Naar beginpagina

Kwartierstaat DE VRIES - KEIJZER

>index



Generatie I (>II)

1a Maartje de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 12/31 okt. 1830, overl. Velsen 13 juni 1873,
tr. Velsen 2 febr. 1851 Elis de BIE, geb. Driebergen 4 maart 1824, arbeider, landbouwer, overl. Velsen 18 jan. 1900, begr. Uitgeest, zn van Elis de BIE, landman, en Adriana VERVAT, die hertr. met Teuntje VERMEER.
1b Grietje de VRIES, geb. Heemskerk 28 juni 1833, overl. ald. 29 juni 1833.
1c Teunis de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 23 mei/8 juni 1835, dagloner, landbouwer, tuinder, tussen 15 januari 1876 en 6 augustus 1876 wonend in Wijk aan Zee en Duin, in welk tijdvak zijn afgebrand huis herbouwd is, overl. Heemskerk 25 nov. 1908,
tr. 1° Wijk aan Zee en Duin 18 nov. 1860 Suzanna WESTERVELD, geb. Uitgeest 12 nov. 1837, overl. Heemskerk 2 juni 1898, dr van Hendrik WESTERVELD, onderwijzer, en Klaasje SLUIJK,
tr. 2° Heemskerk 19 nov. 1898 Dorothea Alberdina KOSTER, geb. Amsterdam 25 jan. 1853, overl. Heemskerk 13 mei 1901, dr van Jurgen Heinrich KOSTER en Maria Louisa SCHROEDER,
tr. 3° Heemskerk 26 sept. 1901 Petronella Maria MENSE, geb. Amsterdam 13 juni 1846, op 20 februari 1908 uit Heemskerk vertrokken naar Amsterdam, overl. Amsterdam 8 jan. 1919, dr van Jan MENSE en Cornelia de ROOIJ, wed. van Hendrik REURS.
1d Hendrik de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 22 nov./10 dec. 1837, bouwman, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 24 juni 1908,
tr. Wijk aan Zee en Duin 16 juni 1870 Eybertje van der KOLK, geb. ald. 29 maart 1840, dr van Christiaan van der KOLK, dagloner, tuinder, en Jansje PLETTING.


Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Antonius de VRIES, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 sept. 1799, tuinder, vertrok in 1828 met attestatie van Beverwijk naar Heemskerk, woonde in Heemskerk in de Noorddorperbuurt, overl. Heemskerk 22 mei 1837,
      Op de oorspronkelijke aanwijzende tafel van het kadaster van Heemskerk uit 1832 wordt Teunis de Vries vermeld als eigenaar of vruchtgebruiker van het perceel sectie D, nr 416a, bestaande uit huis en erf (niet afzonderlijk op de kaart aangegeven, nr 416 loopt van de Straatweg tot achter de batterij aan de Kuikensweg).
      In 1858 wordt bij openbare verkoping bijna 4 ha tuinland in Heemskerk, bestaande uit de percelen D414, D415 en D146, verkocht door de erfgenamen van Johannes Wigeri, predikant te Beverwijk, aan de ned. herv. diaconie van Heemskerk, huis en opstal van perceel D146 niet inbegrepen, welk land voor in totaal ƒ 110 per jaar verhuurd was aan de wed. Pieter Blad tot 31 december 1862; in de marge is later bijgeschreven dat aan T. de Vries een gedeelte van 0.5.86 ha van D416 overgedragen is, met nieuw nummer D758 van de Vries en D759 van de diaconie 4.
tr. 1°/tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk/Wijk aan Zee 21/24 dec. 1826 Evertje GAUKES, geb./ged. Velsen 13/18 febr. 1798, overl. Heemskerk 7 maart 1828, dr van Jan GAUKES en Albertje HARMSEN, kindermeid,
tr. 2° Velsen 24 jan. 1830
3. (>6, >7) Neeltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 22/25 juli 1802, overl. Heemskerk 21 jan. 1858,
tr. 2° Heemskerk 30 dec. 1838 Pieter BLAD, geb. Beverwijk 22 maart 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 29 maart 1801 (doopgetuige Gerritje van Amersfoort), bouwman, arbeider, overl. Heemskerk 9 jan. 1849, zn van Gerrit Pietersz BLAD, tuinder, en Henderica van AMERSFOORT.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Maartje de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 12/31 okt. 1830, zie 1a.
    2. Grietje de VRIES, geb. Heemskerk 28 juni 1833, zie 1b.
    3. Teunis de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 23 mei/8 juni 1835, zie 1c.
    4. Hendrik de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 22 nov./10 dec. 1837, zie 1d.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Gerrit Pietersz BLAD, geb. Heemskerk 27 jan. 1841, tuinder, bouwman, overl. Wijk aan Zee en Duin 11 mei 1875, tr. ald. 26 aug. 1866 Petronella van der KOLK, geb. ald. 10 nov. 1840, overl. Bloemendaal 22 dec. 1881, dr van Hendrik van der KOLK en Anna van ERLKOM.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Teunis de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12/20 okt. 1771, bouwman, venter, overl. ald. 16 juni 1835,
      In 1814 machtigt Teunis de Vries, bouwman wonende te Beverwijk aan de Breestraat in huis 100, zijn broer Siebrand de Vries inzake de nalatenschap van hun moeder Neeltje Schaap, weduwe van Jan de Vries 5.
ondertr. (impost)/tr. Beverwijk 6/21 sept. 1800
5. (<2) (>10, >11) Grietje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 4 febr. 1777, ventster, overl. ald. 6 okt. 1821.
         Uit dit huwelijk:
    1. Antonius de VRIES, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 sept. 1799, zie 2.
    2. Neeltje de VRIES, geb. Beverwijk 30 sept. 1800, ged. (nederd. geref.) ald. 5 okt. 1800 (doopgetuige Elizabeth van den Noort), begr. ald. 27 maart 1801 (gaarder, classis van 3 gld: 1:4:-, voor extra begraven -:6:-).
    3. Jan de VRIES, geb. Beverwijk 26 dec. 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 6 jan. 1802 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), landman, jachtopziener, rijksveldwachter, overl. Velsen 29 nov. 1866, tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) Wijk aan Zee en Duin/Wijk aan Zee 26/28 dec. 1828 Catharina de RUIJTER, alias Zondervan, geb. waarsch. Castricum ca. 1808, overl. Velsen 15 juni 1892, dr van Dirk de RUIJTER en Catharina HOOYMANS.
        Bij het huwelijk in Wijk aan Zee en Duin op 26 december 1828 wordt de bruid aangeduid als Catharina Zondervan, zich noemende en schrijvende Catharina de Ruyter, oud naar gissing 20 jaar, zijnde de plaats der geboorte en de namen der ouders onbekend. Tot haar huwelijk wordt toestemming verleend door het armbestuur van Castricum. In een bijlage van 20 november 1828 verklaart de burgemeester van Castricum dat op 14 maart 1812 in zijn gemeente gevonden is een dood mens, welke bij zich had een kind welke nauwelijks nog praten kon maar wel wist te beduiden dat het haar vader was, dat hij Dirk en zij Kaatje heette. Als vondeling is het kind aan het armbestuur overgedragen en is haar de naam Catharina Zondervan gegeven. Bij de aanifte van haar overlijden op 15 juni 1892 wordt zij Catharina de Ruijter genoemd, 83 jaar oud, dochter van Dirk de Ruijter en Catharina Hooymans.
    4. Neeltje de VRIES, geb. Beverwijk 21 jan. 1803, ged. (nederd. geref.) ald. 2 febr. 1803 (doopgetuige Neeltje Schaap), overl. Wijk aan Zee en Duin 21 sept. 1848, tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk 31 okt./4 nov. 1827 Lammert ALBERTS, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 26/31 juli 1803, tuinder, tuinman, tuinier, overl. Wijk aan Zee en Duin 15 dec. 1875, zn van Albert ALBERTS, omroeper, en Antje SMIT.
    5. Sibrand de VRIES, geb. Beverwijk 3 maart 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 11 maart 1804 (doopgetuige Neeltje Schaap nu de Vries), venter, tuinder, overl. ald. 3 febr. 1869, tr. 1°/tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk 4 mei 1834 Eijbertje PLETTING, geb. ald. 18 febr. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 3 maart 1805 (doopgetuigen Jan Seegers, Aaqgje Dasselaar), dienstbode (bij huwelijk), overl. Beverwijk 22 april 1838, dr van Eijbert Lubbertsz PLETTING, landbouwer, en Elisabeth DASSELAAR, tr. 2° ald. 4 nov. 1838 Marijtje BLOM, geb./ged. (nederd. geref.) Noordwijk-Binnen 10/19 febr. 1809, dienstbode (bij huwelijk), overl. Beverwijk 14 okt. 1848, dr van Pieter BLOM en Martijntje van HUIGEN, tr. 3° Velsen 4 mei 1851 Guurtje WAGENAAR, geb. ald. 20 april 1825, boerin, overl. Beverwijk 8 juni 1858, dr van Abraham WAGENAAR en Jannetje ASJES, tr. 4° ald. 5 mei 1861 Ida SCHUIJLEMAN, geb. Uitgeest 30 nov. 1824, overl. Beverwijk 2 okt. 1863, dr van Thimotheus SCHUIJLEMAN, broodbakker, bouwman, en Johanna MUNTJEWERFF, wed. van Willem van der LINDE.
        In 1837 testeren Sijbrand de Vries wonende aan de Arendsweg en Eijbertje Pletting zijn huisvrouw op elkaar, in 1846 testeert Sibrand de Vries, tuinder, wonende aan de Arendsweg, aan zijn huisvrouw Marijtje Blom, in 1851 verkoopt Maria Marietta Baum, geassisteerd door haar man Jan Kleyn, wonende te Haarlem, aan Sijbrand de Vries, tuinder in Beverwijk, een huis, erf en tuinland aan de Arendsweg 6.
        Bij de boedelscheiding op 13 mei 1870 van de nalatenschap van Jannetje Asjes compareerde o.a., als nummer 5, Andries Adolph van de Velde, candidaat notaris te Velsen, gemachtigde van Eliza de Vries, tuinder te Beverwijk, als voogd over Johanna, Teunis en Grietje de Vries, de enige en minderjarige kinderen van wijlen de echtelieden Sijbrand de Vries en Guurtje Wagenaar 7.
    6. Hendrik de VRIES, geb. Beverwijk 27 nov. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 4 dec. 1805 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), bouwman, werkman, boer, overl. Ouder-Amstel 9 dec. 1846, tr. 1°/tr. kerkel. Wijk aan Zee en Duin/Beverwijk 29 april 1832 Aaltje OLDENBURG, geb. Velsen 19 okt. 1813, overl. ald. 25 mei 1833, dr van Lodewijk OLDENBURG en Jannetje ASSIES, bouwvrouw, tr. 2° ald. 16 maart 1834 Aaltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 24/28 okt. 1804, dienstbode (bij huwelijk), overl. Ouder-Amstel 21 aug. 1851, dr van Cornelis Jansz KEIJZER, dagloner, bij impost op trouwen in Koedijk jongeman van Oudkarspel, en Neeltje Cornelis WILLEGRIJP.
    7. Arie de VRIES, geb. Beverwijk 9 mei 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 17 mei 1807 (doopgetuige Evertje van 't Veld), overl. ald. 23 juni 1811 (voor de successie: 4 jaar, aangever Teunis de Vries), begr. Beverwijk 25 juni 1811 (gaarder, voor het opmaken van het graf 1:4:-).
    8. Eliza de VRIES, geb. Beverwijk 22 okt. 1808, ged. (nederd. geref.) ald. 30 okt. 1808 (doopgetuige Evertje de Jong geb. van 't Veld), warmoezenier, tuinder, venter, op 13 december 1870 met zijn vrouw Anna Meyer en hun kinderen Teun, Pieter, Hendrik, Neeltje, Margaretha en Jan, in Beverwijk uitgeschreven naar Wijk aan Zee en Duin, overl. Wijk aan Zee en Duin 16 sept. 1890, tr. Beverwijk 1 dec. 1844 Anna 'Naatje' MEIJER, geb. ald. 21 nov. 1820, overl. Wijk aan Zee en Duin 17 juli 1894, dr van Pieter MEIJER, dagloner, bouwman, en Alida 'Aaltje' KNOOP, dienstbode (bij huwelijk).
        In 1895 compareerden in de zaal van het kantongerecht te Haarlem voor C.H. Moens, notaris te Beverwijk, in tegenwoordigheid van de kantonrechter, Teunis de Vries, bloemkweker, wonende te Wijk aan Duin, voor zichzelf en als gemachtigde van Pieter de Vries, tuinder, wonende te Heemskerk, Hendrik de Vries, tuinder, wonende te Wijk aan Duin, Gerrit van der Wel, tuinder, wonende te Heemskerk, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Cornelia de Vries, en Jan de Vries, tuinder, wonende te Wijk aan Duin, en verder Augustinus Johannes van Thiel als curator van de failliete boedel van Gerrit Wernke Albertszoon, handelaar in bloembollen en afgesneden bloemen, wonende te Wijk aan Duin, in gemeenschap van goederen gehuwd met Margaretha de Vries, die wensen over te gaan tot scheiding en deling van de gemeenschappelijke nalatenschap van Eliza de Vries en Naatje Meijer, overleden opv. oktober 1890 en 17 juli 1894. Deze nalatenschap bestaat hoofdzakelijk uit de opbrengst van een moestuin met woonhuis en opstal, kadastraal gemeente Wijk aan Zee en Duin D587 en D955, samen groot 74.46 a. Te verdelen is ƒ 3289,62, dus ieder krijgt ƒ 548,27. 8
6. (<3) (>12, >13) Cornelis Jansz KEIJZER, geb. 6 aug. 1773, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 april 1798 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1798, dagloner, bij impost op trouwen in Koedijk jongeman van Oudkarspel, overl. Koedijk 22 juli 1820 (in huis nr 7, zoon van Jan Kijzer en Aaltje Houdewind, echtelieden gewoond hebbende in de gemeente van Oudkarspel),
      In Oudkarspel verkoopt in 1807 Jan Keizer aan Cornelis Jansz Keizer een huis en erf op 't Noordeind van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden Jacob Blaauw, ten zuiden Jacob Nierop, voor 350 gld, waarvan 200 gld gereed en voorts in 6 achtereenvolgende jaren elk jaar 25 gld met de interest van 5 procento, dus mei 1808 32 gld 10 st, mei 1809 31 gld 5 st [enz.] 9.
ondertr. (impost) Koedijk 28 febr. 1802 (impost ƒ 3 voor haar)
      In april 1828 komt ten verzoeke van Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, als aanbehuwde van Cornelia, oud 14 [moet „17” zijn], Jannetje, 12, en Jacoba Keyzer, mede 12 jaar, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Cornelis Keyzer, overleden op 24 juli 1820, in leven landman te Koedijk, en van wijlen Neeltje Willigrijp, overleden op 29 december 1827 te Koedijk, een familieraad bijeen bestaande uit voornoemde Arien Hartland, Jacob de Graaf, molenaarsknecht wonende te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, aanbehuwd oom, alle drie [sic] van vaderszijde, Cornelis Zuyen, landman wonende te Velsen, aanbehuwd oom, Jacob Ruyter, landman wonende te Oudkarspel, laatstgenoemde van moederszijde, en nog de goede bekenden Pieter Butter, landman wonende te Koedijk, en Jan Kalverdijk, landman wonende te Noord-Scharwoude. Als voogd wordt benoemd Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, oom, en als toeziend voogd Jacob Ruiter, neef van moederszijde. In mei 1828 vindt beëdiging plaats van Matthijs Kroon, burgemeester van Oudkarspel, als taxateur van de roerende goederen in de boedel van wijlen Neeltje Willegrijp. In juli 1828 wordt Arien Hartland door de familieraad geauthoriseert om de nalatenschap te repudiëren. 10
7. (<3) (>14, >15) Neeltje Cornelis WILLEGRIJP, geb. Koedijk 27 nov. 1779, ged. (nederd. geref.) ald. 24 juni 1804 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 18 juni 1804, overl. Koedijk 30 dec. 1827.
         Uit dit huwelijk:
    1. Neeltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 22/25 juli 1802, zie 3.
    2. Aaltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 24/28 okt. 1804, dienstbode (bij huwelijk), overl. Ouder-Amstel 21 aug. 1851, tr. Velsen 16 maart 1834 Hendrik de VRIES, geb. Beverwijk 27 nov. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 4 dec. 1805 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), bouwman, werkman, boer, overl. Ouder-Amstel 9 dec. 1846, zn van Teunis de VRIES, bouwman, venter, en Grietje de MUNK, ventster, wedn. van Aaltje OLDENBURG.
    3. Cornelis KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 maart/12 april 1807.
    4. Cornelisje (Cornelia) KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 nov./2 dec. 1810, boerendienstbode (bij eerste huwelijk), boerin (bij tweede huwelijk), landbouwster, overl. Velsen 15 nov. 1888, tr. 1° ald. 7 mei 1837 Willem Jacobus KLEIJN, geb. ald. 21 sept. 1810, ged. (nederd. geref.) Velsen 21 okt. 1810 (doopgetuigen Willem Klijn en Cornelia Wilhelmina Klijn), boerenknecht (bij huwelijk), arbeider, landman ald. (io de Hofgeest), overl. ald. (op de Hofgeest) 28 jan. 1849, zn van Jacobus KLEIJN en Mensje ROODBEEN, tr. 2° Velsen 21 juli 1850 (met erkenning van een kind) Simon MOOIJ, geb. Egmond-Binnen 31 maart 1826, landman, landbouwer te Velsen (op Rooswijk), overl. ald. 23 febr. 1916, zn van Klaas MOOIJ, arbeider, en Aafje BEEKMAN, die hertr. met Maria Jacoba ten HAM.
    5. Jansje KEIJZER, geb. Koedijk 25 nov. 1814 als Jansje, ged. (nederd. geref.) ald. 1 dec. 1814 als Jannetje, dienstbode (bij huwelijk), overl. Velsen 22 dec. 1885, tr. ald. 13 febr. 1848 Jacob GRAVE(N)KAMP, geb. Valkenburg, gem. Beide Katwijken 7 nov. 1817, landman, veldwachter, landbouwer, zn van Adrianus GRAVEKAMP en Pietertje van der VALK, werkster, wedn. van Willemijntje MESSELAAR.
    6. Jacoba KEIJZER  11, geb. Koedijk 25 nov. 1814, ged. (nederd. geref.) ald. 1 dec. 1814 als Jaapje, boerendienstbode (in het schrijven van de burgemeester van Velsen, onvermogend tot het betalen van de zegel- en legeskosten bij huwelijk), dienstbode (bij huwelijk), overl. Velsen 11 okt. 1884, tr. ald. 20 febr. 1842 (getuigen o.a. Willem Jacobus Klein, arbeider, en Pieter Blad, arbeider, zwagers van de bruid) Gerrit de BIE, geb. Langbroek 30 juli 1817, boerenknecht (bij inschrijving voor de Nationale Militie), arbeider (bij huwelijk), zn van Elis de BIE, landman, en Adriana VERVAT.
    7. Klaas KEIJZER, geb. Koedijk 27 april 1820, overl. ald. 1 juni 1821.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) Jan de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 febr. 1745, overl. ald. 5 maart 1806 (voor de successie: 61 jaar, 4 kinderen uit 1 huwelijk), begr. ald. 6 maart 1806 (gaarder, voor opmaken van het graf 2:2:-, voor uitruimen van 't zelve 3:-:-, voor extra begraven 1:-:-),
tr. Beverwijk 26 juni 1768
9. (<4) (>18, >19) Neeltje SCHAAP, ged. Beverwijk 19 juli 1739 (doopgetuige Heyltje Salm), overl. 's-Gravenhage 24 dec. 1813.
      In 1815 12 compareren Sybrand de Vries, chirurgijn te Amsterdam, ook als gemachtigde van ten eerste Hendrik Menkel en Elisabeth de Vries wonende in 's-Gravenhage, en ten tweede Jan Beuning, timmermansknecht, en Arnolda Geertruida Simmerlink, weduwe van Arie de Vries en voogdesse over haar minderjarige kinderen Neeltje, Barendina en Jan de Vries, wonende in Amsterdam, en voorts Teunis de Vries, bouwman, wonende te Beverwijk aan de Breestraat in huis 100, kinderen en kleinkinderen van wijlen Neeltje Schaap, weduwe van Jan de Vries, tevoren gewoond hebbende te Beverwijk, daarna bij afwisseling bij haar zoon te Amsterdam en haar zoon alhier, laatstelijk ten huize van haar dochter te 's-Gravenhage op 24 december 1813 overleden, ingevolge testament van 1 december 1809 bij notaris Ludovicus Albertus Holtz te Amsterdam, en verder Bartholomeus Josephus Craijenschot, boekverkoper te Amsterdam, benoemd als toeziende voogd. Zij zullen op 10 juni 1815 de navolgende percelen doen veilen die volgens mutueel testament van 22 augustus 1768, gepasseerd voor notaris Jan van der Cocq, Neeltje Schaap als enige erfgenaam van wijlen Jan Sijbrands de Vries had verkregen, namelijk (1) huis enz., met pakhuis, aan de Breestraat, gequoteerd 99 en 100, verhuurd aan Teunis de Vries tot 1 november 1815, (2) huis aan de Meerstraat, (3) huis in de Kloosterstraat, (4)-(7) vier stukken wei- of hooiland in de Wijkerbroek.
           Uit dit huwelijk:
      1. Sibrand de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14/17 okt. 1769, chirurgijn, winkelier, overl. Amsterdam 13 febr. 1834, tr. Maria HULTZER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1785, overl. ald. 2 juli 1840, dr van Pieter Johannes HULTZER en Anna Geertruy KUIJPER.
          In 1815 verkoopt Sybrand de Vries namens de erfgenamen van Neeltje Schaap publiek: (1) een huis met pakhuis aan de Breestraat, opgehouden op ƒ 600, maar op 28 december 1815 verkocht aan Christiaan Stumphius, (2) een huis aan de Meerstraat voor ƒ 360, (3) een huis in de Kloosterstraat voor ƒ 55, aan Christiaan Stumphius, makelaar, (4)-(7) vier stukken wei- of hooiland voor ƒ 1880 aan Otto Willem Jan Berg, koopman te Amsterdam 13.
      2. Teunis de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12/20 okt. 1771, zie 4.
      3. Arie de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28/31 okt. 1773, impost op begr. ald. 11 nov. 1773 (impost ƒ 6), begr. ald. 11 nov. 1773 (gaarder, Arie de Vries Janszoon onder de classis van 6 gld: 1:16:-, bij avond begraven).
      4. Arie de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt./6 nov. 1774, winkelier, overl. Amsterdam 22 juli 1813, ondertr. Beverwijk 8 april 1804 (zij wonende te Amsterdam, toestemming verleend om in Amsterdam te trouwen), tr. Amsterdam 15 april 1804 Arnolda Geertruy SIMMELINK, geb./ged. (nederd. geref.) Eibergen 16 juli 1775, overl. Amsterdam 10 okt. 1861, dr van Wolter SIMMELINK en Berendina ROELEVINK, die hertr. met Jan BEUNING, timmermansknecht.
      5. Elisabet de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26/29 juni 1777, overl. 's-Gravenhage 9 febr. 1833, ondertr. (impost) 1°/tr. Beverwijk 8/24 april 1803 Johan Hendrik MENKEL, geb. Neederdorf (Hessen) 1766, voorheen gediend hebbende als sergeant, tapper, overl. 's-Gravenhage 16 dec. 1822, zn van Nicolaas MENKEL en Maria KRAUT, tr. 2° ald. 3 dec. 1823 Jan Wilhelm BATENBURG, geb. ald. ca. 1778, metselaar, zn van Pieter BATENBURG en Pieternella LA GRANG, wedn. van Johanna Hendrica VINNEBERGER.
      6. Trijntje de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14/18 april 1779, impost op begr. ald. 1 juli 1780, begr. ald. 1 juli 1780 (gaarder, classis van 6 gld: 2:2:-, grote klok ½ uur 5:-:-).
      7. Trijntje de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21/23 juni 1782, impost op begr. ald. 22 sept. 1783, begr. ald. 22 sept. 1783 (gaarder, classis van 6 gld: 2:2:-, grote klok ½ uur 5:-:-).
    10. (<5) (>20, >21) Jan de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 okt. 1743 (doopgetuige Maartie Bankras), overl. ald. 16 nov. 1816,
        Op 6 december 1816 verklaart Jan Beekman, armenmeester van de Roomsch Catholijke Gemeente te Beverwijk, dat Jan de Munk tot aan deszelfs dood gealimenteerd is geweest, en dienvolgens deszelfs boedel van de betaling van het recht van successie is geëximeerd 14.
    ondertr. (schepenbank) Beverwijk 27 nov. 1772 (zij geboortig van Bennebroek), ondertr. (impost) ald. 27 nov. 1772 (hij pro deo, zij te Bennebroek), tr. ald. 13 dec. 1772
    11. (<5) (>22, >23) Johanna van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 jan. 1746, impost op begr. Beverwijk 4 juni 1785 (pro deo), begr. ald. 4 juni 1785 (classis pro deo, 1:4:-, de kleine klok 1/2 uur 1:-:-).
           Uit dit huwelijk:
      1. Elisabeth de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk mei 1773 (doopgetuigen Balten van Jeps en Cornelia van Jeps), heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Julius WAABER, tr. 2° ald. 19 juni 1803 (hij geboren te Haarlem) Pieter WYTOOGEN, geb. Haarlem ca. 1774, dagloner, metselaar, wedn. van Jansje van SCHAGEN.
      2. Ariaantje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 5 mei 1775 (doopgetuigen Cornelis van Jesse en Leena Munsterman), ventster (van fruit en groenten), werkster, koekverkoopster, overl. ald. 18 aug. 1823, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Hendrik BLIJENDAAL, heeft niet-huwelijkse relatie 2° met Klaas EDELMAN, ondertr. 3° ald. 9 nov. 1804, tr. Beverwijk 25 nov. 1804 (met verklaring dat Jan hun beider kind is) Jan DEKKER, geb. Schoten 24 juni 1768, dagloner, modderman, tuinier, overl. Beverwijk 26 febr. 1836, zn van Jan Jansz DEKKER en Geertje Cornelis van BREDEROO.
      3. Grietje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 4 febr. 1777, zie 5.
      4. Hendrik de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 16 april 1778, impost op begr. ald. 11 okt. 1805 (pro deo), begr. ald. 12 okt. 1805 (gaarder, classis pro deo: voor steken en opmaken 1:10:-, de klok ½ uur 1:4:-).
      5. Hermyntje Jans de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 febr. 1782, naaister, overl. ald. 29 jan. 1813, begr. ald. 12 febr. 1813 (gaarder, Hermyntje de Munk, voor het opmaken van het graf 1:4:-, voldaan door de Roomsche armen), ondertr. Beverwijk 13 maart 1803 (hij geboren en wonende in de Zijp, toestemming verleend om in de Zijp te trouwen), tr. Zijpe Jan Aarjensz MUL, geb. ald.
      6. Agatha de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 11 mei 1785 (doopgetuigen Jan de Munc en Jannetje van Nesse), impost op begr. ald. 20 mei 1785 (pro deo), begr. ald. 20 mei 1785 (gaarder, classis pro deo: 1:4:-, bij avond begraven).
    12. (<6) (>24, >25) Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, in 1784 en 1789 vermeld als voorzanger in Koedijk van de mennonistische gemeente in Langedijk en omgeving,
        In Broek op Langedijk verkoopt in 1775 Jan Cornelisz Ceijser wonende te Koedijk aan Arien Schuytemaker een akker zaadland groot 6 snees 13½ roe, belend ten oosten de Oosterdijk van de Geestmerambacht, ten westen de weduwe van Cornelis Wagemaar, voor 133 gld 10 st, en aan Jacob Volkerstsz een akker zaadland genaamd Aaltgenackertje van IJff, groot 5 snees 15 roeden, belend ten noorden Willem Blocker, ten zuiden Teunis Canne, voor 174 gld, verkoopt Jan Keijzer wonende te Koedijk in 1781 aan Jan van der Werff een akker zaadland groot 9 snees 3 roeden, belend ten noorden Jan Cantsen, ten zuiden Willem Blokker, voor ƒ 292:16:0, en aan Dirk Bergen twee akkers zaadland genaamd Remmesland[?], groot 6 snees 16 roeden, belend ten westen Aarjen Bijl, ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijzer, en de helft in de Biene, groot 7 snees 10 roeden, belend ten noorden Pieter Miesz, ten zuiden de Mennoniete gemeente van Broek, voor ƒ 486:4:0, en in 1784 aan Frans Burger een akkertje zaadland van 3 snees, belend ten zuiden Aarjen Wagenaar, ten noorden Willem Blokker, voor twee stuivers[!] 15.
        In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor ƒ 650, verkopen in 1785 Joost Symonsz Molenaar en Dirk Keyser, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Dirk Garmentsz, en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Lysbeth Slootemaker, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel overleden, o.a. aan Jan Keijser wonende op 't Noordeynde van Koedijk een huis en erf aldaar onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden de weduwe van Symon Blauw, voor ƒ 1115, bekent in 1785 Jan Keyser wonende te Koedijk schuldig te zijn aan Pieter Butter 1200 gld, tegen 3½ percent, waaraan hij 2 stukken weiland verbindt, groot tezamen 15 geerzen (op 4 maart 1788 hiervan ƒ 700 en op 10 augustus 1795 alles afgelost), verkoopt in 1786 de weduwe van Pieter Letes aan Jan Keyser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, voor ƒ 1250, en verkoopt in 1788 Jan Keijser aan Jacob Symonsz, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, een stuk weiland aldaar, groot 7½ gars, belend ten noorden Jacob Nierop, ten zuiden de weduwe van Gerrit Zevenhuijsen, voor ƒ 1000 16.
        In Oudkarspel verkoopt in 1795 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk, aan Dirk Hoogwater te Koedijk een stuk weiland, belend ten zuiden Teunis Visscher, ten noorden Gerrit Diepsmeer, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, voor 397 gld 15 st, bekent in 1800 Jan Keijzer, wonende in deze banne ten noorden Koedijk, schuldig te zijn aan de municipaliteit van Oudkarspel 500 gld, spruitende uit onbetaalde huurpenningen van dorpslanden, voorgeschoten gelden tot betaling der ordinaire en extraordinaire verpondingen, dijk-, sluis- en molengelden, dorpslasten en door hem ontvangen gelden, tegen 4 ten honderd 's jaars, verbindende een stuk weiland, groot circa 9 geerzen aan de Saskerslot, belend ten zuiden de comparant, ten noorden de Saskersloot(geroyeerd op 5 april 1800), en bekent in 1802 Jan Keijzer, wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk, schuldig te zijn aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Haringcarspel gewoond hebbende, 600 gld tegen interest van 4 gld ten honderd, verbindende speciaal een stuk weiland ten noorden van Koedijk, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd 2 april 1806) 17.
        In Oudkarspel verklaart in 1798 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk in deze banne, ontvangen te hebben 212 gld 10 st toebehorende de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louris Bies in huwelijk verwekt bij Aaltje Bouwens, tegen jaarlijks 5 gld ten honderd. Op 20 maart 1801 is dit bedrag verminderd tot 124 gld vermits het overlijden van een der twee genoemde kinderen en afdeling van deszelfs erfportie voor de helft aan de moeder en de andere helft voor 2/3 aan de halve broer en zusters en 1/3 aan het nu nog levende kind verbleven. 18 Pieter IJfsz en Cornelis Rus zijn de administrateurs. Op 8 maart 1803 is het resterende bedrag van 124 gld nog niet betaald en verbindt Jan Keijzer hieraan een stuk weiland in deze banne, groot 5 geerzen 9 snees 7 roeden. 19
        In Oudkarspel in 1803 verkoopt Jan Keijzer, in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk wonende, aan Guurtje Pietersdr Diepsmeer, weduwe van Jan Stam, te Koedijk wonende, een stuk weiland aan de Saskersloot, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de voorschreven sloot, voor 1053 gld, stelt dezelfde Jan Keijzer tot securiteit van 124 gld, als hij per resto schuldig is aan de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louwris Bies en Aaltje Bouwens speciaal een stuk weiland groot volgens de legger 5 geerzen 9 snees 7 roeden op kohier fol. 45 No. 8, en is hij schuldig aan Willem Zevenhuizen te Schoorldam 250 gld, rente 5 gld ten honderd, verbindende speciaal datzelfde stuk weiland 20.
        In Oudkarspel verkoopt in 1806 Jan Keizer aan Cornelis Diepsmeer een stuk weiland groot 7 geerzen 3 snees, belend ten zuiden Klaas Luit, ten noorden Pieter Hoogwater, voor 1320 gld 21.
    ondertr. (impost) Schoorl 18 juni 1773 (impost ƒ 3 voor haar), ondertr. (impost) Koedijk 19 juni 1773 (impost ƒ 3 voor hem)
        Op 6 juli 1773 testeren Jan Cornelisz Keijser en Aaltje Harks Houwdewindt, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op elkaar; de langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen behoorlijk op te voeden, en voor het geval dat er geen kinderen zijn worden voorzieningen voor eventuele overlevende ouders getroffen 22.
    13. (<6) (>26, >27) Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, impost op begr. Koedijk 27 mei 1805 (pro deo).
           Uit dit huwelijk:
      1. Cornelis Jansz KEIJZER, geb. 6 aug. 1773, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 april 1798, zie 6.
      2. Dieuwertje Jans KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1774, overl. ald. 25 nov. 1843, ondertr. (impost) ald. 21 april 1798 (impost ƒ 3 voor hem, zij onder de banne van Oudkarspel), ondertr. (impost) Zijpe 22 april 1798 (impost ƒ 3 voor haar, hij van Koedijk) Arien Pietersz HARTLAND, geb. 8 okt. 1771 (volgens het Registre civique van 1812, 'cultivateur'), ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1771, overl. ald. 29 jan. 1846, zn van Pieter Ariensz HARTLAND, landbouwer, schepen (1779-1781) 23 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', en Trijntje Jans WILLIGRIJP.
          Op 31 maart 1846 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Hartland, overleden ab intestato te Koedijk op 29 januari 1846, door Aaltje Hartland, huisvrouw van, en in dezen geassisteerd door, Hendrik Schoonhoven, arbeider, wonende te Koedijk. Zijn enige erfgename is zijn dochter Aaltje Hartland. Tot de nalatenschap is geen vast goed behorende. 24
      3. Maartje KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 mei 1777, impost op begr. ald. 4 mei 1777 (impost ƒ 3).
      4. Maartje KEIJZER, geb. Koedijk 26 mei 1787, ged. (nederd. geref.) ald. 3 juni 1787 (doopgetuige Antje Harksdr Houdewind, i.p.v. de vader die van de Menno-godsdienst is), dagloonster (bij huwelijk), tr. Warmenhuizen 24 jan. 1813 Jacob de GRAAF, geb. ald. ca. 1791, dagloner, zn van Jan de GRAAF en Neeltje ZWAKMAN.
      5. Hark KEIJZER, impost op begr. Koedijk 24 mei 1784 (impost ƒ 3).
    14. (<7) (>28, >29) Cornelis Jansz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1741, in 1771 pachter van vier percelen land van Bartholomies Jansz Krook 25, overl. Koedijk 1 mei 1780,
        In Koedijk verkoopt in 1769 Aaltje Ariaansdr weduwe van Cornelis Kooning aan Cornelis Jansz Wilgrijp een huis en erf in 't midden van Koedijk, belend ten zuiden Jan Ariensz Hartland, ten noorden Joost de Visser, voor ƒ 100 26.
    ondertr. Koedijk 3 febr. 1770, ondertr. (impost) ald. 3 febr. 1770 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 18 febr. 1770
    15. (<7) (>30, >31) Neeltje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, impost op begr. Koedijk 24 jan. 1789 (impost ƒ 3),
        In Koedijk verkopen op 5 november 1789 Pieter Hartland, Jan Molenaar en Laurens Butter als voogden over de minderjarige kinderen van Geertje [zal moeten zijn: Neeltje] Jacobs de Vries aan Harmen Claasz een half huis en erf, belend ten zuiden Jan Hartland, ten noorden Cornelis Swaan, voor ƒ 237-10-0 27.
    tr. 2° Koedijk 20 nov. 1785 Harmen KLAASZ.
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Jan Cornelisz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 18 nov. 1770, overl. Oterleek 27 aug. 1825, tr. Trijntje Klaasdr STROMER, Schoenmaker, overl. ald. 27 juni 1833, dr van Klaas STROMER en Lijsbeth RUIJTER, wed. van Pieter OOTJERS.
          Op 30 november 1829 erkent Trijntje Klaasdochter Stroomer, weduwe van Jan Willegrijp, wonende te Oterleek, verkocht te hebben aan Jacob Willegrijp, landman wonende te Koedijk, ten dezen de koop aannemende, drie vierde gedeelten in 4 akkers zaadland in Oudkarspel, te weten 2 akkers groot tezamen 87 roeden en 97 ellen [87 a 97 ca], aan de Zuidersloot, belend ten zuiden Willem Winter, ten noorden Pieter Rus, een akker genaamd Keizelenberg, groot 29 roeden 32 ellen [29 a 32 ca], aan de Onweersloot, belend ten zuiden het volgende perceel, ten noorden de weduwe van Hillebrand Lammerschaag, een akker genaamd Costerbon, groot 46 roeden 91 ellen [46 a 91 ca], mede aan de Onweersloot, belend ten zuiden dezelve sloot, ten noorden het laatst voorgaande perceel, waarvan het overige vierde de koper en zijn broers toebehoort, welke drie vierde gedeelten door wijlen Jan Willegrijp zijn aangekocht van Ariaantje Boldewijn weduwe van Klaas Willegrijp blijkens akte van koop van 25 september 1812 voor notaris Michiel Johan de Lange, waarvan volgens de gemeenschap van goederen de ene helft comparante toebehoort terwijl de wederhelft door haar geërfd is uit kracht van haar man's testament op 21 juni 1807 voor schepenen van Oterleek gepasseerd, waarbij hij haar tot zijn enige erfgenaam heeft gesteld en welk testament hij op 27 augustus 1825, zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten, met de dood heeft bekrachtigd. Deze koop is aangegaan voor 600 gld, ter gedeeltelijke voldoening waarvan verkoopster 200 gld heeft ontvangen, terwijl de comparanten zijn overeengekomen dat de overige 400 gld als kustingschuld ten behoeve van de verkoopster op het verkochte gevestigd zal blijven, tegen een rente van 5 percent in het jaar, en door de verkoopster ter voldoening gevorderd kan worden mits de koper tenminste 3 maanden tevoren gewaarschuwd wordt 28.
          Jan Cornelisz Willigrijp en Trijntje Stromers, echteluiden, komen op 25 mei 1800 in Oterleek met attestie van Oudorp
      2. Jacob WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 okt. 1772, overl. Noord-Scharwoude 27 april 1807 (volgens opgave bij het huwelijk van zijn dochter Neeltje), ondertr. (impost) Koedijk 2 jan. 1801 (impost ƒ 6, zij weduwe van Noord-Scharwoude), ondertr. (impost) Noord-Scharwoude 3 jan. 1801 (impost ƒ 6 voor haar) Antje Dirks LANDMEETER, geb. ald. ca. 1759 (bij aangifte van haar overlijden wordt haar leeftijd vermeld als 63 jaar), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 5 mei 1782, overl. Noord-Scharwoude 23 juni 1823, dr van Dirk Cornelisz LANDMEETER en Grietje LEEUWEN, wed. van Pieter KALVERDIJK.
          In Oudkarspel verklaren op 29 oktober 1798 Aaltje Bouwens weduwe van Louris Bies, Pieter IJfs en Cornelis Rus alsmede Jan Keijzer en Jacob Sijmonsz Blaauw als gezamenlijke geordonneerde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen dezelve Louris Bies ten noorden Koedijk in deze banne gewoond hebbende, in publieke veiling verkocht te hebben o.a. aan Jacob Willigrijp een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Costerban, belend ten zuiden dezelve sloot, ten noorden de koper, groot in verponding 16 snees, voor ƒ 372, en een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Keijzelenberg, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Duijn, ten noorden Pieter Diepsmeer, voor ƒ 206 29.
          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1802 Jacob Willigrijp aan Pieter Art 2 akkertjes bouwland in de Polder naast elkaar, belend ten noorden de gemene vaart, ten zuiden Jacob Bruyn, groot tezamen 15 snezen voor 10 gld in gereed aangeteld geld 30.
          In Oudkarspel verkoopt in 1809 Antje Lantmeter, weduwe van Jacob Willegrijp, wonende te Noord-Scharwoude, aan Ariantje Boudewijn weduwe van Klaas Willegrijp, wonende te Koedijk, de helft in een akker zaadland groot tezamen 30 snees, aan de Snijdersloot, belend ten zuiden Louris Bies, ten noorden Pieter Rus, alsmede een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Keizelenberg, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Duin, ten noorden Pieter Diepsmeer, en eindelijk een akker zaadland groot 16 snees gelegen als voren genaamd 't Costerbon, belend ten zuiden dezelve sloot, ten westen het vorige perceel, voor 500 gld, volgens het permissiebiljet tot toeeigening des boedels van Jacob Willegrijp afgegeven op 26 januari 1809 vallend „in de bepaalde uitzondering” 31.
          Op 25 februari 1824 verkopen de nagelaten kinderen van Antje Landmeter overleden op 23 juni 1823, namelijk Dirk, Jan en Cornelis Kalverdijk verwekt met haar eerste man Pieter Kalverdijk, en Meeltje Willegrijp huisvrouw van Jacob Ruiter landbouwer te Noord-Scharwoude en door hem geassisteerd en geautoriseerd, verwekt met haar tweede man Jacob Willegrijp, aan Pieter Bouwens landbouwer te Zuid-Scharwoude een akker zaadland in Zuid-Scharwoude, groot omtrent 14 roeden 65 ellen, belend ten noorden Pieter de Graaf, ten zuiden de Vaartsloot, voor 60 gld 32.
      3. Klaas Cornelisz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 okt. 1774, overl. 28 mei 1807, tr. Ariaantje Jacobsdr BOLDEWIJN, geb. ca. 1774, overl. ald. 26 aug. 1841, dr van Jacob Jansz BOLDEWIJN en Belijtje Jacobs HENSBROEK.
          Voor de benoeming van voogden over Cornelis 8 jaar, Jacob 7 jaar en Klaasje 5 jaar, kinderen van wijlen Klaas Willegrijp overleden op 28 mei 1807, wordt op verzoek van de moeder Ariaantje Boldewijn in 1812 een familieraad bijeengeroepen bestaande uit Jan Willegrijp boer in Heer Huigenwaard, broer van de overledene, Cornelis Keizer in huwelijk hebbende Neeltje Willegrijp zuster van de overledene, dagloner te Koedijk, Hendrik Butter bouwman te Koedijk neef van de kinderen van vaderszijde, Jan Nirop dagloner te Koedijk in huwelijk hebbende Guurtje Boldewijn zuster van de moeder, Fredrik Sluis boer te Koedijk in huwelijk hebbende Grietje Boldewijn zuster van de moeder, en Hendrik Lol boer in Heer Huigenwaard, neef 33.
      4. Maartje WILLEGRIJP, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk/Groet 5 okt. 1778/11 jan. 1807, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 8 jan. 1807 (als Maartje Wilgrijp, uit de Mennoniete gemeente tot ons gekomen en op 11 januari 1807 te Groet gedoopt), boerendienstmaagd (bij huwelijk), overl. Velsen 15 okt. 1837, tr. ald. 28 okt. 1822 Cornelis ZUIJEN, geb. Wijk aan Zee 21 maart 1771, ged. (nederd. geref.) ald. 22 maart 1771 (doopgetuige Trijntje Gerrits Bol geboren Zuyen [getrouwd met Gerrit Jansz Bol]), bouwman, landbouwer, overl. Velsen (op Watervliet) 18 febr. 1859, zn van Klaas Gerritsz ZUIJEN en Annetje Cornelis de JONG.
          In 1822 verklaren ten verzoeke van Maartje Willegrijp wonende te Velsen, voornemens een huwelijk aan te gaan met Cornelis Zuien landbouwer te Velsen, 7 personen uit Koedijk zeer wel te kennen Maartje Willegrijp dochter van wijlen Cornelis Willegrijp en wijlen Neeltje de Vries, en dat hun zeer wel voor staat dat zij op 5 oktober 1778 is geboren in Koedijk, dat zij tot de doopsgezinde gemeente behoorde en op haar 21e te Schoorl gedoopt is 34.
          Ten verzoeke van Cornelis Zuyen, bouwman wonende onder Velsen, verklaren op 13 september 1822 Jan Hogeduyn, visventer, Jan Kryne Kors, zonder beroep, Carel van der Waerdt, arbeider, Albert Nagel, zeilemaker, Jan Danielsz Schoon, nachtwacht, Jan van der Meij, omroeper, en Pieter van Rosse, arbeider, allen te Wijk aan Zee, dat Cornelis Zuyen een zoon is van wijlen Klaas Zuyen en Ariaantje de Jong, indertijd echtelieden te Wijk aan Zee, en hij, Cornelis, geboren is in 1774 35.
      5. Neeltje Cornelis WILLEGRIJP, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 nov. 1779/24 juni 1804, zie 7.


    Generatie V (<IV, >VI)

    16. (<8) (>32) Siebrand de VRIES, geb. ca. 1711, impost op begr. Beverwijk 1 nov. 1763 (pro deo),
        In Beverwijk verkoopt in 1739 Hendrik Claasz, veerschipper van hier op Amsterdam, aan Siebrandt Voeckes mede wonende alhier een boeierschuit met deszelfs zeil, touwwerken, ankers, staande en lopend want en verdere bijzijnde gereedschappen, zo hetzelve reilt en zeilt, liggende tegenwoordig in de haven dezer stede, voor 193 gld 36
        In Beverwijk verkoopt in 1740 Agge Roskam Kool, koopman alhier, aan Siebrand de Vries wonende alhier een huis, erf en kaai op de Meerstraat, strekkende tot aan 't Maartenhoek, belend ten zuidwesten de azijnschuur van de verkoper, ten noordoosten de uitgang van de herberg de Prins, voor 340 gld 37.
        In 1740 38 verklaart te Beverwijk Sijbrant Fockes, wonende alhier, schuldig te wezen aan Theodorus van Hollandt, meester timmerman, ƒ 250 à 4 procent in 't jaar, met Gerrit Fockes en Jan Wijngaart tot borgen; geroyeerd op 5 juni 1743, als op 28 maart 1743 ten volle voldaan. Op 1 augustus 1753 wordt in Beverwijk Job van Egmont aangesteld om, naast vier anderen waaronder Sybrand de Vries, de groente van hier op de stad Amsterdam te mogen varen; in 1755 wordt Siebrand de Vries en in 1768 zijn weduwe vermeld als beurtschipper op Amsterdam 39.
    ondertr. Amsterdam 11 mei 1742, ondertr. (impost) ald. 9 mei 1742 (impost ƒ 3 voor haar), ondertr. (impost) Beverwijk 4 mei 1742 (impost ƒ 3 voor hem), attestatie om te trouwen ald. 26 mei 1742 (zij wonende te Amsterdam, attestatie naar Amsterdam)
        Ondertrouw Amsterdam 11 mei 1742: Sijbrand de Vries van de Sandvoort, oud 31 jaar, woond in de Beverwijk, geasst. met zijn vader Voeke de Vries, en Trijntje Jans van der Ende van de Beverwijk, oud 31 jaar, in de Lendest., ouders doot, geasst. met Cornelis Decker.
    17. (<8) (>34, >35) Trijntje Jans van den ENDE, geb. ca. 1711, impost op begr. Beverwijk 23 jan. 1768, begr. ald. 23 jan. 1768 (gaarder, classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-).
           Uit dit huwelijk:
      1. Gerrit de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 nov. 1743, impost op begr. ald. 14 okt. 1760 (impost ƒ 3).
      2. Jan de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 febr. 1745, zie 8.
      3. Arie de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 maart 1748, impost op begr. ald. 29 dec. 1773 (impost ƒ 6, aangifte door Gijsbert Krak van zijn schoonzoon), begr. ald. 29 dec. 1773 (gaarder, classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-), tr. Beverwijk 23 okt. 1768 Gerritje KRAK, ged. (nederd. geref.) ald. 8 maart 1750, begr. ald. 23 mei 1799 (gaarder, classis van 3 gld: 1:16:-, voor extra begraven -:10:-), dr van Gijsbert KRAK, kastelein (in de Zwaan), en Trijntje KNAP, die hertr. met Thomas de WOLF.
          In Uitgeest verkoopt in 1772 Johannes Rollerus, als last en procuratie hebbende van zijn vader Melgior Rollerus, aan Teunis van Steenis en Arie de Vries wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Zieriksven, groot 3033 roeden, voor 800 gld, en (verkoper nu ook met procuratie van Cornelis Schaap) 2 stukken land in de polder van de Broek, genaamd de Groote Koog, groot 2159 roeden, voor 600 gld 40.
          In Beverwijk testeren op 18 februari 1779 Thomas de Wolff, mr timmerman en molenaar, en Grietje Krack, zij ziek te bedde. De testateur benoemd tot enige erfgenaam zijn huisvrouw, en de kinderen in de legitieme portie. De testatrice benoemt tot haar enige erfgenaam haar voorkind genaamd Siebrand de Vries, oud 8 jaren, in eerder huwelijk verwekt bij Arie de Vries, en haar man en kinderen uit hun huwelijk in de volle filiale portie, noemende als voogden over de moederlijke goederen van de genoemde minderjarige Gijsbert Krak, haar vader, en Jan de Vries, oom paternel. Thomas de Wolff verklaart zijn moeder, Johanna Thomas, weduwe van Geerloff fe Wolff, te institueren in de blote legitieme portie, de testatrice evenzo haar ouders bij vooroverlijden van haar zoon. 41
    18. (<9) (>36, >37) Theunis Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1707, vleeshouwer, schepen van Beverwijk, schepen van Beverwijk, impost op begr. ald. 23 mei 1765 (impost ƒ 30),
        In Wijk aan Duin verkoopt in 1734 Poulus Akersloot, hoofdofficier en raad van Haarlem, rentmeester der stad Haarlem, aan Teunis Schaap wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd de Groote Croft, groot 4 morgen 112 roeden, belend ten oosten de Houtweg, ten zuiden Baltus Boekholt, ten westen de Kuijkensweg, ten noorden Jan Dominicus, laatst in huur gebruikt door Pieter Claasz Scavemaker, doende in de verponding ƒ 19-9-4, voor ƒ 370, te betalen de helft gereed en de wederhelft op mei 1735, waarvoor een schuldbekentenis 42.
        In Beverwijk verkoopt in 1737 Cornelis Jansz Coeleveld aan Teunis Jansz Schaap mede wonende aldaar een huis en erf aan de Agterweg, belend ten noordoosten Cornelis Flipsz Crygsman en Acht Hendrik van Halmaal, ten zuidwesten [leeg] en Carel Evertsz Verhagen, voor 525 gld 43.
        In Beverwijk verkoopt in 1740 Agge Roscam Kool, koopman alhier, aan Teunis Jansz Schaap een schuur met erf en kaai op de Meerstraat, strekkende tot het erf van Jan Bont, belend ten noordoosten Jan de Harder, ten zuidwesten het Brandsteegje, genaamd het Swaansnest, voor 150 gld 44.
        In Wijk aan Duin verkoopt in 1744 Mejuffr. Lieta Rooseboom, weduwe van Jan Jansz Verbint, wonende te Alkmaar, aan Teunis Jansz Schaap wonende te Beverwijk een stuk land genaamd de Koogeten[?], groot in 't geheel 1320 roeden, belend ten zuiden, westen en noorden de Schouwwetering, ten oosten kerkland genaamd de Ranken, belast met een notweg, in de verponding doende ƒ 10-10-4, voor ƒ 305, en verkopen in 1747 de executeurs van wijlen Carlos Antonie Cocq aan Teunis Schaap wonende te Beverwijk 3 stukken weiland, bij elkaar gelegen, nu binnenbedijkte landen, strekkende van de St. Aagtendijk oost achter aan de Kil, groot 9 morgen 110 roeden, belend ten westen de St. Aagtendijk, tern zuiden Joffr. Vollenhoven, ten noorden Claes Jacobsz van Dort[?], ten oosten de voorschreven kil, voor ƒ 695 45.
        In Beverwijk verkoopt in 1746 Joannes van der Clock, koperslager te Beverwijk, aan Teunis Schaap mede wonende alhier een huis en een schuurtje in de Breestraat, strekkende tot achter aan het Agterwegje, belend ten zuiden Jan Damen, ten noorden Doris van Holland, voo ƒ 1200 46.
        In 1752 verkoopt te Wijk aan Duin Teunis Schaap, vleeshouwer te Beverwijk, een stuk land, genaamd de Hooge Ven, groot 1320 roeden, belend ten zuiden en noorden de Schouwweteringe, ten oosten het land genaamd Rahuyssyntie[?] voor 350 gulden 47.
        In Wijk op Zee en Duin wordt in 1757 als Hondsbos morgengeld ontvangen van Theunis Schaap ƒ 38.7.4 voor 42 morgen 507 roeden 48.
    ondertr. (impost) Beverwijk 11 sept. 1731 (impost ƒ 3 voor hem, zij pro deo), tr. ald. 30 sept. 1731
        Op 26 februari 1735 testeren Theunis Jansz Schaap en Lijsbet Lourens Zalm, op elkaar 49.
    19. (<9) (>38, >39) Elisabeth SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 okt. 1707 (doopgetuige Neeltje Jacobs de Groot), impost op begr. ald. 20 april 1767 (impost 30 gld), begr. ald. 20 april 1767 (gaarder, classis van 30 gld: 2:2:-, grote klok 1 uur 9:-:-).
           Uit dit huwelijk:
      1. Jan Teunisz SCHAAP, geb. Beverwijk 16 dec. 1731, ged. (nederd. geref.) ald. 18 dec. 1731 (doopgetuige Guurtje Schaap), doet belijdenis ald. 20 mei 1754, schepen van Beverwijk, overl. ald. 13 juli 1808 (voor de successie: 77 jaar, gehuwd, 1 kind), begr. ald. 15 juli 1808 (gaarder, voor het opmaken van het graf 2:2:-), ondertr. (impost) 1° Beverwijk 27 dec. 1752 (impost voor beiden ƒ 60), tr. ald. 12 jan. 1753 Anna Jansdr BARREVELT, ged. (nederd. geref.) ald. 25 febr. 1731, impost op begr. Beverwijk 22 aug. 1769 (impost ƒ 6), dr van Jan BARREVELD, burgemeester van Beverwijk, en Anna van COEVENHOVEN, ondertr. 2° Beverwijk 18 maart 1770 (betoog gegeven om in Oegstgeest te trouwen), tr. Oegstgeest 18 maart 1770 (ondertr. Oegstgeest 1 maart 1770; impost 15.0.0) Maria van KONIJNENBERG, ged. (nederd. geref.) ald. 19 nov. 1741, overl. Beverwijk 25 juli 1815 (voor de successie: weduwe van J. Schaap, 75 jaar), dr van Cornelis van KONIJNENBERG en Adriana HOOGENDOORN.
          In Wijk aan Duin verkoopt in 1785 Jan Schaap Teunisz wonende in de stede Beverwijk aan de heer Jan George Matthes wonende te Amsterdam een vinkehuis met en stukje land en het houtgewas daarop staande, staande en gelegen op het land genaamd het Noorderwijk toebehorende de verkoper (met uitvoerige beschrijving van de ligging van het verkochte), onder conditie dat de eigenaar van het vinkehuis ten allen tijde de vrijheid zal hebben om te voet of met rijtuig over het land te mogen gaan of rijden van de verkoper naar de vinkebaan, en verder verbindt de verkoper zich, ook voor een rechtverkrijgende, om zijn land dat om gemelde vinkebaan gelegen is nooit met enig houtgewas of iets hetwelk tot enig nadeel van dezelve mocht zijn te beplanten, daartegen zal de koper gebonden zijn aan de verkoper jaarlijks tot recognitie te betlen 5 gld waarvoor de verkoper zich verbindt om het voorgemelde perceel van alle lasten vrij te houden, en verder heeft de koper de vrijheid om zijn stukje land waar de vinkebaan op staat op zijn kosten af te zetten met een houten schutting of schering naar zijn goeddunken, voor een somme van 200 gld 50.
          In 1758 testeren Jan Schaap en Anna Barreveld, op de langstlevende 51.
      2. Lourens SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 dec. 1733 (doopgetuige Trijntje Zalm), bode te Velsen 5 sept. 1762, overl. ald. 9 sept. 1767, impost op begr. ald. 11 sept. 1767 (impost ƒ 15), ondertr. Krommenie 3 okt. 1761, ondertr. (impost) ald. 2 okt. 1761 (impost ƒ 30 voor haar), tr. ald. 2 okt. 1761 Aagje Jansdr KABEL, ged. Krommenie 30 jan. 1737, impost op begr. ald. 3 dec. 1798 (impost ƒ 30), dr van Jan Poulusz KABEL, schoolmeester en voorzanger ald., en Aaltje Jans GROOTSANT.
      3. Trijntje Teunis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 juni 1735 (doopgetuige Heyltje Zalm), impost op begr. Krommenie 29 sept. 1772 (impost ƒ 6, begr. in de kerk ƒ 4), ondertr. Beverwijk 21 nov. 1756, ondertr. (impost) Krommenie 5 nov. 1756 (impost ƒ 30; kerk), tr. ald. Jacob Jansz de ROO, ged. (nederd. geref.) ald. 28 aug. 1735, impost op begr. Krommenie 21 april 1791 (pro deo), zn van Jan Jacobsz de ROO, rolreder, en Jannetje DIRKS, die hertr. met Lijsbeth Gerrits WESTERVELD.
          In Krommenie op 7 oktober 1772 worden tot voogden over de 3 minderjarige kinderen van Jacob de Roo geteeld bij wijlen Trijntje Schaap aangesteld Jan Schaap en Bartel van der Noort, oom en behuwdoom der kinderen, beiden in de Beverwijk, in relatie tot het moederlijke erfdeel der kinderen, en bewijst Jacob de Roo zijn 3 minderjarige kinderen Dirk de Roo, oud 3, Teunis de Roo, 12, en Jan de Roo, 9 jaar oud, ten overstaan van de aangestelde voogden, hun moederlijk erfdeel, nl. elk ƒ 400, voor de rente waarvan de vader gehouden zal zijn de kinderen op te brengen tot hun mondige dagen (op 31 oktober 1772 uitgezet à 3 per cento). Op 6 oktober 1784 bekent Dirk Jacobsz de Roo zijn moederlijk erfdeel ontvangen te hebben, op 2 november 1785 doet Teunis Jacobse de Roo dit, en op 7 januari 1787 Jan Jacobse de Roo 52
      4. Willem SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 april 1737 (doopgetuige Guurtje Schaap), impost op begr. ald. 11 juli 1743 (impost ƒ 3).
      5. Neeltje SCHAAP, ged. Beverwijk 19 juli 1739, zie 9.
      6. Susanna SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 juni 1741 (doopgetuige Heyltje Salm), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 29 mei 1760, impost op begr. ald. 3 okt. 1776 (impost ƒ 6), begr. Beverwijk 30 nov. 1776 (gaarder, classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), tr. ald. 26 april 1767 Bartel van den NOORT.
      7. Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1743 (doopgetuige Maria Hartsinck), impost op begr. ald. 10 april 1766 (impost ƒ 30).
      8. Jacob SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1743 (doopgetuige Maria Hartsinck), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 26 mei 1766, impost op begr. ald. 27 sept. 1768 (impost 2 keer ƒ 6, ongehuwd, aangever zijn broer Jan Schaap), begr. Beverwijk 27 sept. 1768 (gaarder, de classis van 3 gld: 2:2:-, grote klok 1 uur 9:-:-; dit niet betaald).
      9. Sieuwtje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 10 juli 1746 (doopgetuige Maria Hartsinck), impost op begr. ald. 29 sept. 1778 (impost ƒ 3), begr. ald. 29 sept. 1778 (gaarder, classis van 3 gld: 1:16:-, graf schoongemaakt 3:-:-, grote klok 1 uur 9:-:-), tr. Beverwijk 19 juli 1772 Jan SMALBRAAK, begr. ald. 6 juli 1804 (gaarder, classis van 6 gld: 1:4:-, voor extra begraven -:10:-), zn van Hendrik Gerritsz SMALBRAAK en Magteld.
          In Beverwijk testeren op 3 april 1778 Jan Smalbraak en Ziewtje Schaap, wonende op de Meerstraat, zij ziek te bedde, op de langstlevende, eventueel aan zijn moeder Magteld Sch...[?], weduwe van Hendrik Smalbraak, de legitieme portie 53.
    20. (<10) (>40, >41) Hendrick Jacobsz de MUNCK, geb. Beverwijk ca. 1700, ged. (r.-k. ('mennonist, 24')) ald. 2 mei 1725, tuinman ald., impost op begr. Beverwijk 29 mei 1752 (pro deo),
        In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 54.
        In Beverwijk verkoopt in 1737 Hendrik Jacobsz de Munk, tuinman alhier, aan Jan Bastiaansz, mede wonende alhier, een huisje en erf aan het Eiland, of anders 't Wegje, zijnde ten noordwesten het huisje en erf van de verkoper staande, zijnde de helft van 2 woningen, strekkende tot achter tegen de erven van Dirk Borte, Gerret Ryke en Hendrik Davitsz Krak, belend ten oosten de koper, ten westen de voorschreven Hendrik Krak, voor 70 gld 55.
    ondertr. (schepenbank) Beverwijk 20 april 1725, attestatie om te trouwen ald. 6 mei 1725, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Haarlem 8 mei 1725
    21. (<10) (>42, >43) Ariaantje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 juli 1702 (doopgetuige Pieter Pieterse), impost op begr. Beverwijk 28 okt. 1762.
           Uit dit huwelijk:
      1. Aaghje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 juni 1726 (doopgetuige Maartie Bankras).
      2. Jannitie de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 27 jan. 1728 (doopgetuige Maartie Bankers), impost op begr. ald. 22 jan. 1732.
      3. Grietje Hendriks de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 10 dec. 1730 (doopgetuigen Pieter Bankrasse en Griete Bankrasse), impost op begr. ald. 7 okt. 1761 (pro deo), ondertr. (schepenbank) ald. 15 sept. 1752, ondertr. (impost) Beverwijk 15 sept. 1752 (beiden pro deo, getuige Ariaantje Bancras), tr. ald. 1 okt. 1752 Jan Cornelisz de WIT.
          In 1763 56 verklaart Jan de Wit, wednuwnaar van Grietje Henriks Munk, geassisteerd met Jacob de Munk als naaste bloedvrind van zijn overleden vrouw, geen goederen te hebben om zijn kinderen Trijntje en Aagje te bewijzen.
      4. Jacob Hendriksz de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 12 febr. 1733 (doopgetuige Jacob Jacobse), impost op begr. ald. 15 april 1791, begr. ald. 15 april 1791 (gaarder, classis pro deo: 1:4:-, de buren geluid), ondertr. (impost) 1° Beverwijk 20 aug. 1751 (beiden pro deo), tr. (schepenbank) ald. 5 sept. 1751 Hendrina van KOTEN, impost op begr. ald. 22 okt. 1760, ondertr. 2° (schepenbank) Beverwijk 18 juli 1761, tr. ald. 2 aug. 1761 (hij weduwnaar van Hendrina van Koten, wonende alhier, zij weduwe van Jacop Jansz Kuijp, wonende te Wijk op Zee, beiden met RK betoog) Aaltje Ariens KEUNING, ged. (r.-k.) Wijk aan Zee 27 dec. 1734, impost op begr. Beverwijk 13 dec. 1786, begr. ald. 13 dec. 1786 (classis pro deo 1:4:-, de buren geluid), dr van Arie JOPPEN en Baafie KRIJNEN, wed. van Jacob Jansz KUIJP.
          Jacob de Munck verkoopt op 5 april 1785 aan Reijn van Putten voor 385 gld zijn huis met erf aan de peperstraat, door hem aangekocht op 6 februari 1773.
          Op 4 december 1786 werd het mutueel testament gemaakt van Jacob de Munnik en Aaltje Arends Koning, echtelieden in de Peperstraat te Beverwijk, zij ziek te bedde liggend.
      5. Bankras de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 mei 1736 (doopgetuigen Crelis Bankrasse en Huijgje Evers).
      6. Jannetje Hendricks de MUNCK, ged. (r.-k.) Beverwijk 19 nov. 1740 (doopgetuige Maartie Pankras), impost op begr. ald. 1 febr. 1743 (pro deo).
      7. Aaghje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 22 juli 1742 (doopgetuige Maartie Claas), impost op begr. ald. 15 okt. 1763.
      8. Jan de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 okt. 1743, zie 10.
      9. Thomas Hendriksz de MUNCK, ged. (r.-k.) Beverwijk 5 febr. 1746 (doopgetuige Marijtje Bankras), ondertr. (schepenbank) ald. 8 juni 1770 (zij geboortig van Bloemendaal), ondertr. (impost) ald. 8 juni 1770 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 24 juni 1770 Maria BIJVOET, geb. Bloemendaal 19 sept. 1737, overl. Beverwijk 28 okt. 1807, begr. ald. 29 okt. 1807 (Mietje Pieters Bijvoet, voor het opmaken van een graf 1:4:-), dr van Lammert BIJVOET, lakenbleker, wonende onder Tetterode in Brederode 57, en Agatha van BEMMEL.
    22. (<11) (>44, >45) Abraham Baltensz van JESSEN, begr. Bennebroek 21 nov. 1755,
    tr. 1° (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Bennebroek/Berkenrode 4/20 jan. 1699 Lysbeth Cornelis BOXELAER, overl. vóór 1731,
    tr. 2° (schepenbank) Bennebroek 28 jan. 1731 Jannetje NIJSEN, overl. vóór 1741, wed. van Maarten van EEDEN, van Brussel,
    tr. 3° (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Bennebroek/Heemstede 4 juni 1741
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Balthasar van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 2 april 1699.
      2. Cornelius van JESSEN, ged. (r.-k.) Berkenrode 5 sept. 1700.
      3. Balten Abrahamse van JESSEN, ged. (r.-k.) Bloemendaal 20 dec. 1707, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Bennebroek/Berkenrode 23 juni 1726 Marijtje CORNELIS.
    23. (<11) (>46, >47) Elisabet Cornelisse WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 aug. 1713, begr. Bennebroek 8 juli 1749.
           Uit dit huwelijk:
      1. Balten van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode april 1742.
      2. Cornelis van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 2 okt. 1743, tr. 1° Heemstede 30 april 1769 Helena MEESTERMAN, dr van Dirk MEESTERMAN en Aaltje HENDRIKX, tr. 2° Cornelia TEUNISSE, dr van Johannes TEUNISZ.
          Op 23 februari 1777 is er te Heemstede boedelscheiding tussen Gijsbert Meesterman, Cornelis van Jessen in huwelijk hebbende Helena Meesterman en Pieter Jans Maris in huwelijk hebbende Grietje Steeman, kinderen en erfgenamen van Aaltje Hendrikx, eerst weduwe van Dirk Munsterman en later weduwe van Jan Steeman 58.
          Op 27 juni 1791 testeren te Heemstede 59 Cornelis van Jessen en Cornelia Teunisse, op elkaar; hij is ziek.
      3. Kornelia van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 sept. 1744.
      4. Johanna van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 jan. 1746, zie 11.
    24. (<12) (>48, >49) Cornelis Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, op 9 januari 1750 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente van Langedijk en omgeving, impost op begr. Koedijk 27 mei 1762 (impost ƒ 3),
        In Broek op Langedijk verkoopt in 1750 Aarjen Kaas aan Kornelis Jansz Keijser zaadland genaamd de helft van de Biene, groot 7 snees 10½ roe, belend ten oosten de weduwe van Dirk Duijn, ten westen Jan en Grietje de Waal, voor ƒ 203:3:8, verkopen in 1752 de erfgenamen van Pieter Jansz Bijl aan Cornelis Jansz Keijser een akker zaadland in 't Wout, groot 1 gars 6 snees 2 roeden, belend ten noorden Cornelis Gluur, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaar, voor ƒ 343:18:0, verkoopt in 1754 Cornelis Jansz Keijser aan Cornelis Dirksz Keijser een akker zaadland genaamd het Venendje, groot 4 snees 15 roeden, belend ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten westen de kinderen van Zeger Kostelijk, voor 100 gld, verkoopt in 1759 Cornelis Jansz Keijser wonende te Koedijk aan Pieter Ellen een akker zaadland in 't Wout, groot 18 snees 2 roeden, belend ten noorden de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaer, voor 325 gld 10 st, en verkopen in 1765 Kornelis Backer wonende te Oude Niedorp voor de ene helft, en de erven Pieter Pietersz Rus en de erven Kornelis Jansz Keijser tezamen voor de wederhelft, aan Pieter Ellen een stukje weiland voor de huizen aan 't Grafje, groot 2 geerzen 6 snees, belend ten noorden Simon Slot, ten zuiden de erven Pieter Boogert, voor 187 gld 10 st 60.
        In Koedijk worden in 1767, ten verzoeke van Maartje Laurens Rus voornemens te hertrouwen, over Jan Keijser, oud 15 jaar, minderjarige nagelaten zoon van Cornelis Keijser in huwelijk verwekt bij Maartje Laurens Rus, tot voogden aangesteld Pieter Laurens Rus en Cornelis Rus de Jonge, beiden wonende alhier, om met haar en haar meerderjarige dochter Dieuwertje Keijser de gemene boedel te verdelen van wijlen Cornelis Keijser en Maartje Laurens Rus. Aan de voornoemde Jan Keijser is bij scheiding op 3 april 1767, voor ondergetekende secretaris [Bootsman] als notaris te Alkmaar gepasseerd en op 4 april 1767 door weesmeesters geapprobeerd, in voldoening van zijn vaders erfdeel toebedeeld: (1) een stuk land onder Oudkarspel, groot ruim 9 geerzen, genaamd de Margriets Hoogeweyd, belend ten westen Dirk Jansz Dirkemaat, ten noorden de Saskersloot, (2) een akker zaadland onder Broek op Langedijk, groot ruim 7 snees, belend ten zuiden Oloff Cornelisz, ten oosten de Oosterdijk, (3) een bed met zijn toebehoren zoals hij Jan Keijser hetzelve ten huize van zijn moeder gebruikt en beslaapt 61
        In Broek op Langedijk hebben in 1770 de weesmeesters aangesteld Pieter Ellen en Cornelis Keijser, beiden wonende alhier, tot voogden over het minderjarige kind van Cornelis Jansz Keijzer overleden te Koedijk. De voogden brengen in een akker zaadland genaamd Boogertendt, belend ten oosten de erven van Cornelis Bakker annex, nog 231 gld 11 st contante penningen berustende onder Cornelis Keijser. Op 6 maart 1774 verklaart het weeskind Jan Cornelisz Keijser zich voldaan en bedankt hij de voogden. 62
    ondertr. (impost) Koedijk 26 maart 1741 (impost ƒ 3 voor haar)
    25. (<12) (>50, >51) Maartje Louris RUS, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, impost op begr. Koedijk 13 nov. 1779 (impost ƒ 3),
    ondertr. (impost) 2° Koedijk 21 maart 1767 (impost ƒ 6), tr. ald. 5 april 1767 Sijmon Cornelisz GRAAFFSANT, alias Schuytemaker.
        Op 24 maart 1767 maken Sijmon Cornelisz Graafsant, weduwnaar, en Maartje Laurens Rus, weduwe van Cornelis Keijser, wonende te Koedijk, huwelijkse voorwaarden waarin bepaald wordt dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn en dat van de wederzijdse inbreng een inventaris opgemaakt zal worden, en schiften en delen op 3 april 1767 Maartje Lourens Rus weduwe van, en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met, wijlen Cornelis Keijzer, zijnde thans de bruid van Sijmon Cornelis Graafsand, ten deze met haar bruidegom geassisteerd, ter eenre, en Dieuwertje Cornelis Keijzer meerderjarige dochter van voornoemde Cornelis Keijser, thans de bruid van Cornelis Claasz Pover, ook met haar bruidegom geassisteerd, en Pieter Laurensz Rus en Cornelis Rus de Jonge als door de weesmeesters van Koedijk aangestelde voogden over de minderjarige nagelaten zoon van voornoemde Cornelis Keijser genaamd Jan Keijser, bij de comparante ter eenre in huwelijk geprocreëerd, ter andere zijde, waarbij o.a. aan de weduwe toegewezen wordt een huis en erf aan 't noordeinde van Koedijk, belend ten noorden Jacob Volkerts, ten zuiden Pieter Laurens Rus 63.
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, zie 12.
        2. Dieuwertje Cornelisdr KEIJSER, impost op begr. Koedijk 7 nov. 1767 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 21 maart 1767 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 5 april 1767 Cornelis Klaasz POVER, impost op begr. Koedijk 20 jan. 1805 (impost ƒ 3), verm. zn van Klaas Jansz POVER en Trijntje Jans BUTTER, die hertr. met Neeltje Pieters IJFS.
      26. (<13) (>52, >53) Hark Ariensz HOUDEWIND, schepen (verschillende keren in de periode 1751-1773) van Schoorl, impost op begr. ald. 26 nov. 1777 (impost ƒ 3),
          In het lidmatenboek van Schoorl, onder Bregtdorp en Catrijp: op 25 februari 1745 Hark Arijense Houdewind met attestatie van Groet. Op 30 april 1747 is Hark Houdewind diaken. In 1754 zijn Hark Houdewind en Divertje Ariensd lidmaat te Bregtdorp.
          In Schoorl verkoopt in 1754 de gemachtigde van Mr Gerardus Bernardus Heijmenbergh wonende binnen Alkmaar aan Hark Houdewint wonende alhier een akker geestland te Aagtdorp, groot 53 roeden, belend ten zuiden de erve Pieter Kraak, ten westen de Heereweg, voor 1½ st iedere roede, dus 3 gld 16 st 8 penn, en verkoopt in 1766 bij mangeling aan Hendrik Dalenberg mede wonende alhier een akker geestland, groot 125 roeden, te Catrijp, belend ten zuiden en noorden de koper, voor een akker geestland groot 100 roeden in Bregtdorp (getaxeerd op ƒ 60:0:0) 64.
      ondertr. (impost) Koedijk 14 maart 1744 (impost ƒ 3 voor haar)
          Op 14 februari 1744 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Hark Ariensz Houdewind, minderjarige jongman geassisteerd mer Sijmon Dalenbergh zijn oom en ten dezen verkozen voogd, wonende te Groet en Schoorl, en Dieuwertje Ariens Meegh, minderjarige jonge dochter geassisteerd met haar vader Arien Jansz Meegh, beiden wonende te Koedijk. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Bij overlijden zonder kinderen testeren zij op de langstlevende mits de toekomende bruidegom als langstlevende aan de vader van de toekomende bruid zijn legitieme portie zal uitkeren; bij kinderen zal de langstlevende voogd of voogdesse zijn, met uitsluiting van de weeskamer. (Hij tekent als Hark Aarjensz Houdewint, zij als Diewer Aeryens Meegh.) 65
      27. (<13) (>54, >55) Dieuwertje Ariensdr MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 sept. 1720, impost op begr. Schoorl 19 nov. 1786 (impost ƒ 3).
             Uit dit huwelijk:
        1. Arijen HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 2 mei 1745.
        2. Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, zie 13.
        3. Antje HOUDEWIND, geb. ca. 1754, overl. Groot-Schermer 18 mei 1807, ondertr. (impost)/tr. Schoorl 9 nov./1 dec. 1782 Simon BROUWER, schoolmeester, voorzanger, zn van Pieter Joffer BROUWER en Jannetje BRUIJN.
            In Zuid- en Noordschermer testeren in 1790 Simon Brouwer, schoolmeester van dit dorp, en Antje Houdewint, echtelieden wonende alhier, zij ziekelijk te bedde, op de langstevende, legaterende aan ieder kind 50 gld bij meerderjarig worden, met uitsluiting van de weeskamer 66.
        4. Arian Harksz HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 29 juni 1756, schepen ald., impost op begr. Koedijk 8 sept. 1803 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) Schoorl 19 nov. 1791 (impost ƒ 3, zij jongedochter van Koedijk), ondertr. (impost) Koedijk 19 nov. 1791 (impost ƒ 3 voor haar), tr. ald. 4 dec. 1791 (hij met betoog van Schoorl) Neeltje Pieters BURGER, ged. (nederd. geref.) ald. 1 mei 1768, dr van Pieter Klaasz BURGER en Antje KLAAS.
            In Schoorl bekennen in 1787 Arian en Jacob Houdewind wonende alhier schuldig te wezen aan Dirk Duyn mede alhier woonachtig 600 gld tegen 3 per cento in 't jaar, met als speciale hypotheek een stuk weiland in de Grootdammerpolder, groot 396 roeden, belend ten oosten Cornelis Boertjes, ten westen Breelaen, nog een stuk weiland gelegen als voren, groot 375 roeden, belend ten westen Dirk Hoogvorst, ten oosten Pieter Kruyf, en nog een stuk zaadland te Bregtdorp, groot 420 roeden, belend ten noorden Cornelis Dalenberg, ten zuiden de erven Hendrik Dalenberg (geroyeerd 12 juni 1807), en bekent in 1791 Arian Cornelis Groenveld wonende aan de Oude Sluys in de Zijpe in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Arian en Jacob Houdewind wonende alhier de helft in een stukje Rekerland in de Grootdammerpolder gemeen met de kopers, zijnde helft groot 388½ roe, belend ten westen de Tarwdyk, ten oosten de erven Jan Schravezand, voor 308 gld 67.
        5. Jacob HOUDEWIND, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 11/24 juni 1759, boer, tussen 1786 en 1792 verscheidene keren genomineerd als armmeester en als schepen (2 keer met „Bregtdorp”), landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 17 juni 1759, „paijsan”, overl. Schoorl 28 sept. 1827, ondertr. (impost) ald. 5 nov. 1791 (impost voor beiden ƒ 3) Antje Jans MODDER, ged. (nederd. geref.) ald. 6 jan. 1770 (doopgetuige Maartje Garmondsdr Wieringh), dr van Jan Cornelisz MODDER en Ariaantje Cornelis VISSER.
            In Schoorl verkoopt in 1799 Hendrik Groot wonende alhier aan Jacob Houdewind mede alhier woonachtig een akker geestland te Bregtdorp, groot 72½ roe, belend ten zuiden Dirk Hoogvorst, ten noorden Gerrit Egbertsz, item nog een akkertje dito land aldaar, groot 41½ roe, belend ten noorden Louris Kos, ten zuiden Pieter Blankendaal, boven het Middelpad, voor 20 gld 68.
      28. (<14) (>56, >57) Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, diaken ald. (als zodanig vermeld in 1733 en 1740), impost op begr. Graft 11 febr. 1745 (onvermogen),
          In de banne van Graft compareerden op 4 november 1749 Neeltje Arians woende te Westgraftdijk, als moeder van haar 4 kinderen geprocreëerd bij Jan Claesz Willigrijp te Westgraftdijk overleden, met namen Trijntje oud 18, Arian 11, Jan 10 en Cornelis 8 jaren, ter eenre, en Jacob Claesz Willigrijp, oom en wettige voogd over de voornoemde kinderen, mede wonende te Westgraftdijk. Zij zijn geaccordeerd dat de kinderen voor vaders erfenis zullen genieten ieder een zilveren ducaton blijvende onder de moeder zo lang de weesmeesters dat willen. De moeder zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Op 2 maart 1762 bekennen Pieter Hartland in huwelijk hebbende Trijntje Jans en Arian Jans thans meerderjarig, van hun voogd Jacob Claasz Willigrijp elk de bewezen ducaton ontvangen te hebben. Op 6 maart 1770 bekennen Jelle Jans en Cornelis Jans, thans meerderjarig, van hun voogd en oom Jacob Claasz Willigrijp een zilveren ducatom voor hun vaders erfenis ontvangen te hebben. 69
      ondertr. (impost) Graft 13 jan. 1731 (impost elk ƒ 3)
      29. (<14) Neeltje Ariens FAES, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1733 als Neeltje Aris, impost op begr. Graft 25 febr. 1754 als Neeltje Ariens te Westgraftdijk (impost ƒ 3).
             Uit dit huwelijk:
        1. Trijntje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 okt. 1731, impost op begr. Koedijk 2 mei 1796 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 20 dec. 1760 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 4 jan. 1761 Pieter Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 okt. 1731, landbouwer, schepen (1779-1781) 23 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', overl. Koedijk 16 april 1817, zn van Arien Jansz HARTLAND, weesmeester (1747-1748) ald., en Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH.
            In Koedijk verkopen in 1802 Pieter Rus, Hendrik Butter, Arie Hartland Pietersz diaken der gereformeerde kerk, gevolmachtigd door Kllas Klaas Bakker volgens akte van 20 januari 1802 voor schepenen, aan Pieter Hartland Ariensz bouwland groot 12 snees, bij de Daalmeersmolen, belend ten westen Pieter Garmonsz, ten oosten Jan Nierp de Oude, voor ƒ 133 70.
            In Koedijk in 1803 verkoopt Jesse van Wijk te Alkmaar aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Molen- of Foppenweid, groot 11 geerzen, aan de Nieuwe Togt, belend ten westen Pieter Hartland, ten oosten voornoemde tocht, voor ƒ 1300, nog een weiland genaamd Het Haagje groot 5 geerzen, aan 't Laantje, belend ten zuiden de weduwe van Jan Visser, ten noorden de koper, voor ƒ 1000, aan Jan, Jacob en Klaas Hartland in compagnie een stuk bouwland van 8 snees aan 't Laantje, belend ten noorden Pieter Hartland en 't Laantje, belast met een erfpacht van ƒ 3, voor ƒ 100, verkoopt Pieter Ariensz Hart[land] aan Pieter Garmontsz een stuk land genaamd de Oudie , gelegen in het Oudie, groot omtrent 6 geerzen, belend ten zuiden Jan Groenewoud, ten noorden de Molensloot, voor ƒ 495, en verkoopt Jan Koeman wonende in de Minnemeer onder Groot Schermer, als procuratie hebbende van zijn zuster Aafje Koeman weduwe van Klaas Pronk te Zuid-Scharwoude, aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Laage Weide groot 11 geerzen, bezuiden 't Laantje, belend ten oosten Jesse van Wijk, ten westen de erven Jacob Houtkoper, voor ƒ 1000 71.
            In 1817 wordt Jan Groenewoud, schout van Koedijk, beëdigd als taxateur van de roerende goederen van wijlen Pieter Ariensz Hartland 72.
        2. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 mei 1733.
        3. Cornelis Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 30 mei 1734, impost op begr. Graft 12 sept. 1739.
        4. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 24 juli 1735, impost op begr. Graft 22 okt. 1748.
        5. Adriaan Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 3 maart 1737, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1764, impost op begr. Graft 8 aug. 1783 (pro deo, Arian Jansz Willigrijp te Westgraftdijk), ondertr. (impost) ald. 1 mei 1762 (onvermogen, beiden te Oostgraftdijk) Neeltje Pieters TUYN.
        6. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 18 mei 1738, impost op begr. Graft 14 sept. 1739.
        7. Jelle Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 16 aug. 1739, doet belijdenis (nederd. geref.) Oterleek 30 jan. 1774, vertrekt op 1 mei 1791 met attestie van Oterleek naar Alkmaar (volgens het lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 14 okt. 1808, ondertr./tr. Zijpe/Alkmaar 13/28 april 1771 Neeltje Jans STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 20 sept. 1751, komt op 31 januari 1773 met attestatie in Oterleek van Alkmaar, gaat op 1 mei 1791 met attestatie naar Alkmaar (volgens lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 17 dec. 1805 (in de Grote Kerk, Noordergang No 337), dr van Jan Gerritsz STEKELBOS en Jantje Jans TROMPEN.
            In Koedijk verkoopt in 1779 Meindert Deugd gehuwd met Geertje Krook te St. Pancras aan Jelle Jans Willigrijp in de Schermeer 2 akkertjes zaadland, groot 21 snees, belend 't ene ten zuiden en noorden Diepsmeer, 't andere ten zuiden Jan Miesz Gleynis, ten noorden IJff Pieters, voor ƒ 330 73.
            In Koedijk is in 1783 Cornelis Simonsz Visser wonende te Alkmaar ƒ 200 schuldig aan Jelle Jansz Willegrijp in de Schermeer vanwege geleend geld, met als onderpand 1/8 in enige geerzen land gemeen met Pieter Eenigeburg c.s. 74.
            In Koedijk verkoopt Jelle (Jansz) in de Schermeer in 1788 aan Jan Ariensz Hoogwater 7 snees zaadland, belend ten zuiden Jan Hoogwater, ten noorden Gerrit IJffsz, voor ƒ 151, en in 1791 aan Pieter Ariensz Hoogwater 14 snees zaadland, belend ten zuiden en noorden Pieter Diepsmeer, voor ƒ 262 75.  
            Op 5 juni 1773 testeren Jelle Jansz Willegrijp en Neeltje Jans Stekelbos, echtelieden wonende aan de Zuidzijde van de Noordervaart in de bedijkte Schermeer, op elkaar, met aan eventuele kinderen de legitieme portie, in welk geval de langstlevende als voogd of voogdesse zal optreden met uitsluiting van de weeskamer 76.
        8. Cornelis Jansz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1741, zie 14.
        9. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 8 juli 1742.
        10. Willem Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 okt. 1743.
      30. (<15) (>60, >61) Jacob Cornelisz de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 20 mei 1725, op 5 augustus 1731 vermeld als diaken van de mennonistische gemeente van Langendijk en omgeving, overl. tussen 18 aug. 1747 en 18 mei 1749,
          In Broek op Langedijk worden in 1730 Gerrit Slommer en Jacob de Vries vermeld als regenten van 't Mennopreekhuis, en verkoopt in 1730 Willem Cornelisz Slot aan Jacob de Vries een akkertje zaadland, groot 5 snees 4 roeden, belend ten westen de erven van Jan Ettes, ten zuiden Pieter Boogert, voor ƒ 228:16:0 77.
          In Broek op Langedijk verkopen op 18 augustus 1747 de erfgenamen van Magdaleen Jans aan Jacob de Vries een akker zaadland genaamd Snijderskoog, groot omtrent 5 snees 8 roeden, belend ten oosten Adriaan Blocker, ten westen Seger Kostelijk, voor ƒ 83:14:0, verkoopt op 18 mei 1749 de weduwe van Jacob de Vries aan Dirk Dirkmaat een akkertje zaadland genaamd in Snijderscoog, groot omtrent 5 snees, belend ten oosten Adriaan Blocker, ten westen Zeger Kostelijk, aan Jan Dirksz Werff een akker zaadland genaamd de Paleweijd, groot 6 snees, belend ten zuiden Maartje Hensbroek, ten westen de Veert, voor 96 gld, en de helft in een akker zaadland genaamd de Veerse Werff, groot 10 snees 13½ roede, belend ten noorden Dirk de Vries, ten oosten de Geestmerambagtsdijk, voor ƒ 64:1:0, en aan Dirk Boogert een boomgaardje aan 't Snijderdel genaamd Nolacker, groot 4 snees 2 (of 3) roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden de Snijderdel, voor ƒ 70:11:0 78.
          In Broek op Langedijk hebben op 24 maart 1752 de weesmeesters als voogden over de minderjarige kinderen van Jacob de Vries geprocreëerd bij Maartje Dirks aangesteld Dirk de Vries en Willem Kliffen. Maartje Dirks, weduwe van Jacob de Vries, is voornemens in de huwelijkse staat te treden met Aarjen Koekebakker, is geaccordeerd met de voogden dat haar kinderen geteeld bij Jacob de Vries tezamen 100 gld zullen genieten, met als onderpand een akker zaadland voor de huizen bewesten het Grafterwijdje, groot omtrent 5 snees, en zal de kinderen onderhouden. Op 3 januari 1773 verklaren Cornelis Willigrijp in huwelijk hebbende Neeltje de Vries, Jan [Dirksz] Vetman in huwelijk hebbende Tryntje de Vries, Pieter [Aaren] Luijkes in huwelijk hebbende Maartje de Vries, en Cornelisje de Vries de voornoemde penningen ontvangen te hebben. 79.
      tr.
      31. (<15) (>62) Maartje Dirks KOOPMAN,
          In Broek op Langedijk verkopen in 1771 de erven Maartje Dirks Koopman aan Aarjen Pieter Luijkes een halve portie in een huis en erf staande op de Kerckebuurt, belend ten zuiden Jan Wit, ten noorden Symon Ridder, voor 125 gld, en verkopen Aarjen Pietersz Luijkes en de erven Maartje Dirks Koopman aan Jan Wit een akker bouwland genaamd de Dwarsakker, belend ten noorden Pieter Ellen, ten westen Sijmon Krijnen, groot 5 snees 5 roeden, nog een akker genaamd de Kleijne Akker, belend ten zuiden Pieter Ellen, ten noorden Pieter Ploeger, groot 2 snees, en nog een akkertje genaamd de Krijn, belend ten zuiden de kerk, ten noorden Cornelis Slot, groot 1 snees 10 roeden, voor 200 gld 80.
      tr. 2° Aarjen Pietersz LUIJKES, alias Koekebakker.
          In Broek op Langedijk verkoopt in 1774 Aarjen Pietersz Luijkes aan Pieter Cornelisz Twisk een huis en erf op de Kerkebuurt, belend ten noorden Sijmon Ridder, ten zuiden Jan Wit, voor 275 gld 81.
               Uit het eerste huwelijk:
          1. Maartje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 1757 (paasdag), overl. vóór 6 dec. 1773, tr. Pieter Aarjensz LUIJKES.
              In Broek op Langedijk worden in 1773 Aarjen Pieter Luijkes wonende te Broek op Langedijk en Cornelis Willigrijp wonende te Koedijk aangesteld als voogden over het minderjarige kind van Pieter Aarjensz Luijkes geprocreëerd bij Maartje Jacobs de Vries. Op 15 december 1773 worden wegens zijn moeders bewijs ingebracht 2 zilveren ducatons, een kerkboek met 2 zilveren krammen, en een tweestrengketting koralen. De vader zal het kind onderhouden. 82
          2. Cornelisje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, impost op begr. Koedijk 2 juni 1803 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 1 febr. 1772 (pro deo), tr. ald. 16 febr. 1772 Lourens Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 aug. 1747, overl. ald. 27 juni 1816, zn van Hendrik Jansz BUTTER en Geertje Jans KUIPER.
          3. Neeltje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, zie 15.
          4. Trijntje Jacobsdr de VRIES, tr. Jan Dirksz VETMAN.


        Generatie VI (<V, >VII)

        32. (<16) Foeke (of Focke) de VRIES, getuige bij ondertrouw in Amsterdam van zijn zoon Sibrand,
        tr. N.N.
               Uit dit huwelijk:
          1. Gerrit Foekes de VRIES, begr. Beverwijk 15 nov. 1774 (gaarder, classis pro deo: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (beiden pro deo), tr. ald. 16 mei 1734 Grietje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 14 jan. 1774 (pro deo), begr. ald. 14 jan. 1774 (gaarder, classis pro deo: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-), dr van Jan Ariensz van den ENDE en Philippijntje Philps van KAIJEREN.
              In 1739 83 bekent Gerrit Focke de Vries een schuld van ƒ 200 aan Aarnout Langeveldt; zijn borgen zijn Jan Janse van der Ende en Sybrant Focke de Vries, broer en zwager. In 1747 84 leggen Jan Kloppenburgh, Gerret Fockes de Vries en Job Gerrese van Egmond te Beverwijk een verklaring af.
              Op 5 juni 1749 verklaren Engel Cornelisz, Gerret Dircx van Egmond en Bruyn Aersen Schuyten, ter requisitie van Gerret de Vries, schipper op Amsterdam, dat Claas Crentebol tegen Gerret de Vries had gezegd: „Gij sijt een dieff van het veer en een dieff van mijn, gij heb van drie coopluij goet in gehadt.”; op 15 september 1749 herroept Claas Crentebol, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, zijn woorden, als versierd en tegen de waarheid, en vraagt Gerret de Vries om vergiffenis 85.
              In 1740 testeren Gerrit Fockes en Grietje Jans van der Ende op de langstlevende en eventueel op zijn vader en haar moeder 86.
              In 1759 testeren Gerret Fockes de Vries en Grietje Jans van der Enden, op de langstlevende 87.
          2. Siebrand de VRIES, geb. ca. 1711, zie 16.
          3. mog. Johannes de VRIES, tr. N.N.
        34. (<17) (>68, >69) Jan Ariensz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 okt. 1670, impost op begr. ald. 28 april 1733 (pro deo),
            In Beverwijk bekent in 1699 Aerijen Eliasz, tuinman alhier, schuldig te wezen aan Jan Aeryensz van der Enden 150 gld, waarvan interest te betalen 4 gld van de 100 gld in 't jaar 88.
        ondertr./tr. Beverwijk 17 sept./3 okt. 1694
            Op 18 oktober 1732 testeren Jan Arijensz van der Ende, ziekelijk, en Fullepijntje Fulphs, op elkaar 89.
        35. (<17) (>70, >71) Philippijntje Philps van KAIJEREN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 sept. 1668 (de vader Philps overleden, doopgetuige Jacob Jans Colthof), impost op begr. ald. 16 sept. 1741 (pro deo).
            In Beverwijk verkoopt in 1736 Abraham van der Enden aan Fulpijntje Fulps van Kaijeren, weduwe van Jan van der Enden, een huis en erf aan de Cloosterstraat, strekkende tot Joannes van Coevenhoven, belend ten noordwesten Abraham Sueetton[?], voor ƒ 80, en verkoopt in 1738 Fullepijntje Fulps van Kaijeren, weduwe van Jan van der Enden, aan Claas Aeryensz een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot het erf van Joannes van Coevenhoven, belend ten noordwesten Gerret Cornelisz van Bergen, ten zuidoosten de diaconie van de Gereformeerde Kerk alhier, voor ƒ 150 90.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Margrietje van den ENDE, ged. Velsen 16 mei 1697.
            2. Grietje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 14 jan. 1774 (pro deo), begr. ald. 14 jan. 1774 (gaarder, classis pro deo: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 16 mei 1734 Gerrit Foekes de VRIES, begr. ald. 15 nov. 1774 (gaarder, classis pro deo: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-), zn van Foeke (of Focke) de VRIES, getuige bij ondertrouw in Amsterdam van zijn zoon Sibrand.
                In 1740 testeren Gerrit Fockes en Grietje Jans van der Ende op de langstlevende en eventueel op zijn vader en haar moeder 86.
                In 1759 testeren Gerret Fockes de Vries en Grietje Jans van der Enden, op de langstlevende 87.
                In 1739 83 bekent Gerrit Focke de Vries een schuld van ƒ 200 aan Aarnout Langeveldt; zijn borgen zijn Jan Janse van der Ende en Sybrant Focke de Vries, broer en zwager. In 1747 84 leggen Jan Kloppenburgh, Gerret Fockes de Vries en Job Gerrese van Egmond te Beverwijk een verklaring af.
                Op 5 juni 1749 verklaren Engel Cornelisz, Gerret Dircx van Egmond en Bruyn Aersen Schuyten, ter requisitie van Gerret de Vries, schipper op Amsterdam, dat Claas Crentebol tegen Gerret de Vries had gezegd: „Gij sijt een dieff van het veer en een dieff van mijn, gij heb van drie coopluij goet in gehadt.”; op 15 september 1749 herroept Claas Crentebol, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, zijn woorden, als versierd en tegen de waarheid, en vraagt Gerret de Vries om vergiffenis 85.
            3. Lijsbeth Jans van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 juli 1700, begr. ald. 19 okt. 1779 (gaarder, classis van 30 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), ondertr./tr. ald. 7/26 sept. 1734 Jan Pietersz van WIJNGAARDEN.
                Op 9 december 1735 testeren Jan Pietersz Wijngaardt en Lijsbet Jans van der Ende, op elkaar 91.
            4. Dirkje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 26 juli 1758 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 12 mei 1730 (beiden pro deo), tr. ald. 28 mei 1730 Lammert Jansz van den BOSSCHELLE, begr. Beverwijk 20 dec. 1773 (gaarder, classis van 6 gld: 1:16:-, graf schoongemaakt 3:-:-, grote klok 1 uur 9:-:-), zn van Jan Davidsz van de BOSSCHELLE en Maartje LAMMERTS.
                In 1736 testeren Lammert Jansen, ziekelijk, en Dirckje van der Ende, op de langstlevende 92. In 1757 testeren Lammert Janse van de Bosschele en Dirkje van der Ende op elkaar, met als legaat aan Pieter van Wijngaart, zoon van Jan van Wijngaard, een stuk weiland in Wijk aan Duin aan de Bankenlaan 93.
                In Beverwijk heeft in 1737 Lowis Vosmeer openbaar verkocht aan Lammert Jansz van Bosschele, mede tuinman alhier, een huis en erf met een schuur aan de Cloosterstraat, strekkende tot aan de tuin van de heer Joannis van Coevenhoven, belend ten noordwesten de baan, voor 250 gld 94.
            5. Jan Jansz van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 28 mei 1751 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (hij pro deo, zij wonende te Amsterdam), tr. ald. 16 mei 1734 (zij van Amsterdam) Gerritje WEELINK, die hertr. met Pieter Jacobsz VROEGOP.
                In 1737 testeren Jan Janse van der Ende en Gerardina Welinck op de langstlevende 95.
                In 1752 stelt Gerredina Weeningh, weduwe van Jan van der Enden, haar zwagers Lambert Jans van den Bosschelle en Jan van Wijngaarden aan tot voogden over haar minderjarige kinderen Jan en Philippijntje van der Enden 96.
                In Beverwijk delen op 15 maart 1777 Pieter Vroegop als in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met wijlem Gerardina Welig, in leven eerder weduwe van Jan Jansz van den Ende, ter eenre, en Jan van den Ende en Philippina van den Ende geassisteerd met haar tegenwoordige man Sjoers Hamersma, nagelaten kinderen van de overledene Gerardina Weelig verwekt bij de voornoemde Jan Jansz van den Ende, beiden wonende te Amsterdam, ter andere zijde, de gemene boedel van Pieter Vroegop en Gezina [sic] Weelings. De kinderen krijgen alle kleren, goud, zilver, kerkboeken met zilver, en daarenboven in contante gelden 1030 gld en de interest die voornoemde Gerardina volgens een erfenis of het vruchtgebruik haar leven lang moest genieten. 97
            6. Ariaan van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 sept. 1702.
            7. Trijntje Jans van den ENDE, geb. ca. 1711, zie 17.
          36. (<18) (>72, >73) Jan Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1672 (doopgetuige Annetje Jacobs), schepen, raad en burgemeester ald., overl. ald. 18 dec. 1748, impost op begr. Beverwijk 23 dec. 1748 (impost ƒ 6),
              In Uitgeest verkoopt op 17 november 1704 Willem Cornelis Schilder, wonende in de Schermeer, aan Jan Cornelis Schaap wonende te Beverwijk een stukje land, groot omtrent 1 morgen, gelegen buiten de dijk, belend ten westen Sijmen Dircxe Capiteijn, ten zuiden Jan Havixe en Jacob de Groot, voor 50 gld 98.
              In Wijk aan Duin heeft op 28 mei 1707 Pieter Tijmonsz de Vries wonende binnen Beverwijk openbaar verkocht aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, mede wonende in Beverwijk, een stuk geestland genaamd de Kuijperscroft, groot omtrent 1561 roeden, belend ten oosten de erven van Sr Jan van Tooren, ten zuiden Antonij de Jongh, ten westen de erven van Dirck Claesz van den Hoeff, ten noorden de Kreuckenlaan, voor 400 gld, en hebben op 8 juni 1709 Lauris Sijmonsz, Alders Curijnen als man en voogd van Aeghje Sijmons, en Grietje Sijmons meerderjarige dochter, allen erfgenamen van Neelte Louris en Sijmon Mighgielsz, hun vader en moeder was, openbaar verkocht aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, de eerste regerend schepen en raad, de laatste oud-schepen, van Beverwijk, een stuk geestland genaamd de Hooge Croft, groot omtrent 1138 roeden, belend ten oosten de Leencroft, ten zuidoosten het notwegje van de Leencroft, hebbende aan die zijde de hele wal, ten zuidwesten de Groote Houtwegh, ten noordwesten de Kuijckerswegh, voor 141 gld 99.
              In Uitgeest verkopen op 1 mei 1709 de curateuren van de gerepudieerde boedel van Johannes Boelkens aan Jan en Willem Schaap, wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder van Broeck bij de Vroonsloot, groot 1055 roeden, belend ten oosten het Weeshuijs, ten zuiden de Vroonsloot, ten westen Jacob Nanne, voor 62 gld 100.
              In Wijk aan Duin verkoopt op 19 januari 1711 Isnout van Veen wonende te Beverwijk, als universele erfgenaam van jonkvr. Geertruijt van Veen die universele erfgenaam was van wijlen Dirck Claesz van den Hoef, aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, beiden wonende te Beverwijk, een stuk land genaamd 't Westendt over de Kuyperscroft, groot 1384 roeden, belend ten noorden de Kreuckenlaan, ten zuiden Bartelmies Willemsz Heemskerck, ten oosten de kopers, ten westen Mies Aelbertsz Schotten, voor 282 gld, en bekent op 26 april 1723 Jan Cornelisz Schaap schuldig te zijn Jan Barrevelt als rentmeester dezer stede [Beverwijk] 40 gld en aan de meerderjarige zoon en minderjarige kinderen en gezamenlijke erfgenamen van wijlen Catharina Valckenburgh en Adrianis van Coevenhoven 160 gld, ter cause van achterstallige landhuren, belovende te betalen 4 gld van elke 100 gld, nl. 42 st van de 40 gld, 6 gld 8 st van de 160 gld, verbindende een stuk land 't Westend van Kuijperscroft, belend ten noorden de Keuckenlaan, ten zuiden de erfgenamen van Bartelmies Willemsz Heemskerck, ten oosten het navolgende stuk land, ten westen Cornelis Velsen, en Pieter Riewertsz, item de helft in een stuk geestland genaamd Kuijperscroft, belend ten oosten de erfgenamen van Jan van Toorn, ten zuiden Antonio de Jongh, ten westen het bovengenoemde land, ten noorden de Keuckenlaan, item de helft van een stuk geestland genaamd de Hooge Croft, belend ten noordoosten de Leencroft van Van der Lijn, ten zuidoosten het notwegje van de voornoemde Leencroft, ten zuidwesten de Groote Houtwegh, ten noordwesten de Kuijckerswegh (op 24 augustus 1738 afgedaan en geroyeerd) 101.
              In Uitgeest verkoopt op 1 juni 1712 Teunis Stevisse Barrevelt te Beverwijk aan Jan Cornelisz Schaap, mede wonende binnen der stede Beverwijk, een stuk land in de polder van de Broeck genaamd de Buschke, groot 1567 roeden, belend ten zuiden Jan Claasz de Groot, ten oosten de Nannelaen, ten noorden de Noorderkolck, voor 300 gld 102.
              In Uitgeest verkopen op 2 mei 1715 Arent Groot, oud-schepen van Hoorn, Maria Groot en Mr Jan Groot, secretaris der stad Hoorn, voor 5/8, en Jacob van der Werff als in huwelijk hebbende Diewertje Wyk te Schagen, de voogd van Pieter en Cornelis Smit achtergelaten kinderen van Trijntje Pieters Wyk, Cornelis Pietersz Wyk en Cornelis Pietersz Visser en Michiel Jansz Broer als getrouwd aan Guertje van Wyk, allen te Schagen woonachtig, voor 3/8, aan Jan Cornelisz Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land buiten de St. Aagten- of Laagendyk genaamd het Buytendammerlant, groot 2143 roeden, met nog 11 roeden aan de Cadijk, belend ten oosten de koper [blanco voor de andere belenders], voor 23 gld 11 st 103.
              In Beverwijk verkoopt op 6 juli 1715 Jacob Dircksz Vis aan Jan Cornelisz Schaap, schepen, een huis en erf aan de Groote Houtstraat, beend ten zuidwesten Cornelis Huijbertsz, ten noordoosten Jacob Sluijs, voor ƒ 385, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1716, 1/3 mei 1717 104.
              In Uitgeest verkoopt op 13 juli 1728 Jan Schaep wonende in de Beverwijk aan Claes Jansz Wercker wonende op Assum een stuk land in de Broek, genaamd de Bussche, groot 1567 roeden, belend ten zuiden Claes de Groot, ten oosten de Noorderkolck, ten volle betaald (40e penning ƒ 10) 105.
              In Wijk aan Duin in 1729 verkopen Aldert Dam en Teunis Barreveldt, als administrateurs over de nagelaten boedel van wijlen Jan Aldertsz Dam, aan Jan Cornelisz Schaap, raad en oud-schepen te Beverwijk, een stuk land genaamd de Bolt, groot omtrent 1192 roeden, belend ten oosten de Heemskerckerwegh, ten westen de Schouwbeek, ten zuiden Jacob Aldertsz, ten noorden de weduwe van Curijn Claesz, voor ƒ 50, verkopen Joannis van Coevenhoven, Adrianis van der Meij in huwelijk hebbende Debora van Coevenhoven, en Pieter van Coevehoven, tezamen kinderen van Catherina Valckenburgh en Adrianis van Coevehoven, in hun leven burgers van Beverwijk, aan Jan Cornelisz Schaap wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd 't Cruijscrofje, groot 814 roeden, belend ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten Jan Cornelisz Velsen, ten westen de Groote Houtwegh, ten noorden de Kuyckerswegh, zijnde nog een jaar in huur van de koper tot Kerstmis 1729 voor 7 gld, voor ƒ 90, te betalen de helft mei, de helft Allerheiligen 1729 toekomende, en verkoopt Hendrick Bijvoet, zoon van Grietje Pieters Blocker, en zulks mede-erfgenaam van wijlen Claes Elberts Blocker gewoond en overleden te Schagen, een stuk geestland genaamd Teunencroft, groot 2623 roeden, laatst gebruikt door Pieter Schavemaker, belend ten noorden de erfgenamen van Willem Claasz Sonnevelt, ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten de Schouwbeek, ten westen de Clijne Houtwegh, voor ƒ 295, te betalen de helft mei, de helft Allerheiligen 1729 toekomende 106.
              In Warmenhuizen bekent op 29 maart 1730 Bastiaen Pietersz Kuijper wonende alhier schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaep wonende te Beverwijk 600 gld, tegen 4 gld interest ten honderd, met als speciale hypotheek zijn huis en erf met de schuur annex, belend ten noorden Cornelis Groedt chirurgijn, ten oosten de Heerevaert, ten westen de Heerestraet, waarvoor de 40e penning aan de gaarder betaald wordt (geroyeerd op 17 mei 1735) 107.
              In Beverwijk sluit op 20 april 1730 108 Jan Cornelisz Schaap, oud-schepen en raad in de vroedschap, een overeenkomst met Bastiaan Pietersz Cuyper, wonende te Warmenhuizen, om koopmansschap te doen en te drijven met varkens in Noord-Holland en op andere plaatsen. Op 26 december 1731 109 is er een financiële regeling tussen Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap, en juffr. Gerrebreght Valckenburgh, laatst weduwe en erfgenaam van wijlen Willem Cornelis Schaap, met Pieter Cornelis Verheul en mr Jan Salm als borgen.
              In Wijk aan Duin verkoopt op 28 juli 1730 Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap van Beverwijk, aan Jan Gerritsz Kissema te Beverwijk een stuk land genaamd het Westendt van de Kuyperscroft, groot 1384 roeden, belend ten noorden de Kreusienlaan, ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten de verkoper, ten westen Cornelis Velsen en de erfgenamen van Pieter Rieuwerts, voor 300 gld, waarvoor een schuldbekentenis (betaald op 5 november 1731), verkopen op 10 juni 1732 Reyer Claasz wonende te Castricum en Jan Jacobsz wonende te Heemskerk, als geautoriseerd door de crediteuren van de boedel van Jannetje Schouten alhier overleden, aan Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap en oud-schepen van Beverwijk, een stuk weiland genaamd de Horn, groot omtrent 850 roeden, belend ten noorden Louris Jacobsz, ten oosten de weg, ten zuiden de koper, ten westen de Schouwbeek, voor 90 gld, verkoopt op 2 december 1732 Jan Cornelisz Schaap, raad en oud-schepen van Beverwijk, aan Gerrit Gerritsz Blad mede wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd de Kuyperscroft, groot 1561 roeden, belend ten oosten Jacob Moerbeek, ten zuiden de weduwe van Pieter Kool, ten westen Jan Kissema, ten noorden de Kreusienlaan, voor 300 gld, te betalen 1/3 gereed op Allerheiligen 1732 en op Allerheiligen 1733 en 1734, waarvoor een schuldbekentenis door Gerrit Gerritsz Bladt met als borgen Abraham van der Ende en Gerrit Willemsz Blad, beiden wonende te Beverwijk, en verkoopt op 2 juni 1734 Jan Koos wonende te Amsterdam, in huwelijk hebbende Juffr. Adriana van Coevenhoven, voor de helft, en als last hebbende van Jan Deutsz van Assendelft voor de helft, aan Jan Cornelisz Schaap, Hendrik Davitsz Krack, Sijmon Willemsz Mantje en Aerijan van Wijk een korentiende genaamd de Kerk- of Dullartstiende, ressorterende in of onder de Vrijheid van Beverwijk en in de banne van Wijk aan Duin, doende in de verponding ƒ 29-0-8, voor 3 gld 110.
              In Uitgeest verkoopt op 21 mei 1737 een gemachtigde van de heer Fransiskus Bernardus Cousebant aan Jan Cornelisz Schaep wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd Werdijn, groot 2675½ roeden, en de Uijterdijk van hetzelve groot 347 roeden, belend ten westen de Hemsloot, ten oosten Jan Heemstede, voor 245 gld 111.
              In Wijk aan Duin verkoopt op 21 november 1737 Jan Cornelisz Schaap, burgemeester en raad van Beverwijk, aan Mr Jonas Witzen, schepen en raad van Amsterdam, een stuk land genaamd het Cuijlcroftje, groot omtrent 814 roeden, belend ten zuiden Jan Heemskerk, ten oosten Cornelis Velsen, ten westen de Groote Houtweg, ten noorden de Kuikensweg, doende in de verponding ƒ 4-15-11, voor ƒ 160 112.
              Op 12 november 1738 testeert Jan Schaap, oud-burgemeester en raad van de stad Beverwijk, hij prelegateert aan Cornelis Schaep zijn zoon voor 800 gld comparants huis, erf en schuur waarin hij tegenwoordig de slachtersnering is exercerende, aan de Breestraet te Beverwijk, genaamd het Moeriaanshooft, strekkende voor van de straat tot achter aan de Achterweg toe, item het huis en erf binnen de gemelde stad op de Achterweg, strekkende voor van de straat tot achter aan Christoffel Hazewinckel, mitsgaders alle de gereedschappen tot de voorschreven slachtersnering behorende, en begeert voorts dat de voorschreven 800 gld en testateurs verdere nalatenschap door deszelfs gezamenlijke descendenten bij representatie zal worden genoten in egale portiën gedeeld, te weten door Cornelis Schaap voornoemd, Teunis Schaap, Guurtje Schaap, de kinderen van Sieuwtje Schaep, van Trijntje Schaap en de kinderen van Neeltje Schaep, en verklaart tot executeurs en voogden over zijn minderjarige erfgenamen te committeren zijn zonen Cornelis en Teunis Schaap, met zijn behuwdzoon Pieter Verheul, met uitsluiting van de weeskamer 113.
              In Beverwijk verkoopt op 1 juni 1739 Jan Cornelis Schaap, regerend burgemeester en raad, aan Teunis Gerrits Knaap, mede wonende alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot het erf van Salemon Beutiker die ook ten zuidwesten beled is gelijk ook het erf van het huisje van Klopje Backer daaraan gelegen zijn en ten noordoosten komen, voor 400 gld, en verkoopt op 7 februari 1743 Jan Schaap, regerend burgemeester en raad, aan Cornelis Schaap zijn zoon, oud-schepen, een huis, erf en schuur aan de Breestraat genaamd het Moriaanshooft, strekkende tot de Agterweg, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Berkhout en Jan Janse Sluys, ten zuidwesten de heer Petrus Hollebeek, voor 800 gld (vanwege een erfpacht is de totale koopsom 900 gld) 114.
              In Uitgeest verkoopt op 24 mei 1742 Jan Schaap wonende in de Beverwijk aan Jan Barentsz wonende op de Dam een Uijterdijk in de Buijtendamme, groot 347 roeden, voor 80 gld 115.
              In Uitgeest verkoopt op 21 mei 1743 Monsieur Cornelis Heemskerk aan Jan Schaep wonende in de Beverwijk een stuk land genaamd de Sijpershem, groot 2429 roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten oosten de weduwe van Gerrit de Jong, voor 260 gld 116.
              In 1749 compareren Maria Hartsink, weduwe van Jan Cornelisz Schaap en verder Cornelis Cornelisz Schaap, Teunis Schaap, Gijsbert Krak als in huwelijk hebbende Trijntje Knap, dochter van Trijntje Schaap, en Jan Verheul, meerderjarige zoon van Pieter Verheul en Sieuwtje Schaap, ingevolge testament van Jan Cornelisz Schaap van 12 november 1738 te Alkmaar bij notaris Arent Klaver, en wordt de inventaris opgemaakt van Jan Cornelisz Schaap overleden in Beverwijk op 18 december 1748 117. De inventaris bestaat o.m. uit 4 huizen met erf in Beverwijk, 3 stukken teelland in Wijk aan Duin, 4 stukken teelland in Heemskerk en 3 stukken weiland in Uitgeest.
              In Wijk aan Duin bekennen op 23 mei 1749 Cornelis Schaap, oud-schepen der stede Beverwijk, en Teunis Schaap, meerderjarige kindern en ex testamento erfgenamen ieder voor 1/6 van hun vader Jan Cornelisz Schaap, Gysbert Krak als in huwelijk hebbende Trijntje Knap, dochter van Trijntje Schaap verwekt bij IJff Knap mede een kind geweest van gemelde Jan Cornelisz Schaap, bij representatie voor een zesdepart erfgenaam, Jan Verheul meerderjarige zoon van Pieter Verheul verwekt aan Sieuwje Schaap mede een dochter geweest van meergemelde Jan Schaap, bij representatie voor een vijfdepart van een zesdepart, en dezelve Cornelis Schaap, Teunis Schaap en Pieter Verheul als aangestelde voogden van de verdere minderjarige erfgenamen van Jan Cornelis Schaap mitsgaders administrateurs derzelver goederen, alles ingevolge de testamentaire dispositie van 12 november 1738, alle comparanten wonende binnen de stede Beverwijk, bij openbare verkoop verkocht te hebben en bij dezen opdragen aan Mr Nicolaas Geelvink, heer van Castricum, oud-burgemeester der stede Amsterdam, een stuk teellland genaamd Teunencroft, groot 2623 roeden, belend ten zuiden Sievert Moniels[?], ten noorden Lammert Jansz, ten oosten de Schouwbeek, ten westen de Clyne Houtweg, voor 250 gld, idem aan Teunis Venhuijsen wonende in de jurisdictie van Heemskerk een stuk teelland genaamd de Hooge Croft, groot 1138 roeden, belend ten westen de Grote Houtweg, ten noorden de Kuijkersweg, ten oosten de Leencroft, ten zuiden het notwegje en de Leencroft, voor 160 gld, idem (zonder Gijsbert Krak) aan Gijsbert Krak wonende binnen de stede Beverwijk een stuk teelland genaamd Belt en de Kom, groot tezamen 2042 roeden, belend ten oosten de Heemskerkerweg, ten westen de Schouwbeek, ten zuiden Cornelis Klaver, ten noorden de weduwe van Louris Jacobsz, zijnde nog een jaar in huur aan Hendrik Davits Krak voor 15 gld 15 st, voor 5 zesdeparten, de koper al een zesdepart competerende, 66 gld 13 st 10 penn 118, op 17 mei 1749 dezelfde personen voor schout en schepenen van Uitgeest aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk 2 aan elkaar gelegen stukken land in de polder van de Broek, genaamd 't Werdijn en Sijpershem, tezamen groot 5104½ roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten westen de Hemsloot, ten oosten de weduwe van Gerrit d'Jong, voor 125 gld 119.
              In Uitgeest verkopen op 17 mei 1749 Cornelis en Theunis Schaap, meerderjarige kinderen en ex testamento erfgenamen, ieder voor 1/6 part, van hun vader Jan Schaap, Gijsbert Krak in huwelijk hebbende Trijntje Knap dochter van Trijntje Schaap verwekt bij IJff Cnap, bij representatie insgelijks voor 1/6 part erfgenaam, Jan Verheul, meerderjarige zoon van Pieter Verheul verwekt bij Siewtje Schaap, insgelijks voor 1/5 part in 1/6 part erfgenaam, Cornelis Schaap, Theunis Schaap en Pieter Verheul als aangestelde voogden over de verdere minderjarige erfgenamen van hem, Jan Cornelisz Schaap, mitsgaders administrateurs over derzelver goederen, alles volgens testament dd. 12 november 1738 voor notaris Arent Claver te Alkmaar en geautoriseerd door schepenen van Beverwijk in januari 1749, verkopen aan Cornelis Vierhuijse wonende aan de Hogendijk een stuk land in, bevorens buiten doch nu binnrn, bedijkt land, groot 2954 roeden, belend ten zuiden Gijsbert de Haas, ten oosten de schout Coevenhoven, ten noorden de koper, ten westen de dijk, voor 600 gld, aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk 2 aan elkaar gelegen stukken land in de polder van de Broek, genaamd 't Werdeijn en Sijpershem, tezamen groot 5104½ roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten westen de Hemsloot, ten oosten de weduwe van Gerrit de Jong, voor 195 gld, en aan Gijsbert Crak een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Langeland, groot 1055 roeden, belend ten oosten Claas Blauw, ten westen Pieter Wagemaker, ten zuiden de Vroomsloot, voor 10 gld 120.
          ondertr. (impost) 2° Beverwijk 31 jan. 1743 (impost ieder ƒ 30), tr. ald. 21 febr. 1743 Maria HARTSINCK, geb. Amsterdam 4 febr. 1690, overl. Beverwijk 21 juli 1751, dr van Karel HARTSINCK, bezat de buitenplaats Zeewijk te Beverwijk, en Anna Rebecca AMYA,
              Op 28 januari 1743 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Cornelis Schaap, raad in de vroedschap en regerend burgemeester van Beverwijk, en Maria Hartsink, laatst weduwe van Joannes Alderkerk 121.
              Op 22 mei 1743 122 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel van Maria Hartsink, huisvrouw van Jan Cornelisz Schaap, raad en regerend schepen. Op 9 december 1743 123 verandert Maria Hartsink, huisvrouw van Jan Cornelisz Schaap, haar beschikking van 22 oktober 1742 te Haarlem voor Sara de Vries, nu huisvrouw van Antony Scheepmaker, en legateert aan haar zoon Carolus Schulerus.
              In Wijk aan Duin verkoopt in 1749 Hendrik Kessel wonende te Beverwijk aan Mejuffrouw Maria Hartsinck, huisvrouw van Jan Schaap wonende aldaar, een stuk geestland genaamd de Bogterscroft[?], groot 907 roeden, belend ten oosten de Clijne Houtweg, ten zuiden en westen de kopersse, ten noorden de weduwe van Cornelis Heemskerk, voor ƒ 130 124.
              In 1751 wordt de inventaris opgemaakt van Maria Hartsink, overleden te Beverwijk op 21 juli 1751, laatst weduwe van Jan Cornelisz Schaap, ten verzoeke van Antonie Ruygrok de Jonge en Teunis Schaap 125; hierin wordt o.m. vermeld een huis, tuin en stalling in de Breestraat, en de buitenplaats Noorderwijk in Wijk aan Duin groot 14 morgen en 394 roeden, met nog meer nabij gelegen landerijen.
          ondertr. 1° Beverwijk 2 maart 1697, ondertr. (impost) ald. 2 maart 1697 (impost ieder ƒ 3 [wat haar betreft ten onrechte]), ondertr. (impost) Uitgeest 2 maart 1697 (impost ƒ 3 voor haar), tr. Beverwijk 17 maart 1697
          37. (<18) (>74, >75) Trijntje Theunis HEN, geb. ca. 1674, impost op begr. Beverwijk 12 juli 1723 (impost ƒ 3).
                 Uit dit huwelijk:
            1. Cornelis SCHAAP, geb. ca. 1698, schepen van Beverwijk, in 1740 rentmeester van de Gereformeerde Kerk te Beverwijk, impost op begr. ald. 16 nov. 1772 (impost ƒ 15), begr. ald. 16 nov. 1772 (gaarder, classis van 15 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), ondertr. (impost) Beverwijk 5 april 1752 (impost ƒ 6 voor hem, zij pro deo), tr. (schepenbank) ald. 23 april 1752 Marijtje WELAGEN, impost op begr. ald. 27 okt. 1768 (impost ƒ 15).
                In Uitgeest verkopen in 1754 de executeurs van het testament van Neeltje Braspoot, indertijd weduwe van Jan Bos, aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Helle, groot 1033 roeden, belend ten noorden Ziewert Willemsz, ten zuiden Claas Bel, voor 185 gld 126.
                In Wijk op Zee en Duin wordt in 1757 als Hondsbos morgengeld ontvangen van Cornelis Schaap ƒ 3.13.2 voor 4 morgen 54 roeden 48.
                In Uitgeest draagt in 1761 een gemachtigde van de heer Jacob Adriaan van Leewaarde, beiden wonende in de Beverwijk, op aan Cornelis Jansz Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Calvergras, groot 1638 roeden, belend ten oosten Cornelis Vierhuijsen, ten westen de weduwe van Nan Gorter, op 25 maart 1761 bij publieke veiling verkocht voor 14 gld 10 st 127.
                In Uitgeest verkoopt in 1771 Cornelis Bak, als last en procuratie hebbende van Cornelis Jansz Schaap wonende in de Beverwijk, aan Jan Bogaart wonende op Assum een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Helle, groot 1033 roeden, belend ten noorden Ziewert Willems, ten zuiden Claas Belten, voor 270 gld, te betalen 70 gld gereed en met een custingbrief van 200 gld te betalen in 4 termijnen 128.
                In 1759 testeren Cornelis Schaap, leenman van de hoge vierschaar van Blois, en Marijtje Wijlaagen, op de langstlevende 129.
            2. Teunis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 maart 1699 (doopgetuigen Dirck Teunisz en Aaltje Claas), jong gestorven.
            3. Trijntje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 april 1700 (doopgetuigen Willem en Neeltje Schaap), impost op begr. ald. 29 juni 1701 (impost ƒ 3).
            4. Sieuwtje Jans SCHAAP, ged. Beverwijk 2 juni 1701 (doopgetuigen Dirck Teunis en Aaltje Claas), impost op begr. ald. 15 juni 1734 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 20 febr. 1722 (impost ƒ 3 voor haar, hij pro deo), tr. Beverwijk 8 maart 1722  130 Pieter Cornelisz VERHEUL, begr. ald. 12 sept. 1775 (gaarder, classis van 30 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-).
                In 1734 testeren Pieter Cornelis Verheul en Ziewtje Jans Schaap, op elkaar 131.
                In Beverwijk verkoopt in 1736 Claas Robberts Onstee aan Pieter Verheul een huis, stalling en erf in de Bagijnesteeg, strekkende tot achter de stal van Jan Cornelisz Schaap, belend ten westen Hendrik Sanebeek, ten oosten de weduwe van Olfert Pietersz, ten zuiden Jan Cornelisz Schaap, voor ƒ 150 132.
                In Uitgeest verkoopt in 1773 Willem Verheul, ook als last hebbende van zijn zuster Trijntje Verheul, aan Daam Boekholt, wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder den Broek, genaamd het Kleijvelt, groot 1372 roeden, voor 150 gld 133.
                In Uitgeest verklaren in 1780 Adriaan van Coevenhoven en Pieter Wijngaarde, als executeurs van de boedel en voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Willem Verheul, in veiling verkocht te hebben en nu op te dragen, aan Cornelia van Rolte weduwe van Pieter Verhagen in de Beverwijk, de helft in een stuk land in de polder den Broek, genaamd Dirk Hannisven, groot in 't geheel 2606 roeden, belend ten westen de verkopers q.q., ten oosten Jan Cornelisz Schaap, voor 250 gld, en aan Trijntje Verheul, weduwe van Cornelis Knegjes in de Beverwijk, de helft in een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Osselant en Vijfgeers, groot in 't geheel 3556 roeden, belend ten zuiden Stekelhorn, ten noorden de Nauwe Laan, item de helft van een stuk land gelegen als voren, genaamd de Voorbruijnsven, groot in 't geheel 3773 roeden, belend ten westen Hendrik Kok, ten oosten de Molesloot, nog de helft in een stuk land gelegen als voren, genaamd de Kruijnven, groot in 't geheel 1526½ roeden, belend ten noorden de Nauwe laan, ten zuiden het Osselant en Vijfgeers, tezamen voor 1245 gld 134.
            5. Trijntje Jans SCHAAP, geb. 1 jan. 1703  130, ged. Beverwijk 7 jan. 1703 (doopgetuige Neeltje Schaap), impost op begr. ald. 12 sept. 1727 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 mei 1721 (impost ieder ƒ 3) IJf Cornelisz KNAP, veerschipper, gasthuismeester te Beverwijk, overl. 4 april 1729, wedn. van N.N., en die hertr. met Teuntje Mies SCHOTTEN.
                Op 26 februari 1729 compareren IJff Cornelisz Knap, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, weduwnaar van wijlen Trijn Jans Schaap, ter eenre, en Jan Cornelisz Schaap, als grootvader en bloedvoogd over de nagelaten kinderen van wijlen de voorsz. Trijn Jans Schaap, ter andere zijde. De eerste comparant is voornemens te hertrouwen; hij verklaart aan zijn kinderen samen ƒ 200, elk ƒ 100, uit te zullen reiken bij hun meerderjarigheid of huwelijk 135. Op 7 juni 1729 wordt de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van wijlen IJff Cornelisz Knap, ten verzoeke van Jan Cornelisz Schaap als voogd over zijn nagelaten minderjarige kinderen verwekt bij Trijntje Jans Schaap; deze bestaat o.m. uit een huis, schuur en erf op de Meerstraat en een schuit met zeil en treil 136.
                Op 13 mei 1722 testeren IJff Cornelisz Knap en Trijntje Jans Schaap; hij heeft een voordochter 137.
                In Beverwijk verkoopt in 1712 Joost Joosten Varenhorst, meester schoenmaker alhier, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper, een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan het Eijlant of anders op 't Weghje, belend ten oosten Cornelis Noom, ten westen Claes Pas, voor 145 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen 1712, 1/3 mei 1713 138.
                In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor ƒ 105 139.
                In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 54.
            6. Theunis Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1707, zie 18.
            7. Pieter Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 jan. 1709 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 25 jan. 1709 (impost ƒ 3).
            8. Neeltje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 april 1710 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 1 maart 1734 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 29 sept. 1730 (impost elk ƒ 6), tr. Beverwijk 15 okt. 1730 Jan SALM, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1698 (doopgetuige Trijntje Edelmans), schoolmeester ald., impost op begr. Beverwijk 10 april 1752 (impost ƒ 6), zn van Laurens Jacobsz SALM, schoolmeester, eerst in Wijk op Zee, vanaf 1507 in Beverwijk, koster, voorzanger, en Susanna Jans van de VELDE, die hertr. met Maria van ZANTEN.
                In 1735 testeren Jan Zalm en Maria van Zanten, op elkaar; hij benoemt Teunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee tot voogden over zijn voorkinderen 140.
            9. Guurtje Jans SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 sept. 1711 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 2 jan. 1747 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 15 jan. 1734 (impost ƒ 3 voor haar, hij wonende te Heemskerk), ondertr. (impost) Heemskerk 16 jan. 1734 (impost ƒ 3 voor hem), tr. Beverwijk 31 jan. 1734 (hij van Heemskerk) Teunis Gerritsz KNAAP, burgemeester ald., begr. ald. 3 okt. 1767 (gaarder, classis van 3 gld: 1:16:-, grote klok ½ uur 5:-:-).
            10. Willempje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 nov. 1712 (doopgetuige Juffr. Schaap), impost op begr. ald. 15 febr. 1713 (impost ƒ 3).
            11. Willem Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 juli 1714 (doopgetuige Juffr. Schaap), impost op begr. ald. 21 aug. 1714 (impost ƒ 3).
          38. (<19) Laurens Jacobsz SALM, schoolmeester, eerst in Wijk op Zee, vanaf 1507 in Beverwijk, koster, voorzanger, overl. Beverwijk 29 juni 1729  141, impost op begr. ald. 3 juli 1729 (impost ƒ 6), begr. ald. (Ned. Herv. Kerk),
              Op 6 juni 1683 doet Lourens Jacobse Salm belijdenis in Beverwijk. Op 22 april 1686 vertrekt Lourens Jacobse Salm met attestatie naar Oosterleek. Op 2 maart 1694 wordt te Haarlem door de Classis van de Hervormde Gemeente Laurens Salm als schoolmeester tot Wijk op Zee erkend en tekent Laurens Salm de formulieren. Op 8 april 1706 in BeverwijK 142: uyt midden van de vijff genomineerde schoolmeesters, geeligeert tot schoolmeester deser stede Lauris Salm, schoolmeester tot Wijck op Zee.
              In Wijk op Zee verkoopt in 1697 Cornelis Luijte aan Lauris Salm, koster en voorzanger van de gereformeerde kerk alhier, een huis en erve in de Kerckstraet, strekkende tot achter aan het erve van de weduwe van Engel Reijersz en Jan Pietersz, belend ten westen Jacob Pietersz Haacken, ten oosten Engel Claesz, voor 260 gld, en verkoopt in 1709 Lauris Salm, schoolmeester en voorzanger te Beverwijk, aan Jan Willem de Cooger een huis en erve in de Kerckstraet, strekkende tot achter aan het erve van de weduwe van Engel Reijertsz en Jan Pietersz, belend ten westen Claes Riewertsz, ten oosten Engel Claesz, voor 250 gld 143.
              In Beverwijk testeert in 1728 Laurens Salm aan zijn kinderen en zijn zoons dochter Jacobje, onder speciale vermelding van zijn ongehuwde dochter Lijsbet en van zijn zoon Jan, met als executeurs Jan Salm, Cornelis Busscher en Jeroen Cornelis Reght door Zee 144.
          ondertr. Alkmaar 17 aug. 1687 (hij jongeman, koster en voorzanger in de kerk van Oosterleek, zij jongedochter van Vianen, hebbende gewoond te Alkmaar in de Langestraat)
          39. (<19) (>78, >79) Susanna Jans van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 20 sept. 1666, overl. Beverwijk 4 april 1728  141, impost op begr. ald. 8 april 1728 (impost ƒ 6), begr. ald. (Ned. Herv. Kerk).
                 Uit dit huwelijk:
            1. Marijtje Laurens SALM, impost op begr. Beverwijk 10 febr. 1762 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 12 maart 1728 (hij pro deo, voor haar ƒ 6), tr. ald. 29 maart 1728 Jeroen Cornelisz REGTDOORZEE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 mei 1698 (doopgetuigen Jan Jeroensz en Aafje Joppen), impost op begr. ald. 28 maart 1760 (impost ƒ 3), zn van Cornelis Jeroensz REGTDOORZEE, huistimmerman, en Aaltje Cornelis SCHAAP.
                In Beverwijk testeren in 1733 Jeroen Cornelisz Reghtdoorzee en Marijtje Louris Salm, zij ziekelijk, op elkaar 145.
            2. Trijntje Laurens SALM, overl. Beverwijk 6 maart 1737, ondertr. (impost) 1° ald. 12 april 1714 (impost ƒ 6 voor haar, hij te Velsen), tr. ald. Jan Evertsz GRASKAMP, overl. vóór 1722, ondertr. (impost) 2° Beverwijk 12 juni 1722 (beiden pro deo) Cornelis Klaasz BUSSCHER, overl. 1735.
                Op 10 maart 1737 wordt de inventaris opgemaakt van Trijntje Louris Zalm, overleden Beverwijk 6 maart 1737, laatst weduwe van Cornelis Busscher, ten verzoeke van Jan Zalm, Theunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee als voogden over de minderjarige kinderen 146.
                In 1735 wordt de inventaris opgemaakt van Cornelis Busscher, ten verzoeke van Jan Zalm, Jeroen Reghtdoorzee en Teunis Janse Schaap, als voogden over Jan Cornelis Busscher, volgens opgave van de weduwe Trijntje Lourens Zalm 147.
            3. Heyltje SALM, impost op begr. Beverwijk 15 sept. 1759 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 1°/tr. ald. 14 april/6 mei 1736 Egbert MEIJBERGH, overl. vóór 1744, ondertr. 2°/tr. ald. 9/25 okt. 1744 Gerrit BERSLOO, broodbakker, impost op begr. Beverwijk 29 juli 1761 (impost ƒ 6).
                In Beverwijk bekent in 745 Gerret Bersloo, broodbakker te Beverwijk, in huwelijk hebbende Hylge Salm tevoren weduwe van Egbert Mijbergh, schuldig te wezen Nanning Cornelisz, koopman op de Koog, 200 gld, met als onderpand zijn huis op de Agterweg op de hoek van de Peperstraat (voldaan op 24 april 1758) 148.
                In 1738 testeren Egbert Meybergh en Heyltje Salm op de langstlevende 149.
            4. Jan SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 aug. 1698 (doopgetuige Trijntje Edelmans), schoolmeester ald., impost op begr. ald. 10 april 1752 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) 1° Beverwijk 29 sept. 1730 (impost elk ƒ 6), tr. ald. 15 okt. 1730 Neeltje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) ald. 2 april 1710 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. Beverwijk 1 maart 1734 (impost ƒ 3), dr van Jan Cornelisz SCHAAP, schepen, raad en burgemeester ald., en Trijntje Theunis HEN, ondertr. (impost) 2° ald. 15 april 1735 (impost voor hem 6 gld, zij pro deo), tr. Beverwijk 1 april 1735 Maria van ZANTEN.
                In 1735 testeren Jan Zalm en Maria van Zanten, op elkaar; hij benoemt Teunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee tot voogden over zijn voorkinderen 140.
            5. Lijsbeth SALM, impost op begr. Beverwijk 7 sept. 1706 (impost ƒ 6).
            6. Elisabeth SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 okt. 1707, zie 19.
          40. (<20) (>80, >81) Jacob Louisz de MUNCK., tuinman te Beverwijk, overl. vóór 2 mei 1732,
              In Haarlem machtigt in 1703 Jacob Louwisse de Munck, tuinman wonende in Beverwijk, zijn neef Huijgh Nagtegaal, wonende te Haarlem, voor hem op te treden in de boedel van wijlen Jan van der Graes, zijn neef, gewoond hebbende en overleden in Haarlem 150.
              In Beverwijk wordt op 31 maart 1681 en op 31 maart 1682 Jacob Louisz als mennist aangeslagen voor ƒ 5:0:0, waarvan ƒ 3:10:0 voor vrijstelling van de schutterij en ƒ 1:10:0 voor vrijstelling van de burgerwacht 151.
          ondertr. 1° (schepenbank) Beverwijk 8 nov. 1672 (Jacob Loysz de Munck, jongeman van Haarlem, wonende in Amstelveen, met Marijtje Paulus, jongedochter van Beverwijk, wonende alhier; ook ondertrouw in Nieuwer-Amstel), tr. ald. 4 dec. 1672 Maritje Paulusdr HUYSMAN, impost op begr. ald. 30 aug. 1682,
          ondertr. 2° (schepenbank)/tr. Beverwijk 27 juni/13 juli 1692
                 Uit het eerste huwelijk:
            1. Louis Jacobsz de MUNK, geb. ca. 1675, ged. (r.-k.) Beverwijk 8 jan. 1727 (catechisatie doorlopen, daarna gedoopt; zoon van Jacob de Munk en Marijtje Paulus Huysman, peter: Paulus de Munk), begr. Haarlem 19 april 1736, ondertr. 1°/tr. ald. 30 aug./13 sept. 1716 Anna GRAVE, overl. ald. 17 jan. 1722, wed. van Hendrik HELA, ondertr. 2°/tr. Haarlem 21 nov./5 dec. 1723 Christina 'Stijntje' MICHIELSDR, geb. Enkhuizen.
                In het Nederduitsch Gereformeerde lidmatenboek van Haarlem, op 10 januari 1727: gedoopt Louis Jacobse de Munk, echteman in de Beverwijk, op de Cingel buiten de Kleine Houtpoort, getuige Paulus de Munk, de broeder. [Dit is een opmerkelijk, gezien de Rooms-Katholieke doop in Beverwijk met dezelfde getuige 2 dagen eerder.]
            2. Paulus Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1679, ged. (nederd. geref.) Haarlem 5 jan. 1713 (doopgetuige Jan van Beveren), begr. ald. 5 juli 1729, ondertr./tr. ald. 3/17 juli 1712 Geertrui VERBRUGGE, ged. (nederd. geref.) Haarlem 6 nov. 1674, begr. ald. 4 juni 1741, wed. van Jan VLASBLOM.
          41. (<20) (>82, >83) Aegje Cornelisdr van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 juni 1673, impost op begr. Beverwijk 12 juni 1739.
              In Beverwijk verkoopt in 1726 Aechje Cornelis Steenis, weduwe alhier, zuster en enige erfgenaam van wijlen Marritje Cornelis Steenis indertijd weduwe en erfgenaam van Dirck Jansz Swager, aan Marritje Jacobs van der Meulen wonende te Westzaandam een huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten zuidoosten Claes Lourisz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Pietersz Backer, voor ƒ 375 152.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Cornelis Jacobsz de MUNK, ged. (nederd. geref.) Haarlem 9 april 1727 ('bejaerde'), tuinman, ondertuinman op de plaats van de heer Dutry in 1721, in 1727 met attestatie uit Haarlem in Heemstede gekomen, begr. Heemstede 24 nov. 1780, tr. ca. 1720 Caatje Jans van TRIEST, begr. ald. 7 mei 1759, dr van Jan van TRIEST en Marijtje LOUIS BOUDEWIJNS.
                  In het lidmatenboek van Haarlem, 11 april 1727: gedoopt Cornelis Jacobse de Munk, uit de Beverwijk, en Kaatje Jans van Triest van Haarlem, echtelieden aan de Heereweg, getuige Dirk Machielse van El.
                  Cornelis de Munck, weduwnaar van en in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met Caatje van Triest, voor de helft eigenaar, en Jan de Munk en Dirk Otter gehuwd met Aagje de Munck, enige kinderen en erfgenamen ab intestato van Caatje, tezamen eigenaars van de wederhelft, verkopen een huis aan de Meester Lottelaan of Napelslaan onder Heemstede voor 600 gld.
              2. Hendrick Jacobsz de MUNCK, geb. Beverwijk ca. 1700, ged. (r.-k. ('mennonist, 24')) ald. 2 mei 1725, zie 20.
              3. Jacob Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1705, ged. (r.-k. 'mennonist, 23') Beverwijk 23 jan. 1729, impost op begr. ald. 2 maart 1737 (pro deo), ondertr. (schepenbank) ald. 14 jan. 1729, ondertr. (impost) Beverwijk 14 jan. 1729 (beiden pro deo), tr./tr. kerkel. (r.-k.) ald. 30 jan. 1729 Antje Willems KLEYBROECK, overl. Overveen 12 april 1776, dr van Willem KLEIJBROECK en Maartje ARYENS, die hertr. met Albert Jansz van DIEREN.
                  Akte van huwelijkstoestemming te Beverwijk op 14 januari 1729: Jacob Jacobsz de Munck, jongeman, wonende te Beverwijk, geassisteerd met zijn moeder Aeghje Cornelis Stenis, en Antje Willems Kleybroek, geassisteerd met haar moeder Maartje Aeryens.
              4. Abraham Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1692, ged. (doopsgezind) Beverwijk 30 okt. 1718, ondertr. (pui) Amsterdam 26 mei 1726 (hij 33 jaar, zij 31 jaar), ondertr. (schepenbank) Beverwijk 10 mei 1726, ondertr. (impost) Amsterdam 8 mei 1726 (zij onvermogend), betoog verleend Beverwijk 26 mei 1726 Trijntje van der KRUYKE, geb. Monnickendam ca. 1694.
                  Op 2 juni 1727 kreeg Abraham de Munk attestatie van de doopsgezinde gemeente te Beverwijk, aldaar tot lid gedoopt op 30 oktober 1718 153.
              5. Isaack Jacobsz de MUNCK, begr. Bennebroek 14 jan. 1762, ondertr. 1° 9 juli 1723, tr. ald. 25 juli 1723 Geertruid van MINNE, overl. vóór 1732, tr. 2° Catharina van HEUKELOM, ged. Haarlem 26 dec. 1710, begr. Bennebroek 16 maart 1789.
                  Op 2 mei 1732 testeren Isaack de Munck en zijn vrouw Catharina van Heukelom, echteluiden wonende te Bennebroek, op de langstlevende, bij kinderen met uitsluiting van de weesmeester, anders als Isaack als eerste zou komen te overlijden zijn moeder Aagje Krelis van Stenis, weduwe van Jacob Louisz de Munck, in de enkele legitieme portie 154.
            42. (<21) (>84, >85) Panchras Thomisse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 aug. 1673 (doopgetuige Cornelis Banchrisse), overl. ald. 15 mei 1734,
            tr. 2° (r.-k.) Heemskerk 19 mei 1716 Huijgje EVERS, overl. ald. 13 juli 1753,
            tr. 1° (r.-k.) Heemskerk 30 aug. 1702
                   Uit het tweede huwelijk:
              1. Grietje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 11 juni 1716, overl./begr. ald. 2 sept. 1799, ondertr./tr. ald. 1/16 juni 1743 Theunis Engelsz HENNEMAN, zn van Engel CORNELISZ en Cornelisje JANS.
              2. Antje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 15 nov. 1717, ondertr. (impost)/tr. (schepenbank) ald. 3/26 april 1744, tr. kerkel. (r.-k.) ald. 26 april 1744 Jacob Laurisse STUIJFBERGEN.
                  In Heemskerk trouwt voor schepenen op 26 april 1744 Jacob Lourisz Stuijfbergen, j.m. van Castricum, met Antje Banckrisz, j.d. alhier.
              3. Maertje HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 febr. 1719.
              4. Cornelis HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 4 maart 1720.
              5. Marijtje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 mei 1721, overl. ald. 12 april 1762, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) ald. 4 juni 1748 Crelis Engelse (HENNEMAN), ged. (r.-k.) Heemskerk 7 juli 1705, overl. ald. 15 nov. 1762, zn van Engel CORNELISZ en Cornelisje JANS, wedn. van Antie THEUNIS.
              6. Crelis HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 19 okt. 1722.
              7. Aegtje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 9 jan. 1724, impost op begr. Beverwijk 29 febr. 1760 (pro deo).
              8. Cornelis Banckeris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 31 jan. 1725, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 24 aug. 1748 (hij van Heemskerk), tr./tr. kerkel. (r.-k.) ald. 8 sept. 1748 Aegje Lourens CLEYBROECK, wed. van Gerrit Jansz BOS.
              9. Symen Bancrisz HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 dec. 1728, begr. Beverwijk 27 sept. 1800 (gaarder, classis pro deo: 1:4:-, van de Roomse gemeente begraven), ondertr. (schepenbank) ald. 21 juni 1754, ondertr. (impost) ald. 21 juni 1754 (impost voor haar ƒ 3, hij pro deo), tr. Beverwijk 7 juli 1754 Jannetje van DIJK, ged. (r.-k.) ald. 6 nov. 1724, dr van Arijen Jacobsz van DIJCK en Fronica Symons SLOTEMAKER.
            43. (<21) (>86, >87) Jannitje LAURENS, overl. Heemskerk 13 nov. 1713,
            tr. 1° Jan FLORISSEN.
                   Uit het eerste huwelijk:
              1. Laurens JANSEN, ged. (r.-k.) Heemskerk 24 april 1701.
                   Uit het tweede huwelijk:
              1. Ariaantje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 juli 1702, zie 21.
              2. Thomas Bancrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 21 juli 1704 (doopgetuige Simen Thomisse).
              3. Maria Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 nov. 1705 (doopgetuige Jacob Laurense Decker).
              4. Pieter Bankrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 aug. 1707 (doopgetuige Lisbet Crelis), tr. Maertie.
              5. Anna Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 2 maart 1709 (doopgetuige Breghtje Laurens).
              6. Cornelis Bancrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 18 maart 1711 (doopgetuige Breghtje Laurens).
              7. Anna Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 17 nov. 1712 (doopgetuige Breghtje Laurens).
            44. (<22) (>88, >89) Balten Jansz van JESSEN, begr. Heemstede 6 juli 1697 (arbeidsman wonende bij de duinmeijer aan de Heereweg),
            ondertr./tr. (schepenbank) Heemstede 15 mei/12 juni 1661
                Op 15 juli 1702 155 leggen te Heemstede twee personen een verklaring af: „ter requisitie van Hendrick Bastiaensz in huwelijck hebbende Luytje Balten, Jan van Borsele in huwelijck hebbende Rijckje Baltes ende Hendrick Jans in huwelijck hebbende Antje Baltes item Abraham Baltesz, woonende alsoo alhier tot Heemstede uytgesondert Abraham Baltesz welcke tot Bennbroek woont, dat de voornoemde Luytje, Rijckje, Antje en Abraham Baltes zijn kinderen en eenige universele erffgenamen van Balte Jans en Cornelia Gerrits in haer leeven echteluyden en gewoont hebbende alhier tot Heemstede, dat de voornoemde Baltes Jansz alhier tot Heemstede is overleeden in den Jaere 1697 ende de voornoemde Cornelia Gerrits in den maent junij laastleeden”... .
            45. (<22) Cornelia GERRITS, bij huwelijk „van Overveen”, begr. Heemstede 24 juni 1720 (weduwe aan de Manpadsbrug).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Luitje BALTES, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 26 sept./17 okt. 1688, tr. kerkel. (r.-k.) Bloemendaal 17 okt. 1688 Heinric BASTIAENS, duinmeijer, bleker op de Glip.
              2. Abraham Baltensz van JESSEN, zie 22.
              3. Anna Baltens van JESSEN, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 25 april/16 mei 1700, tr. kerkel. (r.-k.) Berkenrode 16 mei 1700 Hendrik Jansz van DAERLE, bij huw. te De Glip.
              4. Rijckje Baltens van JESSEN, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 6 maart 1701/28 maart 1710, tr. kerkel. (r.-k.) Berkenrode 29 maart 1701 Jan Jansz van BORSELE, geb. Heijningen, bij huw. te Berkenrode.
            46. (<23) (>92, >93) Cornelis WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 nov. 1677 (vermoedelijk),
            ondertr./tr. (schepenbank) Eersel 10/27 jan. 1699
            47. (<23) (>94, >95) Johanna Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 3 aug. 1680.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Walterus WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 25 mei 1699.
              2. Maria Elizabetha WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 18 nov. 1700.
              3. Catharina WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 jan. 1703.
              4. Joanna WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 8 april 1704.
              5. Adamus WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 dec. 1706.
              6. Cornelius WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 12 febr. 1709.
              7. Helena WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 1 mei 1711.
              8. Elisabet Cornelisse WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 aug. 1713, zie 23.
              9. Hendrina WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 9 juni 1715.
              10. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 9 juni 1717.
              11. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 11 mei 1719.
              12. Catharina Petronella WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 14 juli 1720.
              13. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 4 mei 1721.
            48. (<24) (>96) Jan Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, tot leraar gekozen van de mennonistische gemeente ald. op 2 april 1714,
                In Broek op Langedijk verkopen in 1713 Jan Cornelisz Backer wonende in de Beemster, Jan Olofsz gerechtsbode te Hensbroek in huwelijk hebbende Maertje Cornelisdr, en Pieter Cornelisz de Boer getrouwd met Aeltje Cornelis wonende te Broek, aan Jan Cornelisz Keijser een huis en erf, belend ten noorden Jan Aelbertsz Blocker met de baan, ten zuiden Pieter Jansz Werf, ten westen de Burghsloot met [?], voor 160 gld, verkoopt in 1716 Frans Dirkse de Jonge aan Jan Dirxen [bedoeld is: Cornelisz] Keijser, Mennoleraar, een huis en erf in 't Noordeijnde, belend ten noorden Dirk Sijmons, ten zuiden de weduwe Griet Hendriks, ten westen verkoper met een voorhuis annex, voor 170 gld, verkoopt in 1717 Jan Kornelisz Keijser, mennon. leraar te Broek, aan Louris Jans Hillen een huis en erve op 't Noordeinde, belend ten zuiden Pieter Jansz Werf, ten noorden de weduwe van Jan Aelbertsz Blocker, voor 135 gld, en verkoopt in 1719 Frans Dirksz de Jong wonende op Texel aan Jan Kornelis Keijzer, mennon. leraar te Broek, een voorhuis en erve in 't Noordend, belend ten oosten de koper, ten noorden Dirk Sijmonsz 156.
                In Broek op Langedijk verkoopt in 1725 Willem Pietersz wonende te Wormerveer aan Jan Cornelisz Keijser, Mennogezinde leraar, 3 percelen zaadland, het eerste benoorden de Meijerssloot, groot 5 snees, belend ten oosten Aaltje Cornelis, ten westen Pieter Ellen, het ander in 't Lutjeland, groot 5 snees, belend ten oosten de Armen van Broek, ten westen Pieter Kaas, het laatste genaamd het War, groot 2 snees, belend ten oosten Aarjen Blocker, ten westen Frans Dirksz de Jong, voor 300 gld, en verkoopt in 1725 Cornelis Sijmonsz Kot aan Jan Cornelisz Keijser een endje zaadland groot 2 snees 8 roeden, belend ten oosten de koper mede ten westen annex, voor 60 gld 157.
                In Broek op Langedijk wordt in 1730, vermits het overlijden van Dirk Gerritsz Bergen, voogd over de kinderen van wijlen Jan Cornelisz Keijser, door de weesmeesters Dirk Kornelisz de Vries als voogd aangesteld, om nevens Willem Kornelisz zijn mede-voogd en de moeder te regeren 158.
                In Broek op Langedijk verkoopt in 1731 IJff Heijlemans aan Dieuwer Dirx, weduwe van Jan Cornelisz Keijser, een akkertje zaadland genaamd Aalt Jansackertje, groot 2 snees 18 roeden, belend ten westen de koopster, ten oosten Teunis Spoors, voor ƒ 104:0:0, verkoopt in 1731 Frans Jansz Backer, regerend schepen, met aggreatie van zijn mede-confraters, aan Dieuwer Dircx weduwe van Jan Cornelisz Keijser een leeg erfje in 't Noordend genaamd Daniels hofstede, beldn ten oosten de Heerestraat, ten westen de Burgsloot, ten zuiden de koopster, voor 4 gld, en verkopen in 1738 de voogden over de kinderen van Jan Cornelisz Keijser en Dieuwer Dirx aan Jan Hendriksz Salm een stukje land van omtrent 6 roeden, belend ten oosten voornoemde kinderen, ten westen de Agtergragt 159.
                In Broek op Langedijk verkopen in 1764 Aarjen Adamsz, Jantje Jans Keijsers, de weduwe van Dirk Jansz Keijser, en de weduwe van Kornelis Jansz Keijser wonende te Koedijk, aan Jan de Boer wonende te Zuid-Scharwoude een stuk weiland achter de huizen aan de Agterburgsloot, groot 6 geerzen 2 snees, belend ten zuiden Willem Keijsers erven, ten noorden Jacob Boogert, voor 524 gld 3 st 16 penn 160.
            tr.
            49. (<24) (>98, >99) Dieuwer DIRX, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Dirk Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 22 maart 1739, tr. Maartje Dirks DUIJN, overl. Broek op Langedijk tussen 24 febr. 1785 en 13 mei 1785, dr van Dirk Pietersz DUIJNMAN.
                  In Broek op Langedijk zijn in 1749 Aagje Aarjens [Boekjes] weduwe van Dirk Duijnman met en benevens Jan [Dirksz] Keijser en Cornelis Slot als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Dirck Duijnman geprocreëerd bij Aagje Aarjens, Pieter Dirksz Ellen voor zichzelf, Dirk Jansz Keijser in huwelijk hebbende Maartje Dirks, overeengekomen over de deling van de nalatenschap van hun vader wijlen Dirk Duijnman tussen de weduwe Aagje Aaryens van hun voornoemde vader overleden te Broek op Langedijk 161.
                  In Broek op Langedijk hebben de weesmeesters in 1753 Pieter Dirksz Ellen en Kornelis Dirksz Keijser aangesteld als voogden over de minderjarige kinderen van Dirk Jansz Keijser geprocreëerd bij Maartje Dirks Duijn, om benevens de moeder te regeren, en brengen in 1754 de voogden in 't weesboek een erfportie uit de boedel van hun oudoom Sijmon Dirksz Bergen, bestaande uit land en 33 gld 162.
                  In Broek op Langedijk in 1785 wordt door Maartje Dirks Duijn een codicil opgemaakt met een lijst van goederen voor haar zoon Willem Keizer en haar kleinzoon Jan Pietersz Swager, en delen Willem Keijzer en Willem Blokker als voogd met Pieter Swager als vader van Jan Swager, erfgenamen van Maartje Dirks Duijn alhier overleden, waarvan Willem Keijzer een zoon en Jan Swager een kleinzoon is, land 163.
              2. Cornelis Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, zie 24.
              3. Jantje Jansdr KEIJZER, ged. (mennon.) Langedijk 3 april 1746.
            50. (<25) (>100, >101) Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, op 24 april 1743 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente in Langedijk,
                In 1714 en 1721 is Louris Pietersz Rus pachter van vroonland, in 1723/4 koper van „'t Slick”, groot 1 morgen en 364 roeden, in de Vroonlanden. In 1738 164 heeft Louris Pieters Rus de 20e penning en 10e verhoging betaald over de nalatenschap van Grietie Cornelis, zonder descendenten overleden.
                In Koedijk verkopen in 1724 Gerrit Bouwentsz Slommer en Jan Pietersz Rus, samen voogden over de kinderen van Huijbert Bouwentsz Slommer overleden alhier, aan Jan Maertensz Slommer een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Louris Pietersz Rus [in 1710 de weduwe van Pieter Jansz Rus], ten zuiden Jan IJffsz Schotvanger [in 1710 Jan IJffsen] 165.
                In Oudkarspel in 1729 transporteert Christiaan Blom, deurwaarder van het thesaurierscomptoir van Alkmaar, aan Lourens Pietersz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Jan Allertsven bewesten en benoorden de Diepsmeer, groot in de verponding 8 geerzen 3 snees 10 roeden, belend ten noorden de weduwe van Jan Pietersz Rus, ten oosten en zuiden de ringsloot van dezelve meer, voor 105 gld contant en een custingbrief van 210 gld, gekocht in publieke veiling op het raadhuis van Alkmaar op 10, 11 en 15 december 1728, transporteert Louwris Pietersz Rus wonende te Koedijk, als last en procuratie hebbende van Pieter Jansz Wagenmaacker en Albert Pietersz Keijzer wonende op het eiland Wieringen gepasseerd aldaar (aan Den Oever) op 13 april 1729, aan Gerrit Bouwens Slommer mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Diepsmeer, groot omtrent 7 geerzen, belend ten westen Johannes Rijpland, ten oosten de erve Pieter Cornelisz Rus, in publieke veiling gekocht voor 85 gld, en verkopen Jan Hartland wonende te Koedijk als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen geteeld bij zijn overleden huisvrouw Maartje Ariens, Pieter Almertsz Boer wonende te Oudkarspel als voogd over de minderjarige kinderen van Anna Maartens Breeland en Jan van Twuijver wonende te Zuid-Scharwoude als voogd over het minderjarige kind van Jan Maartens Breeland, elk voor een derdepart, aan Louwris Pietersz Rus mede wonende te Koedijk een akkertje zaadland in de Diepsmeer, aan de Westkant, groot omtrent 14 snees, belend ten zuiden de erven van de Vrouw van Maasdam, ten noorden de erve Cornelis Aldertsz, voor 2 gld 166.
                In Koedijk verkopen in 1729 Pieter Almaertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel als voogden over de kinderen van Jan Pietersz Kuyper en Anne Maertens, overleden onder de banne van Harenkarspel, voor 1/3, de eerste comparant nog van het kind van Jan Maertensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude, voor 1/3, en Jan Hartland te Koedijk voor 1/3, aan Louris Pietersz Rus een boomgaardje van 1 snees op 't Noordeinde, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jacobsz, voor 16 gld, en verkopen Louris Willemsz voor de ene helft en de eerder genoemde kopers als hiervoor voor de andere helft aan Louris Pieters Rus zaadland op het Noordeinde, groot 7 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jansz Diepsmeer, voor 91 gld 167.
                In Warmenhuizen verkopen in 1735 de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westfriesland, inzake verkoping van geabandonneerde huizen en landerijen, aan Louris Pietersz Rus wonende te Koedijk grasland genaamd het land van Aris Schuijt, groot 9 geerzen 10 roeden, in de Greb, belend ten oosten de erven van Huijbert Slommer, ten westen Koddebos, ten noorden de ringsloot 168, waarvoor op 12 mei 1735 aan de gaarder over ƒ 2-2-0 de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
                In Oudkarspel verkoopt in 1735 Theodorus Heijmenbergh woonachtig te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Matthias Franciscus Cloet tegenwoordig wonende te Utrecht, aan Lourus Pietersz Rus wonende te Koedijk 2 stukken land het ene genaamd de Vuijle Greb, groot 4½ gars, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Vuijle Greb-sloot, het andere genaamd Oom Anges-land, groot 5 geerzen 8 snees 13 roeden, belend ten noorden Garment Dirksz, ten zuiden en westen de kinderen van Huijbert Slommer, voor 400 gld 169.
                In Koedijk verkoopt in 1740 Pieter Croon aan Lourus Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Garments, voor 100 gld, verkoopt in 1742 Jan Jansz de Groot getrouwd met Maartje Cornelis aan Louris Rus een hofsteetje, belend ten noorden Arie Dickstaal, ten oosten de koper, voor 40 gld, en verkoopt in 1747 Arien Grootzant te Nieuwe Niedorp aan Lourens Rus 1 gars 9 snees 8 roe in land genaamd de Benneweijt, groot in 't geheel 2½ morgen, op 't Noordend, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Hillebrand Schipper, voor ƒ 20:12:8 170.
                In Oudkarspel transporteren schout en schepenen, vanwege publieke verkoping door gecommitteerden op 12 januari 1741, aan Lourus Rus wonede te Koedijk 2 stukken land in de Diepsmeer, groot tezamen 17 geerzen 8 snees 13 roeden, afkomstig van Claas Hanse en Jan Vader, voor 10 gld, verkoopt in 1744 Claas Pover wonende te Koedijk onder onze banne aan Lourus Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Stam, ten noorden de erven van de heer Gerrit Warmenhuijsen, voor ƒ 90, verkoopt in 1741 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jansz weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig, de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0, verkoopt in 1747 Adriaan Groodsant wonende te Nieuwe Niedorp aan Lourus Rus wonende te Koedijk, eerstelijk ¾ in een stuk weiland gemeen met 't Gemene Land, groot 5 geerzen 11 snees 5 roeden, belend ten oosten de heer Heijmenberg, ten westen het Gemene Land, met nog een stuk weiland genaamd de Bennewijd, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden de Kleijmeersringsloot, voor ƒ 71, en verkoopt in 1750 Cornelis Baanman wonende te Koedijk aan Lourus Rus mede te Koedijk woonachtig een akker zaadland, groot 11 snees, belend ten zuiden Jan Jansz de Groot, ten noorden de Onweerssloot, voor ƒ 110 171.
            ondertr. (impost) Koedijk 16 nov. 1718 (impost ƒ 6)
            51. (<25) (>102, >103) Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Pieter Lourisz RUS, impost op begr. Koedijk 21 okt. 1720 (impost ƒ 3).
              2. Maartje Louris RUS, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, zie 25.
              3. Pieter Lourisz RUS, gedoopt als bejaarde en aangenomen (nederd. geref.) Koedijk 1755, overl. Harenkarspel, impost op begr. ald. 3 dec. 1781 (impost ƒ 6, om te Oudkarspel begraven te worden), impost op begr. Oudkarspel 3 dec. 1781 (impost ƒ 6), impost op begr. Koedijk 172 2 april 1782 (impost ƒ 3), begr. Oudkarspel 6 dec. 1781 (graf in de kerk gekocht voor ƒ 7:5:0, 't grote doodkleed ƒ 0:12:0), ondertr. (impost) Koedijk 2 maart 1754 (impost ƒ 6, samen), tr. ald. 17 maart 1754 Aaltje Jans GORTER, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 27 febr. 1729, begr. ald. 7 april 1800 als de weduwe van Pieter Rus (in de kerk, ƒ 12:13:0), dr van Jan GORTER.
                  In Oudkarspel verkoopt in 1759 heer Henricus van Wijk wonende te Alkmaar aan Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Dirk Jacobszweyd, groot 7 geerzen 3 snees, voor 590 gld 173.
                  In Koedijk verkoopt in 1769 Pieter Laurentsz Rus aan Cornelis Croon te Huijskebuurt onder Warmenhuizen een huis en erf op 't Noordend, belend ten noorden Maartje Laurens Rus, ten zuiden Dirk Pietersz, voor 500 gld, en verkoopt in 1770 Pieter Laurens Rus aan Jacob Volkers een akker zaadland gelegen in Del, belend ten westen Maartje Laurens, ten zuiden schout Diepsmeer, groot 8 snees, voor 142 gld 174.
                  In Oudkarspel verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk aan de weduwe van Jacob Butter wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten noorden Cornelis Bies, ten zuiden Cornelis Stam, voor ƒ 116, verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus aan Cornelis Jansz IJffs, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, genaamd Dirk Jacobsweijd, belend ten zuiden IJff Bouwens, ten noorden Jan d'Groot, voor ƒ 290, en omgekeerd koper aan verkoper een stuk weiland, groot 7 geerzen 2 snees, belend ten zuiden Pieter Boldewijn, ten noorden Arien Hoogwater, voor ƒ 225, verkoopt in 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor ƒ 240, en verkoopt in 1771 de rentmeester-generaal van Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. aan Pieter Lourisz Rus een vierdepart in een stuk weiland gemeen met de koper, genaamd Rentenaar, groot 2 geerzen 2 snees 18 roeden, voor nihil 175.
                  In 1777 compareren Jan Keyser en Cornelis Tijsse als voogden over de vier minderjarige kinderen van Pieter Laurens Rus wonende in de Woutmeer; deze kinderen krijgen elk 200 gld als legaat van de onlangs overleden Cornelis Rus de Oude volgens het testament van 18 april 1771 voor notaris Bootsman; de vader Pieter Laurentsz Rus stelt tot zekerheid 7 geers land onder Oudkarspel en 6 geers land genaamd Ouwejansweid 176.
                  In Schoorl bekende in 1777 Pieter Lourisz Rus van Langedijk bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Dirk Garmentsz te Koedijk, een stukje bosland in de Aagtdorperpolder, groot 67 roeden, belend ten oosten de erven van Reyer Kruyf, ten westen de kerk van Schoorl, voor 20 gld, item groot 25 roeden, belend ten zuiden IJff Bouwensz, ten noorden de erven van Guurtje Cornelis, voor 42 gld, item groot 11¾ roe, belend ten oosten Jacob Spierdijk, ten westen Cornelis Stam, voor 18 gld 177.
                  In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Cornelis Pietersz Kroone wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de koper, voor ƒ 777, en aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor ƒ 650 178.
                  In Oudkarspel is in 1802 Jan Keijzer wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk 600 gld schuldig, tegen een interest van 4 gld ten honderd, aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Harenkarspel gewoond hebbende, verbindende daarvoor een stuk weiland in deze banne ten noorden van Koedijk gelegen, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd op 2 april 1806) 179.
                  Op 14 december 1772 geven Jan Gorter de Jonge, Pieter Rus als in huwelijk hebbende Aaltje Gorter en Cornelis Bijpost als getrouwd met Maartje Gorter, dezelve Aaltje Gorter en Maartje Gorter elk door haar man geassisteerd en gequalificeerd, broer en zusters en tezamen voor de helft erfgenamen ab intestato van wijlen Cornelis Gorter, wonende de eerste comparant in de Zijp en de andere onder Haringcarspel, machtiging aan hun vader Jan Gorter [wonende te Oudkarspel], voor de wederhelft erfgenaam van zijn zoon Cornelis Gorter, om hun aandeel in 3 huizen en een stukje land in Alkmaar te verkopen 180.
            52. (<26) (>104, >105) Arien Harksz HOUDEWIND, in 1718 diaken te Schoorl,
                In Warmenhuizen verkoopt in 1721 Adriaan Harksz Houdewindt wonende te Groet aan Teunis Sijmensz Overs[loodt], weesmeester, de helft in een stukje rietland, geroot in 't geheel omtrent 3 geerzen, gemeen met de koper, in de Greb, genaamd de Bijlkamp, belend ten zuiden de diaconie van Koedijk, ten noorden Pieter Decker, ten oosten de ringsloot, met de oude waarbrieven, voor 75 gld 181.
            tr. 2° Maertje Pieters COSTER,
                Op 18 januari 1724 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arie Harksz Houdewint, weduwnaar te Groet, en Maertje Pieters Coster, meerderjarige jongedochter. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen uit dit of eerder huwelijk, zal zij de helft van zijn nalatenschap krijgen. Als zij de eerststervende is zonder kinderen, zal hij alles hebben wat zij met de dood omntruimt. De langstlevende zal eventueel voogd of voogdesse over de kinderen zijn, met uitsluiting van de weeskamer. 182
                Op 3 juli 1745 transporteren Pieter Huijsman wonende te Groet als in huwelijk hebbende Maartje Pieters Koster eerder weduwe van Arien Harkze Houdewind, mitsgaders dezelve Maartje Pieters Koster geassisteerd met haar voornoemde man, aan Dirk Kruijt een obligatie van 900 gld gesteld op de naam van Evert Teunisz als voogd van Adriaan Harksz Voordewind dd. 1 juli 1704, welke obligatie aan de voornoemde Maartje Pieters Coster bij afdeling tussen haar en haar kinderen in huwelijk verwekt bij de voornoemde Adrien Harksz Houdewind dd. 22 juni 1745 in eigendom is aanbedeeld 183.
            tr. 1°
                Op 14 april 1718 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arien Harksz Houdewint wonende in de banne van Schoorl, geassisteerd met Jan Kuijper zijn oom en voogd mede wonende aldaar, en Aeltje Fredricks, geassisteerd met Fredrick Jansz haar vader insgelijks wonende in de jurisdictie van Schoorl. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen krijgt zij de helft van zijn nalatenschap. Als zij als eerste sterft zonder kinderen zal hij de goederen door haar ingebracht en de goederen staande huwelijk door haar aangeërfd aan haar erfgenamen moeten uitkeren. 184
                     Uit het tweede huwelijk:
                1. Neeltje Ariaansdr HOUDEWIND, impost op begr. Schoorl 1 febr. 1800 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 mei 1752 (impost ƒ 3 voor beiden) Hendrik Aalbertsz WOLBRINK, impost op begr. ald. 28 febr. 1763 (pro deo).
                    In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jongh wonende te Hargen 500 gld schuldig te zijn aan Neeltje Arians Houdewint wonende te Bregtdorp, tegen 3 percent in 't jaar, met als onderpand een huis en erf te Hargen en 2 stukken weiland in de Hargerpolder (voldaan 22 febr. 1789). 185.
                    In 1754 zijn Hendrik Wolbrink & Neeltje Ariensdr Houdewind lidmaten in Bregtdorp.
                2. Antje Ariens HOUDEWIND, impost op begr. Bergen (N.-H.) 17 febr. 1775 (impost ƒ 3, overleden in de Molenbuurt), ondertr. Alkmaar 8 juli 1753, attestatie om te trouwen ald. 22 juli 1753 (naar Bergen), tr. Bergen (N.-H.) 22 juli 1753 Pieter BEEMSTER.
                    In 1766 testeren Pieter Beemster en Antje Ariens Houdewind, echtelieden, wonende te Bergen. Indien er geen kinderen zijn op de langstlevende, maar na dode van de langstlevende zal de gemeenschappelijke boedel half om half verdeeld worden onder hun naaste vrienden. Als zij als eerste overlijdt en haar moeder dan nog leeft krijt die de blote legitieme portie. 186
                    In 1781 testeert in Bergen Pieter Beemster. Hij herroept zijn eerdere beschikkingen, in het bijzonder die van 30 september 1766. Als erfgenaam van zijn helft (de andere helft komt aan de vrienden van zijn overleden huisvrouw) benoemt hij zijn neef Arie Maartensz, bij diens vooroverlijden zijn huisvrouw Jannetje Jansdr Krap, en als die ook overleden is Antje Aarjens hun dochter. 187
                3. Trijntje Ariensdr HOUDEWIND, overl. Schagen (aan de Slikkerdijk) 31 mei 1794, impost op begr. ald. 1 juni 1794 (impost ƒ 3), ondertr. Zijpe 31 dec. 1757, ondertr. (impost) ald. 31 dec. 1757 (pro deo), tr. ald. 15 jan. 1758 Cornelis Jansz HOUVAST, impost op begr. Zijpe 26 juli 1776 (impost ƒ 3).
                    In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jonge wonende te Hargen schuldig te zijn aan Tryntje Arians Houdewind wonende aan de Wieringerwaard 500 gld, met als onderpand 2 stukken land in de Hargerpolder en nog 7 stukjes land 188.
                    In 1793 compareerde voor weesmeesters van Wieringerwaard Trijntje Ariens Oude-wind, weduwe van Cornelis Houvast, met een verklaring van de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie te Amsterdam dat haar zoon Jan Cornelisz Houvast, die naar Oost-Indië was uitgevaren, op 6 november 1786 was overleden, en verzocht de gelden van voornoemde zoon in de weeskamer berustende, namelijk 3 gld 3 st voor het bewijs van zijn vader en 36 gld 4 st wegens een vierde gedeelte in de erfenis van Pieter Cornelisz Voorman die een oom is geweest van haar zoon, tezamen bedragende ƒ 39:7:0, aan haar te geven 189.
                    In 1794 bekent Cornelis Pietersz Slik wonende in de Wieringerwaard 200 gld schuldig te zijn aan Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk tussen Schagen en de Zijpe, geleend op 1 januari 1794 en af te lossen op 1 januari 1795, prelegateert Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk bij de Westvriesche Dijk, ziek te bedde liggende, aan haar zoon Arien Houvast het huis dat zij thans bewoont en stelt tot voogd over haar na te laten kinderen Cornelis Queldam, hoofdingeland van de Wieringerwaard, en wordt de waarde van de boedel van wijlen Trijntje Ariensdr Houdewind, gewoond hebbende aan de Slikkerdijk en aldaar op 31 mei 1794 overleden, gesteld op ƒ 562:2:0, door Arien Houvast, Arien Gerritsz Smit in huwelijk hebbende Maartje Houvast wonende te Oudkarspel en Cornelis Queldam als voogd over Antje Houvast, welke Arien, Maartje en Antje de enige nagelaten kinderen en erfgenamen ab intestato zijn 190.
                4. Sijtje Ariens HOUDEWIND, ondertr. (impost) Koedijk 21 dec. 1765 (impost ƒ 6 samen), tr. ald. 5 jan. 1766 Jan Cornelisz SMIT, ged. (nederd. geref.) ald. 2 jan. 1735, zn van Cornelis Jansz SMIT en Maartje JANS.
                5. Maartje Ariens HOUDEWIND, impost op begr. Bergen (N.-H.) 16 sept. 1794 (pro deo, overleden op Oudburg), tr. Zijpe 3 april 1763 Cornelis NEEF, geb. ald., die hertr. met Ariaantje KWAK.
              53. (<26) (>106, >107) Aaltje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 okt. 1690, doet belijdenis ald. 23 nov. 1711, overl. vóór 1724.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Hark Ariensz HOUDEWIND, zie 26.
              54. (<27) (>108) Arien Jansz MEEG, schepen (1745-1753) 23, weesmeester (1741-1763) 23 van Koedijk, pacht vroonland in 1720 en 1721, impost op begr. ald. 20 aug. 1772 (impost ƒ 3),
                  In Koedijk verkoopt op 11 mei 1723 Jan Cornelisz Hoogwater wonende in Uitgeest aan Arien Jansz Meegh een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden de Blauwe Camer, ten noorden Cornelis Jansz Visser, met een tuintje liggende over de Agtergraft, belend ten noorden Jan de Groot, ten zuiden de Veersloot, voor ƒ 312, en verkoopt op 5 mei 1729 Cornelis Heijlemantse zoon van Heijleman Cornelisz wonende in de Schermeer aan Arien Jansz Meegh een akker zaadland genaamd Pajebos, groot omtrent 20 snees gelegen bezuiden de Diepsmeer, belend ten noorden Pieter Jansz Diepsmeer, ten zuiden de heer de Graeff, voor ƒ 60 191.
                  Op 1 september 1759 192 testeert Jacob Jansz Tomas te Koedijk aan zijn broeders zoon Jan Ariensz Meeg, diens zuster Dieuwertje Meeg, in huwelijk hebbende Hark Ariensz Houwdewind, en hun halve broeder Pieter Ariensz Meeg. Op 25 augustus 1771 193 testeert te Alkmaar Arien Jansz Meeg, won. te Koedijk, laatste huisvrouw Maartje Jacobs Bobeldijk, aan Jan Ariens Meeg, aan Dieuwer Meeg huisvrouw van Hark Houdewind, en de rest aan zijn zoon Pieter Meeg.
                  In Koedijk hebben op 31 januari 1760 Jan Ariensz Meegh ter eenre, Pieter Ariensz Meegh ter tweeder zijde en Hark Houdewind als in huwelijk hebbende Dieuwertje Ariens Meegh ter derder zijde, de laatste woonachtig te Schoorl, tezamen geïnstitueerde erfgenamen van hun oom Jacob Jansz Tomas, alhier op 9 september 1759 overleden, volgens testament van 1 september 1759 voor notaris Croll te Alkmaar, provisioneel gedeeld de meubelen, huisraad, boeren- en bouwgereedschap en wat dies meer is door hun voornoemde overleden oom met de dood ontruimd. Zij verklaren dat de eerste comparant in eigendom genomen heeft het huis en erf onder Koedijk en 't stuk land te Bergen, aan hem geprelegateerd, dat zij samen verkocht hebben de helft in een akker zaadland in Oudkarspel, groot in t'geheel 18 snees, genaamd 't Breedje, belend ten noorden Koutoord, ten westen Arie Hendriksz, en alsnu in alle min en vriendschap verdragen zijn over de deling van de andere goederen (bestaande uit 3 stukken land in Koedijk, 4 stukken land in Oudkarspel en een geldbedrag van ƒ 225:12:0). 194
              ondertr. (impost) 2° Koedijk 7 febr. 1722 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 22 febr. 1722 Maartje Jacobs BOBELDIJK, ged. (nederd. geref.) ald. 8 nov. 1693, impost op begr. Koedijk 10 jan. 1767 (impost ƒ 3), dr van Jacob Pietersz BOBELDIJCK en Celij LUBBERTS,
              ondertr. (impost) 1° Koedijk 28 dec. 1715 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 12 jan. 1716
                  In 1722 verklaarde Arien Jansz Meegh voor hun moeders erfenis te bewijzen aan Jan (4 jaar) en Dieuwer Ariens (1 jaar), zijn kinderen geprocreëerd bij wijlen zijn huisvrouw Anne Hendricks, met genoegen van Cornelis Claesz Groot en Cornelis Ariensz Nierop als aangestelde voogden, eerstelijk al hun moeders kleren, met de bloedkoralen ketting en goudslotje daaraan, en daarenboven voor ieder kind 50 gld, te betalen ten mondigen dage of huwelijksen staat. Op 6 juli 1761 is bij kwitantie van Hark Ariensz Houdewint als in huwelijk hebbende Dieuwertje Ariens Meegh in dato 5 maart 1774 en van Jan Ariensz Meegh in dato 2 mei 1751 gebleken dat zij door hun vader zijn voldaan. 195
                       Uit het tweede huwelijk:
                  1. Aaltje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 april 1723.
                  2. Jacob Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 nov. 1724, impost op begr. ald. 6 jan. 1725 (impost ƒ 3).
                  3. Trijntje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 juli 1726, impost op begr. ald. 13 maart 1728 (impost ƒ 3).
                  4. Aaltje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 15 febr. 1728.
                  5. Pieter Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 sept. 1729.
                  6. Jacob Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 juli 1732, impost op begr. ald. 13 april 1801 (pro deo).
                55. (<27) (>110, >111) Anna Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 april 1687, impost op begr. ald. 9 sept. 1720.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Jan Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 mei 1718, boer, impost op begr. ald. 24 april 1793 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 1° ald. 18 april 1750 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 3 mei 1750 Maartje Klaas APPETIJD, ged. (nederd. geref.) ald. 24 maart 1726, impost op begr. ald. 16 sept. 1765 (impost ƒ 3), dr van Claas Jansz APPETIJT en Dieuwer JANS, bij huwelijk jongedochter van Noord-Scharwoude, ondertr. (impost) 2° Koedijk 27 juli 1771 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 11 aug. 1771 Maartje Pieters HARTLAND, ged. (nederd. geref.) ald. 21 mei 1741, overl. Koedijk, impost op begr. ald. 14 febr. 1800 (impost ƒ 3), dr van Pieter Jansz HARTLAND en Guurtje ARIENS.
                      In Noord-Scharwoude verkoopt in 1751 Cornelis Hoogschagen, gerechtsbode in de Zuid-Zijpe wonende in Putten, met procuratie van de erfgenamen van heer Theodorus Heijmenbergh te Alkmaar overleden, aan Jan Aarjens Meegen wonende te Koedijk een akker zaadland van 16 snees gelegen in de Diepsmeer, belend ten zuiden Claas Luijt, ten noorden Cassels Pietje, voor 4 gld ieder snees, bedragende een somme van 64 gld in contant aangeteld geld, en verkoopt in 1764 Elbert Hoogcarspel wonende te Enkhuizen aan Jan Aarjensz Meeg wonende te Koedijk een akker zaadland bezuiden de Diepsmeerse molen, groot 12 snees, belend ten zuiden Claas Luijt, ten noorden Aarjen Meeg, voor 14 gld gereed geld 196.
                      In Koedijk bewijst in 1771 Jan Ariensz Meeg, voornemens te hertrouwen, aan Jacob, oud 20, en Arien Jansz Meeg, 12 jaar, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Maartje Claas Appeteyt in huwelijk verwekt bij Jan Ariensz Meeg, hun moeders erfdeel, waarvoor tot voogden aangesteld zijn Cornelis Appeteijt, Pieter Meegh en Jan Jansz Nierop, allen wonende alhier, nl. (1) een stuk land genaamd de Boog in de Middel Reekerpolder onder Bergen, groot 3 geerzen, belend ten oosten de Jaagweg, ten westen Jan Hendriksz van Brussel, (2) een akker zaadland onder Noord-Scharwoude aan de Somersloot, groot 16 snees, belend ten zuiden Cornelis Appeteijt, ten noorden de weduwe van Pieter Sinter, (3) een derdepart in het levendige vee dat hij Jan Meeg op meerderjarigheid of eerdere trouwdag van zijn voornoemde zoons zal hebben, (4) elk een bed met toebehoren 197.
                      In Koedijk verkopen in 1722 schepenen als regenten van Koedijk aan Jan Meeg 2 geerzen 9 snees 2¼ roe in een stuk land genaamd 't Rijpland, in 't geheel 5 geerzen 8 snees 16 roeden, voor ƒ 150 198.
                      In Koedijk worden in 1800 Jan Ariensz Hartland en IJf Gerretsz IJfsz wonende alhier tot voogden aangesteld over Pieter Jansz Meegh, nagelaten minderjarig kind van Jan Meegh en Maartje Pieters Hartland; op 14 februari 1805 is de rekening geapprobeerd in presentie van Pieter Jansz Meeg, thans meerderjarig 199.
                  2. Dieuwertje Ariensdr MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 sept. 1720, zie 27.
                56. (<28) (>112, >113) Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, schoenmaker, diaken te Westgraftdijk (als zodanig vermeld in 1797 en 1708), ouderling ald. (in 1720 en 1728), impost op begr. Graft 2 sept. 1749, begr. (onvermogen, Claas Ariaansz te Westgraftdijk),
                    In april 1699 verkoopt Claes Jansz Anderman, meerderjarige jongeman wonende op Sardam, aan Claes Adriaensz Willigrijp, buurman op Graftdijk, een huis en erf met akker op Graftdijk benoorden de sluis, voor 110 gld 200. In 1697 en 1698 heeft Claes Adriaensz Willigrijp onder Driehuizen en de Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1698 bovendien een huis in Graftdijk („extra verponding Claes Adr: Willigrijp vant huijs 1:4:-, 't land 3 huysen te amplieren”), in 1699 wordt behalve het huis ook het land onder Graftdijk vermeld, met „Anne Pieters en haer kinderen” bij „Wigger”, in 1700 wordt onder Graftdijk behalve het huis als land genoemd „in Koekemeed”, „Ariskamp naar Claes Sloten” en „nog koekemeed” 201.
                    In Zuid- en Noordschermer veilt op 12 januari 1700 Claes Adriaensz Willigrijp een stuk land in de Buremade in de banne van Graft genaamd de Lange Acker, groot omtrent 3½ achel, belend ten zuiden Jacob Gerretsz, ten noorden Jan Cornelis de Wit, ten westen Willem Dirxz Smith; koper is gebeleven Claes Sloten Oremus op ƒ 32, borgen zijn Jacob Collis en Claes Voormaij 202.
                    In Graft in 1700 verkoopt Claes Adriaen Willigrijp, buurman op Graftdijk, aan Anna Pieters, buurvrouw op Driehuizen, en haar kinderen geprocreëerd bij Jan Adriaensz, een stuk land genaamd Wigger, groot 5 achelen 34 roeden 8 voeten, nevens het Westerse Leigat, belend ten oosten de koper, ten westen Jacob Jansz Collis, voor ƒ 205-3-12, verkoopt Jan Dircksz Jonker, buurman te Graft, aan Claes Adriaensz Willigrijp buurman op Graftdijk een akker land, groot omtrent 1¼ achel, bij Koekemeed, belend ten oosten de vaarsloot, ten westen en noorden de verkoper, ten zuiden Willem Dirksz Smit, voor ƒ 45, en verkoopt Claes Adriaensz Willigrijp aan Claes Pietersz Slooten, buurman in 't Noorteijnt, een akker land genaamd Ariskamp, groot ruim 3 achelen, in de West, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Cornelisz Wit, voor ƒ 106 203.
                    In Graft verkoopt op 21 februari 1719 Willem Adriaans Voogt wonende te Westgraftdijk, namens de voorzoon Jan Kornelisz wonende te Krommeniedijk van zijn vrouw, aan Klaas Ariaansz Willigrijp wonende te Westgraftdijk een huis en erf aldaar, belend ten noorden Kornelis IJsbrantsz, ten zuiden Kornelis Jacobsz Groen, voor ƒ 33-7-0 gereed en een custingvrief van ƒ 116-13-0 204.
                tr. 1° N.N.,
                ondertr. (impost) 2° Graft 22 aug. 1699
                    In 1709 en in 1718 zijn Claas Adriaansz Willigrijp en Weijntje Jacobs in 't Noordend lidmaat te Westgraftdijk.
                57. (<28) (>114) Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, impost op begr. Graft 26 jan. 1737 (impost ƒ 3, Wijntje Jacobs, huisvrouw van Claes Willigrijp schoenmaker te Westraftdijk).
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 26 sept. 1700.
                  2. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 okt. 1702, impost op begr. ald. 30 dec. 1774, tr. Pietertje CORNELIS, impost op begr. Graft 29 juni 1752.
                      In Graft is in 1759 Jacob Claesz Willigrijp, weduwnaar van Pietertje Cornelis, als vader van zijn 2 minderjarige kinderen verwekt bij gemelde Pietertje Cornelis, met namen Cornelis, oud 22 jaar, en Claes, 21 jaar, met Harmen Claesz oom van de kinderen en Cornelis Graftdijk, als aangestelde voogden, overeengekomen dat hij als moederlijke erfenis zal bewijzen aan Cornelis het hekelhok te Westgraftdijk bewesten comparants huizinge bij de Sluijs en aan Claas een stukje land, groot omtrent 5 achelen, in de banne van Graft bij de Vinckhuijsen aan de dijk, belend ten westen Jacob Voogd, ten oosten de Zeevarende-buulvoogden, en verder de kinderen zal onderhouden, enz. 205.
                      Op 28 maart 1768 is Jacob Willigrijp op de Sluijs lidmaat in Westgraftdijk, op 29 september 1769 is Jacob Willigrijp op de Sluijs met twee zoons en twee dochters lidmaat in Westgraftdijk, in 1770 wordt Jacob Willigrijp 'broeder' genoemd.
                  3. Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, zie 28.
                  4. Dirk Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 13 dec. 1711.
                  5. Maartje Claes WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 20 nov. 1712.
                  6. Arien Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 27 sept. 1716, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 4 maart 1735, schoolmeester te Marken, secretaris ald., overl. kort vóór 20 mei 1764, tr. Trijntje Pieters BRUIJN.
                60. (<30) (>120, >121) Cornelis Feddesz de VRIES, in 1716 gekozen tot leraar van de mennonistische gemeente in Langedijk, in 1722 vermeld als diaken van de mennonistische gemeente ald., in 1716 is Cornelis de Vries pachter van vroonland,
                    In Broek op Langendijk verkoopt in 1688 Cornelis Jansz Maat wonende te Noord-Scharwoude aan Cornelis Feddes een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, aan de Geestmerambagts Oosterdijk, belend ten oosten voorschreven dijk, ten westen Zuyderdel, met 4 st jaarlijkse erfpacht aan het grafelijkheidscomptoir, verkopen in 1690 Dirck Jansz Hensbroek en Cornelis Symonsz Hensbroek als voogden over de kinderen van Jan Willem Ettes bij wijlen Tryn Louris, aan Cornelis Feddesz een huis en erf in de Kerkebuurt, belend ten oosten de heer Araat, ten westen de Burgsloot, ten zuiden Aarjen Reus, ten noorden Jan Maerten Post, en verkoopt in 1693 Aegt Louris, weduwe en boedelhoudster van Pieter Garbrantsz, aan Cornelis Feddesz een huis en erf in de Kerckebuirt, belend ten noorden Aerjan Post, ten zuiden Hendrik Ridder, ten westen de Burgsloot met de voorwerf 206.
                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Feddes aan Jan Pietersz Rijswijk chirurgijn een erfje aan de Geestmerambachts Oosterdijk naast 't Zuijderdel waar door de koper het huis erop gekocht en afgebroken is, belast met 4 st erfpacht aan de Grafelijke Domeinen, verkoopt in 1697 Dirk Claesz Backer burgemeester te Oude Niedorp aan Cornelis Feddesz een stukje zaadland van omtrent 24 roeden, belend ten westen Guurt Aris annex, ten oosten Jan Aelberts Blocker, verkopen in 1697 de erfgenamen van zal. Hendrik van Bronkhorst wonende te Amsterdam aam Dirk Gerritsz Bergen en Cornelis Feddes een akker zaadland van omtrent 17 snees 17 roe 4½ voeten, belend ten oosten Geestmerambachts Swartedijk, ten noorden Cornelis Langedijk, verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend, ook als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Cornelis Feddesz zijn broer een stukje zaadland, belend ten westen Anna Gerrits, ten zuiden Reyer Baertsz, ten noorden Taams Proper, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddesz een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pietersz Sloover 207.
                    In Broek op Langedijk verkopen in 1705 Hendrik Borst getrouwd met Maartje Cornelis wonende te Koedijk, Jacob Dircxz Quant getrouwd met Lijsbett Cornelis, Govert Pelt en Teunis Claasz als voogden over het kind van Jan Cornelisz Hansses, benevens Ambrosius van Lierip getrouwd met Neel Teunisdr nagelaten weduwe van voornoemde Jan Cornelisz Hansses, aan Cornelis Feddes een noordend akker zaadland, belend ten zuiden Neel Baarts, ten oosten Cornelis Lansman, ten westen Pieter Boom, groot 4 snees 1 roe, voor 16½ gld 's jaars, bedraagt 66 gld 1 st 208.
                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1711 Claas Boldewijn getrouwd met Neel Alberts wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een akkertje zaadland, groot 5 snees 11 roe 8 voeten, belend ten zuiden Baart Egbertsz, ten noorden Anna Maartens, voor 296 gld 11 st 10 penn, verkoopt in 1712 Sr Niclaas Blydensius aan Cornelis Feddesz een akkertje zaadland, belend ten oosten Willem Ellen, ten westen Aelbert Spoor, groot 4 snees 7 roe 3 voeten, voor 117 gld 8½ st, en verkoopt in 1713 Aagt Lourisdr weduwe van Pieter Garbrantsz aan Cornelis Feddes een stuk westend akker zaadland, groot 4 snees, voor 56 gld 209.
                    In Broek op Langedijk verkopen in 1724 de gezamenlijke erfgenamen van Dieuwer Cornelis Rooderbant aan Cornelis Veddes een akkertje zaadland genaamd het Kuijnsberge, groot 1 snees 12 roeden, belend ten oosten Cornelis Groot, ten noorden Maartje Willems c.s., voor 11½ gld het snees, is groot gemeten 1 snees 7 roeden 3 2/5 voeten, de kooppenningen zijn ƒ 15:14:14 [rekenfout?], en in 1727 transporteert Cornelis Veddes aan Willem Cornelisz Keijser de helft in een stukje weiland voor de huizen, groot 1 gars 3 snees, belend ten zuiden Willem Klif, ten noorden Gerrit Kopper, voor 60 gld 210.
                tr.
                61. (<30) (>122, >123) Jantje Jansdr KEIJSER.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Jan Cornelisz de VRIES, alias Keijser, ged. (mennon.) Langedijk 24 nov. 1715, tr. 1° Trijntje JACOBS, dr van Grietje GERRITS, tr. 2° Dieuwertje Dirks KEIJSER, dr van Dirck Jansz KEIJSER, genoemd in 1722 als leraar van de mennonistische gemeente ald., en Aefje WILLEMS.
                      Ten behoeve van Jacob Jansz, 9 jaren, zoon van Jan Cornelisz Keijser en zijn vrouw Trijntie Jacobs overleden aan de Pettemerwegh, compareert in de weeskamer van de Zijpe op 7 mei 1728 Jan Cornelisz Keijser wonende in de Zijpe, en verklaart ter presentie van Broer Gerrits als getrouwd met Grietie Gerrits, grootmoeder van de voorschreven Jacob Jans, voor moeders erfenis te bewijzen 100 gld berustende onder Grietie Gerrits. Op 21 mei 1728 heeft Grietie Gerrits gefourneerd 50 gld als de portie van het kind opgestorven door 't overlijden van zijn moei Diewer Pieters. Boven de 100 gld moeders erfenis bewaart zij nog 100 gld voor 1/8 in een stuk weiland groot in 't geheel 9 geerzen gelegen onder Oudkarspel op het Noordeijnde van Koedijk. Op 6 september 1743 verklaart Jacob Jansz, oud 24½ jaar, vanwege zijn moeder 200 gld ontvangen te hebben, en de 50 gld hier liggende gelicht te hebben. 211
                      In Zijpe komen voor de weeskamer op 3 december 1728 Jan Cornelisz Keijser wonende aan de Belkmerwegh bij de Pettemerkluft als vader, en Jan Dirksz te Broek op Langedijk oom maternel en Jan Out van de Zijpe benoemd tot voogden over Cornelis Jansz Keijser geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Dieuwer Dirks, om te delen en het kinds portie ter weeskamer te doen registreren [verder geen gegevens] 212.
                      Ten behoeve van Cornelis Jansz Keijser, 3 jaar, zoon van Jan Cornelisz Keijser geteeld bij zijn overleden huisvrouw Diewer Dircx overleden in de Zijpe, compareert op 3 juni 1729 in de weeskamer van de Zijpe Jan Cornelis Keijser wonende in de Zijpe, en heeft voor moeders erfenis van voornoemd zoontje 400 gld bewezen, verbindende een akker land groot 6 snees getaxeerd op ƒ 175, een dito groot 8 snees op ƒ 100, een stukje grasland groot 33 snees op ƒ 125, alle gelegen te Broek op Langedijk. Op 17 maart 1747 compareren Jan Dircksz Keijser en Jan Pietersz Out, voogden over het voornoemde kind, klagende dat zij het kind over 4 jaar hadden thuis gekregen, naakt en bloot, dat zij het tot nog toe hadden onderhouden van de vruchten van het vorenstaande bewijs, dat zij het nu niet langer konden houden. Zij verzoeken en verkrijgen toestemming om enige penningen van het bewijs te gebruiken, omdat zij het kind hadden besteed bij een schoenmakersbaas om dat handwerk te leren, gevende voor het eerste jaar aan de gemelde baas 50 gld en het tweede jaar 40 gld, hebbende daarvoor tegelijk de kost. 213
                      In Broek op Langedijk verbindt in 1729 Jan Cornelisz de Vries tot securiteit van 400 gld op de weeskamer van de Oude Zijpe wegens de moederlijke erfportie van zijn minderjarige zoon Cornelis Jansz Keijser in huwelijk geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Dieuwer Dircx Keijsers, (1) een akker zaadland aan de Trogveert, groot 6 snees, belend ten noorden IJff Heijleman, ten zuiden Adriaan Bik, (2) een akker zaadland aan de Breesloot, groot 8 snees, belend ten noorden de erven van Jacob Zeuns, ten oosten Jan Dircxz Keijser, (3) een stukje weiland groot 2 geerzen 6 snees, belend ten oosten de Woudsloot, ten westen Jan de Boer 214.
                  2. Dirk Cornelisz de VRIES, geb. ca. sept. 1699, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, bij de mennonistische gemeente van Langendijk en omgeving op 17 november 1726 tot leraar verkozen en op 23 maart 1727 als zodanig bevestigd, op 7 juli 1771 emeritus predikant te Alkmaar, overl. Alkmaar 2 febr. 1776 (76 jaar 4 maanden), tr. kerkel. (mennon.) Langedijk 7 april 1726 Dieuwer Willemsdr BAKKER, geb. ca. 1702, overl. 21 juli 1775 (75 jaar), dr van Willem Jansz BACKER en Dieuwer FEDDES, neemt op 3 december 1702 deel aan het Heilig Avondmaal bediend door D. J. Soutman, in Langedijk.
                      In Broek op Langedijk verkoopt op 17 maart 1728 Sijmon Sijmonsz, in huwelijk hebbende Dieuwer Jans, aan Dirk Cornelisz de Vries de helft in een akkertje zaadland gemeen en onverdeeld met de koper, groot 1 snees 11 roeden, belend ten oosten Cornelis Veddes annex, ten zuiden Maartjen Jans, verkopen op 14 februari 1730 de erfgenamen van Sijmon Pietersz Slooves aan Dirk Cornelisz de Vries een akker zaadland aan de Burgsloot, groot 7 snees 13 roeden, belend ten zuiden de Burgsloot, ten noorden de erven van Hendrik Backer, voor ƒ 218:0:8, verkoopt op 23 februari 1730 Dirk Cornelisz de Vries aan Jan Cornelisz Joncker een zijde van een akker in 't Wout, groot 3 snees 9 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem Maat, voor ƒ 40:0:0, verkoopt op 17 januari 1736 Dirk de Vries wonende te Alkmaar aan zijn broer Jacob de Vries wonende alhier 2 snees 1½ roe zaadland in de Nolacker over 't Zuidendel, belend ten zuiden Adriaan Oostwoud c.s., ten oosten Anne Dircx, voor ƒ 40:0:0, en als last hebbende hebbende van Trijntje Fredrix wonende te Alkmaar aan Willem Jansz Backer een middelmootje zaadland genaamd het Zandbou, groot 2 snees 10 roeden, belend ten oosten Hendrik Zeeuwen, ten westen Cornelis Nierop, voor ƒ 60:0:0 215.
                      Op 22 december 1735 testeert Trijntje Fredericx, weduwe van Dirck Gerretsz Bergen, wonende even buiten de Kennemerpoort. Zij revoceert i.h.b. haar testament voor schepenen te Broek op Langendijk d.d. 30 januari 1730, legateert aan Cornelis Dirksz de Vries, zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems, een akker zaadland in de banne van Broek in de Beune, groot in de verponding 6 snees 19 roeden, aan Dirk Dirksz de Vries, zoon als boven, een akker zaadland in Broek achter de huizen, genaamd de Fijndeel, en benoemt tot enige erfgenaam meergemelde Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems. of hun descendenten bij representatie 216.
                      In Broek op Langedijk verkopen op 18 mei 1747 de erfgenamen van Magdaleen Jans aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar een stukje weiland genaamd de zuidelijkste akker in Admiraals, groot 13 snees 14 roeden, belend ten zuiden Maarten Spoor, ten noorden de verkopers, voor ƒ 246:12:0 contant, en ook de middelste akker, groot 13 snees 16 roeden, belend ten zuiden de verkopers, ten noorden Pieter Bijl de Oude, en verkopen de erfgenamen van Dirk Sussen te Warmenhuizen aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar zaadland genaamd het Schapelant, groot 1 gars 1 snees 6½ roede, belend ten westen Louwris Ploeger, ten oosten Dirk Duijntens, voor ƒ 346:9:0 contant 217.
                      In Broek op Langedijk verkopen op 28 mei 1756 de weduwe van Pieter Wagenaars en de voogden over de minderjarige kinderen aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar een endakker zaadland achter de kerk, groot 4 snees 2 roeden, belend ten oosten de koper, ten zuiden de Cauwacker, voor 102 gld 10 st, en verkoopt op 15 mei 1763 Dirk de Vries wonende te Alkmaar aan Jan de Vries hospes een akker bouwland genaamd het Mansackertje, groot 5 snees 12 roeden, belend ten noorden Cornelis Zeun, ten zuiden Kornelis Krynen, voor 32 gld 4 st 218.
                      In Broek op Langedijk testeren op 16 maart 1727 Dirck Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems, echte man en vrouw, op de langstlevende, met eventueel een legitieme portie aan zijn of haar vader 219. Op 7 september 1763 testeren in Alkmaar Dirk Cornelis de Vries en Dieuwertje Willems, echtelieden wonende even buiten de Kennemerpoort, op de langstlevende, met als universele erfgenamen hun reeds meerderjarige zonen of hun descendenten 220.
                  3. Jacob Cornelisz de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 20 mei 1725, zie 30.
                62. (<31) (>124, >125) Dirk Sijmonsz KOOPMAN, in juli 1725 van Langedijk overgedragen naar de Doopsgezinde Gemeente in Alkmaar, overl./begr. Alkmaar/Langedijk 19/22 juli 1739,
                    In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1721 Dirk Sijmonsz Coopman, onze inwonende buurman, aan Jacob Arijaansz Oudes wonende te Broek op Langedijk een huis en erf op 't Zuijteijnde, belend ten zuiden Aagtje Gerrits, weduwe, ten noorden Pieter Hendriksz van der Goor, voor 300 gld 221.
                    In Alkmaar verkoopt in 1723 Jan van Weijl Tuijnman aan Dirk Sijmonsz Coopman een voorend van een huis en erf met een gemeen bleekveld, plaats, loods en put, item een regenwaterbak, buiten de Boompoort op 't Zeglis voor aan de straat, belend ten westen Engelbert Brouwer, ten oosten en zuiden Maria Jans, met een verponding van 15 gld 's jaars, voor 224 gld, en verkoopt in 1731 Dirk Sijmonsz Coopman aan Jan Brinkman een voorend van een huis met een bleekveld, loods en put, staande buiten de Boompoort op 't Zeglis aan de straat, belend ten westen Claas Hoogeboom, ten oosten en zuiden de koper, voor 250 gld 222.
                tr. 1° N.N.,
                ondertr. 2° (schepenbank) Alkmaar 30 dec. 1730 (hij weduwnaar wonende op 't Zeglis, zij weduwe wonende op de Schulphoek), tr. ald. 14 jan. 1731 Ariaentje ROELOFS.
                    Op 5 januari 1731 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Dirk Symonsz Koopman, weduwnaar, en Ariaantje Roelofs, weduwe. Als hij de eerstaflijvige wordt, dan zal zij vóór alle deling het huisje en erf op de Schulphoek hebben, tegenwoordig door haar bewoond, met het comenijswinkeltje en de winkelwaren. Als zij de eerstaflijvige wordt, dan zal hij vóór alle deling zodanig jacht of schuit met toebehoren hebben als dan door hem zal worden bevaren; aan haar dochter zal haar linnen en wollen kleding overhandigd worden. (Hij tekent als Dirck Sijmensz Coopman.) 223
                         Uit het eerste huwelijk:
                    1. Maartje Dirks KOOPMAN, zie 31.


                  Generatie VII (<VI, >VIII)

                  68. (<34) (>136, >137) Adriaen Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640,
                      In 1672 is Adrijaen Abrahams van Enden te Beverwijk bij de schutterij, onder het oude vendel, met een musket.
                      In 1660 224 verklaart het stadsbestuur van Beverwijk, dat Aerijaen Abrahamsz van Enden de jongste zoon is van Abraham van Enden, die een nagelaten zoon en enige erfgenaam was van Isabeau Vercruce van Menen in Vlaanderen. Aerijaen Abrahamsz van Enden geeft Jan Vercruce te Haarlem volmacht om de helft van de heerlijkheid De Vischhoeck, gelegen onder Geluwe en Moorsele en op 12 juni 1651 door zijn vader aan Pieter Thierssone filius Jan, notaris publicq tot Menen, verkocht, te vernaderen en op hem, constituant, te verheffen. (De akte is doorgehaald.)
                  ondertr. (schepenbank)/tr. Beverwijk 11/25 mei 1664
                      Bij ondertr./tr. voor het gerecht te Beverwijk: Adrijaen Abrahamsz, jongesel, en Dirckgen Jans, jongedochter, beijde van Beverwijck ende woonende alhier.
                  69. (<34) Dirckgen JANS.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Abraham Adriaensz van der ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 maart 1665 (doopgetuigen Wilhem Eiven, Lysbet Abrahams).
                    2. Abraham Adriaansz van der ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 maart 1666 (doopgetuige Aefje Jans), baander ald., overl./impost op begr. ald. 11/17 nov. 1739, tr. Beverwijk 13 juli 1698 Dieuwertje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) ald. 8 dec. 1676 (doopgetuige Aegt Jans), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. sept. 1691 (als Dieuwertje Pieters), overl. vóór 2 nov. 1738, dr van Pieter Adriaensz DERKS en Aeltje Jans VELSEN.
                        In Beverwijk verkoopt in 1708 Tomas Sijmonsz Bom, wonende binnen dezer stede, aan Abram Aerijensz alhier een huis en erf met een lijnbaan daarachter, zo in Beverwijk als in Wijk aan Duin zijnde de zuidzijde van de banen, belend ten noorden Claes Jansz van Nes en Evert Verlaen, ten zuiden de weduwe van Cornelis Grasbos, zijnde gemeen met Evert Verlaen de wagenweg met de put, tot beider gebruik en onderhoud, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1709 225.
                        In Beverwijk verkopen in 1715 de erfgenamen van Hendrick Teunisz [Ras] en Maartje Robberts aan Abram Aeryaensz van der Ende binnen dezer stede een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erfgenamen van wijlen Dirck van der Stoel, ten zuidwesten de diaconie, voor ƒ 80, te betalen de helft gereed, de helft mei 1716 226.
                        In Beverwijk verkoopt in 1719 Adrianis van Coevenhoven, curateur over de gerepudieerde boedel van wijlen Claes Jansz van Nes, aan Abram Arijensz van der Ende, wonende alhier, een huis, erf en land daaraan gelegen met de opstal van tuinderij en houtgewas, liggende zowel in Beverwijk als in Wijk aan Duin aan de banen, strekkende tot achter aan de Heerewech, belend ten zuiden de baan van Lambert Woutersz, ten noorden Jan Maarte Kesen als bruiker, belast met een erfpacht van 10 gld 10 st, welke koper de ongelden over 1719 tot zijn last heeft genomen, voor ƒ 200, te betalen de helft gereed, de helft mei 1720 227.
                        In 1740 228 wordt de inventaris opgemaakt van Abram Arijense van der Ende, overleden Beverwijk 11 november 1739, ten verzoeke van Jan van der Ende en Arijen Abramse van der Ende, als voogden over Pieter van der Ende, minderjarige nagelaten zoon van Abram van der Ende, volgens akte van 2 november 1738 bij Abraham Henrij Kastelijn. Hierin, op de Kloosterstraat, een huis en erf met een baanhuis en een baan, een baanhuis met een baan, een huis en erf, een loods met erf. Als mobiele goederen o.m. de gehele winkel in 't voorhuis.
                        Op 30 april 1722 testeren Abram Arijens van der Ende en Dieuwertje Pieters, ziekelijk, op elkaar 229. Op 2 november 1738 treft Abraham Arijensz van der Enden voorzieningen betreffende het testament van 30 april 1722 met zijn overleden huisvrouw Diewertje Pieters; hij heeft twee kinderen, Ary van der Enden en Pieter van der Enden, waarvan de laatste minderjarig is en over wie Arij van der Enden en Jan Janse van der Enden tot voogden aangesteld worden 230.
                    3. Jan Ariensz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 okt. 1670, zie 34.
                  70. (<35) Philps CORNELISZ, herbergier te Wijk aan Duin, overl. 1668,
                      In Wijk aan Duin is op 26 juli 1663 Jasper Jansz, bakker te Beverwijk, eiser contra Philps Cornelisz, herbergier te Wijk aan Duin, om betaling van ƒ 18-3-8 ter cause van geleverd brood, met de kosten, en is op 29 mei 1664 Philps Cornelisz, gewezen herbergier te Wijk aan Duin, eiser contra Jan Aerijaen Dircken, om betaling van 1 gld 18 st vanwege gelagen 231.
                  tr.
                  71. (<35) (>142, >143) Lijsbeth Jans COLTHOF, geb. ca. 1637, overl. na 24 mei 1730,
                      Op 1 december 1669 doet Lysbeth Jans, weduwe van Phlips Cornelisz, te Beverwijk belijdenis.
                      In Beverwijk verklaart in mei 1671 Tanneken Bastyaens, huisvrouw van Maerten Dircksz, wonende alhier, dat, toen zij in april laatstleden als kraamvrouw in bed lag, Trijn Willems haar kraambewaarster is geweest, en dat zij, deposante, 3 vrouwenhemden heeft vermist; Trijn geeft toe die hemden naar de lomberd in Haarlem te hebben gebracht. Lijsbeth Jans Colthof, weduwe van Philps Cornelisz, wonende alhier, verklaart dat zij bij Trijn is geweest en, gevraagd over de hemden, Tryn zei „Lieve lieve Lijbe, het is myn schuldt niet", en dat Trijn haar, Lysbet, heeft geholpen toen haar man was gestorven en nog boven aarde lag en Lysbet in bed lag curende met een stekend been. 232
                      In 1730 leggen Gerrit Dirksz de Boer, wonende in de Breesaap, oud 73 jaren, en Lijsbet Jans Kolthoff, weduwe van Aryen Eliasz, oud 93 jaren, ten verzoeke van Aarnout Langevelt, raad in de vroedschap, een verklaring af over zijn uitgang naar de Meerstraat; de tweede deposante verklaart dat zij omtrent 70 jaar geleden voor omtrent 4 jaren bij haar vader naast de requirant gewoond heeft 233.
                  ondertr. 2°/tr. Beverwijk 23 nov./12 dec. 1674 Adriaan ELIASZ, impost op begr. ald. 19 maart 1732.
                      In 1676 234 transporteert Jan Pieters Block te Beverwijk aan Aeryaen Elyas de opstal van zijn tuin, met kersen, aalbessen, kruisbessen en andere vruchtbomen, staande op een stuk land toebehorend aan Arent Wildeman, genaamd de Brouwerscroft, gelegen in Wijk aan Duin aan de Zeewech, belend ten westen de Wildernis. In 1697 en 1699 235 bekent Ary Eliasz schuld, aan opv. Jan Dirckx Halfswaagh en Jan Aerentsz.
                           Uit het eerste huwelijk:
                      1. Philippijntje Philps van KAIJEREN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 sept. 1668, zie 35.
                           Uit het tweede huwelijk:
                      1. Elias Adriaansz van der MEER, ondertr./tr. Beverwijk 12/29 sept. 1698 Cornelia Claas van NES, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juli 1674, dr van Claes Jansz van NES en Claartje Willems van der MAAR.
                      2. Grietje Adriaans van der MEER, ged. Beverwijk 23 mei 1675.
                      3. Aefje Adriaans van der MEER, ged. Beverwijk 14 maart 1677.
                      4. Cornelis Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 5 febr. 1679.
                      5. Jan Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 1682, ondertr. 1°/tr. ald. 20 mei/8 juni 1701 Maartje GERRITS, overl. vóór 19 juni 1729, tr. 2° ald. 19 juni 1729 Marijtje GERRITS, eerder gehuwd met N.N.
                      6. Jacob Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 12 okt. 1683.
                    72. (<36) (>144, >145) Cornelis Dircksz SCHAEP,
                        In Beverwijk bekent in 1669 Cornelis Dirksz Schaep, als man en voogd van Trijntie Jans die weduwe was van Jan Gijsbertsz Verlaen, schuldig te zijn aan Trijntje Aelberts, bejaarde dochter, een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdsom 600 gld 236.
                        In 1672 is in Beverwijk Cornelisz Dircksz Schaap met een musket bij de schutterij, onder het witte vaandel.
                        In Beverwijk in 1679 verkoopt Jan Hoogendorp wonende alhier aan Cornelis Dircksz Schaep wonende alhier een huis, erf en schuur aan de Breestraet genaamd het Moerjaens Hooft, strekkende tot aan de Achterwech toe, belend ten noordoosten Willem Jansz Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, ten zuidwesten Pieter Poulus, belast met een erfpacht van 4 gld jaarlijks, voor ƒ 1147-5-0, te betalen een derde gereed, een derde mei 1680 en 1681, met als borgen voor Cornelis Dircksz Schaep bij de opdracht Ds Fredericus Moleris, predikant, en Wouter Lambertsz, timmerman, en verkoopt Cornelis Dircksz Schaep aan Ootger Jacobs Hellingman een huis, schuur en erf op de Achterwech, strekkende tot aan het erf van de koper, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten Cornelis Cruijsveldt, voor 440 gld, te betalen een derde gereed, een derde mei 1680 en 1681 237
                        In Beverwijk verkoopt in 1684 Jan Baptist, die op dezelfde dag 2 huizen gekocht had van Jan en Grietje Jans Verlaen, kinderen en erfgenamen van Jan Gerrytsz Verlaen, een van die twee aan Cornelis Dirksz Schaap, belend ten zuidwesten Pieter Poulusz en Willem Evertsz Claver, ten noordoosten de koper, voor 350 gld 238.
                        In Beverwijk verkoopt in 1686 Claes Jansz van Uitgeest aan Cornelis Dirksz Schaap, beiden wonende alhier, een huis en erf aan de Houtwech, belend ten noorden Willem Jansz Roobol, voor 245 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1687 en 1688 telkens 1/3 239.
                        In Beverwijk verkoopt in 1686 Pieter Jansz Vroegop aan Cornelis Dircksz Schaap, beiden alhier, een huis en erf aan de Nieuwe Wech, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten de kinderen van Trijn Claes van 't Calff, voor 250 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 meidagen 240.
                        In Beverwijk verkopen in 1702 Dirck Cornelisz Schaap, vleeshouwer, Cornelis Jeroensz Reghtdoorzee, man en voogd van Aeltje Cornelis Schaap, beiden wonende binnen dezer stede, Cornelis Cornelisz Schaap, bakker te Akersloot, voor henzelf, Arent Rollerus, notaris, en Jan Cornelisz Schaap, beiden wonnde binnen dezer stede, als wettige voogden over Neeltje Cornelis Schaap die bijna meerderjarig is, alsmede over Jacob Cornelisz Schaap, allen kinderen en erfgenamen van Trijn Jans in haar leven weduwe van Cornelis Dircksz Schaap, en nog als hen sterk makende voor Willem Cornelisz Schaap, aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap hun broers, beiden wonende binnen dezer stede, 5 zevendeparten in een huis, erf en schuur aan de Breestraat genaamd het Moerijaenshooft, strekkende tot achter aan de Achterswegh, belend ten noordoosten Willem van Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, ten zuidwesten Claes Pietersz Langevelt en de verkopers en koper met het navolgende kleine huisje, item nog ee huis en erf op de Achterwegh, strekkende tot achter aan Claes Paulusz Langevelt, belend ten zuidwesten Langevelt voornoemd met de gemene gang van de weduwe van Claes van Gaelen, ten noordoosten het grote huis in dezen, voor 1196 gld 8 st 8 penn, belast met 4 gld 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met ƒ 100 241.
                        In Beverwijk verkopen in 1708 Cornelis Jeroense, meester timmerman binnen dezer stede, man en voogd van Aeltje Cornelis, Zijtje Rollerus weduwe van Dirck Cornelisz binnen dezer stede, Maarten Koevanger wonende te Alkmaar als in huwelijk gehad hebbende Neeltje Cornelis, en Jacob Cornelisz Schaap binnen dezer stede, kinderen en erfgenamen ieder voor een zesdepart van wijlen Cornelis Dirksz Schaap en Trijntje Jans, aan Jan Cornelis, oud-schepen en Willem Cornelisz Schaap, regerend schepen, (aan wie de resterende zesdeparten toebehoren), een huis en erf aan de Houtwegh strekkende tot achter aan 't huis en erf van 't navolgende huis, belend ten noordoosten het huis en erf van Dirck Willemsz Boonacker nu verkocht aan Jan Pietersz Kobus, ten zuidwesten het tuintje van Jacob Dircksz Vis, welk huis geen uitgang zal hebben achteruit op het Nieuwe Weghjen, voor ƒ 77-6-12, te betalen de helft gereed, de helft mei 1709, belast met een erfpacht van ƒ 1-10-0 's jaars, wat de koopsom vergroot met ƒ 37, en nog een huis en erf aan het Nieuwe Weghjen voor ƒ 90-13-6, te betalen de helft gereed, de helft mei 1709, belast met 4 gld 's jaars, wat de koopsom vergroot met ƒ 100 242.
                    ondertr./tr. (nederd. geref.) Beverwijk 16 nov./2 dec. 1668
                    73. (<36) (>146, >147) Trijntje JANSDR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 aug. 1643 (doopgetuige Neeltge Claes), komt in 1665 met attestatie uit Velsen als huisvrouw van Jan Gysbertse Verlaen,
                        Op 29 december 1653 verklaren Cornelis Claesz Borst bakker, wonende te Beverwijk, oom en wettige voogd van Tryn Jans, onmondige nagelaten dochter van wijlen Aeltje Claes zijn zuster, ter eenre, en Neeltje Claes, moei van 's moeders zijde, ter andere zijde, dat Cornelis Claesz Borst aan Neeltje Claes had aanbesteed, en zij aangenomen, de voorschreven Trijn Jans, nu oud zijnde 10 jaar, te onderhouden op haar kosten in kost en kleren, te laten leren lezen, schrijven en linnen naaien tot Tryn Jans 20 jaren oud geworden zal wezen, waarvoor Neeltjen Claes alreeds heeft genoten 200 gld en nog jaarlijks zal genieten de interest van 900 gld staande van het voorschreven kind tot de weeskamer van Beverwijk 243.
                        Op 19 augustus 1661 testeert Trijntjen Jans, jongedochter, wonende te Velsen; ingeval zij zonder kinderen komt te overlijden nomineert zij tot haar enige erfgenamen Dirckjen Arus en Neeltgen Claes, haar moeien, bij vooraflijvigheid de wettige kinderen in hun moeders plaats, alleenlijk dat haar moeien, tot de erfenis komende, daarvan zullen uitreiken aan de kinderen van de voornoemde Dirckjen Arus 50 gld samen 244.
                        In 1674 testeert in Beverwijk ten huize van Cornelis Dircksz Schaep, Annetie Jacobs, bejaarde dochter, met als enige en universele erfgenaam Trijntje Jans, haar broers dochter, en bij vooroverlijden aan Cornelis Dircksz Schaep; zij moeten haar alimenteren 245.
                    ondertr. 1° Beverwijk 21 maart 1665 (zij van Beverwijk wonende te Velsen, ondertrouw te Velsen is geschied), tr. ald. 6 april 1665 Jan Gijsbertsz VERLAEN, ged. (nederd. geref.) ald. 15 april 1639 (doopgetuige Tryn Gerrets), overl. vóór 2 dec. 1668, zn van Gijsbert Gerritsz VERLAEN, huistimmerman, burgemeester van Beverwijk, en Maritgen WILLEMSDR.
                        Op 31 mei 1667 testeren Jan Gijsbertsz Verlaen, wonende te Beverwijk aan de Breestraet, en Trijntje Jans zijn huisvrouw, liggende hij ziek te bedde, op elkaar, behoudelijk dat als hij als eerste overlijdt zijn huisvrouw zal uitkeren aan zijn vader Gijsbert Gerritsz Verlaen zijn beste zwarte pak met de bijbehorende mantel, een gekleurd lakens pak, zijn gekleurde lakense rok en zijn beste roodwollen hemd, in voldoening van de legitieme portie, bij vooroverlijden van zijn vader als legaat aan zijn broer en zusters, en zij als eerste overlijdt haar voornoemde man zal uitkeren aan haar zijmagen een grof greinen rok, een grof greinen manteltje en een „borat” jak, als legaten 246.
                             Uit het tweede huwelijk:
                        1. Aaltje Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 aug. 1669 (doopgetuige Neeltje), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 4 maart 1691, impost op begr. ald. 31 dec. 1726, ondertr./tr. (nederd. geref.) Beverwijk 9/25 april 1694 Cornelis Jeroensz REGTDOORZEE, ged. (nederd. geref.) ald. 20 okt. 1669 (doopgetuige Aefje Cornelis), huistimmerman, zn van Jeroen PIETERSZ en Aefjen JANS.
                            In Beverwijk bekent in 1727 Jeroen Cornelisz Reghtdoorzee, zoon en erfgenaam van wijlen Aeltje Cornelis Schaap indertijd weduwe van Cornelis Jeroensz Reghtdoorzee, schuldig te zijn Anthonij Barrevelt 200 gld, tegen 4 gld van 100 gld in 't jaar, verbindende zijn huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Cellitje Harmens, ten noordoosten de Molensteegh 247.
                        2. Dirck Cornelisz SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 mei 1671 (doopgetuige Neeltje Claes), overl. 17 febr. 1706  130, ondertr. (impost) ald. 24 mei 1697 (impost elk ƒ 6), tr. ald. 8 juni 1698 Lucia 'Sijtje' ROLLERUS, geb. Beverwijk 13 april 1671, ged. (nederd. geref.) Velsen 19 april 1671 (doopgetuigen Niesje en Hilletje Bronswinckel), overl. Beverwijk 28 okt. 1732, impost op begr. Krommenie 1 nov. 1732 (impost ƒ 3), dr van Arent Engelsz ROLLERUS, voorzanger te Velsen, notaris te Beverwijk, en Hilletje HONGER.
                            In Beverwijk verklaart in 1699 Cornelis Cruijsvelt in openbare veiling verkocht te hebben aan Dirck Cornelisz Schaep, vleeshouwer binnen dezer stede, een huis en erf met een schuur aan de westzij van de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Jan Evertsz Verwer en Hendrick de Bruijn, ten zuidwesten 't kleine huisje van de verkoper, voor 1050 gld 248.
                            In Uitgeest is in 1701 Dirck Cornelisz Schaep, wonende in de Beverwijk, eiser contra Cent Jans die volgens de eiser op 18 mei 1701 in plaats van een gezond een ziek kalf aan de eiser geleverd heeft voor 14 gld 8 st; schepenen condemneren de gedaagde om 7 gld 4 st te betalen aan de eiser 249.
                            In Beverwijk bekent in 1625 Lucia Rollerus, weduwe van Dirck Cornelisz Schaap, schuldig te zijn aan Pieter Kool 400 gld, interest tegen 4 per 100, met als onderpand haar huis en erf aan de Breestraat, belend ten noordoosten Joost Varenhorst en Jan Gerritsz timmerman, ten zuidwesten comparante met Johannis Rollerus (op 15 februari 1735 betaald) 250.
                            In Beverwijk verkoopt in 1718 Hilletje Hongers wonende alhier, weduwe van Arent Rollerus, [schoon]zuster en universele erfgenaam van wijlen Lucia Rollerus indertijd weduwe en erfgenaam geweest van Adriaen Wijbertsz, aan Johannis Rollerus, procureur, en Lucia Rollerus, weduwe van Dirck Cornelisz Schaap, beide wonende alhier, haar zoon en dochter, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot achter aan 't erf van voornoemde weduwe Schaap dewelke ook ten noordoosten belend is, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Fulps Jansz, voor ƒ 300 251.
                        3. Jan Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1672, zie 36.
                        4. Willem Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 okt. 1673 (doopgetuige Annetje Jacobs), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. maart 1702, schepen ald., impost op begr. Beverwijk 10 april 1711 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) ald. 27 maart 1706 (impost ƒ 6 voor haar, ƒ 3 voor hem) Gerbrecht VALCKENBURGH, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Eilandskerk) 27 juli 1670, impost op begr. Beverwijk 29 maart 1740 (impost ƒ 30), dr van Cornelis VALCKENBURGH en Lambertina van SCHERFFEN, wed. van Johannes van COEVENHOVEN.
                            Op 17 november 1717 252 benoemt Gerrebreght Valckenburgh, weduwe van Willem Schaap, als voogden over haar kinderen Adriaan van Coevenhoven te Beverwijk en Pieter van Coevenhoven te Amsterdam. In 1721 253 benoemt Gerrebreght Valkenburgh, weduwe van Willem Cornelisz Schaap, haar dochter Anna van Coevenhoven als gequalificeerde en als voogdesse over haar jongste dochter Johanna van Coevenhoven.
                        5. Cornelis SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 nov. 1675 (doopgetuige Annetje Jacobs).
                        6. Neeltje Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 sept. 1678, begr. Alkmaar 10 juni 1706, ondertr./tr. ald. 26 april/10 mei 1705 Maarten KOEVANGER, begr. ald. 30 april 1728 (Grote Kerk, ƒ 13:8:-), die hertr. met Annitje AERJENS.
                        7. Jacob SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt. 1679 (doopgetuige Maritje Thijssen).
                        8. Jacob SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1682 (doopgetuigen Claas Claasz Bakker, Maritje Tijs).
                        9. Jacob Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 mei 1686 (doopgetuigen Claas Claasz Bakker, Maritje Tijs), impost op begr. ald. 1 maart 1730 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 8 nov. 1707 (impost ƒ 6, beiden wonende alhier) Celia Jans BRAAK, impost op begr. Beverwijk 7 febr. 1728 (pro deo), dr van Jan Jansz BRAECK.
                            In Beverwijk bekent in 1709 Jacob Cornelisz Schaap schuldig te zijn aan Abram de Jongh, azijnmaker alhier, 500 gld tegen interest van 4 gld voor iedere 100 gld, verbindende zijn huis, erf en kaai aan de Meerstraat, strekkende tot achter aan de erven van de baljuw Harencarspel en Pieter Roelofsz, belend ten zuiden de gang van de Prins, ten noorden de gang van IJff Cornelisz Knap 254.
                            In Beverwijk verkoopt in 1710 Jacob Cornelisz Schaep wonende te Velsen, zoon en mede-erfgenaam van Cornelis Dircksz Schaap en Trijntje Jans, hem het navolgende huis en erf aanbedeeld, aan Jan Cornelisz Schaap een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot achter aan 't erf van de weduwe en het kind van Maerten Poulusz en 't erf van het huisje waar Pieter Cornelisz Backer in woont, belend ten noordoosten de erfgenamen van Gillis Aelbertsz, belast met een jaarlijkse losrente van 24 gld af te lossen met 600 gld, betaald met 200 gld boven de voornoemde aangenomen last, verklaart in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braak dochter en erfgenaam van Jan Jansz Braack, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schooten alhier een huis en erf aan de Meijrstraat, strekkende tot achter aan het Achterweghje toe, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz, ten oordoosten de gemene gang tussen dit huis en 't huis van Jopje Thijs, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 (voldaan op 27 december 1721), en bekent in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braack, dochter en mede-erfgenaam van Jan Jansz Braak die in eerste huwelijk gehad heeft Raackgel de Hart die dochter en mede-erfgenaam is geweest van wijlen Jacob de Hart, in openbare veiling verkocht te hebben aan Tamis Janse Valck, tuinman alhier, een huis en erf in de Toornstraat, belend ten zuidwesten Jan Cornelisz Krol, ten oosten Dirck Cornelisz Knaap, voor 261 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712  255.
                            In Beverwijk bekent in 1711 Jacob Cornelisz Schaap, wonende te Velsen, schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaap, schepen alhier, 200 gld tegen 4 gld ieder honderd, verbindende zijn huis en kaai op de Meerstraat, strekkende tot achter aan de erven van de heer baljuw Jacob van Harencarspel en Pieter Roelofsz, belend ten zuiden de gang van de Prins, ten noorden de gang van IJff Cornelisz Knap (geroyeerd op 26 april 1724), en verkoopt in 1712 Jacob Cornelisz Schaap aan Pieter Roelofsz, hospes in de Prins, een hoek of strook erf, strekkende van de Meerstraat tot achter aan 't erf van de koper, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden 't erf van de koper en de gang van de Prins (met bepalingen over onderhoud van muren en secreet), voor 300 gld 256.
                            In Beverwijk verkoopt in 1724 Jacob Cornelsz Schaap wonende alhier, man en voogd van Zelia Braack, aan Pieter Kool alhier een huis, erf, schuur en kaai op de Meijrstraat, strekkende tot achteraan 't erf van Pieter Roelofsz, belend ten noorden IJff Cornelisz Knap, ten zuidwesten de gang van de Prins, voor het huis, erf en schuur door schout en schepenen getaxeerd op ƒ 300 contant, daarenboven nog met een somme van ƒ 900 contant, tezamen twaalfhonderd gld 257.
                            In Beverwijk bekent in 1724 Jacob Cornelisz Schaap wonende binnen dezer stede schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaap 600 gld, ter cause van geleend geld, interest van 200 gld kapitaal, leverantie van hooi, stro, gras, huur van paarden en wagens, te betalen met interest 4 ten honderd in 't jaar, verbindende zijn huis, erf en schuur aan de Zeewegh, belend ten westen Hendrick Muilman, ten oosten de Steebeeck, en daarboven zijn bolderwagen, koetswagen, 2 open wagens, een speelwagentje, een chaise, 4 paarden, 2 witte 1 vos 1 vaal, met alle rijtuigen, kammen, bitten, spoorstokken etc., wijders al zijn meubelen, huisraad en inboedel 258.
                            Op 18 mei 1729 verklaart Jacob Cornelisz Schaap zijn broer Jan Cornelisz Schaap en zijn zwager Hendrick Berckhuijs te committeren en te autoriseren over zijn minderjarige dochter Jannetje Schaap 259.
                            In Beverwijk verkopen op 20 mei 1731 Hendrik Berkhuijsen als geautoriseerde over de nagelaten boedel van wijlen Jacob Cornelisz Schaap mitsgaders de voogden over zijn minderjarige nagelaten dochter Jannetje Jacobs aan Lowies Vosmeer wonende alhier een huis, erf en schuur aan de Zeewegh, strekkende tot aan de hofstede genaamd de Eenhoorn, belend ten westen burgemeester Muilman, ten oosten de Steebeek, voor 200 gld 260.
                            Op 25 februari 1730 261 schrijft het gemeentebestuur van Beverwijk een brief van indemniteit voor Jacob Cornelisz Schaap, onze burger doch tegenwoordig metterwoon te Velsen, en zijn vrouw Celia Jans.
                      74. (<37) (>148, >149) Theunis Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 27 okt. 1640, impost op begr. ald. 26 april 1697 (impost ƒ 6, aangifte door zijn zoon Dirck Theunis),
                          In Uitgeest verkoopt in 1680 Reijer Gerrit Jannen wonende alhier aan Teunis Jansz Hen wonende binnen deze banne aan de St. Aeghtendijck, de helft van een huis en erf aan de St. Aeghtendijck, belend ten oosten de verkoper, ten westen Jacob Luijtsz, ten zuiden de St. Aeghtendijck, ten noorden de Hoijcamp, voor 150 gld 262.
                          In Uitgeest verkoopt in 1694 Cornelis Mieusz Blaeu wonende alhier, als last en procuratie hebbende van Frans de Verwer wonende op de Nieuwendam, aan Teunis Jans Hen wonende aan de Hoogendijck een stuk land in de Broeck genaamd Greijnenkamp, groot 1606½ roede, belend ten zuiden de kinderen van Neel Jacobsz als bruikers, ten noorden Huijbert Dircxe, voor ƒ 96 263.
                          In Uitgeest verkopen in 1700 de voogden van de kinderen en de verdere erfgenamen van Theunis Jansz Hen [zonder vermelding van namen] aan Jan Nielen Joncker een stuk land genaamd Greijnencamp, groot 1606½ roeden, belend ten zuiden Pieter Tijmensz, ten westen Huijbert Dircxe, voor 415 gld, en aan Jan Tijmensz een stuk land in de Zien, genaamd Fijenven, groot 570 roeden, belend ten zuiden Jan Tijmensz, ten noorden Pieter Claesz, voor 415 gld 264.
                      tr. Uitgeest 21 dec. 1664
                          In Uitgeest doen op 24 april 1672 belijdenis: Teunis Jansz en Sieuwtje Pieters zijn vrouw, wonende aan de Hogendijk. Volgens het lidmatenboek woont het echtpaar op 12 augustus 1685 aan de Hogendijk, en op 16 november 1692 op Dorregeest.
                      75. (<37) (>150, >151) Sieuwtje Pieters WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 12 maart 1634 (dochter van Pieter Pieterssen Welboren aan de Hogendijk), impost op begr. ald. 12 maart 1699 (impost ƒ 6, aangever Dirck Foppen),
                      tr. 1° Claes THOMASZ, zn van Thomas CLAESZ en Sybrich CORNELISDR.
                          In Uitgeest wordt op 16 januari 1665 Jan Claesz van 't Sant gekozen tot wettige voogd van Sijberch Claesdr, achtergelaten onmondige dochter van Claes Thomasz geprocreëerd bij Sieutjen Pietersdr aan de Hoogendijck 265.
                          In Uitgeest hebben in 1665 Jan Claesz van 't Sant, wettelijke gecoren voogd, en Sijmon Thomasz, als oom en bloedvoogd, van Sijberich Claes, minderjarig dochtertje van zal. Claes Thomasz, aan de ene, en Thonis Jansz als man en voogd van Sieutjen Pieters, moeder van hetzelve kind, aan de andere zijde, het vaderlijke bewijs van het kind aangebracht, te weten 800 gld aan geld, waarvan 500 gld berustende onder de voornoemde Thonis Jansz en Sieutjen Pietersdr, waarvoor zij speciaal verbinden een huis met zijn erf aan de Sint Aechtendijck, belend ten oosten Dirck Willemszven, ten zuiden Claes Willemsz, ten westen de Havercamp, ten noorden de Hemsloot, en 300 gld onder Nan Louwerisz Backer (op 8 mei 1668 door hem afgelost, en wederom uitgezet op Alijt Willems, weduwe van Dirck Pietersz), nog een bed, met toebehoren. Is nog geconditioneerd dat de voornoemde Thonis Jansz en Sieutjen Pieters het kind zullen onderhouden en opvoeden tot de ouderdom van 20 jaar. Op 3 juli 1691 verklaarde Claes Pietersz Moerijaen van de goederen van zijn vrouw Sijbrigh Claes voldaan te zijn. 266
                          In Uitgeest bekent in 1676 Gaaff Engelsse wonende op Krommeniedijk te hebben gelicht uit de penningen toekomende het kind Sijberich Claes van Sieutie Pieters 46 gld tegen 5 ten honderd, met als onderpand een stuk land in de Brouck genaamd Lulligenhem, groot 1275½ roe, belend ten noorden de erfgenamen van Muijs Jans, ten zuiden de kinderen van Reijm Jonge Jacobs, ten oosten de dijk, ten westen Jan Metselaer (op 9 januari 1680 geteld aan Theunis Jansz Hen met consent van de weesmeesters), en bekent in 1683 Cornelis Cornelis Breghman gelicht te hebben uit de penningen toekomende het onmondige weeskind van zal. Claes Thomas geprocreëerd bij Sieutje Pieters 300 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf in de Kerckbuijert, belend ten zuiden Maerten Claes Oots, ten noorden Jan Harmensz Backer (afgelost op 21 mei 1686) 267.
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Sijberich CLAESDR, tr. Claes Pietersz MOERIAEN, zn van Pieter Jansz MOERIJAEN.
                              In 1733 compareren Claas Claassen Bol wonende achter Krommeniedijk, Poulus Bruynse Visscher wonende te Krommeniedijk in huwelijk gehad hebbende Guirtje Claas Bol, Jacob Pietersz Hartman in huwelijk hebbende Cieutje Claas Bol, allen voor zichzelve en de rato caverende voor Jan Cornelissen Schaep wonende te Beverwijk, als bij testament door wijlen Sijbregt Claes, in haar leven weduwe van Claes Pietersz Moeriaen, aangesteld om haar boedel te helpen delen en om de belangen van deszelfs minderjarige dochtersdochter Wijntje Poulis waar te nemem 268.
                              In Uitgeest verkoopt in 1692 Jacob Pietersz Backer wonende alhier aan Claes Pietersz Moerijaen wonende op Krommeniedijk een stuk land genaamd Scheteven, groot 934½ roede, belend ten oosten Jan Zijp, ten westen Cornelis Moerijaen, ten zuiden „de Stiere van Amsterdam”, ten noorden Willem Hendrijcxz Moij, voor ƒ 140:3:8 269.
                              In Uitgeest verkoopt in 1696 Pieter Jansz Moeriaan aan zijn zoon Claas Pietersz Morriaan zekere huizinge en erf achter Krommeniedijk benevens het voetpad bewesten van het huis, belend de banscheiding, ten oosten de Neertsloot, voor 300 gld 270.
                                 Uit het tweede huwelijk:
                            1. N.N. Theunis HEN, tr. Ariaen Cornelisz GOESINNEN, schepen (o.a. in 1698 271) van Uitgeest, zn van Cornelis GARBRANTSZ, anders Cornelis Fanten, en Grietje FOPPEN.
                                In Uitgeest zijn op 7 juni 1695 Thuenis Jansz Hen, oud-schepen te Uitgeest, en Arijen Cornelisz Goesinne als vader en voogd van Cornelis Arijensz zijn onmondige zoon, geaccordeerd over de erfenis van de moeder, eerstelijk dat de vader zal geven 200 gld in geld, met de bloedkoralen ketting van deszelfs overleden moeder en de gouden ring zijnde zonder stenen, en voort zal Arijen Cornelisz het kind moeten onderhouden en mede hetzelve laten leren lezen en schrijven, tot zijn mondige jaren, huwelijkse of andere geapprobeerde staat, waarvoor tot zekerheid verbonden het stuk land genaamd de Kerckebusch. Op 1 mei 1699 hebben Aerian Cornelis, als vader, en Dirck Foppe ter weeskamer gebracht een somme van 400 gld het voorschreven weeskind van zijn grootvader en grootmoeder aanbestorven. Op 15 juni 1700 hebben zij nog gebracht ƒ 1534-4-0, item 12 lakens, 11 kussenslopen, 3 peluwlakens, 7 hemden, 5 neusdoeken, 4 dassen en 2 oorkussens. Op 1 juni 1717 machtigt de zoon zijn vader Aerjen Cornelisz om zijn goederen van de weeskamer op te eisen. 272
                                In Uitgeest verkoopt in 1699 Engel Arentsz wonende te Limmen aan Aerjaen Cornelis Goesinnen, regerend schepen alhier, een stuk land in de Broeck genaamd de Bagijnenbusch, groot omtrent 25½ roede, belend ten zuiden de koper, ten noorden de gemene vaart, voor 320 gld 273.
                                In Uitgeest verkoopt in 1714 Jan Nanne Backer aan Aerjen Cornelisz Goesinne een akker zaadland op de Geest genaamd de Kruysacker, groot 150 roeden, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 106 gld 273.
                            2. Dirck Theunisz HEN, tr. Aaltje CLAES.
                                In Beverwijk verkopen in 1721 Jan Cornelisz Schaap, mede-schepen, Claes Pietesz Boll en Dirck Cornelisz Waeter, beiden wonende te Uitgeest, als wettige voogden over Zieuwtje Dirckx en Teunis Dircksz, minderjarige kinderen van wijlen Dirck Teunisz en Aaltje in hun leven wonende te Uitgeest, aan Teunis Jacobsz van der Schaack wonende op Schoten een huis, erf en wagenhuis aan de Coningstraat, belend ten zuidwesten de Blockers, ten noordoosten Antonij de Jongh, voor ƒ 360, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1722 en 1723 274.
                                In Uitgeest hebben in 1722 Dirck Cornelisz Water, Claes Bol en Jan Cornelisz Schaap, voogden over de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Dirck Theunisz Hen en Aeltje Claes, aangetoond dat in deszelfs boedel nog aan gerede penningen zijn achtergebleven ƒ 400; dit geld is voldaan en geroyeerd op 3 augustus 1623. Op 1 april 1733 bekent Cornelis Vierhuijsen in huwelijk hebbende Zieuwtjen Dircks als erfgenaam van Tuenis Dircksz voldaan te zijn. 275
                            3. Trijntje Theunis HEN, geb. ca. 1674, zie 37.
                          78. (<39) (>156, >157) Hans Jansz van de VELDE, bakker te Vianen, op 20 augustus 1656 in Vianen burgerrecht toegekend 276, overl. tussen 27 juni 1668 en 2 febr. 1676,
                              In Vianen transporterrt in 1648 Johannis Leijdecker wonende te Amsterdam aan Hans Jansz van der Velden, burger en bakker dezer stede, een huis en erf bij de Lantpoort aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten noorden Steven Christoffelsz Slootemaecker, ten zuiden de Moolestraet, belast met 1 gld 10 st, waarvoor de koper aan de verkoper een schuld bekent van 400 gld als rest van de kooppenningen, tegen de penning 20, af te lossen 1 mei 1652, met als onderpand de huizinge van het voorgaande transport (waarvan op 10 december 1650 Geertgen Adriaens bekende betaald te zijn), bekent in 1650 Hans van der Velde, burger en bakker alhier, schuldig te wezen aan Gijsbert Gerritsz 350 gld tegen een jaarlijkse losrente de penning 16, met als hypotheek een huis en erf aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten zuiden de gemene straat, ten noorden Steven Christoffelsz Slootmaecker (waarvan op 10 december 1650 Gijsbert Gerritsz bekende voldaan te zijn), en bekent nog in 1650 Hans Jansz van der Velde schuldig te wezen aan Joffr. Johanna de Chantraine geseijt Brouckhout 1000 gld, overzulks te betalen een jaarlijkse losrente tegen de penning 20, stellende tot een speciale hypotheek een huis en erf aan de Westzijde van de Voorstraet, belend ten noorden Steven Christoffelsz, ten zuiden de gemene straat 277
                              In Vianen verklaart in 1653 Dirck Cornelisz zich borg voor Ernst Hoffman om 35 gld te voldoen aan Hans Jansz Backer over huishuur, en bekent in 1668 Hans Jansz van de Velde, burger en bakker alhier, schuldig te wezen aan Steven, uitlandige zoon en mede-erfgenaam van Barbara Dalen, 280 gld 15 st ter zake van een vierdepart in een rentebrief van 1300 gld met de renten van dien door de verdere erfgenamen te Vianen getransporteerd op Nathan van Vogelsangh, in zijn leven predikant alhier, waarvan alvorens afgetogen 189 gld 19 st, blijvende 280 gld 15 st, ontvangen van Louise Maria de Chatraine geseght Broucksault weduwe van voornoemde Vogelsangh, volgens obligatie daarvan gepasseerd op 20 mei 1662 die bij dezen is gecasseerd, belovende daarvan te betalen een jaarlijkse losrente tegen de penning 20, verbindende als onderpand 2 huizingen en erven aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten noorden Jacob Stevens van Oldenmerck, ten zuiden de Moelenstraet, met in de kantlijn 2 aantekeningen, namelijk: (1) Willem van Dalen, een broer en alzulks voor een derdepart erfgenaam van Steven van Dalen, bekende op 2 februari 1676 door handen van Lijsbeth weduwe van Hans Jans van de Velde een derdepart van nevenstaande plecht met de verlopen renten ontvangen te hebben, (2) Lijsberth weduwe van Hans Jansz van de Velde exhibeerde de originele plecht met in dorso een quitantie waarin Thomas Coenraet als getrouwd hebbende Maria van Dalen op 30 mei 1677 in Amsterdam verklaarde een derdepart van 280 gld 15 st ontvangen te hebben; gecasseerd op 28 mei 1677[?] 278.
                          tr.
                          79. (<39) Lijsbeth JANS.
                              In Vianen transporteert in 1678 Lijsbeth Jans, weduwe en boedelhoudster van Han s van de Velde, aan Abraham van de Velde haar zoon een huizinge en erf aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk op de hoek van de Molestraet, belend ten zuiden de Molestraet, ten noorden Jacob Stevensz Oldemerck, strekkende westwaarts tot achter aan 't erf van voornoemde Jacob Stevens toe, belast met 1000 gld kapitaal ten behoeve van Joffr. Johanna de Chantraines geseyt Broucqhault en 90 gld kapitaal ten behoeve van 't onmondige kind van Jan Dalen 279.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Jan Hansen van de VELDE, tr. Janneken.
                              2. Jacobus van de VELDE, tr. 1° Aeltien Joosten van den BOSCH, ondertr. 2° 14 okt. 1683, tr. Vianen 1 nov. 1683 Geertruijt Adams MULDERS.
                              3. Jannigjen van de VELDE, tr. (nederd. geref.) Vianen 4 mei 1676 (hij jongeman van Mele..., wonende te Groot-Schermer) Herman Jansz DOCTOR.
                              4. Abraham van de VELDE, ondertr./tr. Vianen 3/17 juni 1688 Janneke Jacobs van OLDENMERCK, dr van Jacob Stevensz van OLDENMERCK en Weijntje Daniels van HARDICHSVELT.
                                  In Vianen compareert in 1673 o.a. Jacob Stevensz van Oldenmerck als vader en voogd van Jannichjen Jacobs zijn onmondige dochter geprocreëerd bij Weijne Daniels van Hardichsvelt als een van de erfgenamen van Daniels Reijersz van Hardichsvelt, hun vader en grootvader 280.
                                  In Vianen repudiëren in 1699 de naaste bloedverwanten van zal. Reijnier van Hartevlet, overleden op 11 auustus 1699, diens nagelaten boedel, onder wie Abraham van de Velde als in huwelijk hebbende Jannichien van Oldenmerck, die een dochter is van Weijntje van Hartevelt, en verkopen in 1700 de universele erfgenamen van Geertruijd van Hertigsvelt, onder wie Abraham van de Velde als in huwelijk hebbende Jannichien van Oldenmerck, aan Willem de Koningh, burger alhier, een huizinge en erf aan de Oostzijde van de Voorstraet, belend ten noorden het stadhuis, ten zuiden Joost van Asch, strekkende voor van de straat tot achter aan het stadserf toe, belast met jaarlijks 3 gld 12 st, en nog met 105 gld aan Claas van der Goot wegens reparaties (betaald op 31 maart 1702) 281.
                              5. Susanna van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 4 okt. 1665.
                              6. Susanna Jans van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 20 sept. 1666, zie 39.
                              7. Flipijnis van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 22 dec. 1668.
                            80. (<40) Louwijs Cornelisz de MUNCK, geb. Meulebeke (Vlaanderen), ged. (doopsgezind, bij 't Lam 282) Amsterdam 17 okt. 1655 als Louijs Cornelesz (doopgetuigen Hans Vlaminck en Abram van den Ende), begr. ald. (Heiligeweg en Leidsche Kerkhof) 16 mei 1667,
                                Louwijs Cornelisz de Munck woonde in 1639 buiten de Sint Janspoort onder Haarlem. Bij begraven in Amsterdam op 16 juni 1667: Louwijs Cornelisz de Munck buiten de Uterse poort op 't Breeverewerspadt; laat zeven kinderen na. Op 21 juni 1669 wordt op het Karthuizer Kerkhof een kind van Louwies de Munk in de Korte Tuynstraet begraven.
                            ondertr./tr. Haarlem 30 jan./13 febr. 1639
                            81. (<40) Henrickien HENDRIXS, geb. Utrecht, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 282) Amsterdam 17 okt. 1655, overl. na 1670.
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Cornelis Louisz de MUNCK, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 282) Amsterdam 17 febr. 1669 (doopgetuigen de moeder Hendrickje Hendrixe en Hendrick Claasz Hoochvelt), tuinman in Amsterdam aan de Anjeliersgracht in 1683, ondertr. 1° Amsterdam 22 jan. 1683 Pietertje MARKES, geb. ald. ca. 1649, tr. 2° Wybrich Cornelisdr VALCK.
                                  Op 7 november 1685 kregen Cornelis Louwys en zijn huisvrouw Pietertie Markes, enige tijd geleden metterwoon uit Amsterdam gekomen en nu geresolveerd om weer naar Amsterdam te gaan, attestatie vanuit de doopgezinde gemeente te Beverwijk 153. Op 21 april 1686 werden zij lidmaat van de gemeente Lam en Toren. Bij de ondertrouw met zijn tweede vrouw, Wybrich Cornelisdr Valck, werd Cornelis Louisz de Munck geassisteerd met zijn broer Abraham de Munck; zij had haar peet Baafje Ridder bij zich.
                                  In 1696 testeren in Oostzaandam Cornelis Louise de Munck en Wijbrich Cornelis Valck, echtelieden wonende in Oostzaandam, op de langstlevende als er geen kinderen zijn 283.
                              2. Abraham Louisz de MUNCK, geb. ca. 1644, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 282) Amsterdam 17 febr. 1669 (doopgetuigen de moeder Hendrickje Hendrixe en Hendrick Claasz Hoochvelt), hovenier, werd op 5 december 1670 poorter van Amsterdam, begr. Amsterdam 26 maart 1724, ondertr. 1° ald. 21 maart 1670 Teuntje Jacobsdr GORSCAMP, geb. ald. ca. 1651, begr. Amsterdam 21 juli 1709, dr van Jacob GORSCAMP en Leuntje Salomons de BOIS, ondertr. 2° ald. 27 juni 1698, ondertr. (impost) ald. 25 juni 1698 (impost ƒ 6 samen) Dieuwertje Jacobsdr SCHOL, geb. Amsterdam ca. 1653, ged. (doopsgezind) ald. 28 sept. 1698, begr. ald. 12 april 1743.
                                  Abraham Louisz de Munck was in 1670 hovenier buiten de Utrechtse poort onder Amsterdam, en in 1698 aan de Anjeliersgracht. Bij zijn overlijden in 1724 was hij meester hovenier in de Boomdwarsstraat bij de Anjeliersgracht.
                                  Abraham Louysz, hovenier, wonende buiten de Utrechtse poort op het nieuwe Verwerspad, oud zo hij verklaarde 25 jaar, en Teuntje Jacobsz Gorskam, jongedochter op de Singel, bijgestaan door haar moeder Leuntje Salomons de Bois en haar tante Salomons de Bois, weduwe van Joris Samuelsz van den Boogaert, sluiten maken huwelijksvoorwaarden op, waarbij de bruidegom zijn kleding inbrengt en de bruid een huis en erf aan de Anjeliersgracht „daer de Stad ter Veere uythangt” en voorts kleding, huisraad, enz.
                                  Abraham Louisz, hovenier, en zijn vrouw Teuntje Jacobs Gorskam, woonachtig aan de Anjeliersgracht, testeren op elkaar; zij verklaren dat zij niet in de 200e penning zijn aangeslagen en herroepen de huwelijksvoorwaarden voor dezelfde notaris verleden op 12 maart 1670.
                                  Abraham Louisz de Munck, weduwnaar van Teuntje Jacobs Gorskam, hovenier te Amsterdam, sluit een overeenkomst over de verdeling van de nalatenschap van zijn vrouw met Jacob de Munck en Louis de Munck, zijn inmiddels meerderjarige zoons, en voorts met Christoffel van der Walle en Matthijs Bodisco, de voogden van de nog minderjarige dochters Jannetje en Marike. Jacob en Louis, die beiden reeds bij wijze van uitzet een deel van hun moeders erfdeel hadden ontvangen, hebben nog recht op 225 gld opv. 250 gld. Voor hun minderjarige dochters wordt een bedrag van 800 gld gereserveerd, dat door Abraham zal worden beheerd tot zij meerderjarig zijn.
                                  Abraham Louisz de Munck en Dieuwertje Jacobs Schol stellen huwelijksvoorwaarden op; als de bruidegom als eerste overlijdt zonder kinderen na te laten, dan heeft de bruid recht op de helft van de huisraad, inboedel enz., plus een bedrag van 400 gld.
                              3. Jannetje Louis de MUNCK, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 282) Amsterdam 18 nov. 1663 (doopgetuigen de vader Louys Cornelisz en Hendrick Clasz Hoogfelt), overl. 1680, tr. (schepenbank) Haarlem 21 jan. 1680 Andries Jansz van HOORN, geb. ald., die hertr. met Lijsbeth VOOGT.
                              4. Jacob Louisz de MUNCK., zie 40.
                              5. Isaack Louisz de MUNCK, begr. Amsterdam 4 nov. 1691, tr. Jannetje ANDRIESDR.
                                  Isaac woonde in 1678 en 1680 aan het Verwerspad buiten de Utrechtse poort, in 1686 en 1689 op de Prinsengracht, in 1691 op het Kruitmolenpad buiten de Utrechtse poort onder Amsterdam. Kinderen van hem werden in Amsterdam begraven op 28 april 1686, 2 juni 1689 en 12 februari 1692.
                            82. (<41) (>164) Cornelis Theunisz van STEENIS, doet in Beverwijk op 7 juni 1665 belijdenis als Cornelis Theunisz van Steeninghs, vleeshouwer (poorterboek Amsterdam 28 sept. 1666: Cornelis Teunisse van Stenes van Geldermalsen, vleeshouwer, heeft eed gedaan en 't klein recht betaald),
                            ondertr./tr. Amsterdam/Beverwijk 19 april/11 mei 1664
                            83. (<41) (>166, >167) Aegje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635 (doopgetuige Elbert Claesz Elandt), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 8 sept. 1660.
                                In Beverwijk verkoopt in 1688 Aechje Lucas, weduwe van Cornelis Teunisz van Steenis, wonende binnen dezer stede, zuster en erfgenaam van Maritje Lucas Helderman in haar leven wonende binnen dezer stede, aan Jan Jansz Verlaen alhier de helft van een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan het erf van Jan van Toorn, belend ten zuiden Jan Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, waarin de koper de wederhelft is competerende als in huwelijk hebbende Antje Lucas, zuster en mede-erfgenaam van Maritje Lucas voornoemd, voor 300 gld 284.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Theunis Cornelisz van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 febr. 1665, ondertr./tr. ald. 14/31 aug. 1689 Sara Jacobs de HART, ged. (nederd. geref.) ald. 21 okt. 1663, impost op begr. Beverwijk 27 okt. 1721 (pro deo), dr van Jacob de HART en Dorete COLSTEYN.
                                    In Beverwijk verkopen in 1692 de drie zonen en erfgenamen van Grietje Maertens en Jan Willemsz Heerencarspel die zoon was van Willem Jansz Heerencarspel en Maartje Cornelis, aan Teunis Cornelisz Steenis, mede wonende in dezer stede, een huis, erf en tuin daarachter annex aan de Coningswegh, strekkende tot achter aan de Achterwegh, belend ten zuiden Cornelis de Bruijn, ten noorden de dochter van Jan Willemsz Heemskerck, doende dit huis 7 gld jaarlijks in de verponding, zonder de opstal van de tuinderij in huur gebruikt door Aerijen Eliasz, voor 1075 gld, te betalen 1/3 mei 1692, 1/3 mei 1693, 1/3 mei 1694, en verkoopt in 1693 Teunis Cornelisz Steenis dit aan Maria Braanhorst, mede alhier, voor 1000 gld 285.
                                2. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 25 juli 1666.
                                3. Teuntje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, ondertr. Beverwijk 3 juli 1689 (beiden van Amsterdam), tr. ald. 20 juli 1689 Cornelis Bartholomeusz BLOCK.
                                4. Marritje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, impost op begr. Beverwijk 9 mei 1725 (pro deo), ondertr. 1° ald. 30 dec. 1689 (hij uit de Kaag, zij van Amsterdam), tr. ald. 15 jan. 1690 Dirck Jansz IJSELENDOORN, tr. 2° Willem Evertsz van STRAATEN, overl. vóór 25 sept. 1720.
                                    In Beverwijk bekent in 1714 Marritje Cornelis Stenis, weduwe wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Grietje Gerrits, weduwe van Adryaen Cornelisz van de Trappen, 300 gld, tegen een interest van 4 gld van iedere honderd gulden, en verbindt daarvoor haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten de erfgenmen van Cornelis Pietersz Backer, ten zuidoosten Claes Paulus Langevelt (op 4 maart 1726 voldaan) 286.
                                    Op 25 september 1720 287 testeert Maritje Cornelis van Steenis, weduwe van Willem Evertsz van Straaten, aan Neeltje en Aaghje Cornelis, en ƒ 50 aan de 5 kinderen van Sara de Hardt.
                                5. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 30 okt. 1669.
                                6. Neeltje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 22 maart 1671, impost op begr. Beverwijk 19 okt. 1723 (pro deo), ondertr. 1°/tr. ald. 16/31 maart 1697 Gerrit Bartolomeusz KLOK, tr. 2° Aerijen SCHAGEN.
                                    In Beverwijk verkoopt in 1706 Neeltje Steenis, weduwe van Gerrit Bartelmiesz Klock, wonende binnen dezer stede, aan Maartje Robberts, weduwe alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmans, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 277 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 op mei 1707, 1/3 op mei 1708 288.
                                    In Beverwijk verkoopt in 1720 Neeltje Cornelis Steenis, laatst weduwe van Aerijen Schagen, wonende alhier, aan Gerrit van Laar, broodbakker alhier, een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten zuiden de erfgenamen van Gerrit Antonisz Scheepmaacker, ten noorden de koper, voor ƒ 42, te betalen de helft gereed, de helft Nieuwjaar 1721 289.
                                7. Luijcas van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 15 juni 1672.
                                8. Aegje Cornelisdr van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 juni 1673, zie 41.
                              84. (<42) (>168, >169) Thomas BANCKERISZ, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 jan. 1638, overl. ald. 3 juli 1685,
                                  In Wijk aan Duin zijn in 1667 Thomas Pancrasz en Annetje Panchras, jongeluiden, broer en zuster, wonende op het Hofland, aan Jr Jacob van Mierop, baljuw van Bloijs, een jaarlijkse losrente van 20 gld schuldig, hoofdsom 500 gld, met als onderpand hun huis en werf op het Hofland, strekkende van de Lage tot de Hoge Hoflanderwegh, belend ten zuidwesten Laurens Jacobsz, ten noordoosten Cornelis Claesz 290.
                                  In Beverwijk bekent in 1669 Thomas Pancrasz, jongeman wonende op het Hoflandt, schuldig te wezen Jan Gerritsz Verlaen als voogd over Cornelis Jacobsz minderjarige nagelaten zoon van wijlen Jacob Jacob Outgersz, 100 gld tegen de penning 25 in 't jaar, met als borgen Cornelis Pancrasz wonende op het Hoflandt en Frans Thomasz [kleinzoon van hun oom maternel Frans Thomasz] wonende alhier 291.
                                  In Wijk aan Duin verkopen in 1670 Cornelis Claesz, buurman op het Hoflandt, voor de ene helft, mitsgaders Claes Cornelisz onze mede-buurman, Jan Symonsz Bom als man en voogd van Maritgen Cornelis, wonende te Beverwijk, Phlips Engelsz man en voogd van Foockel Cornelis, wonende aan de St. Aechtendijck, en Jan Aerijaensz Kil als man en voogd van Jannetjen Cornelis, wonende in de Schermer, allen nagelaten kinderen en erfgenamen van Cornelisje Cornelis Smackers geprocreëerd bij Cornelis Claes voornoemd, voor de andere helft, aan Thomas Banckeris onze buurman op het Hoflandt een hoek erfs groot 66 roeden 8½ voet, zoals nu van het erf van verkopers afgeheind is, liggende op het Hoflandt, strekkende van de verkopers tot aan de Achterwech, belend ten zuidwesten de koper, ten noordoosten de verkopers, voor 106 gld 292.
                                  In 1673 293 verklaren Symon Pietersz Schuyt, 50 jaar, wonende te Wijk aan Duyn, en Jacob Jansz Boogaerdt, 23 jaar, wonende te Beverwijck, dat in de zomer 1671 Thomas Pancrasz, wonende te Wijk aan Duin, aan Symon Miesz Schotten 400 pond peulerwten of planterwten verkocht had, te leveren in de zomer van 1672; de medegetuige Cornelis Bankerisz te Wijk aan Duin verklaart dat de weduwe van Symon Mieusz Schotten hem was komen vertellen dat hij (Schotten) overleden was en dat zij de erwten nog wel wilde hebben.
                                  In 1675 294 is Thomas Pancrasz, buurman op het Hofland, geld schuldig aan Willem Dircksz van Tooren, met als borgen Cornelis Pancrasz, mede wonende op het Hofland, en Court Barentsz, bakker te Beverwijk.
                                  In 1680 295 bekent Tomas Bankersz, buurman op het Hofland in de banne van Wijk aan Duin, 40 gulden schuldig te zijn aan de boedel van wijlen Gerrit Theunis Plemp over koop van een hof die hij van Plemp had gekocht. Hij geeft nu een paard en wagen in pand.
                                  In Wijk aan Duin is in 1680 Tomas Banckerisz, wonende op 't Hofland, aan Rochus van Veen wonende te Beverwijk 225 gld schuldig, met als onderpand zijn huis en erf, belend ten oosten de werf van Jacob Cornelisz, ten westen de Hooge Hoflanderwech, ten noorden Laurens Jacobsz, ten zuiden de vrouwe van Hogersmilde, en nog een akkertje land aan dezelfde weg, strekkende tot aan de erven van Cornelis Banckerisz en Laurens Hendricksz, belend ten noorden Cornelis Michielsz, ten zuiden Cornelis Banckerisz voornoemd (in de kantlijn: op 21 april 1680 wegens insolventie van de boedel ontslagen uit het verband door Irnout van Veen), en verkoopt in 1683 Thomas Banckerisz, buurman op 't Hofland, aan Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs, al zijn roerende goederen, als koebeesten, paarden, schapen varkens, al zijn huisraad, inboedel, linnen enz., zoals hij die al verkocht vorige zomer had, voor 1050 gld, die hij bij afrekening achter was over verschenen renten en landhuren 296.
                                  In Uitgeest bekennen in 1681 de voogden van de kinderen van Thomas Bancrissen gelicht te hebben van de kinderen, de penningen toekomende Ryer Janszoon ƒ 256-15-0, toekomende Claes Pietersdochter ƒ 200-0-0, toekomende Abraham Pieters ƒ 93-5-0, toekomende de kinderen van Styntje Heijndricx ƒ 49-0-0, totaal ƒ 600 [sic] (ten volle voldaan op 1 april 1692) 297.
                                  In Wijk aan Duin in 1686 hebben Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs en officier der stede Beverwijk, en Cornelis Banckerisz wonende op 't Hoflandt, als geordonneerde curateuren over de insolvente boedel van wijlen Tomis Banckerisz, in zijn leven wonende op 't Hoflandt, openbaar verkocht aan Isnout van Veen, wonende binnen Beverwijk, een stukje land van omtrent 66 roeden op 't Hoflandt achter het huis van Cornelis Banckerisz aan de Hooge Hoflanderwech, belend ten oosten en zuiden het voorschreven huis en erf, ten westen de voorschreven Hooge Hoflanderwech, ten noorden Cornelis Michielsz, voor 103 gld, en Jacob vam Mijerop als mede-curateur alleen aan Cornelis Banckerisz, mede-curateur, een huis en erf op 't Hoflandt aan de Wagenwech, strekkende tot achter aan het stukje land van Isnout van Veen de Hooge Hoflanderwech toe, belend ten zuiden de weduwe van Laurens Jacobsz, ten noorden Laurens Garrebrantsz, voor 405 gld 298.
                              tr. 2° (r.-k.) Heemskerk 1 nov. 1677 Lijsbeth WILLEMS,
                              tr. 1°
                                     Uit het tweede huwelijk:
                                1. Sijmen THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 10 sept. 1678 (doopgetuige Gerrit Dirckse Bosman), overl. ald. 21 nov. 1727, tr. (r.-k.) ald. 16 febr. 1700 Trijn BALTEN.
                                2. Maria THOMAS, ged. (r.-k.) Heemskerk 20 okt. 1680 (doopgetuige Maertie Claes), tr. Cornelis JANSEN.
                                3. Neeltje THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 4 juli 1682 (doopgetuige Afje Dircks).
                                4. Cornelis THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 10 april 1684 (doopgetuige Antie Laurens).
                              85. (<42) Ariaentie PIETERS, overl. Heemskerk 18 juni 1676.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Panchras Thomisse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 aug. 1673, zie 42.
                                2. Pieter THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 jan. 1675 (doopgetuige Jannetie Jans).
                              86. (<43) Lauris Arisse (DECKER),
                              tr.
                              87. (<43) Grietie PIETERS.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Jannitje LAURENS, zie 43.
                                2. Breghtie LAURENS, ged. (r.-k.) Heemskerk 2 okt. 1672 (doopgetuige Maertien Gijsberts), overl. ald. 30 juli 1719, tr. (r.-k.) ald. 4 aug. 1698 Aldert CRELISSE.
                                3. Jan Laurens DECKER, ged. (r.-k.) Heemskerk 27 juni 1675 (doopgetuige Antie Ariens), tr. (r.-k.) ald. 30 april 1698 Lisbet CRELIS.
                                4. Jacob Laurense DECKER, ged. (r.-k.) Heemskerk 27 okt. 1675 (doopgetuige Jannitie Gerrits).
                              88. (<44) Jan Pietersz van JESSEN, alias Sander, bleker,
                                  In 1662 is in Heemstede Jan Pietersz Sander op de Princesantvaert aan Juffr. Elisabeth Pauw een jaarlijkse losrente van 12 gulden schuldig, af te lossen met 300 gulden, met als onderpand „alle syn guet specialick syn bleijckhuijs mette appenditien ende dependitien vandien staende opden ondergront vanden Heere Panhuijs aende de Princesantvaert”, geroyeerd op 13 febr. 1699 299
                              tr.
                                  Op 17 februari 1695 compareren te Heemstede 300 Isacq Jansz, Balte Jansz, Anna Jansz ende Cornelis Jansz ter eenre, en Dirk Hendrixe Oostdorp in huwelijk hebbende Lijsbet Janse ter andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Jan Pietersz Sander en Luijkje Baltes, woonende allen hier te Heemstede en Bennebroek; de hele erfenis en nalatenschap, bestaande uit een kleerblekerij aan de Prince Sandvaert met alle toebehoren, wordt overgedragen aan Dirk Hendrixe Oostdorp; hij en zijn vrouw moeten Anne Jansz bij zich houden en behoorlijk van kleren en kost voorzien.
                              89. (<44) (>178) Luijtje BALTENS.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Isaac Jansz van JESSEN, tr. N.N., overl. Heemstede 17 maart 1695.
                                2. Balten Jansz van JESSEN, zie 44.
                                3. Anne JANS.
                                4. Cornelis Jansz van JESSEN, ondertr. Heemstede 23 april 1690 (voor schepenen), tr. (schepenbank) Jannetje Gijsberts VAILJANT, eerder gehuwd met N.N.
                                5. Lijsbet JANS, tr. Dirk Hendrixe OOSTDORP.
                              92. (<46) Wouter CORNELIS,
                                  In 1685 verkoopt Maijken weduwe van Henrick Jansz, geassisteerd met Philips Alewijns haar momboir, aan Wouter Cornelis met Heyltje zijn wettige huisvrouw, een akker genaamd de Meulenwegh, en verkopen deze uit kracht van naderschap aan Jacob Hoebers en Anneken zijn huisvrouw 301.
                              tr.
                              93. (<46) Helena Jans WIJNANTS.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Joannes WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 4 sept. 1672.
                                2. Wouter WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 17 aug. 1675, tr. Maria Anna de LELI.
                                3. Cornelis WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 nov. 1677 (vermoedelijk), zie 46.
                                4. Joanna WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 19 febr. 1680.
                                5. Margareta WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 11 juli 1682.
                                6. Nicolaas WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 15 sept. 1685, tr. Wilhelmina WIJNANTS.
                              94. (<47) (>188, >189) Adam Anthonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 dec. 1630, overl. tussen 9 maart 1691 en 24 april 1697,
                                  Op 16 september 1682 verpacht Adam Anthonis van Oerle een huizinge en hof gelegen in Eersel aan de Plaets voor een jaar aan Aelbert Willemsz van Buel, op 9 maart 1691 verkoopt Geertruyt, dochter van Bartel Dircx Deijssens, geassisteerd met Adriaen Bruijnens haar man en momber, aan Adam van Oers en Heyltien zijn huisvrouw twee beemden 302.
                              tr.
                              95. (<47) (>190, >191) Heldewich (Helena) Hendriks STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 24 jan. 1646.
                                  In april 1697 transporteert Heyltjen, weduwe van Adam van Oers, geassisteerd met Wouter Goossen haar gecoren momber, uit kracht van een decreet van schepenen van Eersel, Duysel en Steensel, aan Corstiaen van Oers en aan Reynier Bartel Schellens een helft van een timmerplaats gelegen aan de Plaets 303.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 23 juli 1675.
                                  2. Hendrik Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 1 juni 1677, begr. ald. 30 okt. 1751, tr. Johanna OTTERDIJCX.
                                  3. Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 20 nov. 1678.
                                  4. Johanna Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 3 aug. 1680, zie 47.
                                  5. Antonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 april 1683.
                                  6. Anthonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 4 okt. 1684.
                                  7. Elisabeth Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 25 mei 1687.
                                  8. Antonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 17 maart 1689.
                                96. (<48) (>122, >123) Cornelis Jansz KEIJSER, leraar van de mennonistische gemeente in 1702 in Langedijk,
                                    In Broek op Langedijk in 1696 verkoopt Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, en verkoopt Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door zal. Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 304
                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Jan Gleynsz wonende in de Schermer nomine uxoris aan Cornelis Jansz Keyser een stuk zaadland gemeen en onverdeeld met Jan Jansz Hent, belend ten noorden de Mennogezinde gemeente, ten zuiden Sijmon Posser, groot 7 snees 9 roeden 3 voet, voor ƒ 164:5:4, verkoopt in 1712 Rens Gerritsz wonende in de Wieringerwaard, in huwelijk hebbende Tryn Gerrits, aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch gezinde leraar alhier, een westend akker zaadland, belend ten oosten Jan Aelberts Blocker annex, ten zuiden het Kalfke, ten noorden de Gildenacker, groot 6 snees 6 roe 9 voeten, voor 190 gld 2½ st, en Sr Niclaas Blydenius aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch leraar alhier, een akker zaadland, belend ten noorden Jan Tuynman, ten zuiden Dirk Sloof, groot 9 snees 12 roe 6 voeten, voor 168 gld ½ st, en verkopen in 1717 Adriaan Visser en Jannitje Bos, beiden wonende te Alkmaar, aan Cornelis Jansz Keijser en Cornelis Veddesz een stukje weiland van 2½ geersen gelegen voor de huizen, belend ten westen Jan Willemsz Klif, ten oosten Jan Boogert, voor ƒ 107:4:6 305.
                                    In Broek op Langedijk transporteren in 1726 Bastiaan Bosman wonende te Alkmaar en Dirk Kornelis Keijser, voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Jansz Keijser, in zijn leven geweest Mennogezinde leraar in ons dorp, aan Willem Cornelisz Keijser 4 vijfdeparten in het huis en erve in 't Noordend, belend ten zuiden Klaas Hillen, ten noorden Trijntje Jans Bos, voor 200 gld, verkopen in 1727 Frans Dirksz de Jong en de kinderen en erfgenamen van Cornelis Jansz Caijser aan Dirk Aarjans Bik een akkertje zaadland genaamd het Smalte, groot 2 snees 15 roeden, belend ten westen de erven van Dirk Sijmonsz, ten oosten de Trogveert, voor 2 gld ['t snees], en verkopen in 1737 Willem en Dirk Cornelisz Keijser, mitsgaders de rato caverende voor Bastiaan Bosman in huwelijk hebbende Guurtje Jans Keijser, en Maartje Cornelis Keijsers en nog voor de erven van Jan Cornelisz Keijser, aan Kornelis Jacobsz Mul een derde in 3 geerzen 11 snees weiland, een derde in 1 gars 3 snees 4 roeden wei- zeg zaadland in 't bedijkte buitenland, belend ten oosten de Ringsloot van de Heerhugowaard, ten westen de Oostendijk, voor ƒ 0:6:0 ['t snees] 306.
                                tr. N.N.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Jan Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, zie 48.
                                  2. Guurtje Cornelis KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, bij huwelijk jongedochter van Langedijk, ondertr. Alkmaar 28 mei 1719, tr. kerkel. (mennon.) ald. 18 juni 1719 (voor de „Vries Doopges. Gemeente”) Bastiaen Jansz BOSMAN, stoelenmaker ald., zn van Immetie BASTIAENS, wedn. van Dieuwertie CORNELIS.
                                      Op 22 mei 1714 testeren Bastiaen Jansz Bosman en Dieuwertie Cornelis, echteluiden, op de langstlevende (zijn moeder is Immetie Bastiaens), en op 11 november 1722 testeren Bastiaen Bosman en Guurtie Cornelis Keijser, met de bepaling dat als zij zonder kinderen overlijdt en haar vader Cornelis Jansz Keijser dan nog leeft, haar vader zijn blote legitieme portie van 20 gld krijgt 307.
                                      In Alkmaar verkoopt op 19 november 1736 Huijbert Ariens, weduwnaar en erfgenaam van Dieuwertje Jans, aan Bastiaen Boschman een kamer en erf op de Schulphoek bezuiden het Pleijn, belend ten oosten de weduwe van Crijn Sijmonsz Coopman, ten westen Dirk Sijmonsz Coopman, voor 50 gd 308.
                                  3. Willem Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 11 april 1717, bevestigd als leraar van de mennonistische gemeente ald. 23 maart 1727, tr. 1° N.N., tr. 2° Anne DIRKS.
                                      In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1727 Bastiaen Bosman, stoelenmaker te Alkmaar, aan Willem Cornelisz Keijser wonende te Broek op Langedijk een akker zaadland genaamd het Breetje gelegen in 't Zuijtendt van de Koog, groot omtrent 10 snees 10 roeden, belend ten oosten Fredrik Swaag, ten zuiden Pieter de Graaf, ten westen Dirk van der Meer, voor 200 gld 309.
                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1726 Bastiaan Jacobsz Bosman wonende te Alkmaar aan Willem Kornelisz Keijser 2 stukjes zaadland, het ene groot 5 snees 4 roeden bij Pieter Huybers' molensloot, belend ten westen IJff Heijlemans annex, ten noorden Pieter Dirksz Ellen, het andere in Harckeweijd, groot 2 snees, belend ten zuiden het Mennopreekhuis, ten noorden het Oosterdel, voor 115 gld, verkoopt in 1727 Cornelis Veddes aan Willem Cornelisz Keijser de helft in een stukje weiland voor de huizen, groot 1 gars 3 snees, belend ten zuiden Willem klif, ten noorden Gerrit Kopper, voor 60 gld, verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Willem Cornelisz Keijser een akker zaadland genaamd het Rottenest groot 6 snees 7 roeden, belend ten zuiden de koper, ten zuiden zeg noorden Anne Dircx, nog een akker zaadland bezuiden Jan de Waal, groot 5 snees 4 roeden, belend ten westen Klaas Dotter, ten oosten Louris Hillen, voor 425 gld, idem nog een akkertje zaadland genaamd 't Coningshoff, groot 4 snees 4 roeden, belend ten oosten zeg westen Nan Madderoom annex, ten oosten Sijmon Gerritsz de Boer, voor 140 gld, verkoopt in 1731 IJff Heijlemans aan Willem Keijser een akkertje zaadland groot 5 snees 2 roeden, belend ten oosten de koper, ten westen Dirk Slooves, voor ƒ 135:0:0, verkoopt in 1736 Sijmon Gerritsz de Boer aan Willem Cornelisz Caijser een akker zaadland van 6 snees 1 roe, belend ten westen de koper, ten oosten Aaltje Cornelis, voor ƒ 193:12:0, verkopen in 1737 de voogden over de onmondige kinderen van Jacob Jonkers en Teetje Garbrands mitsgaders Adriiaan Pietersz Gorter aan Willem en Dirk Keijser een boomgaardje van 1 snees 11 roeden, belend ten westen de Agtergragt, ten noorden de Evertsweijd, voor ƒ 110:0:0, en verkoopt in 1737 Jan Jansz Bouwens aan Willem Caijser een akker zaadland genaamd de Jongenije, groot 5 snees, belend ten oosten de erven van Dirk Slooves, ten westen Jan Jonckers kinderen, en nog een akkertje zaadland genaamd Piet Pol, groot 6 snees 7 roeden, belend ten zuiden de Meijerssloot, ten noorden Jacob Kaan, voor ƒ 200:0:0 310.
                                      In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1737 Willem Cornelisz Keijser wonende te Broek aan Jan Jansz Bouwens een akker zaadland in de Koog tussen Moeije-Peete en Sybouts Ette-sloot, groot 10 snees 10 roeden, belend ten oosten de erven Fredrik Swaag, ten westen Aldert Jacobsz Kaas, voor 200 gld 311.
                                      In Broek op Langedijk testeren in 1753 Willem Keijzer en Anne Dirks, echte man en vrouw wonende te Broek op Langedijk, op de langstlevende, met de bepaling dat des testanten dochter, of haar descendenten, de langstlevende tot overlijden of hertrouwen in rust en vrede zal laten bezitten 312.
                                  4. Cornelis Cornelisz KEIJSER.
                                  5. Maartje Cornelisdr KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720.
                                  6. Dirk Cornelisz KEIJZER, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720, op 25 december 1722 gekozen als leraar van de mennonistische gemeente in Langedijk, maakt huwelijksvoorw. Broek op Langedijk 31 dec. 1720  313 met, tr. kerkel. (mennon.) Langendijk 12 jan. 1721 Trijntje Pieters WERF, dr van Pieter Jansz WERF en Guurtje WILLEMS.
                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Dirk Cornelisz Keijser een stukje weiland voor de huizen, groot 2 geerzen, genaamd het Schijtweijdje, belend ten noorden Jan de Boer, ten zuiden de Backerssloot, voor 119 gld, en verkoopt in 1741 Dirk Jansz Backer als last en procuratie hebbende van Jacob Cornelisz Mollevanger voor de helft, de voogden over Maartje Cornelis Mollevanger voor de andere helft, aan Dirk Cornelisz Keijser een noordend zaadland groot 5 snees 3 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem de Boer, voor ƒ 126:3:8 314.
                                98. (<49) (>196) Dirck SIJMONSZ, overl. vóór 1 april 1727  315,
                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1676 Jacob Aerjansz Schouten oud-regent, procuratie hebbende van Trijn Cornelisdr weduwe van Pieter Reyertsz Hooft, mitsgaders volmacht van de weesmeesters Cornelis Pietersz patroon en Dirk frans, voogden van haar kinderen, aan Dirk Symonsz en Frans Sijmonsz gebroeders een westend akker zaadland, belend ten oosten de kopers, ten westen Jan Pietersz Werff, groot 5 snees 1 roe 2 voet, verkopen in 1677 Dirk Fransz en Sijmon Pietersz Werff wonende alhier, voor de helft voor henzelf, en Pieter Gerritsz Officier als voogd en Aerjan Cornelisz als oom van de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Cornelisz geprocreëerd bij Aefjen Dirx voor de wederhelft ten overstaan van Bartelmies Christiaens weesmeester, allen te Bergen, aan Dirk Sijmonsz en Frans Sijmonsz gebroeders een akkertje zaadland, belend ten zuiden Aerjan Schouten, ten noorden Aerjan IJfsz, groot 4 snees 2 roeden 1½ voet, verkopen in 1684 Dirk Cornelisz Ellen en Frerik Louwrisz, als wettige voogden over de weduwe en 't nagelaten kind van Sijmon Pietersz Werff, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland genaamd 't Breedt, groot 9 snees 9 roeden 10½ voet, belend ten oosten Dirk Fransz, ten westen Jan Pietersz Werff, verkopen in 1693 Jan Baartsz Groot voor hemzelf, Pieter Cornelisz Rooderbant en Willem Gerritsz IJfkes, voogden over Reijnert Jansz Groen, aan Dirk Sijmonsz een westend akker zaadland, groot 3 snees 2 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Rooderbant, ten oosten Meyert Madderoom, en nog een stukje zaadland, groot 3 snees 5 roeden 6 1/3 voet, belend ten oosten Bartelmies Aerjansz, ten westen Griet Aerjans 316.
                                    In Broek op Langedijk verkopen in 1696 Dirck Sijmonsz en Pieter Ellen voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-consorten, erfgenamen van wijlen Jacob Willemsz Buijsman, aan Jan Jacobsz Mollevanger, president schepen van Zuid-Scharwoude, een akker zaadland, belend ten westen Cornelis Bosman, ten oosten Cornelis Duijnman, groot 6 snees 5 roeden 5 voet, verkopen in 1696 Dirk Sijmonsz en Willem Jansz Klijf als erfgenamen van wijlen Jacob Willemsz Buysman en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen, aan Pieter Dirxz Ellen, mede-erfgenaam, een akker zaadland groot 8 snees 6 roeden 9 voet, belend ten noorden 't Oosterdel, ten zuiden Dirk Hensbroek, verkoopt in 1696 Gerrit Pietersz Koedijk, regent te Warmenhuizen, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland genaamd de Zeylmaker, groot 11 snees 6 roeden 10½ voet, belend ten noorden Gerrit Claesz, ten zuiden Dirk Keysers kinderen, verkoopt in 1696 Cornelis Willemsz Langedijker, oud-burgemeester van Warmenhuizen, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland groot 7 snees 6 roeden 2½ voet, belend ten noorden Sijmon Posser, ten zuiden Dirk Fransz, genaamd 't Rottenest, verkoopt in 1699 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Dirk Sijmonsz zijn broer een akker zaadland genaamd Gerrit Claesacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Ellen, ten zuiden Louijs de Waels erve, verkoopt in 1704 Jan Warmenhuijsen als oppervoogd over Maartje Jansdr, onmondige dochter van Jan Winter, aan Dirk Sijmonsz een akkertje zaadland genaamd de Leynsacker, belend ten noorden Jacob Mollevangers zoon, ten zuiden Pieter Rooderbaarts erve, groot 3 snees 9 roeden 1/3 voet, à 11½ gld 't snees, bedraagt 39 gld 17¼ st, verkoopt in 1705 Jan Jacobsz Kaar aan Dirk Sijmonsz omtrent 30 roeden zaadland genaamd 't Venentje, belend ten westen de koper annex, ten oosten Sijmon de Boer, voor 45 gld, en verkopen in 1705 de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Sijmonsz een zuidend akker zaadland genaamd de Pulbos, belend ten noorden Will. Snorl, ten westen Jan Baertsz Hillen, ten oosten Pieter Boogert, groot 4 snees 2 roeden 7 voet, voor 34 gld 't snees, is 140 gld 7 st 12 penn 317.
                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1707 Jan Cornelisz Schoenmaker te Koedijk, in huwelijk hebbende Anna Aelbers Korn, aan Dirk Symonsz een akkertje zaadland, groot 2 snees 16 roden 4 1/3 voet, belend ten oosten Frans Dirksz, ten westen en zuiden de heer van Boningues, voor 31 gld, verkoopt in 1708 Pieter Jansz Backer wonende te Niedorp aan Dirk Symonsz een stukje weiland achter aan de Wal, groot 6 geerzen 2 snees, belend ten westen de Agtergragt, ten oosten Dirk Ellens zoon, ten noorden Cornelis Duynman, voor 863 gld 10½ st, 140 gld 't snees, en verkoopt in 1714 de burgemeester van Wadway, namens de voogden en nagelaten kinderen van Maartje Cornelisdr en Jacob Lourisz te Wadway, aan Dirk Symonsz een akkertje zaadland, groot 4 snees 14 roeden 8 voet 7 duimen, belend ten noorden Huijberts Molensloot, ten zuiden Jan Blocker, voor 139 7/10 gld 318.
                                tr.
                                99. (<49) (>198, >199) Guertje GERRITSDR.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Sijmon Dirksz BERGEN, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709.
                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Symon en Kornelis Bergen een akker zaadland genaamd Keijsersacker, groot 8 snees 16 roeden, belend ten noorden Dirk Duijnman, ten zuiden Pieter Ellen, voor 292 gld, verkoopt in 1727 Claas Cornelisz Huijsman als in huwelijk hebende Trijntje Gerrits aan Sijmon en Cornelis Dirksz bergen een akker zaadland groot 9 snees, belend ten zuiden Jan Madderoom, ten noorden Pieter Ellen, voor ƒ 292:10:0, en verkopen in 1737 de erfgenamen van Sijmon Braak aan Symon Dirksz Bergen een akker zaadland van 1 gars 3 snees 15 roeden, belend ten zuiden Trijn Pieters Korn, ten noorden Maartje Cornelis, voor 472:15:0 319.
                                      In Broek op Langedijk verkopen in 1754 de erfgenamen van Sijmon Dirksz Bergen aan Jan Jacobsz Jonker een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden de erven Jan Keijser, ten noorden Gerrit Gluur en Jacob de Vries 320.
                                  2. Cornelis Dirksz BERGEN, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, tr. Trijntje RENS.
                                      In Broek op Langedijk verkopen in 1728 de erfgenamen van Griet Cornelis gewezen huisvrouw van Barend Egbertsz, overleden te Noord-Scharwoude, aan Cornelis Dircxz Bergen een akker zaadland, groot 8 snees 13 roeden, belend ten zuiden Sijmon Braak, ten noorden Pieter Stofregens erve, voor 336 gld (dezelfde verkoop ook door Barend Egbertsz), verkoopt in 1729 Trijn Pieters weduwe van Pieter Aalbertsz Korn aan Cornelis Dircxz Bergen een westend zaadland, groot 4 snees 10 roeden, belend ten oosten de koper annex, ten noorden Trijntje Bos, voor ƒ 199:7:9, en verkoopt in 1734 Trijntje Rens, weduwe van Kornelis Bergen, met aggregatie van de voogden over de minderjarige kinderen van Kornelis Bergen, aan Sijmon Dirksz Bergen een half huis en erf gemeen met de koper in 't Noordend, belend ten zuiden Dieuwer Dircx, ten noorden Aaltje Cornelis, voor ƒ 275:0:0 321.
                                      In 1725 worden in Broek op Langedijk huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Dirksz Bergen enerzijds, en Trijntje Rens geassisteerd met Cornelis Capiteij wonende onder de banne van Haringhuizen anderzijds 322.
                                  3. Dieuwer DIRX, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, zie 49.
                                100. (<50) (>200) Pieter Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 16 nov. 1705 (impost ƒ 3, betaald door Pieter Cornelisz Molenaer),
                                    In Oudkarspel belendt in 1685 Pieter Jansz ten oosten aan 't Rinkelant verkocht door Trijn Jansz, weduwe van Jacob Rijplant, aan Pieter Cornelisz Rus 323,
                                    In Koedijk verkoopt in 1687 Jacob Veddis te Broek op Langedijk, getrouwd met [ontbrekend] van hier, aan Aerjen Cornelis Nieudorp en Pieter Jansz Rus twee akkertjes zaadland, samen 10 snees, in 't Cromdel annex elkaar, belend ten zuiden Jan Arents Prins, ten westen Dirck Jansen Muller, voor 100 gld 324.
                                    In Koedijk zijn in 1689 Pieter Jansen Rus en Pieter Cornelisz Rus borgen voor Bouwen Slommer 325.
                                    In Oudkarspel verkopen in 1692 de erfgenamen van zal. Pieter Adriaansz Paardebos en Guurt Jans te Noord-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Diepsmeer groot omtrent omtrent 9 geerzen, voor 25 gld en de lasten over 1691, verkoopt in 1695 Gerrit Jacobsz Rijplant wonende te Koedijk, ook voor Maaritie Jacobs weduwe aldaar zijn zuster, Ds Johannes Rijplandt predikant in Eenigenburg en Cornelis Harcsz mede aldaar als getrouwd geweest zijnde met zijn zuster Neel Jacobs en erfgenaam van het overleden kind daarbij verwekt, aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland genaamd Twee Saadackers, groot tezamen omtrent 2 geerzen 14 roeden, belend ten zuiden de stad Alkmaar, ten westen het Hoefjen, en verkoopt in 1699 Jan Hendriksz Hartlant wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus mede wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 10 snees in de Vuijle Greb, belend ten noorden Cornelis Jansz Nierop, ten zuiden Cornelis Stammes c.s., voor ƒ 245:0:0 326.
                                    In Warmenhuizen verkoopt in 1707 Roelof Clasz Hoogeboom in huwelijk hebbende Maartje Halfswaagh wonende te Schagen aan Cornelis Jansz Koningh de helft van een stuk rietland beoosten de Riedgreb genaamd Lucasweijdt, groot de helft omtrent 6 geerzen, gemeen met de weduwe van Pieter Jansz Rus, belend ten noorden Gerret Jansz Leenman, ten zuiden voorschreven weduwe 327.
                                    In Oudkarspel verkoopt in 1709 Maartje Louwris, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Rus, wonende te Koedijk, voor haarzelf voor de ene helft, en voor Aaltje Jans weduwe en boedelhoudster van Jan Leendertsz, wonende op 't eiland Wieringen, voor de andere helft, aan Gerrit Bouwensz Slommer mede te Koedijk wonende een akker zaadland benoorden de Snijderssloot groot omtrent 10 snees, belend ten zuiden Huijbert Slommer, ten noorden de koper 328.
                                tr.
                                101. (<50) (>202) Maartje LOURIS, impost op begr. Koedijk 2 febr. 1715 (impost ƒ 3).
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, zie 50.
                                  2. Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 13 april 1715 (impost ƒ 6) Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, dr van Jan Cornelisz RUS en Maartje FEDDES 329.
                                      In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor ƒ 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor ƒ 75 330.
                                      In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 331.
                                      In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0 332.
                                  3. (doodgeb. kind) Pieters RUS, impost op begr. Koedijk 25 juni 1698 (impost ƒ 3).
                                  4. Grietje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 maart 1719 (als volwassen dochter, haar vader en moeder, overleden zijnde, behoorden tot de Mennonieten), ondertr. (impost) ald. 10 maart 1719 (impost ƒ 3) N.N.
                                102. (<51) (>204) Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, impost op begr. Koedijk 26 maart 1740 (oud 77 jaar, 3 gld, aangever Cornelis Jansz Rus),
                                    In Koedijk verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, belend ten zuiden Nanningh Gesteranus, ten noorden Jan Poulus, ten westen Hendrick Levendigh, ten oosten de Ringsloot, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 333.
                                    In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 334.
                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pieters Slooves 335.
                                    In Oudkarspel transporteert in 1723 de lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foreest en Vrouwe Maria Sweers, echtelieden gewoond hebbende te Hoorn, na verkoop bij publieke veiling aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, belend ten westen de ringsloot van dezelve meer, ten oosten de koper, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh, voor 3 gld 336.
                                    In Koedijk verkopen in 1734 de 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers aan Jan Cornelisz Rus een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Arien Dirksz Dickstael, ten noorden Jan Pietersz Butter, voor ƒ 84 337.
                                tr.
                                103. (<51) (>120, >121) Maartje FEDDES  329, impost op begr. Koedijk 7 april 1731 (impost ƒ 3, betaald door Jan Cornelisz Rus).
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, ondertr. (impost) Koedijk 13 april 1715 (impost ƒ 6) Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost ƒ 3), zn van Pieter Jansz RUS en Maartje LOURIS.
                                      In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor ƒ 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor ƒ 75 330.
                                      In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 331.
                                      In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0 332.
                                  2. Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718, zie 51.
                                  3. Cornelis Jansz RUS, alias Cornelis Rus de Oude, geb. ca. 1704, impost op begr. Koedijk 29 nov. 1776 (impost ƒ 12, ongehuwd).
                                      In Oudkarspel verkopen op 20 mei 1749 Garbrand en Jacob Ferdinand Rijpland wonende te Alkmaar aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 5 snees, voor ƒ 67, en verkoopt 23 januari 1764 Cornelis Men wonende te Koedijk o.a. aan Cornelis en Gerrit Rus, mede aldaar woonachtig, een stuk weiland genaamd Wisemslik, groot 7½ gars, belend ten noorden Pieter Hartog, ten zuiden IJff Bouwens, voor ƒ 880 338.
                                      Op 12 december 1750 testeren Cornelis en Gerrit Jansz Rus, volle broers wonende te Koedijk, op de langstlevende 339.
                                      In Oudkarspel verkoopt op 17 februari 1766 Cornelis Dalenberg als last en procuratie hebbende van Arien Kuijper aan Cornelis en Gerrit Rus wonende te Koedijk de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten noorden IJff Bouwens, ten zuiden Pieter Rus d'Jonge, voor ƒ 500, verkoopt op 6 oktober 1767 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal van de domeinen van Westvriesland en het Noorderquartier, o.a. aan Cornelis en Gerrit Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Bagijneweijd geabandonneerd door Antje Jans, groot 9 geerzen 3 snees 10 roeden, en een stuk weiland in de Diepsmeer aan de Westkant geabandonneerd door Tijs Tijsz Slootemaker, groot 9 geerzen, voor ƒ 450, verkoopt op 1 juli 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor ƒ 240, en verkoopt op 11 mei 1773 Cornelis Rus d'Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een akker zaadland aan de Snijderssloot, groot 11 roeden, belend ten zuiden Cornelis Bies, ten noorden de Snijderssloot, met nog een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 7 snees, belend ten zuiden Jacob Volkerts, ten noorden de verkoper, voor een lijfrentebrief inhoudende een jaarlijkse lijfrente van 30 gld ten lijve van comparant, oud 68 jaar, 't eerst op 11 mei 1774 340.
                                      Op 18 april 1771 testeren Cornelis Rus en Gerrit Jansz Rus, volle broers, op elkaar; van de langstlevende zijn de enige erfgenamen Pieter Rus de Jonge, Maartje Jans Rus huisvrouw van Willem Pietersz en Cornelis Rus de Jonge, buiten de volgende legaten: aan de vier kinderen van Pieter Laurentsz Rus elk 200 gld, het kind van Maartje Rus in huwelijk verwekt bij Cornelis Keijser 200 gld, de vier kinderen van Cornelis Bies en Antje Croon elk 200 gld, de drie kinderen van Jan Croon elk 200 gld, het kind van Cornelis Rus en Maartje Croon 200 gld, en aan Cornelis Croon 50 gld en daarenboven het vruchtgebruik van een stuk land in Oudkarspel genaamd het Botje, groot omtrent 3 geersen, waarvan hij Cornelis Croon gedurende zijn vruchtgebruik de verponding en verdere lasten zal moeten betalen 341.
                                      In Koedijk verkoopt op 25 april 1772 Cornelis Rus de Oude, oud omtrent 82[?] jaar, aan zijn neef Cornelis Rus de Jonge land groot 6 geers, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Gerbrand Levendig, ten westen de Agtergragt, voor een lijfrente van 200 gld 's jaars gedurende het leven van de verkoper 342.
                                      In Koedijk verkoopt op 8 mei 1773 Cornelis Rus de Oude, oud 68 jaar, aan Jan Pietersz Rus een huis en erf op het Noordeinde, belend ten zuiden IJff Pietersz, ten noorden Jan Men, en 3 morgen 2 geers 9 snees land achter het huis, belend ten zuiden Willem Pietersz, ten noorden Jan Men, voor een lijfrente van 225 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper zijn leven lang 343.
                                      In Schoorl verkoopt op 10 mei 1773 Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede te Koedijk woonachtig een akkertje bosland te Aagtdorp, groot 27 roeden, belend ten zuiden Joost Klaasz, ten noorden de weduwe van Klaas de Geus, met nog een akkertje bosland als voor, groot 16 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pover, ten noorden de erven van Jacob Spierdijk, voor 30 gld 344.
                                      In Oudkarspel verkopen op 14 januari 1784 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis en Gerrit Jansz Rus aan Jan Rus wonende te Koedijk 20/21 in een stuk weiland genaamd Botslik, groot circa 3 geerzen, belend ten zuiden 't dorp van Oudkarspel, ten noorden de Botsoolsloot, voor ƒ 500 345.
                                  4. Gerrit Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 21 nov. 1705 (impost ƒ 3).
                                  5. Maartje Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, impost op begr. Koedijk 21 aug. 1762 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 febr. 1723 (impost ƒ 3 voor haar) Pieter Arentsz CROON, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720, impost op begr. Koedijk 25 mei 1768 (impost ƒ 3).
                                  6. Gerrit Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 10 mei 1771 (impost ƒ 12, dubbeld recht).
                                      In Oudkarspel verkoopt in 1762 Mr Gerardus Bernardus Heijmenberg wonende te Alkmaar o.a. aan Gerrit en Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Vuijle Greb met een akker zaadland, tezamen groot 10 geerzen 6 snees, belend ten noorden Oom Aalbert, ten zuiden de verkoper, ten oosten Stapel Hendrik, voor ƒ 535:10:0 346.
                                      In Koedijk verkopen in 1762 Gerrit en Cornelis Rus aan Cornelis Rus de Jonge en Pieter Rus de Jonge 4/6 van een rietbos groot geheel 2 geers 9 snees 18 roe, waarvan Cornelis Rus de overige 2/6 bezit; die verkrijgt nu 1/6 en Pieter Rus de Jonge 3/6, belend ten zuiden de erven van Lourens Schouten, ten zuiden Maarten Mulder, voor 50 gld 347.
                                  7. Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Oude, impost op begr. Koedijk 10 aug. 1778 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 10 mei 1727 (impost ieder ƒ 3), tr. ald. 25 mei 1727 Magtelt Ariens GLEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 dec. 1696, impost op begr. ald. 3 nov. 1761, dr van Arian HENDRICKSEN en Treyn JANS.
                                      In Koedijk verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor 75 gld 348.
                                      In Koedijk wordt op 7 september 1727 Nederduits-gereformeerd gedoopt Pieter, een meerderjarige, na gedane belijdenis; „de ouders Jan Pietersz Rus en Maartje Feddis waren gelijk hij geweest was Mennonieten”. Het is aannemelijk dat feitelijk Jan Cornelisz Rus, en niet ene (verder onbekende) Jan Pietersz Rus, de vader was van de dopeling. Een van de argumenten voor deze aanname is dat Jan Cornelisz Rus in 1699 in Broek op Langedijk aan Cornelis Feddes [broer van Maartje Feddis] een stuk zaadland verkoopt, belend o.a. de koper.
                                      In Oudkarspel verkoopt in 1733 de lasthebber van de gezamenlijke erfgenamen van Maartje Aalberts overleden te Zuid-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland, groot 7 snees, belend ten zuiden de Saskerssloot, ten noorden Pieter Pietersz Rus, voor 42 gld (ook vermeld in Zuid-Scharwoude 349), en verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stam wonende te Akersloot aan Pieter Janz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijerssloot, ten zuiden Poulus de Backer, voor ƒ 200 350.
                                      In Warmenhuizen verkopen in 1734 de voogden over de innocente zoon Pieter Jansz Breelandt van wijlen Jan Pietersz Breelant en de voogden van Jan Cornelisz Breelandt minderjarige zoon van Cornelis Jansz Breelandt die mede een zoon was van Jan Pietersz Breelant aan Gerrit Slommer en Pieter Jansz Rus te Koedijk, een stuk rietland zijnde de helft in de Noordzijde van de Kieftekamp, groot 3 geerzen 2 snees, gelegen in de Rietgreb, belend ten zuiden Adriaen Hardlandt, ten noorden de diaconie van Koedijk 351, voor 46 gld waarover aan de gaarder de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
                                      In Warmenhuizen verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stammes aan Pieter Rus wonende te Koedijk een stuk grasland in de Oude Greb, groot 7 geerzen, belend ten oosten Jacob Cooten, ten westen de weduwe van Jan Boon 352.
                                      In Oudkarspel verkoopt de rentmeester-generaal van de domeinen in Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. een stuk weiland in de Diepsmeer geabandonneerd door Pier Jansz Rus, groot 9 geerzen, voor ƒ 100, en verkopen in 1778 Pieter Rus d'Oude en Magteld Adriaans aan Jan Stam wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 7 snees, belend ten noorden Jan Keijser, ten zuiden de Zaskersloot, voor ƒ 126 353.
                                      In Koedijk heeft in 1778 Pieter Rus de Oude, weduwnaar van Magteld Adriaan, als erfgenamen ab intestato de kinderen en kindskinderen van 3 overleden zusters van hem voor de helft, en de kinderen en kindskinderen van een vooroverleden zuster en van twee vooroverleden broers van Magteld Ariens voor de andere helft 354. De nalatenschap bestaat uit een huis op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Klaasz, ten zuiden Pieter Men (450 gld), in Warmenhuizen weiland in de Oude Greb van 7 geerzen, belend ten westen Jan Men, ten oosten de weduwe van Jacob Butter (500 gld), in Oudkarspel zaadland aan de Zaskersloot van 7 snees, belend ten noorden Jan Keiser, ten zuiden de Saskersloot (100 gld).
                                      In Koedijk verkopen in 1778 de erfgenamen van Pieter Rus de Oude en Machteld Ariaans, echtelieden alhier overleden, aan Mies Sijmons een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Claasz Volkers, ten zuiden Pieter Men, voor 655 gld 355.
                                      In 1733 testeren voor de notaris in Zuid-Scharwoude Pieter Jansz Rus en Magteld Adriaans wonende te Koedijk, op de langstlevende; bij overlijden zonder kinderen testeert hij aan zijn broers Cornelis en Gerrit Jansz Rus, zij aan haar 2 zusters Maartte en Lijsbet Adriaans, maar als die beiden overleden zijn aan testateurs zusters Trijntje, Antje en Maartje Jans, of de langstlevende van hen, behalve dat de langstlevende van laatstgemelden moet uitkeren aan testatrices broer Jan Adriaansz indien nog in leven 10 gld eens 356.
                                      In Bergen verklaren in 1759 Reijer Gerritsz Bakker wonende te Petten, als zoon en erfgenaam van Gerrit Reijertsz Bakker aldaar overleden, voor de ene helft, en Jan Aarjensz Gleijnis en Lijsbeth Aarjens mitsgaders Pieter Rus d'Oude als in huwelijk hebbende Magteld Aarjens, allen wonende te Koedijk, zijnde broer en zusters en enige erfgenamen van Maartje Aarjens, in leven laatst huisvrouw van voorgemelde Gerrit Reijersz Bakker, tezamen voor de wederhelft, in publieke veiling verkocht te hebben en nu opdragen aan Jan Croon mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Middel Reekerpolder, groot omtrent 7 geerzen, genaamd de Blauw, belend ten oosten de koper, ten zuiden Cornelis Stam, ten westen de Togt, ten noorden de Prince van Rubemprê, voor 212 gld 357.
                                  8. Jan Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 26 okt. 1724 (impost ƒ 3).
                                104. (<52) (>208, >209) Harck Adriaensz HOUDEWIND, in 1694 te Groede vermeld als belendend (zie Gens Nostra '48-'49, blz. 38),
                                tr.
                                    Op 20 december 1693 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Harck Adriaensz Houtdewindt, jongeman wonende tot Schoorl, toekomende bruidegom, en Anna Hendrix, mede wonende als voren 358.
                                105. (<52) (>210) Anna HENDRICKS.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Arien Harksz HOUDEWIND, zie 52.
                                106. (<53) (>212) Fredrick JANSZ, in 1700 diaken te Schoorl, lidmaat (steeds samen met Trijn Claes) in 1788 en 1694 (Bregtdorp),en in 1708 en 1713 (Bregtdorp en Catrijp),,
                                tr. Schoorl 27 jan. 1686
                                    Bij het nederduits gerefomeerde huwelijk in Schoorl: Freek Jansz jongeman uit Bregdorp met Trijn Claes jongedochter uit Catrijp.
                                    In 1730 testeren Fredrick Jansz Miessen en Trijn Claes Schotvanger, man en vrouw te Catrijp onder Schoorl, aan hun kinderen de legitieme portie en aan de langstlevende van hun beiden de verdere boedel. En aan hun dochter Trijntje Fredrics of deszelfs zoon Sijmon Jansz de Jongh, mitsgaders Harck Ariaans Houdewint, zoon van hun bereids overleden dochter Aeltje Fredrics, al hetgeen ieder van de testateurs zal komen te erven, elks legitieme portie inbegrepen. 359
                                107. (<53) (>214) Trijntje CLAES.
                                    In Schoorl maakt in 1739 Tryntje Claas, weduwe van Fredrik Jansz, wonende te Katrijp in de banne van Schoorl, een schikking en verdeling van de goederen welke zij met de dood zal komen achter te laten, waarbij aan haar dochter Tryntje Fredriks toekomt een huis en erve te Bregdorp, belend ten oosten de Heereweg, ten noorden Willem Kraak, waar zij tegenwoordig in woont, aan haar dochter Maartje Fredriks een huis en erve te Katrijp, belend ten westen de Heereweg, ten noorden de erven van Dirk Boertjes, ten zuiden Reyer Timmerman. mitsgaders nog haar paard, koebeesten en al haar vee, aan haar dochters zoon Hark Adriaansz Houdewint een stukje weiland in de Groeder polder groot omtrent 3 geerzen, belend ten zuidoosten Jacob Claasz Schotvanger, en waarbij als erfgenamen voornoemde Trijntje Fredriks, Maartje Fredriks en Hark Adriaansz Houdewint met gelijke portiën genomineerd worden, en machtigt in 1746 Trijntje Klaas, weduwe van Fredrik Jansz Meesz, wonende aldaar te Catrijp, haar schoonzoon Pieter Harksz, mede aldaar woonachtig, om in haar plaats vermits haar hoge ouderdom en gedurige zwakheid bij de burgemeesteren van Alkmaar te doleren over de middelen op het zout, zeep, Heren- en redemptiegeld geëmaneerd en onder ede te bevestigen dat zij tot geen 800 gld gegoed is of jaarlijk geen 250 gld in inkomen heeft 360.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Trijntje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 10 jan. 1687, tr. Symon JANSZ.
                                    2. Cornelis FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 22 mei 1688.
                                    3. Aaltje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 okt. 1690, zie 53.
                                    4. Maartje FREDRIKS, ged. (nederd. geref.) Schoorl 16 okt. 1695, doet belijdenis ald. 20 dec. 1720, overl. ald. 2 maart 1763, tr. Pieter HARKSEN, overl. vóór 1763.
                                  108. (<54) Jan TOMAS.
                                         Uit onbekende relatie(s):
                                    1. Jacob Jansz TOMAS, overl. Koedijk 9 sept. 1759  361, impost op begr. ald. 13 sept. 1759 (ƒ 6, dubbeld recht).
                                    2. Arien Jansz MEEG, zie 54.
                                  110. (<55) (>220, >221) Hendrik Jansz BUTTER, impost op begr. Koedijk 3 april 1698 (onder Oudkarspel, pro deo),
                                      In Oudkarspel verkoopt in 1677 Heijndrik Jansz Butter wonende op 't Noorteijnde van Koedijk in onze banne, mede-erfgenaam van zal. Poulus Butter overleden aldaar, ook voor de andere erfgenamen, aan Bouwen Gerritsz Slommer wonende te Koedijk een derdepart in een stuk weiland groot in 't geheel omtrent 10½ gars, genaamd Ouwejansweijt, belend ten noorden Hendrick Joosten, ten zuiden de koper, ten westen Cornelis Jacobsz, ten oosten Jan Croonen, en verkoopt in 1687 Hendrik Jansz Butter wonende in onze banne op Koedijk aan Pieter Pietersz Volckers mede van Koedijk een akker zaadland groot omtrent 1 gars bewesten de Diepsmeer, belend ten westen de koper, ten oosten Bouwen Jansz 362.
                                      In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamde de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 334.
                                  tr. Koedijk 29 nov. 1682
                                  111. (<55) Aeltje DIRKS,
                                      In Oudkarspel heeft op 2 december 1701 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter, woonachtig op 't Noorteijnde van Koedijk binnen deze heerlijkheid, voornemens wederom een huwelijk op te richten, haar 5 kinderen, met namen Aagt, Anne, Maartjen, Neeltjen en Jan Hendriksz, hun vaderlijke erfenis bewezen, namelijk 1½ gars rietland in de Nieuwe Greb in de banne van Warmenhuizen, gemeen met Pieter Rus, nog 2 geerzen rietland in de voorschreven Greb, belend Dirk Mulder, mits zij hiervan de renten en vruchten zal genieten tot het jongste kind 18 jaar oud zal geworden zijn, waartegen zij gehouden is de kinderen tot de ouderdom van 18 jaar op te voeden en te alimenteren, een bekwaam handwerk te laten en te leren lezen en schrijven, als met Dirk Mulder en Pieter Butter, omen van het kind, is besloten 363.
                                      In Warmenhuizen verkoopt in 1703 Pieter Adriaensz Schietnet, in huwelijk hebbende de nagelaten weduwe van Hendrik Butter, wonende op 't Noorteynde van Koedijk, aan Juffr. Agatha Cromhout wonende te Amsterdam het Noorderste gedeelte van een stuk land genaamd Koddebos in de Oude Greb zoals het thans afgespleten is, groot 4 geerzen 10 snees 6 roeden 6 voet, belend ten oosten de verkopers, ten westen de tochtsloot, ten noorden Adriaen Groots[an]t 364.
                                      In Warmenhuizen hebben in 1706 schepenen, uit kracht van een sommatie door een gemenelandsdeurwaarder gericht aan Pieter Adriaensz Schietnet wonende op het Noordeijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel wegens onbetaalde verpondingen in de jaren 1699-1705, bij openbare veiling aan de burgemeesters en kerkmeesters verkocht een stuk land genaamd Koddebosch in de Ouwe Greb, groot omtrent 5 geerzen, belend ten noorden Agatha Cromhout, ten oosten Volkert Cornelisz, nog een derdepart rietland in de Zuidzijde van de Ruijgecamp in de Nieuwe Greb, groot omtrent 2 geerzen 1 snees, belend ten zuiden Gerret Cornelisz Roomolen, ten noorden Dirck Jansz Mulder, nog een vierdepart in de Noordzijde van de voorschreven Ruijgecamp, groot voorschreven gedeelte omtrent 1 gars 6 snees, gemeen met Pieter Rus, belend ten zuiden Dirck Mulder, en een zestiendepart in de Swaanskamp, groot voorschreven gedeelte omtrent 8 snees, gelegen als voren, belend ten oosten Trijn Jacobs, ten westen Claas Molenaar; de kooppenningen bedragende 222 gld zijn ten volle betaald en aan de schotgaarder alhier gegeven 365.
                                  tr. 2° Oudkarspel 18 dec. 1701 (beiden wonende op 't Noord-eynde van Koedijk in deze banne) Pieter Adriaensz SCHIETNET.
                                      In Oudkarspel verkopen in 1735 de administrateurs van de spagestoken landen een door Pieter Schietnet spagestoken erf of hofstede op 't Noordeynde van Koedijk, belend ten zuiden Pieter Butter, ten noorden de kinderen van Cornelis Butter, voor 4 gld 366.
                                           Uit het eerste huwelijk:
                                      1. Aaghje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 nov. 1684.
                                      2. Anna Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 april 1687, zie 55.
                                      3. Maertje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 dec. 1688.
                                      4. Neeltje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 april 1690.
                                      5. Jan Hendriksz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1695, ondertr. (impost) Oudkarspel 28 maart 1721 (pro deo), tr. ald. 3 april 1721 Anna JANS, bij huwelijk jongedochter uit de Wieringerwaard.
                                          In Koedijk verkoopt in 1725 Daniel de Vrij, koopman te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Hillebrant Claesz Lammertschagen wonende te Uitdam, aan Neel Symons voor 1/3 en Jan Hendriksz Butter voor 2/3 een huis en erve, belend ten zuiden Luijkas Gerritsz Voorstenbos, ten noorden Gerrit Jansz, voor ƒ 142 367.
                                    112. (<56) (>224, >225) Aerjen Cornelisz WILLIGRIJP, alias Kil 368, begr. Driehuizen 11 aug. 1718 (in graf 34),
                                        In 1681 testeert Anna Cornelis, wonende te Driehuizen, vrouw van Adriaen Cornelis, op haar man, behalve als zij zonder kinderen achter te laten komt te overlijden 369. In de periode 1690-1696 heeft Adriaen Cornelisz onder Driehuizen en Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1696 de aantekening dat dit toebedeeld is aan Claes Adriaens Willigrijp 370. In 1707 testeert te Graftdijk Maritie Jans, bejaarde dochter, tegenwoordig tot Driehuizen, ten huize van Adriaan Cornelisz Willegreep, aan haar neef Adriaan Cornelisz Wilgreep haar roerende goederen en de helft van haar vaste goederen, en de andere helft daarvan aan haar andere neef Jacob Pieters te Groot-Schermer 371.
                                        In Zuid- en Noordschermer doen op 17 april 1685 Aerjan Kornelis Kil, vader en voogd, benevens Bartel Dircksz en Jacob Pietersz Dokkum, voogden, over Claes Aerjans, onmondig zoontje van Aerjan Kornelis voorschreven geteeld bij Maertjen Gerrets, rekening sedert de vertichting der goederen. In kas onder de vader is gebleven ƒ 26-3-8, nog uit de boedel gekomen ƒ 50-0-9, totaal ƒ 76-3-8, uitgaven ƒ 15-6-8, over ƒ 60-17-0, waarvan nog 5 st onkosten afgetrokken. Op 8 januari 1697 compareerde Claes Ariansz Willigrijp met zijn vader Arian Cornelisz Willighrijp en Bartel Dircxz, zijn wettelijke voogden, door de huwelijksband meerderjarig geworden, en bekende alle goederen en effecten ontvangen te hebben door de voorschreven voogden ter weeskamer gebracht (hij tekent: Claes Aerijansen). 372
                                        In Zuid-Schermer transporteren in 1686 Bartel Dirksz te Driehuizen en Jacob Pietersz Dokkum te Zuid-Schermer, voogden over Klaas Aerjansz Kil, onmondig zoontje van Aerjan Kornelisz Kil te Driehuizen geteeld bij zal. Martje Gerrets, aan Aerjan Kornelisz des kinds vader voorgemeld een huis en erf te Driehuizen, belend ten oosten Bartel Dirksz, ten westen Trijn Dirks, waarvoor koper 125 gld schuldig is (afgelost op 22 maart 1695) 373. Dit huis en erf was op 3 januari 1686 geveild, getrokken door Harmen Aerjansz op 101 gld, koper is gebleven Aerjan Cornelisz Kil voor 125 gld, met borgen Cornelis Heertjes en Commandeur Bartel Dircksz 374.
                                        In Schermerhorn verkoopt in 1710 Aerjan Cornelisz Willigrijp wonende te Driehuizen aan Pieter Jansz Boon woonachtig in de Woude een stuk land gelegen in de „Noordermeen Wer” genaamd de Noorderweijd, groot 9 achelen 3 vierling ½ metje, belend ten noorden de Dijck, ten zuiden, oosten en westen Juffr. Lucretia IJflens, voor iedere achel 12 gld (de 40e penning is ƒ 2:18:12) 375.
                                    tr. 2° Anna CORNELIS,
                                        Op 3 april 1678 doen Aarjen Cornelis Kil en zijn huisvrouw Anna Cornelis belijdenis in Driehuizen.
                                    tr. 3° Trijntje HEERTJES, doet op 26 december 1683 als huisvrouw van Aarjen Cornelis Kil belijdenis in Driehuizen, begr. Driehuizen 12 dec. 1716 (in graf 34),
                                        Op 17 juni 1707 zijn Ariaan Crelisz en Trijn Heertjes zijn huisvrouw, en op 27 maart 1710 Arien Cornelisz Willigrijp en Trijn Heertjes, lidmaat in Driehuizen.
                                    tr. 1°
                                           Uit het tweede huwelijk:
                                      1. Griet Aerjens KIL, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 14 nov. 1678 (de vader is Aarjen Crelisz Kil te Driehuizen).
                                      2. Cornelis Adriaensz KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 8 nov. 1682.
                                           Uit het derde huwelijk:
                                      1. Aachtie Adriaens KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 28 jan. 1685.
                                      2. Jan Adriaansz WILLIGRIJP, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 maart 1725.
                                    113. (<56) (>226) Maertje GERRETS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, zie 56.
                                    114. (<57) Jacob CORNELISZ,
                                    tr. N.N.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, zie 57.
                                    120. (<60) (>240) Fedde VOLKERTSZ  376, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, overl. vóór 21 dec. 1696,
                                        In Broek op Langedijk verkopen in 1657 Cornelis Dircksz gebuurman, Jan IJffsz wonende te St. Pancras in de banne van Koedijk, Aerian Jacobsz schoenmaecker en Jacob Aeriansz Schouten weesmeesters alhier voor het weeskind van Jan Aeriansz Slap in „Seelant in drijtster”, aan Fedde Volckersz buurvrijer een akker zaadland van omtrent 6 snees genaamd Sijverstuijn, belend ten zuiden de Paelweijt, ten noorden IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Marijtje Jacobs annex, verkopen in 1665 Jacob Teunisz en Maerten Jansz Heijmenssen secretaris als voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Cornelis Neeses, en Dirck Dircksz Joncker, aan Fedde Volckersz een achterhuis en erf, ook 't erf van Kloeijers Horren op 't Suitendt, belend ten zuiden de Bonte Koe, ten westen Michiel Jansz, belast met 2 snees ouwedijck, aan welk huis de noordkant van 't laantje voor de Bonte Koe toekomt, verkoopt in 1667 Fedde Volckertsz aan Teunis Reijertsz een achterhuis en erf, belend ten westen Mighiel Jansz annex, ten zuiden de Bonte Koed, belast met 2 snees ouwedijck, met het erf van Kloyers Horn in 't geheel aan voornoemd huis toekomend, en verkopen in 1667 Marijtgen Hendrixdr weduwe van Jan Claes Harcx en haar meerderjarige zoon Harck Claesz aan Fedde Volckertsz een huis en erve overtsloot, belend ten zuiden Jan Dircksz Keijser, ten noorden Oom Jan met zijn tuintje, ten oosten de Burgsloot, met een half snees ouwedijck, met 12 voeten erf aan de noordzijde van de weg af te meten 377.
                                        In 1676 en 1686 is Vedde Volkertsz pachter van vroonland.
                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 378.
                                    tr.
                                    121. (<60) (>198, >199) Anna GERRITSDR.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Jacob FEDDESZ, tr. 1° Maertje Dircx DIRCKMAET, overl. vóór 24 april 1698, dr van Dirck Aerjens DIRCKMAET, ondertr. 2°/tr. Purmerend 24 mei/12 juni 1698 Sophia YSAAKS, bij eerste huwelijk jongedochter van Bommel, wed. van Seger KNOPPEN, bij huwelijk jongeman van Arnhem, en die hertr. met Jan MARTENSZ.
                                          In Koedijk verkoopt in 1686 Jacob Veddis te Broek op Langendijk, getrouwd met Maertjen Dirckx dochter van Dirck Aerjensz Dirckmaet, aan Dirck Heertjes een weiland genaamd 't Nieuwe Laantje, groot omtrent 1 geers 10½ snees, achter de huizen in 't midden van het dorp, belend ten noorden Bouwen Gerrets Slommer, ten westen de koper, voor 186 gld 't gars, en verkoopt in 1687 Jacob Veddis te Broek op Langendijk, getrouwd met [ontbrekend] van hier, aan Aerjen Cornelis Nieudorp en Pieter Jansz Rus twee akkertjes zaadland, samen 10 snees, in 't Cromdel annex elkaar, belend ten zuiden Jan Arents Prins, ten westen Dirck Jansen Mullers, voor 100 gld 379.
                                          In Broek op Langedijk is in 1688 Jan Warmenhuisen, schotvanger, eiser contra Jacob Feddes om te betalen 4 gld 9 st 10 penn als restant te contribueren van ongeld van zijn huis en land 380.
                                          In Broek op Langedijk transporteert in 1686 Jacob Feddes een akker zaadland aan Aeltje Cornelis en Jan Cornelisz haar zoon, welke akker aan hem op dezelfde dag overgedragen was door Guurt Aris, weduwe van Jan Dircxz Keijser, en hun kinderen, verkopen in 1687 Jan Gerritsz Warmenhuizen secretaris, als last en procuratie hebbende van Anna Jans weduwe van Pieter Cornelisz Boom, en Dirk Gerritsz Slooff, als voogden over 't kind van Anna Jans voornoemd bij wijlen Allert Pietersz Cling, aan Jacob Feddes een huis en erf waarin hij woont in de Kerckebuurt oversloot, belend ten zuiden Jantje Jacobs, ten oosten en noorden de Burgsloot, verkoopt in 1687 Pieter Barentsz metselaar aan Jacob Feddes een akker zaadland, belend ten noorden de Manste-acker, ten zuiden de weduwe van Jacob Balders, verkoopt in 1688 Jacob Feddesz aan Cornelis Jansz Madderoom een akker zaadland van 10 snees 6 roe, belend ten noorden Hansse weduwe, ten zuiden Jan Janster, verkopen in 1692 Jacob Jacobsz Zeun en Dirk Pietersz Sloovers als voogden over de nagelaten kinderen van zal. Jan Pietersz Keijser een Jacob Feddesz een end-akker zaadland, belend ten westen Claes Visser, ten zuiden Willem Freecsz, groot 5 snees 16 roeden, verkoopt in 1692 Jacob Feddesz aan Cornelis Feddesz zijn broer een end-akker zaadland liggende in Syvertstuyn van omtrent 2 snees gemeen met de koper c.s., belend ten zuiden de Paelweyd, ten noord de Bylacker, en verkoopt in 1693 Jacob Feddesz aan Jan Jansz Dotter een erfje of hofstee in de Kerckebuirt achter de herberg de Swaan oversloot van omtrent 2½ snees, belend ten zuiden Jantje Jacob Zeunsz, ten oosten en noorden de Burgsloot 381
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend, ook als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Cornelis Willems Engels een huis en erf in de Kerkebuirt, belend ten oosten Anna Wernaars, ten noorden Jan Achterthuijs, ten zuiden Gerrit Admirael, ten westen de Burgsloot met de voorwerf, met een aanleg, aan Jan Cornelisz Joncker een oostend-akker zaadland van omtrent 5 snees 16 roe, belend ten westen Claes Cisser, ten zuiden Willem Freexsz, ten noorden Teunis Jansz, met een erfpacht van 3 gld 's jaars, en aan Cornelis Feddesz zijn broer een stukje zaadland, belend ten westen Anna Gerrits, ten zuiden Reyer Baertsz, ten noorden Taams Proper 382.
                                      2. Cornelis Feddesz de VRIES, zie 60.
                                      3. Maartje FEDDES  329, impost op begr. Koedijk 7 april 1731 (impost ƒ 3, betaald door Jan Cornelisz Rus), tr. Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, impost op begr. ald. 26 maart 1740 (oud 77 jaar, 3 gld, aangever Cornelis Jansz Rus), zn van Cornelis Gerritsz RUS.
                                          In Koedijk verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, belend ten zuiden Nanningh Gesteranus, ten noorden Jan Poulus, ten westen Hendrick Levendigh, ten oosten de Ringsloot, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 333.
                                          In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 334.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pieters Slooves 335.
                                          In Oudkarspel transporteert in 1723 de lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foreest en Vrouwe Maria Sweers, echtelieden gewoond hebbende te Hoorn, na verkoop bij publieke veiling aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, belend ten westen de ringsloot van dezelve meer, ten oosten de koper, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh, voor 3 gld 336.
                                          In Koedijk verkopen in 1734 de 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers aan Jan Cornelisz Rus een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Arien Dirksz Dickstael, ten noorden Jan Pietersz Butter, voor ƒ 84 337.
                                      4. Grietje FEDDES  383, overl. vóór 1720, tr. Jan Dircksz DIRKMAAT, zn van Dirck Aerjens DIRCKMAET, die hertr. met Trijntje Dirksdr KEIJSER.
                                          Op 15 februari 1720 compareert voor de weesmeesters van Koedijk Jan Dirksz Dirkmaet, in presentie van Jan Cornelisz Rus, oom van moederszijde, en Dirck Claesz Blokdijck, als voogden van Diewer Jans (17 jaar), dochter van Jan Dirksz Dirkmaet en Grietie Vettis, en brengt in voor haar moeders erfenis een obligatie van 350 gld, 1½ snees land onder Broek op Langedijk gemeen en onverdeeld met Diewer Willems, belend Cornelis Vettis, en 500 gld waaronder 200 gld bij testament van haar grootmoeder Anne Gerrits (op 29 december 1727 compareert Simon Simontsz Molenaer als getrouwd met Diewer Jans en verklaart voldaan te zijn) 384.
                                          In Oudkarspel verkoopt in 1725 Gerard van Egmond van der Nijenburgh, heer van Egmond etc., ook voor Jan Adriaan van Egmond van der Nijenburgh, heer van Petten, Schoorl etc., en voor de jonkvrouwen Catarina en Maria van Egmond van der Nijenburgh, zijn broer en zusters, 2 stukken weiland in de zuidoosthoek van de Diepsmeer, naast elkaar, oost en west, tezamen groot 18 geerzen, belend ten westen de Middelwegh, ten oosten de Kadijk, ten noorden de vrouwe van Maesdam, voor ƒ 180 385.
                                          In Koedijk verkoopt in 1729 Gerrt Bouwentsz Slommer, met procuratie van Pieter Jansz Wagemaker en Albert Pietersz Keijser, aan het kind van Jan Dirksz Dirckmaet genaamd Dirk Jansz Dirkmaet een akker zaadland, groot 15 snees 17 roeden 6 voet, belend ten zuiden Jacob Tomasz, ten westen de ringsloot van de Kleimeer, voor ƒ 151 386.
                                      5. Dieuwer FEDDES, ged. (mennon.) Langedijk 3 dec. 1702, neemt op 3 december 1702 deel aan het Heilig Avondmaal bediend door D. J. Soutman, in Langedijk, tr. Willem Jansz BACKER, die hertr. met Trijn JANS.
                                          In 1728 testeren in Broek op Langedijk Willem Jansz Backer en Trijn Jans, echteluiden te Broek op Langedijk, waarbij hij zijn voordochter Dieuwer Willems, in huwelijk geteeld bij zijn vooroverleden huisvrouw Dieuwer Feddes, tot zijn mede-erfgenaam in haar legitieme portie zonder meer verklaart 387.
                                    122. (<61) (>244) Jan Dircksz KEIJSER, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk,
                                        In Broek op Langedijk verkoopt Jan Dircksz Keijsers ,gebuurman te Broek op Langedijk, aan Anna Sijgers, weduwe van Jan Willemsz Ettes, mede alhier, een akkertje zaadland van omtrent 6 snees in de Beunen, belend ten westen de kinderen van Jaep Seunten, ten oosten comparant zelf, met 4½ snees ouwedijck, verbindend een akkertje zaadland in de Beunen ten oosten van het verkochte land, transporteert en scheldt kwijt in 1652 Jan Dircksz Keijser aan Jan Reijersz een voorhuis en erf in 't Suijtent, belend ten noorden Sijmen Dircksz Hensbroeck, ten zuiden Cornelis Jansz, ten oosten Aerian Dircksz Keijser annex, en 't voorschreven achterhuis heeft een vrije aanleg en opgang tussen de brug en 't hek, 't voorhuis belast met 1 snees ouwedijck, verbindend als onderpand een akker zaadland van omtrent 7 snees in de Beunen, belend ten westen Anna Sijgersdr, ten oosten comparant, en is er in 1652 een kopie van een overeenkomst luidend „Jan Dircksz Keijsers ende Hendrick Jacobsz groot Jaeps beyde buierluyden tot Broeck op Langedijck oversloot in Broeck verclaerden wt eenen monde dat sy tsamen hebben geleijt ende bekosticht eenen bregh over de burghsloot om alle beijde daer over te gaen ende staen met haere familie ende huijsgesinnen ende die selve bregh tsamen met gelijcke hant te onderhouden” 388.
                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1658 Jan Dircksz Keijser aan Cornelis Jansz Dorn(?) een schuur, keuken en erf, belend ten westen Jacob Sijmensz backer met het voorhuis annex, ten noorden Sijmen Dircksz Hensbroeck, ten oosten de Achtergraft, ten zuiden Jan Dircksz Keijser met zijn grond, eigen gang en aanleg aan de Achterwal, met als onderpand twee akkers zij aan zij, belend ten oosten Jan Cornelisz Valefit, ten westen Willem Jansz, verkoopt in 1661 Jan Dircksz Keijser aan Sijmen Aelbertsz een akker zaadland van omtrent 10½ snees, genaamd Jonge Reyers Hoffstee, belend ten noorden Willem Jansz, ten zuiden Sijmen Aelbertsz, belast met 8 snees ouwedijck, met als onderpand een westend-akker van omtrent 10 snees, belend ten zuiden Aerian Pietersz Lul, ten noorden Jacob Allertsz, ten oosten Jacob Pietersz annex, verkopen in 1667 de erfgenamen van Jan Claesz Kuijper aan Jan Dircksz Keijser een akker zaadland van omtrent 10 snees, belend ten zuiden Jacob Pietersz Lul, ten noorden Jan Cornelisz Valefit, belast met 5 snees ouwedijck, zijn in 1669 o.a. Willem Jansz Ettes en Jacob Jansz Ettes, mede voor hun zwager Cornelis Jansz Joncker te Dirkshorn, mitsgaders Jan Dirxz Keijser als vader en Jacob Aerjansz Schouten benevens de vader mede-voogd van de kinderen geteeld bij zal. Maertje Jansdr, kinderen en kindskinderen en samen voor een derdepart erfgenaam van wijlen Willem Jansz Ettes, schuldig aan Bregje Cornelis nagelaten dochtertje en weeskind van wijlen Cornelis Jansz Bos met zijn goederen ter weeskamer te Alkmaar, 150 gld, waaraan zij verbinden een akker zaadland van omtrent 8 snees, belend ten westen Dirk Allertsz 'met hannemaker', ten zuiden Cornelis Jacobsz Jop, ten noorden Willem Albertsz c.s. (deze hypotheek van Anna Willemsz Ettes c.s. is voldaan en betaald op 27 januari 1677) 389.
                                        In Noord-Scharwoude verkoopt in 1664 Jan Dircksz Keijser wonende te Broek op Langedijk aan Claes Jansz Vogelaer een akkertje zaadland van omtrent 4 snees, belend ten westen Cornelis Cornelisz Boertges, ten noorden de Molensloot, ten oosten de kinderen van Claes Aengaende 390.
                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1679 Jan Dircsz Keijser aan Hendrik Jacobsz Min een huis met erve overtsloot, belend ten noorden Feddde Volckertsz, ten zuiden Jacob A. Schouten met het voortuintje van het huis van Maertjen Zoetelief mede overtsloot, verkopen in 1686 Guurt Aris, weduwe en boedelhoudster van zal. Jan Dirxz Keijser, ook als moeder en voogdesse van haar onmondig kind, mitsgaders Cornelis Jansz Keijser deszelfs mondige zoon, Dirck Gerritsz Bergen getrouwd met Sijmontje Jans en Cornelis Feddes getrouwd met Jantje Jans, aan Jacob Feddes een westend-akker zaadland gelegen over 't Zuijderdel genaamd Boeve-end, groot omtrent 9 snees 4 roe, belend ten noorden Jacob Haes en ten oosten annex, ten zuiden Claes Jacobsz, verkoopt in 1690 Guurt Arisdr weduwe en boedelhoudster van Jan Dirxz Keyser, geassisteerd met Cornelis Jansz Keyser haar oudste, mondige, zoon, aan Louris Jansz Slotemaecker een huis en erf op het Noordend, belend ten oosten Neel Hilbrantsdr, ten noorden Dieuwer Jans, ten zuiden Dirck Symonsz, ten westen de Burgsloot met de voorwerf, en verkoopt in 1693 Dirk Jansz Keijser aan Guurt Aris weduwe van Jan Dircksz Keijser met haar kinderen een boomgaardje van omtrent 1 snees 16 roe, belend ten oosten Dirck Backer c.s., ten westen Jan Litkelen 391.
                                        In Broek op Langedijk transporteren in 1701 Dirck Jansz Keyser als vader en voogd over zijn onmondige zoon Jan Dircxz Keyser, Cornelis Jans Keyser, Cornelis Feddesz in huwelijk hebbende Jantje Jans, Jan Cornelisz Joncker getrouwd met Maartje Jans, Mathys Steven Jacobsz wonende te Boskoop in huwelijk hebbende Maartje Jans nagelaten dochter van zal. Jan Jansz Keyser, allen erfgenamen ab intestato als bij testament van zal. Sijmontje Jans, overleden huisvrouw van Dirck Gerritsz Bergen aan wie het gebruik van de nalatenschap van zijn huisvrouw zijn leven lang gelegateerd was volgens testament bij de secretaris als notaris op 15 december 1682, aan Dirck Gerritsz Bergen een half huis en erf 392.
                                    tr. 1° Maertje Jansdr ETTES, dr van Jan Willemsz ETTES en Anne SIJGERS,
                                    tr. 2°
                                           Uit het eerste huwelijk:
                                      1. Dirck Jansz KEIJSER, genoemd in 1722 als leraar van de mennonistische gemeente van Langedijk, tr. 1° Aeltje ALBERTS, tr. 2° Aefje WILLEMS, dr van Willem GLEIJNIS.
                                          In Broek op Langedijk is op 27 oktober 1668 het weeskind Evert Cornelisz besteed bij Dirk Jansz Keijser voor in 't jaar 2 hemden, 1 „geverst” gemaakt linnen pak kleren, 2 paar kousen, 1 paar schoenen, 1 paar klompen, 1 blauw hoedje en 1 [...], en 50 gld; gecontinueerd op 6 december 1670 393.
                                          In Broek op Langedijk verkopen in 1671 Jan Heijmensz, notaris en schoolmeester te Berkhout, en Allert Cornelisz wonende te Bergen nomine uxoris, erfgenamen van wijlen Maerten Heymens secretaris alhier, aan Dirk Jansz Keyser een huis en erf, belend ten zuiden Oom Jans erve, ten noorden Rijke Mies met Heerooms huis 394.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1678 Aerjan Schouten aan Dirck Jansz Keyser een akkertje zaadland bij 't Oosterdel, belend ten zuiden Lysbet Cornelis, ten noorden Jan Reyertsz, groot omtrent 5 snees 8 roe, verkoopt in 1691 Dirk Jansz Keijser aan Aaf Cornelis Mooij met haar kinderen nagelaten door Jan Pietersz timmerman, een huis en erf waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aarjan Reus, ten zuiden voorschreven weduwe met Oomjanne huis, en verkoopt in 1691 Dirck Fransz als voogd en Jacob Willem Buysman als oom over de nagelaten weeskinderen van zal. Jan Pietersz Werff, mitsgaders Dirck Jansz Werff meerderjarige zoon, aan de voorkinderen van Dirck Jansz Keijser bij zal. Aeltje Alberts geprocreëerd een akker zaadland, groot 9 snees 10 roe 2½ voeten, belend ten zuiden de transportanten, ten noorden de Seijlmakersacker 395.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1692 Jan Willemsz Ettes aan Dirck Jansz Keijser een huis en erf in de Kerckebuurt, belend ten zuiden het predikantshuis en het kerkhof, ten oosten de Agtergraft, ten noorden Hendrik Ridder, ten westen de Heerstraat met de voorwerf, verkoopt in 1693 Dirk Jansz Keijser aan Guurt Aris weduwe van Jan Dircksz Keijser met haar kinderen een boomgaardje van omtrent 1 snees 16 roe, belend ten oosten Dirck Backer c.s., ten westen Jan Litkelen, verkoopt in 1695 Pieter Cornelisz wonende op de Koepoortsweg onder Hoorn aan de voorkinderen van Dirck Jansz Keijser bij zal. Aeltje Alberts geteeld een zuidzijde-akker zaadland van omtrent 11 snees 10 roe, belend ten noorden Cornelis Taemen Connix, ten zuiden Jan Kaer, en verkoopt in 1696 Dirk Jansz Keyser aan Grietje Cornelis Posters, nagelaten weeskind van Cornelis Willemsz Posters, een akker zaadland van omtrent 6 snees 11 roe, belend ten noorden de possesseurs van Poulus Pos' erve, ten zuiden de possesseurs van Pieter Zyts erve, en Claes Alberts wonende te Koedijk, man en voogd van Guurt Jans, de rato caverende voor de mede-consorten, aan Dirk Jansz Keyser een akkertje zaadland van omtrent 3 snees 12 roe, belend ten noorden de Voorhuijskerkeweijd, ten zuiden de kinderen van Jan Hillen 396.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Pieter Dirxz Sibert wonende te Wormerveer, in huwelijk hebbende Maartje Dirx Keysers, aan Dirck Jansz Keyser zijn schoonvader een vierdepart in een akker zaadland, diens portie groot 2 snees 18¼ roe, belend ten zuiden Meynertsweyd, ten noorden Claes Pieters, verkoopt in 1712 Sr Niclaas, landmeter te Alkmaar, c.s. aan Dirk Jansz Keijser een akkertje zaadland, belend ten zuiden Jan Dotter, ten noorden de Waalsloot, groot 4 snees 12 roe 1/5 voet, voor 106 gld 12½ st, verkoopt in 1718 Maartjen Jans weduwe van Reijer Baart wonende op het Zuijdend aan Dirk Jansz Keyzer een end zaadland bij IJfkeweijd, groot 3 snees 17½ roe voor 18 gld het snees, d.i. ƒ 69:15:0, belend ten zuiden Aalbert Dirks Spoor, ten westen Kornelis Veddes, en verkoopt in 1719 Jacob Pieters Buijsman aan Dirk Jansz Keijzer een akkertje zaadland in 't Wart, belend ten noorden Sijmon Pietersz Slooves, ten westen Adriaan Jacobsz Kaas, voor 87 gld 6 st 397.
                                          In Broek op Langedijk compareren in 1722 Jan Dirksz Dirkmaat wonende te Koedijk in huwelijk hebbende Trijntje Dirx Keijsers, Jan Dirksz Keijser en Dieuwertje Dirx Keijsers te Broek, nagelaten kinderen van Aafje Willems die een dochter en voor een vijfde erfgename is geweest van zal. Willem Gleijnis, alsmede Dirk Jansz Keijser als op 't overlijden van gezegde Willem Gleinisz in gemeenschap van goederen getrouwd geweest zijnde met genoemd Aafje Willems en vervolgens voor de helft in bovenstaande portie participerende, de (met namen genoemde) nagelaten kinderen van zal. Anne Willems, mede dochter en voor een vijfde erfgename van wijlen Willem Gleinis, vertegenwoordigd door Cornelis Veddes en Dirk Gerritsz Bergen, diakenen van de Mennogezinde gemeente te Broek, alsmede Guurtje Willemsdr insgelijks erfgename voor een vijfde van voornoemde Willem Gleinis mitsgaders Dirk Cornelis Keijser in huwelijk hebbende Trijntje Pieters enige dochter en erfgename van zal. Pieter Jansz Werf die in gemeenschap van goederen getrouwd is geweest met gezegde Guurtje Willems en uit dien hoofde mede in laatstgenoemde erfportie beredderende; zij geven machtiging tot verkoop van 3/5 van 8 geerzen weiland in Winkel en van 3/5 van omtrent 1½ gars weiland in Kolhorn 398.
                                          In Oudkarspel verkoopt in 1731 Cornelis Dircxz Keijzer, wonende te Alkmaar, ook voor zijn zuster Maartje Dircx Keijzers, wijders als voogd over de minderjarige kinderen van zijn zuster Neeltje, en broer Maarten Dircxz Keijzer, aan Jan Jansz Breeland, wonende te Alkmaar, de helft in een stuk weiland in de Vuijle Greb, belend ten zuiden Gerrit Slommer, ten westen de erve Pieter Rus, groot 6 geerzen, genaamd Kuijpers of Fredericx Slijk, waarvan de wederhelft de voornoemde koper toebehoort, voor 150 gld 399.
                                      2. Jan Jansz KEIJSER, molenaar te Koedijk, overl. vóór 10 mei 1679, tr. Trijn VREDERICKX, die hertr. met Dirck Gerritsz BERGEN.
                                          In 1662 te Koedijk 400 komt Jan Keyser voor ƒ 90:0:0 voor op een lijst van betalingen inzake verpondingen te Alkmaar. In 1679 verkopen op 10 mei 1679 401 voogden van het kind van zal. Jan Jansen Keyser land. Op de schepenrol van 30 november: Reyer Vredrickx, Jan Dirckx IJffs en Bouwen Jacobs als beschadigde borgen voor Jan Jans Keijser gewezen molenaar alhier, eisers, contra Trijn Vredrickx weduwe van wijlen Jan Jans Keyser voornoemd, Garbrant Levendich en Hendrick Theeues wettige voogden over 't kind van gemelde Jan Keyser. Op 14 december 402 compareerde o.m. Jan Dirckx van Broeck 't kinds grootvader.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1676 Jan Jansz Keyser, tegenwoordig molenaar te Koedijk, aan IJf Jansz Madderoom een akker zaadland, belend ten westen Symon Jansz, ten oosten Dieuwer Bartelmies, groot omtrent 6 snees 15 roe 403.
                                          In Koedijk verkoopt in 1677 Jan Cornelis poorter van Beverwijk, als last en procuratie hebbende van de principaalste crediteuren van Cornelis Jansen Molennaer zijn overleden vader, aan Jan Jansen Keijser, tegenwoordig onze molenaar, al het recht van zijn vader op huis, erf en korenmolen, belend ten zuiden Pieter Gerrits Cock, ten zuiden [noorden] Cornelis Cornelis Broers c.s., voor een custingbrief van 4160 gld. In hetzelfde jaar is Jan Jansz Keijser, onze molenar, schuldig aan Jan Poorter wonende in de Beverwijk wegens zijn vaders gemene crediteuren 4160 gld over de koop van een huis, erf of korenmolen, belend ten zuiden Pieter Cocken, ten noorden Pieter Vurwer c.s. (geroyeerd op 2 november 1684). 404
                                          In Koedijk verkopen in 1679 Trijn Vrederickx, weduwe van Jan Jansen Keijser in zijn leven onze molenaar, geassisteerd met Reijer Vredrickx haar oudste broer, Garbrant Hendrickx Levendich en Henrick Theeus Hertlant als voogden over Maertgen Jans, kind van Jan Jan Keijser en Trijn Vrederickx, aan Claes Cornelis van Nieuwe Niedorp, nu onze bejaarde buurvrijer, een huis en erf en korenmolen, belend ten noorden Pieter Jansen Verwer c.s., ten zuiden Pieter Gerrets Cock, met als borgen Reijer Vredrickx molenaar te Alkmaar, Jan Vredrickx te Heerhugowaard, Jan Dirck IJffs en Bouwen Jacobs beiden te Koedijk, voor een custingbrief van 3258 gld, met 't gaand en lopend werk getaxeerd op ƒ 630. Voor de custingbrief van ƒ 3258 compareerden Pieter Cornelis Stootschoef te Nieuwe Niedorp voor zichzelf en Cornelis Cornelis Broers als procuratie hebbende van Aerjen Heinsen Wit wonende te Niedorp als borgen voor Claes Cornelis Molenaar (doorgehaald op 25 oktober 1685). 405
                                          In Broek op Langedijk compareren in 1581 Cornelis Hendrixz Stammes schout, Aerjan Pietersz Brouwer en Dirck Gerritsz Slooff schepenen, IJf Reyersz Stammes en Jan Aerjansz Boon als geordonneerde curateurs van de gerepudieerde boedel en goederen van de weduwe en kinderen nagelaten door Jan Jansz Keijser wonende te Koedijk door het gerecht van Koedijk op 15 december 1679 406.
                                          In Broek op Langedijk testeert op 30 januari 1730 Trijntje Fredricx, weduwe van Dirk Gerritsz Bergen; zij prelegateert aan Dieuwer Dircx nagelaten weduwe van Jan Cornelisz Keijser of diens zaad 200 gld, aan Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Sijmontje Jansdr dochter van voornoemde Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Willem Jansz Tuijnman haar broers zoon 300 gld, aan Kornelis Dirksz de Vries zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems een akker zaadland in de Beunen, en benoemt tot haar universele erfgenamen Dirk Cornelis de Vries en Dieuwer Willemsdr bij testatrice inwonende 407.
                                          Op 22 december 1735 testeert Trijntje Fredericx, weduwe van Dirck Gerretsz Bergen, wonende even buiten de Kennemerpoort. Zij revoceert i.h.b. haar testament voor schepenen te Broek op Langendijk d.d. 30 januari 1730, legateert aan Cornelis Dirksz de Vries, zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems, een akker zaadland in de banne van Broek in de Beune, groot in de verponding 6 snees 19 roeden, aan Dirk Dirksz de Vries, zoon als boven, een akker zaadland in Broek achter de huizen, genaamd de Fijndeel, en benoemt tot enige erfgenaam meergemelde Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems. of hun descendenten bij representatie 216.
                                    123. (<61) Guurt CORNELIS, alias Arisdr.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Cornelis Jansz KEIJSER, leraar van de mennonistische gemeente in 1702 in Langedijk, tr. N.N.
                                          In Broek op Langedijk in 1696 verkoopt Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, en verkoopt Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door zal. Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 304
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Jan Gleynsz wonende in de Schermer nomine uxoris aan Cornelis Jansz Keyser een stuk zaadland gemeen en onverdeeld met Jan Jansz Hent, belend ten noorden de Mennogezinde gemeente, ten zuiden Sijmon Posser, groot 7 snees 9 roeden 3 voet, voor ƒ 164:5:4, verkoopt in 1712 Rens Gerritsz wonende in de Wieringerwaard, in huwelijk hebbende Tryn Gerrits, aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch gezinde leraar alhier, een westend akker zaadland, belend ten oosten Jan Aelberts Blocker annex, ten zuiden het Kalfke, ten noorden de Gildenacker, groot 6 snees 6 roe 9 voeten, voor 190 gld 2½ st, en Sr Niclaas Blydenius aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch leraar alhier, een akker zaadland, belend ten noorden Jan Tuynman, ten zuiden Dirk Sloof, groot 9 snees 12 roe 6 voeten, voor 168 gld ½ st, en verkopen in 1717 Adriaan Visser en Jannitje Bos, beiden wonende te Alkmaar, aan Cornelis Jansz Keijser en Cornelis Veddesz een stukje weiland van 2½ geersen gelegen voor de huizen, belend ten westen Jan Willemsz Klif, ten oosten Jan Boogert, voor ƒ 107:4:6 305.
                                          In Broek op Langedijk transporteren in 1726 Bastiaan Bosman wonende te Alkmaar en Dirk Kornelis Keijser, voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Jansz Keijser, in zijn leven geweest Mennogezinde leraar in ons dorp, aan Willem Cornelisz Keijser 4 vijfdeparten in het huis en erve in 't Noordend, belend ten zuiden Klaas Hillen, ten noorden Trijntje Jans Bos, voor 200 gld, verkopen in 1727 Frans Dirksz de Jong en de kinderen en erfgenamen van Cornelis Jansz Caijser aan Dirk Aarjans Bik een akkertje zaadland genaamd het Smalte, groot 2 snees 15 roeden, belend ten westen de erven van Dirk Sijmonsz, ten oosten de Trogveert, voor 2 gld ['t snees], en verkopen in 1737 Willem en Dirk Cornelisz Keijser, mitsgaders de rato caverende voor Bastiaan Bosman in huwelijk hebbende Guurtje Jans Keijser, en Maartje Cornelis Keijsers en nog voor de erven van Jan Cornelisz Keijser, aan Kornelis Jacobsz Mul een derde in 3 geerzen 11 snees weiland, een derde in 1 gars 3 snees 4 roeden wei- zeg zaadland in 't bedijkte buitenland, belend ten oosten de Ringsloot van de Heerhugowaard, ten westen de Oostendijk, voor ƒ 0:6:0 ['t snees] 306.
                                      2. Sijmontje Jansdr KEIJSER, overl. vóór 30 juli 1701, tr. Dirck Gerritsz BERGEN, overl. vóór 30 jan. 1730, zn van Gerrit Claesz van BERGEN, alias Kramer, en Diewertie PIETERS, die hertr. met Trijn VREDERICKX.
                                          In Broek op Langedijk wordt in 1701 een extract gemaakt van een testament van 15 december 1682, voor de secretaris als notaris, van Dirk Bergen en Symontje Jans, waarin bepaald wordt dat hij de helft van de boedel krijgt en het vruchtgebruik van de onroerende goederen, vee, vaartuig, boeren- en bouwgereedschap, zaad, teling, meubelen en huisraad, en zij al de contante penningen 392.
                                          In Broek op Langedijk verkopen op 17 maart 1705 de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Gerritsz Bergen een oostend akker zaadland, belend ten westen Jacob Zeun, ten zuiden Albert Gerritsz Cling, ten noorden Cornelis Keijser, groot 4 snees 1 voet, voor 32 gld 't snees, is 128 gld 2 st 10 penn 408.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1709 Claas Bergen wonende te Wognum aan Dirk Gerritsz Bergen een akkertje zaadland genaamd Mansackertje, belend ten noorden Jan Kaar, ten zuiden Jan Madderoom, groot 5 snees 11¼ roe, voor 11 gld 5 st 409.
                                      3. Jantje Jansdr KEIJSER, zie 61.
                                      4. Maartje Jansdr KEIJSER, tr. Jan Cornelisz JONCKER.
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend voor zichzelf, en als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Jan Cornelisz Joncker een oostend akker zaadland van omtrent 5 snees 16 roeden, belend ten westen Claes Visser, ten zuiden Willem Freexsz, ten noorden Teunis Jansz, belast met 3 gld 's jaars erfpacht, en verkoopt in 1730 Dirk Cornelisz de Vries aan Jan Cornelisz Joncker een zijde van een akker in 't Wout, groot 3 snees 9 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem Maat, voor ƒ 40:0:0 410.
                                    124. (<62) (>248) Sijmon KRIJNEN,
                                        Op 18 augustus 1670 bekent Sijmon Crijnen wonende te Broek op Langedijk 175 gld schuldig te wezen aan Cornelis Jeroensz wonende in de Kaag over de rest van de kooppenningen van een bezeilde kaag, groot omtrent 3 lasten, met zijn gewand en toebehoren, belovende te betalen in 1671 100 gld en een jaar later 75 gld 411.
                                        In Broek op Langedijk verkopen op 3 februari 1679 Reyer Albertsz geometrist voor zichzelf en Jan Dircxz Doncker nomine uxoris voor Jan Jansz Oomes voorkinderen bij voorschreven Reyers zuster verwekt wonende te Winkel, aan Symon Krijnen een akkertje zaadland achter de huizen, groot 6 snees 7 roeden, belend ten noorden de Meijerssloot, ten zuiden Teunis Spoor, verkopen op 17 mei 1684 de voogden van de weduwe en het kind van Symon Pietersz Werff aan Jan Pietersz Timmerman, en die aan Sijmon Crijnene, een stukje zaadland groot 2 snees 8 roeden 4½ voet, belend ten noorden Dieuwer Jans, ten zuiden Anna Werves, verkoopt op 16 mei 1685 Willem Pietersz Doeven wonende te Zuid-Scharwoude aan Sijmon Krijnen wonende aldaar een akker zaadland groot 15 snees 10 roeden 6 voet 8 duim, belend ten noorden Cornelis Pietersz Hoofts erven, ten oosten Jan Hillen annex, en verkoopt op 4 februari 1693 Sijmon Krijnen wonende te Zuid-Scharwoude aan Arent Jacobsz Kroon een huis en erf op het Noordend waar de koper tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Hendrik Dulker, ten noorden het mennogezinde gemeente-preekhuis met een grond eigen gang, met een vrije gang bezuiden het voorschreven preekhuis oostelijk er langs tot de Oostwal toe en een aanleg aan die wal 412.
                                        In Zuid-Scharwoude verkoopt op 10 mei 1684 Maertje Jans weduwe van Aelbert Teunissen Nel wonende in 't Zijp, geassisteerd met Jan Gerritsz Gorter van Dirkshorn en Cornelis Theunisz haar zwager, aan Sijmon Crijnen wonende te Broek een akkertje zaadland op Moeije Peetesloot, groot omtrent 5 snees, belend ten westen Willem Dircksz Hensbroeck, ten oosten Jacob Jansz Groot, verkopen op 17 juli 1687 Aarjan Pietersz Rens voor zichzelf, Pieter Jacobsz Boogaart voor zichzelf en zijn moeder, Jacob Aarjansz Oudes vervangende zijn vader Aarjan Pietersz Lul, allen wonende te Broek, mitsgaders Aalt Cornelisde tegenwoordig wonende te Oudkarspel geassisteerd met Jan Warmenhuijsen, allen erfgenamen van Willem Pietersz Doeven, aan Sijmon Crijnen, onze inwonende buurman, een westend van een akker zaadland groot 5 snees 14 roeden, belend ten noorden Jan Jansz Hente, ten westen de Achtergracht (de 40e penning is ƒ 2:4:11), verkopen op 30 mei 1688 Vrederick Louwersz en Jan Baertsz, beiden wonende te Broek, aan Sijmon Crijnen een huis en erf op 't Zuijdeijnde, belend ten noorden Pieter Jansz Obdam, ten zuiden Aarjan Jansz Pas, verkopen op 30 mei 1691 Jan Vreeksz Swaagh en Jan Gerrit Bouwens als voogden over Maartje Adriaens weduwe van Reyer Mieuszoon en Aarjen, Mieus en Neel Reyers deszelfs kinderen, aan Simon Crijnen een stuk zaadland, belend ten noorden Pieter Hoofssloot, ten zuiden de weduwe van Dirk Duijn, verkopen op 23 april 1692 Adriaan Jansz wonende te Broek als last hebbende van zijn moeder, Adriaan Gerritsz mede aldaar, Jan Adriaansz wonende te Zuid-Scharwoude, allen kinderen en erfgenamen van Dirk Jansz Fraijgeest overleden alhier, aan Simon Crijnen burger alhier een akker zaadland van 6 snees, belend ten oosten Pieter Cornelisz Blocker, ten noorden Gerrit Adriaansz Henten, verkopen op 25 maart 1693 de erfgenamen van wijlen Pieter Jansz Obdam aan Simon Krijnen een akkertje zaadland van 5 snees 4 roeden op Pieter 't Hoofssloot, belend ten oosten Jan Baertsz, ten westen Adriaan Dirksz Klooster, en verkoopt op 3 april 1695 Anna Jans weduwe, en Jan Vrederiksz zoon, van Vrederik Louwersz overleden te Broek, aan Simon Krijnen een akker zaadland van 5 snees 17 roeden voor de huizen, genaamd 't Boomgaartje, belend ten oosten Jan Backer, ten westen Willem Houwen 413.
                                        In Zuid-Scharwoude verkopen op 20 april 1719 Quirijn Sijmonsz Koopman en Magdalena Sijmons Koopman, weduwe, alsmede Willem Sijmonsz Koopman, allen wonende te Alkmaar, mitsgaders Dirk Sijmonsz Koopman wonende alhier, en eindelijk Louris Beets in huwelijk hebbende Aafjen IJvens wonende te Alkmaar en Gerrit Schermer in huwelijk hebbende Maartjen [aangenomen dat dit 'Trijntje' had moeten zijn] IJvens wonende op 't Seggelis buiten Alkmaar, allen kinderen en kindskinderen van Sijmon Krijnen en Neel Willems, beiden alhier overleden, aan Mr Alewijn Bot en Jan Maartensz Breelant, als voogden over Gerrit Rensz Oosterbrug weeskind alhier, een akkertje zaadland op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot 8 snees 16 roeden, belend ten oosten Barent Engbertsz, ten westen Teunis Cornelisz Bakker, voor 15 gld ieder snees, aan Cornelis Jansz Cardinaal een westend van een akker zaadland in de Koog op de Breggesloot, groot 5 snees 2 roeden 6 voet, belend ten oosten Cornelis Langewerf annex, ten zuiden voornoemde sloot, ten noorden Jan Kentens erven, voor 18 gld [ieder snees], aan Jan Arijaansz Pas een endakker zaadland voor de huizen op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot [], belend ten oosten Cornelis Gerritsz annex, ten zuiden Fredrik Swaag, ten noorden Griet Arijaans Kenten, voor 10 gld ieder snees, aan Jan Willemsz Kolles een akker zaadland voor de huizen op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot [], belend ten oosten Maartje Cornelis, weduwe, ten noorden Mr Pieter Haringcarspel, ten zuiden voornoemde sloot, voor 18 gld ieder snees, aan Jan Cornelis Bouwens regerend schepen een akker zaadland op Moeije Peete Sloot, groot 5 snees 16 roeden, belend ten oosten Claas van Twuijver, ten westen Jan Gerrits Bouwen, voor 14 gld ieder snees, en aan Jan Jansz Bouwen oud-schepen een akker zaadland op Moeije Peete Sloot, groot [], belend ten oosten Reijer Willemsz Houwen, ten westen Claas Eckens weduwe, voor 12 gld ieder snees 414.
                                        In Broek op Langedijk verkopen op 10 mei 1719 Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar, Willem Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar, Dirk Sijmonsz Koopman wonende te Zuid-Scharwoude, Louris Beets in huwelijk hebbende Aafje IJven en Gerrit Jacobsz Schermer in huwelijk hebbende Trijntje IJven, nog Magdaleentje Sijmons wonende te Alkmaar, gezamenlijke erfgenamen van Sijmon Krijnen en zijn huisvrouw Neel Willems, beiden overleden te Zuid-Scharwoude, aan Sijmons Adriaansz Braak, schoolmeester, een akker zaadland, belend ten noorden Louris Jansz Hillen, ten zuiden Pieter Korn, voor 32 gld 't snees, groot 1 gars 2 snees, 8 1/3 roeden, bedraagt ƒ 462:2:12, aan Willem Jansz Bakker een akkertje genaamd het Kromme Stuijtje, belend ten oosten Jacob Jonkers annex, ten westen Dirk Sijmonsz, voor 14 gld 't snees, groot 1 snees 13 1/3 roeden, voor ƒ 23:6:0, aan Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar 1/5 [vermoedelijk 4/5] in een akkertje zaadland genaamd het Venisge, belend ten westen Jan Vredrikse de Boer, ten noorden Jacob Jonkers, voor 10 gld 't snees, groot 1 snees 13 1/3 roeden 5 duimen, voor 22 gld 7 st 14 penn, en aan Dirk Sijmonsz Koopman wonende te Zuid-Scharwoude 4/5 in een akkertje zaadland belend ten noorden de Meijerssloot, ten zuiden Griet Adriaans, voo 11½ gld 't snees, groot 5 snees 7 roeden, voor ƒ 61:10:6 415.
                                    tr.
                                    125. (<62) Neel WILLEMSDR.
                                        In Broek op Langedijk testeert in 1716 Neel Willemsdr, nagelaten weduwe van Sijmon Krijnen; zij prelegateert aan haar zoon Dirk Symonsz voor gedane diensten en weldaden het huis en erf in Zuid-Scharwoude waar zij tegenwoordig woont, haar vermaakt door haar voornoemde man bij testament op 16 februari 1690 voor notaris Pieter Cornelisz Zoetelief, mitsgaders het gerechte deel van haar inboedel en huisraad en nog haar kleren, en institueert voor het overige tot haar universele erfgenamen al haar kinderen of hun descendenten bij representatie 416.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Maartje SIJMONS, ondertr. (schepenbank) Alkmaar 3 dec. 1690 (hij jongeman, zij jongedochter van Zuid-Scharwoude, beiden wonende op het Zeggelis), tr. ald. 17 dec. 1690 IJff Jansz BOSCH, begr. Oudorp 24 dec. 1711.
                                            In Alkmaar testeren in 1703 IJff Jansz Bos en Maertie Symons, echteluiden wonende buiten de Boompoort op 't Zeglis, beiden ziekelijk te bedde liggende, op de langstlevende met aan de kinderen de blote legitieme postie, welke langstlevende ook voogd zal zijn, met zonodig na dode van de langstlevende Pieter Jansz Bosch en Sijmon Jansz als voogden 417.
                                        2. Krijn Sijmonsz KOOPMAN, op 7 april 1690 overgedragen van Langedijk naar de Doopsgezinde Gemeente in Alkmaar, overl./begr. Alkmaar/Langedijk 14/21 maart 1731, tr. 1° Anna Dirks DUIJNMAN, dr van Dirck Cornelisz DUIJNMAN en Guurt AARJANSDR, tr. 2° Guertje Fredricx van VEEN, ondertr. 3° (schepenbank) Alkmaar 15 juni 1721 (hij weduwnaar, zij weduwe, beiden wonende op de Schulphoek), tr. ald. 29 juni 1721 Aaltje PIETERS.
                                            In Broek op Langedijk wordt op 17 december 1687 Kryn Zymonsz wonende te Zuid-Scharwoude genoemd als man en voogd van Anna Duijnmans, onder de kinderen en erfgenamen van Dirk Cornelisz Duynman 418.
                                            In Zuid-Scharwoude hebben op 8 september 1689 Cornelis Dircksz Duijnman als oom en bestorven voogd, en Crijn Sijmonsz als vader van zijn kind Dirck Crijnen geprocreëerd bij zal. Anna Dircks Duijnman alhier overleden, 50 gld in het weesboek laten registreren; in 1708 bekent Dirck Crijnen uit handen van zijn vader 50 gld ontvangen te hebben 419.
                                            In Alkmaar verkoopt op 5 juli 1712 Pieter Willemsz Minkes aan Crijn Sijmonsz Coopman een eigen groentetuin, groot omtrent 60 roeden, met opstal gelegen aan de Keeten, belend ten zuiden de stadswal, ten oosten Maarten Post, ten noorden de verkoper, ten westen Adriaen van der Mieden, voor 167 gld 10 st, verkoopt op 29 januari 1713 deze groentetuin aan Pieter Jansz Blom, voor 200 gld 4d 3t [?], verkoopt op 31 januari 1715 Willem Sijmonsz aan Krijn Sijmonsz Coopman een huis en erf aan de Oostzijde van de Zanthoek, belend ten zuiden Sijmon Gerritsz kalkmeeter, ten noorden Hendrik Spekman, voor 200 gld, en verkoopt op 21 februari 1716 Jan Anthonisz van den Abelen aan Krijn Sijmonsz Coopman een huis en erf aan de Noordzijde van de Santhoek op 't Pleijn, belend als in oude brieven, voor 12 gld [?] 420.
                                            In Broek op Langedijk verkoopt op 15 april 1722 Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar aan Aalbert Jansz Blocker 4 percelen zaadland, namelijk (1) in 't Swartvelt 6 snees 10 roeden belend ten westen Jacob Jacobsz Zeun, ten noorden Aalbert Spoor, (2) aan de Wal 6 snees belend ten zuiden Jan Hooft, ten noorden Teunis Koopman, (3) 3 snees 5 roeden belend ten westen de koper, ten noorden Gerrit Maartens, (4) een akkertje zaadland genaamd het Venusje, groot 2 snees 8 roeden, belend ten westen Jan Vredriksz, ten noorden Jacob Jonkers, voor ƒ 213:3:0 421.
                                            In Alkmaar verkoopt op 6 februari 1727 Dirk Weijtman aan Crijn Sijmonsz Coopman een stukje erf van omtrent 2 roeden achter de huizinge van de koper op de Schulphoek, belend ten zuiden Gerrit Stul, ten noorden Pieter Dirksz Dubbelt, voor 23 gld 422.
                                            Op 9 juni 1731 geven Dirk Sijmonsz Koopman, Jan Pietersz Bos en Gerret Post, allen binnen Alkmaar woonachtig, tezamen aangesteld tot voogden over de minderjarige en universele erfgenamen van Krijn Sijmonsz koopman, machtiging aan Aaltje Pieters, weduwe van gezegde Krijn Sijmonsz Koopman zal., mede alhier woonachtig, om te innen, vorderen en ontvangen alle pretentiën en inschulden volgens de schuldregisters van Krijn Sijmonsz Koopman 423.
                                            In Alkmaar verkopen op 24 maart 1732 Dirk Symonsz Koopman, Jan Bosch en Gerrit Post, als door weesmeesters aangesteld tot voogden over de minderjarige erfgenamen van Krijn Sijmonsz Koopman alhier overleden, item Aeltje Pieters weduwe van voorschreven Krijn Sijmonsz, aan Jan Pietersz Market een huis en erf aan de Oostzijde van de Schulphoek bij 't Pleijn, belend ten zuiden Dirk Sijmonsz voornoemd, ten noorden Pieter Dirksz, met een leeg erf dicht bij het voorschreven huis, voor 425 gld, en aan Dirk Sijmonsz Koopman voornoemd een pakhuis aan de Oostzijde van de Schulphoek, belend ten zuiden en noorden Magdaleentie Centen, voor 40 gld 424.
                                            Op 4 juli 1732 wordt de inventaris opgemaakt van alle goederen die Krijn Sijmonsz Koopman, te Alkmaar op 16 maart 1731 overleden, nagelaten heeft, o.a. een huis en erf te Alkmaar aan de Sandhoek, belend ten noorden Pieter Dirksz, ten zuiden Dirk Sijmonsz Koopman, nog een huisje daarachter, belend ten oosten Cornelis Raats, ten westen Huijbert Arentsz, een pakhuisje op de Sandhoek, belend ten noorden en zuiden Maddaleentje Senten, nog een leeg erf mede op de Sandhoek annex het grote huis en bij hetzelve verkocht, een damschuitje lang 49 voeten wijd 10¾ voeten, met zeil en treil, nog een schuldbrief op een huis in Den Haag, contanten en inschulden (van met namen genoemde personen), roerende goederen, ook in 't pakhuis (meest kruidenierswaren), lasten van de boedel (vrij veel kleine schulden), inventaris gedaan ten verzoeke van Aaltje Pieters, weduwe van de overledene, Dirk Sijmonsz Koopman, Jan Bos en Gerret Post, gecommitteerde voogden over de minderjarige nagelaten kinderen 425.
                                            Op 6 september 1732 geven Aaltje Pieters, weduwe van Crijn Sijmonsz Koopman, mitsgaders Dirk Sijmonsz Koopman, Jan Bos en Gerret Post, gecommitterde voogden over de minderjarige nagelaten kinderen en erfgenamen van voorschreven Krijn Sijmonsz Koopman, machtiging aan Willem van der Kiste, bode van 's-Gravenhage, om te vorderen en ontvangen boek- of inschulden als hun van diverse personen zijn competerende 426.
                                            In 1702 testeren Quiryn Symonsz Koopman en Guertje Fredricx, echtelieden wonendete Alkmaar, bij overlijden zonder kinderen op de langstlevende. Maar als hij vóór zijn vrouw sterft met achterlating van zijn kind van eerdere bedde, dan zal zijn huisvrouw een filiale portie hebben. Hij stelt Cornelis Willemsz Doot, wonende te Alkmaar, aan als voogd, en sluit de weeskamer uit. 427
                                            In 1721 testeren in Alkmaar Crijn Sijmonsz Coopman en Aeltje Pieters, echte man en vrouw. Hij maakt tot zijn universele erfgenamen zijn descendenten; zijn tegenwoordige huisvrouw krijgt een kindsgedeelte. Verder begeert testateur dat bij vooroverlijden van zijn voorzoon Dirk Crijnsz, tegenwoordig naar of in Nederlands Oostindië, diens nakomelingen 250 gld wordt toebedeeld wegens een borgtocht die voornoemde Dirk Crijnsz heeft moeten betalen. Zij maakt haar descendenten tot universele erfgenamen, met voor haar man een kindsgedeelte. (Hij tekent Krijn Sijmensz Koopman.) 428
                                            Op 8 september 1731 geven Aaltje Pieters, weduwe van Krijn Sijmonsz Koopman, mitsgaders Dirk Sijmonsz Koopman, Jan Bos en Gerret Pos, aangestelde voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van voornoemde Krijn Sijmonsz Koopman, allen wonende te Alkmaar, machtiging aan Adriaan van der Tol, ordinaris deurwaarder van de hoven van Justitie in Holland wonende te 's-Gravenhage, om te innen, vorderen en ontvangen zodanige boek- of inschulden als hun van diverse personen competerende 429.
                                            In Alkmaar verkoopt in 1735 Cornelis Raets, eerder weduwe van Annetje Edele dochter van Heyndrick Dirx Wettinge die weduwnaar en erfgenaam is geweest van Reijndert Jansz Rin, aan Aeltje Pieters weduwe van Crijn Sijmonsz Coopman een kamer en erf in 't Raedje aan de stadsvesten, belend ten noorden Bastiaan Bosman, ten zuiden 't Pleijn, ten westen koopster, voor 70 gld 430.
                                        3. Magdalena SIJMONS, ondertr. (schepenbank) Oudorp 25 april 1694 (hij jongeman wonende op het Seggelis, zij jongedochter wonende te Zuid-Scharwoude; betoog gegeven) Pieter Jansz BOSCH, begr. ald. 19 juli 1717.
                                            In Alkmaar testeren in 1714 Pieter Jansz Bos en Magdaleentie Sijmons, echte man en vrouw wonende buiten de Boompoort op 't Zeglis, hij ziekelijk te bedde, op de langslevende, met de blote legitieme portie aan de kinderen of hun descendenten 431.
                                        4. Willem Sijmonsz KOOPMAN, bij huwelijk Willem Sijmonsz van Langedijk, overl. Alkmaar, begr. Bergen (N.-H.) 13 febr. 1720, tr. kerkel. (mennon.) Alkmaar 12 juni 1695 Trijntje JACOBS, bij huwelijk van de Wognummerbuurt.
                                        5. Dirk Sijmonsz KOOPMAN, zie 62.


                                      Generatie VIII (<VII, >IX)

                                      136. (<68) (>272, >273) Abraham Adriaensz van den ENDE, geb. ca. 1595  432 of ca. 1598, linnenwever, overl. tussen okt. 1664 en 21 mei 1665,
                                          In Beverwijk is in 1629 Claes Gerritsz Wildtschut te Velsen eiser contra Abraham van den Ende, om verteerd kostgeld, en zijn in 1630 Neeltgien en Lijsbet Jacobsdr eisers contra Abraham Adriaense Manaut, om 17 gld die hij de eisers schuldig is ter zake van een weefgetouw dat zij en hun broer aan hem verkocht hebben 433.
                                          In 1652 is Abraham van Enden, op de Meijr, in Beverwijk bij de schutterij. Op 12 februari 1648 wordt te Beverwijk gereformeerd gedoopt een bejaarde, genaamd Abraham van den Ende. In 1659 is Abram van Enden lidmaat van de gereformeerde gemeente van Beverwijk.
                                          In Beverwijk verkoopt in 1643 Cornelis Willemsz lakenbereider aan Abram van Ende linnenwever een huis en erf op 't Achterwechie, voor ƒ 312:10:11 434. In 1644 435 is er een verklaring door Arent Pieters Hofflant, en Cornelis Willems te Edam, van ontvangst van Abraham van Ende van ƒ 212:10:0 over vier jaar. In 1654 436 is Abraham van Enden, linnenwever, aan Michiel Gillis 200 gld schuldig; op 22 maart 1664 is deze schuld omgezet in een rentebrief. Op 13 december 1655 437 leggen Abraham van Enden, 57 jaar, en Josijntie Frans zijn huisvrouw, 53 jaar, een verklaring af.
                                          In Beverwijk bekent op 22 maart 1664 Abraham van Enden, inwonder dezer stede, schuldig te zijn aan Michiel Gillis, wonende te Amsterdam, 200 gld, op 13 maar 1654 ontvangen in zijn „noodtoorboor” bekend te hebben. Onderpand is zijn huis en erf op het Achterweghie, strekkende tot achter aan 't erf van Cornelis Jansz van Wormer, belend ten zuiden Lambert Jansz Capelle, ten noorden de erven Elias de Haas. 438
                                          Op 21 mei 1665 wordt een getuigenis gegeven over de verkoop van een vette koe in de laatste slachttijd door Arent Wildeman aan wijlen Abraham van Ende, waaraan een weddenschap tussen Arent Wildeman en Aerijaen Cornelisz Clomp was verbonden over wat de koe schoon aan de haak meer dan 600 pond zou wegen 439.
                                          In Beverwijk verklaren op 1 juni 1665 Arijaen Abrahamsz van Enden en Willem IJven, man en voogd van Lysbet Abrahams van Enden, nagelaten kinderen van Abraham van Enden, de rato caverende voor Frans Abrahamsz van Enden hun broer wonende te Amsterdam, verkocht te hebben aan Willemtie Jacob Blauwenhelms, huisvrouw van Jan Cornelisz Kick, wonende te Amsterdam, een huis en erf aan het Achterstraetjen, strekkende tot achter aan 't erf van de erfgenamen van wijlen Claes Jansz Beverwijck, belend ten zuidwesten Lambert Jansz Capelle, ten noordoosten de wagenweg, voor 260 gld 440.
                                      tr. 1° (schepenbank) Beverwijk 1 juni 1625 Jannitgen JANSDR,
                                      ondertr. 2° (schepenbank) Beverwijk 25 maart 1629 (zij van Haarlem), attestatie om te trouwen ald. 14 april 1629 (om te Haarlem te trouwen), tr. (schepenbank) Haarlem 16 april 1629
                                          In Beverwijk vindt voor schepenen op 25 maart 1629 ondertrouw plaats van Abraham Adriaensz, weduwnaar, met Syntgien Frans, jongedochter van Haarlem; op 14 april 1629 is attestatie gegeven om te Haarlem te trouwen.
                                      137. (<68) Josijntje FRANSSEN, geb. ca. 1602.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Frans Abrahamsz van den ENDEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, ondertr. ald. 7 febr. 1658 (zij van Oostzaan), tr. Velsen 10 maart 1658 (met attestatie van Beverwijk en Oostzaan) Aafje JANS, j.d. van Oostsaenen.
                                        2. Adriaen Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, zie 68.
                                        3. Rijck Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640.
                                        4. Lijsbeth Abrahams van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, overl. ald. 24 aug. 1666, ondertr. ald. 15 febr. 1664 (hij van Castricum), tr. Castricum 2 maart 1664 Willem IJven van der MAER, geb. ca. 1634  441, overl. vóór 25 maart 1678, zn van IJff Bouwensz van der MAER, wagenmaker, biersteker ald., en Lijsbeth WILLEMS, turfvolster te Beverwijk in 1666, die hertr. met Neeltje JANS, en Aeghje Cornelis BORST.
                                            In Beverwijk verkopen op 24 april 1670 Cornelis Claesz Borst voor de ene helft, Aris Cornelisz Borst en Arent Cornelisz Fluijt als man en voogd van Anna Cornelis Borst, kinderen van wijlen Dirckjen Aris geprocreëerd bij de voorschreven Cornelis Claesz Borst, elk voor een derdepart van de wederhelft, aan Willem IJven als man en voogd van Aechtie Cornelis de helft en 2 derdeparten van een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Symon Hansz van Nes, ten noordoosten Jan Dircksz Smit 442.
                                            In 1672 is in Beverwijk Willem IJven bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een musket; vermoedelijk kort daarna is hij vervangen door Michiel Willems van der Maar.
                                            In Beverwijk compareert in 1685 Floris Jansz van Groet, geassisteerd met Jan Dircks van Groet zijn vader; hij trekt belediging en beschuldiging tegen het dochtertje van wijlen Willen IJven van der Maer in en zal de proceskosten betalen (hij had gezegd dat haar vader kleren van iemands land had gestolen) 443.
                                        5. Rijckge Abrahams van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1644.
                                        6. Magdaleentje Abrahams van den ENDEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 okt. 1647.
                                      142. (<71) (>284) Jan Thijsz COLTHOFF, geb. ca. 1613  444, schoenmaker, sergeant, ijkmeester, sergeant,
                                          In 1644 wordt Grietien Jacobs huisvrouw van Jan Tijsz genoemd 445, en verkoopt Pieter Jacobsz linnewever aan Jan Thyssz schoenmaecker een huis en erf in 't Clooster voor ƒ 750 446, in 1646 koopt Jan Tyssen schoelapper van Pieter Jacobsz linnewever een huis en erf in 't Clooster en van de erfgenamen van Floris Laurissen wonende te Amsterdam eveneens een huis en erf in 't Clooster 447, in 1647 verkoopt Jan Tyssen schoelapper aan Elias Jacobsz schoelapper een huis en erf in 't Clooster, verkoopt Pieter Jacobsz linnewever aan Jan Thysz schoenmaecker een huis en erf in 't Clooster, weer doorverkocht aan Hendrick Gerritsz droogscheerder, verkoopt Claes Cornelis Boersen aan Jan Tyssen schoelapper een huis en erf aan de Houtwech, en betaalt Jan Tyssens huisvrouw de 40e penning ad ƒ 4-6-4 over het huis verkocht aan Jacob Gerritsz lijndraaier bij de kerk 448.
                                          In 1648 verkoopt Jan Tyssen schoelapper aan Maertie Baerts weduwe van Dirck Gerritsz Cuyper alhier een huis en erf aan de Groote Houtwech, verkoopt Gerrit Jacobsz lijndraaier aan Jan Tysz schoenlapper een huis aan de Heemkerckerwech, verkoopt Jan Tysz schoenlapper aan Jan van den Bogaert een erfje aan de Heemskerckerweg, en verkoopt Simen Laurisz voerman alhier aan Jan Tyssen een erf aan de Coningswech 449. In 1649 verkoopt Simen Lauris voerman aan Jan Tysz schoenlapper een erf aan de Paterswech, verkoopt Jan Tysz schoelapper aan Claes Rutgersz Hessing alhier een erf aan het einde van de Paterswech bij de Lijnbaen, verkoopt Jan Tysz schoenlapper aan Gerbrent Claesz Calf een erf aan de Paterswech, en verkoopt Jan Thysz schoenlapper aan Paulus Juriaensz te Amsterdam een erf waarop de koper een huis getimmerd heeft 450. In 1651 heeft Jan Thysz schoenlapper in het openbaar een damschuit met toebehoren gekocht uit de verlaten boedel van Gerrit Jansz scheepmaecker 451.
                                          Op 22 oktober 1653 wordt in Beverwijk de inventaris opgemaakt van de goederen van Philps d'Assonville gecondemneerde wegens Jan Thijsz over impost en accijns 452.
                                          In 1654 verkoopt Claes Cornelis Borst aan Jan Thysz een huisje met een halve gang aan de Houtwech, voor 75 gld 10 st, die dit voor 100 gld doorverkoopt 453. Jan Thysz Colthoff koopt in 1655 van Wouter Arentsz van Beest een stuk land aan de Paterswech, voor 325 gld, betaald op 27 april 1659, verkoopt een stuk land aan de Paterswech aan Gillis van Ryckenroij voor 150 gld, ruilt met Gysbert Gerritsz Verlaen een huis met erve aan de Coningswegh, belend o.m. comparants zuster Marritgen Thys, voor 900 gld, koopt voor 110 gld een huis en erve aan de Houtwegh, voor 540 gld een huis en erve aan de Cloosterstraet, bekent een schuld (voldaan op 10 juni 1656), en koopt in 1656 van Anna Jansdr, weduwe van Hendrick Jansz backer, een huis, camer en erve in de Bagijnestraet voor 1300 gld 454.
                                          Jan Thysz Colthoff verkoopt in 1657 een huis enz. in de Cloosterstraet aan Dirck Nanningsz backer voor 298 gld contant, een huis in de Cloosterstraet aan Jan Dircksz Scherp voor 700 gld contant, is belend als erfgenaam van Maritje Thys, en verkoopt aan Maijcke Symonsdr, weduwe van Claes Jansz Waecker een huis in de Bagijnestraet voor 1600 gld contant 455. In 1658 verkopen de erfgenamen van Aechtgen Laurens, weduwe van Cornelis Cornelisz Huysman, aan Jan Thysz Colthof een huis en erf op de Meyr voor een schuldbekentenis van 825 gld (voldaan op 30 april 1660), en verkopen de erfgenamen van Claes Cornelisz Laper aan Jan Thysz Colthof recht en eigendom van een opdrachtbrief 456. In 1659 ruilt Jan Thysz Colthoff met Symon Cornelisz Symonsz een erf of tuin aan de Paterswegh tegen een erf gelegen aan Eemskerckerduyn, en verkoopt Willem Aerijaensz lijndraijer aan Jan Thijsz Colthoff een huis met erf in de Kerckbuerdt voor 425 gld, voor een schuldbrief af te betalen in 3 jaarlijkse termijnen 457.
                                          In Heemskerk verkoopt in 1659 Sijmon Cornelis Sijmonsz wonende te Beverwijk aan Jan Thijsz Colthof een erf aan Duijn in de wildernis, strekkende uit het westen oostwaarts tot aan de hoek van de wal van het oostend van de tuin van Sijmon Lourisz, strekkende ten zuiden tot aan de wal van dezelve Sijmon Lourisz, en verkoopt in 1664 Jan Tyssen Colthoff aan Jacob van Mierop, baljuw van Beverwijk, een elsbos aan Heemskerckerduijn, beheind en beplant, belend ten oosten de secretaris der stede Beverwijk, ten zuiden Sijmon Lourisz, ten noorden en westen de wildernis, voor 150 gld 458.
                                          In 1660 verklaart Guijrtjen Steves, huisvrouw van Jan Arisz, vleeshouwer, woonachtig ter stede Beverwijk, schuldig te wezen aan Jan Thijsen Kolthof 655 gld 7 st 11 penn, edoch in mindering van de voorschreven schuld en interest cedeert zij, zo zij zegt met kennis en approbatie van haar absente man, en belooft zij Jan Thijsen te leveren zodanige goederen als haar voorschreven crediteur in arrest [=beslag] heeft genomen waarvan het register bij dit gerecht is berustende, mitsgaders te transporteren nog in mindering als voren 2 gouden ringen, en een tuigje, nog een „kaffejack” en een zilveren oorijzer, met 2 gouden baggen, welk transport Jan Thijsen, die mede compareert, accepteert in mindering van de voorschreven schuld, en als zij niet binnen deze week de voorschreven somme restitueert zal hij de voorschreven goederen als zijn vrij eigen verkopen en de penningen daarvan procederende tot afslag van de voorschreven voorschoten somme inhouden 459.
                                          Jan Thysz Colthoff transporteert in 1660 aan Jan Dircksz buurman aan Wijk aan Duin een huis met erve op de Meijr, voor 900 gld contant, koopt van Willem van Groenhout advocaat voor het Hof van Holland en Frederick Vroom, procuratie hebbende van Claes Dircksz Hoijpoel, gewoond hebbende hier ter stede maar nu in Amsterdam, een huis met erf aan de Breestraet voor 1580 gld te betalen in 3 jaarlijkse termijnen, is aan Cornelis van Groenhout wonende te Vijanen een jaarlijks losrente van 80 gld op een lening van 2000 gld schuldig, met als onderpand een huis in de Cloosterstraet, een huis aan de Paterswegh (verkocht op 21 juni 1670) en een huis aan de Bagijnenstraet (op 6 juni 1671 verkocht aan Jacob de Groot), en koopt van Geertjen Hendrix, weduwe van Claes Hissting, een hoek erf aan de Patersweg voor 62 gld 10 st 460. In 1662 verkoopt Jan Thysz Colthof, buurman aan Wijk aan Duin, aan Jacob van Myerop, officier, en Jacob de Groot, medeschepen, de rechten op twee transportbrieven, voor 300 gld, te betalen in drie jaarlijkse termijnen 461.
                                          In Wijk aan Duin is op 4 december 1662 Jan Thijsz Colthof, wonende te Beverwijk, aan Anthonij Chasteleijn, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie en brandewijnhandelaar te Amsterdam, 550 gld schuldig, gesproten uit leverantie van brandewijn, met als onderpand zijn huis, erf en elsbosje in Wijk aan Duin aan de Noordzijde van de Zeewegh, belend ten westen de Wildernis, ten noorden Jacob Adrijaensz, ten oosten de Notwegh, ten zuiden de voorschreven Zeewegh (afgelost op 14 augstus 1665), verkoopt in 1663 Jan Thijsz Colthof, wonende in deze banne aan Duin, aan Cornelis Cornelisz Broer wonende te Beverwijk een huis, erf en hoekje land, genaamd de Herberg van de Weijmen, aan duin, belend ten oosten en westen Anna Gerrits, ten noorden de Seewegh, ten zuiden de weduwe van Cornelis Engelsz, voor 850 gld, en verkoopt in 1664 Jan Thijsz Colthof, wonende binnen Beverwijk, aan Dirck Engelsz wonende in Wijk aan Duin een huis met erf met het elsbosje daaraan gelegen, belend ten westen de Wildernis, ten noorden Jacob Adrijaensz en Jan Dircksz, ten oosten de Notwegh, ten zuiden de Zeewegh, belast met een rentebrief ten behoeve van Anthonij Casteleijn dd. 4 december 1662, voor 292 gld 8 st 462.
                                          Op 1 maart 1663 verklaren Claes Pietersz en Symon Dircksz ten verzoeke van Jan Thysz Colthof dat zij present zijn geweest ten huize van Philps Cornelisz, herbergier aan Wijk aan Duin, toen de koop van een huis gelegen tussen requirant en Cornelis Cornelisz Broer werd toegeslagen, en gehoord te hebben dat de requirant het verkochte huis in huur zou hebben 1 pond minder dan een ander, en dat de koop daarop toegeslagen is, dat mede de koper Cornelis Cornelisz daarop zei tegen de requirant dat hij het huis morgen wilde laten opveilen en dat de requirant en zijn zwager dan tegen elkaar zouden bieden, en verklaart verder Claes Pietersz dat deze huur zou wezen voor 6 jaren, de koper moest „vast staan” en de requirant elk jaar zijn „keur” hebben 463.
                                          In Beverwijk verklaren op 6 maart 1663 Jan Arisz en Paulus Pietersz ten verzoeke van Jan Thysz Colthof dat zij present waren ten huize van Aecht van Tooren op klein vastenavond toen de requirant handelde met Cornelis Cornelisz Broer om zijn huis aan Wijk aan Duin te verkopen 464.
                                          In 1662 en in 1663 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen van de gecondemneerde Jan Thijsz Colthof, bestaande uit o.m. een huis en erf bestaande uit twee woningen op de Baanen, ten verzoeke van opvolgend Trijntje Cornelis, steenkoopster en biersteekster, en Dirck Nanningsz, bakker 465.
                                          Jan Thysz Colthof, wonende alhier, koopt in 1663 van Dirck Cornelisz Dieloven een huis met de grond aan de Coningstraet voor 575 gld, en geeft hiervoor een schuldbrief, verkoopt Jan Thysz Colthoff aan Willem Dircksz van Tooren, houtkoper, een jaarlijkse losrente van 8 gld, 10 st, verkoopt Jan Thysz Colthoff in 1664 aan Jacob van Myerop een huis en erf in de Houtstraet voor 150 gld contant, en tranporteert Maritje IJsbrants, huisvrouw van Jan Thijsz Colthof, wonende te Alphen, met procuratie van haar man gepasseerd in Alphen op de achtste van de lopende maand juni, aan Willem van Groenhout wonende te Haarlem een huis en erf aan de Breestraet, door haar man afgelopen winter aan de koper verkocht, betaald met de somma van 1500 gld, en nog een huis en smederij in de Cloosterstraet aan Jan Jansz van Egmondt en Cornelis Pietersz Metselaer, die hiervoor aan Jan Thysz Colthof 750 gld schuldig zijn 466.
                                          In Wijk aan Duin in 1663 is Cornelis Cornelisz Broer eiser contra Jan Thijsz Colthoff wonende te Wijk aan Duin, vanwege dat eiser een huis en erf gekocht heeft van Colthoff die nalatig blijft het te transporteren en eiser 2/3 van de prijs betaald heeft, en is Jan Thysz Colthoff eiser contra Aefge (2e keer Annetje Arents), weduwe van Claes Sijmonsz Bom, en contra Gijsbert Jansz (2e keer Jansz Kaij), om huishuur van 15 gld en 18 gld 467.
                                          In Beverwijk worden op 23 april 1663 verklaringen afgelegd over een ruzie in herberg de Swaen, waar aanwezig waren o.a. Jan Thysz Colthof en zijn huisvrouw Maritje Isbrants, tegenwoordig wonende in Wijk aan Duin. Colthof heeft Cornelis Broer uitgescholden voor een gauwdief en hem aan zijn hoofd met een kan geslagen, zodat Broer bebloed was en zijn hoofd en hals „bestookt” met bier; de huisvrouw van Jan Thysz zei dat zij hem betalen zou. 468.
                                          Op 16 juni 1670 verkoopt in Beverwijk Jan Cornelisz Poorter als last en procuratie hebbende van Jan Thijsz Colthoff, sergeant der compagnie van de heer kapitein Mordant, garnizoen houdende in Maastricht, aan Hendrick Theunisz schoenmaker een huis en erf aan de Coningstraet, die hiervoor een schuld van 302 gld bekent, af te lossen in drie jaarlijkse termijnen, aan Dirck Symonsz Castricum een huis en erf bestaande uit twee woningen aan de Patersweg, aan Hendrick Bieling, schepen, een huis en erf in de Kerckbuert, aan Trijntje Cornelis, bejaarde dochter, een huis en erf aan de Achterwegh, en aan Mr Jacob de Groot, regent van het weeshuis, een camer met erf in de Bagijnestraet 469.
                                      ondertr. 2° Beverwijk 17 april 1654 (zij van Deventer, wonende alhier), tr. (nederd. geref.) ald. 3 mei 1654 Annetje BARENTSDR, overl. vóór 2 juli 1655,
                                          In 1655 testeert Annetje Barentsdr, huisvrouw van Jan Thijsz Colthoff, aan haar man, die aan zijn dochter Lijsbet Jans haar blauwe lakense rok moet uitkeren 470.
                                      ondertr. 3°/tr. Beverwijk 2/18 juli 1655 Maritge IJSBRANTS, dr van IJsbrant PIETER DAMMISZ en Hillegont PIETERS,
                                      tr. 1° (schepenbank) Beverwijk 25 jan. 1637 (hij van Emmerik, wonende te Amsterdam)
                                             Uit het tweede huwelijk:
                                        1. Maria Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 febr. 1655.
                                             Uit het derde huwelijk:
                                        1. Mattheis Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 sept. 1656.
                                        2. Mattheus Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 nov. 1658.
                                      143. (<71) Grietgen JACOBSDR, overl. vóór 17 april 1654.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Lijsbeth Jans COLTHOF, geb. ca. 1637, zie 71.
                                        2. Jacob Jansz COLTHOF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 10 sept. 1645, Franse schoolmeester te Alphen aan den Rijn, tr. 1° Koudekerk 1666 Judith Baerents van OLPHEN, overl. vóór 1668, tr. 2° Valkenburg (Z.-H.) 1668 Maria de la COURT, overl. vóór 27 juli 1670, tr. 3° (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 27 juli 1670 Elisea Gillis BARMENTLOO.
                                      144. (<72) (>288, >289) Dirck Cornelisz SCHAEP, geb. tussen 15 maart 1613 en 15 dec. 1613, pachter, pachter van de Wage, gecommitteerde van de pacht van de bieren over Beverwijk en accijsmeester van de stede accijs, overl. tussen 31 okt. 1661 en 6 juni 1663,
                                          In Beverwijk is op 2 mei 1643 Neeltgien Coemen ƒ 11:10:0 schuldig aan Dirck Cornelisz Schaep voor geleverde eetbare waren 471. In Beverwijk is in 1652 is Dirck Schaep bij de schutterij.
                                          Op 3 augustus 1654 verklaart Dirck Cornelisz Schaep schuldig te wezen Lanslot Fransz Vermaet, pachter c.s. van de impost op 't gemaal over de stad Haarlem met de dorpen daaronder sorterende, voor de termijn ingaande de eerste van deze maand de somme van 7000 gld spruitende uit zake van te becollecteren penningen voor de impost op 't gemaal uit de stad Beverwijk en de dorpen Heemskerk en Velsen onder de verpachting van de stad Haarlem gelegen, te betalen elke maand het twaalfdepart, expirerende de laatste juli 1655 met het uitgaan van de pacht; compareerde Aecht Thomas, weduwe van Cornelis Cornelisz, zijn moeder, die zich voor haar zoon borg stelde 472. Op 4 augustus 1654 geven Lanslot Fransz Vermaet c.s. volmacht aan Dirck Cornelisz Schaep om uit comparants naam in de stad Beverwijk en de dorpen Heemskerk en Velsen de impost op 't gemaal waar te nemen en alle frauden en sluikerijen dienaangaande te mogen aantasten en in verzekering te brengen 473.
                                          Op 14 augustus 1654 leggen Joannes Croesen, notaris, en Cornelis Hermensz, gerechtsbode, ten verzoeke van Dirck Cornelisz Schaep, tegenwoordig collecteur van 't gemaal in Bverwijk, een verklaring af over Court Barentsz, heeft op 25 februari 1655 Pieter Jansz Tuynman van Dirck Cornelisz Schaep en Baefgen Pietersdr, weduwe en boelhoudster van Engel Dircksz, een som van ƒ 123:3:0 ontvangen (op 9 januari 1652 waren Dirck Cornelisz en Engel Dirksz borgen voor Tomas Cornelisz, broer van Dirck Cornelisz, bij de koop van een huis en erf in de Paterssteeg), leggen in 1657 Sweer Jansz en Dirck Cornelisz Schaep, pachters van verscheiden stukken gemeen land, een verklaring af ten verzoeke van Cornelis Gerbrantsz 't Lam, pachter van de warmoeslanden, en verklaren in 1657 Willem Bartholomieus, Frans Cornelis van Poelenburgh en Cornelis Jansz van Wormer ten verzoeke van Dirck Cornelisz Schaep dat hij op 23 december 1656 van de voogden van de kinderen van Gerbrant Claes Calf een huis en erf gekocht heeft 474.
                                          Op 9 april 1657 verklaart Dirck Cornelisz Schaep, wonende in de Beverwijk, schuldig te wezen aan Mr Lambert Meurlingh, originele pachter c.s. van de impost op de boter over de stad Haarlem „metten gevolge ende aencleve vandien”, voor de termijn ingegaan met de eerste van dit jaar 600 gld, spruitende uit zake van becollecteerde penningen wegens de impost van de boter door hem te ontvangen uit Beverwijk, Heemskerk, Wijk op Zee en Velsen, te betalen in 3 termijnen elke over 4 maanden (met bepalingen over de boter komende van of gaande naar Haarlem), waarbij Claes Gerritsz de Vries en Dirck Sijmonsz Castricum zich borg stellen voor de betaling, en geeft Mr Lambert Meurlingh volmacht aan Dirck Cornelisz Schaep om in de Beverwijk, Heemskerk en Wijk op Zee [kennelijk 'Velsen' vergeten] de voorschreven impost op de boter waar te nemen 475.
                                          Op 31 juli 1658 bekent Dirck Cornelisz Schaep, wonende in de Beverwijk, schuldig te wezen Cornelis Barentsz Leijdael, pachter c.s. van de impost op 't gemaal over de stad Haarlem met de dorpen daaronder ressorterende, voor de termijn beginnende 1 augustus aankomende, een somme van 7650 gld, spruitende uit zake van te becollecteren penningen vanwege de voorschreven impost uit Beverwijk en Heemskerk en van de bakker van Velsen, te betalen op 12 eerstkomende maanden een twaalfdepart beginnende op 1 augustus eerstkomende, met als borgen Aechie Thomas, weduwe van Cornelis Cornelisz, en Thomas Cornelisz, resp. comparants moeder en broer 476.
                                          In Beverwijk verkopen in 1659 bij openbare veiling Cornelis Jansz van Wormer en Willem Bartholmeus, als voogden over de kinderen en erfgenamen van wijlen Gerbrant Claesz Calf, aan Sweer Jansz, Dirck Symonsz en Dirck Cornelisz Schaep, elk voor een derdedeel, een huis met het erf aan de Paterswegh, met nog 2 woningen onder 1 dak daaraan annex, strekkende tot aan het erf van Maritgen Cornelis toe, belend ten zuidoosten Wouter Arentsz, ten noordwesten de weduwe van Claes Hissing, voor 1700 gld, te betalen 31 mei 1659 de helft, de andere helft in 3 jaartermijnen 477.
                                          Op 19 februari 1660 bekent Evert Wilmsz Schuijt, woonachtig ter stede Beverwijk, ter zake van geleende penningen schuldig te wezen aan Dirck Cornelisz Schaep, mede buurman in Beverwijk, 50 gld, edoch in mindering van de voorschreven schuld cedeert hij, debiteur, aan de voorschreven Dirck Cornelisz Schaep, zijn crediteur, een partij schelpen [steeds „schilp” i.p.v. „schelp”] omtrent 10 karren vol, liggende in Beverwijk op de Meer, mitsgaders daarenboven nog zijn nieuwe schelpkar die hij nog voor een wijle tijds mag gebruiken, en belooft nog aan zijn voornoemde crediteur tot voldoening van de voorschreven schuld te leveren 20 karren schelpen. Compareerde mede de crediteur Dirck Cornelisz Schaep die verklaarde het transport aan te nemen met belofte dat hij Evert Willemsz dienvolgens niet meer zal hebben te manen als om die 20 karren schelpen. 478
                                          In Beverwijk getuigt in 1661 Dirck Cornelis Schaep, omtrent 48 jaren, ten verzoeke van Jan Claes Laydecker, legt in 1661 Dirck Cornelis Schaep op verzoek van de diakenen van de Gereformeerde Kerk van Beverwijk een verklaring af, en wordt in 1663 een verklaring afgelegd ten verzoeke van Willem Bouwens van der Maar, schout van Heemskerk en Castricum, waarin sprake is van een bemiddeling twee jaar geleden door Dirck Cornelisz Schaep, in zijn leven te Beverwijk woonachtig 479.
                                          In Beverwijk transporteert op 19 augustus 1662 Neeltje Cornelis, bejaarde dochter wonende hier ter stede, als haar „onderworden” hebbende de boedel van zal. haar broer Dirck Cornelisz Schaep vanwege deszelfs nagelaten kinderen, aan Symon Cornelisz van Schoorl, schoenmaker, een huis en erf met het schuurtje aan de Breestraet, strekkende tot achter aan het erf van Cornelis Evertsz die ook ten noordoosten belend is, belend ten zuidwesten Wouter Arentsz. De achtergevel van het huis is een gemene muur met de voornoemde Cornelis Evertsz geslagen om de goot op te leggen, is bij gedoging en tot wederzeggen toe, mitsgaders het pothuis aan het schuurtje staande behoort aan de voornoemde Wouter Arentsz, voor 825 gld 480
                                          In Beverwijk verkopen in 1675 de wettige curateurs van de desolate boedel van Sweer Jansz in zijn leven wonende alhier, en Neeltjen Cornelis Schaep, bejaarde dochter wonende alhier, als haar „onderwonden” hebbende de boedel van wijlen haar broer Dirck Cornelisz Schaep, elk voor een derdedeel, aan Dirck Sijmonsz Castricum wonende alhier 2/3 van een huis en erf in de Paterswegh met nog twee woningen onder één dak daaraan annex, strekkende tot achter het erf van Wouter Arentsz, belend ten zuidoosten Court Barentsz backer, ten noordwesten voornoemde Sweer Jansz met de koper, waarin de koper het resterende derdedeel competerende is, belast in 't geheel met 953 gld 2 st toebehorende de kinderen en erfgenamen van wijlen Gerbrandt Claes Calf, volgens een rentebrief van 7 augustus 1659, voor ƒ 635-8-0 481.
                                      ondertr./tr. (schepenbank) Beverwijk 31 jan. 1638/23 jan. 1639
                                      145. (<72) (>290, >291) Aeltgien WILLEMS.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Cornelis Dircksz SCHAEP, zie 72.
                                        2. Claas Dircksz SCHAEP, ondertr. Beverwijk 11 dec. 1694 (zij van Amsterdam), tr. ald. 26 dec. 1694 Swaantje Claas de BRUYN.
                                      146. (<73) (>292, >293) Jan JACOBSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 april 1616, slotemaker, smid, overl. tussen 18 nov. 1646 en 21 okt. 1647,
                                          Op 20 april 1643 bekent Jan Jacobsz Slootemaecker schuldig te wezen Claes Claesz zijn zwager 250 gld, belovende deze te restitueren binnen 6 jaar met interest tegen de penning 20 in 't jaar, verbindende al zijn smidsgereedschap en voorts al zijn goederen die hij van Joris Jansz en Dirck Jansz wonende te Heemskerk te erve zal komen te nemen 482.
                                          In Beverwijk verkoopt in 1643 Arent Jansz Schout aan Jan Jacobsz slootemaecker een huis en erf in de Peperstraet, belend Sr Schepel, Sr Jan Brugman, Pieter Mijesz Lijndraeijer, voor 700 gld, en verkopen in 1647 Machtelt Jans, weduwe van Jan Jacobsz smit, geassisteerd met Jacob Jans Slommer oud-burgemeester en dominee Matthias Hasard, en Cornelis Claesz backer als oom en voogd van het nagelaten kind van wijlen Jan Jacobsz, aan Pieter Fassijn te Amsterdam een huis en erf in de Peperstraet voor 930 gld 483.
                                      ondertr. 2°/tr. Beverwijk/Amsterdam 25 okt./17 nov. 1645 Machtelt JANS,
                                          In 1647 worden in Beverwijk huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arie Jansen de Wolff, jongeman van Velsen, ongeveer 29 jaar, en Machtelt Jans van Amsterdam, weduwe van Jan Jacobsen smit (doorgehaald) 484, in 1648 testeren Arie Jansen de Wolff, linnewever, en Machtelt Jans 485.
                                      ondertr. 1°/tr. Beverwijk 5/21 sept. 1642
                                             Uit het tweede huwelijk:
                                        1. Jacob JANSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1646 (doopgetuigen Adriaen Jacobs en Annetge Jacobs).
                                      147. (<73) (>294, >295) Aeltgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 jan. 1617, overl. vóór 25 okt. 1645.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Trijntje JANSDR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 aug. 1643, zie 73.
                                      148. (<74) (>296, >297) Jan Jansz HEN,
                                          In Uitgeest in 1635 bekennen Cornelis Bruynsz Welbooren en Frans Cornelisz, armenvoogden, schuldig te zijn aan Jan Jansz, het nagelaten weeskind van zal. Trijn Gerritsdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman op Assum, een jaarlijkse losrente van 9 gld 10 st, losbaar met 190 gld 2 st 8 penn (waarop op 17 mei 1639 Philips Cornelisz, weesmeester, in mindering ƒ 9-2-8 betaald heeft), en bekent Heijndrick Hesselsz Scheepmaecker te Uitgeest schuldig te zijn aan Jan Jansz de zoon van Jan Jansz Coopman Jan op Assum 300 gld, te betalen te weeskamer mei eerstkomende, en stelt tot onderpand zijn huis en erf genaamd het Bockumhuijs, belend ten oosten de Buijtendijcxmeer, ten zuiden Dirck Baert, ten westen Otto Dircxz, ten noorden de Nieuwlandtsloot (op 15 mei 1635 ten volle betaald) 486.
                                          In Uitgeest bekent in 1635 Joris Maertsz, onze buurman op Assum, schuldig te zijn aan Jan Jansz, het nagelaten weeskind van zal. Trijn Gerritsdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman op Assum, een jaarlijkse losrente van 15 gld, losbaar met 300 gld, met als borg Dieuwer Gerritsdr, de moeder van zijn huisvrouw, die tot onderpand stelt de helft van een stuk land genaamd de Haegen op Assum, groot in 't geheel omtrent 2 morgen 2 snees, belend ten oosten de Haegen, ten zuiden Geesemeer, ten westen de Veert, ten noorden de Tuijntgens. Op 5 april 1659 stelt Joris Maertsz tot een speciale hypotheek 2 akkers land op Assum, genaamd de Gansackers, groot omtrent 10 snees, belend ten oosten de comparant, ten zuiden de Keerdyck, ten westen Hessel Jansz, ten noorden de Binneven. Op 11 juni 1641 compareerde Jan Jansz Hen als getrouwd zijnde en bekende van deze voldaan te zijn. 487
                                          Op 27 mei 1640 bij de doop in Uitgeest van Theunis Janssen heette de vader Jonge Jan Jansen Hen op Assum; op 5 mei 1644 bij de doop van Jacob Jansz was de vader Jan Jansz Hen op 't Nieuwlant.
                                          In Uitgeest is in 1641 Jan Jansz Jonge Jan Hen, buurman te Uitgeest, eiser contra Pieter Jansz aldaar, om betaling van 6 gld 15 st hem competerende van de penningen die de eiser onder hem heeft van de boomgaard van de Heer van Jaersvelt; de gedaagde zegt tevreden te zijn met de eiser (zij hebben kersen verkocht in Amsterdam, en hadden een „gemene buyl” 488.
                                          In Uitgeest verkopen in 1643 Steffen Jansz en Cornelis Fredericxz, beiden onze buurluiden, ook voor alle andere erfgenamen van Duijff Jansdr, in haar leven onze buurmeid, aan Jan Jansz Hen onze buurman een huis met zijn erf op de Nieuwendam, belend ten oosten Jan Jacobsz Vennen, ten zuiden de Nieulandersloot, ten westen Dirck Otsen, ten noorden de Nieulanderwech 489.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1650 Dirck Fransz aan Jan Jansz Hen mede onze buurman een stuk land in de Dieleven, groot omtrent 11 meermorgen, belend ten oosten Gerrit Bruijnsz Alckemade, ten zuiden en westen de Ringsloot, ten noorden Cornelis Bruijnsz Alckemade 490, en bekent in 1651 Jan Jansz Hen, onze buurman op 't Nieuwelant, schuldig te zijn aan Wouter Jansz, onmondige zoom van Jan Woutersz op Assum geprocreëerd bij zal. Neeltjen IJsbrants zijn eerste huisvrouw, een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st, te lossen met 100 gld, met als onderpand een stuk land in de Dieleven, groot omtrent 1 meermorgen, belend ten oosten Gerrit Bruijnsz, ten zuiden en westen de Ringhsloot, ten noorden Cornelis Bruijnsz Welbooren (op 29 april 1657 is 50 gld afgelost, op 27 april 1660 de andere 50 gld) 491.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1666 Jan Jacobsz Nes, als getrouwd hebbende Elsjen Jansdr, wonende in de Beverwijk, aan Jan Jansz Hen, onze buurman, halve broer van de voornoemde Elsjen Jans, een zevendepart in een stuk land in de Groote Sien, genaamd Fijenven, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten zuiden 't Schijtenest, ten westen de Coochdijck, ten noorden Jan Sweeren, voor 140 gld, zo ook in 1667 Gerrit Jansz Hen, wonende op Assum, aan zijn [halve] broer 492.
                                          In Uitgeest verkopen in 1667 Phillipsz Claesz Prins, oud-schepen binnen dit dorp, en Jan Jansz Hen, elk voor henzelf en samen voor al degenen dit engiszins aangaande, aan Pieter Baertsz Matselaer, mede onze buurman, 5 zesdeparten van een huis met zijn erf op de Loet, waarvan de voornoemde Pieter Baertsz het resterende zesdepart toebehoort, belend ten noordwesten en noordoosten de gemene weg, ten zuiden de voornoemde Pieter Baertsz zelf, voor 416 gld 14 st, en verder Phillips Claesz Prins, oud-schepen binnen ons dorp, Pieter Baertsz Metselaer en Jan Jansz Hen, beiden onze buurluiden, voor henzelf en samen voor al degenen dit enigszins competerende, aan Gerrit Tijmonsz, waard in de Swan binnen ons dorp, 5 zesdeparten in een stuk land in Benes genaamd Adroven [?], waarvan de voornoemde Gerrit Tijmonsz 't resterende zesdepart toekomt, groot in 't geheel in 't morgenboek 25½ snees 8 roeden, belend ten oosten het land van Claes van den Rijn en de Benesserdijck, ten zuiden een notsloot, ten westen de Diesloot, ten noorden de schout alhier, voor 1333 gld 7 st 493.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1670 Claes Jansz Buijs wonende te Wijk op Zee aan Jan Jansz Hen onze buurman een zevendepart in een stuk land in de Groote Sien, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten zuiden Jan Gerrit Baertsz, ten westen Jan Sweren, ten noorden de weg, voor 134 gld 494.
                                          In 1672 bekent Theunis Pietersz, buurman te Uitgeest, een schuld van 130 gld, tegen een jaarlijkse interest van 5 gld 4 st, met als borgen Jan Jansz Hen, zijn schoonvader, en Theunis Jansz Hen, broer (boven staat 'zwager') 495.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1674 Claes Jansz Hen wonende in Beverwijk aan Jan Jansz Hen een zevendepart in een stuk land in de Sijen genaamd Fijenven, groot in 't geheel omtrent 18 snees, belend ten westen Jan Sweren, ten zuiden Jan Gerrits Borts, ten noorden de weg, voor 129 gld 496.
                                          In Uitgeest bekent in 1683 Jan Jansz Hen wonende alhier gelicht te hebben uit de penningen toekomende de 3 kinderen van Cornelis Teunis en Aeffien Alberts 100 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand een stuk land in de Sijen genaamd Fijenaert, groot omtrent 18 snees, belend ten zuiden 't Schijttenest, ten noorden Jan Sweeren (50 gld afgelost op 1 januari 1686 en nog 50 gld op 1 juni 1686), en evenzo in 1686 uit de penningen toekomende de dochter van Sijmen Lemmeringh op Marcken 50 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand hetzelfde land (op 3 juli 1687 afgelost) 497.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1687 Jan Jansz Hen wonende alhier aan Cornelis Gerritsz Alckemade een stuk land in de Dielevenmeer, groot 1 meermorgen, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden de vaart, voor ƒ 180 498.
                                          In Uitgeest zijn in 1690 Jan Jansz Hen, Gerrit Cornelisz, Trijn Cornelis van Neck, wonende alhier, Dieuwer Bonsies wonende op Krommeniedijk en de erven van Dieuwer Dircx wonende in de Rijp, elk voor een vijfdepart erfgenaam [volgens hen] van zal. Gerrit Tijmonsz alhier overleden, eisers, contra Cornelis Gerritsz Alckemade en Garbrant Gerritsz Smit, mede alhier, als bij testament van zal. Anne Claes (gewezen weduwe en boedelhoudster van de voornoemde Gerrit Tijmonsz) gesteld tot executeurs. De eisers willen de nagelaten goederen van Gerrit Tijmonsz of het geld ervan. In hetzelfde jaar zijn Jacob Otse c.s., zich sterk makende voor de verdere erfgenamen van Gerrit Tijmonsz zal., eisers contra Jan Jansz Hen en consorten. Deze eisers maken ook aanspraak op de erfenis; de ouders van Jacob Otse c.s. waren zusterlingen van Gerrit Tijmons. Op de zitting van 23 januari 1691 verlangen schepenen dat de partijen elk 4 zilveren ducatons inleggen om rechtsgeleerden te consulteren [einde verhaal]. 499
                                      ondertr./tr. Uitgeest 2/16 okt. 1639
                                          In Uitgeest trouwt gereformeerd op 16 oktober 1639 Jan Janssen, jonggezel van Assum, met Aechte Jans, jongedochter van Akersloot; proclamaties gedaan op 2 oktober in Uitgeest en Akersloot. Op 17 februari 1647 doen Jan Jansz en zijn wijf Aechte Jans belijdenis in Uitgeest.
                                      149. (<74) Aechte JANS.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Theunis Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 27 okt. 1640, zie 74.
                                        2. Jacob Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 5 mei 1644.
                                        3. N.N. Jans HEN, tr. Theunis PIETERSZ, geb. ca. 1647  500.
                                        4. Gerrit Jansz HEN, geb. ca. 1648  500.
                                      150. (<75) (>300, >301) Pieter Pietersz WELBOREN, geb. ca. 1590  501, overl. vóór 28 april 1643,
                                          In Uitgeest in 1623 verkoopt Pieter Pietersz Welboren, onze buurman aan de Hoendijck, aan Jacob Nyelen, mede onze buurman, omtrent 2 mad land liggende gemeen in een stuk land genaamd Dirck Willemenven, groot in 't geheel 4 morgen, belend in 't geheel ten noorden de ven in de hoek, ten zuiden de Hoogendicjk, ten noorden het Kerkhoff, met de bepaling dat Jacob Nyelen altijd de vrijheid zal hebben om zijn koeien over de werf van de comparant te drijven mits Jacob altijd zijn koeien zal drijven voor zijn huis om en bewesten het huis heen tot 't water toe, en verkoopt Fop Oodewynsz aan Pieter Pietersz Welboren, beiden onze buurluiden, omtrent 1 morgen land wezende een vierdepart van de Hoycamp, het gehele land groot geweest 4 morgen, belend ten noorden Claes Jacobsz met zijn vierde, ten oosten de Nijenhemsloot, ten westen de Nauwelaen, ten noorden de Rooven 502.
                                          In Uitgeest is in 1624 Pijeter Pietersz, welboren man wonende te Uitgeest, eiser contra Aerjan Cornelis Goesinnen, waard in de Vergulde Valck alhier, om betaling van 18 gld 12 st ter zake van koop van een vet varken, en nog 6 st 8 penn van voorgeschoten waaggeld (schepenen condemneren de gedaagde) 503.
                                          In Uitgeest wordt in 1625 voor de 200e penning onder de Leegen ende Hoogendyck Pieter Pietersz Welboren aangeslagen voor ƒ 15 504.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1633 Claes Gerritsz Visscher onze buurman aan Pieter Pietersz Welbooren mede onze buurman een stuk land in de Broeck genaamd de Langehemmen, groot omtrent 2 maden 1 snees, belend ten oosten Fillipsenven, ten noorden en zuiden mede de Lange Hemmen, ten westen de Hemsloot, en Pieter Pietersz Welbooren aan Cornelis Fopsoon onze buurknecht een half mad land gemeen in een stuk land in de Broeck genaamd de Groote Cooch, belend in 't geheel ten oosten Joorijsencooch, ten westen Jannencooch, ten zuiden Siericxven, ten noorden de Cleijne Hagen en Salienven 505.
                                          In Uitgeest bekennen in 1650 Guijrte Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, geassisteerd met Claes Jansz haar wettelijke gecoren voogd, Jan Pietersz, zoon van de voornoemde Guijrte Cornelisdr, Sijmon Harmensz, wettelijke voogd van Sieutgen Pietersdr, en Claes Cornelisz Welbooren, wettelijke voogd van Guijrtgen Pieters, beiden mede kinderen van de voornoemde Guijrte Cornelisdr, samen ook voor Dirck Pietersz en Wouter Pietersz hun broers, schuldig te wezen aan Wouter Jansz, nagelaten onmondige zoon van wijlen Neeltgen IJsbrants geprocreëerd bij Jan Woutersz, allen buurluiden alhier, een jaarlijkse losrente van 13 gld 10 st, hoofdgeld 300 gld, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd de Langen Hemmen, groot omtrent 2 maden, belend ten oosten Jonge Willem, ten zuiden Duijffgen Gerrits, ten westen de Hemsloot (geroyeerd op 4 december 1654, de penningen betaald zijnde aan Claes Jansz lakenkoper, voogd van Wouter Jansz) 506.
                                          In Uitgeest verkopen in 1654 Jan Pietersz voor hemzelf, Sijmen Harmensz als voogd van Sieutgen Pietersdr, Jan Claesz van 't Sant als voogd van Guijrtjen Pietersdr, en Dirck Jansz als man en voogd van Neeltjen Pietersdr, allen achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren en Guyrte Cornelisdochter, in hun leven buurluiden binnen ons dorp, tezamen ook voor Wouter Pietersz hun broer, aan Dirck Pietersz, mede zoon van de voornoemde Pieter Pietersz en Guijrte Pieters, een stuk land in de Broeck genaamd de Langen Hemmen, groot omtrent 33 snees 8½ roede, belend ten oosten Willem Claesz, ten zuiden mede de Langen Hemmen, ten westen de Hemsloot, ten noorden Amcker Huijgen. Compareerde mede Dirck Pietersz en verklaarde ten volle voldaan te zijn van zijn vaderlijke en moederlijke erfenis, verklarende mitsdien niet meerdere actie te hebben op de boedel van zijn vader en moeder, maar dat de verdere goederen altemaal zijn voornoemde broers en zusters toebehoren. 507
                                          In Uitgeest bekent in 1658 Ghijsbert Jacobsz Welbooren, buurman aan de Sint Aechtendijck, schuldig te wezen aan Sieutjen Pieters en Guijrtje Pieters dochteren, onmondige nagelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren en Guijrte Cornelis, in hun leven mede buurluiden aldaar, een jaarlijkse losrente van 200 gld, met als onderpand een morgen land gemeen in een stuk land in de Vuijtgeeterbroeck genaamd Dirck Willemenven (op 24 juni 1661 geroyeerd ten bijwezen van Gijsbert Gerritsz van Assendelft, broer van de huisvrouw van Gijsbert Jacobsz Welbooren) 508.
                                          In Uitgeest bekent in 1658 Claes Bruijnsz Alckemade, buurman alhier, schuldig te wezen aan Sieutjen Pieters en Guijrtjen Pieters dochteren, onmondige achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren, in zijn leven wonende aan de Sint Aechtendijck, een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdgeld 200 gld, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd Huijgenven, groot 35 snees, belend ten oosten het Matje, ten zuiden Pelsbroeck, ten westen Cornelis Roeleven kinderen, ten noorden het gasthuisland (afgelost op 5 april 1667) 509.
                                          In Uitgeest in 1658 verkopen Sijmon Harmensz en Jan Claesz van 't Sant, oud-schepenen binnen ons dorp, als wettelijke gecoren voogden van Sieutje Pieters en Guijrtjen Pieters, achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren in zijn leven onze buurman, aan Claes Tomasz van Heemskerk, tegenwoordig wonende binnen ons dorp, een huis met zijn erf aan de Sint Aechtendijck, zijnde annex het huis toebehorende Gijsbert Jacobsz Welboren en zijn zuster, belend ten oosten Dirck Willemszven, ten zuiden voornoemde Gijsbert Jacobsz Welbooren, ten westen de Notsloot, ten noorden de Hemsloot, bezwaard met een losrente van 8 gld jaarlijks, losbaar met 200 gld, door de voornoemde comparanten ten voordele van de voornoemde kinderen gelicht blijkende bij een constitutiebrief voor dit gericht gepasseerd op 10 juni 1657 ten behoeve van Cornelis Coeslager predikant te Hem, en bekent Claes Thomasz van Heemskerk, tegenwoordig binnen ons dorp, de voorgaande koop voor 675 gld, te betalen op 3 termijnen 510.
                                      tr.
                                      151. (<75) Guyrte CORNELISDR.
                                          In Uitgeest verkoopt in 1643 Guyrte Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, onze buurvrouw, geassisteerd met Claes Jansz Alen onze buurman haar gecoren voogd in dezen, aan Jr Jacob Nobel, poorter te Alkmaar, een stuk land in de Broeck genaamd de Hoeijcamp, groot omtrent 8 geerzen 3 snees 7½ roede, belend ten oosten het Soerlant, ten zuiden de Hemsloot, ten westen de Nauwelaen, ten noorden de Roeven 511.
                                          Op 4 september 1652 testeert Guijrtgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, wonende aan de Sint Aechtedyck, op haar bedde liggende en naar lichaam niet wel te passen. Zij benoemt tot universele erfenamen Jan Pietersz, Dirck Pietersz en Wouter Pietersz, haar 3 zonen, mitsgaders Neltgen Pieters, Sieutgen Pieters en Guyrtgen Pieters, haar 3 dochters, in gelijke portiën, mits conditie dat haar na te laten goederen ongescheiden zullen moeten blijven totdat haar 2 jongste dochters gekomen zullen zijn tot de ouderdom van 25 jaren, die ook uit de gemene boedel onderhouden zullen moeten worden. 512
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Jan Pietersz WELBOREN.
                                              In Uitgeest is in 1662 Jan Pietersz Welboren eiser contra Cornelis Fransz wonende aan de Sinte Aechtendyck, om betaling van 40 gld als beschadide borg 513.
                                          2. Dirck Pietersz WELBOREN, schipper.
                                              In Uitgeest verkoopt in 1661 Lijsbet Jans, onze buurvrijster, zo nodig geassisteerd met onze secretaris als voogd in dezen, aan Dirck Pietersz Welbooren, schipper, onze buurman, een huis met zijn erf in Bonckenburch, het erf breed 14 voeten, lang 119 voeten, belend ten oosten de Smaelwegh, ten zuiden Neeltjen Jacobs, ten westen Joost Jansz, ten noorden Guijrt Jan Swans, waarna de koper de koop bekent voor ƒ 537:10:0 en betaling belooft in 3 termijnen met als onderpand het gekochte 514.
                                          3. Wouter Pietersz WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 23 maart 1631, tr. Claartje JANS.
                                              In Wijk aan Duin hebben in 1709 Jan Woutersz Welboren, zoon van Claartje Jans, Pieter Florisz als in huwelijk hebbende Maart Jans, en Lysbet Jans meerderjarige dochter, allen wonende te Uitgeest, ieder voor 1/3 erfgenaam van wijlen Huijgh Jansz, openbaar verkocht aan Jan Symonsz Boon, mede wonende te Uitgeest, 1 morgen land van 800 roeden Hontsbosse maat, in Wijckbroeck, zijnde een vogelkooi, belend ten noordoosten de „Naarden” van heer Isnout van Veen, ten zuiden de Weligenberg en stadsland, ten westen Maart Jans op Hoogdorp, voor 1900 gld 515.
                                          4. Neeltje Pieters WELBOREN, tr. Dirck JANSZ.
                                          5. Sieuwtje Pieters WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 12 maart 1634, zie 75.
                                          6. Guijrtje Pieters WELBOREN.
                                        156. (<78) Jan van de VELDE,
                                        tr.
                                        157. (<78) (>314, >315) Philippijntgen COLPAERTS.
                                            In Vianen verklaarden in 1646 Peter van Venlo als de administratie gehad hebbende van Hans jansz Geerts, door hem, benevens Jan van de Velde zal. in zijn leven man en voogd van Philippijntgen Colpers en Engel Tienpont geërfd, van de nagelaten goederen van Lysbetgen en Tannegen Vermeer, mitsgaders voornoemde Philippijntgen Colpers nu weduwe van voornoemde Jan van de Velden, tezamen ten verzoeke van Hans Jansz Geerts, waarachtig te zijn dat zijn aangedeelde erfenis niet meer is dan volgens de staat van de voorschreven goederen door ons gemaakt 516.
                                            In Vianen transporteert in 1649 Philippijntgen Colperts, geassisteerd met Hendrick van Westervelt schepen als haar gecoren voogd in dezen, als het recht bij erfenis verkregen hebbende van deze annexe rentebrief door dode van Elijsabeth Vermeers haar moei, aan Marichgen Frans weduwe van Adriaen Dircxz Brouwer zekere rentebrief van 150 gld kapitaal gepasseerd dd. 21 september 1627 517.
                                            in Vianen transporteert in 1657 Philippijntgen Colpaerts weduwe van Jan van de Velden wonende binnen deze stede, als 't recht bij loting verkregen hebbende van Hans Jansz Gerrits, aan Daniel Jans Dorpels mede wonende alhier een rentebrief van 30 ponden van 40 groten 't pond 's jaars, sprekende op 't comptoir van Johan van Berckel ontvanger-generaal over de gemene middelen van Holland en Westfriesland in dato 24 februari 1644, en transporteert in 1660 Philippijntjen Vermeer [sic] weduwe van Jan [ ], geassisteerd met Hans Hanssen Backer haar zoon, aan Joffr. Commerina van Zasburg weduwe van Cornelis van der Haven een rentebrief van 250 gld kapitaal renterende jaarlijks 50 gld, door Cornelis Hermansz van Wesel voor schout en schepenen alhier ten behoeve van Anneken Vermeer op 11 februari 1633 gepasseerd, waarvan comparante door erfenis 't recht verkregen had, gevestigd op zeker huis en erf binnen dezer stede aan de Oostzijde van de Voorstraet, en bekende door handen van Johan van de Wege met gelijke somme betaald te zijn 518.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Hans Jansz van de VELDE, zie 78.
                                          164. (<82) (>328) Antonis Cornelisz van STEENHUIS  519, geb. Geldermalsen ca. 1600, schout van Wadenoyen, in 1645 buurmeester van Geldermalsen, overl. Geldermalsen (woonde bij overlijden op 't Westerhout),
                                          tr. N.N.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Cornelis Theunisz van STEENIS, zie 82.
                                            2. Hendrick van STENIS, geb. Geldermalsen ca. 1645, overl. 1717, tr. ald. Maria Gobelsdr van VERSENDAAL, overl. 1721, dr van Gobel van VERSENDAAL.
                                                Hendrick van Stenis kocht op 28 februari 1696 het door hem gepachte Gelderse leen 't Klein Westerholt te Geldermalsen, en werd op 10 augustus 1696 daarmee beleend.
                                            3. Beatrix van STEENIS, tr. Claes BROUWER, zn van Hendrick BROUWER.
                                            4. Melchior van STEENIS.
                                            5. Aagte van STEENIS, tr. Goosen Gobelsz van VERSENDAAL, zn van Gobel van VERSENDAAL.
                                            6. Antonya van STEENIS.
                                          166. (<83) (>332, >333) Lucas Gerritsz HELDERMAN, geb. Beverwijk ca. 1600, glazenmaker, schepen ald., gasthuismeester 520 ald., overl. vóór 23 sept. 1666,
                                              In Beverwijk verkoopt in 1646 Dirck Pietersz Brugman aan Lucas Gerritsz Helderman een huis en erf in de Nieuwe Steech 521, leggen in 1648 Lucas en Claes Gerritsz Helderman een getuigenis af ten verzoeke van Jan Willemsz te Petten, over een kwestie tussen requirant en de schout van Castricum, ten huize van Laurens Gerritsz Helderman, en is in 1664 Lucas Gerritsz Helderman regent van het armenweeshuis 522.
                                              Op 23 augustus 1658 geeft Dirck Pietersz Brugman, oud-schepen der stede Beverwijk, tegenwoordig wonende te Haarlem, machtiging aan Cornelis Evertsz, regerend schepen der stede Beverwijk, om voor het gerecht van Beverwijk over te dragen aan Hendrick Harmansz Bielingh, zijn kozijn, weesmeester te Beverwijk, een losrentebrief van 400 gld ten laste van Lucas Gerritsz Helderman, glasemaker wonende mede te Beverwijk, voor schepenen aldaar gepasseerd op 11 juni 1646, door comparant aan Hendrick Harmansz Bielingh verkocht 523.
                                              In 1663 verkoopt in Beverwijk Lucas Gerritsz Helderman, oud-schepen, als mede-erfgenaam van Pieter Gerritsz Sleutel, voor een negendepart, alsook procuratie hebbende van de anderen voor 7/9, aan Willem Jacobsz Kuijper, mede-erfgenaam, de voorschreven 8/9 in een huiscustingbrief ten laste van Cornelis Jansz Plugh te Alkmaar (gevolgd door een kopie van de procuratie voor notaris Cornelis van Heijmenberch te Alkmaar dd. 21 januari 1662) 524.
                                              In Beverwijk verkopen op 21 oktober 1668 Jan Gerritsz Verlaen, thesaurier van Beverwijk, als testamentaire voogd van Marritjen Isaacs, nagelaten minderjarige dochter van Neeltje Lucas Helderman geprocreëerd bij Isaac Egbertsz, „bloockemaeker” te Amsterdam, en Cornelis Theunisz van Stenis, vleeshouwer, als man en voogd van Aechtjen Lucas Helderman, dochter en dochterskind en mede erfgenaam, elk voor een vierdepart, van wijlen Lucas Gerritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, in hun leven echte man en vrouw, aan Marritjen en Annetjen Lucas Heldermans, bejaarde dochters, de gerechte helft in een huis met het erf in de Nieuwe Steegh, strekkende achter tot aan de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritjen Willems, voor 200 gld, waarvan de wederhelft de koopsters competeert, zoals het door hun ouders bewoond en bezeten geweest is 525.
                                              In Beverwijk hebben in 1668 Maritje Lucas Heldermans, Annetie Lucas Heldermans, Cornelis Theunis van Stenis vleeshouwer, man en voogd van Aechtje Lucas Heldermans, en Jan Gerrits Verlaen als voogd van Maeritje Isaacs nagelaten minderjarige dochter van wijlen Neeltje Lucas Heldermans, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Lucas Gerrritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, alle roerende goederen geschift en gescheiden, belovende dat Maritgen en Annetie voornoemd zullen genieten de boelgave en de uitzet van Neeltje Lucas uit de goederen van Maeritje Isaacs, de somme van 25 gld 526.
                                          ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 8 mei 1627 als Luycas Gerritsz uit de Beverwijk, glazemaker, oud 26 jaar, wonende in de Beverwijk, met, als Teuntie Gerrits van Amsterdam, oud 24 jaar, geassisteerd met haar moeder Aecht Wienis, weduwe, in de Korte Tuynstraet,
                                              In Beverwijk testeren in 1658 Lucas Gerritsz Helderman, glazemaker, en Teuntje Gerrits, zijn huisvrouw, op elkaar, en nomineren in 1665 Lucas Gerritsz Helderman en Theuntje Gerrits zijn vrouw Jan Gerritsz Verlaen tot voogd over Maritjen Isaecs, minderjarige dochter van Neeltje Lucas, die hun dochter was, wonende te Amsterdam 527.
                                          167. (<83) (>334, >335) Teunisge GERRITSDR.
                                              In Beverwijk getuigt in 1655 Theuntjen Gerrits, huisvrouw van Lucas Gerritsz Helderman, ten verzoeke van Trijn Jans, vroedvrouw 528.
                                              In Beverwijk testeert op 23 september 1666 Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, ziek te bedde. Zij begeert dat al haar roerende oederen zullen blijven aan Marittjen, Aechtjen en Annetje Lucas, haar drie dochters, mits zij zullen uitkeren aan Marittjen Isaacs haar dochters dochter 60 gld, en dat Marittjen en Annetjen in de nering zullen blijven zitten als comparante is doende en vooruit zullen trekken als haar dochters Neeltje zal. en Aechtje voor bruiloft en uitzet hebben genoten. 529 Op 21 juli 1668 wil Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, dat haar dochters Maritjen en Annitje na dode van haar, comparante, zullen blijven huurdersen van het Gemeneland 530.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Gerrit Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 april 1628 (doopgetuige Claes Gerritsen).
                                              2. Maria Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1629 (doopgetuige Trijn Pieters).
                                              3. Maritge Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 febr. 1631 (doopgetuige Maritge), bewaarster van de Waag te Beverwijk in 1670 531, ondertr./tr. ald. 28 nov./14 dec. 1681 Jan Cornelisz VELSEN, wedn. van N.N.
                                                  In Beverwijk testeren op 19 mei 1669 Annetie Lucas Heldermans, bejaarde dochter, en Maritje Lucas Heldermans, bejaarde dochter, op de langstlevende, mits de eerststervende geen kinderen nalaat 532.
                                              4. Grietge Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 febr. 1633 (doopgetuige Grietgen Francen).
                                              5. Johannes Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 okt. 1634.
                                              6. Aegje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635, zie 83.
                                              7. Neeltje Lucas HELDERMAN, overl. vóór 29 maart 1665, ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam 31 maart 1660 (ingetekend op de acte van Simon van Breen, predikant te Beverwijk) Isaec EGBERTSZ, geb. ald. ca. 1633, bij huwelijk bloockemaker in de Binnenbroidziedersstraet.
                                              8. Gerret Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 april 1640 (doopgetuigen Maertien Claes en Geertien Gerrits).
                                              9. Annetje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 sept. 1641 (doopgetuige Guiert Meijnderts), ondertr./tr. ald. 20 sept./6 okt. 1669 Jan Jansz VERLAEN, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1644 (doopgetuigen Wouter Gerritsz [Verlaen], Lysebeth Gerrits), schoenmaker, zn van Jan Gerritsz VERLAEN en Maritge GERRITSDR.
                                                  Op 5 maart 1662 doet Annetie Lucas te Beverwijk belijdenis.
                                                  In Beverwijk verkoopt in 1669 Jan Jansz Verlaen, schoenmaker, man en voogd van Annetje Lucas Helderman, aan Marritjen Lucas Helderman zijn schoonzuster de helft in een huis en erf in de Niewe Steegh, strekkende tot de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritie Willems, waarvan de koperse de wederhelft competerende is, voor 400 gld 533.
                                                  In Beverwijk bekent in 1690 Annitje Lucas Helderman weduwe van Jan Jansz Verlaan, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Claes de Groot, oud-schepen alier, 300 gld, waarvan 200 gld ontvangen is door haar vooornoemde man op 24 april 1784 en door haar 100 gld, tegen 4 gld van de honderd gld in 't jaar, verbindende haar huis en erf in de Nieuwe Steegh tot achteraan het erf van Jan van Toorn, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidosten Jacob Jansz Boogaert, en bekent in 1692 Antje Luijcas Helderman, weduwe en boedelhoudster van Jan Jansz Verlaen, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan de heren burgemeesters dezer stede 131 gld over pacht van de waag van het jaar 1690, tegen 4 gld ten honderd interest, met als onderpand haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidoosten Jacob Jansz Boogaerdt 534.
                                                  In Beverwijk verkoopt in 1697 Annitje Luycas, weduwe van Jan Jansz Verlaen en mede als voor de helft erfgenaam van Marritje Luijcas, wonende binnnen dezer stede, aan Jan Blom alhier een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan 't erf van Jan van Toorn, belend ten zuidoostem Jacob Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Cornelis Pietersz Backer, voor 500 gld 535.
                                              10. Gerret Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 sept. 1643 (doopgetuigen Jan Gerritsz en Geertje Reijniers).
                                            168. (<84) (>336, >337) Banckeris CORNELISZ, geb. ca. 1601, schepen van Wijk aan Duin, overl. Heemskerk 24 nov. 1682,
                                                Op 3 mei 1651 bekent Banckeris Cornelisz, tegenwoordig schepen van Wijk aan Duin, wonende op 't Hofland, schuldig te zijn aan Caspar Swaen, advocaat te Haarlem, 300 gld tegen de penning 20 in 't jaar, en compareerden mede Aeryaen Thomasz wielemaecker binnen Beverwijk en Jan Cornelisz wonende te Velserduin als borgen 536.
                                                In Heemskerk verkopen in april 1652 Cornelis Claesz Borst, poorter van Beverwijk, en Bancras Cornelisz, buurman op 't Hofland, erfgenamen van Joris Jansz en Dirck Jansz, ook voor alle andere erfgenamen, aan Garrebrant Laurisz, bakker en buurman te Heemskerk, een huis en erf in de Kerckbuyrt, belend ten westen de Kerckwech, ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Maritje Baertsdr, ten oosten de koper, voor 700 gld te betalen op twee eerstkomende meidagen, aan Cornelis Laurisz Stuyffzant twee akkertjes land liggende zij aan zij, genaamd Pieter Willemszacker, belend ten zuiden de heer van Assendelft, ten westen de Waterackerhoffbeeck, ten noorden de kerkmeesters van Heemskerk, en aan Reynier Claesz, poorter van Beverwijk, drie krochten land in 't Breetslach, belend ten westen de Grote Houtwech, ten noorden de weduwe van Gerrit Wildeman en de kinderen van Neel Jans, ten oosten Cornelis Willemsz, ten zuiden het Breetslachbeeckje, Dirck Frerixs Kayser en Cornelis Willemsz 537.
                                                In 1661 wordt in Beverwijk een verklaring afgelegd door o.m. Pancras Cornelisz op 't Hofland, omtrent 60 jaar, die 32 jaar op zijn woonplaats heeft gewoond, en heeft in Wijk aan Duin Ytien Tomas, weduwe van Jan Pietersz, thans wonende te Heemskerk, aan Bankris Cornelisz, buurman op het Hoflant, een huis en erf op het Hofland verkocht, belend ten oosten Cornelis Tomasz, ten zuiden de heer van Hogersmilde, ten westen de Achterwegh, ten noorden Laurens Jacobsz, voor 975 gld, te betalen over drie jaar 538.
                                            tr. 1° Maritje THOMAS, dr van Thomas AERIAENSZ en Aeff FLORISDR,
                                            tr. 2°
                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                              1. Anne BANCKRISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 22 aug. 1630.
                                            169. (<84) (>338, >339) Neeltje THOMAS.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Thomas BANCKERISZ, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 jan. 1638, zie 84.
                                              2. Cornelis BANCKERISZ, schepen van Wijk aan Duin 539, tr. (r.-k.) Heemskerk 18 sept. 1682 Annetie LAURIS.
                                                  In Uitgeest verkopen in 1661 de weduwe en erfgenamen van zal. Dirck Sijmonsz en de kinderen van zal. Duijff en Acht Sijmons, allen onze buurluiden, onder wie Anna Jansrdr weduwe van Dirck Symonsz en Jan Claesz, beiden onze buurluiden, mitsgaders Cornelis Banckerisz wonende op 't Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, elk ook voor Symon Claesz broer van Jan Claesz, (enz.), aan Cornelis Boeckensz schepen te Beverwijk een stuk land in de Broeck genaamd Claes de Nielsven, groot in 't morgenboek 46 snees, belend ten oosten Tijmon Pietersz en de weduwe van Claes Aemkertsz met Lotsven, ten zuiden en westen de Heenacker, ten noorden Remkeven, voor een custingbrief van 1550 gld 540.
                                                  In Wijk aan Duin is in 1671 Cornelis Pancrasz, wonende op het Hofland, 400 gld schuldig aan Juffr. Catharina van Mijerop wonende te Beverwijk, tegen 4¼ ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf op het Hofland, belend ten oosten Cornelis Thomasz, ten zuiden de heer van Hogersmilde, ten westen de Achterwech, ten noorden Lourens Jacobsz 541.
                                                  In Uitgeest verkopen in 1679 Jan Claesz van de Hoeck voor een derdepart, Sijmen Claes van de Hoeck voor een derdepart, beiden wonende alhier, en Cornelis Bancrisz wonende op 't Hofflandt voor een derdepart, aan Guijrtie Maertens mede wonende alhier 3 koeven land in de Broeck, genaamd Papeven, belend ten oosten de Laenbalgh, ten noorden Jan Willemsz Castricum, ten westen de Hellen, ten zuiden IJsbramt Bruijnsz Broens, voor 725 gld 542.
                                                  In Wijk aan Duin is Cornelis Banckerisz, buurman op 't Hoflant, 350 gld schuldig aan Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs en officier van Beverwijk, als wettige curateuren over de desolate boedel van wijlen Tomas Banckerisz in zijn leven wonende op 't Hoflandt, ten behoeve van dezelve boedel, ter cause van koop van een huis en erf op 't Hoflandt, door hem in openbare veiling gekocht 543.
                                                  In Wijk aan Duin verkoopt in 1704 Cornelis Banckeritsz „huijsman” wonende in deze banne op 't Hoflandt aan Mej. Catarina van Mijerop, huisvrouw van Nicolaes Cock wonende te Alkmaar, een huismanswoning op 't Hoflandt, belend ten zuidoosten Juffr. Elisabeth de Bruijn, ten noorden Jacob Louritsz, ten zuiden of zuidwesten Adriaen Paauw, ten westen de Hoge Hoflanderwegh, voor 150 gld 544.
                                                  In Uitgeest verkoopt in 1710 Cornelis Banckertsz, wonende op het Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, aan Cornelis Claesz van den Bergh wonende aldaar een stuk land in de polder van de Zien genaamd de Campen, groot 16½ snees 3 roeden, belend ten oosten de Cleijswegh, ten noorden en zuiden de koper, voor 350 gld 545.
                                                  In Wijk aan Duin heeft in 1714 Cornelis Banckeritsz openbaar verkocht aan Banckeris Cornelisz een huis en werf op 't Hoflandt, strekkende tot achter aan de Achterwegh, belend ten zuidwesten Jacob Louritsz, ten noordoosten Jan Pontsz, voor 60 gld 546.
                                            178. (<89) Balten, alleen bekend van 3 dochters,
                                                Op 26 juni 1681 geven Jan Pietersz van Jesse, bleker, wonende in de jurisdictie van Heemstede, als in huwelijk hebbende Luijtie Baltens die een zuster is van wijlen Mettje Baltens in haar tijd huisvrouw van wijlen Goort Jacobsz overleden te Ewijk in Maeswael, Cornelis Wouters en Maritie Wouters, beiden wonende te Amsterdam, kinderen van wijlen Teunisje Baltes een medezuster van de voorschreven Mettie Baltens, machtiging aan Balte Wouters van der Graest, zijnde een medezoon van Teunisje Baltens, Cornelis Jans van Jesse zoon van de eerste comparant, en Jannetie Hermans, huisvrouw van de voorschreven Cornelis Wouters van der Graest, specialijk om zich te transporteren naar Doddendael bij Ewijk in Maeswael en elders daar het van node zou mogen zijn, en aldaar namens hen, comparanten, en als gezamenlijke mede-erfgenamen van de voorschreven Mettie Baltens, te aanvaarden alle zodanige goederen als van Metje Baltens zijn gekomen en door de voorschreven Goort Jacobse in lijftocht zijn bezeten geweest en nu na zijn dood aan de comparanten verstorven, dezelve goederen te verkopen, die te gelde maken, de penningen te ontvangen, daarvan quitantie te passeren, (enz.) 547.
                                            tr. N.N.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Metje BALTENS, overl. vóór 31 okt. 1671, tr. Geurt JACOBSZ, overl. vóór 26 juni 1681, die hertr. met Elisabeth PETERS.
                                                  In Ewijk bekennen op 18 september 1654 Geurt Jacobs en Metgen Baltens, eheluiden, schuldig te zijn aan Adam van Wanraij en Harnsken van den Steenhoff, eheluiden, de somme van 900 gld kapitaal tegen 6 van 't honderd, daarvoor verbindende eerst een huis en hofstad, belend ten oosten de gemene Ewijckse Steegh, ten zuiden Jan Gijsberts brouwer, ten westen de Regulieren, ten noorden Frans van der Heijden en Hendrick Jansz sleedrijwer, nog een morgen bouwland 't Noochmorgen genaamd, belend ten oosten de Regulieren, ten zuiden Adam van Wanraij, Hendrick van Darts erven, ten noorden Willem Barten c.s., item een kampke weiland van 1 morgen, belend ten oosten de Ewijckse Steegh, ten zuiden Jan Bernts, ten westen Hendrick Dercx Sweers, ten noorden Tunnis Poelen, laatstelijk een hofstad van land van 1 morgen, belend ten oosten Girrit Jansz, ten zuiden Alart Willems' erven, ten noorden de Henwegh te Ewijk, in 't Rijck tezamen gelegen (geregistreerd op 9 mei 1667). Adam van Wanraij en Harnsken van den Steenhoff bekenden op 17 oktober 1671 de voorstaande vestenis getransporteerd te hebben aan Christina Gijsberts weduwe van Frans Palmers (geregistreerd op 19 maart 1672). Geurt Jacobs en Elisabett Peters, eheluiden, bekenden op 31 oktober 1671 voor het voorschreven kapitaal van 900 gld nog verbonden te hebben een morgen genaamd Engelenackers, belend ten oosten Willem Jansz aan den Toorn, ten westen Girrit Jansz, ten zuiden de Vrouw van Walbeeck, ten noorden Girrit Jansz, nog een halve morgen aan de Ewijckse Steegh, belend ten oosten dezelve steeg, ten zuiden Hendrick Sweers, ten westen het Kerckekempken, ten noorden Jan Bernts, beide te Ewijk gelgen (gergistreerd dito). Op 17 april 1697 bekent F. Palmers onder zijn hand getekend binnen Nijmegen van het voorstaande door Elisabeth weduwe van Aelt Jansen te zijn voldaan (dienvolgens hier doorgeslagen). 548
                                                  Op 4 januari 1667 heeft de burgemeester Willsem van Nijmegen met de burggraaf gepeind [= beslag gelegd op] alle goederen als Geurt Jacobs te Ewijk en voorts is hebbende aan 4½ morgen aan de Ewickse Steegh gelegen en door hemzelf bewoond en gebruikt wordende, om van hem als borg voor Cornelis Thonissen te hebben voldoening van 3 jaren pacht ieder tot 100 gld jaarlijks wegens gepacht land, vermogens overgifte voor de burggraaf op 12 februari 1661 gedaan. Op 15 juli 1667 heeft de burgemeester Den Com[?] hierop met de burggraaf 'geschud' [= lossing] aangeboden en heeft de scholtus Peter van Ingen verklaard dat hij de 'weet' [= aanzegging] van het voorschreven geschud aan Geurt Jacobs geïnsinueerd heeft. 549
                                              2. Luijtje BALTENS, zie 89.
                                              3. Teunisje BALTENS, tr. Wouter van der GRAEST.
                                            188. (<94) (>376) Anthonis Gerarts van OERLE, overl. vóór 17 aug. 1661,
                                                In 1639 heeft Anthonis, zoon van wijlen Gerit Jansen van Oerle, drie wettige kinderen bij Catharina, en Catharina een wettige voordochter genaamd Mayken Peters; zij zullen gelijke kinderen zijn. In 1661 is er scheiding en deling tussen de drie kinderen van Antonis Gerarts van Oerle, namelijk Gerit, Michiel en Adam. 550
                                            tr.
                                            189. (<94) Catharina ADAMS,
                                            tr. 1° Peter FLEYSER.
                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                              1. Mayken Peter FLEYSER, tr. Robbrecht CORNELISSEN.
                                                  In 1661 heeft Mayken dochter van wijlen Peeter Fleyser, geassisteerd met Robbrecht Cornelissen haar man en momboir, haar patrimoniale gedeelte opgedragen aan Geraert, Michijel en Adam Antonissen haar halfbroeders tegen een jaarlijkse erflosrente van vijf gulden 551.
                                                     Uit het tweede huwelijk:
                                                1. Gerart Antonis van OERLE, tr. Jenneken JOOSTEN.
                                                    In 1662 is er scheiding en deling tussen Gerart Antonijs van Oirle en Michijel zijn broeder, van de de Corst Nijsbocht die hun samen ten deel is gevallen 552.
                                                2. Michiel Antonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 30 maart 1628.
                                                3. Adam Anthonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 dec. 1630, zie 94.
                                              190. (<95) (>380, >381) Hendrick Corstiaens STAPPARTS, overl. vóór 20 juli 1658,
                                                  In 1639 is Henrick Corstiaens ƒ 200 schuldig aan Jan Corstiaens zijn broeder, terugbetaald in 1644 553.
                                                  In 1675 machtigen Peter Henrix, Arian Henrix, Jan Henrix en Bartel Dircx als man en momboir van Cathalijn Henrix, allen gelijke kinderen van wijlen Henrick Corstjaens, Adam Anthonis van Oerle hun zwager om hen in Endhoven te vertegenwoordigen in een zaak met Jenneken van Dommelen 554.
                                              tr. (r.-k.) Eersel 11 okt. 1631
                                              191. (<95) (>382, >383) Maria Wynant GOYAERTS,
                                                  Op 20 juli 1658 wordt in Eindhoven specificatie van kosten van recht opgemaakt tussen Jan Hendrik Hermans, coopman van peerden binnen Geldrop, en Anthonis Janssen Hasenbosch wonende te Eersel, man en momber van Maijken Wijnants weduwe van Hendrick Corstiaens 555. Op 29 oktober 1666 verkoopt Mayken, nagelaten weduwe van Hendrick Corstiaen, geassisteerd met Anthonij Haesenbosch haar tegenwoordige man en momber, aan Anthonij Janssen Copal en Liesabeth zijn huisvrouw zeker land, waarbij ook haar kinderen Wynant, Peter, Corstiaen, Bartholomeus en Arian Henrix compareren, ook voor de onmundige kinderen 556.
                                              tr. 2° Anthonij HAESENBOSCH.
                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                1. Catharina STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 25 nov. 1632, overl. ald. 8 dec. 1632.
                                                2. Wynant STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 30 okt. 1636.
                                                3. Peter Henrix STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 6 jan. 1636.
                                                4. Corstiaen STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 29 april 1640.
                                                5. Bartholomeus STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 25 maart 1642.
                                                6. Cornelius STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 18 dec. 1643.
                                                7. Heldewich (Helena) Hendriks STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 24 jan. 1646, zie 95.
                                                8. Cathalijn Henrix STAPPARTS, tr. Bertel DIRCX.
                                                9. Arian Henrix STAPPARTS.
                                                10. Jan Henrix STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 12 mei 1649.
                                              192-193=122-123.
                                              196. (<98) (>392, >393) Sijmon FRANSZ,
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1646 Eevert Weijties wonende te Schermerhorn aan Sijmen Fransz een akker zaadland van omtrent 8 snees met 5 snees ouwedijck, liggende over de Breesloot, belend ten zuiden Cornelis Jansz, ten noorden Claes Jansz, verkopen in 1648 Pieter Cornelisz voor hemzelf, en Cornelis Aerientsz en Cornelis Willemsz Wittendel als voogden voor Griete Cornelisdr, aan Sijmen Fransz een akker zaadland achter de huizen, groot omtrent 8½ snees, belend ten zuiden Willem Jansz met de Katuij-acker, ten zuiden 't Rootie, met 6 snees ouwedijck, verkoopt in 1649 Dirck Jacobsz getrouwd hebbende Marijtie Pietersdr, wonende te Hoorn, aan Sijmon Fransz een huis en erf in 't Noortent, belend ten noorden Jan Jacobsz, ten zuiden Marijtie Cornelisdr, verkoopt in 1650 Sijmen Fransz aan Louwers Vrericksz een akker zaadland van omtrent 8 snees belast met 5 snees ouwedijck, over de Breesloot, belend ten zuiden Cornelis Jansz, ten noorden Claes Jansz, verkoopt in 1650 Jacob Pietersz Lul aan Sijmen Fransz een akker zaadland genaamd de Boelweijtsacker in de Oosterkoogh, groot omtrent 7½ snees, met 6 snees ouwedijck, belend ten westen Pieter Pietersz Werff, ten oosten Jonge Jans Dirck, verkoopt in 1650 Gerard Hasselael wonende te Amsterdam aan Sijmen Fransz ¼ van een akker zaadland genaamd het Breet achter de huizen, groot omtrent 5 snees, belend ten oosten de bocht van de Heerewaert, ten noorden Pieter Baertsz, met een essenboom gescheiden, met 4 snees ouwedijck, en verkoopt in 1651 Aerian Cornelisz wonende te Barsingerhorn aan Sijmen Fransz een oostend akker zaadland in de Oosterkoogh genaamd Moeijesend, groot omtrent 6½ snees, belend ten zuiden Cornelis Jans Ent, ten noorden Willem Jansz Boer, belast met ordinaris ouwedijck 557.
                                                  In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1650 Jacob Maijnertsz Boode, de oudste zoon en voogd van Aech Aerins van Tessel, aan Sijmon Vransen van Broek een akkertje zaadland zonder de dam, groot 4 snees 11 roeden 7 voet, „voor te Lijssebets Allers uijt”, belend ten westen Cornelis Pietersz Buer, ten oosten Aeff Aerins, en verkopen in 1651 Sijmon Vransen en Dirck Pieters Sloove met hun maat, allen te Broek op Langedijk, aan Taems Jansz Molenaer alhier 6½ snees zaadland, belend ten westen Dirck Heyn, ten oosten de Miskooch 558.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1653 Sijmen Fransz aan Tames Dircksz te Zuid-Scharwoude een Zuidzijde van een akker zaadland genaamd het Breet, groot omtrent 5 snees, met 3½ snees ouwedijck, achter de huizen, belend ten oosten de Troch[vaert], ten westen Sloove Kees, ten noorden de koper, waaraan hij verbindt een oostend akker zaadland van omtrent 6 snees achter de huizen, belend ten noorden Willem Jansz Boer, ten zuiden Cornelis Jansz 559.
                                                  In Broek op Langedijk verkopen in 1658 de erfgenamen van Jan Jansz Quant, in zijn leven wonende buiten Alkmaar op 't Seggelis, aan Sijmen Fransz een akker zaadland van omtrent 12 snees, bij de Taemse molen, belend ten oosten de Oosterdijck, ten westen Aris Remmersz, belast met 10 snees ouwedijck, verkoopt in 1658 Aeff Dirckxdr, weduwe van Jan Jacobsz, wonende te Edam, geassisteerd met Dirck Cornelisz Duijnman wonende te Zuid-Scharwoude, ook voor haar zwager Henderick Jacobsz wonende te Edam, aan Sijmen Fransz een hoekje weiland van omtrent 3 snees genaamd Straetsen, belend ten westen de Achtergraft, ten zuiden de gemene sloot, belast met 1½ snees ouwedijck, verkoopt in 1668 Cornelis Jansz Schoorl wonende te Niedorp aan Sijmon Fransz een akkertje zaadland achter de huizen van omtrent 4½ snees, belend ten noorden Jan Pietersz Immes, ten zuiden Cornelis Aerjansz Duijnman, met de achterstallige en toekomstige lasten van de Drechterdijk, verkoopt in 1669 Sijmon Swart wonende in Zuid-Scharwoude of herbergier in de Jonge Prins in Heerhugowaard aan het Oude Niedorpse Verlaet, aan Sijmon Fransz een akker zaadland in 't Mostertweijtje van omtrent 10 snees, belend ten noorden Jan Pietersz Werf, ten zuiden Jonckers erve, met de lasten van de Drechterdijk 560.
                                                  In Broek op Langedijk verkopen in 1670 Sijmon Fransz en Dirk Cornelisz Duijnman, als voogden of voor henzelf, en voor hun mede-erfgenamen van wijlen Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Sijmon Pieters Werf een huis en erf, belend ten westen Jan Aerjansz linnenwever, ten zuiden Jacob Jansz Jonckers, verkoopt in 1671 Pieter Jonasz Taarling getrouwd hebbende Trijn Cornelis Hases, wonende te Beverwijk, aan Sijmon Fransz een akkertje zaadland van omtrent 5¾ snees bij Heijne Piette molen, belend ten zuiden Reije Piette weduwe, ten noorden de verkoper, verkopen in 1671 Sijmon Fransz en Dirk Fransz, voor henzelf en voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Sijmon Pietersz Werff een middelmootje akker zaadland achter Smeers(?) voor de huizen, groot omtrent 2½ snees, belend ten westen de koper, ten oosten Jan Pietersz Ellen, en verkoopt in 1672 Cornelis Louwrisz wonende op de Langereijs, nomine uxoris, aan Sijmon Fransz een endakker zaadland bij Huijberts molen, groot omtrent 5 snees, belend ten westen de weduwe van Pieter Reijersz, ten zuiden Aerjan IJffsz, voor 135 gld 561.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1675 Jan Willemsz wonende te Amsterdam aan Sijmon Fransz een westend akker zaadland bij Huijbertsmolen, belend ten oosten Aerjan Aerjansz annex, ten westen Pieter Werff, groot 7 snees 18 roeden 2 voet, en verkoopt in 1676 Jan Willemsz wonende te Amsterdam aan de kinderen van Sijmon Fransz een endakker zaadland achter 't Coninxhoff, groot 5 snees 17 roeden 2 voet 9 duimen, belend ten westen Aerjan Pietersz Ellen annex, ten zuiden Pieter Werff, ten noorden Cornelis Jansz Schoorl 562.
                                              tr. N.N.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Dirck SIJMONSZ, zie 98.
                                                2. Frans SIJMONSZ.
                                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1686 Aerjan Maartensz regent te Zuid-Scharwoude aan Frans Sijmonsz twee akkertjes zaadland bezijden elkaar, tezamen 11 snees 10 roeden, belend ten noorden Aerjen IJfsz Blocker, ten oosten de Oosterdijck, ten westen de koper 563.
                                                3. Aerjan SIJMONSZ.
                                                    In Broek op Langedijk verkopen in 1678 Jan Pietersz Werff en Jacob Hendrixz Munus(?) als testamentaire voogden over de nagelaten boedel en goederen van wijlen Aerjan Cornelis de Haes aan Aerjan Sijmonsz een akker zaadland achter de huizen genaamd Gerrit Claeszacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten zuiden het weeskind van Jan Allertsz, ten noorden de erve Cornelis Jonckers, verkopen in 1684 Dirk Cornelisz Ellen en Frerik Louwrisz, wettige voogden over weduwe en weeskind van Sijmon Pietersz Werff, aan Aerjan Sijmonsz een huis en erf, belend ten westen Dieuwer Jans, ten zuiden Neel Hilbrants, verkoopt in 1691 Jan Cornelis Jonckers aan Aerjan Sijmonsz een stukje zaadland van 1 snees 5 roeden, belend ten zuiden Cornelis Jansz Schoorl, ten noorden Neel Hilbrants, verkopen in 1691 Dirk Fransz en Dirk Jansz Keijser als voogden over de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Jan Pietersz Werff mitsgaders Dirck Jansz Werff meerderjarige zoon, aan Aarjan Sijmonsz een huis en erf, belend ten zuiden Cornelis Matselaer, ten noorden Willem Klijf, verkopen in 1692 Cornelis Jansz Tol regent te Winkel en Adriaen Claesz Toll wonende te Aartswoud, beiden voor zichzelf en de rato caverende voor hun consorten, erfgenamen van wijlen Maartje Aerjans Tol overleden te Noord-Scharwoude, aan Aarjan Sijmonsz een akker zaadland, belend ten noorden de kinderen van Anna Hendriks, ten zuiden Jan de Boer, groot 10 snees 18 roeden, verkopen in 1692 Jan Willemsz Suevert en Cornelis Volckers als voogden over de kinderen van wijlen Cornelis Garbrantsz aan Aarjan Sijmonsz een akkertje zaadland groot 6 snees 8 roeden 1/3 voet, belend ten oosten Allert Gerritsz, ten westen de erve Neel Louris, verkoopt in 1696 Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waar koper tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, verkoopt in 1698 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Gerrit Claesz een akker zaadland groot 6 snees 2 roeden ½ voet, belend ten zuiden Dirk Sijmonsz, ten noorden Jan Aalbertsz, en verkoopt in 1699 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Dirk Sijmonsz zijn broer een akker zaadland genaamd Gerrit Claeszacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Ellen, ten zuiden Louijs de Waels erve, en aan voorschreven Dirk Sijmons en Pieter Ellen als voogden over Grietje Cornelis Poskers een akkertje zaadland genaamd de Jeugenije, groot 5 snees, belend ten zuiden Trijn Louris, ten noorden Cornelis Taemsz 564.
                                              198. (<99) (>396) Gerrit Claesz van BERGEN, alias Kramer, overl. tussen 26 maart 1670 en 21 sept. 1671,
                                                  In Bergen verkoopt in 1642 Gerrit Claesz wonende in Broek op Langedijk aan Sebastiaen Jans Geersbergen een akker geestland op de Suijergeest, groot omtrent 40 roeden, belend ten zuiden Gleijn Dirckz, ten westen Jr Egbert Tanix[?], ten noorden de gemene weg, ten oosten Sieuwerdewech 565.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1636 Cornelis Jansz Duijnmans aan Willem Arentsz Croon een achterhuis en keuken in 't Noorteijnde, belend ten westen Pieter IJffsz in 't voorhuis en erf, ten noorden Jan Pietersz, ten zuiden Griet Hendricx, zijnde de muur tussen voorhuis en achterhuis de scheiding, de laan aan 't achterhuis tot de straat toe (in de kantlijn: Willems Aerentsz Croon verkoopt deze gang en aanleg bewesten de Heerstraat aan Gerrit Claesz van Bergen op 16 juli 1646), verkoopt in 1642 Gerrit Claesz kramer aan Tames Dircksz kramer een end akker voor de huizen van omtrent 5½ snees, belend ten noorden Frans Fransz, ten zuiden Claes Jacopsz, waarna de koper aan de verkoper een huis en erf verkoopt, belend ten noorden Jan Pietersz oude Jan met zijn erf, ten zuiden Jan Goovers met zijn erf (in de kantlijn: dat Tames Dircksz geen koopmanschap zal mogen houden tussen Puppes en het huis waar Gerrit Claesz gewoond heeft), verkoopt in 1642 Cornelis Cornelisz Nopke aan Gerrit Claesz kramer een oostend akker zaadland van omtrent 5½ snees met 4 snees ouwedijck, voor de huizen, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Sijmensz, ten zuiden Claes Jacobsz, verkopen in 1642 Iff Reijersz en Frans Fransz vanwege de gemene Mennisten te Broek aan Gerrit Claesz Kramer een huis en erf op 't Noortent, belend ten zuiden Frans Fransz voornoemd, ten noorden Reijer Cornelisz, ten oosten 't Mennistenpreekhuis en erf, met bepalingen over de toegang tot het preekhuis (zo zal de laan benoorden het verkocht huis aan het preekhuis toekomen), en verkoopt in 1642 Gerrit Claesz Kramer aan Frans Fransz een hoekje gang gaande vanaf het achterend van Willem Pietersz tot het voorerf aan de Burghsloot, belend ten noorden Jan Maertens, ten zuiden Frans Frans voorschreven 566.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1643 Gerrit Claesz kramer aan Anne Claesdr, weduwe [van Pieter Cornelisz Hals], een achterhuis met erf zonder gang of aanleg op 't Noortent, belend ten westen Jan Maertensz met het voorhuis, ten noorden de laan van het Mennistenpreekhuis, ten zuiden Frans Fransz, verkoopt in 1645 Gerrit Claesz kramer aan Jan Maertensz een voorhuis en erf, belend ten zuiden Hendrick Jansz, ten noorden de laan van het Mennistenpreekhuis, met een vrije gang langs de voorschreven laan naar de achterwal bezuiden het voornoemde preekhuis langs met een aanleg aan de voorschreven achterwal, verkoopt in 1645 Gerrit Claes kramer aan Hendrick Cornelisz Quacksalver een westendje akker zaadland genaamd Roode Entie, van omtrent 2 snees, belend ten westen Reijnu Aeriansdr, ten noorden Griet Aelberts, verkoopt in 1646 Sijbet Pietersz wonende op 't Seggelis buiten Alkmaar aan Gerrit Claesz kramer een akker zaadland voor de huizen, groot omtrent 8½ snees, belend ten noorden Bartelmies Willemsz, ten zuiden Ette Willems Volck, en verkoopt in 1646 Pieter Jansz Kleijn wonende op Koedijk aan Gerrit Claesz kramer een end akker zaadland genaamd Jaep Kemmesacker, groot omtrent 7 snees 12 roeden, achter de huizen, belend ten zuiden Vriendtacker, ten noorden Woutersweijt, ten westen Aerian Pieter Ellens 567.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1655 Gerrit Claesz Kramer aan Allert Dircksz Hensbroek een akker zaadland van omtrent 7½ snees genaamd Jaap Kemmes, achter de huizen, belend ten zuiden Vrientacker, ten noorden Woutersweijdt, ten westen Aerian Pietersz Ellen, verkoopt in 1660 Gerrit Claesz Kramer aan Cornelis Cornelisz Haes een akker zaadland van omtrent 12 snees, belast met 6½ snees ouwedijck, belend ten noorden Neel Jans weduwe van Jan Maddelien, ten zuiden de erven Anne Sijgers, en verkoopt in 1670 de gemeente van Broek op Langedijk aan Gerrit Claesz van Bergen, kramer alhier, een huis en erf, belend ten noorden Gerrit Claesz en Willem Arentsz, ten zuiden Aerjan IJffsz 568.
                                                  In Broek op Langedijk verkopen in 1683 Claes Gerritsz Bergen wonende op de Boekel onder Alkmaar, Pieter Gerritsz Bergen wonende in de Beemster, Dirck Symonsz nomine uxoris Guurte Gerritsz wonende te Broek, allen ook voor Anna Gerrits en haar kinderen wonende alhier, aan Dirk Gerritsz Bergen hun broer, die een vijfdepart erft, een huis en zijn erve, belend ten noorden Taams Jansz Put c.s. met de voorwerf, ten zuiden Pieter Jansz Raper met de vrije grond en eigen gang van 6 voeten tussen het huiserf en het erf van Hendrik Sijmonsz, ten oosten de Heerestraat, ten westen de Burgsloot 569.
                                                  In Broek op Langedijk in 1668 is Hendrik Sijmonsz Posker eiser contra Gerrit Claesz van Bergen om betaling van ƒ 4-15-0 ter cause van een mondeling „appoinctement ende verwys”, is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Hendrik Sijmonsz Posker, is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Gerrit Reijersz om betaling van ƒ 16-9-0 ter zake van gehaalde rogge, en is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Teuwis Jacobsz om betaling van ƒ 10-12-10 van gehaalde [...] 570.
                                              tr.
                                              199. (<99) (>398) Diewertie PIETERS.
                                                  Op 21 september 1671 testeert Diewertie Pieters, kraamster te Broek op Langedijk, weduwe van Gerrit Claesz van Bergen, kloek en gezond. Zij verklaart te ratificeren het testament door haar en haar zal. man op 7 mei 1668 gemaakt en verleden voor notaris Jan Gerritsz Warmenhuijsen te Broek voorschreven, onder de navolgende veranderingen. Te weten dat nu haar wille en begeren is dat haar jongste kinderen, met namen Guijrtie, Anna en Dirck Gerritsz, of hun kinderen, niets bij prelegaat uit haar goederen genieten zullen, maar met haar oudste kinderen Claes en Pieter Gerritsz, of hun descendenten bij representatie, al haar nagelaten goederen in gelijke delen zullen schiften en scheiden. Voor zoveel haar jongste kinderen zouden mogen zijn gebeneficieerd vanwege het testament van testrices man prelegateert zij aan haar oudste kinderen [de daar direct op volgende tekst is doorgekrast en onleesbaar]. 571
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Claes Gerritsz BERGEN, tr. N.N.
                                                      In Alkmaar verkopen in 1695 opzienders van de armen der Friese doopsgezinde gemeente in de Ridderstraat, alimenterende Diewer Claes en zich sterk makende voor Jacob Claesz Bergen, tezamen kinderen en erfgenamen van Claes Gerritsz Bergen, aan Jacob Ruijg en Gerrit Egberts een stuk land tussen de Boekelersluijs en de Schans, groot 520 roeden, belend ten oosten de weg aan de Ringsloot, ten westen de uitwatering van de watermolens, verkregen door dezelfde Claes Gerritsz op 12 mei 1675, voor 260 gld 3 st 2 penn(?) 572.
                                                  2. Pieter Gerritsz BERGEN.
                                                  3. Guertje GERRITSDR, zie 99.
                                                  4. Anna GERRITSDR, tr. Fedde VOLKERTSZ  376, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, overl. vóór 21 dec. 1696, zn van Volckert FEDDESZ.
                                                      In Broek op Langedijk verkopen in 1657 Cornelis Dircksz gebuurman, Jan IJffsz wonende te St. Pancras in de banne van Koedijk, Aerian Jacobsz schoenmaecker en Jacob Aeriansz Schouten weesmeesters alhier voor het weeskind van Jan Aeriansz Slap in „Seelant in drijtster”, aan Fedde Volckersz buurvrijer een akker zaadland van omtrent 6 snees genaamd Sijverstuijn, belend ten zuiden de Paelweijt, ten noorden IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Marijtje Jacobs annex, verkopen in 1665 Jacob Teunisz en Maerten Jansz Heijmenssen secretaris als voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Cornelis Neeses, en Dirck Dircksz Joncker, aan Fedde Volckersz een achterhuis en erf, ook 't erf van Kloeijers Horren op 't Suitendt, belend ten zuiden de Bonte Koe, ten westen Michiel Jansz, belast met 2 snees ouwedijck, aan welk huis de noordkant van 't laantje voor de Bonte Koe toekomt, verkoopt in 1667 Fedde Volckertsz aan Teunis Reijertsz een achterhuis en erf, belend ten westen Mighiel Jansz annex, ten zuiden de Bonte Koed, belast met 2 snees ouwedijck, met het erf van Kloyers Horn in 't geheel aan voornoemd huis toekomend, en verkopen in 1667 Marijtgen Hendrixdr weduwe van Jan Claes Harcx en haar meerderjarige zoon Harck Claesz aan Fedde Volckertsz een huis en erve overtsloot, belend ten zuiden Jan Dircksz Keijser, ten noorden Oom Jan met zijn tuintje, ten oosten de Burgsloot, met een half snees ouwedijck, met 12 voeten erf aan de noordzijde van de weg af te meten 377.
                                                      In 1676 en 1686 is Vedde Volkertsz pachter van vroonland.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 378.
                                                  5. Dirck Gerritsz BERGEN, overl. vóór 30 jan. 1730, tr. 1° Sijmontje Jansdr KEIJSER, overl. vóór 30 juli 1701, dr van Jan Dircksz KEIJSER, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, en Guurt CORNELIS, alias Arisdr, tr. 2° Trijn VREDERICKX, wed. van Jan Jansz KEIJSER, molenaar te Koedijk.
                                                      In Broek op Langedijk verkopen op 17 maart 1705 de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Gerritsz Bergen een oostend akker zaadland, belend ten westen Jacob Zeun, ten zuiden Albert Gerritsz Cling, ten noorden Cornelis Keijser, groot 4 snees 1 voet, voor 32 gld 't snees, is 128 gld 2 st 10 penn 408.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1709 Claas Bergen wonende te Wognum aan Dirk Gerritsz Bergen een akkertje zaadland genaamd Mansackertje, belend ten noorden Jan Kaar, ten zuiden Jan Madderoom, groot 5 snees 11¼ roe, voor 11 gld 5 st 409.
                                                      In Broek op Langedijk wordt in 1701 een extract gemaakt van een testament van 15 december 1682, voor de secretaris als notaris, van Dirk Bergen en Symontje Jans, waarin bepaald wordt dat hij de helft van de boedel krijgt en het vruchtgebruik van de onroerende goederen, vee, vaartuig, boeren- en bouwgereedschap, zaad, teling, meubelen en huisraad, en zij al de contante penningen 392.
                                                      In Broek op Langedijk testeert op 30 januari 1730 Trijntje Fredricx, weduwe van Dirk Gerritsz Bergen; zij prelegateert aan Dieuwer Dircx nagelaten weduwe van Jan Cornelisz Keijser of diens zaad 200 gld, aan Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Sijmontje Jansdr dochter van voornoemde Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Willem Jansz Tuijnman haar broers zoon 300 gld, aan Kornelis Dirksz de Vries zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems een akker zaadland in de Beunen, en benoemt tot haar universele erfgenamen Dirk Cornelis de Vries en Dieuwer Willemsdr bij testatrice inwonende 407.
                                                      Op 22 december 1735 testeert Trijntje Fredericx, weduwe van Dirck Gerretsz Bergen, wonende even buiten de Kennemerpoort. Zij revoceert i.h.b. haar testament voor schepenen te Broek op Langendijk d.d. 30 januari 1730, legateert aan Cornelis Dirksz de Vries, zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems, een akker zaadland in de banne van Broek in de Beune, groot in de verponding 6 snees 19 roeden, aan Dirk Dirksz de Vries, zoon als boven, een akker zaadland in Broek achter de huizen, genaamd de Fijndeel, en benoemt tot enige erfgenaam meergemelde Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems. of hun descendenten bij representatie 216.
                                                200. (<100) (>400) Jan Gerritsz RUS, overl. vóór 5 febr. 1685  573,
                                                    In augustus 1653 wordt in Oudkarspel door de baljuw een proces aangespannen tegen een aantal inwoners van de banne van Koedijk die (in Oudkarspel) tijdens de predicatie van de gewone wekelijkse bededag bevonden waren te werken, onder andere tegen Jan Gerritsz de Mennoniete predikant [ongetwijfeld is dit Jan Gerritsz Rus], samen met Reijer Sijmonsz, Pieter Pietersz en Cornelis Pietersz in zijn gezelschap. De eis tegen Jan Gerritsz was betaling van 4 keer 6 gld, dus 6 gld per persoon. Het proces stond in de periode van 28 augustus 1653 t.e.m. 28 april 1654 6 keer op de baljuwsrol van Oudkarspel, zonder vermelding van een vonnis. Op 26 september 1653 verklaarden Jan Aeriaensz Stammis en Dirck Pieter IJffsz, schepenen van Koedijk als gemachtigden van de schepenen en regeerders van Koedijk, dat in Koedijk met speciale toestemming de predicatie om 9 uur gehouden werd, en dat daarom de gedaagden niet in overtreding waren omdat zij bevonden waren dit uur van de bededag niet overtreden te hebben. De baljuw persisteert bij zijn eis. Op 10 maart 1654 houden schepenen van Oudkarspel de zaak in advies tot de naaste rechtdag, mits de gedaagden de schout van Koedijk voor hen zal brengen om onder ede een verklaring te doen. 574
                                                    Op 1 oktober 1653 heeft Jan Gertsz van Koedijk te Edam de vermaning gedaan, waarbij ook een afvaardiging van Zaandam en Westzaan aanwezig was; kennelijk kwam Jan Gertsz van Koedijk vaker in Edam op uitnodiging van Jasper Jansz, zoals tussen 2 en 9 september 1657 575.
                                                    In Koedijk verkoopt in 1653 Jan Gerritsz Rus aan Cornelis Jacob Volckersz c.s. een hoekje erf vóór de huizen van het dorp, belend ten noorden de koper, ten oosten de Heerwech, ten zuiden verkoper, ten westen de gemene vaart, wordt in 1665 Jan Gerrets Rus genoemd als diaken van de gereformeerde kerk [wat hoogst onwaarschijnlijk is omdat hij mennoniet was, vrij zeker zelfs Mennoniets predikant; bedoeld zal zijn zijn neef Jan Pietersz Rus die op 28 september 1664 als diaken genoemd wordt], en verkopen in 1679 de kinderen en kindskinderen van zal. Pieter Cornelisz Meech aan Jan Gerrets Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden Pieter Jacob Volckers, ten noorden Jacob Pietersz Rus 576.
                                                    In Koedijk heeft op 30 mei 1657 Jan Gerritsz Rus ter presentie van Gerrit Reijersz Slommer en Jan Dircxz, voogden over zijn drie kinderen, wegens hun moeders erfenis te weesboek gebracht een akker zaadland groot omtrent 11 snees, belend ten zuiden de Wester IJde, ten noorden Hendrick Jansz huijsbruijer, en nog 1050 gld aan geld berustende onder de vader 577.
                                                    In Oudkarspel verkoopt in 1668 Jan Gerritsz Noom wonende te Koedijk, ook voor Gerrit Pietersz Koster en Willem Pietersz wonende in de Limmercoogh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 17 snees aan de Diepsmeer, belend ten noorden de koper, ten zuiden de erfgenamen van Geertje Pieters, en verkopen in 1680 Symon en Jan Pietersz Meegh, beiden wonende te Koedijk, ook voor Cornelis Pietersz Volkertsz op Koedijk en voor Aerjen Willemsz wonende te Schermerhorn, mitsgaders Claes Jacobsz mede wonende te Koedijk, tezamen erfgenamen van de weduwe van Pieter Cornelisz Meegh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland beoosten de nieuwe Greb, belend ten noorden de erven van Jacob Gerritsz Rijpland, ten zuiden Cornelis Gerritsz Rus, groot in 't geheel omtrent 2 geerzen 578.
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Pieter Jansz RUS, zie 100.
                                                  2. Cornelis Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 21 juli 1702 (impost ƒ 3, betaald door Pieter IJffs).
                                                  3. Aaltje JANS, tr. Jan LEENDERTSZ, overl. vóór 24 dec. 1709.
                                                202. (<101) Louris, bekend van twee zoons, Willem Lourisz en Jan Lourisz Winder, en twee dochters, Guurtje Louris en Maartje Louris,
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Jan Lourisz WINDER, metselaar en steenkoper te Schoorldam, banne van Warmenhuizen, impost op begr. Warmenhuizen 20 febr. 1730 (impost ƒ 3, voor Jan Louris Winder te Schoorldam, alhier begraven, aangegeven door Louris Pietersz Rus), tr. 1° Dieuwer DIRCKS, dr van Dirck DIRCKSZ en Maertjen PIETERSDR, tr. 2° Trijntje DIRCKX, dr van Dirck DIRCKSZ en Maertjen PIETERSDR.
                                                      In 1670 zijn Aelbert Dircksz buurman te Schoorldam ter eenre, en Jan Louwers metselaar als man en voogd van Dieuwer Dircks mede wonende te Schoorldam ter andere zijde, overeengekomen dat uit de nagelaten goederen van Dirck Dircksz en Maertjen Pietersdr, hun ouders, Jan Louwers zal hebben het huis en erf te Schoorldam, belend ten zuiden de Heerewech, ten noorden Jacob Cornelisz, waar Jan Louwers thans in woont, met alle meubelen en losse goederen, en dat Jan Louwers zal uitkeren voor het vierdepart van 't huis 85 gld aan Aelbert Dircksz 579.
                                                      In 1703 testeren Jan Lourisz, steenkoper en metselaar, en Trijntje Dirckx, geëchte man en vrouw, en Annitje Dirckx hun inwonende zuster en snaar, wonende te Schoorldam in de banne van Warmenhuizen, Trijntje Dirckx ziekelijk. Voor na het overlijden van de langstlevende institueert hij tot zijn universele erfgenamen zijn broer Willem Lourisz en zijn zusters Guurt Louris en Maartje Louris, bij vooroverlijden hun kinderen of nakomelingen bij representatie, met nog een legaat van 25 gld aan Grietje Claes zijn zusters kind, nomineert Trijntje Dirckx haar broers dochter Maertje Aelberts tot universele erfgename, en nomineert Annitje Dirckx voornoemde Maertje Aelberts voor de 200 gld die zij, Annitje, in de boedel heeft. Gedaan ten huize van de testateur. 580
                                                      In Warmenhuizen verkoopt in 1727 Jan Lourisz Matzelaer wonende te Schoorldam aan Jan Willemsz Beur wonende te Krabbendam een huis en erf met de werf te Schoorldam, belend ten oosten Adriaen Schagen, ten zuiden de Heerwegh, ten westen Pieter Sieuwertsz, met alle steen, kalk en tegeltjes, mitsgaders 4 kruiwagens, belast met een jaarlijkse erfpacht van 10 st, voor 630 gld, te betalen 100 gld gereed, de rest op meidagen 1728-1733 telkens 30 gld 581.
                                                  2. Willem LOURISZ.
                                                      In Warmenhuizen verkoopt in 1709 Willem Lourisz Matselaer, gealimenteerde, aan de armenmeesters zijn huis en erf op de Lootjes, belend tenn oosten de weduwe van Cornelis Dircksz Beur, ten zuiden de Scheur, ten westem Cornelis Dircksz Pronck, met al hetgeen daaraan op aan aard en nagelvast is, mitsgaders zijn huisraad en inboedel 582.
                                                  3. Guurtje LOURIS, tr. Claes.
                                                  4. Maartje LOURIS, zie 101.
                                                204. (<102) (>400) Cornelis Gerritsz RUS, overl. vóór 2 maart 1685 583 en 584,
                                                    In Koedijk verkoopt in 1651 Cornelis IJsbrants aan Cornelis Gerritsz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Gerrit Reijersz Slommer, ten zuiden de weduwe van Pieter IJffsz 585.
                                                    In Oudkarspel verkoopt in 1678 Maerten Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk de helft van een stuk weiland in onze banne te Koedijk, belend ten westen de Vaert, ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten noorden Dr Coorn, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 9 snees en onderdeel met Pieter Soetelief secretaris te Zuid-Scharwoude, voor een custingbrief 586.
                                                    In Warmenhuizen verkoopt in 1682 Theuwis Meyertsz geassisteerd met Adriaen Jacobsz Stroper aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk een perceel land binnen de Oude Greb, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden de koper 587.
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Pieter Cornelisz RUS, te Koedijk pachter van vroonland in 1689,1700,1709,1716 en 1721, overl. Koedijk 9 juni 1727, impost op begr. ald. 13 juni 1727 (impost ƒ 3), tr. 1° N.N., tr. 2° Maartje Pieters SLOMMER, dr van Pieter Gerritsz SLOMMER en Trijntje JACOBS.
                                                      In Koedijk is op 5 maart 1681 Trijn Jans weduwe van Jacob Gerrets Rijplant, ook als moeder en voogdesse van haar kinderen, aan Pieter Cornelis Rus 1100 gld schuldig per rest van meerdere somme blijkende ter weesboek door Jacob Gerrets haar man debet gebleven aan crediteurs enige tijd geleden getrouwde vrouw, op te brengen op 25 november 1681 met een jaar interest tegen 4 percent 588.
                                                      In Oudkarspel verkopen op 2 november 1680 Symon Pietersz Meegh en Dirck Jansz Molenaer als voogden over de nagelaten kinderen van zal. Cornelis Jacobsz Bruijneman aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland groot omtrent 3 geerzen 3 snees, belend ten zuiden de gemeente van Oudkarspel, ten noorden de Grebmeer of de Ringsloot vandien, verkoopt op 25 december 1684 Pieter Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Pieter Cornelisz Rus wonenende te Koedijk de helft in een stuk grasland in 't Noordeijnde van Koedijk, groot in 't geheel 4 geerzen 8 snees 53 roeden 6 voeten, gemeen en onverdeeld met de koper voor de wederhelft, belend ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten westen de Agtergragt, ten noorden doctor Kooms erve, en verkoopt op 9 maart 1685 Mr Claas Wringh chirurgijn wonende te Alkmaar, als executeur van de boedel van Dr Cornelis Coornhart, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland groot 10 snees 5 voeten in 't Noordeinde van Koedijk in dezen bedrijve, belend ten westen het Nieuwelant, ten noorden 't Breelant, ten oosten de scheiding, en verkoopt op 15 april 1685 Joannis Rijplant, bedienaar des Goddelijken Woords in Eenigenburg, als last hebbende van Trijn Jans weduwe van Jacob Rijplant, zijn moeder, wonende te Koedijk, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stukje weiland genaamd Rinkelant groot 4 geerzen en een half, belend ten oosten Pieter Jansz Rus, ten westen de Ringsloot van de Nieuwe Greb 589.
                                                      In Warmenhuizen verkoopt op 5 februari 1685 Cornelis Claesz, ook voor Anne Sijverts zijn moeder en Lijsbet Claes zijn zuster, allen wonende te Koedijk, en voor Jacob Claesz zijn broer wonende in de Beemster, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een perceel land in de Nieuwe Greb genaamd Jan Brouwersven, groot omtrent 10 geerzen, belend ten zuiden erve Jan Gerritsz Rus, ten oosten Jan Cornelisz Grootsant c.s., ten westen de Heerevaert, met de oude waarbrieven, de jongste van 30 januari 1641 590.
                                                      In Bergen verkoopt op 8 november 1685 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Gerrit Lambertsz onze buurman een akker geestland, belend ten noorden de koper, ten oosten de schouwbeek, ten zuiden Jacob Adriaensz Groot 591.
                                                      Op 5 augustus 1686 worden verklaringen afgelegd door o.a. Pieter Cornelisz Rus en Dirck Jansz Mulder, beiden wonende aan het Noordeijnde en in de banne van Koedijk (over een geschil met de ingelanden van de beide Grebben) 592.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt op 15 januari 1688 Jan Willemsz Ettes, regent alhier, ook als vader van zijn onmondige kinderen bij zal. Tryn Louris, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een stuk weiland genaamd Aef Jansweytje aan 't Graftje, groot 5 snees, belend ten noorden Jan Aelbrechts, ten zuiden Pieter Boogert 593.
                                                      In Oudkarspel verkopen op 6 september 1690 de executeurs van het testament van zal. Adriaen Koorn aan Claes Albertsz Blocdijck en Pieter Cornelisz Rus, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland genaamd d'Hoogeweijdt achter het Noordeijnde van Koedijk, belend ten zuiden en noorden Bouwen Gerritsz Slommer, ten westen de Botsoolsloot, ten oosten de mient van Kalverdijck, groot omtrent 16 geerzen 6 snees, voor een custingbrief van 3630 gld, en verkoopt op 9 maart 1701 Cornelis Adriaensz Man wonende op St. Pancras, ook voor Cornelis Jansz en Jan Jacobsz Dapper zijn omen en Joris Hendriksz zijn neef, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een akker zaadland groot 10 snees beoosten de Zuijder Greb, belend ten zuiden Jan Pietersz Volckers, ten noorden Jan Hoogwater, voor ƒ 100:0:0 594.
                                                      Op 10 oktober 1696 verklaren Jacob Pietersz Nellis [hij ondertekent 'Nelles'] wonende in de Zijpe en Pieter Cornelisz Rus in huwelijk hebbende Maertje Pieters, voor henzelf en voor hun zusters en snaars Dieuwer Pieters en Neltje Pieters, tezamen kinderen van zal. Trijn Jacobs die een enige dochter was van zal. Nel Reijersz, en mitsdien gerechtigd tot een legaat van 2500 gld van Griete Reijers weduwe van Willem Jansz van t Kalff te Wormerveer overleden, bij haar testament dd. 11 december 1694 voor notaris Simon Oosterhooren gepasseerd, hiervan wel betaald te zijn 595.
                                                      In Koedijk verkoopt op 13 mei 1698 Bouwen Gerritsz Slommer aan Pieter Cornelisz Rus de helft in een stuk weiland, in 't geheel groot 5 geerzen 3 snees 6 roeden, belend ten noorden Jan Poulusz, ten westen Hendrick Levendigh, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor 965 gld, en verkoopt op 24 oktober 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz Rus een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 596.
                                                      In Oudkarspel verkoopt op 1 september 1714 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Dircxz wonende in de Zijpe een stuk weiland op 't Noordeijnde van Koedijk in onze banne benoorden de Greb genaamd Breeland, belend ten westen Maarten Kleijboer, ten oosten Volckert Cornelisz, voor ƒ 100 597.
                                                      Op 4 juni 1727 bekent Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk schuldig te wezen aan Pieter van Singelen wonende te Alkmaar 250 gld en aan Gerret Bouwensz Slommer te Koedijk 200 gld, spruitende beide schulden uit deugdelijk aangetelde penningen de eerste met een interest van 8 gld in 't jaar, waarvoor comparant niet alleen verbindt zijn roerende en onroerende goederen, maar per rato der somme cedeert al zijn koebeesten mitsgaders al zijn meubiele goederen, boeren- en bouwgereedschap, hooi en stro enz., en dat in mindering der voorschreven schulden 598.
                                                      In 1722 Pieter Cornelisz Rus en Maartje Pieters, echte man en vrouw wonende te Koedijk, aan hun kinderen Trijntje, Anna, Pieter en Aagje Pieters Rus, verklarende dat hun dochter Trijntie Pieters Rus getrouwd met Arie Jacobs Voller heeft genoten 2000 gld of de waarde vandien, Anne Pieters Rus getrouwd met Harment Dircks Tesselaar 200 gld en Pieter Pieters Rus 200 gld, al die gelden zonder rente 599.
                                                      In Koedijk zijn in 1684 Bouwen Gerrets Slommer, ter eenre, en Pieter Cornelis Rus getrouwd met Maertjen Pieters een broers dochter van Bouwen Slommer voornoemd, ten andere zijde, geaccordeerd over de erfenis die Maertjen Pieters bestorven was door overlijden van haar peet Aecht Gerrets, volgens een testament door haar met haar broer Bouwen Gerrets gemaakt voor notaris Jacob van Beijeren te Alkmaar op 7 juni 1670 600.
                                                  2. Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, zie 102.
                                                206-207=120-121.
                                                208. (<104) (>416, >417) Ariaen Ariaensz HOUDEWINT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 11 sept. 1639 (Ariaen, zn van Ariaen Ariaensz, getuige Teet Ariaens), in 1688 en 1694 samen met Trijn Harks vermeld als lidmaat te Catrijp,
                                                    Adriaen Adriaensz Houdewint komt omstreeks 1668 enkele keren voor op de schepenrol van Schoorl, o.m. als aangewezen voogd. Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Aerien Aeriensz op 13 april 1665 aangeslagen op ƒ 20-0-0, en Aerien Aeriensz Houdewint met het erf van Neel Harcxz op 31 juli 1677, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 Aanslagen op ƒ 23-7-6 601. In het nieuwe meetboek van 1682 zijn de vermeldingen van Adriaen Adriaensz Houdewint: onder I, Catryper geestland, aan de Noorderlaen, 246 r, bewesten de Heerewech zijn hofstee, 25 r, onder K, weiland te Catryp, aan de weg, 548 r, onder S (Straet), bos aan de Heerewech, 55 r, onder IJ, de Reeckers, over de nieuwe sloot aan de sloot, 471 r 602.
                                                    In Koedijk is in 1678 Hendrick Bouwensz Clercq 500 gld schuldig aan zijn zwager Aerjen Aerjens Houdewint te Schoorl, tegen 5 percent, en is in 1679 Pieter Gerrets Loots, buurman en herbergier te Schoorldam, aan Aerjen Aerjens wonende te Catrijp onder Schoorl, Sijmen Aerjensz te Warmenhuizen en hun zwager Hendrick Bouwens Clerck te Koedijk, 400 gld schuldig ter zake van verschenen en onbetaalde landhuur, van land achter zijn huis in de Reecker verscheiden jaren in huur gebruikt, voor welke schuld een afbetalingsregeling getroffen wordt 603.
                                                tr.
                                                209. (<104) (>418) Trijn HARCKS.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Aerjen Aerjens HOUDEWINT, overl. vóór 1688, ondertr. Schoorl 31 dec. 1684 (huwelijkse voorstellingen te Schoorl op 31 dec. 1684, 7 jan. 1685 en 14 jan. 1685: Ariaen Ariaensz jongeman van Schoorel tot Catrijp met Maertje Cornelis jonge dochter tot Coedijk), tr. Koedijk 14 jan. 1685 Maertje Cornelis CLERCK, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1659, overl. ald. 22 sept. 1699 604, impost op begr. Koedijk 25 sept. 1699 (impost 6 gld), dr van Cornelis Bouwensz CLERCK, secretaris ald., en Neel PIETERSDR, die hertr. met Jacob Jansz STAMMIS, schepen ald. vanaf 1658 tot 1720, weesmeester vanaf 1697 tot 1728.
                                                      In Koedijk worden in 1684 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Aerjen Aerjens jonggezel toekomende bruidegom wonende te Catrijp onder Schoorl, geassisteerd met Aerjen Aerjens Houdewint zijn vader, en Maertje Cornelis jongedochter bruid alhier, geassisteerd met onze secretaris haar vader; indien er geen kinderen zijn is er geen gemeenschap van goederen, in welk geval het vruchtgebruik van de goederen van de eerstoverledene aan de langstlevende komt tot diens overlijden of hertrouwen 605.
                                                  2. Harck Adriaensz HOUDEWIND, zie 104.
                                                  3. Jan Ariaansz HOUDEWIND, doet belijdenis Schoorl 31 okt. 1701, diaken ald. 13 mei 1703, ouderling ald. 16 april 1713, lidmaat in Catrijp en Bregdorp in 1708 en 1713, tr. 1° Schoorl 4 dec. 1695 Maertjen CLAES, overl. vóór 1700, tr. 2° 1700 Neeltje JANS.
                                                      In Koedijk verkoopt in 1708 Bouwen Hendriksz Clercq aan Jan Ariensz Houdewint te Katrijp in de banne van Schoorl, een stuk land in de Mare groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de erfgenamen van Ds Lieranus, ten zuiden de heer Theodorus Groenhorst, voor 550 gld 606.
                                                      Vanwege het overlijden van Ds Abrham Ingeneger is de kerkeraad van Schoorl genoodzaakt geweest een nieuwe predikant te beroepen waarvoor gevonden is Ds Franciscus d"Oude, proponent te Leiden, voor wie op 14 maart 1715 approbatie verkregen is door o.a. de ouderlingen G. Crijsman, Kornelis Grootsant en Jan Ariensz Houdewind 607.
                                                      In Warmenhuizen verkoopt in 1717 Theunis Sijmonsz Oversloodt aan Jan Adriaensz Houdewint een derde in een stuk Reeckerlandt genaamd de Eerste Reecker, groot omtrent 4 geerzen, gemeen en onderdeel met de koper c.s., belend ten zuidoosten Hendrick Jansz, ten noorden Hoogtwoud de houtkoper 608.
                                                      Op 29 december 1700 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Adriaansz Houdewint, weduwnaar wonende te Katrijp in de banne van Schoorl, en Neeltje Jans, meerderjarige jongedochter wonende te Hargen. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, en als hij als eerste sterft zonder kinderen zal zij behalve haar eigen inbreng de helft van zijn nalatenschap krijgen 609
                                                210. (<105) Hendrick Adriaensz KUIJPER,
                                                    In 1677 en 1678 wordt Hendrick Adriaens Kuijper onder Hargen voor de 200e penning aangeslagen op ƒ 10, van 2000 gld 601. In het nieuwe meetboek van Schoorl van 1682 wordt Hendrick Adriaensz Kuijper als volgt vermeld: onder G, het geestland van Hargen, van de Slaper af, 60 r, tussen de Lydtwech en het Slaperpat zijn hofstee, 25 r, onder H, weiland tussen de Slaperkuyle en de Hargerwech (in Segersven, volgend op Jacob Dircxz out sgotvanger, in de Noord, 335 r) in dezelfde Noord 335 r 602.
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Anna HENDRICKS, zie 105.
                                                  2. Neeltje HENDRICKS, tr. Jan Adriaensz KUIJPER, overl. tussen 1 juli 1730 en 26 juni 1734, zn van Adriaen Adriaensz KUIJPER en Neel JANS.
                                                      In 1710 worden Jan Adriaens en Claes Adriaensz Cuijper vermeld als wonende te Groet, meerderjarige kinderen van Neel Jans die mede een zuster was van Claes Jansz overleden in d'Hale onder Schagen 610.
                                                      Op 1 juli 1730 verklaren Coenraet Troerman secretaris te Schoorl, Juffr. Doetia de Rieu aldaar weduwe van Johannis Bilderbeek, Cornelis Jansz Mulder omtrent 50 jaren, Aldert Dirksz Witlock omtrent 40 jaren en Cornelis Poulisz omtrent 30 jaren wonende te Hargen, ten verzoeke van Jan Adriaensz Kujper, mede wonende in de banne van Schoorl, dat in april 1729 de zandmennerij te Hargen is verpacht aan Jan Adriaensz Kuijper, om het zand van duin te halen en in de vaartuigen en schepen aldaar te laden en instorten 611.
                                                      Op 26 juni 1734 geeft Adriaen Jansz Kuijper, enige zoon en erfgenaam van zal. Jan Adriaensz Kuijper en Neeltje Hendriks woonachtig en overleden te Hargen, machtiging aan Victor Breij, procureur voor de beide hoven van justitie van Holland in 's-Gravenhage, om 't proces waar te nemen dat zijn voorschreven ouders voor het Hof van Holland in cas d'appel door Hark Oud, mede wonende te Hargen, is aangedaan en thans tegen impetrant wordt vervolgd 612.
                                                212. (<106) (>424) Jan MIESSEN,
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Pieter Jansz MIESSEN, schepen van Schoorl 613.
                                                  2. Fredrick JANSZ, zie 106.
                                                214. (<107) (>428) Claes Jacobsz SCHOTVANGER,
                                                    Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Claes Jacobsz Schotvanger op 31 juli 1667, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 aangeslagen op ƒ 5-17-0 601.
                                                    In 1682 is het meetboek van Schoorl vernieuwd door Claes Jacobsz Schotvanger te Schorel en Claes Jansz landmeter aldaar; de vermeldingen van Claes Jacobsz Sgotvanger hierin zijn: onder A, in Camp, aan de Laveersloot, 557 r, tussen de Plaetsloot en de Nessendyck de Heynstecamp aan de Kamper Kaij, 250 r, onder E, zijn camer aan de Nessendyck 385 r, onder I, Catryper geestland aan Richtenslaen, werf en hofstede, 107 r, in de Oosterbroecke aan de laan, 110 r 602.
                                                    Onder de goederen toebehorende het Huisarmenweeshuis van Alkmaar: een stuk land onder Groet genaamd de Kerckerven, in onkosten 568 roeden 587[?] voeten Schoorlse maat, gehuurd door Claes Jacobs Schotvanger voor ƒ 58-0-0, en een stuk land in de banne van Groet genaamd de Horn, groot 528 Groetse maat, met nog een stuk land daaraangevoegd van de kerk van Petten, groot 205 roeden, gehuurd door Claes Jacobs Schotavnger voor ƒ 72-0-0; in 1683 ƒ 130-0-0 betaald door Claes Jacobsz Schotvanger te Groet voor 2 percelen 614.
                                                    Op de lidmatenlijst van Schoorl van 1688 staan onder 'Catrijp' vermeld Jan Jacobs Schotvanger en Claes Jacobs Schotvanger, in 1694 Claes Jacobs Schotvanger en Jan Jacobs, en op 22 januari 1708 onder 'Bregtdorp en Catrijp' Jan Japikse Schotvanger obiit en Claes Japikse Schotvanger obiit.
                                                tr. N.N.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Jacob Claasz SCHOTVANGER, burgemeester, notaris en landmeter van Schoorl, tr. Trijntje TEUNIS, dr van Teunis RIJKWAARTSZ.
                                                      Ten verzoeke van Jacob Claesz Schotvanger en Gerrit Krijsman, ouderlingen van de gereformeerde kerk te Schoorl (mede ondertekend door 3 diakenen, onder wie Jan Ariensz Houdewind) wordt op 17 augustus 1713 door de Grafelijkheid approbatie verleend, na het vertrek van Ds Georgius de Bie, voor het beroep van Ds Abraham Ingeneger, proponent te Leiden 615.
                                                      In 1730 benoemt Jacob Claes Schotvanger, oud-burgemeester en regerend weesmeester van Schoorl, Hendrick Jans Bruijn te Hargen en Ariaen Dircs Hoogvorst te Catrijp tot voogden over zijn enige kind geprocreëerd bij Trijntje Theunis Richters 616.
                                                      In Schoorl machtigen in 1735 Jacob Claasz Schotvanger, als vader en voogd over zijn dochter Jannetje Jacobs Schotvanger, en Aderiaan Harksz Houdewindt en Sijmon Dalenbergh als voogden over Antje Jans, minderjarige dochter van Jan Evertsz en benevens de voornoemde Jannetje Jacobs een nazaat van Teunis Rijkwaartsz, Trijntje Cornelis weduwe van Willem Triest wonende te Hoorn om de helft van een graf in Hoorn te verkopen waarvan zij de helft bezit, testeert in 1743 Jacob Claasz Schotvanger, oud-burgemeester mitsgaders notaris en landmeter te Schoorl wonende in de limieten van Katrijp, waarbij hij legateert aan Jacobus Koedijker, testateurs overleden dochters nagelaten man wonende te Hargen, een stuk weiland in de banne van Groet, groot 14 geerzen 70 roeden, belend ten zuiden Anna Jans, ten weste de Hargerwegh, en voor al zijn verdere goederen nomineert Trijntje Vredriks en Maartje Vredriks, beiden dochter van zijn zuster Trijntje Claas, om zijn nalatenschap in twee gelijke delen te verdelen, eventueel hun kinderen bij representatie, en machtigt in 1748 Jacob Claasz Schotvanger wonende te Catrijp Pieter Harksz en Sijmon Jansz de Jongh, beiden wonende aldaar, om alle vier termijnen van de 'liberale gifte' te fourneren aan de commissarissen gesteld tot ontvangst van de 50e penning en de liberale gifte te Schoorl 617.
                                                      In het lidmatenboek van Schoorl van 1713 worden onder Catrijp en Bretgdorp als lidmaten genoemd: Japik Claasz Schotvanger en Trijntie Teunis, man en vrouw.
                                                  2. Trijntje CLAES, zie 107.
                                                  3. Jan Claesz SCHOTVANGER, schoolmeester in de Zijpe, overl. ald.
                                                      In Zijpe heeft op 30 september 1712 Jacob Claesz Schotfanger, mede-erfgenaam van zijn broer Jan Claesz Schotfanger, de inventaris opgemaakt van de nalatenschap de 20e penning subject van Jan Claes Schotvanger, schoolmeester in de Zijpe, in de Zijpe overleden, als volgt: (1) de helft in een stuk weiland in de Hargerpolder, groot in 't geheel 1095 roeden, belend ten zuiden de Camperwech, ten noorden Jan Eeuwoutsz, (2) een stukje weiland in de Grootdammerpolder, groot 395 roeden, belend ten noorden de Breelaen, ten zuiden Jan Jacobs Schotvanger, (3) een akker geestland te Katrijp, groot 110 roeden, belend ten noorden Dirck Maertensz Backer, ten zuiden de weduwe van Pieter Claesz Schotvanger, (4) een akker geestland, groot 83 roeden, belend ten noorden Willem Jansz Heerschap, ten zuiden de kinderen Jan IJsbrants, (5) een akker geestland te Bregtdorp, groot 200 roeden, belend ten oosten het Middelpat, ten noorden Haesje Vrerikx, (6) een stukje bosland, groot 171 roeden, belend ten oosten de Hargerweg, ten westen de Wildernis, (7) een stukje bosland te Katrijp, groot omtrent 20 roeden, belend ten oosten de Achterwegh, ten westen de Wildernis, (8) een derdepart van 4 vijfdeparten van een huis en erf en 287 roeden land daaraan gelegen te Hargen, belend ten noorden de Heerewech, ten zuiden en westen de Wildernis, (9) een derdepart van 4 vijfdeparten van een krochtje geestland, groot omtrent 150 roeden, belend ten zuiden de Heerewech, ten Sieuwert Aeftis 618. Op 3 december 1712 is ontvangen van Jacob Schotfanger te Schoorl wegens de erfenis van zijn broer Jan Claesz Schotfanger, in zijn leven schoolmeester in de Zijpe, 63 gld 8 st 6 penn, voor de 20e penning en 10e verhoging voor deszelfs nalatenschap, getaxeerd op totaal ƒ 1153, met de 9 onderdelen achtereenvolgens getaxeerd op ƒ 218:5:0, ƒ 592:10:0, ƒ 110:0:0, ƒ 62:5:0, ƒ 80:0:0, ƒ 17:2:0, ƒ 6:0:0, ƒ 61:0:0, ƒ 6:0:0 619.
                                                220. (<110) (>440, >441) Jan Hendricksz BUTTER, overl. tussen 4 febr. 1644 en 9 maart 1658,
                                                    Op 13 november 1638 verklaren Jan Gerritsz Driesman, herbergier, oud 53 jaren, Jacob Dircksz Boeckweyt, oud 48 jaren, en Jan Heyndricksz Cramer, oud 39 jaren, of elk daaromtrent, poorters van Alkmaar, rechtelijk gedaagd om getuigenis der waarheid te geven ten verzoeke van Jan Heyndricksz Butter, wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel, waar te wezen dat zij gisteren een maand geleden ten huize van Aerien Cornelisz Aerienmaet bij de Waech binnen Alkmaar hebben gehoord dat de requirant, zijnde in onderhaneling met Reijer Maertsz c.s., pachters van de impost op de Waech, om te accorderen nopende de contraversie [=overtreding] door de requirant gecommitteerd [=begaan] met 40 stuks hobbekazen die hij zonder ze te hebben laten wegen had geleverd, heeft bedongen van alles bevrijd te zullen zijn 620.
                                                    In Oudkarspel zijn in 1659 Heijndrick Joosten en Jacob Aerienz Bruijneman als voogden over de onmondige kineren van zal. Jan Heijndricxz Butter geprocreëerd bij Acht Pieters, met approbatie van de vrunden van dezelve kinderen, ter eenre, en Sijmen Pietersz als getrouwd hebbende voorschreven Acht Pieters moeder van de voornoemde kinderen, ter andere zijde, veraccordeerd over de erfenis van de kinderen, en hebben de goederen van de kinderen onder de bescherming van het weesboek gebracht. Op 10 maart 1664 hebben de voogden Jacob Arienz Bruijneman en Heijndrick Joosten een akte van deling getoond. Op 19 januari 1666 heeft Dirck Janz als getrouwd hebbende Anne Jans verklaard haar deel genoten te hebben. 621
                                                tr.
                                                221. (<110) (>442, >443) Aecht Pietersdr AENGES,
                                                    In Koedijk verkoopt in 1666 Sijmon Pietersz Meech, buurman op 't Noortent van Koedijk in de banne van Oudkarspel, als getrouwd hebbende Aecht Pieters de nagelaten weduwe van Jan Hendrickx Butter, aan Gerret Jansz Cuijper een gars grasland gemeen met de koper, belend ten noorden de Delsloot, ten zuiden de heer van Cabou 622.
                                                tr. 2° 1658 Sijmon Pietersz MEEGH, schepen van Oudkarspel, zn van Pieter Cornelisz MEEGH en Reynu SIJMENS.
                                                    Op 9 maart 1658 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Symon Pietersz Meegh, jongman wonende op 't Noortendt van Koedijk, toekomende bruidegom, en Aecht Pietersdr, weduwe; de bruid heeft vier voorkinderen aan wie het huis op 't Noortend van Koedijk in de banne van Oudkarspel zal toevallen bij haar overlijden voor hun moeders erfenis. Als er kinderen uit dit huwelijk nagelaten worden zullen goede mannen uitmaken hoeveel die krijgen. Anders krijgen haar voorkinderen het huis vooruit en wordt de rest verdeeld onder haar kinderen en haar man. 623
                                                    In Oudkarspel verkopen in 1662 Gerrit Garmentsz wonende te Zuid-Scharwoude, ook voor zijn zuster Trijn Garments, Jacob Aerjensz Schouten en Cornelis Pietersz Patroon wonende te Broek voogden van de weduwe en kinderen van Aelbert Garmentsz, aan Sijmen Pietersz Meegh wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 5½ gars, bij de Grep, belend ten oosten Jan Aengesz, ten westen Jan Pietersz 624.
                                                    In Oudkarspel is in 1672 Sijmen Pietersz Meegh wonende te Koedijk in onze banne 400 gld schuldig aan Trijntje Pieters, weeskind van Neeltje Pieters staande met haar goederen ter weeskamer van Alkmaar, ontvangen van haar vader Pieter Jansz Wijn, tegen interest van 5 ten honderd, met als onderpand een stuk land genaamd Noomke-akkers, belend ten oosten Jan Aengesz, ten noorden de Greb (afgelost op 2 april 1676), is in 1676 Sijmen Pietersz Meegh wonende op 't Noorteijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel 500 gld schuldig aan Annitje en Hester IJsbrants Hensbergh wonende te Alkmaar, tegen 5 gld 't honderd 's jaars, met als onderpand een weiland genaamd Noomke-akkers, groot ruim 2 morgen, bezuiden de Greb, belend ten noorden de sloot van Huijskebuijrt, ten oosten Jan Aengesslick (afgelost op 7 aug. 1685), en stelt in 1680 de weduwe van Cornelis Jacobsz Bruijneman een stuk weiland en een akker zaadland tot securiteit van een borgtocht van 400 gld aangegaan door Sijmen Pietersz Meeght schepen aldaar en wijlen haar man (welke constitutiebrief van 20 april 1673 op 15 okt. 1680 getoond wordt door Cornelis Gerritsz Rus, als afgelost door hem of zijn zoon) 625.
                                                    In Oudkarspel verkoopt in 1686 Sijmon Pietersz Meegh onze burger in 't Noordeijnde van Koedijk aan Bouwen Gerritsz Slommer te Koedijk een zaadakker groot omtrent 36 snees 16 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden de Haijweijd 626.
                                                    In Warmenhuizen verkopen in 1689 de testamentaire erfgenamen van zal. Guurtie Pieters Altena, allen wonende te Purmerend, aan Symon Pietersz Meegh op 't Noortent van Koedijk de helft van een stuk land in de Oude Greb genaamd Coddebos, gemeen met Jan Dircksz, de helft groot 4 geerzen 11 snees, belend ten noorden Sasker Pietersz, ten zuiden Volkert Cornelisz 627.
                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                    1. Hendrik Jansz BUTTER, zie 110.
                                                    2. Pieter Jansz BUTTER, schepen van Oudkarspel 628, impost op begr. Koedijk 23 febr. 1738 (impost ƒ 3), tr. ald. 31 jan. 1672 Trijn Cornelisdr VOLCKERS, dr van Cornelis Jacobsz VOLCKERTS.
                                                        In Oudkarspel verkopen op 12 maart 1675 de erfgenamen van zal. Pieter Claesz Verburgh aan Pieter Jansz Butter op 't Noordeijnde van Koedijk in onze banne, een akker zaadland groot 14 snees 11 roeden 10 voeten, belend ten noorden de Snijderssloot, ten zuiden Allert Jansz Clons 629.
                                                        In Warmenhuizen verkoopt op 14 augustus 1691 Willem Hendriksz wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Butter aldaar een vierdepart in een stuk weiland in de Oude Greb, schaars 6 geerzen, gemeen met de koper, belend ten zuiden Bouwen Jansz als bruiker, ten westen de gemene vaart, en verkoopt op 13 juli 1698 Pieter Jansz Butter wonende op t'Noorteijnde van Koedijk aan Jan Jacobsz Welckom tegenwoordig schepen en Melis Pietersz Altena oud-schepen van Purmerend, als voogden over de twee nagelaten kinderen van Evert Garbrants en Guurtje Pieters overleden aldaar, weiland in de Oude Greb genaamd het Hooch, groot omtrent 9 geerzen 5 snees, belend ten noorden Jan Stammis, ten westen Orsels erven, voor 175 gld ieder gars, in 't geheel 1600 gld 18 st 4 penn 630.
                                                        In Oudkarspel verkopen op 10 juni 1693 de kinderen van zal. Jacob Gerritsz Rijplant en Trijn Jans, te Koedijk overleden, aan Pieter Jansz Butter onze burger in 't Noorteijnde van Koedijk 2 derdeparten in een stuk weiland groot in 't geheel 4 geerzen, 3 snees, 17 roeden 2 voeten genaamd het Hartlant, voor het resterende derdepart gemeen en onderdeel met Jan Jansz Breelant, belend ten zuiden Maerten Breelant, ten noorden Aris Pietersz Rus, en verkoopt op 15 mei 1694 Pieter Jansz Butter onze burger op 't Noordeijnde van Koedijk aan Jan Pietersz Volckers wonende op Koedijk de helft in een stuk land in de Diepsmeer groot in 't geheel omtrent 3 morgen, gemeen en onderdeel met de koper voor de wederhelft, belend ten zuiden en noorden de erven van Johannes Coldermans 631.
                                                        In Bergen verkopen op 28 april 1694 Jr Dirck Speijaert en Jr Jacob Speijaert, met authorisatie van hun verdere broers en zusters, aan Pieter Jansz Butter wonende te Koedijk een stuk weiand om de Mangelpolder genaamd Koorenhal, groot omtrent 1006 roeden 14 voet, belend ten oosten de erfgenamen van zal. Maerten Groen, ten noorden Jan Schagen, ten westen de Groenedijck, met waarbrieven van 2-6-1604, 22-4-1607, 27-1-1612 en 8-7-1637, voor 1559 gld 3 st 632.
                                                        In Oudkarspel verkoopt op 19 mei 1711 Pieter IJffsz Schotvanger te Koedijk, ook voor zijn confrater Arien Cornelisz Buur wonende te Warmenhuizen, als procuratie hebbende van Jan Cornelisz Bruijneman anders genaamd Schoenmaacker wonende te Koedijk, volgens procuratie van 30 oktober 1710 gepasseerd voor notaris Adriaan van der Hoeven te Alkmaar, door de regenten van Oudkarspel genoodzaakt vanwege achterstallige verpondingen, aan Pieter Jansz Butter wonende op 't Noordeijnde van Koedijk onder de heerlijkheid Oudkarspel de 2 derdeparten in een stuk weiland groot in 't geheel 6 geerzen 7 snees 2 roeden 6 voet, genaamd de Hooge Hemme, gelegen tussen 't Noordeijnde van Koedijk en Huijskebuurt, blend ten zuiden Jan Maartensz Breelant, ten noorden Willem Gerritsz Houtkooper, ten westen de Reekerdijk 633.
                                                        In oktober 1721 wordt in de inventaris van de nalatenschap van Adriaen Keleman vermeld: wegens gekochte kaas achuldig aan Pieter Jansz Butter ƒ 198-13-0 634.
                                                        In Oudkarspel verkoopt op 29 april 1730 Mr Hendrik Daeij, regerend burgemeester en raad der stad Alkmaar, aan Pieter Jansz Butter, oud-schepen dezer heerlijkheid, wonende te Koedijk in onze banne, een stuk weiland gelegen aan de huizen op 't Noordeijnde van Koedijk, groot omtrent 9 geerzen, belend ten zuiden Garbrand Dircxz, ten noorden de erven Jacob Stier, ten westen de Agterburgsloot, voor 875 gld 10 st 635.
                                                        In 1725 testeren voor de notaris in Zuid-Scharwoude Pieter Jansz Butter en zijn huisvrouw Tryntje Cornelis Volckers wonende op 't Noordeijnd van Koedijk in de jurisdictie van Oudkarspel; zij prelegateren stukken land aan hun zoon Jacob Pietersz Butter en benoemen voornoemde zoon met hun andere kinderen tot universele erfgenamen 636.
                                                    3. Anna Jansdr BUTTER, impost op begr. Koedijk 4 april 1703 (impost ƒ 6), tr. ald. 7 dec. 1664 Dirck Jansz MULDER, geb. ca. 1636  637, impost op begr. ald. 10 maart 1714 (impost ƒ 6), zn van Jan Pietersz MOLENAER en Alijt CORNELIS.
                                                        In Koedijk verkoopt in 1667 Cornelis Gerrets Boon anders Utje aan Dirck Jansen Muller een huis en erf met een vrije overgang over 't erf van de kinderen van Aerjen Pieters Groot, over de Achtergraft, en verkoopt Dirck Jansz Muller aan de kinderen en gemene erfgenamen van zal. Arien Pieters Groot genoemde overgang over hun erf, dwars over tussen hun huis en 't tuintje van Backers Jan tot aan de voorwal met een vrije aanleg 638.
                                                        In Oudkarspel verkoopt in 1679 Cornelis Jansz Hindernis, poorter van Alkmaar, aan Dirk Jansz Mulder wonende te Koedijk een stuk weiland in de Diepsmeer genaamd het Wegestuk, groot omtrent 12 geerzen, belend ten oosten Reijer Cornelisz Appetijt, ten westen Jan Cornelisz Wieringen 639.
                                                        In Koedijk verkopen in 1685 Jan Cornelis Grotewal oud-burgemeester van Schagen getrouwd met Maertje Claes Aerjens Grootsant en Jannetje Gerrets die een dochter was van Gerret IJffsz Cromdel, uit welken hoofde dit nabeschreven land gekomen is, aan Dirck Jansen Mulder een stuk weiland genaamd d'Omloop, groot omtrent 7 geerzen 9 snees, in 't Cromdel, belend ten zuiden de erven Harck Grootsant, ten noorden de erven Pieter Reijers IJeven, voor een custingbrief van 2100 gld, waarvan 1200 gld betaald in gereed geld, en verkoopt in 1686 Jan Cornelis Metselaer aan Dirck Jansen Muller een akker zaadland groot omtrent 8 snees in 't Cromdel, belend ten zuiden de koper, ten noorden de erven Jan Cornelis, voor 84 gld 640.
                                                        In Koedijk verkopen in 1691 de erfgenamen van Claes Jacobsz Gues en Maertjen Sijgers aan Dirck Jansen Muller een akkertje zaadland groot omtrent 6 snees, belend ten westen Sijmen Prinsen, ten oosten Sijmen Joosten, ten noorden de voorschreven[?] sloot, voor 61 gld, verkoopt in 1693 Dirck Aerjensz Schuijt, poorter van Alkmaar, wettige voogd over Johannis Molenijns de Jonge, aan Dirck Jansen Muller onze confrater een stukje vervallen rietland, groot omtrent 3 geerzen, in de Suijder Cleijmeer onder Hennebos, belend ten zuiden Jan Gerretsz timmerman, ten westen de ringsloot van de voorschreven meer, voor 125 gld, verkoopt in 1694 Cornelis Willemsz Hartlandt aan Dirck Mulder de helft in een stuk weiland groot 4 geerzen 11 roeden, gemeen en onverdeeld met Sasker Pietersz, achter het Noorteijnde, belend ten oosten de Somersloot, ten zuiden de Haeskesloot, ten westen het Harpedell, voor 1016 gld, verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Dirck Mulder een zaadakker groot omtrent 10 snees in 't Cromdel, belend ten oosten Simon Prince, ten westen de erven Harck Grootsant, tegen betaling van 33 gld vanaf 1696 elk jaar waarin verkoper op Nieuwjaarsdag vóór zonsopgang nog in leven is, verkoopt in 1697 Jan Cornelisz Gelder aan Dirck Jansz Mulder een huis en erf, belend ten noorden Pieter Jansz Bobeldijck, ten zuiden Pieter Cornelisz Backer, voor 500 gld, en verkoopt in 1699 Weyert Jansz Koter wonende te Hoogwoud als getrouwd met Agat Louris aan Dirck Jansz Mulder een stuk weiland groot omtrent 7 geerzen in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden en zuiden Pieter Gleijnis, voor 840 gld 641.
                                                    4. Maertje Jansdr BUTTER, tr. Cornelis Jacobsz BRUIJNEMAN, zn van Jacob Adriaensz BRUIJNEMAN en Aecht JACOBSDR.
                                                        In Oudkarspel verklaart in 1680 Maartje Jans, weduwe van Cornelis Jacobsz Bruijneman, ook als moeder en voogdesse van hun minderjarige kinderen, wonende te Koedijk, tot securiteit van een borgtocht van 400 gld kapitaal, als ene Symon Pietersz Meegh schepen alhier wonende op 't Noorteynde van Koedijk en haar man zal. hadden aangegaan, een stuk weiland genaamd Botje bij de Greb, belend ten zuiden de gemeente van Oudkarspel, ten westen de Grebsloot, groot omtrent 3 geerzen, en nog een akker zaadland achter de Diepsmeer, belend ten zuiden Jan Aerjensz, ten westen de Diepsmeer, groot omtrent 16 snees 642.
                                                        In Koedijk is in 1682 Maertjen Jans Butter als moeder en voogdesse van haar kinderen geprocreëerd bij Cornelis Jacobs Bruijneman mede-erfgename van zal. Aechtje Jacobs, nagelaten dochtertje van Jacob Jacobs Bruijneman en Alit Cornelis 643.
                                                        In Koedijk transporteert in 1693 Jan Willems Limmen te Koedijk aan Maertje Jans [Butter] te Koedijk, weduwe van Cornelis Jacobsz Bruijneman, en haar kinderen, een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden de weduwe en kinderen van IJff Reijers Stammis, ten zuiden Hendrick Levendich, voor 240 gld, waarover de 40e penning betaald is in 1692 644.
                                                        In Koedijk verkoopt in 1663 Jan Nannings Baes aan Cornelis Jacobs Bruijneman een huis en erf, belend ten noorden Lijsbet Jans, ten zuiden Jacob Jacobs Broer, voor een custingbrief van 640 gld, met als borgen voor de verkoper Aerien Lammers en Dirck Pieters 645.
                                                        In Oudkarspel is in 1673 Cornelis Jacobsz Bruijneman wonende te Koedijk 400 gld schuldig aan Jan Aeriensz Prins wonende te Koedijk, tegen 3 gld 10 st 't honderd in 't jaar interest, met als onderpand een stuk weiland genaamd Botslick, groot omtrent 3½ gars; op 15 oktober 1680 compareerde Cornelis Gerritsz Rus die de constitutiebrief toonde, door hem of zijn zoon voldaan 646.
                                                        In Oudkarspel verkopen in 1680 Symon Pietersz Meegh en Dirck Jansz Molenaer als voogden over de nagelaten weduwe en kinderen van Cornelis Jacobsz Bruijneman aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland, groot omtrent 3 geerzen 3 snees, belend ten zuiden de gemeente van Oudkarspel, ten noorden de Grebmeer of de ringsloot vandien, en aan Bouwen Cornelisz wonende te Koedijk een akker zaadland, groot omtrent 5 snees, belend ten zuiden de koper, ten noorden Hendrick Coster 647.
                                                  224. (<112) (>448) Crelis Dircksz KIL, op 1 januari 1676 als Crelis Dirksz Kil met Barber Aarjans zijn huisvrouw lidmaat te Driehuizen,
                                                  tr.
                                                  225. (<112) Barber AARJANS, begr. Driehuizen 3 mei 1694 (in graf 34).
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Dirck Cornelisz KIL, begr. Driehuizen 27 april 1694 (in graf 33), tr. Maartien CLAAS, doet op 26 december 1683 in Driehuizen belijdenis als Maartien Claas, huisvrouw van Dirck Cornelisz Kil.
                                                        In Zuid- en Noordschermer veilen in 1691 de voogden over de kinderen van Harman Adriaansz Bos en Antje Heyndrix, benevens Anna Pieters de weduwe van Jan Adriaansz Vis, gezamenlijke erfgenamen van zal. Cornelis Adriaansz Groeningen, een huis en erf op Driehuizen, belend ten westen Cornelis Huijbertsz, ten oosten de Overtoom; getrokken op 64 gld door Jan Cornelisz Boom, door Dirck Cornelisz Kil op 81 gld, met borgen Jacob Colles en Mieus Teunisz 648.
                                                    2. Aerjen Cornelisz WILLIGRIJP, zie 112.
                                                  226. (<113) Gerrit CLAESZ,
                                                      In Graft verkoopt in 1668 Jacob Jaspersz buurman te Driehuizen aan Gerrid Claesz buurman te Driehuizen de helft van een stuk land, groot omtrent deze helft 5 achelen, in de West, belend ten noorden Sijmon Pietertsz Colles, ten oosten Baert Pietersz Nantjes, ten westen Claes Pietersz Snijder, item omtrent 1 achel wezende een vierdepart van een stuk land, mede in de West, belend ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Claes Baertsz, waarvan de andere parten, van beide landen, de koper toebehoren, voor 400 gld 649.
                                                      In het gaderboek van Graft van 1681 wordt Koenensven van Gerrit Claesz overgeboekt naar Adriaen Cornelisz op 't Westend van Driehuizen, over welk stuk land volgens het gaderboek van 1682 de lasten op 19 juni 1683 nog door Gerrit Claesz betaald zijn. Gerrit Claesz hield toen nog land in Wigger en in Ariscamp. In 1678 had hij ook nog land in Goelief en in Smaelweer. In 1687 betaalde Gerrit Claesz nog voor het land in Wigger. Vanaf 1690 betaalde Adriaen Cornelisz voor Koenensven, land in Wigger en land in Ariskamp. In 1696 is alles gedeeld aan Claes Adriaensz Willigrijp. 650
                                                  tr. N.N.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Maertje GERRETS, zie 113.
                                                  240. (<120) Volckert FEDDESZ,
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1647 Pieter Jans aan Volckert Feddesz een voorendje en erf met zijn „tackdrop” op de Spieringbuiert, met voor en achter een vrije gang, een aanleg zonder meer, en als Volckert een boet wil timmeren dan zal hij die aan de Noordwesthoek van zijn woning zetten, vrij bleken op 't erf, en hij mag van een koe mest leggen die de comparant dan zal kopen, belend ten oosten Cornelis Willemsz Neeses, ten westen Isbrant Willemsz, ten zuiden Pieter Jansz zelf met zijn schuur en keuken 651.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt Volckert Feddesz in 1661 aan Trijn Jans weduwe van Pieter Jansz met haar kinderen een noordend van een huis en erf op de Spieringbuiert, belend ten oosten Cornelis Willemsz Neeses, ten zuiden Trijn Jans, ten westen IJsbrant Willemsz 652.
                                                  tr. N.N.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Fedde VOLKERTSZ, zie 120.
                                                  242-243=198-199.
                                                  244. (<122) (>488, >489) Dirck Jansz KEIJSER, geb. ca. 1597, in 1634 evenals Jan Jansz Duijnman vermeld als Heilige-Geestmeester van Broek op Langedijk 653,
                                                  tr. N.N.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Jan Dircksz KEIJSER, zie 122.
                                                    2. Tryn Dircxdr KEIJSER.
                                                    3. Aerian Dircksz KEIJSER.
                                                        In Broek op Langedijk neemt in 1652 Aerian Dircksz Keijser 400 gld op rente op van Jr Jacob Noobel wonende te Alkmaar, tegen 5 ten honderd, met als onderpand een akker zaadland voor de huizen genaamd Speckersacker, groot omtrent 11 snees, belend ten zuiden Pieter Aeriansz Lul, ten noorden Cornelis Garbrantsz, en nog een oostend van de Grote Acker, mede zaadland, groot omtrent 6 snees, in de Oosterkooch, belend ten zuiden Pieter Pietersz Werff, ten noorden Jan Jansz Stadt, ten oosten Jan Dircksz Keijser annex (gecasseerd 4 april 1660), verkopen in 1653 Louweris Vrericksz en Cornelis Cornelisz als wettige bloedvoogden voor de kinderen van Jan Vrericksz, met consent van de weesmeesters van Alkmaar, en Aerian Dircksz Keijsers wonende te Broek op Langedijk en Willem Dircksz wonende te Alkmaar voor henzelf, aan Aerian Jansz c.s., erfgenamen van wijlen Reijnu Aeriansdr, wonende op de Paedt in de banne van Opmeer, een stukje weiland genaamd de Keij, belend ten noorden Trijn Willemsdr, ten zuiden Jan Claesz Kuijper, groot omtrent 4 geerzen min een vierendeel, met 8½ snees ouwedijck, verkopen in 1653 Louweris Vrericksz, Cornelis Cornelisz en Willem Dircksz, als hiervoor, aan Aerian Dircksz Keijser een noordend akker zaadland, groot omtrent 4 snees 5 roeden, belend ten oosten Jacob [], ten westen Baert Jansz, en verkoopt in 1653 Aerian Jansz wonende op de Paedt in Opmeer c.s., erfgenamen van wijlen Reijnou Aeriansdr, aan Aerian Dircksz Keijsers een middelmootje van een akker zaadland liggende achter de huizen, belend ten noorden Jan Pietersz, ten oosten de koper, ten westen annex de verkopers, groot omtrent 2½ snees met 1½ snees ouwedijck 654.
                                                        In Broek op Langedijk is in 1654 Aerian Dircksz Keijsers aan Jannitge Cornelisdr Haaseven wonende te Alkmaar 300 gld schuldig, tegen 5 ten honderd, verbindend een akker zaadland achter de huizen genaamd Louweacker, groot ruim 10 snees, belend ten noorden en zuiden Jan Pietersz Ellen (betaald op 5 maart 1655) 655.
                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1656 Aerian Dircksz Keijser aan Reijnert Jansz Kramer een oostend-akker zaadland van omtrent 9 snees, belast met 8 snees ouwe dijck, achter de huizen, belend ten zuiden Jan Pietersz, ten noorden Pieter Jansz, ten westen Reijner Aerians erve annex, met als onderpand voor comparant een end-akker voor de huizen genaamd Speckerse Acker van omtrent 10 snees, belend ten zuiden Pieter Aeriansz Lul, ten noorden Cornelis Garbrantsz, verkoopt in 1656 Aerian Dircksz Keijser aan Jan Dircksz Keijser een achterhuis en erf in 't Suijtent, belend ten westen Jacob Sijmensz snijder, ten noorden annex Sijmen Dircksz Hensbroeck, ten zuiden Cornelis Jansz, verkoopt in 1656 Aerian Dircksz Keijser wonende in Heerhugowaard aan Gerrit Allertsz een noord-akker zaadland achter de huizen van omtrent 4 snees, in Jan de Waelen(?), belend ten oosten Jacob Pietersz, ten westen Baert Jansz, ten zuiden Jan Pietersz oute Jan annex, en verkoopt in 1658 Aerian Dircksz Keijser wonende in Heerhugowaard aan Jan Dircksz Keijser twee enden akkers, nl. een westend van omtrent 9 snees 15 roe liggende over 't Suijerdel, belend ten zuiden Pieter Aeriansz, ten noorden Jan Allertsz, ten oosten Pieter Teunis, en een oostend achter de huizen van omtrent 5 snees, belend ten noorden Willem Jansz, ten zuiden Sijmon Fransz, ten westen de koper annex 656.
                                                    4. Maertgen Dircxdr KEIJSER.
                                                  248. (<124) (>496, >497) Krijn DIRCKSZ.
                                                         Uit onbekende relatie(s):
                                                    1. Jan KRIJNEN, overl. Zuid-Scharwoude vóór 16 april 1706, tr. Neeltgen CORNELIS, overl. ald. vóór 16 april 1706.
                                                        In Broek op Langedijk verruilt Dirk Cornelisz Ellen met Jan Krijnen man en voogd van Neeltje Cornelis een akker zaadland groot 8 snees, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden de Pieter Boogert, voor een akker zaadland achter de huizen genaamd Langeacker, groot 11 snees 9 roeden, belend ten zuiden Cornelis Symonsz Hensbroek, ten noorden Aerjan J. Maet, de huisvrouw van Jan Krijnen aanbestorven van IJf Reyers, haar grootvader, bij testament 657.
                                                        In Zuid-Scharwoude verkopen in 1689 Jan Jacobsz Mollevanger en Maerten Jansz Breelant als wettige voogden over de weeskinderen van wijlen Mr Jan Bijkerck overleden te Zuid-Scharwoude aan Jan Crynen tegenwoordig wonende te Broek een huis en erf op 't Zuijdeijnde, belend ten noorden Jacob Cornelisz Abbekerck, ten zuiden Cornelis Jansz Cardinael, voor een custingbrief van ƒ 600 658.
                                                        In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1699 Jan Krijnen aan Sijmon Kot wonende te Broek een akker zaadland van 7 snees 8 roeden 6 duim, voor de huizen, belend ten zuiden Cornelis Tommis of Mr Jannesloot, ten westen de erfgenamen van Jan Prinsen, ten oosten Gert Maartensz en Sijmon Krijnen 659.
                                                        In Zuid-Scharwoude verkopen in 1706 Cornelis Hendriksz Ridder wonende te Broek en Willem Jansz Wit, voor henzelf, en Sijmon Krijnen als oom en voogd over Krijn Jansz, tezamen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Krijnen en Neeltgen Cornelis, alhier overleden, aan hun broer Cornelis Jansz 3 vierdeparten in 't huisje en erf in 't Zuijteijnde, belend ten noorden Dirk Clooster, ten zuiden Cornelis Cardinaal, voor ƒ 109:10:0 660.
                                                    2. Sijmon KRIJNEN, zie 124.
                                                    3. Willem KRIJNEN.
                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1673 Cornelis Jansz Duisent aan zijn zwager Willem Crijnen een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden Jan Pieters Immes, ten noorden Maartje Pieters de weduwe van Jan Gerritsz Snijder, en Willem Crijnen aan Cornelis Jansz Duisent zijn zwager een huis en erf oversloot op 't Noordend, belend ten noorden Maeijert Jansz Lange, ten zuiden Jan Haringkarspel 661.

                                                  Generatie IX (<VIII, >X)

                                                  272. (<136) Adriaen MANOUT, geb. Lovendegem ca. 1545  662,
                                                  tr.
                                                      Op 1 augustus 1611 testeren Adriaen Manaut, van Lovendegem, en Betgen Vercruyssen, van Menen, geëchte luiden wonende binnen Haarlem, de eerstoverledene aan hun 5 kinderen, met namen Mayken, Adriaen, Magdalene, Abraham en IJsack, elk 50 gld in plaats van hun legitieme portie, te ontvangen de ongehuwden ten huwelijk komende en de gehuwde kinderen zal hiertoe aangerekend worden gelijke somme als hun ten huwelijk gegeven. En in de verdere goederen door de eerststervende achter te laten heeft de eerstoverledene geïnstitueerd de langstlevende van hen beiden 663.
                                                  273. (<136) (>546) Isabeau 'Betgen' VERCRUIJSSEN, geb. Meenen, van Menen in Vlaanderen, overl. Beverwijk ca. 1625.
                                                      Op 12 juni 1651 worden in Beverwijk drie schepenakten over de nalatenschap van Isabeau Vercruce opgemaakt 664. In de eerste wordt ten verzoeke van Abraham van Enden een verklaring afgelegd door Willem Aertens, schepen, oud 44 jaar, Cornelis Gerritsz Rademaecker, oud-schepen, oud 59 jaar, Jan Jacobsz van den Bogaerdt, van Leuven in Vlaanderen, oud 50 jaar, en Hans van Nes, oud 76 jaar, allen wonende in Beverwijk, waarin zij verklaren wel gekend te hebben Isabeau Vercruce, gekomen van Menen in Vlaanderen, die hier Bettgen Vercruce werd genoemd en hier 24 of 25 jaar geleden overleden is, dat de requirant de enige nagelaten zoon van haar is, en waarbij de laatste drie deposanten verklaren familiare omgang met haar gehad te hebben en haar hebben horen zeggen dat zij nog enige goederen in Vlaanderen in de omgeving van Menen heeft.
                                                      In de tweede akte machtigt Abraham van Enden Louijs Braeckelman, procureur in de Raad van Vlaanderen te Gent, Laurens Crussaert te Menen en Pieter van Acker te Geluwe om voor hem in bezit te nemen de helft van de heerlijkheid van den Vischhoeck, bestaande uit twee lenen in de parochies Geluwe en Moorsele, met alle toebehoren, gehouden van de leenhof van Eechoute, na denunciatie door de koning van Spanje geannoteerd uit hoofde van Isabeau Vercruce. In de derde verklaart Abraham van Enden verkocht te hebben aan Pieter Thierssone filius Jan, notaris te Menen, de helft van de heerlijkheid van den Vischhoeck, machtigt hij Laurens Crussaert en Claude de Permentier om de overdracht namens hem te regelen, en zien Sijntgen Frans en Frans Abrahamsz van Enden, opvolgend huisvrouw en zoon van de verkoper, af van alle aanspraken.
                                                      Op 11 september 1652 worden in Beverwijk twee schepenakten opgesteld over de nalatenschap van Isabeau Vercruijssen 665. In de eerste verklaren Hans van Nes, oud 76 jaar, en Jentes Pietersz, oud 73 jaar, beiden wonende in Beverwijk, ten verzoeke van Abraham van Enden, zoon van Adriaen Manout en Isabeau Vercruijssen anders genoemd Belitgen Vercruijsen, en daardoor mede-erfgenaam van Isabeau Vercruijssen, requirants moeder, dat zij Belitgen Vercruijsen zeer wel gekend hebben in Beverwijk waar zij enige jaren heeft gewoond. In de tweede machtigt Abraham van Enden Jan Vercruijsen, poorter van Haarlem, om voor hem in bezit te nemen het derdepart in een huis en erf in Menen in de Corte Vlamingstraet en zijn portie van de andere (roerende) goederen hem bij overlijden van zijn moeder Isabeau of Belitgen Vercruijsen aangestorven, nu geadministreerd door Gillis Stalers als ontvanger generaal van 's konings domeinen in West-Vlaanderen, en dit alles voor hem te gelde te maken.
                                                      Op 22 november 1652 worden inzake de nalatenschap van Belitgen Vercruijssen in Beverwijk vier schepenakten opgemaakt 666. In de eerste compareert Jan Verkruijssen, poorter van Haarlem, last en procuratie hebbende van Isaac Jansz Leeukens, enige zoon en erfgenaam van Jan Sijmonsz Leeukens, destijds in huwelijk gehad hebbende Magdaleentje Adriaens, dochter van Adriaen Manout en Belitgen Vercruijssen anders genoemd Isabeau Vercruice, en Willem Jacobsz als getrouwd hebbende Maijcken Abrahams, dochter van Abraham de Poorter en Maijcken Adriaens zuster van voornoemde Magdaleentje Adriaens, en daarmee mede erfgenaam van voornoemde Isabeau Vercruice, hun grootmoeder, allen wonende in Haarlem, volgens machtiging gepasseerd op 3 september in Haarlem. Hij verklaart deugdelijk uitgegrond te zijn door Abraham van Enden, die zijnerzijds verklaart de comparant ontgrond te hebben, van elk derde part de constituanten competerende in het huis in de Cort Vlamingstrate in Menen. In de tweede geven Willem Aertensz, oud-schepen, oud 45 jaar, Jan Jacobsz van den Bogaerdt van Leuven in Vlaanderen, oud 51 jaar, Hans van Nes, oud 77 jaar, en Philps Lijbrantsz, deurwaarder van de gemene middelen in Holland en West-Friesland, oud 48 jaar, allen wonende alhier, ten verzoeke van Abraham van Enden een verklaring van bekendheid met Isabeau Vercruice, hier genoemd Bettgen, gekomen van Menen in Vlaanderen, 26 of 27 jaar geleden alhier overleden, waarvan Abraham van Enden enige zoon en erfgenaam is.
                                                      In de derde akte machtigt Abraham van Enden, enige zoon en mede erfgenaam van Isabeau Vercruijce van Menen in Vlaanderen, Louijs Braeckelman, procureur in de raad van Vlaanderen in Gent, Laurens Cruijssaert te Meenen en Pieter van Acker in Geluwe, om voor hem de handlichting te verkrijgen van een huis en erf in de Corte Vlamingstraete te Meenen. In de vierde machtigt Abraham van Enden Jan Vercruijssen, poorter van Haarlem, Claude de Paermentier en Laurens Cruussaerdt wonende in Meenen, om voor hem aan Pieter Thierssone, notaris in Menen, een huis en erf in de Corte Vlamingstrate aldaar, hem constituant toebehorende uit hoofde van zijn moeder Isabeau Vercruice, te verkopen.
                                                      Voor burgemeesters van Beverwijk machtigt Abraham van Enden, zoon van Isabeau Vercruce ofwel Beelken Vercruijsse, op 14 januari 1661 Joos Vercruijssen wonende te Halewijn in Vlaanderen, om alles op te eisen wat hem comparant verstorven is bij het overlijden van Rijckaert Voorcruijsse en andere personen 667. Op 4 mei 1662 verklaren, ten verzoeke van Abraham van den Ende, voor burgemeesters van Beverwijk 668 Jan Vercruse, linnenwever, oud 60 jaar, en Jannetje Vijanen weduwe van Christijaen de Cante, oud 63 jaar, wonende te Haarlem, dat zij wel gekend hebben Rijckaert Vercruijssen, in zijn leven woonachtig te Halewijn in Vlaanderen, en dat deze Rijckaert een zuster Isabeau Vercruijssen gehad heeft, die moeder van de requirant was, en dat deze Rijckaert Vercruijssen oom van de requirant was, wel 10 tot 12 jaar vóór requirants moeder gestorven. Als redenen van goede wetenschap geven zij dat hij deposant indertijd wonende te Menen en zij deposante wonende te Halewijn dezelfde Rijckaert vaak hebben gezien en met hem buurlijke omgang hebben gehad, en van de dag van zijn overlijden nog „goede en vaste memorie” hebben.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Maijcken ADRIAENS, overl. vóór 1652, tr. Abraham de POORTERE, geb. ca. 1585  669.
                                                          In Haarlem verkoopt in 1611 Abraham de Poortere aan Marten van den Bussche een erve land van 50 voeten in de Wolfstraat, en verkoopt in 1637 Jan Adriaensz van Nierop wonende te Amsterdam aan Abraham de Pottre een tuin met huis en regenbak daarin buiten de Cleijne Houtpoort, van omtrent 17 roeden, belend ten oosten de Cleine Houtwech, ten zuiden de Groote Laen, ten westen Pieter Jansz, ten noorden Salomon van Bergaam, voor 775 gld, te betalen een derde gereed en de rest op twee achtereenvolgende eerstkomende meien, met als borgen Johan de Pottre en Jacob Raep 670.
                                                          In Haarlem verkoopt in 1616 Hans de Gast als procuratie hebbende van Jan Boddings van Thielt aan Abraham de Poortere een huis met erf in de Drapenyerderstraet tussen de voorschreven Abraham de Poortere zelf met gemene muur tot de zolder toe aan de ene zijde en Claes Pietersz aan de andere zijde, voor 512 gld, te betalen op 5 eerstkomende meiendagen, met als borgen voor de eerste 2 termijnen Barent Huygen en Reynier Lenaertsz 671.
                                                          In Haarlem verkoopt in 1617 Abraham de Poortere aan Dirck Claesz metselaer een huis met erf in de Drapenierderstraet, belend aan de ene zijde Claes Pietersz Slodt, de andere zijde de weduwe van Jan Boddings, voor 484 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien 672.
                                                      2. Adriaen Adriaensz MANOUT.
                                                      3. Magdaleentje ADRIAENS, overl. vóór 1652, tr. Jan Symonsz LEEUKENS.
                                                      4. Abraham Adriaensz van den ENDE, geb. ca. 1595  432 of ca. 1598, zie 136.
                                                      5. IJsack Adriaensz MANOUT.
                                                    284. (<142) Thijs COLTHOFF,
                                                    tr. N.N.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Jan Thijsz COLTHOFF, geb. ca. 1613  444, zie 142.
                                                      2. Marittie Thijs COLTHOFF, tr. Paulus JURRIAANS, overl. vóór 9 okt. 1656.
                                                          Op 9 oktober 1656 legateert Marittie Thys, weduwe van Paulus Jurriaens, aan Matthias Hendrics Schaep en Macheltie Hendrics Schaep, haar zusters kinderen, aan Lysbet Jans, haar broeders dochter, aan de dochter van haar overleden zuster Elsjen Thys, aan het kind van haar overleden zuster Maijcke Thys, en aan het weeshuis van Beverwijk, en benoemt tot enige erfgenamen Jan Thysz Colthoff haar broeder, en Dirckje Thijs haar zuster wonende tot Amsterdam 673.
                                                      3. Elsjen Thijs COLTHOFF, overl. vóór 9 okt. 1656, ondertr. Amsterdam 21 juni 1642 Anthonis WITSTAD.
                                                      4. Maijcke Thijs COLTHOFF.
                                                      5. Dirckje Thijs COLTHOFF, geb. ca. 1605, ondertr. Amsterdam 13 juni 1626 Hendrick Cornelis SCHAEP, geb. ca. 1604.
                                                    288. (<144) (>576) Cornelis CORNELISZ, overl. vóór 7 maart 1632,
                                                    tr. (schepenbank) Beverwijk 30 jan. 1611 (hij uit Beverwijk, zij op 't Hoflant)
                                                    289. (<144) (>578) Aechte THOMASDR, overl. tussen 27 sept. 1660 en 19 febr. 1661.
                                                        In Beverwijk verkoopt in 1632 Jacob Jacobsz wonende te Petten als man en voogd van Hillegund Cornelisdr aan Aechte Thomasdr, weduwe van Cornelis Cornelisz, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot het erf van de erfgenamen van Harmen Jansz, belend ten noorden dezelfde Harmen Jansz, ten zuiden Claes Broersz, belast met een hoofdsom van 125 gld welke Aechte Thomas belooft te betalen, met assistentie van haar broer Adam Thomasz; zij belooft bovendien aan de comparant zo lang zijn huisvrouw leeft jaarlijks 35 gld te betalen 674.
                                                        Op 27 september 1660 stelt Aecht Thomas, weduwe van Cornelis Cornelisz, zich borg voor haar zoon Dirck Cornelisz Schaep die van mening is op de aanstaande verpachting ingaande 1 oktober aanstaande enige kleine van de gemene-landsimposten binnen Haarlem aan te staan en te pachten 675.
                                                        Op 23 juli 1660 stelt Aecht Tomas, „vleyshouster” te Beverwijk, zich borg voor haar zoon Dirck Cornelisz Schaap, en op 19 februari 1661 vindt boedelscheiding plaats tussen Tomas Cornelisz, Dirck Cornelisz, Francoijs Hennekyn als getrouwd hebbende Hillegont Cornelis, Jan Jansz Klaerwater als getrouwd hebbende Maritge Cornelis, en Neeltgen Cornelis, allen kinderen en erfgenamen van zal. Aecht Tomas, in haar leven gewoond hebbende binnen Beverwijk, te weten dat de voornoemde Dirck Cornelisz en Neeltgen Cornelis zullen blijven in het volle bezit van de boedel en zullen betalen aan de meerdere erfgenamen zodanige somme als zijluiden zullen verdragen, en alle uitschulden betalen, dat het huis door zal. Aecht Tomas in haar leven bewoond geweest zal moeten blijven voor hun zuster Neeltgen Cornelis, en dat het tweede huis, dat tegenwoordig door de voornoemde Tomas Cornelis wordt bewoond, zal blijven voor rekening van de voornoemde Dirck Cornelisz 676.
                                                        In Velsen verkopen op 12 mei 1677 Tomas Cornelisse wagemaker en Cornelis Dirckse Schaep, vleeshouwer, beiden wonende in de Beverwijk, als procuratie hebbende van Francois Hennekyn als getrouwd hebbende Hillegont Cornelis wonende te Rotterdam, Tomas Cornelisse wagemaker, Neeltje Cornelis wonende in de Beverwijk en Jan Jansz van Klaerwater getrouwd hebbende Maritje Cornelis wonende te Haarlem, elk voor een vijfdepart, mitsgaders Cornelis Dirckse Schaep, vleeshouwer, voor hemzelf, en nog benevens Thomas Cornelis voor Claes Dircxse molenaer, als oom, broer en bloedvoogden, tezamen voor het resterende vijfdepart, allen kinderen en kindskinderen van zal. Aeghte Tomas, aan de heer Jacob van Myerop, baljuw van Bloijs, de helft van een stuk land groot in 't geheel 1½ morgen, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden Cornelis Valckenborgh, Jan Cornelisse Immerseel en Jan Pieterse van Wimmenum, ten westen de Schouwbeeck, ten noorden Jacob Sije, voor 400 gld. Onderaan verklaren schepenen Jan Cornelys de Boer en Willem Engelsz van Schilpen dat voornoemde Jan Jansen Klaerwaeter op heden niet is gecompareerd om gewichtige redenen door 't overlijden van zijn 3 kinderen en huisvrouw, tegenwoordig nog boven aarde staande, en opdat dit transport echter zijn voortgang mag hebben zo verklaarden de voornoemde Thomas Cornelis en Cornelis Dircxsen Schaep zich zelf sterk te maken voor de voornoemde Klaerwaeter voor zo veel als dezelve een vijfdepart in dezen is competerende. 677
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Thomas CORNELISZ, wagenmaker, wielemaker, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 18 aug. 1640 (zij van Haarlem), attestatie om te trouwen ald. 11 sept. 1640 IJtgien LAMBERTSDR, dr van Lambert JANSZ.
                                                            Op 18 september 1648 verklaren Aeryaen Thomasz wielemaecker en Cornelis Evertsz backer, bedaagde luiden van tuigbare ouderdom, poorters van Beverwijk, ten verzoeke van Thomas Cornelisz wielemaecker en poorter te Beverwijk, hoe dat zij de requirant overlange wel gekend hebben, hun buurman, zijn handel en wandel eerlijk en vromelijk geweest zijn, en tot huiden dezen dage niet hebben gehoord, gezien noch geweten van enige kwade feiten besproken, veel min achterhaald of bewezen te zijn 678.
                                                            In Haarlem verkopen op 14 juni 1641 Thomas Cornelisz wagemaecker in de Beverwijk, getrouwd hebbende Ydtge Lamberts, Mr Gerrit Lambertsz chirurgijn en Mr Johan Snyder gesteld als voogd over Cornelis de onmondige zoon van Lambert Jansz, tezamen erfgenamen van de voorschreven Lambert Jansz, hun vader en schoonvader, aan Jacob Jacobsz bocxzmaecker een huis met erf in de Corte Bagijnestraet, belend ten oosten Pieter Reyersz, ten westen de weduwe van Stoffel Jansz, voor 2000 gld, te betalen op 5 achtereenvolgende meien waarvan mei 1641 de eerste geweest is, en aan Cathalijna de Vos, weduwe van Franchois Elout een huis en erf op de Baekenessegraft omtrent de brouwerij van de Passer, tussen Frans Reyersz vleeshouwer en Mr Gerrit Lambertsz, voor 1565 gld, te betalen op termijnen als voren 679.
                                                        2. Dirck Cornelisz SCHAEP, geb. tussen 15 maart 1613 en 15 dec. 1613, zie 144.
                                                        3. Hillegont CORNELIS, tr. Francoijs HENNEKIJN.
                                                        4. Maritgen CORNELIS, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 4 mei 1649 (hij wonende te Utrecht), tr. ald. 13 juni 1649 Jan Jansz CLAERWATER.
                                                        5. Neeltgen Cornelis SCHAEP.
                                                            In Beverwijk testeert op 16 oktober 1661 Neeltjen Cornelis, ziek, al haar goederen aan haar broer Dirck Cornelisz Schaep, met een legaat aan zijn zoon Claes Dircksz Schaep van 60 gld, en aan haar broer Thomas Cornelisz en haar zusters elk 12 gld 680.
                                                            Op 6 november 1666 testeert opnieuw Neeltje Cornelis, vleeshouwster, woonachtig binnen Beverwijk, liggende ziek te bedde; zij legateert aan Thomas, Hillegondt en Maritjen Cornelis, haar broer en zusters, elk 12 gld, en institueert in al haar verdere goederen Cornelis Dircksz Schaep, zoon van Dirck Cornelisz Schaep zal. haar broer was, met expresse conditie dat deze zijn broer Claes Molenaar bij zich zal nemen en onderhouden tot hij zijn kost zal kunnen winnen, maar slechts tot de ouderdom van 20 jaren, en als hij dan buiten het onderhoud van de erfgenaam is gesteld zo zal hij genieten uit testatrices goederen 100 gld haar eens ter hand gesteld door een vriendin ten behoeve van de kinderen van Dirck Cornelisz Schaep 681, welk testament zij op 6 juli 1669, liggende ziek te bedde, herroept 682.
                                                      290. (<145) (>580) Willem CORNELISZ, biervoerder, biersteker,
                                                          In Heemskerk in 1612 heeft Willem Cornelisz byersteecker wonende in de Beverwijk, ook in dezen vervangende de nagelaten kinderen van Jan Cornelisz zijn overleden broer, verkocht aan Cornelis Lourensz buurman alhier een huis en hofstede met de boomgaard, gepoot en geplant, met de materialen daarop, staande buiten de Kerckbuyert, waar voornoemde Cornelis Lourensz tegenwoordig in woont, met de croft zaadland waar het voorschreven huis op staat, groot 1206 roeden, als Cornelis Engelsz comparants vader bewoond en bezeten heeft, belend ten zuiden de abdij van Egmond, ten westen de hoofdbeek van de Wateracker, ten noorden het Heylige-Geesthuis binnen Haarlem, ten oosten de Kerckwech, met de zuiderwal behorende aan deze croft (aangegeven en betaald in april 1610) 683.
                                                          In Beverwijk verkoopt in 1621 Jannetgen Pietersdr, weduwe van Willem Cornelisz, biervoerder, geassisteerd met Joris Cornelisz, aan Loy Carels de noorderschuur op de Achterwech met de erven daarachter gelegen, strekkende tot de huizinge van Piet Pieter Dammisz, en verkoopt in 1622 Geraert Jansz Helderman, waard in de Moerinne, aan Cornelis Garbrandsz Borst, brouwer te Haarlem, en Jannetien Pietersdr, poorteresse alhier en weduwe van Willem Cornelisz, biersteker, een losrente van 21 gld (geroyeerd op 8 mei 1695 op de verklaring van Sr Borst) 684.
                                                      tr.
                                                      291. (<145) (>582) Jannetgen PIETERSDR.
                                                          In 1636 compareren Aeriaen Thomasz wyelemaecker, weduwnaar van Guyert Symonsdr, ter eenre, en Lambert Jansz van der Capelle [alter Paenderen], man en voogd van Machtelt Symons, beiden poorters van Beverwijk, en verklaren dat zij op 5 december 1623 voor Mr Adriaen van Nieuwlandt, notaris binnen dezer stede, een contract verleden hebben nopende de goederen en erfenis van Marijtgen Ewoutsdr [Verboeckhorst], hun beider schoonmoeder, en dat zij o.a. door tussenspreken van Joris Cornelisz en Gerrit Jansz Bredeman veraccordeerd zijn dat Aeriaen Thomasz aangenomen heeft te betalen voor Lambert Jansz alle verschuldigde penningen van het huisje met 't erf op de Achterwech naast de schuur van Rijck Cornelisz Smit hetwelk Lambert Jansz van Jannitgen Pieters gekocht heeft en dat het huisje eigendom blijft van Lambert Jansz. 685
                                                          In Beverwijk is in 1642 Jannitgien Pietersdr, weduwe van Willem Cornelisz, belend aan de Achterwech 686.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Jan Willemsz SCHIPPER, biersteker te Beverwijk, overl. vóór 5 okt. 1657, ondertr. (schepenbank)/tr. ald. 27 april/14 mei 1634 Cornelisgien 'Cornelia' WESSELS, overl. vóór 12 nov. 1661, dr van Wessel PHILLIPSZ en Maritgen CORNELISDR.
                                                              Op 16 augustus 1649 bekent Jan Willemsz, biersteecker in de Beverwijk, schuldig te wezen Garbrant Borst, zoon en mede-erfgenaam van Cornelis Garbrant Borst zal., de somme van 800 gld voor geleverde bieren, en belooft te betalen met interest tegen de penning 20 (hij ondertekent als Jan Willemsen) 687.
                                                              Op 5 oktober 1657 zijn Cornelisgen Wesselsdr, weduwe van Jan Willemsz Schipper, wonende in de Beverwijk, ter eenre, en Cornelis Arisz als getrouwd hebbende Thonisgen Jansdr, Ghijsbert Gerritsz en Dirck Cornelisz Schaep als omen en voogden van Willem Jansz, Wessel Jansz en Pieter Jansz, onmondige kinderen van de voornoemde Jan Willemsz Schipper geprocreëerd bij Cornelisgen Wesselsdr, ter andere zijde, overeengekomen ter zake van het bewijs van het vaderlijke goed, namelijk tezamen het huis en erf door de voornoemde Cornelisgen Wesselsdr tegenwoordig bewoond, staande binnen de Beverwijk, belend ten noordoosten Cornelis Jansz Veenboer, ten zuidwesten Jop Claesz, mitsgaders alle inboedel en huisraad 688.
                                                              In Beverwijk verkoopt op 15 december 1657 Jan Pietersz scheepstimmerman te Reynsterwou aan Willem Jansz, nagelaten onmondige zoon van wijlen Jan Willemsz Schipper, present deszelfs omen en bloedvoogden Gysbert Gerritsz en Dirck Cornelisz Schaep, een pontschip met zeilen en touwen als die rijdt, voor 500 gld, is op 11 mei 1658 Cornelisjen Wessels, weduwe van Jan Willemsz biersteker, 1000 gld schuldig aan Mr Mattheus Steyn, ontvanger der gemene middelen te Haarlem, gewezen brouwer, verkoopt op 6 spetember 1658 Cornelia Wessels, weduwe van Jan Willemsz, schipper, biersteker, aan Philps en Pietertje Wessels haar broer en zuster, een huis, erf en kaai op de Meyr, belend Symon Cornelis en Cornelis Jansz Broer, voor 1200 gld contant, en Cornelia Wessels, weduwe en boedelhoudster van Jan Willemsz Schipper, biersteker, aan Phlips en Pietertje Wessels haar broer en zuster, haar bierschuit of Haarlemvaarder met zijn dubbele zeilen, voor 400 gld 689.
                                                              In Beverwijk verkopen op 5 juni 1660 Dirck Cornelisz Schaep en Gijsbert Gerrits huistimmerman, als omen en bloedvoogden van Willem Jansz, onmondige nagelaten zoon van Jan Willemsz Schipper, in zijn leven biersteker alhier, aan Jasper Gerrits wonende te Velsen een pontschip met zijn touwen, zeilen en andere gereedschappen 690.
                                                              Op 16 december 1658 transporteert Cornelia Wessels, biersteekster te Beverwijk, aan Anna Borst, weduwe van Garbrant Borst, wonende te Haarlem, alzulke penningen als zij heeft te spreken van de Heer van Merquette en deszelfs moeder, boven de somme van 1300 gld die zij uit dezelve penningen aan de heer ontvanger Matheus Steijn te Haarlem getransporteerd heeft 691.
                                                              Op 12 november 1661 wordt vanwege Philps Wessels wonende binnen Beverwijk, ten overstaan van Claes van Iperen en Jan Claes, de inventaris opgemaakt van al zijn goederen die hij was hebbende in het sterfhuis van Cornelia Wessels, zijn zuster, op aanwijzing van Teunis Jans, dochter van Cornelia Wessels 692.
                                                          2. Aeltgien WILLEMS, zie 145.
                                                          3. Maritgen WILLEMSDR, tr. Beverwijk 11 mei 1631 Gijsbert Gerritsz VERLAEN, geb. ca. 1611  693, huistimmerman, burgemeester ald., zn van Gerrit Woutersz VERLAEN en Annetje GIJSBERTS, die hertr. met Aaltgen Everts CLAVER.
                                                              In Beverwijk verkopen in 1634 Pieter Jansz Timmerman als voogd van Vroutgien Minicus en Leendert Leendertsz als man en voogd van Griet Jansdr, elk voor de helft eigenaar van de huizinge gekomen van Steffen Jansz, aan Gijsbert Gerritsz Verlaen een huis en erve in de Breestraet, strekkende tot aan het erf van Martgien Cornelisdr, weduwe van Wessel Philpsz, belend ten zuiden Wouter Cornelisz beschuytbacker, ten noorden Martgien Cornelisdr voornoemd, voor een custingbrief van 1800 gld (geroyeerd 31 mei 1660) 694.
                                                              In Beverwijk verkoopt in 1656 Gysbert Gerritsz Verlaen aan Gerrit Jans een huis in de Cloosterstraet, belend ten zuidoosten Jan Thysz Colthoff, ten noordoosten de Steegh, strekkende tot aan het erf van Aeryaen Theunisz van Wijk op Zee, en verkoopt in 1657 Gysbert Gerritsz Verlaen aan Aechtie Laurensdr een huis en erf aan de Achterwech, strekkende tot Jan Symonsz Bom, belend ten noorden Jan Thysz Colthof, erfgenaam van Maritje Thys, ten zuidwesten de Paterswech, met een gemene muur, gemene bak en gemene put met Jan Thys Colthof 695.
                                                          4. Pietertge WILLEMSDR, tr. Evert Willemsz SCHUYT, koetsier (1642), tuinder (1651).
                                                        292. (<146) Jacob COENRAETS,
                                                            In Beverwijk verkopen in 1643 Neeltien Hendricks, weduwe van Jacob Koens, geassisteerd met Claes Cornelisz Calff, Hendrick Jacobs en Jan Jacobsz, ook voor hun andere broers en zuster, „erve Jacobs”, allen kinderen van Neeltie Hendricks, aan Jacob Pauwelsz een huis en erf in de Blocksteech 696.
                                                        tr.
                                                        293. (<146) Neelken HENDRICX.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Hendrick JACOBSZ.
                                                          2. Annetge JACOBS.
                                                          3. Jan JACOBSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 april 1616, zie 146.
                                                          4. Adriaen JACOBSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1618.
                                                          5. Guerken JACOBSDR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 dec. 1620.
                                                          6. Cornelis JACOBSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 maart 1623 (doopgetuige Aecht Laures).
                                                        294. (<147) (>588, >589) Claes JANSZ, bakker, overl. tussen 4 aug. 1625 en 12 febr. 1627,
                                                            In 1617 verkoopt in Beverwijk Tonis Claesz backer aan Lambert IJsbrantsz een rentebrief op zeker huis en erf toebehorende Claes Jansz backer, bezegeld op 22 mei 1612 te Beverwijk, en is Claes Jansz backer aan Matthijs Heyndricks 800 gld schuldig, met als onderpand een huis en erf aan de Breestraet 697.
                                                            In Beverwijk constitueert in 1625 Claes Jansz backer t.b.v. Claes Claesz Egges te Wormer een losrente van 12 gld 10 st 's jaars, losbaar met 200 gld, op zijn huis en erf op de Meer op de hoek van de Gasthuyssteech, belend ten zuidwesten Claes Aelbertsz veerman, ten noordoosten de voorschreven Gasthuyssteech, en verkoopt in 1627 Trijn Claesdr, weduwe van Claes Jansz backer, mede namens haar kinderen, aan Mathijs Hendricxz, oud-burgemeester, een huis en erf en schuren met bakkerij en gereedschap, als door Claes Jansz bewoond en bezeten is geweest op de hoek van de Gasthuyssteech, belend ten zuiden Claes Aelberts, ten noorden de Gasthuyssteech, belast met een rentebrief van 400 gld Lambert IJsbrantsz competerend, voor 1200 gld 698.
                                                        tr.
                                                        295. (<147) Trijn CLAESDR, geb. vóór 27 sept. 1639.
                                                            In Beverwijk verkopen op 27 september 1639 de curateuren van de desolate boedel van wijlen Trijn Claesdr, die weduae was van Claes Jansz, aan Bartelmies Gerritsz timmerman een huis en erf op de Meijr, strekkende tot Anna Claesdr weduwe van Jan Aerts, belend ten zuidwesten Claes Albertsz, ten noordoosten het Gasthuys, voor 715 gld 699.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Cornelis Claesz BORST, geb. ca. 1604, bakker, overl. na 1 juli 1670, tr. Beverwijk 11 febr. 1629 Dirckie ARIS, wed. van Gerrit SYMONSZ.
                                                                In Beverwijk verkoopt in 1635 Anne Boudewijnsdr, weduwe van Pieter Jansz, geassisteerd met Gerrit Willemsz Vrancken, aan Cornelis Claes Backer een huis en erf in de Breestraet, verkoopt in 1642 Syme Hansz van Nesse aan Cornelis Claesz Borst bakker een erfje achter het huis van Cornelis Claesz, verkoopt in 1643 Cornelis Claesz Borst bakker aan Maritie Pieters jongedochter een huis en erf in de Breestraet, leggen Cornelis Claesz Borst, omtrent 40 jaar, en Cornelis Aertsz, 31 jaar, beiden bakker, een verklaring af ten verzoeke van Louris Ariensz molenaer, en compareren Aert Jansz de Wildt, 67 jaar, Cornelis Claesz Borst, omtrent 39 jaar, Cornelis Aertsz, 32 jaar, Harmen Cornelisz, 23 jaar, Jacob Nannen, omtrent 30 jaar, Cornelis Engelsz, omtrent 30 jaar, en Wouter Cornelisz, allen bakker 700.
                                                                In Velsen bekent op 8 maart 1645 Maritgien Wouters, weduwe van Dirck Simensz, poorterse in de Beverwijk, met haar kinderen Wouter, Cornelis, Simen en Maritgien, schuldig te wezen Cornelis Claesz Borst, bakker, mede wonende in de Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 7 gld 10 st, hoofdsom 150 gld, met als onderpand een croft genaamd Jan Bochterscrofte, belend ten oosten en noorden Louris Wouters, ten zuiden Cornelis Pieters Ouwe Nelen 701.
                                                                In Beverwijk verkopen op 24 april 1670 Cornelis Claesz Borst voor de ene helft, Aris Cornelisz Borst en Arent Cornelisz Fluijt als man en voogd van Anna Cornelis Borst, kinderen van wijlen Dirckjen Aris geprocreëerd bij de voorschreven Cornelis Claesz Borst, elk voor een derdepart van de wederhelft, aan Willem IJven als man en voogd van Aechtie Cornelis de helft en 2 derdeparten van een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Symon Hansz van Nes, ten noordoosten Jan Dircksz Smit 442.
                                                                Op 1 juli 1670 prelegateert Cornelis Claesz Borst, burger van Beverwijk, aan Anna Cornelis zijn dochter 100 gld, aan Aris Cornelisz zijn zoon zijn beste rok, en aan Willem IJven zijn zwager [= schoonzoon] zijn slechte rok, zonder vermindering van hun erfportie, en legateert hij nog aan de vier kinderen van zijn voorschreven dochter Anna, als nl. Dirckje 100 gld met zijn rood wollen hemd, Cornelis 100 gld met zijn nieuwe blauwe wollen hemd, Gerrit [nog in te vullen], en Diewertje 100 gld met een blauw wollen hemd, bij vooroverlijden van hun moeder Anna 702.
                                                            2. Claes CLAESZ.
                                                            3. Aeltgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 jan. 1617, zie 147.
                                                            4. Neelken CLAES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 febr. 1618.
                                                            5. Anthony CLAESZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 maart 1621.
                                                            6. Simon CLAESZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 jan. 1624.
                                                          296. (<148) Jan Jansz HEN, alias Coopman Jan, overl. vóór 11 maart 1654,
                                                              In Krommenie heeft in 1617 Jacop Evertsz Laeckencooper te Krommeniedijk gekocht van Jan Jansz Cramer wonende te Uitgeest een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten westen Maerten Reijersz, ten oosten de kinderen van wijlen Vrerick Dircksz, voor 316 gld, te betalen de helft gereed, de helft op Sint Maarten aanstaande 703.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1621 Willem Pouwelsz aan Jan Jansen anders Coopman Jan een stukje land genaamd het Ventge, groot omtrent 12 snees, in de Suyder Sien, belend ten oosten de Schouwateringe, ten zuiden Louweris Woutersz, ten westen de Coochdyck, ten noorden Sweer Cornelisz, en verkopen in 1627 Pieter Pietersz Welboren, ook vervangende Cornelis Aeriansz zijn zwager te Akersloot, Rem Remsz, Claes Jansz en Rem Hesselsz als gecoren voogden van de nagelaten kinderen van zal. Dirck Pietersz Welboren, Jacob Jacobsz, Fop Cornelisz en IJsbrant Cornelisz als gecoren voogden van de kinderen van Jan Thuenisz fugitief, Guyerte Thuenis ter absentie van Heyndrick Willemsz haar echte man, allen erfgenamen van zal. Wouter Jansz Welboren, Jan Pietersz als man en voogd van Lijsbeth Jans, Jan Cornelisz als man en voogd van Aechte Claes, en Cornelis Arentsz en Huijbert Aeriansz als gecoren voogden van de weduwe en kinderen van Gerryt Jansz Wanckell, allen erfgenamen van Baeff Jans, aan Jan Janssen Coopman Jan een stuk land genaamd Vemme Vuytterdyck, groot omtrent 1 mad, belend ten oosten de Coochdyck, ten zuiden IJsbrant Pietersz, ten westen de banscheiding of de sloot, ten noorden Rem Remsz, gelegen buiten de Coochdyck 704.
                                                              In Uitgeest bekent in 1628 Vien Jacobsz, buurman te Akersloot, ontvangen te hebben van Krijn Jacobsz, zijn zuster, en Jan Jansz Coopman Jan, haar zwager [schoonzoon], 25 gld die hij van zijn zuster geleend had 705.
                                                              In Uitgeest verkopen in 1629 Rem Hesselsz, ook voor zijn broer en zusters, en Jan Dircxz als gecoren voogd van Aeffgen Hessels, aan Jan Jansz anders Coopman Jan, allen onze buurluiden, een Vuij5terdijck stuk land, groot omtrent schaars 14 snees, belend ten oosten de Coochdijck, ten zuiden Rem Remszlant, ten westen de banscheiding of het Die, ten noorden Jan Gerryt Bertsz 706.
                                                              Aantekening in het lidmatenboek van Uitgeest op 12 april 1637: „Jan Janssen (Hennen) op den werf van Assum op den suijdwech ernstelijk tot vrede met syne huysvrouw ende tot goede voorsichtigheit in sijn spreken vermaent sijnde”.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1638 Sijmon Jacobsz, onze buurman op Assum, aan Jan Jansz Coopman, mede onze buurman op Assum, een kroftje land in de Cleijne Sien genaamd Steffkes Ackers, groot omtrent 6 snees, belend ten oosten de koper, ten zuiden Willem Jacobsz, ten westen de Wittigen Derch, en verkoopt in 1640 Hessel jansz, onze buurman op Assum, aan Jan Jansz Coopman, mede onze buurman aldaar, 6 snees min 4½ roede van de Noordwestzijde van een stuk land in de Groote Sien bij Assum genaamd het Schijtenest, belend ten noordwesten de koper, ten noordoosten[?] de weg, ten zuidoosten het Schijtenest, ten zuidwesten de Coochdijck 707.
                                                              In 1654 zijn Stijntgen Gerritsdr, weduwe van Jan Jansz Hen in zijn leven buurman op Assum, geassisteerd met Jan Dircxz Kaerssemaecker haar gecoren voogd, ter eenre, en Mieus Jansz Schoenmaecker en Jan Jacobsz Vennen, wettelijke voogden van Elsjen Jans, Gerrit Jansz, Claes Jansz en Trijn Jansdr, kinderen van de voornoemde Stijntgem Gerritsdr, en Willem Sweeren en IJsbrant IJsbrantsz, wettelijke voogden van Cornelis Jansz en Aris Jansz, achtergelaten kinderen van zal. Neeltgen Cornelisdr, en Jan Jansz Jonge Jan Hen voor hemzelf, allen achtergelaten kinderen van de voornoemde Jan jansz Hen, ter andere zijde, overeengekomen aangaande de scheiding van de achtergelaten boedel van de voornoemde Jan Jansz Hen en Stijntgen Gerritsdr tezamen bezeten, dat betaald zal worden aan Cornelis Jansz en Aris Jansz de 300 gld als hun tot hun moederlijke erfenis bewezen is, en nog 50 gld voor de erfenis van hun overleden zuster Anna Jansdr, en voorts dat Stijntgen Gerritsdr zal genieten de halve boedel en dat de andere helft door de voornoemde kinderen gedeeld zal worden 708.
                                                              In Uitgeest verkopen in 1675 Gerrit Jansz Hen wonende op Assum, Claes Jansz Hen wonende in Beverwijk, item Jan Jacobsz Mars als in huwelijk hebbende Elsien Jans en Claes Jansz Buijs als in huwelijk hebbende Trijntje Jans, beiden mede in Beverwijk woonachtig, achtergelaten kinderen van zal. Jan Jansz Hen, aan Maertje Hessels, weduwe van Jan Albertsz Bonckenburgh in zijn leven secretaris van dit dorp, 2 akkers zaadland op Assum genaamd Steffkes Ackers, groot 6 snees, belend ten zuiden Jacob Pietersz, ten noorden en westen de koperse zelf, ten oosten de Waldijck, welke akkers een vrije notweg hebben over de akker van Jacob Pietersz Groot, voor ƒ 318 709.
                                                          tr. 2° Lijsbet AERJANSDR, dr van Crijn JACOBSDR,
                                                              In Uitgeest wordt in 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen van Trijn Jansdr, het nagelaten weeskind van zal. Lijsbet Aerjansdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman op Assum, aangegeven door de vader, namelijk 300 gld berustende onder Jan Jansz de vader die daarvoor als onderpand stelt een stuk land in de Groote Sien, groot omtrent een halve morgen, belend ten zuiden Lourens Woutersz, ten westen de Coochdijck, ten noorden Sweer Cornelisz, ten oosten de weg, en een huis en erf in de banne van Akersloot op Hougeest, belend ten westen de erfgenamen van Cornelis Pietersz, ten oosten Meijnert Pietersz, met conditie dat Crijn Jacobsdr, de bestemoeder van het kind, haar leven lang daarin zal mogen wonen, in presentie van Vien Jacobsz oudoom en Meijnert Pietersz zusterling van het kind 710. In 1638 verzoekt Jan Jansz Coopman Jan wonende op Assum om een voogd voor zijn onmondige dochter Trijn Jans, waartoe Sijmon Jacobsz, buurman op Assum, gekozen wordt 711.
                                                          tr. 3° Neel CORNELISDR,
                                                              In Uitgeest hebben op 1 maart 1640 Jan Cornelisz, buurman op St. Pancras, oom en bloedvoogd van de kinderen van zal. Neel Cornelisdr zijn zuster in haar leven huisvrouw van Jan Jansz Hen op Assum, met namen Anna, Cornelis en Aris, en voornoemde Jan Jansz Hen vader van de voornoemde kinderen, als moederlijke erfenis aangebracht 450 gld tezamen, berustende onder Jan Jansz Hen, die daarvoor tot onderpand stelt een stuk land genaamd de Vuijtterdijck, belend ten oosten IJsbrant Pietersz, ten westen Rem Remsz. Op 2 april 1654 verklaarde Willem Sweeren dat Cornelis en Aris Jansz ten volle voldaan zijn met 300 gld, en nog met 50 gld over de erfenis van Anna Jansdr, welke penningen berusten onder hun voogden Willem Sweeren en IJsbrantsz. 712
                                                              In Uitgeest hebben op 15 april 1654 Willem Sweeren en IJsbrant IJsbrantsz, wettige voogden van Cornelis Jansz en Aris Jansz, achtergelaten onmondige kinderen van zal. Jan Jansz Hen, in zijn leven buurman op Assum, geprocreëerd bij Neel Cornelisdr deszelfs huisvrouw, de goederen van hun zal. vaders erfenis laten registreren, namelijk twee zevendeparten van een stuk land in deze banne genaamd Sijenven, groot in 't geheel omtrent 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten westen de Coochdijck, nog 2 zevendeparten in een partij land in de Cleijne Sien, groot in 't geheel 5 snees, belend ten oosten de Waldijck, ten westen Steffkesackers, nog 114 gld 7 st aan geld, nog van hun moederlijke erfenis 300 gld en van hun overleden zuster 50 gld, waarvan IJsbrant IJsbrantsz 400 gld op interest heeft 713.
                                                              In Uitgeest bekent in 1654 IJsbrant IJsbrantsz, buurman op Assum, schuldig te zijn aan Cornelis en Aris Jansz, onmondige achtergelaten kinderen van zal. Jan Jansz Hen en Neel Cornelisdr, in hun leven buurluiden op Assum, een jaarlijkse losrent van 18 gld, te lossen met 400 gld, met als onderpand de zuiderste helft van een stuk land in de Groote Sien op Assum genaamd Aftervegers, groot in 't geheel omtrent 18 snees, belend ten oosten de Weecht, ten westen Trijn Jan van de Paets, ten zuiden Bestevaerswerff, ten noorden Jan Fransz en de kinderen van Claes Cornelisz Welbooren 714.
                                                          tr. 4° Uitgeest 28 maart 1640 Stijntgen GERRITSDR,
                                                              In Uitgeest trouwt gereformeerd op 25 maart 1640 Jan Janssen, weduwnaar van Neel Cornelis op Assum, met Stijntje Gerrits, jongedochter uit het Stift van Munster wonende te Uitgeest.
                                                              In Uiteest hebben op 15 april 1654 Jan Jacobsz Vennen en Mieus Jansz Schoenmaecker, wettige voogden van Gerrit Jansz, Claes Jansz, Elsjen Jans en Trijn Jans, onmondige kinderen van zal. Jan Jansz Hen, in zijn leven buurman op Assum, geprocreëerd bij Stijntgen Gerritsdr zijn weduwe aan de ene zijde, en Stijntgen Gerritsdr voornoemd geassisteerd met Jan Dircxz Kaerssemaecker aan de andere zijde, de goederen van de erfenis van hun zal. vader aangebracht, namelijk 4 zevendeparten van een stuk land genaamd de Groote Sien, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten westen de Coochdyck, nog 4 zevendeparten van een partij land in de Cleijne Sien, groot 5 snees, belend in 't geheel ten oosten de Waldyck, ten westen de Steffkesackers, nog 283 gld 17 st 12 penn berustende onder de voornoemde Stijntgen Gerritsdr, die daarvoor als onderpand stelt een partij land in de Cleijne Sien genaamd Steffkesackers, groot omtrent 6 snees, belend ten oosten de voornoemde kinderen, ten zuiden Marijtgen Willemsdr, ten westen en noorden de Driesschen. Stijntgen Gerritsdr zal de kinderen verzorgen tot hun mondige dagen en hiertoe de vruchten van de voorschreven goederen hebben. Op 3 oktober 1662 wordt vermits het overlijden van Mieus Jansz Schoenmaker benevens Jan Jansz Hen tot voogd gekozen Gerrit IJsbrantsz Stockmaker. De zevendeparten in de Groote Sien worden door de afzonderlijke kinderen aan Jan Jansz Hen verkocht, zoals op 5 januari 1666 Jan Jacobsz Nes, getrouwd hebbende Elsjen Jans, verklaarde voor 140 gld, evenzo op 1 februari 1667 Gerrit Jansz, en verder Claes Jansz Buijs voor 134 gld (aan zijn halve broer [sic]) en Claes Jansz voor 129 gld (beiden of een van beiden op 11 september 1669). Op 7 maart 1662 verklaarden de voogden Mieus Jansz en Jan Jansz Hen het land in de Cleijne Sien verkocht te hebben. 715
                                                              In Uitgeest in 1655 bekennen Jan Jansz Hen als broer en bloedvoogd mitsgaders Mieus Jansz Schoenmaecker als wettelijke gecoren voogd van de onmondige kinderen van zal. Jan Jansz Hen geprocreëerd bij Stijntgen Gerrits wonende te Heemskerk, schuldig te zijn aan Claes Woutersz en Marijtgen Woutersdr, achtergelaten onmondige kinderen van zal. Guijrt Jacobsdr geprocreëerd bij Wouter Claesz buurman op Wijckerdijck, een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st, te lossen met 100 gld, met als onderpand 4 zevendeparten van een partij land in de Cleyne Sien, groot in 't geheel 5 snees, belend ten oosten de Waldijck, ten westen Steffkes Ackers, waarna op 7 maart 1656 Jan Pietersz, man en voogd van Stijntgen Gerritsdr, compareerde, die verklaarde deze 100 gld schuldig te zijn alzo dezelve penningen aan hem zijn betaald, alsmede de 200 gld door de voogden geleend van Guyrtgen Symons, en bekenden Jan Jansz als oom [sic] en bloedvoogd mitsgaders Mieus Jansz Schoenmaecker als wettelijke gecoren voogd van de onmondige kinderen van zal. Jan Jansz Hen, in zijn leven buurman op Assum, geprocreëerd bij Stijntgen Gerritsdr, tegenwoordig huisvrouw van Jan Pietersz Dick Jan wonende te Heemskerk, met namen Gerrit Jansz, Claes Jansz, Elsjen Jans en Trijn Jans dochteren, schuldig te zijn aan Guyrtgen Symonsdr, onmondige achtergelaten dochter van zal. Sijmon Symonsz en Risjen Cornelisdr, in hun leven buurluiden binnen dit dorp, een jaarlijkse losrente van 9 gld, te lossen met 200 gld, met als onderpand een stukje land in de Broeck genaamd de Vuijtterdyck van Jan Remmen, groot omtrent ½ morgen, belend ten oosten de Coochdyck, ten westen de Disloot 716.
                                                              Op 24 juni 1655 hebben Jan Jansz Hen, broer en bloedvoogd, mitsgaders Mieus Jansz Schoenmaecker, wettige voogd van Gerrit Jansz, Claes Jansz, Elsjen Jans en Trijn Jans Hen, kinderen van Jan Jansz Hen, doen registreren de navolgende goederen op 23 mei 1854 door Stijntgen Gerrits, moeder van dezelve kinderen, op deze kinderen getransporteerd, namelijk een stuk land bij Assum genaamd Jan Remmen Vuijtterdijck, groot 13½ snees 4½ roede, belend ten oosten de Coochdijck, ten westen de Diesloot, nog een stuk land mede genaamd de Vuijtterdijck liggende bij het voorafgaande, groot 14 snees 1 roede, belend ten oosten de Coochdijck, ten westen de Diesloot, en een partijtje land in de Cleijne Sien genaamd Steffkesackers, groot 6 snees, belend ten noorden en zuiden de Dresschen. Op 4 juli 1655 verklaart Jan Peterse [zo ondertekent hij] van de voogden van zijn huisvrouws kinderen 300 gld ontvangen te hebben, op conditie dat hij de voogden in 3 jaar na het huwelijk met zijn huisvrouw Stijntgen Gerritsdr niets in rekening mag brengen, en dat als blijkt dat de getransporteerde landen zijn huisvrouw toebehoren en het transport nul verklaard zou worden hij de penningen zal restitueren met het voorschreven land als onderpand. 717
                                                              In Uitgeest heeft in 1658 Jan Pietersz, stiefvader van de voorkinderen van Stijntjen Gerrits, veerman op het Assumer veer in de banne van Heemskerk, ontvangen van de voogden van de voornoemde kinderen 300 gld, op interest tegen de penning 25 in 't jaar, waarmee hij de eerste termijn heeft betaald van de nieuwe damschuit door hem gekocht van Evert Jansz, scheepmaker te Westzaan, en de verdere behoeften van de voorschreven damschuit, met als onderpand de voornoemde damschuit met al zijn toebehoren 718.
                                                              In Uitgeest bekent in 1658 Jan Pietersz, veerman op het Assumerveer in Heemskerk, schuldig te wezen aan de 4 kinderen van Stijntje Gerritsdr, zijn tegenwoordige huisvrouw, geprocreëerd bij zal. Jan Jansz Hen, met namen Gerrit Jansz, Claes Jansz, Elsjen Jans en Trijntjen Jans dochteren, een jaarlijkse losrente van 12 gld, te lossen met 300 gld, met als onderpand een stukje land in de Cleijne Sien genaamd Steffkes Ackers, groot omtrent 6 snees, belend ten oosten de voornoemde kinderen, ten zuiden Jacob Pietersz Kuyper, ten westen en noorden de Dresschen 719.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1656 Jan Pietersz, veerman en buurman te Heemskerk, als man en voogd van Stynten Gerritsdr, aan Gerrit Hendricksz Spanjaert een stuk land in de Broeck genaamd Jan Remmen Vuijtterdijck, groot 1½ gars 1½ snees 4½ roede, belend ten oosten de Coochdyck, ten zuiden Dirck Claesz Alen, ten westen de Diesloot, ten noorden Guijrt Jansdr, item nog een stuk land genaamd de Vuijtterdijck gelegen bij het voorgaande, groot 1½ gars 2 snees 1 roede, belend ten oosten de Coochdyck, ten zuiden Guijrt Jans, ten westen de Diesloot, ten noorden Jan Gerritsz 720.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1656 Jan Pietersz Veerman, buurman te Heemskerk, als man en voogd van Stijntjen Gerritsdr, aan Gerrit Heindricx Spanjaert, oud-schepen, een stuk land in de Broeck genaamd Jan Remmen Uijtterdijck, groot in 't morgenboek 1½ gars 1½ snees 4½ roede, belend ten oosten de Coochdijck, ten zuiden Dirck Claesz Alen, ten westen de Diesloot, ten noorden Guijrte Jansdr, item nog een stukje land mede genaamd de Uijtterdijck gelegen bij het voorgaande, groot in 't morgenboek 1½ gars 2 snees 1 roede, belend ten oosten de Coochdijck, ten zuiden Guijrt Jans, ten westen de Diesloot, ten noorden Jan Gerritsz, en aan Cornelis Josepsz onze buurman een huis met zijn erf op Assum, groot het erf omtrent 3 snees, belend ten noorden en oosten de Hellen, ten zuiden de Notsloot, ten westen de Waldijck 721.
                                                              In Uitgeest in 1658 bekent Jan Pietersz, veerman op het Assumer veer in Heemskerk, schuldig te wezen aan de 4 kinderen van Stijntje Gerritsdr zijn tegenwoordige huisvrouw, geprocreëerd bij zal. Jan Jansz Hen, met namen Gerrit Jansz, Claes Jansz, Elsjen Jans en Trijntjen Jans dochteren, een jaarlijkse losrente van 12 gld, te lossen met 300 gld, met als onderpand een stukje land in de Cleijne Sien genaamd Steffkes Ackers, groot omtrent 6 snees, belend ten oosten de voornoemde kinderen, ten zuiden Jacob Pietersz Kuyper, ten westen en noorden de Dresschen 722.
                                                          tr. 1°
                                                              In Uiteest wordt in 1619 op verzoek van Jan Jansz Coopman Jan als vader van zijn onmondig weeskind, ten overstaan van Jacob Gerrytsz als oom van hetzelve kind van Tryn Gerryts zijn zuster, tot voogd voor de voorschreven Jan Jansz de Jonge benoemd Fop Cornelisz, en verzoekt in 1634 Jan Jansz, de zoon van Jan Jansz Hen, geassisteerd met Tijmon IJsbrantsz zijn oom, zijn oom tot voogd gekozen te worden 723. In 1635 wordt vermeld „Inventaris van de goederen van Jan Jansz, de soon van van Jan Jansz Coopman Jan op Assum, geprocreert bij sal. Trijn Gerritsdr” [zonder tekst en zonder datum] 724.
                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                              1. Ariaen Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 23 april 1628, overl. vóór 15 mei 1635.
                                                              2. Trijn JANSDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 2 dec. 1629.
                                                                  In Uitgeest bekent in 1639 Claes Baertsz Smit, buurman binnen dit dorp, schuldig te zijn aan Trijn Jansdr, de nagelaten dochter van Lijsbet Aerjansdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman Jan wonende op Assum, een jaarlijkse losrente van 3 gld, losbaar met 65 gld, met als borgen Pieter Baertsz en Cornelis Baertsz, broers van de comparant. Op 2 april 1654 hebben Claes Baertsz en Stijntgen Gerrits gerekend dat hij nog 16 gld 15 st kapitaal schuldig is. Op 2 maart 1672 is door Claes Baertsz als rente ƒ 8:17:4 betaald en bevonden dat de hoofdsom nog blijft ƒ 6:6:0, zijnde de voorschreven ƒ 8:17:4 berustende onder de weesmeesters. 725
                                                                     Uit het derde huwelijk:
                                                                1. Anna Jans HEN, overl. vóór 11 maart 1654.
                                                                2. Cornelis Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 27 aug. 1634.
                                                                    In Uitgeest bekent in 1659 Jacob Willemsz van Assum, tegenwoordig woonachtig op Saerdam in de banne van Wessanen, schuldig te wezen aan Cornelis Jansz Hen, zoon van Jan Jansz Hen, een jaarlijkse losrente van 3 gld, te lossen met 75 gld, met als onderpand een vijfdepart van een stuk land in de Broeck genaamd Cruijmeven [grootte en belenders niet ingevuld] 726.
                                                                    In Uitgeest bekent in 1667 Dirck Claesz, buurman op Krommeniedijk, schuldig te wezen aan Cornelis Jansz Hen, zoon van Jan Jansz Hen, 150 gld, en aan Dieuwer Claesdr, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren in zijn leven onze buurman op Assum, 97 gld, ontvangen van Willem Sweeren als voogd van dezelve kinderen, tegen de penning 25 in 't jaar, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd de Begineven, groot 4½ gars 37 snees 9 roeden, belend ten oosten Dirck Cornelisz Gorter, ten zuiden 't Hartvelt, ten westen Bruijn Gerritsz Alckemade, ten noorden Aechte Arentsdr 727.
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1672 Cornelis Jacobsse Brasser wonende te Akersloot, Heijndrick en Michiel Jacobsse Brassers onze buurluiden, aan Cornelis Jansz Hen, tegenwoordig op de vaart naar Smyrna, 4 vijfdeparten van een akkertje land in de Kerckbuijrt, groot in 't geheel 3 snees, belend ten oosten Aris Janssen Hen met het resterende vijfdepart, ten zuiden Arent Tamisse, ten westen de Voorven, ten noorden de stad Haarlem, met een vrije notweg over het erf van de voornoemde Aris Jansse en het erf van zal. Arien Bruijnen tot op de Brewegh toe, voor 133 gld 728.
                                                                    Op 21 oktober 1676 compareerden ter weeskamer van Uitgeest Aris Jansz Hen, volle broer, item Jan Jansz Hen, Gerrit Jansz Hen, alle drie wonende te Uitgeest, Claes Jansz Hen wonende in de Beverwijk, Jan Jacobsz Mars als in huwelijk hebbende Elsien Jans Hen, Claes Jansz Buijs als in huwelijk hebbende Trijntie Jans Hen, beiden mede wonende in de Beverwijk, allen halve broers en zwagers respective van Cornelis Jansz Hen anders genaamd Cees de Boer, die in 1658 is uitgevaren naar de Straet, welke voorschreven personen als erfgenamen ab intestato van voornoemde Cornelis Jansz Hen 2 verklaringen in handen van de weesmeesters hebben overgelegd volgens welke voornoemde Cornelis Jansz Hen anders Cees de Boer „al vant leven ter doot soude sijn geraeckt”. Onder voorbehoud van eventuele terugkeer worden de goederen ter waarde van ƒ 336 van de voornoemde Cornelis Jansz Hen verdeeld, waarbij Aris Jansz Hen eerst de helft krijgt en vervolgens de andere helft gelijkelijk verdeeld wordt onder de 6 erfgenamen. 729
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1676 Aris Jansz Hen voor 7/12, Gerrit Jansz Hen voor 1/12, Claes Jansz Hen voor 1/12, Jan Jacobsz Mars als in huwelijk hebbende Elsien Jans, Claes Jansz Buijs als in huwelijk hebbende Trijntie Jans, ieder voor 1/12, allen erfgenamen van zal, Cornelis Jansz Hen, aan Jan Jansz Hen, die voor 't resterende part erfgenaam is van de voornoemde Cornelis Jansz Hen, een zevendepart in een stuk land genaamd Fijenven, groot 17 snees 5 roeden, belend ten noorden de weg, ten westen Jan Sweeren, ten zuiden Jan Gerrit Bortsse, voor 115 gld 730.
                                                                3. Aris Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 okt. 1637, tr. Marijtjen GERRITS.
                                                                    In Uitgeest verkoopt in 1658 Aris Jansz Hen, onze buurman, aan Jan Jansz Hen zijn broer, mede onze buurman, een zevendepart in een stuk land in de Groote Sien genaamd Fijenven, groot omtrent in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten zuiden het Schijtenest, ten westen de Coogdijck, ten noorden Jan Sweren, en aan Michiel Jochumsz, schoolmeester binnen ons dorp, een zevendepart van een partijtje land groot in 't geheel 5 snees, belend ten oosten de Waldijck, ten zuiden Jacob Pietersz Kuijper, ten westen Steffkens Ackers, ten noorden Cornelis Gerritsz met bruikwaar 731.
                                                                    In Uitgeest verkoopt in 1662 Aris Jansz Hen, onze buurman, aan Jacob Heyndricxz mede onze buurman 3 vijfdeparten in een akkertje land bij de Kerckbuijrt waarvan de voornoemde Jacob Heijndricxz zelf nog een vijfdepart toebehoort, groot in 't geheel 3 snees, belend ten oosten de voornoemde Aris Jansz met het resterende vijfdepart, ten zuiden Arent Tamisz, ten westen de Voorven, ten noorden de stad Haarlem, met een vrije notweg over het erf van de voornoemde Aris Jansz en het erf toebehorende Aerjen Bruijnen tot op de Bredeweweg toe 732.
                                                                    In Uitgeest hebben in 1670 Aris Jansz Hen, als vader van Jan Arisz en Gerrit Arisz, zijn minderjarige kinderen geprocreëerd bij Marijtjen Gerrits zijn overleden huisvrouw, aan de ene, en Heyndrick Jacobsz en Michiel Jacobsz, als bloedvoogden van de bestorven zijde, aan de andere zijde, de moederlijke goederen van de kinderen doen registreren, bestaande uit een huis met zijn erf in de Kerckbuijrt, groot het erf een vijfdepart van 3 snees, belend ten oosten Aerjen Bruijnen, ten zuiden Arent Teunisz, ten westen Brecht Adriaens weduwe van Jacob Heyndricxz, ten noorden de stad Haarlem (in de kantlijn: verkocht door Aris Jansz Hen aan Dirckie Dircx te Saerdam waarvan de penningen door Aris Jansz Hen op interest gehouden zijn blijkens een gemaakte obligatie), nog alle inboedel en huisraad. Verder is gecontracteerd dat de voornoemde Aris Jansz zijn voornoemde kinderen zal onderhouden en verzorgen om behouden goed. Op 6 augustus 1680 verklaart Aris Jansz Hen niet machtig te zijn zijn kinderen om behouden goed tot hun mondige dagen op te voeden en verzoekt hij de weesmeesters toestemming om de bewezen goederen van de kinderen te verteren. Na het horen van Michiel Jacobsz Brasser, voogd van dezelve kinderen, en van de kinderen zelf hebben de weesmeesters het verzoek ingewilligd. 733
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1672 Gerrit Bruijnsse Keijser, buurman alhier, Willem Pieters Koster wonende te Wormer, Pieter Cornelisz en Gerrit Jansz wonende te Haarlem, aan Aris Janssen Hen, mede onze buurman, een hofstee of werf in de Kerckbuijrt, groot 2 snees 8½ roe, belend ten noorden Dirck Claessen, ten zuiden Arent Tamisse, ten oosten de Brewegh, ten westen de koper zelf, voor een custingbrief van ƒ 140, te betalen op 3 termijnen 734.
                                                                    In Uitgeest op 31 mei 1678 verkoopt Dirckie Dircx wonende op Saerdam aan Aris Jansz Hen wonende alhier een huis en erf in de Coogh, groot het erf 44 roeden, belend ten westen de Cooghdijck, ten oosten Aeffien Arents, item nog een stukje land in de Coogh genaamd Keijsers Jannen Ackertie, groot 76 roeden, voor ƒ 150, en verkoopt Aris Jansz Hen aan Dirckie Dircx een huis en erf in de Kerckbuijrt, groot het erf met het akkertje het Tuijntie genaamd 3 snees 1 roede, belend ten oosten Jan Jansz Muller te Haarlem, ten westen Gerret Seunties, ten noorden de stad Haarlem, ten zuiden Claes Louris Backer, welk huis en erf een vrije notweg heeft over de hofstede van zal. Aerjen Bruijnen tot op de Brewegh toe, voor ƒ 150 735.
                                                                    In Uitgeest bekent in 1678 Aris Jansz Hen wonende alhier schuldig te wezen aan zijn weeskinderen, met namen Jan Aris en Gerrit Aris, 55 gld tegen 5 ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf in de Coogh, groot het erf 44 roeden, belend ten oosten Cornelis Jans Prins, ten westen de Cooghdijck, en nog een hoekje land genaamd Keijsers Jannen Ackertie, groot 76 roeden 736.
                                                                    In Uitgeest verkoopt in 1684 Aris Jansz Hen aan Tamis Reijersz wonende in de Coogh een huis en erf in de Coogh, belend ten noorden Cornelis Mieus Blaeuw, ten zuiden Jan Cornelis Prins, item een hoekje land genaamd Keijsers Ackertie, groot omtrent 2 roeden, belend ten zuiden Cornelis Mieusz Blaeuw, ten noorden Pieter Claesz Slooties, voor een custingbrief van 200 gld te betalen in 2 termijnen 737.
                                                                       Uit het vierde huwelijk:
                                                                  1. Elsjen Jans HEN, tr. Jan Jacobsz MARS, alias Nes.
                                                                  2. Gerrit Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 28 febr. 1644, tr. Claertjen JANS, wed. van Theunis JANSZ.
                                                                      In Uitgeest bekent in 1666 Gerrit IJsbrantsz, buurman te Uitgeest, als voogd van Gerrit Jansz onmondige zoon van wijlen Jan Jansz Hen in zijn leven mede buurman in ons dorp, ontvangen te hebben van Jan Jansz Hen, halve broer van de voornoemde Gerrit Jansz, 44 gld 16 st 12 penn, welke somme hij betaald heeft aan Jan Jacobsz Nes als man en voogd van Elsjen Jans die haar competeerde vanwege verkochte 5 snees land op Assum in de Cleijne Sien, waarvoor de voornoemde Jan Jansz Hen als rente zal genieten jaarlijks 2 gld die hij van de huur van het land in de Groote Sien jaarlijks zal inhouden, waarvoor specialijk verbonden een zevendepart van een stuk land in de Groote Sien de voornoemde Gerrit Jansz toebehorende, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten westen de Coochdijck 738.
                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1677 Trijn Sijmens, weduwe van Jacob Arentsz, aan Gerrit Jansz Hen een huis en erf op Assum, groot het erf 1½ snees min 3½ roede, belend ten noorden de weg, ten westen Jan Woutersz, ten oosten Cornelis Sijmensz, ten zuiden de Vaert, voor een custingbrief van ƒ 230 te betalen in 3 termijnen 739.
                                                                      In Heemskerk verkopen in 1683 Gerrit Jansz Hen, in huwelijk hebbende Claertjen Jans, voor ¾, en Anna Jans en Dieuwer Jans, voor ¼, allen wonende te Uitgeest, 635½ roeden land genaamd Hesselscamp, belend ten oosten de Die, ten zuiden de Stroock, ten westen en noorden Jacob Phillipsz, voor een custingbrief van ƒ 252-10-0, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1683 en 1/3 mei 1684 740.
                                                                      In Uitgeest bekent in 1683 Gerrit Jansz Hen, wonende op Assum, gelicht te hebben uit de penningen toekomende de kinderen van Cornelis Teunis en Aeffien Alberts, met namen Albert, Teunis en Cornelis Cornelisz, 50 gld tegen 4 ten honderd (afgelost op 5 juni 1685), en in 1685 evenzo uit de penningen toekomende het kind van Cornelis Pieters Coogh 50 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf op Assum, belend ten oosten Cornelis Sijmons, ten westen Trijn Claes Ooeters (afgelost op 7 juni 1689) 741.
                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1688 Willem Joosten als oom en voogd van de kinderen van Trijn Cornelis Coeters aan Gerrit Jansz Hen een huis en erf op Assum, belend ten noorden de weg, ten oosten de koper, ten westen Gaeuwen Pietersz Marling, ten zuiden de vaart, voor ƒ 112, en verkoopt in 1689 Albert Dircxe wonende te Edam aan Gerrit Jansz Hen wonende alhier een huis en erf op Assum, belend ten oosten Dieuwer Dircx, ten westen Cornelis Meel, voor ƒ 166 742.
                                                                      In Uitgeest bekent in 1696 Gerrit Jansz Hen, wonende op Assum, op interest gelicht te hebben uit de penningen toebehorende de weeskinderen van Gerrit Baertsz 100 gld, tegen 4 gld van 't honderd jaarlijks, verbindende speciaal zijn huizinge en erf op Assum, het erf groot 100 roeden, belend ten oosten Cornelis Sijmonsz, met als borg Dirck Jansz Swan (Dirck Jansz Swa(e)n heeft hierop op 7 augustus 1708 en 4 juni 1709 telkens 50 gld aan Jan Jansz Slijting(h) betaald) 743.
                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1708 Gerrit Jansz Hen, wonende alhier, aan Sijmen Gerritsz Hen wonende op Assum een huis en erf op Assum, het erf groot 79 roeden, belend ten noorden de gemene weg, ten zuiden de vaart, voor 108 gld, te betalen de helft gereed en de wederhelft op mei 1709 744.
                                                                  3. Claes Jansz (HEN), alias van Uijtgeest, tuinman te Beverwijk, tr. Grietje JACOBS.
                                                                      In Uitgeest bekennen in 1670 Gerrit IJsbrantsz, schepen, en Jan Jansz Hen, als voogden over de kinderen van Jan Jansz Hen geprocreëerd bij Stijntjen Gerrits, ten behoeve van Claes Jansz Hen schuldig te wezen aan Jacob Cornelisse Venne, van wie vader was Cornelis Bruijnsz de Jongh, 44 gld 16 st 12 penn, tegen 4 van 't honderd in 't jaar, met als onderpand een zevendepart van een stuk land in de Grote Sien, belend ten oosten de weg, ten westen de Cooghdijck, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden (geroyeerd op 6 september 1672 wegens 't passeren van een gelijke rentebrief), en bekent in 1672 Jan Jansz Hen, onze buurman, als voogd van Claes Jansz Hen, onmondige zoon van Jan Jansz Hen en Stijntje Gerrits, schuldig te wezen aan de kinderen van Egbert Claesz Viscoper en Neeltje Cornelis een jaarlijkse losrente van 1 gld 16 st, ter aflossing van een gelijke rentebrief, losbaar met 44 gld 10 st 12 penn, met hetzelfde onderpand als hiervoor (geroyeerd op 2 september [jaar ontbreekt]) 745.
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1684 Claes Jansz van Uijtgeest wonende alhier aan Lambert Aerjansz Veld wonende alhier een huis en erf in de Peperstraat, belend ten noordoosten de weduwe en kinderen van Cornelis Jansz van Wormer, ten zuidwesten het slot van Coningsbergen, voor 255 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1685 en 1686 telkens 1/3 746.
                                                                      In Beverwijk is in 1684 Claes Jansz van Uijtgeest 150 gld schuldig aan Cornelis Cruijsveldt, thesaurier dezer stede, ter cause van koop van de opstal van een tuin, interest 4 gld ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf aan de Houtwech, belend ten noordoosten Willem Jansz Roobol, ten zuidwesten Cornelis Jansz Loos 747.
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1686 Claes Jansz van Uijtgeest aan Cornelis Dirksz Schaap, beiden wonende alhier, een huis en erf aan de Houtwech, belend ten noorden Willem Jansz Roobol, voor 245 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1687 en 1688 telkens 1/3 239.
                                                                      In Beverwijk bekent in 1688 Claes Jansz van Uijtgeest schuldig te wezen de minderjarige kinderen en erfgenamen van Jacob de Hart en Sara Jacobs, in hun leven wonende alhier, 200 gld ter cause van koop van een huis en erf aan de Heemskerckerwegh, in openbare veiling gekocht, te betalen 100 gld gereed en 100 gld mei 1689 748.
                                                                      In Beverwijk verkopen in 1694 de [met namen genoemde] weduwe en vier kinderen van Dirck Lammertsz, in zijn leven wonende binnen dezer stede, aan Claes Jansz van Uijtgeest een huis en erf in de Kerckbuert, belend ten noorden Dirck Sijmonsz Louwen, ten zuiden de kinderen van Jacob de Hart (het zomerhuisje achter dit huis is enigszins getimmerd op de grond en onder de osendrop van Dirck Sijmonsz Louwe, bij gedogen en tot wederopzeggen toe), voor 300 gld, te betalen 1/3 op mei 1694, 95 en 96 749.
                                                                      In Beverwijk verkoopt op 27 juli 1697 Claes Jansz de Bruijn, man en voogd van Annetje Pieters dochter en mede-erfgenaam van wijlen Pieter Gerritsz Block, aan Claes Jansz van Uijtgeest en Isaak de Hart, tuinluiden binnen dezer stede, een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van 't nonnenconvent dat ook ten zuidoosten belend is, belend ten noordwesten Aert Jansz, voor 100 gld, te betalen de helft mei 1697, de helft mei 1698 750.
                                                                      In Beverwijk in 1702 verkoopt Pieter Jansz Lammerden wonende te Heemskerckerduijn, in huwelijk gehad hebbende Aeffje Cornelis Loos die een dochter en erfgenaam was van Cornelis Jansz Loos, aan Claes Jansz van Uijtgeest alhier, een huismanswoning, schuur en erf aan 't Nieuwe Weghje, achter aan de tuin van Siewert Sijmisz, belend ten noordoosten de koper en Aerijen Jacobsz van Steen-verder, ten westen Mies Aelbertsz Schotten, voor 300 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1703, verkoopt Claes Jansz van Uijtgeest aan Sijmen Pietersz Nieupoort een huis en erf aan de Heemskerckerwegh, belend ten noorden het Nieuwe Weghje, ten zuiden de erfgenamen van Aerijen Jacobsz van Steen-verder, voor ƒ 225, te betalen de helft gereed, de helft mei 1703, en verkopen Claes Jansz van Uijtgeest en Sr Jacobus Vremdetin huwelijk hebbende Annetje Baltis tevoren weduwe van Ysaak de Hart, beiden alhier, aan Hendrick Teunisz Saal een huis en erf in de Cloosterstraat 751.
                                                                      In Beverwijk in 1703 ruilt Claes Jansz van Uijtgeest, tuinman alhier, met Willem Jansz Robol een huis en erf in de Kerkbuert, belend ten noorden Dirck Sijmonsz Louwen, ten zuiden de kinderen van Lambert Dircksz, geëstimeerd op ƒ 230, voor een huis en erf in de Kerckbuert met het huis en erf daarnaast, de 2 huizen geëstimeerd op ƒ 225, en verkoopt Claes Jansz van Uijtgeest een van de 2 huizen voor ƒ 140, het tweede voor ƒ 200 752.
                                                                      In Beverwijk verkoopt op 12 september 1705 Grietje Jacobs, weduwe van Claes Jansz van Uijtgeest, wonende binnen dezer stede, aan Sijmon Willemsz alhier een huismanswoning, schuur en erf aan 't Nieuwe Weghje, belend ten zuiden de tuin van Siewert Sijmonsz, voor ƒ 325, te betalen 1/6 gereed op mei 1705, voorts 5 jaren 1/6 753.
                                                                  4. Trijn Jans HEN, tr. Claes Jansz BUIJS.
                                                                297. (<148) (>594, >595) Trijn GERRITSDR, overl. vóór 25 april 1619.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Jan Jansz HEN, zie 148.
                                                                300. (<150) (>600) Pieter Jansz (WELBOREN), alias Pieter Jan Philpsz, geb. ca. 1548, overl. vóór 20 juni 1590,
                                                                    In Uitgeest hebben in 1584 Pieter Claesz als zoon en Willem Gerrijtsz als zwager van Cornelia Pietersdr, weduwe van Willem Claes Wouters van Haarlem, verkocht aan Pieter Jan Philps en Jan Jaep Hessen, beiden van Assum, c.s., omtrent 3 morgen 3 snees land achter Assum genaamd de Cooch, belend ten oosten Salyenven, ten zuiden Syricxsven, ten westen een „cooch”, ten noorden Wouter Dircxz Haegen 754.
                                                                    Op 23 februari 1585 worden verklaringen afgelegd door o.a. Pieter Jan Philpsz, oud omtrent 36 jaar, buurman van Assum 755.
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1586 burgemeesters en raad van Haarlem land in Uitgeest, o.a. 2 percelen land gehuurd door Pieter Jan Phillipsz, nl. een morgen land belend ten westen de Woudsloot, ten noorden Jan Rongenventgen, ten oosten Jan Neysenlant en Pieter Jannenlant, en 5 geerzen genaamd 't Clavergors, belend ten noorden de Nauwelaen, ten oosten Cruynenven, ten westen de Busschen, en verkoopt op 20 juni 1590 Gerryt Ruychaver, tresorier en poorter te Haarlem, aan Nelletgen Dircx de weduwe van Pieter Jan Philpsz te Uitgeest de helft van een stuk land genaamd het Calverges [sic] waarvan de wederhelft Nelletgen toebehoort, belend ten oosten Cryneven, ten westen de Busschen, ten noorden de Nauwelaen 756.
                                                                    Voor de kapitale lening van 1599-1600 (tenminste de 200e penning van de waarde van alle goederen) wordt in Uitgeest onder Oostergeest Pieter Jansz gesteld op 20£; hij betaalt op 4 termijnen telkens 5 gld 757.
                                                                    In Uitgeest in 1613 verkopen Dirck Pietersz Welboren en Pieter Pietersz, gebroeders, voor henzelf, en Cornelis Aeriansz als man en voogd van Ghuyerte Pietersdr, aan Hendrijck Willemsz een akker genaamd de Hooge Acker, groot omtrent 8 snees, belend ten zuiden Roeloff Maertsz, ten noorden Jacob Fransz, liggende tussen de wegen, en verkoopt Cornelis Aeriansz van Akersloot, als man en voogd van Ghuyrte Pietersdr, aan Dirck Pietersz en Pieter Pietersz, gebroeders, een zevendepart van 't huis en erf op Assum waar zij nutertijd in wonen, gekomen van Crijn Jan Philipsz hun oom, met nog 9 snees in Calversgars, nog 4 snees in Jaep Hessenkooch, nog 1½ snees in Frerick Hagelantsven, nog 1½ snees zaadland op de Gheest en 1 snees land in Gaukelant 758.
                                                                tr.
                                                                301. (<150) Nelletgen DIRCXDR.
                                                                    In Uitgeest koopt in 1590 Nelletje Dirxsdr, weduwe van Pieter Jan Philps, en verkoopt in 1591 Wouter Jansz, voor zichzelf en als voogd van Nel Dircxdr weduwe van Pieter Jans, land 759.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Dirck Pietersz WELBOREN, overl. vóór 21 febr. 1627, tr. Niesgen CLAESDR.
                                                                        In Uitgeest verkoopt in 1623 Dierck Pietersz Welboren, buurman op Assum, aan Jan Cornelisz Goesinne, mede onze buurman op Assum, omtrent 2 snees land in Gaukelant, met nog een vrije notweg tot de voorschreven 2 snees land toe strekkende bewesten het huis van Pieter Dircxz [moet dit „Dirck Pietersz” zijn?] over zijn erf tot op de Corendijck, belend ten oosten Dirck Heijndricxz, ten zuiden de voorschreven Pieter Dircxz[?], ten westen Cornelis Hessels, ten noorden [geknoeid] 760.
                                                                        In Uitgeest verzoekt op 21 februari 1627 Pijeter Pietersz Welboren wonende aan de Hoogendijck wettelijk gecoren voogden voor de nagelaten kinderen van zal. Dirck Pietersz Welboren, in zijn leven buurman op Asssum, waartoe gekozen worden Rem Remsz voor Jan Dircxz, Claes Jansz voor Pieter Dircxz en Rem Hessels voor Krijn Dircxz 761.
                                                                        In Uitgeest verkopen in 1642 Pieter Dircxz en Cornelis Jansz Alen, mitsgaders Niesjen Claesdr weduwe van Dirck Pietersz Welbooren, geassisteerd met Pieter Dircxz haar zoon en gecoren voogd in dezen, allen onze buurluiden, aan Claes Jansz Alen, mede onze buurman, te weten Pieter Dircxz 1½ snees 7 roeden, Cornelis Jansz Swan ½ snees 7 roeden, en Niesjen Claesdr ½ snees 7 roeden, makende tezamen 3 snees 15 roeden, op Assum, belend ten oosten Pieter Jacobsz Snijder, ten westen en zuiden voornoemde Claes Jansz Alen zelf, ten noorden de Binneven 762.
                                                                        In Uitgeest verkopen in 1646 Pieter Dircxz en Crijn Dircxz Welbooren, samen ook voor Niesgen Claes hun moeder, en Rem Remsz en Claes Jansz Alen als voogden van Jan Dircxz onmondige zoon van dezelve Niesjen Claesdr, allen buurluiden binnen ons dorp, aan Guijrt en Alijt Jansdochteren, mede onze buurluiden, 3 „kalff gras” in een stuk land genaamd de Groote Cooch, groot in 't geheel 12 koevennen, belend ten oosten Salienven, ten zuiden Jorisencooch, ten westen Ruysen Vuytterdijck, ten noorden de Haegen 763.
                                                                        In Uitgeest is in 1662 Pieter Dircxz, buurman op Assum, eiser contra Crijn Dircxz en Jan Dircxz zijn broers, om een inventaris van de nagelaten goederen van Niesgen Claesdr, hun overleden moeder 764.
                                                                    2. Pieter Pietersz WELBOREN, geb. ca. 1590  501, zie 150.
                                                                    3. Guijertgen Pietersdr WELBOREN, tr. Cornelis Aerjansz VOLGERS, woont te Akersloot.
                                                                  314. (<157) N.N. COLPAERTS,
                                                                  tr.
                                                                  315. (<157) (>630) Perijnken VERMEER,
                                                                  tr. 1° N.N. THIENPONT.
                                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                                    1. Engel THIENPONT.
                                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                                    1. Philippijntgen COLPAERTS, zie 157.
                                                                  328. (<164) (>656, >657) Cornelis van STEENHUYS, geb. ca. 1570, buurmeester te Geldermalsen,
                                                                      Cornelis van Steenhuys woonde op 't Westerhout te Geldermalsen en testeerde op 16 september 1641.
                                                                  tr. N.N.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Antonia van STEENIS.
                                                                    2. Antonis Cornelisz van STEENHUIS, geb. Geldermalsen ca. 1600, zie 164.
                                                                    3. Goosen van STEENIS, tr. Lyscen Adriaense van ZUYLEN, dr van Arian Peters van ZUYLEN.
                                                                    4. Jan van STEENIS, tr. 1° N.N., tr. 2° Hendrikje CORNELIS.
                                                                        Jan van Steenis is nabuur te Geldermalsen, en gaat naar Tricht.
                                                                    5. Herman Cornelisse van STEENIS, gebuur te Meteren, tr. 1° N.N., tr. 2° 17 juni 1654 Catharina de CRAIN, dr van Jan Jacobs de CRAIN.
                                                                    6. Gijsbert van STEENIS, tr. N.N.
                                                                        Gijsbert van Steenis koopt grond in 1627, 1633 en 1654, en verkoopt op 20 april 1652.
                                                                    7. Adriana Cornelisse van STEENIS.
                                                                        In 1628 koopt Adriana Cornelisse van Steenis grond.
                                                                    8. Cornelis van STEENIS.
                                                                  332. (<166) (>664, >665) Gerrit Jansz HELDERMAN, glazenmaker te Beverwijk, waard in de Morinne, overl. vóór 19 maart 1635,
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1603 Cornelis Arentsz aan Gerrit Jansz Helderman een huis en erf binnen Beverwijk, belend ten westen de Koningswech ofte Heerewech, ten oosten Mr Jacop Pietersz chirurgijn, ten noorden de Peperstraet, ten zuiden Lambert Willemsz decker, en verkoopt in 1616 Gerrit Jansz Helderman aan Louris Pietersz cousmaker een huis en erf op de hoek van de Peperstraet strekkende voor van de Coninxwech tot achter Hr. Jacques Michiel[?], belend ten noordoosten de Peperstraet, ten zuidwesten David Lambertsz met eigen heiningen, voor 800 gld gereed geld, met als waarborgen voor de vrijwaring Annetgen Arents weduwe van Claes Hartoch in Velsen geassisteerd met Arent Claesz haar zoon, en Pieter Jansz van Dijck broer van de comparant 765.
                                                                      In 1605 is Gerrit Jans Glaesemaecker eiser contra Cornelis Jansz de Boer, om betaling van 13 gld 10 st van geleverd lijnzaad 766.
                                                                      In 1610 bekent in Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman of Gerrit Schouten, poorter van Beverwijk, schuldig te wezen aan Jonkvr. Petronella van Dorp een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 400 gld, en stelt hij tot onderpand een kroft land genaamd Pieter van Dycxcrofgen of 't Cruyscrofgen, groot 930 roeden, belend ten oosten de weduwe of haar voorkinderen van Dieloff Dieloffsz, ten zuiden Pieter van Dyc comparants broer, ten westen en noorden Albert Jans 767.
                                                                      In Wijk aan Duin verkopen in 1612 Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz Helderman ofte Gerrit Schouten, gebroeders, beiden poorters in Beverwijk, aan Cryn Dircxz mede poorter in Beverwijk 5 achtsteparten van een stuk weiland in Wijk aan Duin in Wyckerbrouck, zowel binnen- als buitendijks, gemeen met Goedelieff Jooris en Claes Cornelisz van 't Calff, belend in 't geheel ten oosten de Heer van Assendelft, ten noordwesten de Cleyne Sluyssloot, ten zuidwesten de Wyckermeer, voor 2 custingbrieven, en verkopen Jacop Jacopsz en Claes Jansz Verwer als gasthuismeesters van Haarlem aan Gerrit Jansz Glasemaecker in Beverwijk 2 akkers land, groot 578 roeden, belend ten zuiden de Reguliers in Beverwijk, ten noorden de kerk in Beverwijk, ten westen de Hooge Hofflanderwech, ten oosten de Leege Hofflanderwech, laatst gebruikt door Griet Jacopsdr weduwe van Claes Gerritsz Block die daaraan nog een jaar huur heeft, voor een custingbrief van 432 gld 768.
                                                                      In Beverwijk wordt op 27 januari 1612 Gerrit Janz Glasemaker, als koper bij decreet van de huizinge en erf van Pieter Jansz van Dijck, geïnsinueerd door de voogden Lambert IJsbrantsz en Gillis Aelbertsz dat hij het door de voogden bedongen bedrag onder schepenen consigneert. Gerrit Jansz laat zich willig condemneren. Op 23 februari 1612 verzoekt Gerrit Jansz Helderman om een maand uitstel. 769
                                                                      In 1614 verklaart voor schepenen van Beverwijk Gerrit Jansz Helderman, glazemaker, onze medepoorter, schuldig te zijn aan Jacob Cornelisz Nobel, poorter te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 400 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Noordhoek van de Peperstraet strekkende van de Conincxswech tot achter aan 't erf van Jackques Nicquet, belend ten oosten de Peperstraet, ten westen Lambert Willemsz, en nog een croft land groot omtrent 600 roeden in Wijk aan Duin, belend ten noorden de kerk van Beverwijk, ten zuiden de monniken in Beverwijk, ten oosten de Hooge Hofflanderwech, ten westen de Eemskerckerwech, nog een derdepart in een stuk land in Wyckerbrouck genaamd Jan Luycasz' Hoogeven, met zijn mede-erfgenamen gemeen, groot in 't geheel omtrent 1100 roeden, belend ten oosten de weduwe van Barent Claesz, ten westen Baiatris Jansz, ten zuiden Pieter Pietersz, ten noorden de kinderen van Gerrit Dircxz te Haarlem 770.
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1616 Michiel Joncker, poorter dezer stede, aan Gerrit Jansz Helderman een huis en erf en schuur aan de Breestraet op de hoek van de Bagijnensteech, belend ten zuidwesten Court van IJperen (voldaan door Maertie Claesdr op 14 juni 1636, 2000 gld) 771.
                                                                      In 1617 verkoopt voor schepenen van Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman, poorter van Beverwijk, aan Cornelis Fransz zijn medepoorter een stuk land genaamd Tuenencroft groot omtrent 800 roeden, belend ten oosten die Schoubeeck, ten zuiden en westen voornoemde Cornelis Fransz zelf, ten noorden Pieter van Dijck, voor 774 gld 772. In Beverwijk verkoopt in 1618 Michiel Joncker, nu wonende in Duitsland, aan Jacob Heyndrikcsz, koperslager, een custingbrief van 800 gld op Gerrit Jansz Helderman, poorter van Beverwijk, gepasseerd op 1 april 1616 773.
                                                                      In Velsen is in 1622 Geryt Jansz Helderman eiser contra Thewes Schoterman, om betaling van 4 gld 10 st verteerde kosten, en is in 1624 Gerryt Jansz Helderman, waard in de Beverwijk, eiser contra Thewes Schoterman, om condemnatie tot 30 st en 16 st kosten 774.
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1622 Geraert Jansz Helderman, waard in de Moerinne, aan Cornelis Garbrandsz Borst, brouwer te Haarlem, en Jannetie Pietersdr, poorteresse alhier, weduwe van Willem Cornelisz, biersteker, een losrente van 21 gld 17 st 8 penn, hoofdsom 350 gld, met als onderpand zijn huis en erve aan de Breestraet genaamd de Morinne, alwaar comparant tegenwoordig zelf in woont, en nog o.m. een derdepart in een stuk land gelegen in de Wijckerbrouck genaamd Jan Lucasz' Hooge Ven, met zijn mede-erfgenamen gemeen, groot omtrent 1100 roeden, belend ten oosten de weduwe van Barent Claesz, ten westen Beatrix Jacobs, ten zuiden Pieter Pietersz, ten noorden de kinderen van Gerrit Dirricksz te Haarlem (geroyeerd 8 mei 1695) 775. In 1635 belenden de weduwe en erfgenamen van Gerrit Jansz Helderman in de Breestraet, in 1637 bezit in Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman een tuin van 607 roeden, tussen de Hoge en de Lage Hoflanderweg, en samen met Pieter van Dijck en Claesgen Jans 't Hooge Vennitgen, groot 1136 roeden 776.
                                                                  tr.
                                                                  333. (<166) (>666, >667) Maritgen CLAESDR, overl. vóór 11 juni 1650.
                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1638 Maritgien Claesdr, weduwe van Gerrit Janssoon Helderman, geassisteerd met Jan Gerritsz Helderman haar zoon, aan Maritgien Cornelisdr, weduwe van Augustyn van Teijlingen, een jaarlijkse losrente van 12 gld 777, en is in 1642 Maritgien Claesdr, weduwe van Gerrit Jansz Helderman, geassisteerd met Gerrit Jans Wildeman, een jaarlijkse losrente van 20 gld schuldig aan Cornelis Garbrandtsz Borst, brouwer in de Passer tot Haarlem, met haar huis en erf in de Breestraet [„De Moriaen”] als onderpand 778.
                                                                      In Wijk aan Duin heeft in 1640 Maertgen Claesdr, weduwe en boedelhoudster van Gerrit Jansz Helderman poorter van Beverwijk, geassisteerd met Lucas Gerritsz Helderman haar oudste zoon, bij openbare veiling verkocht aan Maerten en Aerijaen Wouterszonen en Aechtjen en Wendeltgen Woutersdochters, allen kinderen van zal. Wouter Gerritsz, poorters en poortersen van Beverwijk, een stukje geestland „ofte een wel geordonneerden ende plaijsanten tuijn” genaamd dat Plaijsant, groot omtrent 600 roeden, belend ten zuidwesten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordwesten de Eemskerckerwech, ten noordoosten de kerk van Beverwijk, ten zuidoosten de Hoflanderwech, voor 665 gld 779.
                                                                      In Beverwijk is in 1642 Wouter Petersz Veerman eiser contra Maertie Claes weduwe van Gerrit Jansz Helderman waardin in de Moriaen. Eiser had van de gedaagde haar schuur gehuurd om daar zijn hooi te leggen, zijn paarden, koeien en wagen te zetten, voor één jaar beginnende 1 mei, voor 10 gld. Op verscheiden dagen heeft gedaagde goederen van hem op straat geworpen. De gedaagde bekent een gedeelte van de schuur aan eiser verhuurd te hebben en stelt dat eiser niet aan overeengekomen verplichtingen voldaan heeft. 780
                                                                      In 1645 verkopen Maertie Claes weduwe van Gerrit Jansz Helderman, geassisteerd met Lucas Gerritsz Helderman haar zoon, ook voor zichzelf, mitsgaders Jan, Claes en Lauris Gerrits, die zich nevens Lucas Gerritsz ook sterk maken voor Geertie, Aechie, Anne en Daniel Gerritsz, aan Jan Cornelis Bennebroeck, brouwer in de twee Ruyten tot Haarlem, voor de ene helft, en Willem Bouwens, waard in 't Block, voor de andere helft, een huis, erf en paardestal, genaamd de herberg van de Morinne, in de Breestraet, voor 5175 gld 781.
                                                                      In Haarlem verkopen in 1650 Lucas Gerritsz Helderman en Jan Gerritsz Helderman, mitsgaders Aechte Gerrit Heldermans dochter, weduwe van Huijch Florisz, Anna Gerrit Heldermans dochter, huisvrouw van Henrick Barentsz Cleijn, wegens de absentie van haar man geassisteerd met haar twee broers Lucas en Jan Helderman voornoemd, nog Claes Gerritsz Helderman, Daniel Gerritsz Helderman, Laurens Gerritsz Helderman en Henrick Hermansz Mouthaen man en voogd van Geertgen Gerrit Heldermans dochter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Maritgen Claesdr, in haar tijd weduwe van zal. Gerrit Jansz Helderman, aan joffrouw Maut van der Meulen, voor wie de Heer Carel du Molijn compareert, twee obligaties ten laste van het gemene land van Hollandt en West Vrieslandt, gedateerd 16 juli 1646 en 5 april 1648 782.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Lucas Gerritsz HELDERMAN, geb. Beverwijk ca. 1600, zie 166.
                                                                      2. Jan Gerritsz HELDERMAN, geb. ca. 1607, schoenmaker, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 25 juni 1634 (zij van Amsterdam), ondertr. (pui) Amsterdam 1 juli 1634 (hij uit de Beverwijk, zij van Amsterdam, oud 21 jaar, geassisteerd met haar moeder Aeft Jans), attestatie om te trouwen Beverwijk 11 juli 1634 Lijsbeth TEUNISDR, geb. Amsterdam ca. 1613, dr van Aeft JANS.
                                                                          In 1652 is Jan Gerritsz Helderman, in de Peperstraat, bij de schutterij in Beverwijk. In 1653 levert Jan Gerritsz Helderman, oud 46 jaar, getuigenis in Beverwijk 783.
                                                                      3. Aechtje Gerrits HELDERMAN, tr. 1° Pieter Arijaensz HAGESTEIJN, overl. vóór 27 febr. 1636, tr. 2° (schepenbank) Beverwijk 19 april 1636 Huijgh FLORISZ.
                                                                          In 1636 verkoopt Aechtie Gerritsdr, weduwe van Pieter Aryaensz, met haar voogden Nicolaes van Ryck, schout van Ryeetwijck, en Lucas Gerritsz Helderman, haar broer, aan Jan Hansz van Nesse een huis en erf gelegen eensdeels binnen Beverwijk en anderdeels binnen Wijk aan Duin, strekkende van de Achterwech tot aan de Heerewech, belend ten zuiden Gerrit Woutersz, ten noorden Gerri Claesz Block, belast met een erfpacht van 21 gld 's jaars, voor 1700 gld 784.
                                                                      4. Anne Gerrits HELDERMAN, tr. Henrick Barentsz CLEYN.
                                                                      5. Claes Gerritsz HELDERMAN, wagenmaker, tr. 1° Beverwijk 13 juni 1633 (zij van „Jacobj Parochie opter Bildt in Vrieslandt”) Geertge Reyniers UITERWYCK, geb. ca. 1605  785, overl. vóór 29 dec. 1674, ondertr. 2° ald. 29 dec. 1674 Lydia PENNE, wed. van Cornelis de MUNCK.
                                                                          In 1652 is te Beverwijk Claes Gerritsz Helderman bij de schutterij, in de Peperstraat. In 1664 wordt een verklaring afgelegd door o.a. Claas Gerritsz Helderman, wagenmaker, en in 1670 treden Claes Gerrits Helderman en Gerrit Claes Helderman op als notarisgetuigen 786.
                                                                          Op 27 januari 1662 geeft Jouke Binckes van Koudum in Friesland, houdende domicilie in Amsterdam, machtiging aan Jan Cornelisz Poorter, notaris binnen Beverwijk, om te ontvangen de somma van 183 gld 15 st als hem over geleverde velgen en assen is competerende van Claes Gerritsz Helderman, wagenmaker en burger van Beverwijk 787.
                                                                          In Beverwijk is op 9 mei 1669 is Claes Gerritsz Helderman een jaarlijkse losrente van 12 gld schuldig, van 300 gld kapitaal, aan de diaconie van de gereformeerde kerk, met als onderpand zijn huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot de Coningswegh, belend ten noordoosten Erm Gerrits, ten zuidwesten Jan Dircksz Smit 788.
                                                                          In Beverwijk verklaart op 31 januari 1663 Claes Gerritsz Helderman schuldig te zijn aan Jan Jansz Kuijper en Wouter Arents als voogden over Maritgen Cornelis, minderjarige erfgenaam van wijlen Cornelisjen Reijers, in haar leven weduwe van Dirck Jacobsz Caterbeeck, haar grootmoeder, 900 gld volgens de custingbrioef van 27 augustus 1644, met als onderpand zijn huis aan de Breestraet (voldaan op 20 mei 1674) 789.
                                                                          In Beverwijk verkopen op 22 januari 1677 Mr Franchois Helderman, chirurgijn te Amsterdam, en Isaack Jacobsz wonende alhier in huwelijk hebbende Marrij Claes Helderman, ook als mede-voogden ovr de minderjarige kinderen van Gerrit Claesz Helderman, mitsgaders Trijn Claes Helderman mede wonende als voren als last en procuratie hebbende van haar man Ds Jacobus van Breen, tegenwoordig uitlandig in dienst van de West-Indische Compagnie in Guinea op de kust Delmina (akte gepasseerd te Amsterdam op 27 augustus 1674), en Reynier Helderman, in dienst van deze staat doch thans zijnde hier ter stede, tezamen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Claes Gerritsz Helderman, in zijn leven wonende alhier, aan Claes Willemsz Wagenmaacker wonende alhier een huis en erf op de Breestraet, strekkende tot aan de Achterwech toe, belend ten noordoosten Erm Gerrits, ten zuidwesten Jan Dircksz Smit, voor 800 gld, te betalen een derde gereed, een derde mei 1678, een derde mei 1679 790.
                                                                          Bij de doop van Catharina in 1634 en van Maria in 1636 wordt als naam van de moeder Grietge Cornelisdr opgegeven. In 1645 wordt Geertgen Reyniers, oud omstreeks 40 jaar, in Beverwijk vermeld als vrouw van Claes Gerritsz Helderman 791.
                                                                      6. Daniel Gerritsz HELDERMAN, alias Schouten, geb. ca. 1611  792, meester kleermaker te Haarlem, herbergier, ondertr. 1° ald. 17 april 1634, ondertr. Beverwijk april 1634 (zij van Haarlem, betoog verleend om te Haarlem te mogen trouwen), tr. Haarlem 30 april 1634 Jacomijntje JACOBS, begr. ald. nov. 1655, ondertr. 2° ald. 24 sept. 1656 (zij weduwe uit 's-Gravenhage; akte gegeven om te Alkmaar te trouwen), tr. Alkmaar 1 okt. 1656 Sophia van den BURGH, dr van Johan van den BURGH, piqueur, wed. van Jacobus van OIRSCHOT.
                                                                          Op 20 maart 1657 wordt getuigenis geleverd door Geesken Gerrits, jonge dochter, tegenwoordig dienstmaagd van Daniel Schouten, herbergier in de Meniste Bruyloft op 't Spaarne binnen Haarlem, oud omtrent 23 jaren, ter requisitie van Sophya van de Burgh, huisvrouw van de voornoemde Daniel Schouten, dat zij op verleden Allerheiligendag voor dienstmaagd is komen wonen bij de voornoemde Daniel Schouten en de requirante, dat het omtrent 8 dagen daarna gebeurd is dat Daniel, beschonken zijnde, is uitgegaan en niet voor 4 uur 's morgens weer thuis gekomen is, dan vanaf het begin zij gezien en bevonden heeft dat hij zich zeer weerzinnig en verkeerdelijk tegen de requirante heeft getoond, dat omtrent januari is gekomen ene Francyntgen, gewezen dienstmaagd van haar meester, met wie, zo gezegd wordt, hij „gepopt” heeft, die enig goed goed opeiste dat haar toekwam, zo zij zei, maar niet kon vinden, waarna zij requirante uitschold en sloeg en haar aangezicht bekrabde zonder dat haar man dat belette, en dat het op zondag laatstleden gebeurd is dat de voornoemde Damiel Schouten van de requirante haar gouden ketting „met een brieffie van haer gelt” wilde hebben, waarop requirante antwoordde dat zij als het van node was hem dat zou geven maar dat zulks niet vereist was, waarop hij haar onfatsoenlijk aanschoot en hetzelve met geweld uit haar zak wilde halen en haar uitschold, waarna 's avonds Daniel Schouten naar bed gegaan is en de requirante hem gevolgd is, en de vorige kwestie wat bijgelegd leek, maar dat de voorschreven Schouten daarna is opgestaan zeggende „ick begeer bij sulck een hoer, ja een coopmans hoer, niet te leggen”, waarna hij een kommetje brandewijn haalde en haar dwong daarvan te drinken, en requirante is opgestaan en met haar, getuige, is gegaan op getuiges slaapkamer, waar de voornoemde Schouten hen gevolgd is en de requirante en getuige uitgescholden en geslagen heeft, en hij omtrent 12 uur de requirante in haar onderkleren, met haar kind in een luier, en getuige uit het huis gedreven heeft, dat verder de requirante met assistentie van haar, getuige, 's maandags 's morgens is gegaan bij de voornoemde Schouten, verzoekende de kleren van haar kind te geven, maar hij haar wederom uitschold voor een hoer en dergelijke en de requirante het huis uit schopte 793.
                                                                          Op 21 maart 1657 hebben Grietie Pieters, weduwe van Pieter Wiggersz Buijsman, en Ledewe Jans, weduwe van Jan Jansz, op verzoek van Sophia van den Burgh, huisvrouw van Daniel Schouten, verklaard dat hun zeer wel bekend is dat de voornoemde Daniel Schouten met de requirante, zijn huisvrouw, vanaf het begin dat zij getrouwd geweest zijn zeer oneerlijk en onhebbelijk heeft geleefd mitsgaders een zeer kwaad, ongeregeld en schandelijk huis heeft gehouden, zulks dat het onmogelijk is dat de requirante, of iemand ter wereld, met dezelve alzo zou kunnen leven, getuigende verder mede wel te weten dat de voorschreven Daniel Schouten met zijn tweede huisvrouw mede zeer onhebbelijk heeft geleefd en alles heeft opgeholpen en verteerd wat zij in de wereld heeft gehad, gevende voor reden van hun wetenschap zeggende als geburen van de requirante 't voorschreven kwaad huishouden dagelijks gezien te hebben 794.
                                                                          Op 13 april 1657 compareerden Daniel Schouten ter eenre en Sophia van den Burgh deszelfs huisvrouw ter andere zijde, alzo kwestie en different in hun huishouding was ontstaan, zodanig dat de voornoemde Sophia van den Burgh van Daniel Schouten was afgegaan en haar huishouding had geabandonneerd, welke zaken door hen aan de heren schepenen was gemoveerd, en dewijl Daniel Schouten alsnu bekende dat hij alleen de oorzaak was geweest, belovende overzulks, indien Mr Jan Claerhout, Balthasar Cortewyle en Michiel van Limmen (dewelke door hem expresselijk zijn aangezocht) zoveel konden teweeg brengen dat hij weder bij zijn huisvrouw mocht komen, dat hij alsdan eerlijk en burgerlijk met haar zou leven en zij wederom bij elkaar echtelijk zullen vergaderen en bijeen komen, op conditie dat hij belooft, wat hij doet bij dezen, dat hij haar zal moeten laten geworden met de administratie van haar goederen, zo door haar bij overlijden van haar moeder aangeërfd als anders. Op 9 oktober 1657 annuleren Daniel Schouten en Sophgia van den Burch deze akte. 795
                                                                          Op 10 februari 1661 zijn Jan Syen, Michiel van der Horst en Govert van der Smullen, geordonneerde voogden over de minderjarige kinderen van zal. Jacobmyntgen Jacobs geprocreëerd bij Daniel Gerritsz Schouten, ter eenre, en Henrick Gerritsz, meester metselaar, ter andere zijde, overeengekomen, dat Hendrick Gerritsz, die met toestemming van Eva van der Craeij, weduwe van Barent Pietersz van der Elst, en Jan Syen een huis in de cruysstraet in huur heeft, ten behoeve van de voorschreven kinderen, voor 56 gld 's jaars, en verbeteringen heeft aangebracht ter waarde van 200 gld, de huur verlengd krijgt voor 74 gld 's jaars; op dezelfde dag verhuurt Jan Syen als voogd voorschreven met kennis van Eva van der Craeij aan Jan Brouwer een huis met erf in de Cruysstraet ten behoeve van de voorschreven kinderen van zal. Jacobmyntgen Jacobs geprocreëerd bij Daniel Gerritsz Schouten 796.
                                                                          In Alkmaar testeren op 18 september 1656 Daeniel Helderman wonende te Haarlem en jkvr. Sophia van den Burch weduwe van Jacobus van Oorschot; hij noemt haar als zijn enige universele erfgenaam behoudens de legitieme portie voor zijn kinderen, zij legateert aan Daeniel Helderman voor de helft en aan haar kinderen voor de andere helft 797.
                                                                          In Alkmaar bewijst op 1 november 1656 Sophia van der Burch, geassisteerd met Daniel Schoute, haar tegenwoordige man, aan Jacoba (3½ jaar), 't kind van wijlen Jacob van Oirschot geteeld bij Sophia van der Burch zijn huisvrouw, een lange lijst van obligaties, ter presentie van Jan van Everdingen als procuratie hebbende van Griet Jacobs de Swert, weduwe van Aert van Oirschot, als grootmoeder, en IJsbrant van Oirschot, oom van het kind, ook met procuratie van zijn broer Thomas van Oirschot, schepen te Breda 798.
                                                                      7. Laurens Gerritsz HELDERMAN, ondertr. Beverwijk 3 mei 1643 Pietertje LOURENS, ged. (nederd. geref.) ald. 1 maart 1620, dr van Lourens PIETERSZ en Maritgen GERBRANTS, die hertr. met Jan Jansz de BOER.
                                                                          In Beverwijk verkoopt in 1644 Engel Dircksz Maggitie alhier aan Lauris Gerritsz Helderman een huis en erf in de Kerckstraet, en verkoopt in 1645 Frans Cornelisz Poelenburgh aan Lauris Gerrits Helderman de helft van een huis en erf in de Kerckstraet waar de koper tegenwoordig in woont, voor 540 gld 799.
                                                                          In 1650 verkoopt in Beverwijk Cornelis Arijaens Blom aan Laurens Gerritsz Helderman, burger en herbergier alhier, een hoeckgen erfs in de Kerckbuert 800, en is Laurens Gerritsz Helderman ƒ 1:10:0 verschuldigd wegens de achtste penning voor de verbetering van een Camertje 801. Kort vóór en in 1652 is Laurens Gerritsz Helderman als lanspessaet in Beverwijk bij de schutterij, met een musket, in 1652 met de vermelding 'Breestraat'. In 1653 is Laurens Gerritsz Helderman een jaarlijkse losrente van ƒ 30 schuldig aan Evert Harmansz Claver, met zijn huis in de Kerckstraet als onderpand 802.
                                                                          In 1662 treden in Beverwijk Pietertje Louwerens, weduwe van van Louwerens Gerrits Helderman, en Lysbet Huygen, nagelaten dochter van Aecht Gerrits Helderman, op als eisers jegens Arent Jans alias Arent Oostingie, over zekere testamentaire dispostie; zij, Lysbet Huygen geassisteerd met haar man Anthony Matthijs, wonende te Haarlem, geven volmacht aan Adolph Gerrits van der Vlucht 803. Verder legt in 1662 Jeroen Jansz van Cruysveldt ten verzoeke van Arent Jansz Oostindies een verklaring af betreffende o.m. een testament van Jan Danielsz, waarin geïnteresserd zijn Arent Jansz Oostindies, zijn zuster Cornelisje Jans, en Pietertje Laurens, nagelaten weduwe van Laurens Gerritsz Helderman 804.
                                                                          In Beverwijk verkoopt op 19 mei 1659 Jan Jansz de Boer, als man en voogd van Pietertje Laurens die weduwe en boedelhoudster was van Laurens Gerritsz Helderman, aan Jeronimus Harinck, brouwer in de brouwerij van de Twee Haringen te Haarlem, een huis met het erf genaamd „den Hollandtsen Tuijn” in de Kerckbuerdt, strekkende tot achter aan 't erf van Wouter Barentsz Kuyper, belend ten zuidwesten Jan Evertsz Klaver en Dirck Symonsz Castricum, ten noordoosten Cornelis Aeriaensz Blom en de Toorenstraet, voor 2100 gld 805.
                                                                          In Beverwijk verkoopt in 1670 Pietertje Laurens, weduwe van Laurens Gerritsz Helderman, aan Aeltje Laurens, bejaarde dochter, haar zuster, een hoek erf in de Toorenstraet, strekkende tot de voorschreven Pietertje Laurens, belend ten zuidwesten Siewert Sijmonsz, waarop de voorschreven Aeltje Laurens alreeds 2 woninkjes getimmerd heeft 806.
                                                                      8. Geerken Gerrits HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 juli 1617 (doopgetuige Dieuwerken).
                                                                      9. Frans Gerritsz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 sept. 1620.
                                                                      10. Geertje Gerrits HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 april 1624, begr. Delft 11 mei 1675, tr. Henrick Hermanus MOUTHAAN, koetsier, Leids schipper, begr. Delft 24 mei 1675.
                                                                          Gerrit Daniels Schoute wonende te Haarlem en Anthony Mathysz gehuwd met Elisabeth Huygen te Haarlem, voor zichzelf en namens Jan Jansz Verlaen, Willem van Ernst, Jan Hendricx van Westbeeck en Maritje Louweris, tantezeggers en mede-erfgenamen van Geertje Gerrits gehuwd met Hendrick Mouthaan schipper op Delft op het Leidse veer, machtigen op 18 augustus 1675 Cathelyntgen Harmens, gehuwd met Gerrit Daniels Schoute voornoemd, om namens hen te verkopen een huis met erf te Delft, dat deel uitmaakt van de nalatenschap 807.
                                                                    334. (<167) Gerrit,
                                                                    tr.
                                                                    335. (<167) Aecht WIENIS.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Teunisge GERRITSDR, zie 167.
                                                                    336. (<168) Cornelis WILLEMSZ,
                                                                        In Castricum bekent in 1580 Cornelis Willemsz, buurman in deze banne, schuldig te wezen aan Niesgen Woutersdr, zuster van zijn huisvrouw, een jaarlijkse losrente van 4 ponden 15 schelligen, hoofdpenningen 80 ponden, waaraan hij verbindt zijn werf en hofstede binnen Castricum met het getimmerte daarop, belend ten zuiden en oosten Jan Dircxz, ten noorden de gemene weg, ten westen Jacop Jacopsz 808.
                                                                        Vermeld in Castricum met 1 schoorsteen in 1601 en 1606, in Cleybrouck: Cornelis Willemsz (volgende op Eng(h)el Woutersz, Thonis Woutersz, gevolgd door Dirck Jansz, Jan Jacopsz) 809.
                                                                        In Castricum compareren in 1647 Banckeris Cornelisz, buurman op 't Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, Louris Cornelisz, buurman te Bakkum, Jan Cornelisz, buurvrijer te Velsen, Gerrit Cornelisz en Jan Cornelisz alias Jan Jacopsz, duinmeiers, buurluiden alhier, en Jan Gerritsz als getrouwd hebbende Maertge Cornelis, buurman te Heemskerk, allen voor henzelf en vervangende Aeffie en Alit Cornelisdr hun nog ongetrouwde zusters, en dragen op aan Cornelis Cornelisz, duinmeier, hun broer, buurman te Velsen, 8 negendeparten van een perceel land genaamd het Doop, groot in 't geheel 615 roeden, nog een akker daar beoosten aan genaamd het Diversdoop, groot 104 roeden, belend ten oosten de Laet en de Heerwewech, ten zuiden de erfgenamen van Claes Cornelisz Baven, ten westen voornoemde kopr, ten noorden het Doop toekomende Trijn Sijmons te Haarlem, en nog 8/9 van 3 vierendelen van een perceel land genaamd het Heemelrijck, en compareerde Cornelis Jansz Grietiens en droeg op aan voornoemde Cornelis Cornelisz het resterende vierendeel van 't Heemelrijck, groot tezamen 525 roeden, belend ten noorden en oosten de Heerewech, ten zuiden de hertenheining, ten westen Arent Gijsbertsz 810.
                                                                    tr. waarsch. 1° N.N. WOUTERSDR,
                                                                    tr. 2°
                                                                    337. (<168) (>588, >589) Doutgen JANSDR, overl. 1645 of 1646.
                                                                        In Castricum vermeld met 1 schoorsteen in 1627, in Cleybrouck: Douw Jans (volgende op Thonis Woutersz, Jan Jans Dircksz) 809. In het schotboek in 1632 vermeld: Doutgen Jans, een stoter (volgende op Jan Jan Dircksz, Teunis Woutersz, gevolgd door Anna Pieters) 811.
                                                                        Voor het morgengeld in Castricum de volgende vermeldingen: in 1639 Doutgen Jans 2-745 [2 morgen 745 roeden] 0:6:2 [bedrag] (volgende op Dirck Jansz, Cornelis Jansz, Griet Cornelis, Tuenis Woutersz, gevolgd door Jan Jacopsz duijnmeijer, Jan Jansz Cleijbroeck), in 1640 Doutge Jans 2-474 0:6:10 (idem), in 1641 Doutge Jans 2-7 0:12:8 (volgende op als eerder, gevolgd door Maertge Reiers, verderop Gerrit Cornelisz duinmeier, Jan Jacopsz duinmeier), in 1642 Doutge Jans 2-747 0:7:6 (volgende op Tuenis Woutersz, gevolgd door Maertge Reijers, verderop Gerrit Cornelisz duinmeijer, Jan Jacopsz duinmeijer), in 1643 Doutge Jans 3-48 0:14:8 (idem), in 1644 Doutge Jans 2-748 0:10:0 (idem), in 1645 (17 juni 1645 en 23 september 1645) Doutge Jans 2-748 0:8:2, in 1646 Aeffie Cornelis 1-661 0:6:7 (volgende op Tuenis Woutersz, gevolgd door Cornelis Cornelisz tot Velsen 0-428 0:2:4, verderop Gerrit Cornelisz duinmeier, Jan Jacopsz duinmeier) 812.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Banckeris CORNELISZ, geb. ca. 1601, zie 168.
                                                                        2. Cornelis CORNELISZ, alias Cees Pot, duinmeier te Velsen, overl. vóór 2 juni 1672, tr. Griet Jansdr ROOS, dr van Jan Jansz ROOS, duinmeier ald., en Guertje WILLEMS.
                                                                            In Velsen verkoopt in 1627 Jan Pouwelsz, duinmeier in Bresaep, aan Cornelis Cornelisz, mede duinmeier van Castricum, het huis als gehuurd met hooiberg staande ... op de grond van Jr Johan van Schaege in de Wildernis van Brederoede, met de beterschap van de duinen die dezelve Jan Pouwelsz lang in pacht van de burgemeester van Haarlem Nicolaas Woutersz gebruikt heeft, voor 594 gld, te betalen 300 gld gereed en de rest op 6 aaneenvolgende meien 813.
                                                                            In Velsen is op 21 november 1629 Jan Pouwelsz, duinmeier te Castricum, eiser contra Cornelis Cornelisz, duinmeier te Velsen, om betaling van 49 gld over een custingbrief van een huis en getimmerte met hooiberg staande te Velsen op grond van Jr Johan van Schagen; op 20 februari 1630 condemneren schepenen de eiser. Op 29 maart 1630 is Cornelis Cornelisz eiser contra Jan Pouwelsz, op 21 augustus 1630 wordt Jan Pouwels gecondemneerd om de kosten ad ƒ 35-9-0 te betalen (zijn betaald). 814
                                                                            Op 1 januari 1640 onder de pachters en gebruikers van Bresaep, voor huur aangeslagen door een gemachtigde van Johan van Matenesse die na het overlijden van Johan van Schagen leenman was geworden, voor 3 jaren expirerende Kerstmis 1642, o.a. Cornelis Cornelisz Duijnmeijer, voor ƒ 14-0-0; gemaakt op 1 augustus 1640 ten huize van Cornelis Pietersz 815.
                                                                            Vermeldingen voor het morgengeld in Castricum: Cornelis Cornelisz te Velsen, in 1646 428 roeden ƒ 0:2:4 (voorafgegaan door Aeffie Cornelis), in 1647 528 roeden ƒ 0:4:10 812.
                                                                            In Velsen verkopen in 1647 Cornelis Cornelisz Duijnmaijer aan Velserduyn en Cornelissien Jans met Jacop Dircksz Schuijt haar voogd, aan Josephus Coijmans de Jonghe een stuk land van omtrent 184 roeden, belend ten westen en zuiden de koper, ten oosten de Eerste Buijrwech, ten noorden de verkoper, waarover de 40e penning 9 gld 4 st bedraagt 816.
                                                                            Op 12 april 1655 verklaren Jan Cornelesen en Banckeras Cornelesen [ondertekent als Banckeris Cornelisz van 't Hoflant], alzo Corneles Cornelesen van Castricum op 2 april 1655 te Overveen openbaar van de rentmeester van zijne excellentie van Brederode weder heeft in pacht genomen de tweede duin door hem laatst in pacht gehad voor 425 gld jaarlijks, boven de beplanting van 3 morgen helm jaarlijks en leverantie van 2 koppels konijnen per week, zich voor de voornoemde pachter te hebben geconstitueerd borg 817.
                                                                            Op 24 oktober 1659 is aan Cornelis Cornelisz van Castricum, duinmeier van Velserduijn, door de douairière van Brederode verlenging vergund van de pacht van een duin, en wel voor 9 eerstkomende jaren, voor 450 gld jaarlijks, daarenboven 52 koppels hofkonijnen in 't jaar alsook 2 morgen vaste helmbeplanting hetgeen hij gehouden is geweest jaarlijks te doen. Dit na een verzoekschrift door hem, waarin hij te kennen geeft op de laatste verpachting te hebben aangestaan voor 9 jaren zeker duin gelegen aan Velserduin voor 425 gld jaarlijks, waarvan het laatste jaar staat te expireren, en mitsdien in dezelve jaren „groot ijver en devoir” heeft gedaan om de voorschreven duin te brengen in een goede staat, zo in 't planten van helm, aanwassing van konijnen als anderszins, beducht zijnde bij verpachting van de voorschreven duin door een ander te worden ondermijnd, waardoor hij, suppliant, genoegzaam zou worden bedorven doordien hij zijn gelegenheid van woonplaats aan en omtrent de voorschreven duin heeft gemaakt, van nu de tijd van 32 jaren, en nu gekomen tot zijn jaren niet wel iets anders bij de hand zou kunnen nemen. 818
                                                                            Op 10 december 1667 stellen Hendrick Jansz van Utrecht en Jan Meyndertsz Evegroen zich borg voor Cornelis Cornelisz voor de betaling van de jaarlijkse duinpacht die Jan Meyndertsz hem heeft overgedaan. Op 1 februari 1661 was Jan Meyndertsz deze duinpacht door de douairière van Brederode in continuatie vergund, van een duin genaamd vijfde stuk van de Noorduyn, voor 9 jaren, beginnende Lichtmis 1660 en eindigende 1669, voor 350 gld 's jaars, leverantie van 2 koppels hofkonijnen per week en beplanting van 8 morgen helm 's jaars. 819
                                                                            In Velsen wordt in 1685 de volgende machtiging, opgesteld op 2 juni 1672 ten huize van de comparanten ten overstaan van Dirck Cornelisz Knaap en Gijsbert Jans als getuigen, in orde bevonden: Cornelis Cornelissen, Sijmon Cornelissen, Annetien Cornelis, Maetie Cornelis en Geurtie Cornelis, allen mondige kinderen van zal. Cornelis Cornelissen, duinmeier, en Grietie Jans Roose, in hun leven wonende te Velserduyn, en de rato caverende voor Jan Cornelissen wonende te Castricum, altezamen mede-erfgenamen voor 1/3 van zal. Dirck Jansen Roos hun oom, overleden te Haarlem, en hun moei Cornelisie Jans Roose overleden te Velsen, geven volmacht aan Louris Cornelissen hun broer, om te transporteren aan de repectieve kopers vandien zeker huis en schuur in de Corte Bagijnestraat en in 't Crom door Dirck Janse Roos gekocht, en de onroerende goederen van hun voornoemde moei Cornelisie Jans Roos 820.
                                                                        3. Louris Cornelisz DUIJNMEIJER, duinmeier te Bakkum, tr. Annetje CORNELIS, dr van Cornelis Pietersz OUWENEEL, schepen (o.a. in 1629 821) van Velsen, en Marijtjen Gerrits van SCHOTEN.
                                                                            In 1660 verklaren Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, en Jan Cornelisz anders Jan Jacopsz, duinmeier en buurman te Castricum [gebroeders], ten verzoeke van Jacop Willemsz, buurman te Castricum, en Hillegont Willemsz, huisvrouw van Pieter Symensz tegenwoordig in „apperensie” [hechtenis] in 's-Gravenhage, mede buurvrouw aldaar, dat zij verscheidene malen aan Jacop Willemsz, requirant, „soo hont beetten als harmes ende soo gedrenckte als gevonden konijnen” hebben verkocht 822.
                                                                            In 1663 bekent Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, schuldig te wezen aan Alit Cornelis zijn zuster, buurvrijster op 't Hoflandt, 750 gld ter zake van al over enige jaren geleende penningen, en belooft daarom een gelijke somme weder te betalen, met interest tegen 4 gld 10 st in 't jaar, en transporteert aan haar al zijn meubele goederen, koeien, paarden, schapen, hooi, stro, al zijn inboedel, en huisraad, voor voornoemde hoofdsom; Aellit Cornelis laat comparant de goederen ter liefde gebruiken 823.
                                                                            In 1696 worden als erfgenamen van Willemina Floris van Schooten o.a. genoemd Willem Lourisz Duijnevelt, Jan Lourisz Duijnevelt en Pieter Lourisz van Duijnevelt, bij een machtiging om de uitstaande schulden van de boedel van Willemina van Schooten te innen 824.
                                                                        4. Jan CORNELISZ.
                                                                            In Castricum verkoopt in 1635 Pauls Martsz, buurman te Castricum, aan Jan Cornelisse en Jan Jacobsz, gebroeders aldaar, een huis met een kroft waar het huis op staat, belast met 18 stuivers jaarlijks, met de Watercroft met 8 penningen 's jaars, met Louris-Branskrocht met 27 stuivers 's jaars, met Geijlkrocht met 6 stuivers jaarlijkse cijns, alle toebehorende de heer van Marquette, alles gelegen in de wildernis en duinen van Marquette, met een helmberging in de hertenheining waarover een notweg, voor 800 gld 825.
                                                                        5. Gerrit Cornelisz DUIJNMEIJER.
                                                                            In Castricum koopt op 14 april 1638 Gerrit Cornelisz Duijnmeijer van Griet Thymensdr, weduwe van Bancris Theeuwisz, een huis en 2 stukken land, op 16 maart 1639 als onderpand gesteld voor een schuld van 600 gld hoofdsom aan Maerthijn Dircksdr te Alkmaar, nl. een huis en hofstede, belend ten oosten Pieter Simonsz, ten noorden de Heerewech, ten westen de wildernis, ten zuiden Jan Jacobsz, met nog land genaamd de Hoogekrocht, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuidoosten de Heerewech, ten noorden Claes Aryansz Oot en de Corte Ackers, ten westen de wildernis, nog land genaamd Nelenhoffstede, groot een halve morgen, belend ten zuiden Dirck Jansz Clapswiep, ten westen en noorden de wildernis (gecasseerd op 28 juli 1650), en verkoopt op 20 maart 1646 Gerrit Cornelisz Duijnmeijer aan Claes Cornelisz Groot, beiden buurluiden alhier, een stuk land genaamd de Zuijdtdalen, groot 249 roeden, belend ten oosten de koper, ten zuiden de gemene Waetteringh, ten westen Arent Gijsbertsz, ten noorden de Groenelaen 826.
                                                                            Vermeldingen voor het morgengeld in Castricum: in 1639 Gerrit Cornelisz duijnmeijer 4-501 [4 morgen 501 roeden] 0:10:6 [bedrag], in 1640 Gerrit Cornelisz duinmeier 4-183 0:9:10, in 1641 4-183 1:6:8 (gevolgd door Jan Jacopsz duinmeier), in 1642 4-283 0:10:14, in 1643 5-662 1:7:10, in 1644 5-420 0:19:16, in 1645 (17 juni 1645 en 23 september 1645) 5-420 0:15:4, in 1646 5-426 1:2:2, in 1647 5-426 1:18:12 (voorafgegaan door Jan Jacopsz duijnmeijer) 812.
                                                                            In Castricum is op 10 november 1654 Reinier van Hoochkerken, schout te Castricum, eiser contra Gerrit Cornelisz, duinmeier alhier, die zich vervorderd heeft op 2 november jl. ene Jan Dircksz Clapswiet een „kuer”wonde in zijn hoofd te geven (gedaagde compareert niet, ook niet op de volgende zitting van 24 november) 827.
                                                                            Op 7 maart 1655 geeft Cornelis Harmensz, buurman te Castricum, volmacht aan Pieter Willemsz, burger te Beverwijk, om uit comparants naam te compareren ten huize van de Heer Houtvester te 's-Gravenhage om aldaar comparants zaak, vanwege 't opnemen van een dood konijn „geschiet” in Gerrit Cornelisz Duijnmeijers duin, waar te nemen 828.
                                                                            Op 3 januari 1656 verklaren Willem Jacopsz en Engel Cornelisz, buurluiden te Castricum, ten verzoeke van Gerrit Cornelisz, Lauris Maertsz en Jacop Lourensz, hoe dat zij op 14 november jl. bij voornoemde requiranten zijn geweest toen daar zekere dienaar van de Heer Houtvester kwam en dezelven gijzelden, ter zake dat zij met geladen roeren gingen schieten, en verklaarden voornoemde comparanten dat nadat zij enige tijd bij requiranten waren geweest op de werf van Willem Jacopsz stonden zonder enig rumoer van schieten te merken en ook niet hebben geweten dat hun roeren geladen waren 829.
                                                                        6. Jan CORNELISZ, alias Jan Jaecopsz.
                                                                            Vermeldingen voor het morgengeld in Castricum: in 1639 Jan Jacopsz duijnmeijer 4-204 [4 morgen 204 roeden] 0:9:10 [bedrag] (voorafgegaan door Doutge Jans), in 1640 3-290 0:7:10, in 1641 Jan Jacopsz duinmeier 3-290 1:1:9 (voorafgegaan door Gerrit Cornelisz duinmeier), in 1642 3-290 0:8:8, in 1643 3-634 0:18:0, in 1644 4-178 0:14:14, in 1645 (17 juni 1645 en 23 september 1645) 4-178 0:11:10, in 1646 4-282 0:17:6, in 1647 4-6 1:8:0 (gevolgd door Gerrit Cornelisz duijnmeijer) 812.
                                                                            Op 2 september 1661 verklaart Jan Jacopsz anders Jan Cornelisz, gewezen duinmeier van de duinen van de heer Bicker, ten verzoeke van Cornelis Cornelisz van Castricum [zijn broer], nu wonende te Velsen, dat hij, getuige, de duinen door hem gebruikt de laatste 8 jaren van de ouwe heer van Swietten, Jan Bicker en Gerrit van Hellemont heeft gepacht, met conditie dat de voornoemde duinheren hem zouden leveren een pomp om 't water uit zijn duinen in zee te lozen, hetwelk niet is geschied, en [daardoor] een grote menigte van konijnen in duin is verdronken 830.
                                                                            Op 21 september 1662 verklaren Cornelis Jansz Schoudten en Cornelis Jansz Goemans, buurluiden te Castricum, ten verzoeke van Cornelis Cornelisz Duinmeijer, buurman te Velsen, dat ene Jan Cornelisz anders Jan Jacopsz de duinen van de heer Bicker gebruikt heeft gehad, en zij, schelpvoerders, menigmaal de voorschreven duinen door zijn gereden, en dat dezelve duinen bij de winter de meeste tijd diep onder water stonden zodat zij genoodzaakt waren op hun geladen karren met schelpen te gaan zitten alzo zij daar anders niet droogvoets door zouden komen, en verklaart Jan Cornelisz alias Jan Jacopsz, oud-duinmeier en buurman te Castricum, ten verzoeke van Cornelis Cornelisz, duinmeier en buurman te Velsen, dat hij, deposant, omtrent 26 jaar geleden heeft gekocht van Poulis Maertsz voor 2500 gld de landerij in de duinen van Bickers, groot omtrent 8 morgen, met een huis, behalve nog wel 400 gld die hij aan het eerste jaar pacht tekort kwam vermits de beste tijd van konijnen vangen voorbij was eer hij de duinen aanvaardde, mitsgaders dat hij nog aan 't huis met wagenhuis wel 4500 gld vertimmerd heeft, en dat hetzelve onlangs door het gerecht van Castricum is verkocht voor 970 gld, en dat de heer Jacob Trip en de heer van Swieten, in presentie van de schout van Castricum, o.a. zijn fretten en de frettenmand zijns ondanks zonder verkoping hebben weggenomen 831.
                                                                        7. Aeffgen CORNELISDR.
                                                                            Vermeldingen voor het morgengeld in Castricum: Aeffie Cornelis, in 1646 1 morgen 661 roeden ƒ 0:7:6 (op de plaats van Doutge Jans in 1645, gevolgd door Cornelis Cornelisz te Velsen), in 1647 615 roeden ƒ 0:5:6 812.
                                                                        8. Aeltgen CORNELISDR.
                                                                        9. Maerijtgen CORNELISDR, tr. Jan Gerritsz GRASBOS, zn van Gerrit Cornelisz GRASBOS.
                                                                            In Heemskerk verkoopt in 1650 Aerian Willebortsz wonende te Castricum aan Jan Gerritsz Grasbus wonende te Heemskerk een zesde in een stuk weiland genaamd Leickan, gemeen met Jan Gerritsz voornoemd, coparant en Jan Gerritsz aanbestorven bij testament van Maerijtghen Jansdr hun overleden moei 832.
                                                                            In Heemskerk verkoopt in 1651 Hillegont Jansdr, weduwe van Jan Aerentsz Jongemans, buurweduwe te Noorddorp en waardin aldaar, met Cornelis Jansz Jongemans haar zoon die ook voor Aerent Jansz Jongemans en Neeltje en Aelit Jansdr, zijn broer en zusters, optreedt, aan Jan Gerritsz Grasbus een akker land van omtrent 425 roeden, belend ten zuiden Jan Gerritsz zelf, ten westen de Kerckwech, ten noorden ... Sije, ten oosten de Oesterwech, voor 280 gld, waarvan de helft gereed, de helft een jaar na dato, en verkoopt in 1654 Jan Gerritsz (Grasbos), tegenwoordig wonende in de Purmer, hiervoor buurman te Heemskerk, aan de heer van Meresteijn een weiland genaamd Langhkamp van omtrent 888 roeden, belend ten oosten de Tochtsloot, ten zuiden de heer van der Nat, ten westen Arent Gerritsz Wildeman, ten noorden de heer van Assendelft, waarover de 40e penning 26-0-10 bedraagt 833.
                                                                      338. (<169) Thomas AERIAENSZ,
                                                                          In Haarlem constitueert Thomas Adriaensz van Wijk aan Duin op 29 april 1579 Jacob Louffsz Bus ad lites contra Cornelis Rycken 834.
                                                                          In Wijk aan Duin verkoopt in 1597 Jan Dircxz wonende op Meresteyn aan Barent Claesz wonende op de Sint Aechtendyck een croft land op 't Hofflant, belend ten oosten de heer van Assendelft en Thomas Michielsz, ten zuiden jonkheer Joriaen van Lennip, ten westen de Laege Hofflanderwech, ten noorden Thomas Aeriaensz, met Cryn Dircxz, broer van de comparant, als borg, en aan Thomas Aeriaensz wonende op 't Hofflant een croftgen land mede aldaar, belend ten oosten de heer van Assendelft met Thomas Michielsz, ten westen de Laege Hofflanderwech, ten noorden Claes Heyndricxz, met Cryn Dircxz als borg 835.
                                                                          In Wijk aan Duin verkopen in 1606 Dirrick Jansz, poorter der stede Beverwijk, als getrouwd hebbende Dinggena Thomasdr, en Ytgen Thomasdr en Adryaen Thomasz ten overstaan van Claes Michielsz hun voogd, aan Pieter Pietersz, burgemeester van Beverwijk, een stuk land in Wyckerbrouck genaamd het Raetcampien, groot omtrent 1 morgen, belend ten oosten Meynsien Cornelisdr van Tooren, ten zuiden de Wateringe, ten westen Cornelis Samson, ten noorden de Swaensmeer; compareerde voorts Aeffien Florisdr als moeder van de voorschreven Dinggena, Ytgen en Aryaen Thomasz, met Jan Joooris haar voogd, als borg 836.
                                                                          Bij de verkoop in Wijk aan Duin in 1616 van een croft land op 't Hofflant aan Paengh Cornelisz zijn de belenders: ten oosten de heer van Assendelft en de kinderen van zal. Thomaes Michielsz, ten zuiden Claes Sys, ten westen de Laege Hofflanderwech, ten noorden de weduwe van Thomaes Aryaensz of haar kinderen 837.
                                                                          In Wijk aan duin verkoopt in 1618 Aeffgen Florisdr, weduwe van Tomas Aryaensz, buurwijf op 't Hofflant, geassisteerd met Claes Tomasz haar zoon, aan Cornelia Hendricksdr Huydecooper, poortersse van Haarlem, een croftje land groot omtrent 750 roeden, waarin begrepen de grootte van 't groene driesprongetje buiten het voorschreven land aan 't oosteinde gelegen, belend ten oosten Jan Dirckxz, ten westen de Schouwbeeck, ten noorden Jan Cornelisz, ten oosten de Hooge Hofflanderwech, voor een custingbrief van 600 gld 838.
                                                                          In Wijk aan Duin is in 1621 Aeff Floorentsdr, weduwe van Toomas Aeryaensz in zijn leven buurman op 't Hoflandt, geassisteerd met Jan Pietersz haar mede-buurman, schuldig een jaarlijkse losrente van 10 gld aan Claes Cornelisz kleermaecker, poorter van Haarlem, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een stukje geestland van omtrent 300 roeden genaamd de Entery, belend ten noorden Anna Claesdr weduwe van Cornelis Louweris, ten oosten Jan Reijertsz gemeen met de vrouwe van Assendelft, ten zuiden Arusgen Claesdr weduwe van Paijngh Cornelisz, ten oosten de Hoflanderwech, en verkoopt en is schuldig op 2 december 1623 Aerijaen Thoomasz, poorter van Beverwijk, zoon van Aeff Florents wonende op 't Hoflant weduwe van Toomas Aerijaensz, als gekoren voogd van Aeff Florisdr, aan Nicolaes van Crabbenmaes, poorter van Haarlem, een losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een stuk land genaamd de Wacht, groot 1½ morgen, belend ten noorden Claes Cornelisz van 't Kalff, ten zuiden Cornelis Claesz, ten oosten de Hoflanderwech, ten westen de Heemskerckerwech, op 4 december 1623 geroyeerd en vervangen door een eenzelfde schuldbekentenis met als borgen Aerijaen Thomas en Gerrit Cornelisz poorter van Haarlem (afgelost in juni 1625) 839.
                                                                          In Wijk aan Duin verkoopt in 1625 Aeffgen Floorentsdr wonende op 't Hoflandt, weduwe van Toomas Aerijaensz in zijn leven buurman op 't Hofflandt, geassisteerd door Aerijaen Thoomasz, wielmaker, poorter te Beverwijk, haar zoon, en Jan Pietersz wonende op 't Hoflandt, haar zwager [schoonzoon], aan Jacop Jansz Slommer, poorter van Beverwijk, een stuk geestteelland genaamd de Wacht, groot omtrent 1341 roeden, strekkende van de Hooge tot de Lage Hoflanderwech toe, belend ten zuiden de erfgenamen van zal. Gerrit Dircksz te Haarlem, ten noorden Claes Cornelisz van 't Kalff in Beverwijk, voor 1500 gld, te betalen op 3 eerstkomende Kersttijddagen 840.
                                                                          In Wijk aan Duin verkoopt op 17 mei 1626 Aerijaen Thomasz, wielmaker, poorter van Beverwijk, en vanwege de procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Wijk op Zee en Wijk aan Duin dd. 12 februari 1626 voor al zijn zwagers, broers en zusters kinderen, als erfgenamen van Aeff Florisdr, weduwe van Thoomas Aerijaensz, in haar leven gewoond hebbende op 't Hofflandt, aan Maritgen Thoomasdr, comparants zuster, een huis en erf op 't Hofflandt waar de voornoemde Aeff Florisdr placht te wonen, belend ten oosten de Hofflanderwech, ten zuiden Michiel Thoomasz, ten westen de Hoge Hofflanderwech, ten noorden Cornelis en Sijmon Claesz, voor 554 gld 13 st 5 penn, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 eerstkomende meidagen 841.
                                                                      tr.
                                                                      339. (<169) Aeff FLORISDR, overl. tussen 22 juni 1625 en 12 febr. 1626.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Dinggena THOMASDR, tr. (schepenbank) Heemskerk 4 jan. 1605 Dirck JANSZ.
                                                                        2. Ytgen THOMASDR, tr. (schepenbank) Beverwijk 28 nov. 1610 (beiden op 't Hofflant) Jan PIETERSZ.
                                                                            In Wijk aan Duin verkoopt in 1644 Ytgen Thomasdr, weduwe van Jan Pietersz, wonende op 't Hoflandt, geassisteerd met Adrijaen Tomasz wielemaker haar broer, aan Cornelis Thomasz, haar mede-buurman [„broeder” doorgehaald], een half huis waarvan de andere helft de koper toekwam en overzulks nu in 't geheel door hem bewoond wordt, aan de westzijde van Laghe Hoflanderwegh, met conditie dat zij het achterste deel behoudt, voor 525 gld 842.
                                                                            In Wijk aan Duin verkopen op 16 mei 1662 Claes Gerritsz Grasbosch als man en voogd van Anna Jans, wonende in Beverwijk, Dirck Jacobsz als man en voogd van Maritje Jans, Willem Maertensz als man en voogd van Jannetjen Jans, beiden wonende te Heemskerk, mitsgaders Claes Jansz en Jan Claesz als man en voogd van Maritje Jans, nagelaten kinderen van wijlen Trijn Jans, beiden wonende in Beverwijk, allen kinderen en kindskinderen van Itje Thomas geprocreëerd bij Jan Pietersz, in hun leven wonende op 't Hoflandt, aan Lijsbet Jans, weduwe van Jan Cornelisz Schipper, wonende te Amsterdam, een stuk geestland genaamd de Bloucroft, groot omtrent 1098 roeden, belend ten zuidoosten de Hooge Hoflanderwegh, ten zuidwesten Belitje Maertens, ten westen de Eemskerckerwegh, ten noordwesten de Schouwbeeck, ten noordoosten de erfgenamen van Michiel Pauw, voor 1800 gld, te betalen 1/3 gereed en op mei 1663 en 1664 telkens nog een derdedeel 843.
                                                                        3. Aerijaen THOMASZ, geb. ca. 1593  844, wielmaker, wagenmaker, rademaker, tr. (schepenbank) Beverwijk 22 juli 1612 (hij van 't Hofflandt, zij van Beverwijk) Guertgen SIMONSDR, overl. vóór 17 febr. 1634  845, dr van Marijtgen Ewoutsdr VERBOECKHORST.
                                                                            In Beverwijk verkoopt in 1614 Harman Bruynsz, poorter dezer stede, man en voogd van Agnieten Tonisdr, aan Adriaen Tomasz, wagenmaker, poorter dezer stede, een huis en erf met het kleine huisje daar bezijden aan getimmerd tussen het voorschreven oude huis en de huizinge van Louris Maertsz, als in originele brieven dd. 25 augustus 1610; mede compareerde Jan Garrebrantsz, notaris publiek te Castricum, en stelde zich waarborg 846.
                                                                            In 1636 compareren Aeriaen Thomasz wyelemaecker, weduwnaar van Guyert Symonsdr, ter eenre, en Lambert Jansz van der Capelle [alter Paenderen], man en voogd van Machtelt Symons, beiden poorters van Beverwijk, en verklaren dat zij op 5 december 1623 voor Mr Adriaen van Nieuwlandt, notaris binnen dezer stede, een contract verleden hebben nopende de goederen en erfenis van Marijtgen Ewoutsdr [Verboeckhorst], hun beider schoonmoeder, ratificeren dat Aeriaen Thomasz nog onder hem heeft 1450 gld en Lambert Jansz 500 gld, dat na 't overlijden van hun schoonmoeder Aeriaen Thomasz aan Lambert Jansz zou moeten uitkeren 475 gld, en door tussenspreken van Joris Cornelisz en Gerrit Jansz Bredeman veraccordeerd zijn dat Aeriaen Thomasz aangenomen heeft te betalen voor Lambert Jansz alle verschuldigde penningen van het huisje met 't erf op de Achterwech naast de schuur van Rijck Cornelisz Smit hetwelk Lambert Jansz van Jannitgen Pieters gekocht heeft en dat het huisje eigendom blijft van Lambert Jansz, en Aeriaen Thomasz zal betalen de obligatie van 50 gld die Lambert Jansz ten behoeve van Aeffgen Michielsdr, weduwe van Evert Maertsz, heeft verleden. Zal ook Aeriaen Thomasz tot zijn kosten moeten alimenteren en onderhouden Marytgen Ewoutsdr en haar aandoen een eerlijke begrafenis en de doodschulden alleen dragen, en na haar overlijden blijven behouden alles wat zij achterlaten zal. 685
                                                                        4. Floris THOMASZ, tr. Appolonia JACOBS.
                                                                            In 1625 geeft Aeryaen Thomasz, wagenmaker, poorter van Beverwijk, als oom en voogd van Thomas Florisz, zoon van Floris Thomasz en Appolonia Jacobs, in hun leven gewoond hebbende binnen de stand van den Brielle, volmacht aan Jan Deen, notaris binnende den Brielle, om te innen alle zodanige 6 guldens 's jaars als voornoemde Thomas Florysz zijn competerende van Claes Jansz, hem door of vanwege ene Jan Jacobsz Doncker besproken of gelegateerd, waarvan alreeds wel vier jaren zijn verlopen 847.
                                                                        5. Frans THOMASZ, overl. vóór 10 okt. 1612  848, tr. Lijsbeth CORNELISDR.
                                                                            In Beverwijk verkoopt in 1608 Otger Simonsoon wonende te Noortdorp in Heemskerk aan Frans Tomasz poorter dezer stede een huis en erf met de boomgaard aan de Breestraet, strekkende tot achter aan Jacop van Foreest, ten westen Jan Hendricksz, en mede compareerde Cornelis Willemsz van Toren, poorter dezer stede, en verkoopt op 18 juni 1609 Frans Tomasz, poorter, aan Claes Claesz van Amsterdam een huis en erf en boomgaard als in de schepenbrieven van 8 mei 1608 849.
                                                                            In Beverwijk verkoopt op 18 juni 1609 Claes Cornelisz, oud-burgemeester, aan Frans Tomasz een zesdepart van een croft land vóór bij de kerk, waarvoor Frans Tomasz bekent schuldig te wezen een jaarlijkse losrente van 14 gld, met als onderpand het gekochte, strekkende van de Meerwech tot achter aan de Heemskerckerwech, belend ten westen Claes Cornelisz zelf, ten noorden Cornelis Korstiaensz 850.
                                                                            In Beverwijk bekent op 28 juni 1611 Frans Tomasz, poorter dezer stede, schuldig te wezen Claes Cornelisz scheepstimmerman, zijn medepoorter, een losrente van 7 gld 's jaars, hoofdsom 100 gld, waaraan hij verbindt zijn huis en erf bij de kerk, strekkende van de Heerwech tot achter aan de Heemskerckerwech, belend ten westen Gerrit Claesz Block, ten noorden Cornelis Korstiaensz 851.
                                                                            In Beverwijk compareren in 1618 Lysbeth Cornelisdr, weduwe van Frans Tomasz, poorter der stede Beverwijk, geassisteerd met Crijn Dircksz haar wettig gecoren voogd, ter eenre, en Adriaen Tomasz en Claes Tomasz, ter andere zijde, om bewijs gedaan te worden van vaders erfenis van de kinderen Maritgen Fransdr, Tomas Fransz, Tonis Fransz en Frans Fransz. De moeder zal de kinderen onderhouden tot hun mondige jaren en alsdan aan elk kind 8 gld uitkeren, verbindende haar huis en erf in de Kerckbuert waar zij tegenwoordig in woont. 852
                                                                            In Heemskerk verkopen in 1645 Claes Cornelisz, buurman alhier voor hemzelf, Toomis Fransz, Frans Fransz, geassisteerd met Claes Cornelisz van 't Calff als voogd van Maerijtgen Fransdr, wonende in de Beverwijk, allen erfgenamen van Anna Cornelisdr, zuster van de voornoemde Claes Cornelisz, en Toomis Fransz, Frans Fransz en Marijtgen Frans moei, van 's moeders zijde, en Cornelis Jaecopsz, Roel Jaecopsz, Lourens Jaecopz en Jasper Gerrits als voogd voor Maerijtgen, Anna, Griete en Trijn Jaecopsdochteren, allen tezamen mede erfgenamen van Anna Cornelisz hun overleden moei van 's vaders zijde, aan Louerens Cornelisz hun oom in onze banne een croft land genaamd het Hoeckcroftgen waarvan Lourens Cornelisz mede voor zijn portie van zijn overleden zuster Anna Cornelisdr een vijfdepart toebehoort, groot in 't geheel 852 roeden, belend ten zuiden Cornelis Engelsz, ten westen de Schouwbeeck, ten noorden de gemene weg, ten oosten het Achterwechgen 853.
                                                                        6. Claes THOMASZ.
                                                                        7. Maritje THOMAS, tr. Banckeris CORNELISZ, geb. ca. 1601, schepen van Wijk aan Duin, overl. Heemskerk 24 nov. 1682, zn van Cornelis WILLEMSZ en Doutgen JANSDR, die hertr. met Neeltje THOMAS.
                                                                            Op 3 mei 1651 bekent Banckeris Cornelisz, tegenwoordig schepen van Wijk aan Duin, wonende op 't Hofland, schuldig te zijn aan Caspar Swaen, advocaat te Haarlem, 300 gld tegen de penning 20 in 't jaar, en compareerden mede Aeryaen Thomasz wielemaecker binnen Beverwijk en Jan Cornelisz wonende te Velserduin als borgen 536.
                                                                            In Heemskerk verkopen in april 1652 Cornelis Claesz Borst, poorter van Beverwijk, en Bancras Cornelisz, buurman op 't Hofland, erfgenamen van Joris Jansz en Dirck Jansz, ook voor alle andere erfgenamen, aan Garrebrant Laurisz, bakker en buurman te Heemskerk, een huis en erf in de Kerckbuyrt, belend ten westen de Kerckwech, ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Maritje Baertsdr, ten oosten de koper, voor 700 gld te betalen op twee eerstkomende meidagen, aan Cornelis Laurisz Stuyffzant twee akkertjes land liggende zij aan zij, genaamd Pieter Willemszacker, belend ten zuiden de heer van Assendelft, ten westen de Waterackerhoffbeeck, ten noorden de kerkmeesters van Heemskerk, en aan Reynier Claesz, poorter van Beverwijk, drie krochten land in 't Breetslach, belend ten westen de Grote Houtwech, ten noorden de weduwe van Gerrit Wildeman en de kinderen van Neel Jans, ten oosten Cornelis Willemsz, ten zuiden het Breetslachbeeckje, Dirck Frerixs Kayser en Cornelis Willemsz 537.
                                                                            In 1661 wordt in Beverwijk een verklaring afgelegd door o.m. Pancras Cornelisz op 't Hofland, omtrent 60 jaar, die 32 jaar op zijn woonplaats heeft gewoond, en heeft in Wijk aan Duin Ytien Tomas, weduwe van Jan Pietersz, thans wonende te Heemskerk, aan Bankris Cornelisz, buurman op het Hoflant, een huis en erf op het Hofland verkocht, belend ten oosten Cornelis Tomasz, ten zuiden de heer van Hogersmilde, ten westen de Achterwegh, ten noorden Laurens Jacobsz, voor 975 gld, te betalen over drie jaar 538.
                                                                        8. Neeltje THOMAS, zie 169.
                                                                      376. (<188) (>752) Gerit Jansen van OERLE, overl. Eersel 18 sept. 1622,
                                                                          In het cijnsboek van Eersel (1646-1650) komen voor Anthonis en Maryken, kinderen van Geraert Janssen van Oirle, met de helft van een beemd opgevolgd door Cuna, weduwe van Peeter Glaesmaker, met een stuk land opgevolgd door Antonis van Oirle voornoemd, en met een huis, hof en aangelegen land aan de Plaetse opgevolgd door Lucia weduwe van Peeter Glaesmaker en Antonis van Oirle voornoemd, elk voor de helft 854.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Anthonis Gerarts van OERLE, zie 188.
                                                                        2. Maria Gerarts van OERLE, landbouwer, heeft niet-huwelijkse relatie met Cornelis JANSEN.
                                                                        3. Anna Gerarts van OERLE, overl. Eersel 3 dec. 1622, heeft niet-huwelijkse relatie met N.N.
                                                                      380. (<190) (>760, >761) Corstiaen Peter STAPPARTS, overl. Eersel 19 juni 1636,
                                                                          In 1636 vermaakt Corstiaen Stapp[arts], liggende onder de Sacramenten, zijn uit eerdere deling gehouden huisraad aan Henrick zijn jongste zoon en Mayken [zijn] huisvrouw 855.
                                                                          In het cijnsboek van Eersel 1646-1650 komt voor: Corstiaen zoon van Peter Petersz Stappaerts, met een stuk beemd opgevolgd door Peter, Jan, Ariaen, Dirck en Henrick, zonen, bij deling, vervolgens door Aleijt weduwe van Peter met Catarina, Geertruyt, Jacobmijn en Marie, haar kinderen, met een bocht akkerland opgevolgd door Aleijt weduwe Peter Stappers en Catelyn, Geertruijt, Jacobmijne en Marie, kinderen van Peter, en Dirck, zoon, bij deling, met een stuk beemd opgevolgd door Henrick Corstiaen Stappaers bij deling, met een stuk beemd opgevolgd door Ariaen Corstiaen Stappaers bij deling, met een stuk akkerland opgevolgd door Peter, Jan en Arien, kinderen van Corstiaen Stappaers, bij deling, vervolgens door Aleyt weduwe Peter Stappaers en Catelijn, Geertruyt, Jacobmijn en Marie, haar kinderen, met een huis, schuur, hof en aangelegen land opgevolgd door Ariaen Corstiaen Stappars bij deling, met een stuk beemd opgevolgd door Dirck Corstiaens Stappaers bij deling, met een stuk beemd opgevolgd door Ariaen Corstiaen Stappaers bij deling, vervolgens door Henrick Corstiaen Stappaers bij koop, een stuk heiveld opgevolgd door Henrick Corstiaen Stappaerts bij deling, met een stuk beemd opgevolgd door Henrick Corstiaen Stappaerts bij koop, met een stuk beemd opgevolgd door Dirck Corstiaen Stappaerts bij deling.
                                                                          Verder nog: dezelfde als man en momboir van Heijlken dochter van Adriaen Mijs verwekt bij Cathaleijn, dochter van Peter zoon van Antonis Danckaerts, met een huis, schuur, hof en aangelegen grond genaamd de Poelhoff aan de Plaetse opgevolgd door Henrick en Jan kinderen van Corstiaen Stappaerts, bij deling, met een boecht akkerland opgevolgd door Henrick en Jan zoon van Corstiaen Stappaers bij koop, vervolgens door Heylken, Corstiaen en Jan, kinderen van Jan Corstiaens, met een bocht akkerland opgevolgd door Ariaen Corstiaen Stappaerts bij deling, vervolgens door Dirck en Henrick, zonen van Corstiaen Stapparts, Aleyt weduwe van Peter Corstiaens met Cathlyn, Geertruyt, Jacomyn en Marie, haar kinderen, en Heijlken, Corstiaen en Jan, kinderen van Jan Corstiaens, bij versterf, en met een hofstedeken met brouwhuis aan de Plaetse opgevolgd door Henrick Corstiaen Stappaerts bij deling 856.
                                                                      tr.
                                                                      381. (<190) (>762, >763) Heylken Adriaen MIJS, overl. Eersel 10 jan. 1635.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Peter Corstiaens STAPPARTS, ondertr./tr. (r.-k.) Eersel 5/27 jan. 1624 Aleyken Jacob SMOLDERS, dr van Jacob Willem SMOLDERS en Maria.
                                                                        2. Adriaen Corstiaen STAPPARTS.
                                                                            In 1639 heeft Aerien Corstiaen Peters zijn part in een beemd opgedragen aan Adriaen Wynants, verkoopt Aerian Corstiaenssen aan Jan Jansen alias Leck en Maryken zijn huisvrouw zijn aanpart van de helft ontvangen van zijn broer Peter en nog een vijfde van zijn zusters zoon aangestorven, van huis, hof, aangelag enz. nog ongedeeld zijnde, voor ƒ 400, verkoopt Aeriaen, zoon door Corstiaen Peeter Stappers nagelaten, aan Ariaen Wynants en Kaetelyn zijn huisvrouw zijn gedeelte bestaande uit de helft en een vijfde van een beemd genaamd den Bogert, in 1640 verkoopt Adriaen Corst Peter Stappers ten huize van Hendrick Corstiaens aan Gijsberd Aertsen en Maryken Huijbrechs zijn huisvrouw een stuk akkerland 857.
                                                                        3. Jan Corstiaen STAPPARTS, ondertr. 1°/tr. (r.-k.) Eersel 11/15 febr. 1635 Johanna JANS, tr. 2° Peternella.
                                                                            In 1638 heeft Jan Corstiaens ƒ 250 ontvangen van Henrick zijn broeder, welke Henrick beloofd had hem toe te geven in de mangeling, in 1639 verkoopt Jan Corstiaens aan Ariaen Wynants en Catelyne zijn huisvrouw zijn aanpart in een beemd, en testeren Jan Corstiaen Stapp[arts] en Jenneken zijn huisvrouw ziekelijk te bed liggend 858.
                                                                            In het cijnsboek van Eersel 1646-1650 komt voor Henrick Coolen tot Vechelen, met een huis, hof en aangelegen land opgevolgd door Wynant Goyarts bij koop, Marie [zijn] dochter bij deling, vervolgens Jan Corstiaen Stappaerts bij mangeling, en Heylken, Corstiaen en Jan, kinderen van Jan Corstiaens voornoemd 859.
                                                                        4. Dirck Corstiaen STAPPARTS, ondertr./tr. (r.-k.) Eersel 2/15 nov. 1631 Heylwig Jan BERNARDS.
                                                                            In 1640 zijn Dirck Corstiaens en Heijltken Jansen zijn huisvrouw 150 Carolusgulden schuldig aan Willem Hendrick Smeets van Veltoven, en betaalt Dirck Corstiaens deze terug 860.
                                                                            In 1660 is er scheiding en deling tussen Dirck Corstiaense en Elken weduwe van Peter Corstiaense met consent van Symon Cornelis en Dionys Nyssen haar schoonzoons, van twee velden hun achtergelaten door wijlen Corstiaen Stappers en zijn vrouw, hun ouders; Heylken huisvrouw van Dirck Corstiaenss, geassisteerd met Jan haar zoon, maakt zich sterk voor Dirck haar man 861.
                                                                        5. Hendrick Corstiaens STAPPARTS, zie 190.
                                                                      382. (<191) (>764, >765) Wynant GOYAERTS, overl. Eersel tussen 1 aug. 1633 en 30 sept. 1633,
                                                                          In 1639 vindt scheiding en deling plaats van de rente tussen de kinderen van Wynant Goyarts, hun aangestorven van hun vader en overgegeven door hun moeder, namelijk Goyart Wynants, Luijcas Wynants, Hendrick Corstiaenssen als man en momboir van Maryken, en Ariaen Wynants 862.
                                                                          In het cijnsboek van Eersel komt voor Wynant zoon van Goijart Bartholomeus, met een stuk akkerland opgevolgd door Lucas, Goijart, Adriaen, Bartholomeus, Marieken en Margaretha, kinderen, met een bocht akkerland opgevolgd door Goijart en Maria, kinderen, bij deling, en voor een huis, schuur, hof en aangelegen land opgevolgd door Goijart en Lucas, zonen, bij deling 863.
                                                                      tr.
                                                                      383. (<191) Catharina.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Maria Wynant GOYAERTS, zie 191.
                                                                        2. Goyaert WYNANTS, overl. vóór 4 mei 1677, tr. 1° (r.-k.) Eersel 23 jan. 1628 Barbara Marten HERMANS, overl. ald. 15 april 1636, dr van Marten HERMANS en Barbara, tr. 2° Geertruid LEPPENS, dr van Cornelis LEPPENS, secretaris van Bladel, en Margaretha, wed. van Aert Marten HERMANS.
                                                                            In 1637 belooft Goyaert Wynants met Geertruyt zijn huisvrouw ƒ 350 te betalen aan Jan Goyaerts en Ike zijn huisvrouw, en is Goyart Wynans als vader en momboir van de onmundige kinderen verwekt bij Barbara dochter van Marten Hermans aanwezig bij de deling tussen de erfgenamen van Marten Hermans zaliger en Barbara zijn huisvrouw, in 1638 wordt de inventaris opgemaakt van de bezittingen van Goyer Wynants en zij overleden vrouw Berbel, is Goyart Wynans vader van Peterken en Bartel onmundige zonen verwekt bij Barbara zijn eerste huisvrouw, met Herman Martens en Lucas Wijnans als momber en toeziender, heeft Goyaert Wynants ƒ 600 ontvangen van Herman Martens en Lucas Wynants toezienders van zijn onmondige kinderen verwekt bij wijlen Barbara dochter van Maerten Hermans, en worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen Goyart Wynants en Geertruit Leppens; zij heeft drie kinderen bij wijlen Aert [Marten Hermans], te weten Mertten, Bette en Neesken 864.
                                                                            In het cijnsboek van Eersel 1646-1650 komt voor: Martten zoon van Herman Lambertss met een stuk akkerland en een stuk beemd opgevolgd door Peter en Bartholomeus, kinderen van Goijart Wynants verwekt bij Barbara dochter van Martten Hermans 865.
                                                                            In 1660 heeft Goyart Wynans aan Nijs Nijssen en Geertruijt zijn huisvrouw een akker overgegeven, in 1661 beloven Goyart Wynans en Geertruijt zijn huisvrouw aan Peeter en Bartel, voorzonen van Goyart verwekt bij Barbara Martens, jaarlijks ƒ 50 te betalen uit een huis, hof en aangelag en verschillende stukken land, verkopen Goyart Wynans en Geertruyt zijn huisvrouw aan Gysbrecht Arts Bynen twee beemden, en heeft Goyart Wynans ƒ 200 ontvangen van Jan Henrix alias Clits en Anneken zijn huisvrouw 866.
                                                                            In 1638 wordt de inventaris opgemaakt van de bezittingen van wijlen Aert Marten Hermans en Geertruyt dochter van Cornelis Leppens, secretaris van Bladel 867.
                                                                            In 1662 verkopen Gertruijt nagelaten weduwe van Goyart Wynants, geassisteerd met Ariaen Wynans haar momboir, Peeter en Bartel zoons van Goyert Wynants bij Barbara Martens, Neesken dochter van Aert Martens geassisteerd met Willem Michiels haar man en momboir, Barbel dochter van Goijert Wynants geassisteerd met Ariaen van Herik haar man en momboir, verder voorzover gerechtigd Luijcas Wynen als momber en Peeter Leppens als toeziender van de onmundige kinderen van wijlen Goyart Wynans, aan Ariaen van Herik en Berbel zijn huisvrouw een huis, hof en aangelag, en verschillende stukken land 868.
                                                                            In 1677 compareren Geertruij Leppens (in hoge ouderdom gekomen), laatst weduwe van Goyaert Wijnans, geassisteerd met Jacop Ariens, en Margriet dochter van wijlen Goyaert Wijnans verwekt bij voornoemde Geertruij, geassisteerd met Reijnier Dircx, beiden inwoners van Bladel 869.
                                                                        3. Adriaen WYNANTS, president-schepen van Eersel 870, overl. 1680, ondertr./tr. (r.-k.) Eersel 27 sept./11 okt. 1631 Catharina MICHIELS.
                                                                            In 1638 hebben Adriaen Wynants en Cathelyn zijn huisvrouw een akkertje opgedragen aan Willen Michiels en Anneken zijn huisvrouw, in 1639 mangelen Gerit Jansen Schellens en Jenneken Reynder Birs dochter zijn huisvrouw met Ariaen Wynants en Catelyn Michielsen zijn huisvrouw, hebben Ariaen Wynants en Kaetelyn zijn huisvrouw aan Gerit Jan Schellens een halve gracht opgedragen, en hebben Ariaen Wynants en Kaetelyn zijn huisvrouw aan Hendrick Corstiaensen en Maryken zijn huisvrouw opgedragen de helft en het vijfde deel van land gekocht van Ariaen Corstiaen Peter Stappars 871.
                                                                        4. Lucas WYNANTS, tr. Maria.
                                                                            In 1637 verkopen Luycas Wynen en Maeyken zijn huisvrouw aan Hendrick van den Walzat en Jenneken zijn huisvrouw een stuk land, als Luycas dat van Lysken Jan Lucas gekocht heeft, en zijn Lucas Wynants en Maeycken zijn huisvrouw wel betaald van Gysbrecht Aerts Bijnen van ƒ 200 872.
                                                                        5. Margareta Wynant GOYAERTS, ondertr./tr. (r.-k.) Eersel 13/30 jan. 1635 Cornelis Adriaens van den BOER  873, mulder ald., overl. tussen 28 nov. 1687 en 26 juli 1688.
                                                                            In 1636 heeft Margriete Wynants geassisteerd met Cornelis Adriaenssen haar man en mombaer aan Goyaert Wynants haar broeder en Barbara zijn huisvrouw hun part in het woonhuis enz. overgedragen hun aangekomen bij de dood van hun vader en van hun moeder 874.
                                                                            In 1686 testeren Cornelis Adriaens van den Boer en Margareta Wynant Goyaerts 875.
                                                                      392. (<196) Frans FRANSZ, alias de ouwe Frans,
                                                                          In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1627 Frans Fransz buurman te Broek op Langedijk aan [Nicolaes] Hasselaers majoor binnen Amsterdam, mitsgaders Dirck en Pieter Hasselaers mede aldaar, een akker bouwland met zijn aangewas in het Suijderbosch op de Waert, belend ten westen Cornelis Sijmens Schoene, ten oosten de kopers, en verbindt hieraan een akker bouwland in Broek 876.
                                                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1641 Pieter Jansz wonende in de Streeck bij Enkhuizen aan Frans Fransz een akker zaadland genaamd de Jongenij, belend ten oosten en westen Jan Gerretsz, verkoopt in 1642 Gerrit Claesz Kramer aan Frans Fransz een hoekje gang gaande vanaf het achterend van Willem Pietersz tot het voorerf aan de Burghsloot, belend ten noorden Jan Maertens, ten zuiden Frans Fransz voorschreven, en verkopen in 1646 Symen Fransz, Aerian Cornelisz en Cornelis Pietersz, een zoon en twee zwagers [schoonzoons] van de ouwe Frans, buurluiden in Broek op Langedijk, aan Frans Fransz de Jonge, mede gebuurman aldaar, een schuur met een keuken tot de schoorsteen toe met zijn erf in 't Noortent, belend ten noorden Marijtien Pietersdr, ten zuiden Et Tamesdr, ten westen de ouwe Frans met het voorhuis annex, met de bepaling dat 't achterhuis een vrije gang zal hebben 877.
                                                                      tr.
                                                                      393. (<196) (>786) Maritgen CORNELIS.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Frans Fransz de JONG, tr. N.N.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1646 Frans Fransz de Jong aan Aerian Pietersz een schuur met een keuken op 't Noortent, belend ten zuiden Reijnu Aeriansdr, ten noorden Willem Pietersz Witlock, ten westen Hendrik Jansz in 't voorhuis annex, met een vrije gang naar de voorwal met een aanleg, en aan Hendrik Jansz een voorhuis op 't Noortent, belend ten zuiden Reijnu Aeriansdr, ten noorden Jan Maertens, ten oosten Aerian Pietersz met het achterhuis 878.
                                                                        2. Sijmon FRANSZ, zie 196.
                                                                        3. Trijn FRANSDR, tr. Cornelis Pietersz ELLEN.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1647 Pieter Baertsz aan Cornelis Pietersz Ellen een huis en erf op 't Noortent, belend ten zuiden Reijnert Jans kramer met kinnebaksham, ten oosten de Burchsloot, verkoopt in 1650 Tames Dircksz ten behoeve van de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Pietersz Ellen een akkertje zaadland genaamd Jugenij, groot omtrent 5 snees, met 4 snees ouwedijck, in de Oosterkoogh, belend ten zuiden Aerian Cornelis Duynmans, ten noorden Jan Maets Janne Pieter, verkopen in 1650 Jan Aersz wonende te Schagen en Tames Dircksz gebuurman van Broek op Langedijk t.b.v. de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelisz Pietersz en Trijn Franses, ten overstaan van de voogden van de kinderen, een akker zaadland genaamd Jan Aersesacker, groot omtrent 10 snees, in de Oosterkoogh, belend ten zuiden Gerrit Allertsz, ten noorden Willem Jansz, belast met 7 snees ouwedijck, verkopen in 1650 Dirck Pietersz Slooves, Sijmen Fransz en Aerian Pieters Ellen als voogden van de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Pietersz Ellen en Trijn Franses aan Tames Dircksz een huis en erf op 't Noortent oversloot, belend ten zuiden Reynert Jansz met kinnebaksham, ten oosten de Burchsloot, met een vrije gang vanaf de brug tot aan de Heerestraet toe langs de Zuidzijde van het erf van Gerrit Pietersz snijder, en verkoopt in 1651 Tames Jansz alias Spatmans Taems wonende te Zuid-Scharwoude t.b.v. de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Pietersz Ellen een akker zaadland van omtrent 9½ snees in de Oosterkoogh, belend ten zuiden Isbrant Pietersz, ten noorden Maerten timmerman 879.
                                                                        4. N.N. FRANSDR, tr. Aerian Cornelisz DUIJNMAN, zn van Cornelis Jansz DUIJNMAN.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1646 Sybet Pietersz wonende op 't Seggelis buiten Alkmaar aan Aerian Cornelisz een voorend en keuken en erf, belend ten noorden Cornelis Cornelisz Haes, ten zuiden Jan Teeuwis, met een vrije gang bezuiden het achterhuis langs, verkoopt in 1647 Aerian Cornelisz aan Jan Jansz Stadt een keuken en voorend met erf, belend ten noorden Bartelmies Aeriansz en Pieter Jansz, ten oosten Gerrit Allertsz, ten zuiden Jan Teeuwisz, en omgekeerd een halve stolp en erf, belend ten noorden Pieter Ellen, ten zuiden Trijn Karsses kinderen, verkoopt in 1651 Aerian Cornelisz wonende te Barsingerhorn aan Sijmen Fransz een oostend akker zaadland in de Oosterkoogh, genaamd Moeijesend, groot omtrent 6½ snees, belend ten zuiden Cornelis Jansz Ent, ten noorden Willem Jansz Boer, en aan Pieter Remmes een noordend van een akker zaadland genaamd het End bij de Molen, groot omtrent 5 snees, in de Oosterkoogh, belend ten oosten de Oosterdijck, ten westen Jan Huijbertsz 880.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1667 Jan Reijndertsz Groen scheepmaker alhier, aan Sijmen Fransz alhier en Dirck Cornelisz Duijnman wonende in Zuid-Scharwoude, als voogden van Cornelis Adriaensz nagelaten weeskind van wijlen Aerjan Cornelisz Duijnman, een huis en erf, belend ten noorden Jan Aerjansz linnenwever, ten zuiden Jacob Jansz Jonckers, met een vrije gang en aanleg westwaarts naar de wal toe bezuiden voorschreven Jan Wever zijn huis langs, en verkopen de voornoemde voogden aan Gevert Reijndertsz een akker zaadland van 3 snees, belend ten westen de koper, ten oosten de Oosterdijk 881.
                                                                            In Broek op Langedijk verkopen op 16 april 1670 Sijmon Fransz en Dirck Cornelisz Duijnman, als voogden of erfgenamen voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Pieter Baertsz, die weder verkoopt aan Sijmon Pietersz Werf mede wonende te Broek op Langedijk, een huis en erf, belend ten westen Jan Aerjansz linnenwever, ten zuiden Jacob Jansz Jonckers 882.
                                                                            In Broek op Langedijk verkopen op 18 februari 1671 Sijmon Fransz en Dirk Fransz, voor henzelf en voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Sijmon Pietersz Werff een middelmootje akker zaadland achter Smeers(?) voor de huizen, groot omtrent 2½ snees, belend ten westen de koper, ten oosten Jan Pietersz Ellen 883.
                                                                        5. Jannetie FRANSDR, tr. Reijnert JANSZ.
                                                                            In Broek op Langedijk verkopen in 1659 Reijnert Jansz getrouwd hebbende Jannitie Frans voor hemzelf, en Jan Dircksz Keijser als voogd van de kinderen van wijlen Aerian Cornelisz Duijnman, aan Sijmen Aelbertsz een half huis of halve schuur en erf, belend ten noorden Aerian Pietersz Ellen, ten zuiden Tryn Kerses erve, belast met 1½ snees ouwedijck 884.
                                                                      396. (<198) Claes GERRITSZ,
                                                                          In Bergen wordt in 1630 voor de verponding als land van de kinderen van Claes Gerritsz onder Oostdorp vermeld: een acker tusschen beeck 54 r, getax. 3:0:0, van die kerck van Alckmaer 60 r, getax. 1:5:0, tpaerdelant, getax. 5:5:0 885.
                                                                          In Bergen heeft in 1638 Jan Olijfiersz, buurman te Koedijk, gekocht van zijn zwager Gerrit Claesz, buurman te Langedijk, de helft van een paardeland, de helft groot 108 roeden, iedere roe voor 2 gld 5 st, te betalen op de twee eerstkomende kerstdagen anno 1638 en 1639 telkens de helft, komt gereed op ƒ 221:19:8, de 40e penning ƒ 5:11:0 886.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Gerrit Claesz van BERGEN, zie 198.
                                                                        2. Anna CLAESDR, tr. Jan OLIFIERSZ, wedn. van Adrian DIRCXDR.
                                                                            In Koedijk hebben in 1624 Jan Olifiersz en Adrian Dircxdr zich in de huwelijkse staat begeven, onder huwelijkse voorwaarden, zonder enige gemeenschap van goederen, [in ander handschrift toegevoegd] was nog in de principale brief bevoorwaard dat Jan Olifiers bij aflijvigheid van Adrian 't huis zal mogen bewonen tot zijn sterven of wederhuwelijk, en heeft in 1630 Jan Olifiers 't halve huis gekocht uit zijn vaders nalatenschap, voor 250 gld, waarvan 76 gld 4 st hem van zijn vader toekwam 887.
                                                                            In Bergen heeft in 1641 Cornelis Paulsz, buurman te Bergen, gekocht van Jan Olifiersz, buurman te Koedijk, een akkertje zaadland groot 35 roeden, voor ieder roe ƒ 5:10:0, en verkopen in 1643 Gerrit Aeriaensz schoolmeester van Koedijk en Pieter Cornelisz secretaris van Koedijk, gekoren voogden van Karel Jansz, nagelaten weeskind van zal. Jan Olphertsz van Koedijk geprocreëerd bij Anna Claesdr zal. zijn huisvrouw, aan Cornelis Pouwelsz Schencker, buurman te Oostdorp, een akker geestland groot omtrent 35 roeden, belend ten oosten Cornelis Adriaensz, ten zuiden een schouwbeek, ten westen Aerian Dircxz, ten noorden een gemene weg 888.
                                                                      398. (<199) Pieter, alleen bekend van 3 dochters,
                                                                          In Broek op Langedijk verkopen in 1855 de kinderen van Jan Jansz Koeman te Monnickendam, de kinderen van Jacob Jansz van de Keijn of hun voogden, de kinderen van Marijtien Jans en de kinderen van Trijn Jans te St. Pancras, de kinderen van Geert Jans in de Purmer, 't kind van Anne Jansz of zijn voogd, Gerrit Claesz en Aerien [Jansz] Ploeger te Broek op Langedijk, aan Jan Claesz Kuijper te Broek op Langedijk een akker zaadland groot omtrent 5 snees met 4 snees 10 roeden ouwedijck, liggende buitendijks, belend ten noorden Jacob Almersz, ten zuiden Oom Jaepe Taems, verbindende Gerrit Claesz en Aerien Jans voorschreven elk een akker zaadland, Gerrit Claesz een akker achter de huizen groot omtrent 10 snees, belend [ten noorden] Allert Hensbroeck, ten zuiden Jan Gerritsz, en Aerien Jansz een akker achter de huizen groot omtrent 10 snees, belend ten zuiden Aerien, ten noorden Fijtje Willems 889.
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Geertie PIETERS, tr. Jan.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1652 Jan Jansz Koeman wonende te Monnickendam, oudste zoon van Geertie Pieters, zich sterk makende voor zijn cum sociis, aan Gerrt IJsbrantsz een huis en erf, belend ten oosten de Oosterdijck, ten westen 't Suijerdel, belast met 1 snees ouwedijck, met als onderpand 5 snees land buitendijks, belend ten noorden Jacob Almersz, ten zuiden Oom Jape Taemes 890.
                                                                        2. Diewertie PIETERS, zie 199.
                                                                        3. N.N. PIETERS, tr. Aerian Jansz PLOEGER.
                                                                      400. (<200) (>800) Gerrit Jansz RUS, geb. ca. 1591, overl. verm. kort vóór 3 mei 1663  891,
                                                                          Bij de verpachting van vroonlanden in 1614 wordt No. 59, Garbrant Pouwelsweyde, groot 3 morgen 23 roeden, met de aanwas in 't oost in de Somersloot, laatst gebruikt door Gerrit Pietersz Jonge Gerrit van Koedijk, gemijnd door Gherryt Jansz Rus van Koedijk voor 150£, met als borgen Pieter Jansz Rus en Jan Pietersz 892.
                                                                          Op 18 juni 1626 getuigen Gerrit Jansz Rusch, buurman te Koedijk, oud omtrent 35 jaar, en Claes Jansz backer, poorter van Alkmaar, oud omtrent 28 jaar, verzocht zijnde door Aerian IJffsz Cramer als voogd van de kinderen van wijlen Jan Pietersz Soetelieff, dat zij verleden winter geweest zijn bij Pieter Gerritsz Backer in zijn leven wonende te Warmenhuizen, ziekelijk bij de haard zittende, dewelke aan elk van hen beleden heeft dat hij omtrent 2 jaar geleden 100 gld opgenomen had Jan Pietersz Soetelieff, zeggende dat hij wilde dat deze uit zijn nalatenschap vooruit aan diens kinderen betaald zouden worden, en getuigt op 1 augustus 1616 Gerrit Jansz Rus, buurman te Koedijk, oud omtrent 35 jaar, ten verzoeke van Wouter Pietersz Spijcker wonende te Koedijk als voogd van de nagelaten weeskinderen van Jan Pietersz Soetelieff, dat hij in de winter laatstleden geweest is ten huize van Pieter Gerritsz Backer te Warmenhuizen, dewelke ziekelijk zijnde bij de haard zat en tegen hem getuige en anderen gezegd heeft dat hij zijn zoon Gerrit Pietersz Vetter van zijn moeders erfenis voldaan heeft, onder vertoning van een akte daarvan 893.
                                                                          Bij de verpachting van vroonlanden op 13 oktober 1633 op 't stadhuis te Alkmaar wordt de Noortooster helft van Foppe Pieterswaijde, groot 3 morgen 270 roeden, laatst gebruikt door Sijmon Pietersz Papen, gemijnd door Gerrit Jansz Rus voor 184£, met als borgen Garbrant Jacobsz en Jacob Adriaensz van Koedijk, de Willem Foppiswaijde akias de Metinge, groot 3 morgen 68 roeden, met de aanwas in het Oost in de Somersloot, laatst gebruikt door Claes Pietersz Sinter alias Moersjongste, eveneens gemijnd door Gerrit Jansz Rus, voor 182£, met dezelfde borgen, en wordt bij een verpachting aan Jacob Ariensz Bruijneman en aan Ghermant Jacobsz Tesselaer mede als borg vermeld Gerrit Jansz Rus(ch) 894.
                                                                          In Koedijk is op 31 januari 1634 Gerrijt Jansz Rus mede-voogd van de kinderen van Cornelis Jansz Soetelieff 895.
                                                                          Voor de notaris in Noord-Scharwoude compareren in 1637 Jan Gleynisz Breelant, Gerrit Jansz (Rus) en Cornelis Reijersz Stammes, allen van Koedijk, als gecommitteerden van de Oude Greb 896.
                                                                          In Koedijk verkopen op 5 december 1638 de kinderen van Jacob Claesz Cleijenburch een huis en erf aan Jan Jansen, belend ten noorden Gerrit Jansz Rus, ten zuiden Griet Pieters, en verkoopt in 1644 Jan Jansz alias Cleijn Jan te Huiswaard aan Gerrit Jansz Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Jacobsz Folkers 897.
                                                                          In Oudkarspel verkoopt op 8 februari 1651 Reijer Jacopssen wonende op Sijbelhuijse in de banne van Harenkarspel aan Gerrit Janssen Rus wonende op Koedijk de helft van een stuk weiland, omstreeks 3 geerzen 11 snees 10 roeden, gemeen en onderdeel met Gerrit Jansz Kaeckien wonende te Warmenhuizen, groot in 't geheel 7 geerzen 9 snees, belend ten westen Gerrit Bouwens van Koedijk, ten zuiden Croone weduwe [de weduwe van Croon Jans] van Alkmaar, ten noorden de banscheiding van Warmenhuizen, en verkoopt op 4 februari 1653 Gerriet Jansz wonende te Warmenhuizen aan Gerriet Jansz Rus wonende op Koedijk de helft van een stuk weiland groot in 't geheel 8 geerzen in de Vulle Grep, belend ten westen Gerriet Louris wonende op Koedijk, ten noorden Cornelis Timmerman mede van Koedijk 898.
                                                                          In Koedijk wordt op 8 januari 1670 in de weeskamer voor de kinderen van wijlen Dirck Aerjens en Alit Pieters, van wie de voogden zijn Cornelis Gerrets Rus en Huybert Gerrets Slommer, ingebracht een obligatie op Pieter Gerrets Rus, anders Pieter Jansen Molenaer te Amsterdam op de molen 't Schaep, „ten pryckel” van Cornelis Gerrets 899
                                                                      tr. N.N.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Cornelis Gerritsz RUS, overl. vóór 2 maart 1685 583 en 584, tr. N.N.
                                                                            In Koedijk verkoopt in 1651 Cornelis IJsbrants aan Cornelis Gerritsz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Gerrit Reijersz Slommer, ten zuiden de weduwe van Pieter IJffsz 585.
                                                                            In Oudkarspel verkoopt in 1678 Maerten Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk de helft van een stuk weiland in onze banne te Koedijk, belend ten westen de Vaert, ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten noorden Dr Coorn, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 9 snees en onderdeel met Pieter Soetelief secretaris te Zuid-Scharwoude, voor een custingbrief 586.
                                                                            In Warmenhuizen verkoopt in 1682 Theuwis Meyertsz geassisteerd met Adriaen Jacobsz Stroper aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk een perceel land binnen de Oude Greb, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden de koper 587.
                                                                        2. Jan Gerritsz RUS, zie 200.
                                                                        3. Pieter Jansz RUS, op 8 januari 1670 in Koedijk vermeld als Pieter Gerrets Rus anders Pieter Jansen Molenaer te Amsterdam op de molen 't Schaep 899, geb. Koedijk, molenaar (in Amsterdam op 19 januari 1668 als Pieter Jansz Rus van Koedijk, molenaar, poortereed gedaan en 't klein recht betaald), begr. Sloterdijk 17 aug. 1678 (Pieter Jansz Rus wonende aan de moutmolen staande aan de 100 roe bij de Haarlemmerpoort aan de Nieuwewegh), tr. Marritje DIRCX, begr. ald. 4 dec. 1669 (huisvrouw van Pieter Jansz [het oorspronkelijke patroniem „Gerrits” was doorgehaald en vervangen door „Jansz”] Rus wonende in de moutmolen dicht bij de poort), dr van Dirck REIJNDERSZ LAUWES en Geert JANS.
                                                                            In Alkmaar verklaren op 30 juni 1656 Willem Jansz en Cornelis Cornelisz, beiden meelmolenaar te Alkmaar, ten verzoeke van Pieter Jansz meelmolenaar te Medemblik, dat van de verkochte molens in Alkmaar 't staande en lopende gereedschap door 2 schepenen wordt getaxeerd om van de kooppenningen te worden afgetrokken omdat daarvoor geen 40e penning betaald wordt 900.
                                                                            In Medemblik wordt in 1665 Pieter Jansz Molenaer, wonende aan de Zuidzijde van 't Westeijnde (het eerste perceel naar het oosten toe), voor het haardstedengeld aangeslagen voor 2£ 901.
                                                                            In Opperdoes bewijst op 17 oktober 1673 Pieter Jans Molenaer wonende te Amsterdam, genegen om te hertrouwen, aan zijn 5 kinderen Maertien, Jan, Trijntje, Dirck en Geertje, geprocreëerd bij Marij Dircks zal., zijn overleden huisvrouw, tot hun moeders erfenis 4 tiendeparten van een halve moutmolen met dezelfde parten van 't huis en erf, de molen genaamd 't Schaep, staande en liggende buiten de Haarlemmerpoort aan de Laegewech te Amsterdam, waarbij Cornelis Jans Raper wonende te Opperdoes als getrouwd hebbende Aef Dircxs zuster van voorschreven Marij Dircks zal., Jan Barents getrouwd hebbende Trijn Dircxs, mitsgaders Geert Dircxs zuster als voren, verklaren 't voorschreven bewijs te accepteren, vertrouwende dat de voorschreven kinderen door dit bewijs hun gerechtigheid wel zijn hebbende (alleen Jan Barents ondertekent niet maar zet een merk), en worden op 27 maart 1677 als eigenaars van de Lutjeweijd bezuiden 't Zuijderpadt genoemd Cornelis Jansz Raper voor 1/4, Pieter Dircksz voor 1/4, Heijndrick Pietersz Visser voor 3/16, Pieter Molenaer voor 1/16, Reijnder Dircxz voor 1/8 en Pouwels Cornelis voor 1/8 902.
                                                                            In Amsterdam heeft op 19 oktober 1673 Pieter Jansz moutmolenaar, ingevolge een akkoord gepasseerd tussen hem en Cornelis Jansz oom van zijn kinderen te Opperdoes voor notaris Mr Volkert Bijkerck op 17 oktober 1673, bewezen zijn vijf kinderen Marretie oud 16, Jan 13, Trijn 10, Dirck 7 en Giertie 4 jaar van wie de moeder was Marretie Dircks, tezamen voor moeders erfenis, 4 tiendeparten in de helft van de moutmolen genaamd het Schaep buiten de Haarlemmerpoort op de Treckwegh, met dezelfde parten van 't huis en erf aldaar mede staande en gelegen 903.
                                                                            Door het molenaarsgilde van Amsterdam is op 2 februari 1668 ƒ 17-10-0 ontvangen van Pieter Jansen Rus (in hetzelfde rekeningenboek komt de naam „Pieter Jansen” of „Pieter Jansz” verschillende malen eerder en later voor); op 12 oktober 1677 is Pieter Jansz een van de nieuwe overluiden, die op 15 oktober 1678 opgevolgd was vanwege diens overlijden 904.
                                                                            In Kalslagen verkoopt op 13 mei 1675 Jacoba Jacobsdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Aertsz Besuijen in zijn leven korenmolenaar te Kalslagen, geassisteerd met Claes Pietersz Backer haar stiefvader en vercoren voogd in dezen, met consent van de schout als oppervoogd van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Jan Aerts Besuijen geprocreëerd bij voorschreven Jacoba Jacobsdr, aan Willem Pietersz Lucht en Jan Pietersz [moet zijn: Pieter Jansz] Rus, beiden korenmolenaars te Amsterdam, een windkorenmolen met huizinge, werve, potinge en plantinge staande en gelegen aan 't huis ter Lucht, belend ten oosten Adriaen Elbertsz, ten zuiden de Drecht, ten westen Willem Jacobsz Buijser, ten noorden voornoemde Adriaen Elbertsz, met de eigendom van de gehele sloot ten noorden van 't voorschreven erf, belast met 600 gld tegen 4½ gld ten honderd mitsgaders 5 gld 's jaars tot de recognitie en het recht van de wind, de windbrief van 3 augustus 1651, voor 1100 gld waarvan 800 gld gereed en de resterende 300 gld op 3 meidagen beginnende 1676, en verkopen op 12 mei 1694 Dirck Pietersz Rus, Pieter Boogaart als getrouwd zijnde met Trijntie [moet zijn: Geertie] Pieters Rus, Claas Meijnders als weduwnaar en boedelhouder van Geertie [moet zijn: Trijntie] Pieters Rus en Trijntie Hillebrants weduwe en boedelhoudster van Jan Pietersz Rus, tezamen voor de helft, en Gerrit Cornelisz Buijser en Dirck Claasz de Hoop als voogden over de 2 minderjarige erfgenamen van Willem Pietersz Buijser, en Dirck Willemsz, voor de andere helft, aan Dirck Dircxz een windkorenmolen belast met 400 gld, voor 200 gld (in de kantlijn: de losse goederen getaxeerd op 160 gld zodat de 40e penning ontvangen is over 440 gld [vanwege 400+200-160=440]) 905
                                                                            In Alkmaar compareerden op 26 november 1688 voor de notaris Jan Pietersz Rus molenaar op de moutmolen van 't Witte Schaap buiten de Haerlemmerpoort der stad Amsterdam op de Lagewegh, Dirck Pietersz Rus, Claes Meijndersz Westerman getrouwd met Trijntie Pieters Rus, en Pieter Bogaart in huwelijk hebbende Geertie Pieters Rus, allen wonende binnen deze stad, kinderen en erfgenamen van Pieter Jansz Rus en Maritie Dircx van Opperdoes, in hun leven echteluiden gewoond hebbende op de voorschreven molen, en gaven te kennen dat zij op 23 januari 1685 enige van de nagelaten goederen hebben verdeeld, namelijk de paarden, bedden met toebehoren, linnen en wollen (waar een briefje apart van is), dat de rest van de roerende goederen, huisraad en anders, door Jan Pietersz Rus is aanvaard en behouden tegen betaling aan de gemene boedel van 284 gld op Kerstmis 1685, welke somme hij met nog 400 gld wegens 2 paarden op 21[?] juli 1686 heeft voldaan, waarvan ieder zijn portie genoten heeft, met verdere nagelaten effecten. Van de nalatenschap is nog het volgende onverdeeld, namelijk de helft van de voornoemde moutmolen, huis en tuinen genaamd het Witte Schaap, belast met 1000 gld tegen 4 percent sedert Allerheiligen 1687 aan de erfgenamen van Simon Leendersz Molenaar, de helft in een korenmolen, huis en tuin staande aan het huis ter Lugt onder Kalslagen in de Veenen, belast met 200 gld, een stuk weiland groot omtrent 100 roeden te Opperdoes, een custingbrief ten laste van Lucas Jansz Spruijt, eerder molenaar te Medemblik nu buiten Hoorn aan de Noordermolen, van 1250 gld tegen 4 percent waarop nu nog resteert 200 gld en wegens verlopen interest 64 gld vervallen tot mei 1688 incluis, eindelijk een orgel staande tegenwoordig ten huize van Jan Pietersz Rus, nog de huurpenningen van de halve moutmolen sedert mei 1688 ten laste van de voornoemde Jan Pietersz Rus die de molen tegenwoordig voor de helft in huur gebruikt voor 12 gld 12 st per week, waarop in mindering 122 gld is betaald. (Ondertekeningen: Jan Pietersz Rus, Dirck Pietersz Rus, Klaes Meijndersz Westerman, Pieter Boogaert.) 906
                                                                      408=400.
                                                                      416. (<208) (>832, >833) Ariaen ARIAENSZ, overl. tussen 8 febr. 1640 en 5 dec. 1641,
                                                                      tr. 1° N.N.,
                                                                      tr. 2°
                                                                          In Koedijk wordt de inventaris geregistreerd van de goederen bevonden in de nagelaten boedel en sterfhuis van Adriaen Adriaensz en Lijssebeth Willemsdr, in hun leven wonende te Koedijk, ten verzoeke van Cornelis Sevenhuijsen oud-schepen van Alkmaar, Pieter Cornelisz buurman te St. Maarten, Michiel Michielsz buurman te Warmenhuizen, omen van vaderszijde, mitsgaders Arent Sijmensz Prins en Jacob Adriaensz Bruijneman, vrunden van moederszijde. (In de marge staat vermeld dat de kinderen op 12 juni 1664 getrouwd en voldaan zijn.) De aangegeven verdeling tussen „Adriaen” en „Casteleijn” vond plaats op 30 januari 1658 ten overstaan van weesmeesters, voogden en de E. Casteleijn van de Hondsbossche en duinen te Petten getrouwd zijnde aan Marijtgen Adriaensdr, in presentie van Jacob Adriaensz Bruyneman, volgens een deelbrief door partijen gemaakt. De goederen achtergelaten door Lijssebeth Willems zijn een huis en erf in Koedijk, belend ten zuiden Aris Sijmensz Prins, ten noorden Dirck Adriaensz, en verder 2 stukken land in Koedijk, en 3 stukken land, in Oudkarspel, Warmenhuizen en Bergen, 8 obligaties (tezamen inhoudende 3300 gld), 350 gld in de buidel, en de al door de kinderen verdeelde meubelen. De goederen van Adriaen Adriaensz, zoals blijkt bij schrift van deling, zijn, eerst de goederen die hij van zijn broer Sijmen Adriaensz heeft genoten, bestaande uit een stuk land in Valkkoog en 2 rentebrieven, dan de goederen die de kinderen hebben geërfd van de moeder van Adriaen Adriaensz, bestaande uit 3 stukken land, in Valkkoog, Warmenhuizen en St. Maarten, en 500 gld berustende onder de omen Cornelis Sijmensz en Adriaen Cornelis Zevenhuijsen, en tenslotte nog een stuk land in Valkkoog en een obligatie, met pro memorie dat het huis en erf voor de helft de kinderen aangedeeld was vanwege hun vaders erfenis. 907
                                                                               Uit het eerste huwelijk:
                                                                          1. Sijmon ADRIAENSZ, tr. Griet THEUNIS.
                                                                              In Warmenhuizen verklaren op 25 maart 1676 Symon Adriaensz Schoorldam, schepenmaker, ter eenre, en Claes Thonis zijn zwager en oom over zijn kinderen geteeld bij Griet Theunis zal. ged., mitsgaders vervangende in dezen Cornelis Theunisz zijn broer en meer omen van de voorschreven kinderen, ter andere zijde, te zijn overeengekomen dat dezelve Sijmon Adrijaensz met zijn kinderen zal blijven in gemeenschap van goederen tot kennelijk wederzeggen toe, en verklaart op 3 mei 1677 Jacob Cornelisz Huijsman schuldig te wezen aan Theunis Sijmonsz, de zoon van Sijmon Adriaensz, alhier ter weeskamer, 200 gld ter oorzake van een obligatie tegen 4 gld ten honderd (op 21 oktober 1686 bekent Sijmon Adriaensz hiervan voldaan) 908.
                                                                              In Warmenhuizen verkoopt in 1671 Maerten Pouwelisz Varckendrijver buurman te Schoorldam aan Sijmon Adriaensz c.s. tegenwoordig burger dezer stede een vrije overreed, overpad en notweg gelegen bewesten 't huis en erf van comparant, beginnende uit het zuiden tot op het Reeckerstuck aan het pad of de gang toebehorende Sijmon Adriaensz c.s.; Sijmon Adriaensz c.s. [zijn nu] de possesseurs van voorschreven Reeckerstuck mitsgaders het stuk land bewesten de Reecker genaamd het Hoeckstuck 909.
                                                                              Op 29 augustus 1682 vertegenwoordigen Simon Adriaensz en Willem Dircxz, vroedschappen te Warmenhuizen, het dorp Warmenhuizen voor een akkoord over de quotisatie van het gemaal 910.
                                                                          2. Anna ADRIAENSDR, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 4 maart 1635 (Anne, dr van Arijaen Arijaensz van Crabbedam), tr. 1° Koedijk 18 jan. 1660 Hendrick Bouwensz CLERCQ, schoenmaker, overl. tussen 31 mei 1678  911 en 2 mei 1680, zn van Bouwen Jansz CLERCQ en Maritie PIETERS, tr. 2° ald. 30 maart 1681 Jan Poulusz KLEIJENBURCH, impost op begr. ald. 7 jan. 1716 (impost ƒ 6, dubbeld recht, wat niet strookt met het getrouwd geweest zijn) zn van Paulus MEIJNDERTSZ, schepen (1666-1676) en weesmeester (1670-1672) 23 van Koedijk, en Anna JANS.
                                                                              Op 29 november 1659 testeren 4 kinderloze broers (met achternaam Bel) en zusters na het overlijden van de langstlevende o.a. aan de kinderen van hun overleden zuster Maritie Pieters, met namen Cornelis Bouwensz Clercq, Jan Bouwensz Clercq, Maritie Bouwens en Neel Jans anders Neel Bouwensdr 912.
                                                                              In Koedijk verkoopt op 6 februari 1658 Pieter Jansen Olijwaijer aan Hendrick Bouwens Clercq onze buurvrijer een voorhuis, keuken en 2 boeten met het erf, rooiende van de schoorsteen af staande tussen de voorschreven keuken en de keuken van Gleijn Cornelis lijnrecht tot aan het huis van Reijer Bartelmies, op Kumbuyrt, belend ten zuiden voorschreven Reijer Bertelmies, ten noorden IJff Gerrets, ten oosten Gleijn Cornelis annex, dragen op 12 februari 1662 de armenvoogden een oude bouwvallige achterkeuken en schuur met erf, eertijds toekomende Gleijn Cornelis Backer, door hun voorzaten verkocht, op aan Hendrick Bouwens Clercq schoenmaker, op Cumbuijrt, annex met de koper, belend ten zuiden Reijer Bartelmies, ten noorden IJf Gerrets (op 23 maart 1660 ƒ 1-17-8 betaald als 40e penning), verkoopt op 22 feruari 1662 Reijer Bertelmies aan Hendrik Bouwens Clercq schoenmaker een huis en erf op Cumbuijrt, belend ten noorden de koper, ten zuiden Jacob Andries, met gebruik van de wijk aan de Zuidzijde van het huis, en verkopen op 10 mei 1663 Pieter Gerrits Schipper voor de helft, Duijf Pieters geassisteerd met Pieter Pieters Timmerman haar broer wonende buiten de Boompoort te Alkmaar voor ¼, Aerien Louwers en Aerien Willems beiden poorter en gorters te Alkmaar voor ¼, aan Henrick Bouwens Clercq schoenmaker een stuk weiland in de Waerdermeer groot omtrent 4 geerzen, belend ten westen en zuiden de ringsloot van de voorschreven meer, ten oosten de „leegen Kijberich” 913.
                                                                              In Bergen verkopen op 13 november 1675 de erfgenamen van zal. Jan Jacobsz Keyns aan Heyndrick Bouwensz Klerk buurman op Koedijk een stuk weiland in de Middelreeker polder groot omtrent 5 geerzen, belend ten westen Pouwelis Meijndersz, ten oosten Cornelis Aerjensz Visser, ten zuiden de Veersloodt, en verkoopt op 25 mei 1677 Duifie Wouters wonende op Koedijk weduwe van Jan Bouwisz Clercq, geassisteerd met Aerien Jansz Boon haar stiefvader, ook als moeder en voogdesse van haar minderjarige kinderen, aan Hendrick Bouwisz Clercq haar zwager een derdepart van een stuk weiland groot in 't geheel omtrent 3½ gars in de Middelrecker polder beoosten de watermolen, belend ten westen dezelve molen, ten oosten Poulis Meijnders, ten zuiden de gemene vaart, item nog een derdepart in een stuk weiland groot omtrent 7 geerzen in de voorschreven polder, belend ten zuiden Jacob Gerrits Rijppelandt, ten noorden Cornelis Isbrants als bruiker, ten oosten de huisarmen, beide onderdeel en gemeen met de koper 914.
                                                                              In Koedijk verkopen op 28 januari 1677 Michgiel Aerjens van St. Pancras en Hendrick Bouwens Clercq, ook met volmacht van hun verdere vrunden, allen naaste vrunden en dientengevolge erfgenamen van zal. Cornelis Pietersz Bel, hun overleden oom, aan Jan Fredrickx Swaech een huis en erf op 't Suytent, belend ten noorden de koper, ten zuiden Jan Pieters Wilp, verkoopt op 31 mei 1678 Dirck Pieters Klooster, voorheen onze buurman nu wonende te Bergen, aan Cornelis Bouwens Clercq en Hendrick Bouwens Clercq een huis en erf, met de bruikwaar van de Mient achter 't huis nog een jaar in huur, op 't Suijtent, belend ten zuiden Jacob Jansen Spierdijck, ten noorden Pieter Gerrets Schipper, welke kopers 't huis vermangelen met Willem Louwers voor een oud bouwvallig huis en erf op 't Suijtent, belend ten noorden Willem Jansen Loot, ten zuiden Duijfje Wouters met haar kinderen (op 27 september 1684 verklaart Jan Pouwels getrouwd met Anna Aerjens afstand gedaan te hebben van haar portie of helft t.b.v. Cornelis Bouwens Clercq), en verkopen op 13 juni 1680 Jacob Jansen Spierdijck en de erfgenamen van Aechte Willems aan de weduwe en de zoon van Hendrick Bouwens Clercq een stukje weiland genaamd 't Garsdelweijtje groot 4 geerzen 4 snees 2 roeden beoosten 't Garsdel, belend ten westen 't voorschreven Garsdel, ten zuiden de Braemsloot 915.
                                                                              In Bergen heeft op 22 mei 1678 Willem Louwerisz buurman op Koedijk vermangeld en opgedragen aan Cornelis en Hendrick Bouwisz Clercq gebroeders wonende op Koedijk, een akker geestland groot omtrent 90 roeden op Baeckmer, belend ten oosten Gerrit Pietersz Keurs, ten westen de erven Jacob Jansz Spierdijck, ten zuiden de erven Cornelis Grave, ten noorden de Baecmerdijck 916.
                                                                              In Koedijk worden op 1 maart 1681 huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Pouwels, bejaarde jonggezel, en Anne Aerjens weduwe van Hendrick Bouwens schoenmaker, geassisteerd met de secretaris [Cornelis Bouwens Clercq] haar zwager, in houdende dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, met op 9 maart 1681 toevoeging van de bepaling dat de langstlevende het vruchtgebruik zal hebben, en herroepen op 9 april 1683 Jan Pouwels en Anne Aerjens, echte man en vrouw, de bepaling van 9 maart 1681 bekrachtigd op 17 maart 1683, om alle discontent, kwestie en verschillen na 't overlijden van de ene of de andere te verhoeden 917.
                                                                              In Warmenhuizen verkopen op 2 februari 1685 Willem Hendricksz Kuijper wonende te Zuid-Scharwoude, ook als voogd benevens Cornelis Cornelisz Vader over Cornelis Hendricksz wonende te Alkmaar, Pieter Adriaensz Ploeger wonende te Zuid-Scharwoude in huwelijk hebbende Trijn Garbrantsz, benevens nog Willem Kuijper voor Aelt Garbrants, Maertje Garbrants en Pieter Garbrantsz, aan Jan Pouwelsz wonende te Koedijk een vijfde van een stuk land genaamd de Kieftekamp in de Nieuwe Greb, in 't geheel 7½ gars, gemeen met Pieter Pietersz c.s., belend ten zuiden Symen Adriaensz, ten westen de Vuijle Greb, en verkopen op 28 januari 1699 Jan Jacobsz in huwelijk hebbende Annetje Mijghiels wonende te Alkmaar als enige erfgenaam van Cornelis Mijghielsz Maarschalk, en Jan Pouwels wonende te Koedijk, aan Pieter Pietersz Kleyenburch wonende te Alkmaar, nl. Jan Jacobsz een vijfde in een stuk land genaamd het Kruijs mitsgaders een vijfde in de Kieftecamp en het aangewas, en Jan Pouwels een tiende in de Kieftecamp en het aangewas, gemeen met de koper c.s. 918.
                                                                              Op 20 februari 1687 is te Koedijk Jan Pouwels als oudste zoon lasthebber en voogd van zijn moeder Anne Jans inzake haar zaadlanderijen geërfd van haar broeder 919.
                                                                              In Koedijk verkoopt op 13 mei 1698 Arien Pietersz Kales wonende te Bergen aan Jan Poulusz een stuk weiland in de Maere genaamd het Noorder Oudie, groot 5 geerzen 8 snees, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Bouwentsz Croonen, ten oosten de grafelijkheid, voor een schuldbekentenis van 821 gld, en verkoopt op 4 november 1706 Jan Jansz Kuijper alias Breetland aan Jan Poulusz Cleijenburgh een stuk weiland op het Suijteynde, groot ruim 12½ gars, genaamd de Zegersweijd, belend ten westen de Heerewegh, ten noorden Jacob Stammis, ten zuiden Pieter Mandebrouwers, voor 2500 gld 920.
                                                                              In 1700 is Jan Poulusz Kleijenburch pachter in de Vroonlanden van De Zuijder Spruijl, groot 2 morgen en 476 roeden.
                                                                              Op 3 oktober 1713 testeert Jan Paulusz Kleijberg wonende te Koedijk, met als universele erfgenaam zijn broer Gerrit Paulusz Kleijberg of bij vooroverlijden zijn kinderen en verdere descendenten bij representatie, met uitsluiting van de weeskamer en met als voogd van zijn minderjarige erfgenamen Pieter Dirksz IJfs wonende op het Zuijdend van Koedijk en Dirk Pietersz molenaar van de Viaanse molens, of de langstlevende van hen (hij tekent als Jan Poulsen) 921.
                                                                        417. (<208) (>834) Lijssebeth WILLEMSDR.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Marijtgen ARIAENSDR, verm. ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 13 juni 1638, tr. Koedijk 5 aug. 1657 Jacob Jansz SCHATTER, ook Broesen, notaris, kastelein van de Hondsbossche en duinen van Petten, die hertr. met Engeltje BLEUSE.
                                                                              Op 23 juli 1657 compareerden Jacob Schatter [doorgehaald: geseyt Broesen], notaris en kastelein in de Hazepolder, toekomende bruidegom, ter eenre, en Maritje Adriaens dochter van Adriaen Adriaensz woonachtig te Koedijk, geassisteerd met Adriaen Sevenhuijsen, raad en weesmeester van Alkmaar, haar oom, mitsgaders Jan Adriaensz Schotvanger en Jacob Gerritsz voogden, ter andere zijde, en verklaarden voorgenomen te hebben in de echte staat te treden, op voorwaarde dat beide beddegenoten tot onderstand hun goederen volgens te maken inventaris zullen aanbrengen, en is voorts expres geconditioneerd dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, maar dat bij afwezigheid van kinderen de langstlevende 1000 gld zal genieten uit de nalatenschap van de eerstoverledene 922. Op 17 oktober van hetzelfde jaar revoceren Jacob Jansz Broesen anders geseijt Schatter, notaris en kastelein te Petten, en Maritgen Aeriaensdr, geëchte man en vrouw, de huwelijkse voorwaarden gepasseerd voor notaris Jacob de Haes op 23 juli 923.
                                                                              In 1668 testeren Jacob Schatter, kastelein en secretaris van de Hontsbossche, en Maritje Adriaens, echteluiden (zij hebben geen kinderen). Hij prelgateert al zijn kleren aan zijn broer Cornelis Bouman en nog 60 gld jaarlijks uit te keren door zijn huisvrouw. Zijn huisvrouw krijgt al zijn goederen in lijftocht. Bij haar overlijden zullen zijn zusters, Aeltjen, Grietjen en Machtelt, komen te erven van hem. Als testatrice eerst komt te overlijden krijgt haar man de lijftocht van haar verbonden goederen. 924
                                                                          2. Ariaen Ariaensz HOUDEWINT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 11 sept. 1639, zie 208.
                                                                        418. (<209) (>836, >837) Harck Jansz DECKER,
                                                                            In Schoorl wordt in 1632 Harck Jansz Decker vermeld onder „Brechdorper scheependom” met 6 stukken land, groot in totaal 742 roeden, en onder „Buyterduyn” bij de huizen voor ƒ 1-0-0 925.
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jan HARCX.
                                                                              In Schoorl worden voor de 200e penning aangeslagen onder „Buijterduijn”: op 13 april 1665 de weduwe van Jan Harcx en Neel Harcx van 2000 gld ƒ 10-0-0, en op 31 juli 1677 Harck Jansz de zoon van Jan Harcx van de erfenis van Neel Harcx van 1167 gld 5-17-0 926.
                                                                          2. Trijn HARCKS, zie 209.
                                                                        424. (<212) (>848) Mies PIETERSZ,
                                                                            In Schoorl wordt Mies Pietersz in 1632 vermeld onder 'Bredorper scheependom' met 10 percelen land met een totale oppervlakte van 909½ roe, en met een huis onder 'Buijterduyn' 927, en voor betaling van de 200e penning in 1665 onder 'Brechtdorp' voor 2000 gld ƒ 10-0-0, en in 1677 en 1678 onder 'Brechdorp' zijn erven voor 2334 gld ƒ 11-14-0 928.
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. verm. Jan MIESSEN, zie 212.
                                                                        428. (<214) (>856, >857) verm. Jacob Dircxz SCHOTVANGER, schepen, schotvanger van Schoorl,
                                                                            Op 1 februari 1625 wordt Jacob Dircxz genoemd als een van de schepenen van Schoorl 929.
                                                                            In Schoorl bezit in 1632 Jacob Dircxz in Catrijp 337 roeden land en aan geestland 15 r, 70 r, 54½ r, 48 r en 40 r, en een huis, en ondertekent op 3 januari 1645 Jacob Dirckxz 930, en wordt voor de 200e penning onder Catrijp in 1665 Jacob Dircxz Schotvanger geschat op 4000 gld, en in 1677 en 1678 Jacob Dircxz oud-schotvanger op 5834 gld 601.
                                                                            In Schoorl wordt in 1643 bij het opmaken van huwelijkse voorwaarden tussen Adriaen Maertensz, zoon van Maerten Dircxz Jonker van Groet, enerzijds, en Maritgen Cornelisdr van der Syp anderzijds, de bruid geassisteerd door haar oom Jacob Dircxz Schotvanger, buurman te Schoorl 931.
                                                                            In het meetboek van Schoorl van 1682 wordt Jacob Dircxz oud-schotvanger vermeld onder de letter H (Hargen) met 335 r, de letter I (geestland te Catrijp) met 120 r, 301½ r, 482 r, 90 r en 22 r (afgebroken hofstee), de letter J (weiland te Catrijp) met 632 r, 862 r en 700 r, de letter M (geestland te Brechtdorp) met 171 r en 200 r, de letter IJ (Aechtdorp) met 275½ r 602.
                                                                        tr. N.N.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jan Jacobsz SCHOTVANGER.
                                                                              Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Jan Jacobsz aangeslagen op 31 juli 1677, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 op ƒ 5-0-0 601.
                                                                              Op 16 februari 1686 testeren Jan en Maertgen Jacobsz Schotvanger, broer en zuster wonende te Schoorl, op de langstevende 932.
                                                                              Op 1 mei 1699 testeert Jan Jacobsz Schotvanger wonende te Schoorl, revocerende zijn testament van 20 juli 1693 voor notaris Johannes Bilderbeek te Schoorl; hij institueert tot zijn enige en universele erfgenamen zijn broers en de kinderen van Claes en Willem Jacob Schotvanger, hoofd voor hoofd, en niet bij staken 933.
                                                                          2. Claes Jacobsz SCHOTVANGER, zie 214.
                                                                          3. Willem Jacobsz SCHOORL, tr. Tryntje Jans HOPMANS.
                                                                              In 1705 geven Tryntje Jans Hopmans weduwe van Willem Jacobsz Schoorl en deszelfs dochter Tryntje Willems, te Dirkshorn woonachtig, aan Jan Willemsz Schoorl, mede aldaar wonende, machtiging om voor hun gedeelte over te dragen aan Jan Jacobsz Schotvanger wonende te Schoorl 2 stukken land, namelijk een stukje Reekerland in de Grootdammer polder groot 275½ roe, belend ten noorden de erven Claes Jansz Landmeter, ten westen de Garsdijk, ten zuiden Jan Lourisz, en nog 335 roeden in een groter stuk, gemeen en onderdeel met Jan Aarjensz Kuijper als in huwelijk hebbende Neeltje Hendricks, belend ten westen de Hontsbosscher Vaert, ten noorden secretaris Bilderbeecq, ten oosten de Hargerweg 934.
                                                                        440. (<220) Hendrick Jansz BUTTER, overl. vóór 13 aug. 1622  935,
                                                                            In Oudkarspel hebben in 1614 Aerian Pouwels en Hendrick Jansz Butter, als bestorven voogden van de nagelaten kinderen van Jan Pouwelsz voor henzelf en onder cautie de rato caverende voor Kars Jansz buurman nutertijd buiten Alkmaar als man en voogd van Maertien Aemelsdr nagelaten weduwe van Jan Pouwelsz, nog gehypothekeerd ter meerdere zekerheid en waarnis van 't verkochte land hierboven [?], eerst Aerian Pouwels een akker zaadland groot omtrent 8 snees genaamd de Bruijne, belend ten zuiden Claes Cornelisz Timmerman, ten noorden Willem Jacopsz, en voornoemde Hendrick Jansz Butter een akker zaadland genaamd het Vijverbon groot omtrent 18 snees, belend ten zuiden Hendrick Jansz zelf, ten noorden Pieter Cornelisz Paskes 936.
                                                                            In de verpondingsboeken van Oudkarspel wordt in 1615 onder „die buiere van Outcarspel woonende opt Noorteijnt van Coedyck” Henderick Jansz Butter vermeld met 13 geerzen 10 snees, waarvan 2½ g 2½ s over 't Groot Bon beoosten de Ouwe Greb, 10 s over Halsebon gelegen als voren, 1 g 2 s over het Vijsserbon gelegen als voren, 9 g 1½ s over de Buijne bewesten de Diepsmeer, en in 1627 Henderick Jans Butter met 13 g 10 s, wijst op Maerten Hendericx [en] Aerian Kuipper 10 g 3½ s, wijst op Jan zijn zoon 5 g 9 s, wijst op Jan Josten zijn zwager 4 g 5½ s 937
                                                                            In Oudkarspel verkopen in 1617 Jaecop Jansz Barsingerhorn en Reyer Jansz als voogden over Anna en Aelijt Wouters, dochter van zal. Wouter Woutersz, buurluiden op 't Noorteijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel, aan Henderick Jansz Butter, mede wonende aldaar, een huis en erve op 't zelfde Noorteijnde, belend ten westen de Reeckerdick, ten zuiden Henderick Butter zelf, ten noorden Jaecop Claesz Cleijenburgh 938.
                                                                            In Oudkarspel verkoopt in 1623 Maertgen Aerts weduwe van Aerien Pouwels wonende te Koedijk, geassisteerd met Pouwels Aeriaens haar oudste zoon en Gert Bouwens van Koedijk, haar curateurs en voogden, aan de erfgenamen van zal. Henderick Jansz Butter een stuk weiland genaamd het Hooghe Weijtge op 't Noorteijnde van Koedijk in Oudkarspel, belend ten zuiden voornoemde erfgenamen, ten noorden mientsland 939.
                                                                            In Schoorl wordt in 1632 onder „Coedyck” vermeld: Hendrick Butters erven, met 12 roeden en nog 9 roeden land 940.
                                                                        tr.
                                                                        441. (<220) (>882) N.N. POUWELSDR.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Jan Hendricksz BUTTER, zie 220.
                                                                          2. Pouwels Hendricxz BUTTER, tr. Ette AENGES, overl. vóór 26 mei 1678, dr van Aeng THIJSZ.
                                                                              In Koedijk verkoopt in 1636 Garbrant Jacobsz Tesselaer wonende op 't Noortent in de banne van Oudkarspel aan Pouwils Hendricxs mede buurman aldaar een huis en erve op 't Noortendt van Koedijk, belend ten oosten Jan Glijnis Breelant, [ ] Thonis Reyersz, ten westen de gemene Vaert, wel te verstaan dat voornoemde Jan Gleynisz en Thonis Reyersz Abbe[t]ijdt een vrije overgang over de voornoemde werf hebben en het voornoemde huis met voornoemde Jan Gleijnis en Thonis Reijersz een vrije gang benoorden het huis van Luijtgien Jans tot aan de wijk toe en een vrije aanleg in de wijk met een schuitje (niet doorgegaan), en verkoopt in 1638 Garbrant Jacobsz Tesselaer wonende op 't Noortent in de banne van Oudkarspel aan Pouwels Hendricxs Butter zijn buurman een huis en erve op 't Noortent achter de huizen, belend ten noorden de banscheiding, ten oosten Jan Gleijnis Breelant, ten zuiden Thonis Reijersz [de feitelijke overdracht], op dezelfde dag weer getransporteerd aan Gerrit IJffsz 941.
                                                                              Op 7 oktober 1644 stelt Ette Anges, huisvrouw van Poulus Heyndricxz Butter te Koedijk in de banne van Oudkarspel, een codicil op. Zij prelegateert aan Claes Cornelisz, de zoon van Cornelis Anges haar broer, met haar en haar man wonende en lange jaren gewoond hebbende, 1000 gulden eens, om na 't overlijden van haar man te ontvangen uit de gedeelten die Jacob Anges, Jan Anges anders Noom Jan en Cornelis Anges haar broers, mitsgaders de kinderen van zal. Jan Anges en 't kind van zal. Pieter Anges, na 't overlijden van haar en haar man van haar, comparante, zullen komen te genieten, zonder dat de kinderen van haar overleden zuster Maritgen Anges daartoe iets zal hebben uit te keren. Op 29 augustus 1654 verklaart Ette Anges het codicil teniet. 942
                                                                              Op 2 september 1666 legateert Et Aengis, huisvrouw van Poulis Henricxsen Butter, wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel, 400 gld aan haar tegenwoordige dienstmaagd Trijn Jans (haar in maagdschap bestaande) voor trouwe dienst, uit te keren na de dood van haar man; gedaan ten huize van comparante, met als getuigen Reijer Symonsz en Jacob Jansz, beiden wonende te Koedijk 943.
                                                                              In Koedijk verkopen op 26 mei 1678 Bouwen Jansen Aenges wonende te Huijskebuijrt in de banne van Warmenhuizen, Claes Cornelis Aenges en Sijmen Pieters Meech getrouwd zijnde met Aechtje Pieters Aenges op 't Noortent van Koedijk in de banne van Oudkarspel, ook voor alle verdere erfgenamen van Et Aenges, in haar leven mede geoond hebbend op 't Noortent in de banne voorschreven, aan Jan Cornelis Appetijt, mede-erfgenaam, 1/3 in een stuk weiland genaamd de Haeskeweyt, groot 't voorschreven derde 1 morgen, gelegen aan de Haeskesloot, ten noorden de Suijder Cleijmeer, bel. ten zuiden voorschreven Haeskesloot, onderdeel en gemeen met de koper 944.
                                                                          3. Maerten Hendricxz BUTTER.
                                                                              In Schoorl is in 1638 Cornelis Jans Swets van Camp eiser tegen Maerten Hendricxz Butter, om te betalen 4 gld ter zake van varkens [...], 4 stuks „pistolette” 945.
                                                                          4. N.N. Hendericx BUTTER, tr. Jan JOOSTEN, zn van verm. Joost HENDERICX.
                                                                        442. (<221) (>884) Pieter AENGESZ, overl. vóór 11 aug. 1644,
                                                                            In Oudkarspel verkoopt in 1614 Pieter Aengesz uit de Diepsmeer als man en voogd van Anna Gherrytsdr aan Jongeian Cornelisz alias Jongeian Keesmans in de voorschreven Diepsmeer, omtrent 17 snees zaadland in de Diepsmeer, belend ten noorden de erfgenamen van Philps Dubblet zal., eerst meester van de Rekeninge van Hollant, ten zuiden Naene Cornelisz, stellend als onderpand omtrent 12 snees zaadland aan de Diepsmeer, belend ten noorden Jacop Keele, ten zuiden Jan Joosten uit Zuid-Scharwoude 936.
                                                                            In Oudkarspel heeft in 1625 Pieter Aengensz van de Diepsmeer als vader en voogd over Maertgen en Aechtgen Pieters geprocureerd bij zal. Anna Gerrijtsdr, zijn overleden huisvrouw, de voorschreven kinderen met hun goederen onder de protectie van het weesboek gebracht, namelijk met een akker zaadland groot omtrent 18 snees aan de Diepsmeer, belend ten noorden Dirck Pieter Joosten, ten zuiden Jan Molenaer als bruiker, ten oosten Cornelis Cornelis Cornelisz Keeltgen, nog een akker zaadland mede aan de voorschreven meer, groot omtrent 16 snees, belend ten zuiden Jan Cornelis Pacijts, ten oosten Pieter Remmerssoon, ten westen de Diepsmeersloot, en nog elk kind 200 gld onder de voornoemde Pieter Aengesz hun vader berustende 946.
                                                                        tr.
                                                                        443. (<221) Anna GHERRIJTSDR,
                                                                            In 1613 heeft Pieter Aegessen als man en voogd van Anna Gherrijtsdr, nagelaten weduwe van zal. Jan Pietersz in zijn leven wonende in de Diepsmeer, de weeskinderen, met namen Pieter Jansz, Neel Jansdr en Gherrijt Jansz, van voornoemde Jan Pietersz geprocreëerd bij voornoemde Anna Gerrijtsdr, met hun goederen onder de becherming van het weesboek gebracht, in bijwezen van o.a. Aeng Thijsz als vader van de voornoemde Pieter Aeges 947.
                                                                        tr. 1° Jan PIETERSZ.
                                                                               Uit het eerste huwelijk:
                                                                          1. Pieter JANSZ.
                                                                          2. Neel JANS.
                                                                          3. Gherrijt JANSZ.
                                                                               Uit het tweede huwelijk:
                                                                          1. Aecht Pietersdr AENGES, zie 221.
                                                                          2. Marijtgen Pietersdr AENGIS, overl. vóór 11 aug. 1644, tr. Jan PIETERS.
                                                                              In Koedijk verkoopt op 11 augustus 1644 Jan Pieters van Oudkarspel, getrouwd gehad hebbende Marijtgen nagelaten dochter van Pieter Aengisz, aan Gerrit Jansz Cuijper, onze buurman, de helft van een stuk weiland, groot omtrent in 't geheel 2 geerzen, belend ten westen Cornelis Dircxz, ten oosten Pieter Garbrantsz, ten zuiden de gemene vaart 948.
                                                                        448. (<224) Dirck Cornelisz KIL, heeft op 21 februari 1651 in Driehuizen een nieuw graf ingenomen.
                                                                               Uit onbekende relatie(s):
                                                                          1. Crelis Dircksz KIL, zie 224.
                                                                          2. Pieter Dircksz KIL, geb. ca. 1614, tr. Guerte KORNELIS, geb. ca. 1615.
                                                                              In Zuid-Schermer transporteert in 1661 Piter Dircksz Kil, buurman op Driehuizen, aan Piter Claesz Limmerschouw een stukje land in de Buinemade genaamd het Lange Wentien, groot 2 achelen en een half vierdel met een metje, belend ten oosten de koper, ten westen Jacob Dircksz 949.
                                                                              In 1667 testeren, voor de notaris residerende te Zuid-Schermer, Piter Dircksz Kil, oud 52 jaar, en Guerte Kornelis, oud 51 jaar, wonende op Driehuizen binnen onze banne, hij ziekelijk. Zij legateren aan de langstlevende het vruchtgebruik, en de langstevende legateert het vruchtgebruik aan Maertien Piters en Neeltien Piters tot beide voornoemde dochters mondig zijn. Voor daarna nomineren testateurs tot hun enige erfgenamen Kornelis, Jacob en Gerrit Piters, hun zonen, en Maritien nevens Neeltien Piters hun dochters, elk een vijfdepart (in de kantlijn: mitsgaders nog aan ƒ 20 aan Maritie en ƒ 40 aan Neeltien). 950
                                                                          3. Jacob Dircksz KIL.
                                                                              In het gaderboek van Graft, onder 'Driehuizen', heeft in 1669 Jacob Dircksz Kil 4 1/8 snees in Goelieff van Jan Dirckz, welk stuk land ook in 1670 en 1671 onder zijn naam vermeld wordt. In 1672 staat 13½ snees in 't Laijke op naam van Jacob Dircksz Kil, waarbij zijn naam doorgehaald is en vervangen door 'de kinderen van Pieter Dircksz Kil'. In 1673 staat dit land in 't Laijke op naam van de erven Jacob Dircksz Kil. 951
                                                                        488. (<244) (>976) Jan Pietersz KEIJSER, schepen van Broek op Langedijk op 17 nov. 1604 952,
                                                                            In 1595 pacht Jan Pietersz Keijser van de vroonlanden perceel 403 gedeeltelijk, in 1610 en 1610 betaalt hij rente voor gekocht vroonland op perceel 311, en in 1630 en 1638 betaalt Griet Ariaens, huisvrouw van Keijser, rente voor in 1594 gekocht vroonland op perceel 311 953.
                                                                        tr.
                                                                        489. (<244) Griet AERIANSDR, geb. ca. 1561,
                                                                            Op 26 april 1629 hebben Griet Aeriaensdr, laatst weduwe van Jan Pieters Keijsers, wonende te Broek op Langedijk, oud omtrent 67 jaar, en Dirck Jansz buurman aldaar, oud omtrent 31 jaar, ten verzoeke van Jan Claesz, hun zoon en broer respectievelijk, mede te Broek, bij ware woorden in plaats van solemnelle ede getuigenis geleverd, eerst voorschreven Griet Aeriansdr dat voorschreven Jan Pieters Keijsers haar zal. man ten behoeve van voorschreven Jan Claesz, haar voorzoon, omtrent 21 of 22 jaar geleden gekocht heeft van Sijmons Pietersz, zwager van voorschreven Jan Claesz wonende te Beets, een akker zaadland in de banne van Broek bezuiden 't Del, belend ten oosten Jan Maets Jan, ten westen Garbrant Cornelisz, ten zuiden de Veert, groot omtrent 10 snees, en dat dezelve Jan Claesz de voornoemde akker zelf gepossideerd en gebruikt heeft zo lang hij getrouwd is geweest, 't welk geleden is omtrent 17 jaar, dat ook de kooppenningen van zijnentwegen betaald zijn; de voornoemde Dirck Jansz verklaart dit wel te weten, van zijn moeder en van anderen 954.
                                                                            Voor de notaris in Noord-Scharwoude testeert op 6 maart 1642 Griet Ariansdr, weduwe te Broek op Langedijk; zij prelegateert aan Pieter Jansz haar zoon „die jegenwoordich door lichthoofdichheit in een camer vast beslooten leijt” de grondelijke eigendom en baten van een akker zaadland van omtrent 15 snees, achter te huizen in Broek, genaamd de Bogaertacker, belend ten zuiden Pieter Jansz, ten noorden de erfgenamen van Maertgen Jacobs, met nog een stuk groetland genaamd de Beune, groot omtrent 3 geers 9 snees achter de huizen in Broek, belend ten zuiden Bartelmies Willemsz, ten noorden Garbrant Jansz c.s., met conditie dat de akker van 12 snees bij overlijden van Pieter Jansz zal devolveren op de vier kinderen van haar overleden zoon Dirck Jansz, prelegateert aan voornoemde kinderen, met namen Jan Dircx, Tryn Dircxdr, Aerian Dircx, Maertgen Dircxdr, haar huis en erf waar testatrice tegenwoordig in woont met voornoemde vier kinderen, belend ten noorden Sijmen Dircx, ten zuiden Jan Jacobsz aliter Jan Claesz, en nog de boomgaard achter 't huis met omtrent 3 snees grond, belend ten zuiden Hendrick Jacobsz, ten noorden het erf van voornoemd huis, met de voornoemde akker van 12 snees na de dood van voornoemde Pieter Jansz, en institueert als haar universele erfgenamen haar twee tegenwoordige kinderen, namelijk voornoemde Jan Claesz geprocreëerd bij haar zal. eerste man Jacob Garbrantsz, Pieter Jansz voornoemd geprocreëerd bij haar zal. tweede man Jan Pietersz Keijser, en de voornoemde vier kinderen van haar overleden zoon Dirck Jansz geprocreëerd bij haar tweede man Keijser in de plaats van hun vader 955.
                                                                        tr. 1° Jacob GARBRANTSZ, wedn. van N.N.
                                                                               Uit het eerste huwelijk:
                                                                          1. Jan Jacobsz groot JAEPS, aliter Jan Claesz, tr. 1° N.N., tr. 2° Syburch GERTS.
                                                                              In Noord-Scahrwoude testeert in 1649 Jan Jacobsz alias Jan Claesz Groot Jaepsz, nomineert zijn oudste zoon Jacob Jansz Schaed, waard in Broek, het gebruik van een akker zaadland van 1 gars achter de huizen in de Kooch, genaamd Anna-acker, en nog van weiland van omtrent 19½ snees genaamd de Beune, nog van een akker zaadland met het kroftje, omtrent 15 snees, in St. Pancras, en testeert aan de kinderen van Jacob Jansz en aan zijn andere kinderen, met namen Tryn Jans, Cornelis Jans en Griet Jansz; zijn tegenwoordige vrouw is Syburch Gerts 956.
                                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                                            1. Pieter Jansz KEIJSER.
                                                                            2. Dirck Jansz KEIJSER, geb. ca. 1597, zie 244.
                                                                          496. (<248) Dirck TIJSZ, linnenwever,
                                                                              In Broek op Langedijk is in 1638 Dirck Tijsen met zijn achterhuis en erf annex belend ten oosten aan een voorhuis verkocht door Jan Pietersz Cappien aan Jan Willemsz Vick, belend ten zuiden Sijmon Maertsz Claver, ten noorden Aeff Jans, verkoopt in 1641 Warnaer Hendricksz linnenwerker aan Jan Claesz Bijwaert notaris te Broek o.a. op 't Suijteynde een erf beoosten de straat waarop 't huis van Jan Willemsz Vick, Dirck Tijsen en 't huis waarin Willem Willemsz Noordewint woont, en verkopen in 1652 de voogden van de weduwe en kinderen van Jan Willemsz Fick aan Jacob Claesz een voorend en erf tot de schoorsteen toe, belend ten zuiden de Bonte Koe, ten westen de Heerestraet, ten noorden Willem de biersteker, ten oosten Dirck Tijsen annex 957.
                                                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1659 Jan Aersz wonende te Schagen aan de erfgenamen van zal. Dirck Tijsz, met namen Krijn Dircksz, Cornelis Dircksz, Cornelis Jacobsz Seun getrouwd met Marijtie Dircks, Bartelmies Reijersz getrouwd met Neel Dircks, de kinderen van zal. Tijs Dircksz, Jan Cornelisz zoon van zal. Cornelis Dircksz (wonende te Noord-Scharwoude) en Sijmen Dircksz wonende in de (Nieuwe) Zijp bij de (Nieuwe) Sluijs, een huis en erf op 't Suijtent, belend ten noorden Teet Bartelmies, ten zuiden Dirck Dircksz Joncker met de Bonte Koe, ten westen Michiel Jansz annex, door diezelfde erfgenamen met 2 snees ouwedijck verkocht aan Geerte Claes met haar kinderen wonende op 't Seggelis in de banne van Alkmaar, met beide overdrachten op dezelfde dag, en verkopen in 1660 Crijn Dircksz wonende te Broek op Langedijk en Cornelis Dircksz wonende te Veenhuizen, beiden zich sterk makende voor alle andere erfgenamen van wijlen hun vader Dirck Tijsz, aan Jacob Sijmensz Backer een voorhuisje en erf op 't Suijtendt, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden en oosten Cornelis Jacobsz [Seun] 958.
                                                                          tr.
                                                                              Op 18 februari 1647 testeren 's avonds om 9 uur Dirck Tysz en Anna Crynsdr, geëchte man en wijf wonende te Broek op Langedijk, zij ziekelijk tussen de stoel en 't bed; zij prelegateren aan hun jongste zoon Cornelis Dircxz een weefgetouw en 't beste bed, en benoemen tot universele erfgenamen hun kinderen, met namen Cornelis Dircxz voornoemd, mitsgaders Tijs Dircxz, Crijn Dircxz, Cornelis Dircxz alias Keele, Symon Dircxz, Maertgen Dircxdr en Neel Dircxdr, ten huize van testateuren 959.
                                                                          497. (<248) Anna CRIJNSDR.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Tijs DIRCKSZ, tr. Aeff CORNELIS.
                                                                                In Broek op Langedijk verkoopt in 1659 Jacob Aeriansz Schouten als voogd over de nagelaten kinderen van zal. Tijs Dircksz en Aeff Cornelis met de armenvoogden aan Cornelis Dircksz linnenwerker een achterhuis in de Kerckbuiert, belend ten noorden de weduwe en kinderen van Pieter Allertsz, ten zuiden Jan Cornelisz Heeroom met zijn 'lient', ten westen Louweris Cornelisz annex, met conditie dat de bewoners van het voorhuis vrij mogen bleken, dat Cornelis Dirkcsz een hek zal mogen maken voor de schapen en dat het achterhuis een vrije gang heeft 960.
                                                                            2. Cornelis DIRCKSZ, alias Keele, tr. N.N.
                                                                            3. Sijmon DIRCKSZ.
                                                                            4. Krijn DIRCKSZ, zie 248.
                                                                            5. Marijtie DIRCKSDR, tr. Cornelis Jacobsz SEUN, zn van Jacob Cornelisz SEUN.
                                                                            6. Neel DIRCKSDR, tr. Bartelmies REIJERSZ.
                                                                                In Broek op Langedijk verkoopt in 1650 Pieter Claesz Houtcooper wonende te Langereijs (in de banne van Hoogwoud) aan Bartelmies Reyersz en Gerrit Reyersz, gebroeders, een huis en erf op 't Suijtent, belend ten noorden Willem Claesz biersteker met zijn voorerf, ten oosten de straat, ten zuiden de gang van Dirck Tijsen c.s., ten westen de burgsloot 961.
                                                                            7. Cornelis DIRCKSZ, linnenwerker.


                                                                          Generatie X (<IX, >XI)

                                                                          546. (<273) N.N. VERCRUIJSSEN, alleen bekend van een zoon en een dochter,
                                                                          tr. N.N.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Rijckaert VERCRUIJSSEN, overl. ca. 1614.
                                                                                Op 14 mei 1587 worden verklaringen afgelegd ten verzoeke van Ryckaert van der Cruyce, waard in 't Witte Cruys op de Oude Vliet bij Rijnsburg, door Jan Bullgier van Wynocxbergen, oud omtrent 45 jaar, Franchoys van Hille van Crombeke, oud omtrent 38 jaar, en Pieter Loyssen, ook van Crombeke, oud omtrent 32 jaar, allen wonende te Rijnsburg en Franchoys op de Oude Vliet (over bedelaars die in de herberg ruzie gezocht hadden) 962.
                                                                            2. Isabeau VERCRUIJSSEN, geb. Meenen, zie 273.
                                                                          576. (<288) (>1152) (Oude) Cornelis DIRCKSZ,
                                                                              In Beverwijk verkoopt in 1611 Jacob Lievensz backer aan Nanning Jacopsz van Uitgeest een huis en erf op de Achterwech, strekkende tot achter het erf van Cornelis Dircksz, belend ten noordoosten de laan van Cornelis Dircksz voorschreven, ten zuidwesten Louris Florysz 963. In 1616 stelt Cornelis Dircksz Garrebranden als onderpand een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot aan de Cooninckswech, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Cornelis Dircksz, ten noordoosten Wouter Lambertsz, zo ook in 1617 met dezelfde belenders maar strekkende tot achter Cornelis Willemsz en Nanning de bakker met een [uit?]weg op de Cooningswech 964. In Beverwijk verkoopt in 1618 Cornelis Dirck Garrebrants aan Cornelis Luijts, poorter te Haarlem, een huis en erf, en verkoopt in 1619 Cornelis Luijtsz Groen, poorter te Haarlem, aan Harmen Jansz, slotemaker te Amsterdam, een huis en erf, belend als in de originele brieven 965. In 1632 verkoopt Jacob Jacobsz wonende te Petten, als man en voogd van Hillegund Cornelisdr, aan Aechte Thomasdr, weduwe van Cornelis Cornelisz, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter het erf van de erfgenamen van Harmen Jansz die ook ten noorden belend zijn 674.
                                                                          tr. N.N.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Grietgen CORNELISDR.
                                                                                In Beverwijk wordt op 10 juli 1677 door de secretaris een kopie gemaakt van een testament dd. 2 juni 1620 van de maagd Grietgen Cornelisdr uit de Beverwijk wonende binnen Haarlem, ziekelijk te bedde liggende, gepasseerd voor notaris Willem van Trier te Haarlem, met verdere aantekeningen. Zij legateert aan Luijtgen Jansdochter, die met haar woont en enige jaren bij haar gewoond heeft, o.a. het bed waar testatrice op slaapt met beddegoed en kledingstukken, aan haar broer Cornelis Cornelisz en haar zuster Guertgen Cornelisdr elk 50 gld, en nog aan de jonge luiden van haar „gebuerte”, voor 't maken van de „hoetgens” tot sieraad van haar doodkist en de verering van haar begrafenis, 20 gld. Tot haar erfgenamen nomineert zij de kinderen van de voorschreven Cornelis Cornelisz en Guertgen Cornelisdr mitsgaders van Hillegondt Cornelisdr mede haar zuster, elke staak voor een derdepart, met vruchtgebruik voor de broer en zusters tot hun overlijden toe, en als iemand van dezen komt te overlijden zonder kinderen na te laten zal dat deel versterven op de anderen in leven zijnde, aldus gepasseerd binnen Haarlem ten woonhuize van de testatrice in de Bagijnensteege met als getuigen Pieter Pietersz Holsteijn, glasschrijver, en Dirck Fransz, smalwerker, geburen van de testatrice. Ter zijde stond dat op 2 oktober 1620 testatrice teniet doet de legaten aan Luijtgen Jansdr, om zekere redenen en consideratiën haar alsnu moverende. Op de rug stond dat op 20 september 1645 Guertgen Cornelisdr, moeder van Aerijaentgen Cornelisdr, ontvangen heeft van Aecht Thomas, de weduwe van Cornelis Cornelisz die broer was van Guertgen Cornelisdr, 50 gld, met bewilliging van Aerijaentgen Cornelis voornoemd, in haar ziekte en nooddruft verstrekt, waarin geconsenteerd door Dirck Lenertsz de wettige man van Aerijaentgen Cornelis, welke 50 gld aan haar gedeelte, na het overlijden van haar moeder, van de goederen in dit testament begrepen, afgelost zal worden met de interest vandien. Actum op 9 maart 1648, ondertekend ten stadhuize van Beverwijk door Joris Cornelis en 't merk van Dirck Lenertsz.\NHA ORA Beverwijk 1270 (Boedelpapieren).
                                                                            2. Cornelis CORNELISZ, zie 288.
                                                                            3. Hillegont CORNELISDR, tr. (schepenbank) Beverwijk 12 april 1616 (hij weduwnaar van Petten) Jacob JACOBSZ, wedn. van N.N.
                                                                            4. Guertgen CORNELISDR, tr. (schepenbank) Beverwijk 9 juni 1615 (hij van Kesteren, zij uit Beverwijk) Cornelis THIJSZ, hoefsmid.
                                                                                In 1615 is Cornelis Thysz ho(u)ffsmit, man en voogd van Guertgen Cornelisdr, schuldig aan Claes Harmensz mede poorter van Beverwijk, in Wijk aan Duin een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, te lossen met 300 gld, met als onderpand een derdepart van 844 roeden land waarvan de andere 2 derdeparten de zusters van zijn huisvrouw toekomen, gelegen in Wyckerbrouck, gemeen in een stuk land genaamd 't Brevelt, belend in 't geheel ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten Aryaen Pietersz en Pieter Pietersz, ten zuiden de erfgenamen van Tryn Dircxdr, ten westen de Swaensmeer (op 13 mei 1618 afgelost door Pieter Pietersz, burgemeester van Beverwijk), en in Velsen een jaarlijkse losrente van 9 gld 7 st 8 penn, hoofdgeld 150 gld, met als speciale hypotheek een derdepart van een croft geest- of teelland, groot 1 morgen 2½ hond, waarvan 2 derdeparten aan de zusters van zijn huisvrouw toebehoren, belend de gehele croft ten oosten de Gemeene Beurwech, ten zuiden Gerryt Cornelisz te Wijk op Zee, ten westen de erfgenamen van Wouter Jansz, ten noorden de weduwe van Joris Cornelisz te Alkmaar 966.
                                                                                In Wijk aan Duin verkoopt in 1616 Cornelis Tyssen houfsmit, poorter van Beverwijk, als man en voogd van Guertgen Cornelisdr, nagelaten dochter van Oude Cornelis Dircxz zal., in zijn leven poorter van Beverwijk, ook met procuratie van Jacop Jacopsz van Petten zijn zwager als man en voogd van Hillegondt Cornelisdr, aan Pieter Pietersz, tegenwoordig burgemeester van Beverwijk, een stuk land in Wyckerbrouck, groot omtrent 840 roeden, genaamd 't Brevelt, liggende gemeen met Cornelis Cornelisz Leenman c.s., belend ten noorden de heer van Assendelft, ten zuiden de kinderen van Gerrit Dircxz schoemaeker te Haarlem zal. mem., ten westen de Swaensmeer met het aanwas, voor een obligatie van 1200 gld 967.
                                                                          578. (<289) Thomas, alleen bekend van een dochter en een zoon,
                                                                          tr. N.N.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Aechte THOMASDR, zie 289.
                                                                            2. Adam THOMASZ.
                                                                                In Beverwijk heeft in 1632 Adam Thomasz uit zijn gerede goederen verkocht, en is schuldig, aan Reyn Willems wonende op Cadoel in de banne van Buiksloot een jaarlijkse losrente van 10 gld 968.
                                                                          580. (<290) Cornelis ENGELSZ,
                                                                          tr. N.N.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Willem CORNELISZ, zie 290.
                                                                            2. Jan CORNELISZ.
                                                                          582. (<291) (>1164, >1165) Pieter DAMMASZ, wielemaker, overl. tussen 8 okt. 1617 en 12 mei 1618,
                                                                              In Haarlem constitueert Pieter Dammasz uit de Beverwijk op 22 februari 1588 Henrick Cursor contra Jan Andriesz in de Wyngaertstraet, en stelt Floris Diricxz linnewever op de Oudegraft zich op 7 maart 1588 borg voor Pieter Dammasz uit de Beverwijk ter somme van 10 gld die Jan Andriesz in 't Wyngaertstraetgen op 5 maart door schepenen dezer stad gecondemneerd is te namptiseren, om dezelve voor de voorschreven Pieter te restitueren ingeval namaals zulks bevonden wordt te behoren 969.
                                                                              In Heemskerk verkoopt in 1589 Pieter Dammes als oom en voogd van Aryan Cornelisdr, zijn broers dochter, aan Aryaen Pietersz op 't Hofflandt een croft geestland aan de Groeten Houdtwech, belend ten zuiden Wouter Jansz, ten westen de Groeten Houdtwech, ten noorden de Groeten Hoff te Haarlem, ten oosten zeker abtsland, met als waarborg Dirck Garbrantsz uit de Beverwijk 970.
                                                                              In Beverwijk bekent in 1592 Pieter Dammisz, poorter van Beverwijk, 94 gld schuldig te zijn aan Claes Cornelisz, zijn medepoorter, met als onderpand zijn huis, erf en schuur in de Breestraet, strekkende tot het Achterwechge, belend ten noorden Jan Jaecop, ten zuiden Jelys Albertsz 971.
                                                                              In Haarlem constitueert Pieter Dammisz uit de Beverwijk op 29 juli 1596 Cursor ad lites contra Aernt Lourisz sleper alias thuyleboon 972.
                                                                              In Wijk aan Duin verkoopt in 1610 Joris Cornelisz, poorter van Beverwijk, aan Pieter Dammensz, mede aldaar, 2 akkers land, groot omtrent 600 roeden, belend ten noorden Pieter Dammensz zelf, ten zuiden de heer van Assendelft, ten oosten de Schoubeeck, ten westen de Cleyne Houtwech 973.
                                                                              In Wijk aan Duin geven in 1610 burgemeesters en regeerders van Haarlem en Beverwijk in eeuwige erfpacht aan Quyryn Dircxz en Pieter Dammensz, beiden wonende in de Beverwijk, 382 roeden land, belend ten zuiden het Gasthuyslant der stad Haarlem, ten westen Pieter Dammensz voornoemd, ten noorden Pieter Dammensz en Quiryn Dircxz voornoemd, ten oosten de Lywech, voor 7 gld 10 st 's jaars 974.
                                                                              In Wijk aan Duin verkopen in 1612 gasthuismeesteren van Haarlem aan Pieter Dammensz en Kryn Dircxz in de Beverwijk een akker zaadland groot 456 roeden, belend ten zuiden de nonnen in de Wijk, ten noorden de reguliers in de Wijk, ten westen de Cleyne Houdtwech, ten oosten de Lytwech, laatst gebruikt door Kryn Dircxz die daar nog 3 jaar huur aan heeft tot 8 gld 's jaars (van Pieter Dammensz 250 gld ontvangen) 975.
                                                                              In Wijk aan Duin draagt in 1613 Willem Lourisz, schout te Heemskerk, als gemachtigde van jonkheer Gerrit heer van Assendelft, op aan Pieter Daemsz, wielemaker, poorter van Beverwijk, een speelland, belend ten oosten de Schoubeeck, ten zuiden de Arentswech, ten westen de Cleyne Houdtwech, ten noorden Pieter zelf 976.
                                                                              In Heemskerk verkopen in 1614 Pieter Dammisz, wielemaecker in de Beverwijk, als man en voogd van Marytgen IJsbrantsdr, mitsgaders ook IJsbrant Pietersz, Lourens Pietersz en Pieter Pietersz zijn zonen geprocreëerd bij Marytgen IJsbrantsdr en vervangende Jan Pietersz hun absente broer, aan Lourens Jansz, waard te Heemskerk, een croft zaadland tussem de Ooster- en Kerckwech, groot stijf 1 morgen, belend ten zuiden Pieter Jansz, ten westen de Kerckwech, ten noorden Cornelis Lourensz, ten oosten de Oosterwech 977.
                                                                              In Wijk aan Duin verkoopt in 1615 Pieter Dammensz, wielemaker, poorter van Beverwijk, aan Wouter Lambertsz wonende aan de Sincte Aechtendyck 2 akkers land, belend ten oosten en noorden Barthelmies Jansz in de Beverwijk, ten zuiden de weduwe van Claes Cornelisz, ten westen de Kuyckerswech, voor 700 gld 978.
                                                                              In 1617 verkoopt in Beverwijk Pieter Dammas aan Claes Reynoutsz een jaarlijkse losrente, met als onderpand zijn huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot het Achterwechgen, belend ten zuidwesten Gillis Aelberts, ten noordoosten de comparant zelf 979.
                                                                              In Wijk aan Duin verkopen in 1618 de gemene kinderen en erfgenamen van Pieter Dammisz en Marrytgen Isbrantsdr, in hun leven wonende te Beverwijk, te weten Willem Cornelisz als man en voogd van Jannettgen Pietersdr, Claes Pietersz, Isbrant Pietersz, Louris Pietersz, Jan Pietersz en Pieter Pietersz, aan Cornelis Jacopsz en Dirck Tamisz, poorters van Beverwijk, 2 naast elkaar gelegen croften land, de ene genaamd de Croft aen de Arentswech, groot omtrent 1050 roeden, de andere genaamd de Lampackers, groot 1104 roeden, gelegen benoorden de vorige croft, belend ten westen van beide de Cleijne Houdtwech, ten oosten de Schouwbeeck, ten zuiden de Arentswech, ten noorden van de Lampackers de erfgenamen van Claes Cornelisz, voor een custingbrief van 2600 gld 980.
                                                                          tr. 1° N.N.,
                                                                          tr. 2° Marytgen IJSBRANTSDR, dr van IJsbrant IJSBRANTSZ, schepen van Heemskerk in 1557 981, en Aechte PIETERSDR.
                                                                              Op 3 november 1586 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Pieter Dammasz, wonende in de Beverwijk, en Marytgen IJsbrantsz, van Heemskerk, geassisteerd met Mr Wilhelm de Heda als haar gecoren voogd in dezen. Als Pieter Dammasz eerst aflijvig wordt kinderen achterlatende bij de voorschreven Marytgen gewonnen, dan zullen deze kinderen mede erven en delen gelijk met zijn voorkinderen. Als zij als eerste overlijdt, kinderen bij de voorschreven Pieter Dammasz gekregen hebbende of niet, zal hij alles hebben wat zij ten huwelijk gebracht heeft, nl. de helft van een krocht zaadand in de banne van Heemskerk, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden Lourens Arisz, ten noorden 't huis van Dirrick Adriaensz, ten westen de Kerckwech, ten oosten d'Oosterwech, zulks zij dezelve helft aangebracht heeft, mitsgaders alle andere goederen die zij aangebracht zal hebben of die haar staande huwelijk van haar zijde opkomen of aanbesterven zullen, mitsgaders haar kleren, kleinoden en juwelen tezamen met al hetgene te haren lijve behoort, insgelijks mede alle zulke 50 gld als zij uit krachte van het testament van zal. Maerten Jacobsz [de schilder Maerten van Heemskerck] genoten en tot dit huwelijk mede gebracht heeft. Van alles staande huwelijk verkregen zal zij de helft profiteren, enige schade komt ten laste van Pieter Dammasz of zijn erfgenamen. (Met verdere bepalingen.) 982
                                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                                              1. Jannetgen PIETERSDR, zie 291.
                                                                              2. Claes Pietersz MOLENAER, timmerman.
                                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                                              1. IJsbrant PIETER DAMMISZ, tr. Hillegont PIETERS.
                                                                                  In Wijk aan Duin verkopen in 1626 IJsbrandt Pietersz, poorter van Beverwijk, en Cornelis Pietersz Huijsman, nu wonende in de Beemster, zwagers, aan Jacop Jansz Slommer, mede poorter van Beverwijk, een stukje geestland genaamd Jasperslandt, groot omtrent 1000 roeden, belend ten oosten een gemene wagenweg, ten zuiden de lijnbaan van Gerrit Woutersz, ten westen 't Galghwechgen, ten oorden 't ziekenhuis van Beverwijk, voor 1350 gld, te betalen op 3 meidagen 983.
                                                                              2. Lourens PIETERSZ, tr. Maritgen GERBRANTS, overl. vóór 23 jan. 1650.
                                                                                  In Beverwijk compareren in 1650 Laurens Pietersz, weduwnaar van Maritgen Gerbrants, ter eenre, en Pieter Laurens, Claes Arijaensz man van Grietgen Laurens, Laurens Gerritsz Helderman als man van Pietergen Laurens, Jan Claesz Breeroo man van Maritgen Laurens, Aeltgen Laurens geassisteerd door Claes Pietersz Molenaer haar oom, de rato caverende voor Garbrant Laurensz uitlandig 984.
                                                                              3. Jan PIETERSZ.
                                                                              4. Pieter PIETER DAMMISZ, tr. Sibrecht GERBRANTS.
                                                                                  In Beverwijk verkoopt op 28 november 1620 Pieter Pieter Dammisz, biersteker, aan Claes Harmansz, oud-schepen, een losrente van 6 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Breestraet, strekkende tot aan de Achterwech, belend ten zuidwesten Gillis Aelbertsz, ten noordoosten Claes Pietersz Molenaer 985
                                                                                  Op 30 juli 1627 dient voor het Hof van Holland een zaak door Mr Pauwels van Beresteijn, als last en procuratie hebbende van Cornelis Beresteijn buitenslands zijnde, als impetrant tegen Pieter Pietersz alias Pieter Dammisz, als principaal, en Willem Jacobsz wonende op 't Huis van Adrichem en Cornelis Cornelisz alias Cornelis Maertsz vleyshouwer, allen wonende in de Beverwijk, als borgen en mede-principalen, die waren gedagvaard vanwege een pachtcedulle voor een somme van 195 gld met de interest tegen de penning 16; vanwege non-comparitie opnieuw geroepen 986.
                                                                                  In Beverwijk is op 29 september 1627 de geabandonneerde huizinge en erve van Pieter Pieter Damisz openbaar verkocht, vanwege diens vlucht, aan Gerrit Pietersz, in de Breestraet, strekkende tot Barent Gysbertsz, belend ten noordoosten Claes Pietersz Molenaer, ten zuidwesten Gillis Alberts 987.
                                                                            588. (<294) (>1176, >1177) Jan JORISZ, schepen van Heemskerk,
                                                                                In Heemskerk hebben op 29 januari 1575 Jan Jorisz ter eenre, en Machtelt Florisdr weduwe van Cornelis Jorisz, met Jan Woutersz haar voogd in dezen, ter andere zijde, geconfirmeerd alzulke deling vóór dato dezes gedaan tussen Cornelis Jorisz z.g., Cornelis Pietersz als man en voogd van Anthonia Jorisdr, en de voornoemde Jan Jorisz, beroerende de erfenis van hun vader en moeder, in welke deling aan de voornoemde Cornelis Jorisz is gevallen zekere percelen te Noertdorp, te weten 5 akkers genaamd de Hoefven, belend ten zuiden de erfgenamen van Lourijs Gerritsz, ten westen het Wendt, ten noorden de erfgenamen van Lourijs Gysbertsz c.s., ten oosten de Groeten Houdtwech, mits dat hij, Cornelis Jorisz, tot zijn last heeft genomen de jaarlijkse losrente van 200 gld hoofdpennigen competerende Cornelis van Beresteyn te Haarlem, behoudelijk dat partijen buiten de deling gemeen houden tot hun lasten alzulke actie als de kastelein van het Huis van Heemskerk pretenderen wil op een croft land genaamd Luchtencroft, voorts alle schulden en credieten. Voorts bekende Jan Jorijsz gekocht te hebben van Cornelis Jorijsz zijn broer alzulke huis, erf en land als hij, Jan Jorijsz, vóór deze „troublen tijt” bewoond en in eigendom bezeten heeft, eertijds gekcoht door Cornelis Jorisz van ene Thijs Heijndricxz, nemende hij, Jan Jorijsz, de resterende custingenningen tot zijn last. Nog bekende Jan Jorisz schuldig te wezen voornoemde Machtelt Florisdr 8 gld 15 st. 988
                                                                                In Heemskerk op 6 februari 1580 verkoopt Mr Naerten Bitter, poorter van Haarlem, aan Jan Jorisz de helft van een stuk hooiland in de Zuijder Maet, genaamd Lanckcamp, waarvan de wederhelft Brecht Stams van Amsterdam toebehoort, groot die helft omtrent 12 hond, belend ten westen de Suijer Maetwech, ten oosten de Tocht en de banscheiding tussen Heemskerk en Uitgeest, ten noorden de erfgenamen van Jan Arijsz aan Wijckerduijn, ten zuiden land van de Memorie te Haarlem, verlijdt Jan Jorisz aan Mr Maerten Bitter een losrentebief van 5 gld 18 st 1 blank 's jaars, ook een custingbrief van de 2 laatste custingtermijnen bedragende 190 gld, te betalen de helft Kerstmis eerstkomende, de andere helft Lucasmarkt 1581, is er op 8 januari 1580 een veilingopdracht door Mr Marten Bitter voor de voornoemde halve Lanckcamp waarvan de laatste verhoger is gebleven Jan Jorisz voor 285 gld en voor wie Louris Jansz Schouten zich borg heeft gesteld, bekent op 14 maart 1580 Jan Jorisz onze buurman schuldig te wezen Mr Maerten Bitter, poorter te Haarlem, en Maerten van den Berch, koopman te Amsterdam, 60 ponden, te betalen op de 4 naastkomende Kerstmissen, elke termijn 15 pond, en verkoopt op 10 juni Jan Jorisz, buurman te Heemskerk, aan Brecht Stams te Amsterdam de helft van de Lanckcamp als hij gekocht heeft van Mr Maerten Bitter 989.
                                                                                In Heemskerk verkoopt op 27 april 1581 Jan Jorisz, buurman te Heemskerk, aan Jan Jacopz alias Coepman wonende te Alkmaar een croft land in Noertdorp, belend ten zuiden Aelmislandt, ten westen de Schouheijninck, ten noorden land van de abdij van Egmond, ten oosten de erfgenamen van Hilgondt Duijnmeijers, voor de waarnis waarvan zich borg heeft gesteld Louris Dircxz Duijnmeijer, des verkopers zwager 990.
                                                                                In Heemskerk verkoopt op 27 december 1587 Jan Jacopsz alias Jan Keurs aan Jan Jorisz een akker land in de Ruijnacker, belend ten zuiden Dirck Aeriaensz, ten westen de Schoubeeck, ten noorden de koper, ten oosten de Kerckwech 991.
                                                                                In Heemskerk verkoopt op 9 februari maart 1589 Jan Jorisz aan Dirck Dircksz Duijnmeijer, beiden buurluiden te Heemskerk, een croft zaadland genaamd Jan Eevertszcroft, belend ten zuiden de Oesterwech, ten westen de erfgenamen van Claesghen Pieter Netten, ten noorden de wollewevers te Haarlem, ten oosten Conincxlandt, en dat [veel weg] een croft geestland groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden de erfgenamen van Louris Gerritsz, ten westen de Kerckwech, ten noorden de erfgenamen van Claes Fransz, ten oosten de Oesterwech [een ruiling?], heeft op 23 maart 1589 Jasper Pietersz, buurman te Heemskerk, als man en voogd van Machtelt Florisdr nagelaten weduwe van Cornelis Jorisz, opgedragen aan Jan Jorisz, broer van de voornoemde Cornelis en mede buurman te Heemskerk, een hofstede met een huis en een tuintje daar annex groot omtrent 130 roeden, als gekocht door Cornelis zijn broer van Thijs Heijndricksz, en verkoopt op 23 juli 1589 Splinter Gerritsz aan Jan Jorisz wonende te Heemskerk een croft geestland in Wateracker, belend ten zuiden de Commandeur te Haarlem, ten westen de Groten Houtwech, ten noorden Arys Dircksz, ten oosten de erfgenamen van Jaep Cuyff te Haarlem 992.
                                                                                In Heemskerk verkoopt op 30 november 1590 Aeryaen Gerritsz aan Jan Jorisz een akker geestland op Borritsbeeck, belend ten zuiden voornoemde Jan Jorisz, ten westen en noorden de Schoubeeck, ten oosten de Kerckwech 993.
                                                                                In Heemskerk verkopen in 1592 Jan Jorisz, Cornelis Aeryaensz [eerdere „Cornelisz” doorgehaald] Zyperkerspel, Cornelis Aeryaensz uit de Beverwijk en Baert Jacopsz van Castricum, ook vervangende de mede-erfgenamen van Dirck Cornelisz Bats en Aef Jansdr, aan de erfgenamen van Cornelis Crynsz Duynmeyer 2 akkers zaadland, groot 704 roeden, belend ten zuiden de Reguliers in de Beverwijk, ten westen de erfgenamen van Louris Wijnantsz te Haarlem, ten noorden de weduwe van Cornelis Crynen met de armen van Heemskerk, ten oosten de Groeten Houtwech, daarvoor verbindende een croft land toebehorende Cornelis Cornelisz [Zyperkerspel?], groot omtrent 1½ morgen, belend ten zuiden de erfgenamen van Claes Fransz, ten westen voornoemde Cornelis Cornelisz, ten noorden Aeryaen Claesz mandemaecker te Haarlem, ten oosten de Cleynen Houtwech, en nog een croft land toebehorende Jan Jorisz, belend ten zuiden de erfgenamen van Louris Gerritsz, ten westen de Kerckwech, ten noorden de erfgenamen van Claes Fransz, ten oosten de Oesterwech 994.
                                                                                In Heemskerk in 1594 verkoopt Jan Jorisz aan Tryn Symonsdr, poortersse van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 9 gld 7 st, hoofdgeld 150 gld, verbindende een croft geestland genaamd de Waterackercroft, groot omtrent 1½ morgen, belend ten zuiden de Commandeur, ten westen de Groeten Houtwech, ten noorden de weduwe van Arijs Dircksz, ten oosten de erfgenamen van Jacop Kuyff te Haarlem, en verkoopt Cryn Jansz aan Jan Jorisz een akker zaadland gelegen aan de Wyckwech, belend ten zuiden Bruijn Gerritsz, ten westen Willem Claesz, ten noorden de Claer Moerscroft, ten oosten de Wyckwech 995.
                                                                                Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1604 wordt Jan Jorysz aangeslagen voor 2 schoorstenen, evenzo in 1606 Jan Jorisz (die op 20 mei 1606 als schepen mede ondertekende) 996.
                                                                                In Heemskerk verkoopt in 1611 Pieter Willemsdr, weduwe van Cornelis Arysz, geassisteerd met Jan Cornelisz Taruw, aan Jan Joorysz 2 akkers zaadland bewesten de Kerckbuyert, groot omtrent 691 roeden, belend ten zuiden de heer van Assendelft, ten westen de Schoubeeck, ten noorden de kerk van Heemskerk, ten oosten de Kerckwech, voor een termijnbrief van 450 gld, te betalen op 2 eerstkomende Lucasmarkten, verkoopt in 1613 Jan Lambertsz, buurman en schepen te Heemskerk, aan Jan Jorysz mede aldaar een croftje geestland genaamd het Modencroftgen, belend ten zuiden de Kerckbeeck, ten westen de het Moolenwerffgen, ten noorden de Moolenwech, ten oosten Pieter Jansz, en dat met de eigendom van de houten heining op 't oostend, en verkopen in 1616 Lourens Cornelisz wonende op 't Hofflant en Ocker Cornelisz wonende in deze banne aan Jan Jorysz wonende in de Kerckbuyert een croft land in Breedtslacht, groot omtrent 2100 roeden, belend ten zuiden de Commandeur van St. Jan binnen Haarlem en Johan Dubbelt in Den Haag, ten westen de Grooten Houtwech, ten noorden Gerrit Willemsz en de erfgenamen van Quiryn Jansz, ten oosten de Schoubeeck, voor een termijnbrief van 1800 gld, te betalen 1/3 gereed en de rest op 2 eerstkomende Kerstmissen 997.
                                                                                In Heemskerk in 1620 draagt Jan Jorysz alhier op aan Jasper Gerritsz alhier een croftje geestland in de Kerckbuyert, groot omtrent 700 roeden, belend ten zuiden de Kerckbeeck, ten westen de Moolenwerff, ten noorden de Moolenwech, ten oosten Pieter Jansz, en Jasper Gerritsz aan Jan Jorysz een croft geestland in Breedtslacht, groot omtrent 1100 roeden, belend ten zuiden Cornelis Thoenisz en 't Holle Beeckgen, ten westen de abdij van Egmond en de Schoubeeck, ten noorden Aechte Thoenisdr weduwe van Crijn Janz, ten oosten de pastorie van Heemskerk 998.
                                                                                Op 29 december 1626 geeft Jacob Pietersz wonende te Hoorn, als vader en voogd van Dirck Jacobsz geprocreëerd bij zal. Jannetgen Pieters, volmacht aan Jacob Claesz zijn zwager wonende in de Beverwijk, om voor het gerecht van Heemskerk, vanwege zijn zoon voor 1/3, benevens hem, Jacob Claesz, en Garbrant Garbrantsz elk voor 1/3, te transporteren aan Jan Jorysz of zijn ongehuwde kinderen een stuk land genaamd de Langecamp, groot omtrent 2630 roeden 999.
                                                                                In Heemskerk verkoopt in 1629 Willem van Grootvelt wonende te Gorcum aan Dijrck Jansse, Jooris Jansse en Marytgen Jansdr hun zuster, buurluiden in onze banne, een croft land genaamd Hannenven, groot omtrent 1766 roeden, belend ten zuiden Jaecop Lourensse en Willem Lourensse, ten westen Neelis Cornelisse en Jaecop Lourensse voorschreven, ten noorden de heer van Assendelft en Jan Leendertsse, voor 1250 gld, te betalen 450 gld gereed en de rest op 2 Lucasmarkten, welke kopers dit in 1630 weer verkopen aan Jan Aerisse aan Duijn, en verkoopt in 1631 Jacop Claesse, burger van Beverwijk, aan Dijrck Jansse, Joris Jansse en Marytgen Jansdr een kamp hooiland genaamd Schoenmaeckerscamp, groot 9927 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Lourens Jansse en Belij Maertensdr, ten westen Soudtmanscamp, ten noorden de Maersloot, ten oosten het Dije 1000.
                                                                                In Heemskerk verkopen op 5 mei 1651 Panckeris Cornelisz buurman op 't Hofland, Cornelis Cornelisz, Louerens Cornelisz, Jan Cornelisz, Gerrit Cornelisz, Jan Cornelisz aliter Jan Jaecopsz, buurluiden te Bakkum en Castricum, ook voor Aeffgen Cornelis en Aeltgen Cornelis dochters, hun zusters, allen kinderen en erfgenamen van Doutgen Jansdochter, Cornelis Claesz Burst wonende te Beverwijk en bakker aldaar, Claes Claesz en Sijmon Claesz, ook voor Toenis Claesz en Neeltgen Claesdr hun zuster, allen kinderen en erfgenamen van Claes Jansz hun overleden vader, Cornelis Claesz Burst nog voor Trijn Jansdr, allen erfgenamen van Jan Joorisz en Aelidt Dijrckxdochter, en mede-erfgenamen van Jooris Jansz en Dijrck Jansz en Maerijtgen Jansdochter, aan Jan Gerritsz Grasbus, onze mede-schepen en mede erfgenaam van wijlen Maerijtgen Cornelisdr zijn huisvrouw, een akker land waarvan voornoemde Jan Gerritsz een achttiendepart toebehoort, groot omtrent 426 roeden, belend ten zuiden Crijn Jaecops, met de gehele wal horend bij de voorschreven akker, ten westen de Kerckwech, ten noorden de Leenacker, ten oosten de Oesterwech, voor 500 gld, te betalen op twee achtereenvolgende Lucasmarkten 1001.
                                                                            tr.
                                                                            589. (<294) (>1178, >1179) Aelidt DIJRCKXDR.
                                                                                Uit het kasboek van een lakenkoper: Alijt Dirckdochter, dochter van Hilgont Claesdochter, woont bij Cornelis Pietersz Voigt[?] in de Beverwijk, is mij schuldig gebleven van rood vilt zwart laken en anders gerekend 30 schellingen op 16 maart 1570, nog Alijt Dirckdochter gekocht een vierendel zwart laken tot een kleed voor 16 schellingen, van scheren 1 oort, van [...?] waar 't mee gestikt[?] is 1 schelling, van franje in de naad 1 blank, van maken 3 schellingen 1002.
                                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                                1. Jooris JANSZ.
                                                                                    In Heemskerk verkopen in 1641 Jooris Jansz en Dijrck Jansz, buurvrijers in onze banne, aan Michiell de Wael wonende te Haarlem een croft teelland groot 2878 roeden, belend ten zuiden Jan Cornelisz en Lourens Jansz Pietten, ten westen de Lutickcijebeeck, ten noorden Engel Cornelisz en Willem Lourensz met Sijmon Lourensz, ten oosten de Cleijnen Houdtwech, in leen gehouden van de heer van Assendelft, voor een termijnbrief van 2915 gld, te betalen op 2 eerstkomende St. Jacobsdagen (op 15 februari ten volle betaald) 1003.
                                                                                2. Dijrck JANSZ.
                                                                                3. Maerijtgen JANSDR.
                                                                                4. Doutgen JANSDR, overl. 1645 of 1646, tr. Cornelis WILLEMSZ waarsch. wedn. van N.N. WOUTERSDR.
                                                                                    In Castricum vermeld met 1 schoorsteen in 1627, in Cleybrouck: Douw Jans (volgende op Thonis Woutersz, Jan Jans Dircksz) 809. In het schotboek in 1632 vermeld: Doutgen Jans, een stoter (volgende op Jan Jan Dircksz, Teunis Woutersz, gevolgd door Anna Pieters) 811.
                                                                                    Voor het morgengeld in Castricum de volgende vermeldingen: in 1639 Doutgen Jans 2-745 [2 morgen 745 roeden] 0:6:2 [bedrag] (volgende op Dirck Jansz, Cornelis Jansz, Griet Cornelis, Tuenis Woutersz, gevolgd door Jan Jacopsz duijnmeijer, Jan Jansz Cleijbroeck), in 1640 Doutge Jans 2-474 0:6:10 (idem), in 1641 Doutge Jans 2-7 0:12:8 (volgende op als eerder, gevolgd door Maertge Reiers, verderop Gerrit Cornelisz duinmeier, Jan Jacopsz duinmeier), in 1642 Doutge Jans 2-747 0:7:6 (volgende op Tuenis Woutersz, gevolgd door Maertge Reijers, verderop Gerrit Cornelisz duinmeijer, Jan Jacopsz duinmeijer), in 1643 Doutge Jans 3-48 0:14:8 (idem), in 1644 Doutge Jans 2-748 0:10:0 (idem), in 1645 (17 juni 1645 en 23 september 1645) Doutge Jans 2-748 0:8:2, in 1646 Aeffie Cornelis 1-661 0:6:7 (volgende op Tuenis Woutersz, gevolgd door Cornelis Cornelisz tot Velsen 0-428 0:2:4, verderop Gerrit Cornelisz duinmeier, Jan Jacopsz duinmeier) 812.
                                                                                    In Castricum bekent in 1580 Cornelis Willemsz, buurman in deze banne, schuldig te wezen aan Niesgen Woutersdr, zuster van zijn huisvrouw, een jaarlijkse losrente van 4 ponden 15 schelligen, hoofdpenningen 80 ponden, waaraan hij verbindt zijn werf en hofstede binnen Castricum met het getimmerte daarop, belend ten zuiden en oosten Jan Dircxz, ten noorden de gemene weg, ten westen Jacop Jacopsz 808.
                                                                                    Vermeld in Castricum met 1 schoorsteen in 1601 en 1606, in Cleybrouck: Cornelis Willemsz (volgende op Eng(h)el Woutersz, Thonis Woutersz, gevolgd door Dirck Jansz, Jan Jacopsz) 809.
                                                                                    In Castricum compareren in 1647 Banckeris Cornelisz, buurman op 't Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, Louris Cornelisz, buurman te Bakkum, Jan Cornelisz, buurvrijer te Velsen, Gerrit Cornelisz en Jan Cornelisz alias Jan Jacopsz, duinmeiers, buurluiden alhier, en Jan Gerritsz als getrouwd hebbende Maertge Cornelis, buurman te Heemskerk, allen voor henzelf en vervangende Aeffie en Alit Cornelisdr hun nog ongetrouwde zusters, en dragen op aan Cornelis Cornelisz, duinmeier, hun broer, buurman te Velsen, 8 negendeparten van een perceel land genaamd het Doop, groot in 't geheel 615 roeden, nog een akker daar beoosten aan genaamd het Diversdoop, groot 104 roeden, belend ten oosten de Laet en de Heerwewech, ten zuiden de erfgenamen van Claes Cornelisz Baven, ten westen voornoemde kopr, ten noorden het Doop toekomende Trijn Sijmons te Haarlem, en nog 8/9 van 3 vierendelen van een perceel land genaamd het Heemelrijck, en compareerde Cornelis Jansz Grietiens en droeg op aan voornoemde Cornelis Cornelisz het resterende vierendeel van 't Heemelrijck, groot tezamen 525 roeden, belend ten noorden en oosten de Heerewech, ten zuiden de hertenheining, ten westen Arent Gijsbertsz 810.
                                                                                5. Claes JANSZ, zie 294.
                                                                              594. (<297) (>1188) Gerrit WOUTERSZ,
                                                                                  In Uitgeest verkopen in 1604 Mieus Garbrantsz en Allert Pietersz, als voogden van Trijn Woutersdr van Uitgeest wonende te Alkmaar, aan de weduwe en erfgenamen van Gerrit Woutersz 7 snees en ettelijke roeden land genaamd Wittigen Derch op Assum, gemeen met de voorschreven weduwe en erfgenamen en met Arent Sybrantsz, belend ten oosten de Coorendijck, ten zuiden de Afterwech, ten westen Comen Japen Binnenven, ten noorden Jan Cornelisz Mentsen 1004.
                                                                              tr.
                                                                              595. (<297) Alyt JACOBS.
                                                                                  In Uitgeest verkopen in 1619 Jacob Gerrytsz en Wouter Gerrytsz voor henzelf, Cornelis Gerrytsz als man en voogd van Marytgen Gerryts, Cornelis Dircxz als man en voogd van Diewer Gerryts, Tymon IJsbrantsz als man en voogd van Anne Gerryts, Fop Cornelisz als voogd van het nagelaten kind van Tryn Gerryts, allen kinderen en erfgenamen van Alyt Jacobs hun moeder, aan Willem Cornelisz het nagelaten weeskind van wijlen Cornelis Baertsz in zijn leven onze buurman, 1½ koeven liggende gemeen in een stuk land genaamd Wittigen Derch, groot zijnde deze koeven omtrent 1½ gars, in de Cleyne Sien, belend ten oosten de Waldyck, ten noorden de Diesschen, ten westen Diewer Comen Japen erfgenamen, ten noorden Jan Meussen 1005.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Jacob GERRITSZ.
                                                                                  2. Wouter GERRYTSZ.
                                                                                  3. Marytgen GERRYTS.
                                                                                  4. Dieuwer GERRITSDR, tr. Cornelis Dircxz NEES.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1633 Gerrit Cornelisz, onze buurknecht op Assum, als zoon en voogd van Dieuwer Gerritsdr, aan Lambert Jansz Cotken wonende in de Beverwijk een stuk land in de Broeck genaamd de Hoornen, groot omtrent 1000 roeden, belend ten oosten de Bruijnsven, ten zuiden de Tocht, ten westen en noorden de koper, en verkoopt in 1635 Willem Pouwelsz Koster onze buurman, ook voor Arent Pouwelsz zijn broer, aan Dieuwer Cornelisdr onze buurvrouw op Assum de eigendom van zekere kwijschelding door de stad Haarlem, met nog een transport in Uitgeest daaraan gehecht dd. 26 mei 1597 en nog een transport in Uitgeest dd. 3 januari 1631 eraan gehecht, van het land genaamd Gansackers op Assum, belend ten zuiden de Koorendijck, ten westen Lourens Woutersz, ten noorden de Binneven 1006.
                                                                                      In Uitgeest verkopen in 1647 Philips Claesz Prins als man en voogd van Alyt Cornelisdr, Jacob Cornelisz als man en voogd van Trijn Cornelisdr, en Claes Jacobsz als man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, als mede-erfgenamen van wijlen Cornelis Dircxz Nees en Dieuwer Gerritsdr, in hum leven onze buurluiden op Assum, aan Dirck Claesz Alen, mede onze buurman, een stuk land genaamd Den Hagen, groot omtrent 50½ snees, belend ten oosten de Hagesloot en IJsbrant den Hage, ten zuiden Geersemeer, ten westen de Laen, ten noorden de Tuijntges en de Veert en nog het Overgroetgen bewesten de Laen 1007.
                                                                                  5. Anna GERRITSDR, geb. ca. 1588  1008, tr. Tijmon IJSBRANTSZ, geb. ca. 1588  1008, waard in de Witte Swan te Uitgeest, overl. tussen 14 dec. 1646 en 13 dec. 1647.
                                                                                      In 1648 verklaart Anna Gerritsdr, weduwe van Tijmon IJsbrantsz in zijn leven waard in de Swan binnen Uitgeest, ten verzoeke van Gerrit Tijmonsz haar zoon aldaar, hoe dat zij schaars 6 maanden geleden met Gerrit Gerritsz Schouten burger van Haarlem, te Haarlem is geweest ten huize van Lodewijck van Altena van Jaersvelt, baljuw van Kennemerland, om met hem te accorderen wegens de delicten door de requirant begaan (betreft een boete voor mestrekken) 1009.
                                                                                      In 1651 bekent Anna Gerritsdr, weduwe van Tymon IJsbrantsz in zijn leven waard in de Swan, geassisteerd met Gerrit Tymonsz haar zoon, schuldig te wezen aan Henrick van de Hove, raad van Haarlem, 1190 gld, waarvoor zij betalingsregelingen stelt. Nog zijn Van de Hove en Gerrit Thijmonsz geaccordeerd dat Dirck Phillipsz zal vertrekken uit de herberg de Swan, waarin metterwoon Gerrit voornoemd gesteld zal worden, voor 60 gld 1010.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1651 Gerrit Tijmons onze buurman, ook voor Anna Gerritsdr zijn moeder, aan Jacob Pietersz Kuijper mede onze buurman een huis met zijn erf op de Meldyck, belend ten oosten Cornelis en Gerrit Bruijnsz Alckemade, ten zuiden de Binnendijcxmeer, ten westen het huis en erf van Spanjaert, ten noorden het pad toebehorende het huis en erf van Spanjaert (met enige bepalingen over gebruik van paden) 1011.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1620 Tijmon IJsbrantsz, waard in de Witte Swan, aan Cornelis Jansz Speelman een huis en erf in Bonckenburch, belend ten oosten Anna Claes, ten westen Bruijn Bruijnsz, ten noorden de gemene weg 1012.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1621 Tymon IJsbrantsz aan Jacoben Claesdr, weduwe van Jan Claesz in zijn leven duinmeier te Velsen, een huis en en zijn erf genaamd de Swan waar de Swan uithant bij de kerk, belend ten oosten het Afterpatgen, ten zuiden Claes Fransz, ten westen de gemene Heerewech, ten noorden Aerjan Cornelisz Snijder, en transporteert in 1622 Jacobghen Claes, waardin in de Witte Swan, geassisteerd met Garbrant Myeusz en Mr Wouter Reyniersz chirurgijn, aan Heyndrick van den Hove, brouwer van de Ene Star te Haarlem, en Tymon IJsbrantsz, waard in 't Seepaert op de Meldijck, onze buurman, alzulk recht en eigendom als zij op 15 april 1621 verkregen heeft 1013.
                                                                                      In Uitgeest verkopen in 1627 Bruijn Jansz en Dirck Jansz voor henzelf, Garbrant Cornelisz als man en voogd van Brecht Jans, tezamen ook voor de andere kinderen en erfgenamen van zal. Jan Tijssen, aan Tijmon IJsbrantsz, waard in de Witte Swan, een huis met zijn erf aan de Meldyck, strekkende van de meer af tot aan de Meldyck toe 1014.
                                                                                      In Uitgeest is in 1629 Jan Garbrantsz Dijck te Castricum, als procuratie hebbende van Heyndrick van den Hove brouwer in de Eene Ster te Haarlem, eiser contra Tijmon IJsbrantsz, waard in de Swan te Uitgeest, om betaling van 400 gld 1 st 8 penn, met suffisante hypotheek, volgens een obligatie 1015.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1629 Tymen IJsbrantssoon, waard in de Witte Swan, aan Heyndrick van de Hoeve, brouwer in de Eene Ster te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 15 gld, te lossen met 300 gld, met als hypotheek een huis met zijn erf op de Meldyck waar het Zepaert uithangt, belend ten oosten IJsbrant Heyndricxz Spanjaert, ten zuiden de Binnendycxmeer, ten westen Pieter Symonsz, ten noorden de gemene straat, en verkopen in 1630 Claes Dircksz Cuyper, als gecoren voogd van Marytgen Cornelisdr, en Cornelis Heyndricxz Pronckert, biersteker van de Eene Ster, aan Tymon IJsbrantsz, waard in de Witte Swan, allen onze buurluiden, een akker land op de Hoornergeest, groot omtrent 37 snees, belend ten oosten de Smaele Wech, ten zuiden Mr Louris en Marytgen Cornelis, ten westen de Heerewech, ten noorden Wouter Willemsz 1016.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1636 Thijmon IJsbrantsz, waard in de Witte Swan te Uitgeest, aan IJsbrant Heijndricxz Spanjaert, mede buurman alhier, een huis met zijn erf op de Meldijck, belend ten oosten de koper en de weduwe van Pieter Claesz Schoenmaker, ten zuiden de Binnendijcxmeer, ten westen Claes Dircxz Kuijper, ten noorden de gemene straat, met een vrij voetpad van 4 voeten breed, en verkoopt in 1637 IJsbrant Heijndricxz Spanjaert, onze buurman, aan Tijmon IJsbrantsz, waard in de Witte Swan, onze buurman, een huis met zijn erf op de Meldijck, belend ten oosten de Steech of Gerrit Dircxz Noom, ten zuiden de voorschreven Steech of Pieter Jansz Pie en de brouwer van de Eene Ster met het huis en erf eertijds door hem gekocht van de weduwe en kinderen van zal. Pieter Claesz Schoenmaecker, ten westen voornoemde comparant, ten noorden de gemene straat 1017.
                                                                                      In Uitgeest is in 1638 Tijmon IJsbrantsz, waard in de Swan, eiser contra Gerrit Mieusz te Uitgeest als vader en voogd van Gerrit Mieusz, zijn onmondige zoon, om betaling van 60 gld over 't afhandig maken van een paard door voornoemde zoon c.s., mitsgaders 4 gld verteerde kosten door 't paard verteerd, item 2 gld 4 st verteerde kosten toen hij, zoon van gedaagde, 't paard had verongelukt 1018.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt in 1639 Tijmon IJsbrantsz, waard in de Swan, onze buurman, aan Mr Heijndrick Jansz, chirurgijn en buurman te Uitgeest, een schapenwerf op Hoornergeest, groot omtrent 3½ snees, belend ten oosten de Smaelewech, ten zuiden Wouter Woutersz, Marijtgen Cornelis en de koper, en bekent in 1641 Tijmon IJsbrantsz, onze buurman, schuldig te zijn aan Cornelis Fransz Cleermaecker, poorter te Alkmaar, een jaarlijkse losrente van 10 gld, losbaar met 200 gld, met als onderpand een stuk land in de Sien genaamd Gerrit Claesses Ventgen, groot 3 geerzen 2 snees, belend ten oosten de Schoolcroft, ten zuiden de Nieuwe Wech, ten westen de Wateringe, ten noord Cornelis Jansz Volgers 1019.
                                                                                      In Uitgeest zijn in 1646 Heyndrick van den Hove, raad binnen Haarlem, en Cornelis en Gerrit Bruijnsz Alkemade wonende te Uitgeest, eisers contra Tijmon IJsbrantsz waard in de Swaen en Gerrit Tijmonsz deszelfs zoon, om wat gedaagden willen pretenderen op het haventje achter de huizinge van Aechjen Pieters en de herberg toebehorende de voornoemde brouwer; op 12 oktober 1646 condemneren de schepenen Tijmon IJsbrantsz c.s. tot opruiming van het slootje in kwestie ten koste van de verweerders 1020.
                                                                                      In Uitgeest is op 14 december 1646 Tijmon IJsbrantsz eiser contra Sijmon Allertsz Coning, om betaling van ƒ 42-15-0 en contra de kinderen van wijlen Albert Pietersz om betaling van ƒ 7-0-0 vlees, en is op 13 december 1647 Anna Gerritsdr, weduwe van Tijmon IJsbrantsz, eiseres contra de kinderen van Albert Pietersz op Assum, om betaling van ƒ 7-0-0 vlees, en ook nog contra Sijmon Allertsz Coningh 1021.
                                                                                  6. Trijn GERRITSDR, zie 297.
                                                                                600. (<300) Jan PHILPS,
                                                                                tr. N.N.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Pieter Jansz (WELBOREN), geb. ca. 1548, zie 300.
                                                                                  2. Wouter Jansz WELBOREN, geb. ca. 1555, tr. Baeff JANSDR.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt op 20 november 1591 Wouter Jansz, ook als voogd van Nel Dircxdr weduwe van Pieter Jansz, aan Dignum Cornelisz wonende te Alkmaar een stuk land genaamd de Cleyne Ackeren gelegen in de Brouck, groot omtrent 21 snees, belend ten oosten de Bagynenbusch, ten zuiden de Grooten Ackeren, ten westen de Ackeren, ten noorden het Dall, waarvoor hij verbindt de 3-koeven in de Grooten Coech achter Assum in de Brouck gemeen met Jan Jacobsz, belend ten oosten Salyen, ten zuiden Willemen Coech, ten westen Frericx Ven, ten noorden Eenen Coech, en verkopen op 1 december 1591 Bruyn Gerritsz, Pouwels Steffensz en Baert Dircxz als gecoren voogden van de achtergelaten kinderen van Aernt Thysz aan Wouter Jansz op Assum een 2-koeven in een stuk land genaamd Eenen Coech, groot in 't geheel 7½ koeven, achter Assum, gemeen met Claes Gerritsz c.s., belend ten oosten Wouter Dircxz Haegen, ten zuiden Jaep Hessenencoech, ten westen Geestmeer, ten Noorden de Haegen 1022.
                                                                                      In Uitgeest verkoopt op 20 juni 1595 Wouter Jansz aan Dignum Cornelis, poorter van Alkmaar, een stuk weiland genaamd Eninghkooch, groot omtrent 20 snees, gelegen achter Assum, belend ten oosten Wouter Dircxz Hagen, ten zuiden Jaep Hessenkooch, ten westen Joosten Wterdyck, ten noorden Brantges Hagen 1023.
                                                                                      Voor de kapitale lening van 1599-1600 (tenminste de 200e penning van de waarde van alle goederen) wordt in Uitgeest onder Oostergheest Wouter Jansz gesteld op 15£; hij betaalt 30 gld 757.
                                                                                      In Heemskerk verkoopt op 5 juli 1603 Wouter Jansz, buurman te Uitgeest, aan Syburch Elbertsdr, weduwe van Jan Harmens in zijn leven poorter en leerverkoper te Amsterdam, het halve huis, halve erf en halve land liggende gemeen en onverdeeld met Maritge Garbrantsdr weduwe van Coomen Jaep te Noortdorp, waar Tonis Jansz, Wouters broer, tegenwoordig in woont, belend het gehele huis, erf en land ten oosten de Heerewech, ten zuiden de weduwe van Arent Jongmans, ten westen de wildernis, ten noorden de erfgenamen van Jan Foppen 1024.
                                                                                      In Uitgeest in mei 1609 verkoopt Wouter Reyersz van Heemskerk aan Wouter Jansz op Assum omtrent 2 snees land in een stuk land genaamd de Hooren in de Brouck, belend ten oosten Dirck Baertenven, ten westen het weerdeel vandien mede de Hoornen, ten zuiden de Heemskercker Tocht, ten noorden Doevelant, en verkoopt Wouter Jansz op Assum aan IJsbrant Cornelisz een zaadakker, groot 8 snees, in de Voetackers, belend ten oosten de Breewech, ten westen de Wateringe, ten zuiden Jan Claes Maijen, ten noorden Paterscroft 1025.
                                                                                      Op 8 april 1622 verklaren Jan Aeriaensz, oud omtrent 65 jaren, buurman te Boekel in de banne van Akersloot, en Sybrant Jacobsz, oud omtrent 55 jaren, wonende te Akersloot, ten verzoeke van Cornelis Steffensz en Wouter Jansz, beiden buurluiden te Uitgeest, hoe dat zij aan getuigen zijn gekend en gehouden worden voor welboren luiden, en dat zij en hun voorouders altijd genoten hebben het derdepart van alle onkosten het dorp concernerende genaamd het schot, gelijk zij, getuigen, hetzelve nog te Akersloot genieten 1026.
                                                                                      Op 3 mei 1624 zijn voor het Hof van Holland Cornelis Steffens, Wouter Jansz en consorten, buurluiden te Uitgeest, requiranten en impetranten jegens schepenen en regeerders van Uitgeest; Jan van Soutelande, als procureur van de gedaagden, concludeert eisers niet ontvankelijk 1027.
                                                                                      In Uitgeest wordt voor de 200e penning van 1625 onder Assum Wouter Jansz aangeslagen voor 35 gld 504.
                                                                                      Op 30 augustus 1625 maakt Wouter Jansz Welbooren, wonende op Assum in de banne van Uitgeest, een codicil waarbij hij aan Claertgen Vrericx zijn dienstmeid legateert 't huis met de hofstede waar hij nu in woont, 2 akkertjes land voor 't huis groot omtrent 3 snees, de helft van een tuin over de vaart gemeen met Cornelis Dircxz, mitsgaders alle schapen, door haar te gebruiken zo lang zij leeft, om daarna te devolveren aan zijn wettige erfgenamen 1028.
                                                                                      In Uitgeest verkopen op 5 april 1627 Pieter Pietersz Welboren, Cornelis Aerjansz Volgers als man en voogd van Guijertgen Pieters, Rem Rems, Rem Hesselsz en Claes Jansz Alen als gecoren voogden van de nagelaten kinderen van Dirck Pietersz Welboren, Heyndrick Willemsz als man en voogd van Guerte Thuenisdr, Jacob Jacobsz, Fop Cornelisz en IJsbrant Cornelisz als gecoren voogden van de kinderen van Jan Thuenissen „vuijdietijff” [fugitief], als erfgenamen van zal. Wouter Jansz Welboren, Jan Pietersz als man en voogd van Lysbeth Jansdr, Cornelis Arentsz en Huijbert Aerjansz als gecoren voogden van de weduwe en kinderen van Gerrijt Jansz Wanckell, als erfgenamen van zal. Baeff Jans, eertijds weduwe van de voorschreven Wouter Jansz, aan de voornoemde Fop Cornelisz onze buurman 2 partijen land achtergelaten door de voornoemde Wouter Jansz en Baeff Jans, eerst een vierdepart van een stuk land genaamd de Groote Cooch, groot het geheel 16 geerzen of 12 koeven, in de Broeck achter Assum, belend ten oosten Heijndrick Claesz Hagen, ten westen Siercsven, ten zuiden Cornelis Willemszcooch, ten westen Eencooch, met nog een stuk land genaamd 't Hemmelryck gelegen als voren, groot 6 geerzen 2 snees, belend ten oosten Cornelis Willemencooch, ten zuiden de Moles, ten westen Jan Ariscamp, ten noorden Siericsven 1029.
                                                                                      In Uitgeest verkopen op 18 juni 1627 Pieter Pietersz Welboren, ook vervangende Cornelis Aeriansz zijn zwager te Akersloot, Rem Remsz, Claes Jansz en Rem Hesselsz als gecoren voogden van de nagelaten kinderen van zal. Dirck Pietersz Welboren, Jacob Jacobsz, Fop Cornelisz en IJsbrant Cornelisz als gecoren voogden van de kinderen van Jan Thuenisz fugitief, Guyerte Thuenis ter absentie van Heyndrick Willemsz haar echte man, allen erfgenamen van zal. Wouter Jansz Welboren, Jan Pietersz als man en voogd van Lijsbeth Jans, Jan Cornelisz als man en voogd van Aechte Claes, en Cornelis Arentsz en Huijbert Aeriansz als gecoren voogden van de weduwe en kinderen van Gerryt Jansz Wanckell, allen erfgenamen van Baeff Jans, aan Jan Janssen Coopman Jan een stuk land genaamd Vemme Vuytterdyck, groot omtrent 1 mad, belend ten oosten de Coochdyck, ten zuiden IJsbrant Pietersz, ten westen de banscheiding of de sloot, ten noorden Rem Remsz, gelegen buiten de Coochdyck 1030.
                                                                                      In Uitgeest verkopen op 21 juni 1629 Pieter Pietersz Welbooren, Cornelis Aerjansz Volgers als man en voogd van Guiertgen Pietersdr, Rem Remsz, Claes Jansz en Rem Hesselsz als gekoren voogden van de kinderen van zal. Dirck Pietersz Welbooren, Heyndrick Willemsz als man en voogd van Guierte Thuenisdr, Jacop Jacopsz, Fop Cornelisz en IJsbrant Corenelisz als gekoren voogden van de kinderen van Jan Thuenisz, allen erfgenamen van zal. Wouter Jansz Welbooren, Jan Pietersz als man en voogd van Lysbet Jansdr, Jan Cornelisz Meybooms als man en voogd van Aechte Claes, Cornelis Arentsz en Huybert Aerjansz als voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Gerryt Jansz Wanckel, allen erfgenamen van zal. Baeff Jansdr, aan Griet Jacopsdr, veermeid alhier op Assum, een stuk land genaamd Calvergars waarvan de helft geestelijk land is, groot in 't geheel omtrent 3 morgen stijf, in de Broeck, belend ten oosten Cruyneven, ten zuiden Dirck Baertenven, ten westen Reyntgen Pietersz, ten noorden de Nauwelaen 1031.
                                                                                      In Uitgeest verkopen op 6 juni 1634 Pieter Pietersz Welbooren, Cornelis Arijaensz Volger, man en voogd van Guijrte Pietersdr, buurman te Akersloot, Rem Remsz, Claes Jansz Alen en Rem Hesselsz, gecoren voogden van Niesgen Claes de weduwe van Dirck Pietersz Welbooren en haar kinderen, Guijrte Thonisdr geassisteerd met Claes Jansz Alen haar gecoren voogd in dezen, ook voor haar kinderen en ook voor Jacop Jacopsz en IJsbrant Cornelisz, gecoren voogden van de kinderen van Jan Thonisz fugitief, allen onze buurluiden en erfgenamen van zal. Wouter Jansz Welbooren in zijn leven buurman op Assum, aan Dirck Pietersz Stierman, onze buurman op Assum, een huis met zijn erf met 2 akkertjes voor 't huis en met een tuintje achter 't huis over de vaart, groot tezamen omtrent 6 snees 6 roeden, het huis en erf belend ten oosten Dieuwer Gerritsdr, ten zuiden de Assemervaert, ten westen Sijmon Harmensz, ten noorden de Koorendijck, de 2 akkertjes belend ten oosten Dieuwer Gerritsdr voornoemd, ten zuiden de Koorendijck, ten westen Sijmon Harmensz, ten noorden de Binneven, het tuintje belend ten oosten de voornoemde Dieuwer Gerritsdr, ten zuiden de Hagen, ten westen Aerjan Claesdr, ten noorden de Assemervaert, en verkoopt op 16 april 1637 Pieter Pietersz Welbooren, onze buurman, ook voor Niesgen Claesdr, weduwe van zijn broer, en haar kinderen, aan Pieter Aerjansz, onze buurman op Assum, 2 snees land gemeen liggende in een stuk land in de Broeck genaamd de Groote Cooch, groot in 't geheel omtrent 8 maden, belend ten oosten Cornelis Willemencooch, ten oosten Dirck Dingenumsz Keijser 1032.
                                                                                  3. Thonis JANSZ, schoenmaker, tr. Trijn JACOPSDR, dr van Jacop PIETERSZ en Maritgen GARBRANTSDR.
                                                                                      In Beverwijk is in 1596 Thonis Janssen Schoemaecker belender aan een huis omtrent de leprozen 1033.
                                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1598 Thonis Jansz Schoemaecker aan Symon Cornelis, poorter van Beverwijk, een huis en erf op de Meer, strekkende van de Meer tot achter Thonis Jansz zijn tuin waar zijn looikuipen staan, waar hij, comparant, belooft niet een huisje te timmeren, of tenminste dicht te heinen, belend ten noorden de Brandtsteech, ten zuiden Dirck Oetgersz 1034.
                                                                                      In Beverwijk is in 1599 Thonis Jansz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, schuldig aan Jan Harmensz, leerkoper, poorter van Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 21 gld, en aan Symon Jansz, de zoon van Jan Symonsz van Huyswaert, een jaarlijkse losrente van 32 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Kerckbuyrt, strekkende van de Heerwech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, belend ten zuiden Tonis[?] Jaep, ten noorden Heyndrick Gerritsz 1035.
                                                                                      In Beverwijk verkoopt in 1602 Thonis Jansz wonende te Noortdtdorp aan Symon Cornelisz, poorter van Beverwijk, een erfje, strekkende van de Achterwech tot aan Symon Cornelisz, belend ten noorden het Brantsteechgen, ten zuiden Willem Jelisz 1036.
                                                                                      In Castricum is in 1603 Thonis Jansz schoemaecker te Noortdorp in Heemskerk een jaarlijkse losrente van 6 gld schuldig aan Allert Cornelisz, rinverkoper te Alkmaar, te lossen met 100 gld, met als onderpand 1 morgen land op 't Suyteindt, belend ten oosten Maritge Garbrants zijn schoonmoeder, ten zuiden Guyrt Jans c.s. en Symon Garbrantsz, ten westen voornoemde Maritge c.s., ten noorden voornoemde Symon en Smallweer 1037.
                                                                                      In Beverwijk verkopen in 1603 Jan Cornelis Tarruw, als voogd van Maritgen Garbrantsdr weduwe van Comen Jacop Pieters, in zijn leven buurman te Heemskerk, Tonis Jansz Schoemaecker als man en voogd van Tryn Jacopsdr, en Jan Cornelisz als man en voogd van Jannetgen Jacopsdr wonende alhier, aan Pieter Gerritsz alias Pieterom een huis en erf in de Kerckbuyrt, strekkende van de Heerewech tot achter aan Pieter Gerritsz Bel, belend ten noorden Symon Jansz Schoemaecker, ten zuiden Taemis Lambertsz 1038.
                                                                                      n Beverwijk transporteert in 1605 Tonis Jansz, schoenmaker te Nortdorp in Heemskerk, aan Symon Jansz, mede schoenmaker, poorter binnen Beverwijk, een huis en erf in de Kerckbuiert, strekkende van de Heerewech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, met een wagenweg achteruit, belend ten noorden Wendeltgen, ten zuiden Janis Lambertsz en Pieter Gerritsz, met Wouter Jansz, buurman te Uitgeest, als waarborg voor Tonis Jansz zijn broer, en belooft Symon Jansz Tonis Jansz schadeloos te houden van de losrentebrief als Mr Cornelis van der Hooch te Haarlem heeft te spreken op de voornoemde Tonis Jansz, zowel van de hoofdsom van 240 ponden als de verlopen rente sinds mei 1604, speciaal gehypothekeerd op het huis waar de voornoemde Symon Jansz tegenwoordig in woont (als gekocht van Tonis Jansz), met nog een huis op de Meer waar nu ene Symon Cornelisz in woont, voor welke bevrijding Symons Jansz verbindt het huis gekocht van Tonis Jansz (de rentebrief is afgedaan op 10 mei 1659) 1039.
                                                                                  4. Crijn JAN PHILPSZ.
                                                                                      In Uitgeest bekent in 1601 Evert Cornelisz van Amsterdam schuldig te wezen aan Crijn Jan Philpsz, Garbrant Cornelisz Heck en Gerrits Claesz tezamen een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, te lossen met 300 gld, verbindende de helft van een stuk land genaamd Delffacker, groot de helft 4 koeven, liggende bij de sluis in de Sien, belend ten oosten de Schouwateringe, ten zuiden de Nieuwe Wech, ten westen Marie Symonsventge, ten noorden Hendrijck Cornelisz 1040.
                                                                                630. (<315) N.N. VERMEER.
                                                                                    Bekend van 3 dochters en een vermoedelijke vierde dochter.
                                                                                         Uit onbekende relatie(s):
                                                                                    1. Elisabeth VERMEER, tr. Jan COQUIEL genaamd MERCEER.
                                                                                        In Vianen testeren in 1618 Jan Coquiel genaamd Merceer en Elysabeth Vermeere, echteluiden wonende alhier, aan de langstlevende de lijftocht van alle goederen en na het overlijden van de langstlevende half om half aan hun respectieve broers en zusters of hun kinderen. Als hij als eerste komt te sterven legateert hij aan Caterina Cocquiel genaamd Merceer zijn zuster, weduwe van Symon Cocquiel, 100 gld, en zijn kleren aan zijn naaste vrunden. Ingeval Elisabeth Vermeer vóór haar man komt dezer wereld te passeren legateert zij aan Engel Thienpont, haar zuster Perynken Vermeers zoon, 100 gld, mits op rente met goede hypotheek belegd, en als Engel Thienpont vóór zijn moeder overlijdt zullen de penningen komen op zijn moeder en haar dochter Philippynken, mitsgaders dat haar kleren na haar afsterven door haar zusters gedeeld zullen worden. 1041
                                                                                        In Vianen bekent in 1727 Cornelis Dingmans Smith, burger alhier, schuldig te wezen aan Elisabeth Vermeersdr weduwe van Johan Merseer 150 gld, tegen een jaarlijkse losrente van 9 gld 7 st 8 penn, waaraan hij verbindt zijn huizinge en erf aan de Oostzijde van de Voorstraet op de hoek van de Cappoenstraet, belend ten noorden dezelve straat, ten zuiden Willem Willemsz van Meuwen. In de marge: op 19 oktober 1670 voldaan aan Dirck Amburch schout te Lexmond, nomine uxoris erfgenaam van Mariegie Frans die op 5 oktober 1649 bij transport het recht verkregen had 1042
                                                                                    2. Tanneken VERMEER.
                                                                                        In Vianen bekennen in 1621 Pieter Reyersz en Styaen Diericxdr, echteluiden, schuldig aan Anneken Vermeeren 100 gld, waarvan een jaarlijkse losrente te betalen van 6 gld 5 st, bekent in 1633 Corst Harmensz van Wesel schuldig te wezen aan Anneken Vermeer wonende binnen Vianen 250 gld, tegen een jaarlijkse losrente van 15 gld, en bekent in 1737 Pieter Reijers burger te Vianen schuldig te wezen aan Tanneken Vermeer 400 gld, te betalen een jaarlijkse losrente van 25 gld 1043.
                                                                                    3. Perijnken VERMEER, zie 315.
                                                                                    4. verm. N.N. VERMEER, tr. Jan.
                                                                                  656. (<328) (>1312) Antonis van STEENHUYS, geb. ca. 1540, overl. vóór 1610,
                                                                                  tr. 2° Heylgarde GIJSBRECHTSDR, overl. na 1610,
                                                                                  tr. 1°
                                                                                  657. (<328) Beatrix HERMAN GEURTSDR.
                                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                                    1. Cornelis van STEENHUYS, geb. ca. 1570, zie 328.
                                                                                  664. (<332) Jan Lucasz HELDERMAN, schout van Beverwijk, als zodanig vermeld vanaf 1600, in 1602 vermeld als schout van Heemskerk, overl. verm. tussen 6 juni 1606  1044 en 13 okt. 1606,
                                                                                      In Heemskerk verkopen in 1591 de burgemeesters van Beverwijk aan hun poorter Jan Luijcasz 2 akkers zaadland, groot omtrent 839 roeden, belend ten zuiden Heyndrick Willemsz en Willem Willemsz, ten westen de Cleyne Houtwech, ten noorden Weyntgen Jansdr en Heyndrick Cornelisz, ten oosten de Groote Houtwech, verkoopt in 1596 Jan Luycasz de originele opdrachtbrief hiervan aan Louris Thonisz, en wordt in 1602 Jan Lucas Helderman als schout van Heemskerk vermeld 1045.
                                                                                      In Haarlem constitueert Jan Lucasz, schout der stad Beverwijk, op 24 maart 1601 Joseph van Trier ad lites in omnibus coram omnibus et contra quoscumque tam agendo quam defendo 1046.
                                                                                      In Beverwijk is in 1608 Lambert IJsbrantsz als broer en voogd van Jannetge IJsbrants zijn zuster, weduwe van Jan Lucasz, eiser contra Gerrit en Pieter Jansz gebroeders, erfgenamen van wijlen Jan Lucasz; op 14 december laatstleden was bij schepenvonnis gewezen dat partijen zouden rekenen en bewijs doen van schuld en onschuld, maar ondanks verscheidene verzoeken van de eiser en gerechtelijke informatie door de bode zijn de gedaagden nog in gebreke gebleven 1047.
                                                                                      In Beverwijk zijn in 1611 Gillis Aelbertsz en Lambert IJsbrantsz, als voogden van Claesgen Iansdochter, onmondig weeskind, eisers contra Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz gebroeders, om betaling van 165 gld voor de eerste betaling van de uitkoop van de huizinge en inboedel verschenen mei laatstleden. Ook is Lambert IJsbrantsz als voogd van Jannetgen IJsbrantsdr zijn zuster eiser contra Pieter Jansz van Dijck om betaling van 225 gld over de laatste custingbrief en uitkoop van 't huis en de inboedel. Op 26 november laat Gerrit Jansz Helderman zich willig condemneren 1048
                                                                                      In Beverwijk eisen op 13 juli 1612 Gillis Aelbertsz burgemeester, als geordonneerde voogd van Claesgen Jansdr, mitsgaders de weesmeesters, van Pieter en Gerrit Janssoonen betaling van 165 gld van de uitkoop van huis en inboedel 1049.
                                                                                      In Wijk aan Duin verkopen in 1669 Anthonij Dorregeest, burger van Beverwijk, voor 2/3, en Claesgen Jans, bejaarde dochter wonende te Beverwijk, voor 1/3, aan Wouter Arentsz mede wonende in Beverwijk een stuk weiland genaamd Hooge Vennitjen, in 't geheel groot 1136 roeden, in Wijckbroeck, belend ten oosten de Cleijne Sluijs-sloot, ten zuiden Pieter Cornelisz van Poelenburgh, ten westen de erfgenamen van Claes Cornelisz Calf, ten noorden Barent Cornelisz, voor 1725 gld 1050.
                                                                                  tr. 2° Jannitgen IJSBRANTSDR, dr van IJsbrant, vooralsnog alleen bekend van een dochter Jannitgen en een zoon Lambert,
                                                                                      In Beverwijk compareert in 1612 voor de weeskamer Jannitgen IJsbrantsdr, weduwe van Jan Lucasz, met Lambert IJsbrantsz haar broer, ter eenre zijde, met Jelis Aelbertsz als wettelijk geordonneerde voogd van Claesgen Jansdr, ter andere zijde, met Gerrit Jansz vervangende zijn broer Pijeter Jansz als bloedvoogden van de vaderszijde van het kind. Aan haar kind Claesgen Jansdr bewijst zij als vaders erfenis een derdepart van een stuk land genaamd Die Hoge Ven in Wijckerbroeck, groot in 't geheel 1020 roeden, met 330 gld vrij geld. De moeder zal de interest ontvangen totdat het kind twintig jaar is. 1051
                                                                                  tr. 1°
                                                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                                                    1. Claesgen Jansdr HELDERMAN, overl. Beverwijk kort vóór 18 jan. 1671.
                                                                                        In Beverwijk verkoopt in 1641 Claesgien Jansdr, bejaarde dochter, geassisteerd met Pieter Jeroensz, oud-schepen, aan Jan Brugman een huis en erf in de Breestraet geërfd van haar moeder 1052.
                                                                                        Op 18 januari 1671 hebben schepenen van Beverwijk in het sterfhuis van Claesje Jansdr ten verzoeke van de erfgenamen een kast en een kist met alle goederen daarin van importantie gesloten, en wordt 4 dagen later de inventaris gemaakt van de goederen van Claesje Jansdr, bejaarde dochter, ten verzoeke van Cornelis Claesz Gael, schepen, geordonneerde voogd over de minderjarige erfgenamen 1053.
                                                                                        In Beverwijk hebben op 8 oktober 1671 de voogden wonende te Oostzaan van de kinderen van wijlen Cornelis Lambertsz, die fideïcommissaire erfgenamen zijn van wijlen Claesje Jans, in haar leven bejaarde dochter, uit hoofde van het testament van haar moeder gemaakt bij notaris Maerten Claesz op 15 juli 1614, verkregen de helft van 4415 gld 15 st, een stuk land in Egmond-Binnen, de helft van 200 gld, en nog 182 gld 1054.
                                                                                        Op 12 december 1671 verklaren schepenen van Beverwijk dat op 22 januari laatstleden de erfgenamen van Claesje Jans Helderman volmacht gegeven hebben om samen met schepen Cornelis Claesz Gael als wettige geordonneerde voogd over de minderjarige erfgenamen de nagelaten goederen te delen met de fideïcommissaire erfgenamen van Claesje Jans uit hoofde van haar moeder en alle goederen te verkopen. De gecompareerde erfgenamen, kinderen en kindskinderen van broers en zusters, zijn: Daniel Gerritsz Helderman wonende te Haarlem en Anna Gerrits Helderman, weduwe, wonende te Amsterdam, ook voor Hendrick Mouthaen wonende te Delft in huwelijk hebbende Geertje Gerrits Helderman, Marritje Lucas Helderman, bejaarde dochter, voor haarzelf, Jan Jansz Verlaan als man en voogd van Annetje Lucas Helderman, ook voor Cornelis Theunisz van Stenis vleeshouwer te Amsterdam, nagelaten kinderen van wijlen Lucas Gerritsz Helderman, Cornelis Dircksz Wassenaer als man en voogd van Pietertje Pieters wonende te Noordwijk, en Anthonij Mathijsz Nachtegael wonende te Haarlem als man en voogd van Lijsbetje Huijgen, ook voor Adolf Gerritsz van der Vlucht als in huwelijk hebbende Annitje Huijgen wonende in de banne van Velsen, nagelaten kinderen van wijlen Aechtje Gerrits Helderman geprocreëerd bij wijlen Pieter Arusz Hagesteijn en Huijgh Florisz respectievelijk, Theunis Jansz Helderman wonende alhier, ook voor Gerrit Jansz Helderman wonende te Amsterdam, Willem Schoenmaker mede wonende te Amsterdam als man en voogd van Aefje Jans Helderman, Aerijaen Jansz Balant wonende alhier als man en voogd van Neeltje Jans Helderman, en Jannitje Jans Helderman, bejaarde dochter, wonende te Amsterdam, nagelaten kinderen van wijlen Jan Gerritsz Helderman, allen kinderen en kindskinderen van wijlen Gerrit Jansz Helderman, Antonij Claesz Dorregeest nagelaten zoon van wijlen Maria Pieters van Dijck geprocreëerd bij Niclaes Dorregeest, ook voor Jacob Willemsz Hagelingen wonende alhier, en Jan Willemsz Hagelingen wonende te Alkmaar, kinderen van wijlen Aecht Pietersz van Dijck geprocreëerd bij Willem Jacobs Hagelingen, nagelaten kindskinderen van wijlen Pieter Jansz Helderman alias Pieter Jansen van Dijck. 1055
                                                                                  665. (<332) (>1330) Aechte PIETERSDR, overl. vóór 26 aug. 1606.
                                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                                    1. Pieter Jansz van DIJCK, cijnspachter, tollenaar van Beverwijk, overl. ald. 22 nov. 1649, tr. 1° (schepenbank) ald. 6 aug. 1610 (hij uit Beverwijk, zij uit Egmond-Binnen) Maritgen AELBERTSDR, tr. 2° (schepenbank) Beverwijk 29 april 1618 (zij van Velsen) Tonisgen CLAESDR, geb. Velsen, dr van Claes CORNELIS PHILLIPSZ en Aeff THAMIS.
                                                                                        Op 8 april 1612 bekent Pieter Jansz van Dijck poorter van Beverwijk, voor schepenen van Wijk aan Duin, schuldig te wezen aan Thonis Willemsz poorter van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 25 gld, 400 gld kapitaal; anno 1613 heeft comparant daarvoor tot onderpand gesteld een stuk land, groot omtrent 825 roeden, genaamd de Moolenaerscroft, belend ten oosten de Schoubeeck, ten westen en zuiden Kryn Dircxz, ten noorden Gerrit Jansz, met nog een stuk land in Wyckerbrouck, groot 438 roeden, belend ten oosten Tryn Dircxdr te Haarlem, ten westen de Swaensmeer, ten zuiden des Graeven Camp toebehorende de erfgenamen van Claes Fransz, ten noorden Cornelis Dircxz Ghyses (afgelost 7 juni 1661) 1056.
                                                                                        In het proces in Beverwijk begonnen op 13 juli 1612 tegen Pieter en Gerrit Janssoonen worden op 25 augustus 1612 door Gillis Aelbertsz c.s. ten huize van Van Dijck goederen in beslag genomen. Op 31 augustus stelt de schout een vervolging in tegen Pieter Jansz van Dyck wegens resistentie van executie mitsgaders fulminerende woorden en dreigingen met een blote „coutelasse” [kortelas] of zijdgeweer. Op 13 december 1612 stellen schepenen voor om de gedaagde in bewaring te stellen voor 3 opeenvolgende dagen op water en brood. 1057
                                                                                        Op 26 januari 1616 zijn voor het Hof van Holland Gerrit Jacobsz en Pieter van Dyck, buurluiden in de Beverwijk, impetranten jegens Garbrant Pietersz „waert opten Dijck”, om betaling van 60 gld 1058.
                                                                                        Op 23 april 1616 zijn voor het Hof van Holland Gerrit Jacobsz en Pieter van Dyck, buurluiden in de Beverwijk, impetranten jegens Gerrit Cornelisz, poorter van Alkmaar, om een obligatie van 49 gld, en jegens Reyer Eyken, wonende in de Egmondermeer, om betaling van 19 gld (die niet compareerden) 1059.
                                                                                        In Velsen is in 1617 Pieter Jansz van Dijck, wonende te Beverwijk, eiser contra Dirck Sijmonsz aan Velserduijn om betaling van 47 gld over een obligatie 1060.
                                                                                        Op 22 juli 1617 is voor het Hof van Holland Pieter Jansz Cuyper wonende te Alkmaar impetrant tegen Sijmen Coddeus en Pieter van Dijck, buurluiden in de Beverwijk, om te kennen of ontkennen hun obligatie van 10 gld (die niet compareerden) 1061.
                                                                                        In Wijk aan Zee en Duin is in 1620 Pieter Jansz van Dijck, poorter van Beverwijk, eiser contra Gerrit Jaspersz, buurman van Wijk aan Duin, om betaling van 25 gld met interest van 25 augustus 1619, en is Pieter Jansz van Dijck, gewezen pachter van het hoorngeld van Beverwijk en de gehuchten daaronder ressorterende, eiser contra Cornelis Gerritsz te Wijk aan Duin, om betaling van 4 gld 4 st 6 penn 1062.
                                                                                        In Velsen verkoopt op 18 december 1624 Heijndrick Engelsz wonende te Velsen aan Pieter Jansz van Dijck poorter van Beverwijk, een croft geest- of teelland in Aercom, groot 1 morgen 1½ hond, belend ten oosten Jan Jansz Roos c.s., ten zuiden de kinderen van Cornelis Cornelisz Ouwekees, ten westen de Zeewech, ten noorden de Schoubeeck, voor 600 gld, te betalen 285 gld gereed, de resterende 315 gld op Luijcasmarckt 1625 1063.
                                                                                        In Velsen zijn op 5 april 1628 de kinderen en kindskinderen van Claes Cornelisz Phillipsz en Magtelt Engelsdr (dochter van Engel Aelbertsz) eisers contra de 4 kinderen van Claes Cornelisz Phillipsz en diens tweede vrouw Aeff Thamisdr, onder wie Pieter Jansz van Dijck als getrouwd met Theunisgen Claesdr 1064.
                                                                                        Op 9 december 1629 is gecompareerd voor de schepenen van Wijk aan Duin Dirck van Dam wonende in Wassenaar, die heeft verklaard verkocht te hebben aan Pieter van Dijck, tollenaar van Beverwijk, een kwart van de helft in een veertigste deel van een stuk land genaamd 't Breevelt waarvan de Heer van Assendelft de wederhelft in 't veertigste deel in de helft [?] is competerende, belend in 't geheel ten oosten Aerijken Pieters, ten zuiden Cornelis Cornelisz Leenman, ten westen de Swaensmeer, ten noorden Jr Ruijsch of de banscheiding van Heemskerk 1065.
                                                                                        In Velsen transporteert op 31 maart 1632 Pieter Jansz van Dijck, man en voogd van Teunisgien Claesdr, wonende te Beverwijk, aan Pieter Pietersz zijn zwager wonende te Wijk op Zee, man en voogd van Claesgien Claesdr, een croft geest- of teelland, eertijds gekomen van Mr Nicolaes Woutersz, burgemeester, groot 1 morgen 1½ hond, belend ten oosten Jan Jansz Roos en Cornelis Willemsz Leuter, ten zuiden Engel Huijgen, ten westen de Seewech, als hem, comparant, heeft toebehoord en aan de voorschreven Pieter Pietersz zijn zwager verruild is, al in 1626, tegen en voor de erfenis van hun schoonouders en door hun schoonmoeder Aeff Thamis laatst was nagelaten, en de erfenis van Jacob Claesz welke hun zou mogen competeren, voor 400 gld (op dezelfde dag verkoopt Pieter Pietersz dit land voor 600 gld), en transporteert Pieter Pietersz de vermelde erfenissen aan Pieter Jansz van Dijck 1066.
                                                                                        Op 12 december 1632 wordt Pieter Jansz van Dijck genoemd als tollenaar van de Grafelijkheidstollen in de Beverwijk en deurwaarder extraordinaris over Holland en Westfriesland 1067.
                                                                                        In Haarlem constitueert Cornelis Claesz wonende in de Beverwijk op 10 februari 1633 Jacob Schout procureur, ad lites op en jegens Pieter van Dyck als pachter van de impost van de drie gulden op de bieren in de Beverwijk, en alle anderen 1068.
                                                                                        Op 17 otober 1622 wordt in Beverwijk Pieter van Dijck met een gezin van 4 hoofden vermeld 1069. Op 14 februari 1637 komt in de staat van de grootte der landerijen in Wijk op Zee en Duin Pieter van Dijck voor, voor 879 (roeden) tussen cleijne Houtwech en Kuyckerswech, voor 979 met de Heer van Assendelft tussen Kuickerswech en Groote Houtwech, voor 690, met de Heer van Assendelft voor 527 en met Gerrit Jans Helderman en Claesgen Jans 't hooge Vennitgen voor 1136, tussen de cleyne en groote Sluyssloot en Sint Aechtendijck 1070. In Beverwijk wordt op 6 feruari 1645 een verklaring afgelegd door o.m. Pieter Jansz van Dijck, 's grafelijkheids tollenaar, en geven op 8 juni 1647 Willem Bartholomeus, oud burgemeester, Cornelis Lambertsz, schoenmaker en schepen, en Pieter Jansz van Dijck een machtiging aan Garbrant Cornelisz 1071.
                                                                                        In Wijk aan Duin heeft Pieter van Dijck op 23 september 1641 gekocht van Jan Thomasz een stukje geestland genaamd de Buyten-kans, belend ten oosten Sijmon Cornelisz Hogeduijn, ten noorden Cornelis Engelsz Dielofs, ten zuiden Engel Dircksz, ten westen de Schouheining, voor 210 gld, en hebben op 28 maart 1642 de weduwe en erfgenamen van Gerrit Barentsz aan Pieter van Dijck een hoekje land verkocht aan de Swaensmeer, voor 65 gld 1072.
                                                                                        In Velsen is op 15 april 1643 Engel Engelsz te Velsen, ook voor zijn mede-erfgenamen van Aeff Thamis, eiser contra Jan Cornelisz Post, schout te Velsen, als borg voor Pieter Jansz van Dijck in de Beverwijk als koper van land, voor 216 gld 13 st 6 penn; op 17 april 1643 toont Van Dijck bewijs van betaling 1073.
                                                                                        In Velsen verkoopt op 16 september 1643 Claes Gerritsz Reijn te Velsen, man en voogd van Guijrte Cornelisdr dochter van Maritgen Sijmons in haar leven mede een dochter van Sijmon Claesz Luijt, aan Pieter van Dijck in de Beverwijk een stuk land van omtrent 2 morgen, benoorden de Kerckbuyert op de Meer, belend ten oosten de Meer, ten noorden de Groene Laen, met de lasten van 4 gld 6 penn 's jaars en nog van 1800 gld kapitaal, voor 850 gld 1074.
                                                                                        In Beverwijk wordt op [zaterdag] 9 april 1644 een extraordinaire rechtdag gehouden, vanwege de eis van Pieter Iansen van Dijck, die stelt dat hij als oudste zoon van zijn zal. vader Jan Lucassen Helderman in eigendom 2 grafsteden in de kerk van Beverwijk bezit en verlangt dat Louris Gerritsen Helderman en zijn mede-erfgenamen van voorschreven Jan Lucassen bevolen wordt hun handen te trekken van die 2 grafsteden. Op de zitting wordt eiser vertegenwoordigd door zijn zoon Jan van Dijck. Louris Gerritsen zegt dat eiser verzuimd heeft grafrechten te betalen en die zelf betaald te hebben, waarmee eisers rechten als vervallen beschouwd moeten worden. Schepenen ordonneren provisioneel dat het dode kind van de gedaagde in het geopende graf begraven zal worden en stellen de zaak verder uit tot de volgende ordinaire rechtdag op vrijdag. 1075
                                                                                        In Velsen zijn op 10 april 1647 de ouwe kinderen of erfgenamen van Claes Cornelis Fhillipsz, mede-erfgenaam van Aeff Thamisdr, eisers contra Thomis en Engel Claessen als borgen voor Pieter Jansen van Dijck, om te hebben 330 gld 10 st uit kracht van borgtocht; schepenen verklaren de condemnatie executabel 1076.
                                                                                        Op 22 november 1649 vindt in Beverwijk verzegeling plaats in het sterfhuis van Pieter Jansz Helderman van Dijck, die op dezelfde dag overleden is, op verzoek van de weesmeesters voor Anthony Claesz, onmondig weeskind van wijlen Maritgen Pietersdr die een dochter was van voorschreven Pieter van Dijck; in de periode van 5 februari tot 10 mei 1650 wordt de inventaris opgemaakt, waarin o.m. een opdrachtbrief van het huis en erf van Pieter van Dijck van 12 juni 1579, een opdrachtbrief van 8 maart 1587 van het derde part van het Hooghe Vennetgen, een testament van 26 augustus 1606 van Jan Thys en Tryntgen Pieters, een testament van 13 maart 1560 van Jan, Duijfgen en Minnicken Daniels, en een inventaris van de goederen van Maritgen Pietersdr 1077.
                                                                                        Op 18 januari 1650 compareren Willem Jacobsz Kuijper man en voogd van Aechte Pieters, mitsgaders Joris Cornelisz en Cornelis Lambertsz, weesmeesters, vanwege Anthonis Claesz onmondig weeskind van wijlen Maritgen Pieters, als erfgenamen van Pieter Jansz van Dijck en Maritgen Aelberts zijn eerste huisvrouw, hun vader en moeder, grootvader en grootmoeder resp., ter eenre, en Tamis Claesz en Engel Claesz, gebroeders, wonende in Velserduin, als erfgenamen van Theunisgen Claes hun zuster, de laatste huisvrouw van voorschreven Pieter Jansz van Dijck, ter andere zijde. Overeengekomen is dat de erfgenamen van Pieter Jansz van Dijck zullen behouden alles van zijn zijde aangekomen en ten huwelijk aangebracht, en de erfgenamen van Theunisgen Claes idem wat zij met de dood ontruimd heeft mitsgaders nog de helft van de Bagijnecroft waarvan de andere helft Engel Claesz toebehoort, en nog 4 negendeparten mitsgaders 7 achtsteparten in 5 negendeparten in 2 croften land genaamd de Hooghe Croft en 't Cleijne Croftgen door de erfgenamen van Claes Cornelis Philpsz aan de voornoemde Pieter Jansz van Dijck verkocht volgens de originele opdrachtbrieven dd. 24 maart 1643 en 14 juni 1646, item nog alle kleren van Theunisgen Claesdr, mits dat de erfgenamen gehouden zijn om 600 gld uit te keren aan 't voornoemde weeskind volgen zeker legaat door voornoemde Theunisgen Claesdr besproken. 1078
                                                                                        In 1655 geven Willem Jacobsz Kuijper als man en voogd van Aechte Pieters van Dijck, mitsgaders Jeroen Jansz van Cruijsveldt en Lucas Gerrits Helderman, beiden schepenen van Beverwijk en voogden over Anthony Claesz, nagelaten onmondige zoon van wijlen Marija Pieters van Dijck, machtiging om voor het Hof van Holland te ageren jegens Susanna Robbrechts Vermeulen, tegenwoordig huisvrouw van Sijmon Jansz, schout te Wijk op Zee, en vindt scheiding plaats van de boedel van Pieter Jansz van Dijck, tussen Willem Jacobsz Kuijper, man en voogd van Aechte Pieters van Dijck, ter eenre, en Jeroen Jansz van Cruijsveldt en Lucas Gerritsz Helderman, voogden van Anthonij Claesz nagelaten zoon van Maria van Dijck, ter andere zijde. Aan Willem Jacobsz komt nomine uxoris het huis en erf in de Breestraet, een akker teellland in een croft in Wijk aan Duin aan de Arentswegh, een stuk geestland genaamd Doorncroft in Wijk aan Duin, het elsbos aan Wijk en Duin en het gedeelte in 't Baccumer Bosch. Aan Anthonij Claesz een stuk weiland genaamd het Breveldt, 2/3 in een stuk weiland genaamd de Hooge Ven waarvan het resterende derdepart competeert Claesje Jansdochter, het Laegh aan de Swaensmeer en het Suiwetie[?] van Gerrit Barenden, alle liggende in Wijckerbroeck in Wijk aan Duin, mitsgaders een stuk weiland genaamde de Bisseweijdt te Egmond aan de Hoogendijck, groot omtrent 18 roeden, item een morgen land en een stuk weiland genaamd het Wilsnes te Egmond benoorden de Hoogendijck, waarvoor de voogden zullen betalen aan Willem Jacobsz 800 gld, en de voogden bekenden voldaan te wezen van 600 gld aan het weeskind gelegateerd door Teunisje Claes, laatste huisvrouw van Pieter van Dijck. Blijven nog onverdeel 2 morgen land in Wilsnes, een stuk weiland te Koedijk zijnde subject restitutie en fideïcommis gemaakt door de grootvader en grootmoeder te Egmond. 1079.
                                                                                        Op 15 april 1650 is door schout en schepenen van Velsen getaxeerd voor de 20e penning voor de collaterale successie, de navolgende percelen in de banne van Velsen, Thamis en Engel Claesz, gebroeders, wonende aan Velserduijn, aangekomen bij overlijden van Theunisgen Claes, hun zuster, huisvrouw geweest van wijlen Pieter van Dijck, als volgt, de helft in een croft teelland genaamd Westerse Bagijnecroft, groot omtrent in 't geheel 1½ morgen, belend ten oosten de Oosterse Bagijnecroft, ten zuiden de Kleijne Croft met de Hooghe Croft, ten westen de Zeewegh, ten noorden Cornelis Pietersz Oude Neelen, getaxeerd op 500 gld, een derdedeel in een croft teelland genaamd de Oosterse Bagijnecroft, gemeen met dezelfde erfgenamen, groot in 't geheel omtrent 1½ morgen, belend ten oosten de Schoubeecq, ten zuiden de Hooghe Croft, ten westen de voorschreven Westerse Bagijnecroft, ten noorden Cornelis Pietersz Oude Neelen, getaxeerd op 300 gld, de helft in het Hooghe en Kleijne Croftgen, groot in 't geheel 1 morgen 4½ hond, waarvan de voorschreven erfgenamen de wederhelft is competerende, belend ten oosten de Schouwbeecq, ten zuiden de weduwe van Jan Jansz Roos, ten westen de Zeewegh, ten noorden de voorschreven Bagijnecroften, elk getaxeerd op 200 gld, een zesdepart in een croft teelland genaamd de Croft voor Posten, gemeen met de voorschreven erfgenamen, groot in 't geheel 1 morgen 200 roeden, belend ten oosten Cornelis Lenerdts c.s., ten zuiden Frans Barentsz Cousebandt, ten westen Jan Cornelisz Post, ten noorden de Schilpwegh, getaxeerd op 200 gld, een derdedeel in 2 maden hooiland in Velserbrouck, gemeen met de voorschreven erfgenamen, belend ten oosten de Nieuwe Watering, ten zuiden het Weeshuijs van Haarlem, ten westen de Westlaen, ten noorden Claes Jonge Dircken, getaxeerd op 350 gld, en nog een derdepart in een mad hooiland in Velserbrouck, gemeen als voren, belend ten oosten de Oostlaen, ten zuiden de weduwe van Sijmon Lans, ten westen de Nieuwe Watering, ten noorden de bruikwaar van Hillegondt Engels, getaxeerd op 200 gld 1080.
                                                                                    2. Gerrit Jansz HELDERMAN, zie 332.
                                                                                  666. (<333) (>1332) Claes Engelsz HERTOCH,
                                                                                      Ten verzoeke van Claes Engelsz wonende in de banne van Velsen, verklaart op 29 november 1601 Willem Claesz Brammer, oud omtrent 43 jaren, dat hij ten verzoeke als voren op zaterdag laatstleden d.d. 24 november op dezelfde dag is geweest ten huize van de requirant, en aldaar bevonden heeft de zoon van de schout in de Beverwijk, genaamd Gerrit Jansz, dewelke aan hem, requirant, verzocht (gelijk de voorschreven Claes Engelsz ook bevorens gedaan had) om de voorschreven schout te verzoeken en bidden dat hij zou toestemmen in 't huwelijk tussen hem, Gerrit Jansz, en Claes Engelszoons dochter die op 't uiterste „swaer van kinde” door hem, Gerrit, overmits zijn vader, nergens van wetende, zich zeer kwalijk zou houden en daarom dit verzoek niet durfde te doen. Dienvolgens is deposant naar de Beverwijk gegaan om aan de schout dit verzoek over te brengen, die zich zeer kwalijk hield en onder meer zei dat zijn zoon hem zelf moet komen verzoeken. Zo is deposant wederom ten huize van Claes Engelsz gekomen en heeft hij Claes Engelsz en Gerrit Jansz gerelateerd hoe hij met de schout gevaren was. De eerzame Gerrit Jansz, was, zo hij zei, zeer bedroefd, en geen raad te weten. Waarop de voorschreven Claes Engelsz antwoordde „Wel Gerrit hebt ghy my ende myn wyff ende dochter nyet belooft dat ghy haer trouwen ende tot eeren brengen soue", waarop dezelve Gerrit antwoordde „Jae dat bekenne ick wel, maer wat nu 't werde mochte mede myn vaders wille geschieden”, waarop de requirant en Gerrit Jansz besloten om, in presentie van hem, deposant, met elkaar naar de Beverwijk te gaan en 't voorschreven verzoek zelf aan de schout te doen. 1081
                                                                                      Op 1 december 1601 heeft Egbert van Bosvelt, notaris te Haarlem, ten verzoeke van Claes Engelsz buurman te Velsen, als vader en voogd van Maritgen Claes zijn dochter, zich gevonden binnen Beverwijk aan de personen van Symon Claesz, oom van Gerrit Jansz de zoon van [Jan] Lucas schout van Beverwijk, mitsgaders Gerrit Jacobsz en Louris Claesz, weesmeesters derzelver stede, en hunluiden geïnsinueerd dat zij aan de voorschreven Gerrit geen goederen van zijn moeders erfenis hem toekomende zullen laten volgen vóór en aleer het proces tussen hem en de voorschreven Claes Engelsz, ter cause van de defloratie en trouwbelofte die de voorschreven Gerrit Jansz aan de voorschreven Claes Engelszoons dochter heeft gedaan, hetwelk hij van plan is te voeren, getermineerd zal zijn, waarop Symon Claesz antwoordde dat hij zich voortaan niet met de zaken van Gerrit Jansz zal bemoeien en de weesmeesters dat zij zich naar deze insinuatie zullen reguleren 1082.
                                                                                      Op 10 december 1601 constitueert Claes Engelsz, buurman te Velsen, als vader en voogd van Maritgen Claesdr, Maerten Claesz Schouten procureur in de Beverwijk, ad lites contra Gerrit Jansz en Jan Lucas schout in de Beverwijk zijn vader 1083.
                                                                                      Alzo de leenmannen van Brederoede en het Hof van Holland door hun respectieve sententies Guerte, de dochter van Claes Engelsz buurman te Velsen, haar actie van defloratie gereserveerd hebbende om hetzelve tegen Claes de zoon van Anthonij Jansz bleker te Aalbertsberg te vervolgen, daar en alzo de voorschreven Claes Engelsz te rade vinden zou, de voornoemde Claes Engelsz dienvolgende, de voorschreven Claes Anthoni voor baljuw en leenmannen van Brederode geroepen en zijn voorschreven actie instituerende, concludeerde dat Claes Anthony gecondemneerd zou worden de eer van haar. Guerte Claes, te beteren met de somme van 100 ponden vlaams, minder of meer tot discretie van de voorschreven leenmannen, dan overmits de voorschreven Anthoni Jansz, niet geantwoord, attestatie had naar voren gebracht dat Claes Engelsz Jan zijn zoon, die hem niet in 't minst aansprak, had uitgemaakt voor schelm en dief, zodat de toenemende vijandschap tot hartzeer, moeite en kosten zou uitdijen, en om dat te verhoeden en de vijandschap in vriendschap te veranderen, zo hebben Claes Engelsz en Anthony Jansz vanwege hun respectieve kinderen al hun geschillen, inbegrepen het verbod door de voorschreven Anthony aan Claes Engelsz gedaan om met zijn wagen en paarden over zijn grond te passeren gelijk hij tot nu toe gedaan had, gesubmitteerd in arbitrage van Willem Claesz Brammer, brouwer in de Eenhoorn, en Egbert van Bosvelt, notaris binnen Haarlem, dewelke, gehoord de partijen en op alles gelet, in bijzonderheid mede op de verklaring van Claes Engelsz en zijn huisvrouw dat de eer van hun voorschreven dochter met geen geld of goed te beteren zijnde daarvoor niet begeerden een penning te profiteren, uitspraak doen op 3 juli 1604, dat de voornoemde Anthony Jansz vanwege zijn zoon Claes Anthonisz dadelijk, boven de 14 gld ten huize van Hans Salomonsz en 6 gld op deze comparitie ten huize van Aeffgen Cornelis verteerd, zal betalen de somme van 80 gld, waarvan de armen zullen genieten 25 gld te distribueren, te weten 20 gld ten believe van Claes Engelsz en 5 gld ten believe van Anthony Jansz, en de resterende 55 gld voor de onkosten van de twee processen voor de baljuw en leenmannen van Brderode, te weten het ene waarbij Claes Anthony Guertgen Claesdochter geroepen heeft om haar actie zo zij enige trouwbeloften had te institueren, en het andere waarbij Guerte Claes de voornoemde Claes Anthoni heeft geroepen tot verbetering van haar eer, dat Claes Engelsz met zijn wagen en paarden vrij zonder enige belemmering zal mogen passeren over de grond van de voorschreven Anthoni gelijk hij altijd gedaan heeft, en dat de voornoemde partijen en hun kinderen elkaar voortaan in alles ongemolesteerd zullen laten, zonder de een de ander in enige zaken, hetzij met woorden of werken, te beroemen, naroepen of anders moelijk te wezen of te schandaliseren, op pene van elke keer als het toch gebeurt te verbeuren 25 gld ten behoeve van de armen in de schaal te Haarlem, boven de beledigingen die aan de beschadigde worden gereserveerd, en zullen de ouders voor de kinderen moeten responderen en betalen, dat ook Anthonij Jansz zijn dienstboden zal verbieden Claes Engelsz en zijn huisvrouw en kinderen, en wederom Claes Engelsz zijn boden zal verbieden Anthonij Jansz en zijn kinderen, in generlei manieren te molesteren of hinderlijk te zijn, op pene bij elke herhaling van betaling van 25 gld als hiervoor 1084.
                                                                                      In Velsen is in januari 1611 Jan Govertsz, schout, eiser contra de huurders of gebruikers van de Veenen. Volgens gedaagden, onder wie Claes Hertoghs voor wie Arent Claesz present is, is het ten allen tijden een gebruik geweest dat alle jaren 2 sluismeesters uit de geburen gekozen worden. 1085.
                                                                                      In Velsen verkopen in 1628 Aernt Claesz Hertoch, Engell Claesz Hertoch, Gerrit Jansz Helderman man en voogd van Marijtgen Claesdr, Guert Claesdr weduwe van Jan Cornelisz Camp, Alit Claesdr weduwe van Willem Jansz Bol, en Trijn Claesdr jongedochter, alle vier geassisteerd met Arent Claesz voornoemd hun broer, allen erfgenamen van Anna Arentsdr hun moeder, die nagelaten weduwe is geweest van Claes Engelsz Hertoch hun zal. vader, wonende op diverse plaatsen te Velsen, Aelbertsberch, Beverwijk en Zaandam, aan Griet Jansdr, weduwe van Pieter Arentsz, zeker huisje, erf en werf omtrent de Santvaert, belend ten oosten Thamis Jan Arenden, ten zuiden Heijndrick van Berckenrode, ten westen de Wildernis, voor 400 gld, te betalen 200 gld gereed, mei 1629 en mei 1630 telkens 100 gld 1086.
                                                                                  tr.
                                                                                  667. (<333) (>1334, >1335) Anna ARENTSDR, geb. ca. 1558.
                                                                                      Op 18 december 1615 verklaart Michiel Pietersz van den Broecke, garenbleker in de banne van Aalbertsberg, dat Joffr. Machtelt Bickersdr, poortersse van Haarlem, hem heeft bewillgd om een vaart te mogen maken aan de zuidzijde van haar land in Velsen laatst gebruikt door Annetgen de weduwe van Claes Hertogen, welke vaart door hem zal mogen worden gebruikt zo lang het Joffr. Bickers en haar nakomers zal believen 1087.
                                                                                      Op 29 februari 1616 heeft Wouter Baerentsz, oud omtrent 24 jaren, tegenwoordig smidsknecht van Jan Cornelisz Lerp binnen de stad Haarlem, getuigd ten verzoeke van Annetgen Arentsdr, de nagelaten weduwe van Claes Hartoch te Velsen, dat nu omtrent 4 jaren geleden, hij alsdan smidsknecht wezende van Pieter Jacobsz hoeffsmith, mede wonende binnen deze stad, ene Engel Claesz, zoon van de voorschreven requirant, gekomen is ten huize van de voorschreven Pieter Jacobsz met zeker bont paard om te beslaan, en hij, getuige, het paard beslagen heeft, en alzo het paard daarvan hinkend geworden was is de voorschreven Engel 's anderendaags teruggekomen, waarop getuige het ijzer van de voet van het paard heeft afgenomen, het gat behandeld en hetzelfde ijzer weer teruggezet, waarna Engel met het hinkende paard naar huis gereden is. Daarna is Engel teruggekomen, aandienende dat het paard niet gaan kon, en heeft Pieter de smid hem verzocht het paard terug te brengen, om het weer knap te maken, waarna Engel het paard gehaald had en de smid het paard op zijn stal gesteld heeft, en getuige na 2 of 3 dagen zag dat het waterige uit het voorschreven „ternaegelde” gat boven de zoom van de voet van het paard uit kwam. Omtrent 5 of 6 weken daarna bleef het paard met de voet liggen en kon het zonder hulp niet opkomen en kon het niet lang staan. Uiteindelijk was de toestand van het paard zo slecht dat Engel met zijn broer Arent het paard op een „vlonder” met 3 paarden naar huis hebben gesleept, zeggende Pieter de smid dat er geen helpen meer aan was. 1088
                                                                                      In Velsen verkoopt op 11 mei 1616 Pieter Jansz aan Anna Arentsdr, weduwe van Claes Engelsz Hertooch, een huis, erf en werf waar 't tegenwoordig op staat omtrent de Santvaert, belend ten oosten en noorden Jan Arenden, ten zuiden Heyndrick van Berckenroo, ten westen de wildernis, belast met 2 st 8 penn 's jaars erfhuur competerende de heerlijkheid van Brederoode, voor 170 gld, te betalen 50 gld gereed, 50 gld op Lucasmarkt 1616, de rest op 2 Lucasmarktdagen telkens de helft 1089.
                                                                                      Op 10 oktober 1622 getuigen Annetgen Arentsdr, weduwe van Claes Engelsz Hartich, oud omtrent 64 jaren, en Arent Claesz Hartich, oud omtrent 37 jaren, buurluiden in de banne van Velsen, gerechtelijk verdaagd om getuigenis te geven ten verzoeke van Joffr. Machtelt Bicker, poortersse van Haarlem. Zijluiden getuigen dat zolang zij 't land genaamd de Leck waar de doornen in staan, toebehorende de requirante en gelegen aan haar hofstede in de banne van Velsen, in huur gehad hebben, altoos de ene zijde van de sloot opgehaald hebben en dat de andere zijde opgehaald werd door Jacob Stiermans of deszelfs erfgenamen, verklaart voorts Annetgen Arents alleen wel te weten dat omtrent 20 jaren geleden de huisvrouw van de voorschreven Stiermans haar verlof vroeg of zij haar „webben” mocht drogen op 't voornoemde land, hetwelk zij consenteerde. Attesteren mede tezamen dat zij altoos zolang zij dezelve landen in huur gehad en zij hun schapen en beesten daarop geweid hebben, de doornen afgehouwen, de wallen opgemaakt en de zoden uitgehaald hebben, zonder tegenzeggen. 1090
                                                                                      In Haarlem constitueert Annetgen Arentsdr, weduwe van Claes Hertoch, wonende te Velsen, op 12 december 1622 Sonnevyl [= Pieter d'Assonville] ad lites op en jegens IJsack van der Wal en alle anderen 1091.
                                                                                      In Velsen zijn op 27 juni 1629 de kinderen en gemene erfgenamen van zal. Anna Arentsdr eisers contra de weduwe van Pieter Arentsz, om betaling van 100 gld wezende custingpennigen van een huis en erf verschenen mei 1629. Frans Bruijn vanwege de gedaagde bekent de schuld maar zegt dat haar niet geleverd werd hetgeen haar verkocht is overmits dat er enige bomen op geplant zijn; op 25 juli 1629 „aff”. 1092
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Engel Claesz HERTOCH.
                                                                                          Op 18 februari 1625 verklaart Michiel Jansz schipper, buurman te Akersloot, oud 37 jaren, ten verzoeke van Engel Claesz Hertoch wonende buiten Haarlem binnen de vrijheid, hoe dat verleden zaterdag 8 dagen geleden ten huize van voornoemde Hertoch ingekomen is Willem Huybertsz Slinck, en Slinck zeide tegen Hertoch dat hij, requirant, was een verklikker van de boterpacht en dat de geburen zulks ook zeggen 1093.
                                                                                          In Haarlem op 19 maart 1635 constitueert Engel Claesz, buurman te Velsen, voor hamzelf en vervangende Maritgen Claes, weduwe van Gerrit Jansz Helderman, wonende in de Beverwijk, Jacob Schout, procureu, ad lites specialijk jegens Pieter Jansz van Dijck en alle anderen, en constitueren dezelve Engel Claesz mitsgaders Jan Pietersz van Dijck, Jacobs Schout, procureur, ad lites en speciaal jegens Pieter Jansz van Dijck 1094.
                                                                                      2. Maritgen CLAESDR, zie 333.
                                                                                      3. Arent Claesz HERTOCH, geb. ca. 1585, tr. Trijn WOUTERSDR, dr van Wouter Willemsz HAEVICK.
                                                                                          In Velsen wordt in 1624 Arent Claesz Hertooch genoemd als man en voogd van Trijn Woutersdr, een van de kinderen en kleinkinderen van Wouter Willem Haevicken 1095.
                                                                                          Op 20 september 1627 verklaart Jan Engelsz Hertoch, buurman in de banne van Velsen, oud omtrent 40 jaren, ten verzoeke van Arent Claesz Hertoch, mede buurman in de banne van Velsen, dat hij alsnog persisteert bij zijn getuigenis benevens Cornelis Hubertsz Speulen, verleden jaar voor Jan Henricx secretaris van Velsen, op 26 september 1626 1096.
                                                                                          Op 22 december 1627 verklaren Cornelis Hubertsz Speulen, duinmeier, oud omtrent 40 jaren, en Geertgen Dieloffdr zijn huisvrouw, oud omtrent 33 jaren, wonende binnen Velsen, tot ampliatie van de attestatie ten verzoeke van Arent Claesz van Velsen, hoe dat zij zittende op de wagen van requirant hebben gezien hoe de requirant zich van zijn wagen begaf naar de wagen van de baljuw van den Nyenburch met een getrokken mes in zijn hand 1097.
                                                                                          Op 30 maart 1630 verklaart Arent Claes Hertogen, buurman in de banne van Velsen, oud omtrent 44 jaren, ten verzoeke van Gaspar Spaen uit naam van de erfgenamen van wijlen Adriaentgen Clemensdochter, waarachtig te wezen dat hij van zijn kindsdagen af met zijn ouders zal. ged. heeft gewoond op de hofstede van wijlen Jvr. Machtelt Bickersdochter, nu de voorschreven requiranten toekomende, gelegen in de banne van Velsen, althans in huur gebruikende door Gerrit Engelsz, en dat omtrent 13 jaren geleden hij van de voorschreven woninge is gescheiden, en door zulks wel en zeker weet dat de sloot gelegen tussen een stukje hoogland genaamd de Leck, door de voorschreven Juffr. Bickers eertijds van de Regenten van het St. Elisabethgasthuis binnen Haarlem gekocht aan de voorschreven woninge geapproprieerd is, en 't land nu gekocht door schepen Johan van der Camere, door hem, deposant, en zijn ouders zal. ged. gedurende hun huur altoos opgeheind en 't uitschot van dezelve sloot voor de helft gelegd is geweest op 't voorschreven stuk land genaamd de Leck, alzo dezelve sloot altoos tussen beide voor een gemene scheisloot gehouden werd. Gevende redenen dat hij zijn ouders tot vele en diverse tijden in 't opheinen van dezelve sloot geholpen en zijn arbeid daaraan gedaan heeft, zonder ooit daarvoor enig belet is geschied, verklaarde mede dat hij, deposant, wijlen Claes Engels Hertogen zijn vader op ener tijd heeft horen verhalen dat Jacob Gijsbertsz (wezende eigenaar van 't land van de voorschreven schepen van der Camere) tegen deposants vader klachtig was geweest dat hij de voorschreven gemene scheisloot liet liggen onbeheind en mitsdien hem gedreigd had om zulks de schout van de plaats te willen aangeven en dat hetzelve geremedieerd zou mogen worden. 1098
                                                                                      4. Machtelt CLAESDR, tr. Willem Sijmonsz ROOS, overl. tussen 17 juni 1620 en 5 mei 1621, zn van Sijmon Arisz ROOS.
                                                                                          In Velsen verzoekt in 1623 Machtelt Claesdr, weduwe van Willem Symonsz Roos, 2 wettige voogden voor haar 3 kinderen, waartoe aangesteld worden Jacob Claesz, nu schepen alhier, en Frans Symonsz te Velsen 1099.
                                                                                          In Velsen verkopen in 1626 Machtelt Claesdr, weduwe van Willem Sijmonsz Roos, geassisteerd met Arent Claesz Hartoch haar broer en voogd, Frans Sijmonsz en Jacob Claesz, voogden over de 3 onmondige kinderen, aan Aris Sijmonsz Roos, wonende buiten Haarlem omtrent Aerdenhout, een huis aangeërfd door 't overlijden van Jan Sijmonsz Roos, ongedeeld met Aris Sijmonsz, Adryaen Sijmonsz en Louris Sijmonsz Roos, en verscheidene stukken land, voor 340 gld, en bekent in 1628 Louris Sijmonsz Roos schuldig te wezen de 3 nagelaten kinderen van wijlen Willem Sijmonsz Roos geprocreëerd bij Machtelt Claes Hartoogendr een losrente van 15 gld 's jaars, 300 gld hoofdgeld, terug te betalen aan Frans Sijmonsz, wettige voogd, Aris Sijmonsz Roos en Adryaen Sijmonsz Roos, omen en bloedvoogden 1100.
                                                                                          In Velsen is in 1626 Marijtgen Dircx, weduwe van Jacob Claesz, schuldig aan de 3 onmondige kinderen van Willem Sijmonsz Roos geprocreëerd bij Machtelt Claesdr, met namen Trijntgen, Claes en Aeltgen, een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld 1101.
                                                                                          In Velsen is in 1630 Magtelt Claesdr, weduwe van Willem Symonsz Roos, als moeder van Trijntje Willems eiser contra Heijndrick Garbrantsz als borg voor de weduwe van Dirck Heijndricxz voor de huur van goederen, om betaling van 18 gld; „aff” 1102
                                                                                          In Velsen verkoopt op 17 juni 1620 Willem Sijmonsz Roos van Velsen, wonende buiten Haarlem, aan zijn 4 broers Aris, Louris, Jan en Adriaen Sijmonszonen Roos een vijfdepart van landen gemeen met zijn 4 broers, aangekomen en bestorven van hun moeder, voor 1400 gld 1103.
                                                                                          In Velsen is op 5 mei 1621 Jan Luijtsz Groen, schout te Velsen, eiser contra de erfgenamen van Willem Sijmonsz Roos zal. ged., om betaling van 130 gld met de interest vandien verlopen sedert mei 1612; schepenen houden het besteden van de verzochte weetbrief in beraad tot de naaste rechtdag 1104.
                                                                                          In Velsen worden in 1624 en 1627 onder de kinderen en kindskinderen van Sijmon Arisz Roos (in zijn leven wonende op de Hoffgeest) genoemd: Trijntgen, Claes en Alitgen, onmondige kinderen van Willem Sijmonsz Roos staande huwelijk geprocreëerd bij Machtelt Claes Hartoochsdr 1105.
                                                                                      5. Guert CLAESDR, tr. Jan Cornelisz CAMP.
                                                                                      6. Alit CLAESDR, geb. ca. 1588, tr. Willem Jansz BOL.
                                                                                          Op 28 september 1609 verklaart Alydt Claes Hertogendr, wonende te Velsen, ten verzoeke van Cornelis Engelsz, buurvrijer te Velsen, hoe dat tussen de zondag en maandag van de Velser kermis laatstleden zij ten huize van Cornelis Garbrantsz waard in 't Roode Harte, in 't gezelschap van jongeluiden, met Jan Engelsz alias Jan Meutduynen gedanst heeft en dezelve Jan een weinig tijds weg bij haar geweest is en terug bij haar zei „ick ben gequetst in myn been ende bloe soe", en zij heeft gevraagd wie hee heeft dat gedaan en hij zei „ick en weetet nyet” 1106.
                                                                                          In Velsen draagt in 1629 Alijt Claesdr, weduwe van Willem Jansz Bol, wonende te Haarlem, geassisteerd met Engel Claesz Hertooch haar gecoren voogd, over aan de kinderen en erfgenamen van zal. Frans Adryaensz Sonnevelt een hoekje land genaamd 't Tuijntgen, groot omtrent ½ hond, dat haar man zaliger had verkocht 1107.
                                                                                      7. Trijn CLAESDR.
                                                                                    674-675=588-589.
                                                                                    752. (<376) (>1504) Jan Gerits van OERLE, schepen van Eersel,
                                                                                        In 1566 heeft Elizabeth weduwe Peter Dielen aan Jan Geritssn van Oerle een erfrente overgegeven van drie Carolusgulden 's jaars, te gelden Huibrecht Jan Huibenssn uit een bocht, en draagt Dircxsen weduwe Lenarts van Narlinge aan Jan Geritssn van Oerle een jaarlijfrente van 46½ stuiver op, in 1568 heeft Jan Vaes, mede voor Mariken en Eiken zijn zusters, erfelijk opgedragen aan Jan Geritsen van Arle een erfrente van vijf peters 's jaars 1108.
                                                                                        In 1570 draagt Rombout Jan Michiels erfelijk op 'Jannen Geritss van Oerle synen sweer een ecker geheiten den Cuypers ecker', en geeft Jan Cornelis Roymans aan Jan Geritss van Oerle 'die actie van eenen gracht tusschen honden beiden innen liggen', in 1572 draagt Lauweris Henrick Luyten als man en mombar van Jaenken Peter Dielen van harentwegen en haar mede-erfgenamen op aan Jan Gerits van Oerle twee carolusgulden erfelijk 1109.
                                                                                    tr. N.N.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Gerit Jansen van OERLE, zie 376.
                                                                                      2. Maria Jans van OERLE, tr. Rombout Jan MICHIELS.
                                                                                    760. (<380) (>1520, >1521) Peter Peter STAPPARTS,
                                                                                        In Eersel heeft in 1557 Peter Peter Stapparts aan den Heer Adriaen van der Waerden, priester pastoor tot Hulsel, vier rijnsguldens opgedragen, heeft in 1566 Jan Franssoon van den Venne aan Peter Stapparts een beemdken opgedragen, en beloven in 1568 Peter Peter Stapperts cum uxore elk jaar te betalen op Maria Lichtmis een erfrente van vier Carolusgulden uit een akker aan Margarete Jan Driessen en een erfrente van twee gulden en vijf stuivers uit een bocht genaamd de Schildersbocht aan Dirck weduwe van Lenart van Narling 1110.
                                                                                        In 1569 belooft Henrick Martens zoon aan Gertruyd Peter Stapparts (doorgehaald 'Rijssens') huisvrouw ƒ 53, in 1572 draagt Neesken Goyaert Tielmans dochter aan Geertruyd Peter Stapparts huisvrouw ten behoeve van Peter haar man al het vernaderschap over als verkregen van Mathys Lenarts (die hij had van Jan Henricksz van Hamont) mits Neesken met haar vader vier jaar lang in Peter Stapperts oude huis mag wonen, met een hofken, in 1573 draagt Adam Quacklaer aan Peter Peter Stapperts een stuk akker in de Moelenstraet op, in 1574 verkoopt Peter Jan Verheien met Heilken zijn vrouw aan Peter Peter Stapparts met Gertruyd zijn vrouw 'een huys hoff met allen den timmer ende toebehoerten soe sy gebruickt hebben gelegen opte Leerts', verkoopt Henrick Jan Daenen met Barbara zijn vrouw aan Peter Stapparts en Gertruyd zijn vrouw een stuk beemd gelegen op 't Cort Cruys, door haar met machtiging van haar man weer opgedragen vanwege naderschap aan Henrick Martens 1111.
                                                                                    tr.
                                                                                    761. (<380) (>1522, >1523) Geertruyd Henrick LOSEN, alias Rijssen.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Corstiaen Peter STAPPARTS, zie 380.
                                                                                    762. (<381) (>1524, >1525) Ariaen Peter MIJS,
                                                                                        In 1570 draagt Peter Galuyten van Thurnhout de helft van een erfrente van 54 stuivers gekomen van Nicolaes Bernaessen alias Smeets en beloofd door Matheus Jansz van Buel en Heilwich Hendrick zijn dochter aan Aleit Thonis Moenen dochter op 26 maart 1561, op aan Ariaen Peter Mijs en Catharina zijn huisvrouw 1112.
                                                                                    tr.
                                                                                    763. (<381) (>1526) Cathaleijn Peter DANCKAERTS.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Heylken Adriaen MIJS, zie 381.
                                                                                    764. (<382) (>1528, >1529) Goijart MEUS,
                                                                                        Op 30 januari 1570 beloven Goyaert Meus met Marike zijn huisvrouw en Winant Aert tSjonge ƒ 56 aan Aernd Cornelis over drie jaar 1113.
                                                                                    tr. vóór 9 febr. 1566
                                                                                    765. (<382) (>1530, >1531) Maria Peter Henrick BEERTENS,
                                                                                    tr. 1° Wynant Peter van den VALGAET, zn van Peter Willem van den VALGAET.
                                                                                           Uit het tweede huwelijk:
                                                                                      1. Wynant GOYAERTS, zie 382.
                                                                                      2. Bartholomeus GOYAERTS.
                                                                                    786. (<393) Cornelis, bekend van tenminste een zoon Cornelis en dochters Maritgen en Guurt.
                                                                                           Uit onbekende relatie(s):
                                                                                      1. Maritgen CORNELIS, zie 393.
                                                                                      2. Cornelis CORNELISZ.
                                                                                      3. Guurt CORNELISDR, tr. Jan Fredricksz BROECK.
                                                                                          In de weeskamer van Alkmaar heeft in 1642 Jan Fredricksz Broeck ten behoeve van zijn kinderen geprocreëerd bij Guurt Cornelisdr zijn overleden huisvrouw, namelijk Trijn, 18 jaar, Aecht, 15 jaar, Sijbrich, 14 jaar, Maritgen, 12 jaar, en Anna, 9 jaar, in presentie van Cornelis Cornelisz en Frans Fransz als getrouwd hebbende Maritgen Cornelis, de omen van zijn kinderen van moederszijde, ingebracht 2/3 van een stuk weiland genaamd de Caij in Broek op Langedijk voor de huizen bewesten 't Westerdel, groot 4 geerzen min 1/4 in 't geheel, waarvan het andere gedeelte de kinderen van Symontge Cornelis en Pieter Jansz toebehoort (verkocht in 1651 voor 1298 gld), en een stuk zaadland wezende omtrent de helft van een akker, groot deze helft tussen 4 en 4½ snees, achter de huizen van Broek, waarvan de wederhelft, 't Zuideinde, Jan Pietersz Ouduws Jans toekomt (verkocht in 1651 aan Adriaen Dircxz Keijser voor 79 gld 10 st 't snees, te betalen Kerstmis 1651 en 1652 telkens de helft). Op 21 mei 1647 verkrijgt vermits zijn onvermogendheid Jan Fredricksz op verzoek van hem en Louris Frericxz oom van vaderszijde, Cornelis Cornelisz oom van moederszijde, Claes Willemsz nomine uxoris mede-oom en Jan Dircxz zusterling van moederszijde, toestemming om te kinderen te onderhouden uit de vruchten van 't voorschreven goed. Op 24 januari 1652 wordt rekening gedaan in presentie van Trijn Jansdr met haar man Willem Dircxz. Op 4 augustus 1655 is 172 gld afgelost in handen van Willem Cornelisz Sander als getrouwd met Aecht Jansdr. Op 27 mei 1658 bekennen Aecht Jans geassisteerd met Willem Cornelisz Sander haar man en Sybrich, Maritge en Anna Jans, allen meerderjarig, voldaan te zijn. 1114
                                                                                    800. (<400) (>1600) Jan Cornelisz RUS, overl. vóór 28 juli 1594,
                                                                                        In 1592 belenden Cornelis Reijers Rus en Jan Cornelis Rus een akker zaadland in Oudkarspel die verkocht is door Reyer Cornelis Schotvanger 1115. Deze Reyer Cornelis Schotvanger is identiek met de latere schout Reijer Cornelisz, en hij en Jan Cornelis Rus zijn zoons van genoemde Cornelis Reijers Rus.
                                                                                    tr. N.N.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Pieter Jansz RUS, tr. Griet PIETERS, overl. vóór 30 jan. 1669, dr van Pieter Pietersz TWISCH en Alit JANS.
                                                                                          Bij de verpachting van vroonlanden in 1614 wordt No. 55, De Batouw, groot 2 morgen 231 roeden, met de aanwas in 't Oost in de Somersloot, in 't West, Noordwest en Noord in 't Harkedel, laatst gebruikt door Jacob Jacob Cornelis Wouters, gemijnd door Pieter Jansz Rus van Koedijk voor 125£, met als borgen Gherryt Jans en Jan Pietersz [bij No. 59 zijn Pieter Jansz Rus en Jan Pietersz de borgen voor Gerryt Jansz Rus van Koedijk] 1116.
                                                                                          In verpondingsboeken van Oudkarspel komen de volgende vermeldingen voor. In 1615 onder „Volgen die buieren van Coedick die in Outcarspel gelandet syn” Pieter Jansz Rus 1 gars ½ snees, nl. eerst 8½ snees over een van de 5 akkers bewesten de Diepsmeer, belend ten noorden Jan Jansz Aengaende, ten zuiden de weduwe Griet van [Jan] Voorborch, nog 4 snees over 2 tuintjes aan elkaar verheeld beoosten de Greb, belend ten noorden Koedijker kerkeland, ten zuiden Nomke IJssebrant. In 1627 onder „Koedijck 1627” Pieter Jans Rus 1 gars ½ snees, „ontfanckt van de suiderste 5 acker” 8 snees. In 1638 onder „Coedick” 4-0-0 Pieter Janssen Rus wedu 2-4-0, wijst op Jan Aerians Schotfanger 0-2-10 („van dat haer lant te hooch was gestelt so ist bij de schotvanger aengenomen”), ontvangt van Alit Jans haar moeder 1-10-0, in 1649 onder „Coedick verpondinge” Jacop Reyers erve 1-10-0 wijst op de weduwe van Pieter Jansz Rus en op de lijst onder „Coedick” Pieter Jansz Rus wedu 5-10-0. 1117
                                                                                          In Oudkarspel is in 1660 de weduwe van Pieter Jansz Rus belend ten zuiden aan een stuk weiland weiland in de Vuyle Grep verkocht door Jan Pouwels wonende te Alkmaar aan Jan Jansz Breelant wonende te Koedijk, en verkoopt in 1661 Jan Pietersz molenaer met zijn consorten en Aerjen Bartelmiesz met zijn consorten aan Griet Pieters weduwe van Pieter Jansz Rus 2/3 gars in een stuk land groot in 't geheel 9 geerzen achter de Nieuwe Grep, belend ten westen de Nieuwe Grep, ten zuiden Rinckelema(?), ten noorden Lucasweijt 1118.
                                                                                          In Oudkarspel verkoopt in 1662 Jacob de Haes, notaris te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van de heer Jacob van der Does, burgemeester in 's-Gravenhage, aan Griet Pieters, weduwe van Pieter Jansz Rus, wonende te Koedijk een stuk weiland en een akker zaadland daar terzijde aan gelegen, de weide genaamd de Coogeweijt en de akker genaamd de Bruijn, gelegen op het Noorteijnde van Koedijk, de weide groot 10 geerzen 9 snees 6 roeden, de zaadakker 1 gars 7 snees 16 roeden, in 't geheel 12 geerzen 5 snees 2 roeden, de weide belend ten zuiden Dr Coor[n]hart, ten oosten Bruijneman, ten noorden de voorschreven zaadakker, ten westen de Mient alhier, de zaadakker belend ten noorden Heijndrick Joosten, ten zuiden en westen het voorschreven weiland, ten oosten Heijndrick Aelberts 1119.
                                                                                          In verpondingsboeken van Oudkarspel staan de volgende vermeldingen. In 1615 onder „Volgen die buieren van Coedick die in Outcarspel gelandet syn” Alyt Jans de weduwe van Pr. Prs. Twisch 2 geerzen, nl. eerst 1 gars over een akker genaamd Boonoort aan de Diepsmeer, belend ten zuiden de erven IJff Pieter Wyerts, ten noorden Jan Syverts, nog 1 gars over Oudeiaepsacker benoorden Saskersloot, belend ten noorden en oosten Maertgen Jans. In 1627 onder „Koedijck 1627” Aelyt Jans 2 geerzen. In vermoedelijk omstreeks 1655 [niet 1630 als in de inventaris aangegeven] 1-0-0 Griet Pieters Rus een akker genaamd Bonoort beoosten aan de Diepsmeer, 1-0-0 Griet Pieters Rus een akker genaamd Oude Jaepsacker, 1-0-0 de weduwe van Pieter Jansz Rus 2 akkers aan elkaar, 9-0-0 de weduwe van Pieter Jansz Rus c.s. een weide genaamd Breetslick, en 6-0-0 Griet Pieters Rus weduwe c.s. een weide genaamd het Hardelant, 1-0-0 voornoemde Griet Pieters een akker, 0-4-0 Griet Pieter Rus weduwe een akker. 1120
                                                                                      2. Gerrit Jansz RUS, geb. ca. 1591, zie 400.
                                                                                      3. Maritgen JANSDR.
                                                                                      4. Eelke JANSDR.
                                                                                      5. Jannitgen JANSDR.
                                                                                    832. (<416) (>1664) Adriaen CORNELISZ, ook bekend als Adriaen Cornelisz Noortent, burgemeester van Warmenhuizen, heemraad van Geestmerambacht, overl. tussen 28 juni 1637 en 8 febr. 1640,
                                                                                        Daar op 6 december 1647 van Symon Adriaensz van Warmenhuizen, zoon van zal. Adriaen Cornelisz te Warmenhuizen, op een verre reis getrokken zijnde voor meer dan 17 jaar geen tijding is bekomen, wordt aangenomen dat hij dezer wereld is overleden. Zijn nalatenschap wordt nu verdeeld, onder de voorwaarde, dat mocht voorschreven Symon Adriaensz binnen 24 jaar weer te voorschijn komen iedere erfgenaam gehouden zal zijn zijn erfdeel terug te geven met de verkregen baten. De verdeling vindt plaats door tussenspreken van Mr Johan van Nordingen en Mr Andries Schagen, advocaten, mitsgaders Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen oud-schepen van Alkmaar en Jan Reyersz secretaris te St. Maarten. De gespecificeerde nalatenschap wordt getaxeerd op 10258 gld 1 penn. Vanwege een testament van de bestemoeder Barber Cornelisdochter van Symon Adriaens en Guyrtgen Adriaens wordt hiervan 1325 gld afgetrokken ten gunste van de kinderen van Pieter Cornelisz Clercq wonende te St. Maarten geteeld bij Guyrtgen Adriaens zal. ged. wezende een volle zuster van gemelde Symon Adriaensz. Van het restant gaat de helft naar de genoemde kinderen, met nog een vierdepart van de andere helft, en komen de andere 3 vierdeparten aan Adriaen Meynertsz buurman te Warmenhuizen als man en voogd van Anna Adriaensdochter, Cornelis Symonsz als wettige voogd van de kinderen van Adriaen Adriaensz, en Adriaen Garbrantsz Schoenmaker poorter van Alkmaar als man en voogd van Teetgen Adriaensdochter, zusters en broer van Symon Adriaensz van halve bedde. Zij ondertekenden als Pieter Cornelisz Clercq, Ariaen Meijnderts Crabbedaem, Cornelis Sijmonsz Warmenhuijsen, Aerian Garbrantsz. 1121
                                                                                    tr. 1° Maritgen SIJMONS, dr van Barber CORNELISDOCHTER,
                                                                                        In 1613 prelegateert Barber Cornelisdr van St. Maarten bij codicil aan Elico Sijmonsdr haar dochter omtrent 11 geerzen liggende met haar voornoemde dochter gemeen in Phillipseven, en institueert zij tot haar erfgenamen in al haar overige goederen haar voornoemde dochter of descendenten en bij representatie de kinderen Guert en Sijmon van haar overleden dochter Maritgen Sijmons geprocreëerd bij Adriaen Cornelisz, in hun moeders plaats 1122.
                                                                                    tr. 2°
                                                                                        In 1623 wordt een codicil opgemaakt door Adriaen Cornelisz oud-schepen van Warmenhuizen en Jannetgen Aeriaensdr zijn huisvrouw. Zij prelegateren aan Aeriaen Aeriaensz, Anna Aeriaens en Teet Aeriaens hun kinderen gezamenlijk een akker zaadland in de banne van Warmenhuizen, groot omtrent 2 geerzen 8 snees, belend ten oosten de Delftsloot, ten zuiden de gemene vaart, ten westen Cornelis IJven, nog een stuk weiland aldaar op 't Noorteijnt, groot omtrent 1 gars 9 snees, belend ten zuiden de Gouwen Halsbant, ten noorden de weduwe en erfgenamen van Rijcquert Pietersz met de Halsbant, item nog de helft van een stuk weiland genaamd Banckelandt in de banne van Valkkoog, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 4 snees, waarvan Guijert Aeriaens en Sijmon Aeriaens, voorkinderen van voorschreven Adriaen Cornelisz, de wederhelft toekomt, en nog de helft van een akker zaadland genaamd Geerslant in de banne van St. Maarten, groot in 't geheel omtrent 26 snees, waarvan Pieter Cornelisz, comparants broer, de wederhelft toekomt, met zodanige verstande dat na 't overlijden van de eerste van beide comparanten niet meer dan de ene helft en ten overlijden van de langstlevende de andere helft van de voorschreven goederen op hun voorschreven kinderen zal komen. 1123
                                                                                        In 1629 testeren voor de notaris te Schoorl Adriaen Cornelisz oud-schepen te Warmenhuizen en Jannetgen Adriaensdr zijn huisvrouw. Zij hebben als kinderen Adriaen Adriaens, Anna Adriaens en Teet Adriaens. Zij heeft voorkinderen Cornelis Symonsz, Lijsbet Symonsdr, en Maritgen Symonsdr die overleden is en een kind nagelaten heeft. 1124
                                                                                             Uit het eerste huwelijk:
                                                                                        1. Guijert ARIAENS, tr. Pieter Cornelisz CLERCQ.
                                                                                        2. Sijmon ARIAENSZ.
                                                                                      833. (<416) (>1666, >1667) Jannetgen ARIAENSDR,
                                                                                          In Warmenhuizen hebben op 27 november 1607 Adriaen Cornelisz Roothooft, als vader en voogd van Jannetgen Adriaensdr, en Adriaen Harcxz als geordonneerde voogd van de nagelaten kinderen van Sijmon Harcxz zal. zijn broer, ter presentie van de voornoemde Jannetgen Adriaensdr, moeder van de kinderen, en Dirck Harcxz als oom, in het weesboek doen registreren voor de voorzegde kinderen, bij namen Lijsbeth Sijmonsdr, Maritgen Sijmonsdr en Cornelis Sijmonsz, de goederen hun aanbestorven door het overlijden van Sijmons Sijmonsdr hun bestemoeder, als volgt. Een stuk land genaamd de Hoochven, groot omtrent 7 geerzen, in deze banne, belend ten zuiden en westen de weduwe van Claes Allertsz, ten noorden Dirck Harcxz, de helft van een stuk land genaamd de Dappersven gemeen met Dirck Harcxz hun oom, benoorden de voorschreven Hoochven, groot deze helft omtrent 3 geerzen, een zaadakker groot omtrent 11 snees, belend ten oosten de weduwe van Claes Allertsz, ten westen de erfgenamen van Lambert Ewoutsz. Nog van de erfgenamen van Anna Ponsiaens 100 gld met rente (in de marge: op 1 april 621 ontvangen door Adriaen Cornelisz van Jan Lambertsz). Nog van Jannetgen Adriaensdr hun moeder 25 gld en van Adriaen Harcxz hun oom en voogd 78 gld 5 st (in de marge: op 24 december 1608 de 100 gld door Adriaen Harcxz in rekening gebracht en daarom hier geroyeerd, ook de 25 gld van hun moeder doorgedaan). Nog komt aan de kinderen 40 gld van Dirck Harcxz hun oom van de toegift van het huis van de bestemoeder (in de marge: met nog zekere landhuur ondergebracht in een obligatie). Nog komt de kinderen toe hun gerechte portie van een rentebrief van de zijde van hun vader aangekomen, waarvan Aeryen Harcx te Alkmaar beheerder is. 1125
                                                                                          In 1624 verklaarden in Warmenhuizen Aerian Cornelisz (Seylemaker) als man en voogd van Lijsbeth Sijmonsdr en Jan Michielsz als man en voogd van Maritgen Sijmonsdr hun derdepart van 355 gld 5 st aan Cornelis Sijmonsz getransporteerd te hebben, beloofde Adriaen Cornelis Noortent aan Cornelis Sijmonsz deze penningen te helpen innen, en beloofde Cornelis Sijmonsz de ƒ 355:5:0 terug te betalen aan de weduwe van Adriaen Harcxz en de boedel daarvan te bevrijden 1126.
                                                                                          Op 18 juni 1637 wordt een codicil gemaakt door Jannitgen Ariens huisvrouw van Adriaen Cornelisz te Warmenhuizen. Zij heeft alsnog gelaudeerd en geapprobeerd de huwelijkse voorwaarden tussen haar man en haar alsmede de testamenten vóór dato dezes verleden. Zij verklaarde dat haar jongere kinderen toentertijd nog jong zijnde aanmerkelijk meer hebben gehad dan haar voorkinderen, in consideratie dat als de ouders van de jongere kinderen zouden komen af te sterven terwijl die kinderen nog jong waren deze des te beter van onderhoud zouden mogen worden voorzien. Die consideratie is niet meer op zijn plaats omdat de meesten nu getrouwd zijn en de jongste al 20 jaar is. Zo heeft testante begeerd dat Lysbet Symons haar dochter voor de ene helft en Cornelis Symonsz Lijndreijer haar zoon voor de andere helft vooruit zullen hebben een stuk land, groot omtrent 6 geerzen 1½ snees, genaamd Broertges Ven [te Warmenhuizen], belend ten zuiden Cornelis Ryckertsz eigenaar van 't land genaamd de Halsbant, ten noorden de weduwe van Arien Pietersz Karel, ten oosten de gemene weg, ten westen de gemene vaart. Als de kinderen van Cornelis Symonsz zonder wettige geboorte sterven zal zijn portie naar testantes bloede gaan, welverstaande dat in zulk geval Maritgen Abrahams zijn tegenwoordige huisvrouw de lijftocht van het genoemde halve land zal hebben. 1127
                                                                                          Op 8 februari 1640 testeert Jannitgen Adriaensdr weduwe van Adriaen Cornelisz van Warmenhuizen, nu wonende binnen Alkmaar. Zij herroept alle eerdere testamenten en codicillen. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Sijmonsz Warmenhuijsen de 200 gld die hij haar schuldig is, nog aan Lijsbet Sijmons haar dochter 170 gld te ontvangen van Teetgen Adriaens haar dochter die dit bedrag aan testatrices boedel moet uitkeren, evenzo 200 gld aan haar zoon Adriaen Adriaens en 200 gld aan haar dochter Anna Adriaens, door hen bij huwelijk genoten, en aan Teetgen Adriaens haar jongste dochter een lijfrentebrief van 50 gld 's jaars. Verder institueert zij de dochter Lysbet Jans van haar dochter Maritgen Symons in een blote legitieme portie waarvoor zal volgen een stuk land in Schoorl en een akker zaadland in St. Maarten. Nominerende tot haar erfgenamen Adriaen Adriaensz met een stuk land genaamd Broetges Ven, groot 6 geerzen 1½ snees, te Warmenhuizen, en haar vier kinderen Cornelis Sijmonsz en Lijsbet Sijmons, mitsgaders Anna Adriaensdr en Teetgen Adriaensdr, beschreven stukken land in Warmenhuizen en Valkkoog, en nog 200 gld uit de gereedste goederen. Gedaan binnen Alkmaar ten huize van Adriaen Cornelis Sevenhuijsen. 1128
                                                                                          Op 5 december 1641 herroept Jannitgen Aeriaensdr weduwe van Aerien Cornelisz, wonende te Alkmaar, eerdere beschikkingen en disponeert zij opnieuw, waarbij zij o.a. de kinderen van haar zoon Aerien Aeriens institueert in twee geerzen land in St. Maarten gemeen liggende met de voorschreven kinderen en Teetgen Aeriensdr, en nog in een zaadakker genaamd de akker op de Delft in Warmenhuizen, groot omtrent 31½ snees, en aan geld 800 gld, boven de 170 gld genoten door hun zal. vader, van het conserveren waarvan zij bij dezen zijn gevrijd 1129.
                                                                                      tr. 1° Sijmon HARCKSZ, zn van Harck CLAESZ en Symon SYMONSDR.
                                                                                          Op 28 februari 1603 wordt in een proces tegen de eigenaars van rietlanden liggende bij diverse meren over de afpalingen o.a. genoemd Ariaen Harcxz van Krabbendam, als voogd van Symon Symonsdr zijn moeder weduwe van Harck Claesz 1130.
                                                                                          Op 7 december 1605 testeert Symentgen Symonsdr, weduwe van Harck Claesz, buurwijf te Krabbendam, ziekelijk te bedde, aan haar 2 zonen Aerian Harcxz en Dirck Harcxz, en de kinderen van Sijmon Harcxz haar overleden zoon 1131.
                                                                                               Uit het eerste huwelijk:
                                                                                          1. Cornelis Sijmonsz WARMENHUIJSEN, lijndraaier, begr. Alkmaar (Grote Kerk) 21 sept. 1652, tr. 1° Maritgen PIETERSDR, tr. 2° Maritgen Abrahams SCHOOF, dr van Abraham Matthijsz SCHOOF, bakker ald., en Guijrte CORNELISDR.
                                                                                              In Alkmaar verkopen op 7 juni 1638 Jacob Jacobsz Heerencarspel, poorter, voor de helft, en de (met namen genoemde) erfgenamen van Anna Willemsz, in haar leven huisvrouw van Jacob Jacobsz voorschreven, voor de andere helft, aan Cornelis Symons Warmenhuijsen een huis en erf aan de Westzijde van de Voormeer, belend ten zuiden Aerien Lourisz Misdeur c.s., ten westen Jacob Jansz Wijncooper, voor 3048 gld, te betalen op 6 eerstkomende Kerstmisdagen 1132.
                                                                                              Op 28 november 1680 testeren Sijmon en Annitge Cornelis Warmenhuysen, broer en zuster wonende binnen Alkmaar. De eerststervende prelegateert aan de langstlevende het huis op de Ouwe Bierkaij waar zij tegenwoordig in wonen, met inboedel, huisraad, alle kleren, goud en zilver, item de helft van een stuk land genaamd de Noorderven waarvan hun zuster Tryntie de wederhelft toekomt, groot in 't geheel omtrent 7½ gars, liggende op 't Noortende van Warmenhuizen, nog een stukje land groot omtrent 4½ gars mede te Warmenhuizen. En Annnitie Warmenhuijsen prelagateert aan haar drie zusters, met namen Guertie, Jannitie en Tryntie Warmenhuijsen, gezamenlijk al haar kleren enz. [In de marge is sprake van 2800 gld voor de 200e penning te contribueren als mede-erfgenamen van hun moeder.] 1133
                                                                                              Op 17 juni 1630 testeren Cornelis Sijmonsz Warmenhuijsen, lijndraaier, en Maritgen Pietersdr, geëchte man en wijf, poorter en poorteresse van Alkmaar, zij ziekelijk te bedde liggende, aan de langstlevende, ten huize van comparanten aan de Noordzijde van de Oude Graft; op 2 juli 1633 revoceert hij voornoemd testament 1134.
                                                                                              In 1683 zijn Simon Warmenhuijsen, Anna Warmenhuijsen in dezen geassisteerd met haar voornoemde broer, Jacobus van der Meer getrouwd met Guurtie Warmenhuijsen, Maerten Bijman in huwelijk hebbende Jannitie Warmenhuijsen, Jacob Schagen in huwelijk verzameld met Trijntie Warmenhuijsen, allen wonende binnen Alkmaar, tezamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Simonsz Warmenhuijsen en Maritie Abrahams Schooff beiden binnen Alkmaar overleden, met elkaar minnelijk verdragen nopende de deling van de goederen door hun ouders achtgelaten 1135.
                                                                                              In Alkmaar heeft op 5 november 1615 Abraham Mathysz Backer 2200 gld in de weeskamer gebracht als moeders erfenis voor zijn kind Maritgen geprocreëerd bij wijlen Guijrtgen Cornelis, in presentie van Cornelis Aertsz Laeckencoper, de bestevader van moederszijde; op 16 februari 1620 waren de bestevader en bestemoeder Cornelis Aertsz en Elisabeth Wouters overleden 1136.
                                                                                              Op 23 augustus 1620 testeert Abraham Mathijsz Schooffs, bakker te Alkmaar. Hij prelegateert aan Lijntgen Mathysdr zijn zuster 400 gld, aan zijn drie broers Leonard, Jan en Jacob Mathyszonen tezamen al zijn kleren. Zijn enige universele erfgenaam is Maritge Abrahams zijn enige dochter, geprocreëerd bij Guijrte Cornelisdr zijn overleden huisvrouw. Hij wil dat zij zal blijven bij zijn zuster Lijntgen Mathyssen die haar voor 100 gld 's jaars zal onderhouden tot haar mondige dagen of huwelijkse staat. 1137
                                                                                              Op 29 oktober 1669 testeert Maritgen Abrams, weduwe van Cornelis Symonsz Warmenhuijsen, poorteresse van Alkmaar. Zij prelegateert aan Jannitge Cornelis 50 gld, en aan haar andere, ongetrouwde, kinderen Symon, Tryntge, Annitge en Abram Cornelisz Warmenhuijsen ieder 750 gld, in vergelijking van 't gene Guurtge Cornelis en Jannitge Cornelis, haar oudste kinderen, ten huwelijk gaande alreeds genoten hebben. Doch met dezen verstande ten regarde van voorschreven Abram Cornelisz, dat hij als hij op haar sterfdag bekwaam is om zijn kost te winnen en nog zijn schrijverschap heeft, in plaats van 750 gld maar 400 gld zal genieten. Als voogden over onmondige kinderen worden aangesteld Symon Sevenhuijsen en Mr Mathijs Schoof, schepen. Alles wat Guurtge zal komen te erven zal fideïcommis zijn; deze bepaling wordt op 4 april 1670 ongedaan gemaakt. 1138
                                                                                          2. Lijsbet SYMONSDR, ondertr. Alkmaar 3 dec. 1623 (attestatie naar Warmenhuizen) Mr Adriaen Cornelisz SEVENHUIJSEN  1139, zeilmaker, schepen, vroedschap, burgemeester ald., gecommitteerde ter Admiraliteit te Hoorn, rentmeester van de Vroonlanden, Zijpe en Egmonden, begr. Alkmaar 12 maart 1669, zn van Cornelis Cornelis Thomasz SEYLMAECKER, landmeter, kapitein der schutterij ald., schepen en vroedschap ald., die hertr. met Maria COOREN 1140.
                                                                                              In Alkmaar worden op 8 december 1623 huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Adriaen Cornelisz Zeijlmaker, jongman, geassisteerd met Cornelis Cornelisz Thomasz Zeijlmaker zijn vader, beiden poorters van Alkmaar, ter eenre, en Lijsbeth Sijmons, jongedochter, geassisteerd met Aerian Cornelisz heemraad van Geestmerambacht, haar schoonvader [d.i. stiefvader], en Jannitgen Aeriansdr huisvrouw van voornoemde Aerian Cornelisz, haar moeder, allen wonende te Warmenhuizen, mitsgaders Claes Aeriansz wonende te Krabbendam, haar naaste bloedvrund van 's vaders zijde, ter andere zijde. Hij brengt in 4/5 van een huis en erf in de Nieuwe Stadt te Alkmaar waarin voornoemde Cornelis Cornelisz Thomasz nu woont, en 500 gld, zij brengt in alle goederen die zij tegenwoordig hebbende is. Als zij geen kinderen achterlaten krijgt de langstlevende 400 gld en gaat de rest terug naar afkomst 1141.
                                                                                              Op 20 oktober 1630 testeren Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, zeilmaker, en Lysbet Symons zijn huisvrouw, poorter en poorteresse van Alkmaar; zij nomineren hun zoon Symon Ariaensz en de kinderen die zij bij elkaar meer procreëren tot universele erfgenamen. Als Lysbet Symonsdr de eerstoverledene is, is haar regard begroot op 3000 gld die haar man dan aan voornoemde kinderen moet voldoen. Als de testateuren zonder kinderen komen te overlijden benoemen zij elkaar tot universele erfgenamen; Cornelis Tomasz Seylmaecker zijn vader en Jannitgen Ariens haar moeder krijgen de legitieme portie, de rest gaat uiteindelijk wederzijds aan den bloede. 1142
                                                                                              Op 13 april 1655 testeren Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, oud-schepen, en Lijsbet Symons zijn huisvrouw, aan de langstlevende, na diens dood aan hun 4 kinderen, mits degenen die huwelijksgoed gehad hebben dat weer inbrengen. Maar voor de onkosten van studie en boeken van hun zoon Cornelis Sevenhuysen mag niet worden gekort. De langstlevende zal aan hun gehoorzame kinderen net zo veel ten huwelijk geven als hun zoon Symon Adriaensz Sevenhuysen heeft gehad. 1143
                                                                                              In augustus 1649, volgens een onvoltooide akte, geven Trijntge Kerckerings, weduwe van Sr Cornelis Thomasz Sevenhuijsen raad in Alkmaar, die een dochter dochters was van Louris Sijmonsz van Neck en Aechte Fransdr, Matthys Schagen, commies van de monstering over Noord Holland, als getrouwd met Maritgen Kerckerings, een dochters dochter als boven, Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, voogd van de kinderen van Lucretia Kerckerings, een dochters dochter als boven, en voornoemde Sevenhuijzen als voogd van de onmondige kinderen van Anntigen Kerckerings, die getrouwd is geweest met Dr Adrianus Snellius, volmacht aan Samuel Loth om penningen te ontvangen van de [ver]koop van huizen in Amsterdam 1144.
                                                                                              Op 22 januari 1660 exhibeerde voor het Hof van Holland Anna Albermans, weduwe van Hans Stegemans, wonende te Amsterdam, requirante, zeker akkoord tussen requirante ter eenre en Adriaen van Sevenhuijsen, burgemeester te Alkmaar, als getrouwd hebbende Joffr. Maria Coren, mitsgaders Willem Coren, baljuw van Nieuburch, ter andere zijde, gemaakt op 16 november 1659 en 21 januari 1660 (advocaat van Adriaen van Sevenhuijsen is zijn zoon Mr Cornelis van Sevenhuijsen) 1145.
                                                                                              Op 28 januari 1660 geeft Joffr. Maria Cooren, huisvrouw van de heer Adriaen Sevenhuijsen, oud-burgemeester van Alkmaar, als dochter en executeurse van het testament van zal. Joffr. Barbara Mostert, geassisteerd met Sijmon Sevenhuijsen haar behuwdzoon [=stiefzoon] vermits de absentie van haar man, volmacht aan Joffr. Anneken Albermans, weduwe van Hans Steegmans, wonende te Amsterdam, om te Amsterdam de penningen van de Oostindische Compagnie te innen als Sr Jacob Cooren haar broer aan haar moeder getransporteerd heeft 1146.
                                                                                          3. Maritgen SIJMONSDR, tr. Jan MICHIELSZ, koehouder te Alkmaar, zn van Michiel CORNELISZ, schepen van Koedijk, en Jannitgen MICHIELSDR, die hertr. met Alit Aeriaensdr (BRUIJNEMAN).
                                                                                              Op 3 juni 1641 delen Alit Aeriaens weduwe van Jan Michielsz in zijn leven koehouder te Alkmaar, voor haarzelf en vanwege Cornelis Gerritsz haar zoon geprocreëerd bij Gerrit [Hey?]nis haar eerdere man, geassisteerd met Aeriaen Cornelisz Bruyneman haar vader en Willem Aeriansz haar broer, ter eenre, mitsgaders Cornelis Sijmonsz Warmenhuysen en Baerent Jacobsz van der Nienburch als voogden van Lysbet Jans nagelaten dochter van voornoemde Jan Michielsz geprocreëerd bij Maritge Symons zijn eerdere huisvrouw, ter andere zijde; buiten meubelen en huisraad bedraagt de nalatenschap 10225 gld 1147.
                                                                                              In Alkmaar verkoopt op 23 maart 1635 Pieter Jansz Coehouder aan Jan Michielsz koehouder binnen Alkmaar een huis en erf aan de oostzijde van 't Cleyn Nieuwelant, belend ten noorden Willem Pietersz Coehouder, ten zuiden de stadswal, ten oosten de Molensloot, voor 2700-0-0, met de oude kwijtschelding van 16 maart 1629 1148.
                                                                                              Op 21 december 1640 testeert te Alkmaar Jan Michielsz Coehouder op 't Nieuwelandt, ziekelijk bij de haard zitende; hij nomineert als universele erfgenaam zijn dochter Lysbet Jans of haar kinderen, maar als zijn dochter overlijdt zonder descendenten dan komt zijn erfenis voor 6/10 aan zijn broerskinderen en voor 4/10 aan zijn zusterskinderen 1149.
                                                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                                                            1. Ariaen ARIAENSZ, zie 416.
                                                                                            2. Anna ARIAENS, tr. Adriaen MEYNERTSZ.
                                                                                            3. Teetgen ARIAENS, geb. ca. 1617, ondertr. Alkmaar 17 april 1644 Adriaen GARBRANTSZ, schoenmaker, zn van Anna ADRIAENS.
                                                                                                Op 4 april 1644 worden in Alkmaar huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Adriaen Garbrantsz Schoenmaecker, geassisteerd met Anna Adriaens zijn moeder, en Teetgen Adriaens, geassisteerd met Jannitgen Adriaens haar moeder mitsgaders met Cornelis Sijmonsz Warmenhuysen haar [halve] broer en Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen haar [halve] schoonbroer. De bruidegom zal 1500 gld inbrengen en het echtpaar mag in het huis van zijn moeder wonen voor 160 gld huur, en na de dood van zijn moeder is het huis van hem. Teetgen Adriaens brengt 600 gld in en goederen als in de geannexeerde inventaris [niet aanwezig]. 1150
                                                                                                Ten behoeve van Anna ['obiit' later toegevoegd] en Arien, kinderen van Adriaen Garbrantsz Schoenmaker en Teetgen Adriaens, beiden overleden, brengen Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, oud-schepen en oud-raad, en Johan van Everdingen, notaris en procureur, als toeziende en administrerende testamentaire voogden van de voorschreven kinderen, in 1654 ter weeskamer van Alkmaar een lange lijst van rentebrieven en obligaties in, en nog de helft van een stuk land in Valkkoog, groot in 't geheel 8½ gars, en land op de Stroet, groot omtrent 5 geerzen, gebruikt door Mayl Jansz. Op 29 november 1667 doet Mr Cornelis Sevenhuijsen Adriaensz, mede wegens zijn zuster Trijntge Sevenhuijsen weduwe van Jacob de Haes notaris te Alkmaar, rekening en bewijs ter presentie van Adriaen Cornelisz Sevenhuijssen, in naam van zijn overleden vrouw oom van de voornoemde kinderen. Op 5 november 1670 verklaart Mr Cornelis Sevenhuijsen volkomen rekening ontvangen te hebben van alle bovenstaande goederen en bedankt hij de weesmeesters. [Het is onduidelijk wat er met de zoon Arien gebeurd is.] 1151
                                                                                                Op 31 december 1652 testeert in Alkmaar Adriaen Garbrantsz schoenmaecker, ziek te bedde liggende. Hij stelt tot voogden over zijn twee onmondige kinderen Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, schepen en raad dezer stede, zijn zwager, en Johan van Everdingen, notaris en procureur alhier, met uitsluiting van de weesmeesters. Na de dood an zijn kinderen zonder descendenten zullen zijn goederen erven op Jacob Adriaensz, zijn oom wonende op Langedijk, voor 1/3, item aan Adriaen Claesz de zoon van Griet Adriaensz zijn moei, voor 1/3, en de kinderen van Maritge Adriaens mede zijn overleden moei, voor 1/3, welverstaande dat Adriaen Jacobsz, de zoon van de voorschreven Jacob Adriaensz, vóór alle deling zal genieten de somme van 200 gld. 1152
                                                                                          834. (<417) (>1668) Willem Adriaensz BRUIJNEMAN,
                                                                                          tr. N.N.
                                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                                            1. Adriaen Willemsz BRUIJNEMAN, tr. N.N.
                                                                                                Op 21 maart 1721 verkoopt Cornelis Adriaensz Bruijneman wonende te Koedijk, zoon en enige erfgenaam van Adriaen Adriaensz Bruijneman, enige erfgenaam van zijn moei Maertie Adriaens Bruijneman, kindskinderen van Willem Bruijneman en bij transport van 11 april 1657 eigenaars geworden van een losrentebrief van 550 gld kapitaal, deze losrentebrief aan de executeurs van het testament van zal. Jan Gerritsz Burger 1153.
                                                                                            2. Jacob Willemsz BRUIJNEMAN.
                                                                                            3. Lijssebeth WILLEMSDR, zie 417.
                                                                                          836. (<418) Jan, alleen bekend van het patroniem van een zoon van Neel Harcx,
                                                                                          tr.
                                                                                          837. (<418) Neel HARCX.
                                                                                              In een kopie van een akte van 1617 van de secretaris van Schoorl over het verleggen van een beek te Aechtdorp wordt als ondertekenaar o.a. vermeld Pieter Willems als voogd van de kinderen van Neel Harcx 1154.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Harck Jansz DECKER, zie 418.
                                                                                            848. (<424) Pieter MIESSES, allen bekend van 2 zoons Mies Pietersz en Jan Pieter Miesses met land in Brechtdorper schependom,
                                                                                            tr. N.N.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Mies PIETERSZ, zie 424.
                                                                                              2. Jan PIETER MIESSES.
                                                                                                  In Schoorl wordt Jan Pieter Miesses vermeld onder „Brechdorper scheependom” met 4 stukken land, in totaal 707 roeden 927.
                                                                                            856. (<428) (>1712, >1713) Dirck RICHTENSZ, geb. ca. 1566,
                                                                                                Op 14 maart 1625 wordt Dirck Richtens, oud omtrent 58 jaren, bij dode van Mr Pieter Olofsz, in zijn leven organist der stede Alkmaar, zijn oom, beleend met een deel van Saskeroort, dit deel omtrent 8½ gars groot 1155. In het repertorium van Boudewijn van Rietwijck staat vermeld dat ik [Boudewijn van Rietwijck], vanwege een schrijven van Anthonis Oloffsz van Enkhuizen van 14 augustus 1622 dat het voornoemde land Dirck Richtensz wonende te Catrijp bezit, mij op de 22ste van deze maand heb laten vinden bij de voorschreven Dirck Richtensz wonende bij Groet, die het voorschreven land verlijd heeft aan de leenkamer van Holland in maart 1621, volgens de verlijbrief mij vertoond, en die aannam de verlijbrief te brengen om die te registreren 1156 [blijkbaar is deze belening teruggedraaid of ongeldig gebleken].
                                                                                                In Zijpe compareerden in 1631 voor de weeskamer Cornelis Aerjensz als vader ter eenre, en Dirck Richgersz grootvader en Cornelis Dircxz oom van moederszijde, ter andere zijde, van Willem, Maritgen en Dirck Cornelisz, en verklaarden nopende der voorschreven kinderen moeders bewijs veraccordeerd te zijn, te weten dat Cornelis Aerjensz ieder kind 725 gld bewijst en de kinderen op zal brengen tot hun mondige dag of huwelijk toe, met de expresse stipulatie dat als de bestevader Dirck Richgersz daarvóór kwam te overlijden de renten van de erfenis tot die dag aan Cornelis Aerjensz toekomen zolang hij leeft, voor al hetwelke voorschreven staat Cornelis Aerjensz verbonden heeft een stuk Egalementenland met het getimmerte daarop staande in de polder van de grote O, tussen de Ruygewech en de Ooster Ealementsloot, groot omtrent 23½ morgen, belend ten noordoosten Jan Jansz, ten zuidwesten Olbrant Aerjensz. Op 16 september 1632 verbindt Cornelis Aerjensz nogmaals het voorstaande land voor de somme van 2175 gld over het bewijs van de goederen van de moeder; later is toegevoegd dat het kind genaamd Dirck Cornelisz op 26 februari 1633 is overleden. 1157
                                                                                                Op 7 januari 1637 wordt Cornelis Dircxz wonende in de Zijpe beleend, als hem aangekomen en aanbestorven is bij dode van Dirck Richtensz zijn vader, met de helft van een stuk land genaamd Saskeroort, groot 't gehele stuk omtrent 9 deimden en deze helft omtrent 8½ gars. Op 21 juli 1637 heeft Mr Balthazar van Kessel dit met procuratie van Cornelis Dircxz overgedaan aan Jan Hubertsz buurman te Koedijk 1158
                                                                                                In Schoorl zijn op 25 januari 1638 Harck Jansz Decker en Jacob Dircxz Schotvanger, als geordineerde sequesters van de desolate boedel van Pieter Jansz, bode, en Engel Eymersdr, eisers tegen de crediteuren, onder wie Dirck Richtensz met de som van 200 gld hoofdsom met de onbetaalde renten vandien verschenen sedert 7 juli 1636 1159.
                                                                                            tr.
                                                                                                In 1623 testeren Dirck Richtensz en Trijn Cornelisdr, geëchte man en wijf, buurluiden te Catrijp in de banne van Schoorl. Zij legateren elkaar het vruchtgebruik van alle goederen die de eerstoverledene metterdood ontruimen zal. Tot hun universele erfgenamen nomineren zij Cornelis, Dieuwer, Jan, Meijns en Jacob Dircxz, hun 5 kinderen of hun descendenten bij representatie. 1160
                                                                                            857. (<428) Trijn CORNELISDR.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Cornelis DIRCXZ.
                                                                                              2. Dieuwer DIRCX.
                                                                                              3. Jan DIRCXZ.
                                                                                              4. Meijns DIRCX, tr. Cornelis AERJENSZ.
                                                                                              5. Jacob Dircxz SCHOTVANGER, zie 428.
                                                                                            882. (<441) Pouwels, alleen bekend als vader van drie zoons een dochter.
                                                                                                   Uit onbekende relatie(s):
                                                                                              1. Jan POUWELSZ, overl. vóór 4 aug. 1610, tr. Maritge AEMELSDR, die hertr. met Kars JANSZ.
                                                                                                  In Alkmaar verkoopt op 4 augustus 1610 Cornelis Jacobsz Bommen aan Maritgen Amelen, weduwe van Jan Pouwelsz, een camer met zijn erf staande ten weerszijden op gemene muren aan de Oostzijde van Thorenburch achter ofte beoosten de camer van Swaentgen, met een derdepart in de steeg uitgaande op Thorenburch bezuiden dezelve camer, belend ten noorden de erfgenamen van Lambert Coppedreijer, ten oosten Duijff Arents, ten zuiden Jacob Amelsz, belast met de helft van 10 gld 's jaars losbaar met 100 gld voor de helft, voor 376 gld 10 st, te betalen 100 gld gereed mei 1610 laatstleden, mede 100 gld mei 1611 en 1612 en de resterende 76 gld 1161.
                                                                                                  In Alkmaar verkopen in 1619 Gerrit IJffsz en Jan Cornelis Moijtrijnes als voogden en Aeriaen Poulusz als oom van de nagelaten kinderen van zal. Maritge Amelen geprocreëerd bij wijlen Jan Pouluz haar eerdere man, aan Cars Jansz, laatste man en weduwnaar van dezelve Maritge Amelen, de helft van een camer met haar erf liggende ten wederzijden op gemene muren aan de Oostzijde van Thorenburch (enz.), waarvan de koper de wederhelft competeert (met nadere bijzonderheden, o.a. wat betreft de zuidelijke belender Jacob Amelen), met de kwijtschelding van 4 augustus 1610 1162.
                                                                                              2. Aeriaen POUWELSZ, overl. vóór 25 jan. 1623, tr. Maertgen AERTS.
                                                                                                  In Oudkarspel verkoopt in 1623 Jan Pietersz van Koedijk aan de weduwe en erfgenamen van Aeriaen Pouwelsz te Koedijk omtrent 8 snees zaadland in Eeckelant, belend ten zuiden Jan Volckertsz, ten noorden Pieter Jacobsz, verkoopt in 1623 Maertgen Aerts, weduwe van Aeriaen Pouwelsz, geassisteerd met Pouwels Aeriaensz haar oudste zoon en Gert Bouwensz van Koedijk, aan Gerrijt Woutersz te Koedijk omtrent 15 snees zaadland in de Oostergreb, belend ten zuiden Henderick Joosten, ten noorden Reijer Jan Claessens, en verkoopt in 1624 Maertgen Baerts weduwe van Aerian Pouwels, geassisteerd met Gerrijt Bouwens en Jacop Claesz als curateurs en voogden over haar en haar kinderen, allen wonende te Koedijk, aan Maertgen Garments weduwe van Jan IJffsz te Koedijk, omtrent 6 geerzen weiland bewesten de Diepsmeer, belend ten oosten en westen Aerian Cornelisz Bruijneman, ten noorden Griet Pieters Luijtges 1163.
                                                                                                  In Schoorl worden in 1632 onder 'Coedyck' de erven van Adriaen Pouwels vermeld met 18½ roe land 930.
                                                                                              3. N.N. POUWELSDR, zie 441.
                                                                                              4. Willem POUWELSZ, overl. vóór 24 febr. 1617, tr. Adriaene JANSDR.
                                                                                                  In Schoorl wordt in 1617 toegestemd door Cornelis Jansz Kock als broer en bestorven voogd van Adriaene Jansdr, nagelaten weduwe van Willem Pouwels te Hargen, en Powelis Hendricxz van Koedijk [doorgehaald] wonende in de banne van Oudkarspel als naaste vrund van 's vaders zijde, dat de weduwe met haar kinderen in de gemene boedel zal blijven zitten tot wederzeggen (Pouwels Hendrixz zet een merk) 1164.
                                                                                                  In het verpondingsboek van Schoorl van 1632 wordt de weduwe van Willem Pouwels vermeld bij de huizen onder Hargen voor ƒ 0-15-0, en bij de landen gekomen van de abdij van Egmond en door de steden van het Noorderquartier verkocht aan particulieren, onder Camp met 3 akkers, van 643, 550 en 100 roeden, onder Hargen met 5 akkers, van 125, 18½, 118, 52 en 153 roeden 1165.
                                                                                            884. (<442) (>1768) Aeng THIJSZ, overl. vóór 4 febr. 1644,
                                                                                                Bij de verpachting van vroonlanden in 1582 heeft Aeng Thys van Koedijk voor 124£ gemijnd de Hoffweyde, achter de kerk van Koedijk, groot 3 morgen 254 roeden boven de 41 roeden die Piet Pieters Groote Pyet in erfpacht gegund zijn, met de aanwas in de Coedyckergraft en in t noorden in de Wieloffsloot 1166.
                                                                                                In Zuid-Scharwoude verkoopt op 9 maart 1608 Aeng Tijsz van Koedijk, als voogd in dezen en wettige man van de weduwe van Pieter Corpers zal., een akker zaadland, groot omtrent 3½ snees, belend ten zuiden Gerridt Huyberts, ten noorden Cornelis Cornelisz, aan Jacop Aris Matselaers, en stelt als waarnis tot hypotheek een akker zaadland, groot omtrent 11 snees, belend ten zuiden Taems Moij Miesses, ten noorden Jacop Louweris 1167.
                                                                                                In Oudkarspel verkoopt op 18 januari 1613 Jan Pieters, weduwe van Cornelis Jansz [Vyoels] in zijn leven onze buurman, geassisteerd met Dirck Aerisz, aan Aeng Thysz te Koedijk omtrent 21 snees aan de Diepsmeer, belend ten zuiden Jan Joosten van Noord-Scharwoude, ten noorden Jacop Keele van Oudkarspel, stellend als onderpand omtrent 17 snees zaadland op Noordendyck, belend ten noorden oude Jaecop, ten zuiden Lubbrant Jaecopsz, en nog haar huis en erve, en wordt nog een onderpand in de Diepsmeer gesteld door Jan Cornelisz Vyoels zoon 1168.
                                                                                                In Koedijk verkoopt op 16 september 1606 Reyer Pieter Ridderts aan Aeyng Thysen een huis en erf op Kimbuiert, belend ten zuiden Cornelis Jansen, ten noorden Aeyng Thyssen, met Aeffieweijt ook de beterschap verkocht, waarbij Reyers wijfs vader Cornelis Aerjans van Hensbroek borg is voor de vrijdom, verkopen op 1 januari 1615 Aeng Thijsz en Barthelmies Jansz aan Gerryt Pietersz Seepsieder te Alkmaar een stuk vroonland genaamd Pouwelis Pouwelisweijde, groot omtrent 11 eerzen, belend ten zuiden het Oortge, ten noorden de Heijlichdaechsweijt, belast met 116 [gld?] 's jaars aan de Grafelijkheid, en verkoopt op 25 juni 1622 Aeng [één keer staat er abusievelijk „Amel”] Thijsz wegens Jacob Aengisz zijn zoon de hooischuur met het middelhuis en 't gehele erf, van achter tot voor, zonder dat Dirck Claes die in 't voorend woont enig recht op 't erf heeft behalve de vrijheid van de heimelijkheid en de schuit aan de voorwal, en stelt tot hypotheek zijn huis en erf dat hij nu bewoont op Cuymbuert, belend ten zuiden Hilbrant Cornelisz, ten noorden de erven Pieter Bobeldijck 1169.
                                                                                                In Koedijk is op 11 april 1619 Henderick Pieters waard in de Goutsblommen eiser contra Aengge Tijssen, om betaling van 5 gld 5 st ter cause van verteerde kosten van zijn zoon Tijs Anghsen, en is op 30 mei 1619 de schout eiser contra Jan Pieters Meijnse Jans die veroordeeld is tot een boete van 42 schelling wegens het trekken van een mes tegen zijn buurman Angge Tijssen 1170.
                                                                                                Op 6 november 1632 testeert Aengh Thijsz, wonende te Koedijk, hard van gehoor. Hij legateert aan Neel Reyersdr, zijn tegenwoordige huisvrouw, de bewoning van zijn camer haar leven lang, en aan Aecht Jacobs, dochter van Jacob Aenges zijn zoon, bij hem testateur wonend, 100 gld met een stal koeien of 100 gld daarvoor, bij haar overlijden te devolveren op haar volle zuster Maritgen Jacobs. Hij institueert tot zijn unversele erfgenamen Jacob, Cornelis, Jonge Jan, Etgen en Maritgen Aengs zijn 5 kinderen, mitsgaders Aecht, Aerian en Cornelis Jansz, de nagelaten kinderen van Oude Jan Aengsz zijn overlden zoon, in hun vaders plaats. [De zoon Pieter van Aengh Thijsz wordt niet vermeld.] 1171
                                                                                                In Koedijk verkopen in 1644 Jacob Aengisz wonende in de Ouwe Greb, Jacob Cornelis wonende in de Diepsmeer en Jan Hendricxz Butter wonende in de banne van Oudkarspel, allen erfgenamen van Aeng Thijsz, in zijn leven onze buurman, aan Gleijn Jansz onze buurman een huis en erf, belend ten noorden Pieter Meinsisz, ten zuiden Hillebrant Cornelisz 1172.
                                                                                                In Koedijk verkopen op 26 mei 1678 Bouwen Jansen Aenges wonende te Huijskebuijrt in de banne van Warmenhuizen, Claes Cornelis Aenges en Sijmon Pieters Meech getrouwd zijnde met Aechtje Pieter Aenges wonende op 't Noortent in de banne van Oudkarspel, ook voor alle verdere vrunden en erfgenamen van zal. Et Aenges, in haar leven mede gewoond hebbende op 't Noortent in de banne voorschreven, aan Jan Cornelisz Appetijt, mede-erfgenaam, 1/3 in een stuk weiland genaamd de Haeskeweijt. groot 't voorschreven derde 1 morgen, gelegen aan de Haeskesloot ten noorden van de Suijder Cleijmeer, belend ten zuiden voornoemde Haeskesloot, onderdeel en gemeen met de koper 1173.
                                                                                            tr. 1° N.N.,
                                                                                            tr. 2° Neel REYERSDR.
                                                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                                                              1. Tijs ANGHSEN.
                                                                                              2. Jacob AENGES, tr. Adriaen CORNELISDR, wed. van Maerten ADRIAENSZ.
                                                                                                  In Koedijk verkopen in 1613 Jan Cronen en Autger Frericx aan Jacob Aengis een huis en erf op 't Suytent, belend ten noorden Michgiel Pieters, ten zuiden Dierck Pouwels, en heeft in 1617 Jacob Aengis van Mr Pieter Oliffs van der Oort 300 gld geleend, met als onderpand 2 akkertjes zaadland in 't Del, groot met meer andere 9 snees, belend ten oosten Frans Cornelis, ten westen Aeng Thysz, en een huis en erf op Huiswaard, belend ten westen Jan ..., ten oosten Dieuwer Jans, afgelost op 8 mei 1624 1174.
                                                                                                  In Oudkarspel verkoopt in 1650 Jacop Aeriaens anders Jacop Aenges, wonende in de Grebmolen, aan Trijn Jans wonende te Alkmaar een akker zaadland van omtrent 17 snees 14 roeden 10 voeten 8 duim, belend ten noorden Tryn Jansz voorschreven, ten zuiden Jan Janssen Aengaende van Koedijk, voor 56 gld het snees 1175.
                                                                                                  In 1651 bekent Pieter Maertens wonende te Eenigenburg op Selscherdijck, erfgenaam van Maerten Adriaensz, schuldig te zijn aan Adriaen Cornelisdr, de huisvrouw van Jacob Aengisz molenaar van de Grebmolen in de banne van Warmenhuizen, een jaarlijkse losrente van 16 gld 5 st ter cause van hetgeen zijn overleden vader de voornoemde Adriaen Cornelisdr in 't huwelijk met haar beloofd heeft zo lang zij in leven is, het eerste jaar verschenen 14 mei 1651 1176.
                                                                                              3. Oude Jan AENGSZ, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Neeltgen JANS, dr van Jan JANSZ en Pieter ARENTSDR, tr. 2° N.N.
                                                                                                  Op 22 mei 1608 wordt ten woonhuize van Jan Aenges buurvrijer te Koedijk of zijn vader, uit naam van Pieter Arentsdr weduwe van Jan Jansz in zijn leven buurman te Bergen, als moeder van Neeltgen Jans haar dochter, geïnsinueerd dat Jan Aengsz op trouwbelofte voornoemde Neeltgen Jansdr geïnduceerd heeft tot vleselijke conversatie en dat zij bevallen is van een dochter waarvoor zij onderhoud verlangt door Jan Aengsz of zijn vader 1177.
                                                                                              4. Ette AENGES, overl. vóór 26 mei 1678, tr. Pouwels Hendricxz BUTTER, zn van Hendrick Jansz BUTTER en N.N. POUWELSDR.
                                                                                                  Op 7 oktober 1644 stelt Ette Anges, huisvrouw van Poulus Heyndricxz Butter te Koedijk in de banne van Oudkarspel, een codicil op. Zij prelegateert aan Claes Cornelisz, de zoon van Cornelis Anges haar broer, met haar en haar man wonende en lange jaren gewoond hebbende, 1000 gulden eens, om na 't overlijden van haar man te ontvangen uit de gedeelten die Jacob Anges, Jan Anges anders Noom Jan en Cornelis Anges haar broers, mitsgaders de kinderen van zal. Jan Anges en 't kind van zal. Pieter Anges, na 't overlijden van haar en haar man van haar, comparante, zullen komen te genieten, zonder dat de kinderen van haar overleden zuster Maritgen Anges daartoe iets zal hebben uit te keren. Op 29 augustus 1654 verklaart Ette Anges het codicil teniet. 942
                                                                                                  Op 2 september 1666 legateert Et Aengis, huisvrouw van Poulis Henricxsen Butter, wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel, 400 gld aan haar tegenwoordige dienstmaagd Trijn Jans (haar in maagdschap bestaande) voor trouwe dienst, uit te keren na de dood van haar man; gedaan ten huize van comparante, met als getuigen Reijer Symonsz en Jacob Jansz, beiden wonende te Koedijk 943.
                                                                                                  In Koedijk verkopen op 26 mei 1678 Bouwen Jansen Aenges wonende te Huijskebuijrt in de banne van Warmenhuizen, Claes Cornelis Aenges en Sijmen Pieters Meech getrouwd zijnde met Aechtje Pieters Aenges op 't Noortent van Koedijk in de banne van Oudkarspel, ook voor alle verdere erfgenamen van Et Aenges, in haar leven mede geoond hebbend op 't Noortent in de banne voorschreven, aan Jan Cornelis Appetijt, mede-erfgenaam, 1/3 in een stuk weiland genaamd de Haeskeweyt, groot 't voorschreven derde 1 morgen, gelegen aan de Haeskesloot, ten noorden de Suijder Cleijmeer, bel. ten zuiden voorschreven Haeskesloot, onderdeel en gemeen met de koper 944.
                                                                                                  In Koedijk verkoopt in 1636 Garbrant Jacobsz Tesselaer wonende op 't Noortent in de banne van Oudkarspel aan Pouwils Hendricxs mede buurman aldaar een huis en erve op 't Noortendt van Koedijk, belend ten oosten Jan Glijnis Breelant, [ ] Thonis Reyersz, ten westen de gemene Vaert, wel te verstaan dat voornoemde Jan Gleynisz en Thonis Reyersz Abbe[t]ijdt een vrije overgang over de voornoemde werf hebben en het voornoemde huis met voornoemde Jan Gleijnis en Thonis Reijersz een vrije gang benoorden het huis van Luijtgien Jans tot aan de wijk toe en een vrije aanleg in de wijk met een schuitje (niet doorgegaan), en verkoopt in 1638 Garbrant Jacobsz Tesselaer wonende op 't Noortent in de banne van Oudkarspel aan Pouwels Hendricxs Butter zijn buurman een huis en erve op 't Noortent achter de huizen, belend ten noorden de banscheiding, ten oosten Jan Gleijnis Breelant, ten zuiden Thonis Reijersz [de feitelijke overdracht], op dezelfde dag weer getransporteerd aan Gerrit IJffsz 941.
                                                                                              5. Cornelis AENGES, tr. N.N.
                                                                                                  In Oudkarspel verkoopt in 1617 Cornelis Aengesz van Koedijk aan mr Pieter Ooliffsz orgalist te Alkmaar een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, losbaar met 200 gld, met als onderpand omtrent 23 snees zaadland in de Diepsmeer, belend ten noorden de Ringsloot, ten oosten Jaecop Gertsz Vlaerding, ten noorden Claes Hendrick Joosten, ten zuiden Jacop Jan Priggesz; borg is Jacop Aengesz van Koedijk, voor Cornelis Aengesz zijn broer 1178.
                                                                                                  In Koedijk verkoopt in 1637 Cornelis Aengisz een huis 1179.
                                                                                              6. Pieter AENGESZ, zie 442.
                                                                                              7. Jan AENGESZ, alias Noom Jan, tr. Trijn Cornelis (APPETIJT)  1180, dr van Cornelis Jansz APPETYT, schepen van Koedijk (als zodanig vermeld in 1590, 1597, 1598 en 1605, met een abusievelijke vermelding in 1632 toen zijn zoon Cornelis Cornelisz Appetijt schepen was), wed. van Aelbert WOUTERSZ.
                                                                                                  Op 3 mei 1637 worden Jan Aengesz en Pieter Jacobsz Cleijenburgh, beiden wonende op 't Noortent van Koedijk, genoemd als gecommitteerden van de Nieuwe Greb 1181.
                                                                                                  Jan Aengis is schepen van Koedijk (1649-1651), weesmeester (1651-1662), belendt in 1662 een huis op het Noordend, en wordt in 1665 genoemd als borg 1182.
                                                                                                  Op 30 oktober 1666 testeert Jan Aengesz wonende te Koedijk, opnieuw disponerende uit de 'conquesten' door hem en Cornelis Jansz Appetijt zijn overleden zoon. Hij maakt vooruit aan Trijn Cornelis de oudste dochter van voornoemde zoon om de ongezondheid van haar lichaam een stukje weiland van 2½ gars achter Koedijk in de ban van Oudkarspel, belend ten oosten de ringsloot van de Diepsmeer, ten westen IJf Pietersz, ten noorden Machtelt Cornelis, testeert aan Trijn Cornelis, Jan Cornelisz en Aechte Cornelis, allen kinderen van voornoemde Cornelis Jansz Appetijt, de woning, en nomineert in alle andere goederen Bouwen Jansz zijn zoon in de helft en de voornoemde kinderen van Cornelis Jansz Appetijt in de helft. 1183 [Op 14 april 1668 maakt hij opnieuw een testament, met dezelfde inhoud, geroyeerd op 12 oktober 1669.]
                                                                                                  In Oudkarspel verkoopt op 19 juni 1668 Jan Aengesz wonende te Koedijk aan Jan Heijndricxz mede wonende aldaar een hoekje zaadland annex en gemeen met de koper, groot 6½ snees 2 roeden, belend ten zuiden Jan Gerritsz Rus, ten noorden de Strenge 1184.
                                                                                                  Op 1 februari 1670 bekent Jan Aenghsz alias Oom Jan, buurman te Koedijk, 1200 gld schuldig te wezen aan Jacob Fonteijn, poorter te Alkmaar, te restitueren over een jaar, tegen 4 ten hondrd, met als borg Jan Cornelisz Stammes wonende te Koedijk 1185.
                                                                                              8. Maritgen ANGES, overl. vóór 7 okt. 1644.
                                                                                            976. (<488) (>1952) Pieter Dyrcx (KEIJSER),
                                                                                                In Broek op Langedijk in 1561 wordt het huis van Pieter Dyrcx geëstimeerd op 2½ gld (met ervóór dat van Dyrck Louwers op 5 gld en erna van Maeryen Vrerycx op 4 gld), bruikt Pieter Dyrcx 1 morgen eigen land geëstimeerd op 3 gld 10 st en nog een „buysken” rondom in de Waert van 1 morgen 5 snees, op 11 st, beide stukken weiland gelegen buiten de Oesterendyck op de Zuijderwaert 1186.
                                                                                            tr. N.N.
                                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                                              1. Jan Pietersz KEIJSER, zie 488.


                                                                                            Generatie XI (<X, >XII)

                                                                                            1152. (<576) Dirck GERRITSZ, schepen van Wijk aan Duin 1187,
                                                                                                In Wijk aan Duin voor de tiende penning in 1557: Dirck Gherritsz bruikt van de kinderen van Jan Foreest te Haarlem 8½ morgen 172 roeden, de huur is 58 gld, nog van Aechgen Pickers te Zandvoort 1½ morgen 95 roeden, huur 5 gld, van Willem Luddolfsz te Wijk op Zee 1 morgen 238½ roede, huur 15 gld, zijn eigen land is groot 186½ roede, getaxeerd op 15 st, dat huis van Adrichem getaxeerd voor 7 gld, de boomgaard groot 2 morgen, getaxeerd voor 15 gld 1188.
                                                                                                In Wijk aan Duin voor de tiende penning van 1561: (van de Grote Kerckbeeck tot de ban van Heemskerk, bewesten de Hoghe Hofflanderwech en beoosten de Grote Houtwech) Dirck Gerritsz gebruikt zijn eigen anderhalf honderd roeden, getaxeerd op 15 st facit de 10e penning 1½ st, (tussen de twee Hofflanderwegen) Dirck Gerritsz gebruikt van Aechte Pickers te Zandvoort een half morgen 95 roeden, 's jaars om 5 gld 10 st facit de 10e penning 11½ st, (beoosten de Laege Hofflanderwech tot de Broucksloot toe) Dirck Gerritsz gebruikt van Cornelia Foreest te Haarlem een sate land met zijn toebehoren met 11 morgen en een vierendeel en 12 roeden, waarin gelegen is 2 morgen hooiland, 's jaars om 67 gld, komt voor de 10e penning 6 gld 14 st (Cornelia behoudt de boomgaard van een half morgen en 174 roeden), (in de Brueck tussen het geestland en de Westersluyssloot en bewesten de Zwaensmeer) Dirck Gerritsz gebruikt van Willem Ludolfsz van Wijk op Zee 1 morgen en een vierendeel en 50 roeden, 's jaars om 16 gld facit de 10e penning 32 st 1189.
                                                                                            tr. 1° N.N.,
                                                                                            tr. 2° N.N.
                                                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                                                              1. Gerrit DIRCXZ, schoenmaker te Haarlem, heeft niet-huwelijkse relatie met N.N.
                                                                                                   Uit het tweede huwelijk:
                                                                                              1. Neeltgen DIRCXDR.
                                                                                                  Op 14 oktober 1616 testeert Neeltgen Dircxdochter, geboren op 't Hofflandt buiten Beverwijk, tegenwoordig wonende binnen de stad Haarlem, ziekelijk, zittende op haar bed. Ten eerste heeft zij aan Grietgen Cornelisdochter, haar nicht die met haar woont, ten regarde van de diensten en handreiking van haar ontvangen en die zij haar, testatrice, in haar oude dagen en ziekte nog doen zal mogen, geprelegateerd testatrices koetsbedstede waar zij op slaapt, spinnewiel, turfton, zwarte lakense keurs, rood wollen hemd, het stoelkussen waar zij, Griete Cornelisdr, dagelijks op zit, met een vernaaid kussen, en daartoe nog 200 gld aan geld, boven en onverminderd haar hereditaire portie, legateert testatrice aan Dirck Gerritsz, de natuurlijke zoon van haar overleden halfbroer Gerrit Dircxz, 25 gld eens, en in alle overige goederen heeft zij tot haar erfgenamen gesteld Aecht Dircxdochter haar zuster, de vier kinderen van haar overleden zuster Griete Dircxdochter in hun moeders plaats, mitsgaders de vier kinderen van haar zal. broer Cornelis Dircxz op hun vaders plaats en het wettige kind van haar voorschreven overleden halfbroer Gerrit Dirxz op zijn vaders plaats, in 4 staken, mits dat het voorschreven wettige kind maar met een halve hand delen zal, willende mede dat als de voorschreven Aecht Dircxdr vóór haar, testatrice, mocht overlijden haar kinderen haar plaats zullen representeren. Gepasseerd ten huize en voor den bedde van de testatrice in de Bagynenstege. 1190
                                                                                                  In Wijk aan Duin in 1617 verkoopt Cryn Dircxz, poorter van Beverwijk, ook als procuratie hebbende van Cornelis Maertsz, Eewoudt Gerritsz, Wessel Phillipsz, Cornelis Rieuwertsz, Cornelis Tyssen en Gerrit Pietersz, allen tezamen erfgenamen van wijlen Neeltgen Dircxdr, vervangende hun mede-erfgenamen, bij procuratie gepasseerd voor schepenen van Beverwijk op 27 januari 1617, aan Jan Claesz Kotgien, lakenkoper en oud-burgemeester van Beverwijk, een croft land aan de Cleyne Houdtwech, groot omtrent 1000 roeden, belend ten zuiden het gasthuis van Beverwijk, ten westen Maritgen Dircxdr te Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten de Cleyne Houdtwech, voor 800 gld gereed geld, en verkoopt Quyrin Dirckxz, poorter van Beverwijk, mede procuratie hebbende van alle erfgenamen van zal. Neel Dircks in haar leven wonende te Haarlem, aan Cornelis Cornelisz Leenman wonende op 't Hofflant een negendepart van een stuk land genaamd Breevelt gemeen met Pieter Pietersz in de Beverwijk, de 'cappelrye' en de voornoemde Leenman zelf, belend ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten Pieter Pietersz voorschreven met de erfgenamen van Gerrit Dirckxz te Haarlem, ten zuiden Pieter van Dijck, ten westen de Swaensmeer, voor 600 gld 1191.
                                                                                              2. Cornelis DIRCKSZ, zie 576.
                                                                                              3. Jonge Cornelis DIRCKSZ, [opgevoerd als tegenhanger van Oude Cornelis Dircksz].
                                                                                              4. Aechte DIRCXDR, tr. 1° Frans CORNELISZ, tr. 2° Crijn DIRCKSZ, zn van Dirck GERBRANTSZ, alleen bekend van 3 dochters en 3 zoons.
                                                                                                  In Beverwijk compareren voor de weesmeesteren in 1587 Aechte Dircxdochter, eertijds weduwe van Frans Cornelisz, ten overstaan van Crijn Dirricksz haar man en voogd, geassisteerd met Cornelis Dirricksz haar broer, ter andere zijde, mitsgaders Jan Jansz als voogd over het nagelaten weeskind van Frans Cornelisz genaamd Cornelis Fransz, wiens moeder Achte Dirrix voornoemd volgens akkoord en bewijs van zijn vaderlijke erfenis van 2 januari jongstleden nu overgeleverd heeft [of is] de rentebrief van 3 gld 's jaars sprekende op Jan Rennen te Wijk op Zee, te lossen met 50 gld, welke 50 gld op 17 mei 1590 bij de weeskamer is afgelost en overgegeven is aan Cryn Dirricksz; in de marge bekent Cornelis Fransz de doos met brieven ontvangen te hebben 1192.
                                                                                                  Op 16 september 1593 testeert Cornelis Fransz, de zoon van Frans Cornelisz uit de Beverwijk, oud over de 15 jaren, wat ziekelijk zijnde, verklarende dat indien hij vóór Aechte Dircxde, weduwe van Frans Cornelisz, zijn zeer lieve moeder, zou sterven, hij haar benoemt tot zijn universele erfgenaam, mits dat zij alleenlijk zal uitkeren aan Marytgen Cornelisdr en Guertgen Cornelisdr, zijn moeien van vaderszijde, elk 50 gld eens zonder meer 1193.
                                                                                                  In Haarlem testeert in 1597 Cornelis Fransz de zoon van Frans Cornelisz uit de Beverwijk, oud omtrent 18 jaar, aan Aechte Dircxdr zijn zeer lieve moeder, indien zij hem overleeft, de lijftocht en het gebruik van al zijn goederen, dit evenzo, als zij vóór haar tegenwoordige man Cryn Dircxz aflijvig wordt, aan voorschreven Cryn Dircxz zijn oom [stiefvader], en vermaakt de goederen aangekomen van vaders zijde aan Marytgen en Guerte Cornelisdochteren, zijn moeien van vaders zijde 1194.
                                                                                                  In Velsen verkopen op 20 maart 1585 Cornelijs Dircksz en Wyllem Claes als man en voogd van Trijn Dircksdr, ook voor Crijn Dircksz, Engel Dircksz en Jan Dircksz, allen kinderen en erfgenamen van Dirck Gerbrans zal. ged., een werf met een croft land 1195.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt op 22 januari 1591 Cryn Dircksz aan Maerten Claesz, procureur en notaris, beiden wonende in Beverwijk, de zuidelijke helft van Laechlant, belend ten zuiden de erfgenamen van Louris Gerritsz, ten westen de Weteringe, ten noorden de erfgenamen van Guert Luytges, ten oosten de Liencamp, en verkoopt op 10 november 1609 Marijtgen Jacobsdr wonende te Alkmaar, geassisteerd met Gerridt Woutersz Lack, poorter van Beverwijk, aan Quiryn Dirckxz en Cornelis Fransz, beiden poorters van Beverwijk, een stuk paardeland, groot 1300 roeden, belend ten zuiden Jasper Pietersz, ten westen de graaf van Holland, ten noorden het gasthuis te Haarlem en Reyer Thymansz, ten oosten de Wyde Wateringe, voor een termijnbrief van 454 gld 1196.
                                                                                                  Op 8 februari 1598 verkopen in Wijk aan Duin Claes Bastiaensz wonende te Haarlem, ook als procuratie hebbende van Bastiaene Claesdr weduwe van Melchior Woutersz wonende te Enkhuizen, en Guerte Gerritsdr weduwe van Willem Bastiaensz, en Sybrant Jansz man en voogd van Alydt Willemsdr en Jacob Adriaensz als man en voogd van Claesgen Willemsdr, vervangende voorts Dirckgen en Gerritgen Willemsdochteren hun moeder en bestemoeder resp., aan Crijn Dircxz wonende te Beverwijk 4 croften land genaamd Aechte Pieterscroftgens, belend ten noorden Crijn Dircxz zelf en Jan Lucasz, ten oosten de Schoubeeck, ten westen de Cleyne Houtwech, ten zuiden Maerten Evertsz en Gerryt Jansz, voor een schuldbekentenis van 1700 gld 1197.
                                                                                                  In Wijk aan Duin verkoopt op 26 december 1599 Crijn Dijrcxz wonende te Beverwijk aan Joffr. Maria Burgh wonende op het Huis Adrichem 2 akkers land, belend ten oosten de Lage Hofflanderwech, ten zuiden Joffr. Maria zelf, ten westen de Hoegen Hofflanderwech, ten noorden de Commandeur van St. Jan binnen Haarlem, en aan Joffr. Elijsabeth van der Mijle een croft geestland, belend ten oosten de Hoghe Hofflanderwech, ten zuiden 't gasthuis van Wijk op Zee, ten westen Jan Dircxz, ten noorden Aeriaen Claesdr wonende op Hoechdorp, waarbij Jan Dircxz recht heeft op een notweg 1198.
                                                                                                  In Wijk aan Duin verkoopt op 3 december 1606 Crijn Dirricxz, poorter der stede Beverwijk, aan Jan Aryants Bloem, buurman te Heemskerk aan Duin, een stuk land, groot omtrent 1 morgen, belend ten oosten de Munnicken en 't ziekenhuis uit de Wijk, ten zuiden 't gasthuis van Beverwijk, ten westen en noorden de Bagijnen, voor een custingbrief van 550 gld 1199.
                                                                                                  In Wijk aan Duin geven op 1 september 1610 burgemeesters en regeerders van Haarlem en Beverwijk in eeuwige erfpacht aan Quyryn Dircxz en Pieter Dammensz, beiden wonende in de Beverwijk, 382 roeden land, belend ten zuiden het Gasthuyslant der stad Haarlem, ten westen Pieter Dammensz voornoemd, ten noorden Pieter Dammensz en Quyryn Dircxz voornoemd, ten oosten de Lywech, voor 7 gld 10 st 's jaars 974.
                                                                                                  In Wijk aan Duin verkopen op 22 januari 1612 Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz Helderman ofte Gerrit Schouten, gebroeders, beiden poorters in Beverwijk, aan Cryn Dircxz mede poorter in Beverwijk 5 achtsteparten van een stuk weiland in Wijk aan Duin in Wyckerbrouck, zowel binnen- als buitendijks, gemeen met Goedelieff Jooris en Claes Cornelisz van 't Calff, belend in 't geheel ten oosten de Heer van Assendelft, ten noordwesten de Cleyne Sluyssloot, ten zuidwesten de Wyckermeer, voor 2 custingbrieven 1200.
                                                                                                  In Wijk aan Duin verkopen op 30 mei 1612 gasthuismeesteren van Haarlem aan Pieter Dammensz en Kryn Dircxz in de Beverwijk een akker zaadland groot 456 roeden, belend ten zuiden de nonnen in de Wijk, ten noorden de reguliers in de Wijk, ten westen de Cleyne Houdtwech, ten oosten de Lytwech, laatst gebruikt door Kryn Dircxz die daar nog 3 jaar huur aan heeft tot 8 gld 's jaars (van Pieter Dammensz 250 gld ontvangen) 975.
                                                                                                  In Wijk aan Duin verkoopt op 7 oktober 1612 Mies Jansz, scheepmaker in Beverwijk, ook voor Gerrit Garbrantsz, mede scheepmaker in Beverwijk, aan Krijn Dircxz, mede in de Beverwijk, een perceel land, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten Ymertgen Cornelisdr, ten zuidoosten Willem Cornelisz backer, ten noordwesten de Zeewech 1201.
                                                                                              5. Gryete DIRCXDR, geb. ca. 1546, tr. Cornelis DIRCK PIETERSZ, geb. ca. 1549, overl. tussen 19 okt. 1603 en 31 dec. 1604, zn van Dirck PIETERSZ.
                                                                                                  Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1606 wordt Griete Dircksdr aangeslagen voor 1 schoorsteen 996.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1581 Jan Fredricxz aan Cornelis Dircxz [in de marge: Cornelis Dirck Pietersz] een hofstee, werf en land met de materialen van stenen en anders daarop zijnde aan d'Oesterzijde, zo Fredrick Jansz des comparants vader in zijn leven in eigendom bezeten heeft, eertijds gekomen van Floris Lourijsz, met een notweg die behoort tot een stuk weiland, genaamd Vrou Elyzabethscamp, toebehorende de heer van Assendelft, met een jaarlijkse losrente van 6 gld, losbaar met 100 gld, eertijds verleden de Nonnen in de Beverwijk, belend ten zuiden en oosten de erfgenamen van Jan Stevensdr te Haarlem, ten westen de Oesterwech, ten oosten Dirck de Vries te Haarlem en enigen te Leiden 1202.
                                                                                                  In Heemskerk in 1582 verkoopt Cornelis Dirck Pietersz aan Mr Jan Couck van Amsterdam een jaarlijkse losrente van 16 gld, losbaar met 256 gld, met als onderpand de helft van een weide met de helft van een morgen land in Heemskerk aan de Oosterzijde, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden de erfgenamen van Joffer Clemeijns Hannemans en van Dirck van Bekesteijn te Haarlem, ten oosten voornoemde Bekesteijn, en nog de hofstede, werf en kroft met het getimmerte waar hij nu woont, groot omtrent 10 hond land Hondsbossche maat, belend ten zuiden en oosten de erfgenamen van Havick Jansz en Louris Splintersz, ten westen de Oesterwech, ten noorden Dirck de Vries met enigen van Leiden, waarbij waarborgen zijn geworden Cornelis Dircxz en Aechtgen Dircxdr, broer en zuster van de huisvrouw van Cornelis Dirck Pietersz, verkopen Cornelis Dirck Pietersz en Dirck Gerritsz Coper zijn zwager als man en voogd van Maritghen Dircxdr, aan Jan Jorisz een akker land, belend ten zuiden Jan Jacopsz Keursz, ten westen een Schoubeeckgen, ten noorden de weduwe en erfgenamen van Jan Arijsz, ten oosten de Beijfferdse wech, en heeft in 1584 Cornelis Dirck Pietersz een zesde part van een kampje land, groot stijf 1 morgen, gemeen met Louris Jansz Schouten c.s., gekocht uit de desolate boedel van Alydt Jonge Willem op 26 mei 1583, voor 28 gld doorverkocht aan Cornelis Jacops 1203.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1586 Cornelis Dircxz met Dirck Gerritsz zijn zwager van Akersloot aan Jonghe Louris Lourisz 2 maden hooiland in Breedtweer, gemeen met Bruijn Gerritsz van Uitgeest, belend ten zuiden Zijbrantghen Zijbrantsdr, ten westen de Schouwateringhe, ten noorden het Vrouwengilt te Haarlem, ten oosten het Edije, waarbij Cornelis Dirck Pietersz als onderpand opgeeft de halve weide en kroft benoorden de pastorie, belend ten noorden Bekesteijn te Haarlem en de erfgenamen vam Mr Jan van Ilpendam, ten westen de Oesterwech, ten zuiden voorschreven pastorie, ten oosten voorschreven Bekesteijn, en Bruijn Gerrits waarborg van Dirck Gerritsz alias Coper is, voor 2 obligaties van tezamen 275 gld, te betalen op de twee eerstkomende meidagen, en verkoopt in 1589 Cornelis Dirck Pietersz, buurman te Heemskerk, aan Maerten Claesz in Beverwijk een jaarlijkse losrente van 5 gld 5 st, af te lossen met 75 gld, waaraan hij verbindt de helft van de weide en kroft waarvan voornoemde Maerten Claesz de wederhelft toebehoort, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden Mr Jan van Riviere en Bekesteijn te Haarlem, ten oosten voornoemde Bekesteijn 1204.
                                                                                                  Op 10 april 1595 verklaren, ten verzoeke van Jaspar de Vries, Cornelis Dircxz, buurman te Heemskerk, oud omtrent 45 jaren, en Griete Dircxdr zijn huisvrouw, oud omtrent 48 jaren, dat zijluiden, schuldig zijnde aan de boedel van Balich van Paenderen 6 gld uit zake van gehaald laken, al vóór het beleg van Haarlem gehaald, nu omtrent 12 jaren geleden dezelve 6 gld betaald hebben aan Claes Jansz van Paenderen ten tijde dat hij woonde over 't Spaerne in de huizinge van „de Arm”, zoals dezelve Claes henluiden dikwijls daarom gemaand had en niet tevreden was totdat hij 't geld had 1205.
                                                                                                  In Heemskerk is op 18 juni 1647 aan de secretaris een rentebrief met afgetogen zegel overhandigd, gepasseerd voor schout en schepen van Heemskerk op 28 maart 1599 ten laste van Cornelis Dyrck Pietersse, van een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, hoofdsom 200 gld, daarvoor verbindende zijn huis en het land ervoor gelegen, groot omtrent 1080 roeden, belend ten zuiden en oosten Cornelis Lourensse en Maritgen Cornelis weduwe van Willem van Foreest, ten westen de Oesterwech, ten noorden de dochters van Pieter van Sonnevelt, met Cornelis Jacopsz als borg 1206.
                                                                                                  In Haarlem constitueert Cornelis Dirick Pietersz van Heemskerk op 19 oktober 1603 Medenblick ad lites contra Cornelis Diricxz Goesinnen, om zijn zaken te vervolgen [voor de vierschaar van Haarlem] als gecommitteerden van de gemene-landsmiddelen 1207.
                                                                                                  Voor het haardstedengeld in Heemskerk van 1604 wordt de weduwe van Cornelis Dirck Pieters aangeslagen voor 2 schoorstenen 1208.
                                                                                                  In Heemskerk verkopen in 1616 Gerrit Pietersz, Wessel Phillipsz en Cornelis Rieuwertsz, allen poorters van Beverwijk, mitsgaders Quiryn Dirckxz mede poorter aldaar als oom en voogd van Baertgen Cornelisdr, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Dirck Pietersz en Gryete Dirckxdr, in hun leven buurluiden te Heemskerk, aan Symon Arentsz een huis met erve en werve, enz., mitsgaders de kroft land daar vooraan gelegen, groot omtrent 1011 roeden, belend ten zuiden Cornelis Lourensz, ten westen de Oosterwech, ten noorden Cornelis Cornelisz Clock te Leiden, ten oosten de schout Heyndrick Lourensz van Veen, waarbij de heer van Assendelft met zijn daarachter gelegen weide een vrije notweg heeft over de laan van deze kroft tot op de Oosterwech, voor een termijnbrief van 1975 gld, aan Lourens Jansz buurman in Heemskerk de helft van een weide en een kroft land naast de andere liggende, gemeen en onverdeeld met Maerten Claesz in Beverwijk aan wie de andere helft toebehoort, deze helft groot 1148 roeden, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden Pieter van de Riviere en jonckheer Franchois van Beeckesteyn, ten oosten voornoemde Beeckesteyn alleen, en dat met de gehele wal aan de noordzijde, voor een termijnbrief van 2000 gld, en aan Jan Lambertsz buurman en mede schepen te Heemskerk een kampje hooiland genaamd het Oortgen glegen op Breedweer, groot omtrent 654 roeden, belend ten zuiden de Wateringe, ten westen de commandeurs te Haarlem, ten noorden de kampjes van Smidt, ten oosten Reyer Thymansz met bruikwaar, strekkende over wat Reyer Thymansz tegenwoordig gebruikt tot op de Maedwech toe, voor een termijnbrief van 560 gld (met in de kantlijn op 22 november 1622 de vermelding dat de erfgenamen de bijbehorende notweg niet hebben kunnen leveren en met de koper hierover zijn geaccordeerd) 1209.
                                                                                            1164. (<582) Dammas JANSZ,
                                                                                                In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk in 1540/1541: Dammas Jansz, twee koegers in „Aefkens gheese" in Wyckbruuc, groot omtrent 978 roeden, belend ten oosten de Loeten, ten westen de Zantscildt omtrent de sluis, dit land is zeer goed en wordt jaarlijks verbeterd door 't sluiswater, heeft gebruikt Pieter Wit Adriaensz, daarna Cornelis Jansz Gheye, voor 10 kargld, modo Dammas Jansz voor 15 kargld 1210.
                                                                                                In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk anno 1543[?]: van Dammas Jansz van de Aefkenszgaerde in Wyckerbrouc van huur 15 kargld, van een half kalfsgras de abt van Egmond toebehorende in ons voorschreven land gelegen 13 sch 1211.
                                                                                                In Wijk aan Duin voor de tiende penning van 1557: Dammas Jansz zijn eigen land, is groot een half morgen min 15 roeden, getaxeerd voor 45 st, nog bruikt hij van Anna Claesdochter in de Wijck een half morgen 145 roeden, de huur is 9 gld, van de memorij uit de Wyck 1 morgen een vierendeel 18 roeden, huur 15 gld, van Coen molenaer in de Wyck 2 morgen een vierendeel 42½ roede, huur 17 gld 10 st, van de Reguliers in de Wyck 1 morgen 335 roeden, huur 7 gld 10 st, van Pieter Comen Claes te Alkmaar 3 vierendeel 60 roeden, huur 6 gld, van Joost Dircksz in de Wyck 1 morgen, huur 5 gld 1212.
                                                                                                In Heemskerk wordt in 1557 vanwege de 10e penning Dammaes Jansz uit Beverwijk voor zijn eigen hooiland, groot 780 roeden, het morgen getaxeerd op 5£ [huurwaarde], aangeslagen voor 9½ st 4 penn 1213.
                                                                                            tr.
                                                                                            1165. (<582) (>2330) Alyt CORNELISDR, waardin in de Swan in Beverwijk, overl. vóór 7 jan. 1594,
                                                                                                In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk in 1540/1541: [volgend op Dirc Cornelisz Gherstman] Alyt Cornelisdr zijn zuster een blok van 100 roeden aan de Grote Houtwech in een croft die Dirc Cornelisz Gherstman kocht van Jonge Claer van Buyten, weer verkocht heeft aan Alyt Cornelisdr, zijn zuster, belend ten noorden Claes Gerytsz, ten oosten 't Beecktgen, gebruikt voortijds Gerstman, modo Alyt zijn zuster voor jaarlijks 15 sch 1210.
                                                                                                In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk, anno 1543[?]: op 't Hoflant , van Alyt Corneliodr „upte beec” van een blokgen groot 100 roeden in haar croft aan de Grote Houtwech van Gerstman gekocht, 10 sch, item van Dirc Gerytsz haar zwager van erfhuur van een kalfsgras in Meynenven bij de hofstede van Willem Phillipsz 1211
                                                                                                In Heemskerk verkoopt op 10 juli 1558 Aelbert Pietersdr, weduwe van Floris Jansz, met Aernt Willems haar voogd, aan Alydt Dammaesdr [sic] een jaarlijkse losrente van 30 st, gelost te mogen worden met 25 gld, met als onderpand haar huis en werf op Hoechdorp 1214.
                                                                                                In Beverwijk stellen op 25 juni 1560 Alyt Cornelisdr, waardin in de Swan, met Cornelis Cornelisz haar zoon, en Jasper Garbrantsz zich borg voor haar zoon Jan Cornelisdr voor een karveelschip dat ene Aelbert Marien Hoeffve te Emden van Jan Cornelisz gekocht heeft, is op 2 november 1560 Jelis Bartolmiesz aan Alyt Damisdr [sic] een losrente van 2 maal 's jaars 15 st schuldig, met als onderpand een huis op de Meer strekkende tot aan het erf van Baert Jans, belend ten noorden Jacop Hendircxz, ten zuiden Cornelis Jansz, met als principale borg Agnies Gerrytsdr zijn bestemoer met haar huis in de Breestraet, belend ten noorden Joost Cornelisz, ten zuiden Badt Maertens, is op 10 februari 1563 Alyt Cornelisdr, waardin in de Swan, met Cornelis Cornelisz haar zoon, 3 gld 's jaars schuldig aan de dekenen en vrunden van het Sint Aechtengilde, hoofdsom 50 gld, met als onderpand het huis en erf met de schuren en het hooihuis als zij nutertijd bewoont aan de Breestraet, strekkende tot aan de Conincxwech, belend ten zuidwesten Jan de Grebber, baljuw, ten noordoosten Claes Jansz, schout, en verkoopt op 15 maart 1564 Alyt Cornelisdr weduwe van Dammis Jansz, met Cornelis Cornelisz haar zoon en voogd, aan Jan die Grebber baljuw een erf met een schuur daarachter aan de Breestraet, strekkende tot achter aan de Heerewech, belend ten zuidwesten de huizinge van de baljuw, ten noordoosten de huizinge met het erf van de Swan toebehorende Alyt, met een bepaling over de breedte van het erf, met als borg Maerten Cornelisz schout te Voorhout 1215.
                                                                                                In Heemskerk verkopen op 1 juli 1560 Cornelis Cornelisz, Dirck Garbrantsz als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, vervangende alle andere broers en zusters, te weten Jan Cornelisz, Louris Cornelisz en Aecht Cornelisdr, aan Cornelis Willemsz uit naam van Hilgunt Simonsdr een vierendeel van de Waelcamp, met als borg Maerten Cornelisz wonende te Voorhout, broer van Alyt Cornelisdr weduwe van Dammaes Jansz 1216.
                                                                                                In Wijk aan Duin voor de tiende penning van 1561: (tussen de Cleyne Houtwech en de Schouwheyninghe) Alydt Cornelisdr in de Wyck huurt van Griete Kuenen in Beverwijk 2 morgen en een vierendeel en 427 roeden, 's jaars om 7 gld 10 st, komt de 10e penning 35 st, (tussen de Cleyne Houtwech en de Grote Houtwech) Griete Kuenen in de Wyck huurt van Alydt Dammas in de Wyck 366 roeden, 's jaars om 2 gld facit de 10e penning 4 st, Alydt Dammas in de Wyck huurt van Thys Reyersz Talcman 1 morgen 200 roeden, 's jaars om 8 gld facit de 10e penning 16 st, (beoosten de Laege Hofflanderwech tot de Broucksloot toe) Alydt Dammas Jansz' weduwe in de Wyck gebruikt van Anna Claesdr te Beverwijk een half morgen en half honderd roeden, 's jaars om 8 gld facit de 10e penning 16 st, (in de Brueck tussen het geestland en de Wester Sluyssloot en bewesten de Zwaensmeer) Alydt Dammas Jansz [weduwe] in de Wyck gebruikt van de memorie in de Wyck 1 morgen en een vierendeel en 100 roeden, 's jaars om 17 gld 10 st facit de 10e penning 35 st 1217.
                                                                                                In Beverwijk compareert op 17 april 1565 Alyt Cornelis weduwe van Dammis Jansz, waardin in de Swan, met Jan Cornelisz haar zoon en voogd en Maerten Cornelisz haar broer schout te Voorhout als borg principaal voor 180 gld, waarvoor zij haar huis de Swan in de Breestraet als onderpand stelt, en verkoopt op 6 januari 1566 Alyt Cornelisdr, waardin in de Swan, met Cornelis Cornelisz haar zoon, aan Anthonis Jansz smit een huis en erf met de Noordheining in de Breestraet, strekkende tot achter aan de Achterwech, belend ten noorden Jacop Jansz, ten zuiden Anna Claesdr, waarbij Duyffgen Garbrantsdr met voorschreven Jacop Jansz haar voogd zich als principale borg gesteld heeft 1218.
                                                                                                In Haarlem constitueert Alydt Dammasdr [sic], waardinne in de Swan in de Beverwijk, Medenblick en [Jacob Louffsz] Bus gezamenlijk ad lites contra Im Schoorls 1219.
                                                                                                In Beverwijk hebben op 7 januari 1594 de gemene erfgenamen van Allit Cornelis, waardin in de Swan, bij namen Jan Cornelisz, Pieter Dammisz, Dirck Garbrantsz en Willem Cornelisz, vervangende hun zwager Eewout Aerjansz met Aecht Cornelisdr hun zuster, opgedragen aan Symon Janssen Placher een huis en erf genaamd de Swan in de Breestraet, belend ten noorden Claes Jansz, schout, ten zuiden Eewout Aerjansz voornoemd 1220.
                                                                                            tr. 1° Cornelis.
                                                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                                                              1. Cornelis CORNELISZ, tr. N.N.
                                                                                              2. Jan CORNELISZ.
                                                                                                  In Beverwijk is in 1565 Jan Cornelisz 50 gld schuldig aan Cornelis Cornelisz, met als borgen Dirck Garbrants en Cornelis Cornelisz 1221.
                                                                                              3. Louris CORNELISZ.
                                                                                              4. Aecht CORNELISDR.
                                                                                              5. Maritgen CORNELISDR, tr. Dirck GARBRANTSZ, schepen van Beverwijk 1222.
                                                                                                  In Beverwijk verkoopt in 1565 Heer Cornelis Claesz priester aan Dirck Garbrantsz een huis met erf met een akkertje achteraan met de bomen over de sloot aan de Noordzijde van het huis in de Kerckbuyrt, strekkende tot achter aan de Noordzijde van de Kerckwech, belend ten zuiden Vredrick Cornelisz, ten noorden de Kerckwech 1223.
                                                                                                  Ingaande 1 januari 1578 voor 4 jaar betalen Thomas Jansz en Dirck Garbrantsz, wonende in de Beverwijk, voor de ettinge en grashuur van de Sint Aechtendyck 6£ 's jaars aan de rentmeester van de Grafelijkheid 1224.
                                                                                                  In Beverwijk is in 1611 Cornelis Banning, burgemeester van Amsterdam, eiser contra Cornelis Dircks en Barent Jansz als erfgenamen van zal. Dirck Garrebrants en zijn huisvrouw 1225.
                                                                                                  In Wijk aan Duin is in 1661 Adryaen Cornelisz, schepen van Beverwijk, 1400 gld schuldig aan de kinderen en descendenten van [Barent Jansz] Cruijsveldt, erfgenamen van Dirck Gerbrantsz en Maritgen Cornelis, die hun vaders grootvader en grootmoeder waren, vanwege de koop van een stuk weiland genaamd het Madt, groot 733 roeden, in Wijckbroeck, gekomen van Dirck Gerbrantsz en Maritgen Cornelis voornoemd 1226.
                                                                                                     Uit het tweede huwelijk:
                                                                                                1. Pieter DAMMASZ, zie 582.
                                                                                                2. Aeltje DAMMES, overl. Hoorn 17 nov. 1620, tr. Eewout ADRIAENSZ, geb. ca. 1540, houtkoper, reder, schepen ald. in 1580, van Zwaag, overl. Hoorn 17 april 1619, wedn. van Hillegont CORNELISDR, van Zwaag.
                                                                                                    De gegevens over Eewout Adriaensz zijn grotendeels overgenomen uit 2 publicaties 1227 1228, waarin ook gegevens over zijn gezin te vinden zijn.
                                                                                                    In Beverwijk verkoopt in 1593 Reynoot de Grebber van Persyn, baljuw van Beverwijk, aan Eewout Aeryansz wonende te Hoorn zekere materialen van steen in de Breestraet, strekkende tot aan de Coninckxwech, belend ten zuiden Bartolmies Jansz, ten noorden Allit Cornelisdr 1229.
                                                                                                    In Beverwijk verkoopt in 1614 Eewout Adriaensz, houtkoper te Hoorn, aan Mr Heyndrick Perijn, rector binnen dezer stede, een huis en erf genaamd de Pijnas aan de Breestraet, strekkende tot achter aan de Conincxwech, belend ten zuiden Volckert de Vlaming, ten noorden Dirck Bruijnsz; mede compareerde Pieter Dammasz, comparants zwager, en stelde zich waarborg in dezen 1230.
                                                                                              1176. (<588) Joris JANSZ, waard aan 't Heck te Noortdorp te Heemskerk,
                                                                                                  In Heemskerk in de legger van 1539 voor de Hondsbosse en de Duinen te Petten, onder „Noertdorper vierendeel”: Joris Jansz een camp hoert die siecken tot Harlem 2983 roeden, en campgen ende hoert Claes IJsbrantsz 855 roeden, die Santven ende hoert Ian Lambertsz tot Akersloet 1904 roeden, hallef Willem Luddolfs paerdelant 515 roeden, een croffgen an die suydzijde van Cornelis Dircksz 462 roeden, een acker an die noertsijde van Scepelingher Berch 900 roeden, een croffgen an doen Berch 363 roeden, Claes ouden lant 1003½ roeden, een croft voer Floergen Pieter Heynricks ende hoert tamsterdam 1484 roeden, Scepelingher Berch 213 roeden, summa 12½ morgen en 271½ roeden [de totstandkoming van dit totaal is onduidelijk] 1231.
                                                                                                  In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk: in 1542/1543 Jorys Jansz te Noortdorp 2 sch, van een half stuk land gmeen met de pastoor van Heemskerk, gelegen omtrent 't scheid van de Grote en Cleyne Houtwegen, belend ten noorden Loures Geryts, ten zuiden aalmoesland, is gegeven van Baef weduwe van Cornelis Dircx voor Arent haar zoon en andere vrunden 1232.
                                                                                                  In de kohieren van de 10e penning voor Heemskerk wordt vermeld, in 1543: Jorys Jansz, zijn gebruik bedraagt 12½ morgen 142 roeden, en bruikt voor 64 Rinse guldens en 5 stuivers, en onder de estimatie van de huizen Jorys Jansz zijn huis 3 gld; in 1544: Jorys Jansz 2 akkers 811 roeden, belend ten noorden Geryt Cornelisz, ten zuiden Maerten Gerytsz, nog een akker 460 roeden, belend ten zuiden Geryt voorschreven, ten noorden Aecht Gijssen, dit land voor 5 gld en 1 stoeter; in 1557: Joris Jansz voor zijn huis 7½ stuiver, in het Noordorper Vierendel, voor land 6£ 8 st 3 penn (in totaal gebruikt hij 9 morgen 168½ roeden land van anderen en 6 morgen 34½ roeden eigen land; 1 morgen = 800 roeden) 1233.
                                                                                                  Een stuk land in de ban van Heemskerk, groot 12½ gars, waarvan Wouter Gerytsz en zijn huisvrouw gegeven hebben aan het Leprooshuis 9 geerzen tot onderhoud van 2 missen per week, en een halve gars gekocht door de ziekmeesters, heeft nu [in 1558] in huur genomen van het Leprooshuis te Haarlem Jorys Jansz en Pieter Bloem voor 5 jaar, 's jaars om 13 gld, borg de een voor de ander, en hebben hetzelve weder in huur genomen voor 5 jaren, waarvan 1563 het eerste jaar zal wezen, 's jaars om 13 gld, wederom vanaf 1568 's jaars om 16 gld (vanaf 1579 de gebroeders Cornelis Aerjansz en Claes Aerjansz Bloem) 1234.
                                                                                                  In 1558 bij de verkoop in Heemskerk door Heijndrick Janszoen Bochter van een jaarlijkse losrente van 15 gld heeft Joris Jansz zich borg gesteld met zijn huis en erf te Noertdorp, belend ten zuiden Ariaen Ronsz, ten westen en noorden de wildernis van de heer van Zevenberghen, en bij de verkoop door dezelfde Heijndrick van een jaarlijkse losrente van 3 gld stelt Joris Jansz zich ook borg 1235. (In 1564 laat Wouter van Bekesteyn het huis van Heyndrick Jan Bochters bij decreet verkopen 1236)
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1558 Joris Jansz, onze buurman, aan Cornelis Gijsbertsz van Beresteijn wonende te Haarlem een jaarlijkse losrente van 12 gld, gelost te mogen worden met 200 gld, met als onderpand een stuk of hoeve zaadland groot 7 achelen zaaiens, belend ten zuiden Mr Jan van Ulpendam, ten noorden Joris zelf, ten westen Claes Florisz van Haarlem, ten oosten de Herenwech, en verkoopt in 1559 Claes Bartholomeusz een jaarlijkse losrente van 12 gld aan Joris Jansz, mede buurman binnen deze banne, gelost te mogen worden met 200 gld, met als onderpand zijn huis, erf en land, groot omtrent 1000 roeden, te Noertdorp 1237.
                                                                                                  In Heemskerk heeft in 1564 Louris Claesz gekocht vaqn Joris Jansz een huis, werf, geplant en gepoot, met al zijn toebehoren, belend ten westen Jan Pietersz, ten noorden Cornelis Jansz, ten oosten de voornoemde Joris Jansz, ten zuiden de Oesterwech, voor 40 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien, mits dat bij de voornoemde werf zal blijven een notweg voor de voornoemde Joris en Cornelis Jansz [vermoedelijk gebroeders] 1238.
                                                                                                  In Heemskerk verkopen in 1566 Machtelt Aelbertsdr weduwe van Cornelis Woutersz, met Aelbert Heijndricxz haar zoon en voogd, Matijs Heijndricxz, Pieter Lourisz en Claes Arijssoen buurluiden te Castricum, aan Joris Jansz, buurman binnen Heemskerk, een huis, werf, gepoot en geplant, met de annexen en dependentiën vandien, belend ten westen, noorden en oosten de gemene weg, ten zuiden land van de abt van Egmond 1239.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt op 6 maart 1567 Joris Jansz aan Mr Jan Adriaensz en Heijndrick Adriaensz van Adrichem, poorters van Haarlem, een stuk land in Noertdorp genaamd de Zandeven, belend ten zuiden Heertgen Jans te Akersloot, ten oosten Gerrit Claesz, ten westen Grietgen Waligen, ten noorden de heren van de godshuizen van Sint Jan te Haarlem, waarna op 31 oktober 1568 Louweris Wijnantsz, poorter van Haarlem, ditzelfde stuk land verkocht heeft aan Joris Jansz, buurman binnen Heemskerk 1240.
                                                                                                  In de blaffaard van de Abdij van Egmond verschenen anno 1568: Jorys Jansz, de waard in 't Heck te Noortdorp te Heemskerk, bekent schuldig te wezen van pacht op een akker land genaamd „tsuegevelt” dat Jan Maertsz gebruikt heeft 1241
                                                                                              tr.
                                                                                                  In Heemskerk vermaken in 1566 Joris Jansz en Doutgen Dircxdr zijn huisvrouw, buurluiden binnen de voorschreven banne, aan Aefgen Jorisdochter, hun beider dochter, wezende meer jaren in 't Jonghe Bagijnhoff binnen de stad Alkmaar, een jaarlijkse lijfrente van 10 gld, te gebruiken te haren gelieve en behoefte, tot een minnelijke memorie van haar ouders, zonder dat het voorschreven convent daar iets van zal mogen profiteren, of 't ware bij haar eigen wil, welke 10 gld eerst verschijnen zullen nadat de voornoemde Joris Jansz en Doutghen dezer wereld overleden zullen zijn, zo wanneer een van hen beiden gestorven zal zijn zo zal de helft van de lijfrente verschijnen, en na hun beider overlijden zal de lijfrente betaald worden door hun meerdere kinderen en erfgenamen, na de eerste betaling verschijnende alle jaars Lucasmarkt, behoudelijk dat zij, Aefgen, niet zal mogen delen van enige roerende goederen die haar ouders met de dood ruimen zullen, onverminderd haar deel in de onroerende goederen, en hebben zij, comparanten, tot speciaal onderpand gesteld een stuk geestland liggende omtrent Noertdorp, groot omtrent 14 achelen zaaiens, belend ten zuiden Cornelis Gerritsz, ten westen de Luttick Zije, ten noorden Cornelis Pietersz en Pieter Gerritsz, ten oosten de Cleijne Houtwech 1242.
                                                                                                  In Heemskerk verklaren in 1578 Jan Jorisz, Tonisgen Jorisdr weduwe van Cornelis Pietersz, met Jasper Pietersz als voogd van haar in deze zaak en als gecoren voogd in recht van haar kind, Machtelt Florisdr weduwe van Cornelis Jorisz, met Louris Jansz haar voogd in deze zaak, met dezen te confirmeren en approberen de deling als eertijds gedaan tussen de voornoemde Jan Jorisz, Cornelis Jorisz an Cornelis Pietersz aangaande de erfenis van hun vader en moeder, waarbij hun als volgt ten deel gevallen. Cornelis Jorisz zekere percelen van landen te Noertdorp, te weten 5 akkers genaamd de Houfven, belend ten zuiden de weduwe van Mr Jan van Ulpendam, ten westen het Wendt, ten noorden de erfgenamen van Louris Gijsbertsz c.s, ten oosten de Groeten Houdtwech, waartegen de voornoemde Jan Jorisz tot zijn part en deel een akker land genaamd Claes Florisz-acker, belend ten zuiden de akker van Jacob van Egmond, ten westen de Luttick Zije, ten noorden de Schotacker, ten oosten een schouwbeek, nog een croft land te Noertdorp achter Hilgondt Duijnmeijer, belend ten zuiden zeker aalmoesland, ten westen de Schouheijninck, ten noorden de abt van Egmond, ten oosten de erfgenamen van de voornoemde Hillegondt, nog een stuk land genaamd Luchtencroft, belend ten zuiden de Oesterwech, ten westen de erfgenamen van Claes Pietersdr, ten noorden de wollewevers te Haarlem, ten oosten de Conincxsaet, mits dat de gravin van Arenberge jaarlijks heeft op de voorschreven Luchtencroft 1 stuiver. En is Cornelis Pietersz te zijnen part en deel gevallen een croft land genaamd Claes Pietersz-croft, belend ten zuiden Jan Arijsz c.s., ten westen de Luttick Zije, ten noorden de erfgenamen van Pieter Gerritsz c.s., ten oosten de Schoubeeck, op welke croft jaarlijks staat 10 st papelijke proven. En alzo bevonden werd dat de landen die Cornelis Jorisz ten lote gevallen zijn zo goed niet zijn als als de andere hij ontvangen heeft, of aan custingpenningen van de koop van't huis gekort, 15 gld. En hebben partijen tot hun lasten genomen als volgt. Cornelis Jorisz de 200 gld met de jaarlijkse losrenten als Cornelis van Beresteijn te Haarlem toebehoren, volgens de brief van 20 maart 1558, en een derdepart van een jaarlijkse lijfpensie als Aef Joris besproken is van hun zalige ouders. Jan Jorisz neemt tot zijn last de andere 200 gld hoofdpenningen met de jaarlijkse losrenten als de voornoemde Beresteijn nog competerende volgens de brief van 31 mei 1570, nog 100 gld hoofdpenningen met de jaarlijkse losrenten als behoren ene Hille Aernts te Amsterdam als erfgenaam van Dirck Maertsz, nog een derdepart van de voornoemde lijfpensie. Thonisghen Jorisdr zal houden te haren laste de 100 gld hoofdpenningen met de jaarlijkse renten als Jan Baen te Wijk op Zee toebehoren, mitsgaders een gelijk derdepart van de voorschreven jaarlijkse lijfpensie. En alzo het voorschreven land aan de voorschreven renten, hoofdpenningen mitsgaders lijfpensie zijn verbonden en specialijk gehypothekeerd, zo hebben zij, comparanten, beloofd elkaar te vrijen, garanderen en indemneren, met expresse conditie dat geen van henluiden of hun erfgenamen in 't geheel of in deel enig van de voorschreven landen zullen mogen verkopen, verzetten, bezwaren of vervreemden, of 't ware bij hun wil en gelijke consent. 1243
                                                                                              1177. (<588) Doutgen DIRCXDR.
                                                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                                                1. Cornelis JORISZ, tr. Machtelt FLORISDR, die hertr. met Jasper PIETERSZ.
                                                                                                    In Heemkerk verkoopt in 1570 Cornelis Jorisz aan Cornelis van Beresteyn, poorter van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 12 gld, gelost te mogen worden met 200 gld, met als onderpand een croft land te Noortdorp genaamd Luchtencroft, groot omtrent 1½ morgen, belend ten zuiden de Oesterwech, ten westen Claesgen Pietersdr, ten noorden de wollenwevers te Haarlem, ten oosten het Haverlandt, en is borg Joris Jansz zijn vader, die daarvoor ten onderpand stelt een croft land van omtrent 3 morgen, belend ten zuiden Cornelis Gerritsz en Jan Arisz, te westen de Cleijne Zije, ten noorden Cornelis Pietersz en de erfgenamen van Pieter Gerritsz te Castricum, ten oosten de Cleynen Houdtwech. Op 9 maart 1595 heeft Jasper Pietersz wonende te Noertdorp geleverd de originele rentebrief, gecasseerd. 1244
                                                                                                2. Jan JORISZ, zie 588.
                                                                                                3. Thonisgen JORISDR, tr. 1° Cornelis PIETERSZ, tr. 2° Baert JACOPSZ.
                                                                                                    In Heemskerk in 1585 verkoopt Eerdt Arysz, buurman op Wieringen, als man en voogd van Ariaen Dricxdr, interveniërende voor Maritghen Dircxdr zuster van zijn huisvrouw, als erfgenamen van Dirck Claesz alias Coemen Dirck, aan Baert Jacopsz (te Castricum), als man en voogd van Thonisgen Jorisdr, een vervallen hofstede te Noertdorp, belend ten zuiden en westen Aernt Gerritsz Jongmans, ten noorden de Noertdorperbeeck, ten oosten de Groeten Houdtwech, en verkoopt Baert Jacopsz, buurman te Castricum, als man en voogd van Thonisgen Jorisdr, aan Aernt Gerritsz Jongmans de vervallen hofstede en werf van Coemen Dirck, met belendingen als hiervoor 1245.
                                                                                                4. Aefgen JORISDR.
                                                                                                5. Dirckgen JORISDR, overl. vóór 21 maart 1567, tr. Jan GERRIT JACOPSZ.
                                                                                                    in Heemskerk wordt op 21 maart 1567 een akkoord gesloten tussen Jan Gerrit Jacopsz en Joris Jansz, beiden buurluiden in onze banne, over de erfenis van de moeder en de alimentatie van de 3 achtergebleven kinderen die Jan voornoemd geprocreëerd heeft bij Dirckgen Jorisdr zal. ged. De voornoemde Jan zal houden en alimenteren in kost en kleren 2 van de weeskinderen tot hun 18 jaren, zo zal Joris Jansz of zijn erfgenamen houden en alimenteren een van de voorschreven weeskinderen genaamd Anna Jansdr 2 jaren vanaf nu, en daarna in plaats van de voorschreven Anna Jansdr het jongste knechtje genaamd Claes Jansz voor 16 jaren, en nadat elk 18 jaren geworden zal zijn zullen zij tot moeders erfenis hebben: eerst een croft zaadland liggende aan de duinen, groot omtrent 2 morgen, belend te westen de Groot Zije, ten oosten de Luttick Zije, ten noorden Claes Fransz, ten zuiden 't land van het Sint Annaconvent te Haarlem, nog 106 gld aan geld, nog zal Jan Gerritsz gehouden zijn te geven een goede koe of 16 gld, een goed bed met zijn tuig als dekens en lakens, en Jan Gerritsz mag het voorschreven goed en land niet bezwaren of belasten. 1246
                                                                                                    In Heemskerk verkoopt op 22 december 1567 Jan Gerrit Jacopsz aan Pieter Jacopsz een huis, hooihuis en werf, met alle annexen en dependentiën vandien, aan duin, belend ten westen de Zcouheijninck, ten noorden Pieter Bloem c.s., ten oosten Jan Gerritsz voornoemd, ten zuiden de Horn, en verkopen op 24 december 1567 Pieter Jacopsz en Cornelis Jacopsz, gebroeders, aan Jan Gerrit Jacopsz een jaarlijkse losrente van 12 gld, te mogen worden gelost met 200 gld, met Louris Woutersz als waarborg voor Pieter, Anthonis Lourisz waarborg voor Cornelis 1247.
                                                                                              1178. (<589) (>2356, >2357) Dirck Dircksz DUIJNMEIJER, vermeld ca. 1560 in legger te Heemskerk 1248,
                                                                                                  In het kohier van de 10e penning van Heemskerk voor 1543: Dirck Duijnmeijer zijn gebruik bedraagt 1½ morgen 285 roeden, en bruikt voor 10 gulden en anderhalf ach...[?] „rogge saedinghe”; Dirck Duijnmeijer zijn huis geëstimeerd op 2 gulden 1249.
                                                                                                  In het kohier van de 10e penning van 1544 voor Heemskerk: Dirck Dircksz duijnmeijer aan eigen land 235 roeden, belend ten zuiden Louwerijs Dircksz, ten noorden Dirck Dircksz; dit land voor 20 st 1250.
                                                                                                  Voor de 10e penning van Heemskerk in 1557, onder Noordorper Vierendeel: Dirck Dircksz Duijnmeijer bruikt van Brecht Stanssen te Amsterdam 1½ morgen voor 12£, nog van Dirck Claesz te Alkmaar 2 morgen 338 roeden voor 10£, nog zijn eigen en is geestland 3 morgen 100 roeden, het morgen getaxeerd voor 4£, nog heeft Dirck voornoemd aan duinpacht van de heer van Zevenbergen 40 ponden (exempt), nog aelmislandt 289 roeden voor 1£, bedraagt de 10e penning 7£ 9 st 6 penn [geen huis vermeld] 1251.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1558 Dirck Dircxz Duijnmeijer aan Griete Grebbers te Haarlem een jaarlijkse losrente van 3 gld, gelost te mogen worden met 50 gld, met als speciaal onderpand een stuk zaadland te Noertdorp, belend ten zuiden de abt van Egmond diens land, ten oosten Meys Pieter Jansz van Castricum, ten westen Lobbrich de weduwe van Allert Jansz met haar kinderen, ten noorden Grietgen Aeckersloetemans met haar kinderen (in de marge: Dirckgen Aef Meeys verkocht Griete Grebbers [enz.]) 1252.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1565 Dirck Dircxz Duijnmeijer aan Jan Pietersz en Machtelt Simonsdr zijn huisvrouw wonende in Beverwijk een jaarlijkse lijfrente van 7 gld, met conditie zo wanneer een van hen beiden sterft zo zal de helft van de voorschreven lijfpenningen afsterven, met als onderpand een stuk zaadland belend ten zuiden Louris Dirck Woutersz, ten westen de Cleijne Houtwech, ten noorden memorieland, ten oosten de Groten Houdtwech 1253.
                                                                                                  In Heemskerk verkopen op 4 februari 1576 Lourijs Dircxz en Cornelisz Dircxz, gebroeders, ook voor Anna Dircxdr en Aefgen Dircxdr, hun zusters, allen erfgenamen van Dirck Dircxz Duijnmeijer, eertijds buurman in Heemskerk, aan Willem Cornelisz in Sampson, poorter van Beverwijk, een stuk zaadland groot omtrent 3 morgen, belend ten zuiden de abt van Egmond, ten westen de erfgenamen van Eevert Goevertsz, ten noorden Luchtenacker, ten oosten de erfgenamen van Meijnen Pieter Ronxz te Castricum 1254.
                                                                                              tr.
                                                                                              1179. (<589) verm. Hilgondt CLAESDR.
                                                                                                  In Heemskerk verkoopt in 1567 Simon Jansz custos [koster] aan Hilgundt Claesdr, weduwe van Dirck Dircxz Duijnmeijer, een huis, werf, met al zijn gepoot en geplant, met alle annexen en dependentiën, staande te Noortdorp, belend ten zuiden de weduwe en erfgenamen van Dirck Claesz, ten noorden Gerrit Allertsz, ten oosten de Houdtwech, ten westen de Zcoubeck, met nog daartoe 3½ akker zaadland bewesten het voorschreven huis en werf, belend ten oosten de voorschreven Scoubeeck, ten westen Heijndrick Jansz, ten zuiden aalmoesland, ten noorden de abt van Egmond, en een halve akker strekkende van de Zcoubeeck tot aan de Zcouheijninck, belend ten noorden de abt van Egmond, ten zuiden voornoemde Heijndrick Jansz in de Westercoft, en waarborg is Jan Simonsz, schout 1255.
                                                                                                  Uit het kasboek van een lakenkoper: Hilgont Claesdochter van Heemskerk, weduwe van Dirck Dircksz Duinmeijer, heeft gekocht met haar zoon Claes Dircksz op 16 januari 1568 aan zwart en rood laken gerekend 3 Rijnse gld, nog Alijt Dirckdochter gekocht aan zwart laken gerekend 3 Rijnse gld 16 schellingen op 3 april 1568, dit schrift bedraagt 6 k[arolusguldens] 16 schellingen, nog Alijt Dirckdochter gekocht aan rood paar laken tot [...?] gerekend 8 Rijnse gld 4 schellingen op 9 juli 1568, dit schrift bedraagt 12 k[arolusguldens], en Claes Dirck gekocht een el wit laken voor 12 schellingen op 20 augustus 1568, hierop ontvangen 12 schellingen, item Hilgont Claesdochter van Heemskerk met haar zoon Cornelis Dircksz hebben gekocht aan zwart rood voor lakenfranje en [band?] gerekend 7 Rijnse gld op 3 augustus 1569, nog haar dochter gekocht anderhalf el rood laken, dit 12 schellingen, op 9 november 1569, hierop ontvangen 14 schellingen op 19 december 1569, nog de dochter van Hilgont Claesdochter gekocht een el rood zwart voor 35 schellingen, nog aan franjeplooien voor 5 schellingen op 30 maart 1570, item Hilgont Claesdochter van Heemskerk heeft gekocht een zwart felp wit laken gerekend 14 Rijnse gld op 10 april 1570 en nog 15 schellingen die wij tezamen tekort gerekend hadden, nog Anna Dirckdochter gekocht een zwart laken fluweel voor het franje gerekend 3 Rijnse gld op 7 februari 1571, hiewrop ontvangen 3 Rijnse gld op 18 maart 1571, nog Cornelis Dircksz gekocht aan laken 2 Rijnse gld 4 schellingen 1 blank op 5 mei 1571, hierop ontvangen 2 Rijnse gld 4 schellingen 1 blank op 26 mei 1571, komt van dit schrift 13 k[arolusguldens] 15 schellingen 1002.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Dirck Dircksz (DUIJNMEIJER), alias Jonge Dirck, tr. 1° Fijtgin FLORISDR, tr. 2° Dieuwer CORNELISDR (of PIETERSDR).
                                                                                                      Uit het kasboek van een lakenkoper: Dirck Dircksz Duinmeijerssoon wonende aan Heemskerckerduin is mij schuldig 3 Rijnse gld 9 schellingen 3 duiten, item Jonge Dirck Dirck aan Heemskerckerduin, gerekend met zijn huisvrouw Fijtgin Florisdochter, is mij schuldig 6 Rijnse gld 2 schelligen op 3 augustus 1567, hierop ontvangen op 4 oktober 1567 een vierendel en een zesdedel rood laken datzelve dat Fijtgin van mij gekocht had van 13 schellingen 1 duit, van dit schrift komt mij 5 k[arolusguldens] 7 schellingen 7 penningen, item Jonge Dirck Dircksz is mij schuldig van een laken tot een paar wollen hozen 15 schellingen 1 blank op 4 augustus 1569, item Jonge Dirck Dircksz Fijtgin heeft gekocht een paar hozen gestikt van 4 schellingen op 5 november 1570, item Dirck Dircksz alias Jonge Dirck zijn huisvrouw Fijtgin Florisdochter heeft gekocht zwart laken fluweel, gerekend 29 schellingen, dat op 3 september 1571, item Dirck Dircksz alias Jonge Dirck zijn huisvrouw Fijtgin is schuldig van [...?] 35 schellingen op 13 september 1571 1256,
                                                                                                      In Heemskerk ruilen in 1569 Dirck Florisz en jonge Dirck Dircxz, beiden wonende aan Duijn, een deel van de erfenis van hun ouders zal. ged.; Jonge Dirck heeft een zesdepart 1257.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1572 Dirck Dircxz alias Jonge Dirck aan Claes Dircxz wielmaecker, poorter van Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 3 gld en een stoeter, te lossen met 50 gld, met als onderpand een stuk geestland in de Gijeren, groot omtrent 1½ achelen zaaiens, belend ten zuiden Mr Maerten schilder te Haarlem, ten westen de Cleijne Houtwech, ten noorden aalmoesland, ten oosten de Groeten Houdtwech 1258.
                                                                                                      In Heemskerk in 1590 verkoopt Louris Lourisz als voogd van Neeltghen Gerritsdr aan Dirck Dircksz Duijnmeijer te Heemskerk een akker zaadland, belend ten zuiden de Schepelinger Beeck en de Heylige Geest te Haarlem, ten westen Splinter Gerritsz c.s., ten noorden de Regulieren in Beverwijk, ten oosten de Groeten Houtwech, en verkopen Jacop Dircksz van der Heck en Griete zijn zuster aan Dirck Dircksz Duijnmeijer te Heemskerk een croft zaadland, groot omtrent 1106½ roeden, belend ten zuiden Jan Evertsz, ten westen de Schoubeeck, ten noorden Lambert Willemsz, ten oosten de Cleynen Houtwech, verbindende een croft genaamd d'Almercroft, belend ten zuiden Cornelis Lourisz c.s., ten westen de Cleynen Houtwech, ten noorden de Schoubeeck, ten oosten de Groeten Houtwech 1259.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1593 Andries van der Horst, met procuratie van Lambert Reijersz van der Horst zijn vader, aan Dirck Dircksz Duijnmeijer 2 croften geestland, belend tezamen ten zuiden de Noertmaetwech, ten westen de wildernis, ten noorden Jasper Pietersz, ten oosten Cornelis Lourisz, en verkopen in 1594 de aalmoesmeesteren aan Dirck Dircksz zekere percelen land, ten eerste de Gieren, groot omtrent 200 roeden, belend ten zuiden en noorden de voornoemde Dirck Dircksz, ten westen de Cleynen Houtwech, ten oosten de Groeten Houtwech, de ander belend ten zuiden voornoemde Dirck, ten westen de Cleynen Houtwech, ten noorden Aeryaen Claesz, ten oosten de Groeten Houtwech, nog een perceeltje op Hondtkel, belend ten zuiden de voornoemde Aeryaen Claesz, ten westen de Cleynen Houtwech, ten noorden de kerk van Heemskerk, ten oosten de Groten Houtwech, nog een „Stiengetten” bij Schepelingerberch, belend ten zuiden en westen de Reguliers in de Beverwijk, ten noorden Aernt Gerritsz, ten oosten de Groeten Houtwech 1260.
                                                                                                      in Heemskerk verkoopt in 1596 Splinter Gerritsz aan Dirck Dircksz Duynmeyer 2 akkers geestland, belend ten zuiden de H. Geesthuizen te Haarlem, ten westen de Schoubeeck, ten noorden en oosten de Reguliers te Beverwijk met de voornoemde Dirck Dircksz 1261.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1608 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, met zijn zoon Dirck Dircksz wonende te Egmond op Zee en zijn zwager [schoonzoon] Dirck Cornelisz wonende te Nieuwe Niedorp, aan Lourens Cornelisz aan Eemskerckerduijn een croft zaadland bewesten de Cleynen Houdtwech, groot omtrent 1100 roeden, belend ten zuiden Cornelis Jeroensz, ten westen de Schoubeeck, ten noorden de weduwe van Lambert Willemsz, ten oosten de Cleynen Houtwech, voor een termijnbrief van 460 gld, te betalen 100 gld gereed en de rest op 2 Kerstmissen 1608 en 1609, de brief verleden aan Dirck Dircksz en Dirck Cornelisz, verkoopt in 1609 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, buurman te Noortdorp, aan Neeltgen Dirksdr, poortersse van Haarlem, 2 percelen omtrent Noortdorp, eerst een croft zaadland genaamd de Sandtven, groot omtrent 900 roeden, belend ten oosten Symon Lambertsz, ten zuiden Cornelis Lourentsz Oosterling, ten noorden de comparant, ten westen Jasper Pietersz, en een stuk paardeland, groot omtrent 1300 roeden, belend ten oosten Jan Pietersz, ten zuiden de Schoubeeck, ten westen Jasper Pietersz, ten noorden de zieken of leprozen te Haarlem, en verkoopt in 1609 Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, buurman te Heemskerk, aan Neeltgen Dirckxdr te Haarlem een akker geestland genaamd de Noordercroft, groot omtrent 2 morgen, belend ten zuiden de Noordmaetwech, ten westen de Heerenwech, ten noorden Jasper Pietersz, ten oosten Claes Aeriaensz Blom 1262.
                                                                                                      In Heemskerk verkopen in 1610 Pieter Dircksz buurman te Noortdorp en Claes Dircksz nu wonende te Krommenie, gebroeders, kinderen van Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, aan Lourens Jansz buurman in Eemskerckerduyn een croft zaadland genaamd de Streng, groot 1132 roeden, belend ten zuiden Cornelis Lourensz, ten westen de Cleynen Houtwech, ten noorden Jan Pietersz, ten oosten de Grooten houtwech, waarvoor zich Dirck Dircksz, hun vader, waarborg stelt, en verkoopt in 1612 Dirck Dircksz aliter Jonge Dirck, buurman te Noortdorp, aan Symon Lambertsz wonende aan Duyn een croft zaadland tussen de Grooten en Cleynen Houtwech genaamd de Ghyere, groot omtrent 950 roeden, belend ten zuiden Cornelis Lourens Oosterling, ten westen de Cleynen Houdtwech, ten noorden de weduwe en kinderen van Dirck Cornelisz Mondt met de wal aan de noordzijde, voor een termijnbrief van 850 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 eerstkomende meien 1263.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1634 Jaecop Dircksz Cooper, wonende te Akersloot, aan Cornelis Dijrcksz Duijnmaijer en Pieter Dyrcksz, beiden wonende te Noortdorp, broers van zijn huisvrouw, percelen land zijn huisvrouw Aeffge Dyrcksdr door 't overlijden van haar moeder aanbestorven, eerst een derdepart van 't oostend van de Westerse croft genaamd Sybrandenackers, groot in 't geheel ½ morgen, belend ten zuiden Jan Heyndricksz, ten noorden de kinderen van Sijbrant Lourensz, ten oosten comparants vader, nog de helft van een croft land genaamd Neeltgen Pieter Schuytencroft, groot 637½ roeden, belend ten zuiden en westen Anna Jansdr weduwe van Reijer Tijmonsz, ten noorden Cees Cuyper te Wijk op Zee, ten oosten Claes Jaecopsz, nog een derdepart in de helft van een croft land bewesten het huis van Cornelis Dyrcksz waar hij nu in woont, groot 962½ roeden, belend ten zuiden het Gasthuijslandt te Wijk op Zee, ten westen de wildernis, ten noorden Sijmon Aeriaensz, ten oosten de Schouwebeeck 1264.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1641 Phillips Garbrantsz wonende te Uitgeest aan Cornelis Dijrcksz en Pieter Dijrcksz, gebroeders, wonende te Heemskerk, duinmeiers, een croftje land genaamd Jan Baerndencroftgen, groot 646½ roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Sijmon Aeriansz Jongemans, ten westen de Grooten Houdtwech, ten noorden Marquette, ten oosten de erfgenamen van Lambert Frericksz, voor 695 gld, te betalen op 3 Lucasmarkten 1265.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1617 Dieuwer Cornelisdr, weduwe van Dirck Dircksz, geassisteerd met Daem Cornelisz onze secretaris, aan Jan Arentsz, mede buurman, een huis, erf, werf en boomgaard mitsgaders 2 croftjes land daarachter gelegen, groot omtrent 3 morgen, liggende in de duinen en wildernis van Marquette, belend ten westen Dirck Lourensz en Lourens Jansz, ten noorden de heer van Marquette, ten oosten Dirck Willemsz, ten zuiden de heer van Marquette, als zij, comparante, bewoond of bezeten heeft, welverstaande dat de hofstede van Pieter Dircksz en Laurens Jansz hierin niet begrepen is, mits dat Dirck Lourensz Duynmeyer voor de voornoemde koper alle jaren dezelfde 2 stuivers erfpacht aan de heer van Marquette is gehouden te betalen, voor een termijnbrief van 650 gld, te betalen op 5 eerstkomende Lucasmarkten 1266.
                                                                                                      Op 21 augustus 1620 testeert Dieuwer Pietersdr, weduwe van Dirck Dircksz alias Jonge Dirck, wonende op Noortdorp, ziekelijk te bedde. Zij approbeert het testament door haar en haar man gepasseerd op 20 november 1609 voor Maerten Claesz, notaris te Beverwijk. Zij verklaart dat haar zoon Arys Dircksz, nu getrouwd zijnde, als boelgaaf evenveel als haar andere kinderen gehad heeft, nl. zeker stuk land en 2 koeien met een bed, maar dat zij boven deze boelgaaf aan Arys Dircksz 50 gld geleend heeft. Aan haar zoon Claes Dircksz heeft zij boven zijn huwelijksgoed 150 gld betaald, eensdeels aan Symon Vechters en Jan Gysen, pachters te Zaandam, die hem „geapprendeerd” hadden, eensdeels aan custingpenningen van een huis in Akersloot door hem gekocht. Claes en Arys moeten het voorgeschoten geld weer inbrengen na haar overlijden. 1267
                                                                                                      In Heemskerk verkopen in 1625 Dijrck Dijrcksz, Pieter Dijrcksz en Dijrck Cornelisz [man van Guierte Dijrcksdr], allen erfgenamen van zal. Dieuwer Pietersdr, in haar leven weduwe, ook voor de kinderen van Aris Dyrckx en Claes Dyrcksz hun overleden broers, o.a. aan Dijrck Willemsz een stuk land groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden de Graefflanden, ten westen de Oosterwech, ten noorden Arent Gerritsz, ten oosten Dijrck Willemsz 1268.
                                                                                                  2. verm. Aelidt DIJRCKXDR, zie 589.
                                                                                                  3. Claes DIRCKSZ.
                                                                                                      Uit het kasboek van een lakenkoper: Hilgont Claesdochter woont te Heemskerk, weduwe van Dirck Dircksz Duinmeijer, haar zoon Claes Dircksz heeft gekocht aan rood blauw karmozijn „verwe" en fluweelfranje pluim en maken gerekend 4 Rijnse gld 10 schellignen op 12 december 1568, nog Claes Dircksz gekocht een paar grauwe voethozen gestikt met een mooie zij voor 18 schellingen op 6 januari 1569, nog Claes Dircksz gehad een paar zwarte voethozen gestikt voor 17 schellingen 1 oort op 9 juni 1569, item gerekend met Claes Dircksz, is mij schuldig van een grauw paltrok, zwarte „boxen" [box = een soort wijde broek], en anders daartoe gedaan, 18 Rijnse gld 10½ schelling, 22 december 1569, nog een half el grof groen tot voethozen 10 schellingen, van scheren 1 oort, van maken 1 schelling, nog Claes Dircksz gekocht anderhalf vierendel grauw laken tot voethozen voor 18 schellingen, van scheren 1 oort, van maken gestikt 2 schellingen, nog Claes Dircksz gelijnd een paar zwarte boxen 3 groot, van zwart laken daartoe gedaan 5 schellingen 1 oort, van scheren 1 duit, hierop ontvangen 9 Rijnse gld, weder gekocht aan grauw zwart laken gerekend 4 Rijnse gld 7 schellingen. [Hierna volgen inschrijvingen betreffende Claes Dircksz van Heemskerckerduin wonende met Pieter Pietersz op 't Hoflant, met datums 11 novemer en 20 december 1570, waarvoor uiteindelijk betaald door iemand anders met wagens turf. Mogelijk is dit dezelfde Claes Dircksz.] 1002
                                                                                                  4. Louris Dircksz DUIJNMEIJER, tr. N.N.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1568 Aelbert Thonisz van Egmond-Binnen aan Louris Dirck Duijnmeijers de helft van een croft land waarvan de andere helft toebehoort Cornelis Simonsz mede te Egmond-Binnen, belend ten zuiden Gerrit Claesz, ten noorden Louris Gerritsz, ten westen de Groeten Houtwech, ten oosten de kerkmeesters, en waarborg is Pieter Gijsbertsz zijn zwager 1269.
                                                                                                      In Castricum zijn op 19 november 1577 Jacop Jacopsz en Jan Dircxz eisers contra Louris Dircxzoen en Dirck Dircksz, buurluiden te Heemskerk, gedaagden bij een rechtelijke weet. Louris Dircxz compareert voor hemzelf en vervangende Dirck Dircksz zijn broer. De eis is dat gedaagden gehouden zullen wezen te vrijen een stuk land genaamd Loutgensven volgende de kwijtschelding daarvan zijnde, alzo bevonden wordt hetzelve land belast te wezen met 21 gld 's jaars lijfpensie op 't lijf en leven van Lambert Heyndrixz en Lysbeth Tijssendr van Alkmaar dd. 18 juli 1564. Op 15 november 1578 wijzen schepenen voor vonnis dat de eisers een rechtelijke weet zullen mogen besteden. 1270.
                                                                                                      In Heemskerk verkoopt in 1582 Louris Dirck Duinmeijersz aan Jan Jacobsz Coopman wonende te Alkmaar de werf en hofstede waar hij nutertijd woont, belend ten zuiden zeker aalmoesland, ten westen de voornoemde Coopman, ten noorden de abdij van Egmond, ten oosten de Houtwech, met als borg Dirck Dircxz alias Jonge Dirck, des comparants broer, voor 170 gld, te betalen op 3 meien 82, 83 en 84 (in de marge: Louris Dirck Duijnmeijers verkocht Coopman te Alkmaar zijn moeders werf waar hij nu op woont) 1271.
                                                                                                      In Heemskerk heeft in 1587 Louris Dirck Duijnmeijers voor 9 gld 10 st in huur genomen de werf en hofstede te Noertdorp van Wouter Cornelisz alias Mont, en verkoopt in 1588 Claes Cornelisz aan Duijn aan Louris Dircxz (in de kantlijn: Louris Dircxz Duijnmeijers), buurman te Noertdorp, de helft van een perceel hooiland in de Groete en Cleijne Maeden, groot omtrent 7 geerzen, belend ten noorden de Castrickommer Wateringhe, ten zuiden 't Laege Landt, ten westen Lambert Willemsz, ten oosten de erfgenamen van Griete Walighen en Aechte Gerrisdr, voor 212 gld, te betalen op 3 naastkomende Lucasmarkten 1272.
                                                                                                  5. Cornels DIRCXZ.
                                                                                                  6. Anna DIRCXDR.
                                                                                                  7. Aefgen DIRCXDR.
                                                                                                1188. (<594) Wouter,
                                                                                                    alleen bekend van een zoon Gerrit en een dochter Trijn
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Gerrit WOUTERSZ, zie 594.
                                                                                                  2. Trijn WOUTERSDR.
                                                                                                1312. (<656) (>2624) Otto van STEENHUYS, geb. ca. 1515, overl. vóór 1593,
                                                                                                    Otto van Steenhuys woonde op Malsens Hof te Geldermalsen.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Antonis van STEENHUYS, geb. ca. 1540, zie 656.
                                                                                                1330. (<665) (>2660) Pieter DANIELSZ, wielmaker te Beverwijk, ook vermeld als Pieter van Dyc Danielsz en als Pieter van Dyc,
                                                                                                    In de rekeningen van de Memorie van Beverwijk in 1540/1541 wordt Pieter van Dyc Danielsz, wielemaker, vermeld als noordelijke belender op de Meer van het huis en erf van Diewertgen weduwe van Dirc Cornelisz 1210.
                                                                                                    In het kohier van de 10e penning van Beverwijk, van 1553: Pieters Danielsz' huis en erf getaxeerd 's jaars huurwaar op 6 gld, de 10e penning 14 st, van 1556: Pieter Danielsz wielmaker bewoont zijn eigen huis, getaxeerd op 10 gld, de 10e penning 20 st (op 6 september 1558 handtekening door o.a. Pijeter Daenilsoen), van 1569: Pieter Danielsz bewoont zijn eigen huis met een schuur, getaxeerd op 9£ 's jaars, facit 28sc 12d 4[?] 1273.
                                                                                                    In Heemskerk bekent 21 november 1557 Pieter Danielsz, wielmaker in de Beverwijk, ontvangen te hebben van IJsbrant IJsbrantsz 140 keysersguldens en 10 stuivers, ter cause van zekere custingpenningen, en bekent IJsbrant IJsbrantsz hierenboven schuldig te wezen Pieter voorschreven de somme van 37 voorschreven guldens, te betalen op mei eerstkomende anno 58 1274.
                                                                                                    In Wijk aan Duin voor de tiende penning van 1557: Pieter Danielsz eigen land is groot 4 morgen min 85 roeden, getaxeerd voor 24 gld, nog bruikt hij van Dirck Claesz te Uitgeest 326 roeden, de huur is 5 gld 1275.
                                                                                                    In Wijk aan Duin voor de tiende penning van 1561: (tussen de Cleyne Houtwech en de Grote Houtwech) Pieter Danielsz in de Wyck gebruikt zijn eigen morgen land, getaxeerd op 5 gld 10 st facit de 10e penning 11 st, Pieter Danielsz en Florys Adriaensz uit de Wyck gebruiken hun eigen 2 morgen 245 roeden, getaxeerd op 11 gld 5 st facit de 10e penning 22½ st, (beoosten de Laege Hofflanderwech tot de Broucksloot toe) Pieter Danielsz in de Wijck gebruikt het weerdeel van de voornoemde landen (631 roeden van Pieter Wit) hem toebehorende, getaxeerd op 5 gld facit de 10e penning 10 st, (vanaf de Middelsluyssloot oostwaarts ... [onleesbaar]) Pieter Danielsz in de Wyck zijn eigen morgen en een vierendeel, getaxeerd op 9 gld 10 st facit de 10e penning 19 st, (buiten de Dyck oostwaarts) Pieter Danielsz uit de [Wyck] ... [onleesbaar] eigen vierendeel ... 25 roeden ... [onleesbaar] 1276.
                                                                                                    In het kohier van de 10e penning van Wijk aan Duin, van 1569: Pijeter Danielsz zijn eigen land 2 morgen 42 roeden weiland, ,getaxeerd op 15 gld 5 st facit 3 gld 7 st 2 penn, nog eigen geestland 3 morgen 87 roeden, getaxeerd voor 17 gld facit 3 gld 14 st 13 penn, gebruikt nog van Dirck Claesz te Uitgeest en Claes Maertensz te Egmond en van Adam Willemsz te Beverwijk 1277.
                                                                                                    In Beverwijk is op 10 januari 1562 Pieter Danelsz wielmaker, poorter van Beverwijk, schuldig aan de memorieheren 3 gld 's jaars, hoofdsom 50 gld, met als onderpand zijn huis in de Breestraet, strekkende van de halve straat tot dat Meer, belend ten zuiden Dyewer Jans, ten noorden die Steech 1278.
                                                                                                    In Alkmaar verkopen op 10 juni 1662 Lucas Gerritsz Helderman en Willem Jacobsz Cuijper, erfgenamen voor 2 negendeparten van Pieter Gerritsz Sleutel, mitsgaders als last en procuratie hebbende van Claes Jacobsz [moet zijn: Gerritsz] Helderman wonende in Beverwijk, Daniel Schouten wonende te Haarlem, Heijndrick Mouthaen wonende te Delft als getrouwd hebbende Geertien Gerrits Helderman, en Annitge Gerrits Helderman wonende te Amsterdam, kinderen van zal. Gerrit Jansz Helderman [wiens moeder was Aechte Pietersdr], Sijmon Cornelisz wonende te Haarlem en Anna Cornelis wonende te Wijk op Zee geassisteerd met voornoemde Sijmon Cornelisz haar broer, ook vervangende Aechte Cornelis hun zuster wonende te Enkhuizen, kinderen van Aechte Sijmons [wier moeder was Cornelisgen Pietersdr], allen tezamen erfgenamen ab intestato elk voor een negendepart van wijlen Pieter Gerritsz Sleutel [wiens moeder was Maritgen Pietersdr] die zusterling over henluiden stond, aan Cornelis Jansz Plugh een huis en erf aan de Noordzijde van 't Dronckenoort, belend ten oosten de koper, ten westen Maritge Jacobs met een gemene muur, ten weerszijden de gemene loden goten, inbegrepen de kwijtschelding van 21 juni 1630, voor ƒ 1420-0-0 in 5 termijnen (betaald op 12 december 1668) 1279. De genoemde procuratie, aan Lucas Gerritsz Helderman en Willem Jacobsz Kuyper, beiden wonende in de Wijk, was op 21 januari 1662 1280.
                                                                                                    In de 'Blaffaert' van de abdij van Egmond van 1568 wordt Pieter Danielsz in de Beverwijk vermeld als oom van de kinderen van Jan Danielsz, wederom land ingehuurd voor 3£ 11sc 1d 1281.
                                                                                                tr. N.N.
                                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                                  1. Cornelisgen PIETERSDR, tr. Sijmon CLAESZ.
                                                                                                      In Beverwijk verkopen in 1610 Cornelisge Pietersdr weduwe van Simon Claesz ten overstaan van Pieter Jansz van Dyck haar gecoren voogd, Cornelis Adriaensz Mansdyck te Wijk op Zee als vader en Pieter Pietersz als voogd van de kinderen van voornoemde Mansdyck, en Tryn Simons ten overstaan van voornoemde van Dyck haar gecoren voogd, aan Floris Willemsz een huis en erf waarvan Cornelisgen Pietersdr de helft en de kinderen van voornoemde Mansdyck en Tryn Simons de wederhelft is competerende, belend ten zuiden de Wagenwech, ten noorden de Bagyne Heyecrocht, ten oosten Lenaert Jansz, ten westen de Schoubeeck 1282.
                                                                                                      In 1625 belijden voor schepenen van Wijk op Zee Cornelis Aryaens Mansdick, als man en voogd van Aechte Symonsdr, en Sijmon Coddeus als gecoren voogd van Trijn Sijmontsdr, nagelaten kinderen van Sijmon Claesz, dat zij tot hun beider genoegen de nagelaten goederen van hun voornoemde vader of ouders gedeeld hebben 1283.
                                                                                                  2. Aechte PIETERSDR, zie 665.
                                                                                                  3. Maritgen PIETERSDR, tr. Gerrit Bartholomeusz SMIT, smid, die hertr. met Guirte GERRITS.
                                                                                                      In Alkmaar heeft op 8 juni 1582 Gerrit Bartelmiesz Smit voor zijn kind Pieter geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Maritgen Pietersdr voor de erfenis van de moeder, ter presentie van Symon Claesz, Jan Lucasz en Jan Thysz Scoenmaker als omen vanwege hun huisvrouwen van 't kind van moederszijde, de nabeschreven goeden onder protectie van de weesmeesters gebracht, (1) 2 zevendeparten, samen groot omtrent 1 morgen, in een stuk land in de banne van Wijk aan Duin waarvan Jan Thoenisz 3 zevendeparten en Lenert Jansz de 2 resterende zevendeparten competeren, (2) een achtstepart, groot omtrent 1 koegang, van een stuk land genaamd de Hoge Venne in de banne van Wijk aan Duin in Wyckbroeck waarvan Pieter Pietersz, Jan Lucasz en Dirck Claesz c.s. de andere achtsteparten competeren, (3) de helft van een lijfrentebrief van 22 gld 's jaars sprekende op Dirck Garbrantsz in Beverwijk, te lossen met 396 gld, waarvan Cornelisgen Claesdr wonende in Beverwijk de andere helft toebehoort onder wie ook de brief is berustende (op 16 februari 1583 bekent Cornelis Lambertsz, scholkoper, dat die brief berust onder Cornelisgen Claesdr de moeder van zijn huisvrouw), (4) een obligatie van 30 st 's jaars sprekende op Louris Willemsz in Beverwijk, te lossen met 24 gld, dd. 8 oktober 1562 (in plaats hiervan heeft Gerrit Bertelmiesz een gezegelde brief van 24 gld hoofdsom ingebracht), (5) 480 gld die de vader voor de helft van 't huis en erf, inboedel en meesterij uitkeren zal op meidagen 1583-1588, telkens 80 gld, breder blijkende bij een brief gezegeld door Jan Cornelisz van der Nyenburch en Doedt Jansz Medemblick, schepenen in Alkmaar, op 9 juni 1582, (6) 42 gld die de vader uitkeren zal voor zekere linnen en wollen kleren op meidagen 1583 en 1584, (7) 22 gld die Jan Thysz mede van zekere linnen en wollen kleren op 2 gelijke meidagen uitkeren zal, (8) evenzo 22 gld door Symon Claesz uit te keren, (9) evenzo 5 gld 10 st door Jan Lucasz uit te keren, (10) Gerrit Bartelmiesz heeft aangenomen zijn kind te onderhouden in kost en klederen, eerlijk naar zijn staat, de tijd van 4 jaar ingaande St. Jansmisse 1582, 's jaars voor 45 gld. Op 9 juni 1583 heeft de vader, ter presentie van Symon Claesz en Jan Lucasz uit de Wyck, Jan Thysz Schoenmaker te Alkmaar en Dirck Symonsz van Limmen, als naaste vrunden van moederszijde van 't kind, ten behoeve van het kind in de weeskamer gebracht een termijnbrief van 571 gld 16 st die hij zijn kind betalen zal als hij huwelijkt of van hem gaat, te weten 200 gld gereed en voorts alle jaren daaraanvolgende 100 gld en 't laatste jaar 71 gld 10 st, blijkende bij de bezegeld brief van 9 juni 1583, in de plaats van de 480 gld in 't vijfde artikel mitsgaders van de penningen in de artikelen 6, 7, 8 en 9 begrepen, en belooft hij 't kind te onderhouden om behouden goed tot zijn mondige jaren, blijkende bij de voorschreven brief, ergo ook het laatste artikel doorgeslagen. Op 13 november 1602 heeft Guirte Gerrits, de huisvrouw van Gerrit Bartholomiesz, ter presentie van de voorschreven Pieter Gerritsz en Jan Tijssen deszelfs oom. de 200 gld betaald als gereed bedongen, zijn nog 100 gld in de weeskamer gebleven en heeft de voorschreven Pieter de andere penningen naar hem genomen. Op 19 februari 1603 heeft Pieter Gerritsz ter presentie en met bewilliging van Gerrit Bartholomeusz zijn vader 50 gld uit de weeskamer gelicht om te gebruiken op zijn voorgenomen reis in Frankrijk. Op 6 mei 1606 bekent Pieter Gerritsz nog 300 gld op de 571-16-0 ontvangen te hebben vermits zijn mondigheid. Op 18 februari 1609 bekent Pieter Gerritsssoon ter presentie van zijn vader van de weeskamer voldaan te zijn. 1284
                                                                                                      In Velsen verkopen op 12 januari 1594 Thys Hendricxzoon voor hemzelf en als voogd van zijn moeder, ter eenre, en Marytgen Gerrytsdr, geassisteerd met Aernt Engels haar gecoren voogd in dezen, en haar sterk makende voor Gerryt Bartholomeusz haar zwager en Haesgen Gerrytsdr haar zuster, aan Aeff Tamisdr, weduwe van Claes Cornelisz van Velzerduyn, met haar kinderen, een croft land in Aercom, groot omtrent 1½ morgen 1½ hond, belend ten oosten de Schoubeecke, ten zuiden Cornelis Cornelisz Lueter over de wal die aan de croft blijft, ten westen de Zeewech, ten noorden Aeff Tames zelf met de hele wal 1285.
                                                                                                      In Velsen verkoopt op 3 november 1598 Gerrijt Bartholomeusz, smid te Alkmaar, aan Claes en Gerijt Freecxzonen, buurluiden te Velsen, een morgen geestland, belend ten zuiden Auwel Jansz, ten westen de Schoubeecke, ten oosten de Buerwech, ten noorden Claes Claes Jong, vrij land in Aercommerthiende genaamd Die Vyffende; compareerde mede Willem Florisz, poorter in de Beverwijk, en heeft hem waarborg gesteld voor Gerrijt Bartholomeusz, zijn zwager 1286.
                                                                                                      Op 2 maart 1614 testeert in Alkmaar Gerrit Bartholomeusz smith, ziek te bedde; hij prelegateert aan zijn zoon Bartholomeus „de meesterije vant smiths hantwerck”, institueert zijn zoon Pieter Gerritsz in zijn blote legitieme portie, en nomineert tot universele erfgenamen zijn twee jongste kinderen Bartholomeus en Claes Gerritsz, waarbij Bartholomeus Gerritsz in koop zal hebben het huis en erf waarin testateur tegenwoordig woont 1287.
                                                                                                  4. Trijntgen PIETERSDR, tr. Jan Mathysz SCHOENMAECKER, wedn. van Duyffgen.
                                                                                                      Op 26 augustus 1606 testeren Jan Mathysz Schoenmaecker en Trijntgen Pietersdr echteluiden, poorter en poorteresse van Alkmaar, het vruchtgebruik van de eerstaflijvige aan de langstlevende, zowel in geval van wederhuwelijk als ongehuwd blijvend, onder de volgende voorwaarden. Als Jan Mathysz als eerste overlijdt, dan zal Trijntgen Pietersdr gehouden zijn een legaat van 50 gld aan Duyffgen Allertsdr, 't kind van Allert Gerijtsz Lijndrayer genoemd naar zijn eerste huisvrouw, uit zijn goederen te laten volgen. En als Tryntge Pietersdr 't eerst kwam te overlijden, dan zal Jan Mathysz gehouden zijn uit haar goederen een legaat van 100 gld aan Hilgont Outgersdr, 't nagelaten kind van Hilgont Jansdr zijn overleden dochter, geprocreëerd bij Outger Harcxz bakker te Alkmaar, te laten volgen, met zekere gouden ringen. En na de dood van de langstlevende institueert hij als erfgenaam Hilgont Outgersdr, met de voorwaarde dat als zij zonder kinderen achter te laten overlijdt de aanbestorven goederen zullen gaan aan Trijn Jans, Maritgen Jans en Griet Jans, testateurs zusters, of, bij aflijvigheid, hun kinderen bij representatie. En Trijn Pieters ten zijde van haar, te weten Cornelisgen Pieters haar zuster, de kinderen van Aechte Pieters haar overleden zuster, en Pieter Gerijtsz de nagelaten zoon van Maritgen Pietersdr haar