart en Willem Clasen Eyf, burgemeester, als haar wettige mede-voogd, allen woonachtig aldaar. Als hij vóór haar overlijdt zonder kinderen bij elkaar verwekt na te laten, dan zal er geen gemeenschap van goederen wezen en zal zij mogen volstaan met aan zijn erfgenamen uit te keren de goederen en effecten door hem ten huwelijk aangebracht alsmede hem staande huwelijk opgestorven. 15
          In 1733 testeren Sijmon Jansen Oosterhoorn en Aefje Gerrits, echte man en vrouw wonende te Krommenie, revocerende alle voorgaande testamenten en de huwelijkse voorwaarden, aan de langstlevende de ganse boedel, daarna aan de kinderen of kindskinderen met uitsluiting van de weeskamer van Krommenie 16.
      11. (<5) (>22, >23) Aafje Gerrits SWART (oorspronkelijk wel Aegje geheten), overl. 1746.
          Op 29 juli 1699 wordt voor de weeskamer van Krommenie en Krommeniedijk de inventaris opgemaakt van de goederen ingebracht door Gerrit Willem Gerritsen voor zijn onmondig kind Aefje Gerrits geprocureerd bij Magteltje Cornelis, voor haar moeders goed, ten overstaan van Willem Claesz Sondagh, wettige voogd. Deze bestaan uit een kapitaal van ƒ 1525, onder de vader berustende, een somme geld van ƒ 275 (op 9 mei 1708 geamplieerd met ƒ 25, uitgezet aan Claes Joop op interest, later aan Jacob Heyndricksz Jannes), en de kleren van haar moeder. De vader stelt voor het kapitaal van 1525 gld als onderpand zijn twee huizen en erven, naast elkaar op de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Poulus Jansz, ten westen Willem Cornelisz Backer. Nog wordt op 19 juni 1715 door de vader benevens burgemeester Eijf als mede-voogd ingebracht een somme van ƒ 200 en nog ƒ 47 van de weduwe van Jan Handloop volgens een transportbrief. Hierop zal de vader interest tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar betalen. Nota: deze somme is gekomen van de erfenis van Willem Clase Sondag en Mari Jans. [Het volgende, dd. 25 maart 1716, is doorgehaald en afgesloten met „Dit alles bij abuis”: de inventaris is geamplieerd met 500 gld waarvan 300 gld spruitende uit de erfenis van haar grootvader en de andere 200 gld uit de legitieme portie van haar overleden grootmoeder, welke somme van ƒ 500 onder de vader Gerrit Willemsz is berustende, waarvoor hij tot securiteit speciaal 2 stukken land op de Melcksloot verbindt, groot tezamen 1262 roeden.] Op 2 december 1716 verklaart Sijmons Jansz Oosterhoorn, getrouwd zijnde met Aefje Gerrits, van de inventaris ten volle voldaan te zijn. 17
               Uit dit huwelijk:
          1. Aagje Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 12 juli 1721 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
          2. Lijsbet Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 21 juli 1721 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
          3. Grittie Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 27 juli 1723 (ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
          4. Aagje Simons OOSTERHOORN, geb. ca. 9 maart 1723, overl. Westzaan 1748, ondertr. (impost) ald. 11 nov. 1747 (zij te Krommenie, hij te Westzaan, impost ƒ 6 voor hem) Cornelis Pietersz van ZANEN.
          5. Jan Simonsz OOSTERHOORN, geb. ca. juli 1724, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juli 1749, overl. 7 juli 1777, impost op begr. ald. 7 juli 1777 (impost ƒ 30, begr. in de kerk ƒ 4), begr. ald. 10 juli 1777 (op zijn grafzerk: Hier leyt begraven / Jan Oosterhoorn / in sijn Ed. leven regent / te Krommenie obiit 1777 7m/7d / oud circa 53 Jaaren. / Aaltje van Vliet. De aangifte geschiedde 10 Juli d.a.v. classe ƒ 30-; op 29 Jan. 1797 werd Aaltje van Vliet ter begraving aang. 18), ondertr. (impost) 1° Krommenie 19 juli 1749 (impost ieder ƒ 6) Lijsbet Dirks OOMS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 aug. 1723, dr van Dirk Dirksz OOMS en Antje CLAAS, ondertr. (impost) 2° ald. 14 april 1759 (impost ieder ƒ 30) Aaltje Gerrits van VLIET, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 mei 1734, impost op begr. ald. 29 jan. 1797, dr van Gerrit Hendriksz van VLIET en Lijsbet PIETERS, die hertr. met Gerrit Claasz ROOD.
              In Krommenie verkoopt in 1756 Cornelis Huijbertsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Weijver, belend ten oosten de weduwe van Pieter Papier, ten westen Jacob Lugt, voor 135 gld, verkoopt in 1756 Pieter de Vries wonende te Wormer aan Jan Oosterhoorn een stuk land genaamd Jorisven, groot 595 roeden, belend ten zuiden en noorden de weduwe van Claes de Boer, voor 178 gld 10 st gereed, verklaart in 1757 Johannes Beets als last en procuratie hebbende van Pierre des Madures wonende te 's-Gravenhage op 22 december 1756 verkocht te hebben aan Jan Oosterhoorn een stuk land op de Kerksloot, groot 608 roeden, belend ten oosten, westen en noorde de koper, voor 205 gld gereed, verkopen in 1758 Simon Oosterhoorn en Cornelis Klink(?), weesmeester en armenvoogden, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten noorden Cornelis Zwan, ten zuiden Jacob Swiep of een leeg erf, voor 30 gld gereed, verkoopt in 1762 Willem Bermo als last hebbende van de erfgenamen van wijlen Harmen Gerritsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't end van 't Weijver oversloot, belend ten westen Jacob Duijn, ten oosten Jan Tysz Cot(?), voor 240 gld, en verkoopt in 1762 Cornelis Spaans, ook voor de erfgenamen van Dirk Tulp en Trijntje Spaans, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Vermaningspat, belend ten oosten Jacob Middelhoven en Gerbrant Haseven, voor 300 gld 19.
              In Krommenie bewijst in 1759 Jan Oosterhoorn, weduwnaar van Lijsbet Dirks Ooms, hun 2 onmondige kinderen Dirk, oud 4, en Simon, 2 jaar, ten overstaan van Jan Hekelaar en Cornelis Schenk hun voogden, hun moeders erfenis, nl. aan ieder 6500 gld blijvende onder de vader die gehouden is van de renten zijn kinderen op te brengen tot hun mondige dagen, waarvoor hij verbindt zijn woonhuis en erf met een pakhuis daarachter op de Wal in 't Zuijdend, belend ten zuiden Trijntje Pieters, ten noorden Wieric Riedeman, idem een huis en erf gelegen als voren benoorden de kerk, belend ten zuiden Gerrit van Orden, ten noorden de weduwe van Pieter Gorter, item 3 stukken land aan elkaar gedamd, tezamen groot ca. 2800 roeden, gelegen bij de kerksloot, belend ten zuiden dito sloot, ten noorden de weduwe van Jan Middelhoven, item een snuiftabaksmolen met het land waar de molen op staat, genaamd de Huijsman, onder de banne van Assendelft, item een dito molen met zijn land genaamd de Huijsvrouw, gelegen als voren naast de voorgaande, item 2 stukken buitendijks land gelegen als voren, groot 2000 roeden, genaamd Lelieven en Lapslandt, belend ten zuiden de erven Jan Cabel, ten noorden Engel Knaap, item een stuk land in deze banne op de Indijk, groot 588 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de weduwe van Jan Jasperse Reijne. Op 23 juli 1755 compareert Jan Oosterhoorn als vader en erfgenaam van Dirk Oosterhoorn die op 31 augustus 1761 is overleden, en bewijst nu zijn zoon Simon Jansz Oosterhoorn ƒ 10000 inclusief het erfdeel van Simon wegens diens broer, welk bedrag de vader in obligatiën op 't Gemeneland zal fourneren, geaccepteerd door de voogd Jan Hekelaar. 20
              Op 16 oktober 1752 testeren Jan Symonsen Oosterhoorn en Lijsbet Dirks Ooms, echteluiden te Krommenie, aan de langstlevende en daarna aan de kinderen met uitsluiting van de weeskamer 21.
              In Uitgeest bekent op 15 april 1779 Willem Cornelisz de Jong schuldig te wezen ten behoeve van Juffr. Aaltje van Vliet, weduwe van de heer Jan Oosterhoorn, 1500 gld, ter zake van door de heer Cornelis van Vliet aan comparant opgeschoten penningen, tegen 3 gld van 't honderd in 't jaar, verbindende specialijk al zijn landerijen in de banne van Uitgeest, groot in 't geheel 10 morgen 471 roeden (geroyeerd op 20 april 1793) 22.
          6. Grietje Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 21 nov. 1727 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
          7. Willem Simonsz OOSTERHOORN, geb. 6 dec. 1729, overl. Krommenie 25 maart 1783, impost op begr. ald. 28 maart 1783 (impost ƒ 30, begr. in de kerk ƒ 4), begr. ald. 1 april 1783, ondertr. (impost) 1° Krommenie 16 april 1762 (impost ƒ 15 voor hem, zij jongedochter te Oostzaandam), tr. (schepenbank) 2 mei 1762 Lijsbet Pieters ALE, overl. ald. 20 juni 1772, impost op begr. ald. 22 juni 1772 (impost ƒ 30, aangever Simon Oosterhoorn), ondertr. (impost) 2° Krommenie 4 nov. 1774 (impost ieder ƒ 30) Aafje Jacobs LAKEMAN, geb. ald. 9 april 1738, overl. ald. 12 jan. 1795, impost op begr. Krommenie 14 jan. 1795 (impost ƒ 30, aangever Jacob Lakeman), dr van Jacob Jansz LAKEMAN en Bregje Jacobs MIDDELHOVEN, wed. van Dirk HOOFD.
              In Uitgeest verkopen in 1780 Jan Lakeman, als last en procuratie hebbende van Pieter Sevenhuijse, voor een derdepart, Jacob Lakeman voor een zesdepart, en Willem Oosterhoorn in huwelijk hebbende Afie Lakeman, tezamen de enige erfgenamen ab intestato van wijlen Antje Jacobs Bus te Krommenie overleden, aan Jacob Lakeman, wonende te Krommenie, 5 zesdeparten in een stuk land in de polder van de Broek, genaamd Aagt Moijesven, groot 1654 roeden, met de uiterdijk daarvoor gelegen in de Wouderpolder, groot 513 roeden, belend ten zuiden Cornelis Dirks Swart, ten noorden Huijbert Eenhoorn in compagnie, voor ƒ 564:7:10 23.
          8. Grietje Simons OOSTERHOORN, geb. Krommenie 12 maart 1731, zie 5.
          9. Lijsbeth Simons OOSTERHOORN, geb. juli 1733, impost op begr. Krommenie 7 okt. 1797 (impost ƒ 15; aangever haar zoon Gerrit Bakker), ondertr. (impost) ald. 30 april 1756 (impost ieder ƒ 6) Harmen Gerritsz BAKKER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 sept. 1730, overl. 1782, impost op begr. Krommenie 6 april 1782 (impost ƒ 15, begr. in de kerk ƒ 4), zn van Gerrit Harmensz BAKKER en Neeltje Willems KARMEN.
          10. Cornelis Simonsz OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 18 april 1743 (impost ƒ 6).
        12. (<6) (>24, >25) IJsbrant Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1694, doet belijdenis ald. 22 aug. 1721 als IJsbrant Klaasz, impost op begr. ald. 14 maart 1763 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Willem de Jong),
        ondertr. (impost) Krommenie 18 mei 1725 (pro deo), tr. ald. 3 juni 1725
        13. (<6) (>26, >27) Trijntie CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700, impost op begr. ald. 17 nov. 1754 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Symon Clase).
               Uit dit huwelijk:
          1. Grietje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 febr. 1726, impost op begr. ald. 10 febr. 1779 (impost ƒ 3), begr. ald. 9 febr. 1779, ondertr. (impost) Krommenie 27 nov. 1766 (impost ƒ 3 voor hem, zij pro deo) Claas Nansz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. 6 maart 1718, impost op begr. ald. 11 jan. 1801, zn van Nan Jansz van LEIJDEN en Grietje CLAAS, wedn. van Guurtje JANS.
          2. Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 nov. 1727.
          3. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 juli 1729, impost op begr. ald. 17 okt. 1737.
          4. Maartje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 sept. 1731, impost op begr. ald. 6 dec. 1796 (pro deo, aangever haar zoon Jacob Pietersz Visser), ondertr. (impost) ald. 7 juni 1760 Pieter Jacobsz VISSER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 febr. 1741, impost op begr. ald. 2 mei 1795, zn van Jacob Pietersz VISSER en Lijsbet DIRKS.
          5. Ariaantje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 25 okt. 1733, impost op begr. ald. 17 sept. 1776, ondertr. (impost) ald. 8 dec. 1758 Simon Mattheusz NOLTUS, die hertr. met Trijntje AREIJANS.
          6. Willem IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 jan. 1736, ondertr. (impost) ald. 5 juni 1762 Neeltje Pieters TUIJNMAN, ged. (nederd. geref.) ald. 31 jan. 1734, dr van Pieter Jacobsz TUIJNMAN en Dieuwertje SIMONS.
          7. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 maart 1738, impost op begr. ald. 18 maart 1738 (pro deo, begr. op het kerkhof 10 st).
          8. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 jan. 1740, ondertr. (impost) ald. 9 juni 1764 Grietje Claas ROOD, ged. (nederd. geref.) ald. 30 sept. 1742, impost op begr. Krommenie 27 juni 1796, dr van Claas Cornelisz ROOD en Antje Jans STOP.
          9. Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 sept. 1744, zie 6.
        14. (<7) (>28) Hendrick Jacobsz BAKKER,
            In Assendelft verkopen in 1722 de voogden van de huiszittende armen te Assendelft aan Heijndrick Jacobsz een huis en erf in 't Noortent bij de Sluijs, met een leeg erf aan 't vorige vast, belend ten noordoosten en zuidwesten Claes de Kat, voor 162 gld 24.
            In Assendelft verkoopt in 1732 Heijndrik Jakobsz aan Guurtje Jans Al een leeg erf in 't Noortent, belend ten noordoosten de verkoper, ten zuidwesten Dirk de Backer, voor 100 gld 25.
        ondertr. (impost) Assendelft 25 aug. 1719 (pro deo)
        15. (<7) Engeltje PIETERSDR.
               Uit dit huwelijk:
          1. Antie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 10 sept. 1726 (pro deo).
          2. Aentie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 12 mei 1750 (pro deo).
          3. Trijntie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 3 dec. 1727 (pro deo).
          4. Jacob Hendriksz BAKKER, impost op begr. Assendelft 18 febr. 1729 (pro deo).
          5. Pieter Hendriksz BAKKER, ondertr. (impost) Assendelft 9 mei 1749 (pro deo, beiden van Assendelft) Lysebet SYBOUTS.
          6. Trijntje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 12 febr. 1730 (doopgetuige Aagt Claasdr).
          7. Jacob Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 14 okt. 1731 (doopgetuige Aagje Jacobsdr), ondertr. (impost) 1° ald. 5 maart 1756 (pro deo, zij bejaarde dochter) Engeltie Maartens KIT, ondertr. 2°/tr. ald. 14/30 aug. 1761 Guurtje Cornelisdr VERDONK, ged. (nederd. geref.) Assendelft 6 juli 1737.
          8. Isaak Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 8 maart 1733 (doopgetuige Marijtje Frederiksdr).
          9. Marijtje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 5 jan. 1735 (doopgetuige Jannetje Dooytjes).
          10. Lijsbeth Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 19 mei 1737 (doopgetuige Trijntje Jochemsdr).
          11. Jan Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 31 aug. 1738 (doopgetuige Aagje Jansdr).
          12. Detje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 11 okt. 1739 (doopgetuige Marijtje Frederiksdr), impost op begr. ald. 9 febr. 1740 (pro deo).
          13. Jannetje Hendriks BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 1 april 1742, zie 7.
          14. Detje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 22 aug. 1745 (doopgetuige Antje Hendriksdr), impost op begr. ald. 27 sept. 1752 (pro deo, aangever Pieter Heijnderiksz).


        Generatie V (<IV, >VI)

        16. (<8) (>32, >33) Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1664, ged. (mennon.) Westzaandam 13 dec. 1685, mr grootscheepmaker, houtkoper, reder,
            In 1671 verklaart Aeff Dircx Sluycq, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, wonende te Zaandam, dat haar naam bij erreur is gesteld in zekere lijfrentebrief ten laste van het Gemeneland van Holland en Westfriesland dd. 6 juni 1671, ten lijve van Arent Dircxz van wie moeder was Neeltje Arents, toebehorende Isbrant en Dirck Pietersz Breeuwer. Present waren Cornelis Dircksz Sluycq en Theeuwis Arentsz Sluycq koopman te Zaandam 26
            In 1699 heeft Arent Dircksz Sluijck, mr scheepstimmerman te Zaandam, bij contract verkocht aan Hero Moij, koopman te Zaandam, en de verdere gemene reders, een fluitschipshol, lang over steven 128½ voet, wijd 27 voet, hol 11 voet 9 duim daarboven 6 voet 9 duim, Amsterdamse houtmaat, voor 10350 gld, met conditie dat de verkoper het fluitschipshol zal moeten aftimmeren tot klamp gereed toe en kielen, doch het lichtergeld en de „schouwerk” zijn voor rekening van de koper 27.
            Op 1 februari 1700 bekent Arent Dircsz Sluijck, scheepstimmerman te Zaandam, op 31 januari 1700 verkocht te hebben aan Cornelis Arentsz en Jan Pietersz Sluijck, Cornelis Sijmons Mues, Jannetje Dircs weduwe van Jan Pietersz Kist, Arent IJsbrantsz Fijn, Pieter Pietersz Mens en Pieter Dircsz Breuwer, een nieuw fluitschipshol, volgens contract door de makelaar Jacob Corver genoteerd, en van de kooppenningen contant voldaan te zijn 28.
            Op 7 mei 1700 is aan Arent Dircsz Sluijck te Zaandam, ten verzoeke van Meijndert Arentsz en Claas Arentsz, koopluiden aldaar, als protest vertoond 2 wisselbrieven, die ten antwoord gaf „ik ben in onmagt, ik en kan niet betaalen, en mitsdien niet gesint de voorsz wissel te accepteren, veel minder te betaalen” 29.
        ondertr. (impost) 2° Westzaandam 12 dec. 1711 (pro deo, hij weduwnaar te Westzaandam, zij weduwe te Jisp) Pietertje CLAES,
        tr. 1°
            Op 24 november 1683 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Arent Dircsz Sluyck, jongeman, geassisteerd met Jan Dircsz Gysen en Cornelis Arentsz Sluyck, zijn cozijn en oom resp., en Guurtje Isbrants, geassisteerd met Barbertje Willems, weduwe, haar moeder, en Arent Isbrantsz Fijn, haar broer, allen wonende te Zaandam. Indien het huwelijk mocht gescheiden worden zonder kinderen of verdere descendenten en hij de langstlevende was, zal hij gehouden wezen uit te keren alle zodanige goederen aan de erfgenamen ab intestato van haar als door haar ten huwelijk van haar zijde zal worden aangebracht en staande huwelijk aangeërfd, daarop aftrekkende de helft van de schade dewelke zij conthoralen staande huwelijk mogen hebben geleden. Present als getuige Lubbert Lourisz, houtkoper, en Pieter Dircsz Breuwer. 30
        17. (<8) (>34, >35) Guurtje IJsbrands FIJN, impost op begr. Westzaandam 20 dec. 1707 (pro deo), begr. ald. (graf 21) 22 dec. 1707.
               Uit dit huwelijk:
          1. Dirk Arentsz SLUIJCK, geb. ca. 1686, ged. (mennon.) Westzaandam 25 febr. 1714, reder, in compagnie met zijn broeders onder de naam 'Sluyck en van Broek', houtkoper, impost op begr. Westzaandam 22 sept. 1742 (impost ƒ 30), begr. ald. 27 sept. 1742, ondertr. (impost) ald. 18 maart 1713 (impost 12 gld) Grietje Dircks VOOGT, ged. (mennon.) Westzaandam 29 jan. 1700, overl. ald. 7 nov. 1737, dr van Dirck Jacobsz VOOGT en Aagte CLAAS.
              Op 19 november 1742 te Westzaandam inventaris van de boedel van Dirk Arent Sluyck, koopman in houtwaren, en zijn vrouw Grietje Voogd, op aangeving van Jan Arents Sluyck; o.a. 16 parten in het schip 'Pieter', schipper Simon Plas, nu van Riga, 14¼ part in het fluitschip 'Adriana', nieuw in 1734, nu de 'Vrouw Alida' geheten, schipper Claas Johannes, nu naar Lissabon onder directie van 'Sluyck en van Broek', 14¾ part in het fluitschip 'De Witte Roos' onder Christiaan Meijnert, directie Albert Gerrits Bonk, naar Bordeaux, ½ boeier, gemeen met Broek, de plaats van Jan Rat, in deling aangenomen bij Jan Sluyck voor f 4.500,-, een grafstede in de Herv. Kerk te Westzaandam. Erfgenamen zijn broeders, kinderen van zijn zuster Neeltje, en familie van zijn moeders zijde. (RA Haarlem NA 5981/179.)
              Op 6 januari 1715 genoemd onder de kinderen en kindskinderen van Dirck Jacobsz Voogt: Dirck Arentsz Sluijck getrouwd met Grietie Dircks 31.
          2. IJsbrant Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 25 jan. 1714, zie 8.
          3. Neeltje Arents SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 17 jan. 1721, overl. mei 1738, tr. Jan Pietersz RAT.
              In Krommenie worden in 1739 tot voogden aangesteld over de 3 onmondige kinderen van Jan Pieterse Rat geteeld bij zal. Neeltje Arents Sluijk, genaamd Antje (11 jaar), Guurtje (10 jaar) en Barbertje (9 Jaar), de personen van IJsbrant Sluijk en Jan Sluijk, beiden te Westzaandam, ooms van moederszijde 32.
          4. Jan Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 18 juli 1726, houthandelaar, commissionair te Lissabon voor 'Vogelbosch en Sluyck', voor 1/6 mede-eigenaar in de zaak 'Sluyck en van Broek', overl. Westzaandam 20 sept. 1773, impost op begr. ald. 23 sept. 1773 (pro deo, weduwnaar op 't Kuiperspad, zonder achterlating van zaad), begr. ald. (graf 21) 25 sept. 1773, ondertr. (impost) Westzaandam 1 april 1747 (impost ieder ƒ 6) Catharina Andries JANNINGH, bij huw. 'van Enschedé', overl. Westzaandam 6 april 1771.
          5. Willem Arentsz SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 11 okt. 1704 (pro deo).
          6. Jannetje Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 27 mei 1702 (pro deo).
          7. (kind) Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 dec. 1697 (impost ƒ 6).
          8. Guurtje Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 13 maart 1708 (impost ƒ 6).
        18. (<9) (>36, >37) Aris Cornelisz SEIJLMAECKER, alias Cooij, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 14 febr. 1700 als Aris Cornelisz, overl. ald. 29 april 1721 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 3 mei 1721 (pro deo),
            In Uitgeest zijn in 1715 Claas Cornelisz Smit en Maarten Pietersz als wettige voogden over de minderjarige dochter nagelaten door wijlen Aeltje Cornelis en nog in leven zijnde vader Aris Cornelisz, ter eenre, en de voornoemde vader ter andere zijde, geaccordeerd dat zij wegens haar moederlijke erfportie alleen maar de somme van ƒ 50 zal hebben, en dat de vader het kind zal onderhouden tot de ouderdom van 25 jaren of huwelijkse staat toe. Op 1 september 1722 bekent Claas Cornelisz Smit, voogd van Jacobje Aris, de 50 gld ontvangen te hebben en heeft hij dit geld bij haar vaderlijke goed op het weesboek gebracht. 33
        ondertr. (impost) Uitgeest 20 febr. 1701 (pro deo)
        19. (<9) (>38, >39) Aeltje CORNELIS, overl. Uitgeest 11 febr. 1713 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 13 febr. 1713 (pro deo, aangever Claas Cornelisz).
               Uit dit huwelijk:
          1. Jacobje Aris SEIJLEMAKER, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1729, zie 9.
        20. (<10) (>40, >41) Jan Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1695, impost op begr. ald. 4 juni 1728 (impost pro deo, begr. in de kerk ƒ 4; aangever zijn zoon Claas Jansz Oosterhoorn),
            In Krommenie verkopen op 6 mei 1685 Garmet Cornelisz benevens de voogden van de onmondige kinderen van zal. Kees Jan en Erm Garmetse aan Jan Gosen een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Trijn Jacobsz, ten Jan Pietersz Veer, voor 712 gld, te betalen in twee termijnen 34.
            In Assendelft verkoopt op 18 januari 1686 Jan Goosz Oosterhoorn wonende te Krommenie, als mede-erfgenaam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn zijn grootvader, en zulks bij scheiding hem aanbedeeld, aan Sijmon Jansz Oosterhoorn te Zaandam de helft in een stuk land groot in 't geheel 771 roeden genaamd de Boveegh, in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Trijn Jochems, ten zuidwesten de kinderen van Gerrit Huijgen, voor 200 gld 35.
            In de banne van Westzaan verkoopt op 22 januari 1686 Jan Goossenz Oosterhooren, wonende te Krommenie, aan Sr Meynders Arentz te Zaandam een stuk land genaamd het Ventje, groot 413 roeden, item een stukje land genaamd Drieacker, groot 163 roeden, naast elkaar op en over de Gouw, achter Pieter Janz Borrits uit, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden de weduwe van Heyndrick Gerritsz Snier, voor 226 gld 36.
            In Krommenie verkopen op 3 oktober 1698 Weijntie Crelis, laatst weduwe van Cornelis Jansz Cartis, en de kinderen van dezelfde Cartis, aan Jan en Pieter Goosen Oosterhoorn 1/16 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijff, mitsgaders 1/16 in een stuk land genaamd de Velt bij de voorschreven molen, belend ten zuiden de Noordtdijck, ten noorden verkopers, voor 37 gld contant; de koper zal gehouden zijn elk jaar 7000 lb te laten beuken 37.
            In Krommenie bekent op 7 februari 1703 Jan Goosen Oosterhoorn wonende op de Heijligewegh schuldig te zijn Gerrit Eggisz Haantje wonende te Wormerveer 500 gld, spruitende 300 gld uit aangetelde gelden, en 200 gld over leverantie van winkelwaren, tegen 3 gld 10 st van 't honderd in 't jaar, waaraan hij verbindt zijn huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Claas Mighielsz, ten westen de weduwe van Jan Veen 38.
            In Krommenie verkopen op 3 oktober 1721 Jan Goosens Oosterhoorn voor hemzelf en Goose Pietersz de rato caverende voor zijn moeder Guurt Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn, aan Arijs Claese Heijnes en Jan Gerritse de Vries 1/16 in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 17 gld 39.
        tr. Krommenie 14 jan. 1685
            Op 28 december 1684 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Jan Goossensz Oosterhooren, jongeman wonende te Krommenie, geassisteerd met Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, zijn voogd, en Griet Nannings, bejaarde dochter, wonende te Krommenie. Als zij komt te overlijden zonder kinderen zal hij mogen volstaan met aan haar erfgenamen uit te keren de goederen en effecten die zij ten huwelijk aangebracht heeft. 40
        21. (<10) (>42, >43) Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 aug. 1655, impost op begr. ald. 3 dec. 1720 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
               Uit dit huwelijk:
          1. Neeltje Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 juli 1685.
          2. Goose Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 maart 1687.
          3. Lysbet Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 23 juli 1690, impost op begr. ald. 12 aug. 1709 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
          4. Goosen Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
          5. Claas Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
          6. Claas Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juni 1694, ondertr. (impost) 1° ald. 19 juli 1720 (impost elk ƒ 3), tr. ald. 11 aug. 1720 Aagtje Claas van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 jan. 1695, impost op begr. ald. 10 maart 1735 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever Sijmon Claase de Jong), dr van Claas Gerritsz van LEIJDEN en Trijntje IJSBRANTS, ondertr. (impost) 2° ald. 12 dec. 1744 (impost ƒ 3 voor hem, zij jongedochter van Zaandijk), ondertr. (impost) Zaandijk 11 dec. 1744 (impost ƒ 3 voor haar, weduwe) Maartje HENDRIKS.
              In Krommenie verkopen in 1625 Claes Heijndriksz Jannes en Jacob Heijndriksz Jannes, ook voor hun moeder Jannetje Claas weduwe van Heijndrik Clase Jannes, aan Claas Jansen Oosterhoorn een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten IJsbrant Baertsen, ten westen Jeijes de Vries, voor 700 gld 41.
              In Krommenie worden in 1727 als erfgenamen van Engeltje Claas genoemd Claas Gerritse van Leije voor de helft, als vader en voogd van zijn onmondige zoon Claas Clase van Leije voor 1/6, Gerrit Clase van Leije voor 1/6 en Claas Janse Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aegje Claas mede voor 1/6 42.
              In 1728 geven erfgenamen van wijlen Claes Gerretsen van Leijden, onder wie Claas Jansen Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aagje Claes van wie moeder is Trijntje IJsbrants, volmacht aan Gerrit Claesen van Leije om van alle debiteuren, zo binnen Amsterdam als elders, de penningen te ontvangen 43.
              In Krommenie verkopen in 1745 de voogden over de onmondige erfgenamen van wijlen Cornelis Grootewal aan Claes Oosterhoorn en Guertje Willems weduwe van Gerret Claesz 1/20 in een huis, erf en asmolen op Duijnkerken, belend ten zuiden Claes Jansz Paeu, ten noorden de weduwe van Jacob Dirksz, voor 51 gld 44.
          7. Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, zie 10.
        22. (<11) (>44, >45) Gerrit Willemsz SWART, koopman, rolbereider,
            In Krommenie verkoopt in 1692 Gerrit Willemsz aan Claes Michielsz 1/20 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom bij de Noordersluijs, voor 60 gld gereed geld, verkoopt in 1695 Heijndrick Dircksz Appel, instaande voor zijn broer en zusters, aan Gerrit Willemsz een stuk land op de Melcksloot genaamd Costerlant, groot 528 roeden, belend ten zuiden Jan Aegt Willemsz, ten noorden Tryn Gerrit Oomsz, voor ƒ 268:18:0 contant, verkoopt in 1695 Claes Pieters Haenels[?], de rato caverende voor zijn schoonmoeder Maertje Crelis, wonende op de Stirop, aan Gerrit Willemsz een stukje land op de Melcksloot, groot 456 roeden, belend ten zuiden Heijndrick Jacobsz, ten noorden de Melcksloot, voor 108 gld 6 st contant, en verkoopt in 1698 Heijndrick Jacobsz backer aan Gerrit Willemsz een stuk land omtrent de Melcksloot, groot 278 roeden, belend ten zuiden Jacob Jansz Lakeman, ten noorden de koper, voor 139 gld contant 45.
            In Krommenie verkopen in 1701 Gerrit Jansz Wit voor hemzelf en Jan Symonsz Cuijper en Engel Jacobsz Lakeman als voogden over de kinderen van Heyndrick Symons Heijn, aan Gerrit Willemsz 1/22 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap genaamd de Witte Duijf, staande bewesten Krommenie, voor 40 gld 46.
            In Krommenie verkopen in 1714 Jan Pietersz Wit, Willem Pietersz Smit, Jan Jacobsz Lakeman en Cornelis Matt. Neeltjes, als de gemachtigden van de crediteuren van wijlen Pieter Pietersz Smit, aan Gerrit Willem Gerritsz een [geknoei] part in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 75 gld, verkoopt in 1716 Jan Pietersz Buijs aan Gerrit Willemsz Swart, Cornelis Poulus Jansz, Walich Jansz en Cornelis Blau een huis en erf gelegen over de sloot, belend ten oosten Cornelis Brouwersz, ten westen Jacob Middelhoven, voor 460 gld 10 st, verkopen in 1716 Gerrit Willem Gerritse voor zichzelf, en Gaaf Jacobse Foor, de rato caverende voor Trijn Jacobs weduwe van Dirck Gerritse, aan Claas Jacobse Foor 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent gelegen bij de Nauwermasevaart, voor 50 gld, en verkoopt in 1717 Jan Clasen, de rato caverende voor Aag Jaspers weduwe van Jan Gerritsz, aan Gerrit Willemsz Swart 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom, voor 46 gld 47.
            In Krommenie verkopen in 1715 Gerrit Willemse Swart als vader en voogd van zijn dochter (Aagje Gerrits) benevens burgemeester Willem Eijf, ook voor de weduwe van Jacob Sondag, Pieter Clase Joop, Claas Sijmonse Sluijs en Claas Nannisse Oomes, als voogden van de kinderen van Jacob Sondagh, aan Jacob Dirkse Blau en Jacob Jacobse Middelhoven 1/12 in de Witte Duijf alias Pagter, voor 52 gld, aan Claas Gerritse Spinder een stuk land over de Vaart op de Boeksloot, groot 303 roeden, belend ten zuiden de Boeksloot, ten noorden een weduwe van Wormerveer, en aan Dirk Gerritse Decker 2 huizen met hun erf op het West-end van het Madt, belend ten oosten Josep Josepse, ten westen de Matsloot, voor 358 gld, en verkopen in 1717 Gerrit Willemsz Swart en Aris van Broeck aan Jan Gerritsz Al 1/10 in de hennepkloppersmolen de Karsseboom voor 100 gld 48.
            In Krommenie wordt op 25 maart 1716 de inventaris van de goederen van de 2 onmondige kinderen van Gerrit Willemsz Swart geteeld bij Dywer Jaspers, genaamd Martje Gerrits en Willem Gerritsz, ter weeskamer gebracht door Jan Allertsz Backer en Pieter Pietersz Smit als wettige voogden, inhoudende ƒ 300 de 2 kinderen opgestorven van hun grootvader Jasper Jaobsz Cuyper, ƒ 200 uit de legitieme portie van hun overleden grootmoeder Liesbet Cornelis, deze ƒ 500 berustende onder de vader die hieraan verbindt 2 stukken land op de Melcksloot, tezamen groot 1262 roeden. Op 26 augustus 1716 is deze inventaris geamplieerd met 14 gld gekomen uit de voorschreven boedel en mede onder de vader berustende. Op 23 juli 1721 bekent Johannis Middelhoven in huwelijk hebbende Martje Gerrits van de vorenstaande inventaris voor zo veel zijn portie aangaat voldaan te zijn. Op 11 december 1726 bekent Willem Gerritsz mede van de vorenstaande inventaris voor zijn portie voldaan te zijn. 49
            Op 5 sept. 1730 legateert Gerrit Willems Swart, wat onpasselijk, aan zijn tegenwoordige dienstmaagd Aeltje Jacobs ƒ 1000 mits zij zijn dienstmaagd blijft tot zijn dood toe. Zij zal na zijn overlijden in zijn boedel mogen blijven zitten zo lang als zijn erfgenamen de 1000 gld niet hebben voldaan. Als zij overlijdt zonder kinderen zal wat er van de 1000 gld over is aan zijn erfgenamen gaan.\NHA ONA Krommenie 3057 (notaris Jacob Beets) akte 892, 5 sept. 1730./
            Op 29 november 1731 hebben Willem Gerritse Swart, Sijmon Oosterhoorn als in huwelijk hebbende Aefje Gerrits Swart en Johannes Middelhoven als in huwelijk hebbende Maertje Gerrits Swart, wonende allen te Krommenie, gezamenlijke kinderen en erfgenamen ab intestato van wijlen Gerrit Willemse Swart, de nalatenschap als volgt verdeeld: aan Willem Gerritsen 1/20 in de hennepkloppersmolen, erf en gereedscxhappen alsmede in 't huis, genaamd de Blauwe Arent, staande te Krommenie, aan Sijmon Oosterhoorn 2 huizen en erven met de aanhorigheden op de Heijligeweg, belend ten oosten Reijer Wiele, ten westen Roelof Roelofse, item een erf erachter over de sloot, item 1/22 in de hennepkloppersmolen, erf etc. genaamd de Pagter of Witte Duijf, item 1/40 in een dito molem genaamd de Karsseboom, aan Johannes Middelhoven 2 stukken land gelegen aan elkaar op de Melksloot groot 1262 roeden, belend ten noorden dito sloot, ten zuiden Mighiel Ruts en Claes de Boer, nog een stuk land op de Kerksloot groot 742 roeden, belend ten noorden Gerrit Blau, ten zuiden dito sloot, item 1/20 in de hennepkloppersmolen, erf en huis genaamd de Blauwe Arent, item 1/22 in de hennepkloppersmolen, erf etc genaamd de Witte Duijf alias Pagter. Met gerede penningen of andere effecten hebben zij verschillen in waarde geëgaliseerd. Ook de meubilaire goederen als rolrederswaren, huisraad en inboedel, goud, zilver, gereed geld hebben zij verdeeld. 50
        ondertr. 2° Krommenie 22 aug. 1699, ondertr. (impost) ald. 15 aug. 1699 (impost samen ƒ 6), tr. (schepenbank) ald. 6 sept. 1699 Dieuwer Jaspers CUIJPER, impost op begr. Krommenie 18 febr. 1708 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever haar man Gerrit Willemsz), dr van Jasper Jacobsz CUIJPER en Liesbet CORNELIS,
            Op 16 augustus 1699 wordt een huwelijkscontract opgesteld tussen Gerrit Willem Gerritsz, weduwnaar, en Dieuwer Jaspers, bejaarde dochter, beiden wonende te Krommenie 51.
            In 1715 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel nagelaten door wijlen Jasper Jacobsz Cuijper en Lysbet Cornelis, echteluiden te Krommenie overleden, ten verzoeke van o.a. Gerrit Willemse Swart, in huwelijk gehad hebbende Dieuwer Jaspers Cuijper, en de wettige voogden over de 2 onmondige kinderen van Gerrit Willemsz Swart geteeld bij wijlen Dieuwer Jaspers Cuijper 52.
        tr. 1°
               Uit het tweede huwelijk:
          1. Martje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 16 juni 1700 (impost ƒ 3).
          2. Marietje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 3 aug. 1701 (impost ƒ 3).
          3. Maartje Gerrits SWART, ondertr. (impost) Krommenie 4 april 1721 (impost voor elk ƒ 3) Johannes 'Jan' MIDDELHOVEN, zn van Jacob Jansz MIDDELHOVEN en N.N. Jacobs FOOR.
              In 1721 testeren Johannis Middelhoven en Maartje Gerrits, echte man en vrouw wonende te Krommenie, zij wat onpasselijk te bedde liggende, indien zonder kinderen aan de langstlevende en na diens dood half en half aan de vrienden. Als zij de eerststervende is krijgt haar vader Gerrit Willemse Swart de legitieme portie. 53
              In Krommenie verkoopt in 1742 Jan Middelhoven, ook voor zijn broer Jacob Middelhoven, aan Goose Oosterhoorn en Dirk Jonkers een huis en erf op 't Blok, belend ten oosten de weduwe van Jan Tuijck, ten westen de kinderen van Pieter Jansz Krook, en nog 2 akkers beoosten de Vaert, de ene 235 roeden, de ander 162 roeden, belend als hiervoor, voor 405 gld 5 st 54.
          4. Tryntje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 10 okt. 1703 (impost ƒ 3).
          5. (doodgeb. kind) Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 2 jan. 1705 (pro deo).
          6. Aegt Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 9 juli 1705 (pro deo).
          7. Willem Gerritsz SWART, impost op begr. Krommenie 27 mei 1706 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
          8. Willem Gerritsz SWART, overl. 19 aug. 1749, tr. Neeltje Dirks van ASSUM, overl. 19 april 1749, dr van Dirck Cornelisz van ASSUM en Duyfje.
              In Krommenie verkoopt in 1734 Willem Gerritsz Swart aan Gerrit van Vliet 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent, voor 60 gld, en verkoopt in 1737 Claas Root aan Willems Gerritsz Swart een erf gelegen op het Patlaan, belend ten oosten Claas Baartsz, ten westen verkoper, voor 72 gld 55.
              Op 18 oktober 1726 worden huwelijkse voorwaardem gemaakt tussen Willem Gerritsen, jongeman, geassisteerd met zijn vader Gerrit Willemsz Swart, en Neeltje Dirks, jongedochter, geassisteerd met haar vader Dirk van Assum (ondertekeningen o.a. Willem Gerritsz, Neeltje Dirks, Gerrit Willemsz Swart, Dirck Cornelisse van Assum) 56.
        23. (<11) (>46, >47) Magtelt CORNELIS, overl. vóór 29 juni 1699.
            In Krommenie wordt in 1683 de inventaris ingebracht van de goederen door Marrij Jans bewezen aan Machtelt Cornelis voor haar vaderlijk goed, ter presentie van Cornelis Jillesz Back en Jan Louwersz van Uitgeest als voogden gesteld door de weesmeesters, als volgt: de helft van een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen Jan Pietersz Glas, zijnde gekocht voor 550 gld in 't geheel op 26 april 1675 (op 5 augustus 1687 is de helft op interest genomen door Pieter Claesz Gorter staande ter somme van 275 gld in 't renteboek), nog 175 gld berustende onder Dirck Jansz als koper van 't voorschreven huis en erf ( op 3 augustus 1684 doorgehaald), nog een weefgetouw met zijn toebehoren, laatst gebruikt door Cornelis Claesz Ammerael, verder een kast van eikenhout, en een bijbel met koperbeslag. Op 28 maart 1685 nog 35 gld berustende onder Willem Claesz Sonnendagh als getrouwd hebbende Marrij Jans moeder van 't voorschreven kind. Nog een brief op 't gezegde huis en erf waarvan haar de helft toekomt van 6 oktober 1684 (overgekomen over de vorenstaande post van dato 7 augustus 1682 [?]). Op 25 maart 1699 compareerde Gerrit Willemsz als getrouwd geweest zijnde met Magtelt Cornelis dewelke bekende van de inventaris voldaan te zijn exempt een obligatie op Pieter Claesz Gorter van 275 gld; hiervan is op 21 juli 1699 voldaan. 57
            In Krommenie wordt in 1699 als voogd van het onmondige kind van Gerrit Willemsz geprocureerd bij wijlen Magteltje Cornelis, genaamd Aefje Gerrits, gesteld Willem Claesz Sondagh, [stief]grootvader van het voorschreven kind. Op 20 december 1713 wordt in plaats van Willem Sondag tot voogd gesurrogeerd Willem Claasz Eijf, oud-burgemeester. 58
                 Uit dit huwelijk:
            1. Aafje Gerrits SWART, zie 11.
          24. (<12) (>48, >49) Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1661, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 25 okt. 1693, impost op begr. ald. 26 sept. 1718 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1),
              In Krommenie verkoopt in 1692 Gerrit Willemsz aan Claes Michielsz 1/20 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom staande bij de Noordersluijs, voor 60 gld gereed geld, en verkoopt in 1795 Gerrit Jansz de Vries aan Claes Michielsz een tuintje gelegen achter de Heijligewegh, groot 24 roeden, belend ten westen Cornelis van Assum, ten oosten IJsbrant Nannis, voor 91 gld 59.
              In Krommenie verkoopt op 20 januari 1699 Jasper Artsz Visser aan Claes Michielsz 1/16 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap bewesten de Horn aan de Vaerdijck, voor 30 gld 60.
              In Krommenie verkoopt op 20 november 1705 Claas Mighielsz aan Jan Dircksz Kaar wonende te Krommeniedijk 1/16 in de hennepkloppersmolen de Duijff staande beoosten de Horn, voor 16 gld, en bekent op 12 september 1706 Claas Mighielsz, wonende te Krommenie op de Heijligewegh, schuldig te zijn aan Pieter Claasz Joop en Jacob Willemsz Sondagh, elk voor de helft, 500 gld, mitsgaders aan Trijntje Dircx, meerderjarige dochter mede te Krommenie woonachtig, 150 gld, tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar, met speciale conditie dat Pieter Joop, Jacob Sondagh en Trijntje Dircx deze schepenkennisse niet zullen mogen verkopen of aan anderen transporteren, waaraan comparant verbindt een huis en erf op de Heijligewegh met een overworf en pakhuis achter het voorschreven huis en erf over de sloot, belend ten oosten Heijn Claasz Jannes, ten westen Jan Goosen Oosterhooren 61.
              In Krommenie verkoopt in 1710 Claes Mighielsz wonende op de Heyligewegh te Krommenie aan Jan Bastiaansz 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom staande aan de Nauwernase Vaart, voor 50 gld, en verkoopt in 1711 Claas Mighielsz wonende te Krommenie aan Jeijes Sibles de Vries wonende te Amsterdam een huis, erf, overworf en garenhuis op de overworf, staande en gelegen op de Heijligewegh, belend ten oosten Heijndrick Claasz Jannes, ten westen Jan Goosz Oosterhoorn, voor 700 gld 62.
          tr.
          25. (<12) Grietje IJSBRANTS, doet belijdenis (nederd. geref.) Krommenie 23 jan. 1695 (na voorgaande doop), impost op begr. ald. 16 aug. 1712 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Jacob IJsbranse).
                 Uit dit huwelijk:
            1. Aryana CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 14 sept. 1692.
            2. IJsbrant Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1694, zie 12.
            3. Sijmon Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 okt. 1699, impost op begr. ald. 21 juni 1756 (impost ƒ 3, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever zijn zoon Claas de Jong), ondertr. (impost) ald. 7 aug. 1733 (pro deo) Duijfje Cornelis MOSTERT, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 nov. 1703, impost op begr. ald. 1 maart 1765 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Claas de Jongh), dr van Cornelis Jansz MOSTERT en Grietje FRANSEN.
                Op 7 augustus 1733, 's avonds over 10 uur, testeert Sijmon Claasz de Jong, bejaarde jongeman, wat onpasselijk naar lichaam. Indien hij zonder nazaten mocht komen te overlijden, gehuwd of ongehuwd, legateert hij aan zijn broer IJsbrant Claasz 200 gld, aan zijn broer Tijs Claasz 150 gld, aan de voorschreven IJsbrant en Tijs Claasz zijn kleren tot zijn lijf behorende, bij vooroverlijden van de gelegateerden aan hun kinderen of de langstlevende van beiden, en stelt tot enige erfgenaam Duijfje Cornelis, dochter van Cornelis Jansen Mostert. 63
                In Krommenie verkoopt in 1734 Gaaf Jacobsz Foor aan Sijmon Claasz de Jong 1/22 in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 25 gld, en verkopen in 1737 Cornelis Blau en Claes Jacobsz als procuratie hebbende van Bregje Jacobs, weduwe van Claes Casparsz Bot, aan Symon Claasz de Jong een huis en erf op de Heyligeweg, belend ten oosten Gerrit Harmense, ten westen Reijer Jansz Wiele, voor 500 gld 64.
                In Krommenie verklaart op 1 december 1756 Duyfje Cornelis, weduwe van Simon Claasz de Jong, bij dezelve hebbende verwekt 4 onmondige kinderen, bij namen Claas oud 22, Grietje 20, Cornelis 17 en Maartje 14 jaar, ten overstaan van IJsbrand de Jong [tekent als IJsbrant Klaasz] en Claas Michiels Bakker, beiden alhier woonachtig. bewijs voor vaders erfenis te doen, nl. tezamen ƒ 100 die onder de moeder als administrerende voogdesse zal blijven berusten, die gehouden zal wezen voor de renten en vruchten haar kinderen op te brengen, verbindende specialijk daarvoor haar woonhuis en erf alhier, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Harmentsz, ten westen Claas van der Hoven. Op 21 februari 1759 verklaart Claas Simonsz de Jong voldaan, op 16 maart 1763 verklaart Grietje Simons de Jong voldaan te zijn. Op 16 maart 1763 heeft de weduwe in de weeskas ƒ 50 gelegd voor Cornelis en Maartje, waarmee het huis van zijn verband is ontslagen. Op 15 augustus 1764 verklaart Cornelis Symons de Jongh, door huwelijk meerderjarig, voldaan te zijn. Op 8 april 1676 verklaren Claas Jas en Jacob Grood, armenvoogden en in die kwaliteit alimenterende Maartje Simons de Jongh, de somme van ƒ 25 ontvangen te hebben. 65
                Op 7 augustus 1733 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Sijmon Claesz de Jong en Duijfje Cornelis, beiden meerderjarig. Indien zij de eerststervende is zonder nazaten in dit aanstaande huwelijk geteeld achter te laten, zo zal verstaan worden geen gemeenschap van goederen plaats te hebben en zal hij kunnen volstaan aan haar erfgenamen uit te keren de goederen die zijn inbrengt (bestaande uit alleen haar kleren tot haar lijf behorende) en haar staande huwelijk aangekomen. Alle andere gevallen laten de comparanten aan het beloop van het landrecht. 66
            4. Marij CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 okt. 1699.
            5. Tijs CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 aug. 1703, impost op begr. ald. 16 juni 1746 (pro deo, begraven pro deo, aangever van Tijs Clase is IJsbrant Clase), ondertr. (impost) ald. 10 aug. 1731 (pro deo, getrouwd in de kerk) Fokel CLAES, impost op begr. Krommenie 7 jan. 1750 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever van Fookel is Syme Clase de Jong).
          26. (<13) (>52, >53) Claes PIETERSZ,
              In Krommenie wordt in 1667 de inventaris opgesteld van de goederen van Claes Pietersz [invoegen „ zoon van Pieter Claasz Backer”] en Dieuer Claas, geëchte luiden, hier overleden, ten weesboek gebracht door Jan Claasz Raapkonst en Jan Claasz Backer, deszelfs omen en bloedvoogden, zo van vaders- als moederszijde respective [andersom], als volgt: een actie behelzende 200 gld, met veel conditiën als in het renteregister vermeld, nog 180 gld berustende onder Jan Claasz Raapkunst, een weefgetouw, riet en de aankleve vandien, en enige kleding. Op 3 december 1670 compareren Huijbert Pietersz en IJsbrant Jansz Raepkonst en hebben rekening gedaan als in zijn leven ingevorderd en uitgegeven door Jan Clasen Raepkonst, en is bevonden dat het weeskind tegoed is 205 gld 14 st. 67
              In Krommenie bekent op 14 januari 1671 Gerrit Dircxz Reijnties wonende op de Horn schuldig te zijn Claes Pietersz zijn zwager, nagelaten weeskind van zal. Pieter Clasen Backer, 100 gld, tegen een jaarlijkse interest van 4 gld, waarvoor hij verbindt de helft van een huis en erf op de Horn, belend ten oosten Dirck Willems, ten westen Jan Bangerts (geroyeerd op 27 april 1678), en op 14 april 1671 eenzelfde bedrag tegen dezelfde interest met als onderpand eenzelfde helft, maar nu met borgen Dirck Gerritsz Reijnties wonende op de Horn en Allert Clasen Backer wonende te Krommenie (geroyeerd op 27 april 1678) 68.
              In Uitgeest is op 3 september 1686 Fredrick van der Spang, schout te Uitgeest, eiser contra Claes Pietersz wonende op de Horn in de banne van Krommenie. De eiser concludeert tot condemnatie van een boete van ƒ 25:0:0 ter zake van verboden en schadelijk visgewant op donderdag 29 augustus laatstleden in de Wouderpolder, voor de tweede keer, en verbeurte van de viswant, schuit en verdere toebehoren. De zaak is geaccordeerd. 69
              In Krommenie verkoopt in 1704 Sijmon Claesz Fikijerije [?] aan Claes Pietersz een erfje gelegen op de Horn, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Herenweg, voor 9 gld 12 st 70.
          tr. Krommenie 6 mei 1696 (hij van Krommeniehorn, zij van Krommeniedijk)
          27. (<13) (>54, >55) Marij HILLEBRANDS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 okt. 1672, impost op begr. ald. 27 juli 1721 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever haar zoon Pieter Clasen).
                 Uit dit huwelijk:
            1. Pieter CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 maart 1697.
            2. Trijntie CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700, zie 13.
            3. Dirk CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700.
            4. Grietje CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 april 1708.
            5. Neeltje CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 nov. 1709.
            6. Willem CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 mei 1712.
          28. (<14) waarsch. Jacob Jansz BACKER, impost op begr. Assendelft 27 mei 1704 (pro deo, aangever Jacob Pietersz),
              In Assendelft op 11 juni 1690 verkoopt Jacob Jansz Backer, onze buurman, aan Pieter Hendricksz van Nouwernae, mede onze buurman, de helft van een huis met het erf in de Heijt waarvan de andere helft de koper is toebehorende, belend ten noordoosten Servaes Verdonck, ten zuidwesten de weduwe van Pieter Jan Wouter, voor 100 gld, en verkoopt Quirijn Floris Dammis, onze buurman, aan Jacob Jansz Backer, mede onze buurman, een huis met het erf in 't Noortend en de helft van de steeg liggende aan de zuidzijde van het huis, dezelve steeg 8½ voet zo ver het erf van de verkoper heeft gestrekt, mits dat dezelve steeg niet nader mag worden betimmerd als tegenwoordig, volgens de oude koopbrief van 20 juni 1669, belend ten noordoosten Dirck Jansz, ten zuidwesten Engel Sijmonsz, voor 180 gld, te betalen 98 gld gereed, en de resterende 82 gld zal de koper onder zich mogen houden tegen 4 gld van 't honderd 71.
          tr. N.N.
                 Uit dit huwelijk:
            1. waarsch. Hendrick Jacobsz BAKKER, zie 14.
            2. waarsch. Aagje Jacobsdr BAKKER.
            3. waarsch. Antje Jacobsdr BAKKER.
            4. waarsch. Claas Jacobsz BAKKER, alias Tack, impost op begr. Assendelft 21 dec. 1742 (pro deo, aangever Heijndrick Jacobsz), tr. 1° N.N., ondertr. (impost) 2° ald. 30 april 1729 (pro deo), tr. ald. 25 mei 1729 Trijntje JOCHEMSDR.
                In Assendelft verkoopt in 1728 Claas Jakobsz Backer aan Jan Gerritsz Kuijper een huis en erf in 't Zuijtent, belend ten noordoosten de weduwe van Jan Gerritsz Weenes, ten zuidwesten Maarten Claasz Schoon, voor 110 gld 72.
            5. waarsch. Willem Jacobsz BAKKER, ondertr. (impost) 1° Assendelft 24 sept. 1728 (pro deo) Antje JOCHEMSDR, ondertr. (impost) 2° ald. 11 sept. 1734 (pro deo), tr. ald. 3 okt. 1734 Pietertje PIETERSDR.
            6. Niesje JACOBS, impost op begr. Assendelft 17 febr. 1703 (pro deo, aangever de vader Jacob Jansz Backer).


          Generatie VI (<V, >VII)

          32. (<16) (>64, >65) Dirck Pietersz BREEUWER, mr scheepstimmerman, overl. vóór 13 juni 1681,
              In de banne van Westzaan worden op 10 januari 1668 over de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz Breeuwer tot voogden gesteld Teuwis Arentsz Sluyck over Arent Dircks Sluyck, Pieter Arentsz Sluyck over Jan Dircks Sluyck, Cornelis Dircsz Sluyck over Pieter Dircs Breeuwer, maar wordt de vader geautoriseerd voor zijn kinderen de deling van de goederen van zal. Dirck Sluycq waar te nemen en de aan te delen goederen over te brengen 73.
              In de banne van Westzaan verkopen in 1670 Theeuwis Gerritsz Roeles, en IJsbrant Pietersz Breeuwer voor zijn broer Dirck Pietersz Breuwer, aan de gemene participanten en eigenaars van de rinmolen staande aan de buitendijk aan 't Kerckrack een hoekje rietland bij de voorschreven molen, belend ten zuiden de rinmolen, ten noorden de verkopers, voor 25 gld 74.
              In de banne van Westzaan in 1679 verkoopt Dirck Breuwer wonende te Zaandam aan Claes Jacobsz Backer wonende op 't eiland van Wieringen een tuin met opstal aan de Hoogendijck bij Zaandam, belend ten westen Cornelis Jacobsz Nen, ten oosten Jan Boogaert, voor 400 gld, en bekent Gerrit Cornelisz Koemen van Dirck Breuwer, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf op de Damstraat, belend ten oosten Jan Outgers, ten westen Trijn Pieters, voor 1060 gld 75.
              In 1683 geven Cornelis Arentsz Sluijck, voor hemzelf en nog benevens Jan Dircsz Gijsen, die mede compareerde, als voogd over Jan en Arent Dircsz Breuwer, nagelaten weeskinderen van zal. Dirck Pietersz Breuwer en Neeltje Arents, Jan Pietersz Sluijck en Pieter Dircsz Breuwer, allen wonende te Zaandam, als geraakt in de boedels van zal. Baeffje Gerrits weduwe van Claes Garbrants en van Theuwis Arentsz Sluijck, machtiging aan Isbrant Haijndricsz [„Sijbrants” doorgehaald] Breuwer, mede aldaar woonachtig, om hun zaken aangaande de differenten tussen dezelve en Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes eertijds weduwe van Dirck Cornelisz Theuwis, voor zoveel dezelve kinderen ab intestato daarin zijn geraakt, waar te nemen 76.
              Op 12 juni 1697 hebben Pieter Dircsz Breuwer, mr scheepstimmerman wonende te Oostzaandam, ter eenre, en Arent Dircsz Sluijck, mr scheepstimmerman te Westzaandam, ter andere zijde, enige erfgenamen van hun vader zal. Dirck Pietersz Breeuwer, van hun oom Ijsbrant Pietersz Breeuwer zal., en van Jan Dircsz Breeuwer hun overleden broer, allen te Westzaandam gestorven, nog gemeen gebleven goederen verdeeld. Volgt de deling, ieder ter waarde van ƒ 8600. Ook de roerende goederen, huisraad, inboedel en gelden zijn verdeeld. Onverdeeld blijven 5 stukken land en 2 lijfrentebrieven. 77
          tr. 2° Marij JACOBS, dr van Jacob Jansz NOMEN,
              Op 8 mei 1676 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Dirck Pietersz Breeuwer, weduwnaar, en Mary Jacobs geassisteerd met haar vader Jacob Jansz Nomen, allen wonende in de banne van Westzaan. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, de bruid brengt niets ten huwelijk behalve haar kleren. Winst en verlies staande huwelijk zullen genoten en gedragen worden half en half, aanbestorven goederen horen hier niet toe. Bij vooroverlijden van hem krijgt zij 2000 gld uit zijn nalatenschap. Dit alles ook als er kinderen uit het huwelijk geboren worden. (Hij tekent als Dirck Pieterszoon Breuwer, zij stelt een merk.) 78
              Op 13 juni 1681 verklaart Marij Jacobs, weduwe van Dirck Pietersz Breuwer in zijn leven mr scheepstimmerman te Zaandam, door handen van de voogden over de kinderen van haar voorschreven man, na gedane rekening, volkomn voldaan te zijn van zodanige somme van 2000 gld en halve winst en verlies als haar uit kracht van zeker huwelijkscontract dd. 8 mei 1676 toekomt 79.
              In 1684 testeert Wentje Jans, laatst weduwe van Claes Stoffelsz, wonende in de Molenbuirt, ziek; zij legateert aan Dieuwer Jans haar zuster, Reijm Pieters haar snaar, Cornelis en Roeloff Jansz Nomen haar broers, Maritje Jacob Jan Nomes, en de Friese doopsgezinde vermaning te Zaandam 80.
          tr. 1°
          33. (<16) (>66) Neeltje Arents SLUIJCK, overl. vóór 10 jan. 1668.
              In de banne van Westzaan worden op 10 januari 1668 tot voogden aangesteld, over de nagelaten kinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pieters Breeuwer, Theeuwis Arents Sluyck over Arent Dircks Sluyck, Pieter Arents Sluyck over Jan Dircks Sluyck en Cornelis Dircks Sluyck over Pieter Dircks Breeuwer, tevens voor het deel van de kinderen in de nagelaten goederen van hun oom Dirck Arents Sluyck zal. 73.
              In de banne van Westzaan wordt op 10 juli 1668 de inventaris opgemaakt van de goederen die de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz Breeuwer zijn opgestorven bij overlijden van hun oom Dirck Arentsz Sluycq, nl. 3001 gld 5 st 7 penn, nog diverse parten scheeps die voor de erfgenamen gemeen en onverdeeld zullen blijven. Aldus gedaan door Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Dircsz Sluyck, hen sterk makende voor Heyndrick Dircsz Sluyck, die de deling gedaan en bijgewoond hebben ten overstaan van Teeuwis, Pieter en Cornelis Arentsoonen Sluyck, rechte omen en bloedvoogden van de voorschreven kinderen. Op 12 mei 1676 compareerden Dirck Pietersz Breeuwer als vader en voogd van de voorschreven kinderen, ter eenre, en Cornelis Arentsz Sluyck voor hemzelf en instaande voor Theuwis en Pieter Arentsz Sluyck als omen en bloedvoogden, ter andere zijde, en verklaarden nopende moeders erfenis derzelve kinderen bij vorm van uitkoop veraccordeerd te wezen dat de voorschreven kinderen zulen genieten de volgende goederen: (1) een stuk land op de Zuyer Wateringh bij Zaandam gemeen met Aeff Dircx, groot dezelve helft 789 roeden, genaamd Sijmen Piet Maijenven, (2) een ven bij de Noorder Wateringh te Zaandam, groot 420 roeden, (3) een half stuk land genaamd de Kleyne Koijen liggende buitendijk bij de runmolen bij Zaandam, groot 559 roeden, (4) een erf op 't Vinckepadt te Zaandam op 't Westendt, (5) een handschrift of obligatie ten laste van Marij Pieters weduwe van Jan Cornelisz Ouwe Jan inhoudende 1000 gld, (6) nog een dito ten laste van Rebecca Heyndricx weduwe en[?] Marij Goderis te Haarlem inhoudende 670 gld, (7) een obligatie ten laste van 't gemeneland van Holland monterende 300 gld, (8) de helft in 3 lijfrentebrieven monterende in 't geheel 600 gld, alles berustende onder de vader die gehouden blijft de voorschreven kinderen met behouden goed op te brengen. 81
              In de banne van Westzaan bekennen in 1668 Teeuwis Arentsz Sluyck, Pieter Arentsz Sluycq, Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Arentsz Sluycq, allen koopluiden te Zaandam, schuldig te wezen aan de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz wonende te Zaandam, 3001 gld 5 st 7 penn, onder verband van een timmerwerf te Zaandam aan de Voorsaen, belend ten zuiden Walig Cornelisz, ten westen 's Heerenwech, en nog een halve ven land gelegen bij de Hoogendyck, belend ten zuiden de weduwe van Willem Jaep Mens, ten noorden de kinderen van Neeltje Arents Sluyck 82.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Pieter Dircksz BREEUWER, geb. ca. 1658, mr grootscheepmaker, begr. Westzaandam (graf 314) 3 juli 1714, tr. Guirtje Pieters KORVER, impost op begr. ald. 4 dec. 1717 (impost ƒ 30), begr. Oostzaandam, dr van Pieter Dircksz KORVER en Maritje ARENTS.
                  In de banne van Westzaan verkopen in 1683 Theunis Gerritsz Roelen en Pieter Dircksz Breuwer voor hemzelf en zijn andere mede-broers, aan Claes Sijmonsz Moij als mede-participant van de runmolen te Zaandam buitendijks aan 't Kerckrack, voor hemzelf en alle andere participanten, te Zaandam woonachtig, 9½ voet uit het rietland benoorden en aan de worf van de voorschreven molen, en beoosten de Kadijck, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden de kopers, volgens de opdrachtbrief van 4 april 1670, voor 23 gld, en verkoopt in 1684 Pieter Dircksz Breuwer, ook instaande voor zijn andere broers, aan Jan Dircksz Gijsen, allen te Zaandam woonachtig, een erfje te Westzaandam achter 't Blauwe Padt, breed bij 't pad langs te meten 61½ voet, belend ten westen Cees Horn, ten noorden de koper, voor 40 gld 83.
                  Op 26 oktober 1696 testeren Pieter Dircsz Breeuwer en Guirtje Pieters Korvers, geëchte luiden wonende te Zaandam. Zij approberen alsnog het huwelijkscontract van 28 augustus 1683. Zij testeren aan hun kinderen die zij al hebben en namaals procreëren en in 't leven nalaten zullen, mits de langstlevende blijft zitten in de volle possessie van de ganse boedel, die geobligeerd zal zijn hun kinderen op te voeden tot hun mondige dagen, huwelijk of andere geapprobeerde staat. Als de langstlevende hertrouet zal die de kinderen hun vaders of moeders goed moeten bewijzen. De langstlevende zal voogd zin, met uitsluiting van de weesmeesters van Oostzaan en Oostzaandam waaronder de testateurs wonen. Als er geen kinderen zijn testeren zij op de langstlevende, en als die hertrouwt zullen de goederen half en half wederzijds gaan. 84
                  In 1688 is er een boedelscheiding tussen de drie kinderen en erfgenamen van Pieter Dircksz Korver en Maritje Arens, onder wie Pieter Dircksz Breeuwer in huwelijk hebbende Guirtje Pieters Korver 85.
                  Op 13 april 1714 geeft Guirtie Pieters, weduwe van Pieter Dircksz Breuwer, machtiging aan haar zoon Dirck Pietersz Breuwer en haar zwager Gerrit Jansz Ales 86.
              2. Jan Dircksz SLUIJCK.
              3. Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1664, ged. (mennon.) Westzaandam 13 dec. 1685, zie 16.
            34. (<17) (>68, >69) IJsbrant Arentsz FIJN, alias Breeuwer, houtkoper, overl. vóór 12 mei 1682,
                In de banne van Westzaan bekent in 1662 Isbrant Arentsz Breeuwer te Zaandam wonende gekocht te hebben van Gerrit Pouwelsz mede aldaar wonende een stukje land of erf, groot 117 roeden, liggende op de Mallegatssloot bewesten Rosbeijaart, belend ten noorden Pieter Jansz Horen, ten zuiden de verkoper, met de bepaling dat de verkoper noch zijn nakomelingen meer van dit land annex aan Maerten Dircx of anderen zullen mogen verkopen om dat te betimmeren of met hout te beleggen, voor 468 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1662, 1663 en 1664, telkens een derdepart 87.
                In de banne van Westzaan verklaart in 1663 IJsbrant Arentsz wonende te Westzaandam het recht van de wind verkregen te hebben voor een windoliemolen genaamd Reijnout te Zaandam op zijn eigen grond, belend ten noorden de Mallegatsloot, ten zuiden Gerrit Pouwelsz, onder een erfpacht van 5 gld 's jaars 88.
                In de banne van Westzaan in 1664 verkoopt Jan Roelen wonende in de Crabbelbuijrt aan Isbrant Arentsz Fijn wonende te Zaandam een stuk land genaamd het Tweebientie, groot 130 roeden, liggende op en over de Watering, belend ten noorden Pieter Eggesz Steur, ten westen Coopman Jan, voor 162 gld, en verkopen Cornelis Dircxz Speck c.s. wonende te Wormerveer aan IJsbrant Arentsz Fijn wonende te Zaandam een vrije overgang om van zijn molen genaamd Rosbaijert af en aan 's Heeren weg te gaan over het land genaamd de Mallegatsstrepen, te Zaandam aan de Zuidzijde van de Mallegatssloot, belend ten oosten de molen de Vogelstruijs, ten westen de molen genaamd Rosbaijert, voor 15 gld 89.
                In de banne van Westzaan bekent in 1668 Lubbert Lourisz van IJsbrant Arentsz, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een balkzagersmolen en alle deszelfs gereedschappe, genaamd d'Roo Wildeman, met de helft in 't land waar dezelve op staat, zo beoosten als bewesten, te Zaandam bij de Hoogendijck, belend ten zuiden de Togtsloot, ten oosten Claes Claesz Vrient, ten westen de Corte Watering, ten noorden Gerrit Sijmonsz Wildeboer, item nog de helft in een akkertje op en bezuiden de Togtsloot, eindelijk nog een erf gelegen bij of aan de Hoogendijck, belend ten oosten Lambert Jansz, ten westen Thomas Adrijaensz Crabbedam, voor 2300 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, waarna de overdracht volgt 90.
                In de banne van Westzaan in 1672 verkopen IJsbrant Arentsz Fijn en Cornelis Lourisz als zoon en voogd van zijn moeder Neeltje Jacobs weduwe van Lourus Lubbertsz, aan Sijmon Jopsz Krom, allen wonende te Zaandam, een erf te Zaandam op Rustenburgh, belend ten noorden Jacob Jansz Warius, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijn, voor 182 gld 10 st, die het aan de verkopers terugverkoopt voor 170 gld, die dit erf, breed omtrent 28 voeten, weer verkopen, aan Jacob Claes Route, voor 250 gld, te betalen een derdepart mei 1672, een derdepart een jaar daarna en 't resterende derdepart na 2 jaar 91.
                Op 11 februari 1710 geven Arent IJsbranntsz Fijn, Claas IJsbrantsz Fijn, Cornelis Gerritsz Thuijn getrouwd met Grietie IJsbrants, Arent Dircksz Sluijck in huwelijk gehad hebbende Guirtie IJsbrants mitsgaders Pieter Dircksz Breuwer en Pieter Pietersz Corver als door weesmeesters van de banne van Westzaan aangesteld tot voogden over de 4 minderjarige kinderen van de voornoemde Guirtie IJsbrants verwekt bij de gemelde Arent Dircksz Sluijck, wonende de voornoemde comparanten zo te Oost- als Westzaandam, tezamen erfgenamen van wijlen IJsbrant Arentsz Fijn en Barbertie Willems, in tijden echteluiden te Westzaandam, machtiging aan de voornoemde Cornelis Gerritsz Thuijn om te compareren voor het gerecht van de banne van Westzaan om op te dragen alle zodanige vaste goederen als door comparanten verkocht 92.
                Op 7 mei 1710 hebben de kinderen en kindskinderen van IJsbrant Arentsz Fijn en Barbertie Willems de nagelaten boedel verdeeld, een vierdepart aan Arent IJsbrantsz Fijn, nl. een huis en erf te Westzaandam op het Dampat, belend ten westen, noorden en oosten Cornelis Claasz Vis, nog een grafstede te Westzaandam op het Mennonistenkerkhof, en een somme van penningen volgens de gesloten rekening hem competerende, een vierdepart aan Claas IJsbrantsz Fijn, nl. een derdepart in de zaagmolen, erf, schuren en gereedschap genaamd Pro Patria, nog een derdepart in zeker eiland genaamd de Fock gelegen recht tegenover de voorschreven zaagmolen, nog een grafstede alhier op het Mennonistenkerkhof, een achtstepart aan Arent Dircksz Sluijck, nl. een huis en erf te Westzaandam op Rustenburg, een achtstepart aan Pieter Pietersz Korver en Pieter Dircksz Breuwer voor rekening van hun minderjarige pupillen, nl. een obligatie op naam van IJsbrant Arentsz Fijn dd. 28 januari 1675 en nog een somme van penningen volgens de gesloten rekening hun competerende, een vierdepart aan Cornelis Gerritsz Thuijn, nl. een derdepart in de molenworf waar de voorschreven molen Pro Patria op staat alsmede een derdepart in 't vorengemelde eiland genaamd de Fock, en nog een grafstede in de Nieuwe Kerck; zij verklaarden de verdere losse en meubilaire goederen, als geld en inboedel, te hebben verdeeld 93
            tr.
                Op 5 januari 1657 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt door IJsbrant Arentsz, bejaarde jongeman, en Barbertje Willems, jongedochter, beiden wonende te Zaandam. Voor elk zal een specificatie van de ingebrachte goederen gemaakt worden. De langstlevende zal de ingebrachte en de staande huwelijk opgekomen en opgestorven goederen krijgen en een douarie van 250 gld uit de goederen van de eerstaflijvige. De goederen van de eerstaflijvige gaan voor het overige naar diens erfgenamen ab intestato. Goederen geërfd door een kind gaan bij diens overlijden naar de andere kinderen. Winst en verlies staande huwelijk zullen komen aan wederzijden half en half. Gedaan ten huize van Willem Jacobsz (die tekent als Willem Jacobsz Mensen). 94
            35. (<17) (>70, >71) Barbertje WILLEMS, begr. Westzaandam (graf 123) 22 sept. 1709.
                In Zaandam zijn in 1665 IJsbrant Arentsz getrouwd hebbende Barbertje Willems, nagelaten dochter van zal. Willem Jacob Menssen, ter eenre, en Aeltje Jansdr, nagelaten weduwe van Willem Jacobsz voornoemd, geassisteerd met Pieter Cornelisz Vat en Dirck Claesz Lamberts haar wettige voogden, ter andere zijde, allen woonachtig alhier, geaccordeerd nopende de deling van de nalatenschap, nl. dat Aeltje Jans zal hebben de helft van inboedel en huisraad van de twee huizen en erven, 't ene op Jaep Mensespat en 't andere op Gerrit Ariszven, mits de huurpenningen op mei toekomende daarvan te ontvangen ten profijte van de voorschreven Aeltje Jans zullen komen, en daarenboven nog 2000 gld waarvan voorschreven Aeltje Jans bekent betaald te wezen; present waren Lourens Lubbertsz en Pieter Arentsz Fijn 95.
                Op 12 mei 1682 geven Barbertje Willems, weduwe en boedelhoudster van Isbrant Arentsz Fijn, Cornelis Ariaansz Volger en Willem Jans Sonnewyser, allen wonende te Zaandam, machtiging aan Sr Daniel Leijts, notaris en procureur aldaar, om te vorderen van Jan Jansz Schilp wonende op de Koog zodanige somme als hun toekomende volgens de bescheiden daarvan zijnde 96.
                In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Barbertje Willems, weduwe van IJsbrant Arentsz Fijn, geassisteerd met haar zoon Arent IJsbrantsz Fijn, wonende beiden te Zaandam, 1/6 van 2 hoekjes land zijnde tezamen groot in 't geheel 450 roeden, liggende te Zaandam op of aan het Westeijnde van de Damstraet, belend ten noorden een gemene vaarsloot, ten zuiden Cornelis Jansz Swager, ten westen Rustenburgh, item nog een erf mede aldaar op het Noordeijnde van Rustenburgh, voor 315 gld 97.
                In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Barber Willems, weduwe en boedelhoudster van IJsbrant Arentsz Fijn, geassisteerd met haar meerderjarige zoon Arent IJsbrantsz Fijn, mitsgaders met Pieter Arentsz Fijn als oom en bloedvoogd van haar minderjarige kinderen, allen te Zaandam woonachtig, aan Jan Cornelisz Gast, wonende mede aldaar, een huis en erf te Westzaandam aan de Zaan, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Claasz Gast, ten noorden de erven Jacob Claasz Broocker, voor 2050 gld, en aan Pieter Arentsz Fijn (zonder met hem geassisteerd) een achtstepart in een ven liggende vooraan op de Koogh aan de weg, waar de molen het Varcken op staat, belend ten zuiden de koopster [sic], ten noorden de erven Cornelis Jansz Bouman, voor 105 gld 98.
                In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Barbara Willems, weduwe van IJsbrant Arents Fijn, wonende te Zaandam, aan Jan Hendricxz Zeeuw, mede wonende te Zaandam, een huis en erf te Zaandam op het Zopjenspadt, belend ten oosten Pieter Hendricxz Aken, ten westen Pieter Cornelisz de Jongh, voor 300 gld 99.
                Op 15 januari 1707 testeert Barbertie Willems, weduwe van Isbrand Arentsz Fijn, wonende te Westzaandam vooraan in de Koog. Zij prelegateert aan haar jongste zoon genaamd Claas Isbrantsz Fijn „de groote silvere lapebeecker, een bedt, peluws, kussens, laackens ende deeckens dartoe behorende, een half eijcken kasje, ende dan nog zoo vele linnen en wollen klederen als haere andere kinderen ten huwelijk gaande hebben gehadt ende genoten”, mitsgaders daarenboven 150 gld in geld. Verder is haar begeerte dat haar voornoemde zoon na haar overlijden op taxatie van onpartijdige mannen in deling zal mogenhebben zodanige gedeelte in de houtzagersmolen genaamd Pro Patria staande op de Suijder Wateringh staande op land dat de testatrice in eigendom is toebehorende (met verdere bepalingen). Het is haar begeerte dat wat haar zwager [=schoonzoon] Arent Sluijk als beschadigde borg voor haar zoon Arent Fijn mocht hebben betaald uit de portie van haar zoon Arent Fijn zal moeten worden voldaan. 100
                     Uit dit huwelijk:
                1. Guurtje IJsbrands FIJN, zie 17.
                2. Grietje IJsbrands FIJN, begr. Westzaandam (graf 123) 22 sept. 1715, tr. Cornelis Gerritsz TUYN.
                3. Arent IJsbrantsz FIJN, commandeur (ter walvisvangst), impost op begr. Westzaandam 15 dec. 1710 (pro deo), begr. ald. 16 dec. 1710 (graf 42, ƒ 3), tr. Trijntje PIETERS.
                    Op 17 september 1686 verklaren Arent Fijn als commandeur, Rutger Eertwijken stuurman, Claes Hoorn harpoenier en Claes Joosten, allen te Zaandam, ten verzoeke van Cornelis Cornelisz Oude Kees als reder en boekhouder van 't schip de Bootschap van Maria, dat het schip deze zomer varende op 11 juni jl. in het ijs op de hoogte van 77 graden verloren is, en van alle goederen niets is geborgen 101.
                    Op 30 september 1686 verklaren Arent IJsbrantsz Fijn voor commandeur, Willem Adriaensz Popjes en Claes Hoorn, harpoeniers, en Claes Gerrit Joostes, bootsgezel, met het schip De Bootschap van Maria ter walvisvangst op Groenland, ten verzoeke van Cornelis Dircsz Pieter Jannes meester timmerman, dat zij tussen 11 en 12 juni jl. op de hoogte van 70½ graad met zeer zwaar weer en harde deining hun hoogste mast hebben verloren, zulks dat zijluiden daarvan niets hebben geborgen alzo zijluiden ter nauwernood hun personen konden salveren 102.
                    In de banne van Westzaan verklaart in 1689 Arent Isbrantsz Fijn wonende te Zaandam het recht van de wind verkregen te hebben voor een zaagmolen gebouwd op eigen grond beoosten de Korte Wateringh, genaamd Pro Patria, voor een erfpacht van 4 ponden jaarlijks 103.
                    Op 21 augustus 1718 delen IJsbrand Arentsz Fijn, Nicolaas Arentsz Fijn [ondertekent als Bleeker], en Klaartje Arents Fijn weduwe van Teeuwes Jansz Muysse, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van Arent IJsbrandse Fijn en Trijn Pieters, en Adriaen Volkertsz Bakker en Klaas IJsbrandse Brooker als representerende en assisterende Neetltje Arents Fijn, oud bij de 23 jaren, en Maritje Arentsz Fijn, oud 21 jaren, beiden nog minderjarige kinderen. Klaartje heeft een dochter Baafje Teeuwes Muesse. 104
                4. Claas IJsbrandsz BROOCKER, alias Fijn, geb. ca. 1677 105, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1708, houtkoper, overl. ald. 20 okt. 1758, impost op begr. Koog aan de Zaan 20 nov. 1758 (pro deo), ondertr. (impost) Westzaandam 5 febr. 1707 (impost ƒ 3 voor hem, zij jongedochter te Oostzaanam) Jannetje Jacobs VIJSSELAAR.
                    In 1738 geven in Westzaandam Claas Broocker, houtkoper, ter eenre en IJsbrand Claasz Broocker, meerderjarig, aan Pieter Dirkse Bouwe in huwelijk hebbende Maritje Claas Broocker voor moederlijk goed ƒ 250; hun oom was Cornelis Jacobs Vijsselaar 106.
              36. (<18) (>72, >73) Cornelis Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 11 febr. 1635,
                  In Heemskerk verkopen in 1669 Conelis Arisz Seylemaecker, buurman te Uitgeest, en Claes Japsersz, buurman te Krommenie, aan Pieter Tamisz buurman te Uitgeest op Assum de helft van een stuk land genaamd Evertscamp, groot in 't geheel 840 roeden, belend ten oosten de banscheiding van Uitgeest, ten zuiden Pieter Jacobsz Snijer, ten westen de Tocht, ten noorden de Groote Evertscampen, voor ƒ 494-2-8 107.
                  In Uitgeest verkopen in 1672 Jacob en Cornelis Otsen, Pieter Sijmenssen, buurluiden alhier, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Dirck Otsen, aan Cornelis Arisse Seijlmaecker. mede onze buurman, een huis met zijn erf op 't Nieuwelant, belend ten westen Jan Arissen Hen, ten oosten Jacob Steffensse, ten noorden de straat, ten zuiden de sloot, voor een custingbrief van ƒ 550, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1672, 1673, 1674 108.
              tr. Uitgeest 21 sept. 1664
                  In Uitgeest verkopen in 1682 Jan en Andries Arissen, Heijndrick IJsbrantsz, wonende binnen dit dorp, item Claes Jaspersz en Sijmen Claesz, beiden wonende te Krommenie, omen en bloedvoogden van 3 kinderen van zal. Cornelis Arissen Seijlmaecker en Jacobje Claes zal., voor 3 vijfdeparten, en Fredrick Cornelisz wonende alhier, als buitenvader van 't weeshuis van dit dorp, voor 2 vijfdeparten, aan Jan Claesz Nannen een huis en erf op Mijeuwelandt, belend ten zuiden de Sloot, ten noorden het Nijeuwelandt, ten oosten Jan Jansz Hen, ten westen Sijtie Claes, voor een custingbrief waarin de koper verklaart dit gekocht te hebben van de kinderen van zal. Cornelis Arissen Seijlmaecker voor 300 gld, te betalen in 3 termijnen 109.
                  in uitgeest heeft in 1683 Jan Arisse als oom en voogd van de 3 oudste kinderen van zal. Cornelis Arisz Seylemaecker en Jacobje Claes, met namen Maertien, Claes en Aris Cornelisz, de erfenis doen registreren van hun vader en moeder. Op 3 mei 1689 verklaart IJsbrant Joosten, in huwelijk hebbende Maertien Cornelis, van de 125 gld 25 gld uitgegeven te zijn en van de resternede 100 gld een derdepart ontvangen te hebben. Op 5 oktober 1694 verklaren Claes en Aris Cornelisz hun portie ontvangen te hebben. 110
              37. (<18) (>74, >75) Jacobje CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 20 dec. 1637 (dochter van Claesje den Ouwen op Assum).
                     Uit dit huwelijk:
                1. Maertien CORNELIS, ondertr. Uitgeest 8 aug. 1688, tr. Koog aan de Zaan IJsbrant JOOSTEN, wedn. van N.N.
                2. Aris Cornelisz SEIJLMAECKER, zie 18.
                3. Claes Cornelisz SEIJLMAECKER.
                4. N.N. CORNELIS.
                5. N.N. CORNELIS.
              38. (<19) Cornelis AEMCKERSZ,
                  In Uitgeest testeren in 1677 Cornelis Aemkersz en Aechte Cornelis Smackendochter, man en vrouw wonende alhier in Westergeest, aan elkaar het vruchtgebruik, de renten en de inkomsten van alle goederen, die desnoods verkocht mogen worden. Bij het aangaan van het huwelijk van hun zoon Cornelis Cornelisz hebben zij dezelve gegeven een bed met zijn toebehoren, of de waarde vandien, en 50 gld aan geld. Comparanten verklaren het ene kind zo wel te willen doen als het andere, en omdat nu bij hen geen gelegenheid is om aan hun dochter Antie Cornelis, alrede mede getrouwd, alsmede aan de verdere kinderen, zulks te doen, verklaren zij testateuren te begeren dat na hun overlijden de voornoemde Antie Cornelis, getrouwd met Jacob Abrahamsz, item Aemker Cornelis, Claes Cornelis en Aeltje Cornelis ieder vooruit zullen trekken een gelijke somme van 50 gld mitsgaders met bed en toebehoren indien hetzelve alsdan nog niet genoten. De boedel en de legaten zullen niet gedeeld of genoten worden alvorens het jongste kind 23 jaar of ten huwelijk zal zijn. 111
              tr.
              39. (<19) (>78, >79) Aechte Cornelisdr SMACK.
                  In Uitgeest bekent in 1642 Thijs Pietersz, buurman op de Marcken, schuldig te zijn aan Aechte Cornelisdr, de nagelaten dochter van wijlen Cornelis Cornelisz Smack en Anna Cornelisdr, in hun leven buurluiden binnen dit dorp, een jaarlijkse losrente van 2 gld, hoofdgeld 50 gld, met als onderpand een akkertje land in 't Woudervelt, groot 211 roeden, belend ten oosten de kinderen van Marij Claes Vasterts, ten zuiden de banscheiding, ten westen Aechte Tijssen, ten noorden Dirck Claesz 112.
                  In Uitgeest verkopen op 27 maart 1706 Jacob Abrahamsz, Claes Cornelisz Smit en Aris Cornelisz, en de rato caverende voor de weduwe van Aemker Cornelisz, allen erfgenamen van Aaght Cornelis Smacke, aan Jacob Jansz Visser een huis en erf in Westegeest, belend ten noorden Dirk Albertsz, ten zuiden Wouter Claasz, voor 140 gld 113.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Cornelis CORNELISZ.
                  2. Antie CORNELIS, tr. Jacob ABRAHAMSZ.
                  3. Aemcker CORNELISZ.
                      In Uitgeest verkoopt in 1698 Jan Pietersz Spijcker aan Aemck Cornelis een huis en erf op Assum, het erf groot 97 roeden, belend ten westen IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Pieter Jansz Huijsman, voor 180 gld, en verkoopt in 1701 Aemcker Cornelisz aan Heijndrick Jansz van Heemskerk een huis en erf op Assum, groot het erf 82 roeden, belend ten oosten Pieter Jacobsz, ten westen IJsbrant Kegom, voor 210 gld 114.
                      In Uitgeest certificeren in 1703 schout en schepenen, dat Aemker Cornelisz en Louris Nanne bij een verkoping bij executie kopers gebleven zijn van een stuk land genaamd Schepmeersven, groot 1467 roeden, in de polder van de Broeck, belend ten noorden Neel Pieters, ten westen de Tocht, toebehorende Huijbert Dircxe, geëxecuteerde, bij kracht van vonnis dd. 23 februari 1703, voor 440 gld, en verkoopt in 1704 Aemker Cornelisz aan Louris Nanne de helft van een stuk land in de Broeck, belend ten noorden Neeltie Pieters, ten zuiden de Wijde Busch, groot dezelve helft 733½ roede, voor 280 gld 115.
                      In Uitgeest verkoopt in 1705 Aamker Cornelisz aan Cornelis Pietersz een huis en erf in de Scheevelstraat, belend ten westen Frederick Stamme, ten oosten Aefje Harmens, voor 152 gld, en heeft in 1706 Fokeltje Mighielse verkocht aan Aemker Cornelisz voor de ene helft en aan Pieter Stamme en Jan Cole voor de andere helft, een huis en erf op Assum, belend ten oosten Jacob Brinko, ten westen Nies Bartelsz, voor 35 gld 116.
                  4. Claes Cornelisz SMIT, overl. Uitgeest 22 aug. 1728 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 25 aug. 1728 (pro deo), tr. ald. 7 febr. 1683 (hij: Klaas Kornelisz Smak) Digna PIETERS, bij huwelijk jongedochter van Heiloo, in Uitgeest op 2 april 1684 op de lidmatenlijst als Digna Pieters, huisvrouw van Klaas Krelisz, op vertoon van attestatie van Limmen, overl. Uitgeest 4 dec. 1732 (volgens lidmatemlijst), impost op begr. ald. 5 dec. 1732 (pro deo).
                      In Uitgeest verkoopt in 1699 Claes Cornelis Smidt aan Jan Tijmens Backer een huis en erf, item een smidshuis met al het smidsgereedschap, al zijn huisraad en inboedel, in Westergeest, belend ten zuiden Jan Lourisz, ten noorden Cornelis de Groot, voor 500 gld 117.
                  5. Aeltje CORNELIS, zie 19.
                40. (<20) (>80, >81) Goossen Jansz OOSTERHOORN, alias Sturc, verwer te Krommenie, overl. ca. 1670,
                    In Krommenie verkoopt op 7 mei 1666 Cornelis Jansz te Krommeniedijk aan Goossen Jansz Oosterhooren, verwer, een losrente van 6 gld 's jaars 118.
                    Op 22 september 1666 verzoekt Goossen Jansz Oosterhooren aan notaris Sijmon Oosterhooren een insinuatie te bezorgen aan Arent Alberts Neef, notaris en koopman te Zaanda, om te verzoeken de penningen, zoals die nog onder hem heeft als voogd en administrateur van de goederen van zijn huisvrouw, te betalen of anderszins te verzekeren, en aan te bieden zo er nog enige kwestie tussen hen is die op te lossen door uitspraak van rechtsgeleerden of goede mannen 119.
                    Op 23 januari 1669 geven Goosen Jansz Oosterhooren, en de notaris Arent Albertsz Neef voor Aechtien Garmits als oom en last hebbende van Pieter Gerritsz, volmacht aan de procureuer Frederick Meyer wonende te Amsterdam om uit hun naam Cornelis Jansz Maeslandt, indien hij onwillig is cautie te stellen voor de vermindering van 't kapitaal, met middel van recht daartoe te constringeren 't welk hij als vruchtgebruik is bezittende, mitsgaders Michiel Koedijck te constringeren de inventaris door hem gemaakt van de goederen door zal. Marij Jans nagelaten bij ede te versterken 120.
                    Op 13 januari 1672 worden de goederen ten weesboek ingebracht van Jan, Pieter en Gerrit Goosens, nagelaten weeskinderen van zal. Goose Jansz Oosterhoorn verwekt bij Geertje Gerrits tegenwoordig hertrouwd met Gerrit Engelsz Man en door dezelve ingebracht, bestaande uit de somme van 9 gld 9 st. Op 9 mei 1708 compareren Jan Goosen Oosterhoorn, Pieter Goosen Oosterhoorn, instaande voor hun broer Gerrit Goosen Oosterhoorn, en bekennen hiervan voldaan te zijn. 121
                    In Krommenie verkopen op 27 april 1690 de kinderen en voogden [van de kinderen] van Gosen Jansz aan Gerret Engels Man een huis en erve op 't Made, belend ten westen Karsie van 't Padtje, ten oosten de weduwe van J. Mostert, voor 750 gld 122.
                tr. 1° Westzaandam 14 aug. 1661 (beiden van hier) Griete JACOBS,
                tr. 2° Westzaandam 11 nov. 1662 (zij jongedochter aan de Oostzijde)
                41. (<20) (>82, >83) Geertruijt 'Geertje' GERRITS, geb. ca. 1644, impost op begr. Krommenie 22 sept. 1705 (pro deo),
                    Op 27 mei 1672 testeert Gerrit Engelsz Man, buurman te Krommenie, ziek te bedde. Hij verklaart indien hij zonder wettige descendenten komt te overlijden te legateren aan Gerrit Goossensz, de jongste zoon van testateurs huisvrouw geprocreëerd bij Goossen Jansz Oosterhooren, al zijn kleren, en tot zijn enige erfgenaam nadrukkelijk te constitueren Geertje Gerrits zijn lieve huisvrouw, om zonderlinge liefde hen daartoe porrende, en ook omdat bijkans al hetgeen hij nu in eigendom heeft van haar, zijn huisvrouw, gekomen is. 123
                ondertr. 2° Krommenie 6 dec. 1671 Gerrit Engelsz MAN, ged. (nederd. geref.) ald. 4 sept. 1644 (doopgetuige Tryn Gerrits), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1681, overl. in Ierland vóór 28 juli 1722, zn van Engel GERRITSZ en Aechie CORNELIS.
                    In Krommenie verkopen in 1708 Cornelis Gerritsz, Isack Jans Cake en Jan Baartsz Schouten, allen als last hebbende van Gerrit Engelsz Man, onze gewezen buurman maar thans uitlandig naar Schotland, volgens akte gepasseerd te Assendelft voor Claas Tijsz Heines op 16 februari 1707, aan Pieter Garbrantsz een huis en erf op het Mat, belend ten oosten Dirck Pietersz Clomp, ten westen Claas Aldertsz Schouten, voor 490 gld 124.
                    Op 28 juli 1722 is ten verzoeke van Cornelis Gerritse, Engel Gerritse, Lijsbet Gerrits en Gerrit Cornelis Spel getrouwd met Aagte Gerrits, kinderen en gezamenlijke erfgenamen ab intestato van wijlen hun vader Gerrit Engelse Man laatst gewoond hebbende in Ierland en aldaar overleden, een insinuatie gedaan aan Gerrit Goosen Oosterhoorn wonende op de Heijligeweg te Krommenie, dat hij bevorens Gerrit Engelse Man naar Ierland is gegaan van hem omtrent maart 1719 heeft ontvangen om te bewaren enige meubilaire goederen, onder conditie deze te houden totdat Gerrit Man weergekomen of overleden zou wezen, welke goederen waren 11 kussenslopen, 18 lakens, 2 bedkussens, een deken, een ...saar..[?], en 7 kopjes „pasteleijn”, een bakje „straats” en in een koperen ketel een geschilderd bord, dat hij de goederen tot nu toe weigerde terug te geven, en dat bij nalatigheid van de geïnsinueerde dezelve kinderen genoodzaakt zullen wezen middelen van justitie bij de hand te nemen en de kosten en de schade op hem te te verhalen. De geïnsinueerde zegt dat hij de goederen nog niet zal overgeven. 125
                         Uit het eerste huwelijk:
                    1. Jan Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, zie 20.
                    2. Pieter Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1666, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1995, impost op begr. ald. 17 nov. 1711 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4), tr. Guert PIETERS, impost op begr. Krommenie 4 maart 1728 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
                        In Krommenie verkoopt in 1699 Cornelis Pietersz Bokis, de rato caverende voor zijn moeder Alet Gerrit Keijsers weduwe van Pieter Bokis, aan Pieter Goosz Oosterhoorn 1/44 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijf, staande bewesten Krommenie, voor 35 gld contant 126.
                        In Krommenie verkoopt in 1718 IJsbrant Brantse aan Guert Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn een [venwousje?] achter het huis van comparant achter de sloot van de Heyligeweg, groot 26 roeden, belend ten oosten Griet Jans, ten westen Jeyes Febbes de Vries, voor 98 gld 127.
                        Op 22 april 1689 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Pieter Goossensz Oosterhooren, jongeman, geassisteerd met de notaris [Simon Oosterhooren], en Guirtje Pieters, jongedochter, geaasisteerd met Thijs Jacobs Kuijper haar oom, allen wonende te Krommenie. Als zij zonder kinderen uit dit huwelijk verwekt de eerststervende is, zal hij aan haar erfgenamen moeten uitkeren hetgeen zij ten huwelij zal hebben aangebracht, dat alleen bestaande in de kleren van linnen en wollen tot haar lijf behorende. 128
                    3. Gerrit Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 juni 1670, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 3 juni 1696, attestatie om te trouwen 1° Westzaan 7 mei 1690 (zij jongedochter te Westzaan in de Krabbelbuurt), tr. Krommenie 7 mei 1690 Maartje PIETERS, tr. 2° ald. 18 juli 1694 (zij jongedochter van Westgraftdijk) Maartje JACOBS, impost op begr. ald. 7 sept. 1725 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
                        In Krommenie verkopen in 1692 Jasper Jacobsz Cuijper, Dirck Gerritsz met de verdere erfgenamen, aan Gerrit Goosen Oosterhoorn een huis en erf op het Westeijnt van de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Heijndricksz van Assem, ten westen Pieter Claesz Gorter, voor 661 gld 129.
                        In 1725 testeren Gerrit Gose Oosterhoorn en Maertje Jacobs, echte man en vrouw wonende te Krommenie, hij zwak en pijnlijk te bedde liggende, aan de langstlevende en aan hun dochter of deszelfs zaad de legitieme portie; bij hertrouwen van de langstlevende zal die aan hun dochter de helft van de boedel moeten geven 130.
                           Uit het tweede huwelijk:
                      1. Engel Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 jan. 1673.
                      2. Cornelis Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 febr. 1679, tr. 1° Maartje DIRKS, ondertr. (impost) 2° ald. 27 febr. 1720 (pro deo), tr. ald. 14 maart 1720 (hij weduwnaar op Krommeniehorn, zij jongedochter van Krommeniedijk) Guurtje FREDRIKS.
                          In 1725 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel van wijlen Cornelis Gerritsen Man op Krommeniehorn overleden, tussen hem en zijn achtergelaten huisvrouw Guurtje Vreriks in gemeenschap bezeten (o.a. allerlei winkelwaren); er zijn minderjarige kinderen 131.
                      3. Klaas Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 juli 1682 (de vader wordt Gerrit Engelsz Kuijper genoemd).
                      4. Aegje Gerrits MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 aug. 1684, tr. Gerrit Cornelisz SPEK, die hertr. met Grietje Jans AL.
                      5. Engel Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 okt. 1687, ondertr. (impost) ald. 16 aug. 1710 (pro deo), tr. ald. 31 aug. 1710 (beiden op de Horn) Sijbrig MAERTENS.
                          In 1733 testeren Engel Gerritsen Man en Sijbrig Maertens, op de langstlevende, en daarna als er geen kinderen zijn half en half aan hun vrienden en magen 132.
                      6. Klaes Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 febr. 1690.
                    42. (<21) (>84) Nanning IJSBRANTSZ, regent van 't weeshuis te Krommenie 133, komenijhouder, kramer,
                        In Krommenie bekent in 1645 Nanning IJsbrantsz gekocht te hebben van Jan Jacopsz Laeckeman, onze geburen, een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten de kinderen van IJsbrant Jacopsz, ten westen Cornelis Pouwels, voor 1040 gld, te betalen 1/3 gereed en 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 1646 en 1647 (op 12 februari 1655 betaald en geroyeerd) 134.
                        In Assendelft verkoopt in 1647 Nan IJsbrantsz, buurman te Krommenie, aan Cornelis Cornelisz, buurman te Krommenie, een akker land genaamd Thijsenacker, groot 234 roeden, liggende op 't Noorteynd, belend ten noordoosten Claes Jansz Banning, ten zuidoosten de Delft, ten zuidwesten en noordwesten Claes Dignums, voor 284 gld, te betalen op 2 eerstkomende meidagen telkens een helft 135.
                        In Krommenie bekent op 12 juni 1647 Nanning IJsbrantsz, buurman te Krommenie, schuldig te wezen Bouwen Jansz, mede wonende te Krommenie en staande onder de weeskamer, 300 gld, met nog 15 gld voor de rente, terug te betalen op 13 juni 1648, met als onderpand een stuk land groot omtrent 668 roeden, belend ten noorden Engel Gavijsz, ten zuiden Gerrijt Joosepsz met Guerte Claesdr (op 14 juni 1651 doorgehaald als voldaan) 136.
                        In Krommenie verkoopt in 1649 Garmet Aeryaensz aan Nanningh IJsbrantsz, onze geburen, een hoekje land van Walichlant gelegen achter de Heiligewech, groot 26 roeden, belend ten oosten Jan Willemsz, ten westen de verkoper, voor 86 gld 10 st, en koopt in 1650 Henderyck Jansz Backer van Nanningh IJsbrantsz, onze geburen, een stuk land buiten de Heiligewech, groot 668 roeden, belend ten zuiden Guerte Claesdr, voor 1300 gld, te betalen 1/3 gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende vrouwenlichtmisdagen 137.
                        In Krommenie bekent in 1654 Nan Isbrantsz wonende alhier op de Heiligewech schuldig te wezen aan Adriaen Cornelisz Kat wonende te Driebruggen een jaarlijkse losrente van 25 gld, kapitaal 500 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten westen Hilgont Jans, ten oosten Neel Jans, weduwe (op 17 maart 1657 voldaan en geroyeerd) 138.
                        In Krommenie in 1657 bekent Nan Isbrantsz schuldig te wezen aan Pieter Claasz Oosterhoorn, secretaris alhier, een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 450 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten oosten Neeltje Oomis, weduwe, ten westen Hilgont Jans (voldaan in 1706), en aan Pieter Kuijper, koopman te Alkmaar, een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten oosten Neeltje Ooms, ten westen Hilgont Jans, mitsgaders een tuintje daarover gelegen, groot omtrent 26 roeden 139.
                        Op 13 juni 1659 is in Krommenie de secretaris eiser namens de schout contra Nan IJsbrantsz, wonende alhier op de Heijligewegh, die zonder consent van de rooimeesters zijn wal voor zijn huis heeft gerepareerd; de eis is dat de gedaagde gecondemneerd zal worden de zonder consent gemaakte wal wederom af te halen en af te breken binnen 24 uur, anders zal dezelve wal op zijn kosten worden opgehaald en in de vorige staat gesteld. De gedaagde compareert niet. Op 8 augustus 1659 verklaart Nan IJsbrantsz zich bereid zijn wal volgens de order van de rooimeesters op te maken, en verzoekt hij de heer officier gratieuselijk over de boete te accorderen alzo het door onweten geschied is. 140
                        In 1660 verklaart Giljame Giljames, linnewever te Castricum, ten verzoeke van Gerrit Jansz Backer te Castricum, dat in de voorzomer van 1658 ten huize van requirant is geweest ene kaaskoper van Krommenie met zijn huisvrouw, dezelve genaamd Nan IJsbrantsz, dewelke met de requirant in handeling was om des requirants koeiekaas te kopen die hij de aanstaande zomer zou maken (met enkele voorwaarden), en dat de voornoemde kaaskoper zei „die ick niet en ontfangen en sal ick niet betalen”, en is eindelijk de koop daarop aangegaan op 14-10-0 „tsippont” 141.
                        In Krommenie is in 1660 Gerrit Jansz Bakker, buurman te Castricum, eiser contra Nan IJsbrantsz alhier, om betaling van 15-19-10 over geleverde koeiekaas in 1658. De gedaagde zegt de kaas voor 't gehele jaar te hebben gekocht, doch de eiser hem dezelve alleen in 't begin en 't laatst van 't jaar te hebben geleverd en de beste tijd die aan een ander te hebben geleverd. Schepenen renvoyeren de partijen naar goede mannen. 142
                        In Krommenie zijn op 18 maart 1661 de weduwe en erfgenamen van Sijmon Cornelis Tuni[?], in zijn leven houtkoper alhier, eisers contra Nan IJsbrantsz, komenijhouder alhier, om betaling van 20 gld 5 st; op 30 september 1661 wordt de gedaagde gecondemneerd 143.
                        In Krommenie zijn in 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder op de Heijligewegh, en Aagje Cornelis, weduwe van Engel Gerritsz, wonende alhier, eisers contra Claas Gerritsz Keys, wonende mede alhier, om betaling aan ieder 1/3 van 2 derdeparten van de waarde van een huisje en erf op de Heijligewegh, hun, eisers, toebehorende, bewoond geweest door Pieter Olbrantsz. De gedaagde legt een koopbrief over van 30 augustus 1658 en zegt dat de eisers niet zullen bewijzen enig eigendom aan 't huis te hebben. Schepenen verwijzen naar goede mannen. 144
                        In Krommenie is op 10 november 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder , eiser contra Cornelis Willemsz, timmerman, om betaling van 9-15 voor geleverde waren; de gedaagde doet een eis in reconventie van 11-6-0 over arbeidsloon door de gedaagde en zijn huisvrouw aan de eiser verdiend 145.
                        In Krommenie is in 1665 Kornelis Pietersz Heijn, koopman te Wormer, eiser contra Nan IJsbrantsz, kramer op de Heijligewegh, om betaling van 3-19-0 als rest over geleverde beschuit 146.
                    tr. Krommenie 18 sept. 1644
                        Op 10 september 1644 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Naningh IJsbrantsz, jonggezel, en Trijn Gerrits, jongedochter, geassisteerd met Cornelis Cornelisz haar oom en voogd, geburen te Krommenie. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, winst staande huwelijk zal half om half verdeeld worden, en bij overlijden zonder kinderen gaan de goederen terug naar afkomst. 147
                    43. (<21) (>86, >87) Trijn GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 febr. 1622 (doopgetuige Duijf Cornelis).
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Gerrit NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 juli 1645.
                      2. Gerrit NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 21 juni 1648.
                      3. Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 24 april 1650 (doopgetuige Claesie Pieters).
                      4. Sijmon NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 28 april 1652.
                      5. Sijmon NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 nov. 1653, tr. Alet PIETERS, dr van Pieter BESSE.
                          In Krommenie verkopen in 1717 Nan Sijmonse, Jan Sijmonse, Jan Cornelis Spaans in huwelijk hebbende Heijmetje Sijmons en de rato caverende voor Gerrit Sijmonse, allen kinderen van Sijmon Nanningse en Alet Pieters, met approbatie van de crediteuren van Sijmon Nanningse en Alet Pieters, ten overstaan van Jacob Sijmonse Matselaer, aan Pieter Pieterse van der Laan wonende te Coogh een huis en erf op het Mat, belend ten oosten Jacob Rol, ten westen Nan Pieters Oomes, voor 275 gld 148.
                          In Krommenie verkoopt in 1704 Jan Cornelis Spaans aan Alet Pieters, weduwe van Sijmon Nan, een huis en erf op 't Mat, belend ten oosten de weduwe van Buijs, ten westen Willem Claesz Eijff, voor 300 gld 149.
                      6. Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 aug. 1655, zie 21.
                      7. Aegt NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 april 1658, tr. Jan Gerritsz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. okt. 1662, impost op begr. ald. 6 nov. 1726, zn van Gerrit JANSZ en Aegtje CORNELIS.
                      8. IJsbrant NANNINGSZ, verwer, weesvader van Krommenie 150, tr. Marie Jans RAAPKONST, ged. (nederd. geref.) ald. 9 mei 1641 (doopgetuige Diewer Claes), dr van Jan Claesz RAEPKONST, diaken ald., en Aeriaentgen IJSBRANTS.
                          In Krommenie verkoopt in 1705 Isbrant Nanusse aan Nannigh Maertse een huis en erf op Krommeniehorn, belend ten oosten het pad van Adriaen Heijndrijckse Louwe, ten westen Jan Commo [?], voor 249 gld 151.
                          In Krommenie zijn in 1711 overeengekomen Marie Jans Raapkonst, weduwe van Isbrant Nanse Verwer, geassisteerd met Jan Huijbertsz Schipper en Jan Sijmonse Sluijs, ter eenre, en Cornelis Nanningsz Verwer, ook als mede-voogd van de minderjarige kinderen van Sijmon Nanningsz geteeld bij Alet Piet Besses, Jan Goosen Oosterhoorn getrouwd zijnde met Griete Nannings, Jan Gerritsz van Leije getrouwd zijnde met Aagt Nannes, Gerrit Sijmonse, Jan Cornelisz Spaans in huwelijk hebbende Heijmetje Sijmons, en Nan Pietersz Oomes, oud-burgemeester alhier, als mede-voogd van de minderjarige kinderen van Sijmon Nanninse bovengemeld, allen erfgenamen van wijlen de voorschreven Isbrant Nanse Verwer, ter andere zijde, over de deling van de boedel van Isbrant Nannisse en Marie Jans Raapkonst, als volgt. De erfgenamen van Isbrant Nannisse zullen aanbedeeld worden de helft in een huis, erf en tuin en wat tot de ververij behoort, met een grote verfketel, staande en gelegen op de Heijligeweg, belend ten oosten de weduwe van Isbrant Cornelisz Meester, ten westen Heijndrick Clase Hopman, item het huisraad, de inboel en kleren die Isbrant Nanningsz ten huwelijk heeft ingebracht, en zullen tot hun last nemen alle schulden die Isbrant Nannisse Verwer vóór het sluiten van het huwelijk met Marie Jans Raapkonst heeft gemaakt. De erfgenamen doen afstand van zodanige pretentie als zij sustineerden te hebben vanwege zekere huwelijkse voorwaarden door Isbrant Nanninfsz Verwer en Marie Jans Raapkonst gemaakt voor notaris Claas Tijse Heines op 6 februari 1704, en ook vanwege zeker contract tussen Isbrant Nannisse Verwer en zijn erfgenamen gemaakt onder de hand op 8 mei 1697. Marie Jans zal de wederhelft hebben en ook alles wat zij heeft ingebracht. In 1712 verkopen de erfgenamen van Isbrant Nannisz aan Marie Jans Raapkunst hun deel voor 340 gld 10 st. 152
                          In Krommenie verkopen in 1714 Jan Heijndricksz Raapkunst, Jan Sijmonsz Sluijs getrouwd zijnde met Adrijaantje Huijberts, mede-erfgenamen van wijlen Marie Jans Raapkunst, ook voor de verdere erfgenamen, aan Jacob Jacobsz Middelhoven een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten Heijndrick Claas Jannes, ten westen de weduwe van IJsbrant Meester, item de worf over de sloot achter het voorschreven huis, belend ten westen de weduwe voorschreven, ten oosten Jeijes de Vries, voor 551 gld 153.
                      9. Cornelis NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 maart 1662, verwer.
                    44. (<22) (>88, >89) Willem GERRITSZ, rolreder aan de Heijligeweg in Krommenie,
                        In Krommenie koopt in 1657 Willem Gerritsz, wonende in 't Noortent, van Baltus Cornelisz, mede-erfgenaam van wijlen Cornelis Gerritsz, voor hemzelf en voor anderen, mitsgaders Willem Gavisz de Jongh als voogd van de weduwe van Cornelis Gerritsz voornoemd, een huis en erf op de Heyligeweg, belend ten oosten Engel Gerritsz, ten westen Neeltje Maertens, voor 1000 gld 154.
                        In Krommenie wordt in 1665 de inventaris opgesteld van 't gene Willem Gerritsz, op de Heijligewegh woonachtig, zijn onmondig kind genaamd Annetge verwekt bij Aagt Jacobs tot moeders erfenis bewezen heeft, in 't bijzijn van Jacob Cornelisz Keesen 's kinds grootvader van de verstorven zijde, als volgt: eerst 212½ roede land in het land van Jacob Cornelisz Keesen voornoemd, door elkaar gerekend, zijnde de helft van de portie die Willem Gerritsz uit de landerijen van dezelve Jacob Keesen voor moeders erfenis te beurt is gevallen, nog alle kleren ten lijve van 's kinds moeder hebbende behoord; voorts zal de vader het kind onderhouden tot zijn mondige dagen of huwelijke staat toe (geroyeerd vanwege een nieuwe inventaris), en wordt een afgebroken nieuwe inventaris gemaakt tussen 12 september 1668 en 23 januari 1669, waarin alleen sprake is van de helft van een ven land groot in 't geheel 1043 roeden gelegen voor de Vlus, belend ten zuiden de weduwe van Hendrick van Assum 155.
                        In Krommenie wordt op 29 mei 1669 de inventaris opgemaakt van de goederen van 't kind van Aef Jans zal. genaamd Aegte verwekt bij Willem Gerritsz, door hem en Jan Jansz Koop oom, van 's moeders zijde als voogd, ten weesboek gebracht: eerstelijk een stuk land in de banne van Oostzaan bij de Noorder Valdeursloot in Ares Jannenweer genaamd Bleeckers, groot 100 roeden, belend ten zuiden Cornelis Adams, nog een stuk land ten noorden van 't bovenstaande genaamd de Maeslootskamp, groot 62½ roede, belend ten noorden Jan Dircxz Beemster, ten oosten de Maesloot, ten westen de Weegouw, alles Rijnlandse maat, nog aan contant geld 53 gld 11 st berustende onder de vader (op 13 december 1673 geroyeerd daar Aegte Willems onlangs is komen te overlijdemn en de goederen zijn geërfd door de vader) 156.
                        In Krommenie verkoopt in 1670 Cornelis Jacobsz aan Willem Gerritsz 1/64 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom, voor 31 gld 5 st contant, en verkopen in 1671 Willem Gaves dJong, Jan Kristiaensz, Allert Barentsz Backer, Dieuwer Dircx en Cornelis Jan Poulusz de helft en 1/40 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karseboom aan 15 personen, waaronder Willem Gerritsz, voor 787 gld 10 st contant 157.
                        In 1675 maken Pieter Jans Suyth, Symon Cornelisz Heynes, Willem Gerritsz, Dirck Gerritsz, Willem Sevenhuysen, Josup Cornelisz Gorter c.s. een contract met Pouwels Jansz Woude om hem van tijd tot tijd ter hand te stellen een goede kwantiteit hennep, as, carrel [=vlas] en verder alle zodanige materialen en gereedschappen die tot de rolrederij behoren, waarmee Pouwelsz Jansz Woude voor de eerste comparanten goede bekwame rollen Hollands canvas en zeildoek zal maken voor 2 gld, maar zo lang het contract zal duren voor niemand anders deze rollen mag maken 158.
                        In Krommenie verkopen in 1680 Willem Gerritsz en Pieter Jacobsz Lakeman aan Willem Engelsz, allen wonende te Krommenie, een stuk land bewesten de Vlus, groot 1043 roeden, belend ten zuiden Cornelis van Assum, ten noorden Aegte Willems, voor 677 gld 19 st, verkopen in 1683 Willem Dircksz Aten en Jan Cornelisz Gorter aan Willem Gerritsz en verdere consorten, allen reders aan de hennepkloppersmolen genaamd de Karseboom, 3/40 in de voorschreven molen staande aan de Noortsluys, belend ten zuiden de voorschreven sluis, voor 100 gld, en verkoopt in 1687 Cornelis Willemsz Backer aan Willem Gerritsz een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten de koper, ten westen de verkoper, voor 640 gld 159.
                    ondertr. 1° (schepenbank) Krommenie 14 nov. 1655, tr. ald. Aagt JACOBS, dr van Jacob Cornelisz KEESEN,
                    ondertr. 2° (schepenbank) Krommenie 14 dec. 1664 Aaff JANS, bij huwelijk jongedochter van Oostzaandam,
                    ondertr. 3° (schepenbank) Krommenie 18 nov. 1668, tr. ald. Marij GERRITS,
                    tr. 4°
                           Uit het eerste huwelijk:
                      1. Annetge WILLEMS.
                           Uit het tweede huwelijk:
                      1. Aagte WILLEMS.
                    45. (<22) (>90) Aegje DIRCX, impost op begr. Krommenie 22 april 1707 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever haar zoon Gerrit Willems Gerritsz).
                        In Krommenie wordt in 1699 de inventaris opgemaakt van de goederen tot nu toe gemeenschappelijk bezeten door Aegje Dircx, weduwe van Willem Gerritsz, in zijn leven rolreder te Krommenie, en haar enige zoon Gerrit Willemsz, meerderjarig, geprocreëerd bij voornoemde Willem Gerritsz, als volgt. Twee huizen en erven naast elkaar gelegen op de Heijlegeweg met een tuin daarachter, tezamen waard 2600 gld, drie stukjes land naast elkaar gelegen op de Melcksloot tezamen groot 1262 roeden, waard 700 gld, 1/10 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent, waard 90 gld, 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Kersseboom, waard 90 gld, de rolrederij als garen, rollen, as, mitsgaders al het rolredersgereedschap, waard in het geheel 8200 gld, en een boeier en een kleine schuit, waard 350 gld. Voorschreven weduwe Aegje Dircx ter eenre, en Gerrit Willemsz voornoemd ter andere zijde, ten overstaan van Willem Dircksz, broer van Aegje Dircx, wonende te Wormerveer, en Jacob Isbrantsz Wiggers, verklaren met elkaar minnelijk schifting en deling gedaan te hebben, waarbij alle genoemde goederen aan Gerrit Willemsz komen, die aan Aegje Dircx 6100 gld zal uitkeren, en waarbij huisraad en inboedel afzonderlijk is verdeeld. 160
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Gerrit Willemsz SWART, zie 22.
                      46. (<23) Cornelis DIRCKSZ,
                          In Krommenie koopt in 1670 Cornelis Dircxz wonende alhier op de Heijligeweg van Cornelis Jaspersz mede aldaar een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten Pieter Jansz Breuder, ten westen de weduwe van Lambert Pietersz Balig, voor 682 gld, te betalen op 7 opeenvolgende Meidagen 161.
                          In Krommenie zijn in 1683 tot voogden gesteld over 't onmondige kind van Cornelis Dircksz als getrouwd geweest zijnde met Marrij Jans de personen van Jan Louwersz Back wonende te Uitgeest en Cornelis Jillisz 162.
                      ondertr. (schepenbank) Krommenie 10 febr. 1669 (hij jonggezel van Assendelft, zij jongedochter van Krommenie)
                      47. (<23) (>94) Marij JANS, impost op begr. Krommenie 18 juni 1706 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangifte door Jacob Willemsz Sondagh van zijn [stief]moeder Marietje Jans),
                          In Krommenie verkoopt in 1675 Jan Willemsz Groot, als vader en voogd van zijn dochter Marij Jans weduwe van Cornelis Dircksz, wonende alhier op de Heijligewecht, aan Dirck Jansz mede wonende alhier op de Heijligewecht een huis en erf op de Heijligewecht, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen Jan Pietersz Glas, voor 550 gld, te betalen op 4 meidagen, in 1675, 1676, 1677 en 1678 163.
                      tr. 2° Willem Claesz SONDAGH.
                          In Krommenie verkopen in 1684 Willem Claesz Sonnendagh en Allert Teuwisz aan Sijmen Claesz, allen wonende te Krommenie, een huis en erf op de Heijoige Wegh, belend ten oosten Cornelis Willemsz Backer, ten westen Stijntje Omes, voor ƒ 735, te betalen in 4 termijnen 164.
                          In Krommenie verkoopt in 1684 Willem Claesz Sonnendagh, met approbatie van de heren weesmeesters, aan Jan Woutersz, allen wonende te Krommenie, een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen de weduwe van Lammert Pieter Baligen, voor 550 gld (geroyeerd op 5 augustus 1687). [Ditzelfde huis en erf was al in i675 verkocht door de vader van Marij Jans namens zijn dochter; het lijkt er op dat die voorafgaande verkoop teniet gedaan is, bijv. vanwege insolvabiliteit van de koper of door tussenkomst van de weesmeesters.] 165
                          In Krommenie testeert op 20 april 1713 Willem Claasz Sondagh, ziekelijk te bedde liggende. Hij revoceert zijn testament gemaakt op 4 juni 1707 voor notaris Claas Tijse Heijnes, maar zijn testament van 28 april 1698 bij dezelfde notaris zal in zijn geheel blijven. Verder is het zijn wil dat zijn zoon Jacob Willemsz Sondagh zal hebben en behouden het huis en erf waar hij Jacob thans in woont, gelegen in 't Westend van Tona…[?], voor een somme van 900 gld. 166
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Magtelt CORNELIS, zie 23.
                        48. (<24) (>96, >97) Michiel WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 sept. 1626 (doopgetuige Rysch Adriaens), schuitvoerder, overl. vóór 21 febr. 1663,
                            In 1654 verklaart Michiel Willemsz schuitvoerder te Krommenie, in huwelijk gehad hebbende Tryntge Claes dochter van Claes Cornelisz Bolij, en overzulks mede-erfgenaam voor een vierdepart van dezelve, uit handen van Jan Claesz, tegenwoordig wonende te Amsterdam, zijn zwager, ontvangen te hebben de somme van 80 gld, in volle betaling hem comparant door het overlijden van voornoemde Claes Cornelisz Boolij, zijn vrouws vader, aangeërfd 167.
                        ondertr. 1° Krommenie 16 febr. 1653 Trijn CLAES, dr van Claes Cornelisz BOLIJ en Annetgen CLAESDR,
                        ondertr. 2° Krommenie 18 maart 1660
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 8 febr. 1654.
                        49. (<24) Arijaentje CLAES, geb. ca. 1639, impost op begr. Krommenie 6 mei 1717 (pro deo, begraven pro deo, aangever haar zoon Claas Mighielse),
                            Op 28 april 1663 wordt in Krommenie een attestatie geleverd door Ariaantje Claas, weduwe van Mighiel Willemsz schuitvoerder, oud omtrent 23 jaar, en Diewer Claas, jongedochter 168.
                            In Krommenie verkopen in 1707 Gerrit van Manen onze secretaris en Claas Mighielsz, als last en procuratie hebbende van Adrijaentke Claas, laatst weduwe en boedelhoudster van Tijs Sijmonsz Cortis, alsmede van deszelfs crediteuren, aan Pieter Baartsz Biersteeker te Krommenie een huis en erf met een bierstal staande op het oostend van de Heijligewegh, belend ten oosten de Durcksloot, ten westen de weduwe van Claas Claasz Schouten, voor 1000 gld 169.
                        ondertr. 2° Krommenie 28 maart 1666 (hij jonggezel van Wijk op Zee) Elias JACOBSZ,
                        tr. 3° Krommenie 30 sept. 1682 Tijs Sijmonsz CORTIS.
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1661, zie 24.
                          2. Michiel MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 21 febr. 1663, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1695, impost op begr. ald. 22 april 1707 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever zijn broer Claas Mighielsz), ondertr. (impost)/tr. Krommenie 22 dec. 1696/6 jan. 1697 Marij Claes van LIMMEN.
                              In Krommenie verkoopt in 1698 Pieter Jans Besz wonende in Marken-Binnen aan Michiel Michielsz 1/40 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom, bij de Noordersluijs aan de Nieuwe-Vaartdijck, voor 30 gld, welk part in 1698 door Martje Claas, weduwe van Mighiel Mighielsz, geassisteerd met Claas Mighielsz, verkocht wordt aan Pieter Marten Baas voor 30 gld 170.
                                 Uit het tweede huwelijk:
                            1. Marijtje ELIAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 okt. 1666.
                          52. (<26) (>104, >105) Pieter Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 jan. 1618, overl. vóór april 1667,
                              In 1653 bekent Pieter Claesz Allertsz wonende te Krommenie op de Horn schuldig te wezen de armenvoogden van de huiszittenarmen van Krommenie 200 gld tegen 5 gld in 't honderd jaarlijks, met als borgen Claes Jansz van de Horn en Jan Claesz mede aldaar 171.
                              Op 8 februari 1658 verklaart Jan Maartsz, jongeman, wonende te Krommenie in de Krommenieër watermolen, oud omtrent 24 jaar, ten verzoeke van Pieter Claasz Backer, mede aldaar op de Horn woonachtig, dat hij op zaterdagavond op de 2e dezer laatstleden ten huize van de requirant is geweest, alwaar mede was Jan Claasz Raapconst zwager van dezelve, waar sprake was tussen de requirant en dito Raapconst over de deling van het huis en erf dat zij benevens Symon Claasz Raapconst met hun drieën van Claes Jansz van de Horn, hun vader en schoonvader, hebben geërfd, rakende eindelijk met hun beiden zo ver heen dat de voormelde Jan Raapconst het gehele huis en erf te neem of te geef stelde voor tien guldens, daarbij expresselijk belovende, dat hij, Raapconst, het voorschreven huis en erf de requirant (zo hij het huis voor de prijs door hem te noemen aannam) in 't geheel zonder fout zou leveren en absoluut doen hebben. Hetwelk alles zo gepasseerd zijnde dito Raapconst de prijs begrootte op 590 gld contant of 605 gld op 2 eerstkomende meidagen, tot keus van de requirant, waarop ten laatste het huis en erf van de requirant is aangenomen voor de hoogste som op 2 meidagen alsvoren, waarop de wijnkoop terstond volkomen is gegeten en gedronken van welke hij, getuige, verklaarde mede genoten te hebben 172.
                              In Krommenie bekent in 1658 Pieter Claasz wonende op de Horn schuldig te zijn de diaconie der Gereformeerde Gemeente alhier een jaarlijkse losrente van 4 gld, hoofdsom 100 gld, met als onderpand een huis en erf op de Horn, belend ten westen Sijmon Willemsz Waart, ten oosten Jan Claasz Raapconst 173.
                              In Krommenie wordt in 1670 in plaats van Jan Clasen Raepkonst als voogd over 't kind van Pieter Clasen Backer gesurrogeerd Allert Claesen Backer 174.
                          tr. 2° Krommenie 26 dec. 1666 (hij weduwnaar van Krommeniehorn, zij bejaarde dochter van Krommenie) Duijf WOUTERS, geb. ca. 1620,
                              In 1666 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Pieter Claesz Backer, weduwnaar, em Duijfje Wouters, bejaarde dochter, beiden woonachtig te Krommenie, zij geassisteerd met Joris Jansz Coperslager te Zaandam. Als zij vóór hem overlijdt zonder wettig nazaad na te laten zal hij de ganse boedel door haar nagelaten hebben, zonder enig onderscheid. Als hij als eerste overlijdt zal zij de ene helft van de gemeenschappelijke boedel genieten en de erfgenamen ab intestato van hem de wederhelft. 175
                              Op 23 juni 1668 worden verklaringen geleverd door Duijf Wouters, weduwe van Pieter Claasz Bakker, oud 47, Sijmon Willemsz Waarts, oud 52, en Gerrit Dircxz, in huwelijk hebbende Bregje Pieters dochter van dezelve Pieter Claasz bakker, oud 30 jaren, allen wonende te Krommenie op de Horn, ten verzoeke van Guirtje Dircx, weduwe en boedelhoudster van Jan Claasz Bakker in zijn leven oud-schepen van Krommenie. Eerstelijk verklaart Gerrit Dircxz dat een week of twee voor Pasen 1667 de goederen van de overledene gedeeld zijn, tussen hem en de voogden van zijn vrouws broer ter eenre, en de voormelde weduwe ter andere zijde; het huis op de Horn is de voorschreven weduwe aangedeeld met een vrij pad over de westkant van de worf van Claas Jansz van 5 voet breed volgens de brief daarvan zijnde voor 540 gld. Sijmon Willemsz Waarts verklaart te weten dat het pad hiervoor vermeld door Pieter Claasz zal. van zijn schoonvader is gekocht en dat mitsdien 't zelve pad bij 't voormelde huis behorende is. De voornoemde Duijff Wouters verklaart het huis en erf met het voorschreven pad, haar aangedeeld zijnde, wederom aan zal. Jan Claasz Bakker, man vaqn de requirante, verkocht te hebben zoals het haar aangedeeld is, voor 600 gld. 176
                          tr. 1° Krommenie 1 dec. 1641 (hij jonggezel van Krommenie, zij jongedochter wonende op de Horn)
                          53. (<26) (>106, >107) Diewer CLAES, ged. (dochter van Clas Janssen op den Horren en Duijffken Symons).
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Aechie PIETERS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 4 okt. 1642 (doopgetuige Jannitgen Claes).
                            2. Brechje PIETERS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 mei 1647 (doopgetuige Duyf Symons), tr. ald. 19 dec. 1666 Gerrit Dircxz REIJNTIES, geb. ca. 1637, zn van Dirck Gerritsz REIJNTIES.
                            3. Claes PIETERSZ, zie 26.
                          54. (<27) (>108, >109) Hillebrant DIRCKSZ, geb. ca. 1643,
                              In 1675 verklaren Pieter Jansz Baijer, oud 32 jaar, Claes Symonsz 27 jaar en Hillebrant Dircksz 32 jaar, allen bootsgezellen, en Jan Engelsz oud 40 jaar, schieman, gevaren hebbende op het schip de Vergulde Wortel, allen wonende te Krommeniehorn, ten verzoeke van de commandeur Wouter Jansz van Uitgeest dat, toen zij deze zomer in Groenland in 't ijs zaten, omtrent een scheepslengte van hen mede in 't ijs vast zat een schip genaamd de Taenderije waar commandeur op was Jan Maertensz wonende op Jisp, welke schip zodanig beschadigd was dat het daar heeft moeten blijven. Aan de zij van dat schip lagen 2 walvissen. De twee commandeurs zijn toen overeengekomen dat het schip van de deposanten de 2 vissen binnen boord nam, waarbij de commandeur van dat schip schriftelijk afstand deed van de 2 vissen, en uiteindelijk ook 13 man van het scheepsvolk. 177.
                              In 1675 verklaren een groot aantal schepelingen op het schip de Vergulde Wortel, o.a. Hillebrant Dircsz van Krommeniehorn, ten verzoeke van hun commandeur Wouter Jansz van Uitgeest, dat zij, ter walvisvangst op Groenland dit jaar op de hoogte van 76 graden 12 minuten, op 25 juni zodanig door 't ijs zijn geperst dat zij daardoor een groot gat in 't stuurboord bekwamen waardoor in een ommezien 't schip vol water was en op zijn zij raakte, dat zij genoodzaakte waren zoveel victualie en andere behoeften als hun mogelijk was te bergen, en op het ijs te vluchten, en ondertussen bezig waren de masten te korten om alzo te voorkomen dat het schip helemaal om zou vallen en om het gat boven water te krijgen. Zeer geholpen door het scheepsvolk van commandeur Cornelis Pietersz Pronck van Uitgeest, dat met alle macht te hulp kwam, hebben zij het gat dichtgetimmerd en 't schip weer rechtop gekregen. Door welk ongemak wel enige goederen en gereedschappen zijn verloren en vermist geworden. Eindelijk verklaren zij nog dat commandeur Jan Maertensz van Jisp, hebbende zijn schip verloren op 12 juni laatstleden, aan boord is gekomen, van wie zij 2 walvissen overgnomen hebben die 3 etmalen in zee los gedreven hadden. Gedaan en verleden in 't schip de Vergulde Wortel liggende in de Holle Sloot, ter presentie van Pieter Symonsz Bonckenburg van Uitgeest en Dirck Jansz uit De Rijp, als getuigen. 178
                              In Krommenie wordt in 1696 tot voogd van de 2 onmondige kinderen van Hillebrant Dircksz geprocreëerd bij zal. Trijn Pieters, genaamd Martje en Neeltje, aangesteld Pieter Reijersz wonende te Krommeniedijk 179.
                              In Krommenie verkoopt in 1697 Hillebrant Dircksz wonende te Krommeniedijk aan Pieter Willemsz mede wonende aldaar een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten oosten Gerrit Jansz Oud Mansen, ten westen Pieter Reijersz, voor 200 gld 180.
                          ondertr. (impost) 2° Krommenie 4 juli 1696 (pro deo) Grietje GARMETS,
                          tr. 1°
                          55. (<27) Trijn PIETERS.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Marij HILLEBRANDS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 okt. 1672, zie 27.
                            2. Neeltje HILLEBRANTS.


                          Generatie VII (<VI, >VIII)

                          64. (<32) (>128) Pieter IJsbrantsz BREUWER, geb. ca. 1592, armenvoogd te Zaandam, mr scheepstimmerman, overl. vóór 2 mei 1652,
                              In de banne van Westzaan is in 1617 Reyer Jacobsz Smidt op Zaandam eiser contra Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam, om betaling van 21 gld 10 st, ter cause dat de gedaagde heeft genomen tot zijn wil een schuitje hetwelk de eiser gekocht had voor de voorschreven somme, waarover de gedaagde de schuit genomen en „gespillieerd” heeft. Partijen hebben de zaak gelaten aan ene Cornelis Luytsz kistemaker te Westzaan, mits dat de gedaagde timmerman daartegen zal nemen wie hij wil, welverstaande dat Cornelis Luytsz te Zaandam moet komen. 181.
                              In de banne van Westzaan op 8 maart 1622 bekent Michiel Jansz Crosijn wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter en Cornelis IJsbrantssooen c.s., mede buurluiden aldaar, een erf in de Ghrote Ven te Zaandam achter de Horn, groot 24 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Sarel Jansz, ten noorden de voorschreven Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen c.s., voor 228 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkopen Jacob Pietersz als voogd van Stijntgen Dircxdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Zeeman, Jan Cornelisz Dobber en Willem Jansz Smidt, alle voogden van de kinderen van Stijntgen voorschreven, wonende op Zaandam, aan Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, een hoekje erf, breed 5 voeten, lang aan de Dyck of Herenwech tot de Dycksloot toe, belend ten zuiden Stijntgen Dircxdr voorschreven, ten noorden Evert Jansz, voor 90 gld 182.
                              In de banne van Westzaan in 1623 verkoopt Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st, en bekent Jacob Mentsz, smid, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Jan Luijtsz en Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurmannen aldaar, 3 vierdeparten van een stuk land groot in 't geheel 840 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Ghriete Ares, voor 918 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht door Jan Luytsz voor hemzelf, en Pieter IJsbrantsz c.s. als voogden van de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. [in tegenspraak met latere vermeldingen van Cornelis IJsbrantsz], wonende op Zaandam 183.
                              In de banne van Westzaan bekent in 1623 Cornelis Jansz van 't End, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 20 roeden land in de Ghroote Ven bij Zaandam, belend ten oosten de Nieuwe Sluijs, ten zuiden de Braeck, ten westen en noorden de [Ghroote] Ven, voor 210 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1623 Dirck Cornelisz Sluijck, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 28 roeden land uit de Ghroote Ven, belend ten oosten Willem Jansz Smidt, ten westen Cornelis Jansz Steves, ten noorden de Ven, ten zuiden de Dycksloodt, voor 198 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1623 Cornelis Jansz Steves , wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 30 roeden liggende in de Ghroote Ven, belend ten oosten Dirck Claesz Sluijck, ten zuiden de Dijcksloot, ten westen en noorden de [voorschreven] Ven, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, verkoopt in 1624 Pieter IJsbrantsz „comsocius” wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz onze buurman aldaar een erfje in de Groote Ven bij Zaandam, belend ten westen Jacob Jansz Steves, ten oosten de Braeck, ten zuiden de Hoogendijck, voor 128 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1624, 1625 en 1626, en bekent in 1624 Claes Heyndericxz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen onze buurluiden aldaar een erfje in de Groote Ven, belend ten zuiden de Braeck, ten oosten de Dycksloot, yen noorden het Pat, ten westen de Nieuwe Sloot, voor 554 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op eerstkomende meidagen daaraanvolgend, te weten 1625 en 1626 (op 16 juni 1633 voldaan door de erfgenamen van Claes Heyndericxz), gevolgd door de opdracht 184.
                              In de banne van Westzaan verkopen in 1625 Pieter IJsbrantsz c.s. wonende te Zaandam aan Garbrant Gerretsz mede buurman aldaar een erfje in de Groote Ven, belend ten oosten de weduwe van Dirck Cornelisz Breeuwer, ten westen de verkoper, mits dat dit erfje een vrije gemene gang heeft aan de zuidzijde van 't erf van 5 voeten wijd, om naar en van 's Heerenwech te gaan, onder conditie dat er nog 5 voeten erf benoorden 't pad naast het bleekveld van Jeroen moet blijven liggen, hetwelk de verkopers niet zullen mogen verkopen, noch betimmeren, voor 165 gld 15 st 185.
                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1628 Claes Heyndericxz wonende op Zaandam aan Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen mede buurluiden aldaar een erfje in de Grote Ven, belend ten noorden de kopers, ten zuiden Jan Claesz, voor 200 gld, en verkopen in 1629 Aerian Claesz en Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Pouwels Walichsz wonende op Buiksloot 4 vijfdeparten in de Groote Ven liggende achter de Dam bij Zaandam, groot in 't geheel omtrent 4½ mad, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck, onder conditie dat Aerian Claesz nog 6 jaren 2 „roeyen” in de voorschreven ven mag „vennen” mits jaarlijks daarvoor te betalen 28 gld huur, voor 3373 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1630 en 1631 186.
                              In de banne van Westzaan is in 1629 Jan Barentsz schout eiser contra Pieter IJsbrantsz [timmerman] wonende op Zaandam. De eiser heeft bevonden dat de gedaagde met zijn broer hun hout voor het huis van Willem Schilder hebben laten liggen binnen 7 voeten van de straat, contrarie een keur van schout en schepenen, waarvoor de gedaagde bekeurd is op 7, 17 en 20 januari, alwaar schepenen op 20 januari inspectie hebben genomen. Gedaagde heeft het hout toen laten ligeen waarvoor de schout gedaagde weer bekeurd heeft in de laatstleden week. Op 10 mei 1629 eist de schout een boete van 42 stuivers [waarna de zaak niet meer op de rol verschijnt]. 187
                              In de banne van Westzaan in 1631 verkoopt Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam aan Jan Luytsz mede buurman aldaar een erfje te zaandam op Krumpenburch, groot 12 roeden, belend ten zuiden Aeff Claesdr, ten noorden Jacob van Spernwou, onder conditie dat het erf een vrije gang heeft van 4 voeten breed (met verdere bepalingen), voor 114 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1631, 1632 en 1833, en verkopen Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Leenert Claesz mede buurman aldaar een huisje en dijkerf op de Hoogendyck, belend ten oosten [onleesbaar], ten westen de weduwe van Cornelis Albertsz, voor 58 gld 10 st 188.
                              In de banne van Westzaan verkopen in 1633 Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz en Jacob Spernwou mede buurluiden aldaar een erfje groot 50 roeden te Zaandam op Krimpenburch, belend ten noorden IJsbrant Aeriansz, ten zuiden Pieter IJsbrantsz, voor 487 gld 10 st 189.
                              In juli 1633 wordt getuigenis geleverd door o.a. Pieter IJsbrantsz, oud omtrent 31 jaar [moet zijn: 41 jaar], tegenwoordig armenvoogd te Zaandam, ook in 1626 en 1627 armenvoogd geweest, en in december 1633 door o.a. Pieter IJsbrantsz, 41 jaar, buurman te Zaandam (in beide gevallen ondertekend als Pieter Isbrantsoon) 190.
                              In de banne van Westzaan in 1641 verkoopt Dirck Michielsz als voogd van Claes Jansz wonende bij de Dijck aan Pieter IJsbrantsz en Cornelis Pietersz wonende op Zaandam 2 akkers land liggende bij de Dyck, belend ten zuiden de Hoogendijck, ten noorden Jan Claesz Schouten, voor 250 gld, en verkoopt Jan Symonsz Cuijper wonende op Zaandam aan Pieter IJsbrantsz en Cornelis Pietersz mede buurluiden aldaar een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden de erfgenamen van Lijsbet Pietersdr, ten noorden Neel Pieters Booses, onder conditie dat het huis en erf een vrije gang heeft aan de zuidzijde, volgens de brief daarvan zijnde, voor 1575 gld, te betalen 575 gld gereed mei eerstkomende, de rest op 2 meidagen 1642 en 1643 191.
                              In Zaandam levert in 1642 Pieter IJsbrantsz Breuwer, mr scheepstimmerman, oud 49 jaar, een attestatie over afmetingen van smalschepen, geeft in 1643 Pieter IJsbrantsz mr scheepstimmerman, voor hemzelf en voor de nagelaten kinderen van zijn broer Cornelis IJsbrantsz, volmacht aan Pieter Stoffelsz Knollaert, poorter te Bergen op Zoom, om teniet te doen alzulke bijlbrief als Thijs Ariaensz Knollaert, poorter aldaar, ten behoeve van hem constituant en wijlen zijn broer heeft gemaakt over de koop en timmeragie van 't hol van een nieuwe smalschip, en getuigen in 1646 Pieter IJsbrantsz Breuwer, oud 58, en IJsbrant Pietersz, oud 25 jaar, ter requisitie van Raijer Ariaensz, poorter te Amsterdam, dat de requirant aan deposanten heeft aanbesteed in april 1645 het maken en optimmeren van 't hol van een smalschip (ondertekeningen Pieter Isbrantsz Breuer, IJsbrant Pietersen Breuwer) 192
                              In Zaandam getuigt in 1643 Pieter IJsbrantsz, meester scheepstimmerman alhier, ten verzoeke van schepenen en regenten van Zaandam aan de Westzijde, hoe dat wel meer als twintig jaar geleden is dat als de schippers van hem deposant enige nieuwe schepen uithaalden daarvan verlij deden en bijlbrieven passeerden in 't bijwezen van schout en schepenen (hij ondertekent als Pieter Isbrantsoon Breuer) 193.
                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1643 Jan Jansz Viscooper wonende in de Cooch, als procuratie hebbende van IJsbrant Bastijaensz wonende te Zierikzee, aan Pieter IJsbrantsz, timmerman wonende op Zaandam, de navolgende percelen van landen, eerst een vijftigstepart van een stuk land genaamd de Zuijerven liggende bij de Cooch achter Gerret Claesz, groot in 't geheel omtrent 700 roeden, belend ten noorden Sr Bancken te Amsterdam, ten zuiden Jacop Jacopsz Bol, nog een vijftigstepart in Gerret Sijmonszacker liggende benoorden het voorgaande voor Heertge Pieters, groot in 't geheel omtrent omtrent 300 roeden, belend ten noorden Gerret Jansz, ten zuiden Mr Jan, nog een vijfdepart op Noom Japenstreep liggende bij de Cooger Valdeursloot, groot in 't geheel omtrent 170 roeden, belend ten zuiden Claes Pietersz, ten noorden Gerret Jansz, nog een vijfdepart in de 3 Corte Campjes, groot tezamen in 't geheel 170 roeden, liggende op de Cooger Valdeursloot, belend ten zuiden Cornelis Arisz, ten noorden de erfgenamen van Jan Jansz, voor 115 gld 194.
                              In Zaandam in 1643 is Pieter IJsbrantsz Breeuwer een van de voogden van de weduwe van Ghysbert Pietersz, in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde, en is Pieter IJsbrantsz Breeuwer een van de arbiters in een geschil tussen de heemraden van 't „nieuwe werck” genaamd de Hem te Zaandam en enkele bezitters van land in de Hem 195.
                              In Zaandam wordt in 1648 getuigenis afgelegd door o.a. Pieter IJsbrantsz meester scheepmaker, oud 56 jaar, dat hij omtrent 3½ jaar geleden heeft verkocht aan de requirant Claes Juriaensz, mede meester scheepmaker alhier, een stuk hout tot een voorsteven van een smalschip voor 18 gld, en dat het is geweest goed, gaaf en wel bekwaam om tot zodanige voorsteven gebruikt te worden 196.
                              In Zaandam geeft op 24 juli 1662 Dirck Pietersz Breuwer, nagelaten zoon van zal. Pieter IJsbrantsz Breuwer in zijn leven meester scheepstimmerman alhier, machtiging aan IJsbrant Pietersz Breuwer zijn broer, mede alhier woonachtig, om te vorderen van al zijn debiteuren alle zodanige penningen en achterwezen als hem benevens zijn voorschreven broer zijn competerende (hij tekent als Dirck Pieterszoon Breuwer) 197.
                              In Zaandam verklaren in 1663 Pieter Jansz en Gerrit Jansz, meester scheepstimmerluiden, mitsgaders IJsbrant Pietersz Breuwer en Dirck Pietersz Breuwer nagelaten zonen en erfgenamen van zal. Pieter IJsbrantsz Breuwer, allen woonachtig alhier, eendrachtelijk dat in de zomer van 1644 door de voornoemde Pieter Jansz en Gerrit Jansz is gemaakt en getimmerd een hol van een smalschip, de voorschreven timmerluiden en de voornoemde Pieter IJsbrantsz zal. in compagnie toebehorende, welk smalschip door henluiden gezamenlijk omtrent de maand november van hetzelfde jaar is verkocht en ten „contemente” geleverd aan Willem Jansz Schoen zal., in zijn leven woonachtig geweest te Amsterdam, waarvan de voornoemde comparanten conform een scheepscustingbrief bekennen voor dato dezes wel betaald te wezen en de koper dezelve scheepscustingbrief in plaats van quitantie overgeleverd te hebben, en alzo gemelde scheepscustingbrief vermist werd beloven zij de erfgenamen van de voornoemde koper te vrijwaren van alle aanspraken 198.
                          tr.
                          65. (<32) Stijntje JANSDR.
                              Op 2 mei 1652 verklaren Stijntjen Cornelisdr, weduwe van Cornelis IJsbrantsz, en Styntjen Jansdr, weduwe van Pieter IJsbrantsz, in hun leven mr scheepstimmerluiden te Zaandam, dat hun overleden mannen getimmerd en geleverd hebben aan Gerrit Theunisz poorter te Amsterdam een hol van een nieuw pontschip, door dezelve na voorgaande leverantie ten dank ontvangen, waarover hun nu per rest competeren 116 gld blijkende bij zekere scheepscustingbrief berustende onder N. van der Pulle procureur te Haarlem, die zij machtigen om die voor het gerecht van Haarlem te vorderen, ter presentie van o.a. Dirck Pieterszoon Breuwer 199.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. IJsbrant Pietersz BREEUWER, geb. ca. 1621  200, grootscheepmaker.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1668 Willem Dircsz Nomen aan IJsbrant en Dirck Pietersz Breeuwer, mr timmerluiden en gebroeders, allen wonende te Zaandam, de helft van 2 strepen land genaamd d'Matselaers, achter Jaep Dircsz Gijsen in de Molenbuirt, een kamp bewesten de Wateringh, belend ten noorden Adrijaen Willem Arisses, ten zuiden de verkoper, groot tezamen in 't geheel 489 roeden, item nog de helft van een stukje land bezuiden de voorgaande, in 't geheel groot 172 roeden, mitsgaders nog de helft in een streep land op de Koog, neffens de molen de Reus uit met 't oostend op de Watering, belend ten zuiden de jonge kinderen van Gijs Pieter Gijsen, ten noorden Jan Sijmon Claesz, groot in 't geheel 796 roeden, voor 546 gld 6 st 12 penn 201.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 IJsbrant Pietersz Breuwer, grootscheepmaker, wonende te Zaandam, ook voor zijn broer Dirck Pietersz, aan Gerrit Claesz van den Busch mede wonende aldaar, een erfje te Zaandam bij de Hoogendijck, belend ten oosten Pieter Arentsz Sluijck, ten westen Lambert Jansz, voor 127 gld 202.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1671 Willem Dircxz Nomen aan IJsbrant Pitersz Breeijwer, beiden wonende te Zaandam, een erfje te Zaandam achter 't Blauwe Padt, belend ten westen Cornelis Horn, ten zuiden de sloot, ten oosten Jan Dircxz Gijsen, ten noorden 't pad bij het pad langs, breed omtrent 60½ voet, voor 77 gld 203.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1671 IJsbrant Pietersz Breeuwer, voor hemzelf en voor zijn broer Dirck Pietersz Breeuwer, wonende te Zaandam, van Pieter Arentsz Fijn, als mede-voogd van de minderjarige kinderen van zal. Gerrit Jan Garbrantses, wijders instaande voor zijn consorten, gekocht te hebben 2 akkers land ten ende aan elkaar neffens de Koogh achter Gerrit Claesz af, belend ten zuiden Jacob Lourisz Muses, ten noorden Jacob de Verwer, 't ene genaamd het Ooster, groot 287 roeden, 't andere 't Wester Kinder, groot 268 roeden, voor 692 gld, te betalen 133 gld gereed, alreeds betaald, 40 gld primo novembris aan Trijn Jacob Roo Clases te Westzaan, en voorts alle jaren op Allerheiligen aan dezelve gelijk 40 gld, zo lang de voorschreven Trijn Jacobs leeft tot de voorschreven somme toe 204.
                                  In 1673 bekent Gerrit Gerritsz wonende op de Koog schuldig te zijn aan IJsbrant en Dirck Pietersz Breuwer, koopluiden te Zaandam, 700 gld, tegen een jaarlijkse interest van 3 gld 10 st ten honderd 205.
                                  In 1673 draagt Alit Pieters, weduwe en boedelhoudster van Gerrit Jansz Grootschoen, wonende op de Stierp in de banne van Akersloot, op aan IJsbrant Pietersz Breuwer, koopman te Zaandam, een grafstede op 't Nieuwe of anders 't Menniste-kerckhoff bij de Nieuwe Kerk te Westzaandam, zijnde No 28, die de eerstkomende 14 à 15 jaar niet zal mogen worden geopend of geruimd 206.
                                  In 1680 bekent Isbrant Pietersz Breuwer, mr scheepstimmerman te Zaandam, verkocht te hebben en te transporteren aan Sr Dirck van Domburgh, koopman te Amsterdam, een fluitschipshol, lang 113 voeten, wijd 25¾ voet, hol 117 en daarboven 5 voeten 10 duimen, en van de penningen voldaan te zijn 207.
                              2. Dirck Pietersz BREEUWER, zie 32.
                            66. (<33) (>132, >133) Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1598  208, mr grootscheepmaker, houtkoper, reder, kerkmeester, schepen van Westzaan (als zodanig o.a. vermeld in 1641 209 en in 1644 210) en burgemeester te Westzaandam, overl. tussen 1663 en 13 aug. 1665,
                                In de banne van Westzaan bekent in 1631 Arent Dircxz Sluyck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Cornelisz Croeger mede buurman aldaar een half stuk land genaamd de Koopven, groot omtrent 1 mad, liggende buitendijks bij Zaandamn, belend ten noorden Theuwis Cornelisz, ten zuiden Jan Gerretsz, voor 950 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, en verkoopt in 1632 Pieter Willemsz Smidt wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluijck mede buurman aldaar een erfje op Zaandam, belend ten westen Sluijcken Dircken erfgenamen, ten oosten Jan Cornelisz Dobber, voor 152 gld 10 st, te betalen de helft gereed, de rest op Vrouwlichtmisdagen 1633, 1634 en 1635 211.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1636 Jacob Cornelisz Croeger wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz alias Jaep Oom en Arent Dircxsz Sluijck, mede buurluiden aldaar, een stuk land genaamd Ronckesven, groot 1458 roeden, liggende op en bewesten de Dielwateringh, belend ten zuiden Arent Dircxsz, ten noorden Jacob Mieusz, voor 1800 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1637 en 1638 212.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1640 Arent Dircxsz Sluijck wonende op Zaandam aan Claes Pietersz wonende op de Cooch een stuk land groot 260 roeden liggende op de Valdeursloot bij de Cooch, belend ten noorden Gerret Jansz, ten zuiden Jan Jacobsz, voor 350 gld, verkoopt in 1640 Gerret Cornelisz Stickel als voogd van Griete Cornelisdr wonende op Zaandam aan Arent Dircxsz Sluijck mede buurman aldaar een vierdepart in Jannenven groot 105 roeden, liggende bij de veersloot van Jan Gerretsz, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden Pieter Luijtsz, voor 136 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1640 en 1641, verkopen in 1640 Sybrant Cornelisz en Claes Claesz wonende te Zaandam aan Arent Dircxsz Sluyck mede buurman aldaar een halve streep land groot 120 roeden, liggende bij de veersloot van Jacob Dircxsz, belend ten noorden Pieter Jacobsz, ten zuiden Jan Cornelisz Keesen, voor 165 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1640, 1641 en 1642, verkoopt in 1641 Claes Jelisz wonende te Zaandam aan Arent Dircxsz Sluijck cum socio mede buurluiden aldaar een half hooihuis en 't halve erf in de Rietvinck te Zaandam, belend ten zuiden Arent Dircxsz Sluijck, ten noorden Jan Cornelisz Backer, voor 1180 gld, te betalen op 2 meidagen 1641 en 1642, en verkoopt in 1642 Gerret Jansz wonende op Zaandam aan Arent Dircxsz Sluyck mede buurman aldaar een vierdepart van het molenerf liggende buitendijks, voor 850 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Sint Jacobsdagen 1643 en 1644 213.
                                In de banne van Westzaan in 1644 verkoopt Arent Dircksz Sluyck, mede-schepen, voor hem en zijn consorten, aan Claes Claesz Nel, allen wonende te Zaandam, een hoekje van Veennysven, groot 50 roeden, liggende bij de Hoogendyck, belend ten norden de verkopers, ten zuiden de Dycksloot, voor 117 gld 10 st, en bekent Claes Claesz Nel, biersteker op Zaandam, aan Arent Dircksz Sluijck en Jacop Willemsz Jaepoom c.s. mede aldaar schuldig te wezen een jaarlijkse losrente van 6 gld, losbaar met 117 gld 10 st 214.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1647 Claes Dircxz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een erf liggende buitedijks, belend ten noorden Cornelis Theuwisz, ten zuiden de weduwe van Gerrtet Jansz, voor 900 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 meidagen 1648 en 1649 telkens 300 gld, gevolgd door de opdracht door Claes Claesz Stickel als last hewbbende van Arent Dircxz Sluyck, verkoopt in 1648 Walich Claesz Noomen wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een derdepart in een stuk land genaamd Crossijnenven, groot in 't geheel 1753 roeden, liggende bij de Dyck, belend ten zuiden Pieter Aeriansz, ten noorden de koper, voor 480 gld, en verkoopt in 1648 Roeloff Heynen c.s. als voogden van de weduwe en kinderen van zal. Pieter Willemsz Nijntges wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een hoekje rietland liggende buitendijks bij Jan Willemsz, belend ten oosten de verkopers, ten westen de erfgenamen van Kees van Uytgeest, voor 70 gld 215.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1648 Claes Claesz Nel wonende te Zaandam schuldig te wezen Pieter Reijnertsz en Arent Dircxz Sluijck, mede buurluiden aldaar, een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 400 gld, stellende tot onderpand een huis en erf aan de Hoogendijck, belend ten zuiden Hendrickgen Reyers, ten noorden Gerrit Meijnertsz c.s., en verkoopt in 1650 Cornelis Gijsen wonende te Zaandam aan Arent Dircxz Sluijck c.s. mede wonende aldaar een erf liggende te Zaandam op't Vinckepadt met de tuin daaraan, belend ten oosten Jan Kock Jannen, ten westen Harmen Schilder c.s., voor 3000 gld 216.
                                In de banne van Westzaan verkopen in 1653 Arent Florisz c.s. als last hebbende van de erfgenamen van Jochem Pieters Katt wonende op Zaandijk aan Mr Arent Dircxe Sluijck wonende in de Hoorn aan de Hoogendijck een zesdepart in een stuk land genaamd de Boeringsvenne te Zaandam, belend ten zuiden de Dijcksloot, ten noorden de koper, voor 158 gld 217.
                                In de banne van Westzaan in 1655 verkopen Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen c.s., als voogden van kinderen van Nanning Jansz zal., aan Mr Arent Dircxe Sluijck oud-schepen en Haijndrick Dircxe Sluijck, allen wonende te Zaandam, een halve werf te Zaandam op het Nieuwe Werck, belend ten oosten Jan Louwen c.s., ten westen de gemene kaai, voor 450 gld, en bekent Pieter Arentsz Sluijck, als last en procuratie hebbende van zijn vader Mr Arent Dircxe Sluijck, gekocht te hebben van Cornelis Egge, mede last hebbende van Maerten Jansz en Trijntien Gerrits, zeker huis en erf te Zaandam aan de Hogendijck, belend ten oosten Jan Thijsz, ten westen Claes Jansz, voor 1032 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op meidagen 1656 en 1657 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht door Maerten Jansz en Trijntien Gerrits 218.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Haijndrick Reijers, als last en procuratie hebbende van Nicolaes Nocke brouwer van 't Gecroonde Ancker te Haarlem, aan meester Arent Dircxe Sluijck, grootscheepmaker te Zaandam, een gedeelte van een erf groot bij de weg 20 voeten, te Zaandam op Rustenburgh, belend ten noorden Alewijn Fransz, ten zuiden Claes Cornelisz Joor, voor 185 gld 219.
                                In 1657 verklaren Jan Pietersz oud 26 jaar, Claes Jansz Egge 20 jaar en Wiggert Douwensz 26 jaar, allen woonachtig te Zaandam, ten verzoeke van Arent Dircxz Sluijck mede woonachtig aldaar, dat hij duidelijk gehoord heeft dat Theuwis Arentsz, zoon van de requirant, heeft aangesproken ene Jan Claesz alias Jan Thijsz, hem verzoekende dat hij zou komen om de rooiing te zien die door de buren tussen requirants erf en het erf van de voornoemde Jan Thijsz zou worden gedaan, waarop dito Jan Thijsz promptelijk zei „dat komt mij niet gelegen om daar een schoft [=schaft] om te verzuimen, ik ben tevreden met de rooiing die de buren daarover zullen doen” 220.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1661 Cornelis Arentsz Sluijck als last hebbende van zijn vader Arent Dircxz Sluijck wonende te Zaandam, aan Claes Thijssen Otjes als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobsz c.s. mede wonende te Zaandam, een halve worf op de Nieuwehaven te Zaandam, volgens „die ordre” op de Nieuwehaven gemaakt, belend ten westen de koper, ten oosten Meijndert Arentsz, voor 700 gld 221.
                                In de banne van Westzaan verkopen in 1662 Heijndrick Dircxz Sluijck voor een achtstepart, en als voogd van Hillegont Gijsen weduwe van Claes Arentsz Koeman en deszelfs nagelaten kinderen voor een tweedepart, en Cornelis Jansz Swager en Walich Keesen voor een achtstepart, aan Teeuwis Arentsz Sluijck c.s., allen wonende te Zaandam, 3 vierdeparten in een timmerwerf in de Rietvinck te Zaandam, belend ten noorden Jan Cornelisz Backer, ten zuiden Luijckes Claesz, voor 4200 gld 222.
                                In 1683 verkopen Cornelis Arentz Sluyck, IJsbrant Hendricxz, Cornelis Dircsz Theuwisz, Pieter Claesz Garbrants en Gijsbert Claesz Koeman, tezamen mede-erfgenamen van zal. Theuwis en Pieter Arentz Sluyk mitsgaders van zal. Jannetje Claes Garbrants, allen te Zaandam overleden, wijders voor alle verdere erfgenamen, aan Theuwis en Jan Gerritsoonen Schouten mede te Zaandam woonachtig een zeer wel gelegen scheepstimmerwerf te Westzaandam in de Nieuwe Haven, belend ten oosten de kopers, ten westen Cornelis Claesz Backer, voor 2750 gld te betalen in 3 termijnen, en aan Jacob Cornelisz Kop, Aris Maertsz Noomen, Jan Janz Rog, Jan Janz Kardinael, Gerrit Claesz Groenvelt en Cornelis Dircsz Sluyk, allen mede te Zaandam woonachtig, een „extraordinarij wel bebout huys ende erff dat seer slegt is”, omtrent de Schans aan de Hoogenzeedijck te Westzaandam, belend ten westen de Schans, ten oosten de weduwe van Pieter Abrahamsz, voor 175 gld 223.
                            tr. N.N.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Dirck Arentsz SLUIJCK, overl. vóór 10 juli 1668.
                              2. Claes Arentsz SLUIJCK, alias Koeman, mr grootscheepmaker, overl. Westzaandam vóór 13 dec. 1661, tr. Hillegont GIJSEN, dr van Gijsbert Pietersz GIJSEN en Griet CORNELIS.
                                  In Zaandam is in 1643 Claes Arentsz Koeman als man en voogd van Hillegont Ghysberts betrokken in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde 224.
                                  In de banne van Westzaan belijdt in 1648 Claes Arentsz Koeman, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Arent Dircxz Sluyck en Roeloff Heynen Smit c.s., als voogden van de weduwe en kinderen van Pieter Willemsz Nijntjes mede aldaar, een huis en erf te Zaandam op de Fock, belend ten noorden Jan Evertsz, ten zuiden Dirck Aeriansz, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1648, 1649 en 1650, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 225.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1652 Pieter Cornelisz Al wonende te Zaandam aan Claes Arentsz Koeman mede wonende aldaar een vierdepart van een huis en timmerworf te Zaandam op de Rietvinck, belend ten noorden Jan Backer, ten zuiden de rinmolen, met het timmergereedschap, voor 1450 gld, 't voorschreven vierdepart van 't huis en timmerworf t.b.v. de 40e penning getaxeerd op 1200 gld 226.
                                  In Zaandam geven in 1656 de kinderen van Gijsbert Pietersz Gijsen geprocreëerd bij Griet Cornelis zijn eerste wijf, onder wie Claes Arentsz Koeman, mr scheepstimmerman alhier, als getrouwd hebbende Hillegont of Hilletje, machtiging aan Adriaen Copmoijer, procureur bij het Hof van Holland, jegens Augustijn Poelenburch, mede wonende te Zaandam, mitsgaders de nakinderen van wijlen Roeloff Hendricksz Smith 227.
                                  In de banne van Westzaan worden op 13 december 1661 aangesteld: Teuwis Arensz Sluijck als voogd van Griete Claes, Pieter Arensz Sluijck als voogd van Gijsbert Claes, Dirck Pieters Breeuwer als voogd van Jan Claesz, minderjarige kinderen van zal. Claes Arensz Sluijck en Hiltje Gijsen, en worden 1663 aangesteld Heyndric Sluijc als voogd over Grietje Claes, Cornelis Sluijc als voogd over Gysbert Claesz, Jacob Claesz Broker als voogd over Jan Claesz, minderjarige kinderen van Claes Arentsz Koeman 228.
                                  In de banne van Westzaan worden op 10 januari 1668 tot voogden over de kinderen van zal. Claes Arentsz Sluycq gesteld Teuwis Arents Sluycq en Pieter Arents Sluycq, maar worden Heyndrick Dircsz Sluycq en Cornelis Dircsz Sluycq als oudomen van de kinderen gemachtigd de deling van de nagelaten goederen van zal. Dirck Sluycq hun oom waar te nemen, en worden op 9 oktober 1668, naast de voogden van 's vaders zijde, tot voogden van 's moeders zijde gesteld Jan Gerritsz Ouwekees over Griete Claes en Jan Dircsz over Gys Claes Koeman, nagelaten kinderen van zal. Hillegont Gysen en Claes Arentsz Koeman 229.
                                  In de banne van Westzaan wordt op 10 juli 1668 de inventaris ingebracht van de goederen die de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Arentsz Sluycq, te Zaandam overleden, geprocreëerd bij Hillegont Gysen, genaamd Griet en Gysbert, bij versterf van hun oom Dirck Arentsz Sluyck zijn opgestorven, nl. de somme van 2501 gld 1 st 3 penn, nog berustende onder de voogden, item nog diverse scheepsparten die voor de gemene erfgenamen gemeen blijven. Alzo gedaan door Cornelis Dircsz Sluycq, ook hem sterk makende voor zijn broer Heyndrick Dircsz Sluycq, dewelke de deling gedaan en bijgewoond hebben ten overstaan van Teeuwis Arentsz Sluycq, Pieter Arentsz Sluycq en Cornelis Arentsz Sluycq en Dirck Pietersz Breeuwer, als omen. Op 5 januari 1672 bekenden Gijs Claesz Coeman en Jacob Cornelisz Emenes in huwelijk hebbende Griet Claes voldaan te zijn. 230
                                  In 1671 verklaren Gys Claesz Sluijcq en Jacob Cornelisz Eemenes als man en voogd van Griete Claes, ter eenre, en Theuwis Arentsz Sluycq, Pieter Arentsz Sluycq, Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Arentsz Sluycq, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, minnelijk veraccordeerd (door tussenspreken van Hendrick Dircsz Sluycq, Cornelis Bartelsz, Jan Dircsz No en de notaris [Simon Oosterhooren]) ter zake van rekeningen, in dier voege dat de laatste comparanten aan de eerste comparanten zullen betalen 175 gld, waarmee alle kwesties zullen zijn gemortficeerd (buiten de gemene rederij en alsnog gemeen uitstaande gelden) 231.
                              3. Cornelis Arentsz SLUIJCK, mr grootscheepmaker, reder, houtkoper, koopman, impost op begr. Westzaandam 13 okt. 1702 (impost ƒ 60 vermits vrijer, aangifte door Jan Pietersz Sluijck van zijn oom).
                                  In 1668 wordt een contract afgesloten tussen Cornelis Arentsz Sluyck, koopman te Zaandam, als bewindhebber en benevens Meyndert Arentsz, mede ter plaatse voorschreven, als hoofdreder in zeker Groenlands vistuig, ook voor de verdere reders, als huurder ter eenre, en Jacob Pietersz van Bovende mede wonende ter plaatse vermeld, zullende als commandeur met 't voorschreven vistuig van hem eerste comparant ter walvisvangst in Groenland dienen, als verhuurder, voor 6 achtereenvolgende seizoenen van nu af aan 232.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Cornelis Jan Poulusz, ook voor Gerrit Jansz, aan Sr Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, allen wonende te Zaandam, een kaai te Zaandam in de Nieuwe Haven in de Noordzijde, belend ten westen Cornelis Poulusz en Aris Cornelisz Mataris, ten oosten de verkopers, op de conditiën dat de voorschreven kaeij niet zal mogen betimmerd worden met enige huizen of pakhuizen hoger dan de stelling van de molen van de verkopers en ook geen schepen met masten op voor de wal zullen mogen „winterlaagh” liggen tot verhindering van de voorschreven molen, wijders zal de sloot blijven in eigendom van de verkopers doch zal deze door de koper wel mede worden gebruikt in 't op- of afschepen van goederen en koopmanschappen, voor 961 gld 10 st 12 penn 233.
                                  In 1674 geeft Cornelis Arentsz Sluyck, koopman te Zaandam, machtiging aan Jacob Denijs en zijn zoon Cornelis Jacobsz Denijs, wonende te Vlissingen, teneinde te compareren op de houdersrederij van 't schip de Meermin waarin comparant een tweeëndertigstepart toebehoort, en met de verdere reders en eigenaars te delibereren en concluderen 234.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1679 Dirck Cornelisz Haringh, als gemachtigde van de crediteuren van zal. Cornelis Jansz Haringh, aan Cornelis Arentsz Sluijck, beiden wonende te Zaandam, 2 erven naast elkaar te Zaandam op 't Haringpadt, tezamen breed 62 voeten, met een schuur daarop staande, belend ten westen Jan Gerritsz Ouwekees, ten oosten de verkopers, voor 187 gld 4 st 235.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Jan Jansz Rogh d'Jonge als mede-erfgenaam van Magdalena Gerrits zal., wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Cornelis Arentsz Sluijck, allen wonende te Zaandam, 2 erven, ieder breed 29 voeten, beide gelegen op 't pad ten noorden van de Nieuwe Kerck te Zaandam, belend ten oosten en westen de erfgenamen van Claes Stiekel, voor 95 gld 12 st 236.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1679 Jan Jansz Rog wonende te Zaandam aan Cornelis Arentsz Sluijck mede aldaar woonachtig de helft in een erf in de Nieuwe Haven aan de Noordzijde, belend ten oosten de koper, ten westen Jan Boogaert cum socio, alles op de order van de voorschreven haven, voor 250 gld 237.
                                  Op 19 februari 1681 geeft Cornelis Arentsz Sluijck, koopman in houtwaren, machtiging aan Sr Roeloff Swavinck, procureur wonende in 's-Gravenhage, om te vorderen van Johannes Vanius, kapitein van 't „Roeij-Jagt” van zijn hoogheid de heer Prince van Orangie, zodanige somme van penningen als hem, comparant, van dezelve Vanius volgens rekening zijn competerende 238.
                                  In de banne van Westzaan verkopen op 10 juni 1681 Meijndert Arentsz Coopman alhier, Pieter Dircsz Pet koopman te Oostzaandam, Reijnier Cramer te Graft, ieder voor een vierdepart, en Heijndrick Dircsz Sluijck, ook voor zijn consorten, voor een achtstepart, tezamen 7 achtsteparten, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, mede te Zaandam, een groot en een klein pakhuis en erven te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis Jansz Swager, ten westen IJsbrant Jan Luijtsz, genaamd de Walrusch, waarvan de koper het resterende achtstepart toebehoort, voor 700 gld 239.
                                  In de banne van Westzaan verkopen op 19 maart 1682 Jan en Albert Cornelisz Emenes, mitsgaders Gijsbert Claesz Koeman, omen en voogden over de kinderen van Jacob Cornelisz Emenes en Griet Claes Koemans zal., aan Cornelis Arentsz Sluijck, allen te Westzaandam woonachtig, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten noorden de weduwe van Jan Gerritsz Ouwekees, ten oosten de erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijck, groot volgens het maatboek 66½ roede, voor 103 gld 240.
                                  Op 15 mei 1682 wordt ten verzoeke van Jacob Garbrantsz [Bourgondien] een insinuatie gedaan aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, om na 8 of 14 dagen te ontvangen en te betalen aan de insinuant een wisselbrief van 500 gld, waarop de geïnsinueerde antwoordde niet genegen te zijn die te accepteren, veel min te betalen 241.
                                  In de banne van Westzaan verkopen op 20 april 1684 Jan Claesz Loen, meerderjarige zoon van zal. Claes Jansz Loen en deszelfs huisvrouw te Zaandam, item Cornelis Jacobsz Loen en Claas Heyndricksz Schoen als wettige gestelde voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van de opgemelde overledenen, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, allen te Zaandam, een werkhuis en dijkerf te Westzaandam in de Hoogendijck, belend ten westen Sieuwert Eelckens, ten oosten Sijmon Evertsz, voor 230 gld 242.
                                  Op 30 januari 1698 wordt door de Grafelijkheidsrekenkamer, ten verzoeke van Cornelis Arentsz Sluijk wonende te Westzaandam, hem vergund het gebruik van enig water gelegen aan de westzijde van de runmolen genaamd de Rietvink te Zaandam, ter lengte van 150 en breedte van 250 voeten, zoals 't zelve bij akte dezer kamer van 5 maart 1671 aan ene Lucas Claasz Draeij, mastenmaker te Zaandam, die afstand daarvan heeft gedaan, vergund is geweest, om 't zelve met houtwaren te beleggen, mits jaarlijks daarvoor betalende 5 ponden 243.
                                  Op 24 november 1701 bekent Sr Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, uit handen van Maritje Willemsz, zijn dienstmaagd, ontvangen te hebben deugdelijke rekening en verantwoording, voor zo veel zij in haar gemelde kwaliteit zijn huishouding, als anders, heeft waargenomen, en verklaart deze te approberen en alles overgenomen te hebben 244.
                                  Op 2 oktober 1702 exhibeert Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, redelijk gezond, aan de notaris een besloten testament dat naar hij verklaart met een andere hand geschreven is, door hemzelf ondertekend en met zijn signet gezegeld. Op 15 oktober 1702 presenteren Jan Pietersz Sluijk, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircsz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Claas Jacobsz Koeman, Cornelis Jacobsz Emenes en Jan Claasz Leertouwer in huwelijk hebbende Hilletje Jacobs Emenes, erfgenamen ab interstato van Cornelis Arentsz Sluijck, het besloten testament. Hierin stond o.a. dat de testateur tot zijn mede-erfgenamen, telkens voor een zesdepart, stelt Jan Pietersz Sluijck, Pieter Dircsz Breuwer of bij vooroverlijden diens descendanten, Arent Pietersz Sluijck of bij afsterven diens kinderen met aan deszelfs huisvrouw Aagie Lubberts tot haar eventueel hertrouwen, de kinderen van Arent Dircsz Sluijck met eventueel aan zijn huisvrouw eerst de vruchten, de kinderen van Dirck Pietersz Sluijck (met verdere, uitgebreide, bepalingen). 245 Op 22 november 1703 wordt de inventaris en specificatie opgemaakt van de goederen, effecten en nalatenschap van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, te Westzaandam overleden (zeer uitgebreid, met aantekeningen in de marge dd. 9 januari 1705) 246.
                                  Op 12 november 1702 verklaren Jan Pietersz Sluijck, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircksz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck en Diewer Dircx, allen wonende te Zaandam, dat zij vanwege Jan Jacobsz Nomen wonende te Zaandam, door Cornelis Arentsz Sluijck zal., hun gewezen oom, aangesteld tot executeur en directeur over diens nalatenschap mitsgaders tot administrateur over de goederen van de respectieve erfgenamen, ingevolge het besloten testament op 2 oktober dezes jaars opgericht, met Willem Arijaensz Volger en Isbrant Jochumsz Kleijnsorgh, mede ter plaatse woonachtig, door schout en schepenen tot mede-directeurs, executeurs en administrateurs gecommitteerd, al dezen ten opzichte van hun commissie te zullen bevrijden en schadeloos te houden 247.
                                  Op 30 april 1703 geven Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleijnsorgh, als executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, item nog Jan Pietersz Sluijck, allen wonende te Zaandam, eigenaars van zeker huis en erf op het Rosent van Kudelstaart, door dezelven verkocht aan ene Cornelis Arentsz Gouderock, machtiging om het huis en erf aan de koper op te dragen en de kooppenningen in te vorderen 248.
                                  Op 8 juni 1709 compareren Jan Pietersz Sluijk, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Pietersz Sluijk, item Jan Jacobsz Nomen, regerend burgemeester te Westzaandam, en IJsbrant Jochimsz Kleijnsorg, als directeurs over de goederen van de kinderen van Arent Dircksz Sluijck alsmede over de kinderen van Dirck Pietersz Sluijck, allen wonende te Zaandam en erfgenamen van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, in zijn leven koopman te Zaandam en aldaar overleden, welke comparanten te kennen geven dat de voornoemde Cornelis Arentsz Sluijck bij zijn uiterste wil van 2 oktober 1702 heeft gewild dat Diewer Dirx, weduwe van Gijsbert Claasz Koeman, na zijn overlijden haar leven lang gedurende zou genieten de jaarlijkse interest van een zesdepart van zijn nalatenschap, en dat na haar overlijden alle zodanige goederen wederom zouden keren op zijn na te noemen erfgenamen, zijnde de comparanten in dezen te beurt gevallen 5 obligatiën, ieder van 1000 gld op naam van de erfgenamen van Cornelis Arentsz Sluijk dd. 20 april 1703, en een losrentebrief van 600 gld. De voorschreven Diewer Dircx dezer wereld zijnde overleden zijn de comparanten getreden tot scheiding en deling, waarbij de losrentebrief ongedeeld is gebleven. 249
                                  Op 20 juni 1714 verklaren Arent Dircksz Sluijck en Dirck Pietersz Sluijck, wonende te Westzaandam, ten verzoeke van Jan Jacobsz Nomen en IJsbrand Jochimsz Kleijnsorg als executeurs van de boedel van Cornelis Arentsz Sluijck, dat enige jaren geleden Cornelis Arentsz Sluijck zwarigheid maakte om tot voortzetting van de procedures in de zaak van de erven van Baaffie Gerrits contra Cornelis Dircksz Theuwis meer gelden te verstrekken, dat echter de deposanten met en benevens de verdere mede-erfgenamen met Cornelis Arentsz Sluijck zijn overeengekomen dat de gemelde Sluijk tot voortzetting zodanige penningen zou verstrekken als vereist mits dezelve gelden in de eerste plaats zouden worden gerembourseerd met een interest van 4 pro cento en in de tweede plaats met 5 procento, ingevolge de 2 aktes daarvan opgericht voor notaris Simon Oosterhooren 250.
                              4. Theuwis Arentsz SLUIJCK, geb. ca. 1628  200, mr grootscheepmaker, overl. vóór 22 nov. 1680, tr. Jannetje CLAES GARBRANTS, overl. vóór 13 nov. 1680, dr van Claes GARBRANTS en Baefje GERRITS.
                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1667 Heijndrick Dircxz Sluijck, als mede-curateur van de boedel van zal. Wouter Jansz Rences, ook voor Jacob Claesz Broocker zijn mede-curateur, mitsgaders Pieter van Beeckesteijn, onze schout, als last en procuratie hebbende van Lijssje Jan Rencis, aan Teeuwis Arentsz Sluijck, allen wonende te Zaandam, een huis en erf te Zaandam op de Noorder Nieuwendijck of Kuijperspadt, belend ten oosten Johannes Angillis m.d., ten westen Dirck Sijmonsz Gort, voor 2400 gld 251.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1671 Cornelis Dircxz Sluijck, als gelaste van Teuwis Arentsz Sluijck, van Jan Maertsz Smit, als gelaste van de voogden van de kinderen en gemachtigde van de crediteuren van zal. Willem Pietersz Nijntjes, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een erfje in de Rietvinck te Zaandam, belend ten oosten de Kadijck, ten zuiden de sloot, ten noorden Aris Pietersz c.s., voor 39 gld, te betalen op de eerstkomende en de volgende meidag 252.
                                  Op 13 november 1680 wordt machtiging gegeven door Pieter Arentsz Sluijck, Jacob Cornelis Emenes in huwelijk hebbende Griete Claes Coemans, Isbrant Pietersz Breuwer als voogd over de kinderen van Neeltje Arents zal., Pieter Claes Garbrants, Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes Garbrantses, en Isbrant Hayndrick Sijbrants getrouwd met Aaltje Claes Garbrants, tezamen benevens Cornelis Arentsz Sluijck en Gijsbert Claesz Koeman erfgenamen ab intestato van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claes Garbrants alhier te Zaandam overleden, allen aldaar woonachtig, aan de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck en Gijsbert Claesz Koeman om te innen van ene Dirck Schaap, grootschipper te Amsterdam, of van deszelfs gemene reders, de kooppenningen van zeker pinasschip door voorschreven Theuwis Arentsz Sluijck aan dito Schaap of zijn reders verkocht 253.
                                  Op 5 februari 1682 wordt een insinuatie gedaan, vanwege Gijsbert Claesz Koeman voor hemzelf, Jan Pietersz Sluijck, zoon en mede-erfgenaam van zal. Pieter Arentsz Sluijck, ook benevens Cornelis Arentsz Sluijck en Lubbert Lourisz als voogden over de minderjarige kindern van de voorschreven Pieter Arentsz Sluijck, ook mede-erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijck, aan Cornelis Claesz Backer, koopman te Westzaandam, dat hunluiden vreemd is voorgekomen dat het de geïnsinueerde gelust heeft om de betaling van ƒ 1190:3:12, dewelke hem van de insinuanten als restant van kooppenningen van houtwaren competeert, in recht te betrekken, alsof zij, insinuanten, onwillig waren geweest hetzelve restant te voldoen, om welke voldoening insinuanten nooit aangesproken waren. De penningen zijn al lang onder de voorschreven Cornelis Arentsz Sluick paraat geweest gelijk die nog gereed liggen. De geïnsinueerde gaf tot antwoord dat diverse aanmaningen vruchteloos waren gedaan en dat hij 't geld wilde halen. 254
                                  Op 22 april 1683 geven Jan Dircsz Gijsen, mede-voogd over de kinderen van zal. Neeltje Arents Sluijck benevens Cornelis Arentsz Sluijck nagenoemd, Gijsbert Claesz Koeman voor hemzelf en benevens Albert en Jan Eemenes voogden over de kinderen van Jacob Eemenes en Griet Claes Coemans zal., tezamen benevens de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck, en Jan Pietersz Sluijck voor hemzelf, en dan nog als voogden over Arent en Dirck Pietersz Sluijck, minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck en Maritje Claes Garbrants, erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck in zijn leven mr timmerman te Zaandam, in huwelijk gehad hebbende Jannetje Claes Garbrantsz zal., en uit dien hoofde erfgenamen van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits te Oostzaandam overleden, uit wiens boedel 't nagemelde huis en erf is gekomen, machtiging aan Cornelis Arentsz Sluyck hun mede-erfgenaam en Lubbert Lourisz, koopluiden te Zaandam, teneinde voor schepenen van Amsterdam zo veel de boedel van de voorschreven Theuwis Arentsz Sluyck aangaat op te dragen zeker huis en erf op de Prince-graft, verkocht voor 2900 gld contant, en de penningen te innen 255.
                                  Op 15 oktober 1683 geeft Cornelis Arentsz Sluijck, broer en mede-erfgenaam van zal. Theuwis Arentsz Sluijck dewelke in huwelijk heeft gehad Jannetje Claes Garbrants, uit dien hoofde mede gerechtigd tot de erfenis van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits, ook als mede-voogd over de kinderen van zijn overleden broer Pieter Arentsz en zuster Neeltje Arents, item als mede-voogd over de kinderen van Griet Claes Koemans, volmacht aan Jan Pietersz Sluijck om voor schepenen van Amsterdam te transporteren zeker huis en erf op de Princegraft gekomen uit de boedel van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits, verkocht voor 2900 gld contant, en de penningen te ontvangen 256.
                                  Op 17 juli 1706 wordt een insinuatie bezorgd aan Cornelis Dirck Theuwis, koopman te Oostzaandam, uit naam van Aaltje Claas Garbrants, weduwe van Isbrant Hendricksz Breuwer, en Jan Pietersz Sluijck, beiden voor henzelf en tezamen voor de volgende personen, nl. Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Diewer Dircx weduwe van Gijsbert Claasz Koeman, Claas Jacobsz Koeman, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircksz Sluijck, Jan Claasz Leertouwer getrouwd met Hilletjer Jacobs Emenes, instaande voor Cornelis Jacobsz Emenes, item nog Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleynsorgh als executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, allen mede-erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claas Garbrants. De insinuanten doen zeggen dat de vader van de geïnsinueerde met Pieter Claas Garbrants op 1 juni 1662 van ene Adriaen Pietersz Bierot op interest hebben genomen de somme van 10000 gld, welke originele obligatie door geïnsinueerdes vader zelf was geschreven en ondertekend. De insinuanten willen de obligatie hebben, en hebben die nodig. 257
                                  Op 24 november 1667 hebben Teeuwis Arentsz Sluyck en Jannetje Claes Garbrantsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam, de notaris ter hand gesteld hun met eigen handen ondertekend testament, op vier plaatsen bezegeld, begerende dat zulks effect sorteren zal 258.
                                  Op 21 november 1680 geven Gijsert Claesz Koeman voor hemzelf, Jacob Cornelisz Emenes in huwelijk hebbende Griet Claes Koemans, Isbrant Pietersz Breuwer als voogd over de kinderen van Neeltje Arents zal., Pieter Claesz Garbrants voor hemzelf, Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes Garbrants, en Isbrant Haijndricsz Breuwer getrouwd met Aeltje Claes Garbrantses, tezamen benevens Pieter en Cornelis Arentsz Sluijck erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claes Garbrants te Zaandam overleden, machtiging aan, benevens de voorschreven Pieter en Cornelis Arentsz Sluyck, Haijndrick Dircsz Sluijck, teneinde om, zo veel de portie van dito Theuwis Arentsz Sluijk in het bouwen van zeker groot schip, te Amsterdam onder handen zijnde, aangaat, zulks waar te nemen en gade te slaan, enz., de bedongen gelden van de besteders te innen, enz. 259.
                              5. Pieter Arentsz SLUIJCK, geb. okt. 1630, mr grootscheepmaker en reder, houtkoper, overl. Zaandam 1 jan. 1681 (oud 50 jaar 3 maanden 260), begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. Marij CLAES GARBRANTS, overl. 27 sept. 1679 (oud 45 jaar 7 maanden 18 dagen 260), begr. ald. (Westerkerk), dr van Claes GARBRANTS en Baefje GERRITS.
                                  In Westzaan wordt op 30 januari 1681 Lubbert Lourus wonende te Westzaandam gesteld tot voogd over de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluyck, en dat om de delen waar te nemen van de boedel van Theuwis Arentsz Sluyck en ook van Pieter Arentsz Sluyck 261.
                                  Op 27 februari 1681 zijn door schepenen van de banne Westzaan Cornelis Arentsz Sluyck en Jan Pietersz Sluijck gesteld tot voogden over de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluyck en Marij Claes Garbrants, gewoond hebbende te Zaandam, zo de weesmeesters bij testament gesecludeerd 262.
                                  Op 5 januari 1682 besluiten de kinderen en erfgenamen van zal. Claes Garbrantsz en Baafje Gerrits te Oostzaandam overleden over de te volgen procedure bij de deling, onder wie Jan Pietersz Sluijck en de voogden Cornelis Arentsz Sluijk en Lubbert Lourisz over de onmondige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck en Marij Claes Garbrantsz, welke Cornelis Arentsz Sluijk ook optreedt als voogd en namens de andere voogden over de kinderen van Dirck Pietersz Breuwer en Neeltje Arents zal. als erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijk en Jannetje Claes Garbrants 263.
                                  In 1684 getuigen Jan Cornelisz, timmerman, en Gijsbert Claesz Koeman, mede timmerman, beiden wonende te Zaandam, ten verzoeke van de meerderjarige en voogden van de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck, in zijn leven grootscheepmaker te Zaandam, dat zij de voorschreven Pieter Arentsz Sluijck in de jaren 1680 en 1681 als meesterknecht binnen de stad Amsterdam hebben gediend in 't maken van zeker pinasschip (met bijzonderheden over de bouw); compareerde mede Claes Dircsz Stolp, timmerman wonende te Zaandam 264.
                                  In 1696 zijn Jan, Arent en Dirck Pietersz Sluijck, gebroeders van vollen bedde, verdragen dat van de goederen hun aangekomen bij het overlijden van hun ouders en nog gemeen zijnde, het huis en erf te Westzaandam op de Hoogendijck, belend ten westen Cornelis Arentsz Sluijck, ten oosten Sijmon Sijmonsz Louw, ter loting wordt gesteld tegen een somme van 300 gld, met het beding dat degene op wie het valt gehouden zal wezen het huis en erf zelf te bewonen of het tegen dezelfde prijs aan een andere comparant (of beide comparanten) af te staan, voor wie dan dezelfde voorwaarde blijft bestaan. Dit geldt ook voor descendenten. Bij overgang van bezitter moeten 2 onpartijdige goede mannen de aangebrachte verbeteringen taxeren. Degene aan wie het huis toekomt moet de portie van de comparanten in de oude worf, kaai en bleekveld tot taxatie van goede mannen of na veiling overnemen. Het huis mag nooit uit hun geslacht of maagschap vervreemd worden, en als de bezitter zonder descendenten sterft zal hetzelve voor de voorschreven somme door de naaste in bloede mogen worden overgenomen. 265
                                  Op 15 juli 1703 verklaart Willem Cornelisz Deugt, oud omtrent 38 jaren, wonende te Oostzaandam op het Bogartpat, ten verzoeke van Sr Jan Pietersz Sluijck c.s., koopman te Westzaandam, dat hem nog zeer wel indachtig is dat hij zijn vader, zal. Cornelis Deugt, in zijn leven zeer veel malen heeft horen zeggen dat het huis staande te Westzaandam op Rustenburgh, alwaar hij, deposant, met zijn ouders een lange reeks van jaren heeft gewoond, door Pieter Arentsz Sluijck, in zijn leven mr scheepstimmerman te Westzaandam, is gebouwd en aldaar doen timmeren, met het oogmerk dat deposants vader en moeder daarin zo lang zouden mogen blijven als zij leefden, zonder daarvoor enige huur te betalen, voegende de gemelde Cornelis Deugt daar nog bij „wij hebben geen eijgendom aan het huijs, mar het komt Pieter Arentsz Sluijck toe”. Compareerde mede Trijntie Aams, weduwe wonende te Westzaandam op Rustenburg, die dit bevestigde. 266
                                  Op 19 september 1708 wordt uit naam van Jan Pietersz Sluijck, als zoon en mede-erfgenaam van zal. Pieter Arentsz Sluijck, een insinuatie gedaan aan Sr Cornelis Dircksz Theuwis, beiden te Zaandam woonachtig, dat insinuant gereed is zijn portie, zijnde een derdepart, te voldoen van zekere sententie, ten voordele van opgemelde Theuwis en ten nadele van de kinderen en erfgenamen van gemelde Pieter Arentsz Sluijck, door de Hoge Raad van Holland gewezen op 17 januari 1708 267.
                              6. Neeltje Arents SLUIJCK, zie 33.
                            68. (<34) (>136) Arent DIRCXZ,
                                In 1619 wordt aan Arent Dircxz, buurman te Zaandam, tenderende om te hebben consent van een houtzagersmolentje te mogen stellen aan de Westzijde van de Zaan mitsgaders 't recht van de wind daartoe nodig hem in erfpacht verleend te worden, hierin geconsenteerd door de meesters van de rekening van de Grafelijkheid van Holland mits jaarlijks voor het recht van de wind betalende een recognitie in erfpacht van 2 ponden 10 schellingen 268.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1632 Thijs Pietersz, timmerman, wonende op Zaandam, vermangeld te hebben tegen Arent Dircxz mede buurman aldaar, een derdepart van een stuk land groot in 't geheel 1162 roeden, liggende voor Arent Dircxz op de Dycksloot, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jansz, ten zuiden Jan Willemsz, voldaan met een stuk land in de banne van Zunderdorp, des het voorschreven derdepart getaxeerd door het gerecht, op 350 gld 269.
                                In de banne van Westzaan wordt op 21 maart 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen die Arent Dircxs Sybrants zijn kinderen Pieter Arents, Neeltgen Arents, Maertgen Arents, Theuwis Arents, Grietgen Arents en IJsbrant Arents, heeft bewezen, allen geprocreëerd bij Geer Jansdr zal. ged., als volgt. De kinderen hebben met hun allen in geld 2700 gld, onder de vader berustende, mitsgaders een bed met zijn toebehoren, een kleerbank, een „kespraetgen”, een klein „schrientgen” en een stoel met het kussen daarop. De vader is met Gerrit Jans, Henrick [moet zijn: Dirck] Claes Baerts en Thijs Pieters als omen en voogden van de kinderen, ook vervangende de absente voogden van de kinderen, geaccordeerd. De vader heeft aangenomen voor de rente op te brengen de „knechgens” tot hun 20 jaren, de „meijskes” tot hun 18 jaren toe. Als een kind als eerste komt te overlijden vóór de vader, dan zal Arent Dircxs de enige erfgenaam van dat kind zijn, bij overlijden van meer kinderen vóór de vader zal de erfenis gaan als de dode hand uitwijzen zal. Omdat Dirck Sybrants nog met zijn kinderen ongedeeld zit komt als hij komt te overlijden de weeskinderen nog hun portie in de goederen toe. Als onderpand stelt Arent Dircxs een huis en erf op de Kooch, belend ten noorden Maery Dircxsdr, weduwe van Claes Nonnen, ten zuiden Jan Janschert Jannen, mitsgaders nog een stuk land liggende voor Arent Dircxs op de dijksloot, groot ruim 2 maden, belend ten noorden Jan Janssloot, ten zuiden Jan Willems Tobberich. De ondertekeningen zijn: Arent Dircks, Gerrijt Janssoon Roelis, Dirck Claes Baertsz, Tys Pietersen. Op 28 juni 1639 compareerde Gerrit Jans (ondertekent als Gerrijt Jansoon Roelys) als oom en voogd van de kinderen en heeft in het weesboek gesteld 200 gld staande aan 't kantoor te Haarlem. Op 30 april 1641 compareerden Arent Dircxsz als vader, Gerret Jansz en Dijrck Claes Baerts als omen en voogden en hebben nog in 't weesboek gesteld wat de kinderen toebehoort aanbestorven van hun bestemoeder, te weten 3 Noorder streepjes van de Willes, groot omtrent 300 roeden, belend ten zuiden de vader, ten noorden de erfgenamen van Gerret Cornelisz (ondertekend door Arent Dircksen, Gerrij Jansoon Roelis, Dirrick Claes Baertsz). 270
                                In de banne van Westzaan daagt in 1639 de schout Arent Dirck Sybrantsz, met als eis 2 maal 42 schellingen over „het onstuer” [de baldadigheid] door de zoon van de gedaagde en die van zijn huisvrouw bedreven „met het vast maecken met een tou ande Mallegatsbregh ende daer beyde ante hangen om die bregh opte trecken en apparentelyck die selve hart neer te laeten vallen tot merckelycke schaede vande bregh”. De gedaagde verschijnt niet, maar wel op een volgende zitting diens gemachtigde die zegt niet in de boeten vervallen te zijn door de jonkheid van de kinderen. De schout persisteert, en schepenen condemneren de gedaagde tezamen in de hoogste boete. 271
                                Op 4 november 1641 wordt aan Arent Dircxz, buurman te Zaandam, toestemming verleend om een houtzagersmolentje te mogen stellen in de banne van Westzaan op zijn eigen land, voor een jaarlijkse erfpacht van 3 ponden voor het recht van de wind 272.
                                In de banne van Westzaan verklaart in 1642 Arent Dircksz wonende op Zaandam dat hem verleend is de gerechtigheid van de wind voor zijn houtzagersmolen die hij gezet en gesteld heeft, belend ten zuiden Walich Claesz, ten noorden Cornelis Claesz Nomen, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, met als onderpand molen en erf 273.
                                In de banne van Westzaan in 1645 verkoopt Arent Dirck Sijbrants wonende op de Cooch aan Jan Ariansz mede buurman aldaar een erfje liggende voor Arent Dircksz, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jan Claes Aerts, voor 408 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1645, 1646 en 1647, bekent Dirck Pietersz wonende in 't Suijtent vermangeld te hebben aan Arent Dircksz op de Cooch 3 stukjes land liggende bij Kees Maet zij onder zij, groot tezamen 269 roeden, belend ten noorden Cornelis Gerritsz Ris, ten zuiden de erfgenamen van Kees Piet Meijnsz, voor 270 gld als door het gerecht getaxeerd, bekent Arent Dircksz wonende op de Cooch vermangeld te hebben aan Dirck Pietersz wonende in 't Suytendt een stuk land groot 218 roeden liggende in de Nieuwe Broeck, belend ten zuiden Alewel Claesz, ten noorden Claes Jansz Vet, voor 130 gld door het gerecht daarop getaxeerd, op welke mangeling de voorschreven Arent Dircksz moet toegeven 141 gld 18 st, en bekent Jan Ariansz wonende op de Cooch gekocht te hebben van Arent Dirck Sybrants mede aldaar een erfje liggende op de Cooch voor Arent Dircksz, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jan Claes Aertsz, mits conditie dat de erfgenamen een vrije en onverhinderde overgang hebben op de Zuidkant van de ven, ook zal de Noordersloot niet mogen versperd worden en zal moeten diep wezen 3½ voet, voor 408 gld te betalen op 3 meidagen 1645, 1646 en 1647, gelijk ook de kwijtschelding van 9 februari laatstleden (bij welke de 40e penning is verantwoord 274.
                                In de banne van Westzaan bekennen in 1671 Jan Jacobsz Mens voor 2 zesden, Neeltie Jacobs weduwe van Louris Lubbertsz voor een zesde, Cornelis Claasz Kalff voor een zesde, Theunis Arentsz Breuwer voor een zesde en IJsbrant Arentsz voor 't resterende zesdepart, gekocht te hebben van Meijndert Arentsz Coopman, allen wonende te Zaandam, ook voor Jan Arentsz Meijn en Trijntje Arents, zijn broer en zuster, 3 partijtjes land tot erven te Zaandam, het eerste op Rustenburgh beoosten 't gemene pad of gang, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijnertsz zal, ten noorden de gemene sloot, 't andere partijtje bewesten 't voorschreven pad, belend ten zuiden dito erfgenamen, ten noorden de weduwe van Dirck Pietersz, en 't laatste partijtje bewesten het huis van dito weduwe, belend ten oosten dezelve weduwe, ten westen de verkopers, voor 1700 gld, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen bij egale portiën 275.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1672 IJsbrant Arentsz Fijn, ook instaande voor zijn broer Theuwis Arents Breeuwer, aan Jan Jacobsz Mens, allen wonende te Zaanadam, een zesdepart in 2 erven te Zaandam op 't Westendt van de Damstraet, 't ene ten zuiden en 't andere ten noorden van de sloot, belend het zuider ten oosten de koper, ten westen de slot van Rustenburgh, het noorder ten oosten de verkoper, ten westen de Rustenburgersloot, voor 50 gld 276.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1680 Theuwis Arentsz Breuwer aan zijn broer Pieter Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, 123 roeden land zijnde een achtstepart in een stuk land genaamd de Verckesven gelegen op de Koog, belend ten zuiden de koper, ten noorden Aris Kornelisz Mataris, voor 150 gld, en aan zijn broer IJsbrant Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, de helft in 2 stukjes land op de Koog, groot tezamen in 't geheel 155 roeden, belend ten zuiden Jan Koopman, ten noorden Willem Arentsz, voor 50 gld 277.
                            tr.
                            69. (<34) (>138, >139) Geer JANSDR.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Pieter Arentsz FIJN, geb. ca. 1618  278, overl. 22 febr. 1691  279, tr. 1° Allet CORNELIS, tr. 2° Trijn JANS, dr van Jan MIEUSZ.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1653 Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam schuldig te wezen het weeskind van Claes Cornelisz Zaijlmaecker zal. ged. en Trijn Claes een jaarlijkse losrente van 44 gld, hoofdsom 1100 gld, verbindende een huis en erf op Zaandam in de Molebuiert, belend ten noorden Claes Gerritsz van den Busch, ten zuiden Dirck Cornelisz, nog 2 strepen land, groot omtrent 400 roeden, belend ten noorden Jan Maertsz, ten zuiden Allert Cornelisz (betaald op 5 november 1658) 280.
                                  In de banne van Westzaan wordt op 22 november 1660 de inventaris opgesteld van de goederen die Pieter Arentse Fijn zijn kind Trijn Pieters, geprocreëerd bij zal. Allet Cornelis zijn overleden huisvrouw, bewezen heeft, nl. een derdedeel in een ven genaamd de Noorderven, groot omtrent 1500 roeden in 't geheel, liggende bij zijn erf aan de weg, een stuk land genaamd Peetooms Streep, op en bewesten de Wateringh, belend ten zuiden Alet Meus Gijses, ten noorden Griete Cornelis, groot omtrent 260 roeden, een streep land op en beoosten de Wateringh, belend ten noorden de weduwe van Pieter Cornelisz Tuijn, ten zuiden de weduwe van Jan Cornelisz Keses, groot omtrent 200 roeden, een halve streep land op en bewesten de Wateringh, belend ten oosten Griete Cornelis, ten noorden Ariaen Willemse Arisses, groot omtrent 230 roeden in 't geheel, nog alleen tot zij tot haar mondige jaren gekomen is een nieuw bed met toebehoren, en als de staat van Pieter Arensz Fijn niet merkelijk verergerd is 200 gld. De vader is met de voogd Dirck Cornelisz veraccordeerd dat hij zijn kind zal alimenteren tot haar monige of huwbare jaren toe. 281
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1664 Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Germetsz wonende op de Koogh 3 vierdeparten in de ven genaamd Varckesvenn waar de molen genaamd het Varcken op staat, op de Coogh, belend te zuiden Jan de Muijser, ten noorden de erfgenamen van Jan Claes Arisz, groot 718 roeden, onder de conditie dat de molen genaamd het Varcken zal behouden een vrije onverhinderde sloot aan de Zuidkant van de ven tot aan 's Heeren weg toe, mitgaders een vrij pad om af en aan 's Heeren weg te gaan, mits dat de molen zelf voor zijn eigen zal moeten schutten of „sloten”, voor 1648 gld, te betalen op 5 meidagen 1664, 65, 66, 67 en 1668 282.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1667 Pieter Arentsz Fijn aan Jan Jansz Haes, beiden wonende te Westzaandam, de helft in een stuk land, groot deze helft 306 roeden, gelegen bij 't einde van 't Papepadt, bij Zaandam, genaamd de Botterkamp, belend ten zuiden de erfgenamen van Claes Jan Gysen, ten noorden de Veersloot, voor 650 gld 283.
                                  In 1667 is Pieter Arentsz Fijn als getrouwd met Tryn Jans, dochter van zal. Jan Mieusz, mede-erfgenaam van Pieter Dircxz en Hillegont Mieusdr 284.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1670 Pieter Arentsz Fijn van Dirck Jansz Muijser, ook voor alle verdere erfgenamen van Jan Jansz Muijser, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een stuk land, groot volgens 't maatboek in 't geheel 500 roeden, waarvan het erf van Niel Roeloffsz moet afgaan, op 't Zuydent van de Koogh, over en aan de dijksloot, belend ten zuiden 't Breetweer, ten westen de koper, met bepalingen over 't erf van Niell Roeloffsz, zoals de ligging van een gemene gang en het onderhoud van de brug, voor 1250 gld, te betalen op 3 meidagen vanaf mei 1670 al verleden 285.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1671 Niel Roeloffsz van Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam gekocht te hebben een erf in Smaelven op de Koogh aan de dijksloot, belend ten oosten dito dijksloot, ten noorden de sloot van de verkoper waarin de koper 3 voeten gerekend van 't vaste land toekomt, ten westen de koper, ten zuiden 't Breedtspoor, met de conditie dat langs over 't erf van de koper, strekkende voor van de dijksloot af westwaarts aan, 35 voeten bewesten deszelfs huis zal moeten blijven open blijven liggen een vrij pad of gang breed 6 voeten, bij de Zuijdersloot langs, tot gerief en gebruik van de verkoper, voor 412 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen 1671, 72 en 73, telkens een derdepart 286.
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1672 Cornelis IJsbrantsz aan Pieter Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, een akker land op en beoosten de Wateringh op de Koogh, belend ten zuiden de erfgenamen van Hendrick Pieter Willemses, ten noorden Jan Koopman, groot 141 roeden, voor 155 gld 287.
                                  Op 15 november 1679 zegt Pieter Arentsz Fijn, woonachtig te Westzaandam, onderricht te wezen dat Theywis en Jan Jansz Rogh, timmerluiden te Zaandam, op de tweede dag van deze maand door het gerecht van Westzaan zijn geappointeerd om te consigneren onder het gerecht een kapitale somme van 1392-10-0 met enige interest vandien, welke gelden de kooppenningen zijn van 19 5/6 eiken balken die comparants schoonzoon Dirck Gerretsz Daen voor zijn deel waren ten lote gevallen en dezelve op 1 september 1678 aan de gemelde Theywis en Jan Rogh verkocht, en dat Dirck Gerretsz Daen van mening is de voorschreven gelden te lichten, zo verklaart comparant zich borg voor de lichting mitsgaders wederom restitutie van die gelden mocht bevonden worden iemand anders daar beter recht toe te hebben 288.
                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1681 Engel Nielen en Claes Poulusz Span nomine uxoris, kinderen en mede-erfgenamen van zal. Niel Roelen, ook voor alle verdere kinderen en erfgenamen, aan Pieter Arantsz Fijn, allen wonende te Zaandam, een custingbrief inhoudende pro resto 262 gld 10 st ten laste van Jacob Jansz Kuijper wonende op de Koogh (op 8 april 1683 voldaan) 289.
                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1686 de armenvoogden van Koog en Zaandijk aan Pieter Arentsz Fijn, te Zaandam woonachtig, een huis en erf te Koog, binnendijks aan de Dijcksloot, op de Varckesven, voor 202 gld 290.
                                  In 1688 wordt ten verzoeke van Pieter Arentsz Fijn een attestatie gegeven door Gerrit Claesz van der Busch wonende te Zaandam, hoe dat omtrent 39 jaar geleden de requirant naast het huis van de ouders van deposant zijn huis timmerde aan de Dijcksloot binnen dijk in 't Noortent van de Molenbuurt te Zaandam dat hij nog bewoont, en met Claes Gerritsz, vader van deposant, is geaccordeerd dat Pieter Arentsz voorschreven een vrije gang zou hebben over 't erf van zijn voorschreven vader 291.
                                  Op 10 februati 1691 testeert Pieter Arentsz Fijn wonende in 't Noordtendt van de Molenbuirt te Zaandam, ziek te bedde liggende, om alle dispuut en onenigheid te voorkomen dewelke bij zijn overlijden tussen zijn huisvrouw Trijn Jans en zoon bij dezelve verwekt, en Dirck Gerritsz Daen in huwelijk hebbende zijn dochter Trijn Pieters, door hem in vorig huwelijk geteeld. Hij vermaakt aan zijn dochter, of bij vooroverlijden haar kinderen of verdere descendenten, in volle voldoening van het vierdepart dewelke dezelve ab intestato uit de gemene boedel van hem, comparant, en zijn huisvrouw zou competeren, de volgende goederen en effecten. Eerst een stuk land genaamd Smaelven op de Koog, belend ten oosten het huis en erf van zal. Gerrit Moijwittes, ten zuiden het Breedweer, ten westen de Dors, ten noorden de sloot genaamd Varckeressloot, eigendom van de eigenaars van de molen het Varcken die dezelve sloot mogen laten uitheinen en modderen, welk land bewesten de molen het Varcken niet mag worden betimmerd. Ten andere een stuk land land bij de comparant genaamd 't Schoenmaekerslantje met het westend op de Watering in de banne van Westzaan. Ten derde het erf waar het huis van Dirck Gerritsz Daen op staat, gelegen op de Koog aan de Dijcksloot, belend ten oosten dito sloot, ten zuiden het pad van de molen het Varcken, breed 8 à 9 voeten, ten westen het pad naar het oude huis gelijk het Dorsje bewesten het huis van de kinderen van Haijndrick Dircsz Blanck uitwijst, ten noorden het slootje van ditzelve huis. Ten vierde een achtstepart in de Rodtven, nog 2 grafsteden op het kerkhof van de nieuwe kerk, een vierdepart van het huisraad en inboedel behalve de boeken en hetgeen tot de visserij behoort, en laatstelijk in geld 1000 gld in 5 eerstkomende en achtereenvolgende maanden na zijn dood door zijn vrouw en zoon te voldoen. Comparant verzoekt zijn zwager Dirck Gerritsz Daen en zijn dochter Trijn Pieters hiermee genoegen te willen nemen. Als zij er geen genoegen mee nemen institueert hij als zijn erfgenamen zijn huisvrouw Trijn Jans en zoon Arent Pietersz Fijn, of de langstlevende van beiden, in 2 derdeparten, en zijn dochter Trijn Pieters in 't resterende derdepart uit bovenstaande goederen op behoorlijke prijs. Compareerde Trijn Pieters, dochter van de testateur en huisvrouw van Dirck Gerritsz Daen, dewelke verklaarde vermits de absentie van haar man en met zijn toestemming aan te nemen voor haar erfdeel de goederen hierboven uitgedrukt. (Ondertekend door Pieter Arentsz Fijn en Trijn Pieters Fijn.) 292
                              2. Neeltgen ARENTS, tr. Gerrit GARBRANTSZ.
                                  In de banne van Westzaan wordt op 25 januari 1667 de inventaris opgemaakt van de goederen van Willemtje [doorgehaald], Guurtie, Trijn [doorgehaald], Aagt, Arent [doorgehaald], Jan en Symon Gerritszonen en -dochteren, nagelaten weeskinderen van zal. Gerrit Garbrantsz en Neeltje Arents onlangs op de Koog overleden, nl. de helft van alles wat volgt, nl. een stuk land groot 407 roeden bij de Koog, belend ten zuiden Aagte Pieters, ten noorden Jacob Pietersz, een stuk land genaamd Dyckcamp, groot 244 roeden, belend ten zuiden Dirck All, ten noorden Cornelis Jansz Molekees, een stuk land genaamd d'Oosterkegge, groot 363½ roede, belend ten zuiden Claes Cornelisz Muses, ten noorden Tryn Claes, een streepje genaamd Gerret Adrijaensz, groot 269 roeden, belend ten zuiden dezelve, ten noorden Cornelis Claesz Styffselmaker, een stukje land genaamd Jacob Claesses, groot 115 roeden, belend ten zuiden Gerrit Jansz, ten noorden Jacob Quack, 2 bientjes genaamd Jan Meijnen, groot 136 roeden, belend ten zuiden Claes Jansz Viscooper, ten noorden Trij Aaf Nannings, een stuk land genaamd Oosterkinderen, groot 267 roeden, belend ten zuiden de voorschreven kinderen, ten noorden Jacob d'Verwer, een stuk land genaamd de Westerkinderen, groot 268 roeden, belend alsvoren, een huis en erf op de Koog, belend ten zuiden Claes Cornelisz Mues, ten noorden Willem Tysz, een houtzagersmolen staande Overzaen op de Poel met het erf in de banne van Oostzaan, geïnventariseerd door Pieter Arentsz Fijn, IJsbrandt Pietersz Breuwer en Claes Jansz Viscooper als voogden van de voorschreven kinderen, zich sterk makende voor hun medebroeders absent zijnde 293.
                                  Op 12 juli 1671 is er een deling tussen de 6 kinderen van zal. Gerrit Garmetsz en deszelfs huisvrouw op de Koog overleden, nl. tussen Willemtje getrouwd met Jan Jansz Schilp, Guirt getrouwd met Jan Egbertsz, en de onmondige kinderen Trijn, Arent, Jan en Symon vertegenwoordigd door hun voogden Pieter Arentsz Fijn, IJsbrant Pietersz Breuwer, Claes Jansz Viscooper, Pieter Dircsz van Rieck, Theuwis Arentsz Breuwer en IJsbrant Arentsz Fijn, ieder kinds aandeel ter waarde van ƒ 856 294.
                                  In de banne van Westzaan worden in 1665 tot voogden over de nagelaten weeskinderen van Gerret Garbrantsz en Neeltje Arents, beiden op de Koog overleden, gesteld Pieter Arentsz Fijn, Teuwis Arentsz Breeuwer, IJsbrant Arentsz Fijn, Pieter Dircsz van Rieck, IJsbrant Pietersz Breeuwer in de Horn, Claes Jansz Viskooper 295.
                              3. Maertgen ARENTS.
                              4. Theeuwis Arentsz FIJN, alias Breeuwer, tr. Jannetje Jacobs MENS, overl. vóór 23 jan. 1680, dr van Jacob MENSZ 296, smid, molenaar en koopman van wagenschot te Zaandam, houtkoper, het eerst vermeld op 3 juni 1612, als belender, bij verkoopt door Claes Pietersz aan Willem Cornelisz alias Willem Slommer van een huis en erf op Zaandam, belend ten zuiden Jacop Mensz smidt, ten noorden Willem Jansz smidt, welk huis en erf staande in de Molenbuert op 28 februari 1614 weer verkocht wordt door Pieter Cornelisz Slommes aan Pieter Claesz Smit 297, eerder gehuwd met Claes Cornelisz KALFF, houtkoper, schepen in de banne van Westzaan.
                                  In 1679 verklaren Sijmon Claesz Oosterhoorn, mede notaris, en Heijnderick Jansz Kardinael, ten verzoeke van Claes Heijndricxz Schueckelaer oud-burgemeester van Oostzaandam, dat Theuwis Arentsz Fijn en zijn huisvrouw Jannetje Jacobs eerder weduwe van Claes Cornelisz Calff, contrarie hun belofte in gebreke waren gebleven af te lossen een losrente-obligatie van 2000 gld gepasseerd voor schout en schepenen van Westzaan door voornoemde Claes Cornelisz Calff op 2 september 1664. Teuwis Arentsz Fijn en Jannetje Jacobs gaven tot antwoord dat zij zo mogelijk zullen zorgdragen dat de verschenen interest, tenminste het grootste gedeelte, en ook het kapitaal, binnenkort betaald wordt bij verkoop van hun vaste goederen. 298
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1670 Theuwis Arentsz Fijn wonende op Zaandam schuldig te wezen de weeskinderen van zal. Claes Jansz Schoen alias Claes Baertsz mede te Zaandam, 1000 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een ven land groot omtrent 2100 roeden, gelegen bij Zaandam bewesten de Nieuwe Vaert, belend ten zuiden de schout, ten noorden Claes Jaap Mensis (op 14 april 1671 bekent IJsbrant Pietersz Breeuwer als voogd over 't weeskind voldaan te zijn), en bekent in 1675 Theuwis Arentsz Breeuwer te Zaandam schuldig te wezen het weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Block 600 gld à 5%, verbindende een stuk land groot 1104 roeden liggende te Zaandam bezuiden Claes Jaep Mensis, ten noorden Pieter Stickels molen (op 2 september 1681 betaald door de erfgenamen van Jannetje Jacobsz Menses) 299.
                                  Op 29 november 1668 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Teeuwis Arents Breeuwer, bejaarde jongeman wonende te Zaandam, en Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Kalff, mede aldaar, geassisteerd door Meijndert Arentsz, koopman aldaar, haar wettige voogd. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, elk zal een inventaris maken van diens goederen, te augmenteren met erfenissen staande huwelijk. Indien hij overlijdt vóór haar zonder kinderen bij elkaar gegenereerd te hebben zal zij naast haar eigen goederen ook huisraad en inboedel door hem ingebracht of samen gekocht nemen, daarenboven alle winst door de bruidegom gemaakt. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen als voren zullen haar goederen en ook de goederen staande huwelijk aangekocht naar haar erfgenamen gaan. De bruidegom zal niet hebben noch zich aanmatigen enige administratie van haar goederen of de vruchten daarvan, en niets ervan verkopen, verpanden of anderzins vervreemden. 300
                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1665 Jannetie Jacobs, huisvrouw van Claes Cornelisz Kalff (daarin consenterende gebleken bij missive), wonende te Zaandam, aan Gerrit Fransz wonende te Zaandam een erfje gelegen op Jaep Mensenpadt, groot 25 roeden, belend ten oosten Lourens Lubbertsz, ten westen Joost de Backer, voor 360 gld 301.
                                  Op 21 maart 1665 geeft Jannetje Jacobsdr, weduwe van Claes Cornelisz Kalf, geassisteerd met Lourens Lubbertsz haar zwager en voogd in dezen, beiden woonachtig te Zaandam, machtiging aan Jan Garbrantsz Langh, mede aldaar woonachtig, om in Duitsland, zo te Munster IJffel en elders, te verrichten al haar affairen, mede om te vervoeren, verschepen en verkopen alle goederen, waren en gereedschappen als de voornoemde haar zal.man aldaar heeft gehad en door hem nagelaten, en van al zijn debiteuren hun achterwezen te ontvangen 302.
                                  Op 25 januari 1667 zijn Meijndert Arentsz, koopman te Zaandam, als voogd over Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, ter eenre, en Michiel Cornelisz Kalff, Garbrant Jansz Plock als getrouwd hebbende Dieuwer IJsbrants, Allert Kempesz voor zijn schoonmoeder Grietje IJsbrants, Willem IJsbrantsz voor hemzelf, IJsbrant Pietersz voor hemzelf wijders voor zijn broes en zusters, Jan Keesen als getrouwd hebbende Bregje Cornelis en wijders voor de broers en het broerskind van zijn vrouw, Cornelis Jansz Kalff voor hemzelf en voor zijn zusters, Cornelis Kop voor hemzelf en voor de kinderen van zijn zuster, Claes Gerritsz Nel als getrouwd hebbende Marij Alewijns, Heyndrick Gerritsz Specq in huwelijk hebbende Syje K...[?], en Cornelis Claesz Kalff voor hemzelf en benevens vermelde Specq als voogden over de kinderen van Jan Claesz Hasens, allen wonende te Zaandam, samen erfgenamn ab intestato van de voorschreven Claes Cornelisz Kalff, zich samen sterk makende voor de alsnog absente erfgenamen of ook diegenen die zulks in toekomende tijden mochten voorgeven, ter andere zijde, overeengekomen over de erfenis van de voorschreven overledene, nl. dat de voorschreven weduwe alle goederen van de boedel zal blijven behouden, waartegen zij aan de andere gezamenlijke erfgenamen zal uitreiken alle kleren van de overledene en daarenboen 670 gld benevens nog 30 gld tot een wijnkoop, waarvan de comparanten bekennen voldaan te zijn 303.
                                  In de banne van Westzaan in 1667 verkoopt Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Zaandam, aan Arent Jansz Kistemaker aldaar een erfje op Zuijder Jaap Mensenpadt te Zaandam, belend ten oosten Jacob Cornelisz Winckelhaeck, ten westen Louris Lubbertsz, voor 195 gld 12 st 8 penn, en een erfje op't Suijderste Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Louris Lubbertsz, ten westen Jacob Jansz Bloem, voor 155 gld 3 st, en bekent Jacob Jansz Bloem wonende te Oostzaandam van Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Westzaandam, gekocht te hebben een erf aldaar op Jaap Mensenpadt, breed 125 voeten, lang van de ene sloot naar de andere, belend ten oosten Joost de Backer, ten westen de Ven, voor 262 gld, te betalen in egale portiën primo mei 1667, 1668 en 1669 304.
                                  Op 23 januari 1680 verklaart Cornelis Claesz Kalff wonende te Zaandam, als vader en voogd van zijn kinderen dewelke ab intestato voor een vijfdepart erfgenaam zijn van zal. Jannetje Jacob Menses, onlangs aldaar overleden, het niet raadzaam gevonden te hebben de nagelaten boedel te helpen aanvaarden aangezien de boedel met veel schulden is bezwaard, maar dezelve voor de voorschreven portie te repudiëren ten behoeve van Jan Jacobsz Mens, Isbrant Arentsz Fijn en Lubbert Lourisz voor zijn moeder Neeltje Jacob Menses, mede-erfgenamen, die verklaarden genegen te wezen het gemelde gedeelte te honoreren en zulks hebben geaccepteerd 305.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1680 Cornelis Cornelisz Noomen van Claes Jacobsz Mens, Jan Jacobsz Mens en IJsbrant Arentsz Fijn, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacob Menses, ook voor alle verdere erfgenamen, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op de Damstraet aan de Zuidzijde, belend ten oosten een gemene gang, ten westen de erfgenamen van Keesje Block, voor 995 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt, en verkopen dezelfde verkopers, zonder Jan Jacobsz Mens, aan Jan Jacobsz Mens 3 achtsteparten in een huis en erf te Zaandam, belend ten zuiden Heijndrick Kraij, ten noorden de Damstraet, waarvan de resterende 5 achtsteparten de koper toebehoren, voor 787 gld 12 st 306.
                                  In de banne van Westzaan bekent in 1681 Jan Gerritsz Swager van de erfgenamen van zal. Jannetie Jacobs Menses gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam vooraan op de Nieuwendijck anders genaamd het Kuijperspadt, belend ten zuiden Frans Cornelisz Haen, ten noorden de gemene sloot, voor 1900 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de opdracht volgt, door Jan Jacobsz Mens, IJsbrant Arentsz Fijn en Lubbert Louris, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacobsz Menses 307.
                              5. Grietgen ARENTS.
                              6. IJsbrant Arentsz FIJN, zie 34.
                            70. (<35) (>140) Willem Jacobsz MENS, geb. ca. 1611  308, houtkoper, overl. 30 okt. 1665 (oud 54 jaar 309), begr. Westzaandam (Westerkerk),
                                In de banne van Westzaan bekent op 15 februari 1646 Willem Jacob Menses wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Jansz Heeringh c.s., erfgenamen van Jan Claesz Schout zal. ged., mede aldaar, de helft van een stuk land groot in 't geheel 1563 roeden, liggende bij de Hoogendyck op de Groote Braet, belend ten zuiden de Braeck, ten noorden Alewyn Fransz c.s., voor 1055 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1647 en 1648 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 310.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1651 Cornelis Pieter Jacobsz wonende te Zaandam aan Willem Jaep Mensz mede wonende aldaar de helft van 2 akkers land bij de Dijck, belend ten westen Claes Jan Arisz, ten oosten Gerrit Albertsz, voor 186 gld, te betalen een derdepart gereed, de resterende 2 op Vrouwlichtmisdagen 1652 en 1653, bekent in 1652 Jacob Adriaensz wonende te Zaandam schuldig te wezen aan Willem Jacob Mentses mede wonende aldaar een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 400 gld, met als onderpand een huis en erf te Zaandam op Rustenburch, belend ten zuiden Dirck Claesz, ten noorden Gerrit Gerritsz (voldaan op 2 januari 1664), verkoopt in 1652 Pieter Dirxz Corver wonende te Zaandam aan Willem Jacobsz Mentses mede aldaar 2 akkers, groot tezamen 185 roeden, liggende bewesten Westzaan bij de Broeck, voor 205 gld, en verkoopt in 1652 Heijndrick Pietersz Meij, mede-erfgenaam van Symon Pietersz Meij, ook voor de verdere erfgenamen. mitsgaders voor Cornelis Cornelis Jonge Trijns, aan Willem Jacob Mentses c.s. wonende te Zaandam een stuk land groot 1128 roeden buiten de Dijck, belend ten noorden de erfgenamen van Gerrit Jacobsz Snier, ten zuiden de weduwe van Kees Heijn van de Stadt, voor 1400 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 311.
                                In Zaandam compareren in 1655 Jacob Claesz Broocker en Willem Jacobsz Menssen, beiden woonachtig alhier, reders van 't schip de Gulde Halwe Maan waar schipper op is geweest Symon Symonsz Sloof uit De Rijp, ook voor de gemene reders van 't schip, welk schip in 't vervolgen van zijn reis van [La] Rochelle in Frankrijk naar deze landen op 29 augustus 1653 in zee door een Engels oorlogsschip veroverd zijnde des anderen daags daaraanvolgende de voorschreven Engelsman daaruit gejaagd en hernomen door drie Zeeuwsw commissievaarders, waarvan kapiteins waren Daniel Wilboursz, Pieter en Cornelis Aldertsz van Vlissingen, die het schip naar Brest hadden gebracht in Bretagne, zonder dat comparanten tot restitutie van 't voorschreven schip hebben kunnen geraken, waartoe zij nu machtigen Pieter Pietersz Molemaker alhier (om alles terug te eisen, inclusief vergoeding) 312.
                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Willem Jacobsz Menses wonende te Zaandam aan Claes Heijndricxx Groot wonende te Westzaan 2 akkertjes land achter de Noorderse Laen op de Broeck, belend ten zuiden Claes Jaep Decker, ten noorden de weduwe van Cornelis Thijsen, voor 50 gld, en bekent in 1657 Jacob Claesz Broocker, hem sterk makende voor de Waterlandse gemeente te Westzaan, gekocht te hebben van Willem Jacobsz Mensch c.s., allen wonende te Zaandam, een erfje te Zaandam op Jaep Menszpadt, belend ten oosten Jan Spiegelman, ten westen de koper, voor 250 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1657, 1658 en 1659 313.
                                In de banne van Westzaan in 1660 bekent Willem Jacobsz Mens wonende te Zaandam in ruiling gekocht te hebben van Lammert Jansz Mede aldaar woonachtig een erf, groot 23 roeden bij de weg breed, op Rustenburgh, belend ten zuiden Marij meester Gerris, ten noorden Dirck Meijndertsz, door het gerecht getaxeerd waardig te zijn 100 gld, waarvoor de koper in betaling overdraagt aan gemelde Lammert Jansz zeker 35 voeten land of erf bij de dijksloot heen te meten, liggende in het midden van 2 akkertjes land aan de dijksloot te Zaandam, belend ten oosten IJsbrant Pietersz, ten westen Willem Jacobsz Menses, met een vrij pad over het erf en de brug van Willem Jacobsz, mits dat hij de brug buren gelijk zal moeten helpen onderhouden, welk erf mede getaxeerd is waardig te zijn 100 gld, en verkoopt Willem Jacobsz Mens wonende te Zaandam aan Cornelis Claesz Kalff mede woonachtig aldaar een half stuk land te Zaandam bezuiden de dijk, belend ten noorden Jacob Claesz Broocker, voor 760 gld 314.
                                In de banne van Westzaan bekent op 30 decmber 1660 Jan Claesz Bille, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Willem Jacobsz Mens, mede wonende aldaar, een erfje, groot aan het noordeinde 15 voeten, 2 of 3 duimen, aan het zuideinde 24 voeten breed, liggende te Zaandam op de ven van Griet Aris, belend ten oosten Jan Jacobsz Mensch, ten westen Joost d'Backer, voor 280 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1661, 1662 en 1663, telkens een derdepart 315.
                            tr. 2° Aeltje JANS,
                            tr. 1°
                            71. (<35) (>142, >143) Cornelisge Claes BROOCKER.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Barbertje WILLEMS, zie 35.
                              2. Cornelis WILLEMSZ, overl. 20 juli 1643  309, begr. Westzaandam (Westerkerk).
                              3. Guertjen WILLEMS, overl. 23 april 1645  309, begr. Westzaandam (Westerkerk).
                            72. (<36) (>144, >145) Aris Theunisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 29 maart 1630 (volwassenendoop),
                                In Uitgeest wordt voor de 200e penning in 1625 onder Kerckbuyert Arys Seylemaecker gesteld op 5£ 316.
                                In Uitgeest zijn in 1625 Cornelis Arentsz, Pijeter Arysz, Maerten Jansz van Krommenie en Arijs Thuenisz Seylemaecker, allen reders van Albert Cornelisz Bosman, eisers contra dezelve Albert Cornelisz Bosman, over uitbetaling van een haringschip dat op 5 februari jongstleden aan Fop Cornelisz te Wijk op Zee voor 1625 gld verkocht zou zijn, waarna op een latere zitting de gedaagde ontkent een haringschip of haring verkocht te hebben en de zaak op nog 2 datums dient, en is in 1626 Cornelis Jacobsz, varkensdrijver, eiser contra Arijs Tuenisz Seylemaecker, om betaling van 41 gld 4 st ter zake van zekere koopmanschap 'op zijn huwelijk' (geaccordeerd) 317.
                                Bij de doop van Aris Theunisz Seijlmaker door Ds Abdias Widmarius: Arijs Teunijs, weduwenaer ende seylemaeker, de halff broeder van Jan Jansen (van wien hiervoren), nu een langen tijdt mede ter kercke gecomen sijnde, is na verscheyden onderwijss ende gedaene belijdenis ende belofften mede in den naeme Christi gedoopt des vrijdaechs avonts voor paeschen na de predicatie sijnde 29 Martii anno 1630.
                                In Uitgeest verkopen op 20 juli 1629 Aris Thuenisz Seylmaecker en Thuenis Thuenisz, gebroeders. beiden onze buurluiden, aan Louris Cornelis Welbooren, olieslager, onze buurman, een huis met zijn erf op de Meldijck, belend ten oosten Willem Pouwelsz, ten zuiden de Binnendijcxmeer, ten westen zijn zwager Floris Garbrantsz, ten noorden de gemene straat 318.
                                Op 17 mei 1630 zijn voor het Hof van Holland de meerderjarige erfgenamen van wijlen de weduwe van Jan van der Marck, in zijn leven koopman te Amsterdam, voor henzelf en als voogden van hun onmondige mede-erfgenamen, impetranten tegen Aris Theunisz Seylemaker te Uitgeest, gedaagde, om betaling te doen van de somme van 50 pond 12 penningen 3 penningen als rest van meerdere somme, spruitende ter zake van geleverde „canifasse" (die niet compareerde en andermaal geroepen is) 319.
                                In Uitgeest in 1632 is Thijmon Pietersz, onze buurman, als last hebbende van Jan Pietersz zijn broer burger te Haarlem, eiser contra Aris Thonisz Seijlemaecker alhier, om betaling van 12 gld 5 st uit zake van 'aftervaert' of rederij door eisers broer van Cornelis Claesz zijn zwager overgenomen, waarna de gedaagde zegt dat hij met Jan Pietersz, scheepmaker te Haarlem, niets heeft uitstaan en schepenen de gedaagde absolveren, is Aris Thonisz Seijlmaecker eiser contra Cornelis Claesz Benes, om betaling van 4 gld voor oud zeildoek door gedaagde gekocht onder conditie dat hij alleen gehouden zou zijn te betalen als de eiser een vrouw trouwde, waarop schepenen verwijzen naar goede mannen op hoop van een akkoord binnen 24 uur, en verzoekt Aris Thonisz Seijlmaecker, onze buurman, om een voogd voor zijn zoon Thonis Arisz, waartoe Heyndrick Hesselsz wordt gekozen 320.
                                In Uitgeest verkoopt op 10 oktober 1637 Jan Claesz Backer, ook voor al degenen die dit enigszins zouden mogen aangaan, aan Aris Thonisz Seijlmaecker een rentebrief dd. 13 december 1626 ten laste van schipper Jan IJsbrantsz onze buurman 321.
                                Op 5 augustus 1639 autoriseert Aris Thonisz Seijlmaecker, buurman te Uitgeest, Willem Pouwelsz Koster en Cornelis Cornelisz Locq, buurluiden binnen Uitgeest, om aan de Hooge Vierscheijt te verzoeken octrooi om benevens de nagelaten kinderen van Thonis Thonisz, zijn overleden broer, te mogen verkopen zekere partijen land in de banne van de Schermer die hij van Jacob Heertges en Guyrt Arisdr, zijn grootvader en grootmoeder, ten erve ontvangen heeft 322.
                                In Uitgeest bekent in 1648 Aris Thonisz Seijlemaecker 200 gld ontvangen te hebben van de weesmeesters, welke penningen hij volgens de testamentaire dispositie van Jacob Heertjes, zijn overleden grootvader, in lijftocht mag bezitten zijn leven lang en na het overlijden van hem, comparant, moeten komen op zijn kinderen of verdere descendenten, waarvoor hij als onderpand stelt zijn huis met zijn erf waar hij tegenwoordig in woont, belend ten oosten de Buijtendycxmeer, ten zuiden de Nieulanderwech, ten westen Claes Cornelisz, ten noorden de Noorder Nieulanderwech 323.
                                In 1657 attesteren Gerrit Bruynsz Alckemade, oud 65 jaar, en Jan Cornelisz Molenaer, oud 30 jaar, beiden buurluiden te Uitgeest, ten verzoeke van Aris Thonisz Seijlmaecker, mede buurman, over de molen in de Dorregeester polder, dat die na de brand opnieuw gebouwd is en waarvan de zeilen door de requirant gemaakt en geleverd zijn volgens het bestek, en betaald door de molenmeesters, waarna de aannemer nog aan ieder uiteinde van de roeden een los hek heeft bevestigd, waardoor de zeilen verlengd moesten wezen 324.
                                In 1666 testeren Cornelis Arisz, Jan Arisz, Andries Arisz, Marijtjen Aris en Jacobjen Aris, broers en zusters wonende in Uitgeest. Bij overlijden zonder wettelijke geboorte na te laten testeren zij op elkaar, zonder dat Thonis Arisz, hun halve broer, of zijn descendenten, iets van hun goederen mogen erven. 325
                            tr. 1° Aechgen DIRCXDR, dr van Dirck CLAESEN en Annetie DIRCX,
                                In 1647 wordt een verklaring geleverd over wijlen Annitie Dircx, o.a. dat zij bij haar tweede man Dirck Claesen 5 kinderen had, onder wie Aechien die een zoon Theunis Aersen nagelaten heeft, met Aris Theunissen als vader, nog wonende te Uitgeest 326.
                            ondertr. 2°/tr. Uitgeest 25 april/9 mei 1632
                                   Uit het eerste huwelijk:
                              1. Thonis ARISZ.
                                  In Uitgeest wordt in 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen van Thonis Arisz, de nagelaten zoon van zal. Aechgen Dircxdr geprocreëerd bij Aris Thonisz Seijlmaecker te Uitgeest. Deze bestaat uit 125 gld berustende onder Aris Thonisz de vader, en een bed met toebehoren, ook berustende onder Aris Thonisz. Verder zal Aris Thonisz de voornoemde Thonis Arisz onderhouden. Na het overlijden van zijn vader en Claertgen Andries zijn stiefmoeder zal het kind delen als de kinderen van de voornoemde Aris Thonis bij Claertgen Andries geprocreëerd. Aldus gedaan door voornoemde Aris Thonisz en Claertgen Andries, ter eenre, en Heyndrick Hessels wettelijke voogd en Jacob Heyndricxz oom van de voorschreven Thonis Arisz, ter andere zijde. 327
                                  In 1651 verklaren Aris Thonisz Seylemaecker binnen Uitgeest, aan de ene, en Thonis Arisz, zoon van de voornoemde Aris Thonisz aan de andere zijde, door tussenspreken van Henrick Hesselsz, Cornelis Bruynsz de Jongh en Jan Jacobsz Vennen, buurluiden binnen Uitgeest, te zijn geaccordeerd ter zake van de moederlijke goederen van Thonis Arisz mitsgaders hetgeen van zijn grootvader en grootmoeder gekomen is, te weten dat voornoemde Thonis Arisz zal genieten een bed met zijn toebehoren en bovendien een somme van 295 gld, waarvan voornoemde Thonis Arisz bekent voldaan te zijn 328.
                            73. (<36) (>146) Clara ANDRIES.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Aechtjen ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 23 jan. 1633.
                              2. Cornelis Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 11 febr. 1635, zie 36.
                              3. Jan Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 28 sept. 1636.
                                  in Uitgeest bekent in 1683 Jan Arissen Seijlmaecker gelicht te hebben uit de penningen toekomende de kinderen van Cornelis Arissen Seijlmaecker, met namen Maertien, Aris en Claes Cornelisz, een hoofdsom van 125 gld, met als onderpand zijn huis en erf op 't Nieuwelant, belend ten oosten de Meer, ten westen Garbrant Claesz Kabel, ten noorden de Sloot, ten zuiden de weg (geroyeerd op 5 oktober 1694) 329.
                              4. Jacob ARISSEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 10 okt. 1638.
                              5. Maritje ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 9 dec. 1640.
                              6. Jacobje ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 okt. 1643.
                              7. Andries ARISZ, tr. Jannetie CLAAS.
                                  In Uitgeest verkoopt in 1710 Jannetie Claas, weduwe van Andries Arisz, aan Maarten Pietersz een huis en erf aan de Zuidoostzijde van de Kerckbuijrt, het erf groot 11 roeden, belend ten zuiden Pieter Cornelisz, ten noorden de erfgenamen van Pieter Jansz Coogh c.s., voor 190 gld 330.
                            74. (<37) (>148, >149) Claes Cornelisz WELBOOREN, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 24 dec. 1628, overl. vóór 19 juni 1654,
                                In Uitgeest wordt op verzoek van Claes Cornelisz als vader van Tryntgen Claes, bij hem hebbende Cornelis Cornelisz Smack als oom en naaste bloedvoogd van moederszijde, tot voogd over zijn kind vercoren Claes Jansz Alen, en is vervolgens op verzoek van Claes Cornelis Welboren op Assum in plaats van Claes Jansz Alen, dewelke de zaak enigszins was aangaande, als voogd over zijn kind Trijntgen Claesdr vercoren Willem Jacobsz Cossen 331.
                                In Uitgeest in 1632 verkopen Claes Cornelissoon Welbooren, voor hemzelf en hem sterk makende voor Jacop Cornelisz zijn broer, buurman op Zaandam, Sijmon Harmensz als man en voogd van Aechte Cornelisdr, Lourens Heijndricxz Backer als man en voogd van Griet Jansdr, Jan Cornelisz Goesinnen als wettelijk gekoren voogd van Marijtgen Jansdr, altezamen onze buurluiden, mitsgaders Willem Allertsz buurman te Krommenie als man en voogd van Trijn Cornelisdr en Dirck Claesz buurman op de Nieuwendam als man en voogd van Aecht Jansdr, samen ook voor Jacop Jansz woonachtig te Amsterdam, altezamen erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven buurknecht op Assum, aan Willem Sijmonsz, mede onze buurman, een akker zaadland op de Geest in de Lange Voetackers, groot volgens 't morgenboek 7 snees, belend ten oosten de gemene Heerewech, ten westen de Schouwateringe, ten zuiden Hessel Pietersz, ten noorden Marijtgen Jacopsdr, en verkopen Claes Cornelisz Welbooren voor hemzelf, Symon Harmenssoon als man en voogd van Aechte Cornelisdr, beiden onze buurluiden op Assum. en interveniërende voor alle andere mede-erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven onze buurknecht, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, omtrent 10 snees 31 roeden, gemeen en onverdeeld in een stuk land genaamd de Cooch, groot het gehele land omtrent 11 koeven, belend het gehele land ten oosten Cornelis Willemencooch, ten zuiden Siericxven, ten westen Eenecooch, ten noorden de Haegen 332.
                                In Uitgeest verkopen in 1633 Claes Cornelisz Welbooren als vader en Willem Jacobsz alss wettelijke voogd van Trijntgen Claesdr, allen onze buurluiden op Assum, aan Arent Dircxz, mede buurman aldaar, een huis met zijn erf op Assum, belend ten oosten Gerrit Claesz Wennen, ten zuidend het Assemerveer, ten westen Rem Hesselsz, ten noorden de Korendijck 333.
                                In Uitgeest verkoopt in 1639 Claes Cornelisz Welbooren, onze buurman op Assum, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, 12½ snees in een stuk land in de Broeck achter Assum, genaamd de Groote Cooch, groot in 't geheel omtrent 8 maden, belend ten oosten Salienven, ten zuiden Cornelis Willemencooch en Siericxven, ten westen Eenencooch, ten noorden de Haegen, met een vrije notweg over het voorschreven stuk land genaamd Eenencooch 334.
                                In Uitgeest compareren voor weesmeesters in 1654 Sijmon Harmensz als oom, en Jan Woutersz en Willem Sweeren, wettelijke gecoren voogden, van Jacobjen Claesdr, Aerjan Claesdr, Dieuwer Claesdr en Jannetgen Claesdr, achtergelaten onmondige kinderen van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Marij Jansdr, in hun leven buurluiden op Assum, en hebben doen registreren de goederen van de voorschreven kinderen, uit de erfenis van hun grootvader, moeder en vader. Als grootvaders erfenis een vierdepart van een stuk land in de Groote Sien op 't Westendt van Assum. genaamd Aftervegers, belend ten oosten de werf van Jan Ooms en Arenden werf, ten westen Dirck IJvenven, nog een derdepart van een hofstede genaamd Jan Oomswerff gelegen beoosten het voorschreven stuk land (op 2 mei 1656 is aangetekend dat dit hofsteedje is verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 150), nog 430 gld waarvan Jan Fransz 43 gld 8 st competeert. Als moeders erfenis een huis en erf op Assum, belend ten oosten Sijmon Harmensz, ten westen Jan Woutersz (verkocht in publieke veiling voo ƒ 656), nog een half snees land voor de deur, nog 2 tuintjes over de vaart achter het huis ('t ene verkocht aan Willem Joosten en 't andere aan Joost Gerritsz, tezamen voor ƒ 90), nog de Noorderacker in de Binnenven, groot 4 snees, belend ten oosten Coomen Jaepenbinneven, ten westen Schaepven, nog het kleine akkertje in de Binneven, groot 1 snees (Aftervegers verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 320). Als vaders erfenis de Suijderacker in de Binneven, groot 4 snees, belend ten oosten de Binneven, ten westen Schaepven, item nog de helft van een stuk land in de banne van Heemskerk, groot in 't geheel 22 snees, belend ten oosten Pieter Jacobsz, ten zuiden de Tocht, ten westen Evertscamp, ten noorden Ruijssen Vuijtterdijck. Op 2 juni 1665 heeft Willem Sweeren als voogd van Dieuwer Claes rekening gedaan aan Claes Jaspers getrouwd hebbende de voornoemde Dieuwer Claesdr. 335
                                Op 7 juni 1661 bekent in Uitgeest Jan Gerritsz Seur wonende te Krommenie ontvangen te hebben van de weesmeesters in totaal 90 gld 5 st, onder hem te houden voor 2 jaren, toebehorende Jannetjen Claes, met als borg Sijmon Harmensz, onze buurman op Assum, en Cornelis Willemsz Backer, schepen te Krommenie, als borg voor zijn oom Sijmon Harmensz (op 7 juni 1667 op verzoek van Jannetgen Claes geroyeerd). Op 7 juni 1661 hebben Jan Woutersz en Willem Sweeren, als voogden van Jacobjen Claes en Dieuwer Claes, 100 gld ontvangen (geroyeerd op 5 juni 1663 als afgelost). Op 6 juni 1662 heeft Jan Gerritsz Seur nog 68 gld 10 st van custingpenningen van de tuintjes en Achtervegers ontvangen, toebehorende Jannetjen Claes, voor een jaar, met als borg Mr Wijbrant, chirurgijn binnen ons dorp (op 7 juni 1667 geroyeerd). Op 5 juni 1663 heeft Jan Gerritsz Seur 68 gld ontavngen voor de laatste termijn van 't land genaamd Achtervegers en de tuintjes gekocht door Willem Sweeren, Joost Gerritsz en Willem Sweeren, voor een jaar op interest naast de eerdere 90 gld 5 st, tegen de penning 25, met als borg Cornelis Willemsz Backer. 336
                            ondertr. 1° Uitgeest 2 jan. 1628, tr. ald. 16 jan. 1628 (Claes Cornelijs, de zoon van zal. Cornelijs Jacobs den Ouden op Assum, en Jannetje Cornelijs, dochter van zal. Cornelijs Cornelijssen, ook op Assum) Jannetgen CORNELISDR, dr van Cornelis Cornelisz WENNEN, alias Smack, en Trijn CORNELISDR,
                                In Uitgeest wordt in 1623 op verzoek van Cornelis Cornelisz Smack, als naaste bloedvoogd van zijn moeder, zusters en zusterskind, vercoren als voogd o.a. Albert Jacobsz voor Trijn Cornelisdr zijn moeder, en Willem Jacobsz Veerman voor Jannetgen Cornelisdr 337.
                                In Uitgeest hebben op 6 februari 1637 Claes Cornelisz Welbooren, vader van zijn onmondige dochter genaamd Trijntgen Claesdr geprocreëerd bij zal. Jannetgen Cornelisdr, aan de ene, Willem Jacobsz Cossen, wettelijke voogd, en Pieter Jacobsz van de zijde van zijn huisvrouw oom, van 't kind, aan de andere zijde, aangebracht de goederen 't voorschreven kind toebehorende, nl. een vierdepart van een stuik land in de banne van Heemskerk genaamd Evertscamp, groot in 't geheel omtrent 1400 roeden, belend ten oosten Siericxven, ten zuiden de Tocht, ten westen de Evertscampen, ten noorden de banscheiding, nog 500 gld berustende onder Arent Dircxz op Assum (op 12 juni 1643 afgelost en door Claes Cornelisz Welbooren ontvangen), nog 40 gld berustende onder de voornoemde Claes Cornelisz die daarvoor als onderpand stelt 2 snees land op Assum genaamd Fredericx Hoogelant, belend ten oosten en westen Eggenven (later uit dit verband ontslagen en verkocht aan Symon Harmensz), en de voornoemde Claes Cornelisz zal het kind onderhouden om behouden goed. Op 31 mei 1650 heeft Gerrit Claesz Wennen, buurman op Assum, de 500 gld gelicht tot nu toe onder de vader berustende. Op 19 juni 1654 is door de voogden aangebracht een akkertje van omtrent 2 snees in de Cleyne Sien, belend ten oosten Claes Garbrantsz, ten zuiden het Afterwechjen, ten westen Jan Sweeren, ten noorden Schaepven, het weeskind ter zake van haar zal. vader competerende. (Op 6 juni 1656 bekent Pieter Tamisz, man en voogd van Tryntgen Claesdr, voldaan te zijn.) 338
                            tr. 2° Uitgeest 11 jan. 1637 (zij dochter van Jan Jacobsz op Assum)
                                   Uit het eerste huwelijk:
                              1. Trijntgen CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 maart 1629, tr. Pieter TAMISZ.
                                  In Uitgeest bekent in 1650 Gerrit Claesz Wemmen, buurman op Assum, schuldig te wezen aan Trijntgen Claesdr, onmondige achtergelaten dochter van wijlen Jannitgen Cornelisdr geprocreëerd bij Claes Cornelisz Welbooren op Assum, een jaarlijkse losrente van 15 gld, losbaar met 300 gld, met als speciale hypotheek een stukje land in de Broeck genaamd het Verndel, groot omtrent 28½ snees, belend ten oosten Aemker Willemsz, ten zuiden Joost Gerritsz, ten westen Claes Jansz, ten noorden Aechte Goevanesven 339. In 1654 en 1655 zijn er nog 4 schuldbekentenissen vanwege losrenten aan haar, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Jannetgen Cornelisdr, in hun leven buurluiden (op Assum), nl. door Cornelis Gerritsz en Aechte Gerritsdr zijn zuster, beiden buurluiden op Assum, geassisteerd met Jan Allertsz Bonckenburgh als haar gecoren voogd in dezen, voor 13 gld 10 st, losbaar met 300 gld, op 4 mei 1655 met 100 gld gedeeltelijk en op 8 juni 1660 geheel afgelost aan Pieter Tamisz, man en voogd van Trijn Claes, door Pieter Remmen, buurman op Assum, voor 12 gld 12 st 8 penn, losbaar met 280 gld, op 6 juni 1656 afgelost aan Pieter Tamisz man en voogd van Tryntje Claes, door Gerrit Cornelisz Neessen, buurman op Assum, voor 4 gld 10 st, losbaar met 100 gld, op 8 juni 1660 voldaan aan Pieter Tamisz, man en voogd van Trijn Claes, en door Claes Sweeren, buurman op Assum, voor 4 gld 10 st, losbaar met 100 gld, op 5 juni 1657 betaald aan Pieter Tamisz 340.
                            75. (<37) (>150, >151) Marij JANSDR, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 14 sept. 1628 als Marjete Jans, jonge dochter van Jan Jacobs op Assum, aldaar bij haar vader wonende.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Jacobje CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 20 dec. 1637, zie 37.
                              2. Aerjan CLAESDR.
                              3. Dieuwer CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 2 maart 1642, ondertr. (schepenbank) Krommenie 3 mei 1665 Claes Jaspersz JAS, zn van Jasper JANSZ en Trijn Jans GROOTES.
                                  In Uitgeest bekent in 1664 Hillegont Dircxdr, weduwe van Jan Jacobsz in zijn leven buurman in dit dorp, schuldig te zijn aan Dieuwer Claes, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Marij Jans, in hun leven onze buurluiden op Assum, een jaarlijkse losrente van 5 gld 5 st, losbaar met 150 gld, en stelt tot onderpand haar huis met zijn erf waar zij tegenwoordig in woont, in de Schevelstraet, belend ten oosten Cornelis Cornelisz, ten zuiden het Achterpadtjen, ten westen Wouter Allertsz, ten noorden de gemene straat. Op 2 juni 1665 heeft Claes Jaspersz, getrouwd hebbende Dieuwer Claes, ontvangen van de weesmeesters van de penningen Jannetje Claes, zuster van Dieuwer Claes, toebehorende, ƒ 118:14:0, zodat Dieuwer Claes niet meer aan deze obligatie heeft dan ƒ 31-6-0 die Hillegont Dircx opgezegd zijn aan de voornoemde Claes Jaspersz te voldoen. Deze obligatie is afgelost en opnieuw op 1 juni 1666 belegd aan Jan Pietersz tot 160 gld. 341
                                  In Uitgeest bekent in 1667 Dirck Claesz, buurman op Krommeniedijk, schuldig te wezen aan Cornelis Jansz Hen, zoon van Jan Jansz Hen, 150 gld, en aan Dieuwer Claesdr, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren in zijn leven onze buurman op Assum, 97 gld, ontvangen van Willem Sweeren als voogd van dezelve kinderen, tegen de penning 25 in 't jaar, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd de Begineven, groot 4½ gars 37 snees 9 roeden, belend ten oosten Dirck Cornelisz Gorter, ten zuiden 't Hartvelt, ten westen Bruijn Gerritsz Alckemade, ten noorden Aechte Arentsdr 342.
                                  In Krommenie worden op 9 februari 1695 tot voogden van de 3 onmondige kinderen van Claes Jaspersz geprocreëerd bij wijlen Dijver Claes, met namen Claes Claesz, Pieter Claesz en Jan Claesz, gesteld Sijmon Claes Sluijs als oom van 's moeders zijde en Cornelis Willems Joor 343.
                                  In Krommenie bekent in 1666 Claes Jaspersz, rolbereider alhier, schuldig te zijn aan Aefje Jans, nagelaten dochter van zal. Jan Mighielsz Dekeman, 83 gld 16 st tegen ƒ 3-5-0, met als onderpand de helft van een huis en erf in de Kerkbuiert, belend ten zuiden Willem Gerritsz, ten noorden de kinderen van Claas Gavisz d'Jongh zal. (op 3 maart 1677 opgeëist, op 9 juni 1677 betaald) 344.
                              4. Jannetje CLAESDR, impost op begr. Krommenie 19 febr. 1705 (pro deo, aangever haar zoon Claas Symonsz Sluys), tr. Uitgeest 13 maart 1667 (beiden van Uitgeest) Sijmon Claesz SLUIJS.
                            78. (<39) (>156, >157) Cornelis Cornelisz SMACK, alias Wennen, smakschipper,
                                In Uitgeest is in 1622 Cornelis Cornelisz Jonge Smack, buurman alhier, eiser contra Cornelis Dircxz Cuijper, mede buurman alhier, om leverantie van 37 voeten erf, 106 voeten lang; schepenen wijzen voor vonnis dat de gedaagde gehouden zal wezen de breedte en lengte te leveren naar ordonnantie van 2 landmeters, met namen Aerjan Nanninghsz en Gerbrant Mijesz 345.
                                In Uitgeest worden op verzoek van Cornelis Pietersz, als bestevader van de onmodige kinderen van zal. Cornelis Cornelisz Smack, met namen Aechte, Beertgen en Anna Cornelisdochteren, tot voogden gecoren Heijndrick FlorisZ, Willem Jacopsz en Claes Garbrantsz 346.
                                In Uitgeest verzoekt in 1631 Pieter Jacobsz als oom van Cornelis Cornelisz, de nagelaten zoon van zal. Cornelis Cornelisz Wennen en Lijsbet Gerrijts, om voogden, namelijk Louris Woutersz en Rem Remsz, buurluiden op Assum 347.
                                In Uitgeest wordt in 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen van Aechgen en Anna Cornelisdochteren, de nagelaten weeskinderen van zal. Cornelis Cornelisz Wennen en Anna Cornelisdr. Deze bestaat uit tezamen 984 gld 4 st, waarvan onder Pieter Jacobsz Snijder berustende een somme van 442 gld 2 st en onder Cornelis Cornelisz wonende te Alkmaar 542 gld 2 st blijkens een bezegelde brief gepasseerd voor schepenen der stad Alkmaar. De voornoemde Pieter Jacobsz stelt tot onderpand de helft van een stuk land in de banne van Heemskerk genaamd Everscamp, groot in 't geheel 3 maden, belend ten oosten Siericxven, ten zuiden de Tocht, ten westen de Groote Evertscamp, ten noorden Frans Dircxz' Vuijtterdijck. De voornoemde Pieter Jacobsz en Cornelis Cornelisz, omen van de voorschreven kinderen, en de voogden, Willem Jacobsz Cossen, Heijndrick Florisz Snel en Claes Garbrantsz, zullen zich hebben te reguleren naar het akkoord gemaakt op 19 juni 1633. Op 10 juni 1642 is door Pieter Jacobsz ƒ 50 afgelost, en op 1 juni [zonder jaar] verklaart Cornelis Aenckers voldaan te zijn (betreft de eerstgenoemde somme). Op 31 mei 1650 bekent Adriaen Clopper [hij ondertekent als Aerijaen Aerijaenssen Clopper], man en voogd van Anna Cornelisdr, gelicht te hebben de verbandbrief van 541 gld 12 st voor schepenen der stad Alkmaar op 25 januari 1636 t.b.v. zijn voornoemde huisvrouw gepasseerd door Cornelis Cornelisz Borsjen. 348
                                In Uitgeest verklaart in 1675 Jacob Hendricxe Schipper wonende te Uitgeest afstand te doen van vruchtgebruik van 2 percelen land, als eerste een perceel in de banne van Heemskerk genaamd Evertscamp, groot 1 morgen, belend ten oosten de banscheiding, ten westen Pieter Tamisz, nog een akkertje zaadland op Assum groot 2 snees genaamd Gaukelandt, belend ten westen Claes Jansz Alen, ten noorden Nan Willemsz Cos, als hem toekomende uit kracht van huwelijkse voorwaarden met Trijn Pieters zal., zijn overleden huisvrouw, op 23 augustus 1673 voor dezelfde notaris [akte niet gevonden], en dat ten behoeve van Cornelis Cornelisz Smack voor 1/3, Cornelis Aemkersz in huwelijk hebbende Aechte Cornelis Smacke mede voor 1/3, item Gerrit Symensz Groen in huwelijk hebbende Antje Cornelis Smacke wonende te Alkmaar; Gerrit Sijmens Groen machtigt Jacob Heijndricxe om zijn derdepart van Evertscamp te transporteren aan Pijeter Jansz Verhammen te Heemskerk voor 615 gld, waarvan hij verklaart voldaan te wezen 349.
                                In Heemskerk verkoopt in december 1675 Jacob Heyndricxz Schipper te Uitgeest, uit kracht van een procuratie door Cornelis Cornelisz Smack voor 1/3, Cornelis Amkersz in huwelijk hebbende Aecht Cornelis Smacken wonende te Uitgeest voor 1/3, en Gerrit Sijmonsz Groen wonende te Alkmaar in huwelijk hebbende Annitje Cornelis Smacken voor 1/3, aan Pieter Jansz Verhammen wonende in de Kerckbuiert een perceel land genaamd Evertscamp, belend ten oosten de banscheiding van Uitgeest, ten zuiden de Tocht, ten westen Pieter Tamesz, voor 600 gld 350.
                            ondertr. 2°/tr. Uitgeest 13/27 febr. 1628 Lijsbeth GERRITS, dr van Gerrit GERRITSEN,
                                In Uitgeest wordt op 9 december 1634 de inventaris opgesteld van de goederen van het nagelaten weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Wennen, in zijn leven buurman op Assum, geprocreëerd bij Lijsbet Gerritsdr, genaamd Cornelis Cornelisz, nl. eerst een somme van 200 gld berustende onder Lourens Woutersz op Assum (later afgelost en berustende onder Cornelis IJsbrantsz), nog een stuk land liggende achter Assum, groot omtrent 9 snees, genaamd Worichen, belend ten zuiden de Haegen, ten noorden de Assemrvaert, voorts zijn de wettelijke voogden Rem Remsz en Lourens Woutersz met Cornelis IJsbrantsz als man en voogd van de voornoemde Lijsbet Gerritsdr overeengekomen dat Cornelis IJsbrantsz of zijn huisvrouw voornoemde Cornelis Cornelisz zal onderhouden om behouden goed tot zijn 18 jaren toe mits deze zijn winning zal inbrengen. Zo het gebeurde dat Cornelis Cornelisz eerder kwam te overlijden zo zullen Cornelis IJsbrantsz en Lijsbet Gerrits al zijn goederen voor vrij eigen hebben. (Het land is naderhand verkocht voor ƒ 510.) 351
                                In Uitgeest in 1635 bekent Lourens Pietersz onze buurman op Assum schuldig te zijn Cornelis Cornelisz, het nagelaten weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Wennen geprocreëerd bij Lijsbet Gerritsdr tegenwoordig huisvrouw van Cornelis IJsbrantsz, een jaarlijkse losrente van 10 gld, te lossen met 200 gld, met als onderpand een akker zaadland liggende voor Assum, groot omtrent 3 snees, belend ten oosten Grietgen Jansdr, ten zuiden de Koorendijck, ten westen de Gansackers, ten noorden de Binneven (op 26 augustus 1636 ƒ 100 afgelost, op 9 juni 1637 ten volle afgelost), en bekent IJsbrant Cornelisz onze buurman op Westergeest schuldig te zijn hetzelfde weeskind een jaarlijkse losrente van 10 gld, te lossen met 200 gld, met als onderpand een akker zaadland op de Geest, groot omtrent 4½ snees, belend ten oosten de Breedewech, ten zuiden het Coochpadt, ten noorden Claes Symonsz (geroyeerd op 9 juni 1637) 352.
                                In 1648 testeren Cornelis IJsbrantsz en Lijsbet Gerrits, geëchte man en wijf, zij ziekelijk te bedde. Zij begeert dat haar voorzoon Cornelis Cornelisz, geprocreëerd bij Cornelis Cornelisz Smack, bij vooroverlijden zijn kinderen, zal genieten al haar kleren, uitgenomen een „wacht” [vacht?] gekomen van haar voornoemde mans zuster, en dat het huisraad dat zij nu samen zijn bezittende met de voornoemde Cornelis IJsbrantsz half en half gedeeld zal worden, met de verdere goederen die zij, comparanten, hebben aan de langstlevende. Gepasseerd ten huize van de voornoemde comparanten te Uitgeest aan de Lange Buiert, ter presentie van Cornelis Bruijnsz (Alckemade) en Gerrit Bruijnsz (Alckemade), houtkopers aldaar. 353
                            tr. 1°
                                   Uit het tweede huwelijk:
                              1. Cornelis Cornelisz SMACK, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 maart 1629, overl. vóór 6 april 1683, tr. Trijntje CORNELIS.
                                  In Uitgeest hebben op 6 april 1683 Pieter Cornelisz Alckemade en Cornelis Aemkersz, als omen van de 2 minderjarige onmondige kinderen van zal. Cornelis Cornelisz Smack en Trijntje Cornelis, met namen Cornelis Cornelisz Smack de Jonge en Antie Cornelis, op de weeskamer doen registreren de goederen van hun vader en moeder en hun overleden zusters, nl. de helft in een stuk land in de Dorregeester polder genaamd de Bovenven, een tuin op Hoornergeest groot omtrent 8 snees, een bedrag van ƒ 142 aan geld dat Cornelis Cornelisz Smack de Oude onder zich heeft, een bed met toebehoren waarop Cornelis Cornelisz Smack de Jonge slaapt en zal mogen gebruiken, item van Antie Cornelis (alles ontvangen door IJsbrant Jansz Ruys en daarom geroyeerd) 354.
                                  In Uitgeest verkoopt in 1694 IJsbrant Jansz Ruijs, ook voor Antie Smacken, Cornelis en Cornelis Cornelisz Smack de Oude en Jonge, Griete Cornelisz Smack weduwe van Volckert Jansz, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Pieter Cornelisz Alckemade, een huis en erf op de Meldijck, groot het erf 42 roeden, belend ten oosten Cornelis Jansz Pronck, ten westen Dirck Gerritsz Alckemade, item een stukje land in de Broeck genaamd Groentiesven, groot 818½ roede, belend ten oosten de Wijebusch, ten westen Cornelis IJsbrantsz Broensen, voor een custingbrief van ƒ 980, te betalen in 3 termijnen 355.
                                  In Uitgeest verkopen in 1699 Cornelis Cornelisz Smak en Antje Cornelis Smak aan Pieter Abrams Coogh een tuin in de Hoornergeest, groot omtrent 3 snees, belend ten noorden Pieter Dircxz, ten zuiden de koper, voor 100 gld 356.
                            79. (<39) (>158) Anna CORNELISDR.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Aechte Cornelisdr SMACK, zie 39.
                              2. Beertgen CORNELISDR.
                              3. Anna Cornelisdr SMACK, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 10 mei 1626, tr. Gerrit Sijmensz GROEN.
                            80. (<40) (>160, >161) Jan Abrahamsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1610  357, schepen van Westzaan, in 1671 vermeld als schepen van Westzaan in het kwartier van Westzaandam 358, verwer, ouderling, overl. tussen 9 sept. 1680 en 16 okt. 1680,
                                In de banne van Westzaan bekent op 9 april 1637 Jan Abramsz onze buurvrijer wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Symon Abramsz, die zei procuratie te hebben van Sr Pieter Gerretsz Hooff koopman te Amsterdam, de helft van een huis en erf in de Crabbelbuert te Westzaan, belend ten noorden Aerian Baertsz, ten zuiden de weduwe van Dirck Claesz, voor 800 gld, te betalen 200 gld mei eerstkomende, de rest op 5 meidagen daaraanvolgende 1638-1642, telkens 120 gld, gevolgd door de opdracht, en bekent op 4 oktober 1640 Hendrick Dircxsz Wou wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Jan Abramsz wonende te Zaandam in de Molenbuert een half huis en 't halve erf in de Crabbelbuert, belend ten zuiden Lysbet Pieters, weduwe, ten noorden Aerian Baertsz, voor 750 gld, te betalen 150 gld Kerstmis eerstkomende, de rest op 6 meidagen 1642-1647 (betaald op 10 april 1686) 359.
                                In de banne van Westzaan zijn op 25 januari 1639 Jan Abramsz als vader van Lysbet Jans geprocreëerd bij Lysbet Claes zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Engel Claesz en Huybert Cornelisz als omen en voogden ter andere zijde, overeengekomen dat de moeders erfenis zal zijn 200 gld onder de vader berustende, die het kind zal opbrengen met behouden goed tot haar 18 jaren of tot zij komt te huwelijken, met als onderpand een half huis en erf in de Crabbelbuyert, belend ten noorden Arian Baertsz, ten zuiden Lysbet Pietersdr 360.
                                In de banne van Westzaan verkoopt op 24 maart 1644 Claes Teuwesz, als last hebbende van Teuwis Claesz scheepstimmerman zijn vader wonende op Zaandam, aan Cornelis Pietersz en Jan Abramsz Oosterhooren mede buurluiden aldaar een erf groot 69½ roede te Zaandam achter de Slootemaeckers, belend ten oosten en westen de verkoper, voor 1285 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1644, 1645 en 1646 361.
                                In de banne van Westzaan bekent op 5 december 1647 Jan Abramsz Oosterhooren, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobses, beiden op Zaandam, vermangeld te hebben aan Mr Abram Lenersz, chirurgijn aldaar, een erf te Zaandam op 't Seemanspadt, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten Maerten Cornelisz Seeman c.s., en dat aan een scheepspart, op welke mangeling Mr Abram Lenertsz moet uitkeren 180 gld, te betalen op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1648 en 1649, waarbij het voorschreven erf getaxeerd is op 200 gld gereed geld, en bekent op 21 januari 1648 Mr Abram Lenertsz, chirurgijn wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Pietersz en Jan Abramsz, mede aldaar, een erfje liggende te Zaandam op 't Seemanspadt, breed 4 roeden, lang aan de rooipalen toe, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten de koper, voor 250 gld die de koper onder zich mag houden op interest jaarlijks tegen 4 ten honderd 362.
                                In de banne van Westzaan op 29 juli 1649 bekent Jan Abramsz wonende te Zaandam gemangeld te hebben aan Cornelis Cornelis Swager mede aldaar een erfje groot omtrent 12 roeden liggende achter Jan Maertses, belend ten westen de erfgenamen van Theuwis Claesz, ten westen Jan Abramsz voorschreven, en dat aan hem liggende als voren onder conditie dat Cornelis Cornelisz aanneemt [een straat] te maken en te onderhouden voor twee derden, voor 100 gld door het gerecht getaxeerd (op 4 april 1662 gebleken voldaan te zijn), bekent Jan Maertsz Slootemaecker als last hebbende van Cornelis Cornelisz Swager, allen wonende op Zaandam, vermangeld te hebben aan Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam een erf groot omtrent 7 roeden liggende achter Jan Maertsz, belend ten noorden en oosten Cornelis Cornelisz Swager, en dat aan een erf liggende als voren, onder conditie dat Jan Maertsz uit naam van Cornelis Cornelis Swager aanneemt een straat te maken en te onderhouden voor 2 derden, voor 50 gld door het gerecht getaxeerd, en bekent Jan Maertsz Slootemaecker te Zaandam gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren mede aldaar een erfje groot omtrent 7 roeden liggende achter de koper, belend ten oosten Jan Abramsz voorschreven, ten noorden de erfgenamen van Theuwis Claesz, voor 150 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Sint Jacobsdagen 1650 en 1651, gevolgd door de opdracht 363.
                                In de banne van Westzaan wordt op 6 december 1650 opgesteld een inventaris van de goederen die Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, zijn kinderen, met namen Pieter Jansz, Goosen Jansz, Abram Jansz en Symon Jansz, die hij geprocreëerd en gewonnen heeft bij Womken Pieters zijn overleden huisvrouw, tot 's moeders erfenis bewezen heeft. Elk kind krijgt als geld een som van 500 gld berustende onder de vader, die verder met Pieter Pietersz Wals en Willem Pietersz wonende te Jisp als omen veraccordeerd is over de opvoeding. De vader stelt tot onderpand een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Nan Jansz Muijs, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen. De zoon Goossen Jansz haalt zijn deel op op 8 juli 1664, Pieter Jansz Wals op 4 januari 1667, Abraham Jansz Oosterhooren op 29 mei 1668, en Symon Janse Oosterhoorn op 29 januari 1669. 364
                                In de banne van Westzaan bekent op 9 februari 1651 Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, voor hem en zijn mede-consorten, gekocht te hebben van Nanningh Jansz Muijser mede wonende aldaar de helft van een stuk land groot in 't geheel 1029 roeden, liggende achter de weduwe van Barent Bartensz Grol uit op de Wateringh, belend ten noorden Jelle Jansz, ten zuiden Trijntjen Aecht Jansz, voor 1050 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Claes en Jan Abramsz, en bekent op 28 maart 1652 Claes Abramsz Oosterhooren, zeggende last te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren zijn broer, gekocht te hebben van Thieleman Heyndricksz c.s., voogden over de onmondige kinderen van zal. Nan Jansz Muyser, de helft van zeker huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, zijnde de Noordzijde, belend ten noorden de originele koper, ten zuiden de kinderen voorschreven, voor 2000 gld, te betalen op 5 eerstkomende meidagen, telkens een vijfdepart, gevolgd door de overdracht aan Jan Abrahamsz Oosterhooren (voldaan op 4 april 1662 365.
                                In de banne van Westzaan bekent Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, gekocht te hebben op 31 december 1653 van Tielman Heijndricxe, als voogd van de onmondige kinderen van zal. Nanning Jansz Muijser en ook procuratie hebbende van de andere voogden, allen wonende te Zaandam, een helft van een stuk land groot in 't geheel 1028 roeden liggende achter Barent Grols weduwe achteruit met de zijde op 's Heeren Wateringh, belend ten zuiden de erfgenamen van Trijntjen Aecht Jans, voor 875 gld, en op 12 maart 1654 van Jacob Janse Ommekome, beiden wonende te Zaandam, een stuk land achter Kees Smits uit op en beoosten de Wateringh, belend ten zuiden Reijer Claese, ten noorden Jan Koenen, voor 749 gld, gevolgd door de opdracht 366.
                                In de banne van Westzaan bekennen op 25 februari 1655 Cornelis Pieter Jacobsz en Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Jan Jansz swager c.s., mede wonende te Zaandam, als erfgenamen van Jan Kees Baerenden, zekere stuk land te Westzaan achter Kees Schoen, groot 815 roeden, belend ten noorden Neel Pieters, ten zuiden de erfgenamen van Trijntien Aecht Jans, voor 1691 gld 2 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwendagen 1655, 1656 en 1657, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 367.
                                In de banne van Westzaan verkopen op 19 maart 1657 Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen en Cornelis Jacobsz Schoen c.s. aan Sebastiaen Huijs als last hebbende van Jan Pietersz Gijsen, allen wonende te Zaandam, een huis en erf op het Voochtepadt naast aan de Dijcksloot, belend ten zuiden Jacob Heeremansz, ten noorden de gemene sloot van 't pad, voor 750 gld 368.
                                In Uitgeest bekent op 16 juli 1657 Sieu Claesdr, weduwe van Claes Jacobsz, wonende in onze banne in de Wouden, geassisteerd met Pieter Garbrantsz onze buurman aldaar, schuldig te wezen aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende in Zaandam in de Blauwe Hant, een jaarlijkse losrente van 5 gld, te lossen met 120 gld, met als onderpand een huis en erf in de Wouden, belend ten oosten Gerrit Gerritsz, ten zuiden en noorden de Notsloot, ten westen Sijmon Dircxz 369.
                                Op 13 april 1658 bekent Poulus Engelsz buurman te Krommenie schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam 1000 gld tegen 4 gld ten honderd, met als borg voor haar zoon Jannitge Poulus, weduwe van Engel Jacobsz 370.
                                In de banne van Westzaan bekent op 3 april 1659 Sebastiaen Huijs, secretaris ondergeschreven, als last hebbende van Jan Abramsz Oosterhoorn, presiderende schepen van Westzaan, gekocht te hebben van Dirck Haijndricxz Copjes te Westzaandam een ven, groot 675 roeden, op en bewesten de Gouwe, belend ten noorden de koper, ten zuiden Aris Arisz Bes, voor 1080 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1659, 1660 en 1661, telkens een derdepart 371.
                                Op 30 januari 1661 bekent Vredrik Krispiaansz Visscher wonende te Krommeniedijk schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Zaandam in de jurisdictie van Westzaan 200 gld tegen 4 gld ten honderd 372.
                                In de banne van Westzaan verkopen op 17 februari 1661 Abram Theunisz voor hemzelf, Claes Jansz 't Hooft als voogd, ook zij beiden voor de andere erfgenamen van zal. Claes Claesz Machaije, wonende te Westzaan, aan Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen, woonachtig te Westzaandam, een stuk land genaamd de Halve Vijffmadt, groot 1083 roeden, liggende op Ruijghoort, belend ten oosten Klaes Kees Dirck Baerts, ten westen Pieter Aris Dieuwer, voor 1287 gld 373.
                                In Assendelft verkopen op 13 juni 1661 Duijff Claes Gysse weduwe van Jan Cornelisz Engelen, geassisteerd met Sijmon en Claes Jansz de Nouwers haar 2 zonen, mitsgaders Willem Dirk Huygen en Claes Adriaensz als mede-erfgenamen van Jan Cornelisz Engelen en voor de verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende te Westzaandam en Pieter Claesz Oosterhoorn secretaris te Krommenie elk de helft in een stuk land genaamd de Boveegh achter 't huis, groot in 't geheel 741 roeden, liggende in 't Noortent beoosten de weg, belend ten noordoosten Cornelis Jansz Coninck, ten zuidoosten Cornelis Cornelisz Muessen, ten zuidwesten de weduwe van Gerrit Gerritsz Huygen met haar kinderen, ten noordwesten Arent Pietersz Stort, voor 1263 gld 1 st 374.
                                Op 8 juli 1661 zijn Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen te Westzaan, en Cornelis Dircksz Huijgen, oud-schepen te Westzaan, gecontracteerd dat, alzo dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren een obligatie van 1000 gld schuldig is, boven een somme van 1500 gld, dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren „in 't verlopen van 4 jaren, 1661, 62, 63, 64” zal transporteren een stuk land van 1070 roeden gelegen op de Gouw, belend ten zuiden dito Huygen, ten noorden Adriaen Pietersz 375.
                                Op 9 september 1661 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij zijn 4 kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerd en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goossen, Abraham en Sijmon, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Hij legateert aan Bregtje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, de interest van 400 gld, haar leven lang of tot haar huwelijk. Hij wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na testateurs overlijden beide huizen en erven met de aankleve vandien die hij comparant tegenwoordig bewonende is, liggende bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Adriaen Cornelisz Kaaskooper, mitsgaders een bleekveld achter Jan Maertsz Smit, daarenboven al het gereedschap tot de verwerij behorende, waarvoor die 7500 gld in de gemene boedel zal inbrengen. Hij institueert Goosen in de legitieme portie tenzij die bepaalde strikte voorwaarden betreffende zijn erfopvolging goedkeurt. Verder institueert hij in 3 vierdeparten van zijn na te laten goederen, mitsgaders in wat de legitieme portie van Goossen te boven gaat bij diens disapprobatie, zijn zonen Pieter, Abraham en Sijmon, waarbij voor de laatste geldt, evenals eventueel voor Goossen, dat hij zijn verkregen middelen niet mag beheren vóór hij 30 jaar is; in alle gevallen bij vooroverlijden aan hun descendenten. Gepasseerd ten huize van de testateur. 376
                                In de banne van Westzaan bekent op 9 februari 1662 Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Claes Pietersz, hem sterk makende voor de andere voogden van de erfgenamen van zal. Grietje Pieters, wonende te Westzaan, een stuk land, groot 719 roeden, liggende in een kamp over de Gouw, belend achter Dirck Heynen uit ten noorden de koper, ten zuiden Cornelis Gerritsz Jonghkees, voor 1185 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1662, 1663 en 1664, telkens een derdepart (gevolgd door de opdracht), en verkoopt op 6 april Jan Abramsz Oosterhoorn, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobsz, wonende te Zaandam, aan Jan Gerritsz Kegh, mede aldaar wonende, een erfje, groot 18 roeden, te Zaandam aan de weg voor Jacob Claesz Broocker uit, belend ten westen de koper, ten oosten de verkopers, voor 90 gld 377.
                                In de banne van Westzaan verkopen op 4 januari 1663 Claes IJsbrantsz en Ariaen IJsbrantsz, voor henzelf voor de ene helft, en als omen en voogden van de jonge kinderen van Gijs Pieter Gijsen en zal. Dieuwer IJsbrants voor de andere helft, aan Jan Abramsz Oosterhoorn en Cornelis Pieter Jacobsz, allen wonende te Zaandam in de Molenbuert, een stukje land, groot in 't geheel 679 roeden, te Zaandam in de Molenbuert, voor 1595 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1663, 1664 en 1665, telkens een derdepart 378.
                                In de banne van Westzaan verkopen op 15 februari 1664 Jan Abramsz Oosterhoorn c.s. aan Pieter Cornelisz Twat, als voogd van Hillegunt Cornelis weduwe van Willem Joresz te Zaandam, een erf op Jacob Schoenenpad, belend ten oosten Ariaen Jansz Pitt, ten westen de verkopers, groot 30 voeten bij de sloot langs, voor 195 gld 379.
                                In Krommenie verkoopt op 8 mei 1664 Kornelis Willemsz Backer, oud-schepen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van Westzaan, een huis en boomgaard tot het nieuwe huis toe op 't Madt, belend ten westen Jan Jacobsz Mostaet, ten oosten Pieter Claesz, voor 1355 gld 380.
                                In de banne van Westzaan belijden op 5 februari 1665 Jan en Claes Gerritsz Ouwekees wonende te Zaandam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn gekocht te hebben een akker land, groot 229 roeden, op 't einde van de Watering, belend ten noorden Gerrit Ouwekees, ten oosten Pieter Willemsz Reus, voor 360 gld 13 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (op 4 september 1669 bekent Jan Abrahamsz Oosterhooren betaald te wezen) 381.
                                Op 10 augustus 1665 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij aan zijn 4 bij zijn reeds overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerde en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Jansz Oosterhooren, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Ten tweede revoceert hij zijn testament bij dezelfde notaris van 1661. Ten derde legateert hij vooruit aan Bregje Jakobs zijn oudste dienstmaagd, als zij in zijn dienst op zijn overlijden is, de interest van 400 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Ten vierde prelegateert hij aan Abraham en Sijmon, zijn 2 jongste zonen, elk 600 gld om redenen dat Pieter en Goosen zijn 2 oudste zoenen elk zo veel of meer ten huwelijk hebben genoten. Ten vijfde nomineert hij in alle verdere goederen als universele erfgenamen Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Oosterhooren. 382
                                Op 5 februari 1666 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en regerend vroedschap van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan. [Dit testament verschilt weinig van dat van 1661; nu legateert testateur aan Bregje Jacobs de interest van 800 gld.] 383
                                In de banne van Westzaan bekent op 25 maart 1666 Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en secretaris, gekocht te hebben van de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Jan Jacobsz Vet en Hillegont Pieters te Zaandam overleden, een stuk land gelegen achter de kinderen van Jan IJsbrantsz uit een kamp over de Gouw, belend ten zuiden de Koper, ten noorden Griet Claes Ettes, groot 488 roeden, voor 793 gld, te betalen primo mei 1667 384.
                                In de banne van Westzaan bekent op 21 maart 1669 Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, van Lourus Bouwensz Ket wonende te Zaandam gekocht te hebben de helft van een huis en erf te Zaandam bij de Overtoom, belend ten zuiden Ewout van Vliet, ten noorden d'Oude Hollantsche Tuyn, gemeen met ene Jan Cornelissen, voor 2100 gld, te betalen de helft gereed mei eerstkomende en de wederhelft mei 1670 (waarna de opdracht door Simon Oosterhooren als last en procuratie hebbende van Lourens Bouwenz Ket) 385.
                                Op 16 mei 1670 wordt vanwege Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud- schepen en -vroedschap te Westzaandam, een insinuatie gedaan aan Pieter Dircsz van Frederikstad, mede wonende te Zaandam, dat zij op 4 juni 1654 een contract hebben gesloten voor notaris Adriaen Albertus Schagen, waarin de insinuant zou geobligeerd zijn de geïnsineerde te leren en volkomen te onderrichten 't ambacht van verwen, waarvoor de geïnsinueerde zekere somme van penningen zou betalen, en was gestipuleerd dat de geïnsinueerde nooit in de banne van Westzaan, noch ook aan de Oostzijde van Zaandam, zou mogen zelf een verwerij op te zetten of iemand anders te leren met het voornemen zulks te doen, en dat insinuant is bericht geworden dat de geInsinueerde van mening zou zijn een verwerij op Oostzaandam op te richten en te dien fine alreeds aldaar woonachtig was, wat niet behoort; het antwoord was dat de insinuant doen mocht wat hij kon 386.
                                In de banne van Westzaan verkoopt op 31 juli 1670 Jan Abramsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, ook instaande voor Cornelis Pieter Jacobsz wonende te Zaandam, aan Guirte Dircx, weduwe, mede wonende aldaar, een erfje te Zaandam op Jacob Schrenenpad, belend ten oosten Pieter Jacobsz Papier, ten westen de verkoper, breed zijnde bij de sloot langs 25 voeten, voor 134 gld 10 st 387.
                                Op 26 augustus 1671 compareren Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, ook voor Jan Cornelisz en Willem Willems Boekebinder, allen wonende te Zaandam, ter eenre, en Ewout van Vliet, notaris te Delfshaven, ter andere zijde, en verklaren hun geschil over de osendrop ter wederzijden van zeker huis en erf bij de Overtoom aldaar, gebouwd door de voorschreven Van Vliet en nu toebehorende de notaris [Simon Oosterhooren], te submitteren aan 't oordeel van Floris Cloeck, advocaat te Amsterdam, en Jan Gerritsz Ouwekees en Meyndert Arentsz, koopluiden te Zaandam. Op 12 september 1671 approberen de partijen de uitspraak. 388
                                In de banne van Westzaan in 1672 verkoopt Arent Aukes Metselaer op 4 februari aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Jan Hendrixsz Kardinael, regerende schepenen alhier, een huis en erf te Zaandam op 't Zuijder Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Maerten Naijer, ten westen Jan Dircxz Verveen, en verkoopt Sijmon Cornelisz Huijgen, ook voor de verdere kinderen en erfgenamen van zal. Cornelis Dircsz Huijgen en Niesje Abrahams, wonende te Westzaan, op 14 april aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn, regerend schepen wonende te Zaandam, een stuk land te Westzaan in de Crabbelbuirt, op en bezuiden de Mallegatssloot, belend ten zuiden de weduwe van Jan Garbrantsz en Pieter Aeghte Heijnis, ten noorden dito sloot, strekkende van de huizen af tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor 940 gld 389.
                                In de banne van Westzaan verkoopt op 1 maart 1674 Dirck Cornelisz Huygen wonende te Zaandam, als mede-erfgenaam van zijn broer Symon Cornelisz Huygen, wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen, wonende te Zaandam, 2 stukken land op en beoosten de Gouw, naast elkaar, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden Willem Gerritsz Snie c.s., tezamen groot 576 roeden, voor 576 gld 390.
                                Op 7 februari 1675 is er een certificatie door o.a. Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud 64 jaar, diverse malen geweest zijnde schepen en ook ouderling van de Gereformeerde Kerk aan de Westzijde van Zaandam 391.
                                In de banne van Westzaan verkoopt op 28 maart 1675 Jan Dircsz No, als speciaale last en procuratie hebbende van Aagje Pieters, weduwe van Maerten Claesz Nomen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Pieter IJsbrantsz Leest, elk voor de helft, allen wonende te Zaandam, een custingbrief houdende ten laste van Wouter Lourisz Smit zal. gewoond hebbende op de Koogh 1000 gld 392.
                                Op 7 juni 1676 testeert Jan Abrahamsz Oosterhoorn, oud-schepen van Westzaandam, ziek zijnde naar lichaam doch volkomen gebruikende zijn zinnen en verstand. Hijn heeft kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters. Hij prelegateert aan Bregje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, indien zij op zijn overlijden in zijn dienst is, de rente van 800 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Hij verklaart tot zijn mede-erfgenamen de 3 kinderen van zijn overleden zoon Goossen en de 2 kinderen van zijn overleden zoon Abraham, en dat in hun legitieme portie. Het is zijn wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na zijn overlijden beide huizen en erven, met alle aankleve van dien, die hij tegenwoordig bewonende is, staande bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Ariaen Cornelis Kaeskooper, nog het bleekveld achter het huis van Jan Pietersz, en nog alle kuipen, ketels, „boeije”, kleinschuit en al het verdere gereedschap tot de ververij. Hij institueert tot universele erfgenamen Pieter en Simon Jansz Oosterhooren, zijn 2 zonen. 393
                                In Assendelft heeft op 22 april 1676 Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam gekocht van de curateures van de geabandonneerde boedel van Anna Gerrits Hamm, weduwe van Jan Gerritsz Huijgen, een stuk land genaamd het Corte Ventje met het vierde in de Vuijtkaijck in Maerte Sijmesweer, groot tezamen 1497¼ roeden, liggende in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Marijtje en Cornelis Miessis, ten zuidwesten Bartholomeus Willemsz en Gerrit Jellissen, voor 1197 gld 16 st, te betalen op 3 meidagen 1676, 1677 en 1678, en verkoopt op 8 februari 1677 Louris Claesz Croon alhier aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, wonende aan de Westzijde te Zaandam, een stuk land genaamd d'Halvemaatje in de Noorderpolder, groot 509½ roede, belend ten noordoosten Jacob Jan Meijndertsz, ten zuidwesten Marij Crelis Miessis, voor 300 gld 394.
                                Op 30 mei 1677 geeft Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-burgemeester in de banne van Westzaan, volmacht aan Aris Arisz, korenmolenaar te Zaandam, om voor het gerecht van Kalverdijk te compareren om aldaar aan te nemen de opdracht van 11 geerzen land in het gebied van Kalverdijk die Evert Cornelisz Beeck, korenmolenaar te Warmenhuizen, ten behoeve van hem comparant zal passeren, en de opdracht of kwitantie over te nemen 395.
                                In Assendelft verkoopt op 25 mei 1677 Pieter Claesz Oosterhooren aan Jan Abramsz Oosterhooren zijn oom de helft van een stuk land genaamd de Booveegh, groot in 't geheel 741 roeden, belend ten noordoosten Jochem Jacobsz, ten zuidwesten Gerrit Gerritsz Huijgen, voor 350 gld, en verkoopt op 20 oktober 1677 Cornelis Pietersz Floren alias Schudje aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaan een stuk land in de Noorderpolder genaamd Noomkelandt, groot 624 roeden, belend ten noordoosten de kinderen can Claes Bouwissen, ten zuidwesten Jan Joosten, voor 550 gld 396.
                                In de banne van Westzaan verkoopt op 18 oktober 1677 Claes Claesz Jas wonende te Wormerveer aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, een stuk land, groot omtrent 550 roeden, achter Wormerveer aan de Dijcksloot, belend ten noorden de weduwe van Jan Visscher, ten zuiden Dirck Cornelis Blauw, voor 700 gld, en aan Jan Abrahamsz Oosterhooren voor 6/29, Aerjan Jansz d'Wit en Aegte Pieters weduwe van Haijmo Jansz Zanen elk voor 8/29, Marij Jans weduwe van Jan Visscher voor 5/29, en Marij Jans weduwe van Pieter Claesz Prins voor de resterende 2/29, allen wonende in deze banne, een huis en erf te Wormerveer, belend ten westen Alit Alberts, weduwe, ten oosten Neeltje Bruijnen, waarbij de koper een pad van 4 voeten over dit erf bewesten het huis om moet gedogen, met de conditie dat de verkoper zo lang hij leeft in het huis zal mogen wonen, mits doende behoorlijk onderhoud en hij de verponding en elk jaar 20 gld huur betaalt, voor 700 gld 397.
                                Op 5 november 1679 maakt Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen in de banne van Westzaan, woonachtig te Zaandam, tamelijk gezond, een codicil. Hij approbeert het testament van 7 juni 1676 uitgezonderd hetgeen hierna volgt. Al hetgeen hij op zijn zoon Pieter Jansz Oosterhooren had gemaakt boven de legitieme portie en onder afslag van hetgeen daarop in rekening kan worden gebracht, zal komen op deszelfs [twee] kinderen, welke kinderen hij verklaarde in 't overige van dezelve filiale portie tot zijn mede-erfgenamen te institueren, waarvan de interest tot hun mondigheid aan de vader of moeder zal komen. 398
                                Op 16 oktober 1680 verklaren Pieter Cornelisz Vat, oud-schepen, Pieter en Simon Jansonen Oosterhooren, allen te Zaandam, te kennen gevende dat zij benevens Dirck Dircksz Maetjes zal. bij testament van zal. Jan Arahamsz Oosterhooren, in zijn leven oud-schepen aldaar, op 7 juni 1676 waren gesteld tot voogden over de kinderen van zal. Goossen en Abraham Jansonen Oosterhooren en tot administrateurs van hun goederen, in plaats van Dirdck Doirksz Maetjes te stellen tot voogd Jochem Isbrants Kleijnsorgh, mede oud-schepen aldaar 399.
                                Op 9 januari 1682 geven Sijmon Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, wonende te Zaandam, tezamen erfgenamen van zal. Jan Abrahamsz Oosterhooren, machtiging aan Sr Daniel Leijts, notaris en procureur aldaar, teneinde in hun rechten waar te nemen en te vervolgen zodanige zaken als zijluiden zouden mogen goed vinden 400.
                            tr. 1° Lysbeth CLAES, overl. vóór 25 jan. 1639,
                            tr. 2°
                                   Uit het eerste huwelijk:
                              1. Lysbet JANS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 25 april 1638.
                            81. (<40) (>162, >163) Wollement Pieters 'Womke' WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 20 nov. 1611, overl. vóór 6 dec. 1650,
                                In de banne van Westzaan wordt in 1640 ingebracht door Jan Abramsz als man en voogd van Wumken Pieters ten behoeve van haar voorkind Stijntgen Gooses, in presentie van Jan Pietersz (ondertekent als Jan Pietersen Marling), oud-schepen van Wormer, als bestevader van 't voorschreven weeskind, 250 gld berustende onder de voorschreven Jan Abramsz, zijnde de voorschreven Jan Abramsz ter eenre en de voorschreven Jan Pietersz als bestevader en voogd van 't voorschreven kind, ter andere zijde, overeengekomen dat Jan Abramsz aanneemt het kind op te brengen met behuden goed voor de rente van de voorschreven somme, tot zijn 18 jaren toe, met als onderpand een huis en erfje te Zaandam in de Molenbuyert, belend ten noorden Cornelis Jacobsz, ten zuiden Nan Jansz. Op 24 januari 1651 compareren Jan Abramsz in dezen genomineerd, ter eenre, en Pieter Pietersz (ondertekent als Pieter Pietersz Wals) en Willem Pietersz als omen en voogden van Stijntgen Gooses hun overleden zusters kind, ter andere zijde, en is geaccordeerd dat het kind zal hebben tot moeders erfenis 500 gld berustende onder de stiefvader (met voorwaarden als hiervoor). Op 1 juni 1655 bekent Claes Cornelisz als man en voogd van Stijntien Goosen van de somme van 750 gld uit handen van Jan Abramsz voldaan te zijn. 401
                                In Krommenie bekent in 1657 Claes Willemsz Boontje wonende in de Vlus schuldig te zijn de nagelaten kinderen van zal. Wumke Pietersdr verwekt door Jan Abrahams Oosterhorn wonende te Zaandam 500 gld tegen 4 gld ten honderd (op 8 februari 1670 wettelijk opgeëist van de debiteur, op 30 januari 1691 wettelijk opgeëist van de erfgenamen van zal. Claes Willemsz Boontje uit order van Pieter Gose, en op 13 februari bekende Pieter Goosen voldaan te zijn) 402.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1658 Sijmon Symonsz wonende te Westzaan schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Wimpje Pieters een losrente van 7 gld, hoofdgeld 200 gld, met als borg Griete Baerts geassisteerd met Cornelis Claesz Keesen (op 28 januari 1671 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn, vader van de kinderen, voldaan te zijn) 403.
                            tr. 1° Goosen Jansz MARLING, zn van Jan Pietersz MARLING, schepen van Wormer.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1635 Goossen Jansz van Wormer gekocht te hebben van Heertgen Joosepsz wonende te Zaandam een huis en erf op Zaandam in de Molebuyert, belend ten noorden Jacob Gerretsz, ten zuiden Nan Jansz, onder conditie dat de verkoper de spijker aan hem houdt, voor 2950 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende 1636 en 1637 (op 9 juni 1637 voldaan door Goosen Jansz), gevolgd door de opdracht aan Goosen Jansz wonende te Wormer 404.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1637 Goossen Jansz, verwer, wonende op Zaandam in de Molenbuert, schuldig te wezen aan Jan Pietersz, verwer te Wormer, een jaarlijkse losrente van 50 gld, losbaar met 1000 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Molenbuert, belend ten noorden Jacob Gerretsz Kool, ten zuiden Nan Jansz (op 30 december 1644 afgelost door Jan Abramsz Oosterhooren) 405.
                                In de banne van Westzaan bekent in 1641 Aris Jansz als zoon en voogd van Dieuwer Cornelisdr wonende in de Kerckhuyert schuldig te wezen Styntgen Gooses, nagelaten weeskind van Goosen Jansz, wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdsom 100 gld, met als onderpand een stuk land, groot omtrent 350 roeden, in de Middel, belend ten zuiden Pieter Claesz van 't Kalff, ten noorden Cornelis Claesz 406.
                                     Uit het eerste huwelijk:
                                1. Stijntgen GOOSENS, tr. Claes CORNELISZ.
                                     Uit het tweede huwelijk:
                                1. Pieter Jansz OOSTERHOOREN, alias Wals (aanvankelijk), overl. tussen 16 okt. 1680 en 23 mei 1681, tr. Lijsbeth Pieters BLEECKER, overl. Amsterdam 23 aug. 1715 (oud 72 jaar, weduwe 407), begr. Westzaandam (Westerkerk), die hertr. met Pieter Claesz MENS.
                                    Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Oosterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Pieter Jansz Oosterhooren: 2 huizen, erven, bleekveld, schuit, boeier en gereedschappen in de Molenbuirt te Zaandam, aan de Zaan, belend ten zuiden Arijaen Cornelisz, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, voor ƒ 7500, 3 lijfrentebrieven ten lijve van Wumke, Stijntje en Pieter, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, voor ƒ 1500, een ton indigo voor ƒ 400, totaal ƒ 9400, waarvoor tekent Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, geassisteerd met haar broer Jan Pietersz Bleecker, koopman 408.
                                    In 1702 geven Pieter Pietersz Oosterhooren, wonende te Zaandam, en Pieter Pietersz Mens, wonende te Amsterdam, als in huwelijk hebbende Styntie Pieters, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren verwekt aan Lijsbeth Pieters, te kennen dat zij alle goederen als hun aangekomen zijn van hun vader en van hun grootvader Jan Abrahamsz Oosterhooren, tot nu toe door hen gemeen bezeten, nu verdelen, nl. aan de eerste comparant een huis en erf, verwerij en alle gereedschappen vandien, door hem tegenwoordig bewoond te Westzaandam in de Molenbuurt, belend ten noorden Arend Cornelisz Bont, ten zuiden de tweede comparant, aan de tweede comparant een huis en erf ter plaatse als voren, naast aan en ten zuiden van het eerstgenoemde huis, belend ten zuiden Baardt Adrijaensz Ransdorp; de verdere effecten zijn ook verdeeld 409.
                                    Op 16 juni 1688 zijn Lijsbeth Pieters Bleeckers, weduwe van Pieter Jansz Oosterhooren, voornemens zich in een ander huwelijk te begeven, ter eenre, en Sijmon Jansz Oosterhooren, oom, en Simon Claesz Oosterhooren, neef, van haar kinderen en naastbestaande bloederwanten, ter andere zijde, overeengekomen bij vorm van uitkoop, dat zij haar 4 kinderen voor vaders goed zal bewijzen ieder 350 gld en daarenboven dezelve behoorlijk behoudens goed opvoeden, blijvende zij eigenaresse van de verdere gemene boedel 410.
                                    Op 15 december 1715 hebben Pieter Pietersz Oosterhooren wonende te Westzaandam, ter eenre, en Pieter Pietersz Mens in huwelijk hebbende Stijntie Pieters Oosterhooren wonende te Amsterdam, ter andere zijde, kinderen en dienvolgens ieder voor de helft erfgenaam van hun moeder Lijsbet Pieters Bleeckers, in haar leven gewoond hebbende te Westzaandam doch te Amsterdam overleden, haar nalatenschap verdeeld, nl. aan de eerste comparant een obligatie onder de hand ten laste van hemzelf van 2500 gld kapitaal waarvan afgelost 500 gld, blijvende overzulks 2000 gld, aan de laatste comparant een obligatie op naam van Lijsbeth Pieters Bleecker dd. 6 april 1707 van ƒ 600 en idem dd. 9 oktober 1702 van 1000 gld, en is het verschil vereffend 411.
                                2. Goossen Jansz OOSTERHOORN, zie 40.
                                3. Abraham Jansz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1634  412, mr zeilemaker 413, tr. Guijrtie JACOBS, dr van Jacob Gerritsz NEL, koopman in houtwaren te Zaandam, schepen, die hertr. met Jochem Arentsz KADT, koopman te Amsterdam.
                                    In de banne van Westzaan wordt op 8 maart 1678 de inventaris opgesteld van de goederen die Guijrtie Jacobs haar 2 kinderen Grietie Abrams, oud 9, en Wempie Abrams, 6 jaar, geprocreëerd bij zal. Abram Jansz Oosterhooren, tot hun vaders erfenis bewezen heeft, ten overstaan van Jan Abramsz Oosterhooren, bestevader en voogd van de voorschreven kinderen, nl. elk 25 gld. De moeder, geassisteerd met haar vader Jacob Gerritsz Nel, neemt op zich de kinderen behoudens goed op te brengen tot hun mondige of huwbare jaren toe. 414
                                4. Sijmon Jansz OOSTERHOOREN, koopman en houtkoper te Zaandam, weesvader van 't Armenweeshuis te Zaandam 415, diaken (van de gereformeerde kerk te Westzaandam 416), impost op begr. Westzaandam 16 juni 1704 of 29 sept. 1712 (impost ƒ 30, aangever Pieter Oosterhoorn, of ƒ 6, aangever Dirck Oosterhooren), tr. 1° Dieuwer WALIGS, overl. vóór 22 mei 1674, tr. 2° ald. 27 sept. 1676 (hij weduwnaar in de Molenbuurt, zij jongedochter in de Kerckbuurt) Trijn CLAES, dr van Claes Arentsz JOOR, tr. 3° ald. 14 sept. 1681 (hij weduwnaar op het Haringpad, zij weduwe in de Molenbuurt) Eeffje JANS, wed. van Cornelis Cornelisz KEESEN.
                                    Op 22 mei 1674 zijn Sijmon Jansz Oosterhooren, weduwnaar van Dieuwertje Waligs, ter eenre, en Claes Arentsz Joor als voogd over Abraham Sijmons oud 7, Claes Cornelisz Nomen als voogd over Wentje Sijmons oud 4, Claes Sijmonsz Decker als voogd over Dirck Sijmonsz oud 6, en Jan Dircsz No als voogd over Claes Sijmonsz oud 2 jaren, allen nagelaten kinderen van zal. Dieuwertje Waligs aan dezelve verwekt door de gemelde Sijmon Jansz, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, veraccordeerd nopende 't moedersgoed, nl. dat de eerste comparant aanneemt zijn kinderen op te voeden tot hun trouwdag of mondigheid toe, en belooft alsdan elk voor moedersgoed te voldoen met 50 gld. Op 4 januari 1695 verklaren Abaham Sijmonsz, Pieter Pietersz Spaens getrouwd met Wumpje Sijmons, en Claes Sijmonsz voldaan te wezen, en is ook getoond bij quitantie van Dirck Sijmonsz Oosterhooren dat die mede voldaan is. Echter moet nog opgebracht worden aan de eerste drie kinderen de somme van 100 gld, die uitgezet is. 417
                                    In de banne van Westzaan bekent in 1681 Simon Jansz Oosterhooren wonende te Zaandam van de kinderen van zal. Rem Jacobsz, te Zaandam overleden, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op 't Haringpadt, belend ten westen Grietje Davits, ten oosten Geertje Willems, voor 1155 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt door Pieter Sijmons Kalff als voogd van Jacob Remmenszoon en de mede-erfenamen van zal. Rem Jacobsz, in zijn leven grootschipper te Zaandam 418.
                                    Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Ooterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Sijmon Jansz Oosterhooren: een stuk land op Ruijgoort groot 1083 roeden, voor ƒ 812, een stuk land in de Krabbelbuirt te Westzaan op de Mallegatssloot, strekkende van de huizen tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor ƒ 705, een half huis en erf bij de Overtoom te Zaandam gemeen met Jan Cornelisz Kleijbroeck, belend ten zuiden Simon Oosterhooren, ten noorden Jan Jochemsz Leenen, voor ƒ 1900, een stuk groesland[?] in de Speceterpolder in Harenkarspel, groot omtrent 11 geers, voor ƒ 1100, een stuk land genaamd Korteventje met ...[?]part in de Buijtenkaijck, tezamen groot 1497¾ roeden, in de Noorderpolder te Assendelft, gekomen van Anna Gerrit Hammes, een stuk land gelegen als voren genaamd 't Noomkelant gekomen van Claes Pietersz Schudt, groot 6249 roeden, een stuk land genaamd het Halve Meetje aan de Lagendijck gelegen als voren, groot 509 roeden, gekomen van Lou Kroon, tezamen voor ƒ 2047, de helft van een obligatie van 600 gld, komt alhier ƒ 300, een custingbrief ten laste van Haijndrick Dircsz Wouw te Westzaan pro reste ƒ 200, 5 obligaties samen ƒ 636, een vierenzestigste scheepspart ƒ 125, in geld ƒ 75, totaal ƒ 9400 408.
                                    In 1684 compareren Grietje Cornelis Ouwekees, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Jansz Kesen, geassisteerd met Claes Cornelisz Groot, regerend burgemeester te Zaandam, haar zoon en gekoren voogd in dezen, ter eenre, en Simon Jansz Oosterhooren in huwelijk hebbende Eeffje Jans die weduwe was van Cornelis Cornelisz Kesen gewezen zoon van de eerste comparante, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde. De eerste comparante geeft te kennen dat zij met haar voorschreven zoon Cornelis Cornelisz in 1670 of vóór die tijd is veraccordeerd dat hij voor 't gebruik van 't erf voor zo veel hij dat met huizing, schuren en hout zou betimmeren en bezetten, item voor 't gebruik van de zaagmolen genaamd het Roodt Hart, aan haar toebehorende, jaarlijks boven de erfpacht van 't molenerf aan haar 200 gld zou betalen, naderhand verminderd tot 180 gld. Hij, de tweede comparant, belooft die 180 gld jaarlijks te betalen. Na haar overlijden krijgt hij de molen voor 500 gld. 419
                                    In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Jacob Claasz Schaepherder voor de helft, Jan Heijndricksz, Claas Heijndricksz en Dirck Pietersz Louw ieder voor hemzelf voor een achtste, nog tezamen instaande voor Cornelis Jansz Bouman mede voor een achtste, allen te Zaandam en Aalsmeer woonachtig, aan Sr Sijmon Jansz Oosterhooren, houtkoper te Zaandam, een stuk land, groot omtrent 706 roeden, te Zaandam op en bewesten de Nieuwe Vaart, belend ten zuiden de weduwe van Walich Claesz Nomen, ten noorden de erfgenamen van Gerret Oudekees, voor 500 gld, te betalen de helft gereed, de andere helft over een jaar na dato dezes 420.
                                    In de banne van Westzaan verkoopt in 1685 Sijmon Jansz Oosterhoorn, koopman wonende te Zaandam, aan Jan Jansz Tip, wonende te Westzaan, een ven, groot 752 roeden, te Westzaan op en bezuiden de Mallegatssloot achter de worf van Claes Theunisz van Graft, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Kees Heijnes, ten noorden de erven Cornelis Aegte Heijnes, voor 515 gld 18 st 421.
                                    In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Sr Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, aan Theunis Claesz Draij, mede aldaar, een huis en erf te Westzaandam op het Haringpadt, belend ten oosten Geesje Davidts, ten westen Griet Symons, voor 1200 gld, te betalen in 3 termijnen 422.
                                    In 1703 geeft Sijmon Jansz Oosterhooren, koopman in houtwaren te Westzaandam, volmacht aan Sr Pieter Mattheusz, mr timmerman te Veere in Zeeland, om in te vorderen van de erven van ene Jacob Jansz te Veere zodanige somme van penningen als hem, constituant, van de gemelde erfgenamen deugdelijk is competerende 423.
                                    Op 23 september 1676 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Trijn Claes, jongedochter, geassisteerd met haar vader Claes Arentsz Joor, allen wonende te Zaandam. Als zij vóór hem overlijdt zonder kinderen, zullen haar erfgenamen alles hebben wat zij heeft aangebracht en staande huwelijk aangeërfd. 424
                                    Op 12 september 1681 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Eeffje Jans, weduwe, wonende te Westzaandam, nl. dat op 't scheiden van 't huwelijk, al of niet kinderen uit dit huwelijk nagelaten, de langstlevende uit hun gemene boedel vóór alle deling zal trekken 1000 gld 425.
                              82. (<41) (>164, >165) Gerrit PIETERSZ, geb. ca. 1611, zeilmaker (bij huwelijk), varentman,
                                  In Krommenie bekent in 1649 Jan Jansz, koperslager en ketelmaker, onze buurman, 1200 gld schuldig te wezen aan de nagelaten weeskinderen van zal. Gerrijt Pietersz en Lijsbet Rijsersdr, beiden van Amsterdam, met namen Pieter Gertse en Geertruij Gertsdr, ontvangen van Mr Heinderick Adryaensz van der Put en Claes Pietersz van de Sed, wonende beiden op Zaandam in de banne van Oostzaan, voogden van de voorschreven kinderen, op een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st van elke 100 gld, komt in alles 54 gld, waaraan comparant heeft verbonden zijn huis met zijn erf waar hij in woont te Krommenie tegenover de kerk op een gemene muur met de secretaris, belend ten noorden Heinderick van den Hoove, ten zuiden de secretaris. Claes Pietersz van de Sed, voogd, heeft zich borg gesteld voor de betaling. Op 20 mei 1654 bleek de schuld voldaan te zijn. 426
                                  In Krommenie heeft in 1651 een gemachtigde van Jan Jansz Cooperslager onze buurman, tot meer vastigheid en verzekering van de hoofdsom vamn 1200 gld en interest vandien aankomende de nagelaten weeskinderen van zal. Gerrijt Pietersz en Eelijsabet Rijsersdr, speciaal verbonden zijn huis en erf waarin hij, Jan Jansz Cooperslager, tegenwoordig woont, tegenover en beoosten de kerk, belend ten noorden Heinderick van de Hove, brouwer in de Ene Ster tw Haarlem, ten zuiden de secretris te Krommenie (op 20 mei 1654 geroyeerd als zijnde de originele van dezen voldaan) 427.
                              ondertr. (pui) Amsterdam 4 okt. 1636 (hij wonende op Ulenborch, geassisteerd met zijn vader Pieter Willemsz, zij wonende als voren, geassisteerd met Jan Jansz Rijser haar vader [in de tekst staat abusievelijk „Rijder” i.p.v. „Rijser”])
                              83. (<41) (>166, >167) Lijsbeth Jansdr RIJSER, geb. ca. 1611, overl. Oostzaandam.
                                  In Amsterdam heeft op 4 november 1660 Claes van den Driessche, als in handen hebbende een obligatie van 4000 gld ten laste van Dirck Jacobsz Clapmuts en Ryckland Jacobsdr dd. 31 okt. 1641 ten behoeve van Niclaes Ryser wonende te Sevilla in Spanje, ingebracht 1000 gld door hem op heden van Ryckland ontvangen op afkorting van deze obligatie, en dat ten behoeve van Pieter, oud 19, en Geertruijt, oud 16 jaar, de 2 nagelaten kinderen van Lijsbet Rijser en Gerrit Pietersz varentman, welke penningen door de voorschreven Niclaes Rijser, de oudoom van de voorschreven kinderen, zijn geschonken zoals Jan van Os en Jan IJsbrantsz, mede comparerende, hebben verklaard, en dat volgens zekere missive van de voorschreven Niclaes Ryser en de conditiën in dezelve missive geëxprimeerd. Op 19 maart 1666 zijn deze 1000 gld overhandigd aan Pieter Gerritsz en Goosen Jansz als getrouwd hebbende Annetje Gerrits, in 't bijzijn van Arent Albertsz Neef hun voogd. 428
                                  Op 3 maart 1688 verklaren Willem Abrahamsz Backer en Huijbert Heijndricsz Kadt, buurluiden te Oostzaandam, ten verzoeke van Pieter Gerritsz en Gerrit Engelsz wonende te Krommenie, waarachtig te wezen dat er niet meer kinderen of erfgenamen van Lijsbet Reijsers zal., hun, getuigen, zeer wel bekend geweest, te Oostzaandam na haar man Gerrit Pietersz zal. overleden, in 't leven zijn dan de voornoemde Pieter Gerritsz en Geertruijdt Gerrits getrouwd aan de voorschreven Gerrit Engelsz 429.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Pieter GERRITSZ, geb. ca. 1641, ondertr. (schepenbank) Krommenie 31 jan. 1666 (hij jonggezel van Oostzaandam, zij jongedochter van Krommenie) Aagte GARBRANTS.
                                  2. Geertruijt GERRITS, geb. ca. 1644, zie 41.
                                84. (<42) IJsbrant, alleen bekend van een zoon en een dochter,
                                tr. N.N.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Nanning IJSBRANTSZ, zie 42.
                                  2. Aagt IJSBRANTSDR, tr. Jacob HEIJNDRICKSZ, die hertr. met Duijffje ADRIAENS.
                                      In Krommenie wordt in 1656 de inventaris opgemaakt vann hetgeen Jacob Heijndricksz wonende alhier te Krommenie zijn 3 onmondige kinderen geprocreëerd bij Aagt Isbrantsdr zijn overleden huisvrouw tot hun moeders erfenis bewezen heeft, in 't bijzijn en met approbatie van Nan Isbrantsz en Claes Jansz, omen en bloedvoogden van de kinderen, nl. ieder kind 500 gld berustende onder de vader en een bed, waartegen de vader de kinderen zal onderhouden, die hiervoor zijn huis en erf verbindt in de Kerckbuert waar hij in woont, belend ten zuiden Cornelis Josepsz, ten noorden Jan Jacobsz Lakeman. Op 13 februari 1675 bekenden Hendrick Jacobsz, IJsbrant Jacobsz en Neel Jacobs, zijnde nu allen mondig, van hun moeders erfenis voldaan te zijn. 430
                                      In Krommenie in 1650 bekent Pieter Claesz gekocht te hebben van Jacop Heindericksz, onze geburen, een huis en erf in 't Noordend, belend ten noorden Willem Allertsz, ten zuiden Jacop Piet Vastes, voor 909 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen, en bekent Jacop Heindericksz gekocht te hebben van Claes Gertsz Appeteecker een huis met erf bezuiden de kerk, belend ten noorden Jan Laeckeman, ten zuiden Cornelis Josephsz, voor 1000 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 431.
                                      In Krommenie bekent in 1657 Jacob Heijnricksz wonende alhier in de Kerckbuirt gekocht te hebben van Claes Gerritsz Keijs ook voor diens consorten 4/7 van een stuk land genaamd de Groote-Laan, groot in 't geheel 400 roeden, zijnde het oostend 228 roeden, achter de kerk, belend ten zuiden Claes Cornelisz Libertijn, ten noorden de verkoper, voor 570 gld, te betalen meidagen 1657, 1658 en 1659, en verkoopt in 1658 Claas Pietersz wonende in de Vlus aan Jacob Heijnderiksz in de Kerkbuurt een akkertje land groot 75 roeden, gelegen tussen de wegen, belend ten noorden Pieter Maartsz Swaardemaker, ten zuiden de kinderen van Engel Gavisz, voor 80 gld 432.
                                      In Krommenie in 1660 verkoopt Jakob Hendriksz wonende in de Kerkbuirt aan Kornelis Baartsz wonende in de Vlus een derde van een huisje en erf in de Vlus waar de koper alsnu in woont, belend ten noorden Kornelis te Piets, ten zuiden Kornelis Klaasz t'Aren, voor 110 gld, en bekent Kornelis Baartsz schuldig te zijn Jakob voornoemd, zijn zwager, 7 gld jaarlijks, hoofdsom 150 gld 433.
                                      In Krommenie in 1661 bekent Jakob Hendriksz, buurman alhier, gekocht te hebben van Klaas Kornelisz Gorter nu wonende te assendelft, een stuk land genaamd 't Onderwater, groot 462 roeden, gelegen bij 't taanhuis bewesten de Vaart, belend ten zuiden Kornelis Josepsz Gorter, ten noorden de Noordijk, voor 485 gld, boven de last van 7 gld 's jaars aan de kerkmeesters van Krommenie, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1661, 62 en 63, en verkoopt Klaas Jansz, meelmolenaar alhier, aan Jakob Hendriksz een akkertje land, groot 142 roeden, gelegen tussen wegen bewesten de Vaart, belend ten noorden Pieter Jan Maartsz, ten zuiden Jan Claasz Kuijp, voor 177 gld 10 st 434.
                                86. (<43) Gerret CORNELISZ,
                                tr. Krommenie 29 dec. 1610
                                87. (<43) (>174, >175) Grietgen OLLEBRANTS.
                                    In Krommenie heeft in 1628 Allert Olbrantsz, als voogd van zijn zuster Grietgen Olbrantsdr, gekocht van Gaef Willemsz, als voogd van de nagelaten weeskinderen van zal. ged. Pouwels Willemsz, een stuk land op de Kercksloot, groot 513 roeden, belend ten noorden Baerent Claesz, ten zuiden de Kercksloot, voor ƒ 769-10-0, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen (op 4 mei 1630 geroyeerd) 435.
                                    In Krommenie heeft in 1630 Pieter Cornelisz, voogd van Griet Ollebrantsdr, gekocht van Pieter Pouwelsz, altezamen onze geburen, een stuk land groot 748 roeden buiten de Heyligenwech, belend ten noorden Erm Reijntgis, ten zuiden Guert Jans, ten westen Cornelis Allertsz, voor 1148 gld 2 st, te betalen op 3 meidagen, en verkopen in 1631 Tryntgen Gaevis en Griet Olbrantsdr, met Pieter Jansz Heergerders hun beider voogd, aan Gaef Wilmsz c.s. wonende op 't Madt een hoekje worf op de Heiligewech, op de erven van Tryntgen en Griet waar nutertijd de brug van 't voorschreven Madt is liggende, voor 18 gld 436.
                                    In Krommenie geeft IJsbrant Jacopsz, molenaar van de meelmolen alhier, als onderpand voor een losrente o.a. zijn meelmolen buiten de Heijligewech, belend ten noorden de Kerckesloot, ten oosten Gaef Willemsz, ten zuiden Griete Olbrants, ten westen Cornelis Jacopsz, en verkoopt in 1639 Engel Gerritsz, voor hemzelf en als voogd van zijn moeder Griet Olbrants, aan Pouwels Willemsz, meelmolenaar, altezamen onze geburen, een hoekje land bezuiden Pouwels Willemsz, groot 3 roeden, voor 19 gld 437.
                                    In Krommenie verkoopt in 1634 IJsbrant Woutersz als voogd van zijn moeder Guert Jansdr aan Cornelis Heinricksz en Griet Olbrantsdr, onze geburen, een hoekje land achter de Heiligewech, belend ten oosten Gaef Willemsz met Jan Jacopsz, ten westen voornoemde Guert Jansdr, voor 81 gld 438.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Engel GERRITSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 9 okt. 1611 (doopgetuige Janken Pieters Janse), overl. 1 aug. 1658 (volgens lidmatenboek van Krommenie), tr. Aechie CORNELIS.
                                        In Krommenie bekent in 1639 Engel Gerritsz gekocht te hebben van Gaeven Claesz een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten Frans Pietersz, ten westen Cornelis Gertsz, voor 1300 gld, te betalen een derdepart gereed, de andere 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 439.
                                        In Krommenie bekent in 1653 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te zijn aan Hendrick Allertsz, rolmeter wonende aldaar, een jaarlijkse losrente van 16 gld, hoofdsom 320 gld, met als onderpand een stuk land genaamd het Ventgen, groot 440 roeden, op de Kercksloot, belend ten westen de weduwe van Fredrick Jacobsz, ten oosten Cornelis Woutersz 440.
                                        In Krommenie bekent in 1654 Engel Gerritsz wonende op de Heiligewech schuldig te wezen Adriaen Cornelisz Kat, koopman te Driebruggen, een jaarlijkse losrente van 40 gld, hoofdsom 800 gld, met als onderpand een stuk land genaamd het Ventgen, groot omtrent 500 roeden, bewesten 't Noortendt, belend ten zuiden Gerrit Arisz, ten noorden Jan Jorisz 441.
                                        In krommenie bekent in 1656 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te wezen de armenvoogden van Krommenie een jaarlijkse losrente van 25 gld 8 st 12 penn, hoofdgeld 508 gld 17 st, met als onderpand omtrent450 roeden land op de Kercksloot, belend ten zuiden de Kercksloot, ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, mitsgaders een huis en erf op de Heijligewech, belend ten westen Cornelis Gerritsz, ten oosten Jan Claas Jannes (voldaan op 16 april 1659) 442.
                                        In Krommenie bekent in 1657 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te zijn Jan Cornelisz Stolwijk, koopman van hennep wonende te Haastrecht, een jaarlijkse losrente van 12 gld, hoofdgeld 300 gld, stellende tot onderpand een stuk land in de Kerksloot, groot omtrent 450 roeden, belend ten zuiden de Kerksloot, ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, mitsgaders een huis en erf op de Heijligewech, belend ten westen Willem Gerritsz, ten oosten Jan Claas Jannes 443.
                                        Bij huisbezoek in Krommenie op 4 en 5 oktober 1656 worden Engel Gerritsz wonende op de Heijligeweg en Aagje Cornelis zijn vrouw als lidmaten genoemd.
                                        In 1659 bekent Aegie Cornelisdr, weduwe en boedelhoudster van Engel Gerritsz, wonende alhier op de Heijligewech, schuldig te zijn aan de armenvoogden van Krommenie een jaarlijkse losrente van 500 gld, met als onderpand een huis en erf met de aankleven vandien op de Heijligewech, belend ten oosten Jan Claasz, ten westen Willem Gerritsz, mitsgaders een twaalfdepart van de nagelaten goederen van Adriaen en Pieter Cornelissoonen, als haar boedel alreeds door 't overlijden van dezelven is aangeërfd, hoewel die nog door Marij Cornelis, zuster van de overledenen, in lijftocht worden gepossideerd, met als borgen Mr Engel Wigboudt, chirurgijn, en Claas Gerritsz Keis, beiden alhier woonachtig. Op 16 december 1697 heeft Poulus Jansz, tegenwoordig possesseur van dit huis en erf, hierop 100 gld afgelost, blijft een schuld van 400 gld waarover hij 3 gld 12 st van 't honderd in 't jaar zal betalen, met als borgen Pieter Claesz Joop en Willem Cornelisz Backer. 444
                                        In Krommenie zijn in 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder op de Heijligewegh, en Aagje Cornelis, weduwe van Engel Gerritsz, wonende alhier, eisers contra Claas Gerritsz Keys, wonende mede alhier, om betaling aan ieder 1/3 van 2 derdeparten van de waarde van een huisje en erf op de Heijligewegh, hun, eisers, toebehorende, bewoond geweest door Pieter Olbrantsz. De gedaagde legt een koopbrief over van 30 augustus 1658 en zegt dat de eisers niet zullen bewijzen enig eigendom aan 't huis te hebben. Schepenen verwijzen naar goede mannen. 144
                                    2. Claes Gerritsz KEIJS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 dec. 1616 (doopgetuige Janken Pieters Janse), ondertr. 1° ald. 30 sept. 1646 (zij jongedochter van Uitgeest) Trijn WOUTERS, ondertr. 2° ald. 7 febr. 1649 Claesie PIETERS.
                                        In Krommenie verkoopt in 1656 Claas Gerritsz Keijs wonende op de Heijligewech aan Mr Engel Pietersz Wigbout, chirurgijn wonende in de Kerckbuirt, een tuintje groot omtrent 10 roeden, achter de verkoper, belend ten oosten Cornelis Heyndriksz, ten westen Jelis Jansz Schoemaker, voor 35 gld 445.
                                        In Krommenie verkoopt in 1658 Claes Gerritsz Keijs wonende op de Heijligewech, ook voor Engel Gerritsz zijn broer, aan Cornelis Heijndriksz mede aldaar een stuk land groot 438 roeden op de Kerksloot, belend ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, ten zuiden de Kerksloot, voor 700 gld 446.
                                        In Krommenie in 1658 verkoopt Jan Pietersz d'Oude, wonende in de Kerckbuirt, aan Pieter Pietersz van der Laan en Claas Gerritsz Keijs voor de helft, en Lambert Pietersz voor de helft, een huis en erf in de Kerckbuirt, belend ten zuiden Pieter Jansz d'Jonge, te noorden de gemeente, en verkoopt Albert Pietersz Schipper aan Pieter Pietersz van der Laan, Claes Gerretsz Keijs, Jan Jansz d'Jonge, Olbrant Allertsz, Huybert Pietersz en Lammert Pietersz, elk voor een zesdepart, een huis en erf in de Vlus, belend ten zuiden Pieter Dircksz Schapemelcker, ten noorden Jannitje Mighiels, voor 600 gld 447.
                                        In Krommenie verkopen in 1659 Lambert Pietersz voor de helft, en Pieter Pietersz van der Laan en Claes Gerritsz Keijs tezamen tezamen voor de helft, aan Lijsbeth Jans, weduwe van Pieter Dircksz Pos, wonende te Zaandam in de jurisdictie van Oostzaan, een huis en erf in de Kerckbuirt, belend ten noorden de gemeente, ten zuiden Jan Pietersz d'Jonge, voor 490 gld 448.
                                    3. Trijn GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 febr. 1622, zie 43.
                                  88. (<44) Gerrit DIRCKSZ, woonde op het Noortent van Krommenie,
                                      In Krommenie bekent in 1624 Gerrit Dircksz, onze buurman, gekocht te hebben van Pieter Pietersz, mede onze buurman, een huis met erf, belend ten noorden Gerrit Maertsz, ten zuiden de weduwe met haar kinderen van zal. Jonge Jan Grootsses, voor 728 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen bij egale portiën. In de daarop volgende opdracht staat dat blijkens een ceduul van 27 februari 1603 de eigenaar van het land achter en beoosten het huis een notweg heeft over het voorschreven erf en de eigenaar van het huis en erf over 't land achter 't huis mag gaan om water te halen, en dat blijkens aan akte van 30 augustus 1606 Gerrit Dircksz een zekere notsloot of vaart mag gebruiken. 449
                                      In Krommenie bekent in 1675 Aerijaen Gerritsz wonende te Krommenie schuldig te wezen het nagelaten weeskind van zal. Neel Gerrits, in haar leven gewoond hebbende te Krommenie, een somme van 444 gld, tegen 5 gld van 't honderd in 't jaar, met als onderpand een huis en erf te Krommenie, belend ten noorden Jan Cooper, ten zuiden Jacob Jansz Laeckeman. Compareerden mede Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz dewelke verklaarden zich te stellen als borgen. Op 24 maart 1683 verklaart Jan Klaesz, nu mondig zijnde, de 444 gld van zijn oom Aerjaen Gerritsz ontvangen te hebben met alle verschenen interest. 450
                                  tr.
                                  89. (<44) (>178, >179) Aefgen JANSDR.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Willem GERRITSZ, zie 44.
                                    2. Dirck GERRITSZ, rolbereider, tr. 1° Haesje ENGELS, tr. 2° Trijn Jacobs FOOR, dr van Mari CLAES.
                                        In Krommenie in 1691 verkopen IJsbrant Pietersz Visscher en Bendert Theunisz van der Heijden aan Dirck Gerritsz rolbereider, allen te Krommenie, ook voor de gemene reders en participanten van de hennepkloppersmolen als op het navolgende hoekje land zal worden gezet en gebouwd, een stukje land groot 110 roeden liggende achter de Vlus, een kamp van de huizen, belend ten noorden Willem Pietersz Bal, ten zuiden Pieter Jacobsz Hooft, voor 92 gld, verkoopt Dirck Gerritsz rolbereider aan Jacob IJsbrantsz 1/44 in de hennepkloppersmolen de Witte Duyff voor 35 gld en aan Jan Symonsz Heynes 1/22 in de Witte Duijff 451.
                                        In Krommenie verkoopt in 1693 Dirck Gerritsz wonende in het Noortent aan Pieter Baertsz wonende te Krommenie een stukje land over de Vaert, groot 531 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Dirckse, voor 170 gld, verkoopt in 1695 Anna Gerrits wonende op de Zaendijck aan Dirck Gerritsz wonende te Krommenie de helft van 4 stukjes land, alle gelegen over de Vaart, het ene groot in 't geheel 918 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Willem Sevenhuysen, ten noordenn Jan Gavisz, 't tweede groot 393 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Willem Sevenhuijsen, ten noorden Pieter Baertsz, 't derde groot 314 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Jasper Maartsz, het vierde groot in 't geheel 491 roeden, belend ten noorden Cees Jeroensz, ten zuiden Pieter Jan Jorisz, voor 220 gld, verkoopt in 1695 Willem Dircksz de Graaf aan Dirck Gerritsz een stuk land over de Vaart, groot 338 roeden, belend ten noorden de voorschreven sloot, ten zuiden de koper, voor 43 gld 5 st, en verkoopt in 1695 Dirck Gerritsz aan Jochem Michielsz Versmitten een stuk land over de Vaart, groot 314 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Sitge Jaspers, ten zuiden de erfgenamen van Pieter Jansz Brouwer, komt te boek als wel voldaan te zijn met niets 452.
                                        In Krommenie verkoopt in 1698 Dirck Heyndricksz Backer aan Pieter Jacobsz Foor, Claes Jacobsz Foor, Gaaf Jacobsz Foor, Jan Willemsz Kruijt, Dirck Gerritsz, Jacob Jansz Middelhoven en Pieter Woutersz Mijsen, allen wonende te Krommenie, een erfje op het westend van de Heijligewegh, groot 17 roeden, belend ten westen de verkoper, ten oosten Dirck Jansz Wout, voor 40 gld, en verkoopt in 1699 Claes Jansz Tuijck aan Dirck Gerritsz land op de Haansloot genaamd de Uijleven, groot 132 roeden, met een perceel op de Uijtwech in de Vlus, groot 15 voet, voor 600 gld 453.
                                        In 1683 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Dirck Gerritsz, weduwnaar van Haesje Engels, en Trijntje Jacobs, bejaarde dochter, geassisteerd met haar moeder Mari Claes, weduwe, allen wonende te Krommenie. Indien er geen kinderen zijn gaat alles naar de langstlevende, en na 't overlijden van de langstlevende moet er deling zijn in 2 gelijke delen. 454
                                        In 1697 testeren Dirck Gerritsz en Trijntje Jacobs, geëchte luiden wonende te Krommenie; zij persisteren bij de huwelijkse voorwaarden van 9 januari 1683. Hij begeert dat zo ooit enige goederen van zijn zijde moesten komen dat die door zijn zuster Anna Gerrits, zo die dan in 't leven is, en/anders door de kinderen van zijn broers en zusters, bij vooroverlijden de kinderen in de plaats van hun ouders bij representatie, hoofd voor hoofd zullen moeten worden gedeeld. 455
                                        In Krommenie verkopen in 1716 Jan Willemsz Kruijt, Claas Jacobsz Foor, (Gaaff Jacobsz Foor), Marten (Gerritsz) Spinder, Gerrit Willemsz Swart en Claas Groen, mede-erfgenamen van Dirck Gerritsz en Trijn Jacobs, ook als last en procuratie hebbende van de verdere erfgenamen, aan Jacob Middelhoven een gedeelte in 2 stukken land bij elkaar gelegen aan de Westdijck, groot tezamen 3375 roeden, met nog de Uijtterdijck groot 45 roeden, belend ten noorden het kind van Cornelis Plugh, ten zuiden Dirck de ..., waarin Gaaff Jacobsz Foor de helft toekomt, als hem bij deling aanbedeeld, en Middelhoven voorschreven de wederhelft, zo bij koop als aanbedeeld, voor 343 gld, aan Pieter Bleeker een stuk land gelegen over de Vaart, groot 1311 roeden, belend ten zuiden Jan Lakeman, voor 289 gld, en aan Jan Gerritsz een huis en erf en tuin, mitsgaders de laan daarachter gelegen, in de Noordendakker, belend ten zuiden Claas Pietersz Mighielsz, ten noorden de kinderen van Cees Jaap, idem 1/20 in de hennepkloppersmolen de Blauwen Arent staande aan de Nieuwe Vaartdijck, 3/20 in de hennepkloppersmolen de Karsseboom staande bij de Noorder Sluijs, voor 2407 gld 456.
                                        In Krommenie verklaren in 1718 de volgende personen in min en vriendschap geschift en gedeeld te hebben: Gerrit Willemse Swart voor 1/4, Claas Sijmonse Groen in huwelijk hebbende Neeltje Jans Crook en de rato caverende voor zijn zwager Engel Janse Crook, kinderen van wijlen Jan Clasen Crook, tezamen voor 1/4, Gerrit Adriaense voor 1/4, en Maarten Gerritse in huwelijk hebbende Neeltje Adriaans mede voor 1/4, en zulks tezamen erfgenamen van wijlen Dirck Gerritsz te Krommenie overleden, Cornelis Pieterse instaande voor zijn schoonvader Pieter Jacobse Foor voor 1/7, Claas Jacobse Foor voor 1/7, Gaaf Jacobse Foor voor 1/7, Jacob Jacobse Middelhoven voor zichzelf en nog benevens Gaaf Jacobse Foor als voogden van Jan Jacobse en Maartje Jacobs, allen kinderen van wijlen Neeltje Jacobs Foor, mede voor 1/7, Jacob Janse Kruijt voor zichzelf en de rato caverende voor zijn zuster Maartje Jacobs Kruijt, item Jan Cornelisse van der Hove in huwelijk hebbende Neeltje Jans Kruijt, tezamen kinderen van wijlen Duijfje Jacobs Foor, mede voor 1/7, Jacob Pieterse Mijsen zoon van wijlen Claasje Jacobs Foor mede voor 1/7, mitsgaders Isbrant Baartse getrouwd zijnde met Haasje Claas, tezamen kinderen van wijlen Aaltje Jacobs Foor, mede voor 1/7, en zulks tezamen enige erfgenamen van wijlen Trijn Jacobs Foor, mede te Krommenie overleden, in haar leven huisvrouw van Dirck Gerrits en de langstlevende geweest 457.
                                        In 1683 verkoopt Trijn Jacobs, weduwe van Dirk Gerritse, wonende te Krommenie, aan Gaaf Jacobse Foor een welbezeilde boeier, die Trijn Jacobs zal mogen gebruiken tot haar nering zo lang zij leeft, voor 110 gld 458.
                                    3. Jan GERRITSZ.
                                        In Krommenie verkoopt in 1675 Jan Gerritsz aan Dirck Gerritsz zijn broer, beiden wonende te Krommenie, een half huis en erf in 't Noortendt van Krommenie, belend ten zuiden de weduwe van Jan Jansz Oomtges, ten noorden de kinderen van Jan IJsbrantsz, voor 280 gld 459.
                                    4. Neel GERRITS, tr. 1° (schepenbank) Krommenie 24 nov. 1647 Cornelis GARMETSZ, ondertr. 2° (schepenbank) ald. 21 nov. 1653 (hij weduwnaar wonende in de Vlus, zij weduwe wonende in 't Noortendt) Claes BAERTSZ, wedn. van Aeff ALBERTS.
                                        In Krommenie bekent in 1649 Allert Baertsz gekocht te hebben van Gerrit Dircksz, voogd van zijn dochter Neel Gerryts, altezamen onze geburen, een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten Garmet Aerijans, ten westen Anne Dircks, voor 783 gld, te betalen een derdepart gereed, de resterende 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 460.
                                        In Krommenie wordt op 8 april 1675 de inventaris opgesteld van de goederen van 't nagelaten weeskind Jan Claes Baertsz van zal. Neel Gerrits geprocreëerd bij Claes Baertsz, in haar leven wonende te Krommenie, wegens moeders erfenis, eerst een half huis en erf in de Vlus waar Claes Baertsz tegenwoordig in woont, een bed met een peluw en kevij, de helft van de inboedel, de helft van het gereedschap dienende de rolrederij, nog 500 gld, gedaan ter presentie van Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz, omen en bloedvoogden van 's moeders zijde (op 9 mei 1688 bekent Jan Claesz Croock, in deze inventaris vermeld, voldaan te zijn), en ook de inventaris van de goederen van 't nagelaten weeskind hem aangekomen door overlijden van zal. Gerrit Dircksz en Aeff Jans, deszelfs kinds grootvader en grootmoeder van 's moeders zijde, nl. een somme van 1050 gld, ten weesboek gebracht door Claes Baertsz, vader, en Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz, als omen en bloedvoogden, van 't voornoemde weeskind (op 19 mei 1688 bekent Jan Claes Baers voldaan te zijn) 461.
                                    5. Aeriaen GERRITSZ.
                                    6. Anna GERRITS.
                                  90. (<45) (>180, >181) Dirck Willemsz KROMHUIJSEN, ook Crommert, geb. 1615  462 463 of 1616, wijnverkoper 462 te Wormerveer, overl. tussen 1 april 1670 en 13 jan. 1671,
                                      In 1654 bekent Baart Poulusz anders Baart Jan, schuitvoerder, schuldig te wezen aan Dirck Willemsz Crommert wonende te Wormerveer in de jurisdictie van Westzaan 500 gld, spruiten uit zake als rest van meerdere somme van koop van een damschuit met zijn toebehoren, groot omtrent 4 lasten, te betalen 22 augustus 1655 en 22 augustus 1656, telkens de helft 464.
                                      In de banne van Westzaan bekent in 1659 Dirck Willemsz Crommert gekocht te hebben van Cornelis Dircxz Keijser c.s. wonende op Wormerveer een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden Garmet Jansz, ten noorden de erfgenamen van Jan Krijnsz, voor 1504 gld, te betalen op 3 eerstkoemende meidagen 1659, 1660, 1661, telkens een derdepart 465.
                                      In 1663 bekent Claas Dircxz Olijslager op Wormerveer te transporteren aan Dirck Willemsz Kromhuijsen, wijnkoper aldaar, 2 bedden met peluwen, 8 oorkussens en meerder toebehorende, een eiken klerenkast, een kast met „cleynder …”, een derde [kast] van vurenhout, geschilderd, 3 koperen ketels, 10 à 12 groene stoelen, 12 stoelkussens, 1 klein roeischuitje, 5 à 6 Indische schotels, omtrent 50 andere schotels, 1 „lant van beloften kaart”, voorts al het andere huisraad dat hij op heden is bezittende, waarvoor hij met 300 gld voldaan is 466.
                                      In de banne van Westzaan belijdt in 1664 Jan Claesz wonende op de Koogh gekocht te hebben van Dirck Willemsz Krommert wonende op Wormerveer, voor hemzelf an als last hebbende van Trijn Arents weduwe van Claes Prins, Daniel Pietersz en Baert Pietersz, een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden de weduwe van Dirck Pietersz, ten noorden de weduwe van Cornelis Sijmonsz, voor 370 gld, te betalen op 2 meidagen 1664 en 1665 467.
                                      Op 16 juli 1664 wordt een attestatie gegeven door Dirck Wilmsz Krommert [ondertekent als Dirck Willems Kromhuijsen], oud omtrent 50 jaren, en Johannis Alewijnsen, oud omtrent 31 jaren, beiden wonende te Wormerveer, ten verzoeke van Cornelis Jansen Ris, koopman, hun buurman, hoe dat Wormerveer bestaat uit omtrent 300 huisgezinnen, en dat niemand is besmet of besmet geweest of overleden ter cause van pestilentiale ziekte, en verklaren zij wijders dat de requirant tegenwoordig anders geen koopmanschappen bestaande in kaas en boomolie [=olijfolie] heeft geladen 468.
                                      In de banne van Westzaan bekent in 1667 Sijmon Jacobsz, wonende te Wormerveer, gekocht te hebben van Dirck Willemsz Kromhuysen en deszelfs broers en zusters, mede aldaar wonende, een huis en erf op 't Noordtendt van Wormerveer, belend ten zuiden Sijmon Jansz Gorter, ten noorden Jan Claesz Ruijs, voor 800 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, nl. mei 1667, 1668 en 1669, telkens een derdepart 469.
                                      In Westzaan verkopen in 1686 Cornelis Dircsz Krommert, Allert Claesz Root in huwelijk hebbende Mary Dircx, Dirck Dircsz Krom, Jan Gerritsz Kick in huwelijk hebbende Trijn Dircx, Willem Dircsz Krom, Griette Dircx en Aegte Dircx, allen voor henzelf en verder instaande voor de kinderen van Jan Dircsz Kromhuysen, tezamen kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Willemsz Kromhuysen en deszelfs huisvrouw, beiden te Wormerveer overleden, aan Gerrit Eggesz Haantjes te Wormerveer mede woonachtig een huis en erf te Wormerveer aan de weg, belend ten zuiden Jan Cornelisz, ten noorden de kinderen van Aarjen Cramer, voor 1200 gld, te betalen de helft contant, de wederhelft op 24 januari 1687 470.
                                  tr. N.N.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Jan Dircsz KROM(HUIJSEN), alias Crommert, tr. Engeltje JANS, dr van Jan Cornelisz SMIT en Guirt JANSDR.
                                        In 1668 is Jan Dircxz Cromhuysen, in huwelijk hebbende Engeltje Jans een van de kinderen van Jan Cornelisz Smit en Guirt Jansdr in hun leven geëchte luiden te Wormerveer, betrokken bij de deling 471.
                                        In Krommenie verkoopt in 1682 Jan Dirksz Krom wonende op Wormerveer aan Jan Lugtsz wonende op Texel een damschuit van 45 voeten, wijst op de grootte van de Cleijne Sluijs op Sardam, voor 460 gld 472.
                                        In 1683 bekent Jan Dirckxz Crommert wonende op Wormerveer, zijnde mede-erfgenaam ab intestato van zal. Bregje Pieters Wit onlangs te Wormerveer overleden, van zijn portie voldaan te zijn 473.
                                        In 1728 testeren Dirk Janse Crom en Guurtje Jans Crom, broer en zuster wonende bij elkaar te Wormerveer, aan de langstlevende en na diens dood aan Engeltje Claas, de jongste dochter van Claas Prinsen en Lysbet Cornelis (gepasseerd te Wormerveer ten huize van Claas Prinsen) 474.
                                    2. Cornelis Dircksz CROM(MERT), bakker te Wormerveer, tr. Griet JANS, wed. van Dirck Jansz WENNES.
                                        In de banne van Westzaan in 1676 bekent Cornelis Dircsz Crommert wonende op Zaandijk gekocht te hebben van Gijsbert Cornelisz Backer wonende op Wormerveer een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Claes Jansz Groot, ten noorden Poulus Jan Poulusz, mitsgaders 't bakkersgereedschap daarbij zijnde, voor 1824 gld, te betalen een derdepart contant en de rest in 2 termijnen, hem opgedragen op dezelfde dag, en bekent Cornelis Dircsz Krommert van Reijer Jansz Coornkooper wonende te Wormerveer gekocht te hebben een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden Albert Gellius, ten noorden de weduwe van Claes Garbrantsz, voor 900 gld, te betalen een derdepart gereed en de rest in 2 termijnen, hem opgedragen op dezeldfde, op dezelfde dag weer door de koper verkocht aan Sijmon Cornelis Jannes voor dezelfde prijs en onder soortgelijke betalingsvoorwaarden 475.
                                        Bij afvraging op 1 en 2 juli 1679 van de bakkers waarmee zijlieden hun ovens stookten wordt o.a. vermeld Cornelis Dircsz Crom te Wormerveer, bij wie bevonden is in de schuur een grote kwantiteit rap [houtafval], zeggende daarmee dagelijks te stoken 476.
                                        In 1696 ondertekent Cornelis Dircksz Krommert als mede-dienaar van de vermaning op Wormerveer 477.
                                        In de banne van Westzaan is er op 29 januari 1675 een specificatie van de goederen nagelaten door Dirc Jansz Wennes ten behoeve van zijn 2 nagelaten kinderen Jan Dircx, 9½ jaar, en Jannetje Dircx, 4¼ jaar, aangegeven door de moeder Griet Jans, ten overstaan van haar man Cornelis Dircx Crommert, waarover met de voogden Nanning Jansz Wennes en Reijer Jansz van Wormer geaccordeerd is 478.
                                    3. Alet DIRCX.
                                    4. Marij Dircx KROM, tr. Allert Claesz ROOT.
                                        In 1694 geven de wettige voogden, nl. Jan Pietersz Wit te Krommenie, Jan Jacobsz Roodt te Krommeniedijk, Cornelis Dircksz Krom, Dirck Dircksz Krom en Huijbert Claasz Gorter, allen te Wormerveer, mitsgaders Jacob Pietersz Banning wonende te Wormer, van de nagelaten alle minderjarige kinderen van Allart Claasz Root en deszelfs huisvrouw, beiden te Wormerveer overleden, volmacht aan Sijmon de Ras, procureur voor het gerecht te 's-Hertogenbosch, om te ontvangen penningen van ene Jacobus de Bacquer volgens het schuldenboek 479.
                                        Ten verzoeke van de voogden van de kinderen van zal. Allart Claasz Roodt en deszelfs huisvrouw verklaren in 1695 Jan Claasz Groot, 67 jaar, Jan Jacobsz Kaaskooper 47 jaar, Claas Jansz Groot 44 jaar, en Aris Jansz Brouwer, 38 jaar oud, allen wonende te Wormerveer, dat zij vele en diverse koopmanschappen hebben gedaan met zal. Roodt, en dat het een oprecht, eenvoudig, vroom en getrouw koopman was; hij hield een apart boekje, en hun was ook vertoond een schuldboekje tussen hem en ene Jacobus de Bacquers begonnen op 4 september 1680 480
                                        Op 14 juli 1695 geven Cornelis Dircsz Krom en Dirck Dircsz Krom, wonende te Wormerveer, mede-voogden over de kinderen van zal. Allert Claesz Roodt en Marij Dircx Krom, machtiging aan Huijbert Claesz Gorter, Jan Pietersz Wit, Jan Jacobsz Roodt en Jacob Pietersz Banningh, hun mede-voogden, om in Den Haag voor het Hof van Holland, de Raad van Brabant, of ander college, hun zaak waar te nemen tegen Maria Sels, weduwe van Jacob de Backer, te 's-Hertogenbosch 481.
                                        Op 3 mei 1698 verklaren Huijbert Claasz Gorter, Cornelis Dircsz Crom, Jan Pietersz Wit, Jan Jacobsz Roodt, Dirck Dircz Crom en Jacob Pietersz Banningh als voogd over de nagelaten onmondige kinderen van zal. Allart Claasz Rood en Marij Dircs, beiden te Wormerveer overleden, tegenwoordig geassisteerd met Jacob Claasz Smit in huwelijk hebbende Grietje Allarts, een van de voornoemde gewezen onmondige kinderen, allen wonende te Wormerveer, Krommenie, Krommeniedijk en Jisp resp., van alle penningen volgens een akkoord gekomen van ene Maria Sels, weduwe van Jacob Bacquers wonende te Den Bosch, ten volle voldaan te zijn 482.
                                    5. Dirck Dircsz KROM, tr. N.N.
                                        In Westzaan verkoopt in 1685 Trijn Heyndricks, weduwe van Symon Cornelis Jannes, wonende te Wormerveer, aan Dirk Dirksz Krom voor de ene en aan Cornelis Dircsz Krommert en Allerts Claesz Root voor de wederhelft, een huis en erf te Wormerveer aan de weg, belend ten zuiden Jan Jacobsz Smit, ten noorden Claes Nanningsz, voor 275 gld 483.
                                        In 1711 zijn Dirk Dirkse Krom wonende te Wormerveer ter eenre, en Symon Dirkse Kuijper wonende mede aldaar ter andere zijde, veraccordeerd dat Symon Kuijper het huis van zijn vader zal aannemen voor 900 gld, liggende aldaar, waarop Klaas Prince nog een hypothecaire brief heeft van 200 gld en Jan Lakeman in compagnie mede een hypothecaire brief heeft van 200 gld. En al het kuipersgereedschapo zal Symon Kuyper van zijn vader hebben en behouden. En Symon de Kuyper zal zijn vader Dirk Dirkse Krom gans zijn leven onderhouden, en als de vader voor zijn zoon voor een dag kuipt zal hij 9 st krijgen. Symon Kuijper zal de inboedel krijgen, en als de vader sterft moet Symon aan zijn broer en zuster 10 gld elk betalen. Symon moet de schulden van zijn vader betalen (waaronder 100 gld aan Gerrit Willem Gerrits te Krommenie). 484
                                    6. Trijn DIRCX, tr. Jan Gerritsz KICK.
                                    7. Willem Dircksz KROM, tr. N.N.
                                        In 1698 verkoopt Trijn Heijndricks, weduwvrouw wonende te Wormerveer, aan Willem Dirks Crom een huis en erf te Wormerveer, belend ten noorden het huis van Griet Maartes, ten zuiden het huis van meester Albert, gedaan ten huize van Dirk Dirksz Crom wonende te Wormerveer 485.
                                        In 1713 verklaart Willem Dirkse Krom wonende te Wormerveer ten verzoeke van Kornelis Gerritse, meester timmerman wonende aldaar, en Klaas Willemse Backer, houtkoper te Krommenie, dat in 't jaar 1703 in december door een harde stormwind een deel van zijn huis is omgewaaid en beschadigd. De requiranten hebben zijn huis gerepareerd en hij verklaart in het huis nu zijn werk te doen. 486
                                    8. Griet DIRCX, tr. Teunis Jacobsz KUYPER.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1684 Gerret Cornelis Blauw, wonende te Wormerveer, van Griete Dircx, weduwe van Theunis Jacobsz, mede aldaar woonachtig, te kopen een huis en erf te Wormerveer aan 's Heeren weg, belend ten zuiden Jacob Gerretsz, ten noorden Dirck Heyn, voor 1275 gld, te betalen de helft contant, de wederhelft primo mei 1685 (waarna de opdracht) 487.
                                    9. Aegje DIRCX, zie 45.
                                  94. (<47) (>188, >189) Jan Willemsz GROOT, geb. ca. 1607,
                                      In Krommenie heeft in 1630 Jan Willemsz gekocht van Claes Allertsz een huis en erf op de Heijligewech, belend ten oosten Jacop Allertsz, ten westen IJsbrant Molenaer, voor 675 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen, en van Dirck Pietersz, beiden onze geburen, een stuk land groot 413 roeden, belend ten noorden Jan Maertsz Decker, ten zuiden Pieter Claesz Timmerman, voor 630 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen (geroyeerd op 30 april 1634) 488.
                                      In Krommenie compareren in 1631 Jan Willemsz, vader van Willem Jansz nagelaten weeskind van zal. Marij Claesdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Claes Maertsz grootvader van 't voorschreven kind ter andere zijde, en hebben te boek laten stellen 200 gld berustende onder de vader die daaraan zijn huis en erf verbindt op de Heijligewech, belend ten oosten Jacob Oom, ten westen IJsbrant Molenaer; voorts is geconditoneerd dat de vader zijn kind zal onderhouden en de rente zal mede genieten van de goederen die het voorschreven kind zullen komen op te sterven 489.
                                      In Krommenie compareren in 1640 Jan Willemsz, vader van Willem Jansz nagelaten weeskind van Marijtgen Claesdr zal. ged. door hen tezamen geprocureerd, ter eenre, en Maerten Claesz en Engel Gavijsz als omen en bloedvoogden van 't voorschreven weeskind ter andere zijde, en hebben te boek doen stellen de goederen die het voorschreven weeskind zijn toekomende, als volgt: een stuk land in de banne van Krommenie genaamd Walichsweer, groot 320 roeden, belend ten noorden Willem Dircksz, ten zuiden Jan Meynertsz, 702 gld 11 st 8 penn aan geld die de vader onder heeft waarvoor hij als onderpand geeft zijn huis en erf waar hij nutertijd in woont op de Heiligewech, belend ten oosten Jacop Allertsz Jacop Oom, ten westen Neeltgen Jans met haar kinderen, voor de renten van deze goederen de vader zijn kind zal onderhouden tot zijn mondige jaren, nog competeert het kind een zesdepart van een rentebrief van 1000 gld hoofdsom waarvan de kinderen van Engel Gavijsz de rest competeert 490.
                                      In Krommenie bekent in 1649 Garmet Arijaensz gekocht te hebben van Jan Willemsz, onze geburen, een hoekje land van Walichslant, gelegen achter de Heiligewech, groot 23 roeden min een voet, belend ten oosten Cornelis Willemsz, ten westen Nanningh IJsbrantsz, voor 76 gld 491.
                                      In Krommenie verkoopt in 1656 Jan Claasz Kuyp, armenvoogd, aan Jan en Claas Willemsoonen, beiden wonende op de Heijligewech, de helft, zijnde het voorhuis, van een huis en erf benoorden het voetpad naar Wormerveer, belend ten noorden Claas Cornelisz Libertijn, voor 170 gld 492.
                                      In Krommenie verkoopt in 1656 Jan Willem Grootes aan Claes Jacobsz Cooperslager, beiden wonende te Krommenie op de Heijlige Wecht, een stukje land zijnde tegenwoordig een tuintje, groot omtrent 24 roeden, liggende achter de Heijlige Wecht, belend ten oosten Cornelis Willemsz Backer, ten westen de weduwe van Nan IJsbrantsz, voor 60 gld 493.
                                      In 1677 wordt een verklaring afgelegd door lidmaten en dienaren der Waterlands Doopsgezinde Gemeente te Krommenie en Krommeniedijk, onder wie Jan Willemsz Groot, oud 70 jaar (hij tekent als Jan Willemsz Grotis) 494.
                                  tr. 1° Marijtgen CLAESDR, dr van Claes MAERTSZ en Haes ENGELSDR,
                                      In Krommenie wordt in 1629 bij de kinderen van Claes Maertsz geprocureerd bij Haes Engelsdr, zijn overleden huisvrouw, ook het weeskind van Marij Claesdr vermeld 495.
                                  tr. 2° N.N.
                                         Uit het eerste huwelijk:
                                    1. Willem Jansz GROOT.
                                         Uit het tweede huwelijk:
                                    1. Marij JANS, zie 47.
                                  96. (<48) Willem JANSZ, ged. (vrij geref.) Krommenie 18 febr. 1624 (op belijdenis),
                                  tr. Krommenie 18 febr. 1624 (hij van Knollendam)
                                  97. (<48) (>194, >195) Prijne MICHIELS.
                                      In Krommenie verkopen op 19 maart 1649 Jan Jacopsz Laeckeman en Cornelis Thijsz schoolmeester, procuratie hebbende van Perijntgen Michiels, huisvrouw van Willem Jansz die uitlandig is naar de „Straet”, vanwege Willems Jansz en Perijntgen Michiels aan Maerten Dircksz van Westzaan een huis met erf waarvan Willem Jansz possesseur is geweest in 't Suijdend, belend ten noorden Henderick Schoen, ten zuiden Cornelis Claesz Raechels, voor ƒ 658-14-0 496.
                                      Bij huisbezoek in Krommenie op 4 en 5 oktober 1656 wordt Prijne Michiels op 't Madt als lidmaat genoemd. [Haar man zal dan overleden zijn.]
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Baefien WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 12 jan. 1625 (doopgetuige de bestemoeder Risch Adriaens).
                                      2. Michiel WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 sept. 1626, zie 48.
                                      3. Cornelis WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 aug. 1631.
                                      4. Pieter WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 nov. 1641 (doopgetuige Anna Maechiels).
                                    104. (<52) (>208) Claes Allertsz BACKER,
                                        In Krommenie bekent in 1616 Claes Allertsz gekocht te hebben van Cornelis Nanningsz mede buurman een huis en erf in ons dorp, voor 450 gld, te betalen terstond 262 gld, de rest op 2 eerstkomende meien 497.
                                        In Krommenie heeft in 1619 Claes Allertsz onze buurman gekocht van Claes Jansz Kaeck een stuk land, belend ten zuiden de voornoemde comparant, ten noorden Pieter Claesz, voor 100 gld, te betalen 60 gld gereed, de rest de eerste midwinter, en bekent in 1625 Willem Allertsz gekocht te hebben van Claes Allertsz, beiden buurman, een huis en erf in 't Noordent, belend ten noorden Allert Claesz, te zuiden Cornelis Jacopsz, voor 775 gld, te betalen op 3 meidagen 498.
                                        In Krommenie zijn op 7 mei 1655 bij de verkoop door de erfgenamen van Jan Arisz Gorter van een huis en erf op 't Noortendt de kinderen van Claas Allert de Backers aan het zuiden belend 499.
                                    tr. Krommenie 11 febr. 1615
                                    105. (<52) Maertgen CORNELIS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Helisabet CLAES, ged. (GL) 10 jan. 1616.
                                      2. Pieter Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 jan. 1618, zie 52.
                                      3. Jan Claesz BACKER, ged. (GL) Krommenie 28 febr. 1621, schepen ald. 500, tr. Guijrte DIRCX, die hertr. met Jan Cornelisz MANTIES.
                                          In Krommenie heeft in 1661 Joghem Mighielsz, mr glazemaker alhier, gekocht van Jan Claesz Backer mede alhier een erfje groot omtrent 9 roeden in de Kerckbuiert, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Wouter Gavis d'Jongh, voor 455 gld, te betalen de helft op primo mei 1662 en de helft op primo mei 1663 501.
                                          In Krommenie is in 1669 Guyrtie Dircz, weduwe van Jan Clasen Backer, eiser contra Duijff Wouters, weduwe van Pieter Clasen Backer (over het vrije pad hetwelk de gedaagdesse bij 't huis daartegenover aan de eiseresse heeft verkocht op 6 mei 1667 502.
                                          In Krommenie wordt in 1670 de inventaris opgemaakt van de goederen van Claes en Dirck Jansz, nagelaten weeskinderen van zal. Jan Clasen Backer verwekt bij Guijrtie Dircx tegenwoordig getrouwd met Jan Cornelis Mantie(s), ten overstaan van Lambert en Allert Clasen Backer, omen en voogden van 's vaders zijde, bestaande uit een huis en erf in de Kerckbuijrt, belend ten zuiden Willem Gavesz d'Jong, ten noorden zijluiden zelf, item ieder kind 400 gld benevens elk kind een nieuw bed met toebehoren, wanneer zij gekomen zijn ten mondige dage, huwelijk of andere geapprobeerde state, en de kinderen blijven middelertijd tot onderhoud van de vruchten aan de voornoemde Jan Cornelisz Mantie die verbindt hun huis en erf in de Kerckbuijrt waarin zij [d.w.z. hij en zijn vrouw] tegenwoordig wonen. Op 26 juni 1686 hebben Claes Jansz en Dirck Jansz Backer benevens hun voogden bekend van Jan Crelisz Manties van de inhoud van deze inventaris voldaan te zijn. 503
                                          In Krommenie is op 2 augustus 1669 Guijrte Dircx, weduwe van Jan Clasen Backer, eiser contra Duijff Wouters, weduwe van Pieter Clasen, Lammert Claesz Backer mitsgaders deszelfs huisvrouw Maria Molenens, Sijmen Willemsz Waert en Gerrit Dircxz, allen gedaagden om getuigenis der waarheid te geven. Duijff Wouters zegt dat het pad, waarover de waarheid te geven wordt gerequireerd, breder genarreerd in de verklaring voor notaris Pieter Oosterhoorn op 23 juli 1669 gepasseerd, op haar huis niet is aanbedeeld, noch aan Jan Clasen Backer zal. verkocht, en dat er in deling noch in verkoping is van gerept. 504
                                      4. Trijntie CLAES, ged. (GL) Krommenie 19 maart 1625.
                                      5. Lambert Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 mei 1630, impost op begr. ald. 18 sept. 1731 (begr. in de kerk ƒ 4), tr. ald. 1 mei 1655 Maria MOLENENS.
                                          In Krommenie bekent in 1658 Lambert Claasz Backer, wonende alhier in 't Noordtendt, schuldig te zijn aan Trijntje Dircx, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren, 8 gld, Grietje Claas haar dochter, beiden te Westzaan, 4 gld, en Pieter Oosterhooren, secretaris, 8 gld, tezamen een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 200 gld aan de eerstgenoemde en de laatstgenoemde, 100 gld aan de als tweede genoemde, met als speciale onderpand een huis en erf met alle aankleven vandien in 't Noordtendt, belend ten zuiden Dirck Poulusz, ten noorden Floris Willemsz. Op 3 juli 1684 is door order van Pieter van den Broeck als mede-erfgenaam van de houders dezes door mij, secretaris, wettelijk opzeggen gedaan aan Lammert Claesz Backer te Krommenie. 505
                                          In Krommenie is in 1661 Lambert Klaasz Bakker schuldig aan Klaas Vastersz, houtkoper te Wormerveer, een jaarlijkse losrente van 11 gld, hoofdsom 275 gld, met als onderpand zijn huis en erf waar hij in woont in 't Noortent, belend ten noorden Floris Willemsz, ten zuiden Dirck Poulusz (geroyeerd op 25 januari 1662) 506.
                                          In Krommenie is in 1666 Pieter Cornelisz Goudsbloem, dorpsdienaar, eiser contra Lambert Claasz Backer, om betaling van 2 maal 13 gld boete, voor hem en zijn knecht Allert Claasz over vissen op verboden tijden 507.
                                          In Krommenie zijn in 1672 de baljuw van Blois en de aanhaalders van de visserij van Westzaan [en Krommenie] eisers contra Lambert Claesz Backer, om betaling van 2 keer 10 Kennemer ponden ter zake dat hij op 2 juni jl. met zijn jongen met het beunnet gevist heeft. Gedaagde zegt geen boeten schuldig te zijn doordien andere personen, op dezelfde tijd bekeurd zijnde, geen boeten hebben betaald. 508
                                      6. Allert Claesz BACKER, alias Back, ged. (GL) Krommenie 3 juli 1633, tr. ald. 2 nov. 1659 Maritje MICHIELS.
                                          In Krommenie bekent in 1660 Maartje Michiels, huisvrouw van Allert Klaasz Bakker wonende alhier nu buitenslands op zee, geassisteerd met Pieter Klaasz Bakker haar mans broer, schuldig te zijn de opzienders van het weeshuis van Krommenie een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een huis en erf in de Vlus, belend ten zuiden Jan Kristiaensz, ten noorden Wijngaert Hendriksz, met als borgen Pieter en Jan Klaassoonen Backer mitsgaders Joris Jansz Koperslager te Zaandam in den gebiede van Westzaan, broers en zwager van de originele debiteur Allert Claesz 509.
                                          In Krommenie is op 6 juni 1670 Huijbert Dircxz eiser contra Allert Clasen Backer, om betaling van 7 gld 14 st als rest over geleverde lijnkoeken 510.
                                          Op 7 november 1670 zijn de regenten van Krommenie eisers contra Allert Clasen Backer, om betaling van 66 gld 19 st als rest van meerdere somme over huur van de Noordersluijs die de gedaagde tot zijn contentement heeft geschut. Gedaagde bekent maar sustineert afslag te moeten hebben van 31 gld 10 st ter zake dat de sluis een week heeft dichtgestaan en dat de voerders zonder iets te betalen zijn „door weder gevallen”, tegen de conditie waarop hem, gedaagde, de sluis is verpacht. Op 5 december 1670 condemneren schepenen de gedaagde tot betaling van 66 gld 19 st, met een afslag van 6 gld 6 st omdat de sluis een week heeft dichtgestaan. 511
                                          In Krommenie verkopen in 1674 de weesregenten alhier aan Allert Claesz Back alhier een huis en erf in de Vlus, belend ten noorden Jan Dircxz, ten zuiden Gerrit Jacobsz, voor 570 gld, te betalen op 2 meidagen, mei 1674 en mei 1675 512.
                                          In Beverwijk bekent in 1683 Allert Claesz Back wonende te Krommenie schuldig te zijn aan Jan Cornelisz van Tooren wonende te Beverwijk 600 gld, ter cause van koop van een speeljacht met zijn rondhout, touwwerk, zeilen en toebehoren, te betalen de helft gereed en de wederhelft op mei 1684 513.
                                          In Krommenie is aan de gerechtsbode gebleken dat aan het interdict van Jacob Claesz, koopman te Westzaan, als arrestant van de boedel van Martje Michielsdr, weduwe van Allert Back, en deszelfs zoon Claes Allertsz Back, onder conditie is voldaan, en zijn daarom 't interdict en de arrestant ten volle ontslagen op 18 juli 1694 514.
                                    106. (<53) Claes JANSZ, wever,
                                    tr.
                                        In het lidmatenboek van Krommenie worden bij huisbezoek op 4 en 5 oktober 1656 als lidmaten op de Horn o.a. genoemd: Pieter Klaasz en zijn vrouw Diewer Klaas, Simon Klasz, Duijf Simons, Jan Klaasz en zijn vrouw Ariaentjen IJsbrants.
                                    107. (<53) Duijf SYMONS, overl. 15 mei 1657 (volgens lidmatenboek van Krommenie).
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Brechtgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Krommenie 12 jan. 1615.
                                      2. Jan Claesz RAEPKONST, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 dec. 1616, diaken ald., tr. Aeriaentgen IJSBRANTS.
                                          In 1660 verklaren Klaas Hendriksz Boender, oud omtrent 60 jaar, en Jan Kristiaansz, oud omtrent 48 jaar, beiden gewezen ouderlingen van de Gereformeerde Kerk te Krommenie, ten verzoeke van Jan Klaasz Raapkonst, gewezen diaken van de Gereformeerde Kerk voormeld, dat omtrent 2 jaar geleden zij in kwaliteit als ouderlingen geweest zijn op de Horn te Krommenie in 't huis nagelaten door Klaas Jansz wever en zijn huisvrouw, des requirants vader en moeder, over een zekere kwestie die de requirant mitsgaders zijn broer en zwager waren hebbende te verdragen, dat hieruit gevolgd is dat de requirant 't voorgemelde huis en erf van zijn broer en zwager heeft aangenomen voor 600 gld of daar dichtbij, met expresse conditie dat alle dezelve penningen tot betaling van de schulden van hun voorschreven ouders voor zover die strekken mochten en niet anders zouden worden gebruikt, in voege dat geen van de kinderen daar iets van genieten of beuren kon 515.
                                          In Krommenie verkoopt in 1663 Jan Claasz Raapkonst aan Gerrit Claasz Kil, beiden wonende op de Horn, een stuk land groot 326 roeden, gelegen in de Honderden achter de Horn, belend ten zuiden de gemene weg, ten noorden de weduwe van Pieter Albertsz, voor 245 gld, bekent in 1664 Jan Klaasz Raapkonst gekocht te hebben van Klaas Ariaansz wonende te Akersloot 2 akkers land in de Honderden, groot omtrent 405 roeden, belend ten oosten en westen Diewertje Allerts, weduwe, voor 595 gld, te betalen op 3 meidagen 1664, 1665 en 1666, en verkoopt in 1664 Jan Klaasz Raapkonst aan Jasper Thonisz, koopman te Haastrecht, 1/4 in een taanhuis liggende ten ende de Horn, belend ten oosten Jan Dircxz, ten westen de gemene weg of Twisch, voor 21 gld 5 st 516.
                                          In Krommenie is in 1668 Jan Claesen Raepkonst eiser contra Guyrte Dircx [weduwe van Jan Clasen Backer]. De eiser zegt dat hij bij provisie heeft moeten wegbreken zeker schuthek dat hij gesteld had op zijn vrij eigen grond en erf, belend ten oosten de eiser, ten westen Jacob Gerritsz Rellick, op de Horn, zonder dat zij, gedaagdesse, enige actie op 't voorschreven erf heeft te pretenderen. Op 14 februari 1670 ontzeggen schepenen de eiser zijn eis en condemneren hem ten behoeve van de gedaagdesse te gedogen de vrije overgang van 't pad in kwestie, en wijders in de kosten. Op 23 februari 1670 heeft de zoon van Jan Clasen Raepkonst, uit naam van zijn vader, door 't bovenstaande vonnis hem vindende bezwaard, daarvan hem gesteld appellant van hogere rechters. 517
                                      3. Diewer CLAES, ged., zie 53.
                                      4. Symon Claesz RAEPKONST, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 mei 1621.
                                      5. Brechtgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 april 1623.
                                    108. (<54) (>216, >217) Dirck HILBRANTSZ,
                                    tr.
                                    109. (<54) Marij MAERTENS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Hillebrant DIRCKSZ, geb. ca. 1643, zie 54.
                                      2. Gerrit DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 jan. 1640.
                                      3. Gerrit DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 okt. 1645 (doopgetuige Maritgen Matheus).
                                      4. Mayke DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 okt. 1647.
                                      5. Duijfje DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 juni 1650 (doopgetuige Mary Cornelis; de vader abusievelijk (?) Dirck Ollebrantsz genoemd, de moeder niet genoemd).


                                    Generatie VIII (<VII, >IX)

                                    128. (<64) (>256) IJsbrant Dircxz BREUWER,
                                        In de banne van Westzaan hebben in 1588 IJsbrant Dirickxz van Zaandam, als vader van Trijntgin en Dirick zijn 2 kinderen geteeld bij Alit Gijsen zijn huisvrouw was zal. mem., ter eenre, en Muies Gijssen mitsgaders Cornelis Gijssen als omen en voogden van de voorschreven kinderen, bewijs gedaan van de goederen van de weeskinderen. Ten eerste heeft hun vader bewezen tot hun moeders erfenis (doorgehaald: de helft van het derdepart van Blaeukoeijen) 2 stukken land op en over de Watering, groot samen omtrent 1½ mad, het ene genaamd Petamsstuck, het andere Westzaenerstucking, liggende bezijden elkaar, nog de helft van het tiendepart in de Groote Ven liggende voor Pieter Teuwissis bij de Hoogendijck, nog een hoekje rietland in de Hem, nu waard omtrent 16 gld, (doorgehaald: nog de helft van het achterend van het huis en de helft van de noorderworf, nog 41½ gld die de kinderen nog hebben zullen van hun vader voor berekend geld), en dit akkoord is geschied op 17 maart 1587 (doorgehaald zijn bepalingen over verrekening van verbeteringen en van schade zoals brand van het huis of de worf). De vader zal de kinderen opbrengen tot hun mondige jaren met behouden goed. Er zijn verder nog bepalingen over wat er met de goederen gebeuren moet bij aflijvigheid van betrokkenen. 518
                                        In de banne van Westzaan verkopen in 1600 Isbrant Dircxz wonende op Zaandam en Jacob Symonsz als man en voogd van Griete Dircx, beiden onze geburen, aan Cornelis Gerritsz wonende te Zaandam op de Suydyck binnen de banne van Oostzaan 2 derdeparten van een stuk land genaamd de Breekoyen, groot omtrent in 't geheel 4½ mad, gelegen buiten de Hoogendyck in de Hooge Vuyterdijck, belend ten zuiden de Twaelffmaet, ten westen Trapperskoyen 519.
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1600 Isbrant Dircxz wonende nutertijd te Amsterdam, mede vervangende zijn broer Jacob Dircxz mede woonachtig aldaar, overmits de uitlandigheid van dezelve, aan Claes Jacobsz hun oom, eerst de helft van een stuk land genaamd de Dyckcamp, groot omtrent in 't geheel 3½ mad min een zestiendedeel, liggende te Zaandam in de Molenbuert achter Hendrick Fransz, belend ten zuiden Claes Sybrantsz, ten noorden Pieter Sybrantsz en Baernt Fransz tezamen, strekkende van de Zaandijk tot 't land van de erfgenamen van Henrick Willemsz toe, nog een stuk land genaamd de Halve Zesmaed liggende buiten de Hoogendyck van Zaandam, groot omtrent 3 mad min een hond, belend ten zuiden Claes Sybrantsz, ten westen een stuk land genaamd de Drystal, ten noorden Aris Cornelisz, ten oosten Pieter Cuyper 520.
                                        In de banne van Westzaan compareren in 1603 Isbrant Dircxz ter eenre, en Mies en Cornelis Ghyssen ter andere zijde als omen van de voorkinderen van de voorschreven Isbrant Dircxz, allen wonende te Zaandam. Zij brengen aanvullingen aan in het akkoord van 1588 betreffende wat de kinderen is opgestorven bij de dood van hun moeder Alyt Ghyssen. Nopende de helft van het achterhuis en de noorderworf waar Isbrant Dircxz nu tegenwoordig woont mitsgaders het gebruik ervan wordt het bewijs teniet gegaan, mits Isbrant Dircxz 422 gld 10 st betaalt, een vierdepart gereed, de rest op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen telkens een vierdepart. Nog is verkocht door de voorschreven IJsbrant Dircxz van de bewezen goederen, met consent van de voogden, de helft van het derdepart van Blaeukoyen liggende buiten de Hoogendyck, waarvoor hij aan de voogden 475 gld betaald heeft, die ook nog 73 gld onder zich hebben opgestorven van moederszijde. Op 11 juni 1605 verklaart Cornelis Pietersz als man en voogd van Trijn IJsbrantsdr betaald te wezen van zijn huisvrouw haar matrimoniale goederen, en bekennen Cornelis Gijsen en Mies Gijsen betaald te wezen van IJsbrant Dircksz van de koop van het huis en worf met het land, en ook onder zich te hebben van het weeskind Dirck van de custing van het huis en de helft van de 41 gld 10 st, en de somme van 180 gld 19 st die in 't oude weesboek staat. 521
                                        In de banne van Westzaan koopt in 1615 IJsbrant Dircksz op Zaandam van Jan Aeriansz, teerkoper, onze buurman op Zaandam, een achtstepart in een stuk land groot in 't geheel 4 koeven, liggende achter Guerte Pouwels op Zaandam, belend ten noorden Pieter Teuwesz, ten zuiden Pieter Claesz, voor 200 gld 522.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1619 IJsbrant Dircxz c.s. wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Jacobsz mede buurman aldaar 1½ koeven liggende gemeen in de Ghroote Ven aan de Hogendyck, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de voorschreven Hoogendyck, voor 742 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1620 en 1620, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1620 Isbrant Dircxz Breuwer wonende op Zaandam gekocht te hebben van Meynert Heyndricxz poorter van Amsterdam een tiendepart van een stuk land genaamd de Groote Ven, groot in 't geheel 4000 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck, voor 485 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1621 en 1623, gevolgd door de opdracht door Arent Meynertsz wonende op Zaandam in de banne van Oostzaan als volmacht van Meynert Heyndricxz zijn vader 523.
                                        Bij de verkoop in 1626 van een stuk land in Zaandam genaamd Baskoyen worden als zuidelijke belenders de erfgenamen van IJsbrant Dircxz Breuwer genoemd 524.
                                    tr. 1° Alit GIJSSEN, dr van Ghijsbert JANSZ 525,
                                    tr. 2° N.N.
                                           Uit het eerste huwelijk:
                                      1. Trijn IJSBRANTS, tr. Cornelis Pietersz JANVAER, zn van Pieter JANVAERS en Griete NENNEN.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1617 Claes Jansz oom van Thryn IJsbrantsdr wonende op Zaandam aan Jan Luytsz mede wonende op Zaandam een erfje in de Molenbuert op Zaandam, belend ten noorden Symon Gerretsz, ten zuiden de voornoemde Thryn IJsbrantsdr, voor 257 gld 10 st 526.
                                          In de banne van Westzaan bekennen in 1615 Cornelis Pietersz alias Kees Pieter Jan Vaers en Pieter Garbrantsz, onze geburen op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Maertsz mede wonende op Zaandam een stuk land genaamd de Ouwe Ven, groot 75 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Albert Jansz, ten noorden Jan Gysen, een stuk land genaamd de Wateringsstreep, groot 303 roeden, belend ten zuiden Jan Jansz, ten noorden Pieter Jan Vaers, en een stuk land genaamd Symons, groot 500 roeden, voor 1720 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 achtereenvolgende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1616 en 1617, verkoopt in 1616 Claes Garmetsz onze buurman wonende op 't Suytend aan Cornelis Pieter Jan Vaers mede onze buurman wonende op Zaandam een stuk land op de Watering achter Kees Nomis uit, groot 624 roeden, belend ten zuiden Jacob Pietersz, ten noorden Cornelis Aeriansz, voor 764 gld, en verkopen in 1616 Jacob Cornelisz en Jan Cornelis Slommes, geburen op Zaandam, aan Cornelis Pietersz Jan Vaers, mede onze buurman op Zaandam, een stuk land liggende achter Kees Slommes uit op en beoosten de Watering, groot 196 roeden, belend ten zuiden en noorden Jan Gerretsz Stam, voor 250 gld 527.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1623 Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st 528.
                                          In de banne van Westzaan zijn in 1637, ten behoeve van de nagelaten weeskinderen Dirck, Alydt, Guert en Pieter van Cornelis Pieter Jan Vaers z.g., Cornelis Pietersz als oom en voogd van de weeskinderen, ter eenre, en Pieter IJsbrantsz [die ondertekent als Pieter Isbrantsoon Breuer] als voogd van Tryn IJsbrantsdr, weduwe, wonende te Zaandam, ter andere zijde, overeengekomen dat de voorschreven Thrijn IJsbrantsdr met haar kinderen zal blijven zitten in de gemene boel de tijd van 5 jaren en verwacht schaad en baat zo 't de Goede God belieft 529.
                                      2. Dirck IJSBRANTSZ.
                                           Uit het tweede huwelijk:
                                      1. Pieter IJsbrantsz BREUWER, geb. ca. 1592, zie 64.
                                      2. Cornelis IJsbrantsz BREUWER, mr scheepstimmerman, tr. Stijntge CORNELISDR.
                                          In de banne van Westzaan in 1622 verkoopt Sarel Jansz wonende op Zaandam, ook voor Aeffgen Aerjansdr mede buurvrouw aldaar, een vrije gang aan Cornelis IJsbrantsz c.s. mede wonende op Zaandam, van 5 voeten wijd, tussen de huizen van Sarel Jansz c.s. en Aeffgen Aerjansdr, strekkende van de Dyck af tot de Dycksloot toe (met bepalingen), voor 200 gld, bekent Sarel Jansz [Croossijn] gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz c.s. mede buurman aldaar een erf uit de Grote Ven [liggende achter de Horn], belend ten zuiden en noorden de voorschreven Cornelis IJsbrantsz c.s., voor 228 gld, te betalen 120 gld gereed, de rest op 2 meien, te weten 1623 en 1624 telkens de helft, gevolgd door de opdracht, bekent Jacob Coenesz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf in de Grote Ven, groot 24 roeden, liggende achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Jansz Lopges, ten zuiden IJsbrant Aeriansz, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent Jan Jansz Lopgis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf groot 24 roeden in de Grote Ven achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden de erfgenamen van Sarel Jansz, ten zuiden Jacob Coenesz, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent Jacob Jansz Stevis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf in de Ghrote Ven achter de Horn te Zaandam, groot 12 roeden, belend ten noorden de werf, ten oosten de voorschreven verkopers ten zuiden de Braeck, voor 105 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, met een vrije gang van zijn erf naar de Horn, en bekent IJsbrant Aerjansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. een erf in de Grote Ven, groot 24 roeden, liggende achter de Horn te Zaandam, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 530.
                                          In de banne van Westzaan op 17 november 1622 bekent Pieter Pietersz Cas, schoolmeester te Zaandam wonende in de ban van Oostzaan, gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssoonen mede wonende op Zaandam, een erf op Zaandam achter de Leege Horn op de noordoosthoek van de Groote Ven, belend ten oosten de Dycksloot, ten westen Jasper Aerjansz, ten zuiden het gemene koepad, ten noorden Pieter Claesz, voor 290 gld, te betalen 75 gld op 1 november van dit jaar, gelijke somme op mei 1623, de resterende 140 gld op mei 1624, gevolgd door de opdracht, op conditie dat de verkopers 2 bruggen zullen maken op hun kosten over de Dycksloot en vrije gemene gangen van de voorschreven bruggen zullen leveren tot de Dyck, een gang van 5 voeten breed tussen het huis en erf van Aeffgen Slommer ten noorden en de huizinge met het erf van Claes Cornelisz Cley en de weduwe van Sarel Jansz Croyssyn ten zuiden, met nog een gemene gang of koepad tussen het erf van de koper en Jasper Aeriansz ter ene en 't huis en erf van Pietertgen Gerretsdr ter andere zijde, strekkende voor van de straat westaan tot achter aan de brug van de Westersloot toe (met verdere bepalingen), bekent Dirck Cornelisz Breuwer wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssoonen mede buurluiden aldaar een hoekje erf in de Ghrote Ven, lang 3 roeden, 25 voeten breed, belend ten westen en zuiden de Ghroote Ven, ten oosten Jasper Aerjansz, voor 60 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende 1623, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende, te weten 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht, met een vrije gang van de straat naar het erf, en bekent Jasper Aerjansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssooen mede buurluiden aldaar een erf uit de Ghrote Ven, belend ten oosten Pieter Pietersz Cas, ten westen Dirck Cornelisz Breuwer, voor 120 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende 1623, en 1624 em 1625, gevolgd door de opdracht met een vrije gang van de Dijck over de straat naar het erf 531.
                                          In de banne van Westzaan wordt in 1639 de inventaris opgemaakt van de goederen die Styntge Cornelisdr, weduwe van Cornelis Isbrantsz, haar drie kinderen bewezen heeft tot vaders erfenis, met namen Neel Cornelis, Mary Cornelis en Alydt Cornelis dochteren. Deze kinderen hebben met elkaar met de moer een voorhuis met het erf waar het op staat te Zaandam in de Horn, belend ten zuiden Jacob Dircxz Kop, ten noorden Pieter IJsbrantsz, nog de helft van een bleekveld met hun moer op Krimpenburch, belend ten zuiden Claes Arentsz Smit, ten oosten Jan Luytsz, met nog de helft van al de huisraad en inboel, nog hebben de kinderen met de moer aan brieven en geld 14260 gld, nog aan het schip van Jan Luytsz hebben de kinderen met de moer een 32e part, nog aan Arian Jansz met hun moer een vierenzestigstepart, nog aan Jacob Remmen van Akersloot een half zestigstepart, aldus aangegeven door Gerrit Arisz als voogd van Styntge Cornelisdr, Dirck Dircxz voogd van Neel Cornelisdr, Pieter IJsbrantsz [tekent als Pieter Isbrantssoon Brever] voogd van Aeltgen Cornelisdr, Jan Cornelisz voogd van Mary Cornelisdochter. Op 28 december 1649 compareert Claes Jansz alias Claes Baertsz als man en voogd van Neel Cornelis, en bekent ontvangen te hebben van zijn vouws moeder 2000 gld en dat op rekening van de erfenis van zijn vrouws vader. 532
                                          In de banne van Westzaan zijn in 1640 aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. wonende te Zaandam schuldig, Cornelis Pietersz Engel wonende in de Kerckbuyert een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 500 gld, met als onderpand 1/4 van een stuk land achter Claes Teunisz aan de weg, groot in 't geheel 550 roeden, belend ten noorden Claes Claesz, ten zuiden Dirck Jan Michielsz, nog land achter Lucas Claesz, een half huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Jan Pietersz, ten noorden Pouwels Ariansz, Abel Heyndricz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een balkhoutzaagmolen en erf op het end van de Gouwe, belend ten noorden Pieter Claesz Louwe, ten zuiden Jacob Roeloffsz (op 10 oktober 1651 bekent Claes Abrahamsz Oosterhooren als last hebbende van Wouter Gaves man en voogd van een van de weeskinderen betaald te zijn van de hoofdsom, en zijn op 26 maart 1652 de renten betaald), en Dirck Jansz en Claes Willemsz wonende op de Koog een jaarlijkse losrente van 17 gld 10 st, hoofdsom 350 gld, verbindende een stuk land groot omtrent 670 roeden op de Crommesloot, belend ten noorden Gerrit Jansz, ten zuiden Mr Jan te Akersloot (op 5 mei 1643 door Dirck Jansz hierop 175 gld betaald met verschenen renten) 533.
                                          In de banne van Westzaan in 1640 verklaart Jacob Jansz Omcomen wonende te Zaandam schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged., met namen Neeltgen, Marij en Alydt, wonende aldaar, een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een stuk land genaamd de Twiemaedt, groot 858 roeden, liggende voor Pieter Deckers uit tussen de Gouw en de Watering, belend ten noorden Reijnu Cornelisz, ten Sybrant Cornelis Boven, (wettelijk opgeëist op 29 juli 1653 en door Willem Gavisz van Krommenie ontvangen op 16 januari 1654), en bekent Jan Claesz Slom wonende te Zaandam schuldig te wezen Neel, Marij en Aeltgen Cornelisdochteren, weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged., een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand de helft van een stuk land bij Zaandam, belend ten noorden Trijn Arents, ten zuiden de Hoogendijck 534.
                                          In de banne van Westzaan zijn in 1642 schuldig aan de weeskinderen [Neel(tgen), Mary en Alij(d)t] van Cornelis IJsbrantsz z.g. wonende te Zaandam, Cornelis Jacobsz wonende bij de Hoogendyck een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdgeld 500 gld, met als borg Jacob Claesz wonende in de Crabbelbuyert, Heijndrick Sijmonsz timmerman wonende aan de Dijck een jaarlijkse losrente van 18 gld 10 st, hoofdsom 400 gld, met als borg Symon Pietersz Mey (voldaan met een andere brief op folio 192v), Jan IJsbrantsz wonende op Wormerveer een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, verbindende een hooihuis en erf op Wormerveer, belend ten noorden Pieter Jacobsz, ten zuiden Claes Jansz (op 12 december 1651 betaald aan Claes Abramsz als last hebende van Wouter Gavesz man en voogd van een van de weeskinderen), Ariaen Jacobsz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld (op 1 juni 1649 bekent IJsbrant Pietersz wonende op Zaandam 200 gld ontvangen te hebben van Jacob Ariaensz, zoon van de voorschreven Ariaen, op 6 december 1652 is de resterende 100 gld betaald) 535.
                                          In de banne van Westzaan zijn in 1643 schuldig aan de weeskinderen [Neel, Mary en Alijdt] van Cornelis IJsbrantsz z.g. wonende te Zaandam, Pieter Cornelisz wonende op de Koog een jaarlijkse losrente van 19 gld, hoofdgeld 400 gld, met als borg Cornelis Gerritsz Isses mede wonende op de Koog, Huybert Jansz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 400 gld, met als onderpand een huis en erf op Zaandam, belend ten noorden Sybrant Dircxz, ten zuiden Cornelis Claesz Gorter, en Sybert Arisz wonende op de Zaendyck een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdgeld 300 gld, met als borg Aris Sybertsz wonende over Zuyderweel 536.
                                          In de banne van Westzaan is in 1645 Abel Heyndricxz wonende bij de Hoogendijck schuldig aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf met de houtzagersmolen bij de Hoogendijck, belend ten zuiden de Hoogendijck, ten noorden Aechte Dircx, met Pieter IJsbrants op Zaandam als borg (op 10 oktober 1651 bekent Claes Abramsz secretaris, als last hebbende van Wouter Gavesz man en voogd van een van de weeskinderen, de 300 gld ontvangen te hebben; de rente is betaald op 26 maart 1652), is in 1654 Barent Pietersz Smit wonende op Saendijck schuldig aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz z.g. een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf op de Saendijck, belend ten zuiden Aerian Gerretsz, ten noorden Jacob Heyndricksz, en bekent in 1648 Frans Karelsz wonende op de Koog schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz, met namen Marij en Alydt, een jaarlijkse losrente van 33-10-0, hoofdsom 750 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Koog, belend ten zuiden de voornoemde Frans Karelsz, ten noorden 't Vermaenhuijs (op 2 juni 1654 bekent Jan Dircxz als man en voogd van Aeltjen Cornelis, ook voor de andere zuster, betaald te zijn) 537.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1648 Claes Jansz Viscooper wonende te Koog schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz z.g., met namen Marij en Aleydt Cornelisdochters wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 27 gld, af te lossen met 600 gld, met als speciale hypotheek 2 elfdeparten van een oliemolen en erf genaamd Die Paep gelegen bij de Koog, belend ten zuiden de Valdeursloot, ten Claes Cornelis Mieus, met als borgen Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam en Cornelis Jevitsz wonende op Wormerveer (Jan Dircxz Gijsen bekent voldaan te zijn [zonder datumvermelding]), bekent in 1649 Claes Jacobsz wonende te Zaandam schuldig te wezen Marij Cornelis en Alydt Cornelis, weeskinderen van z.g. Cornelis IJsbrantsz wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld (op 17 augustus 1655 ontvangen door Jan Dircxz Gijsen), en bekent in 1652 Heijndrick Symonsz Mey aan de Hoogendyck schuldig te wezen Alydt Cornelis, nagelaten weeskind van z.g. Cornelis IJsbrantsz wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 400 gld (op 2 juni 1654 bekent Jan Dircksz als man en voogd van 't weeskind Aeltien Cornelis voldaan te zijn) 538.
                                          In de banne van Westzaan worden in 1649 tot voogden over de [onmondige] kinderen van Cornelis IJsbrantsz Breuwer aangesteld: Dirck Kees Piet Jannen als voogd van Alyt Cornelis, Arent Dirck Sybrants als voogd van Marij Cornelis 539.
                                    132. (<66) Dirck Claesz SLUIJCK  540, mr scheepstimmerman, koopman, overl. Westzaandam 19 nov. 1631  541, begr. Oostzaandam (Oosterkerk),
                                        In de banne van Westzaan verkopen in 1611 Pieter Claesz, Cornelis Dircxz, Jan Gerretsz en Claes Cornelisz Iudt, wonende te Zaandam, allen voogden van de kinderen van Gerret Cornelisz Iudt zal. ged., aan Dirck Claesz Sluyck wonende te Zaandam een tiendepart in een stuk land genaamd de Ven, groot omtrent het voorschreven tiendepart ½ mad 2½ zestiendedelen, liggende te Zaandam, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck 542.
                                        Getaxeerd in 1612, Saerdammer Verndel: Diric Claesz Sluyck zijn huis, nog de helling ƒ 900 543.
                                        In de banne van Westzaan is op 9 juni 1616 Jan Barentsz schout eiser contra Dirck Claes Sluyck op Zaandam. De eiser heeft de gedaagde bekeurd op 5 juli laatstleden omdat zijn vlot met het end omtrent voor de steiger kwam te liggen, contrarie de keur meldende dat niemand versperringen mag doen op 30 voeten aan weerszijden van de steiger, op boete van 42 schellingen. Schepenen ontzeggen de schout zijn eis met compensatie van de kosten. 544
                                        In de banne van Westzaan is op 14 juli 1616 Jan Barentsz schout eiser contra Dirck Claesz Sluyck op Zaandam. De eiser heeft in de week na Pinksteren bevonden 3 buizen, liggende de een aan de plating van de dijk bij Zaandam omtrent 14 voeten van de steiger, de andere elk dicht op de zijde, die de gedaagde in bewaring had. De eis is een boete van 42 schellingen. De gedaagde compareert niet en de eiser eist hiervoor op 18 augustus 1616 de hoogste boete. Schepenen stellen de zaak 14 dagen uit [waarna de zaak niet meer op de rol komt. 545
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1616 Willem Jansz Smit onze buurman wonende op Zaandam aan Dirck Claesz Sluijck onze buurman een erfje gelijk het tussen zijn „wypaelen” ligt buiten dijk bij Zaandam, belend ten noorden de voorschreven Willem Jansz, ten zuiden Aris Cornelisz, voor 41 gld 5 st 546.
                                        In de banne van Westzaan is op 10 augustus 1617 de schout eiser contra Dirck Claesz Sluyck te Zaandam. De eiser als dijkgraaf heeft op 3 augustus laatstleden bevonden dat de gedaagde poogde in de kant van de Hoogendyck verscheidene grote palen te smijten, zonder consent van de dijkgraaf. De eis is om de palen weer op te breken en een boete van 42 schellingen. Op 25 augustus refereert de gedaagde naar zeker contract van schout en schepenen van 2 maart 1587. Op 7 september verzoekt de gedaagde beter bewijs, en als de eiser beter bewijs inbrengt is hij tevreden te betalen. 547
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1623 Dirck Claesz Sluijck, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 28 roeden land uit de Ghroote Ven, belend ten oosten Willem Jansz Smidt, ten westen Cornelis Jansz Steves, ten noorden de Ven, ten zuiden de Dycksloodt, voor 198 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 548.
                                        In de banne van Westzaan wordt op 2 januari 1624 de inventaris opgesteld van de weeskinderen van Dirck Claesz Sluyck die hij geprocreëerd heeft bij Aeff Arents zal. ged., genaamd Thryn, Heyndrick, Aeltgen, Cornelis en Dieuwer Dircxdr, namelijk aan geld elk kind 750 gld berustende onder de vader; de voorschreven Dirck Claesz ter eenre, Jan Gerritsz (ondertekent als Jan Gerretsz Roeles) als voogd van Heyndrick, Thewis Cornelisz voogd van Thryntgen, Dirck Cornelisz voogd van Cornelis, Willem Claesz als voogd van Aeltgen en Pouwels Symonsz als voogd van Dieuwer Dircxdr, ter andere zijde, zijn geaccordeerd dat Dirck Claesz zijn kinderen met behouden goed zal opbrengen tot hun 18 jaren toe 549.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1627 Dirck Claesz Sluijck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Fredrick Claesz wonende aan de Dijck de helft van een stuk land liggende bij Zaandam, groot omtrent de helft 580 roeden, belend ten noorden Adrian Claesz, ten zuiden Jonge Jan Floor, voor 924 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen, te weten 1628 en 1629, gevolgd door de opdracht 550.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1629 Dirck Claesz Sluyck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Symon Pietersz Mey wonende op de Dijck een stuk land genaamd Mary Moetgesven, groot 1628 roeden, liggende achter Lange Egges, uit een breetweer van de Dijck, belend ten noorden Claes Cornelisz Joor, ten zuiden Jacob Pietersz, voor 2060 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1629, 1630 en 1631 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkoopt in 1631 Albert Pietersz wonende op Zaandam aan Dirck Claesz Sluyck onze buurman aldaar de helft van een stuk land genaamd het Vierdelmadt, liggende buitendijks aan 't hoofd, groot in 't geheel omtrent 2½ mad, belend ten noorden de Crommesloot, ten zuiden Theuwis Cornelisz, voor 1124 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1631 en 1632 551.
                                        In de banne van Westzaan verklaren in 1633 Heyndrick Dircxz wonende op Zaandam, ook voor zijn consociis mede buurluiden aldaar, ter eenre, en Jacob Arentsz als voogd van Thrijn Arentsdr weduwe van Dirck Claesz Sluyck in zijn leven scheepstimmerman op Zaandam, ter andere zijde, veraccordeerd te wezen dat de voorschreven Thrijn Arentsdr zal hebben in deling het hooihuis en erf achter Sluijcke Dircks oude huis over de Dycksloot, met een vrije gang voorbij het oude huis heen aan de Oostzijde om naar en van de Hoogendyck of Seeburch te gaan 552.
                                        In de banne van Westzaan bekennen in 1655 Arent Dircxe Sluijck en Haijndrick Dircxe Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Dircxe Sluijck en Teuwis Arentsz als opzienders van 't Nieuwe Werck c.s. zekere einde kaai, groot omtrent 44 roeden, lang aan de dijk 163 voeten, op de waterkant van Walich Cornelis tot de oude dijk toe, van Claes Loenen af tot de Oosterdijck tot 48 voeten, liggende op de Nieuwe Haven, belend ten zuiden Walich Cornelisz, ten noorden de Hoogendijck, voor 1369 gld, te betalen op 3 eerstvolgende meidagen telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 553.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1655 Claes Jansz Backer wonende in de Rietvinck te Westzaandam schuldig te wezen aan Mr Arent Dircxe, Haijndrick Dircxe en Cornelis Dircxe Sluijck woonachtig te Zaandam 2880 gld, spruitende uit oorzake van koop van zekere halve werf en gereedschappen in de Rietvinck te Zaandam, belend ten zuiden Pieter He[...] en Willem Steevensz, ten noorden Claes Arentsz Koeman, waarvoor hij belooft interest te betalen tegen 4 gld ten honderd 's jaars, gevolgd door de opdracht 554.
                                        In de banne van Westzaan transporteren in 1673 Cornelis Dircsz Sluijck, ook voor zijn broer Heijndrick Dircsz Sluicq en zuster Aaff Dircx, allen wonende te Zaandam, aan de gemeente in de ganse banne 226 1/6 roede land, om door de regenten gebruikt te worden tot het maken van een borstwering en sloot daarnaast bij Zaandam buitendijks, conform 't akkoord daarvan gemaakt (nopende questiën en verschillen, o.a. nopende 't verdelven van landen), dat de Sluicken zullen hebben een vrije, bekwame en onverhinderde gang of pad van de Hoogendijck af door de schans, aan en van hun land, en dat de regenten de pomp of sluis in de Kaedijck op een bekwame plaats zullen leggen om vervolgens door opgemelde Sluicken onderhouden te worden, voor 142 gld 16 st, akkoord door contractanten getekend op 23 mei 1673 555.
                                        In 1704 zijn geaccordeerd Claas Hendricse Sluijck voor hemzelf, Lubbert Lourisz, Cornelis Sijmonsz Mues en Dirck Claasz Blauw als voogden over de minderjarige kinderen van Sijmon Hendricsz Sluijck, en nog de voorschreven comparanten als last en procuratie hebbende van alle gezamenlijke erfgenamen van zal. Hendrick Dircksz Sluijck en Hillegont Sijmons, beiden te Westzaandam overleden, ter eenre, en Jan Pietersz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Pieter Dircsz Breuwer en Arend Dircksz Sluijck, allen voor henzelf, item nog Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleijnsorgh als gestelde en gesurrogeerde executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, mede te Westzaandam overleden [nakomelingen van Arent Dircksz Sluijck], ter andere zijde. De overblijvende geschillen hadden zij ter arbitrage en decisie gesubmitteerd aan Claas Arentsz Bloem, Jan Pietersz Kist en Cornelis Michielsz Kalff, die mede compareren en hun besluiten meedelen 556
                                    tr. 2° Trijn ARENTS,
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1653 Jacob Claesz Broocker als voogd van Trijn Arents zijn schoonmoeder wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz anders Claes Tijssen wonende in De Rijp c.s. een vierdepart van een stuk land, groot het vierdepart 306 roeden, liggende buitendijks, belend ten noorden Aris Pieters, ten zuiden Cornelis Teuwisz, voor 516 gld, te betalen de helft gereed, de rest op Vastenavond 1654, gevolgd door de opdracht aan Trijn Arents wonende op Zaandam 557.
                                        In Zaandam machtigt op 23 februari 1656 Trijn Arents, weduwe en boedelhoudster van Claes Jansz Broocker in zijn leven koopman alhier, Jacob Cornelis van Assem en Arent Dircksz Sluijck, mede alhier woonachtig, om haar zaken waar te nemen (getekend door Jacob Claesz Broocker uit last van zijn schoonmoeder) 558.
                                    tr. 1°
                                           Uit het tweede huwelijk:
                                      1. Aefje Dircks SLUIJCK, geb. ca. 1625, overl. vóór 13 maart 1681, tr. Jacob Claesz BROOCKER, geb. ca. 1616  559, mr grootscheepmaker, reder, houtkoper, opziender bij de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente, overl. vóór 21 mei 1671, zn van Claes Jansz BROOCKER 560, mr scheepstimmerman, houtkoper, reder, tot ca 1628 te Oostzaandam, daarna te Westzaandam, en Barbara JACOBS.
                                          Op 21 mei 1671 geeft Aaffje Dircx, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, wonende te Zaandam, machtiging aan Willem Jacobsz Jaapoom, mede aldaar, om de erfenis voor 't omtrent vierdepart haar toebehorende te verkopen (notarisgetuige o.a. Pieter Jansz Oosterhooren) 561.
                                          In 1672 verklaren Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, en IJsbrant Pietersz Breuwer, insgelijks mr scheepstimmerman, als voogd over Aeff Dirckx Sluycqs weduwe van Jacob Claesz Broocker, allen wonende te Zaandam, alsnog te persisteren bij het contract van koop door henluiden als verkopers, met Jan Willemsz Ongeluck en Douwe Cornelisz wonende te Amsterdam als kopers, van zeker nieuw fluitschipshol, lang 104, wijd 24 en 2 duim, hol 11¼, daarenboven 5 voeten, Amsterdamse maat, op 7 september 1671 binnen Amsterdam opgericht voor notaris Arijaen van Santen, en bekenden van de kooppenningen voldaan te zijn; compareerden mede Hendrick Dircsz Sluyck benevens de voorschreven IJsbrant Pietersz Breeuwer als borgen 562.
                                          In 1675 geven Aaff Dircx Sluycq, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, en Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, machtiging aan IJsbrant Pietersz Breuwer, koopman te Zaandam, om te ontvangen zodanige somme van penningen als hun, comparanten, als mede-reders voor 1/64 in zeker schip genaamd de Admirael Wrangel, gevoerd door schipper Mighel de Langh, competeert 563.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 4 april 1680 Dirck Jacobsz Broocker, als gelaste van zijn moeder Aeff Dircx Sluijck, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van de curateuren van de boedel van Aris Cornelisz Mataris als geautoriseerde van Pieter Cornelisz Bois en nu van deszelfs weduwe en erfgenamen, een stuk land genaamd de Madt gelegen binnendijks op de Wateringh, groot 480 roeden, en hiervoor schuldig te zijn 312 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 564.
                                          In 1644 in een akte van comparitie voor schout en schepenen van Westzaan door reders en participanten van 't schip de Grooten Christoffel, waar schipper op is Stoffel Pietersz van Zaandam, verklaart Claes Jansz Broocker, inwoner te Zaandam, in 't schip 1/32 te „herideren” 210.
                                          In Zaandam compareren in 1655 Jacob Claesz Broocker en Willem Jacobsz Menssen, beiden woonachtig alhier, reders van 't schip de Gulde Halve Maan waar schipper op is geweest Symon Symonsz Sloof uit De Rijp, ook voor de gemene reders van 't schip, welk schip in 't vervolgen van zijn reis van [La] Rochelle in Frankrijk naar deze landen op 29 augustus 1653 in zee door een Engels oorlogsschip veroverd zijnde des anderen daags daaraanvolgende de voorschreven Engelsman daaruit gejaagd en hernomen door drie Zeeuwsw commissievaarders, waarvan kapiteins waren Daniel Wilboursz, Pieter en Cornelis Aldertsz van Vlissingen, die het schip naar Brest hadden gebracht in Bretagne, zonder dat comparanten tot restitutie van 't voorschreven schip hebben kunnen geraken, waartoe zij nu machtigen Pieter Pietersz Molemaker alhier (om alles terug te eisen, inclusief vergoeding) 312.
                                          In 1660 maken in Zaandam Willem IJsbrantsz en Jacob Claesz Broocker, voor henzelf en ook voor de absente gemene reders van het fluitschip genaamd de Visscher waar schipper op is Jan Symonsz Elleman van Vlieland tegenwoordig buitenslands zijnde, als verhuurders ter eenre, en Mr Elias van Houwert, commandeur op de Groenlandse visserij, als huurder ter andere zijde, een contract (volgen de voorwaarden, o.a. 2450 gld voor 5 weken, voor elke dag meer 2 gld 10 st) 565.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1671 Jacob Claasz Broocker gekocht te hebben van Dorck Cornelisz Haringh als gemachtigde van de gemene crediteuren van zal. Cornelis Jansz Haringh, beiden wonende te Zaandam, een erf breed 38 voeten op 't Haringhpadt, belend ten oosten Cornelis Schoenmaker, ten westen Jan Jansz Rogh d'Jonge, te Zaandam, voor 103 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen bij egale portiën 566.
                                          Op 13 maart 1671 verklaren Cornelis Jansz Kegh, IJsbrant Pietersz Breeuwer en Claes Tijsz Otjes, koopluiden te Zaandam, ten verzoeke van Jacob Claesz Broocker, mede aldaar, dat zij deze dag met de requirant zijn geweest te Amsterdam in 't stadhuis bij de persoon van Aris Cornelisz Mataris, en dat de requirant met dezelve Mataris door tussenspreken van de deposanten is gecontracteerd dat de requirant aan de voorschreven Mataris zal transporteren zodanig stuk land als door de requirant onlangs bij executie van de justitie van 't gerecht van Oostzaan gekocht is, liggende in de jurisdictie van Oostzaan in de Noordt bij 't vermaanhuis, voor dezen toebehoord hebbende Trijntje Jans Boumans, met de conditie dat voorschreven Mataris binnen een maand binnen 't huis van de requirant zal doen brengen zo veel geld als hetzelve hem requirant met alle onkosten kost, daarenboven 100 gld tot een verering 567.
                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1687 Dirck Jacobsz Broocker en zijn zuster Barbertje Jacobs, beiden meerderjarig, ook voor hun minderjarige broer Claes Jacobsz Broocker met toestemming van deszelfs voogden genaamd Cornelis Arentsz Sluyck en Lubbert Lourusz, allen te Zaandam woonachtig, aan Meijnderts Arentsz, Lubbert Lourusz, Jan Jansz Louwe en Jan Pietersz Kist, allen koopluiden alhier op Zaandam, voor henzelf en als last hebbende van hun mede-dienaren, mitsgaders voor rekening van de ganse Verenigde Doopsgezinde Gemeente te Zaandam, een huis en erf in de Molenbuert, belend ten zuiden Jan Cornelisz Gast, ten noorden de Gemeene Steeg, ten westen 's Heerenwegh, ten noorden de rivier de Zaan, voor 6700 gld 568.
                                    133. (<66) (>266) Aeff ARENTSDR, overl. vóór 2 jan. 1624.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1598  208, zie 66.
                                      2. Heijndrick Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1607  569, mr grootscheepmaker en houtkoper, opziender van de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente, koopman, armenvoogd van Zaandam 570, overl. tussen 12 maart 1686 en 21 maart 1686, tr. Hillegont Simons BORDING, impost op begr. Westzaandam 1 sept. 1698 (impost ƒ 30, aangever haar kleinzoon Lourens Pietersz Louw), begr. ald. (graf 27) 2 sept. 1698, dr van Sijmon Cornelisz BORDINGH, mastemaker.
                                          In de banne van Westzaan bekennen op 23 januari 1635 Jan Claesz Schouten en Gerrit Jansz, Heyndrick Dircxz Sluijck en Pieter Pietersz Sas, timmerluiden, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Claes Claesz als voogd van de weduwe van Jan Albertsz Houwen mitsgaders uit naam van Claes Joostensz, Pieter Cornelisz en Jan (Maet) Arisz als voogden van de kinderen, een huis en erf en helling op Zaandam in de Rydtvinck, belend ten noorden Jan Claesz Schouten, ten zuiden Jacob Gerretsz Kool, voor 2254 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1635, 1636 en 1637, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 571.
                                          In de banne van Westzaan verkopen op 10 maart 1644 Willem Pietersz c.s. wonende op Zaandam aan Heyndrick Dircksz Sluyck c.s. mede aldaar 2 stukken land genaamd de Peertgen met nog een gedeelte in Bruynskamp, groot tezamen 1271 roeden, liggende buitendijks, belend ten zuiden Pieter Ariansz, ten noorden Ariantgen Cornelis, voor 1555 gld, te betalen op 3 meidagen 1644, 1645 en 1646 572.
                                          Op 11 oktober 1644 in een akte van comparitie voor schout en schepenen van Westzaan door reders en participanten van 't schip de Grooten Christoffel, waar schipper op is Stoffel Pietersz van Zaandam, verklaart Heyndrick Dircksz Sluijck, inwoner te Zaandam, in 't schip 1/64 te „herideren” 210.
                                          In de banne van Westzaan koopt op 21 januari 1648 Heyndrick Dircxz Sluyck wonende te Zaandam, van Jacob Claesz [Broocker] als voogd van Trijn Arents zijn schoonmoeder mede aldaar, een achtstepart in een worf liggende buitendijks te Zaandam, belend ten noorden de Dyck, ten zuiden Pieter Claesz, voor 750 gld, te betalen op 3 meidagen 1648, 1649 en 1650, en van Arent Dircxz Sluyck als last hebbende van Pieter Cornelisz Al mede aldaar een achtstepart van een timmerworf liggende te Zaandam in de Rietvinck genaamd de Molenworf, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden Jan Cornelisz Backer, voor 400 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1648, 1649, 1650, telkens een derdepart 573.
                                          In de banne van Westzaan koopt op 9 juli 1648 Heijnderick Dircxz Sluijck wonende te Zaandam van Jan Jacobsz IJff mede aldaar, een hoekje erf liggende bij Zaandam aan de Dijck, belend ten oosten de koper, ten westen de verkoper, voor 300 gld, van Cornelis Dircxz Sluijck mede aldaar een half huis en een halve worf op de Hoogendijck te Zaandam, belend ten oosten Arent Dircxz, ten westen Jan Jacobsz IJff, voor 525 gld, en van Rieuwert Sijbrants c.s. erfgenamen van zal. Guert Jans wonende te Zaandam een huis en erf achter Jan Jacobsz IJff, belend ten oosten Trijn Arents, ten westen Claes Egbertsz Coningh, voor 1025 gld 574.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1654 Haijndrick Dircxe Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jan Jansz Muijser als oom en voogd van de kinderen van zal. Nan Jansz wonende te Zaandam een erf, zijnde een vierentwintigstepart van 't hele werk liggende aan de Zuidzijde van de Zuijerdijck te Zaandam, belend ten oosten Cornelis Pouwelsz, ten westen Jacob Claesz Broocker, voor 1500 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 575.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1655 Heijndrick Dircx Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Nanningsz als man en voogd van Francie Pieters mitsgaders Jan Abramsz Oosterhoorn en Dirck Claesz als voogden van de onmondige kinderen van zal. Dirck Jansz Leenaerts, allen wonende te Zaandam, zekere halve werf liggende op de Nieuwe Haven aan de Suijderdijck gemeen met Cornelis Pouwelsz, belend ten westen Heijndrick Dircx Sluijck, ten oosten de gemene sloot, en een kaai lang in 't geheel 170 voeten, breed 150 voeten zo op de waterkant als op de dijk, voor 1560 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 576.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1657 Haijndrick Dircxe Sluijck te Zaandam gekocht te hebben van Claes Claesz Nel, als last hebbende van Claes Heijndricxe Noppe brouwer te Haarlem van 't Gecroonde Ancker, een huis en erf te Zaandam op Rustenburgh, belend ten zuiden de Dycksloot, ten noorden de weduwe van Geryt de Snijder, voor 1470 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, waarna de opdracht 577.
                                          In Amsterdam op 29 maart 1666 bestelt de heer du Maes, agent-generaal van zijn koninklijke majesteit van Frankrijk, en bekennen Cornelis Michielsz en Cornelis Raven, beiden wonende binnen dezer stede, item Hendrick Dircksz Sluijck c.s. en Jan Hendricksz Cardinael, wonende te Zaandam, als meester scheepstimmerluiden, gezamenlijk in bestek aangenomen te hebben, als namelijk Cornelis Michielsz 2 schepen, Cornelis Raven 1 schip, item Hendrick Dircksz Sluijck 2 schepen, mitsgaders Jan Hendricksz Cardinael 1 schip, alle te maken om voor oorlogsschepen gebruikt te worden, uitwijzende het volgende charter. (Volgt een uitgebreide beschrijving, o.a. lang 160 voeten over steven, wijd 41½ voet hol in 't ruim). Bovengenoemde meester scheepstimmerluiden en aannemers beloven dit charter wat betreft het houtwerk te achtervolgen en de schepen op te leveren binnen 6 maanden na de eerste april, voor welke opbouwing van ieder schip de heer besteder belooft te betalen 60000 gld Hollands geld, te weten een derdepart wanneer de stevens van de schepen opgesteld zullen wezen, 't tweede derdepart als de schepen in 't water liggen, en 't resterende derdepart wanneer dezelve gereed zullen zijn en volkomen gemaakt. (O.a. ondertekend door Claes Heijndrickse Sluijck). 578
                                          In 1668 geven Claes Jaspersz, Pieter Reijndertsz schipper van 't schip Pro Patria, benevens Hendrick Dircxz Sluijck en Cornelis Dircxz Sluijck, machtiging aan Jan Pietersz Korver wonende te La Rochelle in Frankrijk om hun recht te sustineren 579.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1668 Jan Heyndricsz Boogaert voor hemzelf en voor Mr Heijndrick Dircsz Sluijcq en Dirck Jacobsz Kopjes, allen wonende te Zaandam en aan de Hoogendijck respectieve, gekocht te hebben, elk voor een derdepart, van Cornelis Baartsz Pronck te Zaandam en Jan Claesz van Dijck te Amsterdam wonende, de helft in een balkzagersmolen, erf en gereedschappen te Zaandam in de Nieuwe Haven, belend ten westen de Kadijk, ten oosten Cornelis Poulusz, genaamd de Paauw, voor 3300 gld, te betalen 900 gld gereed en de rest op 3 termijnen, vervallende de eerste op primo januari 1669, waarna de overdracht volgt (van een eike-balkzagersmolen genaamd de Pauw) 580.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Booij Tijsz Smit aan Mr Heijndrick Dircksz Sluijk, meester timmerman, beiden wonende te Zaandam, een huis en erf mitsgaders smidsgereedschap en handwerk, op of aan de Hoogendijck te Zaandam, belend ten oosten Juriaen van Osenbrugh, ten westen Aaltje van Jisp, voor 500 gld 581.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1675 Jan Cornelisz Mennist gekocht te hebben van Haijndrick Dircsz Sluijck, koopluiden te Zaandam, een werf in de Nieuwe Haven te Westzaandam aan de Zuidzijde, belend ten oosten de verkoper, ten westen de weduwe van Jacob Claesz Broocker, voor 2750 gld, te betalen in 3 termijnen, hem op dezelfde dag opgedragen 582.
                                          In 1676 geven Haijndrick Dircsz Sluycq, Cornelis Dircsz Sluycq, Theuwis, Pieter en Cornelis Arentsz Sluycq, mitsgaders Dirck Cornelisz Veen, allen koopluiden te Westzaandam, als mede-reders en eigenaars in 't schip genaamd St Jan gevoerd door schipper Willem Turri, machtiging aan Cornelis Willemsz Kat wonende te Rotterdam, om alle zaken voor schepenen van Rotterdam waar te nemen tussen de gemene reders van 't voorschreven schip, en Jacob Cudde en Jan Abrahamsz, koopluiden te Rotterdam 583.
                                          In Amsterdam op 9 juni 1681 verklaren Jean Francisco Berli[a], koopman alhier, ter eenre, en Hendrick Sluijck, mr scheepstimmerman, ter andere zijde, dat de heer Berli[a] al op de derde dezer besteed en de voornoemde Sluijck aangenomen hebben te Zaandam te maken en alhier in Amsterdam te leveren een nieuw fregatschip, in volgen en manieren als volgt. (Volgt een uitgebreide beschrijving, o.a. lang over de steven 143 voeten, binnen zijn huid 38¼ voet, hol in 't ruim 16 voeten 2 duim.) Te maken vóór het expireren van de maand december van dit jaar, voor 30500 gld en een verering van 100 gld mitsgaders een oxhoofd wijn of 250 gld, ter diligentie van de besteder, te betalen een derdepart als de steven staat, een derdepart als het schip in 't water gelopen is, en het resterende derdepart als het schip volkomen afgetimmerd zal wezen, (Ondertekend door o.a. Heijndrick Dijrck Sluijck.). Op 1 maart 1683 bekent Nicolas Sluijck voor zijn vader Henry Sluijck wel betaald te zijn (welke akte in het Frans gesteld is, ondertekend door Claes Heijnderikse Sluijck.). 584
                                          In de banne van Westzaan in 1681 verkoopt Jan Sijmonsz Floor, als last en procuratie hebbende van de weduwe van Willem Cornelisz Haen, aan Mr Heijndrick Dircsz Sluijck en Dirck Jacobsz Kopjes, allen te Oostzaandam, Westzaandam en Westzaan respectievelijk woonachtig, een zesdepart in een molen, erf en gereedschappen genaamd de Pauw, in de Nieuwe Haven, belend ten westen de Dijck, ten oosten Cornelis Arentsz Sluijck, voor 535 gld, verkopen Meijndert Arentsz Coopman alhier, Pieter Dircsz Pet koopman te Oostzaandam, Reijnier Cramer te Graft, ieder voor een vierdepart, en Heijndrick Dircsz Sluijck, ook voor zijn consorten, voor een achtstepart, tezamen 7 achtsteparten, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, mede te Zaandam, een groot en een klein pakhuis en erven te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis Jansz Swager, ten westen IJsbrant Jan Luijtsz, genaamd de Walrusch, waarvan de koper het resterende achtstepart toebehoort, voor 700 gld, en verkoopt Willem Gerritsz Prins aan Heijndrick Dircsz Sluijck en Griet Wijnings, allen wonende te Zaandam, een zesdepart in een houtzagersmolen, erf en gereedschappen, genaamd d'Pauw, te Zaandam in 't Westent van de Nieuwe Haven, belend ten oosten Arent Cornelisz Sluijck, ten westen de Kadijck, voor 800 gld, waarbij bedongen is dat de koper deze somme 4 jaar zal mogen houden op interest tegen 4 pro cento 's jaars 585.
                                          In de banne van Westzaan bekennen in 1683 Meijndert Arentsz en Cornelis Arentsz Sluyck ieder voor een achtste, Jan Jansz Rog voor een achtste, Poulus Jansz Poulusz voor een vierde, Vegter Jan Poulusz voor een achtste, en Griet Wijninghs voor een twaalfdepart waarvan het resterende tot een vierdepart incluis haar in eigendom is toebehorende, gekocht te hebben van Jan Heijndricksz Boogaert voor de helft, Heijndrick Dircksz Sluyck voor een zesdepart, Willem Gerritsz Prins voor een zesde en Griet Wijnings voor een resterende zesdepart, allen woonachtig in Oost- of Westzaandam, een erf met een puinhoop van een verbrande balkzagersmolen, op en aan 't Westeijnde van de Nieuwe Haven aan de Hoogen Seedijck te Westzaandam, groot omtrent 225 roeden, voor 1675 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft over een jaar na dato dezes (waarna de opdracht) 586.
                                          Op 27 maart 1685 geeft Jan Reijndertsz Mes, mr smid wonende te Westzaandam vooraan in de Molenbuirt, volmacht aan Jacob Gruijs notaris te Westzaan, om te vorderen zodanige penningen als hem competerende van Heyndrick Dirck Sluijck, mr timmerman te Zaandam, over leverantie van ijzerwerk, arbeidsloon en anders 587.
                                          In de banne van Westzaan verkopen op 21 maart 1686 Jan Jacobsz Jaepoom en Jan Pietersz Sluijk, allen te Zaandam, ook voor alle verdere participanten, aan Hilgont Sijmons, weduwe van Hendrik Dircxz Sluijck, voor de ene, en Jan Hendricxz Sluijk voor de andere helft, 5 zesdeparten in een ven, groot in 't geheel 1154 roeden, liggende te Zaandijk aan de Dijcksloot, bij de Hoogendijck, genaamd de Weeringsven, bij de papiermolen van de kinderen Cramer Alders, voor 348 gld 588.
                                          Op 16 januari 1700 compareren Claes Heijndrickse Sluijck wonende aan de Hoogendijck aan de Westzijde van Zaandam, ter eenre, en Louris Simonse Gorter in huwelijk hebbende Grietjen Heijndricx Sluijck, Jan Janssen Aerdigh als getrouwd hebbende Lijsje Dircx dochter van Dirck Heijndrickse Sluijck zal., Jacob Aldertse als getrouwd hebbende Neeltje Lubberts, Aechje Lubberts huisvrouw van Arent Pietersz Suijck tegenwoordig uitlandig, Louris Lubbertse Louwe, kinderen van Aefje Heijndricx Sluijck, Gerrit Jansse Rogge in huwelijk hebbende Aeghje Pieters, Lourens Pietersz Louwe, kinderen van Trintje Heijndricx Sluijck, Dirck Jacobse Buijck als getrouwd hebbende Neeltje Pieters Puts eerder weduwe van Jan Heijndrickse Sluijck, Aeghje Wijbrants weduwe van Simon Heijndrickse Sluijck geassisteerd met Gerrit Simonse Honingh haar verzochte voogd in dezen, Lubbert Lourense, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeu als voogden over 't kind van Jan Heijndrickse Sluijck en over de kinderen van Simon Heijndrickse Sluijck, in die qualite allen tezamen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van zal. Heyndrick Dirckse Sluijck en Hillegont Simons, in hun leven echteluiden gewoonde hebbende en overleden te Zaandam aan de Hoogendijck, de comparanten te Oost- en Westzaandam, Zaandijk en buiten Amsterdam, ter andere zijde. Zij verklaren geaccordeerd te wezen over 't different of ongenoegen over de testamentaire dispositie door de voornoemde Hilgont Simons op 30 mei 1698, wijders ook over zeker contract van scheepstimmeragie, door de eerste comparant Claes Sluijck met zijn moeder Hilgont Simons op 23 november 1686 opgericht, met alle gevolgen vandien. De eerste comparant zal een derdepart van de boedel krijgen, de andere 6 stammen de andere 2 derdeparten, in afwijking van allerlei beschikkingen in testamenten en codicillen. 589
                                          Op 28 januari 1700 compareren nogmaals de kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Heyndrick Dirckse Sluijck en Hilgont Simons. Voor de uitvoering van zaken de nagelaten boedel betreffende keuren zij goed dat alles bij meerderheid van stemmen zal gebeuren en dat afwezigen volmacht geven aan aanwezigen om te besluiten. Wat de verkoping van schepen, scheepsrederijen, landen, pakhuizen, huizen, erven, parten in molens en wat dies meer zij aangaat, maken zij volmachtig Claes Heijndrickse Sluijck, Lubbert Lourense, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeuw om alles te doen. 590
                                          Op 28 januari 1700 compareren Dirck Jacobsz Buijck als in huwelijk hebbende Neeltje Pieters Puts eerder weduwe van Jan Heijndrickse Sluijck, wonende buiten Amsterdam, mitsgaders Lubbert Lourisse, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeu, koopluiden te Zaandam, als testamentaire voogden over 't kind van de voornoemde Jan Heijndrickse Sluijck, ter eenre, en de andere erfgenamen van Heijndrick Dirckse Sluijck en Hilgont Simons ter andere zijde. Door tussenspreken van Jan Jansse Louwe, Isbrant Jochemse Kleijnsorgh en Pieter Claesse Blau, allen koopluiden te Zaandadm, zijn zij geaccordeerd wegens 't different over de rekening van de scheepsbouw gemaakt door de voornoemde Jan Heijndrickse Sluijck, als directeur en voor zichzelf, en voor zijn vader zal., in compagnie getimmerd, ieder voor de helft, en over zekere aanspraken, dat de eerste comparanten aan de hele boedel 900 gld schuldig zullen zijn. 591
                                          Op 4 april 1700 bekennen Claas Hendricsz Sluijck voor hemzelf, Lubbert Lourisz, Cornelis Sijmonsz Mues en Dirck Claasz Blauw, allen koopluuiden te Zaandam, als gestelde voogden over de minderjarige, en nog gezamenlijk als gelasten van de verdere meerderjarige, erfgenamen van zal. Hendrick Dircsz Sluijck en Hillegont Sijmons, te Zaandam overleden, door tussenspreken van Meijndert Arentsz, Hendrick Dircksz Meijn, Jan Jansz Louwe en Cornelis Michielsz Kalff, mede koopluiden te Zaandam, verkocht te hebben aan Pieter Claesz Blauw, mede koopman aldaar, een tweeëndertigstepart in 't schip en vleet genaamd de Noortse Bos, met al deszelfs gereedschappen vandien als walvisvaarder mitsgaders de gelden, waar commandeur op is Claas Claasz Kenchen, evenzo in 't schip genaamd de Vijversberg waar commandeur op is Zijmen Jansz Walig, en idem d'Blauwe Arent waar commandeur op is Gerrit Claasz Pranger, alles onder de administratie van Dirck Claasz Blauw, voor 1775 gld 592.
                                          Op 16 september 1700 verkopen Claas Hendricsz Sluijck voor hemzelf, Lourens Symonsz Louwe in huwelijk hebbende Grietje Hendrics Sluijck, Jan Jansz Aardigh getrouwd met Lijsje Dircs Sluijck, Lourens Lubbertsz, Jacob Aldertsz getrouwd met Neeltje Lubberts, Arent Pietersz Sluijck als man en voogd van Aagie Lubberts, Lourens Pietersz Louwe, Gerrit Jansz Rogge in huwelijk hebbende Aagie Pieters, Dirck Jacobsz Buyck getrouwd met Neeltje Pieters Put eertijds weduwe van Jan Hendricsz Sluijck, en Aagje Wijbrants weduwe van Symon Hendricsz Sluijck geassisteerd met Gerrit Sijmonsz Honing, Cornelis Sijmons Emnesse en Dirck Claasz Blauw, koopluiden te Zaandam, als voogden van de nagelaten kinderen van Jan en Sijmon Hendricsz Sluijck, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van zal. Hendrick Dircsz Sluijk en Hillegont Sijmons te Zaandam overleden, aan Sr Lubbert Lourensz, mede koopman te Zaandam, 14/64 in 't fluitschip genaamd de Fortuijn voor 1793 gld 15 st 593.
                                          In 1705 compareren Claes Heijndriksz Sluijk, Grietje Heyndriks Sluijk huisvrouw van Lourens Symonsz Gorter, zijnde vermits de uitlandigheid van haar man geassisteerd met Symon Lourisz haar meerderjarige zoon, Jan Jansz Aerdigh als getrouwd hebbende Lijsje Dirks, dochter van Dirk Heyndriksz Sluyk, Jacob Aldertsz als getrouwd hebbende Neeltje Lubberts, Arent Pietersz Sluyk als getrouwd aan Aegje Lubberts, Lubbert Lourisz voor Louris Lubbertsz zijn uitlandige zoon, kinderen van Aeffje Heijndriksz Sluijk, Gerrit Jansz Rogh als in huwelijk gehad hebbende Aegje Pieters en als vader van zijn onmondig kind, Lourens Pietersz Louwe, kinderen van Trijntje Heijndriks Sluijk, Dirck Jacobsz Buijk als getrouwd hebbende Neeltje Pieters eerder weduwe van Symon Heijndriksz Sluijk, mitsgaders Lubbert Lourisz, Cornelis Symonsz Muusz en Dirk Claesz Blau als testamentaire voogden over de kinderen van Sijmon Heijndriksz Sluijk, allen tezamen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Heyndrik Dirksz Sluijk en Hilgond Symons, te kennen gevende dat zijluiden op 13 december 1698 en enige volgende dagen ten huize van de voornoemde overledenen onder de hand hadden geïnventariserd de nalatenschap volgens de opgeving en aanwijzing van Claes Heijndrickse Sluijck voornoemd, als volgt. (Volgt een lange lijst van huizen, een pakhuis, een part in een molen en in een ankersmederij, parten in de oude timmerwerf, een timmerwerf, parten in stukken land, 3 en 1/3 graven in de Nieuwe Kerck, parten in schepen, alles zonder waarde-aanduiding.) 594
                                          In 1715 verklaart Claas Hendricksz Sluijk, mr scheepstimmerman wonende te Zaandam, dat zijn vader Hendrick Dircksz Sluijck, in zijn leven mede meester scheepstimmerman te Zaandam, heeft gemaakt en gebouwd in het jaar 1679 een fluitschip, lang 108½ voet, wijd 24¾ voet, hol in 't ruim 11½ voet, 't voordek hoog aan boord 5¾ voet, alles Amsterdamse houtmaat, verkocht en geleverd aan Lucas de Lange, in zijn leven koopman te Jisp, zijnde hetzelve schip genaamd het Witte Paart, welk fluitschip nog aan de erfgenamen in eigendom is toebehorende, wordende hetzelve ter walvisvangst bevaren door commandeur Jan Sijmonsz Walig wonende op de Helder 595.
                                          Op 3 oktober 1670 maken Hendrick Dircsz Sluijck, koopman, en Hillegont Sijmonsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam, een codicil, waarbij zij persisteren bij hun dispositie van 19 september 1658 bij notaris Jacob van Loosdregt te Amsterdam, maar daarbij willen dat als de langstlevende overlijdt met nog kinderen van hen ongetrouwd en minderjarig die kinderen uit hun gezamenlijke nalatenschap opgevoed zullen worden tot hun mondige dagen of huwelijkse staat toe, met nog een voorziening over een huwelijksgift, 250 gld voor iedere zoon, 150 gld voor ieder dochter 596.
                                          Op 20 oktober 1679 maken Haijndrick Dircsz Sluijck, mr timmerman, en Hillegont Sijmonsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam op de Hoogendijck, een codicil, waarin zij persisteren bij het testament van 19 juli 1658 bij notaris Jacob van Loosdregt binnen Amsterdam en bij het codicil van 3 oktober 1670, alleenlijk daarbij begerende dat Grietje Hendricx hun dochter, Jan Heijndricsz, Claes Hayndricsz en Symon Hayndricksonen Sluijck, hun 3 zonen, bij vooroverlijden hun descendenten in de plaats van hun ouders bij representatie, mitsgaders de kinderen van hun overleden dochters Aeffje Hendricx en Trijntje Haijdricx mede bij represantatie, en overzulks ieder van de 6 staken, zullen vooraf hebben na het overlijden van de langstlevende 1600 gld als prelegaat, en begerende dat hun voorschreven zonen nog ongetrouwd zijnde uit hun boedel zullen genieten zodanige somme als de getrouwden 597.
                                          Op 12 maart 1686 maken Haijndrick Dircsz Sluijck en Hillegont Sijmons, geëchte luiden wonende op de Hogendijck te Zaandam, een codicil waarbij zij het testament van 19 juli 1658 en de codicillen van 3 oktober 1670 en 20 oktober 1679 approberen, alleenlijk teniet doende hetgeen daarmee met de inhoud van dezen zou mogen strijden. Aan hun 3 zonen Jan, Claes en Sijmon vermaken zij vóór alle deling, boven hetgeen hun eerder is vooruit gemaakt, een vierdepart in een timmerworf in de Nieuwe Haven tegenover de Rustenburgerbrugh waarvan hun de overige 3 vierdeparten mede toekomen, en verklaren zij Lysje Dircx, zijnde een dochter van hun overleden zoon Dirck Haijndricsz Sluijck, tot hun mede-erfgename in de blote legitieme portie, onder afslag van alles dat daarop in rekening kan worden gebracht, doch dat op 't overlijden van de langstlevende aan de voorschreven Lysje of haar voogden de keus is om in plaats van de legitieme portie te genieten de jaarlijkse vruchten van hetgeen zij ingevolge de voorgaande dispositiën zou hebben geërfd. 598
                                          Op 23 november 1686 gaan Hillegont Sijmons, weduwe en boedelhoudster van Haijndrick Dircsz Sluijck, en Claes Haijndricsz Sluijck haar zoon, wonende te Zaandam, een sociëteit of gemeenchap van scheepstimmeren aan, waarbij hij de directie zal voeren en ieder zal komen voor de helft in winst en verlies 599.
                                          Van de gemeenschap van scheepstimmeren opgericht op 23 november 1686 door Hillegont Symons, weduwe en boedelhoudster van Hendrick Dircsz Sluijck, en haar zoon Claes Hendricsz Sluijck, wonende te Zaandam, heeft hij rekening gedaan vanaf het begin tot ultimo december 1691; op 13 januari 1592 keurt zij die goed en bedankt zij haar zoon 600.
                                          Op 21 november 1695 testeert Hillegont Sijmons, weduwe van Hendrick Dircsz Sluijck, wonende op de Hogendijck te Westzaandam, ziekelijk. Zij approbeert het testament van haar en haar man van 19 juli 1658 alsmede de codicillen van 3 oktober 1670, 20 oktober 1679 en 12 maart 1686, ook haar codicil van 22 mei 1693, met de volgende verandering, nl. dat zij boven hetgeen aan haar zoon Claes Hendricsz Sluijck al vooraf gemaakt is aan dezelve prelegateert de hele huisraad en inboedel, item scheepsrederij, zijn leven lang gedurende, mits dat dezelve op zijn overlijden zal geërfd worden door haar erfgenamen, en als zij hiertoe niet geqalificeerd is de helft van huisraad en inboedel mitsgaders scheepsrederij haar particulier toebehorende. Belangende het kind door haar zoon Ian en de kinderen door haar zoon Sijmon nagelaten, alles zoals hun vader genoten zou hebben. Als een kind ongetrouwd en onmondig overlijdt gaat zijn goed naar eventuele broers en zusterd, ander naar comparantes linie, wat hetgeen boven de legitieme portie betreft. 601
                                      3. Trijntje Dircx SLUIJCK, overl. vóór 1687, tr. Jan Cornelisz DOLPHIJN, geb. ca. 1603  602, schipper (op de Dolphijn), overl. vóór 2 jan. 1653.
                                          In 1668 bekent Heyndrick Dircsz Sluijck, koopman en meester timmerman te Zaandam, als voogd over zijn zuster Tryn Dircx Sluyck, weduwe van Jan Cornelisz Dolphijn, in zijn leven schipper en mede-reder in zeker schip genaamd de Dolphijn, ook voor alle verdere reders van 't voornoemde schip, te kennen gevende dat Jan Pietersz Gysen, koopman te Zaandam, gequalficeerd zijnde geweest om wegens 't voorschreven schip en verscheidene andere schepen die in 't jaar 1628 door zijn majesteit van Frankrijk aan hem genomen waren en voor La Rochelle doen zinken, om de penningen die voor de voorschreven schepen waren toegezegd in Frankrijk te vorderen, ook enige penningen na veel moeite ontvangen heeft, waarvan de gemelde Jan Pietersz Gijsen al lang geleden aan de reders provisionele uitbetaling had gedaan, en nu aan hem comparant voor rekening van de gemene reders heeft betaald 237 gld 7 st 8 penn, en indemneert bij dezen Jan Pietersz Gijsen 603.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Trijn Dircx Sluijcx, weduwe van Jan Cornelisz Dolphijn, aan Aaff Dircx Sluijcx, weduwe van Jacob Claesz Broocker, beiden wonende te Zaandam, 2 akkertjes land, aan elkaar gelegen over de Zuyder Wateringh, belend ten zuiden Cornelis Jansz Swager, ten noorden Pieter Cornelisz Bois, groot tezamen 362 roeden, voor 416 gld 6 st 604.
                                          Het schip 'De Dolphijn' wordt in 1628 met verschillende andere schepen op bevel van zijne Majesteit van Frankrijk bij Rochelle tot zinken gebracht. Jan Pietersz Gijsen is daarna verschillende keren naar Frankrijk gereisd en heeft met grote moeite nog een kleine vergoeding voor de schepen ontvangen. 603
                                          In 1641 verklaart Cornelis Zegersz, stuurman van Huisduinen, ter instantie van Jan Cornelisz, schipper van 't schip de Dolphijn van Zaandam, dat hij deze laatste reis met de voorschreven schipper en met het voorschreven schip voor stuurman heeft gevaren, en dat in het schip werd ingescheept door ene Pieter Boudijn te St. Maarten 40 vat en 3 oxhoofden wijnen, welke wijnen hij weder heeft doen uitleveren te Amsterdam aan Sr Pieter Gesen, zonder dat daarvan enig vat of oxhoofd is afgegaan of vermist 605.
                                          In 1642 geeft schipper Jan Cornelisz Dolphijn, buurman te Zaandam, machtiging aan Heijndrick Dircksz Sluijk tegenwoordig armenvoogd binnen dit dorp, om in te vorderen van Jan Pietersz Boom 17 gld 10 st hem constituant competerende voor een halve huur wegens 't weglopen en uitscheiden van de oudste zoon van de voorschreven Jan Boom 570.
                                          In de banne van Westzaan worden op 2 januari 1653 tot voogden benoemd: Pieter Cornelisz Tuijn van Cornelis Jansz Dolphijn, Maerten Cornelisz Steeman van Marij Jans, Heijndrick Dircxz Sluijck van Dirck Jans, en Cornelis Dircxz Sluijck van Alydt Jans 606.
                                      4. Cornelis Dircksz SLUIJCK, alias Oom Kat, geb. Zaandam ca. 1614  607, scheepstimmerman, koopman ald., overl. vóór 21 jan. 1687, tr. Aegje GIJSBERTS, overl. tussen 11 juli 1643 en 29 nov. 1653, dr van Gijsbert Pietersz GIJSEN en Griet CORNELIS.
                                          In Krommenie bekennen in 1643 Willem Claesz Heergerdes met Dirck Wouetersz onze geburen gekocht te hebben van Tijs Pietersz onze buurman en van Cornelis Ghijsen, Cornelis Dircksz Sluijck en Claes Aerentsz c.s., zoon en zwagers [schoonzoons] van zal. ged. Ghijs Pieter Gijssen van Zaandam, een stuk land buiten Indijck, groot 1943 roeden, belend ten oosten voornoemde Dirck Woutersz, ten zuiden de Clamdijck, ten westen de weduwe van Maerten IJsbrantsz, voor 3401 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op eerstkomende Vrouwlichtmis 608.
                                          In Zaandam is in 1643 Cornelis Dircksz Sluyck als man en voogd van Aechtje Ghysberts betrokken in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde 224.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Claes Huijbertsz van der St[adt?], als gecoren voogd in dezen van de weduwe van Claes Claesz Stickel, aan Cornelis Dircxe Sluijck een halve oliemolen genaamd den Uijl, met zijn erf, schuur en lading, te Zaandam, belend ten zuiden de erfgenamen van Willem Pouwelsz, ten noorden Pieter Cornelisz Thuijn, voor 1440 gld 609.
                                          In 1656 verklaren, ten verzoeke van Cornelis Dircxz Sluijck woonachtig te Zaandam, Cornelis Sijmonsz Poort, ou 37 jaar, en Claes Cornelisz Kalf, oud 35 jaar, beiden woonachtig te Zaandam, dat zij op dinsdag 7 maart benevens Barent van der Spijck, wijnverkoper, ten huize van de requirant zijn geweest, dat de requirant en de voornoemde Van der Spijck redenen hadden nopende ruiling van wijn die de requirant in zijn kelder had, en dat zij daarover hadden verdragen mits dat de voorschreven Van der Spijck des rquirants wijn niet zou leveren voor dezelve aan de collecteur aangegeven zou zijn 610.
                                          In de banne van Westzaan in 1657 bekent Dirck Ariaensz Sluijck wonende te Westzaandam gekocht te hebben van Cornelis Dircxe Sluijck mede wonende aldaar een achtstepart van een timmerwerf met zijn kaai en toebehoren te Zaandam aan de Hoogendijck, belend ten noorden Arent Dircxe Sluijck, ten zuiden Walich Cornelisz, voor 800 gld, en bekent Jan Cornelisz Haringh wonende te Zaandam van dezelfde verkoper gekocht te hebben een halve oliemolen genaamd den Uijll te Zaandam achter de Nieuwe Kerck uit, belend ten zuiden Isbrant Cas zijn ven, ten noorden Duijff Marij Zeemans, met zijn lading, voor 1700 gld, te betalen 500 gld gereed, de rest op 3 meidagen te weten 1658, 1659 en 1660 611.
                                          In de banne van Westzaan belijdt in 1665 Sijmon Dircksz Noomen, ook voor Gerrit Ouwekees, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Dircksz Sluijck en hem sterk makende voor Aris Jansz Mataris wonende mede aldaar, een erf op de Nieuhaven, belend ten westen Gerrit Ouwekees, ten oosten Sijmon Dircx Nomen koper in dezen, voor 1000 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 612.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1666 Willem Pietersz Nijntjes aan Dirck Arentsz Sluijck, beiden wonende te Zaandam, ten behoeve van Cornelis Dircsz Sluijck, een huis en erf op de Hoogendijck, belend ten oosten schipper Jan Drost, ten westen de kopers, met beding dat in 't verkochte huis of op deszelfs grond de nering of ambacht van smeden bij het leven van verkopers oudste zoon Pieter Nijntjes niet zal mogen worden gedaan, voor 1600 gld 613.
                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1671 Meijndert Arentsz, Cornelis Claasz Gast en Jan Gerritsz Ouwekees, ook instaande voor alle verder participanten van 't Vinckepadt, aan Cornelis Dircxz Sluijck, allen wonende te Zaandam, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis van der Stadt, ten noorden Jacob Jansz Harponier, voor 300 gld 614.
                                          Op 26 september 1672 verklaart Cornelis Dircsz Sluyck, koopman te Zaandam, vrijwillig af te zien van zodanig vonnis door het Hof van Holland tussen comparant en de curateuren over de boedel van Aris en Cornelis Jansz Mataris nopende de koop van zekere halve timmerworf in de Nieuwe Haven te Zaandam, en verklaart volkomen tevreden te zijn dat dito halve timmerworf door de curateuren wordt verkocht, behoudens zijn recht op de penningen daarvan te procederen 615.
                                          In 1674 belijdt Aris Cornelis Mattaris woonachtig te Westzaandam getransporteerd te hebben zekere twee gereedschappen voor de Groenlandse walvisvangst, liggende te Westzaandam in de pakhuizen van de comparant en van Pieter Maijndersz, aan Cornelis Dirckx Sluijck, waarvoor comparant bekent voldaan te zijn met 1401 gld 15 st mitsgaders enige interest, doch ingeval hij comparant binnen 6 maanden dit bedrag en de interest aan hem Sluijk kwam te betalen hij Sluyck dezelve gereedschappen aan Aris Cornelis zal laten volgen, door comparant te betalen binnen 2 maanden alle door Sluyck te maken kosten 616.
                                          Op 14 december 1674 bekent Cornelis Dircsz Sluyck, koopman te Zaandam, ontvangen te hebben van Jan Gerritsz Ouwekees, mede koopman aldaar, 1200 gld in volle betaling van zeker walvisvangstgereedschap op 21 november 1674 door de deurwaarder Pieter de Ruyter op verzoek van comparant in publieke veiling verkocht en naderhand geleverd, zijnde de resterende 38 gld ter zake van wanleverantie gekort (getuige o.a. Claes Hendricsz Sluijck) 617.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1675 Cornelis Dircsz Sluijck, ook voor zijn broer Haaijndrick Dircsz Sluijcq, koopluiden te Zaandam, van de curateuren van de curateuren over de boedel van Aris en Cornelis Jansz Mataris gekocht te hebben de helft in de timmerwerf en schuur in de Nieuwe Haven te Westzaandam recht over Rustenburgh aan de dijk, belend ten oosten Haijndrick Dircsz Sluijck voorschreven, ten noorden de weduwe van Willem Jaapoom, voor 1460 gld te betalen in 3 termijnen, gevolgd door de opdracht 618.
                                          In 1675 bekent Cornelis Dircs Sluijcq, koopman te Zaandam, uit handen van Auwel Pietersz Prins, koopman in De Rijp, ontvangen te hebben 1243 gld 10 st in volle betaling van zeker walvisvangersgereedschap op 21 november 1674 door de deurwaarder Pieter de Ruyter op verzoek van comparant in publieke veiling verkocht en naderhand geleverd, zijnde de resterende ƒ 56-10 ter zake van wanleverantie gekort 619.
                                          In 1681 hebben Cornelis Dircsz Sluijck, ter eenre, en Jan en Claes Haijndricsz Sluijck voo henzelf, wijders instaande voor hun broer Sijmon Haijndricsz Sluijck, ieder voor een derde, ter andere zijde, een contract gesloten waarbij de eerste comparant verkoopt aan de laatste comparanten op 't lijf van de eerste comparant 3 vierdeparten van een timmerworf en opstal in de Nieuwe Haven nevens Rustenburgh, aan de Noordzijde, belend ten oosten Haijndrick Dircksz Sluijck, ten westen de weduwe van Willem Jaapooms, waarvan 't resterende vierdepart voorschreven Haijndrick Dircsz Sluijck toebehoort, waarbij de kopers daarvoor, behalve de jaarlijkse verponding en andere ongelden dan de 40e penning armengled, aan de verkoper zo lang hij leeft zullen gehouden zijn te betalen jaarlijks 150 gld, ingaande 15 december 1682 620.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1682 Cornelis Dircsz Sluijck aan Jan Claesz Langebaert, beiden te Zaandam woonachtig, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Jeroen van de Stat, ten westen Cornelis Jansz Vinck, voor 175 gld, te betalen in zodanige termijnen als in het verlijboek genoteerd 621.
                                          In 1682 heeft de notaris, ten verzoeke van de voogden over de onmondige kinderen van zal. Claes Cornelisz alias Claes Hansz, in zijn leven gewoond hebbende te Zaandam en overleden aldaar, zich vervoegd aan de persoon van Cornelis Dircsz Sluyck alias Oom Kat, of hij de voorschreven Claes Hansz wel gekend heeft (voornamelijk over diens drankzucht; zijn vrouw was Lysbet Abrahams). Oom Kat wilde verder niet veel zeggen also hij enigszins maagschap rekende met de vrunden van de voorschreven Lysbet Abrahams. 622
                                          In 1682 geeft Cornelis Dircsz Sluijck, koopman te Zaandam, volmacht aan Haijndrick Isbrantsz Spaans, notaris en procureur te Zaandijk, om in rechte waar te nemen de zaak die comparant voornemens is te institueren voor het gerecht van Westzaan tegen Jacob Corneliz Kop, oud-burgemeester aldaar, als last en procuatie hebbende van Hendrick van Zanen als man en voogd van Aagje Theuwis gewezen weduwe van Dirck Haijndricsz Sluijck 623.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Cornelis Dircsz Sluyck aan Jan, Claes en Sijmon Heijndrickszonen Sluyck, allen te Zaandam woonachtig, 3 vierdeparten in een timmerworf te Westzaandam aan de Hoogendijck in de Nieuwe Haven, recht tegenover de Rustenburgerbrugh, belend ten westen de weduwe van Willem Jaapooms, ten oosten Heijndrick Dircksz Sluyck, voldaan met een notariële akte voor notaris Sijmon Oosterhooren te Westzaandam 624.
                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Sr Cornelis Dirksz Sluijck voor een zesde, Aris Maertsz Noomen voor een zesde, en Jacob Cornelisz Kop voor hemzelf voor een zesde mitsgaders voor Jan Jansz Kardinael mede voor een zesde, allen koopluiden te Zaandam, aan Gerret Claesz Groenveldt voor een zesdepart, Jan Jansz Rog voor een zesdepart en Cornelis Cornelisz Oudekees voor een derdepart, mede allen koopluiden te Westzaandam, 2 derdeparten in een huis en erf te Westzaandam aan de Hoogenzeedijck omtrent de Schans, belend ten noorden dito Schans, ten oosten de erfgenamen van zal. Pieter Abrahamsz, waarvan het resterende derdepart Groenveldt en Rog tezamen voor dezen hebben toebehoord 625.
                                          In Zaandam compareren op 21 januari 1687 Cornelis Arentsz Sluijck en Jan Pietersz Sluijck voor henzelf en als voogden over de onmondige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck, Gijsbert Claesz Koeman, Pieter Dircsz Breuwer en Arent Dircsz Sluijck, allen mede voor henzelf en verder voor alle verdere kindskinderen en descendenten zan zal. Arent Dircsz Sluijck, Jan en Claes Haijndricsz Sluijck voor henzelf en nog voor Hillegont Sijmons hun moeder en voor Simon Haijndricsz Sluijck hun broer mitsgaders voor alle verdere descendenten van Haijndrick Dircsz Sluijck, Cornelis Dolphijn en Mr Alexander Stalman in huwelijk hebbende Aaltje Jans, voor henzelf en voor Marij Jans, kinderen van Trijn Dircx Sluijck, Cornelis Lourisz in huwelijk hebbende Trijntje Claes, Abraham Claesz Stoel, voor henzelf en Willem Claesz Nel als vader en voogd van zijn kinderen geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Aeff Claes Stoel, allen kinderen en descendenten van Dieuwer Dircx Sluijck, Dirck Jacobsz Broocker alias Sluijck voor hemzelf en voor zijn zuster Barber Jacobs, Lubbert Lourisz benevens de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck als voogden over Claes Jacobsz Broocker, kinderen van Aaft Dircx Sluijck, allen wonende te Zaandam, tezamen erfgenamen ab intestato van zal. Cornelis Dircksz Sluijck onlangs te Zaandam overleden, hun gewezen oom en oudoom, te kennen gevende dat in de voorschreven boedel diverse vaste goederen waren onder de jurisdictie van Westzaan en van de Beemster, van welke reeds in openbare veiling is verkocht aan Gerrit Visscher, of degene die dezelve zal aanwijzen, een huis en erf te Zaandam op 't Vinckepadt, voor 2400 gld te betalen in 3 termijnen, en verklaren comparanten te machtigen Cornelis Lourisz, Mr Alexander Stalman en Claes Heyndricsz Sluijck dit huis en erf en alle andere vaste goederen die vervolgens zouden mogen worden verkocht te transporteren en alle penningen te ontvangen 626.
                                          Op 23 november 1653 wordt, in een verdrag tot arbitrage van een geschil over de rekening voor de kinderen van zal. Ghysbert Pietersz, Cornelis Dircksz Sluyck genoemd als weduwnaar van Aecht Gysen 627.
                                      5. Aeltgen Dircks SLUIJCK, overl. vóór 1631, begr. Oostzaandam (Oosterkerk) 541.
                                      6. Dieuwer Dircx SLUIJCK, overl. vóór 1687, tr. Claes Claesz STOEL, oprichter van de paltrokhoutzaagmolen 'De Groene Stoel' (windbrief op 4.11.1641).
                                          In Zaandam geeft in 1674 Dieuwer Dircxdr, weduwe van Claes Claesz Stoel, woonachtig alhier, geassisteerd met Jan Jansz van Velsen haar voogd in dezen, haar sterk makende voor Abraham Claesz haar zoon, machtiging aan Theunis Pietersz, mede alhier woonachtig, om te vorderen van Adriaen Adriaensz, kapitein op 't schip de Liefde, woonachtig te Amsterdam, zodanige penningen als zijluiden (als moeder en erfgenaam van zal. Dirck Claesz Sluijck, haar overleden zoon) tegoed hebben wegens 't aanhalen en vervoeren van zekere „suijckerprijs” door de kapitein en zijn matrozen in de zomer van verleden jaar 628
                                          In de banne van Westzaan belijden in 1664 Claes Elijasz wonende in de Molenbuijrt gekocht te hebben van Pieter Abramsz als voogd van Abram Claesz, minderjarige zoon van Claes Claesz Stoel zal., ook voor de andere voogden van de minderjarige kinderen, en Heijndrick Dircxcz Sluijck als voogd van Dieuwer Dircx deszelfs nagelaten weduwe te Zaandam, een tuin op het Zeemanspadt te Zaandam in de Molenbuijrt, strekkende oost en west van Ouwestamsmolen af, oostaan tot de molensloot van Claes Claesz Stoel toe, belend ten noorden Willem Jansz Joor, ten zuiden de Lijnbaen, met een vrije uitgang neffens zijn buren om af en aan 's Heeren weg te gaan, en nog is geconditioneerd dat de koper noch zijn nakomelingen vermogen de molen te betimmeren met een huis zo lang de molen daar staat, voor 370 gld, te betalen op 3 meidagen 1664, 1665, 1666 629.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Abraham Claesz Stoel, als zoon en voogd van zijn moeder Dieuwer Dircx Sluijcx, weduwe te Zaandam, aan Jan Dirck Reijersz wonende te Zaandam een houtzagersmolen, erf en gereedschappen, genaamd de Stoell, in de Molenbuirt bij Zaandam, belend ten zuiden de erfgenamen van Augustijn Poelenburgh, ten noorden Sarel Jansz, met een vrij pad naar en van 's Heeren weg, voor 500 gld 630.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1680 Lijns Claesz Schaap van Diewer Dircx Sluijcx, weduwe, beiden wonende te Westzaan, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Pietersz Jacobses, ten noorden Jan Cornelisz Mennist c.s., voor 3150 gld, waarvan een vierdepart op heden voldaan, de overige 2362 gld 10 st te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 631.
                                          Op 22 februari 1681 prelegateert bij codicil Dieuwer Dircx Sluijck, weduwe, wonende te Zaandam in debanne van Westzaan, ziekelijk, aan haar dochter Trijntje Claes, huisvrouw van Cornelis Lourisz, bij vooroverlijden haar kinderen, comparantes beste bed en peluw, haar spiegel en haar pers 632.
                                          In de banne van Westzaan stelt op 13 februar 1642 Claes Claesz Stoel wonende op Zaandam, vanwege verleende gerechtigheid van de wind tot zijn houtzagersmolen, belend ten zuiden Jacob Mentsz, ten noorden Jacob Pietersz Schoen, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, tot onderpand de voornoemde molen en erf 633.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 10 december 1654 Claes Jansz Schaep wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Claesz Stoel mede wonende aldaar een stuk land groot 31 roeden te Zaandam ten einde het Zeemanspadt, belend ten oosten de verkoper, ten westen de koper, voor 279 gld, te betalen de helft gereed, de rest een jaar na dato dezes 634.
                                    136. (<68) (>272) Dirck SIJBRANTSZ, geb. ca. 1565, weesmeester 635 in de banne van Westzaan, schepen ald.,
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1611 Dirck Sybrantsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Griet Cornelisdr weduwe van Jan Cuypers, ten overstaan van IJsbrant Dircxz haar wettelijke gecoren voogd, wonende te Zaandam, een stuk land genaamd Dieucamp liggende tussen 's Heeren Watering en de Suyder Watering, belend ten zuiden Pieter Cornelisz, ten noorden Simon Pietersz Han [of Hem], waarvoor comparant bekent schuldig te wezen 220 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1612 en 1613 telkens een derdepart 636.
                                        In 1612 getaxeerd, op den Horn: Dirick Sijbrantsz zijn huizen ƒ 2400, nog de molen ƒ 1350 637.
                                        In 1614 hebben de heren van de rekening van de Grafelijkheidsrekenkamer op het verzoek van Dirck Zybrantszoon van Zaandam, van mening om te stellen een molen om daarmee hout te zagen op de Zaendyck aan de Zaen op 't einde van de Molenbuert, hem daarvoor toestemming gegeven, hem daartoe verlenende het recht van de wind daartoe nodig mits jaarlijks daarvoor betalende tot een erfpacht 6 ponden, onder expresse conditie zo wanneer dezelve molen in enige manier vervreemd wordt dat die van de rekening dezelve mogen naasten 638.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1615 Dirck Sybrantsz onze buurman wonende op Zaandam, als voogd van Griete Dircxdr weduwe van Jacob Symonsz, voor de weduwe gekocht te hebben van Frans Dircksz Poort wonende op Zaandam een huis en dijkerf bij Zaandam op de Hoogendyck, belend ten oosten Meycken het Laekewyff, ten westen Gerret Arisz, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1615, 1616 en 1617 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 639.
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1615 Pieter Claesz, onze buurman wonende op Zaandam, aan Dirck Sybrants, mede onze buurman wonende op Zaandam, een stukje Saendycx, belend ten zuiden Willem Arisz, ten noorden Jan Gysbertsz, voor 354 gld 10 st, bekent in 1617 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Pietersz mede wonende op Zaandam een hooihuis en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten zuiden Jan Pietersz, ten noorden Pouwelus Garbrantsz, voor 1400 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen, te weten 1617, 1618, 1619 en 1620 telkens een vierdepart, gevolgd door de opdracht, en van Jacob Pietersz mede wonende op Zaandam 3 vierdeparten in een stuk land genaamd het Madt, liggende voor de voorschreven Jacob Pietersz uit een kamp over de Suydlander Watering, groot in 't geheel omtrent 500 roeden, belend ten zuiden Pieter Pietersz Cuyper, ten noorden Cornelis Ghysbertsz, voor 345 gld, te betalen 100 gld gereed, de rest op meidag 1618 640.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1618 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam schuldig te wezen Willem Roeloffsz, het weeskind van Roeloff Jaspersz zal. ged., mede wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 21 gld, hoofdgeld 350 gld, verbindende tot onderpand zijn huis en erf in de Molenbuyert, belend ten zuiden Arian Pietersz, ten noorden Jan Jan Vaers 641.
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1620 Dirck Sybrantsz onze buurman wonende op Zaandam aan Heyndrick Dircxz zijn zoon, mede buurman aldaar, een vierdepart van een houtzagersmolen en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten noorden de erfgenamen van Jan Gysbertsz, ten zuiden Willem Arisz, voor 625 gld, en bekent in 1622 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter Ghijsbertsz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf op de Saendijck, belend ten noorden Jonghe Jan Berchouwer, ten zuiden de Overtoom, voor 800 gld, te betalen een vierdepart mei eerstkomende 1623, de rest op 3 jaren daaraanvolgende, te weten 1624, 1625 en 1626, gevolgd door de opdracht door Jan Pietersz Ghijsen als volmacht van Pieter Ghysbertsz zijn vader 642.
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1626 Dirck Sybrantsz onze buurman aan Arent Dircxz zijn zoon, mede buurman aldaar, een oliemolen, huisje en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten noorden Dirck Claesz Nomen, ten zuiden Jan Jansz Berchouwer, voor 1250 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1626, 1627 en 1628, verkoopt in 1626 Sybrant Dircksz, die zeide procuratie te hebben van zijn vader Dirck Sybrantsz (beiden wonende op Zaandam), aan Claes Dircksz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf in de Noorder Moolenbuyert, belend ten noorden Dirck Jan Ghijsen, ten zuiden Heinderijck Dircksz, voor 1200 gld, te betalen op 2 meidagen 1627, 1628 en 1629, en aan Heijnderick Dircksz mede buurman aldaar een half huis en erf op Zaandam in de Noorder Moolenbuyert, belend ten noorden Claes Dircksz c.s., ten zuiden Cornelis Willemsz Wit, voor 600 gld, en verkoopt in 1627 Claes Dircksz wonende op Zaandam aan Heynderick Dircksz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf op Zaandam in de Moolebuijert, belend ten noorden Dirck Jansz Gijsen, ten zuiden Heijnderick Dircksz voorschreven, voor 1450 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen, te weten 1628 en 1629 643.
                                        In de banne van Westzaan verkopen in 1628 Jan Mieusz c.s. wonende op Zaandam aan Dirck Sybrantsz en Gerret Cornelisz c.s., mede buurluiden aldaar, een erfje in de Molenbuyert, belend ten zuiden de voorschreven Jan Mieusz c.s., ten noorden de erfgenamen van Jacob Molenaer zal. ged., voor 300 gld 644.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1630 Dirck Sybrantsz, die zeide procuratie te hebben van Symon Michielsz zijn zwager wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Corrnelis Claesz Joor c.s., mede buurluiden aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molenbuyert, belend ten zuiden Jan Lammertsz Molenaer, ten noorden Maerten Cornelisz, voor 1950 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende meidagen 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht 645.
                                        In 1630 wordt in de banne van Westzaan een verklaring afgelegd door oud-schepenen, onder wie Dirck Sybrantsz, oud omtrent 65 jaar 646.
                                        In de banne van Westzaan daagt in 1640 de schout 2 knechtjes van de oliemolen van de zoon(s) van Dirck Sybrants (de zaak wordt niet uitgelegd en is af) 647.
                                    tr. N.N.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Arent DIRCXZ, zie 68.
                                      2. Claes DIRCK SIJBRANTS, tr. 1° Guert JANS, dr van Jan GHIJSEN, tr. 2° Marij CORNELIS.
                                          In de banne van westzaan verkoopt in 1633 Claes Dircxz Sybrants wonende op Zaandam aan Jan Willemsz c.s., mede buurluiden aldaar, een houtzagersmolen en erf met het land achteraan te Zaandam, belend ten noorden Jacob Dircxz, ten zuiden Claes Pietersz Sijmis, onder conditie dat de molen en erf het Westerslootgen heel toekomt alzo het geheel uit de molenerf gedolven is, voor 1800 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1634, 1635 en 1536 648.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1645 Claes Dirck Sijbrants wonende te Zaandam aan Arian Cornelisz c.s. wonende op Wormerveer een oliemolen en erf met de schuur en de roerende goederen daarbij te Zaandam, bij de Valdeursloot, belend ten noorden Jan Mieusz c.s., ten zuiden Cornelis Claesz c.s., voor 2900 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1645, 1646 en 1647, de oliemolen, erf en schuur door het gerecht getaxeerd op ƒ 1933-10-0 649.
                                          In de banne van Westzaan bewijst in 1652 Claes Dirck Sijbrantsz zijn 8 kinderen, met namen Jan Claesz, Claes Claesz, Dirck Claesz, Marij Claes, Pieter Claesz, Sijbrant Claesz, Cornelis Claesz en Guert Claesdr, geprocureerd bij zijn overleden huisvrouw Guert Jans, een som van 1600 gld tot hun moeders erfenis, berustende onder de vader. Verder zijn Claes Dircxz als vader en Dirck Jansz Ghijsen als oom en voogd van de kinderen veraccordeerd dat de vader aanneemt de kinderen met behouden goed op te brengen van de rente tot hun mondige jaren toe, verbindende tot onderpand een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Jan Jansz Bleecker, ten zuiden Cornelis Claesz Gast. Op 12 mei 1665 bekennen Jan en Claes voldaan te zijn, op 23 februari 1666 Pieter, Cornelis en Guertje, en op 24 januari 1668 Dirck Jacobsz Kuijper, als getrouwd hebbende Marij Claes, en Sijbrant. 650
                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1666 Jan en Pieter Claessonen, beiden wonende op Zaandam, als erfgenamen van zal. Claes Dircksz Sijbrants, hen sterk makende voor de verdere erfgenamen, aan Gijsbert Gijsen wonende mede aldaar 2 akkers land genaamd de Seven Hont, groot samen 600 roeden, gelegen bewesten de veersloot van Gerrit Ouwekees, bezijden elkaar, belend ten zuiden Gerrit Ouwekees voorschreven, ten noorden Cornelis Claesz Nomen, mitsgaders nog een vijfdepart van 't streepje (te meten van 't achterend) waar de koper op woont, voor 1047 gld 651.
                                          In de banne van Westzaan worden in 1666 Waligh Jan Cornelisz Sem van Oostzaandam en Sijbrant Dircsz van Westzaandam tot voogden gesteld over 't nagelaten weeskind van zal. Claes Dirck Sybrantsz en Marij Cornelis te Westzaandam overleden, ook Pieter Arentsz Fijn en Jan Dircsz de Goede over Guirte Claes, nagelaten dochter van Claes Dirc Zijbrantsz en Guirt Jan Gijsen te Zaandam overleden, en wordt in 1670 Jan Claesz Olij gesteld tot voogd over Cornelis Claesz, minderjarige zoon van Claes Dirck Sijbrants, bij overlijden van Sybrant Dircx in deszelfs plaats 652.
                                          Op 3 juli 1667 wordt uit naam van de weesmeesters van Westzaan als oppervoogden van 't nagelaten weeskind van zal. Claes Dirck Sybrantsz en Marij Cornelis een interdictie [=beslaglegging] uitgebracht aan Walich Cornelisz, mr scheepstimmerman te Zaandam, waarbij geïnterdiceerd is zijn timmerworf, 't schip waaraan hij tegenwoordig is arbeidende, 't overblijvende hout en 't hout dat hij ondertussen zou kopen, en wordt op 19 juli 1667 namens de genoemde weesmeesters en Sybrant Dircks mede-voogd een insinuatie gedaan aan Jan Cornelisz Oom, over zeker „mandement van relief” geïmpetreerd door de voorkinderen van zal. Claes Dirck Sijbrants volgens een uitspraak van de Hoge Raad van Holland dd. 30 april 1667. 653.
                                          Op 17 november 1667 wordt een uitspraak gedaan door Willem Jansz Joor, regerend weesmeester in de banne van Westzaan, Hayndrick Jacobsz Nen, IJsbrant Pietersz Breeuwer, Meyndert Arentsz en Teeuwis Arentsz Sluyck, allen koopluiden en schepedoenmakers te Zaandam, in zekere kwestie tussen Jan Cornelisz Cem en Sybrant Dircsz, geassisteerd met Pieter Heijndricksz Sybrantsz, als voogden over Cornelis Claesz, nagelaten minderjarige zoon van zal. Claes Dirck Sijbrants en Marij Cornelis alhier te Zaandam overleden, ter eenre, en Cornelis en Jan Jansz Bruijn, halve broers van de voorschreven Cornelisz Claesz, ter andere zijde 654.
                                          In de banne van Westzaan wordt op 27 december 1667 de inventaris opgemaakt van de goederen van Cornelis Claesz, minderjarige zoon van Claes Dirck Sybrantsz en Marij Claes, beiden te Zaandam overleden, bestaande uit een stuk land genaamd Klaes Braeuskamp, groot 271 roeden, in de banne van Oostzaan, belend ten zuiden Cornelis en Jan Jansz Bruyn, een stuk land zijnde 3 strepen in de banne van Westzaan bij Zaandam, groot 335 roeden, een brief van ƒ 200, een van ƒ 700 en nog een van 330 gld, en roerende goederen. Op 12 oktober 1683 bekent Cornelis Claesz Bos nevengemeld ten volle voldaan te zijn 655
                                          In 1669 testeert Waligh Cornelisz Sem, mr grootscheepmaker te Zaandam in de Rietvinck, ziekelijk te bedde liggende. Hij ordonneert dat Cornelis Claesz, zijn zusters zoon geprocreëerd bij Claes Dirck Sijbrantsz, 1000 gld zal ontvangen, die daarmee tevreden moet zijn, en als die vóór testateur overlijdt zal deze 1000 gld devolveren op Cornelis Jansz Bruijn en Jan Jansz Bruijn, zijn halve broers, of hun wettige descendenten bij representatie. 656
                                          In 1666 testeert Marij Cornelis, weduwe te Zaandam in de Molenbuijrt, in redelijke lichamelijke dispositie; zij wil dal al hetgeen haar zoon genaamd Cornelis Claesz geprocreëerd bij Claes Dirck Sijbrants van haar, comparante, zal komen te erven, zal devolveren op haar andere twee zonen als hij zonder wettige nakomelingen komt te overlijden 657.
                                      3. Willem DIRCK SIJBRANTS.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1655 Willem Dirck Sijbrants wonende aan de Oostzijde van Zaandam aan Ariaen Willemsz Volger woonachtig te Westzaandam een erf liggende te Zaandam, belend ten westen de koper en Haijndrick Jansz Bouwen, ten oosten Maerten Claesz Noomen, groot bij het pad langs 66 voeten, voor 93 gld 658.
                                      4. Heijndrick DIRCK SIJBRANTS, tr. Griet PIETERSDR.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1633 Heijndrick Dircxz Sybrantsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Pietersz wonende op de Cooch een houtzagersmolen en erf op de voorschreven Kooch, belend ten westen de weduwe van Jacob Jansz, ten zuiden Dirck Claesz Nomen c.s., voor 1900 gld, te betalen een vierdepart gereed, de rest op 3 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1634, 1635 en 1636 telkens een vierdepart, gevolgd door de opdracht 659.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1645 Jan Ariansz wonende op de Cooch aan Heijndrick Dirck Sijbrants wonende op Zaandam een erf liggende op de Cooch, belend ten zuiden de koper, ten noorden Aris Jansz, voor 1000 gld, te betalen 400 gld gereed, de rest op 2 meidagen 1646 en 1647 660.
                                          Op 30 augustus 1681 testeert Cornelis Haijndrick Sijbrantses, bejaarde jongeman, wonende in de Molenbuirt, ziek zijnde naar lichaam. Hij legateert aan Guirte Haijnricx, Isbrant Haijndricsz, Marij Haijndricx en Griete Haijndricx, zijn zusters en broer, bij vooroverlijden hun wettige descendenten in de plaats van hun ouders, ieder 200 gld, aan de kinderen van Pieter Haijndricsz zal. zijn overleden broer mede tezamen 200 gld, en aan de kinderen van zijn overleden broer Pieter Haijndricsz Eijt gelijke 200 gld. Voor het overige nomineert hij tot zijn algehele erfgenaam zijn broer Dirck Haijndricsz Sijbrants, bij vooroverlijden deszelfs descendenten. 661
                                          In 1666 testeren Hendrick Dircxz en Griet Pietersdr, echteluiden wonende te Zaandam in de Molenbuijrt, aan hun kinderen, met namen Guijrt Hendricxdr, Pieter Hendricxz, IJsbrant Hendricxz, Marij Hendricxdr, Cornelis Hendricxz, Grietje Hendricxdr en Dirck Hendricxz, of derzelver kinderen en wettige erfgenamen bij representatie, mitsgaders aan de nagelaten kinderen van zal. Jan Hendricxz en Pieter Hendricxz Eijt in plaats van hun overleden vaders, met expresse conditie dat de langstlevende van hen beiden zijn of haar leven lang de lijftocht zal bezitten zonder gehouden te wezen enige inventaris van de goederen te geven, veel min enige cautie te stellen. Degene die contrarie zou komen te doen uit de nalatenschap van de eerst overledene zal niet meer dan de simpele legitieme portie genieten. Verder is het de begeerte van de testanten dat hun twee zonen Cornelis Hendricxz en Dirck Hendricxz vóór alle deling eerst genieten de waarde van penningen als hun getrouwde kinderen ten huwelijk hebben gehad, en daarenboven nog 700 gld tot redemptie van hun getrouwe arbeid en verdiend loon, welke twee kinderen ook in koop zullen mogen aannemen 't huis en erf mitsgaders de houtzagersmolen en de schuren op 't voorschreven erf, belend ten noorden de weduwe van Dirck Jansz Gijsen, ten zuiden Claes Jacobsz Matselaer. 662
                                      5. Sijbrant DIRCKSZ, geb. ca. 1599, houtkoper, molenaar, overl. vóór 30 sept. 1670, tr. Jannetje GERRITS.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 8 april 1628 Sybrant Dircxz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Cornelisz c.s. mede buurluiden aldaar een erfje op Zaandam in de Molenbuyert, belnd ten noorden Willem Arisz, ten zuiden Gerrit Cornelisz voorschreven, voor 465 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630 telkens een derdepart; de opdracht vindt plaats op 24 september 1628 en is doorgehaald 663.
                                          Op 20 april 1641 verkrijgt Sijbrant Dircxz, buurman in Zaandam in de banne van Westzaan, een windbrief voor 3 pond jaarlijks voor het stellen van een houtzagersmolentje, en op 1 oktober 1646 is het recht van de wind verleend voor een jaarlijkse erfpacht van 3 ponden aan Sijbrant Dircxz voor een houtzagersmolentje op zijn eigen grond in de banne van Westzaan 664.
                                          In de banne van Westzaan verklaart in 1641 Sybrant Dircxz wonende op Zaandam dat hem verleend is de gerechtigheid van de wind tot een houtzagersmolen die hij gezet heeft te Zaandam op 't Noortendt van de Molenbuert, belend ten zuiden Ghysbert Jansz, ten noorden Jan Mieusz c.s., onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, verbindende tot speciale hypotheek de voorschreven houtzagersmolen en erf, evenzo in 1647 voor een houtzagersmolen te Zaandam belend ten zuiden Aeriaentgen Cornelisdr, ten noorden Jan Jansz Niesen, volgens de brief van 16 januari 1646 665.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1643 Aerian Willemsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Sybrant Dircksz mede buurman aldaar een huis en erf in de Molenbuert, belend ten zuiden Willem Arisz, ten noorden Pieter Jacop Molenaers, voor 1550 gld, te betalen op 5 eerstkomende meidagen, te weten 1644, 1645, 1646, 1647 en 1648 telkens een vijfdepart 666.
                                          Op 18 juni 1653 wordt getuigenis geleverd door o.a. Sijbrant Dircxz Molenaer, 54 jaar oud, houtkoper 667.
                                          Op 1 januari 1664 wordt een verklaring gegeven door Sybrant Dircksz, molenaar, oud 64 jaar 668.
                                          In 1680 testeren Cornelis Jansz Swager en Grietje Sybrantsdr, geëchte luiden tr Zaandam, waarbij vermeld wordt dat haar staande huwelijk aangeërfd is een vierdepart in het halve huis en erf van haar vader zal. in de Molenbuirt, belend ten zuiden de kinderen van Pieter Ariaansz, ten noorden de kinderen van Willem Gerritsz Nelen 669.
                                      6. Neeltje DIRCX.
                                          In 1676 testeert Neeltje Dircx, bejaarde dochter, wonende in de Molenbuirt te Zaandam, Zij begeert dat Jannetje Gerrits, of bij vooroverlijden haar kinderen, zal hebben de helft in de huizing en worf in de Molenbuirt, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Arijaansz, ten noorden de kinderen van Willem Gerritsz Nel, comparante toebehorende, waar zij naast Jannetje Gerrits is wonende, waarvoor die aan comparantes boedel zal goed doen 600 gld contant. Haar nalatenschap zal verdeeld worden in 6 staken, alzo zij 6 broers en zusters gehad heeft, voor iedere staak een zesdepart, waaronder mede de kinderen van de voorschreven Jannetje Gerrits. 670
                                          In 1679 doet Neeltje Dircx, ziek naar lichaam, haar testament van 8 december 1676 teniet. Zij begeert dat de kinderen van Jannetje Gerrits zal. zullen mogen aannemen de helft in de huizinge en erf testatrice toebehorende, waar zij naast de kinderen van Jannetje Gerrits is wonende, die aan haar boedel zullen goed doen 600 gld contant. Zij nomineert tot haar algehele erfgenamen Dirck Sijbrantsz en Trijn Sijbrants, bij vooroverlijden hun wettige descendenten in de plaats van hun ouders, en dit in erkentenis van de veelvuldige vriendschappen, diensten, moeiten en kosten dewelke de voorschreven Dick Sijbrantsz en Trijn Sijbrants haar alrede hebben bewezen en nog verder zo 't God belieft bewijzen zullen. 671
                                    138. (<69) Jan Gerritsz ROELIS, is op 2 januari 1624 voogd van een kind van Dirck Claesz Sluijck en wijlen Aeff Arents 549,
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1615 Albert Pietersz, van Zaandam nu wonende te Hoorn, aan Jan Gerretsz timmerman, nu wonende op Zaandam, een stuk land liggende buitendijk benoorden 't Ouwe Hoff, groot omtrent 7 hond, belend ten zuiden Pieter Teuwisz, ten noorden de erfgenamen van Stoffel Stoffelsz, voor 700 gld 672.
                                        In de banne van Westzaan verkopen in 1632 Gerret Jansz Timmerman, Jan Jansz, hen ook sterk makende voor Arent Dircksz, Thijs Pietersz en Dirck Claesz, onze buurluiden wonende op de Laghendyck, aan Arent, Gerret en Dirck Meynertssonen, gebroeders, allen houtkopers te Zaandam in de banne van Oostzaan, een stuk land achter op Michgiel Jansz Crossijn aan zijn huis op de Dycksloot, groot omtrent 1400 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Lysgen Jan Jansz, ten zuiden Jacob Mentsz smid 673.
                                    tr.
                                    139. (<69) (>278) Neel TEUWIS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Gerrit Jansz ROELIS, timmerman, overl. 12 aug. 1646  674, begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. N.N.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1616 Gerret Jansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter Teuwisz mede wonende op Zaandam een half huis, hooihuis en 't halve erf en al 't gereedschap dat tot die voorschreven halve helling is, mitsgaders al 't staande getimmerte dat op 't halve erf staat, uitgenomen het nieuwe huis dat Pieter Teuwisz en Jan Gerret Roeles tezamen getimmerd hebben, op Zaandam in de Horn, belend ten noorden Jacob Willemsz en Heynderick Jansz, ten zuiden Barent Heyndericxz en Evert Jansz, voor 2200 gld, te betalen een zesdepart op Pasen of 14 dagen daarna anno 1618, de rest 5 jaren daarna, te weten 1619-1623, telkens een zesdepart, gevolgd door de opdracht door Jan Gerretsz timmerman vanwege Pieter Teuwisz dewelke ziek te bedde ligt 675.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1617 Claes Jacobsz Nomis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Jansz timmerman mede wonende op Zaandam een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Claes Jacobsz, ten zuiden Houweris Ronkesz, voor 400 gld, te betalen 266 gld 6 st 8 penn gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1618 en 1619, gevolgd door de opdracht 676.
                                      2. Jan Jansz (ROELIS), geb. ca. 1602, overl. nov. 1676 (oud 74 jaar 677), begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. Mary JANS, overl. 12 jan. 1659  677, begr. ald. (Westerkerk).
                                      3. Geer JANSDR, zie 69.
                                      4. N.N. JANS, tr. Thijs PIETERSZ.
                                      5. N.N. JANS, tr. Dirck Claesz BAERTS, geb. vóór of in 1592  678, schepen, zn van Claes BAERTSZ en Neel JANSDR.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1629 Dirck Claesz Baertsz als zoon en voogd van Neel Jansdr wonende op Wormerveer aan Jan Huybertsz mede buurman aldaar, een ventje Saendycx, groot omtrent 4 roeden, bezuiden Wormerveer, belend ten noorden Neel Jans voorschreven, ten zuiden Jan Huybertsz, voorschreven, voor 9 gld 679.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1631 Pieter Jansz van Bergen wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baerts mede buurman aldaar een erfje op Wormerveer, belend ten oosten Pieter Jansz, ten westen Hillegond Dircxdr, voor 70 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Sint Pietersdagen 1632 en 1633, en verkoopt in 1634 Cornelis Dircxz wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baerts mede buurman aldaar een stuk land groot omtrent 264 roeden, achter de Ghoren, belend ten noorden Jan Jansz Waecker, ten zuiden Allert Baertsz, voor 475 gld 4 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Allerheiligendagen 1635 en 1636 680.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1635 Jan Jacobsz wonende te Krommenie aan Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer een stuk land genaamd de Hoorn, groot 562 roeden, liggende op Bullemans Rydt, belend ten noorden Jan Cornelis Styvelysmaecker, ten zuiden Pieter Jansz Lysgen, mitsgaders nog een een akker land genaamd de Sniepel liggende bij Wormerveer, groot 168 roeden, ten betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1636, 1637 en 1638, verkoopt in 1636 Claes Pietersz Neijer met procuratie van Jan Claesz wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baertsz mede buurman aldaar een stuk land groot 768 roeden, liggende voor Jacob Jansz Backer uit een kamp aan de weg, belend ten noorden Auwel Florisz, ten zuiden Jan Claesz Broers, voor 1440 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1636, 1637 en 1638, vermangelt in 1636 Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer aan Jan Jansz Waecker wonende in de Middel een stuk land land liggende voor de akkers van Jacob Jansz in de Middel uit een kamp binnen de Watering, groot 775 roeden, belend ten noorden Auwel Flooriesz, ten zuiden Jan Claesz Broers, getaxeerd op 1200 gld, en omgekeerd een akker land groot 276 roeden op de Soete Dwersloot, belend ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Jan Jansz voorschreven, getaxeerd op 300 gld 681.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1637 Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer schuldig te wezen Maria Vlaminck weduwe van Cornelis van Meeckeren, poorteresse van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 100 gld, hoofdsom 2000 gld, met als onderpand een stuk land groot 660 roeden bezuiden Krommenie in de ban van Westzaan, belend ten oosten Pieter Jansz Lijsjes, ten westen Jan Smit, nog 2 akkers op de Soete Dwersloot, groot tezamen 756 roeden, belend ten oosten Symon Jacobsz en Allert Baertsz, ten westen Pieter Jansz Lysjes en Jan Jansz Waecker, nog een akker land als voren groot 307 roeden, belend ten oosten Cornelis Pietersz Timmerman, ten westen Claes Jansz 682.
                                          In Krommene bekent in 1646 Claes Barentsz, onze buurman, schuldig te wezen Dirck Claesz Baertsses op Wormerveer een jaarlijkse losrente van 4 gld, hoofdgeld 100 gld, met als onderpand zijn huis met 't erf op 't Madt, belend ten oosten Dirck Crispiaensz, ten westen Aerijs Michielsz 683.
                                          In de banne van Westzaan in 1649 bekent Dirck Claesz Baertsz, wonende op Wormerveer, uit naam van zijn zoon Cornelis Dircxz Keyser, schuldig te wezen Aechte Claes, nagelaten weeskind van Claes Pieter Jacobsz op Zaandijk, een jaarlijkse losrente van 20 gld, hoofdsom 400 gld, verbindende een huis en erf op Wormereer, belend ten zuiden Jevit Pietersz, ten noorden Pieter Claesz (op 28 mei 1652 wettelijk opgezegd, op 29 juli 1653 betaald), en bekent Dirck Claesz Baertses schuldig te wezen Trijn Claes, nagelaten weeskind van z.g. Claes Gerretsz in 't Suytent, een jaarlijkse losrente van 20 gld 5 st, hoofdsom 500 gld, verbindende een stuk land genaamd Hovelyngsweer, groot omtrent 600 roeden, belend ten oosten Jan Can, ten westen Claes Arisz (op 17 september [zonder jaar] is de hoofdsom met interest voldaan; de rente aan Trijn Louwen geleverd) 684.
                                          In de banne van Westzaan in 1650 bekent Dirck Claes Baertses, mede-schepen wonende op Wormerveer, schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis Jacobsz Cop wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 30 gld, hoofdsom 668 gld, verbindende een stuk land groot 600 roeden liggende achter Dirck Claesz voorschreven, belend ten zuiden Jan Cornelisz Wennes, ten noorden Claes Arisz (op 17 september [zonder jaar] voldaan), bekent Dirck Claes Baertsz, mede broeder in officie, schuldig te wezen Marij Dircx, nagelaten weeskind van z.g. Dirck Dircxz Butter en Aeffgen Gerrets, 200 gld, te betalen aan Claes Willemsz, verbindende een akkertje land groot omtrent 150 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan de Waeck, ten noorden bruikland van Jevit Pietersz (betaald op 23 juli 1652), bekent Pieter Dirck Claes Baertsz (tekent als Pieter Dirrickx Hil) wonende op Wormerveer schuldig te wezen Aecht Jans, weeskind van Aecht Claes Noomen aldaar, een jaarlijkse losrente van 27 gld, hoofdsom 600 gld, verbindende een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Pieter Claesz Prins, ten noorden Dirck Staets (opgezegd op 4 juli 1656; Claes Aris bekent voldaan op 11 maart 1657), en bekent Dirck Claes Baertsz wonende op Wormerveer schuldig te wezen Claes Arisz, wonende in 't Suijtent, een jaarlijkse losrente van 42 gld 10 st, hoofdsom 1000 gld, verbindende een stuk land van 500 roeden, belend ten zuiden Cornelis Dircxz, ten noorden Gys Hes, nog een stuk land van 260 roeden, belend ten zuiden Heynne Jansz, ten noorden Jan Jansz Waecker (opgebracht) 685.
                                          In de banne van Krommenie is in 1668 Pieter Willemsz, zaadmeter te Krommenie, eiser contra Dirck Claes Baertsz, zaadmeter te Wormerveer, met zijn zetter Willem Jansz 686.
                                    140. (<70) Jacob MENSZ  296, smid, molenaar en koopman van wagenschot te Zaandam, houtkoper, het eerst vermeld op 3 juni 1612, als belender, bij verkoopt door Claes Pietersz aan Willem Cornelisz alias Willem Slommer van een huis en erf op Zaandam, belend ten zuiden Jacop Mensz smidt, ten noorden Willem Jansz smidt, welk huis en erf staande in de Molenbuert op 28 februari 1614 weer verkocht wordt door Pieter Cornelisz Slommes aan Pieter Claesz Smit 297, overl. vóór 4 okt. 1656,
                                        In 1612 getaxeerd, op den Horn: Jacop Mensen zijn huis op ƒ 825 543.
                                        In de banne van Westzaan in januari 1623 verkoopt Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st, en bekent Jacob Mentsz, smid, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Jan Luijtsz en Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurmannen aldaar, 3 vierdeparten van een stuk land groot in 't geheel 840 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Ghriete Ares, voor 918 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht door Jan Luytsz voor hemzelf, en Pieter IJsbrantsz c.s. als voogden van de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. [in tegenspraak met latere vermeldingen van Cornelis IJsbrantsz], wonende op Zaandam 183.
                                        In de banne van Westzaan bekent op 10 maart 1623 Jacob Pietersz uit naam van zijn vader wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz smid, mede buurman aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molenbuiert, belend ten noorden Wining Wuertsz[?], ten zuiden Cornelis Jansz, voor 1245 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Pieter Gijsbertsz, houtkoper 687.
                                        In de banne van Westzaan bekent op 30 april 1625 Iacop Mentsz, smid wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Heyndericxz mede buurman aldaar een vrije gemene gang van 5 voeten breed, strekkende van de Dijck of 's Heerenwech af tot de Dijcksloot toe, belend ten noorden Claes Heyndericxz voorschreven, ten zuiden Barber Theuwesdr, welke gang zij tezamen zullen onderhouden en gebruiken om naar en van de Heerenwech te gaan, ook zal Jacob Mentsz of zijn nakomelingen mogen uithangen op de hoek [van de steeg] van 't huis van Claes Heynen een bord op zijn eigen kosten, voor 700 gld, te betalen 2 derdeparten gereed, de rest over een jaar op mei 1626 (betaald door Jacob Mentsz op 12 juni 1631), gevolgd door de opdracht van de gang over 't erf van de oude werf van Guerte Pouwels 688.
                                        In de banne van Westzaan bekent op 4 juli 1630 Cornelis Allertsz Bloockemaecker wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje op de zuidkant van Jacob Mentszven, belend ten noorden Jacob Mentsz voorschreven, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 375 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 jaren, telkens 4 juli, 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht, bekent in 1630 Claes Jacobsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje uit de ven, belend ten noorden Jacob Mentsz voorschreven, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 270 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht, en bekent op 30 mei 1631 Lambert Jacobsz Waert wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje in Jacob Mensesven, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 270 gld, ten betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, onder conditie over de gemene sloot, zo de ene de sloot wil uitdiepen de ander dat ook moet doen, mitsgaders dat aan weerszijden van de erven elk 3 voet van de straat moet onderhouden, en ook de gemene brug, „penning ponts gelyck” 689.
                                        In de banne van Westzaan bekent op 15 juli 1631 Jacob Mentsz [ondertekent als Jacop Mensen] wonende te Zaandam schuldig te zijn Guert en Lysbet Jansdochteren, de nagelaten weeskinderen van Jan Claesz alias Groot Jan, mede wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 20 gld, te lossen met 400 gld, verbindende hiervoor tot onderpand zijn huis en erf met het land achteraan, belend ten zuiden Gerrit Arissen, ten noorden Jan Gerretsz 690.
                                        Op 4 juni 1632 verkrijgt Jacob Mensen, buurman te Zaandam, consent voor een molentje om wagenschot te zagen in de banne van Zaandam aan de oostzijde van de kerk, voor 3 ponden 's jaars erfpacht 691.
                                        In de banne van Westzaan verklaren op 14 juni 1632 Gerret Meynertsz c.s., houtkopers in de banne van Oostzaan, ter eenre, en Jacob Mentsz, molenaar en koopman van wagenschot wonende in de banne van Westzaan, ter andere zijde, veraccordeerd te wezen vanwege hun land, zijd aan zijd te Zaandam beneven de Dam of de Overtoom in de ban van Westzaan met de oostenden op de dycksloot, dat zij de sloot tussen hen beiden zullen opschieten en wijd maken 20 voeten breed blijvend als hij beplaat zal wezen, diep 5 voet uit het maaiveld, welke sloot door alle mensen vrij en gemeen zal mogen gebruikt worden (met verdere bepalingen) 692.
                                        In de banne van Westzaan is op 25 mei 1637 Jacob Mentsz buurman op Zaandam eiser contra Jan Fransz Fraaey, biersteker op Zaandam, om betaling bij provisie van 56 gld, als 30 gld over rest van huishuur en 26 gld over 't maken van glazen. Op 2 juli 1637 bekent de gedaagde de huishuur schuldig te zijn, en wat belangt de glazen loopt hem de eis te hoog. Schepenen condemneren de gedaagde in de geëiste somme, compenserende de kosten om redenen. 693
                                        In de banne van Westzaan bekent op 18 januari 1639 Jacob Mentsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Dircxsz van 't Calff een stuk land genaamd de ven met een stukje land daarbij gelegen genaamd het Vockgen, groot tezamen [leeg] roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Maet Aris c.s., ten noorden Reijer Claesz, voor 3606 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1639, 1640 en 1641, gevolgd door de opdracht 694.
                                        In de banne van Westzaan bekennen op 21 februari 1641 Jacob Mentsz met zijn zoon Claes Jacobsz, beiden wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Jaspersz c.s. als voogden van 't nagelaten weeskind van Lysbet Pieters genaamd Claes claesz mede onze buurluiden, een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Neel Pieters, weduwe, ten noorden Cornelis de Kistemaecker, voor 3000 gld, te betalen op 3 eerstvolgende meidagen 1641, 1642 en 1643, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, verkoopt op 17 oktober 1641 Jan Gerretsz wonende te Oostzaan aan Jacob Mentsz, houtkoper, wonende te Zaandam, 3 vierdeparten van een huis en erf te Zaandam voor de Overtoom, belend ten zuiden de gang van Jacob Mentsz, ten noorden Jacob Mentsz voorschreven, voor 2800 gld, en verkoopt op 23 april 1643 Sr Loth Schouten, brouwer in de Twe Gecroonde Steenen te Haarlem, aan Jacob Mentsz houtkoper wonende te Zaandam een vierdepart van een huis en erf tegenover de Dam waar tegenwoordig de Valck uithangt, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 1200 gld 695.
                                        In de banne van Westzaan verkopen op 10 maart 1644 Willem Pietersz c.s. wonende op Zaandam aan Jacop Mentsz en Alewijn Fransz mede wonende aldaar een stuk land genaamd Buijven, groot 738 1/3 roede, liggende bij de Dijck, belend ten zuiden Pieter Claesz Timmerman, ten noorden Brecht Jacobs, voor 1081 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1644, 1645 en 1646, en aan Jacob Mentsz houtkoper een stuk land genaamd de Groote Ven, groot 1333 roeden, liggende bij de Dijck, belend ten zuiden de Dijck, ten noorden Trijn Arents, voor 1624 gld, te betalen op 3 meidagen 1644, 1645 en 1646 696.c
                                        In de banne van Westzaan verklaart op 16 januari 1647 Jacob Mentsz wonende te Zaandam, dat hem verleend is de gerechtigheid van de wind tot zijn houzagersmolentje dat hij gezet en gesteld heeft bij Zaandam, belend ten zuiden de Hoogendijck, ten noorden de voorschreven Jacob Mentsz, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars blijkende uit de brief van 11 januari 1646, met als onderpand de voorschreven houtzagersmolen 697.
                                        Op 25 februari 1655 wordt Jacob Mensz vermeld als belend ten zuiden van een huis en erf te Zaandam aan de Dam 698.
                                        Op 28 december 1656 zijn in Westzaandam Claes Jacobsz Mens, Willem Jacobsz Mens, Lourens Lubbertsz man en voogd van Neel Jacobs, Cornelis Claesz Kalf man en voogd van Maertje Jacobs, en Jannetje Jacobs geassisteerd met Claes Jacobsz voorschreven, haar broer en voogd in dezen, en in die kwaliteit erfgenamen van zal. Jacob Mens, mitsgaders Hendrick Dircksz en Jacob Claesz Broocker als opzienders van 't Vermaenhuys, Cornelis Allertsz Blockmaecker, Joost Harmensz Backer, Govert Govertsz Blockmaecker en Im Claes geassisteerd met Cornelis Allertsz haar voogd in dezen, tezamen eigenaars en participanten in de ven genaamd Jaep Mens-Ven, liggende nevens de Overtoom bewesten de Dijcksloot, geaccordeerd nopende enige artikelen over contract, als volgt (waarna de tekst), ondertekend als Claes Jacobsz Mens houtkoper, Jan Jacopes Mens houtkoper, Willem Jacobsz Mensen houtkoper, Louwerens Lubbertsz korenkoper, Cornelis Claesen Calf houtkoper, Jannetje Jacobs, Cornelys Allertsen, 't merk van Im Claes, Heijndrick Dijrck Sluijck, Jacob Claesz Broocker, Govert Govertsen Block, Jacob Harmans Backer, en zijn de genoemde erfgenamen van Jacob Mensz met elkaar geaccordeerd nopende zekere ordonnantiën en artikelen op het land genaamd Gerrit Ariszven, in manieren nabeschreven (gevolgd door de tekst) 699.
                                        In de banne van Westzaan mangelen op 6 november 1670 Claes Jacobsz Mens en zijn broer Jan Jacobsz Mens, beiden wonende te Zaandam, waarbij Jan Jacobsz Mens verkrijgt een zesdepart in het erf, nog gemeen en onverdeeld, te Zaandam op Jaep Mensenpadt bij de Dam, dit zesdepart groot omtrent 100 roeden, en Claes Jacobsz Mens een derdepart in een ven land, groot 't derdepart omtrent 300 roeden, te Zaandam, waarop de molen van de koper staat, belend ten noorden Jannetje Jacobs, ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Teuwisz 700.
                                        In de banne van Westzaan bekennen op 5 juni 1671 Jan Jacobsz Mens voor 2 zesden, Neeltie Jacobs weduwe van Louris Lubbertsz voor een zesde, Cornelis Claasz Kalff voor een zesde, Theunis Arentsz Breuwer voor een zesde en IJsbrant Arentsz voor 't resterende zesdepart, gekocht te hebben van Meijndert Arentsz Coopman, allen wonende te Zaandam, ook voor Jan Arentsz Meijn en Trijntje Arents, zijn broer en zuster, 3 partijtjes land tot erven te Zaandam, het eerste op Rustenburgh beoosten 't gemene pad of gang, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijnertsz zal, ten noorden de gemene sloot, 't andere partijtje bewesten 't voorschreven pad, belend ten zuiden dito erfgenamen, ten noorden de weduwe van Dirck Pietersz, en 't laatste partijtje bewesten het huis van dito weduwe, belend ten oosten dezelve weduwe, ten westen de verkopers, voor 1700 gld, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen bij egale portiën 275.
                                    tr. N.N.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Claes Jacobsz MENS, geb. ca. 1610  701, houtkoper, wagenschotzager 701, overl. Zaandam kort vóór 10 jan. 1685, tr. 1° Stijntjen ADRIJAENS, dr van Adrijaen Cornelisz van der LEIJ en Niesjen CORNELIS, tr. 2° (schepenbank) Westzaan 13 febr. 1656 Anna Jans KORVER, dr van Jan Pietersz KORVER, wed. van Dirck Jacobsz BUIJCK.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 24 april 1650 Claes Jacobsz Mentsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Maerten Claesz Kael, als man en voogd van Neel Dircx weduwe geweest zijnde van Jan Pietersz Boom, en Jacob Pietersz Metselaer als voogd in dezen van Maddaleentgen Jans (alzo haar man tegenwoordig buitenslands is), mitsgaders de weesmeesteren (voor zoveel de onmondige kinderen aangaat), een wagenschotzagersmolen en erf mitsgaders nog het erf daar benoorden aan, staande en liggende bewesten de Nieuwe Vaert benoorden Cornelis Semans Veersloot, belend ten zuiden Jacob Jansz Ommecomen, ten noorden Claes Claesz Stickel c.s., voor 1630 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1650, 1651, 1652, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 702.
                                          In de banne van Westzaan stelt op 25 mei 1651 Claes Jacobsz Mensis wonende te Zaandam, vanwege verleende gerechtigheid van de wind tot zijn houtzagersmolen te Zaandam, belend ten zuiden Jacob Jansz Ommecomen, ten noorden Aerian Cornelisz, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars volgens de brief van 23 februari 1651 703, tot onderpand de voorschreven molen 704.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 16 mei 1652 Meyndert Arentsz wonende te Zaandam, ook voor Jan Pietersz Gijsen en Claes Claesz Stickel, aan Claes Jacobs Menses, mede wonende aldaar, een erf op de Nieuwe Vart te Zaandam, belend ten zuiden Jan Claesz Joor, ten noorden Tryntgen Aecht Jans c.s., voor 500 gld 705.
                                          In de banne van Westzaan op 1 maart 1657 bekent Allert Garbrantsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jacobsz Mensch c.s. een erf breed bij de straat langs te meten 30 voeten, liggende bezuiden Jacob Menszpadt, belend ten zuiden Cornelis Jansz Swager, ten noorden de verkopers, ten oosten de Dijcksloot, ten westen de verkopers, voor 570 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, waarna de opdracht, en bekent Jan Pouwelsz wonende op Zaandam evenzo gekocht te hebben een erf op Jacob Menszpadt, belend ten noorden het Vermaningherf, ten oosten Jan Jacobsz Mensch, groot 32 voeten breed langs de straat strekkende van de straat tot de sloot toe, voor 405 gld, te betalen op 3 achtereenvolgende meidagen 1657, 1658 en 1659, telkens een derdepart, waarna de opdracht 706.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 20 juli 1658 Claes Jacobsz Mens wonende te Zaandam gekocht te hebben van Willem Jansz Joor mede aldaar een stuk land, groot 203 roeden, achter Jan Maertsz Smit uit over de vaart, te Zaandam, belend ten noorden de koper, ten zuiden Pieter van Beeckesteijn, voor 497 gld, te betalen op 3 meidagen, te weten 1658, 1659, 1660, telkens een derdepart 707.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 5 april 1659 Claes Jacobsz Mens wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Claesz Stickel, representerende de erfgenamen van zal. Claes Claesz Stickel en als last hebbende van Jan Pietersz Gijsen mede aldaar, een einde land aan 't Westeijnde van Stickelspadt, strekkende oostaan van de gemene Nieuwe Vaert aan de osendrop toe van 't huis waarin Maerten Claesz Stickel tegenwoordig woont, belend ten zuiden Willem Jansz Joor, ten noorden Claes IJsbrantsz c.s., op conditie dat indien de verkopers de sloot begeren opgediept te hebben tot de gemene vaart toe, zo zal de koper van zijn land moeten missen 12 voeten of 1 roede breedte langs doorgaande, waarvan de specie zal geprofiteerd worden door de koper en het arbeidsloon zal gedragen worden door de verkopers, voor 450 gld, te betalen 225 gld gereed en de resterende penningen over een jaar 708.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 11 maart 1660 Claes Jacobsz Menses wonende te Zaandam aan Jacob Cornelisz Leer mede aldaar een stukje land zo 't afgedeeld ligt te Zaandam in de Molenbuert op het Stickelspadt, strekkende van de Nieuwe Vaert tot de osendrop van 't huis van Maerten Claesz Stickel, belend ten zuiden Willem Cornelisz Joor, ten noorden Claes IJsbrantsz c.s., met conditie dat de koper van 't zelve land langs heen zal moeten missen 1 roede land tot verwijding van de sloot mits de aarde daarvan zal door de koper geprofiteerd worden en de kosten van 't opschieten van de sloot zal door Jan Pietersz Gijsen c.s. gedragen worden, voor 615 gld 709.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 29 juli 1660 Joost Harmensz Backer wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jacobsz Mens mede wonende aldaar een erf, breed omtrent 25 voeten, te Zaandam, op en bezuiden Jacob Mensenpadt, belend ten oosten Willem Jacobsz Mens, ten westen Louris Lubbertsz, voor 275 gld 710.
                                          Op 25 augustus 1661 verkrijgt Claes Jacobsz Ments, buurman te Zaandam in de banne van Westzaan, het recht van de wind nodig tot een windzaagmolentje door hem voornemens op te stellen op zijn eigen grond, voor een jaarlijkse erfpacht van 3 ponden 711.
                                          In de banne van Westzaan verklaart op 23 november 1662 Claes Jacobs Mensis wonende te Zaandam het recht van de wind verkregen te hebben voor zijn zaagmolen op zijn eigen grond op de Zuijer Wateringe, belend ten zuiden Claes Cornelisz Kalf, ten noorden de weduwe van Cornelis Teeuwis, onder een erfpacht van 3 ponden jaarlijks 712.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 13 maart 1664 Claes Jacobsz Menses wonende te Zaandam aan Joost Harmensz Backer mede wonende aldaar een erfje, groot bij het pad langs 25 voeten lang van de ene sloot naar de andere, te Zaandam op het Noorder Jacob Mensenpad, belend ten westen Willem Jacob Mensen, ten oosten Claes Cornelisz Kalf, voor 370 gld 713.
                                          In de banne van Westzaan in 1665 bekent Claes Jacobsz Menses wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Jansz Mataris, ook voor zijn broer Aris Jansz Mataris, wonende mede aldaar, een stuk land, groot 548 roeden, een vierdepart liggene achter Stickelpadt, belend ten zuiden Claes Cornelisz Kalff, ten noorden Claes Isbrantsz, voor 33 gld 11 st, te betalen de helft gereed en de andere helft op vrouwendag 1666, belijdt Jacob Cornelisz Winckelhaeck, aan de Oostzijde van Zaandam, gekocht te hebben van Claes Jacobsz Menses wonende te Westzaandam een erf op de Zuijer Damstraet, belend ten oosten Willem Jacobsz Mens, ten westen Jannitje Jacobs Mens, voor 200 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart, en belijdt Joost Harmansz Backer te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jacobsz Menses wonende te Westzaandam een erf op de Damstraet, belend ten oosten Willem Jacobsz Mens, ten westen Jannitje Jacobs, voor 200 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 714.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 24 maart 1667 Jacob Jansz Bloem, wonende te Oostzaandam, van Claes Jacobsz Mens, wonende te Zaandam, gekocht te hebben een erfje te Zaandam op 't Zuyder Jaap Mensenpadt, belend ten oosten Arent Jansz, ten westen Willem Jaap Menses, voor 170 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1667, 1668 en 1669 715.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 5 maart 1671 Claes Jacobsz Mens gekocht te hebben van Arent Albertsz Neeff, koopluiden te Zaandam, een erfje op 't Stickelspadt te Zaandam, belend ten oosten en westen de koper, breed 41 voeten, voor 102 gld, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen bij egale portiën, van Koert Jansz van der Weijde, wonende te Zaandam, een erf op 't Stickelspadt aldaar, belend ten oosten Jan Couprie, ten westen de koper, voor 90 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen in egale portiën, en, voor hemzelf voor de ene en voor zijn zoon Jan Claesz Mens voor de andere helft, van IJsbrant Cornelisz Timmerman, wonende te Zaandam, een erf breed 41 voeten te Zaandam op Stickelspadt, belend ten oosten Claes Jansz Schaep, ten westen Claes Jaep Menses, voor 130 gld, te betalen op 3 meidagen, nl. 1671, 72 en 73, telkens een derdepart 716.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 5 november 1676 Gerrit Jansz Aardigh wonende te Oostzaandam, ook als last en procuratie hebbende van Cornelis, Jan, Pieter, Adrijaen en Sijmon Claesz Mens allen wonende te Zaandam, aan Gerrit Dircsz en Willem Claesz wonende op Zaandijk een derdepart in een papiermolen, erf en gereedschappen op de Koogh, binnendijks, belend ten noorden Jan Coopman, ten zuiden de erfgenamen van Jan Pietersz Banningh, genaamd de Jonge Swaen, voor 735 gld 717.
                                          In de banne van Westzaan in 1678 verkoopt Claes Jacobsz Mens wonende te Westzaan aan Gerrit Pieter Haijnes wonende te Westzaan 2 erven, beide gelegen op Stickelspadt te Westzaandam, het ene, No. 6, breed 25 voeten, het andere, No. 7, mede 25 voeten breed,, achter elkaar, lang van de ene sloot tot de andere, voor 109 gld, en verkoopt Claes Jacobsz Mens wonende te Westzaandam aan de armenvoogden aldaar een huis en erf te Zaandam voormeld op 't Stickerspadt, belend ten westen 't dorpsarmenhuis, ten oosten de verkoper, voor 230 gld 718.
                                          In de banne van Westzaan in 1679 verkoopt Claes Jacobsz Mens aan Jan Claesz Schaap, beiden wonende te Zaandam, een houtzagersmolen, erf en huis te Westzaandam op de Nieuwe Vaart naast het Stickelspadt, belend ten noorden Adrijaen IJsbrantsz, ten zuiden Jannetje Jacobs, met eigen sloot en aan weerszijden uit dit verkochte land geschoten, belend ten westen Jan Jaap Ooms, ten oosten de vaart, 't land groot omtrent 700 roeden, zijnde de molen genaamd d'Jonge Prins, met alle gereedschappen, doch met de voorwaarde dat de verkoper een vrije gang over het erf behoudt, aan Jan Claesz Mens voor een derde, Gerrit Cornelisz Olyslager mede voor een derde, Cornelis van der Laij, Simon van der Laij en Neeltje van der Laij voor 't resterende derdepart, een houtzagersmolen en erf op de Zuijder Wateringh bij Zaandam, belend ten zuiden Jannetje Jacobs Menses, ten noorden Cornelis Gerritsz Maijn, met alle gereedschappen, genaamd d'Gidion, voor 1200 gld, en aan de weduwe van Jochem Jacobsz Leenen wonende te Assendelft een venland bij Zaandam, belend ten westen Jan Mens cum socio, ten zuiden Jannetje Jacobs, ten noorden Cornelis Gerritsz Maijn, ten oosten Jan Abrahamsz Oosterhooren cum socio, groot omtrent 980 roeden, voor 900 gld 719.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 18 april 1680 Claes Claesz Haes van Claes Jacobsz Mens, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf in de Molenbuirt te Westzaandam aan de Zaan, belend ten zuiden Harman Gijsbertsz, ten noorden de gemene gang, voor 3400 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de opdracht volgt 720.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 10 juni 1681 Claes Jacobsz Mens aan Cornelis Mighielsz Kalf, beiden wonende te Westzaandam, een erf te Zaandam op het Stickelspadt, belend ten oosten en westen de koper, voor 34 gld 721.
                                          Op 31 oktober 1682 verklaart Claes Jacobsz Mensch wonende te Zaandam, te kennen gevende dat door gemene participanten en ingelanden van 't Stickelpadt, waarop hij is wonende, is geresolveerd 't zelve Stickelpadt met een bekwame straat te beleggen, dat hij geen gelegenheid heeft om voor al zijn eigendommen op 't voorschreven pad de kosten op te brengen, maar dat schepenen en regenten van Westzaandam de kosten op zijn verzoek zullen voorschieten 722.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 12 november 1682 Claes Jacobsz Mens wonende te Zaandam aan Meijndert Arentsz Coopman mede aldaar een erfje te Westzaandam voornoemd op het Spinhuijspat naast het armen- of weeshuis, breed 25 voet, voor 53 gld 723.
                                          Op 10 januari 1685 geven Pieter Claesz Mens en Ariaan Claesz Mens voor henzelf, en nog benevens Jan Claesz Mensch hierna genoemd als omen en bloedvoogden van de nagelaten kinderen van hun overleden broers Cornelis en Simon Claesz Mensch, mitsgaders Gerrit Jansz Aerdigh in huwelijk gehad hebbende Griet Claes Mensch zal., als vader en voogd van zijn kinderen, tezamen kinderen en kindskinderen van zal. Claes Jacobsz Mensch onlangs te Zaandam overleden, machtiging aan hun broer en zwager en mede-erfgenaam Jan Claesz Mensch voorschreven, om voor het gerecht van Westzaan op te dragen zodanige huizen en erven als reeds gezamenlijk door hen verkocht of nog verkocht mochten worden 724.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt op 11 januari 1685 Jan Claasz Mens, als mede-erfgenaam van zal. Claas Jacobsz Mens en deszelfs huisvrouw, te Zaandam overleden, nog als last en procuratie hebbende van zijn broers en zwagers, volgens de procuratie gepasseerd voor notaris Sijmon Oosterhooren op 10 januari 1685, aan Sijmon Pietersz Muesses, allen te Zaandam woonachtig, een groot huis en erf te Westzaandam op het Stickelspadt, belend ten oosten Jan, ten westen Lijns Claes Schaep, voor 1000 gld, en aan Claes Arentsz Bloem en Claas Cornelis Groot als schepenen en regeerders te Westzaandam, 3 erven, liggende naast elkaar op het Stickelspat te Westzaandam, strekkende van de ene sloot naar de andere, breed bij het pad heen te meten ieder erf omtrent 25 voeten, belend ten westen Meijndert Arentsz, ten oosten Jean Conori, voor 85 gld 725.
                                          In 1674 maken Adrijaen Pietersz van der Leij en Niesjen Cornelis, echteluiden wonende te Zaandijk, beiden van hoge ouderdom, een testament waarin zij o.a. testeren aan de kinderen van hun overleden dochter Stijntjen Adrijaens geprocreëerd bij Claes Jacobsz Mens, onder meer een derdepart in de Koger papiermolen genaamd de Swan, een negendepart in de oliemolen op 't Kalf genaamd het Swarte Kalf en in de volmolen op 't Kalf genaamd ket Kuijken; de zoon Cornelis Claesz Mens zal alleen de vruchten hebben totdat testateurs zonen Cornelis en Sijmon Adrijaensz van der Leij zijn comportement zodanig achten te zijn dat hij bekwaam is zijn portie te regeren 726.
                                          Op 4 november 1676 geven Cornelis Claesz Mens, Jan Claesz Mens, Pieter Claesz Mens, Arijaen Claesz Mens en Simon Claesz Mens, gebroeders, allen wonende te Zaandam, machtiging aan hun zwager Gerrit Jansz Aardigh, mede wonende aldaar, teneinde voor het gerecht van Westzaan aan Gerrit Dircsz wonende op Zaandijk op te dragen een derdepart in een oliemolen genaamd de Swan staande op de Koog binnendijk, met erf en schuren, als hun, comparanten, benevens de geconstitueerde is toebehorende, voor 733 gld verkocht, en om verder te verkopen een negendepart in een oliemolen, erf en gereedschappen, genaamd 't Swarte Kalff, item een negendepart in een volmolen, erf en gereedschappen, genaamd 't Kuyke, beide in de Kalverpolder in de banne van Ooostzaan 727.
                                          Op 29 januari 1656 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Claes Jacobsz Mens(sen), weduwnaar, em Anna Jans Korver(s), weduwe, geassisteerd met Claes Dircxz haar voogd in dezen, allen woonachtig te Zaandam. Elk zal de ingebrachte goederen behouden, alleen de jaarlijkse vruchten en inkomsten zullen in de gemeenschap komen. Als hij als eerste overlijdt zal zij een kindsgedeelte van zijn goederen genieten, boven hetgeen zij blijkens de inventaris ingebracht heeft. Als zij als eerste overlijdt zal hij haar ingebrachte goederen uitkeren aan haar kinderen zo die alsdan nog leven, anders aan haar naaste vrunden en erfgenamen ab intestato. Winst en verlies staande huwelijk zullen alleen door hem genoten en gedragen worden. Gedaan ten huize van Pieter Abrahansz. 728
                                          Op 17 juni 1656 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen die Anna Jans Korvers ten huwelijk heeft ingebracht, ten verzoeke en overstaan van Claes Jacobsz Mens en de voorschreven Anna Jans, bestaande uit een huis en erf op de Noorder Nieuwendijck, belend ten westen Cornelis Jacobsz Nennes, ten oosten Jan Jansz Backer, en allerlei roerende goederen waaronder een schrijftafel 729.
                                          Uit het dagboek van Jan Jansz over de Doopsgezinde gemeenten in Westzaan en Zaandam (1651-1657): op 13 februari 1656 is Anna Jans, dochter van Jan Pietersz Korver en een zuster bij onze [Friese] gemeente, zijnde de weduwe van Dirck Jacopsz Buijck, weder getrouwd voor het gerecht met Claes Jacopsz, zoon van Jacop Mensz, zijnde weduwnaar en een broeder bij de Waterlandse gemeente, waarover groot ongenoegen is onder onze broeders 730.
                                      2. Jan Jacobsz MENS, houtkoper.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1655 Jan Jacobsz Menses wonende te Zaandam gekocht te hebben van Pieter Claesz Garnaer mede wonende aldaar een huis en erf te Zaandam op de Dam in de Hoorn, belend ten zuiden Augustijn Jochemsz Poelenburch, ten noorden Neeltie Jans, voor 3034 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telekens een derdepart, gevolgd door de opdracht 731.
                                          In de banne van westzaan bekent in 1661 Jan Claesz Scheur wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jan Jacobsz Mens, mede aldaar woonachtig, een erfje groot bij de weg 25 voeten als het andere erf, liggende te Zaandam bij de Dam op Jacob Mensenpadt, belend ten westen Claes Cornelisz kalff, ten oosten Joost de Backer, voor 300 gld, te betalem op 3 meidagen 1661, 1662 en 1663, telkens een derdepart 732.
                                          In de banne van Westzaan in 1665 belijdt Jan Jacobsz Mens wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jacob Gerritsz voor hemzelf, Waligh Claes Noomes en Jan Gerritsz Rogh voogden van de weduwe Neel Sarels en de nagelaten kinderen van Claes Jacobsz Schouten, een huis en erf te Zaandam, belend ten noorden Cornelis Dircksz Kleijn, ten zuiden Symon Willemsz Adell, voor 2460 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart, en belijdt Pieter Jansz Vinck [wonende te Zaandam] gekocht te hebben van Jan Jacobsz Mens wonende mede aldaar een huis en erf te Zaandam in de Hoge Horn, belend ten zuiden Augustijn Jochemsz Poelenburgh, ten noorden Pieter Claes Garbrantsz, voor 3475 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 733.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1669 Jan Jacobsz Mens van Cornelis Claesz Draij, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam, vooraan in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten noorden en zuiden de gemene gang genaamd 't Platje, waar tegenwoordig d'Oliphant uithangt, voor 1970 gld, te betalen 1700 gld primo mei dezes jaars en de rest primo mei 1670 (waarna de overdracht) 734.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1669 Joris Willemsz Timmerman wonende te Zaandam van Jan Jacobsz Mensch mede wonende aldaar, gekocht te hebben een erf te Zaandam op 't Zuijder Jaap Mensenpadt, belend ten oosten Louris Lubbertsz, ten westen Casper Vechtersz Backer, voor 255 gld, te betalen 155 gereed en de resterende 100 gld over een jaar precies 735.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 16 april 1671 Claes Claesz Thoren van Jan Jacobsz Mensch, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten noorden Cornelis Dircsz Kleijn, ten zuiden Symon Willemsz Schermerhorn, voor 3000 gld, te betalen een derdepart mei 1671, mei 1672 en mei 1673, en heeft op 28 mei 1671 Jacob Jansz Warius wonende te Zaandam van Jacob Jansz Mens c.s., beiden wonende te Zaandam, gekocht een erf te Zaandam op Rustenburgh bewesten de straat, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de weduwe van Dirck Pietersz, breed bij de weg 26 roeden, voor 260 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart over een jaar en 't resterende derdepart over 2 jaar 736.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1672 IJsbrant Arentsz Fijn, ook instaande voor zijn broer Theuwis Arents Breeuwer, aan Jan Jacobsz Mens, allen wonende te Zaanadam, een zesdepart in 2 erven te Zaandam op 't Westendt van de Damstraet, 't ene ten zuiden en 't andere ten noorden van de sloot, belend het zuider ten oosten de koper, ten westen de slot van Rustenburgh, het noorder ten oosten de verkoper, ten westen de Rustenburgersloot, voor 50 gld 276.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Claes Haijndriccsz Salm als voogd in dezen van Lobberigh Claes weduwe van Claes Alewijnsz 't Hooft wonende te Zaandam aan Jan Jacobsz Mens mede aldaar 't Oostend van een stukje land, groot 122½ roede, bij Zaandam, belend ten oosten de koper, ten westen Jelis Pietersz, ten zuiden Lubbert Lourisz, ten noorden Claes Jansz lely, voor 148 gld, en verkoopt in 1675 Jan Jacobsz Jaap Ooms curateur over de insolvente boedel van Claes Jansz Lely wonende te Zaandam aan Jan Jacobsz Mens mede wonende aldaar een stukje land genaamd de Wateringhaven gelegen beoosten de Suijder Wateringh bij Zaandam, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Arijaen Kuijpersven, volgens 't maatboek 930 roeden, voor 1140 gld 737.
                                          In 1680 huurt Adam Bruijn, apotheker, van Jan Jacobsz Mens, beiden woonachtig te Zaandam, een huis en erf in de Molenbuirt te Zaandam waarin de huurder tegenwoordig woont, voor 3 jaar ingaande primo mei 1680, voor jaarlijks 33 zilveren ducatons 738.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1680 Claes Claesz Haes d'Jonge van Jan Jacobsz Mens gekocht te hebben een zaagmolen, erf en gereedschappen te Zaandam, bij de Hoogendijk, belend ten zuiden Lubbert Louris, ten noorden land van de verkoper, genaamd de Witte Star, voor 1615 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt met bepalingen over een sloot westaan en een dwarssloot beoosten de molen 739.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1681 Jan Jacobsz Mens wonende te Zaandam aan Sr Adam Bruijn, apotheker mede aldaar, een huis en erf te Zaandam in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten zuiden een gemene gang behorende aan de participanten van 't Silverpadt, ten noorden een gemene gang behorende aan de eigenaars van 't Kuyperspadt, zijnde het voorschreven huis genaamd 't Platje, voor 1940 gld 740.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1681 Claes Claesz Backer van Jan Jacobsz Mens, beiden te Westzaandam woonachtig, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op de Damstraedt alias Vermaningspadt, belend ten westen Cornelis Jansz, ten oosten Heijndrick Heijndricksz Bommel, voor 1000 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de opdracht volgt 741.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1682 Jan Jacobsz Mens aan Cornelis Claesz Backer voor de ene en aan Jan Wijningsz voor de wederhelft, allen te Zaandam woonachtig, 138 roeden land zijnde het Westend van een ven land bij Zaandam op en beoosten de Zuijderwatering, belend ten zuiden Jelis Pietersz Haes, ten noorden Jan Gerritsz Hart cum socio, met conditie dat de koper een vrije gang of pad heeft over een ander gedeelte van voorschreven ven dat de verkoper alsnog toebehoort, voor 828 gld te betalen in 3 termijnen 742.
                                          Op 13 april 1684 testeert Jan Jacobsz Mens, wonende op de Damstraet, ziekelijk van lichaam. Hij legateert aan Anna Wijnings, huisvrouw van Cornelis Koedijck, een huis en erf op 't Hopje of anders 't Zuijder Jacob Mensenpadt te Zaandam, belend ten oosten Allert Garbrantsz, ten westen Jan Mieusz, bewoond wordende door Cornelis Haijndricksz Bont, aan de Waterlanse Mennogezinde Gemeente te Zaandam 200 gld voor de diaconie (met voorwaarden), aan de kinderen van zijn overleden zuster Maritje Jacobs, in voldoening van 't gene zijluiden bij versterf zouden hebben geërfd, een somme van 1200 gld. Wijders nomineert hij tot zijn enige erfgenamen Neeltje Jacobs Menses of haar descendenten, een derde, de kinderen en kindskinderen van zal. Claes Jacobsz Mens een derde, en Barbertje Willems of haar descendenten in de plaats van Willem Jacobsz Menses het resterende derdepart. Tot executeurs stelt hij aan zijn 'cosijns' Cornelis, Lubbert en Pieter Lourisz, item Jan, Pieter en Arijaen Claesz Mens, om de boedel te verdelen, met uitsluiting van de weesmeesters. [Doorgehaald op 27 mei 1686.] 743
                                          In de banne van Westzaan in 1685 verkoopt Jan Jacobz Mens wonende te Westzaandam aan Aegte Poulus een huisje en een erfje te Westzaandam bij en aan de Overtoom bezuiden aan het pad dat naar het Vermaningspadt is strekkende, belend ten zuiden Heyndrick Craij, ten noorden de gemelde gang, met de condities dat het huis niet langer zal mogen worden dan 50 voeten en schut achter hetzelve niet hoger dan 5 voeten (enz.), met de vrij- en onvrijheden ingevolge zeker contract door de gezamenlijke geburen aldaar gemaakt voor notaris D. Kleijn op 28 dec. 1656, voor 2475 gld, en verkoopt Jan Heijndrikz Stoelmaker te Oostzaandam aan Jan Jacobz Mens te Westzaandam een erfje te Westzaandam, zijnde 25 voet breed, strekkende van de Zuijder tot de Noorder Seloot toe, op het Vermaningspadt, belend ten oosten Gijsbert Willemz Seijlemaker, ten westen de koper, voor 100 gld 744.
                                          In de banne van Westzaan in 1686 verkoopt Claes Claesz Backer wonende te Zaandam aan Jan Jacobsz Mens mede aldaar een huis en erf te Westzaandam over het Vermaningspadt, belend ten oosten Bartel Juriaenz, ten westen Cornelis Jansz Oom, voor 950 gld, en verkopen Jan Jacobsz Mens voor de helft, en Lubbert Lourusz, ook voor Cornelis en Pieter Lourusz zijn broers, voor de wederhelft, allen te Zaandam woonachtig, aan Claas Poulusz Ploeger mede aldaar een erfje te Westzaandam op het noordoosteinde van Rustenburg, volgens de rooipalen daarvan geslagen bij 't pad dat naar de Damstraat strekt, met referentie naar de akte voor notaris S. Oosterhooren op heden gepasseerd, voor 160 gld 745.
                                          In 1686 testeert Jan Jacobsz Mens wonende op de Damstraet te Zaandam. Hij legateert aan Anna Wijnings huisvrouw van Cornelis Koedijk, bij haar overlijden aan haar kinderen, een huis en erf op de Roosegracht, anders het Zuijder Jacob Mensenpadt, belend ten oosten Garbrant Allertsz, ten westen Jan Muusz, bewoond wordende door Cornelis Haijndricsz Bont, nog aan de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Zaandam 200 gld (met bepalingen), aan de kinderen van zijn overleden zuster Maertje Jacobs 1000 gld, aan de kinderen van Cornelis Claesz Mens zijn gewezen broers zoon 200 gld, aan de kinderen van Griet Claes Mens zijn gewezen broers dochter 200 gld, en aan de kinderen van Symen Claesz Mens zijn gewezen broers zoon 200 gld. Eindelijk affirmeert hij tot zijn enige en universele erfgenamen, met expresse uitsluiting van alle anderen, Barbertje Willems zijn overleden broers dochter, Jan, Pieter en Aryaan Claasz Mens zijn broers kinderen, Cornelis, Lubbert en Pieter Lourisz zijn zusters kinderen, bij vooroverlijden hun descendenten in hun plaats, elk een zevendepart. 746
                                          Op 13 mei 1688 geven Barber Willems, Cornelis Lourisz, Lubbert Lourisz, Pieter Cornelisz, Pieter Claes Mens en Arijaen Claesz Mensch, allen voor henzelf, en nog de voorschreven Pieter Claesz Mens en Cornelis Willemsz Bleecker als voogden over de kinderen van Jan Claesz Mens zal., allen wonende te Zaandam, geïnstitueerde erfgenamen van zal. Jan Jacobsz Mens in zijn leven houtkoper te Zaandam, machtiging aan Lubbert Lourisz en Pieter Claesz Mens teneinde te vorderen en ontvangen zodanige somme van penningen als iemand aan de voorschreven boedel schuldig is 747.
                                      3. Willem Jacobsz MENS, geb. ca. 1611  308, zie 70.
                                      4. Neeltje Jacobs MENS, tr. Lourens Lubbertsz LOUWE, korenkoper.
                                          In de banne van Westzaan in 1672 verkopen IJsbrant Arentsz Fijn en Cornelis Lourisz als zoon en voogd van zijn moeder Neeltje Jacobs weduwe van Lourus Lubbertsz, aan Sijmon Jopsz Krom, allen wonende te Zaandam, een erf te Zaandam op Rustenburgh, belend ten noorden Jacob Jansz Warius, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijn, voor 182 gld 10 st, die het aan de verkopers terugverkoopt voor ... gld, die dit erf, breed omtrent 28 voeten, weer verkopen, aan Jacob Claes Route, voor 250 gld, te betalen een derdepart mei 1672, een derdepart een jaar daarna en 't resterende derdepart na 2 jaar 91.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1661 Joost Harmensz Backer gekocht te hebben van Louris Lubbertsz, beiden wonende te Zaandam, een erfje, breed omtrent 25 voeten, lang omtrent 72 voeten, in Gerrit Ariszven, belend ten oosten de koper, ten westen Cornelis Claesz Kalff, voor 265 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 meidagen 1662 en 1663 748.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1668 Heijndrick Jansz Pastor, schoolmeester te Zaandam, gekocht te hebben van Louris Lubbertsz, mede wonende aldaar, een erf op de Damstraet te Zaandam, belend ten oosten Jacob Cornelisz Winckelhaeck, ten westen de weduwe van Gerrit Franceboer, voor 140 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, nl. primo mei 1668, 1669 en 1670, telkens een derdepart 749.
                                      5. Maritje Jacobs MENS, tr. Cornelis Claesz KALFF, geb. ca. 1628  701, houtkoper, wagenschotzager 701, zn van Claes SCHREUR en Hillegond Cornelis KALFF.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1656 Cornelis Claesz Kalff wonende te Zaandam gekocht te hebben van Willem Jacobsz Muijsz, representerende de erfgenamen van zal. Jacob Muijse, een huis en erf te Zaandam in de Molebuijrt, belend ten zuiden de weduwe van Claes Gijsen, ten noorden Cornelis Jansz, voor 3400 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 750.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt 1660 Willem Jacobsz Mens wonende te Zaandam aan Cornelis Claesz Kalff mede woonachtig aldaar een half stuk land te Zaandam bezuiden de dijk, belend ten noorden Jacob Claesz Broocker, voor 760 gld 751.
                                          In de banne van Westzaan in 1663 belijdt Cornelis Cornelisz Blookenmaker wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Claesz Kalff mede aldaar wonende een erf zoals het afgedeeld ligt te Zaandam op St. Jorispadt, belend ten oosten Joost Harmensz Backer, ten westen het gemene erf, voor 265 gld, te betalen op 3 meidagen 1663, 1664 en 166, telkens een derdepart, nog een erf als afgedeeld te Zaandam achter de Dam op het St. Jorispadt, belend ten oosten de koper, ten westen Jonge „Onwallen”, voor 262 gld, te betalen op 3 meidagen 1663, 1664 en 1665, en verkoopt Cornelis Claesz Calf aan Cornelis Jansz Mataris, koopman te Zaandam, een stuk land, groot 150 roeden, te Zaandam bij de molen van de verkoper, belend ten zuiden Cornelis Jacob Jannes, ten westen de comparant, onder conditie dat de verkoper consenteert, zo lang hij leeft of hem de ven eigen hoort, dat de koper zal hebben vrije overgang over de ven om over de „bregh” naar 's Heeren weg te gaan, voor 300 gld 752.
                                          In 1667 verklaren Claes Jacobs Mens, houtkoper, oud 56 jaar, en Heyndrick Gerritsz Speck [ondertekent als Heyndrick Gerritsen Spaniert], chirurgijn, oud 44 jaar, wonende te Westzaandam, ten verzoeke van Cornelis Claesz Kalff, houtkoper mede aldaar, dat zijluiden veel jaren herwaarts zijn geweest buren van de requirant en mede van Aris en Cornelis Jansz Mataris koopluiden te Zaandam, en nooit hebben gehoord dat de requirant enig part of deel onder de koopmanschappen van Aris en Cornelis Jansz Mataris zou hebben geherideerd 753.
                                          Op 7 november 1667 wordt ten verzoeke van Aris en Cornelis Jansz Mataris een insinuatie gedaan aan Cornelis Claesz Kalff, dat geïnsinueerde op 8 dezer zou moeten verschijnen voor het Hof van Holland om daarte aanhoren eis en tegenzeggen (gedaan aan zijn vrouw omdat hij niet thuis was) 754.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1668 Casper Vegterse Backer van Cornelis Claesz Kalff, beiden te Zaandam, gekocht te hebben een erf op het Suijder Jaap Mensenpadt te Zaandam, belend ten westen Louris Lubbertsz, ten oosten IJsbrant Arentsz, voor 250 gld, in voldoening van welke somme koper aan de verkoper zal leveren goed wichtig brood 755.
                                          Op 20 maart 1672 verhuurt Cornelis Claesz Kalff, ook voor Neeltje Jacobs, weduwe, aan Joost Harmensz Backer, beiden wonende te Zaandam, een huis en erf te Zaandam aan de Overtoom, belend ten zuiden Neeltje Jacobs, ten noorden Willem Willemsz Boekebinder, voor 3 eerstkomende jaren ingaande 1 mei 1672, voor 175 gld, te betalen alle vierendelen 's jaars een vierdepart vandien; borg voor de huurder is Arent Albertsz Neeff, notaris 756.
                                          In 1674 bekent Arent Albertsz Neeff, notaris te Zaandam, verkocht te hebben aan Cornelis Claesz Kalff een half vierenzestigstepart in een fluitschip, waarop schipper is Claes Boon van Buiksloot, genaamd de Boon, voor 100 gld 757.
                                          In de banne van Westzaan verklaart in 1682 Pieter Claesz Mens gekocht te hebben van Cornelis Claesz Kalff, beiden houtkoper te Zaandam, een huis en erf te Westzaandam in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten zuiden Lijsbet Cornelis, ten noorden Dirck Reijersz, voor 3100 gld, te betalen 1100 gld op mei 1682, voorts elk jaar 500 gld tot de definitieve voldoening (geroyeerd op 29 mei 1686), waarna de opdracht volgt 758.
                                      6. Jannetje Jacobs MENS, overl. vóór 23 jan. 1680, tr. 1° Claes Cornelisz KALFF, geb. ca. 1620  759, houtkoper, schepen in de banne van Westzaan, overl. kort vóór 21 jan. 1665, zn van Cornelis MICHIELSZ en Grietje Pieters SMIT, tr. 2° Theeuwis Arentsz FIJN, alias Breeuwer, zn van Arent DIRCXZ en Geer JANSDR.
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1665 Jannetie Jacobs, huisvrouw van Claes Cornelisz Kalff (daarin consenterende gebleken bij missive), wonende te Zaandam, aan Gerrit Fransz wonende te Zaandam een erfje gelegen op Jaep Mensenpadt, groot 25 roeden, belend ten oosten Lourens Lubbertsz, ten westen Joost de Backer, voor 360 gld 301.
                                          Op 21 maart 1665 geeft Jannetje Jacobsdr, weduwe van Claes Cornelisz Kalf, geassisteerd met Lourens Lubbertsz haar zwager en voogd in dezen, beiden woonachtig te Zaandam, machtiging aan Jan Garbrantsz Langh, mede aldaar woonachtig, om in Duitsland, zo te Munster IJffel en elders, te verrichten al haar affairen, mede om te vervoeren, verschepen en verkopen alle goederen, waren en gereedschappen als de voornoemde haar zal.man aldaar heeft gehad en door hem nagelaten, en van al zijn debiteuren hun achterwezen te ontvangen 302.
                                          Op 25 januari 1667 zijn Meijndert Arentsz, koopman te Zaandam, als voogd over Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, ter eenre, en Michiel Cornelisz Kalff, Garbrant Jansz Plock als getrouwd hebbende Dieuwer IJsbrants, Allert Kempesz voor zijn schoonmoeder Grietje IJsbrants, Willem IJsbrantsz voor hemzelf, IJsbrant Pietersz voor hemzelf wijders voor zijn broes en zusters, Jan Keesen als getrouwd hebbende Bregje Cornelis en wijders voor de broers en het broerskind van zijn vrouw, Cornelis Jansz Kalff voor hemzelf en voor zijn zusters, Cornelis Kop voor hemzelf en voor de kinderen van zijn zuster, Claes Gerritsz Nel als getrouwd hebbende Marij Alewijns, Heyndrick Gerritsz Specq in huwelijk hebbende Syje K...[?], en Cornelis Claesz Kalff voor hemzelf en benevens vermelde Specq als voogden over de kinderen van Jan Claesz Hasens, allen wonende te Zaandam, samen erfgenamn ab intestato van de voorschreven Claes Cornelisz Kalff, zich samen sterk makende voor de alsnog absente erfgenamen of ook diegenen die zulks in toekomende tijden mochten voorgeven, ter andere zijde, overeengekomen over de erfenis van de voorschreven overledene, nl. dat de voorschreven weduwe alle goederen van de boedel zal blijven behouden, waartegen zij aan de andere gezamenlijke erfgenamen zal uitreiken alle kleren van de overledene en daarenboen 670 gld benevens nog 30 gld tot een wijnkoop, waarvan de comparanten bekennen voldaan te zijn 303.
                                          In de banne van Westzaan in 1667 verkoopt Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Zaandam, aan Arent Jansz Kistemaker aldaar een erfje op Zuijder Jaap Mensenpadt te Zaandam, belend ten oosten Jacob Cornelisz Winckelhaeck, ten westen Louris Lubbertsz, voor 195 gld 12 st 8 penn, en een erfje op't Suijderste Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Louris Lubbertsz, ten westen Jacob Jansz Bloem, voor 155 gld 3 st, en bekent Jacob Jansz Bloem wonende te Oostzaandam van Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Westzaandam, gekocht te hebben een erf aldaar op Jaap Mensenpadt, breed 125 voeten, lang van de ene sloot naar de andere, belend ten oosten Joost de Backer, ten westen de Ven, voor 262 gld, te betalen in egale portiën primo mei 1667, 1668 en 1669 304.
                                          Op 23 januari 1680 verklaart Cornelis Claesz Kalff wonende te Zaandam, als vader en voogd van zijn kinderen dewelke ab intestato voor een vijfdepart erfgenaam zijn van zal. Jannetje Jacob Menses, onlangs aldaar overleden, het niet raadzaam gevonden te hebben de nagelaten boedel te helpen aanvaarden aangezien de boedel met veel schulden is bezwaard, maar dezelve voor de voorschreven portie te repudiëren ten behoeve van Jan Jacobsz Mens, Isbrant Arentsz Fijn en Lubbert Lourisz voor zijn moeder Neeltje Jacob Menses, mede-erfgenamen, die verklaarden genegen te wezen het gemelde gedeelte te honoreren en zulks hebben geaccepteerd 305.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1680 Cornelis Cornelisz Noomen van Claes Jacobsz Mens, Jan Jacobsz Mens en IJsbrant Arentsz Fijn, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacob Menses, ook voor alle verdere erfgenamen, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op de Damstraet aan de Zuidzijde, belend ten oosten een gemene gang, ten westen de erfgenamen van Keesje Block, voor 995 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt, en verkopen dezelfde verkopers, zonder Jan Jacobsz Mens, aan Jan Jacobsz Mens 3 achtsteparten in een huis en erf te Zaandam, belend ten zuiden Heijndrick Kraij, ten noorden de Damstraet, waarvan de resterende 5 achtsteparten de koper toebehoren, voor 787 gld 12 st 306.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1681 Jan Gerritsz Swager van de erfgenamen van zal. Jannetie Jacobs Menses gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam vooraan op de Nieuwendijck anders genaamd het Kuijperspadt, belend ten zuiden Frans Cornelisz Haen, ten noorden de gemene sloot, voor 1900 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de opdracht volgt, door Jan Jacobsz Mens, IJsbrant Arentsz Fijn en Lubbert Louris, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacobsz Menses 307.
                                          In Zaandam worden in 1657 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Claes Cornelisz Kalf, houtkoper, en Jannetje Jacobs, bejaarde dochter, geassisteerd met Laurens Lubbertsz haar zwager, allen woonachtig te Zaandam. De langstlevende zal toekomen de helft van de gemeenschappelijke ingebrachte goederen, de andere helft zal door de langstlevende uitgekeerd worden aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende, met de conditie dat de langstlevende de meubelen en huisraad zal behouden. Als zij als eerste sterft ontvangt hij bovendien 6000 gld, als hij als eerste sterft zal zij daarenboven 10000 gld ontvangen, voor alle deling . Dit alles als de eerststervende overlijdt zonder kinderen na te laten. 760
                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1648 Claes Claesz Stickel onze mede-schepen als last hebbende van Valck Valcksz wonende te Zaandam aan Claes Cornelisz Kalff mede aldaar een huis en erf te Zaandam in de Legehorn, belend ten zuiden Trijn Jans, ten noorden Barent Heyndricxz, voor 900 gld 761.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1657 Claes Cornelisz Calff wonende te Zaandam gekocht te hebben van Maijndert Arentsz c.s. een huis te Zaandam op de Noorder Nieuwendijck, belend ten noorden de gemene sloot, ten zuiden Gerrit Maijndertsz, voor 2600 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 762.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1661 Claes Cornelisz Kalff, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Louwris Lubbertsz mede aldaar woonachtig, een zesdepart in Pieter Maertszvenn, groot in 't maatboek 369 1/3 roede, liggende bewesten de Zuijer Wateringh, belend ten zuiden Jan Jansz Lelij, voor 590 gld, te betalen op 3 eerstkomende vrouwendagen 1661, 1662 en 1663, telkens een derdepart 763.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1664 Claes Cornelisz Kalff wonende te Zaandam schuldig te wezen aan Pouwels Garbrantsz, minderjarige zoon van Garbrant Pouwelsz, een jaarlijkse losrente van 28 gld, hoofdsom 700 gld, verbindende de helft van een stuk land groot in 't geheel 2200 roeden, genaamd Pieter Maertszven, belend ten zuiden Jan Jansz Lelij, ten noorden Claes Jacobsz (op 20 augustus 1675 bekent Pouwels Garbrantsz betaald te zijn), en aan de minderjarige kinderen van meester Jan Priton een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdsom 200 gld, verbindende net zo'n helft (geroyeerd op 8 okt. 1676) 764.
                                          Op 29 november 1668 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Teeuwis Arents Breeuwer, bejaarde jongeman wonende te Zaandam, en Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Kalff, mede aldaar, geassisteerd door Meijndert Arentsz, koopman aldaar, haar wettige voogd. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, elk zal een inventaris maken van diens goederen, te augmenteren met erfenissen staande huwelijk. Indien hij overlijdt vóór haar zonder kinderen bij elkaar gegenereerd te hebben zal zij naast haar eigen goederen ook huisraad en inboedel door hem ingebracht of samen gekocht nemen, daarenboven alle winst door de bruidegom gemaakt. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen als voren zullen haar goederen en ook de goederen staande huwelijk aangekocht naar haar erfgenamen gaan. De bruidegom zal niet hebben noch zich aanmatigen enige administratie van haar goederen of de vruchten daarvan, en niets ervan verkopen, verpanden of anderzins vervreemden. 300
                                          In 1679 verklaren Sijmon Claesz Oosterhoorn, mede notaris, en Heijnderick Jansz Kardinael, ten verzoeke van Claes Heijndricxz Schueckelaer oud-burgemeester van Oostzaandam, dat Theuwis Arentsz Fijn en zijn huisvrouw Jannetje Jacobs eerder weduwe van Claes Cornelisz Calff, contrarie hun belofte in gebreke waren gebleven af te lossen een losrente-obligatie van 2000 gld gepasseerd voor schout en schepenen van Westzaan door voornoemde Claes Cornelisz Calff op 2 september 1664. Teuwis Arentsz Fijn en Jannetje Jacobs gaven tot antwoord dat zij zo mogelijk zullen zorgdragen dat de verschenen interest, tenminste het grootste gedeelte, en ook het kapitaal, binnenkort betaald wordt bij verkoop van hun vaste goederen. 298
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1670 Theuwis Arentsz Fijn wonende op Zaandam schuldig te wezen de weeskinderen van zal. Claes Jansz Schoen alias Claes Baertsz mede te Zaandam, 1000 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een ven land groot omtrent 2100 roeden, gelegen bij Zaandam bewesten de Nieuwe Vaert, belend ten zuiden de schout, ten noorden Claes Jaap Mensis (op 14 april 1671 bekent IJsbrant Pietersz Breeuwer als voogd over 't weeskind voldaan te zijn), en bekent in 1675 Theuwis Arentsz Breeuwer te Zaandam schuldig te wezen het weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Block 600 gld à 5%, verbindende een stuk land groot 1104 roeden liggende te Zaandam bezuiden Claes Jaep Mensis, ten noorden Pieter Stickels molen (op 2 september 1681 betaald door de erfgenamen van Jannetje Jacobsz Menses) 299.
                                    142. (<71) (>284, >285) Claes Jansz BROOCKER  560, geb. ca. 1577, mr scheepstimmerman, houtkoper, reder, tot ca 1628 te Oostzaandam, daarna te Westzaandam, overl. kort vóór dec. 1653,
                                        In de banne van Westzaan bekennen in 1612 Dirck Cornelisz en Ian Cornelisz, beiden onze inwonende buurluiden, gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker, wonende Oversaen in de ban van Oostzaan, een akker land, belend ten zuiden Jelis Michielsz, ten noorden Claes Willemsz, voor 123 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende meidagen, te weten 1613 en 1614 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht door Claes Heindericxz alias Claes den Boer, onze inwonende buurman, als volmacht hebbende van Claes Iansz Broocker 765.
                                        In de banne van Oostzaan koopt op 24 januari 1618 Claes Jansz Broocker, buurman van Zaandam, van de kerkmeesters een erf met vrije gangen te Zaandam voor de kerk op 't Vingerling, voor 235 gld, belast met 2 gld jaarlijkse erfpacht, belend ten noorden de Middelganck, ten oosten Pouwels Garrebrantsz en Pieter Maertsz, ten zuiden de Gemeyne Ganck, ten westen Willem Arisz, met als borg Willem Arisz van Zaandam 766.
                                        In de banne van Westzaan in 1618 bekent Claes Jansz Broocker wonende Overzaen in de ban van Oostzaan gekocht te hebben van Gerrit Theunisz onze buurman wonende op de Cooch een stuk land, groot omtrent 1525 roeden, bij de Cooch, belend ten zuiden Walich Jansz Overzaen, ten noorden Gerret Dircxz op de Cooch, voor 1790 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1619 en 1620, gevolgd door de opdracht van 't land mitsgaders een gemene aanleg op de Zaan aan de Dyck, strekkende uit het noorden tot het zuiden zo lang die tegenwoordig gemaakt is, te gebruiken door de eigenaars van 't voorschreven land en die van het huis en erf van Gerrit Theunisz, mitsgaders is nog bevoorwaard dat Claes Jansz een sloot mag schieten half uit de worf en half uit 't voorschreven land, en als Claes Jansz een hek wil zetten zullen de kosten half en half gedragen worden, en verkoopt Pieter Pietersz wonende op de Cooch aan Claes Jansz Broocker c.s., wonende op Zaandam in de Noort, een stuk land bij de Cooch, groot omtrent ½ mad, belend ten noorden Jan Jacobsz, ten zuiden Jan Cornelisz Groen in de Rijp, voor 385 gld 8 st 767.
                                        In de banne van Oostzaan verkoopt op 22 februari 1618 Claes Cornelisz Gysen buurman van Zaandam aan Claes Jansz Broocker buurman van Zaandam een stuk land te Zaandam in de Noort, belend ten zuiden Pieter Willemsz, ten noorden Claes Jansz en Dirck Claesz, voor 960 gld 10 st, te betalen een derdepart gereed en de rest op twee Vrouwlichtmisdagen 768.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1623 IJsbrant Pietersz wonende op Zaandam aan de Oostzaner Zij, die zeide procuratie te hebben van Aeff Jans met haar kinderen wonende op de Kooch, gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker c.s. wonende over Zaan, 2 derdeparten van een stuk land groot in 't geheel omtrent ½ mad, liggende bij de Kooch, belend ten noorden Jan Jacobsz, ten zuiden Jan Cornelisz Groen, voor 233 gld 6 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen te weten 1624 en 1625 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1623 Pieter Jansz wonende op Zaandam in de banne van Oostzaan gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker mede buurman aldaar, de helft van de zuidzijde van een ven liggende bij de Kooch groot 2129 roeden, met een gemene aanleg van 47 voeten, belend ten zuiden Gerret Walichsz, ten noorden Claes Jansz Broocker, ten oosten de Heerenwech, voor 1100 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen te weten 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1624 Jan Mieusz wonende op de Cooch gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker wonende over Zaan de noordzijder helft van een stuk land groot in 't geheel 1529 roeden, liggende bij de Cooch, met een gemene aanleg van 47 voeten, belend ten zuiden Pieter Jansz Schoemaecker, ten noorden Gerret Dircxz en Gerrit Theunisz, voor 1090 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1625 en 1626 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 769.
                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1625 Jan Rentsz, ook voor de andere erfgenamen van Jan Woutersz zal. ged., wonende op Zaandam, aan Claes Jansz Broocker wonende in de Noort in de banne van Oostzaan, een vierenzestigstepart van een schip dat gevoerd wordt door Pieter Kees Se..[?], voor 82 gld 770.
                                        In de banne van Oostzaan verkoopt in 1726 Jan Joosten, onze buurman op Zaandam, aan Claes Jansz Broocker, mede buurman van Zaandam, een end van een stuk land te Zaandam in de Noordt, belend ten zuiden Pieter Willemsz, ten noorden Dirck Willemsz, voor 645 gld, te betalen de helft gereed, de helft over een jaar 771.
                                        In de banne van Oostzaan wordt in 1628 de inventaris opgesteld van de goederen die Claes Jansz Broocker aan zijn kinderen geprocreëerd bij Barbara Jacobs bewezen heeft. [Door waterschade is de tekst gedeeltelijk verdwenen.] Eerst aan zijn oudste zoon Jan Claesz, ten overstaan van zijn voogd Jan Willemsz, buurman op Zaandam, een derdepart in Claes Jannenven, groot in 't geheel 700 roeden, belend ten zuiden Pieter Willemsz, ten noorden Dirck Willemsz, item nog een lijfrente van 33 gld jaarlijks ten lijve van hem Jan Claesz dd. 27 januari 1622, nog 170 gld, met als onderpand het land genaamd [weg], belend ten zuiden Claes Jansz, ten noorden de kinderen van Neel Pieters. Aan zijn dochter Cornelisge Claes, ten overstaan van haar voogd Heijndrick Claesz te Zaandam, een soortgelijke derdepart en lijfrente, aan geld 220 gld, met als onderpand [weg]. [De toewijzingen aan de ontbrekende 2 kinderen Sybrich en Neeltje zijn weg]. Aan Jacob Claesz een stuk land genaamd de Buttercamp in de banne van Oostzaan, groot omtrent 150 roeden, belend ten zuiden IJsbrant Pietersz, ten noorden Heijndrick, item nog een lijfrente als hiervoor, aan geld 450 gld, stellende daarvoor tot speciale hypotheek een stuk land genaamd het Ventgen in de banne van Oostzaan, belend ten zuiden Claes Jansz, ten noorden de kinderen van Neel Pieters. Aan Jannetje Claes, ten overstaan van haar voogd Jacob Claesz, buurman op 't Kalff, een stuk land genaamd Moeyke Trijnven te Coggerdam in de banne van Oostzaan, groot omtrent 113¾ roede, belend ten zuiden Pieter Pietersz Decker, ten noorden Neel Pietersdr, item nog het halve huis en erf eertijds toebehoord hebbende Gerrit Dircxs sen[?], belend ten zuiden Heijndrick [?], ten noorden Egbert Jansz, wezende de opstal verkocht aan Cornelis Dircxz [...] 150 gld, waarvan haar 75 gld competeert, nog de somme van honderd en [weg], mitsgaders 25 gld, met als onderpand het bovengemelde Ventgen. 772
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1628 Claes Jansz Broocker wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter Jansz als voogd van Thryn Pieters, weduwe, en Claes Claesz als voogd van de kinderen van IJsbrant Claesz zal. ged., mede buurluiden aldaar, ook voor hun mede-cosociis, een huis en erf op Zaandam buitendijks, belend ten noorden Jan Albertsz Houwer, ten zuiden Jacob Cornelisz Croeger, voor 1200 gld, te betalen een vierdepart gereed, de rest op 3 eerstkomende meidagen 1629, 1630 en 1631, gevolgd oor de opdracht 773.
                                        In de banne van Westzaan bekennen in 1633 Jacob Gerretsz en Claes Pietersz, scheepstimmerluiden wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker, mede buurman aldaar, een huis en erf te Zaandam in de Ryetvinck, belend ten noorden Jan Albertsz Houwer, ten zuiden Claes Jelisz Taenman, voor 3025 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1633, 1634 en 1635 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1634 Claes Jansz Broocker wonende op Zaandam gekocht te hebben van Lammert Jacobsz Waert, mede buurman aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molebuyert, belend ten zuiden Anna Jansdr, ten noorden Claes Jansz, ten oosten Heyndrick Claesz, ten westen de Heerewech, voor 837 gld 10 st, te betalen op 3 eertkomende meidagen 1634, 1635 en 1636 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht van „een huysgen ende erff”, bekent in 1635 Claes Jansz Broocker, houtkoper, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Claesz mede buurman aldaar een huis en erf op Zaandam in de Molebuyert, belend ten noorden Claes Gerretsz Phropheet, ten zuiden Claes Jansz Broocker, ten oosten Claes Claesz Buijsman, voor 875 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1635, 1636 en 1637, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1635 Claes Claesz Buijsman wonende te Zaandam vermangeld te hebben aan Claes Jansz Broocker, houtkoper, mede aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molebuyert, belend ten zuiden Jan Claesz, ten noorden Heijndrick Claesz, ten westen A... Jansdr, ten oosten de Zaan, en dat aan een huis en erf, voor 1100 gld als door het gerecht getaxeerd, van welke mangeling Claes Broocker 575 gld ten achteren is, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1635, 1636 en 1637 774.
                                        In de banne van Westzaan in 1637 bekent Claes Jansz Broocker wonende op Zaandam gekocht te hebben van Alewijn Jacobsz Cop mede buurman aldaar een halve koeven in een stuk land beoosten de Zuijer Wateringh, belend ten noorden Jan Maet Arisz, ten zuiden Pieter Aeriensz Cuijper, voor 350 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1638 en 1639, bekent Claes Symonsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker en Jan Cornelisz Backer mede buurman aldaar een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, voor 1600 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1637, 1638 en 1639, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekennen Claes Jansz Broocker en Ghysbert Pietersz Ghijsen onze mede-schepen c.s., wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Jan Lammertsz Molenaer mede buurman aldaar een meelmolen en 't halve erf met 2 huizen staande op 't erf, te Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Sijmon Michielsz, ten zuiden Lysbet Claesdr, voor 4800 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1637, 1638 en 1639, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Claes Jansz Broocker en Ghijsbert Pietersz Gijsen onder expresse conditie dat S[...?] Gerretsz en Thrijn IJsacxdr hun leven lang in 't ene huis zullen mogen wonen gelijk Jan Lammertsz het bewoond en gebruikt heeft, en bekent Claes Jansz Broocker wonende op Zaandam in de Molenbuert gekocht te hebben van Cornelis Pietersz en Isbrant Isbrantsz als last hebbende van Claes Claesz alias Claes Alewijnsz, allen buurluiden aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Claes Gerritsz Proffheet, ten zuiden Claes Jansz Broocker, voor 720 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1638, 1639 en 1640, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 775.
                                        In 1638 wordt getuigenis der waarheid geleverd door Broer Reyersz, schipper, oud omtrent 53 jaren, Garbrant Thomasz, scheepmaker, oud omtrent 45 jaren, poorters van Alkmaar, en Gerrit Cornelisz Oude Kees wonende te Zaandam, oud 33 jaren, ten verzoeke van Jan Maet Aris en Claes Jansz Brocker wonende mede te Zaandam. Broer Reyersz verklaarde dat hij van de requiranten in de jaren 1634 en 1635 heeft gekocht een partij hout, zo van planken, balken als „knies”, voor 450 gld, waarvan hij, getuige, ten behoeve van de requiranten heeft gepasseerd een bijlbrief onder de hand waarover Michiel Crosijn, notaris te Zaandam, in 1635 heeft gestaan, alzo van hetzelve hout is gemaakt een karveel- of smalschip liggende tegenwoordig te Purmerend. Garbrant Thomasz verklaarde dat hij van hetzelve hout het voornoemde schip heeft gemaakt en bij de koping van hetzelve hout geweest te zijn. Gerrit Cornelisz Oude Kees verklaarde dat hij het voorschreven hout als schipper van Zaandam tot Alkmaar heeft gebracht aan de timmerwerf van de voorschreven Garbrant Thomasz. 776
                                        In de banne van Westzaan bekennen in 1638 Gerret Meijnertsz wonende aan de Oostzijde en Claes Claesz Nel wonende bij de Hoogendijck op Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker mede onze buurman een stuk land groot 547 roeden, gelegen bij de Hoogendijck, belend ten oosten de Groote Ven, ten westen Michiel en Claes Cornelissoonen, voor 1340 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1639 en 1640, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht door Claes Jansz Broocker wonende te Zaandam in de Molenbuert 777.
                                        In Rotterdam verklaren in 1638 Claes Jansz Brooker, oud 61 jaar, en Pieter Pietersz de Jong(h), oud 34 jaar, scheepstimmerlieden van Zaandam, ten verzoeke van Nicolaes van Rijck van Rietwijck commies generaal van de Suytstraet, dat zij niet kunnen geloven dat van het fluitschip van Schellinger, dat in december voor Brederoode, tussen Zandvoort en Wijk op Zee, bij storm gestrand is, geen 150 gld zou kunnen worden geïnd. Pieter Pietersz heeft er enig goed uit gekocht en Brooker heeft ook iets aangeboden gekregen. Maar de mensen die de goederen verkocht hebben zeiden dat het schip in drie stukken gebroken was. 778
                                        In de banne van Oostzaan bekennen in 1639 Claes Jansz Broocker, wonende op Zaandam in de banne van Westzaan, en Cornelis Pietersz Bleecker, onze buurman van Zaandam, schuldig te wezen Dirck Arisz c.s., mede onze buurman van Zaandam, 1165 gld, te weten Claes Jansz Broocker voor 2/3 en Cornelis Pietersz Bleecker voor 1/3, uit koop van een huis en werf mitsgaders nog een buitenerf, te Zaandam in de Noort, belend het huis en erf ten zuiden Dirck Arisz voorschreven, ten noorden Garmet Jansz schoenmaecker, het buitenerf ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Aelbert Aerjaens, te betalen 601 gld van 't huis en werf op mei eerstkomende mitsgaders 1/3 van 564 gld van 't buitenerf, en de rest op 2 meidangen 1640, 1641; op 1 april 1643 verkoopt Claes Jansz Broocker [alleen] het huis, werf en buitenerf aan Cornelis Jansz van Zaandam voor 1740 gld 779.
                                        In Zaandam verklaren in 1640 Wybrant S. Janses makelaar te Amsterdam, oud omtrent 41 jaar, en Johannes IJsbrantsz van Workum, oud 42 jaar, ten verzoeke van Claes Jansz Broocker koopman te Zaandam, dat op 22 november 1639 requirant heeft verkocht, deels in ruiling, aan Cornelis Dircksz Schaep wonende binnen Amsterdam, 3/64 aan 't schip van Otte Mennes van „Drils” [IJlst] in Friesland, 1/32 aan 't schip van Floris Annes van Staveren, 1/32 aan 't schip van Claes Jansz Vos van Zaandam, 1/32 aan 't schip van Jan Garbrantsz van Enkhuizen. 1/32 aan 't schip van Pieter Pietersz Mat van Zaandam, en 1/32 aan 't schip van Willem Dircksz Kromsteven van Amsterdam, voor welke parten scheeps de voornoemde requirant van hem Schaep zou ontvangen zekere hof of tuin -„bellefidere”- gelegen omtrent Haarlem buiten de Cleyne Houtpoort, mitsgaders daarenboven 1040 gld aan contante penningen 780.
                                        In de banne van Oostzaan in 1640 bekent Claes Jansz Broocker, woonachtig in de banne van Westzaan te Zaandam, schuldig te wezen aan Cornelis Pietersz woonachtig te Zaandam in de ban van Westzaan en Pieter Gerietsz Gruys wonende op 't Kalff, 2000 gld spruitende uit koop van een werf te Zaandam buitendijk in de Hem, met al zijn dependentiën en gerechtigheden vandien, belend ten zuiden Claes Jansz Broockers nieuw gekochte werf, ten noorden Jochem Pietersz Kat, te betalen een vierdepart gereed, de rest op 3 naastvolgende Allerheiligendagen telkens een vierdepart, met als onderpand de gekochte werf, gevolgd door de opdracht 781.
                                        In de banne van Oostzaan in 1640 bekent Claes Jansz Broocker, woonachtig te Zaandam in de banne van Westzaan, schuldig te wezen Pieter van Soutelande, schout, en Jacob de Graeff, secretaris te Oostzaan, 2400 gld en ieder 20 manden spaanders, uit koop van een werf buitendijk in de Hem, met alle dependentiën en aankleven vandien, belend ten zuiden Gerriet Meynertsz, ten noorden Claes Jansz Broocker met zijn nieuwe werf, te betalen met 1/32 van het schip genaamd de Snyer, berekend op 1300 gld gereed, de resterende 1100 gld op 3 eerstkomende meidagen, met de voorschreven sppaanders zonder lang uitstel, met hieraan verbonden de gekochte werf, gevolgd door de opdracht 782.
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1640 Claes Claesz wonende te Zaandam in de Molenbuert gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker mede buurman aldaar een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Claes Propheet, ten zuiden de verkoper, voor 725 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen 1640, 1641, 1642 en 1643, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, verkoopt in 1641 Claes Jansz Broocker wonende te Zaandam aan Jelle Jansz mede buurman aldaar een achterend van een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden en oosten Claes Jansz Broocker, ten noorden Gerret Cornelisz Tell, voor 325 gld, verkoopt in 1641 Styntgen Pieters, huisvrouw van Gerret Cornelisz die over zee [...?] land is, geassisteerd met Jacob Cornelisz Slom haar voogd in dezen, wonende op Zaandam, aan Claes Jansz Broocker mede buurman aldaar een erfje te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Claes Jansz Broocker voorschreven, ten noorden Claes Gerretsz Proffeet, voor 137 gld 10 st 783.
                                        In juli 1641 wordt door o.a. Claes Jansz Broocker, oud 64 jaar, wonende te Zaandam, een verklaring afgelegd ten verzoeke van Jochem Pietersz Cat, dat omtrent maart jongstleden de requirant aan ene schipper Ariaen Jacobsz Muts van Schiedam een nieuw fluitschip heeft verkocht dat toentertijd nog op de werf stond 784.
                                        In november 1642 leggen Claes Jansz Broocker, oud 65 jaar, en Jan Pietersz Koen, oud 28 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Jochem Pietersz Cat, allen wonende te Zaandam (over waar de jonge jeugd zich ophoudt en hun rendez-vous van dobbelen, spelen en andere moedwil bedrijvende, sedert de schutting van de requirant gecasseerd is en de poorten geopend), en legt Jan Pietersz Koen, meester timmerman, ten verzoeke van Claes Jansz Broocher, grootscheepmaker, een verklaring af, te weten dat de requirant tegenwoordig in huur heeft zeker houtwerk aan de onderkant van de Braeck te Zaandam alwaar het hout dat hij tot bouwing van de schepen van node heeft is liggende, en dat hij deposant als timmerman op dezelve houtwerf dikwijls tot de timmeragie behouwt en prepareert waarbij veel spaanders vallen die verschillende keren doordat de schuttingen geraseerd zijn en de poorten geopend hem afhandig gemaakt waren 785.
                                        In 1644 wordt Claas Jansz Broocker onder „Saerdam” aangeslagen voor 10 haardsteden 786.
                                        In Zaandam bekent in 1643 Jan Pietersz van Opperdoes, geassisteerd met Abraham Bos en Jan Jacobsz Cleijn, beiden van Amsterdam, zijn medereders, ook voor zijn verdere gemene reders, gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker, grootscheepmaker te Zaandam, een fluitschip genaamd de Sevenster, tegenwoordig liggende te Zaandam, met zijn geschut, zeil en treil en verdere toebehoorte als het te Zaandam is liggende en laatst uit zee gekomen is, koopmansgoederen uitgezonderd, voor 10750 gld, te betalen op behoorlijke wijze volgens de instantie hier te lande 787.
                                        In de banne van Westzaan in 1645 bekent Claes Jansz Broocker, houtkoper, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Ghijsbertsz c.s. mede aldaar een halve timmerworf met 2 halve huizen op Zaandam bij de meelmolen, belend ten zuiden het Moleglop, ten noorden Sijmen Michielsz, voor 3000 gld, te betalen 2 vijfdeparten mei eerstkomende, de rest op 3 meidagen daaraanvolgende, te weten 1646, 1647 en 1648, gevolgd door de opdracht, en bekent Claes Luijtsz Dreij wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz Broocker c.s. mede wonende aldaar een korenmolen, erf en molenschuit op Zaandam in de Molenbuert, belend ten oosten en noorden de verkopers, ten zuiden het Moleglop, strekkende de voorschreven molenworf oost en west aan zo ver als de voeting van de molen staat, en zuidaan tot de waterkant toe, zijnde de voorschreven molenworf breed bij de molen omtrent 32 voeten en aan de wal 34 voeten, en dat van de schuur af gerekend, verder heeft deze molen een vrije eigen gang van 12 voeten breed strekkende voor van de molen af tot 's Heeren weg toe, voor 5235 gld, te betalen 2 vijfdeparten mei eerstkomende, de rest op 3 meidagen daaranvolgende, te weten 1646, 1647 en 1648, telkens een vijfdepart, mitsgaders neemt de koper tot zijn last jaarlijks te betalen aan de gemeente van Oostzaan en Zaandam 21 gld waarmee de voorschreven molen en erf bezwaard is, gevolgd door de opdracht 788
                                        Op 28 oktober 1646 wordt een getuigenis afgelegd door Claes Jansz, houtkoper te Zaandam, oud omtrent 68 jaar, ten verzoeke van Heijndrick Gerretsz timmerman en Jacob Albertsz bakker, beiden woonachtig te Zaandam in de Noort, als kopers en possesseurs van 't huis en erf door deposant verkocht, over mogelijke pretenties van, en regelingen met, ene Garment Jansz Plock (Claes Jansz ondertekent als Claes Jansz Broocker) 789.
                                        In de banne van Oostzaan bekent in 1647 Claes Broocker wonende te Westzaandam schuldig te wezen de nagelaten kinderen van Pieter IJsbrantsz Smit zal. een somma van 500 gld hoofdsom, ter zake van zekere scheepsparten van de voogden uit het sterfhuis gekocht, voor 4 gld ten honderd jaarlijks, met als onderpand een stuk land in de banne van Oostzaan genaamd Moeijke Trijnes, belend ten zuiden Claes Jan Garbrants, ten noorden Pieter de Decker 790.
                                        In 1652 geven Claes Jansz Broocker, houtkoper, Jacob Claesz Broocker, en Willem IJsbrantsz, mr scheepstimmerman, allen woonachtig te Zaandam, machtiging om te innen van schipper Jurrit Sijbetsz van der Schelling, woonachtig te Amsterdam, 78 gld 10 st als hun competerende wegens verbeteren en kalefaten van zijn schip 791.
                                        Vermeldingen gevonden door Simon Hart van Claes Jans Broocker als schipper of reder, met eventueel naam en capaciteit van schip: 12-6-1606: de Hoop, 85; 27-9-1607: Groene Papegay, 65; 9-6-1609: Groene Papegay 70; 28-4-1512: Fortuyn, 100; 18-9-1613: Fortuyn, over verkoop van Noors hout naar Engeland; 13-3-1614: Fortuyn, 80; 11-6-1614: Fortuyn, 90; 30-8-1616: de Hoop; 27-1-1617: de Hoop, 130, deze bevrachting niet doorgegaan; 3-2-1617: de hoop, 130; 12-3-1618: de Hoop, 140; 4-6-1619: Sevenster, 150; 10-3-1620: Sevenster, 150; 24-3-1620: schip gaat naar Gotenburg; 21-9-1622: 7 Sterre, 160; 26-8-1621: schip getaxeerd op 14500, geschut op 2600 gld; 15-8-1634: opdracht bouw van nieuwe fluitschip; 25-3-1638: als hoofdreder van schip Gideon, met schipper van Oostzaan; 14-12-1640: verzekering van een schip voor ƒ 2000 792.
                                        Op 2 januari 1656 verklaren te Westzaandam Willem Jacobs Mensen, oud 44 jaar, en Jacob Claasz Broocker, oud 39 jaar, beiden houtkopers te Zaandam, ten verzoeke van Jacob Cornelisz van Assem en Arent Dircxz Sluijck, voogden van Trijn Arents weduwe van Claas Jansz Broocker in zijn leven houtkoper te Zaandam, dat in december 1653 in deszelfs Brokers sterfhuis de erfgenamen of hun huisvrouwen alleen deling hebben gedaan van het huisraad en de inboedel, en dat zij getuigen voorts op 12 januari 1655 met Pieter Pietersz, Marten Gerrits, Aris Cornelisz, Jan Jansz Goetschick en Jacob Jacobsz hebben gedaan scheiding en deling van de huizen en erven, als volgt. Jacob Claasz Broocker zal genieten 't huis en erf waar hij tegenwoordig in woont voor ƒ 5500, Barbertje Willems het huis en erf daarbij ten Zuiden staand met een vierdepart in de werf van Pieter Jansz, samen voor ƒ 3800, de kinderen van zal. Jannetje Claas en Sybrig Claas de Noorderwerff op de Suydyck bij Willem IJsbrantsz voor ƒ 2600, Pieter Pietersz het land samen met de oliemolens voor ƒ 2200, met de belofte dat hij binnenkort rekening zal doen van de oliemolen met Trijn Arents, waarvan hij tot nu toe in gebreke is bleven. Alleen heeft hij wel in de maand september schriftelijke rekening overgeleverd die in de boedel is berustende. Getuigen hebben op 19 september laatsleden met Pieter Pietersz de scheepsparten getaxeerd die evenwel in de boedel gemeen zijn gebleven. Al hetgeen de boedel verder is betreffende is alsnog ongedeeld gebleven. Jacob Claesz Broocker alleen verklaart dat er geen deling of taxatie is gedaan zonder dat hij tevoren door de weesmeesters van Oostzaan en Westzaan is geautoriseerd om dat te doen en al het andere ten profijte van de boedel te verrichten. 793
                                    tr. 2° Grietje Pieters SMIT, overl. vóór 1 dec. 1646,
                                        In de banne van Westzaan wordt in 1631 de inventaris opgemaakt van de 2 jonge kinderen van Cornelis Michielsz zal. ged., in zijn leven wonende te Zaandam, genaamd Claes en Michiel Cornelisz, geprocreëerd bij Grietgen Pietersdr alias Grietgen Pieter Smits, bestaande uit tezamen een helft van een stuk land groot 1234 roeden aan de Hoogendyck, nog in Willem Sybrantszven de helft van 9 tiendeparten breder blijkende bij het testament daarvan zijnde, nog aan geld 881 gld 10 st 8 penn, nog 100 gld gekomen van Guertgen Cornelisdr halve zuster, berustende de somme van 981-10-8 onder Claes Jansz Broocker en Griete Pieters Smits, nog 150 gld gekomen van Pieter Cornelisz hun halve broer berustende onder Dirck Michielsz hun oom. Aldus aangegeven door Dirck Michielsz en Jan Jansz als omen en voogden van de kinderen ter eenre, en Claes Jansz Broocker als getrouwd hebbende de voorschreven Griete Pietersdochter ter andere zijde. 794
                                        In Zaandam wordt in 1647 een verklaring afgelegd door Claes Jansz Broocker, oud 68 jaar, Willem IJsbrantsz 31 jaar, Claes Cornelisz Kalff 26 jaar en Michiel Cornelisz Kalff 25 jaar, allen woonachtig te Zaandam, ten verzoeke van Grietje IJsbrantsdr, mede-erfgenaam van zal. Grietje Pieter Smits, van wie Claes Jansz Broocker man geweest is en van wie benevens de voorschreven Grietje IJsbrants kinderen en erfgenamen zijn de voorschreven Willem IJsbrantsz, Claes Cornelisz en Michiel Kalff, dat zij tot op dato dezes uit de erfenis van haar voorschreven moeder weinig of geen goederen heeft ontvangen, veel min dat voorschreven Grietje IJsbrantsdr een merkelijke somme onder haar bewind zou hebben of hebben gehad die zou kunnen responderen met hetgeen zij aan Jan Pouwelsz haar laatst getrouwde man (met wie zij separatie van tafel en bed heeft) schuldig zou zijn, en verder dat voorschreven Broocker aan Grietje IJsbrants geld geleend heeft om te gebruiken tot nodige alimentatie en onderhoud van haar gezin 795.
                                        In 1656 verklaren Garbrant Jansz Pock, man en voogd van Dieuwer IJsbrants, Claes Cornelisz Kalf, Michiel Cornelisz Kalf en Willem IJsbrantsz, voor henzelf en voor Grietje IJsbrants en ook voor de kinderen van zal. Pieter IJsbrtantsz Smit, altezamen erfgenamen van zal. Grietje Pieter Smits, in haar leven huisvrouw van zal. Claes Jansz Broocker, gewezen grootscheepmaker rn houtkoper te Zaandam, ter eenre, en Jacob Claesz Broocker, nagelaten zoon van de voorschreven Claes Jansz Broocker, als erfgenaam en gewezen administrateur van de boedel van dezelve Broocker, ter andere zijde, allen woonachtig te Zaandam, op 24 augustus ten huize van Claes Claesz Jutt vergaderd zijnde, door tussenspreken van Pieter Jansz Brouwer, Jacob Cornelisz van Assem en Jan Pietersz Gijsen, geëligeerde arbiters, over hun geschillen gebracht voor het gerecht van Westzaan, na gedane geëiste rekening door Jacob Claesz, te hbben verbleven aan de uitspraak van de arbiters. Jacob Claesz Broocker zal aan Garbrant Plock c.s. uitkeren 60 gld, aan dito Plock 40 gld voor zijn eigen privé tot een zilveren beker, en zal tot zijn last nemen alle acties, zoals tussen de boedel en schipper Cornelis Roelen van Oostzaan en tussen de boedel en Garbrant Plock c.s. ter zake van de korenmolen genaamd de Ruijter in de Molenbuijrt. 796
                                    tr. 3° Trijn ARENTS,
                                        In Zaandam worden in 1646 huwelijkse voorwaarden gemaakt door Claes Jansz Broocker, weduwnaar, en Trijn Arentsdr, weduwe, geassisteerd door Jacob Arentsz, haar broer en voogd in dezen. Voor elk zal door een notaris een inventaris van de ingebrachte goederen opgemaakt worden. De ingebrachte goederen zullen in eigendom toebehoren die ze volgens de inventaris heeft ingebracht. De vruchten zullen in gemeenschap gebruikt worden, de overwinst zal gedeeld worden, erfenissen worden niet als overwinst gerekend. Schade met rederijen wordt afzonderlijk geregeld: die moet eerst zo veel mogelijk van de winst worden afgetrokken maar verder gedeeld. 797
                                        In de banne van Westzaan bekent in 1653 Jacob Claesz Broocker als voogd van Trijn Arents zijn schoonmoeder wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz anders Claes Tijssen wonende in De Rijp c.s. een vierdepart van een stuk land, groot het vierdepart 306 roeden, liggende buitendijks, belend ten noorden Aris Pieters, ten zuiden Cornelis Teuwisz, voor 516 gld, te betalen de helft gereed, de rest op Vastenavond 1654, gevolgd door de opdracht aan Trijn Arents wonende op Zaandam 557.
                                        In Zaandam machtigt op 23 februari 1656 Trijn Arents, weduwe en boedelhoudster van Claes Jansz Broocker in zijn leven koopman alhier, Jacob Cornelis van Assem en Arent Dircksz Sluijck, mede alhier woonachtig, om haar zaken waar te nemen (getekend door Jacob Claesz Broocker uit last van zijn schoonmoeder) 558.
                                    tr. 1°
                                    143. (<71) Barbara JACOBS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Jan Claesz BROOCKER, schipper.
                                          In 1641 wordt getuigenis geleverd door 3 scheepslieden wonende te Jisp, ten verzoeke van Jan Claesz Broocker van Zaandam, schipper op het schip genaamd de Sevenster, dat zij op het schip zijn geweest te Bordeaux waar zij meteen na aankomst ballast gelost hebben en geen dag of nacht verzuimd hebben en dadelijk zijn begonnen met laden, en terstond daarna hun reis naar deze landen hebben voortgezet, maar door tegenweer en -wind veel tijd verloren hebben voordat zij voor Amsterdam aankwamen 798.
                                          In Zaandam verklaren op 18 februari 1641 Jacob Claesz Spierdyck wonende te Koedijk en Cornelis Jansz wonende te Jisp, bevrachters, ter eenre, en Jan Claesz Broocker van Zaandam, schipper en meester naast God van zijn schip genaamd de Sevenster, lang over steven 116 voet, wijd 23¾ voet, hol 11 voet, daartussen 5 à 5½ voet, alle Amsterdamse voeten, ter andere zijde, zeker contract van bevrachting met elkaar gemaakt te hebben, nl. dat de voornoemde schipper zal gehouden wezen zijn schip op 't spoedigste gereed te leveren, dicht, wel gekalfaat en voorzien van ankers, zeilen en andere toebehorende notelijkheden, item. 't zelve te monteren met 10 gotelingen en andere ammunitie van oorlog, waarna hij van deze landen zal zeilen naar Groenland om aldaar in zee te vissen, werpen, drijven, leggen en „vertouwen” en alles meer te doen wezende tot de walvisvangst van node en door de commandeur bedacht zal komen worden, en vandaar zeilen en keren naar Amsterdam en de ingeladen goederen getrouwelijk te lossen en uit te leveren aan de voornoemde bevrachters of hun „commis”, waartegen de bevrachters zullen gehouden zijn voor elke maand die de reis zal hebben geduurd 925 gld te betalen, welke maanden ingaan wanneer 't schip buiten de laatste ton van Texel gezeild en in zee gekomen, en zal eindigen alhier binnenland gearriveerd en zijn anker gevallen zal zijn, maar ten minste voor 4 maanden 799.
                                      2. Cornelisge Claes BROOCKER, zie 71.
                                      3. Sybrig Claesdr (BROOCKER), overl. vóór 1656, tr. Gerrit FREDRICXZ.
                                          In de banne van Westzaan wordt in 1638 de inventaris opgemaakt van de goederen van de kinderen van Gerrit Fredricxz en Syberich Claesdr, genaamd Maerten Gerritsz en Barbertgen Gerritsdr, bestaande uit samen 345-17-8 berustende onder Claes Jansz Broocker, bestevader van de kinderen, nog 1066-12-0 van de twee laatste termijnen van 't verkochte huis en erf van Gerrit Fredricxz, nog 472-10-0 staande te ontvangen van het verkochte huis van de bestemoeder van de kinderen. Aldus geïnventariseerd en aangegeven door Claes Jansz Broocker als bestevader en Cornelis Vredricxz als oom en voogd. Ze zijn verder veraccordeerd dat Claes Jansz Broocker de 2 kinderen zal opbrengen met behouden goed tot hun 18 jaren toe, met conditie dat als een kind overlijdt het andere kind alles zal krijgen, en als beide kinderen vóór hun 18 jaren overlijden alles naar Claes Jansz Broocker of zijn kinderen zal gaan. Op 21 augustus 1640 heeft Claes Jansz Broocker voor de restitutie tot onderpand gesteld een huis en erf in de Molenbuijert, belend ten zuiden Jan Lammertsz, ten noorden hijzelf. Op 28 januari 1670 verklaren Maerten Gerritsz en Cornelis Fredricksz als voogd over Barber Gerrits ten volle voldaan te zijn. 800
                                      4. Neeltje Claes BROOCKER, overl. vóór 25 okt. 1668, tr. Pieter Pietersz MOLEMAACKER, molenmaker, die hertr. met Aeff JANSDR.
                                          In de banne van Oostzaan is op 25 oktober 1668 Lijsbeth Pieters, nagelaten dochter van Neeltje Claes Broocker, nog 3000 gld tegoed, berustende onder de vader Pieter Pietersz, molenmaker, met als haar voogd Jacob Claesz Broocker 801.
                                          Op 8 september 1694 compareren Pieter Pietersz Bleecker, zoon en enige erfgenaam van Bregt Pieters, Albert Jansz Bleecker, Pieter Jansz Bleecker, Cornelis Pietersz Decker in huwelijk gehad hebbende Trijntje Jansz Bleecker, en Cornelis Mighielsz Kalff in huwelijk gehad hebbende Neeltje Jans Bleeckers, voor henzelf en tezamen instaande voor Maritje Jans Bleecker, tezamen kinderen en erfgenamen van Barbertje Pieters, item Jan Pietersz Bleecker als actie en transport hebbende van Claes Agesz in huwelijk gehad hebbende Lijsbet Pietersz, tezamen kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Pietersz Molemaacker, in zijn leven gewoond hebbende te Zaandam [Oostzaandam] en aldaar overleden. Zij verklaren verkocht te hebben aan Johannes Robertsz, commies generaal van Stad en Lande te Groningen, zodanige actie van 3203 gld kapitaal met de interest vandien als de voornoemde Pieter Pietersz Molemaacker ten laste van de Oost- en Suijder Woldermeer in 't Oldambt voor 't maken en repareren van molens heeft te pretenderen, en bekenden betaald te wezen. Op 24 november 1694 verklaren comparanten dat Johannes Roberts de akte zoals die ligt niet te accepteren, waarom de comparanten verzoeken deze geroyeerd te worden. Op diezelfde datum machtigen dezelfde comparanten Johannes Robertsz om de betaling van de 3202 6 st te vorderen. Op 3 december 1694 bekennen de comparanten door de commies generaal volkomenlijk betaald te wezen wegens de aan hem overgedragen actie. 802
                                      5. Jacob Claesz BROOCKER, geb. ca. 1616  559, mr grootscheepmaker, reder, houtkoper, opziender bij de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente, overl. vóór 21 mei 1671, tr. Aefje Dircks SLUIJCK, geb. ca. 1625, overl. vóór 13 maart 1681, dr van Dirck Claesz SLUIJCK 540, mr scheepstimmerman, koopman, en Trijn ARENTS.
                                          In 1644 in een akte van comparitie voor schout en schepenen van Westzaan door reders en participanten van 't schip de Grooten Christoffel, waar schipper op is Stoffel Pietersz van Zaandam, verklaart Claes Jansz Broocker, inwoner te Zaandam, in 't schip 1/32 te „herideren” 210.
                                          In Zaandam compareren in 1655 Jacob Claesz Broocker en Willem Jacobsz Menssen, beiden woonachtig alhier, reders van 't schip de Gulde Halve Maan waar schipper op is geweest Symon Symonsz Sloof uit De Rijp, ook voor de gemene reders van 't schip, welk schip in 't vervolgen van zijn reis van [La] Rochelle in Frankrijk naar deze landen op 29 augustus 1653 in zee door een Engels oorlogsschip veroverd zijnde des anderen daags daaraanvolgende de voorschreven Engelsman daaruit gejaagd en hernomen door drie Zeeuwsw commissievaarders, waarvan kapiteins waren Daniel Wilboursz, Pieter en Cornelis Aldertsz van Vlissingen, die het schip naar Brest hadden gebracht in Bretagne, zonder dat comparanten tot restitutie van 't voorschreven schip hebben kunnen geraken, waartoe zij nu machtigen Pieter Pietersz Molemaker alhier (om alles terug te eisen, inclusief vergoeding) 312.
                                          In 1660 maken in Zaandam Willem IJsbrantsz en Jacob Claesz Broocker, voor henzelf en ook voor de absente gemene reders van het fluitschip genaamd de Visscher waar schipper op is Jan Symonsz Elleman van Vlieland tegenwoordig buitenslands zijnde, als verhuurders ter eenre, en Mr Elias van Houwert, commandeur op de Groenlandse visserij, als huurder ter andere zijde, een contract (volgen de voorwaarden, o.a. 2450 gld voor 5 weken, voor elke dag meer 2 gld 10 st) 565.
                                          In de banne van Westzaan bekent in 1671 Jacob Claasz Broocker gekocht te hebben van Dorck Cornelisz Haringh als gemachtigde van de gemene crediteuren van zal. Cornelis Jansz Haringh, beiden wonende te Zaandam, een erf breed 38 voeten op 't Haringhpadt, belend ten oosten Cornelis Schoenmaker, ten westen Jan Jansz Rogh d'Jonge, te Zaandam, voor 103 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen bij egale portiën 566.
                                          Op 13 maart 1671 verklaren Cornelis Jansz Kegh, IJsbrant Pietersz Breeuwer en Claes Tijsz Otjes, koopluiden te Zaandam, ten verzoeke van Jacob Claesz Broocker, mede aldaar, dat zij deze dag met de requirant zijn geweest te Amsterdam in 't stadhuis bij de persoon van Aris Cornelisz Mataris, en dat de requirant met dezelve Mataris door tussenspreken van de deposanten is gecontracteerd dat de requirant aan de voorschreven Mataris zal transporteren zodanig stuk land als door de requirant onlangs bij executie van de justitie van 't gerecht van Oostzaan gekocht is, liggende in de jurisdictie van Oostzaan in de Noordt bij 't vermaanhuis, voor dezen toebehoord hebbende Trijntje Jans Boumans, met de conditie dat voorschreven Mataris binnen een maand binnen 't huis van de requirant zal doen brengen zo veel geld als hetzelve hem requirant met alle onkosten kost, daarenboven 100 gld tot een verering 567.
                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1687 Dirck Jacobsz Broocker en zijn zuster Barbertje Jacobs, beiden meerderjarig, ook voor hun minderjarige broer Claes Jacobsz Broocker met toestemming van deszelfs voogden genaamd Cornelis Arentsz Sluyck en Lubbert Lourusz, allen te Zaandam woonachtig, aan Meijnderts Arentsz, Lubbert Lourusz, Jan Jansz Louwe en Jan Pietersz Kist, allen koopluiden alhier op Zaandam, voor henzelf en als last hebbende van hun mede-dienaren, mitsgaders voor rekening van de ganse Verenigde Doopsgezinde Gemeente te Zaandam, een huis en erf in de Molenbuert, belend ten zuiden Jan Cornelisz Gast, ten noorden de Gemeene Steeg, ten westen 's Heerenwegh, ten noorden de rivier de Zaan, voor 6700 gld 568.
                                          Op 21 mei 1671 geeft Aaffje Dircx, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, wonende te Zaandam, machtiging aan Willem Jacobsz Jaapoom, mede aldaar, om de erfenis voor 't omtrent vierdepart haar toebehorende te verkopen (notarisgetuige o.a. Pieter Jansz Oosterhooren) 561.
                                          In 1672 verklaren Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, en IJsbrant Pietersz Breuwer, insgelijks mr scheepstimmerman, als voogd over Aeff Dirckx Sluycqs weduwe van Jacob Claesz Broocker, allen wonende te Zaandam, alsnog te persisteren bij het contract van koop door henluiden als verkopers, met Jan Willemsz Ongeluck en Douwe Cornelisz wonende te Amsterdam als kopers, van zeker nieuw fluitschipshol, lang 104, wijd 24 en 2 duim, hol 11¼, daarenboven 5 voeten, Amsterdamse maat, op 7 september 1671 binnen Amsterdam opgericht voor notaris Arijaen van Santen, en bekenden van de kooppenningen voldaan te zijn; compareerden mede Hendrick Dircsz Sluyck benevens de voorschreven IJsbrant Pietersz Breeuwer als borgen 562.
                                          In 1675 geven Aaff Dircx Sluycq, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, en Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, machtiging aan IJsbrant Pietersz Breuwer, koopman te Zaandam, om te ontvangen zodanige somme van penningen als hun, comparanten, als mede-reders voor 1/64 in zeker schip genaamd de Admirael Wrangel, gevoerd door schipper Mighel de Langh, competeert 563.
                                          In de banne van Westzaan bekent op 4 april 1680 Dirck Jacobsz Broocker, als gelaste van zijn moeder Aeff Dircx Sluijck, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van de curateuren van de boedel van Aris Cornelisz Mataris als geautoriseerde van Pieter Cornelisz Bois en nu van deszelfs weduwe en erfgenamen, een stuk land genaamd de Madt gelegen binnendijks op de Wateringh, groot 480 roeden, en hiervoor schuldig te zijn 312 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 564.
                                      6. Jannetje Claes BROOCKER, overl. vóór 1656, tr. Sijmon LOUW.
                                          In de banne van Oostzaan wordt in 1647 de inventaris opgemaakt van de goederen van de nagelaten kinderen van Jannitje Claes Broockers zal., van wie de vader Sijmon Louw, genaamd Barber, Guertje, Tryntje, Sijtje, Grietje en Jannitje Sijmonsdochteren, ten overstaan van Claes Jansz Broocker als bestevader en voogd, namelijk samen 3450 gld berustende onder de vader die als speciale hypotheek stelt zijn huis en erf waar hij in woont op Zaandam in de Noort, belend ten zuiden Cornelis Gijsen, ten noorden Pieter Pietersz Molemaker 803.
                                    144. (<72) (>288, >289) Thonis JACOBSZ,
                                        In 1639 verklaart Guijrt Jansdr, oud 27 jaar, tegenwoordig woonachtig te Alkmaar, hoe dat Jacob Heertges en Guijrt Aris, haar overleden grootvader en grootmoeder, voor Vechter Claesz, in zijn leven notaris te Graft, gepasseerd hebben zeker testament op 15 april 1601 waarin zijluiden hun goederen die zij nalaten hebben gemaakt fideï commis subject tot in de vierde graad incluis, en alzo benevens haar anders geen erfgenamen van haar grootvader en grootmoeder zijn als Aris Thonisz en de kinderen van zal. Tonis Thonisz, allen wonende te Uitgeest, die haar, comparante, verzochten dat het haar gelieven zou te consenteren na voorafgaande octrooi zij mochten verkopen zekere partijtjes land in de banne van Schermer door deszelfs grootvader en grootmoeder nagelaten, ziende dat Aris Thonisz met een huis vol kleine kinderen is beladen en dat Thonis Thonisz te Duinkerken is overleden, nalatende zijn weduwe met 6 kleine kinderen zonder enige middelen als hun gedeelten aan dezelve landen die geheel weinig in huur zijn opbrengende, zo consenteert zij dat Aris Thonisz en de kinderen van Thonis Thonisz dezelve landen verkopen (zij tekent als Guerdt Jansdochter) 804.
                                    tr.
                                    145. (<72) Guierte PIETERSDR,
                                        In Uitgeest bekent in 1631 Guierte Pietersdr, weduwe van Jan IJsbrantsz, geassisteerd met Aris Thonisz Seijlemaecker haar zoon en voogd in dezen, ook voor alle andere [sic] kinderen van de voorschreven Jan IJsbrantsz, een schuld van 632 gld aan de gemene erfgenamen van de weduwe van Jan van der Marck in zijn leven koopman te Amsterdam, welke voorschreven somme zij, comparante, of haar kinderen, zullen betalen zo nu zo dan, bij haar leven zo zij mogen, en stelt tot onderpand haar huis met zijn erf op 't Nieuwelant, belend ten oosten de Buijtendijcxsmeer, ten zuiden de gemene weg, ten westen Cornelis Vredericxz, ten noorden de gemene sloot, welk voorschreven huis en erf de houder van deze brief zo haast als zij comparante dezer wereld overleden is voor vrij eigen zal mogen aanspreken of aantasten zonder iemands tegenzeggen 805.
                                    tr. 2° Jan IJSBRANTSZ, schipper.
                                        In Uitgeest bekent in 1615 Jan IJsbrantsz Schipper schuldig te wezen aan Gerryt Jacobsz Hulft te Haarlem een jaarlijkse losrente van 50 gld, losbaar met 800 gld, met als onderpand 2 koeven in Amelenkooch, belend ten oosten en zuiden de Schouwateringh, ten westen Pouwels Jansz, ten noorden de Nollen, nog zijn huis en erf op de Meldijck, belend ten oosten de erfgenamen van Garbrant Gerrytsz, ten zuiden de Meer, ten westen Cornelis Steffensz Smit. Op 10 juni 1632 is aan de secretaris de principale brief vertoont, zijnde getransporteerd bij assignatie op Aris en Thonis Thonisz, en was afgelost, ergo geroyeerd. 806
                                        In Uitgeest is in 1621 Pieter Bon, brouwer van 't Brantijzer te Haarlem, als houder van zekere obligatie, eiser contra Jan IJsbrantsz en Guyrte Pietersdr zijn huisvrouw, beiden buurluiden te Uitgeest, om betaling over de koop en leverantie van 10 vette ossen, gekocht en binnen de stad Hasselt ontvangen op 10 oktober jongstleden, en Jacopgen Claesdr, waardin in de Swan alhier, eiser contra schipper Jan IJsbrantsz, buurman alhier, om betaling van 8 gld ter cause van verteerde kosten (de gedaagde compareert niet en wordt gecondemneerd) 807.
                                        In Uitgeest verkoopt schipper Jan IJsbrantsz, onze buurman, in 1621 aan Allert Arentsz, onze tegenwoordige schout, 2 derdeparten in een stuk land genaamd Amelencooch, groot in 't geheel 1 morgen 3 snees min 5 roeden, belend in 't geheel ten oosten en zuiden de Schouwatering, ten westen de Blaeuwe Ven, ten noorden de Nollen, met een vrije uitgang over de Nollen en Tryntge Gerrytsven tot op de Smaele Wegh toe, en in 1622 aan Arys Thuenisz en Thuenis Thuenisz, gebroeders, twee voorzonen van zijn huisvrouw Guyerte Pietersdr, het huis met zijn erf waar hij, comparant, met de kinderen voorschreven tezamen in woont, op de Meldyck, belend ten oosten Willem Pouwelsz, ten zuiden de Binnendyckermeer, ten westen de muur van Cornelis Steffens zo die daar tegenwoordig staat, ten noorden de Leegendyck of de gemene straat 808.
                                        In Uitgeest bekent in 1626 Schipper Jan IJsbrantsz schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Tryn Jans, weduwe van Gerryt IJsbrantsz Brasser, onze buurluiden, een jaarlijkse losrente van 12 gld, losbaar met 200 gld, en stelt hij tot onderpand zijn huis met zijn erf op 't Nieuwelant, belend ten oosten de Buyterdijcxmeer, ten zuiden de gemene weg, ten westen Anna IJsbrants, ten noorden de gemene sloot 809.
                                             Uit het eerste huwelijk:
                                        1. Aris Theunisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 29 maart 1630, zie 72.
                                        2. Teunis TEUNISSEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 25 febr. 1629 (volwassenendoop), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 1 jan. 1636, overl. Duinkerken (Frankrijk) vóór 16 mei 1639, tr. Aecht JANS, dr van Jan IJsbrantsz EDDES en Marijtgen IJSBRANTS.
                                            Bij de doop van Teunis Teunissen door Ds Abdias Widmarius: Teunis Teunissen vaerendman, broeder van Jan Jansen voorsz., woonende op de Meldijck, is van gelijk na goede onderwijss en beloften in de kercke na de predicatie gedoopt den 25 Febr. anno 1629.
                                            Op 1 januari 1636 doet in Uitgeest belijdenis Teunis Jansen [moet zijn: Teunissen], de [half]broer van Jan Jansen, dewelke op 25 februari 1629 gedoopt is en tot nu toe nog niet ten avondmaal gekomen is, en Marjete IJsbrands, weduwe van Jan IJsbrands, de schoonmoeder van dezelve Teunis Jansen bij wie hij met zijn wijf op de Loet woont.
                                            In 1640 noemt Marijtgen IJsbrantsdr, weduwe van Jan IJsbrantsz Eddes wonende op de Loet, als hun kinderen o.a. Dirck en Aecht 810.
                                            In 1666 delen in Uitgeest Dirck Jansz, buurman op de Loet, en Aecht Jansdr, weduwe van Thunis Thunisz, zuster van de voornoemde Dirck Jansz, buurvrouw op de Loet, geassisteerd met Willem Pouwels Koster; hij krijgt de Oosterste en zij de Westerste helft van het huis, met voorwaarden (hij tekent als Dirck Jansz Eddes) 811.
                                            In 1668 verklaren Willem Pouwelsz Koster en Gerrit Hendricxz Spanjaert, mitsgaders Pieter Symens Bonckenburch en Claes Arentsz Visscher, allen wonende te Uitgeest, op dinsdag voor Sint Jan Midzomer verleden jaar te zijn geweest in 't sterfhuis van wijlen Aecht Jans op de Loot, in haar leven weduwe van Thonis Thonisz, verzocht als goede mannen voor de kinderen en erfgenamen van de kinderen, te weten dat Jan Thonisz Jonge Jan zou hebben het huis waar voornoemde Aecht Jans in overleden is, staande op de Loot, mitsgaders al het touwwerk, hout en anders van de verongelukte schuit, mitsgaders 375 gld die hij ten achter was, mits hij aan Jan Taemisz man en voogd van Sybrich Teunis, Trijn Jans weduwe van Ouwe Jan Thonisz, en Aeffjen Allerts weduwe van Cornelis Thonisz, elk 65 gld zou betalen, en dat de overige goederen onder 4 staken in gelijke portiën genoten zullen worden 812.
                                               Uit het tweede huwelijk:
                                          1. IJsbrant JANSEN, tr. 1° N.N., ondertr. 2°/tr. Amsterdam/Uitgeest 14/28 juni 1626 Aeltje MEIJNERS, wed. van N.N.
                                              Bij het Nederduits Gereformeerde huwelijk in Uitgeest van IJsbrant Jansen met Aeltje Meijners: Isbrant Jansen, schipper, van Uitgeest, weduwnaar, de zoon van Jan Isbrands hier op 't Nieuwelandt die doch Menist is, doch de zoon Isbrandt Jansen voornoemd is te Graft gedoopt en bekent hem tot onze kerk, en Aeltje Meijners van Enkhuizen, weduwe te Amsterdam.
                                          2. Jan JANSEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 24 sept. 1628 (volwassenendoop), tr. N.N.
                                              Bij de doop van Jan Jansen door Ds Abdia Widmarius: een timmer oock mede een varendman, soon van schipper Jan Isbrands mennist opt Nieulandt, na dat hij bij de Mennisten geweest, ende hem uijt misverstandt ende [ ] tegen de kercke ende waerheijt een harde partij getoont hadde, maer door des Heeren genade op sijne wederom reijse te schepe sijnde sonderling ende gelijck wonderbaerlijck getrocken ende verandert was, heeft sijne sonden tegen de godtlijcke waerheijt voor desen geploogt bekent; ende heeft de waerheijt seer suijver ende ijverich verstaen ende voorgestaen (daervoor de heere gepresen sij, die hem oock daerbij seecker ende bewaren willen). Is oock daerop den 24 Sept. den sondach voormiddach na de predicatie in den naeme Christi gedoopt.
                                          3. Jacob JANSEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 21 febr. 1636 (volwassenendoop).
                                              Bij de doop van Jacob Jansen door Ds Abdias Widmarius: Jacob Janssen de volle broeder van Jan Janssen ende voorts de halve broeder van Teunis Teunissen en Arijs Teunijs (waervan hiervoren) na dat hij tot Ackersloot aen eene paepsche vriendschap getrouwt ende nu hier met de wooninge gecomen ende de kercke te met besocht hebbende met sijnen broeder Jan Jansen besprocken was, heeft mede den doop in onse kercke versocht ende is deselve oock aen hem na goet onderwijs ende op gewoolijke beloften volgens christelijke ordre in den name des heeren bedienet den 21 Febr. anno 1636.
                                        146. (<73) Andries JANSZ,
                                            Op 4 maart 1616 wordt een getuigenis afgelegd door Andries Jansz, oud omtrent 52 jaren, buurman te Uitgeest, o.a. dat hij omtrent 23 of 24 jaren op de Molendijck gewoond heeft  813.
                                        tr. N.N.
                                            Op de lidmatenlijst van Uitgeest begonnen in 1624, staan als nieuwe lidmaten in 1624 o.a. Jan Andreesen, oud 27 jaar, met zijn huisvrouw Neeltje Jansen, op de Horn, Baefjen Andrees, 24 jaar, aangekomen op 22 december 1624, en wordt op 28 september 1625 vermeld als nieuwe lidmaat Clara Andrees, de dochter van Andrees Jansen, toen dienende bij Raijer Jacobs op de Westgeest, zuster van Baefje Andrees.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Jan ANDRIESZ, geb. ca. 1597, tr. Neeltje JANSEN.
                                                In Uitgeest is in 1623 Jan Andrijesz, buurman alhier, eiser contra Robbert Kat, schotsman alhier, om betaling van 10 gld ter cause van zekere koopmanschap door eider aan de gedaagde verkocht 'op zijn huwélijk', en contra Jacob Davidtsz, buurknecht alhier, voor betaling van 8 gld, ter cause als voren 814.
                                                In Uitgeest verkoopt in 1626 Gerryt Dircksz Noom, biersteker in de Drye Sterren, onze buurman, aan Jan Andriesz, mede onze buurman, een huis met zijn erf op 't Noortent van de Kerckbuirt, belend ten oosten Theunis Gerrytsz Smit, ten zuiden Jacob Jansz Cramer bruikwaar, ten westen de gemene Heerenwech, ten noorden Claes Dircxz Kuyper 815.
                                                In Uitgeest is in 1629 Pieter Baertsz Matselaer eiser contra Jan Andrijesz alhier, om betaling van 4 gld 18 st „als dandere hebben betaelt” 816.
                                            2. Baefjen ANDRIES, geb. ca. 1600.
                                            3. Clara ANDRIES, zie 73.
                                          148. (<74) (>296) Cornelis JACOBSZ,
                                          tr.
                                          149. (<74) Aerian CLAESDR.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Jacop CORNELISZ.
                                            2. Claes Cornelisz WELBOOREN, zie 74.
                                            3. Aechte CORNELISDR, tr. Sijmon HARMENSZ.
                                                In Uitgeest verkoopt in 1637, Dirck Pietersz onze buurman op Assum, aan Sijmon Harmensz mede onze buurman aldaar 2 akkers zaadland, groot tezamen 3 snees, belend ten oosten Gerrit Cornelisz, ten zuiden de Koorendijck, ten westen Pieter Aerjansz, ten noorden Coomen Jaepen Binneven 817.
                                            4. Trijn CORNELISDR, tr. (schepenbank) Krommenie 18 febr. 1620 Willem ALLERTSZ.
                                          150. (<75) Jan JACOBSZ,
                                              In Uitgeest verzoekt in 1619 Jan Jacobsz als vader en naaste bloedverwant van zijn onmondige kinderen geprocureerd bij wijlen Jacob Jacobs zijn overleden huisvrouw om wettelijk te kiezen voogden, voor wie toegewezen Bruyn Bruynsz voor Marijtgen Jans, Dirck Heyndricxz voor Sytgen Jans, Dirck Pijetersz voor Hillegont Jans 818.
                                          tr.
                                          151. (<75) Jacob JACOBS.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Marij JANSDR, zie 75.
                                            2. Sijtgen JANS, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 12 sept. 1632, ondertr. ald. 13 maart 1633 (zij als Sijtje Jans, dochter van Jan Jacobs van Assum, de vader van harentwegen neffens de bruid verschenen), tr. ald. 28 maart 1633 Jan FRANSSEN, zn van Frans CORNELIJS.
                                            3. Hillegont JANS.
                                          156. (<78) (>312) Cornelis Cornelisz WENNEN, alias Smack,
                                              In Uitgeest verkoopt in 1599 Garbrant Arents van Uitgeest wonende te Alkmaar aan Cornelis Cornelisz Wennen op Assum alzulke erfenis van land en anders als hem competerende was bij 't overlijden van zal. Aechte Piters alias Oude Aecht, voor 48 gld, mits conditie dat als de voorschreven Garbrant kwam te sterven zonder kinderen achter te laten zo zal de voorschreven erfenis en de penningen [?] als voren (zo verre daar enige overgebleven zijn) weder gaan aan de linie vanwaar ze gekomen zijn 819.
                                              In Uitgeest verkoopt in 1601 Alewijn Pietersz aan IJsbrant Maertsz en Cornelis Cornelisz Wennen de Steffkensackeren in de Cleijne Zien met een vrije notweg over het zuid van Sijmon Janssenacker tot aan de weg of Waldijck toe, om daarover met een kar te rijden of varen, met alzulke kwijtschelding gepasseerd door Gerrit van der Laen en transport gepasseerd door IJsbrant Maertsz en Sijbrant Jansz van Krommeniedijk dd. 17 maart 1597 als hij daarvan heeft, en verkoopt in 1603 Jacob Lourisz als voogd en regent van St. Pietershuijs te Haarlem, en mede als voogd van Heijsen en Arent Jansz, aan Cornelis Cornelisz Wennen alzulke erfenis als dezelve Arent Jansz en Heijsen competerende was bij 't overlijden van zal. Aechte Pietersdr Oude Aecht op Assum, hun oud-moei, voldaan met 60 gld als voor een zekere verkoop door hen comparanten gedaan aan de voornoemde Cornelis Wennen, zonder enig recht meer daaraan te hebben 820.
                                              In Uitgeest bekent in 1607 Cornelis Cornelisz Wennen schuldig te wezen Gerrit Jacobsz Hulft te Haarlem een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, losbaar met 200 gld, met als onderpand de helft van een stuk land genaamd de Helle, groot 't gehele land omtrent 4 koeven, in de Broeck, belend ten oosten de Bepeven, ten zuiden Hendrijck Claesz, ten westen de Waldijck, nog een stuk land genaamd Woerchem, groot omtrent 9 snees, belend ten oosten Dieuwer Comen Japenven, ten zuiden Hendryck Claesz, ten westen Cornelis Willemsz, ten noorden de Vaert (geroyeerd [datum onleesbaar]), en verkoopt in 1610 IJsbrant Maertsz op Assum aan Cornelis Cornelis Wennen een halve akker zaadland genaamd Steffkensackeren, groot omtrent 5 snees in 't geheel, waarvan de andere helft hemzelf toekomt, belend ten oosten Aecht Pieter Jans Ackeren, ten zuiden en westen de Heilige Geest te Haarlem, ten noorden de Coorendijck 821.
                                              In Uitgeest bekent in 1612 Cornelis Cornelis Wennen schuldig te wezen Mr Ghijsbrecht van Thenesse te Haarlem een jaarlijkse losrente van 37 gld, losbaar met 600 gld, groot 1½ morgen 11½ snees, belend ten oosten Blaeuwen erfgenamen, ten zuiden IJsbrant Cornelis, ten westen de gemene notsloot, ten noorden de Woudslootermeer, nog een stuk land genaamd de Hellen, groot de helft 15½ snees, belend ten westen de Waldijck, ten noorden mede de Hellen, ten oosten Bruyntgen Bepeven, Hendrijck Claesses Worff, nog zijn „worff” waar hij in woont op Assum (geroyeerd 4 sept. 1617 822.
                                              In Uitgeest is in 1618 Cornelis Cornelisz alias Smack, vanwege zijn dochter, eiser contra Jacob Jansz Cossen, om betaling van 13 gld verdiend arbeidsloon 823.
                                              In Uitgeest verzoekt in 1623 Cornelis Cornelisz Smack, als zoon en naaste bloedverwant van zijn moeder, zusters en zusterskind, om wettige voogden gecoren te worden, te weten Albert Jacobsz voor Trijn Cornelisdr de moeder, Willem Jacobsz Veerman voor Jannetgen Cornelisdr, Wouter Jansz voor Wentge Cornelisdr, Cornelis Dircxz Kit voor het nagelaten onmondige weeskind geprocreëerd bij Aechte Cornelisdr van wie de vader is Claes Garbrantsz Visscher; het verzoek is toegewezen 337.
                                          tr.
                                          157. (<78) Trijn CORNELISDR.
                                              In Uitgeest zijn op 25 februari 1633 de kinderen en erfgenamen van zal. Trijn Cornelisdr, onze buurluiden, eisers contra Claes Garbrantsz Visscher, mede onze buurman, om deling te doen of restitutie van 279 gld 15 st met de interest vandien, uit zake van geaccordeerde penningen die hij haar [hun?] beloofd heeft te betalen voor de goederen die Garbrant Claesz zijn zoon volgens zeker testament als fideïcommissaire erfgenaam heeft bezeten. Op 11 maart heeft de gedaagde het over zekere consultatie van 9 maart mitsgaders zekere verklaring van Jan Cornelisz Goesinnen van 7 maart. Schepenen ordonneren de partijen alles te brengen wat tot de materie dienende is tegen vrijdag toekomende, om alsdan op de zaak gedisponeerd te worden 824.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Cornelis Cornelisz SMACK, zie 78.
                                              2. Aechte CORNELISDR, tr. Claes Garbrantsz VISSCHER.
                                                  in Uitgeest is op 27 september 1619 Sijmon Jacobsz van der Lijn, schout van Limmen, eiser contra Claes Garbrantsz Visscher c.s., buurluiden alhier, om betaling van 3 keer 42 schellingen ter cause van des nachts vóór St. Cornelis of Kruisverheffing [14 september] laatstleden binnen Limmen te gaan vissen met de zegen. Schepenen condemneren. En dezelve contra een van de gedaagden om betaling van 3 keer 42 schellingen daar de gedaagde op 't land lag met de lijn in zijn hand hem schout heeft kwalijk toegesproken (waarop eveneens condemnatie). 825
                                              3. Jannetgen CORNELISDR, ondertr. Uitgeest 2 jan. 1628, tr. ald. 16 jan. 1628 (Claes Cornelijs, de zoon van zal. Cornelijs Jacobs den Ouden op Assum, en Jannetje Cornelijs, dochter van zal. Cornelijs Cornelijssen, ook op Assum) Claes Cornelisz WELBOOREN, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 24 dec. 1628, overl. vóór 19 juni 1654, zn van Cornelis JACOBSZ en Aerian CLAESDR, die hertr. met Marij JANSDR.
                                                  In Uitgeest wordt in 1623 op verzoek van Cornelis Cornelisz Smack, als naaste bloedvoogd van zijn moeder, zusters en zusterskind, vercoren als voogd o.a. Albert Jacobsz voor Trijn Cornelisdr zijn moeder, en Willem Jacobsz Veerman voor Jannetgen Cornelisdr 337.
                                                  In Uitgeest hebben op 6 februari 1637 Claes Cornelisz Welbooren, vader van zijn onmondige dochter genaamd Trijntgen Claesdr geprocreëerd bij zal. Jannetgen Cornelisdr, aan de ene, Willem Jacobsz Cossen, wettelijke voogd, en Pieter Jacobsz van de zijde van zijn huisvrouw oom, van 't kind, aan de andere zijde, aangebracht de goederen 't voorschreven kind toebehorende, nl. een vierdepart van een stuik land in de banne van Heemskerk genaamd Evertscamp, groot in 't geheel omtrent 1400 roeden, belend ten oosten Siericxven, ten zuiden de Tocht, ten westen de Evertscampen, ten noorden de banscheiding, nog 500 gld berustende onder Arent Dircxz op Assum (op 12 juni 1643 afgelost en door Claes Cornelisz Welbooren ontvangen), nog 40 gld berustende onder de voornoemde Claes Cornelisz die daarvoor als onderpand stelt 2 snees land op Assum genaamd Fredericx Hoogelant, belend ten oosten en westen Eggenven (later uit dit verband ontslagen en verkocht aan Symon Harmensz), en de voornoemde Claes Cornelisz zal het kind onderhouden om behouden goed. Op 31 mei 1650 heeft Gerrit Claesz Wennen, buurman op Assum, de 500 gld gelicht tot nu toe onder de vader berustende. Op 19 juni 1654 is door de voogden aangebracht een akkertje van omtrent 2 snees in de Cleyne Sien, belend ten oosten Claes Garbrantsz, ten zuiden het Afterwechjen, ten westen Jan Sweeren, ten noorden Schaepven, het weeskind ter zake van haar zal. vader competerende. (Op 6 juni 1656 bekent Pieter Tamisz, man en voogd van Tryntgen Claesdr, voldaan te zijn.) 338
                                                  In Uitgeest wordt op verzoek van Claes Cornelisz als vader van Tryntgen Claes, bij hem hebbende Cornelis Cornelisz Smack als oom en naaste bloedvoogd van moederszijde, tot voogd over zijn kind vercoren Claes Jansz Alen, en is vervolgens op verzoek van Claes Cornelis Welboren op Assum in plaats van Claes Jansz Alen, dewelke de zaak enigszins was aangaande, als voogd over zijn kind Trijntgen Claesdr vercoren Willem Jacobsz Cossen 331.
                                                  In Uitgeest in 1632 verkopen Claes Cornelissoon Welbooren, voor hemzelf en hem sterk makende voor Jacop Cornelisz zijn broer, buurman op Zaandam, Sijmon Harmensz als man en voogd van Aechte Cornelisdr, Lourens Heijndricxz Backer als man en voogd van Griet Jansdr, Jan Cornelisz Goesinnen als wettelijk gekoren voogd van Marijtgen Jansdr, altezamen onze buurluiden, mitsgaders Willem Allertsz buurman te Krommenie als man en voogd van Trijn Cornelisdr en Dirck Claesz buurman op de Nieuwendam als man en voogd van Aecht Jansdr, samen ook voor Jacop Jansz woonachtig te Amsterdam, altezamen erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven buurknecht op Assum, aan Willem Sijmonsz, mede onze buurman, een akker zaadland op de Geest in de Lange Voetackers, groot volgens 't morgenboek 7 snees, belend ten oosten de gemene Heerewech, ten westen de Schouwateringe, ten zuiden Hessel Pietersz, ten noorden Marijtgen Jacopsdr, en verkopen Claes Cornelisz Welbooren voor hemzelf, Symon Harmenssoon als man en voogd van Aechte Cornelisdr, beiden onze buurluiden op Assum. en interveniërende voor alle andere mede-erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven onze buurknecht, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, omtrent 10 snees 31 roeden, gemeen en onverdeeld in een stuk land genaamd de Cooch, groot het gehele land omtrent 11 koeven, belend het gehele land ten oosten Cornelis Willemencooch, ten zuiden Siericxven, ten westen Eenecooch, ten noorden de Haegen 332.
                                                  In Uitgeest verkopen in 1633 Claes Cornelisz Welbooren als vader en Willem Jacobsz alss wettelijke voogd van Trijntgen Claesdr, allen onze buurluiden op Assum, aan Arent Dircxz, mede buurman aldaar, een huis met zijn erf op Assum, belend ten oosten Gerrit Claesz Wennen, ten zuidend het Assemerveer, ten westen Rem Hesselsz, ten noorden de Korendijck 333.
                                                  In Uitgeest verkoopt in 1639 Claes Cornelisz Welbooren, onze buurman op Assum, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, 12½ snees in een stuk land in de Broeck achter Assum, genaamd de Groote Cooch, groot in 't geheel omtrent 8 maden, belend ten oosten Salienven, ten zuiden Cornelis Willemencooch en Siericxven, ten westen Eenencooch, ten noorden de Haegen, met een vrije notweg over het voorschreven stuk land genaamd Eenencooch 334.
                                                  In Uitgeest compareren voor weesmeesters in 1654 Sijmon Harmensz als oom, en Jan Woutersz en Willem Sweeren, wettelijke gecoren voogden, van Jacobjen Claesdr, Aerjan Claesdr, Dieuwer Claesdr en Jannetgen Claesdr, achtergelaten onmondige kinderen van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Marij Jansdr, in hun leven buurluiden op Assum, en hebben doen registreren de goederen van de voorschreven kinderen, uit de erfenis van hun grootvader, moeder en vader. Als grootvaders erfenis een vierdepart van een stuk land in de Groote Sien op 't Westendt van Assum. genaamd Aftervegers, belend ten oosten de werf van Jan Ooms en Arenden werf, ten westen Dirck IJvenven, nog een derdepart van een hofstede genaamd Jan Oomswerff gelegen beoosten het voorschreven stuk land (op 2 mei 1656 is aangetekend dat dit hofsteedje is verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 150), nog 430 gld waarvan Jan Fransz 43 gld 8 st competeert. Als moeders erfenis een huis en erf op Assum, belend ten oosten Sijmon Harmensz, ten westen Jan Woutersz (verkocht in publieke veiling voo ƒ 656), nog een half snees land voor de deur, nog 2 tuintjes over de vaart achter het huis ('t ene verkocht aan Willem Joosten en 't andere aan Joost Gerritsz, tezamen voor ƒ 90), nog de Noorderacker in de Binnenven, groot 4 snees, belend ten oosten Coomen Jaepenbinneven, ten westen Schaepven, nog het kleine akkertje in de Binneven, groot 1 snees (Aftervegers verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 320). Als vaders erfenis de Suijderacker in de Binneven, groot 4 snees, belend ten oosten de Binneven, ten westen Schaepven, item nog de helft van een stuk land in de banne van Heemskerk, groot in 't geheel 22 snees, belend ten oosten Pieter Jacobsz, ten zuiden de Tocht, ten westen Evertscamp, ten noorden Ruijssen Vuijtterdijck. Op 2 juni 1665 heeft Willem Sweeren als voogd van Dieuwer Claes rekening gedaan aan Claes Jaspers getrouwd hebbende de voornoemde Dieuwer Claesdr. 335
                                                  Op 7 juni 1661 bekent in Uitgeest Jan Gerritsz Seur wonende te Krommenie ontvangen te hebben van de weesmeesters in totaal 90 gld 5 st, onder hem te houden voor 2 jaren, toebehorende Jannetjen Claes, met als borg Sijmon Harmensz, onze buurman op Assum, en Cornelis Willemsz Backer, schepen te Krommenie, als borg voor zijn oom Sijmon Harmensz (op 7 juni 1667 op verzoek van Jannetgen Claes geroyeerd). Op 7 juni 1661 hebben Jan Woutersz en Willem Sweeren, als voogden van Jacobjen Claes en Dieuwer Claes, 100 gld ontvangen (geroyeerd op 5 juni 1663 als afgelost). Op 6 juni 1662 heeft Jan Gerritsz Seur nog 68 gld 10 st van custingpenningen van de tuintjes en Achtervegers ontvangen, toebehorende Jannetjen Claes, voor een jaar, met als borg Mr Wijbrant, chirurgijn binnen ons dorp (op 7 juni 1667 geroyeerd). Op 5 juni 1663 heeft Jan Gerritsz Seur 68 gld ontavngen voor de laatste termijn van 't land genaamd Achtervegers en de tuintjes gekocht door Willem Sweeren, Joost Gerritsz en Willem Sweeren, voor een jaar op interest naast de eerdere 90 gld 5 st, tegen de penning 25, met als borg Cornelis Willemsz Backer. 336
                                              4. Wentge CORNELISDR, tr. Beverwijk (vermeld in Uitgeest) 2 juli 1628 (hij: Pieter Jacobsz van Wassenaar, zoon van zal. Jacob Jacobs van Wassenaar, met akkoord van zijn moeders broer Ds Matthias Hazard, pastor te Wijk op Zee en Beverwijk, bij wie hij gewoond heeft) Pieter Jacobsz SNIJDER, zn van Jacob JACOBSZ, van Wassenaar.
                                            158. (<79) Cornelis PIETERSZ,
                                            tr. N.N.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Anna CORNELISDR, zie 79.
                                            160. (<80) (>320, >321) Abraham Claesz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1574, secretaris van de banne van Westzaan en de banne van Krommenie (als zodanig het eerst vermeld op 18 december 1608 826),
                                                In Assendelft testeert op 27 maart 1592 Abraham Claesz, kloek en gezond, buurvrijer; als hij zonder kinderen sterft stelt hij tot zijn universele erfgename zijn lieve en zeer beminde moeder Swaentgen, weduwe van Nicolaes Aerntsz, in zijn leven predikant te Assendelft 827.
                                                In de banne van Westzaan bekennen op 20 maart 1613 Egbert Huygen en Abram Claesz, onze inwonende buurluiden, gekocht te hebben van Willem Claesz, mede buurman in onze ban, een stuk land bij de kerk, groot 569 roeden, belend ten zuiden de kerk, ten noorden de weduwe van Dirck Copges en Jan Claesz, voor 1141 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1614 en 1615, telkens een derdepart (betaald door de kopers op 20 februari 1615), gevolgd door de opdracht 828.
                                                In de banne van Westzaan bekent op 1 mei 1616 Abraham Claesz, onze secretaris, gekocht te hebben van Egbert Huygensz, mede onze buurman, 2 stukken land, het ene genaamd Dirck Mannenbreet, groot 256 roeden, op en binnen de Everenwechsloot, belend ten zuiden Anne Cornelis, weduwe, ten noorden de weduwe van Dirck Mansg, nog een akker achter Dirck Tamisz op de Twisch, groot 155 roeden, belend ten zuiden Dirck Michielsz, ten noorden Guert Willemsdr, voor 462 gld 7 st 8 penn, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 achtervolgende meidagen, gevolgd door de opdracht 829.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt op 29 maart 1622 Heynderick Cornelisz als man en voogd van Guijertgen Theunisdr wonende in de Middel aan Abram Claesz Osterhorn mede buurman aldaar de helft van een huis en erf op 't Laentgen benoorden de kerk, belend ten noorden en zuiden Egge Huijgensz en Abram Claesz voorschreven, met een vrije gang over 't land om naar en van 's Heerenwech te gaan, voor 137 gld 10 st 830.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt op 16 juni 1623 Cornelis Claesz, ijzerkramer wonende op 't Weijver, aan Abram Claesz buurman te Westzaan een hoekje land, groot omtrent 50 roeden, op de Twisch, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Cobge, voor 22 gld 831.
                                                In de banne van Westzaan bekent op 6 april 1624 Abram Claesz Oosterhooren, buurman te Westzaan, schuldig te wezen aan Gerrit Pietersz, nagelaten kind van Griete Gerritsdr zal., wonende op Wormerveer, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, met als onderpand een stukje land ganaamd Dirck Mannenbreetgen, groot 256 roeden, liggende voor Jan Arisz Backer uit op en binnen de Everwechsloot, belend ten zuiden Anna Cornelisdr, weduwe, ten noorden Aechte Claes Valckes, weduwe (betaald op 7 mei 1629) 832.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt op 16 november 1627 Abram Claesz Oosterhooren, onze secretaris, aan Pieter Claesz houtkoper c.s., mede onze buurman, een akkertje land op de Twisch voor Jan Arisz Backer uit, groot omtrent 35 roeden, belend ten noorden Pieter Claesz c.s., ten zuiden Dirck Copges weduwe, voor 18 gld 833.
                                                In de banne van Westzaan bekent op 15 januari 1626 Abram Claesz Oosterhooren gekocht te hebben van Jan Claesz, als man en voogd van Thryn Jansdr, en Cornelis Jansz Gorter c.s., als voogden van Claes en Teunis Jansz, mede onze buurluiden, een half huis en erf met een vrije gang naar en van 's Heerenwech, in de Kerckbuert op 't Laentgen, belend ten noorden Claes Claesz [Nanningen], ten zuiden Jacob Michielsz en Abram Claesz, voor 160 gld, te betalen op 2 eerstkomende meidagen, te weten 1626 en 1627, telkens de helft, gevolgd door de opdracht aan Abram Claesz Oosterhooren onze secretaris 834.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt op 20 april 1629 Abram Claesz Oosterhooren, secretaris te Westzaan, aan Claes Abramsz, tegenwoordig schoolmeester te Westzaan, een huisje en erf in de Kerckbuert aan de Nieuwe Zijd, belend ten noorden Claes Claesz Nanningen, ten zuiden Jacob Michielsz en Abram Claesz voorschreven, onder conditie dat dit huis en erf een vrij pad heeft aan de noordzijde van het huis van Jan Michielsz zo wijd als het tegenwoordig afgedeeld is, om naar en van 's Heerenwech te gaan, voor 300 gld 835.
                                                Op verzoek van schepenen en vroedschappen van Westzaan, uit naam van Abraham Claesz Oosterhooren secretaris aldaar, die het secretariaat nu den tijd van 36 jaren tot contentement van een iegelijk bediend en waargenomen heeft, alzo hij gekomen is tot de ouderdom van in de 69 jaren en van God de Heere bezocht met beroerte, waardoor hij onbekwaam is geworden zonder assistentie van zijn zoon Claes Abrahams Oosterhooren 't officie te bedienen, en hij belast is geweest met 10 kinderen waarvan er nog 7 in leven zijn, voor 't merendeel zijn assistentie van node hebbende, en wezende van geringe en sobere middelen, wordt door de Grafelijkheidsrekenkamer toegestaan dat de voorschreven Claes Abrahams Oosterhooren de plaats van de voorzeide Abraham Claesz Osterhooren bij ziekte en absentie zal mogen gadeslaan en bedienen en zijn vader 't onderhoud in zijn oude dagen zal helpen verzorgen. Daarop heeft de voorschreven Claes Abrahamsz de behoorlijke eed gedaan in handen van die van de rekening, gedaan ten burele van de Camere van de rekening in den Hage op 8 februari 1644. 836
                                            tr.
                                            161. (<80) (>322, >323) Theunisje SYMONS.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Sijmon Abrahamsz OOSTERHOOREN, tr. Griete BAERTS.
                                                  In de banne van Westzaan bekennen op 18 maart 1628 Willem Jansz Verweel en Symon Abramsz, onze geburen, gekocht te hebben van Pieter Gerritsz wonende in 't Suydtent een huis en erf in de Crabbelbuyert, strekkende het erf achter tot het hek toe, belend ten noorden Arian Baertsz, ten zuiden Maritgen Claes Hases, voor 1200 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht met conditie dat Arian Baertsz een sloot mag schieten uit zijn eigen land tot 't hek toe, waarin tot believen van de kopers een koepraam mag liggen, en bekent op 18 maart 1630 Symon Abramsz wonende te Westzaan in de Crabbelbuert schuldig te wezen Pieter Gerretsz Hooft, koopman te Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 42 gld 2 st, losbaar met 842 gld 2 st, met als onderpand zijn halve huis en erf waar hij tegenwoordig in woont in de Crabbelbuert, belend ten noorden Aerian Baertsz, ten zuiden Cornelis Claesz teerkoper (op 30 mei 1637 ten volle betaald) 837.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1655 Claes Symonsz [Oosterhooren] wonende in de Kerckbuyert schuldig te wezen de nagelaten kinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Ariaen Jansz All, ten noorden Anna Gerrits. Compareerde mede Lucas Claesz, als voogd in dezen van Griete Baerts, dewelke hebben geconsenteerd in de belasting van 't voornoemde huis en erf voor haar voornoemde zoon. Op 21 augustus 1657 heeft Jan Claesz, zoon van Claesz Abramsz, de hoofdsom met rente ontvangen. 838
                                              2. Claes Abrahamsz OOSTERHOOREN, schoolmeester (als zodanig vermeld in de periode 1629-1639) te Westzaan, klerk (van de secretaris van de banne van Westzaan, als zodanig vermeld op 7 augustus 1643 839), secretaris van de banne van Westzaan (als zodanig o.a. vermeld op 17 februari 1645 840), ook tresorier ald. (als zodanig vermeld op 7 augustus 1653 841), overl. 15 sept. 1653  842, begr. ald., tr. Trijntje DIRCX, overl. tussen 10 dec. 1682 en 24 dec. 1682, dr van Dirck JANSZ en Ghriete CORNELISDR.
                                                  In de banne van Westzaan wordt op 30 januari 1624 in de weeskamer voor Guert en Thrijn Dircxdochteren, geprocreëerd door Dirck Jansz bij Ghriete Cornelisdr zal. ged., 350 gld aangegeven door Dirck en Jan Cornelisz als omen en voogden, gekomen van hun bestemoeder en berustende onder de vader. Op 15 augustus 1628 bekent Claes Abramsz als man en voogd van Thrijn Dirckx, ook vanwege Jan Pietersz Vinck als man en voogd van Guert Dircx, voldaan te zijn. 843
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 1 februari 1629 Gerret IJsbrantsz wonende in 't Zuytend gekocht te hebben van Jan Pietersz Vinck [wonende op Zaandam] en Claes Abramsz buurman te Westzaan een stuk land groot 381 roeden, liggende achter Jan IJsbrantsz, uit 2 kampen over de Gouw, belend ten noorden Jan en Claes Jacobssoonen, ten zuiden Jacob Claesz en Gerret Jacobsz, voor 399 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1630 en 1631 (voldaan door Gerret IJsbrantsz op 18 april 1645), gevolgd door de opdracht, en verkopen op 14 februari 1630 Claes Abramsz, schoolmeester te Westzaan, c.s. aan Dirck Claesz wonende in t'Zuytendt een stuk land groot 646 roeden, liggende voor Dirck Gerretsz, uit een kamp over de Reeff, belend ten noorden en zuiden Arent Jansz, voor 726 gld 10 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1631 en 1632 844.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 29 juni 1637 Jasper Maertensz Wielemaecker wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren, mede onze buurluiden, de Noordzijde van de ven als afgedeeld groot 126 roeden in de Kerckbuert aan de weg, belend ten noorden Pieter Cornelisz en Cornelis Dircxsz Mannen, ten zuiden de verkoper, voor 522 gld, met de conditie dat de koper langs door op de rooiing tot zijn kosten, zo hoog als naar zijn believen, moet schoeien, hekken en alleen onderhouden, te betalen 137 gld 6 st 12 penn gereed en mei 1638 en 1639 telkens weer 137 gld 6 st 12 penn, en op mei 1640 de resterende 110 gld, verkopen op 20 juli 1638 Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren wonende in de Kerckbuert aan Jan Huijbertsz chirurgijn wonende in de Crabbelbuert een erfje liggende achter Claes Cornelisz en Jan Pietersz Hooren hun worven, groot 21 roeden, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz Hooren, oost en west breed 30 en 31 voet, zuiden en noorden lang 8 roeden 5 voet, zodat 5 voet blijft tussen Jaspers hek en 't gekochte erf tot een gemene gang (met condities), voor 97 gld, en verkopen op 21 april 1639 Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren, beiden buurluiden te Westzaan, aan Symon Aeriansz c.s. wonende in de Crabbelbuert een erfje liggende achter de weduwe van Jan de Lappers, beginnende 5 voet in Jaspers ven of hek af tot de Zuidkant van de ven, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz van Hooren (met condities), voor 64 gld, te betalen op Vrouwendag 1640 845.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 22 mei 1642 Sijmon Tonisz Verweel, als voogd in dezen van Marij Jansz met haar kinderen weduwe van Pieter Cornelisz wonende in de Kerckbuert, gekocht te hebben van Cornelis Claesz Tryserier en Claes Abramsz Oosterhooren mede wonende aldaar, een erfje in de Kerckbuert, oost en west breed 24 voet, zuiden en noorden 8 roeden 1 voet, beginnende 5 voet van Jaspers hek af te meten, en dat tot de Zuijerwal toe, belend ten westen en noorden de verkopers, ten oosten Symon Aeriansz c.s., ten zuiden Jan Pietersz Hoorn, te betalen op 25 februari 1643 64 gld 13 st 6 penn, bekent op 26 februari 1643 Claes Abramsz Oosterhooren, notaris publiek, onze buurman, gekocht te hebben van Pieter van Beeckesteijn, schout te Westzaan en Krommenie, een hoekje land groot omtrent 200 roeden, in de Kerckbuert aan de weg, belend ten zuiden het kerkhof, ten noorden koper en verkoper, voor 549 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1644 en 1645, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkoopt op 6 april 1643 Claes Abramsz Oosterhooren wonende te Westzaan aan Alewijn Jansz Beschoudt wonende op Wormerveer een erfje te Westzaan benoorden de kerk, groot 27½ roede, belend ten noorden Claes Abramsz voorschreven, ten zuiden het kerkhof, voor 170 gld 846.
                                                  In de banne van Westzaan bekennen op 19 april 1646 Claes Abramsz en Jan Abramsz Oosterhooren, onze geburen, gekocht te hebben van Dirck Gerritsz Spaens mede onze buurman een stuk land genaamd Arisgisven, groot 1286 roeden, liggende achter Dirck Heijndricksz Copges uit, op en over de Gouw, belend ten zuiden Niesge Pieters, ten noorden Jan en Gerrit IJsbrantszoonen en Heyn Jansz, voor 2572 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1646, 1647 en 1648, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 847.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 1 november 1646 Sijmon Claesz Tuijmel wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Cornelis Claesz Keesen en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris, beiden wonende te Westzaan, een erfje in de Kerckbuert beginnende 5 voet van Jaspers hek af te meten tot de Suyer Wal toe, belend ten westen Jasper Maertsz, ten oosten Marij Jans, ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz Hoon, met een onverhinderde overgang bij Jaspers hek langs om naar en van 's Heeren Wech te gaan (met onderhoudsbepalingen), voor 64 gld 13 st 6 penn die de koper mag houden op interest jaarlijks tegen 5 gld ten honderd 848.
                                                  Op 24 januari 1647 wordt een insinuatie gedaan ten verzoeke van Jan Claesz Roo te Westzaan aan Claes Abrahamsz Oosterhoorn, gewezen collecteur van de impost van de bieren over Westzaan van de jaren 1643 en 1644 waarvan pachter is geweest Theunis Pietersz van Hoorn; de insinuant heeft de geïnsinueerde en de voornoemde pachter zal. verscheidene malen aangezegd te willen rekenen en liquideren insinuants familie- of hoofdgeld van de impost over die jaren 849.
                                                  Op 15 mei 1647 verklaren Cornelis van Kittesteyn, notaris binnen Haarlem, en Claes Abrhamsz Oosterhoorn, secretaris te Westzaan, over de 4 collecteboeken van o.a. de turf van Amsterdam over 1645, dat zij die uit hoofd van hun ambt hebben gezien van „vooren tot achteren ende hebben niets anders gesien dan de consentatie van de turff" 850.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 23 februari 1651 Claes Abramsz Oosterhooren gekocht te hebben van Sijmon Dircksz wonende in de Kerckhuert 2 akkers land liggende ten enden malkanderen achter Willem Peerbooms, groot tezamen 306 roeden, voor 633 gld 11 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, gevolgd door de opdracht, en verkoopt op 11 maart 1651 Mieus Cornelis wonende in de Kerckbuijrt aan Claes en Jan Abramsz Oosterhooren de Zuiderhelft van zijn worf in de Kerckbuijrt, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Sijmon Jansz, voor 167 gld 10 st 851.
                                                  In de banne van Westzaan in 1653 bekent op 10 januari Jasper Maertsz, wonende in de Kerckbuert, gekocht te hebben van Cornelis Claesz en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris, mede buurluiden te Westzaan, een erfje in de Kerckbuert, belend ten oosten Marij Jans, ten westen de koper, mitsgaders nog een gang tussen Thijs Cornelisz en het huis van Heyndrick Gerrit Scheepers, groot tezamen omtrent 32 roeden, voor 107 gld, onder conditie dat de voorschreven Jasper Maertsz de voorschreven somme houdt op interest jaarlijks tegen 5 ten honderd, bekent op 10 april Jan Heyndricxz van de Stadt wonende aan de Hoogendijck schuldig te zijn aan Cornelis Aeriansz Broers tegenwoordig schepen en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris te Westzaan een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf bij de Hoogendyck, belend ten oosten Claes Daen, ten westen Dirck Heijndricxz Smit, mitsgaders een boeischuit met zijn toebehoren, groot omtrent 3 lasten, en verkoopt 24 juli Alewyn Jansz Lieshoudt wonende op Wormerveer, ook voor zijn mede-erfgenamen van zijn moeder Claesgen Dircxdr, aan Claes Abramsz Oosterhooren secretaris te Westzaan een huis en erf in de Kerckbuert, belend ten noorden de koper, ten zuiden 't kerkhof, voor 266 gld 852.
                                                  In de banne van Westzaan bekennen op 2 juni 1654 Jan Dircxe Jannes en Cornelis Jansz Pouwels, wonende beiden op Wormerveer, schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris van Westzaan, een jaarlijkse losrente van 103 gld 10 st, hoofdsom 2300 gld, stellende tot een speciale hypotheek 2 stukken land benoorden Wormerveer, belend ten zuiden Jan Dircxe, ten noorden Dirck Pietersz Naijer, groot 1200 roeden, nog een stuk land benoorden Wormerveer, groot omtrent 200 roeden, belend ten noorden Wijbrant de Cuijper, ten zuiden Jan Jansz Noomtie. In de kantlijn: van deze hoofdsom competeren de kinderen van Pieter Ariaen Baertsz 300 gld, waarvan zij jaarlijks naar rato interest zullen ontvangen; deze 300 gld zijn op 27 april 1660 opgebracht aan Baert Ariaens om aan zijn zuster de overhandigen, en op 11 mei 1660 bekent Jacobus Willemsz hiervan voldaan te zijn. Op 9 juni 1671 is de inhoud dezes aan de weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren door Cornelis Jansz Poulus voldaan. 853
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 12 januari 1655 Pieter Ariensz Broers wonende te Westzaan schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris te Westzaan, een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een huis en erf in de Middel, belend ten zuiden Gerrit Huygen, ten noorden Willem Allertsz (op 29 mei 1685 bekent Simon Oosterhooren, een van de kinderen, betaald te zijn) 854.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 20 juli 1655 Claes Symonsz [Oosterhooren] wonende in de Kerckbuyert schuldig te wezen de nagelaten kinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Ariaen Jansz All, ten noorden Anna Gerrits. Compareerde mede Lucas Claesz, als voogd in dezen van Griete Baerts, dewelke hebben geconsenteerd in de belasting van 't voornoemde huis en erf voor haar voornoemde zoon. Op 21 augustus 1657 heeft Jan Claesz, zoon van Claesz Abramsz, de hoofdsom met rente ontvangen. 838
                                                  In Krommenie bekent op 30 mei 1657 Gerrit Jansz Roodt, oud-schepen, te Krommeniedijk, schuldig te zijn de nagelaten weeskinderen van zal. Claas Abrahamsz Oosterhoren, in zijn leven secretaris te Westzaan, verwekt aan Tryntje Dirksdr, 300 gld tegen 4 gld ten honderd (op 8 juni 1670 bij kwitantie van Trijn Dirckx gebleken voldaan te zijn), bekent op 22 augustus 1657 Lambert Willemsz Backer wonende in de Vlus schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 500 gld tegen 4 gld ten honderd (op 20 augustus 1664 betaald en geroyeerd), bekent 19 september 1657 Dirck Gerritsz Roodt wonende te Krommeniedijk schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 100 gld tegen 4 gld ten honderd, met als borg zijn vader Gerrit Jansz Roodt (op 11 december 1664 voldaan en geroyeerd), bekent op 15 juni 1661 Claas Jansz Schouten, mr timmerman alhier, schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 100 gld tegen 4 gld ten honderd (in oktober 1676 wettelijk opgeëist, op 13 juni 1686 voldaan en geroyeerd), en bekent op 20 juni 1663 Jacob Pietersz wonende te Krommenie schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 300 gld tegen 4 gld ten honderd 855.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 21 februari 1658 Jan Maertsz uit 't Zuijteijnde gekocht te hebben van Trijn Dircx, weduwe van Claes Abramsz Oosterhooren, en Jan Pietersz Vinck, hen sterk makende voor Sijmon Cornelisz van Heiloo c.s., een stuk land genaamd Coppesvenn, groot 619 roeden, zijnde onder testament verbonden dat het niet vervreemden mag, liggende in 't Zuijteijnde achter Dijrck Cornelisz Jongh, belend ten zuiden Gerrit Pietersz Ouwerijkxx, ten noorden Griette Claes, waarbij de kopers zich garant stellen mocht enige zwarigheid ontstaan, te betalen op 3 vrouwendagen, te weten 1658, 1659 en 1660, telkens een derdepart 856.
                                                  In Krommenie is op 7 augustus 1659 Maerten Poulusz Mol wonende in 't Noordtend schuldig aan de weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren te Westzaan een jaarlijkse rente van 12 gld (gecasseerd op 6 juni 1695) 857.
                                                  In Krommenie transporteert op 29 april 1671 Simon Oosterhoorn, notaris te Zaandam, als last hebbende van zijn moeder Tryntie Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris van Westzaan, van wie op 7 augustus 1670 de inventaris is opgemaakt voor notaris Jacob Gruijs, aan Pieter Oosterhoorn, indertijd secretaris van Krommenie, 2 bezegelde rentebrieven, de ene van 300 gld, de andere van 200 gld, ten laste van Jan Jansz Mijsen te Krommeniedijk 858.
                                                  In Westzaan verkopen op 4 februari 1683 Abraham en Symon Claessoonen Oosterhoorens benevens Dirck Pietersz Broeck en Pieter Jacobsz Kool als gestelde voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van zal. Griete Claes en ook die van zal. Jan Claesz Oosterhooren, verder nog instaande voor Annetje Alberts Koel weduwe van Jan Claesz Oosterhooren vermeld, tezamen erfgenamen van zal. Trijntje Dircx in haar leven weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris geweest van de banne van Westzaan, aan Cornelis Jansz Konst te Oostzaan een huis en erf te Westzaan aan de Nieuwe Zijde, belend ten zuiden de verkopers, ten noorden de weduwe van Zijb. Arisz cum socio, voor een termijn- of rentebrief van 1000 gld te voldoen in 3 termijnen, en op 11 maart 1683 Abraham en Simon Claesz Oosterhooren benevens Dirck Pietersz Broeck voogden [kennelijk Peter Jacobsz Kool vergeten te vermelden] over de minderjarige kinderen van zal. Griete Claes Oosterhooren, en ook over het voordichtertje van zal. Jan Oosterhooren, verder nog instaande voor Annetje Alderts Kool nagelaten weduwe van voorschreven Jan Oosterhooren als moeder en voogdesse van haar onmondige kinderen bij de voorschreven Jan Oosterhooren in huwelijk verwekt, tezamen erfgenamen van zal. Trijntje Dircx weduwe in haar leven van zal. Claes Abrahamsz Oosterhooren die secretaris is geweest van de banne van Westzaan, aan Claes Claesz Groot bakker te Westzaan een stuk land te Westzaan bewesten de Heerenweg, belend ten zuiden het kerkhof van de gereformeerde kerk aldaar, ten noorden Jacob Gerritsz Ses en Cornelis Jansz Konst, voor een termijn- of custingbrief van 529 gld te betalen in 3 termijnen 859.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1654 Trijntien Dircx, weduwe van Claes Abramsz [Oosterhoorn], in zijn leven secretaris van Westzaan, aan de erfgenamen van zal. Aeltien Han[n]emans, in haar leven brouwster te Haarlem in 't Hoeffyseer, een huis en erf te Westzaan bij de parochiekerk, belend de koopster ten wederzijden daarvan, voor 168 gld 860.
                                                  In 1658 testeert Thrijntje Dirckz, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren in zijn leven secretaris te Westzaan. Zij persiseert bij het testament door haar benevens haar man op 25 oktober 1652 gemaakt voor notaris Adriaan Schagen te Westzaan, dezelve ampliërend alleen in de volgende gevallen. Zij prelegateert aan Pieter, Abraham, Jan, Sijmon en Dirck Claassoon Oosterhooren mitsgaders Griete Claes Oosterhooren, 6 kinderen van haar, bij vooroverlijden deszelfs wettige descendenten, elk 200 gld, om redenen dat door haar overleden dochter Aaltie en ook door Maritje ten huwelijk gaande wel zo veel en mogelijk meer is genoten, en zo er meer komen te trouwen en mede zoals voorschreven door haar uitgezet worden zo zal voor dezelve dit prelegaat cesseren. Als kindskinderen ongetrouwd overlijden dan moet alles boven hun legitieme portie overgaan op broers en zusters, eventueel terug naar haar magen. 861
                                                  In Krommenie bekent in 1658 Lambert Claasz Backer, wonende alhier in 't Noordtendt, schuldig te zijn aan Trijntje Dircx, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren, 8 gld, Grietje Claas haar dochter, beiden te Westzaan, 4 gld, en Pieter Oosterhooren, secretaris, 8 gld, tezamen een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 200 gld aan de eerstgenoemde en de laatstgenoemde, 100 gld aan de als tweede genoemde, met als speciale onderpand een huis en erf met alle aankleven vandien in 't Noordtendt, belend ten zuiden Dirck Poulusz, ten noorden Floris Willemsz. Op 3 juli 1684 is door order van Pieter van den Broeck als mede-erfgenaam van de houders dezes door mij, secretaris, wettelijk opzeggen gedaan aan Lammert Claesz Backer te Krommenie. 505
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1676 Gerrit Aris Outjes, wonende aan de Nieuwe Sijd te Westzaan, van Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, gekocht te hebben een akker land achter de koper uit, aan zijn erf, belend ten zuiden Simon Dircsz, ten noorden Stijn Jans, weduwe, groot volgens 't maatboek 125 roeden, voor 156 gld 5 st, welke de koper bekent schuldig te zijn tegen een interest van 5 gld ten honderd in 't jaar 862.
                                                  In 1680 testeert Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris van de banne van Westzaan. Zij approbeert het testament gemaakt door haar en haar man op 25 oktober 1652 voor notaris Arijaen Alberti Schagen, doende daarin alleen teniet de clausule waarbij schepenen van Westzaan tot executeurs worden gesteld. Zij prelegateert aan haar zoon Simon Claesz Oosterhooren wonende te Zaandam, in erkentenis van de vele getrouwe diensten in haar hoge ouderdom van hem genoten, de 2 stukjes schilderij met de lijsten waarin zij comparante en haar man naar het leven zijn afgemaald. Wijders prelegateert zij aan haar zoon Abraham Claesz Oosterhoorn, nog ongetrouwd, 200 gld (als ook genoten door de getrouwde kinderen). Tot voogden van de onmondige erfgenamen stelt zij haar 3 zonenen Pieter, Abraham en Simon Oosterhoorn in 't generaal, Mr Anthonis Steps in huwelijk gehad hebbende Maritje Claes Oosterhooren tot mede-voogd van hun kinderen, Annetje Alberts Kost, weduwe van Jan Oosterhoorn, en Pieter Jansz Vinck tot mede-voogdesse en mede-voogd van de kinderen bij dito Annetje Alberts door voorschreven Jan Oosterhooren verwekt, Pieter Jacobsz Kool over Aeffje Jans Oosterhooren nagelaten dochter van Jan Oosterhooren en Trijntje Jacobs Kool, Dirck Pietersz Broeck tot mede-voogd over de kinderen van Griet Claes Oosterhooren, sluitende zij comparante alle weeskamers uit. Zij verklaart in de 200e penning 3000 gld te contribueren. 863
                                                  In de banne van Westzaan is op 26 november 1682 Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, als geïnstitueerde erfgenaam van haar overleden zoon Pieter Claesz Oosterhooren, eiser contra Jan Bartelsz, beiden van Westzaan, die van Pieter Claesz ƒ 129:10:0 geleend had, welke zaak ook 10 december 1682 op de rol staat. Op 24 december 1682 is Jan Bartelsz wonende te Westzaan in de Middel eiser contra Abraham en Simon Claesz Oosterhooren, mede-erfgenamen van zal. Trijntje Dircx, in haar leven weduwe te Westzaan. 864
                                              3. Theunis Abrahamsz OOSTERHOOREN, overl. Westzaan tussen 29 febr. 1652 en 28 maart 1653, tr. 1° Aeff AERIANS, overl. vóór 7 april 1648, dr van Aerian Pietersz BROERS, tr. 2° Marij JANS.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 27 november 1629 Theunis Abramsz, buurvrijer te Westzaan, schuldig te wezen Gerrit Jansz Gorter en Alewer Arians, weeskinderen in de Crabbelbuijert, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, waaraan Abram Claesz Oosterhooren, mede onze buurman, verbindt, als borg voor zijn voorschreven zoon, een stuk land genaamd het Breetgen, liggende voor de erfgenamen van Jan Arisz uit op en binnen de Euverwechsloot, groot 266 roeden, belend ten zuiden Anna Cornelisdr, weduwe, ten noorden de erfgenamen van Claes Jelige 865.
                                                  In de banne van Westzaan in 1632 heeft Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuyert gekocht van Thys Hendricxz als voogd van Jannetgen Gerretsdr, mede buurluiden aldaar, een huis en erf in de Crabbelbuijert, belend ten noorden Pieter Gerretsz Bols, ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Claesz Volckes, voor 612 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634, telkens een derdepart, gevolgd door de opracht, en verkoopt Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuert aan Pieter Gerretsz Bols, mede buurman aldaar, een klein hoekje erf in de Crabbelbuert, belend ten noorden Pieter Gerretsz voorschreven, ten zuiden Theunis Abramsz, voor 17 gld 866.
                                                  In de banne van Westzaan worden in 1648 de goederen ingebracht die Theunis Abramsz zijn 6 kinderen, met namen Gerret, Trijn, Abram, Aerian, Symon en Aeltgen, geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Aeff Aerians, tot hun moeders erfenis bewezen heeft, nl. tezamen 1200 gld, waarover Theunis Abramsz als vader ter eenre, en Pieter Aeriansz, Cornelis Aeriansz, Claes Aeriansz, Heyndrick Aeriansz, Jan Claes Poirt en Claes Dicxz Buijs, voogden, ter andere zijde, geaccordeerd zijn (de vader tekent als Teunis Abramsz Oostehooren) 867.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1650 Cornelis Claesz Cuyper wonende op 't Weyven schuldig te wezen de weeskinderen van z.g. Theunis Abrams wonende in de Crabbelbuert een jaarlijkse losrente van 45 st, hoofdsom 50 gld (op 16 mei 1651 voldaan), bekent in 1651 Dirck Jansz Valckes wonende in de Kerckbuert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van Theunis Abramsz en zijn overleden huisvrouw Aeff Aerians een jaarlijkse losrente van ƒ 13-10-0, hoofdsom 300 gld (op 18 juni 1658 bekent Abram Theunis als mede-erfgenaam voldaan te zijn), en bekent in 1651 Claes Cornelisz Outges wonende in de Middel schuldig te wezen de weeskinderen van Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuert een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st, hoofdsom 100 gld (betaald op 24 maart 1654) 868.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1651 Jan Symonsz Polsen wonende in de Middel gekocht te hebben van Teunis Abramsz Oosterhooren en Gerrit Jansz Smit een stuk land groot 135 roeden, liggende achter de koper een kamp uit, belend ten zuiden Jan Sijmon Clases, ten noorden de koper, voor 286 gld, te betalen primo mei 1652 precies, bekent in 1652 Joris Claesz wonende te Wormerveer gekocht te hebben van Teunis Abramsz Oosterhooren wonende te Westzaan een akker land genaamd die Goren, groot 120 roeden, liggende te Wormerveer bezuiden de Kuipsloot, belend ten zuiden Jan Willemsz Pontman, den noorden de koper, voor 200 gld die comparant mag houden op interest tegen 4 gld ten honderd, verkoopt in 1652 Theunis Abrahamsz Oosterhooren wonende in de Crabbelbuert aan Willem Maertsz Schipper wonende in de Middel een stuk land groot 223 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Guert Salms, ten noorden Cornelis Jansz Schoemaecker, voor 421 gld 5 st, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 telkens de helft, verkopen in 1652 Gerrit Jansz Smit en Theunis Abrahamsz Oosterhooren, beiden wonende te Westzaan, aan Mr Willem Cornelisz Twat, Gerrit Jansz IJff en Claes Pietersz van 't Kalff, allen wonende aldaar, een akker land groot 142 roeden, in de Middel achter Dirck Gerrit Risses uit, een kamp over de Wateringh, voor 266 gld 10 st, en aan Dirck Gerrit Ris wonende in de Middel een stuk land groot 127 roeden, liggende achter de 2 kampen van de koper over de Wateringh, belend ten zuiden Neel Willems, ten noorden Trijn Willems, voor 220 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 869.
                                                  In de banne van Westzaan worden in 1653 aangesteld tot voogden: Sijmon Dircxz van Abram Theunis, Pieter Aeriansz van Gerret Theunis, Jan Abramsz van Aeltgen Theunis, Cornelis Aerians van Symon Theunis, Claes Aeriansz van Trijn Theunis 870.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1654 Claes Pietersz gekocht te hebben van Cornelis Adriaensz c.s. als voogden van de kinderen van zal. Teunis Abramsz een huis en erf in de Krabbelbuijrt te Westzaan, belend ten noorden de weduwe van Pieter Gerritsz Boels, ten zuiden Jan Cornelisz Valckes, voor 868 gld, te betalen op 1 mei 1655, gevolgd door de opdracht 871.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1659 Cornelis Dircxz Huijgen, oud-schepen van de banne van Westzaan, schuldig te zijn de 3 nagelaten minderjarige kinderen van zal. Teunis Abrams te weten Arian, Sijmon en Aeltie, een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdgeld 600 gld, met als onderpand een stuk land genaamd Paelvenn, groot 1070 roeden, liggende achter Pieter Kees Stappers uit, belend ten noorden Arian Pietersz, ten zuiden de comparant (op 16 juni 1665 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn als voogd van de kinderen voldaan te zijn), en bekent in 1665 Abraham Teunisz Oosterhoorn wonende alhier schuldig te zijn Sijmon en Aeltje Teunis, nagelaten weeskinderen van zal. Teunis Abrahamsz, een jaarlijkse losrente van 12 gld, hoofdsom 300 gld, verbindende een stuk land op Ruyghoort groot omtrent 1600 roeden, genaamd de Viermat, belend ten noorden Claes Keesen, ten zuiden Dirck Gerritsz Spaens (op 8 januari 1669 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn als voogd van de kinderen voldaan te zijn) 872.
                                                  In de banne van Westzaan bekent op 14 januari 1666 Marij Jans, weduwe van Teunis Abramsz, gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen in deze jurisdictie, en Sijmon Oosterhoorn, als mede-erfgenamen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris dezes dorps, hem sterk makende voor zijn moeder en de verdere erfgenamen, een erf in de Kerckbuurt te Westzaan aan de Oostzijde, belend ten zuiden Zijmon Jansz Verweel, ten noorden Neel Abrahams, strekkende op 't Westent van het huis van de voorschreven Sijmon Jansz noordaan 2 stenen, voorbij 't Noortent van de overige planken en aan 't oost mede even breed, van 't zelve huis af te meten, mits dat Neel Abrams een vrije overgang zal houden over 't voorschreven verkochte erf naar de brug toe, om aan en van 's Heeren weg te komen, gelijk tot nog toe door haar is genoten, voor 140 gld, te betalen primo mei 1666 873.
                                                  In de banne van Westzaan in 1666 bekent Jan Claesz Waker gekocht te hebben van Marij Jans, weduwe van Teunis Abrahamsz Oosterhooren, te Westzaan, 2 strepen land, 't ene genaamd de Groote Acker, gelegen achter Balgjes uit, op en binnen de Wateringh, groot 214 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Claesz Broers, de andere genaamd Besjeslandt, groot 183 roeden, gelegen achter Vrederic Baerts uit, op en over de Wateringh, belend ten zuiden Dirck Zalm, ten noorden Jan Sijmon Claeses, en dat tezamen voor 496 gld 5 st, te betalen primo mei 1666, en bekent Jan Claesz Broers, hem sterk makende voor zijn moeder Aagte Dirckx wonende in de Middel, gekocht te hebben van Marij Jans, weduwe van Teunis Abrahamsz, mede wonende te Westzaan, een stuk land in de Middel achter de koopster aan de huizen, groot 240 roeden, belend ten zuiden Dirck Maertsz, ten noorden Dirck Gerritsz Ris, voor 336 gld, te betalen op 3 meidagen 1666, 1667 en 1668, telkens een derdepart (waarna de opdracht aan Aegte Dircx, weduwe van Claes Claesz Broers, geaccepteerd door haar zoon Jan Claesz) 874.
                                                  In de banne van Westzaan wordt in 1624 de inventaris gemaakt van de goederen die de 4 jonge kinderen van Arian Pietersz (onder wie Aefge) zijn aanbestorven van hun bestemoeder. Op 3 maart 1631 bekent Theunis Abramsz als man en voogd van Eefgen van zijn [haar] oom Cornelis Gerritsz de somme van 100 gld in volle betaling ontvangen te hebben. 875
                                                  In de banne van Westzaan wordt in 1630 de inventaris opgemaakt van de goederen van Jannetgen Aeriansdr en Aeffgen Aeriansdr, de twee jongste voorkinderen van Aerian Pietersz Broers, en bekent op 4 maart 1631 Theunis Abramsz als man en voogd van Aeffgen Ariansdr 84 gld ontvangen te hebben van zijn schoonvader Arian Pietersz 876.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1659 Marij Jansz, weduwe van Teunis Abrams, wonende in de Kerckbuijrt, schuldig te zijn de 3 minderjarige kinderen van zal. Cornelis van Durstadt een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdgeld 600 gld, met als onderpand 2 strepen land achter Claes Soetemelck uit, end aan end, belend ten noorden Dirck Gerris Ris, ten zuiden Dirck Maertsz, groot 500 roeden, nog een streep land groot 183 roeden, liggende op en over de Watering voor Jan Cornelisz uit, belend ten noorden Gerrit Jansz genaamd Besjeslant (opgebracht op 20 mei 1664) 877.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1687 Jan Dircsz Backer als wettige gestelde voogd over Maritje Jans, nagelaten weduwe van Theunis Abrahamsz Oosterhooren te Westzaan overleden, aan Muys Cornelisz Relck mede te Westzaan woonachtig een huis en erf te Westzaan in de Kerckbuirt, aan en beoosten de wegsloot, belend ten zuiden Aagt Sijmon Jannes, ten noorden Claes Muesz, voor 520 gld, te betalen op 3 meidagen, de eerste al verstreken 878.
                                              4. Jan Abrahamsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1610  357, zie 80.
                                              5. Griet Abrahams OOSTERHOOREN, tr. Pieter Cornelisz BROERS, watermolenaar te Westzaan, overl. vóór 11 mei 1667, zn van Cornelis Pietersz BROERS.
                                                  Op 11 mei 1667 testeert Grietje Abrahamsdochter, weduwe van Pieter Cornelisz Water-Molenaar, wonende te Westzaan. Aan haar 3 dochters Aaltje, Mary en Hilgond, voor zover bij haar overlijden nog in leven, vermaakt zij de kleren tot haar lijf behorende, zonder dat aan haar zonen Cornelis en Sijmon Pieterszoenen Broers daarvan iets zal komen tenzij alle drie haar dochters kwamen te ontbreken. De kinderen die tegenwoordig nog bij haar wonen, nl. Cornelis, Symon, Aaltje en Hilgond, of enige van dien (ongetrouwd zijnde) haar komende te overleven, zullen de volle possessie van huis, huisraad enz. hebben, en na trouwen of overlijden van de laatste hiervan zal er deling zijn tussen haar kinderen of hun descendenten in de plaats van hun ouders. De getuigen zijn Jan Oosterhooren en Symon Claasz Jel. De zoons Cornelis en Symon verklaren met deze dispositie van hun moeder volkomen tevreden te zijn. Gedaan bij de watermolen te hunnen huize. 879
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1627 Pieter Cornelisz Broers wonende in de Middel gekocht te hebben van Cornelis Dircksz Mannen mede buurman aldaar een huisje, hooihuis en erf in de Kerckbuijert, belend ten noorden Egge Huijgen en het kerkhof, ten zuiden Cornelis Dircksz voorschreven, voor 190 gld, te betalen een derdepart gereed deze mei, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende, te weten 1628 en 1629, gevolgd door de opdracht 880.
                                              6. Niesje Abrahams OOSTERHOOREN, tr. Cornelis Dircksz HUIJGEN, schepen te Westzaan, zn van Dirck ARENTSZ 881 en Guerte HUIJGENS, wedn. van Maritgen ARIANSDR.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1664 Arent Cornelisz Pie, voor hemzelf en als last hebbende van Jan Abramsz Oosterhoorn, voogd van Niessie Abrams weduwe van Cornelis Dircxz Huijgen, en Dirck Cornelisz voor hemzelf, wonende te Westzaan, aan Cornelis Cornelisz Jongetrijn, wonende bij de Hoogendijck, een huis en erf daaraan genaamd het Dijcklant, groot 126 roeden, aan de Overtoom, belend ten noorden de Hoogendijck, ten zuiden de koper, voor 1200 gld, en bekent in 1665 Cornelis Ariaensz Brones wonende in de Kerckbuirt gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhoorn als broer en voogd in dezen van Niesjen Abrams, wonende mede aldaar, een stuk land, groot 1070 roeden, genaamd Poelven, liggende voor Jan Risses uit, op en over de Gouw, belend ten zuiden Niesjen Abrams, weduwe, ten noorden Ariaen Pietersz, voor 1875 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (waarna de opdracht) 882.
                                                  In de banne van Westzaan bekennen in 1665 Jan en Claes Gerritsz Ouwekees Sardams gekocht te hebben van Dirck Cornelis Huijgen, als last hebbende van zijn moeder Niesjen Abrams van Westzaan, een stuk land, groot 481 roeden, genaamd het Stuk van Pieter Ives, liggende achter de verkoper uit een kamp over de Gouw, belend ten noorden Aris Arisz, ten zuiden Pieter Ariaensz Timmerman, voor 650 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (geroyeerd op 4 september 1669, op de verklaring van Dirck Cornelisz Huijgen, als zoon en voogd van zijn moeder Niesje Abrahams, weduwe, in 't geheel betaald te wezen) 883.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1665 Pieter Cornelisz Schoenmaker wonende in de Krabbelbuyrt gekocht te hebben van Dirck Cornelisz Huijgen als last hebbende van zijn moeder Niesjen Abrams, mede aldaar wonende, een stuk land achter de koper uit 2 kampen over de Gouw op het Mallegadt, belend ten zuiden Aris Arisz, ten noorden Maerten Claes Heynes, voor 643 gld 15 st, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 884.
                                                  In de banne van WEstzaan in 1665 belijden Jan en Claes Gerritsz Ouwekees wonende te Zaandam gekocht te hebben van [Jan] Abramsz [Oosterhoorn], als voogd van Niesjen Abrams weduwe van Cornelis Claesz Huijgen, en Arent Cornelis Pie en Sijmon Cornelisz als voogden over de kinderen van Cornelis Dircksz Huijgen, een akker land genaamd de Twee Bientjes, groot 268 roeden, belend ten zuiden Gerrit Pieters Ourick, ten noorden Dirck Jacobsz Vet, voor 335 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart, en verkopen dezelfde verkopers aan Cornelis Ariaensz Broers wonende in de Kerckbuiert een akker land genaamd Jan Stuijversacker, groot 106 roeden, belend op en over de Gou ten zuiden de weduwe van Jacob Joris, ten noorden Cornelis Ariaensz Broers, voor 122 gld 10 st 885.
                                                  In de banne van Westzaan verklaren in 1668 Arent Cornelisz Pie en Symon Cornelisz Huygen, als zonen en voogden van hun moeder Niesje Abrahams [in feite stiefmoeder van Arent] wonende te Westzaan, dat hun zuster Trijn Cornelis tot haar moeders erfenis had genoten 1000 gld berustende onder de voorschreven Niesje Abrahams, onder speciaal verband van een stuk land groot 800 roeden gelegen achter haar huizinge, belend ten zuiden de weduwe van Jan Garbrantsz, ten noorden Aagte Gerrits; alzo hiervan akte is gepasseerd in 't renteboek ten laste van Jan Louw deze geroyeerd 886.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1670 Symon Cornelisz Huygen, als voogd over zijn moeder Niesje Abrahams, weduwe van Cornelis Dircsz Huygen, wonende in de Crabbelbuiert, schuldig te wezen de weeskinderen van zal. Willem Pieter Nijntjes te Zaandam 600 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een huis en erf in de Crabbelbuirt mitsgaders 't land daarachter aan, belend ten noorden de Mallegatsloott, ten zuiden de erfgenamen van Jan Garbrantsz, groot omtrent 1000 roeden, nog een ventje van 403 roeden over de Gouw, belend ten zuiden de kinderen van Jacob Jansz Vet, ten noorden de comparant, en nog een akker (deze brief geroyeerd op 14 april 1674) 887.
                                                  In de banne van Westzaan is in 1619 de baljuw eiser contra Cornelis Dircxz alias Kees Ghuert Huygen, over een delict gepleegd met anderen langs 's Heerenwech waarbij zij een oude man van 70, nl. Claes Pietersz Walich, mishandeld hebben en in 't water gegooid, willende hem met zoden doen zinken. De eis is verbanning voor 10 jaar uit het baljuwschap van Beverwijk en een boete. De gedaagde ontkent. Op 11 juli 1619 verwijzen schepenen de zaak naar baljuw en leenmannen van Beverwijk. 888
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1620 Cornelis Dircxz alias Kees Guert Huygen wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Pieter Baertsz wonende te Zaandam in de banne van Oostzaan een huis en erf met een tuintje liggende achter aan de worf in de Crabbelbuert, belend ten noorden de weduwe van Claes Gerritsz, ten zuiden Symon Cornelisz Cuyper, voor 800 gld, te betalen een achtstepart gereed, de rest op 7 eerstkomende jaren 1621-1627 telkens op 1 maart; compareerde mede Egbert Huygensz als voogd in dezen van Guerte Huygen als borg voor Cornelis Dircxz haar zoon 889.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1624 Egbert Huygensz, als wettelijke voogd van Guert Huygen zijn zuster, onze geburen, aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert 3 akkertjes land, groot omtrent tezamen 180 roeden, liggende achter Pieter Heynen uit, belend ten zuiden Jan Keesge Wouwer, ten noorden Jan Heynderick Janses, voor 150 gld, en verkoopt in 1625 Cornelis Dircksz wonende in de Crabbelbuiert aan Jan Heijndericxz mede buurman aldaar 3 akkers land, liggende zijd aan zijd in de voorschreven Crabbelbuiert achter Pieter Heynen uit, groot tezamen 183 roeden, belend ten noorden Jan Heijndericxz, ten zuiden Jan Cornelisz Wou, voor 150 gld 890.
                                                  In de banne van Westzaan in 1626 verkoopt Jan Arentsz wonende in de Crabbelbuert aan Cornelis Dircxz mede buurman aldaar een erfje liggende op de Crabbelbuert aan de weg waar zijn huis op staat, belend ten noorden Jan Jansz van Oosten, ten zuiden Pieter Pietersz, voor 145 gld, waarvoor Cornelis Dircxz aan zijn oom Jan Arentsz een jaarlijkse losrente van 6 gld schuldig is totdat Jan Arentsz overleden zal zijn, met als onderpand het gekochte erfje, en bekent Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Vastert Claesz c.s. wonende op Wormerveer een stuk land groot 1163 roeden liggende achter Jan Arentsz uit, belend ten noorden de erfgenamen van Claes Cornelisz, ten zuiden Vastert Claesz zelf, nog een stukje land groot 125 roeden liggende als voren, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Allert Jansz c.s., voor 1481 gld 4 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1627 en 1628 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 891.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1628 Dirck Gerretsz Cater wonende in 't Zuytent aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert een stuk land groot 420 roeden liggende achter Jan Arentsz, uit 2 kampen van de werf, belend ten noorden Cornelis Jansz, ten zuiden de weduwe van Claes Neesen, voor 600 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630 telkens een derdepart, verkoopt in 1628 Pieter Dircxz aan Cornelis Dircxz, beiden in de Crabbelbuert, de helft van een stuk land genaamd de Berchven, groot in 't geheel omtrent 860 roeden, benoorden het Weyver, belend ten noorden het Papenweer, ten zuiden het voorschreven Weyver, met conditie dat als binnen 5 jaar Cornelis Dircxz dit verkoopt hij het verschil in prijs aan Pieter Dircxz zal afstaan, voor 600 gld, verkoopt in 1629 Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert aan Pieter Jansz Grieten wonende in de Middel een stuk land groot 355 roeden liggende achter Pieter Jansz uit op de Twisch, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Dircxz, ten zuiden Maeretgen Gerretsdr, voor 450 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 jaren, te weten 1630 en 1631, en verkoopt in 1630 Jacob Claesz wonende in de Crabbelbuert aan Cornelis Dircxz, onze mede-broeder in 't schepenambt, een stuk land groot 358 roeden, liggende achter Dirck Claesz uit op de Twisch, belend ten noorden Claes Cornelisz, ten zuiden Jan Jansz Heynis, voor 400 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen, te weten 1630, 1631, 1632 en 1633 892.
                                                  In de banne van Westzaan in 1631 bekent Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyert gekocht te hebben van Allert Jansz, Pieter Jansz IJp en Dirck Claesz, armenvoogden, als bewindhebbers van de boel en goederen van Jan Arentsz zal. ged., een stuk land achter Cees Stappes uit, op en binnen de Gouw, groot 751 roeden, belend ten noorden Allert Jansz, ten zuiden Pieter Willemsz, voor 935 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, verkoopt Cornelis Valckesz wonende aan de Hoogendyck aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert een zesdepart van een stuk land genaamd het Ghouwesteck, groot omtrent ½ mad, liggende achter Pieter Dircxz uit op en bij de Gouw, belend ten noorden Pieter Heyndricxz, ten zuiden Jan Heyndricxz, voor 66 gld, en verkoopt Ocken Symonsz wonende te Purmerend aan Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyrt 2 akkers land liggende zijd aan zijd achter Heyndrick Baers uit een kamp binnen de Watering, groot tezamen 406 roeden, belend ten noorden Heyndrick en Willem Pieterssoonen, ten zuiden Heyndrick Claesz Baers, voor 642 gld 4 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634 893.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1631 Pieter Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyert schuldig te wezen Cornelis Dircxz een jaarlijkse losrente van 15 gld, af te lossen na 6 jaar met 300 gld, met als onderpand een stuk land groot 215 roeden achter Pieter Dircxz uit een kamp binnen de Gouw, belend ten noorden, oosten en zuiden Pieter Heyndricxz 894.
                                                  In de banne van Westzaan is in 1631 Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert eiser contra Dirck Thijsz wonende op Wormerveer. De eiser heeft aan de gedaagde verkocht een last rogge voor 95 gld die de gedaagde binnen 6 weken zou betalen. Gedaagde heeft de rogge niet willen ontvangen zodat die nog in de schuit van Claes Dircxz ligt. 895
                                                  In de banne van Westzaan op 20 januari 1632 verkoopt Pieter Willemsz Lys wonende in de Kerckbuyert aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuijert een stuk land groot 218 roeden liggende achter Jan Arentsz uit, op en binnen de Gouw, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Cornelis Willemsz, voor 354 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1632, 1633 en 1734, verkoopt Ocken Symonsz poorter te Purmerend aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert 2 akkers land, groot tezamen 303 roeden, liggende achter Heyn Claes de Baes, uit een kamp binnen de Watering, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Heyndrick Claesz Boers, voor 450 gld, te betalen op 3 Vrouwlichtmisdagen 1632, 1633 en 1634, en verkoopt Valck Valcksz wonende aan de Dyck aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuijert een zesdepart van een stuk land genaamd het Gouwsstuckgen liggende achter Pieter Dircxz uit op en binnen de Gouw, groot omtrent in 't geheel een half mad, belend ten noorden Pieter Heyndricxz, ten zuiden Jan Heyndricxz, voor 66 gld 896.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1632 Dirck Symonsz wonende in 't Suytent aan Cornelis Dircxz Huijgen wonende in de Crabbelbuyert een huis en erf met het land achteraan, groot omtrent 411 roeden. in de Crabbelbuyert, voor 2210 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634 897.
                                                  In Westzaan zijn in 1634 Cornelis Dircxz Huygen als vader van zijn drie kinderen genaamd Thrijn, Arent en Neeltgen, gewonnen bij Maritgen Ariansdr zal. ged. zijn eerdere huisvrouw, en Arian Pietersz als bestevader, Pieter Gerritsz en Pieter Jansz Verweel als omen en voogden van de voorschreven kinderen, met elkaar veraccordeerd dat Cornelis Dircxz zijn drie kinderen tot moeders erfenis heeft bewezen 2970 gld, voor de renten waarvan hij zijn kinderen met behouden goed zal opbrengen tot hun mondige jaren of huwelijk, met als onderpand een huis en erf met het land achteraan strekkende aan de Gouw toe in de Crabbelbuyert, groot 't land 1 morgen, belend ten noorden Pieter Heyndricxz Vrieses, ten zuiden Jacob Claesz, ten zuiden [sic] Pieter Heyn voorschreven, nog een stuk land genaamd Paelven liggende achter Kees Stappers uit op en aan de Gouw, groot omtrent 1000 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Gerrit Gerritsz, ten zuiden Cornelis Dircxz, nog een akker land bezuiden het voorschreven land, groot 106 roeden, belend ten noorden Paelven, ten zuiden Allert Jansz. Op 3 maart 1654 bekent Arent Cornelisz zijn part uit handen van Cornelis Dircxz Huijgen zijn vader ontvangen te hebben. Op 16 januari 1663 bekent Pieter Dircx als getrouwd hebbende Neeltien Cornelis zijn part in haar moeders erfenis ontvangen te hebben. Op 13 januari 1665 hebben Arent Cornelis Pie en Dirc Cornelis (Huigen) het stuk land genaamd de Paelven doen royeren en van de verbintenis in dezen ontslagen. 898
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1654 Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuiert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. ged. Claes Cornelisz Cop wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een stuk land genaamd Jan Pieters, groot 651 roeden, liggende achter Kees Stappers op en binnen de Gouw, belend ten zuiden Cornelis Dircxz voornoemd, tem noorden Jacob Jansz Veeringman 899.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1650 Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van z.g. Griet Jacobs, gewezen huisvrouw van Jan Remmen in de Schermeer, een jaarlijkse losrente van 32 gld 10 st, hoofdsom 700 gld, verbindende een stuk land genaamd het Dycklant met het huisje daarop bij de dijk, belend ten zuiden de Dycksloot, ten westen de Tochten 900.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1658 Cornelis Dircx Huijgen schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van Claes Dircx Huijgen een jaarlijkse losrente van 20 gld, hoofdsom 500 gld, met als onderpand de Paalven, groot 1070 roeden, te Westzaan, belend ten noorden Arian Pietersz, ten zuiden comparant (voldaan op 14 december 1660) 901.
                                                  Op 28 februari 1675 geven Arent Cornelisz Huijgem alias Arent Pie, Dirck Cornelisz Huijgen en Pieter Dircksz de Jongh in huwelijk gehad hebbende Neeltjen Cornelis Huijgen, woonachtig te Westzaan en Zaandijk respectievelijk, als mede-erfgenamen van hun overleden broer Sijmon Cornelisz Huijgen, ook voor de absente mede-erfgenamen, machtiging aan Reijnier Intis, poorter van Amsterdam, om te innen zodanige sommen van penningen als iemand te Amsterdam woonachtig zijnde aan de boedel door de gemelde Sijmon Cornelisz Huijgen nagelaten schuldig is en blijken zal bij het schuldregister van de voorschreven Sijmon Cornelisz Huijgen of authentieke extracten 902.
                                              7. Neel ABRAHAMS, tr. N.N.
                                                  In 1664 prelegateert Neel Abrahams, weduwe, wonende in de Kerckbuirt in Westzaan, aan Pieter Mieusz alias Piet Heyn, haar oudste zoon, een bed met een peluw, een oorkussen en een witte katoenen deken, mitsgaders aan Aeltje en Dieuwertje Mieusdochteren, haar 2 dochters die alsnog bij haar zijn wonende, tezamen een bed, een peluw en 2 oorkussens, met 2 dekens, nl. een witte en een blauwe, en dat om de goede en getrouwe diensten die zij van dezelve kinderen heeft genoten of nog zal genieten (gedaan ten huize van de comparante, in presentie van Adriaen Jansz Al, regerend schepen van Westzaan, en Dirck Claesz Oosterhooren) 903.
                                              8. Maritje ABRAHAMS, tr. Dirck Pietersz SNIJER.
                                                  Op 9 en 23 september 1680 verklaren Maritje Abrahams weduwe van Dirck Pietersz Snijer, geassisteerd met Jan Abrahamsz Oosterhooren haar broer, Jan Maertsz Noomen in huwelijk hebbende Maritje Dircx, Tieleman Engelsz getrouwd met Aeltje Dircx, en Poulus Gerritsz als man en voogd van Thuenisje Dircx, allen te Zaandam behalve Jan Maertsz Noomen te Amsterdam, kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Pietersz Snijder, veraccordeerd te wezen dat Poulus Gerritsz het huisje en erf hetwelk Maritje Abrahams tot nog toe heeft bewoond, op 't Blauwe Padt, in volle eigendom zal hebben, voor de waring ervan Jan Abrahamsz Oosterhooren zich verbindt, des dat Poulus Gerritsz eerstelijk daarop zal uitkeren 175 gld waaruit zullen moeten worden betaald alle schulden tot laste van de boedel van Maritje Abrahams lopende, dat het overschot zal gedeeld worden in 4 portiën waarvan Maritje Abrahams en haar 3 kinderen ieder een vierde zullen genieten, en dat Poulus Gerrits verder geobligeerd zal wezen Maritje Abrahams zowel in ziekte als in gezondheid zo lang zij leeft te onderhouden. Verder zal zij aanstonds aan haar kinderen overgeven en laten verdelen haar huisraad en inboedel uitgezonderd een bed met zijn toebehoren. 904
                                            162. (<81) Pieter Pietersz WALS, schepen van Jisp (als zodanig genoemd in 1620 en 1621 905), burgemeester ald., tarwekoper,
                                                In Jisp in 1625 bekent Dirck Claesz, buurman te Wormer, 250 gld schuldig te wezen aan Pieter Pietersz Wals, tarwekoper te Jisp, op een losrente van jaarlijks 13 gld 15 st, met als onderpand een stuk land genaamd Cleyn Crijentgen gelegen tussen Ravensluijs en [?]carn[?], westen aan de Oude Beemsterdyck, belend ten zuiden Pieter Heertjes, ten noorden Symoen Luytsz, bekent Pieter Pietersz Wals gekocht te hebben van Cornelis Dircksz Wittebroot een stukje land, belend ten zuiden Pieter Pietersz zelf, ten noorden Jan Jacobsz Cruyner, voor 304 gld te betalen op 2 meidagen, de ene helft gereed, de andere over een jaar, gevolgd door de opdracht, en bekent Jan Dircksz Backer te Jisp schuldig te wezen aan Flooris Dircksz en Pieter Pietersz Wals, tarwekopers, 725 gld, tegen de penning 16, met als onderpand zijn huizinge en erf in het westen van de banne van Jisp, belend ten noorden Adam Willemsz, ten oosten Mary Jacobs 906.
                                                Op 6 april 1628 zijn voor het Hof van Holland Floris Dircxz en Pieter Pietersz Wals, beiden oud-burgemeester van Gisp, impetranten in cas van reformatie tegen Timan Jacobsz Hinlopen, koopman te Amsterdam, en Outger Luytsz wonende te Oostzaan, die andermaal gedagvaard waren, en niet compareerden 907.
                                                In Wormer bekent in 1630 Jacob Cornelisz Naeijer onze buurman schuldig te wezen Pieter Pietersz Wals buurman te Jisp een jaarlijkse losrente van 19 gld 16 st, hoofdsom 360 gld (op 16 mei 1637 afgelost) 908.
                                            ondertr. Jisp 11 jan. 1609
                                            163. (<81) (>326) Marij CLAESDR.
                                                In Jisp wordt in 1644 getuigenis geleverd door o.a. Marij Claes Gerritsdr, weduwe van Pieter Pietersz Wals, buurvrouw te Jisp 909.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Pieter Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 11 april 1610.
                                                2. Wollement Pieters WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 20 nov. 1611, zie 81.
                                                3. Pieter Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 12 jan. 1614.
                                                4. Pieter Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 2 mei 1615.
                                                5. Guerte Pieters WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 26 dec. 1618, overl. ald. vóór 26 jan. 1683.
                                                    In Wormer in 1683 verkopen Cornelis Florisz Smit wonende te Jisp voor hemzelf, en Louris Dircksz Burger als voogd van 't onmondige kind van Pieter Cornelisz Wals, als erfgenamen van zal. Guijrte Pieters Wals, ook voor de verdere mede-erfgenamen, aan Claes Jacobsz Metselaer oud-schepen alhier een stukje land groot 178 roeden in t'Oosteijnt van Wormer binnen 't Swett, belend ten westen Marij Floris, ten oosten Jacob Andriesz, voor 102 gld, en verkopen Cornelis Florisz Smit en Aris Heijndricksz wonende te Jisp, als erfgenamen van zal. Guijrte Pieters te Jisp overleden, mede namens de verdere erfgenamen, aan Jacob Andriesz wonende te Jisp een stuk land groot 120 [roeden] achter 't Weijver, belend ten oosten Dirck Suycker, ten westen Claes Metselaer, voor 29 gld 910.
                                                6. Claes Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 13 febr. 1622.
                                                7. Trijn Pieters WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 13 febr. 1622.
                                                8. Willem Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 3 maart 1624, doet belijdenis ald. 21 nov. 1655, overl. ald. 28 nov. 1668, ondertr. Jisp 3 sept. 1656 Lijsbeth JACOBS.
                                                9. Cornelis Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 6 febr. 1629, doet belijdenis ald. 11 april 1653, overl. ald. 7 nov. 1660.
                                                10. Pieter Pietersz WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 24 nov. 1631.
                                              164. (<82) (>328, >329) Pieter WILLEMSZ, geb. ca. 1583, scheepstimmerman,
                                                  In Amsterdam bewijst in 1615 Pieter Willemsz, scheepstimmerman, aan zijn 3 kinderen, Willem 7 jaar, Gerrit 4 jaar en Tryntgen 1 jaar, van wie de moeder was Geert Jansdr, voor hun moeders erfenis tezamen 2400 gld. Hij zal zijn kinderen behouden met behouden goed in kost en kleren tot hun jaren om de vruchtem van 't voorschreven bewijs, en 't behaagde Jan Vincentsz, de grootvader van de kinderen, wonende te 's-Hertogenbosch. Op 30 augustus 1634 hebben Cornelis Dirx en Neel IJsebransdr 550 gld ingebracht, een legaat aan Tryntgen Pieters alleen van wijlen Aeltgen de Lange weduwe van Doctor Gerrit de Rycke. Op 22 februari 1636 heeft Tryntgen Pieters, geassisteerd met Willem Cornelisz haar man en voogd, bekend door Pieter Willemsz haar vader 800 gld tot voldoening van haar moeders erfenis betaald te zijn, en ontvangen te hebben de 550 gld in de vorm van een weesmeesterskennis houdende op Willem Jacobsz Lakencooper dd. 31 augustus 1634. Door de vader is 800 gld betaald aan zijn zoon Willem Pietersz en aan zijn zoon Gerrit Pietersz, gehuwd, op opvolgend 26 maart 1636 en 16 december 1636. 911
                                              ondertr. (pui) Amsterdam 20 okt. 1607 (hij wonende in de Breestraet, geassisteerd met Maertje Valentijns zijn moeder, zij wonende op Ulenborch, met vaders consent)
                                              165. (<82) (>330) Geert JANSDR, geb. ca. 1586.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Willem PIETERSZ, geb. ca. 1608.
                                                2. Gerrit PIETERSZ, geb. ca. 1611, zie 82.
                                                3. Trijntgen PIETERS, geb. ca. 1614, tr. Willem CORNELISZ.
                                              166. (<83) (>332, >333) Jan Jansz RIJSER, geb. ca. 1579, varentgezel (bij ondertrouw), schipper,
                                                  In Amsterdam verklaren op 22 april 1615 Lambert van Tweenhuijsen, Barent Sweerts en Paulo de Wilm, koopluiden binnende deze stad, voor henzelf en hun compagnons, als bevrachters ter eenre, en Jan Jansz Rijser, poorter der voorschreven stad, schipper en meester naast God van zijn schip genaamd 't Huys te Muyden, groot omtrent 110 lasten, ter andere zijde, zeker contract van bevrachting van het voornoemde schip enige dagen geleden met elkaar zijn ingegaan, te weten dat de voornoemde schipper gehouden zal wezen zijn schip liggende voor Amsterdam allereerst gereed te leveren, dicht, wel gekalefaat en voorzien van ankers, zeil en touwen, takels en alle ander scheepstoebehoren, voor de navolgende reis, en zal de schipper zijn schip monteren met 8 gotelingen, 4 steenstukken, mitsgaders handgeweren, musketten, roers, spiezen, kruit, lood, kogels an andere ammunitie, dat alles tot scheepskosten, dies zullen de bevrachters 't zelve schip voorzien van victualie, kost en drank, en mede alleen moeten dragen en betalen de stuurman en al het andere scheepsvolk, voor zo veel de bevrachters goed zullen vinden op 't schip te laten varen en dienen. En dan zullen de bevrachters daarin vermogen te laden als hun goed zal dunken, waarmee de schipper voornoemd zal zeilen tot de Noordkaap, in alle plaatsen opwaarts en nederwaarts als de bevrachters believen zal lossen en laden zodanige waren als hun believen zal. Alsdan zal de schipper op 't believen van de bevrachters keren naar Amsterdam en daar de goederen lossen en uitleveren. Als dit al volbracht is zullen de bevrachters de voorschreven schipper of zijn reders schuldig wezen voor elke maand die de bevrachters het schip in hun dienst gehad zullen hebben 414 gld, daarin begrepen des schippers gage, ingaande de maand als 't schip uit Texel gezeild en buiten de laatste ton gekomen zal wezen, eindigende als 't schip wederom hier ter stede voor de palen zal zijn gekomen, maar wel voor 5 maanden vast. 912
                                                  Op 6 mei 1615 verklaren in Amsterdam Lambert van Tweenhuysen, Barent Swarts en Paulo de Willm, binnen de voorschreven stede, als last en macht hebbende van de heer Severyn Severynsz, burgemeester der stad Bergen in Noorwegen, Hendrick Dircksz Buys aldaar, en Johan de Wilm, burger te Kopenhagen in het rijk van Denemarken, te hebben toegemaakt en geëquipeerd 4 met (namen genoemde) schepen, waaronder het schip genaamd 't Huys te Muyden waar schipper op is Jan Ryser, om alle vier onder 't commandement van Claes Cornelisz, schipper van een van de 4 schepen, als mede-participant en compagnon, die zij comparanten stellen als generaal en commandeur, met Gods hulp op 't spoedigste van hier te zeilen naar de plaatsen en contreien of gelegenheden begrepen in de brieven van licentie en de vrijheid hunluiden vergund door de Koninklijke Majesteit van Denemarken, om aldaar te mogen vangen en schieten walvissen en andere zeemonsters, tot welke einde zij comparanten de voorschreven hun generaal meegegeven hebben de open brieven van licentie en vrije pas, door Zijne Majesteit op 25 november 1614 gegeven en verleend op 't slot Kopenhagen, waarvan de andere schepen elk is meegegeven een copie authentique 913.
                                              ondertr. (pui) Amsterdam 8 juli 1611 (hij wonende op de Nieuwendijck, geassisteerd met Willem Tonisz Bontekoe zijn oom, zij wonende in de Pijlsteegh, geassisteerd met Lenaert Ariaensz haar vader)
                                              167. (<83) (>334, >335) Annetje LEENDERTS, geb. ca. 1590.
                                                  In Amsterdam bekent op 12 december 1647 Jan Jansz Wieldraijer, burger dezer stede, schuldig te zijn aan Annetie Leenders, weduwe van Jan Rijsers, wonende alhier, absent, en ik [notaris] voor haar, 150 gld, te restitueren binnen een jaar met de interest van 6 ten honderd, waarvoor zich Jan Woutersz, mede wieldraaier alhier, tot borg stelt 914.
                                                  Op 28 februari 1654 maakt Annetje Leenderts, weduwe wonende te Zaandam, ziekelijk van lichaam en te bedde liggende, een codicil. Zij revoceert haar codicil van 7 juni 1653 voor notaris Jacob van Swieten te Amsterdam, en begeert dat alleen het testament dat zij op 7 april 1651 voor dezelfde notaris heeft gepasseerd voortgang zal hebben in alle delen, begerende wijders dat indien de kinderen van zal. Lijsbetje Rijsers, die een dochter was van de comparante, of iemand vanwege de kinderen, te eniger tijd Trijntje Rijsers, dochter van de comparante, of haar erfgenamen, enigszins mochten molesteren of moeilijk vallen van het verminderen van hun moeders erfenis, de voorschreven kinderen in comparantes na te laten goederen niet verder toegelaten zullen worden dan in hun legitieme portie. 915
                                                  Op 10 maart 1654 testeert Annetje Leenderts, weduwe wonende te Zaandam op 't Francepat, ziekelijk en niet wel te pas. Zij revoceert alle andere aktes van uiterste wil, prelegateert aan Pieter Gerrets en Geertruijt Gerrets, kinderen van zal. Lijsbeth Rijsers, namelijk aan Pieter Gerrets 3 zilveren lepels met een gouden versierinkje en aan Geertruijt Gerrets de zilveren beker waar het aapje op staat mitsgaders 2 van de beste slaaplakens, institueert wijders Pieter Gerrets en Geertruijt Gerrets in een somme van 2400 gld, mits die niet belast of vervreemd wordt van testatrices linie, subject restitutie aan hun kinderen als die tot de ouderdom van 20 jaar zijn gekomen, terwijl bij overlijden van al die kinderen zonder nakomelingen die somme terug moet gaan naar haar linie, en middelertijd Pieter en Geertruijt het vruchtgebruik ervan zullen hebben. Tot haar universele erfgenaam nomineert zij Trijntje Rijsers, haar dochter, of haar kinderen, met conditie dat dezelve goederen niet mogen belast of vervreemd worden totdat 't jongste van Trijntjes kinderen 20 jaren oud zal wezen, en dat middelertijd Trijntje Rijsers of Mr Hendrijck van der Put haar man, de langstlevende, het vruchtgebruik zal genieten, Trijntje haar leven lang, Mr Heijndrick zijn leven lang tot wederhuwelijk. Bij molesteren van Trijntje of haar erfgenamen krijgen Pieter en Geertruijt nalleen de legitieme portie. Tot voogden en administrateurs over Pieter en Geertruijt en de voorschreven goederen stelt zij Mr Heijndrick van der Put en haar cousijn Jan IJsbrantsz, met uitsluiting van de weeskamer. 916
                                                  Op 16 mei 1656 geeft Annitie Lenders, nagelaten weduwe van Jan Jansen Reiser, wonende te Zaandam, volmacht aan Trintien Reisers haar dochter, mede wonende aldaar, om voor haar geld te vorderen en ontvangen, en op 21 mei 1656 geeft Annitie Leenders, weduwe van Jan Jansen Reijser, wonende te Zaandam, volmacht aan Trijntien Reijsers haar dochter om van Jan Jansz Wieldraijer 150 gld te ontvangen ingevolge een obligatie van 12 december 1647 917.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Lijsbeth Jansdr RIJSER, geb. ca. 1611, zie 83.
                                                  2. Trijn Jansdr RIJSER, geb. ca. 1620, ondertr. 1° (pui) Amsterdam 12 juni 1643 (hij wonende op 't Middeleijlant, geassisteerd met IJbel Heyndrix zijn moeder, zij wonende in de Haerlemerstraet, geassisteerd met Annetie Leners haar moeder) Heijndrick Adriaensz van der PUT, zn van IJbel HEYNDRIX, tr. 2° Arent Albertsz NEEFF, geb. ca. 1605  918, notaris te Oostzaandam, koopman, wedn. van Grietjen van BREEN.
                                                      In de banne van Oostzaan wordt in 1658 aan de nagelaten kinderen van Mr Heyndrick Aerjensz van der Put van wie de moeder Trijntie Rijsers, hun vaderlijke erfenis bewezen, ten overstaan van Arent Albertsz Neef als nu man en voogd van de voornoemde moeder, ter presentie van Jan Claesz Louw hem sterk makende voor Daniel Aerjansz van der Putte en Hans Huntum, voogden van de kinderen genaamd Jan Heijndricksz, Annitgen Heijndricks, Lijsbeth Heijndricks, Eva en Neeltjen Heijndricks, nl. de vijf kinderen tezamen 1800 gld berustende onder de moeder en stiefvader voornoemd tot hun mondige jaren of huwelijkse staat, voor de vruchten waarvan die de kinderen zo lang verzorgen, met als onderpand een bezegelde brief ten laste van Sijmon Jan Baerts en een halve koopbrief ten laste van Cornelis Jacobsz Emmenes, ter waarde van 847 gld, item nog een geheel huis en erf op 't Francepadt, belend ten noorden Neel Vlaes Boutes, ten oosten Jan Dircksz Veen. Op 4 juni 1682 verklaarden Claes Cornelisz Noome in huwelijk hebbende Lijsbet Heijndericx van der Put, Eva Heijndericx van der Put bejaarde dochter, en Huijbert Heijnderickse Kat man en voogd van Neeltien Heijndericx van der Put voldaan te zijn van hun moeder resp. schoonmoeder, en uit eigen monde van Jan van der Put zal. gehoord te hebben van zijn portie van 1800 gld betaald te wezen. 919
                                                      In 1684 geeft Trijntge Jans Rijsers, weduwe van Arent Albertsz Neef, wonende te Zaandam, volmacht aan Willem Abramse Backer en Claes Cornelisse Noome, koopluiden te Zaandam, haar zwagers [schoonzoons], om te regeren en administreren al haar roerende en onroerende goederen 920.
                                                      In 1681 testeren Arent Albertsz Neef, notaris, en Trijntjen Rijsers, echteluiden woonachtig te Oostzaandam. Hij legateert aan Eva Heijndricx en Neeltjen Heijndricx, zijnde twee dochters van zijn huisvrouw, elk 500 gld, aan zijn huisvrouw Trijntjen Rijsers ingeval hij vóór haar overlijdt, de vruchten en interest van 2000 gld tot haar overlijden, en institueert tot zijn erfgenamen de twee kinderen nagelaten door zijn overleden dochter Martijntje, van welke kinderen de vader is dominee Polanis te Spaarndam, nl. Grietjen en Heijndrickjen Polanis, edoch met dien verstande dat indien dezelve kinderen overlijden zonder wettig nazaad de goederen aan de kinderen van Trijntjen Rijsers komen, met als eventuele voogd over de twee kinderen zijn stiefzwager [schoonzoon van zijn vrouw] Huijbert Heijndricksz, met uitsluiting van de weeskamer. Het is echter zijn wens dat zijn huisvrouw vooruit zal hebben al hun inboedel. Zij institueert tot haar erfgenamen haar 4 kinderen, met namen Antje, Eva, Lijsbet en Neeltjen Heijndricx, mitsgaders Trijntjen Jans haar zoons kind, met dien verstande dat Antjen Heijndricx alleen de vruchten zal trekken en haar legitieme portie, en dat Trijntjen Jans niet eerder van de erfenis zal genieten voor en aleer zij ten huwelijken state gekomen zal zijn, met Huijbert Heijndricksz haar voorschreven zwager [schoonzoon] als voogd, met uitsluiting van de weeskamer. 921
                                                      In 1655 is er in Oostzaandam een deling tussen Trijntje Jacobs, weduwe van Jan Jelisz van Breen, geassisteerd met Aerdt Jacobsz en Hendrick Jacobsz haar broers en voogden in dezen, ter eenre, en Arent Albertsz, als man en voogd van Grietjen Jans, en mr Gillis van Breen, voor hemzelf en voor zijn broer Pieter van Breen, en Claes Claesen Noij als voogd van Geertjen van Breen in dezen, en Willem Dircxz Smits voor Josine van Breen, tezamen kinderen en erfgenamen van zal. Jan van Breen voornoemd, ter andere zijde, ten huize van meester Gillis voornoemd 922.
                                                      In 1659 heeft ten verzoeke van Willem Brughman, koopman te Amasterdam, de notaris IJsbrant van Houwert zich getransporteerd ten huize van Arent Albertsz Neef, notaris en bode te Zaandam, en door diens absentie aan zijn huisvrouw Trijntgen Rijser een insinuatie en protestatie gedaan, dat de geïnsinueerde zal hebben te betalen de 2 betalingen van een huis te Zaandam, voor 3000 gld door de geïnsinueerde gekocht, verschenen primo mei passato 923.
                                                      Op een verzoek van Arent Albertsse Neef, koopman wonende te Zaandam in de banne van Oostzaan, te kennen gevende dat tussen zijn erf en de werf van van Claes Gerbrantsen zal. een spatie van water is omtrent 300 voeten breed, waarvan 60 voeten bezuiden deze werf vrij water moet blijven en dat daarnaast een spatie van 90 voeten breed uitgegeven is voor een werf, zulks dat tussen die nieuwe werf en suppliant nog water was ter breedte van omtrent 150 voeten, in welke water hij graag enige palen of ducdalven zou willen inheinen om de koopvaarders en andere schepen bekwamelijk te laten aanleggen, waarbij tussen dezelve schepen en de zeedijk nog water zou wezen ter breedte van 20 voeten, krijgt hij hiervoor in 1662 toestemming van de Grafelijkheidsrekenkamer, mits daarvoor jaarlijks betalende 30 schellingen tot een recognitie 924.
                                                      In 1674 bekent Arent Albertsz Neeff, notaris te Zaandam, verkocht te hebben aan Cornelis Claesz Kalff een half vierenzestigstepart in een fluitschip, waarop schipper is Claes Boon van Buiksloot, genaamd de Boon, voor 100 gld 757.
                                                174. (<87) Ollebrant JACOPSZ, kerkmeester van Krommenie 925,
                                                    In Krommenie bekent op 25 juli 1598 Ollebrant Jacopsz, onze buurman, schuldig te wezen ene Cornelis Pietersz, wonende nutertijd binnen de stede van der Gou, 100 gld tegen 6 gld 's jaars, met als onderpand een perceel akkerland gelegen in de Willes genaamd Quanteslant, groot 351 roeden, belend ten noorden en oosten Griet Claes Allertsz, ten zuiden Jacop Reijersz, ten westen de Herewech, wel verstaande dat van deze 100 gld op dit land een brief geweest is, verleden door ene Cornelis Claesz Quant zal. ged. in zijn leven buurman in Krommenie, welke oude brief volgens Cornelis Pietersz verloren is (op 30 april 1602 afgekocht voor 90 gld waarop 50 gld betaald is, en de rest van 40 gld voldaan op 30 april 1603) 926.
                                                    In de banne van Westzaan verkoopt op 26 februari 1600 Frans Baertsz onze buurman aan Olbrant Jacobsz wonende te Krommenie een akker land, groot omtrent 175 roeden, liggende in de Middel achter Symon Dircxz uit een kamp over de Waetering, belend ten zuiden Baert Jan Dieuwers, ten noorden Jan Arisz, mits dat Olbrant Jacobsz tot zijn last neemt de borgtocht van 500 gld houdende op Mr Ghysbert van Thenesse wonende te Haarlem waaronder 't voorschreven land mede verbonden is 927.
                                                    In de banne van Westzaan is op 17 mei 1601 Olbrant Jacobsz een van de crediteuren van de desolate boel van Aerian Symonsz, buurman te Westzaan, nl. voor 200 gld hoofdsom tegen de penning 16 928.
                                                    In Haarlem constitueert Wollebrant Jacobsz, buurman te Krommenie, op 22 december 1601 [Jacob van] Medenblick ad lites contra quoscumque [= tegen een iegelijk], en specialijk om in zijn ziel te zweren dat hij 't beest in kwestie aan Henrick Claesz, collecteur van de pachten, aangegeven heeft 929.
                                                    In Krommenie hebben op 1 januari 1603 Ollebrant Jacopsz onze buurman met Claes Allertsz als oom van moederszijde van de kinderen van Ollebrant Jacopsz geteeld en gewonnen bij Trijn Allertsdr zijn overleden huisvrouw, vertoond een testament gemaakt door begeerte van Allert Jansz Vassis zal. ged., waarin verhaald staat dat hij besproken heeft de 3 jongste kinderen van zijn dochter Trijn voorschreven 2 maden land, zo is 't dat Ollebrant voorschreven zijn 3 jongste kinderen bewijst deze 2 maden land, nl. een akker land genaamd Gavisacker gelegen op de Hoefsloot, groot 418 roeden, met nog Willem Janszacker groot 101 roeden, met nog 't Bisch op 't Twisck groot 118 roeden, met nog Marij Heijnenlant groot 312 roeden, met nog de Smaele Acker groot 95 roeden, met nog het Maetbuisch groot 54, maakt tezamen 2 maden en 32 roeden 930.
                                                    In Krommenie verkoopt in 1607 Ollebrant Jacopsz onze buurman aan Jan Maertsz Decker 2 stukken land aan elkaar genaamd de Hoeffden, belend ten oosten de Uijtwech, ten zuiden Pieter Claesz, ten westen Jan Maertsz zelf, ten noorden Garvisacker, en verkopen in 1613 Jan Claes Garvis en Pieter Claesz onze geburen aan Ollebrant Jacopsz een stuk land groot 238 roeden, belend ten noorden Claes Allertsz, ten zuiden Brechte Claesdr, voor 355 gld 6 st, te betalen 1/3 gereed en de rest op 2 eerstkomende midwinters 931.
                                                    In Krommenie bekent op 1 mei 1615 Ollebrant Jacopsz onze buurman schuldig te wezen Gerrit Jacopsz Hulft te Haarlem een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, hoofdsom 200 gld, waaraan verbonden zijn huis en erf binnen ons dorp, belend ten noorden Claes Allertsz, ten zuiden Cornelis Dircksz Hopman, ten oosten 's-Heerenstraet, ten westen de Durcksloodt (gecasseerd op 11 juni 1642) 932.
                                                    In Krommenie in 1616 bekent Dirck Ollebrantsz gekocht te hebben van Ollebrant Jacopsz zijn vader een hooihuis met zijn erf binnen ons dorp, belend ten noorden Ollebrant voorschreven, ten zuiden de hopman, voor 370 gld, te betalen op 3 eerstkomende meien, belend ten oosten 's-Heerenstraet, ten westen de Durcksloodt, en verkoopt Ollebrant Jacopsz aan Pieter Cornelisz Glassemaecker een huis en erf binnen ons dorp, belend ten noorden Claes Allertsz, ten zuiden Dirck Ollebrantsz, voor 432 gld, te betalen 1/4 gereed, de rest op 3 eerstvolgende meien 933.
                                                tr.
                                                175. (<87) (>350) Trijn ALLERTSDR.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Jacob OLLEBRANTSZ, waard te Krommenie, tr. (schepenbank) 23 febr. 1608 Griet Cornelisdr RAECHELS, dr van Rachel POUWELSDR.
                                                      In Haarlem constitueert Jacob Wollebrantsz, waard te Krommenie, op 21 november 1613 [Johan van] Velsen ad lites op en tegen een iegelijk 934.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1614 Wouter Dircksz van Huijsen, biersteker te Alkmaar, aan Jacop Ollebrantsz een huis en erf binnen ons dorp, belend ten noorden Albert Maertsz, ten oosten de Achtersloodt, ten zuiden Cornelis Claesz, ten westen de Heerenstraet, voor 1130 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op de 4 eerstkomende meien (gecasseerd op 16 augustus 1617), bekent in 1615 Jacop Ollebrantsz onze buurman, waard in Graef Mauritius, schuldig te wezen Heijnrick Heijnricksz van den Hoove, brouwer in de Ster te Haarlem, 400 gld ter cause van verschoten penningen en ontvangen bieren, die hij zal mogen houden zo lang als hij van de voornoemde brouwer bieren blijft halen, waaraan verbonden zijn huis en erf, belend ten noorden Albert Maertsz, ten zuiden Cornelis Claesz, ten westen 's-Herenstraet, ten oosten de Achtersloodt, en bekent in 1616 Pieter Zijmonsz van Bakkum gekocht te hebben van Jacop Ollebrantsz een huis en erf binnen ons dorp, belend ten noorden Dirck Cornelisz, ten zuiden Cornelis Claesz, voor 1650 gld, te betalen terstond 250 gld, en benevens neemt hij tot zijn last de brief dd. 30 juni 1615 van 400 gld hoofdsom, borgen zijn Sijmon Jansz van Castricum zijn vader en Sijmon Sijmonsz wonende op de Vuijlegraft als broer van de comparant 935.
                                                      In de banne van Westzaan daagt Jacob Ollebrantsz te Krommenie in 1614 Dirck Claesz, beschuitbakker te Wormer, om betaling van 5 gld 5 st van rest van koop van een roe land, en Willem Thysz in de Middel als bewind hebbende van Jacob Jansz op Wormerveer, om betaling van 16 gld van de zoon van Jan die Wit genaamd Jacob Jansz, bij eiser verteerd(gedaagde acht de eis niet gefundeerd omdat hij als voogd Jacob Jansz niet bevolen heeft hetzelve geld te verteren) 936.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1615 Jacob Ullebrantsz wonende te Krommenie gekocht te hebben van Jan Willemsz Smidt wonende op Wormerveer een huis en erf, belend ten noorden de meelmolen met de Sluys, ten zuiden Symon Willemsz, voor 525 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen, te weten 1616 en 1617 telkens een derdepart (ten volle betaald door Jacob Ullebrantsz op 7-9-1617[?]), gevolgd door de opdracht, en bekent in 1616 Jacob Ullebrantsz, onze buurman wonende op Wormerveer, schuldig te wezen Jan Jacobsz Schoutes, brouwer in de Twee Sleutels met die Croon te Haarlem, 150 gld uit zake van goede geleverde Haarlemse bieren, die hij als bestek onder zich mag houden zo lang hij van de voornoemde brouwer of zijn biersteker zijn bieren zal halen, en niet langer, mits halende en betalende met gereed geld, en zal hij comparant van niemand anders enige bieren mogen halen of laten halen zonder consent van de voornoemde brouwer, zijn biersteker of de zijnen (met verdere bepalingen), met als onderpand zijn huis en erf waar hij woont op Wormerveer, belend ten noorden de Sluys en de molen, ten zuiden Symon Willemsz Gorter 937.
                                                      In de banne van Westzaan daagt Jan Barentsz, schout, in 1615 Jacob Ullebrantsz op Wormerveer. Volgens de schout heeft de gedaagde op Wormerveerder kermis binnen zijn huis door zijn gasten een gans doen knuppelen, contrarie de keur van schout en schepenen, waarop een boete staat van 42 schellingen, en voor het verhuren van zijn huis op Wormerveer waarop ook een boete van 42 schellingen staat. Op 17 december 1615 ontzeggen schepenen de eiser zijn eis, compenserende de kosten. 938
                                                      In de banne van Westzaan in 1617 bekent Jacob Ullebrantsz Waert wonende op Wormerveer schuldig te wezen Frans Jacobsz, brouwer in de Drie Sterren te Haarlem, 300 gld, waarvoor hij van niemand anders bieren mag halen zonder consent van de voorschreven brouwer, met als onderpand zijn huis en erf waar de Vier Eemskinderen uithangen, te Wormerveer, belend ten noorden de Sluys met de molenwerf, ten zuiden Symon Willemsz Gorter (afgelost door Jacobs weduwe op 20 mei 1621), en bekent Jacob Ullebrantsz Waert, onze buurman op Wormerveer, schuldig te wezen Claes Pietersz van 't Calff buurman te Westzaan een jaarlijkse losrente van 5 gld 5 st, te lossen met 95 gld, met als onderpand zijn huis en erf op Wormerveer waar de Vier Heemskinderen uithangen, belend ten zuiden Symon Willemsz, ten noorden de Sluys 939.
                                                      In de banne van Westzaan op 14 februari 1619 verkoopt Dirck Dircxz Coningen wonende op Wormerveer aan Jacob Ullebrantsz mede buurman aldaar een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Jan Garbrantsz, ten noorden Pieter van Alckmaer (geen koopsom genoemd), bekent Dirck Dircxz Coningen gemangeld te hebben tegen Jacob Ullebrantsz buurman aldaar een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Symon Willemsz, ten noorden de Sluys, op de Dijcksloot, waarvoor comparant moet uitkeren 210 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1619, 1620 en 1621, gevolgd door de opdracht door Jacob Ullebrantsz met de conditie dat de koper in 't voorschreven huis binnen de tijd van 10 eerstkomende jaren niet mag tappen en dit ook niet aan een ander mag verkopen of verhuren (met Jan Garbrantsz wonende op Wormerveer als borg voor de verkoper), bekent Willem Cornelisz Molles wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Jacob Ullebrantsz mede buurman aldaar een huis en erf op Wormerveer, belend ten noorden Pieter Cornelisz van Alckmaer, ten zuiden Jan Garbrantsz, voor 501 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1620 en 1621, gevolgd door de opdracht, en bekent Jacob Ullebrantsz, waard op Wormerveer, gekocht te hebben van Frans Jacobsz, brouwer te Haarlem, een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Gerret Molenaers weduwe, ten noorden Gerret Jan de Wits, voor 650 gld, te betalen een derdepart gereed mei eerstkomende, de rest op 2 meien daaraanvolgende, te weten 1620 en 1621, gevolgd door de opdracht door Jan Garbrantsz, biersteker wonende op Wormerveer, vanwege Frans Jacobsz, brouwer te Haarlem 940.
                                                      In Krommenie heeft in 1620 Jacop Ollebrantsz wonende op Wormerveer verkocht aan Jannitgen Zijmons wonende te Bakkum en Zymon Zymon Zijmonsz wonende op Uitgeest een custingbrief dd. 8 juni 1616 betreffende een huis en erf die ene Pieter Zijmonsz van de comparant heeft gekocht 941.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt op 25 februari 1621 Cornelis Claesz Raechels wonende te Krommenie, als voogd in dezen van Griete Cornelisdr weduwe van Jacob Ollebrantsz, aan Neel Gerrets wonende op Wormerveer een huis en erf op Wormerveer, belend ten noorden Gerret Jansz, ten zuiden Guerte Heyndricx weduwe van Gerret Molenaaer, voor 137 gld 10 st 942.
                                                      In Krommenie compareren in 1621 Griete Cornelisdr, geassisteerd met haar voogd Willem Gawisz, als moeder, ter eenre, en Allert Ollebrantsz als oom en bloedvoogd van Trijntgen Jacopsdr, weeskind hetwelk Griete Cornelisdr heeft geteeld bij Jacop Ollebrantsz zal. ged., en brengen in een lijst van obligaties het kind toekoemende. Op 8 oktober 1638 heeft Wouter Jansz getrouwd hebbende Trijntgen Jacop Olbrants zijn brieven gelicht. 943
                                                      In Krommenie heeft in 1628 Cornelis Claesz Raechels onze buurman gekocht van Allert Ollebrrantsz, als oom en voogd van 't nagelaten weeskind van zal. ged. Jacob Ollebrantsz en Griete Raechels, een huis met het erf met het hooihuis[?] in 't Noordent, belend ten noorden Pieter Claesz Leere, ten zuiden Claes Deckers, voor 246 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 944.
                                                  2. Allert OLLEBRANTSZ, geb. ca. 1593  945, tr. (schepenbank) Krommenie 23 jan. 1610 Marij CORNELIS, overl. tussen 22 maart 1658 en 30 aug. 1658.
                                                      In Krommenie bekent in 1615 Allert Ollebrantsz onze buurman gekocht te hebben van Pieter Ollebrantsz zijn broer een derdepart van een akker land op de Hoefsloedt, belend ten noorden Jan Cornelisz, ten zuiden Jan Maertsz, voor 200 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 5 eerstkomende meien, en verkoopt in 1617 Gerrit Cornelisz aan Dominicus Jarichs alhier een stuk land, belend ten noorden de erfgenbamen van Dieuwer Hessels, ten zuiden de Armen, groot 54 roeden, die mede compareerde en dit stuk land „met eenen midts” getransporteerd heeft aan Allert Ollebrantsz onze mede-buurman, van welke de comparanten bekennen met de somma van 64 gld ten volle betaald te wezen; Gerrit Cornelisz zal 't voorgeschrevene vrijwaren 946.
                                                      In Krommenie heeft in 1618 Allert Ollebrantsz gekocht van de erfgenamen van Jan Vreecksz een stuk land, belend ten noorden Jan Engelsz, ten zuiden Dirc Nomis, voor 114 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 midwinter eerstkomende, heeft in 1620 Allert Ollebrants gekocht van Anna Dirckxdr, vroedvrouw binnen ons dorp, een stuk land achter de Vlus, belend ten noorden Gaaf Willems, ten zuiden Willem IJsbrantsz, voor 252 gld, te betalen de helft gereed, de rest op eerstkomende midwinter, heeft in 1620 Allert Ollebrantsz verkocht aan Jan Baertsz 51 roeden bij de Cromme Watering, belend ten zuiden Jan Maertsz, ten noorden Claes Pietersz, voor 40 gld, en verkoopt in 1620 Neel Pouwels onze buurweduwe, geassisteerd met Gaaf Willemsz haar zoon, aan Allert Ollebrantsz een stuk land groot 146 roeden achter de Vlus, voor een termijnbrief 947.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1621 Allert Ollebrantsz onze buurman aan Dirck Claesz Fijes mede buurman een stuk land groot 146 roeden, belend ten noorden Jan Cornelisz, ten zuiden voornoemde comparant, voor 226 gld, en bekent in 1622 Allert Ollebrantsz voor hem en zijn broer Dirck Ollebrantsz gekocht te hebben van de erfgenamen van Cornelis Dircksz zal. ged. in zijn leven onze buurman een stuk land groot 382 roeden, belend ten noorden Willem Backer, ten zuiden Pieter Claesz, voor 438 gld, te betalen 1/3 gereed en 2/3 op 2 eerstkomende midwinters 948.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1625 Jan Arisz onze buurman aan Allert Ollebrantsz mede buurman een akker land, groot 80 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Lou Mes, ten zuiden Jan Maetsz, getaxeerd door schout en schepenen op 80 gld, heeft in 1626 Allert Ollebrantsz onze buurman gekocht van de voogden van de kinderen van Reijer Albertsz en Lijsgen Aerisdr een huis met het erf in de Vlus, belend ten noorden Griete Dircxdr, ten zuiden Anne Dircxdr, voor 682 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 eerstkomende meidagen, en heeft in 1626 Claes Nanningh onze buurman gekocht van Allert Ollebrantsz een huis met het erf in de Vlus, belend ten noorden Sijmon Cornelisz, ten zuiden Griet Jacopsdr, voor 600 gld, te betalen op 3 meidagen 949.
                                                      In Krommenie zijn in 1628 Baert Pietersz ter eenre en Allert Ollebrantsz ter andere zijde geaccordeerd dat Allert voorschreven van Baert voorschreven heeft gekocht een stuk land beoosten Sarewech genaamd Smunckeweer, groot 259 roeden, belend ten noorden Duif Cornelis, ten zuiden Gerrit Willemsz, voor ƒ 301-10-13 gereed geld, en dat Allert is gehouden te betalen een rentebrief van 200 gld hoofdsom staande op 't voorschreven land, heeft in 1628 Allert Olbrantsz gekocht van Pieter Claesz Aeluwers mede alhier een stuk land genaamd Hilbrants, groot 181 roeden, belend ten noorden de comparant, ten zuiden Claes Piets, voor 150 gld, te betalem mei 1629 100 gld en mei 1630 de rest, en heeft in 1629 Roelif Claesz gekocht van Allert Olbrantsz een stuk land genaamd Sierckes, groot 367 roeden, voor de Vlus, belend ten noorden Jan Jacopsz, ten zuiden Grietgen Hopman, voor 600 gld, te betalen op 3 meidagen 950.
                                                      In Krommenie heeft in 1640 Jan Claesz Aris onze buurman verruild met Allert Olbrantsz alhier een hoekje land of worf ten einde van de Vlus, belend ten noorden Jan Cornelisz Michiels, ten zuiden Cornelis Pieter Laps, ten westen de Uylenwech, en heeft daaraan ontvangen een partij hennep, en bekent in 1647 Jan Wilmsz Verwer van Uitgeest gekocht te hebben van Allert Ollebrantsz een huisje met erf ten einde de Vlus, belend ten noorden Engel Willemsz, ten zuiden Allert Olbrantsz, voor 318 gld 951.
                                                      In Krommenie bekent in 1647 Jan Willemsz Oor van Uitgeest gekocht te hebben van Allert Olbrantsz hier te Krommenie een huisje met erf in de Vlus, belend ten noorden Engel Willemsz, ten zuiden Allert zelf, voor 318 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 952.
                                                      In Krommenie hebben in 1649 Willem Claesz Heergerders en Allert Olbrant, kopers van 't huis met erf gekocht van Jacop Vreerijcks en de voogden van zijn kinderen, de eerste custing volgens de koop geconsigneerd 953.
                                                      In 1649 bekennen in 1649 Allert Olbrantsz met zijn zoon Dirck Allertsz, onze geburen, schuldig te wezen Mr Gaspar Spaen, poorter te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 62 gld 10 st, hoofdsom 1000 gld, met als onderpand van Dirck Allertsz zijn nieuw getimmerde huis met erf waar hij in woont in de Vlus, belend ten oosten, westen en zuiden Claes Pietersz, ten noorden de achtersloot, van Allert Olbrantz een stuk land groot 552 roeden, belend ten noorden Henderick Symonsz, ten zuiden Willem Claesz Heergerdes, ten oosten de Wateringh, genaamd het Voldlant (voldaan op 30 juni 1661) 954.
                                                      In Krommenie verkopen op 30 augustus 1658 Olbrant en Dirck Allertsoonen mitsgaders Allert Pietersz Schipper in huwelijk hebbende Tryntge Allerts, tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Allert Olbrantsz en Marij Cornelisdr, beiden overleden, aan Claas Gerritsz Keijs een huisje en erf op de Heijligewech, belend ten oosten Michiel Maxmilianus, ten westen Krijn Cornelis, voor 100 gld 955.
                                                      In krommenie bekent op 22 maart 1658 Allert Pietersz Schipper, wonende alhier in de Vlus, schuldig te wezen Mary Cornelis, weduwe van Allert Olbrantsz, zijn schoonmoeder, een jaarlijkse losrente van 16 gld, mitsgaders Pieter, Jan en Lambert Pietersoonen en Claas Gerritsz Keijs en Huijbert Pietersoon, allemaal in dit dorp woonachtig, tezamen een jaarlijkse losrente van 8 gld, losbaar met 400 opvolgend 200 gld, beschadigde borgen, met als onderpand eerst een huis en erf in de Vlus waar hij tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Pieter Dircksz, ten noorden Jannitie Michiels, weduwe, mitsgaders nog en akkertje land gelegen beoosten de Vaart, groot 186 roeden, belend ten zuiden Jacob Jacobsz Kobus, ten noorden Joris Pietersz 956.
                                                  3. Grietgen OLLEBRANTS, zie 87.
                                                  4. Dirck OLLEBRANTSZ, tr. (schepenbank) Krommenie 6 febr. 1615 Griete CORNELIS, dr van Cornelis ZIJBERSZ, die hertr. met Roelif CLAESZ.
                                                      In Krommenie bekennen in 1617 Dirck en Allert Ollebrantsz, gebroeders, schuldig te wezen Pieter Pietersz alias Cornen Piet en Neel Pietersdr zijn zuster alhier een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdsom 400 gld, met als hypotheek een akker land genaamd de Hoefsacker, groot 418 roeden, belend ten zuiden Jan Maertsz, ten noorden Jan Cornelisz (gecasseerd op 30 januari 1623) 957.
                                                      In Krommenie heeft in 1618 Dirck Ollebrantsz gekocht van de erfgenamen van Jan Vreecksz een stuk land, belend ten zuiden Jan Ouwe Jacopsz, ten noorden Griete Mijn, voor 102 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest midwinter eerstkomende, heeft in 1620 Dirck Ollebrantsz gekocht van Cornelis Zijbersz zijn schoonvader een huis en erf, belend ten noorden Jan Claesz, ten zuiden Allert Ollebrantsz, voor 587 gld, te betalen op 3 komende meien, heeft in 1620 Dirck Ollebrantsz verkocht aan Claes Michielsz een huis en erf, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden de hopman, voor 346 gld, te betalen op 3 meien, en heeft in 1622 Dirck Ollebrantsz gekocht van Heijnderick Jansz poorter te Alkmaar een stuk land genaamd Claes Barentslant, groot 139 roeden, belend ten noorden de kinderen van zal. ged. Reijer Albertsz, ten zuiden de voorschreven comparant, voor 176 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Kerstmissen 958
                                                      In Krommenie koopt in 1625 Dirck Ollebrantsz van Hienderick Jansz buurman op Westzaan land bij Bloemendael, groot 352 roeden, belend ten noorden Claes Pieter Diengs kinderen, ten zuiden Jan Maertsz en Jan Willemsz, voor 600 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwelichtmisdagen 959.
                                                      In Krommenie hebben op 20 juli 1628 Roelif Claesz wonende op de Busch, man en voogd van Griete Cornelisdr, ter eenre, en Allert Ollebrantsz, Claes Claesz Aris met Claes Piets, vervangende met elkaar Pieter Pouwelsz, altezamen voogden van de nagelaten weeskinderen van zal. ged. Dirck Ollebrantsz en de voornoemde Griete Cornelisdr, ter andere zijde, te boek laten stellen de goederen de weeskinderen, nl. Olbrant Dircksz, Sijberich Dircksdr, Cornelis Dircksz en Dirckgen Dircksdr, zijn toekomende tot hun vaders erfenis, nl. de helft van een stuk land genaamd de Halve Ven, gelegen voor de Vlus, groot in 't geheel 675 roeden, belend ten noorden Griete Dircx, ten zuiden Jan Baltes, het halve huis en erf in de Vlus, belend ten noorden Claes Jansz, ten zuiden Sijmon Cornelisz, een stuk land genaamd de Schetting, groot 142 roeden, beoosten de Watering, belend ten noorden Jacop Wilm Conings, ten zuiden Dirck Piet Bax, een stuk land genaamd Jan Vreecxackertgen, groot 306 roeden, belend ten noorden Jan Pieter c.s. erfgenamen, ten zuiden de erfgenamen van Ouwe Jacop, gelegen tussen de Sarewech en de Watering achter de Vlus, nog 200 gld berustende onder de moeder met haar voornoemde man, een weefgetouw, een kevij. Voorts is bedongen dat de moeder met haar man de kinderen zal onderhouden met behouden goed. Op 22 februari 1651 hebben Harmen Gertsz, als voogd en zusterling van Baert Roelijfsz nagelaten weeskind van zal. ged. Roelijff Claes Baertsen, ter eenre, en Ollebrant Dircksz, zoon en voogd in dezen van Griete Cornelisdr de moeder van 't voorschreven weeskind, ter andere zijde, te boek doen stellen dat het kind voor zijn vaders erfenis net zo veel zal krijgen als de voorkinderen van de moeder voor hun vaders erfenis. 960
                                                      In Krommenie verkoopt in 1646 Griete Cornelisdr, weduwe van Dirck Olbrantsz, wonende alhier, aan Jacob Aris Eckgis wonende te Wormerveer 2 akkers land, de ene beoosten de Wateringh, belend ten noorden Jacob Willem Coninges, ten zuiden Dirck Piet Bax, de andere genaamd het Voldelant, groot omtrent ½ mad, bewesten de Wateringh, belend ten zuiden Jacob Eckgis, ten noorden Aris Jan Maerts en Jan Groots, voor 645 gld, te betalen 300 gld eerstkomende meidag, 175 gld mei 1647 en 200 gld mei 1648 961.
                                                      In Krommenie bekent op 10 maart 1651 Vrerijck Jan Maertsz gekocht te hebben van Griete Cornelisdr, weduwe van Dirck Olbrantsz haar eerste man, een stuk land voor de Vlus genaamd Sierkes, groot 445 roeden, belend ten noorden Jacop Willemsz, ten zuiden de kinderen van Baert Wene, voor ƒ 890, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 962.
                                                  5. Pieter OLLEBRANTSZ, tr. (schepenbank) Krommenie 13 jan. 1617 Zijtgen NANNINGSDR.
                                                      In Krommenie heeft in 1618 Pieter Ollebrantsz onze buurman gekocht van Dirck Willemsz wonende te Amsterdam een huis en erf op de Heyligewech, belend ten oosten Trijn Maertens, ten westen Pieter Maertsz, voor 180 gld, te betalen op 3 meien 963.
                                                      In Krommenie bekent in 1623 Pieter Ollebrantsz onze buurman schuldig te wezen Cornelis Pietersz Backer wonende te Kockengen 80 gld 10 st uit zake van een partij hennep, met als onderpand zijn huis met het erf waar comparant in woont op de Heiligewech, belend ten oosten Trijntgen Maertens, ten westen Pieter Maertsz, en verkoopt in 1624 Pieter Ollebrantsz aan zijn broer Allert Ollebrantsz mede onze buurman het huis en erf waar hij comparant in woont aan de Heiligewech, belend ten oosten de nagelaten kinderen van Trijn Maertens, ten westen Pieter Maertens, voor 100 gld, onder conditie dat hij comparant in 't zelfde huis zal mogem wonene zo lang hij leeft en als hij vóór zijn huisvrouw kwam te overlijdem en zij weder kwam te huwelijken, zo zullen Allert Ollebrantsz of zijn erven met het huisje met het erf hun wil mogen doen 964.
                                                178. (<89) (>356) Jonge Jan Jansz GROOTIS, overl. vóór 19 febr. 1615,
                                                    In Krommenie verkoopt in 1600 Jonge Jan Jansz Grotis, onze buurman in Krommenie, ook voor zijn broers en mede-consorten, aan Pieter Pietersz anders genaamd Comen Pieter, een hofstee of worf in 't Noortend van Krommenie, belend ten oosten de laan van Alet Woutersdr, ten zuiden de voornoemde Jonge Jan, ten westen de Heerenwech, ten noorden Gerret Maertsz 965.
                                                    In Krommenie bekent in 1601 Jonge Jan Jansz Grootis schuldig te wezen de weeskinderen van Joris Claes zal. ged. 50 gld, op rente tegen 3 gld, met als borg Gaef Claesz Nomis 966.
                                                    In Krommenie bekent op 2 oktober 1615 Jonge Jan Jansz Grootes onze buurman gekocht te hebben van de voogden van de innocente Dieuwer Hesselsdr wonende te Uitgeest een stuk land, belend ten noorden Erm Reijntges, ten zuiden Pouwels Pietersz, voor 549 gld 5 st 10 penn, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende meien, gevolgd door de opdracht door de voogden Gerrit Dingnumsz van Akersloot, Jan Claesz van Limmen en Dirck Pietersz van Uitgeest 967.
                                                tr.
                                                179. (<89) Hillegont WILLEMSDR, overl. tussen 30 jan. 1642 en 10 sept. 1642.
                                                    In Krommenie bekent in 1618 Hillegont Willemsdr, geassisteerd met Willem Jan Jansz Grootis [aangenomen dat bedoeld is „Willem Jansz Grootis”] haar overleden mans broer en haar voogd in dezen, gekocht te hebben van de erfgenamen van wijlen Claes Reijersz onze buurvrijer een stuk land, belend ten noorden Joris Cornelisz, ten zuiden Claes Pietersz, voor 106 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende midwinters, gevolgd door de opdracht door Pieter Jansz en Jacop Allertsz, onze geburen en erfgenamen van wijlen Claes Reijersz c.s., van een stuk land van 117 roeden 968.
                                                    In Krommenie verkoopt in 1625 Jan Jansz als voogd van zijn moeder Hillegont Willemsdr aan Cornelis Gertsz een stuk land genaamd Ballesven, groot 558 roeden, belend ten noorden Claes Pieter Claesses, ten zuiden Dirck Visscher, voor 1339 gld 4 st, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 969.
                                                    In 1630 testeert Hillegont Willemsdr, weduwe van Jan Jansz Grootses, wonende te Krommenie, aan Jan Jansz Grootses met Jan Jansz, haar 2 zonen, Anne Jansdr, Aefgen Jansdr, Marij Jansdr en Trijn Jansdr, dochters van testatrice, of eventueel hun descendenten, mitsgaders Jan Baertsz, zoontje van haar overleden dochter op zijn moeders plaats, elk een zevendepart; zij begeert expresselijk dat van haar goederen te erven door Jan Baertsz nooit iets zal komen aan de zijde van diens vader (getuigen zijn Jan Arisz en Claes Claesz, geburen van de testatrice) 970.
                                                    Op 30 januari 1642 maakt Hilgont Willemsdr, weduwe van Jan Jansz Grootsz, buurvrouw te Krommenie, ziekelijk te bedde liggende, een codicil, waarin zij legateert aan Jan Jansz Grootses, haar oudste zoon, en Jonge Jan Jansz haar jongste zoon, met Maerij Jansdr, haar jongste dochter, met elkaar tezamen het gehele huis met het erf waar zij met elkaar zijn wonende gelegen binnen de ban van Krommenie in 't Noordend, belend te noorden Gerrit Dircksz haar zwager [=schoonzoon], ten zuiden Aecht Coster Jansdr, met elk een koe en een bed met toebehoren, zoals ook de andere kinderen die gehuwelijkt zijn gehad hebben. De gelegateerde drie kinderen zullen naar hun deel genieten de laan of het stuk land achter het huis gelegen, genaamd Bolleszlaen, en dat op zulke prijs als onpartijdige luiden of geburen het zullen taxeren. Gedaan ter presentie van Vrerijck Jacopsz en Jan Gavijsz, geburen van de comparante. 971
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Neel JANSDR, tr. Baert Jansz BAERTS HILLES, zn van Jan Baertsz HIL en Duijf VREERICKXDR.
                                                        In Krommenie hebben op 22 februari 1621 Baert Jansz als vander van Jan Baertsz geprocreëerd bij Neel Jansdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Jan Jansz als oom en rechte bloedvoogd van 't voorschreven weeskind, te boek doen stellen de goederen 't weeskind van zijn moeder ten deel gevallen, nl. 350 roeden land uit de boel als tegenwoordig door Hillegont Willemsz zijn bestemoeder bezeten, nog 100 gld berustende mede onder de voorschreven boel van zijn bestemoer (later hiervan een obligatie gemaakt), 50 gld onder de vader Baert Jansz (later doorgehaald daar die gestorven is), en 't kind zal bij zijn voorschreven bestemoer wonen, die 't kind nog 9 jaar zal onderhouden, waarvoor de vader jaarlijks 20 gld aan haar zal uitkeren (hiervan ten overstaan van Cornelis Claesz en Jan Jansz, beiden omen, een contract gemaakt). Op 25 juli 1629 compareerden Jan Jansz wonende nu te Zaandam met Allert Jansz en Cornelis Claesz, altezamen omen en voogden, ter eenre, Jan Jansz en Gerrit Dircksz en Pieter Jansz, mede omen, ter andere zijde [verder niets]. 972
                                                        In Krommenie bekennen in 1634 Cornelis Claesz Gorter en Jan Jansz, omen en voogden van Jan Baertsz, nagelaten weesking van wijlen Baert Jansz en Neel Jansdr, staande te Krommenie onder de weeskamer, gekocht te hebben van Jacop Aerijsz wonende te Wormerveer als voogd van Duijfgen Jans, nagelaten weeskind van wijlen Jan Baertsz Hilles geboren van Griet Pouwelsdr de huisvrouw van voornoemde Jacop Aerijsz, als van dezelve, een derdedeel van een stuk land gelegen buiten Indijck genaamd de Vrouwenven, groot in 't geheel 1258 roeden, gemeen met de voornoemde Jan Baertsz, belend ten noorden de kinderen van Willem Jan Grootsz, ten zuiden Anne Floris, voor 807 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen bij egale portiën (gecasseerd op 25 juni 1636), gevolgd door de opdracht 973.
                                                        In Krommenie hebben in 1635 Jan Jansz Vingerling, wonende te Zaandam, met Allert Jansz en Cornelis Claesz, omen van 's vaders zijde van Jan Baertsz, nagelaten weeskind van zal. ged. Baert Jansz en Neel Jansdr, als voogden ter eenre, en Jan Jansz Grootsz en Jonge Jan Jansz, omen en voogden van 's moeders zijde, ter andere zijde, te boek doen stellen wat het weeskind aan goederen toekomt, o.a. een obligatie van 100 gld houdende op Gerrit Dirck Symonsz, een obligatie van 475 gld houdende op Pieter Jansz Brueders (op 10 september 1642 ten volle betaald), een obligatie van 100 gld houdende op Jan Jansz Vingerling (betaald), 325 roeden land als door Hilgont Wilmse, bestemoeder van 't weeskind, wordt bezeten en waarvan 't weeskind zijn deel zal hebben, ƒ 148-1-2 berustende onder Jan Jansz Grootsz (betaald). De bestemoeder zal 't weeskind 4 jaar onderhouden en 't land voor deze 4 jaar in huur hebben, en het kind zal haar in de hooitijd helpen hooien en elk jaar 50 gld van haar ontvangen. Op 25 juni 1636 heeft Jan Jansz Grootsz rekening gedaan ten overstaan van Cornelis Claesz Gorter. Op 19 mei 1638 heeft Jan Jansz Grootsz rekening gedaan ten overstaan van Jan Jansz Vingerling en Cornelis Claesz Gorter, waarbij besproken is dat de bestemoeder Hilgont Willemsdr het weeskind voor 3 jaar zal onderhouden en het weeskind haar zal helpen hooien. Op 10 september 1642 hebben Jan Jansz Grootsz en Jan Jansz Vingerling te boek doen stellen hetgeen het weeskind van zijn bestemoer Hilgont Willems is opgestorven, nl. 3 stukken land en 280 gld berustende onder Jan Grootsz. Op dezelfde dag bekent Claes Kertensz schuldig te wezen Jan Baertsz, nagelaten weeskind van Baert Jan Baerts Hilles en Neel Jonge Jansdr zal. ged., 360 gld, te betalen op 1 mei 1643. Op 11 september 1642 bekent Jan Jansz Grootsz, ook voor zijn broer Jan Jansz en als voogd van zijn zuster Maerij Jansdr, schuldig te wezen Jan Baertsz, nagelaten weeskind van zal. Baert Jansz Baerthilles en Neel Jonge Jansdr, 360 gld en nog 18 gld voor de renten, te betalen op meidag 1643, met als onderpand het huis met het erf waar hij met zijn broer en zuster woont in de ban van Krommenie in 't Noordend, belend ten noorden Gerrit Dircksz, ten zuiden Aecht Jansdr. Op 2 augustus 1645 is Jan Baertsz als nu getrouwd mondig en bedankt hij de weesmeesters. 974
                                                    2. Jan Jansz GROOTS.
                                                    3. Jonge Jan Jansz OOMTGE.
                                                    4. Anne JANSDR, tr. Pieter Jansz BRUEDERS.
                                                        In Krommenie wordt op 26 februari 1654 de inventaris opgemaakt van de goederen die Pieter Jansz Breeuders zijn dochter Neel Pieters, geprocreëerd bij Anna Jansdr zijn overleden huisvrouw, tot moeders erfenis bewezen heeft, ten overstaan van Jan Jansz oom en bloedvoogd, te weten 400 roeden land in de Willis in Jan Freexesacker, Stillis Willisacker en Bijlacker, met haar broer Jan Pietersz gemeen 975.
                                                    5. Aefgen JANSDR, zie 89.
                                                    6. Trijn Jans GROOTES, tr. Jasper JANSZ.
                                                        Op 17 februari 1655 wordt in Krommenie de inventaris opgemaakt van de goederen van Jan en Claas Jaspersonen, nagelaten weeskinderen van wijlen Jasper Jansz en Trijn Jansdr, beiden alhier overleden, ten weesboek gebracht door Aris Jacobsz, naaste bloedvoogd van 's vaders zijde, en Jan Jansz Grootsz en Jan Jansz Oomtge, naaste bloedvoogden van 's moeders zijde, als volgt. Jan krijgt de helft van een huis en erf in de Kerkbuert, belend ten zuiden Willem Gerritsz, ten noorden Marij Allertsdr, en een somme van 747 gld die hij dagelijks in zijn nering gebruikt, waartegen hij aan zijn broer 210 gld schuldig is, Claas krijgt de wederhelft van het huis en erf, mitsgaders 226 roeden in 2 stukken land, 't ene genaamd Kuftven, groot 380 roeden, gelegen bij 't voetpad, 't andere genaamd de Weer, groot 464 roeden, gelegen voor 't Noordtendt over de Vaart ten einde Claas Gavisz-weer, nog een stukje land gelegen over de Wateringh, groot 68 roeden, belend ten zuiden Jan Broer, ten noorden Jan Jorisz, nog van Jan zijn broer een somme van 210 gld als boven verhaald. Inboedel en huisraad zijn nog onverdeeld. 976
                                                    7. Maerij JANSDR.
                                                  180. (<90) (>360) Willem Pietersz WIT,
                                                      In Krommenie in 1615, onder „Willem Pieter Wits kint”: compareren Willem Pietersz als vader van Trijn Willemsdr geteeld bij Marij Dircksdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Claes Pietersz de naaste bloedvoogd geassisteerd met Cornelis Willemsz als voogd van 't voorschreven weeskind, ter andere zijde, en verklaarden hoe dat de voorschreven Willem Pietersz met zijn kind gedeeld had, als volgt: 't kind heeft een part in de Hoorne van omtrent 20 snees, nog 112 gld 10 st berustende onder de vader, nog een bed en een schrientgen, en heeft nog genoten van wijlen Dieuwer Claesdr van Knollendam 100 gld die niet vervreemd mogen worden bij testament. Op 7 januari 1643 heeft Claes Pietersz als man van Trijn Willemsdr de weesmeesters onder dankzegging ontslagen van hun dienst. 977
                                                      In Westzaan bekent in 1616 Willem Pietersz wonende te Krommenie gekocht te hebben van onze buurman Pieter Dircxz wonende op Wormerveer een „entgen saendycx” op het Noortend van Wormerveer, belend ten noorden en zuiden de voorschreven Pieter Dircxz, voor 372 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 achtereenvolgende Sint Lambertsdagen 978.
                                                      In Krommenie bekent in 1617 Cornelis Arisz onze buurman gekocht te hebben van Willem Pietersz zijn zwager een stuk land, belend ten noorden Kees Gerriden, ten zuiden Guert Claesdr, voor 204 gld. te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende midwinters, gevolgd door de opdracht door Willem Pietersz onze buurman 979.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1619 Egbert Symensz vanwege Jacob Arisz zijn zwager gekocht te hebben van Willem Pietersz c.s. mede buurman aldaar een stijfselmakershuis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden de voorschreven Willem Pietersz, ten noorden Pieter Dircxz, voor 1210 gld, welk huis en erf getaxeerd is op 778 gld voor de 40e penning, te betalen een derdepart gereed. de rest op 2 eerstkomende Vrouwenlichtmisdagen, te weten 1620 en 1621 980.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1620 Willem Pietersz, onze buurman [op Wormerveer], gekocht te hebben van Claes Arisz wonende aldaar een half huis en erf en de halve stijfselmakerij op Wormerveer, belend ten noorden Pieter Dircxz Neyer, ten zuiden de voorschreven Willem Pietersz, voor 609 gld gerekend, waarvan de roerende goederen van afgetrokken zijn als „beenjen beryen backen”[?] en alle andere roerende hgoederen tot de stijfselmakrij behorende voor 211 gld, en is 't voorschreven halve huis en erf met de halve stijfselmakerij door het gerecht getaxeerd op 398 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op achtereenvolgende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1621 en 1622, gevolgd door de opdracht 981.
                                                      In Krommenie heeft in 1620 Jan Arisz onze buurman gekocht van Willem Pietersz zijn zwager de helft van een stuk land genaamd Marij Jonckes, belend ten noorden Claes Pieters, ten zuiden Jan Jansz, voor ƒ 520-4-0, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende midwinters, gevolgd door de opdracht door Willem Pietersz wonende te Wormerveer van de helft van Marij Jonckeslant, groot in 't geheel 578 roeden 982.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1626 Willem Pietersz wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Fredrick Jacobsz poorter te Alkmaar 585 roeden liggende gemeen in een stuk land genaamd de Hoornen op de Schaelmeer aan de Zaendyck, belend ten noorden Jan Gerretsz op Knollendam, ten oosten de Haen, voor 643 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende gereed, de rest op 2 meidagen, te weten 1627 en 1628 983.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1634 Jacob Arisz wonende op Wormerveer aan Willem Pietersz Wit een half stijfselhuis en erf te Wormerveer, belend ten noorden Symon Cornelis Wilmes, ten zuiden Willem Pietersz voorschreven, voor 306 gld 5 st, te betalen een derde gereed, de rest op 2 midwinters 1635 en 1636 984.
                                                      In Krommenie bekent in 1634 Willem Pietersz Wits wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Cornelis Pietersz en Aerijan Pietersz wonende op Zaandam, kinderen van wijlen Marrijtgen Piet Meijckens, 2 stukken land bezijden elkaar, groot samen 611 roeden, belend ten noorden de Dycksloot, ten zuiden Jan Piet Wits, voor 1035 gld, te betalen een derdepart gereed en de andere 2 derdeparten op 2 eerstkomende midwinters 985.
                                                      In Krommenie bekent in 1634 Jan Aerijsz onze buurman, voogd van Trijn Aerisdr weduwe van Cornelis Aerijsz wonende op Krommeniedijk, vanwege dezelve gekocht te hebben van Willem Pietersz Wits wonende op Wormerveer de helft van een stuk land genaamd Coomen Sijbetsven, groot 436 roeden, belend ten noorden Jan Aerijsz, ten zuiden Jan Jacopsz, ten westen de Indijck, voo ƒ 955, te betalen een derdepart gereed en de andere 2 derdeparten op 2 eerstkomende midwinters, gevolgd door de opdracht aan Trijn Aeris 986.
                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1636 Jacob Jansz c.s. als voogden en omen van het weeskind van Jan Jansz wonende op Knollendam aan Willem Pietersz Wit wonende op Wormerveer de helft van een stuk land groot in 't geheel 902 roeden, liggende bij de „Hoorens buijten dyck”, belend ten westen Arent Claesz, ten oosten Willem Pietersz, voor 658 gld 5 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1636, 1637 en 1638 987.
                                                      In Krommenie bekent in 1640 Willem Pietersz Wits wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Pieter Pietersz Calff wonende te Wormer een stuk land bij de Noordijck omtrent de Swarte Molen, groot 356 roeden, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden Cornelis Jan Poulsz, voor 800 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 988.
                                                      In Krommenie bekent in 1649 Willem Pietersz Wits gekocht te hebben van Trijn Pietersdochter, weduwe van Pieter Claes Heynes, geburen op Wormerveer, een stuk land beoosten de Wateringh omtrent de Swarte Molen, groot 361 roeden, belend ten zuiden de comparant, ten noorden Jaep Eckgis, voor ƒ 992-15-0, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 989.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1652 Jan Baltes wonende alhier aan Willem Pietersz Wit wonende te Wormerveer een akkertje land, groot 62 roeden, in de Willis, belend ten zuiden Willem Poulisz,ten noorden Engel Gavisz, voor 60 gld, en bekent in 1653 Willem Pietersz Wit wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Allert Hanes wonende alhier een stuk land, groot 355 roeden, op de Willis, belend ten zuiden Dirck Pieters Neijer, ten noorden Gerrit Arisz, voor 710 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1653, 54, 55 990.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1653 Cornelis Sijmonsz alias Peets Kees wonende op Wormerveer aan Willem Pietersz Wits mede aldaar een hoekje erf op Wormerveer, belend ten zuiden de koper, ten noorden de verkoper, voor 15 gld 991.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1657 Willem Pietersz Witt wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Willem Allertsz en Claes Vastersz als voogden van de weduwe van Garrebrant Gerritsz mede wonende aldaar, Jacob Pietersz als voogd van Claes Garmetsz, Heijndrick Claesz als voogd van Ariaen Garmetsz, vervangende de andere voogden van de onmondige kinderen van Garmet Gerritsz, zeker huis en erf op Wormerveer, belend ten noorden Jacob Pietersz van Zanen, ten zuiden de weduwe van Willem Pietersz Gorter, voor 990 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1657, 1658 en 1659, telkens een derdepart 992.
                                                      In Westzaan verkopen in 1683 Willem Gerritsz te Krommenie, Allert Claesz, Huybert Claesz en Auwel Jansz te Wormerveer, terzamen mede-erfgenamen van zal. Bregje Pieters te Wormerveer overleden, wijders nog voor alle verdere erfgenamen van dezelve, aan Cornelis Allertsz Heertjes te Oost-Knollendam een huis en erf te West-Knollendam, zijnde het allerzuidelijkste huis en erf aldaar, voor 256 gld, en aan Gerrit Jansz Joppe wonende in de Starnmeer een erfje te West-Knollendam, belend ten zuiden de koper, ten noorden Dirck Schoen, groot 42 roeden, voor 62 gld 993.
                                                      In 1683 geven Guirt Willemsdr, weduwe van Jacob Symensz Stijffselmaeker, Gerrit Willemsz Ketter, ieder voor een vijfde, Cornelis Dircsz Krom voor hemzelf en wijders ook instaande voor zijn broers Jan, Dirck en Willem Dircsz Krommert en voor zijn zuster Alet Dircxdr, Willem Gerritsz in huwelijk hebbende Aagte Dircx, Teunis Jacobsz Kuyper getrouwd met Griet Dircx, Allert Claes Rood als man en voogd van Mary Dircx en Jan Gerritsz in huwelijk hebbende Trijn Dircx, allen [samen] mede voor een vijfdepart, Cornelis Jeroensz getrouwd met Mary Claes, Jan Claesz Jonge Jan, Gerrit Kool in huwelijk gehad hebbende Aagte Claes zal. en Huybert Claesz in huwelijk hebbende Risje Claes, kinderen van Trijn Willems, mede [samen] voor een vijfdepart, en Auwel Jansz in huwelijk hebbende Jannetje Aris, Aris Jansz d'Boer nevens voornoemde Allert Claesz Roodt voogden over de minderjarige kinderen van Aris Willemsz, voor 't resterende vijfdepart, erfgenamen van Bregje Pieters, allen wonende te Wormerveer uitgezonderd Willem Gerritsz en Gerrit Kool, machtiging aan Allert Claesz Roodt, Cornelis Jeroensz en Huybert Claesz, allen voornoemd, om aan de respectieve kopers op te dragen zodanige percelen van landen en vaste goederen als hun comparanten van de voornoemde Bregje Pieters zal. aanbestorven en vóór dato dezes openbaar of uit de hand verkocht 994.
                                                  tr. 1° (schepenbank) Krommenie 10 febr. 1611 (hij te Krommenie, zij van Knollendam) Marij DIRCKSDR,
                                                  tr. 2° (schepenbank) Krommenie 15 febr. 1615
                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                    1. Trijn WILLEMS, tr. Claes PIETERSZ.
                                                        In de banne van Westzaan wordt in 1670 naast Pieter Willemsz Wit vermits het overlijden van Claes Symen Arent Hes tot voogd over Marij en Jan Claesz wonende op Knollendam gesteld Jan Gerritsz van 't Kalff 995.
                                                  181. (<90) (>362, >363) Trijn ARISDR.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Dirck Willemsz KROMHUIJSEN, geb. 1615  462 463 of 1616, zie 90.
                                                    2. Guiert WILLEMS, tr. Jacob Symensz STIJFFSELMAECKER, overl. Wormerveer kort vóór 4 nov. 1682, wedn. van Neeltjen DIRCX.
                                                        In 1681 testeert Guirt Willems, huisvrouw van Jacob Sijmons Stijffselmaecker, aan haar broer Gerrit Willemsz Ketter 1/5, aan Trijn Willemsz haar zuster van halven bedde 1/5, aan de kinderen van haar overleden broer Dirck Willemsz Kr[omhuijsen] 1/5, aan Bregje Pieters dochter van haar overleden broer Pieter Willemsz W[it] 1/5, aan de gezamenlijke kinderen van haar overleden broer A[ris] het resterende vijfde; maar als Jannetje Aris, een dochter van Aris Willemsz, zonder kinderen komt te overlijden zal haar deel gaan aan de andere kinderen van de voorschreven Aris Willemsz zal. 996.
                                                        In Krommenie verkopen in 1720 Jacob Clasen Smit, Gerrit Willemsz Swart en Claes huijbertsen Prins, als mede-erfgenamen van Guurt Willemen Piete Wits, aan Symon Nannisse Wennes te Wormerveer 2 stukjes land over en beoosten de Vaart, het eerste gelegen aan de Noordijksloot, groot 355 roeden, genaamd het Nieuwe Ventje, belend ten zuiden Gerrit Eggese Kaantjes, ten noorden Jan Best, het andere daar dichtbij genaamd Groote Willis, groot 373 roeden, belend ten zuiden Heijn de Wever, ten noorden Jasper Gerritsen, voor 145 gld 12 st 997.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1646 Jacob Sijmonsz Stijvelsmaecker wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Jan Cornelisz Vet, molenaar, mede aldaar, een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Zijmon Willemsz, ten noorden Gerrit Thijssen, voor 1550 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 jaren, te weten 1647 en 1648, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 998.
                                                        Op 21 januari 1668 is Jacob Sijmonsz Stijfselmaecker in huwelijk hebbende Neeltje Dircx mede-erfgenaam van haar zuster Aeltjen Dircx, dochters van Marijtjen Baerts, weduwe van Dirck Pietersz alias Dirck Oom 999.
                                                        Op 22 augustus 1673 bekent Neel Dircx, laatst weduwe van Pieter Jacobsz, conform het akkoord op 13 augustus 1673 door haar, geassisteerd met Gerrit Claesz Moij haar voogd, en Jacob Sijmonsz Stijffselmaker wonende op Wormerveer gemaakt ter zake van de nalatenschap van Pieter Jacobsz zal., ontvangen te hebben van haar schoonvader Jacob Zijmonsz 82 gld, waarmee zij van alle pretentie zo ter zake van moeders erfenis als anders bekent voldaan te wezen 1000.
                                                        Op 2 juni 1679 testeert Jacob Sijmonsz Stijffselmaeker, woonachtig te Wormerveer. Hij approbeert de huwelijkse voorwaarden tussen hem en zijn tegenwoordige huisvrouw, en verklaart aan al zijn kinderen hun moeders erfenis voldaan te hebben. Tot zijn mede-erfgenamen in de legitieme portie nomineert hij Impje Jacobs, de dochter van zijn overleden dochter Trijn Jacobs, mitsgaders de 5 nagelaten kinderen van zijn zoon Dirck Jacobsz zal., bij representatie in plaats van hun ouders. Hij institueert tot zijn universele erfgenaam zijn zoon Claes Jacobsz. Ingeval de eerst genoemde erfgenamen of hun voogden na zijn overlijden geen opening of inventaris van zijn nagelaten boedel verzoeken krijgen zij meer dan hun legitieme portie (met uitvoerige specificatie). 1001
                                                        In 1681 maakt Jacob Symonsz Stijffselmaecker een codicil bij het testament van 2 juni 1679 bij dezelfde notaris als dit codicil, waarin hij prelegateert aan Claas Jacobsz, Tryn Jacobsdr en de kinderen van zijn overleden zoon Dirk Jacobsz 1002.
                                                        In 1682 verklaren de voogd van Impje Jacobs, nagelaten dochter van zal. Trijn Jacobs, mitsgaders de 3 voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van zal. Dirck Jacobsz, allen te Wormerveer woonachtig, na lezing van het testament van 2 juni 1679 van Jacob Sijmonsz Stijfzelmaker, onlangs te Wormerveer overleden, grootvader van de kinderen, in plaats van de legitieme portie aan te nemen als voorschreven kinderen ieder apart door het voorschreven testament wordt toegevoegd 1003.
                                                    3. Gerrit Willemsz KETTER, impost op begr. Wormerveer 3 dec. 1699 (impost ƒ 3), tr. Guirt JASPERS.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1648 Gerret Willemsz Ketter wonende op Wormerveer gekocht te hebben van Cornelis Pietersz wonende te Zaandam een erfje op Wormerveer, belend ten zuiden Jan Stielman, ten noorden de verkoper, voor 240 gld, te betalen een derde gereed, en op 3 meidagen 1649, 1650 en 1651 telkens een derdepart van de resterende somme, waarna de opdracht 1004.
                                                        In 1670 geven Cornelis Jaspersz Visser, Gerrit Willemsz Ketter in huwelijk hebbende Guirt Jaspers, en Jan Jaspersz wonende op Wormerveer, allen mede-erfgenamen van zal. Claes Jaspersz te Zaandam overleden, een machtiging om voor de vierschaar van Westzaan en het gerecht van Westzaan, of elders, te verschijnen op en ten laste van Lysbet Cornelis, weduwe van zal. Claes Jaspersz (met Dirck Willemsz Kromhysen en Jan Claesz Prins als getuigen) 1005.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1671 Gerrit Willemsz Ketter wonende te Wormerveer schuldig te wezen Guirt Jacobs, nagelaten dochter van zal. Jacob Pietersz Koogjes, 300 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een stuk land gelegen te wormerveer op 't Noordtendt aan de Dycksloot, belend ten zuiden Cornelis Jansz Poulus, ten noorden bruikland van Symon Jacobs, groot 718 roeden (op 30 maart 1679 bekent Jan Jacobsz voldaan te zijn) 1006.
                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1685 Jacob Cornelisz Kroeger, ook voor Gerrit Willemsz Ketter, voor hemzelf voor 2/3, voor Ketter voor 1/3, aan Adriaan Willemsz Volger, beiden te Zaandam woonachtig, een stukje land genaamd de Lap, groot 503 roeden, te Zaandam recht achter de Swannijt een kamp over de watering, belend ten zuiden de kinderen van Dirck Jansz Gijsen, ten noorden Pieter Slock, voor 251 gld 10 st 1007.
                                                        In 1685 bekent Gerret Willemsz Ketter, weduwnaar van Guijert Jaspers, wonende op Wormerveer, dat zijn overleden zoon Claes Gerretsz van wie weduwe is Aeffjen Jans ten tijde van zijn overlijden ter zake van zijn moeders erfenis van hem comparant nog was competerende 115 gld, die hij belooft te betalen 1008.
                                                        Op 7 februari 1724 geven Jasper Gerritse Visser, Claartje Klaas weduwe van Jacob Janse Visser, Dirk Janse Krom, Cornelis Claasse Leeuw, allen wonende te Wormerveer, en Abraham Gerritse Loon in huwelijk hebbende Duijfje Jans Kek wonende te Zaandijk, met de minderjarige dochter van wijlen Claas Claasse Kek enige erfgenamen ab intestato van wijlen Gerrit Willem Piet Wits te Wormerveer overleden, machtiging aan Aris Aertse Veer en Symon Janse Kok als voogden over de genoemde onmondige nagelaten dochter van Klaas Klaasz Kek, om zodanige percelen landen in Krommenie over te dragen als door constituanten op 29 januari laatstleden verkocht, en de bedongen kooppenningen te ontvangen 1009. Op 11 februari 1724 vindt in Krommenie door de gemachtigden de opdracht plaats aan Isbrant Poulse Tokjes te Wormerveer, van een stuk land op het Noordend van Wormerveer, groot 718 roeden, belend ten noorden Maarten Wildeboer, ten zuiden Aaltje Cees Jannes, voor 376 gld 19 st 1010.
                                                    4. Pieter Willemsz WIT, tr. Marij DIRCX.
                                                        In 1670 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen die Pieter Willemsz Wit op West-Knollendam, in deze banne [Westzaan] overleden, heeft nagelaten, ten behoeve van zijn dochter Bregje Pieters, op verzoek van Dirck Willemsz Cromhuijsen, Pieter Jacobsz en Gerrit Willemsz Ketter, omen en bloedvoogden (o.a. veel stof, lijnwaad, wit vlas, vlasgaren, 7 stuks koebeesten, een boeierschuitje met toebehoren) 1011.
                                                        In de banne van Westzaan worden op 1 april 1670 Dirck Willemsz Krommert en Reyer Jacobsz gesteld tot voogden over Bregje Pieters, nagelaten minderjarige dochter van Pieter Willemsz Wit en Marij Dircx op Knollendam overleden; op 31 januari 1671 zijn vermits het overlijden van de voogden tot voogden gesteld Gerrit Willemsz Ketter en Jan Dircsz Gorter op Knollendam 1012.
                                                        In de banne van Westzaan in 1670 bekent Pieter Pietersz Kaet schuldig te wezen Bregje Pieters, nagelaten weeskind van zal. Pieter Willemsz Wit, 400 gld tegen 4 gld ten 100 (door Gerrit Willemsz Ketter [haar oom en voogd] in handen van weesmeesters opgebracht), en bekennen Pieter Jansz IJff en Jan Jansz van Zanen wonende alhier schuldig te wezen Bregje Pieters, nagelaten weeskind van zal. Pieter Willemsz Wit, 300 gld tegen 4 gld ten 100 (op 31 augustus 1683 bekennen Allert Claesz Roodt en Huybert Claesz als mede-erfgenamen van zal. Bregje Pieters, ook als procuratie hebbende van de andere erfgenamen, voldaan te zijn) 1013.
                                                        Op 5 januari 1672 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen van Bregje Pieters, minderjarige dochter van Pieter Willemsz Wit en Mary Dircx zal., te Knollendam overleden, nl. een huis en erf te Knollendam, belend ten zuiden Zeegersven, ten noorden Huybert Jansz, een ven land groot 957 roeden en nog de Agterven van 757 roeden gelegen bij 't voorschreven huis, nog de Niewesackers, groot samen 440 roeden, gelegen bij de Bloemendalersluys, belend ten zuiden en noorden Aagte Cornelis, het Willeslant, groot 512 roeden, gelegen alsvoren, belend ten zuiden Josep Cornelisz, ten noorden Jan Gerritsz van 't Kalff, het Jantjeslant gelegen alsvoren, groot 216 roeden, Oom Jannesacker, groot 346 roeden, gelegen bij de Noordersluys, belend ten noorden Dirck Krommert, een stuk land in Jisp, 8 stukken land in Wormer, en in de banne van Westzaan de Hoorne gelegen aan de Zaanm, groot 1326 roeden, belend ten westen Jan van 't Kalff, ten oosten de Zaan, aan geld, zo van de roerende goederen als in de boedel bevonden, 1200 gld, als aangegeven door Reyer Jacobsz als mede-voogd vervangende Dirck Willemsz Krommert mede voogd van 't weeskind. Van deze somme is uitgesteld als volgt: op 3 juni 1670 aan Pieter Pietersz Kaet in 't Zuydent ƒ 400, op 5 dito aan Jan Willemsz Luyts ƒ 300, op 17 dito aan Pieter Jansz IJff ƒ 200, aan Jan van Zanen ƒ 300. Op 5 januari 1682 is rekening gedaan door Gerrit Willemsz Ketter en Jan Dircsz. Op 18 oktober 1672 is door de weesmeesters geconsenteerd in de verkoping van 't huis aan de Oostzijde van Knollendam voor 295 gld op 3 meidagen. Op 26 januari 1694 compareerden Gerrit Willemsz Ketter voor 1/5 erfgenaam van Bregje Pieters die ook is overleden, Jan Claesz Prins voor de staal [=stam] van Trijntje Pieters, weduwe, deszelfs moeder, voor 1/5, Jan Dircsz Crommert voor de stam van Dirck Willemsz Krommert voor 1/5, Auwel Jansz voor de stam van Aris Willemsz Wit voor 1/5, tezamen erfgenamen van zal. Bregje Pieters, ook voor de erfgenamen van Guirt Willemsz mede-erfgenaam, bekenden van de inhoud dezes voldaan zijn. 1014
                                                        In Westzaan verkoopt in 1680 Gerrit Arisz Outjes, nomine uxoris mede-erfgenaam van zal. Gerrit IJsbrantsz Hob, ook voor alle andere erfgenamen, o.a. aan Gerrit Willemsz Ketter als voogd over Bregje Pieters Wit een derdepart van een stuk land genaamd de Lap achter de weduwe van Claes Luijtses uit een kamp bewesten de Gouw, groot 528 roeden, voor 330 gld, welk stuk land genaamd de Lap, groot 503 roeden, in 1685 in zijn geheel weer verkocht wordt 1015.
                                                        In Westzaan komt in 1682 onder de crediteuren van de boedel van Pieter Pietersz Kaat voor: Gerrit Willemsz Ketter als voogd over 't nagelaten kind van zal. Pieter Willemsz Wit, Bregje Pieters, voor 400 gld uit kracht van weesmeesters dd. 3 juni 1670 1016.
                                                    5. Aris Willemsz (de) WIT, tr. Aefje ARIS.
                                                        in Krommenie verkoopt in 1659 Aris Willemsz Wit, ook voor zijn vader Willem Pietersz Wit, aan Cornelis Josephs Gorter een akker land genaamd Konincksakker, gelegen voor de Vlus, belend ten zuiden Jan Cornelisz, ten noorden de koper c.s., voor 348 gld 1017.
                                                        In de banne van Westzaan zijn in 1670 tot voogden gesteld Dirck Willemsz Kromhuyzen over Willem Arisz, Gerrit Willemsz Ketter over Guirtje Aris en Pieter Willemsz Wit over Jannetje Aris, allen nagelaten kinderen van zal. Aris Willemsz geprocreëerd bij Aafje Aris te Wormerveer 995.
                                                        In de banne van Westzaan wordt op 11 februari 1670 de inventaris opgesteld van de goederen die Aafje Aris, weduwe van Aris Willemsz, haar 3 kinderen, genaamd Willem, Guirtje en Jannetje Aris, tot vaders goed heeft bewezen, nl. de helft in een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Poulus Jacobsz, ten noorden de erfgenamen van Jacob Pietersz van Sanen, en zijn de vooschreven weduwe ter eenre, en Gerrit Willemsz Ketter en Pieter Willemsz Wit, als mede-voogden ook instaande voor Dirck Willemsz Krommert, ter andere zijde, verdragen dat de voorschreven weduwe haar kinderen zal opbrengen tot hun mondige dag of huwelijkse staat. Op 6 april 1694 verklaarden Auwel jansz getrouwd met Jannetje Aris, ook als enigermate erfgenaam geweest van Guurtje, volkomen voldaan te zijn. 1018
                                                        In Krommenie verkoopt in 1680 Gerrit Willemsz als voogd over de kinderen van wijlen Ares Willemsz de Witt aan Jan Baertsz, allen wonende te Wormerveer, een stukje land beoosten de Wateringh, groot 62 roeden, belend ten zuiden Aris Jansz de Boer, ten noorden Joseph Cornelisz Gorter, voor 7 gld 15 st 1019.
                                                        In Westzaan is in 1680 Auwel Jansz Valck, man en voogd van Jannetje Aris, eiser contra Gerrit Willemsz Ketter, gewezen voogd van eisers huisvrouw, Aris Jansz de Boer mitsgaders Allert Claesz alias Allert Baertsz, voogden van de minderjarige broer en zuster van eisers huisvrouw, allen kinderen en erfgenamen van Aefje Aris, om de pertinente staat en inventaris van de boedel door zijn vrouws moeder Aefje Aris met de dood ontruimd 1020.
                                                  188. (<94) (>356) Willem Jansz GROOTIS, schepen van Krommenie 1021, overl. vóór 15 juli 1620,
                                                      In Krommenie heeft in 1600 Willem Jansz Grootis als vader van Acht Willemsdr gewonnen bij Achte Pietersdr zal., met Pieter Pouwelsz als grootvader, te boek laten stellen hetgeen Willem Jansz met zijn voorschreven kind toekomende is, nl. de halve Vrouweven, groot 540 roeden, de helft van Claes Verheijtsven, groot 1069 roeden, zijn huis met het derdepart van het hooihuis en van de werf, te Jisp het Hoochweer half, groot in 't geheel 9 vierdel, 2 deel in Keelwilsven, in 't geheel groot 7 vierdel, de helft van Cornelis Janssens, groot in 't geheel ½ mad, aan inkomsten 530 gld, en dat van leer en anders, hiertegen aan schulden die hij achter is 327 gld 10 st, en nog 1 pond jaarlijks door de zalige moeder [van het kind] aan de blinde zoon van Mighiel besproken. Alles zal gemeen zijn tot wederzeggen. Op 13 december 1601 hebben Willem Jansz en de bestevader gedeeld. Het kind zal hebben de halve Vrouweven, groot 540 roeden, de helft van Claes Verheijtsven, groot 1069 roeden, 300 gld, een goed bed met toebehoren, en Willem Jansz belooft het kind op te voeden tot zijn mondige jaren voor de rente van de voorschreven goederen, met behouden goed. Op 31 mei 1605 bekent Willem Jansz voor zijn kind 13 gld 10 st ontvangen te hebben. Op 1 mei 1607 compareert Willem Jansz als vader van dit kind met Adam Pietersz als oom, en heeft laten aantekenen wat het van zijn grootvader is aangeërfd, nl. 2 kampen in Jisp, groot omtrent 4½ vierendeel, aan geld 122 gld op een obligatie houdende op de vader (hieruit is Pieter Hesses halve ventgen gesproten), nog het aandeel van 11 gld lijfrente, nog zal het weeskind op mei 1615 van zijn vader de halve ven van Pieter Haesz ontvangen. 1022
                                                      In Krommenie bekent in 1612 Jan Jansz onze buurvrijer schuldig te wezen Willem Jansz Grootis onze buurman 50 gld tegen de penning 16, waaraan hij verbindt zijn huis en erf op de Heijlijgewech, belend ten oosten Trijn Allertsdr, ten westen Gerrit Cornelisz, ten noorden de Kercksloodt, ten zuiden de Achtersloodt (gecasseerd op 3 mei 1646), en verkoopt in 1613 Willem Jansz Grootis onze buurman aan Jan Willemsz onze buurman een stuk land genaamd Grietesacker, groot 163 roeden, belend ten noorden Jonge Jan Grootis, ten zuiden Tijs Woutersz, voor 140 gld 1023.
                                                      In Krommenie compareren op 13 februari 1613 Willem Jansz Grootes, ter eenre, Vrerick Jansz als bestevader en rechte bloedvoogd van de 4 onmondige kinderen van de voornoemde Willem Jansz gewonnen en geteeld bij Anna Vrericksdr zal. ged., ter andere zijde, en hebben de goederen laten aantekenen die de vader aan de kinderen bewezen heeft als hun moeders erfenis, nl. de helft van Pieter Willemsz Haessenven, groot omtrent 5 vierendeel land, nog 200 gld berustende onder de vader, met de conditie dat de vader de kinderen zal onderhouden tot hun mondige jaren van de renten van de voorschreven goederen. Op 15 juli 1620 is dit veranderd: de 200 gld is gerekend op 165 gld en hiermee en met de dood van hun vader hebben de kinderen nog 550 roeden in Mangelventgen. Op 9 mei 1621 heeft Dirck Jansz Grootes als oom en rechte bloedvoogd van de weeskinderen van Willem Jansz Grootes zal. ged. de goederen laten aantekenen als 785 roeden in de Vrouwenven, groot in 't geheel omtrent 2 maden, nog in Mangelsven 550 roeden, met nog 50 gld aan geld berustende onder Jan Arisz Molenaer. 1024
                                                      In Krommenie heeft in 1618 Claes Pietersz Hansz onze buurman verkocht aan Willem Jansz Groots onze buurman een stuk land groot 312 roeden, belend ten noorden Guerte Mijs, ten zuiden Wouter Willemsz, voor 632 gld, te betalen 1/3 gereed en de rest de 2 eerste midwinters (betaald, en geroyeerd op 11 februari 1620) 1025.
                                                      Op Krommenie hebben op 15 juli 1620 Pieter Cornelisz van Westzaan, broer en voogd van Duijf Cornelisdr nagelaten weduwe van Willem Jansz Grootis onze zal. ged. buurman, vanwege voornoemde Duijf Cornelis, ter eenre, en Dirck Jansz Grootis als oom en rechte bloedvoogd van de onmondige kinderen van de voornoemde Duijf Cornelisdr gewonnen en geteeld bij de voornoemde Willem Jansz, laten aantekenen wat de weeskinderen ten deel gevallen is als hun vaders erfenis, nl. de helft van het land dat hun vader van Claes Trijn Hanssen gekocht heeft, 153 roeden in Mangelsventgen, aan geld 84 gld berustende onder de moeder, nog 160 gld opgeërfd door de dood van hun zal. halfzuster berustende onder hun moeder (waarvan Gerrit Dirck zijn wijf 100 gld heeft op een obligatie); voorts blijven de kinderen bij hun moeder zitten tot er anders in voorzien zou mogen worden 1026.
                                                      In Krommenie hebben in 1634 Jacop Jansz zoon en voogd van Duyf Cornelisdr, ter eenre, Dirck Jansz Grootsz, oom en bloedvoogd van Willemtgen Willemsdr nagelaten weeskind van zal. Willem Jansz Grootsz geprocureerd bij de voornoemde Duyf Cornelisdr, ter andere zijde, te boek doen stellen de goederen die 't voorschreven weeskind toekomende zijn, nl. 3 vierdeparten in een stuk land groot in 't geheel 300 roeden, genaamd Claes Trijnhanssen, belend ten zuiden Claes Dirksz Conins, ten noorden Guerte Mijsen; voorts is geconditioneerd dat Duyf Cornelis met haar voorschreven kind zal blijven zitten tot hier anders in zal worden voorzien. Op 13 mei 1648 is voor weesmeesters een briefje vertoond van Arent Symonsz, man en voogd van Willemtgen Willemsdr, waarin stond dat hij Arent bekent voldaan te wezen van de voorschreven goederen van zijn huisvrouw. 1027
                                                      In Krommenie in 1634 worden als voogden van moederszijde van de 4 nagelaten weeskinderen Willem, Baert, Duyff en Jan(tgen) van Claes Jansz en Aechte Willemsdr genoemd Jan Willemsz en Claes Willemsz, omen, en Dirck Jansz, oudoom. Op 5 september 1635 krijgen deze kinderen nog 90 gld uit de erfenis van Antgen en Aechgen Willemsdr, halve zusters van de moeder van vaderszijde. 1028.
                                                  tr. 1° Achte PIETERSDR,
                                                  tr. 3° (schepenbank) Krommenie 12 maart 1613 (zij van Westzaan 1029) Duijf CORNELISDR, dr van Cornelis PIETERSZ en Mary CLAESDR,
                                                      In Krommenie hebben op 1 maart 1613 Duijf Cornelisdr als moeder ter eenre, en Cornelis Jacopsz en Baert Jacopsz als omen en bestorven voogden van de kinderen van wijlen Jan Jacopsz Houniet ter andere zijde, doen aantekenen wat de weeskinderen, nl. Alidt, Aef en Jacop, tegenwoordig hebben 1030.
                                                      In Krommenie heeft in 1627 Engel Jacopsz onze buurman, als voogd van Duif Cornelisdr weduwe van Willem Jansz Grotes, gekocht van Jan Willemsz mede onze buurman, 400 roeden in een stuk land genaamd Mangelsven, groot in 't geheel 704 roeden, belend ten noorden Guerte Boijtgis, ten zuiden Stercke Baert, voor 780 gld, te betalen de helft gereed en de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1031.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1639 Baert Jansz aan Duijf Cornelisdr, beiden onze geburen, een part in een stuk land genaamd Mangelsventgen, gemeen met haar, Duijf Cornelisdr, belend ten noorden Jan Jacopsz, ten zuiden Allert Olbrantsz, voor 130 gld 1032.
                                                      In Krommenie bekent in 1640 Dirck Jansz Schoen gekocht te hebben van Jacop Jansz en Duijf Cornelisdr zijn moeder een huis met erf in 't Noordend, belend ten noorden Aecht Jansdr, ten zuiden Duijf Cornelis zelf, voor 800 gld, te betalen een vierdepart gereed en 3 vierdeparten op 3 eerstkomende meidagen 1033.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1641 Jacop Jansz als voogd in dezen van zijn moeder Duijf Cornelisdr aan de gemene huisarmen te Krommenie 2 bezegelde brieven, van 22 februari 1604 en van 27 juni 1614, beide met hoofdsom 50 gld ten laste van Jan Gavijsz (gecasseerd op 3 juni 1646) 1034.
                                                      In Krommenie bekent op 2 maart 1646 Jan Joorijsz gekocht te hebben van Aerent Sijmonsz en Duijf Cornelisdr een stuk land in de Willes genaamd Claes Trijn Hanses, groot 296 roeden. belend ten noorden Fijtgen Ghijssen, voor 580 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1035.
                                                      In Krommenie bekent in 1648 Thijs Pietersz gekocht te hebben van Duif Cornelisdr, onze geburen, een stuk land genaamd de Laen, groot 276 roeden, belend ten westen en zuiden Aecht Coster Jansdr, voor 840 gld, te betalen een derdepart gereed en 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 1036.
                                                  tr. 2°
                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                    1. Aechte WILLEMSDR, tr. Claes JANSZ.
                                                        In Krommenie bekent in 1643 Willem Claesz, onze buurman te Krommenie, schuldig te wezen zijn zuster Duyf Claesdr 600 gld, welke somme hij onder zich mag houden zonder interest te betalen mits dat zij bij hem zal mogen wonen en ook met hem eten en drinken naar behoren, met als borgen Cornelis Claesz Gorter en Garmet Aerijansz zijn schoonvader. Op 5 juni 1655 compareerden Jan Claesen, Baert Claesen, en Jan Willemsen, Claes Willemsen en de voorschreven Jan Claesen als voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Willem Claesen, allen tezamen erfgenamen van Duyff Claes hierneven vermeld. 1037
                                                        In Krommenie bekent op 4 maart 1633 Jacop Cornelisz gekocht te hebben van de omen en voogden van de kinderen van zal. Claes Jansz en Aechte Willemsdr, altezamen onze geburen, een huis met het erf in 't Noordend, belend ten noorden Jacop Eren, ten zuiden Jan Poulsz c.s., voor 990 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht door Allert Jansz Schipper, onze buurman, oom en voogd van de kinderen, ook voor de andere voogden 1038.
                                                           Uit het derde huwelijk:
                                                      1. Marij WILLEMS, tr. Baart Jansz CAPITEIJN.
                                                          In Krommenie bekent in 1663 Jan Baartsz Viskooper alhier gekocht te hebben van Baart Jansz Capiteijn, voor de ene helft, en van Jan en Klaas Willemssoonen Grootes, omen en bloedvoogden van deszelfs Capiteijns kinderen, voor de wederhelft, een huis en erf in 't Noordendt, belend ten zuiden de weduwe van Klaas Koningen, ten noorden Jacob Jansz Cleijn Jaap, voor 700 gld, te betalen 400 gld gereed, de rest op 4 meidagen 1664, 1665, 1666 en 1667; ter meerdere verzekering constitueert Griete Dircx, weduwe van Sijmon IJsbrantsz, mede alhier, zich als borg voo Jan Baartsz, haar schoonzoon 1039.
                                                      2. Willemtgen WILLEMSDR, tr. Arent SIJMONSZ.
                                                          In Krommenie bekent in 1646 Jan Joorisz gekocht te hebben van Arent Sijmonsz en Duif Cornelisdr een stuk land in de Willes, genaamd Claes Trijn Hanses, groot 246 roeden, belend ten noorden de weduwe van Wouter Jansz, voor 500 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1040.
                                                    189. (<94) (>378) Anna VRERICKSDR.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Jan Willemsz GROOT, geb. ca. 1607, zie 94.
                                                      2. Claes Willemsz GROOTES, tr. Trijn JANS.
                                                          In Krommenie wordt in 1654 de inventaris opgemaakt van hetgeen Claes Willemsz Grootes, woonachtig alhier te Krommenie aan de Heijligewech, zijn 2 onmondige kinderen, met namen Jan Claes en Annetge Claesdr, geprocreëerd bij Trijn Jans zijn overleden huisvrouw, tot hun moederlijke erfenis heeft bewezen, in presentie van Pieter Jansz wonende op 't Kalff, oom, en Steve Teunisz wonende op de Koog, neef, van de kinderen van de verstorven zijde, als volgt: de helft van een huis en erf op de Heijligewech, belend ten oosten Jacob Willemsz, ten westen Jan Claes Jannes, nog 100 gld berustende onder de vader, die de renten van deze goederen zal gebruiken om de kinderen te onderhouden tot hun mondige jaren of huwelijk toe. Op 22 juli 1665 bekenden Jan Claesz en [niets] Cornelisz in huwelijk gehad hebbende Annetje Claes, nu mondig zijnde, de goederen ontvangen te hebben. 1041
                                                      3. Antgen WILLEMSDR.
                                                      4. Aechgen WILLEMSDR.
                                                    194. (<97) Michiel JANSZ,
                                                        In Krommenie heeft Cornelis Phillipsz te Aarleveen, die op 14 mei 1627 voor onze vierschaar verkregen heeft zeker appointement [beschikking] ten laste van de erfgenamen of nagelaten goederen van z.g. Michiel Jansz en Ris Aerijansdr in de somme van 29 gld, ter cause van koop van hennep door de overledene van hem ontvangen, verzocht om 't voorschreven appointement ter executie te stellen, waarop schout en schepenen arrest [beslaglegging] gedaan hebben op zeker huis en erf in 't Suijdent, belend ten noorden Dirck Arijsz, ten oosten en zuiden Pieter Jansz, ten westen de Heerenwech, laatst door de voornoemde Michiel Jansz en Ris Aerijansdr gepossideerd en nagelaten, om het op 1 september 1628 te verkopen op 't rechthuis, waarvan koper is gebleven Pieter Jansen, onze mede-schepen, uit naam van Alijt Claesdr, weduwe van Pouwels Claesz, voor 204 gld gereed geld 1042.
                                                    tr.
                                                    195. (<97) Ris ARIAENS.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Jannetje MICHIELS, tr. Jan NANNINGSZ.
                                                          In Krommenie verkopen in 1662 Jannitje Michiels, weduwe van Jan Nanningsz, met Jacob en Pieter haar mondige zonen, een huis en erf in de Vlus, belend ten zuiden Pieter van der Laen, ten noorden Cornelis Claesz Haver[?], betaald met een termijnbrief [geen koper vermeld] 1043.
                                                      2. Jan MICHIELSZ, tr. 1° Krommenie 15 dec. 1624 (zij van Knollendam) Guerte MIESSEN, ondertr. 2° ald. 23 juli 1645 (hij weduwnaar wonende op de Horn, zij weduwe van Alkmaar) Mientien JACOBS.
                                                          In Krommenie bekennen in 1647 Jan Cornelisz Bloes en Maerten Maertensz anders Dubbelde Maerten, wonende beiden in de Schermeer, gekocht te hebben van Jan Michielsz een huis en erf in de Horn, belend ten oosten Sijmon Rickes, ten westen Claes Sijmonsz, voor 1000 gld, op welk huis en erf de brouwer in de Oolijfant een bestek van 375 gld op heeft dat daarop blijft staan, de verdere somme te betalen mei eerstkomende ƒ 250, Allerheiligen eerstkomende ƒ 37-10-0 en mei 1648 ƒ 137-10-0, en dan mei 1649 en 1650 telkens 100 gld 1044.
                                                      3. Prijne MICHIELS, zie 97.
                                                      4. Aris MAECHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 21 aug. 1605 als Aernout, ondertr. 1° ald. 30 okt. 1633 Marij TEUNIS, ondertr. 2° ald. 29 maart 1637 (zij jongedochter van Oudewater wonende te Assendelft) Pietertgen MATTHYS.
                                                      5. Jacob MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 sept. 1609 (doopgetuige Helisabet Jans, huisvrouw van de predikant).
                                                      6. Anna MAECHIELS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 4 april 1611 als Annetgen (doopgetuige Helisabeth Jansdr, huisvrouw van de predikant), tr. Cornelis THYSSEN.
                                                    208. (<104) Allert Claesz BACKER,
                                                        In Krommenie wordt op 2 januari 1605 Allert Claesz Backer gekozen als voogd van een van de 4 jongste kinderen van Dirck Maertsz van Krommeniedijk 1045.
                                                        In Krommenie in 1617 bekent Claes Claesz Fijes, onze buurman, gekocht te hebben van Allert Claesz Backer, mede onze buurman, een stuk land [groot 166 roeden], belend ten noorden Cornelis Baertsz, ten zuiden bruikwaar van Jan Ouwe Jacops, voor 174 gld, te betalen een derdepart gereed en de rest op 2 eerstkomende midwinters (gecasseerd omdat met gereed geld betaald is), gevolgd door de opdracht, en verkoopt Allert Claesz Backer aan Baert Cornelisz, mede buurman, een stuk land groot 295 roeden, belend ten noorden Jan Korver, ten zuiden Jan Claesz, voor 474 gld 1046.
                                                    tr. N.N.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Claes Allertsz BACKER, zie 104.
                                                      2. Niesgen ALLERTSDR, tr. Baert JANSZ.
                                                          In Krommenie compareren op 19 mei 1638 Baert Jansz, echte man geweest van zal. ged. Niesgen Allertsdr, ter eenre, en Claes Allertsz Backer, broer van de voornoemde Niesgen en voogd van de nagelaten kinderen die Baert Jansz en Niesgen samen geprocureerd hebben, Cornelis Baertsz met Lijsgen Baertsdr en Antgen Baertsdr, ter andere zijde, en hebben te boek doen stellen hetgeen de vader zijn voornoemde kinderen tot hun moeders erfenis bewezen heeft, nl. elk 200 gld. Voorts is geconditioneerd dat de vader zijn kinderen zal onderhouden tot hun mondige jaren met behouden goed. Voorts heeft Baert Jansz de meisjes elk een bed en de zoom een weefgetouw bewezen. Op 21 augustus 1641 bekent Cornelis Baertsz, gehuwelijkt, van zijn moeders erfenis voldaan te wezen. Op 19 december 1646 heeft Baert Jansz, ten overstaan van Claes Allertsz, oom en voogd van Antgen Baertsdr, te boek doen stellen hetgeen hetzelve weeskind is opgestorven van haar overleden zuster Lijsgen Baertsdr, nl. ƒ 90. Op 12 juli 1656 bekent Jacob Jansz, in huwelijk hebbende Antgen Baertsdr, voldaan te zijn van de 240 gld zijn huisvrouw bewezen en opgestorven. 1047
                                                          In Krommenie verkoopt op 26 augustus 1639 Baert Jansz aan Duijf Cornelisdr, beiden onze geburen, een part in een stuk land genaamd Mangelsventgen, gemeen met haar, Duijf Cornelisdr, belend ten noorden Jan Jacopsz, ten zuiden Allert Olbrantsz, voor 130 gld 1032.
                                                    216. (<108) (>432) Hilbrant DIRCKSZ,
                                                        In Krommenie verkoopt in 1636 Hilbrant Dircksz, onze buurman op de Horn, aan Engel Pietersz een huisje met erf op de Horn, belend ten oosten Nies Huibertsdr, ten westen Pieter Pietersz Neesses, voor 150 gld 1048.
                                                    tr.
                                                    217. (<108) (>434) Trijn CORNELISDR.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Dirck HILBRANTSZ, zie 108.
                                                      2. Diewer HILLEBRANTS, tr. (schepenbank) Krommenie 5 febr. 1627 Juerijaen THEUNISZ.
                                                      3. Aris HILLEBRANTSZ, ondertr. Krommenie 7 mei 1634 (hij van de Horn, zij jongedochter te Akersloot) Magdaleentje JANS.
                                                      4. Sijmon HILBRANTSZ.
                                                          In Krommenie zegt in 1649 Sijmon Hilbrantsz, als gearrsteerde op een kar of berrie vanwege Claes Claesz Killen, arrstant, dat het arrest [=de beslaglegging] ten onrechte is gedaan, en dat hem dezelve berrie of kar niet toekomt maar dat hij vóór het arrest hem al had verkocht aan Gerrit Dircksz voor 10 gld 1049.

                                                    Generatie IX (<VIII, >X)

                                                    256. (<128) Dirck die BREEWER.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1570 Jan Iacobsz [in de kop: Jan Iacobsz op de Dyck] schuldig te wezen Dirck die Breewer op Zaandam 5 gld 's jaars, te lossen met 100 gld, met als onderpand de helft van een ven groot omtrent 5½ mad liggende in de Willens bewesten de Watering, 't end aan Ronsven, belend ten zuiden Cornelis Ian Nannis, ten noorden Cornelis Claesz en Gerit Arisz 1050.
                                                             Uit onbekende relatie(s):
                                                        1. IJsbrant Dircxz BREUWER, zie 128.
                                                        2. Marytgen DIRCX.
                                                        3. Griete DIRCXDR, tr. 1° Luijt JANSZ, tr. 2° Jacob SYMONSZ.
                                                            In de banne van Westzaan hebben in 1592 Gerrit Claesz als oom en bestorven voogd van Luijt Jansz zal. mem. zijn kind, dat hij geteeld heeft bij Griet Dircxdochter, ter eender, en IJsbrant Dircx oom van moederszijde, bewijs gedaan van 't voorschreven kind zijn goeden, nl. een vierdedeel in een ven achter het huis van Guiert Pouwels, belend ten zuiden Claes Jan Aeffes, ten noorden Owe Pieter en Pieter Teewesz, en is bevoorwaard dat Griet Dirrcx dit voor het weeskind zal houden met behouden goed tot zijn 18 jaren toe, en zij erfgenaam zal wezen als het kind kwam te sterven (ondertekend als Gerryt Claessen en IJsbrant Dirckson) 1051.
                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1615 Dirck Sybrantsz onze buurman op Zaandam, als voogd van Griete Dircxdr weduwe van Jacob Symensz, voor de weduwe gekocht te hebben van Frans Dircksz Poort wonende op Zaandam een huis en dijkerf bij Zaandam op de Hoogendyck, belend ten oosten Meycken het Laekewyff, ten westen Gerret Arisz, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1615, 1616 en 1617 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 1052.
                                                            In 1616 compareren voor de weesmeesters van de banne van Westzaan Dirck Sybrantsz wonende te Zaandam, als voogd van Griete Dircxdr weduwe van jacob Symonsz z.g., ter eenre, en [niets] mede buurman te Westzaan, als wettig gecoren voogd van Symon Jacobsz het nagelaten weeskind van Jacob Symonsz geprocreëerd bij Griete Dircxdr, en heeft Dirck Sybrantsz vanwege Griete Dircxdr het weeskind bewezen als vaders erfenis 245 gld, nog de helft van een stuk land achter Willem Symonsz Hannes, groot in 't geheel ½ mad, belend ten zuiden Dirck Jansz, ten noorden het weeskind van Pieter Symon Hannes, nog een custingbrief van 4 gld 's jaars, nog 50 gld [niet afgemaakt] 1053.
                                                            In de banne van Westzaan maakt in 1612 Jacob Simonsz, onze buurman, een codicil met de bepaling dat als hij vóór Griete Dircx zijn beminde huisvrouw dezer wereld komt te overlijden zij nog een jaar na zijn overlijden in 't huis zal blijven wonenen, met gebruik van alle materialen als turf en hout mitsgaders alle eetbare waren, 't zij rogge, boter, kaas, tarwe, vlees of spek, en dat zij zijn vrunden en bekenden wel zal tracteren dat lopende jaar als zij hier komen en bezoeken 1054.
                                                        4. Jacob DIRCXZ.
                                                        5. Cornelis Dircxz BREUWER, tr. N.N.
                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1593 Cornelis Dirickxz van Zaandam aan IJsbrant Dirickxz zijn broer een zesdepart in Breukoeyen, welke zesdepart groot is omtrent 3 hond en ligt te Zaandam buiten dijk, item nog omtrent 3 hond land in een stuk land genaamd Peetisven binnen Zaandam, belend ten zuiden Claes Jan Avis 1055.
                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1622 Jacob Dircxz Cop wonende op Zaandam gekocht te hebben van Dirck Cornelisz Breuwer c.s. mede buurman aldaar een huis en erf op Zaandam in de Horn beoosten de Dijck of [Heren]wech, belend ten zuiden de voorschreven Jacob Dircxz, ten noorden Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen, voor 800 gld, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624, gevolgd door de opdracht 1056.
                                                        6. Claes DIRCXZ.
                                                      266. (<133) Arent, alleen bekend van 4 dochters,
                                                      tr. N.N.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Aeff ARENTSDR, zie 133.
                                                        2. Alijt ARENTSDR.
                                                        3. Guert ARENTSDR.
                                                        4. Neel ARENTSDR, tr. Willem Claesz CORVER.
                                                            In de banne van Westzaan testeren in 1617 Willem Claesz Corver en Neel Arentsdr, echteluiden wonende op Zaandam. De langstlevende zal hebben de usufructus van 't huis en erf mitsgaders alle rente van 't geld en 't gebruik van al het huisraad en inboedel. Zij legateren aan de kinderen van Alyt Arentsdr, Aeff Arentsdr en Guert Arentsdr al het huisraad en de inboedel door de langstlevende met de dood ontruimd, hoofd voor hoofd, bij aflijvigheid de kinderen in vaders of moeders plaats, of grootvaders of grootmoeders plaats, item heeft Willem Claesz nog gelegateerd van zijn goed aan Anna Pieters alias Anna Pieters Noomen, geboren van Aecht Sybrantsdr, 100 gld, en nomineert Nel Arentsdr tot haar universele erfgenamen de voorschreven kinderen van haar 3 zusters, als hiervoor, met expresse conditie nochtans dat als een zusterskind kwam te overlijden zonder kinderen achter te laten dan haar goederen zullen gaan naar de [andere] kinderen van haar zusters. 1057
                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1617 Jan Symonsz IJperen, waarschap van de Hondtsbossche, onze buurman, aan Willem Claesz Corver wonende op Zaandam een stuk land genaamd Garmet Jansz, groot 360 roeden, liggende op 't noordend van de Saerdammer Watering, belend ten zuiden de Schipsloot, ten noorden Jan Garbrantsz, voor 408 gld 10 st 1058.
                                                      272. (<136) Sybrant PIETERSZ.
                                                          Voor de 10e penning in 1562, onder het Sardammer verndel liggende bij Sardam langs en bij de Hooghendyck, binnen en buiten, tot aan de Wessaner Overtoom toe: Syberant Pietersz, een huis met 4 morgen land getaxeerd op 21 gld, facit 2£ 2 st 1059.
                                                          In de banne van Westzaan in 1564 bekent Zybrant Pietersz [te Zaandam] schuldig te wezen Willem Pouwelsz te Amsterdam een jaarlijkse losrente van 30 gld staande op 2 maden gelegen te Zaandam achter Cornelis Baerntsz in de Willens, belend ten zuiden Arien Claesz, ten noorden Baert Simesz, nog op een mad land in de Waetering achter Claes Houwers bij Zaandam, te lossen met 500 gld, met als borg Dirick Gerritsz van Zaandam, en bekent Dirck Gerritsz van Zaandam [rentmeester van 't Hontsbosch] schuldig te wezen Zybrant Pietersz zijn buurman een jaarlijkse losrente van 15 gld staande op zijn huis en worf waar hij nu woonachtig is te Zaandam, belend ten zuiden de voorschreven Zybrant Pietersz, ten noorden Jan Jacobsz, hoofdgeld 250 gld 1060.
                                                          Voor de 100e penning van 1569, onder Saendammer vierendel ofte polder: Sybrant Pietersz, een huisje met 4 morgen min een half hond land, gesteld op 20 gld, fact 4£ 8 st 1061.
                                                               Uit onbekende relatie(s):
                                                          1. Pieter SIJBRANTSZ, overl. vóór 27 febr. 1611.
                                                              In de banne van Westzaan zijn op 27 februari 1611 ten noorden aan de Cleyne Colvencamp belend de erfgenamen van Pieter Sybrantsz 1062.
                                                          2. Claes SIJBRANTSZ.
                                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1600 Jan Jacobsz wonende op Zaandam aan Claes Sybrantsz wonende mede aldaar de helft van een stuk land genaamd Heyn Jan Roemsven, groot omtrent in 't geheel 2½ mad, bij Jan Claes Louwes op de Waetering, belend ten zuiden een stuk land genaamd Heyn Jan Roemsven, ten noorden Pieter Sybrantsz 1063.
                                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1609 Claes Arentsz wonende op Zaandam aan Claes Sybrantsz mede onze buurman wonende op Zaandam een vierdepart in een stuk land genaamd het Cleyne Ventgen, groot in 't geheel omtrent 7 hond, gelegen achter Hendrick Claesz uit een kamp van de Dycksloot, belend ten zuiden Claes Sybrantsz, ten noorden Aris Cornelisz 1064.
                                                          3. Trijn SYBRANTSDR, tr. Heynderick CORNELISZ, alias Ouwe Heyn.
                                                              Getaxeerd in 1612, Saerdammer verndel: Treyn Sybrants haar huis ƒ 600 543.
                                                              In de banne van Westzaan zijn in 1617 Pieter Pietersz Smidt op Zaandam, als vader van zijn twee kinderen die hij geprocreëerd heeft bij Neeltgen Heyndricxdr zijn huisvrouw genaamd Grietgen en Thryntgen Pietersdochteren, ter eenre, en Pieter Cornelisz mede wonende op Zaandam als oudoom en voogd en Cornelis Heynderick oom en voogd, ter andere zijde, overeengekomen dat de voorschreven Pieter Pietersz hun moeders erfenis als volgt heeft bewezen, 350 gld aan geld waarvan onder Dirck Sybrants berust 175 gld, 75 gld onder Sarel Jansz, 100 gld onder Govert Bruyntsz te Amsterdam, nog 100 gld berustende onder Thryn Sybrants bestemoeder van de kinderen, voor welke geld en goederen de voorschreven Cornelis Heyndericxz de kinderen aangenomen heeft met behouden goed op te brengen tot hun 24 jaren, maar onder zulke restrictie dat als een kind vóór die 24 jaren overlijdt het andere kind voor de helft en Cornelis Heyndricxz voor de andere helft erfgenaam zal zijn, en als beide kinderen vóór hun 24 jaren overlijden zo zal Cornelis Heyndricxz alleen erfgenaam zijn. Op 10 januari 1642 compareerde Allert Garbtrantsz voor weesmeesters en verklaarde ontvangen te hebben de somme van 150 gld van de somme die onder Dirck Sijbrantsz berustende was. 1065
                                                              In de banne van Westzaan testeert in 1618 Thryn Sybrantsdr, onze buurvrouw wonende op Zaandam. Zij legateert aan Cornelis Heyndericxz haar zoon, om zijn getrouwe dienst, 4 streepjes land genaamd de Willes, groot omtrent 3½ hond, liggende in een kamp over de Zuyer Watering, belend ten zuiden Claes Jansz, ten noorden Dirck Sybrantsz, en nomineert tot haar universele erfgenamen de voorschreven Cornelis Heyndericxz, Ghriete en Tryntgen Heyndericxdochteren mitsgaders Griete en Thryntgen Pietersdochteren tezamen in hun moeders plaats, steeds bij aflijvigheid de kinderen in hun vaders of moeders plaats. 1066
                                                              In 1618 is bij het huis en erf van Cornelis Jacobsz Spangert op Zaandam in de Horn ten noorden belend Tryn Sybrants, en is in 1620 bij de verkoop van dat huis en erf door de weduwe Guerte Pietersdr van Cornelis Jacobsz Spangiert aan Jan Jansz Schilder Thrijn Sybrants ten noorden belend 1067.
                                                              In de banne van Westzaan bekent in 1625 Cornelis Heyndericxz als oudste zoon en voogd van Thryn Sybrantsdr, mede present, wonende op Zaandam, schuldig te wezen Michiel Jansz Croyssyn mede aldaar een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, losbaar met 300 gld, met als onderpand een huis en erf op Zaandam in de Horn, belend ten zuiden Jan Jansz Croyssyn, ten noorden Claes Cornelisz Cleij met de weduwe van Sarel Jansz Croyssyn 1068.
                                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1628 Cornelis Heyndricxz als zoon en voogd van Thrijn Sybrantsdr wonende op Zaandam aan Daem Jansz mede buurman aldaar een erfje in de Ghroote Ven, belend ten noorden Jan Claesz, ten zuiden Jacob Mentsz, voor 157[?] gld 1069.
                                                          4. Dirck SIJBRANTSZ, geb. ca. 1565, zie 136.
                                                          5. Aecht SYBRANTSDR, tr. Pieter Jacobsz NOMEN.
                                                              In 1627 legateert Willem Claesz Corver 100 gld aan Anna Pieters, alias Anna Pieters Noomen, geboren van Aecht Sybrantsdr 1057.
                                                              In de banne van Westzaan bekent in 1617 Claes Jacobsz Nomis wonende te Zaandam gekocht te hebben van Pieter Jacobsz Nomis mede op Zaandam 2 streepjes land, groot omtrent tezamen 3½ hond, liggende een weinig bezuiden de Veersloot van Aris IJsbrantsz, belend ten zuiden Claes Claesz Deckers, ten noorden Dirck Jansz alias Dirck Jan Garmes, in 't zuid, en een kamp over de Watering, voor 525 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1618 en 1619, gevolgd door de opdracht 1070.
                                                              In de banne van Westzaan hebben in 1626 Pieter Jacobsz Nomen als vader van Anna Pieters ter eenre, en Dirck Sybrantsz als oom en voogd ter andere zijde, als moeders erfenis van het kind 250 gld te weesboek gebracht 1071.
                                                        278. (<139) (>556) Theuus JANSZ,
                                                            Voor de 10e penning van 1562, onder het Sardammer verndel liggende bij Sardam langs en bij de Hooghendyck, binnen en buiten, tot aan de Wessaner Overtoom: Teus Jansz, een huis met 3 morgen land, getaxeerd op 18 gld, facit 36 st, nog 2 morgen, eigenaar de Kathuysers te Amsterdam, de huur 13 gld, facit 26 st 1072.
                                                            In de banne van Westzaan in 1566 heeft Teuus Jansz van Zaandam 1500 gld van Jonghe Pieter Claes Gruijs te Landsmeer 's jaars 9 gld staande op 2 koeven te Zaandam achter Pieter Arian Zybits in de Dijck, belend ten zuiden Claes Jacobsz Schermer, ten noorden Jan Jansz, en 100 gld van Arian Pietersz te Zaandam 's jaars 5½ gld, op een koeven achter Arian Zybits te Zaandam een kamp uit, belend ten zuiden Claes Jacobsz Schermer, ten noorden Jan Jansz 1073.
                                                            Voor de 100e penning van 1569 in Westzanen: Teus Jansz, een huis met 4 hond land, getaxeerd op 5 gld 10 st, facit 23 st 4 penn 1061.
                                                            In de banne van westzaan verkopen in 1600 de erfgenamen van Ouwe Pieter Jansz Breuwer en zijn huisvrouw Guert Jans, onder wie als erfgenamen van Guert Jans o.a. genoemd worden Pieter Teuwis, ook voor zijn broer Jan Teuwis wonende te Hoorn, Jan Geritsz als man en voogd van Neel Teuwis, Claes Jacobsz als man en voogd Aechgen Teuwis, Berber Teuwis en Griete Teuwis zijn zusters en ook voor hun voogd Stoffel Stoffelsz, allen wonende te Zaandam, aan mede-erfgenaam Jan Jacobsz 't huis, erf en helling waar Ouwe Pieter Jansz met Guert Jans zijn huisvrouw laatst in gewoond heeft, op Zaandam, belend ten zuiden Pieter Teuwisz, ten noorden de mede-erfgenamen Willem Jacobsz en Jan Jacobsz tezamen 1074.
                                                        tr. N.N.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Maritgin THEUSDR, overl. vóór 29 juli 1582, tr. Heynrick Cornelisz PAT [of PORT?].
                                                              In de banne van Westzaan hebben op 29 juli 1582 Heynrick Pat [of Port?] als echte man van Marytgin Theusdr z.g. met Pieter Theusz als oom en de naaste van het kind dat Heynrick Cornelisz geteeld heeft bij Maritgin Theus voorschreven, pertinent bewijs gedaan. Dit kind zal hebben de ene helft van 2 maden land gelegen buitendijk genaamd de Noirt, nog 3 zestienden van een half koeven in de Wateringsven, nog het halve huis en worf waar hij nutertijd woonachtig is, nog de helft van een koe en een vaars, voor welke renten van deze goederen Heynrick Cornelisz dat kind tot haar mondige dagen zal onderhouden. 1075
                                                          2. Pieter TEUWISZ.
                                                          3. Jan TEUWISZ.
                                                          4. Neel TEUWIS, zie 139.
                                                          5. Aechgen TEUWIS, tr. Claes JACOBSZ.
                                                          6. Berber TEUWIS.
                                                              Getaxeerd in 1612, Saerdammer verndel: Barber Theuwes haar huis ƒ 2250 543.
                                                          7. Griete TEUWIS.
                                                        284. (<142) Jan, alleen bekend van een zoon en twee dochters,
                                                        tr.
                                                        285. (<142) (>570) Guierte CORNELIS NANNINGSDR.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Claes Jansz BROOCKER, geb. ca. 1577, zie 142.
                                                          2. Aeff JANSDR, tr. Jan IJSBRANTSZ, zn van waarsch. IJsbrant PIETERSZ.
                                                              In de banne van Westzaan verkopen in 1614 Heertgen Pietersz en IJsbrant Pietersz, als voogden van Aeff Jansdr met haar kinderen, wonende op 't Calff en op de Cooch, aan Cornelis Mieusz, mede wonende op de Cooch, een akkertje land groot omtrent 1 hond liggende bij de Cooch, belend ten zuiden de voorschreven Aeff Jansdr, ten noorden Jacob Mieusz, voor 115 gld 10 st 1076.
                                                              In de banne van Oostzaan koopt in 1613 Jan IJsbrantsz onze buurman van Lysbeth Cornelis gesterkt door Cornelis Jacobsz Schermer een stuk land genaamd de Dreijcamp in 't „gang of weer”, belend ten westen de Wateringh, ten zuiden Ghijert Claesdr weduwe Pieter Willem Heynis, ten noorden de kosterij van Oostzaan, voor 400 gld 1077.
                                                          3. Dieuwer JANSDR.
                                                        288. (<144) Jacob HEERTGES,
                                                        tr.
                                                        289. (<144) Guijrt ARIS.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Thonis JACOBSZ, zie 144.
                                                        296. (<148) Jacob, alleen bekend van 3 zoons,
                                                            In Uitgeest in 1599 verkoopt Allert Boelensz te Amsterdam aan Cornelis Jacobsz, Ouwe Jan Jacobsz en Jonge Jan Jacobsz, gebroeders op Assum, tezamen een stuk land genaamd Sypershem bij de St. Aechtendyck, groot omtrent 9 geerzen, belend ten oosten mede Sypershem, ten zuiden de Langen Hemmen, ten westen het Verdeyn, ten noorden de Ghiere, en bekennen de kopers aan de verkoper schuldig te wezen een jaarlijkse losrente van 50 gld, losbaar met 800 gld, met als onderpand het gekochte land (geroyeerd op 9 juni 1618) 1078.
                                                        tr. N.N.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Cornelis JACOBSZ, zie 148.
                                                          2. Ouwe Jan JACOBSZ, tr. N.N.
                                                              In Uitgeest verkopen in 1618 Jan Jacobsz alias Jonge Jan voor hemzelf, Gerryt Claesz en Cornelis Willemsz als voogden van de nagelaten kinderen van zal. Jan Jacobsz Ouwe Jan, aan Claes Gerryt Fransz en Gerryt Willemsz, buurluiden op de Nyeuwendam in de banne van Assendelft, 3 parten land in een stuk land genaamd de Sypershem, groot omtrent 6 geerzen 6½ snees 5½ roede, belend ten oosten de Gyeren, ten zuiden Sypershem, ten westen de Langen Hemmen, ten noorden de Verduyn, in de Broeck, met nog 2 uiterdijken tot het voorschreven land liggende buiten de Hoogendyck, gemeen met Aerian Claesdr onze buurwijf op Assum, en datzelve met zijn dijken, dammen, werken en weren die de kopers tot hun last nemen, voor 1900 gld, daarenboven nog 1 morgen land, mede in de Broeck, in een stuk land genaamd Nan Gawesven, wezende een vierdepart van 't zelve land, belend ten oosten het gehele land de Wyelaen, ten zuiden Tyssencamp, ten westen Nauwelaen, ten noorden Vrouwenven, van welke Sypershem Gerryt Willemsz een halve morgen competeert en Claes Gerrytsz de verdere rest met zijn uiterdijken 1079.
                                                          3. Jonge Jan JACOBSZ.
                                                              In Uitgeest verkopen in 1632 de „Schie” erfgenamen van zal. Jonge Jan, in zijn leven onze buurman op Assum, en Claes Jacopsz Laeckencooper mede onze buurman, aan Jacop Nielen, mede onze buurman bij de Hoogendijck, een vierdepart in een stuk land genaamd Nan Gawesven, groot 't vierdepart volgens het morgenboek 1 morgen min 12 roeden, belend in 't geheel ten oosten Franssen Buschgen, ten zuiden Gerryt Mieusz, ten westen de Nauwelaen, ten noorden de Wijelaen 1080.
                                                        312. (<156) Cornelis WENNEN,
                                                            In Uitgeest verkopen in 1598 Claes en Cornelis Cornelisz alias Wennen aan Symon Gerrijtsz in Benes de helft van de Koochven waarvan Frans Pietersz de andere helft toekomt en mede eertijds van hen gekocht heeft, belend ten oosten de Vuytganck, ten zuiden Frans Pietersz, ten westen de Sijesloot, ten noorden de Nieuwe Vaert, met een vrije notweg over Franssenlant 1081.
                                                        tr. N.N.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Claes Cornelisz WENNEN.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1604 Claes Cornelisz Wonnen [sic] aan Dignum Cornelisz te Alkmaar 10 snees land in Enekooch, belend ten oosten Hendrijck IJsbrantsz Hage, ten zuiden Wouter Jan Phillips, ten westen Geerste Beer, ten noorden IJsbrant Maertsz Hage, en verkoopt in 1608 Claes Cornelisz Wennen aan Claes Gerritsz op Assum een zaadakkertje, groot omtrent 11 snees, op Assum, belend ten oosten Jan Jacobsz, ten zuiden Claes Wennen zelf, ten westen Cornelis Wennen, ten noorden Coppes Scheepven, met een vrij menpad over 't zaadland op 't Noorteynde van de akkers van Dieuwer Comen Japen Binnenven af tot de Cleyswech toe, en dezelfde akkers weder over de voorschreven verkochte zaadakkers over en weder over 1082.
                                                              In Uitgeest verkopen in 1623 Gerrijt Claesz Wenne, Jan Pyetersz als man en voogd van Gryetgen Claes geweest hebbende geassisteerd met Jan Cornelisz Goesinnen, en Joost Gerrijts als man en voogd van Wentgen Claes, allen erfgenamen van wijlen Claes Gerrijtsz, in zijn leven buurman op Assum, aan de voorschreven Jan Cornelisz Goesinnen een boomgaardje achter Assum over de Vaert, belend ten oosten de koper, ten zuiden de Hagen, ten westen de Not- of Hagensloot, ten noorden de gemene vaart 1083.
                                                              In Uitgeest krijgen in 1633 Aechgen en Jannetgen Claesdochteren, geassisteerd met Gerrit Claesz Wennen hun broer van vaderszijde, op hun verzoek tot wettelijke gecoren voogden Willem Sijmonsz voor Jannetgen en Dirck Jacobsz Coppen voor Aechgen 1084.
                                                          2. Cornelis Cornelisz WENNEN, zie 156.
                                                        320. (<160) Nicolaes Aerntsz OOSTERHOORN, predikant, als proponent in 1583 beroepen te Assendelft (in Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Claes Arentsz Oosterhaern, pred. te Assendelft + Westzaan 1583, overl. 1586 1085), vermoedelijk afkomstig van Osterhorn in Sleeswijk-Holstein,
                                                            Geen van de twee bekende kinderen van Nicolaes Aerntsz Oosterhoorn heeft een dochter Swaentgen, wel hebben allebei een dochter Niesje. Mogelijk is de moeder van zijn twee zoons een Niesje, hoewel de jongste van de twee testeert aan zijn moeder Swaentgen.
                                                            In Assendelft wordt op 28 september 1584 getuigenis geleverd door o.a. Nicolaes Oosterhorn, predikant 1086.
                                                        tr.
                                                        321. (<160) Swaentgen HAERMENSDR, overl. na 1595.
                                                            In Assendelft is in 1595 Swaentgen Haermensdr, weduwe van Nicolaes Oosterhorn in zijn leven predikant te Assendelft, geassisteerd met Gerrit IJsbrantsz, waagmeester, een jaarlijkse losrente van 6 gld schuldig aan de Ermehuyssitteren (afgekocht op 5 juni 1606) 1087.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Arent Claesz OOSTERHAREN, predikant (in Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Arnoldus Nicolai Oosterhaern (zoon van Claes Arentsz), pred. te Sloten (NH) 1584, Oostzaan 1585, Castricum 1587, Nootdorp 1596, afgezet als remonstrant 1619, overl. Nootdorp 1622 1085), tr. N.N.
                                                            2. Abraham Claesz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1574, zie 160.
                                                          322. (<161) (>644) Symon CLAESZ, op 9 december 1586 collecteur van de nieuwe verpondingen te Assendelft, overl. vóór 29 juli 1591,
                                                          tr.
                                                          323. (<161) (>646, >647) Marytgen CLAES COSTERS, overl. tussen 9 april 1613 en 26 febr. 1616.
                                                              In Haarlem constitueert Maritgen Claes Costers van Assendelft op 29 juli 1591 [Dirick de] Weent ad lites contra Ysabart de vleyshouder wonende alhier bij de Houtpoorte 1088.
                                                              In Assendelft bekennen op 26 februari 1616 Abraham Claesz als man en voogd van Thonisgen Symons, Isaac Dircxz van Zaenen als man en voogd van Baertgen Symons, hen sterk makende voor Dirck Jan als man en voogd van Griet Symons en voor Jan Cornelisz als vader en voogd van Tryn Jans weeskind geteeld bij Tryn Symons, gezamenlijke erfgenamen van Marytgen Claes Costers z.g., verkocht te hebben aan Claes Symonsz hun schoonbroer 3 vierdeparten en Gerrit Pietersz Ham hun zwager voor een vierdepart, van een stuk land genaamd Tryn Claes die Backersven, groot 1502 roeden, liggende in Jan Banningenweer, belend ten noordoosten de Laege Meed in 't zelve weer, ten zuidoosten Cornelis Jan Floren, ten zuidwesten Bouwensoon Marcxven en Jan Jacobsz, ten noordoosten Aecht Willem Gerritsdr, gevolgd door de opdracht, voor 3358 gld, te betalen op 3 eerstkomende meien, elke mei een derdepart 1089.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Claes SYMONSZ, tr. Griet JAN GAELLEN.
                                                                  In Assendelft bekent in 1616 Claes Symonsz onze buurman, als man en voogd van Griet Jan Gaellen, verkocht te hebben aan Baert Jan Gaellen zijn schoonbroer, mede onze buurman, een stuk land groot omtrent 1 morgen liggende in Jan Gaellenweer aan de Vuyterven, belend ten noordoosten de erfgenamen van Griet Cornelis Duven en Huych Floris Huygen, ten zuidoosten Baert Jansz zelf, ten zuidoosten en zuidwesten de Vuyterven van Maerten Roeloff Symons, ten noordwesten Baert Jansz, nog een derdepart van de middelste Meed in 't zelve weer, groot in 't geheel omtrent 1450 roeden, belend ten noordoosten Gerrit Heytsen en Floris Huygen Volck, ten zuidoosten Baert Jansz, ten zuidwesten Maerten Roeloff Symons c.s., ten noordwesten Tryn Allerts met haar kinderen, voorts met zijn Vuyterdyck tot hetzelfde land behorende, gevolgd dor de opdracht, voor 3200 gld 1090.
                                                              2. Theunisje SYMONS, zie 161.
                                                              3. N.N. SYMONS, tr. Gerrit Pietersz HAM, overl. na 19 maart 1638, zn van Pieter Gerritsz HAM en Anna JAN ROELOFS.
                                                              4. Trijn SYMONS, tr. Jan Cornelisz GOESINNEN, geb. ca. 1583  1091, schepen 1092 van Uitgeest, zn van Cornelis Dircxz GOESINNEN, een kapitein van de vrijbuiters 1093, waard, schepen van Velsen vanaf 14 juni 1595 tot 18 okt. 1595 1094, en N.N. CORNELIS, die hertr. met Marytgen CORNELISDR, en Neeltgen CORNELIS.
                                                                  In Assendelft bekent in 1612 Claes Sijmonsz onze buurman, als oom en voogd van Tryn Jans weeskind van wijlen Tryn Symons, ten overstaan en met consent van Jan Cornelisz buurman te Uitgeest, vader van 't zelve weeskind, verkocht te hebben aan Willem Sijmonsz, mede oom van hetzelve kind, het gedeelte in alle percelen van land beoosten de weg, mitsgaders in 't Zuyer Ventgen bewesten de weg genaamd Bouwesventgen, als het kind daarin toebehoort, tegenwoordig gebruikt door Marytgen Claesdochter grootmoeder van 't voorschreven kind, liggende in de Woudtbuyert 1095.
                                                                  In Uitgeest verkoopt in 1612 Jan Jacobsz, eertijds van Zaandam, buurman op Assum, aan Jan Cornelisz Goezinnen het „pannenhuijs” met zijn erf, met 't „dorpgen” voor 't huis en de boomgaard achter 't huis, op Assum, belend nutertijd ten oosten Gerryt Mieusz, ten zuiden de Vaert, ten westen Cornelis Dirck Woutersz, ten noorden de Coorendyck, en verkopen in 1619 Willem Claesz Neijenburch en Dirck Jacobsz, buurluiden te Heemskerk, ook voor Claes Reynertsz burger van Beverwijk, aan Jan Cornelisz Goesinnen onze buurman een stuk land genaamd Claes Meyenven, groot 1½ morgen, in de Broeck, belend ten oosten Doovelant, ten zuiden de Heemskercker Tocht, ten westen Jan Cornelisz zelf, ten noorden de Hardt 1096.
                                                                  In Uitgeest verkoopt in 1621 Jan Corneliszoon Goesinnen, onze buurman op Assum, aan Jacob Nyelen onze buurman aan de Hoogendyck een mad land of 2 twaalfdedelen in een stuk land genaamd Dirck Willemenven, gemeen met Pyeter Pietersz Welboren en Jacob Heyndricx, groot het geheel omtrent 12 koeven, belend ten oosten de ven in de hoek, ten zuiden de Hoogendyck, ten westen het huis met zijn erf aan de Nauwelaen, ten noorden het Kerckhoff 1097.
                                                                  In Uitgeest verkopen in 1623 Gerrijt Claesz Wenne, Jan Pyetersz als man en voogd van Gryetgen Claes geweest hebbende geassisteerd met Jan Cornelisz Goesinnen, en Joost Gerrijts als man en voogd van Wentgen Claes, allen erfgenamen van wijlen Claes Gerrijtsz, in zijn leven buurman op Assum, aan de voorschreven Jan Cornelisz Goesinnen een boomgaardje achter Assum over de Vaert, belend ten oosten de koper, ten zuiden de Hagen, ten westen de Not- of Hagensloot, ten noorden de gemene vaart, en verkoopt Dierck Pietersz Welboren, buurman op Assum, aan Jan Cornelisz Goesinnen, mede onze buurman op Assum, omtrent 2 snees land in Gaukelant, met nog een vrije notweg tot de voorschreven 2 snees land toe strekkende bewesten het huis van Pieter Dircxz [moet dit „Dirck Pietersz” zijn?] over zijn erf tot op de Corendijck, belend ten oosten Dirck Heijndricxz, ten zuiden de voorschreven Pieter Dircxz [?], ten westen Cornelis Hessels, ten noorden [geknoeid] 1098.
                                                                  In Beverwijk heeft in 1623 Aelbert Jacopsz, nutertijd wonende te Zaandam, een obligatie van 345 gld toebehorende zijn zuster Jannitgen Jacopsdr, geprocreëerd door Jacop Aelbertsz en Trijn Jacopsdr, uitgezet op interest aan Jan Cornelisz Goesinnen te Uitgeest (afgelost op 1 augustus 1627) 1099.
                                                                  In Uitgeest wordt voor de 200e penning in 1625 onder Assum Jan Cornelisz Goesinnen aangeslagen voor ƒ 20 316.
                                                                  Op 7 februari 1628 zijn de notaris Daem Voorgouw met getuigen Aeryaen Thonysz en Jan Wouters gegaan te Heemskerk op de Suydt Maedwech, en hebben aldaar ten verzoeke van Jan Cornelisz Goesinnen en IJsbrant Bruijnsz als gecommitteerden van de schepenen van Uitgeest inspectie oculair gedaan van 't overlopen van 't water, en hebben bevonden dat het land gelegen buiten dijk droog was 1100.
                                                                  In Uitgeest verkopen in 1634 Wijbrant Jaspersz weduwnaar van Beertgen IJsbrants, Volckert Huijbertsz en Huijbert Huijbertsz, kinderen van de voornoemde Beertgen IJsbrantsdr, allen onze buurluiden, ook tezamen voor Aechgen Huijbertsdr wonende te Alkmaar, aan Jan Cornelisz Goesinnen mede onze buurman een huis en erf in Bonckenburch, belend ten oosten de gemene Heerewech, ten zuiden het Afterpadtgen, ten westen Cornelis Cornelisz Stierman, ten noorden Jacob Jansz Cramer, met een vrije watergang over het erf toebehorende Jan Pietersz Gorter zuidaan 1101.
                                                                  In Uitgeest bekent in 1634 Jan Cornelisz Goesinnen, onze buurman, schuldig te zijn aan Jan en Cornelis Wouters zonen, nagelaten weeskinderen van zal. Wouter Jansz, ten overstaan van Tonis Gerritsz Smit en Gerrit Bruijnsz Alckemade, mede onze buurluiden, een jaarlijkse losrente van 15 gld, af te lossen met 300 gld, met als onderpand zijn huis met zijn erf in Bonckenburch, belend ten oosten de gemene weg, ten westen Cornelis Cornelisz Stierman; Sijmon Jacopsz, mede onze buurman, heeft zich tot borg gesteld voor zijn schoonvader 1102.
                                                                  In Uitgeest verkopen in 1636 Claes Cornelisz Blauwen, tegenwoordig schepen te Uitgeest, Jacob Cornelisz als man en voogd van Guijrte Cornelisdr, Jan Joosten als vader en voogd van zijn kinderen geprocreëerd bij zal. Wijberich Cornelisdr zijn overleden huisvrouw, hen ook sterk makende voor de nagelaten kinderen van zal. Dirck Cornelisz in de wandeling genaamd Dirck Jan, aan Jan Cornelisz Goesinnen hun zwager en Sijmon Jacobsz de zwager [schoonzoon] van de voornoemde Jan Cornelisz Goesinnen, mede onze buurluiden, alle goederen hun nagelaten door zal. Marytgen Cornelisdr, in haar leven huisvrouw van Jan Cornelisz Goesinnen. Nog verklaarden Jan Cornelisz Goesinnen en Sijmon Jacobsz dat zij aleer zij de voorschreven goederen gekocht hadden geaccordeerd zijn geweest dat Sijmon Jacobsz zou hebben de helft van het stuk land genaamd Claes Maeijenven in de Broeck, groot in 't geheel 10 geerzen 1½ snees, belend ten oosten Doevelandt, ten zuiden de Tocht, ten westen Sijmonsven, ten noorden 't Hardt, nog een stuk land in de Claeijne Sien genaamd Steffkens Ackers, groot 6 snees, belend ten noorden de Wittigen Derch, ten zuiden Dresschen, nog een akker zaadland op Assum genaamd het Gaukelant, groot omtrent 2 snees, belend ten oosten Dirck Heijndricxz, ten westen Gerrit Miesz, ten zuiden Albert Pietersz, ten noorden de Binneven, en dat Jan Cornelisz Goesinnen zal hebben het halve huis en erf waar hij tegenwoordig in woont in Bonckenburch, belend ten oosten de gemene weg, ten zuiden het Afterpadtgen, ten westen Cornelis Cornelisz Stierman, ten noorden Jacob Jansz Craemer, mitsgaders de hele inboedel en de in- en uitschulden. 1103
                                                                  In Uitgeest verkoopt in 1636 Jan Cornelisz Goesinnen, tegenwoordig schepen binnen ons dorp, aan Sijmon Jacobsz zijn zwager [schoonzoon], mede onze buurman, een huis met zijn erf op Assum, groot het erf 1½ snees 12½ roede, belend ten oosten Gerrit Mieusz, ten zuiden de Assemerwech, ten westen de kinderen van Dieuwer Gerrits, ten noorden de Koorendijck, nog het werfje vóór 't voorschreven huis, groot omtrent 1½ roede, belend ten oosten Gerrit Mieusz, ten zuiden de Koorendijck, ten westen de kinderen van Dieuwer Gerrits, ten noorden Schaepven, item de boomgaard achter het huis over de vaart, groot 3 snees min 3 roeden, belend ten oosten Gerrit Mieusz, ten zuiden de Haegen, ten westen de kinderen van Dieuwer Gerrits, ten noorden de Assemervaert 1104.
                                                                  In Uitgeest bekent in 1637 Jan Cornelisz Goesinnen, onze buurman, schuldig te zijn aan Marytgen Pietersdr, weduwe van Jacob Cornelisz, en Cornelis Jacobsz haar zoon, mede onze buurluiden een jaarlijkse losrente van 13 gld, losbaar met 250 gld, met als onderpand een huis met zijn erf in Bonckenburch, belend ten oosten de Smaele Wech, ten zuiden het Afterpadtgen, ten westen Cornelis Cornelisz, ten noorden Jacob Jansz, en verkoopt in 1638 Jan Cornelisz Goesinnen, oud-schepen en buurman binnen ons dorp, aan Sijmon Jacobsz mede onze buurman, zijn zwager [schoonzoon], de helft van een stuk land in de Broeck genaamd Claes Meijnenven waarvan de andere helft de koper toebehoort, groot het gehele stuk land volgens het morgenboek 10 geerzen 1½ snees, belend in 't geheel ten noordoosten het Hart, ten noordwesten Sijmonsven, waarop Sijmon Jacobsz de voorgaande koop van Jan Cornelisz Goesinnen, de vader van zijn huisvrouw, bekent, en belooft te betalen in 3 termijnen, onder conditie dat voornoemde Jan Cornelisz Goesinnen hem bevrijdt van zekere borgtocht van 700 gld 1105.
                                                                  In Uitgeest hebben op 2 januari 1648 Jan Cornelisz Goesinnen en Heijndrick Hesselsz, bloedvoogden, mitsgaders Jacob Cornelisz Bessen en Claes Jansz Alen, wettelijke gecoren voogden, van Aechte Remmen, de nagelaten onmondige dochter van wijlen Rem Hesselsz en Neeltgen Cornelisdr [zuster van Jan Cornelisz Goesinnen?], in hun leven wonende binnen dezen dorpe, aangebracht de goederen dezelve Aechte Remmen als erfenis van haar ouders toebehorende, nl. een stuk land in de Broeck genaamd Voor-Dirckhannincxven, groot omtrent 3 morgen, belend ten oosten de Nauwelaen, ten westen de After-Dirckhannincxven, item nog 375 gld berustende onder Hessel Jansz op Assum en 125 gld berustende onder de voorschreven Jacob Cornelisz Bessen 1106.
                                                              5. Willem SYMONSZ.
                                                              6. Baertgen SYMONS, tr. Isaac Dircxz van ZAENEN.
                                                              7. Griet SYMONS, tr. Dirck JANSZ.
                                                            326. (<163) Claes GERRITSZ, alleen bekend van zijn twee dochters Marij en Guerte.
                                                                   Uit onbekende relatie(s):
                                                              1. Marij CLAESDR, zie 163.
                                                              2. Guerte CLAESDR.
                                                                  Op de lidmatenlijst van Jisp komen voor Mary Claes en Guerte Claes, Claes ... kinderen. Op de tafel van graven in de kerk van Jisp gemaakt [of begonnen?] in maart 1641, bij graven E8 en E9: Mary Claes Gertsens.
                                                            328. (<164) Willem PIETERSZ, keurmeester van de hennep, hennepwraker, lichterman, overl. vóór 2 juli 1599,
                                                                In Amsterdam verkoopt op 13 februari 1585 Willem Pietersz, keurmeester van de hennep, aan Evert Jansz, lopende bode, 28 roedevoeten land op het Pottebackerspat, met belenders ten oosten Claes Dircxz in 't Schepel, ten westen de voorschreven Willem Pietersz, strekkende van de ene sloot tot de andere sloot toe, met conditie dat de voornoemde Evert Jansz het pad liggende voor 't voorschreven erf tot zijn kosten onderhouden zal zover 't zelve erf strekkende is 1107.
                                                                In Amsterdam verkoopt op 21 mei 1585 Claes Dircxz in 't Schepel aan Willem Pietersz hennepwraecker 6 roeden land met twee woningen daarop staande, gelegen op 't Pottebackerspat, waarvan de belenders zijn ten oosten Evert Jansz koopmansbode, ten westen Balthasar de schoemaker, strekkende voor van het voorschreven pad achter ter halve sloot toe, welverstaande dat de eigenaar van 't voorschreven land gehouden zal wezen 't gemene pad te onderhouden met zijn geburen 6 voeten wijd met goede aarde, zonder dat men tot enige tijden aldaar enige teerhuizen of smeerhuizen zal mogen stellen 1108.
                                                                In Amsterdam verkoopt op 10 februari 1587 Willem Pietersz aan Offken Cornelisz schuyteman een huis en erf met een tuin liggende op 't Pottebackerspat, waar belenders van zijn ten oosten Jannetgen Gerytsdr, ten westen Balthasar schoemaker, strekkende van de ene sloot tot de andere 1109.
                                                                Voor schepenen van Amsterdam verkopen op 3 april 1614 Pieter Willemsz scheepstimmerman en Jacob Willemsz Paeys, kinderen en erfgenamen van Willem Pietersz lichterman, aan Anthoni Oetgers, onze mede-schepen, een stuk land groot 2½ morgen 1 hond gelegen buiten St. Anthonispoort, buitendijks aan de westzijde van de Oetewaelder Notwech, waar belenders van zijn ten zuiden de kinderen en erfgenamen van Gerrit Pietersz Gent, ten noorden de kinderen en erfgenamen van Claes Kerck en Gerrit Pietersz Gent voorschreven samen, strekkende voor van de notweg tot achter met het rietland aan de Hogendyck, en voorts met alzulke kadijk, weg, en werkweren als vanouds gehad, met als borgen Gerrit Jansz Ryck doctor in de medicijnen en Dirck Cornelisz koehouwer zwager van Michiel de Wael 1110.
                                                            tr.
                                                            329. (<164) (>658) Maertje VALENTIJNS,
                                                                In Amsterdam heeft op 2 juli 1599 Mary Valentyns, geassisteerd met Jacob Jacobsz haar voorzoon en voogd in dezen, bewezen haar 2 nakinderen als Pieter oud 16 jaren en Jacob oud 8 jaren, of daaromtrent, waar vader van was Willem Pietersz lichterman, tezamen voor hun vaders erfenis, eerst 7 morgen land liggende buiten de St. Anthonispoort binnendijks, met dijk en weg als 't vanouds gelegen is, vrij zonder enige pachten, belend ten zuiden Gerrit Pietersz c.s., ten noorden Willem Jacobsz c.s., item nog 21 hond land liggende buitendijks te Outerwael met zijn weg en kadijk als 't vanouds gelegen is, belend ten zuiden Gerrit Pietersz, ten noorden dezelve Gerrit Pietersz met Lysgen Reyersdr, vrij land zonder belastingen, nog 2 woningen en erven binnen de Nieuwstadt buiten St. Anthonispoort, belend ten zuiden Gerrit Pietersz, ten noorden een stadserf, vrije woningen en erven, en zal de voorschreven Mary Valentyns haar voornoemde 2 kinderen onderhouden in kost en kleren tot hun mondige jaren toe of huwelijkse staat om de vruchten van 't voorschreven bewijs, en zij zal blijven zitten in alle andere goederen, schulden en onschulden. En 't behaagde Jacob Crynen en Gerrit Teunisz zusterlingen, Willem Heyndricxz behuwd zusterling en Gerrit Pietersz namaag van de kinderen. 1111
                                                                Voor schepenen van Amsterdam verkoopt op 2 april 1614 Marijtgen Valentyns, weduwe van Willem Pietersz, geassisteerd met Pieter Willemsz haar zoon, als voogd in dezen gecoren, Jacob Willemsz Paeys en Jacob Jacobsz scheepstimmerman, mede haar zonen en de voorschreven Pieter Willemsz haar vierendelen, bij weten en consent van de raad dezer stede en goeddunken van haar vierendelen voornoemd, aan Anthoni Oetgers, onze mede-schepen, een stuk land van omtrent 2½ morgen gelegen te Oetewael, buitendijks aan de oostzijde van de Oetewaeler Notwech, waar belenders van zijn ten noorden de voorschreven Anthoni Oetgers, ten zuiden de erfgenamen van Gerrit Pietersz Gent, strekkende van de notweg voorschreven tot achter aan de wetering, en dit met alzulke kadijk, weg en werkweren als 't vanouds gelegen is, met als borgen de voorschreven Pieter Willemsz scheepstimmerman en Jacob Willemsz Paeys 1112.
                                                            tr. 1° Jacob.
                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                              1. Jacob JACOBSZ, scheepstimmerman.
                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                              1. Pieter WILLEMSZ, geb. ca. 1583, zie 164.
                                                              2. Jacob Willemsz PAEYS, geb. ca. 1591.
                                                            330. (<165) Jan VINCENTSZ,
                                                            tr. N.N.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Geert JANSDR, geb. ca. 1586, zie 165.
                                                            332. (<166) (>664, >665) Jan Cornelisz RIJSER,
                                                            tr.
                                                            333. (<166) (>666, >667) Lijsbeth TONISDR, geb. ca. 1551.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Lijsbet JANSDR, geb. ca. 1576, ondertr. 1° (pui) Amsterdam 5 jan. 1602 (hij wonende op de Nieuwendyk, geassisteerd met Maertgen Heynricksdr zijn moeder, zij wonende bij Jan Rooden Poorte in de Nieustadt, geassisteerd met Lysbet Tonisdr haar moeder) Heyndrick Reynersz ROOT, geb. ca. 1573, overl. medio 1616, zn van Maertgen HEYNRICKSDR, ondertr. 2° (pui) ald. 2 febr. 1618 Jacob THOMASZ, touwslager, wedn. van Weyntgen DIRX.
                                                              2. Jan Jansz RIJSER, geb. ca. 1579, zie 166.
                                                              3. Volckgen JANSDR, geb. ca. 1580, ondertr. (pui) Amsterdam 17 juni 1611 (hij van Antwerpen, lakenbereider, weduwnaar van Mary Jaspers, wonende op de Oudezyds Voorburghwal op de Bloemmerkt, zij wonende op de Nieuwendijk, geassisteerd met Willem [T]onisz Bontekoe haar oom) Hans Jansz van den DRIESSCHE, lakenbereider, wedn. van Mary JASPERS.
                                                            334. (<167) (>668, >669) Lenaert ADRIAENSZ, geb. ca. 1564, varentgezel, schipper (bij tweede ondertrouw), varentman,
                                                                In Amsterdam heeft op 13 december 1596 Lenart Adriaensz, varentman, bewezen zijn 2 dochters als Jannetgen, oud 9 jaar, en Annetgen, oud 6 jaar, of elk daaromtrent, van wie de moeder was Trijn Pietersdr, tezamen voor hun moeders erfenis 1000 gld, daarenboven nog de kleren en kleinodiën tot het lijf van de moeder behoord hebbende, en hij zal de kinderen onderhouden met behouden goederen tot hun jaren om de vruchten van 't voorschreven bewijs, hieronder verbindende zijn huis en erf in de Pijlsteegh genaamd de Roode Clock, belend ten westen Neel Jans der kinderen bestemoeder, ten oosten Jacob Lenaertsz, schilder, en al zijn goederen, schulden en onschulden. En 't behaagde de voornoemde Neel Jansdr, der kinderen bestemoeder. Op 17 mei 1607 heeft Jannetgen Lenaertsdr geassisteerd met Meynert Cornelis haar man en voogd bekend door haar vader betaald te wezen. Op 13 maart 1612 heeft Annetgen Lenaertsdr geassisteerd met Jan Jansz haar man en voogd insgelijks bekend door handen van haar vader betaald te zijn. 1113
                                                            ondertr. 2° (pui) Amsterdam 5 okt. 1596 Maritgen ROBERTSDR,
                                                            ondertr. 1° (pui) Amsterdam 12 dec. 1587 (hij geassisteerd met zijn vader Ariaen Lenaertsz, zij wonende in de Pijlsteegh geassisteerd met haar moeder Neel Jansdr)
                                                            335. (<167) (>670, >671) Trijn PIETERSDR, ged. (r.-k.) Amsterdam (Oude Kerk) 17 dec. 1564 (doopheffers Gehrrit Jacop Cornelisz, Jannetge Gherritsdr).
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Jannetgen LEENDERTS, geb. ca. 1587, ondertr. (pui) Amsterdam 13 april 1607 (hij Meynert Cornelissen van Haarlem, goudsmid, oud 22 jaren, geassisteerd met Tobias van Swartgeburch zijn stiefvader, met zijn moeders consent aangebracht van Haarlem, zij Jannetgen Lenaertsdr, oud 20 jaren, geassisteerd met Lenaert Adriaensz haar vader) Meynert CORNELISZ, geb. Haarlem ca. 1564, meester goudsmid, die hertr. met Willemtgen Claesdr van WIERINGH, en Aechte JACOBSDR.
                                                                  Meyndert Cornelisz silversmit [ondertekent als Meynert Cornelisz goutsmit], als vader en voogd van zijn kinderen verwekt bij Jannetgen Leenderts zijn overleden huisvrouw, geeft op 3 januari 1632 volmacht aan Leendert Adriaensz, schipper wonende te Amsterdam, zijn huisvrouws vader, om de verkopen zekere 2 huizen met de erven, beide staande te Amsterdam, het ene in de Pylsteech naast de Roo Clock, en het ander in Pieter Jacobssteech recht over de dwarsstraat, gekomen uit de boel van ene Neeltgen Mollen zal. ged., overgrootmoeder van constituants voornoemde huisvrouw, ten behoeve van zijn kinderen 1114.
                                                                  Op 3 juni 1616 is Meynert Cornelisz, meester goudsmith, aanwezig bij het opmaken van huwelijkse voorwaarden tussen zijn zuster Maritgen Cornelisdr, jongedochter, en Cornelis Andriesz, jonggezel, allen inwoners van Haarlem 1115. Op 4 juli 1617 testeert Maritgen Cornelisdr, huisvrouw van Cornelis Andriesz, bevrucht; als zij overlijdt zonder kinderen nomineert zij tot haar erfgenaam haar broer Meynert Cornelisz maar mag Cornelis Andriesz blijven zitten in haar gehele boedel en de bakkerij behouden 1116.
                                                                  Op 19 januari 1624 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Meynert Cornelisz, meester goudsmid, weduwnaar, en Willemtgen Claesdr van Wieringh, weduwe van Cornelis Symonsz, in zijn leven mede goudsmid, geassisteerd met Cornelis Claesz van Wieringh meester schilder, haar broer. Als hij de eerststervende wordt krijgt zij vooruit, boven de kleren als ook gouden ringen en juwelen te haren lijf, 600 gld, en alle ingebrachte meubelen en huisraad, en zal het verdere sterfhuis blijven aan Meynerts voorkinderen. Als zij als eerste sterft krijgt haar enige zoon Symon Cornelisz haar boedel en 600 gldN. 1117
                                                                  Op 18 juli 1627 bekennen Gerrit Jacobsz Monic, Claes Pietersz Coelenburch als getrouwd hebbende Maritgen Jacobsdr, Jan Andriesz van der Cruycen als getrouwd hebbende Haesgen Symonsdochter, Jan Jacobsz Granaet getrouwd hebbende Thonisgen Blyenberch, mitsgaders de voorschreven Jan Andriesz en Jan Jacobsz Granaet tezamen vervangende de nagelaten kinderen van Maritgen Symonsdr, Neeltgen Dircxdr ongehuwde dochter ten overstaan van Meynert Cornelisz mr goutsmith haar neef bijstaande voogd, mitsgaders dezelve Meynert ook voor hemzelf, Cornelis Andriesz backer getrouwd hebbende Maritgen Cornelis, en dezelve Meynert en Cornelis vervangende Cornelis Wouters hun neef, Nicolaes van Dyck als getrouwd hebbende Margriete Claesdr, Pieter Wybrantsz man en voogd van Maritgen Lourisdochter en mede als actie hebbende van Jannetgen Louris haar zuster, Elbert Jansz als getrouwd hebbende Maritgen Henrixdr en in dezen vervangende Jannetgen en Segryn Henricxdr, zusters van zijn huisvrouw, en Maritgen Claesdr, weduwe van Thonis Thonisz schipper, zijnde geassisteerd met de voorschreven Elbert Jansz haar neef en bijstaande voogd, allen voor 11 twaalfdeparten erfgenamen van zal. Elisabeth Jansdochter in haar leven weduwe van Jan Quirynsz schipper binnen de stad Haarlem overleden, aan Hans van Doorne poorter van Haarlem (die bij voorgaande procuratie verkocht heeft de huizen en onroerende goederen door de voorschreven Elisabeth Jansdochter nagelaten) verkocht te hebben de 11 twaalfdeparten (alzo de portie en twaalfde gedeelte van Jan Jacobsz Monincx, hum mede-erfgenaam, te zijnen profijte buiten dezen blijft en door de voorschreven Hans van Doorne aan hem bij rekening verantwoord zal moeten worden) van de navolgende custingen, rentebrieven, obligatiën en andere schulden [volgt een opsomming], voor 1237 gld 10 st, en machtigen zij de voorschreven Nicolaes van Dyck deze te transporteren 1118.
                                                              2. Annetje LEENDERTS, geb. ca. 1590, zie 167.
                                                            350. (<175) (>700) Allert Jansz VASGENS, schepen van Krommenie 1119,
                                                            tr. N.N.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Trijn ALLERTSDR, zie 175.
                                                              2. Claes ALLERTSZ.
                                                                  In Krommenie hebben in 1593 Jacop IJsbrantsz en Olbrant Jacopsz, beiden kerkmeester, uit naam van de gemeente van Krommenie en uit kracht van de koopbrief gegeven ten overstaan van de baljuw van Kennermerland Gerrijt van Berkenroede, verkocht aan Claes Allertsz, buurman te Krommenie, een stuk land genaamd het Kerckmadt, belend ten westen Saenewech, ten oosten de Saendijck, ten zuiden Dyrck Sybethsz, ten noorden Pieter Baertsz 1120.
                                                            356. (<178) verm. Jan Willemsz GROOT, vermoedelijke vader van 4 broers en een zuster,
                                                                In de banne van Westzaan wordt in 1564 als belender ten zuiden van een mad land in Knollendam genoemd Groote Willem te Krommenie [vader van Jan Willemsz Groot?] 1121.
                                                                In Kromenie wordt in 1591 Jan Willemsz Groot genoemd als belender van 2 stukken land, en wordt in 1593 Jan Willemsz Groot genoemd als een van neutrale goede mannen 1122.
                                                            tr. N.N.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. verm. Willem Jansz GROOTIS, schepen van Krommenie 1021, overl. vóór 15 juli 1620, tr. 1° Achte PIETERSDR, tr. 2° Anna VRERICKSDR, dr van Vrerick JANSZ, tr. 3° (schepenbank) ald. 12 maart 1613 (zij van Westzaan 1029) Duijf CORNELISDR, dr van Cornelis PIETERSZ en Mary CLAESDR, wed. van Jan Jacobsz HOUNIET.
                                                                  In Krommenie heeft in 1600 Willem Jansz Grootis als vader van Acht Willemsdr gewonnen bij Achte Pietersdr zal., met Pieter Pouwelsz als grootvader, te boek laten stellen hetgeen Willem Jansz met zijn voorschreven kind toekomende is, nl. de halve Vrouweven, groot 540 roeden, de helft van Claes Verheijtsven, groot 1069 roeden, zijn huis met het derdepart van het hooihuis en van de werf, te Jisp het Hoochweer half, groot in 't geheel 9 vierdel, 2 deel in Keelwilsven, in 't geheel groot 7 vierdel, de helft van Cornelis Janssens, groot in 't geheel ½ mad, aan inkomsten 530 gld, en dat van leer en anders, hiertegen aan schulden die hij achter is 327 gld 10 st, en nog 1 pond jaarlijks door de zalige moeder [van het kind] aan de blinde zoon van Mighiel besproken. Alles zal gemeen zijn tot wederzeggen. Op 13 december 1601 hebben Willem Jansz en de bestevader gedeeld. Het kind zal hebben de halve Vrouweven, groot 540 roeden, de helft van Claes Verheijtsven, groot 1069 roeden, 300 gld, een goed bed met toebehoren, en Willem Jansz belooft het kind op te voeden tot zijn mondige jaren voor de rente van de voorschreven goederen, met behouden goed. Op 31 mei 1605 bekent Willem Jansz voor zijn kind 13 gld 10 st ontvangen te hebben. Op 1 mei 1607 compareert Willem Jansz als vader van dit kind met Adam Pietersz als oom, en heeft laten aantekenen wat het van zijn grootvader is aangeërfd, nl. 2 kampen in Jisp, groot omtrent 4½ vierendeel, aan geld 122 gld op een obligatie houdende op de vader (hieruit is Pieter Hesses halve ventgen gesproten), nog het aandeel van 11 gld lijfrente, nog zal het weeskind op mei 1615 van zijn vader de halve ven van Pieter Haesz ontvangen. 1022
                                                                  In Krommenie bekent in 1612 Jan Jansz onze buurvrijer schuldig te wezen Willem Jansz Grootis onze buurman 50 gld tegen de penning 16, waaraan hij verbindt zijn huis en erf op de Heijlijgewech, belend ten oosten Trijn Allertsdr, ten westen Gerrit Cornelisz, ten noorden de Kercksloodt, ten zuiden de Achtersloodt (gecasseerd op 3 mei 1646), en verkoopt in 1613 Willem Jansz Grootis onze buurman aan Jan Willemsz onze buurman een stuk land genaamd Grietesacker, groot 163 roeden, belend ten noorden Jonge Jan Grootis, ten zuiden Tijs Woutersz, voor 140 gld 1023.
                                                                  In Krommenie compareren op 13 februari 1613 Willem Jansz Grootes, ter eenre, Vrerick Jansz als bestevader en rechte bloedvoogd van de 4 onmondige kinderen van de voornoemde Willem Jansz gewonnen en geteeld bij Anna Vrericksdr zal. ged., ter andere zijde, en hebben de goederen laten aantekenen die de vader aan de kinderen bewezen heeft als hun moeders erfenis, nl. de helft van Pieter Willemsz Haessenven, groot omtrent 5 vierendeel land, nog 200 gld berustende onder de vader, met de conditie dat de vader de kinderen zal onderhouden tot hun mondige jaren van de renten van de voorschreven goederen. Op 15 juli 1620 is dit veranderd: de 200 gld is gerekend op 165 gld en hiermee en met de dood van hun vader hebben de kinderen nog 550 roeden in Mangelventgen. Op 9 mei 1621 heeft Dirck Jansz Grootes als oom en rechte bloedvoogd van de weeskinderen van Willem Jansz Grootes zal. ged. de goederen laten aantekenen als 785 roeden in de Vrouwenven, groot in 't geheel omtrent 2 maden, nog in Mangelsven 550 roeden, met nog 50 gld aan geld berustende onder Jan Arisz Molenaer. 1024
                                                                  In Krommenie heeft in 1618 Claes Pietersz Hansz onze buurman verkocht aan Willem Jansz Groots onze buurman een stuk land groot 312 roeden, belend ten noorden Guerte Mijs, ten zuiden Wouter Willemsz, voor 632 gld, te betalen 1/3 gereed en de rest de 2 eerste midwinters (betaald, en geroyeerd op 11 februari 1620) 1025.
                                                                  Op Krommenie hebben op 15 juli 1620 Pieter Cornelisz van Westzaan, broer en voogd van Duijf Cornelisdr nagelaten weduwe van Willem Jansz Grootis onze zal. ged. buurman, vanwege voornoemde Duijf Cornelis, ter eenre, en Dirck Jansz Grootis als oom en rechte bloedvoogd van de onmondige kinderen van de voornoemde Duijf Cornelisdr gewonnen en geteeld bij de voornoemde Willem Jansz, laten aantekenen wat de weeskinderen ten deel gevallen is als hun vaders erfenis, nl. de helft van het land dat hun vader van Claes Trijn Hanssen gekocht heeft, 153 roeden in Mangelsventgen, aan geld 84 gld berustende onder de moeder, nog 160 gld opgeërfd door de dood van hun zal. halfzuster berustende onder hun moeder (waarvan Gerrit Dirck zijn wijf 100 gld heeft op een obligatie); voorts blijven de kinderen bij hun moeder zitten tot er anders in voorzien zou mogen worden 1026.
                                                                  In Krommenie hebben in 1634 Jacop Jansz zoon en voogd van Duyf Cornelisdr, ter eenre, Dirck Jansz Grootsz, oom en bloedvoogd van Willemtgen Willemsdr nagelaten weeskind van zal. Willem Jansz Grootsz geprocureerd bij de voornoemde Duyf Cornelisdr, ter andere zijde, te boek doen stellen de goederen die 't voorschreven weeskind toekomende zijn, nl. 3 vierdeparten in een stuk land groot in 't geheel 300 roeden, genaamd Claes Trijnhanssen, belend ten zuiden Claes Dirksz Conins, ten noorden Guerte Mijsen; voorts is geconditioneerd dat Duyf Cornelis met haar voorschreven kind zal blijven zitten tot hier anders in zal worden voorzien. Op 13 mei 1648 is voor weesmeesters een briefje vertoond van Arent Symonsz, man en voogd van Willemtgen Willemsdr, waarin stond dat hij Arent bekent voldaan te wezen van de voorschreven goederen van zijn huisvrouw. 1027
                                                                  In Krommenie in 1634 worden als voogden van moederszijde van de 4 nagelaten weeskinderen Willem, Baert, Duyff en Jan(tgen) van Claes Jansz en Aechte Willemsdr genoemd Jan Willemsz en Claes Willemsz, omen, en Dirck Jansz, oudoom. Op 5 september 1635 krijgen deze kinderen nog 90 gld uit de erfenis van Antgen en Aechgen Willemsdr, halve zusters van de moeder van vaderszijde. 1028.
                                                                  In Krommenie hebben op 1 maart 1613 Duijf Cornelisdr als moeder ter eenre, en Cornelis Jacopsz en Baert Jacopsz als omen en bestorven voogden van de kinderen van wijlen Jan Jacopsz Houniet ter andere zijde, doen aantekenen wat de weeskinderen, nl. Alidt, Aef en Jacop, tegenwoordig hebben 1030.
                                                                  In Krommenie heeft in 1627 Engel Jacopsz onze buurman, als voogd van Duif Cornelisdr weduwe van Willem Jansz Grotes, gekocht van Jan Willemsz mede onze buurman, 400 roeden in een stuk land genaamd Mangelsven, groot in 't geheel 704 roeden, belend ten noorden Guerte Boijtgis, ten zuiden Stercke Baert, voor 780 gld, te betalen de helft gereed en de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1031.
                                                                  In Krommenie verkoopt in 1639 Baert Jansz aan Duijf Cornelisdr, beiden onze geburen, een part in een stuk land genaamd Mangelsventgen, gemeen met haar, Duijf Cornelisdr, belend ten noorden Jan Jacopsz, ten zuiden Allert Olbrantsz, voor 130 gld 1032.
                                                                  In Krommenie bekent in 1640 Dirck Jansz Schoen gekocht te hebben van Jacop Jansz en Duijf Cornelisdr zijn moeder een huis met erf in 't Noordend, belend ten noorden Aecht Jansdr, ten zuiden Duijf Cornelis zelf, voor 800 gld, te betalen een vierdepart gereed en 3 vierdeparten op 3 eerstkomende meidagen 1033.
                                                                  In Krommenie verkoopt in 1641 Jacop Jansz als voogd in dezen van zijn moeder Duijf Cornelisdr aan de gemene huisarmen te Krommenie 2 bezegelde brieven, van 22 februari 1604 en van 27 juni 1614, beide met hoofdsom 50 gld ten laste van Jan Gavijsz (gecasseerd op 3 juni 1646) 1034.
                                                                  In Krommenie bekent op 2 maart 1646 Jan Joorijsz gekocht te hebben van Aerent Sijmonsz en Duijf Cornelisdr een stuk land in de Willes genaamd Claes Trijn Hanses, groot 296 roeden. belend ten noorden Fijtgen Ghijssen, voor 580 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1035.
                                                                  In Krommenie bekent in 1648 Thijs Pietersz gekocht te hebben van Duif Cornelisdr, onze geburen, een stuk land genaamd de Laen, groot 276 roeden, belend ten westen en zuiden Aecht Coster Jansdr, voor 840 gld, te betalen een derdepart gereed en 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 1036.
                                                              2. verm. Ouwe Jan GROOTIS.
                                                              3. verm. Griet JANSDR, tr. 1° Engel CLAESZ, tr. 2° Gaaf Claesz NOMIS, wedn. van Grietgen REIJERSDR.
                                                                  In Krommenie hebben vermoedelijk in 1600 Gaef Claesz als man en voogd van Griet Jansdr, ter eenre, en Jan Baertsz als voogd en Jan Jansz Grootis als oom van de kinderen dewelke de voornoemde Griet Jansdr gewonnen heeft bij Engel Claesz haar overleden man, ter andere zijde, de voornoemde kinderen hun vaders erfenis bewezen (gevolgd door een beschrijving), item nog de nabeschreven goederen de voorschreven kinderen opgestorven van hun bestemoeder, die Gaef Claesz overgegeven heeft, waaraan hij noch zijn oude kinderen zullen mogen komen maar waarvan Griet Jansdr, hun moeder, zal genieten haar leven lang (gevolgd door een beschrijving), en de kinderen zullen bij hun moeder blijven zitten in 't gemeen op baat en schade 1123.
                                                              4. verm. Dirck Jansz GROOTIS.
                                                              5. verm. Jan Jansz GROOTIS, zie 178.
                                                            360. (<180) (>720) Pieter Woutersz WIT, schepen van Krommenie 1124.
                                                                Voor de 10e penning van 1562 onder Crommenije en Crommenierdijck: Pieter Wouters gebruikt 11 morgen land, de morgen getaxeerd 4½£, dus 48½£, komt de 10e penning 4½£ 9 st [niet vermeld me een huis] 1125.
                                                                In Krommenie wordt voor de 100e penning in 1569 vermeld: Pieter Wouters, een huis met 10 morgen land, getaxeerd op 37½ gld, facit 8£ 5 st 1126.
                                                                In Krommenie wordt op 14 februari 1588 Pieter Woutersz alias Piet Wit vermeld als belend ten noorden van een stuk land genaamd de Hoeff dat tot onderpand gesteld wordt door Vrerick Vrericksz, en is op 6 februari 1591 Pieter Woutersz Wit belend ten westen van een stuk land genaamd de Hoeff door Pieter Jacobsz Schoemaecker, buurman te Westzaan, verkocht aan Cornelis Pietersz Rode, kuiper op Krommeniedijk 1127.
                                                                In Krommenie bekent in 1588 Jan Cornelisz Meneven, buurman op Krommeniedijk, schuldig te wezen Pieter Woutersz Wit, buurman te Krommenie, een jaarlijkse losrente van 12 gld, losbaar met 200 gld, met als onderpand een stuk land genaamd de Hoeff, groot 1 mad, belend ten oosten Dirck Heijndricksz te Alkmaar, ten zuiden Trijn Jans op Krommeniedijk, ten noorden Jannetge Jan Claesdr te Alkmaar (afgelost op 28 januari 1597), en verkoopt in 1598 Pieter Woutersz Wit, buurman in ons dorp Krommenie, aan Allert Dircksz en Jan Jansz, beiden wonende op de Vilsch, een stuk land genaamd de Vuijtterdijck, groot 744 roeden, belend ten noorde Jan Pietersz Broeders, ten oosten de Westdijck, ten zuiden de Armenvuytterdijck, ten westen de Crommenie 1128.
                                                                     Uit onbekende relatie(s):
                                                                1. Willem Pietersz WIT, zie 180.
                                                                2. Wouter Pietersz WIT, tr. (schepenbank) Krommenie 18 febr. 1615 (zij van de Marcken) Guerte CLAESDR.
                                                                    In Krommenie in 1633 verkoopt in Willem Pietersz Wits wonende op Wormerveer in de banne van Westzaan, als voogd van de weduwe en kinderen van zal. Wouter Pietersz Wits wonende alhier, aan Engel Gavijsz en Claes Gavijsz een huis en erf en een stuk land, groot het land met de werf 262 roeden, belend ten noorden Dirck Willemsz Visscher, ten zuiden voornoemde Engel en Claes met de voorschreven weduwe en kinderen, ten westen 's Heeren Wech, voor een termijnbrief, en bekent Willem Pietersz Wits wonende op Wormerveer van de weduwe en kinderen van zal. Wouter Pietersz Wits wonende te Krommenie gekocht te hebben een stuk land beoosten de Watering, groot 136 roeden, belend ten noorden Allert Conings, ten zuiden comparant zelf, voor ƒ 255, te betalen 1/3 gereed en de andere 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen, waarna de opdracht door Claes Gavijsz als voogd van de weduwe en kinderen 1129.
                                                                3. Heintgen Pietersz WIT, tr. (schepenbank) Krommenie 20 jan. 1606 Guerte CLAESDR.
                                                                    In Krommenie in 1634 verkoopt Jacop Heijnricksz[?] als voogd van zijn moeder Guerte Claes aan Claes Jansz van Dam, schepen alhier, een stuk land achter de Vlus, groot 76 jaar, belend ten noorden en zuiden Claes Jansz voornoemd, voor 174 gld 16 st, en bekent Jacop Aerijsz wonende op Wormerveer in de banne van Westzaan gekocht te hebben van Guerte Claesdr, weduwe van Heertgen Piet Wits, 2 akkers land beoosten de Watering bezijden elkaar, groot samen 300 roeden, belend ten noorden Jacop Aerijsz zelf, ten oosten Jacop Aerentsz, ten zuiden Gerrit Aerijsz, voor ƒ 587, te betalen op 3 eerstkomende meidagen bij egale portie (gecasseerd op 25 mei 1636), waarna de opdracht 1130.
                                                                4. Jan Pietersz WIT.
                                                                    in Krommenie bekent in 1614 Jan Pietersz Wit onze buurman gekocht te hebben van Pouwels Willemsz mede buurman 3 akkers land bezijden elkaar, belend ten noorden Claes Decker, ten zuiden de erfgenamen van Pieter Jansz Kosters, groot 328 roeden, voor 328 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende jaren 1131.
                                                              362. (<181) Aris Cornelisz GORTER, weesvoogd te Krommenie (als zodanig wordt Aris Cornelisz vermeld op 25 mei 1593 1132),
                                                                  In Krommenie compareren in 1603 Aris Cornelisz Gorter, mede voogd, met de voogden van zijn kinderen die hij geteeld en gewonnen heeft bij Marij Cornelisdr, zijn overleden huisvrouw, als nl. Cornelis Baertsz Gavis als voogd van Guiert, Pieter Claesz Schoenmaecker als voogd van Cornelis, Pieter Baertsz als voogd van Trijn, Ouwe Jacop Jansz Gavis als voogd van Jan, en Wouter Tijssen als voogd van Josep, en hebben hun hun moeders erfenis bewezen, als volgt: Guiert Arisdr een akker land genaamd Teniszacker met nog een akkertje genaamd het Vordelmats, hierop uit te keren 28 gld aan josep, Cornelis Arisz een perceel akkerland genaamd de Goeren gekomen van Aef Jansdr, hierop te ontvangen van Trijn 22 gld, Trijn Arisdr de helft van een stuk land genaamd Marij Jonckslant, hierop uit te keren aan Cornelis 22 gld en aan Josep 13 gld 10 st, Jan Arisz de andere helft van Marij Jonckislant, hierop uit te keren aan Josep 35 gld 10 st, Josep een perceel land genaamd het Brestecken, mits nog te ontvangen 77 gld als boven verhaald. Voorts blijft het huis en huisraad en inboedel en koebeesten en het erfdeel in De Rijp ongedeeld. Als de vader komt te overlijden vóór zijn kinderen tot hun mondige jaren zijn gekomen zodat zij hun brood zullen kunnen winnen, dan zal er geen deling wezen van zijn goederen of, de oude kinderen moeten beloven de kinderen die nog niet tot hun mondige jaren zijn gekomen op te voeden voor hun renten met behouden goed tot hun jaren dat zij hun kost of nooddruft zullen mogen winnen tot kennis van de weesmeesteren. 1133
                                                                  In Krommenie bekent in 1613 Aeris Cornelisz Gorter onze buurman gekocht te hebben van de erfgenamen van wijlen Guert Jansdr, onze zal. ged. buurwijf, 2 akkers land, groot tezamen 378 roeden, bezijden elkaar, belend ten noorden Pieter Woutersz, ten zuiden Willem IJsbrantsz Backer, voor 500 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende midwinters, en verkoopt in 1614 Dirck Willemsz van Limmen wonende te Alkmaar aan Aeris Cornelisz Gorter een stuk land groot 920 roeden, genaamd Dirck Cronen Sijbetsven, belend ten zuiden Hillegont Louwersdr, ten noorden Claes Claesz Fijes [zonder vermelding van een prijs] 1134.
                                                                  In Krommenie heeft in 1618 Neel Pietersdr buurvrijster, met Pieter Claesz Schoenmaecker als voogd, verkocht aan Aris Cornelisz Gorter mede buurman een stuk land van 109 roeden, belend aan weerszijden Claes Fijes, voor 138 gld 1135.
                                                                  In Krommenie bekent in 1619 Cornelis Arijsz, voor hemzelf en hem sterk makende voor zijn broer Jan Arijsz, gekocht te hebben van hun mede-erfgenamen 3 vijfdedelen van hun zal. ged. vaders huis en erf, belend ten noorden Gerrit Dircksz, ten zuiden Thijs Evertsz, voor 660 gld, te betalen 1/3 gereed en de rest op 2 midwinters, gevolgd door de opdracht door Willem Pietersz, schoonzoon van wijlen Aris Cornelisz Gorter, ook voor zijn mede-erfgenamen van de voornoemde Gorter 1136.
                                                              tr.
                                                              363. (<181) Marij CORNELISDR.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Guiert ARISDR.
                                                                2. Cornelis Arisz GORTER.
                                                                3. Trijn ARISDR, zie 181.
                                                                4. Jan Arisz GORTER.
                                                                    In Krommenie in 1640 bekent Jan Aerijsz Gorters gekocht te hebben van Aerijan Pietersz, beiden onze geburen, een stuk land achter het Noordend, groot 391 roeden, belend ten noorden en zuiden de erfgenamen van Dirck Heijntgis, voor 840 gld, met een termijnbrief, en bekent Jan Arijsz Gorters gekocht te hebben van de kinderen en erfgenamen van wijlen Guert Mijsen van Zaandam een stuk land groot 146 roeden, belend ten noorden Sijmon Cornelisz, ten zuiden Jan Jacopsz, voor 220 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 Vrouwlichtmisdagen 1137.
                                                                    In Krommenie verkopen op 7 mei 1655 Sijmon Pietersz Smit en Cornelis Josepsz Gorter, voor henzelf en voor hun consorten, tezamen erfgenamen van wijlen Jan Arisz Gorter, aan Flooris Willemsz wonende in 't Noortendt een huis en erf in 't Noort-endt, belend ten noorden Claes Koningh, ten zuiden de kinderen van Claas Allert de Backers; betaald met een custingbrief 499.
                                                                5. Josep Arisz GORTER, tr. Aecht JANSDR, dr van Jan Baertsz HIL en Duijf VREERICKXDR, die hertr. met Cornelis Claesz GORTER, alias Libertijn.
                                                                    In Krommenie hebben op 13 juli 1626 Cornelis Claesz als man en voogd van Aecht Jansdr, huisvrouw geweest van Josep Aerisz zal., ter eenre, en Jan Arisz als rechte oom en bloedvoogd van de 2 nagelaten kinderen die Aecht Jansdr en Josep Aerisz bij elkaar gewonnen hebben, nl. Cornelis Josepsz en Duijfgen Josepsdr, ter andere zijde, te boek doen stellen hetgeen Aecht Jansdr haar kinderen tot hun vaders erfenis bewezen heeft, als volgt: de helft van een stuk land achter 't Noordent, in 't geheel groot 820 roeden, belend ten noorden en zuiden de erfgenamen van Dirck Hemtgis in zijn leven poorter te Alkmaar, een stuk land tussen de Saendijck en de Watering, groot 210 roeden, belend ten noorden Griet Oude Jacopsdr, ten zuiden Eggis zwager op 't Saend, nog 170 gld die de voorschreven Cornelis Claesz en zijn huisvrouw onder zich hebben. Op 13 juli 1639 compareerden Cornelis Claesz Gorter en Jan Aerisz voogd geweest van de voorschreven kinderen die gehuwelijkt zijn, en bekende Jan Aerisz vanwege de voorschreven kinderen van Cornelis Claesz voldaan te zijn. 1138
                                                              376=356.
                                                              378. (<189) verm. Vrerick JANSZ,
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Anna VRERICKSDR, zie 189.
                                                              432. (<216) Dirck HILLEBRANTSZ,
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Hilbrant DIRCKSZ, zie 216.
                                                              434. (<217) Cornelis AERIJSZ,
                                                                  In Krommenie hebben Gerrit Cornelisz en Hilbrant Dircksz man en voogd van Trijn Cornelis, enige erfgenamen van zal. Cornelis Aerijsz, in zijn leven gewoond op de Horn in onze ban, verkocht aan Dirck Gerritsz Dootshooft, poorter te Amsterdam, een erf of hofstede op de Horn, waar hij Cornelis Aerijsz in zijn leven op gewoond heeft, belend ten oosten Jan Albertsz die in 't huis tegenover 't erf is wonende, ten westen Reijer Maertsz, ten zuiden de Heerenwech, ten noorden de Achtersloot, voor 100 gld 1139.
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Gerrit Cornelisz MEIJNEN.
                                                                    In Krommenie in 1622 is op 16 mei Gerrit Cornelisz Meijnen wonende op de Horn schuldig een jaarlijkse losrente van 3 gld 15 st, hoofdgeld 60 gld, aan Albert Maertsz Decker wonende op de Horn, met als onderpand een huisje en erf op de Horn waar nutertijd in woont Jacop Jan Aerisses, belend ten oosten Marij Claesdr met haar kinderen, ten westen Hillebrant Dircksz, ten zuiden de Heerenstraet, ten noorden de Achtersloot, en verkoopt op 12 augustus Gerrit Cornelisz Meijnen dit huisje en erf aan Albert Maertsz Decker voor 80 gld 1140.
                                                                2. Trijn CORNELISDR, zie 217.


                                                              Generatie X (<IX, >XI)

                                                              556. (<278) Jan, alleen bekend van een zoon Theuus en een dochter Guert,
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Theuus JANSZ, zie 278.
                                                                2. Guert JANS, tr. Ouwe Pieter Jansz BREUWER.
                                                              570. (<285) Cornelis NANNINGS, alleen bekend van 2 zoons en 4 dochters,
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Pieter CORNELISZ.
                                                                2. N.N. Cornelisz IJFF.
                                                                3. Aeff CORNELIS NANNINGSDR, tr. Gerret.
                                                                4. Lysbeth CORNELIS NANNINGSDR, geb. ca. 1533.
                                                                    Op 29 mei 1593 testeert Lysbeth Cornelis Nannincxs van Oostzaan, nog ongehuwde persoon, oud omtrent 59 jaren. Zij nomineert tot haar enige en universele erfgenaam Guerte Cornelis Nannincxs, haar zuster wonende te Assendelft, bij gebreke van haar, haar kinderen of kindskinderen, die alle goederen zullen mogen aanvaarden en blijven behouden, mits uit te keren aan Griete Cornelis Nannincxs, haar zuster te Jisp, 50 gld, of bij gebreke van haar, haar kinderen. En aan de kinderen van Pieter Cornelisz en IJff Cornelisz, haar overleden broers, tezamen 50 gld, hoofd voor hoofd. Item dat Gerryt Gerritsz, zoon van Aeff Cornelisdr haar overleden zuster, zal blijven behouden hetgeen hij, zo van land, geld of anders, van testatrices vader heeft, en daarmee uit testatrices goederen gesloten zal blijven. Als iemand van haar erfgenamen met het voorgaande niet tevreden is, zal diegene van diens portie verstoken blijven en zal hetgeen besproken is erven op de voorschreven Guerte Cornelis, haar zuster, en deszelfs kinderen. 1141
                                                                    In de banne van Oostzaan testeert in 1610 Lysbeth Cornelis Nanningsdr, ongehuwde persoon, geassisteerd met Cornelis Jaep Schermers haar voogd wonende in Oostzaan. Zij prelegateert om menige getrouwe dienst, inzonderheid in haar ziekte en krankheden, en meer andere redenen haar daartoe moverende, aan Aeff Jansdr, haar zusters dochter, of bij aflijvigheid haar kinderen, het huis en worf waar zij tegenwoordig woont in Oostzaan in de Kerckbuert, belend ten zuiden Jan IJsbrantsz, ten noorden Jan Cornelisz. De kinderen van haar zusters zoon Gerret Gerretsz zal. ged. zullen vooruit hebben al het geld dat zij op rente of anderszins heeft. Zij institueert de kinderen van haar zuster Guierte Cornelis Nannincxdr zal. ged., met namen Claes Jansz, Aeff Jansz en de kinderen van Dieuwer Jansz zal. ged. in de plaats van hun overleden moeder, of bij aflijvigheid hun kinderen in de plaats van hun ouders,in haar deel van de Voorven en van de Achterven, in de ban van Oostzaan op de Weersloot, belend ten zuiden Geert Brouwers, ten oosten Claes Huych, ten noorden de Weersloot, ten westen Lijsbet Sijmis, zonder iets meer. In haar overschietende na te laten goederen institueert zij gelijkelijk alle kinderen van haar broers en zusters, of bij aflijvigheid hun kinderen in plaats van hun ouders, uitgezonderd de kinderen en kindskinderen van Guierte Cornelis Nannincx, waarbij de voorschreven erfgenamen zullen moeten toestaan dat Jan IJsbrantsz en Aeff Jans voorschreven zijn huisvrouw of hun erven, indien zij het begeren, het land te verkopen dat zij voor hun deel krijgen, voor de prijs die 4 buren zeggen het waard te zijn 1142.
                                                                5. Guierte CORNELIS NANNINGSDR, zie 285.
                                                                6. Griete CORNELIS NANNINGSDR.
                                                              644. (<322) Claes SYMONS,
                                                              tr. N.N.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Symon CLAESZ, zie 322.
                                                              646. (<323) (>1292) Claes JAN COSTERS, overl. tussen 12 juni 1592 en 30 jan. 1608,
                                                                  In Assendelft verkoopt in 1583 Claes Jan Costers als man en voogd van Dieuwer Claes Jan Dircxdr aan Dirck Dircxz van de Langelaen een koeven in Claes Heynenweer, verkoopt in 1619 Jan Claes Jannen, ook voor zijn broers en zusters, tezamen erfgenamen van Claes Jan Costers en Dieuwer Claes hun overleden vader en moeder, aan Cornelis Claesz hun neef een stuk land genaamd het Twischveentgen, groot 415 roeden, en nog een perceel veen, en verkopen in 1619 Jan Claesz en Pieter Claesz, gebroeders, en Gerit Willemsz hun zwager, ook voor hun andere broers en zusters, gezamenlijke erfgenamen can Claes Jan Costers, hun overleden vader, aan Jan Claesz Lou, brouwer te Haarlem, en Jacob Jacobsz, waard te Assendelft, een huis en hof in de Kerkbuurt 1143.
                                                              tr.
                                                              647. (<323) (>1294) Dieuwer CLAES DIRCXDR, overl. tussen 12 juni 1612 en 5 febr. 1619.
                                                                  In Assendelft is in 1608 Dirck Claesz als zoon en voogd in dezen van Dieuwer Claesdr, weduwe van Claes Jan Costers, een jaarlijkse losrente van 6 gld 10 st schuldig aan de weeskinderen van Dirck Lourisz bij Mary IJsbrantsdr (afgelost op 15 juni 1617) 1144.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Dirck Claesz STUYERMAN.
                                                                      In Assendelft verkoopt in 1612 Dirck Claesz Stuyerman als zoon en voogd van Dieuwer Claesdr, weduwe van Claes Jan Costers, aan Wouter Jansz schoenmaker een stuk land van omstreeks 600 roeden 1145.
                                                                  2. Jan CLAES JANNEN.
                                                                  3. Pieter Claesz COSTER.
                                                                  4. Marytgen CLAES COSTERS, zie 323.
                                                                  5. N.N. Claesdr COSTER, tr. Gerit WILLEMSZ.
                                                                658. (<329) Valentyn, alleen bekend van een zoon en twee dochters,
                                                                tr. N.N.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Maertje VALENTIJNS, zie 329.
                                                                664. (<332) (>1328, >1329) Cornelis Jansz RIJSER,
                                                                    In Jaarboek Amstelodamum 77 (1985) 1146, op blz. 41 het volgende. Op 6 juli uitgeleid: nr 45 Jacob Bicker, overleden buiten Amsterdam vóór mei 1590, zn van Cornelis Rijser, begiftigd met een vicarie in de Nieuwe Kerk 1540/41-1546/47), kapelmeester Sint Jacobskapel 1569, woonde aan de N.Z. Voorburgwal tegenover de N.Z. Kolk, en Nies Claes Bickersdr, ongehuwd. Zijn broer Claes Rijser liep over naar de vijand en werd in mei 1579 ingedaagd.
                                                                    Op 29 mei 1612 wordt in Amsterdam een getuigenis afgelegd door Pompeus Buijck 1147, als volgt, volgens de transciptie in Drijfhout 1148, kol. 242-243.
                                                                    „Compareerde etc. d'e Pompeus Buijck, burger deser stede, oudt 62 jaren ende heeft bij sijne manne waerheydt in plaetse van ende onder presentatie van eede ten versoucke van de vrienden van Niclaes Rijser, nu (zo geseit wordt) zijnde in Spangien, geattesteert ende verclart zo hij attesteerde ende verclarde mits dezen hoe waer is, dat hij getuige zeer wel heeft gekend wijlen Simon Rijser in sijn leven vader van vz. Niclaes Rijser, mitsgaders Cornelis Rijser, grootvader van denselve Niclaes Rijser, insgelijcx Jan Rijser ende Garbrant Rijser, priester, beyde gebroeders van vz. Cornelis Rijser ende over zulcx wel weet, dat al de vz. persone geweest zijn eerlicke goede Catholijcke luijden, van tijdtlicke goederen wel voorzien, van goede name ende fame ende door huwelicken aen goede ende catholijcke luijden geallieert, uijtgesondert den voorn. heer Garbrant Rijser, diewelcke priester geworden ende gestorfen is, nadat hij inde veranderinge hier tot Amstelredamme inden jare 1578 inde maendt van Maye, zo int stuck van de religie als van de regieringe gevallen, mette andere geestelickheidt ende die voorn. zijne twee broeders uijt de selve stadt verdreven is geweest.
                                                                    Item dat hij getuijge tot meermalem heeft horen seggen dat die voorz. Simon Rijser, in zijn leven vader van voorn. Niclaes Rijser na date van de vz. alteratie hier tot Amstelredamme gevallen, met sijn huijsvrouwe, kinderen ende huijsgezinne vertrocken is geweest tot Groningen ende aldaer gestorfen is in den dienst van de alderdoorluchtigste ende hoochgeborenste heere ende coning van Spangien, hoochloflicker memorie.
                                                                    Seggende de voorz. deposant voor redene van wetenschappe, dat hij is een ingeboren burger deser voorsz stede ende een zoon van z. Joost Buijck, diewelcke met hem getuyge ende zijne twe andere zoenen in de voirsz alteratie (als hij nu lange jaeren vroedschap, greferier, schepen ende eijntelick tot zeventien malen burgemeester hadde geweest) mede beneffens de andere magistraten ende geestelickheijdt uijt de selve stede is gezett, zijnde deselve zijne getuijgens vadere int jaer 1549 presiderende burgemeester ende die ghene geweest die den voirsz. Con. Maijesteyt van Spangien in zijne huldinge binnen de voirsz stede den gewoenlicken eedt afgenomen heeft.”
                                                                    Op 2 juni 1612 wordt in Amsterdam een getuigenis afgelegd door Gerrit Cornelis Coppesz 1149, als volgt, volgens de transciptie in Drijfhout 1148, kol. 243-244.
                                                                    „Compareerde etc. d'eers. Gerrit Cornelis Coppesz, oudt 62 jaeren, eertijds voor de alteratie int jaer 1578 inde Maijemaendt zo inde religie als inde regieringe hier ter stede gevallen, secretaris der selve stede, alwaer hijtegenwoirdich zijne residentie, na voergaende thien jaeren, die hij uijtgezeijt is geweest, houdende is, die welcke ten versoucke van broeder Willem Rijser, minnebroeder ende Claes Rijser zijn broeder (die men zeijt alsnu in Spangien te zijn), beijde zoenen van Simon Rijser, bij zijne manne waerheijdt ende onder presentatie van eede heeft geatetsteert ende verclaert, zo hij attesteerde end verclaerde mits desen, hoe waer is, dat hij deposant zeer wel gekent heeft den voirsz Simon Rijser der requiranten vadere ende dat hij getuijge van veel loefwardige personen tot meermalen heeft verstaen, dat die selve, nadat hij inde voorsz alteratie uijt deser stede beneffens die oude magistraten ende gheestelicken was geset, is vertrocken met zijn wijff, kinderen ende familie na Groningerlandt, alwaer hij in dienste van den Con. Majesteijt van Spangien h.m. deser wereldt is overleden.
                                                                    Item dat hij getuijge mede zeer wel gekent heeft Cornelis Rijser, der voersz requiranten grootvader, mitsgaders Jan Rijser ende heer Gerbrant Rijser, priester, desselfs broeders, diewelcke alle te samen zijn geweest goede eerlicke vrome ende catholijcke burgers.
                                                                    Item dat die voirsz Cornelis Rijser wesende binnen Amersfoort (alwaer hij deposant met meer andere heeren vande oude raedt ende enige geestelicke personen als namentl. mede die voirn. heer Garbrant Rijser, zijn broeder, diewelcke int overvallen vande stede gevangen genomen werden) is hij int beleg in der nachte over des stads muijren nedergelaten ende voirts tot Emmerick in den lande van Cleeff gecomen.
                                                                    Verklarende voorts hij getuige, dat inden ouden registers van de magistraten dezer stede bevonden werdt, dat de namen van Rijser tot veel malen ende over menige jaeren in de selve sijn bekent.”
                                                                tr. ca. 1546
                                                                665. (<332) (>1330, >1331) Nies Claesdr BICKER, overl. vóór 22 sept. 1599.
                                                                    In Amsterdam testeert in 1590 Nyes Claesdr, de huisvrouw van Cornelis Jansz Ryser, poortersse dezer stede, aan Geerte Rysers, Cornelis Ryser en Claes Ryser, haar kinderen, of bij aflijvigheid vóór die van testatrice, hun kinderen of anders, en aan de nagelaten kinderen van Henrick Ryser, van Jan Ryser en van Symon Ryser, haar overleden zonen, in hun vaders plaats, en aan Jonge Albert Oostman, de nagelaten zoon van Nelletgen Rysers, haar overleden dochter, in zijn moeder plaats, wel te verstaan dat de voorschreven Geerte Rysers, Cornelis Ryser en Claes Ryser zullen genieten vooruit elk 1200 gld, in recompensie van hetgeen haar gehuwde kinderen van haar, zo in huwelijk als anders, genoten hebben. Van wat er na voldoening van de schulden van haar goederen overschiet zal haar man Cornelis Jansz Ryser het vruchtgebruik hebben, zijn leven lang of tot zijn wederhuwelijk, en door haar genoemde erfgenamen gedeeld worden, behoudens dat aan de voorschreven Geerte Rysers bij codicil van Claes Symonsz haar grootvader vermaakt is een rente van 14 gld 's jaars, welke jaarlijkse rente zij, testatrice, altijd genoten heeft, zo wil zij dat de voorschreven Geerte, in recompensie van dien en om andere redenen haar moverende, vooruit zal hebben een rentebrief van 21 gld 's jaars, losbaar de penning 18, houdende op het huis genaamd de Spanseerder staande op de Nieuwendyck bezijden de Gulden Fonteyn, mits dat daartegen in de boedel van testatrice gemeen zullen blijven 14 gld 's jaars en 5 gld 's jaars erfrenten. Zij prelegateert ook aan Geerte Rysers haar kleren, ringen en kraamgoed, die Geerte, evenals de rentebrief van 21 gld, terstond na testatrices overlijden genieten zal, item prelegateert zij aan Geerte Rysers, Cornelis Ryser en Claes Ryser tezamen al het huisraad en de inboedel. Wat haar erfgenamen vanwege hun legitieme portie zullen verkrijgen mogen zij niet vervreemden of belasten, behalve bij consent van haar vrunden indertijd, en ook niet bij testament of codicil vermaken buiten de linie en bloede van testatrice. Om deze testamentaire dispositie tot executie te volbrengen nomineert zij Evert Claesz, haar rechtzusterling, en Gerryt Symonsz Bont, haar mans rechtzusterling. 1150
                                                                    In Amsterdam geven in 1599 Cornelis Elbert Marcusz voor hemzelf en als vervangende Mr Claes Evertsz Hulft, als testamentaire voogden van de nagelaten kinderen van zal. Jan en Simon Rijser, gebroeders Rijsers, Cornelis Rijser voor hemzelf, Peter Jansz Pont als man en voogd van Giert Rijsers, Seger Pietersz als voogd van de nagelaten kinderen van Hendrick Rijser, tezamen erfgenamen van zal. Agnies Claesdr, hun respectieve moeder en bestemoeder, allen poorters dezer stade, machtiging aan Peter Segersz, poorter dezer stede, om te adminstreren, regeren en verhuren de goederen bij 't overlijden van dezelve Agnies Claes op henluiden gedevolveerd. Op 27 september 1599 heeft Albert Ostman de voorschreven procuratie voor zo veel hemzelf aangaat mede „geavoijeert” [goedgekeerd]. 1151
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Nelletgen Cornelisdr RIJSER, tr. Albert OSTMAN.
                                                                        In Haarlem op 6 februari 1586 verkoopt en draagt op Pieter van Zonnebyle, man en voogd van Maretgen Pietersdr, volgende verkoping geschied in 1572, aan Aelbert Oostman te Hamburg, als vader en ten behoeve van de jonge Aelbert Oostman, zijn zoon gewonnen bij wijlen Nelletgen Rysers van Amsterdam, zijn overleden huisvrouw, de helft van een stuk land groot in 't geheel 2 morgen waarvan de wederhelft zekere weeskinderen te Delft toebehoort, gelegen achter de Oude Schutsthoorne, belend ten oosten Jan Claesz Lotysz Gael, ten zuiden Jan Willem Dircxz, ten westen 't land van het convent van de barvoetszusteren binnen Haarlem gekomen, ten noorden de memorie alhier 1152.
                                                                    2. Hendrick Cornelisz RIJSER, overl. vóór 17 mei 1590, tr. Catrijn GERRITSDR, overl. vóór 1 dec. 1581, dr van Gerrit Jansz in de CRABBE en Anne CORNELISDR, wed. van Pieter SEGERSZ.
                                                                        Ghysbrecht Sijbrantsz Appelman als man en voogd van Gerritgen Gerritsdr, Henrick Ryser als vader en voogd van zijn weeskind geprocreëerd bij wijlen Catrijn Gerritsdr, Pieter Jacobsz Bolwerck als voogd van 't weeskind van voorschreven Catrijn Gerritsdr geprocreëerd bij Pieter Segersz haar eerdere man, als erfgenamen van Gerrit Jansz in de Crabbe en Anne Cornelisdr, in hun leven poorters te Amsterdam, mitsgaders Gerrit Pietersz Cousijn en Hadde Florisz man en voogd van Catharina Pieters Cousijnsdr, erfgenamen van wijlen Pieter Cousijn, zijn op 1 december 1581 voor het Hof van Holland gedaagden 'in rauw actie' tegen Govert Jansz Glimmer te Amsterdam als voogd van zijn schoonmoeder, impetrant, in de zaak van 8 november laatstleden; uitgesteld. Op 20 december 1581 is Cornelis van Dam impetrant als procureur van Govert Claesz Glimmer, en Gerrit van der Burch procureur van Ghysbrecht Zybrantsz c.s., die ten verzoeke van het Hof verklaard heeft dat 'de acte' [niet aangegeven welke] bij het proces zal regard genomen worden als te behoren. 1153
                                                                    3. Jan Cornelisz RIJSER, zie 332.
                                                                    4. Sijmon Cornelisz RIJSER, tr. Weyntgen TONISDR, geb. ca. 1554, dr van Thonis Willemsz BONTEKOE 1154, zeepzieder, en Lijsbeth JANSDR.
                                                                        In Amsterdam heeft in 1604 Willem Tonisz Bontekoe als oom van Claes, oud 24 jaar, en Symon, oud 16 jaar, de nagelaten kinderen van Cornelis [moet zijn: Symon Cornelisz] Rijser geprocreëerd bij Weyntgen Tonisdr ter weeskamer verklaard dat de voorschreven weeskinderen bij 't overlijden van Tonis Willemsz Bontekoe, hun grootvader, tezamen aanbestorven is hetgeen volgt: eerst een vierdepart van een spijker, tuin en erf op de Heyligewech buiten dezer stede, belend ten noorden de erfgenamen van Lubbert Nut, ten zuiden de erfgenamen van Philips de Gardenier, nog een vierdepart van een huis en erf op de Noorderhoeck van de Lelystrate buiten de Oude Jan Roodenpoirte in de Nieuwstadt, belend ten zuiden de Leliestrate, ten noorden Pauwels Buys 1155.
                                                                    5. Claes Cornelisz RIJSER.
                                                                    6. Jacob Cornelisz RIJSER.
                                                                    7. Cornelis Cornelisz RIJSER.
                                                                    8. Claes Cornelisz RIJSER.
                                                                    9. Giertje CORNELISDR, ondertr. (pui) Amsterdam 17 mei 1597 ( hij wonende op de Zeedyk, geassisteerd met Jan Pietersz Pont zijn vader, zij wonende op de Niewezyts Afterburghwal, geassisteerd met Claes Garbrantsz als voogd in dezen [zij tekent als Giertgen Cornelisdr]) Pieter Jansz PONT, geb. ca. 1570, zn van Jan Pietersz PONT.
                                                                  666. (<333) (>1332, >1333) Thonis Willemsz BONTEKOE  1154, zeepzieder,
                                                                      In Amsterdam heeft op 11 februari 1559 Thonis Willemszoon bewezen zijn 6 kinderen, als Anna oud 17 jaar, Aecht 15 jaar, Willem 14 jaar, Lysbeth 7 jaar, Weyn 4 jaar en Mary 3 jaar, of daaromtrent, van wie de moeder was Lysbeth Jansdr zal. ged., bewezen voor hun moeders erfenis de somme van 3600 gld. Hij zal zijn kinderen houden met behouden goed tot hun mondige jaren toe om de vruchten van het voorschreven bewijs, met als onderpand zijn huis en erf op 't Water genaamd de Gulden Eenhoorn, belend ten zuiden Pieter IJsbrantsz, ten noorden Pieter Corver, met 2 huizen en erven daarachter in de Carnemelckstege. En het behaagde Jan Gherytsz Boel secretairs, als man en voogd van Tryn Jans, en Geert Jans met dezelve Jan Gerytsz haar voogd in dezen overmits de absentie van haar man uitlandig zijnde, moeien van de kinderen. Op 24 mei 1561 heeft Jan Lambertszoon, ter presentie van Anna Thonisdochter zijn huisvrouw, bekend door Thonis Willemsz zijn schoonvader voldaan te wezen. Op 22 november 1565 heeft Willem Anthonisz bekend door zijn vader voldaan te wezen. 1156
                                                                      In Jaarboek Amstelodamum 83 (1991) 1157 het volgende. (1) Op blz. 66, over 'de Gulden Eenhoorn', Damrak (nrs 29/30), 'de Bonte Koe', Damrak (nr 29). Omstreeks 1550 kwam het noordelijke pand (nr 29) in het bezit van Anthonis Willemsz († 1594), die er 'de Bonte Koe' had uithangen. Mogelijk was hij askoper van beroep. Door zijn tweede huwelijk in 1559 met de weduwe van de zeepzieder uit 'de Drye Swaentjes' van Damrak (nr 52) kwam hij in het zeepziedersvak terecht. (2) Op blz. 70, over 'de Drye Swaentjes' en 'de Halve Maen', Damrak (nr 52). Opvolger was omstreeks 1545 de zeepzieder Adriaen Goossens († ca. 1555) uit Gorinchem, die op 11 februari 1547 poorter van Amsterdam werd. Zijn weduwe Anna Willemsdr († 1593) hertrouwde in 1559 met Anthonis Willemszn uit 'de Bonte Koe'van Damrak (nr 29), die daarop de leiding over de zeperij van 'de Drye Swaentjes' kreeg. Na de Alteratie werd Anthonis Willemszn Bontekoe door de afgevaardigden van de schutterij in de Vroedschap gekozen, maar hij schijnt daar geen actieve rol te hebben gespeeld. In diezelfde tijd heeft hij zich uit de zaak teruggetrokken en werd de zeperij 'de Drye Swaentjes' in 1586 aan zijn stiefzoon Goosen Adriaenszn (1544-vóór 1605) overgedragen.
                                                                      Anthonis Willemszoon alias Bontekoe, van Amsterdam, als actie hebbende van Rommert Jacobsz wonende te Lissabon, constitueert in Haarlem op 9 oktober 1567 Gouthum contra de andere crediteuren van Pieter Claesz Bun 1158.
                                                                      In Amsterdam verkoopt op 1 mei 1587 Anthonis Willemsz Bontekoe aan Jacob Jacobsz lakencooper de helft van een huis en erf staande in de Windmolenzijde waar Hindelopen uithangt en belenders van zijn ten noorden de erfgenamen van Syvert Walichs, ten zuiden Claes Elbertsz Goyer, strekkende voor van de middelstraat tot achter aan de huizen en erven van Jacob Symonsz Cluft, met een uitgang achter op 't water uitgaande waarin de zijdegeburen hun watergang hebben, met als waarborg Jan Lambertsz in 't Disseltgen, bezwaard met tweemaal 22 stuivers jaarlijks (in de voorgaande akte verkoopt Sybrant Buyck Joosten de andere helft op dezelfde datum aan dezelfde koper) 1159.
                                                                  tr. 2° Anna Willemsdr OPSY, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) 29 sept. 1593,
                                                                  tr. 1°
                                                                  667. (<333) (>1334, >1335) Lijsbeth JANSDR, geb. Amsterdam ca. 1517, begr. ald. (Oude Kerk) 10 okt. 1557 (als Lijsbeth Jansdr, de huisvrouw van Thonis in de Bonte Koe; ƒ 4-7-0).
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Anna THONISDR, geb. ca. 1541, tr. Jan LAMBERTSZ.
                                                                    2. Aechte THONISDR, geb. ca. 1543, overl. vóór 24 juni 1603, ondertr. Schiedam 5 okt. 1577 (zij Aechgen Thoenisdr, jonge dochter van Amsterdam) Gerrit Florisz de BRUIJN.
                                                                        In Schiedam verkoopt op 19 mei 1611 Jan Willemsz van Haarlem, met procuratie d.d. 24 juni 1603 van Lambrecht Jansz koopman, Lijsbet Thonisdr weduwe van Jan Rijser en Weijntgen Thonis weduwe van Sijmon Rijser, erfgenamen van Aechte Thonis weduwe van Gerrit Florisz de Bruijn, aan Cornelis Jansz de Geus een huis en erf op de Hoogstraat, belend ten noorden Pieter Pietersz van Dijck kleermaker, ten zuiden het Korte Groenendal, voor 1200 gld te betalen 48 gld per jaar, belast met een erfrente van 3 gld per jaar mitsgaders een losrente ƒ 12-10-8 per jaar losbaar de penning 16 1160.
                                                                    3. Willem Anthonisz BONTEKOE, geb. ca. 1544.
                                                                    4. Lijsbeth TONISDR, geb. ca. 1551, zie 333.
                                                                    5. Weyntgen TONISDR, geb. ca. 1554, tr. Sijmon Cornelisz RIJSER, zn van Cornelis Jansz RIJSER en Nies Claesdr BICKER.
                                                                        In Amsterdam heeft in 1604 Willem Tonisz Bontekoe als oom van Claes, oud 24 jaar, en Symon, oud 16 jaar, de nagelaten kinderen van Cornelis [moet zijn: Symon Cornelisz] Rijser geprocreëerd bij Weyntgen Tonisdr ter weeskamer verklaard dat de voorschreven weeskinderen bij 't overlijden van Tonis Willemsz Bontekoe, hun grootvader, tezamen aanbestorven is hetgeen volgt: eerst een vierdepart van een spijker, tuin en erf op de Heyligewech buiten dezer stede, belend ten noorden de erfgenamen van Lubbert Nut, ten zuiden de erfgenamen van Philips de Gardenier, nog een vierdepart van een huis en erf op de Noorderhoeck van de Lelystrate buiten de Oude Jan Roodenpoirte in de Nieuwstadt, belend ten zuiden de Leliestrate, ten noorden Pauwels Buys 1155.
                                                                    6. Mary THONISDR, geb. ca. 1554.
                                                                  668. (<334) (>1336) Adriaen LENAERTSZ, koopmansbode,
                                                                      In Amsterdam heeft op 6 november 1557 Adriaen Lenertsz, koopmansbode, bewezen zijn dochter genaamd Neeltgen, oud 1½ jaar of daaromtrent, van wie de moeder was Ffye Thonisdochter zal. ged., de somme van 50 gld, en een rok door 's kinds moeder achtergelaten of 9 gld. Voorts compareerde Lenaert Jansz, de vader van de voorschreven Adriaen Lenertsz, en stelde tot onderpand zijn huis en erf bij de Haerlemmerpoort, belend ten zuiden de erfgenamen van Tryn Symons, ten noorden Jan van Lenden de binnenlandsvaarder. En het behaagde Griet Elbertsddr, grootmoeder, met Joachim Langerman met Adriaen Liemensz haar voogd in dezen, oudmoei van 't voorschreven kind. Voorts is geaccordeerd over Marytgen, voorkind van Ffye Tonis bij Luytgen Wouytersz, kaaskoper. Op 30 september 1580 is Neeltgen Adriaensdr getrouwd met Florys Janszoon. 1161
                                                                  tr. 1° Fye THONISDR, overl. vóór 6 nov. 1557, dr van Griet ELBERTSDR, wed. van Luytgen WOUTERSZ, kaaskoper,
                                                                  tr. 2°
                                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                                    1. Neeltgen ADRIAENSDR, geb. ca. mei 1555, tr. Floris JANSZ.
                                                                  669. (<334) (>1338, >1339) Jannetgen JANS.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Lenaert ADRIAENSZ, geb. ca. 1564, zie 334.
                                                                  670. (<335) (>1340, >1341) Pieter Pietersz MOL, geb. ca. 1513, metselaar,
                                                                  tr.
                                                                  671. (<335) Neel JANSDR.
                                                                      In Amsterdam heeft in 1565 Neel Jansdochter, met meester Reijer Lambertszoon haar voogd in dezen, bewezen haar 6 kinderen, als Dieuwer oud 13 jaar, Pietertgen 11 jaar, Anna 11 jaar, Pieter 7 jaar, Geryt 3 jaar en Tryntgen 1 jaar, of daaromtrent, van wie de vader was Pieter Pieterszoon Mol, de metselaar, zal. ged., eerst de ene helft van een huis en erf in de Pijlstege met de ene helft van een woning daarachteraan en de ene helft van een woning daarbezijden, belend ten oosten Adriaen Lenertsz, koopmansbode, ten westen Reyer Cornelisz, Londenvaarder, belast met 15½ gld 's jaars te lossen de penning 18, geldende 's jaars in huur 73 gld, nog 't vierdepart van een huis en erf in de Pieter Jacobszoonstege, belend ten oosten Duyffgen Flooren, ten westen Henrick Otszoon, belast met 6 gld 12 st 's jaars de penning 18, nog over de helft van de inboedel 30 gld. Zij zal haar voorschreven kinderen houden met behouden goederen tot hun jaren toe om de vruchten van 't bewijs. En 't behaagde zonder inventaris te begeren Griete Pieters, moei van de kinderen, met Pieter Evertsz haar man als voogd, Dirk en Garel Andrieszoonen, zusterlingen over de kinderen. 1162
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Dieuwer PIETERS, geb. ca. 1552.
                                                                      2. Pietertgen PIETERS, geb. ca. 1554.
                                                                      3. Anna PIETERS, geb. ca. 1556.
                                                                      4. Pieter Pietersz MOL, geb. ca. 1558.
                                                                      5. Geryt Pietersz MOL, geb. ca. 1562.
                                                                      6. Trijn PIETERSDR, ged. (r.-k.) Amsterdam (Oude Kerk) 17 dec. 1564, zie 335.
                                                                    700. (<350) Jan VASTERSZ,
                                                                        Voor de 10e penning van 1562 komt onder Crommenije ende Crommenierdijck voor: Jan Vastertsz, gebruikt 4 morgen land, de morgen getaxeerd 4£, komt voor de 10e penning 32 st, en een huis getaxeerd 3½£, facit 7 st 1163.
                                                                        In Krommenie wordt voor de 100e penning in 1569 vermeld: Ian Vasters, een huis met 4 morgen land, getaxeerd op 16½ gld, facit 3£ 11 st 3 penn 1126.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Allert Jansz VASGENS, zie 350.
                                                                    720. (<360) Wouter, alleen bekend van een zoon Pieter en een dochter Alet,
                                                                        In Krommenie wordt in 1597 onder de eigenaars van de nieuwe worven uit de Tweeckeven gelegen achter de Heyligerwech, van 't Weltgen af tot de Evertssloot toe, als eerste vermeld Alit Wouters met haar broer en voogd Pieter Woutersz 1164.
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Pieter Woutersz WIT, zie 360.
                                                                      2. Alet WOUTERSDR, tr. Bal PIETERSZ.
                                                                          In Krommenie compareert in 1600 Alet Woutersdr met haar broer en voogd Pieter Woutersz en voorts met Pieter Pietersz als bestorven voogd van haar kinderen gewonnen bij Bal Pietersz haar overleden man, en heeft laten te boek tekenen alle goederen als zij met haar kinderen bezit, nl. een stuk land genaamd de Ven, groot 980 roeden, gelegen voor Kees Comen Zijbis uit, de akker voor de Vluis bezijden de Ven, groot 223 roeden, de Laen achter Jonge Jan Grotis, groot 558 roeden, 3 akkers gelegen tussen wegen, groot tezamen 566 roeden, de tuin groot 34 roeden daarbij gelegen, haar huis en worf en 3 koeien en huisraad en kleine schuit, hier hetgeen ten achter 150 gld, voorts begeert zij met haar kinderen in de boel te blijven zitten 1165.

                                                                    Generatie XI (<X, >XII)

                                                                    1292. (<646) Jan COSTER  1166, overl. vóór 1543,
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Claes JAN COSTERS, zie 646.
                                                                      2. Claes Jansz BACKER, overl. na 11 jan. 1593, tr. N.N.
                                                                          In Assendelft is in 1593 Willem Willemsz Costers aan Jan Henricxz alias Baertgen, biersteker, 102 gld schuldig, met als onderpand zijn huis en werf in de Kerkbuurt, gelegen tussen Claes Jansz Backer en de schaapshuizen van Allert Claesz (afgelost op 31 juli 1598) 1167.
                                                                      3. Dirck JAN COSTERS, overl. vóór 9 juli 1579.
                                                                          In Assendelft is in 1579 door Baertzen Jan Gaelen op een openbare verkoping gekocht uit de desolate boedel van Dirck Jan Costers ten profijte van de gemene crediteuren een vijfde part van 3 hond land 'eyckeren'veen in Jan Bannitgenweer, gemeen met Claes Jan Costers, Claes die backer en Hillegundt Jan Costers zijn broers en zuster, voor 30 gld 1168.
                                                                      4. Griet Jans COSTER.
                                                                      5. Trijn Jans COSTER.
                                                                      6. Aellidt Jansdr COSTER, tr. Cornelis PIETERSZ.
                                                                          In Assendelft in 1582 is Cornelis Pietersz als man en voogd van Aellidt Jans dochter, vervangende Hillegundt Ians dochter de zuster van zijn huisvrouw, aan Claes Iansz Coster en Claes Jansz Backer, gebroeders, een jaarlijkse losrente schuldig van 5 gld, af te kopen met 100 gld (afgelost 15 september 1592) 1169.
                                                                      7. Hillegundt JAN COSTERS.
                                                                    1294. (<647) (>2588) Claes DIRCK MAERTS, op 3 maart 1567 hoofdingeland te Assendelft, overl. vóór 1579,
                                                                    tr. N.N.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Dieuwer CLAES DIRCXDR, zie 647.
                                                                    1328. (<664) (>2656) Jan Jansz RIJSER, schepen van Amsterdam vanaf 1536,
                                                                        Een publicatie van A.H. Drijfhout van Hooff in De Nederlandsche Leeuw van 1995 1170 bestaat hoofdzakelijk uit een uitgebreide genealogie Rijser, met als proband Jan Jansz Rijser, vanaf 1536 schepen van Amsterdam. Deze publicatie is de belangrijkste bron voor de gegevens over deze familie Rijser, en geeft ook informatie over andere vroege voorkomens van de naam Rijser in Amsterdam, Monnickendam, Ilpendam en Broek in Waterland. Het vermoeden ligt voor de hand dat de btreffende personen tot één familie Rijser behoren, zonder dat dit vermoeden bewezen kan worden.
                                                                    tr.
                                                                    1329. (<664) (>2658, >2659) Geerte Louwendr STOOTER.
                                                                        In Amsterdam is in 1520 lot B van de nalatenschap van Louw Stoter en Lysbeth gevallen op Jan Ryser als man en voogd van Geerte Louwen Stoters dochter, nl. 2 huizen en erven op Sinter Niclaesstraet, geldende 's jaars 15½ gld, getaxeerd tezamen voor 200 gld, item 't hoekhuis naast de Gasthuysmolen, geldende 's jaars 7 gld en het eerste huis en hoekhuis aan de Dirck Jans Zegerszoons steeg, geldende 's jaars 6 gld, getaxeerd deze 2 huizen voor 100 gld, samen 300 gld 1171.
                                                                        In de weeskamer van Amsterdam heeft op 30 augustus 1543 Geerte Louwendr, met Jan Ryser Jansz haar zoon en voogd in dezen gecoren, achtervolgende het testament van wijlen Jan Ryser haar man, door hem en haar gepasseerd voor meester Frans van Delft, notaris, op 29 november 1540, waarbij zij elkaar vermaakt hebben 't gebruik van al hun goederen, bewezen Lourens Jansz haar zoon, ongehuwd zijnde, de somme van 200 gld, en dat over zijn legitieme portie van de goederen en erfenis door de voorschreven Jan Ryser Jansz, zijn vader, achtergelaten, behoudens haar recht om hem daarvan te mogen korten hetgeen zij hem daarop betaald en gegeven heeft, en het behaagde Cornelis Jansz Ryser, Symon Louw Stootersz, omen van de voorschreven Lourens, en meester Cornelis Dobben als vrund van dezelve Lourens. In de kantlijn: op 14 mei 1544 is op de weeskamer gekomen Louw Jansz Ryser en heeft dit bewijs op 30 augustus 1543 hem door zijn moeder gedaan (nadat 't zelve hem voorgelezen was) geapprobeerd en verklaard daarmee tevreden te wezen, bekennende voorts bij consent van Cornelis Jansz Ryser van Monnickendam en Symons Lourensz zijn omen en Jan Cornelisz van 't zelve bewijs als 200 gld bij handen van Geerte Louwen zijn moeder voldaan en betaald te wezen. 1172
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Jan Jansz RIJSER, overl. Kalkar 1597, tr. Griet JAN EVERTS, dr van Jan EVERTSZ, zeepzieder, paalmeester, en Katriin DIRCKSDR.
                                                                            In Jaarboek Amstelodamum 83 (1991) 1157 het volgende. Blz. 54-55, over 'de Gulden zeepton', Warmoesstraat (nr 15). Vóór 1553 was Jan Rijser Jansz († Kalkar 1597) de nieuwe eigenaar van het complex van het woonhuis, de zeperij met twee woningen en een uitgang via het Baerdesenpoortje in de Wijngaardstraat geworden. Jan Rijser Jansz was in 1563/68/70/76 schepen en raad in de Vroedschap van 1564 to 1578, terwijl hij in 1564/74 kerkmeester van de Oude Kerk is geweest. Als lid van de katholieke Spaansgezinde oligarchie werd hij met de regering op 26 mei 1578 uit de stad gezet. De familie liep over naar de Spaanse zijde en verschillende leden woonden later in Spanje. De bekende jezuïet Johannes Rijser (1572-1650) was zijn zoon [moet zijn: kleinzoon] en werd op dit adres geboren [?]. Zijn moeder [moet zijn: vrouw] was Griet Jan Evertsznsdr, dochter van de zeepzieder even verderop in de Warmoesstraat (nr 55). Daar de leiding over de zeepziederij vanuit ballingschap in Kalkar bezwaarlijk was te geven, deed Jan Rijser Janszn in 1594 'de Gulden Zeepton' van de hand.
                                                                            Op 2 november 1557 in Amsterdam vermeld: Jan Evertsz, schoonvader van Joeriaen van Hagen, jonge Jan Evertsz en Jan Rijser als zwagers en naaste vrunden van dezelfde Joriaen 1173.
                                                                            Voor de 10e penning van 1561: Jan Ryser van Amsterdam, 6 gld 5 st 1174.
                                                                            Op 27 juli 1570 is voor het Hof van Holland Pouwels van den Hove procureur van Jan Ryser (Jansz) en Dirck Jan Evertsz, koopluiden te Amsterdam, gegijzelden en requiranten op en jegens Hendrick Hoffman, die verzoeken dat de gijzeling afgedaan wordt, met compensatie van de kosten; Hendrick Hoffman doet de gijzeling teniet en compenseert de kosten 1175.
                                                                        2. Cornelis Jansz RIJSER, zie 664.
                                                                        3. Louris Jansz RIJSER, koopman te Arnemuiden, overl. ald., tr. 1° Mayken LORIJS, overl. ald. 27 febr. 1559, tr. 2° Stoffelina PIETERS, overl. Middelburg 9 juni 1602.
                                                                            In Amsterdam heeft op 19 september 1545 Lourens Jansz Stooter [= Ryser] bij consent van Cornelis Jansz Ryser van Monnickendam en Symon Louw Stootersz, zijn omen, bekend ontvangen te hebben van Gheerte Louwen zijn moeder de somme vam 430 gld karolusguldens, boven alzulke 200 gelijke guldens hem door zijn moeder op 30 augustus 1543 over zijn legitieme portie van zijn vaders erfenis bewezen, te weten 230 karolusguldens door zijn moeder betaald aan diverse van zijn crediteuren volgens een schepenkennis daarvan zijnde en in geld 200 karolusguldens waarvoor diverse percelen koopmanschappen door hem gekocht en ontvangen zijn. Des heeft de voorschreven Lourens Jansz bij consent als voren overgegeven, dat indien bevonden wordt dat hij de voorschreven 200 gld kwalijk beheerde, delapideerde of doorbracht, dat zijn vrunden en de weesmeesters hem zonder contradictie „metter clocke sullen doen marcken”. In de marge: op 20 januari 1565 hebben Cornelis Jansz Ryser en Andries Boel Henric, ook voor Jan Ryser Jansz hun broer en alle andere vrunden en magen wie het aangaan, om zekere deugdelijke redenen de weesmeesters verzocht dit door te doen en door te slaan, hetwelk de weesmeesters hebben gedaan. 1176.
                                                                        4. Claes Jansz RIJSER, overl. 8 sept. 1567  1177, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 10 sept. 1567 (graf ƒ 4-7-0, betaald door Jan Rijsser).
                                                                        5. Cathrijn Jansdr RIJSER.
                                                                        6. Lijsbeth Jansdr RIJSER, tr. Andries Hendricx BOEL.
                                                                        7. Nyes Jansdr RIJSER, tr. Baert SYMENSZ, brouwer.
                                                                            In Alkmaar heeft in 1564 Baert Symensz brouwer, de vader van Aeriaen Baerts, Jan Ryser, Marytgen Nannen, Louris Baertsz, Ghuert Nannen en Claesgen Baerts, geprocreëerd bij Nyes Rysersdr zijn overleden huisvrouw, als hun moeders erfenis onder de protectie van de weeskamer gebracht, ter presentie van Jan Ryser Jansz, Cornelis Jansz Ryser, als omen van de kinderen, en Andries Boel Hendricx als mede-oom vanwege zijn huisvrouw, een stuk land in de banne van Katwoude buiten Monnickendam hetwelk nutertijd gebruikt wordt door [niets] voor 15 gld 's jaars, nog aan gelden 2000 gld, stellende als onderpand zijn 3 huizen met de brouwerij in de Houtstraet aan de Oostzijde, belend ten zuiden Mr Pieter Bicker te Amsterdam, ten noorden Marytgen Jansdr weduwe van Jan Willemsz Myenen. Nog heeft Baert Symensz aangenomen zijn kinderen te onderhouden, welverstaande dat Baert Symensz genieten zal de vruchten en renten van de onbewezen goeden die de voorschreven kinderen aangestorven zijn bij dode van Gheerte Louwen Stoetersdr hun grootmoeder. Nog bewijst hij dezelve zijn kinderen 6 zilveren kroezen met een stapel kussens met wapens, nog zekere gouden ringen en kleren met enige juwelen. 1178
                                                                        8. Gerbrant Jansz RIJSER, priester.
                                                                            In Amsterdam testeert in 1599 heer Gerbrant Rijser. Hij legateert ten behoeve van de armen die zijn nabeschreven executeurs goeddunken zal 100 gld eens, en aan Jannetgen Jacobs zijn dienstmaagd 12 gld eens. In alle andere goederen heeft hij geïnstitueerd zijn erfgenamen, te weten de nagelaten kinderen van Jan Rijser zijn broer was voor een vijfdepart, item de nagelaten kinderen van Lourens Rijser ook zijn broer was voor een vijfdepart, item de nagelaten kinderen van Cornelis Rijser mede zijn broer was voor een vijfdepart, item de nagelaten kinderen van Nyes Jan Rysers zijn zuster was voor een vijfdepart, en de kindskinderen van Lijsbeth Jan Rijsers zijn zuster, die tegenwoordig zijn en nog komen zullen, tezamen voor het resterende vijfdepart, welverstaande dat Lysbeth Jan Rijsers haar leven lang de de jaarlijkse vruchten en inkomsten zal hebben, en na haar dood haar kinderen, met namen Hendrick, Pouwels en Geert, hun leven lang. De goederen die zijn voornoemde erfgenamen van hem tot erfenis nemen zullen niet mogen worden belast of vervreemd. Tot executeurs benoemt hij Geryt Cornelisz Coppens en Jan van Dashorst, poorters dezer stede, die niet gehouden zijn de goederen ter weeskamer te brengen. 1179
                                                                      1330. (<665) Claes SYMONSZ, „in de Fonteyn”,
                                                                      tr.
                                                                      1331. (<665) (>2662, >2663) Geert Jacobsdr BICKER.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Nies Claesdr BICKER, zie 665.
                                                                        2. Claes Claesz BICKER, sterft ongehuwd.
                                                                      1332. (<666) (>2664) Willem Luytsz HUYDECOPER, geb. ca. 1480,
                                                                      tr.
                                                                      1333. (<666) (>2666, >2667) Lijsbeth PIETERSDR, overl. kort vóór juli 1553.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Thonis Willemsz BONTEKOE, zie 666.
                                                                        2. Aeff WILLEMSDR, tr. 1° Claes Jansz POD, overl. vóór 16 febr. 1554, tr. 2° Florys Gerytsz de BRUYN.
                                                                            In de weeskamer van Amsterdam heeft op 16 februari 1554 Aeff Willemsdochter, met Anthonis Willemszoon haar broer en voogd in dezen, haar twee kinderen, als Griet, oud 16 jaren, en Mary, oud 11 jaren, of daaromtrent, van wie vader was Claes Jansz Pod zal. ged., bewezen tot hun vaders erfenis de somme van 800 gld, en zij zal haar kinderen houden met behouden goed tot hun mondige jaren toe, des zal zij blijven zitten in alle andere goederen, met als speciale onderpand 't huis en erf op de Nyeuwendyck waar haar moeder zal. ged. gstorven is, en 't behaagde Jacob Buyck, oudoom, en Lysbeth Jansdr, moei van de voorschreven kinderen, met de voorschreven Jacob Buyck haar oom en voogd in dezen. Op 2 maart 1555 is gekomen de voorschreven Aeff Willemsdochter, met Fflorys Gerytsz de Bruyn haar tegenwoordige man en voogd, en heeft tot zekerheid van 't voorschreven bewijs specialijk tot onderpand gesteld 't voorschreven huis en erf waar zij nutertijd in wonende zijn, belend ten noorden Mary Jans de weduwe van Lambert Jacobsz Vuylmans, ten zuiden Jannetgen Ellertsdr met haar kinderen. Op 29 maart 1561 heeft Griete Claesdochter, met Jan Valentynsz alias Brouck haar man en voogd, bekend bij handen van Aeff Willems haar moeder voldaan te wezen. Op 10 juli 1561 heeft Mary Claesdochter, met Jorys Martsz Duyn haar man en voogd, bekend bij handen van Aeff Willems haar moeder voldaan te wezen. 1180
                                                                        3. Hillegont WILLEMSDR, tr. Claes Jansz DOL.
                                                                            In Amsterdam verklaarden op 8 juli 1553 Hillegont Willemsdr, de huisvrouw van Claes Jansz Dol, met Jacob Jansz in de Houtthuyn haar voogd in dezen gecoren overmits de absentie van haar man uitlandig wezende, met Aef Willemsdr de zuster van Hillegont voorschreven, dat de kinderen van Hillegont bij loting toegevallen zijn de navolgende scheepsparten boven hun andere scheepsparten door wijlen Lysbeth Pieter Roemers zoons dochter, hun grootmoeder zal. ged., achtergelaten volgens een testament. (1) Een half 32e deel aan Vechter Claesz, geëstimeerd op 225 gld. (2) Een half 32e deel aan Jan Wigger, geëstimeerd op 106 gld. (3) Een half 38e deel aan Jan Claesz te Broek, geëstimeerd op 30 gld. (+) Een zestiendedeel aan Ocke Ribbis van Hindeloopen, geëstimeerd op 50 gld. Item zullen de kinderen hebben 't vierdedeel van een huis en erf op de Nyeuwendyck bij Sint Jacobsstraet waar Lysbeth voorschreven in gestorven is, met de lasten daarop staande. Item 't derdepart van een tuin en erf buiten Corsgenspoort waarin de kruitmolen placht te staan. En men zal de kinderen niet korten alzulke 100 gld als de voorschreven Hillegont Willemsdr van Lysbeth Pieter Roemerszoons dochter, haar moeder en grootmoeder van de voorschreven kinderen, ontvangen heeft gehad. Op 19 juli 1553 hebben Thonis Willemsz, oom, Meyndert Luytsz, oudoom, en Vrederick Ghysbertsz, „namaech”, van de voorschreven kinderen, het voorgaande geapprobeerd. (Vanwege de 3 scheepsparten heeft op 30 augustus 1577 Anthonis Willemsz 22 gld en Meyndert Luytsz 50 gld opgebracht uit naam van Aeff Willems, welke 72 gld ten behoeve van Clara en Aecht Claes Dollen belegd worden in een rentebrief van 4 gld 10 st, van wege het huis en erf wordt 176 gld opgebracht en vanwege de tuin op 9 mei 1556 door Thonis Willemsz 75 gld en nog 40 gld van de inboedel van Lysbeth, dochter van Pieter Roemrsz, geëmployeerd voor een rentebrief ten behoeve van de kinderen.) 1181
                                                                            Op 21 juli 1553 heeft Aeff Willemsdr, weduwe van Claes Jansz Podt, in de weeskamer gebracht, in presentie van Hillegont Willemsdr haar zuster, een rentebrief van 17 gld 's jaars ten voordele van Obrecht, Clara en Aecht, de kinderen van Claes Jansz Dol waar de voorschreven Hillegont moeder van is, en van de kinderen die zij nog zal krijgen, dit in volle betaling van 300 gld aan de voorschreven kinderen door wijlen Allert Willemsz hun oom gemaakt bij testament van 2 maart 1553 bij notaris Jan Cort Jansz. Aangezien het bedrag van de rentebrief 6 gld te hoog is heeft Hillegont geconsenteerd dat al 't linnenwerk dat haar of haar kinderen mag competeren uit het sterfhuis van wijlen Lysbeth, dochter van Pieter Roemersz, zal behouden worden door Aef. Op 10 juni 1556 heeft Florys Gerytsz de Bruyn met Aeff Willems zijn huisvrouw, ter presentie van Hillegont Willems haar zuster, ingebracht een rentebrief van 19 gld 's jaars ten voordele vanm Obrecht, Clara en Aecht, de kinderen van Claes Jansz Dol en de voorschreven Hillegont, met als hoofdsom 342 gld (met gespecificeerde herkomst), en nog een rentebrief van 4 gld 10 st 's jaars. Op 3 mei 1589 worden de rentebrieven overgeleverd aan Clara Claes Dollen dochter en Mr Cornelis Pietersz als man en voogd van Aechte Claes. 1182
                                                                        4. Allert WILLEMSZ.
                                                                      1334. (<667) Jan Adriaensz van HOORN,
                                                                          In Amsterdam heeft in 1530 Jan Adriaens zoon van Hoorne zijn 6 kinderen, als Adriaen oud 14, Lysbeth 13, Willem 11, Peter 8, Trijn 7 en Gheertruyt 3 jaar, van wie moeder was Anna Pietersdr, bewezen voor hun moeders erfenis hetgeen hierna volgt, en 't behaagde Lambert Dircxz vanwege zijn wijf en Jacob Dircxz van Haarlem, ook oudoom, die op 11 juli laatstleden geconsenteerd hebben. De kinderen zullen tezamen hebben 900 gld, de vader zal de kinderen houden met behouden goed tot hun mondige jaren en blijven zitten met alle andere goederen. Op 7 mei 1539 heeft Jan van Hoorn met Nyese Dircx zijn huisvrouw overgebracht dat de voorschreven kinderen bij testament gemaakt is door Weyn Claes Hiemon zal. ged. 600 gld berustende bij de vader, welke 600 gld de kinderen op elkaar erven zullen. Verder bekent Adriaen van Hoorn van zijn voornoemde vader 250 gld ontvangen te hebben, in voldoening van zijn moeders erfenis en van de 100 gld hem door zijn moei Weyn Claesdr gemaakt, en nog 20 gld hem toekomende van de 100 gld die Willem zijn broer toekwam, en nog 30 gld die zijn vader hem in huwelijk gegeven heeft. Op 23 oktober 1546 hebben Thonis Willemsz als man en voogd van Lysbeth Jans, Jan Gerytsz Boel als man en voogd van Tryn Jans en Pieter Jansz als man en voogd van Gheert Jans bekend van Jan Adriaensz van Hoorn, de vader van hun huisvrouwen, voldaan te wezen van de erfenis van de moeder van hun huisvrouwen, insgelijks van de 100 gld elk besproken door Weyn Claesdr hun moei mitsgaders hun aanpart van de 100 gld die Willem Jansz zal. ged. besproken was. 1183
                                                                      tr. 2° Niese DIRCXDR,
                                                                          Op 14 december 1530 heeft Niese Dircxdr met Jan van Hoorn haar man en voogd bewezen haar 3 kinderen, met namen Neeltgen oud 11, Vroutgen 8 en Liefgen 7 jaar, van wie vader was Willem Woutersz Goutsmit, elk 150 gld, en 't behaagde Claes Meeusz en Albert Dircxz, drapeniers 1184.
                                                                      tr. 1°
                                                                      1335. (<667) Anna PIETERSDR.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Adriaen Jansz van HOORN, geb. ca. 1516.
                                                                        2. Lijsbeth JANSDR, geb. Amsterdam ca. 1517, zie 667.
                                                                        3. Willem Jansz van HOORN, geb. ca. 1519.
                                                                        4. Pieter Jansz van HOORN, geb. ca. 1522.
                                                                        5. Trijn JANSDR, geb. ca. 1523, tr. vóór of in 1546 Jan Gerritsz BOEL, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 20 mei 1569, zn van Mr Gerrit Outgersz BOEL en Lijsbeth Jansdr van PERSIJN.
                                                                        6. Gheertruyt JANSDR, geb. ca. 1527, tr. Pieter JANSZ.
                                                                      1336. (<668) Lenaert JANSZ,
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Adriaen LENAERTSZ, zie 668.
                                                                      1338. (<669) Jan JANSZ, alias Jan de Wever, vleeshouwer,
                                                                          In Amsterdam heeft in 1564 Griet Symonsdochter, met Meester Aeriaen Sandelyn haar voogd in dezen gecoren, bewezen haar 4 onmondige kinderen als Jacob oud 21 jaar, Marij oud 18 jaar, Hillebrant oud 15 jaar, allen mede present, en Marten oud 12 jaar, of daaromtrent, van wie de vader was Jan Janszoon alias Jan de Wever, vleeshouder, zal. ged., voor hun vaders erfenis elk 100 gld. Dit gaat niet boven hun legitieme portie uit als vereist, zoals blijkt uit de overgeleverde inventaris en het feit dat aan Griet Symons door de voorschreven Jan Jansz 600 gld uit zijn nagelaten goederen gelegateerd zijn volgens testament door de voorschreven Jan Jansz en Griet Symons gepasseerd voor Mr Frans van Delff op 1 november 1563. Zij zal voorts haar kinderen houden voor behouden goed tot hun jaren toe, om de vruchten van 't voorschreven bewijs, onder verband van haar helft van het huis en erf genaamd de Roode Gans op de Colck mitsgaders al haar verdere goederen in de voorschreven inventaris begrepen, welverstaande dat indien 't voorschreven huis alsook 't land, de tuin en 't scheepspart meer in 't verkopen kwamen te gelden dan op huiden deëstimeerd, te weten 't huis tot 3200 gld, het land op 1000 gld, 't huis tot 16 gld 's jaars de penning 18 en 't scheepspart op 100 gld, zal alzulke verbetering mede komen tot voordeel van alle kinderen, zowel gehuwde als ongehuwde. En 't behaagde Symon Jansz en Jan Jansz en Griet Jans met de voorschreven Symon Jansz haar broer en voogd in dezen overmits de absentie van haar man van huis zijnde, Reymerich Jans met Willem Princen haar man en voogd, Jannetgen Jans met Aeriaen Lenertsz haar man en voogd, en Neel jans met de voorschreven Symon Jansz haar broer en voogd, gebroeders en zusters van dezelve kinderen. Nog competeert Hillebrant, Martyn en Marie voornoemd uit de voorschreven goederen elk 50 gld tot hun kleding die de voorschreven Griet Symons hun schuldig is uit te keren wanner dezelve kinderen tot de huwelijkse staat gekomen zullen zijn. 1185
                                                                      tr.
                                                                      1339. (<669) Griet SYMONSDR.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Symon JANSZ.
                                                                        2. Jan JANSZ.
                                                                        3. Griet JANS.
                                                                        4. Reymerich JANS, tr. Willem PRINCEN.
                                                                        5. Jannetgen JANS, zie 669.
                                                                        6. Neel JANS.
                                                                        7. Jacob JANSZ, geb. ca. 1542.
                                                                        8. Marij JANS, geb. ca. 1545.
                                                                        9. Hillebrant JANSZ, geb. ca. 1548.
                                                                        10. Martyn JANSZ, geb. ca. 1551.
                                                                      1340. (<670) Pieter Claesz MOL,
                                                                          In Amsterdam heeft in 1526 Peter Claesz bewezen Peter Petersz zijn zoon, oud omtrent 12 jaar, van wie de moeder was Griete Pietersdr, voor zijn moeders erfenis, als volgt, en dit behaagde Peter Dircxz schoonoom van 't voorschreven kind. Eerst 100 gld waarvan Peter Dircxz te borde brengen zal en nog te beuren zijn van Theus Moll 72 gld en de rest van 28 gld zal de voorschreven Peter Claesz betalen, welke 100 gld niet van Griete Petersdr vervreemd mogen worden (op 7 augustus 1534 hebben Dirck Petersz en Anna zijn zuster deze 100 gld ingehouden van de brief van 11 gld 's jaars op Jan Hubertsz schout tegen de penning 18 ingaande 4 okt. 1526 en hebben zij van de weesmeesters de voorschreven brief ontvangen). Op 27 september 1526 heeft Peter Claesz te borde gebracht 219 gld (waarvoor de brief van 11 gld 's jaars gekocht is). Peter Claesz zal zijn zoon nog betalen 50 gld die staan zullen op rente de penning 18 ingaande 13 oktober 1527. In mei 1531 heeft Peter Petersz bekend dat Pieter Dircxz en Lysbeth zijn huisvrouw zijn moei hem goed rekening en betaling gedaan hebben en dat zijn voorschreven moei aan hem 11 gouden gld ten achter is die zij hem gedaan heeft om mede buiten te reizen, die dezelve Lysbeth wederom zal ontvangen van mijnheer de schout. Op 13 maart 1535 heeft Peter Claesz rekening geleverd van wat zijn zoon onder de weesmeesters gehad heeft. 1186
                                                                          In Amsterdam heeft in 1528 Peter Claesz Mol bewezen Weyn zijn dochter, oud omtrent 1 jaar, van wie de moeder was Dieuwer Jacobsdr, voor haar moeders erfenis 200 gld en haar moeders kleren. Hij zal blijven zitten in alle andere goederen en het kind houden met behouden goederen tot zijn jaren toe, en het behaagde Jan Jacobsz, oom, en Jan Speck en Cornelis Jansz, naaste vrunden van 't voorschreven kind. 1187
                                                                          In Haarlem belijdt op 13 maart 1529 Pieter Claesz Mol van Amsterdam schuldig te wezen aan Frederick Zybrantsz poorter te Haarlem 11 pond 10 schellingen groten Vlaams, 6 carolusgulden voor 't pond gerekend, te betalen aan hem of de houder deze brief bij zijn wille, te weten een derdedeel daarvan te mei eerstkomende of St. Jansmis en de rest binnen een jaar, met als onderpand 't hol van een Rijnschip dat hij daarvoor gekocht en ontvangen heeft 1188.
                                                                      tr. 2° Dieuwer JACOBSDR,
                                                                      tr. 3° N.N.,
                                                                      tr. 1°
                                                                             Uit het tweede huwelijk:
                                                                        1. Weyn PETERS, geb. ca. 1526.
                                                                             Uit het derde huwelijk:
                                                                        1. Griete PIETERS, tr. Pieter EVERTSZ.
                                                                      1341. (<670) (>2682) Griete PETERS.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Pieter Pietersz MOL, geb. ca. 1513, zie 670.


                                                                      Generatie XII (<XI, >XIII)

                                                                      2588. (<1294) Dirck MAERTS, bezit in 1553 te Assendelft 16 morgen land, overl. vóór 12 juni 1592,
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Claes DIRCK MAERTS, zie 1294.
                                                                      2656. (<1328) Jan RIJSER, alleen bekend van 2 zoons, Cornelis en Jan, en een dochter Catharina.
                                                                             Uit onbekende relatie(s):
                                                                        1. Cornelis Jansz RIJSER, woonde in Monnickendam.
                                                                        2. Jan Jansz RIJSER, zie 1328.
                                                                        3. Catharina Jansdr RIJSER, tr. Pieter van BERCKHOUT, geb. Hoorn 1472, burgemeester ald., overl. ald. 1558.
                                                                      2658. (<1329) (>5316) Louw Symonsz STOOTER,
                                                                          In Amsterdam zijn in 1520 gekomen op de weeskamer Jan Janszoen Ryser als man en voogd van Geerte Louw Stoters dochter, Simon Louw Stoters zoon voor hemzelf, Heer Claes Janszoen, pater en confessor van Sinte Clarenconvent binnen dezer stede, en Heer Simon Jansz, als priesters in de naam van en vanwege Claes Louw Stoters zoon, en hebben aan de weesmeesters gepresenteerd een cedule waarin geschreven de goederen door Louw Stoter en Lysbeth zijn weduwe zal. ged. metterdood ontruimd, waarin dezelve goederen in 3 parten gesteld zijn, welke parten A, B en C bij loting zijn toegewezen, nl. lot A, waard 307 gld 10 st, aan Claes, Lot B, waard 300 gld, aan Jan Ryser als man en voogd van Geerte, en lot C, waard 314 gld, aan Simon. Des zal Simon uitkeren aan Jan Ryser 7 gld en zal Claes uitkeren aan Simon en Jan elk 3 st 5 penn (op 14 november 1523 bekent Jan Ryser hiervan voldaan te zijn). Item houden Simon, Jan Ryser en Claes gemeen 't huis en erf waar Louw Stoter en Lysbeth in gestorven zijn, staande aan de Plaetse in de Wyntmolenzyde, belast met 3 Wilhelmusschilden 's jaars. Item nog een huis en erf in de Wyntmolenzyde, belend ten noorden Jan Ghaven zoon, ten zuiden Marie de weduwe van Cornelis van Delft, belast met 5 Vrancrycxs schilden jaarlijks oudeigen die Lune Simonsdochter, conventuale bij de Oude Nonnen, uitkeren zal haar leven lang mits weder ontvangende van de stad Leiden 10 gld 's jaars, haar leven lang, en nog 1 gld van de erfgenamen van Louw Stoter en Lysbeth voorschreven, welverstaande dat na het overlijden van Lune de erfgenamen voorschreven de 5 Vranckrycxe schilden zelf zullen betalen. Item nog gemeen de huizinge genaamd de Drie Papeghayen, verkocht voor 600 Andriesgulden, komt voor elk van hun drieën 200 Andriesgulden. Er is sprake van diverse andere regelingen, o.a. betreffende 7 1/3 last rogge, uitreding van schepen, de ontvangst door Geerte Louwendochter van riemen, ringen en klederen van haar moeder, de huur door Jan Ryser betaald voor een jaar van 't huis en erf waar Louw Stoter en Lysbeth in gestorven zijn, het nog gemeen houden van scheepsparten, de taxatie van de inboedel op 245 gld van welke inboedel Jan Ryser met Geert het deel van Claes overgenomen hebben op rente. Op 14 november 1523 bekent Symon Louwerensz aan Claes Stoter zijn broer een losrente van 7½ gld schuldig te wezen, losbaar tegen de penning 18, welke losrente op 9 november 1538 teniet verklaard wordt door Claes Stoter met Nelle Franssendr zijn huisvrouw, met Dirck Hillebrantsz Ott hun oom en gecoren voogd. Op 14 november 1523 bekent ook Simon Louw van Jan Ryser voldaan te wezen van zijn derdedeel van de tuin gelegen buiten Jan Roodenpoort. Op 29 april 1528 heeft Claes Stooter bij consent van Symon Louwsz zijn broer en Jan Ryser zijn zwager ontvangen een koffer met brieven en zilverwerk, en bekende hij daarmee alles ontvangen te hebben wat hij onder de weeskamer liggende had. 1189
                                                                      tr.
                                                                      2659. (<1329) Lysbeth.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Geerte Louwendr STOOTER, zie 1329.
                                                                        2. Sijmon Louwen STOOTER.
                                                                            In Amsterdam is in 1520 lot C van de nalatenschap van Louw Stoter en Elysabeth gevallen aan Simon Lourensz, nl. 4 gld 's jaars, getaxeerd 't hoofdgeld voor 66 gld, item 3½ gld 's jaars getaxeerd op 70 gld, item 2 gld 's jaars te lossen de penning 18, maakt hier 36 gld, item 2 Wilhelmusschilden 's jaars, getaxeerd 't hoofdgeld voor 52 gld, item 't middelste huis en 't hoekhuis geldende 7 gld en het uiterste huis in Dirck Jans Zegerszoens steeg, geldende 's jaars 6 gld, getaxeerd deze 2 huizen tezamen voor 100 gld, somma 314 gld 1189.
                                                                        3. Claes Louwen STOOTER, tr. Nelle FRANSSENDR.
                                                                            In Amsterdam is in 1520 aan Claes Louw Stoters zoon uit de nalatenschap van zijn ouders Louw Stoter en Lysbeth lot A toegevallen, bestaande uit een huis en erf buiten de Byntwyckerpoort bezijden de Drie Papeghayen, geldende 's jaars 13½ gld, getaxeerd op 200 gld, item 1 gld 's jaars te lossen de penning 18, makende hier 18 gld (op 29 mei 1521 is deze brief geleverd aan Jan Ryser mits hij de lospenningen zal brengen onder de wwesmeesters), item 1 gld 's jaars te lossen de penning 16, makende hier 16 gld, item een huis en erf geldende 's jaars 7 gld staande bezijden het huis van Heer Gerrit Louwerensz, en nog een huis en erf op de hoek van Dirck Jans Zegerszoons steegje, geldende 5 gld 's jaars, getaxeerd de voorschreven 2 huizen op 100 gld (ten lijve van Claes voornaamd met de lijfrentebrief van 100 gld aangekocht in oktober 1521); komt dit lot op 307 gld 10 st 1190.
                                                                      2662. (<1331) (>5324) Jacob Jacobsz BICKER,
                                                                          In Amsterdam heeft in 1509 Jacop Bicker zijn 3 kinderen Alydt, Geert en Duyff, van wie moeder was Marie Martensdr zal. ged., voor hun moeders erfenis de nabeschreven goederen bewezen, en het behaagde Marten Henrickxz Veercooper, Jan Ghavensz zijn zwager, Stans Claesz en Jacop Huygenz. Volgt een lijst van lijfrentebrieven, ten lijve van Aell, Geert en Marie [die identiek zal zijn met Duyff], item de juwelen, kleinodiën, ringen, klederen en anders tot der kinderen moeders lijf behorende behoudens 3 riemen en een ring met een diamant die gekomen zijn van Jacop voorschreven. Verder zal net zo lang als Marten Aell houdt Jacop Bicker Geerte houden. Op 4 maart 1528 heeft Mr Henrick Bicker alle brieven van de weeskamer gehaald en bekend in de naam van Jacob Bicker zijn broer ontvangen te hebben al hetgeen dat onder de weeskamet geweest is. 1191
                                                                      tr.
                                                                      2663. (<1331) (>5326, >5327) Marie MARTENSDR.
                                                                          In Amsterdam heeft op 13 maart 1511 Maerten Henricx Veercooper zijn zoon Cornelis, oud omtrent 21 jaar, bewezen voor zijn moeders erfenis hetgeen hierna volgt, namelijk 50 pond eens. Op 7 april 1511 heeft Cornelis Martsz voorschreven geconsenteerd dat hij voor de 50 pond ontvangen zal 24 gld s'jaars tot zijn lijf, mits conditie dat hij die niet zal mogen verkopen, en daarenboven nog 100 gld zal ontvangen, de ene helft Pasen eerstkomende, de andere helft Kerstmis daaropvolgende, in volle betaling van zijn moeders erfenis. 1192.
                                                                          In Amsterdam is in 1523 door tussenspreken van Symon Claesz, Claes Gaef, Stans Cornelis en Symon Claesz van Hoorn een akkoord gesloten tussen Cornelis Martsz en Jan Martsz over de goederen hun aanbestorven van wijlen Martijn Veercooper en Alydt Martijns, hun beider vader en moeder zal. ged. Eerst zullen beiden vereffenen wat de een meer heeft gehad dan de ander met de penningen die zullen komen van 't huis en erf dat Hillebrant Jansz gekocht heeft voor 200 Andriesguldens. Het geld dat Cornelis krijgt zal men beleggen in lijfrentebrieven ten lijve van Cornelis, zijn huisvrouw en zijn kinderen, na zijn overlijden zijn vrouw en de kinderen half om half. 1193
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Alyd Jacobsdr BICKER.
                                                                          2. Geert Jacobsdr BICKER, zie 1331.
                                                                          3. Duyff Jacobsdr BICKER.
                                                                        2664. (<1332) Luyt  1194.
                                                                               Uit onbekende relatie(s):
                                                                          1. Willem Luytsz HUYDECOPER, geb. ca. 1480, zie 1332.
                                                                          2. Meyndert Luytsz HUYDECOPER, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 5 nov. 1587 (beluid met de grote klok; ƒ 10).
                                                                          3. Jacob LUYTSZ, tr. Lijsbeth Jacobsdr BUYCK.
                                                                        2666. (<1333) Pieter ROEMERSZ  1195, schipper,
                                                                        tr.
                                                                        2667. (<1333) Aecht Jacobsdr WACKER.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jacob WACKER Pieter Roemersz, tr. Geerte JANSDR, dr van Steffenie DIRCK CROOCKENDR, wed. van Pieter PRONCKERSZ, en die hertr. met Pieter SYMONSZ.
                                                                              In Amsterdam heeft in 1510 Geert Jansdr, weduwe van Peter Pronckersz, de kinderen Henrick en Griet van Peter Pronckersz van eerste bedde hun vaders erfenis bewezen, en het behaagde Heer Simon Abbe, Louw Simonsz Stoter, Jan Claesz en Claes Petersz 1196.
                                                                              In Amsterdam zijn in 1524 Meester Claes Croock, priester, in naam van Geerte Jansdochter, dochter van zijn zuster zal. ged., ter eenre en Jan Meynertsz Zeylemaker, stiefvader van Geerte, ter andere zijde, door tussenspreken van Symon Claesz van Hoorn, burgemeester, en Mr Peter Oly Dick, met consent van Jacob Pieters Roemersz man der voorschreven Geerte, vriendelijk gescheiden van alle goederen die de voorschreven Geerte Jansdr aanbestorven waren bij dode van haar moeder Steffenie Dirck Croockendr (o.m. 200 gld geleend aan Jacop Jansz, zwager [schoonzoon] van Pieter Roemertsz). Op 15 juni 1527 is Geerte hertrouwd met Pieter Symonsz. 1197
                                                                          2. Lijsbeth PIETERSDR, zie 1333.
                                                                          3. Sasse PIETERSDR, tr. Jacob Jansz LYNDRAYER.
                                                                          4. Roemer PIETERSZ, tr. Geertruyt ADRIAENSDR.
                                                                              In de weeskamer van Amsterdam kwamen in 1523 Jacob Wacker Peters Roemersz, Jacob Jansz en Willem Luytsz, vanwege Aechte, de weduwe van Peter Roemersz, hun moeder, van vaderszijde, Adriaen Jansz, Cornelis Jansz en Geryt Thomasz van Haarlem, van moederszijde, allen naaste vrunden en magen van Griet, oud omtrent 15, en Anna, omtrent 8 jaar, kinderen van Roemer Petersz, van wie moeder was Geertruyt Adriaensdochter van Haarlem, zal. ged., en hebben zij de goederen overgebracht de kinderen van hun vader en moeder aanbestorven. De eerste drie comparanten hebben achtervolgende zeker instrument of makinge door Roemer Petersz op 6 september 1522 de voorschreven Griet en Anna bewezen voor alle goederen die door de vader en moeder met de dood ontruimd zijn, nl. een vrij huis en erf genaamd de Koevoet op de Zeedyck, item 900 gld die de voorschreven Aechte weduwe van Peter Roemersz aan de voorschreven kinderen zal uitkeren op 3 jaar na datum van de voorschreven makinge, af te rekenen elk jaar 300 gld (op 22 juni 1524 300 gld betaald, op 25 april 1525 heeft Jonge Willem Schutter als man en voogd van Griet Roemersdr bekend de voorschreven 300 gld ontvangen te hebben en nog van de tweede termijn 150 gld, rest nog te betalen 450 gld), item de schulden te Haarlem volgens een oude cedule nog te ontvangen 128 gld 9 st, item nog alle percelen land gelegen buiten Haarlem, ook volgens 't voorschreven instrument gelijk die aangebracht zijn door de voorschreven Adriaen Jansz, Cornelis Jansz en Gheryt Thomasz, aan de kinderen nagelaten door hun moeder, nl. een stuk land te Uitgeest gemeen met de jonkvrouwe van Runen, groot hun aandeel 3 geerzen, geldende 2½ gld 's jaars, een stuk land te Schoten op Vlieland groot 2 maden, 's jaars geldende 4 Rynsgulden, een mad land te Uitgeest op 't Veer geldende 's jaars 2 Rynsgulden, de helft van een stuk land te Uitgeest groot 1 morgen, hun aandeel 's jaars 3 Rynsgulden 7½ st, de helft van zekere percelen land in de banne van Assendelft, groot 3 koeweiden aan de Werff en 4 koeweiden buiten en 3 maden „mayens” en dat is genaamd het Venneken, geldende altezamen 's jaars 9 gld 15 st, een vijfdedeel in de helft van een stuk land in de banne van Spaarndam, geldende 't gehele land 10 Rynsgulden, komt voor hun aandeel 20 st, item een vierendeel van 4 Rynsche gulden 's jaars, hier 20 st, een vijfdedeel in de helft van 5 Rynsgulden 5 st 's jaars waarvan men de helft ontvangt, komt hier 5 st 1 oortje, een vijfdedeel in de helft van 16 gld 10 st 's jaars waarvan men 2 delen ontvangt, hun aandeel 22 st, en zal de voorschreven Aechte volgens 't voorschreven instrument of testament blijven zitten in alle andere goederen van Roemer Pietersz. Op 27 april 1530 wordt rekening gedaan (op 27 juli 1538 heeft Peter Jacobsz Visscher bekend voldaan te wezen) en zijn er afrekeningen tussen Griet en Anna. Ten behoeve van Anna heeft op 3 juli 1533 Zassa Petersdr 30 gld 5 st gebracht over een jaar rente van de grootmoeder, heeft op 13 juni 1534 Albert Jansz in naam van Aecht de weduwe van Peter Roemersz, de moeder van zijn huisvrouw, 30 gld 4½ st over een jaar rente gebracht, en hebben op 26 juni 1535 Jacob Jansz Lyndrayer vanwege Aechte de weduwe van Peter Roemersz, en Sasse Petersdr 30 gld 4½ st gebracht over een jaar rente. 1198
                                                                          5. Anna PIETERSDR, tr. Hendrick WOUTERSZ.
                                                                          6. N.N. PIETERSDR, tr. Albert JANSZ.
                                                                        2682. (<1341) Peter, allen bekend van een dochter Griete en een dochter Lysbeth,
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Griete PETERS, zie 1341.
                                                                          2. Lysbeth PETERS, tr. Peter DIRCXZ.


                                                                        Generatie XIII (<XII, >XIV)

                                                                        5316. (<2658) Symon LOUWSZ,
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Louw Symonsz STOOTER, zie 2658.
                                                                          2. Lune SYMONSDR, non (bij de Oude Nonnen te Amsterdam).
                                                                        5324. (<2662) (>10648, >10649) Jacob Jacobsz BICKER.
                                                                               Uit onbekende relatie(s):
                                                                          1. Claes Jacobsz BICKER, geb. ca. 1475, overl. 1546, tr. Alyd CORSDR, overl. 1539, dr van Corsgen ELBERTSZ en Oude Geertruyt HENDRICKSDR.
                                                                          2. Jacob Jacobsz BICKER, zie 2662.
                                                                          3. Mr Henrick BICKER.
                                                                        5326. (<2663) Marten Hendricksz VEERCOOPER,
                                                                        tr.
                                                                        5327. (<2663) Alydt MARTIJNS.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Marie MARTENSDR, zie 2663.
                                                                          2. Jan MARTSZ.
                                                                          3. Cornelis MARTSZ, geb. ca. 1489.


                                                                        Generatie XIV (<XIII)

                                                                        10648. (<5324) Jacob BICKER, geb. ca. 1410,
                                                                        tr.
                                                                        10649. (<5324) Nelle BOEL.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jacob Jacobsz BICKER, zie 5324.
                                                                          2. Mr Pieter BICKER, priester.
                                                                          3. Baerte Jacobsdr BICKER.
                                                                          4. Geert Jacobsdr BICKER.
                                                                          5. Boel Jacobsz BICKER.
                                                                              Boel Jacobsz Bicker wordt vermeld als schepen in 1481 en 1490, als burgemeester in 1495 en 1497, en als raad (lid van de vroedschap) in 1498, van Amsterdam 1199.
                                                                        Noten
                                                                        BloysBelonjeNH = Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Mr J. J. Belonje, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, 1928-1931.
                                                                        Elias = Johan E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795, Amsterdam 1963 (eerste uitgave Haarlem 1903-1905)
                                                                        GAA = Gemeente/Stadsarchief Amsterdam
                                                                        GAR = Gemeentearchief Rotterdam
                                                                        NA = Nationaal Archief te Den Haag
                                                                        NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
                                                                        NL = De Nederlandsche Leeuw
                                                                        RAA = Regionaal Archief Alkmaar
                                                                        SAA = Stadsarchief Amsterdam, te Amsterdam
                                                                        WA = Waterlands Archief te Purmerend
                                                                        ZSA = Zaans Streekarchief/Gemeentearchief Zaanstad, te Koog a/d Zaan
                                                                        1. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 12, 1824 akte 33, 6 nov. 1824.
                                                                        2. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 12, 1822 akte 6, 12 maart 1822.
                                                                        3. ZSA ONA Westzaan 5484 (notaris Simon Jongewaard Jr) akte 4945, 18 dec. 1782.
                                                                        4. NHA ORA Uitgeest 216 fol. 167, 29 juli 1788.
                                                                        5. ZSA ONA Krommenie 3094 (notaris Jacobus Alberti) akte 275, 9 nov. 1801.
                                                                        6. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 1, 1823 akte 1, 8 jan. 1823.
                                                                        7. ZSA ONA Zaandam 5997 (notaris Michiel Beets) akte 21, 8 febr. 1750.
                                                                        8. NHA ORA Uitgeest 255 (Staatboek) fol. 44, 1 sept. 1722.
                                                                        9. ZSA ONA Wormerveer 5735 (notaris Hendrik Zomer) akte 27, 5 febr. 1766.
                                                                        10. NHA ORA Krommenie 1411 fol. 239v, 29 april 1763.
                                                                        11. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 89v, 29 april 1721.
                                                                        12. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacobus Beets) fol. 1062, 22 april 1733.
                                                                        13. ZSA ORA Krommenie 1409, fol. 4 25 sept. 1733, fol. 7 6 nov. 1733, fol. 70 29 april 1735.
                                                                        14. ZSA ORA Krommenie 1411 fol. 120v, 11 maart 1757.
                                                                        15. ZSA ONA Krommenie 3048 (notaris Jacob Beets) akte 46, 22 nov. 1715.
                                                                        16. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacob Beets) akte 1074, 1 juni 1733.
                                                                        17. ZSA ORA Krommenie 1490 (Staatboek) fol. 19, 29 juli 1799.
                                                                        18. BloysBelonjeNH deel IV, Ned. Herv. Kerk Krommenie nr 79.
                                                                        19. ZSA ORA Krommenie 1411, fol. 103 28 mei 1756, fol. 107 24 sept. 1756, fol. 115 11 febr. 1757, fol. 147 30 juni 1758, fol. 209 19 maart 1762, fol. 215 17 sept. 1762.
                                                                        20. ZSA ORA Krommenie 1495 (Staatboek) fol. 1, 11 april 1759.
                                                                        21. ZSA ONA Krommenie 3066 (notaris Jacob Beets) fol. 687, 16 okt. 1752.
                                                                        22. NHA ORA Uitgeest 222 (Hypotheken) fol. 90, 15 april 1779.
                                                                        23. NHA ORA Uitgeest 215 fol. 315, 28 nov. 1780.
                                                                        24. ZSA ORA Assendelft 2017 fol. 222, 9 jan. 1722.
                                                                        25. ZSA ORA Assendelft 2018 fol. 162, 22 aug. 1732.
                                                                        26. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 285, 22 dec. 1671.
                                                                        27. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claas Oosterhooren) akte 4, 19 maart 1699.
                                                                        28. NHA ONA Zaandam 5820 akte 27, 1 febr. 1700.
                                                                        29. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claes Oosterhooren) akte 46, 7 mei 1700.
                                                                        30. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 175, 20 nov. 1683.
                                                                        31. NHA ONA Zaandam 5829 (notaris Claas Oosterhooren) aktes 80 en 81, 6 jan. 1715.
                                                                        32. ZSA ORA Krommenie 1481 (Aanstelling van voogden), 14 jan. 1739.
                                                                        33. NHA ORA Uitgeest 254 (Staatboek) fol. 204v, 2 juli 1715.
                                                                        34. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 284v, 6 mei 1685.
                                                                        35. ZSA ORA Assendelft 2014 fol. 55v, 18 jan. 1686.
                                                                        36. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 344v, 22 jan. 1686.
                                                                        37. ZSA ORA Krommenie 1404 fol. 318, 3 okt. 1698.
                                                                        38. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 114, 7 febr. 1703.
                                                                        39. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 98. 3 okt. 1721.
                                                                        40. ZSA ONA Krommenie 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 171, 28 dec. 1684.
                                                                        41. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 239, 26 okt. 1725.
                                                                        42. ZSA ORA Krommenie 1490 (Staatboek) fol. 236, 19 nov. 1727.
                                                                        43. ZSA ONA Krommenie 3055 (notaris Jacob Beets) akte 678, 31 maart 1728.
                                                                        44. ZSA ORA Krommenie 1410 fol. 106v, 5 febr. 1745.
                                                                        45. NHA ORA Krommenie 1404, fol. 57v 21 nov. 1692, fol. 176 29 april 1695, fol. 208v 30 dec. 1695, fol. 286v 7 maart 1698.
                                                                        46. NHA ORA Krommenie 1405 fol. 51, 11 maart 1701.
                                                                        47. NHA ORA Krommenie 1406, fol. 95 2 febr. 1714, fol. 165 28 april 1716, fol. 124v 12 okt. 1716, fol. 197 6 okt. 1717.
                                                                        48. NHA ORA Krommenie 1406, fol. 128v 1 febr. 1715, fol. 139 1 mei 1715, fol. 182v 12 jan. 1717.
                                                                        49. NHA ORA Krommenie 1490 (Staatboek) fol. 238, 25 maart 1716.
                                                                        50. NHA ONA Krommenie 3058 (notaris Jacob Beets) akte 966, 29 nov. 1731.
                                                                        51. NHA ONA Zaandam 5801 (notaris Simon Oosterhooren) akte 99, 16 aug. 1699.
                                                                        52. ZSA ONA Krommenie 3048 (notaris Jacobus Beets) akte 45, 11 nov. 1715.
                                                                        53. ZSA ONA Krommenie 3049 (notaris Jacobus Beets) fol. 264, 15 okt. 1721.
                                                                        54. ZSA ORA Krommenie 1410 fol. 22, 27 april 1742.
                                                                        55. NHA ORA Krommenie 1409, fol. 42 29 okt. 1734, fol. 125 30 april 1737.
                                                                        56. NHA ONA Krommenie 3053 (notaris Jacob Beets) akte 566, 18 okt. 1726.
                                                                        57. ZSA ORA Krommenie 1488 (Staatboek) fol. 49, 1 sept. 1683.
                                                                        58. ZSA ORA Krommenie 1480 (Aanstelling van voogden), 29 juli 1699.
                                                                        59. ZSA ORA Krommenie 1404, fol. 57v 21 nov. 1692, fol. 177 29 april 1695.
                                                                        60. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 10v, 20 jan. 1699.
                                                                        61. ZSA ORA Krommenie 1405, fol. 202 20 nov. 1705, fol. 220 12 sept. 1706.
                                                                        62. ZSA ORA Krommenie 1406, fol. 14 22 nov. 1710, fol. 28 28 april 1711.
                                                                        63. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacob Beets) akte 1089, 7 aug. 1733.
                                                                        64. ZSA ORA Krommenie 1409, fol. 42v 29 okt. 1734, fol. 135v 24 mei 1737.
                                                                        65. ZSA ORA Krommenie 1494 (Staatboek) fol. 200v, 1 dec. 1756.
                                                                        66. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacob Beets) akte 1088, 7 aug. 1733.
                                                                        67. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek) fol. 58, 8 juni 1667.
                                                                        68. ZSA ORA Krommenie 1475 (Rentebrieven t.b.v. wezen), fol. 59 14 jan. 1671, fol. 62 15 april 1671.
                                                                        69. ZSA ORA Uitgeest 188 (Schepenrol), fol. 33v 3 sept. 1686.
                                                                        70. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 152v, 14 maart 1704.
                                                                        71. ZSA ORA Assendelft 2014, fol. 156 en fol. 156v, 11 juni 1690.
                                                                        72. ZSA ORA Assendelft 2018 fol. 91, 21 mei 1728.
                                                                        73. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden), 10 jan. 1668.
                                                                        74. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 6v, 24 april 1670.
                                                                        75. ZSA ORA Westzaan 1587, fol. 9v 9 febr. 1679, fol. 36v 27 april 1679.
                                                                        76. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 135, 12 sept. 1683.
                                                                        77. ZSA ONA Zaandam 5799 (notaris Simon Oosterhooren) akte 80, 12 juni 1697.
                                                                        78. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 194v, 8 mei 1676.
                                                                        79. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 267, 13 juni 1681.
                                                                        80. ZSA ONA Zaandam 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 45, 5 april 1684.
                                                                        81. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 201, 10 juli 1668.
                                                                        82. ZSA ORA Westzaan 1902 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 14v, 10 juli 1668.
                                                                        83. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 128 9 sept. 1683, fol. 228v 28 dec. 1684.
                                                                        84. ZSA ONA Zaandam 5798 (notaris Simon Oosterhooren) akte 128, 26 okt. 1696.
                                                                        85. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Simon Oosterhooren) akte 61 (fol. 170), 9 juni 1688.
                                                                        86. NHA ONA Zaandam 5828 (notaris Claas Oosterhooren) akte 89, 13 april 1714.
                                                                        87. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 105, 11 mei 1662.
                                                                        88. ZSA ORA Westzaan 1652 (Hypotheken wegens verleend windrecht) fol. 13v, 1 maart 1663.
                                                                        89. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 208 28 febr. 1664, fol. 217v, 13 maart 1664.
                                                                        90. ZSA ORA Westzaan 1584 , fol 123v en 124, 8 maart 1668.
                                                                        91. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 162v, 163 en 163v, 21 jan. 1672.
                                                                        92. NHA ONA Zaandam 5826 (notaris Claas Oosterhooren) akte 16, 11 febr. 1710.
                                                                        93. ZSA ONA Westzaandam 5826 (notaris Claas Oosterhooren) akte 51, 7 mei 1710.
                                                                        94. ZSA ONA Zaandam 5754 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 79, 5 jan. 1657.
                                                                        95. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 85, 23 dec. 1665.
                                                                        96. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 57, 12 mei 1682.
                                                                        97. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 221, 16 nov. 1684.
                                                                        98. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 288 en 288v, 28 dec. 1684.
                                                                        99. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 375v, 21 maart 1686.
                                                                        100. NHA ONA Zaandam 5824 (notaris Claas Oosterhooren) akte 73, 15 jan. 1707.
                                                                        101. ZSA ONA Zaandam 5812 (notaris Wilhelmus Grommé) akte 7, 17 sept. 1686.
                                                                        102. ZSA ONA Zaandam 5790 (notaris Simon Oosterhoore) akte 110, 30 sept. 1686.
                                                                        103. ZSA ORA Westzaan 1652 (Hypotheken wegens verleend windrecht) fol. 34v, 13 febr. 1689.
                                                                        104. ZSA ONA Zaandam 5842 (notaris Philip van der Stengh), 21 aug. 1718.
                                                                        105. NHA ONA Zaandam 5825 (notaris Claas Oosterhooren) akte 139, 13 april 1709, Claas IJsbrantsz Fijn, oud 31 jaren.
                                                                        106. NHA ONA Zaandam 5893 fol.158, 18 nov. 1738.
                                                                        107. NHA ORA Heemskerk 286 fol. 80, 10 mei 1669.
                                                                        108. NHA ORA Uitgeest 204, fol. 19v en 20, 20 mei 1672.
                                                                        109. NHA ORA Uitgeest 205, fol. 165 en 165v, 22 mei 1682.
                                                                        110. NHA ORA Uitgeest 254 (Staatboek) fol. 63v, 1 juni 1683.
                                                                        111. NHA ONA Uitgeest 5032 (notaris Johannes van Coevenhoven) fol. 24v, 7 juli 1677.
                                                                        112. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 40v, 4 aug. 1642.
                                                                        113. NHA ORA Uitgeest 209 fol. 219, 27 maart 1706.
                                                                        114. NHA ORA Uitgeest 209, fol. 31v 14 mei 1698, fol. 133v 11 mei 1701.
                                                                        115. NHA ORA Uitgeest 209, fol. 177 30 juli 1703, fol. 189 7 mei 1704.
                                                                        116. NHA ORA Uitgeest 209, fol. 202v 6 mei 1705, fol. 238, 26 aug. 1706.
                                                                        117. NHA ORA Uitgeest 209 fol. 80v, 11 dec. 1699.
                                                                        118. NHA ORA Krommenie 1400 fol. 191, 7 mei 1666.
                                                                        119. ZSA ONA Zaandam 5779 (notaris Sijmon Oosterhooren) fol. 68, 20 sept. 1666.
                                                                        120. ZSA ONA Amsterdam 5763 (notaris Arent Albertsz Neef) fol. 250, 23 jan. 1669.
                                                                        121. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek) fol. 124, 13 jan. 1672.
                                                                        122. NHA ORA Krommenie 1403 fol. 417, 27 april 1690.
                                                                        123. ZSA ONA Westzaan 5424 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) fol. 1, 27 mei 1672.
                                                                        124. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 270, 17 april 1708.
                                                                        125. ZSA ONA Krommenie 3050 (notaris Jacobus Beets) fol. 293, 28 juli 1722.
                                                                        126. NHA ORA Krommenie 1404 fol. 279v, 15 nov. 1699.
                                                                        127. NHA ORA Krommenie 1406 fol. 207, 29 april 1718.
                                                                        128. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 44, 22 april 1689.
                                                                        129. NHA ORA Krommenie 1404 fol. 30v, 29 april 1692.
                                                                        130. ZSA ONA Krommenie 3052 (notaris Jacob Beets) akte 466, 29 jan. 1725.
                                                                        131. ZSA ONA Krommenie 3052 (notaris Jacobus Beets) akte 511, tussen 24 okt. en 2 nov. 1725.
                                                                        132. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacob Beets) akte 1087, 7 aug. 1733.
                                                                        133. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 24, 17 jan. 1664.
                                                                        134. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 250, 26 mei 1645.
                                                                        135. ZSA ORA Assendelft 2009 fol. 11, 15 febr. 1647.
                                                                        136. ZSA ORA Krommenie 1485 (Staatboek) fol. 159bis, 12 juni 1647.
                                                                        137. ZSA ORA Krommenie 1387, fol. 35v 18 nov. 1649, fol. 40v 11 maart 1650.
                                                                        138. ZSA ORA krommenie1 1398 fol. 61v, 22 mei 1654.
                                                                        139. ZSA ORA Krommenie 1399, fol. 9v 16 maart 1657, fol. 48 4 okt. 1657.
                                                                        140. ZSA ORA 1371 (Schepenrol), 13 juni en 8 aug. 1659.
                                                                        141. RAA ONA Castricum 3010 (notaris Claes Adriaensz Schoorell), 13 mei 1660.
                                                                        142. ZSA ORA Krommenie 1371 (Schepenrol), 14 mei 1660.
                                                                        143. ZSA ORA Krommenie 1371 (Schepenrol), 18 maart 1661 t.e.m. 30 sept. 1661.
                                                                        144. ZSA ORA Krommenie 1371 (Schepenrol), 10 mei 1662.
                                                                        145. ZSA ORA Krommenie 1371 (Schepenrol), 10 nov. 1662.
                                                                        146. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 6 maart 1665.
                                                                        147. ZSA ONA Krommenie 3040 (notaris Willem Claesz Haeses) akte 292, 10 sept. 1644.
                                                                        148. ZSA ORA Krommenie 1406 fol. 194, 25 juni 1717.
                                                                        149. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 163, 3 juli 1704.
                                                                        150. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 129, 24 april 1703.
                                                                        151. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 188v, 30 april 1705.
                                                                        152. ZSA ORA Krommenie 1406, fol. 40v 6 sept. 1711, fol. 109 26 april 1712.
                                                                        153. ZSA ORA Krommenie 1406 fol. 109, 27 april 1714.
                                                                        154. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 23, 27 april 1657.
                                                                        155. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek), fol. 46 28 jan. 1665, fol. 79.
                                                                        156. ZSA ORA Krommenie 1487 fol. 74, 29 mei 1669.
                                                                        157. ZSA ORA Krommenie 1402, fol. 52v 9 nov. 1670, fol. 93 9 okt. 1671.
                                                                        158. ZSA ONA Krommenie 3047 (notaris Adriaen van Santen) akte 43, 2 april 1675.
                                                                        159. ZSA ORA Krommenie 1403, fol. 122 24 mei 1680, fol. 238 24 dec. 1683, fol. 346 20 maart 1687.
                                                                        160. NHA ORA Krommenie 1420 (Diverse schepenaktes), 21 juli 1699.
                                                                        161. ZSA ORA Krommenie 1402 fol. 41, 9 mei 1670.
                                                                        162. ZSA ORA Krommenie 1479 (Aanstelling van voogden), 4 juli 1683.
                                                                        163. ZSA ORA Krommenie 1402 fol. 178, 26 april 1675.
                                                                        164. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 24, 19 april 1684.
                                                                        165. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 263, 17 okt. 1684.
                                                                        166. ZSA ORA Krommenie 1422 (Diverse schepenakten), 20 april 1713.
                                                                        167. ZSA ONA Krommenie 3041 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 78, 31 juli 1654.
                                                                        168. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 6, 28 april 1663.
                                                                        169. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 255v, 5 juli 1707.
                                                                        170. ZSA ORA Krommenie 1404, fol. 315v, 3 okt. 1698, 1404, fol. 284 12 okt. 1708.
                                                                        171. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 2, 22 maart 1653.
                                                                        172. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 57, 8 febr. 1658.
                                                                        173. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 89v, 4 aug. 1658.
                                                                        174. ZSA ORA Krommenie 1479 (Aanstelling van voogden), 31 dec. 1670.
                                                                        175. ZSA ONA Zaandam 5754 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 233, 7 dec. 1666.
                                                                        176. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 27, 23 juni 1668.
                                                                        177. ZSA ONA Krommenie 3047 (notaris Adriaen van Santen) akte 56, 31 okt. 1675.
                                                                        178. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 123, 26 okt. 1675.
                                                                        179. ZSA ORA Krommenie 1479 (Aanstelling van voogden), 25 jan. 1696.
                                                                        180. ZSA ORA krommenie 1404 fol. 266v, 28 april 1697.
                                                                        181. ZSA ORA Westzaan 1504 (Schepenrol), 5 okt. 1617.
                                                                        182. ZSA ORA Westzaan 1570, fol. 199 en 199v, fol. 201, 8 maart 1622.
                                                                        183. ZSA ORA Westzaan 1570, fol. 272 20 jan. 1623, fol. 277v en 278, 29 jan. 1623.
                                                                        184. ZSA ORA Westzaan 1571. fol 54v en 55, 18 maart 1623, fol. 55v en 56, 18 maart 1623, fol. 56v en 57, 18 maart 1623, fol. 225 6 april 1624, fol. 235v en 236, 10 mei 1624.
                                                                        185. ZSA ORA Westzaan 1572 fol. 23, 28 maart 1625.
                                                                        186. ZSA ORA Westzaan 1573, fol. 38v 17 febr. 1628, fol. 117 16 jan. 1629.
                                                                        187. ZSA ORA Westzaan 1506 (Schepenrol), 15 febr. 1629 - 10 mei 1629.
                                                                        188. ZSA ORA Westzaan 1574, fol. 126 13 maart 1631, fol. 172 27 april 1631.
                                                                        189. ZSA ORA Westzaan 1575 fol. 104, 31 maart 1633.
                                                                        190. ZSA ONA Zaandam 5750 (notaris Jan Jelisz van Breen), akte 3 30 juli 1633, akte 31 6 dec. 1633.
                                                                        191. ZSA ORA Westzaan 1577, fol. 91v 22 jan. 1641, fol. 92 22 jan. 1641.
                                                                        192. ZSA ONA Zaandam 5756 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn), fol. 11v 8 maart 162, fol. 20 2 maart 1643, fol. 28 9 april 1646.
                                                                        193. ZSA ONA Zaandam 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 69, 29 sept. 1643.
                                                                        194. ZSA ORA Westzaan 1577 fol. 376v, 21 mei 1643.
                                                                        195. ZSA ONA Zaandam 5751 (notaris Jan Jelisz van Breen), akte 223 11 juli 1643, akte 222 17 juli 1643.
                                                                        196. ZSA ONA Zaandam 5752 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 335, 24 okt. 1648.
                                                                        197. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 361, 24 juli 1662.
                                                                        198. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 33, 22 aug. 1663.
                                                                        199. ZSA ONA Zaandam 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 268v, 2 mei 1652.
                                                                        200. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn), fol. 220 14 mei 1659, fol. 225 23 mei 1659.
                                                                        201. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 95, 5 jan. 1668.
                                                                        202. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 252, 4 juli 1669.
                                                                        203. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 73v, 5 febr. 1671.
                                                                        204. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 149v, 14 aug. 1671.
                                                                        205. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 112v, 24 jan. 1673.
                                                                        206. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 157, 3 aug. 1673.
                                                                        207. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 109, 27 aug. 1680.
                                                                        208. ZSA ONA Zaandam 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 94, 4 sept. 1646.
                                                                        209. ZSA ORA Westzaan 1577 fol. 150, 16 mei 1641.
                                                                        210. ZSA ONA Zaandam 5751 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 391, 11 okt. 1644.
                                                                        211. ZSA ORA Westzaan 1674, fol. 97v en 98, 21 jan. 1631, fol. 210 8 jan. 1632.
                                                                        212. ZSA ORA Westzaan 1576 fol. 60, 7 febr. 1636.
                                                                        213. ZSA ORA Westzaan 1577, fol. 36v 24 febr. 1640, fol. 39v 24 febr. 1640, fol. 41 24 febr. 1640, fol. 136 4 april 1641, fol. 277 2 sept. 1642.
                                                                        214. ZSA ORA Westzaan 1578, fol. 167 en fol. 167v, 28 juli 1644.
                                                                        215. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 61v en 62, 11 mei 1647, fol. 98v 21 jan. 1648, fol. 123 12 maart 1648.
                                                                        216. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 171v 17 sept. 1648, fol. 404v 11 aug. 1650.
                                                                        217. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 14v, 27 nov. 1653.
                                                                        218. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 138 4 maart 1655, fol. 165v en 166, 27 mei 1655.
                                                                        219. ZSA ORA Westzaan 15871 fol. 205v, 29 juni 1656.
                                                                        220. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 140, 14 nov. 1657.
                                                                        221. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 4v, 5 mei 1661.
                                                                        222. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 58v, 23 febr. 1662.
                                                                        223. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 69v en 97, fol. 99v, 8 april 1683.
                                                                        224. ZSA ONA Zaandam 5751 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 223, 11 juli 1643.
                                                                        225. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 127 en 127v, 12 maart 1648.
                                                                        226. ZSA ORA Westzaan 1580 fol. 220, 11 juli 1652.
                                                                        227. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 43, 1 maart 1656.
                                                                        228. ZSA ORA Westzaan 1908 (Aanstelling van voogden), 13 dec. 1661, 1 mei 1663.
                                                                        229. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden), 10 jan. en 9 okt. 1668.
                                                                        230. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 200, 10 juli 1668.
                                                                        231. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 283, 19 dec. 1671.
                                                                        232. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 162v, 2 mei 1668.
                                                                        233. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 245v, 16 mei 1669.
                                                                        234. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 265v, 16 juni 1674.
                                                                        235. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 36, 8 mei 1670.
                                                                        236. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 64v, 14 febr. 1675.
                                                                        237. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 62, 9 aug. 1679.
                                                                        238. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 293, 19 febr. 1681.
                                                                        239. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 260, 10 juni 1681.
                                                                        240. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 323v, 19 maart 1682.
                                                                        241. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhoorn) akte 61, 15 mei 1682.
                                                                        242. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 188v, 20 april 1684.
                                                                        243. NA Grafelijkheidsrekenkamer 179 (Registers) fol. 520v, 30 jan. 1698.
                                                                        244. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) akte 47, 24 nov. 1701.
                                                                        245. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren), akte 150 en 150a, 2 en 10 okt. 1702.
                                                                        246. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 88, 22 nov. 1703.
                                                                        247. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) 162, 12 nov. 1702.
                                                                        248. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 37, 30 april 1703.
                                                                        249. NHA ONA Zaandam 5825 (notaris Claas Oosterhooren) akte 164, 29 juni 1709.
                                                                        250. NHA ONA Zaandam 5828 (notaris Claas Oosterhooren) akte 129, 20 juni 1714.
                                                                        251. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 90v, 10 nov. 1667.
                                                                        252. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 91v, 19 febr. 1671.
                                                                        253. ZSA ONA Zaandm 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 141, 13 nov. 1680.
                                                                        254. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 16, 5 febr. 1682.
                                                                        255. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 67, 22 april 1683.
                                                                        256. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 151, 15 okt. 1683.
                                                                        257. NHA ONA Zaandam 5824 (notaris Claas Oosterhooren) akte 12, 17 juli 1706.
                                                                        258. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 108v, 24 nov. 1667.
                                                                        259. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 147, 21 nov. 1680.
                                                                        260. BloysBelonjeNH deel V, Westerkerk Zaandam nr 159.
                                                                        261. ZSA ORA Westzaan 1516 (Schepenrol) fol. 15v, 30 jan. 1681.
                                                                        262. ZSA ORA Westzaan 1516 (Schepenrol) fol. 24, 27 febr. 1681.
                                                                        263. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 4, 5 jan. 1682.
                                                                        264. ZSA ONA Zaandam 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 86, 9 juli 1684.
                                                                        265. ZSA ONA Zaandam 5798 (notaris Simon Oosterhooren) akte 3, 15 jan. 1696.
                                                                        266. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 53, 15 juli 1703.
                                                                        267. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 41, 19 sept. 1708.
                                                                        268. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 166 fol. 50v, 22 aug. 1619.
                                                                        269. ZSA ORA Westzaan 1574 fol. 282v, 18 maart 1632.
                                                                        270. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 66v, 21 maart 1635.
                                                                        271. ZSA ORA Westzaan 1508 (Schepenrol), 15 aug. en 8 sept. 1639.
                                                                        272. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 170 fol. 53, 4 nov. 1641.
                                                                        273. ZSA ORA Westzaan 1651 (Hypotheken wegens verleend windrecht), 30 jan. 1642.
                                                                        274. ZSA ORA Westzaan 1578, fol. 222v 9 febr. 1645, fol. 254v en 255 23 maart 1645, fol. 300v 28 sept. 1645.
                                                                        275. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 102v, 5 juni 1671.
                                                                        276. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 165, 21 jan. 1672.
                                                                        277. ZSA ORA Westzaan 1587, fol. 81v, fol. 82v, 8 febr. 1680.
                                                                        278. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 81, 7 nov. 1665.
                                                                        279. Volgens lidmatenregister van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Zaandam-West.
                                                                        280. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 138, 4 nov. 1653.
                                                                        281. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 70, 22 nov. 1660.
                                                                        282. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 208v, 28 febr. 1664.
                                                                        283. ZSA ORA Westzaan 1584, fol. 51v, 24 maart 1667.
                                                                        284. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 150, 31 dec. 1667.
                                                                        285. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 49v, 3 juli 1670.
                                                                        286. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 125, 30 april 1671.
                                                                        287. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 164v, 21 jan. 1672.
                                                                        288. ZSA ONA Zaandijk 6395 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 15 nov. 1679.
                                                                        289. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 277v, 25 sept. 1681.
                                                                        290. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 351, 7 febr. 1686.
                                                                        291. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Sijmon Oosterhooren) akte 36, 8 april 1688.
                                                                        292. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 16, 10 febr. 1691.
                                                                        293. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 143, 25 jan. 1667.
                                                                        294. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 216, 12 juli 1671.
                                                                        295. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden), 21 juli 1665.
                                                                        296. Voor een genealogie Mens, door A.G. Molendijk-van der Ploeg, zie Gens Nostra 38 (1983), 271-275.
                                                                        297. ZSA ORA Westzaan 1567, aktes 137 en 138, 3 juni 1612, akte 475 28 febr. 1614.
                                                                        298. ZSA ONA Archief 5771 (notaris Johan van der Stengh) fol. 58, 4 juni 1679.
                                                                        299. ZSA ORA Westzaan 1902 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 53v 27 juli 1670, fol. 128 20 aug. 1675.
                                                                        300. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 237, 29 nov. 1668.
                                                                        301. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 271v, 22 jan. 1665.
                                                                        302. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 65, 21 maart 1665.
                                                                        303. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 9, 25 jan. 1667.
                                                                        304. ZSA ORA Westzaan 1584, fol. 61v en 62v, 24 maart 1667.
                                                                        305. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 19, 23 jan. 1680.
                                                                        306. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 115-116, 18 april 1680.
                                                                        307. ZSA ORA Westzaan 1587, fol 228v en 229, 24 april 1681.
                                                                        308. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 33v, 2 jan. 1656.
                                                                        309. BloysBelonjeNH deel V, Westerkerk Zaandam nr 170.
                                                                        310. ZSA ORA Westzaan 1578, fol. 342v en 343, 15 febr. 1646.
                                                                        311. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 50 23 maart 1651, fol. 157v 15 febr. 1652, fol. 158 15 febr. 1652, fol. 163 15 febr. 1652.
                                                                        312. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 10, 22 aug. 1655.
                                                                        313. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 278v 21 dec. 1656, fol. 360v 28 juli 1657.
                                                                        314. ZSA ORA Westzaam 1582, fol. 184 26 febr. 1660, fol. 217 8 juni 1660.
                                                                        315. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 283, 30 dec. 1660.
                                                                        316. NHA OA Uitgeest 475 (200e penning 1625).
                                                                        317. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 19 aug., 11 nov., 2 dec. en 8 dec. 1625, 21 mei 1626.
                                                                        318. NHA ORA Uitgeest 196 fol. 161v, 20 juli 1629.
                                                                        319. NA Hof van Holland 2288 (Dingtalen), 17 mei 1630.
                                                                        320. NHA ORA Uitgeest, 3 febr. 1632, 7 dec. 1632, 7 dec. 1632.
                                                                        321. NHA ORA Uitgeest 187 fol. 165v, 10 okt. 1637.
                                                                        322. NHA ONA Uitgeest 5106 (notaris Jan Allertsz Bonckenburch) akte 157, 5 aug. 1639.
                                                                        323. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 48v, 23 okt. 1648.
                                                                        324. NHA ONA Uitgeest 5018 (notaris Jan Allertsz Bonckenburch) fol. 23, 12 jan. 1657.
                                                                        325. NHA ONA Uitgeest 5021 (notaris Jan Allertsz Bonckenburch) akte 13, 30 maart 1666.
                                                                        326. NHA ONA Beverwijk 235 (notaris Pieter Cheeuwen), 6 april 1647.
                                                                        327. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 14, 23 okt. 1635.
                                                                        328. NHA ONA Uitgeest 5017 (notaris Jan Allertsz Bonckenburch) akte 154, 29 april 1651.
                                                                        329. NHA ORA Uitgeest 244 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 50, 1 juni 1683.
                                                                        330. NHA ORA Uitgeest 210 fol. 70, 20 mei 1710.
                                                                        331. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 15 mei 1629 en 1 juni 1629.
                                                                        332. NHA ORA Uitgeest 195, fol. 210 3 jan. 1632, fol. 214v 21 maart 1632.
                                                                        333. NHA ORA Uitgeest 197 fol. 37v, 5 mei 1633.
                                                                        334. NHA ORA Uitgeest 197 fol. 219, 16 juni 1639.
                                                                        335. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 71, 19 juni 1654.
                                                                        336. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 71v, 7 juni 1661.
                                                                        337. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 23 mei 1623.
                                                                        338. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 19, 6 febr. 1637.
                                                                        339. NHA ORA 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 53v, 31 mei 1650.
                                                                        340. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen), fol. 63 19 juni 1654, fol. 63v 19 juni 1654, fol. 64v 4 mei 1655, fol. 69 3 aug. 1655.
                                                                        341. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 101, 16 okt. 1664.
                                                                        342. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen) fol. 94, 5 juni 1667.
                                                                        343. ZSA ORA Krommenie 1479 (Aanstelling van voogden), 9 jan. 1695.
                                                                        344. ZSA ORA Krommenie 1474 (Rentebrieven t.b.v. wezen) fol. 191, 13 okt. 1666.
                                                                        345. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 4 maart 1622.
                                                                        346. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 25 febr. 1631.
                                                                        347. NHA ORA Uitgeest 185 (Schepenrol), 9 april 1631.
                                                                        348. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 13, 29 mei 1635.
                                                                        349. NHA ONA Uitgeest 5027 (notaris Johannes van Coevenhoven), 1 sept. 1675.
                                                                        350. NHA ORA Heemskerk 286 fol. 173v, 10 dec. 1675.
                                                                        351. NHA ORA Uitgeest 253 (Staatboek) fol. 2, 19 dec. 1634.
                                                                        352. NHA ORA Uitgeest 243 (Obligatiën t.b.v. wezen), fol. 14v en fol. 15, 12 juni 1635.
                                                                        353. RAA ONA Castricum 3009 (notaris Claes Aeriaensz Schoorll), 23 sept. 1648.
                                                                        354. NHA ORA Uitgeest 254 (Staatboek) fol. 61, 6 april 1683.
                                                                        355. NHA ORA Uitgeest 208, fol. 18v en fol. 19, 27 mei 1694.
                                                                        356. NHA ORA Uitgeest 209 fol. 74v, 21 mei 1699.
                                                                        357. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol.277, 14 maart 1677.
                                                                        358. NHA ONA Wormerveer 5705 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 13, 19 dec. 1671.
                                                                        359. ZSA ORA Westzaan 1576 fol. 195 en 195v, 9 april 1637, 1577 fol. 85v, 4 okt. 1640.
                                                                        360. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 97, 25 jan. 1639.
                                                                        361. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 116, 24 maart 1644.
                                                                        362. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 89v 5 dec. 1647, fol. 98 21 jan. 1648.
                                                                        363. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 298, fol. 298v, fol. 299 en 299v, 29 juli 1649.
                                                                        364. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 338, 6 dec. 1650.
                                                                        365. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 18v en 19, 9 febr. 1651, fol. 186v en 187, 28 maart 1652.
                                                                        366. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 15 31 dec. 1653, fol. 21v en 22, 12 maart 1654.
                                                                        367. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 130v en 131, 25 febr. 1655.
                                                                        368. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 432, 19 maart 1657.
                                                                        369. NHA ORA Uitgeest 221 (Hypotheken) fol. 120, 16 juli 1657.
                                                                        370. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 31, 13 april 1658.
                                                                        371. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 116v, 3 april 1659.
                                                                        372. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 42, 30 jan. 1661.
                                                                        373. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 258, 17 febr. 1661.
                                                                        374. ZSA ORA Assendelft 2011 fol. 96v, 13 juni 1661.
                                                                        375. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 177, 8 juli 1661.
                                                                        376. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) fol. 185, 9 sept. 1661.
                                                                        377. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 48 9 febr. 1662, fol. 85v 6 april 1662.
                                                                        378. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 125v, 4 jan. 1663.
                                                                        379. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 205v, 15 febr. 1664.
                                                                        380. ZSA ORA Krommenie 1400 fol. 134, 8 mei 1664.
                                                                        381. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 281, 5 febr. 1665.
                                                                        382. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 1, 10 aug. 1665.
                                                                        383. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 2, 5 febr. 1666.
                                                                        384. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 339v, 25 maart 1666.
                                                                        385. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 219v, 21 maart 1669.
                                                                        386. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simn Oosterhooren) fol. 46, 16 mei 1670.
                                                                        387. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 55v, 31 juli 1670.
                                                                        388. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren), fol. 236v 26 aug. 1671, fol. 244 12 sept. 1671.
                                                                        389. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 176v 4 febr. 1672, fol. 198v 14 april 1672.
                                                                        390. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 269, 1 maart 1674.
                                                                        391. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akt 73, 7 febr. 1675.
                                                                        392. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 78v, 28 maart 1675.
                                                                        393. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 202, 7 juni 1676.
                                                                        394. ZSA ORA Assendelft 2012, fol. 225 22 april 1676, fol. 245 8 febr. 1677.
                                                                        395. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 300, 30 mei 1677.
                                                                        396. ZSA ORA Assendelft 2013, fol. 8v 25 mei 1677, fol. 13v 20 okt. 1677.
                                                                        397. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 290 en 290v, 18 nov. 1677.
                                                                        398. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 258, 5 nov. 1679.
                                                                        399. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren ) akte 127 16 okt. 1680.
                                                                        400. ZSA ONA Zaandam 5786 notaris Simon Oosterhooren) akte 8, 9 jan. 1682.
                                                                        401. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 124v, 7 mei 1640.
                                                                        402. ZSA ORA Krommenie 1474 (Rentebrieven t.b.v. wezen) fol. 137, 14 maart 1657.
                                                                        403. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 253v, 23 juli 1658.
                                                                        404. ZSA ORA Westzaan 1575, fol. 257v en 258, 4 jan. 1635.
                                                                        405. ZSA ORA Westzaan 1576 fol. 217v, 21 juni 1637.
                                                                        406. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 136, 9 april 1641.
                                                                        407. BloysBelonjeNH deel V, Westerkerk Zaandam nr 173.
                                                                        408. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 260, 23 mei 1681.
                                                                        409. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) akte 153, 8 okt. 1702.
                                                                        410. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Simon Oosterhooren) akte 66, fol. 183, 16 juni 1688.
                                                                        411. NHA ONA Zaandam 5830 (notaris Claas Oosterhooren) akte 120, 15 dec. 1715.
                                                                        412. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 211, 19 juni 1671.
                                                                        413. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 84, 16 aug. 1670.
                                                                        414. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek) fol. 174v, 8 maart 1678.
                                                                        415. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 274, 22 maart 1674.
                                                                        416. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 220, 19 okt. 1684.
                                                                        417. ZSA ONA Zaandam 1918 (Staatboek) fol. 117, 22 mei 1674.
                                                                        418. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 210, 27 maart 1681.
                                                                        419. ZSA ONA Zaandam 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 65, 25 mei 1684.
                                                                        420. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 211, 13 juli 1684.
                                                                        421. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 246v, 8 febr. 1685.
                                                                        422. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 353, 7 febr. 1686.
                                                                        423. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 29, 9 april 1703.
                                                                        424. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 232, 23 sept. 1676.
                                                                        425. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 289, 12 sept. 1681.
                                                                        426. ZSA ORA Krommenie 1474 (Rentebrieven t.b.v. wezen) fol. 25, 29 juni 1649.
                                                                        427. ZSA ORA Krommenie 1397 fol. 74, 16 aug. 1651.
                                                                        428. GAA Weeskamer 30 (Inbrengregister) fol. 340v, 4 nov. 1660.
                                                                        429. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Sijmon Oosterhooren) akte 25, 3 maart 1688.
                                                                        430. ZSA ORA Krommenie 1486 (Staatboek) fol. 73, 2 febr. 1656.
                                                                        431. ZSA ORA Krommenie 1397, fol. 49v 20 mei 1650, 20 mei 1650.
                                                                        432. ZSA ORA Krommenie 1399, fol. 2v 9 febr. 1657, fol. 57 8 febr. 1658.
                                                                        433. ZSA ORA Krommenie 1399, fol. 162 en 162v, 20 febr. 1660.
                                                                        434. ZSA ORA Krommenie 1400, fol. 209v en 210v, 2 febr. 1661.
                                                                        435. ZSA ORA Krommenie ORA 1395 fol. 141, 3 maart 1628.
                                                                        436. ZSA ORA Krommenie 1395, fol. 161 5 april 1630, fol. 221v 12 sept. 1631.
                                                                        437. ZSA ORA Krommenie 1396, fol. 6v 4 juli 1632, fol. 152 18 nov. 1639.
                                                                        438. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 49v, 2 april 1634.
                                                                        439. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 146v, 20 mei 1639
                                                                        440. ZSA ORA krommenie 1398 fol. 38, 30 dec. 1653.
                                                                        441. ZSA ORA Krommenie 1398 fol. 66v, 5 juni 1654.
                                                                        442. ZSA ORA krommeie 1398 fol. 163v, 12 aug. 1656.
                                                                        443. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 33v, 12 mei 1657.
                                                                        444. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 125, 11 april 1659.
                                                                        445. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 137, 3 maart 1656.
                                                                        446. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 58, 8 febr. 1658.
                                                                        447. ZSA ORA Krommenie 1399, fol. 76 8 mei 1658, fol. 94v 2 aug. 1658.
                                                                        448. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 128, 9 mei 1659.
                                                                        449. ZSA ORA Krommenie 1395 fol. 33, 29 maart 1624.
                                                                        450. ZSA ORA Krommenie 1475 (Rentebrieven t.b.v. wezen) fol. 105, 10 april 1675.
                                                                        451. ZSA ORA Krommenie 1404, fol. 7 15 sept. 1691, fol. 11 16 nov. 1691, fol. 11v 16 nov. 1691.
                                                                        452. ZSA ORA Krommenie 1404, fol. 88v 28 april 1693, fol. 201 7 okt. 1695, fol. 209v 30 dec. 1695, fol. 210 30 dec. 1695.
                                                                        453. ZSA ORA krommenie 1404, fol. 305v 29 april 1698, fol. 341 30 april 1699.
                                                                        454. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 5, 9 jan. 1683.
                                                                        455. ZSA ONA Zaandam 5799 (notaris Simon Oosterhooren) akte 64, 28 april 1697.
                                                                        456. ZSA ORA Krommenie 1406, fol. 151v, fol. 152 en fol. 152v, 31 jan. 1716.
                                                                        457. ZSA ONA Krommenie 3048 (notaris Jacobus Beets) akte 120, 22 juni 1718.
                                                                        458. ZSA ONA Krommenie 3048 (notaris Jacobus Beets) akte 19, 26 febr. 1715.
                                                                        459. ZSA ORA krommenie 1402 fol. 171, 1 maart 1675.
                                                                        460. ZSA ORA Krommenie 1397 fol. 26, 4 juni 1649.
                                                                        461. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek), fol. 153 en fol. 154, 8 april 1675.
                                                                        462. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) fol. 199, 7 jan. 1662.
                                                                        463. ZSA ONA Wormerveer 5705 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 2, 10 aug. 1670.
                                                                        464. ZSA ONA Krommenie 3041 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 80, 21 aug. 1654.
                                                                        465. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 126, 23 april 1659.
                                                                        466. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 54, 8 mei 1663.
                                                                        467. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 194, 17 jan. 1664.
                                                                        468. ZSA ONA Zaandijk 6394 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 16 juli 1664.
                                                                        469. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 64, 7 april 1667.
                                                                        470. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 349, 24 jan. 1686.
                                                                        471. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 35, 19 dec. 1668.
                                                                        472. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 185, 4 mei 1682.
                                                                        473. ZSA ONA Zaandam 5787 (notaris Simon Oosterhooren) akte 58, 30 april 1683.
                                                                        474. ZSA ONA Krommenie 3055 (notaris Jacob Beets) akte 710, 8 juli 1728.
                                                                        475. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 171, 171v, 179 en 179v, 30 april 1676.
                                                                        476. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 221, 8 juli 1679.
                                                                        477. ZSA ONA Zaandam 5798 (notaris Simon Oosterhoorn) akte 85, 1 okt. 1696.
                                                                        478. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek) fol. 126, 29 jan. 1675.
                                                                        479. ZSA ONA Westzaan 5427 (notaris Pieter van Broeck) akte 84, 6 april 1694.
                                                                        480. ZSA ONA Westzaan 5427 (notaris Pieter van Broeck) akte 117, 15 febr. 1695.
                                                                        481. ZSA ONA Zaandam 5797 (notaris Simon Oosterhooren) akte 108, 14 juli 1695.
                                                                        482. ZSA ONA Westzaan 5428 (notaris Pieter van Broeck) akte 89, 3 mei 1698.
                                                                        483. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 308v, 17 mei 1685.
                                                                        484. ZSA ONA Wormerveer 5709 (notaris Pieter Broerse) akte 25, 18 febr. 1711.
                                                                        485. ZSA ONA Wormerveer 5706 (notaris Pieter Broerse) akte 13, 28 mei 1698.
                                                                        486. ZSA ONA Wormerveer 5709 (notaris Pieter Broerse) akte 70, 24 jan. 1713.
                                                                        487. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 193 en 193v, 4 mei 1684.
                                                                        488. ZSA ORA Krommenie 1395, fol. 201 17 mei 1630, fol. 202 31 mei 1630.
                                                                        489. ZSA ORA krommenie 1484 (Staatboek) fol. 111, 3 dec. 1631.
                                                                        490. ZSA ORA Krommenie 1485 (Staatboek) fol. 81, 21 maart 1640.
                                                                        491. ZSA ORA Krommenie 1397 fol. 53v, 18 nov. 1649.
                                                                        492. ZSA ORA Krommenie 1398 fol. 147v, 5 mei 1656.
                                                                        493. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 21v, 6 nov. 1656.
                                                                        494. ZSA ONA Krommenie 3047 (notaris Adriaen van Santen) akte 99, 1 juli 1677.
                                                                        495. ZSA ORA Krommenie 1484 (Staatboek) fol. 97, 16 april 1629.
                                                                        496. ZSA ORA kromenie 1397 fol. 18v, 19 maart 1649.
                                                                        497. ZSA ORA Krommenie 1393 fol. 71v, 8 mei 1616.
                                                                        498. ZSA ORA Krommenie, 1394 fol. 51v, 31 aug. 1619, 1395 fol. 49v, 14 febr. 1625.
                                                                        499. ZSA ORA Krommenie 1398 fol. 101v, 7 mei 1655.
                                                                        500. ZSA ORA Krommenie 1400 fol. 171, 31 juli 1665.
                                                                        501. ZSA ORA Krommenie 1400 fol. 37v, 25 nov. 1661.
                                                                        502. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 27 sept. 1669.
                                                                        503. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek) fol. 103, 5 nov. 1670.
                                                                        504. ZSA ORA Krommenie 1471 (Schepenrol), 2 aug. 1669.
                                                                        505. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 91v, 4 juni 1658.
                                                                        506. ZSA ORA krommenie 1400 fol. 14v, 4 mei 1661.
                                                                        507. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol) 6 aug. 1666.
                                                                        508. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 25 aug. 1672.
                                                                        509. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 187, 14 mei 1660.
                                                                        510. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 6 juni 1670.
                                                                        511. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 7 nov. 1670.
                                                                        512. ZSA ORA Krommenie 1402 fol. 149v, 24 mei 1674.
                                                                        513. NHA ORA Beverwijk 1217 blz. 193, 10 juli 1683.
                                                                        514. ZSA ORA Krommenie 1418 (Bijlagen bij transporten en hypotheken), 23 juli 1694.
                                                                        515. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 36, 20 maart 1660.
                                                                        516. ZSA ORA Krommenie 1400, fol. 92 16 febr. 1663, fol. 124 15 febr. 1664, fol. 127v 28 febr. 1664.
                                                                        517. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 3 aug. 1668 t.e.m. 23 febr. 1670.
                                                                        518. ZSA ORA Westzaan 1914 (Staatboek), 12 maart 1588.
                                                                        519. ZSA ORA Westzaan 1565 fol. 118, 13 febr. 1600.
                                                                        520. ZSA ORA Westzaan 1565, fol. 148 27 juli 1600.
                                                                        521. ZSA ORA Westzaan 1915 (Staatboek) fol. 180, 5 maart 1603.
                                                                        522. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 83v, 20 mei 1615.
                                                                        523. ZSA ORA Westzaan 1569, akte 407 en 408, 25 jan. 1619, akte 774 en 775, 26 maart 1620.
                                                                        524. ZSA ORA Westzaan 1572 fol. 100, 12 febr. 1626.
                                                                        525. ZSA ORA Westzaan 1914 (Staatboek), 6 mei 1584.
                                                                        526. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 226, 12 jan. 1617.
                                                                        527. ZSA ORA Westzaan 1568, fol. 28 en 28v, 30 jan. 1615, fol. 108v 28 jan. 1616, fol. 120v 4 febr. 1616.
                                                                        528. ZSA ORA Westzaan 1570 fol. 272, 20 jan. 1623.
                                                                        529. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 81, 27 jan. 1637.
                                                                        530. ZSA ORA Westzaan 1570, fol. 155, fol. 183 en 183v, 28 jan. 1622, fol. 196 en 196v, fol. 197 en 197v, fol. 197bis en 197bisv, fol. 198 en 198v, 8 maart 1622.
                                                                        531. ZSA ORA Westzaan 1570, fol. 257v en 258, fol. 261 en 261v, fol. 262 en 262v, 17 nov. 1622.
                                                                        532. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 119, 22 nov. 1639.
                                                                        533. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 114 31 jan. 1640, fol. 114v 31 jan. 1640, fol. 115v 21 febr. 1640.
                                                                        534. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 126 29 mei 1640, fol. 132 23 oktober 1640.
                                                                        535. ZSA ORA Westzaan 1900 (obligaties t.b.v. wezen), fol. 164 1 april 1642, fol. 189 11 nov. 1642, fol. 190 2 dec. 1642 fol. 191v 2 dec. 1642.
                                                                        536. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 192v 20 jan. 1643, fol. 196v 28 april 1643, fol. 200 12 mei 1643
                                                                        537. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 240v 14 febr. 1645, fol. 275 21 aug. 1645, fol. 305 25 febr. 1648.
                                                                        538. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 14v 7 juli 1648, fol. 39v 15 juni 1649, fol. 102v 30 april 1652.
                                                                        539. ZSA ORA Westzaan 1908 (Aanstelling van voogden) fol. 2v, 15 juni 1649.
                                                                        540. Voor een genealogie 'Sluyck' zie Gens Nostra 38 (1983), 328-337, door A.G. Molendijk-van der Ploeg.
                                                                        541. BloysBelonjeNH deel V, Oosterkerk Zaandam nr 189.
                                                                        542. ZSA ORA Westzaan 1567 akte 48, 27 febr. 1611.
                                                                        543. ZSA OA Banne van Westzaan 605.
                                                                        544. ZSA ORA Westzaan 1504 (Schepenrol), 9 juni 1616.
                                                                        545. ZSA ORA Westzaan 1504(Schepenrol), 14 juli 1616 - 18 aug. 1616.
                                                                        546. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 193, 20 juli 1616.
                                                                        547. ZSA ORA Westzaan 10 aug. 1617 - 7 sept. 1617.
                                                                        548. ZSA ORA Westzaan 1571, fol. 55v en 56, 18 maart 1623.
                                                                        549. ZSA ORA Westzaan 2915 (Staatboek) fol. 201v, 2 jan. 1624.
                                                                        550. ZSA ORA Westzaan 1572, fol. 276v en 277, 20 juni 1627.
                                                                        551. ZSA ORA Westzaan 1573, fol. 119 en 119v, 23 jan. 1629, 1574 fol 149v, 2 maart 1631.
                                                                        552. ZSA ORA Westzaan 1575 fol. 117, 4 mei 1633.
                                                                        553. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 110 en 110v, 25 maart 1655.
                                                                        554. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 187v en 188, 25 nov. 1655.
                                                                        555. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 240 en 240v, 1 juni 1673.
                                                                        556. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 105, 26 jan. 1704.
                                                                        557. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 243v en 244, 30 jan. 1653.
                                                                        558. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 41v, 23 februari 1656.
                                                                        559. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn), fol. 33v 2 jan. 1656, fol. 220, 14 mei 1659.
                                                                        560. Voor een genealogie 'Broocker' zie Gens Nostra 38 (1983), 266-271, door A.G. Molendijk-van der Ploeg.
                                                                        561. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 200, 21 mei 1671.
                                                                        562. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 28, 16 maart 1672.
                                                                        563. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 49v, 15 mei 1675.
                                                                        564. ZSA ORA Westzaan 1587, fol. 109 en 109v, 4 april 1680.
                                                                        565. ZSA ONA Zaandam 5754 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 124, 26 jan. 1660.
                                                                        566. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 86, 19 febr. 1671.
                                                                        567. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 166,13 maart 1671.
                                                                        568. ZSA ORA Westzaan 1689 fol. 88, 13 mei 1687.
                                                                        569. ZSA ONA Zaandam, 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 94, 4 sept. 1646, 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn), fol. 220 14 mei 1659, fol. 225 23 mei 1659.
                                                                        570. ZSA ONA Zaandam 5756 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 9v, 8 febr. 1642.
                                                                        571. ZSA ORA Westzaan 1575, fol. 266 en 266v, 23 jan. 1635.
                                                                        572. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 99, 10 maart 1644.
                                                                        573. ZSA ORA Westzaan 1579 fol. 99, 21 jan. 1648.
                                                                        574. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 157v, 158 en 158v, 9 juli 1648.
                                                                        575. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 35, 23 april 1654.
                                                                        576. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 141, 4 maart 1655.
                                                                        577. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 305v en 306, 1 maart 1657.
                                                                        578. GAA ONA Amsterdam 3431 (notaris Cornelis van Poelenburch) blz. 107, 29 maart 1666.
                                                                        579. ZSA ONA Zaandam 5760 (notaris Isbrandt van Houwert) fol. 416v, 13 maart 1668.
                                                                        580. ZSA ORA Westzaan 1584, fol. 157 en 157v, 31 mei 1668.
                                                                        581. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 243, 16 mei 1669.
                                                                        582. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 94v 95, 9 mei 1675.
                                                                        583. ZSA ONA Zaandam (notaris Simon Oosterhooren) fol. 250, 21 nov. 1676.
                                                                        584. GAA ONA Amsterdam 4098 (notaris Dirck van der Groe), 9 juni 1681.
                                                                        585. ZSA ORA Westzaan 1587, fol. 214 27 maart 1681, fol. 260 10 juni 1681, fol. 267 31 juli 1681.
                                                                        586. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 126v en 127, 9 sept. 1683.
                                                                        587. ZSA ONA Westzaan 5425 (notaris Pieter van Broeck) akte 69, 27 maart 1685.
                                                                        588. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 375, 21 maart 1686.
                                                                        589. ZSA ONA Zaandam 5810 (notaris Daniel Leijts) fol. 158, 16 jan. 1700.
                                                                        590. ZSA ONA Zaandam 5810 (notaris Daniel Leijts) fol. 181, 28 jan. 1700.
                                                                        591. ZSA ORA Zaandam 5810 (notaris Daniel Leijts) fol. 183, 28 jan. 1700.
                                                                        592. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claas Oosterhooren) akte 42, 4 april 1700.
                                                                        593. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claas Oosterhooren) akte 82, 16 sept, 1700.
                                                                        594. ZSA ONA Zaandam 5811 (notaris Daniel Leijts) fol. 451, 25 april 1705.
                                                                        595. NHA ONA Zaandam 5829 (notaris Claas Oosterhooren) akte 147, 11 april 1715.
                                                                        596. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 103v, 3 okt. 1670.
                                                                        597. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 252, 20 okt. 1679.
                                                                        598. ZSA ONA Zaandam 5790 (notaris Simon Oosterhooren) akte 43, 12 maart 1686.
                                                                        599. ZSA ONA Zaandam 5790 (notaris Simon Oosterhooren) akte 127, 23 nov. 1686.
                                                                        600. ZSA ONA Zaandam 5794 (notaris Simon Oosterhooren) akte 152, 13 jan. 1692.
                                                                        601. ZSA ONA Zaandam 5797 (notaris Simon Oosterhooren) akte 153, 21 nov. 1695.
                                                                        602. ZSA ONA Zaandam 5752 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 133, 26 juni 1646.
                                                                        603. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 173, 9 juni 1668.
                                                                        604. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 254, 11 jan. 1694.
                                                                        605. ZSA ONA Zaandam 5756 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 7v, 27 nov. 1641.
                                                                        606. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden) fol. 11, 2 jan. 1653.
                                                                        607. ZSA ONA Zaandam 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn), fol. 94 4 sept. 1646, fol. 358v 30 sept. 1654.
                                                                        608. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 208, 27 febr. 1643.
                                                                        609. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 222v, 17 febr. 1656.
                                                                        610. ZSA ONA Zaandam 5758 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 44v, 9 maart 1656.
                                                                        611. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 282 en fol. 283v, 1 febr. 1657.
                                                                        612. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 294v, 19 maart 1665.
                                                                        613. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 31v, 23 dec. 1666.
                                                                        614. ZSA ORA Westzaan fol. 78, 5 febr. 1671.
                                                                        615. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 73, 26 sept. 1672.
                                                                        616. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 62, 24 jan. 1674.
                                                                        617. ZSA ONA Zaandam 5782 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 313, 14 dec. 1674.
                                                                        618. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 66 en 66v, 14 febr. 1675.
                                                                        619. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 55, 20 juli 1675.
                                                                        620. ZSA ONA Zaandm 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 312, 15 dec. 1681.
                                                                        621. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 305, 5 febr. 1682.
                                                                        622. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 42, 5 april 1682.
                                                                        623. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 68, 6 juni 1682.
                                                                        624. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 145v, 27 jan. 1684.
                                                                        625. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 210v, 1 juni 1684.
                                                                        626. ZSA ONA Zaandam 5791 (notaris Simon Oosterhooren) akte 7 (fol. 17), 21 jan. 1687.
                                                                        627. ZSA ONA Zaandam 5753 (notaris Jan Jelisz van Breen) akte 414, 23 nov. 1653.
                                                                        628. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircsz Kleijn) fol. 202, 2 jan. 1674.
                                                                        629. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 207v, 28 febr. 1664.
                                                                        630. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 101, 9 mei 1675.
                                                                        631. ZSA ORA Westzaan 1587, fol. 135v en 136, 29 aug. 1680.
                                                                        632. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 206, 22 febr. 1681.
                                                                        633. ZSA ORA Westzaan 1651 (Hypotheken wegens verleend windrecht), 13 febr. 1642.
                                                                        634. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 91, 10 dec. 1654.
                                                                        635. ZSA ORA Westzaan 1932 (Boedelpapieren), 15 juli 1616, 12 mei 1627.
                                                                        636. ZSA ORA Westzaan 1567 fol. 63, 16 febr. 1611.
                                                                        637. ZSA OA Bane van Westzaan 605.
                                                                        638. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 165 fol. 45v, 26 juni 1614.
                                                                        639. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 47, 4 maart 1615.
                                                                        640. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 38v, 10 febr. 1615, fol. 320 en 320v, 10 maart 1617, fol. 358v en 359, 24 mei 1617.
                                                                        641. ZSA ORA Westzaan 1899 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 59, 6 febr. 1618.
                                                                        642. ZSA ORA Westzaan 1570, fol. 39 29 nov. 1620, fol. 260 en 260v, 17 nov. 1622.
                                                                        643. ZSA ORA Westzaan 1572, fol. 158v 10 april 1626, fol. 186v en 197, 31 dec. 1626, fol. 283 27 juli 1627.
                                                                        644. ZSA ORA Westzaan 1573 fol. 106v, 24 sept. 1628.
                                                                        645. ZSA ORA Westzaan 1574, fol. 44v en 45, 1 mei 1630.
                                                                        646. ZSA ORA Westzaan 1506 (Schepenrol), 7 nov. 1630.
                                                                        647. ZSA ORA Westzaan 1508 (Schepenrol), 20 sept. 1640.
                                                                        648. ZSA ORA Westzaan 1575 fol. 139, 3 nov. 1633.
                                                                        649. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 204v, 17 jan. 1645.
                                                                        650. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 345, 26 maart 1652.
                                                                        651. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 327, 28 jan. 1666.
                                                                        652. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden), 25 mei 1666, 8 juni 1666, 30 sept. 1670.
                                                                        653. ZSA ONA 5780 (notaris Simon Oosterhooren), fol. 68v 3 juli 1667, fol. 74 19 juli 1667.
                                                                        654. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 106, 17 nov. 1667.
                                                                        655. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 173, 27 dec. 1667.
                                                                        656. ZSA ONA Zaandam 5755 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 278, 20 okt. 1669.
                                                                        657. ZSA ONA Zaandam 5754 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 215, 22 jan. 1666.
                                                                        658. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 185v, 28 okt. 1655.
                                                                        659. ZSA ORA Westzaam 1575, fol. 133 en 133v, 15 aug. 1633.
                                                                        660. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 223, 9 febr. 1645.
                                                                        661. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simn Oosterhooren) akte 283, 30 aug. 1681.
                                                                        662. ZSA ONA Zaandam 5754 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 224, 5 mei 1666.
                                                                        663. ZSA ORA Westzaan 1573, fol. 76v 8 april 1628, fol. 115v 24 sept. 1628.
                                                                        664. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers), 170 fol. 22v 20 april 164, 171 fol. 98v 1 okt. 1646.
                                                                        665. ZSA ORA Westzaan 1651 (Hypotheken wegens vrellend windrecht), 30 mei 1641 en 14 febr. 1647.
                                                                        666. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 28, 5 nov. 1643.
                                                                        667. ZSA ONA Zaandam 5757 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 305v, 18 juni 1653.
                                                                        668. ZSA ONA Zaandam 5759 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) fol. 42v, 31 jan. 1664.
                                                                        669. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 17, 20 jan. 1680.
                                                                        670. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 253, 8 dec. 1676.
                                                                        671. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 233, 21 maart 1679.
                                                                        672. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 93, 31 juli 1615.
                                                                        673. ZSA ORA Westzaan 1574 fol. 270, 18 maart 1632.
                                                                        674. BloysBelonjeNH deel V, Westerkerk Zaandam nr 78.
                                                                        675. ZSA ORA Westzaan 1568 fol. 156v, 6 april 1616.
                                                                        676. ZSA ORA Westzaan 1568, fol. 250 en 250v, 18 febr. 1617.
                                                                        677. BloysBelonjeNH deel V, Westerkerk Zaandam nr 134.
                                                                        678. ZSA ONA Zaandijk 6394 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 9 juli 1669, Dirck Claes Baerts, wonende te Wormerveer, over de 77 jaren oud.
                                                                        679. ZSA ORA Westzaan 1573 fol. 226v, 26 sept. 1629.
                                                                        680. ZSA ORA Westzaan, 1574 fol. 193v, 4 sept. 1631, 1575 fol. 254, 26 okt. 1634.
                                                                        681. ZSA ORA Westzaan 1576, fol. 40v 20 dec. 1635, fol. 53 31 jan. 1636, fol. 88v en 89, 6 maart 1636.
                                                                        682. ZSA ORA Westzaan 1576 fol. 108, 18 maart 1637.
                                                                        683. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 27v, 12 juli 1646.
                                                                        684. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 35v 18 mei 1649, fol. 38 1 juni 1649.
                                                                        685. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 59v 8 febr. 1650, fol. 60 8 febr. 1650, fol. 61 22 febr. 1650, fol. 63v 15 maart 1650.
                                                                        686. ZSA ORA Krommenie 1372 (Schepenrol), 2 aug. 1668.
                                                                        687. ZSA ORA Westzaan 1571, fol. 39 en 39v, 10 maart 1623.
                                                                        688. ZSA ORA Westzaan 1572, fol. 34 en 34v, 30 april 1625.
                                                                        689. ZSA ORA Westzaan fol. 1574, fol. 64v en 65, 4 juli 1630, fol. 69v en 70, 1 aug. 1630, fol. 184v en 185, 30 mei 1631.
                                                                        690. ZSA ORA Westzaan 1899 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 284, 15 juli 1631.
                                                                        691. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 168 fol. 22v, 4 juni 1632.
                                                                        692. ZSA ORA Westzaan 1575 fol. 19v, 14 juni 1632.
                                                                        693. ZSA ORA Westzaan 1507 (Schepenrol), 25 mei 1637 - 2 juli 1637.
                                                                        694. ZSA ORA Westzaan 1576, fol. 328 en 328v, 18 jan. 1639.
                                                                        695. ZSA ORA Westzaan 1577, fol. 126v en 127 21 febr. 1641, fol. 177 17 okt. 1641, fol. 372v 23 april 1643.
                                                                        696. ZSA ORA Westzaan 1578, fol. 97v en fol. 98, 10 maart 1644.
                                                                        697. ZSA ORA Westzaan 1651 (Hypotheken wegens verleend windrecht), 16 jan. 1647.
                                                                        698. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 85v, 25 febr. 1655.
                                                                        699. ZSA ONA Westzaandam 5758, fol. 88 en 90v, 28 dec. 1656.